Verantwoord beleggen
Sluiten

Navigeer snel in deze serie:

Sluiten

Deel deze serie:

Verantwoord beleggen

Duurzaam en verantwoord beleggen is voor APG en onze fondsen van groot belang. Maar waarom eigenlijk? En wat is dat precies: verantwoord beleggen? Wat is er aan de hand? En niet? Welke doelen hebben wij en onze fondsen voor ogen? Dat – en meer – lees je hier.

Thema
Duurzaamheid, Lange termijn beleggen
Collectie inhoud
131 Publicaties

“Wat ons betreft tellen niet de labels, maar wat je bereikt”

Gepubliceerd op: 24 september 2021

Het beleggingsbeleid van ABP ligt onder een steeds groter vergrootglas. Met verschillende actiegroepen als voornaamste ‘waakhonden’. Hoe ga je daar als pensioenfonds en uitvoerder mee om? En welk effect heeft het op je beleid? Diane Griffioen, hoofd beleggingen bij ABP en Claudia Kruse, hoofd duurzaam beleggen bij APG, spreken erover in PensioenPro. “Ik vind dat we behoorlijk ambitieus zijn.”

 

Jaarlijks stelt de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO) een lijst samen van duurzaamste pensioenfondsen. ABP prijkt daarin bovenaan. Het lijkt in schril contrast te staan met de kritiek op het duurzaam en verantwoord beleggingsbeleid van het fonds en haar uitvoerder. Actiegroepen verwijten het ABP onder meer in te hebben gestemd met het – volgens hen te weinig ambitieuze – klimaatbeleid van Shell.

 

Signalen die serieus worden genomen. En zelfs bijdragen aan de keuze van ABP om het beleid nu al te herijken. In het interview met het pensioenvakblad zegt Griffioen daarover: “In 2020 hebben we ons duurzaam en verantwoord beleggingsbeleid herijkt, met de blik op de lange termijn. Een visie voor 2050, ambities voor 2030 en kortetermijndoelen voor 2025. Die doelen halen we, maar tegelijkertijd zien we dat de negatieve klimaatontwikkelingen sneller gaan dan we dachten. Het is de vraag of Net Zero in 2050 wel voldoende is. We moeten harder, en niet alleen wij, maar alle betrokken partijen: bedrijven, beleggers, politiek. We willen koploper op dit terrein zijn. Dus we gaan nieuwe doelen formuleren.”

 

20 procent in SDI’s

Onderdeel van het huidige – nog niet herijkte – beleid is de ambitie om 15 miljard euro te investeren in de energietransitie. De vraag rijst: is dat ambitieus genoeg? “€15 miljard was het doel van twee jaar geleden. Daar kijken we nu ook naar. Ik vind dat we behoorlijk ambitieus zijn. Die €15 miljard is niet het enige. We willen in 2025 20% van ons vermogen hebben belegd in SDI’s.”

 

Drempel van geloofwaardigheid

Het gesprek met de twee topvrouwen voert verder, over hun visie op engagement. Diane: “Met uitzondering van de tabaksindustrie en kernwapens sluiten wij geen sectoren uit. We zijn kritisch op bedrijven die we selecteren en we willen dat ze hun beloften ook waarmaken. Maar we hanteren wel een ondergrens; een drempel van geloofwaardigheid.” Maar het interview gaat ook over de ratjetoe aan duurzaamheidswetten, -regels en -labels. Kruse: “Die veelheid hoort bij de fase waarin we nu verkeren. Wat ons betreft tellen niet de labels, maar wat je bereikt.”

 

Lees het hele interview op PensioenPro. Let op: je moet geabonneerd zijn om het te kunnen lezen.

Volgende publicatie:
“Belegt een aap net zo goed als een belegger?”

“Belegt een aap net zo goed als een belegger?”

Gepubliceerd op: 23 september 2021

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: chief economist Thijs Knaap over de vraag of je met actief beleggen de markt kunt verslaan. “Als particuliere belegger niet. Maar als pensioenfonds bevind je je in een fundamenteel andere positie.”

Geef een geblinddoekte aap wat dartpijltjes, laat hem een behoorlijk aantal worpen doen op de beurspagina van de krant, en er ontstaat een aandelenportefeuille die even goed rendeert als een professioneel samengestelde portefeuille. Met die bewering heeft Princeton professor Burton Malkiel in 1973 willen zeggen dat aandelenkoersen een willekeurig en onvoorspelbaar verloop laten zien. Met andere woorden, afwijken van de aandelenindex door in specifieke aandelen uit die index te beleggen – een actieve beleggingsstrategie dus – levert geen extra rendement op zonder extra risico. En heeft dus geen zin.


Snijdt deze claim hout? Ja, zegt Knaap, voor de particuliere belegger waarschijnlijk wel. Betekent dit dat een pensioenfonds zijn hele vermogen ook beter in de index kan beleggen? Nee, zegt de econoom, want een pensioenfonds bevindt zich in een fundamenteel andere positie. Onder andere omdat het beleggingsmogelijkheden heeft waarvoor schaalgrootte, professionele kennis en zitvlees nodig is. Dit soort beleggingen, waartoe een particuliere belegger geen toegang heeft, vormen voor pensioenfondsen een bron van extra rendement.   


Enige slimme belegger
Knaap: “Malkiel had gelijk, in die zin dat het zogeheten stock picking voor een particulier geen zin heeft. Je bent namelijk niet de enige slimme belegger die een onderneming analyseert en op basis daarvan het koersverloop van dat aandeel probeert te voorspellen. Informatie is meestal wel in de prijzen verwerkt – de koersen weerspiegelen de verwachtingen. Met die aanname is het niet mogelijk om als particuliere belegger de markt te verslaan met actief beleggen. In dat geval kun je beter beleggen in de hele aandelenindex. En dat kan tegenwoordig met goedkope index-trackers.”


Er is echter een wereld van verschil tussen beleggen in aandelen als particulier en als pensioenuitvoerder, die voor zijn klanten een totaal vermogen van 620 miljard euro beheert. Ten eerste omdat een pensioenfonds zijn beleggingen moet afstemmen op de
(betalings-)verplichtingen aan deelnemers, een proces dat asset-liability management wordt genoemd.


“Als je de spreekwoordelijke aap laat beleggen in aandelen, is de keuze om alleen in aandelen te beleggen al gemaakt. Maar wíl je überhaupt in aandelen beleggen, en zo ja voor hoeveel? Twee derde van onze beleggingsportefeuille bestaat uit andere beleggingscategorieën. Bijvoorbeeld obligaties, onroerend goed, grondstoffen, infrastructuur en leningen aan bedrijven. Als pensioenfonds moet je bepalen in wélke categorieën je wilt beleggen, en in welke verhoudingen. Op zo’n manier dat je aan elke deelnemer op het juiste moment het juiste pensioenbedrag kunt uitkeren. Dat vereist veel analyse, want het is best complex en er is niet één juiste methode.”


Geen lijstjes

Een pensioenfonds verschilt óók van een particuliere aandelenbelegger omdat het een betere informatiepositie heeft, en omdat deelnemers meer verwachten van hun fonds dan alleen een marktconform rendement.


Knaap: “We spreken de bedrijven waarin we beleggen aan op duurzaamheid en goed ondernemingsbestuur – onder andere door te stemmen op aandeelhoudersvergaderingen en eventuele misstanden aan de kaak te stellen. Zo kennen we bedrijven als aandeelhouder, gesprekspartner, en ook nog vanuit de schuldmarkt. En datzelfde geldt voor hun concurrenten. Ten opzichte van de particuliere belegger beschik je daardoor vaak over betere informatie en kun je betere analyses uitvoeren. Dat brengt uiteraard ook kosten met zich mee, maar op die manier denken we de benchmark – de index – te verslaan. En als je het over een langere periode bekijkt, doen onze aandelen- en bedrijfsobligatiebeleggers dat ook, met een ruime marge.”


De derde, misschien wel meest fundamentele reden waarom je APG niet kunt vergelijken met een particuliere belegger: een belegger van deze omvang kan beleggen in assets die voor de particulier geen optie zijn. Knaap: “In beleggingsklassen als infrastructuur en leningen aan bedrijven kun je alleen beleggen als je daarvoor genoeg vermogen hebt. Naast schaalgrootte moet je ook de vereiste kennis hebben om erin te kunnen investeren. Voor bepaalde assets, in China bijvoorbeeld, moet je flink wat lokale kennis hebben. Van dat soort beleggingen zijn geen lijstjes om uit te kiezen, zoals bij een aandelenbeurs. Je moet er echt naar op zoek. Ons belang in de joint venture met KPN voor de uitrol van glasvezel, is pas een asset op het moment dat we die joint venture samen met KPN hebben opgericht. Maar daar gaat een heel proces aan vooraf. En daarvoor stuur je geen aap naar Rotterdam.”


Snel verkopen

Knaap vervolgt: “In dergelijke assets beleg je bovendien voor de lange termijn. Dit soort illiquide beleggingen verkoop je niet zomaar van de ene op de andere dag. Als pensioenfonds ben je bij uitstek in de positie om voor een lange periode in een bepaalde asset te beleggen. Juist in de markten waar dat geduld nodig is, zien we op dit moment de beste mogelijkheden. Als pensioenbelegger versla je de index dus ook door te investeren in de meer illiquide, minder toegankelijke markten. Liquide markten, zoals de aandelenmarkt, hebben nog steeds wel een functie, want je hebt ook behoefte aan assets die je zo nodig snel kunt verkopen. Maar voor grote pensioenfondsen is actief beleggen in illiquide assets op dit moment een belangrijke bron van rendement. En daarmee zijn hun deelnemers uiteindelijk dus beter af.”

Volgende publicatie:
APG belegt voor € 360 miljoen in Spaanse en Britse groene staatsobligaties

APG belegt voor € 360 miljoen in Spaanse en Britse groene staatsobligaties

Gepubliceerd op: 22 september 2021

De Europese markt voor groene staatsobligaties groeit gestaag. In twee weken tijd zijn de relatieve laatkomers Spanje en het Verenigd Koninkrijk toegevoegd aan het rijtje Europese landen dat een ‘green bond’ heeft uitgegeven. APG belegt namens de pensioenfondsklanten € 99 miljoen in de Spaanse en £224 miljoen (€ 261 miljoen) in de Britse obligatie.

 

Tot nog toe gaven in 2021 naast deze twee landen ook Duitsland, Zweden en Italië hun eerste groene obligatie uit. Met de uitgifte van de Europese Next Generation (NGEU) obligaties, gepland voor oktober, ziet het er naar uit dat bestaande uitgifterecords zullen worden gebroken.

 

Duurzame impact

Groene obligaties worden uitgegeven door bedrijven en (semi)overheden om klimaat- of milieuprojecten te financieren. Doordat de uitgever vooraf aangeeft waarvoor de opbrengst wordt gebruikt, is het gemakkelijker om de duurzame impact vast te stellen. Dat maakt groene obligaties aantrekkelijk voor beleggers. Europa loopt voorop als het gaat om regelgeving en verslaglegging voor duurzame beleggingen. Het Europese raamwerk (EU Taxonomy) voor Duurzame Beleggingen, dat nu wordt ingevoerd, legt de lat nog hoger. De populariteit van groene, sociale en duurzame (‘gelabelde’) obligaties blijkt uit de grote belangstelling voor de recente uitgiftes. Zowel bij de Spaanse als Britse groene staatsobligatie wilden beleggers veel meer obligaties kopen dan er beschikbaar waren.  

 

Spaanse groene staatsobligatie: focus op schoon transport

Spanje gebruikt de obligatie voor het financieren van haar ambitieuze klimaatdoelen. De Spaanse obligatie krijgt van second opinion verstrekker Vigeo Eiris het predicaat ‘geavanceerd’, de hoogste score op de gebruikte vierpuntsschaal. De obligatie voldoet aan de ICMA Green Bond Principles en de best practices die Vigeo Eiris hanteert.

 

De opbrengst van de Spaanse obligatie is bestemd voor investeringen in hernieuwbare energie, schoon vervoer, energie-efficiëntie, duurzaam water- en afvalwaterbeheer, biodiversiteit en natuurlijke hulpbronnen, het voorkomen van verontreiniging en klimaatadaptatie. Veruit het grootste deel van de opbrengst zal waarschijnlijk naar schoon vervoer gaan, met investeringen gericht op verbeteringen aan en uitbreiding van het Spaanse spoornetwerk.  

 

Britse groene staatsobligatie: investeringen in klimaat  

De uitgifte van de eerste Britse staatsobligatie is een stimulans voor de vastrentende markt in Britse ponden. In april kondigde de Britse regering aan de CO2-uitstoot in 2030 met 78% te willen terugdringen (ten opzichte van 1990). De opbrengst van de Britse staatsobligatie is bedoeld voor investeringen in schoon vervoer, bijvoorbeeld het vervangen van vervuilende bussen door 4000 nieuwe uitstootvrije bussen. 

 

De Britse groene staatsobligatie is ook in lijn met de Green Bond Principles maar scoort één trede lager in de beoordeling van Vigeo Eiris: ‘robuust’ in plaats van ‘geavanceerd’. De verstrekker van second opinions stelt vast dat er op een aantal terreinen nog ruimte voor verbetering is. Zo is een klein deel van de uitgaven bestemd voor het afvangen en opslaan of hergebruiken van CO2, ook wel Carbon Capture, Usage and Storage (CCUS). CCUS speelt een rol in de energietransitie en de Europese taxonomie staat het gebruik ervan ook toe. Maar vooralsnog is het raamwerk van de Britse obligatie onvoldoende duidelijk over welke sectoren in aanmerking komen en aan welke voorwaarden moet worden voldaan. APG heeft hierover vragen gesteld aan het Britse ministerie van Financiën en zal de verdere ontwikkelingen nauwgezet volgen. Verder blijft APG kritisch in de gaten houden of de obligatie ook in de toekomst voldoet aan de APG Guidelines for Green, Social and Sustainable bonds.

 

Doeltreffend instrument voor duurzaamheidsambities

Een van de voordelen van groene staatobligaties is dat beleggers daarmee kunnen beleggen in grote publieke infrastructuurprojecten met een directe duurzame impact. Bedrijfsobligaties bieden die mogelijkheid veel minder. Op die manier dragen de beleggingen in de groene Spaanse en Britse staatsobligaties bij aan de ambities van onze klanten voor duurzaam en verantwoord beleggen. ABP en bpfBOUW, onze twee grootste klanten, hebben ambitieuze doelen voor het deel van hun vermogen dat ze in 2025 willen beleggen in de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (Sustainable Development Goals, SDG’s).

 

Vooraanstaande partij op de markten voor gelabelde obligaties

APG is een van de grootste beleggers in gelabelde obligaties ter wereld. Eind 2020 had APG namens onze pensioenfondsklanten € 12,2 miljard belegd in gelabelde obligaties (groene, sociale en duurzaamheidsobligaties), waarvan € 3,9 miljard in staatsobligaties. Eind 2020 belegde APG in de eerste sociale obligatie, uitgegeven door de Europese Unie. De opbrengst daarvan wordt gebruikt om de negatieve sociale gevolgen van de covid-pandemie te beperken.

Volgende publicatie:
APG ondertekent klimaatoproep aan wereldleiders

APG ondertekent klimaatoproep aan wereldleiders

Gepubliceerd op: 15 september 2021

APG steunt een oproep van internationale beleggers aan de wereldleiders om veel meer te doen tegen klimaatverandering. Waarom is ambitieus klimaatbeleid van overheden zo belangrijk voor beleggers die willen bijdragen aan de doelstelling van Parijs? Vier vragen over de ondertekening van het Global Investor Statement.

 

Waarom is het belangrijk voor beleggers dat overheden hun ambities opvoeren?

Overheden zijn cruciaal voor het scheppen van de voorwaarden die het voor beleggers mogelijk maken om grootschalig in de energietransitie te investeren. In de oproep staat dat er een kloof is tussen de toezeggingen die regeringen tot nog toe hebben gedaan en de benodigde inspanningen om de wereldwijde opwarming te beperken tot 1,5 ºC te beperken. De huidige nationale CO2-reductieplannen zijn vaak onvoldoende om de wereldwijde uitstoot in 2030 met 45 procent terug te dringen (t.o.v. 2010). Dit is nodig om in 2050 of eerder CO2-neutraal te kunnen zijn. Veel landen investeren ook nog steeds in CO2-intensieve infrastructuur, zoals kolengestookte elektriciteitscentrales, en verstrekken subsidies op fossiele energie. Tegelijkertijd doen ze te weinig om private investeringen in klimaatoplossingen te stimuleren. “Dat vermindert onze mogelijkheden om de duizenden miljarden te investeren die nodig zijn voor de overgang naar CO2-neutraal”, aldus de oproep.

 

Wat staat er precies in de oproep?

Internationale beleggers dringen er bij de wereldleiders op aan om concrete stappen te zetten in de strijd tegen klimaatverandering. Die stappen zijn onder andere; scherp de nationale klimaatambities voor 2030 aan op weg naar een CO2-neutrale wereld in 2050 of eerder; schep de voorwaarden voor investeringen in klimaatoplossingen door onder andere het invoeren van realistische CO2-prijzen en het afschaffen van subsidies op fossiele energie; en verplicht bedrijven te rapporteren over de transitieplannen volgens de aanbevelingen van de Task Force on Climate-related Financial Disclosures (TCFD).

 

Wie hebben de oproep ondertekend?

De oproep aan de wereldleiders wordt gesteund door 587 internationale beleggers – waaronder APG. Gezamenlijk beheren zij bijna € 39.000 miljard aan vermogen. Dat is circa 40% van al het belegde vermogen in de wereld. De oproep komt in de aanloop naar de belangrijke VN Klimaatconferentie (COP26) die in november in Glasgow wordt gehouden. In augustus publiceerde het VN Klimaatpanel (IPCC) een alarmerend rapport. Daarin staat onder andere dat we nu al de fysieke gevolgen van klimaatverandering ondervinden en dat om de opwarming tegen te gaan de CO2-uitstoot snel en ingrijpend omlaag moet.

 

Schuiven de beleggers de verantwoordelijkheid hiermee op het bordje van de overheid?

Natuurlijk hebben vermogensbeheerders en pensioenfondsen een eigen verantwoordelijkheid als het gaat om het tegengaan van klimaatverandering. In de oproep onderschrijven de beleggers dat ook: “In deze wereldwijde crisis hebben zowel investeerders als beleggers de verantwoordelijkheid om voortvarend te handelen.” Investeerders en overheden moeten het dus sámen doen. Daarom hebben onze pensioenfondsen ook ambitieuze doelstellingen voor bijvoorbeeld het verminderen van de CO2-voetafdruk van hun aandelenbeleggingen, het uitfaseren van beleggingen in kolenmijnen en teerzand en het investeren in klimaatoplossingen. ABP, de grootste klant van APG, kondigde in juni aan het beleid voor duurzaam en verantwoord beleggen verder aan te scherpen.

Volgende publicatie:
APG investeert in aansluiting van 1 miljoen Amerikaanse huishoudens op glasvezel

APG investeert in aansluiting van 1 miljoen Amerikaanse huishoudens op glasvezel

Gepubliceerd op: 14 september 2021

APG investeert, namens zijn pensioenfondsklanten, 500 miljoen dollar in de uitrol van glasvezel in de Verenigde Staten. APG neemt daarnaast een belang van 16,7 procent in het Amerikaanse glasvezelbedrijf SiFi Networks America Limited (SiFi). Samen met SiFi richt APG vervolgens een nieuwe joint venture op die de aansluitingen daadwerkelijk gaat realiseren. De samenwerking zorgt ervoor dat ruim een miljoen huishoudens in verschillende Amerikaanse steden die nu nog geen beschikking hebben over snel internet worden aangesloten op glasvezel.

 

De afgelopen anderhalf jaar, met zoveel mensen die gedwongen vanuit huis werkten, werd het maar al te duidelijk hoe belangrijk het is om een stabiele, betrouwbare en snelle internetverbinding te hebben. De nieuwe joint venture richt zich met name op die gebieden in de Verenigde Staten waar andere grote telecomaanbieders weinig prioriteit geven aan de aanleg van glasvezelverbindingen. De kapitaalinjectie van APG en de samenwerking met SiFi helpen om deze digitale kloof tussen verschillende stedelijke gebieden in de Verenigde Staten versneld te dichten.

 

Bijzonder is bovendien dat het glasvezelnetwerk van de nieuwe Joint Venture open acces is. Dit betekent dat het netwerk toegankelijk is voor externe operators. Ieder van de ruim een miljoen huishoudens kan daardoor straks een eigen telecomaanbieder kiezen. SiFi is een van de eerste Amerikaanse bedrijven die volgens dit open acces model werkt. Inmiddels heeft SiFi in veel Amerikaanse steden een dergelijk openbaar toegankelijk netwerk aangelegd of overeenkomsten gesloten om in de toekomst te voorzien in de uitrol van glasvezel.

 

Smart City Infrastructure Fund

Naast de Joint Venture, waarin APG 500 miljoen dollar investeert, heeft APG deze maand ook 500 miljoen euro in het zogenoemde Smart City Infrastructure Fund belegd. Dit fonds, dat wordt gemanaged door Whitehelm Capital, richt zich op investeringen volgens het Smart City-concept. Doel daarvan is om steden energiezuiniger te maken en de leefomgeving daar plezieriger en efficiënter te maken. Naast financiering van andere projecten, investeert het Smart City Infrastructure Fund eveneens in de verdere uitrol van glasvezel in de Verenigde Staten door SiFi. De eerste investering uit dit fonds werd in 2019 gedaan in een glasvezelnetwerk van SiFi dat in Fullerton in Californië werd aangelegd.

 

Attractive return

Op het wereldtoneel is APG een actieve investeerder in infrastructuur met een groeiende aanwezigheid in de telecommunicatiesector. Patrick Kanters, Managing Director van Global Real Assets: “APG is blij met deze aanvullende investering in SiFi. Die maakt het mede mogelijk dat het bedrijf ook in toekomst een belangrijke rol blijft spelen om vitale infrastructuur aan te bieden in gebieden en aan klanten in de VS die tot op heden achtergesteld werden. Deze samenwerking draagt ook bij aan de ambitie van APG en haar pensioenfondsklanten om digitalisering en de energietransitie te ondersteunen. Bovendien verwachten we dat deze belegging een aantrekkelijk en duurzaam rendement oplevert voor onze klanten en hun deelnemers.”

 

Volgende publicatie:
APG gaat duurzaam indexbeleggen aanbieden

APG gaat duurzaam indexbeleggen aanbieden

Gepubliceerd op: 8 september 2021

Mandjes met aandelen in duurzame bedrijven, waarbij de klant kan kiezen voor verschillende duurzaamheidsgradaties. Zo zou je het nieuwe beleggingsproduct van APG kunnen omschrijven. Met de in september 2021 gelanceerde iSTOXX APG World Responsible Investment Indices spelen pensioenuitvoerder APG, indexprovider Qontigo en vermogensbeheerder BlackRock gezamenlijk in op de groeiende vraag naar duurzame indexproducten op maat. Voor een actieve belegger als APG op het eerste gezicht een wat verrassende stap, want de pensioenuitvoerder staat niet bekend als een groot pleitbezorger van wat oneerbiedig ook wel ‘passief beleggen’ wordt genoemd. Een interview met APG’s Ronald Wuijster (lid raad van bestuur verantwoordelijk voor vermogensbeheer) en Ronald van Dijk (managing director quantitative strategies). “We willen primair de beste oplossing voor onze klanten aanbieden. In bepaalde gevallen kan dat ook een indexproduct zijn.”

 

Het verschil tussen een actieve belegger en een indexbelegger is dat eerstgenoemde mikt op een hoger beleggingsrendement dan het gemiddelde van de aandelenmarkt of een bepaalde beursindex (gewogen gemiddelde van een aantal belangrijke aandelen of andere beleggingscategorieën, zoals de AEX, S&P 500 of Nikkei 225). De indexbelegger daarentegen, belegt gespreid in een mandje van aandelen waarvan het rendement ongeveer gelijk is aan dat van de markt als geheel. De door APG, Qontigo en BlackRock gelanceerde ‘iSTOXX APG RI Index Family’ bestaat uit vijf ‘Responsible Investment Indices’ en is daarmee een indexbeleggingsproduct. Dat is een stap die je niet meteen verwacht van een pensioenuitvoerder die zich altijd heeft getoond als een overtuigde actieve belegger.

 

Voor het eerst biedt APG pensioenfondsen de mogelijkheid om te beleggen in indices. Zijn jullie van je geloof gevallen?

Wuijster: “Laat ik voorop stellen dat wij voor de klanten die daarvoor de mogelijkheden hebben, nog steeds pleiten voor een heel actieve vorm van beleggen. Maar die vorm brengt ook meer kosten met zich mee en is daarom pas aantrekkelijk vanaf een bepaalde vermogensomvang. Niet elke klant heeft die omvang. Er zijn kleinere fondsen die de lage kosten van een indexproduct willen, maar wel actief willen zijn op ESG-vlak (positieve invloed uitoefenen op duurzaamheid en ondernemingsbestuur, red.). Juist voor die fondsen is dit product geschikt. Daarnaast zijn sommige klanten gewoon wat minder overtuigd van beleggingsanalyses als methode om bepaalde bedrijven te selecteren. Uiteindelijk bepaalt de klant zelf wat goed voor hem is. Wij willen daar vervolgens de beste oplossing voor bieden. Die oplossing bevindt zich ergens op een continuüm, met een heel actief beleggingsbeleid aan de ene kant, en puur indexbeleggen aan de andere kant. De iSTOXX APG RI Index Family’ is niet het ultimum van actief beleggen maar er zitten wel actieve componenten in. Kort samengevat: we zijn zeker niet van ons geloof gevallen, want we zijn nog steeds oprecht overtuigd van de waarde van actief beleggen en als het voor een klant mogelijk is, adviseren we het ook. Maar we willen primair de beste oplossing voor onze klanten aanbieden. En in bepaalde gevallen kan dat dus ook een indexproduct zijn.”

 

Waaruit bestaan die actieve componenten?

Van Dijk: “De basis van dit product bestaat uit de ‘iSTOXX World Index’ waar vijf filters (zie kader, red.) overheen gelegd kunnen worden, afhankelijk van de voorkeur van de klant. Het eerste filter is ‘Exclusions’. Door dat toe te passen, sluit je bedrijven die niet aan bepaalde duurzaamheidsvoorwaarden voldoen, uit. Dat is, zeg maar, het instapmodel van dit product. Door additionele filters toe te passen, verhoog je het duurzaamheidsgehalte van je beleggingsportefeuille. De criteria worden dan steeds strenger en bij toepassing van alle vijf filters ontstaat dus ook de meest duurzame portefeuille. Zo ga je dus verder dan alleen beleggen in bijvoorbeeld de iSTOXX World Index. Dat maakt het een wat actievere vorm van indexbeleggen. Voor zover wij weten bestaat er nog geen andere indexreeks waarbij een pensioenfonds door de tijd heen op een consistente wijze voor een steeds ambitieuzer duurzaam beleggingsbeleid kan kiezen.”

 

Bestaat er geen risico dat dit indexproduct een kannibaliserend effect heeft op je aanbod van actieve beleggingsactiviteiten?

Wuijster: “Alleen al omdat je met dit product maar een deel van de beleggingsmix te pakken hebt die je als pensioenfonds nodig hebt, is dat onwaarschijnlijk. Dit is een geschikt product als je als pensioenfonds niet de schaal hebt waarbij actief beleggen aantrekkelijk wordt, maar wel serieuze duurzaamheidsambities hebt. Maar als je die grootte wel hebt, kun je door actief te beleggen nog steeds een hoger rendement behalen.”

 

Hoe ziet de meest duurzame beleggingsvorm van de iSTOXX APG RI Index Family eruit?

“Concreet heb je dan de bedrijven uit de iSTOXX World Index, waar bepaalde bedrijven – de  Exclusions’ – uit worden gehaald. Uit wat er overblijft, worden vervolgens de duurzaamheidskoplopers geselecteerd. Daaruit kiezen we dan weer de bedrijven met een lage CO-uitstoot. Als je daaruit vervolgens de ondernemingen selecteert die een bijdrage leveren aan het bereiken van de UN Sustainable Development Goals, hou je de meest duurzame portefeuille over. Deze wordt dan nog wel zo geoptimaliseerd dat de risico’s nagenoeg gelijk zijn aan die van de brede index – de iSTOXX World Index dus.”

 

Had APG dit product ook niet volledig zelf kunnen aanbieden?

Wuijster: “Het is altijd beter om voor de activiteiten die niet tot je standaardcapaciteiten behoren, de samenwerking te zoeken. Je kunt APG zien als de architect van het product. Wij bepalen het ESG-profiel en zorgen er voor dat het passend is voor onze huidige klanten en andere Nederlandse pensioenfondsen. Vervolgens hebben we partners geselecteerd die het kunnen verwezenlijken.”

Van Dijk: “Qontigo onderhoudt de index op dagelijkse basis. Dat is een discipline op zich, die ook sterk gereguleerd is. BlackRock zorgt er elke dag voor dat de juiste aandelen gekocht en verkocht worden, zodat de beleggingsportefeuille van de klant de gekozen index weerspiegelt. Wij hebben zelf ook een trading-afdeling maar BlackRock biedt al veel indexproducten aan en heeft daardoor de ervaring en de mankracht om zo’n index bij te houden. Nauwkeurigheid is heel belangrijk bij het volgen van een index. APG zorgt voor het stembeleid en houdt bij of de ondernemingen in de indices voldoen aan het door ons bepaalde ESG-profiel. Daarnaast stemt APG ook voor de klanten van dit product op aandeelhoudersvergaderingen.”

 

Bestaat er al een product als de iSTOXX APG RI Index Family?

Van Dijk: “Bepaalde componenten van het product zijn wel te vinden in de markt, zoals indexproducten van  bedrijven met een lage carbon footprint. Maar de SDI-component (Sustainable Development Investments, bedrijven die een bijdrage leveren aan het bereiken van de SDG’s, red.) is uniek. Er is ook nog geen indexproduct dat een wereldwijde standaard gebruikt om te definiëren wat een SDI is en wat niet. Bovendien is het ESG-profiel van dit indexproduct echt geschoeid op APG-leest. We zijn een Nederlandse speler en we richten ons op Nederlandse klanten. We beleggen internationaal, maar voor het ESG-profiel van dit product proberen we zo veel mogelijk mee te nemen wat in de Nederlandse maatschappij leeft. Nederlanders hebben een andere kijk op duurzaamheid en goed ondernemingsbestuur dan bijvoorbeeld Amerikanen. Misschien niet als het gaat om universele kwesties als kinderarbeid en uitstoot, maar wel als het bijvoorbeeld gaat om bestuursbeloningen. Dat Nederlandse perspectief vind je in dit product terug. In die zin profiteren klanten met dit product van de snelgroeiende ambities van onze pensioenfondsklanten, waaronder ABP. Daardoor lopen we voorop in kennis, aanpak en ervaring met verantwoord en duurzaam beleggen. Wat betreft ESG-standaarden ligt de lat voor dit product dus hoog.”  

 

Hoe groot is het beheerd vermogen dat APG hiermee verwacht aan te trekken?

Wuijster: “Het is geen onderdeel van onze strategie om puur hiervoor klanten aan te trekken. We zien dit als een verrijking van het aanbod van APG, waarmee we primair bestaande klanten willen bedienen. Dit product kan nieuwe klanten aantrekken, maar we verwachten die dan wel integraal te gaan bedienen. Dus niet alleen met aandelenbeleggingen maar ook met andere beleggingscategorieën. Een actieve benadering van beleggen is daar inherent aan. In het vierde kwartaal zal er 1 miljard euro in dit product belegd zijn, maar we kunnen nog niet aangeven tot welke omvang dit gaat uitgroeien.”

 

Kun je dit product ook niet aanbieden aan particulieren?

Wuijster: “Dat is mogelijk, maar we bedienen momenteel geen particuliere beleggers. Het maakt geen deel uit van onze strategie. We zijn niet ‘wild commercieel’ met dit product.”

 

Lees hier het persbericht of bekijk de video hieronder:

Volgende publicatie:
"Je kunt fluitend langs een ravijn fietsen en het niet doorhebben"

"Je kunt fluitend langs een ravijn fietsen en het niet doorhebben"

Gepubliceerd op: 31 augustus 2021

Dat beleggen risico’s met zich meebrengt, hoef je niemand uit te leggen. En dat het financieel goed kan uitpakken, is ook evident. Sterker nog: het is voor (jonge) beleggers een belangrijke reden om, soms met geleend geld, de beurs te betreden. Maar waar zit dat risico hem dan in? En wat kunnen we leren van het verleden? Vijf vragen aan APG’s senior strateeg Charles Kalshoven.

 

“Voor de duidelijkheid: ik vind het goed om te zien dat jonge mensen op vroege leeftijd bezig zijn met hun financiële toekomst”, zegt Kalshoven nog voor de eerste vraag. “En ik geef ze geen ongelijk: sparen levert al tijden niks op. Dan is het is het aantrekkelijk om voor alternatieven te kiezen. Bovendien kun je veel leren door bezig te zijn met financiële markten. Maar er zijn natuurlijk valkuilen.”

 

Die risico’s - ‘resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst’ of ‘je kunt je inleg verliezen’ - zijn inmiddels toch wel alom bekend?

“Ja, maar het kan lastig zijn om je een voorstelling te maken van die risico’s. Zeker als je bent opgegroeid in een tijd dat de rente steeds lager werd, sparen niks oplevert en de beurzen het goed doen. Corona zorgde natuurlijk wel voor een krach, maar dat was voor veel mensen juist een moment om te starten met beleggen. Zij kochten in de dip en zien hun beleggingen nu vaak meer waard worden.”

 

Wat is daar mis mee?

“In principe niks, maar het kan wel een verkeerd beeld geven van wat de markt doet. Een jonge generatie beleggers weet niet anders dan dat de beurs het maar beter blijft doen. Maar als het verleden iets leert, is het dat er ééns in de zoveel tijd een forse correctie of zelfs een crisis plaatsvindt. Als je de ‘pijn’ van een dergelijke situatie nooit hebt gevoeld, kun je zomaar risicovoller beleggingsbeslissingen maken. Of je hebt die goede resultaten geboekt door risico’s te nemen die veel groter waren dan je beseft. Je kunt fluitend langs een ravijn hebben gefietst, terwijl je het niet doorhad.”

 

Feit is dat de beurzen het nog steeds goed doen. Geen reden tot zorgen, zou je zeggen?

“Niemand kan in de toekomst kijken. Maar wat je wel ziet is dat we de Great Moderation, de periode waarin de hoge inflatie werd getemd en de rente steeds verder kon dalen, wel hebben gehad. Beurzen hebben flink van die dalende rente geprofiteerd en waarderingen van veel bedrijven zijn fors opgelopen. En hoge waarderingen drukken verwachte rendementen. Je moet dus juist niet het verleden doortrekken. Maar ook met die ontwikkelingen kun je het natuurlijk hartstikke goed doen op de beurs. Ik wil alleen zeggen dat het slim is om als nieuwe belegger ook rekening te houden met scenario’s die minder rooskleurig zijn dan het huidige beursklimaat.”

 

Dus wat zou je advies zijn?

“Spreiden en herbalanceren. Als je, net als pensioenbeleggers, voor de lange termijn gaat, dan is het goed om een brede portefeuille te hebben. Met een bepaald percentage aandelen, een bepaald percentage obligaties, enzovoorts, waar je periodiek steeds naar terugkeert. Herbalanceert dus. In feite ruil je dan automatisch categorieën die het goed gedaan hebben in voor categorieën die zijn achtergebleven. Het is een bewezen methode om je rendement-risico verhouding te verbeteren. En je voorkomt dat je handelt uit emotie. Maar nog meer wijsheid vind ik het om in jezelf beleggen, in plaats van in aandelen. Een opleiding rendeert op de lange termijn vaak erg goed in financiële zin. En je haalt er evengoed voldoening uit.”

 

Maar wat als die opleiding heel veel geld kost?

“Bij een dure opleiding ís beleggen natuurlijk een optie om je studie te bekostigen. Sommigen doen dat met geleend geld. Maar vanzelfsprekend neem je met geleend geld wel een groter risico. Als je een deel van je geld verliest, zit je immers al snel met een schuld. Hefboomwerking, noemen we dat. Dat zag je in de aandelenlease-affaire in de jaren ’90. Toen werden er leningen aangeboden om mee te beleggen, vaak aan onervaren beleggers. Zonder de risico’s daarbij voldoende te noemen. Toen de koersen in 2001 kelderen, leverde dat een enorme restschuld op bij veel mensen. Wat dat betreft is het gewoon veiliger om te beleggen met eigen geld, dat je kunt missen.”

 

Lees ook het verhaal van Daniël, die belegt om zijn pilotenopleiding te betalen.

Volgende publicatie:
“De komst van 5G gaat voor veel innovatie zorgen”

“De komst van 5G gaat voor veel innovatie zorgen”

Gepubliceerd op: 25 augustus 2021

613 Miljard euro. Dat is het totaal belegd vermogen van APG wereldwijd (stand eind juli 2021). Doel: een goed pensioen in een leefbare wereld voor de deelnemers van de pensioenfondsen. De portefeuille is vanzelfsprekend goed gespreid. Van investeringen in windmolenparken in Zeeland tot Australische beursgenoteerde aandelen in winkels. En van veilige obligaties tot de wat meer fluctuerende handel in goud of soja. Wie zijn de mensen achter die beleggingen? Welke keuzes maken ze? En waarom?

 

In deze aflevering van de serie De beleggers: Frank Dekker, binnen APG verantwoordelijk voor beleggingen in de telecom- en mediasector.

 

Telecombedrijven leggen in razendsnel tempo glasvezelnetwerken aan. Dat zorgt voor meer snelheid en meer mogelijkheden waar het gaat om bijvoorbeeld 5G, kunstmatige intelligentie en the internet of things. Tegelijk neemt de dynamiek in de sector toe en zijn telecombedrijven aantrekkelijke overnamepartijen. Wordt KPN overgenomen door buitenlandse investeerders? Wie koopt T-Mobile, dat nu in de etalage staat? Wat is de impact van dergelijke marktbewegingen op de telecombeleggingen van APG?


Senior portfoliomanager Frank Dekker volgt de sector al vijftien jaar en is binnen APG verantwoordelijk voor de beleggingen in telecom. Zo ook voor KPN, waarmee APG onlangs een joint venture aanging. “Veelbelovend,” noemt Dekker deze samenwerking, die het mogelijk maakt de uitrol van het glasvezelnetwerk van KPN te versnellen. Maar misschien is Dekker niet helemaal objectief?

 

Dekker: “Terechte vraag. Maar niet juist. Als portfoliomanager in telecomaandelen word ik volledig afgeschermd van de activiteiten van de collega’s die deze deal met KPN sloten. Ik mocht gedurende de periode van de deal en de voorbereiding daarvan, niet in het aandeel KPN handelen. En intern ook met niemand hierover communiceren. Daar zijn we heel strikt in. We zijn er overigens ook toe verplicht. Hoe dan ook, ik vind de joint venture tussen KPN en APG veelbelovend. Want door de investering van APG kan KPN de aanleg van het glasvezelnetwerk eerder voltooien. Daardoor kunnen ze hun kopernetwerk sneller afbouwen, wat tot belangrijke kostenbesparingen leidt. Bovendien snijdt KPN door deze versnelde aanleg mogelijke concurrenten de pas af.”

 

Hoe ziet dat concurrentieveld er in Nederland uit?

“Ziggo is een aantal jaar geleden gefuseerd met UPC en vervolgens samengegaan met Vodafone. T-Mobile heeft twee prijsvechters gekocht, Tele2 en Simpel. En dan hebben we marktleider KPN. De Nederlandse telecommarkt is nu dus heel overzichtelijk, met deze drie partijen. Nederland heeft goede netwerken voor mobiele en vaste telefonie. De prijzen voor mobiel zijn de laatste jaren flink gedaald.”

 

T-Mobile wordt, als het aan eigenaar Deutsche Telekom ligt, zo snel mogelijk verkocht. Wat betekent dat voor de Nederlandse telecommarkt?

“T-Mobile heeft in Nederland een klein vast net. Deutsche Telekom wil in iedere markt graag de nummer een of twee zijn. In Nederland gaat dat vermoedelijk niet lukken, dus daarom gaat het bedrijf in de verkoop. KPN of Vodafone Ziggo mogen deze nummer drie waarschijnlijk niet overnemen vanwege Europese mededingingsregels. Of de concurrentie op de Nederlandse telecommarkt door de verkoop van T-Mobile toe- of afneemt, is afhankelijk van de nieuwe eigenaar. Wie dat wordt, is moeilijk te zeggen. Het is bekend dat Delta flink in glasvezel investeert. In een samenwerking met T-Mobile kan dat bedrijf voor extra concurrentie op de Nederlandse telecommarkt zorgen. Op dit moment huurt T-Mobile voor een groot gedeelte de vaste lijn van KPN voor hun klanten die nog een vaste telefoon gebruiken.”

 

APG belegt meer dan gemiddeld in KPN. Hoeveel muziek zit er nog in die koers? 

