Samenleving
Sluiten

Navigeer snel in deze serie:

Sluiten

Deel deze serie:

Samenleving

Van kangoeroe-wonen tot tiny houses. En van mantelzorg tot woon-zorgvoorzieningen. De manier waarop we met elkaar samenleven kent trends en uitdagingen. Je leest er alles over op deze pagina.

Thema
Inkomen
Collectie inhoud
47 Publicaties

Droom & daad: “Ik vind het lastig om handen en voeten te geven aan mijn bezorgdheid”

Gepubliceerd op: 15 september 2021

Want tussen droom en daad staan wetten

In den weg en praktische bezwaren

(uit: Willem Elsschot, Het Huwelijk)

 

Pensioen mag voor generatie Z een ver-van-hun-bedshow zijn, zij zijn wel de generatie van de toekomst. Waar dromen ze van? Wat doen ze om dat te bereiken? En wat staat het in de weg? In deze reeks laten we jongeren aan het woord over hoe nu en later er voor hen uitziet.

Maarten Paauwe (25): “We moeten veel meer in harmonie leven met de natuur.”

 

Wie: Maarten Paauwe (25), geboren en getogen Zeeuw. Hij studeerde technische bedrijfskunde in Tilburg en is drie jaar geleden getrouwd met Talitha, die hij al ruim tien jaar kent. “Elkaar trouw beloven vind ik een mooi iets. We waren best jong toen we trouwden, maar waarom zou je wachten als je weet dat het goed zit?”

 

Woont: In Gorinchem, waar ze terechtkwamen toen een geplande wereldreis in duigen viel door de pandemie. “We zijn gaan zitten met een kaart van Nederland – wat is nou een leuke plek om te gaan wonen? De meeste mensen kennen Gorinchem alleen van de files, maar het is een hartstikke leuke oude vestingstad.” De woning uit 1880 die ze hier kochten, zijn ze in de oude stijl aan het renoveren. Deels wordt de woning omgebouwd tot bed & breakfast.

 

Werkt: Bij een groenaannemer die het groenbeheer doet voor gemeenten, provincies en Rijkswaterstaat.

 

Houdt van: Klussen, lezen (voornamelijk kranten, geschiedenis en filosofie) en trips naar oude steden.

 

Waar droom je van?

“Dat we veel meer in harmonie gaan leven met de wereld en de natuur. Neem het IPCC-rapport. Alles wijst erop dat we steeds verder van die natuur afstaan. Ik denk dat we dat op verschillende vlakken kunnen verbeteren. Enerzijds door betere landschapsinrichting. We moeten de aarde niet aanpassen aan onze eisen. Nu is groen de sluitpost: we bouwen alles vol en als er nog ergens plek is zetten we een paar bomen neer. Het zou andersom moeten zijn: natuur eerst, en dan hier en daar nog wat plek voor de mens. Neem een schoolplein; dat is bijna een en al klinkers. Kinderen moeten al meekrijgen dat we te gast zijn in de natuur. Ik denk dat we daar als mensheid meer op moeten sturen, ook omdat dat voor onszelf beter is. De gemiddelde persoon heeft overgewicht, eet veel vlees en neemt veel zuivel tot zich: dat is niet hoe de natuur is ingericht.”

 

Hoe zie je jouw toekomst voor je?

“In de basis heb ik al alles wat ik wil. Ik ben gelukkig getrouwd, heb een woning, leuke familie, leuk werk. Op werkvlak zou ik het mooi vinden om leiding te geven aan een bedrijf, zodat ik mijn visie op een grootschalige manier kan uitrollen in de groenbranche. Ik zou met beleidsmakers aan tafel willen zitten om Nederland duurzamer te maken. Ik vind dat wij, met het bedrijf waar ik nu werk, de wereld letterlijk een stukje mooier maken door het aanleggen van groen.”

We zouden werken niet moeten zien als een verplichting, maar als iets moois

Hoe ziet je gedroomde pensioen eruit?

“Ik hoop vooral dat ik lang gezond en energiek blijf, zodat ik me ook later nog kan inzetten voor de maatschappij. Ik vraag me wel hard af of we ooit nog een pensioen gaan krijgen. Veel mensen van mijn leeftijd willen FIRE worden, gaan beleggen of kopen pandjes om zo vroeg mogelijk met pensioen te kunnen. Ik denk dat dat geen gezonde manier is om met pensioen om te gaan, gezien de kosten die we als maatschappij al hebben. Bovendien wijst alles erop dat het veel beter is om zolang je kunt te blijven werken. In aangepast tempo weliswaar, niet van acht tot vijf in een kantoorbaan. Je kunt je ook als vrijwilliger inzetten voor de maatschappij. Ik hoop dus dat ik dat zelf kan, maar ook dat we daar als samenleving naartoe gaan. In ouderen zit zoveel talent en ervaring, dat gaat allemaal verloren als ze achter de geraniums zitten of heel hip de wereld over reizen. Natuurlijk mag je genieten van je vrijheid, maar ik denk dat we als maatschappij die vaardigheden en capaciteiten onvoldoende benutten. Het lijkt me ook gewoon mooi om van nut te blijven. Je kunt het alsnog pensioen noemen als je je twintig uur per week inzet om de maatschappij beter achter te laten voor de volgende generatie. We zouden werken niet moeten zien als een verplichting, maar als iets moois.”

 

Wat is je droom voor Nederland?

“Dat Nederland een gezonde maatschappij wordt, in de breedste zin van het woord. We moeten ons inzetten voor een gezonde aarde, een gezond ecosysteem en een gezondere bio-industrie. Zoals we nu omgaan met dieren is niet oké. Ik las laatst dat als mensen in hetzelfde tempo zouden worden geslacht als dieren, de hele wereldbevolking binnen zeventien dagen uitgestorven zou zijn. Ik hoop dat Nederland koploper wordt en laat zien dat het ook anders kan. Nederlanders zelf kunnen ook veel gezonder leven. We worden weliswaar steeds ouder, maar ook steeds ongezonder. En tot slot droom ik van een gezond economisch systeem. De schuldenberg wordt alleen maar groter. Studieschuld, staatsschuld; ze lopen allemaal op. Dat geeft financiële stress. Het zou toch mooi zijn als we als land kunnen laten zien dat het niet nodig is om schulden te maken om te kunnen voortbestaan?”

Wat vind je wél goed gaan in de maatschappij?

“Een van de mooiste dingen van Nederland vind ik dat de kansen hier enorm zijn. Oók als je in een minder goeie wijk opgroeit, je ouders een niet-Nederlandse achtergrond hebben of als je uit een arm gezin komt. Iedereen kan hier onderwijs krijgen.”

 

Wat zou er beter kunnen in de wereld?

“De kansengelijkheid. Talitha en ik hebben sloppenwijken in India bezocht, daar is het echt een ander verhaal. Daar heb je überhaupt geen kans om iets van je leven te maken. Bij ons loont het meestal om hard te werken, in India kun je zo hard werken als je wilt, maar kom je er nog niet. Dat is toch triest?”

 

Wat baart je zorgen, met het oog op de toekomst?

“Dat we de urgentie van bepaalde problemen nog slecht lijken in te zien. Neem het klimaatrapport van het IPCC. De klimaatverandering wordt op den duur onomkeerbaar, maar wanneer gaan we dat nou zien? Ik vind het allemaal zo traag gaan. Ook over de toenemende polarisatie maak ik me zorgen. Er is eindeloos veel informatie beschikbaar, we kunnen overal ter wereld met elkaar communiceren, maar dat doen we amper. We trekken ons steeds meer terug in onze eigen bubbel. Forum voor Democratie wil een eigen samenleving beginnen met een eigen cryptomunt, datingapp en scholen. Dan denk ik: we zijn elkaar echt aan het verliezen. Op deze manier keren we terug naar de verzuilde maatschappij. En dan hebben we ook nog een generatie die trots is op hun cancel culture, waarin mensen om het minste of geringste worden gecanceld. Daar krijg je een heel krampachtige maatschappij van, waarin iedereen op z’n woorden let en bang is om zich uit te spreken. Want stel je voor dat je iemand beledigt. We mogen onszelf wel wat minder serieus nemen. De tolerantie is steeds verder te zoeken.”

Buiten onze landsgrenzen boeit het ‘ons’ eigenlijk niet wat er gebeurt

Wat maakt je boos?

“Wat mij vooral boos maakt, is dat in Nederland veel dingen goed zijn geregeld, maar dat het ‘ons’ buiten onze landsgrenzen eigenlijk niet boeit wat er gebeurt. We leggen oliepijpen in het Midden-Oosten, maar geen waterleiding op een plek waar die hard nodig is. We gebruiken hele stukken land als voedsel voor de koeien, maar voor een andere bevolking doen we dat liever niet. Wat ik bovendien stuitend vind in het coronabeleid is dat we in het Westen massaal alle vaccins opkopen en doodleuk jongeren gaan vaccineren, terwijl in India kwetsbare zestigplussers smeken of ze alsjeblieft het vaccin mogen hebben. En het recept krijgen ze natuurlijk ook niet van de farmaceuten. Zo zijn er meer dingen krom. Recent las ik bijvoorbeeld dat de prijzen van gezonde voeding harder stijgen dan die van ongezonde voeding. Voor mensen met een laag inkomen wordt het zo steeds lastiger om gezonde voeding te kopen, terwijl dat een basisbehoefte is.”

 

Wat staat je dromen in de weg?

“Voor wat mijn persoonlijke dromen betreft niet zo veel. Ik zal vooral hard moeten werken om ze te realiseren. Ik loop er wel tegenaan dat er allerlei dingen zijn waarover ik me opwind, maar waar ik lastig handen en voeten aan kan geven. Ik weet niet waar ik mijn strijdvaardigheid kwijt kan. Kan ik me niet aansluiten bij een of ander klimaatpanel? Zijn er meer jongeren zoals ik, vol energie en activisme, die met deze problemen rondlopen? Kunnen we er samen over debatteren en ons inzetten voor de maatschappij? Ik wil zo graag iets doen, maar hoe kom ik bij de juiste mensen aan tafel om echt iets te bewerkstelligen?”

 

Wat doe je zelf voor een betere wereld?

“Ik rijd elektrisch en ben veganist. Daar heb ik bewust voor gekozen om zo min mogelijk van de aarde te vragen. Vanwege die keuze heb ik het vaak met anderen over de impact van de vlees- en zuivelconsumptie op het klimaat. Ik wil niet iedereen dwingen tot veganisme – als je nauwelijks te eten hebt, zoals in sommige Afrikaanse landen, moet je vooral eten wat voorhanden is – maar in Nederland zijn vlees en zuivel niet nódig.

Daarnaast zet ik mijn talenten in voor een bedrijf dat bijdraagt aan een betere wereld. Ik zou er bijvoorbeeld moeite mee hebben om voor een bedrijf als Shell te werken. Op deze kleinschalige manier probeer ik mijn steentje bij te dragen. Ik zou het mooi vinden om het grootschaliger aan te pakken, samen met anderen.”

Volgende publicatie:
“De komst van 5G gaat voor veel innovatie zorgen”

“De komst van 5G gaat voor veel innovatie zorgen”

Gepubliceerd op: 25 augustus 2021

613 Miljard euro. Dat is het totaal belegd vermogen van APG wereldwijd (stand eind juli 2021). Doel: een goed pensioen in een leefbare wereld voor de deelnemers van de pensioenfondsen. De portefeuille is vanzelfsprekend goed gespreid. Van investeringen in windmolenparken in Zeeland tot Australische beursgenoteerde aandelen in winkels. En van veilige obligaties tot de wat meer fluctuerende handel in goud of soja. Wie zijn de mensen achter die beleggingen? Welke keuzes maken ze? En waarom?

 

In deze aflevering van de serie De beleggers: Frank Dekker, binnen APG verantwoordelijk voor beleggingen in de telecom- en mediasector.

 

Telecombedrijven leggen in razendsnel tempo glasvezelnetwerken aan. Dat zorgt voor meer snelheid en meer mogelijkheden waar het gaat om bijvoorbeeld 5G, kunstmatige intelligentie en the internet of things. Tegelijk neemt de dynamiek in de sector toe en zijn telecombedrijven aantrekkelijke overnamepartijen. Wordt KPN overgenomen door buitenlandse investeerders? Wie koopt T-Mobile, dat nu in de etalage staat? Wat is de impact van dergelijke marktbewegingen op de telecombeleggingen van APG?


Senior portfoliomanager Frank Dekker volgt de sector al vijftien jaar en is binnen APG verantwoordelijk voor de beleggingen in telecom. Zo ook voor KPN, waarmee APG onlangs een joint venture aanging. “Veelbelovend,” noemt Dekker deze samenwerking, die het mogelijk maakt de uitrol van het glasvezelnetwerk van KPN te versnellen. Maar misschien is Dekker niet helemaal objectief?

 

Dekker: “Terechte vraag. Maar niet juist. Als portfoliomanager in telecomaandelen word ik volledig afgeschermd van de activiteiten van de collega’s die deze deal met KPN sloten. Ik mocht gedurende de periode van de deal en de voorbereiding daarvan, niet in het aandeel KPN handelen. En intern ook met niemand hierover communiceren. Daar zijn we heel strikt in. We zijn er overigens ook toe verplicht. Hoe dan ook, ik vind de joint venture tussen KPN en APG veelbelovend. Want door de investering van APG kan KPN de aanleg van het glasvezelnetwerk eerder voltooien. Daardoor kunnen ze hun kopernetwerk sneller afbouwen, wat tot belangrijke kostenbesparingen leidt. Bovendien snijdt KPN door deze versnelde aanleg mogelijke concurrenten de pas af.”

 

Hoe ziet dat concurrentieveld er in Nederland uit?

“Ziggo is een aantal jaar geleden gefuseerd met UPC en vervolgens samengegaan met Vodafone. T-Mobile heeft twee prijsvechters gekocht, Tele2 en Simpel. En dan hebben we marktleider KPN. De Nederlandse telecommarkt is nu dus heel overzichtelijk, met deze drie partijen. Nederland heeft goede netwerken voor mobiele en vaste telefonie. De prijzen voor mobiel zijn de laatste jaren flink gedaald.”

 

T-Mobile wordt, als het aan eigenaar Deutsche Telekom ligt, zo snel mogelijk verkocht. Wat betekent dat voor de Nederlandse telecommarkt?

“T-Mobile heeft in Nederland een klein vast net. Deutsche Telekom wil in iedere markt graag de nummer een of twee zijn. In Nederland gaat dat vermoedelijk niet lukken, dus daarom gaat het bedrijf in de verkoop. KPN of Vodafone Ziggo mogen deze nummer drie waarschijnlijk niet overnemen vanwege Europese mededingingsregels. Of de concurrentie op de Nederlandse telecommarkt door de verkoop van T-Mobile toe- of afneemt, is afhankelijk van de nieuwe eigenaar. Wie dat wordt, is moeilijk te zeggen. Het is bekend dat Delta flink in glasvezel investeert. In een samenwerking met T-Mobile kan dat bedrijf voor extra concurrentie op de Nederlandse telecommarkt zorgen. Op dit moment huurt T-Mobile voor een groot gedeelte de vaste lijn van KPN voor hun klanten die nog een vaste telefoon gebruiken.”

 

APG belegt meer dan gemiddeld in KPN. Hoeveel muziek zit er nog in die koers? 

“Ik mag daar vanuit mijn rol helaas niet in detail op ingaan. We kijken bij onze beleggingen naar een termijn van drie tot vijf jaar. Het is moeilijk om te voorspellen welke sector het beter gaat doen dan andere sectoren. Daarom proberen we vooral bínnen een sector een bovengemiddeld rendement te maken; bijvoorbeeld door te kiezen voor de bedrijven die best-in-class presteren, die de beste rendement-risicoverhouding laten zien. Kijken we naar de Nederlandse markt, dan is Vodafone Ziggo de belangrijkste concurrent van KPN. Dat bedrijf heeft nog geen glasvezel, en moet nog flink gaan investeren in de noodzakelijke verbetering van hun huidige kabelnetwerk.”

 

Zijn telecombedrijven in Nederland over het algemeen eigenlijk een goede belegging?

“Meestal kijken beleggers dan naar het dividendrendement. Maar wat je vaak ziet, is dat telecombedrijven met een hoog dividendrendement een slechte belegging zijn. Ze betalen op dit moment relatief veel dividend, maar de vraag is of dat duurzaam is. Ze moeten de komende jaren immers flink investeren in hun netwerken. De onderliggende kasstromen voor de komende jaren, waarbij we proberen in te schatten wat de omzet en de marges gaan doen, vinden we veel belangrijker dan dividend. We kijken ook naar de structuur van de telecommarkt, hoe de concurrentie zich zal ontwikkelen. En wat de relatie met de regelgever en de politiek is. De corona-epidemie heeft eens te meer laten zien hoe belangrijk goede connectiviteit is; beleidsmakers zullen investeringen hierin dan ook willen stimuleren, bijvoorbeeld met regelgeving. Concluderend: in Nederland zien we dan een relatief gezonde marktstructuur. Minpunt voor de telecombedrijven is dat de politiek lage prijzen voor consumenten wil. Tegelijkertijd acht ik de kans op een prijzenoorlog vrij klein.”

Wat zou de impact zijn van zo’n prijzenoorlog?

“Prijzenoorlogen ontstaan als er veranderingen in de lokale concurrentie ontstaan. Meer concurrentie betekent vaak dat bedrijven gaan stunten en tarieven dalen. Dat is fijn voor de consument, maar niet gunstig voor de aandeelhouder. Bij minder concurrentie is de kans op prijsstijgingen hoger én kunnen de kosten voor klantacquisitie omlaag. Onze beleggingsfilosofie is er daarom op gericht prijzenoorlogen voor te blijven. Zo is India nu een interessantere markt geworden, sinds ze van veertien naar drie telecomaanbieders zijn gegaan. Maar ook Brazilië, Canada en Finland zijn interessant. In de VS daarentegen, stijgt juist de kans op een prijzenoorlog. Daar is een grote overname geweest, met als gevolg dat andere spelers op een agressievere manier marktaandeel proberen te winnen.”

 

Komt voor telecombedrijven de echte concurrentie op termijn niet eerder uit de hoek van giganten als Amazon, Facebook, Apple, Google en Microsoft?

“Zeker. Er wordt veel waarde gecreëerd met de digitalisering van de samenleving. Deze waardecreatie gaat niet meer naar de KPN’s van deze wereld, maar naar die giganten. Dus daar beleggen we ook in. Deze Amerikaanse en Chinese bedrijven investeren in toenemende mate in digitale infrastructuur zoals datacenters en de onderzeekabels, die het meeste intercontinentale internetverkeer transporteren. Vroeger waren die in bezit van de telecomoperators, maar die tijd is voorbij. Het grootste gedeelte van de digitale infrastructuur dat de Europese telecombedrijven nog bezitten, is de last mile, het laatste stuk van de verbinding naar de klant.”

 

5G staat centraal in die digitale infrastructuur. Wat gaat dat netwerk nu concreet voor ons betekenen?

“De komst van Uber kunnen we terugkijkend toeschrijven aan de doorbraak destijds van 4G, de smartphone en datacenters. Ik verwacht dat 5G, samen met toepassingen van kunstmatige intelligentie, voor veel innovaties gaat zorgen op het gebied van onder meer zelfrijdende auto’s, virtual reality, op afstand bedienbare robots die operaties uitvoeren, drones, noem maar op. Die vergen stuk voor stuk enorm veel rekenkracht en zo min mogelijk vertraging. Een voorbeeld? Een ambulance die een slachtoffer met derdegraads brandwonden naar het ziekenhuis vervoert, waarbij via een videoverbinding een arts op afstand al een diagnose kan stellen en de vereiste apparatuur kan klaarzetten. Of kunstmatige intelligentie waarmee je realtime simulaties kunt uitvoeren: wat is bijvoorbeeld de kans dat er een ongeluk gebeurt met een zelfrijdende auto. Voor dit soort innovaties heb je echt 5G nodig.”   

 

Er is toenemende politieke druk om Chinese apparatuur van bijvoorbeeld Huawei, die de telecomaanbieders in Nederland ook gebruiken, te weren. Een groot risico voor de Nederlandse telecomsector?

“Ja, dat is het absoluut. De VS maken zich zorgen over de technologische voorsprong die China heeft in 5G. We zagen meer initiatieven van politici en beveiligingsagentschappen om te waarschuwen voor cyberbeveiligingsrisico’s vanwege het bezit van bijvoorbeeld Huawei-apparatuur. De toegenomen controle op de Chinese apparatuurleveranciers dwong KPN om Huawei uit het mobiele kernnetwerk te verwijderen. KPN selecteerde Huawei ook voor andere 5G-onderdelen, zoals antennes. Nu loopt KPN het gevaar dat het Huawei ook van zijn mobiele radionetwerk moet verwijderen. Maar niet als enige: T-Mobile heeft de meeste Huawei-apparatuur in zijn netwerk. Een ban van Huawei zal de telecomaanbieders geld kosten, maar dat kunnen ze deels compenseren door consumenten hogere prijzen te rekenen op de draadloze markt.”

 

Tot slot: ook als grote belegger heb je te maken met concurrentie. Hoe onderscheid jij je daarvan?

“Het leuke aan het werken voor APG is dat we veel schaal hebben. Hierdoor hebben we bovengemiddeld veel toegang tot research, management en alternatieve data, maar houden we de kosten laag. Die data, zeker sectorspecifieke data, zijn kostbaar en niet elke belegger kan zich die veroorloven. Maar goed, het gaat er ook om wat je met die gegevens doet. Met mijn team kijk ik naar ontwikkelingen binnen sectoren en niet tússen sectoren. Relatief beleggen, heet dat. We kunnen onze tijd dus volledig gebruiken om de verschillen tussen spelers in de telecommarkt te onderzoeken en die in ons voordeel te laten werken.”

 

En, werkt het een beetje?

“We hebben het de laatste elf jaar ongeveer 30 procent beter gedaan dan de concurrentie (benchmark), met een absoluut rendement van 12,6 procent per jaar. Dus: ja, werkt prima.”

Wie is Frank Dekker?

 

Master of Finance aan de Vrije Universiteit. Werkt inmiddels vijftien jaar bij APG bij Fundamental Stock Selection. Managet de portfolio samen met collega Henny Crauwels. Die afdeling kenmerkt zich door sectorkennis, het nemen van relatieve bets en langeretermijnbeleggen. Is getrouwd en heeft drie kinderen. Woont in Zandvoort.

 

Beleggerscarrière

Mijn vader was timmerman en had een slechte rug. Hij werd afgekeurd en is thuis privé gaan beleggen.” Dekker kreeg het beleggen dus van jongs af aan mee. En dat is nooit meer opgehouden. In mijn vrije tijd lees ik graag boeken over beleggen.”

 

Manier van werken

“Ik vind het leuk om me in een onderwerp te verdiepen en er een mening over te vormen. Van huis uit heb ik een dikke huid meegekregen. Dat helpt me om een standpunt in te nemen dat afwijkt van de consensus.”

 

Beleggingsfilosofie

“Veel beleggers kijken top-down hoe de macro-economie of hoe bepaalde sectoren zich gaan ontwikkelen. Wij onderscheiden ons door binnen één sector naar bedrijfstrends op de langere termijn te kijken.”

Feiten & Cijfers

 

Waarin belegt APG op gebied van telecom en media?

Interactive media: Google, Facebook, Snap, Twitter

Broadcasting: Fox, Prosieben, Discovery, Viacomcbs

Interactive home entertainment (gaming companies) Activation Blizzard, EA

Cable & satellite: Comcast, SES

Advertising: (Advertising agencies) Publicis, WPP

Movies & entertainment: Netflix, Disney

 

Voor hoeveel?

De satelliet portfolio 1218 belegt iets meer dan 1,5 miljard euro.

Volgende publicatie:
"We kunnen het nog halen, maar we moeten wél aan de bak"

"We kunnen het nog halen, maar we moeten wél aan de bak"

Gepubliceerd op: 13 augustus 2021

Het rapport van het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties, onderstreept: de aarde warmt sneller op dan ooit. En de mens speelt daar een grote rol in. Als er niks gebeurt, kan de temperatuur in het uiterste geval tot bijna 6 graden Celsius stijgen richting het einde van deze eeuw. Gebeurt er wél wat, dan zijn de klimaatdoelen van Parijs nog haalbaar. Grote bedrijven en beleggers kunnen het verschil maken. De vraag rijst: doen we nu wel genoeg om het tij te keren? Volgens Joost Slabbekoorn, senior responsible investment & governance manager bij APG, zijn we in ieder geval op de goede weg. “We zien al langer de noodzaak om actie te ondernemen en handelen daar ook naar.”

 

De belangrijkste conclusies uit het VN-rapport zijn niet écht nieuw: de mens speelt ‘ondubbelzinnig’ een rol in klimaatverandering, de aarde is in 100 jaar tijd ruim 1 graad opgewarmd (veel sneller dan daarvoor gebeurde), de effecten van klimaatverandering zijn overal ter wereld merkbaar en de komende 30 jaar loopt de temperatuur sowieso op. Of dat in het gunstigste geval 1,5 graad en in het zwartste scenario 5,7 graden is, heeft alles te maken met hoe we daar wereldwijd op gaan acteren.

 

Beleid herijken

“Ja, het IPCC-rapport is confronterend”, zegt Slabbekoorn, met zijn team verantwoordelijk voor de uitvoering van het duurzaam en verantwoord beleggingsbeleid van onder meer pensioenfonds ABP. “Maar eigenlijk wisten we al dat het nog niet goed gaat.” Dat besef bestaat al langer. Niet voor niets groeide de focus op het duurzaam en verantwoord beleggingsbeleid van fondsklanten als ABP de laatste jaren fors. Maar soms, zegt Slabbekoorn, zie je dat de aanpak scherper moet én kan. Conclusies zoals die uit het rapport van het IPCC kunnen dan daadwerkelijk doorslaggevend zijn om het beleid te herijken. Slabbekoorn: “Dat heeft ABP onlangs dan ook gedaan. We beseften dat het versnellen van de energietransitie de enige optie is – en het huidige beleid voorziet daar niet voldoende in. Daarom scherpen we onze klimaatambities in 2022 aan.” ABP gaat daarbij niet over één nacht ijs. Een panel van wetenschappers aan universiteiten ondersteunt bij de vorming van het aangescherpte beleid.

 

Fossiel

Daar komt bij dat APG samen met 32 andere grote beleggers meewerkte aan het zogeheten ‘Net Zero Investment Framework’, een raamwerk dat handvatten biedt voor het aanpakken van klimaatverandering. “Het zijn dit soort initiatieven én onze inspanningen op het gebied van engagement – onze invloed als belegger aanwenden om bedrijven te stimuleren duurzamere beslissingen te maken – waarmee we kunnen bijdragen aan een leefbare wereld.” Maar, benadrukt Slabbekoorn, het verschil maak je niet alleen. “Als pensioenbelegger met invloed vind ik dat we het verplicht zijn om te doen wat binnen onze mogelijkheden ligt. Maar iedereen moet zijn bijdrage leveren.” Een van de mogelijkheden die vaak door klimaatorganisaties wordt geopperd, is afstappen van beleggingen in fossiele brandstoffen. Zorgt het IPCC-rapport ervoor dat APG haar klanten zal adviseren om volledig uit ‘fossiel’ te stappen? “Niet per se”, zegt Slabbekoorn. “Idealiter is de fossiele industrie ook onderdeel van de oplossing. Maar olie- en energiebedrijven zullen de komende jaren moeten versnellen in hun transitie van fossiel naar hernieuwbaar. En daar kijken we kritisch naar. Als het ons niet snel genoeg gaat of we verliezen ons vertrouwen, dan zullen we eruit stappen.”

 

Risico’s in kaart

Eén van de andere conclusies uit het rapport luidt dat de gevolgen van klimaatverandering overal ter wereld zichtbaar zijn. De overstromingen in Limburg, België en Duitsland zijn daar een voorbeeld van. Ook dat gegeven is van invloed op de beleggingen van APG. Slabbekoorn: “De veranderende weersomstandigheden hebben nu al impact op onze beleggingen. En in alle scenario’s warmt de aarde de komende jaren sowieso op. Dat betekent dat klimaatverandering invloed blijft hebben op onze beleggingen. Daarom zijn we al druk bezig met het in kaart brengen van risico’s bij overstromingen, droogte, bosbranden of de stijging van de zeespiegel voor onze vastgoedbeleggingen. Ook hebben we een dashboard ontwikkeld dat inzicht biedt in de fysieke risico’s van klimaatverandering per land.”

 

Lichtpuntje

“Het rapport, of beter gezegd: de conclusies uit het rapport, betekenen dus echt wat voor de manier waarop we beleggen. We zetten de juiste stappen, maar er is altijd ruimte voor ontwikkeling”, zegt Slabbekoorn, die ondanks de sombere boodschap van het rapport, toch ook een lichtpuntje ziet. “Er staat ook dat we de klimaatdoelen in 2050 nog kúnnen halen. Maar dan moeten we echt aan de bak.”

Volgende publicatie:
Droom & daad: "Ik werk nu zestig uur per week, zodat ik later kan genieten"

Droom & daad: "Ik werk nu zestig uur per week, zodat ik later kan genieten"

Gepubliceerd op: 11 augustus 2021

Maar doodslaan deed hij niet

Want tussen droom en daad staan wetten

In den weg en praktische bezwaren

(uit: Willem Elsschot, Het Huwelijk)

 

Pensioen mag voor generatie Z een ver-van-hun-bedshow zijn, zij zijn wel de generatie van de toekomst. Waar dromen ze van? Wat doen ze om dat te bereiken? En wat staat het in de weg? In deze reeks laten we jongeren aan het woord over hoe nu en later er voor hen uitziet.

Bas Grund (20) uit Amsterdam: “Iedereen kan rijk worden. Het draait om het maken van de juiste keuzes”

 

Wie: Bas Grund (20), omschrijft zichzelf als een carrièretijger en een ‘supereigenwijze jongen’, die op de middelbare school ontdekte dat school niet helemaal zijn ding was. “Ik heb nog wel even op het mbo gezeten, maar ik had toen al wat ondernemingen die best goed liepen. Verder studeren zou me niet meer gaan opleveren in de toekomst, redeneerde ik. In de wereld van de online marketing, waar ik in zat, is kennis uit een boek al snel niet meer up-to-date. Dus besloot ik om te gaan werken, echt te gaan knallen.”


Woont:
In een huurwoning in Amsterdam. “Ik wilde meteen een huis kopen, maar de bank was sceptisch omdat ik nogal jong ben en tot voor kort ondernemer was. Hopelijk kan ik volgend jaar alsnog iets kopen.”


Werkt:
Hij stopte in december met zijn eigen onderneming, en is sindsdien aan de slag als directeur van een beginnend marketingbedrijf, dat werkt voor onder andere restaurants, hotels en poppodia. “Gruwelijk vet.”


Houdt van:
Muziek luisteren, ‘alles behalve blokfluit en triangel’, reizen, nieuwe mensen leren kennen, plekken ontdekken. “En stiekem vind ik het heel lekker om te werken.”

 

Waar droom je van?

“Persoonlijk droom ik vooral van zakelijk succes. Ik zou het heel vet vinden om later in een bestuur te zitten. Als ik groots mag dromen, zou ik een hoge functie willen bij een internationaal bedrijf. Een functie waarin ik iets beteken in de wereld, maar ook veel kan verdienen. Dat geld zou ik dan gebruiken om iets goeds te doen. Bijvoorbeeld investeren in het verduurzamen van vastgoed en scholen bouwen in ontwikkelingslanden.”

 

Hoe zie je jouw toekomst voor je?

“Ik fantaseer vaak over de toekomst, ik ben heel benieuwd hoe die eruitziet. Maar ik ben ook iemand die van dag tot dag leeft. Ik heb geen doelen in de zin van: over vijf jaar wil ik hier weg, en dan wil ik zus en zo. Ik geloof dat als je doelen stelt, je jezelf daartoe beperkt, terwijl ze nog veel groter kunnen zijn. Als je geen doelen stelt, is alles mogelijk.”

 

Hoe ziet je gedroomde pensioen eruit?

“Ik zou het liefst rond mijn 40ste met pensioen gaan, zodat ik daarna kan genieten van het leven, samen met het gezin dat ik tegen die tijd hoop te hebben. Dan kan ik de met werk verloren tijd inhalen en lekker veel reizen – wat tegen die tijd hopelijk stukken duurzamer is – en uit eten gaan. Ik kies ervoor om nu heel hard te werken en straks pas echt te gaan leven. Dat is radicaal, en ik moet er ook niet te veel over nadenken wat ik allemaal gemist heb als ik morgen onder een bus kom. Maar werk gaat nu even voor.”

 

Ik kies ervoor om nu heel hard te werken en straks pas echt te gaan leven”

Waarom vind je werk zo belangrijk?

“Ik ervaar een druk in mezelf; doe ik wel genoeg? Ik wil vooroplopen. Ik geloof erin dat je altijd je best moet doen, ook in het weekend of ’s avonds. Het is veel makkelijker om te zorgen dat je op de eerste plek blijft staan, dan dat je vanaf de tiende plek naar voren moet ploeteren. De spirit houd ik erin om mezelf te motiveren. Gelukkig vind ik werken heel leuk, het is echt mijn passie. Ik merk wel dat ik in een andere levensfase zit dan mijn vrienden, hoewel we even oud zijn. Zij studeren en gaan vaak uit. Ik pak soms wel een feestje mee, maar dat gaat helaas niet vaak.”

 

Wat is je droom voor Nederland?

“Dat iedereen zichzelf kan zijn en zijn mening kan uiten zonder consequenties. Ik merk in mijn vriendengroep dat politieke meningen soms botsen en dat we elkaar niet altijd helemaal begrijpen. Dat is prima, maar dat moet er niet toe leiden dat mensen zich niet meer durven uitspreken. Je moet je nooit schamen voor wie je bent en waar je voor staat. Ook als je het niet met elkaar eens bent, moet je wel in staat zijn om gezellig samen een biertje te drinken in de kroeg. Het is niet dat dit nu niet kan in Nederland, maar ik merk dat als je een afwijkende denkwijze hebt, je er daardoor soms toch niet voor honderd procent bij hoort. Je krijgt snel een stempel.”

 

Wat vind je wél goed gaan in de maatschappij?

“Ik vind het heel mooi dat we ons er met z’n allen al zo bewust van zijn dat we moeten innoveren en naar de toekomst moeten kijken. Ik ben er echt trots op hoe innovatief Nederland is, vergeleken met veel andere landen. Alleen mag het van mij allemaal nog net wat sneller.”

 

Wat zou er beter kunnen in de wereld?

“Overal vrede zou mooi zijn natuurlijk. Op kleinere schaal zou ik het gaaf vinden als ieder land een goede infrastructuur zou hebben. Nu merk je al verschil als je de grens met België oversteekt. Wat dat betreft boffen we in Nederland. Verder moet de kloof tussen rijk en arm kleiner worden. Hoe? Ik vind dat je zwaarder belast mag worden als je meer geld hebt, maar dan alleen op passief inkomen en vermogen. Arbeid moet wat mij betreft bij iedereen even zwaar worden belast, of je nu een vakkenvuller bent of een directeur. Rijk worden is in zekere zin een keuze, geloof ik. Als je rijk wilt zijn, moet je de juiste keuzes maken.”

Jij gelooft dat iedereen rijk kan worden, ongeacht achtergrond?

“Nou ja, als je in de shit zit of schulden hebt, is het moeilijk. Maar ook dan kun je het omdraaien met een juiste strategie en een goed plan. En ja, als je in een sloppenwijk in India bent geboren, heb je een achterstand. Dan zul je je moeten opwerken. In Nederland en in Europa hebben we het makkelijker. Toch durf ik te zeggen dat het voor iedereen mogelijk is om rijk te worden. Kijk maar naar de ceo van Google, Sundar Pichai. Die komt ook uit een Indiaas gezin dat het niet breed had.”

 

Wat baart je zorgen, met het oog op de toekomst?

“We leven nog lang niet duurzaam genoeg. Daar moeten we écht aan werken, met z’n allen. Waar ik me ook wel zorgen over maak, is het onderwijs. Dat gaat volgens mij niet genoeg met z’n tijd mee. Over tien jaar bestaan er allemaal nieuwe banen, waar het schoolsysteem nog niet op voorbereid is. Ze doen hun best, maar de ontwikkeling duurt te lang, denk ik.”

 

Wat maakt je boos?

“Jongeren die hun potentieel vergooien, die veel in zich hebben maar niet groot durven dromen. Die mentaliteit dat een 5,5 goed genoeg is om te slagen. Als je dat vertaalt naar een zakelijke carrière, blijft dat ook zo. Wat nou als je gaat voor die 10? Dan wordt je carrière misschien ook wel tien keer beter. Alles is mogelijk tegenwoordig, laat je niet beperken door je papiertje. Kom in contact met de juiste mensen, volg een vakspecifieke cursus. Er kan zoveel meer dan je denkt. Doe het gewoon.”

 

Wat staat jouw dromen in de weg?

“Tijd, ik ben iemand die geen geduld heeft. Aan de ene kant is dat misschien goed, want daardoor heb ik op deze leeftijd al mooie stappen kunnen maken. Maar aan de andere kant gaat het me allemaal niet snel genoeg. Nederland mag wat mij betreft sneller innoveren, zodat er meer mogelijkheden zijn om mijn werk makkelijker te maken, waardoor ik weer sneller mijn dromen kan bereiken. Ook op het gebied van duurzaamheid kan het allemaal beter en sneller.”

 

Wat doe je zelf om je dromen te realiseren?

“Ik werk zo’n zestig uur per week, zo effectief mogelijk, om hogerop te komen.”

 

En wat doe je zelf voor een beter Nederland en een betere wereld?

