Verantwoord beleggen
Sluiten

Navigeer snel in deze serie:

Sluiten

Deel deze serie:

Verantwoord beleggen

Duurzaam en verantwoord beleggen is voor APG en onze fondsen van groot belang. Maar waarom eigenlijk? En wat is dat precies: verantwoord beleggen? Wat is er aan de hand? En niet? Welke doelen hebben wij en onze fondsen voor ogen? Dat – en meer – lees je hier.

Thema
Duurzaamheid, Lange termijn beleggen
Collectie inhoud
178 Publicaties

“In Nederland zullen grote beleggers meer moeten investeren in infrastructuur”

Gepubliceerd op: 16 augustus 2022

553 miljard euro. Dat is het totaal belegd vermogen van APG wereldwijd (stand eind juni 2022). Doel: een goed pensioen in een leefbare wereld voor de deelnemers van de fondsen. De portefeuille is vanzelfsprekend gespreid. Van investeringen in windmolenparken in Zeeland tot Australische beursgenoteerde aandelen in winkels. En van veilige obligaties tot de wat meer fluctuerende handel in goud of soja. Wie zijn de mensen achter die beleggingen? Wat drijft ze? Welke keuzes maken ze? En waarom?

In deze aflevering van de serie De beleggers: Jan-Willem Ruisbroek, hoofd investeringsstrategie infrastructuur bij APG.

Ruisbroek heeft alle reden een blij man te zijn. Onlangs werd APG tijdens de IPE Real Estate Awards 2022 in Amsterdam verkozen tot Real Assets & Infrastructure Investor of the Year. En dat voor het tweede jaar op rij. APG laat “opnieuw sterk leiderschap zien in de wereldwijde investeringsstrategie voor infrastructuur”, aldus het juryrapport. Waar andere grote infrastructuurbeleggers volgens de jury prat gaan op investeringen in onder meer de energietransitie, kijkt APG verder en belegt bijvoorbeeld ook in digitale infrastructuur. “Deze award laat zien dat onze strategie wordt beschouwd als goed en onderscheidend. Het vormt een mooi compliment voor wat we doen”, zegt Ruisbroek.

Volgens het juryrapport kijkt APG verder dan veel andere grote infrastructuurbeleggers. Toch zal er op infra-gebied nog veel winst te behalen zijn. Op welk vlak is er werk aan de winkel voor jullie?
“In Nederland zullen institutionele beleggers, en wij dus ook, meer kapitaal moeten investeren in infrastructuur. Grote beleggers in het buitenland investeren vaak meer dan 20 procent van hun kapitaal in infrastructuur, voor Nederlandse beleggers is dit veel minder. Het extra geld is hard nodig. Zo schat het Internationaal Energie Agentschap dat er jaarlijks meer dan 4 biljoen dollar, dat zijn twaalf nullen, nodig is om wereldwijd tot een zogeheten net-zero-maatschappij te komen. Dat wil zeggen dat de totale wereldwijde uitstoot van broeikasgassen lager is dan of gelijk is aan de uitstoot die uit de atmosfeer wordt verwijderd. Die 4 biljoen moet voornamelijk vloeien naar nieuwe infraprojecten zoals elektriciteitsnetwerken en duurzame energiebronnen.”


De beleggingsstrategie van APG op het gebied van infrastructuur stoelt op vijf zogenaamde megatrends. Een daarvan is geopolitiek: neem bijvoorbeeld een assertievere houding van China. Dat land investeert enorme bedragen in infrastructuurprojecten in zich ontwikkelende landen. Wat als China zijn enorme financiële slagkracht ook gaat inzetten in de Westerse wereld?
“Dat gebeurt al. De afgelopen decennia heeft China ook veel in Europa geïnvesteerd. De laatste jaren wordt dit wat minder, omdat overheden graag hun vitale infrastructuur in handen willen laten houden van partijen ‘dichtbij huis’. Over het algemeen zijn lokale pensioenfondsen graag geziene eigenaren van infrastructuur, vanwege hun langetermijnbelangen en maatschappelijke betrokkenheid.”

Je bent meteen na je studie bij ABP/APG begonnen en niet meer weggegaan. Heb je daardoor geen kansen laten liggen?
“Ik studeerde in een goede tijd af, want er was veel werk voor studenten, net als nu. Er waren een aantal partijen die interesse in mij hadden maar ik had direct een hele goede klik met de man die later mijn eerste baas bij ABP zou worden. Hij zei: ‘Ik vind jou goed en wil je hebben, hier heb je een aanbod.’ Ik was toen ook gecharmeerd van alles wat ik zag bij ABP, zoals de omvang en de impact. We hebben hier alles in huis, vrijwel alle investeringsmarkten. Dat is belangrijk als je begint met werken, omdat je dan veel keuzemogelijkheden hebt. Ik weet nog dat ik tijdens m’n sollicitatiegesprek zei dat iedereen die 24 is en zegt exact te weten wat hij of zij wil, aan het bluffen is. Want als je net uit de schoolbanken komt, weet je niet precies wat je wilt. Zelf wilde ik vooral bij een heel gave werkgever werken en daar langzaam rondsnuffelen en kijken waar ik het meest blij van werd. Zo is het ook gegaan.”

Je richt je sinds 2008 volledig op infrastructuur. Wat maakt beleggen daarin zo interessant voor jou?
“Ik vind het type bedrijf waarin wij investeren bovenal interessant vanwege de wezenlijke rol die deze bedrijven spelen in de maatschappij. Als mensen een stekker in het stopcontact steken, hebben ze vaak niet door wat voor een enorme infrastructuur daarachter zit. Tot het moment dat er even geen stroom is. Het maatschappelijk belang van bedrijven die mensen van een essentieel goed voorzien, zoals elektriciteit, data of mobiliteit, spreekt me ook erg aan. Net als de essentiële rol die al deze bedrijven spelen in de grote maatschappelijke vraagstukken van deze tijd, zoals de energietransitie en de digitalisering van de wereld. De energietransitie gaan we alleen waarmaken als de infrastructuur daarvoor op orde is. Wat me verder aantrekt, is dat wij investeren in private ondernemingen. Bij private ondernemingen zit je er vaak dichter op en kun je actiever meedenken over de strategie en wat je met zo’n bedrijf wilt dan bij beursgenoteerde ondernemingen.”

Een van de manieren om invloed uit te oefenen op private ondernemingen is door plaats te nemen in een rvc. Dat doen jullie geregeld. Hoe wend je die invloed in de praktijk aan?
“Ik zit in de raad van commissarissen van twee ondernemingen waarin we investeren, wat betekent dat ik toezicht houd op het management. De bedrijven waarin wij beleggen zijn vaak kleiner dan de beursgenoteerde ondernemingen, waarvan je misschien een klein plukje aandelen koopt. Wij hebben geregeld een groot belang in de private bedrijven waarin we investeren, waardoor we recht hebben om een commissaris aan te stellen. In ons team hebben we iets van twintig of dertig commissariaten. Daar gaat best veel tijd in zitten. Zo houd je je als commissaris onder meer bezig met het beoordelen en goedkeuren van het businessplan en de langjarige strategie, maar ook met het meedenken over het aanstellingsbeleid van het management.”

De beste bedrijven zien duurzaamheid als een kans in plaats van een kostenpost

Ontwikkelingen in de wereld van infrastructuur volgen elkaar in hoog tempo op. Hoe komt jouw team te weten waar de interessante nieuwe projecten zijn om in te investeren?
“Dat kom je eigenlijk alleen te weten door veel actief te zijn in de markt en veel te netwerken, want er is geen centrale plek waar aandelen worden verhandeld. Als je wilt investeren in een Frans windmolenpark, om maar een voorbeeld te noemen, dan moet je maar net weten dat daar aandelen voor te koop zijn. Ons werk bestaat dus voor een groot deel uit mensen bellen, mensen ontmoeten en naar projecten reizen waarin we investeren. Ook komen er geregeld adviseurs van investeringsbanken langs. Zij weten waar interessante transacties te verwachten zijn en waar geld valt te verdienen. En geld verdienen doen we, want onze infrastructuurportefeuille heeft het goed gedaan sinds 2006. In de zestien jaar die we bestaan hebben we gemiddeld een rendement behaald van zo’n 9 procent per jaar. Dat is toch wel goed.”

Duurzaamheid is belangrijk, ook voor APG. Gaat de focus daarop niet ten koste van rendement?
“Focussen op duurzaamheid hoeft zeker niet ten koste te gaan van rendementen. Sterker nog, de beste bedrijven zien duurzaamheid als een kans in plaats van een kostenpost. We zien dat de beste managementteams van de bedrijven waarin we investeren hun mouwen durven op te stropen en actief op zoek gaan naar businesscases rondom duurzaamheid. En dat is precies wat we zoeken en ook bereiken bij onze ondernemingen. Het is ook mogelijk dat we in een minder duurzaam bedrijf beleggen, zoals een haven. Maar dat doen we alleen als we de bedrijfsvoering daarvan duurzamer kunnen maken. Bijvoorbeeld door te zorgen voor opwekking van groene energie door er windmolens te plaatsen. Of dat de haven onderdeel wordt van de toeleveringsketen van duurzame producten. Ook kun je als investeerder zorgen dat zo’n haven grond beschikbaar stelt voor het importeren en exporteren van waterstof. Havens profileren zich ook steeds meer als onderhoudscentra voor windmolenparken op zee. Er zijn kortom genoeg mogelijkheden om een infrastructuurproject te verduurzamen.”

APG belegt ook in tolwegen. Wat voor invloed kun je uitoefenen om te zorgen dat een tolweg duurzamer wordt?
“Dat kan onder meer door oplaadpunten voor elektrische auto’s te installeren, zonnepanelen bij tankstations te plaatsen en te zorgen dat mensen meer verspreid over de dag reizen. Dat verkleint de kans op files en daarmee ook de vervuiling.”

Je belegt met je team wereldwijd in uiteenlopende projecten. Voor welk infrastructuurproject spring jij nu echt je bed uit?
“Een goed voorbeeld daarvan is de investering die we enkele maanden geleden namens onze pensioenfondsklant ABP hebben aangekondigd in het Nederlandse bedrijf Groendus. Het is een wat kleinere acquisitie dan we normaal gesproken doen, maar we zien er wel een groot groeipotentieel in. Wat Groendus doet is op een andere manier naar de energievoorziening voor bedrijven kijken. In plaats van bijvoorbeeld alleen een elektriciteitsaansluiting, -meter, zonnepanelen of laadstation als individuele producten aan te bieden, leveren zij een geïntegreerd energieproduct. Het zegt daarmee feitelijk tegen die bedrijven: ‘Jullie krijgen één product en wij zorgen voor de zonnepanelen, laadpunten voor auto’s, slimme meters en batterijen. Daarnaast verbinden we jullie ook nog met een digitaal platform waar een energieoverschot kan worden verhandeld met bedrijven in de buurt.’ Van zo’n project gaat mijn hart sneller kloppen omdat het de volgende fase is die we met z’n allen opgaan in de energietransitie.

Wat ik ook belangrijk vind om te noemen is dat een tolweg vanaf de buitenkant misschien niet de meest sexy onderneming is. Maar als je goed kijkt naar de strategie van zo’n bedrijf, dan gaan ze een centrale rol spelen in de nieuwe mobiliteit. Zo zorgen ze ervoor dat je elektrisch kunt rijden door voldoende oplaadpunten langs de tolweg te plaatsen. Verder willen ze bijdragen aan een voorspoedige reis, door onder meer te zorgen dat je niet hoeft te stoppen bij een tolpoort en door informatie te delen over hoe druk het is op de weg. Maar ook door andere vormen van vervoer aan te bieden die meer geschikt zijn om van de tolweg de stad in te komen. Dat je bijvoorbeeld op een parkeerplaats aan de rand van de stad uit je auto stapt en op een step verder reist. Tolwegen vormen dus onderdeel van een groter mobiliteitsvraagstuk en daarom vind ik deze projecten zo gaaf.”

Wie is Jan-Willem Ruisbroek?

Deed een bachelor International Business aan Maastricht University en een master Financial Economics aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Kwam in 2006 bij ABP in dienst en volgde naast zijn werk online de master Infrastructure Engineering aan Monash University.

“Die master valt onder civiele techniek. Ik deed dat om mezelf een beetje te onderwijzen in de technische aspecten van infrastructuur. Tijdens die studie, ik denk dat ik eind twintig was, zat ik voor een studieopdracht met een klikker langs de weg om verkeer te tellen en zo verkeerspatronen te begrijpen. Mensen vragen weleens wat dat in godsnaam te maken heeft met de financiële sector. Ik leg dan uit dat investeren in infrastructuur werk is waar technische kennis van het infrastructuurproject, zoals een tolweg, samenkomt met de financiële aspecten van zo’n project.”

Portfolio
Heeft een totale waarde van 24 miljard. Het infrastructuurteam van APG dat Ruisbroek samen met een collega leidt, bestaat uit 40 medewerkers. De ene helft zit in Amsterdam en de andere helft is verdeeld over de kantoren in New York en Hongkong. Ruisbroek is als hoofd investeringsstrategie verantwoordelijk voor alle investeringen in infrastructuur.


Rendement
Gemiddeld 9 procent per jaar sinds 2006, het jaar dat ABP/APG een investeringsteam kreeg dat zich volledig richt op infrastructuur.

Volgende publicatie:
Een jaar van intensief engagement, belangrijke voortgang en uitdagingen

Een jaar van intensief engagement, belangrijke voortgang en uitdagingen

Gepubliceerd op: 22 juli 2022

APG kijkt bij beleggingen niet alleen naar verwacht rendement, risico en kosten, maar ook hoe duurzaam en verantwoord de belegging is. Dat doen we namens onze pensioenfondsklanten. Want wat heb je straks aan een goed pensioen als de wereld om je heen onleefbaar is geworden, of als je geen deel kunt uitmaken van de samenleving? Die vraag, uit ons Verslag Verantwoord Beleggen 2021, geeft weer waar het bij dit thema om gaat. De belangrijkste punten uit het verslag op een rij.

 

Engagement met bedrijven die op ESG-gebied nog stappen moeten zetten, is een onmisbaar onderdeel van onze aanpak voor verantwoord beleggen. Vorig jaar gingen we namens onze pensioenfondsklanten met in totaal 498 bedrijven in gesprek over hun voortgang op diverse ESG-thema’s. Zo spraken we in 2021 met 66 bedrijven over mensenrechten. Ook gingen we met 70 bedrijven, waaronder Amazon, in dialoog over onder meer veiligheid op het werk en het recht van werknemers zich te verenigen. Op verzoek van bpfBOUW trad APG vorig jaar toe tot het Platform Living Wage Financials (PLWF). Doel hiervan is bedrijven aan te moedigen werknemers een leefbaar loon te betalen. Wij richten ons vooral op voedselproducenten, waaronder Coca-Cola en Mondelēz.

 

SDI Asset Owner Platform
Een ander punt waarop vooruitgang is geboekt, is het verder ontwikkelen van het SDI Asset Owner Platform. Dit in 2020 mede door APG opgerichte platform, stelt met gebruik van kunstmatige intelligentie vast of en hoeveel bedrijven met hun producten en diensten bijdragen aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelen. Vorig jaar besloot BlackRock – ’s werelds grootste vermogensbeheerder – de data van het platform te gebruiken. Daarmee zijn we weer een stap dichterbij ons doel om het platform tot een standaard voor beleggingen in de Duurzame Ontwikkelingsdoelen te maken.

 

CO2-voetafdruk
Ook maakt APG voortgang met het verminderen van de CO2-voetafdruk van de aandelenbeleggingen die we voor onze pensioenfondsklanten beheren. De voetafdruk is met 48 procent gedaald ten opzichte van het peiljaar 2015. In lijn met het beleid van ABP verkocht APG in 2021 de beleggingen in bedrijven die meer dan 30 procent van hun omzet uit kolenmijnen of meer dan 20 procent uit teerzand halen. Daarentegen belegde APG eind vorig jaar namens onze pensioenfondsklanten 20,8 miljard euro in het Duurzame Ontwikkelingsdoel ‘Betaalbare en Duurzame Energie’. Door hierin te beleggen, worden klimaatrisico’s in onze portefeuille verminderd en leveren we -namens onze pensioenfondsklanten- een bijdrage aan de energietransitie. Specifiek voor ABP investeert APG via het ABP Nederlands Energietransitiefonds (ANET) in innovatieve oplossingen voor de Nederlandse energietransitie.

 

Uitdagingen
We zien ook nog uitdagingen. Zo willen onze pensioenfondsklanten graag vaart maken met hun duurzaamheidsambities. Ook komt er nieuwe wet- en regelgeving op ons af en hebben we te maken met de toenemende urgentie van klimaatverandering en het verlies aan biodiversiteit. Om deze uitdagingen succesvol het hoofd te bieden werkt APG waar nodig samen met gelijkgestemde beleggers en andere stakeholders.

Dit jaar scherpen onze pensioenfondsklanten hun duurzame ambities verder aan. Namens de fondsen besteden we in 2022 extra aandacht aan onder meer klimaatverandering, biodiversiteit en circulariteit. Op aandeelhoudersvergaderingen wordt een strenger stembeleid toegepast, met speciale aandacht voor het klimaat. Bij bedrijven waarin wordt belegd, wordt kritischer gekeken naar de beloning voor bestuurders en de voortgang op diversiteit.

 

Benieuwd naar het hele Verslag Verantwoord Beleggen? Lees het hier.

Volgende publicatie:
Zijn aardgas en kernenergie duurzaam?

Zijn aardgas en kernenergie duurzaam?

Gepubliceerd op: 21 juli 2022

Het gebruik van aardgas en kernenergie om elektriciteit op te wekken, mag vanaf 1 januari 2023 als duurzaam worden bestempeld. Wel tijdelijk én onder bepaalde voorwaarden, vastgelegd in de zogenaamde EU-taxonomieverordening. Johan Barnard, Head International Public Affairs bij APG, betreurt het besluit van de Europese Commissie. Maar roept in zijn nieuwe column ook op de taxonomie niet direct als onbruikbaar te beschouwen.  

 

De zogenaamde EU-taxonomieverordening vormt de basis voor een een catalogus van economische activiteiten die onder voorwaarden duurzaam genoemd mogen worden door financiële instellingen. Eerder stelde de Europese Commissie met een uitvoeringsregeling voor om elektriciteitsopwekking met aardgas en kernenergie onder deze taxonomieverordening tijdelijk ook tot duurzaam te bestempelen. Dit soort uitvoeringsregelingen kunnen door de Europese Raad van Ministers of het Europees Parlement gedurende een beperkte periode worden afgewezen, maar behoeven geen expliciete instemming van Raad of Parlement. Een resolutie in het Europees Parlement om dit voorstel te blokkeren, werd op 6 juli echter weggestemd. Waarmee het besluit definitief is.

 

Gevolg is dat vanaf 1 januari 2023 investeringen in aardgasgestookte centrales die in de plaats komen van kolencentrales, duurzaam genoemd mogen worden onder de EU-taxonomie, net zoals investeringen in nieuwe of bestaande kerncentrales, waarbij voor kerncentrales de belangrijkste beperking is dat er een strenge eis is voor de opslag van het kernafval.

 

Ga je in detail naar de voorwaarden kijken, dan zijn ze op verschillende manieren afwijkend van de criteria die voor alle andere duurzame economische activiteiten zijn gehanteerd. Lidstaten die investeringen in aardgascentrales duurzaam willen maken, zullen kolencentrales moeten sluiten. Voor zover bekend is Polen dat bijvoorbeeld niet van plan. En zelfs wanneer je van plan bent over nieuwe kerncentrales na te denken, is het moeilijk om deze onder de duurzame categorie te brengen. De nieuwe regels schrijven namelijk onder andere voor dat een Lidstaat dan per 2050 een eindberging voor hoogradioactief afval gerealiseerd moet hebben. Nederlands beleid is om te werken met tijdelijke opslag en een eindberging pas uiterlijk 2130 te realiseren. Frankrijk en één of twee Scandinavische landen voldoen voor kernenergie wél aan alle eisen van het nieuwe besluit. Het is niet zo waarschijnlijk dat andere Lidstaten dit snel genoeg voor elkaar kunnen krijgen. De praktische betekenis van tijdelijke erkenning van aardgas en kernenergie is dus mogelijk maar beperkt.

 

Het is belangrijk om te onderkennen dat al begin vorig jaar, en dus ver vóór de oorlog in de Oekraïne, duidelijk was dat de Lidstaten van de EU erg van mening verschilden over de vraag in hoeverre en voor hoe lang kernenergie en aardgas een rol moeten blijven spelen. Vooral Frankrijk hamert erop dat kernenergie geen CO2-uitstoot veroorzaakt, terwijl Duitsland bezig was om geheel uit kernenergie te gaan. Omdat het aantal landen dat Frankrijk bijviel vrij klein was, is er vanuit Frankrijk en de Europese Commissie gedacht over verbreding van het issue om meer steun te verwerven. Dat is gevonden met het verhaal dat vervanging van kolen door aardgas goed zou zijn, zeker wanneer nieuwe aardgasinstallaties straks geschikt gemaakt worden voor waterstof. Hiermee begon het Duitse standpunt te wiebelen en waren Oost-Europese Lidstaten bereid mee te gaan in de richting van kernenergie. Het is denkbaar dat de Commissie met haar voorstel president Macron wilde steunen, vlak voor de recente presidentsverkiezingen, uit vrees voor een overwinning van één van de Euro-sceptische kandidaten.

 

Een cynische kijk op de uitvoeringsregeling bij de taxonomieverordening kan dan ook zijn dat deze grotendeels van politiek symbolische waarde is. En dat is in zichzelf al bezwaarlijk, ook al zijn de praktische gevolgen niet zo groot. Het is juist dit punt waar de Nederlandse pensioensector in de aanloop naar het besluit diverse keren op heeft gehamerd. De sector heeft er begrip voor dat in het kader van de klimaattransitie mogelijk nog tussenstappen genomen moeten worden, waarbij je een economische activiteit eerst minder schadelijk maakt dan deze nu is, om pas later tot klimaatneutraal te komen. Daarvoor zou best een ‘oranje’ of ‘amber’-categorie ingevoerd mogen worden, maar het is verwarrend om dat soort nog-niet-helemaal duurzame activiteiten, ook duurzaam te gaan noemen. Zeker omdat je weet dat je daar binnen enkele decennia weer van af moet.

 

Het nut van een taxonomie waarin vastgelegd wordt welke economische activiteiten als duurzaam beschouwd kunnen worden, berust allereerst op een solide wetenschappelijke onderbouwing. Maar daarnaast ook op een brede aanvaardbaarheid voor een grote groep van stakeholders van de uiteindelijke indeling. Gegeven het grote verzet van een hele reeks van NGO’s en de verdeeldheid in het Europees Parlement (en eigenlijk ook tussen Lidstaten – waarover zo meer), is duidelijk dat hier schade aan de geloofwaardigheid van de taxonomie als instrument is toegebracht.

 

NGO’s Greenpeace en ClientEarth overwegen het starten van een juridische procedure tegen de EU. En Luxemburg en Oostenrijk hebben zelfs al aangekondigd zo’n procedure bij het Europese Hof van Justitie te beginnen. Het is positief wanneer er inderdaad een toetsing door de Europese rechter komt. In het bijzonder lijkt mij de vraag belangrijk of de aanvullende uitvoeringsregeling van de Commissie wel binnen de bevoegdheden is gebleven die ze onder de taxonomieverordening kreeg toevertrouwd, of dat hier eigenlijk echte wetgeving en dus positieve besluiten van Raad en Parlement nodig zouden zijn geweest. Overigens: die positieve meerderheid bestaat waarschijnlijk niet in de Raad.

 

Ondertussen is wel belangrijk om nu ook weer niet het kind (de taxonomie) met het badwater weg te gaan gooien. Institutionele beleggers zoals Nederlandse pensioenfondsen en pensioenuitvoerders blijven behoefte hebben aan een onomstreden taal om met stakeholders over duurzame investeringen te spreken. De uitvoeringsregeling schrijft voor dat er in rapportages over duurzame beleggingen apart aangegeven moet worden welk deel van deze duurzame beleggingen ziet op aardgas en kernenergie. Het blijft dus mogelijk om ook naar betrouwbare cijfers zonder aardgas en kernenergie te kijken.

 

En nog principiëler geldt dat de taxonomie de beleggingsvrijheid van institutionele beleggers niet aantast. Wanneer de taxonomieverordening een economische activiteit juist duurzaam vindt, hoeft een institutionele belegger daar toch nog niet in te beleggen. Dat is logisch omdat natuurlijk ook nog de klassieke overwegingen van risico, rendement en kosten een rol spelen. En in het geval van aardgas en kernenergie, dat je van mening mag zijn dat de taxonomieverordening de lat te laag legt. Als een economische activiteit volgens de taxonomie niet duurzaam is, mag een institutionele daar ook in de toekomst nog in beleggen. Dat kan ook moeilijk anders, nu het overgrote deel van de economie nog niet duurzaam genoeg is om aan de eisen van de taxonomieverordening te voldoen. Wat overigens níet mag: iets duurzaam noemen wat dat volgens de taxonomie-verordening niet is. De verwachting is dat institutionele beleggers en hun klanten zelf gaan sturen op duurzaamheid, naast eerdergenoemde klassieke overwegingen van risico, rendement en kosten.

 

Ik vind het jammer dat dit besluit tot stand is gekomen. Tegelijkertijd gaat het gelukkig geen verschil maken voor institutionele beleggers die willen desinvesteren uit fossiele brandstoffen, met inbegrip van aardgas. Het lelijke element dat dankzij de Commissie aan de taxonomie is toegevoegd, hoeft ook een betere dialoog met stakeholders niet in de weg te zitten. Het blijft immers zichtbaar in hoeverre er eventueel kernenergie en aardgas schuilen onder de volgens de taxonomieverordening duurzame beleggingen. Wel zou er nu op ingezet moeten worden om dit soort politiek ingrijpen in de taxonomie óf te voorkomen óf slechts toe te laten met expliciete instemming van Raad en Parlement.

 

Volgende publicatie:
"We proberen altijd het signaal te scheiden van de ruis"

"We proberen altijd het signaal te scheiden van de ruis"

Gepubliceerd op: 18 juli 2022

553 miljard euro. Dat is het totaal belegd vermogen van APG wereldwijd (stand juni 2022). Doel: een goed pensioen in een leefbare wereld voor de deelnemers van de pensioenfondsen. De portefeuille is vanzelfsprekend goed gespreid. Van investeringen in windmolenparken in Zeeland tot Australische beursgenoteerde aandelen in winkels. En van veilige obligaties tot de wat meer fluctuerende handel in goud of soja. Wie zijn de mensen achter die beleggingen? Welke keuzes maken ze? En waarom?

 

In deze aflevering van de serie De Beleggers: Henny Crauwels, binnen APG verantwoordelijk voor beleggingen in de telecom- en mediasector.

Het speelveld voor Henny en zijn collega Frank Dekker is duidelijk afgebakend: grote bedrijven in de sectoren telecom, media en social media in ontwikkelde markten. De portefeuille bevat een diverse reeks aandelen: van KPN en T-Mobile US tot Netflix en The New York Times en tot Facebook en Twitter. Hun doel is niet om elke dag opnieuw slimmer te zijn dan de markt; hun tegenstander is de index die de gemiddelde waarde van alle bedrijven in hun 'universum' weergeeft. "Alles wat wij doen is relatief", legt Henny uit. "Als de index met 40% daalt en onze portefeuille met slechts 38%, dan doen we het relatief goed en besparen we een hoop geld voor de pensioenfondsen." In negen van de laatste twaalf jaar hebben ze de index inderdaad verslagen, met gemiddeld ongeveer 3% per jaar. Dit jaar liggen ze op koers om hetzelfde te presteren.

 

Wat moet je doen om de index vaker wel dan niet te verslaan?

"Wij hebben een zeer gestructureerde benadering van beleggen. We analyseren hoe relevante markten zijn georganiseerd en wat de relatieve sterktes zijn van de bedrijven in die markten. In het telecom-gedeelte van onze portfolio bijvoorbeeld, vinden we een markt met drie gevestigde mobiele-telefonie-aanbieders in het algemeen aantrekkelijker dan één met vier of vijf plus een aantal uitdagers. Dat laatste betekent vaak meer concurrentie, lagere prijzen [marges], minder stabiliteit en meer risico. We houden ook rekening met de gevolgen die nieuwe regulering of een veiling van nieuwe licenties kunnen hebben, en met de mogelijkheden voor nieuwe toetreders en fusies en overnames."

 

En hoe identificeer je de bedrijven die het succesvolst zullen zijn in een attractieve markt?

"Voor individuele bedrijven proberen we te beoordelen hoe hun concurrentiepositie zich op lange termijn zal ontwikkelen. Een belangrijke indicator daarvoor bij telecombedrijven is de kwaliteit van hun klantenservice. Daarom verzamelen en kopen we data over hun verloop, het aantal klanten dat ze kwijtraken. Maar we willen ook weten hoe goed hun digitale transformatie verloopt, want dat bepaalt hoe goed ze in de toekomst met hun klanten kunnen omgaan. Dus we proberen ons ook een oordeel te vormen over de kwaliteit van hun leiderschap, hun innovatiecultuur, hun vermogen nieuw talent aan te trekken, enzovoort. In de telecom houden trends vaak een behoorlijk lange tijd aan. Dus als je dit soort fundamentele analyses en je investeringscase eenmaal goed hebt, kun je daarvan jarenlang de vruchten plukken."

 

Duurzaamheid en ESG-criteria spelen een belangrijke rol in het beleggingsbeleid van APG en zijn fondsklanten. Hoe ga je daarmee om in jullie portefeuille?

"Die criteria spelen inderdaad een steeds grotere rol. Wij beleggen namens pensioenfondsen als ABP en natuurlijk hun deelnemers, en deze fondsen hebben een belangrijke maatschappelijke positie en krijgen veel media-aandacht. Ze willen niet geassocieerd worden met onethische praktijken. Maar dat is niet altijd eenvoudig. Het meest problematische onderwerp in onze sector is de manier waarop socialmediaplatforms omgaan met privacy en het modereren van content. Een platform met zeer strikt privacybeleid is misschien veilig voor kinderen, maar datzelfde beleid maakt het ook aantrekkelijk voor criminelen die het gebruiken om bijvoorbeeld wapens of drugs te verhandelen. Tijdens de opstanden in de Arabische Lente werd Facebook geroemd omdat het mensen in staat stelde zich te verenigen in hun streven naar vrijheid en democratische hervormingen. Daarna is het veroordeeld omdat het als platform werd gebruikt voor het uitlokken van etnisch geweld tegen de Rohingya in Myanmar en voor de Russische inmenging in de Amerikaanse verkiezingen."

 

Zijn ESG-criteria belangrijk bij beleggingskeuzes omdat je denkt dat bedrijven die ze naleven op lange termijn meer waard zullen zijn, of vanwege ideële motieven?

"Beide."

 

Maar wat doe je als idealisme en een winstgevend belegging elkaar bijten?

"Dat komt inderdaad voor, en dat kan serieuze dilemma's opleveren. Stel dat een socialmediaplatform eenvoudig kan worden gebruikt om leugens, hate speech en racistische uitingen te verspreiden, dan kan dat voor ons heel goed aanleiding zijn om er niet in te beleggen. Maar voor beleggers als APG is het gemakkelijker om bijvoorbeeld Twitter uit te sluiten dan een bedrijf als Facebook: daarvoor is het te groot, en heeft het in het verleden zeer aantrekkelijke rendementen opgeleverd en blijft het dat wellicht ook de komende jaren doen. En we zitten hier uiteindelijk wel om genoeg geld te verdienen zodat we nu en de toekomst pensioen kunnen uitbetalen."

 

Engagement is een andere belangrijke pijler onder APG's beleggingsbeleid. Kun je invloed uitoefenen op de manier waarop dit soort bedrijven omgaan met de content die op hun platforms wordt gedeeld?

"Als APG zijn we groot genoeg om een afspraak met iemand bij Facebook te kunnen krijgen, maar het is niet zo dat Mark Zuckerberg zijn agenda leegmaakt als wij hem willen spreken. We zijn, vaak samen met andere beleggers, voortdurend in dialoog met een aantal social media platforms over dit onderwerp. En we hebben als aandeelhouders natuurlijk ons stemrecht. Maar het is moeilijk te zeggen hoeveel invloed we hebben. Soms denk je dat ze hard hun best doen om dingen te verbeteren, maar dat ze zelf ook worstelen met het onderwerp. Een andere keer krijg je de indruk dat ze wel beleefd luisteren en ja knikken maar eigenlijk alleen geïnteresseerd zijn in hoe ze nog groter kunnen worden."

 

Nu we het over Twitter hebben: wat vind je van het spektakel waar Elon Musks overnamebod op uit is gedraaid?

"Als langetermijnbeleggers proberen we altijd het signaal te scheiden van de ruis. In dit geval horen we vooral veel ruis denk ik. En als een aandeel een keer 40 procent stijgt nadat er een overnameplan is aangekondigd, dan accepteren we gewoon dat we dat gemist hebben. Je kunt niet beleggen alleen op basis van de mogelijkheid dat een bedrijf overgenomen kan worden. Er moet altijd ook een onderliggend verhaal zijn, en daarover zijn we bij Twitter niet al te positief. Ze hebben geen goed trackrecord als het gaat om het invoeren van succesvolle nieuwe features, ze blijven primair een platform voor tekstberichten terwijl de voorkeur onder gebruikers verschuift richting visuele content, en ze zijn niet het voorkeursplatform voor 'performance advertising' waarbij adverteerders betalen om zeer gericht een bepaalde doelgroep te kunnen bereiken. Dat zijn de echte signalen waarop we onze beleggingsbeslissingen baseren."

 

Zie je nieuwe technologie, wet- en regelgeving of trends in consumentengedrag die de telecomsector de komende jaren zullen veranderen?

"Je hoort veel over het Metaverse natuurlijk. Wat voor ons vandaag de dag relevant is, is dat Meta daar nu miljarden in investeert. Maar alles bij elkaar is het nog te ver weg en nog te moeilijk te waarderen omdat er simpelweg nog geen use cases zijn. Het lijkt op de beginjaren van het internet, toen niemand nog werkelijk kon voorzien hoe het zich zou ontwikkelen tot wat het nu is en hoe het ons leven zou veranderen. 5G is een andere belangrijke nieuwe technologie die zich al meer bewezen heeft en die allerlei nieuwe diensten mogelijk zal maken. Het risico voor telecombedrijven vanuit mijn oogpunt is dat het, net als bij 4G, de Googles en Amazons zullen zijn die de meest winstgevende diensten zullen ontwikkelen, terwijl de telecombedrijven alleen de infrastructuur aanbieden. Daarom zijn we bijvoorbeeld positief over een Canadees telecombedrijf dat actief zelf 5G-gebaseerde diensten ontwikkelt voor de landbouw en e-health."

 

Wie is Henny Crauwels?

Henny studeerde Internationale Economie aan de Universiteit Tilburg en wilde daarna een internationale carrière. "Ik kom uit het zuiden en was daarom georiënteerd op Brussel of Parijs, maar op de een of andere manier kwam ik in Amsterdam terecht." Zijn eerste baan daar was als beleggingsanalist. Na zes jaar werd hij aandelenbelegger toen hij overstapte naar het SFB (het voormalige Sociaal Fonds Bouwnijverheid, dat later opging in APG). Henny woont met zijn partner Alide in het centrum van Amsterdam. Ze hebben geen kinderen. Hij houdt van wandelen, het bezoeken van architectuurhoogstandjes en speelt af en toe piano. Spanje is zijn favoriete land.

 

Beleggingsfilosofie

"Money follows eyeballs. Voor mediabedrijven en socialmediaplatforms zijn advertentie-inkomsten essentieel, dus hoe meer bezoekers, kijkers en lezers ze trekken hoe beter. Daarom onderzoeken we nauwkeurig hoe goed deze bedrijven in staat zijn verschillende doelgroepen te bereiken, hoe efficiënt ze advertenties kunnen converteren in sales, en hoe goed ze hun diensten kunnen verkopen aan adverteerders. Voor telecombedrijven gaat het meer om de marktstructuur en veranderingen in de concurrentieverhoudingen. Die kunnen het gevolg zijn van wet- en regelgeving en ook van technologische ontwikkelingen."

"Het ergste wat je kan gebeuren als beginnend belegger is dat je eerste vier investering enorm succesvol zijn. Dan ga je geloven dat je de wijsheid in pacht hebt en onfeilbaar bent. Maar dat is onmogelijk omdat je bezig met wat er in de toekomst gaat gebeuren. Je moet je er altijd van bewust blijven dat er risico's zijn en dingen heel anders kunnen lopen dan je verwacht had. Als 60 procent van je beslissingen goed uitpakken en 40 procent fout, dan ben je nog steeds een behoorlijk goede belegger."

 

Over zijn twaalfjarige samenwerking met Frank Dekker:

"Frank en ik zijn zeer verschillende persoonlijkheden maar hebben ook veel respect voor elkaar professionele opvattingen. Frank is een stuk jonger dan ik en is meer gefocust op mogelijkheden en het benutten van kansen. Ik heb de neiging vooral naar de risico's te kijken, ik moet eerst iets zien voordat ik het geloof. Soms lukt het Frank mij enthousiast te krijgen voor een bepaalde belegging, soms kan ik hem er één uit het hoofd praten. Maar het gaat ook soms andersom, en regelmatig krijgen we de bevestiging dat onze verschillende perspectieven en de manier waarop we elkaar uitdagen en aanvullen succes oplevert. Dat zorgt ervoor dat het goed blijft werken tussen ons tweeën."

 

Facts & Figures 

In welke bedrijven in Telecom & Media kan APG beleggen?

Interactieve media: Google, Meta Platforms (Facebook), Snap, Twitter

Media: Fox, Prosieben, Discovery, Paramount

Interactive home entertainment (games): Activision Blizzard, EA

Kabel- en satellietbedrijven: Comcast, SES, Charter

Advertenties: Publicis, WPP

Film & entertainment: Netflix, Disney

Telecommunicatie: Vodafone, KPN, Deutsche Telekom, Orange, Verizon, AT&T, T-Mobile USA

 

Hoeveel?
Momenteel bedraagt de waarde van de Communications Industry portefeuille ongeveer 650 miljoen euro.

 

Volgende publicatie:
Gaat machtsconcentratie grote beleggers ten koste van duurzaamheid?

Gaat machtsconcentratie grote beleggers ten koste van duurzaamheid?