“Ik mag daar vanuit mijn rol helaas niet in detail op ingaan. We kijken bij onze beleggingen naar een termijn van drie tot vijf jaar. Het is moeilijk om te voorspellen welke sector het beter gaat doen dan andere sectoren. Daarom proberen we vooral bínnen een sector een bovengemiddeld rendement te maken; bijvoorbeeld door te kiezen voor de bedrijven die best-in-class presteren, die de beste rendement-risicoverhouding laten zien. Kijken we naar de Nederlandse markt, dan is Vodafone Ziggo de belangrijkste concurrent van KPN. Dat bedrijf heeft nog geen glasvezel, en moet nog flink gaan investeren in de noodzakelijke verbetering van hun huidige kabelnetwerk.”

 

Zijn telecombedrijven in Nederland over het algemeen eigenlijk een goede belegging?

“Meestal kijken beleggers dan naar het dividendrendement. Maar wat je vaak ziet, is dat telecombedrijven met een hoog dividendrendement een slechte belegging zijn. Ze betalen op dit moment relatief veel dividend, maar de vraag is of dat duurzaam is. Ze moeten de komende jaren immers flink investeren in hun netwerken. De onderliggende kasstromen voor de komende jaren, waarbij we proberen in te schatten wat de omzet en de marges gaan doen, vinden we veel belangrijker dan dividend. We kijken ook naar de structuur van de telecommarkt, hoe de concurrentie zich zal ontwikkelen. En wat de relatie met de regelgever en de politiek is. De corona-epidemie heeft eens te meer laten zien hoe belangrijk goede connectiviteit is; beleidsmakers zullen investeringen hierin dan ook willen stimuleren, bijvoorbeeld met regelgeving. Concluderend: in Nederland zien we dan een relatief gezonde marktstructuur. Minpunt voor de telecombedrijven is dat de politiek lage prijzen voor consumenten wil. Tegelijkertijd acht ik de kans op een prijzenoorlog vrij klein.”

Wat zou de impact zijn van zo’n prijzenoorlog?

“Prijzenoorlogen ontstaan als er veranderingen in de lokale concurrentie ontstaan. Meer concurrentie betekent vaak dat bedrijven gaan stunten en tarieven dalen. Dat is fijn voor de consument, maar niet gunstig voor de aandeelhouder. Bij minder concurrentie is de kans op prijsstijgingen hoger én kunnen de kosten voor klantacquisitie omlaag. Onze beleggingsfilosofie is er daarom op gericht prijzenoorlogen voor te blijven. Zo is India nu een interessantere markt geworden, sinds ze van veertien naar drie telecomaanbieders zijn gegaan. Maar ook Brazilië, Canada en Finland zijn interessant. In de VS daarentegen, stijgt juist de kans op een prijzenoorlog. Daar is een grote overname geweest, met als gevolg dat andere spelers op een agressievere manier marktaandeel proberen te winnen.”

 

Komt voor telecombedrijven de echte concurrentie op termijn niet eerder uit de hoek van giganten als Amazon, Facebook, Apple, Google en Microsoft?

“Zeker. Er wordt veel waarde gecreëerd met de digitalisering van de samenleving. Deze waardecreatie gaat niet meer naar de KPN’s van deze wereld, maar naar die giganten. Dus daar beleggen we ook in. Deze Amerikaanse en Chinese bedrijven investeren in toenemende mate in digitale infrastructuur zoals datacenters en de onderzeekabels, die het meeste intercontinentale internetverkeer transporteren. Vroeger waren die in bezit van de telecomoperators, maar die tijd is voorbij. Het grootste gedeelte van de digitale infrastructuur dat de Europese telecombedrijven nog bezitten, is de last mile, het laatste stuk van de verbinding naar de klant.”

 

5G staat centraal in die digitale infrastructuur. Wat gaat dat netwerk nu concreet voor ons betekenen?

“De komst van Uber kunnen we terugkijkend toeschrijven aan de doorbraak destijds van 4G, de smartphone en datacenters. Ik verwacht dat 5G, samen met toepassingen van kunstmatige intelligentie, voor veel innovaties gaat zorgen op het gebied van onder meer zelfrijdende auto’s, virtual reality, op afstand bedienbare robots die operaties uitvoeren, drones, noem maar op. Die vergen stuk voor stuk enorm veel rekenkracht en zo min mogelijk vertraging. Een voorbeeld? Een ambulance die een slachtoffer met derdegraads brandwonden naar het ziekenhuis vervoert, waarbij via een videoverbinding een arts op afstand al een diagnose kan stellen en de vereiste apparatuur kan klaarzetten. Of kunstmatige intelligentie waarmee je realtime simulaties kunt uitvoeren: wat is bijvoorbeeld de kans dat er een ongeluk gebeurt met een zelfrijdende auto. Voor dit soort innovaties heb je echt 5G nodig.”   

 

Er is toenemende politieke druk om Chinese apparatuur van bijvoorbeeld Huawei, die de telecomaanbieders in Nederland ook gebruiken, te weren. Een groot risico voor de Nederlandse telecomsector?

“Ja, dat is het absoluut. De VS maken zich zorgen over de technologische voorsprong die China heeft in 5G. We zagen meer initiatieven van politici en beveiligingsagentschappen om te waarschuwen voor cyberbeveiligingsrisico’s vanwege het bezit van bijvoorbeeld Huawei-apparatuur. De toegenomen controle op de Chinese apparatuurleveranciers dwong KPN om Huawei uit het mobiele kernnetwerk te verwijderen. KPN selecteerde Huawei ook voor andere 5G-onderdelen, zoals antennes. Nu loopt KPN het gevaar dat het Huawei ook van zijn mobiele radionetwerk moet verwijderen. Maar niet als enige: T-Mobile heeft de meeste Huawei-apparatuur in zijn netwerk. Een ban van Huawei zal de telecomaanbieders geld kosten, maar dat kunnen ze deels compenseren door consumenten hogere prijzen te rekenen op de draadloze markt.”

 

Tot slot: ook als grote belegger heb je te maken met concurrentie. Hoe onderscheid jij je daarvan?

“Het leuke aan het werken voor APG is dat we veel schaal hebben. Hierdoor hebben we bovengemiddeld veel toegang tot research, management en alternatieve data, maar houden we de kosten laag. Die data, zeker sectorspecifieke data, zijn kostbaar en niet elke belegger kan zich die veroorloven. Maar goed, het gaat er ook om wat je met die gegevens doet. Met mijn team kijk ik naar ontwikkelingen binnen sectoren en niet tússen sectoren. Relatief beleggen, heet dat. We kunnen onze tijd dus volledig gebruiken om de verschillen tussen spelers in de telecommarkt te onderzoeken en die in ons voordeel te laten werken.”

 

En, werkt het een beetje?

“We hebben het de laatste elf jaar ongeveer 30 procent beter gedaan dan de concurrentie (benchmark), met een absoluut rendement van 12,6 procent per jaar. Dus: ja, werkt prima.”

Wie is Frank Dekker?

 

Master of Finance aan de Vrije Universiteit. Werkt inmiddels vijftien jaar bij APG bij Fundamental Stock Selection. Managet de portfolio samen met collega Henny Crauwels. Die afdeling kenmerkt zich door sectorkennis, het nemen van relatieve bets en langeretermijnbeleggen. Is getrouwd en heeft drie kinderen. Woont in Zandvoort.

 

Beleggerscarrière

Mijn vader was timmerman en had een slechte rug. Hij werd afgekeurd en is thuis privé gaan beleggen.” Dekker kreeg het beleggen dus van jongs af aan mee. En dat is nooit meer opgehouden. In mijn vrije tijd lees ik graag boeken over beleggen.”

 

Manier van werken

“Ik vind het leuk om me in een onderwerp te verdiepen en er een mening over te vormen. Van huis uit heb ik een dikke huid meegekregen. Dat helpt me om een standpunt in te nemen dat afwijkt van de consensus.”

 

Beleggingsfilosofie

“Veel beleggers kijken top-down hoe de macro-economie of hoe bepaalde sectoren zich gaan ontwikkelen. Wij onderscheiden ons door binnen één sector naar bedrijfstrends op de langere termijn te kijken.”

Feiten & Cijfers

 

Waarin belegt APG op gebied van telecom en media?

Interactive media: Google, Facebook, Snap, Twitter

Broadcasting: Fox, Prosieben, Discovery, Viacomcbs

Interactive home entertainment (gaming companies) Activation Blizzard, EA

Cable & satellite: Comcast, SES

Advertising: (Advertising agencies) Publicis, WPP

Movies & entertainment: Netflix, Disney

 

Voor hoeveel?

De satelliet portfolio 1218 belegt iets meer dan 1,5 miljard euro.

Volgende publicatie:
"We kunnen het nog halen, maar we moeten wél aan de bak"

"We kunnen het nog halen, maar we moeten wél aan de bak"

Gepubliceerd op: 13 augustus 2021

Het rapport van het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties, onderstreept: de aarde warmt sneller op dan ooit. En de mens speelt daar een grote rol in. Als er niks gebeurt, kan de temperatuur in het uiterste geval tot bijna 6 graden Celsius stijgen richting het einde van deze eeuw. Gebeurt er wél wat, dan zijn de klimaatdoelen van Parijs nog haalbaar. Grote bedrijven en beleggers kunnen het verschil maken. De vraag rijst: doen we nu wel genoeg om het tij te keren? Volgens Joost Slabbekoorn, senior responsible investment & governance manager bij APG, zijn we in ieder geval op de goede weg. “We zien al langer de noodzaak om actie te ondernemen en handelen daar ook naar.”

 

De belangrijkste conclusies uit het VN-rapport zijn niet écht nieuw: de mens speelt ‘ondubbelzinnig’ een rol in klimaatverandering, de aarde is in 100 jaar tijd ruim 1 graad opgewarmd (veel sneller dan daarvoor gebeurde), de effecten van klimaatverandering zijn overal ter wereld merkbaar en de komende 30 jaar loopt de temperatuur sowieso op. Of dat in het gunstigste geval 1,5 graad en in het zwartste scenario 5,7 graden is, heeft alles te maken met hoe we daar wereldwijd op gaan acteren.

 

Beleid herijken

“Ja, het IPCC-rapport is confronterend”, zegt Slabbekoorn, met zijn team verantwoordelijk voor de uitvoering van het duurzaam en verantwoord beleggingsbeleid van onder meer pensioenfonds ABP. “Maar eigenlijk wisten we al dat het nog niet goed gaat.” Dat besef bestaat al langer. Niet voor niets groeide de focus op het duurzaam en verantwoord beleggingsbeleid van fondsklanten als ABP de laatste jaren fors. Maar soms, zegt Slabbekoorn, zie je dat de aanpak scherper moet én kan. Conclusies zoals die uit het rapport van het IPCC kunnen dan daadwerkelijk doorslaggevend zijn om het beleid te herijken. Slabbekoorn: “Dat heeft ABP onlangs dan ook gedaan. We beseften dat het versnellen van de energietransitie de enige optie is – en het huidige beleid voorziet daar niet voldoende in. Daarom scherpen we onze klimaatambities in 2022 aan.” ABP gaat daarbij niet over één nacht ijs. Een panel van wetenschappers aan universiteiten ondersteunt bij de vorming van het aangescherpte beleid.

 

Fossiel

Daar komt bij dat APG samen met 32 andere grote beleggers meewerkte aan het zogeheten ‘Net Zero Investment Framework’, een raamwerk dat handvatten biedt voor het aanpakken van klimaatverandering. “Het zijn dit soort initiatieven én onze inspanningen op het gebied van engagement – onze invloed als belegger aanwenden om bedrijven te stimuleren duurzamere beslissingen te maken – waarmee we kunnen bijdragen aan een leefbare wereld.” Maar, benadrukt Slabbekoorn, het verschil maak je niet alleen. “Als pensioenbelegger met invloed vind ik dat we het verplicht zijn om te doen wat binnen onze mogelijkheden ligt. Maar iedereen moet zijn bijdrage leveren.” Een van de mogelijkheden die vaak door klimaatorganisaties wordt geopperd, is afstappen van beleggingen in fossiele brandstoffen. Zorgt het IPCC-rapport ervoor dat APG haar klanten zal adviseren om volledig uit ‘fossiel’ te stappen? “Niet per se”, zegt Slabbekoorn. “Idealiter is de fossiele industrie ook onderdeel van de oplossing. Maar olie- en energiebedrijven zullen de komende jaren moeten versnellen in hun transitie van fossiel naar hernieuwbaar. En daar kijken we kritisch naar. Als het ons niet snel genoeg gaat of we verliezen ons vertrouwen, dan zullen we eruit stappen.”

 

Risico’s in kaart

Eén van de andere conclusies uit het rapport luidt dat de gevolgen van klimaatverandering overal ter wereld zichtbaar zijn. De overstromingen in Limburg, België en Duitsland zijn daar een voorbeeld van. Ook dat gegeven is van invloed op de beleggingen van APG. Slabbekoorn: “De veranderende weersomstandigheden hebben nu al impact op onze beleggingen. En in alle scenario’s warmt de aarde de komende jaren sowieso op. Dat betekent dat klimaatverandering invloed blijft hebben op onze beleggingen. Daarom zijn we al druk bezig met het in kaart brengen van risico’s bij overstromingen, droogte, bosbranden of de stijging van de zeespiegel voor onze vastgoedbeleggingen. Ook hebben we een dashboard ontwikkeld dat inzicht biedt in de fysieke risico’s van klimaatverandering per land.”

 

Lichtpuntje

“Het rapport, of beter gezegd: de conclusies uit het rapport, betekenen dus echt wat voor de manier waarop we beleggen. We zetten de juiste stappen, maar er is altijd ruimte voor ontwikkeling”, zegt Slabbekoorn, die ondanks de sombere boodschap van het rapport, toch ook een lichtpuntje ziet. “Er staat ook dat we de klimaatdoelen in 2050 nog kúnnen halen. Maar dan moeten we echt aan de bak.”

Volgende publicatie:
Welke invloed hebben natuurrampen op vastgoedbeleggingen?

Welke invloed hebben natuurrampen op vastgoedbeleggingen?

Gepubliceerd op: 29 juli 2021

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: Asset Management professional Steve Goossens over de invloed van klimaatverandering en natuurrampen op vastgoedbeleggingen.

 

Honderden miljoenen euro’s. Dat bedraagt alleen al in Valkenburg de schade door de overstromingen van half juli. Het zegt veel over de totale financiële impact van de watersnood. En die van natuurrampen in het algemeen. Door klimaatverandering komen crises als deze steeds vaker en heviger voor. Met alle gevolgen – en schade – van dien. In hoeverre heeft dit op de korte én lange termijn invloed op beleggingen?

 

“Klimaatverandering heeft een grotere impact op beleggingen dan je misschien zou denken,” zegt Goossens, werkzaam bij de beleggingsklasse vastgoed. En hij kan het weten. Samen met zijn team en collega’s van het verantwoord beleggen-team, brengt hij al ruim twee jaar in kaart wat de klimaatrisico’s zijn van de beleggingen van de fondsklanten van APG. Primair voor ‘zijn’ afdeling: vastgoedbeleggingen. “Maar waar mogelijk zullen de data ook gebruikt worden bij de andere beleggingen, zoals infra.” De impact van natuurgeweld beperkt zich immers niet tot onroerend goed alleen. Voor vastgoed brengt Goossens bijvoorbeeld de risico’s in kaart bij overstromingen, bosbranden, droogte of de stijging van de zeespiegel. “Kijk naar Amsterdam: door droogte komen de palen waar de stad op is gebouwd voor langere perioden droog te staan. Hierdoor gaat het hout sneller rotten en verzakt de bodem ook rapper. Dit gaat gepaard met een enorme investeringsopgave en dat heeft directe impact op sommige vastgoedbeleggingen in Amsterdam en omstreken.”

 

Direct en indirect

Goossens onderscheidt twee soorten risico’s van klimaatverandering op beleggingen: directe en indirecte. De verzakkingen in Amsterdam, de watersnoodschade in Limburg, maar ook de verwoestende werking van bosbranden op woningen elders in de wereld zijn voorbeelden van directe invloed van klimaatverandering op beleggingen. “Dat is vrij eenvoudig uit te leggen: beleggingsobjecten lijden schade en in ieder geval een deel van de kosten zijn voor de belegger. Dat heeft invloed op het rendement: want hoe hoger de kosten, hoe lager het rendement.”

 

Dan de indirecte schade: “Daarbij moet je denken aan winkels die gesloten moeten blijven of hotels die geen gasten kunnen ontvangen, en de kosten die dat met zich meebrengt. Of mensen die door de overlast verhuizen. Maar bijvoorbeeld ook verzekeringspremies die door dit soort natuurgeweld flink omhooggaan, of dat er zelfs wordt besloten dat sommige natuurrampen niet meer te verzekeren zijn. Vastgoedeigenaren draaien daarvoor op. Verzekeraars schatten, net als wij, het risico op dit soort rampen in en baseren daar hun prijs op. Reken maar dat die premies in de toekomst omhoogschieten.”

Transitierisico

Die risicoberaming maakt Goossens dus ook voor de beleggingsfondsen van APG. Dat is hard nodig, omdat zo kan worden ingeschat wat op langere termijn de financiële gevolgen zijn van klimaatverandering. Daar houden beleggers rekening mee als ze de waarde van een belegging inschatten. Maar minstens zo belangrijk is het zogeheten transitierisico: “Dat is het risico van hogere kosten, die de energietransitie met zich meebrengt. Oftewel: welke extra investeringen moeten we bij beleggingen doen om de doelen uit het klimaatakkoord te halen? Denk bijvoorbeeld aan betere isolatie, of nieuwe installaties. Klimaatverandering zorgt voor een snellere opwarming van de aarde. Als we dat tegen willen gaan en die opwarming, zoals in het akkoord staat, willen beperken tot 1,5 graad, dan zijn daar kosten mee gemoeid.”

 

Wet- en regelgeving

Hoe hoog die kosten zijn en welke investeringen er de komende jaren nodig zijn, hangt volgens Goossens ook samen met wet- en regelgeving. Bijvoorbeeld de eisen die door overheden aan energielabels worden gesteld. “Daar hebben we geen invloed op, maar we weten wél het einddoel in 2050 en dat we steeds minder CO2 moeten uitstoten.” Voor het meten van het transitierisico en om dat einddoel in kaart te brengen, ontwikkelde APG, samen met andere grote beleggers, de wereldwijde norm CRREM. Deze maakt inzichtelijk of een vastgoedobject voldoet aan ‘Parijs’. Een kantoorpand in Nederland voldoet bijvoorbeeld volgens die norm aan het klimaatakkoord als deze niet meer dan 14 kWh/m2 aan energie verbruikt. CRREM is daarmee strenger dan de Dutch Green Building Council (de netwerkorganisatie voor duurzaam bouwen), die 50 kWh/m2 als norm hanteert, zegt Goossens. “Bovendien is de CRREM-norm ook wetenschappelijk onderbouwd. Hiermee gaan we verder dan anderen in de sector.”

 

“Via berekeningen die we doen, schatten we op individueel beleggingsniveau in wat ervoor nodig is de doelen te halen. En dat stemmen we af met de meerjarige investeringsplannen van onze vastgoedbeleggingen.” Noodzakelijke kosten, vindt Goossens. “Het alternatief is dat de aarde meer dan 2 graden opwarmt en natuurrampen nóg vaker zullen optreden. De schade die dát oplevert, is vele malen groter dan de kosten die er nu aan verbonden zijn.”

Volgende publicatie:
'Wereldeconomie werkt in ploegendienst'

'Wereldeconomie werkt in ploegendienst'

Gepubliceerd op: 28 juli 2021

Beleggingsspecialisten APG over trends en ontwikkelingen op de financiële markten

 

In de VS groeit de economie het snelst, China is over de piek heen en Europa zit nog in de heropeningsfase. De wereldeconomie groeit op verschillende snelheden. Wat doet én deed dat met beleggingen? En wat zegt het over het wereldwijde investeringsklimaat? Ieder kwartaal buigen economen en beleggers van APG zich over trends en ontwikkelingen op de financiële markten. In de Asset Management View delen ze hun visie.

 

Lees hier de laatste editie van AM View

Volgende publicatie:
“Is het nieuwe klimaatplan van de EC slecht voor de aandelenmarkt?”

“Is het nieuwe klimaatplan van de EC slecht voor de aandelenmarkt?”

Gepubliceerd op: 15 juli 2021

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: aandelenbelegger Martijn Olthof, over de impact van strenger klimaatbeleid en hogere CO2 prijzen op de aandelenmarkten.

 

Fit for 55. Dat is de naam van het plan dat de Europese Commissie op 14 juli lanceerde om de Europese uitstoot in 2030 met 55% te hebben teruggebracht. Een belangrijk onderdeel van dat plan is de herziening van het emissiehandelssysteem (EU Emissions Trading System, ETS). Bedrijven die uitstoot veroorzaken, moeten die verplicht compenseren via de aankoop van CO2-emissierechten. Daarvoor kunnen ze terecht binnen het ETS.

 

De algemene verwachting is dat Fit for 55 zal leiden tot hogere en breder toegepaste prijzen voor CO2-uitstoot in Europa. Om de Parijs-doelen te halen, zal dat ook wel moeten, ondanks de grote stijging die we dit jaar al gezien hebben. Maar hogere prijzen voor uitstoot leiden tot hogere kosten voor bedrijven. Hier en daar wordt gespeculeerd dat dit zal leiden tot dalende aandelenmarkten. Terecht?

 

Winnaars en verliezers

Volgens Olthof is die redenering veel te kort door de bocht. “Het is duidelijk dat de prijs van CO2-uitstoot flink omhoog moet om het echt zoden aan de dijk te laten zetten. En in de meeste Parijs scenario’s zal dat ook gebeuren. Maar je kunt echt niet voorspellen dat een stijging van de CO2-prijs leidt tot een bepaalde daling van de aandelenmarkten. Het hangt van zóveel meer factoren af. Wat je zult zien, is dat er onder bedrijven winnaars en verliezers ontstaan.”

Of een bedrijf ‘winnaar’ of ‘verliezer’ wordt, hangt af van een aantal factoren. “Bedrijven die niet op tijd de omslag maken naar nul uitstoot  en een product leveren waarvoor een duurzamer alternatief bestaat, gaan lijden onder een hoge CO2-prijs. Hun product wordt dan simpelweg te duur ten opzichte van het alternatief. Je kunt dan bijvoorbeeld denken aan kolencentrales. De afnemer kan immers ook terecht bij ondernemingen die groene energie leveren, met nul uitstoot. Die energiebedrijven maken minder kosten en kunnen dus goedkoper leveren. Maar als je bijvoorbeeld een cementbedrijf bent – waarmee je flinke uitstoot veroorzaakt – zijn er op dit moment weinig alternatieven voor je product. Dat soort ondernemingen kunnen de kosten van een hogere CO2-prijs grotendeels doorbelasten aan de klant. Daardoor hebben ze er minder snel en minder direct last van als uitstootrechten duurder worden.”         

Juist de fossiele bedrijven kunnen baat hebben bij duidelijk beleid zoals Fit for 55

Spekkoper

Toch is het volgens Olthof nog lastig om te voorspellen wélke bedrijven precies spekkoper worden bij een hoge prijs voor CO2-emissierechten. “Daarvoor zijn er simpelweg nog te veel onzekerheden over hoe de energietransitie zich gaat ontvouwen. Of er een alternatief bestaat voor een bepaald product en tegen welke prijs, is namelijk sterk afhankelijk van technologische ontwikkelingen. Voor de lange termijn laten die zich lastig voorspellen.”  

Je zou het in eerste instantie niet zeggen, maar juist de fossiele bedrijven kunnen baat hebben bij duidelijk beleid zoals Fit for 55. “Het mooie van Fit for 55 is dat het duidelijkheid biedt aan veel bedrijven die schrééuwen om dit soort maatregelen. Er komt bijvoorbeeld meer steun voor groene brandstoffen. Als daarnaast ook de CO2-prijs stijgt, ontstaat er voor bedrijven een dubbele prikkel om bijvoorbeeld biokerosine te produceren. Dát is wat bedrijven willen, want dan weten ze zeker dat er een markt voor is. Veel oliebedrijven zéggen ook dat ze voorstander zijn van een hoge en stabiele CO2-prijs. Ook omdat afvang en opslag van CO2 dan pas rendabel wordt. Wat je nodig hebt, is een gezonde combinatie van verschillende beleidsmaatregelen. Dat betekent dat je bijvoorbeeld vliegmaatschappijen verplicht tot het gebruiken van een minimaal percentage aan biokerosine of andere groene brandstof. Als je daarnaast zorgt voor onder andere een hogere CO2-prijs en je past die breder toe op meer sectoren, dan gaan bedrijven stappen zetten naar nieuwe technologieën. Omdat ze meer zekerheid hebben dat ze de daarvoor vereiste grote investeringen ook gaan terugverdienen.”

 

Hard ingrijpen

En zelfs als een hogere CO2-prijs de aandelenkoersen drukt, kun je je afvragen hoe erg dat is, zegt Olthof. “Wat is het alternatief? Als je catastrofale klimaatverandering krijgt, of later hard overheidsingrijpen omdat de doelen van Parijs niet gehaald worden, is dat wellicht veel slechter voor de aandelenmarkt. Om die doelen te halen, zijn gigantische investeringen nodig. Dan moet de overheid ervoor zorgen dat het voor private sector aantrekkelijk genoeg is om die investeringen te doen. Met scherp en duidelijk klimaatbeleid kan ze daarvoor zorgen.”

Volgende publicatie:
‘Sustainability-linked bonds’: nieuwe kansen, maar oppassen voor greenwashing

‘Sustainability- linked bonds’: nieuwe kansen, maar oppassen voor greenwashing

Gepubliceerd op: 9 juli 2021

APG deed onlangs mee aan de uitgifte van enkele ‘duurzaamheidsgerelateerde obligaties’ (sustainability-linked bonds: SLB’s). Bedrijven die zulke obligaties uitgeven beloven vooraf gestelde duurzame doelen te behalen; lukt dat niet dan moeten ze beleggers meer rente betalen. Dat biedt flexibiliteit, maar betekent ook dat beleggers de duurzame doelstellingen goed in de gaten moeten houden om ‘greenwashing’ te voorkomen. “We moeten grondig ons huiswerk doen om de geloofwaardigheid en robuustheid van uitgiftes te beoordelen.” 

 

Tesco behoort tot het toenemend aantal bedrijven dat in 2021 een 'sustainability-linked bond' (SLB) heeft uitgegeven. In januari kwam de Britse supermarktketen met een obligatie die aansluit bij de toezegging van het bedrijf om zijn uitstoot van broeikasgassen in 2025 met 60% te verminderen (ten opzichte van 2015). Haalt Tesco die doelstelling niet, dan krijgen beleggers extra rente op de obligatie.

Snelle groei

Het is de eerste keer dat een winkelketen een SLB uitgeeft. Namens de pensioenfondsklanten nam APG deel aan de Tesco-uitgifte ter waarde van € 750 miljoen. SLB’s maken vooralsnog maar een klein deel uit van de totale gelabelde (groene, sociale en duurzame) obligatiemarkt. Maar de uitgifte van SLB’s groeit dit jaar snel. In 2021 is tot nog toe voor meer dan € 12 miljard SLB’s uitgegeven, stelt financiële nieuwsdienst Bloomberg. Dat is bijna 5 procent van de totale uitgifte van gelabelde obligaties in die periode.

Maar wat is een ‘Sustainability-linked bond’? Met een SLB kan een overheid, bedrijf of organisatie geld ophalen voor algemene doeleinden. Wel belooft de uitgever om beleggers extra rente op de obligatie te betalen als vooraf vastgestelde duurzame doelstellingen niet worden gehaald. Voorbeelden van zulke kernprestatie-indicatoren (KPI’s) zijn ‘percentage hergebruikte materialen in 2030 of ‘vermindering van de CO2-uitstoot in 2025’. Hierin wijken SLB’s af van gewone gelabelde obligaties, want daarvan moet de opbrengst worden besteed aan specifieke duurzaamheidsprojecten.

SLB’s zijn nog relatief nieuw. Enel gaf in 2019 als eerste een dergelijke obligatie uit. Het Italiaanse energiebedrijf belooft dat 55% van de opwekkingscapaciteit eind 2021 hernieuwbaar is.  Slaagt het bedrijf er niet in die doelstelling te behalen, dan ontvangen beleggers 0,25% extra rente op hun obligaties. Enel besprak vooraf de specifieke kenmerken van de obligatie met een beperkt aantal beleggers, waaronder APG.

Voorkom greenwashing

Vanaf halverwege 2020 is het aantal SLB-uitgiften gestaag toegenomen. Dat is een bemoedigend teken dat de markt de wind in de zeilen heeft. De flexibele structuur van SLB’s kan een alternatief  zijn voor bedrijven die het – vanwege de aard van hun activiteiten – moeilijk vinden om genoeg (grote) duurzaamheidsprojecten te ontwikkelen voor de uitgifte van een groene obligatie. Winkelbedrijven, zoals Tesco, zijn daar een voorbeeld van. Zulke bedrijven kunnen met SLB’s hun duurzame plannen financieren zonder dat ze de opbrengst moeten reserveren voor specifieke groene projecten, zoals de bouw van een zonne-energiecentrale.

Maar die flexibiliteit betekent ook dat obligatiebeleggers minder concrete informatie hebben over hoe de opbrengst wordt besteed en wat daarvan de impact is.

 

“Uitgevers hebben de ruimte om zelf te bepalen waar ze het geld aan uitgeven. In combinatie met zelfgekozen KPI’s brengt dat het risico op ‘greenwashing’ en het manipuleren van doelstellingen met zich mee”, zegt Joshua Linder, specialist Bedrijfsobligaties bij APG. “Sommige beleggers zijn dan ook terughoudend als het om SLB’s gaat. Maar wij zien grote mogelijkheden voor deze obligaties, op voorwaarde dat de integriteit van de markt strikt wordt gehandhaafd. We moeten de duurzame doelstellingen goed onder de loep nemen. Zijn ze ambitieus en robuust genoeg? En kan de vooruitgang worden vastgesteld?”

Tesco heeft voor zijn SLB een nieuw ‘Sustainability Bond Framework’ opgesteld. Dat raamwerk volgt de in juni 2020 gepubliceerde principes van de International Capital Market Association (ICMA). De ICMA-richtlijnen zijn bedoeld om de sleutelrol die de schuldmarkt kan spelen bij het verduurzamen van bedrijven verder te ontwikkelen. Ze hebben betrekking op het vaststellen van KPI’s, de kenmerken van obligaties, rapportage en onafhankelijke beoordeling.

Hybride obligatie

Onlangs nam APG ook deel aan de uitgifte van een 'hybride' obligatie door NextEra Energy. Deze obligatie, een van de eerste in zijn soort, combineert kenmerken van een ‘gewone’ gelabelde obligatie met die van een SLB. NextEra Energy is een Amerikaans holdingbedrijf en eigenaar van het grootste private nutsbedrijf in de Verenigde Staten, dat meer dan 11 miljoen inwoners in de staat Florida van energie voorziet. NextEra Energy heeft ook een bedrijf in schone energie, 's werelds grootste producent van wind- en zonne-energie.

De NextEra-obligatie volgt de ICMA-principes voor gelabelde obligaties. Het bedrijf gebruikt de opbrengst voor vastgestelde hernieuwbare-energieprojecten. Maar NextEra belooft ook dat beleggers gedurende de looptijd van de obligatie 0,25% extra rente krijgen als de opbrengst niet binnen twee jaar aan deze projecten is besteed. Ook moeten de projecten binnen twaalf maanden na uitgifte van de obligatie in gebruik worden genomen. Lukt dat niet, dan moet het bedrijf andere projecten selecteren. Ook dan geldt dat de opbrengst binnen twee jaar volledig moet zijn besteed, anders moet NextEra extra rente betalen.

“In vergelijking met gewone gelabelde obligaties wordt hiermee een extra verantwoordingslaag gecreëerd”, zegt Craign Hauret, senior analist Bedrijfsobligaties bij APG. “Het garandeert dat de opbrengsten tijdig worden besteed aan de juiste groene projecten. We vinden het ook goed dat NextEra de opbrengst alleen zal gebruiken voor de financiering van wind- en zonne-energieprojecten die na de uitgifte operationeel worden. Bij sommige gelabelde obligaties zien we dat bedrijven de opbrengst gebruiken voor het ‘herfinancieren’ van projecten die al twee of drie jaar geleden zijn gerealiseerd.”

Dat wil niet zeggen dat er geen minpunten aan deze uitgifte zijn. Zo ontbreekt een raamwerk om te bepalen welke projecten voor financiering in aanmerking komen. Ook is er geen onafhankelijke externe beoordeling. “We hebben onze zorgen daarover aan het bedrijf overgebracht”, zegt Hauret. “Maar we hebben vertrouwen in NextEra. Het bedrijf loopt al jarenlang voorop op het gebied van verantwoord ondernemen en is transparant over de hernieuwbare energieprojecten die met de opbrengst van de obligatie worden gefinancierd.”

Integriteit van de markt

APG is een van 's werelds grootste beleggers in groene, sociale en duurzame obligaties en een voorstander van de gelabelde obligatiemarkt, inclusief SLB’s. "Toch zijn we in dit vroege stadium zeer selectief bij onze keuze om aan een SLB-uitgifte mee te doen. We moeten de integriteit van de markt bewaren”, zegt Linder. “We hebben bijvoorbeeld een SLB gezien waarbij een van de duurzame doelstellingen als was behaald. Zo’n obligatie voldoet uiteraard niet aan onze normen.“

Transparantie en duidelijke rapportages zijn van groot belang voor de geloofwaardigheid en integriteit van deze snelgroeiende markt. Om(mogelijke) uitgevers inzicht te geven in onze verwachtingen en een gezonde ontwikkeling van de markt te stimuleren, heeft APG de Guidance on Sustainability-Linked Bonds gepubliceerd.

APG organiseert jaarlijks een evenement (Ronde Tafel) om de ontwikkeling van de Amerikaanse markt voor gelabelde bedrijfsobligaties te bevorderen. Het evenement – met deelname van institutionele beleggers, banken en andere belanghebbenden – werd dit jaar voor de vierde keer gehouden en richtte zich op SLB’s. “De groei van de uitgifte van gelabelde bedrijfsobligaties met behoud van het vertrouwen in de markt, is van begin af een belangrijk doel van deze bijeenkomsten”, zegt Anna Pot, Hoofd Responsible Investments Americas bij APG. “Met andere vermogensbeheerders en partners in de sector willen we de uitgifte van hoogwaardige gelabelde bedrijfsobligaties bevorderen. Daarbij hebben we aanzienlijke vooruitgang geboekt.”  

Volgende publicatie:
APG neemt 20 procentsbelang in grootste leverancier stadsverwarming in Zweden

APG neemt 20 procentsbelang in grootste leverancier stadsverwarming in Zweden

Gepubliceerd op: 1 juli 2021

Een consortium onder leiding van APG heeft een belang van 50 procent genomen in Stockholm Exergi Holding AB. Met bijna tien terawattuur aan geleverde energie per jaar en een omzet van bijna € 700 miljoen, is Stockholm Exergi (700 werknemers) de grootste leverancier van stadsverwarming in Zweden. Het bedrijf geldt als een toonbeeld van duurzaamheid en wil in 2025 zelfs klimaatpositief zijn.

Het consortium bestaat naast APG uit PGGM, Alecta, Keva and AXA Investment Managers. APG verwerft het 20%-belang voor opdrachtgever ABP, die daarmee verder vorm geeft aan haar ambities op het vlak van klimaat en verantwoord beleggen. Het totale belang van 50 procent werd overgenomen van het Finse energieconcern Fortum. De 800.000 afnemers van Stockholm Exergi bevinden zich met name in en rondom Stockholm. De overige 50 procent is in handen van de stad Stockholm.


Uitblinker
Carlo Maddalena, Senior Portfolio Manager bij APG: “De investering in Stockholm Exergi past naadloos in onze infrastructuurstrategie. Met haar sterke duurzaamheidsfocus bevindt het bedrijf zich in de voorhoede van de energietransitie.”

Volgens Maddalena zijn de fundamenten van Stockholm Exergi sterk. “De verwarmingsbehoefte van een land als Zweden is groot, waardoor het verbruik van stadsverwarming per inwoner tot één van de hoogste in Europa hoort. Voor Zweden is stadsverwarming daarom kerninfrastructuur van nationaal belang. Daarnaast levert Stockholm Exergi ook elektriciteit aan het lokale net, wat veel van de huidige capaciteitsproblemen oplost. De transactie bood een unieke kans om een belang in een ​​toonaangevend, omvangrijk nutsbedrijf in Scandinavië te verwerven. Investeringen van deze kwaliteit zijn schaars zijn in deze regio."


Internationaal rolmodel

De duurzaamheidsdoelstellingen van het bedrijf zijn zeer ambitieus: "Stockholm Exergi heeft zichzelf ontwikkeld tot een fossielvrije energieleverancier en wil in 2025 klimaatpositief worden. Daartoe ontwikkelde het al een aantal projecten, die zich nog in een vroeg stadium bevinden. Deze strategie sluit aan bij de ambitie van de stad Stockholm om een ​​internationaal rolmodel te worden op het gebied van duurzaamheid. Stockholm Exergi speelt een belangrijke rol in het realiseren van deze lokale – en nationale – klimaatambities."

Het dealteam van APG dat aan de transactie werkte, bestond uit Carlo Maddalena, Bart Saenen, Jan Jacob van Wulfften Palthe, Marjolaine Lopes en Silvan Koortens.

 

Lees hier het hele Persbericht.

Volgende publicatie:
APG verzilvert helft portefeuille Spaanse huurwoningen

APG verzilvert helft portefeuille Spaanse huurwoningen

Gepubliceerd op: 1 juli 2021

In 2017 startte APG met de Spaanse partner Renta Corporación het bedrijf Vivenio, dat investeert in huurwoningen in grote Spaanse steden als Madrid en Barcelona. Een stabiele belegging, maar toch verkoopt APG nu de helft aan een Australische partner, pensioenfonds Aware Super. APG ontvangt hiervoor ruim 400 miljoen euro en investeert de helft daarvan weer in Vivenio voor verdere groei in kwaliteit en kwantiteit van de woningportefeuille. Aware Super investeert voor hetzelfde bedrag.

Vanuit APG is Rafael Torres Villalba, expert portfolio manager Vastgoed Europa, al sinds de start als een van de bestuurders nauw betrokken bij Vivenio.     

 

Waarom is APG vier jaar geleden gaan beleggen in Spaanse huurwoningen?

Torres Villalba: “Het is een aantrekkelijke groeimarkt. De Spaanse overheid heeft de bevolking in het verleden gestimuleerd om huizen te kopen. Dat is gelukt, ruim 80 procent van de Spaanse woningen is een koopwoning. In Nederland is dat ruim 55 procent. Maar de laatste jaren wil een groeiende groep Spanjaarden flexibeler zijn. Ze willen zich niet vastleggen, voor hun werk willen ze makkelijk kunnen verhuizen. En dan kun je je huis beter huren dan kopen. Omdat op dit moment nog geen 20 procent van alle woningen een huurwoning is, verwachten we daar nog veel groei. Daar komt bij dat, net als in Nederland, het aantal eenpersoonshuishoudens in Spanje snel stijgt; waardoor er simpelweg meer vraag naar woningen komt.”

 

Wat zijn voor APG de rendementen van deze beleggingen?

“Wat betreft de huuropbrengsten gaan we uit van 3 tot 4 procent cashrendement per jaar. Laag? Dat valt wel mee. Nu de rente zo extreem laag is, en we bijvoorbeeld op obligaties weinig verdienen, is dat een prima rendement. Daar komt ook nog een verwachte jaarlijkse herwaardering van het vastgoed bij. Daardoor komt deze belegging jaarlijks op een aantrekkelijk totaal rendement uit.”

 

Wat is eigenlijk de strategie van APG, als het gaat om beleggen in vastgoed? 

“We richten ons op een portefeuille van wereldwijde vastgoedbeleggingen die een voorspelbaar rendement biedt. Daarbij is verduurzaming van ons vastgoed topprioriteit. We investeren niet alleen in huurwoningen, zoals in Spanje, maar ook in winkelcentra, outlet centers, kantoren, distributiecentra, hotels en studentenhuisvesting.”

“Verduurzaming van ons vastgoed is voor ons topprioriteit”

Kan APG niet beter in Nederlandse huurwoningen beleggen, zodat onze gepensioneerden daar ook van kunnen profiteren?

“Dat doen we ook zeker. Bijvoorbeeld via ons belang in Vesteda, dat ruim 27.000 Nederlandse huurwoningen bezit. Maar voor de belangen van onze deelnemers is het verstandig als APG de beleggingsrisico’s zo goed mogelijk spreidt. Dat geeft nou eenmaal de meeste kans op een stabiel rendement op lange termijn. En daarbij hoort onder andere dat we wereldwijd in vastgoed beleggen, niet alleen in Nederland.”

 

Vivenio belegt in zo’n 6000 woningen. Zijn dat de wat duurdere huurwoningen, of ook sociale huurwoningen?

“Het is een mix. Spanje kent geen sociale huurwoningen zoals wij die in Nederland kennen. Voor een deel van de huurwoningen is de mogelijke huurstijging wel beperkt door de overheid, om de positie van de huurder te beschermen. Wij beleggen daar deels in, maar het grootste deel betreft woningen in het middensegment, met een gemiddelde huur van 840 euro per maand. Met uitschieters tot 1400 euro naar boven, en 400 euro naar beneden.”

