Box 3: rem op innovatie of ruis in het debat?

Gepubliceerd op: 2 juli 2026

Het blijft voorlopig onzeker hoe Nederland vanaf 2028 belasting gaat heffen op vermogen in box 3. De politiek zoekt al jaren naar een nieuw systeem en hoewel de Tweede Kamer akkoord is, is de besluitvorming in de Eerste Kamer uitgesteld. Ondertussen laait het debat op. Grote bedrijven als Prosus en Booking waarschuwen dat de plannen schadelijk zijn voor de techsector. Maar hoe zwaar wegen die zorgen echt? Wij bellen erover met APG-econoom Charles Kalshoven.

Het box 3-voorstel dat nu op tafel ligt, combineert twee vormen van belastingheffing. Op spaargeld en beleggingen wordt jaarlijks belasting geheven over het behaalde rendement – gerealiseerd of niet - terwijl voor bijvoorbeeld een tweede woning of aandelen in start-ups pas wordt afgerekend zodra die daadwerkelijk zijn verkocht.

Vooral die eerste variant, de zogenoemde vermogensaanwasbelasting waarbij ook niet-gerealiseerde winsten worden belast, stuit op weerstand. Beleggers moeten dan belasting betalen over opbrengsten die nog ‘vastzitten’.


Is de vermogensaanwasbelasting schadelijk voor de Nederlandse techsector?
“Deels, maar je moet het relativeren”, zegt Kalshoven. Allereerst zijn start-ups en scale-ups die werknemers belonen met aandelen of opties hiervan uitgezonderd. Maar ook grotere bedrijven, niet alleen in tech, belonen soms op deze manier “Als je belasting moet betalen over papieren winsten, terwijl je die aandelen nog niet hebt verkocht, kan dat tot problemen leiden.” In zo’n geval ontstaat een mismatch tussen belasting en liquiditeit: op papier rijk, maar geen cash om de fiscus te betalen.


Tegelijkertijd is dit volgens hem niet het hele verhaal. “Belastingen zijn belangrijk, maar niet de enige factor die ervoor zorgen dat techbedrijven Nederland trouw blijven. Talent, toegang tot kapitaal en regelgeving spelen minstens zo’n grote rol.” Dat sluit aan bij bredere signalen uit het investeringsklimaat. Zo wijst Kalshoven erop dat het beleid rond kennismigranten minstens zo bepalend kan zijn voor zowel start-ups als grotere bedrijven.


Hoe zou het anders kunnen?

“Die oplossing ligt al op tafel: een meerderheid van de partijen is voorstander van volledige vermogenswinstbelasting, waarmee beleggers pas betalen op het moment dat ze de aandelen verkopen. Dat is een voor de hand liggend alternatief: belasting heffen op het moment dat winst daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Dat gebeurt in veel andere landen ook”, aldus Kalshoven.

Critici wijzen er echter op dat de overheid daardoor op korte termijn belastinginkomsten misloopt. Maar dat beeld is volgens de APG-econoom niet helemaal waar. “Economisch gezien gaat het vooral om een verschuiving in de tijd. Wat je nu niet krijgt, komt later alsnog binnen. Het probleem zit deels in hoe de overheid naar geldstromen kijkt. Door het kas-verplichtingenstelsel ligt de nadruk op wat er nú binnenkomt en uitgaat, terwijl toekomstige opbrengsten minder zichtbaar zijn. Toch is het bij beleid rond innovatie en ondernemerschap juist belangrijk om naar de lange termijn te kijken,” zegt hij. “Welke belastingstructuur draagt structureel bij aan groei en innovatie?" Kalshoven noemt ook een onconventioneel alternatief: laat belastingplichtigen desnoods in aandelen afrekenen. “De overheid bouwt dan een positie op in innovatieve bedrijven, wat volgens hem kan zorgen voor meer ‘alignment of interest’.” Tegelijk plaatst hij dat idee nadrukkelijk in de categorie gedachte-experiment: interessant op papier, maar met de nodige praktische en uitvoeringsvraagstukken. In dezelfde categorie oppert hij de mogelijkheid dat bedrijven, indien nodig, geld uitlenen aan hun personeel om aan hun belastingplicht te voldoen (met in de tussentijd de aandelen als onderpand). “Als liquiditeit van de werknemers het probleem is, dan is dit een gerichte oplossing.”

Natuurlijk betaalt niemand juichend belasting

Hoe zwaar moet dit box 3-onderwerp wegen?
“Het is één factor in het geheel, maar niet de ultieme knop waaraan je draait om innovatie te maken of te breken." Hij wijst opnieuw op praktische knelpunten die minstens zo belangrijk zijn: toegang tot personeel, energie, ruimte en kapitaal.

“Natuurlijk betaalt niemand juichend belasting. En het is helemaal vervelend als je de cash niet hebt liggen. Maar het is een kwestie van tijd omdat we uiteindelijk bewegen naar een stelsel dat gerealiseerde winsten belast. Ik zou dit dus niet meteen een fundamentele ondermijning van het innovatieklimaat noemen, eerder een tijdelijke verstoring.”  

Wat is er nodig om innovatie te versterken?
De discussie over box 3 is volgens Kalshoven relevant, maar uiteindelijk onderdeel van een veel grotere vraag. “Het gaat zowel om start-ups en scale-ups als om innovatie in de grotere bedrijven”, zegt hij. Daarnaast gaat het ook om investeringen in onderwijs, infrastructuur en onderzoek, maar net zo goed om Europese samenwerking en toegang tot talent. Europa moet aantrekkelijk blijven voor kenniswerkers en bedrijven die willen opschalen.

Daar ligt volgens hem de echte uitdaging. “De vraag is niet alleen hoe we vermogen belasten, maar ook hoe we Nederland en Europa aantrekkelijk houden om te ondernemen, te investeren en te innoveren.”