Samenleving

Samenleving

Van kangoeroe-wonen tot tiny houses. En van mantelzorg tot woon-zorgvoorzieningen. De manier waarop we met elkaar samenleven kent trends en uitdagingen. Je leest er alles over op deze pagina.

Thema
Inkomen
Collectie inhoud
15 Publicaties

Politieke pensioentalkshow, of liever goede wetgevers gezocht?

Gepubliceerd op: 26 november 2020

Column door Nick van de Sande – Korpershoek

Team Beleid

 

 

In maart 2021 zijn de Tweede Kamerverkiezingen. Voor degenen actief op of rondom de politieke vierkante kilometer in Den Haag is de verkiezingskoorts al maanden stijgende. Maar een vurig verkiezingsdebat over pensioen in een talkshow, ergens in de komende maanden op prime time, zit er waarschijnlijk niet in. Gezien het belang van een voortvarende uitvoering van het pensioenakkoord op basis van solide wetgeving, is dat maar goed ook.

 

Na een decennium van overleg en onderhandelingen is het kabinet en sociale partners afgelopen zomer gelukt overeenstemming te bereiken over de uitwerking van het pensioenakkoord. De meeste politieke partijen uit het midden hebben het pensioenakkoord inmiddels in hun conceptverkiezingsprogramma’s in meer of mindere mate omarmd. Zelfs 50PLUS lijkt haar verzet tegen het akkoord te hebben opgegeven en zou weer betrokken willen worden bij de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. Weet je in deze context nog maar eens te onderscheiden als pensioenwoordvoerder in de Tweede Kamer.

 

Dus wat doe je dan? Je organiseert als vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid rondetafelgesprekken over het pensioenakkoord die anderhalve dag duren. Waarvoor Kamerleden naar eigen inzicht deskundigen kunnen uitnodigen. Zodat er voor elk wat wils is en je als politicus je alsnog enigszins in de kijker kunt spelen. En zo geschiedde het op 4 en 24 november.

 

Maar liefst 21 vertegenwoordigers van de vaderlandse pensioensociety gaven verspreid over twee dagen in elf kort op elkaar volgende blokjes acte de présence in de Tweede Kamer. Onder hen diverse direct betrokkenen bij het pensioenakkoord. Maar ook personen die tot op heden meer aan de zijlijn hebben gestaan, en die dan ook hartstochtelijk de gelegenheid aangrepen om het nationale politieke podium te bestormen om hun eigen (soms controversiële) gedachten naar voren te brengen.

 

Bijzonder hierbij was dat hoofdrolspelers bij de totstandkoming van het pensioenakkoord zoals FNV en VNO-NCW in eerste instantie niet eens waren uitgenodigd. Gijs van Dijk (PvdA) heeft hier op het laatste moment – terecht – alsnog voor gezorgd.

 

Tijdens de rondetafelgesprekken kon ieder Kamerlid wel bij iemand op een of ander pensioendeelaspect zijn of haar gelijk ophalen. Om daarmee vooral de eigen achterban te bekoren. Vaak werd teruggegrepen naar bekende stokpaardjes om te laten zien of deze of gene nu wel of niet iets voor zijn achterban had binnengehaald, dan wel of iemands expertise niet aanleiding zou geven om het allemaal toch weer heel anders te gaan doen.

Met als ‘resultaat’: een zichzelf 660 minuten voortslepende surrogaat politieke pensioentalkshow. De neutrale kijker bleef – niet geholpen door het veelvuldig gebezigde pensioenjargon – vooral verward, en uitgeput, achter. Je zou, gezien de vertoonde kakofonie, bijna gaan twijfelen of er überhaupt wel een historisch pensioenakkoord is gesloten.

 

Anderzijds kan het de Kamerleden ook niet al te kwalijk worden genomen dat ze een eigen  ‘verkiezingsshow’ wensten. Ze hebben per slot van rekening jarenlang noodgedwongen vooral vanuit de coulissen de trage voortgang van de polder richting het akkoord moeten aanschouwen.

 

Daarnaast is het – natuurlijk – belangrijk dat de Tweede Kamer zich verdiept in het nieuwe pensioenstelsel. Zo werd tijdens de rondetafelgesprekken expliciet stilgestaan bij uitvoeringsaspecten. Oftewel, is datgene wat in het pensioenakkoord staat haalbaar en uitvoerbaar? Terechte vragen die getuigen van voortschrijdend inzicht van de Kamer. Uitvoeringsaspecten zijn namelijk in het verleden op andere wetgevingstrajecten (zwaar) onderbelicht gebleven. Met schrijnende gevolgen voor grote groepen individuen, zoals we vooral hebben kunnen zien bij de kinderopvangtoeslagaffaire.[1]

 

Het is te hopen dat de verdere uitwerking van het pensioenakkoord en omzetting ervan in wet- en regelgeving voorspoedig verloopt – ondanks een mogelijk langdurige formatieperiode richting een volgend kabinet. Waarbij de Tweede Kamer niet meer met een politiek vergrootglas op zoek gaat naar zogenaamde onderling splijtende verschillen van inzicht. Maar waarbij de Kamer op basis van noeste analyses en wetgevingsarbeid in de geest van het pensioenakkoord bijdraagt aan gedegen en uitvoerbare pensioenwetgeving.

 

Want tijdige aandacht voor de wetgevingskwaliteit en uitvoeringsaspecten is cruciaal voor de totstandkoming van een pensioenstelsel dat het vertrouwen kan winnen van pensioendeelnemers. Voor hen, de miljoenen deelnemers waarvan de meeste nog geen idee hebben wat het nieuwe stelsel voor hen betekent, waren de afgelopen weken vertoonde rondetafelgesprekken helaas van weinig (show)waarde.

 

[1] Zie ook het 7 november jl. verschenen position paper van Pieter Omtzigt (CDA) ‘De Tweede Kamer en de Uitvoering, een moeilijke combinatie’, geschreven aan de parlementaire onderzoekscommissie uitvoeringdiensten. (link)

Volgende publicatie:
APG pakt oorzaak beloningsverschil mannen en vrouwen aan

APG pakt oorzaak beloningsverschil mannen en vrouwen aan

Gepubliceerd op: 11 november 2020

Loonkloof veroorzaakt door minder steil carrièrepad vrouwen

 

Gelijk werk moet gelijk beloond worden. Dat was de reden waarom de gebleken loonkloof tussen mannen en vrouwen bij APG in juni 2019 in één keer werd gedicht. Daarvoor was een salarisverhoging nodig voor 125 vrouwen. En om te voorkomen dat er opnieuw een kloof zou ontstaan, heeft APG daarna uitgebreid onderzoek gedaan naar de oorzaken. De verklarende factor blijkt dat vrouwen bij APG minder vaak en minder snel promotie maken, waardoor hun salaris ook minder snel groeit. HR-directeur Marloes Sengers licht toe.

 

APG wil de loonkloof van 2,2 procent duurzaam en fundamenteel dichten. De organisatie moest dus een vinger krijgen achter de onderliggende oorzaken. Daarvoor is zowel kwantitatief als kwalitatief (interviews) onderzoek gedaan.

 

Wat is er uit het onderzoek gekomen?

Sengers: “Ten eerste is gebleken dat dit onverklaarbare verschil in beloning niet ontstaat bij indiensttreding. Met andere woorden, vrouwen komen bij APG met hetzelfde startsalaris binnen  als mannen. Twee: het verschil blijkt ook niet te ontstaan door de jaarlijkse beoordelingen. Vrouwen worden dus even goed beoordeeld als mannen. Waar we wél een verschil zien, is bij promotie. Vrouwelijke APG’ers blijken minder vaak promotie te maken dan mannen. Dat is overigens minder het geval bij vrouwen die werken onder een vrouwelijke leidinggevende. Vrouwen blijken bovendien minder snél promotie te maken dan mannen, het duurt dus langer voordat ze promotie maken. En daarbij blijkt het dan weer niet uit te maken of ze  een man of een vrouw als leidinggevende hebben.”

 

Welke conclusie trekt APG daaruit?

“De conclusie die we daaruit trekken is dat het salarispad van vrouwen minder steil verloopt omdat hun carrièrepad minder steil verloopt.”

 

Moet je dan niet eerder van een carrière- of promotiekloof dan van een salariskloof spreken?

“Ergens kun  je het wel zo noemen ja, en het één heeft met het ander te maken. Maar dat is niet waar we ons met het onderzoek primair op hebben gericht. We hebben gefocust op het verklaren van het beloningsverschil van 2,2 procent tussen mannen en vrouwen en daar is dus dat verschil in promotieperspectief uit gekomen als resultaat.” 

 

Hoe verklaren jullie dat minder steile carrièrepad van vrouwelijke werknemers?

“Waar het in ieder geval níet aan ligt, is het promotie- of interne wervingsbeleid. Dat is voor vrouwen niet anders dan voor mannen. Op basis van de interviews hebben we wel kunnen concluderen dat een man zichzelf sneller ziet als een goede kandidaat voor een hogere functie, dan een vrouw. Vrouwen zijn daar minder mee bezig. Sterker nog, vrouwen die promotie maken geven vaak aan dat ze hiervoor gevraagd of op gewezen zijn. Vrouwen voelen zich minder snel gekwalificeerd voor een bepaalde carrièrestap. Even gechargeerd: waar een man bij wijze van spreken al een gooi durft te doen als hij aan vier van de tien functie-eisen voldoet, achten vrouwen zich bij negen van de tien nog niet gekwalificeerd genoeg.”

