Met het vernieuwde pensioenstelsel in aantocht verandert ook hoe pensioenuitkeringen tot stand komen. De Verbindingsfunctie van APG speelt daarin een sleutelrol: zij vertaalt geldstromen naar beleggingsopdrachten en deelt rendementen nauwkeurig toe. Om deelnemers direct een correcte uitkering te kunnen bieden, heeft de Verbindingsfunctie in de Wet toekomst pensioenen (Wtp) de rendementscijfers van APG Asset Management eerder in de maand nodig. Wat betekent die versnelling voor de processen binnen APG Asset Management?
Elke maand verwerkt APG namens de opdrachtgevers waar het voor werkt premies van deelnemers en keert het pensioenen uit. In het nieuwe stelsel worden deze geldstromen vertaald naar een collectieve beleggingsopdracht voor de vermogensbeheerder, waarna de behaalde rendementen worden toegedeeld aan zowel het collectieve fondsvermogen als de persoonlijke pensioenvermogens. Dat proces kent twee routes: de binnenkomende premie en de uitgaande toedelingen. Voor die toedelingen zijn actuele rendementscijfers cruciaal.
“Voor de eerste pensioenuitkering in het nieuwe stelsel moeten persoonlijke vermogens zo vroeg mogelijk in de maand worden vastgesteld,” legt Beau Colle van Investment Operations van APG uit. “De performance van de collectieve portefeuille is daarbij leidend. Op basis van de doorlooptijd in de hele keten is berekend dat AM uiterlijk op de zevende werkdag kan aanleveren. Dat is het moment waarop alles nog zorgvuldig en volledig kan worden verwerkt.” Zijn collega Rick Leenheers vult hem aan: “Als wij eerder opleveren, heeft de Verbindingsfunctie voldoende tijd om rendementen goed toe te delen. Zo voorkomen we dat nieuwe gepensioneerden in hun eerste maand een onvolledige uitkering ontvangen en achteraf moeten worden gecorrigeerd. Dat wil je kosten wat het kost vermijden.”
De close-planning opnieuw opgebouwd
Hoewel APG Asset Management al werkte met een maandelijkse planning per beleggingsstrategie, bleek een volledige herziening nodig om de nieuwe deadline te halen. De eerste stap was het analyseren wanneer data kwalitatief voldoende zijn om vast te stellen. Vervolgens zijn per team en per strategie nieuwe afspraken gemaakt over haalbare momenten van sluiten.
Het resultaat is een strakkere planning waarin bepaalde beleggingsstrategieën eerder sluiten, waarderingen zoveel mogelijk naar voren zijn gehaald en duidelijke kaders zijn afgesproken over het laatste mogelijke moment van aanleveren. “Dat was een intensief proces,” zegt Colle (rechts op foto hieronder naast Leenheers), “er zijn namelijk veel teams betrokken en datastromen zijn complex.”