“Voor Aziatische bedrijven is een dialoog met aandeelhouders niet vanzelfsprekend”

“Voor Aziatische bedrijven is een dialoog met aandeelhouders niet vanzelfsprekend”

Gepubliceerd op: 2 maart 2021

Duurzaamheidsspecialist Jaideep Panwar over CO2-ambities APG in Zuid-Oost Azie

 

In heel Europa worden kolencentrales gesloten, maar in Azië worden juist nieuwe kolencentrales gebouwd om te voldoen aan de groeiende energiebehoefte. Dit draagt bij aan de wereldwijde CO2-uitstoot, die een belangrijke rol speelt bij de opwarming van de aarde. Als grote belegger wil APG een omslag bewerkstelligen bij Aziatische bedrijven: van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare energie. Dat vraagt om subtiel manoeuvreren, overtuigingskracht en een lange adem, vertelt duurzaamheidsspecialist Jaideep Panwar.

 

Juli 2020 – De Indiase onderneming Reliance Industries Limited houdt een aandeelhoudersvergadering. Vanwege de coronacrisis vindt deze virtueel plaats, voor het eerst in het bestaan van het bedrijf. Jaideep Panwar, duurzaamheidsspecialist bij APG in Azië, volgt de vergadering achter zijn pc, op kantoor in Hong Kong. Chairman Mukesh Ambani deelt groot nieuws: het industrieel conglomeraat - actief in de olie- en gassector en eigenaar van de grootste raffinaderij ter wereld - wil in 2035 CO2-neutraal zijn. Het bedrijf is van plan schone technologie in te zetten om de uitstoot van broeikasgas om te zetten in nieuwe producten en materialen. Panwar valt bijna van zijn stoel van verbazing. APG heeft namens de pensioenfondsklanten in het bedrijf belegd en is al ruim twee jaar in dialoog met het management over een ambitieuzer klimaatbeleid. Op zo’n uitdagende doelstelling had hij echter niet durven hopen.

 

Fossiel brandstofverbruik Azië stijgt

Invloed uitoefenen op de klimaatambities van Aziatische bedrijven is hard nodig. De economische groei in Azië heeft de vraag naar energie en het verbruik van fossiele brandstoffen flink doen stijgen. Kolencentrales worden ingezet om voldoende elektriciteit op te wekken. China, India, Indonesië, Laos en de Filipijnen hebben plannen aangekondigd voor de bouw van nieuwe kolencentrales, aldus de Global Coal Plant Tracker. Sinds 2000 is de CO2-uitstoot door het gebruik van kolen voor energieopwekking in Azië maar liefst 165% gestegen, blijkt uit cijfers van het Internationaal Energie Agentschap (IEA). In Europa is de CO2-uitstoot door kolencentrales in diezelfde periode juist 30% gedaald.

 

Long and winding road

Om de Parijse klimaatdoelen te halen (beperk de opwarming van de aarde tot ruim onder 2 graden Celsius en liefst 1,5 graad), moet ook in de opkomende economieën een transitie plaatsvinden van fossiele naar hernieuwbare energiebronnen (zoals zon en wind). Als grote verantwoord belegger wil APG daaraan bijdragen door het uitoefenen van invloed op de klimaatambities van de bedrijven waarin namens de aangesloten pensioenfondsen wordt belegd. Panwar en zijn collega’s zijn dag in dag uit bezig met engagement: het management aanspreken op de verantwoordelijkheid voor milieu en maatschappij, uitspreken wat aandeelhouders op dit gebied van bedrijven verwachten en met het management in gesprek gaan over hoe snel de transitie van fossiele naar hernieuwbare energie zou moeten verlopen. Geen makkelijke weg, zo blijkt.

 

Is engagement in Azië anders dan in Europa of de Verenigde Staten?

“Azië is een werelddeel met enorme verschillen. Aan de ene kant heb je opkomende economieën als de Filipijnen, India en Indonesië, aan de andere kant rijke en hoogontwikkelde landen als Japan en Zuid-Korea. Maleisië, Thailand en China bevinden zich ertussenin. In al deze landen geldt echter hetzelfde: dat het voor bedrijven nog niet vanzelfsprekend is om een dialoog te voeren met hun aandeelhouders, zoals we in Europa en de VS al decennialang gewend zijn. We moeten dus meer moeite doen om gehoord te worden als aandeelhouder. Een ander kenmerk van Aziatische markten is dat families of de overheid vaak een groot belang hebben in bedrijven. In die zin zijn er overeenkomsten met Europa. In de VS, het Verenigd Koninkrijk en Australië is het aandelenbezit meer gespreid.”

