Verantwoord beleggen
Sluiten

Navigeer snel in deze serie:

Sluiten

Deel deze serie:

Verantwoord beleggen

Duurzaam en verantwoord beleggen is voor APG en onze fondsen van groot belang. Maar waarom eigenlijk? En wat is dat precies: verantwoord beleggen? Wat is er aan de hand? En niet? Welke doelen hebben wij en onze fondsen voor ogen? Dat – en meer – lees je hier.

Thema
Duurzaamheid, Lange termijn beleggen
Collectie inhoud
167 Publicaties

BlackRock sluit zich aan bij data SDI Asset Owner Platform

Gepubliceerd op: 26 april 2022

BlackRock, een van 's werelds grootste vermogensbeheerders, gaat de dataset van het SDI Asset Owner Platform (SDI AOP) gebruiken. APG is medeoprichter van het platform, dat bedrijven beoordeelt op basis van hun bijdrage aan de Sustainable Development Goals (SDG's). De betrokkenheid van een wereldwijde speler als BlackRock weerspiegelt de groeiende focus onder beleggers op het afstemmen van hun portefeuilles met de SDG's.

De stap die BlackRock heeft genomen om de dataset te gaan gebruiken betekent een grote uitbreiding van de SDI AOP-gebruikersgroep in termen van vermogen. Het gecombineerde vermogen onder beheer waarop de gegevens worden toegepast, heeft de grens van US$ 10 biljoen nu overschreden. De SDI-standaard en dataset van het platform helpen beleggers de SDG's op te nemen in hun beleggingsprocessen en engagementactiviteiten. Het stelt hen ook in staat om op transparante en consistente wijze verslag uit te brengen aan klanten en externe belanghebbenden.

Claudia Kruse, voorzitter van het SDI AOP, zegt het volgende: “We zijn bijzonder verheugd dat BlackRock voor de SDI-standaard heeft gekozen en tot de SDI AOP-community is toegetreden, die op dit moment meer dan US$ 10 biljoen vertegenwoordigt. Samen met de andere leden van het SDI AOP blijven we de reikwijdte van de SDI-standaard en de toepassingen daarvan uitbreiden.” 

De SDG's werden in 2015 door de Verenigde Naties vastgesteld en richten zich op een betere en duurzame wereld door een breed scala aan wereldwijde problemen aan te pakken, variërend van klimaatverandering tot toegang tot gezondheidszorg. Beleggingen in bedrijven waarvan de producten en diensten bijdragen aan de realisatie van de SDG's worden Sustainable Development Investments (SDI's) genoemd. De grootste vermogensbeheerklanten van APG, pensioenfondsen ABP en bpfBOUW, hebben voor 2025 ambitieuze SDI-doelen vastgesteld. ABP streeft ernaar om tegen 2025 20% van haar pensioenvermogen te beleggen in SDI's en het doel van bpfBOUW is 25%.

Medeoprichter

APG heeft het SDI AOP samen met PGGM, AustralianSuper en British Columbia Management Corporation (BCI) in 2020 opgericht. Het platform voorziet in een gemeenschappelijke taxonomie en dataset die bijdragen aan de SDG's. Data science-partner Entis heeft met behulp van kunstmatige intelligentietechnologie tot op heden voor ongeveer 8.700 bedrijven SDI-classificaties gegenereerd. De taxonomie en methodiek worden onderhouden door de SDI AOP-ontwerpautoriteit, bestaande uit de vier beleggers die het platform lanceerden. Qontigo is de wereldwijde distributeur van de standaard.

In 2021 heeft APG samen met BlackRock en indexprovider Qontigo de iSTOXX APG World Responsible Investment Indices geïntroduceerd. Dit initiatief speelt in op de groeiende vraag naar op maat gemaakte, duurzame indexproducten. De indices volgen meerdere duurzaamheidsdoelstellingen, waaronder SDI's. Deze worden gecombineerd in een stapsgewijze aanpak die één duurzaamheidselement tegelijkertijd introduceert om uiteindelijk een evenwichtig samengestelde portefeuille te verkrijgen waarin alle criteria worden toegepast.

 

Onderzoeksagenda

Het SDI AOP werkt samen met zijn groeiende community van vermogensbezitters om de waarde van het platform te verhogen door het product voortdurend te verfijnen en uit te breiden in verschillende dimensies: bredere dekking van bedrijven, productverfijningen in specifieke sectoren en de toevoeging van maatstaven voor negatieve impact, vooruitkijkende maatstaven (zoals patenten) en resultaatgerichte maatstaven.

Volgende publicatie:
“Groene staatsobligaties tonen de echte klimaatambities van landen”

“Groene staatsobligaties tonen de echte klimaatambities van landen”

Gepubliceerd op: 7 april 2022

Canada gaf onlangs zijn eerste groene staatsobligatie uit. Het was een van de laatste grote ontwikkelde landen die dit instrument inzetten om de vergroening van de economie te financieren. APG investeerde ruim 150 miljoen euro. “De uitgifte van groene staatsobligaties is voor ons een duidelijk signaal dat landen ambitie hebben om klimaatrisico’s aan te pakken,” zegt Chris Lam, senior portfolio manager staatsobligaties ontwikkelde landen bij APG.

 

Groene staatsobligaties worden uitgegeven door overheden voor de financiering van ‘groene’ projecten. Ze bieden gewoonlijk dezelfde rente als hun niet-groene tegenhangers en geven daarnaast de kans om bij te dragen aan de klimaatinspanningen van een land.

 

Greenwashing voorkomen

De Canadese obligatie wordt vergezeld van een duidelijk afgebakende lijst van groene initiatieven waarvoor de opbrengst mag worden gebruikt. Naast projecten die investeren in hernieuwbare energie of bescherming bieden tegen de gevolgen van klimaatverandering, is ook een belangrijke rol weggelegd voor het behoud van biodiversiteit in het water en op het land. Deze use of proceeds is belangrijk om greenwashing te voorkomen.

Chris Lam: “APG maakt zich al vanaf het begin sterk voor de groei van groene, sociale en duurzame (een combinatie van groene en sociale, red.) obligaties. Maar we stellen wel eisen aan het duurzame gehalte. Om mogelijke uitgevers bewust te maken van onze verwachtingen en om een gezonde groei van de markt te stimuleren, zijn we voortdurend met ze in gesprek. In 2019 hebben we ook onze Guidelines for Green, Social, and Sustainable Bonds gepubliceerd.”

 

Grote vlucht

Beleggen in obligaties met een duurzaamheidsoogmerk heeft een grote vlucht genomen. Steeds meer overheden geven nu ook groene staatsobligaties uit. Eind 2021 belegde APG namens ABP, bpfBOUW, SPW en PPF APG 7,3 miljard euro in groene staatsobligaties. Het overgrote deel hiervan, 7,25 miljard euro, betreft obligaties van ontwikkelde landen, zoals Frankrijk, België en Nederland. Een kleine 50 miljoen euro is in staatsobligaties van opkomende landen belegd, namelijk Guatemala en Egypte. Tel hierbij de beleggingen in bedrijfsobligaties op en APG is met 17,6 miljard euro een van ’s werelds grootste beleggers in obligaties met een duurzaamheidsoogmerk.

 

Europese Unie

Lam verwacht wel dat de trend in ontwikkelde economieën na jaren van enorme groei zal afvlakken. “Daar staat tegenover dat de Europese Unie een grote uitgever van groene obligaties zal worden.”

De beleggingen in groene obligaties maken deel uit van een bredere aanpak om klimaatrisico’s in de vastrentende portefeuille te beoordelen. “De uitgifte van groene obligaties is voor ons een signaal dat landen de ambitie hebben om klimaatverandering te beperken of zich te wapenen tegen de gevolgen ervan. Het geeft ons inzicht in de concrete stappen die overheden zetten om klimaatverandering te bestrijden en om het land voor te bereiden op de fysieke impact ervan.”

 

Uitgifte van groene, sociale en duurzame staatsobligaties (in miljard dollar):

Bron: www.climatebonds.net/market/data

 

Klimaatrisico in beleggingen

APG brengt in kaart welk deel van de staatsobligatieportefeuille is belegd in landen met een hoog klimaatrisico. Lam: “Deze risico's kunnen het gevolg zijn van fysieke effecten van klimaatverandering, zoals veranderende weerpatronen, ernstige weersomstandigheden of zeespiegelstijging. Dit noemen we fysiek klimaatrisico. Daarnaast hebben landen ook te maken met transitierisico's: in een wereld waar beleidsmaatregelen worden genomen, regelgeving wordt aangescherpt en de economie verschuift naar een koolstofarme economie, kunnen niet alle landen daar even goed in meegaan. En het ene land is beter in staat dan het andere om het hoofd te bieden aan klimaatgerelateerde gebeurtenissen en veranderingen.”

 

Klimaatdashboard APG:

Om het fysieke klimaatrisico van een land te bepalen, gebruikt APG indicatoren van ND-GAIN. Hierbij wordt gekeken naar de kwetsbaarheid van een land voor de gevolgen van klimaatverandering, en de mate waarin het land daarop is voorbereid. Voor het transitierisico bekijkt APG onder meer hoe afhankelijk een land is van fossiele brandstoffen, hoeveel CO2 het uitstoot (koolstofintensiteit) en in welke mate het in staat is om over te schakelen naar een koolstofarme economie.

 

Hoge kredietwaardigheid

Lam: “Op dit moment belegt APG voor zijn pensioenfondsklanten vooral in staatsobligaties van landen met een hoge kredietwaardigheid. Ons onderzoek laat zien dat dergelijke landen in het algemeen minder kwetsbaar zijn voor de gevolgen van klimaatverandering. Zo hebben ze meer middelen om zich te wapenen tegen de gevolgen van klimaatverandering. De markt voor groene staatsobligaties van opkomende landen staat nog in de kinderschoenen. Als die groeit, kunnen we hier ook meer in beleggen, en kunnen we een bijdrage leveren aan duurzame ontwikkelingen in deze landen en helpen klimaatrisico’s te beperken.”

 

Als een van de eerste grote beleggers berekent APG vanaf dit jaar ook de koolstofvoetafdruk van de staatsobligaties van ontwikkelde en opkomende landen in de portefeuille. “Met ruim 160 miljard euro aan beleggingen, vormen staatsobligaties een belangrijke categorie in de portefeuille van onze pensioenfondsen. Het meten van de koolstofvoetafdruk is voor ons een belangrijke volgende stap in onze klimaataanpak om bij te dragen aan de steeds ambitieuzere duurzaamheidsdoelstellingen van onze pensioenfondsen.”

Volgende publicatie:
We gaan nog selectiever kijken naar de bedrijven waarin we beleggen

"We gaan nog selectiever kijken naar de bedrijven waarin we beleggen"

Gepubliceerd op: 31 maart 2022

Ondanks de aanhoudende coronacrisis was 2021 een jaar met uitstekend beleggingsrendementen. "Goed voor onze fondsen, goed voor de deelnemer", aldus Ronald Wuijster, lid RvB van APG en verantwoordelijk voor Vermogensbeheer. En hoe kijkt de topman naar 2022? "Beleggen is altijd onzeker. Het is gewoon een kwestie van je professionele rust bewaren."

 

Terugkijkend op 2021 zegt Ronald Wuijster: "Het was best een gek jaar. Althans in de context van corona. Qua beleggingen kunnen we terugzien op een heel goed jaar, met uitstekende rendementen. Zowel absoluut als relatief. Met het absoluut rendement betaal je natuurlijk vooral de pensioenen. Tachtig procent van het pensioen wordt immers gerealiseerd door het rendement dat we behalen. Maar we hebben ook extra waarde kunnen toevoegen door de goede relatieve rendementen. Bovendien hebben we een aantal echt mooie beleggingen kunnen doen, zoals de grote investering namens ABP in de versnelde uitrol van glasvezel.”

Kwamen die goede resultaten niet als een verrassing tegen de achtergrond van de voortdurende coronapandemie?

“Het jaar daarvoor was er even de vrees: heeft corona een hele zware impact op de economie en de bedrijven waarin we beleggen? In 2020 hebben we kunnen zien dat die impact heel erg meeviel, zo niet afwezig was. Er werden sectoren geraakt die onder de beleggingshorizon bleven, zoals het mkb, de wat kleinere bedrijven. En verder werden een aantal specifieke sectoren geraakt, zoals de entertainmentindustrie en het toerisme. Maar een groter aantal sectoren zoals tech, dienstverlening, luxe consumentengoederen en de bouwsector profiteerden er juist van. Omdat mensen naar een andere manier van werken overgingen, omdat bestedingspatronen veranderden. Het geld moest ergens naar toe. Mensen konden immers niet naar festivals of op vakantie."

Volgens Wuijster floreerden de beleggingsmarkten door zowel monetaire als fiscale maatregelen. "Monetair zaten we al in een omgeving met hele lage rentes en steunaankopen door centrale banken, die zijn langer gecontinueerd door COVID-19 omdat de centrale banken niet wilden dat de economie zou wegzakken. En dat zagen we terug in de beleggingen. Er zijn broodnodige steunoperaties geweest, maar sommige waren wat ongericht. De Amerikaanse overheid heeft bijvoorbeeld meer dan 3.000 dollar aan vrijwel alle burgers overgemaakt. Veel mensen hadden dat geld nodig, maar er waren ook genoeg die dachten, hé: dat ga ik beleggen. Zowel monetair als fiscaal gedreven, bleek er dus meer steun voor beleggingsmarkten. En dat is een belangrijke drijfveer voor goede beleggingsresultaten.”

Inmiddels schieten de inflatiecijfers omhoog. Welk effect heeft dat op de rendementen?

“Dat hangt ervan af. Voor een aantal beleggingscategorieen is inflatie niet zo slecht. Aandelen, grondstoffen hebben elementen in zich die bescherming bieden tegen inflatie. Maar het raakt natuurlijk wel de economie. De grote vraag is, komen we wel of niet in een recessie. Daar zijn de meningen over verdeeld, bijna fifty-fifty zou je kunnen zeggen. De logica is: de koopkracht daalt, de wereld is iets minder globaal dan daarvoor. Dat komt mede door de oorlog in Oekraïne uiteraard en door corona, ook dat stimuleert een wereldwijde economie niet. Het algemene beeld is dat het herstel na COVID-19 een beetje aan het wegebben is. Mensen gaan er nog even van genieten. Maar daarna zal het wegzakken, zo verwachten sommige economen. Dat zou kunnen, ik denk dat het een dubbeltje op zijn kant is.”

Wat betekent die onzekerheid voor de beleggingen?

“Beleggen is altijd onzeker. Ik zou bijna zeggen: het is business as usual. We hebben een goed gediversifieerde, breed gespreide portefeuille. Sommige beleggingen profiteren, andere lijden daaronder, maar per saldo probeer je redelijke rendementen te halen. Tot nu toe lukt dat aardig. Het is wel minder dan vorig jaar uiteraard. In absolute bedragen hebben we best wat verloren. Maar als je kijkt in percentages valt het erg mee. Dat gaat soms om grote bedragen, maar gezien de gebeurtenissen is het niet zo schokkend. Kortom: professionele rust bewaren, je vak blijven uitoefenen. Wat zijn de dingen die kunnen veranderen na deze ontwikkelingen en kunnen we daarop inspelen. Dus je positioneert je misschien dus ook al deels op de toekomst.”

Hoe dan? Kun je voorbeelden noemen?

“In algemene zin: je kijkt in de huidige context naar de wereldwijde regionale verhoudingen. Is Europa niet wat kwetsbaarder geworden? Wat is de rol van China in dit conflict, profiteert China ervan of juist niet.  Je kunt ook kijken naar bepaalde sectoren, naar grondstoffen bijvoorbeeld. Die zijn lange tijd een ondergeschoven kindje geweest, omdat de energieprijzen over een langere periode daalden. Maar nu zie je natuurlijk dat het rendement oplevert.”

Europa is kwetsbaarder geworden, in meer dan een opzicht. Investeren in wapens lijkt ineens salonfähig te worden.

“Op voorhand zou je kunnen zeggen dat het geen goede belegging is als je duurzaamheid hoog in het vaandel hebt staan. We hebben tegelijkertijd altijd gezegd: het defensief gebruik van wapens is relevant. Daar zie je nu wel het bewijs van. In het beleggingsbeleid van onze fondsen hebben we een bepaald soort wapens altijd uitgesloten, denk aan clusterwapens, chemische wapens. Maar reguliere wapens, daar kan in belegd worden. Ik hoor sommigen vakgenoten zeggen, het is wél duurzaam. Die geluiden hoor je nu in Scandinavië. Daar stelt men: je kunt het als een positieve social value zien. Dat vind ik onzin. Maar door de recente ontwikkelingen is de positie van bepaalde wapenfabrikanten veranderd, gezien de intentie van landen om daarin te investeren.”

Een opmerkelijk nieuwsfeit in 2021 was dat ABP bekendmaakte uit producenten van fossiele brandstoffen te stappen. Heeft dat ertoe geleid dat APG anders is gaan nadenken over het engagementbeleid?

“Dat is een terechte vraag. Ik vind het alleen gek dat het zich in de publieke opinie vaak beperkt tot Shell. Want ABP heeft niet aangekondigd dat het enkel uit Shell stapt, maar uit producenten van fossiele brandstoffen. Dat zijn dus veel meer bedrijven.”
Maar die koppeling met het engagementbeleid, die klopt, zegt Wuijster. “De vraag was: moet je niet de consequenties trekken uit het feit dat al die gesprekken minder uithalen dan je eigenlijk wil? Het heeft ertoe geleid om nog eens te kijken naar het consequentiemanagement van ons beleid. ABP vond dat er in de afgelopen jaren te weinig bereikt is in onze gesprekken met bedrijven over fossiele brandstoffen. Zij zeiden: wij denken niet dat er voldoende tijd is om op deze manier de klimaatdoelen te bereiken. Dus we gaan eruit en zetten de gesprekken niet voort.
Wij hebben daar steun aan gegeven. We waren het erover eens: de tijd is te kort. Engagement op de vraagzijde is effectiever dan engagement op de aanbodzijde. De gebruiker kan sneller en gemakkelijker veranderen dan de producent.”

En betekent dit nu ook dat er over de hele breedte van de portefeuille strenger gekeken wordt?

“Ja, we moeten strenger en strikter zijn. Nog strenger en strikter. We kijken opnieuw naar het inclusiebeleid: welke bedrijven neem je op? En ook naar de criteria. Er zijn koplopers, beloften en achterblijvers. In achterblijvers wil je niet in beleggen, tenzij ze bereid zijn te veranderen. Dat zijn dan de beloften: daar zou je in kunnen beleggen als je kans hebt op engagementsucces. Dat hebben we lang gedaan, maar daar moeten we toch selectiever in zijn. Het mag geen excuus zijn om ergens in te blijven beleggen terwijl je eigenlijk op voorhand weet dat het toch niet gaat veranderen. En we kijken ook opnieuw naar de koplopers: moeten de criteria niet strenger? Overigens: we scoren nog steeds heel goed op ons duurzaamheidsbeleid, zeker de professionele wereld ziet ons als een leider.”

Ik maak me meer zorgen over ongenuanceerdheid dan over ongeduld

In hoeverre laat je nu in zo’n proces leiden door het maatschappelijk ongeduld?

“Ik maak me meer zorgen over ongenuanceerdheid dan over ongeduld. Je kunt zeker rond biodiversiteit en klimaat niet zeggen dat we tijd genoeg hebben en dat de maatschappij moet afwachten. De tijd is er gewoon niet. Waar ik  soms wel moeite mee heb is ongenuanceerdheid. Het objectiveren van wat je vindt via metrics, taxonomieën, redelijke analyse, vind ik heel belangrijk. Daar is in het maatschappelijk debat niet altijd  ruimte voor. Als een partij er één element uitpakt en roept ‘slecht, slecht, slecht’, dan ontbreekt soms de ruimte om te objectiveren. Geef aan waarom iets slecht is, waarom een alternatief beter is. Het professioneel kunnen blijven uitvoeren van het beleggingsvak, daar geef ik veel om. En het baart me soms zorgen dat daar niet altijd gehoor voor is."

Ieder jaar is er kritiek op de kosten van de beleggingen. Begrijp je dat?

“Ik kan me voorstellen dat mensen naar de kosten kijken. Als je hele grote bedragen belegt, dan zijn de kosten ook hoog. Maar je moet je niet blindstaren op een absoluut getal. En je moet het afzetten tegen de - gelukkig nog veel grotere – bedragen die we aan nettorendement hebben behaald. Gemiddeld tussen de 7 en 8 procent per jaar in de afgelopen twintig jaar. Daar zijn de kosten dan al vanaf. Dat zijn ook in euro’s uitgedrukt enorme bedragen, waartegen de kosten in het niet vallen. Ik snap wel dat mensen zich zorgen maken. Maar zijn de kosten bovenmatig? Nee, want we doen het beter dan de markt.  We maken relatief goedkoop beleggingsrendement. Dus, ja het zijn grote bedragen, ja we gaan er zorgvuldig mee om en ja we zijn een relatief lage kostenproducent.”

APG haalt jaar na jaar goede rendementen. De deelnemer ziet desalniettemin al jaren dat hij niet geïndexeerd wordt. Het blijft toch lastig om uit te leggen.

“Die roep: de beleggingsresultaten zijn zo hoog en ik zie daar niks van terug, kan ik heel goed begrijpen. En eigenlijk is het ook best moeilijk uit te leggen. Het is één van de redenen waarom er zoveel druk is gekomen om tot dat nieuwe stelsel te komen. Daarin is die koppeling veel directer. Dat is een voordeel. De keerzijde van het nieuwe stelsel is natuurlijk dat de gevolgen direct zichtbaar zijn als de resultaten tegenvallen. In het oude stelsel werd je weliswaar niet geïndexeerd, maar bleven je rechten op peil.
En wat ook speelt: in een pensioenstelsel zijn er verschillende leeftijdsgroepen die nét iets andere belangen hebben. Indexatie die relevant is voor een bepaalde groep - de gepensioneerden - moet je afwegen tegen het feit dat dat geld ook ingezet had kunnen worden om rendement op te leveren voor de mensen die nog pensioen opbouwen. Een pensioenfondsbestuur staat altijd voor die evenwichtige belangenafweging. Indexatie is daarin één component, dus een eenzijdige fixatie daarop vind ik niet gewenst. Maar ik begrijp wel dat als er jarenlang goede beleggingsresultaten te zien zijn - en daar ook nog over gepocht wordt, al dan niet terecht - dat mensen teleurgesteld zijn, omdat ze er niets van terugzien.”

Onlangs schreef je een column over beleggen in infrastructuur. Je zou willen dat er in Nederland voor een grote pensioenbelegger meer mogelijkheden komen op dit vlak. Kun je dat wat meer toelichten?

“Het was een oproep aan de overheid om nog eens opnieuw te kijken naar de bezwaren rond publiek-private samenwerking op het gebied van infrastructuur. Zijn die bezwaren wel terecht, vraag ik me af. Ik denk dat over het algemeen de sturing van investeringen beter wordt in een publiek-private samenwerking. Want je gaat van het denken in budgetten naar rendement voor de langere termijn. Is al dat geld dat de overheid gratis leent voor investeringen wel verantwoord, was het punt dat het Centraal Planbureau maakte. Volgens economen van de Rabobank hangt het ervan af of het goed rendeert. Zo zie ik dat ook. Als je het als een investering voor toekomstige generaties ziet, is er niet zo veel mis. Het bezwaar dat je cruciale infrastructurele projecten niet uit handen wil geven als overheid, is goed te borgen. Daar zijn constructies voor. Dat zie in landen als Canada en Australië veelvuldig. Je kunt op verschillende manieren zorgen dat er een beslissende stem is rond de maatschappelijk relevantie van de infrastructuur, terwijl je de economische profijten wel volledig deelt. Ik vind dat het meer zou moeten plaatsvinden. In Nederland gebeurt dat te weinig.”

Tot slot. Je hebt weer voor vier jaar bijgetekend. Wat is de belangrijkste reden?

“Naast het feit dat ik in één, of feitelijk in twee hele leuke teams werk, vind ik het een grote uitdaging om onze klanten naar het nieuwe stelsel over te brengen. Dat moet de komende vier jaar gebeuren en ik zie dat als een grote verantwoordelijkheid. Daarnaast: het kunnen beleggen op wereldschaal zoals wij dat doen in alle asset klassen, vind ik geweldig. Bovendien is het maatschappelijk zeer relevant. Het gaat om mensen die voor hun pensioen afhankelijk zijn van onze rendementen. En daar doe ik het voor.”

 

Benieuwd naar het APG Jaarverslag 2021? Lees het hier als pdf of ga naar de speciale website.

Lees ook het interview met Annette Mosman

Volgende publicatie:
“Met alleen maar aandelen en obligaties zou je nu in de min staan”

“Met alleen maar aandelen en obligaties zou je nu in de min staan”

Gepubliceerd op: 22 maart 2022

“Het is een tijd van beweeglijke markten, wat betekent dat we veel transacties doen bij APG. Al is het maar om de portefeuille steeds opnieuw te balanceren.” Dat zegt APG’s Thijs Knaap in het programma Zakendoen op BNR Nieuwsradio in een gesprek over investeringen. “Ik wilde hier een transactie in het zonnetje zetten die we hebben gedaan in het kader van ANET, het ABP Nederlandse Energietransitiefonds.” ANET heeft een belang genomen in het Groningse bedrijf enie.nl, dat zonnepanelen verkoopt en verhuurt. “Iedereen die kan rekenen weet dat de stroomprijs enorm veel hoger is geworden. Daardoor is de terugverdientijd veel korter geworden. Dat is de meeste mensen niet ontgaan waardoor er veel vraag is naar zonnepanelen. Nu kan enie.nl gaan uitbreiden met het geld dat ze van ANET krijgen. Dat is goed voor het rendement en goed voor de energietransitie.”


Knaap, chief economist bij APG, schuift geregeld aan bij het beleggerspanel van Zakendoen. In de uitzending van vandaag bespreekt hij ook hoe APG al een aantal jaar rekening hield met een economische schok waarbij prijzen van grondstoffen snel zouden stijgen en er vervolgens een groeischok zou komen door economische onzekerheid. “We hadden daarvoor een beleggingsbeleid in stelling gebracht dat ons moest voorbereiden op die schok, maar jarenlang ging het maar om één procent inflatie en de grondstoffenprijzen daalden. Dus eigenlijk was het lang het omgekeerde van zo’n schok. Maar door de huidige hoge grondstoffenprijzen en de inflatie die de pan uitrijst doet datgene wat we in stelling hebben gebracht het nu geweldig. Dan moet je denken aan beleggingen in grondstoffen, hedgefunds en infrastructuur. Terwijl je met een portefeuille met alleen maar aandelen en obligaties gegarandeerd in de min had gestaan,” vertelt Knaap in gesprek met presentator Thomas van Zijl en panellid Mary Pieterse-Bloem.


Luister hier de hele uitzending.

 

Volgende publicatie:
“Oekraïne maakt de inflatiebescherming van beleggingen in grondstoffen extra relevant”

“Oekraïne maakt de inflatiebescherming van beleggingen in grondstoffen extra relevant”

Gepubliceerd op: 22 maart 2022

Al sinds anderhalf tot twee jaar laat onze economie stijgende inflatiecijfers zien. Maar de oorlog in Oekraïne heeft die geldontwaarding in een hogere versnelling gezet. Er zijn echter beleggingssoorten die tegenwicht bieden en beleggingen in grondstoffen zijn daar een goed voorbeeld van. Peter Verbaken, Hoofd van APG’s Team Grondstoffen, licht de kenmerken van de commodity markets toe, en hoe een belegger deze kan inzetten als bescherming tegen inflatie. “De prijzen kunnen erg fluctueren, maar de ervaring heeft geleerd dat grondstoffen het goed doen in periodes waarin de inflatie oploopt.”   


Olie, benzine, goud, zilver, aluminium, koper, nikkel. Daar moet je aan denken, als het gaat om de grondstoffen waarin APG voor opdrachtgevers belegt. Maar ook aan agrarische grondstoffen als tarwe, mais, suiker, koffie, cacao en sojabonen. Belangrijk om te benadrukken: APG belegt niet in de grondstoffen zélf, maar in derivaten. Futures in dit geval, contracten om een bepaalde grondstof te kopen of te verkopen tegen een vooraf vastgestelde prijs, op een vooraf vastgestelde datum.


In het extreme

Een belangrijke reden waarom grondstoffen als belegging zo geschikt zijn voor pensioenfondsen en hun deelnemers, is dat ze een zekere bescherming (hedge, of risicoafdekking) tegen inflatie bieden.


Verbaken: “Onze economie heeft jarenlang lage inflatiecijfers laten zien, tijdens de hele jaren tien. Anderhalf tot twee jaar geleden kwam daaraan een eind en ontstond er een heel nieuwe dynamiek. Er was dus al sprake van versnelde geldontwaarding, maar het conflict in Oekraïne heeft deze in het extreme getrokken. Voornamelijk doordat de prijzen voor brandstof en energie door het dak zijn gegaan, maar ook graanprijzen zijn geëxplodeerd. Met een vertraging leidt dat vervolgens weer tot hogere diervoerprijzen en daarmee ook tot hogere prijzen voor vlees en eieren. En dat hakt erin, ook bij deelnemers van pensioenfondsen. Dan helpt het als je als fonds ook over beleggingen beschikt waarvan het rendement meegroeit met die inflatie. Door de oorlog in Oekraïne is dat beschermingseffect extra relevant geworden.”   


Enorme investeringen

Grondstofbeleggingen bíeden zo’n rendement, zegt Verbaken. “De ervaring heeft geleerd dat grondstoffen het goed doen in periodes waarin de inflatie oploopt. Binnen die periodes fluctueren de prijzen weliswaar flink, maar de trend is opwaarts. De vraag naar grondstoffen beweegt mee met de economische cycli, terwijl het aanbod vaak niet kan meebewegen omdat de productiecapaciteit niet van de één op de andere dag verhoogd kan worden. De aanlooptijd die nodig is om nieuwe productiecapaciteit te creëren, is bij de meeste grondstoffen erg lang – soms wel vijf tot tien jaar. En in die tijd worden enorme investeringen gedaan. Dat maakt het aanbod relatief star. De gestegen vraag waarmee een hoogconjunctuur gepaard gaat, zal dus al snel prijsstijgingen tot gevolg hebben.”

Een voorbeeld waarbij we dergelijke prijsstijgingen hebben gezien, is de productie van olie. “Begin jaren tien was de markt voor Amerikaanse schalieolie booming. Maar toen de olieprijs lager werd, ging een aantal producenten failliet en werden deze bedrijven veel voorzichtiger met investeringen in productie. De focus kwam te liggen op winstgevendheid in plaats van productiecapaciteitsuitbreiding. Die capaciteit komt niet direct terug. En dan is de productiecapaciteit voor schalieolie nog relatief snel uit te breiden. Conventionele olieproducenten doen daar nog veel langer over. En die zijn voorzichtiger geworden met nieuwe investeringen, in verband met de energietransitie.” 

Dōjima Rice Exchange

In 1710 werden de allereerste futures contracts verhandeld op de Dōjima Rice Exchange in het Japanse Osaka. Waarom de eerste futures agrarische grondstoffen als onderliggende waarden hadden, laat zich raden. Producenten van rijst of andere grondstoffen konden zo hun prijsrisico afdekken. Door vooraf al vast te leggen wanneer en tegen welke prijs hij zijn rijst later zou verkopen, stond een producent niet meer bloot aan de grillen van de markt – bijvoorbeeld bodemprijzen als gevolg van overproductie in de sector. Ook de koper van zo’n future krijgt daarmee een bepaalde mate van zekerheid. Door prijs en datum van levering nu al vast te leggen, zal hij bij tegenvallende oogsten niet de hoofdprijs hoeven te betalen. De koper van een future contract gaat ‘long’ en als iemand zo’n contract verkoopt, wordt dat ‘short gaan’ genoemd.  

Verder in de toekomst
Naast de bescherming die grondstofbeleggingen bieden tegen inflatie, is er nog een ander belangrijk kenmerk dat deze beleggingsklasse juist voor een grote belegger van pensioengeld interessant maakt. Grondstofbeleggingen gedragen zich namelijk anders dan andere klassen, zoals aandelen en obligaties. Op die manier brengen ze spreiding aan in de totale beleggingsportefeuille. Verbaken: “Grondstoffen bieden, vergeleken met aandelen en obligaties, rendement op nét andere momenten in de economische cyclus. Op de top van een economische cyclus beginnen aandelen het namelijk al minder te doen. Aandelenkoersen zijn immers gebaseerd op de verwachting bij beleggers van de toekomstige cashflows van ondernemingen. De waarde van een bedrijf en daarmee de prijs van een aandeel, wordt dus bepaald door verder in de toekomst te kijken dan bij grondstoffen het geval is. De markt voor grondstoffen is een spotmarkt, waarin de prijs wordt bepaald op basis van vraag en aanbod op dat moment.”

Wie een concreet idee wil krijgen van dat ‘andere gedrag’ van grondstoffen, hoeft maar een blik op de recente rendementscijfers te werpen. “Onze grondstofbeleggingen hebben vorig jaar 40 procent opgeleverd. En het rendement voor dit jaar staat al op 30 procent. APG heeft een breed gespreide portefeuille. Nu aandelen en obligaties het juist slechter doen, kun je het rendement op grondstofbeleggingen goed gebruiken. Het hoort gewoon in je portefeuille, omdat het risicospreiding biedt en een bepaalde mate van verzekering.”


Recht om te kopen

Is beleggen in een grondstof als olie nog wel te verantwoorden richting de maatschappij, gezien het effect van fossiele brandstoffen op het klimaat? Verbaken: “Dat is inderdaad een terechte vraag, maar je moet je realiseren dat APG niet in die grondstoffen zelf belegt. We kopen geen olie, we kopen het recht om olie te kopen tegen een bepaalde prijs, op een bepaalde datum. Door actief te zijn op de markt voor olie-futures, leveren we geen financiering aan producenten, noch veroorzaken we extra carbon footprint. Als niemand meer actief zou zijn op die derivatenmarkt, zouden producenten hun prijsrisico wat minder makkelijk kunnen afdekken, maar het heeft geen enkel effect op de hoeveelheid geproduceerde olie. Dat is één. Twee: de huidige inflatie wordt in hoge mate veroorzaakt door gestegen olie- en gasprijzen. Als je voor deelnemers van pensioenfondsen rendement wilt maken om die inflatie zo veel mogelijk te compenseren, moet je er dus ook voor zorgen dat een deel van je beleggingen meebeweegt met de olie- en gasprijzen. Als je dat via derivaten doet, is zo’n belegging niet alleen in financiële zin goed verdedigbaar richting deelnemers, je kunt het ook in maatschappelijke zin verantwoorden.”


Metalen dominant

Maar, zegt Verbaken, er dient zich in de toekomst een periode aan waarin een grondstof als olie een steeds kleinere rol gaat spelen in de economie. En dat heeft alles te maken met de energietransitie. “De energietransitie is een proces van tientallen jaren. Maar zodra olie en gas als gevolg van die transitie naar duurzamere energievormen minder aantrekkelijk worden, zul je dat ook in de mix van een grondstoffenportefeuille terugzien. Het aandeel van olie en gas wordt kleiner, terwijl het aandeel van metalen dominanter wordt.”


Waarom juist metalen? Verbaken: “Om die overgang te maken, hebben we veel meer koper, aluminium en kleinere metalen waaronder nikkel nodig – denk aan de infrastructuur die nodig is voor de elektrificatie en aan bijvoorbeeld accu’s. Het zijn voor de energietransitie simpelweg cruciale grondstoffen.”

Volgende publicatie:
“Nadat je de aanschafkosten hebt terugverdiend, beschik je over gratis stroom”

“Nadat je de aanschafkosten hebt terugverdiend, beschik je over gratis stroom”

Gepubliceerd op: 15 maart 2022

APG heeft een belang genomen in zonne-energieleverancier enie.nl. De investering maakt onderdeel uit van ABP’s Nederlands Energietransitiefonds (ANET). Jeroen Schreur, bij APG verantwoordelijk voor ANET, licht het belang van de investering toe. “Wij delen de ambitie van enie.nl om het bedrijf verder te laten groeien en zo een belangrijke bijdrage te leveren aan de energietransitie.”

De hoge energieprijzen hebben geleid tot een grotere vraag naar zonnepanelen, stelt Schreur. “Men voelt nu nog meer de urgentie dan voorheen, waardoor er meer interesse is in zonnepanelen maar bijvoorbeeld ook in warmtenetten, om zo van het aardgas af te komen. De oorlog in Oekraïne en de energieafhankelijkheid van Rusland benadrukken nogmaals het belang van de energietransitie en het ANET-mandaat. We hadden uiteraard liever gezien dat mensen overtuigd waren geraakt van de noodzaak van de energietransitie door al de wetenschappelijke bevindingen over klimaatverandering en het nieuws over orkanen en overstromingen en andere gevolgen van klimaatverandering. Maar in het algemeen lijkt het of mensen pas in actie te komen als het hen direct in de portemonnee raakt. Dat is ook wel begrijpelijk. Het belangrijkste is dat mensen nu in ieder geval nog meer de urgentie van de energietransitie voelen.”

Wat maakt enie.nl zo geschikt om in te investeren?
“Wat hen goed maakt ten opzichte van hun concurrenten is hun klantreis. Ze hebben ervoor gezorgd dat potentiële klanten op enie.nl vrij eenvoudig het hele traject kunnen regelen, van de aankoop van een zonnepaneel tot de installatie. Het bedrijf heeft daar ook al goede resultaten mee behaald."

Hoe ziet de investering eruit?
“Wij financieren de groei van enie.nl. Zij willen verder opschalen en met voldoende kapitaal is er ruimte om bijvoorbeeld de sales-afdeling te vergroten. Het bedrijf is gevestigd in het noorden van het land. Daar hebben ze naamsbekendheid, maar ze willen hun vleugels uitslaan naar de rest van Nederland. Zo kunnen ze meer zonnepanelen verkopen en installeren. En als ze door blijven groeien en er nog een kapitaalinjectie nodig is, dan zijn we zeker bereid daarnaar te kijken.”

APG beschikt over behoorlijk wat kennis en een groot netwerk. Op welke manieren kan dat bijdragen aan het succes van enie.nl?
“Wij zijn een financiële investeerder en hebben dus in principe geen technische kennis van zonnepanelen. Wat we wel hebben, is een enorm netwerk en een grote portefeuille. Zo kan APG bijdragen aan de naamsbekendheid van enie.nl. Via onze vastgoedportefeuille beschikken we over goede banden met bijvoorbeeld woningbouwverenigingen. Daar ligt een kans voor de plaatsing van zonnepanelen. Maar ook buiten Nederland beschikken we over veel vastgoed waarvan de daken kunnen worden bedekt met zonnepanelen. Ons doel is uiteindelijk een bijdrage te leveren aan de energietransitie én aan een goed pensioen voor de deelnemer. Als we zo een win-winsituatie weten te creëren dan is ons doel bereikt.”

