Is economische groei dankzij overheidsgeld ook duurzame groei?

Gepubliceerd op: 15 oktober 2026

De Duitse economie groeit dit jaar harder dan verwacht, meldt het ministerie van Economische Zaken. Deze meevaller komt deels op het conto van overheidsinvesteringen in onder meer defensie en infrastructuur. Is economische groei dankzij overheidsgeld eigenlijk ook duurzame groei? We bellen erover met Charles Kalshoven, expert strateeg bij APG.


Leiden extra overheidsuitgaven tot duurzame economische groei, of komt daar meer bij kijken?
“Dat hangt sterk af van waar de overheid het geld aan uitgeeft. Als het vooral gaat om consumptieve uitgaven, zoals hogere uitkeringen of extra geld voor ouderenzorg, dan kan dat de economie tijdelijk aanjagen. Mensen hebben meer te besteden, bedrijven krijgen meer opdrachten en de werkgelegenheid kan toenemen. Maar dat effect verdwijnt vaak weer zodra die uitgaven stoppen.


Dat ligt anders bij investeringen, zoals in infrastructuur, het elektriciteitsnet of  onderzoek. Dan heb je niet alleen een tijdelijke bestedingsimpuls, maar vergroot je ook de productiecapaciteit van de economie. Bovendien kunnen zulke investeringen weer private investeringen uitlokken. Een bedrijf vestigt zich bijvoorbeeld eerder op een plek met goede infrastructuur en voldoende beschikbare stroom.


Overigens noemen politici elke uitgave graag een investering, omdat dat beter klinkt. Maar niet elke uitgave van de overheid hoeft uiteindelijk langs de meetlat van economische groei te worden gelegd. Sommige bestedingen hebben simpelweg een intrinsieke maatschappelijke waarde, zoals de genoemde consumptieve uitgaven.”


Fungeren overheidsinvesteringen altijd als een vliegwiel voor private investeringen?
“Dat doen ze vooral tijdens een laagconjunctuur, zoals bij een recessie. Dan zorgen overheidsinvesteringen voor meer vraag, meer werkgelegenheid en zo weer tot extra economische activiteit. In een hoogconjunctuur kan juist het tegenovergestelde gebeuren. Zodra bedrijven moeite hebben personeel te vinden, of betaalbare financiering, kunnen extra overheidsuitgaven juist andere investeringen wegdrukken.


Hierbij moet je onderscheid maken tussen de vraag- en aanbodkant van de economie. Aan de aanbodkant heb je de productiecapaciteit, terwijl het aan de vraagkant gaat om de vraag naar goederen en diensten. Tijdens een recessie ligt de vraag onder de productiecapaciteit. Mensen besteden minder, bedrijven investeren minder en er ontstaat werkloosheid. Overheidsinvesteringen kunnen dan helpen door de vraag weer op peil te brengen.”

De overheid speelt een veel grotere rol bij innovatie dan soms wordt gedacht

De Duitse overheid investeert vooral in defensie en infrastructuur. Het klinkt logisch dat goede infrastructuur bijdraagt aan duurzame economische groei. Kun je dat ook zeggen van defensie?
“Ja, al is dat minder direct zichtbaar dan bij bijvoorbeeld infrastructuur. Veiligheid en stabiliteit zijn randvoorwaarden voor economische activiteit. Als ondernemers vrezen dat hun eigendom niet beschermd wordt of dat een conflict hun bedrijf kan raken, zullen ze minder snel investeren.


Defensie kun je daarom zien als een soort verzekering. In vredestijd lijkt het vooral een kostenpost, maar het doel is juist om veel grotere economische schade te voorkomen. Je investeert in afschrikking. Als je daarmee voorkomt dat een conflict uitbreekt of een land wordt binnengevallen, bescherm je ook de economische bedrijvigheid.


Daarnaast heeft defensie historisch vaak een rol gespeeld bij innovatie. Veel technologische ontwikkelingen zijn mede mogelijk gemaakt door publiek en defensie-gerelateerd onderzoek. Het internet is daarvan een bekend voorbeeld. De overheid speelt sowieso een veel grotere rol bij innovatie dan soms wordt gedacht. Vrijwel iedere grote innovatie heeft ook een publieke component gehad. Dat geldt niet alleen voor het internet, maar ook voor veel technologie achter AI.


De financiering van onderzoek aan hogescholen en universiteiten, het optuigen en onderhouden van infrastructuur en het vastleggen van standaarden en regelgeving: het zijn allemaal voorwaarden die innovatie mogelijk maken.”


Welke rol speelt onderwijs hierbij?
“Dat hoort er ook bij. Een geletterde en goed opgeleide bevolking vergemakkelijkt kennisdeling, innovatie en productiviteitsgroei. Daarin zie je dat publieke investeringen en privaat ondernemerschap elkaar vaak versterken. Tegelijkertijd laat onderwijs zien hoe beperkt de tegenstelling is tussen investeringen en consumptieve uitgaven van de overheid. Op papier behoren lerarensalarissen tot de consumptieve uitgaven. Als je leraren meer salaris geeft, leidt dat dan automatisch tot beter onderwijs? Misschien helpt het om personeelstekorten terug te dringen. Misschien trekt het meer mensen naar het vak. Maar de relatie is niet één-op-één.


Onderwijs draagt natuurlijk wel bij aan menselijk kapitaal en daarmee aan toekomstige productiviteit. Op microniveau is daar ook veel bewijs voor. Mensen die langer onderwijs volgen, verdienen gemiddeld meer en hebben meestal betere kansen op de arbeidsmarkt. Daar bestaat weinig discussie over. De uitdaging zit vooral op macroniveau. Als je vandaag meer investeert in onderwijs, duurt het misschien twintig jaar voordat je dat terugziet in economische groei. In die twintig jaar gebeuren er ook talloze andere dingen. Daardoor is het ontzettend moeilijk om precies vast te stellen hoeveel economische groei uiteindelijk voortkomt uit die extra onderwijsuitgave.”


Een overheidsinvestering kán dus duurzame economische groei opleveren, maar alleen onder de juiste omstandigheden?
“Er bestaan zeker voorbeelden van investeringen die niet goed hebben uitgepakt. Denk aan zelden gebruikte infrastructuur of sportstadions die voor grote evenementen worden gebouwd en daarna leeg staan. Het gaat uiteindelijk niet om het label 'investering' of ‘consumptieve uitgave’. Belangrijker is of overheidsgeld daadwerkelijk knelpunten oplost, bijvoorbeeld door te zorgen voor een beter stroomnet, betere infrastructuur of een beter opgeleide beroepsbevolking. Dan zorgen investeringen ervoor dat we allemaal productiever kunnen zijn, en dat de economie op langere termijn meer kan produceren. Dat is uiteindelijk waar duurzame economische groei vandaan komt.”