Zuid-Korea gaat mogelijk de toegenomen belastinginkomsten als gevolg van de groeiende halfgeleiderindustrie gebruiken voor een nationaal toekomstfonds. Dat moet de toenemende maatschappelijke ongelijkheid aanpakken en de concurrentiekracht van het land op de lange termijn versterken, schrijft het Financieele Dagblad. Werkt zo’n nationaal toekomstfonds eigenlijk? We bellen erover met Maarten Lafeber, macro-econoom en senior strateeg bij APG.
Waar komt het idee van Zuid-Korea voor dit Future Response Fund precies vandaan?
“Het land kent twee bedrijven die momenteel enorm profiteren van de AI-boom: technologiereus Samsung en chipfabrikant SK Hynix. Zowel hun beurskoersen als winsten zijn het afgelopen jaar gigantisch gestegen. Zo lag de winst vóór belasting van SK Hynix tussen 2020 en 2023 rond de 4 miljard dollar. In 2025 bedraagt die circa 35 miljard dollar. Samsung zag zijn winst eveneens sterk toenemen, maar realiseerde ook vóór de AI-boom al structureel hoge winsten. Ook de verwachtingen voor beide bedrijven voor 2026 en 2027 laten een forse verdere toename zien.
Mensen praten vaak over de Magnificent Seven (de zeven grootste techbedrijven, red.) in de Verenigde Staten, maar als je naar de MSCI Emerging Markets-index kijkt, zie je iets vergelijkbaars. Daar heb je TSMC in Taiwan en daarnaast deze twee Zuid-Koreaanse bedrijven. Samen zijn zij inmiddels goed voor ongeveer 30 procent van deze index voor opkomende markten.
Voor Zuid-Korea betekent dat ook extra belastinginkomsten. Door die hogere winsten stroomt er meer geld naar de overheid. Dan is de vraag: wat doe je daarmee? Je kunt het consumeren, investeren, schulden aflossen of belastingen verlagen. Maar je kunt ook zeggen: we stoppen het in een fonds. Het aantrekkelijke daarvan is dat je het geld niet direct via de begroting laat lopen.”
Het Noorse staatsfonds, het grootste in z’n soort, geldt als hét voorbeeld. Wat kan Zuid-Korea van Noorwegen leren?
“Het Noorse Government Pension Fund Global, gevoed met opbrengsten uit olie en gas, bevat inmiddels zo’n 2.000 miljard euro. Een gigantisch bedrag. Wat de Noren goed hebben gezien is dat het succes van het fonds staat of valt met de governance, oftewel de bestuurlijke inrichting. Het staatsfonds is daar een entiteit die buiten de politiek staat en dus niet zomaar als nationale pinautomaat kan worden gebruikt. Jaarlijks mag er 3 procent uit het fonds worden onttrokken. Dat percentage is gebaseerd op het verwachte langetermijnrendement van het fonds, zodat in principe alleen het rendement wordt uitgegeven, en het onderliggende vermogen voor toekomstige generaties behouden blijft.
Ook aan de beleggingskant zijn de afspraken heel duidelijk. Het fonds mag beleggen in aandelen, obligaties en vastgoed, maar niet in Noorwegen zelf. Daarmee voorkom je belangenverstrengeling. Anders krijg je situaties waarin politici invloed proberen uit te oefenen op investeringen in eigen land. Seoul zou er dus goed aan doen om vooral naar de bestuurlijke inrichting van het Noorse model te kijken.”