“Dat er niets voor jongeren overblijft, is pertinent onwaar”

Gepubliceerd op: 4 maart 2024

Nederland vergrijst. En dat heeft invloed op van alles en nog wat, op bijvoorbeeld de woningmarkt, het zorgstelsel, de economie, de arbeidsmarkt en het pensioenstelsel. In een reeks artikelen behandelen we deze onderwerpen aan de hand van interviews met een expert en met mensen die onderdeel uitmaken van de grijze golf. Deze keer actuaris Caroline Bruls van APG en ondernemer Appie El Hatri (61) over de invloed van de grijze golf op ons pensioenstelsel.

“Als de levensverwachting stijgt, heeft dat gevolgen voor de pensioenen”, begint Bruls. Immers, een stijging van de levensverwachting betekent dat pensioenen langer moeten worden uitgekeerd. “In het huidige pensioenstelsel werkt het zo dat als de levensverwachting stijgt, de dekkingsgraad daalt. De financiële positie van pensioenfondsen wordt dus slechter. Ook zal de premie moeten worden verhoogd voor de pensioenen in de toekomst. Of we kunnen pas later met pensioen.”

Toch spreekt Bruls over een robuust pensioensysteem. “We hebben het in de basis goed geregeld in Nederland.” Zij doelt op het driepijlermodel. “De eerste pijler, de AOW, is er voor alle Nederlanders. Ongeacht of je nu hebt gewerkt of niet.” Het systeem wordt via de omslag gefinancierd; de werkenden betalen voor de AOW-gerechtigden. Daar zit een uitdaging door de steeds ouder wordende bevolking, erkent Bruls. “Dan is er een aantal knoppen waaraan kan worden gedraaid. E n daarvan is de verhoging van de AOW-leeftijd. Toen die op 65 jaar werd vastgesteld, werden we een stuk minder oud dan nu. Om de verhouding tussen de periode dat mensen werken en pensioenpremie betalen en de periode dat zij pensioen ontvangen in evenwicht te houden, is vastgelegd dat de AOW-leeftijd meebeweegt met de levensverwachting.” Andere maatregelen kunnen een verhoging van de premie zijn, of het op termijn verlagen van de uitkering. Dat laatste lijkt Bruls echter onverstandig. “Dat heeft verschillende redenen. Je raakt hiermee de mensen met een klein pensioen keihard. Dat wil je niet. Bovendien heeft dit ook direct invloed op de economie, het bestedingsniveau van de ouderen daalt daardoor.”

Aanvullende regeling

Naast de eerste pijler is er de tweede pijler; de pensioenopbouw via de werkgever. “Zo’n 90 procent van de werkgevers heeft een aanvullende pensioenregeling. Hierdoor krijgen gepensioneerde werknemers een aanvullende uitkering bovenop de AOW-uitkering”, legt Bruls uit. De tweede pijler wordt gefinancierd door kapitaaldekking. Dit is, anders dan het omslagstelsel voor de AOW, een financieringsstelsel waarbij werknemers elke maand pensioenpremie afdragen aan een pensioenfonds, die dat vervolgens belegt en in de toekomst maandelijks uitkeert als de pensioengerechtigde leeftijd van deelnemers is bereikt. “Deze is daardoor minder gevoelig voor de vergrijzing.”

Ook is er een derde pijler; een pensioenproduct op een geblokkeerde rekening, dat uiterlijk tot uitkering moet komen als deelnemers de AOW-gerechtigde leeftijd plus 5 jaar hebben bereikt. Bruls: “Dit zijn bijvoorbeeld (fiscaal) gereguleerde pensioenproducten en het pensioen voor zzp’ers. Sommigen scharen onder die pijler ook spaargeld of de eigen woning. Ik zie dat meer als de vierde pijler, die kan worden ingezet als mensen met vervroegd pensioen willen gaan. Dan laten ze hun pensioenopbouw ongemoeid, maar verkopen ze hun huis, gaan kleiner wonen en het geld wordt dan gebruikt als oudedagsvoorziening. Hebben ze eenmaal de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, dan ontvangen ze AOW en een pensioenuitkering.”

