Draagt El Niño bij aan een ‘perfect storm’ van inflatie?

Gepubliceerd op: 7 oktober 2026

De huidige El Niño bevindt zich al op recordniveau, terwijl de piek naar verwachting nog moet volgen. Daarmee bevinden we ons deels op onbekend terrein, stelt Peter Verbaken, hoofd Liquid Commodities bij APG. We spraken hem over de mogelijke economische gevolgen van El Niño, en met name over de impact op de toch al hoge inflatie.


Wat merken we nu al van El Niño?

“Onder meer dat de prijzen van landbouwproducten dit jaar al met meer dan twintig procent zijn gestegen. Deze zogeheten super-El Niño zal naar verwachting tot begin 2027 aanhouden, waardoor de impact nog groter wordt en de prijzen in de komende zes tot twaalf maanden verder kunnen stijgen.


De meeste gewassen worden tweemaal per jaar geoogst: rond deze tijd op het noordelijk halfrond en in ons voorjaar op het zuidelijk halfrond. Juist bij de oogsten op het zuidelijk halfrond wordt een grote impact verwacht. Dat betekent dat het aanbod aan landbouwproducten rond het eerste kwartaal van volgend jaar veel lager zou kunnen uitvallen dan verwacht. Dat tekort kan maar deels worden opgevangen met voorraden. Voor de rest is het wachten op de volgende oogst op het noordelijk halfrond. Het is dus goed mogelijk dat de prijsstijgingen tot ver in volgend jaar zichtbaar blijven.


Voedselprijzen maken ongeveer veertien procent uit van het consumptiemandje waarmee inflatie wordt berekend. Dat aandeel is groot genoeg om een aanzienlijke invloed op de inflatie te hebben. Die invloed komt bovenop de prijsdruk die eerder dit jaar ontstond door de energieschok als gevolg van het conflict rond Iran.


Als een inflatieschok door voedsel- en energieprijzen op zichzelf staat en de situatie uiteindelijk weer normaliseert, hoeft een centrale bank vaak niet veel te doen. Dan ebt het effect vanzelf weer weg. Het wordt problematisch zodra die prijsstijgingen meer ingebakken raken in de verwachtingen. Dat kan leiden tot oplopende inflatieverwachtingen, hogere looneisen en nieuwe prijsstijgingen: de bekende loon-prijsspiraal. De impact van El Niño kan dan veel groter zijn dan alleen hogere landbouwprijzen.


Wat verder meespeelt is dat de gevolgen van El Niño op sommige vlakken samenkomen met die van klimaatverandering, en dat ze elkaar kunnen versterken. Denk bijvoorbeeld aan extreme droogte in bepaalde gebieden, waardoor het risico op bosbranden sterk toeneemt. Of juist extreme regenval, waardoor de kans op overstromingen groter wordt. Organisaties als het World Food Programme luiden dan ook de noodklok over dit scenario, waarbij nog eens zo'n vijftig miljoen mensen met honger te maken kunnen krijgen.”

Het risico bestaat op een ingewikkelde mix van factoren die ook voor centrale banken lastig is te bestrijden

In hoeverre kunnen maatregelen als adaptatie en mitigatie de gevolgen van El Niño verzachten?
“Laat ik het zo zeggen: als een weersgebeurtenis van deze omvang plaatsvindt, zijn de mogelijkheden om er iets aan te doen beperkt. In sommige regio's kun je met irrigatie nog wel iets oplossen, maar in andere gebieden ben je volledig afhankelijk van het weer. Als de moesson in India bijvoorbeeld niet komt, of veel zwakker is dan normaal, dan heeft dat grote gevolgen voor de oogst van de vele kleine boerenbedrijven daar.


Het kan best zijn dat de weersomstandigheden in sommige regio's tijdelijk juist gunstig uitpakken voor de oogst van een bepaald gewas, maar die positieve effecten wegen meestal niet op tegen de negatieve gevolgen in de regio's die zwaar worden getroffen. Voor vrijwel alle landbouwproducten blijft het totale beeld daarom negatief, al zijn er wel verschillen in de mate waarin producten geraakt worden. Suiker staat bijvoorbeeld hoog op de lijst van producten die kwetsbaar zijn. Dat geldt ook voor maïs en sojabonen. Bij tarwe speelt bovendien de oorlog in Oekraïne een rol. Door Russische aanvallen op de Oekraïense infrastructuur is er de laatste tijd opnieuw minder export uit die regio gekomen.


Daarbij komt nog dat de situatie in het Midden-Oosten ook potentiële gevolgen heeft voor de verwachte landbouwproductie. Zo komt veel kunstmest uit het Midden-Oosten. De aanvoer daarvan is door de spanningen daar sterk beperkt en de prijzen zijn hoog. Daardoor hebben veel boeren minder kunstmest gebruikt, wat tot een lagere verwachte opbrengst per hectare leidt.


Verder speelt de vraagkant een rol. De hoge energieprijzen zorgen ervoor dat brandstoffen historisch duur zijn geworden. We zien dat die hoge energieprijzen de vraag naar bepaalde landbouwproducten stimuleren. Veel landbouwproducten worden namelijk verwerkt in brandstoffen, bijvoorbeeld via ethanol in benzine of biodiesel in diesel. Daardoor stijgt de vraag naar ethanol, biodiesel en dus ook naar grondstoffen als maïs, sojabonen en suiker, waaruit biobrandstoffen worden gewonnen. De energieschok heeft op zichzelf al gevolgen, maar via kunstmest en via de extra vraag naar biobrandstoffen versterkt die ook nog eens het effect van El Niño op de productie van veel landbouwproducten.”


Kunnen we dan spreken van een soort perfecte storm van factoren die dit jaar samenkomen?
“Als energieprijzen hoog blijven of verder toenemen én voedselprijzen sterk stijgen, dan krijg je een ingewikkelde mix van factoren die ook voor centrale banken lastig is te bestrijden. Ze kunnen de rente verhogen om de vraag af te remmen en hopelijk ook een deel van de prijsstijgingen. Maar je lost er geen aanbodprobleem mee op van energie en voedsel, en daarmee het risico op een structureel hoge inflatie.”


Zit er nog een lichtpuntje aan dit verhaal?
“De gevolgen van een ongekend krachtige El Niño zijn moeilijk te voorspellen. Daarmee bevinden we ons deels op onbekend terrein. Een potentieel lichtpuntje voor Europa is dat eerdere El Niño-jaren vaak samengingen met zachtere winters hier. Gezien de huidige situatie op de Europese gasmarkt en de relatief lage voorraden zou een zachte winter natuurlijk zeer welkom zijn. Hierbij moet ik wel aantekenen dat El Niño-winters in Europa gemiddeld zachter zijn, maar tegelijkertijd ook de kans op een zogenoemde polar vortex toeneemt. Dat betekent dat zeer koude lucht vanuit het poolgebied zich verder naar het zuiden kan verplaatsen dan in andere jaren, met als gevolg een iets grotere kans op een periode van extreme kou dan normaal.