Nederland hoort al jaren bij de productiefste landen, maar de groei stokt. Werkgeversorganisatie AWVN wil productiviteitsgroei daarom nadrukkelijker op de cao-agenda zetten, onder meer via afspraken over opleiding en werktijden. Hoe komt het dat de arbeidsproductiviteit nauwelijks nog toeneemt? We bellen erover met Charles Kalshoven, expert strateeg bij APG.
Hoe staat Nederland er eigenlijk voor?
“Op het eerste gezicht lijkt het beeld nog positief. In 2025 steeg de productiviteit met zo’n 2,4 procent. Maar de afgelopen tien jaar was er nauwelijks sprake van groei. Het is daarom nog te vroeg om te zeggen dat er sprake is van een echte trendbreuk.”
Waarom is productiviteitsgroei zo belangrijk?
“Op de lange termijn komt economische groei in feite uit één bron: productiviteit. Meer waarde creëren per gewerkt uur. De potentiële beroepsbevolking groeit nauwelijks meer, en zal door de vergrijzing eerder krimpen. Misschien dat de arbeidsparticipatie nog wat verder omhoog kan, maar dat houdt een keer op. Dat betekent dat extra welvaart ergens anders vandaan moet komen.
Zonder een stijging van de productiviteit wordt het lastiger om sociale voorzieningen te financieren, met minder handen meer zorg te leveren en de staatsschuld draaglijk te houden. Ook is het belangrijk om als land je eigen koers te kunnen bepalen, bijvoorbeeld voor onze eigen (Europese) veiligheid. Productiviteitsgroei helpt om middelen – geld, menskracht – vrij te spelen voor defensie. En onze strategische autonomie is erbij gebaat als wij economisch sterk staan en op bepaalde terreinen vooroplopen. Dat maakt het voor andere machten moeilijker om over ons heen te lopen. Groei is dus geen doel op zich, maar een voorwaarde om onze verzorgingsstaat op peil te houden en democratie te beschermen.”
Waarom groeit de arbeidsproductiviteit in Nederland nauwelijks meer?
“Een deel van het antwoord is bijna een compliment: we zitten al op een relatief hoog productiviteitsniveau. Dan wordt extra groei automatisch moeilijker. Landen die nog een flinke technologische inhaalslag kunnen maken, hebben het in dat opzicht makkelijker.
Daarnaast zie je een aantal structurele factoren die de groei afremmen. De arbeidsparticipatie is de afgelopen jaren sterk gestegen. Dat is op zichzelf positief, maar het kan de gemiddelde productiviteit drukken. Als meer mensen werken, ook in banen met een lagere toegevoegde waarde, zie je dat terug in het gemiddelde.
Ook de sectorstructuur speelt een rol. Nederland is relatief minder sterk vertegenwoordigd in sectoren waar op dit moment de productiviteitsgroei het hoogst is, zoals technologie. Daar komen nog praktische beperkingen bij waar bedrijven dagelijks tegenaan lopen: het stroomnet zit vol, de ruimte is schaars en de stikstofproblematiek belemmert investeringen. Voor productiviteit is het verder belangrijk dat mensen op de juiste plek zitten. Maar als de woningmarkt het moeilijk maakt om te verhuizen, wissel je ook minder snel van baan en blijven kansen onbenut.”