Financiële markten
Sluiten

Navigeer snel in deze serie:

Sluiten

Deel deze serie:

Financiële markten

Trump. China. Brexit. Corona. Tal van ontwikkelingen hebben invloed op de financiële markten – en onze pensioenen. Maar hoe groot is die impact eigenlijk? Wat merken we concreet van financiële voorspoed of tegenslagen? En wat betekenen kortetermijnontwikkelingen voor de lange termijn? Alles over financiële markten vind je hier.

Thema
Lange termijn beleggen
Collectie inhoud
34 Publicaties

“Belegt een aap net zo goed als een belegger?”

Gepubliceerd op: 23 september 2021

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: chief economist Thijs Knaap over de vraag of je met actief beleggen de markt kunt verslaan. “Als particuliere belegger niet. Maar als pensioenfonds bevind je je in een fundamenteel andere positie.”

Geef een geblinddoekte aap wat dartpijltjes, laat hem een behoorlijk aantal worpen doen op de beurspagina van de krant, en er ontstaat een aandelenportefeuille die even goed rendeert als een professioneel samengestelde portefeuille. Met die bewering heeft Princeton professor Burton Malkiel in 1973 willen zeggen dat aandelenkoersen een willekeurig en onvoorspelbaar verloop laten zien. Met andere woorden, afwijken van de aandelenindex door in specifieke aandelen uit die index te beleggen – een actieve beleggingsstrategie dus – levert geen extra rendement op zonder extra risico. En heeft dus geen zin.


Snijdt deze claim hout? Ja, zegt Knaap, voor de particuliere belegger waarschijnlijk wel. Betekent dit dat een pensioenfonds zijn hele vermogen ook beter in de index kan beleggen? Nee, zegt de econoom, want een pensioenfonds bevindt zich in een fundamenteel andere positie. Onder andere omdat het beleggingsmogelijkheden heeft waarvoor schaalgrootte, professionele kennis en zitvlees nodig is. Dit soort beleggingen, waartoe een particuliere belegger geen toegang heeft, vormen voor pensioenfondsen een bron van extra rendement.   


Enige slimme belegger
Knaap: “Malkiel had gelijk, in die zin dat het zogeheten stock picking voor een particulier geen zin heeft. Je bent namelijk niet de enige slimme belegger die een onderneming analyseert en op basis daarvan het koersverloop van dat aandeel probeert te voorspellen. Informatie is meestal wel in de prijzen verwerkt – de koersen weerspiegelen de verwachtingen. Met die aanname is het niet mogelijk om als particuliere belegger de markt te verslaan met actief beleggen. In dat geval kun je beter beleggen in de hele aandelenindex. En dat kan tegenwoordig met goedkope index-trackers.”


Er is echter een wereld van verschil tussen beleggen in aandelen als particulier en als pensioenuitvoerder, die voor zijn klanten een totaal vermogen van 620 miljard euro beheert. Ten eerste omdat een pensioenfonds zijn beleggingen moet afstemmen op de
(betalings-)verplichtingen aan deelnemers, een proces dat asset-liability management wordt genoemd.


“Als je de spreekwoordelijke aap laat beleggen in aandelen, is de keuze om alleen in aandelen te beleggen al gemaakt. Maar wíl je überhaupt in aandelen beleggen, en zo ja voor hoeveel? Twee derde van onze beleggingsportefeuille bestaat uit andere beleggingscategorieën. Bijvoorbeeld obligaties, onroerend goed, grondstoffen, infrastructuur en leningen aan bedrijven. Als pensioenfonds moet je bepalen in wélke categorieën je wilt beleggen, en in welke verhoudingen. Op zo’n manier dat je aan elke deelnemer op het juiste moment het juiste pensioenbedrag kunt uitkeren. Dat vereist veel analyse, want het is best complex en er is niet één juiste methode.”


Geen lijstjes

Een pensioenfonds verschilt óók van een particuliere aandelenbelegger omdat het een betere informatiepositie heeft, en omdat deelnemers meer verwachten van hun fonds dan alleen een marktconform rendement.


Knaap: “We spreken de bedrijven waarin we beleggen aan op duurzaamheid en goed ondernemingsbestuur – onder andere door te stemmen op aandeelhoudersvergaderingen en eventuele misstanden aan de kaak te stellen. Zo kennen we bedrijven als aandeelhouder, gesprekspartner, en ook nog vanuit de schuldmarkt. En datzelfde geldt voor hun concurrenten. Ten opzichte van de particuliere belegger beschik je daardoor vaak over betere informatie en kun je betere analyses uitvoeren. Dat brengt uiteraard ook kosten met zich mee, maar op die manier denken we de benchmark – de index – te verslaan. En als je het over een langere periode bekijkt, doen onze aandelen- en bedrijfsobligatiebeleggers dat ook, met een ruime marge.”


De derde, misschien wel meest fundamentele reden waarom je APG niet kunt vergelijken met een particuliere belegger: een belegger van deze omvang kan beleggen in assets die voor de particulier geen optie zijn. Knaap: “In beleggingsklassen als infrastructuur en leningen aan bedrijven kun je alleen beleggen als je daarvoor genoeg vermogen hebt. Naast schaalgrootte moet je ook de vereiste kennis hebben om erin te kunnen investeren. Voor bepaalde assets, in China bijvoorbeeld, moet je flink wat lokale kennis hebben. Van dat soort beleggingen zijn geen lijstjes om uit te kiezen, zoals bij een aandelenbeurs. Je moet er echt naar op zoek. Ons belang in de joint venture met KPN voor de uitrol van glasvezel, is pas een asset op het moment dat we die joint venture samen met KPN hebben opgericht. Maar daar gaat een heel proces aan vooraf. En daarvoor stuur je geen aap naar Rotterdam.”


Snel verkopen

Knaap vervolgt: “In dergelijke assets beleg je bovendien voor de lange termijn. Dit soort illiquide beleggingen verkoop je niet zomaar van de ene op de andere dag. Als pensioenfonds ben je bij uitstek in de positie om voor een lange periode in een bepaalde asset te beleggen. Juist in de markten waar dat geduld nodig is, zien we op dit moment de beste mogelijkheden. Als pensioenbelegger versla je de index dus ook door te investeren in de meer illiquide, minder toegankelijke markten. Liquide markten, zoals de aandelenmarkt, hebben nog steeds wel een functie, want je hebt ook behoefte aan assets die je zo nodig snel kunt verkopen. Maar voor grote pensioenfondsen is actief beleggen in illiquide assets op dit moment een belangrijke bron van rendement. En daarmee zijn hun deelnemers uiteindelijk dus beter af.”

Volgende publicatie:
“Blijft de AEX records breken of is het eind in zicht?”

“Blijft de AEX records breken of is het eind in zicht?”

Gepubliceerd op: 10 september 2021

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: chief economist Thijs Knaap over de stormachtige ontwikkeling van de AEX. “De 800-puntengrens is een goed moment om je achter de oren te krabben.”

Aandelen zijn nog nooit zo duur geweest. De AEX bereikte op maandag 6 september nét niet de ‘magische’ grens van 800 punten. Is equity te prijzig geworden? Dat valt mee, zegt Knaap, want de koersen weerspiegelen de goede resultaten van het Nederlandse bedrijfsleven. Bovendien zijn andere beleggingsklassen óók duur. Dus er is weinig om naar uit te wijken. Maar dat de AEX niet naar beneden kan, is te veel gezegd. “Is er een manier waarop dit uit de hand kan lopen? Ja, als spaarders weer massaal de markt verlaten. Er is best een kans dat we achteraf zeggen: deze waarderingen waren te hoog.”

Ongeschonden
Die 800-puntengrens is een goed moment om te markeren waar we staan en ons achter de oren te krabben, volgens Knaap. “Voor APG als belegger is de AEX niet zo heel relevant. We beleggen wereldwijd, dus we richten ons op de MSCI World Index. Maar de AEX is dit jaar met 27 procent gestegen en daarmee heeft hij het beter gedaan dan bijvoorbeeld de S&P500 en veel beter dan de MSCI Europe. Waarom? Omdat het met de Nederlandse economie best goed gaat – we zijn de pandemie redelijk ongeschonden doorgekomen. Daar komt bij dat technologiebedrijven veel gewicht in de schaal van de AEX leggen: ASML, ASMI, Adyen. Die bedrijven hebben het heel goed gedaan dit jaar. In die zin is de ontwikkeling van de AEX gewoon een weerspiegeling van de positieve Nederlandse bedrijfsresultaten.”

Toch is dat niet het hele verhaal. Want ook als je die mooie bedrijfsresultaten in beschouwing neemt, zijn de koers-winstverhoudingen – de aandelenkoers gedeeld door de winst per aandeel – van de AEX-bedrijven hoog. Zo’n hoge koers-winstverhouding kan twee dingen betekenen: het aandeel is overgewaardeerd, óf beleggers verwachten een grote winststijging. Van dat laatste lijkt geen sprake te zijn. Overgewaardeerd dus? Knaap: “Ik snap dat het goed gaat met de AEX-bedrijven, maar de huidige waarderingen zijn wel érg fors. Dat maakt toekomstige rendementsverwachtingen voor aandelen laag. Om te bepalen of een aandeel duur of goedkoop is, gebruik je als belegger in eerste instantie de koers-winstverhouding. Maar daarnaast speelt natuurlijk gewoon de kwestie van vraag en aanbod.”

Hard bewijs
En die vraag is duidelijk toegenomen, terwijl dat niet geldt voor het aanbod van aandelen. Volgens Knaap heeft dat te maken met een flinke toevloed van geld op de aandelenmarkten. “Centrale banken maken geen haast met het verkrappen van de geldhoeveelheid en tijdens de coronacrisis is door de steunmaatregelen het inkomen van veel mensen niet gedaald. Tegelijkertijd namen de mogelijkheden om geld uit te geven – vakantie, uit eten – af. Dat heeft geleid tot enorme spaaroverschotten. Sparen levert momenteel niks op, dus de aanname is dat veel van dat geld op aandelenmarkten is terechtgekomen. Hard bewijs heb ik er niet voor. Maar er is wel anekdotisch bewijs, bijvoorbeeld de problemen die veel mensen hadden om een beleggingsrekening te openen. Normaliter wordt een sterk stijgende vraag – en dus sterk stijgende prijzen – beantwoord met een aandelenaanbod door andere beleggers. Toch is dat nu maar gedeeltelijk het geval. Wat dat betreft was de recente paper van Ralph Koijen en Xavier Gabaix een eyeopener voor me. Zij betogen dat elke euro die nu naar de aandelenmarkt stroomt, de totale marktwaarde met 3 tot 8 euro doet stijgen. Een betrekkelijk kleine stijging van de vraag leidt dus tot een grote prijsstijging. De oorzaak van die buitenproportionele reactie is volgens Koijen en Gabaix dat grote institutionele beleggers – pensioenfondsen, verzekeraars, indexfondsen – tegenwoordig de markt domineren. Zij hebben een strategisch beleggingsplan uit te voeren, met vaste allocaties naar aandelen. Er moet een behoorlijke verschuiving in de prijs plaatsvinden, willen ze afstand doen van die stukken. Zo kan een kleine stijging van de vraag leiden tot een forse prijsstijging. Betrekkelijk kleine beleggers kunnen op die manier een relatief grote invloed op de aandelenmarkt hebben.”

En die relatief grote invloed is meteen het risico van de huidige situatie. Knaap: "Als dit model klopt, en de spaarders weer uit de aandelenmarkt willen, kan de markt weer net zo hard naar beneden bewegen – zonder dat het met de bedrijven slechter gaat. En dat geldt dus ook voor de AEX.”  

Volgende publicatie:
'Wereldeconomie werkt in ploegendienst'

'Wereldeconomie werkt in ploegendienst'

Gepubliceerd op: 28 juli 2021

Beleggingsspecialisten APG over trends en ontwikkelingen op de financiële markten

 

In de VS groeit de economie het snelst, China is over de piek heen en Europa zit nog in de heropeningsfase. De wereldeconomie groeit op verschillende snelheden. Wat doet én deed dat met beleggingen? En wat zegt het over het wereldwijde investeringsklimaat? Ieder kwartaal buigen economen en beleggers van APG zich over trends en ontwikkelingen op de financiële markten. In de Asset Management View delen ze hun visie.

 

Lees hier de laatste editie van AM View

Volgende publicatie:
“Boring is the new sexy”

“Boring is the new sexy”

Gepubliceerd op: 27 juli 2021

587 Miljard euro. Dat is het totaal belegd vermogen van APG wereldwijd (eind mei 2021). Doel: een goed pensioen in een leefbare wereld voor de deelnemers van de fondsen. De portefeuille is vanzelfsprekend breed. Van investeringen in windmolenparken in Zeeland tot aandelen in internationale hotelketens. En van veilige obligaties tot de wat meer fluctuerende handel in goud of soja. Wie zijn de mensen achter die beleggingen? Wat drijft ze? Welke keuzes maken ze? En waarom?

 

In deze aflevering: Herman Kleeven, hoofd Focus Equities.

 

De Focus Equities beleggingsportefeuille is sterk op de lange termijn gericht. Belangen in bedrijven worden in principe voor meer dan tien jaar genomen. Al bij de aftrap van het gesprek wordt duidelijk waarom Kleeven juist op deze plek zit. Scoringsdrang voor de korte termijn lijkt hem vreemd: hij gelooft in beleggen met een lange adem.  

“We worden soms te veel onder de druk van de korte termijn gezet,” vindt Kleeven: “Veel beleggers zéggen wel dat ze focussen op de lange termijn, maar de gemiddelde houdtermijn voor een aandeel is maar negen maanden. De financiële wereld bárst van de sprinters. Marathonlopers zie je betrekkelijk weinig.”

Dat die druk van de korte termijn ontstaat, is volgens Kleeven ook niet zo vreemd. “Beloningsstructuren zijn vaak ontworpen om op korte termijn resultaten te laten zien. Incentives worden meestal op jaarbasis gegeven. Daarmee creëer je sprinters. Met zo’n korte beleggingshorizon moet je het per definitie beter weten dan de rest, anders kun je de benchmark niet verslaan. Maar deze sector trekt de slimste mensen ter wereld aan. En die dénken het ook allemaal beter te weten dan de rest. Je gaat dus de competitie aan met de wereldtop op sprintgebied. Die versla je niet zomaar. Misschien is het dan beter om die competitie links te laten liggen. Misschien is het beter om je juist te richten op de marathon en te beleggen voor de lange termijn.”

 

Deze sector trekt de slimste mensen ter wereld aan. En die dénken het ook allemaal beter te weten dan de rest”

From good to great
Die ‘marathon’ loopt het Focus Equities team door voor een periode van minimaal tien jaar grote belangen te nemen in een beperkt aantal middelgrote, beursgenoteerde ondernemingen. Bij voorkeur voor meer dan 5 procent van het aandelenkapitaal. Met deze bedrijven gaat het team regelmatig diepgaand in gesprek en bouwt het een langetermijnrelatie op. Om ze van ‘good to great’ te laten bewegen, zoals Kleeven het noemt – onder andere op het vlak van duurzaamheid.

Kleeven: “We zien onszelf meer als betrokken eigenaar dan als vluchtige aandeelhouder. We hebben momenteel posities in 25 Europese bedrijven en in 17 bedrijven buiten Europa. Op termijn willen we een portefeuille hebben met de mooiste 50 middelgrote bedrijven wereldwijd. Bij elk bedrijf willen we tot de grootste tien aandeelhouders behoren, want dan zit je aan tafel en kun je meedenken met het management. Ons gemiddelde belang in deze bedrijven bedraagt ongeveer een half miljard euro.”

 

Niet activistisch
Die diepgaande kennis en het nauwe contact met de leiding van het bedrijf, is een vorm van risicobeheersing, legt Kleeven uit. “Normaal gesproken doe je dat door je investeringen te spreiden over een groot aantal bedrijven. Ons risicomanagement is juist gebaseerd op het kléine aantal namen, omdat het ons in staat stelt om heel veel over die bedrijven te weten te komen en de vinger aan de pols te houden.”

Het Focus Equities team volgt geen activistische beleggingsstrategie voor de korte termijn, waarbij een slechtlopend bedrijf op een soms best agressieve manier wordt gedwongen voor de snelle winst te gaan. Bijvoorbeeld door ontslagen of desinvesteringen af te dwingen. “We begínnen niet eens aan ondernemingen waarmee het structureel niet goed gaat. We richten ons echt op spelers die een marktleiderspositie hebben binnen een bepaalde industrie en een gezonde voedingsbodem voor duurzaamheid. Die leiderspositie proberen we vervolgens verder te verstevigen. De kans dat dit lukt, is groter wanneer een bedrijf focust op zijn kernactiviteiten. Conglomeraten mijden we daarom.”

Als je de lijst van ondernemingen bekijkt waarin Focus Equities belegt, vind je daar geen explosief groeiende disruptive technology start-ups terug. Eerder ietwat ‘degelijke’ bedrijven met een bewezen bedrijfsmodel, zoals Arcadis, JCDecaux (bushokjes, billboards) en Tomra (emballagemachines). Dat geldt ook voor de recente beleggingen in WD-40, Vestas (windturbines) en MSA Safety (veiligheidsmaterialen zoals brandweerhelmen en ademlucht apparatuur). En dat is geen toeval, beaamt Kleeven.

Als het nodig is, blaffen we niet alleen, maar bijten we ook”

Half miljard euro
“Wij houden van degelijke, bijna saaie bedrijven met een bepaalde voorspelbaarheid. Dat moet ook, want we wijken met Focus Equities behoorlijk af van de benchmark. Als je duizend bedrijven in je beleggingsportefeuille hebt en er mislukken er één of twee, dan kan je portefeuille dat hebben. Bij een portefeuille met een beperkt aantal bedrijven kun je je dat niet permitteren. Risicovolle bedrijven laten we dus links liggen.” Lachend: “Boring is the new sexy.”

Dat er bij deze bedrijven een voedingsbodem voor duurzaamheid aanwezig is, zie je terug in de uitstootcijfers van de beleggingsportefeuille. Wereldwijd is de CO2-uitstoot van de portefeuille 67 procent lager dan die van de benchmark. De CO2-uitstoot van de Europese portefeuille is maar liefst 82 procent lager dan die van de benchmark. En van alle beleggingen levert 36 procent van de bedrijven een bijdrage aan het bereiken van de UN Sustainable Development Goals (SDG’s).

Als je een half miljard euro in een onderneming belegt, ga je uiteraard niet over één nacht ijs. Naast alle criteria zoals concurrentiepositie, voldoende rendement voor de pensioenfondsklanten, financiering en focus op kernactiviteiten, maakt het Focus Equities team ook gebruik van expertise búiten het team. Bijvoorbeeld van APG’s GRIG-team (Global Responsible Investment and Governance team), lokale advocaten (voor een kritische blik op de statuten van de onderneming), industrie-experts, een forensisch accountant en strategieconsultants.  

 

 

 

In de ogen kijken
Als alle seinen op groen staan, gaat het team in gesprek met de onderneming. “Ik wil de raad van bestuur in de ogen kijken. Maar ook de raad van commissarissen, want die toetst of het management de ondernemingsstrategie op de juiste manier uitvoert.”

Leidt zo’n gesprek er wel eens toe dat het team van de belegging afziet? “Het gebeurt regelmatig dat we daarna toch afhaken. Het is ook wel eens voorgekomen dat we op ons verzoek om te komen praten, als antwoord kregen ‘maar we hebben al aandeelhouders’ of ‘we hebben elkaar vijf jaar geleden toch al gesproken?’ Kijk, als het al zó moeilijk is om in gesprek te komen, dan hebben wij er geen vertrouwen in dat we een langetermijnrelatie met zo’n onderneming kunnen opbouwen. Het is inherent aan zo’n relatie dat je regelmatig met elkaar praat.”

Ook als de indruk ontstaat dat de betreffende onderneming geen open kaart speelt of dat haar principes alleen op papier bestaan, haakt het team af. Kleeven: “Bovendien willen we niet dat onze opdrachtgevers negatief in het nieuws komen. Voor twijfelgevallen hanteren we een vrij simpel principe, de blush test: als we het niet aan onze kinderen kunnen uitleggen zonder te blozen, moeten we er niet in beleggen.”