 

APG heeft die kloof van 2,2 procent vorig jaar gedicht door het salaris van 125 vrouwelijke collega’s te verhogen. Kun je stellen dat zij een salarisverhoging hebben gekregen voor een niet-gemaakte promotie?

“In zekere zin zou je inderdaad kunnen zeggen dat zij gecompenseerd zijn voor het verschil in promotieperspectief. Dat is eenmalig rechtgetrokken. En juist omdat het zo belangrijk is dat dit niet nog eens gebeurt, hebben we dit vervolgonderzoek gedaan.”

 

Wat gaat APG doen met deze resultaten?

“We nemen dit heel serieus, juist omdat we ook op de lange termijn gelijke beloning willen voor gelijk werk. Iets anders past simpelweg niet bij het APG dat we willen zijn. Om die kloof structureel en duurzaam te dichten, zijn we om te beginnen intern het gesprek met elkaar aangegaan. We leggen een aantal vragen op tafel, zoals: hoe komt het dat vrouwen met een mannelijke leidinggevende minder vaak promotie maken dan vrouwen die een vrouw als leidinggevende hebben? Waar zit dat in? Op basis van het antwoord op dat soort vragen kijken we naar mogelijke interventies, die gericht zijn op bewustwording bij zowel vrouwen als leidinggevenden. We besteden ook nu al veel aandacht aan gelijke kansen. Intern organiseren we unconscious bias trainingen, en het senior management committeert zich aan het thema. We stimuleren leidinggevenden om diversiteit in hun teams aan te brengen en daarmee een rolmodel te zijn. Bovendien nemen we het thema nadrukkelijk mee in succession planning, promotie, en het aantrekken van talent. Vanaf 2021 hanteren we een nieuwe HR-cyclus en ook daarin willen we het gesprek over toekomstperspectief explicieter laten terugkomen.”

 

 

In het kader van 'Equal Pay Day' (11 november) publiceerde ook Intermediair een artikel over de loonkloof, waarin Marloes Sengers uitgebreid aan het woord komt.  

Volgende publicatie:
Deze dame emigreerde op haar 98e en is dol op chocolade

ABP zet oudste deelnemer in het zonnetje

Gepubliceerd op: 2 oktober 2020

Ze is maar liefst 108 lentes jong, mevrouw Cole. En als het even kan smult ze nog steeds van chocolade. Want daar is ze dol op. Dankbaar en met een kwieke blik in de ogen neemt ze vandaag, op Nationale Ouderendag, dan ook een enorme doos lekkers aan van pensioenfonds ABP.

Mevrouw Cole is niet alleen een van de oudste nog levende Nederlanders, ze is ook de oudste persoon die van ABP pensioen ontvangt. Ze was in haar leven altijd met veel plezier ‘schooljuffrouw’. Ook heeft ze wat van de wereld gezien. Mevrouw Cole woonde 40 jaar in Californië en 20 jaar in Australië. Om op haar 98ste haar koffers weer in te pakken en terug naar Nederland te keren. Ze wilde bij haar kinderen zijn.

Ooh wat prachtig

Volgende publicatie:
Gelukkig ouder worden? Zo doe je dat

Gelukkig ouder worden? Zo doe je dat

Gepubliceerd op: 1 oktober 2020

Nog lang en gelukkig leven, dat willen we allemaal wel. En het mooie is: dat kan. Hoe je gelukkig wordt en blijft, weet Josanne Huijg, wetenschapper en expert op het gebied van gelukkig ouder worden. Ze deelt 5 tips voor een gelukkige oude dag.

 

Vraag mensen wat geluk voor hen betekent en geen antwoord zal hetzelfde zijn. “Geluk betekent voor iedereen iets anders,” zegt psychologe Josanne Huijg van kennisinstituut Leyden Academy on Vitality and Ageing. Zij doet onderzoek naar gelukkig en betekenisvol ouder worden. “Het klinkt misschien als een open deur, maar om te kunnen bepalen hoe je ook op latere leeftijd gelukkig kunt zijn, moet je eerst vaststellen wat jij onder geluk verstaat.”

De wetenschap onderscheidt drie benaderingen van geluk: de hedonistische, de eudaimonische en de beoordeling van het eigen leven in het algemeen. “Hedonistisch welbevinden staat voor het ervaren van positieve emoties en genot,” zegt Huijg, “bijvoorbeeld door te genieten van kunst, muziek, lekker eten en het gezelschap van dierbaren.” Eudaimonisch welbevinden heeft te maken met zingeving, zelfactualisatie en het gevoel van betekenis te zijn voor de wereld.

  1. Bepaal je geluksfactoren
    Om te weten wat je moet doen om gelukkig te zijn en te blijven, moet je je realiseren waar voor jou het zwaartepunt ligt. Huijg: “Geniet je vooral van gezelschap? Word je blij van kunst, films of wandelen in de natuur? Of ervaar je geluk als je van betekenis kunt zijn voor anderen? Sommige mensen vinden familie om zich heen hebben de allerbelangrijkste factor voor geluk. Anderen worden juist gelukkig van actief bezig zijn en veel bewegen. Stel jezelf dus de vraag: wat is voor mij belangrijk? Hoe tevreden ben ik op dat vlak? En wat kan ik doen of veranderen om mijn tevredenheid te verbeteren?“
  2. Investeer in relaties
    De definitie van geluk mag dan per persoon verschillen; er zijn wel degelijk een aantal factoren die voor vrijwel iedereen bijdragen aan een gevoel van welbevinden. Liefdevolle relaties bijvoorbeeld. Die zijn een belangrijke voorwaarde voor een gelukkige oude dag, zo blijkt uit onderzoek. Huijg: “Dat betekent niet dat iedereen dezelfde behoeftes heeft op het gebied van vriendschap en relaties. De één vindt het  prima om een dierbare vriend af en toe te zien, terwijl de ander het liefst dagelijks met iemand optrekt. Maar over het algemeen is de kwaliteit van sociale relaties één van de belangrijkste determinanten voor geluk.”

    “Liefdevolle relaties zijn een belangrijke voorwaarde voor een gelukkige oude dag”

    Het advies is dan ook om in vriendschappen en dierbare banden te blijven investeren, zelfs tijdens periodes dat je er misschien minder tijd voor hebt. Huijg: ‘Veel mensen tussen de 30 en 50 zijn druk met hun gezin of carrière en worden selectiever in de relaties waar ze energie in willen steken. Dat is ook prima. Maar met het oog op de lange termijn is het goed om je af en toe af te vragen: welke relaties maken mij gelukkig en wil ik graag behouden? En om daar dan ook bewust tijd voor te maken.’
  3. Kom in beweging
    Een wandeling maken in de buitenlucht. Een stukje fietsen met je hoofd in de wind. Of een stevig stukje hardlopen. “Veel mensen worden blij van bewegen,” zegt Huijg, “bij sporten komt het stofje dopamine vrij, wat een lekker gevoel geeft. Maar dat bewegen gelukkig maakt, geldt zeker niet voor iedereen. Zo’n dertig procent van de mensen wordt er juist ongelukkig van.” Niettemin draagt regelmatig bewegen wel bij aan een gelukkige oude dag. “Actief blijven houdt ons gezond. En mensen die hun gezondheid als positief ervaren, zijn over het algemeen gelukkiger.” Toch maar die dagelijkse wandeling of dat yogaklasje overwegen.
  4. Doe iets (voor een ander)
    Iets doen voor een ander: het is niet alleen nobel, het maakt ook gelukkig, bewijst onderzoek. “Het is voor het welbevinden heel belangrijk om het gevoel te hebben dat je van betekenis bent, voor anderen en voor de samenleving,” zegt Huijg. “Het is daarom essentieel om je mentaal goed voor te bereiden op de periode na je pensioen. Want die tijd kan vrijheid en rust geven, maar soms ook een gevoel van leegte en vervreemding opwekken. Hoe zorg je dat je toch een gevoel van zingeving blijft ervaren? In een aangepaste vorm blijven werken, kan daaraan bijdragen. Maar ook het doen van vrijwilligerswerk. Oppassen op de kleinkinderen. Of zorgen voor een naaste die hulp nodig heeft. Ouderen die regelmatig iets voor anderen doen, ervaren meer zingeving in hun leven.”
    Uit een recent Duits onderzoek blijkt dat grootouders die op hun kleinkinderen passen zelfs langer leven. Maar, nuanceert Huijg, je hoeft heus niet de hele dag als weldoener aan de slag. “Af en toe iets kleins voor iemand doen, zorgt al voor meer geluksmomenten.”
  5. Oefen je in tevredenheid
    Wie tevreden is, heeft altijd genoeg, luidt het cliché. Maar clichés zijn nu eenmaal vaak waar. Oefenen in tevredenheid is dan ook één van de belangrijkste dingen die je kunt doen om gelukkig te worden en te blijven, aldus Huijg. “Geluk hangt niet zozeer af van de omstandigheden, maar vooral van de manier waarop iemand die omstandigheden ervaart. Ouderen die fysiek veel beperkingen hebben, kunnen desondanks heel gelukkig zijn. En zo zijn er ook ouderen die heel weinig beperkingen hebben, maar daar wel erg onder lijden. Over het algemeen kun je zeggen: gelukkige ouderen kennen hun beperkingen en richten zich op hun kansen en mogelijkheden.”
    Ligt het tellen van je zegeningen niet in je aard? Dan is er toch nog hoop. Want tevredenheid kun je oefenen. “Schrijf iedere dag een paar kleine dingen op waar je blij van werd. Als het gaat om geluk, richten we ons vaak op externe factoren,” zegt Huijg. “Maar uit onderzoek blijkt: tevreden zijn met wat je hebt, daar word je pas ècht gelukkig van.”

