Waarom scoort Nederland hoog op productiviteit, maar groeit die nauwelijks?

Gepubliceerd op: 10 juni 2026

Nederland hoort al jaren bij de productiefste landen, maar de groei stokt. Werkgeversorganisatie AWVN wil productiviteitsgroei daarom nadrukkelijker op de cao-agenda zetten, onder meer via afspraken over opleiding en werktijden. Hoe komt het dat de arbeidsproductiviteit nauwelijks nog toeneemt? We bellen erover met Charles Kalshoven, expert strateeg bij APG.

Hoe staat Nederland er eigenlijk voor?
“Op het eerste gezicht lijkt het beeld nog positief. In 2025 steeg de productiviteit met zo’n 2,4 procent. Maar de afgelopen tien jaar was er nauwelijks sprake van groei. Het is daarom nog te vroeg om te zeggen dat er sprake is van een echte trendbreuk.”

Waarom is productiviteitsgroei zo belangrijk?
“Op de lange termijn komt economische groei in feite uit één bron: productiviteit. Meer waarde creëren per gewerkt uur. De potentiële beroepsbevolking groeit nauwelijks meer, en zal door de vergrijzing eerder krimpen. Misschien dat de arbeidsparticipatie nog wat verder omhoog kan, maar dat houdt een keer op. Dat betekent dat extra welvaart ergens anders vandaan moet komen.


Zonder een stijging van de productiviteit wordt het lastiger om sociale voorzieningen te financieren, met minder handen meer zorg te leveren en de staatsschuld draaglijk te houden. Ook is het belangrijk om als land je eigen koers te kunnen bepalen, bijvoorbeeld voor onze eigen (Europese) veiligheid. Productiviteitsgroei helpt om middelen – geld, menskracht – vrij te spelen voor defensie. En onze strategische autonomie is erbij gebaat als wij economisch sterk staan en op bepaalde terreinen vooroplopen. Dat maakt het voor andere machten moeilijker om over ons heen te lopen. Groei is dus geen doel op zich, maar een voorwaarde om onze verzorgingsstaat op peil te houden en democratie te beschermen.”


Waarom groeit de arbeidsproductiviteit in Nederland nauwelijks meer?

“Een deel van het antwoord is bijna een compliment: we zitten al op een relatief hoog productiviteitsniveau. Dan wordt extra groei automatisch moeilijker. Landen die nog een flinke technologische inhaalslag kunnen maken, hebben het in dat opzicht makkelijker.


Daarnaast zie je een aantal structurele factoren die de groei afremmen. De arbeidsparticipatie is de afgelopen jaren sterk gestegen. Dat is op zichzelf positief, maar het kan de gemiddelde productiviteit drukken. Als meer mensen werken, ook in banen met een lagere toegevoegde waarde, zie je dat terug in het gemiddelde.


Ook de sectorstructuur speelt een rol. Nederland is relatief minder sterk vertegenwoordigd in sectoren waar op dit moment de productiviteitsgroei het hoogst is, zoals technologie. Daar komen nog praktische beperkingen bij waar bedrijven dagelijks tegenaan lopen: het stroomnet zit vol, de ruimte is schaars en de stikstofproblematiek belemmert investeringen. Voor productiviteit is het verder belangrijk dat mensen op de juiste plek zitten. Maar als de woningmarkt het moeilijk maakt om te verhuizen, wissel je ook minder snel van baan en blijven kansen onbenut.”

Wat speelt er nog meer onder de motorkap?
“Concurrentie speelt ook een rol. Innovaties en best practices verspreiden zich niet altijd snel genoeg binnen sectoren. Als de concurrentie beperkt is, blijven verbeteringen hangen bij een kleine groep koplopers. Bedrijven die balanceren op het randje van leven en dood – om die reden ook wel zombiebedrijven genoemd – vallen dan net niet om. Terwijl hun personeel en kapitaal elders productiever ingezet zou kunnen worden.”


En tot slot is er nog het conjuncturele effect. In goede tijden kun je met dezelfde mensen vaak net wat meer produceren. In slechtere tijden gebeurt het omgekeerde: bedrijven produceren minder, maar houden hun personeel vast. Die mensen zijn namelijk vaak met veel moeite aangenomen, en misschien is de dip maar tijdelijk. Dat zie je dan terug in een lage of zelfs negatieve productiviteitsstijging in de macro-statistieken.”  


Wat is er nodig om de groei weer op gang te krijgen
?
“Meer concurrentie helpt om innovaties sneller te laten doorwerken. Dat vraagt om eenvoudiger regels, minder nationale koppen op Europese regelgeving en een beter functionerende interne markt. Het vraagt ook om keuzes. Niet elke sector draagt evenveel bij aan toekomstige groei. Als je alles in stand probeert te houden zoals het is, rem je vernieuwing. Soms betekent vooruitgang dat bepaalde activiteiten krimpen, zodat er ruimte ontstaat voor nieuwe, productievere sectoren.


Investeren is cruciaal. In innovatie, maar ook in mensen en vaardigheden; vandaar de oproep van AWVN. En zorg dat er voldoende kapitaal beschikbaar is voor startups en scale-ups, zodat zij hier kunnen groeien in plaats van uit te wijken naar de VS. Het rapport van Mario Draghi over het Europese concurrentievermogen en dat van Peter Wennink over het toekomstige verdienvermogen van Nederland geven daar duidelijke handvatten voor.”


Er zijn dus kansen?

“Zeker. Het huidige gebrek aan productiviteitsgroei vormt geen onoplosbaar probleem. Nederland heeft een sterke basis: een goed opgeleide beroepsbevolking, een open economie en veel kennis. Met de juiste prikkels en bereidheid om keuzes te maken, is er nog volop potentieel. We moeten alleen wel in beweging komen.


Het is daarbij niet eens altijd nodig zelf de nieuwste technologie te ontwikkelen om productiever te worden. Het slim toepassen van bestaande technologie kan al een groot verschil maken. Dat geldt bijvoorbeeld voor AI. Juist in sectoren waarin Nederland sterk is, zoals dienstverlening en onderwijs, kan dat nog veel productiviteitswinst opleveren. Historisch gezien is de productiviteitsgroei in de dienstensector lager geweest dan in de industrie omdat mensenwerk zich lastiger laat standaardiseren en opschalen. Maar met AI ontstaan daar misschien wel nieuwe mogelijkheden – hopelijk zonder dat het onpersoonlijk wordt. Ik kan me voorstellen dat je leerlingen veel meer onderwijs op maat kan geven.


Daarnaast kunnen technologieën elkaar versterken. Zo kan AI onderzoek naar eiwitten, nieuwe materialen of fotonica versnellen. Nederland heeft op een aantal van die terreinen een sterke positie. Als je die goed benut, kun je ook in de toekomst weer meeliften op nieuwe productiviteitsgolven.”