“Er moet meer eenheid in de samenleving komen”

“Er moet meer eenheid in de samenleving komen”

Gepubliceerd op: 27 augustus 2020

Nederland van Straks

 

Pensioen is voor veel mensen iets voor morgen. Dat het pensioenstelsel gaat veranderen, is een feit. Maar hoe zit dat met onze maatschappij? Hoe ziet het Nederland van straks eruit? We vragen het mensen uit een dwarsdoorsnede van de samenleving. In deze aflevering: Björn Vennema, medeoprichter van Social Finance NL, een organisatie voor het meten, financieren en vergroten van maatschappelijke impact.

 

We wonen in een welvarend land, maar niet iedereen profiteert daar in dezelfde mate van mee. De coronacrisis onderstreept dat nog eens: mensen met een niet-westerse migratieachtergrond, minder opleiding en een arbeidsbeperking bijvoorbeeld, lijken extra kwetsbaar te zijn voor werkverlies en armoede. In het Nederland van straks moeten ook kwetsbare groepen delen in welvaart en welzijn, vindt Björn Vennema, medeoprichter en mededirecteur van Social Finance NL. Hoe? Door geld op een slimmere, objectievere en eerlijker manier in te zetten om maatschappelijke vraagstukken op te lossen.

 

Hoe zie je het Nederland van nu?  

“Voor het oog is Nederland vlak, maar onder de oppervlakte gaat een gepolariseerd landschap schuil. De tegenstellingen op politiek, cultureel en maatschappelijk gebied zijn groot. Ook de verschillen tussen arm en rijk nemen toe. Er is steeds minder geld om kwetsbare groepen in de samenleving te ondersteunen, zoals kansarme jongeren of ouderen. Er is dus sprake van een groeiende tweedeling in Nederland. Als we daar niets aan doen, worden de maatschappelijke problemen alleen maar groter.”

 

Hoe moet het Nederland van straks er in jouw ogen uitzien?

“Er moet weer meer eenheid in de samenleving komen. Ook de onderkant van de samenleving moet kansen krijgen om volwaardig mee te doen en toegang krijgen tot alle beschikbare middelen. Daarvoor moeten we ons financiële systeem veranderen. Nu kijken veel beleggers vooral naar risico en rendement bij de beslissing of ze ergens hun geld in steken. Als ze ook zouden kijken naar de impact van een bedrijf of project op de samenleving, dan kun je met elkaar maatschappelijke verandering tot stand brengen. Bijvoorbeeld door bewust te investeren in zonne-energie, in sociale huisvesting of in een project voor schuldhulpverlening.”           

 

Maar voor dat soort doelen bestaan toch allerlei overheids- of liefdadigheidsinstellingen?

“Die stellen vaak niet de mens, maar het systeem centraal. Mensen met psychische problemen of schulden die aankloppen voor hulp, raken soms verdwaald in een wirwar van organisaties die langs elkaar heen werken. Bovendien is de maatschappelijke sector vaak niet zakelijk ingesteld: er wordt te weinig gekeken hoe een zo groot en positief mogelijk effect op de samenleving kan worden gerealiseerd. Er blijft dus veel maatschappelijke waarde liggen. Een voorbeeld is Ctalents, een detacheringsorganisatie voor mensen met een audiovisuele beperking. Het bij elkaar brengen en begeleiden van werkzoekende en werkgever kost meer tijd en energie dan bij gemiddelde kandidaten, maar dat vertaalde zich niet in een hogere fee. Daardoor kon Ctalents niet met commerciële uitzendbureaus concurreren. Dat is zonde. Met een beter verdienmodel kun je meer mensen helpen, maar in het huidige financiële systeem ontbreekt zo’n verdienmodel voor sociale ondernemingen nog steeds.”

In het huidige financiële systeem ontbreekt een verdienmodel voor sociale ondernemingen

We moeten het financiële systeem dus veranderen, maar hoe?

“We moeten op een andere manier gaan kijken naar waarde, naar resultaat. Tot nu meten we succes vooral af aan geld, aan financiële waarde. Maar we moeten ook gaan kijken naar de maatschappelijke kosten en opbrengsten: hoeveel wordt de samenleving er beter, of misschien wel slechter van? Daar kun je ook een prijskaartje aan hangen. Naast de financiële winst van bedrijven, kun je bijvoorbeeld kijken wat het de maatschappij kost als aan het milieu schade wordt toegebracht, of als mensen door reorganisaties een WW-uitkering moeten aanvragen. Bij overheidsorganisaties of gesubsidieerde projecten kun je juist kijken hoeveel maatschappelijke ‘winst’ ze creëren, bijvoorbeeld in de vorm van meer welzijn, minder eenzaamheid of meer arbeidsparticipatie. Als je dat weet en kunt vergelijken, kunnen beleggers gericht investeren in díe bedrijven en organisaties die de meeste financiële én maatschappelijke waarde opleveren.”

 

Concreet voorbeeld?

“Je kunt Social Impact Bonds inzetten om geld van beleggers en sociaal-maatschappelijke doelen aan elkaar te koppelen. Een voorbeeld daarvan is een project om de jeugdwerkloosheid in Rotterdam-Zuid – de hoogste van het land – omlaag te brengen. Pas als dat ook echt is gelukt, betaalt de gemeente de investeerders terug, mét rendement. Als het niet lukt, dan zijn de investeerders hun geld kwijt, zij dragen dus het risico. In dit geval werd 72 procent van de 250 deelnemende jongeren aan werk geholpen. Iedereen profiteert dus: jongeren krijgen een baan, de gemeente bespaart op uitkeringen en investeerders realiseren rendement. Zo’n Social Impact Bond komt er nu ook voor valpreventie van ouderen. Dat kan leiden tot minder botbreuken, minder zorgkosten en meer ouderen die langer zelfstandig kunnen blijven wonen.”

 

Is dit soort nieuwe financieringsvormen ook interessant voor pensioenuitvoerders als APG?

“We werken nu nog vooral met overheden en sociaal ondernemers en financiers. Grote beleggers als APG hebben grootschaliger projecten nodig om voldoende rendement te realiseren voor ons pensioen. Het is onze droom om die benodigde schaal in de toekomst wel te bereiken, misschien geholpen door een landelijk overheidsfonds en lokale crowdfunding. Dan wordt het ook interessant voor grote beleggers als banken, verzekeraars en pensioenfondsen. APG integreert duurzaamheid en sociaal beleid nu trouwens ook al in de beleggingsbeslissingen, maar dan zou je nog gerichter de kosten en opbrengsten voor de maatschappij kunnen beoordelen. En deelnemers weten dan nog beter wat dat hun pensioenpot én de maatschappij oplevert. Het allerbelangrijkste: anders financieren kan ervoor helpen zorgen dat in het Nederland van straks iedereen meedeelt en volledig tot zijn recht komt. Dat is ons ultieme doel.”

Gepubliceerd in deze collectie(s)

Samenleving

Collectie in Inkomen