Is de hervorming van box 3 een verstandig plan?

Gepubliceerd op: 5 januari 2024

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: macro-econoom en expert strateeg Charles Kalshoven over de vraag of de hervorming van box 3 een verstandig plan is. “Het korte antwoord is: ja.”

Het huidige belastingsysteem in Nederland is complex en wordt op sommige punten als onrechtvaardig ervaren. Dat geldt bijvoorbeeld voor box 3. Onder meer als gevolg van de sterk dalende rente verkeren veel belastingplichtigen – tot enkele jaren terug – in de situatie dat het berekende, fictieve rendement bij lange na niet gelijk is aan het werkelijk behaalde rendement. Zij betalen dus belasting over niet genoten inkomen.

Het is aan demissionair staatssecretaris Marnix van Rij van Fiscaliteit, die na zijn ambtstermijn vertrekt uit politiek Den Haag, om hier iets aan te doen. Hij heeft dan ook een afgerond voorstel klaar voor de hervorming van box 3, waardoor vanaf 2027 het werkelijke rendement op vermogen wordt belast. Hoe verstandig is deze hervorming?

Fictief rendement

“Hoe werkte het? Tot en met 2020 ging de belasting in box 3 uit van een vaste vermogensmix. Met vaste delen voor sparen en beleggen, afhankelijk van de hoogte van het vermogen. Dit was voor iedereen hetzelfde, ook wanneer iemand alleen spaargeld had. Door dit systeem betaalden mensen met spaargeld, met een laag rendement, te veel belasting. De rentetarieven waren immers de afgelopen jaren laag tot zelfs negatief. Beleggers met een hoog rendement betaalden juist te weinig. De Hoge Raad bestempelde dit als onrechtvaardig”, weet Kalshoven. Vooral het onhaalbaar hoge fictieve rendement van 4 procent zorgde voor kritiek. “Een vermogensbelasting van 1,2 procent komt op hetzelfde neer als een vermogensrendementsheffing van 30 procent over 4 procent rendement. Maar dat zou waarschijnlijk minder snel tot scheve gezichten leiden en daarmee tot pogingen om het juridisch aan te vechten. Meer landen hebben een vermogensbelasting, het gaat er daarbij wel om dat de heffing proportioneel en billijk is.”

Hervorming van box 3 is volgens Kalshoven wenselijk. “Het oude systeem was niet meer houdbaar. En we hebben nu een tijdelijk systeem waarin ook gekke dingen zitten. Sparen bij een bank is nu fiscaal veel aantrekkelijker dan beleggen in veilige staatsobligaties. Dat is raar.” Als het om de hervorming gaat van de box 3-berekening, dan kun je in de ogen van Kalshoven twee kanten op. “Je kunt naar een simpele vermogensbelasting, die helemaal niet afhangt van je rendement, maar van de hoogte van het vermogen zelf. Daar zou je de eerste 50.000 euro heffingsvrij kunnen houden. En boven een bepaald bedrag kun je een hoger tarief hanteren, bijvoorbeeld 2 procent of meer. Op die manier ga je vermogensongelijkheid tegen. Niet onbelangrijk voor de belastingmoraal; het helpt als het belastingstelsel als rechtvaardig wordt gezien. Ook economisch valt er wat voor te zeggen. Als je vermogen zwaarder belast, heb je minder verstorende belastingen op arbeid nodig.” 

Het oude systeem was niet meer houdbaar, en we hebben nu een tijdelijk systeem waarin ook gekke dingen zitten

Werkelijk rendement

De tweede optie is belasting op het werkelijke rendement, wat het voorstel is van het demissionaire kabinet. “Die optie komt het meest tegemoet aan wat mensen rechtvaardig vinden, maar kent praktische problemen bij illiquide beleggingen zoals onroerend goed. Stel, je hebt naast je eigen woning nog een huis, dat je bijvoorbeeld geërfd hebt. Als de huizenprijzen dan fors stijgen, ben je ineens duizenden euro’s aan belasting verschuldigd. Die moet je maar net hebben liggen, je vermogen zit misschien vooral vast in dat huis. Voor aandelen en obligaties is het natuurlijk allemaal wat makkelijker. De waardestijging en rendementen zijn eenvoudig vast te stellen en wanneer nodig zijn de bezittingen snel te gelde te maken.” Er is daarom gekozen voor de hoofdregel: het belasten van werkelijke rendementen volgens een vermogensaanwassysteem. Kalshoven: “Dit systeem belast de gerealiseerde en ongerealiseerde inkomsten uit vermogen en maakt het mogelijk dat de kosten die daarmee verband houden aftrekbaar zijn.”

