“We moeten ons niet te veel richten op die eerste plek”

Gepubliceerd op: 21 oktober 2021

Nederland heeft het op één na beste pensioenstelsel ter wereld, volgens de Global Pension Index. De ranglijst van nationale pensioenstelsels wordt elk jaar gepubliceerd door onderzoeksbureau Mercer. Nederland haalde een hogere score dan vorig jaar, maar raakte wel de koppositie aan de nieuwkomer IJsland kwijt. Denemarken completeert de top drie. Wat betekent de tweede plaats van Nederland? We laten onze experts aan het woord. “‘Nederland staat met het pensioenstelsel nog steeds aan de top.”

 

IJsland scoorde onder meer beter dan Nederland op het gebied van het spaarvermogen en schulden van huishoudens, de minimale pensioenleeftijd en verplichte pensioenopbouw bij arbeidsongeschiktheid of zwangerschapsverlof. “In de praktijk zal dit laatste hier vaak wel geregeld zijn op het niveau van het fonds, maar niet in de wet,” aldus Strategisch Beleidsmedewerker Tinka den Arend. Ook presteert Nederland iets slechter op de arbeidsparticipatie van 55-plussers en de overheidsuitgaven aan pensioenen.

 

Alexander Paulis, Actuarieel Directeur, waarschuwt dat we ons niet te veel moeten richten op die eerste plek. Hij wijst erop dat Nederland zelfs beter scoorde dan vorig jaar. Nederland zakte een plaats omdat IJsland dit jaar voor het eerst op de lijst is opgenomen. “We doen het dus niet minder, we doen het zelfs beter en we zijn bovendien nog bezig met allerlei zaken om de houdbaarheid van ons pensioenstelsel te vergroten.” Hij benadrukt ook dat de ranglijst minder wereldwijd is dan je zou denken. Zo gaat het nu om de pensioenen van 65% van de wereldbevolking (en eerder dus nog minder) uit 43 landen.

 

IJsland gooit vooral hoge ogen qua houdbaarheid van het systeem, met 84,6% tegenover 81,6% voor Nederland. Hierbij kijkt Mercer vooral naar de verhouding tussen de staatsschuld en het bruto nationaal inkomen. “Dat is in Nederland allemaal prima, maar in IJsland blijkbaar nog een stukje beter. Hier kijken we anders tegen de term houdbaarheid aan dan Mercer doet,” aldus Paulis. “Wij denken bij houdbaarheid eerder aan het nieuwe pensioenstelsel en de bijbehorende keuzemogelijkheden. Dat lijkt mij veel belangrijker dan dat je gaat millimeteren of de staatsschuld nog een procentje lager is of niet. Wat mij betreft ziet het er onverminderd goed uit voor Nederland. En staan we nog steeds aan de top, naast IJsland en Denemarken.”

 

Aanbevelingen

Eduard Ponds, Senior Strategist Research & Analytics en ook verbonden aan Tilburg Universiteit, wijst ook op de hoge score van 87,9 van Nederland op het gebied van integriteit. “Blijkbaar is het bestuur van het Nederlandse pensioenstelsel erg goed geregeld.” Ponds stelt wel vraagtekens bij de stelling van Mercer dat het Nederlandse pensioenstelsel verder verbetert als Nederlanders meer sparen. “Dat is een aanbeveling die ik niet helemaal volg. Een belangrijke zwakte van Nederland is gebrek aan flexibiliteit. Nederland is mede door de verplichte aflossing van de hypotheken juist een land van overspaarders, wat leidt tot een hoog netto vermogen. Zeker de hogere inkomens hebben meer geld dan ze tijdens hun leven op kunnen maken. Ik had flexibiliteit een logischere aanbeveling gevonden voor het Nederlandse pensioenstelsel.”

 

Mercer vindt verder dat Nederland meer kan doen om ouderen langer aan het werk te houden, gezien de stijging van de levensverwachting. Zowel Ponds als Den Arend prijzen juist de Nederlandse inzet om ouderen langer aan het werk te houden. “Er is hier in Nederland heel succesvol beleid op gevoerd. In de eerste plaats door de pensioenleeftijd te verhogen en in de tweede plaats door het vroegpensioen af te schaffen. Dat geeft ook de betrekkelijkheid van de ranglijst aan,” concludeert Ponds. “In Nederland is de stijging van de werkelijke pensioenleeftijd extreem snel gegaan,” vult Den Arend aan.

 

Gender gap

In het onderzoek van Mercer komt ook de zogenaamde gender gap naar voren. Dat houdt in dat vrouwen in Nederland doorgaans minder pensioen opbouwen dan mannen, omdat ze vaker in deeltijd werken. “Maar het is logisch dat als vrouwen minder werken, ze ook minder pensioen opbouwen,” stelt Den Arend. “De vraag is wel wat je er als pensioenfonds mee doet,” reageert Paulis. “Signaleer je het of kun je het probleem ook oplossen? Ik denk zelf dat de oplossing niet primair bij de pensioenfondsen ligt, maar dat ze er wel aan kunnen bijdragen.”