 

Zijn dit relatief hoge huren voor Spaanse begrippen?

“Dat valt mee. In de grote steden wonen relatief veel hoogopgeleide mensen, met goede banen. In de meeste huishoudens werken beide partners, dus dan is zo’n huur goed te doen.” 

 

Wat doet APG als huiseigenaar? Knappen jullie huurwoningen op?

“Waar mogelijk voegt Vivenio waarde toe aan de woningen door extra faciliteiten te bouwen. Zoals een uitgebreide gym en andere sportfaciliteiten, dakterrassen, ruimtes voor flexkantoren voor huurders die ook thuis willen kunnen werken, et cetera. Vivenio probeert efficiënt om te gaan met de ruimte die ze tot haar beschikking heeft om zoveel mogelijk faciliteiten aan haar huurders te kunnen bieden. Bijvoorbeeld door het verbouwen van voormalige winkelruimtes of kantoorruimtes.”

 

Is verduurzaming een speerpunt?

“Zeker. Vivenio participeert in de Global Real Estate Sustainability Benchmark (GRESB). Dat is een internationale vastgoedbenchmark die de duurzaamheidsprestaties van vastgoedportefeuilles beoordeelt. Voor de individuele huurwoningen is BREEAM de meest gebruikte beoordelingsmethode om de duurzaamheidprestatie van gebouwen te bepalen. Denk aan de gebruikte bouwmaterialen of het energieverbruik. Volgens deze beoordeling scoren de recent gebouwde huurwoningen van Vivenio ‘goed’ tot ‘zeer goed’. Daarnaast blijven wij, samen met ons interne Global Responsible Investments team, voortdurend op zoek naar mogelijkheden om de lat hoger te leggen.”

 

Wat betekende de corona-uitbraak voor APG’s beleggingen in Spaanse huurwoningen?

“In het begin hielden de mensen de hand op de knip, maar dat hield al snel op. We hebben toen direct gezegd dat we huurders, als ze de huur niet meer konden betalen omdat ze geen werk meer hadden, sowieso niet direct op straat zouden zetten. Wij vonden het belangrijk om sociaal verantwoord met onze huurders om te gaan en voor deze groep een regeling te treffen. Dat bleek uiteindelijk niet nodig te zijn.” 

 

Je schetste eerder de voordelen van deze Vivenio-belegging, zoals het stabiele rendement. Waarom verkopen jullie dan de helft van dit aandelenbelang?

“We hadden in het begin de ambitie om dit woningplatform te laten groeien tot een bepaalde schaal. Vivenio is inmiddels aardig op weg, maar kan nog verder groeien, daarmee efficiënter worden en uiteindelijk een beter rendement opleveren. Door een nieuwe belegger toe te laten is er meer kapitaal beschikbaar om die groei te verwezenlijken en kan APG een deel van deze belegging verzilveren. We kozen voor pensioenbelegger Aware Super, waar we al goed mee samenwerken binnen andere beleggingen, zoals die in aparthotelketen City ID. De opbrengst is ruim 400 miljoen euro, waarmee we uitkomen op een mooi totaalrendement. We hebben daardoor onze rendementseisen gehaald. Daar zijn mijn collega’s en ik best wel trots op. De opbrengst investeren we deels weer in Vivenio, en deels in andere vastgoedbeleggingen.”

 

Helpen jouw Spaanse roots bij het werken met Vivenio en bij zo’n deal als deze?

“Haha, ik ben geboren en getogen in Nederland, maar heb wel Spaanse familie, ja. Dat ik de taal vloeiend spreek is handig, dat breekt snel het ijs. Maar voor de rest gaat de communicatie in het Engels, wel zo prettig voor mijn APG-collega. Cultuurclashes? Dat valt mee. Het is uiteraard geen Angelsaksische onderhandelcultuur zoals we zien bij andere beleggingen, maar dat is ook weleens prettig. En de Spaanse lunches zijn een verademing, vergeleken met de Hollandse broodjes kaas met melk.”    

Volgende publicatie:
2020: Doorpakken op duurzame ambities

2020: Doorpakken op duurzame ambities

Gepubliceerd op: 30 juni 2021

APG publiceert Verslag Verantwoord Beleggen

 

APG heeft in 2020 opnieuw grote stappen gemaakt als het gaat om verantwoord beleggen. Door continu te verbeteren kunnen we aan de groeiende duurzame ambities van onze pensioenfondsen blijven voldoen. Dat blijkt uit het vandaag gepubliceerde Verslag Verantwoord Beleggen.

 

Verantwoord beleggen is een van de strategische pijlers van APG. In hun voorwoord constateren Annette Mosman (bestuursvoorzitter), en Ronald Wuijster (bestuurslid verantwoordelijk voor vermogensbeheer) dat door de coronacrisis de toch al toenemende aandacht voor verantwoord beleggen in een stroomversnelling is gekomen. “Niet alleen bij maatschappelijke organisaties, maar ook in de media en bij de deelnemers van de pensioenfondsen waarvoor APG werkt. Daar luisteren we goed naar, want we realiseren ons dat we ons bestaansrecht ontlenen aan de deelnemers en voor hén werken aan een goed pensioen.”

 

Beleggen in duurzame ontwikkeling

Eind 2020 hadden we namens onze pensioenfondsen ruim € 90 miljard belegd in bedrijven en projecten die bijdragen aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (Sustainable Development Goals: SDG’s). Deze zijn in 2015 opgesteld door de Verenigde Naties om te komen tot een betere en duurzame wereld. Onze pensioenfondsen ABP en bpfBOUW hebben beide een doelstelling voor beleggen in de SDGs. Een aanzienlijk deel van onze beleggingen in de SDGs (€ 12,2 miljard) bestaat uit gelabelde obligaties. Dit zijn obligaties uitgegeven door bedrijven, overheden en instanties voor de financiering van groene, sociale of duurzame projecten.

 

APG heeft in 2020 samen met drie internationale beleggers het SDI Asset Owner Platform opgericht om beleggen in de Duurzame Ontwikkelingsdoelen te stimuleren. Onze ambitie is om hiervan een wereldwijde standaard te maken. Op die manier kunnen we samen met andere verantwoorde beleggers bijdragen aan doelen als duurzame steden en gemeenschappen, betaalbare en duurzame energie en actie voor het klimaat.

 

Bijdragen aan de aanpak van de corona-crisis

Eind 2020 had APG namens de pensioenfondsklanten ruim € 1 miljard belegd in zogenoemde corona-obligaties. De opbrengsten van deze obligaties worden gebruikt om de pandemie en de gevolgen van de lockdown voor mensen en bedrijven te bestrijden. Voorbeelden daarvan zijn uitbreiding van de gezondheidszorg, programma’s voor behoud van werkgelegenheid en ondersteuning van het MKB.

 

Ook drongen we er in 2020 – zowel individueel als samen met andere grote beleggers – bij bedrijven op aan om de sociale gevolgen van de crisis te beperken en de gezondheid van werknemers voorop te stellen. Volgens de Amerikaanse organisatie Responsible Asset Allocation Initiative behoort APG wereldwijd tot de vermogensbeheerders die het meeste doen om de gevolgen van de pandemie aan te pakken.

De CO2-voetafdruk van onze aandelenbeleggingen is met 39% gedaald ten opzichte van het peiljaar 2015.

Klimaatverandering en de energietransitie

De CO2-voetafdruk van onze aandelenbeleggingen is met 39% gedaald ten opzichte van het peiljaar 2015. Alle pensioenfondsen waarvan wij het vermogen beheren hebben hier een doelstelling voor. Dit jaar publiceren we voor het eerst ook de CO2-voetafdruk van onze beleggingen in bedrijfsobligaties, vastgoed en private equity (57% van de totale portefeuille). Uiterlijk in 2022 koppelen onze fondsen hieraan klimaatdoelstellingen voor 2030. APG heeft bijgedragen aan een raamwerk voor het rapporteren van CO2-impact en aan een overzicht van meetmethoden voor de CO2-voetafdruk in de Nederlandse financiële sector.

 

Eind 2020 belegden wij namens onze fondsen € 15,9 miljard in het Duurzame Ontwikkelingsdoel ‘Betaalbare en Duurzame Energie’ (SDG 7). Door hierin te beleggen, verminderen we klimaatrisico’s in onze beleggingsportefeuille en dragen we bij aan de energietransitie.

 

Effect op risico en rendement

In 2020 hebben we een methode ontwikkeld die inzicht geeft in het effect van insluiten (het meewegen van duurzaamheidsaspecten bij elke beleggingsbeslissing) en uitsluiten van beleggingen op het rendement van de aandelenportefeuille. Over de afgelopen twee jaar is het effect licht positief. Daarbij hoort de kanttekening dat we pas uitspraken kunnen doen over de lange termijn als we gedurende een langere periode hebben gemeten. In 2021 ontwikkelen we ook methoden om na te gaan wat het effect van de andere instrumenten voor duurzaam en verantwoord beleggen op risico en rendement is, zoals sturen op vermindering van de CO2-voetafdruk en beleggen in de Duurzame Ontwikkelingsdoelen.

 

Eigen bedrijfsvoering

Hoewel APG de grootste duurzame impact kan realiseren met de beleggingen die we voor onze pensioenfondsen beheren, vlakken we ook de effecten van onze eigen bedrijfsvoering niet uit. We kunnen de lat voor bedrijven waarin we beleggen alleen hoog leggen als we dat voor onszelf ook doen. Ook motiveren we medewerkers op die manier om duurzaamheid in hun dagelijkse werk en keuzes mee te nemen. In 2030 wil APG aantoonbaar een klimaatneutrale bedrijfsvoering hebben. Om de besluitvorming over de duurzame ambities vorm te geven, wordt een Sustainability Board opgericht onder leiding van bestuursvoorzitter Annette Mosman. Meer hierover in ons jaarverslag.

 

Duurzame toekomst

APG belegt ruim 570 miljard euro voor onze pensioenfondsklanten ABP (overheid), bpfBOUW, SPW (woningbouwverenigingen) en PPF APG, het pensioenfonds van de eigen medewerkers. Onze pensioenfondsen hebben hun ambities en doelstellingen op het gebied van verantwoord beleggen aangescherpt. ABP maakte al in 2020 zijn nieuwe beleid tot 2025 bekend; bpfBOUW en SPW hebben dat onlangs gedaan. Net als onze pensioenfondsen blijft APG zich ontwikkelen op het gebied van verantwoord beleggen. Wij willen ‘samen werken aan jouw duurzame toekomst’. Een toekomst met een goed en betaalbaar pensioen, in een duurzame, leefbare en inclusieve samenleving. Daar zetten wij ons voor in, nu en in de toekomst.

Volgende publicatie:
APG twee keer in de prijzen tijdens Global Capital Bond Awards

APG twee keer in de prijzen tijdens Global Capital Bond Awards

Gepubliceerd op: 18 juni 2021

Het credits team van APG is twee keer in de prijzen gevallen tijdens de uitreiking van de Bond Awards van Global Capital. In de categorie meest invloedrijke investeerder in bedrijfsobligaties haalde APG een tweede plaats. Een verbetering ten opzichte van vorig jaar toen APG daar een derde plek scoorde. Voor het eerst viel APG ook in de prijzen in de categorie financiële obligaties, waar het credits team een derde plaats in de wacht sleepte.

 

De ranking is de uitkomst van een peiling onder verschillende spelers op de obligatiemarkt, zoals uitgevende instellingen, beleggers en banken. Hen werd gevraagd om binnen verschillende categorieën te stemmen op de partij waarvan zij vonden dat die het beste heeft gepresteerd in de periode tussen juli 2020 en maart 2021. "Juist daarom zijn we trots", zegt Tim Slütter, Head of EU Credits. "De prijs is echt een erkenning van collega’s werkzaam op obligatiemarkten over de hele wereld."

Rinse Boersma, portfolio manager financial credits, vermoedt dat APG de nominaties te danken heeft aan de duidelijkheid waar de pensioenuitvoerder voor staat. "Juist in tijden van COVID was de markt heel onzeker. Bedrijven en banken hadden financiering nodig, maar veel partijen gaven niet thuis. APG is altijd heel duidelijk geweest over wat we voor welke prijs kopen. Die betrouwbaarheid is belangrijk."

Oscar Jansen, portfolio manager corporate credits, denkt dat het leiderschap van APG op het gebied van ESG ook belangrijk zal zijn geweest. "Green bonds, social bonds, daar komen er steeds meer van. Voor bedrijven die deze producten naar de markt brengen, is het belangrijk dat je duidelijke feedback geeft. APG loopt daarin voorop."

In de categorie bedrijfsobligaties moest APG alleen investment manager BlackRock voor zich dulden. De derde plaats was voor Pimco. In de categorie financiële obligaties was het stuivertje wisselen met dezelfde spelers. In deze categorie ging Pimco met de eerste plaats aan de haal, werd BlackRock tweede, sleepte APG het brons in de wacht. Tim Slütter: "Natuurlijk is APG ook geen kleine jongen, maar we zijn er trots op dat we met dit soort spelers van wereldformaat kunnen wedijveren."

Global Capital is een nieuws- en dataservice voor internationale professionals die werkzaam zijn op de kapitaalmarkten. Het organiseert al twaalf jaar de Bond Awards. Meer informatie over de Bond Awards staat hier: Welcome to the GlobalCapital Bond Awards 2021! | GlobalCapital

Volgende publicatie:
“Transitie naar houtbouw gaat niet van vandaag op morgen”

“Transitie naar houtbouw gaat niet van vandaag op morgen”

Gepubliceerd op: 16 juni 2021

APG gaat investeren in ruim tachtigduizend hectare FSC-gecertificeerd Chileens productiebos. Hoe kom je tot zo’n belegging? Hoe ziet de markt eruit? En hoe verhoudt bomenkap zich tot duurzaamheid? Zes vragen aan Vittor Cancian, Senior Portfoliomanager Natural Resources bij APG.

 
Waarom belegt APG in bos?
“Voor een belegger met duurzaamheidsambities is bosbouw aantrekkelijk omdat verantwoord beheerde bossen aantoonbaar bijdragen aan het bereiken van de Sustainable Development Goals. Bomen nemen immers CO2 op en FSC-gecertificeerd bos draagt bij aan de biodiversiteit. 


Vanuit rendements- en risicoperspectief gezien is bosbouw voor een pensioenfonds een goede belegging omdat het rendement meegroeit met het algemene prijspeil. Daardoor biedt het een natuurlijke bescherming tegen inflatie. Pensioenfondsen streven ernaar om pensioenen zoveel mogelijk met de inflatie te laten meegroeien. Dan helpt het als het rendement van je beleggingen óók meegroeit met het algemene prijspeil.


Een ander voordeel van bosbouw is dat het spreiding aanbrengt in je totale beleggingsportefeuille. De prijzen bewegen namelijk niet sterk mee met ontwikkelingen op financiële markten, zoals bij aandelen of obligaties. Dus als de aandelenmarkten even wat minder rendement geven, hoeft dat voor bosbouwbeleggingen niet te gelden. Die twee voordelen – diversificatie en bescherming tegen inflatie – gelden overigens ook voor beleggingen in landbouw.


Het mooie van bosbouw is ook dat je, afhankelijk van de marktprijs van hout, het besluit om bomen te kappen kunt uitstellen of versnellen. Als in een bepaald jaar de prijs van hout te laag is, kun je wachten op een beter moment om te verkopen. Het voordeel is dat de bomen ondertussen gewoon doorgroeien, waardoor de economische waarde toeneemt. Of je kunt juist eerder verkopen, als de prijs wel goed is.”


Is het niet nóg duurzamer om die bomen te laten staan?

“We beleggen alleen in productiebossen. Dat impliceert dat je op een gegeven moment het besluit neemt om te kappen. Al onze beleggingen in bosbouw worden overigens gemanaged volgens het FSC of een vergelijkbaar keurmerk. Die certificering krijg je alleen als je bossen op een duurzame manier beheert. Dat houdt onder andere de verplichting in om voor iedere boom die je kapt weer een nieuwe boom aan te planten.


Een oudere boom vertegenwoordigt een hogere economische waarde dan een jonge boom. Daarnaast vlakt bij oudere bomen de CO2-opname af doordat ze niet meer zoveel groeien. Vanuit financieel oogpunt maar ook kijkend naar de verminderde CO2-opname heeft het dus zin om deze bomen te kappen en het hout te verkopen. Jonge bomen daarentegen groeien snel en hebben daar CO2 voor nodig. Selectief kappen en weer aanplanten, houdt de longen van de aarde dus juist vitaal. De FSC-certificering vereist ook dat je zorgdraagt voor biodiversiteit en aandacht hebt voor de sociale en economische impact op het gebied waarin je actief bent.”


Houtbouw is in opkomst. Levert dat niet ook een duurzaamheidsbijdrage?

“Als je houtbouw gaat inzetten als alternatief voor beton en cement, levert dat absoluut een duurzaamheidsvoordeel op. De door bomen opgenomen CO2 is dan voor een lange termijn opgeslagen. Het produceren van beton en cement daarentegen zorgt voor relatief veel CO2-uitstoot. Als je dat echt in de prijs zou meenemen, zou er een financieel gunstiger businesscase voor houtbouw ontstaan.


Je ziet wel een ontwikkeling om meer met hout te gaan bouwen. In 2019 is in Noorwegen het hoogste houten gebouw ter wereld geopend (de Mjøstårnet in Brumunddal telt 18 verdiepingen en is 85,4 meter hoog, red.). In Amsterdam Oost is Hotel Jakarta een goed voorbeeld. Vanaf 2025 moet in Amsterdam één op de vijf nieuwe huizen van hout gemaakt zijn. Maar de bouwsector is best conservatief. De transitie naar meer hout en minder beton zal niet van de ene op de andere dag plaatsvinden.”

 

Om wat voor hout gaat het precies en waar belegt APG zoal?

“Bij onze bosbouwbeleggingen gaat het meestal om twee boomsoorten: zachthout – zoals Radiata Pine in Chili, Australië en Nieuw Zeeland en Douglas Fir in de Verenigde Staten – en hardhout. Bij die laatste gaat het om bijvoorbeeld Eucalyptus maar ook om soorten als Black Cherry en Amerikaans eikenhout voor de meubelindustrie. Zachthout wordt voornamelijk in de bouw gebruikt. Eucalyptushout wordt ook in de pulp & paper industrie gebruikt.”


Gaan er meer beleggingen zoals in Chili volgen?

“Dat is wel onze verwachting. We bewegen nu naar een strategie waarin we de huidige 1,8 miljard euro in bosbouw en landbouw de komende jaren willen uitbreiden naar 3-5 miljard euro. De rest van de Natural Resources portfolio zal de komende tijd op een verantwoorde wijze worden afgebouwd.


Om dit soort beleggingen te vinden, hebben we ons team verdubbeld. Die nieuwe mensen hebben Hong Kong of New York als standplaats. Het is belangrijk dat ze dicht bij de markt zitten. Ze moeten de lokale dynamiek voelen en hun eigen lokale netwerk hebben. Dat is niet alleen belangrijk voor het selecteren van de juiste beleggingen, ook het managen van zo’n belegging gaat beter als je in de buurt zit. Door COVID-19 is dat nu wat lastiger, maar normaal gesproken gaan we ook altijd ter plekke kijken als we een belegging zoals in Chili op het oog hebben. We willen de organisatie zien, het management en alle andere aspecten die je wilt beoordelen om te zien wat voor vlees je in de kuip hebt.”


Een van APG’s mede-investeerders in het Chileense bos gaf aan bijna tien jaar op zoek te zijn geweest naar een veelbelovende belegging van deze grootte. Is er voldoende bosbouw te vinden die aan jullie eisen voldoet, om die miljarden extra te kunnen investeren?

“Ja, maar de mogelijkheden om in bosbouw te beleggen en de toegang tot de markt verschillen van land tot land. Australië en Nieuw-Zeeland bijvoorbeeld hebben een goed ontwikkelde bosbouwsector, met voldoende omvang. Die markten zijn voor een belegger goed toegankelijk en bieden genoeg mogelijkheden. In andere landen is het wat lastiger omdat de markten daar nog niet zo ontwikkeld zijn. In dat soort landen moet je vaak nog proactiever zijn en een bepaalde structuur creëren om in bosbouw te kunnen beleggen. Onze investering in Chili is daar een goed voorbeeld van. Samen met twee andere partijen hebben we een joint venture opgericht, die dit productiebos heeft overgenomen van Arauco.


Ook Chili heeft een goed ontwikkelde bosbouwsector. Maar die is voornamelijk in handen van een paar grote bedrijven die houtproducten leveren aan de bouwindustrie – bijvoorbeeld MDF of OSB (beide van resthout geperste producten, red.). Om verzekerd te zijn van voldoende hout voor hun productie, willen ze ook eigenaar zijn van de bossen. Dus die verkopen niet zomaar. Arauco is één van die bedrijven. Nu doet zich echter de situatie voor dat deze ondernemingen kapitaal nodig hebben om verder te investeren in nieuwe productiefaciliteiten. Om daar aan te komen, verkopen ze een deel van hun bossen aan grote institutionele beleggers – vaak met de verplichting om jaarlijks een bepaald deel van het hout aan hen te leveren. Uiteraard tegen de dan geldende marktprijs. Een mooie kans dus. De omvang – deze joint venture wordt de op twee na grootste houtproducent van Chili – en de kwaliteit van de FSC-bossen die Arauco op de markt bracht, zijn bijzonder. Dus de competitie voor deze transactie was groot. APG is al in 2007 begonnen met beleggen in bosbouw dus we zijn inmiddels ervaren in deze sector. Dat geldt ook voor onze partners. We konden daardoor vrij snel een sterk consortium vormen en het ijzer smeden toen het heet was.”

Volgende publicatie:
Peter Branner vicevoorzitter bij Europese beleggersbelangenorganisatie EFAMA

Peter Branner vicevoorzitter bij Europese beleggersbelangenorganisatie EFAMA

Gepubliceerd op: 14 juni 2021

Peter Branner, Chief Investment Officer van APG Asset Management, is benoemd tot vicevoorzitter (‘vice president’) van de European Fund and Asset Management Association (EFAMA).

 

Tijdens de jaarvergadering van de belangenorganisatie voor de Europese vermogensbeheersector is een nieuw bestuur gekozen. Daarin vervult Naïm Abou-Jaoudé de rol van voorzitter (‘president’) en treedt naast Branner ook Joseph Pinto als vicevoorzitter aan.

Abou-Jaoudé is chief executive officer bij de Belgische vermogensbeheerder CANDRIAM, het voormalige Dexia Asset Management. Pinto bekleedt de functie van global chief operating officer bij de vermogensbeheertak van het Franse Natixis. De leden van EFAMA vertegenwoordigen gezamenlijk een beheerd vermogen van EUR 27 biljoen.

Cruciale taak
De benoeming van het nieuwe EFAMA-bestuur geldt voor een periode van twee jaar. In een reactie op zijn benoeming benadrukt Abou-Jaoudé dat er voor Europese vermogensbeheerders naast hun financiële doelstellingen een cruciale taak ligt om een duurzamere en inclusievere toekomst te stimuleren. 

Volgende publicatie:
APG en KPN starten glasvezelbedrijf ‘Glaspoort’

APG en KPN starten glasvezelbedrijf ‘Glaspoort’

Gepubliceerd op: 9 juni 2021

APG en KPN hebben vandaag de transactie afgerond voor de oprichting van een glasvezel joint venture: Glaspoort. Het nieuwe, in Amsterdam gevestigde bedrijf, start vanaf nu met de uitrol van glasvezel in dorpen, kleine kernen en op bedrijventerreinen. De reikwijdte van de joint venture is iets vergroot en toegenomen met 75.000 adressen. Hierdoor zullen nu 750.000 huishoudens en 225.000 bedrijven in 2026 aangesloten zijn op glasvezel.

 

Glaspoort investeert de komende vijf jaar ruim 1 miljard euro in de uitrol van glasvezel. Dankzij voldoende bouwcapaciteit en externe financiering kan Glaspoort hiermee snel van start gaan. De reikwijdte van de joint venture is iets vergroot en toegenomen met 75.000 huishoudens. Naar verwachting komen er dit jaar al meer dan 70.000 glasvezelverbindingen bij. De naam Glaspoort verwijst naar glasvezel (glas) en poort, als toegangspoort tot de digitale toekomst.  

 

Veel voordelen

Het afgelopen jaar onderstreepte het belang van betrouwbaar, veilig en snel internet voor de Nederlandse samenleving. Nu krijgen de komende jaren bijna 1 miljoen klanten in de meer afgelegen gebieden de mogelijkheid om te genieten van de voordelen van een glasvezelverbinding. De benodigde bouwcapaciteit zorgt voor ruim duizend extra banen.

Patrick Kanters, Managing Director Global Real Assets van APG, is blij met de formele lancering van Glaspoort. “We kijken ernaar uit om samen met KPN het nieuwe bedrijf op te bouwen en de uitrol van glasvezel naar bijna 1 miljoen klanten mogelijk te maken. Deze joint venture zal een belangrijke bijdrage leveren aan de Nederlandse digitale infrastructuur. Naar verwachting levert het bovendien aantrekkelijke rendementen op voor onze pensioenfondsklanten. De uitrol draagt ook bij aan energiebesparing. Want glasvezel is energiezuiniger dan koper of kabel.”

 

Bijna landelijke glasvezeldekking

“Deze transactie creëert extra waarde voor alle stakeholders,” zegt ook Joost Farwerck, CEO van KPN, enthousiast. “Dankzij de verruimde reikwijdte van het project kunnen nóg meer dorpen versneld worden aangesloten op state-of-the-art glasvezelinfrastructuur.”

In combinatie met KPN’s eigen uitrol van ongeveer een half miljoen huishoudens per jaar, resulteert dit in een bijna landelijke glasvezeldekking (80 procent) in 2026. Een resultaat dat anders pas veel later zou worden bereikt. Farwerck: “Samen met 5G zorgt glasvezel voor het modernste en krachtigste netwerk dat Nederland tot ver in de 21e eeuw zal ondersteunen.” 

 

Open netwerkstrategie

Het nieuwe netwerkbedrijf heeft een open netwerkstrategie. KPN treedt weliswaar op als hoofdhuurder op het netwerk, maar Glaspoort biedt toegang aan externe operators die hiervoor kiezen. Eindgebruikers kunnen daardoor een telecombedrijf naar keuze selecteren. Dat bevordert de concurrentie en innovatie in Nederland.

 

Jan Willem Scheerder en Ferry Niers zijn respectievelijk tot CEO en CFO van Glaspoort benoemd. Scheerder bekleedde eerder verschillende uitvoerende functies op het gebied van Wholesale Services en International Carrier Business, en gaf leiding aan verschillende start-ups. Niers heeft meer dan 14 jaar ervaring in de TMT-branche en bekleedde Corporate Finance en M&A posities bij KPN en KPMG.

 

Lees ook: Waarom investeert een pensioenbelegger in glasvezeltechnologie?

Voor meer informatie over Glaspoort: zie glaspoort.nl

Volgende publicatie:
"We kunnen nu vrij ontspannen onderhandelen met de Britten"

"We kunnen nu vrij ontspannen onderhandelen met de Britten"

Gepubliceerd op: 21 mei 2021

Na de Brexit lijkt de Britse markt minder aantrekkelijk voor buitenlandse beleggers. Wat doet de Britse regering? Ze vraagt buitenlandse beleggers om advies. Een van hen is Gert Dijkstra, senior managing director van APG Asset Management. Wat bepleit hij? En hoe aanlokkelijk is de Britse markt nog voor Nederlandse pensioenfondsen?

 

Hoe houden we onze Britse economie interessant voor buitenlandse investeerders nu de Brexit een feit is? Met die vraag in het achterhoofd lanceerde de Britse minister van Handel en Investeringen Gerry Grimstone eind april de ‘Investment Council’. Een adviesorgaan dat bestaat uit bestuurders van veertig grote internationale bedrijven uit verschillende sectoren: van Airbus tot Kraft Heinz, van Deutsche Post tot Hewlett Packard en Morgan Stanley. Namens de enige Nederlandse deelnemer APG zit Gert Dijkstra in deze Investment Council. De denktank adviseert de Britse regering hoe het Verenigd Koninkrijk een interessante markt kan blijven voor buitenlandse beleggers en investeerders, bijvoorbeeld waar het gaat om wetgeving en fiscale regels. Doel is dat de investeerders het Verenigd Koninkrijk niet de rug toekeren en Britse banen behouden blijven

 

Is het Verenigd Koninkrijk, dat zich met de Brexit heeft geïsoleerd, voor een pensioenfonds nog wel een belangrijke markt om in te beleggen?

Dijkstra: "Zeker, de Britse economie behoort ook na de Brexit nog steeds tot de mondiale Top-5. Het is een open en goed gereguleerde economie die voor ons erg toegankelijk is, ook door de taal. Daar komt bij dat de Britten al sinds de jaren tachtig ruime ervaring hebben met privatisering, destijds onder aanvoering van Margaret Thatcher. Waardoor ze goed bekend zijn met publiek-private samenwerking. Een constructie waar wij vaak en graag gebruik van maken. Namens onze klanten beleggen wij al zo’n twintig jaar in het Verenigd Koninkrijk. We hebben goede contacten opgebouwd, onder andere bij de Britse ambassade en het Ministerie van Handel. De Britten op hun beurt vinden ons een interessante gesprekspartner; mede omdat we bij elkaar voor zo’n 35 miljard euro in het Verenigd Koninkrijk hebben belegd."

 

Waarin zoal?  

"APG heeft geïnvesteerd in onder andere hotels zoals van CitizenM, havens, huur- en koopwoningen. En we beleggen ook in winkelcentra en allerlei infrastructuur, zoals windmolenparken of het waterbedrijf van Londen. Ook tijdens de Brexit-onderhandelingen zijn we doorgegaan met investeren, zoals in woningen in Londen en een groot winkel- en recreatiecentrum in Edinburgh." 

 

Wat is het gemiddelde rendement van al die Britse investeringen?

"Dat weet ik niet exact, zo kijken wij er niet naar. We vergelijken geen rendementen tussen landen c.q. regio’s, maar tussen thema’s of sectoren. Maar over het algemeen zijn de langjarige rendementen goed."

   

Is de Brexit nadelig voor een pensioenbelegger als APG? 

"Op het eerste gezicht wel: wij zijn bij uitstek een langetermijnbelegger, die gebaat is bij rust, zekerheid en voorspelbaarheid. Nou, dat kan je wel vergeten bij zo’n ingrijpende uittreding uit de EU. Daar zaten wij echt niet op te wachten. Bijkomend nadeel is dat wij echt een “maatje” zijn verloren; bij onze pensioen-lobby in Brussel stonden zij vaak aan onze kant, omdat hun pensioenstelsel vergelijkbaar was met het onze. Zij bepleitten vaak dezelfde belangen bij de EU als wij."

 

Stijgen door de Brexit de prijzen van mogelijke beleggingsobjecten, en krijgen jullie last van nieuwe regelgeving?

"Het proces van vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de EU heeft gezorgd voor prijsfluctuaties van - potentiële - beleggingen in de Britse valuta op korte termijn. Eerst daalden ze, daarna liepen ze op. Op langere termijn zal dat uitmiddelen naar reële marktprijzen. Tot dusver heb ik geen signalen dat nieuwe regelgeving ons hindert in het doen van beleggingen in de VK."

Wij hopen als investeerders op een atmosfeer waarin wij ons welkom voelen om de Britse markt te betreden

Heeft de Brexit voor een pensioenbelegger als APG ook voordelen?

"Zeker, ieder nadeel heeft ook hier zijn voordeel. Bijvoorbeeld omdat de Britse regering flink gaat investeren in zaken als hernieuwbare energie, mobiliteit en infrastructuur. Voor vrijwel iedere investering geldt: liefst zo duurzaam mogelijk. Precies wat wij ook nastreven. Zo willen ze vier miljard Britse Pond steken in transport tussen steden, denk aan wegen en spoorlijnen. En ze gaan binnen de telecommarkt investeren in zowel kabels als glasvezel, waar wij eveneens kansen in zien; zie ook onze recente joint venture met KPN, voor de aanleg van glasvezel in Nederland."

  

Is het voor buitenlandse beleggers als APG prettig onderhandelen met de Britten nu zij zichzelf door die Brexit geïsoleerd hebben?

"Ja, dat kan ik niet ontkennen. Wij kunnen vrij ontspannen onderhandelen, al zijn wij uiteraard niet de enige buitenlandse investeerder. De Britten snappen dat ze goed op hun zaak moeten letten, nieuwe handelsovereenkomsten moeten sluiten en contacten moeten herstellen. Ze willen relaties herbevestigen of weer opbouwen. De oprichting van zo’n Investment Council past daar goed in. Je laten adviseren door grote investeerders en bedrijven uit het buitenland en informeren wat zij belangrijk vinden, vind ik echt een slimme zet. Zo zorgen ze voor meer binding. Voor APG geldt dat we door onze deelname in deze Investment Council op de eerste rij zitten als zich nieuwe investeringskansen voordoen."

 

De eerste vergadering van de nieuwe Investment Council heb je net achter de rug. Welke punten bracht jij in?

"Ik heb geschetst dat voorspelbaar overheidsbeleid voor ons als langetermijnbelegger cruciaal is. Ten tweede dat wij namens onze klanten een beweging maken naar steeds meer verantwoord en duurzaam beleggen; en daar dus rekening mee houden in ons beleggingsbeleid. En als derde punt dat wij gebaat zijn bij een goed klimaat voor ondernemers. Als zij gestimuleerd worden om initiatieven te nemen, krijgen wij meer mogelijkheden om te beleggen. Uiteenlopend van kleine startups tot heel grote ondernemingen en initiatieven. Het gros van de andere deelnemers had soortgelijke punten, waarbij vooral de wens om duurzaam te beleggen echt een rode draad was. Wij hopen als investeerders op een atmosfeer waarin wij ons welkom voelen om de Britse markt te betreden. Ook wat betreft de fiscale mogelijkheden."

 

Tot slot, op welke punten zie je nu de grootste uitdagingen wat betreft investeren in het Verenigd Koninkrijk?   

"Voor ons tellen een stabiel politiek klimaat en consistent overheidsbeleid, met een duidelijke rol voor institutionele langetermijnbeleggers. Je ziet bijvoorbeeld dat de huidige regering nu privatisering terugdraait, onder meer op het gebied van openbaar vervoer. Ten tweede verwacht ik een niet te onderschatten concurrentie met grote beleggers."

Volgende publicatie:
APG moedigt verdere stappen aan inzake klimaatstrategie Shell

APG moedigt verdere stappen aan inzake klimaatstrategie Shell

Gepubliceerd op: 18 mei 2021

Shell wil in 2050 een energiebedrijf zijn dat per saldo geen broeikasgassen meer uitstoot. Om dit te bereiken, heeft Shell haar klimaatdoelen voor de korte en middellange termijn aangescherpt. Deze belangrijke onderwerpen stonden op de agenda van de aandeelhoudersvergadering van Shell op 18 mei.

 

Vermindering van de CO2-uitstoot is een belangrijk punt in het Verantwoord Beleggen-beleid van de pensioenfondsklanten van APG. Daarom voert APG namens haar klanten al jarenlang, samen met andere grote beleggers, intensieve gesprekken met olie- en gasproducenten, waaronder Shell. Shell heeft mede dankzij deze gesprekken haar doelstellingen aangescherpt en deze gekoppeld aan de beloning van de topbestuurders. Op basis van deze positieve stappen stemde APG tijdens de aandeelhoudersvergadering (AVA) voor een resolutie van Shell, waarin Shell aandeelhouders de mogelijkheid biedt om rechtstreeks hun kritiek of steun uit te spreken voor de energietransitie-strategie van het bedrijf. Tegelijkertijd zal APG de voortgang van Shell op dit gebied kritisch blijven volgen.

 

Welke (aangescherpte) klimaatdoelen stelt Shell voor?

Begin 2021 zette Shell weer stappen door zich ten doel te stellen in 2050 een energiebedrijf met netto-nul emissies te zijn. Het gaat hier om een absolute CO2-doelstelling, die alle uitstoot omvat: niet alleen de uitstoot door Shell zelf, maar ook de uitstoot die vrijkomt bij het gebruik van energieproducten (zoals benzine) door klanten. Het bedrijf scherpte ook haar tussentijdse korte- en middellange-termijndoelstellingen voor CO2-intensiteit aan. Om deze te kunnen bereiken, wil Shell samenwerken met klanten om hun afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen, en daarmee ook de eigen totale uitstoot omlaag te brengen. Op deze manier kan Shell echt impact hebben in de wereld: niet alleen het aanbod van fossiele brandstoffen zal omlaag moeten, maar ook de vraag ernaar.

 

Daarnaast verhoogt Shell het gewicht van de klimaatdoelstellingen in de beloning van het topmanagement. Ten slotte, en dat is nieuw voor olie- en gasbedrijven, heeft Shell aangekondigd haar aandeelhouders vanaf 2021 de mogelijkheid te geven een adviserende stem uit te brengen over haar strategie voor de energietransitie. Hoewel er nog veel werk aan de winkel is voor de hele olie- en gassector – inclusief Shell – pakt Shell met deze maatregelen een leidende rol in de sector.

 

Waarop zet APG in bij Shell?

In onze gesprekken met Shell hebben we het bedrijf gevraagd om klimaatdoelstellingen zwaarder te laten meewegen bij het vaststellen van de beloning. We zien hier resultaat van onze inspanningen. Hetzelfde geldt voor de doelstellingen voor de vermindering van uitstoot en het vragen van een adviserende stem van aandeelhouders. Dit alles toont de waarde aan van het constructieve overleg van de afgelopen jaren tussen Shell en aandeelhouders verenigd in de Institutional Investors Group on Climate Change (IIGCC) en Climate Action 100+, waar APG namens haar pensioenfondsklanten deel van uitmaakt.

 

Eerdere aanscherpingen van de ambities bij Shell hebben navolging gekregen bij andere olie- en gasbedrijven. Daar zet APG zich ook voor in tijdens de gesprekken met de andere bedrijven in de sector. Wij hopen dat deze aankondiging ook nu weer een domino-effect zal hebben.

 

We zien ook dat er ook nog veel moet gebeuren. Zo willen we dat Shell haar klimaatbeleid beter verankert in investeringsplannen voor de energietransitie, zoals investeringen in waterstof, infrastructuur voor het opladen van elektrische auto’s en bioplastics. Ook hebben we vragen bij de haalbaarheid van compenserende maatregelen, zoals het planten van bomen en de afvang en opslag van CO2. Shell moet de komende tijd aantonen dat de uitvoering van de strategie tot resultaten leidt. Als kritisch aandeelhouder van Shell en andere olie- en gasmaatschappijen zal APG dit nauwlettend blijven volgen.

 

Follow This

Net als voorgaande jaren stond op de aandeelhoudersvergadering van Shell een resolutie van Follow This op de agenda. Dit is een groep aandeelhouders die oliebedrijven ook aanspoort hun bijdrage te leveren aan de uitvoering van het klimaatakkoord van Parijs. Op de aandeelhoudersvergaderingen van de Amerikaanse oliebedrijven ConocoPhillips en Phillips 66 stemde APG onlangs voor de resoluties van Follow This, die met een meerderheid van de stemmen werden aangenomen.

 

Op de AVA van Shell heeft APG zich onthouden van stemming over de Follow This-resolutie: we stemden niet voor en niet tegen. Aan de ene kant zijn we het eens met het onderliggende doel van de Follow This-resolutie, namelijk dat Shell doelen stelt in lijn met het klimaatakkoord van Parijs en de bedrijfsvoering hierop aanpast. Aan de andere kant hebben wij een verschillende opvatting over hoe je dit kunt bereiken.

 

Meerdere wegen die naar Parijs leiden

De aandeelhouders van Follow This zijn van mening dat de strategie van Shell niet in lijn is met ‘Parijs’. Zij eisen dat Shell doelstellingen formuleert waarvan het kan bewijzen dat deze op korte en middellange termijn leiden tot een specifieke, absolute daling van de uitstoot. Dit is één invulling van het pad naar een klimaatneutrale bedrijfsvoering. In de praktijk zijn er meerdere wegen die naar Parijs leiden. Wij vinden dat deze specifieke uitwerking van ‘Parijs’ niet aan Shell moet worden opgelegd. Shell heeft doelen in lijn met Parijs gesteld voor de korte, middellange en lange termijn en we blijven die kritisch evalueren.

Volgende publicatie:
APG vergroot belang in Italiaanse gasinfrastructuur

APG vergroot belang in Italiaanse gasinfrastructuur

Gepubliceerd op: 28 april 2021

APG heeft haar belang in 2i Rete Gas vergroot en draagt daarmee bij aan het plan om de Italiaanse economie koolstofarm te maken. 2i Rete Gas is actief in het beheer, de distributie en de marketing van het gasnet.

 

“We zijn verheugd om namens onze pensioenfondsklanten verder te investeren in 2i Rete Gas, samen met onze partners Ardian en F2i,” zegt Carlo Maddalena, Senior Portfolio Manager van APG. “We kijken ernaar uit om deze kritieke infrastructuur, die bijdraagt aan het koolstofarme plan van de Italiaanse economie, gezamenlijk te ondersteunen. 2i Rete Gas zal een sleutelrol spelen als aanjager van de energietransitie naar waterstof en hernieuwbare gassen. Tegelijkertijd levert dit voor de lange termijn rendementen op voor onze pensioenfondsklanten. "

 

APG investeert in 2i Rete Gas via een vehikel, genaamd Finavias, waarin AXA ook aandeelhouder is. Finavias gaat van 28% naar 36%. Het directe belang van APG in 2i Rete Gas stijgt van 17% naar 22%.

