Wat betekent het handelsakkoord met India voor beleggers en de economie?

Gepubliceerd op: 28 januari 2026

Na bijna twintig jaar onderhandelen hebben de Europese Unie en India een historisch vrijhandelsakkoord gesloten. Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, sprak van de ‘moeder van alle handelsakkoorden’. Maar wat betekent het nou voor de economie, en vooral: wat moeten beleggers hiermee? We bellen erover met Charles Kalshoven, expert strateeg bij APG.

 

Wat is het belangrijkste aspect van dit handelsverdrag?
“Dat is misschien wel de geopolitieke dimensie: handel als instrument van strategische autonomie. Dit akkoord komt natuurlijk niet toevallig nu. India kreeg recent te maken met Amerikaanse importtarieven van 50 procent, terwijl de EU wordt geconfronteerd met de protectionistische reflexen van president Donald Trump en een China dat strategisch gezien steeds assertiever wordt. In dat krachtenveld zoeken zowel India als Europa partners buiten hun traditionele blokken. Zo bouwt de EU de laatste jaren aan een netwerk van handelsrelaties met Canada, Japan, Mercosur – dat verdrag moet nog wel worden geratificeerd – en nu India. Niet uit idealisme, maar uit economische veiligheidsoverwegingen. Europa wordt zo minder afhankelijk van de grillen van Washington en de machtsambities van Beijing. India, dat traditioneel laveert tussen grote machtsblokken, ziet in Europa een stabiele economische partner die toegang biedt tot technologie, investeringen en voorspelbare regels. In die zin is de deal meer dan handel alleen: het is een geopolitiek signaal van heroriëntatie, van twee democratische grootmachten die elkaar opzoeken in een wereld die steeds meer versplintert.”

 

Het wederzijdse economische belang speelt natuurlijk ook een rol. Heeft Von der Leyen gelijk met haar uitspraak over de ‘moeder van alle handelsakkoorden’?

“Het betreft een handelsakkoord van een indrukwekkende omvang, maar niet met onmiddellijke impact. In kwantitatieve termen gaat het om een vrijhandelszone van bijna 2 miljard mensen en ongeveer een kwart van het wereldwijde bruto binnenlands product (bbp). India verlaagt of schrapt tarieven op 96,6 procent van de Europese goederenexport, waaronder machines, chemie, elektronische apparatuur en zelfs vliegtuigen – sectoren waar Europese bedrijven traditioneel sterk in zijn. Dat maakt de deal economisch substantieel. De Indiase economie is ook een stuk groter dan die van Mercosur, met een fors groeipotentieel voor de handel en een groeiende afzetmarkt. Toch moeten we het effect ook weer niet overdrijven. De handel tussen twee economieën wordt voor een belangrijk deel bepaald door het zogenoemde gravitatiemodel: handel neemt toe naarmate landen groter zijn, maar af met de afstand ertussen. India ligt ver weg en de logistieke integratie ermee is relatief beperkt, afgezien van diensten waarvoor weinig meer dan een internetkabel nodig is. Het akkoord zal dus eerder leiden tot een geleidelijk toenemende handelsstroom dan tot een macro-economisch groeimirakel. Bovendien heeft India er het meeste baat bij. De kleinste economie van de twee krijgt namelijk de grootste afzetmarkt van de twee erbij.”

Politici maken er natuurlijk graag een groot moment van; beleggers zijn traditioneel minder onder de indruk

Welke voordelen halen beide partijen nog meer uit dit akkoord?
“De kracht van dit akkoord zit ‘m voor beide landen vooral in de complementariteit. De EU is kapitaal- en technologie-intensief, vergrijzend en sterk in hoogwaardige industrie. India daartegen heeft een overwegend jonge bevolking, een arbeid-intensieve economie en is sterk in IT-diensten en farmacie. Die complementariteit zorgt ervoor dat dit akkoord waarde creëert, juist omdat beide economieën anders zijn. India krijgt betere toegang tot een rijke afzetmarkt. Op haar beurt profiteert de EU van toegang tot een productie- en dienstenland dat minder concurrerend is dan China, maar dynamischer en demografisch robuuster. De economische toenadering tussen beide handelspartners leidt tot nieuwe kansen voor bedrijven: meer samenwerking, schaalvergroting, ketenintegratie en kostenverlaging.”

 

Het gaat in de media wat minder over de gevolgen voor beleggers. Wat merken zij hiervan?

“Politici maken er natuurlijk graag een groot moment van, denk maar aan de woorden van Von der Leyen. Beleggers zijn traditioneel minder onder de indruk dus we hoeven niet meteen koerssprongen te verwachten. Ook hier geldt dat de directe impact op de markten bescheiden is. Bij eerdere grote handelsakkoorden – denk aan het Noord-Amerikaanse NAFTA – was er geen onmiddellijke beursrally. Veel informatie zat al in de koersen verwerkt. De echte effecten kwamen pas later en geleidelijk, via investeringen en productieketens. Op sectorniveau valt er meer te verwachten. Europese producenten van kapitaalgoederen, auto’s, chemie en luxeproducten profiteren van lagere Indiase tarieven, terwijl Indiase farmaceuten, IT-bedrijven en textiel- en landbouwproducenten betere toegang tot Europa krijgen. Vooral India’s farmaceutische industrie, de ‘apotheek van de wereld’, kan hierdoor minder afhankelijk worden van China. Voor beleggers zijn verder lagere risicopremies van belang. Handelszekerheid, bescherming van investeringen en duidelijke spelregels verlagen de beleggingsrisico’s, en zijn vaak belangrijker dan de tariefverlaging zelf. Hierbij is vooral de nog af te sluiten Investment Protection Agreement relevant. Ook niet onbelangrijk: de diversificatie van waardeketens. Europese bedrijven kunnen nu makkelijker hun productie verplaatsen richting India, zodat ze een alternatief voor China hebben. Dat maakt ketens minder kwetsbaar voor geopolitieke ontwikkelingen, en vergroot de strategische flexibiliteit voor de EU.”


Geen big bang voor beleggers dus?
“Nee, maar wel een strategische boodschap: deze twee economieën geloven in het wederzijdse voordeel van internationale handel. En in gelijkwaardig met elkaar omgaan. Voor beide geldt dat het maken van nieuwe economische vrienden de risico’s spreidt in tijden van geopolitieke onzekerheid. Dus geen spektakel, maar juist voorspelbaarheid, diversificatie en nieuwe structurele kansen. In een wereld van handelsoorlogen, sancties en strategische fragmentatie is dat misschien wel het grootste voordeel.”