Pensioen

Navigeer snel in deze serie:

Deel deze serie:

Pensioen

Welke betekenis heeft pensioen voor Nederlanders? Wie is er al mee bezig en wie niet? Hoe ziet het nieuwe pensioenstelsel uit? En belangrijker: wat merken we hiervan? Op deze plek gaan we in op die pensioenverhalen, in de breedste zin van het woord.

Thema
Inkomen
Collectie inhoud
49 Publicaties

Navigeer snel in deze serie:

'Geef mensen met meer vermogen meer vrijheid in pensioenopname'

Gepubliceerd op: 17 september 2020

Stel, je bent tussen de 60 en 70 jaar en hebt nog maar een paar jaar te gaan tot de hypotheek van je huis volledig is afgelost. Over de jaren heen heb je – bijna ongemerkt – flink wat vermogen opgebouwd, maar dat zit grotendeels vast: in je huis en bij je pensioenfonds. Als je dat totale vermogen zou kunnen omzetten (wanneer je op de AOW-gerechtigde leeftijd met pensioen gaat) naar een maandelijkse uitkering, ontvang je meer dan 70 procent van je laatstverdiende salaris. Eigenlijk vind je dan ook dat je te veel vermogen hebt opgebouwd waar je niks mee kunt. Vervroegd pensioen zou kunnen, maar is niet aantrekkelijk: vijf jaar eerder stoppen bijvoorbeeld vermindert het pensioen met tientallen procenten. En natuurlijk kun je vermogen vrijmaken door een tweede hypotheek op je huis te nemen, maar dan ga je wel weer een schuld aan, met bijbehorende verplichtingen. De mogelijkheden zijn dus beperkt.


Je kinderen helpen

Zou het niet mooi zijn als je met een deel van dat opgebouwde pensioen je kinderen kunt helpen bij de aankoop van een huis? Of je eigen huis ermee verbouwen zodat je er kunt blijven wonen, mocht je ooit slecht ter been worden? Met 10 tot 20 procent van je totale vermogen zou je zo veel meer halen uit wat je hebt opgebouwd in al die jaren.
Het is een belangrijke reden waarom ik pleit voor ‘voorwaardelijke keuzevrijheid op basis van het gehele vermogen’. Momenteel worden er al eisen gesteld aan het opnemen van je pensioen, maar daarbij wordt alleen gekeken naar het pensióen dat je hebt opgebouwd. Daardoor beschermen die voorwaarden ¬– gelukkig – de groep Nederlanders die weinig pensioen heeft opgebouwd en geen eigen woning bezit. Een voorbeeld van zo’n voorwaarde is de regel dat iemands pensioen na gebruik van de keuzemogelijkheden (bijvoorbeeld vervroegd pensioen, of een tijdelijk lagere of hogere pensioenuitkering) niet onder 50 procent van het oorspronkelijke niveau mag zakken.


Verantwoorde flexibiliteit

Er zit echter een keerzijde aan deze ‘beschermende voorwaarden’. Ze beperken een relatief grote groep meer vermogende Nederlanders onnodig in het realiseren van hun voorkeuren. Voor je oude dag is uiteindelijk je totále vermogen relevant, niet alleen het opgebouwde pensioen. Als je de keuzevrijheid voor het opnemen van pensioen laat afhangen van dat hele vermogen (inclusief het vrij vermogen in de eigen woning en beleggingen), heb je een realistischer en relevante basis om te kunnen inschatten of iemand gebaat is bij bescherming – of dat juist flexibiliteit gewenst en verantwoord is. Voor mensen met meer vermogen ontstaat er dan ruimte om een deel van hun pensioen op een alternatieve manier te gebruiken.
Met voorwaardelijke keuzevrijheid op basis van het totale vermogen helpt de overheid burgers met een goede spreiding van hun inkomen over de hele levensloop, en forceert ze hen niet onbedoeld tot oversparen. Ook het overheidsstreven om mensen langer aan het werk te houden, is erbij gebaat.

 

Eduard Ponds is Senior Strategist Research & Analytics bij APG en bijzonder hoogleraar aan Tilburg University

Volgende publicatie:
Meer of minder te besteden in 2021? 6 vragen over Prinsjesdag en pensioen

6 vragen over Prinsjesdag en pensioen

Gepubliceerd op: 15 september 2020

Vandaag presenteert het kabinet de jaarlijkse begroting. Gaan werkend en gepensioneerd Nederland erop vooruit in 2021? Zes vragen over Prinsjesdag en pensioen.

 

1. Het kabinet spreekt van een groei van de economie van 3,5 procent en een stijging van de koopkracht van 1,2 procent voor werkenden en 0,4 procent voor gepensioneerden. Dat klinkt - gematigd - positief. Maar hoe zeker zijn die voorspellingen?

 

Feit is dat het kabinet de belastingen met 1 miljard euro verlaagt om de koopkracht van Nederlanders te verbeteren. Ondanks het feit dat er in 2021 geen indexatie in zit bij de meeste gepensioneerden, gaan zij er in doorsnee licht op vooruit (met 0,4 procent). Werknemers die in 2021 hun huidige baan behouden, gaan er ook gemiddeld licht op vooruit (met 1,2 procent). Dat betekent dat veel werkenden en gepensioneerden volgend jaar iets meer geld te besteden hebben.

 

Tegelijkertijd zijn er wel de nodige kanttekeningen te plaatsen. Kort en goed: koopkrachtplaatjes zeggen niet veel, zeker nu niet. De koopkrachtplaatjes worden bepaald door de ontwikkeling van de lonen, de inflatie en kabinetsmaatregelen. Alleen die laatste heeft het kabinet volledig in eigen hand. En nu de onzekerheden rondom het verloop van de economie en de arbeidsmarkt nog groter zijn door COVID-19, zeggen de voorspellingen dit jaar nog minder dan andere jaren.

 

De verwachting is echter ook dat meer werknemers in 2021 hun baan zullen verliezen. Zij kunnen juist minder geld besteden. Dit cijfer zie je niet terug in de koopkrachtplaatjes.

Daarnaast kunnen gemeentelijke lasten, zoals de onroerendezaakbelasting en de parkeertarieven, gaan stijgen omdat veel gemeenten in financiële problemen zitten. Ook dit zit (nog) niet in de koopkrachtplaatjes verwerkt, maar dat kan grote invloed hebben.

 

Zie ook dit NOS-artikel


2. We horen ook geluiden over een krimpende economie door corona, hogere premies en prijsstijgingen. Wat merken werknemers en gepensioneerden daar volgend jaar in de praktijk van?

 

In de koopkrachtplaatjes wordt rekening gehouden met hogere lonen, lagere belastingen, hogere prijzen en iets hogere zorgpremies. Als je alle plussen en minnen optelt, gaan de meeste mensen er per saldo licht op vooruit. Maar dat is dus zeer onzeker. Immers, de lokale gemeentelijke belastingen kunnen (fors) gaan stijgen.

 

3. Welke rol speelt corona - en een eventuele tweede golf - in dit verhaal, en in de vooruitzichten op pensioen in 2021?

 

Als er een tweede lockdown komt in Nederland, dan zal de Nederlandse economie zich minder rooskleurig ontwikkelen dan voorspeld. Het economische herstel zal dan voorlopig uitblijven.

Voor het pensioen in 2021 is de dekkingsgraad van eind december 2020 bepalend. Corona kan daar impact op hebben, maar het vertrouwen in de financiële markten wordt door meerdere factoren bepaald. Zo zagen we in augustus 2020 zeer hoge aandelenkoersen ondanks de grote onzekerheid rondom corona in bijvoorbeeld de VS, Brazilië en India.

 

4. Vandaag werd ook bekend dat sommige fondsen nog steeds onder de 90 procent dekkingsgraad zitten. Wat kan dat betekenen voor het pensioen in 2021? Welke scenario’s zijn er mogelijk?  

 

Voor het pensioen in 2021 is de dekkingsgraad van eind december 2020 bepalend. Als de dekkingsgraad dan nog steeds lager is dan 90 procent, is er in veel gevallen een verlaging van de pensioenen nodig. De fondsen kunnen vervolgens nog kiezen voor spreiding van deze verlaging in de tijd. Een verlaging van de pensioenen is niet meegenomen in de koopkrachtplaatjes.

 

5. Afgelopen week bleek uit onderzoek dat de levensverwachting van de Nederlander naar beneden is bijgesteld. Heeft dit gevolgen voor het pensioen?

 

Het Actuarieel Genootschap heeft de gemiddelde levensverwachting inderdaad naar beneden bijgesteld. Dat heeft vooral te maken met een verfijning van het gebruikte model. Het is niet zo dat de levensverwachting ineens verslechterd is. Volgens het Genootschap leeft een 65-jarige nu een half jaar korter dan eerder werd verwacht. Voor een man gaat de levensverwachting op 65-jarige leeftijd bijvoorbeeld van 20,5 jaar naar 20 jaar. Omdat pensioenuitkeringen dan gemiddeld een half jaar korter hoeven te worden uitbetaald, stijgt de dekkingsgraad hierdoor gemiddeld met 2 procent. Belangrijk is wel om te vermelden dat de exacte cijfers per fonds verschillen.

De cijfers houden nog geen rekening met de coronacrisis.

 

6. Spelen de fondsen eigenlijk een rol bij het herstel van de kwakkelende economie als gevolg van corona?

 

Prinsjesdag staat dit jaar grotendeels in het teken van hoe we als Nederland investerend uit de COVID-19-crisis kunnen komen. Het kabinet nam hierop een voorschot met de recente presentatie van het Nationaal Groeifonds, dat publieke investeringen de komende jaren moet gaan aanjagen. De Nederlandse pensioensector begrijpt en steunt deze beweging naar actief economisch investeringsbeleid vanuit de overheid. Ook de Nederlandse pensioensector pakt graag nog meer haar maatschappelijke rol als pensioenbelegger in onder andere Nederland. Bijvoorbeeld door op basis van publiek-private samenwerking met de overheid Nederland versneld en duurzamer uit de crisis te trekken.

 

Zie link voor een position paper van de Pensioenfederatie in aanloop naar Prinsjesdag.

 

Volgende publicatie:
Zomaar 10 procent van je pensioen op je bankrekening? 5 vragen over de nieuwe lump sum regeling

5 vragen over de nieuwe lump sum regeling

Gepubliceerd op: 11 september 2020

Het nieuwe pensioenakkoord brengt voor deelnemers een paar flinke veranderingen met zich mee. De lump sum is er een van. Hiermee kun je ineens 10 procent van je pensioenkapitaal opnemen als je gepensioneerd wordt. Hoe werkt dat? We vroegen het de experts van APG.


1. In het kort: wat is de lump sum?

Het is een eenmalige uitkering. Het is het moment waarop je een percentage van je opgebouwde pensioenpot in één keer kunt opnemen. Je betaalt ieder jaar premie, je werkgever stort eveneens al die tijd geld in je pensioenpot. Na zoveel jaar zit daar een bepaalde waarde in, en daar mag je straks dan een stukje van opnemen als je met pensioen gaat. Vermoedelijk gaat die mogelijkheid in 2022 van start.

 

Wat zou jij doen met 10 procent van je pensioen? We stelden een aantal mensen deze vraag. Met verrassende antwoorden tot gevolg. Bekijk hier de video.

2. Waarom wordt de lump sum geïntroduceerd?

De pensioenregelingen kennen nu al diverse keuzemogelijkheden, maar dat je eenmalig een bedrag in een keer mag opnemen, is voor Nederland nieuw. In andere landen kon dat al wel. Het biedt de mogelijkheid om je pensioen beter af te stemmen op je persoonlijke omstandigheden en behoeften.
Het is de nadrukkelijke wens van het kabinet om meer flexibiliteit te bieden zodat je de eerste jaren na je pensionering meer keuze hebt. Zo kun je bijvoorbeeld je hypotheek aflossen, of op je 63ste een wereldreis maken in plaats van nog een paar jaar door te werken.

 

3. Is de Nederlander blij met de lump sum?

Een Netspar-studie, uitgevoerd door onderzoekers van het Centraal Planbureau (CPB) en de Universiteit Tilburg, liet twee jaar geleden zien dat deelnemers aan pensioenfondsen meer keuzevrijheid willen over hun pensioenvermogen. Het moet eenvoudiger worden om een deel van het vermogen te gebruiken om bijvoorbeeld een huis te kopen of eerder te beginnen met minder werken.

 

4. Kortom, een goede ontwikkeling?

Op zich is het mooi dat je meer vrijheid krijgt. Maar veel hangt af van de voorwaarden die hieraan gesteld worden. Voor veel mensen ligt de AOW-leeftijd bijvoorbeeld te ver weg. Ze willen eerder met pensioen. Daarbij maken verreweg de meesten gebruik van de zogeheten AOW-overbrugging; eerst een wat hoger pensioen, daarna kun je af met een lager pensioen omdat je dan AOW ontvangt. In dat geval mag je geen gebruik maken van die eenmalige uitkering.
Ook kan de lump sum fiscale gevolgen hebben voor mensen met lagere en middeninkomens en leiden tot lagere toeslagen.
Je kunt je daarom afvragen of de lump sum alleen is weggelegd voor de happy few. Dat is een heikel punt in de regels zoals die er nu liggen. Het zou erg jammer zijn als deze positieve keuzemogelijkheid wordt gedegradeerd tot een dode letter. De discussie hierover wordt straks nog heel interessant in de Tweede Kamer. Niet alle voorwaarden rond de lump sum zijn overigens per definitie negatief. Verstandig is bijvoorbeeld dat je tot maximaal 10 procent in een keer mag opnemen. Dat voorkomt dat de pot te snel leeg raakt. Je wilt op je achtentachtigste immers ook nog van een pensioen kunnen genieten.

 

5. Waar moet je op letten?

Het klinkt natuurlijk heel aantrekkelijk om alvast 10 procent te krijgen. En wat je later krijgt, zie je dan wel. Maar je moet er goed bij stilstaan hoe je dat latere leven voor je ziet. Heb je straks wel voldoende voor je uitgaven en bestedingen?
Een andere voorwaarde voor opname van de lump sum is daarom dat het pensioen dat overblijft niet onder de afkoopgrens zakt. Dat is een bedrag van pakweg 500 euro per jaar. Het is niet de bedoeling dat je het na je lump sum de rest van je leven moet doen met een pensioen van 350 of 465 euro per jaar. Dus als je een klein pensioen hebt, zal een lump sum niet altijd mogelijk zijn.