2i Rete Gas heeft ongeveer 4,5 miljoen klanten in heel Italië. Het concern had eind 2020 een omzet van 718 miljoen euro en telt 2.000 medewerkers.

 

Volgende publicatie:
Koreaanse staalproducent stopt in Myanmar na druk APG

Koreaanse staalproducent stopt in Myanmar na druk APG

Gepubliceerd op: 16 april 2021

De Zuid-Koreaanse staalproducent Posco C&C stopt de samenwerking met een bedrijf dat wordt gecontroleerd door de militairen in Myanmar. APG is namens de pensioenfondsklanten – waaronder ABP, bpfBOUW en SPW - belegd in het moederbedrijf van Posco C&C. De aankondiging volgt na stevige druk van APG en andere beleggers om de banden met de junta te verbreken.

In de Financial Times spreekt Yoo-Kyung (YK) Park, duurzaamheidsspecialist bij APG, van ‘fantastisch nieuws’. In contacten met het management en in een publieke oproep in een grote krant hebben wij erop aangedrongen dat de samenwerking in Myanmar wordt beëindigd.

“Het is goed te zien dat Posco heeft geluisterd naar de zorgen die we namens de pensioenfondsklanten en samen met andere beleggers hebben geuit”, zegt YK. “Vooral in het afgelopen half jaar heeft het bedrijf verbeteringen doorgevoerd op het gebied van verantwoord ondernemen. De aankondiging van vandaag is opnieuw een stap in de goede richting.” 

Stekker eruit

Posco C&C trekt de stekker uit de joint venture (gezamenlijk bedrijf) met een door de militairen gecontroleerd bedrijf, Myanmar Economic Holdings Limited (MEHL). Eerder al maakte Posco C&C bekend de uitbetaling van dividend (winstuitkering) die ten goede komt aan de militairen stop te zetten.

Sinds half februari van dit jaar gaat Myanmar gebukt onder een militaire junta, nadat het leger de regering van Aung San Suu Kyi omver had geworpen. Bij het neerslaan van protesten tegen de machtsovername gebruiken de militairen veel geweld. APG en haar pensioenfondsklanten vinden die situatie buitengewoon zorgelijk.

APG belegt in enkele multinationals die in Myanmar actief zijn en mogelijk zakelijke of financiële relaties hebben met de militairen. Wij voeren hierover al geruime tijd – dus ook al voor de militaire machtsovername – gesprekken met deze bedrijven.

In februari maakte de Japanse bierbrouwer Kirin bekend dat het twee joint ventures met bedrijven die mogelijk banden hebben met de militairen in Myanmar beëindigt. Ook bij dat bedrijf maakte APG zich al vóór de machtsovername sterk voor het stoppen van de samenwerking.

Belang van mensenrechten

Voor alle beleggingen geldt dat we naast financiële criteria ook criteria op het gebied van verantwoord ondernemen - waaronder mensenrechten - meewegen in onze beleggingsbeslissingen. Aan de bedrijven die in Myanmar actief zijn en waarin we beleggen, hebben we onze grote zorgen overgebracht. Ook vragen we ze hun positie in het land opnieuw te overwegen.

APG belegt niet in staatsobligaties van landen waarvoor een door de VN-Veiligheidsraad of Europese Unie opgelegd bindend wapenembargo geldt, zoals Myanmar.

Volgende publicatie:
Bitcoin-pensioen

Bitcoin-pensioen

Gepubliceerd op: 15 april 2021

Vervroegd met pensioen dankzij de Bitcoin. Iemand in mijn omgeving is het gelukt. Vooral de koersexplosie sinds vorige zomer heeft geholpen. Een idee voor pensioenfondsen? In de laatste weken krijgen we daar bij APG mediavragen over. Met als resultaat artikelen die concluderen dat grote beleggers nog aarzelen.

 

Let op het woordje ‘nog’. Is het een kwestie van tijd? Kom ik op terug. Laten we eerst kijken naar de beleggingsaanpak van pensioenfondsen. Doel is deelnemers van een goed pensioen te voorzien. Een belangrijke vraag is hoeveel beleggingsrisico je wilt nemen. Mijden van risico leidt tot een pensioen dat vrij zeker is, maar ook vrij laag. Accepteren van meer risico leidt gemiddeld tot hogere pensioenen, maar ook tot een grotere ‘waaier’ daaromheen. Het uiteindelijke beleggingsbeleid moet aansluiten bij de behoeften van de deelnemers.

 

Passen Bitcoins daarin? De koersschommelingen zijn nogal fors. Het heeft de vriendin van een vriendin hierboven waarschijnlijk de nodige nachtrust gekost. In de laatste tien jaar is de koers drie keer 70% of meer gedaald. Voor haar heeft het uiteindelijk in euro’s goed uitgepakt en inmiddels kan ze bijslapen. Mijn punt is dat je de fenomenale koersstijging moet relateren aan de grote springerigheid van de koersen. Gecorrigeerd voor risico is de beloning over de afgelopen tien jaar vergelijkbaar met die van een (50/50) portefeuille met wereldwijde aandelen en obligaties (voor de wonks: de Sharpe ratio is gelijk).

 

Maar het gaat om de toekomst. Voegen Bitcoins dan iets toe aan een portefeuille? Daarvoor is het belangrijk eerst de rendementsverwachtingen te bepalen in verschillende ‘weersomstandigheden’. Wat is de zogenaamde ‘investment case’? Waar komt het rendement vandaan? Neem aandelen of vastgoed. Die hebben terugkerende inkomsten – dividenden en huurinkomsten – die meebewegen met de economie of inflatie. Daar kun je op rekenen.

Tot hoever de koers nog kan oplopen, vind ik lastig te zeggen

Bij Bitcoins kan dat niet. Er is geen kasstroom. Er valt dus geen ‘fair value’ of verwacht rendement te bepalen. Het rendement wordt volledig bepaald door de prijsontwikkeling van de Bitcoin. En omdat het aanbod nauwelijks stijgt, wordt de prijs vooral gedreven door de vraag. En wat drijft de vraag dan? Waarschijnlijk geen kopers die de Bitcoin als betaalmiddel willen gebruiken, want betalen is traag en duur. Dan blijft over: kopers die speculeren op een (verdere) koersstijging. Waarom zouden de koersen dan stijgen? Simpel: omdat ze stijgen. Dat mechanisme bestaat echt. Stijgende koersen lokken vaak nieuwe vraag uit en voeden zo weer een verdere koersstijging.

 

Tot hoever de koers nog kan oplopen, vind ik lastig te zeggen. Nog 20%? Een verdubbeling? Een vertienvoudiging? Ik sluit het allemaal niet uit. Over de timing van de piek kan ik iets preciezer zijn. Dat zal zijn als de maximale breedte van de piramide aan de onderkant is bereikt. Zodra de aanwas van nieuwe groepen kopers stokt, kan de koers niet meer omhoog. Als ‘bitcoin-pensionado’s’ dan willen uitstappen, kan het proces zich omkeren (dalende koersen, stijgende verkopen, et cetera). Leg dat als pensioenbestuurder dan maar eens uit aan je achterban en de toezichthouder.

 

Overigens zal de Bitcoin bij veel pensioenfondsen al vóór de investment case struikelen omdat het niet past in de beleggingsovertuigingen. Duurzaam kun je de Bitcoin namelijk niet noemen met zijn forse energieverbruik. Het is een beetje zinloos om de stroom van je nieuwe wind- en zonneparken meteen weer hierdoor te laten opslurpen.

 

Terugkomend op het woordje ‘nog’, denk ik dat het nog wel een tijdje duurt voordat pensioenbeleggers over hun aarzelingen heen zijn. Hoe lang? Langer dan het duurt om een piramide te bouwen.

 

 

Charles Kalshoven is senior strateeg bij APG

Volgende publicatie:
"Betrek ESG-doelstellingen bij beloningsbeleid"

"Betrek ESG-doelstellingen bij beloningsbeleid"

Gepubliceerd op: 14 april 2021

Pensioenfondsen en institutionele beleggers volgen het beloningsbeleid van bedrijven waarin ze investeren kritisch. Diane Griffioen van ABP en Mirte Bronsdijk van APG Asset Management zien graag dat de beloning van topbestuurders beter aansluit op de prestaties en de strategie van de onderneming. Ze gaan erover in gesprek met Management Scope. "We zien de worsteling van bedrijven om passende niet-financiële criteria op te nemen in het beloningsbeleid."

 

De wereldwijde ophef over een beloningsvoorstel bij de Amerikaanse koffieketen Starbucks, een dag vóór het interview, illustreert voor hoofd beleggingen Diane Griffioen van ABP en senior corporate governance specialist Mirte Bronsdijk van vermogensbeheerder APG Asset Management hoe het onderwerp topbeloningen leeft. Bij Starbucks werd het voorstel van de onderneming om een bijzondere aanblijfbonus van minimaal 25 en maximaal 50 miljoen dollar aan de ceo uit te keren resoluut weggestemd door de aandeelhouders. Het ging om een special award die naast het bestaande beloningsbeleid toegekend zou worden op basis van bepaalde prestatiecriteria. De aandeelhouders keerden zich tegen het voorstel. Griffioen en Bronsdijk zijn niet verbaasd door het oordeel van de aandeelhouders – zelf vinden ze het vooral bezwaarlijk dat het blijkbaar nodig was de ceo een additionele bonus in het vooruitzicht te stellen om gemotiveerd te blijven. De ophef illustreert voor hen hoe de visie van aandeelhouders op de beloning van topbestuurders verandert. Zelf aarzelen ABP en zijn uitvoerder APG niet om bedrijven waar ze het hun toevertrouwde pensioengeld in beleggen aan te spreken op hun beloningsbeleid. Dat doen ze door de dialoog aan te gaan of zo nodig tegen de beloningsvoorstellen te stemmen tijdens de aandeelhoudersvergadering van de onderneming. 

 

Benieuwd naar het hele interview met Diane en Mirte? Lees het op Management Scope.

 

Of lees dit interview dat we eerder met Mirte hadden.

Volgende publicatie:
APG investeert in bijna kwart meer internetaansluitingen in Polen

APG investeert in bijna kwart meer internet- aansluitingen in Polen

Gepubliceerd op: 12 april 2021

Tegengaan van digitale uitsluiting komt zo een stap dichterbij

 

Snel internet wordt in Polen een stuk toegankelijker nu APG, namens haar pensioenfondsklanten, en de Poolse provider Orange Polska samen een glasvezelnetwerk gaan beheren dat 2.4 miljoen Poolse huishoudens omspant. Ook komt het tegengaan van digitale uitsluiting zo een flinke stap dichterbij.

 

De samenwerking betreft 160.000 klanten die reeds op de snelle glasvezelverbinding zijn aangesloten. Nog eens 1,7 miljoen huishoudens worden tussen nu en 2025 aangesloten. Dat deel van het netwerk wordt aangelegd in gebieden waar momenteel nog helemaal geen internet beschikbaar is; een forse aanvulling op de huidige 7 miljoen Poolse huishoudens die toegang hebben tot glasvezel. 

 

Polen zet momenteel flink in op de ontwikkeling en aanleg van moderne infrastructuur. Dit is een belangrijk onderdeel van het beleid om de economie van het land te versterken. Door de samenwerking met APG kan Orange Polska de uitrol van glasvezel versnellen en bijdragen aan de ontwikkeling van een moderne digitale infrastructuur in Polen. 

 

Voor deze samenwerking gaan de partijen een joint venture - Światłowód Inwestycje genaamd - aan. Dit nieuwe bedrijf is voor 50% in handen van Orange Polska en voor de andere 50% in handen van APG. Orange brengt ongeveer 0,7 miljoen reeds bestaande glasvezelverbindingen onder in Światłowód Inwestycje, inclusief 160.000 klanten die al gebruik maken van de diensten van Orange. Daarnaast rolt de nieuwe joint venture tot 2025 nog eens 1,7 miljoen glasvezelverbindingen uit. Dit betekent dat het netwerk in totaal 2,4 miljoen huishoudens zal dekken en Światłowód Inwestycje de grootste onafhankelijke netwerkbeheerder van glasvezel in Polen wordt.

 

Julien Ducarroz, CEO van Orange Polska is blij met de samenwerking. “APG deelt onze visie op het marktpotentieel van glasvezelinfrastructuur in Polen. Orange Polska voerde de afgelopen jaren een zeer ambitieus investeringsprogramma uit; nu al bevinden 5 miljoen huishoudens in heel Polen zich binnen het bereik van Orange Światłowód. Maar de vraag naar meer aansluiting is enorm, en de pandemie heeft dat alleen maar versterkt.  Światłowód Inwestycje zal ons helpen juist die gebieden te ontsluiten waar nu nog geen betrouwbaar internet aanwezig is, zonder dat daarvoor  publieke middelen nodig zijn. Ik ben ervan overtuigd dat deze samenwerking bijdraagt aan verdere ontwikkeling van de Poolse economie en digitale infrastructuur en digitale uitsluiting zal bestrijden."

 

Ook Patrick Kanters, Managing Director Global Real Assets bij APG, ziet veel voordelen aan de samenwerking met Orange Polska. “Deze joint venture ondersteunt de ambitie van APG en haar pensioenfondsklanten om digitalisering van de Poolse economie mogelijk te maken door snelle glasvezelinfrastructuur te bieden aan huishoudens die momenteel geen hoogwaardige internettoegang hebben. Daarnaast is uiteraard belangrijk dat deze investering naar verwachting een aantrekkelijk rendement oplevert voor de deelnemers van onze pensioenfondsklanten. ”

 

Światłowód Inwestycje zal een open netwerk exploiteren en onderhouden. Zowel Orange Polska als andere aanbieders van telecomdiensten kunnen van de glasvezelverbindingen gebruikmaken om hun diensten aan de klant te leveren. De transactie wordt naar verwachting in augustus 2021 afgerond.

Volgende publicatie:
“Verkopen uit paniek is nooit verstandig”

“Verkopen uit paniek is nooit verstandig”

Gepubliceerd op: 1 april 2021

Ronald Wuijster over beleggen in een coronajaar

 

Ondanks de coronacrisis en de daarbij behorende beurscorrectie kan APG toch terugkijken op een "uitstekend beleggingsjaar". Ronald Wuijster, lid raad van bestuur en verantwoordelijk voor Asset Management en HR, legt uit waarom. “We hebben als belegger flink moeten aanpoten en menig discussie gevoerd. Maar aan onze lange termijnaanpak hebben we verder niets veranderd.”

Hoe heeft APG het op het gebied van vermogensbeheer in 2020 gedaan?
“Echt goed. We hebben mooie rendementen voor onze klanten behaald, tussen de 6,5 en 10 procent, en ons goed hersteld ten opzichte van het jaar 2019. Dat haalde immers het vijfjaarsrendement wat omlaag. Om even terug te kijken: het absolute rendement – dat wat je uit de markt haalt – was in 2020 goed, maar wat lager dan in 2019. Dan is het aan Asset Management om extra te verdienen bovenop de marktgemiddelden, dat heet excess return. In 2019 lukte dat niet, toen zaten we onder het marktgemiddelde. De excess return in 2020 was echter weer heel goed en het vijfjaars-excessrendement steeg daardoor ook.”

Er werd in 2020 meer ruimte gemaakt voor beleggingen in Nederland. Waarom eigenlijk? En waarop werd die keuze gebaseerd?
“APG wil zijn maatschappelijke rol in Nederland onderstrepen en een bijdrage leveren aan de economie. Dat doen we niet door lukraak overal in te investeren. Beleg je bijvoorbeeld in staatsobligaties, dan is je bijdrage aan de Nederlandse economie tamelijk beperkt. Bovendien is daar voldoende interesse in, dus daar zijn we niet van meerwaarde. Asset Management heeft daarom twee gebieden geïdentificeerd waar we die bijdrage wel leveren: infrastructuur en venture capital, ofwel durfkapitaal. En dat laatste steken wij onder andere in startups die zich richten op de energietransitie, zoals recent bij NET2GRID. Naast het maatschappelijk belang moet beleggen in Nederland natuurlijk wel voldoen aan de karakteristieken op het gebied van risicorendement. We beleggen dus zeker niet ten koste van alles in Nederland, maar als zich een serieuze investering voordoet die zich goed vergelijkt met andere marktmogelijkheden, dan heeft die wel een streepje voor.”

2020 was op veel vlakken een roerig jaar. Wat is de overall conclusie als we nu terugkijken?
“Dat we afgelopen jaar de goede beleggingsrendementen hebben kunnen vasthouden. En dat maakt mij wel heel trots. Begin 2020 werden we opgeschrikt door de beurscorrectie; door Covid-19 was er een plotselinge, zeer scherpe daling op de beurs. Dat zorgde voor onrust en zorgen, soms ook bij onze klanten. Die zagen de beurzen hard onderuitgaan en vroegen of we niet voorzichtiger moeten zijn. Maar wij weten uit ervaring en goede analyses dat je op zo’n moment juist geen gas terug moet nemen. Als je uit angst voor risico op laag niveau verkoopt, moet je na herstel op hoog niveau bijkopen. Dat zou zonde zijn. We hebben dus onze langetermijnkoers vastgehouden en volgens ons herbalanceringsbeleid juist aandelen bijgekocht terwijl de waarderingen omlaag gingen. Kort uitgelegd betekent dat het volgende: als bepaalde beleggingscategorieën sterk in waarde toe- of afnemen, komt de met de klanten afgesproken verdeling over de categorieën in gevaar. En moet je dus bij- of verkopen: herbalanceren. Een juiste beslissing.”

Wij weten wanneer je wel of juist geen gas moet geven

Aan die  beurscorrectie zijn we dus ontsnapt door vast te houden aan de langetermijnkoers. Maar had corona dan helemaal geen effect op de beleggingsstrategie?
“Wereldwijd reageren bedrijven anders op corona. Er zijn bedrijven die hebben geprofiteerd, anderen merkten geen verschil en een derde groep heeft echt onder de crisis geleden. Voor ons als belegger betekende het dat we in bepaalde sectoren - hotels, entertainment, real estate - moesten aanpoten. Denk aan herfinancieren of het moeten toepassen van bijzondere maatregelen. We hebben menig discussie hierover gevoerd en hier en daar hulp kunnen bieden, maar aan onze lange termijnaanpak hebben we verder niets veranderd. Wat we meenemen uit deze crisis is de wetenschap dat een dergelijke gebeurtenis trends in werking zet die een langere duur zullen hebben. Denk aan groei in logistiek en werken op iedere locatie. Daar kunnen we op inspelen.”

APG stelt hoge duurzaamheidseisen aan bedrijven waarin het namens de fondsen belegt. Zelf blijkt de uitvoerder daar echter nog niet overal aan te voldoen. Wat wordt daar aan gedaan?
“We leggen voor anderen de lat hoog en dan wil je er als bedrijf ook aan voldoen. Maar je ziet ook dat de kapper soms zijn eigen haar niet goed knipt. Dat kan natuurlijk niet, dus we hebben een plan opgesteld om onze eigen duurzaamheid te verbeteren. Via diverse programma’s werken we aan mobiliteit, diversiteit en inclusie en financiële zelfredzaamheid voor deelnemers van onze pensioenfondsklanten. Ook wordt onze huisvesting verduurzaamd en kijken we naar het nieuwe werken.”

 

Dan even iets anders. Eén van de thema’s in het nieuwe jaarverslag van APG: beloningen. Het totaal aantal variabele beloningen bij APG steeg in 2020 flink. Hoe kan dit?
“Dat komt door het aantal medewerkers in het domein waar de bonussen worden uitgekeerd. Binnen APG hebben we variabele beloning afgeschaft, met uitzondering van één specifieke groep: werknemers met een heel directe beleggingsverantwoordelijkheid. Dat zijn de portefeuillemanagers en die groep is toegenomen vanwege doelstellingen van onze klanten in met name de illiquide beleggingen. 2020 was een uitstekend beleggingsjaar en extra positief voor ons vijfjaarsrendement. De beloningen zijn juist ook gekoppeld aan prestaties op de lange termijn. En als je goed belegt, is dat goed voor klant en consument en gaan de variabele beloningssystemen in werking.”

 

APG geeft meestal aan dat er vooral variabele beloningen worden uitgekeerd aan medewerkers die werken in één van de buitenlandse kantoren van APG. Klopt dit nog altijd?
“We hebben een groep medewerkers in Nederland met een directe beleggingsverantwoordelijkheid. Die groep ontvang echter slechts 15% van de variabele beloningen. 85% wordt dus betaald in Amerika en Azië waar variabele beloning past bij de beloningscultuur die daar gangbaar is.”


De leden van de raad van bestuur bij APG zijn gemiddeld meer gaan verdienen, bijna 30.000 Euro per jaar. Uzelf bent zelfs 66.000 Euro meer gaan verdienen. Wat is de reden voor deze stijging van de salarissen van de rvb-leden en uzelf in het bijzonder?
“Wat mijzelf betreft: bij mijn aanstelling is de afspraak gemaakt dat bij goed functioneren mijn salaris na twee jaar naar een vooraf afgesproken niveau zou worden opgehoogd. Afgelopen jaar heeft de raad van commissarissen vastgesteld dat het functioneren zeer goed is, dus vandaar de groei. De andere stijgingen hebben te maken met onder andere een cao-stijging, vakantiegeld waarvan de betaling achterloopt en wat incidentele gevallen zoals het afscheid van bestuursvoorzitter Gerard van Olphen.”

En is dit uit te leggen als het land door de coronacrisis zo’n enorme klap heeft gekregen?
“De inzet en productiviteit van onze medewerkers heeft zeker niet geleden onder de coronacrisis. Verwachte prestaties zijn meer dan geleverd. Voor APG was er daarnaast geen bedrijfseconomische reden om anders te belonen. APG profiteert niet van corona, maar lijdt er ook niet onder. Dat geldt dus door de hele organisatie heen. Bovendien creëert juist daling van salarissen onzekerheid die de economie zou schaden, niet voor niets heeft de overheid steunprogramma’s afgekondigd voor sectoren in de problemen. Ook in het belang van onze economie was salarissen handhaven dus het beste wat we konden doen.”

 

De nieuwe voorzitter van de raad van bestuur gaat niet hetzelfde verdienen als haar voorganger? Welke overweging ligt daaraan ten grondslag?
“Annette Mosman gaat iets minder verdienen dan Gerard van Olphen. Bij het vaststellen van een beloning kijken we naar interne verhouding - wat verdient de gemiddelde medewerker ten opzichte van de voorzitter-, naar de marktbenchmark en naar maatschappelijke aspecten. Haar salaris ziet er keurig uit, het is hooguit iets lager, maar ze staat ook aan het begin van haar periode, Gerard had er al een paar jaar opzitten.”

Volgende publicatie:
"Als er geen gevecht is geleverd, is het eindresultaat niet zo zoet"

"Als er geen gevecht is geleverd, is het eindresultaat niet zo zoet"

Gepubliceerd op: 1 april 2021

Annette Mosman verruilde haar rol van CFRO bij APG recentelijk voor die van CEO. Wat waren de belangrijkste veranderingen van die stap voor haar? Welke weg heeft ze afgelegd naar deze functie en welke rol heeft haar jeugd daarin gespeeld? Welke personen hebben haar geïnspireerd en uitgedaagd, wat drijft haar en hoe gaat ze om met tegenslag? Deze vragen komen aan bod in aflevering 60 van Leaders in Finance: een podcast waarin presentator Jeroen Broekema op zoek gaat “naar de mens achter het succes” en het gesprek aangaat met leiders van nu en later over hun drijfveren, carrière en privéleven.


In de podcast gaat Mosman uitgebreid in op de vraag waarom ze haar huidige opdracht in de pensioenwereld zo belangrijk vindt en waarom er naast individuele pensioenpotten ook een vangnet moet zijn.


De volledige podcast, waarvan ook een transcriptie beschikbaar is, vind je hier.

Volgende publicatie:
APG zet nieuwe stap naar CO2-neutrale beleggingsportefeuille

APG zet nieuwe stap naar CO2-neutrale beleggingsportefeuille

Gepubliceerd op: 29 maart 2021

APG sluit zich aan bij het Net Zero Asset Managers initiatief (NZAM).  Het NZAM is een initiatief van een groep internationale vermogensbeheerders die zich inzetten voor een klimaatneutrale beleggingsportefeuille in 2050 of eerder. De partijen die deel uitmaken van NZAM vertegenwoordigen samen ruim één derde (36 procent) van het totale beheerde vermogen in de wereld.  

 

“APG zet zich namens de pensioenfondsklanten in om bij te dragen aan de doelstelling van het klimaatakkoord van Parijs om de opwarming van de aarde tot 1,5 graad te beperken”, zegt Peter Branner, Chief Investment Officer (CIO) van APG Asset Management. “Het Net Zero Asset Managers-initiatief sluit naadloos op deze ambitie aan. We sluiten ons dan ook graag bij dit initiatief aan. Ik ben verheugd dat onze beleggingsteams in alle regio’s waarin we actief zijn klimaatgerelateerde beleggingskansen zien. Voor onze klanten is het bovendien geruststellend dat we hierin kunnen beleggen zonder de rendementsdoelstellingen in gevaar te brengen.”  Het initiatief, opgericht in december 2020, groeit snel en heeft nu 73 ondertekenaars met een gezamenlijk beheerd vermogen van $ 32 biljoen.

APG en haar pensioenfondsklanten hebben al klimaatdoelstellingen voor 2025, zoals beleggen in hernieuwbare energie (ABP: € 15 miljard) en het verminderen van de CO2-voetafdruk van de aandelenportefeuille. Vanaf het boekjaar 2020 worden ook bedrijfsobligaties, vastgoed en private equity (niet-beursgenoteerde bedrijven) meegenomen in de berekening van de CO2-voetafdruk. Samen zijn deze beleggingcategorieën goed voor meer dan de helft van het door APG beheerde vermogen. Het doel is dat klanten uiterlijk in 2022 klimaatdoelen in lijn met ‘Parijs’ kunnen stellen.

We werken actief samen met andere beleggers om kennis en inzichten over klimaatgerelateerde risico’s en meetmethodes te delen. APG is medevoorzitter van het Net Zero Investment Framework (NZIF), dat beleggers praktische handvatten biedt om hun beleggingsportefeuilles in lijn te brengen met de Parijse klimaatdoelen. In het NZIF staan principes en minimumvereisten voor CO2-doelstellingen in beleggingsportefeuilles en voor het investeren in klimaatoplossingen. APG is ook medeoprichter van het Partnership for Carbon Accounting Financials (PCAF), dat streeft naar een standaardmethode om de CO2-uitstoot van leningen en investeringen vast te stellen en openbaar te maken.  

Het commitment van APG aan een klimaatneutrale beleggingsportefeuille in 2050 gaat verder dan alleen het verkleinen van de CO2-voetafdruk, zegt Joost Slabbekoorn, duurzaamheidsspecialist bij APG. “Als grote belegger hebben we meerdere mogelijkheden om bij te dragen aan het verminderen van de uitstoot in de reële economie. Dat kan door engagement – ook samen met andere beleggers – om bedrijven waarin we beleggen aan te moedigen hun CO2-uitstoot te verlagen. Ook investeren we in klimaatoplossingen, zoals hernieuwbare energie en CO2-besparende technologie.”

Volgende publicatie:
APG investeert in technologiebedrijf voor energiesector

APG investeert in technologiebedrijf voor energiesector

Gepubliceerd op: 22 maart 2021

APG heeft vandaag bekendgemaakt te investeren in NET2GRID. NET2GRID levert technologie op basis van Kunstmatige Intelligentie aan bedrijven in de energiesector. Daarmee kunnen energieleveranciers en nutsbedrijven hun klanten direct inzicht bieden in hun actuele en toekomstige energieverbruik. De investering past binnen ANET: het fonds waarmee APG investeert in snelgroeiende bedrijven en projecten die bijdragen aan de Nederlandse energietransitie.

 

"Real-time energie-inzicht wordt steeds belangrijker voor consumenten en energieleveranciers omdat het bijdraagt aan meer bewustzijn over energieverbruik en manieren om energie-efficiënter te worden", zegt Nienke Vledder, senior portfolio manager ANET bij APG. "Energieopwekking via onder andere wind en zon nemen in Nederland toe en de duurzame energie die op het energienet komt, dus ook. De via NET2GRID verkregen inzichten helpen om vraag en aanbod van die duurzame energie in balans te brengen.”

 

De investeringen die APG via ANET doet, dragen bij aan een optimaal rendement (rendement en risico staan in de juiste verhouding tot elkaar) en maximalisatie van CO2-reductie.  

 

Lees hier het persbericht van NET2GRID.

 

Volgende publicatie:
Investering APG in Australische huurappartementen van start

Investering APG in Australische huurappartementen van start

Gepubliceerd op: 17 maart 2021

De joint venture waarmee APG in Australische nieuwbouwappartementen voor de verhuur in grote steden investeert, kan van start. APG is founding investor voor GAMV I (Greystar Australia Multifamily Venture I) en deed al een toezegging van omgerekend 214 miljoen euro. Nu ook de Canadese investeerder Ivanhoé Cambridge en het Finse Ilmarinen zijn toegetreden, kan de joint venture tot 840 miljoen euro (AUD 1,3 miljard) investeren. Daarmee wordt het de grootste investeerder in deze categorie onroerend goed in Australië.


GAMV I richt zich met zijn investeringen specifiek op de Australische build-to-rent sector (BTR). Dit zijn nieuwbouwappartementen in de centra van wereldsteden, specifiek ontwikkeld voor de verhuur en voorzien van faciliteiten als een gezamenlijke ‘lounge’, een zone om te werken en een fitnessruimte. De joint venture gaat de eerste twee projecten realiseren in het centrum van Melbourne. De bouw daarvan gaat in 2021 van start en omvat zo’n 13.000 huurappartementen. Op termijn zal er in soortgelijke appartementen in Sidney geïnvesteerd worden. De joint venture zou uiteindelijk goed kunnen zijn voor ongeveer 5.000 woningen.


Centra van wereldsteden
Graeme Torre, managing director van APG Asset Management Asia, legt uit waarom deze markt zo aantrekkelijk is om in te investeren: “Dit type woningen is al heel goed ingeburgerd in de centra van wereldsteden buiten Azië. In de Verenigde Staten maken BTR-woningen bijvoorbeeld 11 procent van de totale woningvoorraad uit. In Australië is dat nog maar 1 procent. APG belegt al langer in de BTR-sector, op verschillende markten. De afgelopen jaren zijn steeds meer institutionele beleggers actief geworden in deze markt. In het Verenigd Koninkrijk groeide de sector in de vijf jaren tot 2019 bijvoorbeeld met 28 miljard euro. APG heeft profijt gehad van die stijging in populariteit. In Azië verwachten we een vergelijkbare ontwikkeling. Daarom financieren we de sector via partnerschappen in China, Japan en Australië, en investeringen in het operationele platform voor Greystar in Azië.

We denken dat het simpelweg een kwestie van tijd is voordat de build-to-rent woningsector voet aan de grond krijgt in alle belangrijke Aziatisch-Pacifische markten. Voor ons is het dan ook niet verrassend dat ook grote investeerders als Ivanhoé Cambridge net als APG in deze sector in Australië investeren.”


Niet alleen economisch

De aantrekkelijkheid van de BRT-sector is voor APG niet alleen economisch van aard. Torre: ‘Als we de kans willen maken de klimaatdoelstellingen te halen, zijn verdere verstedelijking en meer woonmogelijkheden belangrijke vereisten. De ‘Build to rent' sector kan daarin een belangrijke rol spelen. Dit is een van de redenen waarom we actief sturen op uitbreiding van onze investeringen in deze sector.”

Volgende publicatie:
‘Net Zero’-framework helpt APG klimaatambities klanten te realiseren

‘Net Zero’-framework helpt APG klimaatambities klanten te realiseren

Gepubliceerd op: 10 maart 2021

Samen met 32 andere grote beleggers heeft APG het ‘Net Zero Investment Frameworkgepubliceerd. Dit raamwerk biedt beleggers praktische handvatten voor het aanpakken van klimaatverandering en het realiseren van een CO2-neutrale economie in 2050.

 

Met het Net Zero Investment Framework (NZIF) kunnen beleggers hun portefeuilles in lijn brengen met de klimaatdoelstellingen van Parijs. Dat wil zeggen dat de portefeuille bijdraagt aan het doel om de wereldwijde netto-uitstoot van broeikasgassen in 2050 tot nul terug te brengen. Het raamwerk is ontwikkeld door ruim 110 grote beleggers op initiatief van de Institutional Investor Group on Climate Change (IIGCC). APG is medevoorzitter van dit initiatief.    

 

Commitment aan de Parijse klimaatdoelen

‘APG wil samen met haar pensioenfondsklanten bijdragen aan de doelstelling van het Akkoord van Parijs om de opwarming van de aarde beperkt te houden tot 1,5 graad’, zegt Joost Slabbekoorn, Senior Responsible Investment & Governance Specialist bij APG Asset Management. ‘ABP, onze grootste klant, heeft zich uitgesproken voor een klimaatneutrale beleggingsportefeuille in 2050. Dit raamwerk helpt ons om die toezeggingen na te komen.’

In het NZIF staan principes en minimumvereisten voor CO2-doelstellingen in beleggingsportefeuilles en voor het investeren in klimaatoplossingen, zoals hernieuwbare energie, klimaatneutrale gebouwen en technologie voor efficiënte energie. Daarnaast bevat het framework minimumvereisten voor beleggers om de bedrijven in hun portefeuille ertoe te bewegen in lijn met het Akkoord van Parijs te werk te gaan. Ook wordt aangegeven welke tools en methodes daarvoor het beste kunnen worden gebruikt. Dit wordt gedaan voor de algehele beleggingsstrategie, en op het niveau van de beleggingscategorieën aandelen, bedrijfsobligaties, staatsobligaties en vastgoed.

 

Doelstellingen van onze klanten

APG en haar klanten hebben al klimaatdoelstellingen voor 2025, zoals beleggen in hernieuwbare energie (ABP: € 15 miljard) en het verminderen van de CO2-voetafdruk van de aandelenportefeuille (-40%). Door het NZIF kunnen we die doelstellingen combineren in een samenhangend raamwerk dat vergelijkbaar is voor de gehele beleggingssector.

Het is de bedoeling dat beleggers het raamwerk gaan gebruiken volgens het principe ‘pas toe of leg uit’.   

Volgende publicatie:
APG ondersteunt Partnership for Biodiversity Accounting Financials (PBAF)

APG ondersteunt Partnership for Biodiversity Accounting Financials (PBAF)

Gepubliceerd op: 4 maart 2021

Samenwerking om bij te dragen aan herstel biodiversiteit

APG ondersteunt namens haar pensioenfondsklanten het Partnership for Biodiversity Accounting Financials (PBAF). Binnen dit samenwerkingsverband ontwikkelen financiële instellingen een gezamenlijke methodiek om de impact van hun beleggingen op biodiversiteit te meten en rapporteren. Via hun beleggingen kunnen ze zo gericht sturen op herstel en bescherming van de natuur.

PBAF is een initiatief van ASN Bank en enkele ‘founding partners’. Vandaag werd bekend dat vijftien financiële instellingen zich bij het platform aansluiten of het ondersteunen. Hun gezamenlijke ambitie is om hun impact op biodiversiteit meten, hier transparant over communiceren en doelen gaan stellen om hun ‘ecologische voetafdruk’ te verbeteren.

Gezamenlijke aanpak

Roel Nozeman, senior adviseur biodiversiteit bij ASN Bank en voorzitter van PBAF, is enthousiast over de uitbreiding. “Een groeiende groep financiële instellingen beseft dat het verlies van biodiversiteit een groot risico vormt, voor de maatschappij én de economie, en dat actie nodig is. Via onze beleggingen kunnen we de schade aan ecosystemen beperken en bijdragen aan bescherming en herstel van de natuur. Dat vraagt wél om een gezamenlijke aanpak om onze impact te meten en data te gebruiken. Met alle nieuwe partners gaan we daar nu verder aan bouwen.”

Biodiversiteit onder druk
Biodiversiteit is de variatie aan leven en aan ecosystemen - de gebieden waarin dit leven voorkomt, zoals bossen, bodem en zeeën. Wereldwijd neemt de biodiversiteit snel af. Dat is slecht nieuws voor de natuur maar ook voor onze toekomstige welvaart. Veel economische sectoren zijn direct of indirect afhankelijk van de variatie aan planten, dieren en insecten in de wereld. Voorbeelden zijn landbouw en visserij, maar bijvoorbeeld ook de (chemische) industrie, vastgoed en transport.

Volgende publicatie:
“Voor Aziatische bedrijven is een dialoog met aandeelhouders niet vanzelfsprekend”

“Voor Aziatische bedrijven is een dialoog met aandeelhouders niet vanzelfsprekend”

Gepubliceerd op: 2 maart 2021

Duurzaamheidsspecialist Jaideep Panwar over CO2-ambities APG in Zuid-Oost Azie

 

In heel Europa worden kolencentrales gesloten, maar in Azië worden juist nieuwe kolencentrales gebouwd om te voldoen aan de groeiende energiebehoefte. Dit draagt bij aan de wereldwijde CO2-uitstoot, die een belangrijke rol speelt bij de opwarming van de aarde. Als grote belegger wil APG een omslag bewerkstelligen bij Aziatische bedrijven: van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare energie. Dat vraagt om subtiel manoeuvreren, overtuigingskracht en een lange adem, vertelt duurzaamheidsspecialist Jaideep Panwar.

 

Juli 2020 – De Indiase onderneming Reliance Industries Limited houdt een aandeelhoudersvergadering. Vanwege de coronacrisis vindt deze virtueel plaats, voor het eerst in het bestaan van het bedrijf. Jaideep Panwar, duurzaamheidsspecialist bij APG in Azië, volgt de vergadering achter zijn pc, op kantoor in Hong Kong. Chairman Mukesh Ambani deelt groot nieuws: het industrieel conglomeraat - actief in de olie- en gassector en eigenaar van de grootste raffinaderij ter wereld - wil in 2035 CO2-neutraal zijn. Het bedrijf is van plan schone technologie in te zetten om de uitstoot van broeikasgas om te zetten in nieuwe producten en materialen. Panwar valt bijna van zijn stoel van verbazing. APG heeft namens de pensioenfondsklanten in het bedrijf belegd en is al ruim twee jaar in dialoog met het management over een ambitieuzer klimaatbeleid. Op zo’n uitdagende doelstelling had hij echter niet durven hopen.

 

Fossiel brandstofverbruik Azië stijgt

Invloed uitoefenen op de klimaatambities van Aziatische bedrijven is hard nodig. De economische groei in Azië heeft de vraag naar energie en het verbruik van fossiele brandstoffen flink doen stijgen. Kolencentrales worden ingezet om voldoende elektriciteit op te wekken. China, India, Indonesië, Laos en de Filipijnen hebben plannen aangekondigd voor de bouw van nieuwe kolencentrales, aldus de Global Coal Plant Tracker. Sinds 2000 is de CO2-uitstoot door het gebruik van kolen voor energieopwekking in Azië maar liefst 165% gestegen, blijkt uit cijfers van het Internationaal Energie Agentschap (IEA). In Europa is de CO2-uitstoot door kolencentrales in diezelfde periode juist 30% gedaald.

 

Long and winding road

Om de Parijse klimaatdoelen te halen (beperk de opwarming van de aarde tot ruim onder 2 graden Celsius en liefst 1,5 graad), moet ook in de opkomende economieën een transitie plaatsvinden van fossiele naar hernieuwbare energiebronnen (zoals zon en wind). Als grote verantwoord belegger wil APG daaraan bijdragen door het uitoefenen van invloed op de klimaatambities van de bedrijven waarin namens de aangesloten pensioenfondsen wordt belegd. Panwar en zijn collega’s zijn dag in dag uit bezig met engagement: het management aanspreken op de verantwoordelijkheid voor milieu en maatschappij, uitspreken wat aandeelhouders op dit gebied van bedrijven verwachten en met het management in gesprek gaan over hoe snel de transitie van fossiele naar hernieuwbare energie zou moeten verlopen. Geen makkelijke weg, zo blijkt.

 

Is engagement in Azië anders dan in Europa of de Verenigde Staten?

“Azië is een werelddeel met enorme verschillen. Aan de ene kant heb je opkomende economieën als de Filipijnen, India en Indonesië, aan de andere kant rijke en hoogontwikkelde landen als Japan en Zuid-Korea. Maleisië, Thailand en China bevinden zich ertussenin. In al deze landen geldt echter hetzelfde: dat het voor bedrijven nog niet vanzelfsprekend is om een dialoog te voeren met hun aandeelhouders, zoals we in Europa en de VS al decennialang gewend zijn. We moeten dus meer moeite doen om gehoord te worden als aandeelhouder. Een ander kenmerk van Aziatische markten is dat families of de overheid vaak een groot belang hebben in bedrijven. In die zin zijn er overeenkomsten met Europa. In de VS, het Verenigd Koninkrijk en Australië is het aandelenbezit meer gespreid.”