“Ik ben niet zo van de holle posts op sociale media, ik ben meer van het doen. Verandering wil ik zelf in gang zetten. Ik heb me in het verleden veel ingezet voor duurzaamheid. Zo heb ik een tijdje een bedrijf gehad dat Duurzame plekken heette en dat restaurants, hotels en woningen in Nederland hielp verduurzamen. Nu heb ik iets minder tijd om me volledig in te zetten voor duurzaamheid. Soms zet ik wel mijn marketingkennis gratis in om duurzame projecten aan aandacht te helpen. Maar als je overal waar je komt een klein beetje doet, al is het maar afval scheiden, is een beetje uiteindelijk heel veel.”

Volgende publicatie:
Droom & daad: “Het maakt me boos dat vrouwen nog steeds met 2-0 achterstaan op de arbeidsmarkt”

Droom & daad: “Het maakt me boos dat vrouwen nog steeds met 2-0 achterstaan op de arbeidsmarkt”

Gepubliceerd op: 3 augustus 2021

Maar doodslaan deed hij niet

Want tussen droom en daad staan wetten

In den weg en praktische bezwaren

(uit: Willem Elsschot, Het Huwelijk)

 

Pensioen mag voor generatie Z een ver-van-hun-bedshow zijn, zij zijn wel de generatie van de toekomst. Waar dromen ze van? Wat doen ze om dat te bereiken? En wat staat het in de weg? In deze reeks laten we jongeren aan het woord over hoe nu en later er voor hen uitziet.

Laura Bas (24) uit Amsterdam: “Ik maak me zorgen over de wachtlijsten in de ggz. Mensen die hulp nodig hebben – en dat zijn er sinds de pandemie steeds meer – kunnen nu nergens terecht.”

 

Wie: Laura Bas (24). Ze werd onlangs derde bij Miss World Nederland en begint in september aan de master Culture Organization & Management aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Eerder volgde ze aan het hbo een rechtenstudie. Daarnaast is ze ambassadrice van het project ‘Omdat ik het verdien’, waar ze samen met Europarlementariërs Agnes Jongerius en Vera Tax workshops over de loonkloof geeft aan (jonge) vrouwen. “In Nederland verdienen mannen nog steeds gemiddeld 15 procent per uur meer dan vrouwen. Het is mijn missie om dat te veranderen en daar wil ik me voor blijven inzetten.”

Woont: In een studio (24m2 à 320 euro) op een sociaal project in Amsterdam. “De helft van de bewoners is statushouder, het is de bedoeling dat we met elkaar gaan mengen. Een erg leuke plek om te wonen, op nog geen tien minuten van de universiteit.”

Werkt: Freelance in het contractrecht en als eindredacteur bij de Amsterdamse Studentenvakbond.

Houdt van: Schrijven, geschiedenis, filosofie, psychologie en ‘eigenlijk alles wat op ‘ie’ eindigt behalve biologie’.

 

Waar droom je van?

“Dat ik als managementconsultant boardrooms mag bestormen in het bedrijfsleven, liefst internationaal. Ik zou graag zien dat vrouwen over vijf jaar al een stuk beter zijn vertegenwoordigd op de arbeidsmarkt dan nu. Ik wil me bezighouden met vraagstukken rondom thema’s als diversiteit en inclusiviteit. Ik zie het als een taak van mijn generatie om organisaties bij de tijd te brengen door verouderde processen aan te pakken. Neem alleen al voornaamwoorden. Bij de Amsterdamse studentenvakbond waar ik voor werk is een aantal mensen non-binair. Zij willen worden aangesproken met ‘hen’ in plaats van ‘hij’ of ‘zij’. Dat zijn veranderingen die wij als generatie moeten gaan doorvoeren, ook in het bedrijfsleven.”

 

En wat hoop je privé nog te doen in je leven?

“Ik hoop nog veel van de wereld te mogen zien. Als naïeve 17-jarige heb ik voor een ‘gap year’ in Brazilië gewoond en daar heb ik veel van geleerd. In zo’n land moet je constant je eigen normen en waarden op de weegschaal leggen om er te kunnen aarden. Het heeft mijn blik op de wereld verruimd, sindsdien oordeel ik veel minder snel. Het heeft me ook doen inzien hoe goed we het in Nederland hebben. Ik ga nog iedere twee jaar terug naar Brazilië om mijn vrienden en de familie bij wie ik woonde op te zoeken. Het is heel interessant om hun visie op bepaalde onderwerpen te horen. Andere culturen leren kennen is wat mij betreft een van de meest inspirerende dingen in het leven. Vliegschaamte heb ik nog niet, maar ik hoop heel hard dat de mensen die er verstand van hebben een duurzame manier kunnen ontwikkelen om verantwoord te kunnen reizen.”

Ik zou in een wereld willen leven waarin we mensen in hun waarde laten, zonder stereotyperingen en vooroordelen”

Wat is je droom voor Nederland?

“Ik hoop dat ons land in de toekomst nog een stukje inclusiever en diverser is, wat meer openminded, met meer acceptatie. In de Tweede Kamer zitten nu eindelijk een vrouw van kleur (Sylvana Simons) en een transgender (Lisa van Ginneken), het zou mooi zijn als de politiek en het bedrijfsleven nog meer een afspiegeling worden van de samenleving. Ik zou willen dat Nederland een veiliger plek wordt voor minderheden. Want op het gebied van lhbtqi zijn we er nog niet, en strenggelovigen hebben het ook lastig. Ik hoop dat we met z’n allen meer in rust met elkaar kunnen samenleven. Dat wens ik ook buiten Nederland. Ik zou in een wereld willen leven waarin we mensen in hun waarde laten, zonder stereotyperingen en vooroordelen.”

Hoe ziet je gedroomde pensioen eruit?

“Ik hoop voor een werkgever te mogen werken waar het pensioen goed geregeld wordt. Daarnaast wil ik zelf geld gaan beleggen om eerder te kunnen stoppen. Ik denk dat we moeten werken tot ons 70ste, dat vind ik erg lang. Mijn vader gaat nu bijna met pensioen en die is van plan om met zijn vriendin lekker met de camper door Amerika te trekken, dat lijkt mij ook een prachtig pensioen.”

 

Wat baart je zorgen, met het oog op de toekomst?

“Polarisatie, en ik denk dat sociale media daarin een grote rol spelen. Als ik foto’s like van mensen die zeggen dat gras paars is in plaats van groen, zorgt dat ervoor dat ik alleen nog maar content te zien krijg van mensen die dat ook vinden. Die filterbubbel geeft een vertekend beeld van de werkelijkheid, dat vind ik zorgelijk. Ik ben bang voor de gevolgen ervan.

Waar ik me ook zorgen over maak, zijn de wachtlijsten in de ggz. Mensen die hulp nodig hebben – en dat zijn er sinds de pandemie steeds meer – kunnen nu nergens terecht. Ik woon in een project met veel statushouders, die de vreselijkste dingen hebben meegemaakt. Veel van hen kampen met trauma’s, maar krijgen geen hulp. Als het dan een keer misgaat, roepen we als samenleving: ‘Zie je nou wel, het zijn altijd weer die vluchtelingen’. Maar we moeten eens in de spiegel kijken en er als samenleving voor zorgen dat deze mensen worden geholpen.

Die vooroordelen zitten me trouwens ook dwars. Ik krijg vaak de vraag of ik me niet onveilig voel in mijn buurt, omdat er veel jonge mannen met een migratie-achtergrond wonen. Die vraag kreeg ik nooit toen ik in een volkse buurt in Amsterdam-Noord woonde. Ik voel me hier juist ontzettend veilig. Als me hier iets zou overkomen en ik zou schreeuwen, weet ik zeker dat die jongens hun containers uit komen rennen om me te redden.”

 

Ik vind het niet van deze tijd dat mensen met minder inkomen minder toegang hebben tot educatie”

Wat maakt je boos?

“Onrecht. Het maakt me bijvoorbeeld heel boos dat vrouwen nog steeds met 2-0 achterstaan op de arbeidsmarkt. Dat wordt gebagatelliseerd met het argument dat het onze eigen schuld is, dat we deeltijd wel lekker vinden. Maar dat is niet de kern van het probleem.

Over het leenstelsel ben ik ook niet te spreken. Ik vind het niet van deze tijd dat mensen met minder inkomen minder toegang hebben tot educatie. Want je kunt wel doen alsof die studieschuld niets uitmaakt, maar zie later maar eens een huis te vinden op deze woningmarkt als jij en je partner allebei 40.000 euro studieschuld hebben. En ook zonder die schuld is het al niet te doen, zeker niet voor mensen die weinig verdienen. De kloof tussen arm en rijk wordt alleen maar groter.”

 

Wat staat je dromen in de weg?

“Beleidskeuzes. Dat we er als maatschappij voor kiezen om te bezuinigen op de zorg, dat de huizenprijzen de pan uitrijzen en dat je niet meer kunt studeren zonder een schuld op te bouwen. Maar het kan altijd erger. Mijn vrienden in Brazilië hebben te maken met corruptie en een leider als Bolsonaro. Voor hen is het nog moeilijker om hun dromen waar te maken.”

 

Wat doe je zelf om je dromen te realiseren?

“Ik ga moeilijke gesprekken niet uit de weg, werk hard en zet me in voor maatschappelijke organisaties en doelen waar ik achter sta.”

 

En wat doe je voor een betere wereld?

“Ik probeer veel minder vlees te eten en koop alleen tweedehands kleding, met uitzondering van sportkleding en ondergoed. Wat dat betreft ben ik echt een millennial. Daarnaast moedig ik anderen aan voor hun passies en ambities te gaan en zich niet te laten leiden door kritiek van anderen. Daar wordt de wereld ook beter van. Ik wil mensen meegeven dat falen onderdeel is van succes. In Nederland wordt falen gezien als iets slechts, maar je kunt niet succesvol worden zonder een paar keer onderuit te gaan. Van vallen en opstaan leer je veel meer dan wanneer je in één rechte lijn omhoog gaat.”

 

Is de politiek niets voor jou?

“Die vraag krijg ik vaak. Op dit moment niet, maar ik sluit het niet uit in de toekomst. Stiekem denk ik dat het bedrijfsleven veel meer macht heeft dan de politiek. Veel politici beginnen met de beste bedoelingen op het Binnenhof, vol goede moed om een verschil te maken, maar komen dan in zo’n slangenkuil terecht dat het lastig wordt om hun ambities waar te maken. In het bedrijfsleven is het misschien makkelijker om echt dingen te veranderen.”

Volgende publicatie:
"Pensioenfondsen hebben grote verantwoordelijkheid voor het Nederland van nu en later"

"Pensioenfondsen hebben grote verantwoordelijkheid voor het Nederland van nu en later"

Gepubliceerd op: 29 juli 2021

Annette Mosman trad in maart toe als CEO van APG. In de eerste maanden van haar nieuwe functie wil ze zo veel mogelijk verfrissende inzichten opdoen. Daarom wandelt ze in 25 ontmoetingen van Amsterdam naar Heerlen. Een reis door het Nederland van Straks, waarbij steeds iemand anders haar vergezelt op een stuk van de route. Collega’s, maar ook mensen buiten APG. Zoals FNV-voorzitter Tuur Elzinga.

The Rolling Stones, Bruce Springsteen, Coldplay en Pink: ze traden er allemaal op. Het Malieveld was hun concertzaal in de open lucht. Maar het Haagse grasveld wordt ook regelmatig overgenomen door actievoerende vakbonden. Ook Tuur Elzinga heeft er ongetwijfeld heel wat voetstappen liggen. Zijn geschiedenis bij de vakbeweging gaat terug tot 2002, toen hij beleidsmedewerker werd bij FNV. Bijna twintig jaar later is hij voorzitter van de vakbond en sociale partner, om precies te zijn sinds 10 maart van dit jaar. Daarnaast was hij onder meer negen jaar lid van de Eerste Kamer voor de Socialistische Partij (SP). Hij kent dus zowel het groen van de Nederlandse polder als dat van de bankjes van de senaat.

 

Vet op de botten kweken

Het moet anders in Nederland, vindt Elzinga. De coronacrisis vormt volgens hem een kantelpunt: het doorgeschoten marktdenken moet plaatsmaken voor een maatschappelijke herwaardering. De pandemie heeft laten zien hoe onmisbaar sectoren als zorg, onderwijs en kinderopvang voor onze samenleving zijn. ‘Juist die vitale sectoren zijn de afgelopen jaren achterop geraakt’, zegt Elzinga. Scholen, ziekenhuizen en crèches werden als bedrijven bestuurd en er werd zo veel mogelijk bezuinigd. Dat leidde tijdens de coronacrisis tot een tekort aan IC-capaciteit, beschermingsmiddelen en personeel. ‘We hebben weer vet op de botten nodig, goede reserves. Dat is misschien niet zo efficiënt, maar zo voorkom je dat de hele samenleving tot stilstand komt als het even tegenzit.’

 

Bang voor de toekomst 

De pandemie heeft ook de verschillen tussen (kans)arm en rijk uitvergroot. Nederland is de afgelopen decennia steeds welvarender geworden, maar lang niet iedereen heeft daarvan meegeprofiteerd. De flexibele arbeidsmarkt heeft de vaste baan op de tocht gezet en de lonen zijn te weinig mee gestegen met de winsten. ‘De ongelijkheid is groter geworden, er is scheefgroei ontstaan’, aldus Elzinga. En dan is er nog de klimaatcrisis, waarvoor we letterlijk en figuurlijk niet meer kunnen vluchten, nu we wereldwijd worden geconfronteerd met extreem weer, bosbranden en overstromingen. Dat alles leidt tot onrust, merkt Elzinga. ‘Mensen maken zich zorgen over hun toekomst en die van volgende generaties. Je kunt als land wel alleen zoveel mogelijk geld willen verdienen, maar wat voor huis laten we achter aan onze kinderen en kleinkinderen als de sociale samenhang onder druk staat en de planeet wordt uitgewoond?’

 

Een miljoen vaste banen erbij

Gelukkig heeft de coronacrisis ook bij de politiek - van links tot rechts – en bij sommige werkgevers geleid tot het besef dat het Nederland van Straks vraagt om verandering, aldus Elzinga. We kunnen volgens hem meteen beginnen om het land in de steigers te zetten. De blauwdruk ligt er al: brede welvaart voor alle Nederlanders. Dat is de insteek van het SER-ontwerpadvies, dat vakbonden en werkgevers dit voorjaar samen presenteerden: een pakket maatregelen voor het nieuwe kabinet. Allereerst moet de arbeidsmarkt hervormd worden: er moeten weer meer vaste contracten komen, in plaats van flexibele dienstverbanden. Elzinga ziet er het liefst een miljoen vaste banen bij komen. ‘Mensen hebben behoefte aan zekerheid in werk en inkomen. Ze willen brood op de plank, hun rekeningen kunnen betalen en ook nog wat overhouden voor ontspanning.’

Het prijskaartje van klimaatverandering

Brede welvaart vraagt ook om meer investeringen van publiek geld in vitale sectoren als zorg en onderwijs. Zo moet de leegloop van personeel worden gekeerd met betere arbeidsvoorwaarden: als de lonen stijgen en de werkdruk daalt, wordt het weer aantrekkelijk om voor de klas of aan het bed te staan. Er moet ook meer geïnvesteerd worden in de kwaliteit van publieke dienstverlening, zoals UWV, de Belastingdienst – denk aan de Toeslagenaffaire – en ja, ook pensioenuitvoering. Elzinga: ‘Beter functioneren van de instituties kan de huidige vertrouwenskloof helpen dichten.’ Voor de lange termijn moet er fors geïnvesteerd worden in het tegengaan van klimaatverandering. ‘Er wordt zo gedraald, we moeten nú doorpakken. Hoe langer we dat voor ons uitschuiven, hoe hoger het prijskaartje wordt.’ Meer geld dus voor een versnelling van de energietransitie, maar dan wel sociaal verantwoord, door mensen die hun baan kwijtraken te helpen met ander werk.     

 

Sterkere overheid nodig

Met zo’n forse maatschappelijke verlanglijst kan de overheid zich niet langer afzijdig houden, vindt Elzinga. Sinds de jaren tachtig was het adagium in Den Haag: zo veel mogelijk markt, zo min mogelijk overheid. ‘Een markt is mooi om ervoor te zorgen dat er genoeg broden voor iedereen worden gebakken, maar je kunt er niet álles aan overlaten’, stelt Elzinga. ‘We zien nu de puinhoop die de mantra van liberalisering, privatisering en deregulering heeft veroorzaakt.’ De verbouwing van Nederland vraagt om een sterkere staat, die de samenleving van de toekomst actief helpt vormgeven met publieke deelnemingen en gerichte investeringen en via wet- en regelgeving zorgt dat marktpartijen hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. Die behoefte aan een sturende overheid houdt niet op bij de grens. Elzinga is bijvoorbeeld blij met het G7-plan voor een wereldwijd minimumbelastingtarief van 15 procent voor multinationals. Dat bemoeilijkt belastingontwijking via fiscale sluiproutes, doordat een halt wordt toegeroepen aan de concurrentiestrijd tussen landen om buitenlandse investeerders binnen te halen met de laagste belastingtarieven.  

 

Techreuzen

Internationale regelgeving is ook belangrijk om de invloed van Big Tech & Big Data in te perken. Elzinga: ‘Grote techbedrijven kapitaliseren data die wij als consumenten zélf produceren. Ze maken daarbij gebruik van de bestaande digitale infrastructuur, zonder er iets voor terug te geven.’ Hetzelfde geldt voor multinationals die patenten binnenslepen voor innovaties die deels elders zijn bedacht. Hun slimme medewerkers zijn immers opgeleid aan publiek gefinancierde universiteiten en putten uit de in voorgaande eeuwen opgebouwde body of knowledge van onze kennismaatschappij. We are standing on the shoulders of giants. Elzinga: ‘Data, kennis, maar ook bijvoorbeeld grondstoffen en energiebronnen als zon en wind en uiteindelijk onze hele planeet: het is van ons allemáál. Wat geeft een klein clubje bedrijven het recht om dat eigendom te claimen? Waarom zouden managers en aandeelhouders er schathemeltjerijk van mogen worden, terwijl de medewerkers en de rest van de maatschappij het met de kruimeltjes moeten doen?’

Ik hoop dat het ooit niet meer nodig zal zijn om te staken

‘Geef medewerkers zeggenschap’

De piramide moet dus op zijn kop. Dat vraagt niet om revolutie, maar wel degelijk om een radicale omwenteling, via geleidelijke, democratische weg, aldus Elzinga. De eerste voorzichtige stappen op die nieuwe weg lijken volgens hem ook al te zijn gezet. Overheden beginnen langzaamaan hun klassieke rol weer op te pakken, bedrijven nemen meer verantwoordelijkheid voor hun omgeving en worden daar ook vaker op aangesproken door consumenten, burgers en grote beleggers. Een volgende stap is het verlenen van daadwerkelijke zeggenschap aan medewerkers en de samenleving, stelt Elzinga. ‘Geef een stem aan de mensen die al die innovatieve ideeën bedenken, die het echte werk doen, die de eigenlijke rechtmatige eigenaar zijn van de producten en diensten van bedrijven: wij allemáál dus. Wie is de baas, wie beslist? Nu zijn dat managers en aandeelhouders, straks moeten we met zijn allen de baas kunnen zijn.’

 

Van aandeelhoudersrendement naar maatschappelijke winst

Elzinga voerde de afgelopen jaren namens sociale partner FNV de onderhandelingen over het pensioenakkoord. Een historisch akkoord, dat de oudedagsvoorziening in de toekomst betaalbaar moet houden, zonder het solidariteitsbeginsel los te laten. ‘In het nieuwe stelsel zie je de premie die je hebt opgebouwd directer terug in je eigen pensioenopbouw, maar we zorgen nog steeds dat mensen die pech hebben tijdens hun loopbaan óók een goed pensioen kunnen hebben en we delen als generaties de risico’s met elkaar.’ Maar de pensioendiscussie is nog lang niet klaar, denkt Elzinga. Als de rente de komende jaren zo laag blijft en beleggingsrendementen in de toekomst structureel dalen, zoals voorspeld, dan kan de belofte van een waardevast pensioen niet meer worden waargemaakt en groeit de vertrouwenskloof in de samenleving. Pensioenfondsen zouden dan een volgende stap kunnen zetten: van aandeelhoudersrendement naar maatschappelijke winst.

 

Pensioen in natura? 

Elzinga licht het toe: ‘Pensioenfondsen zouden meer moeten kijken naar de behoeften die mensen later in hun leven hebben. Hebben ze dan alleen behoefte aan een pot geld, of willen ze vooral een fijne plek om te wonen, goede zorg en levenskwaliteit? Ga dáárin als pensioenfonds rechtstreeks investeren, steek pensioengeld in nieuwe woonvormen voor senioren, goede ouderenzorg en een herstel van de sociale infrastructuur, zodat die beschikbaar zijn als mensen eraan toe zijn.’ Een soort pensioen in natura dus. En waarom alleen investeren in voorzieningen voor de oude dag? Pensioengeld kan ook vaker worden gebruikt om de huidige samenleving te verbeteren. Denk aan investeringen in de krappe huizenmarkt - die vooral jonge generaties treft - of in goed onderwijs, voor een sterk Nederland van Straks. Elzinga: ‘Pensioenfondsen hebben een groot vermogen en daarmee ook een grote verantwoordelijkheid voor het Nederland van nu en van later.’ 

 

Het staken gestaakt

Tijdens de onderhandelingen over het pensioenakkoord legde FNV, samen met vakcentrales CNV en VCP, een dag lang het treinverkeer stil om druk te zetten voor een minder snelle stijging van de AOW-leeftijd. Wat denkt Elzinga: wordt er in het Nederland van Straks nog gestaakt? ‘Ik vermoed van wel. Voorlopig zullen er nog belangentegenstelingen zijn tussen werkgevers en werknemers. Maar ik hoop dat het ooit niet meer nodig zal zijn om te staken: als medewerkers echte zeggenschap krijgen, kunnen ze meebeslissen en nemen de belangentegenstellingen af. Als je zelf de baas bent, hóef je niet meer te staken.’ Dus het Malieveld is in de toekomst geheel aan de opvolgers van The Stones en Coldplay, of het ultieme festivalterrein? Hij lacht: ‘Ja, dan komen we er samen om het gewoon gezellig met elkaar te hebben, leuke dingen te doen of dingen te vieren. Bijvoorbeeld dat we in Nederland zo’n mooi pensioenstelsel hebben.’      

Volgende publicatie:
“Mensen zeggen: ‘Jullie hebben mijn leven gered’”

“Mensen zeggen: ‘Jullie hebben mijn leven gered’”

Gepubliceerd op: 12 juli 2021

‘Werk jij in de pensioensector? Goh, spannend…’ Vooroordelen genoeg over het werk voor een pensioenfonds of -uitvoerder. Misschien niet helemaal terecht, blijkt uit een serie portretten van de mensen die er dagelijks werken.

Zoals Manon van Hoek, die als growth hacker bij Kandoor werkt, APG's online platform waar financiële professionals gratis vragen over geldzaken beantwoorden. “Bij Kandoor proberen we mensen echt te helpen.”

 

 

Wat is dat, een growth hacker?

“Het heeft in elk geval niets met hacken te maken, haha. Growth hacking is een marketingvorm waarbij de focus op groei ligt. Om meer bezoekers te krijgen, zijn mijn twee collega’s en ik continu bezig met het verbeteren van het platform. Wat kunnen we anders aanpakken, wat zou het effect daarvan zijn? Dat proberen we dan uit. Vervolgens analyseren we de data. Zijn er inderdaad verschillen en zo ja, waardoor ontstaan die?”

 

Geef eens een voorbeeld?

Kandoor heeft een chatbot. Daar kunnen mensen persoonlijk antwoord krijgen op al hun financiële vragen. We onderzoeken of ze het liefst korte antwoorden willen, of dat iemand zich juist beter geholpen voelt met een uitgebreide toelichting. Via experimenten zoeken we uit welke vragen ze precies hebben. Ook testen we hoe we het best om feedback kunnen vragen. Of op welk moment bezoekers afhaken. En of bijvoorbeeld blogs nog actueel genoeg zijn of dat ze moeten worden aangepast.”

 

Wil Kandoor de grootste hulpsite op financieel gebied worden?

“We willen heel graag ons bereik vergroten. Wie op Google een financiële zoekvraag intikt, moet direct bij ons terechtkomen.”

 

De truc is dus om bij Google bovenaan te komen staan?

“Ja, dat is de uitdaging. Als mensen een vraag hebben over bijvoorbeeld pensioen of belastingen, kunnen ze de antwoorden bij ons vinden. Alle relevante informatie over financiële zaken moet op ons platform staan.

Daarnaast moet de site technisch zó in elkaar zitten, dat Google ons kan herkennen. Hun algoritme verandert echter voortdurend. Dus daar moeten wij ook steeds in meegaan.”

 

Hoeveel bezoekers heeft Kandoor nu?

“In 2020 hadden we anderhalf miljoen bezoekers en kregen we ruim een half miljoen vragen binnen. Waarschijnlijk tikken we dit jaar een miljoen aan, want we zitten nu al op een half miljoen vragen. Daar zijn we erg blij mee. Ik zou het heel vet vinden als Kandoor straks als een merk wordt gezien. Dat mensen gewoon weten: ik heb een financiële vraag, dan ga ik naar Kandoor. Want daar word ik geholpen. Dat is ons ultieme doel.”

Ben jij zelf ook een financieel toppertje?

“Ik weet veel van data-analyse, maar ik had totaal geen financiële kennis toen ik tweeënhalf jaar geleden bij Kandoor kwam werken. Ik heb hier een hoop bijgeleerd. Ik wist bijvoorbeeld ook niets over pensioenen. Inmiddels weet ik dat het belangrijk is dat je daar juist op jonge leeftijd al over gaat nadenken. Want nu kun je het nog goed regelen.”

 

Dus jij geeft je vrienden wel dat advies, maar je beantwoordt geen vragen op het platform?

“Nee, dat doen de financiële gidsen. We hebben een hele community met vrijwilligers. Dat zijn allemaal experts die gratis informatie geven, zodat mensen zelf een beslissing kunnen nemen. Daarnaast hebben we bloggers die over verschillende geldonderwerpen schrijven.”

 

Wat maakt jouw werk nou zo leuk?

“Het is heel afwisselend. Je bent nooit uitgeleerd want er is altijd wel een nieuwe ontwikkeling. Dus moet je ook continu nieuwe oplossingen bedenken. Wat ik ook fijn vind, is dat Kandoor een maatschappelijke missie heeft. Dat is voor mij het beste van twee werelden: die constante uitdaging om innovatief te zijn, gecombineerd met het sociale aspect. Bij Kandoor proberen we mensen echt te helpen bij financiële stress. Ik ben me er nu veel bewuster van hoeveel mensen die hebben. En hoeveel impact dat op hun leven heeft.”

 

Raakt dat je?

“Ja, je ziet dat mensen soms zo in de problemen zitten, dat ze niet meer weten wat ze moeten doen. Zij zijn vaak heel dankbaar voor de hulp van de gidsen. Ik krijg hun feedback binnen en soms schrijven ze: ‘Jullie hebben mijn leven gered. Ik ben zo blij dat iemand me helpt.’ Aan de ene kant is het heel mooi dat iemand echt geholpen is. Maar het is ook heel verdrietig om te zien dat mensen in zulke situaties zitten.”

 

Wat zou jij in de maatschappij veranderen, als je het voor het zeggen had?

“Het toeslagensysteem. Het wordt onderschat hoe moeilijk de gemiddelde Nederlander het vindt om daar doorheen te navigeren. En hoe bang ze zijn dat ze het verkeerd doen. Want als jij iets aanvraagt en je blijkt er toch geen recht op te hebben, dan zit je misschien direct in de schulden Dus dat systeem zou ik makkelijker willen maken.”

 

Nog meer wat je wilt aanpakken?

“De brieven van de belastingdienst. Veel mensen begrijpen de inhoud gewoon niet. De taal is te ingewikkeld. Zij komen ook bij Kandoor om hulp. Maar ik weet niet of dat probleem alleen door de overheid moet worden opgelost. Misschien wordt het ook veroorzaakt omdat ze nooit geleerd hebben hoe ze hun belastingaangifte moeten doen. Dan is het natuurlijk niet gek dat je fouten maakt. Daar zouden scholen best eens les in mogen geven.”

Volgende publicatie:
“Daalt de Nederlandse levensverwachting door corona?”

“Daalt de Nederlandse levensverwachting door corona?”

Gepubliceerd op: 1 juli 2021

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: Actuarieel Directeur Alexander Paulis over de impact van corona op de levensverwachting en de financiële positie van Nederlandse pensioenfondsen.

 

Een kleine twee jaar. Daarmee is de Amerikaanse levensverwachting gedaald tussen 2018 en 2020. Tenminste, als je onderzoek van de Virginia Commonwealth University, de University of Colorado Boulder en het Urban Institute moet geloven. Oorzaak: de pandemie, die voor de grootste daling van de Amerikaanse levensverwachting sinds 1943 zorgde.

 

Hoe zit dat in Nederland? Paulis trekt zijn wenkbrauwen op als hij hoort over de Amerikaanse resultaten. “Dit is natuurlijk slechts een momentopname. Het is vrijwel onmogelijk om nu al te bepalen in hoeverre de sterftecijfers van de afgelopen twee jaar representatief zijn voor de toekomst. Eerst moet de situatie zich normaliseren. Áls er al een nieuw normaal komt, is dat wanneer iedereen is gevaccineerd en we het effect daarvan op de besmettings- en sterftecijfers kunnen zien.” 

 

Aids

Het corona-effect in de sterftecijfers van de afgelopen twee jaar (zo’n 10 procent oversterfte volgens het CBS) is een kortetermijnontwikkeling waarmee je in voorspellende zin niet veel kunt, volgens Paulis. “Pensioenfondsen plannen voor de lange termijn. En wat betreft corona weten we daarover nog helemaal niks. Voor langetermijnvoorspellingen heb je voldoende basis – waarnemingsjaren – nodig. We zijn gewend om ver terug in de tijd te kijken en het laatste jaar niet allesbepalend te laten zijn. In de jaren tachtig dachten we aanvankelijk ook dat de aidsepidemie structurele gevolgen zou hebben voor de levensverwachting. Uiteindelijk bleek het slechts een rimpeling te zijn.”

 

Om de vraag te beantwoorden hoe representatief de eerste jaren na 2020 zijn voor wat we gaan zien in de toekomst, moet je volgens Paulis een soort actuariële grens over. “Je zult ook met medische experts, zoals virologen, moeten praten. We zijn daar als actuarissen altijd terughoudend in, omdat je daarmee snel in subjectieve, politieke discussies terechtkomt. Maar in dit geval ontkom je er niet aan, denk ik.” 

 

Contrair

Normaliter wordt voor de levensverwachting ook ‘basis’ gecreëerd door naar andere, vergelijkbare landen te kijken. Toch hoeven we ook daar op korte termijn geen heil van te verwachten, zegt Paulis. “Juist bij corona hebben we gezien dat de verschillen tussen landen plotseling heel groot kunnen zijn.”

 

Er is nóg een reden om de eerste jaren na 2020 niet te bepalend te laten zijn voor de langetermijnprognose van het sterftecijfer. “Tijdens hete zomers zien we bijvoorbeeld ook oversterfte. Zo’n zomer eist met name levens onder mensen die al wat kwetsbaarder zijn. Daardoor houd je een relatief gezonde populatie over en ontstaat daarna vaak juist wat ondersterfte. Bij corona zou zich eenzelfde contrair effect kunnen voordoen.”

 

Druppel

Wie denkt dat pensioenfondsen zonder meer financieel baat hebben bij de coronasterfte, vergist zich volgens Paulis. “Als deelnemers waarvan het ouderdomspensioen nog niet is ingegaan overlijden, ontvangen nabestaanden een partner- en wezenpensioen. Voor het fonds kan dat onder de streep financieel nadeliger zijn. Met name als het om jonge nabestaanden gaat. Maar als iemand al ouderdomspensioen ontving, vervalt dat. Het nabestaandenpensioen dat daarvoor in de plaats komt, is lager. Per saldo is dat voordeliger voor het fonds. Omdat met name ouderen aan corona zijn overleden, hebben we het afgelopen jaar een bescheiden ‘positief resultaat op sterfte’ gehad, zoals een actuaris dat wat klinisch noemt. Maar dat was bij wijze van spreken een druppel op een gloeiende plaat – hoogstens enkele tiende procentpunten van de dekkingsgraad. Rentestand, beleggingsrendement en tegenwoordig vaak ook de premie, hebben een veel grotere invloed op de financiële positie.”  

 

Onbruikbare jaren

Dus voorlopig is er geen reden om aan te nemen dat de levensverwachting in Nederland daalt? Paulis: “Inderdaad. Voor een langetermijnprognose zijn 2020 en 2021 de meest onbruikbare jaren die je je kunt voorstellen. Pensioenfondsen hoeven zich voorlopig niet rijk te rekenen aan de gevolgen van corona.”

Volgende publicatie:
Droom en daad: “Zorgwekkend, hoe verschillend mensen naar dingen kijken”

Droom en daad: “Zorgwekkend, hoe verschillend mensen naar dingen kijken”

Gepubliceerd op: 30 juni 2021

Maar doodslaan deed hij niet

Want tussen droom en daad staan wetten

In den weg en praktische bezwaren

(uit: Willem Elsschot, Het Huwelijk)

 

Pensioen mag voor generatie Z een ver-van-hun-bedshow zijn, zij zijn wel de generatie van de toekomst. Waar dromen ze van? Wat doen ze om dat te bereiken? En wat staat het in de weg? In de serie Droom en Daad laten we jongeren aan het woord over hoe nu en later er voor hen uitziet.

Leila Jane Ali-Dib (23) uit Rotterdam: “Mensen met een niet-Nederlandse achtergrond krijgen minder kansen in het leven. Daar kan ik me boos om maken.”

 

Wie: Leila Jane Ali-Dib (23), “creatief, zelfstandig, gevoelig, zorgzaam, altijd nieuwsgierig en een feminist”.

Woont: In Rotterdam.
Werkt:
Freelance in de marketing en pr, daarnaast doet ze modellenwerk en hoopt ze wat acteerklussen te krijgen. “Werk is voor mij heel belangrijk. Ik vind het ook leuk om bezig te zijn met mijn carrière. Ik hou er echt van om hard te werken. Niet alleen voor het geld, ook voor het plezier. Plezier staat voorop. Ik vind het wel belangrijk om genoeg vrijheid te ervaren in mijn werk. Ik wil zelf bepalen wanneer ik werk, wat ik doe en wanneer ik daarmee bezig ben.”

Houdt van: Creatief bezig zijn, cultuur snuiven, reizen en tijd doorbrengen met goede vriendinnen.

Waar droom je van?

“Ik probeer in het nu te leven en zie wel wat er op me afkomt, maar op een bepaalde manier ben ik ook bezig met de toekomst. Wat wil ik nu eigenlijk? Wie wil ik zijn? Wat wil ik nog doen? Ik hoop dat ik later een gezinnetje heb en een fijn huis in Rotterdam. En dat mijn werk nog steeds mijn passie is, en dat ik daar ook dan voldoende mee verdien. Ik wil altijd mijn eigen ding blijven doen en nieuwe dingen doen en leren. Ik droom ervan om veel van de wereld te zien en om meer te doen met acteren.”

 

Hoe ziet jouw gedroomde pensioen eruit?

“In loondienst heb ik wel wat pensioen opgebouwd, maar dat mag geen naam hebben. Eerlijk gezegd heb ik me er tot nu toe niet druk om gemaakt. Maar als freelancer moet ik het wel zelf regelen. Mijn moeder hamert er altijd op dat ik het moet uitzoeken. Ik ken niemand van mijn leeftijd die al met zijn pensioen bezig is. Het is nog zo ver weg. Maar ja, hoe eerder je begint met opbouwen hoe beter, dus ik moet toch eens naar de mogelijkheden kijken.”

 

Wat staat jouw dromen in de weg, waarover maak je je zorgen?

“Ik maak me zorgen over waar het heen gaat met het milieu, maar ook over ongelijkheid in de wereld. Er is veel polarisatie. Ik vind het zorgwekkend hoe verschillend mensen naar dingen kijken. Ik denk dat ieder mens wel vooroordelen heeft, maar ik probeer me er bewust van te zijn hoe ik denk en handel. Als er politiek incorrecte dingen worden gezegd in mijn omgeving, probeer ik daar wel iets van te zeggen.”

“Ik maak me zorgen over waar het heen gaat met het milieu, maar ook over ongelijkheid in de wereld”

Wat maakt je boos?

“We zeggen vaak dat we al zo ver zijn, dat er al zoveel veranderd is, dat Nederland een vrij land is waar heel veel mag. Maar als je kijkt naar wat er daadwerkelijk gebeurt, dan valt dat vies tegen. Het is 2021 en vrouwen krijgen nog steeds minder betaald dan mannen. Mensen met een seksuele voorkeur die buiten de ‘norm’ valt, worden nog altijd uitgescholden op straat. Mensen met een niet-Nederlandse achtergrond krijgen minder kansen in het leven. Daar kan ik me echt boos om maken. Soms snap ik niet hoe het nog steeds kan, in deze tijd.”

 

Heb je daar zelf weleens mee te maken gehad?

“Nee, ik ben voor zover ik weet nooit gediscrimineerd vanwege mijn achternaam. Misschien omdat ik er niet heel buitenlands uitzie. Ik ben half Arabisch; mijn moeder is Nederlands, mijn vader komt uit Syrië. Ik heb weleens meegemaakt dat ik vanwege mijn achtergrond expres in een soort subsidieaanvraag voor diversiteit werd gezet. Dat vond ik gek om te horen, al kon ik er ook wel om lachen. Schijndiversiteit is ook een probleem: bedrijven die naar de buitenwereld doen alsof ze diversiteit hoog in het vaandel hebben staan, maar waar achter de schermen iedereen wit is. Daar valt ook nog veel winst te behalen, denk ik.”

 

Wat doe je zelf voor een betere wereld?

