De digitale euro komt steeds dichterbij. Het Europees Parlement gaf onlangs groen licht voor verdere onderhandelingen en de Europese Centrale Bank (ECB) mikt op invoering in 2029. Maar waarom hebben we eigenlijk een digitale euro nodig als betalen nu ook al probleemloos werkt? We bellen met Koen Ottenheijm, Senior Treasury & Trading Development bij APG.
De digitale euro komt eraan. Welk probleem proberen Europa en de ECB eigenlijk op te lossen?
“De digitale euro, een vorm van Central Bank Digital Currency (CBDC), is geen antwoord op één acuut betaalprobleem. Oorspronkelijk waren er verschillende redenen om een CBDC te onderzoeken. In sommige landen draait het om financiële inclusie: hoe geef je mensen zonder goede toegang tot banken toch toegang tot veilig digitaal geld? Andere landen kijken naar de afname van contant geld en de gevolgen daarvan, of naar de vraag hoe betalingen mogelijk blijven bij storingen van telecom- of betalingsnetwerken. Europa heeft daar een extra motief aan toegevoegd: strategische autonomie. Een groot deel van onze digitale betalingen loopt via internationale kaartnetwerken en technologieplatforms. De digitale euro moet ervoor zorgen dat er naast commerciële oplossingen ook een Europese publieke betaalinfrastructuur beschikbaar blijft.
Bij CBDC’s wordt vaak onderscheid gemaakt tussen twee varianten. De eerste is een retailvariant, bedoeld voor consumenten en bedrijven. Over deze variant gaat het vooral bij het debat over de digitale euro. Daarnaast onderzoeken centrale banken ook een wholesale-variant voor financiële instellingen. Die kan worden gebruikt voor de afwikkeling van effecten- en valutatransacties en raakt daarmee direct aan de infrastructuur van kapitaalmarkten. Deze laatste variant is daarom ook interessant voor partijen als APG."
We kunnen nu al digitaal betalen met onze bankpas of telefoon. Waarom is een digitale euro dan méér dan een oplossing voor een probleem dat veel mensen niet zien?
“Dat is waarschijnlijk de belangrijkste vraag in het debat. De scepsis is begrijpelijk, want het Nederlandse betalingsverkeer functioneert uitstekend. Het verschil zit dan ook niet zozeer in de betaalervaring, maar in de aard van het geld. Een banktegoed is privaat geld: juridisch gezien een vordering op een commerciële bank. Contant geld is publiek geld: een vordering op de centrale bank. Naarmate het gebruik van contant geld verder afneemt, ontstaat de vraag of burgers nog wel directe toegang houden tot publiek geld. De digitale euro maakt die publieke vorm van geld ook digitaal beschikbaar. De meerwaarde zal uiteindelijk afhangen van het ontwerp. De ECB onderzoekt toepassingen voor winkelbetalingen, onderlinge betalingen en online én offlinetransacties. Zonder duidelijke meerwaarde voor gebruikers zal het lastig zijn om brede adoptie te realiseren.