De druk op het elektriciteitsnet in Nederland neemt toe en leidt op steeds meer plekken tot netcongestie. Verschillende maatregelen moeten verlichting bieden, waaronder variabele nettarieven. Wat kan Nederland daarvan verwachten? We bellen erover met Maarten Lafeber, senior strateeg bij APG.
De netcongestie waarmee Nederland momenteel kampt, komt door twee ontwikkelingen die tegelijk plaatsvinden, legt Lafeber uit. “Aan de vraagkant is er een enorme elektrificatie: elektrische auto’s, warmtepompen, airco’s, noem maar op. Tegelijkertijd is de aanbodkant veranderd. We zijn veel afhankelijker geworden van zon en wind. Die twee bewegingen zorgen samen voor druk op het net en maken de leveringszekerheid kwetsbaarder, doordat zon en wind minder voorspelbaar zijn. De gevolgen kennen we: wachtrijen voor aansluitingen en projecten die stilvallen.” Er bestaat hiervoor geen simpele oplossing, benadrukt de econoom. “Het zal een combinatie van maatregelen moeten zijn, en beprijzing – waar we het nu over hebben – is daar een belangrijk onderdeel van.”
Hoe verhouden dynamische energiecontracten – die al bestaan – zich tot variabele nettarieven, die pas over een paar jaar mogelijk worden geïntroduceerd?
“Bij dynamische energiecontracten betaal je een prijs die bijvoorbeeld per kwartier kan veranderen, afhankelijk van vraag en aanbod op dat moment. Dat gaat dus over de prijs van energie zelf. Variabele nettarieven gaan over de capaciteit van het elektriciteitsnet. Daarbij hangt het tarief af van het tijdstip, bijvoorbeeld ochtend, middag, avond en nacht. Afhankelijk van wanneer en hoeveel stroom je gebruikt, betaal je meer of minder voor het gebruik van het net. Overigens kunnen dynamische energieprijzen en variabele nettarieven elkaar ook tegenwerken. Dat is bijvoorbeeld zo wanneer het in de winter tussen 17.00 en 21.00 uur hard waait en energie dus goedkoop is, maar het nettarief juist hoog omdat het een piekmoment op het net betreft. Dan krijg je twee prikkels die tegen elkaar ingaan. Dat soort situaties moet je goed opvangen in het systeem.”
Wat gaat de consument merken van deze ontwikkelingen?
“Vroeger hadden we een centraal systeem met kolen- en gascentrales: het aanbod volgde de vraag en de consument was passief. Het maakte niet uit wanneer je energie gebruikte. Nu gaan we naar een systeem waarin de vraag zich meer moet aanpassen aan het aanbod, en waarin van consumenten wordt verwacht dat ze er actiever op letten wanneer ze elektriciteit gebruiken. Als je je gedrag niet aanpast, ben je waarschijnlijk duurder uit dan nu. Maar als je flexibel bent, bijvoorbeeld door je auto ’s nachts op te laden of apparaten op een slim moment te gebruiken, kun je besparen. Je kunt straks zelfs een soort ‘trader’ worden, bijvoorbeeld met een thuisbatterij, door op het ideale moment stroom te gebruiken of juist terug te leveren. De introductie van variabele nettarieven betekent wel dat we een stukje comfort moeten inleveren, omdat we meer rekening moeten houden met wanneer we elektriciteit gebruiken.”