De winst van de Democraten in zowel de Senaat als het Huis van Afgevaardigden zal op meerdere fronten gevolgen hebben. We vroegen Maarten Lafeber, macro-econoom en senior strateeg bij APG, wat deze uitslag betekent voor de Amerikaanse economie en beleggers. “Donald Trumps economische agenda is begrensd, niet ontmanteld.”
Geldt het adagium ‘It’s the economy, stupid’ ook voor deze verkiezingsuitslag?
“Inflatie heeft zeker een belangrijke rol gespeeld. Het algemene inflatiecijfer staat op 3,7 procent, maar dat vertelt niet het hele verhaal. De benzineprijs aan de pomp is sinds 1 januari bijvoorbeeld met ongeveer 50 procent gestegen. Dat voelen Amerikanen direct in hun portemonnee. Die inflatie is onder meer het gevolg van de handelstarieven en de oorlog in Iran. Ik denk dat dit een belangrijke verklaring is voor de omvang van de blue wave.
Maar er valt nog iets anders op aan deze verkiezingen. Het is positief dat ze zonder grote problemen zijn verlopen. De uitslag is bovendien zo duidelijk dat het moeilijk is om de geloofwaardigheid ervan in twijfel te trekken. President Donald Trump heeft zijn verlies geaccepteerd en gezegd dat hij wil samenwerken met het Congres. Daarmee hebben de Amerikaanse instituties een belangrijke test doorstaan. De afgelopen twee jaar lagen het presidentschap, de Senaat en het Huis van Afgevaardigden allemaal in Republikeinse handen. Nu is er weer verdeeld bestuur en daarmee zijn de checks and balances deels hersteld.”
Wat betekent het blauwe Congres voor de Amerikaanse economie?
“Vooral dat Trump zijn binnenlandse economische agenda veel moeilijker kan uitvoeren. Denk aan verdere belastingverlagingen, grote begrotingspakketten en nieuwe wetgeving. Daarvoor heeft hij het Congres nodig. Ook benoemingen van belangrijke overheidsfunctionarissen en rechters zullen in de Senaat op meer weerstand kunnen stuiten.
Dat betekent waarschijnlijk ook minder begrotingsstimulering. De afgelopen twee jaar heeft Trump de belastingen verlaagd en de overheidsuitgaven verhoogd. Dat heeft de economie een sterke impuls gegeven, maar ook het begrotingstekort verder laten oplopen. We moeten overigens niet denken dat minder fiscale stimulering meteen betekent dat het begrotingstekort snel verdwijnt. Daarvoor is het gat simpelweg te groot.
Minder stimulering kan op korte termijn iets negatiever zijn voor de economische groei, maar het vermindert ook de opwaartse druk op de inflatie en de lange rente. Dat zag je direct terug op de obligatiemarkt: toen duidelijk werd dat de Democraten zowel de Senaat als het Huis zouden winnen, daalde de Amerikaanse tienjaarsrente.”