 

Met medewerking van Wilfried Mulder, senior-beleidsmedewerker APG, en Debbie Kwanten, senior pensioenjurist APG.

 

Hier vind je meer informatie over het Netspar-onderzoek van het CPB en Universiteit Tilburg.

Volgende publicatie:
“Mensen vragen ons vooral: kan ik eerder stoppen met werken?”

“Mensen vragen ons vooral: kan ik eerder stoppen met werken?”

Gepubliceerd op: 9 september 2020

Wie zijn de mensen die jou telefonisch te woord staan als je een pensioenvraag hebt? En wie zorgen ervoor dat je jouw pensioenoverzicht ieder jaar krijgt? Wat komt erbij kijken om ervoor te zorgen dat er straks voldoende geld is voor jouw pensioenuitkering? We nemen je mee achter de schermen.

Stefan Ochse stuurt het klantcontactcentrum (KCC) aan bij APG.

 

Wat doe je precies, als hoofd KCC?

“Ik ben verantwoordelijk voor het klantcontactcentrum, waar ik zo’n 100 contactspecialisten aanstuur. Nergens komt de stem van de klant zo nadrukkelijk binnen als bij ons. Het is mijn voornaamste taak om dat proces in goede banen te leiden. Daarnaast zorg ik ervoor dat we met z’n allen weten waar we naartoe werken. Een van onze doelen is dat klanten ons dusdanig waarderen dat áls mensen ooit hun pensioenfonds zelf kunnen kiezen, ze nog steeds voor ons gaan omdat we goede service verlenen.”

 

Hoe ben je in deze functie beland?

“Na een rechtenstudie werd ik in 2014 medewerker bij het KCC. Ik had graag mijn werk in de rechten willen vinden, maar in die periode kwam ik daar moeilijk in terecht. APG leek me een mooie werkgever. En na wat promoties kwam ik op de plek waar ik zit.”

 

Wat merken klanten (deelnemers bij pensioenfondsen) van jouw werk?

“Ik geloof dat door de manier waarop wij onze afdeling aansturen, onze mensen tot het gaatje gaan om klanten te helpen. Als wij ons werk goed doen, voelt de klant zich echt gesteund door ons. Dan zijn we van toegevoegde waarde op belangrijke momenten in zijn leven.”

 

Welke vragen stellen ze het meest?

“Klanten zoeken voornamelijk contact in de periode waarin de AOW-leeftijd nadert en het pensioen aangevraagd moet worden. Daarbij zijn vragen als ‘Hoeveel pensioen ontvang ik straks?’ of ‘Wat betekent het voor mijn pensioen als ik eerder zou stoppen met werken?’ aan de orde van de dag. Maar ook bij levensgebeurtenissen als trouwen, verhuizen of het wisselen van baan krijgen we vaak vragen. Het gaat immers over het inkomen van nu, straks en later. Dat moet goed geregeld zijn.”

 

Waar lopen jullie het vaakst tegenaan in het klantcontact?

“We zien helaas nog altijd dat zaken soms niet helemaal lekker lopen, waardoor klanten onnodig contact met ons moeten opnemen. Denk aan termijnen die verstrijken of brieven die niet begrijpelijk genoeg zijn. Gelukkig zien we dat de afdelingen om ons heen ons steeds vaker opzoeken om ons bijvoorbeeld mee te laten lezen met brieven die zijn opgesteld. Daarnaast stimuleren wij onze medewerkers om de feedback die zij van klanten krijgen te delen met de rest van de organisatie. Zo kunnen we het met z’n allen steeds weer een beetje beter doen.”

Uiteindelijk wil je dat de klant het gevoel heeft dat hij echt begrepen is en geholpen werd

Wat is de grootste uitdaging in je werk?

“De richting bepalen waar het klantcontact naartoe gaat, in algemene zin maar ook specifiek binnen APG. In de nabije toekomst zijn er bijvoorbeeld mogelijkheden voor voicebots en computergestuurde ondersteuning. Maar klantcontact blijft mensenwerk. Het zal nooit volledig worden geautomatiseerd. We kijken hoe we op basis van de techniek, algoritmen en data nog beter kunnen voorspellen waar de behoefte ligt van de klant. Zijn stem moet steeds meer leidend zijn binnen de organisatie. We denken na over een toekomst waarin wij niet wachten tot de klanten bellen, maar waarin we hen proactief benaderen om ze te ondersteunen. Bijvoorbeeld als we zien dat ze een paar keer de digitale pensioenomgeving hebben bezocht en met vragen zitten. Dat voelt nog wat eng, het is vergaand. Maar ik weet zeker dat we een weg vinden die past bij de behoefte van de klant. Ik zie daar wel een toekomst voor. Zorgen dat klantcontact niet ouderwets vraag-aanbod blijft, maar dat we mee-evolueren op de behoeften van de buitenwereld.”

 

Wat kan de klant concreet van jullie verwachten in de toekomst?

“We krijgen een steeds beter inzicht in de behoeften van onze klanten. Daar willen we onze dienstverlening op aanpassen. Zo proberen we komend jaar een nieuwe manier te introduceren waarop binnenkomende gesprekken gekoppeld worden aan onze medewerkers. Daardoor kun je bijvoorbeeld de meest empathische medewerkers inzetten op de gesprekken waarin vooral behoefte is aan ontzorgen. Terwijl de medewerkers met de meeste inhoudelijk kennis perfect gekoppeld kunnen worden aan gesprekken waarin waarschijnlijk veel inhoudelijke vragen gesteld worden. Uiteindelijk wil je dat de klant het gevoel heeft dat hij echt begrepen is en geholpen werd. En ik denk dat deze ontwikkeling daarbij onmisbaar is.”

 

Volgende publicatie:
Deze lastige pensioentermen moeten we misschien even uitleggen

Deze lastige pensioentermen moeten we misschien even uitleggen

Gepubliceerd op: 4 september 2020

‘Invaren’, ‘renterisico’, ‘solidariteitsreserve’… Als er ergens moeilijk gepraat wordt, dan is het in de pensioensector. En dat kan allemaal wel wat makkelijker. In een nieuwe reeks video’s neemt ABP, in samenwerking met APG, de vreemdste pareltjes uit het pensioenjargon onder de loep.

In de tweede aflevering: APG’er Tinka den Arend over ‘solidariteitsreserve’.

Volgende publicatie:
Ontwikkelaar nieuw pensioenplatform APG gaat zelfstandig verder

Ontwikkelaar nieuw pensioenplatform APG gaat zelfstandig verder

Gepubliceerd op: 3 september 2020

Een team van platformontwikkelaars van APG positioneert zich vanaf vandaag zelfstandig. Het team, met tien werknemers, gaat onder de naam Hyfen verder. Hyfen is een spin-off van APG waarin de Belgische IT provider The Glue een meerderheidsbelang neemt. APG blijft als aandeelhouder en klant betrokken.

 

In de afgelopen jaren heeft Hyfen een platform gebouwd om administraties van partijen in de pensioensector met elkaar te verbinden. Voorheen complexe en bedrijfsoverstijgende processen kunnen zo met behulp van het platform efficiënter en klantvriendelijker worden ingericht.

 

Hidde Terpoorten, directeur van Hyfen: “Het eerste product waarmee we live gaan is Mijnwaardeoverdracht.nl. Momenteel wordt dit platform met de eerste klanten aangesloten en in gebruik genomen. Later dit jaar volgt de landelijke introductie in samenwerking met de Nederlandse pensioensector. Het regelen van een pensioen waardeoverdracht is voor deelnemers nu een ingewikkelde en tijdrovende aangelegenheid. Met de door Hyfen ontwikkelde oplossing komt daar verandering in. Door samenwerking met vier grote pensioenuitvoerders is het doen van een waardeoverdracht voor deelnemers straks eenvoudig en snel online te regelen.”

 

Gerard van Olphen, voorzitter raad van bestuur APG Groep: “Door Hyfen op afstand te plaatsen blijven onze pensioenfondsklanten en hun deelnemers profiteren van de kennis en kunde van deze professionals – en krijgen tegelijk ook andere pensioenfondsen en deelnemers toegang tot hun innovatieve dienstverlening. Ik ben ervan overtuigd dat Hidde en zijn team succesvol zullen zijn en zie met plezier en vertrouwen uit naar verdere samenwerking.”

 

Naast APG als aandeelhouder en klant neemt de Belgische full-service IT provider The Glue deel aan de spin-off als meerderheidsaandeelhouder. The Glue maakt deel uit van een uniek FinTech ecosysteem en heeft ruime project en IT ervaring in de financiële sector.

 

The Glue CEO Paul Grimbers: “Er staat nog veel te gebeuren op het Europese speelveld van pensioendienstverleners. Door onze krachten te bundelen en in te zetten op de creatie van platformen met innovatieve gegevensuitwisseling, willen we in dit domein meerwaarde leveren.”

 

Met de nieuwe opzet krijgt Hyfen de ruimte om zelfstandig dienstverlening aan de pensioensector en haar deelnemers te verlenen en de opgebouwde kennis ook voor andere processen binnen en buiten de pensioensector in te zetten. Samen met het consortium worden toekomstige mogelijkheden verkend.

Volgende publicatie:
Pensioenklacht? Stap naar de Ombudsman

Pensioenklacht? Stap naar de Ombudsman

Gepubliceerd op: 2 september 2020

De Ombudsman Pensioenen bestaat 25 jaar. Waarmee kun je bij deze bemiddelaar terecht? Henriëtte de Lange, de huidige Ombudsman Pensioenen, over klachten van gepensioneerden en werknemers, en wat je moet doen als je er niet uitkomt met je pensioenfonds.

 

De meeste mensen hebben hun pensioen goed geregeld. Denken ze. Toch gaat het nog wel eens mis. Je krijgt een lager pensioen uitbetaald dan gedacht. Je pensioenopbouw stokt, zonder dat je het weet, omdat je na een ongeluk opeens niet meer kunt werken. Of de partner blijkt onverwacht helemaal geen recht te hebben op nabestaandenpensioen, omdat er nooit een samenlevingscontract was afgesloten. Dat zijn nare kwesties, met grote gevolgen. In dit soort gevallen staat het pensioenfonds volgens de regels vaak in zijn recht, maar is de werknemer of de gepensioneerde niet of onvoldoende ingelicht. Dan kun je een klacht indienen. En als dat ook tot niets leidt? Dan kun je gratis naar de Ombudsman Pensioenen stappen. Die gaat dan - als het kan - bemiddelen, zoekt naar een oplossing en probeert partijen dichter bij elkaar te brengen.  

 

Waardig oud worden

Die Ombudsman is Henriëtte de Lange. Een bevlogen pensioenjurist die al 25 jaar met veel plezier in de pensioensector werkt. Ze houdt kantoor in Den Haag, in het gebouw van de SER. Haar leidraad is de uitspraak die ze ooit hoorde tijdens een congres over Pensioenen: “Een pensioen draagt bij aan waardig oud worden.” Daar voegt ze aan toe: “Met een goed pensioen houd je de regie over je leven. Ook als je niet meer kunt werken.”

De Lange is naar eigen zeggen erfelijk belast met haar grote belangstelling voor pensioenen. Haar vader was hoogleraar Pensioenrecht, als kind kreeg ze al mee hoe belangrijk pensioen is. “Lang geleden zorgde de kerk voor je, of je kinderen. Nu moet je voor je oude dag zelf je broek ophouden.”

 

Informeer werknemers op tijd

Veel werknemers hebben weinig interesse in hun latere pensioen. Dat is iets ‘voor later’. De meeste mensen gaan er pas over nadenken als hun pensioen in zicht komt. De Lange: “Ik heb dat altijd onbegrijpelijk gevonden. Als de benzineprijs drie cent omhooggaat, wordt iedereen al zenuwachtig. Maar over wat je iedere maand bijdraagt aan je pensioenuitkering, wat je opbouwt voor later, daar hebben mensen zelden zicht op. Ze zijn er niet mee bezig.” Ze vindt dat pensioenfondsen en verzekeraars hun deelnemers beter moeten informeren. Net zo goed als werkgevers: “Die kunnen bijvoorbeeld uitleg geven bij belangrijke momenten in het leven van hun werknemers. Zodra ze gaan samenwonen of scheiden, ontslagen worden, langdurig ziek worden of arbeidsongeschikt raken, noem maar op. Stuk voor stuk gebeurtenissen die impact kunnen hebben op je pensioenuitkering. Daar moet je die werknemers tijdig bewust van maken. Maar dat gebeurt in mijn ogen nog veel te weinig.”

 

Top 3 klachten

De Ombudsman Pensioenen krijgt jaarlijks meer dan 900 pensioenklachten binnen. Daarvan neemt De Lange een kleine twintig procent in behandeling, de rest van de klagers blijkt al geholpen met een goede uitleg of moet eerst de klachtenprocedure bij fonds of verzekeraar doorlopen. Komt daar niks uit, dan kunnen ze alsnog naar de Ombudsman Pensioenen. Waar krijgt De Lange de meeste klachten over? Ze noemt haar top 3: “Onduidelijkheid over de hoogte van het pensioen, over het partnerpensioen en over pensioenopbouw bij arbeidsongeschiktheid.”

 

Weinig bekendheid

De Ombudsman Pensioenfondsen is na 25 jaar bij weinig mensen bekend. Is dat omdat er geen klachten waren? Of omdat die al waren opgelost door het pensioenfonds of de -uitvoerder? “Nee hoor, was dat maar waar,” zegt De Lange beslist. “De pensioenfondsen, verzekeraars en uitvoerders zouden hun deelnemers beter moeten uitleggen hoe hun klachtenprocedure werkt. En op welk moment iemand naar de Ombudsman Pensioenen kan stappen. Dat gebeurt veel te weinig. Ik werd laatst geïnterviewd door het magazine Plus. Prompt daarna kreeg ik verschillende reacties van lezers. Er was niet geluisterd naar hun pensioenklacht; ze verzekerden mij dat ze ‘helaas nog nooit van een Ombudsman Pensioenen hadden gehoord’. Anders hadden ze zich wel bij mij gemeld.”