Volgende publicatie:
Heeft corona ons eenzamer gemaakt?

Heeft corona ons eenzamer gemaakt?

Gepubliceerd op: 29 september 2020

“Mensen missen niet het kletspraatje, maar betekenisvol contact”

 

Op 1 oktober start de Week tegen Eenzaamheid. Hoe eenzaam zijn inwoners in Nederland eigenlijk? En heeft de coronacrisis die gevoelens versterkt? Hoogleraar sociologie Theo van Tilburg van de Vrije Universiteit Amsterdam: “Bijna één op de drie Nederlanders mist tijdens de pandemie een hechte band met anderen.”

 

Een gevoel van leegte ervaren. Mensen missen met wie je je verbonden voelt, op wie je terug kunt vallen. Je in de steek gelaten voelen. Of gewoon behoefte hebben aan gezelligheid om je heen. Iedereen, jong en oud, voelt zich wel eens eenzaam. Soms even, soms een langere tijd. Vooral grote veranderingen in het leven – zoals een scheiding, ontslag, verhuizing, geboorte of overlijden – kunnen ertoe leiden dat mensen zich op zichzelf teruggeworpen voelen.

Vlagen van eenzaamheid horen echter bij het leven en zijn niet per se schadelijk. Maar langdurige eenzaamheid kan wel degelijk serieuze gevolgen hebben. “Mensen die langere tijd eenzaam zijn, kunnen in een negatieve spiraal terechtkomen waar steeds moeilijker uit te breken is,” zegt hoogleraar sociologie Theo van Tilburg van de Vrije Universiteit Amsterdam. “Langdurige eenzaamheid kan op lange termijn leiden tot depressie, alcoholverslaving, hart- en vaatziekten, slaapproblemen en verminderde afweer.” 

 

Verschil tussen wensen en realiteit

In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, heeft eenzaamheid niet altijd te maken met een gebrek aan vrienden of sociale contacten. Eenzaamheid ontstaat wanneer er op het gebied van relaties en sociaal contact een verschil bestaat tussen de gewenste situatie en de realiteit. Je kunt je dus eenzaam voelen doordat je minder sociale contacten hebt dan je zou willen, maar ook doordat de sociale contacten die je wél hebt niet aan jouw wensen of verwachtingen voldoen. Een gebrek aan sociale contacten wordt ook wel sociale eenzaamheid genoemd. Het missen van een diepere emotionele connectie, noemen we emotionele eenzaamheid.

 

Eenzaamheid heeft niet altijd te maken met een gebrek aan vrienden of sociale contacten

De cijfers

Hoe eenzaam zijn we in Nederland nou eigenlijk? Vorig jaar ervoer 9 procent van de Nederlandse bevolking van 15 jaar of ouder sterke gevoelens van eenzaamheid. 26 procent voelde zich enigszins eenzaam en de overige 66 procent was niet eenzaam. Alleenstaanden en alleenstaande ouders voelen zich vaker eenzaam dan stellen en thuiswonende kinderen. Een derde van de 75-plussers voelt zich enigszins eenzaam en 9 procent van hen voelt zich sterk eenzaam. Dat blijkt uit cijfers van het CBS. Voor eenzaamheid onder jongeren komt de laatste jaren steeds meer aandacht. Nederlandse cijfers ontbreken nog, maar op basis van Vlaams en ander internationaal onderzoek wordt geschat dat tussen de 3 en 10 procent van de jongeren chronisch eenzaam is.

 

Geen eenzaamheidsepidemie

Maar is er nou sprake van een ware ‘eenzaamheidsepidemie’, zoals in de media wel eens wordt gesuggereerd? Al met al zijn de cijfers in Nederland al jaren redelijk stabiel. Senioren van nu voelen zich zelfs iets minder eenzaam dan ouderen van ruim twintig jaar geleden, zo blijkt uit een langlopend onderzoek van de Vrije Universiteit, dat Theo van Tilburg samen met socioloog Bianca Suanet uitvoerde. 

De onderzoekers vermoeden dat ouderen voor hun gevoel nu meer grip hebben op hun leven. Ze zijn hoger opgeleid, hebben vaker een partner en meer – gevarieerde – sociale contacten. Op individueel niveau is de kans om op latere leeftijd eenzaam te worden iets afgenomen. Maar op collectief niveau is eenzaamheid nog altijd een groeiend probleem, omdat het aantal ouderen toeneemt. Vooral boven de 75 wordt het risico op eenzaamheid groter, omdat de kans op ziekte, gebreken en het verlies van dierbaren stijgt.

 

En toen kwam corona

Wat is de invloed van corona? Heeft de pandemie Nederland eenzamer gemaakt? Bijna één op de drie Nederlanders gaf aan zich tijdens de coronacrisis emotioneel eenzaam te voelen. Daarbij misten ze vooral een hechte of intieme band met anderen, zo blijkt uit het rapport Welbevinden ten tijde van Corona van het Sociaal en Cultureel Planbureau.

Opvallend: het aantal mensen dat zich sociaal eenzaam voelt bleef hetzelfde, maar het aantal mensen dat kampt met emotionele eenzaamheid is gestegen. Van 21 procent in 2019 nam dit percentage in de afgelopen maanden toe tot 26 procent. Mensen van 75 jaar en ouder zijn zich tijdens de coronacrisis eenzamer gaan voelen dan andere leeftijdsgroepen. Het aandeel emotioneel eenzamen in die groep is in een jaar tijd meer dan verdubbeld: van 16 procent in 2019 naar bijna 37 procent in 2020.

 

“Vooral alleenwonende ouderen misten niet zozeer het kletspraatje, maar juist de diepere connectie met anderen,” aldus Theo van Tilburg. “Wie met een partner, kinderen of andere huisgenoten samenwoont, heeft in elk geval in kleine kring nog wel intiem contact.”

Ook het verlies van naasten door overlijden, een algeheel gevoel van dreiging, verminderd vertrouwen in instituties en het ontbreken van hulp, hingen samen met emotionele eenzaamheid.

 

Het gevoel dat je ertoe doet

“Afgezonderd zitten en een tijdje minder sociale contacten hebben, dat was tijdens de lockdown niet voor iedereen per se het grootste probleem. Mensen die de situatie snapten, hadden hun verwachtingen wat betreft bezoek en sociaal contact tijdelijk bijgesteld. Ook hielp het idee dat iedereen in hetzelfde vervelende schuitje zat.”

Maar juist de periode na de versoepelingen bleek voor veel kwetsbare groepen ingewikkelder, omdat de duidelijkheid en saamhorigheid wegvielen. En dat is een situatie die nog altijd voortduurt. Van Tilburg: ‘Dat een deel van de samenleving weer doorgaat, terwijl anderen niet mee kunnen doen, kan hun gevoelens van eenzaamheid versterken. Daar moeten we samen alert op zijn. Een gevoel van zingeving hebben, voelen dat je ertoe doet en ergens bijhoort, dat is voor het welbevinden van mensen heel belangrijk.”

 

Dus hoe nu verder? Volgens van Tilburg is het van belang dat de effecten van de coronamaatregelen op de lange termijn – voor alle groepen in de samenleving – goed worden gemonitord. ‘Het onderzoek wijst erop dat men zich nu vooral moet richten op het verminderen van emotionele eenzaamheid. Dus niet op het faciliteren van Zoom-gesprekken of het sturen van bloemetjes naar ouderen, maar op het mogelijk maken van echt, intiem contact. Mensen missen niet zozeer het kletspraatje met de buurvrouw, maar een omhelzing en een echt gesprek met iemand die dichtbij hen staat.’

Volgende publicatie:
“Het talent van nieuwkomers kunnen we goed gebruiken”

“Het talent van nieuwkomers kunnen we goed gebruiken”

Gepubliceerd op: 4 september 2020

Nederland van Straks

 

Pensioen is voor veel mensen iets voor morgen. Dat het pensioenstelsel gaat veranderen, is een feit. Maar hoe zit dat met onze maatschappij? Hoe ziet het Nederland van straks eruit? We vragen het mensen uit een dwarsdoorsnede van de samenleving. In deze aflevering: Thami Schweichler, oprichter van Makers Unite, een sociale onderneming die werkgelegenheid biedt aan mensen met een vluchtelingen- of migratieachtergrond. ‘In het Nederland van Straks moet iedereen gelijke kansen hebben.”

 

We hebben in Nederland een hekel aan wachten. Vijf minuten bij de bushalte beschouwen we al als verloren tijd. Gelukkig hebben we onze smartphone, om snel wat appjes of tweets te versturen, of een filmpje te bekijken. Vluchtelingen moeten soms zeven jáár wachten voor ze een verblijfsstatus in Nederland krijgen en verder kunnen met hun leven. Zeven jaar in de wachtkamer, voordat ze mogen ‘instappen’ en aan het werk kunnen. Áls ze dan al een baan krijgen. Ze staan aan de kant, samen met ruim een miljoen andere mensen in Nederland: oudere werknemers, mensen die niet of nauwelijks zijn opgeleid en mensen met een migratieachtergrond. Thami Schweichler wil helpen bouwen aan een inclusieve samenleving, waarin iedereen kan meedoen. Hij richtte Makers Unite op, om nieuwkomers in Nederland weer vertrouwen te geven in zichzelf en hun toekomst en ze aan werk te helpen.