 

Handschoenen uit
In de regel vinden de gesprekken met het management een paar keer per jaar plaats. De discussie richt zich daarbij in principe altijd op de langetermijnvooruitzichten van de onderneming. Doorgaans verlopen die ontmoetingen in een goede sfeer. Maar het knalt ook wel eens in de bestuurskamer. Bijvoorbeeld die keer dat een onderneming In de Focus Equities portefeuille een potentiële overnameprooi werd. Kleeven: “Op een gegeven moment werd de onderneming benaderd door een potentiële bieder. Maar omdat de overnemende partij het management niet aanstond, hebben ze die toenadering afgewezen. Vervolgens zijn ze op zoek gegaan naar een white knight, waarvan ze een laag bod hebben geaccepteerd. Er zijn toen veel grenzen overschreden, onder andere doordat het management deze white knight toegang tot de boeken had gegeven. Op die manier kreeg dat bedrijf een kennisvoorsprong. Voor ons was dat onacceptabel. Wij wilden sowieso niet dat het bedrijf overgenomen zou worden. En al helemaal niet tegen die prijs. Wij wilden dat de onderneming voor de lange termijn waarde zou creëren, ten gunste van de pensioendeelnemer. Dat is een heel serieuze aanvaring geworden. Onze gesprekken met het management destijds waren niet vriendelijk. Dan gaan de handschoenen uit. Voor de ondernemingen waarin we beleggen, zijn we normaliter een bevriende partij. Maar we zijn er wel voor de deelnemer. Dus als het nodig is, blaffen we niet alleen, maar bijten we ook. Door bijvoorbeeld de publiciteit te zoeken, maar ook in juridische zin. Gelukkig is dat laatste nog nooit nodig geweest. Die overname bleek uiteindelijk onafwendbaar, maar we hebben er toen wel voor gezorgd dat het overnamebod tot drie keer toe is verhoogd.”

Volgende publicatie:
Particulier beleggen is immens populair. Leidt dit tot een nieuwe 'zeepbel'?

Particulier beleggen is immens populair. Leidt dit tot een nieuwe 'zeepbel'?

Gepubliceerd op: 8 juli 2021

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: Chief Economist Thijs Knaap over de kans op een (barstende) zeepbel door de stijgende populariteit van beleggen.

 

Beleggen is hot. Het aantal Nederlanders dat geld belegt, nam in 2020 met ruim een kwart toe. De grootste stijging sinds de jaren ’90. Veel jonge, vaak onervaren beleggers betreden de beurs via smartphone-apps van online brokers. En dat is niet zonder gevaar, vinden sommigen. Zoals de Amerikaanse topbelegger Jeremy Grantham. Hij stelde eerder dit jaar: “Particuliere beleggers hebben een historische zeepbel gecreëerd die waarschijnlijk nog vóór mei zal barsten.” Een zeepbel zoals rond de eeuwwisseling (de zogenoemde dot-com bubble), toen particuliere beleggers massaal in internetbedrijfjes investeerden en daarmee de aandelenprijzen tot recordhoogten dreven. Tot de koersen in 2000 plots in elkaar stortten. Waarop de economische groei wereldwijd terugviel. Hoewel mei achter ons ligt, blijft de vraag: is de kans op zo’n barstende zeepbel alsnog reëel?

 

Permanente effecten

Thijs Knaap is terughoudend met termen als bubble of zeepbel. “Voordat je het daarover kunt hebben, is het van belang om te snappen waar die toename van retailbeleggers (particuliere beleggers, red.) vandaan komt. Dat zit hem in drie factoren. Allereerst zijn de mogelijkheden voor de particulier om ‘even’ te beleggen groter geworden. Zowel qua gemak (via eenvoudige en handige apps) als qua kosten (ook in Nederland heb je partijen waarbij je transacties gratis kunt doen). Tweede factor is de coronapandemie: mensen zitten thuis, hebben soms geld over en de tijd om daar iets mee te doen. En zijn dus gaan beleggen. Derde reden van de groeiende populariteit is de lage, soms zelfs negatieve rente. Sinds 1 juli moet je bij sommige banken iets betalen om te sparen. Dat jaagt mensen naar de markt. Een aantal van deze factoren blijft nog wel een tijd – of voorgoed – bij ons. Die technologie, die laagdrempeligheid van beleggen, gaat niet meer weg. Van de lage spaarrente zijn we waarschijnlijk de komende jaren ook nog niet af. De vraag naar aandelen blijft dus groeien. Dit zijn permanente effecten, dus wat dat betreft lijkt van een hausse, waar iedereen na corona massaal uit zou stappen en niet meer terugkomt, geen sprake. Structurele veranderingen verklaren een groter deel van de beweging.”

 

Andere type beleggers

Máár: daarmee is de kous volgens Knaap toch niet helemaal af: “Particulieren zijn andere types dan grote beleggers. Ze beleggen over het algemeen risicovoller. Je ziet bijvoorbeeld dat ze veel in individuele aandelen zitten en geen gespreide portefeuille hebben. En callopties zijn populair, die snel meer waard worden als het aandeel omhoog gaat, maar niks waard zijn als het aandeel daalt. Als je dit soort beleggers erbij krijgt, gebeurt er van alles. Zeker in een tijd waarin mensen elkaar vinden op internetfora en daar kunnen afspreken om en masse aandelen van een bepaald bedrijf te kopen en zo de prijs op te voeren. Zelfs als het bedrijf dat eigenlijk niet waard is. Dat zag je dit jaar bij het verlieslatende GameStop en het failliete Hertz. Door gebundelde krachten lukte het honderdduizenden beleggers de prijs extreem op te voeren. Dat is problematisch, en het mag ook niet helemaal. Feitelijk is het marktbedrog, maar doe er maar eens wat aan als er zo’n bataljon mensen achter zit.”

Toch vertrouwen

Particulieren die elkaar opjutten, aandelenprijzen die worden opgedreven terwijl het bedrijf niet veel waard lijkt; zijn dit dan die typische bubbles waar zorgen over zijn? “De ontwikkelingen rondom deze beleggingen – memestocks worden ze ook wel genoemd – hebben inderdaad karaktertrekken van een zeepbel”, zegt Knaap. “Maar het gaat niet helemaal op. Bij de dot-comcrisis zag je dat de koers van het aandeel uiteindelijk helemaal kelderde toen een groot deel van de mensen uitstapte. Bij zowel GameStop als Hertz zie je dat de waarde van het aandeel nu nog steeds en consistent veel hoger is dan in het begin. Mensen lijken dus echt vertrouwen erin te hebben dat het bedrijf er iets goeds mee doet. En door de opeens goedkope financiering krijgt het bedrijf ook de kans zichzelf opnieuw uit te vinden.”

 

Markt opblazen

Terug naar de vraag: stevenen we door de groeiende populariteit van beleggen (weer) af op een zeepbel die gaat barsten? Knaap denkt van niet. Al benadrukt hij dat je het nooit helemaal met zekerheid kunt zeggen. “Ja, bij de genoemde voorbeelden en in sommige sectoren zie je inderdaad dat particulieren de prijs kunnen opdrijven. Maar dat kan alleen bij bedrijven die relatief klein zijn. Zij vormen maar een beperkt deel van de beurs. Bij de rest van de markt zie je dat niet. Het is veel lastiger om de hele markt op te blazen."

Volgende publicatie:
Belastingdruk

Belastingdruk

Gepubliceerd op: 8 juli 2021

Grote (tech)bedrijven betalen vaak minder belasting door het slim schuiven met winsten naar fiscaal vriendelijke landen. APG spreekt bedrijven als belegger al jaren aan op een verantwoord belastingbeleid en gaat de druk nu verder opvoeren. Alex Williams vertelt hoe.

 

Pas nog een latte macchiato gehaald bij Starbucks, iets online besteld bij Amazon Prime Day, een berichtje op Facebook geliket? Elk koffietje, elke online aankoop, elke klik levert deze drie bedrijven geld op, terwijl ze de belastingdruk op die verdiensten vervolgens kunnen verlagen. Grote bedrijven die wereldwijd actief zijn, weten de aanslag van de fiscus soms flink te drukken door hun winsten te verschuiven naar belastingparadijzen. De G7 – de club van zeven belangrijke industriële landen – wil dat tegengaan met een onlangs gesloten akkoord: multinationals moeten voortaan belasting betalen in de landen waar ze hun omzet hebben behaald, met een minimumtarief van 15%. Nu gaat jaarlijks wereldwijd 240 miljard dollar verloren door belastingontwijking, volgens de OESO, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling.      

APG gebruikt het belegd vermogen van bijna 600 miljard euro al jaren om invloed uit te oefenen op het belastingbeleid van grote bedrijven, aldus verantwoord beleggingsspecialist Alex Williams. Bovendien zullen die inspanningen de komende tijd fors worden opgevoerd. Dat sluit ook aan op de fiscale beginselen die ABP – de grootste aangesloten pensioenfondsklant – eind vorig jaar publiceerde. ABP wil niet alleen zélf verantwoord gedrag laten zien op belastinggebied, maar dat ook bevorderen bij de bedrijven waarin via haar pensioenuitvoerder APG wordt belegd. Het merendeel van de deelnemers is het daarmee eens, bleek uit onderzoek: 62% keurt belastingontwijking af en velen van hen vinden dat ABP niet moet beleggen in bedrijven die belasting ontduiken (51%) of ontwijken (32%). Het eerste is illegaal, het tweede legaal, maar vanuit maatschappelijk oogpunt ongewenst.  

De druk op bedrijven voor een eerlijke belastingafdracht (a fair share) zal de komende jaren dus alleen maar toenemen. Maar hoe pakt APG dat in de praktijk aan en hoe lastig is het, volgens Williams? 

 

Was je blij met het G7-akkoord?

‘Het is goed dat het belang van een verantwoord belastingbeleid nu veel aandacht in de pers krijgt en inmiddels op de radar van politiek en maatschappij staat. Daardoor komt het hoger op de agenda van het bedrijfsleven en kunnen wij er als belegger gemakkelijker naar vragen. Maar het fiscale beleid van multinationals staat al veel langer ter discussie: de OESO en de Europese Commissie spannen zich al jaren in om agressieve belastingplanning terug te dringen. Hun actieplannen en regels tegen het schuiven met winsten tussen de verschillende landen zijn minstens zo belangrijk als het G7-akkoord. Ook wij als belegger kijken altijd al naar het belastingbeleid van bedrijven, om ze daar zo nodig op aan te spreken.’

 

Wat vinden jullie als belegger fiscaal verantwoord gedrag en wat niet? 

‘Onze visie is dat bedrijven niet met hun winsten tussen landen moeten schuiven voor het laagste belastingtarief. Wij vinden dat bedrijven zich ethisch moeten opstellen, dat ze niet alleen naar de letter, maar ook naar de géést van de regels moeten handelen. Het is soms mogelijk om belasting te ontwijken, terwijl je tegelijkertijd de wet strikt naleeft. Maar dat het kán, betekent niet dat je het ook moet wíllen. Als belegger kijken we dus niet alleen of het bedrijf de fiscale regels netjes naleeft, maar spreken we ook een moreel oordeel uit over het belastingbeleid. Ook al omdat agressieve belastingplanning gepaard gaat met een reputatierisico, vooral bij consumentenbedrijven, zoals Starbucks. Negatieve verhalen in de krant kunnen het toekomstige rendement onder druk zetten. We willen ook dat bedrijven transparanter worden over hun belastingbeleid, nu is het vaak onduidelijk hoeveel belasting ze in elk land apart betalen.’   

 

Hoe spreken jullie bedrijven aan op hun belastingbeleid?

‘We maken een lijst van bedrijven met de laagste effectieve belastingdruk: dat is de betaalde belasting, gedeeld door de winst vóór belasting. Ruwweg in driekwart van de gevallen zijn er voor die lage belastingdruk bonafide redenen aan te voeren. Bij het overgebleven kwart vragen we bedrijven waarom ze zo weinig belasting betalen. We beginnen die dialoog bij de top, hoewel het belastingbeleid nog vaak een zaak is van de managementlagen eronder. Dat is een van de dingen die we willen veranderen: het belastingbeleid hoort bij een verantwoorde opstelling als bedrijf, daar moet het hoogste niveau dus bij betrokken zijn.’

 

Kun je een voorbeeld geven van die gesprekken?

‘We zijn bijvoorbeeld met een telecombedrijf in dialoog gegaan. Dat bedrijf had een vrij lage effectieve belastingdruk, waarvoor ze op zich een geldige reden hadden: ze hadden in verschillende landen verlies geleden. Maar er speelde ook een belastingkwestie in India die tot veel negatieve media-aandacht leidde. Het bedrijf heeft toen openheid van zaken gegeven: ze hebben een rapport gepubliceerd van negentig pagina’s waarin ze in één keer antwoord op alle vragen gaven. Dat laat zien waar druk van media en beleggers toe kan leiden. Een ander voorbeeld is een buitenlands mijnbedrijf. We hebben dat bedrijf vragen gesteld over de inzet van belastingparadijzen. Er was net nieuw management aangetreden, dat bleek een mooie katalysator voor verandering. Soms kun je als belegger dan ineens veel gedaan krijgen.’

 

En wanneer lukt het niet?

‘We hebben bijvoorbeeld ook gesproken met een softwareontwikkelaar, omdat we in onze eigen analyse geen goede reden konden vinden voor de lage effectieve belastingdruk. Eerlijk gezegd zijn we nog steeds niet 100% overtuigd door hun verklaring, dus daar is nog werk aan de winkel.’

 

Big Tech, big talks over het belastingbeleid?

‘Bij Big Tech-bedrijven spelen ook andere issues, en daar moeten we ons soms eerst op concentreren. Bijvoorbeeld rondom datagebruik en privacy. Maar ook over werknemersrechten en vakbondsvertegenwoordiging. Maar uiteindelijk zullen we ook de discussie aangaan over hun belastingbeleid. Bij sommige Big Tech-bedrijven doen we dat al.’

Werken jullie samen met andere grote beleggers?

‘Ja, met coalities van zo’n vier tot vijf gelijkgestemde beleggers kun je meer invloed uitoefenen. Dat geldt trouwens niet alleen voor verantwoord belastingbeleid, maar ook voor bijvoorbeeld duurzaamheid en sociale gelijkheid. Zo werken we samen met de Nederlandse pensioenuitvoerder MN en met Scandinavische beleggers. Misschien gaan we in de toekomst ook meer met Amerikaanse beleggers samenwerken, ja, nu de regering-Biden het belastingbeleid van multinationals op de agenda heeft gezet.’   

 

Stemmen jullie op aandeelhoudersvergaderingen wel eens tegen het belastingbeleid? 

‘Bedrijven zetten het belastingbeleid vaak niet op de agenda van de aandeelhoudersvergadering, dus dan kan er niet over worden gestemd. Ik verwacht dat dat in de toekomst gaat veranderen, ja. Als belegger kunnen we wél tegen de benoeming van de verantwoordelijke bestuurders stemmen, als een bedrijf zich op fiscaal gebied onwenselijk gedraagt.’         

 

Kan een niet-verantwoord belastingbeleid reden zijn om niet langer in een bedrijf te beleggen?

‘Dat zien we als het laatste redmiddel. Het liefst blijven we aandeelhouder, want dan kunnen we ons belang tenminste gebruiken om invloed uit te oefenen. Als we de aandelen verkopen, hebben we geen zeggenschap meer. Maar als niets blijkt te werken en we geen of onvoldoende verandering zien, kan het moeilijk worden om nog in zo’n bedrijf te blijven beleggen.’

 

Gaat een verantwoord belastingbeleid ten koste van het rendement? 

‘Agressieve belastingplanning om meer winst te kunnen rapporteren en aandeelhouders meer dividend uit te keren is een kortetermijnstrategie. Geen enkel bedrijf kan dat jaren volhouden. Er worden ook steeds meer mazen in de belastingwetten gedicht. Het is dus geen duurzaam model. Wij zijn een langetermijnbelegger: de resultaten die bedrijven op korte termijn behalen met een agressief belastingbeleid maken weinig verschil voor ons uiteindelijke rendement, terwijl de risico’s ervan groot zijn. Belasting ontduiken of ontwijken kan zich als een boemerang tegen bedrijven keren, in de vorm van boetes of reputatieschade. Ook in onze investeringsanalyse kijken we dus altijd hoe duurzaam het belastingbeleid is, want uiteindelijk levert dát het meeste rendement op. Het financiële en ethische perspectief vallen dus samen.’

 

Hoe intensief gaat APG bedrijven de komende jaren aanspreken op hun belastingbeleid en wat is daarvoor nodig?

‘Tot nu toe kijken we van bedrijf tot bedrijf naar de effectieve belastingdruk, het is een handmatig proces. Binnenkort gaan we dat automatiseren: zo kunnen we het belastingbeleid van al die duizenden bedrijven waarin we beleggen in één keer in kaart brengen en analyseren. We zijn inmiddels in gesprek met externe partijen die ons de data daarvoor kunnen leveren. Op basis daarvan kunnen we bedrijven gaan onderverdelen in achterblijvers en koplopers op het gebied van verantwoord belastingbeleid, net zoals we dat doen voor duurzaam en sociaal gedrag. Op die manier kunnen we de achterblijvers straks op grotere schaal aanspreken op hun belastingbeleid. We hebben daar inmiddels ook extra menskracht voor vrijgemaakt.’

 

Jeuken je handen?

Lachend: ‘Onze handen jeuken al heel láng. Nu we onze inspanningen van de afgelopen jaren opvoeren, kunnen we nog meer en gerichter invloed uitoefenen op bedrijven om fatsoenlijk belasting te betalen. De druk wordt steeds groter.’      

Volgende publicatie:
APG verzilvert helft portefeuille Spaanse huurwoningen

APG verzilvert helft portefeuille Spaanse huurwoningen

Gepubliceerd op: 1 juli 2021

In 2017 startte APG met de Spaanse partner Renta Corporación het bedrijf Vivenio, dat investeert in huurwoningen in grote Spaanse steden als Madrid en Barcelona. Een stabiele belegging, maar toch verkoopt APG nu de helft aan een Australische partner, pensioenfonds Aware Super. APG ontvangt hiervoor ruim 400 miljoen euro en investeert de helft daarvan weer in Vivenio voor verdere groei in kwaliteit en kwantiteit van de woningportefeuille. Aware Super investeert voor hetzelfde bedrag.

Vanuit APG is Rafael Torres Villalba, expert portfolio manager Vastgoed Europa, al sinds de start als een van de bestuurders nauw betrokken bij Vivenio.     

 

Waarom is APG vier jaar geleden gaan beleggen in Spaanse huurwoningen?

Torres Villalba: “Het is een aantrekkelijke groeimarkt. De Spaanse overheid heeft de bevolking in het verleden gestimuleerd om huizen te kopen. Dat is gelukt, ruim 80 procent van de Spaanse woningen is een koopwoning. In Nederland is dat ruim 55 procent. Maar de laatste jaren wil een groeiende groep Spanjaarden flexibeler zijn. Ze willen zich niet vastleggen, voor hun werk willen ze makkelijk kunnen verhuizen. En dan kun je je huis beter huren dan kopen. Omdat op dit moment nog geen 20 procent van alle woningen een huurwoning is, verwachten we daar nog veel groei. Daar komt bij dat, net als in Nederland, het aantal eenpersoonshuishoudens in Spanje snel stijgt; waardoor er simpelweg meer vraag naar woningen komt.”

 

Wat zijn voor APG de rendementen van deze beleggingen?

“Wat betreft de huuropbrengsten gaan we uit van 3 tot 4 procent cashrendement per jaar. Laag? Dat valt wel mee. Nu de rente zo extreem laag is, en we bijvoorbeeld op obligaties weinig verdienen, is dat een prima rendement. Daar komt ook nog een verwachte jaarlijkse herwaardering van het vastgoed bij. Daardoor komt deze belegging jaarlijks op een aantrekkelijk totaal rendement uit.”

 

Wat is eigenlijk de strategie van APG, als het gaat om beleggen in vastgoed? 

“We richten ons op een portefeuille van wereldwijde vastgoedbeleggingen die een voorspelbaar rendement biedt. Daarbij is verduurzaming van ons vastgoed topprioriteit. We investeren niet alleen in huurwoningen, zoals in Spanje, maar ook in winkelcentra, outlet centers, kantoren, distributiecentra, hotels en studentenhuisvesting.”

“Verduurzaming van ons vastgoed is voor ons topprioriteit”

Kan APG niet beter in Nederlandse huurwoningen beleggen, zodat onze gepensioneerden daar ook van kunnen profiteren?

“Dat doen we ook zeker. Bijvoorbeeld via ons belang in Vesteda, dat ruim 27.000 Nederlandse huurwoningen bezit. Maar voor de belangen van onze deelnemers is het verstandig als APG de beleggingsrisico’s zo goed mogelijk spreidt. Dat geeft nou eenmaal de meeste kans op een stabiel rendement op lange termijn. En daarbij hoort onder andere dat we wereldwijd in vastgoed beleggen, niet alleen in Nederland.”

 

Vivenio belegt in zo’n 6000 woningen. Zijn dat de wat duurdere huurwoningen, of ook sociale huurwoningen?