“Ik probeer milieubewust te zijn. Ik vind het belangrijk om daarover ingelezen te zijn, steeds meer te weten te komen en bewustere keuzes te maken. Ik eet sinds twee jaar geen vlees meer en zo min mogelijk vis en zuivel. Qua kleding ben ik ook bewuster bezig. Oude kleding geef ik weg aan mensen die ik ken of verkoop ik het online, zodat iemand anders er nog plezier van kan hebben. Zelf probeer ik meer tweedehands te kopen, want je hoort dat bepaalde grote kledingwinkels die kleding niet bepaald duurzaam produceren. Ik heb weleens gehoord dat teruggestuurde kleding vaak verbrand moet worden omdat dat goedkoper zou zijn dan recyclen. Dat heeft ook te maken met ons koopgedrag, dus daar moeten we onze ogen niet voor sluiten.

Wat vliegen betreft ben ik eerlijk gezegd wat minder milieubewust. Ik heb weleens gekeken of ik met de trein naar Spanje kon in plaats van met het vliegtuig, maar een treinticket was meer dan twee keer zo duur. En dan ben je ook nog veel langer onderweg. Sorry, maar dan kies ik toch voor die vliegreis.”

Volgende publicatie:
"Er moeten duizend vuilnisbakfabrieken komen"

"Er moeten duizend vuilnisbakfabrieken komen"

Gepubliceerd op: 28 juni 2021
Hoe denken kinderen over het klimaat? In de nieuwste video uit de reeks APG Kids & … kom je erachter.

Milieubewust hoor, die kinderen van tegenwoordig. Zeven jonge wereldburgers buigen zich op verzoek van APG over de vraag hoe ze over het klimaat denken. Sommigen, zoals  Lise (6), zien het vrij breed. “Het klimaat? Dat is de wildernis waar de wilde dieren leven.” De meesten zijn opvallend goed op de hoogte van de problematiek, zoals Xavi (8): ‘Wij vervuilen de natuur. Dan wordt Moeder Natuur heel boos en verandert ze het klimaat.’ En ze maken zich zorgen. ‘Hoe meer bomen we omkappen, hoe weiniger zuurstof’. Oplossingen hebben ze ook. Duizend vuilnisbakkenfabrieken bijbouwen, zodat er genoeg prullenbakken zijn voor al het afval. Eerst het licht uitdoen, voordat je je ’s avonds je pyjama aantrekt.  Zelf naar school fietsen, in plaats van dat je moeder je met de auto brengt. En niet met het vliegtuig, “want dat komt er stof in de lucht en dan kunnen we niet meer ademen”.
Gelukkig is er aan het eind wel een ijsje.

Volgende publicatie:
Droom en daad: ‘Ik mag toch hopen dat er nog vissen zijn als ik 50 ben’

Droom en daad: ‘Ik mag toch hopen dat er nog vissen zijn als ik 50 ben’

Gepubliceerd op: 22 juni 2021

Maar doodslaan deed hij niet

Want tussen droom en daad staan wetten

In den weg en praktische bezwaren

(uit: Willem Elsschot, Het Huwelijk)

 

Pensioen mag voor generatie Z een ver-van-hun-bedshow zijn, zij zijn wel de generatie van de toekomst. Waar dromen ze van? Wat doen ze om dat te bereiken? En wat staat het in de weg? In de serie Droom en Daad laten we jongeren aan het woord over hoe nu en later er voor hen uitziet. Vandaag freelance tekstschrijver Nina Keijzer (20) uit Ridderkerk: “Waarover ik me zorgen maak, met het oog op de toekomst? Je kunt beter vragen: waarover niet?”

 

 

Wie: Nina Keijzer (20)

Woont in: opgegroeid in Rotterdam, woont nu bij haar ouders in Ridderkerk.

Werkt: als astroloog en tekstschrijver. “Mijn werk is op dit moment het belangrijkste in mijn leven. Ik ben er elke dag mee bezig. Dat heb ik ook van huis uit meegekregen. Mijn ouders hebben altijd beiden fulltime gewerkt, net als mijn opa en oma; het zit in ons om keihard te werken.”

Houdt van: schrijven, lezen, fitnessen, netflixen en pianospelen.

Waar droom je van?

“Ik zou graag mijn eigen boeken willen uitgeven. Als het even kan wil ik op die manier iets betekenen voor de maatschappij, verschil maken. Als ik iemand kan helpen, op welke manier dan ook, ben ik al tevreden. Succesvol zijn is in mijn ogen de vrijheid hebben om te doen wat je leuk vindt. Veel geld hebben is ook fijn, daar niet van. Maar het is niet het belangrijkste.”

 

Hoe zie je jouw toekomst voor je?

“Ik ben eigenlijk te veel bezig met mijn toekomst. Meer dan ik zou willen. Met mijn beste vriend heb ik het elke dag over later. Je bent nu nog jong, zeggen mensen, maak je niet druk. Dat is wel zo, maar we zien ook dat het niet veel beter wordt. Hoe kun je je niet druk maken als je met een torenhoge studieschuld zit en geen enkel uitzicht hebt op een hypotheek? Ik zie het nog niet gebeuren, maar ik hoop voor mezelf dat ik over een jaar of vijf uit huis ben en dat ik uiteindelijk een leuk huis kan kopen. In een ideale wereld heb ik geen geldzorgen, kan ik een leuk pensioen opbouwen en hoef ik me geen zorgen te maken over later.”

 

Wat als je gepensioneerd bent?

“Ik kijk er niet naar uit om op mijn 70ste nog een kantoorbaantje te hebben en keihard te werken. Het liefst stop ik eerder. Een passief inkomen zou fijn zijn. Als ik zzp’er blijf, zal ik zelf voor mijn pensioen moeten zorgen. Dat is iets waar ik me nu al druk om maak. Het leven wordt alleen maar duurder, en de lonen lijken niet evenredig mee te stijgen. Als de huizen ook nóg duurder worden, hoe gaan we dat dan betalen? Mijn generatie is erg van het beleggen, je ziet het opeens overal. Ik wil het zelf ook gaan doen. Ik hoop dat ik een lekker potje bij elkaar kan sparen om op mijn oude dag zorgeloos in de tuin te kunnen zitten. Maar misschien ziet geld er over vijftig jaar wel heel anders uit. Dat klinkt misschien heel sciencefictionachtig, maar we hebben al bitcoin en andere cryptomunten, dus zo’n gek idee is dat niet.”

 

Wat is je droom voor Nederland?

“We werken veel in Nederland. Het zou mooi zijn als daar ooit verandering in komt; dat we minder gaan werken voor hetzelfde geld. Het zou een mooi experiment zijn. Iedereen wil minder werken voor hetzelfde geld. Misschien krijg je in 30 uur wel net zo veel gedaan als in 40 uur, omdat je maar een beperkt aantal productieve uren op een dag hebt en niet non-stop gefocust kunt zijn. Het zou misschien ook een hoop burn-outs schelen. Ik hou van werk en ik vind het belangrijk, maar eigenlijk zou de balans tussen werk en privé meer moeten doorslaan richting privé. Ik denk dat mijn generatie zich daar ook heel bewust van is: je leeft maar één keer en er is meer in het leven dan werk.”

 

In wat voor wereld zou je willen leven?

“Ik hoop dat grote bedrijven en landen meer verantwoordelijkheid willen nemen, er moet veel meer worden gedaan om de klimaatdoelen te halen. Het is een serieuze kwestie, waar in mijn ogen nog veel te laconiek over wordt gedaan. Hartstikke leuk dat we naar Mars toe willen, maar laten we eerst eens zorgen dat we de aarde op orde kunnen krijgen.”

Wat baart je zorgen, met het oog op de toekomst?

“Je kunt beter vragen: wat niet? Vooral de klimaatcrisis houdt me bezig. Wat als de zeespiegel in Nederland daardoor nog verder stijgt? En ik zag een documentaire waarin werd gezegd dat er in 2050 geen vis meer in zee zwemt, als de visvangst in het huidige tempo doorgaat. Dat beangstigt me. Ik mag toch hopen dat er nog vissen zijn als ik 50 ben. Wat gaan we nu doen om dat te voorkomen?”

 

Wat staat jouw dromen verder in de weg?

“De huizenmarkt baart me zorgen. Hoe kom ik later in vredesnaam aan een leuke hypotheek? De huizenprijzen rijzen de pan uit in de randstad en alles gaat boven de vraagprijs weg. Mijn generatie en de generatie na mij moeten sowieso minimaal 20.000 euro eigen geld meebrengen willen we een leuk huis kunnen kopen. Dat vind ik best wel beangstigend. Ik heb het er vaak over met mijn ouders. Mijn moeder woonde toen ze 18 was op zichzelf, zij had een appartementje voor 250 gulden per maand. Als ik dat hoor kan ik wel huilen. Zoiets heb je nu niet eens meer voor 500 euro in de randstad. Dit kan zo niet doorgaan. Straks wonen we tot ver in de dertig nog thuis bij onze ouders omdat we geen zicht hebben op een goed huis.”

 

Zijn er nog andere obstakels?

“Ja, we zitten ook nog met een torenhoge studieschuld vanwege het afschaffen van de basisbeurs. Ik heb vrienden met een schuld van 60.000 euro, die geen idee hebben hoe ze die later gaan aflossen. Iedereen denkt dat mijn generatie alleen maar lang leve de lol is, maar mijn vrienden werken zich drie slagen in de rondte om alles te kunnen betalen. Mensen vergeten dat het allemaal heel erg duur is, een kamer huren alleen al kost veel geld. Het zou heel fijn zijn als de basisbeurs terugkomt. Dat zou zoveel stress schelen. Wij zijn de toekomst, in de toekomst moet je als overheid investeren.”

 

Wat doe jij zelf voor een betere wereld?

“Mijn ouders en ik zijn heel bewust bezig met duurzaamheid. We hebben geen plastic tasjes en flesjes water meer in huis, gooien veel minder weg dan eerst en kopen biologisch waar dat kan. Verder zijn we thuis allemaal veganist, we eten alleen plantaardig. Mijn moeder werd op haar 14de al vegetariër. Ik begon toen ik 15 was vegetarisch te eten, een paar maanden later ben ik veganist geworden. Allebei mijn ouders zeiden: dan doen wij mee. Daar ben ik heel dankbaar voor. Zelfs mijn vader is cold turkey gestopt met vlees, zuivel en eieren. Daarnaast ga ik elke dag wandelen en raap dan alle rotzooi op die ik onderweg tegenkom.

 

Eén iemand kan een verschil maken, maar tegelijkertijd vind ik dat de verantwoordelijkheid nu nog te veel bij het individu wordt gelegd in plaats van bij de grote, vervuilende bedrijven. Ik hoop dat dat de komende jaren gaat veranderen. Want we kunnen allemaal wel zorgen dat we geen plastic rietjes meer in huis halen, maar zolang de komkommers nog in plastic worden verkocht, zet dat geen zoden aan de dijk. Ik vind het ook jammer dat duurzaam vaak duurder is. Dat maakt dat veel mensen toch voor de minder duurzame keuze gaan.”

Volgende publicatie:
“Vrouwen moeten beter op hun financiële zaakjes letten”

“Vrouwen moeten beter op hun financiële zaakjes letten”

Gepubliceerd op: 18 juni 2021

Hoe ga je om met werk en geld voor nu en later? Leef je bij de dag of plan je doelbewust je financiële toekomst? En regel je ‘later’ zelf, of ben je aangesloten bij een pensioenfonds?

Elisabeth van der Meer is net met pensioen. Maar niet helemaal: “Ik vind mijn werk leuk en wil dat anderen kunnen profiteren van mijn ervaring.”

 

Elisabeth van der Meer (66)

Beroep: was ondernemer, is nu gepensioneerd maar werkt nog als coach en trainer

Werkt wekelijks: zo’n 25 uur

Inkomen: 10.000 euro netto per jaar, plus AOW en pensioen rond de 2500 netto per maand

Spaargeld: “Genoeg”

Pensioen geregeld? Ja

 

U bent sinds kort met pensioen. Tijd om achter de geraniums te gaan zitten?

“Nee hoor, ik ben nog niet helemaal gestopt. Ik heb mijn werk veranderd in iets wat ik meer naar mijn eigen wens kan indelen. Ik wil blijven werken, omdat ik het leuk vind, maar ook omdat ik anderen zo kan laten profiteren van al mijn ervaring. Van huis uit ben ik fiscaal econoom. Nu train en coach ik mensen en geef ik workshops over mindset. Dan heb ik het ook met ze over over geld en hoe je daar op een betere manier over kunt denken.”

 

Wat vertelt u ze dan zoal?

“Onlangs heb ik een cursus/workshop gegeven over vrouwen en geld. Ik merk nog steeds dat vrouwen zich er te weinig bewust van zijn dat ze voor zichzelf moeten zorgen. Ze laten te veel aan de partner over. Maar ze moeten zelf op de hoogte zijn. Vanuit maatschappelijke betrokkenheid vind ik dat mensen, zeker vrouwen, zich beter moeten realiseren dat financiële onafhankelijkheid is geboden. Als je er als vrouw voor kiest om een bepaalde periode thuis te blijven voor de kinderen, zorg dan dat er in die tijd genoeg geld wordt overgedragen aan jou, zodat je zelf een potje kunt opbouwen. Vrouwen moeten over het algemeen beter op hun financiële zaakjes letten. Toen mijn echtgenoot overleed, had ik wel verdriet, maar geen ellende. Ik heb genoeg vrouwen in mijn omgeving gezien die geen tijd hadden om te rouwen en halsoverkop moesten verhuizen en veroordeeld waren tot de bijstand. De vangnetten voor weduwnaars en weduwen zijn heel klein, en onverwachte overlijdens komen nog steeds voor. Van beide kanten is het goed om stil te staan bij wat er gebeurt als de een wegvalt en de ander er alleen voor komt te staan.”

 

Hoeveel verdient u nog met uw werk?

“Netto rond de 10.000 euro per jaar. Veel daarvan investeer ik in het bedrijf. Van mijn bedrijfsrekening neem ik niet alles op wat ik verdien.”

 

Wat deed u eerder voor werk?

“Ik ben altijd met veel plezier ondernemer geweest. Behalve een paar vakantiebaantjes heb ik nog nooit voor een baas gewerkt. Samen met mijn echtgenoot heb ik 25 jaar een motorzaak gehad, waar we motorfietsen en kleding verkochten en reparaties uitvoerden. Hij was 23 jaar ouder dan ik en we hebben het bedrijf verkocht toen hij met pensioen ging. Mijn man was 68, ik 45. We wilden kijken hoever we zouden komen als we samen met pensioen gingen. Maar na een paar jaar begon het te kriebelen en heb ik mijn eigen bedrijf opgezet. Na zijn overlijden, negen jaar geleden, heb ik dat wat uitgebreid. Ik heb allerlei moderne dingen moeten bijleren. Bijna iedereen die ik in mijn werk tegenkom is jonger dan ik, ook de mensen die mijn raad vragen.”

“Toen mijn echtgenoot overleed had ik wel verdriet, maar geen ellende”

Hoe deed en doet u dat met pensioen?

“Toen we de zaak afsloten was er een fiscale oudedagsreserve (FOR), en omdat we een firma hadden, hadden we die allebei. Ik ben me erin gaan verdiepen hoe je die FOR kunt laten uitbetalen. We hebben het laten uitrekenen en toen bleek dat, vooral door ons leeftijdsverschil, de standaard uitkering tot overlijden van ons beiden een heel mager bedrag zou zijn. Daarom hebben we het op een andere manier opgelost. We hebben de lijfrente-uitkering van mijn echtgenoot in laten gaan voor twintig jaar. Mijn FOR werd opzijgezet zodat die twintig jaar kon groeien, en tot uitkering zou komen op het moment dat de lijfrente-uitkering afgelopen was. We hadden erop gerekend dat ik op mijn 65ste pensioengerechtigd zou zijn, maar dat bleek niet zo te zijn. Ik had een gat van anderhalf jaar zonder AOW en inkomsten uit lijfrente. Dat heb ik overbrugd met mijn inkomen uit vermogen en mijn onderneming. Vanaf 1 juli krijg ik AOW en wordt mijn lijfrente uitgekeerd, in hapjes die ik 22 jaar geleden opzij heb laten zetten.”

 

Hoeveel krijgt u dan per maand?

“Omdat ik alleenstaand ben krijg ik 1280 euro AOW en ongeveer zo’n zelfde bedrag aan lijfrente. Of ik daar blij mee ben? Het is wat ik heb opgebouwd, ik zal het ermee moeten doen. Een paar jaar geleden heb ik mijn huis verkocht met veel overwaarde. Dat heb ik geïnvesteerd in een kleiner huis. Ik heb nu geen hypotheeklasten. En daarbij heb ik nog inkomsten uit mijn onderneming, dus zo bekeken is die 2500 euro netto per maand niet slecht. Ik kan er goed van rondkomen. Het is gewoon prima, ik gun het iedereen.”

 

Wat zijn uw vaste lasten?

“De standaard maandelijkse dingen: de zorgverzekering à 200 euro, 100 euro voor de auto, water en energie tegen de 200, zo’n 70 euro woz-waarde. Voor mobiele telefoon, internet en televisie betaal ik rond de 60 euro.”

 

Heeft u spaargeld?

“Ja, ik heb genoeg opgebouwd. Nadat ik mijn huis had verkocht bleef er meer geld over dan ik in het nieuwe huis heb gestoken. Dat staat ook ergens gestald.”

 

Belegt u?

“Een deel daarvan beleg ik, omdat de rente op de spaarrekening zo laag is. Ik ben een behoudende belegger, misschien ook een luie. Ik investeer in aandelen voor de lange termijn. Ik heb geen zin om me te verdiepen in ingewikkelde beleggingsproducten zoals opties en wil er niet dagelijks mee bezig hoeven zijn.”

 

Waar geeft u graag geld aan uit?

“In reizen heb ik plezier. Dat kan van alles zijn. Ik heb een tent, maar vind af en toe een cruise ook leuk. Voor deze zomer heb ik twee weken Duitsland in hotels geboekt. Waar ik ook altijd voor zwicht, zijn boeken. Vooral non-fictie, over onderwerpen die me interesseren. Spiritualiteit, mystiek, filosofie, dat soort dingen. Verder besteed ik graag geld aan wellness.

Voordat ik de beslissing nam hoe ik met de lijfrente om zou gaan, heb ik samen met mijn accountant een financieel plan opgesteld. Een van zijn opdrachten was om voor mezelf een budget op te stellen van wat ik dacht maandelijks nodig te hebben. Hij vroeg me drie scenario’s te schetsen: één was het minimum, de tweede was een comfortabel budget en de derde een extravagant luxebudget. Door dat te doen kom je erachter wat belangrijk voor je is en waar je graag geld aan besteedt. Zo ontdekte ik ook dat ik bij een luxebudget een groter potje zou willen hebben om goede dingen mee te doen, zoals cadeaus kopen en doneren aan goede doelen. Dat is nu dan ook een vast onderdeel van mijn budget.”

 

Hoe zie u uw pensioen verder voor zich?

“Ik hoop van harte dat ik gezond blijf van lijf en leden, met een gezonde geest. Dat is het voornaamste. Daarnaast verwacht ik gewoon dat ik een heel leuk en zinvol leven heb. Vooral zinvol, dat is voor mij belangrijk. Mijn werk en mijn gezin – een dochter, drie bonuszoons en zeven kleinkinderen – zijn mijn pijlers.”

Circa de helft van de vrouwen in Nederland is financieel afhankelijk.

Op www.realitycheck.nl bespreekt ABP op heldere manier de valkuilen en raakvlakken met betrekking tot financiële redzaamheid.

Daarnaast geeft de gratis e-learning RealityCheck inzicht in geld en gedrag en motiveert om geldzaken te organiseren. Via ervaringsverhalen, feiten en tips biedt de site inzicht én handelingsperpectief in relevante levenssituaties (scheiden, deeltijd werken, kinderen).

Ook kun je je aanmelden voor een webinar over pensioen.

Volgende publicatie:
"Plan G7 effectief tegen belastingontwijkende bedrijven"

"Plan G7 effectief tegen belastingontwijkende bedrijven"

Gepubliceerd op: 8 juni 2021

Accepteren de grote bedrijven het door de G7 overeengekomen minimumbelastingtarief, of  gaan ze op zoek naar nieuwe manieren om belasting te ontwijken? Is het plan effectief? Thijs Knaap, chief economist bij APG, denkt van wel. Hij praat erover tijdens het BNR Beleggerspanel. “Voor aandeelhouders is het fijn dat de grote bedrijven steeds meer winst zijn gaan maken. Maar APG is niet alleen aandeelhouder. We beleggen ook in overheidsobligaties. We hebben er dus belang bij dat belastingen goed geïnd worden, zodat de rente op die obligaties betaald wordt.”


Een wereldwijd minimumbelastingtarief voor bedrijven van 15 procent. Dat was het resultaat van het door de G7-landen bereikte akkoord op 5 juni 2021. Het was één van de onderwerpen die aan bod kwamen tijdens het BNR Beleggerspanel. De vraag werd opgeworpen of de grote ondernemingen niet op zoek gaan naar nieuwe manieren om zo min mogelijk belasting te betalen. Knaap: “Ik denk dat er altijd naar loopholes wordt gezocht door ondernemingen, maar tegelijkertijd voorziet het plan daar wel in. Zelfs als je er als bedrijf in slaagt om nul procent belasting te betalen en je komt thuis, dan kan je eigen regering er alsnog 15 procent belasting overheen gooien. De laatste decennia zijn de grote bedrijven steeds meer winst gaan maken. Dat is heel fijn voor aandeelhouders, maar we zijn niet alleen aandeelhouder. APG investeert ook een enorm bedrag in overheidsobligaties, dus we hebben ook wel degelijk een belang dat die belastingen goed geïnd worden zodat de rente op die obligaties betaald wordt.”


Uitwijkconstructies
In de uitzending wordt opgemerkt dat G7-landen zeggen dat ze al veel meer dan die 15 procent belasting heffen. In hoeverre gaat dit plan dan heel veel uitmaken? Knaap: “Dat is waar, maar er is een aantal landen, zoals Ierland en Hongarije, dat wel onder die 15 procent zit. Maar ook wat betreft de landen die wel meer dan 15 procent heffen, geldt: het effectieve tarief dat bedrijven betalen, is vaak veel lager omdat ze gebruik maken van fiscale uitwijkconstructies.”


Verder in het BNR Beleggerspanel: de overname van maaltijdbezorger GrubHub door Just Eat Takeaway. En: waarom laten veel beleggers banken links liggen?


Luister de hele uitzending hier.

Volgende publicatie:
Het Nederland van 2041

Het Nederland van 2041

Gepubliceerd op: 21 mei 2021

Hoe leven we in 2041? In een reeks van zes artikelen schetsen we het Nederland van Straks. Hoe rijk zijn we dan? Hoe wonen we? Hoe werken we? Hoe consumeren we? Hoe besteden we onze vrije tijd? In deze aflevering vragen we ons af: Hoe sociaal zijn we dan nog?

 

Hoe sociaal zijn we in 2041? Houden we dan nog een beetje rekening met een ander? Of is tegen die tijd de individualisering zover gevorderd, dat we voor een naaste niets meer over hebben? Bestaat er in 2041 nog zoiets als solidariteit tussen rijk en arm, oud en jong, dik en dun, ziek en gezond, man en vrouw, mens en dier, Nederlander en nieuwkomer?

In de media lezen we over groeiend onbegrip. Over groepen die scherper tegenover elkaar staan. Wordt het straks ieder voor zich en schreeuwerds voor ons allen?

 

Minder vrijwilligerswerk

Sinds het uitbreken van de coronacrisis, en vooral in tijden van de lockdown, vinden we het volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) soms moeilijk om over de grenzen van het eigen belang heen te kijken. Neem het vrijwilligerswerk bij het buurthuis of op de sportclub. In Europa liepen we hierin lang voorop, met dertig procent van de Nederlanders actief als vrijwilliger. Middenin de lockdown geeft de helft ervan aan er veel minder aan toe te komen. Het aantal mensen dat meedoet aan demonstraties of zich verbindt aan bewegingen, is wel toegenomen. De vraag is of we dit uit lotsverbondenheid met behoeftigen doen, of uit eigen belang.

Neemt onze bereidheid om belangeloos iets voor een ander te doen af? Volgens het SCP ervaren we wel meer verharding in de maatschappij, maar vooralsnog geen noemenswaardige achteruitgang in solidariteit.

En ook emeritus-hoogleraar sociale wetenschappen Trudie Knijn ziet het niet zo somber in. "We kunnen nu een aantal activiteiten voor anderen niet goed doen, maar we lijken ons nog wel bewust van mensen met noden. Eenzame ouderen, ongedocumenteerden, kwetsbare jongeren. Een liefdadigheidsinstelling als de Voedselbank draait al de hele crisis lang op volle toeren."

 

Solidair met wie?

Alvast ter geruststelling: hoe op onszelf gericht we in 2041 ook zijn, er zal altijd zoiets bestaan als ‘passieve solidariteit’. We betalen met zijn allen belasting.

Hiermee kan de overheid ook tijdens een nieuwe pandemie weer steunpakketten samenstellen en tijdens lockdowns solidariteit afdwingen. En zelfs als nieuwe plagen uitblijven, zal de staat welvaart blijven herverdelen.

De vraag is alleen: wie krijgt dan wat? "In een rijk land als Nederland is de bevolking van oudsher voorstander van sociale bescherming voor ouderen, meer dan voor zieken en mensen met een beperking," weet hoogleraar Sociaal Beleid aan de Universiteit van Leuven Wim van Oorschot. Hij houdt zich bezig met de vraag: wie heeft in onze ogen waar recht op? Volgens hem zijn onze gevoelens van solidariteit voor werklozen nog wat lager dan voor zieken en mensen met een beperking. Voor armen nog weer wat lager en voor immigranten nog lager.

Van Oorschot wil zeggen: niet elke behoeftige kan rekenen op dezelfde mate van solidariteit. Voor de wet is iedereen gelijk, maar als het gaat om de aanspraak die men maakt op regelingen of de steun die men ervaart vanuit instellingen of maatschappij, is de een gelijker dan de ander. Weduwen meer gelijk dan gescheiden vrouwen, gescheiden moeders meer gelijk dan gescheiden vaders, mensen met een vast contract meer dan flexwerkers, gezinnen meer dan alleenstaanden. "Onze bereidheid om een ander te helpen hangt af van ons beeld van die ander. En of we ons met de noden van die persoon kunnen identificeren."

We beoordelen de ‘hulpwaardigheid’ van een behoeftige op vijf criteria. Control, attitude, reciprocity, identity en need. ‘CARIN,’ een begrip van Van Oorschot. We zijn eerder bereid de behoeftige te helpen als we vinden dat hij het niet aan zichzelf te danken heeft dat hij in behoeftige omstandigheden verkeert, als de behoeftige zich dankbaar opstelt in plaats van eisend, als de behoeftige iets terugdoet voor de ontvangen hulp, als we onszelf met de behoeftige kunnen identificeren en als we de mate van behoeftigheid denken te kunnen inschatten.

"We zijn conditionele coöperatoren," zegt Van Oorschot. "We dragen ons rechtvaardig deel bij als we zien dat de ander dat ook doet."

Gaan we op weg naar 2041 solidariteit meer als een beweging organiseren? Dat zou goed kunnen

Hulpwaardigheid

Conditionele coöperatoren: ik krab jouw rug als jij de mijne krabt. Hoe bestendig is deze voorwaardelijke solidariteit? Want de laatste tijd staat zelfs onze solidariteit met ouderen onder druk. Als ouderen eisen stellen aan AOW en pensioen of een groot huis bezet houden ten koste van jonge gezinnen, zien we ze minder als ‘hulpwaardig’. Jongeren denken: die oudjes hebben het zo slecht niet. Ze verbrassen ons geld, tasten het fundament onder het pensioenstelsel aan. De ‘paradox van de herverdeling’, noemt de Amerikaanse socioloog Richard Coughlin dit. Is solidariteit als basis voor het pensioensysteem in 2041 nog stevig genoeg? En als we al voor ouderen minder solidariteit beginnen te voelen, wat blijft er dan over voor migranten? Is de welvaartsstaat alleen ‘voor ons’?

Lastige vragen. Ook daarom vertrouwen we in 2041 solidariteit nog graag aan de overheid toe. Zij regelt wel het toezicht op de rechten van kwetsbare medeburgers. Zij herverdeelt welvaart. Maar we moeten ervoor waken, waarschuwt Van Oorschot, dat we zo ook solidariteit ‘als waarde’ overdragen aan anonieme instanties. Aan overheden die tussen ‘schenker’ en ‘ontvanger’ in staan. Want terwijl bij de ‘ontvanger’ het gevoel van dankbaarheid verdwijnt, verdwijnt bij de ‘schenker’ zingeving. ‘Solidariteit uit gemeenschappelijke potjes kan op termijn de legitimiteit van de welvaartsstaat ondermijnen.’

 

Solidariteit opnieuw uitvinden

Terug naar de beginvraag: hoe ziet solidariteit er anno 2041 eruit? Meer zichtbaar maatschappelijk betrokken pensioenfondsen en andere, voorheen anonieme, instellingen? Een sociale dienstplicht voor jongeren? Deelt de overheid kredietpunten en aftrekposten uit aan vrijwilligers? Of gaat het bedrijfsleven voorop lopen? Van sociale ondernemingen die ideaal en winst combineren? Of komt het uit onszelf, nu het vrijwilligersbestand vergrijst en onder jongeren vrijwilligerswerk minder vanzelfsprekend is? Gaan we elkaar op de socials beoordelen en liken? Gaan we in 2041 elkaars inzet monitoren? Slaat dit door naar sociale controle of dwang?

Trudie Knijn deed Europees vergelijkend onderzoek naar de motivatie van mensen om zich aan te sluiten bij een solidariteitsinitiatief en zag dat we het in Nederland al niet zo slecht doen. "Neem de Voedselbank. Het gaat de vrijwilliger daar én de eindgebruiker om het contact, om de uitwisseling. Het gevoel ergens bij te horen. Belangrijk is dus dat we een initiatiefnemer of vrijwilliger waarderen en bij dingen betrekken. Veel liefdadigheidsinstellingen stammen uit de jaren negentig, toen de overheid veel gaten liet vallen. Ze moesten het lang zonder steun stellen. Nu krijgen ze subsidie, maar in ruil moeten ze voldoen aan procedures. Top down-georganiseerde organisaties. Afgebakende taken, handjes moeten wapperen. Verkapte overheidsorganisaties. Dat kan mensen afstoten."

Kunnen we iets leren van de sociale bewegingen waar we volgens het SCP nu zo warm voor lopen? Voorbeelden ervan hebben we de laatste tijd op tv veelvuldig voorbij zien komen. Viruswaanzin, boeren op trekkers. Boze mensen die voor zichzelf opkomen – maar ook vrolijk uitgedoste klimaatdemonstranten, Black Lives Matter en ontroerende solidariteitsacties voor verplegenden. Gaan we op weg naar 2041 solidariteit meer als een beweging organiseren? Dat zou goed kunnen, denkt Knijn. "Bewegingen streven naar impact, hun doel is een snelle, blijvende invloed op de maatschappij. Anders dan liefdadigheidsinstellingen zijn ze plat georganiseerd, bottom up. Er heerst meer democratie en meer vrijheid. Iedereen praat mee en elke bijdrage wordt gewaardeerd. Het raakt aan de kern van de sociale wezens die we altijd zullen zijn: we willen ergens bij horen."

Volgende publicatie:
Het Nederland van 2041

Het Nederland van 2041

Gepubliceerd op: 29 april 2021

Hoe leven we in 2041? In een reeks van zes artikelen schetsen we het Nederland van Straks. Hoe rijk zijn we dan? Hoe wonen we? Hoe consumeren we? Hoe sociaal zijn we nog? Hoe besteden we onze vrije tijd? In deze derde aflevering vragen we ons af: hoe werken we straks?

 

Werken anno 2021: dat komt neer op van negen tot vijf in een gebouw zitten en wachten. Tenminste, als we ten tijde van een pandemie nog op kantoor mogen komen. Op kantoor denken we aan thuis en thuis verlangen we naar kantoor. Maar anno 2041, denkt de Amerikaanse futuroloog Thomas Frey, na nog twee ontwrichtende viruspandemieën, zijn de nu al vele leegstaande kantoren inmiddels verbouwd tot woningen. En omdat de overheid dan nog steeds, tot onze wanhoop, verlangt dat we thuis werken, aan de keukentafel met kinderen, hebben we daar volgens Frey een oplossing voor gevonden.

“Tegen die tijd werken we vanuit een mobiel kantoor. Iedereen zijn rust en concentratie in zijn eigen, verbouwde camper. Een mobile workplace met te verduisteren ramen en stabiel internet. Naar believen in te richten als werkplek, filmstudio, tattooshop, uitvalsbasis voor een razende reporter, lommerd, vruchtbaarheidskliniek of gewoon als een rijdend kantoortje voor een kenniswerker. Ons bureau op wielen is volgehangen met technologie en robotica, met wie we net zo gezellig bijpraten als met die collega bij het koffieapparaat. Algoritmen drijven ons voort door de dag, stippen-op-de-horizontellers houden ons gefocust op de doelen. Als bewegend billboard maken we reclame voor onze handel, we pikken een afspraak op voor een meet-up en zetten hem weer af voordat de volgende begint. Al vergaderen we vooral virtueel, met VR-lenzen die ons onderdompelen in een laboratorium in India, of met AR-brillen die een laag over de te verbouwen productiefaciliteit in China leggen.”

 

Kenniswerker

Oké. Even een stapje terug. We proberen straks weer bij Frey aan te haken. We zullen zijn optimisme nog nodig hebben, want we duiken eerst met filosoof en digitale fitheidspionier Martijn Aslander in de vooruitzichten van de ‘kenniswerker’. En die zijn niet florissant. “Over twintig jaar zal het gros van Nederland zichzelf aanduiden als kenniswerker,” zegt Aslander. ‘Allemaal vergaren, verwerken, analyseren, clusteren en delen we de hele dag kennis. Maar dat doen we dan hopelijk wel iets slimmer dan nu.

Op dit moment werkt de kenniswerker alsof hij een lopendebandwerker is. Iemand die op één afgebakende werkdag een bepaalde productie oplevert. Hoewel hij zijn beste invallen onder de douche krijgt, verwachten we dat hij de hele dag naar een scherm kijkt. We dwingen hem in feite een toneelstukje op te voeren.

Dat gaat volgens Aslander niet langer zo. “We zitten in hippe kantoortuinen met glijbanen, ons ooit opgedrongen door oude goeroes van ‘het nieuwe werken’. Funest voor onze concentratie. We worden de hele dag afgeleid door prikkels en praatjes en komen nergens aan toe. Neem onze werktijden. Twintig procent van ons is in de avond op zijn best, twintig procent functioneert juist ’s ochtends om zeven uur optimaal. Waarom rekenen we elkaar dan af op vaste werktijden? Vinden we het gek dat zo veel mensen lijden aan stress en burn-out, volksgezondheidsvijand nummer één?”

 

Tijdconfetti
Hadden de jaren vijftig ons sowieso niet beloofd dat automatisering ons veel werk uit handen zou nemen? Waarom duurt het zo lang voordat we onze dagen in ledigheid kunnen voortbrengen? “Simpel,” zegt Aslander, “we staan al zeventig jaar stil. Destijds zaten we aan een bureau met wat laden, wat bakjes voor de post, een telefoon met een snoer en een typemachine. Nu tikken we nog steeds op een toetsenbord – met twee vingers, omdat we nooit blind hebben leren typen. We gebruiken een vliegtuig om over de snelweg te rijden.”

Aslander heeft een studie gemaakt van de dwalingen van de kenniswerker. Volgens hem maken we de hele dag door documenten aan, sturen die naar twaalf anderen die er wijzigingen in aanbrengen, waarna we de nieuwe versie apart opslaan. “We denken dat dit werken is. Eén telefoontje verder en we hebben een perspectief dat de laatste versie meteen waardeloos maakt. Tussen alle tijdconfetti door – mail checken, appen, tweeten, praatje – schuiven we papier rond en stoppen die weg in mapjes en submapjes, die allemaal op elkaar lijken. Overal verstoppen we stukjes informatie, zoals eekhoorns met eikeltjes doen. Maar… waar hebben we alles neergelegd? Ons ruimtelijk en ons visueel geheugen zijn de sterkst ontwikkelde vaardigheden van ons brein, maar er wordt geen beroep op gedaan.”

Aslanders punt: we zijn de bedoeling van werk vergeten. We verwarren het met een vaste baan van vijftien jaar lang hetzelfde trucje doen. Oké, we netwerken meer dan vroeger en we vergaderen nu staand en we scrummen agile. “Maar wat levert dat op als we niet à la minute bij de juiste informatie kunnen? Een kwart van onze energie gaat op aan denken. Zonde om dat te besteden aan het opsporen van die ene waarneming, dat gouden ideetje dat je van de week in een mailtje aan jezelf stuurde.”

 

Monetair kapitaal

Als we geld op de bank zetten, zegt Aslander, groeit ons monetair kapitaal. Maar ons informatiekapitaal stoppen we in een oude sok. We verstoppen die sok onder het matras, zodat niemand erbij kan, wijzelf ook niet. “Intussen neemt de hoeveelheid informatie die dagelijks op ons afkomt razendsnel toe. We moeten informatie dus slimmer verwerken. Maar die vaardigheid leren we niet op school en ook niet in organisaties. Als kenniswerken een ambacht is, hebben maar weinigen dat onder de knie. De meesten doen maar wat. Wie van ons heeft zich op tijd aangepast aan de dynamiek van 2041 en overleeft tussen de concurrentie? Ik denk dat de snelheid en het gemak waarmee je voor anderen van waarde bent, je succes zal bepalen. Wees zuinig op je informatiekapitaal en op je sociaal kapitaal, zodat je minder afhankelijk bent van monetair kapitaal.”

