Verantwoord beleggen
Sluiten

Navigeer snel in deze serie:

Sluiten

Deel deze serie:

Verantwoord beleggen

Duurzaam en verantwoord beleggen is voor APG en onze fondsen van groot belang. Maar waarom eigenlijk? En wat is dat precies: verantwoord beleggen? Wat is er aan de hand? En niet? Welke doelen hebben wij en onze fondsen voor ogen? Dat – en meer – lees je hier.

Thema
Duurzaamheid, Lange termijn beleggen
Collectie inhoud
190 Publicaties

Navigeer snel in deze serie:

APG wint twee Investment & Pensioen Europe-awards

Gepubliceerd op: 2 december 2022

APG heeft bij een bijeenkomst van het Europese platform IPE in Rotterdam awards gewonnen in de categorieën Vastgoed en Private Markets. De prijzen werden in het bijzijn van honderden pensioenbeleggers vanuit heel Europa overhandigd aan beleggingsspecialist Katherine Kucherenko van APG Asset Management.

 

De jury kent de prijs voor Vastgoed toe aan APG vanwege de uitstekende combinatie van ‘bottom-up fundamentele research met een top-down visie op de mega-trends’. Ook vindt de jury dat APG op het gebied van vastgoed bewijst dat ‘duurzaamheid en een goed beleggingsresultaat hand-in-hand kunnen gaan’.

 

“We voelen ons vereerd met deze prijs. Het is een prachtige waardering voor het harde werk van ons team en onze onderscheidende, data-gedreven wereldwijd geïntegreerde strategie die zich inderdaad kenmerkt door een sterke focus op verantwoord beleggen. We kijken ernaar uit om op dit succes voort te bouwen en onze klanten en hun deelnemers ook de komende jaren van dienst te kunnen zijn”, zegt Rutger van der Lubbe, Head of Global Real Estate Investment Strategy bij APG Asset Management.


De Award voor Private Markets toont volgens de jury APG’s duidelijke benadering van beleggen in Real Assets en Infrastructuur. "Het langetermijn perspectief en de track record markeren het succes van APG. En wat een fenomenale resultaten", aldus de jury.

 

“We willen alle prijswinnaars van harte feliciteren en zijn verheugd met de Private Markets award die we hebben ontvangen", zegt Patrick Kanters, Managing Director Private Investments bij APG Asset Management. "De prijs benadrukt de vooruitstrevende positie van onze organisatie en teams binnen dit segment en de bijdrage die we leveren op het gebied van ESG-integratie. Investeringen in deze categorie sluiten goed aan bij de langlopende verplichtingen van onze klanten en bieden hen naast een aantrekkelijk risico-rendementsprofiel uitdrukkelijk de mogelijkheid om een relevante maatschappelijke bijdrage te leveren voor onze pensioenfondsklanten en hun deelnemers."

Foto: APG’ers Jasper van de Kerkhof, Katherine Kucherenko en Derk Welling (vlnr) tonen met stralend gezicht de zojuist gewonnen Awards.

Volgende publicatie:
Thijs Knaap bij BNR over CEO-wissel Disney en de teloorgang van cryptoplatform FTX

Thijs Knaap bij BNR over CEO-wissel Disney en de teloorgang van cryptoplatform FTX

Gepubliceerd op: 22 november 2022

Wat is er aan de hand bij Disney? Die vraag kwam onder andere aan de orde bij tijdens het BNR Beleggerspanel met hoofdeconoom Thijs Knaap van APG.

Gisteren maakte het Amerikaanse entertainmentbedrijf namelijk bekend dat het al na een kleine drie jaar afscheid neemt van CEO Bob Chapek. De positie wordt verrassend genoeg weer overgenomen door oud-CEO Bob Iger, die tussen 2005 en 2020 de scepter zwaaide bij Disney.

Chapek had het volgens de deelnemers van het Beleggerspanel de afgelopen jaren niet makkelijk: de parken dicht door corona, ruzie met Republikeinen, ruzie met filmster Scarlett Johansson die Disney aanklaagde voor contractbreuk. En volgens Knaap speelde ook het moeizame verdienmodel van dochteronderneming Disney+ een belangrijke rol. “Disney heeft ontzettend veel materiaal - van Bambi tot Mickey Mouse – en daar moet geld aan worden verdiend”, legt hij uit. Disney heeft gekozen voor een eigen streamingsdienst, maar de concurrentie tussen de die diensten is moordend.

Ook de teloorgang van cryptoplatform FTX en de vertrouwenscrisis die dat veroorzaakt onder beleggers kwam aan de orde. Knaap verwacht dat er de komende tijd ‘nog veel meer rommel’ op moet worden geruimd bij FTX.

Daarnaast stond de verdere verhoging van de rente door de centrale bank van de Verenigde Staten -de Fed- op de agenda. Waarom toch met zulke kleine stapjes en niet met zevenmijlslaarzen? Knaap denkt dat verstandig is: “Een half procent is best veel. Je moet goed weten wat dat teweeg brengt.”   

Luister hier het hele programma.

 

Volgende publicatie:
APG richt Noordzeker op voor ontwikkeling offshore windparken

APG richt Noordzeker op voor ontwikkeling offshore windparken

Gepubliceerd op: 15 november 2022

Voor het eerst richt APG zich op de ontwikkeling van een groot offshore windpark vanaf de beginfase. Noordzeker, een consortium dat in opdracht van ABP wordt opgericht, bereidt een bod voor op maximaal vier kavels in de Noordzee. 

De Nederlandse overheid heeft de ambitie om windenergie op zee (offshore) fors uit te breiden. In dat kader zal voor de kust van IJmuiden een enorm windpark worden ontwikkeld. IJmuiden Ver (IJVER) wordt verdeeld in vier kavels, die gezamenlijk 4 gigawatt (GW) aan schone elektriciteit zullen opwekken – genoeg om meer dan 5 miljoen huishoudens van stroom te voorzien. In lijn met ABP’s ambitie om te investeren in de Nederlandse energietransitie, richt APG een consortium op om deel te nemen aan de aanbesteding en een leidende rol te spelen in de ontwikkeling van windenergie op de Noordzee.

Nieuwe aanpak

“We hebben natuurlijk al eerder geïnvesteerd in windenergie, zowel aan land als offshore, ook in Nederland”, zegt Bart Saenen, Senior Portfoliomanager Infrastructure. “Maar dit is de eerste keer dat we deelnemen aan alle fasen – aanbesteding, ontwikkeling, bouw en exploitatie – van een offshore project. Hiervoor werken we samen met een toonaangevende ontwikkelaar van hernieuwbare energie. We zijn verheugd om namens ABP en haar deelnemers een leidende rol op ons te nemen in het realiseren van de Nederlandse ambities voor wind op zee.”

Het kabinet kondigde onlangs plannen aan om de productie van offshore windenergie enorm uit te breiden. In 2030 moet Noordzee-windenergie goed zijn voor 21 GW of ongeveer 75 procent van het huidige Nederlandse elektriciteitsverbruik. Naar verwachting groeit de productie tot ongeveer 70 GW in 2050. Locaties voor de ontwikkeling van windparken worden in fases geveild – waarbij de IJVER-kavels in 2023 aan de beurt zijn. In de aanbestedingsvoorwaarden zijn zowel financiële als kwalitatieve criteria opgenomen. Die laatste gaan onder meer over systeemintegratie en ecologie.

Stimuleren van innovatie

“De Nederlandse overheid wil innovatie stimuleren om oplossingen te vinden en op te schalen voor systeemintegratie en om ecologische uitdagingen aan te pakken”, zegt Bart. “Het bouwen van een windpark is één ding, maar we moeten ook vraag en aanbod van windenergie in evenwicht brengen, bijvoorbeeld door batterijopslag te integreren en waterstof als energiedrager te gebruiken. De bouw en exploitatie van windparken heeft ook invloed op het vogel- en zeeleven. Noordzeker zal samen met Nederlandse onderzoeksinstituten, universiteiten en milieuorganisaties zoeken naar manieren om de negatieve effecten te verminderen en zelfs ecosystemen te versterken.”

De concurrentie bestaat waarschijnlijk uit grote windparkontwikkelaars, energiebedrijven en olie- en gasbedrijven. “De overheid heeft aangekondigd dat kwalitatieve criteria voor systeemintegratie en ecologie een belangrijke rol spelen in het aanbestedingsproces”, legt Bart uit. “Samen met onze partners in Noordzeker kunnen we een uniek bod doen op basis van onze langetermijn betrokkenheid bij de Nederlandse energietransitie en Noordzee offshore wind, onze succesvolle staat van dienst bij het opbouwen van langdurige partnerschappen en de stevige wortels van APG en ABP in de Nederlandse samenleving.”

Financieel en maatschappelijk rendement

Investeren in de ontwikkeling van windparken op de Noordzee levert naar verwachting een goed en stabiel rendement op voor de deelnemers van ABP – vooral omdat we investeren voor de zeer lange termijn. En het levert belangrijke maatschappelijke voordelen op, zoals ook ABP aangeeft: “We beleggen Nederlands pensioenvermogen en bundelen onze krachten met Nederlandse en Europese bedrijven om offshore energieproductie mogelijk te maken. Zo dragen we bij aan een betrouwbare en duurzame energievoorziening voor Nederlandse huishoudens en bedrijven. Dat is goed voor de pensioenen, ons klimaat, de energiezekerheid en de werkgelegenheid.”  

Gegadigden moeten eind 2023 hun bod indienen en de selectie zal naar verwachting in 2024 plaatsvinden.

Volgende publicatie:
“Blijf radicaal! En blijf zoveel mogelijk bedrijven bij het proces betrekken”

“Blijf radicaal! En blijf zoveel mogelijk bedrijven bij het proces betrekken”

Gepubliceerd op: 4 november 2022

Op het eerste gezicht lijken de werelden van APG Asset Management CEO Ronald Wuijster en Greenpeace Nederland algemeen directeur Anna Schoemakers mijlenver uit elkaar te liggen. Toch is gebleken dat ze zich beiden erg betrokken voelen bij dezelfde onderwerpen. Tijdens een open en eerlijk gesprek onderzoekt Ronald Wuijster wat APG en Greenpeace van elkaar kunnen leren en hoe ze elk een rol kunnen spelen bij het oppakken van twee van de grootste uitdagingen van deze tijd: klimaatverandering en het verlies aan biodiversiteit.

Op het moment dat we dit schrijven, reist Anna Schoemakers alweer met de Rainbow Warrior III van Amsterdam naar de COP27 klimaatconferentie in Sharm el-Sheikh in Egypte, waarbij ze onderweg een aantal klimaatactivisten ophaalt. Hoewel ze begrijpt dat verandering tijd kost, richt ze zich op het hier en nu om onmiddellijk actie te ondernemen. “Ik ben elke dag aan het werk voor een groenere en vredigere toekomst”, zegt Anna. “Het klimaat en de biodiversiteit zijn de problemen die me het meest na aan het hart liggen.”

 

Ronald Wuijster gebruikt een langere tijdshorizon. Zijn portefeuillebeheerders bij APG streven ernaar een bijdrage te leveren aan een duurzame wereld door de risico's van klimaat en biodiversiteit te integreren in de beleggingsbeslissingen en door te investeren in kansen voor de langere termijn. “Om een transitie te kunnen waarborgen, heb je tijd nodig. Tegelijkertijd zien we ook dat de veranderingen zeer urgent zijn.”

 

Actie in het hier en nu versus een transitie op de langere termijn

Wanneer er vragen worden gesteld over dit dilemma, erkent Schoemakers dat de overgang van fossiele brandstoffen naar duurzame energie tijd kost, maar ze kiest ervoor zich niet op die geluiden te richten. Om de mensen bewust te maken van de urgentie, streeft Greenpeace naar onmiddellijke acties. Neem klimaataanpassing, bijvoorbeeld, zoals het bouwen van dijken om landen te beschermen tegen de stijgende zeespiegels. “Het is mijn persoonlijke missie om te stoppen met het ophalen van fossiele brandstoffen uit de grond als onze energiebron”, legt Schoemakers uit. “Mijn meer genuanceerde rationele kant denkt ook na over aanpassingsstrategieën, maar die zou ik nooit als eerste ter tafel brengen. Ik ben bang dat, als ik dat ga doen, bedrijven en overheden de urgentie waarmee we moeten veranderen niet langer inzien. We moeten druk blijven uitoefenen.”

 

Greenpeace heeft niet de beslissingsbevoegdheid of het geld om veranderingen door te voeren, aldus Schoemakers. “Maar we hebben wel de mensen, onze stem en onze acties. Op deze manier zorgen we ervoor dat er in de media aandacht aan ons word geschonken en maken we ruimte voor de partijen die wel beslissingsbevoegdheid hebben, zodat zij kunnen manoeuvreren.”

 

Het risico van onze aanpak is dat alles veel te langzaam gaat, terwijl het risico van de aanpak van Greenpeace is dat we te maken krijgen met energietekorten en alle soorten van problemen voor de mens.

 

Als langetermijnbelegger heeft APG de mogelijkheid om te zoeken naar oplossingen voor de langere termijn. “Wij zien ook een aantal aanpassingsstrategieën die een rol kunnen spelen”, zegt Wuijster. “Maar aan de andere kant zien we ook dat er geen tijd meer te verliezen is. We hebben meer tijd nodig voor een solide en soepele transitie dan er eigenlijk is. Het risico van onze aanpak is dat alles veel te langzaam gaat, terwijl het risico van de aanpak van Greenpeace is dat we te maken krijgen met energietekorten en alle soorten van problemen voor de mens. Ons dilemma is, dat als je je richt op 2050, dit nog zo ver weg lijkt dat het gevoel van urgentie om te veranderen ontbreekt. Wat wij doen is het gesprek aangaan met bedrijven om ervoor te zorgen dat ze onze vereiste begrijpen dat ze moeten bijdragen aan de energietransitie. En als ze dat niet doen, verkopen we onze beleggingen.”

 

Een eenvoudige, duidelijke boodschap versus nuance en volledigheid

Als voorzitter van het biodiversiteitsinitiatief van het World Economic Forum, komt Ronald een hele reeks academische definities van biodiversiteit tegen, zoals diversiteit in landschappen, het aantal soorten dieren/planten of zelfs diversiteit in DNA. Ook hier kiest Greenpeace ervoor om gecompliceerde zaken eenvoudig te maken, om zoveel mogelijk mensen te bereiken. Schoemakers: “Voor ons richt biodiversiteit zich op oceanen en bossen. In onze boodschap leggen we niet het volledige complexe probleem en de langere tijdlijnen die nodig zijn uit. We houden onze boodschap simpel: ‘Red de oceanen’ of ‘Red het bos’. En dan rekenen we op onze natuurorganisaties, wetenschappers en andere organisaties om de onderliggende problemen te identificeren en te analyseren.”

 

“Uiteraard kijken we ook naar de wetenschap en begrijpen we de complexiteit van, laten we zeggen, de energietransitie en dat je niet zomaar iedereen kan afsluiten en in de kou kan laten zitten, maar dat is niet onze belangrijkste boodschap. We hebben niet de tijd of de ruimte om dit uitgebreid uit te leggen. Dat zou jullie rol kunnen zijn.”

 

Toen Wuijster haar vroeg wat ze APG zou adviseren, antwoordde ze met een glimlach: “Blijf radicaal! En blijf het verhaal uitleggen. Waarom doen we dit? Waarom hebben we meer duurzaamheid nodig? En blijf zoveel mogelijk bedrijven bij het proces betrekken en laat ze niet wegkomen met eindeloze planningen en berekeningen. Uiteindelijk levert het ons een betere plek om te leven op.”

Volgende publicatie:
Stemmen tijdens aandeelhoudersvergaderingen: zo gaat het in zijn werk

Stemmen tijdens aandeelhoudersvergaderingen: zo gaat het in zijn werk

Gepubliceerd op: 2 november 2022

De jaarlijkse Algemene vergaderingen van Aandeelhouders (AVA's) en het stemmen over agendapunten zijn belangrijke gebeurtenissen op de kalender van elke aandeelhouder. Maar wat is de functie van een AVA? Waarom is het zo belangrijk om te stemmen? En hoe beheert een meerderheidsaandeelhouder, zoals APG, de logistiek bij het stemmen voor de aandelen die namens zijn pensioenfondsklanten worden aangehouden?

 

Senior Responsible Investment en Governance Specialist Mirte Bronsdijk geeft ons een opfriscursus over de wereld van AVA's en legt uit waarom het nieuwe stemplatform, dat samen met de stemgevolmachtigde dienstverlener van APG werd ontwikkeld, zo belangrijk is.

 

Laten we eerst eens teruggaan naar de basis: wat is een AVA en waarom wordt deze gehouden?

“Een AVA is de enige keer per jaar dat bedrijfsvertegenwoordigers de aandeelhouders officieel ‘ontmoeten’. Het houden van een AVA is verplicht en deze vindt gewoonlijk binnen zes maanden na het einde van het boekjaar plaats. Tijdens de vergadering deelt het management de bedrijfsprestaties over het afgelopen jaar en wordt de prognose gepresenteerd, inclusief nieuwe strategieën of beleidsregels. Aandeelhouders krijgen de gelegenheid om vragen te stellen en vervolgens kunnen ze gewoonlijk over een aantal standaard agendapunten stemmen, zoals de verkiezing of herverkiezing van directeuren, goedkeuring van bestuurdersvergoedingen en dividendbetalingen. Aandeelhouders hebben ook het recht om te stemmen over zaken die een directe invloed hebben op het aandeelhouderschap, zoals aandelensplitsingen, de terugkoop van aandelen of een voorgestelde fusie of acquisitie.”

 

Zijn AVA's echt belangrijk of alleen maar een formaliteit?

“De AVA is een belangrijke gebeurtenis omdat dit de enige keer is dat aandeelhouders kunnen stemmen en daarmee een directe invloed op het gedrag van een bedrijf kunnen uitoefenen. Hoewel sommige agendapunten niet van groot belang kunnen lijken, kunnen deze indirect een sterke invloed hebben op de manier waarop een bedrijf werkt en haar toekomstige beleid vormgeeft. Bij APG kunnen we bijvoorbeeld tegen de aanstelling van nieuwe bestuursleden stemmen als hun benoeming niet voldoende bijdraagt aan de diversiteit of tegen een vergoedingsbeleid dat de duurzaamheidscriteria niet integreert. Wat dat betreft is het uitbrengen van een stem een bijzonder krachtige tool. Als actieve belegger oefenen we waar mogelijk ons stemrecht uit bij alle bedrijven waarin we namens onze klanten investeren.”

 

Waarom heeft APG dit nieuwe stemplatform ontwikkeld?

