Waarom richt de Fed zich op maximale werkgelegenheid en de ECB niet?

Gepubliceerd op: 22 april 2026

De centrale banken van de Verenigde Staten en die van Europa komen later deze maand met een rentebesluit. Waar de Federal Reserve een dubbelmandaat heeft – prijsstabiliteit én maximale werkgelegenheid – richt de Europese Centrale Bank (ECB) zich alleen op het beteugelen van inflatie. Waar komt dat verschil vandaan? We bellen erover met Charles Kalshoven, expert strateeg bij APG.


Terwijl de Senaat zich in Washington buigt over de benoeming van Kevin Warsh als nieuwe Fed-voorzitter, blikken wij terug. Waarin vindt het verschil in de mandaten van de Fed en ECB zijn oorsprong?

“Dat verschil is diep historisch geworteld. In de Verenigde Staten is de Grote Depressie van de jaren dertig hét economische trauma. Massawerkloosheid, deflatie en het gevoel dat de overheid en de centrale bank te weinig deden, hebben daar een diepe indruk achtergelaten. Uit die ervaring groeide de overtuiging dat een centrale bank niet alleen inflatie moet beteugelen, maar ook actief moet helpen om langdurige werkloosheid te voorkomen. Dat dubbelmandaat werd uiteindelijk in 1977 wettelijk vastgelegd.


In Europa, en vooral in Duitsland, ligt het trauma elders. Daar was juist de hyperinflatie van 1923 in de Weimarrepubliek allesbepalend. Spaargeld en pensioenen verdampten, vooral bij de middenklasse. Die ervaring leidde tot het besef dat prijsstabiliteit cruciaal is: niet alleen voor economische voorspelbaarheid, maar ook voor maatschappelijk vertrouwen en politieke stabiliteit. De chaos met tekorten en inflatie in de jaren na de Tweede Wereldoorlog bevestigde het belang van monetaire stabiliteit bij de generatie die later de Bundesbank, de Duitse centrale bank, opbouwde. Dat gedachtegoed werkte door tot in het ontwerp van de ECB.”

Betekent dit dat de ECB in feite een ‘Duits’ model volgt?
“In belangrijke mate wel. De ECB bouwt voort op de Bundesbank‑traditie met prijsstabiliteit als het primaire doel. Dat werd expliciet vastgelegd bij de oprichting van de euro. Voor Duitsland was een harde, stabiele munt een voorwaarde om afstand te doen van de D‑mark. Tegelijk speelde er een bredere politieke ruil: Frankrijk steunde de Duitse hereniging van 1990 en Duitsland ging akkoord met de euro. Andere eurolanden stemden in met het strakke mandaat, mede vanuit de gedachte dat de gezamenlijke munt ook een stap zou zijn richting verdere Europese integratie. Prijsstabiliteit werd daarnaast gezien als iets wat op termijn groei en werkgelegenheid ten goede komt, zij het indirect. Bovendien konden landen met een geschiedenis van hoge inflatie, zoals Italië, de reputatie van de Bundesbank als het ware ‘lenen’. Dat leverde lagere rentes en meer vertrouwen op.”

Spelen de economische verschillen tussen de VS en Europa ook een rol?
“Zeker. De Amerikaanse arbeidsmarkt is veel flexibeler: banen verdwijnen en ontstaan sneller, waardoor economische schokken zich direct vertalen in werkloosheid. Dat versterkt de noodzaak voor de Fed om actief te reageren. In Europa is er een sterker sociaal vangnet. Ook ligt de nadruk meer op stabiliteit op de lange termijn. De ECB redeneert vanuit het idee dat zij de economie het best helpt door de inflatie laag en voorspelbaar te houden. Daar zit ook een economisch argument achter. Een centrale bank kan vooral de vraagkant van de economie beïnvloeden via de rente. De aanbodkant valt niet te stimuleren op korte termijn, maar daar kun je wel schade aanrichten als je de inflatie uit de hand laat lopen. Dan durven bedrijven niet meer te investeren en innoveren. Ook proberen werkgevers en werknemers de rekening door te schuiven naar elkaar. Dat ondermijnt de basis voor duurzame groei.”


Maakt het verschil in mandaat in de praktijk eigenlijk veel uit?

“Dat valt mee. Na de financiële crisis van 2008 voerden zowel de Fed als de ECB langdurig een ruim monetair beleid. Een verschil is dat de Fed jaren eerder dan de ECB startte met het opkopen van overheidsschuld. De ECB ging dat pas doen toen de inflatieverwachtingen te laag dreigden te worden, en het monetair beleid niet meer effectief zou doorwerken in de economie. Maar de ECB ging verder dan de Fed met het verlagen van de rente: tot onder nul zelfs. Er zijn dus wel verschillen, maar die moet je ook niet overdrijven. Het is geen eeneiige tweeling, maar ze komen wel duidelijk uit dezelfde familie. Tijdens de inflatieschok van 2021–2023, veroorzaakt door de nasleep van de coronacrisis en de Russische inval in Oekraïne, verhoogden zowel de Fed als de ECB de rente fors, om vanaf 2024 de rente weer een stuk te verlagen.”


De ECB is in de praktijk dus niet zo strikt in de leer?

“Nee. Formeel is prijsstabiliteit het primaire doel, maar het EU‑verdrag schrijft ook voor dat de ECB moet bijdragen aan de bredere doelstellingen van de Europese Unie. Denk aan werkgelegenheid en financiële stabiliteit. Die dingen liggen ook in elkaars verlengde. Hoge werkloosheid en economische schade door financiële instabiliteit kunnen de inflatie onder de doelstelling drukken.


Formeel blijft het mandaat van de ECB smaller dan dat van de Fed, maar in de praktijk houdt ook de ECB rekening met groei, banen en financiële stabiliteit. Juist omdat die verband houden inflatie. Uiteindelijk hebben alle centrale banken te maken met dezelfde overwegingen. De economische realiteit dwingt hen vaak tot vergelijkbare keuzes, ook al vertrekken ze officieel vanuit een ander mandaat.”