 

Intussen bereiden onze werkgevers zich voor op de digitale toekomst door zich te verdiepen in AI, Big Data, blockchain. Spannende ontwikkelingen, vindt ook Aslander, maar zinloos als werknemers nog niet eens de finesses van Outlook of Excell kennen. “We zijn niet digitaal fit. Het gaat al mis met de tools waar we nu mee werken: een Ikea-setje IBUS-sleutels om een heel huis mee te bouwen. Als je vanuit de toekomst naar ons werkgereedschap kijkt, vallen de meeste tools af. Tools moeten informatie opslaan, doorzoekbaar, sorteerbaar, ordenbaar, herordenbaar, meta-dateerbaar en deelbaar zijn. Zelf werk ik met Evernote. Met een superscanner heb ik alles in huis gescand, 93.000 notities in totaal. Zelfs mijn zwemdiploma of die ene taxibon uit 1989 heb ik in één seconde gevonden.”

Welkom in ‘de nieuwe werk-werkelijkheid’. Pas als we de basis op orde hebben en voldoen aan een minimale digitale hygiëne, als we altijd en overal onmiddellijk bij kunnen en kennis en connecties paraat hebben – dán komen we toe aan de vaardigheden waarmee we ons kunnen onderscheiden. Nu en in 2041. “Kritisch denken, creatief zijn, ondernemen, communiceren, samenwerken,” zegt Aslander. “Dan pas ben je de oplossing voor iemands probleem. Dan scoor je in de elevator pitch, in de boardroom, op een verjaardagsfeestje.”

 

Gewone banen

Fijn voor mensen met hoogwaardig werk aan de top, maar wat doet automatisering met gewone banen in 2041? In 1867 voorspelde Karl Marx dat het belang van de factor laagwaardig arbeid steeds verder zou afnemen. Kort daarop deelde ingenieur Frederick Taylor het werk in de automobielfabriek van Henry Ford op in afzonderlijke, eindeloos te herhalen taakjes aan de lopende band. En terwijl in 2021 de automatisering verdergaat waar de industrialisering is opgehouden, en we in callcenters of als maaltijdbezorger nog steeds door technologie worden gemicromanaged, ervaart één op de vier mensen zijn baan als nutteloos en betekenisloos. 21 Procent van alle werkzaamheden wordt door machines verricht. In 2025 is dit al tot boven de vijftig procent gestegen. Probeerde Taylor van ons een robot te maken? Nu vrezen we dat robots ons werk gaan afpakken.

Wat is werk eigenlijk? “Werk,” zei de filosoof Voltaire, “redt een mens van de drie grote kwaden: verveling, zonde en verlangen.” Lang zagen we werken als een christelijke plicht: in het zweet des aanschijns verdienden we ons brood. Nu zien we werken meer als een plicht aan onszelf – we willen ons ontplooien. We halen betekenis uit inspanningen, genieten van het klaren van een klus. Wat laten de robots daarvan over in 2041? Is het beetje werk dat er dan nog is iets ‘voor ernaast’? Verdienen we plichtmatig onze centen, om onze tijd verder te verlummelen met filosoferen en de kunsten, zoals de oude Grieken deden?

 

Riolen schoonmaken

“Taak voor taak automatiseren we onze banen ons bestaan uit,” ziet ook Thomas Frey. “Dus hebben we straks onze baan nog? Natuurlijk! Alleen niet die baan. In tegenstelling tot wat we vrezen of wensdromen wacht ons een tijdperk van super-werkgelegenheid.” En dat niet alleen: Frey denkt dat robots ons werk juist leuker gaan maken. “Rotklusjes als riolen schoonmaken of wc’s schrobben nemen ze van ons over, maar in de meeste andere banen werken we als gelijken met ze samen. Waarom ik dat denk? Er komt onvoorstelbaar veel innovatieve technologie aan. Daaruit ontstaan honderdduizenden micro-industrieën, met werk voor honderden miljoenen mensen die het leven opnieuw gaan vormgeven.”

Bovendien zien we in 2041 een herwaardering van oude beroepen, denkt Frey. “De leraar, de coach, de journalist: dat zijn de vitale beroepen van straks. Als in de informatiemaatschappij alle antwoorden beschikbaar zijn, wordt het stellen van vragen essentieel. Dan gaat het er meer dan ooit om dat we dingen uitproberen, klooien, falen, reflecteren en blijven oefenen. Zaken die een robot niet zo goed kan, maar wij wel. In welke beroepen dat gebeurt? In de journalistiek zijn we naast de robot-factchecker nog steeds aan het werk als razende reporter of als briljante nieuwsduider. Maar er zijn ook datadetectives en data-ethici. Robotpersoonlijkheidstrainers en droneverkeersregelaars. AI-accountants, 3D-huizenbouwers, cryptovalutatoezichthouders, sensorentroubleshooters, ruimtevaartimpactregelaars, asteroïdemijnbouwers, gentherapeuten, mixed reality-coaches, kweekvleesontwerpers. En ja, er zal ook veel werk zijn voor interieurontwerpers – voor onze mobiele werkcamper.”

 

Illustratie: Joyce Schellekens

Volgende publicatie:
‘Wie helpt Mark Rutte? Minister Sinterklaas’

‘Wie helpt Mark Rutte? Minister Sinterklaas’

Gepubliceerd op: 26 april 2021

Na een goed ontvangen eerste seizoen van Kids & Knaken, starten we een nieuwe videoreeks waarin kinderen openhartig praten over meer dan alleen geld: Kids & …


Wat als kinderen één dag de baas mogen zijn van Nederland? Dan willen ze ‘de wereld een beetje schoonhouden’, ‘alles gratis maken’ en ‘corona afschaffen’. In deze Kids & Politiek zien we dat politieke interesse er al met de paplepel wordt ingegoten. Kinderen weten dat Mark Rutte het voor het zeggen heeft, maar ‘de koning zegt wat hij moet doen’ en ‘minister Sinterklaas’ helpt ook een handje. En de schatkist met al zijn geldpotjes? Die wordt besteed aan ‘leraren die meer geld willen’, ‘een klimrek’ en ‘een school bouwen’.

Bekijk ook de drie afleveringen van onze videoreeks Kids & Knaken terug: 

Dit zeggen kinderen over sparen, pensioen en geld verdienen.

“Beleggen? Dat doe je toch op je op je bord!” Dit zeggen kinderen over sparen, pensioen en geld verdienen.

Wat weten kinderen eigenlijk van ingewikkelde zaken zoals rente – ‘Lente? Nee, rente!’ – sparen en lenen? De een weet alles over geld, de ander vindt het nog veel te vroeg. En wat zouden ze doen als ze de loterij winnen?

Volgende publicatie:
Het Nederland van 2041

Het Nederland van 2041

Gepubliceerd op: 21 april 2021

Hoe leven we in 2041? In een reeks van zes artikelen schetsen we het Nederland van Straks. Hoe rijk zijn we dan? Hoe wonen we? Hoe werken we? Hoe sociaal zijn we nog? En hoe besteden we onze vrije tijd? In deze tweede aflevering vragen we ons af: hoe consumeren we?

 

Voordat we ons met fooddesigner Chloé Rutzerveld vergapen aan de heerlijkheden van de supermarkt van het jaar 2041, wacht ons achter de klaphekjes eerst een spannend moment: de voedingsapotheek. Voor een update van onze gezondheid leveren we een poepmonster in. En voor de nutriëntenbehoefte van ons lichaam laten we de chip in onze hand uitlezen met daarin ons DNA-voedingsprofiel. In ruil krijgen we de status van onze darmflora en een boodschappenlijstje mee. Uit de muur trekken we nog wat shotjes gepersonaliseerde poeders met alle vitaminen en mineralen die we nodig hebben en dan op naar de groenteafdeling. Maar… waar is de groente? En waar is de vleesafdeling, de broodafdeling? Het lijkt hier allemaal door elkaar te lopen. Het is één grote, gezonde snoepkraam geworden. Fruitkroketten van de snijresten van ananas en meloen, bitterballen van onverkochte rode bietjes en oesterzwammetjes, versgebakken stroopwafels van kontjes en schraapsel van knollen – de warme wortelstroop loopt ertussenuit. Dus voedselverspilling is alvast geen punt meer. Het is een no-brainer gebleken. Op aarde zijn er sinds 2021 weliswaar anderhalf miljard mensen bijgekomen, maar meer mensen betekent niet dat we meer voedsel produceren. Dankzij vrije denkers als Rutzerveld zijn we onze verbeeldingskracht gaan gebruiken.

 

Ooit was de supermarkt een plek waar overschotten aan het eind van de dag in de container gingen en waar het plasticprobleem weinig voortvarend werd aangepakt. Maar in de loop van de jaren twintig en dertig trokken we de voedselvoorziening naar ons toe. Nu dwalen we over een festivalterrein met particuliere initiatieven en laboratoria waar we zelf groente telen en vlees kweken. Op hangplekken wisselen we recepten uit, proeven elkaars gerechten. ”Wij consumenten zijn aan het produceren geslagen,” zegt Rutzerveld.

 

Biologisch of industrieel

Voordat we in de wondere wereld van Rutzerveld boodschappen doen, gaan we even terug. In 2021 ziet de toekomst van voedsel er niet florissant uit. Na wetenschappelijk breed onderschreven rapporten van VN-klimaatpanel IPCC en het Wereld Natuur Fonds is er geen twijfel meer dat we met onze landbouw, veeteelt en visserij bezig zijn onze planeet op te eten en onze levens in gevaar te brengen. Prikken we in 2041 nog onbezorgd een balletje?

“Het is niet moeilijk om onze toekomst voor te stellen als hemel of als hel,” zegt filosoof Koert van Mensvoort van ontwerpbureau Nature Next Network. “Het gaat erom je een wereld voor te stellen waarin je wel zou willen leven.” Hij vraagt zich af wat onze tradities zijn en hoe we die met technologie kunnen transformeren naar een aantrekkelijke wereld. “Dat kan betekenen dat we dingen niet anders gaan doen, maar slimmer. In een mengelmoesje van nostalgie en innovatie. Over twintig jaar leven we op een ouderwetse manier beter.”

 

Neem lokaal, onbespoten voedsel. Het is er al heel lang, maar we zien het vaak over het hoofd. Er is al wel de gemaksbox die wordt thuisbezorgd met verse streekproducten en recepten, en waar boeren in de regio meer aan verdienen. Er zijn zelfvoorzienende gemeenschapjes met stadstuintjes, met een boer als steward. Toch wordt biologische landbouw door sceptici als voedselwetenschapper Louise Fresco niet als serieus alternatief gezien voor industriële landbouw, plantaardig niet als vervanger voor diergebruik en kostbaar gesleep over de aardbol. We zouden er de wereld niet mee kunnen voeden. “Maar waarom,” zegt Van Mensvoort, “zou er geen synthese mogelijk zijn? Wat als we van onbespoten een efficiënt proces maken? Niet zelf kromgebogen onkruid staan wieden, maar ons laten helpen door robotjes? Dan wordt de kwaliteit van grootmoeder ook betaalbaar voor Henk en Ingrid. Trouwens, Fresco zegt het misschien niet hardop, maar tegen mij zei ze eens dat ze heeft laten uitrekenen dat we op zo’n manier wel vijftig miljard mensen kunnen voeden. Al helpt het als we allemaal vegetariër worden.”

 

We moeten de situatie meer in het licht van de geschiedenis bekijken, vindt Van Mensvoort. “Steeds als we dachten dat de aarde vol was, bleken er meer mensen bij te kunnen. Had de jager-verzamelaar voor zijn gezin nog hectares land nodig; de landbouw schaalde de voedselvoorziening op en industrialisatie nam na de oorlog onze angst voor honger voorgoed weg. Nu is ongezond eten vierentwintig uur beschikbaar. Tijd voor de volgende fase: de kwaliteit van vroeger, maar dan écht efficiënt.”

In zijn boek The Wizard and the Prophet (2018) zag Charles Mann nog twee stromingen tegenover elkaar staan. De ‘profeten’ die de grenzen van de aarde respecteren versus de ‘tovenaars’ die ze met technologie willen verleggen. Van Mensvoort ziet ze in een team samenwerken. Hoe ziet dat eruit in 2041?

 

Onze voedselproductie in 2041

In 2041 consumeren we zo lokaal mogelijk, maar koffie, cacao, avocado’s, quinoa, citrusvruchten en bananen halen we nog van ver. Alleen doen we dat niet langer, zoals wereldvoedselorganisatie FAO al vaststelde, door soja en palmolie uit Zuid-Amerika en Azië te halen. We draaiden het om. We helpen Afrika om zelf goedkoop voedsel voor miljoenen te produceren, zodat veel meer mensen de Westerse manier van consumeren kunnen voortzetten.

Om te beginnen geven we onze positie als tweede voedselexportland op. We stoppen met de export van landbouwdump, het verschepen van varkensoren naar China. “Tegelijk klimmen we naar de eerste plaats in kennisexport,” zegt Van Mensvoort. “We vragen aan de boer: wat is jouw product? Een karbonade? Of is het je kennis, hoe je soja omzet in een vlezige, smakelijke structuur? Kennis is makkelijker te verspreiden en je verdient er een betere boterham mee.”

 

We verspreiden niet zozeer onze expertise in monotone akkerbouw, landbouwchemicaliën, varkensstallen. Wel onze schaalvergroting, waarmee we onze eigen honger bestreden. Wel onze drones, om met precisielandbouw akkers in Afrika te bewerken. Wel onze waterbeheersing, het bestendig maken van gewassen tegen weersschommelingen en echte kringlooplandbouw, waarbij slimme toiletten helpen urine en ontlasting thuis te scheiden, zodat de nutriënten als mest terug kunnen naar het land. Iets wat we in Nederland niet eens voor elkaar krijgen, kunnen we in Afrika realiseren.

 

Intussen in de supermarkt van 2041

Op wat de groenteafdeling zou kunnen zijn, grissen we geen zakje chemisch oranje worteltjes mee. We kruisen zelf vergeten peensoorten en knollen terug, in de oorspronkelijke kleuren. Bijgestaan door telers downloaden we naar keuze een groeirecept, planten indoor zaadjes, spelen met de hoeveelheid water, CO2 en licht en beïnvloeden zo de smaak, vorm en voedingsstoffen van groente en fruit. Langs wanden brengen we de gewassen zelf groot. De knutselaars onder ons gaan nog een stap verder en spelen met vormen. Ze bedenken cilinderaubergines, kubusbrocoli en een sandwichtomaat die perfect op de boterham past. “Geen science fiction. Technisch kan het al,” zegt Chloé Rutzerveld.

 

In haar boek Food Futures, How Design and Technology can Reshape our Food System laat Rutzerveld zien hoe we de kloof tussen nostalgie en wetenschap overbruggen. “Nu al betalen we graag voor basilicumplantjes in potjes en zelf jus persen. Zo overbruggen we straks ook de gespletenheid in onszelf, de kloof tussen de burger en de consument die we zijn. De burger die zegt dat hij duurzaam en plantaardig wil eten en graag een eerlijke prijs betaalt, de consument die in de praktijk onverschillig naar de kiloknaller grijpt.”

 

Om ons bijvoorbeeld te verleiden eiwitten niet langer uit dieren te halen maar uit planten, tappen we op de geen-zuivelafdeling grasmelk uit een bioreactor in de vorm van een koe. Technologie kan ons veel bieden, zei de futuroloog Kevin Kelly al, op twee dingen na. Vertrouwen en verhalen. De behoefte hieraan zit diep. Vertrouwen is niet te downloaden, dat moeten we verdienen. Verhalen over wat we gewend zijn, helpen ons daarbij.

 

Dus op de geen-vleesafdeling groeien achter de ruitjes van een snackbarautomatiek hamburgers van kweekvlees. We voeren vleesmachines deegmengsels van algen, uit 3D-printers glijden speklapjes, rundervinken, foie gras van zeewier. Willen we per se vlees waarvoor een dier is gedood? In een kweekbak liggen nog bakjes sabelsprinkhaan. De lichaampjes zijn opgeblazen tot plofinsect. Pootjes, vleugeltjes en voelsprietjes zijn verwijderd. Een eiwitbom, maar het loopt niet. Dan doet mensenvlees het beter. Als er ergens geen tekort aan is, is het mensenvlees. We eten het nog niet elke dag op brood, het is iets speciaals. We kweken eigen lichaamscellen op, als een medaillon groeit het op ons lichaam.

 

Op de geen-broodafdeling van Rutzerveld spelen we verder met de nostalgie van eten en de functionaliteit ervan. “We pluizen ons dagelijks brood uiteen in de elementen genieten en voeden. Waarna we het weer opbouwen tot iets nieuws, zonder de nadelen die bij ouderwetse productie komen kijken.” Geen ladingen tarwe uit het buitenland dus. We kweken uit reststromen celculturen op. We mengen gist of desem met de gepersonaliseerde poeders met voedingsstoffen die we eerder meekregen uit de apotheek tot een papje. Dan op naar de ovens, om er een vers broodje van te bakken. Met de knapperige korst van een spruitje, de wolkige textuur van een cake en het sappige van de binnenkant van een tomaat. Tot slot brengen de geuren en kleuren van een AR-bril ons terug naar dat ene, verse bakkertje op een pleintje in Napels.

 

Bij de kassa betalen we niet eens de hoofdprijs voor de nieuwlichterij. “Als we willen dat consumenten zich gedragen als de betrokken burger die ze te weinig zijn,” zegt Van Mensvoort, “moeten we ze niet alleen verleiden, maar ook belonen.” Waarom levert het kappen van een boom ons geld op, maar kost een boom planten geld? Hij bedacht de ecocoin. “Aan consumeren voegen we het aspect van het pensioenfonds toe. Nu iets inleggen, straks de waarde. Vandaag geen dierlijk vlees gekocht? Eén munt. Auto laten staan? Eén munt. Bij vijftig munten is je zegelboekje vol en krijg je korting. Net als vroeger.”

Volgende publicatie:
Het Nederland van 2041

Het Nederland van 2041

Gepubliceerd op: 12 april 2021

Hoe leven we in 2041? In een reeks van zes artikelen schetsen we het Nederland van Straks. Hoe rijk zijn we dan? Hoe consumeren we? Hoe werken we? Hoe sociaal zijn we nog? En hoe besteden we onze vrije tijd? In deze eerste aflevering vragen we ons af: hoe wonen we straks?

 

Vanuit het vliegtuig bekeken is het Nederland van 2041 nog altijd dat geelbruine poppendekentje van landbouwkavels. Maar kijken we met architect en voormalig Vlaams Bouwmeester Leo van Broeck wat beter naar de donkere naden tussen die lapjes grond, dan zien we dat de opmars van de dozen, distributiecentra, megastallen, datacenters, zonneparken, lintbebouwing en andere verrommeling een halt toe is geroepen. Wat er nog staat, is met groen overwoekerd. En onze geliefde kerktorentjes, slootjes, bruggetjes? Zijn er allemaal nog. De eentonige, met gif bespoten akkers zijn ingewisseld voor meer diverse landbouw en veel meer vrije natuur en – maar wacht eens. Kampten we in 2021 niet met een wooncrisis? Een acuut tekort van 331.000 woningen volgens ABF Research? Sindsdien zijn er nog anderhalf miljoen Nederlanders bijgekomen. Waar wonen al die mensen? “In elk geval niet hier,” zegt Van Broeck. “Niet in de open ruimte.”

 

Op het platteland

Terug naar 2021. Op de woningmarkt is een stoelendans gaande met steeds minder stoelen en steeds meer deelnemers. Sinds de rijksoverheid haar handen ervan aftrok drijven huisjesmelkers de huizenprijzen op, bouwen buitenlandse investeerders, projectontwikkelaars en gemeenten alleen nog dure, rendabele appartementencomplexen en verdwijnen sociale huurwoningen naar de vrije sector. Middeninkomens vertrekken uit de stad. Starters wonen noodgedwongen bij hun ouders. Het aantal daklozen neemt toe. En omdat senioren langer zelfstandig moeten wonen, vereenzamen ze in veel te grote gezinshuizen.

Over één ding is men het al wel eens. In tien jaar tijd één miljoen woningen erbij. Maar waar bouwen we die? Buiten of binnen de stad? Er woedt al jaren een verhitte discussie over. “Ik vind dat we het aan de mensen zelf moeten overlaten,” zegt Co Verdaas, dijkgraaf, voormalig PvdA-staatssecretaris en hoogleraar gebiedsontwikkeling. “Volgens mijn gegevens wil een derde in de stad wonen, een derde net buiten de stad en een derde landelijk. Van alles wat dus. We ontkomen er niet aan om buiten de stadsgrenzen te bouwen. Natuur en goede landbouwgrond zonderen we uit, maar langs de radialen A2, A12, A28 zijn nog voldoende hectares te vinden voor zeker 700.000 nieuwe woningen.”

 

Spooksteden

Architect Van Broeck gruwelt ervan. “Vroeger lachte Nederland Vlaanderen uit om ons chaotisch volgebouwde landschap. Het klopt dat jullie ooit zuinig waren op de open ruimte, maar dat is in korte tijd omgeslagen. Nu stampen jullie hele spooksteden uit de polder. Ik was eens in Lelystad, verschrikkelijk. Geen hond op straat. Jullie asfalteren alles de verdommenis in.” Volgens Van Broeck maken Nederlanders zich veel te druk om de woningnood. “Maak je liever druk over de vernietiging van het ecosysteem. Uitbreiden in de regio stoot twintig keer meer broeikasgas uit dan inbreien in de stad. De opwarming van de aarde wordt veroorzaakt door mensen die buiten de stadscentra wonen. Buitengebied leegmaken dus, landbouwgrond vrijmaken. De natuur wordt een reservaat.”

Steeds maar groter wonen, dat gaat niet meer. We draaien het om. Niet méér woningen, maar meer mensen voor elke woning

Zelfvoorzienende woontorens

Zijn voor die miljoen woningen wel genoeg meters binnen de ring te vinden? “Dat getal is zwaar overdreven,” zegt Van Broeck. “De bevolkingsgroei neemt over een paar jaar alweer af. Laten we beginnen met leegstaande kantoren en winkelpanden te transformeren en restkavels te bebouwen. Niks geen tiny houses in open veldjes meer, alleen nog stedelijke tegenhangers: micro-appartementen in torenhoge flats. Zelfvoorzienend, stadjes op zichzelf.”

De helft van de woningvraag kan volgens cijfers van de Brinkgroep worden opgelost door binnen de stadsgrenzen te verdichten. Dus daar maar eens mee starten? Verdaas denkt niet dat mensen dit willen. “Geen Hongkong of Singapore. Onleefbaar. Er wordt altijd op neergekeken, maar mensen willen gewoon een rijtjeshuis met tuintje in een vinexachtige wijk.” Dat zit er niet meer in, zegt Van Broeck. “Mensen moeten hun woonwensen bijstellen en snel ook. In een eeuw tijd zijn we van 8 naar 65 vierkante meter per persoon gegaan. Steeds maar groter wonen, dat gaat niet langer meer. De tijd is op. We draaien het om. Niet méér woningen, maar meer mensen voor elke woning.”

 

Betonstop

Als Vlaams Bouwmeester bedacht Van Broeck eens de ‘betonstop’, die in zijn land veel stof deed opwaaien en onlangs toch is ingevoerd. Per decreet alleen nog stadinwaarts bouwen, werkt dat? “Natuurlijk werkt het. Maar het is slechts een begin. Een bewustwording. Zo gaan we ook stoppen met vrijstaand bouwen. Aan villa’s doen we niet meer. Wil je per se landelijk? Dat kan alleen nog in verdichte dorpjes, compacte microstadjes. Maar niets meer ertussenin. Iets ertussenin betekent dat we nog meer bodem gaan bedekken met asfalt. Woon-werkverkeer kost ons nu al jaarlijks miljarden euro’s aan files. Om dat in te zien hoef je geen groene te zijn. Elke dag anderhalf uur in de file kost ons echtscheidingen en obesitas. Leaseauto’s worden dus ook verboden, in ruil krijgen mensen een salariswoning. Telewerken wordt toch de standaard.”

Kunnen we van mensen vragen dat ze ophokken? “Iets anders is onverantwoord. Jij laat je kind toch ook geen fikkie stoken in een droog bos?”

In 2041 is het in de stad aangenamer wonen dan erbuiten

In onze stad

Hoe ziet de stad van 2041 eruit? Een menselijke bio-industrie? Ter hoogte van metropool Randstad duiken we omlaag, vliegen door de straten. Tussen de volwassen bomen, dicht struikgewas en publieke, schaduwrijke terrassen bovenop daken van woontorens en parkeergarages vallen de gestapelde en volgepakte woningen niet op. Klimplanten woekeren langs spankabels, gevels en nestkasten. De straten zijn autovrij. Fietsers op meanderende lanen zijn te gast op door voetgangers gedomineerde woonerven en in verwilderde parken, de koelelementen van de stad. Om de stad nog meer te wapenen tegen hitte en wateroverlast door klimaatopwarming zijn overal klinkers en tegels uitgebroken. Op waterdoorlatende pleintjes mag het gras hoog groeien. In vochtige draslandjes en rond stadsriviertjes krioelt het van de biodiversiteit. In gloeiendhete zomers is de temperatuur hier lager dan op het open land.

“En dan heb je ook nog eens alles direct om de hoek: voorzieningen, ziekenhuizen, winkels, scholen, cultuur,” zegt Van Broeck. “In 2041 is het in de stad aangenamer wonen dan erbuiten.”

 

Sensoren en camera’s

Maar gaat het onderling niet mis, met zo veel mensen op elkaar? We zien het niet, maar achter het sociale, groene paradijs gaat nog een wereld schuil. Overal zijn sensoren en camera’s in gestopt. Ze meten drukte, pollenpieken, luchtverontreiniging, vuilcontainers, doorstroom in het riool en het gedrag van verkeersdeelnemers. In controlekamers zetten algoritmes de verzamelde data om. Bewoners lezen handelingsmogelijkheden af van horloges en passen hun gedrag aan. Ze melden zelf een gat in het wegdek en andere onregelmatigheden. Digitale privacyschendingen door de overheid? Helaas zijn ze aan de orde van de dag. Er blijft nog veel te verbeteren. Het is een laboratorium, waarin we samen dingen uitproberen en samen zorgen voor veiligheid. “Stedelingen gaan weer dromen en zelf doen,” zegt Van Broeck.

 

In ons huis

We dringen dieper een woonwijk uit 2041 binnen. Hoe wonen we? “Flexwoningen, zelfbouwgroepen, meergeneratiewijkjes. Woonconcepten te over om uit te kiezen,” zegt hoogleraar Housing Institutions & Governance Marja Elsinga. Met het project 1M Homes jaagt ze vernieuwing aan, waarbij ze vooral let op kwaliteit en betaalbaarheid. “Neem de spartaanse portocabins voor starters, studenten en statushouders op braakliggende plekken. De hapsnap oplossingen van 2021. De nood is nu hoog, gemeenten komen ermee weg. Stapelbaar, verplaatsbaar, maar is het vervaardigd van circulair materiaal? Heeft het een minimum aan comfort?”

Of neem het scheefwonen. Ouderen die volgens het CBS 140 m2 bezet houden, jonge gezinnen op 35 m2. Beide groepen zitten nu muurvast. Verhuismakelaars verleiden senioren al om hun plek vrij te maken en door te stromen naar knarrenhofjes, aantrekkelijke woonarrangementen met gezelschap, zorg en gedeelde voorzieningen. “Maar beter is: ouderen en jongeren die samen woonvormen aangaan, gemeenschapjes waar mensen naar elkaar omkijken,” zegt Elsinga. “Als de laatste meters maar niet aan projectontwikkelaars worden gegund. Dan krijg je weer dure appartementengebouwen. Geef de regie terug aan de bewoners. Bouw strategisch, faciliteer initiatieven en bevorder flexibel wonen.”

 

Open bouwen

Strategisch bouwen komt in de praktijk neer op ‘open bouwen’. Een idee uit de jaren zestig, van de Nederlandse architect John Habraken. Grote, vaste dragers van beton, de inbouw is flexibel. Op veel plekken gaan we dus dezelfde stijlen tegenkomen, maar zolang de bouw van hoogwaardige architectonische kwaliteit is en steeds anders wordt ingevuld, verveelt het niet. Studio’s kunnen eenvoudig worden gedemonteerd en elders weer opgebouwd. Door een wand te verplaatsen kunnen appartementen worden gesplitst of samengevoegd. Van buiten maak je binnen en andersom. In welke levensfase je ook zit, je hoeft niet meer te verbouwen of te verhuizen, want je huis verandert met je mee.

“Wonen,” zegt Elsinga, “is een levenslang grondrecht. We moeten af van de woning als speculatieobject. In een land waarin iedereen meedoet is wonen een stabiele langetermijninvestering. Echt iets voor pensioenfondsen dus. Vooral voor mijn pensioenfonds ABP. Op je oude dag heb je niet alleen recht op pensioen, maar ook op een waardevol leven. Op gemeenschap en gezelligheid.”

 

Elkaar gelukkig maken

In het wooncomplex van 2041 wekken mensen samen energie op en bergen overtollig water. Niemand heeft een eigen tuin, wel verbouwen we in verticale moestuinen onze eigen groente en kruiden en ontmoeten buurtgenoten elkaar in talloze, met elkaar verbonden parkjes.

En als we liever op onszelf zijn? Ons willen terugtrekken in het huis van de toekomst, waar de Chriet Titulaers ons nu lekker mee maken? In onze keuken waar de koffiemachine al pruttelt als de wekker gaat, de koelkast ons een boodschappenlijstje stuurt en waar een machine voedsel 3D print? De badkamer die onze gezondheid checkt, het toilet dat urine analyseert, de tandenborstel die conclusies deelt met de tandarts?

Van Broeck denkt dat we het, tegen die tijd, belangrijker vinden dat onze douche 100 procent water hergebruikt. Dat onze spullen van schimmels zijn gemaakt en op de composthoop kunnen. Dat ons wooncomplex is voorzien van een feestzaal waar kinderen de hele klas kunnen uitnodigen en van een knutselhoek met professioneel gereedschap. “Het egoïsme is weg. Mijn buur mag niet hoger bouwen? Mijn zon mag niet verdwijnen? Dicht op elkaar in de stad wonen betekent: elkaar gelukkig maken. We moeten wel.”

Volgende publicatie:
“Ogen op de bal en doen wat we hebben afgesproken”

“Ogen op de bal en doen wat we hebben afgesproken”

Gepubliceerd op: 1 april 2021

Hoe houd je je als pensioenuitvoerder van acht fondsen staande in een jaar dat overschaduwd wordt door corona? Het was volgens de recent aangetreden bestuursvoorzitter Annette Mosman een ultieme testcase die APG goed heeft doorstaan. “In 2020 gingen medewerkers van het een op het andere moment thuiswerken, hielden we vanuit drieduizend thuiskantoortjes de pensioenadministratie van 4,7 miljoen deelnemers draaiende en raakten we niet in paniek toen de beurs hard onderuitging. We zijn een robuuste, wendbare organisatie gebleken.”

 

Een nieuwe CEO, een nieuw geluid? Wat gaan we merken van de aanpak van Annette Mosman?

“Ik begin aan deze klus met een helder uitgangspunt. Ik kom uit de organisatie en ken de sector. Als CEO ga ik het op mijn eigen manier doen: vaak door eerst te luisteren en dan pas te reageren. Ik ben nieuwsgierig naar de visie van anderen. Accenten zullen verschuiven, maar de koers staat als een huis. Nu gaan we eerst heel goed uitvoeren. De komende jaren draaien om de eindstand: samen met onze fondsen in 2026 het nieuwe pensioencontract (NPC) goed ingevoerd hebben en tegelijk een sterke maatschappelijke speler zijn. Want we doen het voor de financiële fitheid van 4,7 miljoen mensen. Om dat doel te halen moeten we de komende jaren consistent zijn: ogen op de bal en doen wat we hebben afgesproken. Dat moeten we goed doen: met aandacht voor onze fondsen, werkgevers en hun deelnemers, voor elkaar en onze omgeving. In sporttermen: we spelen een lang toernooi en dat gaat met ups en downs.”

 

Wat heeft voor jou de komende tijd de hoogste prioriteit?

“Voor de tweede keer op rij publiceren we een integrated report. Hierin laten we zien welke waarde we toevoegen aan onze stakeholders; onze pensioenfondsklanten, de maatschappij en aandeelhouders. We zijn ons bewust van onze rol en kijken daar kritisch naar. Dat is het leidmotief van dit jaarverslag. We zijn geen gewoon bedrijf. We mogen werken voor acht fondsen en 4,7 miljoen deelnemers en beheren bijna 600 miljard euro. Behalve een lerende organisatie is er bij APG ook aandacht voor de maatschappelijke impact die we hebben. Transparant zijn, zoals in dit jaarverslag, betekent dat we ook onze kwetsbaarheid tonen, en dus ook laten zien wat er níet goed is gegaan. Gaat er iets mis in onze uitvoering en verloopt de samenwerking met de ondernemingsraad niet soepel? Dan communiceren we dat.”

 

De weg naar het nieuwe pensioenstelsel is lang en ingewikkeld. Hoe ziet die weg er nu precies uit?

“We willen niet voor onaangename verrassingen komen te staan als we samen met onze fondsen de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel ingaan. Dat is een cruciaal onderdeel van onze strategie en dat vragen onze klanten ook van ons. Het is ook een randvoorwaarde om de overstap naar het nieuwe stelsel te maken. Vergelijk het met een zolder die je op moet ruimen voordat je gaat verhuizen. Bij ons betekent dat bijvoorbeeld dat we in nauw overleg met onze fondsen wijzen op de complexiteit in de huidige regelingen. Maar ook dat we de pensioenadministratie doorlopen en herstellen als er ergens onverhoopt iets niet klopt. Dat herstellen is ingewikkeld, zeker als het impact heeft op de portemonnee van mensen. We proberen daarbij samen met de fondsen oplossingen te zoeken waarbij we het belang van de deelnemer hooghouden.”

 

Wat betekent dat concreet voor APG?

“De overgang naar het nieuwe pensioencontract raakt de komende jaren het werk van bijna alle medewerkers binnen APG: van IT, pensioenadministratie, vermogensbeheer, risicomanagement, klantcontact en communicatie tot HR. Het verandert ons werk in vrijwel ieder opzicht. Dat gaat de komende jaren veel van ons als organisatie en van onze medewerkers vragen. Tegelijkertijd biedt het APG de kans om te laten zien dat we ook in een nieuw stelsel onze positie als toonaangevende uitvoerder waar kunnen maken. Want dat zijn we niet voor niks. Met onze digitalisering, deelnemergerichtheid en pensioenexpertise hebben we alle ingrediënten in huis om een nieuwe propositie neer te zetten en ons te meten met andere financiële partijen. Daarnaast hebben we ook acht trouwe fondsklanten die dit traject met ons samen gaan afleggen. Dus laten we vooral niet in de koplampen gaan staren, maar overgaan tot uitvoeren.”


Het is in het afgelopen jaar ook een paar keer misgegaan in de uitvoering. Hoe kijk je daar op terug?

“Dat klopt. In augustus 2020 werd bijvoorbeeld een actie rondom het arbeidsongeschiktheidspensioen afgerond. Hierbij kregen in totaal 8.352 deelnemers alsnog het pensioen toegekend waar ze recht op hadden. Ook kregen zo’n 8.500 deelnemers een rechtmatige aanvulling voor samenvallende diensttijd. Op de deelnemers die het betreft, heeft dit veel impact. En dat begrijpen we als pensioenuitvoerder heel goed. Daarom doen we ons uiterste best om deelnemers in dat soort situaties zorgvuldig te informeren en bij te staan. En we leren er ook van. We hebben het afgelopen jaar, ondanks de coronacrisis waarin we allemaal thuis zijn gaan werken, onze processen flink verbeterd en, daar waar het misging, zaken voor deelnemers zo snel als mogelijk opgelost.”

We spelen als grootste uitvoerder een bepalende rol, maar doen dat nooit alleen

Wordt de kans op fouten nu daadwerkelijk kleiner?

De winkel wordt verbouwd, de verkoop gaat door. Het lijkt alsof corona nauwelijks van invloed was op APG.

“De omschakeling van kantoororganisatie naar thuiswerkorganisatie verliep soepel. De operatie – waaronder het uitbetalen van pensioenen, het innen van premies, het beleggen – is op geen enkel moment in gevaar gekomen. Pensioenfondsklanten, werkgevers en deelnemers merkten niet of nauwelijks dat we hen, in plaats vanuit een kantoorsetting, vanuit onze thuissituatie ondersteunden of te woord stonden. En dat in veel gevallen nog steeds doen. Daar ben ik enorm trots op.”

 

Er wordt vaak gesproken over de rol van APG als maatschappelijke speler. Hoe gaat APG die rol de komende periode invullen?

“APG is een bedrijf, maar eigenlijk veel meer dan dat: we spelen als grootste uitvoerder een bepalende rol, maar doen dat nooit alleen. Als wij de komende jaren ons werk goed doen, willen andere partijen, zoals fondsen, graag met ons samenwerken en samen met ons optrekken. Tegelijkertijd wil ik verder kijken: want met onze kennis en kunde kunnen we meer betekenen voor mens en samenleving. Financieel houvast heeft invloed op je gezondheid, je welzijn en je kansen. Je pensioen staat dus niet op zichzelf. Daarom wil ik meer verbinding zoeken met maatschappelijke partners, bijvoorbeeld rond thema’s als gezondheid, financiële educatie en armoedebestrijding. APG’ers kunnen daar actief aan bijdragen. Zorg voor onze omgeving betekent ook zorgen voor de planeet. We beleggen met een blik op de lange termijn en zo duurzaam mogelijk. Onze bedrijfsvoering is in 2030 klimaatneutraal. Daarom verhuizen we eind van dit jaar naar een nieuw, duurzaam pand. En werken we aan een nieuw mobiliteitsplan voor alle APG’ers. Daarin kijken we zonder dogma’s naar wat goed is voor ons en onze omgeving.”