 

De zeggenschap is bij Aziatische bedrijven dus vaker in handen van de oprichtersfamilie of de regering: hoe spreek je die aan op hun verantwoordelijkheid?

“Familiebedrijven zijn vaak gericht op de lange termijn, ze willen de onderneming doorgeven aan toekomstige generaties. APG is ook een langetermijnbelegger, dus je kunt wijzen op een gemeenschappelijk belang. Dat geldt ook voor overheden: die kunnen invloed uitoefenen op bedrijven waarvan ze eigenaar zijn of waarin ze een controlerend belang bezitten, om duurzamer keuzes te maken. Dat kan tot een versnelde omslag bij die bedrijven leiden. Het kan dus juist een voordeel zijn als een familie of regering de belangrijkste aandeelhouder is. Maar er zijn ook nadelen. Je hebt bijvoorbeeld minder invloed als buitenlandse belegger. Je moet weten wie de drijvende kracht achter of rond een bedrijf is om via de juiste kanalen invloed te kunnen uitoefenen. Je moet vertrouwen opbouwen, maar ook onderkennen wanneer en waarom dat niet mogelijk is.”

 

Wat werkt goed en wat juist niet?

“Er bestaat geen toverformule, elk bedrijf vraagt weer een andere benadering en engagement is vaak een proces van jaren. Een dwingende aanpak werkt meestal niet. Je hebt er als minderheidsaandeelhouder de machtspositie niet voor, of je bereikt er alleen een oppervlakkig succes mee: bedrijven doen dan alleen voor de bühne toezeggingen, terwijl er in werkelijkheid niets verandert. Ik kies liever een andere benadering. Ik ga in gesprek met bedrijven en hun eigenaren, probeer ook hún zienswijze te begrijpen en deel onze visie op de grote problemen in de wereld en wat hun rol daarin zou moeten zijn. Het is een subtiel spel, je moet vermijden dat de indruk ontstaat dat jij het beter weet dan zij. Tegelijkertijd probeer je ze met krachtige argumenten te overtuigen dat het anders moet.”

 

Welke argumenten brengen jullie naar voren?   

“We laten zien dat afscheid nemen van plannen voor nieuwe kolengestookte elektriciteitscentrales en het overstappen van fossiel opgewekte energie naar hernieuwbare energie beter zowel financieel als vanuit het oogpunt van reputatie beter is. Bij de verbranding van steenkool komt veel CO2 vrij. Als je nu een nieuwe kolencentrale bouwt, leg je je daarmee voor dertig tot veertig jaar vast op deze energiebron. Terwijl de kosten van hernieuwbare energiebronnen als zon en wind blijven dalen en bijvoorbeeld batterijtechnologie steeds concurrerender wordt. Over vijf tot tien jaar ziet de energiemarkt er heel anders uit. Bedrijven moeten zichzelf dus de volgende vragen stellen: wie wil nog niet-duurzame elektriciteit afnemen, als de prijs ervan stijgt in de nabije toekomst? Wie wil de productie van niet-duurzame energie nog financieren? En welke partij wil die kolencentrale van ons overnemen, als we deze later willen verkopen?” 

Bij welke Aziatische bedrijven heeft die aanpak vruchten afgeworpen?  