 

Hoe hoop je dat het Nederland van straks eruitziet?

“Ik hoop dat iedereen dan gelijke kansen heeft om zijn of haar talent te benutten. In vergelijking met landen in ontwikkeling is Nederland een welvarend land en alles is hier goed geregeld. Maar voor nieuwkomers kan de start moeilijk zijn. Ze komen hiernaartoe met dromen en ambities, maar lopen vervolgens vaak vast in allerlei ingewikkelde systemen en procedures. Na tien jaar in Nederland heeft de helft van de mensen met een vluchtelingenstatus nog steeds geen vaste baan. Dat is een gemiste kans, zowel voor de nieuwkomers zelf, als voor onze economie: in een vergrijzende samenleving kunnen we hun talent goed gebruiken. Als we als land inclusiever worden, vergroot dat dus ook onze economische potentie.”

 

Hoe moet dat: inclusiever worden?

“Het begint met vertrouwen. Nieuwkomers moeten eerst weer vertrouwen in zichzelf krijgen om hier een toekomst op te bouwen. Bij Makers Unite laten we zien waar hun kracht ligt en hoe ze die kunnen inzetten. Inmiddels hebben we honderdzestig mensen begeleid in trajecten van zes weken. Bijna zeventig procent van hen had daarna een stage, baan of opleiding. We maken duurzame producten, zoals laptophoezen, gemaakt van zwemvesten van vluchtelingen. Zo’n hoes is ook een middel om mensen dichter bij elkaar te brengen, te verbinden. Want ook de maatschappij moet vertrouwen krijgen in nieuwkomers. Die hebben vaak het gevoel dat ze alleen als vluchteling worden gezien, niet als mens, met een eigen verhaal, identiteit en capaciteiten. Voor ijsfabrikant Ben & Jerry’s hebben we daarom een kledinglijn ontwikkeld onder de naam Meet Me Halfway. De boodschap: als vluchteling of migrant zijn we van zo ver gekomen, laten we elkaar halverwege ontmoeten om samen verder te gaan.”

Ben & Jerry’s is onderdeel van Unilever. Hoe belangrijk is het dat álle bedrijven, groot en klein, hun verantwoordelijkheid nemen op het gebied van inclusiviteit?

“Ben & Jerry’s is het rebelse jongetje binnen Unilever. Zij laten zien hoe belangrijk het is dat nieuwkomers kunnen meedoen en dat je daar als bedrijf en samenleving alleen maar beter van wordt. Sociale ondernemingen lopen hierin voorop, maar hopelijk kan dat ‘sociale’ er in de toekomst af, omdat het voor elk bedrijf heel gewoon geworden is om iedereen dezelfde kansen te geven. Zo ver zijn we nu nog niet: we moeten eerst de discussie durven voeren over racisme en discriminatie. Ook daarin is Ben & Jerry’s een voorbeeld: zij zeggen eerlijk dat ze als bedrijf veel te wit zijn en dat ze dat willen veranderen. Het Nederland van straks kenmerkt zich dus hopelijk ook door meer kleur in bijvoorbeeld directies en op andere belangrijke posities.”

 

Hoe kunnen pensioenuitvoerders als APG bijdragen aan een meer inclusieve samenleving?

“Ze kunnen als werkgever het goede voorbeeld geven en als grote belegger bedrijven aanspreken op diversiteit en inclusiviteit. Dat doet APG ook al. Ze kunnen ook helpen bij het herstel van vertrouwen. Vluchtelingen wantrouwen de overheid en publieke organisaties. Die vormden in hun eigen land immers de vijand. Pas als je uitlegt dat wij met zijn allen de overheid vormen en dat die meneer op de hoek en die mevrouw in de supermarkt de uitkeringen betalen, laten ze hun wantrouwen varen. Dat geldt ook voor pensioenen: nieuwkomers hebben later ook recht op een pensioen, dat werkgevers en werknemers samen opbrengen. Dat kan het vertrouwen ook versterken.”

Ben & Jerry’s is een voorbeeld: zij zeggen eerlijk dat ze als bedrijf veel te wit zijn en dat ze dat willen veranderen

Kunnen wij als samenleving ook iets leren van nieuwkomers?

“Ja, broederschap bijvoorbeeld. Ik heb een Braziliaanse vader en een Nederlandse moeder. Ik ben dus een product van twee culturen. In Brazilië hebben mensen het minder goed dan in Nederland, maar ze hebben een warmere band, zíjn er meer voor elkaar. Aan dat gevoel van lotsverbondenheid ontbreekt het hier wel eens. Wij zijn in Nederland ook gewend om te kijken vanuit een probleemperspectief: wat gaat er allemaal níet goed? Vluchtelingen hanteren juist het perspectief van hoop: dat hun leven beter zal worden dan het was. Ze denken in kansen in plaats van risico’s. Dat reddingsvest is er het symbool van. Van die positieve insteek en onvoorwaardelijke broederschap kunnen wij nog wel wat leren: dat we met elkaar moeten werken aan een beter bestaan en meer voor elkaar moeten zorgen. Als je goed voor een ander zorgt, zorg je uiteindelijk ook voor jezelf.”

 

Volgende publicatie:
“Er moet meer eenheid in de samenleving komen”

“Er moet meer eenheid in de samenleving komen”

Gepubliceerd op: 27 augustus 2020

Nederland van Straks

 

Pensioen is voor veel mensen iets voor morgen. Dat het pensioenstelsel gaat veranderen, is een feit. Maar hoe zit dat met onze maatschappij? Hoe ziet het Nederland van straks eruit? We vragen het mensen uit een dwarsdoorsnede van de samenleving. In deze aflevering: Björn Vennema, medeoprichter van Social Finance NL, een organisatie voor het meten, financieren en vergroten van maatschappelijke impact.

 

We wonen in een welvarend land, maar niet iedereen profiteert daar in dezelfde mate van mee. De coronacrisis onderstreept dat nog eens: mensen met een niet-westerse migratieachtergrond, minder opleiding en een arbeidsbeperking bijvoorbeeld, lijken extra kwetsbaar te zijn voor werkverlies en armoede. In het Nederland van straks moeten ook kwetsbare groepen delen in welvaart en welzijn, vindt Björn Vennema, medeoprichter en mededirecteur van Social Finance NL. Hoe? Door geld op een slimmere, objectievere en eerlijker manier in te zetten om maatschappelijke vraagstukken op te lossen.

 

Hoe zie je het Nederland van nu?  

“Voor het oog is Nederland vlak, maar onder de oppervlakte gaat een gepolariseerd landschap schuil. De tegenstellingen op politiek, cultureel en maatschappelijk gebied zijn groot. Ook de verschillen tussen arm en rijk nemen toe. Er is steeds minder geld om kwetsbare groepen in de samenleving te ondersteunen, zoals kansarme jongeren of ouderen. Er is dus sprake van een groeiende tweedeling in Nederland. Als we daar niets aan doen, worden de maatschappelijke problemen alleen maar groter.”

 

Hoe moet het Nederland van straks er in jouw ogen uitzien?

“Er moet weer meer eenheid in de samenleving komen. Ook de onderkant van de samenleving moet kansen krijgen om volwaardig mee te doen en toegang krijgen tot alle beschikbare middelen. Daarvoor moeten we ons financiële systeem veranderen. Nu kijken veel beleggers vooral naar risico en rendement bij de beslissing of ze ergens hun geld in steken. Als ze ook zouden kijken naar de impact van een bedrijf of project op de samenleving, dan kun je met elkaar maatschappelijke verandering tot stand brengen. Bijvoorbeeld door bewust te investeren in zonne-energie, in sociale huisvesting of in een project voor schuldhulpverlening.”           

 

Maar voor dat soort doelen bestaan toch allerlei overheids- of liefdadigheidsinstellingen?

“Die stellen vaak niet de mens, maar het systeem centraal. Mensen met psychische problemen of schulden die aankloppen voor hulp, raken soms verdwaald in een wirwar van organisaties die langs elkaar heen werken. Bovendien is de maatschappelijke sector vaak niet zakelijk ingesteld: er wordt te weinig gekeken hoe een zo groot en positief mogelijk effect op de samenleving kan worden gerealiseerd. Er blijft dus veel maatschappelijke waarde liggen. Een voorbeeld is Ctalents, een detacheringsorganisatie voor mensen met een audiovisuele beperking. Het bij elkaar brengen en begeleiden van werkzoekende en werkgever kost meer tijd en energie dan bij gemiddelde kandidaten, maar dat vertaalde zich niet in een hogere fee. Daardoor kon Ctalents niet met commerciële uitzendbureaus concurreren. Dat is zonde. Met een beter verdienmodel kun je meer mensen helpen, maar in het huidige financiële systeem ontbreekt zo’n verdienmodel voor sociale ondernemingen nog steeds.”

In het huidige financiële systeem ontbreekt een verdienmodel voor sociale ondernemingen

We moeten het financiële systeem dus veranderen, maar hoe?