 

Tot slot: waar kijk je het meest naar uit in 2021?

“Collega’s zien en weer terug mogen naar kantoor. Maar ik kijk ook uit naar de stappen die we gaan zetten richting het nieuwe pensioencontract. Dat is echt een complex traject. Ik hoop dus dat de politiek in Den Haag vasthoudt aan de vastgestelde tijdslijn. Ik ga er nog steeds vanuit dat op 1 januari 2026 alle fondsen over moeten en die tijd hebben we echt nodig.”

 

 

Bekijk hier het jaarverslag 2020.

 

Lees het interview met Ronald Wuijster, lid raad van bestuur en verantwoordelijk voor Asset Management en HR: “Verkopen uit paniek is nooit verstandig” - Ronald Wuijster over beleggen in een coronajaar. 

Volgende publicatie:
“Mijn vrouw zou trots op me zijn, omdat ik geniet”

“Mijn vrouw zou trots op me zijn, omdat ik geniet”

Gepubliceerd op: 25 maart 2021

Hoe ga je om met werk en geld voor nu en later? Leef je bij de dag of plan je doelbewust je financiële toekomst? En regel je ‘later’ zelf, of ben je aangesloten bij een pensioenfonds?

Ruud Vorstermans geniet sinds anderhalf jaar van een riant pensioen. Maar hij zou alles willen inruilen als hij daarmee zijn vrouw kon terughalen.

 

Ruud Vorstermans (68)

Beroep: gepensioneerd, was werkzaam in de automatisering en als arbeidsdeskundige

Werkte wekelijks: fulltime

Inkomen nu: 3.200 euro netto per maand

Spaargeld: zo’n 50.000 euro

Pensioen geregeld? Ja

 

Je bent sinds 2 augustus 2019 met pensioen. Hoe bevalt dat?

“Ik heb geen seconde last gehad van een zwart gat, sterker nog: ik kom tijd tekort. Ik was er echt aan toe om niet meer van alles te moeten. Dat komt ook doordat ik naast mijn werk jarenlang mantelzorger ben geweest voor mijn vrouw, die uitgezaaide borstkanker had en daar in 2018 aan is overleden.”

 

Wat verdrietig, dat moet een groot gemis zijn.

“Ja, mijn vrouw haalde het beste in me naar boven. We waren bijna 43 jaar getrouwd; wat wij hadden heeft niemand anders. Natuurlijk mis ik haar, maar erin blijven hangen levert niets op. Vier weken na haar crematie ben ik een maand met de caravan naar Italië gegaan. Ik heb een rondrit gemaakt door Toscane, naar de plekken waar we elk jaar met z’n tweeën heen gingen. Een trip down memory lane. Dat is me uitermate goed bevallen.

Ik houd de herinnering aan haar levend. Op onze eerste trouwdag na haar overlijden ben ik in vol ornaat naar haar lievelingsrestaurant gegaan, pak aan, strikje om, en ben ik daar gaan zitten met een foto van haar tegenover me. Dat vond ik prachtig om te doen en dat doe ik nog ieder jaar.”

 

Hoe breng je je dagen door nu je niet meer werkt?

“Om te beginnen wandel en fiets ik veel. Ik heb er een dagelijkse routine van gemaakt om een kilometer of zeven te lopen. Fietsen doe ik op een elektrische fiets, omdat ik zo ook op vakantie in bergachtige omgevingen vooruitkom. En ik heb mezelf een nieuwe hobby cadeau gedaan: legpuzzels van Jan van Haasteren maken. Af en toe koop ik een tweedehands puzzel via Marktplaats of Facebook. Als de verkoper in een straal van twintig kilometer rondom mijn woonplaats Bergen op Zoom woont, ga ik op de fiets. Dan heb ik meteen een doel met mijn fietstochtje.”

En wat doe je verder zoal?

“Sudoku, kruiswoordpuzzels, ik schrijf af en toe gedichten, ik hou een blog bij, ik kook. Mijn vrouw kon uitstekend koken. Toen ze ziek werd, ben ik al haar recepten gaan maken zodat ze aanwijzingen kon geven. Ik heb alles gefotografeerd en daar een kookblog van gemaakt. Met name vlak na haar overlijden heb ik daar erg veel aan gehad. Verder zet ik me in voor de borstkankervereniging. Mijn vrouw deed dat ook, vanaf de dag dat ze borstkanker kreeg tot ze eraan overleed. Dat heeft haar een erelidmaatschap opgeleverd. Ik haal er troost uit om haar werk voort te zetten. Ik houd me met name bezig met een Facebookgroep voor vrouwen met uitgezaaide borstkanker. Omdat ik altijd de zon zie schijnen, probeer ik anderen die dat vermogen niet hebben een andere visie mee te geven. Het leven houdt niet op als je ziek bent; probeer zo veel mogelijk te genieten van wat er nog wél is.”

 

Mis je het werkende leven helemaal niet?

“Nee. Ik heb 46 jaar met heel veel plezier gewerkt, maar het is mooi geweest.”

 

Wat voor werk deed je hiervoor?

“Ik ben in 1975 begonnen bij het toenmalige GAK (gemeenschappelijk administratiekantoor, red.), mijn vader werkte op het hoofdkantoor in Amsterdam. Ik had geen idee wat ik kon doen met mijn hbs-b-opleiding en mijn vader zei: probeer het hier eens. Ik kon proefdraaien bij automatisering en daarin ben ik 25 jaar blijven hangen, om uiteindelijk in een leidinggevende functie te belanden. Maar op een gegeven moment wilde ik iets anders. Begin jaren negentig heb ik in de avonduren drie hbo-opleidingen afgerond; een juridische opleiding op het gebied van personeelszaken, commerciële economie en bedrijfskundig management. Daarna ben ik als arbeidsdeskundige aan de slag gegaan. Eerst bij het toenmalige UWV en later bij een arbodienst. Dat heb ik gedaan tot mijn pensionering.”

 

Deed je dat fulltime?

“Meer dan dat. Ik begon om zes uur ’s ochtends en ging pas na de spits naar huis. Ik maakte werkdagen van rond de twaalf uur. Maar dat is niet voor niks geweest. Al die extra uren leverden 30 procent bonus op en als je een bepaald target haalde, kreeg je nog een riante bonus. Daar kon ik onze eerste caravan van kopen.”

 

Wat was je inkomen voordat je met pensioen ging?

“Mijn salaris was 5.500 euro bruto.”

 

En wat is je inkomen nu, aan AOW en pensioen?

“Op jaarbasis ongeveer 55.000 euro bruto, in de praktijk komt dat neer op 3.200 netto per maand. Ik krijg naast AOW en mijn eigen pensioen een nabestaandenpensioen van 87 euro per maand. Mijn vrouw heeft maar een jaar of vijftien parttime gewerkt.”

 

Ben je blij met wat je krijgt?

“Ik realiseer me iedere dag dat ik een riant inkomen heb. Ik zou alle geld van de wereld willen inruilen om mijn vrouw terug te krijgen, maar dat is geen optie en ik ben hier heel blij mee. Ik kom er goed van rond. Sterker: ik kan iedere maand 1.000 euro opzij zetten. Mijn kinderen, die veel meer verdienen dan ik ooit heb gedaan, zeggen: joh, maak het lekker op, koop eens een nieuwe tv. Maar waarom, worden de programma’s dan beter? Ik geef mijn geld bewust uit. Toen ik weinig geld had kocht ik van alles en nog wat, maar nu ik geld zat heb, lijk ik wel Dagobert Duck.”

Toen we wisten dat mijn vrouw niet meer beter zou worden, zijn we in de zesde versnelling gaan leven

Wat zijn je vaste lasten?

“Aan hypotheek, auto, belastingen, verzekeringen en abonnementen ben ik maandelijks rond de 1.500 euro kwijt.”

 

Waar geef je nog meer geld aan uit?

“Ik ga graag uit eten of naar het theater. Nu, in coronatijd, laat ik soms eten thuisbezorgen. Verder ga ik regelmatig op vakantie. De caravan staat alweer voor de deur om twee maanden naar de Veluwe te gaan.”

 

Hoeveel spaargeld heb je?

“Ongeveer 50.000 euro. Dat was veel meer, maar toen we wisten dat mijn vrouw niet meer beter zou worden, zijn we in de zesde versnelling gaan leven. Daarvóór deden we al heel veel, maar in plaats van naar een concert in De Kuip gingen we nu bijvoorbeeld naar concerten in Londen, Düsseldorf of Dublin. Gewoon om het nog memorabeler te maken. We hebben ook reizen gemaakt naar Amerika en Indonesië. In pakweg zes jaar tijd hebben we zo een kleine ton aan spaargeld opgemaakt. Mijn vrouw had daar weleens moeite mee, die was bang dat we niet genoeg overhielden voor het onderhoud van ons huis. Maar ik wilde er samen van genieten en herinneringen maken. Daar heb ik nog dagelijks plezier van. Ik denk dat ze trots op me zou zijn, omdat ik ondanks het gemis volop van het leven geniet.”

Volgende publicatie:
“Ook het management moet coronapijn in de portemonnee voelen”

“Ook het management moet coronapijn in de portemonnee voelen”

Gepubliceerd op: 25 maart 2021

Bij een bonus in coronatijd denken we eerder aan zorgpersoneel dan aan topbestuurders. Toch zijn er bedrijven die het management belonen, terwijl medewerkers, leveranciers en aandeelhouders onder de crisis lijden. Als grote belegger probeert APG het beloningsbeleid van beursgenoteerde ondernemingen te beïnvloeden. Mirte Bronsdijk vertelt hoe.

 

Een Teams-vergadering met supermarktketen Ahold Delhaize. Onderwerp op de agenda: de bonus van het topmanagement in coronatijd. Een langdurige dialoog met uitgeversbedrijf Wolters Kluwer over het beloningsbeleid, die dit jaar eindelijk resultaat heeft gehad. Of stemmen tegen de aanblijfbonus van de ceo van Starbucks op de aandeelhoudersvergadering van het Amerikaanse koffieconcern. Voor die vijftig miljoen (!) dollar kun je heel wat caramel macchiato’s of frappucino’s kopen. 

Het zijn slechts een paar voorbeelden van de invloed die APG als grote belegger probeert uit te oefenen op het beloningsbeleid van de bedrijven waarin namens de pensioenfondsen wordt belegd. De beloning van de ondernemingstop was altijd al een belangrijk thema voor veel institutionele beleggers, zoals pensioenfondsen, maar dit jaar helemáál: veel bedrijven worden hard geraakt door de coronacrisis en hebben soms overheidssteun nodig, andere zien hun omzet juist stijgen. Wat betekent dat voor het beloningsbeleid? Welke vragen stelt APG daarover aan raden van commissarissen - die verantwoordelijk zijn voor het toekennen van beloningen - en tijdens de aandeelhoudersvergaderingen, die de komende maanden plaatsvinden?

Het beloningsbeleid van Nederlandse beursgenoteerde bedrijven moet ten minste 75% van de aandeelhoudersstemmen achter zich krijgen. Wanneer stemt APG tégen beloningsvoorstellen? We vragen het Mirte Bronsdijk, specialist op het gebied van ondernemingsbestuur bij APG.

 

Hoe kijkt APG naar het beloningsbeleid bij bedrijven die hard door de pandemie zijn geraakt? 

“We volgen daarbij – naast het APG-stembeleid - het standpunt over bestuurdersbeloning uit de Speerpuntenbrief 2021 van Eumedion, het platform van institutionele beleggers. Als een bedrijf staatssteun ontvangt, het dividend heeft geschrapt of medewerkers moet ontslaan, dan verwachten we dat het management deelt in die ‘pijn’. Bijvoorbeeld door het salaris te verlagen of de bonus te schrappen. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar dat is het niet. Zo willen de commissarissen van een Europees vastgoedconcern de ceo toch een bonus geven, terwijl de bedrijfsresultaten en daarmee de medewerkers, huurders en aandeelhouders zwaar onder de coronacrisis hebben geleden. Dat schaadt de reputatie en ondermijnt het maatschappelijk draagvlak en vertrouwen in het bedrijf. Commissarissen moeten over maatschappelijke voelsprieten beschikken, maar die ontbreken hier kennelijk. Daartegenover staan voorbeelden als bierfabrikant Heineken en uitzendconcern Randstad, waar de daling van de winst leidde tot het schrappen van de jaarbonus van de ceo.”

 

Er zijn ook bedrijven die tijdens de lockdown juist een goed jaar hadden, zoals Ahold Delhaize en PostNL. Hebben de ceo’s van die bedrijven hun bonus niet erg makkelijk verdiend?

“Je kunt je inderdaad afvragen of die goede prestaties direct zijn toe te schrijven aan het management, of simpelweg een gevolg van de lockdown waren. Daardoor worden consumenten immers vanzelf in de armen gedreven van de supermarkten en online winkels. Bovendien kan een bonus als ongepast worden ervaren in deze tijd, nu veel bedrijven en mensen het moeilijk hebben. Je moet je dus afvragen of het gewone beloningsbeleid tijdens de coronacrisis wel onverkort moet worden toegepast. Commissarissen kunnen daar in uitzonderlijke omstandigheden van afwijken door een hogere of juist lagere beloning toe te kennen. Daarover voeren we gesprekken, ook bij deze twee bedrijven. Bij Ahold Delhaize voeren we die dialoog namens een aantal institutionele beleggers die zich in Eumedion hebben verenigd. We zeggen daarbij niet: schrap of verlaag die bonus, maar we dringen wel aan om kritisch en terughoudend te zijn in het toepassen van het beloningsbeleid. Een positief voorbeeld is ingenieursbureau Arcadis. Aandeelhouders hebben daar ondanks de coronacrisis een goed jaar achter de rug, maar toch heeft topman Peter Oosterveer afgezien van zijn bonus.”

 

Welke concrete vragen stellen jullie in gesprekken met commissarissen over de bestuurdersbeloning?

“Vragen als: waarom vinden jullie dat die bonus moet worden uitgekeerd? Is die bonus uitlegbaar, zeker nu, in coronatijd? Hoe verhoudt de beloning van de ceo zich tot de beloning van de gemiddelde medewerker? Hebben jullie ook de impact op en de belangen van andere stakeholders van het bedrijf bij jullie afwegingen betrokken? Op die punten verwachten we een goede uitleg. Verder doen we een beroep op commissarissen om bij de toekenning van beloning niet alleen te kijken naar financiële resultaten, maar ook naar criteria als duurzaamheid en de tevredenheid van medewerkers en klanten. Eigenlijk vragen we commissarissen om zich bij het beloningsbeleid ook te laten leiden door hun maatschappelijke antenne, want die staat niet altijd goed afgesteld, merken we. We verwachten van commissarissen ook een goede toelichting op het beleid in het beloningsverslag. Daarin moeten ze aangeven hoe ze rekening hebben gehouden met ‘maatschappelijke acceptatie’. Als aandeelhouders kunnen we via een adviserende stem aangeven of het beloningsverslag wel of niet aan onze verwachtingen voldoet.”   

Aandeelhouders, waaronder APG, hebben onlangs de aanblijfbonus van 50 miljoen dollar voor de ceo van Starbucks weggestemd

Luisteren bedrijven wel naar jullie?

“Als het beloningsbeleid of beloningsverslag niet strookt met ons beleid en onze verwachtingen, stemmen we tegen de beloningsvoorstellen op de aandeelhoudersvergadering, of tegen de benoeming of herbenoeming van commissarissen die het beloningsbeleid vaststellen. Zo nodig zoeken we samenwerking met andere beleggers om zo een vuist te maken. Aandeelhouders, waaronder APG, hebben onlangs bijvoorbeeld de aanblijfbonus voor de ceo van Starbucks weggestemd. De topman verdiende in 2020 al 14,7 miljoen dollar en zou daarnaast ook nog eens 50 miljoen dollar in het vooruitzicht gesteld krijgen om hem te motiveren aan te blijven tot en met het fiscale jaar 2022. Zo’n aanblijfbonus is alsof je een kind een steeds grotere zak snoep voorhoudt om maar zijn best te blijven doen. Dat schiet zijn doel natuurlijk volledig voorbij.”

 

En Nederlandse voorbeelden?

“Vorig jaar kreeg Ahold een tegenstem, onder meer vanwege het verminderen van het belang van duurzaamheid bij het vaststellen van de beloning. Verder hebben we vorig jaar onder meer tegen het beloningsbeleid van Wolters Kluwer gestemd. Topvrouw Nancy McKinstry is een grootverdiener in de AEX, de belangrijkste Nederlandse beursindex. Over het beloningsbeleid zijn we samen met andere grote beleggers al een aantal jaar in gesprek met het bedrijf. Inmiddels is bekendgemaakt dat McKinstry vanaf 2021 ruim 10% minder gaat verdienen. Bovendien kijkt het bedrijf voor de hoogte van de beloning voortaan niet meer hoofdzakelijk naar Amerikaanse, maar ook naar een groter aantal Europese bedrijven. Verder zullen prestaties op milieu-, sociaal en bestuurlijk gebied en het rendement op het geïnvesteerd vermogen worden meegenomen bij de vaststelling van de langetermijnbeloningen. Wolters Kluwer heeft nu dus duidelijk wél naar aandeelhouders geluisterd.”

 

We staan aan de start van het seizoen met aandeelhoudersvergaderingen. Wordt het een heet voorjaar voor de dialoog en het stemgedrag over bestuurdersbeloningen?

“Ik denk eigenlijk dat het een minder heet voorjaar wordt dan normaal. Nederlandse ondernemingen belonen sowieso minder extreem dan in veel andere landen. Bovendien mogen bedrijven die momenteel staatssteun ontvangen geen bonussen uitkeren en worden de targets daarvoor vaak ook niet gehaald door de slechte resultaten wegens de pandemie. Zo is de beloning van de ceo van Shell vorig jaar met 42% afgenomen. Door de coronacrisis zijn er dus minder grootverdieners dan anders om de discussie over beloning mee aan te gaan. Maar er blijven nog genoeg bedrijven over waar we blijven hameren op tekortkomingen in het beloningsbeleid. Zeker in de Verenigde Staten. Door de andere beloningscultuur zien we daar vaker excessen.” 

 

Klik hier om te bekijken hoe APG stemt op aandeelhoudersvergaderingen over beloning en andere agendapunten. 

Volgende publicatie:
‘Ik weet niet wat rente is, ik ben nog maar een kind’

‘Ik weet niet wat rente is, ik ben nog maar een kind’

Gepubliceerd op: 22 maart 2021

Dit zeggen kinderen over sparen, lenen en online betalen

 

Vandaag start de ‘Week van het geld’. Doel van dit initiatief is kinderen te leren goed met geld om te gaan. Maar wat weten kinderen eigenlijk van ingewikkelde zaken zoals rente – ‘Wat? Lente?’-  sparen, lenen en online betalen? Dat verschilt nogal, zo blijkt. Waar sparen en lenen voor de een geen geheimen kent, vindt de ander het daarvoor nog wat te vroeg: ‘Dat weet ik niet. Ik ben nog maar een kind.’ En wat zouden ze doen als ze de loterij winnen? ‘Een zwembad in de tuin, dat sowieso.’

Volgende publicatie:
Medewerkers financieel fit houden met Geldvinder

Medewerkers financieel fit houden met Geldvinder

Gepubliceerd op: 2 maart 2021

Het online platform Geldvinder maakt het mogelijk om op een laagdrempelige en proactieve manier te werken aan de financiële fitheid van medewerkers. Zo kunnen zij bewust aan de slag met persoonlijke financiële doelen voor nu, straks en later. Dit initiatief van APG, in samenwerking met twintig partners, is vandaag officieel gelanceerd.

 

APG en partners stellen Geldvinder aan werkgevers beschikbaar, omdat zij waarde hechten aan het maatschappelijke belang om Nederland financieel fitter te maken. Bij de lancering van Geldvinder zijn werkgevers en organisaties betrokken vanuit meerdere sectoren, waaronder de gemeenten, provincies, energie- en watersector, ministeries, universiteiten, UMC’s en het onderwijs.

 

Financieel Fit
Richard Coonen, manager business development Geldvinder: “Naast de fysieke en mentale fitheid, is de financiële fitheid van mensen erg belangrijk. Met Geldvinder nemen medewerkers op een toegankelijke manier de regie over hun financiële situatie. Dat zorgt voor minder stress over geldzaken, minder uitval en meer vitaliteit op de werkvloer. Omdat we Geldvinder in co-creatie neerzetten, kijken we continu met werkgevers waar de behoeften van medewerkers liggen op financieel vlak. Zo creëert het platform een persoonlijk dashboard aan de hand van een financiële fit-test, waarin mensen zelf doelen kunnen toevoegen en de voortgang ervan kunnen bijhouden. Een handig ‘swipe’ systeem helpt daarbij onderwerpen te vinden die relevant zijn voor de persoonlijke situatie.”


Doel van het platform
In elke levensfase lopen mensen tegen andere uitdagingen op het gebied van geldzaken aan. Op een laagdrempelige manier en in duidelijke taal stimuleert het platform om zelf tot actie over te gaan. Geldvinder onderscheidt zich hiermee van andere initiatieven, zoals rekentools en financiële planners, doordat ‘activering’ centraal staat. Zo kunnen mensen zelf verschillende financiële doelen kiezen die ze willen bereiken, zoals een buffer opbouwen, het kopen van een eerste huis of een schuld afbetalen. Ook nadenken over je pensioen is een mogelijkheid. Vervolgens worden deze doelen vertaald in eenvoudige, haalbare stappen om zelf actie te ondernemen. Overigens geeft Geldvinder daarbij geen financieel advies in de zin van de Wet op het Financieel Toezicht en maakt geen vergelijkingen tussen, of verwijzingen naar, financiële producten of financiële leveranciers.


Investeren

APG is, met strategische partners, volop aan het bouwen aan nieuwe diensten om mensen te helpen hun financiën zo goed mogelijk in te richten. Een activerende aanpak is daarbij belangrijk, zodat mensen gericht over hun eigen financiële toekomst nadenken. Daarmee vormt Geldvinder een waardevolle aanvulling op bestaande initiatieven zoals Prikkl en www.kandoor.nl, waar per jaar meer dan 600.000 vragen worden beantwoord via een slimme chatbot en vrijwillige gidsen. APG zal, als vertrouwde gids, blijven investeren in bestaande en nieuwe innovaties om werkgevers en medewerkers verder te ondersteunen. 

 

Ga voor meer informatie over het platform en alle co-creatie partners naar www.geldvinder.nl/werkgevers

Volgende publicatie:
“Beleggen? Dat doe je toch op je bord!”

“Beleggen? Dat doe je toch op je bord!”

Gepubliceerd op: 23 februari 2021

Dit zeggen kinderen over sparen, pensioen en geld verdienen

 

Eigenlijk moeten we geldzaken gewoon aan kinderen overlaten. Het zou er een stuk eerlijker aan toe gaan (“Ik was aan het denken: zou ik het gewoon aan zielige mensen geven?”). De cashflow zou in orde zijn (“Ik geef gewoon 50 euro uit, want ik hoef niet stinkend rijk te zijn”). Geen inflatie (“Machines maken van kapot geld gewoon weer nieuw geld”). En niet onbelangrijk: de aandelenmarkt zou floreren (“Beleggen is dat je iets op een boterham legt”). We kunnen er nog veel van leren. Kijk maar!

Volgende publicatie:
‘Met pensioen gaan mag ook lastig zijn’

‘Met pensioen gaan mag ook lastig zijn’

Gepubliceerd op: 1 februari 2021

Hoe we de tijd na onze pensionering vullen, bedenken we doorgaans pas als het zover is. Want waar de ene prepensionado in aanloop naar deze mijlpaal al jaren droomt van een wereldreis of lekker gaan klussen, kijken de meeste anderen liever niet vooruit. Onderschat het gros de gevolgen van met pensioen gaan? Experts zeggen van wel. “Die impact is groot. Zorg voor een goede voorbereiding. Niet alles gaat vanzelf.”

Je leven wordt écht anders als je met pensioen gaat. En dat is leuk en spannend tegelijk. Hoe bereid je je daarop voor?

Nieuwe levensfases gaan hand in hand met een goede voorbereiding. Voordat je naar de basisschool ging, kon je al een paar ochtenden wennen en voordat je met elkaar in het huwelijksbootje stapt, kijk je eerst of samen onder één dak wonen werkt. Maar als het aankomt op met pensioen gaan, blijft het vaak bij een beetje uitzoeken wat ons financieel te wachten staat. Wát we in die vrije tijd gaan doen, bedenken we als het zover is. En dat is aan de late kant, zegt Marjoleine Vosselman, psycholoog en auteur van het boek Pensioen in zicht. “Als je met pensioen gaat, krijg je eindelijk tijd om al die dingen te doen waar je tijdens je werkzame leven niet aan toekwam. Maar soms valt dat tegen. Hoe ga je om met al die tijd, de verwachtingen van familieleden en mogelijke ouderdomsgebreken? Als je stopt met werken valt een belangrijke bron van zingeving weg. Dat vraagt om bewuste keuzes, maar soms ook om aanvaarding dat niet alles binnen je bereik ligt.”

Altijd ‘tijd’
De overgang van een bestaan waarin betaalde arbeid bepalend was naar een levensfase vol vrijheid, kun je op meerdere manieren invullen. Anneroos Gerritsen, senior trainer en adviseur bij Odyssee gaat er met prepensionados over in gesprek. Op het strand, actief buiten of binnen. Is zo’n voorbereiding of zelfs een cursus echt nodig? “Een pensioencursus is natuurlijk niet hetzelfde als het leren van een nieuwe taal,” antwoordt Gerritsen. “Het gaat erom dat je je bewust wordt van wat je eigenlijk wel weet. Dat je de tijd neemt om na te denken over je volgende stap. Wat eerst vrije tijd was, wordt nieuwe tijd, of ‘gewoon’ tijd. Wat doe je daarmee?” De trainer adviseert om de training zo mogelijk een jaar, of minstens een paar maanden vóór de pensionering te volgen.

Wat eerst vrije tijd was, wordt nieuwe tijd, of ‘gewoon’ tijd. Wat doe je daarmee?

Waar kom je je bed voor uit?
“In de cursus bespreken we vijf levensdomeinen. Het eerste is gezondheid van lichaam en geest. Wat doe je al op dit gebied, denk aan sport, en wat kun je meer of minder doen? Wat heeft je lichaam nodig, wat kan het nog? Het tweede domein is sociale relaties. Straks valt het contact met collega’s weg. Zijn er andere contacten die je weer nieuw leven kunt inblazen? Wil je meer contacten hebben, of heb je daar geen behoefte aan? En hoe leef je straks samen met je partner? Welke ruimte gun je elkaar en waar neem je elkaar wel mee?” De materiële situatie is het derde domein dat Gerritsen behandelt. “Je hebt je pensioen intussen wel geregeld, en je AOW komt eraan. Maar hoe zit het met je financiële planning, met erven en schenken en je woonsituatie? Een financieel expert komt als gastdocent deze onderwerpen behandelen.” Arbeid en prestatie komen ook aan bod. “Cursisten willen wel nog íets doen. Maar wat, en wat doe je als eerste? Pak je achterstallig onderhoud aan je huis aan, volg je een studie of doe je vrijwilligerswerk?”
Het laatste domein is waarden en inspiratie. “Dat is een thema waarmee cursisten samen echt de diepte in gaan. Waar kom je je bed nog voor uit? We hebben middels een digitaal handboek ook veel tips op alle domeinen.”

Zweet je werk uit
Psycholoog Vosselman is ook voorstander van een cursus. Ze ziet een training zeker niet als een luxe tijdsbesteding. “Wie dat denkt, onderschat de impact van de overgang naar pensioen.” In haar boek richt ze zich op zingeving en beschrijft ze aan de hand van persoonlijke verhalen de twee uitersten van pensioenvoorbereiding: niets doen of juist te veel voorbereiden. “Verwachtingen over met pensioen gaan kloppen niet. Mensen zijn niet voorbereid of pakken het zelfs té planmatig aan. Terwijl je juist uit de tredmolen van het werkende leven wilt stappen. Zweet je werk uit. Realiseer je dat met pensioen gaan niet alleen maar leuk is. Het mág moeilijk zijn. Juist dat gevoel geeft ruimte om je werkzame leven los te laten. Gun jezelf de kans om te veranderen. Bereid je voor zonder alles dicht te timmeren.” Gerritsen sluit zich hierbij aan. “Het gaat niet om lijstjes afvinken die je van tevoren hebt gemaakt. Het gaat erom jezelf opnieuw te leren kennen. Stellen zien pensioen als een roze wolk. Nú gaan ze genieten. Dan vraag ik waarom ze dat nu pas gaan doen. Het blijkt dan de vrijheid te zijn waar ze naar uitkijken. Iets waar vrijgezellen juist tegenop zien. Zij zijn bang om structuur en collega’s te missen.”

Worstelen met vragen
Een van de cursisten die Gerritsen ontving, is Joep Athmer, voormalig directielid bij bagger- en maritiem aannemersbedrijf Van Oord. Voor zijn werk reisde hij regelmatig naar verre bestemmingen. Met een mooie carrière achter de rug dacht hij op zijn 62-ste na over de tijd na zijn pensioen. Hij had allerlei praktische vragen: “Moet ik thuis gaan klussen? Gaan fietsen? Of fulltime op de kleinkinderen passen?” Maar hij had ook diepgaandere vragen als: “Doe ik er nog wel toe als ik de uitstraling van mijn functie niet meer heb? Wat ben ik thuis waard? Hoe gaat dat samen met mijn vrouw?”

Athmer en zijn vrouw volgden daarom de pensioencursus bij Odyssee. “Als we ons leven samen verder goed wilden invullen, was die cursus welkom. En dat is ook gebleken.” Het deed Athmer goed om te zien dat hij niet de enige was met vragen. Genoeg andere mannen en vrouwen in leidinggevende posities worstelden met de vraag of ze er straks nog toe doen.
“Het antwoord op die vraag is: ja. Deze cursus heeft mij aan het denken gezet en dat ging verder dan bedenken waar we naartoe willen reizen. Ik kreeg inzicht in wie ik ben en wat mijn vrouw en ik samen willen.” Inmiddels heeft de gepensioneerde Athmer vijf bijbanen en hij zit in het bestuur van verschillende stichtingen. Maar hij toert ook met zijn motor over de Faeröer eilanden. En op zijn bucketlist staan nog vele andere mooie reizen.

Waar kom je je bed nog voor uit?

Gevoel van zinloosheid
De grootste impact die pensionering heeft, is van psychische aard. Mensen die net met pensioen zijn missen de context van het werkzame leven. De tragikomedie About Schmidt met Jack Nicholson illustreert dit perfect, vindt Vosselman. “Daarin zie je hoe de gepensioneerde Warren Schmidt overvallen wordt door een gevoel van zinloosheid.” Volgens Vosselman hangen we onze identiteit en waarde vaak op aan ons werk. “Wie werkt heeft op tal van vlakken uitdagingen, wordt ergens verwacht en heeft een (volle) agenda. Werk krijgt voorrang, werk is dringend. Stop je met werken, dan moet je zelf regelen dat je ergens verwacht wordt.” De psycholoog benadrukt met klem dat de lat niet te hoog gelegd hoeft te worden. “Je inschrijven voor een tekencursus is al goed. Stap uit de prestatiesfeer van het werk.”

Afscheid nemen helpt
En dat bedoelt ze letterlijk. Uit onderzoek blijkt immers dat afscheid nemen heilzaam is en echt het verschil kan maken. “Overgang vraagt om een ritueel. Daarmee sluit je de deur naar het oude en  open je hem naar het nieuwe,” zegt Vosselman. En volgens haar spelen werkgever en collega’s daar een grote rol in, aangezien iemand die met pensioen gaat doorgaans bescheiden roept dat een afscheidsfeestje niet hoeft. “Tijdens corona gaat afscheid nemen lastiger, dus wees creatief. Het is van groot belang om het werkzame leven af te sluiten en te horen hoezeer je van betekenis was. Juist na een goed afscheid kun je vooruit.”

Kies je ervoor om je pensionering maar te laten gebeuren, dan brengt dat risico’s met zich mee.
“Je kunt je misschien enorm verheugen op de rust en stilte,” zegt Vosselman, “maar lege, betekenisloze dagen kunnen ook voor veel onrust zorgen. Of misschien worden je dagen als vanzelf gevuld doordat je op de kleinkinderen gaat passen. Maar wil je dat wel? En hoe pakt het thuis uit als de ene partner werkt en de ander niet meer? Neem de ruimte om dat te verkennen.”

Verantwoordelijkheid van werkgever
Pensioencursussen zijn overigens geen modegril. Het idee ontstond zestig jaar geleden bij Hoogovens, het huidige Tata Steel, in IJmuiden. Gerritsen: “Dat was destijds echt een familiebedrijf waar medewerkers als vijftienjarige aan de slag gingen en tot hun pensioen bleven. Tot er in de jaren zestig voor het eerst in de geschiedenis mensen moesten worden ontslagen.” Dat druiste in tegen de traditie die Hoogovens kende. Het bedrijf wilde dan ook niet zomaar mensen op straat zetten. Er werd een sociaal plan opgesteld en de voorlopers van Odyssee faciliteerden de overgang naar geen werk. Gerritsen: “Dat aanbod zou eenmalig zijn. Maar het beviel iedereen zo goed dat het initiatief is gebleven. En we zien dat steeds meer werkgevers hun verantwoordelijkheid nemen en een Pensioen in Zicht-cursus aanbieden. Bedrijven als Philips en Heineken en ook de overheid zorgen ervoor dat hun werknemers zich zowel goed kunnen inwerken als uitwerken.” 

‘Zwitserlevengevoel’ is oneerlijk
Belanden we in een zwart gat als we geen voorbereidingen treffen? Vosselman zegt van niet. Ze vindt dat gevreesde zwarte gat een doembeeld dat past in een tijdsgeest waarin we allemaal gelukkig moeten zijn. “Dat Zwitserlevengevoel kan onnodig angst inboezemen. Het is geen eerlijk beeld. Je wordt ouder, blijkt kwetsbaarder. Dan kan niet alles meer.” De psycholoog voorspelt pas een zwart gat als je níet door dat overgangsproces durft te gaan. “Stel, je bent altijd een doener geweest, maar rond je pensionering laat je lichaam het afweten. Dat is knap lastig. Dan moet je jezelf opnieuw uitvinden.”

Volgende keer: Pensioen in zicht – Bestaat het zwarte gat?
Gepensioneerde Joep Athmer belandde ondanks een pensioencursus in het gevreesde pensioengat. “Met een baan zoals ik die had, groei je maar door. Op een gegeven moment denk je dat je Jezus bent en over water kunt lopen. Maar dat is gevaarlijk. Je denkt dat je onaantastbaar bent, maar als je met pensioen gaat is alles opeens weg.”

Volgende publicatie:
“De brieven die ik over mijn pensioen krijg, leg ik altijd snel weer weg”

“De brieven die ik over mijn pensioen krijg, leg ik altijd snel weer weg”

Gepubliceerd op: 27 januari 2021

Hoe ga je om met werk en geld voor nu en later? Leef je bij de dag of plan je doelbewust je financiële toekomst? En regel je ‘later’ zelf, of ben je aangesloten bij een pensioenfonds? Marielle van Ramshorst is leidinggevende bij een dagbestedingslocatie, eigenaresse van een dansschool en trainster.

 

 

Marielle van Ramshort (35)

Beroep: leidinggevende bij een dagbestedingslocatie, danslerares en trainer/coach

Werkt wekelijks: meer dan 40 uur (in niet-coronatijd)

Inkomen: tussen de 1875 en 4375 euro per maand

Spaargeld: 13.000 euro

Pensioen geregeld? Deels

 

Hoe heb je je pensioen geregeld?

“Via mijn werkgever ben ik aangesloten bij een pensioenfonds. Daarnaast heb ik een potje pensioen aangemaakt op mijn spaarrekening. Daar staat wel iets op, maar ik heb me nog niet verdiept in wat ik daar verder mee moet.”

 

Wat doe je voor werk?

“Ik stuur het team aan op een dagbestedingslocatie voor mensen die om wat voor reden dan ook geen betaald werk kunnen doen. Daarnaast heb ik een salsadansschool waar ik ook lessen geef, en ben ik vorig jaar begonnen als zelfstandig trainer en coach. In die laatste hoedanigheid help ik single vrouwen die op zoek zijn naar een relatie, uit te zoeken hoe het komt dat ze nog vrijgezel zijn. Op de dansschool kwam ik veel dames tegen met vragen op dat gebied, zo is het idee geboren. In mijn trainingen gebruik ik veel beweging, omdat je daardoor dingen vaak anders ervaart en voelt dan wanneer je er alleen rationeel naar kijkt.”

 

Je bent je coachingsbedrijf dus gestart in coronatijd?

“Klopt, niet het meest ideale moment. Ik heb tot nu toe pas één training helemaal kunnen afronden. De volgende stond gepland voor januari 2021, maar die kon door de coronarestricties niet doorgaan.”

 

Hoeveel uur per week ben je aan het werk?

“Bij de dagbesteding twintig uur per week. Op de salsadansschool normaal ook zo’n twintig uur per week, maar door corona ligt dat nu helemaal stil. Ik besteed circa vier uur per week aan de training en coaching, iets meer als er een training aankomt. Ik wil er eens in de drie maanden eentje geven.”

 

Dat is meer dan fulltime.

“Ja, maar het voelt niet echt als werk. Ik maak veel uren, maar een groot deel daarvan is een uit de hand gelopen hobby.” 

 

Wat verdien je?

“Bij de dagbesteding ongeveer 1875 euro netto per maand. Bij de dansschool verschilt het een beetje. Op dit moment is het rond de 300 euro per maand, het was zo’n 1000 euro per maand. Voor een training verdien ik tussen de 1000 en 1500 euro, afhankelijk van hoeveel mensen eraan meedoen.”