“In 2021 heeft APG bij meer dan 5.000 aandeelhoudersvergaderingen wereldwijd en over meer dan 53.000 individuele voorstellen gestemd. Dit is in feite de reden waarom onze nieuwe stemtool zo belangrijk is. We stemmen op zoveel vergaderingen over zoveel onderwerpen dat de tool meer transparantie biedt over de details, en gebruikers in staat stelt de stemgegevens op verschillende manieren te bekijken en te analyseren. Met de zoekfunctie kan de informatie gefilterd worden op datum van de vergadering, bedrijfsnaam, sector en markt, maar ook statistieken weergeven over hoe we ten aanzien van specifieke agendapunten gestemd hebben. Voor APG is het eveneens essentieel om transparant te zijn over de manier waarop we deze belangrijke zorgtaken namens onze klanten uitvoeren.”

 

Woont elke aandeelhouder de AVA bij?

“Nee, niet elke aandeelhouder woont de vergadering bij. En je hoeft ook niet fysiek aanwezig te zijn om te kunnen stemmen. In het verleden woonden meer aandeelhouders, zowel institutioneel als particulier, de AVA's persoonlijk bij. Sinds de pandemie is er echter een nieuwe trend ontstaan en worden AVA's steeds vaker virtueel of in sommige gevallen als hybride versies (online en persoonlijk) gehouden. Voor een grote belegger als APG is het simpelweg niet haalbaar om veel vergaderingen fysiek bij te wonen omdat we aandelen in duizenden bedrijven aanhouden en stemmen namens meerdere klanten. Dit is een van de redenen waarom we de services van een stemgevolmachtigde dienstverlener inzetten waarmee we per volmacht tijdens AVA's kunnen stemmen.”

 

Hoe kun je een stem uitbrengen tijdens een AVA en hoe weet je waar je op moet stemmen?

“Als je een AVA persoonlijk bijwoont, kun je ‘live’ stemmen tijdens de vergadering. Voor de AVA's waarbij we niet persoonlijk aanwezig zijn, kunnen we de agendapunten en de items waarop gestemd kan worden, terugvinden in ons online stemsysteem. In dergelijke gevallen brengen we onze stemmen op voorhand uit. De stembeslissingen van APG zijn gebaseerd op verwachtingen die zijn uiteengezet in ons Global Corporate Governance Framework, waarin we uitleggen wat onze onderliggende principes voor corporate governance zijn, hoe we voldoen aan onze verantwoordelijkheden als investeerder en hoe we stemmen op de hoofdagendapunten van de AVA voor de aandelen die we in onze portefeuille aanhouden.”

 

Wat is een stemvolmacht precies?

“De term stemvolmacht verwijst naar een stem die wordt uitgebracht door een individu of bedrijf namens een aandeelhouder die de AVA niet persoonlijk kan bijwonen. Aandeelhouders ontvangen een stemvolmacht waarmee ze iemand kunnen aanwijzen om tijdens de vergadering een stem namens hen uit te brengen. Een volmacht kan ofwel instructies geven over hoe de stem moet worden uitgebracht of de gevolmachtigde toestemming geven om naar eigen goeddunken te stemmen. Bedrijven die miljarden euro's aan activa beheren, zoals APG, besteden de meeste operationele stemprocessen gewoonlijk uit aan gevolmachtigden. We gebruiken stemvolmachten voor ruim 95% van onze stemactiviteiten. Onze stemgevolmachtigde dienstverlener stemt namens onze klanten in overeenstemming met de gedetailleerde richtlijnen die in ons stembeleid zijn opgenomen.”

 

Is een aandeelhouder verplicht om te stemmen en mag je ook stemmen als je maar één aandeel bezit?

“Elke aandeelhouder heeft het recht om te stemmen, ongeacht het aantal aandelen. Maar gewoonlijk geldt de regel dat één aandeel staat voor één stem, wat betekent dat kleine aandeelhouders minder invloed hebben. Aandeelhouders kunnen er ook voor kiezen om niet te stemmen als ze dat niet willen, of ze kunnen zich onthouden van stemming als ze willen aantonen een bewuste keuze gemaakt te hebben om een specifiek agendapunt niet te steunen of hier tegen willen stemmen. Het aantal onthoudingen door APG en het percentage stemmen voor en tegen voorstellen van het management zijn eveneens terug te vinden op het stemplatform. In 2021 hebben we ons onthouden van stemming voor 1520 voorstellen en hebben we op 44 voorstellen geen stem uitgebracht. Over het algemeen hebben we in 80% van de gevallen gestemd in lijn met de aanbevelingen van het management en voor de resterende 20% tegen de voorstellen.”

 

Kunnen aandeelhouders hun krachten bundelen en hun stemmen op elkaar afstemmen om een voorstel te steunen of te blokkeren?

“Als aandeelhouders niet tevreden zijn met een bepaald besluit kunnen zij, binnen de wettelijke grenzen, anderen ervan overtuigen zich bij hen aan te sluiten om voor of tegen een specifiek voorstel van het bedrijfsmanagement te stemmen. Een aandeelhouder of een groep aandeelhouders kan echter ook een eigen voorstel of resolutie indienen. Dergelijke voorstellen/resoluties kunnen veel aandacht trekken, ook van de media, en hebben vaak betrekking op ESG-factoren, kwesties variërend van vergoedingen en arbeidsverhoudingen tot dierenwelzijn en klimaat. Het stemplatform stelt gebruikers ook in staat om per bedrijf te bekijken hoe APG ten aanzien van een specifiek voorstel van het management of een aandeelhouder heeft gestemd. In 2021 hebben we bijvoorbeeld over 44 agendapunten van Shell gestemd, waarvan 2 voorstellen waren ingediend door aandeelhouders. En tijdens de 2022 AVA van Shell hebben we de klimaatresolutie van aandeelhouders gesteund die werd aangedragen door Follow This.”

 

Zijn er plannen om het stemplatform verder uit te breiden?

“Hoewel we nu al de voordelen van het nieuwe stemplatform benutten, alle statistieken tijdens dit interview werden snel opgehaald met behulp van het platform, willen we het verder ontwikkelen. Omdat deze informatie voor onze klanten net zo belangrijk is, hebben we ook vergelijkbare individuele platforms ontwikkeld voor ABP, bpfBOUW en SPW die binnenkort live gaan. Een ander element dat we willen integreren, is een uitleg waarom we tegen bepaalde voorstellen hebben gestemd om meer inzicht te geven in de manier waarop we het stembeleid van onze klanten in de praktijk implementeren.”

 

Het stemplatform is te vinden op deze website door omlaag te scrollen naar de onderkant van de pagina Verantwoord Beleggen.

Of rechtstreeks te openen via deze link: VDS Dashboard (issgovernance.com)

Volgende publicatie:
Thijs Knaap bij BNR over de renteontwikkeling en dalende bedrijfswinsten

Thijs Knaap bij BNR over de renteontwikkeling en dalende bedrijfswinsten

Gepubliceerd op: 25 oktober 2022

Heeft de renteontwikkeling haar piek bereikt? Dat is een voorspelling die APG’s hoofdeconoom Thijs Knaap niet voor zijn rekening wil nemen. Zolang de inflatie hoog is, zul je ook een hoge rente zien. Wat betreft macro-economische groei zit het echter tegen en als de groei daalt, daalt de rente vaak mee. Die twee factoren werken dus tegen elkaar in. Welke sterker is, valt volgens Knaap te bezien.


Daarnaast werd tijdens het beleggerspanel van BNR Nieuwsradio onder andere gesproken over het besluit van het flitshandel-bedrijf Flow Traders om zich juridisch in Bermuda te vestigen en de reorganisatie van Philips, dat 4.000 banen schrapt waarvan 400 gedwongen ontslagen in Nederland. Het bedrijf staat onder druk door een kostbare terugroepactie voor haar slaapapneu-apparaten, maar geeft óók aan last te hebben van macro-economische ontwikkelingen.


Kanarie

Knaap: “We weten dat macro-economische problemen op een gegeven moment gaan doorwerken in de winsten van bedrijven. De vraag is dus: Is Philips de spreekwoordelijke kanarie in de kolenmijn? Als je breder kijkt naar de derde kwartaalresultaten van bedrijven, zie je dat de omzetten weliswaar nog stijgen – als gevolg van de stijgende prijzen – maar de winsten zijn aan het dalen. Dat is vooral in Europa zo en de daling is sterker dan verwacht.”


Zoals gebruikelijk werden de panelleden ook weer gevraagd naar een recente beleggingstransactie. Knaap: “We hebben onlangs namens ABP een belang van 49 procent genomen in Gemini, een zonne-energieproject dat momenteel in ontwikkeling is in de buurt van Las Vegas. Het project levert op piekmomenten energie voor meer dan 400.000 huishoudens.”


Luister hier de hele uitzending.

Volgende publicatie:
“We halen een stevig rendement en zijn goede buren”

“We halen een stevig rendement en zijn goede buren”

Gepubliceerd op: 25 oktober 2022

APG neemt namens ABP een aandelenbelang van 49% in Gemini, een zonne-energieproject dat momenteel in ontwikkeling is in de Mojavewoestijn in de Amerikaanse staat Nevada. Sean Hannon en Ellen Bizon, senior portfoliomanagers van het Infrastructure Americas-team van APG, vertellen wat deze investering zegt over de toekomst van duurzame energie en opslag in de VS en de rol die grote investeerders daarin spelen.

 

Gemini is het grootste project voor de opwekking en opslag van zonne-energie dat momenteel in ontwikkeling is in de VS. Alles aan het project is enorm. De kern wordt gevormd door een zonnecollector van 690 MW met meer dan 2,5 miljoen zonnepanelen en een batterijsysteem van 380 MW. Het project beslaat bijna 25 vierkante kilometer. Jaarlijks wekt het 2.200.000 MWh aan hernieuwbare energie op. Het project heeft tijdens de bouw zo'n 2.500 banen gecreëerd en zal naar verwachting meer dan $ 450 miljoen aan financiële impulsen voor de regionale economie opleveren. Dit is duidelijk niet alleen een investering is in een nieuw asset, maar ook in de Amerikaanse energietransitie zelf. Sean Hannon: "We zijn er vast van overtuigd dat hernieuwbare bronnen een zeer grote rol zullen spelen in de energietransitie in de VS."



Waarom zou Nederlands pensioengeld in Amerika geïnvesteerd moeten worden in zonne-energie en in de energietransitie?

Sean: "De energietransitie is een mondiaal probleem, dat wereldwijde oplossingen vereist. Als we hier kunnen voorkomen dat een ton koolstof in de atmosfeer belandt, helpt dat mensen overal. De hoeveelheid zon die beschikbaar is in het westen van de Verenigde Staten, waar Gemini zich bevindt, is niet alleen groot maar ook voorspelbaar. Dat maakt deze investering in termen van risico en rendement aantrekkelijk voor onze pensioendeelnemers. Hoewel we bij APG graag willen investeren in goede projecten in onze eigen achtertuin, zullen we om onze impact op de energietransitie te maximaliseren een wereldwijde focus moeten hebben. Als we Gemini bijvoorbeeld over Amsterdam zouden leggen, zou het een zesde van de stad beslaan. Voor dit soort megaprojecten is het dus noodzakelijk om naar andere regio's te kijken.

 

Voor de energietransitie hebben hernieuwbare bronnen op deze schaal nodig en APG zal daar – namens haar pensioenfondsklanten – kapitaal in willen blijven investeren. Terugkijkend zien we dat er in de afgelopen vijf tot tien jaar veel verschuivingen zijn geweest in de Amerikaanse markt voor hernieuwbare energie, door veranderingen in de belastingwetgeving of andere regelgeving of technologische verbeteringen. Maar door ons geloof in het belang van hernieuwbare energie hebben we gedurende deze hele periode kunnen blijven investeren. En wat er morgen ook zal veranderen, we zullen ons blijven ontwikkelen en we zullen in staat zijn om met de markt en met de facts on the ground mee te bewegen."

 

Dat klinkt heel zelfverzekerd. Welke ontwikkelingen zie je?

Sean: "Wat een grote impact zal hebben, is de Inflation Reduction Act die recent in de VS is aangenomen en eigenlijk die beter de Renewable Energy Act kan worden genoemd. Voorheen zouden belastingvoordelen en andere stimulansen voor hernieuwbare energiebronnen na een of twee jaar vervallen, nu zullen ze veel langer van kracht zijn. Dit is zeer gunstig voor investeerders die aan langetermijnplanning willen doen, zoals APG en onze pensioenfondsklanten. De nieuwe wet neemt ook veel hindernissen weg rond belastingvoordelen voor energie-opslag, zoals de batterijen in dit project. Die zijn in de VS nu veel beter gepositioneerd voor de toekomst."

 

Ellen: "Interessant is dat de VS veel meer batterijen heeft geïnstalleerd dan de rest van de wereld. Vorig jaar is de opslagcapaciteit verdrievoudigd en die capaciteit wordt steeds belangrijker voor een stabiele levering en voor de prestaties van het elektriciteitsnet. Batterijcapaciteit zal daarom ook in andere regio's toenemen. Ik hoop dat we met onze ervaring en de lessen die we hebben geleerd, over hoe batterijen operationeel worden gebruikt en hoe dat invloed heeft op de investeringscase, de rest van ons wereldwijde team kunnen helpen."

 

Wat maakt dat dit specifieke project zo bijzonder?

Sean: "Wat ons allereerst aantrok is de schaal ervan. Gemini is de grootste asset in termen van megawatts waarin we ooit hebben geïnvesteerd. Veel projecten voor hernieuwbare energie vereisen niet zoveel eigen vermogen om ze te bouwen, maar in deze deal kunnen we veel kapitaal aan het werk te zetten in één project waar we in geloven. We vinden het ook aantrekkelijk dat er een contract van 25 jaar is voor de de afnamen van de stroom en daarmee voor de inkomsten. Dit zorgt voor een stabiele cashflow over een langere periode en dat past precies bij de behoeften van een pensioenbelegger. Ten slotte waren we erg onder de indruk van het ontwikkelingsteam van Quinbrook en hoe ze dit project hebben gepland en gestructureerd. Voor allerlei zaken die ons over het algemeen bezighouden en waar we diep in spitten bij dit soort investeringen, konden ze een goede oplossing bieden."

 

Als je deze deal andersom bekijkt: waarom koos Quinbrook voor APG als partner?

Sean: "Omdat we al zoveel in zonne-energie hebben geïnvesteerd, kennen we sommige van de problemen en structureringsoverwegingen bij dit soort projecten heel goed. Tijdens het due diligence-proces heeft Quinbrook duidelijk ontdekt dat we ervaren zijn in deze sector. We richtten onze aandacht op de juiste onderwerpen, en als er nieuwe problemen opdoken of regels veranderden, hoefden we niet lang stil te staan en diep na te denken over wat dat zou betekenen. Er ontstond al snel een partnerschap, een dialoog tussen gelijken. Ik denk ook dat, aangezien Quinbrook andere projecten zal gaan ontwikkelen, ze het aantrekkelijk vinden dat APG kapitaal beschikbaar zal blijven hebben. Het is dus mogelijk, als dit goed blijft gaan, dat we onze samenwerking in de toekomst kunnen uitbreiden."

 

Alleen al vanwege zijn omvang heeft het Gemini-project een enorme impact op zijn omgeving. Hoe heeft APG als verantwoord belegger met deze en andere ESG-overwegingen rekening gehouden in deze deal?

Sean: "De meeste duurzame-energieprojecten hebben inderdaad enorme voetafdrukken. Met Gemini hebben we het over een project met een grootte van zo'n 25 vierkante kilometer. Dit betekent dat je bijna altijd te maken krijgt met een bedreigde diersoort, in dit geval de woestijnschildpad. We hebben daarom een plan ontwikkeld voor een nieuwe locatie voor de getroffen schildpadden en speciaal voor de schildpadden een kleine snelweg gebouwd waar ze kunnen oversteken als dat nodig is. Een andere belangrijk punt is dat we bouwen op federaal land dat pal naast het reservaat van de inheemse Moapa-bevolking ligt. We hadden al eerder geïnvesteerd in een ander zonne-energieproject dat zich wel op hun grondgebied bevindt. We wisten daarom heel goed hoe we een goede buur moeten zijn en hoe we ervoor kunnen zorgen dat de economische opbrengsten daar terechtkomen waar ze ook zouden moeten komen. We hebben ervoor gezorgd dat de Moapa niet alleen OK zijn met dit project, maar dat ze volledig aan boord zijn en ook een stem hebben als belanghebbenden."

 

Hoe profiteren de Moapa economisch van dit project?

Sean: "Laat me eerst zeggen dat de Moapa een groot respect hebben voor de natuur en hun omgeving en dat ze een groot voorstander zijn van zonne-energie. Ze hebben de beslissing genomen om zonne-energieprojecten op hun land te ontwikkelen op een manier die rechtstreekse voordelen zal opleveren voor hun mensen, het land beschermt en kansen blijft bieden aan toekomstige generaties. Bij de bouw van het project zijn banen ontstaat voor stamleden, we hebben ook betaald voor de opslag van apparatuur en onderdelen op hun land. En in projecten voor hernieuwbare energie is het gebruikelijk dat er uit de opbrengsten betalingen worden gedaan aan de lokale gemeenschap, in dit geval aan de stam."

 

Hoe belangrijk zijn ESG-criteria in een project als dit, kunnen ze showstoppers zijn?

Sean: "Bij dit soort projecten steken we vooraf heel veel tijd in het in kaart brengen van alle ESG-kwesties en in het oplossen ervan voordat we investeren. De manier waarop we ons van de steun van de Moapa-stam hebben verzekerd en onze oplossingen voor de bescherming van de woestijn-schildpadden zijn goede voorbeelden van hoe we met ESG-aspecten omgaan. Elk van deze kwes-ties had een showstopper kunnen zijn. We werken ook alleen met partners als ze een sterk ESG-beleid hebben en dat ook uitvoeren. Dat helpt om red flags te voorkomen. In het Gemini-project had-den onze partners er bijvoorbeeld al rekening mee gehouden dat ze alleen zonnepanelen moeten inkopen bij leveranciers die voldoen aan de juist arbeids- en mensenrechtenstandaarden. De con-tracten die onze partner heeft gemaakt, zijn zijn zo opgesteld dat we eventuele problemen op dat gebied effectief aan kunnen pakken. Kort gezegd: als iemand zich niet aan deze principes houdt, ligt hij uit het project. En natuurlijk moeten onze partners voldoen aan de ESG-normen van APG. Als dat niet zo zou zijn, zouden we alsnog onze standaarden in het contract opnemen, en anders het zou een showstopper voor ons zijn."

Gemini - Feiten & Cijfers

  • Gemini bestaat uit een zonnecollector van 690 MW met meer dan 2,5 million zonnepanelen en een batterijsysteem van 380 MW dat meer dan 1.400 MWh aan zonne-energie kan opslaan.
  • Gemini ligt in de Mojavewoestijn in Nevada. Het kan een hoeveelheid energie opwekken gelijk aan het verbruik van alle inwoners van Las Vegas dat 40 kilometer verderop ligt.
  • Het Gemini-project heeft tijdens de aanleg 2.500 banen opgeleverd en geeft naar verwachting een financiële impuls van meer dan $450 miljoen aan de regionale economie.
  • Gemini produceert elk jaar 2.200.000 MWh aan hernieuwbare energie, equivalent aan een verlaging van de CO2-uitstoot met 1,5 miljoen ton.