Misschien gaan zonnepanelen wel langer dan dertig jaar mee

Enie.nl wil dankzij de investering toewerken naar het energiebedrijf van de toekomst. Hoe ziet dat eruit?
“Het komt erop neer dat ze meer producten dan alleen zonnepanelen willen gaan aanbieden. Gisteren scheen de hele dag de zon, maar vandaag niet. De kans is dan groot dat jouw panelen gisteren veel meer hebben opgewekt dan wat je nodig had waarna de restenergie verdwijnt in het energienet. Maar stel dat je die te veel opgewekte energie op zou kunnen slaan in een batterij die in de garage of meterkast staat. Dan kun je die restenergie op een zonloze dag als vandaag gebruiken om de wasmachine te laten draaien. Dat is een voorbeeld van hoe enie.nl meerdere producten aan elkaar wil koppelen. Voor ons als investeerder is dat aantrekkelijk omdat het bedrijf zo meer producten kan verkopen wat weer goed is voor de winst en de waarde van het bedrijf.”

Het aanschaffen van een zonnepaneel kan een flinke investering zijn. Wanneer heeft de koper die kosten er gemiddeld uit?
“Het vergt inderdaad een investering en heeft een terugverdientijd van zo’n zes à zeven jaar. Dat hangt natuurlijk wel af van hoe vaak de zon schijnt. Nadat je de aanschafkosten hebt terugverdiend, beschik je over gratis stroom. Hoe lang zonnepanelen precies meegaan is nog niet helemaal duidelijk. Voorheen dachten we dat ze 20 jaar mee zouden gaan, tegenwoordig wordt al rekening gehouden met 25 jaar. Van elektrische auto’s zei men aanvankelijk ook dat de batterij na zeven jaar niet meer geschikt zou zijn om er nog mee te kunnen rijden. Er komen echter verhalen uit Californië van Tesla’s met een miljoen kilometer op de teller. Die batterijen blijven het dus maar doen. Wellicht geldt dit ook voor zonnepanelen en gaan ze misschien wel langer dan dertig jaar mee.”

Via ANET wil ABP bijdragen aan de financiering van de energietransitie in Nederland. Zijn er al genoeg mogelijkheden om te investeren in de energietransitie?
“Er zijn gigantisch veel mogelijkheden, maar niet elke investering is geschikt voor ons. En soms wil een andere investeerder meer betalen voor aandelen dan wij. Wat ook meespeelt is hoe het management van een bedrijf naar APG als investeerder kijkt. Als wij financiering verstrekken en het gaat vervolgens goed met het bedrijf, dan kunnen wij daarna vaak nogmaals een investering doen. Dat is anders bij een durfkapitaalfonds. Die investeren in de regel eenmalig, hopen op een goede winst en gaan dan door naar de volgende kans. Bij enie.nl is de eerste prioriteit groei. Als de taart van enie.nl groter wordt, geldt dat ook voor onze taartpunt. Die taartpunt willen we dan niet meteen inruilen voor geld want wij delen de ambitie van enie.nl om het bedrijf verder te laten groeien en zo een belangrijke bijdrage te leveren aan de energietransitie.”

Volgende publicatie:
“Duurzaamheid moet niet dienen als excuus voor middelmatig rendement”

“Duurzaamheid moet niet dienen als excuus voor middelmatig rendement”

Gepubliceerd op: 23 februari 2022

634 miljard euro. Dat is het totaal belegd vermogen van APG wereldwijd (stand eind december 2021). Doel: een goed pensioen in een leefbare wereld voor de deelnemers van de fondsen. De portefeuille is vanzelfsprekend gespreid. Van investeringen in windmolenparken in Zeeland tot Australische beursgenoteerde aandelen in winkels. En van veilige obligaties tot de wat meer fluctuerende handel in goud of soja. Wie zijn de mensen achter die beleggingen? Wat drijft ze? Welke keuzes maken ze? En waarom?

In deze aflevering van de serie De beleggers: Ton van Ooijen, binnen APG verantwoordelijk voor beleggingen in consumentengoederen in de ontwikkelde markten.

Het was recent groot nieuws: het overnamebod van Unilever op de consumentendivisie van GSK. Dit kwam voor velen als een verrassing, ook voor APG. In een reactie schreef de pensioenuitvoerder wel dat het veel strategische voordelen ziet van het op grote schaal betreden van het gebied van consumentengezondheid. Waarom was APG dan toch niet uitgesproken blij over Unilevers bod?

Van Ooijen: “Op zich was er niet zo veel aan te merken op de overname. Maar Unilever zit momenteel in een transitie en is bezig om zijn omzetgroei naar een hoger niveau te tillen. Ze kunnen zich nu daarom beter richten op het op orde brengen van hun eigen huis en laten zien dat er genoeg klanten zijn voor hun eigen producten. Het bod was dus wat ongelukkig getimed en waarschijnlijk ook wat aan de hoge kant. Maar dat ze willen uitbreiden in vitamines en tandpasta vind ik niet zo raar. Ze verkopen al tandpasta dus daarvoor kunnen ze hun eigen distributienetwerk in opkomende markten gebruiken. Bovendien kocht Unilever zo’n twee jaar geleden het drinkvoedingsmerk Horlicks van GSK, en dat loopt hartstikke goed. Dat zijn interessante zaken die onderdeel vormen van het grotere plaatje. Op de langere termijn maak ik me daarom niet zo druk over Unilever.”

Eerst nog even over je werk: jij richt je op de ontwikkelde markten. Is een portfolio dat zich op opkomende markten richt niet veel spannender?
“De opkomende markten zijn heel spannend. Maar veel bedrijven die in mijn portfolio vallen, halen de meeste groei in die opkomende markten. Er was dan ook weleens discussie of een bedrijf in mijn portfolio hoorde of in het portfolio van de opkomende markten. Daarom hebben we afgesproken dat de voornaamste beursnotering van een bedrijf bepaalt in welk portfolio dat bedrijf valt. Bij Heineken komt nu meer dan de helft van de omzet uit de opkomende markten. Vroeger was Nigeria belangrijk voor ze, nu zijn het Vietnam, Brazilië en Mexico. Voor Heineken zijn die landen belangrijker dan Amerika. Maar omdat het bedrijf is genoteerd aan de AEX, valt het in mijn portfolio. Voor schoonheidsbedrijven als L’Oréal en Estée Lauder vormt China nu de grootste groeimarkt, maar ook zij vallen in mijn portfolio. En in de naam van de grootste brouwerijketen ter wereld, AB InBev, staat ‘AB’ voor het Amerikaanse Anheuser Busch, ‘In’ voor het Belgische Interbrew en ‘Bev’ voor het Braziliaanse AmBev. De meeste bedrijven in mijn portfolio zijn echt wereldbedrijven. Dus het is niet zo saai als je zou denken, maar juist boeiend.”

Terug naar Unilever. Naast kritiek op het overnamebod ligt het bedrijf ook onder vuur van activistische beleggers vanwege een fundamenteler punt. Het bedrijf zou te veel bezig zijn met duurzaamheid, ten koste van het rendement. APG is ervan overtuigd dat rendement niet ten koste hoeft te gaan van duurzaamheid. Snap je wel de zorg van de activistische beleggers?
“Ja en nee. Duurzaamheid op zich is geen goede reden om ergens in te investeren. Maar we denken wel dat duurzaamheid kan leiden tot innovatie en het creëren van extra vraag. En dat kan weer leiden tot een hoger rendement over een langere periode. Bij Danone bijvoorbeeld leek de nadruk op duurzaamheid ten koste te gaan van aandacht voor de omzet- en winstgroei. Maar een bedrijf als Nestlé loopt ook voorop in duurzaamheid en zij slagen er wel in om met innovatieve producten te komen waar ze een hogere prijs voor kunnen vragen en daardoor ook een hogere winst kunnen behalen. Dus wij zijn het niet eens met beleggers die vinden dat duurzaamheid alleen maar geld kost en slecht is voor beleggers. Maar duurzaamheid moet ook niet dienen als excuus voor een middelmatig rendement voor een portefeuille die het beter zou kunnen doen, zoals bij Danone.”

Voor APG is het belangrijk dat de bedrijven waarin ze investeren duurzaamheid hoog in het vaandel hebben staan. Wat doet APG om te voorkomen dat activistische beleggers die weinig met duurzaamheid hebben de koers van een bedrijf kapen?
“We maken hen duidelijk dat wij duurzaamheid erg belangrijk vinden en dat je daarmee ook een superieure winstgroei kunt laten zien. Maar je moet het dan wel combineren met innovatie en marketing, zodat je met een product komt dat niet alleen goed is voor de planeet maar ook voor de consument zelf. Unilever kreeg kritiek van de Britse fondsbeheerder Terry Smith omdat ze te veel aan duurzaamheid zouden doen. Maar ik denk dat hij het prima vindt als Unilever innovatieve producten ontwikkelt en dat koppelt aan duurzaamheid. Een bedrijf moet producten maken die de consument wil, en duurzaamheid is ook in de maatschappij een trend.”

 

Alles wordt sneller en sneller. Maar als langetermijnbelegger hoeven we niet mee te gaan met de waan van de dag

Inmiddels werk je al een flink aantal jaar bij APG. Wat is voor jou de meerwaarde van werken bij deze institutionele belegger?
“Als APG ben je iemand en bedrijven zijn daarom vaak ook geïnteresseerd in hoe wij naar zaken kijken. Op dit moment bekijken we investeringsmogelijkheden in duurzaam voedsel. Als we een bedrijf dan willen vragen naar hun ESG-beleid (Environmental, Social en Governance; de drie centrale factoren om de duurzaamheid van een belegging te meten, red.), hebben we de mogelijkheid het daar met de experts van zo’n bedrijf inhoudelijk over te hebben. Door die gesprekken merk je dat ze APG een belangrijke gesprekspartner vinden. Dat is echt een meerwaarde van bij APG werken. Een ander groot voordeel is dat wij zogeheten sticky money hebben. Dus als een bedrijf een kwartaal wat minder presteert, halen wij niet meteen ons geld weg. We hebben een langere tijdshorizon dan veel andere investeerders en dat is een voordeel. Want dat betekent dat je ook in bedrijven kunt beleggen die in eerste instantie duur lijken, maar op langere termijn wel een groei kunnen laten zien die hoger is dan de gemiddelde economische groei.”

Je zit als Portfoliomanager Developed Markets Equities bovenop de ontwikkelde markten. In welke sectoren verwacht je de komende jaren de meeste groei?
“De meeste groei zit toch nog steeds in de duurdere producten. Bij consumentengoederen moet je dan bijvoorbeeld denken aan de high-end cognacs, malt whisky’s en de premium biertjes. Die zijn overigens in elke markt anders. Zo is Budweiser in China een premium biertje maar in thuisland Amerika niet. Mensen worden rijker en gaan niet zozeer méér eten kopen, maar béter eten. Als beleggers zijn wij vooral geïnteresseerd in prijsverhoging omdat een product is verbeterd, niet vanwege inflatie. De sectoren waarin bedrijven in staat zijn producten te ontwikkelen waarvoor mensen bereid zijn meer te betalen, door innovatie of marketing, zijn voor ons het interessantst. Van beleggingen daarin verwachten wij op langere termijn een hogere groei. Dan gaat het ook om de duurdere huidverzorgings- en dermatologische producten. Denk aan de merken MAC en Clinique van Estée Lauder en La Roche-Posay en Vichy van L’Oréal. Die producten passen in de gezondheids- en wellness-trend.”

Er vindt momenteel qua consumeren een verschuiving plaats, van bezit naar toegang en e-commerce. Welke gevolgen heeft dat voor de manier van beleggen?

“Digitalisering is belangrijk omdat er nu veel meer data bekend zijn over consumenten en hun gedrag. Je kunt daardoor de consument veel beter bedienen. Er is heel veel informatie over jou en mij bekend, en de merken die daar het verst mee zijn, zoals L’Oréal, profiteren daar echt van en laten ook een hogere omzetgroei zien dan andere bedrijven. Dat is een belangrijke ontwikkeling. Je ziet ook de generatie die alles nú wil, denk aan de Gorillas en andere flitsbezorgers van deze wereld. Dat zijn de digitale en innovatieve concurrenten voor de supermarkten. Daarom moeten die nog sneller investeren in e-commerce. Door de pandemie lieten de supermarkten een mooie winstgroei zien, maar nu wordt hun concurrentiepositie slechter. Wij houden daar als beleggers wel rekening mee.”

Digitalisering gaat dus zeker van invloed zijn op jouw portfolio. Welke andere ontwikkelingen zie je de komende jaren gebeuren?
“Alles wordt sneller en sneller. Maar als langetermijnbelegger hoeven we niet mee te gaan met de waan van de dag. Dat is ons grote voordeel. Wij moeten ons afvragen wat de structurele trend is. Plantaardig vlees was een tijdje een hype en sommige producenten kregen astronomische waarderingen op de beurs. Wij zijn gelukkig niet meegegaan met die hype, want nu zie je dat de forse groei eruit is, zeker in Amerika. Wel begeven grote bedrijven als Nestlé en Unilever zich nu ook op de markt voor plantaardig vlees. Die beschikken echter over veel meer kapitaal dan de kleine bedrijven en zijn wat mij betreft dan ook interessanter om in te investeren dan de kleine bedrijven waarmee de hype begon.”


Wie is Ton van Ooijen?

Studeerde macro- en bedrijfseconomie aan de Vrije Universiteit. Haalde daar ook een propedeuse geschiedenis. Deed ook nog een opleiding tot Certified Financial Analyst.


Interesse in beleggen

“Gaat heel ver terug. Het heeft te maken met dat ik geschiedenis leuk vind. Ik denk dat het verleden belangrijk is en een basis vormt voor de toekomst. En ik vind cijfertjes leuk. Als je dat combineert, komt je al gauw uit op economie. Bij de afdeling Fundamental Stock Selection beleggen we vooral bottom-up. Dat wil zeggen dat we kijken naar de fundamentele ontwikkelingen bij bedrijven. Maar daarbij spelen macro-economische aspecten ook een rol: wat gaan landen doen, en de rente? De kern blijft: wat doet een bedrijf en is het een aantrekkelijke belegging?”

Werken bij APG
“Ik werkte eerst bij verschillende brokers, waar ik individuele klanten adviseerde. Op een gegeven moment kreeg ik de kans bij APG aan de slag te gaan. Het mooie is dat ik hier zelf mag beleggen in plaats van alleen advies geven. Het is ook echt een vak waar je elke dag leert, en je bent verantwoordelijk, dat vind ik een groot voordeel van hier werken. Ook zie ik wat het resultaat is van mijn werkzaamheden, in ieder geval op langere termijn. Een ander positief punt is dat een groot deel van mijn familie deelnemer is van de pensioenfondsen die APG bedient. Mijn vader was bijvoorbeeld leerkracht en mijn zus is dat nog steeds. Ik werk dus als het ware voor mijn familie. Dat zie ik als een toegevoegde waarde. Je doet iets goed, je leert en wat je doet heeft een impact. Dat zijn dingen die iedereen graag in z’n baan wil hebben.”

Portfolio
De snellopende consumentengoederen in de ontwikkelde markten, te weten: Europa, de VS, Australië, Japan, Hongkong en Singapore. “De portefeuille waar ik direct verantwoordelijk voor ben, is 1,8 miljard euro waard. Maar wat ik doe, wordt gekopieerd door een overkoepelende portefeuille. Die heeft ongeveer 2 miljard euro in dezelfde fondsen zitten als ik, maar soms met een iets andere weging. Dat heeft met risicomanagement te maken. Stel dat ik een te zware weging in groeiaandelen zou hebben, dan krijgen we een style drift en dat willen we niet. De portfoliomanager van de overkoepelende portefeuille trekt dat dan recht. Die kijkt namelijk niet alleen naar mijn portefeuille, maar ook naar andere portefeuilles.”

 

Volgende publicatie:
APG dringt aan op stevige klimaatactie bij Koreaanse bedrijven

APG dringt aan op stevige klimaatactie bij Koreaanse bedrijven

Gepubliceerd op: 16 februari 2022

In een brief aan het topmanagement roept APG vooraanstaande Zuid-Koreaanse bedrijven en grote CO2-uitstoters op om meer te doen tegen klimaatverandering. Namens haar pensioenfondsklanten dringt APG aan op een ambitieuze klimaatstrategie en CO2-reductiedoelstelling.

 

De brief is verstuurd naar tien grote Zuid-Koreaanse bedrijven waarin APG belegt, waaronder Samsung Electronics, Hyundai Steel en LG Chem, een groot (petro)chemisch bedrijf. Ondanks dat ze grote CO2-uitstoters zijn, valt geen van deze bedrijven onder Climate Action 100+. Dit is een door investeerders geleid initiatief dat tot doel heeft ervoor te zorgen dat 's werelds grootste uitstoters van broeikasgassen de nodige actie ondernemen tegen klimaatverandering.

 

‘Toon ambitie en leiderschap’

"Klimaatverandering is de grootste uitdaging waar de wereld voor staat", zegt Yoo-Kyung (YK) Park, Hoofd Responsible Investment & Governance Asia Pacific. "Deze bedrijven zijn belangrijk voor de Koreaanse economie en de wereldwijde toeleveringsketen. Voor het tegengaan van de klimaatcrisis is het van cruciaal belang dat ze hun bedrijfsvoering koolstofarm maken.”

 

APG roept de gekozen bedrijven op hun huidige klimaatstrategie en doelstelling voor CO2-reductie onder de loep te nemen en ervoor te zorgen dat die ‘voldoende ambitieus’ zijn. De bedrijven worden daarnaast aangespoord om met langetermijnbeleggers in gesprek te gaan over hun uitdagingen als het om klimaatverandering en de energietransitie gaat. Ook wordt ze gevraagd voorstellen en suggesties van hun aandeelhouders zorgvuldig in overweging te nemen. In de brief staat dat het belangrijk is dat bedrijven 'consistent en daadkrachtig leiderschap' tonen bij het aanpakken van klimaatverandering.

 

Focus op afnemers fossiele energie

APG's grootste klant ABP kondigde in oktober 2021 aan te stoppen met beleggen in producenten van fossiele brandstoffen. Het ambtenarenpensioenfonds wil haar inspanningen om verbeteringen af te dwingen (engagement) voortaan vooral richten op grootverbruikers van fossiele energie, zoals nutsbedrijven en autofabrikanten. Het engagement van APG bij deze tien grote Koreaanse bedrijven – waarvan geen enkele een producent van fossiele brandstoffen is – past in deze aanpak.

Volgende publicatie:
APG investeert in Taronga Ventures’ Built Environment Technology Fund

APG investeert in Taronga Ventures’ Built Environment Technology Fund

Gepubliceerd op: 10 februari 2022

APG heeft namens haar pensioenfondsklanten de eerste investering gedaan in de ‘built environment technology’ (“Proptech”) in Azië-Pacific via een investering in een Taronga Ventures built environment technology Fund. De technologieën zijn gericht op het verbeteren van ESG, operationele efficiëntie en de kwaliteit van het onroerend goed. De sterke focus van het fonds op ESG-gerelateerde technologie sluit ook perfect aan bij de visie van APG om langetermijn duurzaamheid binnen vastgoed te stimuleren.

 

Klik hier voor persbericht

 

Volgende publicatie:
Het belang van goede regels voor verantwoord ondernemen

Het belang van goede regels voor verantwoord ondernemen

Gepubliceerd op: 8 februari 2022

De EU buigt zich momenteel over het verplicht stellen van de normen die zijn opgenomen in de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen. Dat houdt in dat bedrijven bij productie of inkoop van goederen en diensten wereldwijd moeten letten op mensenrechten en milieu. Om zo misstanden te voorkomen. Johan Barnard (Head International Public Affairs) en Anna Pot (Hoofd Global Responsible Investment Capital Markets & RI Communications) over waarom APG dit aanmoedigt, maar waar ook zeker op gelet moet worden.

 

Wat houden die richtlijnen in?
Barnard
: “De richtlijnen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) maken duidelijk wat in OESO-lidstaten van bedrijven verwacht wordt op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) bij internationaal zakendoen. Deze zijn gestoeld op bijvoorbeeld de UN Guiding Principles on Business and Human Rights en andere internationale normen. Ze bieden bedrijven handvatten om met verschillende kwesties om te gaan. Denk aan de verantwoordelijkheid van een bedrijf voor toeleveranciers, mensenrechten, kinderarbeid, milieu en corruptie. Deze OESO-richtlijnen waar ook Nederland zich als OESO-lidstaat aan gecommitteerd heeft, spelen een prominente rol in het Nederlandse internationaal MVO-beleid. En ook staan ze centraal in het verantwoord beleggen beleid van APG.”


En deze zijn nu dus nog vrijblijvend?
Barnard: “Vrijblijvend zou ik het niet noemen. Zie het als een norm die de OESO-lidstaten samen hebben afgesproken zonder dat het juridisch bindend is. Veel Nederlandse bedrijven onderschrijven de richtlijnen. Bovendien is er een reeks convenanten gesloten met de overheid en ngo’s waarin sectoren onderling afspreken hoe ze invulling geven aan de OESO-richtlijnen. De pensioensector heeft bijvoorbeeld het convenant Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Beleggen (IMVB) gesloten. Bijzonder aan de OESO-richtlijnen is dat er een klachtenmechanisme in zit. Iedereen kan een klacht indienen over een bedrijf dat zich niet lijkt te houden aan de richtlijnen bij het Nationaal Contact Punt (NCP) van het desbetreffende land. Op dat moment treedt een bemiddelingsprocedure in werking waarbij alle partijen met elkaar om de tafel gaan. Bij een succesvolle bemiddeling sluiten partijen dan een overeenkomst over hoe zij verder gaan met de kwestie. Het NCP faciliteert dat proces, maar beslist niet zelf wat de uitkomst wordt, dat doen de partijen. ”


Waarom wil APG dat er een Europese verplichting komt?
Pot: “Wij willen voor onze klanten beleggen in duurzame bedrijven die mensenrechten respecteren, zorgvuldig met het milieu omgaan en een deugdelijke governance hebben. Omdat wij wereldwijd beleggen, geldt die verwachting ook voor bedrijven wereldwijd. Dus willen we dat er een duidelijke standaard is die niet alleen in Nederland geldt. Wat ons als duurzame belegger ook helpt, is als bedrijven rapporteren over hoe ze duurzaam ondernemen en dat ze ook door de regelgever worden aangemoedigd duurzaam te ondernemen.”
Barnard: “Het Europees Parlement vindt dat bedrijven te weinig hun verantwoordelijkheid nemen om op een nette manier te werken in het buitenland. Daarom heeft het om een bindende regeling gevraagd. Enkele lidstaten, zoals Frankrijk en Duitsland, hebben nationale wetten ingevoerd om verplichtingen ten aanzien van toezicht op toeleveranciers vast te leggen. Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken concludeert dat ondanks de convenanten het ook in Nederland nog niet goed genoeg gaat. Er loopt dan ook een discussie met de Tweede Kamer over de vraag of er een Nederlandse wet moet komen om de OESO-richtlijnen verplicht te stellen. Daarnaast zie je dat ook rechters rekening gaan houden met de OESO-richtlijnen bij het vaststellen waar ondernemingen aan gehouden zijn. Een recent voorbeeld is de Shell-zaak.”


De EU komt op 23 februari met een voorstel, de zogeheten Sustainable Corporate Governance Directive. Waar hopen jullie op?
Barnard: “Allereerst is het belangrijk dat er op deze manier een Europese norm ontstaat. Dat is veel beter dan het risico lopen dat deze materie in de verschillende lidstaten op verschillende manieren wordt geregeld.”

Pot: “Om de OESO-richtlijnen in wetgeving te vatten, zien we wel enkele aandachtspunten. Het directe contact tussen stakeholders zoals maatschappelijke organisaties en bedrijven of belegger is voor ons belangrijk. Wij zijn continu in gesprek en koesteren deze dialoog omdat het ons nieuwe informatie en inzichten oplevert. Stakeholders kunnen ons altijd direct benaderen. Waar zij liever het unieke, goede mechanisme van de NCP benutten, en/of ons niet direct weten te vinden, werken we daar zeker aan mee. We moeten ervoor waken dat de NCP-aanpak niet te gemakkelijk wordt overgedaan of vervangen door een formele procedure bij de rechter. Tot slot zijn er duidelijke definities nodig voor het afbakenen van de verantwoordelijkheid: wat is de rol van bedrijven versus die van beleggers? Bij een recente zaak over McDonalds zag je dat die nogal eens door elkaar worden gehaald.”

Bij die McDonalds-kwestie zat APG als een van de beklaagden met de NCP om de tafel. Waarover ging deze kwestie?
Pot: “Vier internationale vakbonden hadden een klacht ingediend tegen fastfoodketen McDonalds, die in een aantal Latijns-Amerikaanse landen onvoldoende op zou treden tegen vermeend systematisch seksuele intimidatie op de werkvloer. En tegen twee beleggers. APG werd verweten onvoldoende te doen om ‘gender-based violence and harassment’ (GBVH) te voorkomen. En dat is volgens de vakbonden een schending van de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen.

Voor de tweede keer erkent NCP dat APG handelt volgens de richtlijnen en daar leidend in is

APG heeft minder dan één procent van de aandelen bij McDonalds. Opvallend dat deze belegger dan wordt aangeklaagd en niet een van de veel grotere aandeelhouders.

Barnard: “Dat is zeker opvallend. Veel grotere aandeelhouders die ook de OESO-richtlijnen onderschrijven, maar in andere OESO-lidstaten gevestigd zijn, worden niet aangesproken. Wellicht omdat in Nederland de regels toch beter zijn waardoor de klagers dachten sneller hun gelijk te behalen. Ook wat dat betreft is een Europese regeling beter, omdat er dan niet zo'n groot verschil tussen lidstaten zal zijn. Dat kan natuurlijk nog wel met landen buiten de EU, maar een regeling voor de hele OESO of zelfs de hele wereld is wel erg moeilijk te bereiken. Je wil voorkomen dat klagers gaan shoppen waar het gunstigste oordeel verwacht mag worden, in plaats van dat het een gesprek met de meest verantwoordelijke partijen is.”

 

Hoort dat bij de aandachtspunten van het verplicht stellen waar jullie op doelen?
Barnard: “Exact. APG wil verantwoordelijkheid dragen voor zaken waar we ook invloed op hebben. Dat is allereerst ons eigen beleggingsbeleid waaronder onze eigen engagementactiviteiten. Met en zonder NCP gaan we daarover met stakeholders in gesprek.”
Pot: “Wij doen aan due diligence, ofwel zorgvuldig onderzoek, in de beleggingskeuzes die we maken en wij gaan met ondernemingen waarin we beleggen, zoals McDonalds, in gesprek over een verantwoorde bedrijfsvoering. Wat dat betreft is de verantwoordelijkheid van een belegger echt iets anders dan die van de onderneming over haar bedrijfspraktijk.

Een tweede aandachtspunt is de klachtprocedure die bij NCP primair is gericht op bemiddeling. Partijen moeten het samen eens worden, voordat er een oplossing is. Daar passen heel open normen bij, die door partijen samen in een procedure van geval tot geval kunnen worden ingevuld. Bij een bindende regeling heb je een procedure bij een rechter die uiteindelijk beslist voor de partijen, en daarbij ook jurisprudentie maakt. In dat model is veel meer duidelijkheid vooraf nodig.”

En niet genoeg duidelijkheid kan tot vervelende gevolgen leiden?
Barnard: “De OESO-richtlijnen vragen in de ernstigste gevallen ondernemingen compensatie te betalen aan gedupeerde partijen. Overigens is dit niet aan het NCP om te bepalen. Het NCP treedt slechts op als een mediator. Maar in het geval een rechter in de toekomst inderdaad zou kunnen beslissen over een compensatie dan is het wel extra belangrijk bedrijven van tevoren kunnen weten waar ze aan toe zijn. Ook is het dan cruciaal om helderheid te hebben over het verschil in verantwoordelijkheden tussen bedrijven enerzijds en de beleggers in die bedrijven anderzijds. Gelukkig onderschrijft de OESO dit wel in haar richtlijnen voor institutionele beleggers, maar deze worden door bijvoorbeeld NGO’s soms anders uitgelegd dan door ons.”

De uitkomst van het McDonalds-onderzoek bij het NCP is inmiddels verschenen. Hoe komt APG naar voren in dit geschil?
Pot: “Voor de tweede keer krijgen we complimenten van het NCP over de manier waarop we als aandeelhouder onze verantwoordelijkheid nemen en handelen volgens de OESO-richtlijnen. Ook de vakbonden die de zaak hebben aangespannen, hebben dat op basis van onze gesprekken erkend. Het NCP concludeert in de eindverklaring dat ‘pensioenuitvoerder APG, dat onder andere voor ABP pensioengelden beheert, haar verantwoordelijkheid als minderheidsaandeelhouder heeft genomen en in overeenstemming heeft gehandeld met de OESO-richtlijnen’. APG wendt haar invloed dus aan binnen de kaders van ons investeringsbeleid om negatieve impact te vermijden of te verminderen. In 2015 concludeerde het NCP dat wij destijds ook al handelden in lijn met de OESO-richtlijnen en onze invloed inzetten voor verduurzaming van onze beleggingen/bedrijven in de portefeuille.”

Volgende publicatie:
Politiek steekspel over gas en kernenergie als duurzame energiebronnen

Politiek steekspel over gas en kernenergie als duurzame energiebronnen

Gepubliceerd op: 26 januari 2022

Welke kleur heeft energie? Dat is de vraag nu de Europese Commissie heeft voorgesteld aardgas en kernenergie tijdelijk als duurzaam te bestempelen. Johan Barnard (Head International Public Affairs) en Claudia Kruse (Managing Director Global Responsible Investment & Governance) vertellen over het belang van een taxonomie op wetenschappelijke basis.


Wat is deze taxonomie precies?
“De taxonomie is een instrument van de EU dat omschrijft welke economische activiteiten als duurzaam voor het klimaat kunnen worden aangemerkt en welke niet,” aldus Barnard. “Brussel probeert hiermee greenwashing tegen te gaan. Grote beleggers zoals APG kunnen aan de hand van deze indeling aan hun stakeholders laten zien hoeveel duurzame investeringen ze doen. Het is de uitdrukkelijke bedoeling dat de lijst met duurzame economische activiteiten een wetenschappelijke basis heeft.”

En gas en kernenergie staan nu niet op deze lijst?
Barnard: “Bij het opstellen van de lijst liet de Europese Commissie twee onderwerpen bewust nog even buiten beschouwing: namelijk het opwekken van energie met aardgas en met kernenergie. De vrees bestond dat over deze onderwerpen een politiek steekspel zou ontstaan. Op 31 december 2021 kwam de Commissie toch met een aanvullend voorstel om gas en kernenergie op de groene (duurzame) lijst te zetten, tijdelijk en onder voorwaarden. Op verzoek van de Commissie bogen zich hier twee groepen van experts over: het onafhankelijke Sustainable Finance Platform aan de ene kant en experts afkomstig uit de lidstaten aan de andere kant. Het Sustainable Finance Platform kwam op maandag 24 januari met een negatief advies.”

 

Wat zijn de argumenten voor en tegen het insluiten van gas en kernenergie?
“Voorstanders van kernenergie, waaronder Frankrijk, willen dat het op de groene lijst komt,” zegt Barnard. “Dit omdat kernenergie nauwelijks tot CO2-uitstoot leidt. Tegenstanders van kernenergie wijzen op natuurschade door het lozen van koelwater, de veiligheidsrisico’s en het probleem van nucleair afval. Het Sustainable Finance platform concludeert dat op basis van het ‘do no significant harm’-principe van de taxonomie kernenergie moet worden uitgesloten van de groene lijst. Het tijdelijk als duurzaam aanmerken van gas is volgens de Commissie nodig om op korte termijn nog CO2-intensievere energiebronnen zoals bruin- of steenkool te kunnen uitfaseren. Voor gas zou dan een minder zware limiet aan CO2-uitstoot gelden dan voor hernieuwbare energiebronnen. Het Sustainable Finance Platform vindt dat er geen reden is om af te wijken van de algemene CO2-grens en wijst erop dat het aanbod van hernieuwbare energie nu al sterk stijgt, zodat er wel degelijk alternatieven beschikbaar komen.”

Voor ons is het belangrijk dat wij een gegronde basis hebben in het gesprek over duurzaamheid met onze stakeholders

Wat is het standpunt van APG hierin?
“APG is er een groot voorstander van dat de wetenschap bepaalt welke economische activiteiten bijdragen aan duurzaamheid en welke niet,” stelt Kruse. “Dit standpunt heeft de Pensioenfederatie in december namens de Nederlandse pensioensector toegelicht in een artikel. Voor ons is het belangrijk dat wij een gegronde basis hebben in het gesprek over duurzaamheid met onze stakeholders, met name de deelnemers van de pensioenfondsen. Wij volgen de Pensioenfederatie dan ook in haar oproep aan de Commissie om het wetenschappelijk onderbouwde advies van het Sustainable Finance Platform ter harte te nemen.”

 

Het Platform stelt ook voor een extra categorie in de taxonomie op te nemen. Hoe staat APG daarin?
Barnard: “Het Platform suggereert inderdaad, net als de Pensioenfederatie eerder deed, een zogenoemde oranje of amber categorie te introduceren. Die zou dan een lijst van economische activiteiten bevatten die niet volledig duurzaam zijn, maar wel een belangrijke rol spelen in de transitie naar duurzame energie. Wij vinden dat een betere oplossing dan het opnemen van gas en kernenergie op de groene lijst, die daarmee verwatert.”

Heeft de uitkomst van de discussie nog gevolgen voor beleggingen van APG?
Kruse: “In het algemeen niet. De discussie gaat over het punt of een economische activiteit waarin wordt belegd als duurzaam kan worden aangemerkt of niet. De taxonomie laat het beleggers vrij om te investeren in economische activiteiten die al dan niet als duurzaam gelden. Bij die keuze hanteren we onze beleggingscriteria en die van onze fondsklanten om te toetsen of een belegging wel duurzaam en verantwoord is en ook financieel voldoende presteert. Het kan lastig worden met de green bonds die de Europese Commissie zelf uitgeeft. Als gas op de groene lijst komt, dan zouden deze groene obligaties ook beleggingen in een fossiele brandstof kunnen omvatten. Dan zou het kunnen dat deze niet meer in het beleggingsbeleid van onze fondsklanten passen.”

 

Update: 3 februari 2022

Definitief voorstel
Op 2 februari kwam de Europese Commissie met haar definitieve voorstel. Daaruit blijkt dat ze niet tegemoetkomt aan het advies van het Sustainable Finance Platform. De Commissie houdt namelijk vast aan haar wens dat er voor energieopwekking met aardgas een minder zware limiet aan CO2-uitstoot geldt dan voor andere energiebronnen. De kritiek van het Platform dat niet gegarandeerd is dat kernenergie voldoet aan het zogenaamde ‘do no significant harm’-principe legt de Commissie ook naast zich neer. Barnard: “De Commissie gaat zo voorbij aan de wens van veel klimaat-, milieu- en natuurbeschermingsorganisaties, overheden, banken en institutionele investeerders -waaronder APG- dat de afweging of een economische activiteit wel of niet duurzaam is, een wetenschappelijke basis behoeft.”


Gevolgen
Als dit voorstel ongewijzigd in werking treedt, heeft het in ieder geval een belangrijk gevolg voor de rapportage van bedrijven. “Zij moeten daarin vermelden of hun activiteiten met een groen label ook energieopwekking met aardgas of kernenergie omvatten,” aldus Barnard. “Daarmee kunnen beleggers die dat willen hopelijk vermijden onbedoeld in aardgas of kernenenergie te beleggen.”


APG zal het voorstel van de Commissie de komende tijd nader bestuderen en bespreken met haar fondsklanten. Al met al doet het voorstel af aan het voordeel van de taxonomie, stelt Barnard. “Dat was dat je op eenvoudige wijze kunt vaststellen of een economische activiteit groen is of niet. Dat zou nu helaas onnodig ingewikkelder worden als dit voorstel doorgaat.”

Volgende publicatie:
“Linksom of rechtsom wordt het spannend”

“Linksom of rechtsom wordt het spannend”

Gepubliceerd op: 25 januari 2022

Welke ontwikkelingen in de economie gaan we dit jaar zien? En wat kenmerkte de economie vorig jaar? Thijs Knaap, Chief Economist bij APG, houdt dit jaar het beleid van centrale banken én de politieke en economische ontwikkelingen in China scherp in de gaten.

 

Als hét thema van zowel afgelopen jaar als dit jaar wil Knaap toch corona hebben genoemd. “Het was nu eenmaal de drijvende kracht achter heel veel zaken in 2021, positief en negatief. Denk aan lockdowns, de her en der opduikende varianten en vaccins, steunmaatregelen van de overheid, thuiswerken, groeiende ongelijkheid en de onvrede daarover.” Hij is dan ook benieuwd wat de gevolgen zullen zijn van de omikronvariant. “Als we geluk hebben, blijven de gevolgen beperkt tot verplicht thuiswerken en faillissementen van cruisemaatschappijen en aanbieders van zakelijke vliegreizen. Hebben we pech, dan staan we aan de vooravond van een lange lockdown en de vraag wat er allemaal moet sluiten om te voorkomen dat de nieuwe variant weer heel veel slachtoffers maakt,” stelt Knaap.

 

Grote bedrijven
Knaap verbaast zich nog steeds over de hoge winstgroei van de bedrijven in de wereldwijde MSCI World Index. “Die winsten zijn vorig jaar gestegen met 70%. Dus de grote bedrijven die in zo’n index zitten doen het, ondanks corona, fantastisch. Dat is echt een onverwachte wending die goed uitpakt voor beleggers. Het is wel een belangrijke ontwikkeling, want als de grote bedrijven het niet goed zouden doen, waren de economische zorgen een stuk groter dan nu.”

 

Sherlock Holmes

Wat Knaap naast de winstgevendheid van de grote bedrijven als kenmerkend voor 2021 ziet, is dat er geen heibel is uitgebroken terwijl daar wel alle aanleiding voor was. “Er is een Sherlock Holmes-verhaal waarin hij een misdaad oplost dankzij een hond die níet blaft terwijl hij dat wel had moeten doen. De bestorming van het Capitool, de spanningen in Oekraïne, staatsschulden die met tientallen procenten omhoog springen; allemaal gebeurtenissen waarvan iedereen van tevoren zei dat ze enorme economische gevolgen zouden hebben maar nu hoogstens een rimpeling veroorzaakten. Misschien komt dat omdat iedereen bezig is met corona, maar opvallend is het wel.”  

De vraag wat China gaat doen, wordt steeds belangrijker

Centrale banken
Knaap ziet het beleid van centrale banken als een belangrijk thema van 2022. “Pas wanneer het ruime monetaire beleid wordt teruggedraaid, kom je er achter wie niet zonder die financiële steun kan. Dat gaan we dit jaar uitvinden. Je weet ook nooit hoe hard het gaat, dat is het spannende van monetair beleid. Zo kunnen ze twee keer de rente verhogen zonder gevolgen. Dan doen ze het voor een derde keer en vliegt de boel ineens op slot. Dus linksom of rechtsom wordt het spannend.”