 

Ben je daar tevreden mee?

“Ja, ik kan er goed van rondkomen. Ik denk dat ik meer zou kunnen verdienen met coaching, maar het is daarvoor nu een moeilijke periode. Je verdient natuurlijk veel minder als je drie mensen in je training hebt dan wanneer er twintig mogen komen.”

Wat zijn je vaste lasten?

“Ongeveer 1400 euro, als ik mijn hypotheek, elektriciteit, internet en verzekeringen bij elkaar optel.”

 

Waar geef je nog meer geld aan uit?

“Spotify, Netflix, dat soort dingen. Verder heb ik met vijf vriendinnetjes een leukedingenpotje waar we elke maand 20 euro in storten. Als er genoeg geld op staat, gaan we iets leuks doen. Een dagje naar een sauna of wellnessresort bijvoorbeeld, met een overnachting in een huisje in de natuur en lekker eten. Het is fijn als je het al hebt gespaard, dan mis je het geld niet meer.”

 

Hoeveel geld heb je zelf gespaard?

“Iets van 13.000 euro. Daar ben ik heel blij mee, zoveel heb ik nog nooit gehad. Een groot deel ervan moet ik waarschijnlijk nog aan de belastingdienst betalen.”

 

Ben je veel bezig met je oude dag?

“Niet echt. Ik besef wel dat het geregeld moet worden, maar eerder werkte ik altijd veel meer uren in loondienst en hoefde ik me niet druk te maken over mijn pensioen. In de ondernemersclub waar ik eens per maand mee samenkom, is het wel een onderwerp dat soms aan bod komt. Dan vallen er termen als ‘pensioengat’ en ‘jaarruimte’ en dan denk ik: goh, interessant, maar vervolgens doe ik er niet veel mee. Dit jaar moet ik echt iets regelen.”

 

Hoeveel pensioen zou je maandelijks krijgen als je nu 67 zou zijn?

“Goede vraag, volgens mij is dat heel weinig. De brieven die ik daarover krijg doe ik altijd snel weer weg. Wacht, ik pak er eentje bij… Ah, ik bouw pensioen op sinds 2002, en er staat dat ik bruto 18.000 per jaar krijg. Volgens mij is mijn jaarinkomen nu veel hoger, dus het klinkt niet alsof ik daar heel veel leuke dingen van kan doen. Ik schrik er ook weer niet van, want ik had niet verwacht dat het een enorme vetpot zou zijn. Hiermee ga ik het niet redden, maar tegen die tijd heb ik hopelijk mijn huis afbetaald; dat zal iets schelen. En er komt nog AOW bij natuurlijk.”

 

Wat zou je beter kunnen regelen?

“Voor mijn eigen bedrijf moet ik sowieso nog pensioen regelen. Ik wil uitzoeken welke opties er allemaal zijn. Wat is slim om te doen in mijn situatie, gedeeltelijk in loondienst en gedeeltelijk zelfstandig? Ik moet me er veel beter in gaan verdiepen.”

Volgende publicatie:
‘Inclusie kun je niet afvinken’

‘Inclusie kun je niet afvinken’

Gepubliceerd op: 21 januari 2021

Rapper Typhoon hoopt dat élke werknemer zich verantwoordelijk gaat voelen voor diversiteit

 

Diversiteit en inclusie op de agenda zetten is één. Werknemers de ruimte geven om mee te beslissen over het thema is een belangrijke tweede stap. Met die boodschap bezoekt rapper, taalkunstenaar en keynotespreker Typhoon bedrijven in Nederland. Zo sprak hij in een online sessie ook met medewerkers van APG. “Inclusie hoort verweven te zitten in de bedrijfscultuur.”


Als je bedrijven bezoekt, krijg je een kijkje in de keuken. Wat kom je tegen?

“Ik zie een verscheidenheid aan initiatieven. Gelijke beloning van mannen en vrouwen, anoniem solliciteren, trainingen door alle lagen van de organisatie heen. En ook naar buiten wordt vaak een maatschappelijk standpunt ingenomen, door de regenboogvlag te hijsen of mee te varen met de Gay Pride. Ik zie de bereidheid en urgentie om dit thema echt onderdeel te maken van de bedrijfscultuur en strategie. Daarin mag APG zich scharen tot de voorhoede in de beweging en strijdlustigheid vooruit. Medewerkers zijn gedreven en willen de diepte in. En dat wil je als bedrijf bereiken. Van de woorden diversiteit en inclusie krijg ik echt jeuk als ze gebruikt worden als doel op zich. Als ze op de agenda staan, enkel om afgevinkt te worden. Een financiële kwartaalrapportage, die vink je af.”

Klinkt alsof werkend Nederland goed bezig is op het gebied van diversiteit en inclusie.
“Er wordt serieus tijd en aandacht in gestoken, dat is mooi om te zien. Maar vergeet niet om naast die inzet ook te vieren wat er al is. Dan heb je als bedrijf ook niet steeds het gevoel dat je achterloopt en iets in moet halen. Ook als dat wel het geval is. Wees moedig in je ongemak. Neem bijvoorbeeld die gelijke beloning voor mannen en vrouwen van APG. Dat is een topje van de ijsberg, maar het is al een goed voorbeeld voor andere bedrijven.”

Mis je nog iets als je kijkt naar de initiatieven die bedrijven op hun D&I-agenda zetten?
“Wat je als bedrijf ook inzet aan middelen om inclusie te stimuleren, mensen moeten het vóelen. Het DNA van een bedrijf moet voelbaar zijn in de wanden en het tapijt. Formuleer een duidelijke visie waarbij diversiteit en inclusie een van de pijlers is en bouw daar samen met de werknemers naartoe. Daar zit je succes. Mijn collega-spreker en corporate antropoloog Jitske Kramer verwoordt het heel treffend: ‘Inclusie is iemand uitnodigen op het feest en hem of haar mee laten dansen. Maar inclusie is ook diegene mee laten beslissen over de playlist’. Leg dit werknemers niet van bovenaf op, maar geef hen de ruimte om zich uit te spreken. Dan voelt iedereen zich verantwoordelijk en vorm je echt een cultuur samen.”

Kun je ook te veel aandacht aan het thema besteden?
“Het gaat hier om een cultuurverandering en die begint bij die ene gedachtenverandering. Daarvoor gebruik je woorden, die hebben kracht. Maar feit is dat iedereen op een andere manier, op een ander moment, aanhaakt. Je kunt iets vijf keer horen, en pas bij de zesde keer komt het binnen. Omdat iemand op dat moment de woorden gebruikt die jou raken. Het is dus goed om met elkaar in gesprek te blijven.”

Sommige issues rond inclusie zijn heel duidelijk en zichtbaar. Zoals leeftijd, geslacht en lichamelijke beperking. Maar er zijn ook niet zichtbare issues. Welke moeten we zeker ook bespreekbaar maken?
“Er zullen altijd blinde vlekken zijn en die moeten we samen onderzoeken. Institutioneel racisme is daar een recent voorbeeld van. Die term duikt, naast discriminatie en racisme, steeds vaker in discussies op. En laat zien dat racisme niet enkel persoonlijke overtuigingen zijn van individuen. Het komt nu terug in instituties, waardoor ongelijke kansen en uitkomsten voor bepaalde groepen ontstaan of blijven bestaan.”

Ik voelde me echt boos en ontredderd na de dood van George Floyd, het kwam dichterbij dan ik had gedacht.

Kijkend naar diversiteit en inclusie gaat Nederland erop vooruit. Tegelijk lijkt het debat te verharden. Voeren we de discussie op de juiste manier?
“De manier waarop de discussie gevoerd wordt, maakt mij heel verdrietig. Er is geen vaccin om dit probleem direct op te lossen. Het kost tijd en veranderen gaat niet zonder slag of stoot. Ik voelde me echt boos en ontredderd na de dood van George Floyd, het kwam dichterbij dan ik had gedacht. Ik hoop dat we kunnen blijven zien dat dit onderdeel is van een grotere beweging. We hebben perspectief nodig, de kracht van verbeelding, om te zien dat de verandering ten goede tijd kost.”

Ondanks dat negatieve gevoel, bruis je van de energie als je over het thema praat. Waar haal je die kracht vandaan?
“Uit mijn liefde voor de mens. Ik kijk naar het goede van iemand, ook als je het hebt over polarisatie. Hate is confused admiration, we willen niet haten, we worstelen allemaal met onze eigen vragen en persoonlijke crises. Dat ken ik ook van mezelf, niets menselijks is mij vreemd. Dus schaar mij maar onder de Rutger Bregmannen van deze wereld, ik denk dat alle mensen deugen. Slechts een enkeling zal echt slechte intenties hebben.”

Ik denk dat alle mensen deugen

Als jij praat over inclusie dan heb je het over gelijk zijn en gelijkwaardig zijn. Wat is het verschil?
“Mensen zijn niet allemaal gelijk, of hetzelfde. We zijn allemaal anders, in kleur en geslacht, maar wel gelijkwaardig als mens. Die diversiteit is mooi en moeten we omarmen. Kijk dus juíst naar mijn kleur, want daar ben ik enorm trots op. Maar kijk in eerste instantie naar mij als mens. Als jonge jongen woonde ik in 't Harde, waar een van de eerste asielzoekerscentra was. Toen ik op een avond op stap ging, werd ik geweigerd bij de ingang. Ik zou een asielzoeker zijn. Ik werd gezien als potentieel gevaar. Er werd van alles gedacht en gezien, maar niet wie ik echt was.”

Heb jij zelf ook last van onbewuste vooroordelen?
“Ik dacht van niet, tot voor kort. Mijn zus, die voor mij werkt, gaf aan dat een partij met wie we samenwerken haar niet aankeek tijdens meetings. Het was mij niet opgevallen en ik kon me er niets bij voorstellen. Dus ik deed er niks mee. Toen ik het later zelf zag, schrok ik. Ik voelde me schuldig richting haar. Ik kon alleen maar zeggen ‘ik zag het niet’, net zoals Johan Derksen deed toen het over homogeweld ging, wat echt niet kan. Maar dit was mijn blinde vlek. Ik heb me nu voorgenomen om in elk geval elk signaal serieus te nemen als iemand bij mij komt om iets aan te geven. Ook als ik het zelf niet gelijk zie.”

Jij wilt met je inspiratiesessies op de werkvloer onderdeel zijn van de beweging voorwaarts. Waarom?
“Zodat we iedereen de beste versie van zichzelf kunnen laten zijn. Laat vooroordelen niet zwaarder wegen dan iemands karakter. Met de beste versies van elkaar werken we aan de beste versie van een bedrijf, van de maatschappij. En dat lukt als we elkaar als gelijkwaardig zien. Vier de verschillen."

Volgende publicatie:
APG ondersteunt experts Nationale DenkTank bij uitwerking ideeën

APG ondersteunt experts Nationale DenkTank bij uitwerking ideeën

Gepubliceerd op: 17 december 2020

De Nederlandse middenklasse staat de laatste jaren onder druk. Mensen met een middeninkomen, -beroep of -opleiding krijgen moeilijker een woning en ervaren meer onzekerheid op de arbeidsmarkt. Bovendien is er vaak beperkte financiële kennis én ruimte. Om daar verandering in te brengen bogen 20 deelnemers aan de Nationale DenkTank zich de afgelopen maanden over de vraag: hoe verbeteren we het perspectief van deze middengroep? Het resultaat: acht concrete oplossingen. En APG draagt bij aan de uitwerking van vier van deze ideeën.

 

Hoe versterken we welzijn, welvaart en regie voor middengroepen in stad en regio, nu en later? Die vraag staat centraal in vijftiende ‘editie’ van de Nationale DenkTank. Want hoewel de Nederlandse economie (tot de coronacrisis) de afgelopen jaren groeide, verslechterde de positie van mensen met een middeninkomen, -beroep of –opleiding. Die groep kampt in toenemende mate met onzekere arbeidsverhoudingen, weinig woningperspectief en een beperkte financiële buffer.

 

In gesprek

Stichting De Nationale DenkTank kiest ieder jaar een maatschappelijk onderwerp en gaat aan de slag met concrete oplossingen en ideeën. Afgelopen week presenteerden de ‘DenkTankers’ acht concrete voorstellen aan Minister Koolmees van Sociale Zaken & Werkgelegenheid. APG is als themapartner nauw betrokken geweest bij deze editie en zal de komende tijd in gesprek gaan met de initiatiefnemers van vier van de gepresenteerde oplossingen.

 

Tools en documentaires

De initiatieven waar het om gaat? De eerste is de MomentCheck, een digitale tool die mensen ondersteunt met het maken van financieel bewuste keuzes op belangrijke levensmomenten. Nick: “Dit staat heel dicht op activiteiten van de APG-onderdelen GroeiFrabriek en Kandoor. Hier kunnen we van waarde zijn.” Tweede oplossing is ZelfstandigBerekend, eveneens een financiële hulptool, maar dan gericht op startende ZZP’ers. Zie je mij?, een idee voor onder andere een documentaire en een nationale campagne om het aanzien van essentiële beroepen te verhogen, en MBO Talent Track, een talentontwikkeltraject voor mbo’ers, sluiten het rijtje af.

 

Financiële fitheid

“In eerste instantie dacht ik dat we als APG met twee van de acht ideeën verder zouden gaan”, vertelt Nick van de Sande - Korpershoek, strategisch beleidsmedewerker bij APG en als aanspreekpunt voor de DenkTank 2020 onderdeel van het traject. “Maar het enthousiasme intern was veel groter dan gedacht. Wat natuurlijk ook niet gek is. De middengroep vormt de grootste groep deelnemers van de fondsen die APG bedient. Denk bijvoorbeeld aan al die onderwijzers, politiemensen, bouwvakkers en schoonmakers. Daarnaast is financiële fitheid een belangrijk thema binnen APG. Dat maakt het vraagstuk rondom middengroepen ontzettend relevant voor ons.”

 

Aanstekelijk enthousiasme

APG is, samen met onder meer de Rabobank en drie ministeries, op verschillende manieren bij het traject betrokken. Nick: “Natuurlijk als financieel partner. Maar meer nog als sparringpartner voor de 20 DenkTankers. Zo was er best nog wat behoefte aan pensioenkennis. Daar hebben wij hen de afgelopen maanden intensief bij geholpen.” De komende weken gaan de DenkTankers in gesprek met collega’s van de GroeiFrabriek, HR en Asset Management. Om te kijken wat APG voor de uitwerking van de vier ideeën kan betekenen. Maar ook om te verkennen wat die initiatieven kunnen opleveren voor APG.

 

Nick: “Het zijn écht goede ideeën die de middengroep ook daadwerkelijk verder kan brengen. Bedacht door mensen die het vanaf het begin serieus aanpakken, door de doelgroep zelf erbij te betrekken. En, niet onbelangrijk, die dat doen met een bijzonder aanstekelijk enthousiasme”.  

 

Benieuwd naar de ideeën? Bekijk de video hieronder of lees het eindrapport hier.

Volgende publicatie:
'Van wie krijgt opa zijn geld? Gewoon van oma!'

‘Van wie krijgt opa zijn geld? Gewoon van oma!’

Gepubliceerd op: 15 december 2020

Dit zeggen kinderen over sparen, pensioen en geld verdienen

 

Ze weten er best veel van. En ze denken er ook heel goed over na, de kinderen die APG voor de video Kids & Knaken vroeg over geld, sparen en pensioen.  Tussen de drie en tien jaar zijn ze. De allerkleinsten hebben nog wat moeite met de getallen (‘Ik krijg honderd euro tien voor een klusje’). Maar de meesten weten precies hoeveel zakgeld ze krijgen en hoe vaak (‘Tien keer’!).
Ze weten wanneer je met pensioen gaat en waarom: ‘Als je vijftig jaar heb gewerkt en je word er een beetje gek van’. Ze weten wat het allerbelangrijkste is in het leven: ‘Ik heb liever minder geld dan minder familie’. En uiteindelijk is het ook wel weer mooi geweest, met dat gepraat over geld en sparen.  ‘Is geld belangrijk? ‘Ik denk het niet!’

Volgende publicatie:
“We willen naar een stelsel toe dat deelnemers vertrouwen geeft”

“We willen naar een stelsel toe dat deelnemers vertrouwen geeft”

Gepubliceerd op: 9 december 2020

Na jaren van praten en onderhandelen gaat het Nederlandse pensioenstelsel op de schop. Een impactvolle en complexe operatie, met veel betrokken partijen. Er is daarom veel expertise nodig, en diepgaand inzicht in de werking van het stelsel. Door experts naar voren te schuiven wanneer daar behoefte aan is, proberen APG hoofd Beleid Peter Gortzak en zijn collega’s een bijdrage te leveren aan dit huzarenstukje. “In de verkiezingsprogramma’s is er brede steun voor de route die door Koolmees en sociale partners is ingeslagen. Men wil dit laten lukken”. Deel 1 van de serie 'Op weg naar het NPC': Politiek en wetgeving.

Serie: op weg naar het NPC

Nederland staat aan de vooravond van de grootste wijziging van het pensioenstelsel ooit. Uiterlijk 2026 treedt het nieuwe pensioencontract in werking. En dat betekent nogal wat. Ook in de aanloop ernaartoe. Nieuwe wetgeving, communicatie, administratie, ICT. Alle onderdelen van de pensioenuitvoering gaan de komende tijd onder de loep én op de schop voor het pensioen van morgen. Maar wat betekent dat precies voor die afdelingen? Welke uitdagingen en valkuilen komen we tegen op de weg naar een nieuw stelsel? In deze serie komt het aan bod.

Een processie van Echternach. Zo zou je het onderhandelingsproces over de ingrijpende wijziging van het Nederlandse pensioenstelsel gerust kunnen noemen. In zekere zin betekende het voor sociale partners, politiek en overheid een sluitstuk van een periode van zo’n tien jaar. In zekere zin, omdat er nog heel wat water door de Rijn moet stromen voordat de daadwerkelijke overstap kan plaatsvinden. Er is flink wat werk aan de winkel om de deadline van  1 januari 2026 te halen, ook omdat het akkoord nog verder uitgewerkt moet worden. . Daarbij moeten ook APG en de pensioenfondsen waarvoor het werkt, flink aan de bak. Het gaat om fundamentele wijzigingen, die ingrijpende gevolgen hebben voor onder andere pensioenadministratie en de IT-systemen die daarvoor gebruikt worden.  

 

Ingewikkeld samenspel
Een akkoord over een nieuw stelsel is het resultaat van een samenspel tussen ‘Den Haag’ (ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, en politieke partijen), sociale partners en De Nederlandsche Bank (DNB, toezichthouder). Een ingewikkeld spel – niet in de laatste plaats door de  complexiteit van het Nederlandse pensioenstelsel – dat gebaat is bij betrouwbare informatie, specialistische expertise en inzicht. En dat is waar APG’s Team Beleid om de hoek komt kijken.

 

Makelaarsfunctie
Team Beleid ziet het delen van die informatie, expertise en inzichten,  als zijn voornaamste taak. Het deelt deze kennis met alle partijen die betrokken zijn bij de totstandkoming van het nieuwe stelsel, en het ondersteunt officiële inspraakorganen zoals de SER en Stichting van de Arbeid Aan het hoofd staat Peter Gortzak, die het team en zichzelf omschrijft als een bemiddelaar of tussenpersoon: “Binnen APG zijn heel wat deskundigen op gespecialiseerde afdelingen werkzaam. In de totstandkoming van het nieuwe stelsel kunnen deze mensen absoluut bijdragen aan het proces door hun visie te geven op een bepaald aspect of problematiek. En dat gebeurt ook. Regelmatig laten ze hun licht schijnen op de plannen die door het ministerie van SZW, politieke partijen, sociale partners of DNB worden ontwikkeld. Als team hebben we een makelaarsfunctie, waarbij we álle partijen proberen te helpen door de kennis van al die APG-specialisten te delen. Een goed werkend stelsel is in het belang van de deelnemers en werkgevers die bij een pensioenfonds aangesloten zijn. APG werkt voor die fondsen, dus op het moment dat er ingrijpend gesleuteld wordt aan de machinerie van dat stelsel, leveren we graag een bijdrage waar we kunnen – door bijvoorbeeld een top-actuaris naar voren te schuiven of een beleggingsexpert, die een belangrijke ondersteunende rol kan spelen. Het is in zekere zin een dienende rol, waarin we de consequenties van bepaalde beleidskeuzes inzichtelijk proberen te maken. Op die manier hebben we de positie van trusted party verworven. We zien die rol ook als APG’s maatschappelijke plicht”.

 

Uit de loopgraven
Over het pensioenakkoord op hoofdlijnen is Peter gematigd optimistisch: “Er is gelukkig een belangrijke stap gezet. Eindelijk zijn we uit de loopgraven gekropen. Dat moest ook, want iedereen kan zien dat het huidige pensioencontract met de huidige rente wringt. Het bestaande financieel toetsingskader voor pensioenfondsen (FTK, onderdeel van de Pensioenwet waarin de wettelijke financiële eisen aan pensioenfondsen zijn vastgelegd, red.) voldoet niet meer en het is goed dat we nu een alternatief hebben gevonden”.

 

Rust in de tent
Gortzak vervolgt: “We zitten nu in een overgang naar een nieuw stelsel en dat is een onrustige fase. We kunnen verdere stappen voorwaarts zetten maar het is duidelijk dat er nog heel wat moet gebeuren. Waar we uiteindelijk naartoe willen, is een nieuw stelsel dat de deelnemers vertrouwen geeft, en rust in de tent”.  

Een belangrijke mijlpaal in de invulling van het pensioenakkoord, is 18 december 2020. Op die dag wordt het wetsvoorstel voor de hervorming van het pensioenstelsel voorgelegd aan alle betrokken partijen, die vervolgens hun reactie kunnen geven. Dat geldt overigens ook voor de partijen die niet bij het akkoord betrokken zijn. Bij veel wetgevingstrajecten is het goed gebruik geworden om iedereen die dat wil de gelegenheid te geven een reactie op het voorstel in te dienen. De minister past de voorstellen aan de hand van deze reacties al dan niet aan, en stuurt het ontwerp naar de Raad van State voor advies. Bij de wetgeving voor het nieuwe pensioenstelsel is de verwachting dat veel partijen een reactie zullen insturen. Fondsen, verzekeraars, wetenschappers en ouderenbonden bijvoorbeeld. Ook APG zal hoogstwaarschijnlijk een reactie uitbrengen. In de kern is APG een uitvoeringsorganisatie en daarom zal de reactie  vooral gericht zijn op uitvoeringsonderwerpen. Een rustige kerstvakantie zit er dan waarschijnlijk ook niet in voor Team Beleid, want het wil begin januari een analyse klaar hebben. Waarschijnlijk is er tot half februari tijd om op de internetconsultatie te reageren. Dat lijkt langer dan in werkelijkheid het geval is: een reactie moet goed afgestemd worden met fondsbesturen en pensioenfederatie.

 

Persoonlijke pensioenvermogens
Hoe solidair is het nieuwe stelsel, en biedt het de fondsen genoeg ruimte om zich als langetermijnbelegger te gedragen? Dat zijn de twee zaken waar Gortzak en de zijnen vooral op zullen letten.

Gortzak: “Het Nederlandse pensioenstelsel is ontstaan en ontwikkeld omdat we de behoefte hadden om risico’s te delen onder een hele grote groep. Gemiddeld gezien is dat voor de individuele deelnemer namelijk de beste manier om met onzekere voorvallen om te gaan. Grote tegenvallers op financiële markten, arbeidsongeschiktheid, wanbetaling van je werkgever, een sneller dan verwachte stijging van de levensverwachting: allemaal voorbeelden van risico’s die de individuele deelnemer financieel behoorlijk uit het veld kunnen slaan. En daarom is dit soort risico’s  ook niet altijd even makkelijk verzekerbaar  Maar door ze met een grote groep te delen, worden ze wél ‘verzekerbaar’. Het is belangrijk dat die ruimte om risico’s te delen er ook in het nieuwe stelsel voldoende is. Je zult duidelijk moeten zijn welke risico’s gedeeld worden en waarom. De basis van de nieuwe contracten zijn immers de pensioenvermogens die aan ieder persoonlijk worden toegerekend.  Maar de ruimte voor risicodeling zelf is echt van belang en moet niet teveel aan banden worden gelegd. De solidariteitsreserve (zie kader, red.) is een essentieel onderdeel van het nieuwe pensioencontract”. 

De solidariteitsreserve

In het nieuwe contract is een zogeheten solidariteitsreserve opgenomen, waarmee risico’s kunnen worden gedeeld (beleggingsrisico, renterisico, langlevenrisico, kredietrisico werkgevers) tussen deelnemers en tussen generaties. De solidariteitsreserve is wettelijk gemaximaliseerd op 15 procent van het totale vermogen en mag niet negatief worden. De reserve kan worden gevuld vanuit twee bronnen: een deel van de premie (1) en een deel van het (positieve) overrendement (2). Ook is een combinatie van beide bronnen mogelijk. Jaarlijks mag tot 10 procent van de ingelegde premies en/of tot 10 procent van het jaarlijkse (positieve) collectieve overrendement aan de solidariteitsreserve worden toegevoegd.  De uitdeelregels voor aanvullingen vanuit de solidariteitsreserve (bijvoorbeeld om schokken voor deelnemers en gepensioneerden op te vangen) moeten van tevoren worden vastgelegd in het pensioenreglement.

Wat geldt voor de solidariteitsreserve, geldt ook voor de ruimte die fondsen in het nieuwe stelsel al dan niet krijgen om te werk te gaan als een langetermijnbelegger. Gortzak: “Alle pensioenfondsen financieren een aanzienlijk gedeelte van de pensioenuitkering uit de beleggingsresultaten. Soms wel twee derde van de uitkering. Pensioenfondsen moeten zich dan wel als een langetermijnbelegger kunnen gedragen. Uitgangspunt in het nieuwe contract is dat pensioenfondsen collectief blijven beleggen. Bij het verdelen van de rendementen moeten ze echter rekening houden met de risicohouding van de deelnemers. We moeten voorkomen dat er daarvoor zulke strenge regels komen  dat het fondsen onnodig beperkt in hun beleggingsbeleid. We hebben voldoende ruimte nodig om ook als langtermijnbelegger rendement voor deelnemers te kunnen behalen”.

 

Oppositie aan boord
In maart 2021 vinden er weer Tweede Kamerverkiezingen plaats. Kunnen die nog roet in het eten gooien van de uitwerking van het akkoord dat eerder dit jaar bereikt werd? Gortzak acht de kans klein. “Voor het pensioenakkoord heeft minister Koolmees (minister van SZW, red.) door de steun van coalitie en de twee grote oppositiepartijen een ruime meerderheid in de Tweede Kamer. Die oppositie is aan boord, omdat er een akkoord ligt tussen Koolmees en werkgevers en werknemers. Het is belangrijk dat die steun voor de uitwerking van het akkoord behouden blijft. Het consultatiedocument van 18 december zal dus het goedkeuringsstempel van VNO-NCW en de vakbonden moeten krijgen.  Als je kijkt naar de verkiezingsprogramma’s, dan zie je brede steun voor de route die door Koolmees en sociale partners is ingeslagen. Men wil dit laten lukken”.

 

Wat betreft de toegankelijkheid van het nieuwe stelsel is er nog niet genoeg vooruitgang geboekt volgens Gortzak. Het gaat daarbij met name om de scheefgroei als gevolg van een steeds flexibeler arbeidsmarkt. “Er is een roep geweest om iets te doen aan de scheefgroei tussen mensen met een vast contract en de mensen die in een meer flexibele arbeidsrelatie werkzaam zijn, zoals zzp’ers. In die ontwikkeling spelen ook pensioenrechten een rol. Deelname aan een pensioenregeling voor zzp’ers zou daarom laagdrempeliger moeten worden. En dat kán ook beter in het nieuwe pensioencontract. Helaas is dat tot nu toe nog niet gebeurd. Maar in het Pensioenakkoord was afgesproken om die deelname in een paar sectoren te verhogen, via pilots. Wij hopen dat in het consultatiedocument voorstellen worden gedaan om die pilots een serieuze kans van slagen te geven”.

 

Doodzonde
Het belang van die zzp’ers is des te belangrijker omdat de ingrijpende veranderingen op de arbeidsmarkt nou juist een van de aanleidingen waren om het pensioenstelsel op de schop te nemen, stelt Gortzak. “De vergaande flexibilisering van de arbeidsmarkt en het gegeven dat je niet meer veertig jaar voor één baas werkt, waren belangrijke redenen om het stelsel flink te moderniseren. Ik zou het raar vinden als je een belangrijk onderdeel van die veranderde arbeidsmarkt – de positie van de zzp’er – niet echt hebt aangepakt, aan het einde van de discussie. Ook daar zullen we het concept wetsvoorstel op 18 december dus goed op beoordelen”.

Volgende publicatie:
“We kunnen ons werkende leven veel slimmer inrichten”

“We kunnen ons werkende leven veel slimmer inrichten”

Gepubliceerd op: 3 december 2020

Rowan Siskens over agile leven en het boemerangpensioen

 

Doorwerken tot je 67e en daarna genieten van je oude dag. Of kan het ook ánders? Een zoektocht naar Plan P: vernieuwende ideeën en alternatieve scenario’s voor de inrichting van leven, werk en pensioen. Omdenken voor en door jong en oud

Rowan Siskens: “Waarom zou je niet elke drie, vijf jaar een paar maanden met verlof gaan?”

 

Op je 27e met pensioen 

Rowan Siskens was net twee jaar in dienst bij zijn eerste werkgever, toen hij tijdens zijn beoordelingsgesprek aangaf een periode met onbetaald verlof te willen. Zijn managers reageerden verrast, maar ook positief. Een half jaar later was het zover: na een pensionado-party, waar iedereen verkleed kwam als krasse knar of oud besje, brak een periode aan van vijf maanden vrij. Siskens (destijds 27) ging surfen op Bali, met zijn vriendin reizen in Mexico en schreef een boek: Agile leven. In dat boek licht hij de filosofie toe achter zijn levenswijze: na elke drie tot vijf jaar werken een paar maanden met onbetaald verlof. De term sabbatical dekt de lading niet, aldus Siskens, hij noemt het liever tussentijds of terugkerend pensioen. Een soort boemerangpensioen dus, in plaats van één lange rustfase aan het eind van ons werkzame bestaan.  

Kort-cyclisch leren, werken en rusten

In zijn boek trekt Siskens – IT’er van beroep – de parallel met agile werken: projecten opsplitsen in ‘sprints’ met tussentijdse doelen. Na elke sprint kijk je naar verbeterpunten en pas je doelen en werkwijze zo nodig aan. Zo ben je wendbaarder en kun je beter inspelen op verandering. Eigenlijk is het leven ook zo’n project, aldus Siskens. Dat project wordt echter nog ouderwets lineair aangestuurd: eerst zo’n 20 jaar leren, vervolgens 40 jaar werken en dan nog 20 jaar pensioen, als je geluk hebt. Onderwijs, cao’s en pensioenstelsel volgen een vast patroon, waarbij we de drie levensfasen ná elkaar doorlopen en cross-overs lastig of onmogelijk zijn. “Dat is zo gegroeid, terwijl we ons leven veel slimmer, meer agile, kunnen inrichten”, stelt Siskens: met kort-cyclische sprints van een paar jaar werken, afgewisseld door een periode van rust, reflectie en eventueel bij- of omscholen om de koers in de carrière te verleggen. Klinkt logisch, maar hoe pakken we dat aan en wie gaat dat betalen?

Waarom liever tussendoor al met pensioen?

Vóór zijn eerste baan maakte Siskens een wereldreis. Om dat ultieme vrijheidsgevoel nog een keer te beleven, wil hij niet wachten tot zijn 67e. “Want misschien haal ik dat wel niet. In mijn directe omgeving had ik twee voorbeelden van mensen die vlak na hun pensionering overleden.”

Bovendien lopen we aan tegen de pensioenpatstelling van tijd, middelen en energie, zeker nu de leeftijdsverwachting stijgt en de pensioenleeftijd verder opschuift. Jongeren hebben tijd en energie om leuke dingen te doen, maar geen geld. Werkende volwassenen hebben geld, maar geen tijd en hun energie wordt opgeslokt door hun baan en een jong gezin. Ouderen hebben geld en tijd, maar vaak geen energie meer voor het beklimmen van Mount Everest of het najagen van een andere droom. Het tussentijdse pensioen kan die patstelling doorbreken, volgens Siskens. Het maakt dromen waar, creëert werkgeluk en kan ervoor zorgen dat mensen langer blijven doorwerken.

“Als je blij bent met wat je doet, dan wordt de pensioenleeftijd slechts een getal en volkomen irrelevant.” Bovendien past het terugkerend pensioen goed bij trends als flexibeler werken, digitalisering en levenslang leren. 

Wie zal dat betalen?

Siskens had 5000 euro gespaard voor zijn eerste pensioenperiode. Eigenlijk niet genoeg, maar hij wist ermee rond te komen omdat hij tijdens zijn reizen bij vrienden en familie kon verblijven. Zijn vriendin betaalde de vaste lasten. Hij spaart nu alweer voor zijn volgende pensioen. Wie agile wil leven, moet offers brengen: buiten de stad wonen om de kosten van hypotheek of huur te drukken, geen (grote) auto rijden en ‘geen bullshit bij de Action’ kopen. De besparingen worden vervolgens geïnvesteerd, bijvoorbeeld via (index)beleggen. “Het is nu eenmaal makkelijker om 10 procent te besparen dan om tegen je baas te zeggen dat je 10 procent extra wilt verdienen”, aldus Siskens.

Die baas kan wel op een andere manier bijdragen. Bijvoorbeeld met de mogelijkheid om een deel van het salaris te sparen en daarmee dagen in te kopen. Of met het doorbetalen van de pensioenpremie tijdens het onbetaald verlof om een later pensioengat te voorkomen.

Blijft er nog wat over voor later?     

Maken seriepensionado’s niet alles op, zodat er straks te weinig overblijft voor de oude dag? Juist níet, stelt Siskens. “Voor veel millennials is pensioen een ver-van-mijn-bed-show. Door nu al af en toe met pensioen te gaan wordt het een náást-je-bed-show. Je wordt je bewuster van het belang van goede financiële planning om straks dingen te kunnen doen die je leuk vindt. Een voorschot uit de pensioenpot om het tussentijds pensioen te financieren, lijkt me bijvoorbeeld geen goed idee. Dan heb je later te weinig.”

 

Siskens is ook co-host van het ‘pensioenseizoen’ van de Spaarpodcast. “Daar leggen we het pensioenstelsel op een toegankelijke manier uit en proberen we jongeren pension wise te maken. Misschien zou ook APG op een vernieuwender manier aan meer pensioenbewustzijn bij jongeren kunnen werken. Nu gaan mails en brieven over pensioen vaak meteen de prullenbak in, merk ik.” Inmiddels is Siskens weer aan het werk, als Application Engineer bij het Rotterdamse softwarebedrijf Mendix. Hij wil er promotie maken, maar over een jaar of vier ook weer graag een time-out, al is eerst zijn vriendin aan de beurt. Het doel voor zijn tweede pensioen: een pop-up restaurant aan het water, of het bouwen van een woonboot. “Die staan allebei op mijn Droomlijst en ik heb nog zó veel andere plannen.”

Wat vinden werkgevers ervan?     

Siskens ziet ook voordelen van agile leven voor werkgevers: het werk van de interim-pensionado kan tijdelijk opgevangen worden door collega’s. Daardoor ontstaan jobshifts en rolwisseling, wordt de inzetbaarheid van mensen breder en het begrip voor elkaars werk groter.

Wat vindt Siskens’ eígen werkgever van zijn voornemen om over een paar jaar weer met pensioen te gaan? We vroegen het Radjesh Ramautar, Siskens’ direct leidinggevende bij Mendix, een snelgroeiend Nederlands bedrijf met mondiale ambities, dat in 2018 werd overgenomen door Siemens.

“Wij moeten met miljardenbedrijven concurreren om schaars talent”, schetst Ramautar. ‘Om de beste mensen te boeien en te binden is het belangrijk dat ze de mogelijkheid krijgen om zich te ontplooien, zowel in hun werk als daarbuiten. Daarin moet je als bedrijf investeren, maar het levert ons ook iets op. Tijdens hun verlof kunnen mensen reizen, kennismaken met andere culturen, ervaringen opdoen en hun horizon verbreden. Dat zorgt voor energie, relativeringsvermogen en nieuwe inzichten. Ze komen altijd rijker terug dan toen ze weggingen en dat is ook goed voor het bedrijf.” 

Kun je wel promotie maken als je vaak met pensioen gaat?

Ramautar: “Rowan is getalenteerd, gedreven en sociaal, hij heeft alles in zich om een goede manager te worden. Wel zal hij die volgende stap sneller kunnen zetten, als hij pas over vijf tot zeven jaar met pensioen gaat. Maar voorlopig is dat nog ver weg. Ons bedrijf heeft een startupmentaliteit en groeit gigantisch. Een paar maanden vooruitplannen is soms al lastig, laat staan een paar jaar.”

Het pop-up restaurant van Siskens zal dus misschien nog wat langer moeten wachten. Eérst nog even een sprintje trekken. 

Volgende publicatie:
APG klimaatneutraal in 2030

APG klimaatneutraal in 2030

Gepubliceerd op: 1 december 2020

Pensioenuitvoerder wil bij de besten van de klas horen op het gebied van duurzaamheid

 

APG heeft zich voorgenomen de 'best in class' te willen zijn op het gebied van duurzaamheid. Om hier invulling aan te geven, worden de komende jaren enkele stappen genomen. Zo is er een CO2-plan met als doel dat APG in 2030 een aantoonbaar klimaatneutrale bedrijfsvoering heeft.

 

Ook komt er een aanpak om duurzamer in te kopen en krijgt de pensioenuitvoerder een Sustainability Board. Deze bereidt de besluiten voor die de komende tijd nodig zijn om invulling te geven aan de duurzaamheidsambitie.

