Dagelijks je salaris op je rekening laten storten. In Amerika is het al een gangbare praktijk om vaker dan eens per maand of veertien dagen je loon te laten uitbetalen. En ook in het Verenigd Koninkrijk en Spanje gebeurt het meer en meer, schrijft Trouw. Is dit een onomkeerbare trend? We bellen erover met Maarten Lafeber, senior strateeg bij APG.
De praktijk wordt mogelijk gemaakt door apps die door onder meer salarisverwerkers worden aangeboden. “Zo’n app is verbonden met het salarissysteem van een werkgever en houdt bij hoeveel dagen een werknemer al heeft gewerkt. De werknemer kan dan bij wijze van spreken na twee dagen werken al het loon daarover laten uitbetalen.” Volgens Lafeber lijkt het op het eerste gezicht een mooie technologische ontwikkeling, maar is die niet voor niets ontstaan in de Verenigde Staten. “Ik vraag me af of het niet gewoon symptoombestrijding is van andere structurele kwalen als lage inkomens, instabiele arbeid en dure leningen. Veel Amerikanen hebben moeite om elke maand de eindjes aan elkaar vast te knopen: ze staan rood en moeten een hoge rente betalen op hun creditcardschuld of flitskrediet. Door een deel van hun salaris eerder uit te laten betalen, hebben ze toch geld voor hun boodschappen of benzine.”
Traditie van beschermende overheid
Hoewel deze trend inmiddels ook Europa heeft bereikt, staat een artikel 7:623 van het Burgerlijk Wetboek een introductie in Nederland in de weg, aldus Trouw: dat artikel bepaalt dat “het tijdvak voor voldoening niet korter is dan één week en niet langer is dan één maand”. Die ondergrens van een week beschermt de werkgever tegen een teveel aan administratie, en voorkomt dat – vooral kleinere werkgevers – mogelijk in geldnood komen, stelt Lafeber. Immers, bij loonbetaling verleent de werknemer feitelijk krediet aan de werkgever, omdat de arbeid nu wordt geleverd en de betaling pas later volgt. “En dat maximum van een maand zorgt er dan weer voor dat de werknemer niet te lang werkt zonder daar salaris voor te ontvangen. Overigens is in bepaalde gevallen een vorm van vroegtijdige toegang tot loon wel mogelijk, maar dan spreken we strikt genomen niet over loonbetaling, maar over een voorschot.”
Waar in de Verenigde Staten de werknemer veelal op zichzelf is aangewezen, kennen Nederlandse werkgevers juist een traditie die als beschermend kan worden omschreven. “De traditie van ons vakantiegeld ontstond bijvoorbeeld begin twintigste eeuw. De gedachte daarachter was dat de werkgever, als een soort goede huisvader, voor de werknemer ging sparen zodat die in de zomer op vakantie kon. Tegenwoordig wordt hier flexibeler mee omgegaan, en bieden sommige bedrijven de mogelijkheid om het vakantiegeld of de dertiende maand op een door de werknemer gekozen moment uit te betalen of in te zetten als vakantiedagen bijvoorbeeld. In principe gaat het hierbij ook gewoon om ingehouden loon, en tegenwoordig wordt het vakantiegeld ook lang niet altijd meer aan vakantie uitgegeven. Toch lijkt het flexibel uitbetalen van loon op gespannen voet te staan met de manier waarop in Nederland naar dit soort zaken wordt gekeken."