 

De Lange heeft de mogelijkheid om, als een pensioenfonds of -verzekeraar in haar ogen fout zat en niet in beweging is gekomen, haar advies te publiceren. Dat werkt blijkbaar, want met die stok heeft ze nog niet hoeven slaan: “Geen enkele partij in de pensioensector vindt het leuk om op zo’n manier in de publiciteit te komen.” Nieuw is ook dat zij de eerste ombudsman is die onderzoek kan doen.

 

Juridisch juist, maar slechte communicatie

Hoe vult De Lange haar rol als Ombudsman Pensioenen in? “Ik ben er niet alleen puur voor de werknemer of de gepensioneerde, maar probeer partijen te helpen bij het vinden van een redelijke oplossing. Ik ben dus geen belangenbehartiger maar kijk als onafhankelijke bemiddelaar naar individuele klachten. Daarbij probeer ik de branche ook aan te geven wat ze kunnen verbeteren. Vaak heeft een pensioenfonds juridisch gelijk maar hebben ze niet helder of redelijk gehandeld. Of het is misgegaan in de communicatie richting de deelnemer. Ik vraag ze dan of ze de klager tegemoet kunnen komen. Hetzij met een gebaar, hetzij met een financiële tegemoetkoming.” Het ene pensioenfonds blijft op z’n strepen staan en redeneert: je hebt nergens recht op als het niet in ons reglement staat. Maar het andere fonds luistert wel degelijk naar De Lange: “Die betalen dan een schadebedrag terwijl ze juridisch goed zaten, maar toegeven dat ze onhandig hebben gecommuniceerd.”

  • Klachten over de uitvoering
    De aanleiding voor de oprichting van de Ombudsman Pensioenen, in 1995, was een groenboek van de Europese Commissie. Dat ging over hoe consumentengeschillen, ook over pensioenen, beter opgelost kunnen worden. Het leidde in een aantal landen tot de geboorte van een Ombudsman Pensioenen: een onafhankelijke partij die klachten en geschillen over de uitvoering van een pensioenreglement behandelt. De Ombudsman Pensioenen behandelt geen klachten over de inhoud van een pensioenreglement, maar buigt zich alleen over meningsverschillen over de uitvoering van dat reglement.

Volgende publicatie:
“In de praktijk zal ons pensioen waarschijnlijk meer stijgen dan dalen”

“In de praktijk zal ons pensioen waarschijnlijk meer stijgen dan dalen”

Gepubliceerd op: 1 september 2020

“Het pensioensysteem was lastig vol te houden op de manier waarop we dat nu doen, met een rente die op nul staat. Daar is het systeem gewoon niet voor ingericht,” aldus Onno Steenbeek, Managing Director Strategic Portfolio Advice bij APG en hoogleraar aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. In een nieuwe podcast van Jort Kelder gaat hij in gesprek over het aanstaande pensioencontract.

 

In de AXA IM Bootcamp podcast, die op 1 september 2020 wordt uitgezonden, voelt Kelder een aantal experts aan de tand over het nieuwe pensioencontract. Behalve Onno Steenbeek werden ook Cees Harm van de Berg (Director Investment bij Willis Towers Watson) en Chris Iggo (Chief Investment Officer bij AXA IM) gevraagd om hun expertise te delen.

 

“Het valt me op dat Wouter Koolmees (Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, red.) het er vaker over heeft dat het pensioen omhoog kan, dan omlaag”, merkt Jort Kelder in de eerste tien minuten van de podcast op. Onno Steenbeek: “In de praktijk zal dat waarschijnlijk ook zo zijn, dat het vaker omhoog gaat dan naar beneden. Maar als je nu eerlijk bent, ook in de afgelopen jaren is het pensioen maar bij een paar pensioenfondsen substantieel naar beneden gegaan. Ja, dat komt omdat pensioenfondsen de pijn voor zich konden uitschuiven. Maar het is niet zo dat we nu naar een ‘casinopensioen’ gaan en dat we dáárom moeten gaan korten. Veel pensioenfondsen staan er beroerd voor, en die korting zal verwerkt moeten worden in de nieuwe pensioenen. Maar het is waar: We gaan nu naar een systeem waarbij meer risico’s bij de deelnemer worden gelegd”.  

 

Valse start
In het gesprek gaat Onno onder andere in op de link tussen het contract en mogelijke kortingen. “Als er een pensioenkorting komt, dan zal die geassocieerd worden met het nieuwe pensioencontract. Die kortingen zouden er ook zonder dit akkoord zijn gekomen, ze zijn onvermijdelijk. Maar het is wel een risico dat het een valse start is voor het nieuwe pensioencontract.”

 

Het verwerken van het nieuwe contract in de administratiesystemen blijkt een flinke kluif voor pensioenuitvoerders, zo stelt Onno. Maar daarna wordt die administratie wel eenvoudiger: “Er worden militaire operaties opgezet om binnen de uitvoeringsorganisatie alles klaar te maken voor die nieuwe werkelijkheid. Er is ons veel aan gelegen om ons aan die termijn van 5,5 jaar te houden” (1 januari 2026 moeten alle pensioenfondsen zijn overgestapt op het nieuwe contract, red.).

 

Vaag
Kan het Nederlandse pensioenstelsel met deze wijziging tot de beste drie stelsels van de wereld gerekend worden? Onno: “Andere landen verklaren ons totaal voor krankjorum dat we überhaupt iets veranderen. Maar het systeem was lastig vol te houden op de manier waarop we dat nu doen, met een rente die op nul staat. Daar is het systeem gewoon niet voor ingericht.”

Gevraagd naar de voor- en nadelen van het nieuwe pensioencontract: “We hebben de afgelopen tien jaar al meerdere akkoorden gesloten in de politiek, maar uiteindelijk bleek dat allemaal toch wat vaag te zijn. Nu ligt er echt iets wat concreter is, maar het is wel een stip aan de horizon. We moeten het hebben over de transitie ernaartoe, want er zijn nog heel veel vragen onbeantwoord.”

 

De AXA IM Bootcamp kun je hier terugkijken.

Volgende publicatie:
Wat betekent scheiden voor je pensioen?

Wat betekent scheiden voor je pensioen?

Gepubliceerd op: 28 augustus 2020

Na de scheiding heb je recht op een deel van het pensioen van je ex-partner. Op 1 januari 2022 treedt de nieuwe wet over de pensioenverdeling bij scheiding in werking. Wat gaat er veranderen?

Plus: 5 gouden pensioentips voor als je huwelijk strandt.

  

De wetgever werkt momenteel aan een nieuwe wet over de gevolgen van scheiding voor pensioenen. Belangrijkste geplande verandering: de ex-partner krijgt straks automatisch de helft van het pensioen over de huwelijksjaren toegewezen. Maar ook volgens de huidige wetgeving heeft de ex recht op de helft. Tenzij je het anders regelt.

 

Even rekenen

Harrie Alberti, juridisch medewerker bij APG, vat de huidige regels in hoofdlijnen voor ons samen: “Als partners gaan scheiden wordt het pensioen van de deelnemer – degene die het pensioen opbouwt – verdeeld. De ex-partner heeft recht op de helft van het pensioen van de deelnemer dat tijdens het huwelijk is opgebouwd. Ouderdomspensioen dat voor en na het huwelijk is opgebouwd, wordt niet verdeeld.”

 

Hij geeft een eenvoudig rekenvoorbeeld:

  • Het totale pensioen van de deelnemer is €20.000.
  • Hiervan is €15.000 tijdens het huwelijk opgebouwd.
  • De ex-partner krijgt dan de helft van €15.000 = €7.500.
  • De deelnemer krijgt €7.500 + €5.000 = €12.500.

De ex-partners kunnen die verdeling door het pensioenfonds laten uitvoeren mits zij dat binnen twee jaar na de echtscheiding aanvragen, legt Alberti uit. “Ook kunnen zij afspreken om het pensioen niet te verdelen of een andere afspraak maken.” Voor het partnerpensioen geldt: “Als degene die het pensioen heeft opgebouwd overlijdt, dan krijgt de ex-partner recht op een partnerpensioen dat tot aan de scheiding is opgebouwd. Dit deel van het opgebouwde partnerpensioen valt niet meer toe aan een eventuele nieuwe partner.”

 

Nieuwe wet 2022

Vanaf 1 januari 2022 moet de nieuwe wet in werking treden. Alberti zet de belangrijkste wijzigingen op een rij:

  • De verdeling van de tijdens het huwelijk opgebouwde pensioenen gaat voortaan automatisch. Daarvoor is geen actie meer nodig van de ex-partners.
  • Na de verdeling krijgt de ex-partner van degene die het pensioen heeft opgebouwd een eigen recht op pensioen. Hij/zij kan dan zelf bepalen wanneer het pensioen ingaat. Dat is anders dan de huidige situatie, waarin de deelnemer bepaalt wanneer zijn/haar pensioen ingaat en de ex-partner dan een deel krijgt van dat (ouderdoms-)pensioen.
  • Zowel voor het ouderdomspensioen als voor het partnerpensioen geldt dat alleen de opbouw tijdens de huwelijkse periode gelijkelijk wordt verdeeld. Op dit moment geldt dat alleen voor het ouderdomspensioen. Het partnerpensioen dat tot aan einde huwelijk is opgebouwd, valt nu volledig toe aan de ex-partner.

Kijk hier voor meer info over deze wetswijzigingen.

 

Ondergeschoven kindje

Ondanks het belang van een goede afwikkeling, is het pensioen vaak een ondergeschoven kindje bij echtscheiding, ziet mediator en financieel echtscheidingsadviseur Corrien Roche, eigenaar van Roche Scheidingsdeskundigen. “Veel mediators/advocaten vinden het te ingewikkeld, waardoor het niet of nauwelijks besproken wordt. Maar het kan om heel veel geld gaan. Naast het huis, kan het pensioen het grootste vermogensonderdeel zijn.”

 

De wet VPS (verevening pensioenrechten bij scheiding) regelt dat het ouderdomspensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd, bij een scheiding gelijk wordt verdeeld: 50-50. Maar dat hoeft niet per se op die manier, aldus Roche. “De meeste mensen kiezen daarvoor, vaak vanwege gemak of onvoldoende kennis van de andere opties. Je kunt echter ook het gehele pensioen bij degene laten die het minste pensioen heeft opgebouwd, en het pensioen van de ander volgens een ander percentage verevenen.” 

Slimme oplossingen

Ook een groot leeftijdsverschil tussen beide partners vraagt een andere aanpak dan wanneer dat verschil gering is, zegt pensioenconsultant Eric de Bruijn van edb.pensioen.nl. “Bij een groot leeftijdsverschil moet de oudste van de twee op de pensioendatum een deel van het pensioen afstaan en nog wachten op het deel van de ex-partner. Hier zijn slimme oplossingen voor.”

De Bruijn: “De wet biedt mogelijkheden om af te wijken van de standaard. Benut die ook. De waarde moet op een juiste manier en ook objectief worden berekend. Dit vraagt maatwerk. Dat wil niet zeggen dat er voor elke situatie een bevredigende oplossing is. Maar laat je bijstaan door de advocaat of een adviseur.”

 

Veel keuzen

In de ervaring van De Bruijn leidt samenwerking tussen de echtelieden regelmatig tot een voor beiden bevredigende oplossing. “Er zijn heel veel keuzen. Soms kun je over en weer afzien van elkaars pensioen, bijvoorbeeld als dat van beiden vrijwel gelijk is. Dit vraagt wel om zorgvuldige begeleiding. Of de ex-partner mag in het huis blijven wonen in ruil voor het afzien van pensioen van de ander. Zo'n stap heeft ook fiscale consequenties.” Het is daarbij wel belangrijk om te checken of de pensioenuitvoerder wil meewerken, adviseert hij. “Afwijken van de standaard kan vaak wel, maar niet elke uitvoerder is zo flexibel.”

 

Emoties

Bij een scheiding horen emoties. Juist dan moeten mensen oppassen dat ze de juiste beslissingen nemen voor hun toekomst. Roche weet dat niet iedereen op dat moment zit te wachten op diepgravende gesprekken over financiën en/of pensioen. “Toch zijn mensen zich er wel van bewust dat zij nu een belangrijke beslissing nemen voor de toekomst. Ze vinden het fijn als ze daar stap voor stap in begeleid worden, zodat zij samen de goede keuzes kunnen maken.”

5 gouden pensioentips voor als je huwelijk strandt

 

  1. Lang voordat je met pensioen gaat, kun je al samen afspraken maken over de verdeling. Die leg je vast in een scheidingsconvenant.
  2. Breng je pensioenverstrekker binnen twee jaar na de scheiding op de hoogte van je afspraken, dan verdeelt het fonds het pensioen automatisch.
  3. ‘Conversie’ kan aantrekkelijk zijn. Dit is een volledige breuk met je ex-partner voor de verdeling van pensioenrechten bij echtscheiding. Je bent dan niet afhankelijk van de pensioengerechtigde leeftijd van je ex-partner.
  4. Niet elke situatie is hetzelfde. Kies een advocaat of adviseur voor maatwerk.
  5. Check voordat je aanpassingen overweegt wel eerst of je pensioenuitvoerder wil meewerken aan zulk maatwerk.

Volgende publicatie:
“Mensen weten allang dat hun pensioen belangrijk is”

“Mensen weten allang dat hun pensioen belangrijk is”

Gepubliceerd op: 24 augustus 2020

Blikken van Buiten  

Dat we nu ‘een inkomen voor later’ moeten regelen, weten we allemaal.  Maar dat betekent nog niet dat we er vandaag ook iets aan gaan doen. Want geen zin, te abstract, te ingewikkeld.

Hoe wordt pensioen dan wel boeiend? In de serie Blikken van Buiten werpen psychologen, gedragswetenschappers en marketeers een frisse blik op de valkuilen, kansen en uitdagingen. Aflevering 1: hoogleraar Gedragsverandering en Maatschappij aan de Radboud Universiteit Rick van Baaren.

 

Met verstandige argumenten bereik je weinig, stelt hoogleraar Rick van Baaren

 

Als er een ding is dat hoogleraar Gedragsverandering en Maatschappij Rick van Baaren heel zeker weet, is het dat mensen zich zelden door rationele argumenten laten overtuigen. En ze komen er al helemáál niet door in beweging. Zijn advies aan pensioenaanbieders is dan ook kort en krachtig: “Hou nou eens op met mensen aanspreken met rationele argumenten.” 

