Wat betekent het dat de werkgelegenheid zich clustert in Amsterdam en Utrecht?

Gepubliceerd op: 6 mei 2026

In Nederland werkt 32 procent van alle werknemers buiten de regio waar ze wonen, volgens nieuw onderzoek van de Rabobank. Met name de economische groeiregio’s Groot-Amsterdam en Utrecht trekken veel forenzen aan. Welke gevolgen heeft dit voor het land? We bellen erover met Thijs Knaap, hoofdeconoom bij APG.
 

Economisch gezien neemt de populariteit van de Randstad en dan vooral Amsterdam en Utrecht dus alleen maar toe?
“Dat klopt, en dat heeft veel te maken met het soort economie dat we nu hebben. Op hoofdlijnen zijn we in Nederland verschoven van landbouw, via industrie, naar dienstverlening. Die zakelijke dienstverlening, nog steeds een groeiende sector, gedijt bij nabijheid. In industrie of landbouw maakt het vaak minder uit waar je zit: een fabriek of bedrijfsterrein kan overal staan. Maar in de zakelijke dienstverlening wil je dicht bij andere bedrijven zitten. Dat leidt tot clustering: iedereen wil bij elkaar zitten, en zo trekken grote steden steeds meer economische activiteit aan. Het is dus niet alleen zo dat bedrijven makkelijker mensen van verder weg aantrekken, maar ook dat die bedrijven zelf steeds meer naar elkaar toe trekken.”


Tijdens de coronacrisis zag je dat mensen de Randstad inruilden voor rustigere regio’s om te wonen. Die werknemers forenzen dus naar hun werk of werken vanuit huis?

“De kosten van wonen en andere voorzieningen in de stad zijn hoog, en het aanbod is beperkt. Wie een huis met een tuin wil, of wat uitzicht en ruimte zoekt, komt in de stad al snel klem te zitten. Buiten de Randstad lukt dat vaak makkelijker en betaalbaarder. Daarbij komt dat het sinds de coronacrisis eenvoudiger is geworden om op afstand van je werk te wonen. Goede digitale verbindingen maken thuiswerken mogelijk, en dat is de afgelopen jaren ook veel meer geaccepteerd. Tien jaar geleden kon het technisch vaak al wel, maar deden we het gewoon minder. Daarnaast helpen goede fysieke verbindingen. Als je met de trein makkelijk op je werk kunt komen, wordt verder weg wonen minder bezwaarlijk. Kortom: bedrijven willen de stad in vanwege clustering en bereikbaarheid, werknemers willen er deels uit vanwege betaalbaarheid en woonkwaliteit. Die bewegingen samen verklaren veel van wat we nu zien.”


Welke rol speelt de krappe arbeidsmarkt in deze ontwikkeling?

“Die is cruciaal. De werkloosheid schommelt al jaren rond de 3 à 4 procent; vroeger was dat gemiddeld zo’n 6 procent. Dat verschil is groot. Door die schaarste kunnen werkgevers minder hoge eisen stellen en moeten ze creatiever worden: ze werven verder weg, staan thuiswerken toe en kiezen bewust voor aantrekkelijke, goed bereikbare locaties.”

Ook regio’s die eerder werden gezien als ‘economisch achterblijvend’, krijgen nieuwe kansen

Zit er een grens aan deze uitstroom uit de Randstad?
“Ja, uiteindelijk wel. Het is een kwestie van afruilen. Mensen zijn bereid verder te reizen als ze aanzienlijk goedkoper of beter kunnen wonen. Maar als het prijsverschil te klein wordt, weegt de extra reistijd niet meer op tegen het voordeel. We zullen pakweg Enschede niet zo duur zien worden als Amsterdam, maar de verschillen kunnen wel kleiner worden. Historisch gezien is dit bovendien een opvallende omkering: jarenlang trokken dertigers en veertigers juist massaal naar de stad. Dat patroon lijkt echt te kantelen.


Dat geldt opvallend genoeg niet voor gepensioneerden. Er was altijd het idee dat zij massaal uit de dure Randstad zouden vertrekken naar goedkopere regio’s, maar dat zien we nauwelijks gebeuren. Waarschijnlijk voelen gepensioneerden de woningdruk minder sterk, omdat hun huis vaak al is afbetaald en zijn er genoeg factoren – sociale netwerken, voorzieningen, vertrouwdheid – die hen houden waar ze zitten.”


Wat betekent dit alles voor Nederland als geheel?

“Als econoom zie ik hier vooral positieve kanten. Het wegnemen van afstandsbarrières vergroot de welvaart. Werknemers krijgen meer keuzemogelijkheden, bedrijven krijgen toegang tot een grotere arbeidsmarkt, mensen kunnen binnen hun budget een betere woning vinden en partners kunnen makkelijker op verschillende plekken werken zonder te hoeven verhuizen.


Ook regio’s die eerder werden gezien als ‘economisch achterblijvend’, krijgen nieuwe kansen. Daar vestigen zich nu tweeverdieners met goede banen elders, wat lokale economieën stimuleert. In die zin is dit een omkering van het klassieke beeld van leeglopende regio’s.”

 

Kent deze trend ook verliezers?
“Toch wel. Meer woon‑werkverkeer leidt tot drukte, vooral op piekmomenten. In de praktijk betekent thuiswerken vaak dat mensen massaal op dinsdag en donderdag naar kantoor gaan: de zogenoemde ‘dido‑economie’ of ‘kamelenweek’. Dat is slecht voor bereikbaarheid en milieu. Tegelijkertijd wordt vaak onderschat hoe goed de bereikbaarheid buiten de piek eigenlijk is. Wie flexibel is in zijn reistijden, ervaart Nederland juist als heel goed bereikbaar.”