 

China

In dit nieuwe jaar houdt Knaap ook China nauwlettend in de gaten. “De vraag wat dat land gaat doen, wordt een steeds belangrijkere factor. Dat roepen we tenminste, maar we houden er nog niet echt rekening mee. Dat komt ook omdat China altijd zo ontzettend betrouwbaar is geweest als het gaat om economische groei. Altijd als het slecht ging met de wereldeconomie gingen de Chinezen meer geld uitgeven, en fungeerden ze als anker voor de wereldeconomie. Nu heeft China zijn traditionele beleid omgegooid en investeert het zichzelf niet langer uit een periode van lagere economische groei. Sterker nog, Beijing kortwiekt grote bedrijven als projectontwikkelaars en internetondernemingen nu. En dan is het nog een bijzonder jaar voor China. Niet alleen omdat volgende maand de Olympische Winterspelen plaatsvinden, waarbij allerlei politieke ongelukken kunnen gebeuren, maar vooral doordat de ambtstermijn van Xi Jinping in oktober afloopt. Waarschijnlijk blijft hij toch, maar het is een spannend moment waarbij de economie er goed voor moet staan. En op de achtergrond speelt het verhaal van grote bedrijven zoals Evergrande waarvan we niet weten of die al dan niet begeleid ten onder gaan. Die onzekerheid rond China gaat dit jaar zeker een rol spelen in de wereldeconomie.”

 

Volgende publicatie:
APG wacht met spanning op Unilever’s initiatieven om de prestaties te verbeteren

APG wacht met spanning op Unilever’s initiatieven om de prestaties te verbeteren

Gepubliceerd op: 24 januari 2022

Als reactie op Unilevers recente bod op GSK CH, heeft APG zijn standpunt op deze verrassende stap geformuleerd.

Over het algemeen maakt APG zich geen zorgen over de huidige strategie van Unilever. In feite ondersteunen we het multi-stakeholdermodel van het bedrijf. Unilever is naar onze mening met haar focus op betekenisvolle merken een van de koplopers in het zetten van de noodzakelijke stappen voor de voedingsindustrie om op weg te gaan naar een duurzamere wereld. Dit sluit perfect aan bij de opvattingen en verwachtingen van APG als langetermijn verantwoorde belegger. Ondanks Unilevers uitstekende duurzaamheidsprestaties wachten we echter op een verbetering van de onderliggende groei van het bedrijf, wat volgens ons slechts een kwestie van tijd is.

Unilever heeft door de jaren heen een aantrekkelijk rendement op haar vermogen weten te genereren. Dit is voor ons een belangrijke prestatiemaatstaf, die ook deel uitmaakt van Unilevers managementbeloning. Dit is voornamelijk bereikt door autonome ontwikkeling en kleine acquisities. Wij ondersteunen deze strategie zoals deze zich in het verleden heeft bewezen. Het plan van het bedrijf om een ​​meer radicale verschuiving in het bedrijf door te voeren door te bieden op GSK CH verraste ons. Hoewel we van positieve verrassingen houden, is het ons niet duidelijk of dit er een is.

We zien veel strategische voordelen van het op grote schaal betreden van het gebied van consumentengezondheid. Met name de mogelijkheid om gebruik te maken van Unilevers sterke distributienetwerk in opkomende markten in o.a. India, Indonesië en Brazilië. Grote acquisities hebben vaak een slechte reputatie. Unilever lijkt echter succesvol te zijn met de integratie van het overgenomen merk Horlicks (ook van GSK) in India. Het zou hebben geholpen als het management meer informatie had gedeeld over hun vertrouwen om het succes van Horlicks op grote schaal te kunnen kopiëren met GSK HC.

We wachten met spanning op de belangrijkste initiatieven van Unilever om haar prestaties te verbeteren. Unilever moet zich gepassioneerd richten op de behoeften van de consument om de omzetgroei nieuw leven in te blazen. We zouden graag nieuwe innovatieve producten zien die het marktaandeel zouden moeten vergroten, maar ook de algemene groei van de categorie zouden moeten versterken. Een waarschijnlijke verandering van de matrixstructuur zal het bedrijf zeker opschudden, maar uiteindelijk moet het bedrijf zijn innovatiekracht vergroten.

Kortetermijnproblemen zoals stijgende kosten en vertragende opkomende markten zijn stormen die Unilever decennia na decennia heeft weten te overwinnen. Het introduceren van innovatieve, duurzame producten tegen een redelijke prijs, gecombineerd met het sterke distributienetwerk van het bedrijf, met name in opkomende markten, waren in het verleden de basis voor het succes van het bedrijf en zullen dat waarschijnlijk ook in de toekomst zijn.

Volgende publicatie:
“Het is toch prettig om niet voor geldwolf te worden uitgemaakt”

“Het is toch prettig om niet voor geldwolf te worden uitgemaakt”

Gepubliceerd op: 24 januari 2022

Wie zíjn die mensen die ervoor kiezen in de pensioensector te gaan werken? Wat doen ze daar de hele dag voor jouw pensioen? En wat vinden ze leuk aan hun werk? We nemen je mee achter de schermen.

Julian Steenman (26) is quant-portfoliomanager bij APG. “Mensen denken ten onrechte dat een quant een gevoelloze machine is die de hele dag met z’n neus op een scherm zit te programmeren.”

 

Wat doet een quant-portfoliomanager?

“Een portfoliomanager beheert een beleggingsportefeuille. Ik werk binnen het vastgoedteam en werk daar mee aan het beheren van een vastgoedportefeuille van APG.”

 

En wat is een quant dan?

“Quant staat voor quantitative – kwantitatief dus. Het is een vrij breed, vaag begrip in de beleggingswereld, maar over het algemeen is een quant iemand die modelmatig of wiskundig naar potentiële beleggingen kijkt. We proberen de dingen die op de beurs gebeuren te verklaren door middel van wiskundige verbanden en oorzaak en gevolg. Daarnaast proberen we zinnige dingen te zeggen over wat de toekomst gaat brengen. Waar ik me specifiek mee bezighoud, is het systematiseren van het beleggingsproces binnen het vastgoedteam.”

 

Hoe gaat dat in z’n werk?

“Wat we simpel gezegd doen binnen het vastgoedteam, is ja of nee antwoorden op de vraag: willen we hierin beleggen? En ‘hierin’ is dan bijvoorbeeld een hotel. Het antwoord is altijd gebaseerd op onderbouwde argumenten en overtuigingen. Je kunt dat voor een groot deel standaardiseren. We werken aan een soort beslisboom, met bovenin de vraag of we gaan investeren, en naar beneden toe steeds gedetailleerder waarom we dat wel of niet doen. Door het op die manier te systematiseren, zorg je ervoor dat iedereen dezelfde stappen moet doorlopen in het nemen van beslissingen. Zo kun je die beslissingen makkelijker met elkaar vergelijken.”

 

Hoe word je zo’n quant?

“Als je wiskunde of econometrie hebt gestudeerd, krijg je al snel het label quant op je geplakt. Ik heb wiskunde gestudeerd aan de universiteit en kwam er gaandeweg achter dat ik de financiële wereld interessant vond.”

 

Toch klinkt ‘de financiële wereld’ wat flitsender dan ‘de pensioensector’. Hoe ben je bij APG beland?

“Ik had eigenlijk nooit nagedacht over de pensioenwereld, maar ben toevallig bij APG binnengerold voor mijn afstudeerscriptie. APG is de grootste vermogensbeheerder van Nederland, die schaal en complexiteit vind je nergens ander terug. Het is me hier zo goed bevallen dat ik heb besloten om te blijven. Dus heb ik een traineeship van twee jaar gevolgd en sinds oktober werk ik in deze nieuwe rol.”

 

 

En, nog geen spijt van je keuze?

“Zeker niet, ik heb absoluut de juiste keuze gemaakt.”

 

Wat vind je zo leuk aan deze baan?

“Meerdere dingen. Het beleggingsproces zie ik als een uitdagende, interessante puzzel. Ook vind ik het heel leuk om concreet bij te dragen aan het proces zelf, er samen met anderen voor te zorgen dat het steeds makkelijker wordt om te vergelijken waarom we wel in hotel A beleggen, maar niet in hotel B. Dat maakt het proces beter uitlegbaar en daarmee ook transparanter. Ik vind het daarnaast mooi meegenomen dat we een maatschappelijk belang dienen. Ja, we zijn bezig met geld verdienen en dat willen we bereiken met investeren, maar er zit wel een gedachte achter het waarom. We doen het om ervoor te zorgen dat mensen voldoende pensioen krijgen. Ik vind het fijn om daaraan bij te kunnen dragen, al is het in eerste instantie niet de reden geweest dat ik voor de pensioensector heb gekozen. Het is toch prettig om niet voor geldwolf te worden uitgemaakt.”

 

Wat drijft je in je werk?

“Het feit dat we investeren voor het pensioen van miljoenen mensen. Bij veel andere vermogensbeheerders is dat heel anders, daar probeer je geld te verdienen voor een klein aantal miljonairs. Toen ik ervoor koos mijn scriptie bij APG te gaan schrijven was dit niet mijn grootste drijfveer, maar door de jaren heen ben ik me steeds meer gaan identificeren met de missies van APG. Zo loopt APG wat duurzaamheid betreft aan kop binnen de financiële sector. Zelf vind ik duurzaamheid ook belangrijk. Ik ben bijvoorbeeld een aantal jaar geleden vegetariër geworden, uit milieuoverwegingen. Wat me concreet drijft in mijn werkzaamheden is het ontrafelen van dat ontzettend complexe proces dat komt kijken bij het maken van een investeringsbesluit. En daar vervolgens slimme, kwantitatieve oplossingen voor bedenken, geeft me erg veel voldoening.”

 

Als ik met vrienden zit, gaat het altijd minstens één keer over mijn werk. Ze vinden het erg interessant

Hoe reageren mensen als je vertelt wat je voor werk doet?

“Nou, ze vinden het erg interessant! Ik merk dat veel mensen de afgelopen jaren privé zijn begonnen met beleggen. In mijn omgeving is iedereen daarom erg geïnteresseerd in wat ik doe. Als ik een avond met mijn vrienden zit, gaat het altijd minstens één keer over mijn werk. Ze vragen bijvoorbeeld waar ik op dat moment mee bezig ben en hoe het hele beleggingsproces verloopt bij zo’n grote vermogensbeheerder.”

 

Goede vraag, hoe verloopt dat beleggingsproces?

“Als particulier klik je op een knop en dan koop je een aandeel. Maar bij een organisatie als APG gaan er heel veel stappen aan zo’n besluit vooraf. Je doet een due diligence-onderzoek, zoals dat binnen de vastgoedwereld heet: je verzamelt zoveel mogelijk informatie. Om even bij het hotelvoorbeeld te blijven: stel dat we overwegen een bepaald hotel te gaan kopen, dan lichten we het helemaal door. Hoe oud is het gebouw, wat is de staat van de kamers, moet het gerenoveerd worden, is het management betrouwbaar? We kijken bedrijfsspecifiek, maar ook naar de locatie. Wat is onze verwachting van de ontwikkeling van de huurprijs van hotels op deze plek, en van de inflatie? Al die stukjes informatie bij elkaar stoppen we vervolgens in een waarderingsmodel. Het doel is om daarmee een waardekaartje aan het hotel te hangen, waarmee we kunnen beoordelen of het al dan niet een aantrekkelijke investering is. Is het antwoord ja, dan gaan we naar een investeringscomité, dat al onze argumenten nog eens tegen het licht houdt. Is onze verwachting van de kamerprijzen bijvoorbeeld wel reëel? Alleen als we goed kunnen onderbouwen waarom iets een goede investering is, krijgen we groen licht en mogen we een bod uitbrengen.”

 

Hoeveel geld beheer je eigenlijk?

“De totale waarde van de vastgoedportefeuille van APG ligt ergens tussen de 50 en 60 miljard. Die beheren we wereldwijd met een team van iets meer dan vijftig mensen. Als je het zo bekijkt, beheren we 1 miljard euro per persoon.”

 

Beleg je ook privé?

“Ja, maar alleen binnen de bandbreedte waarin dat mag binnen APG. Omdat we ons professioneel bezighouden met beleggen, mogen we privé geen individuele aandelen kopen. Als je bijvoorbeeld zelf belegt in een bedrijf als Philips, dan zou dat je beslissingen op het werk kunnen beïnvloeden, of andersom. Beleggen in fondsen en trackers (‘mandjes’ aandelen die bijvoorbeeld de koers van de gehele AEX volgen, red.) mag wel, dus dat doe ik.”

 

Hoe ziet jouw werkdag eruit?

“Ik begin vaak met het lezen van het nieuws, beursgerelateerd en vastgoedspecifiek, zodat ik op de hoogte ben van wat er speelt. Daarna maak ik een to-do list van de twee of drie belangrijkste dingen die ik die dag gedaan wil hebben. Die prioriteiten hebben altijd te maken met dat waarderingsmodel waar ik het eerder over had, of met het systematiseren van het beleggingsproces. Binnen het team werken we daar met vijf tot tien mensen aan.”

 

Zit je de hele dag aan je beeldscherm gekluisterd?

“Nee zeg, gelukkig niet. Dat is het beeld dat veel mensen hebben van quants, dat het gevoelloze machines zijn die de hele dag dingetjes zitten te programmeren en te modelleren op hun computer. Maar daar zou ik heel slecht op gaan. Ik heb gelukkig ook meerdere keren per dag contact met collega’s. Dat is voor mij heel belangrijk. Nee, ik herken mezelf echt totaal niet in het stereotiepe beeld van een quant.”

 

Wat doe je in je vrije tijd?

“Ik sport veel, loop vaak hard. Verder lees ik graag, vind ik schaken leuk en ben ik een groot liefhebber van reizen – jammer dat dat laatste even niet meer kan.”

 

Welke karaktereigenschappen maken jou geschikt voor het werk dat je doet?

“Behalve dat ik het kwantitatieve stuk goed begrijp en abstract kan denken, kan ik goed de brug slaan naar mensen die een wat minder cijfermatige achtergrond hebben. Ingewikkelde materie zo eenvoudig mogelijk uitleggen is iets wat me wel aardig ligt.”

 

Wat merken APG klanten concreet van jouw werk?

“Uiteindelijk kom je dan uit op hoeveel pensioen er elke maand wordt overgemaakt. Als onze beleggingsresultaten goed zijn – al is het vastgoedstukje maar een klein onderdeel van het geheel – merken klanten dat bijvoorbeeld in het feit dat er niet gekort hoeft te worden en dat er wel indexatie plaatsvindt. En het systematiseren van het proces, wat we aan het doen zijn, leidt ertoe dat we uiteindelijk nóg beter beslissingen kunnen nemen en deze keuzes nog beter uitlegbaar zijn.”

Volgende publicatie:
“Er is nog onvoldoende aandacht voor problemen rond de uitvoering”

“Er is nog onvoldoende aandacht voor problemen rond de uitvoering”

Gepubliceerd op: 20 januari 2022

Welke ontwikkelingen gaan we dit jaar zien rond het pensioenakkoord? En wat gebeurde vorig jaar op dit gebied? Peter Gortzak, Directeur Uitvoering Beleid bij APG, is benieuwd of de Tweede Kamer de komende maanden met ingrijpende wijzigingen aan het pensioenakkoord gaat komen.

 

2021 was een belangrijk jaar voor het pensioenakkoord in de Nederlandse polder. “Er is achter de schermen druk gewerkt door onder meer stuurgroepen aan wetteksten voor het nieuwe pensioenstelsel,” zegt Gortzak. “Het is de bedoeling dat die wetteksten niet in de openbaarheid worden gebracht, zodat de Raad van State (RvS) er zonder druk van buitenaf een advies over kan geven. Dat is gelukt en de RvS kijkt nu naar de teksten. Als de planning wordt gehaald, kan de Tweede Kamer er vanaf april over beraadslagen.”

 

Spannend
Werd vorig jaar getekend door vergaderingen achter de schermen over wetteksten, dit jaar komen die teksten in de openbaarheid. Dit betekent dat een aantal zaken heel spannend worden. Zo is er de vraag of de regering erin slaagt de definitieve wettekst, na behandeling in het parlement, in januari 2023 in het Staatsblad te plaatsen. De komende tijd worden de adviezen van onder andere de RvS en APG bekend en daarmee onderdeel van het publieke debat.

Gortzak: “Er zijn nog aanpassingen nodig aan de wettekst, zoals de wijze waarop het nabestaandenpensioen wordt ingevaren en de toe te passen rekenmethodiek. En ook de formulering van de lagere regelgeving, zonder welke de wetgevingsvoorstellen niet goed kunnen worden beoordeeld. Aan de andere kant bestaat ook de vrees voor te makkelijke, op populistische gronden gestoelde voorstellen voor wijzigingen. Het is ontzettend ingewikkelde wetgeving en er zijn maar een handvol mensen die het integrale overzicht hebben. Gevolg daarvan kan zijn dat een Kamerlid zaken eruit gaat lichten die makkelijk lijken en daarbij het grotere verband uit het oog verliest. Een van de uitgangspunten van het pensioenakkoord was bijvoorbeeld dat pensioen beter uitlegbaar moet zijn. Maar straks ziet de Tweede Kamer dat het bezwaarrecht rond pensioenen voor burgers is geschrapt. Dat is goed uitlegbaar, maar het voelt natuurlijk als een recht dat wordt ontnomen. Het wordt al met al spannend of Kamerleden met ingrijpende wijzigingen komen en of de uitlegbaarheid van het onderwerp pensioen wel voldoende aandacht krijgt.”

 

Uitvoerbaarheid

Wat volgens Gortzak ook een belangrijk onderwerp dit jaar wordt, is het belang van de uitvoerbaarheid van wetgeving. “De laatste twee jaar is er ontzettend veel aandacht geweest voor uitvoeringsinstanties zoals het UWV, de SVB en vooral de Belastingdienst. In de politiek zou volgens de algemene opinie te weinig aandacht zijn geweest voor de gevolgen van ingewikkelde wetgeving. Ik mag toch hopen dat Kamerleden hebben geleerd van eerdere excessen en bij het beoordelen van de nieuwe pensioenwet ook rekening houden met de uitvoerbaarheid van alles wat ze bedenken. Daar willen we als APG echt voor waarschuwen. Want ook al is achter de schermen hard gewerkt aan wetgeving, er is naar mijn mening nog niet helemaal goed gekeken naar de uitvoeringsproblematiek. Dat is wel een aandachtspunt. Het is echt belangrijk dat Kamerleden bij eventuele aanpassingen aan de wettekst zich afvragen wat het betekent voor de uitvoerbaarheid van het nieuwe pensioenstelsel.  

 

 

Volgende publicatie:
"'The winner takes it all' geldt ook voor dit jaar"

"'The winner takes it all' geldt ook voor dit jaar"

Gepubliceerd op: 18 januari 2022

Welke ontwikkelingen gaan we dit jaar zien als het gaat om beleggingen? En wat kenmerkte de beurs het afgelopen jaar? Peter Branner, Chief Investment Officer bij APG, verwacht in deze tijd van stijgende inflatie dat aandelen het erg goed zullen blijven doen, vooral die van grote bedrijven.

"Na het goede investeringsjaar 2020 dachten we dat 2021 bescheidener zou worden vanwege de problemen in de toeleveringsketen, veroorzaakt door de pandemie. Ondanks zorgen hierover en later in het jaar ook toenemende zorgen over inflatie, werd 2021 een fantastisch beleggingsjaar,” aldus Branner. “Dat blijkt uit het feit dat onze pensioenfondsklanten tussen de 8 en 12 procent rendement behaalden met een gespreide portefeuille en een gezonde bijdrage van ons actief beheer. Waar 2021 een jaar was waarin bedrijven te maken kregen met de gevolgen van corona en aanleverproblemen, zal 2022 meer gaan over hoe de economie zich gaat aanpassen aan de hoge inflatie en hoe we oververhitting voorkomen.”


Inflatie

In de tweede helft van 2021 zagen we geleidelijk meer aandacht voor de stijgende inflatie. Aanvankelijk stelden de centrale banken dat dit tijdelijk zou zijn. In het vierde kwartaal concludeerde de Amerikaanse Fed echter dat de inflatie langer kon aanhouden en kondigde aan de rente eerder te verhogen. De Europese Centrale Bank - aanvankelijk nog aarzelend - geeft nu ook aan dat de steunmaatregelen eerder worden afgebouwd. "Achteraf gezien denk ik dat de centrale banken een beetje laat hebben gereageerd op de stijgende inflatie, maar laten we niet vergeten dat de situatie fragiel was,” stelt Branner. “Renteverhogingen hadden de economie kunnen laten ontsporen als ze te vroeg waren ingevoerd. Het behouden van het evenwicht luisterde nauw. Over het algemeen denk ik nog steeds dat centrale banken sinds de financiële crisis van 2008 op de juiste manier hebben gehandeld om de economie draaiende te houden en ons te beschermen tegen grote oplevingen van de werkloosheid."

 

Centrale banken
"De vraag is wat ze dit jaar gaan doen, vooral wat betreft het voorkomen van een oververhitting van de economie", zegt Branner. "Want dat vormt dit jaar een risico, met de zeer lage werkloosheidscijfers en de krappe vastgoedmarkt. Al koelt de economie weer wat af door het uitbreken van de omikron-variant en nieuwe lockdowns. Ik reken erop dat de centrale banken hun nieuwe beleid dit jaar geleidelijk zullen uitvoeren. In plaats van de rente in één keer te verhogen, zullen ze ervoor kiezen om dat in kleine stappen te doen, zodat de markten zich kunnen aanpassen. Dat wordt de evenwichtsoefening van de centrale banken: nieuw beleid uitrollen op een manier die niet leidt tot schokken op de markten."


Beurzen
De beurzen laten in ieder geval een positieve start zien in dit nieuwe jaar, merkt Branner op. "Als mensen zich zorgen maken over de economie, bijvoorbeeld door inflatie, kiezen ze er vaak voor om hun aandelen te verkopen. Dat is niet verstandig. In het geval van inflatie zijn aandelen vaak een goede belegging op middellange tot lange termijn. En ik verwacht dat de hoge inflatie nog wel even zal aanhouden en dat aandelen het dus goed zullen blijven doen. In tijden van inflatie zijn er argumenten tegen traditionele groeiaandelen, maar sommige van de grotere bedrijven zoals Tesla en Microsoft doen het mogelijk relatief goed omdat ze in staat lijken te zijn geweest de problemen met de toeleveringsketen aan te pakken. Het adagium 'the winner takes it all' zal dus ook voor dit jaar gelden."

 

Branner verwacht ook veel van durfkapitaal voor 2022. "Ik heb deze periode met meer focus op duurzaamheid en groene investeringen vaak omschreven als de Industriële Revolutie van onze generatie. Dat betekent dat je in deze transformationele tijden als belegger veel geld kunt verdienen, maar ook gemakkelijk een technologische disruptie kunt missen. Gezien dit fenomeen zou het een goed jaar kunnen worden voor grote bedrijven, maar zeker voor selectieve startups. In het vorige kwartaal hebben we als investeerder gekeken hoe we geld konden vrijmaken voor durfkapitaal om startups te ondersteunen, en ik voorzie dat we daar dit jaar en in de toekomst mee doorgaan. Verder richten we in 2022 onze internationale aandacht op Zuidoost-Azië en gaan we meer investeringen in Australië, Zuidoost-Azië en India monitoren. India zal zeker een van de plaatsen zijn waar economische groei kan worden verwacht vanwege demografische ontwikkelingen daar.”

 

"Bij APG willen we ook voorop lopen in investeringen in biodiversiteit. Dit houdt in grote lijnen verband met ons blijvende sterke geloof in duurzaamheid. En groene energie is uiteraard een thema dat voortdurend in de schijnwerpers staat. Dit weerspiegelt de visie van onze pensioenfondsklanten, die hun duurzame beleggingsbeleid blijven ontwikkelen."

Volgende publicatie:
APG draagt bij aan duurzaam beleggen in opkomende markten

APG draagt bij aan duurzaam beleggen in opkomende markten

Gepubliceerd op: 17 januari 2022

APG belegt als eerste in een nieuw fonds voor private leningen in opkomende landen waarmee duurzame bedrijven en projecten worden gefinancierd. De belegging (€ 650 miljoen) in het fonds van ILX Management draagt bij aan de verdere ontwikkeling van duurzaam beleggen in opkomende markten. APG doet de belegging namens ABP en bpfBOUW. Beide pensioenfondsklanten hebben de ambitie om een steeds groter deel van hun vermogen te beleggen in bedrijven en projecten die bijdragen aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (Sustainable Investment Goals; SDG’s).  

Zowel wat betreft risico-rendement en spreiding als vanuit duurzaamheidsperspectief is dit een aantrekkelijke belegging, zegt Sjacco Schouten die leiding geeft aan het team dat verantwoordelijk is voor de vastrentende beleggingen in opkomende landen. “Via ILX krijgen we toegang tot een gediversifieerde portefeuille van duurzame beleggingen in opkomende landen. De SDG’s richten zich voor een groot deel op uitdagingen die juist in deze landen het meest urgent zijn - zoals voedselzekerheid en toegang tot financiering – maar toch zijn er nog maar weinig geschikte beleggingen die bijdragen aan de SDG’s. Dat zal veranderen omdat particulier initiatief een steeds grote rol speelt bij de financiering van duurzaamheidsinspanningen in opkomende landen.”

Hoeksteenbelegger  

APG is de eerste belegger in het nieuwe SDG-fonds voor opkomende markten van ILX Management. Het fonds zal een portefeuille van (in eerste instantie) USD 1 miljard aan kredietparticipaties in opkomende markten opbouwen. Deze leningen worden verstrekt door multilaterale instellingen voor ontwikkelingsfinanciering (Development Finance Institutions; DFI’s), zoals de Aziatische Ontwikkelingsbank, de Afrikaanse Ontwikkelingsbank, de Nederlandse Ontwikkelingsbank FMO en de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling. Leningen met een hoog ESG-risico's (dat wil zeggen op het gebied van milieu, maatschappij en ondernemingsbestuur) komen niet in het fonds.

"De leningen zijn bedoeld voor het financieren van projecten en bedrijven met een focus op schone en hernieuwbare energie, duurzame industrie en infrastructuur, inclusieve financiering en voedselzekerheid”, zegt Schouten. "In de komende drie jaar wil het fonds de portefeuille opbouwen en leningen selecteren die voldoen aan de gestelde duurzaamheidscriteria, diversificatiestrategie en risico-rendementsprofiel. Mogelijke beleggingsvoorbeelden zijn financiering voor de bouw van havenfaciliteiten, zonne-energieparken, duurzame landbouw en leningen aan lokale bedrijven." ILX heeft de ambitie om uit te groeien tot een fonds van meerdere miljarden.

Opbouwen van een brede, gespreide portefeuille 

Maar waarom beleggen in een fonds in plaats van via individuele ontwikkelingsbanken? “We beleggen ook direct in obligaties van zulke instellingen”, legt Schouten uit. “Maar door dit initiatief kunnen we beleggen in individuele projecten en zelf beslissen waarin we wel en niet willen beleggen. Door het combineren van leningen van verschillende DFI’s, bouwt ILX een brede en gediversifieerde portefeuille op, terwijl individuele instellingen zich meestal richten op een bepaalde regio of sector. Beleggen in dit fonds biedt meer flexibiliteit bij het invullen van de duurzaamheidsambities van onze klanten. Tegelijkertijd profiteren we nog steeds van het langjarige track record van de onderliggende DFI’s met het opzetten en beheren van private leningen in opkomende markten.”  

Eveneens belangrijk is dat de belegging APG helpt om het risicoprofiel van de portefeuille vastrentende beleggingen in opkomende markten (Emerging Market Debt; EMD) te verbeteren. “Dat komt omdat beleggingen in particuliere leningen doorgaans minder volatiel (beweeglijk) zijn en bovendien maar beperkt meebewegen met meer liquide kredietbeleggingen op de publieke markten”, legt Schouten uit. “Dus deze beleggingen helpen ons dus om risico’s te spreiden.”   

Stimuleren van duurzame beleggingen

De Duurzame Ontwikkelingsdoelen zijn in 2015 vastgesteld door de Verenigde Naties. Ze vormen een blauwdruk voor een betere en duurzamere wereld. APG en haar klanten noemen beleggingen die hieraan bijdragen Sustainable Development Investments (SDI’s). Samen met andere internationale vermogensbeheerders heeft APG een SDI Taxonomie ontwikkeld, waarmee de bijdrage van bedrijven met hun producten aan diensten aan de SDG’s wordt beoordeeld.

 

Op dit moment zijn er in opkomende markten nog maar beperkt mogelijkheden voor vastrentende beleggingen die bijdragen aan de SDG’s, zegt Schouten. “In EMD beleggen we vooral in staatsobligaties, en slechts enkele semi-overheidsinstellen kwalificeren volgens onze eigen taxonomie als SDI’s. Ook worden er in opkomende markten nog weinig groene en duurzame obligaties uitgegeven. Door te beleggen in het ILX-fonds ontsluiten we een nieuw universum van duurzame beleggingsmogelijkheden in EMD.”

 

Lees hier het persbericht

Volgende publicatie:
Worden de stijgende energieprijzen veroorzaakt door de energietransitie?

Worden de stijgende energieprijzen veroorzaakt door de energietransitie?

Gepubliceerd op: 14 januari 2022

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: aandelenbelegger Martijn Olthof, over stijgende energieprijzen en de energietransitie. “De transitie wordt nu niet op een ideale manier uitgevoerd.”

 

De overstap naar en het aanbod van duurzame energie loopt bij lange na niet gelijk met de vraag naar energie. Dat drijft de prijs van fossiele brandstoffen op en draagt bij aan inflatie. In hoeverre heeft de energietransitie daar mee te maken?

De huidige extreme prijsstijgingen van gas en elektriciteit worden grotendeels veroorzaakt door zaken die niet met de energietransitie te maken hebben, stelt Olthof. “Er wordt wel eens geprobeerd het acute probleem dat we nu hebben op het bord van de transitie te schuiven, maar dat is volgens mij te makkelijk en ook niet eerlijk. Bovendien hebben we geen andere keus dan over te schakelen op duurzame energie, als we de opwarming van de aarde tenminste willen beperken tot maximaal 1,5 graad. Op de lange termijn gaat de energietransitie een hoop geld kosten, daar kunnen we niet onderuit. Maar dat is niet de reden dat gas nu bijna vier keer zo duur is als vóór corona.” De hoge energieprijzen komen onder meer door een koude winter vorig jaar in Azië, minder investeringen in gasproductie, de snel toegenomen vraag in coronaluwe periodes, een hogere prijs op CO2 en doordat er minder gas uit Rusland komt.

 

Vraag en aanbod
Het overschakelen op schone energie ligt dus niet ten grondslag aan de huidige piek in energieprijzen. Dat leidt wel tot de vraag wat de overschakeling nog voor ons in petto heeft. “Het lastige is dat we altijd op zoek zijn naar de oplossing die makkelijk lijkt, maar daarmee niet per se ideaal is,” zegt Olthof. “Een voorbeeld daarvan is dat nu te snel de schuld voor klimaatverandering bij energiebedrijven wordt neergelegd, want zij produceren immers die vervuilende fossiele brandstoffen. Als de samenleving eist dat die bedrijven minder produceren, denkt men dat het probleem vanzelf verdwijnt. Dus worden energiebedrijven gedwongen minder fossiele brandstoffen te produceren, door bijvoorbeeld de rechter in te schakelen, zoals bij Shell gebeurde.”

 

Volgens het Internationaal Energie Agentschap (IEA) vormen de dalende investeringen in olie en gas momenteel het enige onderdeel van de energietransitie dat goed gaat. Het aanbod van fossiele brandstoffen daalt dan wel, dit geldt niet voor de vraag naar energie. Die blijft onverminderd groot. En het huidige aanbod van schone energie kan het lagere aanbod van fossiele brandstoffen niet compenseren. “Te veel vraag en te weinig aanbod van energie creëert schaarste en daarmee hoge energieprijzen. Door de grote focus op de aanbodzijde en te weinig aandacht voor de vraagzijde wordt de transitie naar mijn mening nu niet op de ideale manier uitgevoerd. Al is het ook lastiger om de vraag naar energie omlaag te brengen, want dat raakt iedere burger.” 

 

Plannen
Olthof verwacht dat de energietransitie sowieso veel gaat kosten. “Olie en gas zijn gewoon hele efficiënte brandstoffen, qua transportkosten en energiedichtheid. Overschakelen naar duurzame energie is juist kostbaar. Om die overschakeling te bespoedigen, zouden de vervuilende fossiele brandstoffen duurder moeten worden gemaakt, bijvoorbeeld door de prijs op CO2 te verhogen. “In Europa hebben we al een prijs op CO2, maar die is nog niet hoog genoeg om de doorslag te geven. Bovendien geldt die niet voor de lucht- en scheepvaart. Zonder dit soort maatregelen moeten we wachten tot duurzame energie vanzelf goedkoper wordt dan fossiele energie. Dat is het grote probleem. Het IEA zegt ook duidelijk dat het huidige beleid tekortschiet. De EU loopt wel voorop met plannen om de CO2-uitstoot terug te dringen, maar dan zie je dat die plannen meteen op weerstand stuiten. Want die gaan de burger in zijn portemonnee raken. Maar als we de energietransitie voor ons uit blijven schuiven, zullen de gevolgen van klimaatverandering alleen maar groter worden.” 

 

Paniekvoetbal
Hoeveel de overstap naar duurzame energie precies gaat kosten, blijft de vraag. “Als de transitie op een goede manier wordt uitgevoerd, zullen de kosten lager zijn dan wanneer het gaat zoals nu: met paniekvoetbal,” zegt Olthof. “Daaronder versta ik oplossingen zoals we die nu zien en die vooral gericht zijn op de aanbodkant. Denk aan het onder druk zetten van bedrijven om minder te produceren of om te investeren in (nu nog) onrendabele alternatieven. Maar dat is volgens mij niet de manier om het probleem op te lossen. De oplossing is het omlaag brengen van de vraag naar fossiele energie en het aantrekkelijk maken van investeringen in schone alternatieven, waardoor het aanbod daarvan omhoog gaat. En dat gaat geld kosten. Maar als de politiek die keuzes niet overtuigend genoeg maakt, dan wordt het probleem op den duur alleen maar groter. En daarmee ook de weerstand vanuit de samenleving. Uiteindelijk kan dat ertoe leiden dat we moeten leven met de catastrofale gevolgen van een opwarming van de aarde van meer dan 1,5 graad.”

 

Olthof: “Wat er naar mijn mening moet gebeuren is dat politici in actie moeten komen en impopulaire maatregelen nemen die geld kosten. Geen makkelijke boodschap, maar wel een belangrijke. De vraag is wel hoe we dit op zo’n manier gaan doen dat de kosten en de invloed op de inflatie en economie zo beperkt mogelijk blijven en de lasten zo eerlijk mogelijk verdeeld worden. Als het beleid blijft zoals nu, dan wordt de impact zo groot dat het draagvlak voor de energietransitie wordt ondermijnd. Met het huidige beleid stevenen we af op een opwarming van de aarde van zo’n 2,6 graad. De gevolgen daarvan op financieel, sociaal en maatschappelijk vlak zijn nog vele malen erger dan een hoge energierekening.”

Volgende publicatie:
APG levert duurzame batterijtreinen voor metropoolregio Berlijn

APG levert duurzame batterijtreinen voor metropoolregio Berlijn

Gepubliceerd op: 5 januari 2022

Alpha Trains, een leasemaatschappij voor passagierstreinen en locomotieven waarin zowel APG (voor pensioenfonds ABP) als PGGM (voor onder meer Pensioenfonds Zorg en Welzijn) een belang hebben, heeft een contract gesloten voor de levering van 31 batterijtreinen. Hiermee zal  treinverkeer tussen Berlijn en de Poolse grens worden verduurzaamd.

 

Het betreft een leasecontract met Niederbarnimer Eisenbahn (NEB) waardoor NEB vanaf 2024 zijn dieseltreinen voor personenvervoer op dit traject kan vervangen.De aandeelhouders van Alpha Trains zien dit als een belangrijke bijdrage aan de verdere verduurzaming van het treinverkeer in Europa. APG is voor de helft eigenaar van Alpha Trains, PGGM Infrastructure Fund heeft een significant minderheidsbelang.


Door de inzet van de 31 Siemens Mireo batterijtreinen wordt jaarlijks naar verwachting 4,4 miljoen liter diesel bespaard. Dit vertaalt zich in een CO2-reductie van 11.000 ton per jaar, gelijk aan het jaarlijkse verbruik van ruim 16.000 Nederlandse huishoudens.

Als gevolg van de ontwikkelingen van batterijtechnologie in het vervoer wordt de praktische toepassing van batterijtreinen steeds doeltreffender. De nieuwe treinen worden elektrisch aangedreven via de bovenleidingen op het traject waardoor tegelijkertijd de batterijen worden opgeladen. Ook worden er drie nieuwe laadpunten voor treinen aangelegd op de trajecten. De stroom op de bovenleidingen van het traject zal volledig groen zijn waardoor de treinen CO2 neutraal opereren.

 

Daarnaast wordt de energie die vrijkomt bij het remmen opgeslagen. Op delen van het traject waar geen bovenleiding is, wordt overgeschakeld op de batterijen. Hiermee kunnen de treinen een afstand van ongeveer 90 kilometer overbruggen.  Op trajecten waar het spoor slechts deels geëlektrificeerd is zijn batterijtreinen een direct alternatief voor dieseltreinen. De Siemens Mireo treinen bieden 128 zitplaatsen,  inclusief staplaatsen is er ruimte voor circa 180 passagiers per trein.

 

Inmiddels zijn de batterijtreinen besteld bij Siemens Mobility. De leaseovereenkomst met Duitse Niederbarnimer Eisenbahn geldt voor vierentwintig jaar. Met de aanschaf is een significante investering gemoeid, die deels uit eigen vermogen wordt gefinancierd en deels bestaat uit vreemd vermogen verschaft door een bankengroep met onder andere de Europese Investeringsbank.

 

Lees hier het volledige persbericht

Volgende publicatie:
"Er zijn veel te veel milieustandaarden voor vastgoed"

"Er zijn veel te veel milieustandaarden voor vastgoed"

Gepubliceerd op: 30 december 2021

Goed dat in ‘Glasgow’ de urgentie van wereldwijde CO2-reductie wederom hoog op de agenda stond. Maar het gaat Derk Welling allemaal lang niet snel genoeg. Als senior responsible investment & governance specialist toetst hij samen met zijn collega’s de vastgoedbeleggingen van APG op duurzame criteria. En dat is een forse uitdaging.

 

“Het is natuurlijk goed dat de wereld weer met de neus op de feiten is gedrukt dat we de CO2-uitstoot wereldwijd echt heel snel moeten verminderen,” zegt Welling terugkijkend op de internationale klimaatconferentie in Glasgow. Maar als je het hem op de man af vraagt, gaat het hem allemaal veel te langzaam. “APG heeft de overtuiging dat we niet moeten wachten op nieuwe regelgeving, maar dat we zelf de handschoen moeten oppakken en onze maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. Dat verwachten mensen ook van ons. Het is jammer dat we op het gebied van vastgoed wereldwijd inmiddels enorm veel milieustandaarden hebben, bij elkaar zo’n tweehonderd. Waardoor je door de bomen het bos niet meer ziet. Bovendien geeft zo’n groot aantal standaarden ruimte voor uiteenlopende interpretaties, en daarmee voor greenwashing. We hebben echt eenduidigheid nodig. Daarom stonden we mede aan de wieg van een standaard als de Carbon Real Estate Monitor. Die laat per type vastgoed per land zien hoeveel CO2 en kWh per vierkante meter deze categorie jaarlijks tot 2050 mogen uitstoten c.q. verbruiken om binnen de doelstellingen van het Klimaatakkoord van Parijs te blijven. Met deze CRREM beogen we wereldwijd een norm te hebben gesteld waarmee we kunnen meten in hoeverre een vastgoedobject voldoet aan het Klimaatakkoord van Parijs.”