 

Wat Van Baaren pensioenaanbieders nog te vaak ziet doen, is zenden. “Het zijn hele duidelijke en verstandige boodschappen die in principe neerkomen op: let op mensen, je pensioen is belangrijk. In de hoop dat mensen dan denken: verrek, mijn pensioen is inderdaad belangrijk. Laat ik me er maar eens wat beter in gaan verdiepen. Maar zo werkt het niet.”

 

Waarom niet?

“Je vertelt ze niets nieuws. Mensen weten allang dat hun pensioen belangrijk is. En ze wéten dat ze zich er eigenlijk meer in zouden moeten verdiepen. Net zoals ze weten dat roken en ongezond eten niet goed voor je is. Maar dat je die kennis hebt, betekent nog niet dat je er ook naar handelt. De strategie van pensioenaanbieders lijkt nu nog vaak: als we mensen maar vaak genoeg op het hart drukken dat je verdiepen in je pensioen belangrijk is, dan valt het kwartje wel een keer. Maar dat is niet zo. Je vertelt mensen hooguit iets waar ze het toch al mee eens zijn. Daar komen ze niet van in beweging. Dat is ook het probleem met veel SIRE-campagnes.”

 

 

“Mensen denken vaak dat het met de toekomst wel goed komt”

 

 

Die doen het toch best goed? 

“Ja, ze spreken veel mensen aan. Omdat ze vaak iets zeggen wat we toch allemaal al vinden. Als je bijvoorbeeld zegt: het is slecht om hulpverleners aan te vallen, dan denken veel mensen die nooit hulpverleners aanvallen: nou inderdaad! Maar je zorgt er met zo’n campagne echt niet voor dat mensen die in bepaalde situaties wél een ambulance belagen in de heat of the moment ineens gaan denken: oh nee, het is slecht om hulpverleners aan te vallen. Ik doe het toch maar niet.”

 

Hoe moet het dan wel?

“Het begint met zelf goed je huiswerk doen. Als je het gedrag van mensen wilt veranderen – en dat is wat pensioenaanbieders willen – dan gaat daar altijd een grondige analyse aan vooraf. Heel kort samengevat: wat is het doelgedrag? Wat is het probleemgedrag? En dan moet je bekijken: waar komt dat probleemgedrag vandaan? Wat houdt het in stand? Wat zijn de weerstanden die mensen beletten om het doelgedrag te vertonen? Pas als je weet wat die weerstanden zijn, kun je gaan proberen om ze weg te nemen. En bij pensioenen zijn dat er helaas vrij veel.”

 

Noem er eens een paar?

“Het onderwerp pensioen staat voor veel mensen voor ‘later’ en dus voor ‘ver weg’. Daar komt bij: het is abstract, het is moeilijk, het mist voor veel mensen urgentie. En dan heb je nog het verschijnsel ‘optimisme bias’. Ofwel: dat mensen voor zichzelf de kans op positieve gebeurtenissen overschatten en de kans op negatieve gebeurtenissen onderschatten. Daardoor denken mensen vaak dat het met de toekomst wel goed komt. Bij elkaar zijn dat nogal wat weerstanden. Je zou kunnen zeggen: als het op gedragsverandering aankomt heeft de pensioensector zo’n beetje alles tegen.”

 

 

“Als het op gedragsverandering aankomt heeft de pensioensector zo’n beetje alles tegen”

 

 

Dus wat nu?

“Dat betekent niet dat je die weerstanden niet weg kunt nemen. Pensioenaanbieders zullen zich alleen heel goed moeten gaan verdiepen in hun doelgroep - nog beter dan ze nu ongetwijfeld al doen. Wie wil ik aanspreken? Wat houdt hen bezig? Welke zorgen hebben ze? Waar voelen ze zich door aangesproken? Welke weerstand ervaren ze om zich met hun pensioen bezig te houden? En vooral: hoe uit die weerstand zich? Want dat is ook weer per mens en per doelgroep verschillend.”

 

Wat zijn die verschillen?

“Grof geschetst onderscheiden we drie soorten weerstanden: reactance, ofwel opstandigheid, scepticism, ofwel scepsis en tot slot: inertia, ofwel passiviteit. Bij reactance voelen mensen zich bedreigd in hun autonomie’, waardoor ze opstandig worden. Dan moet je investeren in vertrouwen. Scepticism komt voort uit onzekerheid en ontstaat bijvoorbeeld door angst voor verandering of onbegrip over de materie. Dan moet je vooral laagdrempeligheid creëren en duidelijkheid scheppen. Inertia is de lastigste weerstand: mensen willen wel, maar ze ondernemen geen actie. Dan moet je zorgen dat je op de één of andere manier toch beweging en commitment creëert. Pas als je weet waar bij jouw specifieke doelgroep de weerstand zit, kun je die gaan aanpakken. Het lastige is: bij pensioenen speelt een combinatie van deze drie weerstanden mee.”

 

En wat is dan de oplossing?

“Ten eerste: realiseren dat er geen quick fix is. Een informatieve website gaat geen verschil maken. Pensioenaanbieders zullen zich echt grondig in het gedragsvraagstuk moeten verdiepen en gedegen analyses moeten doen, voor al hun verschillende doelgroepen, om tot goede oplossingen te komen. Maar die kun je niet zomaar even uit de losse pols bedenken. Dat vergt tijd, geld en energie, maar uiteindelijk is dat het waard. Want als je eenmaal weet hoe je jouw doelgroep in beweging kunt krijgen, zijn hele mooie, creatieve toepassingen mogelijk.”

 

 

“Als je weet hoe je jouw doelgroep in beweging kunt krijgen, zijn hele mooie, creatieve toepassingen mogelijk”

 

 

Geef eens een voorbeeld.

“Orgaandonorschap is één van de thema’s die net als pensioenen met vrijwel alle weerstanden te maken heeft. Toch is het in Brazilië gelukt om met een heel bijzondere campagne het aantal orgaandonoren drastisch omhoog te krikken. Namelijk: door in te spelen op de diepe liefde die Brazilianen voelen voor hun voetbalclub. De campagne speelde in op het idee dat je onsterfelijk kon worden en de liefde voor jouw voetbalclub kon laten voortleven in iemand anders. Doneren als een manier om onsterfelijk te worden, net zo onsterfelijk als de liefde voor je club. In het eerste jaar van de campagne was de wachtlijst vrijwel terug naar nul gebracht. Een prachtig voorbeeld van het overwinnen van inertia door het creëren van commitment. Mensen wisten rationeel al dat doneren belangrijk is, maar nu hadden ze er ook een gevoel bij, een drive die hen in beweging bracht. En dat maakt alle verschil.”

 

 

Volgende publicatie:
Dionne (28): "Ik beleg elke maand geld voor later"

Dionne (28): "Ik beleg elke maand geld voor later"

Gepubliceerd op: 20 augustus 2020

Zo denken jongeren over pensioen

 

Jonge werknemers (onder de 35) lijken minder om hun pensioenvoorzieningen te geven. Maar is dat wel zo? We vroegen het vier jongeren: Annelies (27), Job (33), Agnes (28) en Dionne (28).

 

“Ik denk al gauw: het zal wel kloppen”

 

Annelies Rijstenberg (27) laat haar pensioen beleggen met een hoog risico. Ze werkt sinds drie jaar als adviseur projectbeheersing en risicomanager bij phbm, een adviesbureau voor projecten op het gebied van infrastructuur en mobiliteit.

“Toen ik hier solliciteerde, hield ik me niet bezig met de pensioenregeling,” vertelt ze. “Ik zag het als iets vanzelfsprekends dat die er was. Dat het helemaal niet zo vanzelfsprekend is, wist ik niet.”

Eens in de zoveel tijd nodigt haar werkgever iemand uit om te komen vertellen over het pensioen. Nu weet Annelies er iets meer over, maar nog niet zo veel als ze zou willen. “De man die langskwam legde uit dat je kunt beleggen met een laag, middel en hoog risico en zei dat je als je jong bent nog niet veel te verliezen hebt omdat je nog niet zo veel pensioen hebt opgebouwd. Zodoende heb ik ervoor gekozen om het met maximaal risico te laten beleggen. Verder weet ik eerlijk gezegd niet wat het inhoudt. Ik ben blind op hem afgegaan. Het is zo abstract, ik denk al gauw: diegene heeft er verstand van, dus het zal wel kloppen. Nu ik dat zeg denk ik: lekker bezig, Annelies. Normaal wil ik juist van alles de risico’s weten, het is nota bene mijn werk.”

 

Lastig onderwerp

De vriend van Annelies heeft net een nieuwe baan zonder pensioenregeling. “Laatst hadden we het er samen over. Voor hem is het geen issue dat zijn nieuwe werkgever geen regeling heeft, maar hij had wel zoiets van: shit, wat nu? Hij is 32 en moet nu zelf zijn pensioen gaan regelen. Het is een lastig onderwerp. Het klinkt allemaal nog zo ver weg, maar de tijd gaat tegelijkertijd zo snel.

 

Na ons gesprek ben ik eens gaan kijken wat ik eigenlijk heb opgebouwd. Als ik zo door blijf werken ontvang ik later zo’n 2000 euro per maand, inclusief AOW. Dat is niet zo veel. En of er over veertig jaar nog AOW is, is ook nog maar afwachten. Het is allemaal best onzeker, daar komt het op neer. Hoe langer ik erover praat, hoe meer ik me realiseer dat ik er rammend weinig vanaf weet. Het voelt een beetje hetzelfde als bij mijn studieschuld. Daarbij dacht ik ook: ach, die betaal ik makkelijk af als ik werk, maar zo makkelijk gaat dat allemaal niet. Ons pensioen is ver in de toekomst, maar je kunt niet helemaal in het moment gaan leven, dan kom je jezelf later tegen. Ik wil me er echt meer in gaan verdiepen.”

 

 

“Pensioen voelt nog als een grotemensending”

 

Job Boodt (33) traint barista’s bij Bocca Coffee Roasters, een bedrijf dat koffie brandt en (voornamelijk) aan de horeca levert.

“Ik weet dat pensioen bestaat en hoe het ongeveer werkt, maar ik zou niet zo een, twee, drie kunnen opnoemen hoe het bij mij is geregeld, wat voor consequenties dat heeft en of ik mijn carrière en levensstijl daarop moet aanpassen,” zegt hij. “Pensioen voelt nog als een grotemensending, maar daar moet ik zo langzamerhand wel over gaan nadenken, realiseer ik me nu.”

 

Toen hij vier jaar geleden bij dit bedrijf terechtkwam, was de pensioenregeling voor hem wel het laatste waar hij aan dacht. “Deze baan is het resultaat van een carrièreswitch. Ik had al mijn pijlen erop gericht om bij een bedrijf terecht te komen waar ik zoveel mogelijk kan leren. Voor mijn levensgeluk vind ik de richting van mijn carrière en het bedrijf waar ik werk belangrijker dan dat ik precies weet hoeveel euro ik per maand krijg over zoveel jaar. Het is voor mij geen beslissende factor.”

 

Straks? Geen idee

Wat hij straks per maand krijgt, weet hij dan ook niet. “De laatste getallen die ik daarover heb gezien, stammen uit de tijd dat ik nog in de horeca werkte. Een paar tientjes per maand was dat toen of zo, dat zal inmiddels wel meer zijn, hoop ik. Ik heb geen idee eigenlijk. Over de dekkingsgraad van het pensioenfonds weet ik ook niets.

Ik krijg weleens mailtjes van ze, met informatie over mijn pensioen. Dan kijk ik, maar zie ik niet zo veel info waar ik wat aan heb. Het zal niet slecht zijn, denk ik dan. In Nederland is het allemaal zo goed geregeld. Misschien is dat een vals gevoel van veiligheid. Ik geloof ook weer niet dat het een enorme vetpot is straks.”

 

Leuk bedrag erven

Hij denkt dat zijn generatiegenoten veel minder bezig zijn met geld voor later dan vorige generaties. “Tegenwoordig zijn er meer mensen die een leuk bedrag zullen erven van hun ouders. Ik heb ook ouders die goed gewerkt hebben, ik weet dat er in ieder geval iets op me wacht als zij er niet meer zijn.”

Of hij in het vervolg wel op een al dan niet gunstige pensioenregeling zou letten bij het solliciteren? Dat hangt af van de baan, zegt hij. “Ik werk in een vrij specifiek veld, het is niet zo dat ik uit veel verschillende werkgevers te kiezen heb.”

 

 

“Zijn pensioenpotje is weg, ik heb nergens recht op”

 

Vrachtwagenchauffeur Agnes Visser (28) was nooit zo bezig met haar pensioen, maar sinds kortgeleden haar vriend overleed, weet ze hoe belangrijk het is om daar in ieder geval iets over vast te leggen.

Als je overlijdt voordat je pensioen ingaat, hebben je partner en kinderen in veel gevallen recht op een nabestaandenpensioen. Maar als je niet getrouwd bent of geregistreerd partners bent, moet je zelf je partner aanmelden bij je pensioenuitvoerder. In hun geval was dat niet gebeurd.

“Mijn vriend overleed plotseling aan een hartstilstand,” vertelt ze. “34 jaar was hij, dan ben je helemaal nog niet bezig met je sterfelijkheid. Dus nee, hij had niets geregeld in die zin. Hij werkte sinds zijn 18de als vrachtwagenchauffeur en had dus al heel wat jaren pensioen opgebouwd, maar dat is nu allemaal voor niets geweest. Hij kan er zelf niet van genieten en wat er in het potje zat gaat ook niet naar zijn ouders of naar mij. Omdat we niet getrouwd waren, heb ik nergens recht op. Het is gewoon weg. Dat is wrang: hij heeft daar wel jarenlang hard voor gewerkt.”

 

Belangrijk om bij stil te staan

Ze wil er andere mensen voor behoeden. “Ik merk in mijn omgeving dat heel veel mensen het niet weten, ik wist het ook niet. Dus als je samenwoont: zorg in ieder geval dat je een geregistreerd partnerschap hebt. Ik moet er nu nog niet aan denken, maar als ik in de toekomst ooit weer iemand ontmoet, komt er wel sneller wat op papier te staan met betrekking tot zulk soort dingen. Als je toch met je pensioen bezig bent, is het belangrijk om ook hierbij stil te staan.”

 

Zelf had ze lange tijd baantjes waarbij ze geen pensioen opbouwde. “Ik werkte vaak via uitzendbureaus en lette nooit zo op pensioen. Bij het solliciteren heb ik er nooit naar gekeken.”

