Wat kan Nederland verwachten van variabele nettarieven?

Gepubliceerd op: 17 juni 2026

De druk op het elektriciteitsnet in Nederland neemt toe en leidt op steeds meer plekken tot netcongestie. Verschillende maatregelen moeten verlichting bieden, waaronder variabele nettarieven. Wat kan Nederland daarvan verwachten? We bellen erover met Maarten Lafeber, senior strateeg bij APG.

De netcongestie waarmee Nederland momenteel kampt, komt door twee ontwikkelingen die tegelijk plaatsvinden, legt Lafeber uit. “Aan de vraagkant is er een enorme elektrificatie: elektrische auto’s, warmtepompen, airco’s, noem maar op. Tegelijkertijd is de aanbodkant veranderd. We zijn veel afhankelijker geworden van zon en wind. Die twee bewegingen zorgen samen voor druk op het net en maken de leveringszekerheid kwetsbaarder, doordat zon en wind minder voorspelbaar zijn. De gevolgen kennen we: wachtrijen voor aansluitingen en projecten die stilvallen.” Er bestaat hiervoor geen simpele oplossing, benadrukt de econoom. “Het zal een combinatie van maatregelen moeten zijn, en beprijzing – waar we het nu over hebben – is daar een belangrijk onderdeel van.”

Hoe verhouden dynamische energiecontracten – die al bestaan – zich tot variabele nettarieven, die pas over een paar jaar mogelijk worden geïntroduceerd?
“Bij dynamische energiecontracten betaal je een prijs die bijvoorbeeld per kwartier kan veranderen, afhankelijk van vraag en aanbod op dat moment. Dat gaat dus over de prijs van energie zelf. Variabele nettarieven gaan over de capaciteit van het elektriciteitsnet. Daarbij hangt het tarief af van het tijdstip, bijvoorbeeld ochtend, middag, avond en nacht. Afhankelijk van wanneer en hoeveel stroom je gebruikt, betaal je meer of minder voor het gebruik van het net. Overigens kunnen dynamische energieprijzen en variabele nettarieven elkaar ook tegenwerken. Dat is bijvoorbeeld zo wanneer het in de winter tussen 17.00 en 21.00 uur hard waait en energie dus goedkoop is, maar het nettarief juist hoog omdat het een piekmoment op het net betreft. Dan krijg je twee prikkels die tegen elkaar ingaan. Dat soort situaties moet je goed opvangen in het systeem.”


Wat gaat de consument merken van deze ontwikkelingen?

“Vroeger hadden we een centraal systeem met kolen- en gascentrales: het aanbod volgde de vraag en de consument was passief. Het maakte niet uit wanneer je energie gebruikte. Nu gaan we naar een systeem waarin de vraag zich meer moet aanpassen aan het aanbod, en waarin van consumenten wordt verwacht dat ze er actiever op letten wanneer ze elektriciteit gebruiken. Als je je gedrag niet aanpast, ben je waarschijnlijk duurder uit dan nu. Maar als je flexibel bent, bijvoorbeeld door je auto ’s nachts op te laden of apparaten op een slim moment te gebruiken, kun je besparen. Je kunt straks zelfs een soort ‘trader’ worden, bijvoorbeeld met een thuisbatterij, door op het ideale moment stroom te gebruiken of juist terug te leveren. De introductie van variabele nettarieven betekent wel dat we een stukje comfort moeten inleveren, omdat we meer rekening moeten houden met wanneer we elektriciteit gebruiken.”

Zullen variabele nettarieven het gewenste effect hebben?
“Ik denk van wel. We weten uit andere markten dat je gedrag kunt sturen met prijzen. Dat zal hier ook gebeuren. De capaciteit van het net is ingericht op piekgebruik. Als je die piek omlaag krijgt, creëer je in één keer extra ruimte op het net. Dat kun je doen via beprijzing, eigenlijk een soort spitsheffing. Dat moet ertoe leiden dat de consument het flexibele gebruik van energie, zoals het opladen van je auto of het draaien van de was, verplaatst naar rustigere momenten. Het is niet dé sleutel voor het beperken van netcongestie, andere maatregelen blijven nodig. Zo komt netcongestie vaak lokaal voor, terwijl de variabele nettarieven een landelijke maatregel vormen.

De belangrijkste voorwaarde is dat mensen de prijs kennen en begrijpen. Het moet volledig transparant zijn wanneer stroom duur of goedkoop is. Nu is een energierekening voor veel mensen al lastig te begrijpen. Als je wilt dat mensen hun gedrag aanpassen, moeten ze kunnen zien wat hun keuzes opleveren. Een deel van de mensen in Nederland zal hierdoor zeker hun gedrag aanpassen. We zien nu al dat dynamische contracten groeien. Als straks 20 tot 30 procent van de huishoudens daar actief op stuurt, kan dat al een dempend effect hebben op de piekbelasting. Maar niet iedereen zal meebewegen. Er zal altijd een groep zijn die dat niet wil of niet kan.”

De salderingsregeling voor mensen met een koopwoning en zonnepanelen werd mede bekostigd door huurders en andere mensen zonder panelen, en leidde zo tot ongelijkheid. Bestaat dat risico hier ook?
“Ik zie daar wel een risico, ja. Als je kijkt naar eerdere subsidies, voor zonnepanelen of elektrische auto’s, dan zie je dat vooral bovenmodale huishoudens daarvan profiteren.
Bij variabele nettarieven of dynamische energieprijzen verwacht ik iets vergelijkbaars. Mensen met geld, kennis en slimme apparatuur, zoals een thuisbatterij, kunnen hier beter op inspelen. Daardoor ontstaat het risico dat zij het meeste voordeel hebben. Daarom zijn transparantie en educatie belangrijk. Verder kun je denken aan gerichte ondersteuning, bijvoorbeeld bij investeringen in technologie bij de mensen thuis. Maar uiteindelijk blijft het lastig om het volledig gelijk te trekken.”


Speelt alleen de consument een rol, of ook de industrie?

“Woningen gebruikten in 2024 ‘slechts’ een vijfde van alle elektriciteit in Nederland, blijkt uit cijfers van het CBS. Het thuisladen van elektrische auto’s valt onder de categorie binnenlands vervoer, dat goed is voor 4,1 procent van het totale verbruik. Ter vergelijking: de (maak)industrie verbruikte ongeveer 28 procent van alle elektriciteit, de energiesector niet meegerekend. De industrie speelt dus een grote rol. Daar zit veel potentie om verbruik te plannen en indien mogelijk te verschuiven naar een ander moment van de dag. Iedereen krijgt uiteindelijk met deze tarieven te maken, dus ook bedrijven.”