“Het is een mix. Spanje kent geen sociale huurwoningen zoals wij die in Nederland kennen. Voor een deel van de huurwoningen is de mogelijke huurstijging wel beperkt door de overheid, om de positie van de huurder te beschermen. Wij beleggen daar deels in, maar het grootste deel betreft woningen in het middensegment, met een gemiddelde huur van 840 euro per maand. Met uitschieters tot 1400 euro naar boven, en 400 euro naar beneden.”

 

Zijn dit relatief hoge huren voor Spaanse begrippen?

“Dat valt mee. In de grote steden wonen relatief veel hoogopgeleide mensen, met goede banen. In de meeste huishoudens werken beide partners, dus dan is zo’n huur goed te doen.” 

 

Wat doet APG als huiseigenaar? Knappen jullie huurwoningen op?

“Waar mogelijk voegt Vivenio waarde toe aan de woningen door extra faciliteiten te bouwen. Zoals een uitgebreide gym en andere sportfaciliteiten, dakterrassen, ruimtes voor flexkantoren voor huurders die ook thuis willen kunnen werken, et cetera. Vivenio probeert efficiënt om te gaan met de ruimte die ze tot haar beschikking heeft om zoveel mogelijk faciliteiten aan haar huurders te kunnen bieden. Bijvoorbeeld door het verbouwen van voormalige winkelruimtes of kantoorruimtes.”

 

Is verduurzaming een speerpunt?

“Zeker. Vivenio participeert in de Global Real Estate Sustainability Benchmark (GRESB). Dat is een internationale vastgoedbenchmark die de duurzaamheidsprestaties van vastgoedportefeuilles beoordeelt. Voor de individuele huurwoningen is BREEAM de meest gebruikte beoordelingsmethode om de duurzaamheidprestatie van gebouwen te bepalen. Denk aan de gebruikte bouwmaterialen of het energieverbruik. Volgens deze beoordeling scoren de recent gebouwde huurwoningen van Vivenio ‘goed’ tot ‘zeer goed’. Daarnaast blijven wij, samen met ons interne Global Responsible Investments team, voortdurend op zoek naar mogelijkheden om de lat hoger te leggen.”

 

Wat betekende de corona-uitbraak voor APG’s beleggingen in Spaanse huurwoningen?

“In het begin hielden de mensen de hand op de knip, maar dat hield al snel op. We hebben toen direct gezegd dat we huurders, als ze de huur niet meer konden betalen omdat ze geen werk meer hadden, sowieso niet direct op straat zouden zetten. Wij vonden het belangrijk om sociaal verantwoord met onze huurders om te gaan en voor deze groep een regeling te treffen. Dat bleek uiteindelijk niet nodig te zijn.” 

 

Je schetste eerder de voordelen van deze Vivenio-belegging, zoals het stabiele rendement. Waarom verkopen jullie dan de helft van dit aandelenbelang?

“We hadden in het begin de ambitie om dit woningplatform te laten groeien tot een bepaalde schaal. Vivenio is inmiddels aardig op weg, maar kan nog verder groeien, daarmee efficiënter worden en uiteindelijk een beter rendement opleveren. Door een nieuwe belegger toe te laten is er meer kapitaal beschikbaar om die groei te verwezenlijken en kan APG een deel van deze belegging verzilveren. We kozen voor pensioenbelegger Aware Super, waar we al goed mee samenwerken binnen andere beleggingen, zoals die in aparthotelketen City ID. De opbrengst is ruim 400 miljoen euro, waarmee we uitkomen op een mooi totaalrendement. We hebben daardoor onze rendementseisen gehaald. Daar zijn mijn collega’s en ik best wel trots op. De opbrengst investeren we deels weer in Vivenio, en deels in andere vastgoedbeleggingen.”

 

Helpen jouw Spaanse roots bij het werken met Vivenio en bij zo’n deal als deze?

“Haha, ik ben geboren en getogen in Nederland, maar heb wel Spaanse familie, ja. Dat ik de taal vloeiend spreek is handig, dat breekt snel het ijs. Maar voor de rest gaat de communicatie in het Engels, wel zo prettig voor mijn APG-collega. Cultuurclashes? Dat valt mee. Het is uiteraard geen Angelsaksische onderhandelcultuur zoals we zien bij andere beleggingen, maar dat is ook weleens prettig. En de Spaanse lunches zijn een verademing, vergeleken met de Hollandse broodjes kaas met melk.”    

Volgende publicatie:
“Hoe lang blijven de huizenprijzen nog stijgen?”

“Hoe lang blijven de huizenprijzen nog stijgen?”

Gepubliceerd op: 24 juni 2021

Actuele kwesties op het gebied van economie, (duurzaam) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: macro-econoom en senior strateeg Charles Kalshoven, over de vooruitzichten op de Nederlandse huizenmarkt.


De prijzen van koopwoningen blijven maar stijgen. Kan dat wel goed blijven gaan? Kalshoven vermoedt van wel. In het meest waarschijnlijke (basis)scenario zal de huizenmarkt voorlopig niet onderuitgaan, denkt de econoom. De cruciale factor daarin is de rente.

“Begin jaren negentig zagen we nog percentages rond de 10 procent en gemiddeld zat de rente in dat decennium ruim boven de 6 procent. Zover zal hij nu echt niet oplopen. Bovendien verwachten we dat de stijging heel geleidelijk zal gaan, terwijl de inkomens meegroeien met de economie. Maar voorlopig houdt de ECB de rente laag, wat ook doorwerkt in de hypotheekrente. We denken dat het vijf tot tien jaar kan duren voordat de rente een nieuw, wat hoger evenwicht bereikt. Je moet dan niet denken aan de niveaus van de jaren negentig, of de ‘jaren nul’ – toen de rente gemiddeld zo’n 5 procent was. Voor de huizenbezitter is dat een gunstig scenario, want een lage rente maakt alles duurder. Aandelen, obligaties en dus ook huizen.”

Oplawaai
In een ongunstiger maar ook onwaarschijnlijker scenario steekt een nieuwe virusvariant de kop op, met bijbehorende lockdowns. De wereldeconomie krijgt dan weer een oplawaai.  
Kalshoven: “In dat scenario zien we een lage rente, maar ook een hoge werkloosheid en veel faillissementen. Banken kunnen dan op de rem gaan staan bij het verstrekken van hypotheken. In dat geval ontstaat een kopersmarkt waarin de huizenprijzen dalen. Van dit scenario zien we nu geen voortekenen. Er is geen signaal dat de huizenmarkt afkoelt.”


Een ander ongunstig scenario ontstaat vreemd genoeg als het economisch té goed gaat. Op de daarbij horende krappe arbeidsmarkt willigen werkgevers nieuwe looneisen eerder in. En dat kan leiden tot een blijvend hoge inflatie. “Centrale banken moeten in dat geval wel de rente verhogen. Lenen wordt dan duurder en daardoor kunnen de huizenprijzen onder druk komen te staan. Dat gebeurt vooral als de rente abrupt stijgt, want dan domineert het negatieve rente-effect het positieve effect van de stijgende inkomens. Maar zo’n loon-prijsspiraal is echt nog ver weg.”


Wie de Nederlandse markt voor koopwoningen wil begrijpen, kan niet om het schaarse huizenaanbod heen. “Dat aanbod is bij ons niet zo flexibel. We leven in een klein land, waarin je – ook door de strenge regels – niet zomaar even bijbouwt. Dus als de vraag stijgt, kan de huizenmarkt daar maar op één manier op reageren en dat is door prijsstijgingen. Er zijn nu weliswaar plannen om 1 miljoen huizen te bouwen voor 2030, maar ik moet het nog zien. In plannen kun je niet wonen.”


Grote zak geld
Nederlanders leggen dus steeds meer geld op tafel voor hun huizen. Over de vraag waar dat geld vandaan komt, hoeft Kalshoven niet lang na te denken. “Sinds begin jaren negentig is de rente flink gedaald en met een gemiddelde van 1,6 procent (cijfer van april – red.) nog steeds historisch laag. Kopers kunnen daardoor meer bieden op een huis, waardoor de prijzen stijgen. Voor degenen die nog geen huis hebben, is het natuurlijk wel ongunstig.”


Naast die lage rente zijn nog meer redenen waarom we met zo’n grote zak geleend geld de huizenmarkt op kunnen. “De leennormen zijn ook soepeler geworden. In de jaren tachtig kon je alleen op het inkomen van de kostwinner een hypotheek krijgen. Daarna mocht je daar ook het inkomen van de parttime werkende partner – meestal de vrouw – bij optellen. En vrouwen zijn ook meer gaan werken, waardoor tweeverdieners hogere hypotheken kunnen krijgen.


Overeind

Het zijn dus met name het blijvend schaarse aanbod en de langdurig lage rente, die de fundamenten vormen onder de Nederlandse huizenmarkt. Tenzij de economie ons onaangenaam verrast, vallen die fundamenten niet zomaar weg. De markt voor koopwoningen zal voorlopig goed overeind blijven.”

Volgende publicatie:
APG twee keer in de prijzen tijdens Global Capital Bond Awards

APG twee keer in de prijzen tijdens Global Capital Bond Awards

Gepubliceerd op: 18 juni 2021

Het credits team van APG is twee keer in de prijzen gevallen tijdens de uitreiking van de Bond Awards van Global Capital. In de categorie meest invloedrijke investeerder in bedrijfsobligaties haalde APG een tweede plaats. Een verbetering ten opzichte van vorig jaar toen APG daar een derde plek scoorde. Voor het eerst viel APG ook in de prijzen in de categorie financiële obligaties, waar het credits team een derde plaats in de wacht sleepte.

 

De ranking is de uitkomst van een peiling onder verschillende spelers op de obligatiemarkt, zoals uitgevende instellingen, beleggers en banken. Hen werd gevraagd om binnen verschillende categorieën te stemmen op de partij waarvan zij vonden dat die het beste heeft gepresteerd in de periode tussen juli 2020 en maart 2021. "Juist daarom zijn we trots", zegt Tim Slütter, Head of EU Credits. "De prijs is echt een erkenning van collega’s werkzaam op obligatiemarkten over de hele wereld."

Rinse Boersma, portfolio manager financial credits, vermoedt dat APG de nominaties te danken heeft aan de duidelijkheid waar de pensioenuitvoerder voor staat. "Juist in tijden van COVID was de markt heel onzeker. Bedrijven en banken hadden financiering nodig, maar veel partijen gaven niet thuis. APG is altijd heel duidelijk geweest over wat we voor welke prijs kopen. Die betrouwbaarheid is belangrijk."

Oscar Jansen, portfolio manager corporate credits, denkt dat het leiderschap van APG op het gebied van ESG ook belangrijk zal zijn geweest. "Green bonds, social bonds, daar komen er steeds meer van. Voor bedrijven die deze producten naar de markt brengen, is het belangrijk dat je duidelijke feedback geeft. APG loopt daarin voorop."

In de categorie bedrijfsobligaties moest APG alleen investment manager BlackRock voor zich dulden. De derde plaats was voor Pimco. In de categorie financiële obligaties was het stuivertje wisselen met dezelfde spelers. In deze categorie ging Pimco met de eerste plaats aan de haal, werd BlackRock tweede, sleepte APG het brons in de wacht. Tim Slütter: "Natuurlijk is APG ook geen kleine jongen, maar we zijn er trots op dat we met dit soort spelers van wereldformaat kunnen wedijveren."

Global Capital is een nieuws- en dataservice voor internationale professionals die werkzaam zijn op de kapitaalmarkten. Het organiseert al twaalf jaar de Bond Awards. Meer informatie over de Bond Awards staat hier: Welcome to the GlobalCapital Bond Awards 2021! | GlobalCapital

Volgende publicatie:
De belastingman en de belegger

De belastingman en de belegger

Gepubliceerd op: 18 juni 2021

Misschien hebben we het einde van een trend gezien. Sinds het nummer Taxman van de Beatles uit 1966 – een klaagzang over hoge belastingen – zijn belastingtarieven wereldwijd fors gedaald, vooral voor bedrijven. Het lijkt erop dat er nu een andere wind gaat waaien. Wat betekent dat voor beleggers?

 

Eerst nog even over waarom de tarieven zo waren gedaald. Belastingconcurrentie tussen landen speelt daarin een belangrijke rol. Met lagere tarieven kun je bedrijven lokken en zo toch de schatkist beter vullen. Hoewel het voor de schatkist gaat om echte dollars of euro’s, trek je er meestal geen echte economische bedrijvigheid mee aan. Het leidt er vooral toe dat multinationals met allerlei slimme trucs ervoor zorgen dat de winsten laag uitvallen in landen met hoge tarieven (en andersom).   

 

Er kwam internationaal steeds meer kritiek op deze economische schijnwerkelijkheid. Het duwt de winstbelastingen steeds verder omlaag, omdat bedrijven – of hun papieren winsten – anders verkassen. Ook ondermijnen de ontwijkers de belastingmoraal van de mensen die wel het volle pond betalen. Uiteindelijk zorgen deze belastingtrucs voor allerlei verstoringen, omdat overheden de middelen ergens anders vandaan moeten halen. Dan krijg je bijvoorbeeld hogere belasting op arbeid – omdat werknemers nu eenmaal minder ‘vluchtig’ zijn – en dat kost banen.

 

Zeker nu corona en klimaatambities een flinke aanslag op begrotingen doen, zijn extra belastinginkomsten welkom – ook in de VS. Dat is een van de drijfveren achter het G7-voorstel voor een minimumwinstbelasting van 15%. Dit voorstel – dat nog lang niet in kannen en kruiken is – levert overheden direct geld op en zou de race to the bottom kunnen stoppen.

“Dit voorstel levert overheden direct geld op”

Afgaande op een aantal eerste schattingen zouden overheden hier miljardenbedragen mee binnenhalen, tot wel zo’n 10% van de winsten in de komende jaren. Nu is het geen nieuws dat beleggers liever meer dan minder winst zien. Toch denken wij dat je hier verder moet kijken dan de directe effecten. Het voorstel maakt een minder verstorende belastingheffing mogelijk, wat de economische groei bevordert. Dat is ook zo als de extra opbrengsten naar slimme publieke investeringen gaan die de productiviteit bevorderen en winstgroei ondersteunen. Verder kijken beleggers niet alleen naar rendement, maar ook naar risico. Een meer inclusieve economische groei – met een redelijke verdeling tussen arbeid en kapitaal – zou ook tot een stabielere economische omgeving kunnen leiden. Denk aan minder handelsoorlogen of ‘gele hesjes’.

 

Kortom, je kunt niet zomaar zeggen dat hogere winstbelastingen slecht zijn voor bedrijven en dus voor aandelenrendementen. Ja, elke euro die de schatkist ingaat, kan niet aan dividend worden uitgekeerd. Maar zoals gezegd kun je voor die euro’s ook iets terugkrijgen op lange termijn: rustiger vaarwater. In het verleden hebben belastingverhogingen – of aankondiging daarvan – ook weinig effect gehad op aandelenmarkten.  

Laten we trouwens een andere hoeksteen in pensioenportefeuilles – obligaties – niet vergeten. Daarvoor is het toch erg prettig dat overheden een goede belastingbasis hebben.

 

Slingert de belastingpendule nu terug? Het lijkt er in ieder geval op dat de race to the bottom zijn einde nadert. Waar overheden eerst hun eigen ruimte lieten inperken door de markt, pakken zij nu zelf weer een dominantere rol.

Toch zal het omgekeerde, een race to the top, niet zomaar ontstaan. De Taxman waarover George Harrison zijn beklag deed, hanteerde een ‘supertax’ van 95% – ‘one for you, nineteen for me’. De Beatles gingen er bijna failliet aan. Zo’n vaart zal het nu niet lopen. Er zijn veel goede redenen Taxman op te zetten, maar voorlopig behoort de economische actualiteit daar niet toe. En voor beleggers zal het allemaal wel meevallen.

 

 

Charles Kalshoven is macro-econoom en senior strateeg bij APG

Volgende publicatie:
“Leidt het tekort aan computerchips tot inflatie?”

“Leidt het tekort aan computerchips tot inflatie?”

Gepubliceerd op: 17 juni 2021

Actuele kwesties op het gebied van economie, (duurzaam) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: chief economist Thijs Knaap, over de economische gevolgen van het wereldwijde tekort aan computerchips.

“Het meest simpele, directe gevolg, is dat het met fabrikanten van chipmachines goed gaat. Vanaf eind oktober is de beurskoers van ASML inmiddels met 85 procent opgelopen, terwijl de AEX over die periode ‘maar’ met 37 procent is gestegen. Maar dat blijft natuurlijk niet zo doorgaan. Voor een belegger in chipmachinefabrikanten is het goed om te weten dat de vraag naar chipmachines kenmerken heeft van de varkenscyclus. Als de vraag naar koteletten – en dus ook de prijs – hoog is, breiden varkensboeren uit. Als dat nieuwe vlees op de markt komt, is er juist weer teveel, wat de prijs drukt. Dat geldt ook voor de markt voor chipmachines. Net als bij varkensboeren duurt het even voordat er nieuw aanbod is gecreëerd. Dat brengt het risico met zich mee dat er over een paar jaar weer een overschot aan chipmachines en chips is. Een belegger in chipmachinefabrikanten moet daarom weten wanneer het mooi is geweest.” 

 

Bottleneck

Het indirecte effect van het chiptekort is veel groter, legt Knaap uit. “Je kunt het zo gek niet bedenken of er zit tegenwoordig een chip in. Voor autofabrikanten is het tekort een bekende bottleneck, maar de héle aanleverende industrie heeft er last van. Als die niet genoeg chips krijgt, leidt dat ook tot een gebrek aan andere onderdelen. Het risico bestaat dat de Westerse economieën vastlopen door dat tekort.

Alles is duur nu, niet alleen chips maar ook olie. Als de prijzen van veel componenten en halffabricaten oplopen, ontstaat in het ergste geval een situatie die vergelijkbaar is met de olieschokken van de jaren ’70. De grote vraag die boven de markt hangt, is: leidt het tot inflatie? Dat is de angst van veel beleggers. Centrale banken voeren nu een ruim monetair beleid, onder andere door staatsobligaties en bedrijfsobligaties op te kopen. Voor beleggers is dat mooi, want het stuwt de prijzen van obligaties én aandelen op. Maar als er inflatie ontstaat, verliezen centrale banken het excuus om dat ruim monetair beleid te voeren. Ze moeten dan stoppen met het opkopen van obligaties en in dat geval werkt het mechanisme de andere kant op. De kans neemt toe dat beurzen zullen dalen, en omdat het huidige monetair beleid al sinds 2008 wordt gevoerd, kun je zelfs een flinke correctie krijgen. Voor beleggers zal dat even slikken zijn.”


Cryptovaluta
De hoofdoorzaak van het wereldwijde tekort aan chips, was de door de Corona-pandemie extreem toegenomen vraag. Daarin speelden met name het thuiswerken en de toegenomen vraag naar spelcomputers een rol. Toch is dat volgens Knaap nog niet het hele verhaal. “De vraag naar chips heeft óók een hoge vlucht genomen door de toegenomen populariteit van cryptovaluta. Om bitcoins te minen, zijn heel veel chips nodig. En ook aan de aanbodkant speelt het een en ander. In het begin van 2020 lagen veel bedrijven in Azië stil door de lockdowns. Dat merk je nog steeds in de beschikbaarheid van goederen, waaronder chips. Bovendien zijn we onszelf door Covid-19 gaan afvragen of we voor bepaalde producten wel zo afhankelijk willen zijn van buitenlandse producenten – mondkapjes, medische apparatuur, enzovoort. Het antwoord is nee. Productie zal weer meer in Europa en de VS gaan plaatsvinden, in plaats van China. Dat is goed voor onze onafhankelijkheid. Maar het betekent wel dat alles duurder wordt.”

Volgende publicatie:
"Plan G7 effectief tegen belastingontwijkende bedrijven"

"Plan G7 effectief tegen belastingontwijkende bedrijven"

Gepubliceerd op: 8 juni 2021

Accepteren de grote bedrijven het door de G7 overeengekomen minimumbelastingtarief, of  gaan ze op zoek naar nieuwe manieren om belasting te ontwijken? Is het plan effectief? Thijs Knaap, chief economist bij APG, denkt van wel. Hij praat erover tijdens het BNR Beleggerspanel. “Voor aandeelhouders is het fijn dat de grote bedrijven steeds meer winst zijn gaan maken. Maar APG is niet alleen aandeelhouder. We beleggen ook in overheidsobligaties. We hebben er dus belang bij dat belastingen goed geïnd worden, zodat de rente op die obligaties betaald wordt.”