Maar sinds drie jaar werkt ze als vrachtwagenchauffeur en bouwt ze wel pensioen op via haar werkgever. “Dat vind ik een heel geruststellende gedachte, dat je toch wat achter de hand hebt later. Tot nu toe heb ik niet heel veel opgebouwd, ik denk dat ik nu zo’n 400 euro per maand krijg. Dat is natuurlijk lang niet toereikend. Ik spaar wel. Niet zozeer voor mijn pensioen, maar ik wil een ruime spaarrekening hebben, waarmee ik kan doen wat ik wil. Een appeltje voor de dorst, dat kan nooit kwaad.”

 

 

“Ik beleg elke maand geld voor mijn pensioen”

 

Dionne Knooren (28) werkt sinds anderhalf jaar freelance als online marketeer en is eigenaar van het platform Ondernemen als een baas, waar ze onder andere over haar pensioen schrijft.

Hiervoor werkte ze bij een start-up, waar ze geen pensioen opbouwde. Ze is dus al een poosje zelf verantwoordelijk voor haar pensioen, en daar is ze heel bewust mee bezig. “Ik dacht: hoe kan ik het geld dat ik verdien duurzaam investeren voor de toekomst? Wat is handig, wat is wijsheid, hoe kan ik zorgen dat ik straks genoeg geld heb? Als freelancer kun je relatief veel verdienen, maar je moet ook veel zelf regelen, waaronder je pensioen. Ik ben me gaan verdiepen in de opties en risico’s van beleggen.”

 

In 2017 begon ze daarmee, heel klein nog, met 50 euro. Nu belegt ze elke maand wat geld. “Gemiddeld verdien ik per maand tussen de 8.500 en 10.500 euro. Zodra ik mezelf salaris geef, gaat er ook een deel naar de beleggingsrekening. Ik koop elke maand trackers (waarmee je, simpel gezegd, in één keer alle aandelen van een index zoals de AEX koopt, red.), waarin het risico gespreid is. Als ze straks veel meer waard zijn geworden, kan ik ze verkopen en heb ik op die manier een deel van mijn pensioen opgebouwd. Op dit moment heb ik zo’n 20.000 euro belegd. Ik streef ernaar elke maand 250 euro te beleggen, 100 euro per maand is mijn minimum.”

 

Investeren voor later

Ze kan het geld vaak eenvoudig missen. “Van het geld dat ik nu wegzet, voel ik helemaal niets. Ik hoef niet op een houtje te bijten en kan alle dingen doen die ik wil. Ik beleg alleen maar geld dat ik nu niet nodig heb.”

Naast haar beleggingspotje heeft ze een pensioenrekening en depositoladders, waarbij haar geld voor bepaalde tijd vaststaat tegen een hogere rente. “Elke drie maanden komt daar geld vrij, wat ik dan weer in een nieuwe deposito stop.”

 

Daarnaast heeft ze als investering voor later een appartement gekocht in Amersfoort én heeft ze een passief inkomen van 250 tot 450 euro per maand. “Ik heb twee eigen websites, blogs, en heb een e-book geschreven over Pinterest-marketing. Via advertenties en affiliate-marketing – waarbij ik een bedrag krijg als iemand via mij iets koopt – krijg ik geld binnen. Ik heb ook heel veel url’s gekocht, zodat ik het nog kan uitbreiden. Ik wil meerdere opties hebben. Mijn doel is om als pensioen straks 2.500 per maand te hebben, naast mijn AOW. En als het even kan wil ik wat eerder stoppen met werken.”

Volgende publicatie:
“Veel jonge werknemers balen van de pensioenafdracht”

“Veel jonge werknemers balen van de pensioenafdracht”

Gepubliceerd op: 20 augustus 2020

Waarom jonge bedrijven in vacatures niet over pensioen reppen

 

Bijna een miljoen mensen in loondienst bouwen geen pensioen op, en dat zijn voornamelijk jongeren onder de 35. Voor veel jonge werknemers is pensioen nog een ver-van-hun-bedshow. Waar voor de oudere generatie een goede pensioenregeling gold als een van de belangrijkste arbeidsvoorwaarden, lijkt dat nu niet meer het geval. In vacatures wordt nauwelijks nog gerept over het pensioen. Oók niet als er wel een goede oudedagsvoorziening wordt geboden.

 

“Als je fulltime in loondienst werkt, werk je gemiddeld een dag per week voor je pensioen”

 

Online supermarkt Crisp somt in een vacature voor een Commercial Analytics Manager de voordelen op van werken bij het bedrijf. “Een marktconform salaris met mogelijkheid tot het verkrijgen van een aandeel in Crisp.” “Gezellige vrijdagmiddagborrels, events en proeverijen.” “Een uitdagende omgeving met grote verantwoordelijkheden.” “De kans een bijdrage te leveren aan de bouw van een bedrijf dat het voedselsysteem in Europa gaat veranderen.” Het woord pensioen komt er niet in voor.

 

Bewuste keuze

En Crisp is daarin geen uitzondering. In personeelsadvertenties is het onbenoemd laten van de pensioenregeling de laatste jaren eerder regel dan uitzondering, zeker bij ‘jonge’ bedrijven. Bij startup Crisp is dat een bewuste keuze, zegt CFO Michiel Roodenburg, omdat de regeling nog in ontwikkeling is. “We bestaan nu twee jaar en zijn nog druk bezig met onderzoeken welke pensioenvorm het beste past bij ons bedrijf. We zijn ervan overtuigd dat pensioen een belangrijke manier is om onze ‘crispies’ te belonen en te motiveren en onze waardering uit te drukken, maar het is ook een complex onderwerp waar we goed over willen nadenken. Als je eenmaal een keuze hebt gemaakt voor een bepaalde pensioenregeling, herzie je die niet snel.” Ook als de regeling eenmaal rond is, denkt Roodenburg niet dat het onderwerp dan in vacatures aan bod zal komen. “Het leeft wel, maar we merken dat andere motivators groter zijn. De behoefte om een steentje bij te dragen aan een iets betere wereld bijvoorbeeld. En dat is iets waar wij erg voor staan. Dat vinden mensen belangrijk, net als een gevoel van inclusiviteit, lage ego’s, snel zaken kunnen oppakken met elkaar. In sollicitatiegesprekken wordt wel gevraagd naar onze pensioenregeling, maar niet veel. Vergeleken met andere retailbedrijven hebben wij een relatief jonge populatie. Voor hen is dat pensioen nog heel ver weg.”

 

Weinig interesse

Ook vervoerder FlixBus adverteert niet met een pensioenregeling, hoewel het die wel degelijk biedt. “We hebben een vrij jong team en merken dat zij er niet echt om geven,” zegt Jesper Vis, managing director Benelux. “Sterker nog: veel jonge werknemers balen van de pensioenafdracht. Die hebben dat geld liever direct op hun rekening.” In sollicitatiegesprekken wordt er door potentiële nieuwe werknemers ook nauwelijks naar gevraagd, zegt Vis. “Mensen die bij ons solliciteren, gaan er vaak vanuit dat het qua pensioenregeling wel goed zit. Het wordt gezien als iets vanzelfsprekends.”

 

Geen prioriteit, wel informatie

Bol.com biedt twee pensioenregelingen (het verplichte ‘basispensioen’ bij het bedrijfstakpensioenfonds Detailhandel en een excedentregeling voor werknemers met een hoger loon), maar benoemt die evenmin in vacatures. “In onze vacatures is natuurlijk maar beperkt ruimte,” verklaart woordvoerder Tamara Vlootman. “Vaak is dit niet het eerste waar mensen naar kijken bij een nieuwe baan, daarom staat het niet vooraan. Maar er is zeker informatie over en we nemen onze zorgplicht hierin serieus.” Op de website is wel meer te vinden over de pensioenen, en voordat ze in dienst treden krijgen kandidaten de gehele arbeidsvoorwaarden op papier, inclusief uitleg over de geboden regelingen.

 

Flexibiliteit even belangrijk

Arbeidsmarktdeskundige Fedde Monsma ziet met name in de sectoren horeca en detailhandel – sectoren met relatief veel jonge werknemers – dat pensioenen bijna niet aan bod komen in vacatures. En als het wel gebeurt, is dat heel summier. “Dan staat er wel ‘aangesloten bij pensioenfonds X’ of ‘regeling Y’, maar niet wat het betekent. Of dat iets van de laatste tijd is, vind ik lastig te zeggen. Pensioenen zijn altijd wel een ondergeschoven kindje geweest in vacatures. Terwijl het een belangrijke arbeidsvoorwaarde is waar je fors voor betaalt. Als je fulltime in loondienst werkt, werk je gemiddeld een dag per week voor je pensioen. Samen met je werkgever leg je rond de 20 procent van je brutosalaris in, dat is een boel geld.”

 

Monsma denkt dat de huidige generatie minder waarde hecht aan pensioen dan vorige generaties. “Geld blijft de primaire arbeidsvoorwaarde, maar je ziet dat twintigers en dertigers als ze ergens in dienst komen ook steeds vaker andere dingen even belangrijk vinden, zoals het flexibel kunnen indelen van hun werktijd. Dat is wel een verschuiving.”

 

Pensioen is niet vanzelfsprekend

In 2018 berekende het Centraal Bureau voor de Statistiek in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid hoeveel werknemers in loondienst geen pensioen opbouwen. Dat bleek 13 procent te zijn, wat neerkomt op 856.000 mensen. Vooral jongeren trekken aan het kortste eind. De helft van de werknemers zonder pensioen is jonger dan 35 jaar, schreef minister Koolmees destijds aan de Tweede Kamer. In 98 procent van de gevallen gaat het daarbij om kleine bedrijven met minder dan 10 werkzame personen.

 

Werkgevers hebben geen pensioenplicht, tenzij dat verplicht is gesteld door het pensioenfonds in de bedrijfstak. Het overgrote deel van de beroepsbevolking valt wel onder zo’n verplichtstelling en heeft dus geen keuze wat betreft pensioen. Ze bouwen automatisch pensioen op, en daarmee is het in de ogen van werknemers inderdaad een vanzelfsprekendheid geworden, beargumenteert Monsma. Terwijl zo’n pensioenregeling dus helemaal niet vanzelfsprekend is.

 

Ook eigen verantwoordelijkheid

Dat zeker 1 op de 8 werknemers in loondienst geen pensioen opbouwt is volgens Monsma een zorgelijke ontwikkeling, maar werkenden hebben daarin ook zeker zelf een verantwoordelijkheid, vindt hij. “Je moet goed kijken naar je arbeidsvoorwaardenpakket als je ergens werkt. Niet alleen voor nu, maar ook voor later. Ik vind het bijzonder dat wanneer mensen een koelkast, een huis of een auto kopen heel veel research doen – is-ie zuinig genoeg, groot genoeg, wat is de prijs? – maar als het over werk gaat, scannen ze de arbeidsvoorwaarden, zien ze met name het getal dat bij brutoloon staat en zetten ze hun handtekening bij het kruisje. Je moet als werkende wel weten wat de consequentie is van het niet hebben van een pensioen. Mensen die niets hebben geregeld en denken dat ze straks wel ergens pensioen krijgen uitgekeerd, zullen zichzelf tegenkomen als ze dan alleen AOW krijgen. Dat is geen vetpot.”

 

Benieuwd hoe jongeren erover denken? Lees hier de interviews met Annelies, Job, Agnes en Dionne.

Volgende publicatie:
Nu geboorteverlof, straks minder pensioen?

Nu geboorteverlof, straks minder pensioen?

Gepubliceerd op: 29 juli 2020

Net een zoon of dochter gekregen? Dan mag je als partner sinds 1 juli vijf weken extra verlof opnemen. Gedurende die periode neemt het UWV de loonbetaling over.

Een fijne optie dus. Maar hoe zit het met de pensioenopbouw: loopt die ondertussen gewoon door?

 

De vijf extra werkweken verlof zijn een mooie aanvulling op de vijf dagen geboorteverlof waar elke partner sowieso recht op heeft. Dit laatste verlof wordt volledig betaald door de werkgever. 

Voor de nieuwe verlofregeling gelden wel enige regels. Zo kunnen deze vijf weken pas ná het eerste geboorteverlof van vijf dagen worden opgenomen. Daarnaast moet je het verlof vier weken van tevoren aanvragen bij de werkgever en binnen zes maanden na de geboorte opnemen.

 

70 Procent doorbetaling

Tijdens het verlof neemt het UWV de loonbetaling over. Dat betekent een tijdelijke terugval in inkomen. Want het UWV betaalt 70 procent van het salaris, waarbij een maximum dagloon wordt gehanteerd. Voor veel werknemers kan dit dagtarief nogal eens afwijken van hun reële – hogere - dagloon. In sommige gevallen vult de werkgever deze uitkering overigens aan tot 100 procent.

 

En de pensioenopbouw?

Vijf weken voor je kind kunnen zorgen is natuurlijk een onbetaalbare ervaring. Even goed is het slim om alles van tevoren even goed uit te rekenen. Voor nu, straks en later. Want hoe zit het met de pensioenopbouw: loopt die tijdens die vijf weken gewoon door? Dit verschilt per pensioenregeling. Vaak kan de pensioenopbouw gedeeltelijk of vrijwillig worden voortgezet.

 

Nog meer verlof

In 2022 wil het kabinet de regeling betaald ouderschapsverlof verder verruimen. Op dit moment kunnen ouders 26 weken extra – onbetaald – verlof opnemen. Straks worden hiervan negen weken betaald, tegen 50 procent van het salaris. Dit verlof mag je tot acht jaar na de geboorte opnemen, maar doorbetaling vindt alleen in het eerste jaar plaats. De Kamer gaat hier na de zomer over stemmen.

 

Meer informatie over de Wet invoering extra geboorteverlof (WIEG) is te vinden op Rijksoverheid.nl

Volgende publicatie:
Pensioenpraat Nieuwsupdate week 31

Pensioenpraat

Gepubliceerd op: 29 juli 2020

Nieuwsupdate week 31

 

Waar praat Nederland over als het om pensioenen gaat? Van het nieuws uit het torentje in Den Haag tot de keukentafel in Drenthe: wij maken wekelijks de balans voor je op. Deze keer – uiteraard – de ontwikkelingen rondom het nieuwe stelsel.