Volgende publicatie:
Wat doet een pensioenuitvoerder met klimaatdata?

Wat doet een pensioenuitvoerder met klimaatdata?

Gepubliceerd op: 21 oktober 2022

Wat doet iemand die zich richt op klimaatdata bij een pensioenuitvoerder? Lucas Wouters is nu een half jaar aan het werk als Climate Data Specialist bij het GRIG-team (Global Responsible Investment & Governance) van APG. Een mooie aanleiding meer te weten te komen over wat zijn werk precies inhoudt en wat de uitdagingen zijn waarmee hij te maken heeft.

De aanleiding voor Lucas’ interesse in klimaatdata is minder abstract dan je wellicht zou denken. Die ontstond in zijn jeugd, tijdens het kijken naar National Geographic en het bladeren door de Bosatlas. “Daarin zag ik bijvoorbeeld kaarten van Nederland over vijftig jaar en waar het water al dan niet kan zijn tegen die tijd. Dat visuele en tastbare aspect vind ik heel mooi en daar ben ik me tijdens m’n studie dan ook op gaan richten.” Na z’n bachelor Aarde & Economie en master Hydrologie deed hij onder meer onderzoek naar schade van hagelbuien in Nederland en overstromingen in Afrika. Nu richt hij zich volledig op klimaatdata in de breedste zin van het woord.

Wat doet een Climate Data Specialist precies?
“Klimaatverandering brengt zowel risico’s als mogelijkheden mee voor onze investeringen. Daarom willen we als APG graag data over het klimaat en klimaatverandering integreren in onze investeringsanalyses. Die data worden verwerkt in modellen, bijvoorbeeld om de kans op een overstroming of orkaan, en de hevigheid daarvan, uit te rekenen. Om in te schatten hoe goed die modellen zijn, moet je onder andere weten welke formules en aannames achter die modellen zitten. Tijdens mijn studie heb ik zelf vaak met dit soort modellen gewerkt. Collega’s die beleggen vragen mij de klimaatmodellen voor hun beleggingscategorie te beoordelen. Op die manier houden we in de gaten of de aangeleverde modellen wel correct zijn en overeenkomen met de meest gangbare klimaatscenario’s en nieuwste ontwikkelingen binnen de wetenschap. Het is dus eigenlijk een extra check.”

Wat heeft een pensioenuitvoerder daaraan?
“APG en zijn pensioenfondsklanten willen met hun beleggingen bijdragen aan het doel van het Klimaatverdrag van Parijs om de opwarming van de aarde tot onder de 2 graad te houden, met 1,5 graad als streven. Bij 2 graden kunnen we een kantelpunt bereiken waarbij rampzalige en onomkeerbare gevolgen ontstaan voor mens, dier en natuur. Als je kijkt naar wat de recente overstromingen in Pakistan hebben aangericht, dan wil je voorkomen dat het in de toekomst nog erger wordt. Dat is een overweging. Tegelijkertijd wil je ook je investeringen beschermen, want klimaatverandering is een risico waar je rekening mee moet houden. Zelfs bij 1,5 graden opwarming zullen onze investeringen worden blootgesteld aan de gevolgen hiervan. Hoe beter de data zijn die je tot je beschikking hebt, hoe beter je als pensioenuitvoerder en investeerder de klimaatrisico’s in je investeringsanalyses kunt integreren en er rekening mee kunt houden.”

Je werk bestaat dus voor een belangrijk deel uit het controleren van modellen. Hoe kom je daaraan?
“De informatie die door de modellen wordt gegenereerd, krijgen we via zogenoemde dataproviders. Die maken soms gebruik van data afkomstig van satellieten van bijvoorbeeld de NASA of de ESA, radardata van meteorologische instituten of meetstations verspreid over de wereld , bijvoorbeeld over hoeveel water er beschikbaar is op de aarde op een bepaald moment. Dataproviders analyseren die data, die dan vervolgens bij ons terechtkomen, waarop ik de waarde van de modellen beoordeel en een inschatting maak van de klimaatrisico’s. Ook verzamelen we zelf data via verschillende (online) bronnen om vervolgens onze eigen analyses te doen.”

Wat voor soort klimaatrisico’s zijn er?
Je hebt fysieke risico’s, zoals droogte of overstromingen, en transitierisico’s, die samenhangen met de transitie die we nu doormaken van een economie die draait op fossiele brandstoffen naar een duurzame economie. Om die economie te bereiken, zijn aanpassingen nodig, bijvoorbeeld invoering van een prijs op CO2-uitstoot van bedrijven. Dat kan gevolgen hebben voor de waarde van investeringen, zoals in een cementfabrikant die veel CO2 uitstoot.”

Zijn de uitkomsten van zo’n model concreet genoeg om bijvoorbeeld te laten zien hoeveel de kans op orkanen in het Caribisch gebied toeneemt?
“Er zit een zekere mate van onzekerheid in dit soort modellen, zeker wat betreft orkanen. De kans dat het klimaat grilliger wordt met meer kans op orkanen is aanwezig, maar er is ook onderzoek dat aangeeft dat de frequentie afneemt terwijl juist de intensiteit toeneemt. Er zijn ook simulaties van wetenschappers waaruit blijkt dat orkanen vaker kunnen doorschieten naar Europa. De temperatuur van het zeewater wordt hoger, waardoor orkanen die ontstaan in de Cariben langer hun kracht blijven vasthouden. Uit modellen blijkt dat die vaker kunnen afbuigen naar Europa en dan bijvoorbeeld bij Ierland aan land komen, zoals bij orkaan Orphelia in 2017 al gebeurde. Het kan dat de kans daarop groter wordt, maar hoewel wetenschappers de onderliggende mechanismen in brede zin begrijpen, blijft het accuraat voorspellen erg lastig. Maar dat het weer op sommige plekken op aarde wordt beïnvloed door klimaatverandering wordt steeds vaker bevestigd.”

Hoe vertaal je zo’n model met klimaatgegevens naar een specifieke belegging?
“Niet alle databronnen en analyses kun je één op één vertalen naar een bepaalde beleggingscategorie. Toen ik een half jaar geleden bij APG begon, had ons vastgoedteam al gebruikgemaakt van twee dataproviders om een tool voor hun eigen vastgoedinvesteringen te maken. Die tool wordt nu ook gebruikt om beleggingen in onder meer infrastructuur en de landbouwsector te beoordelen. Dat zijn fysieke assets, waarbij het bijvoorbeeld gaat om een bedrijf met één gebouw op één locatie. Daarvoor kunnen we op basis van onze modellen bepalen of de kans op overstromingen daar groter wordt. Wanneer het om een investering gaat in een bedrijf met honderden locaties over de hele wereld, wordt het een stuk lastiger. Als een van de faciliteiten bijvoorbeeld uitvalt door een bosbrand, wat is dan het effect daarvan op het hele bedrijf? Daarvoor moet je dieper nadenken over hoeveel risico’s de toeleveringsketens lopen of dat er  in een van de vestigingslanden transitierisico’s zijn, en wat dan het effect daarvan is op de waardering van dat bedrijf.”

Met welke beleggingscategorieën heb jij vanuit jouw werk veel mee te maken?
“Als het aankomt op fysieke risico’s van beleggingen, dan werk ik veel met vastgoed, infrastructuur en beleggingen in natuurlijk kapitaal zoals productiebossen en landbouw. Daar is het ook wat makkelijker te bepalen of klimaatrisico’s gevolgen kunnen hebben voor de beleggingen. Denk bijvoorbeeld aan een bosbrand in een productiebos. Uiteindelijk zijn weersextremen natuurlijk een probleem voor alle beleggingen, maar bij sommige categorieën is dat moelijker vast te stellen. Naast de data van fysieke risico’s zijn er transitierisico-data. Wij zien bijvoorbeeld een bepaald scenario voor ons waarin de wereld een transitie naar duurzame energie moet maken, anders wordt het probleem van klimaatverandering nog groter. Als een bedrijf daar lak aan heeft en geen klimaatdoelen voor zichzelf stelt, dan gaat er bij ons wel een belletje rinkelen en kan dat gevolgen hebben voor onze investeringsbereidheid.”

Het op elkaar afstemmen van rendement en klimaatrisico vormt af en toe best een uitdaging

Met welke uitdagingen heb jij als Climate Data Specialist te maken?
“Werken met data in verschillende resoluties en tijdschalen is al een uitdaging op zichzelf, vooral om die bruikbaar en toegankelijk te maken voor de mensen die de data in hun werk moeten gebruiken, zoals de portfoliomanagers. Daarbij komt nog dat de gevolgen van  klimaatverandering op bepaalde vlakken onzeker zijn. Je kunt niet met absolute zekerheid zeggen dat de kans op overstromingen met een bepaalde overstromingsdiepte twee keer zo hoog is als vorig jaar, en op regionaal niveau kan het in een natter Nederland op specifieke plekken ook droger worden. Een andere uitdaging is dat het bij APG ook draait om het maken van rendement. We willen een rendement realiseren voor een goed pensioen in een duurzame wereld. Die aspecten moet je afwegen, mede door de risico's van klimaatverandering in te prijzen.”

En hoe doe je dat?
“Je kunt wel beargumenteren dat klimaatverandering een risico vormt voor rendement, maar soms laat dit zich niet zo makkelijk vertalen in een financiële impact. En dat is een leerweg. Portfoliomanagers zien graag kansen in een belegging en hebben daar een goed beeld bij. Ik heb vaak weer een goed beeld van klimaatverandering en de risico's die dat voor een belegging met zich meebrengt. Het op elkaar afstemmen van rendement en klimaatrisico vormt af en toe best een uitdaging.”

Je bent nu een half jaar aan de slag bij APG. Waaruit haal je de meeste voldoening? 
“Het evalueren van de goede en slechte punten van dataproviders- en bronnen, en door te puzzelen met die data tot een duidelijk advies te komen. Daarbij hoort ook het vragen aan beleggers of ze rekening hebben gehouden met bepaalde factoren als ze de data voor een belegging willen gebruiken, en om samen met de beleggingsteams na te denken over hoe zij  de risico’s kunnen berekenen. Vaak bepaalt het advies dat ik geef maar gedeeltelijk of een bepaalde beleggingskeuze wordt gemaakt. Het komt doorgaans neer op brainstormen over wat een goede methode is om risico’s te integreren in de investeringsanalyses. Een ander deel van m’n werk waar ik veel plezier aan beleef is het beantwoorden van vragen van onze pensioenfondsklanten. Zij hebben een bepaald idee over hun klimaatbeleid dat wij vervolgens toetsen met het oog op de huidige markt.”

Als je kijkt naar het doel om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 graden, hoe staan we er dan voor?
“Volgens het IPCC (internationaal wetenschappelijk panel dat klimaatverandering onderzoekt, red.) is het waarschijnlijk dat met de huidige CO2-uitstoot de opwarming van de aarde tussen 2030 en 2050 boven de 1.5 graden komt. Het WHO (World Meteorological Office) voorspelt dat de kans zelfs fiftyfifty is dat we komende 5 jaar al (tijdelijk) boven 1,5 graden opwarming komen. Tegelijkertijd zijn er ook wetenschappers die er rekening mee houden dat we over die 2 graden heen gaan. Als het over de strijd tegen klimaatverandering gaat, kun je inzetten op mitigatie en adaptatie. Mitigatie is het voorkomen van verdere CO2-uitstoot en daarmee klimaatverandering. Bij adaptatie houd je al rekening met het opwarmen van de aarde door handelen van de mens, maar neem je maatregelen om de gevolgen zo klein mogelijk te houden, door bijvoorbeeld dijken te bouwen of gewassen te telen die beter bestand zijn tegen extreme weerverschijnselen. Zowel mitigatie als adaptatie zijn nodig. We moeten sowieso ons uiterste best doen om klimaatverandering tegen te gaan. Tegelijkertijd moeten we ons voorbereiden op grotere weersextremen in de wereld en de gevolgen daarvan zoveel mogelijk proberen te beperken.”

Volgende publicatie:
De energietransitie van de grootste CO2-uitstoters financieren met sustainability-linked bonds

De energietransitie van de grootste CO2-uitstoters financieren met sustainability-linked bonds

Gepubliceerd op: 14 oktober 2022

Sustainability-linked bonds bieden sectoren die intensief gebruik maken van natuurlijke hulpbronnen een financieringsoplossing om te vergroenen. Maar er zijn veel uitdagingen. Vier van APG’s experts op dit gebied leggen uit hoe grote beleggers een rol kunnen spelen in deze transitie. “Het is onze taak om de markt in de juiste richting te duwen.”

 

Sectoren zoals staal, cement, de chemische industrie en bepaalde vormen van transport zijn cruciaal voor onze basisbehoeften. Tegelijk zijn deze energie-intensieve sectoren samen verantwoordelijk voor bijna een derde van de wereldwijde CO2-uitstoot. Als grote belegger in groene obligaties speelt APG een proactieve rol; door te kijken naar manieren om de uitdagende maar cruciale duurzaamheidstransitie in deze sectoren te ondersteunen en door bij te dragen aan de ontwikkeling van de markt voor sustainability-linked bonds (SLB’s). Bij het vinden van instrumenten voor financiering van de noodzakelijke veranderingen moet APG als verantwoord belegger voorzichtig te werk gaan.

 

“Door constant in dialoog te blijven met de markt denken wij het verantwoord beleggingsbeleid van onze klanten te kunnen uitvoeren en tegelijk bedrijven te helpen bij de transitie”, vertelt de in New York gevestigde Simone Andrews. Ze werkt samen met haar collega-specialist op het gebied van verantwoorde vastrentende beleggingen in Amsterdam, Willem Hettinga, de Amerikaanse kredietanalist Joshua Linder en portfolio manager EU Credits Oscar Jansen. Samen stellen zij beleggingsrichtlijnen op voor duurzame obligaties en onderhouden ze contact met uitgevers, banken en andere vermogensbeheerders om nieuwe uitgiftes kritisch te beoordelen en de integriteit van deze groeiende markt te waarborgen.

 

Verschillende routes naar transitie

De transitie versnellen in deze sectoren is uitdagend en duur; elke sector vereist een andere aanpak en volgt een andere tijdspad. “Voor de auto-industrie is er veelbelovend alternatief in de vorm van elektrische auto’s, hoewel die duur zijn en er veel grondstoffen voor nodig zijn. In de chemische industrie ligt grootschalige verandering nog verder weg. Toch wordt ook daar naar oplossingen onderzocht, zoals het gebruik van waterstof om energieneutrale doelen te behalen”, legt Andrews uit. “Om te bepalen hoe we beleggen, beoordelen we eerst of een potentiële obligatiebelegging voldoet aan onze eisen voor financieel risico en rendement. Ook kijken we of een belegging bijdraagt aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelen. Daarbij hanteren we ook onze Guidelines for Sustainability-linked. Voor een aantal sectoren hebben we specifieke, maar afgeleide kaders ontwikkeld op basis van de uitdagingen waar zij mee worden geconfronteerd en de transitiefase waarin ze zich bevinden. Zo hebben we onlangs onze richtlijnen voor financiering van de transitie binnen de luchtvaartsector vastgelegd.”

 

Flexibele SLB-structuur biedt bedrijven meer mogelijkheden

Elke obligatiestructuur heeft voor- en nadelen. In het verleden gaven uitgevers van obligaties en beleggers, waaronder APG, meestal de voorkeur aan een structuur waarbij vooraf bekend is aan welke projecten de opbrengst precies wordt besteed. Doorgaans zijn dit groene obligaties omdat die duidelijk gekoppeld zijn aan projecten met concrete impact. Hierin komt verandering nu de flexibelere structuur van SLB’s steeds breder wordt gewaardeerd.

 

In het geval van groene obligaties is het geld bestemd voor specifieke projecten, en dus is het eenvoudiger te bepalen of een uitgifte ‘groen’ genoeg is om aan onze eisen te voldoen, te monitoren hoe de opbrengsten worden besteed en de impact van de belegging vast te stellen. Maar dit is alleen haalbaar als een bedrijf in staat is om van meet af aan genoeg geloofwaardige groene bestedingen te doen”, legt Hettinga uit. “Wij hebben voorbeelden van groene obligaties gezien die waren uitgegeven door energie- en mijnbouwbedrijven, waarvan de besteding van de opbrengst dan misschien wel geloofwaardig ‘groen’ was, maar de algehele strategie van het bedrijf niet echt gericht was op transitie. Dergelijke uitgiftes worden niet altijd goed ontvangen door de markt, dus het is ook in het belang van het bedrijf om een structuur te hanteren die past.”

 

De meeste bedrijven in energie-intensieve sectoren zijn niet erg groen – het tijdspad voor hun duurzaamheidstransitie is langer, en het is veel moeilijker om financiële middelen uitsluitend

opzij te zetten om de CO2-voetafdruk van hun activiteiten te verkleinen. Dankzij de structuur van SLB’s kunnen deze bedrijven de uitgifte afstemmen op hun algehele duurzaamheidsstrategie door doelen te stellen in de vorm van Key Performance Indicators (KPI’s) en Sustainability Performance Targets (SPT’s). Hettinga: “Voor bedrijven die kiezen voor deze structuur is het cruciaal om passende doelen te stellen. Er moet duidelijk worden gecommuniceerd over de grondgedachte achter en het proces voor het selecteren van de KPI’s. Ze moeten realistisch en toch ambitieus zijn, en ook duidelijk verbonden met de transitieroute en -doelen van het bedrijf.”

 

Geloofwaardige en uitgebreide langetermijnplanning voor transitie

Veel energie-intensieve sectoren veroorzaken relatief veel indirecte (Scope 3) emissies. Deze zijn moeilijker aan te pakken dan directe (Scope 1 en 2) CO2-emissies omdat het bedrijf hier vaak geen rechtstreekse invloed op heeft. Verlaging van deze uitstoot vergt veranderingen in de hele waardeketen. Ook dit spreekt in het voordeel van de structuur van SLB’s, waarbij een langetermijnplanning met KPI’s kan worden opgesteld om voor alle aspecten van de bedrijfsactiviteiten weer te geven hoeveel voortgang is geboekt. “We gingen bijvoorbeeld niet mee in een uitgifte door een bedrijf dat ambitieuze reductieplannen voor directe emissies (Scope 1 en 2) had uitgestippeld in de KPI’s, maar geen doel had opgenomen voor de indirecte emissies die omvatten 98% van de totale emissies van het bedrijf”, legt Jansen uit. “Het liefst zien we KPI’s die een brede transitiestrategie omvatten met doelstellingen voor absolute emissiereductie, duidelijke bestedingsprogramma’s en concrete tijdslijnen.”

