Kijk eens met een 'open mind' naar Europa

Kijk eens met een open mind naar Europa

Gepubliceerd op: 23 december 2020

Nederland kent in vergelijking tot andere lidstaten een behoorlijk minimumloon en een goed pensioenstelsel. De Europese Commissie probeert bij het opstellen van nieuwe regels voorwaardenscheppend te zijn en veel vrijheid aan de lidstaten te laten. Doel daarbij is om sociale bescherming van werknemers en pensioendeelnemers meer gelijk te maken in heel Europa. Het verdient aanbeveling dat Nederland meewerkt aan de nieuwe Europese spelregels die de commissie opstelt en er pragmatisch op inspeelt, vinden Johan Barnard en Wilfried Mulder.

 

Na jaren van strenge bezuinigingsprogramma’s voor lidstaten met financiële en economische problemen, ontstond de afgelopen jaren steeds meer draagvlak om te laten zien dat Europa veel goeds kan brengen op sociaal gebied. In 2017 bereikten regeringsleiders, de Europese Commissie en het Europees Parlement overeenstemming over de zogeheten Europese Pijler van Sociale Rechten. Hierin staan de ambities van de EU op het gebied van gelijke kansen en toegang tot de arbeidsmarkt, billijke arbeidsvoorwaarden en sociale bescherming en inclusie. Ze zijn verdeeld in 20 beginselen. Beginsel 6 gaat over loon en beginsel 15 over inkomen voor ouderen en pensioenen. De Luxemburgse Commissaris Nicolas Schmit kreeg opdracht deze sociale pijler te concretiseren. Allereerst met een voorstel over minimumloon en daarna met een actieplan voor de overige beginselen.

 

EU en minimumloon

De Commissie kwam recent met het richtlijnvoorstel voor toereikende minimumlonen in de Unie. Dit voorstel bevat bepalingen om collectief overleg tussen sociale partners (werkgevers en werknemers) te bevorderen. Ook staan er criteria in het voorstel die lidstaten in het kader van een minimumloon moeten overwegen. Omdat in zes lidstaten minimumlonen in collectief overleg tussen sociale partners worden vastgesteld, verplicht het voorstel niet tot een wettelijk minimumloon. Maar het verplicht evenmin tot een specifiek niveau van minimumlonen. Onder meer omdat de EU daartoe op basis van het verdrag niet bevoegd is, maar ook omdat met verschillende factoren rekening gehouden moet kunnen worden, zoals verschillen in arbeidsproductiviteit.

 

De Nederlandse regering is positief over het voorstel. Onder meer omdat toereikende minimumlonen (ook) in andere lidstaten bijdragen aan opwaartse sociaaleconomische convergentie binnen de EU (sociale bescherming van werknemers en pensioendeelnemers meer gelijk te maken in heel Europa, op voorwaarde dat je dan mikt op het hoge niveau van de lidstaten met de meeste bescherming) en aan eerlijkere concurrentie binnen en tussen EU-lidstaten. Ook stelt Den Haag dat het voorstel binnen de bevoegdheden van de EU blijft. Voor Nederland, dat naar EU-maatstaven al een relatief hoog minimumloon heeft, hoeft er niet veel te veranderen. Het gaat er vooral om welke criteria expliciet een rol bij de afweging moeten spelen.

Op de foto: Johan Barnard

 

Toch geeft de Nederlandse regering de voorkeur aan een niet-bindende aanbeveling van de Europese Raad boven het (bindende) richtlijnvoorstel van de Europese Commissie, omdat die naar haar mening ook zou kunnen werken. Ons beeld is echter dat uitvoering van niet-bindende instrumenten vaak erg tegenvalt, juist in situaties waarin concurrentieverschillen een rol spelen. Als het Nederland ernst is met vermindering van oneerlijke concurrentie tussen werknemers op de interne markt, lijkt een richtlijn ons daarom veel beter.

