Pensioenstelsels zijn er niet alleen om inkomen voor later veilig te stellen. Ze kunnen ook een belangrijke motor zijn achter economische groei, innovatie en het concurrentievermogen van de Europese Unie (EU). Die boodschap staat centraal in het nieuwe rapport Leaders for European Growth and Competitiveness van het World Economic Forum (WEF) dat deze week is verschenen en waaraan APG-ceo Annette Mosman een bijdrage leverde.
Het WEF-rapport schetst hoe Europa voor grote demografische uitdagingen staat. Mensen leven langer, het aantal geboortes neemt af en de beroepsbevolking krimpt. Volgens het WEF zal Europa rond 2050 minder dan twee werkenden per gepensioneerde tellen. Veel EU-lidstaten zijn echter nog sterk afhankelijk van de zogenoemde eerste pijler: de publieke pensioenen, waarbij de jongere generaties betalen voor gepensioneerden. Die systemen bieden een stabiel inkomen, maar staan onder druk door vergrijzing en stijgende uitgaven. Daarom pleit het WEF voor een betere balans tussen publieke pensioenen (eerste pijler), werkgeversregelingen (tweede pijler) en individuele pensioenopbouw (derde pijler).
Een evenwichtiger pensioenstelsel is volgens het WEF van belang voor de gehele EU. Als lidstaten, zeker die in de eurozone, hun pensioenstelsels niet op tijd hervormen, kan dat leiden tot lagere rendementen, hogere inflatie of zelfs politieke ontwrichting, aldus het WEF. Goede pensioenstelsels in andere lidstaten zijn ook voor Nederlandse deelnemers van belang. Kapitaalgedekte pensioenstelsels (met een tweede en derde pijler) zijn beter bestand tegen de effecten van de vergrijzing. Ze hebben daarnaast als voordeel dat het opgebouwde pensioenvermogen kan worden geïnvesteerd in de reële economie. Dit leidt tot langetermijninvesteringen in bijvoorbeeld infrastructuur, innovatie, energietransitie en groeiende bedrijven. Daarmee dragen ze niet alleen bij aan een goed pensioen voor deelnemers, maar ook aan de economische ontwikkeling van de EU, stelt het WEF.
Nederland als voorbeeld
Nederland wordt in het rapport nadrukkelijk genoemd als voorbeeld van een land met een sterk ontwikkeld pensioenstelsel. Het pensioenvermogen van Nederlandse pensioenfondsen in de tweede pijler bedraagt circa 150 procent van het bruto binnenlands product. Dit komt boven op een sterke eerste pijler en flexibele derde pijler.
Volgens de auteurs laat Nederland zien hoe een pensioenstelsel kan bijdragen aan zowel inkomenszekerheid voor deelnemers als aan de beschikbaarheid van risicodragend langetermijnkapitaal voor de economie. Tegelijkertijd benadrukt het rapport dat ook sterke stelsels zich moeten blijven aanpassen aan veranderende omstandigheden. Als voorbeeld wordt de Nederlandse overgang naar het vernieuwde pensioenstelsel genoemd. Hierbij worden pensioenregelingen gemoderniseerd, terwijl elementen van collectieve risicodeling behouden blijven. Het WEF ziet deze hervorming als een manier om pensioenstelsels beter aan te laten sluiten op een arbeidsmarkt waarin mensen vaker van werkgever wisselen en loopbanen minder voorspelbaar zijn.
Vijf ingrediënten voor toekomstbestendige pensioenstelsels
Ook de Europese Commissie ziet nadrukkelijk een grotere rol voor aanvullend, kapitaalgedekt pensioen in de EU. Vooral om de effecten van vergrijzing tegen te gaan en als middel om de economie en autonomie van de EU te versterken. De vormgeving van een pensioenstelsel is echter geen competentie van de EU: dit is aan lidstaten zelf en zij zullen in actie moeten komen. Een goed pensioenstelsel laat zich daarbij niet kopiëren van land naar land. Het is het resultaat van de historische, economische, politieke en culturele ontwikkeling van een land. Zo speelt bijvoorbeeld de aanwezigheid en rol van sociale partners een belangrijke rol.
Om de discussie over toekomstbestendige pensioenstelsels te faciliteren, formuleert het WEF vijf bouwstenen. Ten eerste moeten landen duidelijke langetermijndoelen formuleren voor hun pensioenstelsel. Vervolgens moet de inrichting van het stelsel aansluiten op die doelen, met een goede balans tussen publieke en aanvullende voorzieningen. Daarnaast zijn een brede deelname aan pensioenregelingen en voldoende premie-inleg essentieel. Ook moeten stelsels bestand zijn tegen demografische en economische schokken. Tot slot is een goede uitvoering noodzakelijk, ondersteund door efficiënte administratie, betrouwbare IT-systemen en duidelijke communicatie richting deelnemers. Het WEF legt daarbij veel nadruk op vertrouwen. Pensioenen zijn per definitie een langetermijnbelofte. Consistente regelgeving, transparantie en goed bestuur zijn daarom volgens het WEF onmisbaar om deelnemers betrokken te houden en draagvlak voor hervormingen te behouden.
Relevantie voor APG
De thema's uit het rapport sluiten nauw aan bij de ontwikkelingen waar APG en zijn pensioenfondsklanten momenteel middenin zitten. De overgang naar het vernieuwde pensioenstelsel vraagt om zorgvuldige uitvoering, heldere communicatie en het behoud van vertrouwen bij deelnemers. Tegelijkertijd wordt steeds duidelijker welke rol pensioenfondsen kunnen spelen als langetermijninvesteerders in de economie van morgen.
APG-ceo Annette Mosman was één van de drie co-chairs op het onderdeel Leveraging Financial Markets, samen met Eurocommissaris Maria Luís Albuquerque en Christian Sewing, CEO van Deutsche Bank. In die rol droeg zij bij aan een Europees debat dat de komende jaren alleen maar belangrijker zal worden: hoe zorgen we voor pensioenstelsels die zowel financiële zekerheid bieden aan deelnemers als bijdragen aan een sterk, concurrerend en toekomstbestendig Europa?