Werkt een nationaal toekomstfonds eigenlijk?

Gepubliceerd op: 9 juli 2026

Zuid-Korea gaat mogelijk de toegenomen belastinginkomsten als gevolg van de groeiende halfgeleiderindustrie gebruiken voor een nationaal toekomstfonds. Dat moet de toenemende maatschappelijke ongelijkheid aanpakken en de concurrentiekracht van het land op de lange termijn versterken, schrijft het Financieele Dagblad. Werkt zo’n nationaal toekomstfonds eigenlijk? We bellen erover met Maarten Lafeber, macro-econoom en senior strateeg bij APG.


Waar komt het idee van Zuid-Korea voor dit Future Response Fund precies vandaan?
“Het land kent twee bedrijven die momenteel enorm profiteren van de AI-boom: technologiereus Samsung en chipfabrikant SK Hynix. Zowel hun beurskoersen als winsten zijn het afgelopen jaar gigantisch gestegen. Zo lag de winst vóór belasting van SK Hynix tussen 2020 en 2023 rond de 4 miljard dollar. In 2025 bedraagt die circa 35 miljard dollar. Samsung zag zijn winst eveneens sterk toenemen, maar realiseerde ook vóór de AI-boom al structureel hoge winsten. Ook de verwachtingen voor beide bedrijven voor 2026 en 2027 laten een forse verdere toename zien.


Mensen praten vaak over de Magnificent Seven (de zeven grootste techbedrijven, red.) in de Verenigde Staten, maar als je naar de MSCI Emerging Markets-index kijkt, zie je iets vergelijkbaars. Daar heb je TSMC in Taiwan en daarnaast deze twee Zuid-Koreaanse bedrijven. Samen zijn zij inmiddels goed voor ongeveer 30 procent van deze index voor opkomende markten.


Voor Zuid-Korea betekent dat ook extra belastinginkomsten. Door die hogere winsten stroomt er meer geld naar de overheid. Dan is de vraag: wat doe je daarmee? Je kunt het consumeren, investeren, schulden aflossen of belastingen verlagen. Maar je kunt ook zeggen: we stoppen het in een fonds. Het aantrekkelijke daarvan is dat je het geld niet direct via de begroting laat lopen.”


Het Noorse staatsfonds, het grootste in z’n soort, geldt als hét voorbeeld. Wat kan Zuid-Korea van Noorwegen leren?

“Het Noorse Government Pension Fund Global, gevoed met opbrengsten uit olie en gas, bevat inmiddels zo’n 2.000 miljard euro. Een gigantisch bedrag. Wat de Noren goed hebben gezien is dat het succes van het fonds staat of valt met de governance, oftewel de bestuurlijke inrichting. Het staatsfonds is daar een entiteit die buiten de politiek staat en dus niet zomaar als nationale pinautomaat kan worden gebruikt. Jaarlijks mag er 3 procent uit het fonds worden onttrokken. Dat percentage is gebaseerd op het verwachte langetermijnrendement van het fonds, zodat in principe alleen het rendement wordt uitgegeven, en het onderliggende vermogen voor toekomstige generaties behouden blijft.


Ook aan de beleggingskant zijn de afspraken heel duidelijk. Het fonds mag beleggen in aandelen, obligaties en vastgoed, maar niet in Noorwegen zelf. Daarmee voorkom je belangenverstrengeling. Anders krijg je situaties waarin politici invloed proberen uit te oefenen op investeringen in eigen land. Seoul zou er dus goed aan doen om vooral naar de bestuurlijke inrichting van het Noorse model te kijken.”

Onze pensioensector is in sommige opzichten redelijk vergelijkbaar met het Noorse model

Wat is, naast governance, nog meer belangrijk bij het oprichten van een staatsfonds?
“Zuid-Korea heeft drie doelen geformuleerd voor het nieuwe fonds. Ten eerste het ondersteunen van groeisectoren, met name AI en het ecosysteem daaromheen. Daarnaast moet het fonds ten goede komen aan jongeren, bijvoorbeeld op het gebied van banen, woningen en start-ups. Het derde doel is het tegengaan van ongelijkheid. Dat zijn allemaal begrijpelijke doelstellingen, maar wel vrij breed geformuleerd. Daarmee loop je het risico dat het fonds na verloop van tijd voor steeds meer beleidsdoelen wordt aangesproken, terwijl het juist bedoeld is voor vooraf vastgestelde doelen. Het zou daarom helpen als de doelstelling nauwer wordt gedefinieerd. Waar ga je als land het geld precies voor gebruiken en waar wil je precies een succes van maken?


Verder is het de vraag hoeveel extra belastinginkomsten deze bedrijven uiteindelijk genereren en hoe structureel die inkomsten zijn. Het is natuurlijk lang niet zeker dat de huidige uitzonderlijke groei voor langere tijd aanhoudt.


Wat wel opvalt, is dat de Zuid-Koreaanse overheid samen met deze bedrijven lijkt op te trekken. Tegelijk met de aankondiging van het fonds werden grote investeringen aangekondigd in datacenters en infrastructuur rond hoofdstad Seoul. Volgens de overheid moeten deze projecten zowel de Zuid-Koreaanse koppositie in chips en AI versterken als de economische ontwikkeling buiten de regio Seoul stimuleren. Het doel lijkt daarmee niet primair het afromen van bedrijfswinsten, maar de welvaart die door deze AI-boom in Seoul is ontstaan breder over het land te verspreiden.”


Er wordt weleens gezegd dat Nederland een kans heeft laten lopen door zijn aardgasbaten in de begroting op te nemen in plaats van het apart te zetten in een fonds, zoals Noorwegen. Zit daar wat in?

“Ik ben daar wat milder in. Natuurlijk hadden we in de jaren zeventig enorme gasinkomsten, maar tegelijkertijd denk ik dat onze pensioensector in sommige opzichten redelijk vergelijkbaar is met het Noorse model. Ook dat is een enorme pot geld, zo’n 1.700 miljard euro, die losstaat van de politiek.


De pensioenfondsen hanteren duidelijke regels over hoeveel risico genomen mag worden en hoe het geld wordt beheerd. In die zin is het systeem best vergelijkbaar met het Noorse staatsfonds, en waarschijnlijk ook daarom succesvol. Je kunt je dan ook afvragen of we daarnaast nog een tweede enorme pot geld hadden moeten opbouwen.”


Het staatsfonds van Noorwegen is zo bekend vanwege het ongeëvenaarde succes. Gaat het ook weleens mis?

“Een voorbeeld is het Maleisische fonds 1MDB. Dat was een in 2009 opgericht staatsinvesterings- en ontwikkelingsfonds om de economische ontwikkeling van het land te stimuleren. Anders dan het Noorse staatsfonds werd het niet vooral gevuld met olie- en gasopbrengsten, maar voor een belangrijk deel gefinancierd met leningen. Uiteindelijk ontspoorde het door fraude en malafide tussenpersonen.


In sommige landen in het Midden-Oosten zie je weer een ander risico. Daar bestaat een fonds formeel misschien wel onafhankelijk, maar uiteindelijk is er toch iemand, vaak het staatshoofd, die aan de touwtjes trekt en kan bepalen waar het geld naartoe gaat.”