Gepubliceerd op: 30 juni 2022

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: Hoofd Responsible Investment Capital Markets & RI Communications Anna Pot over de vraag of het toenemende gewicht dat vermogensbeheerders in de schaal leggen, ten koste gaat van duurzaamheid.

 

“Het aandeelhouderslandschap verandert, langzaam maar revolutionair,” schreef Volkskrant-columnist Peter de Waard een maand geleden. “Bij elke stap komen aandelen in handen van een kleinere groep beleggers die verder afstaan van de ondernemingen waarin zij hun geld steken.” Vroeger waren aandelen vooral in het bezit van rijke families, die jaarlijks hun stem uitbrachten op de aandeelhoudersvergadering, schrijft De Waard. Vanaf de jaren zeventig kwam een nieuw soort grootaandeelhouder op, zoals banken, verzekeraars en later ook pensioenfondsen. Die besteden hun beleggingen tegenwoordig deels weer uit aan grote vermogensbeheerders zoals BlackRock, State Street en Vanguard. En die doen vooral aan indexbeleggen, stelt hij. Zij selecteren dus zelf geen aandelen maar volgen in plaats daarvan een beursindex, en zijn daardoor minder betrokken als aandeelhouder. Gaat deze vorm van passief beleggen dan niet ten koste van duurzaamheid?

Verantwoord beleggen
Volgens Anna Pot hoeft dat niet per se het geval te zijn. “Deze grote partijen beginnen steeds meer duurzaam te beleggen. Ze investeren ook meer en meer in eigen teams die zich specifiek richten op de verantwoord beleggingscriteria van hun beleggingen. Bij de investeringen die ze doen voor hun klanten, zoals pensioenfondsen, nemen ze daarom ook in toenemende mate duurzaamheidsoverwegingen mee. Het is een positieve trend dat deze grote vermogensbeheerders eraan bijdragen dat wereldwijd een steeds groter vermogen duurzaam wordt belegd.”

APG lanceerde recent het indexproduct iSTOXX APG World Responsible Investment Index, dat wordt beheerd door BlackRock. “Dit indexproduct wordt niet actief beheerd als het gaat om rendement en risico, wat de kosten laag houdt. Er wordt wél actief gestuurd op duurzaamheid door verschillende filters toe te voegen, afhankelijk van de wensen van de klant. Voorbeelden van deze filters zijn het uitsluiten van bepaalde producten, het alleen investeren in voorlopers op het gebied van ESG, het verminderen van de CO2-voetafdruk en het toevoegen van duurzame ontwikkelingsinvesteringen (SDI’s). De markt zou dit soort beleggingen dan ook niet moeten classificeren als traditionele indexproducten. Deze producten vormen een heel nieuwe categorie op zichzelf. Je zou ze ‘verantwoorde index-producten’ kunnen noemen.”

We moeten alert blijven dat indexbeleggen geen slap aftreksel wordt van duurzaam beleggen

Trend
Dat duurzaamheid ook bij de grootste vermogensbeheerders in belang toeneemt, heeft volgens Pot verschillende oorzaken. “Ten eerste vraagt de klant erom. Meer en meer institutionele beleggers zoals pensioenfondsen willen duurzaam beleggen. En ook bij de jongere generatie particuliere beleggers ontstaat meer vraag naar duurzame beleggingsproducten. Ten tweede is er de rol van wetgeving. Zo is in Europa de Sustainable Finance Disclosure Regulation geïntroduceerd, dat grote beleggers verplicht te rapporteren over de mate waarin ze duurzaam beleggen. Ten derde is het zo dat de markt zich heeft ontwikkeld en nu meer mogelijkheden biedt voor duurzaam beleggen. Er zijn bijvoorbeeld steeds meer data beschikbaar over de ESG-prestaties van bedrijven. Dat maakt het voor de grote vermogensbeheerders makkelijker de stap naar duurzaam beleggen te maken.”

Wat Pot wel als een zorgelijke ontwikkeling ziet, is dat er bij indexbeleggen geen of in ieder geval minder sprake is van een dialoog met de bedrijven waarin wordt geïnvesteerd. “En dat is wat nodig is. Als je als vermogensbeheerder wil bijdragen aan de transitie naar meer duurzaamheid, dan doe je dat niet alleen door aandelen te kopen maar ook door te investeren in dialoog, om zo bedrijven aan te zetten tot een duurzamere koers.”

Dialoog
Dat de financiële macht zich wellicht bij de grootste vermogensbeheerders concentreert, hoeft niet ten koste te gaan van duurzaamheid, concludeert Pot. “Het is een positieve trend dat er een toename is in duurzame beleggingen. En dat de indexbeleggers dat via indexbeleggen goedkoop aanbieden, helpt daarbij. Maar we moeten wel alert blijven dat indexbeleggen geen slap aftreksel wordt van duurzaam beleggen. Actief aandeelhouderschap houdt volgens ons in dat je je verdiept in de duurzaamheidsprestaties van bedrijven, waar nodig de dialoog aangaat en geïnformeerd stemt op aandeelhoudersvergaderingen. De actieve dialoog die wij met bedrijven voeren om samen te werken aan een duurzamere koers is en blijft nodig. Om te zorgen dat die dialoog blijft bestaan, is het nodig dat we kritisch blijven op de duurzaamheidsprestaties van bedrijven. Daarnaast is het belangrijk dat we onze aanpak van actieve langetermijnbetrokkenheid bij ondernemingen promoten bij andere institutionele beleggers. Zo kunnen we er samen voor zorgen dat duurzaamheid hoog op de agenda blijft staan.”

Volgende publicatie:
Stop met greenwashing en stop met het gebruik van die uitdrukking

Stop met greenwashing en stop met die uitdrukking

Gepubliceerd op: 23 juni 2022

Mijn zoon studeert volgende maand af in Madrid en is druk aan het leren voor zijn eindexamens. Geen afleidingen voor hem, want het was deze week 40 graden in de Spaanse hoofdstad en mensen moesten binnen blijven. De temperatuur in heel Europa was afgelopen weekend 15 graden hoger dan hij zou moeten zijn, wat nog eens benadrukt wat voor ons ligt. Om de opwarming van de aarde te vertragen, moeten we handelen, en dit is geen kwestie van regelgeving versus de industrie. We moeten als één blok handelen om de planeet over te dragen aan de komende generaties en ervoor te zorgen dat ze een welvarende toekomst kunnen opbouwen.

 

In een artikel werd vorige week betoogd dat het ESG-raamwerk ten prooi is gevallen aan vermogensbeheerders die aan greenwashing doen. Vragen over de relevantie van ESG (Environmental, Social & Governance) zijn ronduit onacceptabel. Als financiële instellingen worden betrapt op het verkopen van producten die niet in het belang van de klant zijn, moeten ze veranderen. Ongeacht of ze onrealistische beloften over rendement of over hun ESG-ambities doen. Als je terugkijkt, is het niet de eerste keer dat toezichthouders onderzoeken hoe nieuwe regelgeving wordt toegepast. En vaak beginnen ze in elk land aan de top van de sector om een punt te maken. Zo was het toen de financiële sector meer dan tien jaar geleden active share introduceerde als een maatstaf vooractief vermogensbeheer, en het zal dit decennium opnieuw gebeuren. Geloof me. Maar nu stoppen met ESG, alleen maar omdat het moeilijk wordt, is geen optie. Hoewel het raamwerk misschien niet perfect is, biedt het een unieke kans onze branche echt relevant te maken richting de toekomst.

 

Engagement
Het gaat hier om verantwoording en we moeten zo transparant mogelijk zijn over onze ESG-ambities. Bij APG hebben we de verantwoordelijkheid een goed pensioen (lees: een goed rendement) te bieden, maar ook bij te dragen aan een planeet waar het pensioen kan worden uitgegeven (lees ESG in brede zin). We houden bij onze beleggingen dan ook consequent rekening met vier factoren -zonder vooraf bepaalde volgorde- rendement, duurzaamheid, kosten en risico. Artikel 8 van de Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR) past bij dit vierkant, omdat de vier factoren met elkaar samenhangen en hun belang verschilt – van geval tot geval, van investering tot investering. Binnen deze aanpak selecteren we bedrijven waarvan we verwachten dat ze met engagement een zinvolle verandering zullen doorvoeren of impact zullen maken om de planeet een betere plek te maken voor mens en natuur - vandaar dat biodiversiteit steeds meer op de agenda staat als een belangrijk onderdeel van duurzaamheid.

 

Wanneer bedrijven in de verleiding komen onterecht op te scheppen over hun ESG-beleggingen, moet dat zeker worden ontmaskerd en tegengegaan. De wetgeving is echter nog nieuw en delen van de meer gedetailleerde rapportagevoorschriften zijn pas vrij laat bekend geworden of moeten nog bekend worden. De toezichthouders zouden ditmoeten erkennen, en samenwerken met de sector om samen verder te komen en ons op z’n minst het voordeel van de twijfel te gunnen. De kern van het probleem met dit soort regelgeving is dat het niet per se leidt tot een betere wereld. Bij APG hebben we samen met andere investeerders een systeem ontwikkeld waarbij beleggers Sustainable Development Goals (SDG) kunnen vertalen naar daadwerkelijke investeringen (SDI’s). Wij geloven dat ons systeem degelijk en transparant is en het mogelijk maakt om op een consistente wijze te rapporteren, doelen te stellen en te vergelijken. Maar zal het van de wereld een betere plek maken? Waarschijnlijk wel en we hopen het zeker. Maar kunnen we het garanderen? Absoluut niet. Als je terugdenkt aan het voorbeeld van active share, is het weer verrassend vergelijkbaar. Geen enkele actieve vermogensbeheerder kan garanderen dat hij boven de benchmark presteert. Net zo goed kan geen enkele ESG-manager beloven dat de wereld beter, groener, gelijkwaardiger of minder warm zal worden. Maar we hebben allemaal de ambitie naar dat doel toe te werken.

ESG
De overtuiging dat we als beleggers een bredere verantwoordelijkheid hebben, is een missie die we allemaal moeten hebben. Net zoals  we (meestal) humanitaire normen en waarden delen. Ik word verdrietig als toonaangevende beleggers zoals Warren Buffet de verantwoordelijkheid van de sector afwijzen en zich verschuilen achter “duidelijke regelgeving". Het zal nooit duidelijk worden. Net zoals beleggingsrendementen verschillen, afhankelijk van waar je ze mee vergelijkt. Old school- investeerders en de meeste huidige volwassenen hebben enorm geprofiteerd van de ‘gratis’ natuur, waarmee ik de toegang tot natuurlijke hulpbronnen bedoel en gratis CO2-uitstoot. Het grootste deel van onze rijkdom is hierop gebouwd. Vermogensbeheerders moeten in het reine komen met deze ongemakkelijke werkelijkheid door zichzelf te transformeren tot verantwoorde beleggers. We kunnen dat doen door kwesties op het gebied van duurzaamheid en governance te begrijpen en aan te pakken. Actief vermogensbeheer hoeft niet in tegenspraak te zijn met ESG-beleggen. Integendeel, het vormt een sterk onderdeel van het langetermijnbelegger zijn en van het kunnen nemen van weloverwogen beleggingsbeslissingen. Als je er goed over nadenkt, moeten alle beleggers hetzelfde doen. Daarom is het van het grootste belang dat toezichthouders de overgang faciliteren door onterechteESG-claimsaan te pakken. Dat is niets nieuws. Dat hebben ze altijd gedaan.

 

Voor langetermijnbeleggers moeten we zinvolle manieren vinden om ESG-succes te meten en aan te tonen. Die manieren hebben allemaal belangrijke kanttekeningen en we moeten nederig erkennen dat het bereiken van KPI's niet gelijk staat aan echte impact. CO2-uitstoot is een voor de hand liggende KPI, maar de berekeningen zijn nog steeds onnauwkeurig en we moeten oppassen dat we niet al te ingewikkelde en gedetailleerde doelstellingen formuleren op basis van dubieuze data. Ook vereist het aanpakken van klimaatverandering meer dan alleen het verminderen van CO2-emissies bij de bedrijven waarin we beleggen. Dit is een andere vorm van potentiële misleiding, maar een veel tragischere, omdat we – door onze wens tegemoet te komen aan de publieke roep om duidelijkheid - uiteindelijk de betere investeringen in de energietransitie zouden kunnen missen die zo belangrijk zijn in onze gezamenlijke missie om de planeet te redden. Het vereist sterk leiderschap van de sector om ons door de energietransitie te loodsen en tegelijkertijd alle belanghebbenden te dienen en een goed inkomenvoor de oude dag te bieden. Dit brengt een grote verantwoordelijkheid met zich mee die APG, namens en samen met zijn fondsklanten, als toonaangevende en verantwoordelijke lange-termijnbelegger, bereid is te nemen.

 

Peter Branner is Chief Investment Officer bij APG.

Volgende publicatie:
APG investeert in The Student Hotel om internationale uitbreiding te versnellen

APG investeert in The Student Hotel om internationale uitbreiding te versnellen

Gepubliceerd op: 21 juni 2022

APG verwerft – namens pensioenfondsklant ABP – een groter aandeel in The Student Hotel. Ook het Singaporese pensioenfonds GIC nam een groter belang. De drie eigenaren van het hippe hotelconcept - APG namens ABP, GIC en oprichter van THS, Charlie MacGregor en zijn management team - hebben bovendien besloten samen te investeren in verdere uitbreiding van TSH. Door de transactie wordt The Student Hotel op € 2,1 miljard gewaardeerd.

Met de transactie vergroten ABP en oprichter Charlie MacGregor hun huidige belang in TSH. ABP investeerde in 2015 voor het eerst in TSH. MacGregor en Aermont Capital zijn in 2014 hun samenwerking aangegaan en sindsdien is TSH flink gegroeid. MacGregor opende in 2012 de eerste locatie van The Student Hotel. GIC treedt nu toe als nieuwe investeerder.

Veerkrachtig

Het kenmerkende hybrid hospitality model van TSH, een combinatie van studentenkamers, hotel, co-working en vergaderruimtes, bars en restaurants, is zeer succesvol gebleken. Tijdens de pandemie bleek het hybride model zeer veerkrachtig te zijn. TSH was in staat de allocatie van kamers voor studenten aanzienlijk te verhogen op het moment dat vrijetijds- en zakenreizen wegvielen. Hierdoor kende het bedrijf een hoge bezettingsgraad en was het gedurende de hele periode cash-positief. Nu de hotel- en reismarkt weer sterk aantrekt zal TSH kunnen profiteren van een sterke zomer, terwijl de reserveringen voor studenten voor het academisch jaar 22/23 al een recordniveau hebben bereikt.

Met de investering van ABP en GIC kan TSH haar groeistrategie versnellen. TSH zal verder uitbreiden in belangrijke Europese steden en kan het aantal hotels vergroten naar 50 van 25 hotels in eigendom op dit moment, waarvan er 15 operationeel zijn en er in 2022 drie worden geopend: in Madrid, Barcelona en Toulouse.

TSH is goed gepositioneerd voor de millennial- en Gen-Z doelgroep. De focus ligt op het creëren van een community via gemengde faciliteiten en ruimten met kenmerkende designelementen. De locaties bieden ook co-working- en vergaderruimten die start-ups, bedrijven en de lokale gemeenschap aantrekken. De band met de omliggende buurt is vooral belangrijk omdat TSH nauw samenwerkt met lokale gemeenten om deze gebieden verbeteren door de kwaliteit van de horecadiensten te verbeteren. Zo worden de gebieden aantrekkelijker, ook voor het aantrekken van talent.

Flexibel
Om beter in te spelen op de behoeften van gasten en de flexibiliteit van haar aanbod te vergroten investeert TSH in technologie om het eerste ruimte/tijd boekingsplatform in haar hotels te implementeren. Dit betekent dat gasten elke ruimte in TSH-locaties voor een bepaalde periode kunnen boeken - van vergaderzalen en co-working desks tot toegang tot de fitnessruimte en het zwembad en zelfs de pingpongtafels.

Charlie MacGregor, oprichter en CEO van The Student Hotel, zegt: "We zijn zeer verheugd om GIC te mogen verwelkomen. Samen met ABP kijken we ernaar uit om The Student Hotel ervaring naar meer steden in Europa te brengen. We hebben grote plannen en met het extra toegezegde kapitaal kunnen we nog ambitieuzer zijn. Ik ben erg dankbaar dat Aermont ons sinds 2014 heeft gesteund. Het is een geweldige reis geweest naar waar we vandaag staan. Met ons hybrid hospitality model zijn we een game-changer geworden voor de horeca-industrie en hebben we een belangrijk groeiplatform om meer gasten te verwelkomen in onze hotels."

Lee Kok Sun, Chief Investment Officer van Real Estate, GIC, zegt: "We zijn verheugd om in The Student Hotel te investeren omdat de gebouwen goed gelegen zijn, goede verbindingen hebben met stadscentra en vervoersnetwerken, en in de nabijheid van universiteiten en andere voorzieningen liggen. We hebben er alle vertrouwen in dat deze investering een stabiel langetermijnrendement zal opleveren."

Tracy Stroh, Region Head of Europe, Real Estate, GIC, zegt: "Het hybrid hospitality model van The Student Hotel is uniek. TSH beschikt over speciaal gebouwde studentenaccommodaties die aantrekkelijk zijn voor de studenten, maar die ook geschikt is voor zowel zakenreizigers als vakantiegangers. Dankzij deze flexibiliteit kan TSH kansen benutten naarmate de vraag gedurende het jaar fluctueert. We kijken uit naar de samenwerking met TSH en ABP om op de lange termijn meer toegevoegde waarde te genereren."

Harmen van Wijnen, voorzitter uitvoerend bestuur pensioenfonds ABP: "We zijn enthousiast over de mogelijkheid om ons belang in The Student Hotel te vergroten. Deze extra investering levert een aantrekkelijk en stabiel rendement op en draagt zo bij aan een goed pensioen voor onze deelnemers. De combinatie van studentenhuisvesting, hotelkamers, vergaderruimten, bars en restaurants die TSH biedt, brengt mensen bij elkaar vanuit verschillende generaties en met een verschillende achtergrond en ondersteunt daarmee de lokale economie. We beleggen graag in bedrijven die op meerdere terreinen van betekenis zijn voor de samenleving."

Vincent Rouget, Partner bij Aermont Capital, zegt: "Sinds 2014 waren wij de trotse partners van Charlie MacGregor, The Student Hotel en haar managementteam, en ABP. Deze geweldige reis die begon met één veelbelovend project in Amsterdam is uitgegroeid tot een ongeëvenaarde portefeuille van 25 eersteklas gebouwen en projecten verspreid over 8 landen in Europa. De investering in The Student Hotel benadrukt de expertise en ervaring van Aermont Capital in het ondersteunen van operationele vastgoedplatformen om hun potentieel te verwezenlijken door middel van vastgoedstrategieën. Charlie's visie van het bouwen van een echt hybrid hospitality model heeft The Student Hotel gepositioneerd als leider in zowel gastvrijheid en onroerend goed trends, en TSH gaat een goede toekomst tegemoet met haar nieuwe aandeelhouders."

De transactie is onder voorbehoud van goedkeuringen van de relevante mededingingsautoriteiten.

Volgende publicatie:
“Goede beoordelingen zijn prettig, maar we zijn nooit tevreden”

“Goede beoordelingen zijn prettig, maar we zijn nooit tevreden”

Gepubliceerd op: 2 juni 2022

APG is door EY benoemd tot marktleider op het gebied van engagement. Dit blijkt uit de Engagement Maturity Matrix van het consultancybedrijf. Een mooie aanleiding om enkele vragen over engagement te stellen aan Anna Pot, Hoofd Responsible Investment Capital Markets & RI Communications bij APG.

 

Kenmerken van een marktleider zijn volgens EY (het voormalige Ernst & Young) het actief aanjagen van positieve verandering en het bepalen van de marktstandaard voor institutionele beleggers. Een mooi resultaat voor APG en zijn pensioenfondsklanten dus. Tegelijkertijd lijkt de publieke opinie steeds kritischer te worden. Denk aan deelnemers van pensioenfondsen die willen dat hun fondsen zo duurzaam mogelijk beleggen.

 

Hoe valt dit met elkaar te rijmen?

“Ik denk dat hier twee zaken van belang zijn. De eerste is dat deelnemers en de media in Nederland kritisch zijn. Als het gaat om duurzaam beleggen zijn de verwachtingen en ambities onder de deelnemers en onze stakeholders in Nederland hooggespannen. En dat is eigenlijk heel mooi, want toen we zo’n vijftien jaar geleden namens onze fondsklanten bewust de focus legden op verantwoord beleggen, was het nog niet zo’n groot onderwerp. Je ziet nu echt dat het leeft en men er hoge verwachtingen van heeft. Pensioenfondsdeelnemers komen meer en meer te weten over dit onderwerp. In die zin kun je zeggen dat de pensioenfondsen erin zijn geslaagd om uit te dragen dat duurzaam beleggen belangrijk is. En het kritische deel van de achterban wordt steeds groter. Dat betekent dat we iets aanbieden dat de deelnemers aan de pensioenfondsen van ons verlangen. Sterker nog: ze willen dat we nog meer doen op dit gebied.

 

Daarnaast is van belang dat wij in dit onderzoek zijn vergeleken met institutionele beleggers in het buitenland. Ook bij de andere grote spelers zijn er veel ontwikkelingen qua duurzaam beleggen, maar in Nederland lopen we wel voorop. Wij als APG worden gezien als leider waar andere partijen graag mee samenwerken en optrekken. Die leidende positie helpt ons ook om andere partijen aan te laten sluiten bij ons doel om zo duurzaam mogelijk te beleggen. Die samenwerking met andere partijen is nodig om succesvol te zijn en de duurzaamheidsambitie van ons en onze fondsklanten te realiseren. Daarom is het belangrijk dat wij ook op internationaal gebied als leidend worden gezien. Ik ben dan ook heel blij met dit resultaat.”

 

Wanneer ziet APG zichzelf als de voorloper in verantwoord beleggen, als experts zoals EY dat vinden of wanneer het publiek dat vindt?

“Wij zijn nooit tevreden. We zijn heel ambitieus en kritisch op onszelf en willen altijd betere resultaten op het gebied van verantwoord beleggen. Ons doel is namelijk de wereld verduurzamen. Maar goed, het is wel mooi om te zien dat onze inspanningen worden erkend. En niet alleen door EY. Een ander voorbeeld is de Principles for Responsible Investment (PRI), een organisatie die door de Verenigde Naties wordt gesteund. De PRI beoordeelt ons jaarlijks en het is altijd mooi als we daar groei in zien. En dan is er nog de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO), dat de vijftig grootse pensioenfondsen van Nederland beoordeelt op duurzaamheid. Onze fondsklanten staan daar in de hoogste regionen. Zo stond ABP vorig jaar voor de vierde achtereenvolgende keer op één. In die zin zijn externe beoordelingen prettig, maar zijn ze nu een graadmeter? Nee, het zijn indicaties dat we het goed doen en we als leider worden gezien. Waar het natuurlijk echt om gaat, is de impact van onze inspanningen. Bijvoorbeeld een bedrijf dat opvolging geeft aan onze engagementverzoeken. Of het feit dat we onze beleggingsportefeuille verduurzamen. Een ander voorbeeld is dat meer bedrijven groene doelstellingen verbinden aan de uitgifte van hun leningen (obligaties), of dat onze vastgoedbedrijven steeds energiezuiniger opereren.” 

Wanneer een bedrijf verduurzaamt, is het een betere belegging in onze portefeuille

Er zijn vele vormen van engagement. Wat is een voorbeeld van een vorm waarin APG bijzonder sterk is?
“EY benoemde vooral ons zogeheten insluitingsbeleid. Dat houdt in dat we alleen mogen beleggen in een bedrijf dat achterblijft op het gebied van duurzaamheid, als we verwachten dat engagement kan leiden tot verbetering. Het is een hele systematische manier om prioriteiten te stellen in het engagementbeleid dat we voor onze fondsen voeren. Daarbij stellen we onszelf de vraag bij welke belangrijke bedrijven in onze beleggingsportefeuille we nog winst kunnen halen qua engagement. Is het onze tijd en energie waard? Of moeten we besluiten niet langer in gesprek te blijven met een onderneming als het volgens ons niet genoeg oplevert? Daarbij houden we er ook rekening mee dat wanneer een bedrijf verduurzaamt, het een betere belegging in onze portefeuille is. Op deze vorm van engagement, die heel dicht op onze beleggingskeuzes en -portefeuille zit, scoren we hoog. Ook levert die ons veel waardering op. Het is iets waar we uniek in zijn in vergelijking met andere institutionele beleggers.

 

Daarnaast hebben we thematische engagementtrajecten die we namens onze pensioenfondsklanten doen en die worden gezien als leidend door de markt. Een voorbeeld is een engagementtraject over de transitie in de auto-industrie. Wij vragen autobedrijven te verduurzamen en over te stappen op een CO2-neutraal businessmodel. Dat betekent dat ze elektrische auto’s moeten fabriceren in plaats van dieselwagens. In die zin gaat verduurzaming over klimaatdoelen, maar in ons engagement richten we ons ook op het personeelsbeleid van die bedrijven. Want waar er voor de productie van een auto met verbrandingsmotor vijf werknemers nodig zijn, is dat voor een elektrische auto maar één. Ook zijn er andere vaardigheden voor nodig. Dan kun je als bedrijf twee dingen doen. Je kunt zeggen: we nemen afscheid van onze huidige werknemers en zoeken nieuwe. Of je kunt proberen je personeel anders in te zetten zodat ze hun baan behouden. En dat is waar ons engagement over gaat: zorg dat je als autobedrijf ook een strategisch personeelsbeleid hebt dat inzet op training en het behouden van personeel waar mogelijk.”


Er is vast nog wel ruimte voor verbetering.
“Ik denk dat we de uitkomsten van ons engagement zichtbaarder kunnen maken. Gesprekken met een bedrijf waarin we beleggen kunnen bijvoorbeeld leiden tot een nieuw beleid of commissie. Maar hoe kun je daar concreet de impact van weergeven? Als je het voorbeeld van de auto-industrie neemt, gaat het erom hoeveel mensen uiteindelijk nog een baan hebben. Het is lastig om dat op een goede, integere manier te communiceren. Rapportage over de impact van ons engagement is daarmee een belangrijk verbeterpunt. De uitkomsten van ons engagement zichtbaarder maken raakt ook aan het punt waar we dit gesprek mee begonnen: de kritische noot in Nederland. We moeten onze inspanningen voor het voetlicht blijven brengen. Ook omdat we het ontzettend belangrijk vinden dat deelnemers weten hoe wij hun pensioengeld beleggen.”

Volgende publicatie:
'We zien ook bedrijven waarin we beleggen die positieve stappen zetten'

'We zien ook bedrijven waarin we beleggen die positieve stappen zetten'

Gepubliceerd op: 1 juni 2022

Ondanks alle klimaatdoelen en vooruitgang die al geboekt is op het vlak van duurzaamheidsrapportage blijkt uit recent onderzoek dat tot 40% van de duurzaamheidsclaims misleidend is. In een deskundigenpanel over greenwashing erkent Ronald Wuijster, CEO van APG Asset Management, de gevaren van greenwashing. Tegelijkertijd waarschuwt hij voor verlammend cynisme.

 

Ronald Wuijster nam op het World Economic Forum in Davos deel aan een panel genaamd ‘Turning up the Heat on Greenwashing’. Het panel werd voorgezeten door Somini Sengupta van The New York Times en bestond verder uit de Amerikaanse ex-vicepresident Al Gore, de Deense milieuminister Lea Wermelin en Andrew Forrest, voorzitter en oprichter van Fortescue Metals Group.

 

'Greenwashing vormt een groot obstakel voor het oplossen van de klimaatcrisis'

Ex-vicepresident Al Gore startte de discussie met een lijst van alarmerende cijfers. 'Volgens een S&P-enquête onder meer dan 5.000 bedrijven werkt slechts 37% überhaupt met uitstootdoelen. Slechts 24% streeft naar nul uitstoot. Van de bedrijven die met doelen werken, richt minder de helft zich op de wetenschappelijk onderbouwde streefwaarde van twee graden opwarming, hoewel anderhalve graad eigenlijk beter is.'

 

'Greenwashing vormt een groot obstakel voor het oplossen van de klimaatcrisis,' aldus Gore. Hij stelde dat lobbyen, campagnebijdragen en beleidssturing het onmogelijk hebben gemaakt om milieuwetgeving door te voeren in de Verenigde Staten. 'Onze democratie is krachteloos, omgekocht en gegijzeld... en dat moet veranderen.'

 

Gore verwacht niet dat bedrijven in de olie- en gassector de energietransitie zullen versnellen. 'Vorig jaar kondigden de grootste bedrijven in de sector aan dat ze hun investeringen in hernieuwbare energie en CO2-opslag gaan verdrievoudigen. Maar dat betekent nog steeds maar 4% van hun totale investeringen. De overige 96% blijft dus gaan naar de exploitatie van meer en meer olie- en gasvelden. Het enige bedrijf dat zich volledig op hernieuwbare energie heeft gestort, is het Deense Ørsted. Met een vervijfvoudiging van de beurswaarde tot gevolg.'

 

Waterstof
Andrew Forrest van Fortescue Metals Group (die streeft naar nul uitstoot in 2030) bracht een andere vorm van greenwashing ter sprake. 'Olie- en gasbedrijven verkopen waterstof als de schone brandstof van de toekomst. Maar als die waterstof niet gemaakt wordt met groene stroom, veroorzaak je nog steeds veel uitstoot,' merkte hij op. 'Er is maar één brandstof die de opwarming van de aarde kan voorkomen, en dat is waterstof gemaakt met groene stroom.'

 

Eigen analyses

Ronald Wuijster, al jarenlang actief in pensioenfondsbeheer, stuit bij de analyse van bedrijven ook regelmatig op greenwashing. 'Maar je moet er ook weer niet moedeloos van worden,' stelt hij. 'We komen een hoop groene, duurzame en maatschappelijk verantwoorde obligaties tegen, die we vervolgens zelf analyseren. Ongeveer een kwart daarvan voldoet niet aan onze normen, maar toch zie ik ook bedrijven waarin we beleggen die positieve stappen zetten.'

 

'Bedrijven die het goed doen, stellen zich doorgaans bescheiden op. Het zijn de bedrijven met ronkende verhalen waarvoor je moet oppassen. Misschien doen ze hier en daar wel iets, maar het wordt een ander verhaal als je naar het bedrijf als geheel kijkt.'

 

Bij gebrek aan uniforme standaarden en integrale oplossingen ziet Wuijster een belangrijke rol weggelegd voor beleggers. 'We moeten het gesprek aangaan met de diverse stakeholders van het bedrijf, om te kijken of bedrijven wel doen wat ze beweren te doen. Bij APG combineren we verschillende gegevensbronnen om de cijfers van bedrijven te controleren, waarna we zelf de analyse uitvoeren. We lopen de waardeketen na om te controleren of de claims van het bedrijf, bijvoorbeeld over de reductie van CO2, wel kloppen. We nemen niet gewoon de ESG-scores over, maar gebruiken de cijfers als input voor onze eigen analyses. Maar als fondsbeheerder weten we niet alles. Om bijvoorbeeld meer te weten te komen over biodiversiteit gebruiken we de kennis van de Universiteit van Cambridge en inheemse volkeren.'

 

Het nut van regulering

In Europa zijn er enkele grote bedrijven geweest die het publiek zouden hebben misleid. Minister Lea Wermelin meent dat burgers in veel landen de juiste keuzes willen maken, met als gevolg dat er steeds meer bedrijven komen die beweren zich in te zetten voor duurzaamheid. 'Een goede ontwikkeling, maar we moeten die bedrijven wel toerekenbaar houden. In Europees verband willen we dat mensen vertrouwen krijgen in onze normering, in de etikettering van duurzame producten.'

 

Regulering werkt, aldus Ronald Wuijster, maar is niet het enige antwoord. 'Ik ben blij dat de Europese Unie met goede regelgeving komt, maar aan de andere kant weten we dat lange lijsten met regels er niet altijd toe leiden dat bedrijven zich anders gaan gedragen.' Als op de lange termijn gerichte fondsbeheerder probeert APG samen met bedrijven voor bewustwording en oplossingen te zorgen. Steeds vaker worden de krachten gebundeld met andere beleggers. 'De druk neemt toe, en dat zorgt weer voor meer regels. Dat is nodig, maar het moet geen afvinklijstje worden. Het is de combinatie van beide die het meest effectief is.'

 

 

Bekijk hier een opname van de stream.

Volgende publicatie:
“Beleggers moeten gezamenlijk optrekken om biodiversiteit te beschermen”

“Beleggers moeten gezamenlijk optrekken om biodiversiteit te beschermen”

Gepubliceerd op: 20 mei 2022

Beleggers hebben een belangrijke rol te spelen in het behoud van biodiversiteit. In plaats van regelgeving af te wachten, is het zaak dat beleggers samen standaarden ontwikkelen en druk uitoefenen op bedrijven. Dat bepleit Ronald Wuijster, CEO Asset Management bij APG en voorzitter van de Stuurgroep Biodiversiteitsfinanciering van het World Economic Forum.

 

“Deze week komen bijna 2.500 internationale politici, CEO’s, journalisten en intellectuelen samen in het Zwitserse Davos voor de jaarlijkse bijeenkomst van het World Economic Forum. Hun gezamenlijke doel is om de economische en sociale problemen in de wereld aan te pakken.

 

Lange termijn

Ik ben er dit jaar voor het eerst bij. De risicorapporten van het World Economic Forum zijn wijd verspreid en laten jaar op jaar zien dat klimaat- en biodiversiteitsrisico’s steeds meer toenemen. Voor mij is dit een buitenkans om een kijkje in de keuken te krijgen bij de organisatie achter die rapporten. Ook is het een mooie gelegenheid om gevoel te krijgen bij de veranderende geopolitieke verhoudingen. Wereldwijde ontwikkelingen als deglobalisering, herbewapening en inflatie kunnen belangrijke gevolgen hebben voor onze beleggingen. In Davos heb ik de gelegenheid om deze ontwikkelingen met collega’s te bespreken, bijvoorbeeld tijdens de bijeenkomsten van Focusing Capital on the Long Term (FCLT) en de Global Investors for Sustainable Development (GISD) Alliance. Als bestuurslid van deze organisaties zet ik me in voor het investeren in duurzame ontwikkeling op de lange termijn.

 

Als langetermijnbelegger is onze beleggingshorizon eeuwig. Onze klanten zijn Nederlandse pensioenfondsen, en we willen zorgen voor goede pensioenen in een leefbare wereld. Die wereld wordt steeds meer bedreigd door een achteruitgang in biodiversiteit. Dat was voor mij ook een van de drijfveren om de rol als voorzitter van de Stuurgroep Biodiversiteitsfinanciering van het World Economic Forum te aanvaarden. Niet per se omdat ik een biodiversiteitsexpert zou zijn, maar omdat ik beleggers en bedrijven wil mobiliseren om gezamenlijk het probleem van biodiversiteitsverlies aan te pakken. Want juist die gezamenlijke inspanning is nodig.

 

Biodiversiteit: wat kunnen beleggers doen? 4 stappen

Over de urgentie en complexiteit van biodiversiteitsverlies is genoeg geschreven. De vraag is: wat kunnen we eraan doen? Internationale afspraken en regelgeving vanuit overheden en toezichthouders kunnen helpen, in de zin dat ze kunnen fungeren als een stok achter de deur. Maar een woud aan nieuwe regels werkt ook afvinkgedrag in de hand. Regelgeving zorgt niet voor het soort fundamentele verandering dat nodig is om ervoor te zorgen dat bedrijven een positieve impact op de natuur gaan hebben (‘nature-positive impact’). Die verandering moet vanuit de financiële sector zelf komen.

 

Stap 1: gezamenlijke standaarden ontwikkelen

Om deze verandering te verwezenlijken zie ik vier concrete stappen. De allereerste, cruciale stap is het ontwikkelen van gezamenlijke standaarden om te beoordelen hoe onze beleggingen positief of negatief bijdragen aan biodiversiteit. Hoe ze zijn blootgesteld aan biodiversiteitsrisico’s. En hoe we aan de data komen om deze te meten.  Bij APG zijn we al betrokken bij de ontwikkeling van een aantal van dit soort standaarden. Zo zijn we verbonden aan de Taskforce on Nature-related Financial Disclosures (TNFD) en werken we samen met het Partnership for Biodiversity Accounting Financials (PBAF). Daarnaast hebben we recent de Finance for Biodiversity Pledge ondertekend, waarin we afspraken hebben gemaakt over de bescherming en het herstel van biodiversiteit.

 

Stap 2: risico’s in kaart brengen

Als de standaarden er zijn, wordt het makkelijker om op een eenduidige manier de biodiversiteitsrisico’s in onze beleggingsportefeuilles in kaart te brengen, doelen te stellen en hierover te rapporteren. Dat is de tweede stap. Op basis van het werk dat er al ligt, hebben we bij APG al een biodiversiteitsvoetafdruk gemaakt van onze beleggingen.

 

Stap 3: positieve verandering bewerkstelligen via engagement

Om de risico’s te verkleinen en positieve verandering te bewerkstelligen, oefenen we druk uit op bedrijven via engagement – stap 3. We scherpen onze criteria voor bedrijven aan op het gebied van biodiversiteit. De transformatie van de voedselketen moet voor een groot deel komen van de bedrijven die er nu actief zijn. Dat maakt engagement met deze bedrijven nog belangrijker.  Gezien de complexiteit van de issue, is het belangrijk om niet alleen onze eigen invloed aan te wenden, maar ook samen op te trekken met andere beleggers.

 

Stap 4: beleggen in oplossingen

Ten slotte willen we actief beleggen in oplossingen die bijdragen aan de bescherming van biodiversiteit. Zo hebben we geïnvesteerd in een groot productiebos in Chili. Dit bos wordt duurzaam beheerd en heeft het FSC (Forest Stewardship Council)-keurmerk. We hopen meer van deze investeringsmogelijkheden te zien. Publiek-private samenwerking kan hier een belangrijke rol in spelen. De overheid en pensioenbeleggers trekken dan samen op om belangrijke en omvangrijke investeringen te doen. Internationaal doen we dat al, maar in Nederland zijn de mogelijkheden beperkt. Al sinds enige jaren nemen we als ABP en APG daarom het initiatief om met overheidsinstanties en andere pensioenuitvoerders te praten over meer mogelijkheden voor publiek-private samenwerking.