Een wereldwijd minimumbelastingtarief voor bedrijven van 15 procent. Dat was het resultaat van het door de G7-landen bereikte akkoord op 5 juni 2021. Het was één van de onderwerpen die aan bod kwamen tijdens het BNR Beleggerspanel. De vraag werd opgeworpen of de grote ondernemingen niet op zoek gaan naar nieuwe manieren om zo min mogelijk belasting te betalen. Knaap: “Ik denk dat er altijd naar loopholes wordt gezocht door ondernemingen, maar tegelijkertijd voorziet het plan daar wel in. Zelfs als je er als bedrijf in slaagt om nul procent belasting te betalen en je komt thuis, dan kan je eigen regering er alsnog 15 procent belasting overheen gooien. De laatste decennia zijn de grote bedrijven steeds meer winst gaan maken. Dat is heel fijn voor aandeelhouders, maar we zijn niet alleen aandeelhouder. APG investeert ook een enorm bedrag in overheidsobligaties, dus we hebben ook wel degelijk een belang dat die belastingen goed geïnd worden zodat de rente op die obligaties betaald wordt.”


Uitwijkconstructies
In de uitzending wordt opgemerkt dat G7-landen zeggen dat ze al veel meer dan die 15 procent belasting heffen. In hoeverre gaat dit plan dan heel veel uitmaken? Knaap: “Dat is waar, maar er is een aantal landen, zoals Ierland en Hongarije, dat wel onder die 15 procent zit. Maar ook wat betreft de landen die wel meer dan 15 procent heffen, geldt: het effectieve tarief dat bedrijven betalen, is vaak veel lager omdat ze gebruik maken van fiscale uitwijkconstructies.”


Verder in het BNR Beleggerspanel: de overname van maaltijdbezorger GrubHub door Just Eat Takeaway. En: waarom laten veel beleggers banken links liggen?


Luister de hele uitzending hier.

Volgende publicatie:
“Niet alles zou moeten draaien om groei”

“Niet alles zou moeten draaien om groei”

Gepubliceerd op: 3 juni 2021

Annette Mosman trad in maart toe als CEO van APG. In de eerste maanden van haar nieuwe functie wil ze zoveel mogelijk verfrissende inzichten opdoen. Daarom wandelt ze in 25 ontmoetingen van Amsterdam naar Heerlen. Een reis door het Nederland van Straks, waarbij steeds iemand anders haar vergezelt op een stuk van de route. Collega’s, maar ook mensen buiten APG. Zoals econoom Rutger Hoekstra.

Is groei altijd goed? De Leidse ‘bredewelvaarteconoom’ Rutger Hoekstra, heeft zo zijn twijfels bij dat economische mantra. Volgens Hoekstra wordt het tijd om groei anders te definiëren. Hij zoekt naar alternatieven waarmee we sociale vooruitgang beter kunnen meten. We hebben een nieuw economisch verhaal nodig, vindt hij, waarin welzijn, duurzaamheid en gelijkheid centraal staan. Maar hoe breng je dat aan de man?

 

Wat er mis is met het bruto binnenlands product (bbp)? Niet zo veel, zegt Rutger Hoekstra, zolang je het gebruikt om te meten of de economie groeit of krimpt. “Maar economische groei moet geen doel op zich zijn, en dat is het nu wel. Er is meer in het leven dan geld. Het bbp is geen indicator voor welzijn, welvaartsverdeling en duurzaamheid binnen een samenleving.”

Het huidige systeem is achterhaald, vindt Hoekstra, die als econoom verbonden is aan de Universiteit Leiden en de United Nations University. Hij onderzoekt alternatieven voor het bbp, waarover hij ook het lovend ontvangen boek Replacing GDP by 2030 schreef.

 

Voortdurend verbeteren

Sinds de Tweede Wereldoorlog heerst het diepgewortelde idee dat de economie en groei belangrijk zijn. “Honderd jaar geleden hoorde je nauwelijks iemand over economie of economische groei. Die laatste term bestaat pas vijftig jaar. Nu is het bijna een synoniem geworden voor de maatschappij. Iedereen heeft er wel een associatie bij. Als de economie groeit is dat goed, als die krimpt is dat slecht. Door dat idee vragen we ons voortdurend af hoe we de economie kunnen verbeteren, hoe we sneller kunnen groeien en welke rol we hebben om die economie aan te jagen. De mens staat in die optiek in dienst van het systeem.”

Terwijl economische groei niet per definitie goed is, betoogt Hoekstra. “Het is de afgelopen eeuwen heel goed geweest voor onze kwaliteit van leven. En voor arme landen geldt nog steeds dat economische groei goed is. Daar is groei noodzakelijk. Maar met name in de westerse wereld is dat niet het geval. Als je heel arm bent draagt meer geld bij aan je welzijn, maar daar zit een limiet aan, blijkt uit onderzoek. Op een gegeven moment heb je voldoende geld om een goed leven te leiden en word je niet gelukkiger van méér. De huidige groei gaat bovendien gepaard met duurzaamheidsproblemen, zoals klimaatverandering en biodiversiteitsverlies. Daarnaast is de afgelopen decennia in veel landen de ongelijkheid gestegen. Hiermee bedoel ik niet dat alle sectoren dan maar moeten stilstaan. Bedrijfstakken die een duurzame toekomst vormgeven mogen hard blijven groeien, daar halen pensioenfondsen dan bijvoorbeeld rendement uit. Maar het mantra ‘groei is goed’ gaat niet op voor de gehele economie.”

 

Focus verleggen

Wat is dan het alternatief? De focus verleggen naar verhoging van welzijn, duurzaamheid en gelijkheid, meent Hoekstra. Dát zouden de maatschappelijke doelen moeten zijn. Concreet kunnen we die bereiken door bijvoorbeeld in de hele westerse wereld na te denken over een vierdaagse werkweek, zegt Hoekstra. “We zijn in de loop der jaren steeds minder gaan werken. In de 19de eeuw werkte de gewone man nog zeven dagen per week. Na de oorlog is vijf dagen per week de standaard geworden. Maar over tien jaar zou vier dagen per week best de norm kunnen zijn. Meer vrije tijd komt het welzijn ten goede. En met minder inkomen gaan mensen automatisch ook minder consumeren, wat weer goed is voor het milieu. Over dat soort relaties tussen welzijn en duurzaamheid moet je nadenken. Het inkomen is slechts een middel om de toekomst vorm te geven.”

De term ‘onbezorgd pensioen’ suggereert een bepaalde welzijnsstandaard, maar die zie ik zelden verder uitgewerkt

Onbezorgd pensioen

Een onbezorgd pensioen is ook zeker onderdeel van de welzijnseconomie, zegt Hoekstra. “Ook vanuit het heden. Als je zorgen hebt over de toekomst en of het wel goedkomt met je pensioen, kan dat al lang voor je pensionering tot stress leiden.” Maar hoe ziet zo’n ‘onbezorgd pensioen’ eruit? Dat moeten pensioenfondsen inzichtelijker maken, vindt Hoekstra. “Als je het alleen vanuit inkomensperspectief bekijkt, is het vaak zo abstract. Oké, je krijgt een bepaald bedrag, maar wat betekent dat concreet? Wat kun je ermee kopen tegen die tijd? De term ‘onbezorgd pensioen’ suggereert een bepaalde welzijnsstandaard, maar die zie ik zelden verder uitgewerkt. Je moet er maar op vertrouwen dat het voldoende is.”

 

Oneerlijk systeem

En wat gelijkheid betreft? Hoekstra citeert schrijver en historicus Rutger Bregman, die op het World Economic Forum in het Zwitserse Davos de rijke, veelal belastingontwijkende aanwezigen onomwonden confronteerde met hét instrument om inkomensongelijkheid te bestrijden: ‘Taxes, taxes, taxes’. Vooral de rijken en multinationals moeten volgens Hoekstra meer belasting betalen. “We moeten de pijn neerleggen waar hij wordt veroorzaakt: in het rijkste gedeelte van de westerse wereld. Warren Buffett (een van de rijkste mensen ter wereld, red.) heeft weleens geroepen dat hij minder belasting betaalt dan zijn schoonmaakster. Er is ook steeds meer publieke verontwaardiging over het feit dat multinationals zo weinig belasting betalen. Boekwinkeltjes betalen gewoon netjes belasting, terwijl Amazon, dat diezelfde boeken bij je thuis aflevert, helemaal niets betaalt. Het huidige systeem is niet houdbaar of eerlijk. Ook aan de top beginnen mensen zich dat te realiseren. Het beeld is aan het kantelen, maar het gaat langzaam.”

 

Overeenstemming bereiken

Het huidige economische verhaal, met het bbp als uitgangspunt, werd door economen geformuleerd na de beurskrach van de jaren dertig en de oorlog. Het was crisis, mensen snakten naar een uitweg waarin banen en inkomen centraal stonden. Dat was een beslissend moment. In dat opzicht kan de coronacrisis een kans zijn om een nieuw verhaal de wereld in te helpen. Maar dan moet er eerst overeenstemming komen over wat dat nieuwe verhaal precies is, zegt Hoekstra. “De gemeenschap die alternatieven suggereert, is veel te versnipperd. Er zijn honderden systemen om welzijn, duurzaamheid en gelijkheid te meten. De human development index, de monitor brede welvaart, sustainable development goals, de genuine progress indicator, de better life index… En iedereen vindt zijn eigen systeem het beste, terwijl de overlap tussen al die systemen enorm is. Dat schiet niet op. Voor leken is er geen touw aan vast te knopen. Als we onderling al geen harmonie kunnen bereiken, is het kansloos om een ander verhaal te laten landen bij het grote publiek.”

Eén taal spreken

Wat dat betreft kunnen ze als gemeenschap een voorbeeld nemen aan de economen waar ze altijd zo graag op afgeven, vindt Hoekstra. “We moeten één taal spreken, net zoals de economen doen. Bij termen als import, export, inkomen en consumptie weet iedereen wereldwijd wat ermee bedoeld wordt. In 200 landen wordt op precies dezelfde manier het bbp gemeten. Dat is helder en effectief. Wij stellen daar als gemeenschap weinig tegenover. Er zijn geen wereldwijde definities voor welzijn, duurzame ontwikkeling of brede welvaart. Het is een rommeltje. Dat frustreert me. We moeten overeenstemming bereiken, willen we ooit serieus genomen worden.”

 

Hoekstra ziet daarin een rol weggelegd voor de Verenigde Naties, die na de Tweede Wereldoorlog ook hebben geholpen het fundament te leggen onder de macro-economische wetenschap. “In feite was de situatie in de jaren dertig precies hetzelfde. De VN heeft toen gezegd: hier kunnen we weinig mee. Jullie moeten één systeem kiezen. Als de VN dat niet had gedaan, had het bbp niet bestaan. Ik denk dat ze opnieuw een harmonisatietraject in gang moeten zetten. De tijd is daar rijp voor.”

 

Gefaseerd met pensioen

Op het gebied van welzijn is de vierdaagse werkweek een voorbeeld dat veel mensen zal aanspreken. En waarom gaan we eigenlijk vaak zo abrupt met pensioen, in plaats van gefaseerd steeds iets minder te gaan werken? “De vraag is of het welzijnstechnisch wel zo goed is om cold turkey uit het werkzame leven te stappen. Voor veel mensen is werk meer dan inkomen. Het is ook onderdeel van het sociale leven en van levensplezier. In feite schrijven we mensen nu heel direct af, van vijf dagen naar nul soms. Dat moet toch anders kunnen.”

Hoe de pijler welzijn er verder uit moet zien, vindt Hoekstra lastiger. “Je zou het liefst hebben dat iedereen zich kan ontplooien en zijn gedroomde leven kan leiden, binnen de natuurlijke grenzen die onze aarde ons oplegt. Maar hoe dat er precies uitziet? Daar moeten we meer onderzoek en maatschappelijk dialoog voor hebben. Als we dat inzichtelijker kunnen maken, denk ik dat een grote groep mensen te porren is voor een verhaal over welzijn, duurzaamheid en gelijkheid.”

 

APG-econoom Charles Kalshoven schrijft in zijn column ook over economische groei. Benieuwd naar zijn visie? Lees het hier.

Volgende publicatie:
Stoppen met groeien?

Stoppen met groeien?

Gepubliceerd op: 3 juni 2021

Als je ergens niet gelukkig van wordt, dan kun je er beter mee stoppen. Helemaal als de nevenschade groot is. Nee, dit stukje gaat niet over slechte relaties, maar over economische groei. Daar wordt bovenstaande redenering namelijk nogal eens op losgelaten. Moeten we dus stoppen met economische groei?

 

Natuurlijk heeft economische groei echt nog wel fans. Vooral als ze hoog is en politici zich op de borst willen kloppen. Toch krijgt economische groei ook de nodige kritiek. Zoals Bobby Kennedy ruim een halve eeuw terug al stelde, meet het bruto binnenlands product (BBP) juist niet de dingen die het leven de moeite waard maken. Denk aan de gezondheid van onze kinderen, de schoonheid van onze poëzie of de integriteit van onze bestuurders. Daarnaast worden zaken als milieuschade en uitputting van hulpbronnen niet goed meegenomen.

 

Een imperfecte maatstaf dus. Maar ja, de uitslag op het scorebord weerspiegelt ook niet altijd hoe goed – of slecht – mijn voetbalcluppie gespeeld heeft. Is dat een probleem? Nou, wel als geldt what gets measured gets managed. Als het spel goed is, maar de resultaten uitblijven, dan wordt de trainer ontslagen. Volgens dezelfde redenering kan een politicus zonder economische groei zijn baan vaarwel zeggen. Hij of zij zal dus groeibevorderend beleid willen voeren.

 

Wat is doorredenerend het gevolg? Lelijk en saai resultaatvoetbal. In het geval van voetbal blijft de schade beperkt tot indutten voor het laatste fluitsignaal. Economisch scorebordbeleid kan meer kwaad. “Economische groei is een monster dat de aarde uitput en mensenlevens eist,” stelde iemand vorige week in een kranteninterview. Met als aanbeveling om een stap terug te doen, zeg maar ‘stoppen met groeien’.

Niet stoppen, maar sturen op het soort groei lijkt me zinvoller

Ik heb problemen met die diagnose en daarmee ook met de remedie. Nu ben ik geen politicoloog, maar het wil er bij mij niet in dat een andere samenstelling van het BBP-cijfer – zeg: we halen de gasbaten eruit – verschil maakt in het stemhokje. Natuurlijk zijn koopkrachtplaatjes een Haagse obsessie, maar dat is echt wat anders dan scoren met economische groei. Het driftige bezuinigen na de financiële crisis wijst ook niet op een monomane focus op groei.

 

De schaduwkanten van economische groei – zoals CO2-uitstoot, beroep op eindige hulpbronnen – verminder je niet door de groei anders te meten. En stoppen met groeien zelf is nogal rigoureus. Groei heeft levens fors verbeterd en kan helpen armoede verder terug te dringen. Ook niet onbelangrijk: zonder economische groei kun je niet sparen omdat er niemand is die investeert.

 

Niet stoppen, maar sturen op het soort groei – minder schaduw, meer licht – lijkt me zinvoller. Minder productie van spullen, maar meer hergebruik en meer dienstverlening. Zorg voor minder energie-intensieve productie en voor minder CO2-intensieve energie. Op dat spoor zit ook het scenario van het internationaal energieagentschap van vorige maand met een klimaatneutrale economie in 2050. Daarin groeit de economie wel degelijk. Hoe sturen we de groei? Onder andere met regels, belastingen, subsidies en overheidsinvesteringen. Dat beïnvloedt de relatieve prijzen van grondstofgebruik, uitstoot en arbeid en helpt de groei gezonder te maken: eerlijker, groener, meer circulair, ‘ontspuld’.

 

Is economische groei een monster dat we moeten opsluiten? Ik zie het meer als een vrolijk huisdier dat helaas ook regelmatig moet worden gecorrigeerd voor zijn onstuimige gedrag. Dat de buren er schande van spreken is onterecht. Je moet hem ook nooit zomaar loslaten. En je moet hem laten zien wie de baas is – met straffen en belonen. Dan beleef je het meeste plezier aan het beestje.

 

Charles Kalshoven is senior strategist bij APG

Volgende publicatie:
"We kunnen nu vrij ontspannen onderhandelen met de Britten"

"We kunnen nu vrij ontspannen onderhandelen met de Britten"

Gepubliceerd op: 21 mei 2021

Na de Brexit lijkt de Britse markt minder aantrekkelijk voor buitenlandse beleggers. Wat doet de Britse regering? Ze vraagt buitenlandse beleggers om advies. Een van hen is Gert Dijkstra, senior managing director van APG Asset Management. Wat bepleit hij? En hoe aanlokkelijk is de Britse markt nog voor Nederlandse pensioenfondsen?

 

Hoe houden we onze Britse economie interessant voor buitenlandse investeerders nu de Brexit een feit is? Met die vraag in het achterhoofd lanceerde de Britse minister van Handel en Investeringen Gerry Grimstone eind april de ‘Investment Council’. Een adviesorgaan dat bestaat uit bestuurders van veertig grote internationale bedrijven uit verschillende sectoren: van Airbus tot Kraft Heinz, van Deutsche Post tot Hewlett Packard en Morgan Stanley. Namens de enige Nederlandse deelnemer APG zit Gert Dijkstra in deze Investment Council. De denktank adviseert de Britse regering hoe het Verenigd Koninkrijk een interessante markt kan blijven voor buitenlandse beleggers en investeerders, bijvoorbeeld waar het gaat om wetgeving en fiscale regels. Doel is dat de investeerders het Verenigd Koninkrijk niet de rug toekeren en Britse banen behouden blijven

 

Is het Verenigd Koninkrijk, dat zich met de Brexit heeft geïsoleerd, voor een pensioenfonds nog wel een belangrijke markt om in te beleggen?

Dijkstra: "Zeker, de Britse economie behoort ook na de Brexit nog steeds tot de mondiale Top-5. Het is een open en goed gereguleerde economie die voor ons erg toegankelijk is, ook door de taal. Daar komt bij dat de Britten al sinds de jaren tachtig ruime ervaring hebben met privatisering, destijds onder aanvoering van Margaret Thatcher. Waardoor ze goed bekend zijn met publiek-private samenwerking. Een constructie waar wij vaak en graag gebruik van maken. Namens onze klanten beleggen wij al zo’n twintig jaar in het Verenigd Koninkrijk. We hebben goede contacten opgebouwd, onder andere bij de Britse ambassade en het Ministerie van Handel. De Britten op hun beurt vinden ons een interessante gesprekspartner; mede omdat we bij elkaar voor zo’n 35 miljard euro in het Verenigd Koninkrijk hebben belegd."

 

Waarin zoal?  

"APG heeft geïnvesteerd in onder andere hotels zoals van CitizenM, havens, huur- en koopwoningen. En we beleggen ook in winkelcentra en allerlei infrastructuur, zoals windmolenparken of het waterbedrijf van Londen. Ook tijdens de Brexit-onderhandelingen zijn we doorgegaan met investeren, zoals in woningen in Londen en een groot winkel- en recreatiecentrum in Edinburgh." 

 

Wat is het gemiddelde rendement van al die Britse investeringen?

"Dat weet ik niet exact, zo kijken wij er niet naar. We vergelijken geen rendementen tussen landen c.q. regio’s, maar tussen thema’s of sectoren. Maar over het algemeen zijn de langjarige rendementen goed."

   

Is de Brexit nadelig voor een pensioenbelegger als APG? 

"Op het eerste gezicht wel: wij zijn bij uitstek een langetermijnbelegger, die gebaat is bij rust, zekerheid en voorspelbaarheid. Nou, dat kan je wel vergeten bij zo’n ingrijpende uittreding uit de EU. Daar zaten wij echt niet op te wachten. Bijkomend nadeel is dat wij echt een “maatje” zijn verloren; bij onze pensioen-lobby in Brussel stonden zij vaak aan onze kant, omdat hun pensioenstelsel vergelijkbaar was met het onze. Zij bepleitten vaak dezelfde belangen bij de EU als wij."

 

Stijgen door de Brexit de prijzen van mogelijke beleggingsobjecten, en krijgen jullie last van nieuwe regelgeving?

"Het proces van vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de EU heeft gezorgd voor prijsfluctuaties van - potentiële - beleggingen in de Britse valuta op korte termijn. Eerst daalden ze, daarna liepen ze op. Op langere termijn zal dat uitmiddelen naar reële marktprijzen. Tot dusver heb ik geen signalen dat nieuwe regelgeving ons hindert in het doen van beleggingen in de VK."

Wij hopen als investeerders op een atmosfeer waarin wij ons welkom voelen om de Britse markt te betreden

Heeft de Brexit voor een pensioenbelegger als APG ook voordelen?

"Zeker, ieder nadeel heeft ook hier zijn voordeel. Bijvoorbeeld omdat de Britse regering flink gaat investeren in zaken als hernieuwbare energie, mobiliteit en infrastructuur. Voor vrijwel iedere investering geldt: liefst zo duurzaam mogelijk. Precies wat wij ook nastreven. Zo willen ze vier miljard Britse Pond steken in transport tussen steden, denk aan wegen en spoorlijnen. En ze gaan binnen de telecommarkt investeren in zowel kabels als glasvezel, waar wij eveneens kansen in zien; zie ook onze recente joint venture met KPN, voor de aanleg van glasvezel in Nederland."

