In Nederland krijgen we sinds 1957 allemaal pensioen. Zo hebben we als we later stoppen met werken, nog steeds geld om van te leven. Pensioen is goed geregeld in Nederland. En dat blijft ook goed geregeld. In tegenstelling tot veel andere landen bouwt iedereen die woont en/of werkt in Nederland, pensioen op. Iets om trots én zuinig op te zijn.

 

Het Nederlandse pensioenstelsel is opgebouwd uit 3 pijlers:


  1. AOW: De Algemene Ouderdomswet (AOW) is het basispensioen. Iedereen die in Nederland woont en/of werkt, bouwt jaarlijks 2 procent AOW-pensioen op. AOW wordt uitgekeerd vanaf de pensioengerechtigde leeftijd. De hoogte van de AOW wordt jaarlijks aangepast op basis van de ontwikkeling van het minimumloon.
  2. Aanvullende pensioenopbouw via werkgever: Ongeveer 90 procent van de werkgevers biedt medewerkers een aanvullende pensioenregeling. In veel gevallen is dit verplicht. Meestal leggen werkgevers maandelijks 2/3 van de premie in en de werknemer 1/3. Pensioenfondsen beleggen de premies om later aanvullend pensioen mee uit te kunnen betalen.
  3. Aanvullende, individuele pensioenverzekeringen: in Nederland is het mogelijk fiscaal voordelig te sparen voor je aanvullende, individuele pensioen. Hiervoor kun je verzekeringen als lijfrenten, koopsommen of levensverzekeringen afsluiten. Mensen gebruiken de aanvullende individuele verzekeringen bijvoorbeeld om een pensioengat op te vullen, of om eerder met pensioen te gaan.

Nieuwe regels
Die drie pijlers waarop pensioen in Nederland gebaseerd is, blijven in het nieuwe stelsel bestaan. Maar de nieuwe regels zorgen ervoor dat ze blijven passen bij de veranderende arbeidsmarkt, economie en samenleving. Zo krijgt iedereen in Nederland beter inzicht in hoe het pensioen is opgebouwd en wat je kunt verwachten op je oude dag.