Is arbeid het nieuwe schaarse goed van de Nederlandse economie?

Gepubliceerd op: 24 september 2026

Nederland heeft momenteel te maken met ‘vergrijzing light’, stelt hoogleraar arbeidsmarkt Ton Wilthagen in een artikel op BNR. De groei van het aantal werkenden is gestopt, terwijl de groep gepensioneerden - en daarmee het totaal aantal niet-werkenden - weer toeneemt. Is arbeid, na kapitaal en energie, het nieuwe schaarse goed van onze economie? We bellen erover met Thijs Knaap, hoofdeconoom bij APG.

Is er in Nederland inderdaad sprake van een tekort aan arbeid?
“In principe is alles schaars. In die zin hebben we ook te weinig eieren en te weinig auto's. De markt is er om die schaarste te verdelen. En meestal gaat dat goed, ook in het geval van arbeid. Het hoogtepunt van de arbeidsmarktkrapte lag in 2022. Toen hadden we ongeveer honderdveertig vacatures voor elke honderd werklozen. Overal zag je dat er te weinig mensen waren.


Die extreme krapte is inmiddels afgenomen. We zitten nu onder de honderd vacatures per honderd werklozen. Dat komt ook doordat de lonen enorm gestegen zijn. En dat is precies hoe de markt dit hoort op te lossen. Je kunt tegelijkertijd zeggen dat arbeid nog steeds schaars is, want die hoge lonen zijn daar een teken van. Alleen is die schaarste nu beter geprijsd.


Dat alles is in zekere zin cyclisch. Wat mij hier vooral interesseert, is wat er structureel gebeurt. Dan kom je uit bij vergrijzing. Op langere termijn zie je dat de verhouding tussen mensen die werken en mensen die niet werken maar wel consumeren steeds verder verschuift. Vaak hebben we het dan over gepensioneerden. Die ontwikkeling gaat nog wel een tijd door.”


We weten al lang dat Nederland vergrijst. Hoe betrouwbaar zijn voorspellingen over de arbeidsmarkt op langere termijn?
“Het grappige is dat veel voorspellingen die we vroeger maakten niet zijn uitgekomen. Vijftien jaar geleden schreef ik bijvoorbeeld een stuk waarin ik me afvroeg of we de maximale omvang van de Nederlandse arbeidsmarkt al hadden gezien. Volgens de toenmalige demografische projecties hadden we ongeveer het maximale aantal 20- tot 65-jarigen gehad. Dat bleek achteraf een flinke misser.

De demografische projecties werden steeds weer naar boven bijgesteld. Inmiddels laat de laatste CBS-prognose zien dat het aantal 20- tot 65-jarigen zelfs nog groeit tot 2070. De gevreesde daling van het aantal mensen in de werkzame leeftijd bleef daardoor veel langer uit dan verwacht. Dit komt doordat er in die afgelopen vijftien jaar netto bijna 800.000 mensen in de leeftijd van 20 tot 50 jaar naar Nederland zijn gekomen. Zij hebben een groot deel van de arbeidsmarktkrapte helpen opvangen. Daarom moet je nooit onderschatten hoe sterk een economie zich aanpast aan de druk die ontstaat.

Vergrijzing is daardoor tot nu toe veel minder problematisch gebleken dan we vroeger dachten. De verwachte piek van de vergrijzing ligt nog altijd rond 2040. Daarna verbetert de verhouding tussen werkenden en niet-werkenden weer iets, maar ze keert niet terug naar het niveau van vroeger.”

Ons buitenlandse vermogen kunnen we gebruiken om spullen te kopen die we niet meer zelf hoeven te maken

Er zal een grens zitten aan hoeveel arbeidsmigranten een land aankan. Wat zijn alternatieve oplossingen om het tekort aan arbeid op te vangen?
“Op een gegeven moment loop je met arbeidsmigratie inderdaad tegen andere vormen van schaarste aan, zoals een tekort aan woningen of te grote druk op voorzieningen. Een belangrijke alternatieve oplossing is dat we niet alles meer zelf moeten willen doen. De spullen die je elders kunt kopen, moet je eigenlijk niet meer zelf willen maken. Vroeger maakten we in Nederland nog veel producten en verkochten die aan het buitenland. Ook verdienden we veel aan gas. Dat alles leidde tot enorme exportoverschotten, waardoor we een groot vermogen hebben opgebouwd in het buitenland. Dat zie je onder meer terug bij pensioenfondsen, die bijvoorbeeld Amerikaanse aandelen, Franse obligaties en Aziatisch vastgoed bezitten.

Dat buitenlandse vermogen kunnen we gebruiken om spullen te kopen die we niet meer zelf hoeven te maken. Daarmee speel je mensen vrij voor werk dat je niet kunt importeren. Mensen die vroeger goederen maakten, kunnen dan in sectoren gaan werken waar grote schaarste aan arbeid bestaat, zoals de zorg en de bouw. Ik denk dat we uiteindelijk die kant opgaan: we zullen dan meer spullen uit het buitenland kopen en meer mensen inzetten in sectoren waar de dienstverlening niet verplaatsbaar is.”


Kan de markt ervoor zorgen dat arbeid zich verplaatst naar de sectoren waar de schaarste het grootst is?
“In de praktijk blijkt dat lastig. Iemand die zijn hele leven in een fabriek heeft gewerkt, overweegt maar moeilijk een overstap naar de zorg. De markt lijkt daar dus niet heel goed te werken. Er komen wel mensen naar Nederland toe, maar er zijn relatief weinig mensen die van de ene sector overstappen naar een andere. Zelfs als ze in die andere sector meer kunnen verdienen. Vaak vinden mensen het moeilijk de stap uit eigen beweging te maken, en doen ze dat pas na het verlies van hun baan.


Een tweede ventiel is proberen mensen meer uren te laten werken. Daarvoor wordt een hele beleidskermis opgetuigd van gratis kinderopvang en fiscale prikkels. Het is echter nog onduidelijk of deze maatregelen het gewenste effect zullen hebben.


Je hoort ook vaak dat AI een deel van het probleem kan oplossen. Maar juist in de sectoren met de grootste tekorten, zoals de zorg en het onderwijs, is het moeilijk voor te stellen dat AI het werk daadwerkelijk overneemt. Tegelijkertijd kan AI natuurlijk wel de administratieve taken van verpleegkundigen of docenten overnemen, waardoor die meer tijd overhouden voor hun eigenlijke werk. In die zin kan AI daar zeker productiviteitswinst opleveren.


Uiteindelijk zullen er altijd oplossingen ontstaan. Dat hebben we de afgelopen 25 jaar gezien met immigratie en de afgelopen jaren met stijgende lonen. De markt werkt dus wel degelijk. Dat betekent niet dat je alles volledig aan de markt moet overlaten. Je moet haar soms begeleiden met beleid. Voor ons als Nederlandse samenleving is dat ook belangrijk. We hebben via pensioenfondsen immers vermogen opgebouwd om ervoor te zorgen dat mensen ook na hun werkzame leven een goed bestaan kunnen hebben. Dan moet dat bestaan niet onbetaalbaar worden omdat er geen mensen meer zijn die in de zorg werken, huizen bouwen of andere noodzakelijke diensten leveren.”