 

De zeggenschap is bij Aziatische bedrijven dus vaker in handen van de oprichtersfamilie of de regering: hoe spreek je die aan op hun verantwoordelijkheid?

“Familiebedrijven zijn vaak gericht op de lange termijn, ze willen de onderneming doorgeven aan toekomstige generaties. APG is ook een langetermijnbelegger, dus je kunt wijzen op een gemeenschappelijk belang. Dat geldt ook voor overheden: die kunnen invloed uitoefenen op bedrijven waarvan ze eigenaar zijn of waarin ze een controlerend belang bezitten, om duurzamer keuzes te maken. Dat kan tot een versnelde omslag bij die bedrijven leiden. Het kan dus juist een voordeel zijn als een familie of regering de belangrijkste aandeelhouder is. Maar er zijn ook nadelen. Je hebt bijvoorbeeld minder invloed als buitenlandse belegger. Je moet weten wie de drijvende kracht achter of rond een bedrijf is om via de juiste kanalen invloed te kunnen uitoefenen. Je moet vertrouwen opbouwen, maar ook onderkennen wanneer en waarom dat niet mogelijk is.”

 

Wat werkt goed en wat juist niet?

“Er bestaat geen toverformule, elk bedrijf vraagt weer een andere benadering en engagement is vaak een proces van jaren. Een dwingende aanpak werkt meestal niet. Je hebt er als minderheidsaandeelhouder de machtspositie niet voor, of je bereikt er alleen een oppervlakkig succes mee: bedrijven doen dan alleen voor de bühne toezeggingen, terwijl er in werkelijkheid niets verandert. Ik kies liever een andere benadering. Ik ga in gesprek met bedrijven en hun eigenaren, probeer ook hún zienswijze te begrijpen en deel onze visie op de grote problemen in de wereld en wat hun rol daarin zou moeten zijn. Het is een subtiel spel, je moet vermijden dat de indruk ontstaat dat jij het beter weet dan zij. Tegelijkertijd probeer je ze met krachtige argumenten te overtuigen dat het anders moet.”

 

Welke argumenten brengen jullie naar voren?   

“We laten zien dat afscheid nemen van plannen voor nieuwe kolengestookte elektriciteitscentrales en het overstappen van fossiel opgewekte energie naar hernieuwbare energie beter zowel financieel als vanuit het oogpunt van reputatie beter is. Bij de verbranding van steenkool komt veel CO2 vrij. Als je nu een nieuwe kolencentrale bouwt, leg je je daarmee voor dertig tot veertig jaar vast op deze energiebron. Terwijl de kosten van hernieuwbare energiebronnen als zon en wind blijven dalen en bijvoorbeeld batterijtechnologie steeds concurrerender wordt. Over vijf tot tien jaar ziet de energiemarkt er heel anders uit. Bedrijven moeten zichzelf dus de volgende vragen stellen: wie wil nog niet-duurzame elektriciteit afnemen, als de prijs ervan stijgt in de nabije toekomst? Wie wil de productie van niet-duurzame energie nog financieren? En welke partij wil die kolencentrale van ons overnemen, als we deze later willen verkopen?” 

Bij welke Aziatische bedrijven heeft die aanpak vruchten afgeworpen?  

“We hebben bijvoorbeeld meerdere keren gesproken met het management van AC Energy, de energietak van Ayala Corp., een van de oudste en grootste familieconglomeraten van de Filipijnen. We hebben onze visie met hen gedeeld dat de uitbreiding van kolengestookte capaciteit uiteindelijk tot hoge financieringskosten zal leiden, niet past bij de duurzame reputatie van het bedrijf, en onze investeringen in AC Energy zouden kunnen beperken. Vorig jaar maakte het bedrijf bekend uiterlijk in 2030 uit kolencentrales te zullen stappen. Een ander voorbeeld is het Indiase Reliance, ook een familiebedrijf. Een wereldspeler en daarbij past een progressief klimaatbeleid, vinden we. APG voerde de gesprekken daarover mede namens Climate 100+, een samenwerkingsverband van grote internationale beleggers. We waren enorm verrast door de ambitieuze doelstelling die Reliance vervolgens neerlegde. Wel dringen we aan op meer details: hoe willen ze dit bereiken, welke tussentijdse doelen stellen ze en hoe meten ze hun CO2-uitstoot? Een derde voorbeeld is de dialoog met het Maleisische energiebedrijf Tenaga Nasional Bhd (TNB), dat deels in handen is van de staat. Eind vorig jaar maakte TNB bekend niet meer te investeren in nieuwe kolencentrales. Verder zal TNB de omzet van uit kolencentrales opgewekte energie terugbrengen tot maximaal 25% in 2025 en de investeringen in hernieuwbare energie opvoeren: van 3,4 naar 8,3 gigawatt in 2025.”

 

Zijn jullie blij met deze successen?

“Natuurlijk, dat is zowel persoonlijk als professioneel bevredigend. Maar het is moeilijk te zeggen of dit één op één het resultaat is van onze gesprekken. We werken natuurlijk ook samen met andere beleggers en bedrijven nemen hun eigen afgewogen beslissingen. Dus we moeten bescheiden zijn. Het laat wel zien dat onze stem als aandeelhouder gehoord wordt en dat engagement tot concrete resultaten kan leiden. De koersverandering bij Ayala, Reliance en TNB heeft ook een belangrijke signaalfunctie naar andere bedrijven in de regio, die komen nu hopelijk ook sneller in beweging.”

 

Wat doen jullie als bedrijven níet luisteren en niet veranderen?

“Als het nodig is, dan voeren we de druk op. In het algemeen geldt dat we proberen onze invloed als aandeelhouder uit te oefenen door bijvoorbeeld het schrijven van brieven aan het management en andere aandeelhouders, het aangaan van een dialoog met het bedrijfsbestuur en natuurlijk het gebruikmaken van ons stemrecht. In specifieke gevallen kunnen we eventueel ook familieleden of regeringen aanspreken. Verder kunnen we samenwerken met andere grote aandeelhouders en milieuorganisaties om een vuist te maken, of zelfs media-aandacht zoeken. Collega’s bij APG hebben bijvoorbeeld alles uit de kast gehaald om het Koreaanse energiebedrijf KEPCO te weerhouden van de bouw van nieuwe kolencentrales in Indonesië en Vietnam. Toen ze de uitbreiding toch doorzetten, hebben we onze aandelen verkocht. Die stap zetten we bij voorkeur pas als al onze inspanningen nergens toe blijken te leiden. Het liefst blijven we aan boord als aandeelhouder, om zo veel mogelijk invloed te kunnen uitoefenen.”

 

Welke dilemma’s kom je tegen op het pad naar meer duurzaamheid?

“Dat pad is lastig begaanbaar. Aan de ene kant kijken we als belegger naar verandering op de lange termijn voor een duurzamer toekomst, aan de andere kant vragen we bedrijven om nú in actie te komen. Ook heeft het management tijdens de huidige pandemie vaak andere prioriteiten: het bedrijf overeind houden en goed zorgen voor de eigen medewerkers. Je kunt ook niet in elk land dezelfde duurzaamheidseisen stellen. In arme landen met een lager gemiddeld energieverbruik en minder of geen milieuwetgeving moet je een andere benadering kiezen. Ook moeten arme landen worden geholpen zodat zij hun infrastructuur kunnen aanpassen aan de klimaatverandering. Daarmee kom je bij het grootste dilemma waarmee ik worstel: keuzes voor een duurzamer koers hebben vooral grote impact op mensen die nog geen eerlijke kans hebben gehad om te profiteren van industrialisatie en economische voorspoed. Daarin moeten we een balans zien te vinden. Laten we hopen dat een combinatie van schone technologie, een groeiende bereidheid om deze te financieren en een transitie bij bedrijven van fossiele naar hernieuwbare energie de weg zal banen naar een duurzamer toekomst, waarin welvaart en welzijn evenwichtiger verdeeld zijn. Niet alleen in Azië, maar in de héle wereld.”

Volgende publicatie:
Chief economist Thijs Knaap bij BNR over Shell, dividenden en China-politiek Biden

Chief economist Thijs Knaap bij BNR over Shell, dividenden en China-politiek Biden

Gepubliceerd op: 25 februari 2021

“Er is niet één template voor alle energiebedrijven om te volgen. Dogmatisch sturen op ‘meer hernieuwbare energie tegen elke prijs’ is niet de oplossing.” Dat zegt APG’s Thijs Knaap in het programma Zakendoen op BNR Nieuwsradio in reactie op het nieuws dat Shell zijn doelstellingen op het gebied van klimaat vorig jaar niet gehaald heeft. “We blijven met Shell in gesprek over de energietransitie en klimaatbeleid, en hoe Shell concreet invulling geeft van het behalen van klimaatneutraliteit. En we blijven Shell nauwgezet en kritisch volgen op het pad van energietransitie.”

 

Knaap, chief economist bij APG, schuift geregeld aan bij het beleggerspanel van Zakendoen. In de uitzending van vandaag bespreekt hij ook de wens van China dat president Biden de handelstarieven schrapt. “Bij beleid zit er soms een gat tussen idee en uitvoering. Trump’s idee om China als een tegenstander te zien was ergens wel verstandig, maar de uitvoering was chaotisch en leverde weinig op. Biden heeft grotendeels hetzelfde idee, maar een andere uitvoering,” vertelt hij in gesprek met presentator Thomas van Zijl en panellid Martine Hafkamp.

Ook de lagere dividenden komen aan de orde. Knaap: “Geen enkel probleem. Dat het een slecht jaar was en dat er weinig winst gemaakt wordt, is geen verrassing. Veel belangrijker: het jaar overleven en dan weer gewoon doorgaan met dividenden betalen.”

 

Luister hier de hele uitzending

Volgende publicatie:
”Op kleinere schaal zijn er wel degelijk mogelijkheden in Nederland”

”Op kleinere schaal zijn er wel degelijk mogelijkheden in Nederland”

Gepubliceerd op: 12 februari 2021

Jeroen Schreur over beleggen in de Nederlandse energietransitie

 

Van slimme batterijen tot vernieuwende laadtechnieken voor elektrische auto’s: met innovaties als deze kunnen startups bijdragen aan de Nederlandse energietransitie. APG belegt namens ABP in deze jonge ondernemingen. Dat gebeurt via Rockstart, dat gespecialiseerd is in de selectie en ondersteuning van veelbelovende startups. Vandaag werden de eerste namen bekend van de bedrijven die zijn geselecteerd. Jeroen Schreur, bij APG verantwoordelijk voor beleggingen in de energietransitie: “We verwachten dat Rockstart sommige bedrijven kan laten groeien tot belangrijke spelers in het energiedomein.”

Om voor ABP te investeren in de Nederlandse energietransitie via relatief kleine en innovatieve projecten en bedrijven, heeft APG begin 2019 ANET (‘ABP Nederlands Energietransitiefonds’) opgericht. Het fonds belegt in projecten en bedrijven die zich richten op energieopwekking, -opslag,-distributie en -besparing. Schreur: “Pensioenfondsen zijn voor het beleggen van hun forse vermogens vaak aangewezen op grotere bedrijven en projecten wereldwijd. Het is lastig om die in Nederland te vinden. Maar op kleinere schaal zijn er wel degelijk mogelijkheden in Nederland. Het zou zonde zijn als we daaraan voorbijgaan, want het is een interessante markt die volop in beweging is en aantrekkelijke kansen biedt. Door in een breed gespreide portefeuille van veelbelovende jonge bedrijven te investeren, verwachten we een goed rendement te behalen tegen een aanvaardbaar risico.”

Vervolgkapitaal
Rockstart is ­– naast Asper (slimme warmtenetten) – één van de gespecialiseerde investeerders waarmee ANET de samenwerking heeft gezocht. Rockstart is een zogeheten startup accelerator, die veelbelovende startups ondersteunt en intensief begeleidt. Schreur: “Het gaat om ondersteuning bij het verder ontwikkelen van hun business-, marketing- en financieringsplannen. Rockstart voert dit soort programma’s al uit sinds 2012, onder andere in de gezondheids-, voeding en landbouw-, en ICT-sector. Daardoor kunnen zij startups toegang geven tot relevante netwerken van mensen, organisaties, kennis, kunde en ervaring. Op het moment dat startups succesvol zijn, is er – naast het accelerator programma – ook vervolgkapitaal beschikbaar dat ze verder kan helpen met doorgroeien. Juist voor startups is het vinden van financiering voor verdere groei een lastige opgave. Rockstart heeft zijn specifieke aanpak ontwikkeld voor de Agri & Food-sector en op die manier al flink wat bedrijven geholpen om de volgende fase te bereiken. Voor ANET doen ze hetzelfde, voor bedrijven die de energietransitie in Nederland met innovatieve technologie stimuleren.”

Aantrekkelijke partij
Voor investeerders als Rockstart en voor de bedrijven met een groeibehoefte is APG een aantrekkelijke partner. Schreur: “Strategische partners als Rockstart brengen de kennis, kunde en ervaring mee. Wij als APG brengen het voordeel mee dat we een langetermijnbeleggingshorizon hanteren. Wij hebben meer tijd om een belegging tot volle wasdom te laten komen dan durfkapitalisten, die meestal na een jaar of vijf uitstappen. Bedrijven die op zoek zijn naar financiering om hun bedrijf te laten groeien, vinden dat een interessante propositie.”

De eerste startups die voor ANET zijn geselecteerd, zijn de bedrijven Advanced Infrastructure, Bia, Helio, Klimate, OKTO, Soolutions, Starke Energy en eDRV. Ze dragen allemaal op de een of andere manier bij aan oplossingen om de Nederlandse energiehuishouding te verduurzamen. Starke Energy plaatst binnenkort bijvoorbeeld een slimme batterij bij het kantoorgebouw van woningcorporatie Parteon in Wormerveer. De aan de batterij gekoppelde technologie maakt het mogelijk om zijn energie te gebruiken wanneer die nodig is maar terug te leveren en verhandelen wanneer er een overschot is. Met dit proefproject wil Starke kijken of de technologie ook kan worden toegepast voor betaalbare verduurzaming van huurwoningen, waarin de woningcorporaties met ruim 2,4 miljoen woningen een belangrijke rol spelen. Groeikansen voor Starke Energy dus, en daarom besloot het van oorsprong Spaanse bedrijf zich in Nederland te vestigen.

Overbelasting elektriciteitsnet
Ook Bia Power maakt deel uit van de geselecteerde startups. De software van dit bedrijf biedt een oplossing voor de sterk toenemende vraag naar stroom door de opmars van de elektrische auto (electric vehicle, EV). Op piekmomenten kan het laden tot overbelasting van het elektriciteitsnet leiden. De software van Bia Power ‘leest’ wanneer er op het stroomnet sprake is van pieken of dalen in vraag en aanbod. Dat maakt het mogelijk om optimaal te laden, waardoor het elektriciteitsnet in balans blijft en accu’s langer meegaan. Ook Bia Power is een van oorsprong Spaans bedrijf dat inmiddels bezig is zich in NL te vestigen’.

ANET heeft momenteel € 250 miljoen te beleggen en wordt beheerd door een APG team van vier beleggers. Naast fondsbeleggingen zoals Rockstart richt het team zich ook op directe investeringen in bedrijven en projecten die zich met name in de zogeheten scale-up fase bevinden (bedrijven met een bewezen technologie, die nu moeten opschalen naar commerciële toepassing). Ook bedrijven die wel al wat verder op weg zijn qua groei, zijn financierbaar voor ANET.

Belangrijke toekomstige spelers
ANET bouwt via Rockstart een portefeuille op van vijftig startups, die in de komende vijf jaar worden geselecteerd. Elk jaar worden gemiddeld acht tot tien startups toegevoegd. Eind 2021 vindt de tweede ronde plaats. Schreur: “Er wordt zorgvuldig geselecteerd, onder andere via intensieve selectiedagen. Van die selectie van vijftig bedrijven zullen er misschien tien tot twintig in aanmerking komen voor vervolgfinanciering waarmee ze verder kunnen groeien. Met zijn accelerator model blijkt Rockstart goed in staat om bepaalde risico’s bij dit soort jonge bedrijven te matigen. Een aantal bedrijven zal het niet overleven, maar we verwachten dat Rockstart sommige bedrijven kan laten groeien tot belangrijke toekomstige spelers in het energiedomein.”

Volgende publicatie:
“We hebben die kapitaalmarkten niet voor niks”

“We hebben die kapitaalmarkten niet voor niks”

Gepubliceerd op: 3 februari 2021

‘De strijd tussen David en Goliath’ en ‘een aanval op Wall Street’. Wereldwijd stonden de ‘de bladen’ er vol mee: de actie die vanuit het online forum Reddit werd opgezet om massaal aandelen in het noodlijdende GameStop te kopen. En zo de waarde van het bedrijf te laten stijgen. Reden: hedgefondsen, die juist speculeerden op een koersdaling van de computerspellenretailer (het zogeheten shortsellen), een financiële dreun te geven. En dat lukte. De actie kostte de fondsen miljarden. Chief economist bij APG Thijs Knaap sprak erover in het BNR-programma Zakendoen.

 

“Er komen nu eigenlijk drie dingen bij elkaar,” vertelt Thijs, in gesprek met onder meer presentator Thomas van Zijl. “Grote groepen mensen hebben, ook door corona, geld én tijd. Transacties op de optiemarkt zijn enorm goedkoop. En er is een vorm van coördinatie mogelijk omdat mensen dit op een forum met elkaar kunnen afspreken.”

 

Of dit soort acties wenselijk is én of we ze vaker gaan zien, hoor je in dit geluidsfragment.

Volgende publicatie:
APG stapt uit Koreaanse energiereus vanwege kolenexpansie

APG stapt uit Koreaanse energiereus vanwege kolenexpansie

Gepubliceerd op: 29 januari 2021

APG is uit het Zuid-Koreaanse nutsbedrijf KEPCO gestapt. Het bedrijf zette - ondanks onze grote bezwaren - plannen voor nieuwe kolengestookte elektriciteitscentrales door. In 2020 verkocht APG het belang in acht bedrijven vanwege plannen voor nieuwe of grotere kolencentrales.

APG besloot het belang in Korean Electricity Power Company (KEPCO) te verkopen nadat het bedrijf groen licht had gegeven voor de bouw van nieuwe kolencentrales in Indonesië en Vietnam. In lijn met de duurzame ambities en doelstellingen van onze pensioenfondsklanten heeft APG zich steeds tegen dit voornemen verzet. Bedrijven moeten stoppen met plannen voor nieuwe kolencentrales en een strategie hebben om de uitstoot van broeikasgassen sterk te verminderen.

Duurzaamheidsspecialist Yoo-Kyung (YK) Park van APG noemt het ‘teleurstellend’ dat het niet is gelukt om KEPCO van de uitbreidingsplannen te weerhouden. "Het besluit over de nieuwe kolencentrales was een lakmoesproef; wil het bedrijf zich echt houden aan de klimaatafspraken van Parijs en bijdragen aan de aanpak van de klimaatverandering? De bouw van deze kolencentrales verergert de klimaatcrisis en verslechtert de winstgevendheid van het bedrijf op de lange termijn."

Alles uit de kast

APG gaat namens de pensioenfondsklanten meestal eerst in gesprek met bedrijven die plannen hebben voor nieuwe kolencentrales. Dat gebeurde ook bij KEPCO. Park: "We hebben alles uit de kast gehaald om het bedrijf op andere gedachten te brengen. We schreven brieven aan het management, voerden de druk op in de media en trokken op met maatschappelijke- en milieuorganisaties. Omdat 51% van KEPCO in handen is van de Zuid-Koreaanse overheid, spraken we samen met andere beleggers ook de Koreaanse regering aan op haar verantwoordelijkheid. Helaas heeft dat geen resultaat opgeleverd."

Wereldwijd wordt 38% (Nederland 9%) van de elektriciteit opgewekt door steenkool te verbranden. In vergelijking met bijvoorbeeld aardgascentrales komt hierbij veel CO2 vrij. Verreweg de meeste kolencentrales staan in Azië. De groeiende economieën in de regio maken op grote schaal gebruik van kolencentrales om in de stijgende behoefte aan elektriciteit te voorzien. In de VS en Europa neemt het belang van kolengestookte elektriciteit juist sterk af.

We hebben alles uit de kast gehaald om het bedrijf op andere gedachten te brengen.

Verkoop vanwege kolenexpansie

Inclusief KEPCO verkocht APG in 2020 acht bedrijven met ruim 90 gigawatt aan kolengestookte capaciteit omdat ze plannen hadden voor uitbreiding van kolencentrales. De totale jaarlijkse CO2-uitstoot van deze bedrijven - allemaal gevestigd in Azië - is 624 miljoen ton.

Eerder lukte het wel om een aantal grote financiële instellingen in Zuid-Korea ervan te overtuigen te stoppen met het financieren van nieuwe kolencentrales en de klimaatambities flink aan te scherpen. Een belangrijke stap, meent Park. "Zuid-Korea is weliswaar aangesloten bij het Klimaatakkoord van Parijs, maar ondanks allerlei toezeggingen blijft het land een van de grootste CO2-uitstoters. Via druk op de financiers van kolencentrales proberen we daar verandering in te brengen."

Klimaatneutraal in 2050

APG’s grootste klant, ambtenarenpensioenfonds ABP, streeft naar een klimaatneutrale beleggingsportefeuille in 2050, in lijn met de afspraken van ‘Parijs’. Dit betekent dat de CO2-uitstoot van de beleggingen dan tot per saldo nul (net zero emissions) is teruggebracht. In het beleid van ABP zijn doelstellingen opgenomen om dat te bereiken. Zo wordt dit jaar begonnen met het verkopen van bedrijven die een groot deel van hun omzet uit kolenmijnen of teerzand halen en zal ABP in 2030 niet meer direct beleggen in kolencentrales zonder CO2-afvang in OESO-landen. Ook wil ABP in 2025 minstens € 15 miljard beleggen in het Duurzame Ontwikkelingsdoel ‘Betaalbare en schone energie’. Ook APG’s andere vermogensbeheerklanten – bpfBOUW, SPW en PPF APG – hebben doelstellingen op het gebied van klimaat, zoals een 40% lagere CO2-voetafdruk van de aandelenportefeuille in 2025 (in vergelijking met 2015).

Volgende publicatie:
Allemaal meedenken over duurzaam digitaliseren

Allemaal meedenken over duurzaam digitaliseren

Gepubliceerd op: 29 januari 2021

Digitalisering kan bijdragen aan een duurzame wereld. Denk aan online werken, met minder woon-werkverkeer en een dalende CO2-uitstoot als gevolg. Maar de inzet van robots, kunstmatige intelligentie en online diensten heeft ook zijn schaduwzijden, zoals banenverlies of energieslurpende datacenters. Duurzame digitalisering is mogelijk, maar alleen als overheid, bedrijven en (pensioen)investeerders samen optrekken.

 

Dit was de conclusie van een online evenement van ABP en APG, getiteld ‘Werk maken van beleggen in SDG’s: duurzame digitalisering’. Digitale technologie eist een steeds belangrijkere plaats op in de beleggingen die APG voor zijn pensioenfondsklanten doet. Niet in de laatste plaats omdat digitale oplossingen kunnen helpen bij de grote uitdagingen waarmee mens en milieu voor staan, zoals klimaatverandering, of de Covid-19-pandemie.

 

Schaduwzijden

Maar er is een andere kant van de medaille. Robotisering gaat gepaard met banenverlies en de noodzaak van omscholing. Datacenters slurpen energie – naar verwachting nemen ze binnen 20 jaar 80% van de wereldwijde energiebehoefte voor hun rekening. De grondstoffen voor computers, chips en andere hardware worden vaak onder moeilijke omstandigheden gewonnen. Zo komt de helft van alle kobalt, een onmisbare grondstof voor batterijen en accu’s voor elektrische auto’s, uit de Democratische Republiek Congo. In dat land komen veel mensenrechtenschendingen en kinderarbeid voor. Dichter bij huis roept de machtspositie van grote platforms als Facebook, Twitter en Google vragen op over dataprivacy.

 

In 1986 richtte de Nederlandse regering al een instituut op dat de impact van technologie op ons leven moest onderzoeken: het Rathenau Instituut. Deze instelling doet onder andere onderzoek naar hoe je met behulp van digitale technologie vraag en aanbod van energie op elkaar af kunt stemmen. Melanie Peters, directeur van het Rathenau Instituut: “Energie uit bronnen als wind, water, warmtekracht wordt lokaal opgewekt. Wij willen uitzoeken hoe je dit aanbod zo goed mogelijk afstemt op de vraag van mensen en bedrijven, met zo min mogelijk verspilling.”

 

Circulair ondernemen moet lonen en digitalisering kan hierbij een rol spelen

Zeggenschap over je eigen energie

Grote platformbedrijven in de Verenigde Staten en China meten nu al de energiebehoeften van mensen via hun thermostaat. Zo kunnen ze voorspellen wanneer de vraag naar energie een piek bereikt en hierop inspelen. “Handig,” zegt Peters, “maar je wil niet dat grote bedrijven of andere landen bepalen wanneer de toevoer van energie in Nederland wordt aan- of uitgezet. Dit betekent dat je niet alleen in de grote technologiebedrijven zou moeten investeren, maar ook in kleinere, innovatieve bedrijven in Nederland of Europa. En met ze in gesprek gaan over zeggenschap.”


Maurice van Tilburg kent dit soort start-ups. Hij is directeur bij Techleap.nl, een belangenorganisatie voor Nederlandse start-ups. “Een van die start-ups heeft bijvoorbeeld een slimme tool ontworpen waarmee veel energie kan worden bespaard,” vertelt Van Tilburg. “Met behulp van hun software, die gebruik maakt van onder andere kunstmatige intelligentie, kun je beter plannen en daardoor het energieverbruik in de logistiek drastisch omlaag brengen.”


Alle hens aan dek

Digitaliseren op een manier die bijdraagt aan duurzaamheid is een complex vraagstuk, waar niet één oplossing voor bestaat. “Samenwerking is cruciaal,” zegt Van Tilburg. “Zo is het voor bedrijven nu nog vaak het goedkoopst om goederen die ze niet meer gebruiken, weg te gooien. Circulair ondernemen moet lonen en digitalisering kan hierbij een rol spelen. De overheid kan bijvoorbeeld de kosten van afvalverwerking inprijzen. Maar er is ook een belangrijke rol voor pensioenbeleggers als APG en zijn pensioenfondsklanten. Investeerders met een lange adem, die met een bedrijf meedenken. Hierbij is internationale samenwerking essentieel, zodat we niet allemaal afzonderlijk het wiel uitvinden.”


“ABP zet al stappen met beleggingen in start-ups via het ABP Nederlands Energietransitiefonds (ANET) en Inkef,” zegt ABP-bestuursvoorzitter Corien Wortmann. “Maar we willen meer doen. Ik roep de overheid op om meer mogelijkheden te scheppen voor publiek-private samenwerkingen, zodat overheid en (pensioen)beleggers hun geld en deskundigheid kunnen bundelen om duurzame digitalisering mogelijk te maken.”

Volgende publicatie:
Regering Biden kan duurzaam beleggen vleugels geven

Regering Biden kan duurzaam beleggen vleugels geven

Gepubliceerd op: 20 januari 2021

Welke betekenis heeft de benoeming van Joe Biden tot president van de Verenigde Staten voor duurzaam beleggen? Bidens plannen voor nieuwe regels voor klimaat, werknemersrechten en meer openheid stemmen Anna Pot, hoofd Responsible Investments Americas van APG, hoopvol. Maar: “Amerika is zo verdeeld, het is geen kat in het bakkie.”

 

Normaal wordt er op de eerste dag van de week druk gehandeld op de New York Stock Exchange door de APG-beleggingsteams in de Verenigde Staten. Maar op het moment van het interview even niet: ‘Wall Street’ is gesloten vanwege Martin Luther King Junior Day, elk jaar op de derde maandag in januari. Anna Pot, hoofd Responsible Investments Americas van APG, neemt tijdens haar vrije dag alle tijd om haar visie te geven op de wisseling van de wacht in het Witte Huis: welke betekenis zal het beleid van Joe Biden en Kamala Harris als nieuwe president en vicepresident van de VS hebben voor verantwoord beleggen?

 

Bizarre tijden

Pot verhuisde zomer 2016 met haar gezin naar New York voor het opzetten van een lokaal team voor verantwoord beleggen. Het team werkt samen met de 165 APG-beleggers in de VS om de pensioengelden voor de aangesloten fondsen  duurzaam te investeren. Ze kijkt terug op vier bijzondere jaren, precies samenvallend met de eerste (en enige) termijn van Donald Trump als president. Vooral 2020 was “bizar”, met onder meer de presidentverkiezingen, de Black Lives Matter-demonstraties en de coronacrisis. Ook in de VS werken alle APG-medewerkers sinds maart thuis.

 

Thuis presidential dinner organiseren

Ze maakt er het beste van, al mist ze de gezellige drukte in Manhattan en vooral het directe contact met haar collega’s en de beleggingsteams. Maar de crisis maakt vindingrijk. Zo werd er een keer in de openlucht vergaderd in Central Park en nam ze met 159 APG-collega’s deel aan de coronamarathon: samen virtueel de marathon van New York lopen. Thuis organiseerde ze als afleiding voor haar gezin onder meer een presidential dinner. De lange verkiezingsstrijd tussen Trump en Joe Biden en de betwisting van de uitslag mondde op 6 januari uit in de bestorming van het Capitool in Washington DC door Trump-aanhangers.

 

Hoe heb je de afgelopen twee weken ervaren?

“Het was óngekend. Mijn collega’s en ik zaten aan de buis geluisterd, we konden onze ogen niet geloven. We appten en belden elkaar: Heb je dít gezien?”

Wat betekent de coronacrisis voor duurzaam beleggen?

“De afgelopen twee jaar is het totaal aan ‘duurzame’ beleggingen in de VS met 42% gestegen, tot 17,1 biljoen dollar: bij een op de drie belegde dollars wordt nu gekeken naar ESG (environment, social & governance), oftewel milieu, sociale factoren en goed ondernemingsbestuur (bron: US SIF, de Amerikaanse belangenvereniging voor duurzaam beleggen, red.) Toen ik hier vier jaar geleden kwam, zeiden bedrijven nog vaak: duurzaamheid en economie zijn twee aparte zaken. Maar doordat de regering-Trump weinig aandacht aan duurzaamheid besteedde, begonnen bedrijven te beseffen: het moet nu van óns komen. Jonge generaties verwachten dat ook. Sommige Amerikaanse bedrijven en beleggers namen zelf het initiatief en spreken zich inmiddels publiekelijk uit als het gaat om maatschappelijke issues als immigratie, klimaat en discriminatie. Ik moet er wel bij zeggen dat je duurzaamheid hier in allerlei soorten en maten ziet: het lijkt soms greenwashing. Dan wordt er alleen over duurzaamheid gesproken, zonder dat bedrijven dat echt in praktijk brengen.”

 

Welk effect zal de regering Biden op duurzaam beleggen hebben, verwacht je? 

“Biden wil per direct 100 maatregelen van Trump terugdraaien, die op zijn beurt weer beleid van diens voorganger Barack Obama terugdraaide. Er is dus sprake van een rollback of the rollbacks op het gebied van klimaat, sociaal beleid en financiële regulering. Trump zorgde er bijvoorbeeld voor dat de VS uit het klimaatakkoord van Parijs stapte, Biden zal dat herstellen op zijn eerste dag als president, direct na de inauguratie. Er beloven ook allerlei nieuwe regels te komen om te stimuleren dat bedrijven zich duurzamer en socialer gedragen, ze moeten daar ook opener over worden. Het kabinet-Biden bezigt vooral een andere toon, waarin respect doorklinkt voor bijvoorbeeld het milieu en werknemersrechten. Dat draagt een belofte en hoop in zich voor de toekomst van duurzaam beleggen.”

 

We horen een maar…

“Ja, want Amerika is een ernstig verdeeld land: 46% van de Amerikanen heeft op Trump gestemd en in de Senaat hebben de Democraten maar een nipte meerderheid. Het is dus maar zeer de vraag of Biden in die gepolariseerde samenleving en politieke instabiliteit zijn plannen kan realiseren. Ik ben nu de memoires van Obama aan het lezen en daaruit blijkt maar weer eens dat je als president alleen dingen kunt bereiken als je ze goed weet uit te leggen en breed draagvlak hebt. Het is nog láng geen kat in het bakkie.”

 

Laten we het glas even als halfvol zien: stel dat Biden zijn plannen erdoorheen krijgt, wat betekent dat dan voor APG als verantwoord belegger?

“Als de nieuwe regering bedrijven stimuleert tot verantwoord gedrag, schept dat voor ons nieuwe kansen om in die bedrijven te beleggen. Zo kunnen we nog beter bijdragen aan de financiering van de klimaattransitie en de innovatie die daarvoor nodig is. Denk bijvoorbeeld aan nieuwe vormen van schone energie en elektrische auto’s. Ook op sociaal gebied wordt het gemakkelijker om met bedrijven over verandering te praten. Denk aan werknemersrechten als betaald ziekteverlof. Tijdens de coronacrisis kunnen Amerikanen met klachten het zich vaak niet veroorloven om thuis te blijven, omdat ze niet worden doorbetaald. Ook discriminatie in bedrijven belooft te worden aangepakt. Met het sociale beleid van de nieuwe regering kunnen wij bedrijven beter aanspreken op de manier waarop ze met hun werknemers omgaan.”

 

Hoe pakt APG dat concreet aan?

“De nieuwe regering wil met regels komen die bedrijven dwingen tot het geven van meer informatie over hoe duurzaam en sociaal ze zich opstellen. Zo wordt sneller duidelijk wie de koplopers en de achterblijvers zijn op het gebied van verantwoord ondernemen. Met die informatie kunnen wij de juiste beleggingsbeslissingen nemen en een betere dialoog met bedrijven voeren. We hopen ook dat Amerikaanse pensioenfondsen door de nieuwe regels meer verantwoord gaan beleggen. Samen met die ‘bondgenoten’ kunnen we meer invloed uitoefenen en hebben we meer mogelijkheden om datgene wat wij belangrijk vinden te realiseren.”

 

Brengt de regering-Biden ook nadelen met zich mee voor de beleggingen?      

“Amerikaanse bedrijven zullen onder de nieuwe regering mogelijk geconfronteerd worden met regelgeving en wellicht meer loonkosten. Wij geloven echter dat op de lange termijn bedrijven die duurzamer opereren beter presteren en toekomstbestendiger zijn. Als langetermijnbelegger zien wij dus vooral voordelen. Het zou mooi zijn als Biden en Harris de verdeelde partijen in het land weer bij elkaar weten te brengen. Hopelijk kan de nieuwe regering de komende vier jaar helpen zorgen dat beleggen en duurzaam beleggen synoniem worden aan elkaar.”   

 

Lees hier meer over de betekenis van het nieuwe presidentschap in Amerika voor verantwoord beleggen.

Volgende publicatie:
“We zijn een betrokken aandeelhouder, maar geen activist”

“We zijn een betrokken aandeelhouder, maar geen activist”

Gepubliceerd op: 15 januari 2021

Duurzaam, verantwoord beleggen wint aan populariteit. Ook bij APG. Het kan Claudia Kruse, eindverantwoordelijk voor het duurzame beleggingsbeleid van APG, niet snel genoeg gaan. Maar de ervaring leert dat je met geduld en dialoog het verst komt als het om verduurzaming gaat. Ook nu, in coronatijd.

 

Ze zal er zelf niet snel mee te koop lopen, maar stiekem is het natuurlijk wel iets om trots op te zijn. Het Duitse Manager Magazin plaatste haar in het laatste nummer van 2020 prominent tussen ’s werelds 100 invloedrijkste vrouwelijke topeconomen. Vrouwen op doorslaggevende posities die, aldus de auteurs, streven naar ‘einen anderen Kapitalismus’.

Verwonderlijk is dat niet. Collega’s roemen haar scherpte, haar tomeloze energie en oprechte hart voor duurzaamheid. Dat hart zat tijdens haar studententijd, begin jaren negentig, al op de goede plek. “We maakten ons als studenten destijds grote zorgen naar aanleiding van het klimaatrapport Our Common Future, opgesteld onder leiding van de Noorse premier Brundtland. Zij riep de wereld op om te verduurzamen; dat zette me aan het denken. En dat is eigenlijk nooit opgehouden.”

 

In haar rol als Managing Director Global Responsible Investment & Governance, zoals haar functie voluit luidt, kan ze inmiddels terugkijken op enkele opmerkelijke wapenfeiten. De VN-organisatie Principles for Responsible Investment noemt APG een van de leiders in verantwoord beleggen. De Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO) wees ABP (het grootste fonds waarvoor APG werkt) voor het derde jaar op rij aan als het duurzaamste Nederlandse pensioenfonds en bpfBOUW als tweede. Daarnaast speelt Kruse een belangrijke rol bij de totstandkoming van het SDI Asset Owner Platform, een initiatief van APG en PGGM dat beleggers helpt bij het beoordelen van bedrijven op hun bijdrage aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelen.
Simpele vraag, moeilijk antwoord: hoe krijgt Claudia Kruse dat allemaal voor elkaar? Waar liggen de uitdagingen? En wat moet nog beter?

 

Om met het nu te beginnen: hoe zit het met de duurzame ambities van bedrijven, nu ze door de coronacrisis alle zeilen moeten bijzetten? Wordt dat minder?

“Nee. Het lijkt erop dat de coronacrisis het bewustzijn over klimaat, het welzijn van mensen, het belang van een goede gezondheid, alleen maar aanwakkert. Tegelijk is het inderdaad wel zo dat sommige bedrijven en landen het nu zwaar hebben. Dat kan ertoe bijdragen dat de ‘Sustainable Development Goals’ van de Verenigde Naties bij hen uit beeld raken. Bij deze ‘Sustainable Development Goals’ of Duurzame Ontwikkelingsdoelen moet je denken aan goed onderwijs voor iedereen, schoon water, de klimaatactie en toegankelijke gezondheidszorg.”

 

APG belegt namens de fondsen zo’n 560 miljard. Is rendement in deze wereld uiteindelijk niet toch belangrijker dan het behalen van duurzame doelen?  

“Natuurlijk vinden we rendement belangrijk. We willen dat de deelnemers van onze fondsen verzekerd blijven van een goed pensioen. Maar naast rendement zijn de factoren risico, kosten en verantwoord beleggen net zo goed belangrijk. Die vier factoren zien we altijd in onderlinge samenhang. Maar iedere belegging moet op zich verantwoord zijn. Zowel wijzelf als de pensioenfondsen waarvoor wij beleggen, zijn ervan overtuigd dat verantwoord beleggen niet ten koste hoeft te gaan van het rendement. Oftewel, we verwachten door verantwoord te beleggen minstens hetzelfde rendement te behalen als wanneer we níet verantwoord zouden beleggen. Dus waarom zou je het dan nalaten? Gemiddeld heeft dit verantwoorde beleggen ons de afgelopen jaren een rendement opgeleverd van 7% per jaar.”

 

Waar ben je nog niet tevreden over?

“Ik vind dat wij de buitenwereld nog meer inzicht kunnen geven in wat wij zoal doen aan verduurzaming, wat we daarmee bereiken – en wat (nog) niet. En waarom wij als toonaangevend worden gezien.”

 

APG nam het initiatief voor de oprichting van het SDI Asset Owner Platform. Waarom?

“We hebben dit platform afgelopen zomer gelanceerd, samen met PGGM, AustralianSuper en British Colombia Investment Management Corporation. Samen hebben we meer dan 1 biljoen (duizend miljard - red.) dollar aan vermogen onder beheer. Met behulp van kunstmatige intelligentie kunnen beleggers nagaan of en hoeveel bedrijven met hun producten en diensten bijdragen aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelen. Beleggers willen daarin heel graag inzicht, maar dat was vaak lastig door een gebrek aan betrouwbare data. Ons platform biedt hen een gemeenschappelijke definitie, taxonomie en databron voor hun beleggingen. We doen dit uiteindelijk voor de deelnemers van onze klanten, die we een betaalbaar pensioen willen bieden in een duurzame wereld.”

 

Er is veel te doen over beleggen in fossiele brandstoffen. Ook bij bedrijven zelf is er onvrede. Shell zag bijvoorbeeld managers vertrekken omdat het bedrijf volgens hen te traag overschakelt op hernieuwbare energie. Toch blijft APG aan boord. Waarom?

“Deskundigen zijn het erover eens dat hernieuwbare energie voorlopig slechts beperkt aan de toenemende vraag naar energie kan voldoen. Olie en gas blijven nog nodig. Ik vind dat wij wel degelijk verantwoord kunnen beleggen in producenten van fossiele brandstoffen, maar dan moeten ze wel de omslag maken naar duurzame energie. En hun CO2-uitstoot drastisch verminderen. Daarom steken we er veel tijd en energie in – ook samen met andere beleggers  –  ­om bedrijven ertoe te bewegen zich vast te leggen op ambitieuze klimaatdoelstellingen. Vergis je niet, wij zijn al jaren zeer intensief met Shell en andere grote olieconcerns in gesprek. We zijn het echt niet altijd met elkaar eens, maar voeren wel een open dialoog.”

 

Maar heeft die dialoog concreet effect?