 

Leefbare wereld

APG neemt deze stappen voor mens, milieu en maatschappij, legt Group Sustainability Officer Loek Dalmeijer uit. "We willen dat de pensioendeelnemers in goede gezondheid leven in een duurzame samenleving waar ze volledig onderdeel van kunnen uitmaken." Dit doet de pensioenuitvoerder via beleggingen die namens de de pensioenfondsen worden gedaan. Maar ook door de eigen bedrijfsvoering te verduurzamen en inclusiever te maken en verantwoordelijkheid te nemen in de leveranciersketen.

 

Stand van zaken

"Ons pand in Amsterdam (Edge West) krijgt de hoogst mogelijke duurzaamheidsstandaard en ook in Heerlen wordt gewerkt aan verduurzaming", legt Dalmeijer de huidige stand van zaken bij APG uit. "De in 2018 vastgestelde doelstelling voor 2020, minimaal voldoen aan de eisen die we als belegger aan onze beleggingen stellen, hebben we gehaald. Ook heeft APG een inhaalslag gemaakt op duurzame huisvesting, diversiteit & inclusie en liggen er plannen klaar voor het verduurzamen van onze mobiliteit. Maar dat betekent niet dat we er al zijn."

 

Stap voor stap

Er zijn al veel initiatieven om de milieuvoetafdruk van APG te verminderen. Deze worden gebundeld en uitgebreid. "Allereerst werken we naar een energieneutrale huisvesting. Ook onderzoeken we of we in Heerlen van het gas af kunnen en bepalen we binnenkort de eisen die we gaan stellen aan onze kantoren in New York en Hong Kong."


Ook gaat APG CO2-uitstoot die wordt veroorzaakt door vervoersbewegingen reduceren. "We maken milieuvriendelijk reizen aantrekkelijker, gaan minder vliegen en onderzoeken of we op duurzamere biokerosine kunnen vliegen voor de vluchten die echt noodzakelijk zijn."
Tot slot worden leveranciers en collega's in de doelstelling betrokken. "CO2-uitstoot verminderen die ontstaat door ons papierverbruik of doordat ons afval niet goed gescheiden wordt voor hergebruik, kan alleen als iedereen daar een bijdrage aan levert."

Volgende publicatie:
Politieke pensioentalkshow, of liever goede wetgevers gezocht?

Politieke pensioentalkshow, of liever goede wetgevers gezocht?

Gepubliceerd op: 26 november 2020

Column door Nick van de Sande – Korpershoek

Team Beleid

 

 

In maart 2021 zijn de Tweede Kamerverkiezingen. Voor degenen actief op of rondom de politieke vierkante kilometer in Den Haag is de verkiezingskoorts al maanden stijgende. Maar een vurig verkiezingsdebat over pensioen in een talkshow, ergens in de komende maanden op prime time, zit er waarschijnlijk niet in. Gezien het belang van een voortvarende uitvoering van het pensioenakkoord op basis van solide wetgeving, is dat maar goed ook.

 

Na een decennium van overleg en onderhandelingen is het kabinet en sociale partners afgelopen zomer gelukt overeenstemming te bereiken over de uitwerking van het pensioenakkoord. De meeste politieke partijen uit het midden hebben het pensioenakkoord inmiddels in hun conceptverkiezingsprogramma’s in meer of mindere mate omarmd. Zelfs 50PLUS lijkt haar verzet tegen het akkoord te hebben opgegeven en zou weer betrokken willen worden bij de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. Weet je in deze context nog maar eens te onderscheiden als pensioenwoordvoerder in de Tweede Kamer.

 

Dus wat doe je dan? Je organiseert als vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid rondetafelgesprekken over het pensioenakkoord die anderhalve dag duren. Waarvoor Kamerleden naar eigen inzicht deskundigen kunnen uitnodigen. Zodat er voor elk wat wils is en je als politicus je alsnog enigszins in de kijker kunt spelen. En zo geschiedde het op 4 en 24 november.

 

Maar liefst 21 vertegenwoordigers van de vaderlandse pensioensociety gaven verspreid over twee dagen in elf kort op elkaar volgende blokjes acte de présence in de Tweede Kamer. Onder hen diverse direct betrokkenen bij het pensioenakkoord. Maar ook personen die tot op heden meer aan de zijlijn hebben gestaan, en die dan ook hartstochtelijk de gelegenheid aangrepen om het nationale politieke podium te bestormen om hun eigen (soms controversiële) gedachten naar voren te brengen.

 

Bijzonder hierbij was dat hoofdrolspelers bij de totstandkoming van het pensioenakkoord zoals FNV en VNO-NCW in eerste instantie niet eens waren uitgenodigd. Gijs van Dijk (PvdA) heeft hier op het laatste moment – terecht – alsnog voor gezorgd.

 

Tijdens de rondetafelgesprekken kon ieder Kamerlid wel bij iemand op een of ander pensioendeelaspect zijn of haar gelijk ophalen. Om daarmee vooral de eigen achterban te bekoren. Vaak werd teruggegrepen naar bekende stokpaardjes om te laten zien of deze of gene nu wel of niet iets voor zijn achterban had binnengehaald, dan wel of iemands expertise niet aanleiding zou geven om het allemaal toch weer heel anders te gaan doen.

Met als ‘resultaat’: een zichzelf 660 minuten voortslepende surrogaat politieke pensioentalkshow. De neutrale kijker bleef – niet geholpen door het veelvuldig gebezigde pensioenjargon – vooral verward, en uitgeput, achter. Je zou, gezien de vertoonde kakofonie, bijna gaan twijfelen of er überhaupt wel een historisch pensioenakkoord is gesloten.

 

Anderzijds kan het de Kamerleden ook niet al te kwalijk worden genomen dat ze een eigen  ‘verkiezingsshow’ wensten. Ze hebben per slot van rekening jarenlang noodgedwongen vooral vanuit de coulissen de trage voortgang van de polder richting het akkoord moeten aanschouwen.

 

Daarnaast is het – natuurlijk – belangrijk dat de Tweede Kamer zich verdiept in het nieuwe pensioenstelsel. Zo werd tijdens de rondetafelgesprekken expliciet stilgestaan bij uitvoeringsaspecten. Oftewel, is datgene wat in het pensioenakkoord staat haalbaar en uitvoerbaar? Terechte vragen die getuigen van voortschrijdend inzicht van de Kamer. Uitvoeringsaspecten zijn namelijk in het verleden op andere wetgevingstrajecten (zwaar) onderbelicht gebleven. Met schrijnende gevolgen voor grote groepen individuen, zoals we vooral hebben kunnen zien bij de kinderopvangtoeslagaffaire.[1]

 

Het is te hopen dat de verdere uitwerking van het pensioenakkoord en omzetting ervan in wet- en regelgeving voorspoedig verloopt – ondanks een mogelijk langdurige formatieperiode richting een volgend kabinet. Waarbij de Tweede Kamer niet meer met een politiek vergrootglas op zoek gaat naar zogenaamde onderling splijtende verschillen van inzicht. Maar waarbij de Kamer op basis van noeste analyses en wetgevingsarbeid in de geest van het pensioenakkoord bijdraagt aan gedegen en uitvoerbare pensioenwetgeving.

 

Want tijdige aandacht voor de wetgevingskwaliteit en uitvoeringsaspecten is cruciaal voor de totstandkoming van een pensioenstelsel dat het vertrouwen kan winnen van pensioendeelnemers. Voor hen, de miljoenen deelnemers waarvan de meeste nog geen idee hebben wat het nieuwe stelsel voor hen betekent, waren de afgelopen weken vertoonde rondetafelgesprekken helaas van weinig (show)waarde.

 

[1] Zie ook het 7 november jl. verschenen position paper van Pieter Omtzigt (CDA) ‘De Tweede Kamer en de Uitvoering, een moeilijke combinatie’, geschreven aan de parlementaire onderzoekscommissie uitvoeringdiensten. (link)

Volgende publicatie:
APG pakt oorzaak beloningsverschil mannen en vrouwen aan

APG pakt oorzaak beloningsverschil mannen en vrouwen aan

Gepubliceerd op: 11 november 2020

Loonkloof veroorzaakt door minder steil carrièrepad vrouwen

 

Gelijk werk moet gelijk beloond worden. Dat was de reden waarom de gebleken loonkloof tussen mannen en vrouwen bij APG in juni 2019 in één keer werd gedicht. Daarvoor was een salarisverhoging nodig voor 125 vrouwen. En om te voorkomen dat er opnieuw een kloof zou ontstaan, heeft APG daarna uitgebreid onderzoek gedaan naar de oorzaken. De verklarende factor blijkt dat vrouwen bij APG minder vaak en minder snel promotie maken, waardoor hun salaris ook minder snel groeit. HR-directeur Marloes Sengers licht toe.

 

APG wil de loonkloof van 2,2 procent duurzaam en fundamenteel dichten. De organisatie moest dus een vinger krijgen achter de onderliggende oorzaken. Daarvoor is zowel kwantitatief als kwalitatief (interviews) onderzoek gedaan.

 

Wat is er uit het onderzoek gekomen?

Sengers: “Ten eerste is gebleken dat dit onverklaarbare verschil in beloning niet ontstaat bij indiensttreding. Met andere woorden, vrouwen komen bij APG met hetzelfde startsalaris binnen  als mannen. Twee: het verschil blijkt ook niet te ontstaan door de jaarlijkse beoordelingen. Vrouwen worden dus even goed beoordeeld als mannen. Waar we wél een verschil zien, is bij promotie. Vrouwelijke APG’ers blijken minder vaak promotie te maken dan mannen. Dat is overigens minder het geval bij vrouwen die werken onder een vrouwelijke leidinggevende. Vrouwen blijken bovendien minder snél promotie te maken dan mannen, het duurt dus langer voordat ze promotie maken. En daarbij blijkt het dan weer niet uit te maken of ze  een man of een vrouw als leidinggevende hebben.”

 

Welke conclusie trekt APG daaruit?

“De conclusie die we daaruit trekken is dat het salarispad van vrouwen minder steil verloopt omdat hun carrièrepad minder steil verloopt.”

 

Moet je dan niet eerder van een carrière- of promotiekloof dan van een salariskloof spreken?

“Ergens kun  je het wel zo noemen ja, en het één heeft met het ander te maken. Maar dat is niet waar we ons met het onderzoek primair op hebben gericht. We hebben gefocust op het verklaren van het beloningsverschil van 2,2 procent tussen mannen en vrouwen en daar is dus dat verschil in promotieperspectief uit gekomen als resultaat.” 

 

Hoe verklaren jullie dat minder steile carrièrepad van vrouwelijke werknemers?

“Waar het in ieder geval níet aan ligt, is het promotie- of interne wervingsbeleid. Dat is voor vrouwen niet anders dan voor mannen. Op basis van de interviews hebben we wel kunnen concluderen dat een man zichzelf sneller ziet als een goede kandidaat voor een hogere functie, dan een vrouw. Vrouwen zijn daar minder mee bezig. Sterker nog, vrouwen die promotie maken geven vaak aan dat ze hiervoor gevraagd of op gewezen zijn. Vrouwen voelen zich minder snel gekwalificeerd voor een bepaalde carrièrestap. Even gechargeerd: waar een man bij wijze van spreken al een gooi durft te doen als hij aan vier van de tien functie-eisen voldoet, achten vrouwen zich bij negen van de tien nog niet gekwalificeerd genoeg.”

 

APG heeft die kloof van 2,2 procent vorig jaar gedicht door het salaris van 125 vrouwelijke collega’s te verhogen. Kun je stellen dat zij een salarisverhoging hebben gekregen voor een niet-gemaakte promotie?

“In zekere zin zou je inderdaad kunnen zeggen dat zij gecompenseerd zijn voor het verschil in promotieperspectief. Dat is eenmalig rechtgetrokken. En juist omdat het zo belangrijk is dat dit niet nog eens gebeurt, hebben we dit vervolgonderzoek gedaan.”

 

Wat gaat APG doen met deze resultaten?

“We nemen dit heel serieus, juist omdat we ook op de lange termijn gelijke beloning willen voor gelijk werk. Iets anders past simpelweg niet bij het APG dat we willen zijn. Om die kloof structureel en duurzaam te dichten, zijn we om te beginnen intern het gesprek met elkaar aangegaan. We leggen een aantal vragen op tafel, zoals: hoe komt het dat vrouwen met een mannelijke leidinggevende minder vaak promotie maken dan vrouwen die een vrouw als leidinggevende hebben? Waar zit dat in? Op basis van het antwoord op dat soort vragen kijken we naar mogelijke interventies, die gericht zijn op bewustwording bij zowel vrouwen als leidinggevenden. We besteden ook nu al veel aandacht aan gelijke kansen. Intern organiseren we unconscious bias trainingen, en het senior management committeert zich aan het thema. We stimuleren leidinggevenden om diversiteit in hun teams aan te brengen en daarmee een rolmodel te zijn. Bovendien nemen we het thema nadrukkelijk mee in succession planning, promotie, en het aantrekken van talent. Vanaf 2021 hanteren we een nieuwe HR-cyclus en ook daarin willen we het gesprek over toekomstperspectief explicieter laten terugkomen.”

 

 

In het kader van 'Equal Pay Day' (11 november) publiceerde ook Intermediair een artikel over de loonkloof, waarin Marloes Sengers uitgebreid aan het woord komt.  

Volgende publicatie:
Deze dame emigreerde op haar 98e en is dol op chocolade

ABP zet oudste deelnemer in het zonnetje

Gepubliceerd op: 2 oktober 2020

Ze is maar liefst 108 lentes jong, mevrouw Cole. En als het even kan smult ze nog steeds van chocolade. Want daar is ze dol op. Dankbaar en met een kwieke blik in de ogen neemt ze vandaag, op Nationale Ouderendag, dan ook een enorme doos lekkers aan van pensioenfonds ABP.

Mevrouw Cole is niet alleen een van de oudste nog levende Nederlanders, ze is ook de oudste persoon die van ABP pensioen ontvangt. Ze was in haar leven altijd met veel plezier ‘schooljuffrouw’. Ook heeft ze wat van de wereld gezien. Mevrouw Cole woonde 40 jaar in Californië en 20 jaar in Australië. Om op haar 98ste haar koffers weer in te pakken en terug naar Nederland te keren. Ze wilde bij haar kinderen zijn.

Ooh wat prachtig

Volgende publicatie:
Gelukkig ouder worden? Zo doe je dat

Gelukkig ouder worden? Zo doe je dat

Gepubliceerd op: 1 oktober 2020

Nog lang en gelukkig leven, dat willen we allemaal wel. En het mooie is: dat kan. Hoe je gelukkig wordt en blijft, weet Josanne Huijg, wetenschapper en expert op het gebied van gelukkig ouder worden. Ze deelt 5 tips voor een gelukkige oude dag.

 

Vraag mensen wat geluk voor hen betekent en geen antwoord zal hetzelfde zijn. “Geluk betekent voor iedereen iets anders,” zegt psychologe Josanne Huijg van kennisinstituut Leyden Academy on Vitality and Ageing. Zij doet onderzoek naar gelukkig en betekenisvol ouder worden. “Het klinkt misschien als een open deur, maar om te kunnen bepalen hoe je ook op latere leeftijd gelukkig kunt zijn, moet je eerst vaststellen wat jij onder geluk verstaat.”

De wetenschap onderscheidt drie benaderingen van geluk: de hedonistische, de eudaimonische en de beoordeling van het eigen leven in het algemeen. “Hedonistisch welbevinden staat voor het ervaren van positieve emoties en genot,” zegt Huijg, “bijvoorbeeld door te genieten van kunst, muziek, lekker eten en het gezelschap van dierbaren.” Eudaimonisch welbevinden heeft te maken met zingeving, zelfactualisatie en het gevoel van betekenis te zijn voor de wereld.

  1. Bepaal je geluksfactoren
    Om te weten wat je moet doen om gelukkig te zijn en te blijven, moet je je realiseren waar voor jou het zwaartepunt ligt. Huijg: “Geniet je vooral van gezelschap? Word je blij van kunst, films of wandelen in de natuur? Of ervaar je geluk als je van betekenis kunt zijn voor anderen? Sommige mensen vinden familie om zich heen hebben de allerbelangrijkste factor voor geluk. Anderen worden juist gelukkig van actief bezig zijn en veel bewegen. Stel jezelf dus de vraag: wat is voor mij belangrijk? Hoe tevreden ben ik op dat vlak? En wat kan ik doen of veranderen om mijn tevredenheid te verbeteren?“
  2. Investeer in relaties
    De definitie van geluk mag dan per persoon verschillen; er zijn wel degelijk een aantal factoren die voor vrijwel iedereen bijdragen aan een gevoel van welbevinden. Liefdevolle relaties bijvoorbeeld. Die zijn een belangrijke voorwaarde voor een gelukkige oude dag, zo blijkt uit onderzoek. Huijg: “Dat betekent niet dat iedereen dezelfde behoeftes heeft op het gebied van vriendschap en relaties. De één vindt het  prima om een dierbare vriend af en toe te zien, terwijl de ander het liefst dagelijks met iemand optrekt. Maar over het algemeen is de kwaliteit van sociale relaties één van de belangrijkste determinanten voor geluk.”

    “Liefdevolle relaties zijn een belangrijke voorwaarde voor een gelukkige oude dag”

    Het advies is dan ook om in vriendschappen en dierbare banden te blijven investeren, zelfs tijdens periodes dat je er misschien minder tijd voor hebt. Huijg: ‘Veel mensen tussen de 30 en 50 zijn druk met hun gezin of carrière en worden selectiever in de relaties waar ze energie in willen steken. Dat is ook prima. Maar met het oog op de lange termijn is het goed om je af en toe af te vragen: welke relaties maken mij gelukkig en wil ik graag behouden? En om daar dan ook bewust tijd voor te maken.’
  3. Kom in beweging
    Een wandeling maken in de buitenlucht. Een stukje fietsen met je hoofd in de wind. Of een stevig stukje hardlopen. “Veel mensen worden blij van bewegen,” zegt Huijg, “bij sporten komt het stofje dopamine vrij, wat een lekker gevoel geeft. Maar dat bewegen gelukkig maakt, geldt zeker niet voor iedereen. Zo’n dertig procent van de mensen wordt er juist ongelukkig van.” Niettemin draagt regelmatig bewegen wel bij aan een gelukkige oude dag. “Actief blijven houdt ons gezond. En mensen die hun gezondheid als positief ervaren, zijn over het algemeen gelukkiger.” Toch maar die dagelijkse wandeling of dat yogaklasje overwegen.
  4. Doe iets (voor een ander)
    Iets doen voor een ander: het is niet alleen nobel, het maakt ook gelukkig, bewijst onderzoek. “Het is voor het welbevinden heel belangrijk om het gevoel te hebben dat je van betekenis bent, voor anderen en voor de samenleving,” zegt Huijg. “Het is daarom essentieel om je mentaal goed voor te bereiden op de periode na je pensioen. Want die tijd kan vrijheid en rust geven, maar soms ook een gevoel van leegte en vervreemding opwekken. Hoe zorg je dat je toch een gevoel van zingeving blijft ervaren? In een aangepaste vorm blijven werken, kan daaraan bijdragen. Maar ook het doen van vrijwilligerswerk. Oppassen op de kleinkinderen. Of zorgen voor een naaste die hulp nodig heeft. Ouderen die regelmatig iets voor anderen doen, ervaren meer zingeving in hun leven.”
    Uit een recent Duits onderzoek blijkt dat grootouders die op hun kleinkinderen passen zelfs langer leven. Maar, nuanceert Huijg, je hoeft heus niet de hele dag als weldoener aan de slag. “Af en toe iets kleins voor iemand doen, zorgt al voor meer geluksmomenten.”
  5. Oefen je in tevredenheid
    Wie tevreden is, heeft altijd genoeg, luidt het cliché. Maar clichés zijn nu eenmaal vaak waar. Oefenen in tevredenheid is dan ook één van de belangrijkste dingen die je kunt doen om gelukkig te worden en te blijven, aldus Huijg. “Geluk hangt niet zozeer af van de omstandigheden, maar vooral van de manier waarop iemand die omstandigheden ervaart. Ouderen die fysiek veel beperkingen hebben, kunnen desondanks heel gelukkig zijn. En zo zijn er ook ouderen die heel weinig beperkingen hebben, maar daar wel erg onder lijden. Over het algemeen kun je zeggen: gelukkige ouderen kennen hun beperkingen en richten zich op hun kansen en mogelijkheden.”
    Ligt het tellen van je zegeningen niet in je aard? Dan is er toch nog hoop. Want tevredenheid kun je oefenen. “Schrijf iedere dag een paar kleine dingen op waar je blij van werd. Als het gaat om geluk, richten we ons vaak op externe factoren,” zegt Huijg. “Maar uit onderzoek blijkt: tevreden zijn met wat je hebt, daar word je pas ècht gelukkig van.”

Volgende publicatie:
Heeft corona ons eenzamer gemaakt?

Heeft corona ons eenzamer gemaakt?

Gepubliceerd op: 29 september 2020

“Mensen missen niet het kletspraatje, maar betekenisvol contact”

 

Op 1 oktober start de Week tegen Eenzaamheid. Hoe eenzaam zijn inwoners in Nederland eigenlijk? En heeft de coronacrisis die gevoelens versterkt? Hoogleraar sociologie Theo van Tilburg van de Vrije Universiteit Amsterdam: “Bijna één op de drie Nederlanders mist tijdens de pandemie een hechte band met anderen.”

 

Een gevoel van leegte ervaren. Mensen missen met wie je je verbonden voelt, op wie je terug kunt vallen. Je in de steek gelaten voelen. Of gewoon behoefte hebben aan gezelligheid om je heen. Iedereen, jong en oud, voelt zich wel eens eenzaam. Soms even, soms een langere tijd. Vooral grote veranderingen in het leven – zoals een scheiding, ontslag, verhuizing, geboorte of overlijden – kunnen ertoe leiden dat mensen zich op zichzelf teruggeworpen voelen.

Vlagen van eenzaamheid horen echter bij het leven en zijn niet per se schadelijk. Maar langdurige eenzaamheid kan wel degelijk serieuze gevolgen hebben. “Mensen die langere tijd eenzaam zijn, kunnen in een negatieve spiraal terechtkomen waar steeds moeilijker uit te breken is,” zegt hoogleraar sociologie Theo van Tilburg van de Vrije Universiteit Amsterdam. “Langdurige eenzaamheid kan op lange termijn leiden tot depressie, alcoholverslaving, hart- en vaatziekten, slaapproblemen en verminderde afweer.” 

 

Verschil tussen wensen en realiteit

In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, heeft eenzaamheid niet altijd te maken met een gebrek aan vrienden of sociale contacten. Eenzaamheid ontstaat wanneer er op het gebied van relaties en sociaal contact een verschil bestaat tussen de gewenste situatie en de realiteit. Je kunt je dus eenzaam voelen doordat je minder sociale contacten hebt dan je zou willen, maar ook doordat de sociale contacten die je wél hebt niet aan jouw wensen of verwachtingen voldoen. Een gebrek aan sociale contacten wordt ook wel sociale eenzaamheid genoemd. Het missen van een diepere emotionele connectie, noemen we emotionele eenzaamheid.

 

Eenzaamheid heeft niet altijd te maken met een gebrek aan vrienden of sociale contacten

De cijfers

Hoe eenzaam zijn we in Nederland nou eigenlijk? Vorig jaar ervoer 9 procent van de Nederlandse bevolking van 15 jaar of ouder sterke gevoelens van eenzaamheid. 26 procent voelde zich enigszins eenzaam en de overige 66 procent was niet eenzaam. Alleenstaanden en alleenstaande ouders voelen zich vaker eenzaam dan stellen en thuiswonende kinderen. Een derde van de 75-plussers voelt zich enigszins eenzaam en 9 procent van hen voelt zich sterk eenzaam. Dat blijkt uit cijfers van het CBS. Voor eenzaamheid onder jongeren komt de laatste jaren steeds meer aandacht. Nederlandse cijfers ontbreken nog, maar op basis van Vlaams en ander internationaal onderzoek wordt geschat dat tussen de 3 en 10 procent van de jongeren chronisch eenzaam is.

 

Geen eenzaamheidsepidemie

Maar is er nou sprake van een ware ‘eenzaamheidsepidemie’, zoals in de media wel eens wordt gesuggereerd? Al met al zijn de cijfers in Nederland al jaren redelijk stabiel. Senioren van nu voelen zich zelfs iets minder eenzaam dan ouderen van ruim twintig jaar geleden, zo blijkt uit een langlopend onderzoek van de Vrije Universiteit, dat Theo van Tilburg samen met socioloog Bianca Suanet uitvoerde. 

De onderzoekers vermoeden dat ouderen voor hun gevoel nu meer grip hebben op hun leven. Ze zijn hoger opgeleid, hebben vaker een partner en meer – gevarieerde – sociale contacten. Op individueel niveau is de kans om op latere leeftijd eenzaam te worden iets afgenomen. Maar op collectief niveau is eenzaamheid nog altijd een groeiend probleem, omdat het aantal ouderen toeneemt. Vooral boven de 75 wordt het risico op eenzaamheid groter, omdat de kans op ziekte, gebreken en het verlies van dierbaren stijgt.

 

En toen kwam corona

Wat is de invloed van corona? Heeft de pandemie Nederland eenzamer gemaakt? Bijna één op de drie Nederlanders gaf aan zich tijdens de coronacrisis emotioneel eenzaam te voelen. Daarbij misten ze vooral een hechte of intieme band met anderen, zo blijkt uit het rapport Welbevinden ten tijde van Corona van het Sociaal en Cultureel Planbureau.

Opvallend: het aantal mensen dat zich sociaal eenzaam voelt bleef hetzelfde, maar het aantal mensen dat kampt met emotionele eenzaamheid is gestegen. Van 21 procent in 2019 nam dit percentage in de afgelopen maanden toe tot 26 procent. Mensen van 75 jaar en ouder zijn zich tijdens de coronacrisis eenzamer gaan voelen dan andere leeftijdsgroepen. Het aandeel emotioneel eenzamen in die groep is in een jaar tijd meer dan verdubbeld: van 16 procent in 2019 naar bijna 37 procent in 2020.

 

“Vooral alleenwonende ouderen misten niet zozeer het kletspraatje, maar juist de diepere connectie met anderen,” aldus Theo van Tilburg. “Wie met een partner, kinderen of andere huisgenoten samenwoont, heeft in elk geval in kleine kring nog wel intiem contact.”

Ook het verlies van naasten door overlijden, een algeheel gevoel van dreiging, verminderd vertrouwen in instituties en het ontbreken van hulp, hingen samen met emotionele eenzaamheid.

 

Het gevoel dat je ertoe doet

“Afgezonderd zitten en een tijdje minder sociale contacten hebben, dat was tijdens de lockdown niet voor iedereen per se het grootste probleem. Mensen die de situatie snapten, hadden hun verwachtingen wat betreft bezoek en sociaal contact tijdelijk bijgesteld. Ook hielp het idee dat iedereen in hetzelfde vervelende schuitje zat.”

Maar juist de periode na de versoepelingen bleek voor veel kwetsbare groepen ingewikkelder, omdat de duidelijkheid en saamhorigheid wegvielen. En dat is een situatie die nog altijd voortduurt. Van Tilburg: ‘Dat een deel van de samenleving weer doorgaat, terwijl anderen niet mee kunnen doen, kan hun gevoelens van eenzaamheid versterken. Daar moeten we samen alert op zijn. Een gevoel van zingeving hebben, voelen dat je ertoe doet en ergens bijhoort, dat is voor het welbevinden van mensen heel belangrijk.”

 

Dus hoe nu verder? Volgens van Tilburg is het van belang dat de effecten van de coronamaatregelen op de lange termijn – voor alle groepen in de samenleving – goed worden gemonitord. ‘Het onderzoek wijst erop dat men zich nu vooral moet richten op het verminderen van emotionele eenzaamheid. Dus niet op het faciliteren van Zoom-gesprekken of het sturen van bloemetjes naar ouderen, maar op het mogelijk maken van echt, intiem contact. Mensen missen niet zozeer het kletspraatje met de buurvrouw, maar een omhelzing en een echt gesprek met iemand die dichtbij hen staat.’

Volgende publicatie:
“Het talent van nieuwkomers kunnen we goed gebruiken”

“Het talent van nieuwkomers kunnen we goed gebruiken”

Gepubliceerd op: 4 september 2020

Nederland van Straks

 

Pensioen is voor veel mensen iets voor morgen. Dat het pensioenstelsel gaat veranderen, is een feit. Maar hoe zit dat met onze maatschappij? Hoe ziet het Nederland van straks eruit? We vragen het mensen uit een dwarsdoorsnede van de samenleving. In deze aflevering: Thami Schweichler, oprichter van Makers Unite, een sociale onderneming die werkgelegenheid biedt aan mensen met een vluchtelingen- of migratieachtergrond. ‘In het Nederland van Straks moet iedereen gelijke kansen hebben.”

 

We hebben in Nederland een hekel aan wachten. Vijf minuten bij de bushalte beschouwen we al als verloren tijd. Gelukkig hebben we onze smartphone, om snel wat appjes of tweets te versturen, of een filmpje te bekijken. Vluchtelingen moeten soms zeven jáár wachten voor ze een verblijfsstatus in Nederland krijgen en verder kunnen met hun leven. Zeven jaar in de wachtkamer, voordat ze mogen ‘instappen’ en aan het werk kunnen. Áls ze dan al een baan krijgen. Ze staan aan de kant, samen met ruim een miljoen andere mensen in Nederland: oudere werknemers, mensen die niet of nauwelijks zijn opgeleid en mensen met een migratieachtergrond. Thami Schweichler wil helpen bouwen aan een inclusieve samenleving, waarin iedereen kan meedoen. Hij richtte Makers Unite op, om nieuwkomers in Nederland weer vertrouwen te geven in zichzelf en hun toekomst en ze aan werk te helpen.

 

Hoe hoop je dat het Nederland van straks eruitziet?

“Ik hoop dat iedereen dan gelijke kansen heeft om zijn of haar talent te benutten. In vergelijking met landen in ontwikkeling is Nederland een welvarend land en alles is hier goed geregeld. Maar voor nieuwkomers kan de start moeilijk zijn. Ze komen hiernaartoe met dromen en ambities, maar lopen vervolgens vaak vast in allerlei ingewikkelde systemen en procedures. Na tien jaar in Nederland heeft de helft van de mensen met een vluchtelingenstatus nog steeds geen vaste baan. Dat is een gemiste kans, zowel voor de nieuwkomers zelf, als voor onze economie: in een vergrijzende samenleving kunnen we hun talent goed gebruiken. Als we als land inclusiever worden, vergroot dat dus ook onze economische potentie.”

 

Hoe moet dat: inclusiever worden?

“Het begint met vertrouwen. Nieuwkomers moeten eerst weer vertrouwen in zichzelf krijgen om hier een toekomst op te bouwen. Bij Makers Unite laten we zien waar hun kracht ligt en hoe ze die kunnen inzetten. Inmiddels hebben we honderdzestig mensen begeleid in trajecten van zes weken. Bijna zeventig procent van hen had daarna een stage, baan of opleiding. We maken duurzame producten, zoals laptophoezen, gemaakt van zwemvesten van vluchtelingen. Zo’n hoes is ook een middel om mensen dichter bij elkaar te brengen, te verbinden. Want ook de maatschappij moet vertrouwen krijgen in nieuwkomers. Die hebben vaak het gevoel dat ze alleen als vluchteling worden gezien, niet als mens, met een eigen verhaal, identiteit en capaciteiten. Voor ijsfabrikant Ben & Jerry’s hebben we daarom een kledinglijn ontwikkeld onder de naam Meet Me Halfway. De boodschap: als vluchteling of migrant zijn we van zo ver gekomen, laten we elkaar halverwege ontmoeten om samen verder te gaan.”

Ben & Jerry’s is onderdeel van Unilever. Hoe belangrijk is het dat álle bedrijven, groot en klein, hun verantwoordelijkheid nemen op het gebied van inclusiviteit?

“Ben & Jerry’s is het rebelse jongetje binnen Unilever. Zij laten zien hoe belangrijk het is dat nieuwkomers kunnen meedoen en dat je daar als bedrijf en samenleving alleen maar beter van wordt. Sociale ondernemingen lopen hierin voorop, maar hopelijk kan dat ‘sociale’ er in de toekomst af, omdat het voor elk bedrijf heel gewoon geworden is om iedereen dezelfde kansen te geven. Zo ver zijn we nu nog niet: we moeten eerst de discussie durven voeren over racisme en discriminatie. Ook daarin is Ben & Jerry’s een voorbeeld: zij zeggen eerlijk dat ze als bedrijf veel te wit zijn en dat ze dat willen veranderen. Het Nederland van straks kenmerkt zich dus hopelijk ook door meer kleur in bijvoorbeeld directies en op andere belangrijke posities.”

 

Hoe kunnen pensioenuitvoerders als APG bijdragen aan een meer inclusieve samenleving?

“Ze kunnen als werkgever het goede voorbeeld geven en als grote belegger bedrijven aanspreken op diversiteit en inclusiviteit. Dat doet APG ook al. Ze kunnen ook helpen bij het herstel van vertrouwen. Vluchtelingen wantrouwen de overheid en publieke organisaties. Die vormden in hun eigen land immers de vijand. Pas als je uitlegt dat wij met zijn allen de overheid vormen en dat die meneer op de hoek en die mevrouw in de supermarkt de uitkeringen betalen, laten ze hun wantrouwen varen. Dat geldt ook voor pensioenen: nieuwkomers hebben later ook recht op een pensioen, dat werkgevers en werknemers samen opbrengen. Dat kan het vertrouwen ook versterken.”

Ben & Jerry’s is een voorbeeld: zij zeggen eerlijk dat ze als bedrijf veel te wit zijn en dat ze dat willen veranderen

Kunnen wij als samenleving ook iets leren van nieuwkomers?

“Ja, broederschap bijvoorbeeld. Ik heb een Braziliaanse vader en een Nederlandse moeder. Ik ben dus een product van twee culturen. In Brazilië hebben mensen het minder goed dan in Nederland, maar ze hebben een warmere band, zíjn er meer voor elkaar. Aan dat gevoel van lotsverbondenheid ontbreekt het hier wel eens. Wij zijn in Nederland ook gewend om te kijken vanuit een probleemperspectief: wat gaat er allemaal níet goed? Vluchtelingen hanteren juist het perspectief van hoop: dat hun leven beter zal worden dan het was. Ze denken in kansen in plaats van risico’s. Dat reddingsvest is er het symbool van. Van die positieve insteek en onvoorwaardelijke broederschap kunnen wij nog wel wat leren: dat we met elkaar moeten werken aan een beter bestaan en meer voor elkaar moeten zorgen. Als je goed voor een ander zorgt, zorg je uiteindelijk ook voor jezelf.”

 

Volgende publicatie:
“Er moet meer eenheid in de samenleving komen”

“Er moet meer eenheid in de samenleving komen”

Gepubliceerd op: 27 augustus 2020

Nederland van Straks

 

Pensioen is voor veel mensen iets voor morgen. Dat het pensioenstelsel gaat veranderen, is een feit. Maar hoe zit dat met onze maatschappij? Hoe ziet het Nederland van straks eruit? We vragen het mensen uit een dwarsdoorsnede van de samenleving. In deze aflevering: Björn Vennema, medeoprichter van Social Finance NL, een organisatie voor het meten, financieren en vergroten van maatschappelijke impact.

 

We wonen in een welvarend land, maar niet iedereen profiteert daar in dezelfde mate van mee. De coronacrisis onderstreept dat nog eens: mensen met een niet-westerse migratieachtergrond, minder opleiding en een arbeidsbeperking bijvoorbeeld, lijken extra kwetsbaar te zijn voor werkverlies en armoede. In het Nederland van straks moeten ook kwetsbare groepen delen in welvaart en welzijn, vindt Björn Vennema, medeoprichter en mededirecteur van Social Finance NL. Hoe? Door geld op een slimmere, objectievere en eerlijker manier in te zetten om maatschappelijke vraagstukken op te lossen.

 

Hoe zie je het Nederland van nu?  

“Voor het oog is Nederland vlak, maar onder de oppervlakte gaat een gepolariseerd landschap schuil. De tegenstellingen op politiek, cultureel en maatschappelijk gebied zijn groot. Ook de verschillen tussen arm en rijk nemen toe. Er is steeds minder geld om kwetsbare groepen in de samenleving te ondersteunen, zoals kansarme jongeren of ouderen. Er is dus sprake van een groeiende tweedeling in Nederland. Als we daar niets aan doen, worden de maatschappelijke problemen alleen maar groter.”

 

Hoe moet het Nederland van straks er in jouw ogen uitzien?

“Er moet weer meer eenheid in de samenleving komen. Ook de onderkant van de samenleving moet kansen krijgen om volwaardig mee te doen en toegang krijgen tot alle beschikbare middelen. Daarvoor moeten we ons financiële systeem veranderen. Nu kijken veel beleggers vooral naar risico en rendement bij de beslissing of ze ergens hun geld in steken. Als ze ook zouden kijken naar de impact van een bedrijf of project op de samenleving, dan kun je met elkaar maatschappelijke verandering tot stand brengen. Bijvoorbeeld door bewust te investeren in zonne-energie, in sociale huisvesting of in een project voor schuldhulpverlening.”           

 

Maar voor dat soort doelen bestaan toch allerlei overheids- of liefdadigheidsinstellingen?