 

Voor onroerende zaken zoals huizen en kunst geldt als uitzondering op de hoofdregel een vermogenswinstbelasting. Daarbij wordt de waardeontwikkeling voor deze vermogensbestanddelen belast bij realisatie (lees: verkoop). Voor de eerste (vakantie)woning in box 3 waarbij hoofdzakelijk sprake is van eigen gebruik, geldt een forfaitair rendement. “In plaats van heffingsvrij vermogen gaat een heffingsvrij inkomen uit vermogen gelden. Dat voelt rechtvaardiger dan het huidige systeem. Immers, geen of laag rendement betekent ook geen vermogensbelasting daarover.”

 

Europees Verdrag voor de Rechten
Het kabinetsvoorstel is bovendien in lijn met het oordeel van de Hoge Raad, dat op eind 2021 zei dat de manier waarop vermogen in box 3 wordt belast in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Volgens de uitspraak mag alleen het werkelijk rendement op het vermogen worden belast.

 

“Maar welk systeem je ook kiest, er blijven altijd onrechtvaardigheden over. De meeste mensen beginnen hun carrière met weinig financieel kapitaal en veel menselijk kapitaal (toekomstig verdienvermogen). Tegen de pensioenleeftijd is het andersom. Maar neem nu een topsporter. Die zet in de eerste tien à vijftien jaar bijna al zijn/haar menselijk kapitaal om in financieel vermogen. Die samenstelling van het vermogen door de tijd doet ertoe. Per saldo betekent dit dat zij meer belasting betalen; eerst over de inkomsten uit arbeid, daarna over het opgebouwde vermogen. Tenminste, als de topvoetballer niet verhuist naar bijvoorbeeld Monaco. Overigens denk ik niet dat Nederlanders wakker liggen van de belastingen voor topsporters. Uit een enquête vorig jaar bleek dat Nederlanders het eerlijker vinden als iemand rijk wordt door een erfenis dan door profvoetbal.”

 

Instabiele inkomsten
Kalshoven stipt ook de instabiliteit van de belastinginkomsten aan. “De overheid kan door de belasting op het werkelijke rendement minder goed inschatten wat er binnenkomt. Als de beurs crasht, dan heeft de schatkist daar met een fictief rendement geen last van, met werkelijk rendement natuurlijk wel. Het overheidssaldo zal dus meer met de economie en de beurs meebewegen. Op lange termijn zal het voor de schatkist niet veel uitmaken, maar de tussentijdse schommelingen zullen groter zijn. Dat moet natuurlijk niet gaan leiden tot paniekvoetbal en kortetermijnbezuinigingen. Het helpt om trendmatig te begroten en van tevoren rekening te houden met die grotere schommelingen.”

 

Als de macro-econoom van APG alle voors en tegens in ogenschouw neemt, dan beantwoordt hij de vraag of hervorming van box 3 verstandig is met een ‘ja’. “Het oude stelsel was sowieso juridisch niet houdbaar, het nieuwe voorstel is een verbetering. De rechtvaardigheid is gebaat bij het belasten van werkelijke rendementen bij liquide vermogen. En voor illiquide vermogen is gekozen voor praktische oplossingen. Dat klinkt als iets wat voor de Belastingdienst uitvoerbaar zou moeten zijn.”

 

Ook in wereldwijd verband, onder meer tijdens het World Economic Forum in Davos, wordt gesproken over een hoger belastingtarief voor grote vermogens. Lees de mening van Thijs Knaap daarover in dit artikel.