 

Hoeveel draagt vastgoed wereldwijd bij aan het klimaatprobleem?
“We gebruiken al sinds 2009 de Global Real Estate Sustainability Benchmark (GRESB), een veelgebruikte norm voor het beoordelen van vastgoedbeleggingen. Die heeft APG in 2009 ontwikkeld met een aantal andere organisaties. Met GRESB kun je heel goed de duurzaamheidsprestaties van vastgoedbeleggingen meten. Ruim 55 procent van onze vastgoedbeleggingen scoren inmiddels vier of de maximale vijf sterren. Wellicht belangrijker nog is dat we bij een nieuwe investering deelname aan GRESB verplicht stellen. Sinds vorig jaar committeren we ons ook aan de CRREMM, die we samen met PGGM en andere investeerders hebben ontwikkeld. Via zogeheten pathways, ofwel CO2-reductiepaden, kun je dan zien hoeveel energie een pand mag verbruiken. Zo kun je terugrekenen of en wanneer je in een pand bijvoorbeeld de isolatie moet verbeteren.”

 

Wat kan APG als belegger daar dan concreet mee?

“Nou, we kunnen bijvoorbeeld vooraf eisen stellen aan het vastgoed waarin we willen investeren. Zo hebben we bij onze belegging VIA Outlets, onder andere bekend van Batavia Stad, veel aandacht besteed aan de duurzaamheidsprestaties en daarbij eisen gesteld. VIA Outlets daagt nu de kledingwinkels in hun outlets uit om hun bedrijfsvoering te verduurzamen. Zo kun je er als investeerder aan bijdragen dat bedrijven duurzaamheid integreren in hun processen. Overigens trekken we in de praktijk vaak wel op met andere investeerders, dus die moeten we soms ook zien te overtuigen. We zijn in principe immers nooit de enige investeerder in een fonds.”

 

APG wil dus graag de duurzaamheidsprestaties zien van vastgoed waarin al dan niet wordt belegd. Werken gebouweigenaren c.q. de beheerders of huurders van al die panden goed mee aan het opleveren van de juiste duurzaamheidsdata?

“Dat is wel een uitdaging. We horen vaak dat men geen inzicht heeft in het energieverbruik van gebouwen. Dat is mij veel te makkelijk. Uit eigen ervaring weet ik dat je er soms wel veel moeite voor moet doen. In sommige landen beschouwt men data over het energieverbruik van particuliere huurders en bedrijven als te privacygevoelig. Dat is voor mij een van de redenen om in de toekomst meer gebruik te maken van gecertificeerde data. Niet alleen op portefeuilleniveau, maar zelfs op gebouwniveau. Een hele klus, want APG belegt wereldwijd in zo’n honderdduizend gebouwen.”  

 

Dan streef je dus naar inzicht in alle klimaateffecten van elk van die gebouwen? Dat is toch niet te doen?

Naast deze fysieke risico’s verrijken we deze database nu ook met de CO2-uitstoot en het kWh energieverbruik per vierkante meter van het gebouw. We krijgen hiermee een goed overzicht van de klimaatrisico’s in onze portefeuille. We gaan hierover ook in gesprek met de lokale manager en de vastgoedondernemingen, om te kijken of zij onze visie delen. Om te begrijpen in hoeverre men bezig is met het Paris proof maken van de portefeuille en of ze ook rekening houden met de fysieke gevolgen van klimaatverandering.”  

 

Er is toch sprake van dat ook vastgoedeigenaren binnenkort kunnen handelen in CO2-rechten?

“Ja, daar wordt in Europees verband aan gewerkt. In zo’n Emission Trading Scheme kun je als vastgoedeigenaar, gegeven een bepaald CO2-plafond, rechten kopen om waar nodig meer CO2 uit te mogen stoten. Als je minder uitstoot dan je aan rechten hebt gekregen, kun je die rechten verkopen. Dus inderdaad, de vervuiler betaalt. Wij willen uiteraard voorkomen dat we met onze vastgoedbeleggingen in die situatie terechtkomen.”

“We kunnen als belegger van pensioengelden een aanjager zijn van verduurzaming”

Door welke langjarige megatrends laat APG zich leiden bij de selectie van vastgoedinvesteringen?

“Naast de klimaatontwikkelingen kijken we uiteraard ook naar trends op het gebied van demografie en technologie. Mensen worden ouder, leven langer thuis; dat vergroot de vraag naar zorgwoningen en -instellingen voor senioren. Je ziet in veel landen een trek naar de stad. Tegelijk zorgt corona ervoor dat anderen juist weer de ruimte van het platteland opzoeken. De vraag waar mensen willen wonen, werken en winkelen bepaalt uiteindelijk de vraag naar gebouwen. Daarnaast hebben technologische trends als digitalisering en e-commerce enorm veel invloed. Die vergroten bijvoorbeeld de vraag naar distributiecentra en datacenters, waarin we ook beleggen. We volgen trends in innovatie, denk bijvoorbeeld aan steeds efficiëntere zonnepanelen op gevels van gebouwen.”    

Blijven jullie al weg van vastgoed in gebieden die als eerste bedreigd worden door de stijging van de zeespiegel?
“We hebben voor alle gebouwen waarin we belegd zijn, inzichtelijk gemaakt in hoeverre deze blootgesteld zijn aan klimaatverandering. We kijken hierbij naar negen verschillende risico’s op gebouwniveau. Bij grote risico’s willenn we weten of er rekening is gehouden met bijvoorbeeld mogelijke overstromingen. Daarnaast wegen deze risico’s mee in onze rendementsverwachting. Verder bekijken we momenteel hoe landen en steden omgaan met klimaatadaptatie. We willen deze landenrisico’s ook gaan meewegen. We beleggen immers om 4,7 miljoen Nederlanders een stabiel pensioen te bieden. We beleggen wereldwijd, dus als er een orkaan of overstroming is in de Verenigde Staten, kan dat ook onze beleggingen raken.”

Bieden dergelijke klimaatacties ook weer nieuwe beleggingskansen?
“Zeker. Zo beleggen we onder andere in een fonds dat juist gericht is op het verduurzamen van oudere kantoren. Dat is een goede en duurzame belegging. Immers, de CO2 uitstoot wordt verminderd en we maken er een goed rendement op. Ofwel, de energietransitie is enerzijds een risico, maar aan de andere kant ook een kans.”

“Onze kennis en ervaringen delen we heel graag, want samen bereik je veel meer”

Wat doet APG om de pensioensector te stimuleren in het verduurzamen van vastgoedbeleggingen?
“We kunnen als belegger van pensioengelden een aanjager zijn van verduurzaming. We worden ook geregeld benaderd door andere pensioenfondsen en -uitvoerders, met de vraag wat onze aanpak is. Zij willen graag van ons leren, omdat we wel worden gezien als een koploper. Die kennis en ervaringen delen we heel graag, want samen bereik je veel meer. Bovendien komen we elkaar soms tegen als gezamenlijke investeerders in een bepaalde vastgoedbelegging. Hoe meer we samen optrekken, des te groter is het vliegwieleffect. Er is nog veel te doen wat betreft verduurzaming van vastgoed, maar het gaat absoluut de goede kant op.”

Volgende publicatie:
2021: het jaar van duurzame high yield obligaties

2021: het jaar van duurzame high yield obligaties

Gepubliceerd op: 28 december 2021

Tot voor kort was de gelabelde obligatiemarkt het domein van grotere bedrijven met een hoge kredietwaardigheid. Maar nu komt ook de uitgifte van groene, sociale en duurzame high yield-obligaties echt op gang. Steeds meer high yield bedrijven willen via de gelabelde obligatiemarkt hun inspanningen om te verduurzamen laten zien. Is dat een goede ontwikkeling of zet het de deur open voor greenwashing? APG is enthousiast maar selectief in haar aanpak. “Ons doel is om te zorgen voor transparantie, verantwoording en echte impact.”

 

Nog maar een jaar geleden werden er nauwelijks high yield-obligaties met een duurzaam oogmerk uitgegeven. “Maar nu het steeds duidelijk wordt dat aandacht voor mens, milieu en goed ondernemingsbestuur (ESG; Environment, Social & Governance red.) in de bedrijfsvoering voordelen biedt op de langere termijn, maken steeds meer bedrijven gebruik van gelabelde obligaties om hun duurzaamheidsinspanningen te laten zien”, zegt specialist bedrijfsobligaties Joshua Linder. In 2021 werden in Europa en de VS ruim 60 gelabelde high yield obligaties uitgegeven. Een duidelijk signaal dat in high yield de gelabelde obligatiemarkt – een verzamelterm voor groene, sociale, duurzame en sustainability-linked obligaties – nu echt van de grond komt.

 

High yield-bedrijven geven steeds vaker obligaties met een duurzaam oogmerk uit

In tijden van lage rentes zoals in de afgelopen jaren, bieden high yield-obligaties aantrekkelijke rendementen en spreidingsvoordelen. Beleggers krijgen op zulke obligaties een hogere rente ter compensatie van het hogere risico. In 2021 koppelde een toenemend aantal high yield-bedrijven ESG-ambities aan hun financiering door obligaties met een duurzaam oogmerk uit te geven”, zegt Sven Smit, die een portefeuille met euro-obligaties beheerd. “De gelabelde obligatiemarkt is niet langer het vrijwel exclusieve domein van grote bedrijven met een hoge kredietwaardigheid.”

 

Als een actieve belegger in obligaties met een duurzaamheidsoogmerk en een grote speler in de markt voor high yield-obligaties, is APG enthousiast over deze ontwikkeling. “Maar we zijn ook selectief”, zegt Linder. “Er mogen geen bochten worden afgesneden. Om greenwashing te voorkomen, onderzoeken we bij elke uitgifte zorgvuldig hoe de obligatie in elkaar zit en wie de uitgever is.”  

 

Sustainability-linked bonds hebben de voorkeur van high-yield bedrijven

Volgens onderzoek van Deutsche Bank zijn obligaties met een duurzaam oogmerk nu goed voor ongeveer € 45 miljard (circa 9%) van de Europese high yield-obligatiemarkt (inclusief financiële instellingen). In de VS is dit jaar tot nog toe voor ongeveer $ 21 miljard (€ 18,5 miljard) aan gelabelde high yield-obligaties uitgegeven, circa 4% van de totale uitgifte in 2021, aldus JP Morgan. Smit: “Ook wordt het aanbod breder. Gezondheidszorg, industriële sector en productiesector zijn samen goed voor circa 40% van de uitstaande gelabelde obligaties in Europa.” Ongeveer een derde zijn groene obligaties, de rest bestaat uit sociale en duurzame obligaties en sustainability-linked bonds (SLBs). “Op de Amerikaanse markt zien we een goede mix van uitgevers uit verschillende sectoren, waarvan ongeveer 30% voor SLBs kiest”, zegt Linder.

 

Vanwaar die voorkeur voor sustainability-linked bonds in high yield? “Het komt erop neer dat de structuur van een SLB vaak beter past bij een kleiner bedrijf, en high yield-bedrijven zijn meestal kleiner”, legt Smit uit. Gelabelde obligaties kunnen grofweg in twee categorieën worden verdeeld.  Er zijn obligaties waarvan de opbrengst is bestemd voor vooraf vastgestelde duurzame projecten. Groene en sociale obligaties vallen bijvoorbeeld in deze categorie. Maar er zijn ook obligaties die bedrijven in staat stellen om hun algehele duurzame strategie te financieren. Daarbij worden vooraf duurzame doelen gesteld in de vorm van key performance indicators (KPIs). SLBs zijn hiervan de populairste vorm. “Zulke obligaties passen vaak beter bij een high yield-bedrijf dat wel ambities heeft om te verduurzamen maar te klein is om via een obligatie geld op te halen voor de financiering van specifieke groene projecten.”  

 

Waakzaam voor greenwashing, maar proactief bij het financieren van verandering

APG heeft strikte interne richtlijnen voor gelabelde obligaties. Maar is bij high yield het risico op greenwashing groter? “Alle obligaties met een duurzaamheidsoogmerk beoordelen we op dezelfde manier. Ons doel is om te zorgen voor transparantie, verantwoording en echte impact”, zegt Linder. “In dat opzicht zijn de risico’s bij high yield niet groter.” Maar hoewel de uitgever van een SLB extra rente moet betalen als de vooraf gestelde duurzame doelen niet worden gehaald, is er wel minder zicht op waar het geld nu eigenlijk aan wordt uitgegeven. In zijn algemeenheid vergroot dat de mogelijkheden voor greenwashing. “Het is een balanceeract”, legt Linder uit. “We moeten extra waakzaam zijn als het om SLBs gaat, maar tegelijkertijd is dit een gouden kans om bedrijven te helpen met hun duurzame strategie. Ook spelen we als vooraanstaande verantwoorde belegger een belangrijke rol in het behouden van de integriteit van de markt.”

 

Wat betreft Europese obligaties, heeft APG in 2021 meegedaan aan de uitgifte van 12 (van de 16) SLBs en 9 (van de 24) groene obligaties. In de VS waren er dit jaar zo’n 23 uitgiftes en APG heeft er aan 8 meegedaan (5 groen, 2 SLB, 1 social). “Sommige uitgiftes hebben we laten schieten omdat we ze te duur vonden of omdat ze niet goed in de portefeuille pasten. Maar er was ook een aantal obligaties dat niet aan onze vereisten voldoet wat betreft het duurzame raamwerk, de structuur van de obligatie of de duurzame doelstellingen”, legt Smit uit. “Als dat het geval is, proberen we aan het uitgevende bedrijf duidelijk uit te leggen waarom de obligatie niet aan onze standaarden voldoet en welke verwachtingen we hebben. Zodat er in de toekomst verbeteringen kunnen worden doorgevoerd.”

 

Samenwerking met andere stakeholders helpt bedrijven de lat hoger te leggen

Er kunnen verschillende redenen zijn waarom een gelabelde obligatie niet voldoet aan APG’s  duurzaamheidscriteria. Smit: “We hebben bijvoorbeeld niet meegedaan aan de uitgifte van een groene obligatie door een industrie- en energiebedrijf omdat het geld was bestemd voor het herfinancieren van eerdere ‘grijze obligatie’ in plaats van voor groene projecten.” APG besloot ook niet te beleggen in een SLB van een Amerikaans telecombedrijf omdat een van de gestelde doelen al was behaald. “Dit ondermijnt de intentie en het doel van SLBs, die zich moeten richten op het stimuleren van duurzame ambities in de toekomst”, zegt Linder.

 

APG investeert ook tijd om bedrijven te helpen om obligaties met een geloofwaardig duurzaam oogmerk uit te geven, vaak in samenwerking met de banken die de financiering regelen. “Zo hebben we bijvoorbeeld meer dan een jaar gesprekken gevoerd met het management van een Amerikaans bedrijf in de financiële sector om een solide raamwerk voor hun sociale obligatie te ontwikkelen”, zegt Linder. “We waren verheugd dat we in die obligatie, die zich richt op betere toegang tot financiële producten voor kwetsbare en achtergestelde groepen, konden beleggen.”

 

Blik vooruit - uitdagingen en kansen

De markt ontwikkelt zich snel, maar toch zijn er ook uitdagingen. "Verdere versnippering als gevolg van nieuwe 'smaken' of obligatievarianten is reden tot zorg”, legt Smit uit. “Ook voor nieuwe productsoorten moeten er duidelijke regels en strenge rapportagevereisten zijn om greenwashing te voorkomen. Als er te veel labels komen, kan dat ook de geloofwaardigheid van de hele markt schaden.” Een ander aandachtspunt is dat de structuur van high yield obligaties de uitgever vaak de mogelijkheid biedt om vervroegd te herfinancieren. Als dat gebeurt voordat de afgesproken doelen zijn behaald, heeft het vooraf vaststellen van doelen uiteraard weinig zin.

 

Dat neemt niet weg dat de vooruitzichten rooskleurig zijn. Door aantrekkelijke rendementen en een toenemende focus op duurzaamheid in high yield, neemt de vraag van beleggers verder toe. “Bovendien kunnen bedrijven die obligaties uitgeven om duurzaamheidsprojecten te financieren hun sectorgenoten inspireren om dat ook te doen. Op die manier komt voor alle uitgevers van high yield obligaties de lat voor ESG-prestaties hoger te liggen.”

Volgende publicatie:
Hoe duurzaam is de donutstad?

Hoe haalbaar is de donutstad?

Gepubliceerd op: 10 december 2021

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: Group Sustainability Officer Loek Dalmeijer over de vraag of de zogeheten donutstad ook wel echt leefbaar en duurzaam is.


Amsterdam wordt donutstad, zo sprak Wethouder Marieke van Doorninck (Ruimtelijke Ontwikkeling en Duurzaamheid) haar ambities uit. Iedereen aan de donuts? Nee, de donuteconomie is een concept van de Engelse econoom Kate Raworth.
In het kort gezegd maakt deze aanpak een stad groener en socialer. En in plaats van de stijgende lijn uit het klassieke model, ziet dit model er dus uit als een donut. De binnenkant visualiseert het sociaal fundament met basisbehoeften, zoals zorg en huisvesting. De buitenkant visualiseert de ecologische plafonds als klimaatverandering, stikstofverzadiging en verlies van biodiversiteit.

De Donuteconomie
Dit economisch model meet economische welvaart door te kijken naar de realisatie van een sociaal fundament zonder het overschrijden van ecologische plafonds. Simpel gezegd is het doel om de behoeftes van iedereen te realiseren binnen de draagkracht van de aarde. De naam 'donut' is ontleend aan de vorm van het diagram: een cirkel met een gat in het midden. Het gat van het model geeft weer hoeveel mensen geen toegang hebben tot basisbenodigdheden als gezondheidszorg, onderwijs, en huisvesting. De korst geeft weer in hoeverre de ecologische plafonds (planetaire grenzen), waarvan leven afhankelijk is, worden overschreden. Volgens het model is een economie welvarend als alle twaalf elementen van het sociale fundament worden gehaald zonder een ecologisch plafond te overschrijden. Deze situatie wordt in het model beschreven als 'de veilige en rechtvaardige ruimte voor de mensheid'.

“Een donuteconomie blijft binnen die planetaire grenzen terwijl het rekening houdt met de sociale basisvoorwaarden als toegang tot energie, onderwijs en gezondheid”, legt APG's Group Sustainability Officer Loek Dalmeijer uit. “Het laat zien dat je voor een florerende, inclusieve en duurzame economie met veel, en soms tegenstrijdige, onderwerpen aan de slag moet. Dat lijkt mij een prima uitgangspunt om een economie of een stad te besturen.”

 

Maar is het ook een realistisch uitgangspunt? “Ik zie de donutstad vooral als een visie van bestuurders over hoe ze, in dit geval een stad, willen aansturen. Voor veel onderwerpen is geen pasklaar antwoord. Hoe zorg je bijvoorbeeld dat gezond voedsel toegankelijk blijft, terwijl je tegelijkertijd een stikstofprobleem oplost dat deels veroorzaakt wordt door huidige landbouwpraktijken? En hoe krijgt iedereen toegang tot betaalbare energie, terwijl je ook moet investeren in een transitie naar een koolstofarme economie? Met de donut in het achterhoofd wordt dit soort afwegingen goed inzichtelijk, terwijl het einddoel in beeld blijft.”

 

Een vink dus bij ‘realistisch uitgangspunt’, maar is het ook haalbaar? Dalmeijer ziet daarin twee uitdagingen: de politiek en de sociale realiteit, waarin veel huishoudens nu al moeite hebben met het betalen van de huur of vaste lasten. Dat verander je niet even met wat zonnepanelen.

De politieke uitdaging zit hem, in het geval van Amsterdam, in het feit dat de portefeuilles van de verschillende bestuurders zijn verdeeld. Dalmeijer: “Het is voor Amsterdam lastig dat de wethouder Duurzaamheid eigenaar en pleitbezorger is van de donuteconomie, terwijl alle verschillende onderwerpen over de portefeuilles van verschillende bestuurders zijn verdeeld. Daarom is het goed dat het gehele college van burgemeester en wethouders zich achter het donutconcept heeft geschaard. Het lijkt mij van belang dat het voltallige college tussendoelen formuleert en op een integrale manier de voortgang aan haar inwoners en bedrijven rapporteert. Alleen op die manier komt het concept van papier af en blijft het niet hangen bij voorbeeldprojecten.”

Dan punt twee: de afstand tussen sociale doelen en groene doelen. “We moeten niet willen leven in een maatschappij waar energierekeningen voor de onderklasse duurder worden omdat sociale woningen slecht geïsoleerd zijn. Nu al heeft 10% van de huishoudens in Nederland een te hoge energierekening ten opzichte van hun inkomen. Zij hebben moeite met het betalen van de energierekening en leven in zogenoemde energiearmoede. Dat veel energiebesparende maatregelen zichzelf prima terugverdienen biedt tegelijkertijd kansen voor investeerders. Want waar individuen of huurders niet altijd handelsperspectief hebben om de energierekening te verlagen, kunnen investeerders inspringen om collectief wijken te isoleren en bijvoorbeeld warmtenetten aan te brengen. APG levert hier bijvoorbeeld al een bijdrage aan. Voor pensioenfonds ABP richtten we bijvoorbeeld een Nederlands Energietransitiefonds op.”

De pensioenbelegger als belangrijke kracht achter de donutstad? Het past volgens Dalmeijer prima bij de doelen van APG en haar fondsen: gelden duurzaam beleggen en een bijdrage leveren aan een inclusieve maatschappij.

“En we experimenteren op welke manieren we grote aantallen pensioendeelnemers financieel fitter kunnen krijgen. Op deze manier dragen we ook bij aan veel van de onderwerpen die Kate Raworth in haar donutconcept behandelt.”

Volgende publicatie:
APG neemt belang in Australisch elektriciteitsnetwerk

APG neemt belang in Australisch elektriciteitsnetwerk

Gepubliceerd op: 9 december 2021

APG heeft donderdag namens zijn pensioenfondsklanten ABP en PPF een belang van 16,8% genomen in Ausgrid. Dit bedrijf beheert het grootste elektriciteitsnetwerk aan de oostkust van Australië en voorziet meer dan 4 miljoen Australiërs van elektriciteit. De verwachting is dat het bedrijf een belangrijke rol vervult in de energietransitie en verdere verlaging van de CO2-uitstoot.

 

Het netwerk down under maakt onder meer gebruik van hernieuwbare energie en gebruikt oplossingen om opslag op een slimme en efficiënte manier te verbinden met het bestaande netwerk. Bovendien zet het bedrijf volop in op slimme energiemeters die huishoudens in staat stellen hun energieverbruik zelf goed te monitoren.

 

SDI

Daarmee ziet Ausgrid voor zichzelf een belangrijke rol weggelegd in de energietransitie in Australië. De investering classificeert zich dan ook als een SDI (beleggingen die bijdragen aan de Sustainable Development Goals van de VN). Daarmee draagt het bovendien bij aan de duurzaamheidsdoelstellingen van de pensioenfondsklanten van APG.  

 

Mooie aanvulling

Hans-Martin Aerts, hoofd infrastructuur bij APG Asset Management Azië, over de deal: “We zijn erg blij dat we een investeringspartner worden in Ausgrid. Wij zien de belegging als een mooie aanvulling op de portefeuille van onze pensioenfondsklanten. Ausgrid zal naar verwachting een cruciale rol spelen in de energietransitie en bijdragen aan verdere verlaging van de CO2-uitstoot. We kijken ernaar uit om met onze partners samen te werken. En daarmee een ​​langdurig, stabiel en duurzaam beleggingsrendement voor onze klanten te garanderen.”

 

APG neemt het belang over van branchegenoot Australian Super dat met een kleiner belang aandeelhouder blijft. De overeenkomst is vandaag getekend. Closing wordt eind juni verwacht.

Volgende publicatie:
Verdere uitrol van Nederlands glasvezel door APG en KPN

Verdere uitrol van Nederlands glasvezel door APG en KPN

Gepubliceerd op: 7 december 2021

Glaspoort sluit nog eens 170.000 adressen in kleine Nederlandse dorpen en kernen versneld aan op glasvezel. Dat maakt Glaspoort, de joint venture tussen pensioenuitvoerder APG en telecomprovider KPN, vandaag bekend. Met de verdere vergroting van het bereik van Glaspoort is een extra investering van 85 miljoen euro gemoeid.

 

In maart van dit jaar werd bekend dat KPN en APG – uit naam van zijn pensioenfondsklant ABP - samen 1 miljard euro investeren om bijna 900.000 huishoudens en bedrijven in kleine kernen en meer afgelegen gebieden nog voor 2026 aan te sluiten op glasvezel. Hiertoe werd de joint venture Glaspoort opgericht, die afgelopen zomer van start is gegaan. Op dat moment werd het mandaat van Glaspoort ook verruimd met 70.000 adressen extra. Nu komen daar nog 170.000 aansluitingen bij, waardoor het bereik van de uitrol in 2026 bijna 1.15 miljoen Nederlandse adressen betreft.

 

Met de verdere versnelling van de uitrol is een investering -door APG, namens pensioenfondsklant ABP- van 85 miljoen gemoeid.

 

APG en KPN benadrukken het belang van toegang tot betrouwbaar en veilig internet. Voorbeelden zijn de recente ontwikkelingen rond Covid en het aanhoudende thuiswerkadvies. Daarnaast is het gebruik van glasvezel energiezuiniger dan van koper en draagt daarmee bij aan de energietransitie.

 

Door de samenwerking met ABP kan de uitrol van glasvezel in meer afgelegen gebieden worden versneld. Daarmee moet in 2026 bijna 80% van de adressen in Nederland kunnen beschikken over het snelle glasvezel.

 

Glaspoort heeft een open netwerkstrategie. Dat betekent dat het netwerk ook toegankelijk is voor andere operators dan KPN. Eindgebruikers kunnen daardoor een telecombedrijf naar keuze selecteren. Dat bevordert de concurrentie en innovatie in Nederland.

 

Volgende publicatie:
APG wint twee Investment & Pension Europe-awards

APG wint twee Investment & Pension Europe-awards

Gepubliceerd op: 6 december 2021

APG heeft bij de uitreiking van de IPE-awards in Madrid twee prijzen in de wacht gesleept, voor de beleggingen in grondstoffen en voor de investeringen in infrastructuur.

 

De infrastructuurbeleggingen van APG zijn volgens de vakjury een voorbeeld voor andere pensioenbeleggers. “De visionaire lange-termijnoutlook van APG is indrukwekkend, net als de nadruk op megatrends en de inachtneming van de gevolgen van de pandemie”, aldus het juryrapport, dat onder meer expliciet de recente verdubbeling van de investering in het Smart City Infrastructure Fund noemt. 

Katherine Kucherenko, investeringsspecialist bij APG Asset Management, nam de award in ontvangst. “Een geweldige prestatie van onze investeringsteams die gedurende het hele beleggingsproces risico, rendement, kosten en duurzaamheid in evenwicht houden om een ​​gezonde en voorspelbare financiële toekomst voor onze gepensioneerden te verzekeren.”

 

Jan-Willem Ruisbroek, hoofd investeringsstrategie infrastructuur bij APG, vult aan: “We wenden de kennis, kunde en vaardigheden van het infrastructuurteam aan om in de juiste infrastructuurondernemingen te beleggen, maar ook om het beleid binnen deze ondernemingen te richten op solide lange-termijn financieel en maatschappelijke doelstellingen."

De jury is verder ook te spreken over de brede diversificatie van de infrabeleggingen en het gebruik van co-investeringen met andere internationale beleggers. APG liet bij de verkiezingen het Zweedse AP4 en het Deense Industriens Pension achter zich.

Uitblinken
De grondstofbeleggers van APG blinken volgens de jury vooral uit in risicomanagement. “Door intern ontwikkelde risicotools te combineren met een fundamenteel begrip van marktontwikkelingen wordt een goed begrip verkregen van de risico’s waar de portefeuille aan blootgesteld staat”, aldus het juryrapport.

Senior Portfoliomanager Marco van Eijkelenburg nam in Madrid deze award in ontvangst. “Een mooie erkenning voor APG en het grondstoffenproduct dat we met ons team hebben neergezet. De actieve strategie, die al sinds april 2009 live is, heeft over de jaren veel waarde toegevoegd aan de grondstofbeleggingen van onze klanten. Zo ook vorig jaar, ondanks de onstuimige marktontwikkelingen door de covid-19 pandemie."

Volgende publicatie:
APG’s Thijs Knaap over de mogelijke opsplitsing van Shell

APG’s Thijs Knaap over de mogelijke opsplitsing van Shell

Gepubliceerd op: 24 november 2021

Opsplitsende bedrijven. General Electrics, DSM, Toshiba en, zoals dat nu geopperd wordt, Shell. Het lijkt een trend te worden. Dat constateert APG’s chief economist Thijs Knaap bij het beleggerspanel op BNR Nieuwsradio.

 

In de uitzending van 23 november signaleert Knaap dat het veelal om bedrijven gaat met een lange geschiedenis. De meeste stammen zelfs nog uit de 19e eeuw. Daar staat tegenover dat er ook in het recente verleden veel grote conglomeraten bij zijn gekomen. Vooral in de tech-wereld. Hij noemt Amazon. Ooit begonnen als boekverkoper en inmiddels het grootste e-commerce concern ter wereld met eigen cloud- en streamingsdiensten. ‘Bijzonder,’ zegt Knaap, ‘want de oude bedrijven staan onder druk van de aandeelhouders die meer winst willen, terwijl de moderne bedrijven onder druk staan van de toezichthouders omdat ze juist weer te groot en machtig worden.’

 

Benieuwd naar de hele uitzending? Beluister hem hier!

 

Volgende publicatie:
Stockholm Exergi's baanbrekende oplossing voor koolstofafvang krijgt EU-steun

Stockholm Exergi's baanbrekende oplossing voor koolstofafvang krijgt EU-steun

Gepubliceerd op: 22 november 2021

Stockholm Exergi's Bio-Energy Carbon Capture and Storage (BECCS) project is een van de slechts zeven grootschalige projecten in Europa die dit jaar subsidie krijgen van het EU Innovatiefonds. Het project is verkozen vanwege zijn mogelijkheden om de energiesector te verduurzamen en klimaatverandering te beperken. APG heeft namens pensioenfondsklant ABP een belang van 20,5% in Stockholm Exergi.

 

De subsidie van het EU Innovatiefonds zal Stockholm Exergi helpen bij de financiering en bouw van een grootschalige Bio-Energy Carbon Capture and Storage (BECCS) fabriek. Het bedrijf heeft de haalbaarheid voor grootschalige toepassing van deze technologie al getest in een proefinstallatie. Stockholm Exergi verwacht in 2025 een BECCS-installatie op ‘industriele schaal’ in gebruik te kunnen nemen. Die zal worden aangesloten op een bestaande bio- energie warmtekrachtcentrale in Stockholm.

 

Voorsprong op sectorgenoten

De Europese Commissie prijst het BECCS-concept om zijn energie-efficiëntie. Dit is deels te danken aan het vermogen om de warme die vrijkomt bij het afvangproces terug te winnen en te gebruiken voor stadsverwarming. Carlo Maddalena, Senior Portfolio Manager Infrastructuur bij APG zegt: “Wij voorzien dat Stockholm Exergi een centrale rol zal spelen in de energietransitie en een positieve bijdrage kan leveren aan de broodnodige innovatie in de energiesector. De subsidie van het EU Innovatiefonds is een bewijs van de kwaliteit van het bedrijf en zijn management, waardoor Stockholm Exergi een voorsprong heeft op zijn Europese sectorgenoten.”

Exergi’s BECCS-fabriek draagt bij aan de ambitie van Stockholm om ’s werelds eerste ‘klimaatpositieve’ hoofdstad te worden. De installatie zal naar verwachting jaarlijks 800.000 ton CO2 kunnen afvangen. Dat is ongeveer evenveel als de jaarlijkse uitstoot door al het verkeer in Stockholm. De afgevangen CO2 zal permanent worden opgeslagen in geologische lagen onder de zeebodem of uitgeputte olie- en gasvelden in de Noordzee. De EU-richtlijnen bevatten zeer strenge milieu- en veiligheidsregels voor het aanwijzen van locaties voor CO2-opslag. Als dit eerste project succesvol blijkt, is Stockholm Exergi van plan om nog meer BECCS-fabrieken te bouwen in de nabijheid van haar andere bio-energie warmtekrachtcentrales en afvalverbrandingsinstallaties.

 

Belangrijk voor de energietransitie

Voor het behalen van de Parijse klimaatdoelen is het niet genoeg om alleen de CO2-uitstoot terug te dringen door over te schakelen op hernieuwbare energiebronnen. Het afvangen en opslaan van CO2 uit biogrondstoffen speelt een rol in 73 van de 78 scenario’s van het VN-Klimaatpanel (IPCC) om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 °. Stockholm Exergi verwacht dat BECCS, eenmaal opgeschaald, in belangrijke mate zal bijdragen aan de energietransitie, het beperken van de opwarming van de aarde en het behalen van de Parijse klimaatdoelstellingen.

Het EU Innovatiefonds behoort tot de grootste financieringsprogramma’s ter wereld voor het ondersteunen van nieuwe CO2-besparende technologie. Tot 2030 zal via het fonds circa € 20 miljard worden verstrekt aan projecten die besparende oplossingen naar de markt willen brengen en zo bijdragen aan een klimaatneutrale Europese economie. In de eerste ronde hebben 311 projecten een aanvraag ingediend. Voor de eerste ronde is € 1,1 miljard toegewezen. De zeven verkozen projecten zullen dit bedrag delen.

In juni 2021 nam een door APG geleid consortium een 50% belang in Stockholm Exergi, dat werd overgenomen van het Finse energiebedrijf Fortum Oyj. Het bedrijf is de grootste leverancier van stadsverwarming in Zweden en loopt binnen de sector voorop als het om duurzaamheid gaat. Exergi heeft de ambitie om uiterlijk in 2025 een ‘klimaatpositief’ bedrijf te zijn.

 

Volgende publicatie:
APG belegt in woningbouw en -ontwikkeling in Hongkong

APG belegt in woningbouw en -ontwikkeling in Hongkong

Gepubliceerd op: 15 november 2021

APG is een joint venture gestart met Wang On Properties om betaalbare huisvesting, stadsvernieuwing en verstedelijking in Hong Kong mogelijk te maken. Met de zogeheten JV Company wordt 523 miljoen euro geïnvesteerd in woningbouw- en woningontwikkeling.

 

Graeme Torre, Hoofd Real Estate voor APG Asset Management Asia Pacific: “De Greater Bay Area is als economische hoeksteen voor China en Hong Kong een cruciaal onderdeel van dat initiatief. We zijn daarom verheugd om samen te kunnen werken met een operator die zo ervaren en ingebed is in de lokale markt als Wang On. De strategie voor onze nieuwe joint venture, die namens onze langetermijnklanten van pensioenfondsen belegt, zal verschillende strategische thema's voor ons behandelen, zoals betaalbaarheid van woningen, stadsvernieuwing en verstedelijking. Dit laatste is een belangrijk uitgangspunt van onze ambities op het gebied van klimaat en duurzaam beleggen.”

 

Lees het persbericht.

Volgende publicatie:
“Er zijn goede stappen gezet, maar er is nog veel te doen”

“Er zijn goede stappen gezet, maar er is nog veel te doen”

 

APG’s Erik Jan Stork over de voortgang van het Klimaatcommitment

 

Zo’n 50 pensioenfondsen, banken, verzekeraars en vermogensbeheerders ondertekenden dit jaar het Klimaatcommitment. Hierin tonen ze, uit eigen wil, aan welke bijdrage ze leveren aan de doelen van Parijs. Onlangs werd een voortgangsrapport uitgebracht met de stand van zaken. Erik Jan Stork, fiduciair manager responsible investment bij pensioenuitvoerder APG, sprak erover met de Pensioenfederatie. “Bijna 90% van de financiële instellingen heeft de doelstellingen voor 2021 gehaald en meer dan de helft de doelen voor 2022 al.”

 

Door zich te committeren aan de afspraken in het commitment, aanvaarden de aangesloten partijen een inspanningsverplichting. Dat betekent dat ze verplicht zijn om het CO2-gehalte van hun relevante financieringen en beleggingen te meten. En dat ze hier publiekelijk over rapporteren. Uiterlijk in 2022 maken de betrokken partijen hun actieplannen inclusief reductiedoelstellingen voor 2030 bekend. Dat gebeurt op vrijwillige basis; de financiële sector is (nog) niet verplicht een dergelijke rapportage op te leveren. Stork: “Het is uniek dat banken, verzekeraars en pensioenfondsen samen afspraken hebben gemaakt over hun bijdrage aan het Klimaatakkoord”.

 

Belang

Dat de sector toch de handen ineensloeg en het commitment ondertekende, zegt iets over hoe belangrijk de aangesloten partijen het vinden. Dat belang voelt Erik Jan Stork zelf ook, vertelt hij in het interview. “Ik denk dat in mij nog steeds de scout zit die graag in de bossen rondloopt en opkomt voor de natuur en voor de zwakkeren in de samenleving.”

 

Effectieve dialoog

Het voortgangsrapport, uitgebracht door KPMG, laat mooie stappen zien. “Maar er is nog veel te doen”, vertelt Stork. “Zelf worstel ik nog met staatsobligaties. Kan je met overheden een effectieve dialoog voeren over hun klimaatplannen en je beleggingen daarvan afhankelijk maken?”

 

Benieuwd naar het hele interview? Lees het hier

Volgende publicatie:
Pop-up-store in Batavia Stad moet gesprek over duurzame kleding op gang brengen

Pop-up-store in Batavia Stad moet gesprek over duurzame kleding op gang brengen

Gepubliceerd op: 3 november 2021

Een pop-up-store met alleen duurzaam geproduceerde én tweedehands kleding. Dat is het concept van RE.love, de nieuwste winkel in Batavia Stad. De ‘fashion outlet’ in Lelystad is een van de winkelcentra van vastgoedeigenaar VIA Outlets, dat dit duurzame winkelconcept samen met haar huurders heeft ontwikkeld. De winkels hebben onder meer tot doel het gesprek over duurzaamheid op gang te brengen. Maar is dat eigenlijk wel de taak van een vastgoedeigenaar? En hoe ziet VIA Outlets zo’n gesprek over duurzaamheid voor zich?


Geert Paemen (Group Sustainability Director bij VIA Outlets): “Wij hebben twee soorten klanten, de winkeliers die winkelruimte bij ons huren en hun klanten die kleding kopen. Met de huurders gaan we regelmatig het gesprek aan over bijvoorbeeld hun energieverbruik, maar met RE.love beginnen we ook het gesprek over duurzaamheid van de kleding zelf. De pop-up-store is eigenlijk een excuus om het over duurzaamheid te hebben met de klant. Zo zijn de verkopers die in de pop-up-store werken getraind om vragen van klanten over duurzaamheid te beantwoorden.”


Roland Mangelmans (Senior Portfoliomanager Real Estate bij APG): “Met de opening van RE.love slaat VIA Outlets, waar we namens ABP in beleggen en waar we volledig eigenaar van zijn, twee vliegen in één klap. Zo gaan ze actief het gesprek aan over duurzaamheid met de kledingwinkels én met de klant die er komt winkelen.”

