'Duurzaamheid hoeft niets te kosten'

'Duurzaamheid hoeft niets te kosten'

Gepubliceerd op: 6 november 2020

Stormloop op eerste corona-obligatie EU, kopte het Financieel Dagblad op woensdag 21 oktober. APG was een van de kopers van deze ‘social bond’. Waarom deed APG hieraan mee? Wat is de aantrekkingskracht van sociale c.q. groene obligaties?

Sandor Steverink, Head of Treasuries bij APG, over rendement versus duurzaamheid, het toenemend belang van duurzame obligaties en de logica van beleggen tegen een negatieve rente.  

 

Met haar SURE-programma (de term staat voor Support to mitigate Unemployment Risks in an Emergency) wil de EU in totaal 100 miljard euro aan leningen ophalen om aan de lidstaten te verstrekken. Met als doel hen te ondersteunen bij hun inspanningen om bedrijven en hun werknemers tijdens de coronacrisis aan het werk te houden. De eerste pluk hiervan, ter waarde van 17 miljard euro, werd in oktober uitgegeven. De kopers van deze ‘sociale’ obligaties, waaronder APG, stonden in de rij: de uitgifte werd liefst veertien keer overtekend, een record.

 

APG kreeg uiteindelijk voor 170 miljoen euro toegewezen. Tevreden?  

“Mwah. We hadden ingeschreven voor ongeveer 500 miljoen euro. Normaal krijg je 50 tot 80 procent daarvan toegewezen. Nu was dat maar 30 procent. Gezien de enorme overtekening valt dat percentage nog mee: partijen die voor de lange termijn beleggen, zoals wij, krijgen relatief wat meer obligaties toegewezen, omdat zij die obligaties niet meteen weer op de markt gooien.”

 

Waarom belegt APG eigenlijk in deze obligaties?

 “Omdat ze maatschappelijk verantwoord zijn. Daarnaast hebben we ze ook getoetst - zoals we dat bij alle obligaties doen - op de factoren rendement, risico en kosten. Hieruit bleek dat deze belegging interessant was. Daarin waren we niet de enige, gezien die massale belangstelling. Die grote interesse had ik ook wel verwacht, deze sociale obligaties leveren relatief gezien een beter rendement op dan staatsobligaties van triple A-rated landen als Nederland en Duitsland. Ze zijn goed verhandelbaar en ze zijn, als we kijken naar het kredietrisico, veilig: de EU zal niet snel omvallen. Bovendien heeft de EU voor dit SURE-programma een soort stroppenpot aangelegd waarin 25 miljard euro zit; een garantie die beleggers extra zekerheid biedt.”

  

Hoe belangrijk zijn groene en sociale obligaties voor APG?

“Die worden voor ons en onze klanten steeds belangrijker. We hebben nu zo’n 9 miljard euro belegd in groene obligaties, dat was in 2016 nog geen twee miljard. En 1 miljard euro in sociale obligaties. In onze beleggingen gaan wij uit van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties. Beleggen in groene en sociale obligaties - die beide vallen onder de noemer duurzame obligaties - past daar goed in. Waarbij we ons eigen classificatiesysteem hanteren om te toetsen of de claim van sociaal of groen wel klopt.”

 

Hanteert iedere grote belegger zijn eigen duurzaamheidstoets?

“Nee, de meeste institutionele beleggers hebben genoeg aan het stempel dat de uitgevende partij erop plakt op basis van de algemene richtlijnen en principes. APG is al in 2007 begonnen met het opbouwen van een eigen afdeling die zich richt op duurzaam beleggen. Daar zit inmiddels enorm veel kennis. Aan de hand van onze eigen richtlijnen kunnen we dus goed meten in welke mate een belegging ook echt duurzaam is.”

 

Eisen de klanten van APG dat jullie zo veel mogelijk duurzaam beleggen? Of kijken ze vooral naar rendement?

“Allebei. We hebben continu nauw overleg met de pensioenfondsen waarvoor wij beleggen. Wij willen vooroplopen in duurzaam beleggen, omdat we net als onze klanten de voordelen hiervan inzien. Zij willen dat een steeds groter deel van hun pensioenvermogen verantwoord wordt geïnvesteerd, wordt belegd met impact. Zo wil ABP in 2025 20 procent van het vermogen belegd hebben in Duurzame Ontwikkelingsdoelen, waaronder deze SURE-obligaties. Maar dat kan natuurlijk net zo goed gaan om duurzame aandelen, duurzame sociale woningbouw of om een windmolenpark.”

Duurzaamheid hoeft niets te kosten

Terug naar de SURE-obligaties. Die 170 miljoen euro bestaat voor een deel uit twintigjarige obligaties met een rendement van 0,13 procent en tienjarige obligaties met een rendement van -0,24 procent. Waarom niet gekozen voor alleen obligaties met een positief rendement?

“Die vraag krijg ik vaker. Wij kijken niet alleen naar het rendement. Als wij als obligatiebelegger alleen maar voor positief renderende obligaties zouden kiezen, zou ook het risico van die portefeuille toenemen. De kunst is om hoogrisicobeleggingen, vaak met een wat hoger rendement, te combineren met een minder risicovolle belegging. Op portefeuilleniveau creëer je dan een betere verhouding tussen risico en rendement. We beleggen voor de lange termijn met een gebalanceerde afweging tussen risico en rendement.”