  

Is het voor buitenlandse beleggers als APG prettig onderhandelen met de Britten nu zij zichzelf door die Brexit geïsoleerd hebben?

"Ja, dat kan ik niet ontkennen. Wij kunnen vrij ontspannen onderhandelen, al zijn wij uiteraard niet de enige buitenlandse investeerder. De Britten snappen dat ze goed op hun zaak moeten letten, nieuwe handelsovereenkomsten moeten sluiten en contacten moeten herstellen. Ze willen relaties herbevestigen of weer opbouwen. De oprichting van zo’n Investment Council past daar goed in. Je laten adviseren door grote investeerders en bedrijven uit het buitenland en informeren wat zij belangrijk vinden, vind ik echt een slimme zet. Zo zorgen ze voor meer binding. Voor APG geldt dat we door onze deelname in deze Investment Council op de eerste rij zitten als zich nieuwe investeringskansen voordoen."

 

De eerste vergadering van de nieuwe Investment Council heb je net achter de rug. Welke punten bracht jij in?

"Ik heb geschetst dat voorspelbaar overheidsbeleid voor ons als langetermijnbelegger cruciaal is. Ten tweede dat wij namens onze klanten een beweging maken naar steeds meer verantwoord en duurzaam beleggen; en daar dus rekening mee houden in ons beleggingsbeleid. En als derde punt dat wij gebaat zijn bij een goed klimaat voor ondernemers. Als zij gestimuleerd worden om initiatieven te nemen, krijgen wij meer mogelijkheden om te beleggen. Uiteenlopend van kleine startups tot heel grote ondernemingen en initiatieven. Het gros van de andere deelnemers had soortgelijke punten, waarbij vooral de wens om duurzaam te beleggen echt een rode draad was. Wij hopen als investeerders op een atmosfeer waarin wij ons welkom voelen om de Britse markt te betreden. Ook wat betreft de fiscale mogelijkheden."

 

Tot slot, op welke punten zie je nu de grootste uitdagingen wat betreft investeren in het Verenigd Koninkrijk?   

"Voor ons tellen een stabiel politiek klimaat en consistent overheidsbeleid, met een duidelijke rol voor institutionele langetermijnbeleggers. Je ziet bijvoorbeeld dat de huidige regering nu privatisering terugdraait, onder meer op het gebied van openbaar vervoer. Ten tweede verwacht ik een niet te onderschatten concurrentie met grote beleggers."

Volgende publicatie:
APG investeert in Chileense markt voor hoogspanningsnetwerken

APG investeert in Chileense markt voor hoogspannings- netwerken

Gepubliceerd op: 31 maart 2021

APG en het Chileense concern Celeo hebben een overeenkomst getekend waardoor ze volledig eigenaar worden van het hoogspanningsnetwerk van de Chileense Colbún Transmisión, S.A. Hiermee verdubbelen zowel APG als Celeo hun beleggingen in de markt voor hoogspanningsnetwerken en versterken ze hun leidende positie op de Chileense markt.

 

Colbún Transmisión S.A. beheert 29 hoogspanningslijnen met een totale lengte van 899 kilometer en 27 transformatorstations. De portefeuille heeft een omvang van circa 5% van het totale hoogspanningsnetwerk in Chili. Door deze overname worden APG en Celeo de op één na grootste speler op de gereguleerde Chileense transmissiemarkt.

 

APG neemt, namens haar pensioenfondsklanten ABP en PPF APG, een belang van 80% in het bedrijf. Celeo neemt de resterende 20% over. De transactie moet nog worden goedgekeurd door de mededingingsautoriteiten. De afronding van de transactie zal naar verwachting plaatsvinden in de tweede helft van 2021.

 

Ron Boots, hoofd Infrastructure Europe bij APG: “Door deze overeenkomst verwerven we een sterke positie op de Chileense markt voor hoogspanningsnetwerken. Dat is belangrijk, omdat we altijd streven naar solide, stabiele infrastructuurinvesteringen. Die helpen ons namelijk om op de lange termijn solide rendementen te realiseren voor onze pensioenfondsklanten en hun deelnemers.”

 

Bekijk ook dit nieuwsitem van CNN:

Volgende publicatie:
‘Interesse voor nieuwe vormen van geld is zeer terecht’

‘Interesse voor nieuwe vormen van geld is zeer terecht’

Gepubliceerd op: 24 maart 2021

Chief economist Thijs Knaap positief over de ontwikkeling van een eigen digitale munt.

 

De centrale banken praten deze week tijdens het BIS Innovation Summit over de ontwikkeling van een eigen digitale munt. Een goed plan? “Eindelijk,” aldus APG’s chief economist Thijs Knaap in het programma Zakendoen op BNR Nieuwsradio. “Die interesse voor nieuwe vormen van geld is zeer terecht.” Verder aan bod in de uitzending: je spaargeld beleggen in aandelen, is dat op dit moment een slim idee?

 

Mensen zitten noodgedwongen thuis, vervelen zich en kunnen weinig geld uitgeven. In 2020 stortten Nederlanders in totaal 42 miljard euro op spaarrekeningen, waar ze weinig tot geen rente op krijgen. Dan lijkt het kopen van aandelen aantrekkelijk. Los van het feit dat enige marktkennis hiervoor onontbeerlijk is: aandelen zijn nu ook duur. De vraag die in de uitzending wordt gesteld: is het daarom niet slimmer om met je spaargeld iets anders te doen?

Dat hangt ervan af, vindt Knaap. “Aandelen zijn duur ten opzichte van de behaalde winst. Niet alleen door de lage winsten in 2020, maar ook in langer perspectief.” Dat is niet gunstig voor het verwachte rendement. Maar er zijn weinig goede alternatieven. “Andere dingen, zoals obligaties, woningen, noem maar op, zijn nu ook duur. Relatief gezien valt het dan wel weer mee met die aandelen.”

 

Met één oog kijken naar inflatie

De hoge waarderingen hangen samen met de lage rente. Een van de redenen dat de rentestand zo laag is, is dat er internationaal kapitalen gespaard zijn. “In China is de spaarvoet bijvoorbeeld nog veel hoger dan bij ons.” Moet die rente nu koste wat kost laag blijven? “Dat is wel een belangrijke factor,” aldus Knaap. “De centrale banken kijken met één oog naar de inflatie. Als die plotseling oploopt, komt er een eind aan het regime waar we al heel lang in zitten: lage inflatie en dus lage rente. Dan wordt het een heel ander verhaal. Dat zal er onder meer toe leiden dat bijvoorbeeld obligaties weer goedkoper worden. Dan zijn aandelen verhoudingsgewijs wel heel duur.”

 

Nieuwe digitale munt

De opkomst van de bitcoin en andere cryptocurrencies heeft de centrale banken aan het denken gezet over de toekomst van digitaal geld. Hierover praten ze deze week tijdens een Innovation Summit van de Bank for International Settlements (BIS). De centrale banken willen hun eigen digitale munt gaan ontwikkelen. “Eindelijk. Papiergeld wordt steeds minder belangrijk, je rekent alles af met je pas. Dat plaatst de banken een beetje buiten de monetaire orde. Dus die interesse voor nieuwe geldvormen vind ik zeer terecht. Als mensen geld aanhouden op een rekening direct bij de centrale bank, dan kun je veel beter een monetair beleid voeren. Zo heb je in de gaten hoeveel geld er gecreëerd wordt en hoeveel tegoed mensen hebben. De vraag is dan wel of we onze bankrekeningen bij de ‘gewone’ bank nog nodig hebben. Die banken spelen ook een belangrijke rol, en het veroorzaken van een nieuwe bankencrisis is natuurlijk niet iets waar de centrale bank nu zijn vingers aan wil branden.”

 

Beluister de hele uitzending op BNR Nieuwsradio.

 

Volgende publicatie:
Bang voor spoken?

Bang voor spoken?

Gepubliceerd op: 18 maart 2021

Een monster onder je bed is nooit leuk. En dan kunnen je ouders wel zeggen dat spoken niet bestaan, zo voelt het als kind niet. Ook op financiële markten kruipt er soms een monster rond. Eentje met het vermogen om iedereen de stuipen op het lijf te jagen: het inflatiespook. Hoe bang moeten we daar nu voor zijn?

 

Het slechte nieuws: dit spook bestaat wél echt. In westerse landen zijn er in de vorige eeuw drie periodes geweest met forse inflatie. In Nederland ging het in beide wereldoorlogen om zo’n 10% gemiddeld per jaar. In de jaren zeventig om 7% per jaar. In dat tempo is je geld na tien jaar nog maar de helft waard. Met hetzelfde pensioen kom je dan maar tot halverwege de maand.

 

De schade kan al ontstaan voordat het monster zich roert. Het is namelijk de angst voor inflatie die de rente kan opjagen voordat er nog maar één prijskaartje is vervangen. Want inflatie maakt staatsobligaties met een vaste vergoeding in euro’s minder aantrekkelijk. Als bange beleggers deze stukken dumpen, dan daalt de prijs en stijgt de rente. En een hogere rente pakt vaak ook negatief uit voor aandelen en huizenprijzen. Die maakt toekomstige winsten en huren minder waard. Ook kunnen huizenkopers minder lenen.

 

Financiële markten houden rekening met stijgende inflatie. Dat is af te lezen uit de oplopende prijs van een verzekering tegen inflatie. Waarom? Stijgend optimisme over economisch herstel door vaccins en fiscale injecties speelt een rol. Inflatie is hoger in een economie die groeit. Maar ook duurdere grondstoffen en logistieke problemen kunnen leiden tot hogere prijzen. Een tekort aan chips werkt door in de productiekosten, een tekort aan containers op de goede plek drijft de vervoerskosten op.

Hoge inflatie is niet het meest waarschijnlijke scenario, maar het zou onverstandig zijn om er geen rekening mee te houden.

Toch zouden dit soort problemen tijdelijk moeten zijn. Juist oplopende prijzen voor specifieke goederen en diensten lossen logistieke problemen op – groter aanbod van containers waar ze het meest nodig zijn – en lokken hogere productie uit. De huidige productieknelpunten zijn zeker niet economie-breed. Voorlopig zit de wereld namelijk nog ver onder zijn oude productieniveau. Daarmee is oververhitting – een spiraal van oplopende lonen en prijzen – nog ver weg. Bedenk ook dat de inflatie al jaren (te) laag is, ondanks het forse geldaanbod van de ECB.

 

Toch maar rustig gaan slapen dan? Nee, dat ook niet. Hoge inflatie is niet het meest waarschijnlijke scenario, maar het zou onverstandig zijn om er geen rekening mee te houden. Op wat langere termijn is het denkbaar dat het aanbod in de knel komt en tegelijk de vraag stijgt. Handelsbeperkingen, klimaatschade, strenge regels en kostprijsverhogende belastingen zijn voorbeelden van belemmeringen aan de productiekant. Extra vraag kan komen van flinke publieke investeringsprogramma’s, gesteund door ruim monetair beleid. Meerdere scenario’s zijn denkbaar. Om er een te noemen: een late, abrupte energietransitie die samenkomt met fysieke klimaatschade.

 

Mocht u het inflatiespook in een nachtmerrie tegenkomen, ga er dan even in mee. Doordenk de consequenties als een dergelijk scenario zich voordoet. Het doorleven van een risicoscenario helpt namelijk om de volgende dag betere beslissingen te nemen. Met als resultaat dat u de nacht erop dan weer een stuk rustiger kunt slapen.

 

Charles Kalshoven is macro-econoom en senior strateeg bij APG

Volgende publicatie:
Chief economist Thijs Knaap bij BNR over Shell, dividenden en China-politiek Biden

Chief economist Thijs Knaap bij BNR over Shell, dividenden en China-politiek Biden

Gepubliceerd op: 25 februari 2021

“Er is niet één template voor alle energiebedrijven om te volgen. Dogmatisch sturen op ‘meer hernieuwbare energie tegen elke prijs’ is niet de oplossing.” Dat zegt APG’s Thijs Knaap in het programma Zakendoen op BNR Nieuwsradio in reactie op het nieuws dat Shell zijn doelstellingen op het gebied van klimaat vorig jaar niet gehaald heeft. “We blijven met Shell in gesprek over de energietransitie en klimaatbeleid, en hoe Shell concreet invulling geeft van het behalen van klimaatneutraliteit. En we blijven Shell nauwgezet en kritisch volgen op het pad van energietransitie.”

 

Knaap, chief economist bij APG, schuift geregeld aan bij het beleggerspanel van Zakendoen. In de uitzending van vandaag bespreekt hij ook de wens van China dat president Biden de handelstarieven schrapt. “Bij beleid zit er soms een gat tussen idee en uitvoering. Trump’s idee om China als een tegenstander te zien was ergens wel verstandig, maar de uitvoering was chaotisch en leverde weinig op. Biden heeft grotendeels hetzelfde idee, maar een andere uitvoering,” vertelt hij in gesprek met presentator Thomas van Zijl en panellid Martine Hafkamp.

Ook de lagere dividenden komen aan de orde. Knaap: “Geen enkel probleem. Dat het een slecht jaar was en dat er weinig winst gemaakt wordt, is geen verrassing. Veel belangrijker: het jaar overleven en dan weer gewoon doorgaan met dividenden betalen.”

 

Luister hier de hele uitzending

Volgende publicatie:
APG breidt investeringen in hoogwaardige studentenaccomodaties uit

APG breidt investeringen in hoogwaardige studenten- accomodaties uit

Gepubliceerd op: 22 februari 2021

Na een succesvolle start in Australië heeft APG namens zijn pensioenfondsklanten de investering in studentenaccomodaties van Scape verder uitgebreid. Scape en APG hebben hiertoe voor het Verenigd Koninkrijk een joint venture van 500 miljoen Britse pond (€ 580 miljoen) opgericht.

 

Scape ontwikkelt en beheert studentenaccomodaties met een hoge standaard in stadscentra. De bewoners beschikken over hoogwaardige faciliteiten als fitnessruimtes, studieruimtes, stijlvol meubilair, draadloze muzieksystemen, wekelijkse schoonmaak, levensmiddelenbezorging, et cetera. Met deze accomodaties speelt Scape in op een gunstige vraag op de lange termijn door een toenemende internationale studentenmobiliteit en groeiende binnenlandse vraag.

 

Voor APG en ABP biedt deze stap op de Britse markt zeer aantrekkelijke investeringsmogelijkheden met een stabiel rendement op lange termijn.

Volgende publicatie:
Het huwelijk tussen vrije markt en democratie

Het huwelijk tussen vrije markt en democratie

Gepubliceerd op: 18 februari 2021

In een tijd van toenemende wereldwijde protesten en met de Nederlandse verkiezingen in aantocht, kijk ik graag eens naar het ‘huwelijk’ tussen de vrije markt en de democratische rechtstaat.

 

De economen Acemoglu en Robinson hebben het in hun boek Why Nations Fail over economische en politieke instituties. Die kunnen inclusief zijn – iedereen mag meedoen – of uitbuitend. In dat laatste geval trekt een elite de rest leeg wat betreft welvaart of zeggenschap. Een van hun gedachten is dat economische vrijheid en politieke vrijheid elkaar versterken. Mijn vraag: is het nog een beetje een gelukkig huwelijk?

 

Waarom zouden politieke en economische vrijheid eigenlijk gelijk opgaan? Een deel van het verhaal is (on)gelijkheid. In een erg ongelijke samenleving moeten machthebbers zwaardere middelen inzetten om hun bezit te verdedigen. Economische vrijheid is bedreigend, want dat betekent meer concurrentie. En politieke vrijheid leidt voor je het weet tot herverdeling. Als een land zich (desondanks) ontwikkelt, ontstaat een middenklasse die inspraak wil en rechten probeert af te dwingen. Als dat lukt, is dat ook goed voor de economie. Ondernemers hoeven in een democratische rechtstaat namelijk minder bang te zijn dat iemand anders de vruchten van hún investering gaat plukken.

 

En zo hadden we tot aan het einde van de koude oorlog een overzichtelijke wereld. Of je woonde in een democratisch land met een vrije markt – meteen ook een rijk land – of je werd beknot in zowel je economische als politieke mogelijkheden en dan was je arm.

 

De grote afwijking in dit lekker overzichtelijke plaatje is China. Zoals bekend is de economische opmars ongekend. Maar politieke vrijheid is niet bepaald onderdeel van de succesformule. In de zeventiende eeuw liet de Nederlandse republiek het succes zien - tot afschuw van omliggende monarchieën - van de combinatie van economische en politieke vrijheden. De Chinezen tonen de wereld op hun beurt dat onvrijheid rijkdom niet in de weg hoeft te zitten. Toch een voorbeeld waarvan je hoopt dat het niet te veel navolging krijgt.

Er is nu eenmaal geen economische wet die bepaalt dat de meest objectieve berichtgeving het best verkoopt

Toch is het de vraag is of het succes blijft. Aan migratie van platteland naar de stad – een belangrijke groeimotor – zit een einde. Er is nog een reden om aan de houdbaarheid van het Chinese model te twijfelen. Acemoglu en Robinson stellen dat de combinatie van autoritair leiderschap en economische vrijheid helemaal niet stabiel is. Het kan dan twee kanten op. Toenemende welvaart kán tot toenemende inspraak leiden. Dan wordt je een vrije markt democratie. Maar je kunt ook afglijden naar onvrijheid op beide fronten.

 

Maar ook het stabiele huwelijk tussen democratie en vrije markt kan worden ondermijnd. Groeiende ongelijkheid kan maatschappelijke onvrede voeden. En de vrije markt kan veel nepnieuws genereren. Dat is een belangrijke factor geweest bij de bestorming van het Capitool op 6 januari. Er is nu eenmaal geen economische wet die bepaalt dat de meest objectieve berichtgeving het best verkoopt.

 

We kunnen er dus niet van uitgaan dat het automatisch goed komt als je eenmaal economische en politieke vrijheid hebt. Goed om te onthouden in verkiezingstijd. In verkiezingsprogramma’s – maar ook in de samenleving – zien we nu veel meer aandacht voor ongelijkheid. Dat helpt ook om de vrije markt en democratie bij elkaar te houden. Of ik hier voor straks een passend stemadvies bij heb? Jazeker. Ga stemmen!

 

 

Charles Kalshoven is senior strateeg bij APG

Volgende publicatie:
De voors en tegens van shortselling

De voors en tegens van shortselling

Gepubliceerd op: 8 februari 2021

Particuliere beleggers kwamen onlangs via het sociale netwerk Reddit in actie tegen shortselling: speculeren op koersdalingen. Het gebeurt al eeuwen, maar past het ook nog in deze tijd? Beleggingsexpert Patrick Bronger van APG maakt de balans op.

 

Een brug in zeventiende-eeuws Amsterdam: een clubje mannen (vrouwen mochten niet in aandelen handelen) heeft zich verzameld rond Isaac le Maire, een rijke koopman en medeoprichter van de Vereenigde Oostindische Compagnie, de eerste multinational ter wereld én het eerste bedrijf dat aandelen uitgeeft. Le Maire is na een ruzie uit de VOC gegooid en zint op wraak en een manier om zijn 22 (!) kinderen te voeden.

 

Shortselling avant la lettre

Op die brug verkoopt Le Maire de omstanders aandelen-VOC, waarbij de prijs via handjeklap wordt bepaald (de effectenbeurs ontstaat pas een paar jaar later). Het gaat om zogenoemde termijncontracten: Le Maire moet de aandelen op een later moment leveren tegen de overeengekomen prijs. Als de koers in de tussentijd daalt, maakt hij winst. Shortselling avant la lettre. Dat mag gewoon. Maar wat doet Le Maire: hij praat de koers omlaag door valse geruchten te verspreiden, bijvoorbeeld dat er een VOC-schip bij Kaap de Goede Hoop gezonken zou zijn. En dat mag níet. De koers van de VOC-aandelen begint inderdaad te dalen.

 

Reddit-rebellie

Fast forward naar de 21e eeuw. Particuliere beleggers kopen eind januari massaal aandelen van GameStop, een Amerikaanse winkelketen voor videospelletjes, aangemoedigd door internetforum Reddit. De beurskoers loopt razendsnel op, waardoor de shortsellers - die juist hadden ingezet op een koersdaling van het slechtlopende bedrijf - miljarden dollars verliezen. Daar was het de Reddit-aanhang precies om te doen: ze manipuleerden de aandelenmarkt om een vuist maken tegen het in hun ogen verwerpelijke grootkapitaal: hedgefondsen, die zich oneigenlijk zouden verrijken met hun gespeculeer op dalende koersen.  