Invloed beurs en renteschokken

Kijkend naar de statistieken zegt Bruls (op de foto hierboven) overigens dat de invloed van de stijgende levensverwachting op de pensioenen te overzien is. “Zeker als je het vergelijkt met de invloed die schommelingen op de beurs of renteschokken daarop hebben. De invloed van bijstellingen van de levensverwachting valt daarbij echt in het niet.” Overigens houdt APG volgens Bruls nauwkeurig de ontwikkeling van de levensverwachting bij. “Hoewel we nog steeds ouder worden, stijgt de levensverwachting niet meer zo snel als in de afgelopen honderd jaar. De grootste winst qua verbetering van levensomstandigheden en gezondheid is inmiddels wel behaald. Die prognose van de levensverwachting wordt elke een of twee jaar bijgesteld, en blijft zo vrij actueel. Dat moet ook, want er zijn natuurlijk constant ontwikkelingen die invloed hebben op de levensverwachting.”

Bruls merkt daarbij op, als zij diezelfde statistieken bekijkt, dat mensen gemiddeld genomen steeds later met pensioen gaan. “Kijk, de verhoging van de AOW-leeftijd werkt dit natuurlijk in de hand. Maar ook de mensen die met vervroegd pensioen gaan, doen dat gemiddeld later dan pakweg tien jaar geleden. Dus waar mensen vroeger bijvoorbeeld met 63 jaar stopten met werken, doen ze dat nu op hun 65ste.”

Doorsneepremie verdwijnt

Het driepijlersysteem is niet uniek in de wereld, de goede balans tussen de eerste en tweede pijler wel. Dit verzekert een groot deel van het vergrijzende Nederland van een inkomen op latere leeftijd. “Van het totale pensioen komt gemiddeld ongeveer een derde uit de eerste pijler, twee derde uit de tweede pijler”, weet Bruls. “Dat zal in het vernieuwde stelsel ook zo zijn. Een verschil tussen het huidige en het vernieuwde stelsel is wel dat de doorsneepremie verdwijnt.”


De doorsneepremie is een gelijk premiepercentage voor alle deelnemers met een gelijke pensioenopbouw. Het houdt simpel gezegd in dat jongeren later minder pensioen krijgen voor hun ingelegde premies. Ze betalen dus relatief te veel. Hoe zit dat precies? Nu is het zo dat iedere 100 euro die een 24-jarige inlegt, nog ruim veertig jaar de tijd heeft om meer waarde te creëren. Dat kan bijvoorbeeld via beleggingen of rente. Maar iedere 100 euro die een 64-jarige aan pensioenpremie inlegt, heeft vrijwel geen tijd meer om te renderen en toch levert 100 euro van een 64-jarige evenveel pensioen op als 100 euro van een 24-jarige. Dat kan omdat het hoge rendement van jongeren óók wordt gebruikt voor het pensioen van ouderen. Dat was decennialang een werkbaar systeem, want de meeste mensen bleven lang bij dezelfde werkgever en hetzelfde pensioenfonds. Een jongere wordt vanzelf oud en zou dus jaren later worden gecompenseerd door de nieuwe jongeren. Door de veranderende arbeidsmarkt kwam dit systeem onder druk te staan. “De afschaffing van de doorsneepremie in het nieuwe regime is ook met het oog op de vergrijzing een verstandige keuze. De doorsneepremie wordt hoger naarmate de vergrijzing binnen een pensioenfonds toeneemt, omdat pensioenopbouw van oudere deelnemers duurder is. Daaraan moet iedereen dan bijdragen. In het nieuwe systeem wordt de premie individueel. Iedere euro die jongeren aan pensioen betalen, gaat straks in een eigen potje”, aldus Bruls. Zij haalt daarbij ook meteen maar de mythe onderuit dat er door de vergrijzing onvoldoende geld voor jongeren overblijft. “Dat is pertinent niet waar, in het oude systeem niet en zeker niet in het vernieuwde stelsel.”

“Vechtsport gaf me de juiste mentaliteit om te ondernemen”

Nederland vergrijst. En dat heeft invloed op bijvoorbeeld de woningmarkt, het zorgstelsel, de economie, de arbeidsmarkt en het pensioenstelsel. Maar wat betekent dit voor de mensen die zelf onderdeel zijn van die vergrijzing? Appie El Hatri (61), eigenaar van het gelijknamige sportcentrum Elhatri, kijkt terug op zijn loopbaan tot nu toe en blikt alvast vooruit naar zijn pensioen.