 

Intensieve betrokkenheid bij uitgevers en underwriters

“Als grote belegger heeft APG een belangrijke taak in het geven van feedback aan uitgevers van obligaties. Op die manier kan een sneeuwbaleffect ontstaan, waarbij een toonaangevende deal in de sector een precedent schept dat door andere bedrijven kan worden gevolgd. Wij doen dit door transparant te zijn over onze normen, nauw contact te onderhouden met uitgevers en samen met hen de randvoorwaarden te bepalen,” legt Linder uit. Dat betekent dat onze deskundigen voor verantwoord beleggen, portfoliomanagers en kredietanalisten soms teruggaan naar de tekentafel en verder in het bedrijf duiken om vast te stellen wat acceptabele KPI’s en doelstellingen zijn. Jansen: “Door deze aanpak kunnen we onze richtlijnen voor specifieke sectoren fijnslijpen. Voor uitgevers en banken die de obligaties waarborgen is het een route die ze kunnen volgen, ook door vooraf duidelijk te maken waarin we wel en waarin we niet willen beleggen.”

 

De markt voor SLB’s ondersteunen

De jaarlijkse rondetafelbijeenkomst van APG over de markt voor duurzame obligaties speelt een cruciale rol om grote marktpartijen op één lijn te houden. Dit evenement wordt na vijf edities steeds meer op waarde geschat en trekt een diverse groep beleggers, underwriters en andere stakeholders aan. Zij kunnen er van gedachten wisselen over het ondersteunen en ontwikkelen van de markt voor gelabelde obligaties. Andrews: “In de rondetafelbijeenkomst van 2022 focusten we op de rol die SLB’s kunnen spelen bij het financieren van de energietransitie. We zoomden toen in op de luchtvaartsector. Deze discussie heeft een bijdrage geleverd aan onze Guidelines voor het aanpakken van de uitdagingen en kansen in deze industrie.”

 

Een aantal gespecialiseerde beleggers in groene obligaties is geen voorstander van wat zij beschouwen als de ‘lossere’ structuur van SLB’s en het gevaar van greenwashing. Andere ESG-beleggers steunen juist de ontwikkeling van deze markt omdat deze een bredere groep bedrijven kansen biedt om obligaties uit te geven. Linder: “Enige kritiek is gerechtvaardigd, maar wij zien het als onze taak om de markt in de juiste richting te duwen. Het is eerder een kunst dan een wetenschap – de balans vinden tussen enerzijds de markt helpen groeien en anderzijds de integriteit ervan te behouden, en te accepteren dat sommige uitgevers zich al verder in dit proces bevinden dan andere.”

Scope 1 omvat alle directe CO2-uitstoot door de activiteiten van een organisatie. Scope 2 omvat de indirecte uitstoot van CO2. Dit zijn emissies door energie die een organisatie verbruikt om zijn belangrijkste producten te verkopen en zijn belangrijkste diensten te verlenen. Onder Scope 3 vallen alle andere indirecte emissies.

Volgende publicatie:
APG neemt namens ABP 49% aandelenbelang in groot Amerikaans zonne-energieproject

APG neemt namens ABP 49% aandelenbelang in groot Amerikaans zonne-energieproject

Gepubliceerd op: 12 oktober 2022

Gemini is het grootste zonne- en opslagproject momenteel in aanbouw in de Verenigde Staten. Het project van circa € 1,2 miljard bevind zich in de buurt van Las Vegas. Naar verwachting zal het 690 megawatt (MW) zonne-energie genereren en 1416 megawattuur (MWh) aan batterijopslag opleveren. Gemini zal naar verwachting genoeg schone energie leveren om tijdens piekperiodes meer dan 400.000 huishoudens van stroom te voorzien, waardoor jaarlijks de uitstoot van circa 1,5 miljoen ton CO2 wordt voorkomen. Het project moet in 2023 operationeel zijn.

De omvang en de integratie van zonneopwekking en -opslag maken Gemini tot een van de meest geavanceerde projecten voor hernieuwbare energie die momenteel in ontwikkeling zijn. APG neemt het belang in Gemini over van Quinbrook Equity Partners, een gespecialiseerde vermogensbeheerder die zich uitsluitend richt op infrastructuur voor de energietransitie, en zijn portfoliobedrijf Primergy Solar. Volgens Quinbrook is APG geselecteerd als eigendomspartner vanwege ‘de ver ontwikkelde visie op het Gemini-project en op de Amerikaanse markt voor hernieuwbare energie in het algemeen.’

Rendement en positieve impact

“Als verantwoorde belegger zijn we altijd op zoek naar investeringen in infrastructuur die langetermijn financieel rendement opleveren voor onze pensioenfondsklanten én een positie impact hebben op milieu en maatschappij”, zegt Steven Hason, Managing Director en hoofd van Americas Real Assets bij APG. “Deze transactie biedt een ideale mogelijkheid om te investeren in een vooraanstaand energieproject dat schone, hernieuwbare elektriciteit voor Nevada zal leveren.”

APG is sinds 2004 een actieve investeerder in infrastructuur. Tot op heden investeerde APG meer dan € 17 miljard on onder andere de sectoren energie & nutsvoorzieningen, transportinfrastructuur en telecommunicatie. In de Verenigde Staten heeft APG verschillende directe investeringen in grootschalige opwekking en opslag van zonne-energie.

Volgende publicatie:
"Zonder Azië-Pacific zijn we niet klimaatneutraal voor 2050"

'Zonder Azië-Pacific zijn we niet klimaatneutraal voor 2050'

Gepubliceerd op: 11 oktober 2022

Aziatische bedrijven stoten ten opzichte van hun Westerse sectorgenoten relatief veel CO2 uit. Als je per Aziatisch land de tien bedrijven met de grootste uitstoot kunt bewegen om hun CO2-emissie te verlagen, zet dat dus zoden aan de dijk. En dat is precies waarop het Climate Focus 10 programma is gericht, dat APG namens zijn  pensioenfondsklanten uitvoert. Yoo-Kyung (YK) Park, Hoofd Responsible Investment & Governance Asia Pacific, over de cruciale rol van Azië-Pacific in de wereldwijde uitstootreductie.


Op 15 september 2022 kondigde het Zuid-Koreaanse Samsung Electronics zijn nieuwe duurzaamheidsstrategie aan, waarin het bedrijf onder andere wil aansturen op een netto-uitstoot van nul (net-zero) voor 2050. Ook sloot Samsung – het grootste bedrijf in Zuid-Korea – zich aan bij RE100, een wereldwijd initiatief waarbij grote bedrijven ernaar streven hun elektriciteitsverbruik volledig te verduurzamen. Samsung’s beweging is mede het gevolg van de invloed die APG namens onder andere pensioenfonds ABP probeert uit te oefenen via het Climate Focus 10 programma (ABP heeft begin 2022 besloten om niet meer te beleggen in producenten van fossiele energie en vooral grootverbruikers daarvan te gaan aanspreken). Deze bedrijven zijn allemaal actief in CO2-intensieve industrieën, zoals chemie, ijzer- en staalproductie, energie, telecom, productie van halfgeleiders en consumentenelektronica. Doel van het programma is om de grootste CO2-uitstotende bedrijven in een land ertoe te bewegen hun CO2-voetafdruk te verkleinen, waarbij APG zich vooralsnog richt op Zuid-Korea en Japan. Yoo-Kyung (YK) Park, zelf Zuid-Koreaanse, is degene die de gesprekken met deze ondernemingen voert. 


Waarom is de uitstoot van Aziatische bedrijven ten opzichte van Amerikaanse en Europese bedrijven zo hoog?

“Bij veel Aziatische bedrijven is er niet echt een gevoel van urgentie over klimaatverandering. Een aanzienlijk deel van Azië bestaat uit opkomende markten. Dergelijke landen zijn meer gefocust op economische groei en minder gericht op hun klimaatimpact. Maar gegeven de grootte van de betreffende bedrijven en hun uitstoot, moeten we Azië-Pacific simpelweg aan boord hebben als we de netto-uitstoot voor 2050 wereldwijd willen terugbrengen naar nul. Zonder deze landen halen we die net-zero doelstelling niet.” 


Waarom spreekt APG in eerste instantie Zuid-Koreaanse en Japanse bedrijven aan?

OECD-landen als Japan en Zuid-Korea zijn voorbeelden van ontwikkelde markten, die het proces van industrialisatie en economische groei al hebben doorgemaakt. Als onderdeel van de OECD hebben ze in de afgelopen decennia naast economische prestaties ook aandacht gehad voor niet-economische indicatoren. Bijvoorbeeld onderwijs en gezondheidszorg, maar ook milieu en duurzame ontwikkeling. Bedrijven uit OECD-landen zijn dus ontvankelijker voor oproepen van buiten om te verduurzamen, dan bedrijven uit opkomende markten zoals China en India, waar het welvaartsniveau lager is. De opkomende landen zijn de volgende stap in ons Climate Focus 10 programma.”

 

Wat verwacht APG van de tien bedrijven die het in Zuid-Korea aanspreekt?

“We willen dat ze om te beginnen een commitment afgeven wat betreft CO2-uitstootreductie. Vlak voor de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering sturen we het betreffende bedrijf een brief, gericht aan het bestuur. Daarin stellen we vragen als: Is jullie doelstelling voor uitstootreductie ambitieus genoeg? Investeren jullie hier genoeg in? Communiceren jullie voldoende met aandeelhouders over jullie uitstoot, zodat ze ook de risico’s daarvan begrijpen? We vragen de onderneming om zijn doelstelling bekend te maken tijdens de daaropvolgende aandeelhoudersvergadering. Een half jaar later benaderen we het bedrijf opnieuw, om te bepalen of het vorderingen heeft gemaakt. En dat blijven we – in combinatie met andere inspanningen – doen tot we genoeg voortgang zien.”


Wat heeft dit opgeleverd?

“Alle bedrijven in Korea die in februari 2022 een brief van APG hebben gekregen, hebben deze beantwoord. Een aantal, waaronder Samsung, bleken daarbij wat voortgang te hebben geboekt. Hyundai Steel bijvoorbeeld had nog geen lange termijn doelstelling voor zijn uitstootreductie; nu wel. LG Chemical openbaarde voorheen alleen scope 1- en scope 2-emissies, nu ook scope 3 (zie kader). Dat is belangrijk, want hoe groter het inzicht in de uitstoot, hoe meer een bedrijf er aan kan doen. Posco Chemical had nog geen enkele doelstelling voor uitstootreductie; nu wil het voor 2050 een netto-uitstoot van nul hebben en heeft het een ambitie voor 2030 uitgesproken.”

Het Greenhouse Gas Protocol


Het Greenhouse Gas Protocol is wereldwijd het meest gebruikte protocol om uitstoot van broeikasgassen te berekenen. Het maakt onderscheid tussen drie scopes:


Scope 1: directe CO2-uitstoot, veroorzaakt door eigen bronnen binnen de organisatie. Het betreft  de uitstoot door eigen gebouwen-, vervoer- en productie-gerelateerde activiteiten.


Scope 2: indirecte CO2-uitstoot, door opwekking van ingekochte en verbruikte elektriciteit- of warmte.


Scope 3: de uitstoot die wordt veroorzaakt door gebruik van de producten van het bedrijf. Bij Shell is dat bijvoorbeeld de uitstoot die uit auto's komt bij de verbranding van benzine.

Deze ondernemingen ontvangen je waarschijnlijk niet altijd met open armen. Is een brief en een gesprek per jaar voldoende om hen te bewegen tot uitstootreductie?

“Nee. Uit zichzelf nemen Zuid-Koreaanse bedrijven het onderwerp niet serieus, althans niet serieus genoeg. Zeker als ze flinke investeringen moeten doen om hun uitstoot te reduceren, komen ze niet in actie – tenzij ze er niet omheen kunnen. Om meer druk uit te oefenen en urgentie te creëren, zoeken we de publiciteit op. Tijdens het afgelopen aandeelhouders seizoen hebben we een mediacampagne gevoerd, gericht op Zuid-Koreaanse en internationale media, wat zeker heeft bijgedragen aan de nationale bewustwording over CO2-uitstoot bij het brede publiek. Als media-aandacht niet helpt, kunnen we als laatste toevlucht een aandeelhoudersresolutie indienen. Maar dat is een methode die we liever niet gebruiken. We geven er de voorkeur aan om in dialoog te blijven.”


Welke bedrijven zijn het lastigst om te overtuigen van de noodzaak tot minder uitstoot?

“We krijgen vooral veel tegengas van bedrijven die voor hun productieproces veel stroom gebruiken: staalproducenten en fabrikanten van halfgeleiders. Er is namelijk maar één elektriciteitsbedrijf in Zuid-Korea en dat is in staatshanden. Bijna 70% van die stroom is gegenereerd op basis van fossiele brandstoffen – vooral kolen. Wanneer we deze bedrijven vragen om meer duurzame energie te gebruiken, verwijzen ze naar de monopoliepositie van het elektriciteitsbedrijf. Ze zeggen dan: we kunnen niet meer duurzame energie gebruiken omdat we geen invloed hebben op het elektriciteitsbedrijf en geen alternatieve, meer duurzame stroomleveranciers hebben.”


En wat is jullie antwoord daarop?

“Dat we van grote spelers in een industrie verwachten dat ze aan de ene kant hun energieverbruik proberen te reduceren, maar ook bij de Zuid-Koreaanse overheid lobbyen om de energieopwekking van het staatselektriciteitsbedrijf te verduurzamen.”


Hoe stellen
Zuid-Koreaanse beleggers zich op tegenover bedrijven, als het gaat om CO2-uitstoot?

“Als lokale vermogensbeheerders Zuid-Koreaanse bedrijven aanspreken op hun uitstoot, doen ze dat achter gesloten deuren, niet publiekelijk. Ze verhouden zich op een andere manier tot de Koreaanse overheid dan een buitenlandse partij als APG. Wat dat betreft bevind ik me in een relatief gunstige positie: met APG – en zijn pensioenfondsklanten  – heb ik een grote vermogensbeheerder achter me staan en kan ik van beide middelen gebruik maken: een gesprek achter gesloten deuren én de publiciteit.”


Het Climate Focus 10 programma loopt tot 2030. Hoe optimistisch ben je over de verduurzaming van de Zuid-Koreaanse bedrijven in die 7-8 jaar?

“De top tien uitstoters in Zuid-Korea bestaat volledig uit multinationals. Het zijn ondernemingen met wereldwijde marketing en wereldwijde aanvoerketens. Ze weten dus heel goed wat er moet gebeuren, als het gaat om uitstootreductie. De houding van deze bedrijven was altijd: we committeren ons niet aan uitstootdoelstellingen, maar we werken eraan. Wij zeggen: je moet eerst een commitment doen om er iets aan te kunnen doen. In die fase beginnen Zuid-Koreaanse bedrijven nog maar net te komen. Het bewustzijn is er, maar de voortgang is traag. De komende jaren moeten uitwijzen of het alleen bij woorden blijft, of ook tot daden komt.”   

Volgende publicatie:
APG en bpfBOUW in de prijzen bij Pensioen Pro Awards

APG en bpfBOUW in de prijzen bij Pensioen Pro Awards

Gepubliceerd op: 5 oktober 2022

APG heeft dinsdagavond, tijdens het Pensioen Pro jaarcongres, een award gewonnen in de categorie vermogensbeheer. De prijs werd in ontvangst genomen door CFRO Maarten Blacquière. BpfBOUW ging naar huis met de awards voor verantwoord beleggen en langetermijnbeleggen.

 

De jury kent de prijs voor Vermogensbeheer toe aan APG vanwege de in september 2021 gelanceerde gelanceerde iSTOXX APG World Responsible Investment indices. Met deze manier van indexbeleggen speelt APG - samen met indexprovider Qontigo en vermogensbeheerder BlackRock - in op de groeiende vraag naar duurzame indexproducten op maat. Dit is niet alleen een duurzame oplossing, er zitten ook passieve elementen in. Daardoor zijn de kosten lager, wat het aantrekkelijk maakt voor met name de kleinere fondsen om verantwoord te beleggen. Een bijzonder kenmerk van de index-serie is dat de rendement-risico effecten dagelijks kunnen worden gevolgd. “Goed dat APG dit doet. Een belangrijke ontwikkeling voor een duurzame wereld”, vindt de jury.

 

Uniek product
Blacquière is trots op de medewerkers van APG Asset Management die deze prijs in de wacht hebben gesleept. “De indices spelen in op de wens van pensioenfondsen om een deel van hun beleggingen kosteneffectief volgens een indexstrategie te laten beheren. Tegelijkertijd willen zij bewuste beleidskeuzes ten aanzien van verantwoord beleggen terugzien in de samenstelling van de beleggingsportefeuille. Standaard indexproducten bieden deze mogelijkheid niet.”

 

BpfBOUW
BpfBouw, een van de fondsen waarvoor APG de uitvoering doet, ging naar huis met de prijzen voor verantwoord beleggen/esg ("concreet en niet enkel gericht op de e”) evenals voor de lange-termijnbelegging van het jaar. Die laatste award kreeg het fonds vanwege de lange-termijnfocus op sociaal vastgoed, met investeringen in bijvoorbeeld middenhuur en lhbtiq+-vriendelijke zorgappartementen. “Sociaal vastgoed voor een goede oude dag helpt de hele samenleving: beter wonen, maar ook doorstroming op de woningmarkt”, concludeert de jury.

 

 

 

Fotografie: Sander Nieuwenhuys

Volgende publicatie:
“In Nederland zullen grote beleggers meer moeten investeren in infrastructuur”

“In Nederland zullen grote beleggers meer moeten investeren in infrastructuur”

Gepubliceerd op: 16 augustus 2022

553 miljard euro. Dat is het totaal belegd vermogen van APG wereldwijd (stand eind juni 2022). Doel: een goed pensioen in een leefbare wereld voor de deelnemers van de fondsen. De portefeuille is vanzelfsprekend gespreid. Van investeringen in windmolenparken in Zeeland tot Australische beursgenoteerde aandelen in winkels. En van veilige obligaties tot de wat meer fluctuerende handel in goud of soja. Wie zijn de mensen achter die beleggingen? Wat drijft ze? Welke keuzes maken ze? En waarom?

In deze aflevering van de serie De beleggers: Jan-Willem Ruisbroek, hoofd investeringsstrategie infrastructuur bij APG.

Ruisbroek heeft alle reden een blij man te zijn. Onlangs werd APG tijdens de IPE Real Estate Awards 2022 in Amsterdam verkozen tot Real Assets & Infrastructure Investor of the Year. En dat voor het tweede jaar op rij. APG laat “opnieuw sterk leiderschap zien in de wereldwijde investeringsstrategie voor infrastructuur”, aldus het juryrapport. Waar andere grote infrastructuurbeleggers volgens de jury prat gaan op investeringen in onder meer de energietransitie, kijkt APG verder en belegt bijvoorbeeld ook in digitale infrastructuur. “Deze award laat zien dat onze strategie wordt beschouwd als goed en onderscheidend. Het vormt een mooi compliment voor wat we doen”, zegt Ruisbroek.