“We moeten op een andere manier gaan kijken naar waarde, naar resultaat. Tot nu meten we succes vooral af aan geld, aan financiële waarde. Maar we moeten ook gaan kijken naar de maatschappelijke kosten en opbrengsten: hoeveel wordt de samenleving er beter, of misschien wel slechter van? Daar kun je ook een prijskaartje aan hangen. Naast de financiële winst van bedrijven, kun je bijvoorbeeld kijken wat het de maatschappij kost als aan het milieu schade wordt toegebracht, of als mensen door reorganisaties een WW-uitkering moeten aanvragen. Bij overheidsorganisaties of gesubsidieerde projecten kun je juist kijken hoeveel maatschappelijke ‘winst’ ze creëren, bijvoorbeeld in de vorm van meer welzijn, minder eenzaamheid of meer arbeidsparticipatie. Als je dat weet en kunt vergelijken, kunnen beleggers gericht investeren in díe bedrijven en organisaties die de meeste financiële én maatschappelijke waarde opleveren.”

 

Concreet voorbeeld?

“Je kunt Social Impact Bonds inzetten om geld van beleggers en sociaal-maatschappelijke doelen aan elkaar te koppelen. Een voorbeeld daarvan is een project om de jeugdwerkloosheid in Rotterdam-Zuid – de hoogste van het land – omlaag te brengen. Pas als dat ook echt is gelukt, betaalt de gemeente de investeerders terug, mét rendement. Als het niet lukt, dan zijn de investeerders hun geld kwijt, zij dragen dus het risico. In dit geval werd 72 procent van de 250 deelnemende jongeren aan werk geholpen. Iedereen profiteert dus: jongeren krijgen een baan, de gemeente bespaart op uitkeringen en investeerders realiseren rendement. Zo’n Social Impact Bond komt er nu ook voor valpreventie van ouderen. Dat kan leiden tot minder botbreuken, minder zorgkosten en meer ouderen die langer zelfstandig kunnen blijven wonen.”

 

Is dit soort nieuwe financieringsvormen ook interessant voor pensioenuitvoerders als APG?

“We werken nu nog vooral met overheden en sociaal ondernemers en financiers. Grote beleggers als APG hebben grootschaliger projecten nodig om voldoende rendement te realiseren voor ons pensioen. Het is onze droom om die benodigde schaal in de toekomst wel te bereiken, misschien geholpen door een landelijk overheidsfonds en lokale crowdfunding. Dan wordt het ook interessant voor grote beleggers als banken, verzekeraars en pensioenfondsen. APG integreert duurzaamheid en sociaal beleid nu trouwens ook al in de beleggingsbeslissingen, maar dan zou je nog gerichter de kosten en opbrengsten voor de maatschappij kunnen beoordelen. En deelnemers weten dan nog beter wat dat hun pensioenpot én de maatschappij oplevert. Het allerbelangrijkste: anders financieren kan ervoor helpen zorgen dat in het Nederland van straks iedereen meedeelt en volledig tot zijn recht komt. Dat is ons ultieme doel.”

Volgende publicatie:
‘Alleen ga je sneller, samen kom je verder’

‘Alleen ga je sneller, samen kom je verder’

Gepubliceerd op: 7 augustus 2020

Nederland van straks


Pensioen is voor veel mensen iets voor (over)morgen. Dat het pensioenstelsel gaat veranderen, is een feit. Maar hoe zit dat met onze maatschappij? Hoe ziet het Nederland van straks eruit? We vragen het mensen uit een dwarsdoorsnede van de samenleving. In deze eerste aflevering: Katja Staartjes, de eerste Nederlandse vrouw die Mount Everest beklom.

 

Nederland 2020: met ruim zeventien miljoen mensen zitten we in een figuurlijk tentje in het basiskamp. We staan aan het begin van een gezamenlijke expeditie naar de top van de berg: het Nederland van overmorgen. Voorlopig is die top echter nog in mist gehuld, al zien we soms wel de contouren. Welke maatschappelijke veranderingen zullen we de komende vijftien jaar doormaken en welk leiderschap hebben we nodig, op weg naar dat Nederland van straks? Vooral samenwerking wordt steeds belangrijker, aldus Katja Staartjes. Ze beklom een aantal achtduizenders, bergen van meer dan 8.000 meter hoog. Daarnaast heeft ze uitgebreide ervaring als (interim)manager en is ze trainer, coach en schrijver. De titel van haar jongste boek: Topteams. Samen bergen verzetten.


Hoe zie jij het Nederland van straks: wat denk je aan te treffen op de top van de berg?

‘Ik zie twee kernontwikkelingen. Eén: de noodzaak tot verduurzaming, om de uitputting van de aarde een halt toe te roepen. Twee: een groeiende behoefte aan inclusiviteit, openstaan voor verschillen en verbondenheid creëren. Klimaatverandering en politieke onrust leiden tot vluchtelingenstromen. Daarnaast zien we verdeeldheid in de maatschappij: tussen verschillende culturen, tussen kansarm en kansrijk. Die verscherpte tegenstellingen moeten we zien te overbruggen. En we zitten ook nog eens midden in de coronacrisis.’


Onzekere tijden dus. Om wat voort soort leiderschap vraagt dat?

‘Allereerst: zorg dat de basis op orde is. Dat biedt houvast in tijden van onzekerheid en verandering. Tijdens een klim kan te weinig uitrusting voor grote problemen zorgen. Zonder touwtje aan mijn handschoen kan die de diepte in vallen en kan mijn hand bevriezen. Het kleinste vergeten detail kan levens redden of juist kosten. Denk aan het gebrek aan mondkapjes in de zorg tijdens de coronacrisis. Maar als je te véél spullen mee naar boven neemt, wordt je rugzak te zwaar en ben je weer te traag.’


Ballast, terwijl je in tijden van verandering juist wendbaar moet zijn?

‘Precies: wendbaarheid is uitgangspunt twee. Hoog op een berg kan het weer zomaar omslaan, of doemen onverwachte obstakels op, zoals gletsjerspleten en ijsmuren. We denken vaak dat alles maakbaar is, proberen elk risico af te dekken. Maar zonder risico haal je ook nooit de tóp. We moeten dus loslaten, improviseren, accepteren dat het fout kan gaan en veerkracht tonen bij tegenslag. Het derde uitgangspunt: Less is more. Het vooruitgangsdenken heeft tot een patstelling op onze planeet geleid. We moeten duurzamer denken en doen: grenzen stellen aan de groei, terug naar de essentie en meer op de lange termijn denken én acteren.’


Wat kunnen we daarbij leren van bergbeklimmen?

‘Als je tijdens een klim te snel naar de top wilt, word je hoogteziek van de ijle lucht en kun je zelfs doodgaan. Niet voor niets wordt een hoogte vanaf 7.500 meter de Zone des Doods genoemd. Om te wennen aan het zuurstoftekort klimmen we in fases, telkens wat hoger. Tussentijds keren we terug naar het basiskamp om te herstellen. Soms zien we af van de top, wanneer de risico’s te groot zijn. En als we wel de top bereiken, moeten we ook nog de afdaling volbrengen. Net als in het dagelijks leven: je kunt juichen omdat je bijvoorbeeld een megadeal hebt gesloten, maar je bent er pas als de klant tevreden is en je product het milieu niet belast. Het gaat om duurzame en gedeelde resultaten.’

 

Welke eigenschappen van leiders worden belangrijker?

‘Onzekerheid vraagt sterk leiderschap: iemand die niet alleen praat maar ook dóet en die het lef heeft om lastige beslissingen te nemen, zoals durven stoppen met een niet-duurzame activiteit of bureaucratisch gedoe. Het gemeenschappelijk belang is leidend, niet het eigen ego: dienend leiderschap dus. Een leider die mensen achter een gemeenschappelijk doel en de gekozen koers weet te krijgen. Want je moet wel zorgen dat iedereen in het team dezélfde berg wil beklimmen en dezelfde route neemt. Zeker nu door coronacrisis en digitalisering thuiswerken de norm lijkt te worden. Een goede leider weet mensen ook op afstand te inspireren en te verbinden en straalt vertrouwen uit. Dat moet tijdens het klimmen ook, als je op een steile bergwand samen aan een touw hangt en elkaar niet kunt zien.’


Samenwerken of je leven ervan afhangt?

‘Letterlijk, ja. Dat betekent ook goed communiceren. Bij het klimmen spreken we vaak tekens af, zoals: twee rukjes aan het touw betekent ‘veilig’. Voor effectief teamwerk helpt het om de zwakste schakel te versterken: als iemand moeilijk meekomt, maak dan zijn rugzak lichter en laat iemand anders in diepe sneeuw vooroplopen. Dan kom je samen sneller vooruit. Die noodzaak voor meer en betere samenwerking geldt niet alleen voor teams, maar ook binnen bedrijven. En daarbuiten, met steeds complexere samenwerkingsverbanden.’


Waarom is dat zo belangrijk?

‘Uitdagingen als de energietransitie zijn te groot om alleen aan te kunnen. Juist in de toekomst hebben we elkaar nodig, worden gemeenschapszin en solidariteit weer belangrijker. Dat geldt ook voor het pensioen: ook al verandert het stelsel, we moeten als samenleving wel voor elkaar blijven zorgen. Effectieve teams zijn divers, daar komt die inclusiviteit terug. Het maakt de samenwerking er niet gemakkelijker op, maar het eindresultaat wel beter. Ook al zijn er verschillen, met een gezamenlijk doel wil je állemaal naar die top. De sleutel is onderling respect. Toekomstbestendig leiderschap is ook ánderen succes gunnen, voorbeeldgedrag tonen en integer zijn: claim alleen dat je de top gehaald hebt, als dat ook echt zo is. Het zijn tijdloze waarheden, die actueler zijn dan ooit.’