 

Diversificatie loont?

“Zeker. Vergeet ook niet dat we obligaties meestal niet voor de hele looptijd aanhouden. We verkopen soms tussentijds, bijvoorbeeld als de obligatiekoers daar aanleiding toe geeft, of als we betere alternatieven zien. Van die 170 miljoen euro aan SURE-obligaties hebben we overigens het overgrote deel, namelijk negentig procent, belegd in twintigjarige obligaties, die dus positief renderen.”

 

Krijgen alle EU-landen nu een deel van de opbrengst van deze SURE-obligaties?

“Nee, niet allemaal. Minus het Verenigd Koninkrijk hebben we nu 27 lidstaten. Daarvan hadden er vijftien ingeschreven op deze obligatie, vooral landen uit Oost- en Zuid-Europa. Nederland niet, wij kunnen namelijk zelf goedkoper lenen, omdat we zo hoog scoren op kredietwaardigheid. Net als Duitsland.”  

 

Als bij een mogelijke belegging kosten en risico gemiddeld zijn, moet u als portfoliomanager dus kiezen tussen duurzaamheid en rendement. Wat laat u dan prevaleren?

“Oftewel, mag duurzaamheid wat kosten? Dat hoeft eigenlijk niet. En de twee kunnen ook prima samengaan. Maar die keus kan wel voor een spanningsveld zorgen. Soms is de afweging makkelijk. Zo kochten we drie jaar geleden voor zo’n 700 miljoen euro aan Franse, groene obligaties. Die hadden toen een hoger rendement dan een gewone Franse staatsobligatie én ze waren dus groen. Dat was voor ons een no-brainer. Maar nu levert een groene obligatie steeds vaker een relatief wat lager rendement. Dan gaan we toch eerder voor een alternatief met een hoger rendement. We zijn geen liefdadigheidsinstelling, we willen de aan ons toevertrouwde pensioenvermogens prudent beleggen.”

Uiteindelijk zorgen deze sociale obligaties ook voor meer welvaart

Deelnemers kunnen redeneren dat hun pensioeninleg via deze sociale EU-obligatie wordt ingezet om de zwakke broeders in de EU te steunen…

“Nou, dat is ook het geval. Maar zo zit de wereld nou eenmaal in elkaar.  Uiteindelijk zorgen deze sociale obligaties ook voor meer welvaart. Het is niet zo dat Europese landen met de laagste kredietwaardigheid de zwakste schakel zijn, die de sterkte van de totale ketting bepalen. Door binnen de EU goed samen te werken, ben je samen juist meer dan de som der delen. Waarbij de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Dat zie je ook terug in de ratings. De EU als geheel heeft een hogere rating dan het gemiddelde van de afzonderlijke EU-landen.”  

 

Hoe weet u als portfoliomanager zeker of het geld van APG via duurzame obligaties ook daadwerkelijk sociaal of groen besteed wordt?

“Als je als land of bedrijf geld wilt lenen via een duurzame obligatie, moet je van tevoren al aangeven voor welke projecten je het wilt gaan gebruiken. Zo haalde Nederland vorig jaar een kleine zes miljard euro op met een eerste groene obligatie. De staat moet dan verantwoording afleggen aan de beleggers. Zo weten we dat de opbrengst onder meer bestemd was voor de bouw van de megagrote fietsenstalling in Utrecht, de versterking van de Afsluitdijk en een proef met het isoleren van huurwoningen in Hengelo. Als belegger wil je maximale transparantie. Je wilt weten, en dat is les 1 voor iedere belegger, waar je precies in belegt. Gelukkig hoeven wij als obligatiebelegger niet zelf alle projecten te checken of de opbrengst van de obligatie ook echt naar die projecten gaat en kunnen we gebruikmaken van de verantwoordingsplicht van het land of bedrijf.”

 

En wat als zo’n groene belegging na controle toch grijs blijkt te zijn?

“Als je die beloftes niet nakomt, heb je wel een probleem en dan zien we deze beleggingen niet meer als duurzaam. Ik denk dat het met name slecht zou zijn voor je reputatie. Maar bij mijn weten zijn er nog geen voorbeelden, maar ik sluit zeker niet uit dat die er niet gaan komen.”

 

Wat zijn de effecten van al dat duurzame beleggen op uw eigen gedrag?  

“Haha, dat gaat ongemerkt best ver. We hebben laatst zonnepanelen op ons dak laten leggen. En ik heb steeds meer moeite om de open haard aan te steken. Ik denk dat de meeste mensen nu wel zo’n transformatie doormaken. Wat we wereldwijd ook terugzien in de groei in duurzaam beleggen. Een goede ontwikkeling. We leggen de duurzaamheidslat met z’n allen steeds hoger.”

Gepubliceerd in deze collectie(s)

Verantwoord beleggen

Collectie in Duurzaamheid, Lange termijn beleggen