Volgens het juryrapport kijkt APG verder dan veel andere grote infrastructuurbeleggers. Toch zal er op infra-gebied nog veel winst te behalen zijn. Op welk vlak is er werk aan de winkel voor jullie?
“In Nederland zullen institutionele beleggers, en wij dus ook, meer kapitaal moeten investeren in infrastructuur. Grote beleggers in het buitenland investeren vaak meer dan 20 procent van hun kapitaal in infrastructuur, voor Nederlandse beleggers is dit veel minder. Het extra geld is hard nodig. Zo schat het Internationaal Energie Agentschap dat er jaarlijks meer dan 4 biljoen dollar, dat zijn twaalf nullen, nodig is om wereldwijd tot een zogeheten net-zero-maatschappij te komen. Dat wil zeggen dat de totale wereldwijde uitstoot van broeikasgassen lager is dan of gelijk is aan de uitstoot die uit de atmosfeer wordt verwijderd. Die 4 biljoen moet voornamelijk vloeien naar nieuwe infraprojecten zoals elektriciteitsnetwerken en duurzame energiebronnen.”


De beleggingsstrategie van APG op het gebied van infrastructuur stoelt op vijf zogenaamde megatrends. Een daarvan is geopolitiek: neem bijvoorbeeld een assertievere houding van China. Dat land investeert enorme bedragen in infrastructuurprojecten in zich ontwikkelende landen. Wat als China zijn enorme financiële slagkracht ook gaat inzetten in de Westerse wereld?
“Dat gebeurt al. De afgelopen decennia heeft China ook veel in Europa geïnvesteerd. De laatste jaren wordt dit wat minder, omdat overheden graag hun vitale infrastructuur in handen willen laten houden van partijen ‘dichtbij huis’. Over het algemeen zijn lokale pensioenfondsen graag geziene eigenaren van infrastructuur, vanwege hun langetermijnbelangen en maatschappelijke betrokkenheid.”

Je bent meteen na je studie bij ABP/APG begonnen en niet meer weggegaan. Heb je daardoor geen kansen laten liggen?
“Ik studeerde in een goede tijd af, want er was veel werk voor studenten, net als nu. Er waren een aantal partijen die interesse in mij hadden maar ik had direct een hele goede klik met de man die later mijn eerste baas bij ABP zou worden. Hij zei: ‘Ik vind jou goed en wil je hebben, hier heb je een aanbod.’ Ik was toen ook gecharmeerd van alles wat ik zag bij ABP, zoals de omvang en de impact. We hebben hier alles in huis, vrijwel alle investeringsmarkten. Dat is belangrijk als je begint met werken, omdat je dan veel keuzemogelijkheden hebt. Ik weet nog dat ik tijdens m’n sollicitatiegesprek zei dat iedereen die 24 is en zegt exact te weten wat hij of zij wil, aan het bluffen is. Want als je net uit de schoolbanken komt, weet je niet precies wat je wilt. Zelf wilde ik vooral bij een heel gave werkgever werken en daar langzaam rondsnuffelen en kijken waar ik het meest blij van werd. Zo is het ook gegaan.”

Je richt je sinds 2008 volledig op infrastructuur. Wat maakt beleggen daarin zo interessant voor jou?
“Ik vind het type bedrijf waarin wij investeren bovenal interessant vanwege de wezenlijke rol die deze bedrijven spelen in de maatschappij. Als mensen een stekker in het stopcontact steken, hebben ze vaak niet door wat voor een enorme infrastructuur daarachter zit. Tot het moment dat er even geen stroom is. Het maatschappelijk belang van bedrijven die mensen van een essentieel goed voorzien, zoals elektriciteit, data of mobiliteit, spreekt me ook erg aan. Net als de essentiële rol die al deze bedrijven spelen in de grote maatschappelijke vraagstukken van deze tijd, zoals de energietransitie en de digitalisering van de wereld. De energietransitie gaan we alleen waarmaken als de infrastructuur daarvoor op orde is. Wat me verder aantrekt, is dat wij investeren in private ondernemingen. Bij private ondernemingen zit je er vaak dichter op en kun je actiever meedenken over de strategie en wat je met zo’n bedrijf wilt dan bij beursgenoteerde ondernemingen.”

Een van de manieren om invloed uit te oefenen op private ondernemingen is door plaats te nemen in een rvc. Dat doen jullie geregeld. Hoe wend je die invloed in de praktijk aan?
“Ik zit in de raad van commissarissen van twee ondernemingen waarin we investeren, wat betekent dat ik toezicht houd op het management. De bedrijven waarin wij beleggen zijn vaak kleiner dan de beursgenoteerde ondernemingen, waarvan je misschien een klein plukje aandelen koopt. Wij hebben geregeld een groot belang in de private bedrijven waarin we investeren, waardoor we recht hebben om een commissaris aan te stellen. In ons team hebben we iets van twintig of dertig commissariaten. Daar gaat best veel tijd in zitten. Zo houd je je als commissaris onder meer bezig met het beoordelen en goedkeuren van het businessplan en de langjarige strategie, maar ook met het meedenken over het aanstellingsbeleid van het management.”

De beste bedrijven zien duurzaamheid als een kans in plaats van een kostenpost

Ontwikkelingen in de wereld van infrastructuur volgen elkaar in hoog tempo op. Hoe komt jouw team te weten waar de interessante nieuwe projecten zijn om in te investeren?
“Dat kom je eigenlijk alleen te weten door veel actief te zijn in de markt en veel te netwerken, want er is geen centrale plek waar aandelen worden verhandeld. Als je wilt investeren in een Frans windmolenpark, om maar een voorbeeld te noemen, dan moet je maar net weten dat daar aandelen voor te koop zijn. Ons werk bestaat dus voor een groot deel uit mensen bellen, mensen ontmoeten en naar projecten reizen waarin we investeren. Ook komen er geregeld adviseurs van investeringsbanken langs. Zij weten waar interessante transacties te verwachten zijn en waar geld valt te verdienen. En geld verdienen doen we, want onze infrastructuurportefeuille heeft het goed gedaan sinds 2006. In de zestien jaar die we bestaan hebben we gemiddeld een rendement behaald van zo’n 9 procent per jaar. Dat is toch wel goed.”

Duurzaamheid is belangrijk, ook voor APG. Gaat de focus daarop niet ten koste van rendement?
“Focussen op duurzaamheid hoeft zeker niet ten koste te gaan van rendementen. Sterker nog, de beste bedrijven zien duurzaamheid als een kans in plaats van een kostenpost. We zien dat de beste managementteams van de bedrijven waarin we investeren hun mouwen durven op te stropen en actief op zoek gaan naar businesscases rondom duurzaamheid. En dat is precies wat we zoeken en ook bereiken bij onze ondernemingen. Het is ook mogelijk dat we in een minder duurzaam bedrijf beleggen, zoals een haven. Maar dat doen we alleen als we de bedrijfsvoering daarvan duurzamer kunnen maken. Bijvoorbeeld door te zorgen voor opwekking van groene energie door er windmolens te plaatsen. Of dat de haven onderdeel wordt van de toeleveringsketen van duurzame producten. Ook kun je als investeerder zorgen dat zo’n haven grond beschikbaar stelt voor het importeren en exporteren van waterstof. Havens profileren zich ook steeds meer als onderhoudscentra voor windmolenparken op zee. Er zijn kortom genoeg mogelijkheden om een infrastructuurproject te verduurzamen.”

APG belegt ook in tolwegen. Wat voor invloed kun je uitoefenen om te zorgen dat een tolweg duurzamer wordt?
“Dat kan onder meer door oplaadpunten voor elektrische auto’s te installeren, zonnepanelen bij tankstations te plaatsen en te zorgen dat mensen meer verspreid over de dag reizen. Dat verkleint de kans op files en daarmee ook de vervuiling.”

Je belegt met je team wereldwijd in uiteenlopende projecten. Voor welk infrastructuurproject spring jij nu echt je bed uit?
“Een goed voorbeeld daarvan is de investering die we enkele maanden geleden namens onze pensioenfondsklant ABP hebben aangekondigd in het Nederlandse bedrijf Groendus. Het is een wat kleinere acquisitie dan we normaal gesproken doen, maar we zien er wel een groot groeipotentieel in. Wat Groendus doet is op een andere manier naar de energievoorziening voor bedrijven kijken. In plaats van bijvoorbeeld alleen een elektriciteitsaansluiting, -meter, zonnepanelen of laadstation als individuele producten aan te bieden, leveren zij een geïntegreerd energieproduct. Het zegt daarmee feitelijk tegen die bedrijven: ‘Jullie krijgen één product en wij zorgen voor de zonnepanelen, laadpunten voor auto’s, slimme meters en batterijen. Daarnaast verbinden we jullie ook nog met een digitaal platform waar een energieoverschot kan worden verhandeld met bedrijven in de buurt.’ Van zo’n project gaat mijn hart sneller kloppen omdat het de volgende fase is die we met z’n allen opgaan in de energietransitie.

Wat ik ook belangrijk vind om te noemen is dat een tolweg vanaf de buitenkant misschien niet de meest sexy onderneming is. Maar als je goed kijkt naar de strategie van zo’n bedrijf, dan gaan ze een centrale rol spelen in de nieuwe mobiliteit. Zo zorgen ze ervoor dat je elektrisch kunt rijden door voldoende oplaadpunten langs de tolweg te plaatsen. Verder willen ze bijdragen aan een voorspoedige reis, door onder meer te zorgen dat je niet hoeft te stoppen bij een tolpoort en door informatie te delen over hoe druk het is op de weg. Maar ook door andere vormen van vervoer aan te bieden die meer geschikt zijn om van de tolweg de stad in te komen. Dat je bijvoorbeeld op een parkeerplaats aan de rand van de stad uit je auto stapt en op een step verder reist. Tolwegen vormen dus onderdeel van een groter mobiliteitsvraagstuk en daarom vind ik deze projecten zo gaaf.”

Wie is Jan-Willem Ruisbroek?

Deed een bachelor International Business aan Maastricht University en een master Financial Economics aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Kwam in 2006 bij ABP in dienst en volgde naast zijn werk online de master Infrastructure Engineering aan Monash University.

“Die master valt onder civiele techniek. Ik deed dat om mezelf een beetje te onderwijzen in de technische aspecten van infrastructuur. Tijdens die studie, ik denk dat ik eind twintig was, zat ik voor een studieopdracht met een klikker langs de weg om verkeer te tellen en zo verkeerspatronen te begrijpen. Mensen vragen weleens wat dat in godsnaam te maken heeft met de financiële sector. Ik leg dan uit dat investeren in infrastructuur werk is waar technische kennis van het infrastructuurproject, zoals een tolweg, samenkomt met de financiële aspecten van zo’n project.”

Portfolio
Heeft een totale waarde van 24 miljard. Het infrastructuurteam van APG bestaat uit 40 medewerkers. De ene helft zit in Amsterdam en de andere helft is verdeeld over de kantoren in New York en Hongkong. Ruisbroek is als hoofd investeringsstrategie verantwoordelijk voor alle investeringen in infrastructuur.


Rendement
Gemiddeld 9 procent per jaar sinds 2006, het jaar dat ABP/APG een investeringsteam kreeg dat zich volledig richt op infrastructuur.

Volgende publicatie:
Een jaar van intensief engagement, belangrijke voortgang en uitdagingen

Een jaar van intensief engagement, belangrijke voortgang en uitdagingen

Gepubliceerd op: 22 juli 2022

APG kijkt bij beleggingen niet alleen naar verwacht rendement, risico en kosten, maar ook hoe duurzaam en verantwoord de belegging is. Dat doen we namens onze pensioenfondsklanten. Want wat heb je straks aan een goed pensioen als de wereld om je heen onleefbaar is geworden, of als je geen deel kunt uitmaken van de samenleving? Die vraag, uit ons Verslag Verantwoord Beleggen 2021, geeft weer waar het bij dit thema om gaat. De belangrijkste punten uit het verslag op een rij.

 

Engagement met bedrijven die op ESG-gebied nog stappen moeten zetten, is een onmisbaar onderdeel van onze aanpak voor verantwoord beleggen. Vorig jaar gingen we namens onze pensioenfondsklanten met in totaal 498 bedrijven in gesprek over hun voortgang op diverse ESG-thema’s. Zo spraken we in 2021 met 66 bedrijven over mensenrechten. Ook gingen we met 70 bedrijven, waaronder Amazon, in dialoog over onder meer veiligheid op het werk en het recht van werknemers zich te verenigen. Op verzoek van bpfBOUW trad APG vorig jaar toe tot het Platform Living Wage Financials (PLWF). Doel hiervan is bedrijven aan te moedigen werknemers een leefbaar loon te betalen. Wij richten ons vooral op voedselproducenten, waaronder Coca-Cola en Mondelēz.

 

SDI Asset Owner Platform
Een ander punt waarop vooruitgang is geboekt, is het verder ontwikkelen van het SDI Asset Owner Platform. Dit in 2020 mede door APG opgerichte platform, stelt met gebruik van kunstmatige intelligentie vast of en hoeveel bedrijven met hun producten en diensten bijdragen aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelen. Vorig jaar besloot BlackRock – ’s werelds grootste vermogensbeheerder – de data van het platform te gebruiken. Daarmee zijn we weer een stap dichterbij ons doel om het platform tot een standaard voor beleggingen in de Duurzame Ontwikkelingsdoelen te maken.

 

CO2-voetafdruk
Ook maakt APG voortgang met het verminderen van de CO2-voetafdruk van de aandelenbeleggingen die we voor onze pensioenfondsklanten beheren. De voetafdruk is met 48 procent gedaald ten opzichte van het peiljaar 2015. In lijn met het beleid van ABP verkocht APG in 2021 de beleggingen in bedrijven die meer dan 30 procent van hun omzet uit kolenmijnen of meer dan 20 procent uit teerzand halen. Daarentegen belegde APG eind vorig jaar namens onze pensioenfondsklanten 20,8 miljard euro in het Duurzame Ontwikkelingsdoel ‘Betaalbare en Duurzame Energie’. Door hierin te beleggen, worden klimaatrisico’s in onze portefeuille verminderd en leveren we -namens onze pensioenfondsklanten- een bijdrage aan de energietransitie. Specifiek voor ABP investeert APG via het ABP Nederlands Energietransitiefonds (ANET) in innovatieve oplossingen voor de Nederlandse energietransitie.

 

Uitdagingen
We zien ook nog uitdagingen. Zo willen onze pensioenfondsklanten graag vaart maken met hun duurzaamheidsambities. Ook komt er nieuwe wet- en regelgeving op ons af en hebben we te maken met de toenemende urgentie van klimaatverandering en het verlies aan biodiversiteit. Om deze uitdagingen succesvol het hoofd te bieden werkt APG waar nodig samen met gelijkgestemde beleggers en andere stakeholders.

Dit jaar scherpen onze pensioenfondsklanten hun duurzame ambities verder aan. Namens de fondsen besteden we in 2022 extra aandacht aan onder meer klimaatverandering, biodiversiteit en circulariteit. Op aandeelhoudersvergaderingen wordt een strenger stembeleid toegepast, met speciale aandacht voor het klimaat. Bij bedrijven waarin wordt belegd, wordt kritischer gekeken naar de beloning voor bestuurders en de voortgang op diversiteit.

 

Benieuwd naar het hele Verslag Verantwoord Beleggen? Lees het hier.

Volgende publicatie:
Zijn aardgas en kernenergie duurzaam?

Zijn aardgas en kernenergie duurzaam?

Gepubliceerd op: 21 juli 2022

Het gebruik van aardgas en kernenergie om elektriciteit op te wekken, mag vanaf 1 januari 2023 als duurzaam worden bestempeld. Wel tijdelijk én onder bepaalde voorwaarden, vastgelegd in de zogenaamde EU-taxonomieverordening. Johan Barnard, Head International Public Affairs bij APG, betreurt het besluit van de Europese Commissie. Maar roept in zijn nieuwe column ook op de taxonomie niet direct als onbruikbaar te beschouwen.  

 

De zogenaamde EU-taxonomieverordening vormt de basis voor een een catalogus van economische activiteiten die onder voorwaarden duurzaam genoemd mogen worden door financiële instellingen. Eerder stelde de Europese Commissie met een uitvoeringsregeling voor om elektriciteitsopwekking met aardgas en kernenergie onder deze taxonomieverordening tijdelijk ook tot duurzaam te bestempelen. Dit soort uitvoeringsregelingen kunnen door de Europese Raad van Ministers of het Europees Parlement gedurende een beperkte periode worden afgewezen, maar behoeven geen expliciete instemming van Raad of Parlement. Een resolutie in het Europees Parlement om dit voorstel te blokkeren, werd op 6 juli echter weggestemd. Waarmee het besluit definitief is.

 

Gevolg is dat vanaf 1 januari 2023 investeringen in aardgasgestookte centrales die in de plaats komen van kolencentrales, duurzaam genoemd mogen worden onder de EU-taxonomie, net zoals investeringen in nieuwe of bestaande kerncentrales, waarbij voor kerncentrales de belangrijkste beperking is dat er een strenge eis is voor de opslag van het kernafval.

 

Ga je in detail naar de voorwaarden kijken, dan zijn ze op verschillende manieren afwijkend van de criteria die voor alle andere duurzame economische activiteiten zijn gehanteerd. Lidstaten die investeringen in aardgascentrales duurzaam willen maken, zullen kolencentrales moeten sluiten. Voor zover bekend is Polen dat bijvoorbeeld niet van plan. En zelfs wanneer je van plan bent over nieuwe kerncentrales na te denken, is het moeilijk om deze onder de duurzame categorie te brengen. De nieuwe regels schrijven namelijk onder andere voor dat een Lidstaat dan per 2050 een eindberging voor hoogradioactief afval gerealiseerd moet hebben. Nederlands beleid is om te werken met tijdelijke opslag en een eindberging pas uiterlijk 2130 te realiseren. Frankrijk en één of twee Scandinavische landen voldoen voor kernenergie wél aan alle eisen van het nieuwe besluit. Het is niet zo waarschijnlijk dat andere Lidstaten dit snel genoeg voor elkaar kunnen krijgen. De praktische betekenis van tijdelijke erkenning van aardgas en kernenergie is dus mogelijk maar beperkt.

