De Duitse economie groeit dit jaar harder dan verwacht, meldt het ministerie van Economische Zaken. Deze meevaller komt deels op het conto van overheidsinvesteringen in onder meer defensie en infrastructuur. Is economische groei dankzij overheidsgeld eigenlijk ook duurzame groei? We bellen erover met Charles Kalshoven, expert strateeg bij APG.
Leiden extra overheidsuitgaven tot duurzame economische groei, of komt daar meer bij kijken?
“Dat hangt sterk af van waar de overheid het geld aan uitgeeft. Als het vooral gaat om consumptieve uitgaven, zoals hogere uitkeringen of extra geld voor ouderenzorg, dan kan dat de economie tijdelijk aanjagen. Mensen hebben meer te besteden, bedrijven krijgen meer opdrachten en de werkgelegenheid kan toenemen. Maar dat effect verdwijnt vaak weer zodra die uitgaven stoppen.
Dat ligt anders bij investeringen, zoals in infrastructuur, het elektriciteitsnet of onderzoek. Dan heb je niet alleen een tijdelijke bestedingsimpuls, maar vergroot je ook de productiecapaciteit van de economie. Bovendien kunnen zulke investeringen weer private investeringen uitlokken. Een bedrijf vestigt zich bijvoorbeeld eerder op een plek met goede infrastructuur en voldoende beschikbare stroom.
Overigens noemen politici elke uitgave graag een investering, omdat dat beter klinkt. Maar niet elke uitgave van de overheid hoeft uiteindelijk langs de meetlat van economische groei te worden gelegd. Sommige bestedingen hebben simpelweg een intrinsieke maatschappelijke waarde, zoals de genoemde consumptieve uitgaven.”
Fungeren overheidsinvesteringen altijd als een vliegwiel voor private investeringen?
“Dat doen ze vooral tijdens een laagconjunctuur, zoals bij een recessie. Dan zorgen overheidsinvesteringen voor meer vraag, meer werkgelegenheid en zo weer tot extra economische activiteit. In een hoogconjunctuur kan juist het tegenovergestelde gebeuren. Zodra bedrijven moeite hebben personeel te vinden, of betaalbare financiering, kunnen extra overheidsuitgaven juist andere investeringen wegdrukken.
Hierbij moet je onderscheid maken tussen de vraag- en aanbodkant van de economie. Aan de aanbodkant heb je de productiecapaciteit, terwijl het aan de vraagkant gaat om de vraag naar goederen en diensten. Tijdens een recessie ligt de vraag onder de productiecapaciteit. Mensen besteden minder, bedrijven investeren minder en er ontstaat werkloosheid. Overheidsinvesteringen kunnen dan helpen door de vraag weer op peil te brengen.”