 

EU en pensioen

De Europese Commissie komt dus ook nog met een actieplan om de overige beginselen uit de Europese Pijler van Sociale Rechten invulling te geven. Beginsel 15 hieruit gaat over inkomen van ouderen en pensioenen en luidt:

 

Werknemers en zelfstandigen hebben bij pensionering recht op een pensioen dat in verhouding staat tot hun bijdragen en een passend inkomen vormt. Vrouwen en mannen hebben gelijke mogelijkheden om pensioenrechten te verwerven.

Iedereen heeft op oudere leeftijd recht op middelen die een waardig leven mogelijk maken.

 

In 2019 wees een door de commissie ingestelde expertgroep al op het belang van aanvullende collectieve pensioenen en de positieve rol van sociaal overleg. Daar kwam afgelopen september bij dat de commissie in haar actieplan voor de Kapitaalmarktunie aangaf dat wanneer pensioenvoorzieningen ook kapitaalgedekt zijn (zoals Nederlandse pensioenfondsen), hun investeringen een belangrijke rol kunnen spelen voor de financiële stabiliteit in Europa. De commissie stelt bijvoorbeeld een ‘dashboard’ voor, waarmee de kwaliteit van nationale pensioenstelsels per lidstaat kan worden vergeleken. Daarnaast bepleit de commissie de invoering van nationale pensioenregisters in alle lidstaten en wil ze verder onderzoek naar methoden om deelname aan collectieve pensioenen te vergroten, waaronder ook auto-enrollment. Hierbij worden werknemers door hun werkgever automatisch opgegeven als deelnemer van een pensioenfonds, tenzij zij zelf expliciet ervoor kiezen dat niet te willen.

Op de foto: Wilfried Mulder

 

In het actieplan zal waarschijnlijk op deze ideeën worden voortgebouwd. In lidstaten met ontoereikende pensioenstelsels moet er veel gebeuren om Europese burgers toegang tot een goed pensioen te geven, zoals beginsel 15 vraagt. Natuurlijk kunnen er ook vragen over het Nederlandse pensioenstelsel opkomen. Hoewel ons land één van de beste pensioenstelsels ter wereld heeft, zijn er ook in Nederland nog groepen die minder goed worden bereikt. Denk aan ‘witte vlekken’ (werknemers van bedrijven die niet zijn aangesloten bij een pensioenregeling), zzp’ers en tot op zekere hoogte vrouwen. Het is in de toekomst dus mogelijk dat de uitwerking van beginsel 15 ook voor Nederland tot verplichtingen leidt. Als dat echte problemen in Nederland helpt oplossen, pleiten we voor een pragmatische en zakelijke afweging. Daarnaast geeft dit verdere invulling aan de opwaartse sociale convergentie waar de regering bij aanhaakt voor het voorstel over minimumlonen.

 

Dat brengt ons tot de conclusie. Nederland kent in vergelijking tot andere lidstaten een behoorlijk minimumloon en een goed pensioenstelsel. De Europese Commissie probeert binnen haar mogelijkheden voorwaardenscheppend te zijn en veel vrijheid aan de lidstaten te laten, maar toch vooruit te komen met een opwaartse sociale convergentie. Wij bepleiten dat Nederland pragmatisch daarop inspeelt en meewerkt aan dit soort nieuwe Europese spelregels. Natuurlijk moeten die spelregels het Nederlandse pensioenstelsel niet aantasten. Maar dat hoeft ook niet. Zeker niet met eenzelfde genuanceerde aanpak van de commissie als bij het minimumloon. En uiteraard gunnen we alle Europese burgers een fatsoenlijk pensioen.

 

Uiteindelijk is het belang van Nederland het best gediend met goede en rechtvaardige economische verhoudingen in de hele EU, die voorkomen dat we vast blijven zitten in de huidige discussies over solidariteit tussen lidstaten of de nadelen van een transferunie.

 

Wilfried Mulder is strategisch beleidsmedewerker bij APG en Johan Barnard is Head International Public Affairs bij APG