“Shell kondigde in april vorig jaar aan dat zijn productketens uiterlijk in 2050 klimaatneutraal moeten zijn. Dat betekent dat het energieconcern dan per saldo geen broeikasgassen meer uitstoot. En dan gaat het niet alleen om de directe uitstoot van Shell zelf, maar ook om de uitstoot van leveranciers en klanten. Met deze plannen bouwt Shell voort op de afspraken die het concern in 2018 maakte met het samenwerkingsverband Climate Action 100+, een samenwerking van grote beleggers, waaronder APG. BP en Total bewegen zich in dezelfde richting, dat vind ik heel positief.”

 

Criticasters stellen dat olieconcerns als Shell nu al een paar raffinaderijen kunnen sluiten, dan heb je direct minder uitstoot.  

“Het is ingewikkelder dan dit! Wij zijn vooral een verantwoorde lange-termijnbelegger, en wij willen juist dat Shell en dergelijke bedrijven een weloverwogen transitie doorvoeren.”

Voor mij is het glas altijd halfvol

En andere sectoren? Neem banken, jullie zouden je bijvoorbeeld kunnen terugtrekken uit banken die niet-duurzame projecten financieren, zoals oliepijpleidingen…

“We hebben onlangs nog een mooi resultaat geboekt in de financiële sector. In september kondigde KB Financial Group, de grootste financiële dienstverlener van Zuid-Korea, aan te stoppen met de financiering van nieuwe kolencentrales. Lokale concurrenten hebben dat voorbeeld inmiddels gevolgd. Belangrijk, want Zuid-Korea is een land dat relatief veel CO2 uitstoot. Dat wij bij dit bedrijf hebben aangedrongen op een duidelijke en consistente aanpak van verduurzaming heeft daar zeker aan bijgedragen. ABP, onze grootste pensioenklant, stopt uiterlijk in 2025 met beleggingen in bedrijven die een groot deel van hun omzet halen uit kolenmijnen en teerzanden, aardlagen waar producenten olie uit halen.  

Een ander voorbeeld is Nestlé. Dat wil uiterlijk in 2050 klimaatneutraal werken. Ook belangrijk, want de voedingssector en het bijbehorende landgebruik is goed voor een kwart van de wereldwijde CO2-uitstoot. Wij hebben vanuit Climate Action 100+ het initiatief genomen voor de gesprekken met Nestlé.”

 

Naast milieuoverwegingen wegen jullie ook sociale criteria mee. Wat heeft APG daarin bereikt?

“Neem het voorbeeld van kinderarbeid in de cacaoteelt. Dat is een groot probleem. Een aantal grote afnemers van cacao ­zoals Barry Callebaut, Lindt & Sprüngli, Mondelez en Nestlé, hebben controles opgezet om kinderarbeid bij leveranciers op te sporen of hebben toegezegd alleen nog gecertificeerde cacao te kopen. Vaak werken wij wereldwijd nauw samen met gelijkgestemde beleggers. Dan hebben we meer slagkracht en kunnen we voor onze opdrachtgevers de effecten van verantwoord beleggen optimaliseren.”

 

Als bedrijven niet snel genoeg verduurzamen, verkoopt APG dan de aandelen? Of gaan jullie met ze in dialoog?

“Het laatste. Bij verkoop van dergelijke beleggingen geef je weliswaar eenmalig een signaal af, maar daarna ben je wel je invloed kwijt. Zonder dat er in de echte wereld iets is veranderd. Dus gaan we de dialoog aan. We informeren bijvoorbeeld wel hoe het bedrijf zich aan de klimaatveranderingen denkt te gaan aanpassen. Die gesprekken verlopen meestal in een sfeer van openheid, waarbij we het niet altijd met elkaar eens hoeven te zijn of te worden.”

 

Doen jullie dan ook suggesties?

“Nee, dat is aan hen. Zij moeten uitvogelen hoe ze de verduurzaming moeten vormgeven, wij gaan nooit op hun stoel zitten. We zijn een betrokken, actieve aandeelhouder, maar geen activist.”

 

Verantwoord beleggen betekent ook dat APG let op de beloningen van topbestuurders.

“Ja, dan gaat het ons niet in eerste instantie om de hoogte van de beloningen, maar om de criteria op grond waarvan die topbestuurders worden betaald. Wij willen dat bedrijven duidelijk communiceren, bijvoorbeeld in hun jaarverslag, hoe ze omgaan met de beloning van bestuurders. Welke prestaties moeten de bestuurders c.q. en het bedrijf behalen voordat ze een, al dan niet variabele, beloning krijgen uitgekeerd? Ook op dit onderwerp trekken we samen op met andere vermogensbeheerders en pensioenfondsen.”  

 

Wat leverde die samenwerking concreet op?

“We hebben afgelopen jaar onder andere vier keer een beloningsvoorstel van een Nederlands bedrijf weggestemd. Al zien we natuurlijk liever dat we er in overleg met het bedrijf uitkomen. We gebruiken wereldwijd onze adviserende stem waar het gaat om beloningen van topbestuurders. Het minst vaak stemmen we in met beloningen voor topbestuurders van Amerikaanse bedrijven, deels omdat ze daar vaak buitensporig hoge ontslagvergoedingen kunnen uitkeren.”   

 

Gaat het je eigenlijk allemaal wel snel genoeg?  

“Nee, zeker niet. Het kan sneller, maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Als pensioenbelegger hebben wij een langetermijnhorizon. Wat betreft het tempo van verduurzaming: je moet je realiseren dat dit soort grote veranderingen vaak stapje voor stapje gaan. Gelukkig voelen steeds meer landen en bedrijven de urgentie om te verduurzamen. Ik ben dan ook optimistisch. Dat zit ook wel in mijn natuur, voor mij is het glas altijd halfvol.”   

Volgende publicatie:
APG vergroot belang in elektrisch treinverkeer Europa

APG vergroot belang in elektrisch treinverkeer Europa

Gepubliceerd op: 13 januari 2021

APG heeft namens zijn pensioenfondsklanten ingestemd met de overname van een belang van 20,9% in Alpha Trains van AMP Capital. APG heeft al een indirect belang van 41,1% in het in 2019 overgenomen bedrijf.

 

De investering in Alpha Trains, een leasemaatschappij voor passagierstreinen en locomotieven in Europa, sluit aan bij de duurzame beleggingsstrategie. Het grootste deel van de vloot is elektrisch en draagt daardoor bij aan een lagere CO2-uitstoot van de Europese transportsector.

 

Sterke positie

Arjan Reinders, Head of Infrastructure APG: “Alpha Trains is een uitstekende onderneming met een sterke positie op de continentale Europese spoorwegmarkt. We hebben de ambitie om op de langere termijn verder bij te dragen aan het succes en de groei van Alpha Trains. We doen deze investering in een tijd van voortdurende liberalisering van de markten voor passagiers- en vrachtvervoer per spoor in Europa. Dat zal verdere investeringen stimuleren en het duurzame, koolstofarme massatransport bevorderen."

 

Marktleider

Met activiteiten in meer dan 17 Europese landen is Alpha Trains de marktleider in het leasen van passagierstreinen en locomotieven op het Europese vasteland. De portfolio bestaat uit ongeveer 800 passagierstreinen en locomotieven. Het grootste deel van de vloot is elektrisch. Hierdoor is Alpha Trains marktleider in de transitie naar schone energie in het Europese spoor.

 

Meer weten? Lees hier ons eerder verschenen artikel over Alpha Trains.

Volgende publicatie:
APG wil resultaten zien van corona-aanpak Amazon voor veilige werkplek

APG wil resultaten zien van corona-aanpak Amazon voor veilige werkplek

Gepubliceerd op: 17 december 2020

Amazon moet meer details geven over de manier waarop het bedrijf werknemers beschermt tijdens de Covid-19 pandemie. Dat is de strekking van een aandeelhoudersvoorstel van APG en enkele andere grote beleggers. Het voorstel volgt op een onafhankelijk rapport waaruit blijkt dat Amazon de gevolgen van de pandemie voor de veiligheid en gezondheid van werknemers heeft onderschat. Ook blijken sommige opslagplaatsen van het bedrijf corona brandhaarden.

 

APG dient het voorstel in namens de pensioenfondsklanten, samen met de pensioenfondsen van de stad New York. De onafhankelijke bestuurscommissie van Amazon reageerde niet op een soortgelijk verzoek van de grote aandeelhouders in mei. De aandeelhouders kondigen aan het voorstel in stemming te brengen op de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering in 2021 als het bedrijf opnieuw niet reageert.

 

Amazon kondigde eerder aan miljarden te investeren in de veiligheid en gezondheid van het personeel. De beleggers vragen Amazon om met harde cijfers aan te tonen dat die investeringen ook écht voorkomen dat werknemers besmet raken en ziek worden. "APG wil begrijpen hoe effectief deze initiatieven zijn", zegt Anna Pot, Head Resposible Investments Amercas voor APG Asset Management. "Werkt het? Is het voor medewerkers echt veilig?"

 

Het Amerikaanse techbedrijf Amazon is wereldwijd marktleider op het gebied van online winkelen. De kwesties die in het voorstel aan de orde komen, bestaan al langer maar zijn in een stroomversnelling gekomen door de Covid-19 pandemie. Door lockdowns en het sluiten van winkels bestellen consumenten steeds meer online.

 

Lees het persbericht.

Volgende publicatie:
“Iedereen heeft hier hetzelfde doel: een klimaatneutrale economie”

“Iedereen heeft hier hetzelfde doel: een klimaatneutrale economie”

Gepubliceerd op: 26 november 2020

Investeren in fossiele energie: hoe lang nog? Dat was een van de thema’s tijdens het beleggerspanel bij BNR Zakendoen deze week. Volgens Thijs Knaap, senior strategist bij APG Asset Management, is het niet realistisch en ook niet verstandig dat een pensioenfonds als ABP (met APG als uitvoerder) op korte termijn uit fossiele brandstoffen stapt. Want: “Je kunt beter een Nederlands pensioenfonds aan tafel hebben dan een aandeelhouder die minder begaan is met het milieu.”

 

Bovendien is het ook om economische redenen niet realistisch. 80 procent van de economie haalt de energie direct of indirect uit die fossiele brandstoffen. We zitten in een transitie naar iets wat er nog niet is. “Moet je dan stoppen met investeren in luchthavens, vrachtwagens?”

Knaap benadrukte dat ABP zeer goed naar de deelnemers luistert. “We delen de zorgen. ABP heeft een stevig duurzaam beleggingsbeleid. En iedereen heeft hetzelfde langetermijndoel: een klimaatneutrale economie.”

De vergelijking met de desinvestering van 4 miljard euro in fossiele brandstoffen die pensioenfonds PFZW recentelijk bekendmaakte gaat mank, aldus Knaap. “Dat gaat om termijnhandel. Niet om aandelen. Dat is een andere strategie.”

 

Gelabelde obligaties

Behalve over investeringen in fossiele brandstoffen, werd er ook gesproken over een interessante nieuwe trend in beleggerskringen: de zogeheten ‘gelabelde obligaties’. Volgens Knaap is 2020 “een goed jaar voor dit soort obligaties. In obligaties zit normaal gesproken weinig beweging, het is een soort verhandelbare schuld. Maar er zijn obligaties met een label, waarbij degene die ze uitgeeft van tevoren vastlegt waaraan ze besteed moeten worden. Aan groene of sociale doelen, bijvoorbeeld. Die labels worden populair, er is dit jaar al voor 304 miljard aan uitgegeven. Meer dan in 2019.”

Knaap verwees naar de zogeheten SURE Bonds  die worden uitgegeven door de EU. Die worden ingezet om arbeidsplaatsen binnen EU te beschermen.  APG heeft onlangs voor 170 miljoen  geïnvesteerd in deze SURE bonds. Knaap: “Het is een interessante ontwikkeling, want de belegger in schuld, wat normaal gesproken een belegger op afstand is, krijgt hiermee steeds meer invloed op het beleid. Want hij of zij kan ervoor kiezen om de juiste labels op zijn obligaties te plakken.” Als voorbeeld noemt hij de ECB. “Voorheen kocht de ECB-obligaties op en dat was een neutrale monetaire operatie. Maar je ziet dat ook daar steeds meer gelabelde obligaties worden gekocht. Van de juiste partijen met de juiste labels. Op die manier hebben investeerders toch een beetje invloed op wat er in de wereld gebeurt.”

 

Volgende publicatie:
2020 wordt recordjaar voor duurzame obligaties

2020 wordt recordjaar voor duurzame obligaties

Gepubliceerd op: 19 november 2020

APG al jaren pleitbezorger voor groene, sociale en duurzame obligatiemarkt

 

2020 wordt een recordjaar voor groene, sociale en duurzame (‘gelabelde’) obligaties, met meer deals en meer variatie in grootte, labels en uitgevers. Door de exploderende uitgifte van sociale obligaties in reactie op de Covid-pandemie bereikt de markt het punt waarop de groei steeds sneller gaat.

 

Jaar in jaar uit groeit de markt sinds de uitgifte van de eerste groene obligatie in 2009. Maar er zijn duidelijke signalen dat de uitgifte nu naar een hogere versnelling schakelt; in de eerste negen maanden van 2020 werd voor € 304 miljard aan gelabelde obligaties uitgegeven, tegenover € 274 miljard in heel 2019. De expansie van de markt wordt deels gedreven door dezelfde factoren als voorheen, zoals strengere milieuwetgeving en een groeiende voorkeur om duurzaam te beleggen.

 

Keerpunt

Maar ook andere factoren spelen een rol. Er is dit jaar een golf nieuwe uitgiftes van sociale obligaties in reactie op de Covid-pandemie. Overheden, supranationale instellingen en zelfs bedrijven geven ‘Corona-obligaties’ uit voor de financiering van bijvoorbeeld werkgelegenheidsprogramma’s en steun aan kleine bedrijven. De Europese Unie (EU) heeft onlangs de eerste tranche van maximaal € 100 miljard aan sociale obligaties uitgegeven om de Europese werkgelegenheid te beschermen. Samen met het voornemen van de EU om een derde van het herstelpakket (€ 750 miljard) te financieren met gelabelde obligaties, zal dit de markt een verdere impuls geven.

 

“Na de Covid-uitbraak heeft de gelabelde obligatiemarkt het punt bereikt waarop de groei steeds sneller gaat”, zegt Joshua Linder, specialist Vastrentende Waarden bij APG Asset Management (APG). Alle gelabelde obligaties laten een sterke groei zien, maar vooral de enorme toename van de uitgifte van sociale obligaties springt in het oog. In het derde kwartaal van 2020 was de uitgifte van sociale obligaties ruim elf keer zo hoog als het kwartaal ervoor.

 

Meer diversiteit

Wat ook opvalt in 2020 is de omvang van individuele uitgiftes van gelabelde obligaties. In de eerste negen maanden van dit jaar waren er 30 deals van meer dan € 1,7 miljard, tegenover 15 in heel 2019. Een daarvan is een duurzame obligatie van Google-eigenaar Alphabet, met € 4,85 miljard de tot nog toe grootste uitgifte van een gelabelde bedrijfsobligatie. Linder: “Dit is een voorbeeld van de projectmix die mogelijk is met een duurzame obligatie. De opbrengst wordt gebruikt voor projecten op het gebied van betaalbare huisvesting en steun aan kleine bedrijven, in combinatie met initiatieven op milieugebied.”   

 

De uitgiftes van meer dan € 1,7 miljard zijn verdeeld over alle soorten uitgevers (overheden, supranationale instellingen en bedrijven) en labels (groen, sociaal en duurzaam). “Ook dat is een indicatie dat de markt snel volwassen wordt”, zegt Adam Hynes, portfolio manager Vastrentende Waarden bij APG. “De groei van de markt maakt het voor ons niet alleen mogelijk om meer te beleggen in gelabelde obligaties, maar ook om te spreiden over bedrijfssectoren en uitgevers die eerder niet actief waren in deze markt.”

 

Vooral in de financiële sector is de groei sterk. Een voorbeeld is de sociale obligatie van de Spaanse bank BBVA, in mei 2020 de eerste Corona-obligatie uitgegeven door een Europese financiële instelling. “Op het hoogtepunt van de crisis gaven meerdere Spaanse banken sociale obligaties uit om de noodsituatie in de gezondheidszorg en de sociaaleconomische gevolgen van de pandemie te bestrijden”, zegt Rinse Boersma, portfolio manager Vastrentende Waarden bij APG. “Het zegt veel dat de uitgifte vijf keer overtekend was. Maar dankzij onze langdurige relatie met de uitgevende instellingen kregen we toch een groot deel van wat we wilden kopen toegewezen.”

 

Ook zijn er in het derde kwartaal van 2020 verschillende uitgiftes van ‘duurzaamheidsgerelateerde’ (sustainability-linked) obligaties geweest, een bemoedigend teken dat ook deze nog jonge markt de wind in de rug krijgt. Anders dan bij gelabelde obligaties, is de opbrengst van zulke obligaties niet bestemd voor specifieke milieu- of sociale projecten, maar voor algemene bedrijfsdoeleinden. Wel legt de uitgever zich vast op bepaalde duurzaamheidsdoelstellingen. Worden die niet behaald, dan moet op de obligatie extra rente worden betaald.

 

Pleitbezorger

APG maakt zich al vanaf het begin – namens de pensioenfondsklanten - sterk voor groei van de gelabelde obligatiemarkt. “Ik overdrijf niet als ik zeg dat onze dialoog met bedrijven en andere betrokkenen een aanjager is geweest voor de ontwikkeling van deze markt”, zegt Scott Cavanagh, bij APG specialist Vastrentende Waarden. “APG staat bekend als een pleitbezorger van meer uitgifte van gelabelde obligaties en als een partij die zich inspant om de markt verder te ontwikkelen.”  

 

“Zoals een concurrent/collega eens zei: ‘Je weet altijd wie er vragen zal stellen over de uitgifte van groene, sociale en duurzame obligaties”, vervolgt Cavanagh. “We laten weten wat wij belangrijk vinden en delen de lessen van eerdere deals. En natuurlijk spreken we onze steun voor de markt en onze interesse in de uitgifte van gelabelde obligaties uit. Dat is de sleutel tot onze aanpak.”

 

Bijdragen aan duurzame ambities

Beleggen in gelabelde obligaties wordt steeds belangrijker voor APG en onze pensioenfondsklanten. Eind 2019 belegden we namens ABP, bpfBOUW, SPW en PPF APG € 9 miljard in zulke obligaties, waarmee APG een van ’s werelds grootste beleggers in groene, sociale en duurzame obligaties is. Dit jaar hebben we tot nog toe ruim € 1 miljard belegd in Corona-obligaties. Om (mogelijke) uitgevers bewust te maken van onze verwachtingen en om een gezonde groei van de markt te stimuleren, hebben we de Guidelines for Green, Social and Sustainable bonds gepubliceerd.

 

De markt groeit en de diversiteit in omvang van de transacties, uitgevers en labels neemt toe. Onmiskenbaar gaat het dus de goede kant op. Toch blijft er ruimte voor verdere verbetering. “We moeten altijd waakzaam blijven voor greenwashing [duurzamer voordoen dan in werkelijkheid het geval is red.]”, zegt Cavanagh. “En hoewel we een pleitbezorger van de markt voor gelabelde obligaties zijn, weten we ook dat niet alle deals voldoen aan onze risico- en rendementseisen.”

Volgende publicatie:
APG zet in op ‘eerlijke transitie’ in de auto-industrie

APG zet in op ‘eerlijke transitie’ in de auto-industrie

Gepubliceerd op: 16 november 2020

Sector voor eerste keer onder de loep van Corporate Human Rights Benchmark

 

De auto-industrie staat voor de overgang naar een CO2-arm bedrijfsmodel, maar de gevolgen voor werknemers en lokale gemeenschappen worden vaak over het hoofd gezien. Dat staat in de vandaag gepubliceerde Corporate Human Rights Benchmark (CHRB), waarvan APG medeoprichter is. Namens onze fondsklanten pleiten we bij autofabrikanten voor een ‘eerlijke transitie’; investeer in de weerbaarheid van werknemers en voorkom mensenrechtenrisico’s in de toeleveringsketen.

 

 

Volgens het rapport kunnen de meeste autofabrikanten nog onvoldoende laten zien dat ze eisen stellen aan leveranciers of met hen samenwerken om aantasting van mensenrechten te voorkomen. Dit is vooral van belang omdat de toeleveringsketen van de autosector kwetsbaar is voor mensenrechtenschendingen. Het is de eerste keer dat deze sector door de CHRB wordt beoordeeld.     

Meer bewustzijn  

Anna Pot, Hoofd verantwoord beleggen Amerika bij APG Asset Management, juicht de toevoeging van nieuwe bedrijven en sectoren aan de CHRB toe. “De resultaten laten zien dat de auto-industrie nog onvoldoende aandacht heeft voor mensenrechten. Maar de ervaring leert dat publicatie van de benchmark tot meer bewustzijn bij bedrijven en een verbetering van de mensenrechtenprestaties kan leiden. Zo is de gemiddelde score van ICT-bedrijven aanzienlijk verbeterd sinds de sector vorig jaar voor het eerst werd beoordeeld.”

Hoewel de auto-industrie nieuw is toegevoegd aan de CHRB, is de sector niet ‘nieuw’ voor APG als het gaat om de dialoog met bedrijven over mensenrechten. Pot: “Namens onze klanten hebben we tot eind 2019 samen met dertien grote autofabrikanten gewerkt aan het verbeteren van de arbeidsomstandigheden en het tegengaan van kinderarbeid bij de winning van kobalt. Dit is een onmisbare grondstof voor batterijen in elektrische auto’s. En er is vooruitgang geboekt. Zo heeft Renault controles ingevoerd bij de kobaltsmelters waarmee het samenwerkt en heeft Daimler een programma opgezet om lokale gemeenschappen te ondersteunen.”

Inzicht in mensenrechtenprestaties

APG was, namens zijn pensioenfondsklanten, in 2017 medeoprichter van de CHRB en is nauw betrokken bij de ontwikkeling van de benchmark. “We doen dit omdat we, als maatschappelijk betrokken langetermijnbelegger, graag zien dat de mensenrechtenprestaties van bedrijven verbeteren”, legt Pot uit. “Ook biedt de CHRB waardevolle informatie over een toenemend aantal bedrijven die we meenemen in beleggingsbeslissingen en in gesprekken met bedrijven waarin we belegd zijn.”

De CHRB vergelijkt de mensenrechtenprestaties van bedrijven in kleding, grondstoffen, landbouw, ICT en de auto-industrie. Dit gebeurt aan de hand van 100 indicatoren die zijn gebaseerd op de Guiding Principles van de Verenigde Naties (UNGP). Met behulp van openbaar beschikbare gegevens wordt gekeken wat bedrijven doen op het gebied van onder andere arbeidsomstandigheden en -veiligheid, en of zij hun werknemers een leefbaar loon betalen.

Eerlijke transitie

De CO2-intensieve auto-industrie staat voor de opgave over te schakelen op een klimaatneutraal bedrijfsmodel en tegelijkertijd de uitgangspunten van een ‘just transition’ (eerlijke transitie) te respecteren. Pot: “Daarom voeren we gesprekken met autofabrikanten over de gevolgen voor hun personeel en lokale gemeenschappen. Door automatisering, digitalisering en de transformatie van de sector kunnen duizenden banen verloren gaan. We willen dat fabrikanten hun werknemers trainings- en ontwikkelingsmogelijkheden aanbieden en zo meenemen in deze transitie.”

De andere beoordeelde sectoren laten een verbetering van hun scores zien, vooral als het gaat om publieke commitments aan mensenrechten en klachtenregelingen. Minder vooruitgang boekten bedrijven op het gebied van due dilligence; de manier waarop een bedrijf mensenrechtenrisico’s vaststelt, beoordeelt en beperkt. Pot: “Steeds meer bedrijven hebben de basis op orde als het om mensenrechten gaat, maar er is nog genoeg ruimte voor verbetering.”  

Volgende publicatie:
'Duurzaamheid hoeft niets te kosten'

'Duurzaamheid hoeft niets te kosten'

Gepubliceerd op: 6 november 2020

Stormloop op eerste corona-obligatie EU, kopte het Financieel Dagblad op woensdag 21 oktober. APG was een van de kopers van deze ‘social bond’. Waarom deed APG hieraan mee? Wat is de aantrekkingskracht van sociale c.q. groene obligaties?

Sandor Steverink, Head of Treasuries bij APG, over rendement versus duurzaamheid, het toenemend belang van duurzame obligaties en de logica van beleggen tegen een negatieve rente.  

 

Met haar SURE-programma (de term staat voor Support to mitigate Unemployment Risks in an Emergency) wil de EU in totaal 100 miljard euro aan leningen ophalen om aan de lidstaten te verstrekken. Met als doel hen te ondersteunen bij hun inspanningen om bedrijven en hun werknemers tijdens de coronacrisis aan het werk te houden. De eerste pluk hiervan, ter waarde van 17 miljard euro, werd in oktober uitgegeven. De kopers van deze ‘sociale’ obligaties, waaronder APG, stonden in de rij: de uitgifte werd liefst veertien keer overtekend, een record.

 

APG kreeg uiteindelijk voor 170 miljoen euro toegewezen. Tevreden?  

“Mwah. We hadden ingeschreven voor ongeveer 500 miljoen euro. Normaal krijg je 50 tot 80 procent daarvan toegewezen. Nu was dat maar 30 procent. Gezien de enorme overtekening valt dat percentage nog mee: partijen die voor de lange termijn beleggen, zoals wij, krijgen relatief wat meer obligaties toegewezen, omdat zij die obligaties niet meteen weer op de markt gooien.”

 

Waarom belegt APG eigenlijk in deze obligaties?

 “Omdat ze maatschappelijk verantwoord zijn. Daarnaast hebben we ze ook getoetst - zoals we dat bij alle obligaties doen - op de factoren rendement, risico en kosten. Hieruit bleek dat deze belegging interessant was. Daarin waren we niet de enige, gezien die massale belangstelling. Die grote interesse had ik ook wel verwacht, deze sociale obligaties leveren relatief gezien een beter rendement op dan staatsobligaties van triple A-rated landen als Nederland en Duitsland. Ze zijn goed verhandelbaar en ze zijn, als we kijken naar het kredietrisico, veilig: de EU zal niet snel omvallen. Bovendien heeft de EU voor dit SURE-programma een soort stroppenpot aangelegd waarin 25 miljard euro zit; een garantie die beleggers extra zekerheid biedt.”

  

Hoe belangrijk zijn groene en sociale obligaties voor APG?

“Die worden voor ons en onze klanten steeds belangrijker. We hebben nu zo’n 9 miljard euro belegd in groene obligaties, dat was in 2016 nog geen twee miljard. En 1 miljard euro in sociale obligaties. In onze beleggingen gaan wij uit van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties. Beleggen in groene en sociale obligaties - die beide vallen onder de noemer duurzame obligaties - past daar goed in. Waarbij we ons eigen classificatiesysteem hanteren om te toetsen of de claim van sociaal of groen wel klopt.”

 

Hanteert iedere grote belegger zijn eigen duurzaamheidstoets?

“Nee, de meeste institutionele beleggers hebben genoeg aan het stempel dat de uitgevende partij erop plakt op basis van de algemene richtlijnen en principes. APG is al in 2007 begonnen met het opbouwen van een eigen afdeling die zich richt op duurzaam beleggen. Daar zit inmiddels enorm veel kennis. Aan de hand van onze eigen richtlijnen kunnen we dus goed meten in welke mate een belegging ook echt duurzaam is.”

 

Eisen de klanten van APG dat jullie zo veel mogelijk duurzaam beleggen? Of kijken ze vooral naar rendement?

“Allebei. We hebben continu nauw overleg met de pensioenfondsen waarvoor wij beleggen. Wij willen vooroplopen in duurzaam beleggen, omdat we net als onze klanten de voordelen hiervan inzien. Zij willen dat een steeds groter deel van hun pensioenvermogen verantwoord wordt geïnvesteerd, wordt belegd met impact. Zo wil ABP in 2025 20 procent van het vermogen belegd hebben in Duurzame Ontwikkelingsdoelen, waaronder deze SURE-obligaties. Maar dat kan natuurlijk net zo goed gaan om duurzame aandelen, duurzame sociale woningbouw of om een windmolenpark.”

Duurzaamheid hoeft niets te kosten

Terug naar de SURE-obligaties. Die 170 miljoen euro bestaat voor een deel uit twintigjarige obligaties met een rendement van 0,13 procent en tienjarige obligaties met een rendement van -0,24 procent. Waarom niet gekozen voor alleen obligaties met een positief rendement?

“Die vraag krijg ik vaker. Wij kijken niet alleen naar het rendement. Als wij als obligatiebelegger alleen maar voor positief renderende obligaties zouden kiezen, zou ook het risico van die portefeuille toenemen. De kunst is om hoogrisicobeleggingen, vaak met een wat hoger rendement, te combineren met een minder risicovolle belegging. Op portefeuilleniveau creëer je dan een betere verhouding tussen risico en rendement. We beleggen voor de lange termijn met een gebalanceerde afweging tussen risico en rendement.”

 

Diversificatie loont?

“Zeker. Vergeet ook niet dat we obligaties meestal niet voor de hele looptijd aanhouden. We verkopen soms tussentijds, bijvoorbeeld als de obligatiekoers daar aanleiding toe geeft, of als we betere alternatieven zien. Van die 170 miljoen euro aan SURE-obligaties hebben we overigens het overgrote deel, namelijk negentig procent, belegd in twintigjarige obligaties, die dus positief renderen.”

 

Krijgen alle EU-landen nu een deel van de opbrengst van deze SURE-obligaties?

“Nee, niet allemaal. Minus het Verenigd Koninkrijk hebben we nu 27 lidstaten. Daarvan hadden er vijftien ingeschreven op deze obligatie, vooral landen uit Oost- en Zuid-Europa. Nederland niet, wij kunnen namelijk zelf goedkoper lenen, omdat we zo hoog scoren op kredietwaardigheid. Net als Duitsland.”  

 

Als bij een mogelijke belegging kosten en risico gemiddeld zijn, moet u als portfoliomanager dus kiezen tussen duurzaamheid en rendement. Wat laat u dan prevaleren?

“Oftewel, mag duurzaamheid wat kosten? Dat hoeft eigenlijk niet. En de twee kunnen ook prima samengaan. Maar die keus kan wel voor een spanningsveld zorgen. Soms is de afweging makkelijk. Zo kochten we drie jaar geleden voor zo’n 700 miljoen euro aan Franse, groene obligaties. Die hadden toen een hoger rendement dan een gewone Franse staatsobligatie én ze waren dus groen. Dat was voor ons een no-brainer. Maar nu levert een groene obligatie steeds vaker een relatief wat lager rendement. Dan gaan we toch eerder voor een alternatief met een hoger rendement. We zijn geen liefdadigheidsinstelling, we willen de aan ons toevertrouwde pensioenvermogens prudent beleggen.”

Uiteindelijk zorgen deze sociale obligaties ook voor meer welvaart

Deelnemers kunnen redeneren dat hun pensioeninleg via deze sociale EU-obligatie wordt ingezet om de zwakke broeders in de EU te steunen…

“Nou, dat is ook het geval. Maar zo zit de wereld nou eenmaal in elkaar.  Uiteindelijk zorgen deze sociale obligaties ook voor meer welvaart. Het is niet zo dat Europese landen met de laagste kredietwaardigheid de zwakste schakel zijn, die de sterkte van de totale ketting bepalen. Door binnen de EU goed samen te werken, ben je samen juist meer dan de som der delen. Waarbij de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Dat zie je ook terug in de ratings. De EU als geheel heeft een hogere rating dan het gemiddelde van de afzonderlijke EU-landen.”  

 

Hoe weet u als portfoliomanager zeker of het geld van APG via duurzame obligaties ook daadwerkelijk sociaal of groen besteed wordt?

“Als je als land of bedrijf geld wilt lenen via een duurzame obligatie, moet je van tevoren al aangeven voor welke projecten je het wilt gaan gebruiken. Zo haalde Nederland vorig jaar een kleine zes miljard euro op met een eerste groene obligatie. De staat moet dan verantwoording afleggen aan de beleggers. Zo weten we dat de opbrengst onder meer bestemd was voor de bouw van de megagrote fietsenstalling in Utrecht, de versterking van de Afsluitdijk en een proef met het isoleren van huurwoningen in Hengelo. Als belegger wil je maximale transparantie. Je wilt weten, en dat is les 1 voor iedere belegger, waar je precies in belegt. Gelukkig hoeven wij als obligatiebelegger niet zelf alle projecten te checken of de opbrengst van de obligatie ook echt naar die projecten gaat en kunnen we gebruikmaken van de verantwoordingsplicht van het land of bedrijf.”

 

En wat als zo’n groene belegging na controle toch grijs blijkt te zijn?

“Als je die beloftes niet nakomt, heb je wel een probleem en dan zien we deze beleggingen niet meer als duurzaam. Ik denk dat het met name slecht zou zijn voor je reputatie. Maar bij mijn weten zijn er nog geen voorbeelden, maar ik sluit zeker niet uit dat die er niet gaan komen.”

 

Wat zijn de effecten van al dat duurzame beleggen op uw eigen gedrag?  

“Haha, dat gaat ongemerkt best ver. We hebben laatst zonnepanelen op ons dak laten leggen. En ik heb steeds meer moeite om de open haard aan te steken. Ik denk dat de meeste mensen nu wel zo’n transformatie doormaken. Wat we wereldwijd ook terugzien in de groei in duurzaam beleggen. Een goede ontwikkeling. We leggen de duurzaamheidslat met z’n allen steeds hoger.”

Volgende publicatie:
Financiële sector op koers met uitvoering Klimaatakkoord

Financiële sector op koers met uitvoering Klimaatakkoord

Gepubliceerd op: 4 november 2020

Ruim de helft van de Nederlandse financiële instellingen die de afspraken uit het Klimaatakkoord onderschrijven, waaronder ook APG, rapporteert al over de CO2-impact van leningen en beleggingen. Inzicht in de CO2-voetafdruk is een belangrijke stap voor het verminderen van de uitstoot om de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal twee graden, zoals in Parijs is afgesproken.

 

De Nederlandse financiële sector ligt daarmee op schema om aan een van de belangrijkste verplichtingen van het klimaatakkoord te voldoen, aldus het eerste rapport van de Commissie Klimaatinzet Financiële Sector. In een reactie op het rapport schreef de Nederlandse minister van Financiën Wopke Hoekstra dat hij blij is dat Nederlandse financiële instellingen wereldwijd toonaangevend zijn op dit gebied.

 

Het rapport is opgesteld door adviesbureau KPMG, tegelijk met een raamwerk voor het rapporteren van CO2-impact en een overzicht van bestaande meetmethoden in de Nederlandse financiële sector. APG heeft aan deze documenten bijgedragen door onze expertise op dit gebied te delen.

 

Ervaringen delen

“Het is belangrijk om de ervaringen van verschillende partijen met het meten van de klimaatimpact van investeringen bij elkaar te brengen,” zegt Joost Slabbekoorn, duurzaamheidsspecialist bij APG. “Zo leren we van elkaar en werken we aan een methode die transparant en controleerbaar is. Dat is essentieel om vertrouwen te creëren en bij te dragen aan de klimaatdoelstellingen van Parijs.”

 

Wereldwijd gebruiken 57 financiele instellingen de PCAF-rekenmethode om de CO2-voetafdruk vast te stellen. APG is hiervan - samen met andere Nederlandse financiele instellingen - een van de initiatiefnemers. Hoewel de Nederlandse financiële sector in dit opzicht voorop loopt, stelt het rapport ook dat er nog een lange weg is te gaan naar vergelijkbare klimaatstandaarden en -doelstellingen. De belangrijkste uitdagingen zijn het bestaan van verschillende meetmethodes, het ontbreken van voldoende hoogwaardige data, en het mogelijk onderschatten van het belang van engagement (streven naar verbetering) met bedrijven waarin wordt belegd.   

 

Bredere scope

APG en haar klanten publiceren sinds 2015 de CO2-voetafdruk van beursgenoteerde aandelen; alle pensioenfondsklanten hebben CO2-reductiedoelstellingen voor de aandelenbeleggingen. Eerder dit jaar kondigde ABP aan de reductiedoelstelling aan te scherpen naar -40 procent in 2025 (in vergelijking met 2015). Vanaf het boekjaar 2020 zullen ook bedrijfsobligaties, vastgoed en private equity worden meegenomen in de berekening van de CO2-voetafdruk (samen goed voor meer dan de helft van het beheerde vermogen). Het doel is om klanten in staat te stellen uiterlijk in 2022 klimaatdoelen te stellen in lijn met ‘Parijs’.  

 

Het commitment van de Nederlandse financiële sector aan het Klimaatakkoord gaat verder dan alleen het verkleinen van de CO2-voetafdruk van de beleggingsportefeuille. Slabbekoorn: “Als grote beleggers hebben we meer mogelijkheden om bij te dragen aan het verlagen van de uitstoot in de reële economie. Dat kan door engagement – ook samen met andere investeerders – om bedrijven waarin we beleggen aan te moedigen om hun CO2-uitstoot te verminderen. Ook kunnen we investeringen in klimaatoplossingen, zoals hernieuwbare energie en CO2-besparende technologie.”

Volgende publicatie:
ABP en APG roepen overheid op tot meer investeringsmogelijkheden in Nederland

ABP en APG roepen overheid op tot meer investeringsmogelijkheden in Nederland

Gepubliceerd op: 30 oktober 2020

Volgens pensioenbestuurders Corien Wortmann en Gerard van Olphen ontbreekt het de overheid aan ‘helder plan’

 

Meer investeren in Nederland. Dat is wat pensioenfonds ABP en uitvoerder APG graag willen. Maar dat kan alleen als de overheid dat ook mogelijk maakt. Op dit moment zijn er te weinig mogelijkheden om als institutionele belegger in grote publieke werken te investeren. Dat moet anders, bepleiten bestuursvoorzitters Corien Wortmann (ABP) en Gerard van Olphen (APG) in een gezamenlijk interview in de Telegraaf. Wortmann: “Als wij maar 1% van het ABP-vermogen extra in Nederland zouden gaan beleggen, dan hebben we het over 4,5 miljard.”

 

Om economisch herstel na de coronacrisis te versnellen, zijn investeringen in Nederland hard nodig. Dat is ook de reden dat de overheid het Nationaal Groeifonds in het leven riep. In dat fonds zit €20 miljard voor projecten op het gebied van infrastructuur, onderzoek en ontwikkeling en onderwijs.

 

In beginsel een mooi initiatief, maar niemand anders dan de overheid ‘mag’ meedoen. Geen plek dus voor private investeringen. Een gemiste kans, stelt Van Olphen in de Telegraaf: “Het Groeifonds is volledig gericht op de €20 miljard aan publieke investeringen. Maar eigenlijk moet je toch willen dat die 20 miljard als een vliegwiel, als katalysator werkt voor private investeringen?”

 

Geen helder plan

Het ontbreekt de Nederlandse overheid volgens Van Olphen en Wortmann aan een helder plan om publiek geld en private investeringen samen in te zetten. Bijvoorbeeld voor de ontwikkeling en het onderhoud van infrastructuur en scholen. Maar deze zogeheten publiek-private samenwerkingen zijn wél nodig om als pensioenfonds meer in ons land te kunnen investeren. Volgens Wortmann is dat ook een wens van deelnemers van ABP: “Onze deelnemers vinden het belangrijk dat de pensioeneuro’s in Nederland bijdragen aan economische groei, aan werkgelegenheid, aan betere huisvesting.” Die pensioeneuro’s zitten nu veelal in buitenlandse projecten. Van Olphen noemt in het interview een paar voorbeelden: “Trams en metrolijnen in Barcelona en Madrid, tolwegen in Italië en Frankrijk, de rondweg van Melbourne, de luchthaven van Brussel, zonneparken in Californië en China.”

 

Maar het kán ook in Nederland. Wortmann: “Er zijn wel een paar goede voorbeelden van publiek-private samenwerkingen. De renovatie van het ministerie van Financiën was er een van. En nu het onderhoud van de Afsluitdijk.”

 

België

België doet het volgens van Olphen stukken beter: “De Vlaamse overheid richtte een fonds op en zette dat op afstand van de overheid. De overheid stopte er zelf €90 miljoen in. Dat werd aangevuld met €500 tot 600 miljoen bancaire financiering. En vervolgens was er nog €1,5 miljard nodig voor dertig jaar aan onderhoud. Dat was privaat geld dat de overheid losmaakte door zelf €90 miljoen te investeren.”

 

Topbeleggers

Dus wat nu? Volgens Van Olphen en Wortmann is er wel degelijk een oplossing. Meer mogelijkheden om in Nederlandse publieke werken te investeren, waardoor er dus ook pensioenvermogen in kan worden gestoken. Dat biedt bovendien de mogelijkheid om gebruik te maken van de kennis en ervaring op beleggingsgebied. Topbeleggers van APG kunnen dan in een vroeg stadium meedenken bij investeringsmogelijkheden. Het belang van de deelnemer blijft in dit streven natuurlijk voorop staan, benadrukt Wortmann: “Het gaat wel om het pensioengeld van onze deelnemers. Dus we zullen daar op een verantwoorde manier mee om moeten gaan. Dat betekent dat projecten ook rendement moeten opleveren.”

 

Lees het hele interview hier.

