Welke lessen legt het conflict met Iran bloot voor Europa's energievoorziening?

Gepubliceerd op: 1 oktober 2026

De prijzen aan de pomp blijven hoog terwijl er nog geen zicht is op een oplossing van het conflict in Iran. Welke lessen zijn hieruit te trekken voor Europa’s energievoorziening? We bellen erover met Peter Verbaken, hoofd Liquid Commodities bij APG.


Vier jaar na de Russische invasie in Oekraïne krijgt de energievoorziening van Europa weer een knauw. Wat is er nu anders?
“Destijds was Europa volledig afhankelijk van goedkoop Russisch gas, dat min of meer van de ene op de andere dag wegviel. Daarna volgde logischerwijs een diversificatie van aanbieders. Met gas kan dat eigenlijk alleen via LNG, oftewel vloeibaar gas, omdat je dat over grote afstanden kunt verplaatsen zonder van pijpleidingen gebruik te hoeven maken.


Europa is daardoor veel sterker verweven geraakt met de mondiale LNG-markt. Het haalt zelf niet bijzonder veel LNG uit het Midden-Oosten, maar krijgt toch met hogere prijzen te maken. Dat komt doordat LNG uit die regio grotendeels naar Azië ging. Nu die aanvoer deels is weggevallen, concurreren Aziatische en Europese afnemers om dezelfde alternatieve leveringen. Dat drijft de prijzen op en maakt het moeilijker om de gewenste voorraden aan te vullen.”


Welke mogelijkheden heeft Europa om de energievoorziening nog enigszins veilig te stellen?
“Europa bouwt normaliter in de lente- en zomermaanden – wanneer de prijzen relatief laag zijn – gasvoorraden op, om die in de winter te gebruiken. Deze keer stegen de prijzen echter al vroeg in het voorjaar fors. Daardoor is de voorraadopbouw enorm vertraagd. Dat is eigenlijk een bewust risico geweest, want telkens werd gedacht dat het conflict zich binnen afzienbare tijd wel zou oplossen. Uiteindelijk zijn we nu zeven maanden verder en is er nog steeds geen zicht op een oplossing. Daardoor zitten de gasvoorraden op een historisch laag niveau voor deze tijd van het jaar. En landen hebben ook niet veel ruimte meer om daar nog iets aan te doen. Het is nu hopen op een zachte winter.


Europa zit feitelijk tussen verschillende machtsblokken in. Het koopt nu al enorme hoeveelheden LNG uit de Verenigde Staten, waardoor een deel van de afhankelijkheid die Europa vroeger van Rusland had richting de VS verschuift. Tegelijkertijd heb je in Azië een grote concurrent voor dezelfde grondstoffen, en blijft het Midden-Oosten een onzekere factor. Juist de gebeurtenissen van dit jaar hebben die kwetsbaarheid blootgelegd.

Misschien moet je daarom een niveau hoger denken dan alleen diversificatie van leveranciers. Dat kan gaan om alternatieve energiebronnen of andere vormen van flexibiliteit; zorgen dat je opties hebt als het mis gaat. Dat is niet iets wat je zomaar oplost, maar het verdient wel veel aandacht.”

201030 Peterverbraken 23 HR

Over welke vormen van flexibiliteit hebben we het dan?
“Elektrificatie is een belangrijke, maar daar is veel voor nodig. De overbelasting van het stroomnet zet een rem op hoe snel je kunt elektrificeren. Een goed beleid gaat dus ook over investeren in netcapaciteit, zodat die kan meegroeien met de uitbreiding van wind- en zonne-energie. Ook investeringen in duurzame energie zijn belangrijke onderdelen van het antwoord, maar voor wind- en zonne-energie zijn gigantische hoeveelheden metalen nodig en daarvoor is Europa sterk afhankelijk van China. Het blijft dus een puzzel om Europa zo onafhankelijk mogelijk te maken. Minder afhankelijkheid op het gebied van de aanvoer van olie en gas kan weer een grotere afhankelijkheid creëren op het gebied van metalen.


Daarom is dit strategisch zo relevant. Het onderstreept de noodzaak van een Europese meerjarenaanpak. Die zou, naast diversificatie van leveranciers, kunnen bestaan uit strategische opslag. Op de oliemarkt bestaan die strategische voorraden al sinds de jaren zeventig, maar voor gas bestaat zo’n opslag nog niet. Dat komt omdat het lastiger te organiseren is, maar je ziet nu wel het belang ervan.


Daarnaast kun je denken aan diversificatie van leveringsroutes. Tegelijk blijf je afhankelijk van een mondiale prijs. Voor olie zie je inmiddels al plannen voor pijpleidingen die kwetsbare routes omzeilen. Voor gas ligt dat ingewikkelder. LNG vereist grote installaties om gas vloeibaar te maken. Die kosten tientallen miljarden en staan nu vooral in Qatar. Een gaspijpleiding kun je wel aanleggen, maar dan moet je aan de andere kant opnieuw die hele infrastructuur opbouwen. Dat maakt alternatieve routes voor gas veel lastiger dan voor olie.


Sommige landen zullen daarom afhankelijk blijven van bestaande vaarroutes. Als Iran invloed houdt op de Straat van Hormuz, kan het zijn dat daar direct of indirect een soort tol moet worden betaald. Voor bepaalde landen kan dat uiteindelijk aantrekkelijker zijn dan forse investeringen in alternatieve infrastructuur of het verleggen van aanvoerroutes, waarbij dat alternatief dan weer zijn eigen kwetsbaarheden kent. Je ziet dus telkens dat een oplossing weer nieuwe risico's met zich meebrengt.”


Waar moeten we de komende tijd nog meer rekening mee houden?
“De economische gevolgen van het conflict in Iran reiken inmiddels verder dan alleen de energieprijzen. Het heeft al effect op de langetermijnrente in een aantal landen, waaronder de Verenigde Staten en de meeste Europese landen. Als de voorraden verder afnemen en olieprijzen hoog blijven of zelfs verder oplopen, kan deze situatie ook negatieve gevolgen hebben voor aandelenmarkten en de bredere economie. Tegelijkertijd blijft de markt lastig te voorspellen, omdat veel afhangt van politieke ontwikkelingen.


In de Verenigde Staten zijn diesel- en benzineprijzen voor Amerikaanse begrippen al extreem hoog. Dat heeft politieke gevolgen voor Trump en de Republikeinen. Je kunt je voorstellen dat verdere prijsstijgingen de druk vergroten om toch tot een deal te komen. Zelfs een matige deal kan dan aantrekkelijk worden, als die ervoor zorgt dat de oliestromen weer op gang komen en de prijzen dalen. In theorie kunnen de betrokken partijen morgen tot een oplossing komen. Op dit moment zitten beide kanten nog in een positie waarin ze denken dat de ander als eerste moet toegeven en de meeste pijn moet voelen.”