 

Het is belangrijk om te onderkennen dat al begin vorig jaar, en dus ver vóór de oorlog in de Oekraïne, duidelijk was dat de Lidstaten van de EU erg van mening verschilden over de vraag in hoeverre en voor hoe lang kernenergie en aardgas een rol moeten blijven spelen. Vooral Frankrijk hamert erop dat kernenergie geen CO2-uitstoot veroorzaakt, terwijl Duitsland bezig was om geheel uit kernenergie te gaan. Omdat het aantal landen dat Frankrijk bijviel vrij klein was, is er vanuit Frankrijk en de Europese Commissie gedacht over verbreding van het issue om meer steun te verwerven. Dat is gevonden met het verhaal dat vervanging van kolen door aardgas goed zou zijn, zeker wanneer nieuwe aardgasinstallaties straks geschikt gemaakt worden voor waterstof. Hiermee begon het Duitse standpunt te wiebelen en waren Oost-Europese Lidstaten bereid mee te gaan in de richting van kernenergie. Het is denkbaar dat de Commissie met haar voorstel president Macron wilde steunen, vlak voor de recente presidentsverkiezingen, uit vrees voor een overwinning van één van de Euro-sceptische kandidaten.

 

Een cynische kijk op de uitvoeringsregeling bij de taxonomieverordening kan dan ook zijn dat deze grotendeels van politiek symbolische waarde is. En dat is in zichzelf al bezwaarlijk, ook al zijn de praktische gevolgen niet zo groot. Het is juist dit punt waar de Nederlandse pensioensector in de aanloop naar het besluit diverse keren op heeft gehamerd. De sector heeft er begrip voor dat in het kader van de klimaattransitie mogelijk nog tussenstappen genomen moeten worden, waarbij je een economische activiteit eerst minder schadelijk maakt dan deze nu is, om pas later tot klimaatneutraal te komen. Daarvoor zou best een ‘oranje’ of ‘amber’-categorie ingevoerd mogen worden, maar het is verwarrend om dat soort nog-niet-helemaal duurzame activiteiten, ook duurzaam te gaan noemen. Zeker omdat je weet dat je daar binnen enkele decennia weer van af moet.

 

Het nut van een taxonomie waarin vastgelegd wordt welke economische activiteiten als duurzaam beschouwd kunnen worden, berust allereerst op een solide wetenschappelijke onderbouwing. Maar daarnaast ook op een brede aanvaardbaarheid voor een grote groep van stakeholders van de uiteindelijke indeling. Gegeven het grote verzet van een hele reeks van NGO’s en de verdeeldheid in het Europees Parlement (en eigenlijk ook tussen Lidstaten – waarover zo meer), is duidelijk dat hier schade aan de geloofwaardigheid van de taxonomie als instrument is toegebracht.

 

NGO’s Greenpeace en ClientEarth overwegen het starten van een juridische procedure tegen de EU. En Luxemburg en Oostenrijk hebben zelfs al aangekondigd zo’n procedure bij het Europese Hof van Justitie te beginnen. Het is positief wanneer er inderdaad een toetsing door de Europese rechter komt. In het bijzonder lijkt mij de vraag belangrijk of de aanvullende uitvoeringsregeling van de Commissie wel binnen de bevoegdheden is gebleven die ze onder de taxonomieverordening kreeg toevertrouwd, of dat hier eigenlijk echte wetgeving en dus positieve besluiten van Raad en Parlement nodig zouden zijn geweest. Overigens: die positieve meerderheid bestaat waarschijnlijk niet in de Raad.

 

Ondertussen is wel belangrijk om nu ook weer niet het kind (de taxonomie) met het badwater weg te gaan gooien. Institutionele beleggers zoals Nederlandse pensioenfondsen en pensioenuitvoerders blijven behoefte hebben aan een onomstreden taal om met stakeholders over duurzame investeringen te spreken. De uitvoeringsregeling schrijft voor dat er in rapportages over duurzame beleggingen apart aangegeven moet worden welk deel van deze duurzame beleggingen ziet op aardgas en kernenergie. Het blijft dus mogelijk om ook naar betrouwbare cijfers zonder aardgas en kernenergie te kijken.

 

En nog principiëler geldt dat de taxonomie de beleggingsvrijheid van institutionele beleggers niet aantast. Wanneer de taxonomieverordening een economische activiteit juist duurzaam vindt, hoeft een institutionele belegger daar toch nog niet in te beleggen. Dat is logisch omdat natuurlijk ook nog de klassieke overwegingen van risico, rendement en kosten een rol spelen. En in het geval van aardgas en kernenergie, dat je van mening mag zijn dat de taxonomieverordening de lat te laag legt. Als een economische activiteit volgens de taxonomie niet duurzaam is, mag een institutionele daar ook in de toekomst nog in beleggen. Dat kan ook moeilijk anders, nu het overgrote deel van de economie nog niet duurzaam genoeg is om aan de eisen van de taxonomieverordening te voldoen. Wat overigens níet mag: iets duurzaam noemen wat dat volgens de taxonomie-verordening niet is. De verwachting is dat institutionele beleggers en hun klanten zelf gaan sturen op duurzaamheid, naast eerdergenoemde klassieke overwegingen van risico, rendement en kosten.

 

Ik vind het jammer dat dit besluit tot stand is gekomen. Tegelijkertijd gaat het gelukkig geen verschil maken voor institutionele beleggers die willen desinvesteren uit fossiele brandstoffen, met inbegrip van aardgas. Het lelijke element dat dankzij de Commissie aan de taxonomie is toegevoegd, hoeft ook een betere dialoog met stakeholders niet in de weg te zitten. Het blijft immers zichtbaar in hoeverre er eventueel kernenergie en aardgas schuilen onder de volgens de taxonomieverordening duurzame beleggingen. Wel zou er nu op ingezet moeten worden om dit soort politiek ingrijpen in de taxonomie óf te voorkomen óf slechts toe te laten met expliciete instemming van Raad en Parlement.

 

Volgende publicatie:
"We proberen altijd het signaal te scheiden van de ruis"

"We proberen altijd het signaal te scheiden van de ruis"

Gepubliceerd op: 18 juli 2022

553 miljard euro. Dat is het totaal belegd vermogen van APG wereldwijd (stand juni 2022). Doel: een goed pensioen in een leefbare wereld voor de deelnemers van de pensioenfondsen. De portefeuille is vanzelfsprekend goed gespreid. Van investeringen in windmolenparken in Zeeland tot Australische beursgenoteerde aandelen in winkels. En van veilige obligaties tot de wat meer fluctuerende handel in goud of soja. Wie zijn de mensen achter die beleggingen? Welke keuzes maken ze? En waarom?

 

In deze aflevering van de serie De Beleggers: Henny Crauwels, binnen APG verantwoordelijk voor beleggingen in de telecom- en mediasector.

Het speelveld voor Henny en zijn collega Frank Dekker is duidelijk afgebakend: grote bedrijven in de sectoren telecom, media en social media in ontwikkelde markten. De portefeuille bevat een diverse reeks aandelen: van KPN en T-Mobile US tot Netflix en The New York Times en tot Facebook en Twitter. Hun doel is niet om elke dag opnieuw slimmer te zijn dan de markt; hun tegenstander is de index die de gemiddelde waarde van alle bedrijven in hun 'universum' weergeeft. "Alles wat wij doen is relatief", legt Henny uit. "Als de index met 40% daalt en onze portefeuille met slechts 38%, dan doen we het relatief goed en besparen we een hoop geld voor de pensioenfondsen." In negen van de laatste twaalf jaar hebben ze de index inderdaad verslagen, met gemiddeld ongeveer 3% per jaar. Dit jaar liggen ze op koers om hetzelfde te presteren.

 

Wat moet je doen om de index vaker wel dan niet te verslaan?

"Wij hebben een zeer gestructureerde benadering van beleggen. We analyseren hoe relevante markten zijn georganiseerd en wat de relatieve sterktes zijn van de bedrijven in die markten. In het telecom-gedeelte van onze portfolio bijvoorbeeld, vinden we een markt met drie gevestigde mobiele-telefonie-aanbieders in het algemeen aantrekkelijker dan één met vier of vijf plus een aantal uitdagers. Dat laatste betekent vaak meer concurrentie, lagere prijzen [marges], minder stabiliteit en meer risico. We houden ook rekening met de gevolgen die nieuwe regulering of een veiling van nieuwe licenties kunnen hebben, en met de mogelijkheden voor nieuwe toetreders en fusies en overnames."

 

En hoe identificeer je de bedrijven die het succesvolst zullen zijn in een attractieve markt?

"Voor individuele bedrijven proberen we te beoordelen hoe hun concurrentiepositie zich op lange termijn zal ontwikkelen. Een belangrijke indicator daarvoor bij telecombedrijven is de kwaliteit van hun klantenservice. Daarom verzamelen en kopen we data over hun verloop, het aantal klanten dat ze kwijtraken. Maar we willen ook weten hoe goed hun digitale transformatie verloopt, want dat bepaalt hoe goed ze in de toekomst met hun klanten kunnen omgaan. Dus we proberen ons ook een oordeel te vormen over de kwaliteit van hun leiderschap, hun innovatiecultuur, hun vermogen nieuw talent aan te trekken, enzovoort. In de telecom houden trends vaak een behoorlijk lange tijd aan. Dus als je dit soort fundamentele analyses en je investeringscase eenmaal goed hebt, kun je daarvan jarenlang de vruchten plukken."

 

Duurzaamheid en ESG-criteria spelen een belangrijke rol in het beleggingsbeleid van APG en zijn fondsklanten. Hoe ga je daarmee om in jullie portefeuille?

"Die criteria spelen inderdaad een steeds grotere rol. Wij beleggen namens pensioenfondsen als ABP en natuurlijk hun deelnemers, en deze fondsen hebben een belangrijke maatschappelijke positie en krijgen veel media-aandacht. Ze willen niet geassocieerd worden met onethische praktijken. Maar dat is niet altijd eenvoudig. Het meest problematische onderwerp in onze sector is de manier waarop socialmediaplatforms omgaan met privacy en het modereren van content. Een platform met zeer strikt privacybeleid is misschien veilig voor kinderen, maar datzelfde beleid maakt het ook aantrekkelijk voor criminelen die het gebruiken om bijvoorbeeld wapens of drugs te verhandelen. Tijdens de opstanden in de Arabische Lente werd Facebook geroemd omdat het mensen in staat stelde zich te verenigen in hun streven naar vrijheid en democratische hervormingen. Daarna is het veroordeeld omdat het als platform werd gebruikt voor het uitlokken van etnisch geweld tegen de Rohingya in Myanmar en voor de Russische inmenging in de Amerikaanse verkiezingen."

 

Zijn ESG-criteria belangrijk bij beleggingskeuzes omdat je denkt dat bedrijven die ze naleven op lange termijn meer waard zullen zijn, of vanwege ideële motieven?

"Beide."

 

Maar wat doe je als idealisme en een winstgevend belegging elkaar bijten?

"Dat komt inderdaad voor, en dat kan serieuze dilemma's opleveren. Stel dat een socialmediaplatform eenvoudig kan worden gebruikt om leugens, hate speech en racistische uitingen te verspreiden, dan kan dat voor ons heel goed aanleiding zijn om er niet in te beleggen. Maar voor beleggers als APG is het gemakkelijker om bijvoorbeeld Twitter uit te sluiten dan een bedrijf als Facebook: daarvoor is het te groot, en heeft het in het verleden zeer aantrekkelijke rendementen opgeleverd en blijft het dat wellicht ook de komende jaren doen. En we zitten hier uiteindelijk wel om genoeg geld te verdienen zodat we nu en de toekomst pensioen kunnen uitbetalen."

 

Engagement is een andere belangrijke pijler onder APG's beleggingsbeleid. Kun je invloed uitoefenen op de manier waarop dit soort bedrijven omgaan met de content die op hun platforms wordt gedeeld?

"Als APG zijn we groot genoeg om een afspraak met iemand bij Facebook te kunnen krijgen, maar het is niet zo dat Mark Zuckerberg zijn agenda leegmaakt als wij hem willen spreken. We zijn, vaak samen met andere beleggers, voortdurend in dialoog met een aantal social media platforms over dit onderwerp. En we hebben als aandeelhouders natuurlijk ons stemrecht. Maar het is moeilijk te zeggen hoeveel invloed we hebben. Soms denk je dat ze hard hun best doen om dingen te verbeteren, maar dat ze zelf ook worstelen met het onderwerp. Een andere keer krijg je de indruk dat ze wel beleefd luisteren en ja knikken maar eigenlijk alleen geïnteresseerd zijn in hoe ze nog groter kunnen worden."

 

Nu we het over Twitter hebben: wat vind je van het spektakel waar Elon Musks overnamebod op uit is gedraaid?

"Als langetermijnbeleggers proberen we altijd het signaal te scheiden van de ruis. In dit geval horen we vooral veel ruis denk ik. En als een aandeel een keer 40 procent stijgt nadat er een overnameplan is aangekondigd, dan accepteren we gewoon dat we dat gemist hebben. Je kunt niet beleggen alleen op basis van de mogelijkheid dat een bedrijf overgenomen kan worden. Er moet altijd ook een onderliggend verhaal zijn, en daarover zijn we bij Twitter niet al te positief. Ze hebben geen goed trackrecord als het gaat om het invoeren van succesvolle nieuwe features, ze blijven primair een platform voor tekstberichten terwijl de voorkeur onder gebruikers verschuift richting visuele content, en ze zijn niet het voorkeursplatform voor 'performance advertising' waarbij adverteerders betalen om zeer gericht een bepaalde doelgroep te kunnen bereiken. Dat zijn de echte signalen waarop we onze beleggingsbeslissingen baseren."

 

Zie je nieuwe technologie, wet- en regelgeving of trends in consumentengedrag die de telecomsector de komende jaren zullen veranderen?

"Je hoort veel over het Metaverse natuurlijk. Wat voor ons vandaag de dag relevant is, is dat Meta daar nu miljarden in investeert. Maar alles bij elkaar is het nog te ver weg en nog te moeilijk te waarderen omdat er simpelweg nog geen use cases zijn. Het lijkt op de beginjaren van het internet, toen niemand nog werkelijk kon voorzien hoe het zich zou ontwikkelen tot wat het nu is en hoe het ons leven zou veranderen. 5G is een andere belangrijke nieuwe technologie die zich al meer bewezen heeft en die allerlei nieuwe diensten mogelijk zal maken. Het risico voor telecombedrijven vanuit mijn oogpunt is dat het, net als bij 4G, de Googles en Amazons zullen zijn die de meest winstgevende diensten zullen ontwikkelen, terwijl de telecombedrijven alleen de infrastructuur aanbieden. Daarom zijn we bijvoorbeeld positief over een Canadees telecombedrijf dat actief zelf 5G-gebaseerde diensten ontwikkelt voor de landbouw en e-health."

 

Wie is Henny Crauwels?

Henny studeerde Internationale Economie aan de Universiteit Tilburg en wilde daarna een internationale carrière. "Ik kom uit het zuiden en was daarom georiënteerd op Brussel of Parijs, maar op de een of andere manier kwam ik in Amsterdam terecht." Zijn eerste baan daar was als beleggingsanalist. Na zes jaar werd hij aandelenbelegger toen hij overstapte naar het SFB (het voormalige Sociaal Fonds Bouwnijverheid, dat later opging in APG). Henny woont met zijn partner Alide in het centrum van Amsterdam. Ze hebben geen kinderen. Hij houdt van wandelen, het bezoeken van architectuurhoogstandjes en speelt af en toe piano. Spanje is zijn favoriete land.

 

Beleggingsfilosofie

"Money follows eyeballs. Voor mediabedrijven en socialmediaplatforms zijn advertentie-inkomsten essentieel, dus hoe meer bezoekers, kijkers en lezers ze trekken hoe beter. Daarom onderzoeken we nauwkeurig hoe goed deze bedrijven in staat zijn verschillende doelgroepen te bereiken, hoe efficiënt ze advertenties kunnen converteren in sales, en hoe goed ze hun diensten kunnen verkopen aan adverteerders. Voor telecombedrijven gaat het meer om de marktstructuur en veranderingen in de concurrentieverhoudingen. Die kunnen het gevolg zijn van wet- en regelgeving en ook van technologische ontwikkelingen."

"Het ergste wat je kan gebeuren als beginnend belegger is dat je eerste vier investering enorm succesvol zijn. Dan ga je geloven dat je de wijsheid in pacht hebt en onfeilbaar bent. Maar dat is onmogelijk omdat je bezig met wat er in de toekomst gaat gebeuren. Je moet je er altijd van bewust blijven dat er risico's zijn en dingen heel anders kunnen lopen dan je verwacht had. Als 60 procent van je beslissingen goed uitpakken en 40 procent fout, dan ben je nog steeds een behoorlijk goede belegger."

 

Over zijn twaalfjarige samenwerking met Frank Dekker:

"Frank en ik zijn zeer verschillende persoonlijkheden maar hebben ook veel respect voor elkaar professionele opvattingen. Frank is een stuk jonger dan ik en is meer gefocust op mogelijkheden en het benutten van kansen. Ik heb de neiging vooral naar de risico's te kijken, ik moet eerst iets zien voordat ik het geloof. Soms lukt het Frank mij enthousiast te krijgen voor een bepaalde belegging, soms kan ik hem er één uit het hoofd praten. Maar het gaat ook soms andersom, en regelmatig krijgen we de bevestiging dat onze verschillende perspectieven en de manier waarop we elkaar uitdagen en aanvullen succes oplevert. Dat zorgt ervoor dat het goed blijft werken tussen ons tweeën."

 

Facts & Figures 

In welke bedrijven in Telecom & Media kan APG beleggen?

Interactieve media: Google, Meta Platforms (Facebook), Snap, Twitter

Media: Fox, Prosieben, Discovery, Paramount

Interactive home entertainment (games): Activision Blizzard, EA

Kabel- en satellietbedrijven: Comcast, SES, Charter

Advertenties: Publicis, WPP

Film & entertainment: Netflix, Disney

Telecommunicatie: Vodafone, KPN, Deutsche Telekom, Orange, Verizon, AT&T, T-Mobile USA

 

Hoeveel?
Momenteel bedraagt de waarde van de Communications Industry portefeuille ongeveer 650 miljoen euro.

 

Volgende publicatie:
Gaat machtsconcentratie grote beleggers ten koste van duurzaamheid?

Gaat machtsconcentratie grote beleggers ten koste van duurzaamheid?

Gepubliceerd op: 30 juni 2022

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: Hoofd Responsible Investment Capital Markets & RI Communications Anna Pot over de vraag of het toenemende gewicht dat vermogensbeheerders in de schaal leggen, ten koste gaat van duurzaamheid.

 

“Het aandeelhouderslandschap verandert, langzaam maar revolutionair,” schreef Volkskrant-columnist Peter de Waard een maand geleden. “Bij elke stap komen aandelen in handen van een kleinere groep beleggers die verder afstaan van de ondernemingen waarin zij hun geld steken.” Vroeger waren aandelen vooral in het bezit van rijke families, die jaarlijks hun stem uitbrachten op de aandeelhoudersvergadering, schrijft De Waard. Vanaf de jaren zeventig kwam een nieuw soort grootaandeelhouder op, zoals banken, verzekeraars en later ook pensioenfondsen. Die besteden hun beleggingen tegenwoordig deels weer uit aan grote vermogensbeheerders zoals BlackRock, State Street en Vanguard. En die doen vooral aan indexbeleggen, stelt hij. Zij selecteren dus zelf geen aandelen maar volgen in plaats daarvan een beursindex, en zijn daardoor minder betrokken als aandeelhouder. Gaat deze vorm van passief beleggen dan niet ten koste van duurzaamheid?

