Wat zijn de gevolgen van de komende historische vermogens- overdracht?

Gepubliceerd op: 27 augustus 2026

In de tien jaar tussen 2024 en 2033 ontvangen jongere generaties zo’n 300 miljard euro aan woningvermogen via schenkingen en erfenissen. Dat schrijft BNR op basis van een analyse van financieel adviseur Van Bruggen. Wat zijn de verwachte economische gevolgen van deze historische vermogensoverdracht? We bellen erover met Maarten Lafeber, senior strateeg bij APG.

Blijft het bij die 300 miljard euro, of neemt het na 2033 nog verder toe?
“Na 2033 gaat die vermogensoverdracht nog verder door. Cijfers van het CBS laten zien dat huishoudens met een hoofdkostwinner tussen de 65 en 95 jaar momenteel gezamenlijk ruim 1.000 miljard euro vermogen bezitten. Het gaat dus om een enorme overdracht van vermogen van de babyboomgeneratie naar de generatie daaronder, grofweg mensen tussen de 45 en 65 jaar. Dat is overigens geen typisch Nederlands fenomeen. In de Verenigde Staten wordt zelfs gesproken over de Great Wealth Transfer. De verklaring is vergelijkbaar: de babyboomers hebben economisch gezien de wind in de zeilen gehad, vooral door de sterke stijging van de huizenprijzen. In Nederland bestaat volgens het CBS zo'n twee derde van het vermogen van deze groep huishoudens uit woningbezit.”


Wat gaat de jongere generatie naar verwachting met dat geërfde vermogen doen?
“Er zijn grofweg drie mogelijkheden: meer consumptie, sparen of beleggen. Intuïtief zou je kunnen denken dat mensen extra geld gaan uitgeven en dat dit de economie stimuleert. Maar ik denk dat het belangrijk is om te beseffen naar wie het geld meestal gaat. Voor mensen tussen de 45 en 65 jaar liggen de grote uitgaven, zoals studiekosten voor kinderen, gezinsvorming en de aankoop van een eerste woning, meestal al achter hen.


Natuurlijk zullen sommige mensen eerder een elektrische auto kopen of hun woning verduurzamen, maar ik verwacht niet dat deze vermogensoverdracht leidt tot een grote consumptiegolf. De economische literatuur ondersteunt dat beeld. Mensen die verwachten later een erfenis te ontvangen, houden daar bovendien vaak al rekening mee in hun uitgavenpatroon.


Amerikaans onderzoek laat hetzelfde zien. Daar is gekeken naar wat er gebeurt als de laatste ouder overlijdt. De inkomsten uit beleggingen van erfgenamen nemen daarna toe, terwijl hun arbeidsinkomsten iets dalen. Dat suggereert dat mensen het geld vooral beleggen en daarnaast soms wat minder gaan werken.


Alles bij elkaar verwacht ik daarom dat erfenissen vooral leiden tot meer sparen en beleggen. Ik zie dit niet als een grote nieuwe aanjager van economische groei.”

Wat dit onderwerp vooral interessant maakt, is hoe groot de rol van toeval in onze samenleving inmiddels is geworden

Wat zijn volgens jou de belangrijkste gevolgen op maatschappelijk vlak?
“Op macroniveau zou je kunnen zeggen dat deze vermogensoverdracht de verschillen tussen generaties verkleint. De vermogende babyboomers dragen een deel van hun vermogen over aan jongere generaties. Maar binnen die jongere generaties nemen de verschillen juist toe. Het maakt namelijk enorm veel uit of je ouders een koopwoning of een huurwoning hebben. Onderzoekers hebben op basis van CBS-data berekend dat er gemiddeld rond de vier ton wordt doorgegeven als ouders een koopwoning hebben, terwijl dat bedrag enkele tienduizenden euro’s bedraagt als ouders huren.


Daar komt nog iets bij: het vermogen dat wordt nagelaten neemt toe, terwijl het aantal erfgenamen afneemt. Waar er in 2011 gemiddeld nog ongeveer drie erfgenamen waren, ligt dat tegenwoordig rond de 2,3. Het vermogen wordt dus over minder mensen verdeeld. Dat vergroot de bedragen die individuele erfgenamen ontvangen nog verder.


Dit alles raakt aan sociale mobiliteit en arbeidsmobiliteit. Stel dat je agent bent in Arnhem en graag in Amsterdam wilt werken, dan wordt dat steeds lastiger als je geen vermogen van huis uit hebt meegekregen. De woningmarkt beperkt dan letterlijk je mogelijkheden om te verhuizen. Dat heeft dus direct invloed op kansen. Vermogende families slagen er bovendien vaak in hun vermogen generatieslang vast te houden. Daarmee ontstaat de vraag of we in een samenleving willen leven waarin kansen vooral worden bepaald door inkomen of juist door familievermogen.”


In hoeverre kan de erfbelasting dit gevolg verzachten?  
“De erfbelasting kan in theorie een instrument zijn om de effecten van toenemende vermogensongelijkheid enigszins te verzachten, al ligt dat politiek zeer gevoelig. De discussie wordt vaak gevoerd vanuit het idee dat de overheid van geërfd geld af moet blijven. Tegelijkertijd kun je ook zeggen dat een erfenis geld is waar de ontvanger zelf niet voor heeft gewerkt.


Vanuit economisch perspectief is het bovendien onlogisch om arbeid zwaarder te belasten dan geërfd vermogen. Arbeid levert economische activiteit op en belastingen op arbeid kunnen die activiteit afremmen, terwijl een erfenis grotendeels onverdiend inkomen is. Het argument dat een erfenis al eens belast is geweest, vind ik daarom niet heel overtuigend. Ook over salaris betaal je belasting, waarna je bij het uitgeven van dat geld opnieuw btw betaalt. Dat dezelfde euro op verschillende momenten wordt belast, is in ons belastingstelsel heel gebruikelijk.


Wat dit onderwerp voor mij vooral interessant maakt, is hoe groot de rol van toeval in onze samenleving inmiddels is geworden. Dat geldt niet alleen voor huizen, maar ook voor vermogen dat verder kan groeien via beleggingen. Daardoor kunnen bestaande verschillen zichzelf versterken. Zoals econoom Thomas Piketty beschrijft: als het rendement op kapitaal hoger ligt dan de economische groei, dan neemt de vermogensongelijkheid toe. Wie al vermogen heeft, kan daardoor steeds rijker worden.


Bij pensioenen speelt dat element van toeval veel minder. Iedereen in loondienst bouwt pensioen op, legt premie in en profiteert zo van hetzelfde systeem. Waar verschillen in woningbezit en privévermogen steeds groter worden, vormt het pensioenstelsel daarmee juist een relatief gelijk speelveld.”