Volgende publicatie:
Sporters gaan voor stenen

Sporters gaan voor stenen

Gepubliceerd op: 4 augustus 2020

“Ze investeren voor hun toekomst vooral in panden. Huizen kopen en verhuren.” De ervaren sportmanager Dennis Klaster weet als geen ander hoe Nederlandse topsporters met hun financiële toekomst bezig zijn. Hij begeleidt onder andere de populaire shorttrack-kampioenen Sjinkie Knegt en Suzanne Schulting en topschaatsers Jan Blokhuijsen en Ronald en Richard Mulder. “De trend is niet alleen dat sporters investeren in stenen, maar ook dat talenten al vanaf hun eerste stappen in de topsport professionele zakelijke begeleiding krijgen. Ontsporingen zie je nauwelijks meer.”

 

Heerenveen heeft de meeste topsporters per vierkante kilometer. Van schaatsicoon Sven Kramer tot Olympisch turnkampioene Sanne Wevers. De topsportfaciliteiten in de Friese gemeente zijn indrukwekkend. Niet alleen de legendarische Thialf-ijsbaan maar ook de imposante turnhal waar Epke Zonderland bloed, zweet en tranen liet voor zijn Olympisch succes.


De Heerenveense ondernemer Dennis Klaster is in deze topsportcentra als een vis in het water. Iedereen kent Dennis en Dennis kent iedereen. Als manager van populaire sporthelden wil hij zijn sporters vooral bewust maken van het keiharde gegeven dat een sportcarrière maar kort is en dat dus ook geïnvesteerd moet worden in de toekomst. Dat zijn soms lastige gesprekken, daarvoor schuift fiscalist Hans Visser van accountantskantoor ACCON-AVM dan aan. Visser kent als geen ander de wegen om topsporters aan een goede financiële toekomst te helpen. Hij blijft altijd bescheiden op de achtergrond, maar tientallen topsporters worden door de Friese fiscalist geholpen aan de best mogelijke constructies voor een financiële toekomst zonder zorgen. Dennis Klaster en Hans Visser willen best een boekje opendoen over hun werk, maar mogen om privacy-redenen geen namen noemen.

 

Huizen zijn trendy

Dennis Klaster: “Ik denk dat de meeste sporters meer bezig zijn met presteren en hun doel realiseren dan met hun pensioen. De waan van de dag. Er zijn twee categorieën topsporters als het om financiën gaat. Er is een categorie die heel goed verdient. Die is er wel mee bezig, maar niet als het gaat om pensioen. Die kijken gewoon: hoeveel heb ik straks en hoe kom ik door de tijd heen en ik koop een huis en weet ik veel wat. Je hebt ook jonge sporters die er heel erg mee bezig zijn, en dan ook, hoe jong ze ook zijn, al onroerend goed in Heerenveen hebben. Enorme bedragen verdienen ze zelfs nog helemaal niet, dus die investeren al vroeg in hun toekomst.”

 

Financieel conservatief

Hans Visser: ”Je hebt ook sporters die alles opmaken wat ze verdienen en denken: ik leef nu en ik zie het wel. En pas als de liquide positie nijpend wordt, komt het besef dat het anders moet. En dan willen ze allemaal onroerend goed om te verhuren, net zo trendy in sporten als schaatsen als de tattoos bij de voetballers. De meeste topsporters zijn op financieel gebied conservatief. Er zijn er een paar die succesvol zijn geweest in de handel in bitcoins, maar uiteindelijk gaan ze toch in onroerend goed. Niet alleen schaatsers denken zo.
Met wielrenners en topzwemmers is het niet anders. De grootverdieners in het voetbal zitten weer in andere financiële constructies, maar alles wat daaronder zit, koopt en verhuurt onroerend goed. Dat geeft zekerheid en rust, is de heersende mening. Sporters moeten niet te veel aan hun hoofd hebben. Het is dat de rentes zo laag zijn, anders stond het geld gewoon op de bank. Veel sporters hebben een BV waaruit ze zichzelf fiscaal verantwoord salaris betalen en waaruit ook huizen worden gekocht.”

 

Pensioenbewust op de ijsbaan

Hans Visser vertelt het verhaal van een bekende schaatsster die zonder de absolute top te bereiken een onbezorgde financiële toekomst wist te realiseren. “Die paste goed op haar centen en ze schaatste alles wat ze kon. Ze zei nooit een Worldcup af. Ze was wereldtop, maar niet vaak bovenop het hoogste treetje, wel altijd bij de besten. Je wil niet weten wat die bij elkaar geschaatst heeft, zonder dat ze in een grote ploeg zat. Dat is aardig richting een onbezorgde toekomst. Pensioenbewust was ze bezig op de ijsbanen. Een uitzondering.”
Dennis Klaster: “Eigenlijk zou je de vraag eens moeten stellen wat een sporter als pensioen ziet. Heel veel sporters denken bij hun pensioen: oudedagvoorziening en als ik maar onroerend goed heb, heb ik huur. Pensioen is wel meer dan dat, het kan ook een investering zijn in een stukje opleiding voor later.”


Hans Visser: “Ik ken geen sporter die geld in een pensioenpolis stopt. Niemand, dat doen ze niet. Het is meer van: ik heb geld in die bv, wat zal ik ermee doen. En inderdaad, schaatsers investeren allemaal in onroerend goed. Maar niet alleen de schaatsers. Ook toppers in andere sporten gaan in onroerend goed.”

 

Slimme sponsordeal

Dennis Klaster: “Een heel mooi voorbeeld. Ik heb een sponsordeal gemaakt met een bouwbedrijf. Dan gaat het altijd over: welk bedrag moet het gaan worden of niet. Wat is er nou mooier dan dat bouwbedrijven kunnen zeggen: ‘Wij bouwen gewoon een huis voor een Olympisch schaatskampioene’. Ze koopt zelf de grond, dat bouwbedrijf gaat dat huis voor haar bouwen en vervolgens heeft zij haar pensioenvoorziening. Daar bedenk ik dan samen met Hans Visser een constructie voor, waarvoor ook de belasting groen licht geeft. Uiteindelijk worden het twee kleinere huizen. Een voor de verhuur en de ander om zelf in te wonen. Dan heeft ze haar hele leven lang een mooie huuropbrengst naast de waardestijging.’

 

Iedereen doet het

Hans Visser: ”Ver uit de meeste sporters gaan verantwoord met hun geld om. Ze moeten er hard voor werken en ze hebben een korte horizon. Ik ken niet één sporter die in woeste fondsen zit te beleggen. Als ze geld hebben, dan gooien ze het het liefst op een bankrekening. Dan maar 0,1 procent rente, maar dan weet hij of zij in ieder geval zeker dat er geen gekke dingen kunnen gebeuren. Ze vinden een beleggingsfonds al een groot risico. Ze denken ook nog niet aan hun pensioen. De horizon is vaak meer van: dan heb ik ook iets voor na mijn carrière. Sommigen zijn slim en investeren ook in een opleiding, maar beginnen ook al vroeg met pandjes omdat ze horen. ‘Die heeft een pandje, dan koop ik ook nog een pandje. Dat is echt iets van de laatste jaren, maar wel voor alle sporters. Of het nou om zwemmen gaat of zeilen of schaatsen, de sporters doen het allemaal.”


Dennis Klaster: “Je weet nooit wat voor eeuwig is, maar het werkt goed voor hen.
Ze krijgen ook veel sneller zakelijke begeleiding. De meeste sporttalenten hebben al managers die ook professioneel met het zakelijk traject om gaan, waardoor er veel minder ontsporingen zijn dan vroeger.”

 

 

Volgende publicatie:
“Ben je bereid je aannames ter discussie te stellen?”

“Ben je bereid je aannames ter discussie te stellen?”

Gepubliceerd op: 24 juni 2020

Gerard van Olphen naar aanleiding van Black Lives Matter

 

Door de dood van George Floyd in Minneapolis is de roep om een einde te maken aan racisme wereldwijd luider geworden. Ook in Nederland is er veel aandacht aan besteed door de media en in het publieke debat. Waar staat APG in deze discussie? Vier vragen aan bestuursvoorzitter Gerard van Olphen.

 

Trekt APG consequenties uit de ontwikkelingen rondom Black Lives Matter?

 

“De wereldwijde protesten tegen institutioneel racisme en politiegeweld hebben wereldwijd een schokgolf teweeggebracht die we niet kunnen negeren, en niet wíllen negeren. Als organisatie willen we meer divers en inclusief worden, ook omdat we voor pensioenfondsen en hun deelnemers werken. We streven naar een medewerkerspopulatie die een weerspiegeling vormt van de deelnemerspopulatie van deze fondsen, en van de maatschappij in het algemeen. In dat streven willen we iedereen bij APG stimuleren om zichzelf te zijn op de werkvloer, en zichzelf te laten zien. Dat kan alleen als we ons uitspreken tegen discriminatie en we toewerken naar een cultuur waarin inclusie  geen ambitie maar een reflex is. Een cultuur waarin mensen gewaardeerd worden ongeacht culturele achtergrond, gender, en alle andere aspecten waarin ze van elkaar kunnen verschillen. Deze ontwikkeling hadden we overigens al ingezet. De maatschappelijke reactie die door Black Lives Matter wereldwijd is opgeroepen, bevestigt onze overtuiging dat die aandacht voor inclusie ongelooflijk belangrijk is.”

