Het poldermodel heeft Nederland mogelijk vele tientallen miljarden aan rentelasten bespaard. Dat schrijft BNR op basis van onderzoek van kredietverzekeraar Allianz Trade. Doet Nederland het economisch inderdaad beter dan vergelijkbare landen? En in hoeverre ligt dat aan het poldermodel? We bellen erover met Charles Kalshoven, macro-econoom bij APG.
Allianz Trade stelt dat de politieke onrust in Europa alleen al in de afgelopen vier jaar tot 100 miljard euro aan extra rentelast leidde, en Nederland daarop een uitzondering vormde. Klopt het dat we hier economisch succesvoller zijn dan de landen om ons heen?
"Dat hangt af van welke maatstaf je gebruikt, maar grosso modo is het antwoord: ja. Als je kijkt naar werkgelegenheid, arbeidsparticipatie, overheidsfinanciën en economische stabiliteit, heeft Nederland het de afgelopen decennia vaak goed gedaan. Wat betreft het specifieke punt van de rentelasten: bij onrust in de wereld zoekt kapitaal veilige landen, waardoor onze rentelasten dalen ten opzichte van bijvoorbeeld Italië. Tegelijkertijd zijn er ook landen, zoals Denemarken en Zweden, die op onderdelen beter presteren. Onze productiviteitsgroei blijft bijvoorbeeld al jaren achter. Maar onder de streep kun je wel stellen dat Nederland de afgelopen veertig jaar economisch relatief succesvol is geweest.”
Komt dat succes op het conto van het poldermodel?
“Voor een deel wel. Maar het zou te eenvoudig zijn om alle economische successen aan het poldermodel toe te schrijven. Wie over het poldermodel praat, komt al snel uit bij het Akkoord van Wassenaar uit 1982. Nederland gold toen als de zieke man van Europa: hoge werkloosheid, hoge inflatie en grote overheidstekorten. Door afspraken tussen werkgeversorganisaties en vakbonden over loonmatiging verbeterde de concurrentiepositie en groeide de werkgelegenheid.
Dat we nu vaak juist als een relatief succesvolle economie worden gezien, toont aan hoe groot die omslag toen is geweest. Tegelijkertijd hangen economische prestaties ook samen met onderwijs, infrastructuur, instituties, ondernemerschap en soms gewoon een beetje geluk. De reden dat het met de Duitse economie de afgelopen jaren minder gaat, komt doordat de industrie daar een grote rol speelt. En juist die sector, en dan met name de auto-industrie, ondervindt sinds een aantal jaar grote concurrentie uit China. Nederland, met zijn diensteneconomie en sterke logistieke sector, heeft daar minder last van.
Het poldermodel helpt vooral om conflicten beheersbaar te houden en tijdens crises gezamenlijk op te trekken. Zo konden tijdens de financiële crisis, de eurocrisis en de coronapandemie overheid, werkgevers en werknemers elkaar hier relatief snel vinden. Misschien moet je het poldermodel niet zozeer zien als een groeimotor, maar meer als een schokbreker."