Volgende publicatie:
ABP voor derde jaar op rij duurzaamste pensioenfonds van Nederland

ABP voor derde jaar op rij duurzaamste pensioenfonds van Nederland

Gepubliceerd op: 27 oktober 2020

APG’s grootste fondsklant ABP voert net als in 2019 en 2018 de ranglijst van duurzame Nederlandse pensioenfondsen aan. Dat maakte de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO) vandaag bekend bij de presentatie van de VBDO Benchmark Duurzaam Beleggen.

 

ABP scoorde 4,3 van de 5 punten. Ook de andere vermogensbeheerklanten van APG behaalden mooie resultaten. BpfBOUW consolideerde zijn tweede plaats met een score van 4.0. SPW ging van een vijfde naar een zesde plaats (3,2 punten).

Jaarlijks onderzoekt de VBDO de prestaties van het verantwoord beleggingsbeleid van Nederlandse pensioenfondsen. De benchmark beoordeelt de 50 grootste pensioenfondsen van Nederland, samen goed voor 92 procent van het beheerd vermogen met een totale waarde van meer dan €1.435 miljard euro.

 

Blijven uitdagen

VBDO gaf aan dit jaar de lat wederom hoger te hebben gelegd. Zo was er dit jaar aandacht voor de manier waarop pensioenfondsen met overheden in gesprek gaan over duurzaamheid en hoe ze rapporteren over de positieve en negatieve impact van beleggingen.

 

Geïnteresseerd? Download het volledige verslag van VBDO hier.

Volgende publicatie:
APG belegt € 170 miljoen in obligaties voor bescherming Europese banen

APG belegt € 170 miljoen in obligaties voor bescherming van Europese banen

Gepubliceerd op: 20 oktober 2020

APG belegt 170 miljoen in sociale obligaties die lidstaten van de Europese Unie (EU) helpen bij het voorkomen van ontslagen in sectoren die worden getroffen door de Covid-19 pandemie. De belegging – namens onze pensioenfondsklanten – is een nieuw instrument voor tijdelijke financiële steun aan de lidstaten.

 

Het instrument heeft de naam SURE, wat staat voor ‘Support to Mitigate Employment Risks in an Emergency’. Het is bedoeld om de banen van Europeanen te beschermen tegen de gevolgen van de Covid-19-pandemie. Het gaat om leningen – die door de EU tegen gunstige voorwaarden worden verstrekt aan de lidstaten – voor in totaal maximaal € 100 miljard. Lidstaten mogen de leningen gebruiken voor het bekostigen van de invoering of uitbreiding van nationale regelingen voor werktijdverkorting. Ook vergelijkbare regelingen voor zelfstandigen mogen op deze manier worden gefinancierd. 

 

Toewijding

“Deze belegging laat zien dat APG belang hecht aan het duurzame herstel van Europa en aan de ondersteuning van getroffen werknemers en hun gezinnen”, zegt Sandor Steverink, Head of Treasuries bij APG Asset Management. “Tegelijkertijd is het vanuit rendements- en risico-perspectief een goede belegging voor de deelnemers van onze pensioenfondsklanten.” 

Door werktijdverkorting kunnen bedrijven die economische tegenwind ondervinden hun werknemers tijdelijk minder uren laten werken. Werknemers krijgen dan voor de niet-gewerkte uren inkomenssteun van de overheid. Door onnodige ontslagen te vermijden, voorkomt werktijdverkorting dat een tijdelijke crisis ernstige en langdurige gevolgen heeft voor de economie en de arbeidsmarkt. Op die manier blijven de inkomens van huishoudens op peil en blijft de productiecapaciteit in stand.

Duurzaam herstel

SURE is tijdelijk van aard; de duur en omvang ervan zijn beperkt tot het aanpakken van de gevolgen van de Covid-19 pandemie. Volgend jaar begint de EU met de financiering van het herstelfonds (€ 750 miljard) voor het verzachten van de economische gevolgen van de Corona-uitbraak en de structurele verduurzaming van de Europese economie.

De uitgifte van honderden miljarden euro’s aan groene en sociale obligaties door de EU zal een grote impuls geven aan de verdere ontwikkeling van deze markt. “APG is nu al een van de grootste duurzame beleggers in de wereld en de EU zal de komende jaren een van de grootste uitgevers van groene en sociale obligaties worden”, zegt Oscar Jansen, Credit Specialist bij APG Asset Management. “We moedigen de inspanningen van de EU aan en willen duurzaam beleggen verder stimuleren.”

 

APG organiseerde onlangs een webinar over duurzaam herstel van de Europese economie, met onder meer een update over de plannen van de EU door Gert Jan Koopman, Directeur-Generaal Begroting van de Europese Commissie. Met het oog op de verdere ontwikkeling van de markt heeft APG de Guidelines for Green, Social and Sustainable Bonds gepubliceerd. Daarin geven we aan wat we verwachten van bedrijven, instanties en overheden die zulke obligaties uitgeven.

Volgende publicatie:
“Samenwerking met Zuid-Koreaans pensioenfonds biedt toegang tot grote, rendabele beleggingen”

“Samenwerking met Zuid-Koreaans pensioenfonds biedt toegang tot grote, rendabele beleggingen”

Gepubliceerd op: 20 oktober 2020

APG gaat op het gebied van vermogensbeheer zijn krachten bundelen met NPS (National Pension Service of South Korea). Beide partijen zullen vooral samen optrekken bij beleggingen in grote internationale projecten op het gebied van infrastructuur en commercieel vastgoed. De samenwerking met de Zuid-Koreaanse sectorgenoot levert APG meerdere schaalvoordelen op die leiden tot het uiteindelijke doel: maximale pensioenwaarde leveren voor pensioenfondsklanten en de deelnemer.

 

NPS is de brede aanbieder van sociale uitkeringen in Zuid-Korea. De regeling staat open voor alle Zuid-Koreaanse werknemers, werkgevers en zelfstandigen. Op dit moment dragen 22 miljoen werkenden bij aan het fonds. Het biedt ook diensten op het gebied van financiële planning en onderhoudt nauwe banden met de overheid. NPS beheert momenteel USD 600 miljard aan activa en dit groeit naar verwachting tot 2024 naar USD 1 biljoen.

De Zuid-Koreaanse vermogensbeheerder is voor APG geen onbekende. Dit jaar trokken de vermogensbeheerders samen op bij twee grote beleggingen. In april verwierven zij een aandeel in de toonaangevende tolwegexploitant Brisa en recent volgde een belegging in Scape Australia, marktleider in studentenhuisvesting in Australie.

 

Aantrekkelijk

“Samenwerken met gelijkgestemde sectorgenoten als NPS levert APG aantrekkelijke beleggingsrendementen op voor onze pensioenfondsklanten en deelnemers,” aldus Ronald Wuijster, rvb-lid en verantwoordelijk voor vermogensbeheer. “Door samen te werken krijgen beide partijen toegang tot nieuwe en aantrekkelijke beleggingsmogelijkheden. Beleggingen die door APG zelfstandig moeilijker te realiseren zijn en tegen hogere kosten.”

Met dit partnerschap verrijkt APG zijn beleggingsportefeuille, maar het geeft APG en NPS ook meer invloed en stemrecht in de bedrijfsvoering. Ronald: “Zo kunnen we bijvoorbeeld onze ambities op het gebied van duurzaamheid nog krachtiger naar voren brengen.”

 

Kennisuitwisseling

Daarnaast is kennisuitwisseling een belangrijk doel van de samenwerking. Ronald: “Zowel APG als NPS beschikken over een uitstekende track record als het gaat om beleggen in real assets. We kunnen veel van elkaar leren. We gaan de komende periode gebruik maken van elkaars expertise. Dan moet je bijvoorbeeld denken aan de tijdelijke uitwisseling van beleggingsexperts.”

 

De alliantie met NPS past volgens Ronald in een trend waarin grote beleggers elkaar steeds meer opzoeken om zo hun slagkracht te vergroten. “Wij verwachten bij APG in de toekomst meer van dergelijke partnerschappen aan te gaan.”

Volgende publicatie:
APG, NPS en Swiss Life ronden overname Portugees tolwegplatform af

APG, NPS en Swiss Life ronden overname Portugees tolwegplatform af

Gepubliceerd op: 14 oktober 2020

APG, de ‘National Pension Service’ van de Republiek Korea en Swiss Life Asset Managers hebben de verwerving van een meerderheidsbelang in Brisa – Auto-Estradas de Portugal afgerond. Dat gebeurde na goedkeuring door de Europese mededingingsautoriteit. Brisa is een vooraanstaand Europees tolwegplatform met een netwerk van meer dan 1.500 kilometer, waaronder de centrale as van het Portugese wegennet.

 

Meer weten? Lees het persbericht hier.

Volgende publicatie:
APG belegt namens ABP in start-ups en ‘slimme warmtenetten’ voor energietransitie

APG belegt namens ABP in start-ups en ‘slimme warmtenetten’ voor energietransitie

Gepubliceerd op: 13 oktober 2020

APG heeft voor pensioenfonds ABP de eerste beleggingen gedaan voor het energietransitiefonds ANET. Vandaag kondigde ABP aan 45 miljoen euro te investeren in de ontwikkeling van ‘slimme warmtenetten’. Deze belegging volgt kort op een investering van 7,5 miljoen euro die begin oktober werd gedaan in vijftig innovatieve Nederlandse startups. ANET werd in 2019 opgericht met het doel om de verduurzaming in Nederland te stimuleren.

 

Een slim warmtenet combineert verschillende duurzame warmtebronnen voor het verwarmen van woningen, fabrieken en kantoren en draagt op die manier bij aan minder CO2-uitstoot. ABP belegt via de gespecialiseerde investeerder Asper Investment Management in het fonds ‘Dorothea’. Dat fonds richt zich op exploitatie en ontwikkeling van slimme warmtenetten, waardoor complete woonwijken van het aardgas af kunnen.

 

Rockstart

ABP reserveert in eerste instantie 250 miljoen euro voor kleinschalige initiatieven op het gebied van duurzame energie. Ook bij de belegging in de 50 Nederlandse start-ups werkt APG samen met een gespecialiseerde partij. In dit geval Rockstart, een  fondsmanager die veelbelovende jonge bedrijven intensief begeleidt en ondersteunt met financiering, kennis en toegang tot relevante netwerken. Jeroen Schreur is namens APG Asset Management , samen met zijn team, verantwoordelijk voor ANET: “Rockstart biedt ons capaciteit en toegang tot innovatieve start-ups, die een bijdrage leveren aan de Nederlandse Energietransitie waar we zelf niet aan toe komen.”

 

Selectieproces

De portefeuille van het zogeheten Rockstart Energy Fund wordt stapsgewijs opgebouwd door per jaar tien start-ups aan de portefeuille toe te voegen door middel van een zorgvuldig selectieproces. Rutger van Wersch, portefeuillemanager ANET: “De eerste selectie door Rockstart vindt deze maand plaats. Op dit moment is dus nog niet precies te zeggen welke start-ups in de portefeuille terechtkomen. We weten wel  dat deze start-ups een bijdrage leveren aan de digitalisering van de energietransitie door data toepassingen en digitale technologieën. Van energiezuinige huizen (smart homes)  en met kunstmatige intelligentie-aangedreven slimme meters tot software voor netbeheerders die ze helpt in de aansturing van het energienetwerk van de toekomst.”


Risico’s

Start-ups zijn relatief risicovolle beleggingen, erkent Schreur. De verwachte rendementen wegen echter voldoende op tegen de risico’s. “Een aantal start-ups zal naar verwachting doorgroeien tot een ‘normaal’ bedrijf met een redelijk stabiele jaarlijkse omzet en winst. Een deel zal het inderdaad niet overleven. In onze modellering van het verwachte rendement zijn we uitgegaan van behoudende ervaringscijfers met betrekking tot hun slagingskans. We kwamen tot de conclusie dat we voldoende gecompenseerd worden voor het risico dat we lopen.”

 

Durfkapitaal

Het Rockstart Energy Fund is ook een van de zes fondsen die aanspraak kunnen maken op de Seed Capital-regeling van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK). Met deze regeling vullen private investeerders en de overheid samen fondsen voor start-ups, waarbij de overheid maximaal 50 procent bijdraagt. Van de 67,5 miljoen euro nieuw durfkapitaal is 32 miljoen afkomstig vanuit het ministerie van EZK. Vijf miljoen hiervan is toegekend aan het Rockstart Energy Fund.

Volgende publicatie:
Ongekend EU-steunprogramma met groene en sociale obligaties

Ongekend EU-steunprogramma met groene en sociale obligaties

Gepubliceerd op: 8 oktober 2020

Belangrijke rol voor beleggers als APG

 

De Europese Unie (EU) gaat op grote schaal groene en sociale obligaties uitgeven om de Europese economie uit het coronadal te trekken. Tegelijkertijd grijpt de EU de gelegenheid aan om de economie structureel te verduurzamen. Langetermijnbeleggers als APG kunnen daarbij een belangrijke rol spelen door te beleggen in deze obligaties. Die moeten dan wel aan duidelijke maatstaven voldoen, stelden experts tijdens een door APG georganiseerd webinar.

 

De EU gaat de komende jaren in totaal 750 miljard euro lenen voor het herstel en de vergroening van de Europese economie. Een groot deel hiervan – zo’n 350 miljard euro – wordt opgehaald met de uitgifte van groene en sociale obligaties, vertelt Gert Jan Koopman, Directeur-Generaal Budget van de Europese Commissie, aan een publiek van Europese beleggers, ambtenaren, toezichthouders en centrale banken.

 

Het herstelprogramma begint in oktober met de uitgifte van maximaal 100 miljard euro aan sociale obligaties. Volgend jaar gaat de EU door met de financiering van het Europese herstelfonds, waarvan een gedeelte via groene obligaties wordt uitgegegeven. De opbrengst hiervan wordt gebruikt om de economische gevolgen van de corona-uitbraak te verzachten, bijvoorbeeld door bedrijven in de EU te financieren en werknemers te ondersteunen die hun baan hebben verloren

 

Beleggers voorzichtig enthousiast

Europese beleggingsdeskundigen van onder andere ING, het Franse AXA Group, het Deense pensioenfonds ATP, ABP en APG tonen zich voorzichtig enthousiast. De uitgifte van honderden miljarden aan groene en sociale obligaties geeft een belangrijke impuls aan de verdere ontwikkeling van deze markt. “Europese groene en sociale obligaties zijn belangrijk voor ons en onze klanten, omdat ze prima passen in het duurzaam en verantwoord beleggingsbeleid,” stelt Sandor Steverink, Head of Treasuries bij APG. “Met onze beleggingen in dit soort obligaties willen we bijdragen aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelen.”

 

Geraldine Leegwater, bestuurslid van ABP, deelt die conclusie, maar stelt ook dat groen niet betekent dat rendement minder belangrijk wordt. “Door de grote vraag naar groene obligaties gaat de prijs ook omhoog. Die premie moet wel worden terugverdiend,” aldus de ABP-bestuurder. “We toetsen groene en sociale obligaties niet alleen op duurzaamheid, maar ook op risico, rendement en kosten.” Eind 2019 had ABP 7,6 miljard euro belegd in groene, sociale en duurzame obligaties.

 

Standaard ontwikkelen

En dan is er de vraag wanneer een obligatie het predicaat ‘groen’ of ‘sociaal’ verdient. Een eenduidig antwoord op die vraag is er nog niet, constateren de deskundigen. Institutionele asset owners, zoals pensioenfondsen, moeten volgens Pascal Christory, Chief Investment Officer van AXA Group, een meer centrale rol gaan spelen in de ontwikkeling van een standaard voor de groene en sociale obligaties waarin ze beleggen. “Zo zorgen we ervoor dat deze beleggingen in lijn blijven met onze doelstellingen op het gebied van duurzaamheid en risicorendement.”

 

APG heeft zelf al richtlijnen voor groene en sociale obligaties ontwikkeld, zegt Steverink. "Hierin maken we duidelijk wat onze verwachtingen zijn voor bedrijven, overheden en instellingen die overwegen om groene en sociale obligaties uit te geven."

Volgende publicatie:
Belegging in duurzame obligatie versterkt positie zwarte en latino minderheden in VS

Belegging in duurzame obligatie versterkt positie zwarte en latino minderheden in VS

Gepubliceerd op: 6 oktober 2020

APG heeft $ 50 miljoen (42,5 miljoen) belegd in een duurzame obligatie die de sociale en inkomensongelijkheid onder zwarte en latino minderheden in de Verenigde Staten aanpakt. De opbrengst van de obligatie – uitgegeven door Bank of America – wordt vooral gebruikt voor het financieren van betaalbare huisvesting en projecten op het gebied van sociaaleconomische ontwikkeling.

De uitgesproken focus op de sociale en economische achterstanden van minderheden maakt deze ‘Equality Progress Sustainability Bond’ uniek, zegt Joshua Linder, specialist bedrijfsobligaties bij APG Asset Management. “De zwarte en latino gemeenschappen in Amerika zijn heel hard getroffen door de Covid-19 crisis. Daardoor is de ongelijkheid nog groter geworden. De uitgaven die met deze obligatie worden gefinancierd kunnen een grote impact hebben, omdat daarmee specifieke en duidelijk vastgestelde achterstanden worden aangepakt.”

Verschillen verkleinen

Een van die achterstanden  is in het eigenwoningenbezit, dat als belangrijk wordt gezien voor sociale stabiliteit en het opbouwen van vermogen. Onderzoek wijst uit dat slechts 47% van de zwarte huishoudens en 51% van de latino huishoudens eigenaar is van hun huis, vergeleken met 76% van de witte huishoudens. Huizenkopers in deze gemeenschappen krijgen vaak ook slechtere hypotheekvoorwaarden. De opbrengst van de obligatie wordt onder meer gebruikt om meer hypotheken te verstrekken voor een- of meergezinswoningen.

De opbrengst van $ 2 miljard (€ 1,7 miljard) wordt daarnaast gebruikt voor leningen en investeringen in betaalbare woningen, financiering voor medische professionals om een praktijk te beginnen of uit te breiden in gebieden met een omvangrijke zwarte en/of latino gemeenschap, en investeringen in bedrijven met zwarte of latino eigenaren of management. De opbrengst van de duurzame obligatie gaat naar een mix van sociale en groene projecten, onder andere op het gebied van hernieuwbare energie en schoon vervoer.

Toonaangevende belegger in groene obligaties

"Dit is een goede beleggingsmogelijkheid omdat we Bank of America vanuit financieel perspectief aantrekkelijk vinden en we al lang met ze in gesprek zijn over de uitgifte van groene, sociale en duurzame obligaties", zegt Joshua. De duurzame obligatie heeft het sinds de uitgifte beter gedaan dan vergelijkbare ‘gewone’ obligaties van Bank of America en vergelijkbare groene obligaties van andere uitgevers.

Duurzame obligaties (‘sustainable bonds’) worden uitgegeven door bedrijven en (semi-) overheidsinstellingen voor de financiering van een mix van groene en sociale projecten. APG is wereldwijd een van de grootste beleggers in groene, sociale en duurzame (gemengde) obligaties; eind 2019 hadden we namens onze pensioenfondsklanten ABP, bpfBOUW, SPW en PPF APG ruim € 9 miljard in zulke obligaties belegd. Om de markt verder te ontwikkelen, heeft APG de Guidelines for Green, Social and Sustainable Bonds gepubliceerd. Die maken bedrijven, instellingen en overheden die zulke obligaties uitgeven duidelijk wat we van ze verwachten.

Volgende publicatie:
Beleggers dragen samen bij aan Duurzame Ontwikkelingsdoelen

Beleggers dragen samen bij aan Duurzame Ontwikkelings- doelen

Gepubliceerd op: 14 september 2020

Het Sustainable Development Investments Asset Owner Platform helpt beleggers bij hun keuzes voor investeringen die bijdragen aan de Duurzame Ontwikkelingdoelen. Hiervoor zijn 17 doelstellingen vastgesteld, waaronder klimaatactie, goede gezondheid en welzijn, en betaalbare schone energie.

Het SDI AOP is een broodnodig stukje in de puzzel om een bijdrage aan deze doelen te kunnen realiseren, was de conclusie van deskundigen uit verschillende continenten bij de online lancering van het platform op 10 september.

 

"Het SDI Asset Owner Platform (SDI AOP) is niet zomaar weer een duurzaam beleggersinitiatief," zegt Claudia Kruse, hoofd van het Global Responsible Investment & Governance-team van APG. "Het is opgezet door asset owners [zoals pensioenfondsen, red.} en richt zich specifiek op de Duurzame Ontwikkelingsdoelen. Het laat zien hoe de producten of diensten van bedrijven aan deze doelen bijdragen. Doordat de ongestructureerde data wordt verwerkt met behulp van kunstmatige intelligentie en natural language processing, kunnen duizenden wereldwijde kapitaalmarktbeleggingen worden geanalyseerd. De data zijn objectief en gebaseerd op gecontroleerde financiële cijfers. Ook de classificaties zijn op vaste regels gebaseerd en dus controleerbaar."

 

Belangrijk voor langetermijnbeleggers

 

De Duurzame Ontwikkelingsdoelen zijn belangrijk voor ons als langetermijnbelegger, zegt Andrew Gray, Directeur ESG & Stewardship bij AustralianSuper en een van de oprichters van het platform, samen met APG, PGGM en BCI. "Wij geloven dat bedrijven die bijdragen aan de doelstellingen er goed voor zullen staan in een toekomstige economie die in lijn is met de doelen, en dus aantrekkelijke beleggingskansen bieden."

Het gebrek aan kwaliteitsgegevens om bijdragen aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelen te identificeren is lange tijd een belemmering geweest voor beleggers. "De informatie die het SDI AOP levert stelt ons in staat om beleggingskansen te ontdekken en vast te stellen in hoeverre onze portefeuille bijdraagt aan de doelen," zegt Gray. "Het maakt onze gesprekkend met bedrijven ook veel concreter doordat we het over objectieve, vergelijkbare data kunnen hebben. In de toekomst kan het ons ook helpen onze producten voor leden te verbeteren, bijvoorbeeld door een duurzame beleggingsoptie aan te bieden op basis van positieve bijdragen van bedrijven aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelen in plaats van – zoals tot nut toe het geval was – op basis van uitsluiting."

Het platform is een prachtig voorbeeld van hoe we samen meer kunnen bereiken dan ieder voor zich

Gebruiksvriendelijk en kostenefficiënt

 

De Duurzame Ontwikkelingsdoelen zijn niet langer een niche, maar zijn inmiddels een prioriteit voor veel financiële dienstverleners. Asset owners hebben moeite om de doelen te integreren in hun standaardbeleggingsprocessen, zegt Ian Webster, Senior Managing Director bij distributiepartner Qontigo. "Het SDI AOP biedt een gebruiksvriendelijke en kostenefficiënte manier om de data op te nemen in bestaande tools voor beleggingssbeslissingen en rapportage. Hiermee biedt het platform een zeer breed scala aan toepassingen en mogelijkheden voor verdere ontwikkeling."

 

Ondernemingsplan van de wereld

 

De lancering van het SDI AOP komt op het juiste moment, zegt Fiona Reynolds, CEO van de Principles for Responsible Investment (PRI). "De Duurzame Ontwikkelingsdoelen zijn het ondernemingsplan van de wereld voor een groenere, inclusievere en duurzamere toekomst. En het SDI AOP is een broodnodig stukje in de puzzel voor beleggers die een bijdrage aan de doelen willen leveren. Het helpt om de Duurzame Ontwikkelingsdoelen te vertalen naar beleggingsdoelstellingen en zorgt ervoor dat beleggers en bedrijven een gestandaardiseerde manier van rapporteren hebben. Het platform is een prachtig voorbeeld van hoe we samen meer kunnen bereiken dan ieder voor zich."

Meer weten over het SDI Asset Owner Platform? Neem contact op met sdi@qontigo.com

Volgende publicatie:
APG investeert in unieke hotellocatie in hartje Londen

APG investeert in unieke hotellocatie in hartje Londen

Gepubliceerd op: 10 september 2020

Op slechts twee minuten lopen van het bekende Londense theater- en uitgaansgebied Covent Garden bevindt zich het Wellington Block. APG investeert samen met London Central Portfolio (LCP) in de herontwikkeling van deze bijzondere locatie. Aankoopprijs? 84,4 miljoen euro.
“Dit soort hotellocaties zijn zeldzaam in Londen,” zegt Robert-Jan Foortse, hoofd European Property Investments bij APG.

 

The Portfolio Club (“TPC”), een joint venture tussen APG en LCP, kocht de aantrekkelijke hotellocatie in hartje Londen van de Britse vastgoedonderneming Capco. In totaal koopt TPC zes aan elkaar geschakelde gebouwen die samen het Wellington Block vormen.

Recentelijk werd goedkeuring verkregen voor de verbouwing, waardoor het Wellington Block kan worden herontwikkeld en uitgebreid tot een hotel met minimaal 146 kamers en een winkel- en restaurantgedeelte. Naar verwachting kunnen de eerste gasten medio 2023 worden verwelkomd.

Unieke locatie

 

Naast de unieke locatie zal het hotel zich volgens Foortse ook op andere vlakken gaan onderscheiden van andere hotels. “Met dit hotelconcept richten we ons op deze locatie op een breed publiek: van toerist tot zakelijk en van dagverblijf tot meerdere weken of zelfs maanden. Kamers hebben naast de gebruikelijke faciliteiten ook een eigen kookgedeelte.”

Door te focussen op meerdere doelgroepen is het hotel minder gevoelig voor grote schommelingen in bijvoorbeeld het aantal toeristen of zakelijke reizigers. Foortse: “Juist in deze onzekere tijd bewijzen dit soort formules hun relatieve kracht.” 

 

Sterke formule


Ook Naomi Heaton, Chief Executive van TPC gelooft in de formule. Met de combinatie van mooie architectuur en een toplocatie zal volgens haar een brede doelgroep worden aangesproken: van nationaal tot internationaal.

Met het Wellington Block beschikt TPC over een tweede hotellocatie op een gewilde plek in het centrum van Londen. Eind 2019 kocht de joint venture van APG en LCP Harrington Hall in South Kensington. De 237 kamers van Harrington Hall worden op dit moment verbouwd naar hetzelfde concept als Wellington Block. De verwachte oplevering van Harrington Hall is eind 2021. Foortse: “We hopen onze portefeuille in Londen de komende periode nog verder uit te breiden.”

Volgende publicatie:
APG belegt in duurzame accu’s voor elektrische auto’s

APG belegt in duurzame accu’s voor elektrische auto’s

Gepubliceerd op: 3 september 2020

Ruim € 2,5 miljard – zoveel heeft het Zweedse Northvolt inmiddels opgehaald voor onderzoek en ontwikkeling en de bouw van twee gigafabrieken voor duurzame lithium-ion accu’s voor elektrische auto’s. Daarvan is $ 1,6 miljard (€ 1,35 miljard) recentelijk verkregen via een groep internationale financiële instellingen. Ook APG nam – namens opdrachtgever ABP – deel aan die kapitaalronde. Peter Carlsson, CEO van Northvolt: “Het momentum voor elektrische auto’s is sterker dan ooit.”

 

Northvolt is in 2016 opgericht door twee voormalige Tesla-managers, om bij te dragen aan de transitie naar schone energie in Europa. Met de € 1,35 miljard die Northvolt onlangs ophaalde – het betreft leningen – wil de onderneming twee gigafabrieken voor duurzame lithium-ion accu’s bouwen: één in Zweden (‘Northvolt Ett’) en één in Duitsland (‘Northvolt Zwei’).

 

BMW

Lithium-ion accu’s worden gebruikt in elektrische auto’s en spelen een belangrijke rol in de overgang van fossiele naar duurzame energie. Northvolt is de grootste fabrikant van dit soort batterijen in Europa. Voor de accu’s die Northvolt Ett zal maken, heeft Northvolt al een deal met BMW. De Duitse autofabrikant zal vanaf 2024 voor maar liefst € 2 miljard aan accu’s afnemen. Hiermee wordt Northvolt de op twee na belangrijkste leverancier van BMW, na het Zuid-Koreaanse Samsung SDI en het Chinese CATL.

Het momentum voor elektrische auto’s is sterker dan ooit, zegt Peter Carlsson, medeoprichter en CEO van Northvolt. “Onze klanten hebben grote hoeveelheden accu’s van een hoge kwaliteit en met een lage CO2-voetafdruk nodig. Europa moet hiervoor ook zijn eigen productiefaciliteiten bouwen.”


Politieke druk

Carlsson doelt op de toenemende politieke druk waaronder Duitse autofabrikanten staan om hun accutoevoer veilig te stellen door ook leveranciers uit de Europese Unie aan te trekken. In dit kader heeft de Europese Investeringsbank (EIB) al een lening van 350 miljoen euro verstrekt aan Northvolt Ett. Eerder steunde de EIB Northvolt Labs al, dat eind 2019 de eerste accucellen produceerde waarmee de basis werd gelegd voor de gigafabriek.

 

Start in 2021

Northvolt Ett wordt gebouwd in het Noord-Zweedse Skellefteå, en zal volledig op hernieuwbare energie draaien. De fabriek start in 2021 met de productie en levert naar verwachting 40 gigawattuur (GWh) aan energie per jaar op. Hiervan kunnen ruim 15.000 elektrische auto’s een jaar lang rijden. Northvolt Zwei in Duitsland wordt samen met autofabrikant Volkswagen gebouwd. Deze fabriek, die naar verwachting 20 GWh per jaar oplevert, begint in 2024 met de productie.

 

De belegging in Northvolt past in twee langetermijntrends waarop ABP met haar duurzaam en verantwoord beleggingsbeleid wil inspelen: de transitie naar duurzame energie, en verantwoord gebruik van grondstoffen door onder andere recycling.

Volgende publicatie:
APG belegt voor 25 miljoen in eerste groene Zweedse staatsobligatie

Belegging in groene staatsobligatie draagt bij aan Zweedse klimaatambities

Gepubliceerd op: 2 september 2020

APG maakt vandaag bekend dat het namens haar pensioenfondsklanten 25 miljoen belegt in de eerste groene Zweedse staatsobligatie. Met de opbrengst financiert Zweden maatregelen die bijdragen aan de ambitie voor een klimaatneutrale economie in 2045.

 

Groene obligaties worden uitgegeven door bedrijven en (semi-)overheidsinstellingen voor de financiering van duurzaamheidsprojecten. De Zweedse obligatie krijgt de kwalificatie ‘donkergroen’ van het onafhankelijke beoordelingsbureau Cicero. Dit betekent dat de obligatie voldoet aan de hoogste standaarden als het gaat om het gebruik van de opbrengst en het afleggen van verantwoording over de impact. Het rendement op deze obligatie is vergelijkbaar met een gewone (‘grijze’) Zweedse staatsobligatie.   

 

Groen vervoer

APG kreeg bij de uitgifte SEK 255 miljoen (circa € 25 miljoen) toegewezen. In totaal haalt Zweden met de groene staatsobligatie ruim € 1,9 miljard op. Het geld wordt onder andere gebruikt voor vergroening van vervoer en transport. Binnenlands vervoer draagt voor een derde bij aan de totale CO2-uitstoot van Zweden. De opbrengst van de obligatie kan bijvoorbeeld worden gebruikt voor investeringen in het openbaar vervoer, elektrificatie van het wagenpark en digitale oplossingen voor het verminderen van het aantal vervoersbewegingen.   

 

Bijdragen aan duurzame ambities

Met deze belegging dragen we bij aan het realiseren van de ambities van onze pensioenfondsklanten voor duurzaam en verantwoord beleggen. ABP, onze grootste klant, wil in 2025 minstens 20% van het pensioenvermogen beleggen in bedrijven en projecten die bijdragen aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelen; bpfBOUW heeft de doelstelling hierin eind dit jaar € 12 miljard te beleggen. De ‘Sustainable Development Goals’ zijn in 2015 vastgesteld door de Verenigde Naties en richten zich onder andere op duurzame steden, betaalbare en schone energie en klimaatactie.

 

Grote belegger in groene obligaties

APG is wereldwijd een van de grootste beleggers in groene obligaties. Eerder belegden we in groene staatsobligaties van onder andere Nederland, Frankrijk en Ierland. Eind 2019 hadden we € 9 miljard belegd in groene, sociale en duurzame obligaties namens onze pensioenfondsklanten ABP, bpfBOUW, SPW en PPF APG. Met het oog op de verdere ontwikkeling van de markt heeft APG de Guidelines voor Green, Social and Sustainable Bonds gepubliceerd. Daarin geven we aan wat we van bedrijven, instanties en overheden verwachten die overwegen om groene obligaties uit te geven.

 

 

Volgende publicatie:
APG en Asper breiden Nordic Wind-platform uit met 60 MW

APG en Asper breiden Nordic Wind-platform uit met 60 MW

Gepubliceerd op: 31 augustus 2020

APG en Asper zijn begonnen met de bouw van een nieuw onshore windproject voor hun Zweedse windplatform. Het 60 MW Raftsjöhöjden windpark is eigendom van en wordt gefinancierd door APG voor de Nederlandse pensioenfondsen ABP en PPF. Het is het vijfde project in het Asper-platform dat wordt ondersteund door APG. De Zweedse portefeuille omvat nu 494 MW, met een verwachte jaarlijkse productie van 1,6 TWh. Genoeg elektriciteit om 320.000 Zweedse huishoudens van stroom te voorzien.

 

Het windpark bevindt zich buiten Östersund in Midden-Zweden. Het project is ontwikkeld door Vasa Vind - een bedrijf beheerd door Asper - dat ook de bouw en lokale activiteiten van het windpark zal beheren. Het project zal 11 GE 5,5 MW - 158 m turbines gebruiken.

GE zal ook een langdurige serviceovereenkomst voor het project leveren.

 

“We zijn verheugd met de verdere groei van ons Scandinavische platform. Samen met Vasa Vind en GE hebben we dit project ontworpen en geoptimaliseerd om het tot een goede aanvulling te maken van de bestaande APG-portefeuille ”, aldus Allister Sykes, directeur bij Asper Investment Management.

 

Dirk Hovers, Senior Portfolio Manager bij APG, voegt eraan toe: “Dit is onze vijfde investering in Nordic Wind met Asper en Vasa Vind. Nordic power is een strategisch gebied voor onze infrastructuurinvesteringen in hernieuwbare energie. We kijken ernaar uit om aan dit en aan andere succesvolle projecten te werken met onze partners Asper en Vasa Vind."

 

Volgende publicatie:
COVID-19: Eerste plaats voor APG op ranglijst verantwoorde beleggers

COVID-19: APG voert wereldwijde ranglijst verantwoorde beleggers aan

Gepubliceerd op: 26 augustus 2020

Het Responsible Asset Allocator Initiative (RAAI) heeft geanalyseerd hoe 25 toonaangevende verantwoorde beleggers omgaan met de COVID-19-crisis. Boven aan de lijst staat APG, die 100 procent scoort op alle onderzochte criteria.

 

Het Responsible Asset Allocator Initiative (RAAI) – een Amerikaans initiatief dat verantwoord beleggen en investeringen in de Duurzame Ontwikkelingsdoelen wil stimuleren bij de grootste instellingen ter wereld – heeft onderzoek gedaan naar de rol van de 25 koplopers in verantwoord beleggen. APG kreeg –net als PGGM– scores op alle criteria, waaronder het aanmoedigen van bedrijven om sociale maatregelen te nemen (zelfs als dat ten koste gaat van de winst op korte termijn), samenwerking met andere beleggers, en beleggen in Covid-19 oplossingen.

 

Snelle actie

APG speelde vanaf het begin een actieve rol in de bestrijding van de gevolgen van de Covid-19-crisis. In maart drongen APG en andere institutionele beleggers er bij bedrijven op aan om de sociale impact van de coronacrisis te beperken en de gezondheid en veiligheid van werknemers voorop te stellen. Zo vroeg APG Amazon om veiligheidsmaatregelen te nemen na berichten dat zieke Amazon-medewerkers onder druk werden gezet om te komen werken. Ook riepen de beleggers bedrijven op om zo veel mogelijk te voorkomen dat werknemers, leveranciers en klanten met financiële problemen werden geconfronteerd.

 

Beleggen in Covid-19-obligaties

APG belegde, namens pensioenfondsklanten ABP, bpfBOUW, SPW en PPF APG, in de allereerste Covid-19-obligatie – uitgegeven door de Nordic Investment Bank – en nog vele daarna. "Tot nu toe hebben we meer dan een half miljard euro geïnvesteerd in Covid-19 response bonds", zegt Oscar Jansen, Credit Portfolio Manager bij APG Asset Management. "De opbrengst van deze obligaties wordt gebruikt om zowel de gezondheidszorg als de economie te ondersteunen. Denk aan de financiering van noodmaatregelen zoals het uitbreiden van de testcapaciteit, het opleiden van medisch personeel en het aanschaffen van beschermende medische uitrustingen. Maar ook aan steunpakketten voor kleine en middelgrote ondernemingen in Europa en daarbuiten."

 

De obligaties bieden ook een aantrekkelijk rendement. "In de meeste gevallen", legt Jansen uit, "belegt APG in Covid-19-obligaties die worden uitgegeven door solide instellingen met een hoge kredietwaardigheid (AA of AAA). Het kredietrisico van AAA-obligaties is vergelijkbaar met het risico van Nederlandse staatsobligaties, terwijl de rente iets hoger is dan die op vergelijkbare obligaties."

 

Richtsnoer

Om de uitgifte van Covid-19-obligaties te stimuleren, heeft APG een richtsnoer gepubliceerd met de criteria waaraan obligaties moeten voldoen om zich te kwalificeren als sociale of duurzame obligaties. Het is gedeeld met partijen die obligaties uitgeven, om hen aan te sporen zoveel mogelijk hoogwaardige Covid-19 obligaties uit te geven. "Als een van 's werelds grootste beleggers in groene, sociale en duurzame obligaties, willen we onze verantwoordelijkheid nemen om de bestrijding van de Covid-19-crisis op een verantwoorde manier te ondersteunen", besluit Jansen.

 

Meer over de RAAI ranking:

https://www.top1000funds.com/2020/08/asset-owners-adapt-and-respond-to-covid/

Volgende publicatie:
Peter Branner over verantwoord beleggen in tijden van Corona

“Duurzaamheid en digitale transformatie worden nu belangrijker dan ooit”

Gepubliceerd op: 29 juli 2020

De coronacrisis heeft de beleggingsportefeuilles van APG in eerste instantie hard geraakt in maart, maar heeft ook veel kansen met zich meegebracht voor actieve beleggers zoals APG. Peter Branner, Chief Investment Officer van APG Asset Management, blikt terug op een bewogen eerste halfjaar van 2020.

 

Een achtbaan: zo kun je de eerste periode van 2020 wel noemen voor de beleggers. In 2019 werd een mooi rendement van 17,3 procent geboekt. Na die piek gingen de financiële markten dit voorjaar hard omlaag, om zich in het tweede kwartaal buitengewoon goed te herstellen. Met bij- en tegensturen, vooruitkijken en in scenario’s denken, probeerde Chief Investment Officer Peter Branner de uitdagingen in het belang van pensioenfondsklanten zo goed mogelijk het hoofd te bieden.

 

De coronacrisis leidde op de aandelenbeurzen tot een dramatische koersval: paniek?

“Wel op de financiële markten, niet bij ons. Als langetermijnbelegger hebben we een keer diep ademgehaald en zijn we vervolgens rustig de uitdagingen aangegaan. Ons antwoord op de crisis was een drietrapsraket. Onze eerste prioriteit was zorgen voor voldoende geld in kas voor de pensioenen en om aan onze andere financiële verplichtingen te voldoen. Elke dag hield ik onze liquiditeitspositie, de niveaus van risicodekking, de VIX (indicator van de volatiliteit van de aandelenmarkten), de olieprijzen en de Amerikaanse dollar nauwgezet in de gaten. Deze cijfers geven een goede indicatie van de marktsituatie. En dat doe ik nog steeds. We zagen flinke bewegingen van de dollarkoers en ondernamen onmiddellijk actie waar dat nodig was. Ook de olieprijs daalde. Begin april ontstond er zelfs een negatieve olieprijs: kopers van vaten olie kregen geld toe door een dramatische terugval in het verbruik. Gelukkig hadden we deze ontwikkeling voorzien en onze termijncontracten op tijd aangepast.” 

 

Wat was deel twee van de raket?

“Als actieve belegger passen we onze portefeuilles steeds op een zinvolle manier aan, ook en juist in een crisis. Als gevolg daarvan hadden we een hogere omzet in onze vermogens- en kredietpools, waar pensioenfondsklanten toegang kregen tot actief portefeuillebeheer bij APG. Tijdens de lockdown werd al snel zichtbaar welke sectoren in de problemen zouden komen, zoals energiebedrijven en reisorganisaties. Daarom hebben we onze posities in bijvoorbeeld cruisemaatschappijen verminderd. Aan de andere kant kochten we juist aandelen in bedrijven die van de crisis profiteerden, zoals doe-het-zelfbedrijven, aanbieders van thuisentertainment, online retailers en vakantieparken. We hebben alle bedrijven in onze beleggingsportefeuilles grondig doorgelicht: worden ze slechts tijdelijk of permanent door de crisis geraakt? En hoe kwetsbaar zijn deze ondernemingen, bijvoorbeeld omdat ze ver weg inkopen? We richten ons nu vooral op bedrijven die even sterk of zelfs sterker uit de crisis zullen komen.”   

