Na 75 jaar staat bpfBOUW aan het begin van een nieuwe fase. De overstap naar het vernieuwde pensioenstelsel is het resultaat van jaren voorbereiding en intensieve samenwerking met uitvoerder APG. Eline Lundgren, voorzitter namens de werknemers bij bpfBOUW, blikt terug en kijkt vooruit. Over duurzaam beleggen, het vertrouwen van deelnemers en een marktverkenning richting 2030.
De overstap naar het vernieuwde stelsel was geen abrupte verandering voor bpfBOUW, maar het moment waarop een lang, bestuurlijk traject zichtbaar werd. Volgens Lundgren zat de echte spanning dan ook niet in de overgang zelf, maar in de besluitvorming die eraan voorafging, een proces waarin zorgvuldigheid en discipline centraal stonden. Tegen die achtergrond krijgt het 75-jarig jubileum extra betekenis: het markeert niet alleen een verleden, maar ook het begin van een nieuwe fase.
BpfBOUW vierde het 75-jarig bestaan in eigen kring. Waarom past dat zo goed bij het fonds?
“Dat zegt eigenlijk alles over wie wij zijn. We houden het bewust klein, zonder grote sprekers of ceremonie. Gewoon met elkaar stilstaan bij wat we doen en voor wie we het doen. Dat is typisch bpfBOUW. We zijn nuchter, staan dicht bij de bouwsector en willen geen afstand creëren tussen ons en onze deelnemers.”
Wat zie je als je terugkijkt op die 75 jaar ontwikkeling?
“Dat een pensioenfonds tijd nodig heeft om echt volwassen te worden. Dat duurt al snel veertig jaar, omdat je een volledige cyclus moet doorlopen: mensen bouwen pensioen op en ontvangen het ook weer. In die zin zijn we nu volwassen. Tegelijkertijd moet je continu in beweging blijven. Onze deelnemers veranderen, de maatschappij verandert en wij veranderen mee.”
De overgang naar het vernieuwde stelsel is daarin natuurlijk ook tekenend. Hoe kijk je daarop terug?
“Die overgang zelf was eigenlijk vooral een bevestigingsmoment. We hadden zó veel voorbereid dat 1 januari 2026 voelde als het afronden van een traject waar we al jaren naartoe werkten. De echte spanning zat in de besluitvorming daarvoor. Daar moest alles samenkomen: evenwichtigheid, uitvoerbaarheid, toezicht. Dat vraagt enorm veel discipline van een bestuur.”
Wat zoal?
“Vooral rust en structuur. Dat klinkt misschien tegenstrijdig, omdat er zo veel gebeurt. Maar juist in zo’n intensief traject heb je behoefte aan rust, continuïteit en overzicht. Dat zijn voor mij belangrijke leidraden geweest. Je moet ervoor zorgen dat je organisatie stabiel blijft, terwijl je ondertussen grote veranderingen doorvoert.”
Welke rol speelde APG daarin?
“Een heel belangrijke rol. We hebben echt intensief samengewerkt, over een lange periode. APG had al ervaring met eerdere fondsen die overgingen op het vernieuwde stelsel, en daar hebben wij van kunnen leren. Ik zie dat APG heel hard loopt voor bpfBOUW. De uitvoering is degelijk, betrokken en professioneel. Daar heb ik veel waardering voor. Tegelijkertijd hoort het bij een goede samenwerking dat je elkaar ook scherp houdt. Dat doen we ook. Maar altijd met het doel om samen beter te worden.”
Die samenwerking wordt vaak als cruciaal benoemd voor een succesvolle transitie. Herken je dat?
“Absoluut. Dit soort trajecten kun je niet alleen doen. Je hebt elkaar nodig, bestuur, bestuursbureau, uitvoerder, sociale partners. Het is echt één groot team. Je moet elkaar vertrouwen, maar ook durven aanspreken. Dat heeft ons geholpen om deze overgang goed te realiseren.”
Toch verkennen jullie richting 2030 de markt. Waarom is dat belangrijk?
“Omdat je jezelf moet blijven toetsen. We willen weten: wat is er in de markt beschikbaar? Wat kunnen andere uitvoerders? Krijgen wij nog steeds de beste dienstverlening? Daar nemen we APG natuurlijk in mee, de samenwerking is immers goed. Het is een manier om scherp te blijven en om te blijven leren.”
Parallel daaraan loopt de zoektocht naar een nieuwe vermogensbeheerder. Wat betekent dat voor bpfBOUW?
“We zitten nog volop in dat proces, dus daar kan ik niet op vooruitlopen.”