 

Verscholen op een klein industrieterrein in de wijk Woensel in Eindhoven ligt sportcentrum Elhatri. Het felgroen gekleurde pand, behangen met grote foto’s, springt in het oog in de verder grijze straat vol bedrijfjes en auto’s. Binnen kun je terecht voor allerhande vechtsporten, fitness en groepslessen.

Bij oprichter Appie El Hatri startte de liefde voor de oosterse vechtkunst lang geleden bij karate. Appie vertelt: “Ik was een jaar of 13. We woonden in Acht, als een van de weinige gastarbeidersgezinnen. Als jongen was ik behoorlijk opstandig en na het overlijden van mijn moeder had ik behoefte aan een uitlaatklep. Ik wilde vechten en stoeien. Een vriend van mijn vader nam me mee naar karate in een wijkgebouw. Dat vechten trok mij enorm aan. Judo, boksen, karate, noem maar op. Ik was ook gek op Bruce Lee-films.”

Waardevolle vaardigheden

Door vechtsport ontwikkel je bovendien waardevolle vaardigheden. Appie legt uit: “Het gaat er niet om dat je iemand knock-out slaat. Het gaat juist om respect, discipline en doorzettingsvermogen. Je vecht ook tegen jezelf en verlegt steeds grenzen. En je leert samenwerken, of dat nu met de trainer is of met je tegenstanders. Vechtsport heeft me echt gevormd. Het gaf mij zelfvertrouwen en de juiste mentaliteit die nodig is om een eigen zaak te hebben: om problemen te incasseren en op te lossen.” Uiteindelijk werd Appie Nederlands kampioen thaiboksen (1983) en judo (1984). En onlangs ontving hij de zevende dan in karate.


Van automonteur tot sportschoolhouder

Appie is nog steeds net zo enthousiast over vechtsport als hij indertijd, als dertienjarig jongetje, was. Hoe maakte hij er zijn beroep van? “Ik heb eerst allerlei banen gehad, van automonteur tot metaalbewerker en portier bij discotheken. Vechten deed ik als hobby erbij, maar wel op hoog niveau. Terwijl leeftijdsgenoten veel op stap gingen, leefde ik voor de sport. Op een gegeven moment vroegen wat vrienden me of ik ze les wilde geven. Zo begon het. Eerst met karate, later ook kickboksen. Ik kon een klein gebouwtje overnemen waar ik lesgaf, naast mijn ‘normale’ baan. Dat was hard werken, maar ik vond het zo leuk. Dus het ging eigenlijk vanzelf.”


Pand als pensioen

Vanaf 2003 kon Appie goed rondkomen van het lesgeven en besloot hij volledig te gaan voor zijn eigen sportschool. Nu bestiert hij een sportcentrum van zo’n 2.000 vierkante meter, met ongeveer 1.100 leden en diverse werknemers en zzp’ers die voor hem werken. Zijn werknemers krijgen op termijn een pensioenbijdrage. Voor zichzelf heeft Appie niet echt pensioen opgebouwd. “Dit hier,” gebaart hij om zich heen, “dit pand is mijn pensioen. Daar moet ik het van hebben. Als ik minder ga werken, dan kan ik het misschien verkopen of verhuren. En daarvan leven, naast mijn AOW.”


Kennis overdragen

Voorlopig is er van stoppen met werken in ieder geval nog geen sprake. Maar, erkent hij, “er komt een tijd dat ik een stapje terug moet doen. Hoe ik dat voor me zie? Nou, ik denk niet dat ik ooit echt helemaal stop. Ik kan me voorstellen dat ik alleen nog doe wat ik het allerleukste vind. En bijvoorbeeld alleen nog lesgeef aan een specifieke doelgroep.

Ondertussen wil ik ook graag mijn kennis overdragen en iets betekenen voor de maatschappij. We geven clinics aan bedrijven, scholen, gemeentes. En er komen hier kinderen van alle nationaliteiten. Dat vind ik mooi. Mijn ambitie is dat Elhatri blijft draaien, ook als ik niet meer besta. Het zou dan ook fijn zijn als ik straks een opvolger heb.”

 

  • Naam: Appie El Hatri
  • Leeftijd: 61 
  • Woonplaats: Eindhoven
  • Burgerlijke staat: getrouwd, 5 kinderen, 5 kleinkinderen
  • Pensioendatum: onbekend
  • Werkgevers: eigen onderneming