   

De crisis biedt dus ook kansen?

“Zeker. Zo hebben we bijvoorbeeld aandelen en kredietinstrumenten gekocht van bedrijven die door de crisis in waarde gedaald zijn, maar waarvan we verwachten dat ze sterk genoeg zijn om te overleven, bijvoorbeeld autofabrikanten. Sommige bedrijven werden zo goedkoop dat we weer aandelen hebben teruggekocht, zoals cruisereders. Zelfs nu deze bedrijven een moeilijke periode tegemoet zien, vonden onze portfoliomanagers de verlaagde prijzen bijzonder aantrekkelijk. In Azië hebben we vooral in IT- en internetbedrijven geïnvesteerd. We hadden ook al tijden een wereldwijde toeleverancier van restaurants op ons verlanglijstje staan. Die aandelen waren steeds te duur, maar door het inzakken van de horeca konden we ze nu ineens wél kopen. Er zijn verschillende voorbeelden te noemen die de voordelen van beleggen op de lange termijn aantonen en die ervoor zorgen dat beslissingen op basis van een vertekende markt voorkomen kunnen worden.”

 

Waar heb je echt wakker van gelegen?

“Dan kom ik bij de derde trap van de raket: naast aandelen belegt APG in private bedrijven, vastgoed en infrastructuur. Die investeringsbeslissingen hebben een lange aanlooptijd. Je kunt het vergelijken met de tijd die je privé nodig hebt voor grote aankopen als een auto of een huis. Daarover beslis je immers ook niet zomaar. Bovendien wil je het eerst zelf zien: tegen de banden kunnen schoppen, of de kozijnen op houtrot controleren. Alleen is het door de crisis onmogelijk om bedrijven en bouwprojecten zelf te gaan bekijken. De pijplijn van investeringen is nu nog goed gevuld, maar hoe lang duurt het voor deze opdroogt? Dat baart me zorgen. We hebben nieuwe aanvoer nodig om ook in de toekomst rendement te realiseren. Of nieuwe manieren vinden om due diligence te betrachten.

Daarnaast ben ik uiteraard bezorgd om onze mensen. Het is al enige tijd geleden dat veel van hen een normale dag op kantoor konden doorbrengen. Ik besteed veel tijd aan digitale koffiepauzes met oude en nieuwe collega’s om hen te steunen. Ik ben erg trots op de organisatie, we moeten goede moed blijven houden.”

 

APG is een verantwoord belegger. Hoe uitte zich dat tijdens de crisis?

“Allereerst hebben we voor ruim een half miljard euro aan COVID-19-obligaties gekocht ten behoeve van onze pensioenfondsdeelnemers: dat geld wordt gebruikt voor het steunen van zorginstellingen en mkb-bedrijven die door de crisis in de problemen zijn gekomen. Die obligaties leveren trouwens ook gewoon rendement op. Verder hebben we per bedrijf bekeken of onze steun als aandeelhouder noodzakelijk en gewenst was, bijvoorbeeld met extra kapitaal, of door af te zien van dividendbetaling. We hebben bedrijven ook aangesproken op hun aanpak van de crisis. Zoals Amazon, over de coronabesmettingen in hun magazijnen. We voeren altíjd al een dialoog met bedrijven over de manier waarop ze worden geleid, hun sociale beleid en hoe ze met het milieu omgaan. De crisis heeft dat nog versterkt. Van een verantwoord belegger worden plausibele praktische activiteiten geëist.”

 

APG belegt het vermogen van pensioenfondsen als ABP en BpfBOUW. Hoe vaak hadden jullie de afgelopen maanden contact?

“Dagelijks wanneer dat nodig was. En daarnaast elke week een call zoals afgesproken. Vóór de crisis was dat ongeveer eens per twee weken of per maand. Als uitvoeringsorganisatie krijgen we een mandaat van de pensioenfondsen: waarin we wel en niet kunnen beleggen, hoeveel risico we kunnen nemen en hoe de verdeling is over de verschillende beleggingscategorieën, zoals aandelen, obligaties en vastgoed. Door koersdalingen en andere marktbewegingen kunnen daarin gemakkelijk fluctuaties ontstaan. Bovendien wil je als belegger tijdens een crisis graag actiever kunnen aan- en verkopen. Dat soort zaken bespreek je samen. Over het algemeen konden we trouwens prima met de mandaten uit de voeten. De grote lijn is duidelijk: we streven met elkaar naar een gebalanceerde portefeuille en beperkte risico’s voor gedegen beleggingsresultaten op de lange termijn.”

 

Hoe ziet de balans eruit na dit halfjaar?

“Dat verschilt per markt en beleggingscategorie. In de westerse, ontwikkelde markten zien we na de aanvankelijke worsteling een licht herstel, daar zijn we blij mee. Voor onze vastgoedportefeuille was dit geen goed halfjaar: daar blijven de prestaties achter bij de markt. Maar er zijn ook een aantal technische redenen ten aanzien van de benchmark, die we zorgvuldig moeten uitleggen aan klanten. Ik ben minder bezorgd over de prestaties op de lange termijn, maar ook onze cijfers over de afgelopen vijf jaar vereisen precieze communicatie. Verder hebben de opkomende economieën het moeilijk, dat is zorgelijk uit zowel humanitaire als uit beleggingsoverwegingen. China komt trouwens juist sterker uit de crisis: dat land kwam sneller uit de lockdown en maakt bovendien een digitale transformatie door die veel geavanceerder is dan verwacht werd. Dit zal China in de komende jaren enorm helpen.”

 

Moeten deelnemers zich zorgen maken over de gevolgen van de crisis voor hun pensioen?

“Helaas kunnen we dit jaar waarschijnlijk niet hetzelfde beleggingsresultaat laten zien als in voorgaande jaren. Wel hebben de aandelenmarkten sinds half maart een opmerkelijk herstel en veerkracht getoond, dankzij de sterke liquiditeitssteun van centrale banken en krachtige financiële stimulansen van overheden. Bovendien hanteren wij een langjarige beleggingshorizon, we kunnen lagere rendementen dus uitsmeren in de tijd. Het is begrijpelijk dat deelnemers zich zorgen maken over de gevolgen van de coronacrisis op het toekomstige pensioenstelsel, de koopkracht en het risico op sociale onrust. Veel van deze risico’s zullen langere tijd blijven bestaan. Als langetermijnbelegger kunnen we alleen maar ons best doen om deelnemers te garanderen dat we onze verantwoordelijkheid zeer serieus nemen.”

 

Hoe kijk je naar de toekomst?

“Pas als het virus weg is of wanneer er een vaccin beschikbaar is, kan de economie weer aantrekken. Als belegger hanteren we daarbij verschillende scenario’s, van gunstig tot worstcase: the Good, the Bad and the Ugly. We proberen ook alvast voorbíj de crisis te kijken. Als mensen bijvoorbeeld vaker blijven thuiswerken, welke gevolgen heeft dat dan voor kantoorruimtes, de drukte op de snelwegen en het spoor? We zien nu al een versnelling van de digitale transformatie en het bewustzijn van duurzaamheid. Die twee megatrends zullen nog meer leidend worden in ons beleggingsbeleid. De coronacrisis heeft de wereld voorgoed veranderd en wij veranderen mee.”

 

 

 

Volgende publicatie:
'Ik twijfel geen seconde aan wat ik van bedrijven vraag’

'Ik twijfel geen seconde aan wat ik van bedrijven vraag’

Gepubliceerd op: 10 juli 2020

Als voormalig studentenactivist en investment banker is Yoo-Kyung (YK) Park vastbesloten om het Aziatische bedrijfsleven ten goede te veranderen. Na elf jaar aan die missie gewerkt te hebben, is ze nog steeds even gedreven. Zijn er verschillen tussen Azië en andere werelddelen, als het gaat om het aanspreken van bedrijven op hun gedrag? 'Er is een groot verschil tussen de verschillende landen in Azië. Er zijn ontwikkelde landen, zoals Japan, Singapore en Hongkong, en opkomende landen, waaronder China, India en Zuid-Korea. Wat ze allemaal gemeen hebben, is dat hun ESG-standaarden nog in ontwikkeling zijn.'

Een interview met Yoo-Kyung Park, Hoofd Verantwoord Beleggen & Goed Bestuur Azië bij APG.

 

'Sommige praktijken die we in Europa als vanzelfsprekend beschouwen, zijn niet zo gebruikelijk in Azië. Als je in Europa met een bedrijf in gesprek wil gaan, krijg je het hoger management of zelfs bestuursleden te spreken. Meestal krijg je dan ook de informatie die je nodig hebt. Om dit soort contacten in Azië te krijgen, moet je eerst veel tijd en moeite investeren om een vertrouwensband op te bouwen. Pas na jaren krijg je toegang tot het bestuur. Ik ben al elf jaar in gesprek met bestuursleden van Samsung Electronics over verschillende onderwerpen op het gebied van goed ondernemingsbestuur. Hoewel het bedrijf positieve veranderingen heeft doorgevoerd, ben ik daar nog steeds niet klaar.'

 

Hoe ontvankelijk zijn Aziatische bedrijven voor wat je van hen vraagt?
'Het hangt af van wat je vraagt. Als je wilt dat een bedrijf zijn rapportage verbetert, krijg je de afdeling Investor Relations te spreken en is er een goede kans dat ze op je verzoek ingaan. Maar als je wilt dat een bedrijf zijn cultuur verandert of omkoping en corruptie aanpakt, is het niet zo eenvoudig, vooral als je belegging in het bedrijf relatief klein is. Het is dan best lastig om toegang te krijgen. Dan moet je dus vindingrijk zijn en andere manieren bedenken om invloed te krijgen. Ik zoek dan samenwerking met andere partijen, zoals politici, diplomaten, maatschappelijke organisaties of de media.

 

Hoe stel je gevoeligere onderwerpen, zoals mensenrechten, aan de orde?
'Ook dat is afhankelijk van het land waarin je het thema aan de orde stelt. In Japan kun je praten over mensenrechten, maar in China moet je minder directe manieren bedenken om dit te bespreken. Je spitst de dialoog dan bijvoorbeeld toe op de gezondheid en veiligheid van werknemers, of arbeidsomstandigheden voor arbeidsmigranten. En je koppelt het altijd aan de impact die het kan hebben op de financiële positie van een bedrijf. Toen ik met Koreaanse scheepsbouwers sprak over dodelijke bedrijfsongevallen en geen bevredigend antwoord kreeg, vroeg ik hun klanten, de grote afnemers van schepen, om aandacht voor deze kwestie. Zij maakten zich wel degelijk zorgen over veilige arbeidsomstandigheden en riepen de scheepsbouwers op deze te verbeteren. Verschillende oliemaatschappijen besteden nu meer aandacht aan de veiligheidsnormen voor Koreaanse scheepsbouwers.'

‘Ik wil verandering. Ik wil niet praten om te praten. Ik zie hoop voor Azië.

Is het feit dat je een vrouw bent een belemmering in sommige landen?
'Het was en is het nog steeds. Er is een aantal zeer conservatieve landen. Als ik bijvoorbeeld een bijeenkomst organiseer met leidinggevenden of beleidsmakers in landen als Japan en Zuid-Korea, zijn alle anderen in de zaal mannen. In zo’n geval word er niet van mij verwacht dat ik vragen stel. Ik merk dat ik harder moet aandringen en meer moeite moet doen om mijn boodschap over te brengen. Maar ik vind het niet erg. Mijn boodschap is belangrijk.'

 

Je doet dit werk al meer dan tien jaar, en het vraagt om doorzettingsvermogen. Hoe hou je het vol?
‘Ik wil verandering. Ik wil niet praten om te praten. Ik zie hoop voor Azië. Je ziet de cultuur en mentaliteit van bestuursleden veranderen, en we zijn erin geslaagd om concrete vooruitgang te boeken. Wat me de moed geeft om door te gaan, is dat ik me altijd gesteund weet door APG en haar pensioenfondsklanten. Ik weet dat ze oprecht verandering willen. Daardoor twijfel ik geen seconde aan wat ik van bedrijven vraag.'

Namens APG als wereldwijde pensioenbelegger gaat Yoo-Kyung Park in gesprek met bedrijven waar milieu-, sociale of bestuurskwesties spelen om verbetertrajecten in te zetten. Meer hierover leest u in ons Verslag Verantwoord Beleggen over 2019.

 

 

Volgende publicatie:
Platform voor beleggingen in Duurzame Ontwikkelingsdoelen

Platform voor beleggingen in Duurzame Ontwikkelingsdoelen

Gepubliceerd op: 6 juli 2020

APG en andere wereldwijde beleggers hebben het Sustainable Development Investments Asset Owner Platform (SDI AOP) opgericht. Met behulp van baanbrekende technologie stelt het platform beleggers in staat om bedrijven te beoordelen op hun bijdrage aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (Sustainable Development Goals, SDG's). Deze doelstellingen, die in 2015 door de Verenigde Naties zijn vastgesteld, streven naar een betere, welvarende wereld door wereldwijde vraagstuken als schoon water, goede gezondheidszorg en de bescherming van het milieu aan te pakken.

 

APG en PGGM kondigden in september 2019 de oprichting aan van het SDI Asset Owner Platform aan. Onlangs hebben AustralianSuper en British Colombia Investment Management Corporation (BCI) zich bij het platform aangesloten. Samen hebben deze partijen meer dan US$ 1 biljoen aan vermogen onder beheer.

 

Data-uitdagingen oplossen


Beleggingen in bedrijven waarvan de producten of diensten bijdragen aan de SDG's worden Sustainable Development Investments (SDI's) genoemd. Steeds meer wereldwijde beleggers willen inzicht hebben in de bijdrage die zij met hun investeringen leveren aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelen. Tot nu toe was gebrek aan betrouwbare data een belangrijk obstakel om bijdragen aan de SDG’s te bepalen. De methodologie van het SDI Asset Owner Platform helpt beleggers om de SDG's in hun beleggingsprocessen te integreren en meer te beleggen in de SDG’s. Ook kunnen ze hierdoor transparant en consistent rapporteren aan klanten en andere stakeholders.

 

Wereldwijde standaard


"Het lanceren van deze standaard met asset owners uit drie continenten onderschrijft onze toewijding om bij te dragen aan de SDG's", zegt Claudia Kruse, Managing Director en hoofd van APG's Global Responsible Investment & Governance team. "Het maakt deel uit van de inzet voor onze klanten, die een betaalbaar pensioen willen bieden in een duurzame wereld."

Het SDI Asset Owner Platform biedt een gemeenschappelijke definitie, taxonomie, en databron voor beleggingen in de SDG's. Met op kunstmatige intelligentie gebaseerde technologie levert data science-bedrijf Entis SDI-beoordelingen voor (tot nog toe) 8.000 bedrijven. De SDI- definitie en -taxonomie zijn openbaar beschikbaar en ook van toepassing op niet-beursgenoteerde beleggingen, zoals vastgoed en infrastructuur. De SDI-classificaties zullen beschikbaar worden gesteld via Qontigo.

 

Inzet voor de SDG's


APG co-lanceert dit initiatief namens haar pensioenfondsklanten. De twee grootste klanten hebben ambitieuze doelen gesteld om te investeren in de SDG's; pensioenfonds ABP wil in 2025 20% van het beheerd vermogen in de SDG's beleggen, en bouwpensioenfonds bpfBOUW streeft naar €12 miljard aan SDI's tegen het einde van 2020.

"Samen lopen we voorop in duurzaam beleggen", zegt Claudia. "Het SDI AOP nodigt beleggers van over de hele wereld uit om zich aan te sluiten. Hierdoor zal een kritische massa van beleggers ontstaan die samen bepalen wat het betekent om te investeren in de SDG's."

 

Lees het persbericht

Volgende publicatie:
Claudia Kruse in gesprek met Jort Kelder over China

Claudia Kruse in gesprek met Jort Kelder over China

Gepubliceerd op: 17 juni 2020

Wat betekent verantwoord beleggen in China concreet? En hoe kun je er zeker van zijn dat je geld ook echt duurzaam wordt belegd? Jort Kelder wijdde er voor Axa en BNR een podcast aan. Claudia Kruse (APG) schoof aan in de studio van BNR, Wilco van Heteren (Sustainalytics) deed dat virtueel.

 

In deze vierde aflevering van ‘Knooppunt Shanghai’ wordt Claudia Kruse (Managing Director Global Responsible Investment & Governance) bevraagd over de toonaangevende positie die APG als vermogensbeheerder inneemt op een aantal (wereldwijde) ranglijsten voor verantwoord beleggen. Wat betekent dat concreet? Vervolgens wordt samen met Claudia en Wilco (Sustainalytics’ Head of Research) ingezoomd op China: Hoeveel belegt APG in China, waarin en op welke manier? En vooral: Hoe opereer je als verantwoord belegger in China, wat maak je bespreekbaar, wat zijn de spelregels? Hoe ziet de dialoog met Chinese bedrijven eruit? De podcast wordt afgesloten met een blik in de toekomst door Claudia en Wilco.


Je vindt de podcast hier.

Volgende publicatie:
APG belegt ruim half miljard in Covid-19 obligaties

APG belegt ruim half miljard in Covid-19 obligaties

Gepubliceerd op: 20 mei 2020

Om de Covid-19 pandemie en de sociaal-economische gevolgen ervan te bestrijden, heeft APG namens zijn pensioenfondsklanten ruim € 500 miljoen belegd in Covid-19-obligaties. De opbrengst van zulke obligaties wordt onder meer gebruikt voor de financiering van noodmaatregelen in de gezondheidszorg en financiële ondersteuning van het midden- en kleinbedrijf in getroffen landen.

Recent heeft APG – namens ABP, bpfBOUW, SPW en PPF APG – deelgenomen aan de uitgifte van Covid-19 obligaties door UNEDIC (€ 50 miljoen), BPI France (€ 28 miljoen), Instituto de Credito Official (€ 28 miljoen) en Bank of America (€ 32 miljoen). De opbrengst wordt onder andere gebruikt voor het opschalen van de gezondheidszorg, steun aan het midden- en kleinbedrijf (MKB) en een tijdelijke verhoging van de uitgaven aan sociale zekerheid.

Snelle groei

De obligatie van de Bank of America is de eerste Amerikaanse bedrijfsobligatie met een raamwerk dat volledig is toegespitst op de bestrijding van de Covid-19 pandemie. De opbrengst ondersteunt zorginstellingen in de frontlinie, zoals openbare ziekenhuizen. "Voorafgaand aan de uitgifte bespraken we onze leidraad voor Covid-19 obligaties met Bank of America en dat vonden zij zeer nuttig", zegt Joshua Linder, kredietanalist Fixed Income bij APG Asset Management. '

Uitgedrukt in euro heeft APG sinds eind maart € 554 miljoen geïnvesteerd in Covid-19 obligaties. Eind maart gaf de Nordic Investment Bank als eerste een obligatie uit die specifiek was bedoeld om de Covid-19 pandemie en de impact ervan te bestrijden. Sindsdien hebben veel landen, supranationale organisaties en instanties - evenals een beperkt aantal bedrijven – dat voorbeeld gevolgd. In enkele maanden maanden tijd is de markt voor Covid-19 obligaties gegroeid tot naar schatting € 60 miljard. Waarschijnlijk blijft de markt groeien omdat overheden en bedrijven nieuwe leningen aangaan om de effecten van de pandemie te verzachten.

In de meeste gevallen belegt APG in obligaties uitgegeven door gerenommeerde instellingen met een AA of AAA-rating. Het kredietrisico van AAA-obligaties is vergelijkbaar met dat op Nederlandse staatsobligaties. De rente is iets hoger dan die op vergelijkbare obligaties.

Verantwoord belegger

Het is goed dat instellingen speciale Covid-19 obligaties uitgeven, zegt Oscar Jansen, vastrentende waarden specialist bij APG Asset Management. “De maatschappelijke en economische impact van de pandemie is enorm en er is veel geld nodig om de crisis te bestrijden. Als verantwoord belegger willen we hierin een actieve rol spelen.”

APG is een van ’s werelds grootste beleggers in groene obligaties. Dit zijn obligaties uitgegeven door bedrijven of (semi-)overheden om groene, sociale of duurzame projecten te financieren. Eind 2019 hadden we ruim € 9 miljard belegd in zulke obligaties. Deze beleggingen dragen bij aan de ambities van onze klanten op het gebied van duurzaam beleggen, met name de doelstellingen van ABP (20% van het vermogen belegd in de Duurzame Ontwikkelingsdoelen eind 2025) en bpfBOUW (€12 miljard eind 2020).

Volgende publicatie:
APG vraagt Amazon transparantie over bescherming personeel

APG vraagt Amazon transparantie over bescherming personeel

Gepubliceerd op: 15 mei 2020

APG, de New York City Comptroller en de New York City-pensioenfondsen roepen Amazon op om open te zijn over het effect van maatregelen om het personeel te beschermen tegen COVID-19. Hoewel Amazon onlangs een miljardenpakket aankondigde om zijn werknemers te beschermen, blijven deze bang om aan het werk te gaan.

 

Honderden Amazon-werknemers over de hele wereld nemen deel aan protesten, stakingen, en petities waarin zij het bedrijf oproepen meer te doen voor zijn werknemers. Naar verluidt hebben meer dan 50 Amazon-vestigingen gevallen van COVID-19 gerapporteerd.

 

De New York City Comptroller (de ‘financiële controleur’ van de stad), de New York City-pensioenfondsen en APG, namens haar pensioenfondsklanten, hebben gezamenlijk een brief gestuurd aan Amazon. Hierin dringen zij bij de onafhankelijke bestuurders van het bedrijf aan op openheid van zaken over het effect van maatregelen om werknemers te beschermen tegen het coronavirus. De brief is gericht aan de voorzitter van de commissie die toezicht houdt op de gezondheid en veiligheid van werknemers, en vraagt haar om verslag uit te brengen over de voortgang op de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering van 27 mei 2020.

 

Amazon heeft onlangs aangekondigd om in het tweede kwartaal  van 2020 circa €3,7 miljard uit te geven aan corona-gerelateerde maatregelen, "inclusief investeringen in persoonlijke beschermingsmiddelen, grondigere reiniging van faciliteiten, veilige looproutes, hogere uurtarieven en honderden miljoenen dollars aan uitgaven om eigen COVID-19-testmogelijkheden te ontwikkelen." De media berichten echter dat veel Amazon-medewerkers bang blijven om naar hun werk te komen en bezorgd zijn over hun eigen veiligheid en die van hun families, collega's en klanten.

 

"De veiligheid en gezondheid van werknemers moet de eerste prioriteit van een bedrijf zijn en in deze  pandemie moet het management snel effectieve maatregelen nemen", zegt Anna Pot, Hoofd Responsible Investments Americas voor APG. "Hoewel we de aangekondigde maatregelen van Amazon toejuichen, willen we zekerheid dat de investeringen daadwerkelijk het beoogde effect hebben voor de werknemers – namelijk dat ze veiliger en gezonder zijn."

 

De NYC Comptroller, de NYC-pensioenfondsen en APG zijn verontrust over berichten dat veel Amazon-werknemers bang zijn voor hun gezondheid en veiligheid. Het bedrijf zou werknemers hebben bestraft en zou zieke werknemers onder druk zetten om te komen werken. De New York City-pensioenfondsen en APG hebben samen €3,9 miljard geïnvesteerd in Amazon (per 28 februari 2020).

 

"In plaats van te rapporteren over inspanningen zoals het aantal verstrekte maskers of geteste werknemers", zegt Anna Pot, "zijn we geïnteresseerd in de daadwerkelijke resultaten van deze investeringen. Denk aan trends in gemelde gevallen van COVID onder werknemers, verloren dagen als gevolg van COVID-gerelateerde ziektes, het aantal klachten, het effect op de productiviteit, de sfeer op de werkvloer en de bedrijfscultuur."

 

Om de volledige brief van The NYC Comptroller, de NYC-pensioenfondsen en APG te lezen, klik hier.

Volgende publicatie:
Richtlijnen voor verduurzaming vastgoed gunstig voor deelnemers

Richtlijnen voor verduurzaming vastgoed gunstig voor deelnemers

Gepubliceerd op: 11 mei 2020

APG, PGGM en andere investeerders zijn in het project Carbon Risk Real Estate Monitor (CRREM) weer een stap verder in de ontwikkeling van een wereldwijde methode die meet of een gebouw voldoet aan de doelstellingen van het Klimaatakkoord van Parijs. Voor ongeveer elk type vastgoed in een groot aantal landen is nu duidelijk hoeveel CO2 per vierkante meter ze jaarlijks tot 2050 mogen uitstoten om binnen die doelstellingen te blijven.

 

Deze zogeheten zogeheten ‘pathways’ of CO2-reductiepaden, laten ook zien hoeveel energie in een pand gebruikt mag worden om binnen de doelstellingen van Parijs te blijven. Dat is waardevolle informatie voor vastgoedbeleggers en -eigenaren, aldus Mathieu Elshout, Senior Director Private Real Estate Europe bij PGGM. “Middels onze private vastgoedportefeuille zijn we wereldwijd ongeveer in 4000 vastgoedobjecten belegd. Nu kunnen we precies meten hoeveel onze gebouwen in het tijdspad naar 2050 mogen uitstoten om onder de curve van de doelstellingen van het Klimaatakkoord te blijven. Je weet dus ook wanneer investeringen nodig zijn in bijvoorbeeld isolatie en nieuwe installaties.”

 

Richtlijn


Het nieuwe systeem is een handige plannings- en risicomanagmenttool, beaamt Derk Welling, Senior Responsible Investment en Governance specialist bij APG. “Het kost tijd en geld om vastgoed te verduurzamen. De reductiepaden geven daarvoor een richtlijn.”

Daarnaast ligt het risico voor strengere regelgeving voor vastgoed op de loer. Vastgoed is wereldwijd verantwoordelijk voor ongeveer 30% van de totale CO2-uitstoot en 40% van het energieverbruik. Mathieu: “Europees wordt er nu gewerkt aan een Green Deal. Het is niet ondenkbaar dat er een CO2-plafond voor de vastgoedsector komt. Dat maakt ook een systeem mogelijk waarbij vastgoedeigenaren verhandelbare rechten krijgen om een bepaalde hoeveelheid CO2 uit te stoten. Wie minder uitstoot dan hij aan rechten heeft, kan dus rechten verkopen. Andersom moeten de vervuilers dus extra rechten bijkopen.”

 

Regelgeving


Met behulp van de pathways sorteren beleggers voor op wat er mogelijk gaat komen aan regelgeving. Door voortaan bij de beleggingen rekening te houden met deze reductiepaden kunnen we risico’s van toekomstige regelgeving beter beheersen en uiteindelijk meer waarde leveren aan de pensioenfondsdeelnemers. Daarvan zijn Mathieu en Derk overtuigd. Mathieu: “Neem alleen al de aankoop van vastgoed. Wel of niet voldoen aan de klimaatdoelstellingen gaat in steeds grotere mate het risicoprofiel van vastgoed bepalen.”

 

Derk en Mathieu geloven kortom heilig in de positieve effecten van deze CO2-reductiepaden.. Nu is het zaak dat ook andere grote beleggers en vastgoedeigenaren het initiatief omarmen. Derk: “De pathways liggen er. We vragen marktpartijen nu om daar actief feedback op te geven. Daarmee kunnen we hopelijk een certificering ontwikkelen dat door de meerderheid van de markt wordt omarmd. Want eenduidigheid in de markt is nodig om echt impact te maken in de verduurzaming van vastgoed.”

Volgende publicatie:
Shell scherpt klimaatambities verder aan

Shell scherpt klimaatambities verder aan

Gepubliceerd op: 16 april 2020

Samenwerking beleggers in Climate Action 100+ werpt vruchten af

Shell wil dat zijn productketens uiterlijk in 2050 klimaatneutraal zijn. Dit maakte het olie- en gasbedrijf vandaag bekend. De plannen bouwen voort op de afspraken die Shell in 2018 maakte met het samenwerkingsverband Climate Action 100+. APG maakt hier, namens zijn pensioenfondsklanten, deel van uit.

 

Klimaatneutraal betekent dat Shell in 2050 – of eerder – per saldo geen broeikasgassen wil uitstoten. Het gaat hier zowel om de directe uitstoot van Shell zelf, als om de uitstoot van Shells leveranciers en klanten.

 

Onderdeel hiervan is dat Shell zijn doelstelling aanscherpt om de netto CO2-voetafdruk van zijn producten, zoals benzine of kerosine, te verlagen. Streefde het bedrijf eerst naar een verlaging met 50% voor 2050 en 20% voor 2035, nu worden de doelstellingen respectievelijk 65% en 30%. Naar afnemers, zoals luchtvaartmaatschappijen en transportbedrijven, wil Shell zich steeds meer gaan richten op bedrijven die deze CO2 vervolgens in hun eigen keten verder afvangen, opslaan of compenseren, bijvoorbeeld door natuurlijke ecosystemen uit te breiden.

Daarmee worden de totale ketens klimaatneutraal in 2050.

 

Met deze plannen zet Shell verdere stappen om bij te dragen aan het behalen van de klimaatdoelen van Parijs, zegt Corien Wortmann, bestuursvoorzitter van ABP. “We waarderen het dat Shell zijn ambities regelmatig evalueert en nu aanscherpt. Het is goed om te zien wat verantwoorde beleggers kunnen bereiken als zij hun krachten bundelen in een initiatief als Climate Action 100+.”

 

Na de eerdere aankondigingen in 2017 en 2018 heeft het voorbeeld van Shell navolging gevonden bij andere olie- en gasbedrijven. “Wij hopen dat deze aankondiging ook nu weer een domino-effect zal hebben. Als verantwoorde belegger en kritische aandeelhouder van Shell en andere olie- en gasmaatschappijen zullen wij dit nauwlettend blijven volgen.”

Met de aangescherpte ambities sluit Shell zich aan bij de oproep in een recent rapport van het klimaatpanel van de Verenigde Naties om de temperatuurstijging niet slechts tot 2 maar tot 1,5 graad Celsius beperkt te houden.

Volgende publicatie:
Eerder aangekondigde Åskalen-megawindpark operationeel

Eerder aangekondigde Åskalen-megawindpark operationeel

Gepubliceerd op: 15 april 2020

APG, Asper Investment Management en Vasa Vind kondigen de start aan van het 288 MW grote Åskälen-project. Het is één van de grootste windenergieprojecten op land in Europa en levert 1TWh hernieuwbare energie per jaar op. Voldoende om meer dan 175.000 Zweedse woningen van energie te voorzien. De investering bedraagt €300 miljoen.

 

Dit in 2017 aangekondigde windpark bestaat uit 80 Vestas V136 3,6 MW turbines, met een geschatte CO2-besparing van 250.000 ton per jaar. Het project profiteert van uitzonderlijk sterke lokale steun dankzij de actieve inzet van partner Vasa Vind, zowel op gemeentelijk als provinciaal niveau.

 

Vasa Vind, een portefeuillebedrijf van fondsen beheerd door Asper, heeft het project ontwikkeld, gebouwd en gaat het ook beheren. Asper, een in Londen gevestigde infrastructuurbeheerder die zich richt op greenfield duurzame infrastructuurplatforms, biedt ook ondersteuning voor strategisch activabeheer aan APG. ABP en PPF APG, waarvan het vermogen wordt beheerd door APG, bezitten 100% van het project en zorgden voor de benodigde investering van  €300 miljoen.

 

"De missie van Asper is het helpen van ondernemende bedrijven en investeerders in de voorhoede van de energietransitie: we zijn verheugd dat we met dit project APG hebben ondersteund bij het vergroten van hun portfolio van hernieuwbare energie. We zijn er ook trots op dat we Vasa Vind hebben geholpen om uit te groeien tot een volwaardige speler op de Zweedse markt, op het gebied van ontwikkeling, bouw en beheer.”, aldus Allister Sykes, directeur van Asper Investment Management.

 

Dirk Hovers, Senior Portfoliomanager Infrastructuur bij APG: "Als lange termijn, verantwoord belegger zijn we altijd op zoek naar investeringen die bijdragen aan een stabiel en duurzaam rendement voor ABP en andere pensioenfondsklanten waar we voor werken. We zijn erg blij met de start van dit project en onze samenwerking met Vasa Vind en Asper. Scandinavische energie is van strategisch belang voor onze infrastructuurinvesteringen in hernieuwbare energie en we kijken er naar uit om samen met deze partners aan deze en andere succesvolle projecten te werken. "

Volgende publicatie:
"Bedrijven die duurzaam ondernemen presteren beter"

‘Bedrijven die duurzaam ondernemen presteren beter’

Gepubliceerd op: 6 april 2020

APG streeft binnen haar investeringsportefeuille maximale duurzaamheid na. “De omvang ervan, ruim 500 miljard aan pensioenvermogen, maakt dat we bedrijven de goede kant op kunnen duwen”, vertelt specialist verantwoord beleggen Lucian Peppelenbos in een interview met Milieu Magazine.

 

APG beheert de vermogens van een aantal grote Nederlandse pensioenfondsen en hun deelnemers, waaronder bpfBOUW en ABP. Deze laatste is het grootste pensioenfonds waarvan APG ook het beleid uitvoert. Het vermogen, in totaal circa 544 miljard euro, wordt zo belegd dat hieruit nu en later de pensioenen kunnen worden betaald van de 4,7 miljoen deelnemers.

De vermogensbeheerder belegt inmiddels circa 70 miljard euro hiervan op basis van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties. Dit zijn werelddoelen voor duurzame ontwikkeling die zich richten op een einde aan extreme armoede, ongelijkheid, onrecht en klimaatverandering.


Peppelenbos: “We investeren bewust in kansen om tot een schonere wereld te komen. Want onze klanten, de pensioenfondsen en hun deelnemers, willen dat.” Op het wereldtoneel doen steeds meer beleggers hetzelfde. “Vervuilende bedrijven krijgen het op termijn dus moeilijker om fondsen aan te boren.”

 

Lees het hele interview hier.

Volgende publicatie:
APG wil CO2-opname natuurlijke ecosystemen verbeteren

APG wil CO2-opname natuurlijke ecosystemen verbeteren

Gepubliceerd op: 30 maart 2020

Steeds meer luchtvaartmaatschappijen, energieleveranciers en andere CO2-intensieve bedrijven kondigen aan uiterlijk in 2050 CO2-neutraal te willen zijn. Maar hoe werkt dat? Naast het terugbrengen van de CO2-uitstoot investeren bedrijven steeds meer in het verbeteren van de CO2-opname door natuurlijke ecosystemen. Dat idee is niet nieuw, maar door hun toenemende schaalgrootte en professionaliteit worden zulke op de natuur gebaseerde oplossingen (Nature-based solutions of NbS) ook interessanter voor institutionele beleggers als APG, zegt Jos Lemmens.

 

Nestlé, ThyssenKrupp, Volkswagen, Repsol en BP: het zijn slechts een paar voorbeelden van de vele bedrijven die recent de ambitie hebben uitgesproken om uiterlijk in 2050 hun netto CO2-uitstoot terug te brengen tot nul. Hoewel er op details verschillen zijn, komt de aanpak van deze bedrijven op één punt overeen; ze zetten deels in op het vergroten van ‘negatieve uitstoot’ door ervoor te zorgen dat natuurlijke ecosystemen meer broeikasgassen kunnen vasthouden.  

Dit soort natuur-gebaseerde oplossingen zijn er al een tijdje, zegt Jos Lemmens, Senior Portfolio Manager van het Natural Resources Fund bij APG Asset Management, en een van de managers van een portefeuille met land- en bosbouwgronden. “Vaak wordt hierbij gedacht aan de markt voor CO2-credits, maar er zijn andere manieren waarop kan worden bijgedragen aan het vasthouden van broeikasgassen. Bijvoorbeeld door NbS te integreren in de aankoop en het onderhoud van land- en bosbouwgronden. We weten dat natuurlijke ecosystemen heel goed CO2 opnemen. In potentie kunnen zij 30 procent van de wereldwijde uitstoot vasthouden. Om dat potentieel volledig te benutten, moeten natuurlijke ecosystemen worden behouden, verbeterd en uitgebreid.

 

APG investeert namens zijn pensioenfondsklanten in productiebossen en landbouwgronden. Wanneer deze goed worden beheerd, kunnen ze meer COvasthouden in de bomen en de bodem, wat hun waarde vergroot. Dit biedt voordelen voor alle betrokkenen – beleggers, ontwikkelaars en lokale gemeenschappen.

 

Omslagpunt

Vóór de uitbraak van de corona-crisis sprak Jos op een conferentie, mede georganiseerd door APG, waar onderzoekers, beleggers, bedrijven en beleidsmakers bespraken hoe ze NbS schaalbaar kunnen maken en dus aantrekkelijker om in te investeren. “De markt lijkt op een omslagpunt te zijn aanbeland,” zegt Jos. “Initiatieven zijn vaak nog kleinschalig.. Maar nu grote bedrijven deze markt betreden, kunnen ontwikkelaars profiteren van de mogelijkheden op het gebied van financiering, marketing en risicomanagement die deze nieuwe partijen meebrengen.”

Eén van de belangrijkste uitkomsten van de conferentie was dat we ‘op vele paarden’ moeten wedden om klimaatverandering aan te kunnen pakken. Duncan van Bergen, VP Nature-based Solutions bij Shell, legde uit dat Shell niet alleen stappen neemt om de CO2-intensiteit van zijn producten terug te brengen, maar dat het bedrijf nu ook USD 300 miljoen per jaar investeert in NbS. Veel bedrijven hebben plannen aangekondigd om bomen te planten of moerasgebieden te (her)ontwikkelen, naast het terugbrengen van de CO2-uitstoot. Dat een grote hoeveelheid ‘negatieve uitstoot’ nodig is om de stijging van de gemiddelde temperatuur op aarde ruim onder de 2 graden te houden, is nu algemeen geaccepteerd.

 

De beleggingscase

Het opschalen van NbS-projecten kan ze aantrekkelijk maken voor grote beleggers als APG, zegt Jos. “Het is geen kwestie van eenvoudigweg een paar bomen planten. We bepalen hoe we NbS kunnen inzetten om een solide beleggingscase te bouwen. Op de lange termijn kan een belegging  alleen maar winstgevend zijn als het land – ons kapitaal – goed beheerd en beschermd wordt tegen degeneratie. Investeringen in natuurlijke hulpbronnen moeten duurzaam zijn om commercieel interessant te zijn op de lange termijn, en vice versa.”

De conferentie maakte duidelijk dat alle betrokkenen – inclusief bedrijven, aanbieders van NbS en beleggers – hun krachten willen bundelen om deze markt verder te ontwikkelen. “Wanneer het gaat om het investeren in natuurlijke hulpbronnen is duurzaamheid geen bijkomstigheid maar de kern van wat we doen. Als grote belegger hebben we de kans om echt verschil te maken, al is het maar een klein beetje, met elke van de vele euro’s die we investeren.”

Volgende publicatie:
Toppositie voor APG in wereldwijde duurzaamheidsranglijst

Toppositie voor APG in wereldwijde duurzaamheids­ranglijst

Gepubliceerd op: 9 maart 2020

APG is een van de wereldwijde leiders op het gebied van verantwoord beleggen. Dat is het oordeel van ShareAction/AODP, dat vandaag zijn duurzaamheidsranglijst bekendmaakte. APG kreeg een A-beoordeling en behaalde de vierde plaats in een ranglijst van de 75 grootste vermogensbeheerders ter wereld. ShareAction/AODP (Asset Owners Disclosure Project) is een maatschappelijke organisatie die institutionele beleggers beoordeelt op hoe ze omgaan met verantwoord beleggen. De focus ligt op klimaatverandering, mensenrechten en biodiversiteit.

De A-rating was dit jaar de hoogste beoordeling. In de vorige ranglijst – de Global Climate Index 2017 – werden de 50 grootste vermogensbeheerders ter wereld alleen beoordeeld op in hoeverre zij in hun beleggingsbeleid rekening hielden met de gevolgen en risico’s van de opwarming van de aarde. APG had toen als enige vermogensbeheerder de hoogste (AAA) beoordeling. Met de uitbreiding naar mensenrechten en biodiversiteit dit jaar zijn geen AAA- of AA-beoordelingen toegekend. De reden is dat geen enkele vermogensbeheerder zich op alle gebieden als leider kwalificeert.

 

Het onderzoek van ShareAction/AODP is in lijn met de aanbevelingen van de Task Force on Climate-related Financial Disclosures (TCFD), een wereldwijde standaard voor hoe bedrijven en beleggers het beste kunnen rapporteren over klimaatverandering. ShareAction/AODP past deze standaard nu ook toe op mensenrechten en biodiversiteit. Een A-beoordeling houdt in dat een vermogensbeheerder een leider is als het gaat om het beheer van risico’s, kansen en impact op verschillende (niet alle) gebieden van verantwoord beleggen.

 

“We zijn verheugd met deze erkenning als leider in verantwoord beleggen”, zegt APG-klimaatspecialist Lucian Peppelenbos. “APG ziet de beoordeling als een aansporing om, samen met zijn klanten, verder werk te maken van het verantwoord beleggingsbeleid.” Onlangs maakte de grootste klant van APG, ABP, zijn nieuwe beleid voor duurzaam en verantwoord beleggen bekend. Het richt zich op drie transities: klimaatverandering en de energietransitie; grondstoffenschaarste en de omgang met natuurlijke hulpbronnen; en digitalisering. Respect