 

Als wij als langetermijnbeleggers onze rol pakken en onze krachten bundelen, ben ik ervan overtuigd dat we een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het behoud van biodiversiteit. Mijn voorstel voor een vierstappenplan is een eerste aanzet, die ik graag met collega-beleggers bespreek. Laten we aan de slag gaan.

Naast zijn voorzitterschap van de Stuurgroep Biodiversiteitsfinanciering van het World Economic Forum neemt Ronald Wuijster in Davos deel aan een plenair panel over greenwashing. Andere panelleden zijn voormalig vicepresident van de Verenigde Staten Al Gore, de Deense minister van Milieu Lea Wermelin en Andrew Forrest, voorzitter en oprichter van Australische ijzerertsproducent Fortescue Metals Group. Het panel is hier te volgen: World Economic Forum Annual Meeting | World Economic Forum (weforum.org), 25 mei, 17.30 uur.

Volgende publicatie:
APG verkozen tot Real Assets & Infrastructure investeerder van het jaar

APG verkozen tot Real Assets & Infrastructure investeerder van het jaar

Gepubliceerd op: 20 mei 2022

APG is tijdens de IPE Real Estate 2022 in Amsterdam verkozen tot Real Assets & Infrastructure Investor of the Year. Ook ging de pensioenuitvoerder naar huis met awards voor Investment in the Netherlands, Portfolio Construction, Environmental Sustainability en Technology & Innovation.


Katherine Kucherenko, investeringsspecialist bij APG Asset Management, nam de award in ontvangst. “2022 is een belangrijk jaar voor APG, want dit jaar vieren we samen met ABP 100 jaar pensioen, ofwel 100 jaar dienstbaarheid aan de samenleving. APG was een van de eerste institutionele beleggers die begon te beleggen in vastgoed en infrastructuur. De beleggingsstrategie is geëvolueerd om de turbulentie van financiële neergang, wereldwijde pandemieën, geopolitieke spanningen en veranderende structuren van onze samenlevingen te kunnen weerstaan. En om het pensioenvermogen van de deelnemers van al onze klanten naar een veilige en voorspelbare financiële toekomst te begeleiden.”


Patrick Kanters, managing director Global Private Investments bij APG Asset Magagement, is ook verheugd met de erkenning voor alle inzet. “We willen alle prijswinnaars van harte feliciteren en voelen ons vereerd met de verschillende prijzen die we hebben ontvangen. Het is een waardering van onze bijdrage aan de industrie in verschillende opzichten en het harde werk van ons wereldwijde team. Bovendien onderstreept het bepaalde strategische aandachtsgebieden van ons bedrijf, namelijk verantwoord beleggen, innovatie en digitalisering. We kijken ernaar uit om op dit succes voort te bouwen en onze klanten en hun deelnemers de komende jaren van dienst te zijn.”

 


De IPE Real Estate Global Awards van dit jaar trokken meer dan 200 inzendingen in alle categorieën. Uit 16 landen over de hele wereld bedroeg de totale marktwaarde van de institutionele beleggers die deelnamen meer dan € 3 biljoen, terwijl hun onroerend goed en onroerend goed onder beheer gezamenlijk meer dan € 459 miljard bedroeg. Ze streden in 36 categorieën opgesplitst naar thema, regio en grootte.

Volgende publicatie:
BlackRock sluit zich aan bij data SDI Asset Owner Platform

BlackRock sluit zich aan bij data SDI Asset Owner Platform

Gepubliceerd op: 26 april 2022

BlackRock, een van 's werelds grootste vermogensbeheerders, gaat de dataset van het SDI Asset Owner Platform (SDI AOP) gebruiken. APG is medeoprichter van het platform, dat bedrijven beoordeelt op basis van hun bijdrage aan de Sustainable Development Goals (SDG's). De betrokkenheid van een wereldwijde speler als BlackRock weerspiegelt de groeiende focus onder beleggers op het afstemmen van hun portefeuilles met de SDG's.

De stap die BlackRock heeft genomen om de dataset te gaan gebruiken betekent een grote uitbreiding van de SDI AOP-gebruikersgroep in termen van vermogen. Het gecombineerde vermogen onder beheer waarop de gegevens worden toegepast, heeft de grens van US$ 10 biljoen nu overschreden. De SDI-standaard en dataset van het platform helpen beleggers de SDG's op te nemen in hun beleggingsprocessen en engagementactiviteiten. Het stelt hen ook in staat om op transparante en consistente wijze verslag uit te brengen aan klanten en externe belanghebbenden.

Claudia Kruse, voorzitter van het SDI AOP, zegt het volgende: “We zijn bijzonder verheugd dat BlackRock voor de SDI-standaard heeft gekozen en tot de SDI AOP-community is toegetreden, die op dit moment meer dan US$ 10 biljoen vertegenwoordigt. Samen met de andere leden van het SDI AOP blijven we de reikwijdte van de SDI-standaard en de toepassingen daarvan uitbreiden.” 

De SDG's werden in 2015 door de Verenigde Naties vastgesteld en richten zich op een betere en duurzame wereld door een breed scala aan wereldwijde problemen aan te pakken, variërend van klimaatverandering tot toegang tot gezondheidszorg. Beleggingen in bedrijven waarvan de producten en diensten bijdragen aan de realisatie van de SDG's worden Sustainable Development Investments (SDI's) genoemd. De grootste vermogensbeheerklanten van APG, pensioenfondsen ABP en bpfBOUW, hebben voor 2025 ambitieuze SDI-doelen vastgesteld. ABP streeft ernaar om tegen 2025 20% van haar pensioenvermogen te beleggen in SDI's en het doel van bpfBOUW is 25%.

Medeoprichter

APG heeft het SDI AOP samen met PGGM, AustralianSuper en British Columbia Management Corporation (BCI) in 2020 opgericht. Het platform voorziet in een gemeenschappelijke taxonomie en dataset die bijdragen aan de SDG's. Data science-partner Entis heeft met behulp van kunstmatige intelligentietechnologie tot op heden voor ongeveer 8.700 bedrijven SDI-classificaties gegenereerd. De taxonomie en methodiek worden onderhouden door de SDI AOP-ontwerpautoriteit, bestaande uit de vier beleggers die het platform lanceerden. Qontigo is de wereldwijde distributeur van de standaard.

In 2021 heeft APG samen met BlackRock en indexprovider Qontigo de iSTOXX APG World Responsible Investment Indices geïntroduceerd. Dit initiatief speelt in op de groeiende vraag naar op maat gemaakte, duurzame indexproducten. De indices volgen meerdere duurzaamheidsdoelstellingen, waaronder SDI's. Deze worden gecombineerd in een stapsgewijze aanpak die één duurzaamheidselement tegelijkertijd introduceert om uiteindelijk een evenwichtig samengestelde portefeuille te verkrijgen waarin alle criteria worden toegepast.

 

Onderzoeksagenda

Het SDI AOP werkt samen met zijn groeiende community van vermogensbezitters om de waarde van het platform te verhogen door het product voortdurend te verfijnen en uit te breiden in verschillende dimensies: bredere dekking van bedrijven, productverfijningen in specifieke sectoren en de toevoeging van maatstaven voor negatieve impact, vooruitkijkende maatstaven (zoals patenten) en resultaatgerichte maatstaven.

Volgende publicatie:
“Groene staatsobligaties tonen de echte klimaatambities van landen”

“Groene staatsobligaties tonen de echte klimaatambities van landen”

Gepubliceerd op: 7 april 2022

Canada gaf onlangs zijn eerste groene staatsobligatie uit. Het was een van de laatste grote ontwikkelde landen die dit instrument inzetten om de vergroening van de economie te financieren. APG investeerde ruim 150 miljoen euro. “De uitgifte van groene staatsobligaties is voor ons een duidelijk signaal dat landen ambitie hebben om klimaatrisico’s aan te pakken,” zegt Chris Lam, senior portfolio manager staatsobligaties ontwikkelde landen bij APG.

 

Groene staatsobligaties worden uitgegeven door overheden voor de financiering van ‘groene’ projecten. Ze bieden gewoonlijk dezelfde rente als hun niet-groene tegenhangers en geven daarnaast de kans om bij te dragen aan de klimaatinspanningen van een land.

 

Greenwashing voorkomen

De Canadese obligatie wordt vergezeld van een duidelijk afgebakende lijst van groene initiatieven waarvoor de opbrengst mag worden gebruikt. Naast projecten die investeren in hernieuwbare energie of bescherming bieden tegen de gevolgen van klimaatverandering, is ook een belangrijke rol weggelegd voor het behoud van biodiversiteit in het water en op het land. Deze use of proceeds is belangrijk om greenwashing te voorkomen.

Chris Lam: “APG maakt zich al vanaf het begin sterk voor de groei van groene, sociale en duurzame (een combinatie van groene en sociale, red.) obligaties. Maar we stellen wel eisen aan het duurzame gehalte. Om mogelijke uitgevers bewust te maken van onze verwachtingen en om een gezonde groei van de markt te stimuleren, zijn we voortdurend met ze in gesprek. In 2019 hebben we ook onze Guidelines for Green, Social, and Sustainable Bonds gepubliceerd.”

 

Grote vlucht

Beleggen in obligaties met een duurzaamheidsoogmerk heeft een grote vlucht genomen. Steeds meer overheden geven nu ook groene staatsobligaties uit. Eind 2021 belegde APG namens ABP, bpfBOUW, SPW en PPF APG 7,3 miljard euro in groene staatsobligaties. Het overgrote deel hiervan, 7,25 miljard euro, betreft obligaties van ontwikkelde landen, zoals Frankrijk, België en Nederland. Een kleine 50 miljoen euro is in staatsobligaties van opkomende landen belegd, namelijk Guatemala en Egypte. Tel hierbij de beleggingen in bedrijfsobligaties op en APG is met 17,6 miljard euro een van ’s werelds grootste beleggers in obligaties met een duurzaamheidsoogmerk.

 

Europese Unie

Lam verwacht wel dat de trend in ontwikkelde economieën na jaren van enorme groei zal afvlakken. “Daar staat tegenover dat de Europese Unie een grote uitgever van groene obligaties zal worden.”

De beleggingen in groene obligaties maken deel uit van een bredere aanpak om klimaatrisico’s in de vastrentende portefeuille te beoordelen. “De uitgifte van groene obligaties is voor ons een signaal dat landen de ambitie hebben om klimaatverandering te beperken of zich te wapenen tegen de gevolgen ervan. Het geeft ons inzicht in de concrete stappen die overheden zetten om klimaatverandering te bestrijden en om het land voor te bereiden op de fysieke impact ervan.”

 

Uitgifte van groene, sociale en duurzame staatsobligaties (in miljard dollar):

Bron: www.climatebonds.net/market/data

 

Klimaatrisico in beleggingen

APG brengt in kaart welk deel van de staatsobligatieportefeuille is belegd in landen met een hoog klimaatrisico. Lam: “Deze risico's kunnen het gevolg zijn van fysieke effecten van klimaatverandering, zoals veranderende weerpatronen, ernstige weersomstandigheden of zeespiegelstijging. Dit noemen we fysiek klimaatrisico. Daarnaast hebben landen ook te maken met transitierisico's: in een wereld waar beleidsmaatregelen worden genomen, regelgeving wordt aangescherpt en de economie verschuift naar een koolstofarme economie, kunnen niet alle landen daar even goed in meegaan. En het ene land is beter in staat dan het andere om het hoofd te bieden aan klimaatgerelateerde gebeurtenissen en veranderingen.”

 

Klimaatdashboard APG:

Om het fysieke klimaatrisico van een land te bepalen, gebruikt APG indicatoren van ND-GAIN. Hierbij wordt gekeken naar de kwetsbaarheid van een land voor de gevolgen van klimaatverandering, en de mate waarin het land daarop is voorbereid. Voor het transitierisico bekijkt APG onder meer hoe afhankelijk een land is van fossiele brandstoffen, hoeveel CO2 het uitstoot (koolstofintensiteit) en in welke mate het in staat is om over te schakelen naar een koolstofarme economie.

 

Hoge kredietwaardigheid

Lam: “Op dit moment belegt APG voor zijn pensioenfondsklanten vooral in staatsobligaties van landen met een hoge kredietwaardigheid. Ons onderzoek laat zien dat dergelijke landen in het algemeen minder kwetsbaar zijn voor de gevolgen van klimaatverandering. Zo hebben ze meer middelen om zich te wapenen tegen de gevolgen van klimaatverandering. De markt voor groene staatsobligaties van opkomende landen staat nog in de kinderschoenen. Als die groeit, kunnen we hier ook meer in beleggen, en kunnen we een bijdrage leveren aan duurzame ontwikkelingen in deze landen en helpen klimaatrisico’s te beperken.”

 

Als een van de eerste grote beleggers berekent APG vanaf dit jaar ook de koolstofvoetafdruk van de staatsobligaties van ontwikkelde en opkomende landen in de portefeuille. “Met ruim 160 miljard euro aan beleggingen, vormen staatsobligaties een belangrijke categorie in de portefeuille van onze pensioenfondsen. Het meten van de koolstofvoetafdruk is voor ons een belangrijke volgende stap in onze klimaataanpak om bij te dragen aan de steeds ambitieuzere duurzaamheidsdoelstellingen van onze pensioenfondsen.”

Volgende publicatie:
We gaan nog selectiever kijken naar de bedrijven waarin we beleggen

"We gaan nog selectiever kijken naar de bedrijven waarin we beleggen"

Gepubliceerd op: 31 maart 2022

Ondanks de aanhoudende coronacrisis was 2021 een jaar met uitstekend beleggingsrendementen. "Goed voor onze fondsen, goed voor de deelnemer", aldus Ronald Wuijster, lid RvB van APG en verantwoordelijk voor Vermogensbeheer. En hoe kijkt de topman naar 2022? "Beleggen is altijd onzeker. Het is gewoon een kwestie van je professionele rust bewaren."

 

Terugkijkend op 2021 zegt Ronald Wuijster: "Het was best een gek jaar. Althans in de context van corona. Qua beleggingen kunnen we terugzien op een heel goed jaar, met uitstekende rendementen. Zowel absoluut als relatief. Met het absoluut rendement betaal je natuurlijk vooral de pensioenen. Tachtig procent van het pensioen wordt immers gerealiseerd door het rendement dat we behalen. Maar we hebben ook extra waarde kunnen toevoegen door de goede relatieve rendementen. Bovendien hebben we een aantal echt mooie beleggingen kunnen doen, zoals de grote investering namens ABP in de versnelde uitrol van glasvezel.”

Kwamen die goede resultaten niet als een verrassing tegen de achtergrond van de voortdurende coronapandemie?

“Het jaar daarvoor was er even de vrees: heeft corona een hele zware impact op de economie en de bedrijven waarin we beleggen? In 2020 hebben we kunnen zien dat die impact heel erg meeviel, zo niet afwezig was. Er werden sectoren geraakt die onder de beleggingshorizon bleven, zoals het mkb, de wat kleinere bedrijven. En verder werden een aantal specifieke sectoren geraakt, zoals de entertainmentindustrie en het toerisme. Maar een groter aantal sectoren zoals tech, dienstverlening, luxe consumentengoederen en de bouwsector profiteerden er juist van. Omdat mensen naar een andere manier van werken overgingen, omdat bestedingspatronen veranderden. Het geld moest ergens naar toe. Mensen konden immers niet naar festivals of op vakantie."

Volgens Wuijster floreerden de beleggingsmarkten door zowel monetaire als fiscale maatregelen. "Monetair zaten we al in een omgeving met hele lage rentes en steunaankopen door centrale banken, die zijn langer gecontinueerd door COVID-19 omdat de centrale banken niet wilden dat de economie zou wegzakken. En dat zagen we terug in de beleggingen. Er zijn broodnodige steunoperaties geweest, maar sommige waren wat ongericht. De Amerikaanse overheid heeft bijvoorbeeld meer dan 3.000 dollar aan vrijwel alle burgers overgemaakt. Veel mensen hadden dat geld nodig, maar er waren ook genoeg die dachten, hé: dat ga ik beleggen. Zowel monetair als fiscaal gedreven, bleek er dus meer steun voor beleggingsmarkten. En dat is een belangrijke drijfveer voor goede beleggingsresultaten.”

Inmiddels schieten de inflatiecijfers omhoog. Welk effect heeft dat op de rendementen?

“Dat hangt ervan af. Voor een aantal beleggingscategorieen is inflatie niet zo slecht. Aandelen, grondstoffen hebben elementen in zich die bescherming bieden tegen inflatie. Maar het raakt natuurlijk wel de economie. De grote vraag is, komen we wel of niet in een recessie. Daar zijn de meningen over verdeeld, bijna fifty-fifty zou je kunnen zeggen. De logica is: de koopkracht daalt, de wereld is iets minder globaal dan daarvoor. Dat komt mede door de oorlog in Oekraïne uiteraard en door corona, ook dat stimuleert een wereldwijde economie niet. Het algemene beeld is dat het herstel na COVID-19 een beetje aan het wegebben is. Mensen gaan er nog even van genieten. Maar daarna zal het wegzakken, zo verwachten sommige economen. Dat zou kunnen, ik denk dat het een dubbeltje op zijn kant is.”

Wat betekent die onzekerheid voor de beleggingen?

“Beleggen is altijd onzeker. Ik zou bijna zeggen: het is business as usual. We hebben een goed gediversifieerde, breed gespreide portefeuille. Sommige beleggingen profiteren, andere lijden daaronder, maar per saldo probeer je redelijke rendementen te halen. Tot nu toe lukt dat aardig. Het is wel minder dan vorig jaar uiteraard. In absolute bedragen hebben we best wat verloren. Maar als je kijkt in percentages valt het erg mee. Dat gaat soms om grote bedragen, maar gezien de gebeurtenissen is het niet zo schokkend. Kortom: professionele rust bewaren, je vak blijven uitoefenen. Wat zijn de dingen die kunnen veranderen na deze ontwikkelingen en kunnen we daarop inspelen. Dus je positioneert je misschien dus ook al deels op de toekomst.”

Hoe dan? Kun je voorbeelden noemen?

“In algemene zin: je kijkt in de huidige context naar de wereldwijde regionale verhoudingen. Is Europa niet wat kwetsbaarder geworden? Wat is de rol van China in dit conflict, profiteert China ervan of juist niet.  Je kunt ook kijken naar bepaalde sectoren, naar grondstoffen bijvoorbeeld. Die zijn lange tijd een ondergeschoven kindje geweest, omdat de energieprijzen over een langere periode daalden. Maar nu zie je natuurlijk dat het rendement oplevert.”

Europa is kwetsbaarder geworden, in meer dan een opzicht. Investeren in wapens lijkt ineens salonfähig te worden.

“Op voorhand zou je kunnen zeggen dat het geen goede belegging is als je duurzaamheid hoog in het vaandel hebt staan. We hebben tegelijkertijd altijd gezegd: het defensief gebruik van wapens is relevant. Daar zie je nu wel het bewijs van. In het beleggingsbeleid van onze fondsen hebben we een bepaald soort wapens altijd uitgesloten, denk aan clusterwapens, chemische wapens. Maar reguliere wapens, daar kan in belegd worden. Ik hoor sommigen vakgenoten zeggen, het is wél duurzaam. Die geluiden hoor je nu in Scandinavië. Daar stelt men: je kunt het als een positieve social value zien. Dat vind ik onzin. Maar door de recente ontwikkelingen is de positie van bepaalde wapenfabrikanten veranderd, gezien de intentie van landen om daarin te investeren.”

Een opmerkelijk nieuwsfeit in 2021 was dat ABP bekendmaakte uit producenten van fossiele brandstoffen te stappen. Heeft dat ertoe geleid dat APG anders is gaan nadenken over het engagementbeleid?

“Dat is een terechte vraag. Ik vind het alleen gek dat het zich in de publieke opinie vaak beperkt tot Shell. Want ABP heeft niet aangekondigd dat het enkel uit Shell stapt, maar uit producenten van fossiele brandstoffen. Dat zijn dus veel meer bedrijven.”
Maar die koppeling met het engagementbeleid, die klopt, zegt Wuijster. “De vraag was: moet je niet de consequenties trekken uit het feit dat al die gesprekken minder uithalen dan je eigenlijk wil? Het heeft ertoe geleid om nog eens te kijken naar het consequentiemanagement van ons beleid. ABP vond dat er in de afgelopen jaren te weinig bereikt is in onze gesprekken met bedrijven over fossiele brandstoffen. Zij zeiden: wij denken niet dat er voldoende tijd is om op deze manier de klimaatdoelen te bereiken. Dus we gaan eruit en zetten de gesprekken niet voort.
Wij hebben daar steun aan gegeven. We waren het erover eens: de tijd is te kort. Engagement op de vraagzijde is effectiever dan engagement op de aanbodzijde. De gebruiker kan sneller en gemakkelijker veranderen dan de producent.”

En betekent dit nu ook dat er over de hele breedte van de portefeuille strenger gekeken wordt?

“Ja, we moeten strenger en strikter zijn. Nog strenger en strikter. We kijken opnieuw naar het inclusiebeleid: welke bedrijven neem je op? En ook naar de criteria. Er zijn koplopers, beloften en achterblijvers. In achterblijvers wil je niet in beleggen, tenzij ze bereid zijn te veranderen. Dat zijn dan de beloften: daar zou je in kunnen beleggen als je kans hebt op engagementsucces. Dat hebben we lang gedaan, maar daar moeten we toch selectiever in zijn. Het mag geen excuus zijn om ergens in te blijven beleggen terwijl je eigenlijk op voorhand weet dat het toch niet gaat veranderen. En we kijken ook opnieuw naar de koplopers: moeten de criteria niet strenger? Overigens: we scoren nog steeds heel goed op ons duurzaamheidsbeleid, zeker de professionele wereld ziet ons als een leider.”

Ik maak me meer zorgen over ongenuanceerdheid dan over ongeduld

In hoeverre laat je nu in zo’n proces leiden door het maatschappelijk ongeduld?

“Ik maak me meer zorgen over ongenuanceerdheid dan over ongeduld. Je kunt zeker rond biodiversiteit en klimaat niet zeggen dat we tijd genoeg hebben en dat de maatschappij moet afwachten. De tijd is er gewoon niet. Waar ik  soms wel moeite mee heb is ongenuanceerdheid. Het objectiveren van wat je vindt via metrics, taxonomieën, redelijke analyse, vind ik heel belangrijk. Daar is in het maatschappelijk debat niet altijd  ruimte voor. Als een partij er één element uitpakt en roept ‘slecht, slecht, slecht’, dan ontbreekt soms de ruimte om te objectiveren. Geef aan waarom iets slecht is, waarom een alternatief beter is. Het professioneel kunnen blijven uitvoeren van het beleggingsvak, daar geef ik veel om. En het baart me soms zorgen dat daar niet altijd gehoor voor is."

Ieder jaar is er kritiek op de kosten van de beleggingen. Begrijp je dat?

“Ik kan me voorstellen dat mensen naar de kosten kijken. Als je hele grote bedragen belegt, dan zijn de kosten ook hoog. Maar je moet je niet blindstaren op een absoluut getal. En je moet het afzetten tegen de - gelukkig nog veel grotere – bedragen die we aan nettorendement hebben behaald. Gemiddeld tussen de 7 en 8 procent per jaar in de afgelopen twintig jaar. Daar zijn de kosten dan al vanaf. Dat zijn ook in euro’s uitgedrukt enorme bedragen, waartegen de kosten in het niet vallen. Ik snap wel dat mensen zich zorgen maken. Maar zijn de kosten bovenmatig? Nee, want we doen het beter dan de markt.  We maken relatief goedkoop beleggingsrendement. Dus, ja het zijn grote bedragen, ja we gaan er zorgvuldig mee om en ja we zijn een relatief lage kostenproducent.”

APG haalt jaar na jaar goede rendementen. De deelnemer ziet desalniettemin al jaren dat hij niet geïndexeerd wordt. Het blijft toch lastig om uit te leggen.

“Die roep: de beleggingsresultaten zijn zo hoog en ik zie daar niks van terug, kan ik heel goed begrijpen. En eigenlijk is het ook best moeilijk uit te leggen. Het is één van de redenen waarom er zoveel druk is gekomen om tot dat nieuwe stelsel te komen. Daarin is die koppeling veel directer. Dat is een voordeel. De keerzijde van het nieuwe stelsel is natuurlijk dat de gevolgen direct zichtbaar zijn als de resultaten tegenvallen. In het oude stelsel werd je weliswaar niet geïndexeerd, maar bleven je rechten op peil.
En wat ook speelt: in een pensioenstelsel zijn er verschillende leeftijdsgroepen die nét iets andere belangen hebben. Indexatie die relevant is voor een bepaalde groep - de gepensioneerden - moet je afwegen tegen het feit dat dat geld ook ingezet had kunnen worden om rendement op te leveren voor de mensen die nog pensioen opbouwen. Een pensioenfondsbestuur staat altijd voor die evenwichtige belangenafweging. Indexatie is daarin één component, dus een eenzijdige fixatie daarop vind ik niet gewenst. Maar ik begrijp wel dat als er jarenlang goede beleggingsresultaten te zien zijn - en daar ook nog over gepocht wordt, al dan niet terecht - dat mensen teleurgesteld zijn, omdat ze er niets van terugzien.”

Onlangs schreef je een column over beleggen in infrastructuur. Je zou willen dat er in Nederland voor een grote pensioenbelegger meer mogelijkheden komen op dit vlak. Kun je dat wat meer toelichten?

“Het was een oproep aan de overheid om nog eens opnieuw te kijken naar de bezwaren rond publiek-private samenwerking op het gebied van infrastructuur. Zijn die bezwaren wel terecht, vraag ik me af. Ik denk dat over het algemeen de sturing van investeringen beter wordt in een publiek-private samenwerking. Want je gaat van het denken in budgetten naar rendement voor de langere termijn. Is al dat geld dat de overheid gratis leent voor investeringen wel verantwoord, was het punt dat het Centraal Planbureau maakte. Volgens economen van de Rabobank hangt het ervan af of het goed rendeert. Zo zie ik dat ook. Als je het als een investering voor toekomstige generaties ziet, is er niet zo veel mis. Het bezwaar dat je cruciale infrastructurele projecten niet uit handen wil geven als overheid, is goed te borgen. Daar zijn constructies voor. Dat zie in landen als Canada en Australië veelvuldig. Je kunt op verschillende manieren zorgen dat er een beslissende stem is rond de maatschappelijk relevantie van de infrastructuur, terwijl je de economische profijten wel volledig deelt. Ik vind dat het meer zou moeten plaatsvinden. In Nederland gebeurt dat te weinig.”

Tot slot. Je hebt weer voor vier jaar bijgetekend. Wat is de belangrijkste reden?

“Naast het feit dat ik in één, of feitelijk in twee hele leuke teams werk, vind ik het een grote uitdaging om onze klanten naar het nieuwe stelsel over te brengen. Dat moet de komende vier jaar gebeuren en ik zie dat als een grote verantwoordelijkheid. Daarnaast: het kunnen beleggen op wereldschaal zoals wij dat doen in alle asset klassen, vind ik geweldig. Bovendien is het maatschappelijk zeer relevant. Het gaat om mensen die voor hun pensioen afhankelijk zijn van onze rendementen. En daar doe ik het voor.”

 

Benieuwd naar het APG Jaarverslag 2021? Lees het hier als pdf of ga naar de speciale website.

Lees ook het interview met Annette Mosman

Volgende publicatie:
“Met alleen maar aandelen en obligaties zou je nu in de min staan”

“Met alleen maar aandelen en obligaties zou je nu in de min staan”

Gepubliceerd op: 22 maart 2022

“Het is een tijd van beweeglijke markten, wat betekent dat we veel transacties doen bij APG. Al is het maar om de portefeuille steeds opnieuw te balanceren.” Dat zegt APG’s Thijs Knaap in het programma Zakendoen op BNR Nieuwsradio in een gesprek over investeringen. “Ik wilde hier een transactie in het zonnetje zetten die we hebben gedaan in het kader van ANET, het ABP Nederlandse Energietransitiefonds.” ANET heeft een belang genomen in het Groningse bedrijf enie.nl, dat zonnepanelen verkoopt en verhuurt. “Iedereen die kan rekenen weet dat de stroomprijs enorm veel hoger is geworden. Daardoor is de terugverdientijd veel korter geworden. Dat is de meeste mensen niet ontgaan waardoor er veel vraag is naar zonnepanelen. Nu kan enie.nl gaan uitbreiden met het geld dat ze van ANET krijgen. Dat is goed voor het rendement en goed voor de energietransitie.”


Knaap, chief economist bij APG, schuift geregeld aan bij het beleggerspanel van Zakendoen. In de uitzending van vandaag bespreekt hij ook hoe APG al een aantal jaar rekening hield met een economische schok waarbij prijzen van grondstoffen snel zouden stijgen en er vervolgens een groeischok zou komen door economische onzekerheid. “We hadden daarvoor een beleggingsbeleid in stelling gebracht dat ons moest voorbereiden op die schok, maar jarenlang ging het maar om één procent inflatie en de grondstoffenprijzen daalden. Dus eigenlijk was het lang het omgekeerde van zo’n schok. Maar door de huidige hoge grondstoffenprijzen en de inflatie die de pan uitrijst doet datgene wat we in stelling hebben gebracht het nu geweldig. Dan moet je denken aan beleggingen in grondstoffen, hedgefunds en infrastructuur. Terwijl je met een portefeuille met alleen maar aandelen en obligaties gegarandeerd in de min had gestaan,” vertelt Knaap in gesprek met presentator Thomas van Zijl en panellid Mary Pieterse-Bloem.


Luister hier de hele uitzending.

 

Volgende publicatie:
“Oekraïne maakt de inflatiebescherming van beleggingen in grondstoffen extra relevant”

“Oekraïne maakt de inflatiebescherming van beleggingen in grondstoffen extra relevant”

Gepubliceerd op: 22 maart 2022

Al sinds anderhalf tot twee jaar laat onze economie stijgende inflatiecijfers zien. Maar de oorlog in Oekraïne heeft die geldontwaarding in een hogere versnelling gezet. Er zijn echter beleggingssoorten die tegenwicht bieden en beleggingen in grondstoffen zijn daar een goed voorbeeld van. Peter Verbaken, Hoofd van APG’s Team Grondstoffen, licht de kenmerken van de commodity markets toe, en hoe een belegger deze kan inzetten als bescherming tegen inflatie. “De prijzen kunnen erg fluctueren, maar de ervaring heeft geleerd dat grondstoffen het goed doen in periodes waarin de inflatie oploopt.”   


Olie, benzine, goud, zilver, aluminium, koper, nikkel. Daar moet je aan denken, als het gaat om de grondstoffen waarin APG voor opdrachtgevers belegt. Maar ook aan agrarische grondstoffen als tarwe, mais, suiker, koffie, cacao en sojabonen. Belangrijk om te benadrukken: APG belegt niet in de grondstoffen zélf, maar in derivaten. Futures in dit geval, contracten om een bepaalde grondstof te kopen of te verkopen tegen een vooraf vastgestelde prijs, op een vooraf vastgestelde datum.


In het extreme

Een belangrijke reden waarom grondstoffen als belegging zo geschikt zijn voor pensioenfondsen en hun deelnemers, is dat ze een zekere bescherming (hedge, of risicoafdekking) tegen inflatie bieden.


Verbaken: “Onze economie heeft jarenlang lage inflatiecijfers laten zien, tijdens de hele jaren tien. Anderhalf tot twee jaar geleden kwam daaraan een eind en ontstond er een heel nieuwe dynamiek. Er was dus al sprake van versnelde geldontwaarding, maar het conflict in Oekraïne heeft deze in het extreme getrokken. Voornamelijk doordat de prijzen voor brandstof en energie door het dak zijn gegaan, maar ook graanprijzen zijn geëxplodeerd. Met een vertraging leidt dat vervolgens weer tot hogere diervoerprijzen en daarmee ook tot hogere prijzen voor vlees en eieren. En dat hakt erin, ook bij deelnemers van pensioenfondsen. Dan helpt het als je als fonds ook over beleggingen beschikt waarvan het rendement meegroeit met die inflatie. Door de oorlog in Oekraïne is dat beschermingseffect extra relevant geworden.”   


Enorme investeringen

Grondstofbeleggingen bíeden zo’n rendement, zegt Verbaken. “De ervaring heeft geleerd dat grondstoffen het goed doen in periodes waarin de inflatie oploopt. Binnen die periodes fluctueren de prijzen weliswaar flink, maar de trend is opwaarts. De vraag naar grondstoffen beweegt mee met de economische cycli, terwijl het aanbod vaak niet kan meebewegen omdat de productiecapaciteit niet van de één op de andere dag verhoogd kan worden. De aanlooptijd die nodig is om nieuwe productiecapaciteit te creëren, is bij de meeste grondstoffen erg lang – soms wel vijf tot tien jaar. En in die tijd worden enorme investeringen gedaan. Dat maakt het aanbod relatief star. De gestegen vraag waarmee een hoogconjunctuur gepaard gaat, zal dus al snel prijsstijgingen tot gevolg hebben.”

Een voorbeeld waarbij we dergelijke prijsstijgingen hebben gezien, is de productie van olie. “Begin jaren tien was de markt voor Amerikaanse schalieolie booming. Maar toen de olieprijs lager werd, ging een aantal producenten failliet en werden deze bedrijven veel voorzichtiger met investeringen in productie. De focus kwam te liggen op winstgevendheid in plaats van productiecapaciteitsuitbreiding. Die capaciteit komt niet direct terug. En dan is de productiecapaciteit voor schalieolie nog relatief snel uit te breiden. Conventionele olieproducenten doen daar nog veel langer over. En die zijn voorzichtiger geworden met nieuwe investeringen, in verband met de energietransitie.” 

Dōjima Rice Exchange

In 1710 werden de allereerste futures contracts verhandeld op de Dōjima Rice Exchange in het Japanse Osaka. Waarom de eerste futures agrarische grondstoffen als onderliggende waarden hadden, laat zich raden. Producenten van rijst of andere grondstoffen konden zo hun prijsrisico afdekken. Door vooraf al vast te leggen wanneer en tegen welke prijs hij zijn rijst later zou verkopen, stond een producent niet meer bloot aan de grillen van de markt – bijvoorbeeld bodemprijzen als gevolg van overproductie in de sector. Ook de koper van zo’n future krijgt daarmee een bepaalde mate van zekerheid. Door prijs en datum van levering nu al vast te leggen, zal hij bij tegenvallende oogsten niet de hoofdprijs hoeven te betalen. De koper van een future contract gaat ‘long’ en als iemand zo’n contract verkoopt, wordt dat ‘short gaan’ genoemd.  

Verder in de toekomst
Naast de bescherming die grondstofbeleggingen bieden tegen inflatie, is er nog een ander belangrijk kenmerk dat deze beleggingsklasse juist voor een grote belegger van pensioengeld interessant maakt. Grondstofbeleggingen gedragen zich namelijk anders dan andere klassen, zoals aandelen en obligaties. Op die manier brengen ze spreiding aan in de totale beleggingsportefeuille. Verbaken: “Grondstoffen bieden, vergeleken met aandelen en obligaties, rendement op nét andere momenten in de economische cyclus. Op de top van een economische cyclus beginnen aandelen het namelijk al minder te doen. Aandelenkoersen zijn immers gebaseerd op de verwachting bij beleggers van de toekomstige cashflows van ondernemingen. De waarde van een bedrijf en daarmee de prijs van een aandeel, wordt dus bepaald door verder in de toekomst te kijken dan bij grondstoffen het geval is. De markt voor grondstoffen is een spotmarkt, waarin de prijs wordt bepaald op basis van vraag en aanbod op dat moment.”

Wie een concreet idee wil krijgen van dat ‘andere gedrag’ van grondstoffen, hoeft maar een blik op de recente rendementscijfers te werpen. “Onze grondstofbeleggingen hebben vorig jaar 40 procent opgeleverd. En het rendement voor dit jaar staat al op 30 procent. APG heeft een breed gespreide portefeuille. Nu aandelen en obligaties het juist slechter doen, kun je het rendement op grondstofbeleggingen goed gebruiken. Het hoort gewoon in je portefeuille, omdat het risicospreiding biedt en een bepaalde mate van verzekering.”


Recht om te kopen

Is beleggen in een grondstof als olie nog wel te verantwoorden richting de maatschappij, gezien het effect van fossiele brandstoffen op het klimaat? Verbaken: “Dat is inderdaad een terechte vraag, maar je moet je realiseren dat APG niet in die grondstoffen zelf belegt. We kopen geen olie, we kopen het recht om olie te kopen tegen een bepaalde prijs, op een bepaalde datum. Door actief te zijn op de markt voor olie-futures, leveren we geen financiering aan producenten, noch veroorzaken we extra carbon footprint. Als niemand meer actief zou zijn op die derivatenmarkt, zouden producenten hun prijsrisico wat minder makkelijk kunnen afdekken, maar het heeft geen enkel effect op de hoeveelheid geproduceerde olie. Dat is één. Twee: de huidige inflatie wordt in hoge mate veroorzaakt door gestegen olie- en gasprijzen. Als je voor deelnemers van pensioenfondsen rendement wilt maken om die inflatie zo veel mogelijk te compenseren, moet je er dus ook voor zorgen dat een deel van je beleggingen meebeweegt met de olie- en gasprijzen. Als je dat via derivaten doet, is zo’n belegging niet alleen in financiële zin goed verdedigbaar richting deelnemers, je kunt het ook in maatschappelijke zin verantwoorden.”


Metalen dominant

Maar, zegt Verbaken, er dient zich in de toekomst een periode aan waarin een grondstof als olie een steeds kleinere rol gaat spelen in de economie. En dat heeft alles te maken met de energietransitie. “De energietransitie is een proces van tientallen jaren. Maar zodra olie en gas als gevolg van die transitie naar duurzamere energievormen minder aantrekkelijk worden, zul je dat ook in de mix van een grondstoffenportefeuille terugzien. Het aandeel van olie en gas wordt kleiner, terwijl het aandeel van metalen dominanter wordt.”


Waarom juist metalen? Verbaken: “Om die overgang te maken, hebben we veel meer koper, aluminium en kleinere metalen waaronder nikkel nodig – denk aan de infrastructuur die nodig is voor de elektrificatie en aan bijvoorbeeld accu’s. Het zijn voor de energietransitie simpelweg cruciale grondstoffen.”