 

APG pleitte onder andere voor het aanstellen van een duurzaamheidsmanager bij VIA Outlets. Mede door haar initiatieven is duurzaamheid binnen VIA Outlets in een stroomversnelling geraakt, en scoort het bedrijf hoog op duurzaamheidsstandaarden, zoals GRESB [keurmerk dat vastgoedbedrijven op duurzaamheid beoordeelt, red.]. De opening van RE.love doet het waarschijnlijk ook goed bij de bedenkers van zo’n standaard. Speelde dat nog een rol bij het opzetten van RE.love?
Geert: “VIA Outlets is al enkele jaren bezig met duurzaamheid, ook voor mijn aanstelling al. Maar om resultaten te boeken heb je even tijd nodig. En we vinden dat we nu voldoende vooruitgang hebben geboekt om ook met de klant hierover te communiceren. Alle afdelingen van het bedrijf moeten duurzaam te werk gaan om het juiste resultaat te krijgen. Zo hebben we dit jaar de hoogste GRESB-score van vijf sterren behaald. Als we naar de resultaten van onze sector kijken, dan zien we dat steeds meer bedrijven hoog scoren, en dat is goed nieuws.

Roland: “Als APG vinden we het belangrijk dat de bedrijven waarin we beleggen duurzaamheid integreren in de bedrijfsvoering. In al hun processen. Hiervoor zouden adviseurs kunnen worden ingeschakeld, maar met de aanstelling van een duurzaamheidsmanager weten we zeker dat er iemand is die ’s ochtends wakker wordt en zich gaat bezighouden met duurzaamheid in het bedrijf.”

 

Dus die goede duurzaamheidsbeoordelingen zijn makkelijk te krijgen?
Geert: “Nee, het is niet gemakkelijk om hoog te scoren. Onze prestaties worden vergeleken met die van andere vastgoedeigenaren. Die zitten natuurlijk ook niet stil, dus we moeten continu verbeteren om die hoge scores vast te houden. Op gebouwniveau heeft de gehele portefeuille van VIA Outlets inmiddels een BREEAM-in use certificaat. Dit is een keurmerk waarmee de duurzaamheidsprestaties van bestaande gebouwen worden gemeten. Deze standaard wordt ook regelmatig aangescherpt en loopt vooruit op de wetgeving, die ook steeds strenger wordt.”


Roland: “Ik kan mij voorstellen dat Geert wel een punt heeft over de GRESB-standaard. Maar het is een middel, niet zozeer een doel. Het is vooral een indicatie dat VIA Outlets het goed doet in vergelijking met vergelijkbare vastgoedeigenaren. Wij eisen meer van onze vastgoedbeleggingen dan alleen een goede GRESB-score. En VIA Outlets doet ook al meer aan duurzaamheid dan de GRESB-score meet. Daarnaast is er met een score van 92 nog ruimte voor groei. Die ruimte zou er zelfs zijn bij een score van 100. De criteria van GRESB worden elk jaar een stukje strenger. Dat motiveert ons ook om ons best te blijven doen op het gebied van duurzaamheid.”

De pop-up-store is eigenlijk een excuus om het over duurzaamheid te hebben met de klant.

De kledingindustrie kwam de afgelopen jaren niet altijd even positief in het nieuws. Is het openen van een duurzame pop-up-store onderdeel van een trend om meer aandacht aan duurzaamheid te besteden?
Geert: “Het is zeker een trend, in alle sectoren. De mode-industrie heeft een aantal jaren geleden beseft dat zij ook met duurzaamheid bezig moet zijn. Als je je als bedrijf voor het eerst richt op duurzaamheid, kijk je waar je het meeste resultaat kunt behalen. Bij kledingmerken gaat het dan om de keten van productie naar consument.”

Zoals de arbeidsomstandigheden in kledingfabrieken in Bangladesh?
Geert: “Ja. En meer recenter zijn kledingmerken de aandacht ook gaan richten op het verkleinen van hun ecologische voetafdruk. Zo kijken merken nu naar welke materialen ze gebruiken en hoeveel energie het kost om hun collecties te produceren en te verkopen. De meeste grote merken zijn nu wel bezig met zowel het verbeteren van de arbeidsomstandigheden als het verminderen van schade aan het milieu.”


Roland: “In de winkelstraat is er een race to the bottom gaande van winkels die zo goedkoop mogelijk gemaakte kleding uit lagelonenlanden aanbieden. Kleding die soms onder slechte omstandigheden is geproduceerd. Dat is een trend die we graag willen doorbreken, ook al is dat moeilijk.”

En VIA Outlets probeert met die pop-up-stores het gesprek daarover te stimuleren?
Geert: “We willen inderdaad het gesprek over duurzaamheid beginnen. We hadden het gevoel dat het helemaal niet bestond in de outlet-omgeving. Duurzaamheid is steeds belangrijker voor ons, en voor de klant. Wij kunnen als VIA Outlets wel praten over standaarden en over hoeveel energie we besparen, maar dat is niet interessant voor de klant. Als je duurzaamheid relevant wilt maken voor de klant, moet je over voor hen relevante onderwerpen communiceren. Dat kan RE.love zijn. Maar ook het organiseren van themadagen over bijvoorbeeld het verminderen van plastic afval kan klanten aan het nadenken zetten.”

Is het wel de taak van een vastgoedeigenaar om dit gesprek te faciliteren? Is geld verdienen niet belangrijker?
Geert: “In de eerste plaats moeten we natuurlijk geld verdienen, anders hebben we als bedrijf geen toekomst. Maar we hebben ook een rol in de maatschappij. Mensen verwachten van ons dat we duurzaam zijn. Ik denk dat bedrijven beseffen dat het steeds belangrijker wordt met de lange termijn bezig te zijn, en niet alleen met op korte termijn zoveel mogelijk geld te verdienen. Als vastgoedeigenaar maken we onderdeel uit van de keten in de kledingindustrie. We zijn slechts een schakel, maar kunnen hiermee wel invloed uitoefenen in de keten.”

 

Roland: “APG vindt het belangrijk dat de vastgoedinvesteringen waarin ze belegt initiatief tonen op het gebied van duurzaamheid en het verkleinen van hun ecologische voetafdruk. Doordat VIA Outlets volledig eigendom is van APG, kunnen we het bedrijf aansporen het goede voorbeeld te geven in de mode-industrie. Het interessante van RE.love is dat een vastgoedeigenaar het gesprek aangaat over de producten in de winkels, waar de gesprekken eerder wellicht alleen over het energieverbruik van de winkel gingen.”

Staat VIA Outlets eenzaam aan de top als het gaat om duurzaamheid of zijn er meer grote spelers op het gebied van vastgoed die net zo goed scoren als jullie?
Geert: “We staan op de negende plek als het gaat om retail in Europa. Dat is niet slecht als je bedenkt dat we een klein bedrijf zijn. Beursgenoteerde bedrijven zijn vaak verder omdat zij aan hogere eisen moeten voldoen als het gaat om rapporteren over duurzaamheid.”

 

Hoe is de samenwerking met APG in jullie streven naar duurzaamheid?
Geert: “Die samenwerking is heel belangrijk, omdat we weten dat APG veel waarde hecht aan duurzaamheid. We hebben ook regelmatig overleg, waarbij we ze een update geven over waar we mee bezig zijn qua duurzaamheid. We hebben ook een dashboard waarop APG de resultaten van onze belangrijkste afspraken met hen kan zien. En we bespreken specifieke initiatieven met hen. Dus het wordt door APG van heel dichtbij gevolgd en ze moedigen ons ook aan heel ambitieus te zijn. Dat ervaren wij als heel positief.”

Roland benadrukt dat VIA Outlets niet het enige bedrijf is waar APG pleitte voor het aanstellen van een duurzaamheidsmanager. “We hebben een vooruitstrevend beleid waarbij we af en toe in het begin ook wel wat weerstand ontmoeten. Daarom is het noodzakelijk de dialoog aan te gaan met de bedrijven en fondsen waarin APG belegt. Door die dialoog aan te gaan, zorgen we dat we niet alleen de GRESB-score verhogen maar ook het algehele bewustzijn over duurzaamheid. We zitten in de kopgroep en als we het peloton mee willen krijgen, betekent dit dat we daar tijd en aandacht aan moeten besteden.”

Vastgoed draagt voor meer dan 30% bij aan de wereldwijde CO2-uitstoot en 40% van de wereldwijde energievraag en heeft daarmee grote impact op klimaatverandering. Wat doet VIA Outlets om bij te dragen aan de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs?
Geert: “Hierbij maken we gebruik van CRREM. Dat is een manier om voor elk type gebouw per land zicht te krijgen op hoeveel energie en CO2 een gebouw mag verbruiken en uitstoten tot en met 2050. Winkelcentra die voldoen aan de CRREM-norm zijn ‘Paris proof.

Roland: “Oorspronkelijk gold CRREM als een methode voor commercieel vastgoed enkel in de EU. APG heeft samen met twee andere investeerders de ontwikkeling van CRREM voor alle wereldwijde vastgoedmarkten mogelijk gemaakt. Voor APG geldt CRREM als de norm om te meten in hoeverre een vastgoedobject of -portefeuille voldoet aan het klimaatakkoord van Parijs. Deze aanpak sluit aan bij het streven van ABP, onze grootste pensioenfondsklant, om het gebruik van fossiele brandstoffen in CO2-intensieve sectoren terug te dringen.”

Volgende publicatie:
ABP opnieuw duurzaamste pensioenfonds van Nederland

ABP opnieuw duurzaamste pensioenfonds van Nederland

Gepubliceerd op: 1 november 2021

APG’s grootste pensioenfondsklant ABP voert voor de vierde keer op rij de ranglijst van duurzame Nederlandse pensioenfondsen aan. Dat maakte de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO) vandaag bekend. BpfBOUW behield de tweede plaats; ook SPW (9) behaalde een plek in de top-10.

 

ABP scoorde 4,0 van de maximaal haalbare 5 punten. Ook de andere vermogensbeheerklanten van APG behaalden mooie resultaten. BpfBOUW eindigde nipt achter ABP met een score van 3,9 punten. SPW behaalde 3,0 punten.

 

Steun in de rug

Corien Wortmann, bestuursvoorzitter van ABP, noemt het ‘een grote steun in de rug’ dat ABP voor de vierde keer op rij is uitgeroepen tot het meest duurzame pensioenfonds. Tegelijkertijd blijft het fonds kritisch kijken naar de eigen prestaties. “Wat bereiken we, wat kan effectiever? Hoe bereiken we meer impact voor een duurzame wereld? En tegelijk laten we met andere pensioenfondsen zien dat het kan met behoud van rendement. Zo inspireren en stimuleren we elkaar om het steeds weer beter te doen.”

 

VBDO onderzoekt sinds 2006 jaarlijks het beleid en de duurzame prestaties van de Nederlandse pensioensector. De ranglijst beoordeelt de 50 grootste pensioenfondsen van Nederland. Samen beheren zij € 1.540 miljard, goed voor 89% van het Nederlandse pensioenvermogen. VBDO kijkt naar zowel beleid, bestuur (governance) en verantwoording als de uitvoering.

 

Ruimte voor verbetering

De klanten van APG hebben nog maar weinig mogelijkheden voor verbetering in deze categorieën. VBDO heeft dit jaar vooral strenger gekeken naar de echte impact van de beleggingen van pensioenfondsen op samenleving en milieu. Voor de klanten van APG liggen er vooral verbeterkansen op het nog beter meten, sturen en rapporteren als het om deze real world impact gaat.

 

Geïnteresseerd? Download het volledige verslag van VBDO hier.

 

Volgende publicatie:
Beleggers sporen Zuid-Korea aan tot steviger klimaatinspanningen

Beleggers sporen Zuid-Korea aan tot steviger klimaatinspanningen

Gepubliceerd op: 14 oktober 2021

APG moedigt samen met 22 grote internationale beleggers de Zuid-Koreaanse regering aan om tot een duidelijk transitiepad te komen dat aansluit bij de klimaatafspraken van Parijs. Het land moet daarvoor onder andere stoppen met de bouw van nieuwe kolencentrales. Duidelijk klimaatbeleid helpt Koreaanse bedrijven om uiterlijk in 2050 klimaatneutraal te zijn. APG is namens haar pensioenfondsklanten een van de drijvende krachten achter dit initiatief.  

 

De deelnemende beleggers voeren actief engagement (het aanwenden van invloed door aandeelhouders om bedrijven tot veranderingen aan te zetten) met Zuid-Koreaanse bedrijven. In een brief aan de Zuid-Koreaanse presidentiële klimaatcommissie schrijven ze dat het nationale energie- en klimaatbeleid voor deze bedrijven van groot belang is om hun streven naar netto nul uitstoot (net zero emissions) waar te maken. De brief wordt ondersteund door Climate Action 100+ en is ondertekend door beleggers met een gezamenlijk beheerd vermogen van € 5.800 miljard. APG behoort met BMO Global Asset Management, EOS Federated Hermes en Sumitomo Mitsui Trust Asset Management tot de initiatiefnemers.

 

Bedrijven hebben behoefte aan duidelijk klimaatbeleid

De ondertekenaars stellen dat Zuid-Koreaanse bedrijven duidelijk nationaal beleid nodig hebben voor een succesvolle overgang naar net zero, het beperken van klimaatrisico’s en het behouden van waarde op de lange termijn. “Dit vergt ook een helder tijdspad voor het uitfaseren van kolen in lijn met de doelstelling van Parijs om de opwarming van de aarde te beperken tot 1.5°C”, staat in de brief.

 

De beleggers dringen erop aan dat de presidentiële commissie transitiepaden uitstippelt die uitgaan van het onlangs ontwikkelde Net Zero 2050-scenario van het Internationaal Energie Agentschap (IEA). “Deze transitiepaden moeten volledig in lijn zijn met het Parijse klimaatverdrag en ervoor zorgen dat de Zuid-Koreaanse economie uiterlijk in 2050 CO2-neutraal is. Ook moet niet verder worden ingezet op kolen, want dat vertraagt de onvermijdelijke en hoognodige overgang naar duurzame energie”, zegt Yoo-Kyung (YK) Park, Hoofd APAC Responsible Investment & Governance bij APG.

 

Geen kolenexpansie

In augustus uitte APG in een brief aan de Koreaanse regering al zorgen over de kolencentrales die momenteel in het land worden gebouwd. Vorig jaar verkocht APG haar belang in Korea Electric Power Corp. (KEPCO) vanwege de voorgenomen bouw door het staatsbedrijf van kolencentrales in Vietnam en Indonesië. "De uitbreiding van kolengestookte energie in Zuid-Korea gaat in tegen de inspanningen om klimaatverandering te bestrijden," zegt YK. "Het risico is ook dat de centrales minder waard of onrendabel worden omdat ze maar beperkt worden gebruikt of omdat er extra inspanningen nodig zijn om de CO2-uitstoot te compenseren.”

 

Climate Action 100+ is een samenwerkingsverband van 615 beleggers met een gezamenlijk beheerd vermogen van € 47.000 miljard. ’s Werelds grootste beleggersinitiatief spant zich ervoor in dat bedrijven die verantwoordelijk zijn voor de meeste uitstoot van broeikasgassen actie ondernemen om klimaatverandering tegen te gaan.

Volgende publicatie:
APG belegt voor € 195 miljoen in eerste groene obligatie EU

APG belegt voor € 195 miljoen in eerste groene obligatie EU

Gepubliceerd op: 12 oktober 2021

EU versterkt leidende positie op het gebied van duurzame financiering verder

Voor het eerst heeft de Europese Unie (EU) een groene obligatie uitgegeven. De opbrengst wordt gebruikt voor financiering van het economisch herstel in de nasleep van de Covid-19 pandemie. “De uitgifte van de eerste groene EU-obligatie is langverwacht. We zijn als APG een overtuigd belegger in gelabelde obligaties en daarom erg enthousiast om namens onze klanten deel te nemen aan deze uitgifte”, zegt portefeuillemanager Chris Lam. APG kreeg € 195 miljoen toegewezen.


De groene obligatie – NextGeneration EU (NGEU) genoemd – maakt deel uit van een Europees herstelpakket van circa € 800 miljard. Met de opbrengst worden de lidstaten ondersteund bij het aanpakken van de economische gevolgen van de Covid-19. Ongeveer 30 procent van het herstelpakket wordt gefinancierd met de uitgifte van groene Europese obligaties, waarbij de focus ligt op milieu- en klimaatinvesteringen. Volgens Oscar Jansen, die bij APG de portefeuille met euro-obligaties beheert, is de eerste uitgifte van € 12 miljard deze week de eerste stap om van EU de grootste uitgever van groene obligaties in de wereld te maken. “De uitgifte onderstreept de leidende rol van Europa in duurzame financiering.” In 2020 belegde APG al in de SURE sociale obligatie van de EU, waarvan de opbrengst wordt gebruikt om de sociale gevolgen van de pandemie te verlichten.


Ondersteunen duurzaam herstel
Volgens Lam is de uitgifte een mijlpaal voor zowel Europa als de markt voor groene obligaties. “Het geeft beleggers meer dan ooit tevoren toegang tot de financiering van groene projecten in de lidstaten. Deze projecten dragen bij aan het realiseren van de ambitieuze EU-klimaatdoelstellingen. Investeringen in hernieuwbare energie en in energiezuinige infrastructuur en transport ondersteunen het Europese herstel na de Covid-19 pandemie. Ook helpen ze de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Maar er is ook geld beschikbaar om innovatie te stimuleren en onderzoek te financieren ter ondersteuning van de energietransitie.”

Het Europese raamwerk voor groene obligaties sluit aan bij de standaard in de markt – de principes van de International Capital Markets Association. Ook heeft het raamwerk een positieve beoordeling gekregen van second opinion verstrekker Vigeo Eiris. Er zijn negen categorieën voor groene investeringen en duurzame hervormingen die in aanmerking komen voor financiering met de opbrengst van de groene obligatie.

Minder risico op greenwashing
De Europese Unie heeft een taxonomie (classificatiesysteem) opgesteld voor ecologisch duurzame beleggingen. Daarnaast wordt binnenkort de EU-standaard voor groene obligaties ingevoerd. Daarmee effent de EU het pad voor duidelijke regels op het gebied van duurzame beleggingen en het meten van impact in een groot aantal sectoren. Voor de groene obligatie is bepaald dat lidstaten zelf met plannen moeten komen. Dit vereist wel transparantie en toezicht van de EU op de manier waarop de opbrengsten in de praktijk worden gebruikt. De rapportage daarover wordt door een externe auditor gecontroleerd en de milieu-impact wordt volgens de gangbare klimaatstandaarden vastgesteld.

Jansen maakt zich niet al te veel zorgen over greenwashing. "De EU bouwt aan solide regels en legt de nadruk op 'Do no significant harm'-criteria (het uitgangspunt dat een belegging geen belangrijke schade toebrengt aan andere milieu- of sociale doelstellingen, red.) voor beleggingen. Daarmee is er een sterke focus om ervoor te zorgen dat de opbrengst van deze obligatie ook voor echt groene investeringen wordt gebruikt”, zegt hij. Doordat de opbrengst op een groot aantal manieren kan worden ingezet, beleggen we op deze manier in een groot en divers pallet van groene investeringen. Het vergroten van de aantoonbare impact van onze beleggingsportefeuilles is van groot belang voor de ambitieuze doelstellingen van onze pensioenfondsklanten."

 


APG behoort tot de grootste beleggers in gelabelde obligaties ter wereld. Namens de fondsklanten zet APG zich in om de groei en ontwikkeling van deze markt te bevorderen. Eind vorig jaar organiseerde APG een webinar waarin vertegenwoordigers uit de beleggingswereld en de EU het geplande ondersteuningsprogramma, de mogelijke impact ervan op de gelabelde obligatiemarkten en de belangrijke rol die beleggers moeten spelen, onder de loep hebben genomen.

 

Volgende publicatie:
“Automatisering is meer dan het vervangen van mensen door machines”

“Automatisering is meer dan het vervangen van mensen door machines”

Gepubliceerd op: 12 oktober 2021

Klimaatverandering en digitalisering laten geen sector onberoerd. Anna Pot, Manager Global Responsible Investment & Governance Nederland bij APG, deed onderzoek naar de gevolgen voor werknemers. “Juist medewerkers zijn belangrijk voor bedrijven om deze veranderingen goed te doorstaan. Betrokken, getrainde en flexibele werknemers helpen een bedrijf om zich aan te passen en te vernieuwen.”

 

Anna Pot doet al twaalf jaar onderzoek naar hoe bedrijven omgaan met hun werknemers, ook wel human capital management genoemd. Zij sprak met bedrijven over kwesties als kinderarbeid in de cacao-industrie, het recht van werknemers om zich bij een vakbond aan te sluiten en veilig werken tijdens de coronapandemie. Uit haar meest recente onderzoek komen drie grote trends – transities – naar voren die een grote impact hebben op werknemers: automatisering, digitalisering en klimaatverandering. Ze doet daarin suggesties voor kritische vragen die beleggers hierover kunnen stellen aan bedrijven.

 

 

In welke zin heeft klimaatverandering gevolgen voor werknemers?

“Fossiele brandstoffen maken langzaam maar zeker plaats voor hernieuwbare energie. Kolenmijnen gaan dicht. Klimaatverandering bedreigt industrieën die enorm veel personeel in dienst hebben, terwijl het nog onduidelijk is hoeveel en waar precies er nieuwe banen zullen ontstaan. Volgens schattingen van de Internationale Arbeidsorganisatie (International Labour Organization) zijn dat er 24 miljoen, in industrieën als de opwekking van schone energie, de productie van elektrische voertuigen en energie-efficiëntie. Maar het gaat niet alleen om banen. De eisen die aan de kennis en vaardigheden van werknemers worden gesteld, veranderen ook. Onder druk van de maatschappij en groene regelgeving moeten bedrijven over naar een klimaatneutraal bedrijfsmodel, daartoe aangemoedigd door beleggers als APG. Innovatie wordt daarbij steeds belangrijker. Je ziet dit al bij autoproducenten, die nu massaal de overstap maken van verbrandingsmotoren naar groene motortechnologie.”

 

Wat is er nieuw aan de constatering dat automatisering banen kost?

“De conclusies uit onderzoek dat hiernaar is gedaan, zijn niet eenduidig. Het ene onderzoek voorspelt een verlies van twee miljard banen, het andere stelt dat er miljoenen nieuwe banen bijkomen. Automatisering is meer dan het vervangen van mensen door machines. Door automatisering ontstaat ook behoefte aan andere vaardigheden, bijvoorbeeld doordat mensen en machines samenwerken. Toyota heeft hier een mooie term voor: jidoka, oftewel automatisering met een human touch. Als ze concurrerend willen blijven, moeten bedrijven hun digitale systemen voortdurend verbeteren. De economie wordt dus steeds meer kennisintensief. Machines nemen routinetaken over en van mensen wordt meer innovatie en creativiteit gevraagd.”

 

Wat is het belang voor bedrijven om goed met hun werknemers om te gaan?

“Bedrijven die grote veranderingen doormaken, hebben de steun en kennis van hun werknemers nodig om die tot een goed einde te brengen. Ze zien in dat gekwalificeerde, flexibele en betrokken mensen onmisbaar zijn om zich te kunnen blijven vernieuwen en aan te passen. Bedrijven noemen menselijk kapitaal en innovatie hun topprioriteiten voor de komende jaren. Ze moeten nadenken hoe ze de creativiteit en het vernieuwend vermogen van werknemers kunnen stimuleren. In de strijd om toptalent willen bedrijven bekendstaan als een goede werkgever. Zeker voor de jonge generatie is dat een cruciale voorwaarde om voor een bedrijf te willen werken. Om innovatief te zijn, moeten bedrijven de juiste omstandigheden creëren waarin werknemers creatief kunnen zijn, durven te experimenteren en fouten mogen maken. Betrokkenheid van werknemers is nodig om ze aan boord te houden en de transitie effectief te laten plaatsvinden.”

 

Kun je een bedrijf noemen dat dit goed aanpakt?

“Je zou het niet verwachten na Dieselgate, maar Volkswagen is een koploper op dit gebied. Ze hebben toegezegd de transitie volledig op basis van natuurlijk verloop te laten plaatsvinden, dus zonder mensen te ontslaan. Ze hebben uitgebreide programma’s waarin ze medewerkers trainen om de omslag te maken. En dan gaat het niet alleen om monteurs die van verbrandings- op elektrische motoren moeten overschakelen, maar ook om kantoorpersoneel dat nieuwe dingen leert, zoals programmeren of het analyseren van data. Met digitale vaardigheden kunnen ze de overstap maken naar andere afdelingen binnen het bedrijf of zelfs bij een andere onderneming aan de slag gaan. Overigens zijn we nog wel met Volkswagen in gesprek over de nasleep van Dieselgate. We vragen het bedrijf om een meer open bedrijfscultuur te creëren en een echt onafhankelijke raad van toezicht in te stellen.”

 

En als bedrijven dit niet doen?

“Bedrijven die niet goed omgaan met hun werknemers missen de boot bij het binnenhalen van toptalent, lopen het risico dat operaties in gevaar komen, of kunnen reputatieschade oplopen vanwege onrechtmatige arbeidspraktijken. En het gaat verder dan dat. Als we als maatschappij niet goed omgaan met deze grote verschuivingen, kan dit veel mensen hun baan kosten of de kwaliteit van hun werk aanzienlijk aantasten. Dit zal vooral de minder opgeleide, arme en kwetsbare groepen treffen, met een toename van maatschappelijke onvrede als gevolg.”

 

Wat vraagt APG van bedrijven? Wat betekent ‘goed omgaan met werknemers’ concreet?

“Onze minimumvereiste is dat bedrijven veilige arbeidsomstandigheden garanderen voor hun werknemers. Wij hanteren daarvoor de standaarden van de Internationale Arbeidsorganisatie. In onze duurzaamheidscriteria worden veilig werk en gezonde arbeidsverhoudingen ook meegewogen. Als het nodig is, gaan we met bedrijven in gesprek om hun arbeidsomstandigheden te verbeteren. Van bedrijven die in transitie zijn, willen we weten wat hun strategie is. We vragen ze om een skill gap analysis te maken: welke vaardigheden hebben je werknemers nu en welke ontbreken er nog? En hoe ga je van A naar B? Ga je mensen ontslaan en nieuwe aannemen? Los je het op via natuurlijk verloop, of train je je huidige werknemers? Anderhalf jaar geleden vroegen we de auto-industrie om een dergelijke analyse uit te voeren. Toen deed nog bijna niemand het en nu zijn bijna alle autoproducenten ermee bezig. Ford heeft de analyse al opgenomen in zijn jaarverslag.”

 

Daarnaast stelt APG eisen aan de trainingsprogramma’s van bedrijven, stelt Pot. “We willen dat bedrijven over die programma’s rapporteren en laten zien wat de impact daarvan is. Werknemers moeten worden meegenomen in de transitie van het bedrijf. Heldere communicatie, training en het aannemen van nieuwe expertise staan daarbij centraal.”

 

Je hebt jarenlange ervaring op het gebied van arbeidsrechten. Wat was voor jou de grootste eyeopener in dit onderzoek?

“We hebben altijd aandacht gehad voor de sociale component van duurzaamheid, maar dit aspect heeft een enorme vlucht genomen sinds de coronapandemie en de opkomst van de transities. Vooral de bedrijven zelf zien nu het belang ervan in.”

 

Wat ga je doen met de uitkomsten van het onderzoek?

“Bedrijven met goed human capital management zijn aantrekkelijk voor ons als belegger. Onderzoek wijst uit dat beleggers die investeren in dit soort bedrijven gemiddeld beter presteren. We gaan dan ook met onze portefeuillemanagers in gesprek over onze bevindingen en hoe ze daar in hun beleggingen gebruik van kunnen maken. In ons paper staan concrete suggesties voor vragen die zij kunnen stellen aan bedrijven in transitie. Dat is een vrij lange lijst. Als je maar vijf minuten hebt, zou ik er drie stellen. In de eerste plaats: wat is je strategie voor human capital management? Ten tweede: hoe past die binnen de langetermijnstrategie van het bedrijf? Is het bijvoorbeeld een aanjager van innovatie, of van klanttevredenheid? En ten derde: hoe meet je als bestuur de voortgang? Deze drie vragen geven al een behoorlijk goed beeld van hoe serieus een bedrijf human capital management neemt.”

 

Volgende publicatie:
APG investeert in verantwoord beheerde FSC-bossen

APG investeert in verantwoord beheerde FSC-bossen

Gepubliceerd op: 4 oktober 2021

Namens pensioenfondsklant ABP, neemt APG een flink belang in Wenita Forest Products; de grootste producent van bosproducten in de Nieuw-Zeelandse regio Otago. Het bosareaal heeft een omvang van 30.000 hectare en is gecertificeerd volgens de FSC-standaard. Dat betekent dat in een gebied ruim drie keer zo groot als de provincie Utrecht het behoud van biodiversiteit en het economische en sociale welzijn van lokale gemeenschappen en medewerkers voorop staan. Met de belegging breidt APG zijn investeringen in verantwoord beheerde bossen verder uit.

Wenita behoort tot de grootste eigenaar van productiebossen in Nieuw-Zeeland en levert al dertig jaar producten aan lokale en internationale markten. Omdat het bedrijf zoveel ervaring heeft met verantwoord bosbeheer, levert het ook advies en begeleiding over deze werkwijze aan andere boseigenaren. In Wenita groeien vooral Radiata dennen, die vooral worden verwerkt in meubels, bouwmaterialen voor huizen, fineer en multiplex.

Wereldwijd wordt ongeveer 15% van de uitstoot van broeikasgas veroorzaakt door ontbossing. Klimaatrapporten van het Internationaal Energie Agentschap en het VN-klimaatpanel (IPCC) laten duidelijk zien dat de opwarming van de aarde nog altijd veel te snel gaat. Ook APG en ABP maken zich, net als veel van de pensioenfondsdeelnemers, zorgen over het klimaat.

 

Deze investering FSC-gecertifieerd bossen is onderdeel van de ambitie van APG en pensioenfondsklant ABP om het beleggingsbeleid duurzamer te maken, klimaatverandering tegen te gaan en biodiversiteit te beschermen. Deze productiebossen dragen bij aan koolstofvastlegging in Nieuw-Zeeland en verduurzaming van de bouw- en woningmarktsectoren door daar hernieuwbare materialen aan te bieden. Bovendien betekent het FSC-certificaat dat Wenita - naast bescherming van biodiversiteit- het economisch en sociaal welzijn van lokale gemeenschappen en werknemers in het beleid verankerd heeft. “Op deze manier draagt de investering in Wenita niet alleen bij aan goed beleggingsrendement voor ABP-deelnemers, maar ook aan een leefbare planeet, ” zegt Ben Avery, senior portfoliomanager APG.

De investering in Wenita doet APG met de Britse pensioenuitvoerder Pension Protection Fund (PPF). De bedrijven verwerven samen een meerderheidsbelang van 62%  van Sinotrans NZ, een lokale vertegenwoordiger van de Chinese logistiek- en transportgigant Sinotrans. Een door New Forests beheerd fonds, het Australia New Zealand Forest Fund 2, bezit sinds 2018 de overige 38% van de aandelen en blijft -naast APG en PPF- ook belegd in Wenita.

Met deze investering draagt APG namens ABP bij aan de realisatie van de Sustainable Development Goals (SDG's). Deze SDG's zijn in 2015 vastgesteld door de Verenigde Naties met als doel bij te dragen aan een betere en duurzamere wereld.

Volgende publicatie:
Infra-beleggers APG winnen IPE Global Award

Infra-beleggers APG winnen IPE Global Award

Gepubliceerd op: 1 oktober 2021

Best Real Assets & Infrastructure Investor of the Year. Met deze IPE Global Award troefde APG deze maand wereldwijd zo’n twintig andere, grote institutionele beleggers af.

 

‘We zijn hier ontzettend trots op. IPE is een onafhankelijke, objectieve organisatie, die een goede naam heeft in de markt. Deze Global Award is ons dan ook veel waard’, zegt Jan-Willem Ruisbroek, hoofd investeringsstrategie infrastructuur bij APG. ‘We hebben deze prijs gewonnen met het hele team, te weten veertig infrastructuur-specialisten in onze kantoren in New York, HongKong en Amsterdam.’ Wat was het oordeel van de jury over APG’s strategie in Real Assets & Infrastructure? Ruisbroek pakt het jury-rapport erbij: ‘A mature strategy in sustainable infrastructure, rewarded with solid returns. APG’s reference to megatrends is innovative and has guided investment decisions well.’

 

Het Infrastructuur-team van APG belegt niet in aandelen of obligaties, maar investeert in bedrijven die geen beursnotering hebben, met als doel langjarige, stabiele rendementen te behalen. De portefeuille is vrij breed: van transport (luchthavens, tolwegen, havens, treinen, spoorwegen) en telecom (zendmasten, glasvezelkabels) tot energieopwekking, denk aan wind- en zonneparken en het transport van energie. Van het totaal belegde vermogen van 567 miljard euro heeft APG zo’n twintig miljard euro belegd in infrastructuur.

 

Bijdragen aan welzijn

Daarbij ligt de nadruk steeds meer op verduurzaming c.q. de ondersteuning van de transitie naar een klimaatneutrale energievoorziening, vertelt Ruisbroek. ‘We streven niet alleen naar solide beleggingsrendementen voor onze pensioenfondsklanten maar ook naar concrete voordelen die bijdragen aan het welzijn van burgers. We hebben de IPE-jury laten zien dat we veel beleggen in bijvoorbeeld wind- en zonneparken die nog gebouwd moeten worden; daarmee nemen we bewust wat meer risico dan bij een vergelijkbare belegging in bestaande infrastructuur. Dat kunnen we doen omdat we de kennis en kunde in huis hebben om deze risico’s goed in te schatten.’ Het rendement bij deze vorm van ‘ondernemend beleggen’ is relatief groter. Een voorbeeld hiervan is APG’s investering in een windmolenproject Oostflakkee, dat inmiddels gebouwd is door Kallista Energy, een Franse producent van duurzame energie.

Een andere trend waar APG met zijn beleggingen op inspeelt, is digitalisering, schetst Ruisbroek: ‘Toekomstige generaties zullen steeds meer data gebruiken. Daarom zijn we met KPN een joint venture gestart, voor de grootschalige uitrol van glasvezelaansluitingen in Nederland. Met de vervanging van het oude kopernetwerk door supersnelle internetverbindingen via glasvezel kan KPN zowel consumenten als bedrijven beter ondersteunen in hun digitale activiteiten.’

 

 

Op de foto: Jan-Willems collega Robert Jan Foortse, die de award in ontvangst nam.

Volgende publicatie:
“Wat ons betreft tellen niet de labels, maar wat je bereikt”

“Wat ons betreft tellen niet de labels, maar wat je bereikt”

Gepubliceerd op: 24 september 2021

Het beleggingsbeleid van ABP ligt onder een steeds groter vergrootglas. Met verschillende actiegroepen als voornaamste ‘waakhonden’. Hoe ga je daar als pensioenfonds en uitvoerder mee om? En welk effect heeft het op je beleid? Diane Griffioen, hoofd beleggingen bij ABP en Claudia Kruse, hoofd duurzaam beleggen bij APG, spreken erover in PensioenPro. “Ik vind dat we behoorlijk ambitieus zijn.”

 

Jaarlijks stelt de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO) een lijst samen van duurzaamste pensioenfondsen. ABP prijkt daarin bovenaan. Het lijkt in schril contrast te staan met de kritiek op het duurzaam en verantwoord beleggingsbeleid van het fonds en haar uitvoerder. Actiegroepen verwijten het ABP onder meer in te hebben gestemd met het – volgens hen te weinig ambitieuze – klimaatbeleid van Shell.

 

Signalen die serieus worden genomen. En zelfs bijdragen aan de keuze van ABP om het beleid nu al te herijken. In het interview met het pensioenvakblad zegt Griffioen daarover: “In 2020 hebben we ons duurzaam en verantwoord beleggingsbeleid herijkt, met de blik op de lange termijn. Een visie voor 2050, ambities voor 2030 en kortetermijndoelen voor 2025. Die doelen halen we, maar tegelijkertijd zien we dat de negatieve klimaatontwikkelingen sneller gaan dan we dachten. Het is de vraag of Net Zero in 2050 wel voldoende is. We moeten harder, en niet alleen wij, maar alle betrokken partijen: bedrijven, beleggers, politiek. We willen koploper op dit terrein zijn. Dus we gaan nieuwe doelen formuleren.”

 

20 procent in SDI’s

Onderdeel van het huidige – nog niet herijkte – beleid is de ambitie om 15 miljard euro te investeren in de energietransitie. De vraag rijst: is dat ambitieus genoeg? “€15 miljard was het doel van twee jaar geleden. Daar kijken we nu ook naar. Ik vind dat we behoorlijk ambitieus zijn. Die €15 miljard is niet het enige. We willen in 2025 20% van ons vermogen hebben belegd in SDI’s.”

 

Drempel van geloofwaardigheid

Het gesprek met de twee topvrouwen voert verder, over hun visie op engagement. Diane: “Met uitzondering van de tabaksindustrie en kernwapens sluiten wij geen sectoren uit. We zijn kritisch op bedrijven die we selecteren en we willen dat ze hun beloften ook waarmaken. Maar we hanteren wel een ondergrens; een drempel van geloofwaardigheid.” Maar het interview gaat ook over de ratjetoe aan duurzaamheidswetten, -regels en -labels. Kruse: “Die veelheid hoort bij de fase waarin we nu verkeren. Wat ons betreft tellen niet de labels, maar wat je bereikt.”

 

Lees het hele interview op PensioenPro. Let op: je moet geabonneerd zijn om het te kunnen lezen.

Volgende publicatie:
“Belegt een aap net zo goed als een belegger?”

“Belegt een aap net zo goed als een belegger?”

Gepubliceerd op: 23 september 2021

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: chief economist Thijs Knaap over de vraag of je met actief beleggen de markt kunt verslaan. “Als particuliere belegger niet. Maar als pensioenfonds bevind je je in een fundamenteel andere positie.”

Geef een geblinddoekte aap wat dartpijltjes, laat hem een behoorlijk aantal worpen doen op de beurspagina van de krant, en er ontstaat een aandelenportefeuille die even goed rendeert als een professioneel samengestelde portefeuille. Met die bewering heeft Princeton professor Burton Malkiel in 1973 willen zeggen dat aandelenkoersen een willekeurig en onvoorspelbaar verloop laten zien. Met andere woorden, afwijken van de aandelenindex door in specifieke aandelen uit die index te beleggen – een actieve beleggingsstrategie dus – levert geen extra rendement op zonder extra risico. En heeft dus geen zin.


Snijdt deze claim hout? Ja, zegt Knaap, voor de particuliere belegger waarschijnlijk wel. Betekent dit dat een pensioenfonds zijn hele vermogen ook beter in de index kan beleggen? Nee, zegt de econoom, want een pensioenfonds bevindt zich in een fundamenteel andere positie. Onder andere omdat het beleggingsmogelijkheden heeft waarvoor schaalgrootte, professionele kennis en zitvlees nodig is. Dit soort beleggingen, waartoe een particuliere belegger geen toegang heeft, vormen voor pensioenfondsen een bron van extra rendement.   