Verantwoord beleggen
Volgens Anna Pot hoeft dat niet per se het geval te zijn. “Deze grote partijen beginnen steeds meer duurzaam te beleggen. Ze investeren ook meer en meer in eigen teams die zich specifiek richten op de verantwoord beleggingscriteria van hun beleggingen. Bij de investeringen die ze doen voor hun klanten, zoals pensioenfondsen, nemen ze daarom ook in toenemende mate duurzaamheidsoverwegingen mee. Het is een positieve trend dat deze grote vermogensbeheerders eraan bijdragen dat wereldwijd een steeds groter vermogen duurzaam wordt belegd.”

APG lanceerde recent het indexproduct iSTOXX APG World Responsible Investment Index, dat wordt beheerd door BlackRock. “Dit indexproduct wordt niet actief beheerd als het gaat om rendement en risico, wat de kosten laag houdt. Er wordt wél actief gestuurd op duurzaamheid door verschillende filters toe te voegen, afhankelijk van de wensen van de klant. Voorbeelden van deze filters zijn het uitsluiten van bepaalde producten, het alleen investeren in voorlopers op het gebied van ESG, het verminderen van de CO2-voetafdruk en het toevoegen van duurzame ontwikkelingsinvesteringen (SDI’s). De markt zou dit soort beleggingen dan ook niet moeten classificeren als traditionele indexproducten. Deze producten vormen een heel nieuwe categorie op zichzelf. Je zou ze ‘verantwoorde index-producten’ kunnen noemen.”

We moeten alert blijven dat indexbeleggen geen slap aftreksel wordt van duurzaam beleggen

Trend
Dat duurzaamheid ook bij de grootste vermogensbeheerders in belang toeneemt, heeft volgens Pot verschillende oorzaken. “Ten eerste vraagt de klant erom. Meer en meer institutionele beleggers zoals pensioenfondsen willen duurzaam beleggen. En ook bij de jongere generatie particuliere beleggers ontstaat meer vraag naar duurzame beleggingsproducten. Ten tweede is er de rol van wetgeving. Zo is in Europa de Sustainable Finance Disclosure Regulation geïntroduceerd, dat grote beleggers verplicht te rapporteren over de mate waarin ze duurzaam beleggen. Ten derde is het zo dat de markt zich heeft ontwikkeld en nu meer mogelijkheden biedt voor duurzaam beleggen. Er zijn bijvoorbeeld steeds meer data beschikbaar over de ESG-prestaties van bedrijven. Dat maakt het voor de grote vermogensbeheerders makkelijker de stap naar duurzaam beleggen te maken.”

Wat Pot wel als een zorgelijke ontwikkeling ziet, is dat er bij indexbeleggen geen of in ieder geval minder sprake is van een dialoog met de bedrijven waarin wordt geïnvesteerd. “En dat is wat nodig is. Als je als vermogensbeheerder wil bijdragen aan de transitie naar meer duurzaamheid, dan doe je dat niet alleen door aandelen te kopen maar ook door te investeren in dialoog, om zo bedrijven aan te zetten tot een duurzamere koers.”

Dialoog
Dat de financiële macht zich wellicht bij de grootste vermogensbeheerders concentreert, hoeft niet ten koste te gaan van duurzaamheid, concludeert Pot. “Het is een positieve trend dat er een toename is in duurzame beleggingen. En dat de indexbeleggers dat via indexbeleggen goedkoop aanbieden, helpt daarbij. Maar we moeten wel alert blijven dat indexbeleggen geen slap aftreksel wordt van duurzaam beleggen. Actief aandeelhouderschap houdt volgens ons in dat je je verdiept in de duurzaamheidsprestaties van bedrijven, waar nodig de dialoog aangaat en geïnformeerd stemt op aandeelhoudersvergaderingen. De actieve dialoog die wij met bedrijven voeren om samen te werken aan een duurzamere koers is en blijft nodig. Om te zorgen dat die dialoog blijft bestaan, is het nodig dat we kritisch blijven op de duurzaamheidsprestaties van bedrijven. Daarnaast is het belangrijk dat we onze aanpak van actieve langetermijnbetrokkenheid bij ondernemingen promoten bij andere institutionele beleggers. Zo kunnen we er samen voor zorgen dat duurzaamheid hoog op de agenda blijft staan.”

Volgende publicatie:
Stop met greenwashing en stop met het gebruik van die uitdrukking

Stop met greenwashing en stop met die uitdrukking

Gepubliceerd op: 23 juni 2022

Mijn zoon studeert volgende maand af in Madrid en is druk aan het leren voor zijn eindexamens. Geen afleidingen voor hem, want het was deze week 40 graden in de Spaanse hoofdstad en mensen moesten binnen blijven. De temperatuur in heel Europa was afgelopen weekend 15 graden hoger dan hij zou moeten zijn, wat nog eens benadrukt wat voor ons ligt. Om de opwarming van de aarde te vertragen, moeten we handelen, en dit is geen kwestie van regelgeving versus de industrie. We moeten als één blok handelen om de planeet over te dragen aan de komende generaties en ervoor te zorgen dat ze een welvarende toekomst kunnen opbouwen.

 

In een artikel werd vorige week betoogd dat het ESG-raamwerk ten prooi is gevallen aan vermogensbeheerders die aan greenwashing doen. Vragen over de relevantie van ESG (Environmental, Social & Governance) zijn ronduit onacceptabel. Als financiële instellingen worden betrapt op het verkopen van producten die niet in het belang van de klant zijn, moeten ze veranderen. Ongeacht of ze onrealistische beloften over rendement of over hun ESG-ambities doen. Als je terugkijkt, is het niet de eerste keer dat toezichthouders onderzoeken hoe nieuwe regelgeving wordt toegepast. En vaak beginnen ze in elk land aan de top van de sector om een punt te maken. Zo was het toen de financiële sector meer dan tien jaar geleden active share introduceerde als een maatstaf vooractief vermogensbeheer, en het zal dit decennium opnieuw gebeuren. Geloof me. Maar nu stoppen met ESG, alleen maar omdat het moeilijk wordt, is geen optie. Hoewel het raamwerk misschien niet perfect is, biedt het een unieke kans onze branche echt relevant te maken richting de toekomst.

 

Engagement
Het gaat hier om verantwoording en we moeten zo transparant mogelijk zijn over onze ESG-ambities. Bij APG hebben we de verantwoordelijkheid een goed pensioen (lees: een goed rendement) te bieden, maar ook bij te dragen aan een planeet waar het pensioen kan worden uitgegeven (lees ESG in brede zin). We houden bij onze beleggingen dan ook consequent rekening met vier factoren -zonder vooraf bepaalde volgorde- rendement, duurzaamheid, kosten en risico. Artikel 8 van de Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR) past bij dit vierkant, omdat de vier factoren met elkaar samenhangen en hun belang verschilt – van geval tot geval, van investering tot investering. Binnen deze aanpak selecteren we bedrijven waarvan we verwachten dat ze met engagement een zinvolle verandering zullen doorvoeren of impact zullen maken om de planeet een betere plek te maken voor mens en natuur - vandaar dat biodiversiteit steeds meer op de agenda staat als een belangrijk onderdeel van duurzaamheid.

 

Wanneer bedrijven in de verleiding komen onterecht op te scheppen over hun ESG-beleggingen, moet dat zeker worden ontmaskerd en tegengegaan. De wetgeving is echter nog nieuw en delen van de meer gedetailleerde rapportagevoorschriften zijn pas vrij laat bekend geworden of moeten nog bekend worden. De toezichthouders zouden ditmoeten erkennen, en samenwerken met de sector om samen verder te komen en ons op z’n minst het voordeel van de twijfel te gunnen. De kern van het probleem met dit soort regelgeving is dat het niet per se leidt tot een betere wereld. Bij APG hebben we samen met andere investeerders een systeem ontwikkeld waarbij beleggers Sustainable Development Goals (SDG) kunnen vertalen naar daadwerkelijke investeringen (SDI’s). Wij geloven dat ons systeem degelijk en transparant is en het mogelijk maakt om op een consistente wijze te rapporteren, doelen te stellen en te vergelijken. Maar zal het van de wereld een betere plek maken? Waarschijnlijk wel en we hopen het zeker. Maar kunnen we het garanderen? Absoluut niet. Als je terugdenkt aan het voorbeeld van active share, is het weer verrassend vergelijkbaar. Geen enkele actieve vermogensbeheerder kan garanderen dat hij boven de benchmark presteert. Net zo goed kan geen enkele ESG-manager beloven dat de wereld beter, groener, gelijkwaardiger of minder warm zal worden. Maar we hebben allemaal de ambitie naar dat doel toe te werken.

ESG
De overtuiging dat we als beleggers een bredere verantwoordelijkheid hebben, is een missie die we allemaal moeten hebben. Net zoals  we (meestal) humanitaire normen en waarden delen. Ik word verdrietig als toonaangevende beleggers zoals Warren Buffet de verantwoordelijkheid van de sector afwijzen en zich verschuilen achter “duidelijke regelgeving". Het zal nooit duidelijk worden. Net zoals beleggingsrendementen verschillen, afhankelijk van waar je ze mee vergelijkt. Old school- investeerders en de meeste huidige volwassenen hebben enorm geprofiteerd van de ‘gratis’ natuur, waarmee ik de toegang tot natuurlijke hulpbronnen bedoel en gratis CO2-uitstoot. Het grootste deel van onze rijkdom is hierop gebouwd. Vermogensbeheerders moeten in het reine komen met deze ongemakkelijke werkelijkheid door zichzelf te transformeren tot verantwoorde beleggers. We kunnen dat doen door kwesties op het gebied van duurzaamheid en governance te begrijpen en aan te pakken. Actief vermogensbeheer hoeft niet in tegenspraak te zijn met ESG-beleggen. Integendeel, het vormt een sterk onderdeel van het langetermijnbelegger zijn en van het kunnen nemen van weloverwogen beleggingsbeslissingen. Als je er goed over nadenkt, moeten alle beleggers hetzelfde doen. Daarom is het van het grootste belang dat toezichthouders de overgang faciliteren door onterechteESG-claimsaan te pakken. Dat is niets nieuws. Dat hebben ze altijd gedaan.

 

Voor langetermijnbeleggers moeten we zinvolle manieren vinden om ESG-succes te meten en aan te tonen. Die manieren hebben allemaal belangrijke kanttekeningen en we moeten nederig erkennen dat het bereiken van KPI's niet gelijk staat aan echte impact. CO2-uitstoot is een voor de hand liggende KPI, maar de berekeningen zijn nog steeds onnauwkeurig en we moeten oppassen dat we niet al te ingewikkelde en gedetailleerde doelstellingen formuleren op basis van dubieuze data. Ook vereist het aanpakken van klimaatverandering meer dan alleen het verminderen van CO2-emissies bij de bedrijven waarin we beleggen. Dit is een andere vorm van potentiële misleiding, maar een veel tragischere, omdat we – door onze wens tegemoet te komen aan de publieke roep om duidelijkheid - uiteindelijk de betere investeringen in de energietransitie zouden kunnen missen die zo belangrijk zijn in onze gezamenlijke missie om de planeet te redden. Het vereist sterk leiderschap van de sector om ons door de energietransitie te loodsen en tegelijkertijd alle belanghebbenden te dienen en een goed inkomenvoor de oude dag te bieden. Dit brengt een grote verantwoordelijkheid met zich mee die APG, namens en samen met zijn fondsklanten, als toonaangevende en verantwoordelijke lange-termijnbelegger, bereid is te nemen.

 

Peter Branner is Chief Investment Officer bij APG.

Volgende publicatie:
APG investeert in The Student Hotel om internationale uitbreiding te versnellen

APG investeert in The Student Hotel om internationale uitbreiding te versnellen

Gepubliceerd op: 21 juni 2022

APG verwerft – namens pensioenfondsklant ABP – een groter aandeel in The Student Hotel. Ook het Singaporese pensioenfonds GIC nam een groter belang. De drie eigenaren van het hippe hotelconcept - APG namens ABP, GIC en oprichter van THS, Charlie MacGregor en zijn management team - hebben bovendien besloten samen te investeren in verdere uitbreiding van TSH. Door de transactie wordt The Student Hotel op € 2,1 miljard gewaardeerd.

Met de transactie vergroten ABP en oprichter Charlie MacGregor hun huidige belang in TSH. ABP investeerde in 2015 voor het eerst in TSH. MacGregor en Aermont Capital zijn in 2014 hun samenwerking aangegaan en sindsdien is TSH flink gegroeid. MacGregor opende in 2012 de eerste locatie van The Student Hotel. GIC treedt nu toe als nieuwe investeerder.

Veerkrachtig

Het kenmerkende hybrid hospitality model van TSH, een combinatie van studentenkamers, hotel, co-working en vergaderruimtes, bars en restaurants, is zeer succesvol gebleken. Tijdens de pandemie bleek het hybride model zeer veerkrachtig te zijn. TSH was in staat de allocatie van kamers voor studenten aanzienlijk te verhogen op het moment dat vrijetijds- en zakenreizen wegvielen. Hierdoor kende het bedrijf een hoge bezettingsgraad en was het gedurende de hele periode cash-positief. Nu de hotel- en reismarkt weer sterk aantrekt zal TSH kunnen profiteren van een sterke zomer, terwijl de reserveringen voor studenten voor het academisch jaar 22/23 al een recordniveau hebben bereikt.

Met de investering van ABP en GIC kan TSH haar groeistrategie versnellen. TSH zal verder uitbreiden in belangrijke Europese steden en kan het aantal hotels vergroten naar 50 van 25 hotels in eigendom op dit moment, waarvan er 15 operationeel zijn en er in 2022 drie worden geopend: in Madrid, Barcelona en Toulouse.

TSH is goed gepositioneerd voor de millennial- en Gen-Z doelgroep. De focus ligt op het creëren van een community via gemengde faciliteiten en ruimten met kenmerkende designelementen. De locaties bieden ook co-working- en vergaderruimten die start-ups, bedrijven en de lokale gemeenschap aantrekken. De band met de omliggende buurt is vooral belangrijk omdat TSH nauw samenwerkt met lokale gemeenten om deze gebieden verbeteren door de kwaliteit van de horecadiensten te verbeteren. Zo worden de gebieden aantrekkelijker, ook voor het aantrekken van talent.

Flexibel
Om beter in te spelen op de behoeften van gasten en de flexibiliteit van haar aanbod te vergroten investeert TSH in technologie om het eerste ruimte/tijd boekingsplatform in haar hotels te implementeren. Dit betekent dat gasten elke ruimte in TSH-locaties voor een bepaalde periode kunnen boeken - van vergaderzalen en co-working desks tot toegang tot de fitnessruimte en het zwembad en zelfs de pingpongtafels.

Charlie MacGregor, oprichter en CEO van The Student Hotel, zegt: "We zijn zeer verheugd om GIC te mogen verwelkomen. Samen met ABP kijken we ernaar uit om The Student Hotel ervaring naar meer steden in Europa te brengen. We hebben grote plannen en met het extra toegezegde kapitaal kunnen we nog ambitieuzer zijn. Ik ben erg dankbaar dat Aermont ons sinds 2014 heeft gesteund. Het is een geweldige reis geweest naar waar we vandaag staan. Met ons hybrid hospitality model zijn we een game-changer geworden voor de horeca-industrie en hebben we een belangrijk groeiplatform om meer gasten te verwelkomen in onze hotels."

Lee Kok Sun, Chief Investment Officer van Real Estate, GIC, zegt: "We zijn verheugd om in The Student Hotel te investeren omdat de gebouwen goed gelegen zijn, goede verbindingen hebben met stadscentra en vervoersnetwerken, en in de nabijheid van universiteiten en andere voorzieningen liggen. We hebben er alle vertrouwen in dat deze investering een stabiel langetermijnrendement zal opleveren."

Tracy Stroh, Region Head of Europe, Real Estate, GIC, zegt: "Het hybrid hospitality model van The Student Hotel is uniek. TSH beschikt over speciaal gebouwde studentenaccommodaties die aantrekkelijk zijn voor de studenten, maar die ook geschikt is voor zowel zakenreizigers als vakantiegangers. Dankzij deze flexibiliteit kan TSH kansen benutten naarmate de vraag gedurende het jaar fluctueert. We kijken uit naar de samenwerking met TSH en ABP om op de lange termijn meer toegevoegde waarde te genereren."

Harmen van Wijnen, voorzitter uitvoerend bestuur pensioenfonds ABP: "We zijn enthousiast over de mogelijkheid om ons belang in The Student Hotel te vergroten. Deze extra investering levert een aantrekkelijk en stabiel rendement op en draagt zo bij aan een goed pensioen voor onze deelnemers. De combinatie van studentenhuisvesting, hotelkamers, vergaderruimten, bars en restaurants die TSH biedt, brengt mensen bij elkaar vanuit verschillende generaties en met een verschillende achtergrond en ondersteunt daarmee de lokale economie. We beleggen graag in bedrijven die op meerdere terreinen van betekenis zijn voor de samenleving."

Vincent Rouget, Partner bij Aermont Capital, zegt: "Sinds 2014 waren wij de trotse partners van Charlie MacGregor, The Student Hotel en haar managementteam, en ABP. Deze geweldige reis die begon met één veelbelovend project in Amsterdam is uitgegroeid tot een ongeëvenaarde portefeuille van 25 eersteklas gebouwen en projecten verspreid over 8 landen in Europa. De investering in The Student Hotel benadrukt de expertise en ervaring van Aermont Capital in het ondersteunen van operationele vastgoedplatformen om hun potentieel te verwezenlijken door middel van vastgoedstrategieën. Charlie's visie van het bouwen van een echt hybrid hospitality model heeft The Student Hotel gepositioneerd als leider in zowel gastvrijheid en onroerend goed trends, en TSH gaat een goede toekomst tegemoet met haar nieuwe aandeelhouders."

De transactie is onder voorbehoud van goedkeuringen van de relevante mededingingsautoriteiten.

Volgende publicatie:
“Goede beoordelingen zijn prettig, maar we zijn nooit tevreden”

“Goede beoordelingen zijn prettig, maar we zijn nooit tevreden”

Gepubliceerd op: 2 juni 2022

APG is door EY benoemd tot marktleider op het gebied van engagement. Dit blijkt uit de Engagement Maturity Matrix van het consultancybedrijf. Een mooie aanleiding om enkele vragen over engagement te stellen aan Anna Pot, Hoofd Responsible Investment Capital Markets & RI Communications bij APG.