Hebben de Reddit-rebellen gelijk, of heeft shortselling ook voordelen op de aandelenmarkt? Wat merkt de pensioendeelnemer daarvan? En: wat ís shortselling nu eigenlijk precies? We vroegen het Patrick Bronger, Expert Portfolio Manager Hedge Funds & Alternative Alpha bij APG Asset Management. Hieronder zijn uitleg.

 

Een lesje shortselling

Shortsellers doen eigenlijk precies wat Le Maire deed, maar dan in het groot. Ze speculeren erop dat de koers van aandelen (of obligaties, of grondstoffen, zoals goud en zilver) zal dalen. Waarom? “Omdat ze denken dat die aandelen te hoog gewaardeerd zijn op de beurs”, aldus Bronger. “Als het bedrijf in werkelijkheid minder goed presteert, zal de koers op een gegeven moment naar beneden gaan. Shortsellers nemen daar een voorschotje op.” Hedgefondsen doen ook aan shortselling om het risico af te dekken van beleggingen waarmee ze juist speculeren op een koersstijging (‘long gaan’). “Als die koerssprong uitblijft, verdienen ze in elk geval aan de short-aandelen.”

 

 

Hoe werkt het precies?

Shortsellers lenen effecten – bijvoorbeeld aandelen – tegen een vergoeding van brokers, pensioenfondsen of verzekeraars. “APG leent trouwens principieel géén aandelen of andere effecten uit”, benadrukt Bronger. De shortsellers verkopen de geleende aandelen tegen de dan geldende beurskoers direct door aan een andere belegger. Die kan die aandelen op zijn beurt ook weer uitlenen aan een andere shortseller. Zo kunnen dezelfde aandelen gebruikt worden voor het innemen van shortposities. Vergelijk het met e-tickets voor een popconcert: je kunt ze net zo vaak doorverkopen als je wilt. Alleen geven die e-tickets slechts één persoon toegang, bij shortselling kunnen de aandelen meerdere keren gebruikt worden door verschillende partijen.   

Op een afgesproken moment kopen de shortsellers de aandelen weer terug om ze aan de geleende partij te retourneren, legt Bronger uit: “Als de koers ondertussen is gedaald, betalen ze een lagere prijs en maken ze winst. Maar als de koers inmiddels is gestegen, moeten ze een hogere prijs betalen en lijden ze verlies.”

 

Is er een ‘noodknop’?

De winsten, maar ook de verliezen kunnen enorm oplopen, zoals het miljardenverlies van de hedgefondsen bij de GameStop-aandelen laat zien. Als de verliezen te groot worden, drukken hedgefondsen soms op een soort killswitch, een noodknop, vertelt Bronger: “Ze gaan dan snel veel aandelen kopen, in een poging om het verlies op hun shortposities te compenseren of zoveel mogelijk te beperken. Vaak is de tijdsdruk echter groot en slaan meerdere partijen tegelijkertijd aan het kopen, wat de aandelenprijs enorm opdrijft.” Dat wordt een short squeeze genoemd. In het geval van GameStop legden brokers – ook Nederlandse – de aandelenhandel stil om te hoge pieken te voorkomen.

 

Hebben de criticasters een punt?

De Reddit-actie is een weerspiegeling van de sociale ongelijkheid in de (Amerikaanse) samenleving en legt de onvrede en boosheid daarover bloot. Ook de coronacrisis speelt een rol: mensen hebben veel spaargeld en brengen veel tijd thuis door. Nu funshoppen niet meer kan, gaat een deel funbeleggen. Los daarvan, is een deel van de kritiek van de Redditters terecht, aldus Bronger. Daarbij is het volgens hem belangrijk om niet alle shortsellers over één kam te scheren en het kaf van het koren te scheiden.

Het kaf, dat zijn zeg maar de Isaac le Maire’s van deze tijd. “Ook in de 21e eeuw zijn er shortsellers die valse geruchten verspreiden en via sociale media gaat dat een stuk sneller dan op een brug of in koffiehuizen”, lacht Bronger. Al kunnen de bedrijven in kwestie die geruchten net zo snel proberen te ontzenuwen via Twitter, terwijl vroeger pas na zo’n anderhalf jaar bleek of een schip was vergaan of juist met rijke lading terugkeerde.

Sommige shortsellers slaan bovendien een agressieve toon aan naar het management van bedrijven die ze op het oog hebben. Een ander punt van kritiek is dat shortsellers verdienen aan bedrijven die het toch al zwaar hebben en die bedrijven ook nog eens sneller de afgrond induwen. Speculeren op een dalende koerskoers wordt dan een soort selffulfilling prophecy. Bovendien is de markt voor shortselling ondoorzichtig door het onderlinge lenen en doorverkopen van aandelen.

 

Zijn er ook argumenten vóór shortselling?

Ja, die zijn er zeker, stelt Bronger. Daarvoor moeten we kijken naar het koren: dat zijn de shortsellers die diepgaand onderzoek doen naar bedrijven. “Zo kunnen ze vroegtijdig verschillen signaleren tussen de beurswaardering en de werkelijke prestaties van het bedrijf, of zelfs fraude of andere misstanden op het spoor komen.”

Bronger noemt als voorbeeld het Amerikaanse energieconcern Enron, dat in 2001 omviel door een boekhoudschandaal: “Niemand had door dat topmensen van Enron zakelijke transacties met het eigen bedrijf deden, behalve een analist van de huisbankier. Enron eiste dat de bank de kritische analist zou ontslaan, waarna deze overstapte naar een shortseller en de affaire wereldkundig maakte.” Hetzelfde geldt voor Lehman Brothers: het faillissement van de zakenbank markeerde het begin van de kredietcrisis in 2008. Drie maanden eerder had een hedgefondsbeheerder al gewaarschuwd voor de zwakke financiële positie van de bank en onregelmatigheden in de boekhouding. Een recent voorbeeld is betaalbedrijf Wirecard, jarenlang het kroonjuweel van de Duitse techbedrijven. De Duitse toezichthouder kondigde een verbod af op shortselling bij Wirecard, tot de zogenaamde ‘geruchten’ over gesjoemel met cijfers waar bleken. Er kwam een enorm boekhoudschandaal aan het licht en het bedrijf ging failliet.

Shortsellers hebben dus wel degelijk een functie, stelt Bronger: ze kunnen ervoor zorgen dat de beurskoers een betere afspiegeling vormt van de werkelijke waarde van effecten én tijdig waarschuwen voor problemen bij beursgenoteerde bedrijven. “En dat is waardevolle informatie voor beleggers, zowel particulier als professioneel.”

 

Doet APG aan shortselling?

APG investeert een klein deel van het belegd vermogen in hedgefondsen, die dat soms via shortselling beleggen. “Als APG voor hedgefondsen kiest, doen we dat puur en alleen vanwege hun kennis en ervaring in gespecialiseerde beleggingen”, licht Bronger toe. Het gaat in totaal om zo’n 22 miljard euro. Dat lijkt veel geld, maar in verhouding tot het totale vermogen van 573 miljard euro is het nog geen 4%. Bronger: “Dat past in ons beleid om in verschillende categorieën te beleggen, om zo het risico zo goed mogelijk te spreiden. Bovendien doen we niet aan shortselling met het pensioengeld dat onze teams zelf beleggen. En APG leent uit principe dus ook geen aandelen uit aan shortsellers.”   

Voor de zekerheid is er na de publiciteit rond Reddit en GameStop een stress-test gedaan, maar APG bleek hierdoor niet of nauwelijks geraakt te worden in de beleggingsportefeuille. “We hebben ook opnieuw stilgestaan bij de ethische aspecten van shortselling”, vertelt Bronger. “APG is tenslotte een langetermijnbelegger, die zich verantwoord wil opstellen. Maar shortselling kan daar juist ook bij hélpen.”

De waardevolle expertise en informatie van hedgefondsen kan het rendement op de beleggingsportefeuille vergroten en de risico’s juist verkleinen, doordat slechte prestaties en problemen bij bedrijven tijdig aan het licht komen. Bovendien stellen shortsellers soms ook onwenselijk gedrag aan de kaak: hoe ondernemingen worden bestuurd, of hoe ze omgaan met hun mensen en het milieu. “Daar kan APG als grote belegger die bedrijven dan weer op aanspreken”, aldus Bronger.

APG wil wel verantwoord omgaan met shortselling. Dat betekent dat de pensioenbeleggers geen enorme shortposities opbouwen, maar - zoals gezegd - gespreid beleggen. Ook wordt er kritisch gekeken naar samenwerkingsverbanden: niet met activistische hedgefondsen met een kortetermijnfocus en niet met shortsellers die misleidende marktinformatie verspreiden. Dus niet met de Le Maire’s van deze wereld. “Onze eigen beleggingsteams houden ook de sociale media nauw in de gaten voor nieuwe Reddit-rally’s, om daar snel op in te spelen”, besluit Bronger.  

 

In 30 jaar 1,5 miljoen verloren

Hoe liep het eigenlijk af met Isaac le Maire? De VOC wist gedaan te krijgen dat de overheid een gedeeltelijk verbod op shortselling afkondigde, waarna de koers weer steeg. Le Maire en zijn kompanen zouden daardoor een bedrag hebben verloren met de huidige waarde van tien tot twintig miljoen dollar. Isaac stierf in 1624, rond de 65 jaar oud. Op zijn graf staat geschreven ‘dat hy in 30 jaren tyts (behoudens eer) overloren [verloren] heit over de 15 00000 guldens’, oftewel zo’n anderhalf miljoen.

 

De informatie over Isaac le Maire is gebaseerd op een interview op de Amerikaanse radiozender Planet Money met Lodewijk Petram, historicus, econoom en auteur van het boek De bakermat van de beurs.    

Volgende publicatie:
“We hebben die kapitaalmarkten niet voor niks”

“We hebben die kapitaalmarkten niet voor niks”

Gepubliceerd op: 3 februari 2021

‘De strijd tussen David en Goliath’ en ‘een aanval op Wall Street’. Wereldwijd stonden de ‘de bladen’ er vol mee: de actie die vanuit het online forum Reddit werd opgezet om massaal aandelen in het noodlijdende GameStop te kopen. En zo de waarde van het bedrijf te laten stijgen. Reden: hedgefondsen, die juist speculeerden op een koersdaling van de computerspellenretailer (het zogeheten shortsellen), een financiële dreun te geven. En dat lukte. De actie kostte de fondsen miljarden. Chief economist bij APG Thijs Knaap sprak erover in het BNR-programma Zakendoen.

 

“Er komen nu eigenlijk drie dingen bij elkaar,” vertelt Thijs, in gesprek met onder meer presentator Thomas van Zijl. “Grote groepen mensen hebben, ook door corona, geld én tijd. Transacties op de optiemarkt zijn enorm goedkoop. En er is een vorm van coördinatie mogelijk omdat mensen dit op een forum met elkaar kunnen afspreken.”

 

Of dit soort acties wenselijk is én of we ze vaker gaan zien, hoor je in dit geluidsfragment.

Volgende publicatie:
“Stilstaan bij je geldzaken: net zo vanzelfsprekend als je halfjaarlijkse tandartsbezoek”

“Stilstaan bij je geldzaken: net zo vanzelfsprekend als je halfjaarlijkse tandartsbezoek”

Gepubliceerd op: 28 januari 2021

Om betere financiële keuzes te kunnen maken, moeten mensen meer én eerder met hun geldzaken bezig zijn. Dat vinden Paulien van Gurp en Henk-Jan Boersma van Prikkl. APG nam vandaag een belang van 40 procent in het financieel coachings- en adviesplatform. Beide delen dezelfde missie: financieel inzicht weer bereikbaar maken. Klinkt mooi, maar abstract. Want hoe doe je dat precies?

 

Het is één van de doelen die APG zichzelf stelt: Nederlanders ‘financieel fitter’ maken. Ofwel: mensen helpen meer grip te krijgen op hun geldzaken, zodat ze weloverwogen keuzes kunnen maken. Om dat te bereiken, ontwikkelde APG al eerder diverse initiatieven en tools om de werkgevers en deelnemers van de bij APG aangesloten pensioenfondsen te ondersteunen. Het partnership met Prikkl is het meest recente wapenfeit in dat rijtje. Prikkl helpt bedrijven sinds 2017 hun medewerkers financieel ‘wendbaar’ te maken, met een combinatie van software en persoonlijk advies. Chris Veerkamp is vanuit APG als business owner betrokken bij de samenwerking: “We delen de overtuiging dat iedere Nederlander recht heeft op laagdrempelige en betaalbare financiële coaching. En we willen mensen activeren daar gebruik van te maken.”

 

Vanwaar die ‘activatiedrang’? Mensen zoeken toch wel advies als ze daar behoefte aan hebben?

Boersma: “Dat is het ‘m net: die drempel is voor veel mensen te hoog. Het is te duur, of te veel werk. Hierdoor zoeken ze uit zichzelf vaak te laat financiële hulp. Pas als de nood aan de man is. Dan zijn de mogelijkheden nog maar beperkt. Je praat pas met de bank als je daadwerkelijk een huis gaat kopen, je verdiept je pas in eerder stoppen met werken als je geen zin meer hebt om te werken en de AOW-leeftijd in zicht is. Terwijl mensen veel beter geholpen zouden zijn als ze daar op hun 40ste al eens over nadenken. Dan kun je er nog iets aan doen.”

 

Veerkamp: “En ‘iets doen’ betekent: keuzes maken. Met het nieuwe pensioenstelsel op komst worden die keuzes alleen maar belangrijker. De hoogte van pensioen wordt namelijk onzekerder en het is noodzakelijk dat mensen op tijd zicht hebben wat de impact van hun keuzes kan zijn. Een huis kopen, eerder stoppen met werken; wat betekent dat voor je financiën en inkomen nu en later?”

 

En Prikkl en APG gaan daarbij helpen?

Veerkamp: “Dat is natuurlijk het doel. Waar we naartoe willen is dat we er met onze dienstverlening voor pensioendeelnemers kunnen zijn op de momenten dat financiën een belangrijke rol spelen. De juiste informatie op het juiste moment. Dus snel een helpende hand op maat bieden, in plaats van een direct een volledig financieel plan. We willen mensen begeleiden bij financiële keuzes in hun leven of loopbaan, en bij voorkeur nog vóórdat die zich voordoen.”

 

Is het lastig om daarop te anticiperen?

Veerkamp: “Tuurlijk, en daar ligt ook wel de uitdaging. Aan de andere kant: vanuit APG weten we vanuit onze ervaring goed welke problemen zich kunnen voordoen, welke keuzes mensen gaan maken en welke impact dat kan hebben op hun pensioen. We hebben voor onze fondsen dagelijks veel contact met klanten. We horen dus wat er speelt bij mensen en werkgevers. Ook op financieel vlak. Daar zouden we meer uit kunnen halen om ze te faciliteren en te helpen.”

 

Boersma: “En veel gedrag is te voorspellen. Daar kun je op inspelen. Een mooi voorbeeld: starters op de woningmarkt. Die horen alleen maar hoe laag hun kansen zijn om een huis te kunnen kopen. Daarom duiken ze er misschien niet verder in. Als zo’n starter dan bij een werkgever begint en wij bij het opstellen van het contract al in gesprek gaan, kunnen we en passant een berekening maken van wat de maximale hypotheek zou zijn – en of iemand dus in aanmerking komt voor een huis. Daardoor kun je nadenken over een  mogelijkheid waar je normaal nog niet aan had gedacht.”

 

Van Gurp: “Dat is ook wel de kern van onze aanpak: we kijken eerst naar de financiële situatie van iemand en bepalen op basis daarvan welke oplossing of aanpak daarbij hoort.”

 

Richten jullie je alleen op werknemers en werkgevers?

Van Gurp: “Ja, in principe wel. De werkgever is een belangrijke en betrouwbare schakel om medewerkers te helpen met hun geldzaken of ze te stimuleren daarmee bezig te zijn. We richten ons in de basis niet op zzp’ers, hoewel we mensen die overwegen voor zichzelf te beginnen, daarin natuurlijk wel helpen. Wie weet focussen we ons in de toekomst ook op zelfstandigen.”

 

APG biedt ook andere diensten die zich richten op financiële fitheid, zoals Kandoor. Wat is de meerwaarde van Prikkl in dat rijtje?

Veerkamp: “Het aanbod waarmee we een ‘vertrouwde gids’ willen zijn voor werkgevers en werknemers, is nog behoorlijk applicatie- en platform gedreven. Dit zijn dus vrijwel uitsluitend digitale tools. Prikkl combineert adviessoftware met de persoonlijke aandacht van een financieel adviseur. Bovendien richt Prikkl zich op financiële coaching en advies in de volle breedte. Meer dan pensioen alleen. Daar kunnen we ook veel van leren. Want samenwerken met partijen buiten APG betekent ook dat je niet alles zelf hoeft te doen om een vertrouwde gids voor werkgevers en deelnemers te zijn. Belangrijk is wel dat de diensten elkaar versterken. Dan wordt één plus één meer dan twee.”

 

Wat zijn concreet de volgende stappen in de samenwerking?

Veerkamp: “We gaan eigenlijk twee kanten op: enerzijds gaan we onderzoeken hoe de dienst Prikkl, zoals die is, optimaal kunnen inzetten bij de werkgevers en werknemers van de aangesloten pensioenfondsen van APG. Daarnaast storten we ons de komende maanden op de ontwikkeling van twee nieuwe proposities. Dus nieuwe manieren waarop we de kennis en dienstverlening van Prikkl kunnen combineren met wat we bij APG doen.”

 

Wanneer zijn jullie tevreden?

Van Gurp: “Als we er echt voor kunnen zorgen dat we financieel inzicht bereikbaar maken voor een groot publiek. Als het ons op grote schaal lukt om éérder bij mensen te zijn. Dus voordat ze in financiële problemen komen of beperkt raken in hun keuzes. Als het om financiën gaat, wil ik voorkomen dat iemand denkt: had ik maar…”

 

Boersma: “Ik ben blij als mensen hulp bij geldzaken meer als een routine gaan beschouwen. Het hoeft echt niet per se leuk te zijn, maar het zou even vanzelfsprekend moeten zijn als een bezoek aan de tandarts. Gewoon, één à twee keer per jaar even ervoor gaan zitten. En daar helpen wij dan graag bij.”

Volgende publicatie:
“Ondernemend beleggen is the name of the game”

“Ondernemend beleggen is the name of the game”

Gepubliceerd op: 22 oktober 2020

Ronald Wuijster over beleggen in tijden van corona       

 

Hoe ga je als langetermijnbelegger om met de kortetermijnontwikkelingen binnen een snel veranderende wereld, als gevolg van Covid-19? Hoe laat je je niet te veel afleiden door de waan van de dag? Ondernemend beleggen in real assets is the name of the game, aldus APG’s Ronald Wuijster, lid raad van bestuur, verantwoordelijk voor Asset Management. Directe beleggingen dus, zonder tussenkomst van financiële markten. Wuijster sprak er over tijdens de World Pension Summit, die online plaatsvindt van 19-23 oktober.  

 

Een institutionele belegger als APG belegt voor de lange termijn. Logisch, want de financiële verplichtingen van een pensioenfonds lopen tot ver in de toekomst door. Dat heeft als voordeel dat je de tijd hebt om een belegging tot volle wasdom te laten komen, als het nodig is. Het rendement hoeft er niet van vandaag op morgen uitgehaald te worden. Dat wil echter niet zeggen dat je alle ontwikkelingen op de korte termijn zomaar kunt negeren. Zeker niet als het extreme ontwikkelingen zijn, zoals nu met Covid-19.

 

Flinke knauw
Of het nou om staatsobligaties, aandelen, onroerend goed of private equity gaat, de verwachte rendementen van nu zijn ten opzichte van 2012 allemaal met zo’n 2-3 procent gedaald. Wuijster: “Dat klinkt misschien als een bescheiden krimp, maar over een jarenlange periode betekent het een flinke knauw voor het belegd vermogen. Als je gaat kijken naar de oorzaken van die rendementsafname in de afgelopen jaren, komen ruwweg vier factoren naar voren. Een lage productiviteitsgroei bij bedrijven en toenemende schulden van overheden, bedrijven en huishoudens. Dat zijn de eerste twee. In de afgelopen vijf jaar hebben centrale banken bovendien – om de economie te stimuleren – een intensief monetair beleid gevoerd door in hoog tempo staatsschuld op te kopen. En de steeds intensiever geworden zoektocht naar beleggingen die wél nog wat rendement genereren, heeft de verwachte rendementen van andere assets óók onder druk gezet.”

Let wel, dit was de situatie tot maart 2020. Want de uitbraak van de corona-pandemie had nog eens een versnellend effect op alle vier genoemde trends. Met andere woorden, de verwachte beleggingsrendementen namen daardoor nóg verder af.