Volgende publicatie:
“Nadat je de aanschafkosten hebt terugverdiend, beschik je over gratis stroom”

“Nadat je de aanschafkosten hebt terugverdiend, beschik je over gratis stroom”

Gepubliceerd op: 15 maart 2022

APG heeft een belang genomen in zonne-energieleverancier enie.nl. De investering maakt onderdeel uit van ABP’s Nederlands Energietransitiefonds (ANET). Jeroen Schreur, bij APG verantwoordelijk voor ANET, licht het belang van de investering toe. “Wij delen de ambitie van enie.nl om het bedrijf verder te laten groeien en zo een belangrijke bijdrage te leveren aan de energietransitie.”

De hoge energieprijzen hebben geleid tot een grotere vraag naar zonnepanelen, stelt Schreur. “Men voelt nu nog meer de urgentie dan voorheen, waardoor er meer interesse is in zonnepanelen maar bijvoorbeeld ook in warmtenetten, om zo van het aardgas af te komen. De oorlog in Oekraïne en de energieafhankelijkheid van Rusland benadrukken nogmaals het belang van de energietransitie en het ANET-mandaat. We hadden uiteraard liever gezien dat mensen overtuigd waren geraakt van de noodzaak van de energietransitie door al de wetenschappelijke bevindingen over klimaatverandering en het nieuws over orkanen en overstromingen en andere gevolgen van klimaatverandering. Maar in het algemeen lijkt het of mensen pas in actie te komen als het hen direct in de portemonnee raakt. Dat is ook wel begrijpelijk. Het belangrijkste is dat mensen nu in ieder geval nog meer de urgentie van de energietransitie voelen.”

Wat maakt enie.nl zo geschikt om in te investeren?
“Wat hen goed maakt ten opzichte van hun concurrenten is hun klantreis. Ze hebben ervoor gezorgd dat potentiële klanten op enie.nl vrij eenvoudig het hele traject kunnen regelen, van de aankoop van een zonnepaneel tot de installatie. Het bedrijf heeft daar ook al goede resultaten mee behaald."

Hoe ziet de investering eruit?
“Wij financieren de groei van enie.nl. Zij willen verder opschalen en met voldoende kapitaal is er ruimte om bijvoorbeeld de sales-afdeling te vergroten. Het bedrijf is gevestigd in het noorden van het land. Daar hebben ze naamsbekendheid, maar ze willen hun vleugels uitslaan naar de rest van Nederland. Zo kunnen ze meer zonnepanelen verkopen en installeren. En als ze door blijven groeien en er nog een kapitaalinjectie nodig is, dan zijn we zeker bereid daarnaar te kijken.”

APG beschikt over behoorlijk wat kennis en een groot netwerk. Op welke manieren kan dat bijdragen aan het succes van enie.nl?
“Wij zijn een financiële investeerder en hebben dus in principe geen technische kennis van zonnepanelen. Wat we wel hebben, is een enorm netwerk en een grote portefeuille. Zo kan APG bijdragen aan de naamsbekendheid van enie.nl. Via onze vastgoedportefeuille beschikken we over goede banden met bijvoorbeeld woningbouwverenigingen. Daar ligt een kans voor de plaatsing van zonnepanelen. Maar ook buiten Nederland beschikken we over veel vastgoed waarvan de daken kunnen worden bedekt met zonnepanelen. Ons doel is uiteindelijk een bijdrage te leveren aan de energietransitie én aan een goed pensioen voor de deelnemer. Als we zo een win-winsituatie weten te creëren dan is ons doel bereikt.”

Misschien gaan zonnepanelen wel langer dan dertig jaar mee

Enie.nl wil dankzij de investering toewerken naar het energiebedrijf van de toekomst. Hoe ziet dat eruit?
“Het komt erop neer dat ze meer producten dan alleen zonnepanelen willen gaan aanbieden. Gisteren scheen de hele dag de zon, maar vandaag niet. De kans is dan groot dat jouw panelen gisteren veel meer hebben opgewekt dan wat je nodig had waarna de restenergie verdwijnt in het energienet. Maar stel dat je die te veel opgewekte energie op zou kunnen slaan in een batterij die in de garage of meterkast staat. Dan kun je die restenergie op een zonloze dag als vandaag gebruiken om de wasmachine te laten draaien. Dat is een voorbeeld van hoe enie.nl meerdere producten aan elkaar wil koppelen. Voor ons als investeerder is dat aantrekkelijk omdat het bedrijf zo meer producten kan verkopen wat weer goed is voor de winst en de waarde van het bedrijf.”

Het aanschaffen van een zonnepaneel kan een flinke investering zijn. Wanneer heeft de koper die kosten er gemiddeld uit?
“Het vergt inderdaad een investering en heeft een terugverdientijd van zo’n zes à zeven jaar. Dat hangt natuurlijk wel af van hoe vaak de zon schijnt. Nadat je de aanschafkosten hebt terugverdiend, beschik je over gratis stroom. Hoe lang zonnepanelen precies meegaan is nog niet helemaal duidelijk. Voorheen dachten we dat ze 20 jaar mee zouden gaan, tegenwoordig wordt al rekening gehouden met 25 jaar. Van elektrische auto’s zei men aanvankelijk ook dat de batterij na zeven jaar niet meer geschikt zou zijn om er nog mee te kunnen rijden. Er komen echter verhalen uit Californië van Tesla’s met een miljoen kilometer op de teller. Die batterijen blijven het dus maar doen. Wellicht geldt dit ook voor zonnepanelen en gaan ze misschien wel langer dan dertig jaar mee.”

Via ANET wil ABP bijdragen aan de financiering van de energietransitie in Nederland. Zijn er al genoeg mogelijkheden om te investeren in de energietransitie?
“Er zijn gigantisch veel mogelijkheden, maar niet elke investering is geschikt voor ons. En soms wil een andere investeerder meer betalen voor aandelen dan wij. Wat ook meespeelt is hoe het management van een bedrijf naar APG als investeerder kijkt. Als wij financiering verstrekken en het gaat vervolgens goed met het bedrijf, dan kunnen wij daarna vaak nogmaals een investering doen. Dat is anders bij een durfkapitaalfonds. Die investeren in de regel eenmalig, hopen op een goede winst en gaan dan door naar de volgende kans. Bij enie.nl is de eerste prioriteit groei. Als de taart van enie.nl groter wordt, geldt dat ook voor onze taartpunt. Die taartpunt willen we dan niet meteen inruilen voor geld want wij delen de ambitie van enie.nl om het bedrijf verder te laten groeien en zo een belangrijke bijdrage te leveren aan de energietransitie.”

Volgende publicatie:
“Duurzaamheid moet niet dienen als excuus voor middelmatig rendement”

“Duurzaamheid moet niet dienen als excuus voor middelmatig rendement”

Gepubliceerd op: 23 februari 2022

634 miljard euro. Dat is het totaal belegd vermogen van APG wereldwijd (stand eind december 2021). Doel: een goed pensioen in een leefbare wereld voor de deelnemers van de fondsen. De portefeuille is vanzelfsprekend gespreid. Van investeringen in windmolenparken in Zeeland tot Australische beursgenoteerde aandelen in winkels. En van veilige obligaties tot de wat meer fluctuerende handel in goud of soja. Wie zijn de mensen achter die beleggingen? Wat drijft ze? Welke keuzes maken ze? En waarom?

In deze aflevering van de serie De beleggers: Ton van Ooijen, binnen APG verantwoordelijk voor beleggingen in consumentengoederen in de ontwikkelde markten.

Het was recent groot nieuws: het overnamebod van Unilever op de consumentendivisie van GSK. Dit kwam voor velen als een verrassing, ook voor APG. In een reactie schreef de pensioenuitvoerder wel dat het veel strategische voordelen ziet van het op grote schaal betreden van het gebied van consumentengezondheid. Waarom was APG dan toch niet uitgesproken blij over Unilevers bod?

Van Ooijen: “Op zich was er niet zo veel aan te merken op de overname. Maar Unilever zit momenteel in een transitie en is bezig om zijn omzetgroei naar een hoger niveau te tillen. Ze kunnen zich nu daarom beter richten op het op orde brengen van hun eigen huis en laten zien dat er genoeg klanten zijn voor hun eigen producten. Het bod was dus wat ongelukkig getimed en waarschijnlijk ook wat aan de hoge kant. Maar dat ze willen uitbreiden in vitamines en tandpasta vind ik niet zo raar. Ze verkopen al tandpasta dus daarvoor kunnen ze hun eigen distributienetwerk in opkomende markten gebruiken. Bovendien kocht Unilever zo’n twee jaar geleden het drinkvoedingsmerk Horlicks van GSK, en dat loopt hartstikke goed. Dat zijn interessante zaken die onderdeel vormen van het grotere plaatje. Op de langere termijn maak ik me daarom niet zo druk over Unilever.”

Eerst nog even over je werk: jij richt je op de ontwikkelde markten. Is een portfolio dat zich op opkomende markten richt niet veel spannender?
“De opkomende markten zijn heel spannend. Maar veel bedrijven die in mijn portfolio vallen, halen de meeste groei in die opkomende markten. Er was dan ook weleens discussie of een bedrijf in mijn portfolio hoorde of in het portfolio van de opkomende markten. Daarom hebben we afgesproken dat de voornaamste beursnotering van een bedrijf bepaalt in welk portfolio dat bedrijf valt. Bij Heineken komt nu meer dan de helft van de omzet uit de opkomende markten. Vroeger was Nigeria belangrijk voor ze, nu zijn het Vietnam, Brazilië en Mexico. Voor Heineken zijn die landen belangrijker dan Amerika. Maar omdat het bedrijf is genoteerd aan de AEX, valt het in mijn portfolio. Voor schoonheidsbedrijven als L’Oréal en Estée Lauder vormt China nu de grootste groeimarkt, maar ook zij vallen in mijn portfolio. En in de naam van de grootste brouwerijketen ter wereld, AB InBev, staat ‘AB’ voor het Amerikaanse Anheuser Busch, ‘In’ voor het Belgische Interbrew en ‘Bev’ voor het Braziliaanse AmBev. De meeste bedrijven in mijn portfolio zijn echt wereldbedrijven. Dus het is niet zo saai als je zou denken, maar juist boeiend.”

Terug naar Unilever. Naast kritiek op het overnamebod ligt het bedrijf ook onder vuur van activistische beleggers vanwege een fundamenteler punt. Het bedrijf zou te veel bezig zijn met duurzaamheid, ten koste van het rendement. APG is ervan overtuigd dat rendement niet ten koste hoeft te gaan van duurzaamheid. Snap je wel de zorg van de activistische beleggers?
“Ja en nee. Duurzaamheid op zich is geen goede reden om ergens in te investeren. Maar we denken wel dat duurzaamheid kan leiden tot innovatie en het creëren van extra vraag. En dat kan weer leiden tot een hoger rendement over een langere periode. Bij Danone bijvoorbeeld leek de nadruk op duurzaamheid ten koste te gaan van aandacht voor de omzet- en winstgroei. Maar een bedrijf als Nestlé loopt ook voorop in duurzaamheid en zij slagen er wel in om met innovatieve producten te komen waar ze een hogere prijs voor kunnen vragen en daardoor ook een hogere winst kunnen behalen. Dus wij zijn het niet eens met beleggers die vinden dat duurzaamheid alleen maar geld kost en slecht is voor beleggers. Maar duurzaamheid moet ook niet dienen als excuus voor een middelmatig rendement voor een portefeuille die het beter zou kunnen doen, zoals bij Danone.”

Voor APG is het belangrijk dat de bedrijven waarin ze investeren duurzaamheid hoog in het vaandel hebben staan. Wat doet APG om te voorkomen dat activistische beleggers die weinig met duurzaamheid hebben de koers van een bedrijf kapen?
“We maken hen duidelijk dat wij duurzaamheid erg belangrijk vinden en dat je daarmee ook een superieure winstgroei kunt laten zien. Maar je moet het dan wel combineren met innovatie en marketing, zodat je met een product komt dat niet alleen goed is voor de planeet maar ook voor de consument zelf. Unilever kreeg kritiek van de Britse fondsbeheerder Terry Smith omdat ze te veel aan duurzaamheid zouden doen. Maar ik denk dat hij het prima vindt als Unilever innovatieve producten ontwikkelt en dat koppelt aan duurzaamheid. Een bedrijf moet producten maken die de consument wil, en duurzaamheid is ook in de maatschappij een trend.”

 

Alles wordt sneller en sneller. Maar als langetermijnbelegger hoeven we niet mee te gaan met de waan van de dag

Inmiddels werk je al een flink aantal jaar bij APG. Wat is voor jou de meerwaarde van werken bij deze institutionele belegger?
“Als APG ben je iemand en bedrijven zijn daarom vaak ook geïnteresseerd in hoe wij naar zaken kijken. Op dit moment bekijken we investeringsmogelijkheden in duurzaam voedsel. Als we een bedrijf dan willen vragen naar hun ESG-beleid (Environmental, Social en Governance; de drie centrale factoren om de duurzaamheid van een belegging te meten, red.), hebben we de mogelijkheid het daar met de experts van zo’n bedrijf inhoudelijk over te hebben. Door die gesprekken merk je dat ze APG een belangrijke gesprekspartner vinden. Dat is echt een meerwaarde van bij APG werken. Een ander groot voordeel is dat wij zogeheten sticky money hebben. Dus als een bedrijf een kwartaal wat minder presteert, halen wij niet meteen ons geld weg. We hebben een langere tijdshorizon dan veel andere investeerders en dat is een voordeel. Want dat betekent dat je ook in bedrijven kunt beleggen die in eerste instantie duur lijken, maar op langere termijn wel een groei kunnen laten zien die hoger is dan de gemiddelde economische groei.”

Je zit als Portfoliomanager Developed Markets Equities bovenop de ontwikkelde markten. In welke sectoren verwacht je de komende jaren de meeste groei?
“De meeste groei zit toch nog steeds in de duurdere producten. Bij consumentengoederen moet je dan bijvoorbeeld denken aan de high-end cognacs, malt whisky’s en de premium biertjes. Die zijn overigens in elke markt anders. Zo is Budweiser in China een premium biertje maar in thuisland Amerika niet. Mensen worden rijker en gaan niet zozeer méér eten kopen, maar béter eten. Als beleggers zijn wij vooral geïnteresseerd in prijsverhoging omdat een product is verbeterd, niet vanwege inflatie. De sectoren waarin bedrijven in staat zijn producten te ontwikkelen waarvoor mensen bereid zijn meer te betalen, door innovatie of marketing, zijn voor ons het interessantst. Van beleggingen daarin verwachten wij op langere termijn een hogere groei. Dan gaat het ook om de duurdere huidverzorgings- en dermatologische producten. Denk aan de merken MAC en Clinique van Estée Lauder en La Roche-Posay en Vichy van L’Oréal. Die producten passen in de gezondheids- en wellness-trend.”

Er vindt momenteel qua consumeren een verschuiving plaats, van bezit naar toegang en e-commerce. Welke gevolgen heeft dat voor de manier van beleggen?

“Digitalisering is belangrijk omdat er nu veel meer data bekend zijn over consumenten en hun gedrag. Je kunt daardoor de consument veel beter bedienen. Er is heel veel informatie over jou en mij bekend, en de merken die daar het verst mee zijn, zoals L’Oréal, profiteren daar echt van en laten ook een hogere omzetgroei zien dan andere bedrijven. Dat is een belangrijke ontwikkeling. Je ziet ook de generatie die alles nú wil, denk aan de Gorillas en andere flitsbezorgers van deze wereld. Dat zijn de digitale en innovatieve concurrenten voor de supermarkten. Daarom moeten die nog sneller investeren in e-commerce. Door de pandemie lieten de supermarkten een mooie winstgroei zien, maar nu wordt hun concurrentiepositie slechter. Wij houden daar als beleggers wel rekening mee.”

Digitalisering gaat dus zeker van invloed zijn op jouw portfolio. Welke andere ontwikkelingen zie je de komende jaren gebeuren?
“Alles wordt sneller en sneller. Maar als langetermijnbelegger hoeven we niet mee te gaan met de waan van de dag. Dat is ons grote voordeel. Wij moeten ons afvragen wat de structurele trend is. Plantaardig vlees was een tijdje een hype en sommige producenten kregen astronomische waarderingen op de beurs. Wij zijn gelukkig niet meegegaan met die hype, want nu zie je dat de forse groei eruit is, zeker in Amerika. Wel begeven grote bedrijven als Nestlé en Unilever zich nu ook op de markt voor plantaardig vlees. Die beschikken echter over veel meer kapitaal dan de kleine bedrijven en zijn wat mij betreft dan ook interessanter om in te investeren dan de kleine bedrijven waarmee de hype begon.”


Wie is Ton van Ooijen?

Studeerde macro- en bedrijfseconomie aan de Vrije Universiteit. Haalde daar ook een propedeuse geschiedenis. Deed ook nog een opleiding tot Certified Financial Analyst.


Interesse in beleggen

“Gaat heel ver terug. Het heeft te maken met dat ik geschiedenis leuk vind. Ik denk dat het verleden belangrijk is en een basis vormt voor de toekomst. En ik vind cijfertjes leuk. Als je dat combineert, komt je al gauw uit op economie. Bij de afdeling Fundamental Stock Selection beleggen we vooral bottom-up. Dat wil zeggen dat we kijken naar de fundamentele ontwikkelingen bij bedrijven. Maar daarbij spelen macro-economische aspecten ook een rol: wat gaan landen doen, en de rente? De kern blijft: wat doet een bedrijf en is het een aantrekkelijke belegging?”

Werken bij APG
“Ik werkte eerst bij verschillende brokers, waar ik individuele klanten adviseerde. Op een gegeven moment kreeg ik de kans bij APG aan de slag te gaan. Het mooie is dat ik hier zelf mag beleggen in plaats van alleen advies geven. Het is ook echt een vak waar je elke dag leert, en je bent verantwoordelijk, dat vind ik een groot voordeel van hier werken. Ook zie ik wat het resultaat is van mijn werkzaamheden, in ieder geval op langere termijn. Een ander positief punt is dat een groot deel van mijn familie deelnemer is van de pensioenfondsen die APG bedient. Mijn vader was bijvoorbeeld leerkracht en mijn zus is dat nog steeds. Ik werk dus als het ware voor mijn familie. Dat zie ik als een toegevoegde waarde. Je doet iets goed, je leert en wat je doet heeft een impact. Dat zijn dingen die iedereen graag in z’n baan wil hebben.”

Portfolio
De snellopende consumentengoederen in de ontwikkelde markten, te weten: Europa, de VS, Australië, Japan, Hongkong en Singapore. “De portefeuille waar ik direct verantwoordelijk voor ben, is 1,8 miljard euro waard. Maar wat ik doe, wordt gekopieerd door een overkoepelende portefeuille. Die heeft ongeveer 2 miljard euro in dezelfde fondsen zitten als ik, maar soms met een iets andere weging. Dat heeft met risicomanagement te maken. Stel dat ik een te zware weging in groeiaandelen zou hebben, dan krijgen we een style drift en dat willen we niet. De portfoliomanager van de overkoepelende portefeuille trekt dat dan recht. Die kijkt namelijk niet alleen naar mijn portefeuille, maar ook naar andere portefeuilles.”

 

Volgende publicatie:
APG dringt aan op stevige klimaatactie bij Koreaanse bedrijven

APG dringt aan op stevige klimaatactie bij Koreaanse bedrijven

Gepubliceerd op: 16 februari 2022

In een brief aan het topmanagement roept APG vooraanstaande Zuid-Koreaanse bedrijven en grote CO2-uitstoters op om meer te doen tegen klimaatverandering. Namens haar pensioenfondsklanten dringt APG aan op een ambitieuze klimaatstrategie en CO2-reductiedoelstelling.

 

De brief is verstuurd naar tien grote Zuid-Koreaanse bedrijven waarin APG belegt, waaronder Samsung Electronics, Hyundai Steel en LG Chem, een groot (petro)chemisch bedrijf. Ondanks dat ze grote CO2-uitstoters zijn, valt geen van deze bedrijven onder Climate Action 100+. Dit is een door investeerders geleid initiatief dat tot doel heeft ervoor te zorgen dat 's werelds grootste uitstoters van broeikasgassen de nodige actie ondernemen tegen klimaatverandering.

 

‘Toon ambitie en leiderschap’

"Klimaatverandering is de grootste uitdaging waar de wereld voor staat", zegt Yoo-Kyung (YK) Park, Hoofd Responsible Investment & Governance Asia Pacific. "Deze bedrijven zijn belangrijk voor de Koreaanse economie en de wereldwijde toeleveringsketen. Voor het tegengaan van de klimaatcrisis is het van cruciaal belang dat ze hun bedrijfsvoering koolstofarm maken.”

 

APG roept de gekozen bedrijven op hun huidige klimaatstrategie en doelstelling voor CO2-reductie onder de loep te nemen en ervoor te zorgen dat die ‘voldoende ambitieus’ zijn. De bedrijven worden daarnaast aangespoord om met langetermijnbeleggers in gesprek te gaan over hun uitdagingen als het om klimaatverandering en de energietransitie gaat. Ook wordt ze gevraagd voorstellen en suggesties van hun aandeelhouders zorgvuldig in overweging te nemen. In de brief staat dat het belangrijk is dat bedrijven 'consistent en daadkrachtig leiderschap' tonen bij het aanpakken van klimaatverandering.

 

Focus op afnemers fossiele energie

APG's grootste klant ABP kondigde in oktober 2021 aan te stoppen met beleggen in producenten van fossiele brandstoffen. Het ambtenarenpensioenfonds wil haar inspanningen om verbeteringen af te dwingen (engagement) voortaan vooral richten op grootverbruikers van fossiele energie, zoals nutsbedrijven en autofabrikanten. Het engagement van APG bij deze tien grote Koreaanse bedrijven – waarvan geen enkele een producent van fossiele brandstoffen is – past in deze aanpak.

Volgende publicatie:
APG investeert in Taronga Ventures’ Built Environment Technology Fund

APG investeert in Taronga Ventures’ Built Environment Technology Fund

Gepubliceerd op: 10 februari 2022

APG heeft namens haar pensioenfondsklanten de eerste investering gedaan in de ‘built environment technology’ (“Proptech”) in Azië-Pacific via een investering in een Taronga Ventures built environment technology Fund. De technologieën zijn gericht op het verbeteren van ESG, operationele efficiëntie en de kwaliteit van het onroerend goed. De sterke focus van het fonds op ESG-gerelateerde technologie sluit ook perfect aan bij de visie van APG om langetermijn duurzaamheid binnen vastgoed te stimuleren.

 

Klik hier voor persbericht

 

Volgende publicatie:
Het belang van goede regels voor verantwoord ondernemen

Het belang van goede regels voor verantwoord ondernemen

Gepubliceerd op: 8 februari 2022

De EU buigt zich momenteel over het verplicht stellen van de normen die zijn opgenomen in de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen. Dat houdt in dat bedrijven bij productie of inkoop van goederen en diensten wereldwijd moeten letten op mensenrechten en milieu. Om zo misstanden te voorkomen. Johan Barnard (Head International Public Affairs) en Anna Pot (Hoofd Global Responsible Investment Capital Markets & RI Communications) over waarom APG dit aanmoedigt, maar waar ook zeker op gelet moet worden.

 

Wat houden die richtlijnen in?
Barnard
: “De richtlijnen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) maken duidelijk wat in OESO-lidstaten van bedrijven verwacht wordt op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) bij internationaal zakendoen. Deze zijn gestoeld op bijvoorbeeld de UN Guiding Principles on Business and Human Rights en andere internationale normen. Ze bieden bedrijven handvatten om met verschillende kwesties om te gaan. Denk aan de verantwoordelijkheid van een bedrijf voor toeleveranciers, mensenrechten, kinderarbeid, milieu en corruptie. Deze OESO-richtlijnen waar ook Nederland zich als OESO-lidstaat aan gecommitteerd heeft, spelen een prominente rol in het Nederlandse internationaal MVO-beleid. En ook staan ze centraal in het verantwoord beleggen beleid van APG.”


En deze zijn nu dus nog vrijblijvend?
Barnard: “Vrijblijvend zou ik het niet noemen. Zie het als een norm die de OESO-lidstaten samen hebben afgesproken zonder dat het juridisch bindend is. Veel Nederlandse bedrijven onderschrijven de richtlijnen. Bovendien is er een reeks convenanten gesloten met de overheid en ngo’s waarin sectoren onderling afspreken hoe ze invulling geven aan de OESO-richtlijnen. De pensioensector heeft bijvoorbeeld het convenant Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Beleggen (IMVB) gesloten. Bijzonder aan de OESO-richtlijnen is dat er een klachtenmechanisme in zit. Iedereen kan een klacht indienen over een bedrijf dat zich niet lijkt te houden aan de richtlijnen bij het Nationaal Contact Punt (NCP) van het desbetreffende land. Op dat moment treedt een bemiddelingsprocedure in werking waarbij alle partijen met elkaar om de tafel gaan. Bij een succesvolle bemiddeling sluiten partijen dan een overeenkomst over hoe zij verder gaan met de kwestie. Het NCP faciliteert dat proces, maar beslist niet zelf wat de uitkomst wordt, dat doen de partijen. ”


Waarom wil APG dat er een Europese verplichting komt?
Pot: “Wij willen voor onze klanten beleggen in duurzame bedrijven die mensenrechten respecteren, zorgvuldig met het milieu omgaan en een deugdelijke governance hebben. Omdat wij wereldwijd beleggen, geldt die verwachting ook voor bedrijven wereldwijd. Dus willen we dat er een duidelijke standaard is die niet alleen in Nederland geldt. Wat ons als duurzame belegger ook helpt, is als bedrijven rapporteren over hoe ze duurzaam ondernemen en dat ze ook door de regelgever worden aangemoedigd duurzaam te ondernemen.”
Barnard: “Het Europees Parlement vindt dat bedrijven te weinig hun verantwoordelijkheid nemen om op een nette manier te werken in het buitenland. Daarom heeft het om een bindende regeling gevraagd. Enkele lidstaten, zoals Frankrijk en Duitsland, hebben nationale wetten ingevoerd om verplichtingen ten aanzien van toezicht op toeleveranciers vast te leggen. Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken concludeert dat ondanks de convenanten het ook in Nederland nog niet goed genoeg gaat. Er loopt dan ook een discussie met de Tweede Kamer over de vraag of er een Nederlandse wet moet komen om de OESO-richtlijnen verplicht te stellen. Daarnaast zie je dat ook rechters rekening gaan houden met de OESO-richtlijnen bij het vaststellen waar ondernemingen aan gehouden zijn. Een recent voorbeeld is de Shell-zaak.”


De EU komt op 23 februari met een voorstel, de zogeheten Sustainable Corporate Governance Directive. Waar hopen jullie op?
Barnard: “Allereerst is het belangrijk dat er op deze manier een Europese norm ontstaat. Dat is veel beter dan het risico lopen dat deze materie in de verschillende lidstaten op verschillende manieren wordt geregeld.”

Pot: “Om de OESO-richtlijnen in wetgeving te vatten, zien we wel enkele aandachtspunten. Het directe contact tussen stakeholders zoals maatschappelijke organisaties en bedrijven of belegger is voor ons belangrijk. Wij zijn continu in gesprek en koesteren deze dialoog omdat het ons nieuwe informatie en inzichten oplevert. Stakeholders kunnen ons altijd direct benaderen. Waar zij liever het unieke, goede mechanisme van de NCP benutten, en/of ons niet direct weten te vinden, werken we daar zeker aan mee. We moeten ervoor waken dat de NCP-aanpak niet te gemakkelijk wordt overgedaan of vervangen door een formele procedure bij de rechter. Tot slot zijn er duidelijke definities nodig voor het afbakenen van de verantwoordelijkheid: wat is de rol van bedrijven versus die van beleggers? Bij een recente zaak over McDonalds zag je dat die nogal eens door elkaar worden gehaald.”

Bij die McDonalds-kwestie zat APG als een van de beklaagden met de NCP om de tafel. Waarover ging deze kwestie?
Pot: “Vier internationale vakbonden hadden een klacht ingediend tegen fastfoodketen McDonalds, die in een aantal Latijns-Amerikaanse landen onvoldoende op zou treden tegen vermeend systematisch seksuele intimidatie op de werkvloer. En tegen twee beleggers. APG werd verweten onvoldoende te doen om ‘gender-based violence and harassment’ (GBVH) te voorkomen. En dat is volgens de vakbonden een schending van de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen.

Voor de tweede keer erkent NCP dat APG handelt volgens de richtlijnen en daar leidend in is

APG heeft minder dan één procent van de aandelen bij McDonalds. Opvallend dat deze belegger dan wordt aangeklaagd en niet een van de veel grotere aandeelhouders.

Barnard: “Dat is zeker opvallend. Veel grotere aandeelhouders die ook de OESO-richtlijnen onderschrijven, maar in andere OESO-lidstaten gevestigd zijn, worden niet aangesproken. Wellicht omdat in Nederland de regels toch beter zijn waardoor de klagers dachten sneller hun gelijk te behalen. Ook wat dat betreft is een Europese regeling beter, omdat er dan niet zo'n groot verschil tussen lidstaten zal zijn. Dat kan natuurlijk nog wel met landen buiten de EU, maar een regeling voor de hele OESO of zelfs de hele wereld is wel erg moeilijk te bereiken. Je wil voorkomen dat klagers gaan shoppen waar het gunstigste oordeel verwacht mag worden, in plaats van dat het een gesprek met de meest verantwoordelijke partijen is.”

 

Hoort dat bij de aandachtspunten van het verplicht stellen waar jullie op doelen?
Barnard: “Exact. APG wil verantwoordelijkheid dragen voor zaken waar we ook invloed op hebben. Dat is allereerst ons eigen beleggingsbeleid waaronder onze eigen engagementactiviteiten. Met en zonder NCP gaan we daarover met stakeholders in gesprek.”
Pot: “Wij doen aan due diligence, ofwel zorgvuldig onderzoek, in de beleggingskeuzes die we maken en wij gaan met ondernemingen waarin we beleggen, zoals McDonalds, in gesprek over een verantwoorde bedrijfsvoering. Wat dat betreft is de verantwoordelijkheid van een belegger echt iets anders dan die van de onderneming over haar bedrijfspraktijk.

Een tweede aandachtspunt is de klachtprocedure die bij NCP primair is gericht op bemiddeling. Partijen moeten het samen eens worden, voordat er een oplossing is. Daar passen heel open normen bij, die door partijen samen in een procedure van geval tot geval kunnen worden ingevuld. Bij een bindende regeling heb je een procedure bij een rechter die uiteindelijk beslist voor de partijen, en daarbij ook jurisprudentie maakt. In dat model is veel meer duidelijkheid vooraf nodig.”

En niet genoeg duidelijkheid kan tot vervelende gevolgen leiden?
Barnard: “De OESO-richtlijnen vragen in de ernstigste gevallen ondernemingen compensatie te betalen aan gedupeerde partijen. Overigens is dit niet aan het NCP om te bepalen. Het NCP treedt slechts op als een mediator. Maar in het geval een rechter in de toekomst inderdaad zou kunnen beslissen over een compensatie dan is het wel extra belangrijk bedrijven van tevoren kunnen weten waar ze aan toe zijn. Ook is het dan cruciaal om helderheid te hebben over het verschil in verantwoordelijkheden tussen bedrijven enerzijds en de beleggers in die bedrijven anderzijds. Gelukkig onderschrijft de OESO dit wel in haar richtlijnen voor institutionele beleggers, maar deze worden door bijvoorbeeld NGO’s soms anders uitgelegd dan door ons.”

De uitkomst van het McDonalds-onderzoek bij het NCP is inmiddels verschenen. Hoe komt APG naar voren in dit geschil?
Pot: “Voor de tweede keer krijgen we complimenten van het NCP over de manier waarop we als aandeelhouder onze verantwoordelijkheid nemen en handelen volgens de OESO-richtlijnen. Ook de vakbonden die de zaak hebben aangespannen, hebben dat op basis van onze gesprekken erkend. Het NCP concludeert in de eindverklaring dat ‘pensioenuitvoerder APG, dat onder andere voor ABP pensioengelden beheert, haar verantwoordelijkheid als minderheidsaandeelhouder heeft genomen en in overeenstemming heeft gehandeld met de OESO-richtlijnen’. APG wendt haar invloed dus aan binnen de kaders van ons investeringsbeleid om negatieve impact te vermijden of te verminderen. In 2015 concludeerde het NCP dat wij destijds ook al handelden in lijn met de OESO-richtlijnen en onze invloed inzetten voor verduurzaming van onze beleggingen/bedrijven in de portefeuille.”

Volgende publicatie:
Politiek steekspel over gas en kernenergie als duurzame energiebronnen

Politiek steekspel over gas en kernenergie als duurzame energiebronnen

Gepubliceerd op: 26 januari 2022

Welke kleur heeft energie? Dat is de vraag nu de Europese Commissie heeft voorgesteld aardgas en kernenergie tijdelijk als duurzaam te bestempelen. Johan Barnard (Head International Public Affairs) en Claudia Kruse (Managing Director Global Responsible Investment & Governance) vertellen over het belang van een taxonomie op wetenschappelijke basis.


Wat is deze taxonomie precies?
“De taxonomie is een instrument van de EU dat omschrijft welke economische activiteiten als duurzaam voor het klimaat kunnen worden aangemerkt en welke niet,” aldus Barnard. “Brussel probeert hiermee greenwashing tegen te gaan. Grote beleggers zoals APG kunnen aan de hand van deze indeling aan hun stakeholders laten zien hoeveel duurzame investeringen ze doen. Het is de uitdrukkelijke bedoeling dat de lijst met duurzame economische activiteiten een wetenschappelijke basis heeft.”

En gas en kernenergie staan nu niet op deze lijst?
Barnard: “Bij het opstellen van de lijst liet de Europese Commissie twee onderwerpen bewust nog even buiten beschouwing: namelijk het opwekken van energie met aardgas en met kernenergie. De vrees bestond dat over deze onderwerpen een politiek steekspel zou ontstaan. Op 31 december 2021 kwam de Commissie toch met een aanvullend voorstel om gas en kernenergie op de groene (duurzame) lijst te zetten, tijdelijk en onder voorwaarden. Op verzoek van de Commissie bogen zich hier twee groepen van experts over: het onafhankelijke Sustainable Finance Platform aan de ene kant en experts afkomstig uit de lidstaten aan de andere kant. Het Sustainable Finance Platform kwam op maandag 24 januari met een negatief advies.”

 

Wat zijn de argumenten voor en tegen het insluiten van gas en kernenergie?
“Voorstanders van kernenergie, waaronder Frankrijk, willen dat het op de groene lijst komt,” zegt Barnard. “Dit omdat kernenergie nauwelijks tot CO2-uitstoot leidt. Tegenstanders van kernenergie wijzen op natuurschade door het lozen van koelwater, de veiligheidsrisico’s en het probleem van nucleair afval. Het Sustainable Finance platform concludeert dat op basis van het ‘do no significant harm’-principe van de taxonomie kernenergie moet worden uitgesloten van de groene lijst. Het tijdelijk als duurzaam aanmerken van gas is volgens de Commissie nodig om op korte termijn nog CO2-intensievere energiebronnen zoals bruin- of steenkool te kunnen uitfaseren. Voor gas zou dan een minder zware limiet aan CO2-uitstoot gelden dan voor hernieuwbare energiebronnen. Het Sustainable Finance Platform vindt dat er geen reden is om af te wijken van de algemene CO2-grens en wijst erop dat het aanbod van hernieuwbare energie nu al sterk stijgt, zodat er wel degelijk alternatieven beschikbaar komen.”

Voor ons is het belangrijk dat wij een gegronde basis hebben in het gesprek over duurzaamheid met onze stakeholders

Wat is het standpunt van APG hierin?
“APG is er een groot voorstander van dat de wetenschap bepaalt welke economische activiteiten bijdragen aan duurzaamheid en welke niet,” stelt Kruse. “Dit standpunt heeft de Pensioenfederatie in december namens de Nederlandse pensioensector toegelicht in een artikel. Voor ons is het belangrijk dat wij een gegronde basis hebben in het gesprek over duurzaamheid met onze stakeholders, met name de deelnemers van de pensioenfondsen. Wij volgen de Pensioenfederatie dan ook in haar oproep aan de Commissie om het wetenschappelijk onderbouwde advies van het Sustainable Finance Platform ter harte te nemen.”

 

Het Platform stelt ook voor een extra categorie in de taxonomie op te nemen. Hoe staat APG daarin?
Barnard: “Het Platform suggereert inderdaad, net als de Pensioenfederatie eerder deed, een zogenoemde oranje of amber categorie te introduceren. Die zou dan een lijst van economische activiteiten bevatten die niet volledig duurzaam zijn, maar wel een belangrijke rol spelen in de transitie naar duurzame energie. Wij vinden dat een betere oplossing dan het opnemen van gas en kernenergie op de groene lijst, die daarmee verwatert.”

Heeft de uitkomst van de discussie nog gevolgen voor beleggingen van APG?
Kruse: “In het algemeen niet. De discussie gaat over het punt of een economische activiteit waarin wordt belegd als duurzaam kan worden aangemerkt of niet. De taxonomie laat het beleggers vrij om te investeren in economische activiteiten die al dan niet als duurzaam gelden. Bij die keuze hanteren we onze beleggingscriteria en die van onze fondsklanten om te toetsen of een belegging wel duurzaam en verantwoord is en ook financieel voldoende presteert. Het kan lastig worden met de green bonds die de Europese Commissie zelf uitgeeft. Als gas op de groene lijst komt, dan zouden deze groene obligaties ook beleggingen in een fossiele brandstof kunnen omvatten. Dan zou het kunnen dat deze niet meer in het beleggingsbeleid van onze fondsklanten passen.”

 

Update: 3 februari 2022

Definitief voorstel
Op 2 februari kwam de Europese Commissie met haar definitieve voorstel. Daaruit blijkt dat ze niet tegemoetkomt aan het advies van het Sustainable Finance Platform. De Commissie houdt namelijk vast aan haar wens dat er voor energieopwekking met aardgas een minder zware limiet aan CO2-uitstoot geldt dan voor andere energiebronnen. De kritiek van het Platform dat niet gegarandeerd is dat kernenergie voldoet aan het zogenaamde ‘do no significant harm’-principe legt de Commissie ook naast zich neer. Barnard: “De Commissie gaat zo voorbij aan de wens van veel klimaat-, milieu- en natuurbeschermingsorganisaties, overheden, banken en institutionele investeerders -waaronder APG- dat de afweging of een economische activiteit wel of niet duurzaam is, een wetenschappelijke basis behoeft.”


