“De vergrijzing wordt bepalende factor”

Gepubliceerd op: 12 mei 2026

Op het eerste gezicht staat de Nederlandse economie er redelijk voor. Inkomens stijgen, de werkloosheid is laag en de groei houdt stand. Toch spelen onder de oppervlakte ontwikkelingen die volgens CBS-hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen op termijn ingrijpend blijken. Hij doelt vooral op de vergrijzing. “Dit is een structurele factor die de economische verhoudingen blijvend verandert.”

 

De pensioensector kent veel stakeholders. Van sociale partners, uitvoerders en de politiek tot toezichthouders. Wat is hun specifieke rol, hoe kijken zij aan tegen de sector, hoe zien zij én spelen zij in op het vernieuwde stelsel? In de rubriek Krachtenveld doen de partijen hun verhaal.

Van Mulligen schetst op de PensioenLab-bijeenkomst afgelopen donderdag voor jonge pensioentalenten en bestuurders hoe demografie, vertrouwen en economische keuzes samenkomen in de discussie over de toekomst van pensioenen. “De Nederlandse inkomens zijn de afgelopen jaren gestegen, ook wanneer rekening wordt gehouden met inflatie. Tegelijk blijft de groei van de consumptie achter. Waar hogere inkomens normaal gesproken leiden tot meer bestedingen, is die relatie de afgelopen jaren losser geworden”, weet de hoofdeconoom.

Huishoudens kiezen er volgens hem steeds vaker voor om extra inkomen niet uit te geven, maar te sparen. “Inmiddels staat er gezamenlijk meer dan 500 miljard euro op Nederlandse spaarrekeningen. Alleen al in het afgelopen jaar nam dat saldo sterk toe.” Volgens Van Mulligen is dat economisch gezien opmerkelijk. “Als mensen meer te besteden hebben, besteden ze meestal ook meer”, schetst hij. “Dat gebeurt nu minder, waardoor de economische groei achterblijft bij wat mogelijk zou zijn.”


Vertrouwen blijft structureel laag

De verklaring voor die terughoudendheid ligt volgens het CBS vooral in het lage consumentenvertrouwen. Dat is al jaren negatief en bevindt zich historisch gezien op een langdurig laag niveau. “Zelfs tijdens eerdere economische crises, zoals die van 2008, bleef het vertrouwen niet zo lang negatief”, aldus Van Mulligen.


Vooral de verwachtingen over inflatie spelen hierin een belangrijke rol, erkent hij. “Hoewel de inflatie inmiddels is teruggelopen ten opzichte van de piek tijdens de energiecrisis, verwachten veel mensen dat prijzen opnieuw zullen stijgen. Die verwachting beïnvloedt gedrag: huishoudens blijven voorzichtig met uitgaven en houden een buffer aan. Die combinatie van stijgende inkomens en laag vertrouwen zorgt voor een economie die wel groeit, maar minder dynamisch is dan mogelijk.”


Minder werkenden, meer gepensioneerden

De meest fundamentele ontwikkeling ligt volgens Van Mulligen echter bij de demografie. “Nederland vergrijst in hoog tempo en dat heeft directe gevolgen voor de economie en het pensioenstelsel.” De verhouding tussen werkenden en gepensioneerden verandert snel. In de jaren vijftig stonden er nog zeven mensen in de werkzame leeftijd tegenover één gepensioneerde. Inmiddels is dat ongeveer drie op één en richting 2040 schuift dat verder naar circa twee op één.

“Die verschuiving is structureel. Het aandeel 65-plussers in de bevolking stijgt tot circa een kwart en blijft daarna op dat niveau. Dat betekent dat relatief minder werkenden de kosten dragen voor een grotere groep ouderen. Voor het pensioenstelsel is dat een kernvraagstuk: hoe verdeel je middelen tussen generaties wanneer de balans blijvend verandert?”