Enige slimme belegger
Knaap: “Malkiel had gelijk, in die zin dat het zogeheten stock picking voor een particulier geen zin heeft. Je bent namelijk niet de enige slimme belegger die een onderneming analyseert en op basis daarvan het koersverloop van dat aandeel probeert te voorspellen. Informatie is meestal wel in de prijzen verwerkt – de koersen weerspiegelen de verwachtingen. Met die aanname is het niet mogelijk om als particuliere belegger de markt te verslaan met actief beleggen. In dat geval kun je beter beleggen in de hele aandelenindex. En dat kan tegenwoordig met goedkope index-trackers.”


Er is echter een wereld van verschil tussen beleggen in aandelen als particulier en als pensioenuitvoerder, die voor zijn klanten een totaal vermogen van 620 miljard euro beheert. Ten eerste omdat een pensioenfonds zijn beleggingen moet afstemmen op de
(betalings-)verplichtingen aan deelnemers, een proces dat asset-liability management wordt genoemd.


“Als je de spreekwoordelijke aap laat beleggen in aandelen, is de keuze om alleen in aandelen te beleggen al gemaakt. Maar wíl je überhaupt in aandelen beleggen, en zo ja voor hoeveel? Twee derde van onze beleggingsportefeuille bestaat uit andere beleggingscategorieën. Bijvoorbeeld obligaties, onroerend goed, grondstoffen, infrastructuur en leningen aan bedrijven. Als pensioenfonds moet je bepalen in wélke categorieën je wilt beleggen, en in welke verhoudingen. Op zo’n manier dat je aan elke deelnemer op het juiste moment het juiste pensioenbedrag kunt uitkeren. Dat vereist veel analyse, want het is best complex en er is niet één juiste methode.”


Geen lijstjes

Een pensioenfonds verschilt óók van een particuliere aandelenbelegger omdat het een betere informatiepositie heeft, en omdat deelnemers meer verwachten van hun fonds dan alleen een marktconform rendement.


Knaap: “We spreken de bedrijven waarin we beleggen aan op duurzaamheid en goed ondernemingsbestuur – onder andere door te stemmen op aandeelhoudersvergaderingen en eventuele misstanden aan de kaak te stellen. Zo kennen we bedrijven als aandeelhouder, gesprekspartner, en ook nog vanuit de schuldmarkt. En datzelfde geldt voor hun concurrenten. Ten opzichte van de particuliere belegger beschik je daardoor vaak over betere informatie en kun je betere analyses uitvoeren. Dat brengt uiteraard ook kosten met zich mee, maar op die manier denken we de benchmark – de index – te verslaan. En als je het over een langere periode bekijkt, doen onze aandelen- en bedrijfsobligatiebeleggers dat ook, met een ruime marge.”


De derde, misschien wel meest fundamentele reden waarom je APG niet kunt vergelijken met een particuliere belegger: een belegger van deze omvang kan beleggen in assets die voor de particulier geen optie zijn. Knaap: “In beleggingsklassen als infrastructuur en leningen aan bedrijven kun je alleen beleggen als je daarvoor genoeg vermogen hebt. Naast schaalgrootte moet je ook de vereiste kennis hebben om erin te kunnen investeren. Voor bepaalde assets, in China bijvoorbeeld, moet je flink wat lokale kennis hebben. Van dat soort beleggingen zijn geen lijstjes om uit te kiezen, zoals bij een aandelenbeurs. Je moet er echt naar op zoek. Ons belang in de joint venture met KPN voor de uitrol van glasvezel, is pas een asset op het moment dat we die joint venture samen met KPN hebben opgericht. Maar daar gaat een heel proces aan vooraf. En daarvoor stuur je geen aap naar Rotterdam.”


Snel verkopen

Knaap vervolgt: “In dergelijke assets beleg je bovendien voor de lange termijn. Dit soort illiquide beleggingen verkoop je niet zomaar van de ene op de andere dag. Als pensioenfonds ben je bij uitstek in de positie om voor een lange periode in een bepaalde asset te beleggen. Juist in de markten waar dat geduld nodig is, zien we op dit moment de beste mogelijkheden. Als pensioenbelegger versla je de index dus ook door te investeren in de meer illiquide, minder toegankelijke markten. Liquide markten, zoals de aandelenmarkt, hebben nog steeds wel een functie, want je hebt ook behoefte aan assets die je zo nodig snel kunt verkopen. Maar voor grote pensioenfondsen is actief beleggen in illiquide assets op dit moment een belangrijke bron van rendement. En daarmee zijn hun deelnemers uiteindelijk dus beter af.”

Volgende publicatie:
APG belegt voor € 360 miljoen in Spaanse en Britse groene staatsobligaties

APG belegt voor € 360 miljoen in Spaanse en Britse groene staatsobligaties

Gepubliceerd op: 22 september 2021

De Europese markt voor groene staatsobligaties groeit gestaag. In twee weken tijd zijn de relatieve laatkomers Spanje en het Verenigd Koninkrijk toegevoegd aan het rijtje Europese landen dat een ‘green bond’ heeft uitgegeven. APG belegt namens de pensioenfondsklanten € 99 miljoen in de Spaanse en £224 miljoen (€ 261 miljoen) in de Britse obligatie.

 

Tot nog toe gaven in 2021 naast deze twee landen ook Duitsland, Zweden en Italië hun eerste groene obligatie uit. Met de uitgifte van de Europese Next Generation (NGEU) obligaties, gepland voor oktober, ziet het er naar uit dat bestaande uitgifterecords zullen worden gebroken.

 

Duurzame impact

Groene obligaties worden uitgegeven door bedrijven en (semi)overheden om klimaat- of milieuprojecten te financieren. Doordat de uitgever vooraf aangeeft waarvoor de opbrengst wordt gebruikt, is het gemakkelijker om de duurzame impact vast te stellen. Dat maakt groene obligaties aantrekkelijk voor beleggers. Europa loopt voorop als het gaat om regelgeving en verslaglegging voor duurzame beleggingen. Het Europese raamwerk (EU Taxonomy) voor Duurzame Beleggingen, dat nu wordt ingevoerd, legt de lat nog hoger. De populariteit van groene, sociale en duurzame (‘gelabelde’) obligaties blijkt uit de grote belangstelling voor de recente uitgiftes. Zowel bij de Spaanse als Britse groene staatsobligatie wilden beleggers veel meer obligaties kopen dan er beschikbaar waren.  

 

Spaanse groene staatsobligatie: focus op schoon transport

Spanje gebruikt de obligatie voor het financieren van haar ambitieuze klimaatdoelen. De Spaanse obligatie krijgt van second opinion verstrekker Vigeo Eiris het predicaat ‘geavanceerd’, de hoogste score op de gebruikte vierpuntsschaal. De obligatie voldoet aan de ICMA Green Bond Principles en de best practices die Vigeo Eiris hanteert.

 

De opbrengst van de Spaanse obligatie is bestemd voor investeringen in hernieuwbare energie, schoon vervoer, energie-efficiëntie, duurzaam water- en afvalwaterbeheer, biodiversiteit en natuurlijke hulpbronnen, het voorkomen van verontreiniging en klimaatadaptatie. Veruit het grootste deel van de opbrengst zal waarschijnlijk naar schoon vervoer gaan, met investeringen gericht op verbeteringen aan en uitbreiding van het Spaanse spoornetwerk.  

 

Britse groene staatsobligatie: investeringen in klimaat  

De uitgifte van de eerste Britse staatsobligatie is een stimulans voor de vastrentende markt in Britse ponden. In april kondigde de Britse regering aan de CO2-uitstoot in 2030 met 78% te willen terugdringen (ten opzichte van 1990). De opbrengst van de Britse staatsobligatie is bedoeld voor investeringen in schoon vervoer, bijvoorbeeld het vervangen van vervuilende bussen door 4000 nieuwe uitstootvrije bussen. 

 

De Britse groene staatsobligatie is ook in lijn met de Green Bond Principles maar scoort één trede lager in de beoordeling van Vigeo Eiris: ‘robuust’ in plaats van ‘geavanceerd’. De verstrekker van second opinions stelt vast dat er op een aantal terreinen nog ruimte voor verbetering is. Zo is een klein deel van de uitgaven bestemd voor het afvangen en opslaan of hergebruiken van CO2, ook wel Carbon Capture, Usage and Storage (CCUS). CCUS speelt een rol in de energietransitie en de Europese taxonomie staat het gebruik ervan ook toe. Maar vooralsnog is het raamwerk van de Britse obligatie onvoldoende duidelijk over welke sectoren in aanmerking komen en aan welke voorwaarden moet worden voldaan. APG heeft hierover vragen gesteld aan het Britse ministerie van Financiën en zal de verdere ontwikkelingen nauwgezet volgen. Verder blijft APG kritisch in de gaten houden of de obligatie ook in de toekomst voldoet aan de APG Guidelines for Green, Social and Sustainable bonds.

 

Doeltreffend instrument voor duurzaamheidsambities

Een van de voordelen van groene staatobligaties is dat beleggers daarmee kunnen beleggen in grote publieke infrastructuurprojecten met een directe duurzame impact. Bedrijfsobligaties bieden die mogelijkheid veel minder. Op die manier dragen de beleggingen in de groene Spaanse en Britse staatsobligaties bij aan de ambities van onze klanten voor duurzaam en verantwoord beleggen. ABP en bpfBOUW, onze twee grootste klanten, hebben ambitieuze doelen voor het deel van hun vermogen dat ze in 2025 willen beleggen in de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (Sustainable Development Goals, SDG’s).

 

Vooraanstaande partij op de markten voor gelabelde obligaties

APG is een van de grootste beleggers in gelabelde obligaties ter wereld. Eind 2020 had APG namens onze pensioenfondsklanten € 12,2 miljard belegd in gelabelde obligaties (groene, sociale en duurzaamheidsobligaties), waarvan € 3,9 miljard in staatsobligaties. Eind 2020 belegde APG in de eerste sociale obligatie, uitgegeven door de Europese Unie. De opbrengst daarvan wordt gebruikt om de negatieve sociale gevolgen van de covid-pandemie te beperken.

Volgende publicatie:
APG ondertekent klimaatoproep aan wereldleiders

APG ondertekent klimaatoproep aan wereldleiders

Gepubliceerd op: 15 september 2021

APG steunt een oproep van internationale beleggers aan de wereldleiders om veel meer te doen tegen klimaatverandering. Waarom is ambitieus klimaatbeleid van overheden zo belangrijk voor beleggers die willen bijdragen aan de doelstelling van Parijs? Vier vragen over de ondertekening van het Global Investor Statement.

 

Waarom is het belangrijk voor beleggers dat overheden hun ambities opvoeren?

Overheden zijn cruciaal voor het scheppen van de voorwaarden die het voor beleggers mogelijk maken om grootschalig in de energietransitie te investeren. In de oproep staat dat er een kloof is tussen de toezeggingen die regeringen tot nog toe hebben gedaan en de benodigde inspanningen om de wereldwijde opwarming te beperken tot 1,5 ºC te beperken. De huidige nationale CO2-reductieplannen zijn vaak onvoldoende om de wereldwijde uitstoot in 2030 met 45 procent terug te dringen (t.o.v. 2010). Dit is nodig om in 2050 of eerder CO2-neutraal te kunnen zijn. Veel landen investeren ook nog steeds in CO2-intensieve infrastructuur, zoals kolengestookte elektriciteitscentrales, en verstrekken subsidies op fossiele energie. Tegelijkertijd doen ze te weinig om private investeringen in klimaatoplossingen te stimuleren. “Dat vermindert onze mogelijkheden om de duizenden miljarden te investeren die nodig zijn voor de overgang naar CO2-neutraal”, aldus de oproep.

 

Wat staat er precies in de oproep?

Internationale beleggers dringen er bij de wereldleiders op aan om concrete stappen te zetten in de strijd tegen klimaatverandering. Die stappen zijn onder andere; scherp de nationale klimaatambities voor 2030 aan op weg naar een CO2-neutrale wereld in 2050 of eerder; schep de voorwaarden voor investeringen in klimaatoplossingen door onder andere het invoeren van realistische CO2-prijzen en het afschaffen van subsidies op fossiele energie; en verplicht bedrijven te rapporteren over de transitieplannen volgens de aanbevelingen van de Task Force on Climate-related Financial Disclosures (TCFD).

 

Wie hebben de oproep ondertekend?

De oproep aan de wereldleiders wordt gesteund door 587 internationale beleggers – waaronder APG. Gezamenlijk beheren zij bijna € 39.000 miljard aan vermogen. Dat is circa 40% van al het belegde vermogen in de wereld. De oproep komt in de aanloop naar de belangrijke VN Klimaatconferentie (COP26) die in november in Glasgow wordt gehouden. In augustus publiceerde het VN Klimaatpanel (IPCC) een alarmerend rapport. Daarin staat onder andere dat we nu al de fysieke gevolgen van klimaatverandering ondervinden en dat om de opwarming tegen te gaan de CO2-uitstoot snel en ingrijpend omlaag moet.

 

Schuiven de beleggers de verantwoordelijkheid hiermee op het bordje van de overheid?

Natuurlijk hebben vermogensbeheerders en pensioenfondsen een eigen verantwoordelijkheid als het gaat om het tegengaan van klimaatverandering. In de oproep onderschrijven de beleggers dat ook: “In deze wereldwijde crisis hebben zowel investeerders als beleggers de verantwoordelijkheid om voortvarend te handelen.” Investeerders en overheden moeten het dus sámen doen. Daarom hebben onze pensioenfondsen ook ambitieuze doelstellingen voor bijvoorbeeld het verminderen van de CO2-voetafdruk van hun aandelenbeleggingen, het uitfaseren van beleggingen in kolenmijnen en teerzand en het investeren in klimaatoplossingen. ABP, de grootste klant van APG, kondigde in juni aan het beleid voor duurzaam en verantwoord beleggen verder aan te scherpen.

Volgende publicatie:
APG investeert in aansluiting van 1 miljoen Amerikaanse huishoudens op glasvezel

APG investeert in aansluiting van 1 miljoen Amerikaanse huishoudens op glasvezel

Gepubliceerd op: 14 september 2021

APG investeert, namens zijn pensioenfondsklanten, 500 miljoen dollar in de uitrol van glasvezel in de Verenigde Staten. APG neemt daarnaast een belang van 16,7 procent in het Amerikaanse glasvezelbedrijf SiFi Networks America Limited (SiFi). Samen met SiFi richt APG vervolgens een nieuwe joint venture op die de aansluitingen daadwerkelijk gaat realiseren. De samenwerking zorgt ervoor dat ruim een miljoen huishoudens in verschillende Amerikaanse steden die nu nog geen beschikking hebben over snel internet worden aangesloten op glasvezel.

 

De afgelopen anderhalf jaar, met zoveel mensen die gedwongen vanuit huis werkten, werd het maar al te duidelijk hoe belangrijk het is om een stabiele, betrouwbare en snelle internetverbinding te hebben. De nieuwe joint venture richt zich met name op die gebieden in de Verenigde Staten waar andere grote telecomaanbieders weinig prioriteit geven aan de aanleg van glasvezelverbindingen. De kapitaalinjectie van APG en de samenwerking met SiFi helpen om deze digitale kloof tussen verschillende stedelijke gebieden in de Verenigde Staten versneld te dichten.

 

Bijzonder is bovendien dat het glasvezelnetwerk van de nieuwe Joint Venture open acces is. Dit betekent dat het netwerk toegankelijk is voor externe operators. Ieder van de ruim een miljoen huishoudens kan daardoor straks een eigen telecomaanbieder kiezen. SiFi is een van de eerste Amerikaanse bedrijven die volgens dit open acces model werkt. Inmiddels heeft SiFi in veel Amerikaanse steden een dergelijk openbaar toegankelijk netwerk aangelegd of overeenkomsten gesloten om in de toekomst te voorzien in de uitrol van glasvezel.

 

Smart City Infrastructure Fund

Naast de Joint Venture, waarin APG 500 miljoen dollar investeert, heeft APG deze maand ook 500 miljoen euro in het zogenoemde Smart City Infrastructure Fund belegd. Dit fonds, dat wordt gemanaged door Whitehelm Capital, richt zich op investeringen volgens het Smart City-concept. Doel daarvan is om steden energiezuiniger te maken en de leefomgeving daar plezieriger en efficiënter te maken. Naast financiering van andere projecten, investeert het Smart City Infrastructure Fund eveneens in de verdere uitrol van glasvezel in de Verenigde Staten door SiFi. De eerste investering uit dit fonds werd in 2019 gedaan in een glasvezelnetwerk van SiFi dat in Fullerton in Californië werd aangelegd.

 

Attractive return

Op het wereldtoneel is APG een actieve investeerder in infrastructuur met een groeiende aanwezigheid in de telecommunicatiesector. Patrick Kanters, Managing Director van Global Real Assets: “APG is blij met deze aanvullende investering in SiFi. Die maakt het mede mogelijk dat het bedrijf ook in toekomst een belangrijke rol blijft spelen om vitale infrastructuur aan te bieden in gebieden en aan klanten in de VS die tot op heden achtergesteld werden. Deze samenwerking draagt ook bij aan de ambitie van APG en haar pensioenfondsklanten om digitalisering en de energietransitie te ondersteunen. Bovendien verwachten we dat deze belegging een aantrekkelijk en duurzaam rendement oplevert voor onze klanten en hun deelnemers.”

 

Volgende publicatie:
APG gaat duurzaam indexbeleggen aanbieden

APG gaat duurzaam indexbeleggen aanbieden

Gepubliceerd op: 8 september 2021

Mandjes met aandelen in duurzame bedrijven, waarbij de klant kan kiezen voor verschillende duurzaamheidsgradaties. Zo zou je het nieuwe beleggingsproduct van APG kunnen omschrijven. Met de in september 2021 gelanceerde iSTOXX APG World Responsible Investment Indices spelen pensioenuitvoerder APG, indexprovider Qontigo en vermogensbeheerder BlackRock gezamenlijk in op de groeiende vraag naar duurzame indexproducten op maat. Voor een actieve belegger als APG op het eerste gezicht een wat verrassende stap, want de pensioenuitvoerder staat niet bekend als een groot pleitbezorger van wat oneerbiedig ook wel ‘passief beleggen’ wordt genoemd. Een interview met APG’s Ronald Wuijster (lid raad van bestuur verantwoordelijk voor vermogensbeheer) en Ronald van Dijk (managing director quantitative strategies). “We willen primair de beste oplossing voor onze klanten aanbieden. In bepaalde gevallen kan dat ook een indexproduct zijn.”

 

Het verschil tussen een actieve belegger en een indexbelegger is dat eerstgenoemde mikt op een hoger beleggingsrendement dan het gemiddelde van de aandelenmarkt of een bepaalde beursindex (gewogen gemiddelde van een aantal belangrijke aandelen of andere beleggingscategorieën, zoals de AEX, S&P 500 of Nikkei 225). De indexbelegger daarentegen, belegt gespreid in een mandje van aandelen waarvan het rendement ongeveer gelijk is aan dat van de markt als geheel. De door APG, Qontigo en BlackRock gelanceerde ‘iSTOXX APG RI Index Family’ bestaat uit vijf ‘Responsible Investment Indices’ en is daarmee een indexbeleggingsproduct. Dat is een stap die je niet meteen verwacht van een pensioenuitvoerder die zich altijd heeft getoond als een overtuigde actieve belegger.

 

Voor het eerst biedt APG pensioenfondsen de mogelijkheid om te beleggen in indices. Zijn jullie van je geloof gevallen?

Wuijster: “Laat ik voorop stellen dat wij voor de klanten die daarvoor de mogelijkheden hebben, nog steeds pleiten voor een heel actieve vorm van beleggen. Maar die vorm brengt ook meer kosten met zich mee en is daarom pas aantrekkelijk vanaf een bepaalde vermogensomvang. Niet elke klant heeft die omvang. Er zijn kleinere fondsen die de lage kosten van een indexproduct willen, maar wel actief willen zijn op ESG-vlak (positieve invloed uitoefenen op duurzaamheid en ondernemingsbestuur, red.). Juist voor die fondsen is dit product geschikt. Daarnaast zijn sommige klanten gewoon wat minder overtuigd van beleggingsanalyses als methode om bepaalde bedrijven te selecteren. Uiteindelijk bepaalt de klant zelf wat goed voor hem is. Wij willen daar vervolgens de beste oplossing voor bieden. Die oplossing bevindt zich ergens op een continuüm, met een heel actief beleggingsbeleid aan de ene kant, en puur indexbeleggen aan de andere kant. De iSTOXX APG RI Index Family’ is niet het ultimum van actief beleggen maar er zitten wel actieve componenten in. Kort samengevat: we zijn zeker niet van ons geloof gevallen, want we zijn nog steeds oprecht overtuigd van de waarde van actief beleggen en als het voor een klant mogelijk is, adviseren we het ook. Maar we willen primair de beste oplossing voor onze klanten aanbieden. En in bepaalde gevallen kan dat dus ook een indexproduct zijn.”

 

Waaruit bestaan die actieve componenten?

Van Dijk: “De basis van dit product bestaat uit de ‘iSTOXX World Index’ waar vijf filters (zie kader, red.) overheen gelegd kunnen worden, afhankelijk van de voorkeur van de klant. Het eerste filter is ‘Exclusions’. Door dat toe te passen, sluit je bedrijven die niet aan bepaalde duurzaamheidsvoorwaarden voldoen, uit. Dat is, zeg maar, het instapmodel van dit product. Door additionele filters toe te passen, verhoog je het duurzaamheidsgehalte van je beleggingsportefeuille. De criteria worden dan steeds strenger en bij toepassing van alle vijf filters ontstaat dus ook de meest duurzame portefeuille. Zo ga je dus verder dan alleen beleggen in bijvoorbeeld de iSTOXX World Index. Dat maakt het een wat actievere vorm van indexbeleggen. Voor zover wij weten bestaat er nog geen andere indexreeks waarbij een pensioenfonds door de tijd heen op een consistente wijze voor een steeds ambitieuzer duurzaam beleggingsbeleid kan kiezen.”

 

Bestaat er geen risico dat dit indexproduct een kannibaliserend effect heeft op je aanbod van actieve beleggingsactiviteiten?

Wuijster: “Alleen al omdat je met dit product maar een deel van de beleggingsmix te pakken hebt die je als pensioenfonds nodig hebt, is dat onwaarschijnlijk. Dit is een geschikt product als je als pensioenfonds niet de schaal hebt waarbij actief beleggen aantrekkelijk wordt, maar wel serieuze duurzaamheidsambities hebt. Maar als je die grootte wel hebt, kun je door actief te beleggen nog steeds een hoger rendement behalen.”

 

Hoe ziet de meest duurzame beleggingsvorm van de iSTOXX APG RI Index Family eruit?

“Concreet heb je dan de bedrijven uit de iSTOXX World Index, waar bepaalde bedrijven – de  Exclusions’ – uit worden gehaald. Uit wat er overblijft, worden vervolgens de duurzaamheidskoplopers geselecteerd. Daaruit kiezen we dan weer de bedrijven met een lage CO-uitstoot. Als je daaruit vervolgens de ondernemingen selecteert die een bijdrage leveren aan het bereiken van de UN Sustainable Development Goals, hou je de meest duurzame portefeuille over. Deze wordt dan nog wel zo geoptimaliseerd dat de risico’s nagenoeg gelijk zijn aan die van de brede index – de iSTOXX World Index dus.”

 

Had APG dit product ook niet volledig zelf kunnen aanbieden?

Wuijster: “Het is altijd beter om voor de activiteiten die niet tot je standaardcapaciteiten behoren, de samenwerking te zoeken. Je kunt APG zien als de architect van het product. Wij bepalen het ESG-profiel en zorgen er voor dat het passend is voor onze huidige klanten en andere Nederlandse pensioenfondsen. Vervolgens hebben we partners geselecteerd die het kunnen verwezenlijken.”

Van Dijk: “Qontigo onderhoudt de index op dagelijkse basis. Dat is een discipline op zich, die ook sterk gereguleerd is. BlackRock zorgt er elke dag voor dat de juiste aandelen gekocht en verkocht worden, zodat de beleggingsportefeuille van de klant de gekozen index weerspiegelt. Wij hebben zelf ook een trading-afdeling maar BlackRock biedt al veel indexproducten aan en heeft daardoor de ervaring en de mankracht om zo’n index bij te houden. Nauwkeurigheid is heel belangrijk bij het volgen van een index. APG zorgt voor het stembeleid en houdt bij of de ondernemingen in de indices voldoen aan het door ons bepaalde ESG-profiel. Daarnaast stemt APG ook voor de klanten van dit product op aandeelhoudersvergaderingen.”

 

Bestaat er al een product als de iSTOXX APG RI Index Family?

Van Dijk: “Bepaalde componenten van het product zijn wel te vinden in de markt, zoals indexproducten van  bedrijven met een lage carbon footprint. Maar de SDI-component (Sustainable Development Investments, bedrijven die een bijdrage leveren aan het bereiken van de SDG’s, red.) is uniek. Er is ook nog geen indexproduct dat een wereldwijde standaard gebruikt om te definiëren wat een SDI is en wat niet. Bovendien is het ESG-profiel van dit indexproduct echt geschoeid op APG-leest. We zijn een Nederlandse speler en we richten ons op Nederlandse klanten. We beleggen internationaal, maar voor het ESG-profiel van dit product proberen we zo veel mogelijk mee te nemen wat in de Nederlandse maatschappij leeft. Nederlanders hebben een andere kijk op duurzaamheid en goed ondernemingsbestuur dan bijvoorbeeld Amerikanen. Misschien niet als het gaat om universele kwesties als kinderarbeid en uitstoot, maar wel als het bijvoorbeeld gaat om bestuursbeloningen. Dat Nederlandse perspectief vind je in dit product terug. In die zin profiteren klanten met dit product van de snelgroeiende ambities van onze pensioenfondsklanten, waaronder ABP. Daardoor lopen we voorop in kennis, aanpak en ervaring met verantwoord en duurzaam beleggen. Wat betreft ESG-standaarden ligt de lat voor dit product dus hoog.”  

 

Hoe groot is het beheerd vermogen dat APG hiermee verwacht aan te trekken?

Wuijster: “Het is geen onderdeel van onze strategie om puur hiervoor klanten aan te trekken. We zien dit als een verrijking van het aanbod van APG, waarmee we primair bestaande klanten willen bedienen. Dit product kan nieuwe klanten aantrekken, maar we verwachten die dan wel integraal te gaan bedienen. Dus niet alleen met aandelenbeleggingen maar ook met andere beleggingscategorieën. Een actieve benadering van beleggen is daar inherent aan. In het vierde kwartaal zal er 1 miljard euro in dit product belegd zijn, maar we kunnen nog niet aangeven tot welke omvang dit gaat uitgroeien.”

 

Kun je dit product ook niet aanbieden aan particulieren?

Wuijster: “Dat is mogelijk, maar we bedienen momenteel geen particuliere beleggers. Het maakt geen deel uit van onze strategie. We zijn niet ‘wild commercieel’ met dit product.”

 

Lees hier het persbericht of bekijk de video hieronder:

Volgende publicatie:
"Je kunt fluitend langs een ravijn fietsen en het niet doorhebben"

"Je kunt fluitend langs een ravijn fietsen en het niet doorhebben"

Gepubliceerd op: 31 augustus 2021

Dat beleggen risico’s met zich meebrengt, hoef je niemand uit te leggen. En dat het financieel goed kan uitpakken, is ook evident. Sterker nog: het is voor (jonge) beleggers een belangrijke reden om, soms met geleend geld, de beurs te betreden. Maar waar zit dat risico hem dan in? En wat kunnen we leren van het verleden? Vijf vragen aan APG’s senior strateeg Charles Kalshoven.

 

“Voor de duidelijkheid: ik vind het goed om te zien dat jonge mensen op vroege leeftijd bezig zijn met hun financiële toekomst”, zegt Kalshoven nog voor de eerste vraag. “En ik geef ze geen ongelijk: sparen levert al tijden niks op. Dan is het is het aantrekkelijk om voor alternatieven te kiezen. Bovendien kun je veel leren door bezig te zijn met financiële markten. Maar er zijn natuurlijk valkuilen.”

 

Die risico’s - ‘resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst’ of ‘je kunt je inleg verliezen’ - zijn inmiddels toch wel alom bekend?

“Ja, maar het kan lastig zijn om je een voorstelling te maken van die risico’s. Zeker als je bent opgegroeid in een tijd dat de rente steeds lager werd, sparen niks oplevert en de beurzen het goed doen. Corona zorgde natuurlijk wel voor een krach, maar dat was voor veel mensen juist een moment om te starten met beleggen. Zij kochten in de dip en zien hun beleggingen nu vaak meer waard worden.”

 

Wat is daar mis mee?

“In principe niks, maar het kan wel een verkeerd beeld geven van wat de markt doet. Een jonge generatie beleggers weet niet anders dan dat de beurs het maar beter blijft doen. Maar als het verleden iets leert, is het dat er ééns in de zoveel tijd een forse correctie of zelfs een crisis plaatsvindt. Als je de ‘pijn’ van een dergelijke situatie nooit hebt gevoeld, kun je zomaar risicovoller beleggingsbeslissingen maken. Of je hebt die goede resultaten geboekt door risico’s te nemen die veel groter waren dan je beseft. Je kunt fluitend langs een ravijn hebben gefietst, terwijl je het niet doorhad.”

 

Feit is dat de beurzen het nog steeds goed doen. Geen reden tot zorgen, zou je zeggen?

“Niemand kan in de toekomst kijken. Maar wat je wel ziet is dat we de Great Moderation, de periode waarin de hoge inflatie werd getemd en de rente steeds verder kon dalen, wel hebben gehad. Beurzen hebben flink van die dalende rente geprofiteerd en waarderingen van veel bedrijven zijn fors opgelopen. En hoge waarderingen drukken verwachte rendementen. Je moet dus juist niet het verleden doortrekken. Maar ook met die ontwikkelingen kun je het natuurlijk hartstikke goed doen op de beurs. Ik wil alleen zeggen dat het slim is om als nieuwe belegger ook rekening te houden met scenario’s die minder rooskleurig zijn dan het huidige beursklimaat.”

 

Dus wat zou je advies zijn?

“Spreiden en herbalanceren. Als je, net als pensioenbeleggers, voor de lange termijn gaat, dan is het goed om een brede portefeuille te hebben. Met een bepaald percentage aandelen, een bepaald percentage obligaties, enzovoorts, waar je periodiek steeds naar terugkeert. Herbalanceert dus. In feite ruil je dan automatisch categorieën die het goed gedaan hebben in voor categorieën die zijn achtergebleven. Het is een bewezen methode om je rendement-risico verhouding te verbeteren. En je voorkomt dat je handelt uit emotie. Maar nog meer wijsheid vind ik het om in jezelf beleggen, in plaats van in aandelen. Een opleiding rendeert op de lange termijn vaak erg goed in financiële zin. En je haalt er evengoed voldoening uit.”

 

Maar wat als die opleiding heel veel geld kost?

“Bij een dure opleiding ís beleggen natuurlijk een optie om je studie te bekostigen. Sommigen doen dat met geleend geld. Maar vanzelfsprekend neem je met geleend geld wel een groter risico. Als je een deel van je geld verliest, zit je immers al snel met een schuld. Hefboomwerking, noemen we dat. Dat zag je in de aandelenlease-affaire in de jaren ’90. Toen werden er leningen aangeboden om mee te beleggen, vaak aan onervaren beleggers. Zonder de risico’s daarbij voldoende te noemen. Toen de koersen in 2001 kelderen, leverde dat een enorme restschuld op bij veel mensen. Wat dat betreft is het gewoon veiliger om te beleggen met eigen geld, dat je kunt missen.”

 

Lees ook het verhaal van Daniël, die belegt om zijn pilotenopleiding te betalen.

Volgende publicatie:
“De komst van 5G gaat voor veel innovatie zorgen”

“De komst van 5G gaat voor veel innovatie zorgen”

Gepubliceerd op: 25 augustus 2021

613 Miljard euro. Dat is het totaal belegd vermogen van APG wereldwijd (stand eind juli 2021). Doel: een goed pensioen in een leefbare wereld voor de deelnemers van de pensioenfondsen. De portefeuille is vanzelfsprekend goed gespreid. Van investeringen in windmolenparken in Zeeland tot Australische beursgenoteerde aandelen in winkels. En van veilige obligaties tot de wat meer fluctuerende handel in goud of soja. Wie zijn de mensen achter die beleggingen? Welke keuzes maken ze? En waarom?

 

In deze aflevering van de serie De beleggers: Frank Dekker, binnen APG verantwoordelijk voor beleggingen in de telecom- en mediasector.

 

Telecombedrijven leggen in razendsnel tempo glasvezelnetwerken aan. Dat zorgt voor meer snelheid en meer mogelijkheden waar het gaat om bijvoorbeeld 5G, kunstmatige intelligentie en the internet of things. Tegelijk neemt de dynamiek in de sector toe en zijn telecombedrijven aantrekkelijke overnamepartijen. Wordt KPN overgenomen door buitenlandse investeerders? Wie koopt T-Mobile, dat nu in de etalage staat? Wat is de impact van dergelijke marktbewegingen op de telecombeleggingen van APG?


Senior portfoliomanager Frank Dekker volgt de sector al vijftien jaar en is binnen APG verantwoordelijk voor de beleggingen in telecom. Zo ook voor KPN, waarmee APG onlangs een joint venture aanging. “Veelbelovend,” noemt Dekker deze samenwerking, die het mogelijk maakt de uitrol van het glasvezelnetwerk van KPN te versnellen. Maar misschien is Dekker niet helemaal objectief?

 

Dekker: “Terechte vraag. Maar niet juist. Als portfoliomanager in telecomaandelen word ik volledig afgeschermd van de activiteiten van de collega’s die deze deal met KPN sloten. Ik mocht gedurende de periode van de deal en de voorbereiding daarvan, niet in het aandeel KPN handelen. En intern ook met niemand hierover communiceren. Daar zijn we heel strikt in. We zijn er overigens ook toe verplicht. Hoe dan ook, ik vind de joint venture tussen KPN en APG veelbelovend. Want door de investering van APG kan KPN de aanleg van het glasvezelnetwerk eerder voltooien. Daardoor kunnen ze hun kopernetwerk sneller afbouwen, wat tot belangrijke kostenbesparingen leidt. Bovendien snijdt KPN door deze versnelde aanleg mogelijke concurrenten de pas af.”

 

Hoe ziet dat concurrentieveld er in Nederland uit?

“Ziggo is een aantal jaar geleden gefuseerd met UPC en vervolgens samengegaan met Vodafone. T-Mobile heeft twee prijsvechters gekocht, Tele2 en Simpel. En dan hebben we marktleider KPN. De Nederlandse telecommarkt is nu dus heel overzichtelijk, met deze drie partijen. Nederland heeft goede netwerken voor mobiele en vaste telefonie. De prijzen voor mobiel zijn de laatste jaren flink gedaald.”

 

T-Mobile wordt, als het aan eigenaar Deutsche Telekom ligt, zo snel mogelijk verkocht. Wat betekent dat voor de Nederlandse telecommarkt?

“T-Mobile heeft in Nederland een klein vast net. Deutsche Telekom wil in iedere markt graag de nummer een of twee zijn. In Nederland gaat dat vermoedelijk niet lukken, dus daarom gaat het bedrijf in de verkoop. KPN of Vodafone Ziggo mogen deze nummer drie waarschijnlijk niet overnemen vanwege Europese mededingingsregels. Of de concurrentie op de Nederlandse telecommarkt door de verkoop van T-Mobile toe- of afneemt, is afhankelijk van de nieuwe eigenaar. Wie dat wordt, is moeilijk te zeggen. Het is bekend dat Delta flink in glasvezel investeert. In een samenwerking met T-Mobile kan dat bedrijf voor extra concurrentie op de Nederlandse telecommarkt zorgen. Op dit moment huurt T-Mobile voor een groot gedeelte de vaste lijn van KPN voor hun klanten die nog een vaste telefoon gebruiken.”

 

APG belegt meer dan gemiddeld in KPN. Hoeveel muziek zit er nog in die koers? 

“Ik mag daar vanuit mijn rol helaas niet in detail op ingaan. We kijken bij onze beleggingen naar een termijn van drie tot vijf jaar. Het is moeilijk om te voorspellen welke sector het beter gaat doen dan andere sectoren. Daarom proberen we vooral bínnen een sector een bovengemiddeld rendement te maken; bijvoorbeeld door te kiezen voor de bedrijven die best-in-class presteren, die de beste rendement-risicoverhouding laten zien. Kijken we naar de Nederlandse markt, dan is Vodafone Ziggo de belangrijkste concurrent van KPN. Dat bedrijf heeft nog geen glasvezel, en moet nog flink gaan investeren in de noodzakelijke verbetering van hun huidige kabelnetwerk.”

 

Zijn telecombedrijven in Nederland over het algemeen eigenlijk een goede belegging?

“Meestal kijken beleggers dan naar het dividendrendement. Maar wat je vaak ziet, is dat telecombedrijven met een hoog dividendrendement een slechte belegging zijn. Ze betalen op dit moment relatief veel dividend, maar de vraag is of dat duurzaam is. Ze moeten de komende jaren immers flink investeren in hun netwerken. De onderliggende kasstromen voor de komende jaren, waarbij we proberen in te schatten wat de omzet en de marges gaan doen, vinden we veel belangrijker dan dividend. We kijken ook naar de structuur van de telecommarkt, hoe de concurrentie zich zal ontwikkelen. En wat de relatie met de regelgever en de politiek is. De corona-epidemie heeft eens te meer laten zien hoe belangrijk goede connectiviteit is; beleidsmakers zullen investeringen hierin dan ook willen stimuleren, bijvoorbeeld met regelgeving. Concluderend: in Nederland zien we dan een relatief gezonde marktstructuur. Minpunt voor de telecombedrijven is dat de politiek lage prijzen voor consumenten wil. Tegelijkertijd acht ik de kans op een prijzenoorlog vrij klein.”

Wat zou de impact zijn van zo’n prijzenoorlog?

“Prijzenoorlogen ontstaan als er veranderingen in de lokale concurrentie ontstaan. Meer concurrentie betekent vaak dat bedrijven gaan stunten en tarieven dalen. Dat is fijn voor de consument, maar niet gunstig voor de aandeelhouder. Bij minder concurrentie is de kans op prijsstijgingen hoger én kunnen de kosten voor klantacquisitie omlaag. Onze beleggingsfilosofie is er daarom op gericht prijzenoorlogen voor te blijven. Zo is India nu een interessantere markt geworden, sinds ze van veertien naar drie telecomaanbieders zijn gegaan. Maar ook Brazilië, Canada en Finland zijn interessant. In de VS daarentegen, stijgt juist de kans op een prijzenoorlog. Daar is een grote overname geweest, met als gevolg dat andere spelers op een agressievere manier marktaandeel proberen te winnen.”

 

Komt voor telecombedrijven de echte concurrentie op termijn niet eerder uit de hoek van giganten als Amazon, Facebook, Apple, Google en Microsoft?

“Zeker. Er wordt veel waarde gecreëerd met de digitalisering van de samenleving. Deze waardecreatie gaat niet meer naar de KPN’s van deze wereld, maar naar die giganten. Dus daar beleggen we ook in. Deze Amerikaanse en Chinese bedrijven investeren in toenemende mate in digitale infrastructuur zoals datacenters en de onderzeekabels, die het meeste intercontinentale internetverkeer transporteren. Vroeger waren die in bezit van de telecomoperators, maar die tijd is voorbij. Het grootste gedeelte van de digitale infrastructuur dat de Europese telecombedrijven nog bezitten, is de last mile, het laatste stuk van de verbinding naar de klant.”