Gevolgen
Als dit voorstel ongewijzigd in werking treedt, heeft het in ieder geval een belangrijk gevolg voor de rapportage van bedrijven. “Zij moeten daarin vermelden of hun activiteiten met een groen label ook energieopwekking met aardgas of kernenergie omvatten,” aldus Barnard. “Daarmee kunnen beleggers die dat willen hopelijk vermijden onbedoeld in aardgas of kernenenergie te beleggen.”


APG zal het voorstel van de Commissie de komende tijd nader bestuderen en bespreken met haar fondsklanten. Al met al doet het voorstel af aan het voordeel van de taxonomie, stelt Barnard. “Dat was dat je op eenvoudige wijze kunt vaststellen of een economische activiteit groen is of niet. Dat zou nu helaas onnodig ingewikkelder worden als dit voorstel doorgaat.”

Volgende publicatie:
“Linksom of rechtsom wordt het spannend”

“Linksom of rechtsom wordt het spannend”

Gepubliceerd op: 25 januari 2022

Welke ontwikkelingen in de economie gaan we dit jaar zien? En wat kenmerkte de economie vorig jaar? Thijs Knaap, Chief Economist bij APG, houdt dit jaar het beleid van centrale banken én de politieke en economische ontwikkelingen in China scherp in de gaten.

 

Als hét thema van zowel afgelopen jaar als dit jaar wil Knaap toch corona hebben genoemd. “Het was nu eenmaal de drijvende kracht achter heel veel zaken in 2021, positief en negatief. Denk aan lockdowns, de her en der opduikende varianten en vaccins, steunmaatregelen van de overheid, thuiswerken, groeiende ongelijkheid en de onvrede daarover.” Hij is dan ook benieuwd wat de gevolgen zullen zijn van de omikronvariant. “Als we geluk hebben, blijven de gevolgen beperkt tot verplicht thuiswerken en faillissementen van cruisemaatschappijen en aanbieders van zakelijke vliegreizen. Hebben we pech, dan staan we aan de vooravond van een lange lockdown en de vraag wat er allemaal moet sluiten om te voorkomen dat de nieuwe variant weer heel veel slachtoffers maakt,” stelt Knaap.

 

Grote bedrijven
Knaap verbaast zich nog steeds over de hoge winstgroei van de bedrijven in de wereldwijde MSCI World Index. “Die winsten zijn vorig jaar gestegen met 70%. Dus de grote bedrijven die in zo’n index zitten doen het, ondanks corona, fantastisch. Dat is echt een onverwachte wending die goed uitpakt voor beleggers. Het is wel een belangrijke ontwikkeling, want als de grote bedrijven het niet goed zouden doen, waren de economische zorgen een stuk groter dan nu.”

 

Sherlock Holmes

Wat Knaap naast de winstgevendheid van de grote bedrijven als kenmerkend voor 2021 ziet, is dat er geen heibel is uitgebroken terwijl daar wel alle aanleiding voor was. “Er is een Sherlock Holmes-verhaal waarin hij een misdaad oplost dankzij een hond die níet blaft terwijl hij dat wel had moeten doen. De bestorming van het Capitool, de spanningen in Oekraïne, staatsschulden die met tientallen procenten omhoog springen; allemaal gebeurtenissen waarvan iedereen van tevoren zei dat ze enorme economische gevolgen zouden hebben maar nu hoogstens een rimpeling veroorzaakten. Misschien komt dat omdat iedereen bezig is met corona, maar opvallend is het wel.”  

De vraag wat China gaat doen, wordt steeds belangrijker

Centrale banken
Knaap ziet het beleid van centrale banken als een belangrijk thema van 2022. “Pas wanneer het ruime monetaire beleid wordt teruggedraaid, kom je er achter wie niet zonder die financiële steun kan. Dat gaan we dit jaar uitvinden. Je weet ook nooit hoe hard het gaat, dat is het spannende van monetair beleid. Zo kunnen ze twee keer de rente verhogen zonder gevolgen. Dan doen ze het voor een derde keer en vliegt de boel ineens op slot. Dus linksom of rechtsom wordt het spannend.”

 

China

In dit nieuwe jaar houdt Knaap ook China nauwlettend in de gaten. “De vraag wat dat land gaat doen, wordt een steeds belangrijkere factor. Dat roepen we tenminste, maar we houden er nog niet echt rekening mee. Dat komt ook omdat China altijd zo ontzettend betrouwbaar is geweest als het gaat om economische groei. Altijd als het slecht ging met de wereldeconomie gingen de Chinezen meer geld uitgeven, en fungeerden ze als anker voor de wereldeconomie. Nu heeft China zijn traditionele beleid omgegooid en investeert het zichzelf niet langer uit een periode van lagere economische groei. Sterker nog, Beijing kortwiekt grote bedrijven als projectontwikkelaars en internetondernemingen nu. En dan is het nog een bijzonder jaar voor China. Niet alleen omdat volgende maand de Olympische Winterspelen plaatsvinden, waarbij allerlei politieke ongelukken kunnen gebeuren, maar vooral doordat de ambtstermijn van Xi Jinping in oktober afloopt. Waarschijnlijk blijft hij toch, maar het is een spannend moment waarbij de economie er goed voor moet staan. En op de achtergrond speelt het verhaal van grote bedrijven zoals Evergrande waarvan we niet weten of die al dan niet begeleid ten onder gaan. Die onzekerheid rond China gaat dit jaar zeker een rol spelen in de wereldeconomie.”

 

Volgende publicatie:
APG wacht met spanning op Unilever’s initiatieven om de prestaties te verbeteren

APG wacht met spanning op Unilever’s initiatieven om de prestaties te verbeteren

Gepubliceerd op: 24 januari 2022

Als reactie op Unilevers recente bod op GSK CH, heeft APG zijn standpunt op deze verrassende stap geformuleerd.

Over het algemeen maakt APG zich geen zorgen over de huidige strategie van Unilever. In feite ondersteunen we het multi-stakeholdermodel van het bedrijf. Unilever is naar onze mening met haar focus op betekenisvolle merken een van de koplopers in het zetten van de noodzakelijke stappen voor de voedingsindustrie om op weg te gaan naar een duurzamere wereld. Dit sluit perfect aan bij de opvattingen en verwachtingen van APG als langetermijn verantwoorde belegger. Ondanks Unilevers uitstekende duurzaamheidsprestaties wachten we echter op een verbetering van de onderliggende groei van het bedrijf, wat volgens ons slechts een kwestie van tijd is.

Unilever heeft door de jaren heen een aantrekkelijk rendement op haar vermogen weten te genereren. Dit is voor ons een belangrijke prestatiemaatstaf, die ook deel uitmaakt van Unilevers managementbeloning. Dit is voornamelijk bereikt door autonome ontwikkeling en kleine acquisities. Wij ondersteunen deze strategie zoals deze zich in het verleden heeft bewezen. Het plan van het bedrijf om een ​​meer radicale verschuiving in het bedrijf door te voeren door te bieden op GSK CH verraste ons. Hoewel we van positieve verrassingen houden, is het ons niet duidelijk of dit er een is.

We zien veel strategische voordelen van het op grote schaal betreden van het gebied van consumentengezondheid. Met name de mogelijkheid om gebruik te maken van Unilevers sterke distributienetwerk in opkomende markten in o.a. India, Indonesië en Brazilië. Grote acquisities hebben vaak een slechte reputatie. Unilever lijkt echter succesvol te zijn met de integratie van het overgenomen merk Horlicks (ook van GSK) in India. Het zou hebben geholpen als het management meer informatie had gedeeld over hun vertrouwen om het succes van Horlicks op grote schaal te kunnen kopiëren met GSK HC.

We wachten met spanning op de belangrijkste initiatieven van Unilever om haar prestaties te verbeteren. Unilever moet zich gepassioneerd richten op de behoeften van de consument om de omzetgroei nieuw leven in te blazen. We zouden graag nieuwe innovatieve producten zien die het marktaandeel zouden moeten vergroten, maar ook de algemene groei van de categorie zouden moeten versterken. Een waarschijnlijke verandering van de matrixstructuur zal het bedrijf zeker opschudden, maar uiteindelijk moet het bedrijf zijn innovatiekracht vergroten.

Kortetermijnproblemen zoals stijgende kosten en vertragende opkomende markten zijn stormen die Unilever decennia na decennia heeft weten te overwinnen. Het introduceren van innovatieve, duurzame producten tegen een redelijke prijs, gecombineerd met het sterke distributienetwerk van het bedrijf, met name in opkomende markten, waren in het verleden de basis voor het succes van het bedrijf en zullen dat waarschijnlijk ook in de toekomst zijn.

Volgende publicatie:
“Het is toch prettig om niet voor geldwolf te worden uitgemaakt”

“Het is toch prettig om niet voor geldwolf te worden uitgemaakt”

Gepubliceerd op: 24 januari 2022

Wie zíjn die mensen die ervoor kiezen in de pensioensector te gaan werken? Wat doen ze daar de hele dag voor jouw pensioen? En wat vinden ze leuk aan hun werk? We nemen je mee achter de schermen.

Julian Steenman (26) is quant-portfoliomanager bij APG. “Mensen denken ten onrechte dat een quant een gevoelloze machine is die de hele dag met z’n neus op een scherm zit te programmeren.”

 

Wat doet een quant-portfoliomanager?

“Een portfoliomanager beheert een beleggingsportefeuille. Ik werk binnen het vastgoedteam en werk daar mee aan het beheren van een vastgoedportefeuille van APG.”

 

En wat is een quant dan?

“Quant staat voor quantitative – kwantitatief dus. Het is een vrij breed, vaag begrip in de beleggingswereld, maar over het algemeen is een quant iemand die modelmatig of wiskundig naar potentiële beleggingen kijkt. We proberen de dingen die op de beurs gebeuren te verklaren door middel van wiskundige verbanden en oorzaak en gevolg. Daarnaast proberen we zinnige dingen te zeggen over wat de toekomst gaat brengen. Waar ik me specifiek mee bezighoud, is het systematiseren van het beleggingsproces binnen het vastgoedteam.”

 

Hoe gaat dat in z’n werk?

“Wat we simpel gezegd doen binnen het vastgoedteam, is ja of nee antwoorden op de vraag: willen we hierin beleggen? En ‘hierin’ is dan bijvoorbeeld een hotel. Het antwoord is altijd gebaseerd op onderbouwde argumenten en overtuigingen. Je kunt dat voor een groot deel standaardiseren. We werken aan een soort beslisboom, met bovenin de vraag of we gaan investeren, en naar beneden toe steeds gedetailleerder waarom we dat wel of niet doen. Door het op die manier te systematiseren, zorg je ervoor dat iedereen dezelfde stappen moet doorlopen in het nemen van beslissingen. Zo kun je die beslissingen makkelijker met elkaar vergelijken.”

 

Hoe word je zo’n quant?

“Als je wiskunde of econometrie hebt gestudeerd, krijg je al snel het label quant op je geplakt. Ik heb wiskunde gestudeerd aan de universiteit en kwam er gaandeweg achter dat ik de financiële wereld interessant vond.”

 

Toch klinkt ‘de financiële wereld’ wat flitsender dan ‘de pensioensector’. Hoe ben je bij APG beland?

“Ik had eigenlijk nooit nagedacht over de pensioenwereld, maar ben toevallig bij APG binnengerold voor mijn afstudeerscriptie. APG is de grootste vermogensbeheerder van Nederland, die schaal en complexiteit vind je nergens ander terug. Het is me hier zo goed bevallen dat ik heb besloten om te blijven. Dus heb ik een traineeship van twee jaar gevolgd en sinds oktober werk ik in deze nieuwe rol.”

 

 

En, nog geen spijt van je keuze?

“Zeker niet, ik heb absoluut de juiste keuze gemaakt.”

 

Wat vind je zo leuk aan deze baan?

“Meerdere dingen. Het beleggingsproces zie ik als een uitdagende, interessante puzzel. Ook vind ik het heel leuk om concreet bij te dragen aan het proces zelf, er samen met anderen voor te zorgen dat het steeds makkelijker wordt om te vergelijken waarom we wel in hotel A beleggen, maar niet in hotel B. Dat maakt het proces beter uitlegbaar en daarmee ook transparanter. Ik vind het daarnaast mooi meegenomen dat we een maatschappelijk belang dienen. Ja, we zijn bezig met geld verdienen en dat willen we bereiken met investeren, maar er zit wel een gedachte achter het waarom. We doen het om ervoor te zorgen dat mensen voldoende pensioen krijgen. Ik vind het fijn om daaraan bij te kunnen dragen, al is het in eerste instantie niet de reden geweest dat ik voor de pensioensector heb gekozen. Het is toch prettig om niet voor geldwolf te worden uitgemaakt.”

 

Wat drijft je in je werk?

“Het feit dat we investeren voor het pensioen van miljoenen mensen. Bij veel andere vermogensbeheerders is dat heel anders, daar probeer je geld te verdienen voor een klein aantal miljonairs. Toen ik ervoor koos mijn scriptie bij APG te gaan schrijven was dit niet mijn grootste drijfveer, maar door de jaren heen ben ik me steeds meer gaan identificeren met de missies van APG. Zo loopt APG wat duurzaamheid betreft aan kop binnen de financiële sector. Zelf vind ik duurzaamheid ook belangrijk. Ik ben bijvoorbeeld een aantal jaar geleden vegetariër geworden, uit milieuoverwegingen. Wat me concreet drijft in mijn werkzaamheden is het ontrafelen van dat ontzettend complexe proces dat komt kijken bij het maken van een investeringsbesluit. En daar vervolgens slimme, kwantitatieve oplossingen voor bedenken, geeft me erg veel voldoening.”

 

Als ik met vrienden zit, gaat het altijd minstens één keer over mijn werk. Ze vinden het erg interessant

Hoe reageren mensen als je vertelt wat je voor werk doet?

“Nou, ze vinden het erg interessant! Ik merk dat veel mensen de afgelopen jaren privé zijn begonnen met beleggen. In mijn omgeving is iedereen daarom erg geïnteresseerd in wat ik doe. Als ik een avond met mijn vrienden zit, gaat het altijd minstens één keer over mijn werk. Ze vragen bijvoorbeeld waar ik op dat moment mee bezig ben en hoe het hele beleggingsproces verloopt bij zo’n grote vermogensbeheerder.”

 

Goede vraag, hoe verloopt dat beleggingsproces?

“Als particulier klik je op een knop en dan koop je een aandeel. Maar bij een organisatie als APG gaan er heel veel stappen aan zo’n besluit vooraf. Je doet een due diligence-onderzoek, zoals dat binnen de vastgoedwereld heet: je verzamelt zoveel mogelijk informatie. Om even bij het hotelvoorbeeld te blijven: stel dat we overwegen een bepaald hotel te gaan kopen, dan lichten we het helemaal door. Hoe oud is het gebouw, wat is de staat van de kamers, moet het gerenoveerd worden, is het management betrouwbaar? We kijken bedrijfsspecifiek, maar ook naar de locatie. Wat is onze verwachting van de ontwikkeling van de huurprijs van hotels op deze plek, en van de inflatie? Al die stukjes informatie bij elkaar stoppen we vervolgens in een waarderingsmodel. Het doel is om daarmee een waardekaartje aan het hotel te hangen, waarmee we kunnen beoordelen of het al dan niet een aantrekkelijke investering is. Is het antwoord ja, dan gaan we naar een investeringscomité, dat al onze argumenten nog eens tegen het licht houdt. Is onze verwachting van de kamerprijzen bijvoorbeeld wel reëel? Alleen als we goed kunnen onderbouwen waarom iets een goede investering is, krijgen we groen licht en mogen we een bod uitbrengen.”

 

Hoeveel geld beheer je eigenlijk?

“De totale waarde van de vastgoedportefeuille van APG ligt ergens tussen de 50 en 60 miljard. Die beheren we wereldwijd met een team van iets meer dan vijftig mensen. Als je het zo bekijkt, beheren we 1 miljard euro per persoon.”

 

Beleg je ook privé?

“Ja, maar alleen binnen de bandbreedte waarin dat mag binnen APG. Omdat we ons professioneel bezighouden met beleggen, mogen we privé geen individuele aandelen kopen. Als je bijvoorbeeld zelf belegt in een bedrijf als Philips, dan zou dat je beslissingen op het werk kunnen beïnvloeden, of andersom. Beleggen in fondsen en trackers (‘mandjes’ aandelen die bijvoorbeeld de koers van de gehele AEX volgen, red.) mag wel, dus dat doe ik.”

 

Hoe ziet jouw werkdag eruit?

“Ik begin vaak met het lezen van het nieuws, beursgerelateerd en vastgoedspecifiek, zodat ik op de hoogte ben van wat er speelt. Daarna maak ik een to-do list van de twee of drie belangrijkste dingen die ik die dag gedaan wil hebben. Die prioriteiten hebben altijd te maken met dat waarderingsmodel waar ik het eerder over had, of met het systematiseren van het beleggingsproces. Binnen het team werken we daar met vijf tot tien mensen aan.”

 

Zit je de hele dag aan je beeldscherm gekluisterd?

“Nee zeg, gelukkig niet. Dat is het beeld dat veel mensen hebben van quants, dat het gevoelloze machines zijn die de hele dag dingetjes zitten te programmeren en te modelleren op hun computer. Maar daar zou ik heel slecht op gaan. Ik heb gelukkig ook meerdere keren per dag contact met collega’s. Dat is voor mij heel belangrijk. Nee, ik herken mezelf echt totaal niet in het stereotiepe beeld van een quant.”

 

Wat doe je in je vrije tijd?

“Ik sport veel, loop vaak hard. Verder lees ik graag, vind ik schaken leuk en ben ik een groot liefhebber van reizen – jammer dat dat laatste even niet meer kan.”

 

Welke karaktereigenschappen maken jou geschikt voor het werk dat je doet?

“Behalve dat ik het kwantitatieve stuk goed begrijp en abstract kan denken, kan ik goed de brug slaan naar mensen die een wat minder cijfermatige achtergrond hebben. Ingewikkelde materie zo eenvoudig mogelijk uitleggen is iets wat me wel aardig ligt.”

 

Wat merken APG klanten concreet van jouw werk?

“Uiteindelijk kom je dan uit op hoeveel pensioen er elke maand wordt overgemaakt. Als onze beleggingsresultaten goed zijn – al is het vastgoedstukje maar een klein onderdeel van het geheel – merken klanten dat bijvoorbeeld in het feit dat er niet gekort hoeft te worden en dat er wel indexatie plaatsvindt. En het systematiseren van het proces, wat we aan het doen zijn, leidt ertoe dat we uiteindelijk nóg beter beslissingen kunnen nemen en deze keuzes nog beter uitlegbaar zijn.”

Volgende publicatie:
“Er is nog onvoldoende aandacht voor problemen rond de uitvoering”

“Er is nog onvoldoende aandacht voor problemen rond de uitvoering”

Gepubliceerd op: 20 januari 2022

Welke ontwikkelingen gaan we dit jaar zien rond het pensioenakkoord? En wat gebeurde vorig jaar op dit gebied? Peter Gortzak, Directeur Uitvoering Beleid bij APG, is benieuwd of de Tweede Kamer de komende maanden met ingrijpende wijzigingen aan het pensioenakkoord gaat komen.

 

2021 was een belangrijk jaar voor het pensioenakkoord in de Nederlandse polder. “Er is achter de schermen druk gewerkt door onder meer stuurgroepen aan wetteksten voor het nieuwe pensioenstelsel,” zegt Gortzak. “Het is de bedoeling dat die wetteksten niet in de openbaarheid worden gebracht, zodat de Raad van State (RvS) er zonder druk van buitenaf een advies over kan geven. Dat is gelukt en de RvS kijkt nu naar de teksten. Als de planning wordt gehaald, kan de Tweede Kamer er vanaf april over beraadslagen.”

 

Spannend
Werd vorig jaar getekend door vergaderingen achter de schermen over wetteksten, dit jaar komen die teksten in de openbaarheid. Dit betekent dat een aantal zaken heel spannend worden. Zo is er de vraag of de regering erin slaagt de definitieve wettekst, na behandeling in het parlement, in januari 2023 in het Staatsblad te plaatsen. De komende tijd worden de adviezen van onder andere de RvS en APG bekend en daarmee onderdeel van het publieke debat.

Gortzak: “Er zijn nog aanpassingen nodig aan de wettekst, zoals de wijze waarop het nabestaandenpensioen wordt ingevaren en de toe te passen rekenmethodiek. En ook de formulering van de lagere regelgeving, zonder welke de wetgevingsvoorstellen niet goed kunnen worden beoordeeld. Aan de andere kant bestaat ook de vrees voor te makkelijke, op populistische gronden gestoelde voorstellen voor wijzigingen. Het is ontzettend ingewikkelde wetgeving en er zijn maar een handvol mensen die het integrale overzicht hebben. Gevolg daarvan kan zijn dat een Kamerlid zaken eruit gaat lichten die makkelijk lijken en daarbij het grotere verband uit het oog verliest. Een van de uitgangspunten van het pensioenakkoord was bijvoorbeeld dat pensioen beter uitlegbaar moet zijn. Maar straks ziet de Tweede Kamer dat het bezwaarrecht rond pensioenen voor burgers is geschrapt. Dat is goed uitlegbaar, maar het voelt natuurlijk als een recht dat wordt ontnomen. Het wordt al met al spannend of Kamerleden met ingrijpende wijzigingen komen en of de uitlegbaarheid van het onderwerp pensioen wel voldoende aandacht krijgt.”

 

Uitvoerbaarheid

Wat volgens Gortzak ook een belangrijk onderwerp dit jaar wordt, is het belang van de uitvoerbaarheid van wetgeving. “De laatste twee jaar is er ontzettend veel aandacht geweest voor uitvoeringsinstanties zoals het UWV, de SVB en vooral de Belastingdienst. In de politiek zou volgens de algemene opinie te weinig aandacht zijn geweest voor de gevolgen van ingewikkelde wetgeving. Ik mag toch hopen dat Kamerleden hebben geleerd van eerdere excessen en bij het beoordelen van de nieuwe pensioenwet ook rekening houden met de uitvoerbaarheid van alles wat ze bedenken. Daar willen we als APG echt voor waarschuwen. Want ook al is achter de schermen hard gewerkt aan wetgeving, er is naar mijn mening nog niet helemaal goed gekeken naar de uitvoeringsproblematiek. Dat is wel een aandachtspunt. Het is echt belangrijk dat Kamerleden bij eventuele aanpassingen aan de wettekst zich afvragen wat het betekent voor de uitvoerbaarheid van het nieuwe pensioenstelsel.  

 

 

Volgende publicatie:
"'The winner takes it all' geldt ook voor dit jaar"

"'The winner takes it all' geldt ook voor dit jaar"

Gepubliceerd op: 18 januari 2022

Welke ontwikkelingen gaan we dit jaar zien als het gaat om beleggingen? En wat kenmerkte de beurs het afgelopen jaar? Peter Branner, Chief Investment Officer bij APG, verwacht in deze tijd van stijgende inflatie dat aandelen het erg goed zullen blijven doen, vooral die van grote bedrijven.

"Na het goede investeringsjaar 2020 dachten we dat 2021 bescheidener zou worden vanwege de problemen in de toeleveringsketen, veroorzaakt door de pandemie. Ondanks zorgen hierover en later in het jaar ook toenemende zorgen over inflatie, werd 2021 een fantastisch beleggingsjaar,” aldus Branner. “Dat blijkt uit het feit dat onze pensioenfondsklanten tussen de 8 en 12 procent rendement behaalden met een gespreide portefeuille en een gezonde bijdrage van ons actief beheer. Waar 2021 een jaar was waarin bedrijven te maken kregen met de gevolgen van corona en aanleverproblemen, zal 2022 meer gaan over hoe de economie zich gaat aanpassen aan de hoge inflatie en hoe we oververhitting voorkomen.”


Inflatie

In de tweede helft van 2021 zagen we geleidelijk meer aandacht voor de stijgende inflatie. Aanvankelijk stelden de centrale banken dat dit tijdelijk zou zijn. In het vierde kwartaal concludeerde de Amerikaanse Fed echter dat de inflatie langer kon aanhouden en kondigde aan de rente eerder te verhogen. De Europese Centrale Bank - aanvankelijk nog aarzelend - geeft nu ook aan dat de steunmaatregelen eerder worden afgebouwd. "Achteraf gezien denk ik dat de centrale banken een beetje laat hebben gereageerd op de stijgende inflatie, maar laten we niet vergeten dat de situatie fragiel was,” stelt Branner. “Renteverhogingen hadden de economie kunnen laten ontsporen als ze te vroeg waren ingevoerd. Het behouden van het evenwicht luisterde nauw. Over het algemeen denk ik nog steeds dat centrale banken sinds de financiële crisis van 2008 op de juiste manier hebben gehandeld om de economie draaiende te houden en ons te beschermen tegen grote oplevingen van de werkloosheid."

 

Centrale banken
"De vraag is wat ze dit jaar gaan doen, vooral wat betreft het voorkomen van een oververhitting van de economie", zegt Branner. "Want dat vormt dit jaar een risico, met de zeer lage werkloosheidscijfers en de krappe vastgoedmarkt. Al koelt de economie weer wat af door het uitbreken van de omikron-variant en nieuwe lockdowns. Ik reken erop dat de centrale banken hun nieuwe beleid dit jaar geleidelijk zullen uitvoeren. In plaats van de rente in één keer te verhogen, zullen ze ervoor kiezen om dat in kleine stappen te doen, zodat de markten zich kunnen aanpassen. Dat wordt de evenwichtsoefening van de centrale banken: nieuw beleid uitrollen op een manier die niet leidt tot schokken op de markten."


Beurzen
De beurzen laten in ieder geval een positieve start zien in dit nieuwe jaar, merkt Branner op. "Als mensen zich zorgen maken over de economie, bijvoorbeeld door inflatie, kiezen ze er vaak voor om hun aandelen te verkopen. Dat is niet verstandig. In het geval van inflatie zijn aandelen vaak een goede belegging op middellange tot lange termijn. En ik verwacht dat de hoge inflatie nog wel even zal aanhouden en dat aandelen het dus goed zullen blijven doen. In tijden van inflatie zijn er argumenten tegen traditionele groeiaandelen, maar sommige van de grotere bedrijven zoals Tesla en Microsoft doen het mogelijk relatief goed omdat ze in staat lijken te zijn geweest de problemen met de toeleveringsketen aan te pakken. Het adagium 'the winner takes it all' zal dus ook voor dit jaar gelden."

 

Branner verwacht ook veel van durfkapitaal voor 2022. "Ik heb deze periode met meer focus op duurzaamheid en groene investeringen vaak omschreven als de Industriële Revolutie van onze generatie. Dat betekent dat je in deze transformationele tijden als belegger veel geld kunt verdienen, maar ook gemakkelijk een technologische disruptie kunt missen. Gezien dit fenomeen zou het een goed jaar kunnen worden voor grote bedrijven, maar zeker voor selectieve startups. In het vorige kwartaal hebben we als investeerder gekeken hoe we geld konden vrijmaken voor durfkapitaal om startups te ondersteunen, en ik voorzie dat we daar dit jaar en in de toekomst mee doorgaan. Verder richten we in 2022 onze internationale aandacht op Zuidoost-Azië en gaan we meer investeringen in Australië, Zuidoost-Azië en India monitoren. India zal zeker een van de plaatsen zijn waar economische groei kan worden verwacht vanwege demografische ontwikkelingen daar.”

 

"Bij APG willen we ook voorop lopen in investeringen in biodiversiteit. Dit houdt in grote lijnen verband met ons blijvende sterke geloof in duurzaamheid. En groene energie is uiteraard een thema dat voortdurend in de schijnwerpers staat. Dit weerspiegelt de visie van onze pensioenfondsklanten, die hun duurzame beleggingsbeleid blijven ontwikkelen."

Volgende publicatie:
APG draagt bij aan duurzaam beleggen in opkomende markten

APG draagt bij aan duurzaam beleggen in opkomende markten

Gepubliceerd op: 17 januari 2022

APG belegt als eerste in een nieuw fonds voor private leningen in opkomende landen waarmee duurzame bedrijven en projecten worden gefinancierd. De belegging (€ 650 miljoen) in het fonds van ILX Management draagt bij aan de verdere ontwikkeling van duurzaam beleggen in opkomende markten. APG doet de belegging namens ABP en bpfBOUW. Beide pensioenfondsklanten hebben de ambitie om een steeds groter deel van hun vermogen te beleggen in bedrijven en projecten die bijdragen aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (Sustainable Investment Goals; SDG’s).  

Zowel wat betreft risico-rendement en spreiding als vanuit duurzaamheidsperspectief is dit een aantrekkelijke belegging, zegt Sjacco Schouten die leiding geeft aan het team dat verantwoordelijk is voor de vastrentende beleggingen in opkomende landen. “Via ILX krijgen we toegang tot een gediversifieerde portefeuille van duurzame beleggingen in opkomende landen. De SDG’s richten zich voor een groot deel op uitdagingen die juist in deze landen het meest urgent zijn - zoals voedselzekerheid en toegang tot financiering – maar toch zijn er nog maar weinig geschikte beleggingen die bijdragen aan de SDG’s. Dat zal veranderen omdat particulier initiatief een steeds grote rol speelt bij de financiering van duurzaamheidsinspanningen in opkomende landen.”

Hoeksteenbelegger  

APG is de eerste belegger in het nieuwe SDG-fonds voor opkomende markten van ILX Management. Het fonds zal een portefeuille van (in eerste instantie) USD 1 miljard aan kredietparticipaties in opkomende markten opbouwen. Deze leningen worden verstrekt door multilaterale instellingen voor ontwikkelingsfinanciering (Development Finance Institutions; DFI’s), zoals de Aziatische Ontwikkelingsbank, de Afrikaanse Ontwikkelingsbank, de Nederlandse Ontwikkelingsbank FMO en de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling. Leningen met een hoog ESG-risico's (dat wil zeggen op het gebied van milieu, maatschappij en ondernemingsbestuur) komen niet in het fonds.

"De leningen zijn bedoeld voor het financieren van projecten en bedrijven met een focus op schone en hernieuwbare energie, duurzame industrie en infrastructuur, inclusieve financiering en voedselzekerheid”, zegt Schouten. "In de komende drie jaar wil het fonds de portefeuille opbouwen en leningen selecteren die voldoen aan de gestelde duurzaamheidscriteria, diversificatiestrategie en risico-rendementsprofiel. Mogelijke beleggingsvoorbeelden zijn financiering voor de bouw van havenfaciliteiten, zonne-energieparken, duurzame landbouw en leningen aan lokale bedrijven." ILX heeft de ambitie om uit te groeien tot een fonds van meerdere miljarden.

Opbouwen van een brede, gespreide portefeuille 

Maar waarom beleggen in een fonds in plaats van via individuele ontwikkelingsbanken? “We beleggen ook direct in obligaties van zulke instellingen”, legt Schouten uit. “Maar door dit initiatief kunnen we beleggen in individuele projecten en zelf beslissen waarin we wel en niet willen beleggen. Door het combineren van leningen van verschillende DFI’s, bouwt ILX een brede en gediversifieerde portefeuille op, terwijl individuele instellingen zich meestal richten op een bepaalde regio of sector. Beleggen in dit fonds biedt meer flexibiliteit bij het invullen van de duurzaamheidsambities van onze klanten. Tegelijkertijd profiteren we nog steeds van het langjarige track record van de onderliggende DFI’s met het opzetten en beheren van private leningen in opkomende markten.”  

Eveneens belangrijk is dat de belegging APG helpt om het risicoprofiel van de portefeuille vastrentende beleggingen in opkomende markten (Emerging Market Debt; EMD) te verbeteren. “Dat komt omdat beleggingen in particuliere leningen doorgaans minder volatiel (beweeglijk) zijn en bovendien maar beperkt meebewegen met meer liquide kredietbeleggingen op de publieke markten”, legt Schouten uit. “Dus deze beleggingen helpen ons dus om risico’s te spreiden.”   

Stimuleren van duurzame beleggingen

De Duurzame Ontwikkelingsdoelen zijn in 2015 vastgesteld door de Verenigde Naties. Ze vormen een blauwdruk voor een betere en duurzamere wereld. APG en haar klanten noemen beleggingen die hieraan bijdragen Sustainable Development Investments (SDI’s). Samen met andere internationale vermogensbeheerders heeft APG een SDI Taxonomie ontwikkeld, waarmee de bijdrage van bedrijven met hun producten aan diensten aan de SDG’s wordt beoordeeld.

 

Op dit moment zijn er in opkomende markten nog maar beperkt mogelijkheden voor vastrentende beleggingen die bijdragen aan de SDG’s, zegt Schouten. “In EMD beleggen we vooral in staatsobligaties, en slechts enkele semi-overheidsinstellen kwalificeren volgens onze eigen taxonomie als SDI’s. Ook worden er in opkomende markten nog weinig groene en duurzame obligaties uitgegeven. Door te beleggen in het ILX-fonds ontsluiten we een nieuw universum van duurzame beleggingsmogelijkheden in EMD.”

 

Lees hier het persbericht

Volgende publicatie:
Worden de stijgende energieprijzen veroorzaakt door de energietransitie?

Worden de stijgende energieprijzen veroorzaakt door de energietransitie?

Gepubliceerd op: 14 januari 2022

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: aandelenbelegger Martijn Olthof, over stijgende energieprijzen en de energietransitie. “De transitie wordt nu niet op een ideale manier uitgevoerd.”

 

De overstap naar en het aanbod van duurzame energie loopt bij lange na niet gelijk met de vraag naar energie. Dat drijft de prijs van fossiele brandstoffen op en draagt bij aan inflatie. In hoeverre heeft de energietransitie daar mee te maken?

De huidige extreme prijsstijgingen van gas en elektriciteit worden grotendeels veroorzaakt door zaken die niet met de energietransitie te maken hebben, stelt Olthof. “Er wordt wel eens geprobeerd het acute probleem dat we nu hebben op het bord van de transitie te schuiven, maar dat is volgens mij te makkelijk en ook niet eerlijk. Bovendien hebben we geen andere keus dan over te schakelen op duurzame energie, als we de opwarming van de aarde tenminste willen beperken tot maximaal 1,5 graad. Op de lange termijn gaat de energietransitie een hoop geld kosten, daar kunnen we niet onderuit. Maar dat is niet de reden dat gas nu bijna vier keer zo duur is als vóór corona.” De hoge energieprijzen komen onder meer door een koude winter vorig jaar in Azië, minder investeringen in gasproductie, de snel toegenomen vraag in coronaluwe periodes, een hogere prijs op CO2 en doordat er minder gas uit Rusland komt.

 

Vraag en aanbod
Het overschakelen op schone energie ligt dus niet ten grondslag aan de huidige piek in energieprijzen. Dat leidt wel tot de vraag wat de overschakeling nog voor ons in petto heeft. “Het lastige is dat we altijd op zoek zijn naar de oplossing die makkelijk lijkt, maar daarmee niet per se ideaal is,” zegt Olthof. “Een voorbeeld daarvan is dat nu te snel de schuld voor klimaatverandering bij energiebedrijven wordt neergelegd, want zij produceren immers die vervuilende fossiele brandstoffen. Als de samenleving eist dat die bedrijven minder produceren, denkt men dat het probleem vanzelf verdwijnt. Dus worden energiebedrijven gedwongen minder fossiele brandstoffen te produceren, door bijvoorbeeld de rechter in te schakelen, zoals bij Shell gebeurde.”

 

Volgens het Internationaal Energie Agentschap (IEA) vormen de dalende investeringen in olie en gas momenteel het enige onderdeel van de energietransitie dat goed gaat. Het aanbod van fossiele brandstoffen daalt dan wel, dit geldt niet voor de vraag naar energie. Die blijft onverminderd groot. En het huidige aanbod van schone energie kan het lagere aanbod van fossiele brandstoffen niet compenseren. “Te veel vraag en te weinig aanbod van energie creëert schaarste en daarmee hoge energieprijzen. Door de grote focus op de aanbodzijde en te weinig aandacht voor de vraagzijde wordt de transitie naar mijn mening nu niet op de ideale manier uitgevoerd. Al is het ook lastiger om de vraag naar energie omlaag te brengen, want dat raakt iedere burger.” 

 

Plannen
Olthof verwacht dat de energietransitie sowieso veel gaat kosten. “Olie en gas zijn gewoon hele efficiënte brandstoffen, qua transportkosten en energiedichtheid. Overschakelen naar duurzame energie is juist kostbaar. Om die overschakeling te bespoedigen, zouden de vervuilende fossiele brandstoffen duurder moeten worden gemaakt, bijvoorbeeld door de prijs op CO2 te verhogen. “In Europa hebben we al een prijs op CO2, maar die is nog niet hoog genoeg om de doorslag te geven. Bovendien geldt die niet voor de lucht- en scheepvaart. Zonder dit soort maatregelen moeten we wachten tot duurzame energie vanzelf goedkoper wordt dan fossiele energie. Dat is het grote probleem. Het IEA zegt ook duidelijk dat het huidige beleid tekortschiet. De EU loopt wel voorop met plannen om de CO2-uitstoot terug te dringen, maar dan zie je dat die plannen meteen op weerstand stuiten. Want die gaan de burger in zijn portemonnee raken. Maar als we de energietransitie voor ons uit blijven schuiven, zullen de gevolgen van klimaatverandering alleen maar groter worden.” 

 

Paniekvoetbal
Hoeveel de overstap naar duurzame energie precies gaat kosten, blijft de vraag. “Als de transitie op een goede manier wordt uitgevoerd, zullen de kosten lager zijn dan wanneer het gaat zoals nu: met paniekvoetbal,” zegt Olthof. “Daaronder versta ik oplossingen zoals we die nu zien en die vooral gericht zijn op de aanbodkant. Denk aan het onder druk zetten van bedrijven om minder te produceren of om te investeren in (nu nog) onrendabele alternatieven. Maar dat is volgens mij niet de manier om het probleem op te lossen. De oplossing is het omlaag brengen van de vraag naar fossiele energie en het aantrekkelijk maken van investeringen in schone alternatieven, waardoor het aanbod daarvan omhoog gaat. En dat gaat geld kosten. Maar als de politiek die keuzes niet overtuigend genoeg maakt, dan wordt het probleem op den duur alleen maar groter. En daarmee ook de weerstand vanuit de samenleving. Uiteindelijk kan dat ertoe leiden dat we moeten leven met de catastrofale gevolgen van een opwarming van de aarde van meer dan 1,5 graad.”