 

Iedereen gaat erop vooruit

Nu ook de Tweede Kamer heeft ingestemd met de vervolgstappen, kunnen kabinet, werkgevers en werknemers het pensioenakkoord van 2019 verder uitwerken. Het nieuwe pensioenstelsel moet uiterlijk in 2026 volledig zijn ingevoerd. De nieuwe afspraken spitsen zich toe op de toekomstige pensioenregeling. Volgens minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken pakt die regeling straks voor iedereen goed uit.

Maar waar draaien de hervormingen ook alweer om? Een korte update.

 

Eerlijker voor jongeren en zzp’ers

Het grote verschil is dat in de nieuwe opzet niet de uitkering vaststaat, maar de ingelegde pensioenpremie. Dat is vooral voor jongeren goed nieuws. Zij bouwen nu verhoudingsgewijs minder pensioen op dan hun oudere collega’s, terwijl ze dezelfde premie betalen. Jongeren zullen straks meer profiteren van het beleggingsrendement van hun pensioenfonds.

Verder wordt uitgewerkt hoe zzp’ers beter pensioen kunnen opbouwen. Het is de bedoeling dat ze zich vrijwillig kunnen aansluiten bij een pensioenfonds in hun sector.

 

Meer risico’s maar ook meer zekerheid

In de nieuwe regeling gaat het rendement op beleggingen vrijwel direct naar de pensioenen zelf, in plaats van naar een financiële buffer voor slechte tijden. Dat heeft ook een keerzijde: als de economie tegenzit, kunnen de pensioenen eerder worden verlaagd. De risico’s voor de deelnemers worden dus groter. Werkgevers krijgen echter meer zekerheid, doordat ze precies weten welke premie ze moeten betalen.

 

Geen gedoe meer over dekkingsgraden

Het grote voordeel van de nieuwe opzet is dat er geen discussie meer is over de (lage) rekenrente, waartegen vaste pensioenen moeten worden berekend. Er is straks ook geen sprake meer van een dekkingsgraad die continu daalt en stijgt met de economische ontwikkelingen.

 

Hoe zit het met opgebouwde pensioenrechten?

Het kabinet, de werkgevers en werknemers hebben afgesproken dat al opgebouwde pensioenrechten worden samengevoegd met de aanspraken die onder de nieuwe regels worden opgebouwd. Hoe dat gebeurt, moet nog worden uitgewerkt. Dat geldt trouwens ook voor de vergoeding voor oudere werknemers, die straks minder pensioen gaan opbouwen.

 

Kortingsdreiging nog niet voorbij

Er moeten nog afspraken komen over de omgang met de lage dekkingsgraden (de verhouding tussen het geld dat fondsen in kas hebben en het geld dat ze nodig hebben om de pensioenen te kunnen uitbetalen) die veel pensioenfondsen op dit moment hebben. De kans dat pensioenen tussentijds worden verlaagd bestaat nog steeds.

 

AOW-leeftijd stijgt minder snel

De AOW-leeftijd gaat vanaf 2024 langzamer omhoog. In plaats van 12 maanden stijgt deze dan nog maar acht maanden voor elk jaar dat we – gemiddeld - naar verwachting ouder worden.

 

Voorlopig geen indexatie

Inflatiecorrectie van de pensioenen zit er de komende jaren nog niet in. Zolang het huidige pensioenstelsel van kracht is, blijven kortingen mogelijk, aldus minister Koolmees in een interview met het Algemeen Dagblad. Hij wijst erop dat veel pensioenfondsen door de huidige lage rente tot 20 procent onder de vereiste dekkingsgrens van 110 procent zitten. Pas daarboven is indexatie mogelijk.

Gepensioneerden vrezen forse pensioenverlagingen in de overgangsperiode naar het nieuwe pensioenstelsel. Ouderenorganisaties willen daarom een overgangsregime dat de kans hierop verkleint.

 

 

Volgende publicatie:
De lump sum: 10 procent pensioen in één keer, opnemen of oppotten?

De lump sum: 10 procent pensioen in één keer: opnemen of oppotten?

Gepubliceerd op: 29 juli 2020

Wat doe je als je ineens 10 procent van je pensioen op je bankrekening gestort krijgt? Die vraag gaan veel Nederlanders zich stellen als zij straks in één keer een deel van hun opgebouwde vermogen kunnen opnemen.

 

Het nieuwe pensioenakkoord treedt waarschijnlijk vanaf 1 januari 2022 in werking. Een van de veranderingen hierbij is dat mensen tot 10 procent van hun opgebouwde vermogen in één keer mogen opnemen als zij met pensioen gaan. Deze zogenaamde lump sum geeft pensioendeelnemers meer kans om eerder te genieten van hun vrije tijd. Meer keuzevrijheid brengt ook meer vragen met zich mee. Kies je bijvoorbeeld voor het opnemen van een lump sum, dan gaan je toekomstige pensioenuitkeringen omlaag. En wie weet hoe we er over een paar jaar financieel of qua gezondheid voorstaan?

 

Wereldreis

Bart Kuijpers, senior researcher bij APG Asset Management, onderzocht hoe mensen het beste worden geholpen bij die keuzes. Voorop staat volgens hem dat er helder wordt gecommuniceerd over deze belangrijke verandering. Want kiezen voor een lump sum nu heeft grote gevolgen straks. “Je kunt het geld gebruiken voor het aflossen van de hypotheek of zelfs voor een wereldreis. Dat is mooi, zolang dit later maar niet leidt tot een te lage pensioenuitkering. Want als je te veel uit de pensioenpot opneemt, heb je later misschien niet meer je gewenste levensstandaard. Sommige deelnemers kunnen het zich veroorloven, voor andere is het beter om níet voor de lump sum te kiezen.”

Kuijpers kan zich voorstellen dat deelnemers met een mindere gezondheid eerder voor een bedrag ineens kiezen. Hetzelfde geldt voor mensen die geld willen schenken aan hun (klein)kinderen. “Deelnemers met een goede gezondheid en geen onmiddellijk bestedingsdoel zullen minder snel voor een lump sum kiezen. Zij zijn meer gebaat bij een hogere pensioenuitkering op de langere termijn.”

 

Handige tools

De keuze voor een lump sum is voor iedere deelnemer inderdaad heel anders. We hebben tenslotte allemaal andere financiële behoeften en mogelijkheden. Juist daarom is het zo belangrijk dat mensen de juiste informatie krijgen. Die vinden ze volgens Kuijpers in eerste instantie bij portalen als mijnpensioenoverzicht.nl en de mijn-omgevingen van pensioenfondsen. Voor adviezen op maat zijn er verschillende financiële planningtools, zoals Helder Overzicht & Inzicht. “Met deze tools kun je straks eenvoudig zelf de impact van een lumpsum op je toekomstige pensioenuitkering zien,” zegt Kuijpers. “Natuurlijk kun je dat ook combineren met een persoonlijk gesprek met een pensioenadviseur - altijd een aanrader.”

 

Verstandige Britten

Voor Nederland mag de lump sum nieuw zijn, in bijvoorbeeld Groot-Brittannië hebben ze er al vijf jaar ervaring mee. De Britten mogen van de fiscus een uitkering tot zelfs 25 procent van het pensioenvermogen opnemen. Kleinere pensioenvermogens worden er meestal ineens opgenomen, bij grotere vermogens nemen mensen vaak geleidelijk op, weet Kuijpers. “Veel deelnemers volgen de geboden standaardoptie van geleidelijke opname of kiezen voor een lump sum. Jongere deelnemers kiezen vaker voor een lump sum, waarschijnlijk omdat ze daarmee vóór pensioendatum eerder of gedeeltelijk kunnen stoppen met werken.”

De Britten gebruiken hun lump sum vooral om te sparen (32 procent) of te beleggen (20 procent), maar ook voor woningverbetering, auto of vakantie (25 procent), of voor het aflossen van schulden (14 procent). Kortom, voor het merendeel verstandig gebruik. “Er zijn wel voorbeelden van het verbrassen van de lump sum om vervolgens een beroep te doen op de bijstand, maar dit komt niet op grote schaal voor.”

 

Nu of straks?

Met het woord verbrassen, raken we een gevoelig punt: in hoeverre zijn mensen in staat om verstandige financiële keuzes voor hun toekomst te maken? Níet, is de conclusie van gedragswetenschapper Dan Ariely. Bij het verschijnen van zijn boek Geld en Gedrag (2018) zei hij in Trouw: “Helaas zitten we zo in elkaar dat we veel minder op hebben met ons toekomstige dan met ons huidige ik, dat we geld liever uitgeven dan opsparen.”

Het omgekeerde gebeurt echter ook wel. Kuipers weet dat Australiërs, bij gebrek aan levenslange uitkeringen, het pensioenvermogen vaak (te) voorzichtig aanspreken uit angst voor een arme oude dag. Hij ziet verder dat de meeste deelnemers in andere landen hun geld verstandig besteden. “Er zijn altijd uitzonderingen, vandaar ook dat de lump sum in Nederland is gemaximeerd op 10 procent en alleen mag worden opgenomen op de pensioendatum.”

 

Positieve ontwikkeling

Het blijft lastig om mensen ervan te overtuigen zich tijdig te verdiepen in hun pensioen, dat is bekend. Meestal gaan we er pas later over nadenken. Voor de lump sum is dat latere bewustzijn iets minder erg, legt Kuijpers uit. “De lump sum kan toch alleen maar op de pensioendatum worden opgenomen. En hoewel we adviseren om het niet tot het laatste moment uit te stellen, heeft het ook weinig zin om al jaren van tevoren te kiezen. Er kan immers voor je pensionering nog van alles veranderen in je leven, zoals verhuizing, ziekte of echtscheiding.”

De introductie van de lump sum kan als bijwerking krijgen dat deelnemers meer interesse gaan tonen in hun pensioen, denkt Kuijpers. “Ze krijgen immers iets meer zeggenschap over de uitkering ervan.” En dat is hoe dan ook een positieve ontwikkeling.

Volgende publicatie:
“Wie wil er nou niet de toekomst voorspellen?”

“Wie wil er nou niet de toekomst voorspellen?”

Gepubliceerd op: 29 juli 2020

Wie zijn de mensen die jou telefonisch te woord staan als je een pensioenvraag hebt? En wie zorgen ervoor dat je jouw pensioenoverzicht ieder jaar krijgt? Wat komt erbij kijken om ervoor te zorgen dat er straks voldoende geld is voor jouw pensioenuitkering? We nemen je even mee achter de schermen.

Caroline Bruls (30) is actuaris, ofwel de toekomstvoorspeller van het pensioenfonds.

 

Wat doet een actuaris in hemelsnaam?

“Als verzekeringswiskundigen houden mijn collega’s en ik ons onder meer bezig met de uitkeringen die een pensioenfonds moet doen. Zo berekenen we de premie die nodig is voor volgend jaar. We bekijken bijvoorbeeld hoeveel mensen pensioen gaan opbouwen. En we gaan na hoeveel er met pensioen gaan, hoeveel pensioen ze krijgen en of ze partners als potentiële nabestaanden hebben. De uitkomsten hiervan zetten we af tegen hoeveel geld het fonds beschikbaar heeft. Zo komen we uit op de dekkingsgraad. Zolang die tenminste honderd procent is, kan een pensioenfonds tot in de verre toekomst de pensioenen blijven betalen.”

 

Heb je er altijd van gedroomd om actuaris te worden?

“Nee, ik ben er een beetje ingerold. Ik wist eerst niet eens precies wat het was. Pas tijdens een tweejarig starterstraject bij APG liep ik er tegenaan. Het beviel me meteen goed. Inmiddels doe ik dit werk al vijf jaar. Hiervoor studeerde ik. Eerst economie, vervolgens econometrie. Daarna heb ik een post-doctorale opleiding actuariaat gedaan.”

 

Waar ben je vooral druk mee?

“We ontwikkelen rekenmodellen voor toekomstige uitkeringen. Dat doen we aan de hand van veronderstellingen voor de risico’s die het pensioenfonds loopt. Hoe lang leven mensen doorgaans, is er een partner en zijn er jonge kinderen? Verder gebruiken we statistieken om de kans op overlijden en arbeidsongeschiktheid in te schatten. En we checken achteraf ook of onze aannames correct waren.”

 

Is dat niet saai?

“Nee, dat is het allesbehalve. Wij proberen de toekomst te voorspellen in een steeds veranderende wereld, en wie wil dat nu niet? Mensen denken misschien dat we nog steeds zitten te zwoegen met papier en rekenmachine. Maar door de technologische vooruitgang en de beschikbaarheid van alsmaar méér data, kunnen we steeds snellere en geavanceerdere rekenmodellen maken. Hierdoor kunnen we veel uitgebreidere risicoanalyses doen en onze opdrachtgevers meer inzicht geven. Maar als actuaris moet je natuurlijk wel van cijfers houden.”

 

En jij bent dol op cijfers?

“Ik vind rekenen, het bedenken van oplossingen en het overbrengen van informatie heel leuk. En dat we pensioenfondsen direct informatie leveren waarmee zij hun beleid kunnen bepalen.”

 

Wat merkt de deelnemer van het actuarissenwerk?

“Wij rekenen uit hoe hoog de pensioenpremie moet zijn. En we calculeren de dekkingsgraad. Die geeft aan of er ruimte is voor indexatie, of dat pensioenen juist moeten worden verlaagd, en met hoeveel. Voor verlaging en de maximale compensatie voor inflatie zijn er overigens wettelijke regels.”

 

Hoe ver kijk je in de toekomst?

“De pensioenfondsen moeten een levenslange uitkering garanderen. Ook als mensen meer dan honderd jaar oud worden. Daarom proberen we tot wel honderd jaar in de toekomst te kijken.”

 

Hoe weten jullie hoe oud deelnemers worden?

“We gebruiken de voorspelling van de gemiddelde levensverwachting van de Nederlandse beroepsvereniging van actuarissen en gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek.  Op dit moment leeft de Nederlander die nu met pensioen gaat nog zo’n twintig jaar. Maar wij passen die informatie specifiek aan per pensioenfonds op basis van gegevens in onze eigen administratie. Want de ambtenaren van het ABP blijken zo’n drie jaar langer te leven dan het landelijk gemiddelde als ze met pensioen gaan. Bouwvakkers bij pensioenfonds BpfBouw zitten ongeveer op het gemiddelde.”

