Dankt Nederland zijn economische kracht aan het poldermodel?

Gepubliceerd op: 5 augustus 2026

Het poldermodel heeft Nederland mogelijk vele tientallen miljarden aan rentelasten bespaard. Dat schrijft BNR op basis van onderzoek van kredietverzekeraar Allianz Trade. Doet Nederland het economisch inderdaad beter dan vergelijkbare landen? En in hoeverre ligt dat aan het poldermodel? We bellen erover met Charles Kalshoven, macro-econoom bij APG.


Allianz Trade stelt dat de politieke onrust in Europa alleen al in de afgelopen vier jaar tot 100 miljard euro aan extra rentelast leidde, en Nederland daarop een uitzondering vormde. Klopt het dat we hier economisch succesvoller zijn dan de landen om ons heen?
"Dat hangt af van welke maatstaf je gebruikt, maar grosso modo is het antwoord: ja. Als je kijkt naar werkgelegenheid, arbeidsparticipatie, overheidsfinanciën en economische stabiliteit, heeft Nederland het de afgelopen decennia vaak goed gedaan. Wat betreft het specifieke punt van de rentelasten: bij onrust in de wereld zoekt kapitaal veilige landen, waardoor onze rentelasten dalen ten opzichte van bijvoorbeeld Italië. Tegelijkertijd zijn er ook landen, zoals Denemarken en Zweden, die op onderdelen beter presteren. Onze productiviteitsgroei blijft bijvoorbeeld al jaren achter. Maar onder de streep kun je wel stellen dat Nederland de afgelopen veertig jaar economisch relatief succesvol is geweest.”


Komt dat succes op het conto van het poldermodel?
“Voor een deel wel. Maar het zou te eenvoudig zijn om alle economische successen aan het poldermodel toe te schrijven. Wie over het poldermodel praat, komt al snel uit bij het Akkoord van Wassenaar uit 1982. Nederland gold toen als de zieke man van Europa: hoge werkloosheid, hoge inflatie en grote overheidstekorten. Door afspraken tussen werkgeversorganisaties en vakbonden over loonmatiging verbeterde de concurrentiepositie en groeide de werkgelegenheid.


Dat we nu vaak juist als een relatief succesvolle economie worden gezien, toont aan hoe groot die omslag toen is geweest. Tegelijkertijd hangen economische prestaties ook samen met onderwijs, infrastructuur, instituties, ondernemerschap en soms gewoon een beetje geluk. De reden dat het met de Duitse economie de afgelopen jaren minder gaat, komt doordat de industrie daar een grote rol speelt. En juist die sector, en dan met name de auto-industrie, ondervindt sinds een aantal jaar grote concurrentie uit China. Nederland, met zijn diensteneconomie en sterke logistieke sector, heeft daar minder last van.


Het poldermodel helpt vooral om conflicten beheersbaar te houden en tijdens crises gezamenlijk op te trekken. Zo konden tijdens de financiële crisis, de eurocrisis en de coronapandemie overheid, werkgevers en werknemers elkaar hier relatief snel vinden. Misschien moet je het poldermodel niet zozeer zien als een groeimotor, maar meer als een schokbreker."

Stabiliteit moet niet omslaan in stilstand

Wat zijn nog meer voordelen van het poldermodel?
"Het grootste voordeel is stabiliteit. Die overlegcultuur zit diep in onze geschiedenis. Nederlanders leven al eeuwen in een delta. Als het water stijgt, maakt het weinig uit of je katholiek, protestant, socialist of liberaal bent. Dan moet je samenwerken om droge voeten te houden. Het poldermodel helpt draagvlak te creëren voor moeilijke besluiten. Daarnaast zorgt het voor voorspelbaarheid. Juist die voorspelbaarheid waarderen beleggers, bedrijven en huishoudens.”

Overleg kan ook tot stroperigheid of besluiteloosheid leiden. Is dat de schaduwzijde?
"De keerzijde van draagvlak is inderdaad traagheid. Overleg kost tijd. Het poldermodel is sterk bij acute crises, maar bij problemen die zich langzaam opbouwen werkt het minder goed. Neem de woningmarkt, stikstof of het volle elektriciteitsnet. Van veel van die problemen weten we al jaren dat ze eraan komen. Toch zijn besluiten hierover vaak uitgesteld – al ligt dat soms meer aan verdeeldheid in de politiek dan aan sociale partners.


Kijk naar de pensioenhervorming. Die is er uiteindelijk gekomen, maar pas na vijftien jaar praten en puzzelen. Je zou kunnen zeggen dat het poldermodel vaak voorkomt dat problemen escaleren. Maar soms voorkomt het ook dat problemen op tijd worden opgelost. Daar zit de fundamentele spanning: een afruil tussen veerkracht en slagkracht."


Hebben we, met alle uitdagingen van deze tijd in het achterhoofd, in de toekomst meer of minder poldermodel nodig?
"Eigenlijk allebei. Het poldermodel heeft Nederland geholpen om als samenleving bij elkaar te blijven wanneer het spannend werd. En met de uitdagingen waar we nu en in de toekomst mee te maken krijgen, zoals vergrijzing, de energietransitie, defensie-uitgaven en nieuwe technologieën, hebben we met dit model een goede basis om die gezamenlijk het hoofd te kunnen bieden. Maatschappelijk draagvlak blijft daarvoor onmisbaar, en dat organiseer je niet zonder overleg.


Tegelijkertijd moeten we oppassen dat overleg geen doel op zich wordt. Niet elk probleem wordt beter van nóg een overlegtafel. Soms moeten er simpelweg knopen worden doorgehakt. Misschien moeten we daarom niet mínder, maar slímmer polderen. Het gesprek met elkaar blijven voeren is uiteindelijk beter dan het conflict opzoeken, maar overleg moet wel leiden tot besluiten. De kunst is nu om ervoor te zorgen dat die overlegcultuur ook snel genoeg blijft voor de grote veranderingen van de komende decennia en stabiliteit niet omslaat in stilstand.”