 

Olthof: “Wat er naar mijn mening moet gebeuren is dat politici in actie moeten komen en impopulaire maatregelen nemen die geld kosten. Geen makkelijke boodschap, maar wel een belangrijke. De vraag is wel hoe we dit op zo’n manier gaan doen dat de kosten en de invloed op de inflatie en economie zo beperkt mogelijk blijven en de lasten zo eerlijk mogelijk verdeeld worden. Als het beleid blijft zoals nu, dan wordt de impact zo groot dat het draagvlak voor de energietransitie wordt ondermijnd. Met het huidige beleid stevenen we af op een opwarming van de aarde van zo’n 2,6 graad. De gevolgen daarvan op financieel, sociaal en maatschappelijk vlak zijn nog vele malen erger dan een hoge energierekening.”

Volgende publicatie:
APG levert duurzame batterijtreinen voor metropoolregio Berlijn

APG levert duurzame batterijtreinen voor metropoolregio Berlijn

Gepubliceerd op: 5 januari 2022

Alpha Trains, een leasemaatschappij voor passagierstreinen en locomotieven waarin zowel APG (voor pensioenfonds ABP) als PGGM (voor onder meer Pensioenfonds Zorg en Welzijn) een belang hebben, heeft een contract gesloten voor de levering van 31 batterijtreinen. Hiermee zal  treinverkeer tussen Berlijn en de Poolse grens worden verduurzaamd.

 

Het betreft een leasecontract met Niederbarnimer Eisenbahn (NEB) waardoor NEB vanaf 2024 zijn dieseltreinen voor personenvervoer op dit traject kan vervangen.De aandeelhouders van Alpha Trains zien dit als een belangrijke bijdrage aan de verdere verduurzaming van het treinverkeer in Europa. APG is voor de helft eigenaar van Alpha Trains, PGGM Infrastructure Fund heeft een significant minderheidsbelang.


Door de inzet van de 31 Siemens Mireo batterijtreinen wordt jaarlijks naar verwachting 4,4 miljoen liter diesel bespaard. Dit vertaalt zich in een CO2-reductie van 11.000 ton per jaar, gelijk aan het jaarlijkse verbruik van ruim 16.000 Nederlandse huishoudens.

Als gevolg van de ontwikkelingen van batterijtechnologie in het vervoer wordt de praktische toepassing van batterijtreinen steeds doeltreffender. De nieuwe treinen worden elektrisch aangedreven via de bovenleidingen op het traject waardoor tegelijkertijd de batterijen worden opgeladen. Ook worden er drie nieuwe laadpunten voor treinen aangelegd op de trajecten. De stroom op de bovenleidingen van het traject zal volledig groen zijn waardoor de treinen CO2 neutraal opereren.

 

Daarnaast wordt de energie die vrijkomt bij het remmen opgeslagen. Op delen van het traject waar geen bovenleiding is, wordt overgeschakeld op de batterijen. Hiermee kunnen de treinen een afstand van ongeveer 90 kilometer overbruggen.  Op trajecten waar het spoor slechts deels geëlektrificeerd is zijn batterijtreinen een direct alternatief voor dieseltreinen. De Siemens Mireo treinen bieden 128 zitplaatsen,  inclusief staplaatsen is er ruimte voor circa 180 passagiers per trein.

 

Inmiddels zijn de batterijtreinen besteld bij Siemens Mobility. De leaseovereenkomst met Duitse Niederbarnimer Eisenbahn geldt voor vierentwintig jaar. Met de aanschaf is een significante investering gemoeid, die deels uit eigen vermogen wordt gefinancierd en deels bestaat uit vreemd vermogen verschaft door een bankengroep met onder andere de Europese Investeringsbank.

 

Lees hier het volledige persbericht

Volgende publicatie:
"Er zijn veel te veel milieustandaarden voor vastgoed"

"Er zijn veel te veel milieustandaarden voor vastgoed"

Gepubliceerd op: 30 december 2021

Goed dat in ‘Glasgow’ de urgentie van wereldwijde CO2-reductie wederom hoog op de agenda stond. Maar het gaat Derk Welling allemaal lang niet snel genoeg. Als senior responsible investment & governance specialist toetst hij samen met zijn collega’s de vastgoedbeleggingen van APG op duurzame criteria. En dat is een forse uitdaging.

 

“Het is natuurlijk goed dat de wereld weer met de neus op de feiten is gedrukt dat we de CO2-uitstoot wereldwijd echt heel snel moeten verminderen,” zegt Welling terugkijkend op de internationale klimaatconferentie in Glasgow. Maar als je het hem op de man af vraagt, gaat het hem allemaal veel te langzaam. “APG heeft de overtuiging dat we niet moeten wachten op nieuwe regelgeving, maar dat we zelf de handschoen moeten oppakken en onze maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. Dat verwachten mensen ook van ons. Het is jammer dat we op het gebied van vastgoed wereldwijd inmiddels enorm veel milieustandaarden hebben, bij elkaar zo’n tweehonderd. Waardoor je door de bomen het bos niet meer ziet. Bovendien geeft zo’n groot aantal standaarden ruimte voor uiteenlopende interpretaties, en daarmee voor greenwashing. We hebben echt eenduidigheid nodig. Daarom stonden we mede aan de wieg van een standaard als de Carbon Real Estate Monitor. Die laat per type vastgoed per land zien hoeveel CO2 en kWh per vierkante meter deze categorie jaarlijks tot 2050 mogen uitstoten c.q. verbruiken om binnen de doelstellingen van het Klimaatakkoord van Parijs te blijven. Met deze CRREM beogen we wereldwijd een norm te hebben gesteld waarmee we kunnen meten in hoeverre een vastgoedobject voldoet aan het Klimaatakkoord van Parijs.”

 

Hoeveel draagt vastgoed wereldwijd bij aan het klimaatprobleem?
“We gebruiken al sinds 2009 de Global Real Estate Sustainability Benchmark (GRESB), een veelgebruikte norm voor het beoordelen van vastgoedbeleggingen. Die heeft APG in 2009 ontwikkeld met een aantal andere organisaties. Met GRESB kun je heel goed de duurzaamheidsprestaties van vastgoedbeleggingen meten. Ruim 55 procent van onze vastgoedbeleggingen scoren inmiddels vier of de maximale vijf sterren. Wellicht belangrijker nog is dat we bij een nieuwe investering deelname aan GRESB verplicht stellen. Sinds vorig jaar committeren we ons ook aan de CRREMM, die we samen met PGGM en andere investeerders hebben ontwikkeld. Via zogeheten pathways, ofwel CO2-reductiepaden, kun je dan zien hoeveel energie een pand mag verbruiken. Zo kun je terugrekenen of en wanneer je in een pand bijvoorbeeld de isolatie moet verbeteren.”

 

Wat kan APG als belegger daar dan concreet mee?

“Nou, we kunnen bijvoorbeeld vooraf eisen stellen aan het vastgoed waarin we willen investeren. Zo hebben we bij onze belegging VIA Outlets, onder andere bekend van Batavia Stad, veel aandacht besteed aan de duurzaamheidsprestaties en daarbij eisen gesteld. VIA Outlets daagt nu de kledingwinkels in hun outlets uit om hun bedrijfsvoering te verduurzamen. Zo kun je er als investeerder aan bijdragen dat bedrijven duurzaamheid integreren in hun processen. Overigens trekken we in de praktijk vaak wel op met andere investeerders, dus die moeten we soms ook zien te overtuigen. We zijn in principe immers nooit de enige investeerder in een fonds.”

 

APG wil dus graag de duurzaamheidsprestaties zien van vastgoed waarin al dan niet wordt belegd. Werken gebouweigenaren c.q. de beheerders of huurders van al die panden goed mee aan het opleveren van de juiste duurzaamheidsdata?

“Dat is wel een uitdaging. We horen vaak dat men geen inzicht heeft in het energieverbruik van gebouwen. Dat is mij veel te makkelijk. Uit eigen ervaring weet ik dat je er soms wel veel moeite voor moet doen. In sommige landen beschouwt men data over het energieverbruik van particuliere huurders en bedrijven als te privacygevoelig. Dat is voor mij een van de redenen om in de toekomst meer gebruik te maken van gecertificeerde data. Niet alleen op portefeuilleniveau, maar zelfs op gebouwniveau. Een hele klus, want APG belegt wereldwijd in zo’n honderdduizend gebouwen.”  

 

Dan streef je dus naar inzicht in alle klimaateffecten van elk van die gebouwen? Dat is toch niet te doen?

Naast deze fysieke risico’s verrijken we deze database nu ook met de CO2-uitstoot en het kWh energieverbruik per vierkante meter van het gebouw. We krijgen hiermee een goed overzicht van de klimaatrisico’s in onze portefeuille. We gaan hierover ook in gesprek met de lokale manager en de vastgoedondernemingen, om te kijken of zij onze visie delen. Om te begrijpen in hoeverre men bezig is met het Paris proof maken van de portefeuille en of ze ook rekening houden met de fysieke gevolgen van klimaatverandering.”  

 

Er is toch sprake van dat ook vastgoedeigenaren binnenkort kunnen handelen in CO2-rechten?

“Ja, daar wordt in Europees verband aan gewerkt. In zo’n Emission Trading Scheme kun je als vastgoedeigenaar, gegeven een bepaald CO2-plafond, rechten kopen om waar nodig meer CO2 uit te mogen stoten. Als je minder uitstoot dan je aan rechten hebt gekregen, kun je die rechten verkopen. Dus inderdaad, de vervuiler betaalt. Wij willen uiteraard voorkomen dat we met onze vastgoedbeleggingen in die situatie terechtkomen.”

“We kunnen als belegger van pensioengelden een aanjager zijn van verduurzaming”

Door welke langjarige megatrends laat APG zich leiden bij de selectie van vastgoedinvesteringen?

“Naast de klimaatontwikkelingen kijken we uiteraard ook naar trends op het gebied van demografie en technologie. Mensen worden ouder, leven langer thuis; dat vergroot de vraag naar zorgwoningen en -instellingen voor senioren. Je ziet in veel landen een trek naar de stad. Tegelijk zorgt corona ervoor dat anderen juist weer de ruimte van het platteland opzoeken. De vraag waar mensen willen wonen, werken en winkelen bepaalt uiteindelijk de vraag naar gebouwen. Daarnaast hebben technologische trends als digitalisering en e-commerce enorm veel invloed. Die vergroten bijvoorbeeld de vraag naar distributiecentra en datacenters, waarin we ook beleggen. We volgen trends in innovatie, denk bijvoorbeeld aan steeds efficiëntere zonnepanelen op gevels van gebouwen.”    

Blijven jullie al weg van vastgoed in gebieden die als eerste bedreigd worden door de stijging van de zeespiegel?
“We hebben voor alle gebouwen waarin we belegd zijn, inzichtelijk gemaakt in hoeverre deze blootgesteld zijn aan klimaatverandering. We kijken hierbij naar negen verschillende risico’s op gebouwniveau. Bij grote risico’s willenn we weten of er rekening is gehouden met bijvoorbeeld mogelijke overstromingen. Daarnaast wegen deze risico’s mee in onze rendementsverwachting. Verder bekijken we momenteel hoe landen en steden omgaan met klimaatadaptatie. We willen deze landenrisico’s ook gaan meewegen. We beleggen immers om 4,7 miljoen Nederlanders een stabiel pensioen te bieden. We beleggen wereldwijd, dus als er een orkaan of overstroming is in de Verenigde Staten, kan dat ook onze beleggingen raken.”

Bieden dergelijke klimaatacties ook weer nieuwe beleggingskansen?
“Zeker. Zo beleggen we onder andere in een fonds dat juist gericht is op het verduurzamen van oudere kantoren. Dat is een goede en duurzame belegging. Immers, de CO2 uitstoot wordt verminderd en we maken er een goed rendement op. Ofwel, de energietransitie is enerzijds een risico, maar aan de andere kant ook een kans.”

“Onze kennis en ervaringen delen we heel graag, want samen bereik je veel meer”

Wat doet APG om de pensioensector te stimuleren in het verduurzamen van vastgoedbeleggingen?
“We kunnen als belegger van pensioengelden een aanjager zijn van verduurzaming. We worden ook geregeld benaderd door andere pensioenfondsen en -uitvoerders, met de vraag wat onze aanpak is. Zij willen graag van ons leren, omdat we wel worden gezien als een koploper. Die kennis en ervaringen delen we heel graag, want samen bereik je veel meer. Bovendien komen we elkaar soms tegen als gezamenlijke investeerders in een bepaalde vastgoedbelegging. Hoe meer we samen optrekken, des te groter is het vliegwieleffect. Er is nog veel te doen wat betreft verduurzaming van vastgoed, maar het gaat absoluut de goede kant op.”

Volgende publicatie:
2021: het jaar van duurzame high yield obligaties

2021: het jaar van duurzame high yield obligaties

Gepubliceerd op: 28 december 2021

Tot voor kort was de gelabelde obligatiemarkt het domein van grotere bedrijven met een hoge kredietwaardigheid. Maar nu komt ook de uitgifte van groene, sociale en duurzame high yield-obligaties echt op gang. Steeds meer high yield bedrijven willen via de gelabelde obligatiemarkt hun inspanningen om te verduurzamen laten zien. Is dat een goede ontwikkeling of zet het de deur open voor greenwashing? APG is enthousiast maar selectief in haar aanpak. “Ons doel is om te zorgen voor transparantie, verantwoording en echte impact.”

 

Nog maar een jaar geleden werden er nauwelijks high yield-obligaties met een duurzaam oogmerk uitgegeven. “Maar nu het steeds duidelijk wordt dat aandacht voor mens, milieu en goed ondernemingsbestuur (ESG; Environment, Social & Governance red.) in de bedrijfsvoering voordelen biedt op de langere termijn, maken steeds meer bedrijven gebruik van gelabelde obligaties om hun duurzaamheidsinspanningen te laten zien”, zegt specialist bedrijfsobligaties Joshua Linder. In 2021 werden in Europa en de VS ruim 60 gelabelde high yield obligaties uitgegeven. Een duidelijk signaal dat in high yield de gelabelde obligatiemarkt – een verzamelterm voor groene, sociale, duurzame en sustainability-linked obligaties – nu echt van de grond komt.

 

High yield-bedrijven geven steeds vaker obligaties met een duurzaam oogmerk uit

In tijden van lage rentes zoals in de afgelopen jaren, bieden high yield-obligaties aantrekkelijke rendementen en spreidingsvoordelen. Beleggers krijgen op zulke obligaties een hogere rente ter compensatie van het hogere risico. In 2021 koppelde een toenemend aantal high yield-bedrijven ESG-ambities aan hun financiering door obligaties met een duurzaam oogmerk uit te geven”, zegt Sven Smit, die een portefeuille met euro-obligaties beheerd. “De gelabelde obligatiemarkt is niet langer het vrijwel exclusieve domein van grote bedrijven met een hoge kredietwaardigheid.”

 

Als een actieve belegger in obligaties met een duurzaamheidsoogmerk en een grote speler in de markt voor high yield-obligaties, is APG enthousiast over deze ontwikkeling. “Maar we zijn ook selectief”, zegt Linder. “Er mogen geen bochten worden afgesneden. Om greenwashing te voorkomen, onderzoeken we bij elke uitgifte zorgvuldig hoe de obligatie in elkaar zit en wie de uitgever is.”  

 

Sustainability-linked bonds hebben de voorkeur van high-yield bedrijven

Volgens onderzoek van Deutsche Bank zijn obligaties met een duurzaam oogmerk nu goed voor ongeveer € 45 miljard (circa 9%) van de Europese high yield-obligatiemarkt (inclusief financiële instellingen). In de VS is dit jaar tot nog toe voor ongeveer $ 21 miljard (€ 18,5 miljard) aan gelabelde high yield-obligaties uitgegeven, circa 4% van de totale uitgifte in 2021, aldus JP Morgan. Smit: “Ook wordt het aanbod breder. Gezondheidszorg, industriële sector en productiesector zijn samen goed voor circa 40% van de uitstaande gelabelde obligaties in Europa.” Ongeveer een derde zijn groene obligaties, de rest bestaat uit sociale en duurzame obligaties en sustainability-linked bonds (SLBs). “Op de Amerikaanse markt zien we een goede mix van uitgevers uit verschillende sectoren, waarvan ongeveer 30% voor SLBs kiest”, zegt Linder.

 

Vanwaar die voorkeur voor sustainability-linked bonds in high yield? “Het komt erop neer dat de structuur van een SLB vaak beter past bij een kleiner bedrijf, en high yield-bedrijven zijn meestal kleiner”, legt Smit uit. Gelabelde obligaties kunnen grofweg in twee categorieën worden verdeeld.  Er zijn obligaties waarvan de opbrengst is bestemd voor vooraf vastgestelde duurzame projecten. Groene en sociale obligaties vallen bijvoorbeeld in deze categorie. Maar er zijn ook obligaties die bedrijven in staat stellen om hun algehele duurzame strategie te financieren. Daarbij worden vooraf duurzame doelen gesteld in de vorm van key performance indicators (KPIs). SLBs zijn hiervan de populairste vorm. “Zulke obligaties passen vaak beter bij een high yield-bedrijf dat wel ambities heeft om te verduurzamen maar te klein is om via een obligatie geld op te halen voor de financiering van specifieke groene projecten.”  

 

Waakzaam voor greenwashing, maar proactief bij het financieren van verandering

APG heeft strikte interne richtlijnen voor gelabelde obligaties. Maar is bij high yield het risico op greenwashing groter? “Alle obligaties met een duurzaamheidsoogmerk beoordelen we op dezelfde manier. Ons doel is om te zorgen voor transparantie, verantwoording en echte impact”, zegt Linder. “In dat opzicht zijn de risico’s bij high yield niet groter.” Maar hoewel de uitgever van een SLB extra rente moet betalen als de vooraf gestelde duurzame doelen niet worden gehaald, is er wel minder zicht op waar het geld nu eigenlijk aan wordt uitgegeven. In zijn algemeenheid vergroot dat de mogelijkheden voor greenwashing. “Het is een balanceeract”, legt Linder uit. “We moeten extra waakzaam zijn als het om SLBs gaat, maar tegelijkertijd is dit een gouden kans om bedrijven te helpen met hun duurzame strategie. Ook spelen we als vooraanstaande verantwoorde belegger een belangrijke rol in het behouden van de integriteit van de markt.”

 

Wat betreft Europese obligaties, heeft APG in 2021 meegedaan aan de uitgifte van 12 (van de 16) SLBs en 9 (van de 24) groene obligaties. In de VS waren er dit jaar zo’n 23 uitgiftes en APG heeft er aan 8 meegedaan (5 groen, 2 SLB, 1 social). “Sommige uitgiftes hebben we laten schieten omdat we ze te duur vonden of omdat ze niet goed in de portefeuille pasten. Maar er was ook een aantal obligaties dat niet aan onze vereisten voldoet wat betreft het duurzame raamwerk, de structuur van de obligatie of de duurzame doelstellingen”, legt Smit uit. “Als dat het geval is, proberen we aan het uitgevende bedrijf duidelijk uit te leggen waarom de obligatie niet aan onze standaarden voldoet en welke verwachtingen we hebben. Zodat er in de toekomst verbeteringen kunnen worden doorgevoerd.”

 

Samenwerking met andere stakeholders helpt bedrijven de lat hoger te leggen

Er kunnen verschillende redenen zijn waarom een gelabelde obligatie niet voldoet aan APG’s  duurzaamheidscriteria. Smit: “We hebben bijvoorbeeld niet meegedaan aan de uitgifte van een groene obligatie door een industrie- en energiebedrijf omdat het geld was bestemd voor het herfinancieren van eerdere ‘grijze obligatie’ in plaats van voor groene projecten.” APG besloot ook niet te beleggen in een SLB van een Amerikaans telecombedrijf omdat een van de gestelde doelen al was behaald. “Dit ondermijnt de intentie en het doel van SLBs, die zich moeten richten op het stimuleren van duurzame ambities in de toekomst”, zegt Linder.

 

APG investeert ook tijd om bedrijven te helpen om obligaties met een geloofwaardig duurzaam oogmerk uit te geven, vaak in samenwerking met de banken die de financiering regelen. “Zo hebben we bijvoorbeeld meer dan een jaar gesprekken gevoerd met het management van een Amerikaans bedrijf in de financiële sector om een solide raamwerk voor hun sociale obligatie te ontwikkelen”, zegt Linder. “We waren verheugd dat we in die obligatie, die zich richt op betere toegang tot financiële producten voor kwetsbare en achtergestelde groepen, konden beleggen.”

 

Blik vooruit - uitdagingen en kansen

De markt ontwikkelt zich snel, maar toch zijn er ook uitdagingen. "Verdere versnippering als gevolg van nieuwe 'smaken' of obligatievarianten is reden tot zorg”, legt Smit uit. “Ook voor nieuwe productsoorten moeten er duidelijke regels en strenge rapportagevereisten zijn om greenwashing te voorkomen. Als er te veel labels komen, kan dat ook de geloofwaardigheid van de hele markt schaden.” Een ander aandachtspunt is dat de structuur van high yield obligaties de uitgever vaak de mogelijkheid biedt om vervroegd te herfinancieren. Als dat gebeurt voordat de afgesproken doelen zijn behaald, heeft het vooraf vaststellen van doelen uiteraard weinig zin.

 

Dat neemt niet weg dat de vooruitzichten rooskleurig zijn. Door aantrekkelijke rendementen en een toenemende focus op duurzaamheid in high yield, neemt de vraag van beleggers verder toe. “Bovendien kunnen bedrijven die obligaties uitgeven om duurzaamheidsprojecten te financieren hun sectorgenoten inspireren om dat ook te doen. Op die manier komt voor alle uitgevers van high yield obligaties de lat voor ESG-prestaties hoger te liggen.”

Volgende publicatie:
Hoe duurzaam is de donutstad?

Hoe haalbaar is de donutstad?

Gepubliceerd op: 10 december 2021

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: Group Sustainability Officer Loek Dalmeijer over de vraag of de zogeheten donutstad ook wel echt leefbaar en duurzaam is.


Amsterdam wordt donutstad, zo sprak Wethouder Marieke van Doorninck (Ruimtelijke Ontwikkeling en Duurzaamheid) haar ambities uit. Iedereen aan de donuts? Nee, de donuteconomie is een concept van de Engelse econoom Kate Raworth.
In het kort gezegd maakt deze aanpak een stad groener en socialer. En in plaats van de stijgende lijn uit het klassieke model, ziet dit model er dus uit als een donut. De binnenkant visualiseert het sociaal fundament met basisbehoeften, zoals zorg en huisvesting. De buitenkant visualiseert de ecologische plafonds als klimaatverandering, stikstofverzadiging en verlies van biodiversiteit.

De Donuteconomie
Dit economisch model meet economische welvaart door te kijken naar de realisatie van een sociaal fundament zonder het overschrijden van ecologische plafonds. Simpel gezegd is het doel om de behoeftes van iedereen te realiseren binnen de draagkracht van de aarde. De naam 'donut' is ontleend aan de vorm van het diagram: een cirkel met een gat in het midden. Het gat van het model geeft weer hoeveel mensen geen toegang hebben tot basisbenodigdheden als gezondheidszorg, onderwijs, en huisvesting. De korst geeft weer in hoeverre de ecologische plafonds (planetaire grenzen), waarvan leven afhankelijk is, worden overschreden. Volgens het model is een economie welvarend als alle twaalf elementen van het sociale fundament worden gehaald zonder een ecologisch plafond te overschrijden. Deze situatie wordt in het model beschreven als 'de veilige en rechtvaardige ruimte voor de mensheid'.

“Een donuteconomie blijft binnen die planetaire grenzen terwijl het rekening houdt met de sociale basisvoorwaarden als toegang tot energie, onderwijs en gezondheid”, legt APG's Group Sustainability Officer Loek Dalmeijer uit. “Het laat zien dat je voor een florerende, inclusieve en duurzame economie met veel, en soms tegenstrijdige, onderwerpen aan de slag moet. Dat lijkt mij een prima uitgangspunt om een economie of een stad te besturen.”

 

Maar is het ook een realistisch uitgangspunt? “Ik zie de donutstad vooral als een visie van bestuurders over hoe ze, in dit geval een stad, willen aansturen. Voor veel onderwerpen is geen pasklaar antwoord. Hoe zorg je bijvoorbeeld dat gezond voedsel toegankelijk blijft, terwijl je tegelijkertijd een stikstofprobleem oplost dat deels veroorzaakt wordt door huidige landbouwpraktijken? En hoe krijgt iedereen toegang tot betaalbare energie, terwijl je ook moet investeren in een transitie naar een koolstofarme economie? Met de donut in het achterhoofd wordt dit soort afwegingen goed inzichtelijk, terwijl het einddoel in beeld blijft.”

 

Een vink dus bij ‘realistisch uitgangspunt’, maar is het ook haalbaar? Dalmeijer ziet daarin twee uitdagingen: de politiek en de sociale realiteit, waarin veel huishoudens nu al moeite hebben met het betalen van de huur of vaste lasten. Dat verander je niet even met wat zonnepanelen.

De politieke uitdaging zit hem, in het geval van Amsterdam, in het feit dat de portefeuilles van de verschillende bestuurders zijn verdeeld. Dalmeijer: “Het is voor Amsterdam lastig dat de wethouder Duurzaamheid eigenaar en pleitbezorger is van de donuteconomie, terwijl alle verschillende onderwerpen over de portefeuilles van verschillende bestuurders zijn verdeeld. Daarom is het goed dat het gehele college van burgemeester en wethouders zich achter het donutconcept heeft geschaard. Het lijkt mij van belang dat het voltallige college tussendoelen formuleert en op een integrale manier de voortgang aan haar inwoners en bedrijven rapporteert. Alleen op die manier komt het concept van papier af en blijft het niet hangen bij voorbeeldprojecten.”

Dan punt twee: de afstand tussen sociale doelen en groene doelen. “We moeten niet willen leven in een maatschappij waar energierekeningen voor de onderklasse duurder worden omdat sociale woningen slecht geïsoleerd zijn. Nu al heeft 10% van de huishoudens in Nederland een te hoge energierekening ten opzichte van hun inkomen. Zij hebben moeite met het betalen van de energierekening en leven in zogenoemde energiearmoede. Dat veel energiebesparende maatregelen zichzelf prima terugverdienen biedt tegelijkertijd kansen voor investeerders. Want waar individuen of huurders niet altijd handelsperspectief hebben om de energierekening te verlagen, kunnen investeerders inspringen om collectief wijken te isoleren en bijvoorbeeld warmtenetten aan te brengen. APG levert hier bijvoorbeeld al een bijdrage aan. Voor pensioenfonds ABP richtten we bijvoorbeeld een Nederlands Energietransitiefonds op.”

De pensioenbelegger als belangrijke kracht achter de donutstad? Het past volgens Dalmeijer prima bij de doelen van APG en haar fondsen: gelden duurzaam beleggen en een bijdrage leveren aan een inclusieve maatschappij.

“En we experimenteren op welke manieren we grote aantallen pensioendeelnemers financieel fitter kunnen krijgen. Op deze manier dragen we ook bij aan veel van de onderwerpen die Kate Raworth in haar donutconcept behandelt.”

Volgende publicatie:
APG neemt belang in Australisch elektriciteitsnetwerk

APG neemt belang in Australisch elektriciteitsnetwerk

Gepubliceerd op: 9 december 2021

APG heeft donderdag namens zijn pensioenfondsklanten ABP en PPF een belang van 16,8% genomen in Ausgrid. Dit bedrijf beheert het grootste elektriciteitsnetwerk aan de oostkust van Australië en voorziet meer dan 4 miljoen Australiërs van elektriciteit. De verwachting is dat het bedrijf een belangrijke rol vervult in de energietransitie en verdere verlaging van de CO2-uitstoot.

 

Het netwerk down under maakt onder meer gebruik van hernieuwbare energie en gebruikt oplossingen om opslag op een slimme en efficiënte manier te verbinden met het bestaande netwerk. Bovendien zet het bedrijf volop in op slimme energiemeters die huishoudens in staat stellen hun energieverbruik zelf goed te monitoren.

 

SDI

Daarmee ziet Ausgrid voor zichzelf een belangrijke rol weggelegd in de energietransitie in Australië. De investering classificeert zich dan ook als een SDI (beleggingen die bijdragen aan de Sustainable Development Goals van de VN). Daarmee draagt het bovendien bij aan de duurzaamheidsdoelstellingen van de pensioenfondsklanten van APG.  

 

Mooie aanvulling

Hans-Martin Aerts, hoofd infrastructuur bij APG Asset Management Azië, over de deal: “We zijn erg blij dat we een investeringspartner worden in Ausgrid. Wij zien de belegging als een mooie aanvulling op de portefeuille van onze pensioenfondsklanten. Ausgrid zal naar verwachting een cruciale rol spelen in de energietransitie en bijdragen aan verdere verlaging van de CO2-uitstoot. We kijken ernaar uit om met onze partners samen te werken. En daarmee een ​​langdurig, stabiel en duurzaam beleggingsrendement voor onze klanten te garanderen.”

 

APG neemt het belang over van branchegenoot Australian Super dat met een kleiner belang aandeelhouder blijft. De overeenkomst is vandaag getekend. Closing wordt eind juni verwacht.

Volgende publicatie:
Verdere uitrol van Nederlands glasvezel door APG en KPN

Verdere uitrol van Nederlands glasvezel door APG en KPN

Gepubliceerd op: 7 december 2021

Glaspoort sluit nog eens 170.000 adressen in kleine Nederlandse dorpen en kernen versneld aan op glasvezel. Dat maakt Glaspoort, de joint venture tussen pensioenuitvoerder APG en telecomprovider KPN, vandaag bekend. Met de verdere vergroting van het bereik van Glaspoort is een extra investering van 85 miljoen euro gemoeid.

 

In maart van dit jaar werd bekend dat KPN en APG – uit naam van zijn pensioenfondsklant ABP - samen 1 miljard euro investeren om bijna 900.000 huishoudens en bedrijven in kleine kernen en meer afgelegen gebieden nog voor 2026 aan te sluiten op glasvezel. Hiertoe werd de joint venture Glaspoort opgericht, die afgelopen zomer van start is gegaan. Op dat moment werd het mandaat van Glaspoort ook verruimd met 70.000 adressen extra. Nu komen daar nog 170.000 aansluitingen bij, waardoor het bereik van de uitrol in 2026 bijna 1.15 miljoen Nederlandse adressen betreft.

 

Met de verdere versnelling van de uitrol is een investering -door APG, namens pensioenfondsklant ABP- van 85 miljoen gemoeid.

 

APG en KPN benadrukken het belang van toegang tot betrouwbaar en veilig internet. Voorbeelden zijn de recente ontwikkelingen rond Covid en het aanhoudende thuiswerkadvies. Daarnaast is het gebruik van glasvezel energiezuiniger dan van koper en draagt daarmee bij aan de energietransitie.

 

Door de samenwerking met ABP kan de uitrol van glasvezel in meer afgelegen gebieden worden versneld. Daarmee moet in 2026 bijna 80% van de adressen in Nederland kunnen beschikken over het snelle glasvezel.

 

Glaspoort heeft een open netwerkstrategie. Dat betekent dat het netwerk ook toegankelijk is voor andere operators dan KPN. Eindgebruikers kunnen daardoor een telecombedrijf naar keuze selecteren. Dat bevordert de concurrentie en innovatie in Nederland.

 

Volgende publicatie:
APG wint twee Investment & Pension Europe-awards

APG wint twee Investment & Pension Europe-awards

Gepubliceerd op: 6 december 2021

APG heeft bij de uitreiking van de IPE-awards in Madrid twee prijzen in de wacht gesleept, voor de beleggingen in grondstoffen en voor de investeringen in infrastructuur.

 

De infrastructuurbeleggingen van APG zijn volgens de vakjury een voorbeeld voor andere pensioenbeleggers. “De visionaire lange-termijnoutlook van APG is indrukwekkend, net als de nadruk op megatrends en de inachtneming van de gevolgen van de pandemie”, aldus het juryrapport, dat onder meer expliciet de recente verdubbeling van de investering in het Smart City Infrastructure Fund noemt. 

Katherine Kucherenko, investeringsspecialist bij APG Asset Management, nam de award in ontvangst. “Een geweldige prestatie van onze investeringsteams die gedurende het hele beleggingsproces risico, rendement, kosten en duurzaamheid in evenwicht houden om een ​​gezonde en voorspelbare financiële toekomst voor onze gepensioneerden te verzekeren.”

 

Jan-Willem Ruisbroek, hoofd investeringsstrategie infrastructuur bij APG, vult aan: “We wenden de kennis, kunde en vaardigheden van het infrastructuurteam aan om in de juiste infrastructuurondernemingen te beleggen, maar ook om het beleid binnen deze ondernemingen te richten op solide lange-termijn financieel en maatschappelijke doelstellingen."

De jury is verder ook te spreken over de brede diversificatie van de infrabeleggingen en het gebruik van co-investeringen met andere internationale beleggers. APG liet bij de verkiezingen het Zweedse AP4 en het Deense Industriens Pension achter zich.

Uitblinken
De grondstofbeleggers van APG blinken volgens de jury vooral uit in risicomanagement. “Door intern ontwikkelde risicotools te combineren met een fundamenteel begrip van marktontwikkelingen wordt een goed begrip verkregen van de risico’s waar de portefeuille aan blootgesteld staat”, aldus het juryrapport.

Senior Portfoliomanager Marco van Eijkelenburg nam in Madrid deze award in ontvangst. “Een mooie erkenning voor APG en het grondstoffenproduct dat we met ons team hebben neergezet. De actieve strategie, die al sinds april 2009 live is, heeft over de jaren veel waarde toegevoegd aan de grondstofbeleggingen van onze klanten. Zo ook vorig jaar, ondanks de onstuimige marktontwikkelingen door de covid-19 pandemie."

Volgende publicatie:
APG’s Thijs Knaap over de mogelijke opsplitsing van Shell

APG’s Thijs Knaap over de mogelijke opsplitsing van Shell

Gepubliceerd op: 24 november 2021

Opsplitsende bedrijven. General Electrics, DSM, Toshiba en, zoals dat nu geopperd wordt, Shell. Het lijkt een trend te worden. Dat constateert APG’s chief economist Thijs Knaap bij het beleggerspanel op BNR Nieuwsradio.

 

In de uitzending van 23 november signaleert Knaap dat het veelal om bedrijven gaat met een lange geschiedenis. De meeste stammen zelfs nog uit de 19e eeuw. Daar staat tegenover dat er ook in het recente verleden veel grote conglomeraten bij zijn gekomen. Vooral in de tech-wereld. Hij noemt Amazon. Ooit begonnen als boekverkoper en inmiddels het grootste e-commerce concern ter wereld met eigen cloud- en streamingsdiensten. ‘Bijzonder,’ zegt Knaap, ‘want de oude bedrijven staan onder druk van de aandeelhouders die meer winst willen, terwijl de moderne bedrijven onder druk staan van de toezichthouders omdat ze juist weer te groot en machtig worden.’

 

Benieuwd naar de hele uitzending? Beluister hem hier!

 

Volgende publicatie:
Stockholm Exergi's baanbrekende oplossing voor koolstofafvang krijgt EU-steun

Stockholm Exergi's baanbrekende oplossing voor koolstofafvang krijgt EU-steun

Gepubliceerd op: 22 november 2021

Stockholm Exergi's Bio-Energy Carbon Capture and Storage (BECCS) project is een van de slechts zeven grootschalige projecten in Europa die dit jaar subsidie krijgen van het EU Innovatiefonds. Het project is verkozen vanwege zijn mogelijkheden om de energiesector te verduurzamen en klimaatverandering te beperken. APG heeft namens pensioenfondsklant ABP een belang van 20,5% in Stockholm Exergi.

 

De subsidie van het EU Innovatiefonds zal Stockholm Exergi helpen bij de financiering en bouw van een grootschalige Bio-Energy Carbon Capture and Storage (BECCS) fabriek. Het bedrijf heeft de haalbaarheid voor grootschalige toepassing van deze technologie al getest in een proefinstallatie. Stockholm Exergi verwacht in 2025 een BECCS-installatie op ‘industriele schaal’ in gebruik te kunnen nemen. Die zal worden aangesloten op een bestaande bio- energie warmtekrachtcentrale in Stockholm.

 

Voorsprong op sectorgenoten

De Europese Commissie prijst het BECCS-concept om zijn energie-efficiëntie. Dit is deels te danken aan het vermogen om de warme die vrijkomt bij het afvangproces terug te winnen en te gebruiken voor stadsverwarming. Carlo Maddalena, Senior Portfolio Manager Infrastructuur bij APG zegt: “Wij voorzien dat Stockholm Exergi een centrale rol zal spelen in de energietransitie en een positieve bijdrage kan leveren aan de broodnodige innovatie in de energiesector. De subsidie van het EU Innovatiefonds is een bewijs van de kwaliteit van het bedrijf en zijn management, waardoor Stockholm Exergi een voorsprong heeft op zijn Europese sectorgenoten.”

Exergi’s BECCS-fabriek draagt bij aan de ambitie van Stockholm om ’s werelds eerste ‘klimaatpositieve’ hoofdstad te worden. De installatie zal naar verwachting jaarlijks 800.000 ton CO2 kunnen afvangen. Dat is ongeveer evenveel als de jaarlijkse uitstoot door al het verkeer in Stockholm. De afgevangen CO2 zal permanent worden opgeslagen in geologische lagen onder de zeebodem of uitgeputte olie- en gasvelden in de Noordzee. De EU-richtlijnen bevatten zeer strenge milieu- en veiligheidsregels voor het aanwijzen van locaties voor CO2-opslag. Als dit eerste project succesvol blijkt, is Stockholm Exergi van plan om nog meer BECCS-fabrieken te bouwen in de nabijheid van haar andere bio-energie warmtekrachtcentrales en afvalverbrandingsinstallaties.

 

Belangrijk voor de energietransitie

Voor het behalen van de Parijse klimaatdoelen is het niet genoeg om alleen de CO2-uitstoot terug te dringen door over te schakelen op hernieuwbare energiebronnen. Het afvangen en opslaan van CO2 uit biogrondstoffen speelt een rol in 73 van de 78 scenario’s van het VN-Klimaatpanel (IPCC) om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 °. Stockholm Exergi verwacht dat BECCS, eenmaal opgeschaald, in belangrijke mate zal bijdragen aan de energietransitie, het beperken van de opwarming van de aarde en het behalen van de Parijse klimaatdoelstellingen.