“We hebben bijvoorbeeld meerdere keren gesproken met het management van AC Energy, de energietak van Ayala Corp., een van de oudste en grootste familieconglomeraten van de Filipijnen. We hebben onze visie met hen gedeeld dat de uitbreiding van kolengestookte capaciteit uiteindelijk tot hoge financieringskosten zal leiden, niet past bij de duurzame reputatie van het bedrijf, en onze investeringen in AC Energy zouden kunnen beperken. Vorig jaar maakte het bedrijf bekend uiterlijk in 2030 uit kolencentrales te zullen stappen. Een ander voorbeeld is het Indiase Reliance, ook een familiebedrijf. Een wereldspeler en daarbij past een progressief klimaatbeleid, vinden we. APG voerde de gesprekken daarover mede namens Climate 100+, een samenwerkingsverband van grote internationale beleggers. We waren enorm verrast door de ambitieuze doelstelling die Reliance vervolgens neerlegde. Wel dringen we aan op meer details: hoe willen ze dit bereiken, welke tussentijdse doelen stellen ze en hoe meten ze hun CO2-uitstoot? Een derde voorbeeld is de dialoog met het Maleisische energiebedrijf Tenaga Nasional Bhd (TNB), dat deels in handen is van de staat. Eind vorig jaar maakte TNB bekend niet meer te investeren in nieuwe kolencentrales. Verder zal TNB de omzet van uit kolencentrales opgewekte energie terugbrengen tot maximaal 25% in 2025 en de investeringen in hernieuwbare energie opvoeren: van 3,4 naar 8,3 gigawatt in 2025.”

 

Zijn jullie blij met deze successen?

“Natuurlijk, dat is zowel persoonlijk als professioneel bevredigend. Maar het is moeilijk te zeggen of dit één op één het resultaat is van onze gesprekken. We werken natuurlijk ook samen met andere beleggers en bedrijven nemen hun eigen afgewogen beslissingen. Dus we moeten bescheiden zijn. Het laat wel zien dat onze stem als aandeelhouder gehoord wordt en dat engagement tot concrete resultaten kan leiden. De koersverandering bij Ayala, Reliance en TNB heeft ook een belangrijke signaalfunctie naar andere bedrijven in de regio, die komen nu hopelijk ook sneller in beweging.”

 

Wat doen jullie als bedrijven níet luisteren en niet veranderen?

“Als het nodig is, dan voeren we de druk op. In het algemeen geldt dat we proberen onze invloed als aandeelhouder uit te oefenen door bijvoorbeeld het schrijven van brieven aan het management en andere aandeelhouders, het aangaan van een dialoog met het bedrijfsbestuur en natuurlijk het gebruikmaken van ons stemrecht. In specifieke gevallen kunnen we eventueel ook familieleden of regeringen aanspreken. Verder kunnen we samenwerken met andere grote aandeelhouders en milieuorganisaties om een vuist te maken, of zelfs media-aandacht zoeken. Collega’s bij APG hebben bijvoorbeeld alles uit de kast gehaald om het Koreaanse energiebedrijf KEPCO te weerhouden van de bouw van nieuwe kolencentrales in Indonesië en Vietnam. Toen ze de uitbreiding toch doorzetten, hebben we onze aandelen verkocht. Die stap zetten we bij voorkeur pas als al onze inspanningen nergens toe blijken te leiden. Het liefst blijven we aan boord als aandeelhouder, om zo veel mogelijk invloed te kunnen uitoefenen.”

 

Welke dilemma’s kom je tegen op het pad naar meer duurzaamheid?

“Dat pad is lastig begaanbaar. Aan de ene kant kijken we als belegger naar verandering op de lange termijn voor een duurzamer toekomst, aan de andere kant vragen we bedrijven om nú in actie te komen. Ook heeft het management tijdens de huidige pandemie vaak andere prioriteiten: het bedrijf overeind houden en goed zorgen voor de eigen medewerkers. Je kunt ook niet in elk land dezelfde duurzaamheidseisen stellen. In arme landen met een lager gemiddeld energieverbruik en minder of geen milieuwetgeving moet je een andere benadering kiezen. Ook moeten arme landen worden geholpen zodat zij hun infrastructuur kunnen aanpassen aan de klimaatverandering. Daarmee kom je bij het grootste dilemma waarmee ik worstel: keuzes voor een duurzamer koers hebben vooral grote impact op mensen die nog geen eerlijke kans hebben gehad om te profiteren van industrialisatie en economische voorspoed. Daarin moeten we een balans zien te vinden. Laten we hopen dat een combinatie van schone technologie, een groeiende bereidheid om deze te financieren en een transitie bij bedrijven van fossiele naar hernieuwbare energie de weg zal banen naar een duurzamer toekomst, waarin welvaart en welzijn evenwichtiger verdeeld zijn. Niet alleen in Azië, maar in de héle wereld.”