 

5G staat centraal in die digitale infrastructuur. Wat gaat dat netwerk nu concreet voor ons betekenen?

“De komst van Uber kunnen we terugkijkend toeschrijven aan de doorbraak destijds van 4G, de smartphone en datacenters. Ik verwacht dat 5G, samen met toepassingen van kunstmatige intelligentie, voor veel innovaties gaat zorgen op het gebied van onder meer zelfrijdende auto’s, virtual reality, op afstand bedienbare robots die operaties uitvoeren, drones, noem maar op. Die vergen stuk voor stuk enorm veel rekenkracht en zo min mogelijk vertraging. Een voorbeeld? Een ambulance die een slachtoffer met derdegraads brandwonden naar het ziekenhuis vervoert, waarbij via een videoverbinding een arts op afstand al een diagnose kan stellen en de vereiste apparatuur kan klaarzetten. Of kunstmatige intelligentie waarmee je realtime simulaties kunt uitvoeren: wat is bijvoorbeeld de kans dat er een ongeluk gebeurt met een zelfrijdende auto. Voor dit soort innovaties heb je echt 5G nodig.”   

 

Er is toenemende politieke druk om Chinese apparatuur van bijvoorbeeld Huawei, die de telecomaanbieders in Nederland ook gebruiken, te weren. Een groot risico voor de Nederlandse telecomsector?

“Ja, dat is het absoluut. De VS maken zich zorgen over de technologische voorsprong die China heeft in 5G. We zagen meer initiatieven van politici en beveiligingsagentschappen om te waarschuwen voor cyberbeveiligingsrisico’s vanwege het bezit van bijvoorbeeld Huawei-apparatuur. De toegenomen controle op de Chinese apparatuurleveranciers dwong KPN om Huawei uit het mobiele kernnetwerk te verwijderen. KPN selecteerde Huawei ook voor andere 5G-onderdelen, zoals antennes. Nu loopt KPN het gevaar dat het Huawei ook van zijn mobiele radionetwerk moet verwijderen. Maar niet als enige: T-Mobile heeft de meeste Huawei-apparatuur in zijn netwerk. Een ban van Huawei zal de telecomaanbieders geld kosten, maar dat kunnen ze deels compenseren door consumenten hogere prijzen te rekenen op de draadloze markt.”

 

Tot slot: ook als grote belegger heb je te maken met concurrentie. Hoe onderscheid jij je daarvan?

“Het leuke aan het werken voor APG is dat we veel schaal hebben. Hierdoor hebben we bovengemiddeld veel toegang tot research, management en alternatieve data, maar houden we de kosten laag. Die data, zeker sectorspecifieke data, zijn kostbaar en niet elke belegger kan zich die veroorloven. Maar goed, het gaat er ook om wat je met die gegevens doet. Met mijn team kijk ik naar ontwikkelingen binnen sectoren en niet tússen sectoren. Relatief beleggen, heet dat. We kunnen onze tijd dus volledig gebruiken om de verschillen tussen spelers in de telecommarkt te onderzoeken en die in ons voordeel te laten werken.”

 

En, werkt het een beetje?

“We hebben het de laatste elf jaar ongeveer 30 procent beter gedaan dan de concurrentie (benchmark), met een absoluut rendement van 12,6 procent per jaar. Dus: ja, werkt prima.”

Wie is Frank Dekker?

 

Master of Finance aan de Vrije Universiteit. Werkt inmiddels vijftien jaar bij APG bij Fundamental Stock Selection. Managet de portfolio samen met collega Henny Crauwels. Die afdeling kenmerkt zich door sectorkennis, het nemen van relatieve bets en langeretermijnbeleggen. Is getrouwd en heeft drie kinderen. Woont in Zandvoort.

 

Beleggerscarrière

Mijn vader was timmerman en had een slechte rug. Hij werd afgekeurd en is thuis privé gaan beleggen.” Dekker kreeg het beleggen dus van jongs af aan mee. En dat is nooit meer opgehouden. In mijn vrije tijd lees ik graag boeken over beleggen.”

 

Manier van werken

“Ik vind het leuk om me in een onderwerp te verdiepen en er een mening over te vormen. Van huis uit heb ik een dikke huid meegekregen. Dat helpt me om een standpunt in te nemen dat afwijkt van de consensus.”

 

Beleggingsfilosofie

“Veel beleggers kijken top-down hoe de macro-economie of hoe bepaalde sectoren zich gaan ontwikkelen. Wij onderscheiden ons door binnen één sector naar bedrijfstrends op de langere termijn te kijken.”

Feiten & Cijfers

 

Waarin belegt APG op gebied van telecom en media?

Interactive media: Google, Facebook, Snap, Twitter

Broadcasting: Fox, Prosieben, Discovery, Viacomcbs

Interactive home entertainment (gaming companies) Activation Blizzard, EA

Cable & satellite: Comcast, SES

Advertising: (Advertising agencies) Publicis, WPP

Movies & entertainment: Netflix, Disney

 

Voor hoeveel?

De satelliet portfolio 1218 belegt iets meer dan 1,5 miljard euro.

Volgende publicatie:
"We kunnen het nog halen, maar we moeten wél aan de bak"

"We kunnen het nog halen, maar we moeten wél aan de bak"

Gepubliceerd op: 13 augustus 2021

Het rapport van het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties, onderstreept: de aarde warmt sneller op dan ooit. En de mens speelt daar een grote rol in. Als er niks gebeurt, kan de temperatuur in het uiterste geval tot bijna 6 graden Celsius stijgen richting het einde van deze eeuw. Gebeurt er wél wat, dan zijn de klimaatdoelen van Parijs nog haalbaar. Grote bedrijven en beleggers kunnen het verschil maken. De vraag rijst: doen we nu wel genoeg om het tij te keren? Volgens Joost Slabbekoorn, senior responsible investment & governance manager bij APG, zijn we in ieder geval op de goede weg. “We zien al langer de noodzaak om actie te ondernemen en handelen daar ook naar.”

 

De belangrijkste conclusies uit het VN-rapport zijn niet écht nieuw: de mens speelt ‘ondubbelzinnig’ een rol in klimaatverandering, de aarde is in 100 jaar tijd ruim 1 graad opgewarmd (veel sneller dan daarvoor gebeurde), de effecten van klimaatverandering zijn overal ter wereld merkbaar en de komende 30 jaar loopt de temperatuur sowieso op. Of dat in het gunstigste geval 1,5 graad en in het zwartste scenario 5,7 graden is, heeft alles te maken met hoe we daar wereldwijd op gaan acteren.

 

Beleid herijken

“Ja, het IPCC-rapport is confronterend”, zegt Slabbekoorn, met zijn team verantwoordelijk voor de uitvoering van het duurzaam en verantwoord beleggingsbeleid van onder meer pensioenfonds ABP. “Maar eigenlijk wisten we al dat het nog niet goed gaat.” Dat besef bestaat al langer. Niet voor niets groeide de focus op het duurzaam en verantwoord beleggingsbeleid van fondsklanten als ABP de laatste jaren fors. Maar soms, zegt Slabbekoorn, zie je dat de aanpak scherper moet én kan. Conclusies zoals die uit het rapport van het IPCC kunnen dan daadwerkelijk doorslaggevend zijn om het beleid te herijken. Slabbekoorn: “Dat heeft ABP onlangs dan ook gedaan. We beseften dat het versnellen van de energietransitie de enige optie is – en het huidige beleid voorziet daar niet voldoende in. Daarom scherpen we onze klimaatambities in 2022 aan.” ABP gaat daarbij niet over één nacht ijs. Een panel van wetenschappers aan universiteiten ondersteunt bij de vorming van het aangescherpte beleid.

 

Fossiel

Daar komt bij dat APG samen met 32 andere grote beleggers meewerkte aan het zogeheten ‘Net Zero Investment Framework’, een raamwerk dat handvatten biedt voor het aanpakken van klimaatverandering. “Het zijn dit soort initiatieven én onze inspanningen op het gebied van engagement – onze invloed als belegger aanwenden om bedrijven te stimuleren duurzamere beslissingen te maken – waarmee we kunnen bijdragen aan een leefbare wereld.” Maar, benadrukt Slabbekoorn, het verschil maak je niet alleen. “Als pensioenbelegger met invloed vind ik dat we het verplicht zijn om te doen wat binnen onze mogelijkheden ligt. Maar iedereen moet zijn bijdrage leveren.” Een van de mogelijkheden die vaak door klimaatorganisaties wordt geopperd, is afstappen van beleggingen in fossiele brandstoffen. Zorgt het IPCC-rapport ervoor dat APG haar klanten zal adviseren om volledig uit ‘fossiel’ te stappen? “Niet per se”, zegt Slabbekoorn. “Idealiter is de fossiele industrie ook onderdeel van de oplossing. Maar olie- en energiebedrijven zullen de komende jaren moeten versnellen in hun transitie van fossiel naar hernieuwbaar. En daar kijken we kritisch naar. Als het ons niet snel genoeg gaat of we verliezen ons vertrouwen, dan zullen we eruit stappen.”

 

Risico’s in kaart

Eén van de andere conclusies uit het rapport luidt dat de gevolgen van klimaatverandering overal ter wereld zichtbaar zijn. De overstromingen in Limburg, België en Duitsland zijn daar een voorbeeld van. Ook dat gegeven is van invloed op de beleggingen van APG. Slabbekoorn: “De veranderende weersomstandigheden hebben nu al impact op onze beleggingen. En in alle scenario’s warmt de aarde de komende jaren sowieso op. Dat betekent dat klimaatverandering invloed blijft hebben op onze beleggingen. Daarom zijn we al druk bezig met het in kaart brengen van risico’s bij overstromingen, droogte, bosbranden of de stijging van de zeespiegel voor onze vastgoedbeleggingen. Ook hebben we een dashboard ontwikkeld dat inzicht biedt in de fysieke risico’s van klimaatverandering per land.”

 

Lichtpuntje

“Het rapport, of beter gezegd: de conclusies uit het rapport, betekenen dus echt wat voor de manier waarop we beleggen. We zetten de juiste stappen, maar er is altijd ruimte voor ontwikkeling”, zegt Slabbekoorn, die ondanks de sombere boodschap van het rapport, toch ook een lichtpuntje ziet. “Er staat ook dat we de klimaatdoelen in 2050 nog kúnnen halen. Maar dan moeten we echt aan de bak.”

Volgende publicatie:
Welke invloed hebben natuurrampen op vastgoedbeleggingen?

Welke invloed hebben natuurrampen op vastgoedbeleggingen?

Gepubliceerd op: 29 juli 2021

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: Asset Management professional Steve Goossens over de invloed van klimaatverandering en natuurrampen op vastgoedbeleggingen.

 

Honderden miljoenen euro’s. Dat bedraagt alleen al in Valkenburg de schade door de overstromingen van half juli. Het zegt veel over de totale financiële impact van de watersnood. En die van natuurrampen in het algemeen. Door klimaatverandering komen crises als deze steeds vaker en heviger voor. Met alle gevolgen – en schade – van dien. In hoeverre heeft dit op de korte én lange termijn invloed op beleggingen?

 

“Klimaatverandering heeft een grotere impact op beleggingen dan je misschien zou denken,” zegt Goossens, werkzaam bij de beleggingsklasse vastgoed. En hij kan het weten. Samen met zijn team en collega’s van het verantwoord beleggen-team, brengt hij al ruim twee jaar in kaart wat de klimaatrisico’s zijn van de beleggingen van de fondsklanten van APG. Primair voor ‘zijn’ afdeling: vastgoedbeleggingen. “Maar waar mogelijk zullen de data ook gebruikt worden bij de andere beleggingen, zoals infra.” De impact van natuurgeweld beperkt zich immers niet tot onroerend goed alleen. Voor vastgoed brengt Goossens bijvoorbeeld de risico’s in kaart bij overstromingen, bosbranden, droogte of de stijging van de zeespiegel. “Kijk naar Amsterdam: door droogte komen de palen waar de stad op is gebouwd voor langere perioden droog te staan. Hierdoor gaat het hout sneller rotten en verzakt de bodem ook rapper. Dit gaat gepaard met een enorme investeringsopgave en dat heeft directe impact op sommige vastgoedbeleggingen in Amsterdam en omstreken.”

 

Direct en indirect

Goossens onderscheidt twee soorten risico’s van klimaatverandering op beleggingen: directe en indirecte. De verzakkingen in Amsterdam, de watersnoodschade in Limburg, maar ook de verwoestende werking van bosbranden op woningen elders in de wereld zijn voorbeelden van directe invloed van klimaatverandering op beleggingen. “Dat is vrij eenvoudig uit te leggen: beleggingsobjecten lijden schade en in ieder geval een deel van de kosten zijn voor de belegger. Dat heeft invloed op het rendement: want hoe hoger de kosten, hoe lager het rendement.”

 

Dan de indirecte schade: “Daarbij moet je denken aan winkels die gesloten moeten blijven of hotels die geen gasten kunnen ontvangen, en de kosten die dat met zich meebrengt. Of mensen die door de overlast verhuizen. Maar bijvoorbeeld ook verzekeringspremies die door dit soort natuurgeweld flink omhooggaan, of dat er zelfs wordt besloten dat sommige natuurrampen niet meer te verzekeren zijn. Vastgoedeigenaren draaien daarvoor op. Verzekeraars schatten, net als wij, het risico op dit soort rampen in en baseren daar hun prijs op. Reken maar dat die premies in de toekomst omhoogschieten.”

Transitierisico

Die risicoberaming maakt Goossens dus ook voor de beleggingsfondsen van APG. Dat is hard nodig, omdat zo kan worden ingeschat wat op langere termijn de financiële gevolgen zijn van klimaatverandering. Daar houden beleggers rekening mee als ze de waarde van een belegging inschatten. Maar minstens zo belangrijk is het zogeheten transitierisico: “Dat is het risico van hogere kosten, die de energietransitie met zich meebrengt. Oftewel: welke extra investeringen moeten we bij beleggingen doen om de doelen uit het klimaatakkoord te halen? Denk bijvoorbeeld aan betere isolatie, of nieuwe installaties. Klimaatverandering zorgt voor een snellere opwarming van de aarde. Als we dat tegen willen gaan en die opwarming, zoals in het akkoord staat, willen beperken tot 1,5 graad, dan zijn daar kosten mee gemoeid.”

 

Wet- en regelgeving

Hoe hoog die kosten zijn en welke investeringen er de komende jaren nodig zijn, hangt volgens Goossens ook samen met wet- en regelgeving. Bijvoorbeeld de eisen die door overheden aan energielabels worden gesteld. “Daar hebben we geen invloed op, maar we weten wél het einddoel in 2050 en dat we steeds minder CO2 moeten uitstoten.” Voor het meten van het transitierisico en om dat einddoel in kaart te brengen, ontwikkelde APG, samen met andere grote beleggers, de wereldwijde norm CRREM. Deze maakt inzichtelijk of een vastgoedobject voldoet aan ‘Parijs’. Een kantoorpand in Nederland voldoet bijvoorbeeld volgens die norm aan het klimaatakkoord als deze niet meer dan 14 kWh/m2 aan energie verbruikt. CRREM is daarmee strenger dan de Dutch Green Building Council (de netwerkorganisatie voor duurzaam bouwen), die 50 kWh/m2 als norm hanteert, zegt Goossens. “Bovendien is de CRREM-norm ook wetenschappelijk onderbouwd. Hiermee gaan we verder dan anderen in de sector.”

 

“Via berekeningen die we doen, schatten we op individueel beleggingsniveau in wat ervoor nodig is de doelen te halen. En dat stemmen we af met de meerjarige investeringsplannen van onze vastgoedbeleggingen.” Noodzakelijke kosten, vindt Goossens. “Het alternatief is dat de aarde meer dan 2 graden opwarmt en natuurrampen nóg vaker zullen optreden. De schade die dát oplevert, is vele malen groter dan de kosten die er nu aan verbonden zijn.”

Volgende publicatie:
'Wereldeconomie werkt in ploegendienst'

'Wereldeconomie werkt in ploegendienst'

Gepubliceerd op: 28 juli 2021

Beleggingsspecialisten APG over trends en ontwikkelingen op de financiële markten

 

In de VS groeit de economie het snelst, China is over de piek heen en Europa zit nog in de heropeningsfase. De wereldeconomie groeit op verschillende snelheden. Wat doet én deed dat met beleggingen? En wat zegt het over het wereldwijde investeringsklimaat? Ieder kwartaal buigen economen en beleggers van APG zich over trends en ontwikkelingen op de financiële markten. In de Asset Management View delen ze hun visie.

 

Lees hier de laatste editie van AM View

Volgende publicatie:
“Is het nieuwe klimaatplan van de EC slecht voor de aandelenmarkt?”

“Is het nieuwe klimaatplan van de EC slecht voor de aandelenmarkt?”

Gepubliceerd op: 15 juli 2021

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: aandelenbelegger Martijn Olthof, over de impact van strenger klimaatbeleid en hogere CO2 prijzen op de aandelenmarkten.

 

Fit for 55. Dat is de naam van het plan dat de Europese Commissie op 14 juli lanceerde om de Europese uitstoot in 2030 met 55% te hebben teruggebracht. Een belangrijk onderdeel van dat plan is de herziening van het emissiehandelssysteem (EU Emissions Trading System, ETS). Bedrijven die uitstoot veroorzaken, moeten die verplicht compenseren via de aankoop van CO2-emissierechten. Daarvoor kunnen ze terecht binnen het ETS.

 

De algemene verwachting is dat Fit for 55 zal leiden tot hogere en breder toegepaste prijzen voor CO2-uitstoot in Europa. Om de Parijs-doelen te halen, zal dat ook wel moeten, ondanks de grote stijging die we dit jaar al gezien hebben. Maar hogere prijzen voor uitstoot leiden tot hogere kosten voor bedrijven. Hier en daar wordt gespeculeerd dat dit zal leiden tot dalende aandelenmarkten. Terecht?

 

Winnaars en verliezers

Volgens Olthof is die redenering veel te kort door de bocht. “Het is duidelijk dat de prijs van CO2-uitstoot flink omhoog moet om het echt zoden aan de dijk te laten zetten. En in de meeste Parijs scenario’s zal dat ook gebeuren. Maar je kunt echt niet voorspellen dat een stijging van de CO2-prijs leidt tot een bepaalde daling van de aandelenmarkten. Het hangt van zóveel meer factoren af. Wat je zult zien, is dat er onder bedrijven winnaars en verliezers ontstaan.”

Of een bedrijf ‘winnaar’ of ‘verliezer’ wordt, hangt af van een aantal factoren. “Bedrijven die niet op tijd de omslag maken naar nul uitstoot  en een product leveren waarvoor een duurzamer alternatief bestaat, gaan lijden onder een hoge CO2-prijs. Hun product wordt dan simpelweg te duur ten opzichte van het alternatief. Je kunt dan bijvoorbeeld denken aan kolencentrales. De afnemer kan immers ook terecht bij ondernemingen die groene energie leveren, met nul uitstoot. Die energiebedrijven maken minder kosten en kunnen dus goedkoper leveren. Maar als je bijvoorbeeld een cementbedrijf bent – waarmee je flinke uitstoot veroorzaakt – zijn er op dit moment weinig alternatieven voor je product. Dat soort ondernemingen kunnen de kosten van een hogere CO2-prijs grotendeels doorbelasten aan de klant. Daardoor hebben ze er minder snel en minder direct last van als uitstootrechten duurder worden.”         

Juist de fossiele bedrijven kunnen baat hebben bij duidelijk beleid zoals Fit for 55

Spekkoper

Toch is het volgens Olthof nog lastig om te voorspellen wélke bedrijven precies spekkoper worden bij een hoge prijs voor CO2-emissierechten. “Daarvoor zijn er simpelweg nog te veel onzekerheden over hoe de energietransitie zich gaat ontvouwen. Of er een alternatief bestaat voor een bepaald product en tegen welke prijs, is namelijk sterk afhankelijk van technologische ontwikkelingen. Voor de lange termijn laten die zich lastig voorspellen.”  

Je zou het in eerste instantie niet zeggen, maar juist de fossiele bedrijven kunnen baat hebben bij duidelijk beleid zoals Fit for 55. “Het mooie van Fit for 55 is dat het duidelijkheid biedt aan veel bedrijven die schrééuwen om dit soort maatregelen. Er komt bijvoorbeeld meer steun voor groene brandstoffen. Als daarnaast ook de CO2-prijs stijgt, ontstaat er voor bedrijven een dubbele prikkel om bijvoorbeeld biokerosine te produceren. Dát is wat bedrijven willen, want dan weten ze zeker dat er een markt voor is. Veel oliebedrijven zéggen ook dat ze voorstander zijn van een hoge en stabiele CO2-prijs. Ook omdat afvang en opslag van CO2 dan pas rendabel wordt. Wat je nodig hebt, is een gezonde combinatie van verschillende beleidsmaatregelen. Dat betekent dat je bijvoorbeeld vliegmaatschappijen verplicht tot het gebruiken van een minimaal percentage aan biokerosine of andere groene brandstof. Als je daarnaast zorgt voor onder andere een hogere CO2-prijs en je past die breder toe op meer sectoren, dan gaan bedrijven stappen zetten naar nieuwe technologieën. Omdat ze meer zekerheid hebben dat ze de daarvoor vereiste grote investeringen ook gaan terugverdienen.”

 

Hard ingrijpen

En zelfs als een hogere CO2-prijs de aandelenkoersen drukt, kun je je afvragen hoe erg dat is, zegt Olthof. “Wat is het alternatief? Als je catastrofale klimaatverandering krijgt, of later hard overheidsingrijpen omdat de doelen van Parijs niet gehaald worden, is dat wellicht veel slechter voor de aandelenmarkt. Om die doelen te halen, zijn gigantische investeringen nodig. Dan moet de overheid ervoor zorgen dat het voor private sector aantrekkelijk genoeg is om die investeringen te doen. Met scherp en duidelijk klimaatbeleid kan ze daarvoor zorgen.”

Volgende publicatie:
‘Sustainability-linked bonds’: nieuwe kansen, maar oppassen voor greenwashing

‘Sustainability- linked bonds’: nieuwe kansen, maar oppassen voor greenwashing

Gepubliceerd op: 9 juli 2021

APG deed onlangs mee aan de uitgifte van enkele ‘duurzaamheidsgerelateerde obligaties’ (sustainability-linked bonds: SLB’s). Bedrijven die zulke obligaties uitgeven beloven vooraf gestelde duurzame doelen te behalen; lukt dat niet dan moeten ze beleggers meer rente betalen. Dat biedt flexibiliteit, maar betekent ook dat beleggers de duurzame doelstellingen goed in de gaten moeten houden om ‘greenwashing’ te voorkomen. “We moeten grondig ons huiswerk doen om de geloofwaardigheid en robuustheid van uitgiftes te beoordelen.” 

 

Tesco behoort tot het toenemend aantal bedrijven dat in 2021 een 'sustainability-linked bond' (SLB) heeft uitgegeven. In januari kwam de Britse supermarktketen met een obligatie die aansluit bij de toezegging van het bedrijf om zijn uitstoot van broeikasgassen in 2025 met 60% te verminderen (ten opzichte van 2015). Haalt Tesco die doelstelling niet, dan krijgen beleggers extra rente op de obligatie.

Snelle groei

Het is de eerste keer dat een winkelketen een SLB uitgeeft. Namens de pensioenfondsklanten nam APG deel aan de Tesco-uitgifte ter waarde van € 750 miljoen. SLB’s maken vooralsnog maar een klein deel uit van de totale gelabelde (groene, sociale en duurzame) obligatiemarkt. Maar de uitgifte van SLB’s groeit dit jaar snel. In 2021 is tot nog toe voor meer dan € 12 miljard SLB’s uitgegeven, stelt financiële nieuwsdienst Bloomberg. Dat is bijna 5 procent van de totale uitgifte van gelabelde obligaties in die periode.

Maar wat is een ‘Sustainability-linked bond’? Met een SLB kan een overheid, bedrijf of organisatie geld ophalen voor algemene doeleinden. Wel belooft de uitgever om beleggers extra rente op de obligatie te betalen als vooraf vastgestelde duurzame doelstellingen niet worden gehaald. Voorbeelden van zulke kernprestatie-indicatoren (KPI’s) zijn ‘percentage hergebruikte materialen in 2030 of ‘vermindering van de CO2-uitstoot in 2025’. Hierin wijken SLB’s af van gewone gelabelde obligaties, want daarvan moet de opbrengst worden besteed aan specifieke duurzaamheidsprojecten.

SLB’s zijn nog relatief nieuw. Enel gaf in 2019 als eerste een dergelijke obligatie uit. Het Italiaanse energiebedrijf belooft dat 55% van de opwekkingscapaciteit eind 2021 hernieuwbaar is.  Slaagt het bedrijf er niet in die doelstelling te behalen, dan ontvangen beleggers 0,25% extra rente op hun obligaties. Enel besprak vooraf de specifieke kenmerken van de obligatie met een beperkt aantal beleggers, waaronder APG.

Voorkom greenwashing

Vanaf halverwege 2020 is het aantal SLB-uitgiften gestaag toegenomen. Dat is een bemoedigend teken dat de markt de wind in de zeilen heeft. De flexibele structuur van SLB’s kan een alternatief  zijn voor bedrijven die het – vanwege de aard van hun activiteiten – moeilijk vinden om genoeg (grote) duurzaamheidsprojecten te ontwikkelen voor de uitgifte van een groene obligatie. Winkelbedrijven, zoals Tesco, zijn daar een voorbeeld van. Zulke bedrijven kunnen met SLB’s hun duurzame plannen financieren zonder dat ze de opbrengst moeten reserveren voor specifieke groene projecten, zoals de bouw van een zonne-energiecentrale.

Maar die flexibiliteit betekent ook dat obligatiebeleggers minder concrete informatie hebben over hoe de opbrengst wordt besteed en wat daarvan de impact is.

 

“Uitgevers hebben de ruimte om zelf te bepalen waar ze het geld aan uitgeven. In combinatie met zelfgekozen KPI’s brengt dat het risico op ‘greenwashing’ en het manipuleren van doelstellingen met zich mee”, zegt Joshua Linder, specialist Bedrijfsobligaties bij APG. “Sommige beleggers zijn dan ook terughoudend als het om SLB’s gaat. Maar wij zien grote mogelijkheden voor deze obligaties, op voorwaarde dat de integriteit van de markt strikt wordt gehandhaafd. We moeten de duurzame doelstellingen goed onder de loep nemen. Zijn ze ambitieus en robuust genoeg? En kan de vooruitgang worden vastgesteld?”

Tesco heeft voor zijn SLB een nieuw ‘Sustainability Bond Framework’ opgesteld. Dat raamwerk volgt de in juni 2020 gepubliceerde principes van de International Capital Market Association (ICMA). De ICMA-richtlijnen zijn bedoeld om de sleutelrol die de schuldmarkt kan spelen bij het verduurzamen van bedrijven verder te ontwikkelen. Ze hebben betrekking op het vaststellen van KPI’s, de kenmerken van obligaties, rapportage en onafhankelijke beoordeling.

Hybride obligatie

Onlangs nam APG ook deel aan de uitgifte van een 'hybride' obligatie door NextEra Energy. Deze obligatie, een van de eerste in zijn soort, combineert kenmerken van een ‘gewone’ gelabelde obligatie met die van een SLB. NextEra Energy is een Amerikaans holdingbedrijf en eigenaar van het grootste private nutsbedrijf in de Verenigde Staten, dat meer dan 11 miljoen inwoners in de staat Florida van energie voorziet. NextEra Energy heeft ook een bedrijf in schone energie, 's werelds grootste producent van wind- en zonne-energie.

De NextEra-obligatie volgt de ICMA-principes voor gelabelde obligaties. Het bedrijf gebruikt de opbrengst voor vastgestelde hernieuwbare-energieprojecten. Maar NextEra belooft ook dat beleggers gedurende de looptijd van de obligatie 0,25% extra rente krijgen als de opbrengst niet binnen twee jaar aan deze projecten is besteed. Ook moeten de projecten binnen twaalf maanden na uitgifte van de obligatie in gebruik worden genomen. Lukt dat niet, dan moet het bedrijf andere projecten selecteren. Ook dan geldt dat de opbrengst binnen twee jaar volledig moet zijn besteed, anders moet NextEra extra rente betalen.

“In vergelijking met gewone gelabelde obligaties wordt hiermee een extra verantwoordingslaag gecreëerd”, zegt Craign Hauret, senior analist Bedrijfsobligaties bij APG. “Het garandeert dat de opbrengsten tijdig worden besteed aan de juiste groene projecten. We vinden het ook goed dat NextEra de opbrengst alleen zal gebruiken voor de financiering van wind- en zonne-energieprojecten die na de uitgifte operationeel worden. Bij sommige gelabelde obligaties zien we dat bedrijven de opbrengst gebruiken voor het ‘herfinancieren’ van projecten die al twee of drie jaar geleden zijn gerealiseerd.”

Dat wil niet zeggen dat er geen minpunten aan deze uitgifte zijn. Zo ontbreekt een raamwerk om te bepalen welke projecten voor financiering in aanmerking komen. Ook is er geen onafhankelijke externe beoordeling. “We hebben onze zorgen daarover aan het bedrijf overgebracht”, zegt Hauret. “Maar we hebben vertrouwen in NextEra. Het bedrijf loopt al jarenlang voorop op het gebied van verantwoord ondernemen en is transparant over de hernieuwbare energieprojecten die met de opbrengst van de obligatie worden gefinancierd.”

Integriteit van de markt

APG is een van 's werelds grootste beleggers in groene, sociale en duurzame obligaties en een voorstander van de gelabelde obligatiemarkt, inclusief SLB’s. "Toch zijn we in dit vroege stadium zeer selectief bij onze keuze om aan een SLB-uitgifte mee te doen. We moeten de integriteit van de markt bewaren”, zegt Linder. “We hebben bijvoorbeeld een SLB gezien waarbij een van de duurzame doelstellingen als was behaald. Zo’n obligatie voldoet uiteraard niet aan onze normen.“

Transparantie en duidelijke rapportages zijn van groot belang voor de geloofwaardigheid en integriteit van deze snelgroeiende markt. Om(mogelijke) uitgevers inzicht te geven in onze verwachtingen en een gezonde ontwikkeling van de markt te stimuleren, heeft APG de Guidance on Sustainability-Linked Bonds gepubliceerd.

APG organiseert jaarlijks een evenement (Ronde Tafel) om de ontwikkeling van de Amerikaanse markt voor gelabelde bedrijfsobligaties te bevorderen. Het evenement – met deelname van institutionele beleggers, banken en andere belanghebbenden – werd dit jaar voor de vierde keer gehouden en richtte zich op SLB’s. “De groei van de uitgifte van gelabelde bedrijfsobligaties met behoud van het vertrouwen in de markt, is van begin af een belangrijk doel van deze bijeenkomsten”, zegt Anna Pot, Hoofd Responsible Investments Americas bij APG. “Met andere vermogensbeheerders en partners in de sector willen we de uitgifte van hoogwaardige gelabelde bedrijfsobligaties bevorderen. Daarbij hebben we aanzienlijke vooruitgang geboekt.”  

Volgende publicatie:
APG neemt 20 procentsbelang in grootste leverancier stadsverwarming in Zweden

APG neemt 20 procentsbelang in grootste leverancier stadsverwarming in Zweden

Gepubliceerd op: 1 juli 2021

Een consortium onder leiding van APG heeft een belang van 50 procent genomen in Stockholm Exergi Holding AB. Met bijna tien terawattuur aan geleverde energie per jaar en een omzet van bijna € 700 miljoen, is Stockholm Exergi (700 werknemers) de grootste leverancier van stadsverwarming in Zweden. Het bedrijf geldt als een toonbeeld van duurzaamheid en wil in 2025 zelfs klimaatpositief zijn.

Het consortium bestaat naast APG uit PGGM, Alecta, Keva and AXA Investment Managers. APG verwerft het 20%-belang voor opdrachtgever ABP, die daarmee verder vorm geeft aan haar ambities op het vlak van klimaat en verantwoord beleggen. Het totale belang van 50 procent werd overgenomen van het Finse energieconcern Fortum. De 800.000 afnemers van Stockholm Exergi bevinden zich met name in en rondom Stockholm. De overige 50 procent is in handen van de stad Stockholm.


Uitblinker
Carlo Maddalena, Senior Portfolio Manager bij APG: “De investering in Stockholm Exergi past naadloos in onze infrastructuurstrategie. Met haar sterke duurzaamheidsfocus bevindt het bedrijf zich in de voorhoede van de energietransitie.”

Volgens Maddalena zijn de fundamenten van Stockholm Exergi sterk. “De verwarmingsbehoefte van een land als Zweden is groot, waardoor het verbruik van stadsverwarming per inwoner tot één van de hoogste in Europa hoort. Voor Zweden is stadsverwarming daarom kerninfrastructuur van nationaal belang. Daarnaast levert Stockholm Exergi ook elektriciteit aan het lokale net, wat veel van de huidige capaciteitsproblemen oplost. De transactie bood een unieke kans om een belang in een ​​toonaangevend, omvangrijk nutsbedrijf in Scandinavië te verwerven. Investeringen van deze kwaliteit zijn schaars zijn in deze regio."


Internationaal rolmodel

De duurzaamheidsdoelstellingen van het bedrijf zijn zeer ambitieus: "Stockholm Exergi heeft zichzelf ontwikkeld tot een fossielvrije energieleverancier en wil in 2025 klimaatpositief worden. Daartoe ontwikkelde het al een aantal projecten, die zich nog in een vroeg stadium bevinden. Deze strategie sluit aan bij de ambitie van de stad Stockholm om een ​​internationaal rolmodel te worden op het gebied van duurzaamheid. Stockholm Exergi speelt een belangrijke rol in het realiseren van deze lokale – en nationale – klimaatambities."

Het dealteam van APG dat aan de transactie werkte, bestond uit Carlo Maddalena, Bart Saenen, Jan Jacob van Wulfften Palthe, Marjolaine Lopes en Silvan Koortens.

 

Lees hier het hele Persbericht.

Volgende publicatie:
APG verzilvert helft portefeuille Spaanse huurwoningen

APG verzilvert helft portefeuille Spaanse huurwoningen

Gepubliceerd op: 1 juli 2021

In 2017 startte APG met de Spaanse partner Renta Corporación het bedrijf Vivenio, dat investeert in huurwoningen in grote Spaanse steden als Madrid en Barcelona. Een stabiele belegging, maar toch verkoopt APG nu de helft aan een Australische partner, pensioenfonds Aware Super. APG ontvangt hiervoor ruim 400 miljoen euro en investeert de helft daarvan weer in Vivenio voor verdere groei in kwaliteit en kwantiteit van de woningportefeuille. Aware Super investeert voor hetzelfde bedrag.

Vanuit APG is Rafael Torres Villalba, expert portfolio manager Vastgoed Europa, al sinds de start als een van de bestuurders nauw betrokken bij Vivenio.     

 

Waarom is APG vier jaar geleden gaan beleggen in Spaanse huurwoningen?

Torres Villalba: “Het is een aantrekkelijke groeimarkt. De Spaanse overheid heeft de bevolking in het verleden gestimuleerd om huizen te kopen. Dat is gelukt, ruim 80 procent van de Spaanse woningen is een koopwoning. In Nederland is dat ruim 55 procent. Maar de laatste jaren wil een groeiende groep Spanjaarden flexibeler zijn. Ze willen zich niet vastleggen, voor hun werk willen ze makkelijk kunnen verhuizen. En dan kun je je huis beter huren dan kopen. Omdat op dit moment nog geen 20 procent van alle woningen een huurwoning is, verwachten we daar nog veel groei. Daar komt bij dat, net als in Nederland, het aantal eenpersoonshuishoudens in Spanje snel stijgt; waardoor er simpelweg meer vraag naar woningen komt.”

 

Wat zijn voor APG de rendementen van deze beleggingen?

“Wat betreft de huuropbrengsten gaan we uit van 3 tot 4 procent cashrendement per jaar. Laag? Dat valt wel mee. Nu de rente zo extreem laag is, en we bijvoorbeeld op obligaties weinig verdienen, is dat een prima rendement. Daar komt ook nog een verwachte jaarlijkse herwaardering van het vastgoed bij. Daardoor komt deze belegging jaarlijks op een aantrekkelijk totaal rendement uit.”

 

Wat is eigenlijk de strategie van APG, als het gaat om beleggen in vastgoed? 

“We richten ons op een portefeuille van wereldwijde vastgoedbeleggingen die een voorspelbaar rendement biedt. Daarbij is verduurzaming van ons vastgoed topprioriteit. We investeren niet alleen in huurwoningen, zoals in Spanje, maar ook in winkelcentra, outlet centers, kantoren, distributiecentra, hotels en studentenhuisvesting.”

“Verduurzaming van ons vastgoed is voor ons topprioriteit”

Kan APG niet beter in Nederlandse huurwoningen beleggen, zodat onze gepensioneerden daar ook van kunnen profiteren?

“Dat doen we ook zeker. Bijvoorbeeld via ons belang in Vesteda, dat ruim 27.000 Nederlandse huurwoningen bezit. Maar voor de belangen van onze deelnemers is het verstandig als APG de beleggingsrisico’s zo goed mogelijk spreidt. Dat geeft nou eenmaal de meeste kans op een stabiel rendement op lange termijn. En daarbij hoort onder andere dat we wereldwijd in vastgoed beleggen, niet alleen in Nederland.”

 

Vivenio belegt in zo’n 6000 woningen. Zijn dat de wat duurdere huurwoningen, of ook sociale huurwoningen?

“Het is een mix. Spanje kent geen sociale huurwoningen zoals wij die in Nederland kennen. Voor een deel van de huurwoningen is de mogelijke huurstijging wel beperkt door de overheid, om de positie van de huurder te beschermen. Wij beleggen daar deels in, maar het grootste deel betreft woningen in het middensegment, met een gemiddelde huur van 840 euro per maand. Met uitschieters tot 1400 euro naar boven, en 400 euro naar beneden.”

 

Zijn dit relatief hoge huren voor Spaanse begrippen?

“Dat valt mee. In de grote steden wonen relatief veel hoogopgeleide mensen, met goede banen. In de meeste huishoudens werken beide partners, dus dan is zo’n huur goed te doen.” 

 

Wat doet APG als huiseigenaar? Knappen jullie huurwoningen op?

“Waar mogelijk voegt Vivenio waarde toe aan de woningen door extra faciliteiten te bouwen. Zoals een uitgebreide gym en andere sportfaciliteiten, dakterrassen, ruimtes voor flexkantoren voor huurders die ook thuis willen kunnen werken, et cetera. Vivenio probeert efficiënt om te gaan met de ruimte die ze tot haar beschikking heeft om zoveel mogelijk faciliteiten aan haar huurders te kunnen bieden. Bijvoorbeeld door het verbouwen van voormalige winkelruimtes of kantoorruimtes.”

 

Is verduurzaming een speerpunt?

