“De echte waarde van de digitale euro zit achter de schermen”

Gepubliceerd op: 17 juli 2026

De digitale euro komt steeds dichterbij. Het Europees Parlement gaf onlangs groen licht voor verdere onderhandelingen en de Europese Centrale Bank (ECB) mikt op invoering in 2029. Maar waarom hebben we eigenlijk een digitale euro nodig als betalen nu ook al probleemloos werkt? We bellen met Koen Ottenheijm, Senior Treasury & Trading Development bij APG.

De digitale euro komt eraan. Welk probleem proberen Europa en de ECB eigenlijk op te lossen?
“De digitale euro, een vorm van Central Bank Digital Currency (CBDC), is geen antwoord op één acuut betaalprobleem. Oorspronkelijk waren er verschillende redenen om een CBDC te onderzoeken. In sommige landen draait het om financiële inclusie: hoe geef je mensen zonder goede toegang tot banken toch toegang tot veilig digitaal geld? Andere landen kijken naar de afname van contant geld en de gevolgen daarvan, of naar de vraag hoe betalingen mogelijk blijven bij storingen van telecom- of betalingsnetwerken. Europa heeft daar een extra motief aan toegevoegd: strategische autonomie. Een groot deel van onze digitale betalingen loopt via internationale kaartnetwerken en technologieplatforms. De digitale euro moet ervoor zorgen dat er naast commerciële oplossingen ook een Europese publieke betaalinfrastructuur beschikbaar blijft.

 

Bij CBDC’s wordt vaak onderscheid gemaakt tussen twee varianten. De eerste is een retailvariant, bedoeld voor consumenten en bedrijven. Over deze variant gaat het vooral bij het debat over de digitale euro. Daarnaast onderzoeken centrale banken ook een wholesale-variant voor financiële instellingen. Die kan worden gebruikt voor de afwikkeling van effecten- en valutatransacties en raakt daarmee direct aan de infrastructuur van kapitaalmarkten. Deze laatste variant is daarom ook interessant voor partijen als APG."

 

We kunnen nu al digitaal betalen met onze bankpas of telefoon. Waarom is een digitale euro dan méér dan een oplossing voor een probleem dat veel mensen niet zien?
“Dat is waarschijnlijk de belangrijkste vraag in het debat. De scepsis is begrijpelijk, want het Nederlandse betalingsverkeer functioneert uitstekend. Het verschil zit dan ook niet zozeer in de betaalervaring, maar in de aard van het geld. Een banktegoed is privaat geld: juridisch gezien een vordering op een commerciële bank. Contant geld is publiek geld: een vordering op de centrale bank. Naarmate het gebruik van contant geld verder afneemt, ontstaat de vraag of burgers nog wel directe toegang houden tot publiek geld. De digitale euro maakt die publieke vorm van geld ook digitaal beschikbaar. De meerwaarde zal uiteindelijk afhangen van het ontwerp. De ECB onderzoekt toepassingen voor winkelbetalingen, onderlinge betalingen en online én offlinetransacties. Zonder duidelijke meerwaarde voor gebruikers zal het lastig zijn om brede adoptie te realiseren.

De digitale euro maakt die publieke vorm van geld ook digitaal beschikbaar. De meerwaarde zal uiteindelijk afhangen van het ontwerp.

De discussie gaat bovendien verder dan alleen over betalen. Binnen de financiële sector wordt ook gekeken naar tokenisatie: het digitaal verhandelbaar maken van effecten, obligaties en andere activa. De vraag hoe digitaal geld en digitale financiële activa zich tot elkaar verhouden, speelt daarbij een steeds grotere rol. Vanuit dat perspectief is de digitale euro ook een investering in de toekomstige financiële infrastructuur.”

Stel dat de digitale euro er daadwerkelijk komt. Wat merkt een gewone Nederlander daarvan?
“Voor de gemiddelde Nederlander zal de digitale euro waarschijnlijk niet voelen als een monetaire revolutie. Vermoedelijk ontstaat er een extra optie naast de bankrekening, pinpas, creditcard en contant geld, het wordt niet iets dat deze middelen vervangt. De grootste verandering zit daarom niet in wat de gebruiker ziet, maar in wat er achter de schermen gebeurt. Denk aan de mogelijkheid om bepaalde betalingen te doen als internet- of communicatienetwerken tijdelijk uitvallen. Ook kan een digitale euro bijdragen aan een grotere weerbaarheid van het Europese betalingsverkeer.

 

Achter die ontwikkeling schuilt ook een bredere strategische afweging. Veel digitale betalingen zijn vandaag afhankelijk van internationale partijen en infrastructuur buiten Europa. Dat is in normale omstandigheden geen probleem, maar geopolitieke spanningen, sancties en handelsconflicten hebben laten zien dat financiële infrastructuur ook een strategische dimensie kent. Europa wil daarom voorkomen dat het volledig afhankelijk wordt van partijen buiten het eurogebied. Misschien is dat wel de belangrijkste les van de hele discussie. Uiteindelijk gaat de discussie over de digitale euro minder over een nieuwe manier om een kop koffie af te rekenen en meer over de vraag welke rol publiek geld moet spelen in een economie die steeds digitaler wordt.”