Het aandeel 65-plussers in de bevolking stijgt tot circa een kwart en blijft daarna op dat niveau

Productiviteit als sleutel
Omdat de arbeidsmarkt al krap is, zit er volgens van Mulligen weinig ruimte in het verder verhogen van het aantal gewerkte uren. De oplossing moet daarom komen uit hogere productiviteit. “Meer produceren per gewerkt uur is uiteindelijk de enige manier om onze welvaart te vergroten of te behouden.”  Dat vraagt om investeringen in technologie, innovatie en organisatie van werk. Daarbij ziet hij dat bedrijven al langere tijd een kleiner deel van hun winst investeren. Dat kan op termijn juist de productiviteitsgroei remmen. Daarnaast wijst hij op een structureel effect van de vergrijzing. “In landen met een oudere beroepsbevolking neemt de innovatiekracht af. Jongere generaties spelen daarin traditioneel een belangrijke rol.”

Hoewel nieuwe technologieën, zoals kunstmatige intelligentie, mogelijk bijdragen aan productiviteitsgroei, is het volgens Van Mulligen nog onzeker hoe groot die impact daadwerkelijk zal zijn.


Druk op zorg en woningmarkt

De gevolgen van vergrijzing beperken zich niet tot de arbeidsmarkt en productiviteit. Ze zijn zichtbaar in meerdere sectoren. In de zorg groeit de vraag sterk, mede door het toenemende aantal oudere en vooral zeer oude inwoners die behoefte hebben aan zorg. “Momenteel werkt ongeveer één op de zes mensen in Nederland in de zorg. Volgens ramingen kan de behoefte aan zorgmedewerkers oplopen tot één op de vier in de komende jaren”, rekent Van Mulligen voor.


Ook op de woningmarkt speelt vergrijzing een rol. Het aantal huishoudens groeit, vooral door de toename van eenpersoonshuishoudens. Die groei komt voor het grootste deel voor rekening van ouderen. “Veel ouderen blijven langer zelfstandig wonen, vaak in grotere woningen. Daardoor blijft de doorstroming beperkt, wat de druk op de woningmarkt verder vergroot. Zelfs zonder bevolkingsgroei blijft die spanning bestaan.” 


Directe relevantie voor pensioenen

De optelsom van deze ontwikkelingen raakt direct aan de fundamenten van het pensioenstelsel. Een krimpende groep werkenden, hogere collectieve kosten en een grotere groep gepensioneerden zorgen voor toenemende druk op de financiële verhoudingen. Van Mulligen: “Dat betekent dat er keuzes nodig zijn over hoe middelen worden verdeeld, hoe risico’s worden opgevangen en hoe de economie voldoende draagkracht houdt. Pensioenen staan daarbij niet op zichzelf, maar zijn onderdeel van een breder systeem van arbeid, zorg en welvaart.”


De boodschap van Van Mulligen is daarmee helder: de economische uitgangspositie is solide, maar de onderliggende trends vragen om aanpassing. Vergrijzing, lage productiviteitsgroei en aanhoudend onzeker vertrouwen zetten de verhoudingen tussen generaties blijvend onder druk. Juist daarom is het volgens hem belangrijk dat er nú wordt nagedacht over keuzes voor de lange termijn. Niet alleen over pensioenen zelf, maar ook over de manier waarop werk, zorg en welvaart zich ontwikkelen. Op een bijeenkomst waar juist jonge professionals meedenken over de toekomst van het stelsel, onderstreept zijn analyse één ding: de ruimte om te sturen is er nog, maar niet onbeperkt.

Wat is PensioenLab?

PensioenLab is een platform waarin jongeren meedenken over de toekomst van het pensioenstelsel. Samen met pensioenfondsen, uitvoerders en andere partijen werkt het netwerk aan ideeën om het stelsel toekomstbestendig te maken. Door jonge generaties actief te betrekken, wil PensioenLab bijdragen aan besluitvorming die beter aansluit bij de lange termijn en de belangen van verschillende generaties.