“Die stellen vaak niet de mens, maar het systeem centraal. Mensen met psychische problemen of schulden die aankloppen voor hulp, raken soms verdwaald in een wirwar van organisaties die langs elkaar heen werken. Bovendien is de maatschappelijke sector vaak niet zakelijk ingesteld: er wordt te weinig gekeken hoe een zo groot en positief mogelijk effect op de samenleving kan worden gerealiseerd. Er blijft dus veel maatschappelijke waarde liggen. Een voorbeeld is Ctalents, een detacheringsorganisatie voor mensen met een audiovisuele beperking. Het bij elkaar brengen en begeleiden van werkzoekende en werkgever kost meer tijd en energie dan bij gemiddelde kandidaten, maar dat vertaalde zich niet in een hogere fee. Daardoor kon Ctalents niet met commerciële uitzendbureaus concurreren. Dat is zonde. Met een beter verdienmodel kun je meer mensen helpen, maar in het huidige financiële systeem ontbreekt zo’n verdienmodel voor sociale ondernemingen nog steeds.”

In het huidige financiële systeem ontbreekt een verdienmodel voor sociale ondernemingen

We moeten het financiële systeem dus veranderen, maar hoe?

“We moeten op een andere manier gaan kijken naar waarde, naar resultaat. Tot nu meten we succes vooral af aan geld, aan financiële waarde. Maar we moeten ook gaan kijken naar de maatschappelijke kosten en opbrengsten: hoeveel wordt de samenleving er beter, of misschien wel slechter van? Daar kun je ook een prijskaartje aan hangen. Naast de financiële winst van bedrijven, kun je bijvoorbeeld kijken wat het de maatschappij kost als aan het milieu schade wordt toegebracht, of als mensen door reorganisaties een WW-uitkering moeten aanvragen. Bij overheidsorganisaties of gesubsidieerde projecten kun je juist kijken hoeveel maatschappelijke ‘winst’ ze creëren, bijvoorbeeld in de vorm van meer welzijn, minder eenzaamheid of meer arbeidsparticipatie. Als je dat weet en kunt vergelijken, kunnen beleggers gericht investeren in díe bedrijven en organisaties die de meeste financiële én maatschappelijke waarde opleveren.”

 

Concreet voorbeeld?

“Je kunt Social Impact Bonds inzetten om geld van beleggers en sociaal-maatschappelijke doelen aan elkaar te koppelen. Een voorbeeld daarvan is een project om de jeugdwerkloosheid in Rotterdam-Zuid – de hoogste van het land – omlaag te brengen. Pas als dat ook echt is gelukt, betaalt de gemeente de investeerders terug, mét rendement. Als het niet lukt, dan zijn de investeerders hun geld kwijt, zij dragen dus het risico. In dit geval werd 72 procent van de 250 deelnemende jongeren aan werk geholpen. Iedereen profiteert dus: jongeren krijgen een baan, de gemeente bespaart op uitkeringen en investeerders realiseren rendement. Zo’n Social Impact Bond komt er nu ook voor valpreventie van ouderen. Dat kan leiden tot minder botbreuken, minder zorgkosten en meer ouderen die langer zelfstandig kunnen blijven wonen.”

 

Is dit soort nieuwe financieringsvormen ook interessant voor pensioenuitvoerders als APG?

“We werken nu nog vooral met overheden en sociaal ondernemers en financiers. Grote beleggers als APG hebben grootschaliger projecten nodig om voldoende rendement te realiseren voor ons pensioen. Het is onze droom om die benodigde schaal in de toekomst wel te bereiken, misschien geholpen door een landelijk overheidsfonds en lokale crowdfunding. Dan wordt het ook interessant voor grote beleggers als banken, verzekeraars en pensioenfondsen. APG integreert duurzaamheid en sociaal beleid nu trouwens ook al in de beleggingsbeslissingen, maar dan zou je nog gerichter de kosten en opbrengsten voor de maatschappij kunnen beoordelen. En deelnemers weten dan nog beter wat dat hun pensioenpot én de maatschappij oplevert. Het allerbelangrijkste: anders financieren kan ervoor helpen zorgen dat in het Nederland van straks iedereen meedeelt en volledig tot zijn recht komt. Dat is ons ultieme doel.”

Volgende publicatie:
‘Alleen ga je sneller, samen kom je verder’

‘Alleen ga je sneller, samen kom je verder’

Gepubliceerd op: 7 augustus 2020

Nederland van straks


Pensioen is voor veel mensen iets voor (over)morgen. Dat het pensioenstelsel gaat veranderen, is een feit. Maar hoe zit dat met onze maatschappij? Hoe ziet het Nederland van straks eruit? We vragen het mensen uit een dwarsdoorsnede van de samenleving. In deze eerste aflevering: Katja Staartjes, de eerste Nederlandse vrouw die Mount Everest beklom.

 

Nederland 2020: met ruim zeventien miljoen mensen zitten we in een figuurlijk tentje in het basiskamp. We staan aan het begin van een gezamenlijke expeditie naar de top van de berg: het Nederland van overmorgen. Voorlopig is die top echter nog in mist gehuld, al zien we soms wel de contouren. Welke maatschappelijke veranderingen zullen we de komende vijftien jaar doormaken en welk leiderschap hebben we nodig, op weg naar dat Nederland van straks? Vooral samenwerking wordt steeds belangrijker, aldus Katja Staartjes. Ze beklom een aantal achtduizenders, bergen van meer dan 8.000 meter hoog. Daarnaast heeft ze uitgebreide ervaring als (interim)manager en is ze trainer, coach en schrijver. De titel van haar jongste boek: Topteams. Samen bergen verzetten.


Hoe zie jij het Nederland van straks: wat denk je aan te treffen op de top van de berg?

‘Ik zie twee kernontwikkelingen. Eén: de noodzaak tot verduurzaming, om de uitputting van de aarde een halt toe te roepen. Twee: een groeiende behoefte aan inclusiviteit, openstaan voor verschillen en verbondenheid creëren. Klimaatverandering en politieke onrust leiden tot vluchtelingenstromen. Daarnaast zien we verdeeldheid in de maatschappij: tussen verschillende culturen, tussen kansarm en kansrijk. Die verscherpte tegenstellingen moeten we zien te overbruggen. En we zitten ook nog eens midden in de coronacrisis.’


Onzekere tijden dus. Om wat voort soort leiderschap vraagt dat?

‘Allereerst: zorg dat de basis op orde is. Dat biedt houvast in tijden van onzekerheid en verandering. Tijdens een klim kan te weinig uitrusting voor grote problemen zorgen. Zonder touwtje aan mijn handschoen kan die de diepte in vallen en kan mijn hand bevriezen. Het kleinste vergeten detail kan levens redden of juist kosten. Denk aan het gebrek aan mondkapjes in de zorg tijdens de coronacrisis. Maar als je te véél spullen mee naar boven neemt, wordt je rugzak te zwaar en ben je weer te traag.’


Ballast, terwijl je in tijden van verandering juist wendbaar moet zijn?

‘Precies: wendbaarheid is uitgangspunt twee. Hoog op een berg kan het weer zomaar omslaan, of doemen onverwachte obstakels op, zoals gletsjerspleten en ijsmuren. We denken vaak dat alles maakbaar is, proberen elk risico af te dekken. Maar zonder risico haal je ook nooit de tóp. We moeten dus loslaten, improviseren, accepteren dat het fout kan gaan en veerkracht tonen bij tegenslag. Het derde uitgangspunt: Less is more. Het vooruitgangsdenken heeft tot een patstelling op onze planeet geleid. We moeten duurzamer denken en doen: grenzen stellen aan de groei, terug naar de essentie en meer op de lange termijn denken én acteren.’


Wat kunnen we daarbij leren van bergbeklimmen?

‘Als je tijdens een klim te snel naar de top wilt, word je hoogteziek van de ijle lucht en kun je zelfs doodgaan. Niet voor niets wordt een hoogte vanaf 7.500 meter de Zone des Doods genoemd. Om te wennen aan het zuurstoftekort klimmen we in fases, telkens wat hoger. Tussentijds keren we terug naar het basiskamp om te herstellen. Soms zien we af van de top, wanneer de risico’s te groot zijn. En als we wel de top bereiken, moeten we ook nog de afdaling volbrengen. Net als in het dagelijks leven: je kunt juichen omdat je bijvoorbeeld een megadeal hebt gesloten, maar je bent er pas als de klant tevreden is en je product het milieu niet belast. Het gaat om duurzame en gedeelde resultaten.’

 

Welke eigenschappen van leiders worden belangrijker?

‘Onzekerheid vraagt sterk leiderschap: iemand die niet alleen praat maar ook dóet en die het lef heeft om lastige beslissingen te nemen, zoals durven stoppen met een niet-duurzame activiteit of bureaucratisch gedoe. Het gemeenschappelijk belang is leidend, niet het eigen ego: dienend leiderschap dus. Een leider die mensen achter een gemeenschappelijk doel en de gekozen koers weet te krijgen. Want je moet wel zorgen dat iedereen in het team dezélfde berg wil beklimmen en dezelfde route neemt. Zeker nu door coronacrisis en digitalisering thuiswerken de norm lijkt te worden. Een goede leider weet mensen ook op afstand te inspireren en te verbinden en straalt vertrouwen uit. Dat moet tijdens het klimmen ook, als je op een steile bergwand samen aan een touw hangt en elkaar niet kunt zien.’


Samenwerken of je leven ervan afhangt?

‘Letterlijk, ja. Dat betekent ook goed communiceren. Bij het klimmen spreken we vaak tekens af, zoals: twee rukjes aan het touw betekent ‘veilig’. Voor effectief teamwerk helpt het om de zwakste schakel te versterken: als iemand moeilijk meekomt, maak dan zijn rugzak lichter en laat iemand anders in diepe sneeuw vooroplopen. Dan kom je samen sneller vooruit. Die noodzaak voor meer en betere samenwerking geldt niet alleen voor teams, maar ook binnen bedrijven. En daarbuiten, met steeds complexere samenwerkingsverbanden.’


Waarom is dat zo belangrijk?

‘Uitdagingen als de energietransitie zijn te groot om alleen aan te kunnen. Juist in de toekomst hebben we elkaar nodig, worden gemeenschapszin en solidariteit weer belangrijker. Dat geldt ook voor het pensioen: ook al verandert het stelsel, we moeten als samenleving wel voor elkaar blijven zorgen. Effectieve teams zijn divers, daar komt die inclusiviteit terug. Het maakt de samenwerking er niet gemakkelijker op, maar het eindresultaat wel beter. Ook al zijn er verschillen, met een gezamenlijk doel wil je állemaal naar die top. De sleutel is onderling respect. Toekomstbestendig leiderschap is ook ánderen succes gunnen, voorbeeldgedrag tonen en integer zijn: claim alleen dat je de top gehaald hebt, als dat ook echt zo is. Het zijn tijdloze waarheden, die actueler zijn dan ooit.’

Volgende publicatie:
Sporters gaan voor stenen

Sporters gaan voor stenen

Gepubliceerd op: 4 augustus 2020

“Ze investeren voor hun toekomst vooral in panden. Huizen kopen en verhuren.” De ervaren sportmanager Dennis Klaster weet als geen ander hoe Nederlandse topsporters met hun financiële toekomst bezig zijn. Hij begeleidt onder andere de populaire shorttrack-kampioenen Sjinkie Knegt en Suzanne Schulting en topschaatsers Jan Blokhuijsen en Ronald en Richard Mulder. “De trend is niet alleen dat sporters investeren in stenen, maar ook dat talenten al vanaf hun eerste stappen in de topsport professionele zakelijke begeleiding krijgen. Ontsporingen zie je nauwelijks meer.”

 

Heerenveen heeft de meeste topsporters per vierkante kilometer. Van schaatsicoon Sven Kramer tot Olympisch turnkampioene Sanne Wevers. De topsportfaciliteiten in de Friese gemeente zijn indrukwekkend. Niet alleen de legendarische Thialf-ijsbaan maar ook de imposante turnhal waar Epke Zonderland bloed, zweet en tranen liet voor zijn Olympisch succes.


De Heerenveense ondernemer Dennis Klaster is in deze topsportcentra als een vis in het water. Iedereen kent Dennis en Dennis kent iedereen. Als manager van populaire sporthelden wil hij zijn sporters vooral bewust maken van het keiharde gegeven dat een sportcarrière maar kort is en dat dus ook geïnvesteerd moet worden in de toekomst. Dat zijn soms lastige gesprekken, daarvoor schuift fiscalist Hans Visser van accountantskantoor ACCON-AVM dan aan. Visser kent als geen ander de wegen om topsporters aan een goede financiële toekomst te helpen. Hij blijft altijd bescheiden op de achtergrond, maar tientallen topsporters worden door de Friese fiscalist geholpen aan de best mogelijke constructies voor een financiële toekomst zonder zorgen. Dennis Klaster en Hans Visser willen best een boekje opendoen over hun werk, maar mogen om privacy-redenen geen namen noemen.

 

Huizen zijn trendy

Dennis Klaster: “Ik denk dat de meeste sporters meer bezig zijn met presteren en hun doel realiseren dan met hun pensioen. De waan van de dag. Er zijn twee categorieën topsporters als het om financiën gaat. Er is een categorie die heel goed verdient. Die is er wel mee bezig, maar niet als het gaat om pensioen. Die kijken gewoon: hoeveel heb ik straks en hoe kom ik door de tijd heen en ik koop een huis en weet ik veel wat. Je hebt ook jonge sporters die er heel erg mee bezig zijn, en dan ook, hoe jong ze ook zijn, al onroerend goed in Heerenveen hebben. Enorme bedragen verdienen ze zelfs nog helemaal niet, dus die investeren al vroeg in hun toekomst.”

 

Financieel conservatief

Hans Visser: ”Je hebt ook sporters die alles opmaken wat ze verdienen en denken: ik leef nu en ik zie het wel. En pas als de liquide positie nijpend wordt, komt het besef dat het anders moet. En dan willen ze allemaal onroerend goed om te verhuren, net zo trendy in sporten als schaatsen als de tattoos bij de voetballers. De meeste topsporters zijn op financieel gebied conservatief. Er zijn er een paar die succesvol zijn geweest in de handel in bitcoins, maar uiteindelijk gaan ze toch in onroerend goed. Niet alleen schaatsers denken zo.
Met wielrenners en topzwemmers is het niet anders. De grootverdieners in het voetbal zitten weer in andere financiële constructies, maar alles wat daaronder zit, koopt en verhuurt onroerend goed. Dat geeft zekerheid en rust, is de heersende mening. Sporters moeten niet te veel aan hun hoofd hebben. Het is dat de rentes zo laag zijn, anders stond het geld gewoon op de bank. Veel sporters hebben een BV waaruit ze zichzelf fiscaal verantwoord salaris betalen en waaruit ook huizen worden gekocht.”

 

Pensioenbewust op de ijsbaan

Hans Visser vertelt het verhaal van een bekende schaatsster die zonder de absolute top te bereiken een onbezorgde financiële toekomst wist te realiseren. “Die paste goed op haar centen en ze schaatste alles wat ze kon. Ze zei nooit een Worldcup af. Ze was wereldtop, maar niet vaak bovenop het hoogste treetje, wel altijd bij de besten. Je wil niet weten wat die bij elkaar geschaatst heeft, zonder dat ze in een grote ploeg zat. Dat is aardig richting een onbezorgde toekomst. Pensioenbewust was ze bezig op de ijsbanen. Een uitzondering.”
Dennis Klaster: “Eigenlijk zou je de vraag eens moeten stellen wat een sporter als pensioen ziet. Heel veel sporters denken bij hun pensioen: oudedagvoorziening en als ik maar onroerend goed heb, heb ik huur. Pensioen is wel meer dan dat, het kan ook een investering zijn in een stukje opleiding voor later.”


Hans Visser: “Ik ken geen sporter die geld in een pensioenpolis stopt. Niemand, dat doen ze niet. Het is meer van: ik heb geld in die bv, wat zal ik ermee doen. En inderdaad, schaatsers investeren allemaal in onroerend goed. Maar niet alleen de schaatsers. Ook toppers in andere sporten gaan in onroerend goed.”

 

Slimme sponsordeal

Dennis Klaster: “Een heel mooi voorbeeld. Ik heb een sponsordeal gemaakt met een bouwbedrijf. Dan gaat het altijd over: welk bedrag moet het gaan worden of niet. Wat is er nou mooier dan dat bouwbedrijven kunnen zeggen: ‘Wij bouwen gewoon een huis voor een Olympisch schaatskampioene’. Ze koopt zelf de grond, dat bouwbedrijf gaat dat huis voor haar bouwen en vervolgens heeft zij haar pensioenvoorziening. Daar bedenk ik dan samen met Hans Visser een constructie voor, waarvoor ook de belasting groen licht geeft. Uiteindelijk worden het twee kleinere huizen. Een voor de verhuur en de ander om zelf in te wonen. Dan heeft ze haar hele leven lang een mooie huuropbrengst naast de waardestijging.’

 

Iedereen doet het

Hans Visser: ”Ver uit de meeste sporters gaan verantwoord met hun geld om. Ze moeten er hard voor werken en ze hebben een korte horizon. Ik ken niet één sporter die in woeste fondsen zit te beleggen. Als ze geld hebben, dan gooien ze het het liefst op een bankrekening. Dan maar 0,1 procent rente, maar dan weet hij of zij in ieder geval zeker dat er geen gekke dingen kunnen gebeuren. Ze vinden een beleggingsfonds al een groot risico. Ze denken ook nog niet aan hun pensioen. De horizon is vaak meer van: dan heb ik ook iets voor na mijn carrière. Sommigen zijn slim en investeren ook in een opleiding, maar beginnen ook al vroeg met pandjes omdat ze horen. ‘Die heeft een pandje, dan koop ik ook nog een pandje. Dat is echt iets van de laatste jaren, maar wel voor alle sporters. Of het nou om zwemmen gaat of zeilen of schaatsen, de sporters doen het allemaal.”


Dennis Klaster: “Je weet nooit wat voor eeuwig is, maar het werkt goed voor hen.
Ze krijgen ook veel sneller zakelijke begeleiding. De meeste sporttalenten hebben al managers die ook professioneel met het zakelijk traject om gaan, waardoor er veel minder ontsporingen zijn dan vroeger.”

 

 

Volgende publicatie:
“Ben je bereid je aannames ter discussie te stellen?”

“Ben je bereid je aannames ter discussie te stellen?”

Gepubliceerd op: 24 juni 2020

Gerard van Olphen naar aanleiding van Black Lives Matter

 

Door de dood van George Floyd in Minneapolis is de roep om een einde te maken aan racisme wereldwijd luider geworden. Ook in Nederland is er veel aandacht aan besteed door de media en in het publieke debat. Waar staat APG in deze discussie? Vier vragen aan bestuursvoorzitter Gerard van Olphen.

 

Trekt APG consequenties uit de ontwikkelingen rondom Black Lives Matter?

 

“De wereldwijde protesten tegen institutioneel racisme en politiegeweld hebben wereldwijd een schokgolf teweeggebracht die we niet kunnen negeren, en niet wíllen negeren. Als organisatie willen we meer divers en inclusief worden, ook omdat we voor pensioenfondsen en hun deelnemers werken. We streven naar een medewerkerspopulatie die een weerspiegeling vormt van de deelnemerspopulatie van deze fondsen, en van de maatschappij in het algemeen. In dat streven willen we iedereen bij APG stimuleren om zichzelf te zijn op de werkvloer, en zichzelf te laten zien. Dat kan alleen als we ons uitspreken tegen discriminatie en we toewerken naar een cultuur waarin inclusie  geen ambitie maar een reflex is. Een cultuur waarin mensen gewaardeerd worden ongeacht culturele achtergrond, gender, en alle andere aspecten waarin ze van elkaar kunnen verschillen. Deze ontwikkeling hadden we overigens al ingezet. De maatschappelijke reactie die door Black Lives Matter wereldwijd is opgeroepen, bevestigt onze overtuiging dat die aandacht voor inclusie ongelooflijk belangrijk is.”

 

Is discriminatie iets waar mensen binnen APG veel last van hebben?

 

“Het is geen thema dat binnen de organisatie veel zichtbare aandacht opeist. Maar het zou naïef zijn om te veronderstellen dat er binnen APG geen discriminatie plaatsvindt, dat er geen mensen zijn die hier last van hebben. Niet iedereen die er tegenaan loopt, trekt aan de bel – om wat voor reden dan ook. En niet iedereen die zich schuldig maakt aan discriminatie, is zich er bewust van. We hebben allemaal onze aannames over anderen, soms zelfs vooroordelen. Dat kan ook bijna niet anders. Belangrijker is de vraag of je bereid bent om die aannames ter discussie te stellen, je bewust te worden ervan en je gedrag en overtuigingen aan te passen. Het onderwerp is in ieder geval meer gaan leven, collega’s uiten zich er meer over dan voorheen. En we roepen collega’s ook op om hun zorgen en ideeën te delen. Zodat we leiderschap kunnen tonen dat bijdraagt aan het wegnemen van de achterstandspositie van sommige mensen en groepen in deze maatschappij – of dat nou gaat om ras, geslacht, seksuele voorkeur of levensovertuiging.”    

 

Wat doet APG om discriminatie tegen te gaan?

“In de afgelopen jaren hebben we al een aantal initiatieven opgepakt op het gebied van Diversiteit & Inclusie. In de komende periode werken we van waardevolle initiatieven naar een heldere D&I-visie en -ambitie. Daarvoor gaan we inzetten op een aantal elementen. Integratie van D&I in onze strategie bijvoorbeeld, maar ook bewustwording en voorbeeldgedrag door rolmodellen binnen de organisatie. Onze aanpak zal data-gedreven zijn, waarbij we aanscherpen op basis van inzichten vanuit HR data & analytics. Ook in onze werving en selectie zal diversiteit en inclusie nadrukkelijker gaan terugkomen, bijvoorbeeld door te werken met meer diverse sollicitantenlijsten en selectiecommissies. Ik geloof daar sterk in.”

 

Wanneer is APG een diverse en inclusieve organisatie geworden?

 

Als we iets geleerd hebben uit onze gesprekken met andere bedrijven, dan is het dat het realiseren van Diversiteit & Inclusie om een lange adem vraagt. We zijn er nog lang niet, maar de ontwikkeling is begonnen.

Volgende publicatie:
‘Crisis? We willen weten hoe het zit met ons vakantiegeld’

‘Crisis? We willen weten hoe het zit met ons vakantiegeld’

Gepubliceerd op: 18 juni 2020

Oprichter Tom Romanowski over financieel platform Kandoor

 

Zolang de overheid nog aan miljoenen getroffen Nederlanders ruimhartig steun verleent, is het niet veel drukker dan anders bij financieel platform Kandoor. Maar dat gaat spoedig veranderen, denkt oprichter Tom Romanowski.

 

De nagels van de crisis krassen al over je voordeur, je vreest voor je inkomen, je kunt wel wat hulp gebruiken en je tikt “Hulp bij…” in. In de top vijf van het lijstje suggesties van je zoekmachine wedijveren “laag inkomen”, “afvallen”, “schulden”, “depressie” en “scheiding” om de posities. Troostrijk, je bent dus niet de enige met zorgen. Maar wat nu? De advertenties van financiële advieskantoren dringen zich aan je op, terwijl je alleen maar iemand zoekt die belangeloos met je meedenkt over inkomensderving, zodat je weer door kan.

 

Kan door

 

Kan door! Dat was ook wat bedrijfskundige Tom Romanowski (38) vijf jaar geleden dacht toen pensioenuitvoerder APG hem vroeg na te denken over een platform waar mensen antwoord krijgen op hun financiële vraag. Schimmige fora met radeloze mensen en gelukszoekers waren er al genoeg, en buitenlandse bedrijven stonden te trappelen om de markt op zijn kop te zetten. Maar APG wilde iets anders. “Geen systeem met perverse prikkels, waar anderen geld verdienen aan jouw probleem”, zegt Romanowski. “APG wil bijdragen aan een gezond financieel systeem, een menselijke economie, gebaseerd op het helpen van elkaar. De zogeheten sharing economy, met behulp van technologie en de onafhankelijke inzet van mensen met verstand van zaken. Het draait hier om vertrouwen. Kom je om in de schulden, dan houd je dat voor je, totdat het echt niet langer gaat en je op zoek gaat naar een verstandige oom of vriend. Iemand bij wie je je veilig voelt, de kwestie bespreekt, waarna je door kunt.”

 

Veel stress

 

Wanneer krijg ik mijn vakantiegeld? Hoeveel geld krijg ik precies? Kan ik een voorschot krijgen? Mag mijn werkgever dat inhouden? “Veel vragen zijn simpel te beantwoorden, maar elke vraag kun je op wel vijfentwintig manieren stellen”, zegt Romanowski. “De ene gebruiker doet dat in een paar woorden, de ander heeft een half kantje nodig. Alleen al hieruit maken we op hoe mensen kunnen worstelen met financiële vraagstukken. Ze wachten er ook zo lang mogelijk mee, waarbij de stress hoog kan oplopen. Hier komt bij dat de overheid steeds meer verantwoordelijkheid bij ons legt. De afgelopen jaren versoberden de collectieve voorzieningen, de arbeidsmarkt werd flexibeler, de pensioenleeftijd schoof op. Mensen onderschatten welke financiële gevolgen dit voor ze heeft.”

 

Online buurman

 

Van de inmiddels vijftigduizend vragen per maand die Kandoor binnenkrijgt, handelt een chatbot 98 procent automatisch af. Vragen die te ingewikkeld zijn of meer persoonlijk zet de “Kanbot”, zoals ze hem bij Kandoor noemen, door naar een van de honderden gidsen.

“Onze vrijwilligers noemen wij gidsen. Zij zijn deskundigen, bijvoorbeeld voorzitters van pensioenfondsen, financieel adviseurs, hypotheekadviseurs en accountmanagers. Er zitten ook veel professionals van APG tussen. Deze gidsen beantwoorden de vragen gratis, in hun vrije tijd omdat ze mensen willen helpen en tegelijkertijd op de hoogte willen blijven over wat leeft in hun vakgebied.”

 

Een moderator houdt in de gaten of een zelfstandige adviseur toch niet probeert er business uit te peuren, maar dat is volgens Romanowski nog niet voorgekomen. “Gidsen controleren ook elkaars antwoorden, om te voorkomen dat mensen verkeerd worden geholpen. Het is voor hen een manier om op de hoogte te blijven van wat er speelt in hun vak. Een gebruiker zei: Kandoor is een online buurman in mijn broekzak. Daar was ik blij mee, het is precies wat ik wilde maken. Een ander zei: maar wat is het addertje onder het gras? Dat is er dus niet, maar mensen kunnen het moeilijk geloven.”

 

Inkomenszorgen nemen toe

 

Het succes van Kandoor illustreert het belang van onafhankelijke informatie, zeker in de crisis die we doormaken. Romanowski merkt het aan de vragen die binnenkomen. Ging voorheen driekwart over pensioen en belastingen, nu ziet hij meer vragen van zzp’ers en werknemers met aflopende contracten langskomen. Al loopt het nog niet storm. “Veel vragen gaan momenteel over hoe het zit met het recht op vakantiegeld. Ik zie de inkomenszorgen wel toenemen, maar op ons platform zie ik niet de sentimenten zoals je die op een forum als Radar ziet. Mogelijk omdat we door de steun van de overheid de pijn nog niet helemaal voelen. Maar die pijn gaat wel komen.”

 

Schrijnende gevallen

 

Bij Kandoor melden zich wel schrijnende gevallen, al waren die er altijd al. “Mensen die door de mazen van het vangnet vallen, op geen enkel potje recht hebben en op de bodem zijn beland. Ze worden van het kastje naar de muur gestuurd, en komen ten einde raad bij ons terecht. Ondanks dat we niet altijd iets voor ze kunnen doen, vinden ze het wel fijn dat ze hun verhaal kunnen doen. We experimenteerden wel met een hotline naar de Sociale Verzekeringsbank, maar we hebben het wat dit betreft in Nederland zo complex gemaakt, er is geen eindbaas voor elk probleem.”

 

Financiën leuk maken

 

Financiën: we lopen er gewoon niet warm voor. Maar Romanowski weigert zich hierbij neer te leggen. Hij wil meer gaan doen dan alleen ad hoc eerstelijnshulp bieden, hij wil de nood voor zijn en mensen structureel helpen de financiële planning op orde te krijgen. Sterker: hij wil financiën leuk maken.

 

“Of leuk, engaging. De betrokkenheid moet omhoog. De gezondheidszorg is dat al goed gelukt met apps en dergelijke. Elke dag even naar de stappenteller kijken, we zijn er al veel proactiever mee bezig dan voorheen. Mensen hun financiële gezondheid bij laten houden wordt een stuk lastiger, maar hoe mooi zou het zijn als iedereen vanaf zijn achttiende zijn financiële levensloopplanning gaat bijhouden? Natuurlijk heb je op je inkomen, pensioen en beleggingen zelf veel minder invloed dan op dagelijks bewegen en de samenstelling van je maaltijd. Maar als we het heel laagdrempelig maken en het proces terugbrengen tot kleine stapjes, ga je het misschien, op een dag, plezierig vinden. Wellicht is de crisis het moment om wat meer discipline in je financiële leven te brengen.”

 

Bakken met kennis

 

De gidsen van Kandoor doen intussen waar ze goed in zijn: mensen verder helpen. Voor hen breken mogelijk drukke tijden aan, zeker als ze thuis zijn in ontslagrecht en schuldsanering. “Ze zitten niet bij ons om als garnalenpellers eentonige vragen af te handelen. Ze hebben bakken met kennis en ervaring en willen die inzetten om degenen te helpen die dit het hardst nodig hebben. Nou, dit wordt hún moment.”

Een vraag over geldzaken? Breng eens een bezoekje aan www.kandoor.nl

Volgende publicatie:
Deze drie topvrouwen zien een ‘cut the crap-mentaliteit’ ontstaan

Deze drie topvrouwen zien een ‘cut the crap-mentaliteit’ ontstaan

Gepubliceerd op: 12 juni 2020

Hoe gaan drie topvrouwen van het Nederlandse bedrijfsleven om met de zakelijke en persoonlijke uitdagingen die de wereldwijde coronacrisis voor henzelf en de organisatie meebrengt?

 

De crisis zorgt voor grote onzekerheid, maar werpt ook nieuw licht op risicomanagement en de kracht van purpose, concluderen Tanja Cuppen, Bianca Tetteroo en Annette Mosman, lid raad van bestuur bij APG. ‘Ons verandervermogen is veel groter dan we dachten.’

 

Lees het volledige artikel hier.

 

Fotografie: ABN AMRO / Maartje Geels / APG

Volgende publicatie:
“Zoek jongeren op, op de plekken waar ze veel komen”

“Zoek jongeren op, op de plekken waar ze veel komen”

Gepubliceerd op: 28 januari 2020

Een dag lang had Salma Ahabbat de touwtjes in handen bij APG. Als Baas van Morgen nam de 14-jarige MAVO-scholiere vorige week plaats op de stoel van Francine van Dierendonck, lid van de raad van bestuur en verantwoordelijk voor Deelnemers- en Werkgeversservices. Ze dacht mee over hoe het onderwerp pensioen interessanter gemaakt kan voor jonge mensen. Daarvoor bezocht Salma een aantal teams die allemaal met deelnemerscommunicatie aan de slag zijn: Marketing Intelligence, De Groeifabriek, het Klant Contact Center en Webcare.

 

Met haar kritische en frisse blik, liet ze APG-ers even door de ogen van een 14-jarige naar hun eigen werk kijken. Salma: “Zoek jongeren op, op de plekken waar ze vanzelf veel komen en laat hen  daar kennis maken met het onderwerp pensioen. Bijvoorbeeld bij bushaltes, want wij reizen veel met het openbaar vervoer.” Ook gaf ze tips hoe APG social media nog beter kan inzetten. “Gebruik meer video en stories, dat is waar jongeren naar kijken.”

 

Terugkijkend is Salma blij dat ze mee heeft gedaan. "Het was een leuke, leerzame dag. Ik ben blij dat ik als een van 350 leerlingen in heel Nederland de kans kreeg om in de keuken van een groot bedrijf te kijken. Zo heb ik van dichtbij kunnen zien hoe het eraan toegaat in een bedrijf en kon ik vragen stellen." De sfeer bij APG had Salma zich heel anders voorgesteld. "Ik had verwacht dat het saai zou zijn en ouderwets. Maar het was juist het tegenovergestelde."

Francine vond Salma heel zelfverzekerd en spontaan. “Wat me raakte is dat ze zei ‘Ik wil graag in de zorg werken, want dan kan ik andere mensen helpen’. Dat sluit aan bij wat we als APG belangrijk vinden.” Het bezoek aan APG heeft ervoor gezorgd dat Salma inmiddels een andere carrière verkiest. "Ik zou dezelfde functie als Francine willen hebben, dus lid van raad van bestuur. Dat is ook een manier van zorgen voor mensen, maar dan op een ander niveau."

 

Baas van Morgen is een jaarlijks terugkerend project van JINC om kinderen die een steuntje in de rug kunnen gebruiken aan een eerlijke kans op de arbeidsmarkt te helpen. Francine: “Door mee te doen hoop ik Salma en andere kinderen, jongens en zeker ook meisjes, te laten zien en geloven dat de wereld aan hun voeten ligt. Blijf altijd nieuwsgierig, blijf spelen, blijf leren en droom altijd veel groter dan je ooit had gedurfd!”

Volgende publicatie:
APG gaat vrouwelijke medewerkers gelijk belonen

APG gaat vrouwelijke medewerkers gelijk belonen

Gepubliceerd op: 22 mei 2019

Bij APG werken ongeveer 3000 medewerkers, waarvan 960 vrouwen. Uit onderzoek, uitgevoerd bij APG in Nederland, blijkt dat vrouwen bij APG in Nederland gemiddeld 2,2% minder salaris ontvangen. Ruim 125 vrouwelijke medewerkers krijgen per 1 juni een salarisverhoging. Dat is 13% van het totale aantal vrouwelijke medewerkers. Bij de overige 87% van bij APG werkzame vrouwen is er geen verschil in loon met vergelijkbare mannelijke medewerkers.

De hogere beloning van deze groep medewerkers met een ongelijk salaris wordt binnen het bestaande budget van APG gerealiseerd.

 

Marloes Sengers, directeur HR bij APG: “Bij APG staan we voor gelijk loon voor gelijk werk, daarom zetten we dit vandaag recht. Het verschil in beloning wordt door ons bovendien duurzaam gedicht: financieel en met aanvullende aandacht voor leidinggevenden en medewerkers. Zo voorkomen we herhaling in de toekomst en pakken we de oorzaken van de ongelijke beloning duurzaam en fundamenteel aan.”

Volgende publicatie:
APG en BF+DA: verbeteren mensenrechten in de kledingindustrie

APG en BF+DA: verbeteren mensenrechten in de kledingindustrie

Gepubliceerd op: 6 december 2018

Samen met Brooklyn Fashion + Design Accelerator (BF+DA) introduceert APG de ‘Brooklyn Pledge to Accelerate Change’ . Deze belofte - genoemd naar de locatie waar het idee is ontstaan - heeft als doel om de mensenrechtensituatie in de productieketen van de kledingindustrie te verbeteren.

 

“De kledingindustrie is verantwoordelijk voor 2% van het wereldwijd bnp, en er werken 60 tot 70 miljoen mensen in deze industrie. Helaas wordt deze industrie nog steeds gekenmerkt door slechte werkomstandigheden, dat wil zeggen: het is onveilig en mensen worden onderbetaald. Dit is een van de thema’s die APG, maar ook ABP of bpfBOUW, willen verbeteren door middel van het engagementbeleid,” aldus Anna Pot, manager verantwoord beleggen bij APG in de VS.

 

57 aanbevelingen

De belofte is onderdeel van een whitepaper waarin 57 aanbevelingen worden gedaan om de mensenrechten in deze industrie te verbeteren en duurzamer te maken, bijvoorbeeld door meer transparante rapportage, verbetering van de rechten van medewerkers, het aanpassen van het inkoopbeleid, het vergroten van het bewustzijn van de consument en van de vraag naar duurzame kleding. De aanbevelingen zijn 57 concrete acties die zijn opgesteld door experts die aanwezig waren op het ‘Connecting Finance and Sustainability: A dialogue towards action on human rights in the apparel sector’ evenement in september, dat plaatsvond op het Pratt Institute in Brooklyn, New York. APG en BF+DA vragen nu kledingbedrijven en investeerders om te beloven concrete actie te ondernemen op één of meer aanbevelingen op de lijst.

 

Stappen vooruit

“Natuurlijk moet APG het goede voorbeeld geven. Voor APG ligt de nadruk op zorgen dat kledingbedrijven en beleggers voortdurend nadenken over duurzaamheid. We gaan in gesprek met het hoger management van die bedrijven over hun duurzaamheidsagenda en de stappen die ze zetten om deze ten uitvoer te brengen. Tussen 2015 en 2018 hebben we contact gehad met 19 kledingbedrijven, met als resultaat een aanscherping van het aankoopbeleid en de controle, en bij sommige bedrijven het beperken van het aantal leveranciers. We vragen ook om meer transparantie over hoe en waar kleding wordt gemaakt, zodat consumenten een onderbouwde keuze kunnen maken. In november 2018 hadden volgens Fashion Revolution 172 merken en retailketens een lijst van hun leveranciers op hun website staan. Investeerders die vragen om transparantie, helpen dit aantal verder omhoog te brengen,” licht Anna toe. 

 

Samenwerking met Amerikaanse spelers

Ze vervolgt “In een groot deel van Europa is duurzaamheid een onderwerp waar veel over wordt gesproken, maar voor bedrijven en investeerders in de VS is het relatief nieuw. We werken samen met gerespecteerde Amerikaanse organisaties zoals BF+DA om het gesprek over duurzaamheid op gang te brengen. Mijn persoonlijke doel voor volgend jaar is om op een grote, algemene investeerdersconferentie te spreken over duurzaamheid in de kledingindustrie. Ergens buiten de ‘sustainability bubble’, waar het nog geen onderwerp van discussie is, maar dat wel zou moeten zijn!”

 

BF+DA is een instituut voor ethische mode en ontwerp gevestigd in New York. Een van de belangrijkste doelstellingen van het instituut is om het niveau van duurzaamheid in de kledingindustrie te verbeteren.