Het EU Innovatiefonds behoort tot de grootste financieringsprogramma’s ter wereld voor het ondersteunen van nieuwe CO2-besparende technologie. Tot 2030 zal via het fonds circa € 20 miljard worden verstrekt aan projecten die besparende oplossingen naar de markt willen brengen en zo bijdragen aan een klimaatneutrale Europese economie. In de eerste ronde hebben 311 projecten een aanvraag ingediend. Voor de eerste ronde is € 1,1 miljard toegewezen. De zeven verkozen projecten zullen dit bedrag delen.

In juni 2021 nam een door APG geleid consortium een 50% belang in Stockholm Exergi, dat werd overgenomen van het Finse energiebedrijf Fortum Oyj. Het bedrijf is de grootste leverancier van stadsverwarming in Zweden en loopt binnen de sector voorop als het om duurzaamheid gaat. Exergi heeft de ambitie om uiterlijk in 2025 een ‘klimaatpositief’ bedrijf te zijn.

 

Volgende publicatie:
APG belegt in woningbouw en -ontwikkeling in Hongkong

APG belegt in woningbouw en -ontwikkeling in Hongkong

Gepubliceerd op: 15 november 2021

APG is een joint venture gestart met Wang On Properties om betaalbare huisvesting, stadsvernieuwing en verstedelijking in Hong Kong mogelijk te maken. Met de zogeheten JV Company wordt 523 miljoen euro geïnvesteerd in woningbouw- en woningontwikkeling.

 

Graeme Torre, Hoofd Real Estate voor APG Asset Management Asia Pacific: “De Greater Bay Area is als economische hoeksteen voor China en Hong Kong een cruciaal onderdeel van dat initiatief. We zijn daarom verheugd om samen te kunnen werken met een operator die zo ervaren en ingebed is in de lokale markt als Wang On. De strategie voor onze nieuwe joint venture, die namens onze langetermijnklanten van pensioenfondsen belegt, zal verschillende strategische thema's voor ons behandelen, zoals betaalbaarheid van woningen, stadsvernieuwing en verstedelijking. Dit laatste is een belangrijk uitgangspunt van onze ambities op het gebied van klimaat en duurzaam beleggen.”

 

Lees het persbericht.

Volgende publicatie:
“Er zijn goede stappen gezet, maar er is nog veel te doen”

“Er zijn goede stappen gezet, maar er is nog veel te doen”

 

APG’s Erik Jan Stork over de voortgang van het Klimaatcommitment

 

Zo’n 50 pensioenfondsen, banken, verzekeraars en vermogensbeheerders ondertekenden dit jaar het Klimaatcommitment. Hierin tonen ze, uit eigen wil, aan welke bijdrage ze leveren aan de doelen van Parijs. Onlangs werd een voortgangsrapport uitgebracht met de stand van zaken. Erik Jan Stork, fiduciair manager responsible investment bij pensioenuitvoerder APG, sprak erover met de Pensioenfederatie. “Bijna 90% van de financiële instellingen heeft de doelstellingen voor 2021 gehaald en meer dan de helft de doelen voor 2022 al.”

 

Door zich te committeren aan de afspraken in het commitment, aanvaarden de aangesloten partijen een inspanningsverplichting. Dat betekent dat ze verplicht zijn om het CO2-gehalte van hun relevante financieringen en beleggingen te meten. En dat ze hier publiekelijk over rapporteren. Uiterlijk in 2022 maken de betrokken partijen hun actieplannen inclusief reductiedoelstellingen voor 2030 bekend. Dat gebeurt op vrijwillige basis; de financiële sector is (nog) niet verplicht een dergelijke rapportage op te leveren. Stork: “Het is uniek dat banken, verzekeraars en pensioenfondsen samen afspraken hebben gemaakt over hun bijdrage aan het Klimaatakkoord”.

 

Belang

Dat de sector toch de handen ineensloeg en het commitment ondertekende, zegt iets over hoe belangrijk de aangesloten partijen het vinden. Dat belang voelt Erik Jan Stork zelf ook, vertelt hij in het interview. “Ik denk dat in mij nog steeds de scout zit die graag in de bossen rondloopt en opkomt voor de natuur en voor de zwakkeren in de samenleving.”

 

Effectieve dialoog

Het voortgangsrapport, uitgebracht door KPMG, laat mooie stappen zien. “Maar er is nog veel te doen”, vertelt Stork. “Zelf worstel ik nog met staatsobligaties. Kan je met overheden een effectieve dialoog voeren over hun klimaatplannen en je beleggingen daarvan afhankelijk maken?”

 

Benieuwd naar het hele interview? Lees het hier

Volgende publicatie:
Pop-up-store in Batavia Stad moet gesprek over duurzame kleding op gang brengen

Pop-up-store in Batavia Stad moet gesprek over duurzame kleding op gang brengen

Gepubliceerd op: 3 november 2021

Een pop-up-store met alleen duurzaam geproduceerde én tweedehands kleding. Dat is het concept van RE.love, de nieuwste winkel in Batavia Stad. De ‘fashion outlet’ in Lelystad is een van de winkelcentra van vastgoedeigenaar VIA Outlets, dat dit duurzame winkelconcept samen met haar huurders heeft ontwikkeld. De winkels hebben onder meer tot doel het gesprek over duurzaamheid op gang te brengen. Maar is dat eigenlijk wel de taak van een vastgoedeigenaar? En hoe ziet VIA Outlets zo’n gesprek over duurzaamheid voor zich?


Geert Paemen (Group Sustainability Director bij VIA Outlets): “Wij hebben twee soorten klanten, de winkeliers die winkelruimte bij ons huren en hun klanten die kleding kopen. Met de huurders gaan we regelmatig het gesprek aan over bijvoorbeeld hun energieverbruik, maar met RE.love beginnen we ook het gesprek over duurzaamheid van de kleding zelf. De pop-up-store is eigenlijk een excuus om het over duurzaamheid te hebben met de klant. Zo zijn de verkopers die in de pop-up-store werken getraind om vragen van klanten over duurzaamheid te beantwoorden.”


Roland Mangelmans (Senior Portfoliomanager Real Estate bij APG): “Met de opening van RE.love slaat VIA Outlets, waar we namens ABP in beleggen en waar we volledig eigenaar van zijn, twee vliegen in één klap. Zo gaan ze actief het gesprek aan over duurzaamheid met de kledingwinkels én met de klant die er komt winkelen.”

 

APG pleitte onder andere voor het aanstellen van een duurzaamheidsmanager bij VIA Outlets. Mede door haar initiatieven is duurzaamheid binnen VIA Outlets in een stroomversnelling geraakt, en scoort het bedrijf hoog op duurzaamheidsstandaarden, zoals GRESB [keurmerk dat vastgoedbedrijven op duurzaamheid beoordeelt, red.]. De opening van RE.love doet het waarschijnlijk ook goed bij de bedenkers van zo’n standaard. Speelde dat nog een rol bij het opzetten van RE.love?
Geert: “VIA Outlets is al enkele jaren bezig met duurzaamheid, ook voor mijn aanstelling al. Maar om resultaten te boeken heb je even tijd nodig. En we vinden dat we nu voldoende vooruitgang hebben geboekt om ook met de klant hierover te communiceren. Alle afdelingen van het bedrijf moeten duurzaam te werk gaan om het juiste resultaat te krijgen. Zo hebben we dit jaar de hoogste GRESB-score van vijf sterren behaald. Als we naar de resultaten van onze sector kijken, dan zien we dat steeds meer bedrijven hoog scoren, en dat is goed nieuws.

Roland: “Als APG vinden we het belangrijk dat de bedrijven waarin we beleggen duurzaamheid integreren in de bedrijfsvoering. In al hun processen. Hiervoor zouden adviseurs kunnen worden ingeschakeld, maar met de aanstelling van een duurzaamheidsmanager weten we zeker dat er iemand is die ’s ochtends wakker wordt en zich gaat bezighouden met duurzaamheid in het bedrijf.”

 

Dus die goede duurzaamheidsbeoordelingen zijn makkelijk te krijgen?
Geert: “Nee, het is niet gemakkelijk om hoog te scoren. Onze prestaties worden vergeleken met die van andere vastgoedeigenaren. Die zitten natuurlijk ook niet stil, dus we moeten continu verbeteren om die hoge scores vast te houden. Op gebouwniveau heeft de gehele portefeuille van VIA Outlets inmiddels een BREEAM-in use certificaat. Dit is een keurmerk waarmee de duurzaamheidsprestaties van bestaande gebouwen worden gemeten. Deze standaard wordt ook regelmatig aangescherpt en loopt vooruit op de wetgeving, die ook steeds strenger wordt.”


Roland: “Ik kan mij voorstellen dat Geert wel een punt heeft over de GRESB-standaard. Maar het is een middel, niet zozeer een doel. Het is vooral een indicatie dat VIA Outlets het goed doet in vergelijking met vergelijkbare vastgoedeigenaren. Wij eisen meer van onze vastgoedbeleggingen dan alleen een goede GRESB-score. En VIA Outlets doet ook al meer aan duurzaamheid dan de GRESB-score meet. Daarnaast is er met een score van 92 nog ruimte voor groei. Die ruimte zou er zelfs zijn bij een score van 100. De criteria van GRESB worden elk jaar een stukje strenger. Dat motiveert ons ook om ons best te blijven doen op het gebied van duurzaamheid.”

De pop-up-store is eigenlijk een excuus om het over duurzaamheid te hebben met de klant.

De kledingindustrie kwam de afgelopen jaren niet altijd even positief in het nieuws. Is het openen van een duurzame pop-up-store onderdeel van een trend om meer aandacht aan duurzaamheid te besteden?
Geert: “Het is zeker een trend, in alle sectoren. De mode-industrie heeft een aantal jaren geleden beseft dat zij ook met duurzaamheid bezig moet zijn. Als je je als bedrijf voor het eerst richt op duurzaamheid, kijk je waar je het meeste resultaat kunt behalen. Bij kledingmerken gaat het dan om de keten van productie naar consument.”

Zoals de arbeidsomstandigheden in kledingfabrieken in Bangladesh?
Geert: “Ja. En meer recenter zijn kledingmerken de aandacht ook gaan richten op het verkleinen van hun ecologische voetafdruk. Zo kijken merken nu naar welke materialen ze gebruiken en hoeveel energie het kost om hun collecties te produceren en te verkopen. De meeste grote merken zijn nu wel bezig met zowel het verbeteren van de arbeidsomstandigheden als het verminderen van schade aan het milieu.”


Roland: “In de winkelstraat is er een race to the bottom gaande van winkels die zo goedkoop mogelijk gemaakte kleding uit lagelonenlanden aanbieden. Kleding die soms onder slechte omstandigheden is geproduceerd. Dat is een trend die we graag willen doorbreken, ook al is dat moeilijk.”

En VIA Outlets probeert met die pop-up-stores het gesprek daarover te stimuleren?
Geert: “We willen inderdaad het gesprek over duurzaamheid beginnen. We hadden het gevoel dat het helemaal niet bestond in de outlet-omgeving. Duurzaamheid is steeds belangrijker voor ons, en voor de klant. Wij kunnen als VIA Outlets wel praten over standaarden en over hoeveel energie we besparen, maar dat is niet interessant voor de klant. Als je duurzaamheid relevant wilt maken voor de klant, moet je over voor hen relevante onderwerpen communiceren. Dat kan RE.love zijn. Maar ook het organiseren van themadagen over bijvoorbeeld het verminderen van plastic afval kan klanten aan het nadenken zetten.”

Is het wel de taak van een vastgoedeigenaar om dit gesprek te faciliteren? Is geld verdienen niet belangrijker?
Geert: “In de eerste plaats moeten we natuurlijk geld verdienen, anders hebben we als bedrijf geen toekomst. Maar we hebben ook een rol in de maatschappij. Mensen verwachten van ons dat we duurzaam zijn. Ik denk dat bedrijven beseffen dat het steeds belangrijker wordt met de lange termijn bezig te zijn, en niet alleen met op korte termijn zoveel mogelijk geld te verdienen. Als vastgoedeigenaar maken we onderdeel uit van de keten in de kledingindustrie. We zijn slechts een schakel, maar kunnen hiermee wel invloed uitoefenen in de keten.”

 

Roland: “APG vindt het belangrijk dat de vastgoedinvesteringen waarin ze belegt initiatief tonen op het gebied van duurzaamheid en het verkleinen van hun ecologische voetafdruk. Doordat VIA Outlets volledig eigendom is van APG, kunnen we het bedrijf aansporen het goede voorbeeld te geven in de mode-industrie. Het interessante van RE.love is dat een vastgoedeigenaar het gesprek aangaat over de producten in de winkels, waar de gesprekken eerder wellicht alleen over het energieverbruik van de winkel gingen.”

Staat VIA Outlets eenzaam aan de top als het gaat om duurzaamheid of zijn er meer grote spelers op het gebied van vastgoed die net zo goed scoren als jullie?
Geert: “We staan op de negende plek als het gaat om retail in Europa. Dat is niet slecht als je bedenkt dat we een klein bedrijf zijn. Beursgenoteerde bedrijven zijn vaak verder omdat zij aan hogere eisen moeten voldoen als het gaat om rapporteren over duurzaamheid.”

 

Hoe is de samenwerking met APG in jullie streven naar duurzaamheid?
Geert: “Die samenwerking is heel belangrijk, omdat we weten dat APG veel waarde hecht aan duurzaamheid. We hebben ook regelmatig overleg, waarbij we ze een update geven over waar we mee bezig zijn qua duurzaamheid. We hebben ook een dashboard waarop APG de resultaten van onze belangrijkste afspraken met hen kan zien. En we bespreken specifieke initiatieven met hen. Dus het wordt door APG van heel dichtbij gevolgd en ze moedigen ons ook aan heel ambitieus te zijn. Dat ervaren wij als heel positief.”

Roland benadrukt dat VIA Outlets niet het enige bedrijf is waar APG pleitte voor het aanstellen van een duurzaamheidsmanager. “We hebben een vooruitstrevend beleid waarbij we af en toe in het begin ook wel wat weerstand ontmoeten. Daarom is het noodzakelijk de dialoog aan te gaan met de bedrijven en fondsen waarin APG belegt. Door die dialoog aan te gaan, zorgen we dat we niet alleen de GRESB-score verhogen maar ook het algehele bewustzijn over duurzaamheid. We zitten in de kopgroep en als we het peloton mee willen krijgen, betekent dit dat we daar tijd en aandacht aan moeten besteden.”

Vastgoed draagt voor meer dan 30% bij aan de wereldwijde CO2-uitstoot en 40% van de wereldwijde energievraag en heeft daarmee grote impact op klimaatverandering. Wat doet VIA Outlets om bij te dragen aan de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs?
Geert: “Hierbij maken we gebruik van CRREM. Dat is een manier om voor elk type gebouw per land zicht te krijgen op hoeveel energie en CO2 een gebouw mag verbruiken en uitstoten tot en met 2050. Winkelcentra die voldoen aan de CRREM-norm zijn ‘Paris proof.

Roland: “Oorspronkelijk gold CRREM als een methode voor commercieel vastgoed enkel in de EU. APG heeft samen met twee andere investeerders de ontwikkeling van CRREM voor alle wereldwijde vastgoedmarkten mogelijk gemaakt. Voor APG geldt CRREM als de norm om te meten in hoeverre een vastgoedobject of -portefeuille voldoet aan het klimaatakkoord van Parijs. Deze aanpak sluit aan bij het streven van ABP, onze grootste pensioenfondsklant, om het gebruik van fossiele brandstoffen in CO2-intensieve sectoren terug te dringen.”

Volgende publicatie:
ABP opnieuw duurzaamste pensioenfonds van Nederland

ABP opnieuw duurzaamste pensioenfonds van Nederland

Gepubliceerd op: 1 november 2021

APG’s grootste pensioenfondsklant ABP voert voor de vierde keer op rij de ranglijst van duurzame Nederlandse pensioenfondsen aan. Dat maakte de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO) vandaag bekend. BpfBOUW behield de tweede plaats; ook SPW (9) behaalde een plek in de top-10.

 

ABP scoorde 4,0 van de maximaal haalbare 5 punten. Ook de andere vermogensbeheerklanten van APG behaalden mooie resultaten. BpfBOUW eindigde nipt achter ABP met een score van 3,9 punten. SPW behaalde 3,0 punten.

 

Steun in de rug

Corien Wortmann, bestuursvoorzitter van ABP, noemt het ‘een grote steun in de rug’ dat ABP voor de vierde keer op rij is uitgeroepen tot het meest duurzame pensioenfonds. Tegelijkertijd blijft het fonds kritisch kijken naar de eigen prestaties. “Wat bereiken we, wat kan effectiever? Hoe bereiken we meer impact voor een duurzame wereld? En tegelijk laten we met andere pensioenfondsen zien dat het kan met behoud van rendement. Zo inspireren en stimuleren we elkaar om het steeds weer beter te doen.”

 

VBDO onderzoekt sinds 2006 jaarlijks het beleid en de duurzame prestaties van de Nederlandse pensioensector. De ranglijst beoordeelt de 50 grootste pensioenfondsen van Nederland. Samen beheren zij € 1.540 miljard, goed voor 89% van het Nederlandse pensioenvermogen. VBDO kijkt naar zowel beleid, bestuur (governance) en verantwoording als de uitvoering.

 

Ruimte voor verbetering

De klanten van APG hebben nog maar weinig mogelijkheden voor verbetering in deze categorieën. VBDO heeft dit jaar vooral strenger gekeken naar de echte impact van de beleggingen van pensioenfondsen op samenleving en milieu. Voor de klanten van APG liggen er vooral verbeterkansen op het nog beter meten, sturen en rapporteren als het om deze real world impact gaat.

 

Geïnteresseerd? Download het volledige verslag van VBDO hier.

 

Volgende publicatie:
Beleggers sporen Zuid-Korea aan tot steviger klimaatinspanningen

Beleggers sporen Zuid-Korea aan tot steviger klimaatinspanningen

Gepubliceerd op: 14 oktober 2021

APG moedigt samen met 22 grote internationale beleggers de Zuid-Koreaanse regering aan om tot een duidelijk transitiepad te komen dat aansluit bij de klimaatafspraken van Parijs. Het land moet daarvoor onder andere stoppen met de bouw van nieuwe kolencentrales. Duidelijk klimaatbeleid helpt Koreaanse bedrijven om uiterlijk in 2050 klimaatneutraal te zijn. APG is namens haar pensioenfondsklanten een van de drijvende krachten achter dit initiatief.  

 

De deelnemende beleggers voeren actief engagement (het aanwenden van invloed door aandeelhouders om bedrijven tot veranderingen aan te zetten) met Zuid-Koreaanse bedrijven. In een brief aan de Zuid-Koreaanse presidentiële klimaatcommissie schrijven ze dat het nationale energie- en klimaatbeleid voor deze bedrijven van groot belang is om hun streven naar netto nul uitstoot (net zero emissions) waar te maken. De brief wordt ondersteund door Climate Action 100+ en is ondertekend door beleggers met een gezamenlijk beheerd vermogen van € 5.800 miljard. APG behoort met BMO Global Asset Management, EOS Federated Hermes en Sumitomo Mitsui Trust Asset Management tot de initiatiefnemers.

 

Bedrijven hebben behoefte aan duidelijk klimaatbeleid

De ondertekenaars stellen dat Zuid-Koreaanse bedrijven duidelijk nationaal beleid nodig hebben voor een succesvolle overgang naar net zero, het beperken van klimaatrisico’s en het behouden van waarde op de lange termijn. “Dit vergt ook een helder tijdspad voor het uitfaseren van kolen in lijn met de doelstelling van Parijs om de opwarming van de aarde te beperken tot 1.5°C”, staat in de brief.

 

De beleggers dringen erop aan dat de presidentiële commissie transitiepaden uitstippelt die uitgaan van het onlangs ontwikkelde Net Zero 2050-scenario van het Internationaal Energie Agentschap (IEA). “Deze transitiepaden moeten volledig in lijn zijn met het Parijse klimaatverdrag en ervoor zorgen dat de Zuid-Koreaanse economie uiterlijk in 2050 CO2-neutraal is. Ook moet niet verder worden ingezet op kolen, want dat vertraagt de onvermijdelijke en hoognodige overgang naar duurzame energie”, zegt Yoo-Kyung (YK) Park, Hoofd APAC Responsible Investment & Governance bij APG.

 

Geen kolenexpansie

In augustus uitte APG in een brief aan de Koreaanse regering al zorgen over de kolencentrales die momenteel in het land worden gebouwd. Vorig jaar verkocht APG haar belang in Korea Electric Power Corp. (KEPCO) vanwege de voorgenomen bouw door het staatsbedrijf van kolencentrales in Vietnam en Indonesië. "De uitbreiding van kolengestookte energie in Zuid-Korea gaat in tegen de inspanningen om klimaatverandering te bestrijden," zegt YK. "Het risico is ook dat de centrales minder waard of onrendabel worden omdat ze maar beperkt worden gebruikt of omdat er extra inspanningen nodig zijn om de CO2-uitstoot te compenseren.”

 

Climate Action 100+ is een samenwerkingsverband van 615 beleggers met een gezamenlijk beheerd vermogen van € 47.000 miljard. ’s Werelds grootste beleggersinitiatief spant zich ervoor in dat bedrijven die verantwoordelijk zijn voor de meeste uitstoot van broeikasgassen actie ondernemen om klimaatverandering tegen te gaan.

Volgende publicatie:
APG belegt voor € 195 miljoen in eerste groene obligatie EU

APG belegt voor € 195 miljoen in eerste groene obligatie EU

Gepubliceerd op: 12 oktober 2021

EU versterkt leidende positie op het gebied van duurzame financiering verder

Voor het eerst heeft de Europese Unie (EU) een groene obligatie uitgegeven. De opbrengst wordt gebruikt voor financiering van het economisch herstel in de nasleep van de Covid-19 pandemie. “De uitgifte van de eerste groene EU-obligatie is langverwacht. We zijn als APG een overtuigd belegger in gelabelde obligaties en daarom erg enthousiast om namens onze klanten deel te nemen aan deze uitgifte”, zegt portefeuillemanager Chris Lam. APG kreeg € 195 miljoen toegewezen.


De groene obligatie – NextGeneration EU (NGEU) genoemd – maakt deel uit van een Europees herstelpakket van circa € 800 miljard. Met de opbrengst worden de lidstaten ondersteund bij het aanpakken van de economische gevolgen van de Covid-19. Ongeveer 30 procent van het herstelpakket wordt gefinancierd met de uitgifte van groene Europese obligaties, waarbij de focus ligt op milieu- en klimaatinvesteringen. Volgens Oscar Jansen, die bij APG de portefeuille met euro-obligaties beheert, is de eerste uitgifte van € 12 miljard deze week de eerste stap om van EU de grootste uitgever van groene obligaties in de wereld te maken. “De uitgifte onderstreept de leidende rol van Europa in duurzame financiering.” In 2020 belegde APG al in de SURE sociale obligatie van de EU, waarvan de opbrengst wordt gebruikt om de sociale gevolgen van de pandemie te verlichten.


Ondersteunen duurzaam herstel
Volgens Lam is de uitgifte een mijlpaal voor zowel Europa als de markt voor groene obligaties. “Het geeft beleggers meer dan ooit tevoren toegang tot de financiering van groene projecten in de lidstaten. Deze projecten dragen bij aan het realiseren van de ambitieuze EU-klimaatdoelstellingen. Investeringen in hernieuwbare energie en in energiezuinige infrastructuur en transport ondersteunen het Europese herstel na de Covid-19 pandemie. Ook helpen ze de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Maar er is ook geld beschikbaar om innovatie te stimuleren en onderzoek te financieren ter ondersteuning van de energietransitie.”

Het Europese raamwerk voor groene obligaties sluit aan bij de standaard in de markt – de principes van de International Capital Markets Association. Ook heeft het raamwerk een positieve beoordeling gekregen van second opinion verstrekker Vigeo Eiris. Er zijn negen categorieën voor groene investeringen en duurzame hervormingen die in aanmerking komen voor financiering met de opbrengst van de groene obligatie.

Minder risico op greenwashing
De Europese Unie heeft een taxonomie (classificatiesysteem) opgesteld voor ecologisch duurzame beleggingen. Daarnaast wordt binnenkort de EU-standaard voor groene obligaties ingevoerd. Daarmee effent de EU het pad voor duidelijke regels op het gebied van duurzame beleggingen en het meten van impact in een groot aantal sectoren. Voor de groene obligatie is bepaald dat lidstaten zelf met plannen moeten komen. Dit vereist wel transparantie en toezicht van de EU op de manier waarop de opbrengsten in de praktijk worden gebruikt. De rapportage daarover wordt door een externe auditor gecontroleerd en de milieu-impact wordt volgens de gangbare klimaatstandaarden vastgesteld.

Jansen maakt zich niet al te veel zorgen over greenwashing. "De EU bouwt aan solide regels en legt de nadruk op 'Do no significant harm'-criteria (het uitgangspunt dat een belegging geen belangrijke schade toebrengt aan andere milieu- of sociale doelstellingen, red.) voor beleggingen. Daarmee is er een sterke focus om ervoor te zorgen dat de opbrengst van deze obligatie ook voor echt groene investeringen wordt gebruikt”, zegt hij. Doordat de opbrengst op een groot aantal manieren kan worden ingezet, beleggen we op deze manier in een groot en divers pallet van groene investeringen. Het vergroten van de aantoonbare impact van onze beleggingsportefeuilles is van groot belang voor de ambitieuze doelstellingen van onze pensioenfondsklanten."

 


APG behoort tot de grootste beleggers in gelabelde obligaties ter wereld. Namens de fondsklanten zet APG zich in om de groei en ontwikkeling van deze markt te bevorderen. Eind vorig jaar organiseerde APG een webinar waarin vertegenwoordigers uit de beleggingswereld en de EU het geplande ondersteuningsprogramma, de mogelijke impact ervan op de gelabelde obligatiemarkten en de belangrijke rol die beleggers moeten spelen, onder de loep hebben genomen.

 

Volgende publicatie:
“Automatisering is meer dan het vervangen van mensen door machines”

“Automatisering is meer dan het vervangen van mensen door machines”

Gepubliceerd op: 12 oktober 2021

Klimaatverandering en digitalisering laten geen sector onberoerd. Anna Pot, Manager Global Responsible Investment & Governance Nederland bij APG, deed onderzoek naar de gevolgen voor werknemers. “Juist medewerkers zijn belangrijk voor bedrijven om deze veranderingen goed te doorstaan. Betrokken, getrainde en flexibele werknemers helpen een bedrijf om zich aan te passen en te vernieuwen.”

 

Anna Pot doet al twaalf jaar onderzoek naar hoe bedrijven omgaan met hun werknemers, ook wel human capital management genoemd. Zij sprak met bedrijven over kwesties als kinderarbeid in de cacao-industrie, het recht van werknemers om zich bij een vakbond aan te sluiten en veilig werken tijdens de coronapandemie. Uit haar meest recente onderzoek komen drie grote trends – transities – naar voren die een grote impact hebben op werknemers: automatisering, digitalisering en klimaatverandering. Ze doet daarin suggesties voor kritische vragen die beleggers hierover kunnen stellen aan bedrijven.

 

 

In welke zin heeft klimaatverandering gevolgen voor werknemers?

“Fossiele brandstoffen maken langzaam maar zeker plaats voor hernieuwbare energie. Kolenmijnen gaan dicht. Klimaatverandering bedreigt industrieën die enorm veel personeel in dienst hebben, terwijl het nog onduidelijk is hoeveel en waar precies er nieuwe banen zullen ontstaan. Volgens schattingen van de Internationale Arbeidsorganisatie (International Labour Organization) zijn dat er 24 miljoen, in industrieën als de opwekking van schone energie, de productie van elektrische voertuigen en energie-efficiëntie. Maar het gaat niet alleen om banen. De eisen die aan de kennis en vaardigheden van werknemers worden gesteld, veranderen ook. Onder druk van de maatschappij en groene regelgeving moeten bedrijven over naar een klimaatneutraal bedrijfsmodel, daartoe aangemoedigd door beleggers als APG. Innovatie wordt daarbij steeds belangrijker. Je ziet dit al bij autoproducenten, die nu massaal de overstap maken van verbrandingsmotoren naar groene motortechnologie.”

 

Wat is er nieuw aan de constatering dat automatisering banen kost?

“De conclusies uit onderzoek dat hiernaar is gedaan, zijn niet eenduidig. Het ene onderzoek voorspelt een verlies van twee miljard banen, het andere stelt dat er miljoenen nieuwe banen bijkomen. Automatisering is meer dan het vervangen van mensen door machines. Door automatisering ontstaat ook behoefte aan andere vaardigheden, bijvoorbeeld doordat mensen en machines samenwerken. Toyota heeft hier een mooie term voor: jidoka, oftewel automatisering met een human touch. Als ze concurrerend willen blijven, moeten bedrijven hun digitale systemen voortdurend verbeteren. De economie wordt dus steeds meer kennisintensief. Machines nemen routinetaken over en van mensen wordt meer innovatie en creativiteit gevraagd.”

 

Wat is het belang voor bedrijven om goed met hun werknemers om te gaan?

“Bedrijven die grote veranderingen doormaken, hebben de steun en kennis van hun werknemers nodig om die tot een goed einde te brengen. Ze zien in dat gekwalificeerde, flexibele en betrokken mensen onmisbaar zijn om zich te kunnen blijven vernieuwen en aan te passen. Bedrijven noemen menselijk kapitaal en innovatie hun topprioriteiten voor de komende jaren. Ze moeten nadenken hoe ze de creativiteit en het vernieuwend vermogen van werknemers kunnen stimuleren. In de strijd om toptalent willen bedrijven bekendstaan als een goede werkgever. Zeker voor de jonge generatie is dat een cruciale voorwaarde om voor een bedrijf te willen werken. Om innovatief te zijn, moeten bedrijven de juiste omstandigheden creëren waarin werknemers creatief kunnen zijn, durven te experimenteren en fouten mogen maken. Betrokkenheid van werknemers is nodig om ze aan boord te houden en de transitie effectief te laten plaatsvinden.”

 

Kun je een bedrijf noemen dat dit goed aanpakt?

“Je zou het niet verwachten na Dieselgate, maar Volkswagen is een koploper op dit gebied. Ze hebben toegezegd de transitie volledig op basis van natuurlijk verloop te laten plaatsvinden, dus zonder mensen te ontslaan. Ze hebben uitgebreide programma’s waarin ze medewerkers trainen om de omslag te maken. En dan gaat het niet alleen om monteurs die van verbrandings- op elektrische motoren moeten overschakelen, maar ook om kantoorpersoneel dat nieuwe dingen leert, zoals programmeren of het analyseren van data. Met digitale vaardigheden kunnen ze de overstap maken naar andere afdelingen binnen het bedrijf of zelfs bij een andere onderneming aan de slag gaan. Overigens zijn we nog wel met Volkswagen in gesprek over de nasleep van Dieselgate. We vragen het bedrijf om een meer open bedrijfscultuur te creëren en een echt onafhankelijke raad van toezicht in te stellen.”

 

En als bedrijven dit niet doen?

“Bedrijven die niet goed omgaan met hun werknemers missen de boot bij het binnenhalen van toptalent, lopen het risico dat operaties in gevaar komen, of kunnen reputatieschade oplopen vanwege onrechtmatige arbeidspraktijken. En het gaat verder dan dat. Als we als maatschappij niet goed omgaan met deze grote verschuivingen, kan dit veel mensen hun baan kosten of de kwaliteit van hun werk aanzienlijk aantasten. Dit zal vooral de minder opgeleide, arme en kwetsbare groepen treffen, met een toename van maatschappelijke onvrede als gevolg.”

 

Wat vraagt APG van bedrijven? Wat betekent ‘goed omgaan met werknemers’ concreet?

“Onze minimumvereiste is dat bedrijven veilige arbeidsomstandigheden garanderen voor hun werknemers. Wij hanteren daarvoor de standaarden van de Internationale Arbeidsorganisatie. In onze duurzaamheidscriteria worden veilig werk en gezonde arbeidsverhoudingen ook meegewogen. Als het nodig is, gaan we met bedrijven in gesprek om hun arbeidsomstandigheden te verbeteren. Van bedrijven die in transitie zijn, willen we weten wat hun strategie is. We vragen ze om een skill gap analysis te maken: welke vaardigheden hebben je werknemers nu en welke ontbreken er nog? En hoe ga je van A naar B? Ga je mensen ontslaan en nieuwe aannemen? Los je het op via natuurlijk verloop, of train je je huidige werknemers? Anderhalf jaar geleden vroegen we de auto-industrie om een dergelijke analyse uit te voeren. Toen deed nog bijna niemand het en nu zijn bijna alle autoproducenten ermee bezig. Ford heeft de analyse al opgenomen in zijn jaarverslag.”

 

Daarnaast stelt APG eisen aan de trainingsprogramma’s van bedrijven, stelt Pot. “We willen dat bedrijven over die programma’s rapporteren en laten zien wat de impact daarvan is. Werknemers moeten worden meegenomen in de transitie van het bedrijf. Heldere communicatie, training en het aannemen van nieuwe expertise staan daarbij centraal.”

 

Je hebt jarenlange ervaring op het gebied van arbeidsrechten. Wat was voor jou de grootste eyeopener in dit onderzoek?

“We hebben altijd aandacht gehad voor de sociale component van duurzaamheid, maar dit aspect heeft een enorme vlucht genomen sinds de coronapandemie en de opkomst van de transities. Vooral de bedrijven zelf zien nu het belang ervan in.”

 

Wat ga je doen met de uitkomsten van het onderzoek?

“Bedrijven met goed human capital management zijn aantrekkelijk voor ons als belegger. Onderzoek wijst uit dat beleggers die investeren in dit soort bedrijven gemiddeld beter presteren. We gaan dan ook met onze portefeuillemanagers in gesprek over onze bevindingen en hoe ze daar in hun beleggingen gebruik van kunnen maken. In ons paper staan concrete suggesties voor vragen die zij kunnen stellen aan bedrijven in transitie. Dat is een vrij lange lijst. Als je maar vijf minuten hebt, zou ik er drie stellen. In de eerste plaats: wat is je strategie voor human capital management? Ten tweede: hoe past die binnen de langetermijnstrategie van het bedrijf? Is het bijvoorbeeld een aanjager van innovatie, of van klanttevredenheid? En ten derde: hoe meet je als bestuur de voortgang? Deze drie vragen geven al een behoorlijk goed beeld van hoe serieus een bedrijf human capital management neemt.”

 

Volgende publicatie:
APG investeert in verantwoord beheerde FSC-bossen

APG investeert in verantwoord beheerde FSC-bossen

Gepubliceerd op: 4 oktober 2021

Namens pensioenfondsklant ABP, neemt APG een flink belang in Wenita Forest Products; de grootste producent van bosproducten in de Nieuw-Zeelandse regio Otago. Het bosareaal heeft een omvang van 30.000 hectare en is gecertificeerd volgens de FSC-standaard. Dat betekent dat in een gebied ruim drie keer zo groot als de provincie Utrecht het behoud van biodiversiteit en het economische en sociale welzijn van lokale gemeenschappen en medewerkers voorop staan. Met de belegging breidt APG zijn investeringen in verantwoord beheerde bossen verder uit.

Wenita behoort tot de grootste eigenaar van productiebossen in Nieuw-Zeeland en levert al dertig jaar producten aan lokale en internationale markten. Omdat het bedrijf zoveel ervaring heeft met verantwoord bosbeheer, levert het ook advies en begeleiding over deze werkwijze aan andere boseigenaren. In Wenita groeien vooral Radiata dennen, die vooral worden verwerkt in meubels, bouwmaterialen voor huizen, fineer en multiplex.

Wereldwijd wordt ongeveer 15% van de uitstoot van broeikasgas veroorzaakt door ontbossing. Klimaatrapporten van het Internationaal Energie Agentschap en het VN-klimaatpanel (IPCC) laten duidelijk zien dat de opwarming van de aarde nog altijd veel te snel gaat. Ook APG en ABP maken zich, net als veel van de pensioenfondsdeelnemers, zorgen over het klimaat.

 

Deze investering FSC-gecertifieerd bossen is onderdeel van de ambitie van APG en pensioenfondsklant ABP om het beleggingsbeleid duurzamer te maken, klimaatverandering tegen te gaan en biodiversiteit te beschermen. Deze productiebossen dragen bij aan koolstofvastlegging in Nieuw-Zeeland en verduurzaming van de bouw- en woningmarktsectoren door daar hernieuwbare materialen aan te bieden. Bovendien betekent het FSC-certificaat dat Wenita - naast bescherming van biodiversiteit- het economisch en sociaal welzijn van lokale gemeenschappen en werknemers in het beleid verankerd heeft. “Op deze manier draagt de investering in Wenita niet alleen bij aan goed beleggingsrendement voor ABP-deelnemers, maar ook aan een leefbare planeet, ” zegt Ben Avery, senior portfoliomanager APG.

De investering in Wenita doet APG met de Britse pensioenuitvoerder Pension Protection Fund (PPF). De bedrijven verwerven samen een meerderheidsbelang van 62%  van Sinotrans NZ, een lokale vertegenwoordiger van de Chinese logistiek- en transportgigant Sinotrans. Een door New Forests beheerd fonds, het Australia New Zealand Forest Fund 2, bezit sinds 2018 de overige 38% van de aandelen en blijft -naast APG en PPF- ook belegd in Wenita.

Met deze investering draagt APG namens ABP bij aan de realisatie van de Sustainable Development Goals (SDG's). Deze SDG's zijn in 2015 vastgesteld door de Verenigde Naties met als doel bij te dragen aan een betere en duurzamere wereld.

Volgende publicatie:
Infra-beleggers APG winnen IPE Global Award

Infra-beleggers APG winnen IPE Global Award

Gepubliceerd op: 1 oktober 2021

Best Real Assets & Infrastructure Investor of the Year. Met deze IPE Global Award troefde APG deze maand wereldwijd zo’n twintig andere, grote institutionele beleggers af.

 

‘We zijn hier ontzettend trots op. IPE is een onafhankelijke, objectieve organisatie, die een goede naam heeft in de markt. Deze Global Award is ons dan ook veel waard’, zegt Jan-Willem Ruisbroek, hoofd investeringsstrategie infrastructuur bij APG. ‘We hebben deze prijs gewonnen met het hele team, te weten veertig infrastructuur-specialisten in onze kantoren in New York, HongKong en Amsterdam.’ Wat was het oordeel van de jury over APG’s strategie in Real Assets & Infrastructure? Ruisbroek pakt het jury-rapport erbij: ‘A mature strategy in sustainable infrastructure, rewarded with solid returns. APG’s reference to megatrends is innovative and has guided investment decisions well.’