 

Kenmerken van een marktleider zijn volgens EY (het voormalige Ernst & Young) het actief aanjagen van positieve verandering en het bepalen van de marktstandaard voor institutionele beleggers. Een mooi resultaat voor APG en zijn pensioenfondsklanten dus. Tegelijkertijd lijkt de publieke opinie steeds kritischer te worden. Denk aan deelnemers van pensioenfondsen die willen dat hun fondsen zo duurzaam mogelijk beleggen.

 

Hoe valt dit met elkaar te rijmen?

“Ik denk dat hier twee zaken van belang zijn. De eerste is dat deelnemers en de media in Nederland kritisch zijn. Als het gaat om duurzaam beleggen zijn de verwachtingen en ambities onder de deelnemers en onze stakeholders in Nederland hooggespannen. En dat is eigenlijk heel mooi, want toen we zo’n vijftien jaar geleden namens onze fondsklanten bewust de focus legden op verantwoord beleggen, was het nog niet zo’n groot onderwerp. Je ziet nu echt dat het leeft en men er hoge verwachtingen van heeft. Pensioenfondsdeelnemers komen meer en meer te weten over dit onderwerp. In die zin kun je zeggen dat de pensioenfondsen erin zijn geslaagd om uit te dragen dat duurzaam beleggen belangrijk is. En het kritische deel van de achterban wordt steeds groter. Dat betekent dat we iets aanbieden dat de deelnemers aan de pensioenfondsen van ons verlangen. Sterker nog: ze willen dat we nog meer doen op dit gebied.

 

Daarnaast is van belang dat wij in dit onderzoek zijn vergeleken met institutionele beleggers in het buitenland. Ook bij de andere grote spelers zijn er veel ontwikkelingen qua duurzaam beleggen, maar in Nederland lopen we wel voorop. Wij als APG worden gezien als leider waar andere partijen graag mee samenwerken en optrekken. Die leidende positie helpt ons ook om andere partijen aan te laten sluiten bij ons doel om zo duurzaam mogelijk te beleggen. Die samenwerking met andere partijen is nodig om succesvol te zijn en de duurzaamheidsambitie van ons en onze fondsklanten te realiseren. Daarom is het belangrijk dat wij ook op internationaal gebied als leidend worden gezien. Ik ben dan ook heel blij met dit resultaat.”

 

Wanneer ziet APG zichzelf als de voorloper in verantwoord beleggen, als experts zoals EY dat vinden of wanneer het publiek dat vindt?

“Wij zijn nooit tevreden. We zijn heel ambitieus en kritisch op onszelf en willen altijd betere resultaten op het gebied van verantwoord beleggen. Ons doel is namelijk de wereld verduurzamen. Maar goed, het is wel mooi om te zien dat onze inspanningen worden erkend. En niet alleen door EY. Een ander voorbeeld is de Principles for Responsible Investment (PRI), een organisatie die door de Verenigde Naties wordt gesteund. De PRI beoordeelt ons jaarlijks en het is altijd mooi als we daar groei in zien. En dan is er nog de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO), dat de vijftig grootse pensioenfondsen van Nederland beoordeelt op duurzaamheid. Onze fondsklanten staan daar in de hoogste regionen. Zo stond ABP vorig jaar voor de vierde achtereenvolgende keer op één. In die zin zijn externe beoordelingen prettig, maar zijn ze nu een graadmeter? Nee, het zijn indicaties dat we het goed doen en we als leider worden gezien. Waar het natuurlijk echt om gaat, is de impact van onze inspanningen. Bijvoorbeeld een bedrijf dat opvolging geeft aan onze engagementverzoeken. Of het feit dat we onze beleggingsportefeuille verduurzamen. Een ander voorbeeld is dat meer bedrijven groene doelstellingen verbinden aan de uitgifte van hun leningen (obligaties), of dat onze vastgoedbedrijven steeds energiezuiniger opereren.” 

Wanneer een bedrijf verduurzaamt, is het een betere belegging in onze portefeuille

Er zijn vele vormen van engagement. Wat is een voorbeeld van een vorm waarin APG bijzonder sterk is?
“EY benoemde vooral ons zogeheten insluitingsbeleid. Dat houdt in dat we alleen mogen beleggen in een bedrijf dat achterblijft op het gebied van duurzaamheid, als we verwachten dat engagement kan leiden tot verbetering. Het is een hele systematische manier om prioriteiten te stellen in het engagementbeleid dat we voor onze fondsen voeren. Daarbij stellen we onszelf de vraag bij welke belangrijke bedrijven in onze beleggingsportefeuille we nog winst kunnen halen qua engagement. Is het onze tijd en energie waard? Of moeten we besluiten niet langer in gesprek te blijven met een onderneming als het volgens ons niet genoeg oplevert? Daarbij houden we er ook rekening mee dat wanneer een bedrijf verduurzaamt, het een betere belegging in onze portefeuille is. Op deze vorm van engagement, die heel dicht op onze beleggingskeuzes en -portefeuille zit, scoren we hoog. Ook levert die ons veel waardering op. Het is iets waar we uniek in zijn in vergelijking met andere institutionele beleggers.

 

Daarnaast hebben we thematische engagementtrajecten die we namens onze pensioenfondsklanten doen en die worden gezien als leidend door de markt. Een voorbeeld is een engagementtraject over de transitie in de auto-industrie. Wij vragen autobedrijven te verduurzamen en over te stappen op een CO2-neutraal businessmodel. Dat betekent dat ze elektrische auto’s moeten fabriceren in plaats van dieselwagens. In die zin gaat verduurzaming over klimaatdoelen, maar in ons engagement richten we ons ook op het personeelsbeleid van die bedrijven. Want waar er voor de productie van een auto met verbrandingsmotor vijf werknemers nodig zijn, is dat voor een elektrische auto maar één. Ook zijn er andere vaardigheden voor nodig. Dan kun je als bedrijf twee dingen doen. Je kunt zeggen: we nemen afscheid van onze huidige werknemers en zoeken nieuwe. Of je kunt proberen je personeel anders in te zetten zodat ze hun baan behouden. En dat is waar ons engagement over gaat: zorg dat je als autobedrijf ook een strategisch personeelsbeleid hebt dat inzet op training en het behouden van personeel waar mogelijk.”


Er is vast nog wel ruimte voor verbetering.
“Ik denk dat we de uitkomsten van ons engagement zichtbaarder kunnen maken. Gesprekken met een bedrijf waarin we beleggen kunnen bijvoorbeeld leiden tot een nieuw beleid of commissie. Maar hoe kun je daar concreet de impact van weergeven? Als je het voorbeeld van de auto-industrie neemt, gaat het erom hoeveel mensen uiteindelijk nog een baan hebben. Het is lastig om dat op een goede, integere manier te communiceren. Rapportage over de impact van ons engagement is daarmee een belangrijk verbeterpunt. De uitkomsten van ons engagement zichtbaarder maken raakt ook aan het punt waar we dit gesprek mee begonnen: de kritische noot in Nederland. We moeten onze inspanningen voor het voetlicht blijven brengen. Ook omdat we het ontzettend belangrijk vinden dat deelnemers weten hoe wij hun pensioengeld beleggen.”

Volgende publicatie:
'We zien ook bedrijven waarin we beleggen die positieve stappen zetten'

'We zien ook bedrijven waarin we beleggen die positieve stappen zetten'

Gepubliceerd op: 1 juni 2022

Ondanks alle klimaatdoelen en vooruitgang die al geboekt is op het vlak van duurzaamheidsrapportage blijkt uit recent onderzoek dat tot 40% van de duurzaamheidsclaims misleidend is. In een deskundigenpanel over greenwashing erkent Ronald Wuijster, CEO van APG Asset Management, de gevaren van greenwashing. Tegelijkertijd waarschuwt hij voor verlammend cynisme.

 

Ronald Wuijster nam op het World Economic Forum in Davos deel aan een panel genaamd ‘Turning up the Heat on Greenwashing’. Het panel werd voorgezeten door Somini Sengupta van The New York Times en bestond verder uit de Amerikaanse ex-vicepresident Al Gore, de Deense milieuminister Lea Wermelin en Andrew Forrest, voorzitter en oprichter van Fortescue Metals Group.

 

'Greenwashing vormt een groot obstakel voor het oplossen van de klimaatcrisis'

Ex-vicepresident Al Gore startte de discussie met een lijst van alarmerende cijfers. 'Volgens een S&P-enquête onder meer dan 5.000 bedrijven werkt slechts 37% überhaupt met uitstootdoelen. Slechts 24% streeft naar nul uitstoot. Van de bedrijven die met doelen werken, richt minder de helft zich op de wetenschappelijk onderbouwde streefwaarde van twee graden opwarming, hoewel anderhalve graad eigenlijk beter is.'

 

'Greenwashing vormt een groot obstakel voor het oplossen van de klimaatcrisis,' aldus Gore. Hij stelde dat lobbyen, campagnebijdragen en beleidssturing het onmogelijk hebben gemaakt om milieuwetgeving door te voeren in de Verenigde Staten. 'Onze democratie is krachteloos, omgekocht en gegijzeld... en dat moet veranderen.'

 

Gore verwacht niet dat bedrijven in de olie- en gassector de energietransitie zullen versnellen. 'Vorig jaar kondigden de grootste bedrijven in de sector aan dat ze hun investeringen in hernieuwbare energie en CO2-opslag gaan verdrievoudigen. Maar dat betekent nog steeds maar 4% van hun totale investeringen. De overige 96% blijft dus gaan naar de exploitatie van meer en meer olie- en gasvelden. Het enige bedrijf dat zich volledig op hernieuwbare energie heeft gestort, is het Deense Ørsted. Met een vervijfvoudiging van de beurswaarde tot gevolg.'

 

Waterstof
Andrew Forrest van Fortescue Metals Group (die streeft naar nul uitstoot in 2030) bracht een andere vorm van greenwashing ter sprake. 'Olie- en gasbedrijven verkopen waterstof als de schone brandstof van de toekomst. Maar als die waterstof niet gemaakt wordt met groene stroom, veroorzaak je nog steeds veel uitstoot,' merkte hij op. 'Er is maar één brandstof die de opwarming van de aarde kan voorkomen, en dat is waterstof gemaakt met groene stroom.'

 

Eigen analyses

Ronald Wuijster, al jarenlang actief in pensioenfondsbeheer, stuit bij de analyse van bedrijven ook regelmatig op greenwashing. 'Maar je moet er ook weer niet moedeloos van worden,' stelt hij. 'We komen een hoop groene, duurzame en maatschappelijk verantwoorde obligaties tegen, die we vervolgens zelf analyseren. Ongeveer een kwart daarvan voldoet niet aan onze normen, maar toch zie ik ook bedrijven waarin we beleggen die positieve stappen zetten.'

 

'Bedrijven die het goed doen, stellen zich doorgaans bescheiden op. Het zijn de bedrijven met ronkende verhalen waarvoor je moet oppassen. Misschien doen ze hier en daar wel iets, maar het wordt een ander verhaal als je naar het bedrijf als geheel kijkt.'

 

Bij gebrek aan uniforme standaarden en integrale oplossingen ziet Wuijster een belangrijke rol weggelegd voor beleggers. 'We moeten het gesprek aangaan met de diverse stakeholders van het bedrijf, om te kijken of bedrijven wel doen wat ze beweren te doen. Bij APG combineren we verschillende gegevensbronnen om de cijfers van bedrijven te controleren, waarna we zelf de analyse uitvoeren. We lopen de waardeketen na om te controleren of de claims van het bedrijf, bijvoorbeeld over de reductie van CO2, wel kloppen. We nemen niet gewoon de ESG-scores over, maar gebruiken de cijfers als input voor onze eigen analyses. Maar als fondsbeheerder weten we niet alles. Om bijvoorbeeld meer te weten te komen over biodiversiteit gebruiken we de kennis van de Universiteit van Cambridge en inheemse volkeren.'

 

Het nut van regulering

In Europa zijn er enkele grote bedrijven geweest die het publiek zouden hebben misleid. Minister Lea Wermelin meent dat burgers in veel landen de juiste keuzes willen maken, met als gevolg dat er steeds meer bedrijven komen die beweren zich in te zetten voor duurzaamheid. 'Een goede ontwikkeling, maar we moeten die bedrijven wel toerekenbaar houden. In Europees verband willen we dat mensen vertrouwen krijgen in onze normering, in de etikettering van duurzame producten.'

 

Regulering werkt, aldus Ronald Wuijster, maar is niet het enige antwoord. 'Ik ben blij dat de Europese Unie met goede regelgeving komt, maar aan de andere kant weten we dat lange lijsten met regels er niet altijd toe leiden dat bedrijven zich anders gaan gedragen.' Als op de lange termijn gerichte fondsbeheerder probeert APG samen met bedrijven voor bewustwording en oplossingen te zorgen. Steeds vaker worden de krachten gebundeld met andere beleggers. 'De druk neemt toe, en dat zorgt weer voor meer regels. Dat is nodig, maar het moet geen afvinklijstje worden. Het is de combinatie van beide die het meest effectief is.'

 

 

Bekijk hier een opname van de stream.

Volgende publicatie:
“Beleggers moeten gezamenlijk optrekken om biodiversiteit te beschermen”

“Beleggers moeten gezamenlijk optrekken om biodiversiteit te beschermen”

Gepubliceerd op: 20 mei 2022

Beleggers hebben een belangrijke rol te spelen in het behoud van biodiversiteit. In plaats van regelgeving af te wachten, is het zaak dat beleggers samen standaarden ontwikkelen en druk uitoefenen op bedrijven. Dat bepleit Ronald Wuijster, CEO Asset Management bij APG en voorzitter van de Stuurgroep Biodiversiteitsfinanciering van het World Economic Forum.

 

“Deze week komen bijna 2.500 internationale politici, CEO’s, journalisten en intellectuelen samen in het Zwitserse Davos voor de jaarlijkse bijeenkomst van het World Economic Forum. Hun gezamenlijke doel is om de economische en sociale problemen in de wereld aan te pakken.

 

Lange termijn

Ik ben er dit jaar voor het eerst bij. De risicorapporten van het World Economic Forum zijn wijd verspreid en laten jaar op jaar zien dat klimaat- en biodiversiteitsrisico’s steeds meer toenemen. Voor mij is dit een buitenkans om een kijkje in de keuken te krijgen bij de organisatie achter die rapporten. Ook is het een mooie gelegenheid om gevoel te krijgen bij de veranderende geopolitieke verhoudingen. Wereldwijde ontwikkelingen als deglobalisering, herbewapening en inflatie kunnen belangrijke gevolgen hebben voor onze beleggingen. In Davos heb ik de gelegenheid om deze ontwikkelingen met collega’s te bespreken, bijvoorbeeld tijdens de bijeenkomsten van Focusing Capital on the Long Term (FCLT) en de Global Investors for Sustainable Development (GISD) Alliance. Als bestuurslid van deze organisaties zet ik me in voor het investeren in duurzame ontwikkeling op de lange termijn.

 

Als langetermijnbelegger is onze beleggingshorizon eeuwig. Onze klanten zijn Nederlandse pensioenfondsen, en we willen zorgen voor goede pensioenen in een leefbare wereld. Die wereld wordt steeds meer bedreigd door een achteruitgang in biodiversiteit. Dat was voor mij ook een van de drijfveren om de rol als voorzitter van de Stuurgroep Biodiversiteitsfinanciering van het World Economic Forum te aanvaarden. Niet per se omdat ik een biodiversiteitsexpert zou zijn, maar omdat ik beleggers en bedrijven wil mobiliseren om gezamenlijk het probleem van biodiversiteitsverlies aan te pakken. Want juist die gezamenlijke inspanning is nodig.

 

Biodiversiteit: wat kunnen beleggers doen? 4 stappen

Over de urgentie en complexiteit van biodiversiteitsverlies is genoeg geschreven. De vraag is: wat kunnen we eraan doen? Internationale afspraken en regelgeving vanuit overheden en toezichthouders kunnen helpen, in de zin dat ze kunnen fungeren als een stok achter de deur. Maar een woud aan nieuwe regels werkt ook afvinkgedrag in de hand. Regelgeving zorgt niet voor het soort fundamentele verandering dat nodig is om ervoor te zorgen dat bedrijven een positieve impact op de natuur gaan hebben (‘nature-positive impact’). Die verandering moet vanuit de financiële sector zelf komen.

 

Stap 1: gezamenlijke standaarden ontwikkelen

Om deze verandering te verwezenlijken zie ik vier concrete stappen. De allereerste, cruciale stap is het ontwikkelen van gezamenlijke standaarden om te beoordelen hoe onze beleggingen positief of negatief bijdragen aan biodiversiteit. Hoe ze zijn blootgesteld aan biodiversiteitsrisico’s. En hoe we aan de data komen om deze te meten.  Bij APG zijn we al betrokken bij de ontwikkeling van een aantal van dit soort standaarden. Zo zijn we verbonden aan de Taskforce on Nature-related Financial Disclosures (TNFD) en werken we samen met het Partnership for Biodiversity Accounting Financials (PBAF). Daarnaast hebben we recent de Finance for Biodiversity Pledge ondertekend, waarin we afspraken hebben gemaakt over de bescherming en het herstel van biodiversiteit.

 

Stap 2: risico’s in kaart brengen

Als de standaarden er zijn, wordt het makkelijker om op een eenduidige manier de biodiversiteitsrisico’s in onze beleggingsportefeuilles in kaart te brengen, doelen te stellen en hierover te rapporteren. Dat is de tweede stap. Op basis van het werk dat er al ligt, hebben we bij APG al een biodiversiteitsvoetafdruk gemaakt van onze beleggingen.

 

Stap 3: positieve verandering bewerkstelligen via engagement

Om de risico’s te verkleinen en positieve verandering te bewerkstelligen, oefenen we druk uit op bedrijven via engagement – stap 3. We scherpen onze criteria voor bedrijven aan op het gebied van biodiversiteit. De transformatie van de voedselketen moet voor een groot deel komen van de bedrijven die er nu actief zijn. Dat maakt engagement met deze bedrijven nog belangrijker.  Gezien de complexiteit van de issue, is het belangrijk om niet alleen onze eigen invloed aan te wenden, maar ook samen op te trekken met andere beleggers.

 

Stap 4: beleggen in oplossingen

Ten slotte willen we actief beleggen in oplossingen die bijdragen aan de bescherming van biodiversiteit. Zo hebben we geïnvesteerd in een groot productiebos in Chili. Dit bos wordt duurzaam beheerd en heeft het FSC (Forest Stewardship Council)-keurmerk. We hopen meer van deze investeringsmogelijkheden te zien. Publiek-private samenwerking kan hier een belangrijke rol in spelen. De overheid en pensioenbeleggers trekken dan samen op om belangrijke en omvangrijke investeringen te doen. Internationaal doen we dat al, maar in Nederland zijn de mogelijkheden beperkt. Al sinds enige jaren nemen we als ABP en APG daarom het initiatief om met overheidsinstanties en andere pensioenuitvoerders te praten over meer mogelijkheden voor publiek-private samenwerking.

 

Als wij als langetermijnbeleggers onze rol pakken en onze krachten bunde