 

Rekenen jullie ook de individuele pensioenuitkeringen uit?

“Nee, maar wij calculeren wel de basis voor de afzonderlijke uitkeringen. Het computersysteem berekent de individuele pensioenen.”

 

Wat is de grootste uitdaging in je werk?

“Om de verre toekomst te voorspellen, met behulp van veel wiskunde en statistiek. En om de uitkomsten vervolgens uit te leggen aan het bestuur van een pensioenfonds. Dat geldt ook voor de effecten op de dekkingsgraad en de pensioenpremie als een bestuur zijn beleid wil aanpassen. Of als werkgevers en werknemers een pensioenregeling willen veranderen.

Het leukste vind ik het als het lukt om die informatie goed over te brengen. Als zij hun beslissingen kunnen nemen met behulp van onze gegevens. Het maakt me ook blij als ik het gezicht van collega’s zie oplichten, en ze zeggen: ‘Nu snap ik het.’”

 

 

Volgende publicatie:
Hoe bouw je als zzp’er pensioen op?

Hoe bouw je als zzp’er pensioen op?

Gepubliceerd op: 17 juli 2020

Patroesjka Zuurhout, strategisch productontwikkelaar bij APG, geeft tips. En hoe komt het eigenlijk dat veel ZZP’ers (nog) niet bezig zijn met een pensioenregeling? Haar column werd vandaag gepubliceerd op Intermediair.nl

 


 

Als zzp’er kun je het best snel beginnen met pensioen opbouwen

Het aantal zzp’ers nam de afgelopen jaren continu toe. In 2019 telde Nederland er 1,1 miljoen. Tel je ook degenen mee die als zzp’er bijverdienen, dan wordt dit aantal nog hoger. Veel zzp’ers zijn hard getroffen door de coronacrisis. Logisch dus, dat hun aandacht nu vooral gericht is op het ‘dagelijks brood’. Een pensioen is dan van latere zorg.

 

Toch is het slim om wél aan ‘later’ te denken. Want hoe vroeger je begint met sparen, hoe langer de inleg kan renderen. Zo voorkom je niet alleen een terugval in inkomen; het betekent ook dat er simpelweg minder inleg nodig is om het gewenste pensioen te bereiken.

 

Maar hoe bouw je zo’n pensioen op? Sparen, beleggen, de hypotheek (extra) aflossen of de onderneming verkopen zijn enkele mogelijkheden. Je mist dan echter de belastingvoordelen die specifieke pensioenoplossingen wel bieden.

 

Soms zijn die voordelen trouwens wel voorhanden. Bijvoorbeeld als je een vast dienstverband beëindigt. In sommige gevallen is het dan mogelijk om de pensioenregeling van je ex-werkgever vrijwillig voort te zetten. Wettelijk mag dit zelfs tien jaar lang.

 

Zijn er ook opties voor een aanvullend pensioen mét belastingvoordelen die voor álle zzp’ers toegankelijk zijn? Ja. Denk aan lijfrentes en bankspaarrekeningen. Verder kun je profiteren van de Fiscale Oudedagsreserve (FOR). Dat betekent dat je een deel van de winst als pensioenreservering op de balans mag opnemen. Je moet dat geld natuurlijk wel echt hiervoor opzijzetten.

 

Alle mogelijkheden hebben uiteraard hun voor- en nadelen. Ga allereerst eens na hoeveel geld je nu kunt missen. En, nog belangrijker, wat je later nodig hebt. En wat wil je voor je nabestaanden regelen? Voorziet het pensioenproduct hierin? Wijzer in Geldzaken geeft voorlichting over pensioen voor zzp’ers: lees hier. Daarnaast wil je uiteraard een buffer hebben voor tegenvallers, ziekte en arbeidsongeschiktheid.

 

De goede voornemens zijn er vaak heus wel. Toch handelen de meeste zzp’ers daar niet naar. Die drempelvrees berust deels op onwetendheid – hoe en waar moet ik het regelen? – en deels op struisvogelgedrag. Gedragswetenschappers hebben de barrières haarfijn geanalyseerd. 1. Affect: niet willen denken aan oud zijn en stoppen met werken. 2. Present bias: uitstelgedrag. 3. Sociale vergelijking: anderen zijn hier ook niet mee bezig. 4. Complexiteit: het is moeilijk om opties en gevolgen goed te overzien.

 

Kortom, de drempels moeten hoognodig worden verlaagd. En het mooie is: dat gaat gebeuren. In het nieuwe pensioenakkoord komen zzp’ers ook aan bod. Recent werd meer bekend over de verdere uitwerking hiervan en het maatregelenpakket voor zelfstandigen. De verschillende sectoren gaan samen met sociale partners en zelfstandigenorganisaties onderzoeken hoe (meer) zzp’ers vrijwillig kunnen instappen in de pensioenregeling van de sector of organisatie waarvoor zij werken. Dit is een echte kans.

 

Het pensioenfonds voor de bouw (bpfBOUW) is bijvoorbeeld een van de aanbieders die een laagdrempelig pensioenproduct voor zzp’ers uitwerkt. Deelname hieraan is vrijwillig. Zo kun je als werknemer én als zzp’er pensioen opbouwen bij bpfBOUW.

Passende pensioenregelingen zijn er natuurlijk niet van de ene dag op de andere. Daar gaan nog wel wat experimenten aan vooraf, met de nieuwe wetgeving.

 

En van zzp’ers vraagt het ook een omslag in denken. Van ‘nu’ naar ‘later’. Van ‘afwachten’ naar ‘actie’. Om onbezorgde oudedagsvoorzieningen te kunnen realiseren, is draagvlak onder zzp’ers zelf immers wel een voorwaarde.

 


 

Patroesjka Zuurhout heeft een achtergrond in economie en bedrijfseconomie met een specialisatie in strategie, ondernemerschap en financiële economie. Als strategisch productontwikkelaar bij APG is zij verantwoordelijk voor de ontwikkeling van producten en diensten met betrekking tot inkomen voor later.

Volgende publicatie:
Goed stelsel, krappe planning

Goed stelsel, krappe planning

Gepubliceerd op: 24 juni 2020

Gerard van Olphen (APG) over uitwerking nieuwe pensioenstelsel

 

Op 12 juni hebben kabinet en sociale partners een onderhandelaarsakkoord gesloten over de uitwerking van het pensioenakkoord. Gerard van Olphen, voorzitter raad van bestuur APG, is positief over het akkoord: “De sterke punten van het oude stelsel blijven behouden.” Maar hij plaatst ook kanttekeningen. “Als uitvoerder hebben we minimaal twee jaar nodig om de zaken goed te regelen, en de vraag is of ons voldoende tijd gegeven is.” Daarnaast kan de zogeheten overgangsperiode waarin de fondsen kunnen overstappen naar het nieuwe stelsel, mogelijk tot verwarring leiden bij de deelnemer.

 

Afgelopen maandag zijn alle onderliggende stukken van de stuurgroep (een afvaardiging van kabinet en sociale partners) gepubliceerd door minister Koolmees. Daaronder bevindt zich ook de zogeheten hoofdlijnennotitie. Het is nu afwachten of de FNV 4 juli a.s. met het akkoord instemt. Zo ja, dan zal het kabinet het akkoord vaststellen en met een reactie komen.

 

In het nieuwe pensioenstelsel blijven de sterke punten van het huidige stelsel behouden. Dat is de grootste winst van de nieuwe afspraken, aldus Van Olphen: “We krijgen een stelsel waar we weer even mee vooruit kunnen: solidair en gericht op een fatsoenlijke oude dag.” Doordat de verplichtstelling blijft, wordt zo veel mogelijk voorkomen dat deelnemers met lege handen staan wanneer ze met pensioen gaan. Een ander belangrijk voordeel is dat het mogelijk blijft risico’s te delen, zoals een tegenvallend beleggingsrendement in een bepaalde periode. “Dat pensioensparen op collectieve leest geschoeid blijft, is goed nieuws voor deelnemers en werkgevers van de fondsen waarvoor wij werken. Door voor een grote groep deelnemers te beleggen, kan er een hoger pensioen worden behaald, tegen lagere kosten.”

 

In het akkoord is ook afgesproken dat opgebouwde pensioenaanspraken en -rechten in principe overgaan naar het nieuwe stelsel, het zogeheten ‘invaren’. Ook dat is goed, vindt Van Olphen. “APG is groot voorstander van invaren als standaardoptie omdat dit het nieuwe contract beter uitlegbaar en uitvoerbaar maakt. Bovendien versnelt dit het besluitvormingsproces.

 

Voldoende tijd nodig

 

Wel plaatst Van Olphen enkele kanttekeningen bij het tijdspad. Volgens de huidige afspraken moet het nieuwe pensioencontract uiterlijk 1 januari 2026 zijn ingevoerd. Om dat te realiseren zijn vanaf 1 januari 2022 vakbonden en werkgevers aan zet om de regeling aan te passen aan de nieuwe wetgeving.

 

Van Olphen: “APG heeft als uitvoeringsorganisatie tijd nodig voor het verwerken van de wijzigingen die het nieuwe contract met zich meebrengt. Dan moet je al snel rekenen op twee jaar. Als we afgaan op de hoofdlijnennotitie, dan maken we ons wel wat zorgen of daar genoeg tijd voor is uitgetrokken In de komende jaren zal er ongetwijfeld gediscussieerd worden over de regelingen, op nationaal wetgevingsniveau en aan de onderhandelingstafel van vakbonden en werkgevers. Ook daar zal direct en voortdurend toetsing moeten plaatsvinden: Is de regeling uitvoerbaar, en uitlegbaar?”

 

Mogelijkheden eerdere overgang onderzocht

 

Het is nog niet helemaal duidelijk hoe de overgangsperiode van het oude naar het nieuwe stelsel er uit komt te zien. De door Koolmees gepubliceerde stukken laten zien  dat sociale partners op een zelf gekozen moment de overstap kunnen maken, maar wel vóór 1 januari 2026. Aangezien de stuurgroep voordelen inziet van een eerdere overgang wordt onderzocht of die datum naar voren gehaald kan worden (bijvoorbeeld naar 2024). Daarvoor zullen wel de uitvoeringsrisico’s voldoende beheersbaar moeten zijn.

Van Olphen: “Het nadeel van een (lange) overgangsperiode is dat werknemers met korte dienstverbanden te maken kunnen krijgen met steeds wisselende pensioensystemen en wisselende compensatieregelingen. Dit is verwarrend en moeilijk uit te leggen. Een zo kort mogelijke overgangsperiode helpt om deze problemen te verkleinen. Uiteindelijk is het nieuwe stelsel een zaak van ons allemaal. Laten we het dan ook samen en zoveel mogelijk gelijktijdig doen.”

 

Anders communiceren over pensioen

 

De gemaakte afspraken betekenen ook dat het pensioen meer gaat meebewegen met voor- of tegenspoed op de financiële markten. Beleggingswinsten mogen eerder worden gedeeld, maar daar staat tegenover dat verliezen eerder moeten worden genomen.

Van Olphen: “In het nieuwe pensioencontract zit er een onzekerheidsfactor in zowel de opbouwfase als de uitkeringsfase. Hierdoor gaan de pensioenen eerder omhoog, maar ook eerder omlaag. Dat vraagt echt om een heel andere manier van denken en communiceren over pensioen. Het wordt dus nóg belangrijker om deelnemers mee te nemen en te betrekken bij hun financiële toekomst. Je wilt niet dat mensen voor verrassingen komen te staan. Voor de hele pensioensector en de wetgever is hier werk aan de winkel. Deelnemers moeten in staat gesteld worden om grip te krijgen op hun financiële toekomst.

Volgende publicatie:
Jaarverslag APG 2019: Terugkijken op een financieel sterk jaar

Jaarverslag APG 2019: Terugkijken op een financieel sterk jaar

Gepubliceerd op: 21 april 2020

Vandaag publiceren wij als APG ons jaarverslag over het jaar 2019. Hierin lees je hoe wij vorig jaar werkten voor acht pensioenfondsen, 22.000 werkgevers en via hen voor 4,7 miljoen mensen in Nederland. Voor APG gaat pensioen over mensen, over leven en over samen leven. Wij willen verschil maken zodat wij, onze ouders en onze kinderen een goed inkomen hebben, nu, straks en later. In ons jaarverslag 2019 staat hoe we daar het afgelopen jaar aan hebben gewerkt.

 

Kernpunten jaarverslag:

  • Groeiende tevredenheid onder deelnemers en pensioenfondsen
  • Meer mensen inzicht gegeven in inkomen voor later en hun pensioenvermogen
  • Financieel goed jaar: stijging omzet en lagere kosten per deelnemer
  • Hoog rendement, maar iets minder dan het gemiddelde in de benchmark
  • Inzicht en actie in pensioenadministratie door data-analyse

APG behaalde voor zijn pensioenfondsen en hun deelnemers over 2019 een rendement van 17,3% en een extra rendement van 56 basispunten. Tegelijkertijd slaagde APG erin om de gemiddelde prijs per deelnemer te verlagen naar €67,30. Daarnaast verleende APG aan 975.000 deelnemers inzicht in pensioenvermogen en aan 1.845.000 deelnemers inzicht in inkomen voor later. De omzet van APG bedroeg in 2019 €944 miljoen. Het netto resultaat kwam uit op €53 miljoen. APG behaalde over 2019 een sterke reputatiescore van 70,7.

 

Zekerheden in onzekere periode

 

Gerard van Olphen, voorzitter raad van bestuur APG: “Om stil van te worden. De maatschappij ziet zich in 2020 door het coronavirus geconfronteerd met een onwerkelijke situatie vol onzekerheid. Juist in zo’n onzekere periode is het van cruciaal belang dat er bepaalde zekerheden zijn waar mensen op kunnen rekenen: elektriciteit, water, licht, medische hulp. Maar ook de financiële infrastructuur, het betalingsverkeer, en dus ook het pensioen. Door dezelfde dienstverlening te bieden als altijd, dragen we bij aan het vertrouwen dat er in een situatie als deze nodig is in de maatschappij.

Door deze crisis is het nieuwe pensioencontract niet minder belangrijk geworden, maar wel minder urgent. Daar waar het kan, zullen we op de achtergrond zaken uitzoeken, alternatieven verkennen en varianten doorrekenen. Zodat, als de tijd daar is, we ook op dit vlak niet hebben stilgezeten.”