 

Het Infrastructuur-team van APG belegt niet in aandelen of obligaties, maar investeert in bedrijven die geen beursnotering hebben, met als doel langjarige, stabiele rendementen te behalen. De portefeuille is vrij breed: van transport (luchthavens, tolwegen, havens, treinen, spoorwegen) en telecom (zendmasten, glasvezelkabels) tot energieopwekking, denk aan wind- en zonneparken en het transport van energie. Van het totaal belegde vermogen van 567 miljard euro heeft APG zo’n twintig miljard euro belegd in infrastructuur.

 

Bijdragen aan welzijn

Daarbij ligt de nadruk steeds meer op verduurzaming c.q. de ondersteuning van de transitie naar een klimaatneutrale energievoorziening, vertelt Ruisbroek. ‘We streven niet alleen naar solide beleggingsrendementen voor onze pensioenfondsklanten maar ook naar concrete voordelen die bijdragen aan het welzijn van burgers. We hebben de IPE-jury laten zien dat we veel beleggen in bijvoorbeeld wind- en zonneparken die nog gebouwd moeten worden; daarmee nemen we bewust wat meer risico dan bij een vergelijkbare belegging in bestaande infrastructuur. Dat kunnen we doen omdat we de kennis en kunde in huis hebben om deze risico’s goed in te schatten.’ Het rendement bij deze vorm van ‘ondernemend beleggen’ is relatief groter. Een voorbeeld hiervan is APG’s investering in een windmolenproject Oostflakkee, dat inmiddels gebouwd is door Kallista Energy, een Franse producent van duurzame energie.

Een andere trend waar APG met zijn beleggingen op inspeelt, is digitalisering, schetst Ruisbroek: ‘Toekomstige generaties zullen steeds meer data gebruiken. Daarom zijn we met KPN een joint venture gestart, voor de grootschalige uitrol van glasvezelaansluitingen in Nederland. Met de vervanging van het oude kopernetwerk door supersnelle internetverbindingen via glasvezel kan KPN zowel consumenten als bedrijven beter ondersteunen in hun digitale activiteiten.’

 

 

Op de foto: Jan-Willems collega Robert Jan Foortse, die de award in ontvangst nam.

Volgende publicatie:
“Wat ons betreft tellen niet de labels, maar wat je bereikt”

“Wat ons betreft tellen niet de labels, maar wat je bereikt”

Gepubliceerd op: 24 september 2021

Het beleggingsbeleid van ABP ligt onder een steeds groter vergrootglas. Met verschillende actiegroepen als voornaamste ‘waakhonden’. Hoe ga je daar als pensioenfonds en uitvoerder mee om? En welk effect heeft het op je beleid? Diane Griffioen, hoofd beleggingen bij ABP en Claudia Kruse, hoofd duurzaam beleggen bij APG, spreken erover in PensioenPro. “Ik vind dat we behoorlijk ambitieus zijn.”

 

Jaarlijks stelt de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO) een lijst samen van duurzaamste pensioenfondsen. ABP prijkt daarin bovenaan. Het lijkt in schril contrast te staan met de kritiek op het duurzaam en verantwoord beleggingsbeleid van het fonds en haar uitvoerder. Actiegroepen verwijten het ABP onder meer in te hebben gestemd met het – volgens hen te weinig ambitieuze – klimaatbeleid van Shell.

 

Signalen die serieus worden genomen. En zelfs bijdragen aan de keuze van ABP om het beleid nu al te herijken. In het interview met het pensioenvakblad zegt Griffioen daarover: “In 2020 hebben we ons duurzaam en verantwoord beleggingsbeleid herijkt, met de blik op de lange termijn. Een visie voor 2050, ambities voor 2030 en kortetermijndoelen voor 2025. Die doelen halen we, maar tegelijkertijd zien we dat de negatieve klimaatontwikkelingen sneller gaan dan we dachten. Het is de vraag of Net Zero in 2050 wel voldoende is. We moeten harder, en niet alleen wij, maar alle betrokken partijen: bedrijven, beleggers, politiek. We willen koploper op dit terrein zijn. Dus we gaan nieuwe doelen formuleren.”

 

20 procent in SDI’s

Onderdeel van het huidige – nog niet herijkte – beleid is de ambitie om 15 miljard euro te investeren in de energietransitie. De vraag rijst: is dat ambitieus genoeg? “€15 miljard was het doel van twee jaar geleden. Daar kijken we nu ook naar. Ik vind dat we behoorlijk ambitieus zijn. Die €15 miljard is niet het enige. We willen in 2025 20% van ons vermogen hebben belegd in SDI’s.”

 

Drempel van geloofwaardigheid

Het gesprek met de twee topvrouwen voert verder, over hun visie op engagement. Diane: “Met uitzondering van de tabaksindustrie en kernwapens sluiten wij geen sectoren uit. We zijn kritisch op bedrijven die we selecteren en we willen dat ze hun beloften ook waarmaken. Maar we hanteren wel een ondergrens; een drempel van geloofwaardigheid.” Maar het interview gaat ook over de ratjetoe aan duurzaamheidswetten, -regels en -labels. Kruse: “Die veelheid hoort bij de fase waarin we nu verkeren. Wat ons betreft tellen niet de labels, maar wat je bereikt.”

 

Lees het hele interview op PensioenPro. Let op: je moet geabonneerd zijn om het te kunnen lezen.

Volgende publicatie:
“Belegt een aap net zo goed als een belegger?”

“Belegt een aap net zo goed als een belegger?”

Gepubliceerd op: 23 september 2021

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: chief economist Thijs Knaap over de vraag of je met actief beleggen de markt kunt verslaan. “Als particuliere belegger niet. Maar als pensioenfonds bevind je je in een fundamenteel andere positie.”

Geef een geblinddoekte aap wat dartpijltjes, laat hem een behoorlijk aantal worpen doen op de beurspagina van de krant, en er ontstaat een aandelenportefeuille die even goed rendeert als een professioneel samengestelde portefeuille. Met die bewering heeft Princeton professor Burton Malkiel in 1973 willen zeggen dat aandelenkoersen een willekeurig en onvoorspelbaar verloop laten zien. Met andere woorden, afwijken van de aandelenindex door in specifieke aandelen uit die index te beleggen – een actieve beleggingsstrategie dus – levert geen extra rendement op zonder extra risico. En heeft dus geen zin.


Snijdt deze claim hout? Ja, zegt Knaap, voor de particuliere belegger waarschijnlijk wel. Betekent dit dat een pensioenfonds zijn hele vermogen ook beter in de index kan beleggen? Nee, zegt de econoom, want een pensioenfonds bevindt zich in een fundamenteel andere positie. Onder andere omdat het beleggingsmogelijkheden heeft waarvoor schaalgrootte, professionele kennis en zitvlees nodig is. Dit soort beleggingen, waartoe een particuliere belegger geen toegang heeft, vormen voor pensioenfondsen een bron van extra rendement.   


Enige slimme belegger
Knaap: “Malkiel had gelijk, in die zin dat het zogeheten stock picking voor een particulier geen zin heeft. Je bent namelijk niet de enige slimme belegger die een onderneming analyseert en op basis daarvan het koersverloop van dat aandeel probeert te voorspellen. Informatie is meestal wel in de prijzen verwerkt – de koersen weerspiegelen de verwachtingen. Met die aanname is het niet mogelijk om als particuliere belegger de markt te verslaan met actief beleggen. In dat geval kun je beter beleggen in de hele aandelenindex. En dat kan tegenwoordig met goedkope index-trackers.”


Er is echter een wereld van verschil tussen beleggen in aandelen als particulier en als pensioenuitvoerder, die voor zijn klanten een totaal vermogen van 620 miljard euro beheert. Ten eerste omdat een pensioenfonds zijn beleggingen moet afstemmen op de
(betalings-)verplichtingen aan deelnemers, een proces dat asset-liability management wordt genoemd.


“Als je de spreekwoordelijke aap laat beleggen in aandelen, is de keuze om alleen in aandelen te beleggen al gemaakt. Maar wíl je überhaupt in aandelen beleggen, en zo ja voor hoeveel? Twee derde van onze beleggingsportefeuille bestaat uit andere beleggingscategorieën. Bijvoorbeeld obligaties, onroerend goed, grondstoffen, infrastructuur en leningen aan bedrijven. Als pensioenfonds moet je bepalen in wélke categorieën je wilt beleggen, en in welke verhoudingen. Op zo’n manier dat je aan elke deelnemer op het juiste moment het juiste pensioenbedrag kunt uitkeren. Dat vereist veel analyse, want het is best complex en er is niet één juiste methode.”


Geen lijstjes

Een pensioenfonds verschilt óók van een particuliere aandelenbelegger omdat het een betere informatiepositie heeft, en omdat deelnemers meer verwachten van hun fonds dan alleen een marktconform rendement.


Knaap: “We spreken de bedrijven waarin we beleggen aan op duurzaamheid en goed ondernemingsbestuur – onder andere door te stemmen op aandeelhoudersvergaderingen en eventuele misstanden aan de kaak te stellen. Zo kennen we bedrijven als aandeelhouder, gesprekspartner, en ook nog vanuit de schuldmarkt. En datzelfde geldt voor hun concurrenten. Ten opzichte van de particuliere belegger beschik je daardoor vaak over betere informatie en kun je betere analyses uitvoeren. Dat brengt uiteraard ook kosten met zich mee, maar op die manier denken we de benchmark – de index – te verslaan. En als je het over een langere periode bekijkt, doen onze aandelen- en bedrijfsobligatiebeleggers dat ook, met een ruime marge.”


De derde, misschien wel meest fundamentele reden waarom je APG niet kunt vergelijken met een particuliere belegger: een belegger van deze omvang kan beleggen in assets die voor de particulier geen optie zijn. Knaap: “In beleggingsklassen als infrastructuur en leningen aan bedrijven kun je alleen beleggen als je daarvoor genoeg vermogen hebt. Naast schaalgrootte moet je ook de vereiste kennis hebben om erin te kunnen investeren. Voor bepaalde assets, in China bijvoorbeeld, moet je flink wat lokale kennis hebben. Van dat soort beleggingen zijn geen lijstjes om uit te kiezen, zoals bij een aandelenbeurs. Je moet er echt naar op zoek. Ons belang in de joint venture met KPN voor de uitrol van glasvezel, is pas een asset op het moment dat we die joint venture samen met KPN hebben opgericht. Maar daar gaat een heel proces aan vooraf. En daarvoor stuur je geen aap naar Rotterdam.”


Snel verkopen

Knaap vervolgt: “In dergelijke assets beleg je bovendien voor de lange termijn. Dit soort illiquide beleggingen verkoop je niet zomaar van de ene op de andere dag. Als pensioenfonds ben je bij uitstek in de positie om voor een lange periode in een bepaalde asset te beleggen. Juist in de markten waar dat geduld nodig is, zien we op dit moment de beste mogelijkheden. Als pensioenbelegger versla je de index dus ook door te investeren in de meer illiquide, minder toegankelijke markten. Liquide markten, zoals de aandelenmarkt, hebben nog steeds wel een functie, want je hebt ook behoefte aan assets die je zo nodig snel kunt verkopen. Maar voor grote pensioenfondsen is actief beleggen in illiquide assets op dit moment een belangrijke bron van rendement. En daarmee zijn hun deelnemers uiteindelijk dus beter af.”

Volgende publicatie:
APG belegt voor € 360 miljoen in Spaanse en Britse groene staatsobligaties

APG belegt voor € 360 miljoen in Spaanse en Britse groene staatsobligaties

Gepubliceerd op: 22 september 2021

De Europese markt voor groene staatsobligaties groeit gestaag. In twee weken tijd zijn de relatieve laatkomers Spanje en het Verenigd Koninkrijk toegevoegd aan het rijtje Europese landen dat een ‘green bond’ heeft uitgegeven. APG belegt namens de pensioenfondsklanten € 99 miljoen in de Spaanse en £224 miljoen (€ 261 miljoen) in de Britse obligatie.

 

Tot nog toe gaven in 2021 naast deze twee landen ook Duitsland, Zweden en Italië hun eerste groene obligatie uit. Met de uitgifte van de Europese Next Generation (NGEU) obligaties, gepland voor oktober, ziet het er naar uit dat bestaande uitgifterecords zullen worden gebroken.

 

Duurzame impact

Groene obligaties worden uitgegeven door bedrijven en (semi)overheden om klimaat- of milieuprojecten te financieren. Doordat de uitgever vooraf aangeeft waarvoor de opbrengst wordt gebruikt, is het gemakkelijker om de duurzame impact vast te stellen. Dat maakt groene obligaties aantrekkelijk voor beleggers. Europa loopt voorop als het gaat om regelgeving en verslaglegging voor duurzame beleggingen. Het Europese raamwerk (EU Taxonomy) voor Duurzame Beleggingen, dat nu wordt ingevoerd, legt de lat nog hoger. De populariteit van groene, sociale en duurzame (‘gelabelde’) obligaties blijkt uit de grote belangstelling voor de recente uitgiftes. Zowel bij de Spaanse als Britse groene staatsobligatie wilden beleggers veel meer obligaties kopen dan er beschikbaar waren.  

 

Spaanse groene staatsobligatie: focus op schoon transport

Spanje gebruikt de obligatie voor het financieren van haar ambitieuze klimaatdoelen. De Spaanse obligatie krijgt van second opinion verstrekker Vigeo Eiris het predicaat ‘geavanceerd’, de hoogste score op de gebruikte vierpuntsschaal. De obligatie voldoet aan de ICMA Green Bond Principles en de best practices die Vigeo Eiris hanteert.

 

De opbrengst van de Spaanse obligatie is bestemd voor investeringen in hernieuwbare energie, schoon vervoer, energie-efficiëntie, duurzaam water- en afvalwaterbeheer, biodiversiteit en natuurlijke hulpbronnen, het voorkomen van verontreiniging en klimaatadaptatie. Veruit het grootste deel van de opbrengst zal waarschijnlijk naar schoon vervoer gaan, met investeringen gericht op verbeteringen aan en uitbreiding van het Spaanse spoornetwerk.  

 

Britse groene staatsobligatie: investeringen in klimaat  

De uitgifte van de eerste Britse staatsobligatie is een stimulans voor de vastrentende markt in Britse ponden. In april kondigde de Britse regering aan de CO2-uitstoot in 2030 met 78% te willen terugdringen (ten opzichte van 1990). De opbrengst van de Britse staatsobligatie is bedoeld voor investeringen in schoon vervoer, bijvoorbeeld het vervangen van vervuilende bussen door 4000 nieuwe uitstootvrije bussen. 

 

De Britse groene staatsobligatie is ook in lijn met de Green Bond Principles maar scoort één trede lager in de beoordeling van Vigeo Eiris: ‘robuust’ in plaats van ‘geavanceerd’. De verstrekker van second opinions stelt vast dat er op een aantal terreinen nog ruimte voor verbetering is. Zo is een klein deel van de uitgaven bestemd voor het afvangen en opslaan of hergebruiken van CO2, ook wel Carbon Capture, Usage and Storage (CCUS). CCUS speelt een rol in de energietransitie en de Europese taxonomie staat het gebruik ervan ook toe. Maar vooralsnog is het raamwerk van de Britse obligatie onvoldoende duidelijk over welke sectoren in aanmerking komen en aan welke voorwaarden moet worden voldaan. APG heeft hierover vragen gesteld aan het Britse ministerie van Financiën en zal de verdere ontwikkelingen nauwgezet volgen. Verder blijft APG kritisch in de gaten houden of de obligatie ook in de toekomst voldoet aan de APG Guidelines for Green, Social and Sustainable bonds.

 

Doeltreffend instrument voor duurzaamheidsambities

Een van de voordelen van groene staatobligaties is dat beleggers daarmee kunnen beleggen in grote publieke infrastructuurprojecten met een directe duurzame impact. Bedrijfsobligaties bieden die mogelijkheid veel minder. Op die manier dragen de beleggingen in de groene Spaanse en Britse staatsobligaties bij aan de ambities van onze klanten voor duurzaam en verantwoord beleggen. ABP en bpfBOUW, onze twee grootste klanten, hebben ambitieuze doelen voor het deel van hun vermogen dat ze in 2025 willen beleggen in de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (Sustainable Development Goals, SDG’s).

 

Vooraanstaande partij op de markten voor gelabelde obligaties

APG is een van de grootste beleggers in gelabelde obligaties ter wereld. Eind 2020 had APG namens onze pensioenfondsklanten € 12,2 miljard belegd in gelabelde obligaties (groene, sociale en duurzaamheidsobligaties), waarvan € 3,9 miljard in staatsobligaties. Eind 2020 belegde APG in de eerste sociale obligatie, uitgegeven door de Europese Unie. De opbrengst daarvan wordt gebruikt om de negatieve sociale gevolgen van de covid-pandemie te beperken.

Volgende publicatie:
APG ondertekent klimaatoproep aan wereldleiders

APG ondertekent klimaatoproep aan wereldleiders

Gepubliceerd op: 15 september 2021

APG steunt een oproep van internationale beleggers aan de wereldleiders om veel meer te doen tegen klimaatverandering. Waarom is ambitieus klimaatbeleid van overheden zo belangrijk voor beleggers die willen bijdragen aan de doelstelling van Parijs? Vier vragen over de ondertekening van het Global Investor Statement.

 

Waarom is het belangrijk voor beleggers dat overheden hun ambities opvoeren?

Overheden zijn cruciaal voor het scheppen van de voorwaarden die het voor beleggers mogelijk maken om grootschalig in de energietransitie te investeren. In de oproep staat dat er een kloof is tussen de toezeggingen die regeringen tot nog toe hebben gedaan en de benodigde inspanningen om de wereldwijde opwarming te beperken tot 1,5 ºC te beperken. De huidige nationale CO2-reductieplannen zijn vaak onvoldoende om de wereldwijde uitstoot in 2030 met 45 procent terug te dringen (t.o.v. 2010). Dit is nodig om in 2050 of eerder CO2-neutraal te kunnen zijn. Veel landen investeren ook nog steeds in CO2-intensieve infrastructuur, zoals kolengestookte elektriciteitscentrales, en verstrekken subsidies op fossiele energie. Tegelijkertijd doen ze te weinig om private investeringen in klimaatoplossingen te stimuleren. “Dat vermindert onze mogelijkheden om de duizenden miljarden te investeren die nodig zijn voor de overgang naar CO2-neutraal”, aldus de oproep.

 

Wat staat er precies in de oproep?

Internationale beleggers dringen er bij de wereldleiders op aan om concrete stappen te zetten in de strijd tegen klimaatverandering. Die stappen zijn onder andere; scherp de nationale klimaatambities voor 2030 aan op weg naar een CO2-neutrale wereld in 2050 of eerder; schep de voorwaarden voor investeringen in klimaatoplossingen door onder andere het invoeren van realistische CO2-prijzen en het afschaffen van subsidies op fossiele energie; en verplicht bedrijven te rapporteren over de transitieplannen volgens de aanbevelingen van de Task Force on Climate-related Financial Disclosures (TCFD).

 

Wie hebben de oproep ondertekend?

De oproep aan de wereldleiders wordt gesteund door 587 internationale beleggers – waaronder APG. Gezamenlijk beheren zij bijna € 39.000 miljard aan vermogen. Dat is circa 40% van al het belegde vermogen in de wereld. De oproep komt in de aanloop naar de belangrijke VN Klimaatconferentie (COP26) die in november in Glasgow wordt gehouden. In augustus publiceerde het VN Klimaatpanel (IPCC) een alarmerend rapport. Daarin staat onder andere dat we nu al de fysieke gevolgen van klimaatverandering ondervinden en dat om de opwarming tegen te gaan de CO2-uitstoot snel en ingrijpend omlaag moet.

 

Schuiven de beleggers de verantwoordelijkheid hiermee op het bordje van de overheid?

Natuurlijk hebben vermogensbeheerders en pensioenfondsen een eigen verantwoordelijkheid als het gaat om het tegengaan van klimaatverandering. In de oproep onderschrijven de beleggers dat ook: “In deze wereldwijde crisis hebben zowel investeerders als beleggers de verantwoordelijkheid om voortvarend te handelen.” Investeerders en overheden moeten het dus sámen doen. Daarom hebben onze pensioenfondsen ook ambitieuze doelstellingen voor bijvoorbeeld het verminderen van de CO2-voetafdruk van hun aandelenbeleggingen, het uitfaseren van beleggingen in kolenmijnen en teerzand en het investeren in klimaatoplossingen. ABP, de grootste klant van APG, kondigde in juni aan het beleid voor duurzaam en verantwoord beleggen verder aan te scherpen.

Volgende publicatie:
APG investeert in aansluiting van 1 miljoen Amerikaanse huishoudens op glasvezel

APG investeert in aansluiting van 1 miljoen Amerikaanse huishoudens op glasvezel

Gepubliceerd op: 14 september 2021

APG investeert, namens zijn pensioenfondsklanten, 500 miljoen dollar in de uitrol van glasvezel in de Verenigde Staten. APG neemt daarnaast een belang van 16,7 procent in het Amerikaanse glasvezelbedrijf SiFi Networks America Limited (SiFi). Samen met SiFi richt APG vervolgens een nieuwe joint venture op die de aansluitingen daadwerkelijk gaat realiseren. De samenwerking zorgt ervoor dat ruim een miljoen huishoudens in verschillende Amerikaanse steden die nu nog geen beschikking hebben over snel internet worden aangesloten op glasvezel.

 

De afgelopen anderhalf jaar, met zoveel mensen die gedwongen vanuit huis werkten, werd het maar al te duidelijk hoe belangrijk het is om een stabiele, betrouwbare en snelle internetverbinding te hebben. De nieuwe joint venture richt zich met name op die gebieden in de Verenigde Staten waar andere grote telecomaanbieders weinig prioriteit geven aan de aanleg van glasvezelverbindingen. De kapitaalinjectie van APG en de samenwerking met SiFi helpen om deze digitale kloof tussen verschillende stedelijke gebieden in de Verenigde Staten versneld te dichten.

 

Bijzonder is bovendien dat het glasvezelnetwerk van de nieuwe Joint Venture open acces is. Dit betekent dat het netwerk toegankelijk is voor externe operators. Ieder van de ruim een miljoen huishoudens kan daardoor straks een eigen telecomaanbieder kiezen. SiFi is een van de eerste Amerikaanse bedrijven die volgens dit open acces model werkt. Inmiddels heeft SiFi in veel Amerikaanse steden een dergelijk openbaar toegankelijk netwerk aangelegd of overeenkomsten gesloten om in de toekomst te voorzien in de uitrol van glasvezel.

 

Smart City Infrastructure Fund

Naast de Joint Venture, waarin APG 500 miljoen dollar investeert, heeft APG deze maand ook 500 miljoen euro in het zogenoemde Smart City Infrastructure Fund belegd. Dit fonds, dat wordt gemanaged door Whitehelm Capital, richt zich op investeringen volgens het Smart City-concept. Doel daarvan is om steden energiezuiniger te maken en de leefomgeving daar plezieriger en efficiënter te maken. Naast financiering van andere projecten, investeert het Smart City Infrastructure Fund eveneens in de verdere uitrol van glasvezel in de Verenigde Staten door SiFi. De eerste investering uit dit fonds werd in 2019 gedaan in een glasvezelnetwerk van SiFi dat in Fullerton in Californië werd aangelegd.

 

Attractive return

Op het wereldtoneel is APG een actieve investeerder in infrastructuur met een groeiende aanwezigheid in de telecommunicatiesector. Patrick Kanters, Managing Director van Global Real Assets: “APG is blij met deze aanvullende investering in SiFi. Die maakt het mede mogelijk dat het bedrijf ook in toekomst een belangrijke rol blijft spelen om vitale infrastructuur aan te bieden in gebieden en aan klanten in de VS die tot op heden achtergesteld werden. Deze samenwerking draagt ook bij aan de ambitie van APG en haar pensioenfondsklanten om digitalisering en de energietransitie te ondersteunen. Bovendien verwachten we dat deze belegging een aantrekkelijk en duurzaam rendement oplevert voor onze klanten en hun deelnemers.”

 

Volgende publicatie:
APG gaat duurzaam indexbeleggen aanbieden

APG gaat duurzaam indexbeleggen aanbieden

Gepubliceerd op: 8 september 2021

Mandjes met aandelen in duurzame bedrijven, waarbij de klant kan kiezen voor verschillende duurzaamheidsgradaties. Zo zou je het nieuwe beleggingsproduct van APG kunnen omschrijven. Met de in september 2021 gelanceerde iSTOXX APG World Responsible Investment Indices spelen pensioenuitvoerder APG, indexprovider Qontigo en vermogensbeheerder BlackRock gezamenlijk in op de groeiende vraag naar duurzame indexproducten op maat. Voor een actieve belegger als APG op het eerste gezicht een wat verrassende stap, want de pensioenuitvoerder staat niet bekend als een groot pleitbezorger van wat oneerbiedig ook wel ‘passief beleggen’ wordt genoemd. Een interview met APG’s Ronald Wuijster (lid raad van bestuur verantwoordelijk voor vermogensbeheer) en Ronald van Dijk (managing director quantitative strategies). “We willen primair de beste oplossing voor onze klanten aanbieden. In bepaalde gevallen kan dat ook een indexproduct zijn.”

 

Het verschil tussen een actieve belegger en een indexbelegger is dat eerstgenoemde mikt op een hoger beleggingsrendement dan het gemiddelde van de aandelenmarkt of een bepaalde beursindex (gewogen gemiddelde van een aantal belangrijke aandelen of andere beleggingscategorieën, zoals de AEX, S&P 500 of Nikkei 225). De indexbelegger daarentegen, belegt gespreid in een mandje van aandelen waarvan het rendement ongeveer gelijk is aan dat van de markt als geheel. De door APG, Qontigo en BlackRock gelanceerde ‘iSTOXX APG RI Index Family’ bestaat uit vijf ‘Responsible Investment Indices’ en is daarmee een indexbeleggingsproduct. Dat is een stap die je niet meteen verwacht van een pensioenuitvoerder die zich altijd heeft getoond als een overtuigde actieve belegger.

 

Voor het eerst biedt APG pensioenfondsen de mogelijkheid om te beleggen in indices. Zijn jullie van je geloof gevallen?

Wuijster: “Laat ik voorop stellen dat wij voor de klanten die daarvoor de mogelijkheden hebben, nog steeds pleiten voor een heel actieve vorm van beleggen. Maar die vorm brengt ook meer kosten met zich mee en is daarom pas aantrekkelijk vanaf een bepaalde vermogensomvang. Niet elke klant heeft die omvang. Er zijn kleinere fondsen die de lage kosten van een indexproduct willen, maar wel actief willen zijn op ESG-vlak (positieve invloed uitoefenen op duurzaamheid en ondernemingsbestuur, red.). Juist voor die fondsen is dit product geschikt. Daarnaast zijn sommige klanten gewoon wat minder overtuigd van beleggingsanalyses als methode om bepaalde bedrijven te selecteren. Uiteindelijk bepaalt de klant zelf wat goed voor hem is. Wij willen daar vervolgens de beste oplossing voor bieden. Die oplossing bevindt zich ergens op een continuüm, met een heel actief beleggingsbeleid aan de ene kant, en puur indexbeleggen aan de andere kant. De iSTOXX APG RI Index Family’ is niet het ultimum van actief beleggen maar er zitten wel actieve componenten in. Kort samengevat: we zijn zeker niet van ons geloof gevallen, want we zijn nog steeds oprecht overtuigd van de waarde van actief beleggen en als het voor een klant mogelijk is, adviseren we het ook. Maar we willen primair de beste oplossing voor onze klanten aanbieden. En in bepaalde gevallen kan dat dus ook een indexproduct zijn.”

 

Waaruit bestaan die actieve componenten?

Van Dijk: “De basis van dit product bestaat uit de ‘iSTOXX World Index’ waar vijf filters (zie kader, red.) overheen gelegd kunnen worden, afhankelijk van de voorkeur van de klant. Het eerste filter is ‘Exclusions’. Door dat toe te passen, sluit je bedrijven die niet aan bepaalde duurzaamheidsvoorwaarden voldoen, uit. Dat is, zeg maar, het instapmodel van dit product. Door additionele filters toe te passen, verhoog je het duurzaamheidsgehalte van je beleggingsportefeuille. De criteria worden dan steeds strenger en bij toepassing van alle vijf filters ontstaat dus ook de meest duurzame portefeuille. Zo ga je dus verder dan alleen beleggen in bijvoorbeeld de iSTOXX World Index. Dat maakt het een wat actievere vorm van indexbeleggen. Voor zover wij weten bestaat er nog geen andere indexreeks waarbij een pensioenfonds door de tijd heen op een consistente wijze voor een steeds ambitieuzer duurzaam beleggingsbeleid kan kiezen.”

 

Bestaat er geen risico dat dit indexproduct een kannibaliserend effect heeft op je aanbod van actieve beleggingsactiviteiten?

Wuijster: “Alleen al omdat je met dit product maar een deel van de beleggingsmix te pakken hebt die je als pensioenfonds nodig hebt, is dat onwaarschijnlijk. Dit is een geschikt product als je als pensioenfonds niet de schaal hebt waarbij actief beleggen aantrekkelijk wordt, maar wel serieuze duurzaamheidsambities hebt. Maar als je die grootte wel hebt, kun je door actief te beleggen nog steeds een hoger rendement behalen.”

 

Hoe ziet de meest duurzame beleggingsvorm van de iSTOXX APG RI Index Family eruit?

“Concreet heb je dan de bedrijven uit de iSTOXX World Index, waar bepaalde bedrijven – de  Exclusions’ – uit worden gehaald. Uit wat er overblijft, worden vervolgens de duurzaamheidskoplopers geselecteerd. Daaruit kiezen we dan weer de bedrijven met een lage CO-uitstoot. Als je daaruit vervolgens de ondernemingen selecteert die een bijdrage leveren aan het bereiken van de UN Sustainable Development Goals, hou je de meest duurzame portefeuille over. Deze wordt dan nog wel zo geoptimaliseerd dat de risico’s nagenoeg gelijk zijn aan die van de brede index – de iSTOXX World Index dus.”

 

Had APG dit product ook niet volledig zelf kunnen aanbieden?

Wuijster: “Het is altijd beter om voor de activiteiten die niet tot je standaardcapaciteiten behoren, de samenwerking te zoeken. Je kunt APG zien als de architect van het product. Wij bepalen het ESG-profiel en zorgen er voor dat het passend is voor onze huidige klanten en andere Nederlandse pensioenfondsen. Vervolgens hebben we partners geselecteerd die het kunnen verwezenlijken.”

Van Dijk: “Qontigo onderhoudt de index op dagelijkse basis. Dat is een discipline op zich, die ook sterk gereguleerd is. BlackRock zorgt er elke dag voor dat de juiste aandelen gekocht en verkocht worden, zodat de beleggingsportefeuille van de klant de gekozen index weerspiegelt. Wij hebben zelf ook een trading-afdeling maar BlackRock biedt al veel indexproducten aan en heeft daardoor de ervaring en de mankracht om zo’n index bij te houden. Nauwkeurigheid is heel belangrijk bij het volgen van een index. APG zorgt voor het stembeleid en houdt bij of de ondernemingen in de indices voldoen aan het door ons bepaalde ESG-profiel. Daarnaast stemt APG ook voor de klanten van dit product op aandeelhoudersvergaderingen.”

 

Bestaat er al een product als de iSTOXX APG RI Index Family?

Van Dijk: “Bepaalde componenten van het product zijn wel te vinden in de markt, zoals indexproducten van  bedrijven met een lage carbon footprint. Maar de SDI-component (Sustainable Development Investments, bedrijven die een bijdrage leveren aan het bereiken van de SDG’s, red.) is uniek. Er is ook nog geen indexproduct dat een wereldwijde standaard gebruikt om te definiëren wat een SDI is en wat niet. Bovendien is het ESG-profiel van dit indexproduct echt geschoeid op APG-leest. We zijn een Nederlandse speler en we richten ons op Nederlandse klanten. We beleggen internationaal, maar voor het ESG-profiel van dit product proberen we zo veel mogelijk mee te nemen wat in de Nederlandse maatschappij leeft. Nederlanders hebben een andere kijk op duurzaamheid en goed ondernemingsbestuur dan bijvoorbeeld Amerikanen. Misschien niet als het gaat om universele kwesties als kinderarbeid en uitstoot, maar wel als het bijvoorbeeld gaat om bestuursbeloningen. Dat Nederlandse perspectief vind je in dit product terug. In die zin profiteren klanten met dit product van de snelgroeiende ambities van onze pensioenfondsklanten, waaronder ABP. Daardoor lopen we voorop in kennis, aanpak en ervaring met verantwoord en duurzaam beleggen. Wat betreft ESG-standaarden ligt de lat voor dit product dus hoog.”  

 

Hoe groot is het beheerd vermogen dat APG hiermee verwacht aan te trekken?

Wuijster: “Het is geen onderdeel van onze strategie om puur hiervoor klanten aan te trekken. We zien dit als een verrijking van het aanbod van APG, waarmee we primair bestaande klanten willen bedienen. Dit product kan nieuwe klanten aantrekken, maar we verwachten die dan wel integraal te gaan bedienen. Dus niet alleen met aandelenbeleggingen maar ook met andere beleggingscategorieën. Een actieve benadering van beleggen is daar inherent aan. In het vierde kwartaal zal er 1 miljard euro in dit product belegd zijn, maar we kunnen nog niet aangeven tot welke omvang dit gaat uitgroeien.”

 

Kun je dit product ook niet aanbieden aan particulieren?

Wuijster: “Dat is mogelijk, maar we bedienen momenteel geen particuliere beleggers. Het maakt geen deel uit van onze strategie. We zijn niet ‘wild commercieel’ met dit product.”

 

Lees hier het persbericht of bekijk de video hieronder:

Volgende publicatie:
"Je kunt fluitend langs een ravijn fietsen en het niet doorhebben"

"Je kunt fluitend langs een ravijn fietsen en het niet doorhebben"

Gepubliceerd op: 31 augustus 2021

Dat beleggen risico’s met zich meebrengt, hoef je niemand uit te leggen. En dat het financieel goed kan uitpakken, is ook evident. Sterker nog: het is voor (jonge) beleggers een belangrijke reden om, soms met geleend geld, de beurs te betreden. Maar waar zit dat risico hem dan in? En wat kunnen we leren van het verleden? Vijf vragen aan APG’s senior strateeg Charles Kalshoven.

 

“Voor de duidelijkheid: ik vind het goed om te zien dat jonge mensen op vroege leeftijd bezig zijn met hun financiële toekomst”, zegt Kalshoven nog voor de eerste vraag. “En ik geef ze geen ongelijk: sparen levert al tijden niks op. Dan is het is het aantrekkelijk om voor alternatieven te kiezen. Bovendien kun je veel leren door bezig te zijn met financiële markten. Maar er zijn natuurlijk valkuilen.”

 

Die risico’s - ‘resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst’ of ‘je kunt je inleg verliezen’ - zijn inmiddels toch wel alom bekend?

“Ja, maar het kan lastig zijn om je een voorstelling te maken van die risico’s. Zeker als je bent opgegroeid in een tijd dat de rente steeds lager werd, sparen niks oplevert en de beurzen het goed doen. Corona zorgde natuurlijk wel voor een krach, maar dat was voor veel mensen juist een moment om te starten met beleggen. Zij kochten in de dip en zien hun beleggingen nu vaak meer waard worden.”

 

Wat is daar mis mee?

“In principe niks, maar het kan wel een verkeerd beeld geven van wat de markt doet. Een jonge generatie beleggers weet niet anders dan dat de beurs het maar beter blijft doen. Maar als het verleden iets leert, is het dat er ééns in de zoveel tijd een forse correctie of zelfs een crisis plaatsvindt. Als je de ‘pijn’ van een dergelijke situatie nooit hebt gevoeld, kun je zomaar risicovoller beleggingsbeslissingen maken. Of je hebt die goede resultaten geboekt door risico’s te nemen die veel groter waren dan je beseft. Je kunt fluitend langs een ravijn hebben gefietst, terwijl je het niet doorhad.”

 

Feit is dat de beurzen het nog steeds goed doen. Geen reden tot zorgen, zou je zeggen?

“Niemand kan in de toekomst kijken. Maar wat je wel ziet is dat we de Great Moderation, de periode waarin de hoge inflatie werd getemd en de rente steeds verder kon dalen, wel hebben gehad. Beurzen hebben flink van die dalende rente geprofiteerd en waarderingen van veel bedrijven zijn fors opgelopen. En hoge waarderingen drukken verwachte rendementen. Je moet dus juist niet het verleden doortrekken. Maar ook met die ontwikkelingen kun je het natuurlijk hartstikke goed doen op de beurs. Ik wil alleen zeggen dat het slim is om als nieuwe belegger ook rekening te houden met scenario’s die minder rooskleurig zijn dan het huidige beursklimaat.”

 

Dus wat zou je advies zijn?

“Spreiden en herbalanceren. Als je, net als pensioenbeleggers, voor de lange termijn gaat, dan is het goed om een brede portefeuille te hebben. Met een bepaald percentage aandelen, een bepaald percentage obligaties, enzovoorts, waar je periodiek steeds naar terugkeert. Herbalanceert dus. In feite ruil je dan automatisch categorieën die het goed gedaan hebben in voor categorieën die zijn achtergebleven. Het is een bewezen methode om je rendement-risico verhouding te verbeteren. En je voorkomt dat je handelt uit emotie. Maar nog meer wijsheid vind ik het om in jezelf beleggen, in plaats van in aandelen. Een opleiding rendeert op de lange termijn vaak erg goed in financiële zin. En je haalt er evengoed voldoening uit.”

 

Maar wat als die opleiding heel veel geld kost?

“Bij een dure opleiding ís beleggen natuurlijk een optie om je studie te bekostigen. Sommigen doen dat met geleend geld. Maar vanzelfsprekend neem je met geleend geld wel een groter risico. Als je een deel van je geld verliest, zit je immers al snel met een schuld. Hefboomwerking, noemen we dat. Dat zag je in de aandelenlease-affaire in de jaren ’90. Toen werden er leningen aangeboden om mee te beleggen, vaak aan onervaren beleggers. Zonder de risico’s daarbij voldoende te noemen. Toen de koersen in 2001 kelderen, leverde dat een enorme restschuld op bij veel mensen. Wat dat betreft is het gewoon veiliger om te beleggen met eigen geld, dat je kunt missen.”

 

Lees ook het verhaal van Daniël, die belegt om zijn pilotenopleiding te betalen.

Volgende publicatie:
“De