Na bijna twintig jaar onderhandelen hebben de Europese Unie en India een historisch vrijhandelsakkoord gesloten. Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, sprak van de ‘moeder van alle handelsakkoorden’. Maar wat betekent het nou voor de economie, en vooral: wat moeten beleggers hiermee? We bellen erover met Charles Kalshoven, expert strateeg bij APG.
Wat is het belangrijkste aspect van dit handelsverdrag?
“Dat is misschien wel de geopolitieke dimensie: handel als instrument van strategische autonomie. Dit akkoord komt natuurlijk niet toevallig nu. India kreeg recent te maken met Amerikaanse importtarieven van 50 procent, terwijl de EU wordt geconfronteerd met de protectionistische reflexen van president Donald Trump en een China dat strategisch gezien steeds assertiever wordt. In dat krachtenveld zoeken zowel India als Europa partners buiten hun traditionele blokken. Zo bouwt de EU de laatste jaren aan een netwerk van handelsrelaties met Canada, Japan, Mercosur – dat verdrag moet nog wel worden geratificeerd – en nu India. Niet uit idealisme, maar uit economische veiligheidsoverwegingen. Europa wordt zo minder afhankelijk van de grillen van Washington en de machtsambities van Beijing. India, dat traditioneel laveert tussen grote machtsblokken, ziet in Europa een stabiele economische partner die toegang biedt tot technologie, investeringen en voorspelbare regels. In die zin is de deal meer dan handel alleen: het is een geopolitiek signaal van heroriëntatie, van twee democratische grootmachten die elkaar opzoeken in een wereld die steeds meer versplintert.”
Het wederzijdse economische belang speelt natuurlijk ook een rol. Heeft Von der Leyen gelijk met haar uitspraak over de ‘moeder van alle handelsakkoorden’?
“Het betreft een handelsakkoord van een indrukwekkende omvang, maar niet met onmiddellijke impact. In kwantitatieve termen gaat het om een vrijhandelszone van bijna 2 miljard mensen en ongeveer een kwart van het wereldwijde bruto binnenlands product (bbp). India verlaagt of schrapt tarieven op 96,6 procent van de Europese goederenexport, waaronder machines, chemie, elektronische apparatuur en zelfs vliegtuigen – sectoren waar Europese bedrijven traditioneel sterk in zijn. Dat maakt de deal economisch substantieel. De Indiase economie is ook een stuk groter dan die van Mercosur, met een fors groeipotentieel voor de handel en een groeiende afzetmarkt. Toch moeten we het effect ook weer niet overdrijven. De handel tussen twee economieën wordt voor een belangrijk deel bepaald door het zogenoemde gravitatiemodel: handel neemt toe naarmate landen groter zijn, maar af met de afstand ertussen. India ligt ver weg en de logistieke integratie ermee is relatief beperkt, afgezien van diensten waarvoor weinig meer dan een internetkabel nodig is. Het akkoord zal dus eerder leiden tot een geleidelijk toenemende handelsstroom dan tot een macro-economisch groeimirakel. Bovendien heeft India er het meeste baat bij. De kleinste economie van de twee krijgt namelijk de grootste afzetmarkt van de twee erbij.”