 

Mondmaskers en geneesmiddelen
Tegelijkertijd brengt Covid-19 een aantal trends met zich mee waarop je als institutionele belegger kunt inspelen, aldus Wuijster. “De neiging tot daadkracht en ingrijpen bij overheden is groter dan de angst om schulden te maken. Daardoor ontstaan mogelijkheden om samen met die overheden te investeren in projecten die gericht zijn op het verzachten van de crisis. Bovendien zijn face to face ontmoetingen in rap tempo afgenomen, wat een flinke impact heeft op de detailhandel, kantorenmarkt en reisgedrag. Dat biedt weer interessante mogelijkheden om in infrastructuur te investeren. Maar het vraagt ook om een heroriëntatie binnen de onroerendgoedportefeuille: sluit die optimaal aan op genoemde ontwikkelingen? Wat we ook zien, is dat zich een ontwikkeling voltrekt waarbij met name cruciale productie – mondmaskers, geneesmiddelen – weer ‘naar huis’ wordt gehaald. Die trend was overigens al vóór Covid-19 ingezet;  de lange value chains tussen bijvoorbeeld China en Europa worden als te kwetsbaar gezien. Zolang het loopt als gepland werkt het goed, maar er hoeft maar één dingetje in de keten mis te gaan, en de gevolgen zijn groot.”

 

Offshoring
Een andere trend die Ronald aanstipt, is de boost die het werken-op-afstand heeft gekregen door corona. Want als men eenmaal gewend is aan die manier van werken, hoe klein is de stap dan naar off-shoring? “Moet die juridisch analyse nog wel in Amsterdam plaatsvinden, of kan het ook in Delhi? Diensten worden in sneltreinvaart verhandelbaar, wat kan leiden tot een nieuwe globaliseringsgolf”, aldus Wuijster.

Het corona-tijdperk brengt dus zijn eigen investeringsmogelijkheden met zich mee, waarbij je als belegger ook nog serieus rekening moet houden met het gevaar van een dreigende financiële crisis.  

 

Deur blijft dicht
In een wereld waarin er op financiële markten niet echt meer veilige assets met voldoende verwacht rendement beschikbaar zijn, is ‘ondernemend beleggen’ voor een institutionele belegger the name of the game. Directe beleggingen dus, zonder tussenkomst van financiële markten. En juist daar komen de voordelen om de hoek kijken die een grote belegger als APG heeft. Wuijster: “Door de omvang van het belegd vermogen en kennis van lokale markten is er toegang tot dergelijke real assets, terwijl de deur dicht blijft voor partijen die die schaalgrootte niet hebben. Ook voor de monitoring van dit soort investeringen is die omvang nodig – dit proces is immers veel arbeids- en kennisintensiever dan wanneer je belegt via de beurs.”

 

Vinger in de pap
Dergelijke beleggingen in real assets bieden de gelegenheid om een flinke vinger in de spreekwoordelijke pap te hebben. “Die sterke governance rights zijn wat ons betreft echt essentieel voor de verdere ontwikkeling van onze real assets beleggingsportfolio. Daarnaast spelen partnerschappen een belangrijke rol, en kostenefficiëntie in het beleggingsproces. Bovendien moeten we in staat zijn om invloed uit te oefenen op de duurzaamheids- en governance-factoren die relevant zijn voor een specifieke belegging”, aldus Wuijster.   

Volgende publicatie:
Thijs Knaap bij BNR: “Beursgenoteerde bedrijven doen het beter dan verwacht”

“Beursgenoteerde bedrijven doen het beter dan verwacht”

Gepubliceerd op: 30 september 2020

Thijs Knaap, senior strateeg bij APG, sprak tijdens het Beleggerspanel van BNR van 29 september over de financieel-economische gevolgen van de tweede coronagolf. Het effect van de eerste golf op de beurs valt tot nu toe mee, stelde Thijs in de uitzending. De bedrijfswinsten zijn niet goed, maar beter dan verwacht. Maar hoeveel vet hebben bedrijven nog op de botten na de eerste schok? Wat zal het effect zijn als de overheid steeds selectiever wordt in zijn steunmaatregelen? Voor beleggers biedt deze periode aantrekkelijke koopjes, aldus Thijs. De recente hoteluitbreidingen van APG  zijn daarvan een mooi voorbeeld. Beluister hier de podcast.

Volgende publicatie:
Leidt corona dit keer wel tot een financiële crisis?

Leidt corona dit keer wel tot een financiele crisis?

Gepubliceerd op: 18 augustus 2020

Beleggingsspecialist Thijs Knaap over de economische impact van een tweede coronagolf

 

Nu zich steeds meer voortekenen aandienen van een tweede Coronabesmettingsgolf, is de hamvraag voor beleggers: Hoe hard wordt de klap voor de economie deze keer? En wat gaan we daarvan merken op de financiële markten? Thijs Knaap, Senior Strategist bij APG Asset Management, ontvouwt zijn visie: “Afgaand op de huidige koersen, lijken beleggers in de MSCI World Index er vanuit te gaan dat bedrijfswinsten binnen twee jaar weer terug zijn op het niveau van vóór de crash”.  

 

Als belegger ben je voortdurend bezig met de vraag in hoeverre informatie is verwerkt in de koers van een bepaalde beleggingscategorie of index. Gezien de economische impact die de Corona-pandemie wereldwijd heeft, is het dan ook niet zo vreemd dat de vraag wat de economische gevolgen zullen zijn van een tweede Coronagolf, Thijs Knaap behoorlijk bezighoudt.

 

In hoeverre zijn de economische gevolgen van een tweede golf al ingeprijsd op aandelenmarkten?

Knaap: “Iedereen heeft natuurlijk andere modellen en projecties, maar de consensus is wel zo’n beetje dat de bedrijven uit de MSCI World Index als gevolg van de eerste besmettingsgolf dit jaar zo’n dertig procent minder winst gaan maken. Maar goed, de prijs van een aandeel wordt ook bepaald door de winstverwachtingen van het betreffende bedrijf voor de jaren vanaf 2021. Op basis van al die verwachtingen samen, lijken beleggers in de MSCI World Index er vanuit te gaan dat bedrijfswinsten binnen twee jaar weer terug zijn op het niveau van vóór de crash in maart van dit jaar”.

 

Dat is best snel.

“Ja, maar vergeet niet dat er nog maar betrekkelijk weinig bedrijven failliet zijn gegaan, en er geen financiële crisis is. En dat heeft alles te maken met het monetair en fiscaal beleid van nationale overheden. Centrale banken stimuleren zich een slag in de rondte, waardoor er goedkoop geleend kan worden. Dat is het monetaire stuk. Daarnaast hebben we alle overheidsregelingen om bedrijven lonen te kunnen laten doorbetalen, zoals de NOW-regeling in Nederland. Dit fiscaal beleid heeft ook bijgedragen aan het overeind houden van veel bedrijven.”

 

Hoe houdbaar is dat beleid?

“Ja, dat is inderdaad de vraag. Als er een tweede besmettingsgolf komt, dalen verwachte winsten op korte termijn verder. Dat is niet fijn, maar twee jaar van dalende bedrijfswinsten is behapbaar. Belangrijker is de vraag of die tweede golf nu wel tot een financiële crisis of faillissementsgolf zal leiden. Dat zal afhangen van de reactie van overheden. Met het monetair beleid kunnen ze nog wel even op de huidige manier doorgaan, maar het fiscaal beleid is een ander verhaal. De aanstaande verkiezingen in de VS kunnen leiden tot een gespleten regering (Senaat en Huis van Afgevaardigden van verschillende politieke kleur, red.), waardoor een tweede ronde aan steunmaatregelen moeilijk kan blijken – en het eerste pakket kwám al lastig tot stand. In Europa is er met veel moeite een deal bereikt (over de EU-begroting t/m 2027 en een Coronafonds, red.), maar daar is het politiek kapitaal nu wel op. De schuldquotes (schulden als percentage van het Bruto binnenlands product, red.) stijgen al flink, wat de ruimte verkleint voor overheden om fiscaal beleid te voeren. En in opkomende landen is die ruimte sowieso al kleiner. Hoe dan ook, voor een tweede vergelijkbare besmettingsgolf die wél leidt tot een financiële crisis of faillissementsgolf, zijn de aandelen- en obligatiemarkten niet klaar”.   

 

Ze houden daar dus nu geen rekening mee? “Nee, de markten lijken er vanuit te gaan dat de tweede economische klap minder hard zal zijn dan de eerste. We weten nu veel meer over de verspreiding van Covid-19. Algehele lockdowns worden minder waarschijnlijk, er zal meer gedifferentieerd, met beperkte lockdowns gewerkt worden. De economische schade daarvan is kleiner, en bovendien is er een vaccin in ontwikkeling. Er zijn minder onzekerheden, waardoor de economische gevolgen bij een tweede golf kleiner zullen zijn.”

 

Kan het dan onverwacht nog tegenvallen?

“Ja, de winter komt er weer aan, waarin het virus zich veel sneller zou kunnen verspreiden omdat er meer binnen geleefd wordt dan in de zomer. En ook de langetermijneffecten van het virus op de gezondheid lijken niet mals, maar die kunnen we nu nog niet helemaal overzien”.

 

Luister ook naar Thijs Knaap hierover in de BNR Beleggerspanel uitzending van 18 augustus

Volgende publicatie:
APG op weg naar volledig eigendom van VIA Outlets

APG op weg naar volledig eigendom van VIA Outlets

Gepubliceerd op: 6 augustus 2020

Tevens deelname aandelenuitgifte Hammerson

 

APG wordt nagenoeg volledig eigenaar van VIA Outlets (onder meer Batavia Stad). Hierover is overeenstemming bereikt met de huidige eigenaar, de Britse beursgenoteerde vastgoedonderneming Hammerson.  Het wachten is nu nog op goedkeuring van de aandeelhouders van Hammerson en de relevante mededingingsautoriteiten. Daarnaast zal APG deelnemen aan de aandelenuitgifte van Hammerson.

 

VIA Outlets exploiteert elf ‘Premium Outlets’ in negen Europese landen met meer dan 267.000 m2 vloeroppervlak en meer dan 1.130 winkels. In Nederland gaat het om Batavia Stad. VIA Outlets is een van de toonaangevende Premium Outlet operators in Europa, met de derde grootste portefeuille in Europa. Per 30 juni 2020 bedroeg de marktwaarde van de VIA-portefeuille ongeveer  1,55 miljard euro. APG betaalt voor het belang van Hammerson naar verwachting zo’n 301 miljoen euro, wat overeenkomt met 18,7 procent korting ten opzichte van de marktwaarde van de assets.

APG heeft een belang van 19,6 procent in Hammerson en heeft verklaard naar rato deel te zullen nemen aan de aandelenuitgifte. Hiermee is voor APG een bedrag van naar verwachting 120 miljoen euro gemoeid.

Hammerson verwacht met de verkoop van het belang in VIA Outlets en de aandelenuitgifte zijn kapitaalsstructuur te versterken en daarmee een betere uitgangspositie te krijgen om de aangescherpte strategie vorm te kunnen geven.

 

Robert-Jan Foortse, Head of European Property Investments van APG:

‘De internationale retailsector staat al geruime tijd onder druk door structurele veranderingen in de sector, die nu ook nog eens worden versneld door de COVID-19-crisis. Dat heeft ook zijn impact gehad op de portefeuille en de waardering van Hammerson. Wij ondersteunen de financiële en strategische maatregelen van Hammerson, zoals die vandaag zijn aangekondigd. Daarom hebben wij besloten om Hammerson te steunen met een totaalpakket dat bestaat uit onze pro-rata participatie in de aangekondigde aandelenuitgifte en de acquisitie door APG van nagenoeg het gehele belang van Hammerson in VIA Outlets. Met die laatste transactie zijn wij op weg om volledig eigenaar te worden van VIA Outlets. Wij denken dat Premium Outlets op strategische locaties in toenemende mate populair zijn bij de moderne consument. Outlets zijn een belangrijk onderdeel in de ‘omni-channel’ distributie strategie van toonaangevende merken. Premium Outlets vormen een wezenlijk deel van onze Europese vastgoedportefeuille.’

 

Persbericht Hammerson (Engels)

Volgende publicatie:
"We kijken ook naar de kansen die deze crisis biedt"

"We kijken ook naar de kansen die deze crisis biedt"

Gepubliceerd op: 2 juli 2020

APG behoort wereldwijd tot de top drie grootste beleggers in vastgoed en tot de top zes in infrastructuur. Hoe wendt APG die invloed in de crisis aan? “De wereld is niet veranderd. Maar ik zie wel een versnelling in de megatrends die al langer speelden.”

 

Dit is alweer zijn tweede economische crisis bij APG, en net als tien jaar geleden wil hij deze crisis goed gebruiken. In zijn eerste had Patrick Kanters (51), managing director Global Real Assets bij APG Asset Management zijn handen nog vol aan het slimmer inrichten van de 49 miljard euro belegd vermogen in vastgoed en infrastructuur waarvoor hij verantwoordelijk is. Het ging toen om tien procent van de beleggingsportefeuille, een aandeel dat gestaag verder steeg, ten koste van aandelen en obligaties. In deze nieuwe crisis kan hij zijn blik meer naar buiten richten, naar de nieuwe wereld die zich al aftekent.

 

Maar wacht even. Zo snel gaat dit nu ook weer niet. Deze crisis is een héél andere crisis dan die van toen. Hadden destijds niet vooral de banken een probleem? Werd “Mainstreet” niet pas jaren later getroffen dan “Wall Street”? Dit keer is Mainstreet meteen de klos; de straat waarover Patrick en zijn beleggingsteams zich bewegen. Een straat van echte stenen, asfalt. De zichtbare wereld, die hard is geraakt. En zijn tachtig teamleden, gevestigd in Amsterdam, New York en Hong Kong, merken het elke dag. Winkels die de huur niet meer betalen, minder opbrengsten van tolwegen, in tientallen landen. Dit vraagt allereerst om wat Patrick omschrijft als “defensieve maatregelen”. Voordat hij op zoek kan naar mogelijkheden in een wereld geraakt door de crisis, is het zaak om eerst de bestaande investeringen waar nodig te ondersteunen.

 

Vetorecht


Ingrijpen was in die eerdere crisis niet makkelijk. De beleggingen bestonden toen veelal uit relatief kleine belangen in vastgoedfondsen. En met een paar procent kon APG geen vuist maken. Dat moest dus anders. “We brachten het aantal fondsen terug. In plaats daarvan namen we grotere belangen in minder projecten”, zegt Patrick. “Ook beleggen we nu meer solide, dat wil zeggen minder risicovol, met minder geleend geld. Bij vastgoed besloeg het aandeel vreemd vermogen eerst meer dan vijftig procent, nu minder dan dertig. Een derde maatregel die we troffen is dat we minder gingen investeren in de relatief crisisgevoelige kantorenmarkt en meer in woningen, distributiecentra en hotels. Nu de winkel- en hotelsectoren hard worden geraakt, komt het goed uit dat we meer direct beleggen. Het scheelt fee die we eerst kwijt waren aan fondsmanagers, maar ook soms moeizaam overleg. We hebben nu invloed.”

 

Zo’n tachtig procent van alle vastgoed en infrastructuur is door APG inmiddels direct belegd. “Als belegger met een klein fondsbelang moet je je voegen naar het beleid van het fonds. Het fonds bepaalt dan hoe er met de belegging wordt omgegaan. Nu besluiten we mee. Want we bezitten niet alleen stenen en asfalt, maar nemen ook belangrijke strategische besluiten. Bij issues in deze crisis kijken we mee over de schouder van de manager. Uit de eerste hand horen we hoe het zit en dan kunnen we samen sneller schakelen. Zo hebben we nu te maken met winkels en hotels met liquiditeitsproblemen. Is het terecht dat ze korting afdwingen of de huur inhouden? Bij de hotelketen CitizenM hebben we naast het management alleen te maken met een grote medebelegger uit Singapore. Samen zijn we er dan vaak sneller uit, ook omdat het om gelijkgestemde partners gaat die we zelf hebben uitgezocht. Onze belangen komen vaak overeen. Het vraagt natuurlijk wel tijd om een inschatting van de situatie te maken. Maar omdat je dezelfde langetermijnhorizon hebt als de ander, kun je sneller maatregelen nemen om de waarde van je belangen veilig te stellen.

 

Dichter op de business


Sinds het begin van de Covid-19-crisis hebben zijn teams extra inzicht gekregen in de schuldpositie van de investeringen, maar ook in de businessstrategieën, de mogelijke kansen. Zo’n vijftig man staan in voortdurend overleg met managers, bijgestaan door een groeiend legertje sterk digitaal ontwikkelde researchers en analytici die data bewerken en duiden. “Moeten we kapitaal reserveren? Zijn er megatrends waarop we versneld moeten inspelen? Kunnen we inspelen op prijsdiscrepanties?” We willen natuurlijk geen goed geld naar slecht geld gooien. Naast defensieve maatregelen kijken we daarom ook offensief naar de kansen die deze crisis biedt.”

 

“Tegenwoordig staan de teams dus veel dichter op de business, ze moeten investeringen initiëren en uitonderhandelen, ondernemen en meebeslissen. Dit vraagt iets anders van ze dan voorheen. Ze moeten bijvoorbeeld zitting kunnen nemen in het bestuur of investeringscomité van de onderneming – voor een nauwe samenwerking met de andere betrokken partijen kan dat nodig zijn.”

 

Trends versnellen


Wat zijn de vooruitzichten voor luchthavens, als de pandemie voorbij is? Voor reizen, voor toerisme? “De wereld is niet veranderd. Maar ik zie wel de megatrends die al langer speelden versnellen. Zo nam de groei in behoefte aan materiele zaken al voor de crisis af. Consumenten richten zich steeds nadrukkelijker op belevingen. Dat blijft zo, de sterke groei van de middenklasse in Azië is niet verdwenen. Maar het aantal intercontinentale vluchten zie ik niet snel terugkomen op het oude niveau. Verdere groei van toerisme zullen we vooral regionaal zien.”

 

Online shoppen is een andere niet te stoppen megatrend. “Dat heeft nu een hogere vlucht genomen en ik zie dat niet meer dalen. Winkels die al moeilijk draaiden zullen nog sneller de deuren sluiten. Dit betekent dat we meer investeren in datacenters, distributiecentra, woningen en sterk onderscheidende outletcentra.”

 

Studentenhotels


Dit klinkt als groot, groter, grootst. Doet APG ook iets om kleinschaligheid te stimuleren? “Zeker. Voor het energie transitiefonds van ABP richten we ons op kleinere innovatieve bedrijven die zich inzetten voor de overgang naar duurzame energie in Nederland. Bedrijven die actief zijn in energieopwekking, -distributie en -gebruik, of projecten op dat vlak.’

 

Voor Patrick is het lastig om in te schatten hoe de megatrend van het thuiswerken zich verder ontwikkelt. Is het een blijvertje? Worden kantoorgebouwen spookhuizen? “Veel mensen blijkt het thuiswerken goed af te gaan. Mij in elk geval beter dan ik aanvankelijk had verwacht. Al was ik wel gewend om veel overleg op afstand te doen. Ik ging bijvoorbeeld slechts een paar keer per jaar naar New York en Hong Kong. Maar de behoefte om als collega’s samen te komen, en de mogelijkheid om externe partijen te ontmoeten, blijft cruciaal. Wat voor winkelcentra geldt, geldt ook voor kantoren. Om de strijd aan te kunnen gaan met online moeten het aantrekkelijke plekken zijn. Gezond, aangenaam, stimulerend en uitstekend bereikbaar. Ook hotels moeten hun propositie verbeteren. Zo breidt onze aandacht zich steeds meer uit van stenen, de locatie en kwaliteit van een object, naar wát er met die stenen gebeurt, de toepassing, de services waarmee men zich onderscheidt. In Australië bezitten we torens met studentenhotels erin. Toen in de lockdown buitenlandse studenten wegbleven, stonden twee torens gedeeltelijk leeg. Tegelijk kampten ziekenhuizen in de regio met gebrek aan ruimte. De beheerder kwam toen zelf met het voorstel om alle studenten tijdelijk samen te voegen in een toren, en de vrijgekomen toren in te richten als quarantaine ruimte.”

 

Klimaatcrisis


We hebben een wereldwijde crisis, en we hebben een Nederlandse pensioenuitvoerder die aan de fontlinie zijn invloed positief wil aanwenden. Doet APG dat ook in die crisis waarin we ons al bevonden, de klimaatcrisis? Vastgoed is wereldwijd verantwoordelijk voor dertig procent van de totale CO2-uitstoot en veertig procent van het energieverbruik. “De uitstoot van beursgenoteerd vastgoed in de portefeuille van APG is in tien jaar tijd met 25 procent verminderd. Van het vastgoed waarin we beleggen brengen we nu in kaart wat we moeten doen om aan het Parijs-akkoord te voldoen. We willen vooroplopen.”