 

Is discriminatie iets waar mensen binnen APG veel last van hebben?

 

“Het is geen thema dat binnen de organisatie veel zichtbare aandacht opeist. Maar het zou naïef zijn om te veronderstellen dat er binnen APG geen discriminatie plaatsvindt, dat er geen mensen zijn die hier last van hebben. Niet iedereen die er tegenaan loopt, trekt aan de bel – om wat voor reden dan ook. En niet iedereen die zich schuldig maakt aan discriminatie, is zich er bewust van. We hebben allemaal onze aannames over anderen, soms zelfs vooroordelen. Dat kan ook bijna niet anders. Belangrijker is de vraag of je bereid bent om die aannames ter discussie te stellen, je bewust te worden ervan en je gedrag en overtuigingen aan te passen. Het onderwerp is in ieder geval meer gaan leven, collega’s uiten zich er meer over dan voorheen. En we roepen collega’s ook op om hun zorgen en ideeën te delen. Zodat we leiderschap kunnen tonen dat bijdraagt aan het wegnemen van de achterstandspositie van sommige mensen en groepen in deze maatschappij – of dat nou gaat om ras, geslacht, seksuele voorkeur of levensovertuiging.”    

 

Wat doet APG om discriminatie tegen te gaan?

“In de afgelopen jaren hebben we al een aantal initiatieven opgepakt op het gebied van Diversiteit & Inclusie. In de komende periode werken we van waardevolle initiatieven naar een heldere D&I-visie en -ambitie. Daarvoor gaan we inzetten op een aantal elementen. Integratie van D&I in onze strategie bijvoorbeeld, maar ook bewustwording en voorbeeldgedrag door rolmodellen binnen de organisatie. Onze aanpak zal data-gedreven zijn, waarbij we aanscherpen op basis van inzichten vanuit HR data & analytics. Ook in onze werving en selectie zal diversiteit en inclusie nadrukkelijker gaan terugkomen, bijvoorbeeld door te werken met meer diverse sollicitantenlijsten en selectiecommissies. Ik geloof daar sterk in.”

 

Wanneer is APG een diverse en inclusieve organisatie geworden?

 

Als we iets geleerd hebben uit onze gesprekken met andere bedrijven, dan is het dat het realiseren van Diversiteit & Inclusie om een lange adem vraagt. We zijn er nog lang niet, maar de ontwikkeling is begonnen.

Volgende publicatie:
‘Crisis? We willen weten hoe het zit met ons vakantiegeld’

‘Crisis? We willen weten hoe het zit met ons vakantiegeld’

Gepubliceerd op: 18 juni 2020

Oprichter Tom Romanowski over financieel platform Kandoor

 

Zolang de overheid nog aan miljoenen getroffen Nederlanders ruimhartig steun verleent, is het niet veel drukker dan anders bij financieel platform Kandoor. Maar dat gaat spoedig veranderen, denkt oprichter Tom Romanowski.

 

De nagels van de crisis krassen al over je voordeur, je vreest voor je inkomen, je kunt wel wat hulp gebruiken en je tikt “Hulp bij…” in. In de top vijf van het lijstje suggesties van je zoekmachine wedijveren “laag inkomen”, “afvallen”, “schulden”, “depressie” en “scheiding” om de posities. Troostrijk, je bent dus niet de enige met zorgen. Maar wat nu? De advertenties van financiële advieskantoren dringen zich aan je op, terwijl je alleen maar iemand zoekt die belangeloos met je meedenkt over inkomensderving, zodat je weer door kan.

 

Kan door

 

Kan door! Dat was ook wat bedrijfskundige Tom Romanowski (38) vijf jaar geleden dacht toen pensioenuitvoerder APG hem vroeg na te denken over een platform waar mensen antwoord krijgen op hun financiële vraag. Schimmige fora met radeloze mensen en gelukszoekers waren er al genoeg, en buitenlandse bedrijven stonden te trappelen om de markt op zijn kop te zetten. Maar APG wilde iets anders. “Geen systeem met perverse prikkels, waar anderen geld verdienen aan jouw probleem”, zegt Romanowski. “APG wil bijdragen aan een gezond financieel systeem, een menselijke economie, gebaseerd op het helpen van elkaar. De zogeheten sharing economy, met behulp van technologie en de onafhankelijke inzet van mensen met verstand van zaken. Het draait hier om vertrouwen. Kom je om in de schulden, dan houd je dat voor je, totdat het echt niet langer gaat en je op zoek gaat naar een verstandige oom of vriend. Iemand bij wie je je veilig voelt, de kwestie bespreekt, waarna je door kunt.”

 

Veel stress

 

Wanneer krijg ik mijn vakantiegeld? Hoeveel geld krijg ik precies? Kan ik een voorschot krijgen? Mag mijn werkgever dat inhouden? “Veel vragen zijn simpel te beantwoorden, maar elke vraag kun je op wel vijfentwintig manieren stellen”, zegt Romanowski. “De ene gebruiker doet dat in een paar woorden, de ander heeft een half kantje nodig. Alleen al hieruit maken we op hoe mensen kunnen worstelen met financiële vraagstukken. Ze wachten er ook zo lang mogelijk mee, waarbij de stress hoog kan oplopen. Hier komt bij dat de overheid steeds meer verantwoordelijkheid bij ons legt. De afgelopen jaren versoberden de collectieve voorzieningen, de arbeidsmarkt werd flexibeler, de pensioenleeftijd schoof op. Mensen onderschatten welke financiële gevolgen dit voor ze heeft.”

 

Online buurman

 

Van de inmiddels vijftigduizend vragen per maand die Kandoor binnenkrijgt, handelt een chatbot 98 procent automatisch af. Vragen die te ingewikkeld zijn of meer persoonlijk zet de “Kanbot”, zoals ze hem bij Kandoor noemen, door naar een van de honderden gidsen.

“Onze vrijwilligers noemen wij gidsen. Zij zijn deskundigen, bijvoorbeeld voorzitters van pensioenfondsen, financieel adviseurs, hypotheekadviseurs en accountmanagers. Er zitten ook veel professionals van APG tussen. Deze gidsen beantwoorden de vragen gratis, in hun vrije tijd omdat ze mensen willen helpen en tegelijkertijd op de hoogte willen blijven over wat leeft in hun vakgebied.”

 

Een moderator houdt in de gaten of een zelfstandige adviseur toch niet probeert er business uit te peuren, maar dat is volgens Romanowski nog niet voorgekomen. “Gidsen controleren ook elkaars antwoorden, om te voorkomen dat mensen verkeerd worden geholpen. Het is voor hen een manier om op de hoogte te blijven van wat er speelt in hun vak. Een gebruiker zei: Kandoor is een online buurman in mijn broekzak. Daar was ik blij mee, het is precies wat ik wilde maken. Een ander zei: maar wat is het addertje onder het gras? Dat is er dus niet, maar mensen kunnen het moeilijk geloven.”

 

Inkomenszorgen nemen toe

 

Het succes van Kandoor illustreert het belang van onafhankelijke informatie, zeker in de crisis die we doormaken. Romanowski merkt het aan de vragen die binnenkomen. Ging voorheen driekwart over pensioen en belastingen, nu ziet hij meer vragen van zzp’ers en werknemers met aflopende contracten langskomen. Al loopt het nog niet storm. “Veel vragen gaan momenteel over hoe het zit met het recht op vakantiegeld. Ik zie de inkomenszorgen wel toenemen, maar op ons platform zie ik niet de sentimenten zoals je die op een forum als Radar ziet. Mogelijk omdat we door de steun van de overheid de pijn nog niet helemaal voelen. Maar die pijn gaat wel komen.”

 

Schrijnende gevallen

 

Bij Kandoor melden zich wel schrijnende gevallen, al waren die er altijd al. “Mensen die door de mazen van het vangnet vallen, op geen enkel potje recht hebben en op de bodem zijn beland. Ze worden van het kastje naar de muur gestuurd, en komen ten einde raad bij ons terecht. Ondanks dat we niet altijd iets voor ze kunnen doen, vinden ze het wel fijn dat ze hun verhaal kunnen doen. We experimenteerden wel met een hotline naar de Sociale Verzekeringsbank, maar we hebben het wat dit betreft in Nederland zo complex gemaakt, er is geen eindbaas voor elk probleem.”

 

Financiën leuk maken

 

Financiën: we lopen er gewoon niet warm voor. Maar Romanowski weigert zich hierbij neer te leggen. Hij wil meer gaan doen dan alleen ad hoc eerstelijnshulp bieden, hij wil de nood voor zijn en mensen structureel helpen de financiële planning op orde te krijgen. Sterker: hij wil financiën leuk maken.

 

“Of leuk, engaging. De betrokkenheid moet omhoog. De gezondheidszorg is dat al goed gelukt met apps en dergelijke. Elke dag even naar de stappenteller kijken, we zijn er al veel proactiever mee bezig dan voorheen. Mensen hun financiële gezondheid bij laten houden wordt een stuk lastiger, maar hoe mooi zou het zijn als iedereen vanaf zijn achttiende zijn financiële levensloopplanning gaat bijhouden? Natuurlijk heb je op je inkomen, pensioen en beleggingen zelf veel minder invloed dan op dagelijks bewegen en de samenstelling van je maaltijd. Maar als we het heel laagdrempelig maken en het proces terugbrengen tot kleine stapjes, ga je het misschien, op een dag, plezierig vinden. Wellicht is de crisis het moment om wat meer discipline in je financiële leven te brengen.”