“Zeker. Vivenio participeert in de Global Real Estate Sustainability Benchmark (GRESB). Dat is een internationale vastgoedbenchmark die de duurzaamheidsprestaties van vastgoedportefeuilles beoordeelt. Voor de individuele huurwoningen is BREEAM de meest gebruikte beoordelingsmethode om de duurzaamheidprestatie van gebouwen te bepalen. Denk aan de gebruikte bouwmaterialen of het energieverbruik. Volgens deze beoordeling scoren de recent gebouwde huurwoningen van Vivenio ‘goed’ tot ‘zeer goed’. Daarnaast blijven wij, samen met ons interne Global Responsible Investments team, voortdurend op zoek naar mogelijkheden om de lat hoger te leggen.”

 

Wat betekende de corona-uitbraak voor APG’s beleggingen in Spaanse huurwoningen?

“In het begin hielden de mensen de hand op de knip, maar dat hield al snel op. We hebben toen direct gezegd dat we huurders, als ze de huur niet meer konden betalen omdat ze geen werk meer hadden, sowieso niet direct op straat zouden zetten. Wij vonden het belangrijk om sociaal verantwoord met onze huurders om te gaan en voor deze groep een regeling te treffen. Dat bleek uiteindelijk niet nodig te zijn.” 

 

Je schetste eerder de voordelen van deze Vivenio-belegging, zoals het stabiele rendement. Waarom verkopen jullie dan de helft van dit aandelenbelang?

“We hadden in het begin de ambitie om dit woningplatform te laten groeien tot een bepaalde schaal. Vivenio is inmiddels aardig op weg, maar kan nog verder groeien, daarmee efficiënter worden en uiteindelijk een beter rendement opleveren. Door een nieuwe belegger toe te laten is er meer kapitaal beschikbaar om die groei te verwezenlijken en kan APG een deel van deze belegging verzilveren. We kozen voor pensioenbelegger Aware Super, waar we al goed mee samenwerken binnen andere beleggingen, zoals die in aparthotelketen City ID. De opbrengst is ruim 400 miljoen euro, waarmee we uitkomen op een mooi totaalrendement. We hebben daardoor onze rendementseisen gehaald. Daar zijn mijn collega’s en ik best wel trots op. De opbrengst investeren we deels weer in Vivenio, en deels in andere vastgoedbeleggingen.”

 

Helpen jouw Spaanse roots bij het werken met Vivenio en bij zo’n deal als deze?

“Haha, ik ben geboren en getogen in Nederland, maar heb wel Spaanse familie, ja. Dat ik de taal vloeiend spreek is handig, dat breekt snel het ijs. Maar voor de rest gaat de communicatie in het Engels, wel zo prettig voor mijn APG-collega. Cultuurclashes? Dat valt mee. Het is uiteraard geen Angelsaksische onderhandelcultuur zoals we zien bij andere beleggingen, maar dat is ook weleens prettig. En de Spaanse lunches zijn een verademing, vergeleken met de Hollandse broodjes kaas met melk.”    

Volgende publicatie:
2020: Doorpakken op duurzame ambities

2020: Doorpakken op duurzame ambities

Gepubliceerd op: 30 juni 2021

APG publiceert Verslag Verantwoord Beleggen

 

APG heeft in 2020 opnieuw grote stappen gemaakt als het gaat om verantwoord beleggen. Door continu te verbeteren kunnen we aan de groeiende duurzame ambities van onze pensioenfondsen blijven voldoen. Dat blijkt uit het vandaag gepubliceerde Verslag Verantwoord Beleggen.

 

Verantwoord beleggen is een van de strategische pijlers van APG. In hun voorwoord constateren Annette Mosman (bestuursvoorzitter), en Ronald Wuijster (bestuurslid verantwoordelijk voor vermogensbeheer) dat door de coronacrisis de toch al toenemende aandacht voor verantwoord beleggen in een stroomversnelling is gekomen. “Niet alleen bij maatschappelijke organisaties, maar ook in de media en bij de deelnemers van de pensioenfondsen waarvoor APG werkt. Daar luisteren we goed naar, want we realiseren ons dat we ons bestaansrecht ontlenen aan de deelnemers en voor hén werken aan een goed pensioen.”

 

Beleggen in duurzame ontwikkeling

Eind 2020 hadden we namens onze pensioenfondsen ruim € 90 miljard belegd in bedrijven en projecten die bijdragen aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (Sustainable Development Goals: SDG’s). Deze zijn in 2015 opgesteld door de Verenigde Naties om te komen tot een betere en duurzame wereld. Onze pensioenfondsen ABP en bpfBOUW hebben beide een doelstelling voor beleggen in de SDGs. Een aanzienlijk deel van onze beleggingen in de SDGs (€ 12,2 miljard) bestaat uit gelabelde obligaties. Dit zijn obligaties uitgegeven door bedrijven, overheden en instanties voor de financiering van groene, sociale of duurzame projecten.

 

APG heeft in 2020 samen met drie internationale beleggers het SDI Asset Owner Platform opgericht om beleggen in de Duurzame Ontwikkelingsdoelen te stimuleren. Onze ambitie is om hiervan een wereldwijde standaard te maken. Op die manier kunnen we samen met andere verantwoorde beleggers bijdragen aan doelen als duurzame steden en gemeenschappen, betaalbare en duurzame energie en actie voor het klimaat.

 

Bijdragen aan de aanpak van de corona-crisis

Eind 2020 had APG namens de pensioenfondsklanten ruim € 1 miljard belegd in zogenoemde corona-obligaties. De opbrengsten van deze obligaties worden gebruikt om de pandemie en de gevolgen van de lockdown voor mensen en bedrijven te bestrijden. Voorbeelden daarvan zijn uitbreiding van de gezondheidszorg, programma’s voor behoud van werkgelegenheid en ondersteuning van het MKB.

 

Ook drongen we er in 2020 – zowel individueel als samen met andere grote beleggers – bij bedrijven op aan om de sociale gevolgen van de crisis te beperken en de gezondheid van werknemers voorop te stellen. Volgens de Amerikaanse organisatie Responsible Asset Allocation Initiative behoort APG wereldwijd tot de vermogensbeheerders die het meeste doen om de gevolgen van de pandemie aan te pakken.

De CO2-voetafdruk van onze aandelenbeleggingen is met 39% gedaald ten opzichte van het peiljaar 2015.

Klimaatverandering en de energietransitie

De CO2-voetafdruk van onze aandelenbeleggingen is met 39% gedaald ten opzichte van het peiljaar 2015. Alle pensioenfondsen waarvan wij het vermogen beheren hebben hier een doelstelling voor. Dit jaar publiceren we voor het eerst ook de CO2-voetafdruk van onze beleggingen in bedrijfsobligaties, vastgoed en private equity (57% van de totale portefeuille). Uiterlijk in 2022 koppelen onze fondsen hieraan klimaatdoelstellingen voor 2030. APG heeft bijgedragen aan een raamwerk voor het rapporteren van CO2-impact en aan een overzicht van meetmethoden voor de CO2-voetafdruk in de Nederlandse financiële sector.

 

Eind 2020 belegden wij namens onze fondsen € 15,9 miljard in het Duurzame Ontwikkelingsdoel ‘Betaalbare en Duurzame Energie’ (SDG 7). Door hierin te beleggen, verminderen we klimaatrisico’s in onze beleggingsportefeuille en dragen we bij aan de energietransitie.

 

Effect op risico en rendement

In 2020 hebben we een methode ontwikkeld die inzicht geeft in het effect van insluiten (het meewegen van duurzaamheidsaspecten bij elke beleggingsbeslissing) en uitsluiten van beleggingen op het rendement van de aandelenportefeuille. Over de afgelopen twee jaar is het effect licht positief. Daarbij hoort de kanttekening dat we pas uitspraken kunnen doen over de lange termijn als we gedurende een langere periode hebben gemeten. In 2021 ontwikkelen we ook methoden om na te gaan wat het effect van de andere instrumenten voor duurzaam en verantwoord beleggen op risico en rendement is, zoals sturen op vermindering van de CO2-voetafdruk en beleggen in de Duurzame Ontwikkelingsdoelen.

 

Eigen bedrijfsvoering

Hoewel APG de grootste duurzame impact kan realiseren met de beleggingen die we voor onze pensioenfondsen beheren, vlakken we ook de effecten van onze eigen bedrijfsvoering niet uit. We kunnen de lat voor bedrijven waarin we beleggen alleen hoog leggen als we dat voor onszelf ook doen. Ook motiveren we medewerkers op die manier om duurzaamheid in hun dagelijkse werk en keuzes mee te nemen. In 2030 wil APG aantoonbaar een klimaatneutrale bedrijfsvoering hebben. Om de besluitvorming over de duurzame ambities vorm te geven, wordt een Sustainability Board opgericht onder leiding van bestuursvoorzitter Annette Mosman. Meer hierover in ons jaarverslag.

 

Duurzame toekomst

APG belegt ruim 570 miljard euro voor onze pensioenfondsklanten ABP (overheid), bpfBOUW, SPW (woningbouwverenigingen) en PPF APG, het pensioenfonds van de eigen medewerkers. Onze pensioenfondsen hebben hun ambities en doelstellingen op het gebied van verantwoord beleggen aangescherpt. ABP maakte al in 2020 zijn nieuwe beleid tot 2025 bekend; bpfBOUW en SPW hebben dat onlangs gedaan. Net als onze pensioenfondsen blijft APG zich ontwikkelen op het gebied van verantwoord beleggen. Wij willen ‘samen werken aan jouw duurzame toekomst’. Een toekomst met een goed en betaalbaar pensioen, in een duurzame, leefbare en inclusieve samenleving. Daar zetten wij ons voor in, nu en in de toekomst.

Volgende publicatie:
APG twee keer in de prijzen tijdens Global Capital Bond Awards

APG twee keer in de prijzen tijdens Global Capital Bond Awards

Gepubliceerd op: 18 juni 2021

Het credits team van APG is twee keer in de prijzen gevallen tijdens de uitreiking van de Bond Awards van Global Capital. In de categorie meest invloedrijke investeerder in bedrijfsobligaties haalde APG een tweede plaats. Een verbetering ten opzichte van vorig jaar toen APG daar een derde plek scoorde. Voor het eerst viel APG ook in de prijzen in de categorie financiële obligaties, waar het credits team een derde plaats in de wacht sleepte.

 

De ranking is de uitkomst van een peiling onder verschillende spelers op de obligatiemarkt, zoals uitgevende instellingen, beleggers en banken. Hen werd gevraagd om binnen verschillende categorieën te stemmen op de partij waarvan zij vonden dat die het beste heeft gepresteerd in de periode tussen juli 2020 en maart 2021. "Juist daarom zijn we trots", zegt Tim Slütter, Head of EU Credits. "De prijs is echt een erkenning van collega’s werkzaam op obligatiemarkten over de hele wereld."

Rinse Boersma, portfolio manager financial credits, vermoedt dat APG de nominaties te danken heeft aan de duidelijkheid waar de pensioenuitvoerder voor staat. "Juist in tijden van COVID was de markt heel onzeker. Bedrijven en banken hadden financiering nodig, maar veel partijen gaven niet thuis. APG is altijd heel duidelijk geweest over wat we voor welke prijs kopen. Die betrouwbaarheid is belangrijk."

Oscar Jansen, portfolio manager corporate credits, denkt dat het leiderschap van APG op het gebied van ESG ook belangrijk zal zijn geweest. "Green bonds, social bonds, daar komen er steeds meer van. Voor bedrijven die deze producten naar de markt brengen, is het belangrijk dat je duidelijke feedback geeft. APG loopt daarin voorop."

In de categorie bedrijfsobligaties moest APG alleen investment manager BlackRock voor zich dulden. De derde plaats was voor Pimco. In de categorie financiële obligaties was het stuivertje wisselen met dezelfde spelers. In deze categorie ging Pimco met de eerste plaats aan de haal, werd BlackRock tweede, sleepte APG het brons in de wacht. Tim Slütter: "Natuurlijk is APG ook geen kleine jongen, maar we zijn er trots op dat we met dit soort spelers van wereldformaat kunnen wedijveren."

Global Capital is een nieuws- en dataservice voor internationale professionals die werkzaam zijn op de kapitaalmarkten. Het organiseert al twaalf jaar de Bond Awards. Meer informatie over de Bond Awards staat hier: Welcome to the GlobalCapital Bond Awards 2021! | GlobalCapital

Volgende publicatie:
“Transitie naar houtbouw gaat niet van vandaag op morgen”

“Transitie naar houtbouw gaat niet van vandaag op morgen”

Gepubliceerd op: 16 juni 2021

APG gaat investeren in ruim tachtigduizend hectare FSC-gecertificeerd Chileens productiebos. Hoe kom je tot zo’n belegging? Hoe ziet de markt eruit? En hoe verhoudt bomenkap zich tot duurzaamheid? Zes vragen aan Vittor Cancian, Senior Portfoliomanager Natural Resources bij APG.

 
Waarom belegt APG in bos?
“Voor een belegger met duurzaamheidsambities is bosbouw aantrekkelijk omdat verantwoord beheerde bossen aantoonbaar bijdragen aan het bereiken van de Sustainable Development Goals. Bomen nemen immers CO2 op en FSC-gecertificeerd bos draagt bij aan de biodiversiteit. 


Vanuit rendements- en risicoperspectief gezien is bosbouw voor een pensioenfonds een goede belegging omdat het rendement meegroeit met het algemene prijspeil. Daardoor biedt het een natuurlijke bescherming tegen inflatie. Pensioenfondsen streven ernaar om pensioenen zoveel mogelijk met de inflatie te laten meegroeien. Dan helpt het als het rendement van je beleggingen óók meegroeit met het algemene prijspeil.


Een ander voordeel van bosbouw is dat het spreiding aanbrengt in je totale beleggingsportefeuille. De prijzen bewegen namelijk niet sterk mee met ontwikkelingen op financiële markten, zoals bij aandelen of obligaties. Dus als de aandelenmarkten even wat minder rendement geven, hoeft dat voor bosbouwbeleggingen niet te gelden. Die twee voordelen – diversificatie en bescherming tegen inflatie – gelden overigens ook voor beleggingen in landbouw.


Het mooie van bosbouw is ook dat je, afhankelijk van de marktprijs van hout, het besluit om bomen te kappen kunt uitstellen of versnellen. Als in een bepaald jaar de prijs van hout te laag is, kun je wachten op een beter moment om te verkopen. Het voordeel is dat de bomen ondertussen gewoon doorgroeien, waardoor de economische waarde toeneemt. Of je kunt juist eerder verkopen, als de prijs wel goed is.”


Is het niet nóg duurzamer om die bomen te laten staan?

“We beleggen alleen in productiebossen. Dat impliceert dat je op een gegeven moment het besluit neemt om te kappen. Al onze beleggingen in bosbouw worden overigens gemanaged volgens het FSC of een vergelijkbaar keurmerk. Die certificering krijg je alleen als je bossen op een duurzame manier beheert. Dat houdt onder andere de verplichting in om voor iedere boom die je kapt weer een nieuwe boom aan te planten.


Een oudere boom vertegenwoordigt een hogere economische waarde dan een jonge boom. Daarnaast vlakt bij oudere bomen de CO2-opname af doordat ze niet meer zoveel groeien. Vanuit financieel oogpunt maar ook kijkend naar de verminderde CO2-opname heeft het dus zin om deze bomen te kappen en het hout te verkopen. Jonge bomen daarentegen groeien snel en hebben daar CO2 voor nodig. Selectief kappen en weer aanplanten, houdt de longen van de aarde dus juist vitaal. De FSC-certificering vereist ook dat je zorgdraagt voor biodiversiteit en aandacht hebt voor de sociale en economische impact op het gebied waarin je actief bent.”


Houtbouw is in opkomst. Levert dat niet ook een duurzaamheidsbijdrage?

“Als je houtbouw gaat inzetten als alternatief voor beton en cement, levert dat absoluut een duurzaamheidsvoordeel op. De door bomen opgenomen CO2 is dan voor een lange termijn opgeslagen. Het produceren van beton en cement daarentegen zorgt voor relatief veel CO2-uitstoot. Als je dat echt in de prijs zou meenemen, zou er een financieel gunstiger businesscase voor houtbouw ontstaan.


Je ziet wel een ontwikkeling om meer met hout te gaan bouwen. In 2019 is in Noorwegen het hoogste houten gebouw ter wereld geopend (de Mjøstårnet in Brumunddal telt 18 verdiepingen en is 85,4 meter hoog, red.). In Amsterdam Oost is Hotel Jakarta een goed voorbeeld. Vanaf 2025 moet in Amsterdam één op de vijf nieuwe huizen van hout gemaakt zijn. Maar de bouwsector is best conservatief. De transitie naar meer hout en minder beton zal niet van de ene op de andere dag plaatsvinden.”

 

Om wat voor hout gaat het precies en waar belegt APG zoal?

“Bij onze bosbouwbeleggingen gaat het meestal om twee boomsoorten: zachthout – zoals Radiata Pine in Chili, Australië en Nieuw Zeeland en Douglas Fir in de Verenigde Staten – en hardhout. Bij die laatste gaat het om bijvoorbeeld Eucalyptus maar ook om soorten als Black Cherry en Amerikaans eikenhout voor de meubelindustrie. Zachthout wordt voornamelijk in de bouw gebruikt. Eucalyptushout wordt ook in de pulp & paper industrie gebruikt.”


Gaan er meer beleggingen zoals in Chili volgen?

“Dat is wel onze verwachting. We bewegen nu naar een strategie waarin we de huidige 1,8 miljard euro in bosbouw en landbouw de komende jaren willen uitbreiden naar 3-5 miljard euro. De rest van de Natural Resources portfolio zal de komende tijd op een verantwoorde wijze worden afgebouwd.


Om dit soort beleggingen te vinden, hebben we ons team verdubbeld. Die nieuwe mensen hebben Hong Kong of New York als standplaats. Het is belangrijk dat ze dicht bij de markt zitten. Ze moeten de lokale dynamiek voelen en hun eigen lokale netwerk hebben. Dat is niet alleen belangrijk voor het selecteren van de juiste beleggingen, ook het managen van zo’n belegging gaat beter als je in de buurt zit. Door COVID-19 is dat nu wat lastiger, maar normaal gesproken gaan we ook altijd ter plekke kijken als we een belegging zoals in Chili op het oog hebben. We willen de organisatie zien, het management en alle andere aspecten die je wilt beoordelen om te zien wat voor vlees je in de kuip hebt.”


Een van APG’s mede-investeerders in het Chileense bos gaf aan bijna tien jaar op zoek te zijn geweest naar een veelbelovende belegging van deze grootte. Is er voldoende bosbouw te vinden die aan jullie eisen voldoet, om die miljarden extra te kunnen investeren?

“Ja, maar de mogelijkheden om in bosbouw te beleggen en de toegang tot de markt verschillen van land tot land. Australië en Nieuw-Zeeland bijvoorbeeld hebben een goed ontwikkelde bosbouwsector, met voldoende omvang. Die markten zijn voor een belegger goed toegankelijk en bieden genoeg mogelijkheden. In andere landen is het wat lastiger omdat de markten daar nog niet zo ontwikkeld zijn. In dat soort landen moet je vaak nog proactiever zijn en een bepaalde structuur creëren om in bosbouw te kunnen beleggen. Onze investering in Chili is daar een goed voorbeeld van. Samen met twee andere partijen hebben we een joint venture opgericht, die dit productiebos heeft overgenomen van Arauco.


Ook Chili heeft een goed ontwikkelde bosbouwsector. Maar die is voornamelijk in handen van een paar grote bedrijven die houtproducten leveren aan de bouwindustrie – bijvoorbeeld MDF of OSB (beide van resthout geperste producten, red.). Om verzekerd te zijn van voldoende hout voor hun productie, willen ze ook eigenaar zijn van de bossen. Dus die verkopen niet zomaar. Arauco is één van die bedrijven. Nu doet zich echter de situatie voor dat deze ondernemingen kapitaal nodig hebben om verder te investeren in nieuwe productiefaciliteiten. Om daar aan te komen, verkopen ze een deel van hun bossen aan grote institutionele beleggers – vaak met de verplichting om jaarlijks een bepaald deel van het hout aan hen te leveren. Uiteraard tegen de dan geldende marktprijs. Een mooie kans dus. De omvang – deze joint venture wordt de op twee na grootste houtproducent van Chili – en de kwaliteit van de FSC-bossen die Arauco op de markt bracht, zijn bijzonder. Dus de competitie voor deze transactie was groot. APG is al in 2007 begonnen met beleggen in bosbouw dus we zijn inmiddels ervaren in deze sector. Dat geldt ook voor onze partners. We konden daardoor vrij snel een sterk consortium vormen en het ijzer smeden toen het heet was.”

Volgende publicatie:
Peter Branner vicevoorzitter bij Europese beleggersbelangenorganisatie EFAMA

Peter Branner vicevoorzitter bij Europese beleggersbelangenorganisatie EFAMA

Gepubliceerd op: 14 juni 2021

Peter Branner, Chief Investment Officer van APG Asset Management, is benoemd tot vicevoorzitter (‘vice president’) van de European Fund and Asset Management Association (EFAMA).

 

Tijdens de jaarvergadering van de belangenorganisatie voor de Europese vermogensbeheersector is een nieuw bestuur gekozen. Daarin vervult Naïm Abou-Jaoudé de rol van voorzitter (‘president’) en treedt naast Branner ook Joseph Pinto als vicevoorzitter aan.

Abou-Jaoudé is chief executive officer bij de Belgische vermogensbeheerder CANDRIAM, het voormalige Dexia Asset Management. Pinto bekleedt de functie van global chief operating officer bij de vermogensbeheertak van het Franse Natixis. De leden van EFAMA vertegenwoordigen gezamenlijk een beheerd vermogen van EUR 27 biljoen.

Cruciale taak
De benoeming van het nieuwe EFAMA-bestuur geldt voor een periode van twee jaar. In een reactie op zijn benoeming benadrukt Abou-Jaoudé dat er voor Europese vermogensbeheerders naast hun financiële doelstellingen een cruciale taak ligt om een duurzamere en inclusievere toekomst te stimuleren. 

Volgende publicatie:
APG en KPN starten glasvezelbedrijf ‘Glaspoort’

APG en KPN starten glasvezelbedrijf ‘Glaspoort’

Gepubliceerd op: 9 juni 2021

APG en KPN hebben vandaag de transactie afgerond voor de oprichting van een glasvezel joint venture: Glaspoort. Het nieuwe, in Amsterdam gevestigde bedrijf, start vanaf nu met de uitrol van glasvezel in dorpen, kleine kernen en op bedrijventerreinen. De reikwijdte van de joint venture is iets vergroot en toegenomen met 75.000 adressen. Hierdoor zullen nu 750.000 huishoudens en 225.000 bedrijven in 2026 aangesloten zijn op glasvezel.

 

Glaspoort investeert de komende vijf jaar ruim 1 miljard euro in de uitrol van glasvezel. Dankzij voldoende bouwcapaciteit en externe financiering kan Glaspoort hiermee snel van start gaan. De reikwijdte van de joint venture is iets vergroot en toegenomen met 75.000 huishoudens. Naar verwachting komen er dit jaar al meer dan 70.000 glasvezelverbindingen bij. De naam Glaspoort verwijst naar glasvezel (glas) en poort, als toegangspoort tot de digitale toekomst.  

 

Veel voordelen

Het afgelopen jaar onderstreepte het belang van betrouwbaar, veilig en snel internet voor de Nederlandse samenleving. Nu krijgen de komende jaren bijna 1 miljoen klanten in de meer afgelegen gebieden de mogelijkheid om te genieten van de voordelen van een glasvezelverbinding. De benodigde bouwcapaciteit zorgt voor ruim duizend extra banen.

Patrick Kanters, Managing Director Global Real Assets van APG, is blij met de formele lancering van Glaspoort. “We kijken ernaar uit om samen met KPN het nieuwe bedrijf op te bouwen en de uitrol van glasvezel naar bijna 1 miljoen klanten mogelijk te maken. Deze joint venture zal een belangrijke bijdrage leveren aan de Nederlandse digitale infrastructuur. Naar verwachting levert het bovendien aantrekkelijke rendementen op voor onze pensioenfondsklanten. De uitrol draagt ook bij aan energiebesparing. Want glasvezel is energiezuiniger dan koper of kabel.”

 

Bijna landelijke glasvezeldekking

“Deze transactie creëert extra waarde voor alle stakeholders,” zegt ook Joost Farwerck, CEO van KPN, enthousiast. “Dankzij de verruimde reikwijdte van het project kunnen nóg meer dorpen versneld worden aangesloten op state-of-the-art glasvezelinfrastructuur.”

In combinatie met KPN’s eigen uitrol van ongeveer een half miljoen huishoudens per jaar, resulteert dit in een bijna landelijke glasvezeldekking (80 procent) in 2026. Een resultaat dat anders pas veel later zou worden bereikt. Farwerck: “Samen met 5G zorgt glasvezel voor het modernste en krachtigste netwerk dat Nederland tot ver in de 21e eeuw zal ondersteunen.” 

 

Open netwerkstrategie

Het nieuwe netwerkbedrijf heeft een open netwerkstrategie. KPN treedt weliswaar op als hoofdhuurder op het netwerk, maar Glaspoort biedt toegang aan externe operators die hiervoor kiezen. Eindgebruikers kunnen daardoor een telecombedrijf naar keuze selecteren. Dat bevordert de concurrentie en innovatie in Nederland.

 

Jan Willem Scheerder en Ferry Niers zijn respectievelijk tot CEO en CFO van Glaspoort benoemd. Scheerder bekleedde eerder verschillende uitvoerende functies op het gebied van Wholesale Services en International Carrier Business, en gaf leiding aan verschillende start-ups. Niers heeft meer dan 14 jaar ervaring in de TMT-branche en bekleedde Corporate Finance en M&A posities bij KPN en KPMG.

 

Lees ook: Waarom investeert een pensioenbelegger in glasvezeltechnologie?

Voor meer informatie over Glaspoort: zie glaspoort.nl

Volgende publicatie:
"We kunnen nu vrij ontspannen onderhandelen met de Britten"

"We kunnen nu vrij ontspannen onderhandelen met de Britten"

Gepubliceerd op: 21 mei 2021

Na de Brexit lijkt de Britse markt minder aantrekkelijk voor buitenlandse beleggers. Wat doet de Britse regering? Ze vraagt buitenlandse beleggers om advies. Een van hen is Gert Dijkstra, senior managing director van APG Asset Management. Wat bepleit hij? En hoe aanlokkelijk is de Britse markt nog voor Nederlandse pensioenfondsen?

 

Hoe houden we onze Britse economie interessant voor buitenlandse investeerders nu de Brexit een feit is? Met die vraag in het achterhoofd lanceerde de Britse minister van Handel en Investeringen Gerry Grimstone eind april de ‘Investment Council’. Een adviesorgaan dat bestaat uit bestuurders van veertig grote internationale bedrijven uit verschillende sectoren: van Airbus tot Kraft Heinz, van Deutsche Post tot Hewlett Packard en Morgan Stanley. Namens de enige Nederlandse deelnemer APG zit Gert Dijkstra in deze Investment Council. De denktank adviseert de Britse regering hoe het Verenigd Koninkrijk een interessante markt kan blijven voor buitenlandse beleggers en investeerders, bijvoorbeeld waar het gaat om wetgeving en fiscale regels. Doel is dat de investeerders het Verenigd Koninkrijk niet de rug toekeren en Britse banen behouden blijven

 

Is het Verenigd Koninkrijk, dat zich met de Brexit heeft geïsoleerd, voor een pensioenfonds nog wel een belangrijke markt om in te beleggen?

Dijkstra: "Zeker, de Britse economie behoort ook na de Brexit nog steeds tot de mondiale Top-5. Het is een open en goed gereguleerde economie die voor ons erg toegankelijk is, ook door de taal. Daar komt bij dat de Britten al sinds de jaren tachtig ruime ervaring hebben met privatisering, destijds onder aanvoering van Margaret Thatcher. Waardoor ze goed bekend zijn met publiek-private samenwerking. Een constructie waar wij vaak en graag gebruik van maken. Namens onze klanten beleggen wij al zo’n twintig jaar in het Verenigd Koninkrijk. We hebben goede contacten opgebouwd, onder andere bij de Britse ambassade en het Ministerie van Handel. De Britten op hun beurt vinden ons een interessante gesprekspartner; mede omdat we bij elkaar voor zo’n 35 miljard euro in het Verenigd Koninkrijk hebben belegd."

 

Waarin zoal?  

"APG heeft geïnvesteerd in onder andere hotels zoals van CitizenM, havens, huur- en koopwoningen. En we beleggen ook in winkelcentra en allerlei infrastructuur, zoals windmolenparken of het waterbedrijf van Londen. Ook tijdens de Brexit-onderhandelingen zijn we doorgegaan met investeren, zoals in woningen in Londen en een groot winkel- en recreatiecentrum in Edinburgh." 

 

Wat is het gemiddelde rendement van al die Britse investeringen?

"Dat weet ik niet exact, zo kijken wij er niet naar. We vergelijken geen rendementen tussen landen c.q. regio’s, maar tussen thema’s of sectoren. Maar over het algemeen zijn de langjarige rendementen goed."

   

Is de Brexit nadelig voor een pensioenbelegger als APG? 

"Op het eerste gezicht wel: wij zijn bij uitstek een langetermijnbelegger, die gebaat is bij rust, zekerheid en voorspelbaarheid. Nou, dat kan je wel vergeten bij zo’n ingrijpende uittreding uit de EU. Daar zaten wij echt niet op te wachten. Bijkomend nadeel is dat wij echt een “maatje” zijn verloren; bij onze pensioen-lobby in Brussel stonden zij vaak aan onze kant, omdat hun pensioenstelsel vergelijkbaar was met het onze. Zij bepleitten vaak dezelfde belangen bij de EU als wij."

 

Stijgen door de Brexit de prijzen van mogelijke beleggingsobjecten, en krijgen jullie last van nieuwe regelgeving?

"Het proces van vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de EU heeft gezorgd voor prijsfluctuaties van - potentiële - beleggingen in de Britse valuta op korte termijn. Eerst daalden ze, daarna liepen ze op. Op langere termijn zal dat uitmiddelen naar reële marktprijzen. Tot dusver heb ik geen signalen dat nieuwe regelgeving ons hindert in het doen van beleggingen in de VK."

Wij hopen als investeerders op een atmosfeer waarin wij ons welkom voelen om de Britse markt te betreden

Heeft de Brexit voor een pensioenbelegger als APG ook voordelen?

"Zeker, ieder nadeel heeft ook hier zijn voordeel. Bijvoorbeeld omdat de Britse regering flink gaat investeren in zaken als hernieuwbare energie, mobiliteit en infrastructuur. Voor vrijwel iedere investering geldt: liefst zo duurzaam mogelijk. Precies wat wij ook nastreven. Zo willen ze vier miljard Britse Pond steken in transport tussen steden, denk aan wegen en spoorlijnen. En ze gaan binnen de telecommarkt investeren in zowel kabels als glasvezel, waar wij eveneens kansen in zien; zie ook onze recente joint venture met KPN, voor de aanleg van glasvezel in Nederland."

  

Is het voor buitenlandse beleggers als APG prettig onderhandelen met de Britten nu zij zichzelf door die Brexit geïsoleerd hebben?

"Ja, dat kan ik niet ontkennen. Wij kunnen vrij ontspannen onderhandelen, al zijn wij uiteraard niet de enige buitenlandse investeerder. De Britten snappen dat ze goed op hun zaak moeten letten, nieuwe handelsovereenkomsten moeten sluiten en contacten moeten herstellen. Ze willen relaties herbevestigen of weer opbouwen. De oprichting van zo’n Investment Council past daar goed in. Je laten adviseren door grote investeerders en bedrijven uit het buitenland en informeren wat zij belangrijk vinden, vind ik echt een slimme zet. Zo zorgen ze voor meer binding. Voor APG geldt dat we door onze deelname in deze Investment Council op de eerste rij zitten als zich nieuwe investeringskansen voordoen."

 

De eerste vergadering van de nieuwe Investment Council heb je net achter de rug. Welke punten bracht jij in?

"Ik heb geschetst dat voorspelbaar overheidsbeleid voor ons als langetermijnbelegger cruciaal is. Ten tweede dat wij namens onze klanten een beweging maken naar steeds meer verantwoord en duurzaam beleggen; en daar dus rekening mee houden in ons beleggingsbeleid. En als derde punt dat wij gebaat zijn bij een goed klimaat voor ondernemers. Als zij gestimuleerd worden om initiatieven te nemen, krijgen wij meer mogelijkheden om te beleggen. Uiteenlopend van kleine startups tot heel grote ondernemingen en initiatieven. Het gros van de andere deelnemers had soortgelijke punten, waarbij vooral de wens om duurzaam te beleggen echt een rode draad was. Wij hopen als investeerders op een atmosfeer waarin wij ons welkom voelen om de Britse markt te betreden. Ook wat betreft de fiscale mogelijkheden."

 

Tot slot, op welke punten zie je nu de grootste uitdagingen wat betreft investeren in het Verenigd Koninkrijk?   

"Voor ons tellen een stabiel politiek klimaat en consistent overheidsbeleid, met een duidelijke rol voor institutionele langetermijnbeleggers. Je ziet bijvoorbeeld dat de huidige regering nu privatisering terugdraait, onder meer op het gebied van openbaar vervoer. Ten tweede verwacht ik een niet te onderschatten concurrentie met grote beleggers."

Volgende publicatie:
APG moedigt verdere stappen aan inzake klimaatstrategie Shell

APG moedigt verdere stappen aan inzake klimaatstrategie Shell

Gepubliceerd op: 18 mei 2021

Shell wil in 2050 een energiebedrijf zijn dat per saldo geen broeikasgassen meer uitstoot. Om dit te bereiken, heeft Shell haar klimaatdoelen voor de korte en middellange termijn aangescherpt. Deze belangrijke onderwerpen stonden op de agenda van de aandeelhoudersvergadering van Shell op 18 mei.

 

Vermindering van de CO2-uitstoot is een belangrijk punt in het Verantwoord Beleggen-beleid van de pensioenfondsklanten van APG. Daarom voert APG namens haar klanten al jarenlang, samen met andere grote beleggers, intensieve gesprekken met olie- en gasproducenten, waaronder Shell. Shell heeft mede dankzij deze gesprekken haar doelstellingen aangescherpt en deze gekoppeld aan de beloning van de topbestuurders. Op basis van deze positieve stappen stemde APG tijdens de aandeelhoudersvergadering (AVA) voor een resolutie van Shell, waarin Shell aandeelhouders de mogelijkheid biedt om rechtstreeks hun kritiek of steun uit te spreken voor de energietransitie-strategie van het bedrijf. Tegelijkertijd zal APG de voortgang van Shell op dit gebied kritisch blijven volgen.

 

Welke (aangescherpte) klimaatdoelen stelt Shell voor?

Begin 2021 zette Shell weer stappen door zich ten doel te stellen in 2050 een energiebedrijf met netto-nul emissies te zijn. Het gaat hier om een absolute CO2-doelstelling, die alle uitstoot omvat: niet alleen de uitstoot door Shell zelf, maar ook de uitstoot die vrijkomt bij het gebruik van energieproducten (zoals benzine) door klanten. Het bedrijf scherpte ook haar tussentijdse korte- en middellange-termijndoelstellingen voor CO2-intensiteit aan. Om deze te kunnen bereiken, wil Shell samenwerken met klanten om hun afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen, en daarmee ook de eigen totale uitstoot omlaag te brengen. Op deze manier kan Shell echt impact hebben in de wereld: niet alleen het aanbod van fossiele brandstoffen zal omlaag moeten, maar ook de vraag ernaar.

 

Daarnaast verhoogt Shell het gewicht van de klimaatdoelstellingen in de beloning van het topmanagement. Ten slotte, en dat is nieuw voor olie- en gasbedrijven, heeft Shell aangekondigd haar aandeelhouders vanaf 2021 de mogelijkheid te geven een adviserende stem uit te brengen over haar strategie voor de energietransitie. Hoewel er nog veel werk aan de winkel is voor de hele olie- en gassector – inclusief Shell – pakt Shell met deze maatregelen een leidende rol in de sector.

 

Waarop zet APG in bij Shell?

In onze gesprekken met Shell hebben we het bedrijf gevraagd om klimaatdoelstellingen zwaarder te laten meewegen bij het vaststellen van de beloning. We zien hier resultaat van onze inspanningen. Hetzelfde geldt voor de doelstellingen voor de vermindering van uitstoot en het vragen van een adviserende stem van aandeelhouders. Dit alles toont de waarde aan van het constructieve overleg van de afgelopen jaren tussen Shell en aandeelhouders verenigd in de Institutional Investors Group on Climate Change (IIGCC) en Climate Action 100+, waar APG namens haar pensioenfondsklanten deel van uitmaakt.

 

Eerdere aanscherpingen van de ambities bij Shell hebben navolging gekregen bij andere olie- en gasbedrijven. Daar zet APG zich ook voor in tijdens de gesprekken met de andere bedrijven in de sector. Wij hopen dat deze aankondiging ook nu weer een domino-effect zal hebben.

 

We zien ook dat er ook nog veel moet gebeuren. Zo willen we dat Shell haar klimaatbeleid beter verankert in investeringsplannen voor de energietransitie, zoals investeringen in waterstof, infrastructuur voor het opladen van elektrische auto’s en bioplastics. Ook hebben we vragen bij de haalbaarheid van compenserende maatregelen, zoals het planten van bomen en de afvang en opslag van CO2. Shell moet de komende tijd aantonen dat de uitvoering van de strategie tot resultaten leidt. Als kritisch aandeelhouder van Shell en andere olie- en gasmaatschappijen zal APG dit nauwlettend blijven volgen.

 

Follow This

Net als voorgaande jaren stond op de aandeelhoudersvergadering van Shell een resolutie van Follow This op de agenda. Dit is een groep aandeelhouders die oliebedrijven ook aanspoort hun bijdrage te leveren aan de uitvoering van het klimaatakkoord van Parijs. Op de aandeelhoudersvergaderingen van de Amerikaanse oliebedrijven ConocoPhillips en Phillips 66 stemde APG onlangs voor de resoluties van Follow This, die met een meerderheid van de stemmen werden aangenomen.

 

Op de AVA van Shell heeft APG zich onthouden van stemming over de Follow This-resolutie: we stemden niet voor en niet tegen. Aan de ene kant zijn we het eens met het onderliggende doel van de Follow This-resolutie, namelijk dat Shell doelen stelt in lijn met het klimaatakkoord van Parijs en de bedrijfsvoering hierop aanpast. Aan de andere kant hebben wij een verschillende opvatting over hoe je dit kunt bereiken.

 

Meerdere wegen die naar Parijs leiden

De aandeelhouders van Follow This zijn van mening dat de strategie van Shell niet in lijn is met ‘Parijs’. Zij eisen dat Shell doelstellingen formuleert waarvan het kan bewijzen dat deze op korte en middellange termijn leiden tot een specifieke, absolute daling van de uitstoot. Dit is één invulling van het pad naar een klimaatneutrale bedrijfsvoering. In de praktijk zijn er meerdere wegen die naar Parijs leiden. Wij vinden dat deze specifieke uitwerking van ‘Parijs’ niet aan Shell moet worden opgelegd. Shell heeft doelen in lijn met Parijs gesteld voor de korte, middellange en lange termijn en we blijven die kritisch evalueren.

Volgende publicatie:
APG vergroot belang in Italiaanse gasinfrastructuur