 

Ook in de investeringen in infrastructuur? “Jazeker, ook in de energietransitie, via veelvuldige investeringen in wind- en zonneparken en waterkrachtcentrales, nemen we het initiatief. Het is speuren naar locaties, maar ook dit is zo’n megatrend die onverminderd hard doorgaat. Of neem een andere sector, de bosbouw. De belegging daarin is met 900 miljoen euro voor ons nog klein, maar we willen deze gaan verdubbelen. Dat levert een directe bijdrage aan onze duurzaamheidsdoelstellingen. Om het Parijs-akkoord te halen moeten we nu versnellen. De urgentie is er. Het kapitaal ook. Wij willen graag.”

Volgende publicatie:
Ook pensioenfondsen zijn niet immuun voor covid-19

Ook pensioenfondsen zijn niet immuun voor covid-19

Gepubliceerd op: 25 juni 2020

APG-experts op Intermediair.nl

 

Door de coronacrisis worden niet alleen veel beroepsgroepen financieel getroffen, maar ook de pensioenfondsen. Dat zit zo.

 


Charles Kalshoven heeft een achtergrond in economie, scenario’s en beleggen. Als senior beleggingsstrateeg bij APG adviseert hij pensioenfondsen over hun beleggingsbeleid


 

U heeft vast wel eens een griepje gehad. Niet fijn, maar uiteindelijk loopt u weer fris als een hoentje rond. Covid-19 is andere koek. De intensivecareafdelingen van ziekenhuizen raken overbelast en inmiddels hebben meer dan 300.000 mensen wereldwijd de besmetting met het coronavirus niet overleefd. Het zal je dierbare maar zijn.

 

Waar veel mensen niet bij stilstaan, is dat deze pandemie ook impact kan hebben op de pensioenen. Want ook die zijn niet ‘immuun’ voor covid-19. Om verspreiding van de ziekte te voorkomen, hebben overheden de economie in een kunstmatige coma gebracht. Wekenlang stonden hele sectoren stil. De horeca, kappers en tandartsen mochten niet open. De auto- en keukenshowrooms trokken weinig bekijks. In onzekere tijden stellen consumenten grote aankopen uit. Alleen de supermarkten en bouwmarkten beleefden gouden tijden.

De economische gevolgen zijn ongekend, erger dan tijdens de kredietcrisis. Daar heeft u last van als werknemer, ondernemer en pensioendeelnemer. Dat zit zo: bedrijven zien winsten verdampen en gaan eerder over de kop. Daardoor dalen aandelenkoersen en daarmee de bezittingen van pensioenfondsen.

 

Maar een ongeluk komt zelden alleen. Door de economische crisis is ook de rente gedaald. Dat raakt pensioenfondsen ook. Voor elke euro pensioen in de toekomst, moeten ze nu meer geld opzijzetten. Dat werkt in het huidige pensioenstelsel ongeveer zo: stel dat u over 10 jaar op wereldreis wilt en daarvoor 10.000 euro nodig heeft. Als er nu 6.000 klaarstaat op uw spaarrekening en de rente is 5 procent, dan kunt u stoppen met sparen. Het bedrag groeit vanzelf aan. Maar als de rente daalt, moet u meer inleggen. Bij een rente van 1 procent heeft u nu 9.000 euro nodig, in plaats van 6. Dat is de helft meer. De getallen zijn anders, maar het principe is voor pensioenfondsen hetzelfde: als de rente daalt, dan moeten ze meer geld opzijzetten voor later.

 

Zo ontstaat een dubbele klap: de bezittingen dalen, de verplichtingen stijgen. De dekkingsgraad van een pensioenfonds is niets anders dan de verhouding tussen deze twee getallen. En die verhouding is door de coronacrisis fors verslechterd.

 

Herstel of complicaties

 

De hamvraag is hoe snel pensioenfondsen herstellen. Het eerlijke antwoord: niemand weet dat. Ik kan u wel zeggen wat er voor nodig is: een flink hogere rente, opverende aandelenkoersen, of een combinatie daarvan.

Ondenkbaar is dat niet, maar dan mag de komende kwartalen niet te veel fout gaan. Het virus moet zover onder controle zijn dat de economie snel uit haar kunstmatige coma mag ontwaken. Want hoe langer het duurt, hoe groter de kans op complicaties – denk aan faillissementen en hardnekkige werkloosheid. Dat zou gezinnen direct raken. Een aanhoudende crisis zou ook de vooruitzichten voor economische groei op termijn verslechteren. Via lagere aandelenkoersen en rente komen pensioenfondsen er dan juist slechter voor te staan.

Laat ik hoopvol eindigen. Covid-19 is meer dan een griepje, maar voor de economie zou het best bij tijdelijke (hevige) rillingen kunnen blijven. Ja, we zitten in een economische recessie, maar niet vanwege financiële excessen of een natuurramp die onze fabrieken heeft weggevaagd. Als er snel een vaccin of geneesmiddel is, kunnen we weer aan de slag, met alle lessen van de afgelopen maanden in onze achterzak. Ook uw pensioen(fonds) is daarbij gebaat.

Volgende publicatie:
“Financiële sector is in deze crisis juist onderdeel van de oplossing”

“Financiële sector is in deze crisis juist onderdeel van de oplossing”

Gepubliceerd op: 31 maart 2020

Hoe moeten bestuurders de huidige corona-crisis te lijf gaan? En in hoeverre kunnen zij lessen trekken uit de crisis van 2008? Die vragen staan centraal in een vandaag verschenen artikel van het Financieele Dagblad.

 

De krant interviewde daarvoor drie bestuurders. APG-bestuursvoorzitter Gerard van Olphen, die destijds als chief financial officer van Achmea de crisis van 2008 van dichtbij meemaakte. De twee crises vergelijkend, constateert hij dat de huidige crisis zichtbaarder en voelbaarder is voor iedereen. En de financiële sector deze keer niet het probleem is, maar een onderdeel van de oplossing.

 

Lees het volledige artikel hier

Volgende publicatie:
APG langjarige beleggingshorizon ‘van reuzenbelang’

APG langjarige beleggingshorizon ‘van reuzenbelang’

Gepubliceerd op: 30 maart 2020

APG wil de continuïteit van de dienstverlening aan pensioenfondsen en 4,6 miljoen deelnemers garanderen - juist in een tijd waarin de ontwikkelingen rondom Covid-19 de maatschappij confronteren met veel onzekerheid. Om in te spelen op de gevolgen van de verspreiding van Covid-19 hebben we in de afgelopen weken diverse maatregelen genomen.

Dat de pensioenadministratie voor onze opdrachtgevers robuust en accuraat blijft, is één aspect daaraan; zeker nu is het belangrijk dat deelnemers het juiste pensioen ontvangen, en tijdig.

Maar ook het goed en verantwoord beleggen van pensioengelden in deze moeilijke tijd gaat ‘gewoon’ door. De wereldwijde onzekerheid van dit moment heeft een aanzienlijk negatieve impact op de financiële markten. De rente staat ook nog steeds op een zeer laag niveau. Beide factoren raken de dekkingsgraden van de pensioenfondsen waarvoor APG werkt fors. Daarom is een belangrijk deel van onze aandacht momenteel nóg meer gericht op de beleggingen die we voor onze pensioenfondsklanten doen.  

 

Ronald Wuijster, binnen de raad van bestuur van APG verantwoordelijk voor Asset Management: “In de afgelopen periode was de eerste prioriteit het kunnen blijven werken: analyseren, structureren en handelen op de beurzen. Waar we voor zorgen, is dat we de met onze pensioenfondsklanten afgesproken en goed geteste procedures blijven volgen: We houden de hedges in stand, we blijven herbalanceren en we beschermen de beleggingsportefeuille. Zoals bij veel bedrijven, is het leeuwendeel van de APG-medewerkers, inclusief de meeste beleggers, in de afgelopen weken vanuit huis gaan werken. Alleen als het echt niet anders kan, vinden werkzaamheden op kantoor plaats.”

 

Ook in deze moeilijke periode blijft APG zich richten op het realiseren van een verantwoord lange termijn rendement. Ronald Wuijster daarover: “We geloven in diversificatie, waarbij vooral tijdsdiversificatie uitstekend bij ons past. Juist nu wordt het reuzenbelang weer eens aangetoond van het vasthouden aan een langjarige beleggingshorizon. Na meer dan tien goede leggingsjaren zal het de komende tijd met de rendementen niet meevallen. Toch verschijnen er ook weer kansen aan de horizon. Over die kansen moeten we nu al goed nadenken, want iedere crisis betekent dat een aantal dingen daarna nooit meer hetzelfde zal zijn. Talrijke nieuwe trends zullen gaan ontstaan, en daarop kunnen we voor onze opdrachtgevers inspelen.”

 

Somber beeld van dekkingsgraad, maar ook lichtpuntjes zichtbaar

Over die toekomstscenario’s is APG ook met pensioenfondsklanten al in gesprek: “Het beeld van hun dekkingsgraad is somber. Tegelijk zijn er ook lichtpuntjes. Het geloof in nut en noodzaak van het spreiden van (collectief) beleggingsrisico in de tijd kent landelijk een sterke opleving. Een mogelijk scenario is daarnaast dat -ook dat zou de omgekeerde situatie zijn vergeleken met de kredietcrisis- , de rente weliswaar eerst is gedaald maar vervolgens jarenlang trendmatig zal stijgen vanwege de financieringsbehoefte van overheden, wat hoogstwaarschijnlijk tot hogere dekkingsgraden zal leiden.”

Volgende publicatie:
Institutionele beleggers: Bedrijven moeten impact coronacrisis verzachten

Institutionele beleggers: Bedrijven moeten impact coronacrisis verzachten

Gepubliceerd op: 27 maart 2020

APG en andere beleggers roepen in een gezamenlijke verklaring bedrijven op maatregelen te nemen om de sociale impact van de coronacrisis zoveel mogelijk te verzachten. Volgens de beleggers moet de veiligheid en gezondheid van werknemers daarbij voorop staan. Bedrijven moeten ook voorkomen dat personeel, leveranciers en klanten in onoverkomelijke financiële problemen raken.

 

De 195 beleggers – die samen een vermogen van € 4.700 mld USD beheren – stellen vast dat de coronacrisis en het grotendeels stilleggen van het openbare leven wereldwijd enorme gevolgen hebben. “Miljoenen werkende mensen worden getroffen door de sluiting van scholen, werk en vervoer. We weten dat kwetsbare gemeenschappen het meeste onder druk staan. Daar ontbreken het sociale vangnet en de financiële middelen om deze onzekere periode te doorstaan”, aldus de verklaring.

 

Betaald verlof


Bedrijven moeten daarom verantwoordelijkheid nemen en hun bijdrage leveren aan de bescherming van werknemers en andere betrokkenen, aldus de beleggers. Concreet roepen ze bedrijven onder andere op om voor álle werknemers – inclusief flexwerkers en tijdelijke arbeidskrachten – betaald verlof te regelen, zodat zij thuis kunnen blijven en toch een inkomen hebben. In bedrijven waar nog wordt gewerkt, moeten werknemers zoveel mogelijk worden beschermd, bijvoorbeeld door thuiswerken en wisseldiensten.

 

Behoud van personeel


Hoewel veiligheid en gezondheid de eerste prioriteit zijn, moeten bedrijven ook oog hebben voor de financiële gevolgen van de crisis voor werknemers, leveranciers en klanten. De beleggers roepen bedrijven op er alles aan te doen om te voorkomen dat medewerkers worden ontslagen, omdat grootschalige werkloosheid de crisis alleen maar zal verergeren. Het behouden van gekwalificeerd en ervaren personeel is bovendien van groot belang om de bedrijvigheid snel te kunnen hervatten zodra de crisis voorbij is. Daarnaast vragen de beleggers dat bedrijven leveranciers tijdig betalen en in gesprek gaan met klanten die betalingsproblemen hebben.

 

Volgens de beleggers is het van groot belang dat bedrijven financieel voorzichtig opereren. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat bedrijven de voorgenomen inkoop van eigen aandelen opschorten en de beloningen voor het topmanagement matigen.

Volgende publicatie:
“Directe investeringen APG in real assets drukken beleggingskosten klanten”

“Directe investeringen APG in real assets drukken beleggingskosten klanten”

Gepubliceerd op: 31 januari 2020

Hotels, huurwoningen, windparken, vliegvelden, parkeergarages; APG heeft in 2019 veel geïnvesteerd in Real Assets (tastbare, directe investeringen) zoals ze het bij Asset Management noemen. Patrick Kanters, managing director global real assets, verwacht dat die trend zich in 2020 gaat voortzetten. Hij hoopt dit jaar ook meer voet aan de grond te krijgen in Nederland.

 

Afgaande op de vele berichten lijkt er sprake te zijn van een groei van het aandeel real assets in de portefeuille van APG. Klopt dat?

“Dat klopt. Onze grootste klant ABP streeft naar 2 procentpunt groei van de totale real assets-portefeuille; 1 procent voor vastgoed, 1 procent voor infrastructuur. Daarnaast wordt een uitbouw van de Natural Resources portefeuille nagestreefd via investeringen in bosbouw en landbouwgronden. Dat lijkt zo op het eerste gezicht wel mee te vallen, maar uitgedrukt in geld heb je het over ongeveer 10 miljard in totaal. We zien een markttrend van groeiende investeringen in real assets. Bij APG groeit sinds 2010 het aandeel directe beleggingen ten opzichte van beleggingen in fondsen.”

 

Wat maakt dit soort directe investeringen zo aantrekkelijk?

“Allereerst kunnen we aanzienlijk besparen op kosten. Bij beleggen in fondsen betaal je namelijk veel geld aan het fondsmanagement. Daarnaast hebben we veel meer controle over het soort belegging. Past het in het rendement en risicoprofiel dat wij voor ogen hebben? Voldoet de investering aan onze beleggingsovertuigingen? Daarnaast geeft het ons de mogelijkheid om meer invloed uit te oefenen op strategische besluiten. Hoeveel vreemd vermogen gaat naar onderliggende investeringen, welke duurzaamheidseisen leggen we op?”

 

Hoe hoog is het rendement van Real Assets?

“Het rendement op vastgoed en infrastructuur heeft gemiddeld over de afgelopen 15 jaar ligt boven de 9 procent.  In een beleggingsportefeuille zorgt het -als je het combineert met aandelen en obligaties- voor spreiding. We zien natuurlijk wel dat het door de huidige lage rente steeds gemakkelijker is geworden om vreemd vermogen aan te trekken voor investeringen in vastgoed en infrastructuur. De prijzen zijn daardoor, naast een sterk vraag naar hogere returns, sterk gestegen. Verwachtingen naar de toekomst zijn dan ook gematigder en de situatie kan ontstaan dat de door ons geschatte investeringsrendementen niet meer voldoende zijn.

 

Wat zijn de risico’s van deze beleggingscategorie?

“Bij vastgoed heb je bijvoorbeeld het economische risico van leegstand van een gebouw. Bij infrastructuur kunnen de tarieven van tolwegen en het aantal passeerbewegingen van automobilisten invloed hebben op het rendement. Maar binnen infrastructuur ontvangen we echter ook inkomsten die minder afhankelijk zijn de economie, zoals vaste vergoedingen voor onderhoud en beschikbaarstelling van infrastructuur. Daarnaast sluiten we vaak langjarige gereguleerde contracten met overheden en semi-overheden. Dat zijn vaak betrouwbare partijen."

 

Aan welke criteria moet een real asset nog meer voldoen, wil hij interessant worden voor APG?

“Allereerst moet een belegging voldoende omvang hebben. Om een indruk te geven, we richten ons op belangen in vastgoed en infrastructuur met een minimum van rond de 200 miljoen euro. Mocht er een beleggingsopportunity zijn die minder omvangrijk is dan moeten wij de overtuiging hebben dat de investering op termijn kan  worden opgeschaald. CitizenM is daarvan een goed voorbeeld. Die hotelketen hebben we vanaf de grond mede opgebouwd tot een groot platform. Ook de governance van een bedrijf is belangrijk. Krijgen wij als belegger een stem om bijvoorbeeld de toevoeging van nieuwe vastgoedobjecten en groter gebruik van vreemd vermogen te blokkeren? Daarnaast is duurzaamheid een belangrijk criterium. Iedere belegging moet participeren in de zogeheten jaarlijkse GRESB-survey (duurzaamheidsbenchmark voor real assets, red). Ze krijgen twee tot drie jaar de tijd om op het gebied van duurzaamheid bovengemiddeld te presteren.”  

 

De schaalgrootte van APG werkt in dit geval dus in jullie voordeel.

“Absoluut. Binnen vastgoed behoren we wereldwijd tot de drie grootste asset owners. Bij infrastructuur behoren we inmiddels al tot de top 6. De grootte geeft ons de mogelijkheid om zoals gezegd invloed uit te oefenen op de strategie. Daarnaast kunnen we met onze omvang ook nieuwe markten ontwikkelen en innovatieve investeringen optuigen.”

 

Over wat voor markten heb je het dan?

“Neem de huurwoningen in Engeland. Acht jaar geleden was daar nauwelijks nog sprake van een professioneel opererende huurwoningmarkt. We hebben daar partijen benaderd die met ons samen platforms hebben opgericht die zich zijn gaan specialiseren in dit vastgoedsegment. Zo hebben we daar voet aan de grond gekregen. Een ander voorbeeld zijn outletcentra, dat zijn grote winkelcentra die voor flinke kortingen de merkcollecties van het vorige seizoen verkopen. Dat betreft een groeiende markt die zich veel toeristen als bezoekers kent. Het is echter geen vastgoedcategorie die je als belegger in de schoot geworpen krijgt. Door onze omvang, lange termijn focus en reputatie kregen we toegang tot de beste specialistische partijen. Zonder onze schaalgrootte en opgebouwde expertise hadden we daar nooit in kunnen beleggen.”

 

Asset Management houdt zich naast beleggen dus ook meer bezig met ontwikkelen?

“De rol van onze teams bij Asset Management is inderdaad de laatste jaren nogal veranderd. Waar voorheen de focus lag op de stenen (de locatie en kwaliteit van het pand zelf, red.), wordt wat er met  die stenen gebeurd steeds belangrijker. Sluiten de activiteiten die zich afspelen binnen een bepaald type vastgoed aan bij een bepaalde trend of marktbehoefte? Hoe onderscheidt het dagelijkse management zich? Hoe kan slimme technologie hieraan bijdragen? Die vragen worden steeds relevanter. Die immateriële waarde van real assets drukt een steeds grotere stempel op het rendement.”

 

Vraagt dat ook een andere rol van je team?

“Zeker. Ondernemender, dichter op de business, sneller kunnen beslissen. Er wordt meer van ons gevraagd, maar het werk is tegelijkertijd interessanter geworden. Gelukkig is er ook ruimte om nieuwe mensen aan te nemen. Bij infrastructuur gaan we dit jaar 8 medewerkers werven en bij vastgoed 5.”

 

Drukken die extra personeelskosten niet zwaar op het rendement?

“Als je het totaal bekijkt is dit juist veel kosten efficiënter. Het is veel goedkoper dan geld uitgeven aan een fondsmanager. Per saldo zien we dan ook dat de beleggingskosten van onze klanten hard  zijn gedaald.”

 

Wat zijn je verwachtingen voor 2020; welke sectoren zijn interessant voor APG?

“Bij infrastructuur blijven renewables als wind- en zonneparken interessant. De sterk stijgende prijzen kunnen daar mogelijk wel wat verandering in brengen. Verder zien we telecom als een interessante sector door het groeiende dataverkeer. Door de groeiende elektrificatie van bijvoorbeeld auto’s zien we ook elektriciteitsnetwerken als een interessante belegging. Bij vastgoed zijn distributiehallen interessant vanwege de groei in e-commerce en blijven we ons richten op de ontwikkeling van huurwoningen maar ook bijvoorbeeld studentenwoningen.”

 

Afgelopen jaar heeft APG voornamelijk infrastructuur investeringen in het buitenland gedaan. Is de Nederlandse markt niet interessant genoeg?

“Absoluut niet. We willen heel graag meer in Nederland gaan investeren. Het lastige in Nederland is dat veel infrastructuur volledig in overheidshanden is. Toen Eneco te koop werd aangeboden hebben we overwogen om een belang te nemen, uiteindelijk hebben we daar toch van afgezien. Via het Energietransitiefonds ANET gaan we investeren in relatief kleine en innovatieve  bedrijven die zich inzetten voor de overgang naar duurzame energie. We zien kansen om ook in andere sectoren, zoals bijvoorbeeld telecom en windparken, voet aan de grond te krijgen in Nederland.”