Maakt het voor de economie uit waar beleggingsgeld vandaan komt?

Gepubliceerd op: 10 september 2026

Dat Nederlanders en andere Europeanen relatief weinig beleggen, remt de economische groei en innovatie hier. Dat zei hoofdeconoom Marieke Blom van ING tegen BNR. Maar veel Nederlanders beleggen wél via hun pensioenfonds. Maakt het voor de economie eigenlijk uit of beleggingsgeld afkomstig is van particuliere beleggers of van pensioenfondsen? We bellen erover met APG-hoofdeconoom Thijs Knaap.

Het onderzoek dat Ipsos in opdracht van ING uitvoerde en waaraan Blom refereert, lijkt het beeld te bevestigen dat Nederlanders hun spaargeld liever veilig op een spaarrekening stallen dan het te beleggen, ook al gaat dat ten koste van rendement en economische groei. Is dat beeld terecht?
“Momenteel kijkt de politiek of Nederlanders meer gestimuleerd moeten worden om hun geld ‘aan het werk’ te zetten op de beurs. Maar volgens mij beleggen Nederlanders helemaal niet zo weinig als vaak wordt gezegd. Als je puur naar het vermogen van huishoudens kijkt, klopt het wel dat Nederlanders veel sparen en relatief weinig beleggen. Maar als je het pensioengeld meeneemt, verandert het beeld volledig. Dat is een enorme hap van het vermogen van Nederlanders. Dan begrijp je ook beter waarom mensen zelf minder beleggen: dat gebeurt al voor ze.

Kijk je vervolgens waarin pensioenfondsen beleggen, dan zie je dat er al behoorlijk veel risico wordt genomen. Nederland zit relatief zwaar in zakelijke waarden zoals aandelen en vastgoed. Tel je dat op bij wat huishoudens zelf doen, dan wordt een groot deel van het totale vermogen uiteindelijk toch risicovol belegd. Er wordt wat mij betreft dan ook genoeg gespaard en er wordt ook genoeg risico genomen.


Voor het vernieuwde pensioenstelsel hebben we veel onderzoek gedaan naar hoeveel risico mensen bereid zijn te nemen. Daaruit komt een vrij behoudende risicovoorkeur naar voren, vooral als het om hun oudedagsvoorziening gaat. Je kunt zeggen dat meer risico op termijn misschien beter is. Maar de meeste mensen willen helemaal niet voortdurend bezig zijn met beleggen. Pensioenfondsen doen dat voor hen. Dankzij de beleggingsopbrengsten van die fondsen kan ongeveer twee derde van de pensioenen worden betaald. In die zin is dit systeem misschien wel het beste van twee werelden.”

Pensioenfondsen kunnen dingen die particulieren niet kunnen

Maakt het economisch gezien verschil of pensioenfondsen beleggen of particulieren?
“Mijn antwoord daarop is deels objectief en deels een waardeoordeel. Het objectieve deel is dat pensioenfondsen dingen kunnen die particulieren niet kunnen. Wij kunnen als pensioenbelegger het vermogen van de fondsen waarvoor we werken veel beter spreiden. Een particulier heeft misschien één huis, maar geen honderd huizen. Hij kan aandelen kopen, maar meestal geen infrastructuur, private equity of een luchthaven. Grote beleggers hebben dus toegang tot veel meer mogelijkheden. Daarnaast zijn wij er de hele dag mee bezig. De gemiddelde particulier doet dit erbij, in de avonduren of in het weekeinde. Dan is het lastiger hetzelfde niveau van risicobeheer te bereiken als mensen die dit fulltime doen.

Tegelijkertijd zit er ook een waardeoordeel achter. Economen geloven vaak in de wijsheid van de massa: het idee dat veel individuele beleggers samen misschien wel betere keuzes maken dan een kleine groep professionals. Bij pensioenfondsen worden beslissingen uiteindelijk door een relatief kleine groep mensen genomen. Daarmee sluit je een deel van dat principe uit. Niet alles is dus zwart-wit op dit vlak.

Als mensen zelf beleggen, zie je vaak een voorkeur voor wat ze kennen. Dat heet home bias, een punt dat Marieke Blom terecht aanstipt. Dan kopen mensen bijvoorbeeld relatief vaak Nederlandse aandelen zoals ASML. Voor de Europese economie is dat prettig, omdat er meer geld lokaal wordt geïnvesteerd. Of het voor die beleggers zelf verstandig is, is een tweede. Vanuit risicospreiding meestal niet.”

Als er meer geld naar Europese bedrijven moet, ligt de oplossing dan bij particuliere beleggers of bij Europa zelf?
“Waar particuliere beleggers vaak de voorkeur geven aan wat ze kennen, investeren veel van de grote Europese beleggers een groot deel van hun vermogen liever buiten Europa. Veel economische activiteit heeft de neiging zich te concentreren op één plek. Na de Tweede Wereldoorlog zijn ontzettend veel talent, bedrijven en investeringen richting de Verenigde Staten gegaan. Daardoor zijn de ecosystemen van Silicon Valley en New York ontstaan. Zulke netwerkeffecten krijg je niet zomaar teruggedraaid.

Tegelijkertijd maken de Amerikanen het momenteel niet bepaald aantrekkelijker om er zaken te doen. Het onafhankelijke monetair beleid, het verstandige begrotingsbeleid, de voorspelbaarheid van maatregelen: het is allemaal niet meer wat het geweest is. Dat heeft tot nu toe nog niet zoveel gevolgen gehad, maar deze ontwikkeling kan op enig moment wel in een stroomversnelling komen. Dat is een mooie reden voor de EU om vaart te maken met maatregelen die het aantrekkelijker maken om in Europa te beleggen.”

Heeft de keuze voor institutionele of particuliere beleggers ook gevolgen voor de manier waarop bedrijven worden bestuurd?
“Ja, en dan met name op het vlak van inspraak. Veel particuliere beleggers maken nauwelijks gebruik van hun stemrecht. Natuurlijk is er altijd een kleine minderheid die dat wel doet, maar over het algemeen zijn pensioenfondsen veel actievere aandeelhouders. Wij laten ons als pensioenbelegger namens de pensioenfondsen voor wie we werken altijd gelden op aandeelhoudersvergaderingen. We spreken bedrijven aan op hun beleid en houden bestuurders scherp. Soms zijn we daardoor lastige aandeelhouders. Al kun je waarschijnlijk beter spreken van betrokken aandeelhouders. Als bestuurders zichzelf buitensporige bonussen willen toekennen, stemmen wij daar bijvoorbeeld tegen.

Pensioenfondsen vertegenwoordigen niet alleen de belangen van hun deelnemers, maar dragen door actief aandeelhouderschap ook bij aan de gezondheid van bedrijven op de lange termijn. Daarmee dienen ze uiteindelijk ook de belangen van andere aandeelhouders. Daarom denk ik dat het prettig is als er een pensioenfonds onder de eigenaren is. Zij beschikken over professionele organisaties die zich dagelijks bezighouden met beleggen en aandeelhouderschap, en kijken daarbij nadrukkelijk verder vooruit dan veel particuliere beleggers.”