 

Bakken met kennis

 

De gidsen van Kandoor doen intussen waar ze goed in zijn: mensen verder helpen. Voor hen breken mogelijk drukke tijden aan, zeker als ze thuis zijn in ontslagrecht en schuldsanering. “Ze zitten niet bij ons om als garnalenpellers eentonige vragen af te handelen. Ze hebben bakken met kennis en ervaring en willen die inzetten om degenen te helpen die dit het hardst nodig hebben. Nou, dit wordt hún moment.”

Een vraag over geldzaken? Breng eens een bezoekje aan www.kandoor.nl

Volgende publicatie:
Deze drie topvrouwen zien een ‘cut the crap-mentaliteit’ ontstaan

Deze drie topvrouwen zien een ‘cut the crap-mentaliteit’ ontstaan

Gepubliceerd op: 12 juni 2020

Hoe gaan drie topvrouwen van het Nederlandse bedrijfsleven om met de zakelijke en persoonlijke uitdagingen die de wereldwijde coronacrisis voor henzelf en de organisatie meebrengt?

 

De crisis zorgt voor grote onzekerheid, maar werpt ook nieuw licht op risicomanagement en de kracht van purpose, concluderen Tanja Cuppen, Bianca Tetteroo en Annette Mosman, lid raad van bestuur bij APG. ‘Ons verandervermogen is veel groter dan we dachten.’

 

Lees het volledige artikel hier.

 

Fotografie: ABN AMRO / Maartje Geels / APG

Volgende publicatie:
“Zoek jongeren op, op de plekken waar ze veel komen”

“Zoek jongeren op, op de plekken waar ze veel komen”

Gepubliceerd op: 28 januari 2020

Een dag lang had Salma Ahabbat de touwtjes in handen bij APG. Als Baas van Morgen nam de 14-jarige MAVO-scholiere vorige week plaats op de stoel van Francine van Dierendonck, lid van de raad van bestuur en verantwoordelijk voor Deelnemers- en Werkgeversservices. Ze dacht mee over hoe het onderwerp pensioen interessanter gemaakt kan voor jonge mensen. Daarvoor bezocht Salma een aantal teams die allemaal met deelnemerscommunicatie aan de slag zijn: Marketing Intelligence, De Groeifabriek, het Klant Contact Center en Webcare.

 

Met haar kritische en frisse blik, liet ze APG-ers even door de ogen van een 14-jarige naar hun eigen werk kijken. Salma: “Zoek jongeren op, op de plekken waar ze vanzelf veel komen en laat hen  daar kennis maken met het onderwerp pensioen. Bijvoorbeeld bij bushaltes, want wij reizen veel met het openbaar vervoer.” Ook gaf ze tips hoe APG social media nog beter kan inzetten. “Gebruik meer video en stories, dat is waar jongeren naar kijken.”

 

Terugkijkend is Salma blij dat ze mee heeft gedaan. "Het was een leuke, leerzame dag. Ik ben blij dat ik als een van 350 leerlingen in heel Nederland de kans kreeg om in de keuken van een groot bedrijf te kijken. Zo heb ik van dichtbij kunnen zien hoe het eraan toegaat in een bedrijf en kon ik vragen stellen." De sfeer bij APG had Salma zich heel anders voorgesteld. "Ik had verwacht dat het saai zou zijn en ouderwets. Maar het was juist het tegenovergestelde."

Francine vond Salma heel zelfverzekerd en spontaan. “Wat me raakte is dat ze zei ‘Ik wil graag in de zorg werken, want dan kan ik andere mensen helpen’. Dat sluit aan bij wat we als APG belangrijk vinden.” Het bezoek aan APG heeft ervoor gezorgd dat Salma inmiddels een andere carrière verkiest. "Ik zou dezelfde functie als Francine willen hebben, dus lid van raad van bestuur. Dat is ook een manier van zorgen voor mensen, maar dan op een ander niveau."

 

Baas van Morgen is een jaarlijks terugkerend project van JINC om kinderen die een steuntje in de rug kunnen gebruiken aan een eerlijke kans op de arbeidsmarkt te helpen. Francine: “Door mee te doen hoop ik Salma en andere kinderen, jongens en zeker ook meisjes, te laten zien en geloven dat de wereld aan hun voeten ligt. Blijf altijd nieuwsgierig, blijf spelen, blijf leren en droom altijd veel groter dan je ooit had gedurfd!”

Volgende publicatie:
APG gaat vrouwelijke medewerkers gelijk belonen

APG gaat vrouwelijke medewerkers gelijk belonen

Gepubliceerd op: 22 mei 2019

Bij APG werken ongeveer 3000 medewerkers, waarvan 960 vrouwen. Uit onderzoek, uitgevoerd bij APG in Nederland, blijkt dat vrouwen bij APG in Nederland gemiddeld 2,2% minder salaris ontvangen. Ruim 125 vrouwelijke medewerkers krijgen per 1 juni een salarisverhoging. Dat is 13% van het totale aantal vrouwelijke medewerkers. Bij de overige 87% van bij APG werkzame vrouwen is er geen verschil in loon met vergelijkbare mannelijke medewerkers.

De hogere beloning van deze groep medewerkers met een ongelijk salaris wordt binnen het bestaande budget van APG gerealiseerd.

 

Marloes Sengers, directeur HR bij APG: “Bij APG staan we voor gelijk loon voor gelijk werk, daarom zetten we dit vandaag recht. Het verschil in beloning wordt door ons bovendien duurzaam gedicht: financieel en met aanvullende aandacht voor leidinggevenden en medewerkers. Zo voorkomen we herhaling in de toekomst en pakken we de oorzaken van de ongelijke beloning duurzaam en fundamenteel aan.”

Volgende publicatie:
APG en BF+DA: verbeteren mensenrechten in de kledingindustrie

APG en BF+DA: verbeteren mensenrechten in de kledingindustrie

Gepubliceerd op: 6 december 2018

Samen met Brooklyn Fashion + Design Accelerator (BF+DA) introduceert APG de ‘Brooklyn Pledge to Accelerate Change’ . Deze belofte - genoemd naar de locatie waar het idee is ontstaan - heeft als doel om de mensenrechtensituatie in de productieketen van de kledingindustrie te verbeteren.

 

“De kledingindustrie is verantwoordelijk voor 2% van het wereldwijd bnp, en er werken 60 tot 70 miljoen mensen in deze industrie. Helaas wordt deze industrie nog steeds gekenmerkt door slechte werkomstandigheden, dat wil zeggen: het is onveilig en mensen worden onderbetaald. Dit is een van de thema’s die APG, maar ook ABP of bpfBOUW, willen verbeteren door middel van het engagementbeleid,” aldus Anna Pot, manager verantwoord beleggen bij APG in de VS.

 

57 aanbevelingen

De belofte is onderdeel van een whitepaper waarin 57 aanbevelingen worden gedaan om de mensenrechten in deze industrie te verbeteren en duurzamer te maken, bijvoorbeeld door meer transparante rapportage, verbetering van de rechten van medewerkers, het aanpassen van het inkoopbeleid, het vergroten van het bewustzijn van de consument en van de vraag naar duurzame kleding. De aanbevelingen zijn 57 concrete acties die zijn opgesteld door experts die aanwezig waren op het ‘Connecting Finance and Sustainability: A dialogue towards action on human rights in the apparel sector’ evenement in september, dat plaatsvond op het Pratt Institute in Brooklyn, New York. APG en BF+DA vragen nu kledingbedrijven en investeerders om te beloven concrete actie te ondernemen op één of meer aanbevelingen op de lijst.

 

Stappen vooruit

“Natuurlijk moet APG het goede voorbeeld geven. Voor APG ligt de nadruk op zorgen dat kledingbedrijven en beleggers voortdurend nadenken over duurzaamheid. We gaan in gesprek met het hoger management van die bedrijven over hun duurzaamheidsagenda en de stappen die ze zetten om deze ten uitvoer te brengen. Tussen 2015 en 2018 hebben we contact gehad met 19 kledingbedrijven, met als resultaat een aanscherping van het aankoopbeleid en de controle, en bij sommige bedrijven het beperken van het aantal leveranciers. We vragen ook om meer transparantie over hoe en waar kleding wordt gemaakt, zodat consumenten een onderbouwde keuze kunnen maken. In november 2018 hadden volgens Fashion Revolution 172 merken en retailketens een lijst van hun leveranciers op hun website staan. Investeerders die vragen om transparantie, helpen dit aantal verder omhoog te brengen,” licht Anna toe. 

 

Samenwerking met Amerikaanse spelers

Ze vervolgt “In een groot deel van Europa is duurzaamheid een onderwerp waar veel over wordt gesproken, maar voor bedrijven en investeerders in de VS is het relatief nieuw. We werken samen met gerespecteerde Amerikaanse organisaties zoals BF+DA om het gesprek over duurzaamheid op gang te brengen. Mijn persoonlijke doel voor volgend jaar is om op een grote, algemene investeerdersconferentie te spreken over duurzaamheid in de kledingindustrie. Ergens buiten de ‘sustainability bubble’, waar het nog geen onderwerp van discussie is, maar dat wel zou moeten zijn!”

 

BF+DA is een instituut voor ethische mode en ontwerp gevestigd in New York. Een van de belangrijkste doelstellingen van het instituut is om het niveau van duurzaamheid in de kledingindustrie te verbeteren.