  • APG kan terugkijken op een financieel sterk jaar. Maar er gingen ook dingen mis door fouten in de pensioenadministratie. De lat moet hoger, aldus bestuursvoorzitter Gerard van Olphen en cfro Annette Mosman. Maar, zeggen ze in ‘Als de basis niet op orde is, verlies je het vertrouwen’, eerst is het alle hens aan dek om de gevolgen van de coronacrisis op te vangen. Lees hier het gehele interview. 

  • Bekijk hier het volledige APG Jaarverslag 2019. 

Volgende publicatie:
Kwaliteit pensioenuitvoering moet van Eredivisie naar Champions League

Kwaliteit pensioenuitvoering moet van Eredivisie naar Champions League

Gepubliceerd op: 20 april 2020

‘Als de basis niet op orde is, verlies je het vertrouwen’

 

APG kan terugkijken op een financieel sterk jaar. Maar er gingen ook dingen mis door fouten in de pensioenadministratie. De lat moet hoger, aldus bestuursvoorzitter Gerard van Olphen en cfro Annette Mosman. Maar eerst is het alle hens aan dek om de gevolgen van de coronacrisis op te vangen.

 

Ook de raad van bestuur van APG werkt thuis vanwege de coronacrisis. Net als bijna alle drieduizend andere medewerkers, die nu vanaf hun eettafel of vanuit hun zolderkamer het pensioen van 4,7 miljoen deelnemers (circa een derde van alle Nederlanders) verzorgen voor de acht aangesloten pensioenfondsen, waaronder ABP, bpfBOUW en SPW. Best bijzonder dat de omslag naar thuiswerken zo soepel is verlopen, blikken Gerard van Olphen en Annette Mosman - verantwoordelijk voor financiën, risicomanagement en data - via een videocall terug op de eerste weken.

 

Door de coronacrisis lijkt alles wat daarvoor gebeurde ineens ver weg. Toch is het de moeite om nog even stil te staan bij 2019. Het was een sterk jaar voor APG: de pensioenwaarde werd verder vergroot door goede financiële resultaten, een mooi beleggersrendement en lagere kosten. Maar er waren ook uitdagingen: zo presteerde APG als belegger iets minder goed dan het marktgemiddelde, gingen er dingen mis in de administratie van de pensioenen en moet APG een inhaalslag maken met de verduurzaming van de eigen bedrijfsvoering. Ook dit jaar is er werk aan de winkel dus.  

 

Allereerst de coronacrisis: hoe gaat APG daarmee om?

 

Gerard: ‘Allereerst zorgen we goed voor onze medewerkers, zowel in Nederland, als in Hongkong en New York. Zo ondersteunen we mensen maximaal bij het thuiswerken en zetten we extra in op interne communicatie. Daarbij hebben we begrip en aandacht voor de moeilijke situatie waarin sommige collega’s nu zitten, zoals het combineren van werk met zorg voor kinderen, mantelzorg of andere situaties. Daarnaast letten we extra op de gezondheid van onze mensen. We bieden ook extern onze hulp aan. Medewerkers met een zorgachtergrond kunnen in ziekenhuizen worden ingezet met behoud van loon. Verder hebben we namens de fondsen als eigenaar of verhuurder studentenhotels ter beschikking gesteld als noodhospitaal en ondersteunen we Noord-Italiaanse ziekenhuizen waarin we beleggen. Bovendien hebben we voor  onze klanten bijna negentig miljoen euro geïnvesteerd in corona-obligaties: de opbrengst wordt gebruikt voor bestrijding van de pandemie en de sociaaleconomische gevolgen ervan. Ook stellen we ons, in overleg met de aangesloten fondsen, coulant op naar bedrijven in probleemsectoren: die hoeven soms even geen of minder pensioenpremie of dividend te betalen.’

 

Veel Nederlanders zijn bang dat hun pensioen gekort zal worden.

 

Gerard: ‘Van tussentijds korten is geen sprake. Er wordt pas aan het einde van het jaar gekeken of dat nodig is. De dekkingsgraden van de pensioenfondsen zijn in het eerste kwartaal van 2020 gezakt door de dalende koersen en onrustige financiële markten, maar voor de kortingsbeslissing wordt niet gekeken naar de huidige lage stand.’      

Annette: ‘Pensioen is onzeker en onderhevig aan tal van invloeden die we zo goed mogelijk toelichten en uitleggen aan deelnemers. De groeiende onzekerheid over het toekomstig pensioen kunnen we dus niet wegnemen, maar we zorgen er wel voor dat de maandelijkse pensioenuitkeringen ook in deze onzekere tijd gewoon doorgaan. Mensen kunnen net als anders rekenen op hun inkomen en dat draagt bij aan rust en vertrouwen in de samenleving.’

 

Hoe kijken jullie terug op 2019?

 

Annette: ‘Financieel was het een goed jaar. Allereerst hebben we verzekeraar Loyalis verkocht, om  ons beter te kunnen richten op onze kernactiviteiten. Daardoor konden we een superdividend uitkeren aan de aangesloten fondsen, dat grotendeels terechtkomt in de pensioenpotten voor de deelnemers. Daarnaast steeg de omzet en hebben we de kosten verder weten te verlagen. Op die manier maximaliseer je de pensioenwaarde en laat je zo veel mogelijk van elke ingelegde euro aan de deelnemers ten goede komen. We kunnen zo ook meer investeren in de communicatie met deelnemers en werkgevers, waarvoor we een nieuw bedrijfsonderdeel hebben ingericht.’

 

Er gingen vorig jaar ook dingen mis: zo ontstond er negatieve publiciteit over fouten in de pensioenadministratie.

 

Gerard: ‘We hebben een aantal dingen gewoon niet goed gedaan. Zo bleek begin vorig jaar dat ruim 500 deelnemers van ABP jarenlang partnertoeslag hadden gekregen, terwijl ze daar geen recht op hadden. Soms moesten mensen ineens duizenden euro’s terugbetalen. Daar kwam veel kritiek op. We hebben ons vooraf onvoldoende gerealiseerd welke impact dit zou hebben op deelnemers en niet goed nagedacht over een rechtvaardige oplossing. Uiteindelijk heeft ABP de terugvordering stopgezet en kregen mensen het bedrag teruggestort. Overigens hadden ook 600 deelnemers juist te weinig toeslag gekregen: die hebben ze met terugwerkende kracht alsnog gehad. En dan bleken er nog 16.000 mensen te zijn die geen arbeidsongeschiktheidspensioen hadden aangevraagd, omdat ze niet wisten dat ze daar recht op hadden. Met die mensen hebben we toen meteen contact gezocht om ze erop te wijzen hoe ze dat pensioen alsnog konden aanvragen.’

 

Had APG niet eerder open moeten zijn over de fouten en de afhandeling daarvan? Nu moesten deelnemers ermee naar consumentenprogramma’s als Kassa en Meldpunt.

 

Annette: ‘De aangesloten pensioenfondsen zijn het gezicht en het aanspreekpunt naar de deelnemer. Wij moeten dus transparanter worden naar de betrokken pensioenfondsen over fouten, problemen met data en de mogelijke oplossing daarvan. Als zij tijdig weten dat er iets is misgegaan, kunnen ze proactief  erover communiceren met hun deelnemers en een oplossing zoeken. Zo voorkom je deels dat problemen bij Kassa terechtkomen.’ 

Gerard: ‘Het vervelende is dat de betrokken fondsen in de frontlinie komen te staan, wanneer wíj iets niet goed hebben gedaan. Als uitvoerder kunnen wij niet zelf bij Kassa gaan zitten, al zouden we dat misschien best willen om onze verantwoording te nemen. Er was bij Kassa bijvoorbeeld een echtpaar dat in een paar jaar tijd drie brieven had gekregen met een correctie. Dat doet afbreuk aan de geloofwaardigheid. Logisch dat mensen dan denken: Klopt het wel wat ze daar allemaal doen? Dat is best een worsteling. We moeten dit jaar kwalitatief echt een been bijtrekken.’

 

Wat doen jullie concreet om dit soort incidenten voortaan te voorkomen?   

 

Annette: ‘We leren ervan. Samen met de pensioenfondsen zijn we hard aan de slag gegaan met het verder vereenvoudigen van pensioenregelingen, systemen en aanvraagprocedures en we zijn bezig met het opschonen en verifiëren van data. We maken medewerkers ervan bewust dat de lat omhoog moet en we maken gebruik van nieuwe technologie om een volgende stap te kunnen zetten.’

Gerard: ‘De basis moet op orde zijn. Want als de pensioenadministratie niet blijkt te kloppen, verlies je het vertrouwen van mensen, hoe veel we ook investeren in deelnemerscommunicatie. Straks met het nieuwe pensioencontract komt de lat nóg hoger te liggen: dan moeten alle data correct en volledig zijn en naadloos aansluiten op die van UVW en Sociale Verzekeringsbank. We moeten onszelf dus echt opwerken van de Eredivisie naar de Champions League.’

 

Is het gezien de huidige crisis nog wel verstandig om een nieuw pensioencontract te sluiten dat het risico meer bij de deelnemer legt?

 

Gerard: ‘We gaan van een pensioengarantie naar een pensioenambitie: een inschatting van het toekomstig rendement. Het oude stelsel is niet langer houdbaar, maar in het nieuwe stelsel blijven wat ons betreft drie principes overeind: collectiviteit, solidariteit tussen generaties en een verplichting  om te sparen voor later. De coronacrisis maakt het doorhakken van knopen in de discussie over dat nieuwe pensioencontract wel een stuk dringender. APG denkt daar actief over mee. We rekenen scenario’s door, dragen alternatieven aan en kijken wat het concreet betekent voor deelnemers en werkgevers: is het te begrijpen en uitvoerbaar?’

Annette: ‘We willen mensen ook alvast helpen nadenken over hun toekomstige financiële situatie en het tijdig maken van de juiste keuzes. Zo hebben we Helder Overzicht & Inzicht ontwikkeld, waarmee je je verwachte pensioen kunt afzetten tegen je huidige inkomsten- en bestedingspatroon: heb ik straks genoeg? APG wil zich opstellen als een vertrouwde gids, die mensen inzicht biedt in hun inkomen van nu, straks en later.’

 

APG stelt zich ook op als een verantwoord belegger en stelt duurzaamheidseisen aan bedrijven. Zelf blijkt APG daar echter nog niet overal aan te voldoen. Hoe gaat u dat veranderen? 

 

Gerard: ‘De aangesloten fondsen, met name ABP, maar ook bpfBOUW, willen wereldwijd koplopers zijn in duurzaamheidsbeleid: verantwoord gedrag op het gebied van milieu, arbeidsomstandigheden, diversiteit en mensenrechten. Met elkaar hebben we een stevige ambitie neergelegd, die aansluit bij het Klimaatakkoord, bijvoorbeeld voor de CO2-uitstoot van de aandelenportefeuille. Daar houden we rekening mee in onze beleggingsbeslissingen en we spreken er bedrijven op aan. Maar dan moeten we zelf natuurlijk wel het goede voorbeeld geven en dat doen we nog onvoldoende. Onze CO2-uitstoot als organisatie is relatief hoog door onze vestigingen in Nederland, Azië en de VS en doordat we veel reizen. We zijn nu aan het kijken hoe we onze milieuvoetafdruk kunnen verkleinen, bijvoorbeeld door verduurzaming van onze kantoren, meer videoconferencing en dus ook minder reizen tussen vestigingen en voor ons werk.’

Annette: ‘Ook over onze duurzaamheidsprestaties willen we transparant zijn, zowel over het in opdracht van de fondsen uitgevoerde beleggingsbeleid als in onze eigen bedrijfsvoering. Dit jaar hebben we de eerste stap gezet naar geïntegreerde verslaglegging: één jaarverslag waarin we zowel verantwoording afleggen over financiële als niet-financiële doelen. Dat is nog best lastig. Voor je bijvoorbeeld goed kunt rapporteren over duurzaamheid, moet je eerst weten welke doelen je hoe meetbaar wilt maken. Daar zijn we nu mee bezig, zodat we volgend jaar over de volle breedte van onze bedrijfsvoering kunnen laten zien wat we hebben bereikt, wat goed gaat en wat nog niet. Daar valt nog veel te winnen. Die transparantie kan óók weer bijdragen aan het maatschappelijk vertrouwen.

 

Lees hier het interview met Ronald Wuijster: 'We kijken bij beleggen én belonen naar de lange termijn'

 

Lees hier het jaarverslag van APG 2019.

Volgende publicatie:
Gastcolumn: Japke-D Bouma over pensioenjeukwoorden

Gastcolumn: Japke-D Bouma over pensioenjeukwoorden

Gepubliceerd op: 5 maart 2020

‘Toen APG/ABP me voor deze column wilde vragen kregen ze me eerst niet te pakken. Want alle mails die ze me stuurden, gooide ik automatisch in de prullenbak’. Dat doe ik met alle post uit de pensioenwereld – alles gaat ongelezen bij het oud papier. Dat doen álle Nederlanders.

Een beetje logisch, wel. Want het is toch nooit goed nieuws? Heel Nederland is doodsbang voor zijn pensioen. Ik denk dat hoe minder je ervan afweet, hoe rustiger je slaapt.

 

Helaas is dat niet wat de minister wil. Die wil juist dat pensioenfondsen het publiek duidelijker voorlichten. Dat stond vorige maand tenminste in een Kamerbrief waarin de wet op de pensioencommunicatie werd geëvalueerd. De pensioenfondsen hebben dus de schier onmogelijke opdracht dat ze het publiek moeten bereiken met een boodschap die niemand wil horen.

 

Wat al veel zou schelen, is als de pensioenwereld eens wat minder jargon zou gebruiken – ik noem dat altijd jeukwoorden.

 

Wat dachten jullie bijvoorbeeld van het woord ‘dekkingsgraad’? Dat is een term die mijn vader op de boerderij vroeger gebruikte voor de prestaties van Bolle Jelle. Dat was een fokstier, voor de goede orde, en die moest af en toe bij de koeien ‘langs’, en dan werd er bijgehouden hoeveel hij er bezocht had. Dat noemden ze de actuele dekkingsgraad. En soms was de boer daar kritisch over en dan noemden ze het de kritische dekkingsgraad.

 

Al met al geen woord om door een saai en degelijk pensioenfonds te gebruiken, lijkt mij. Zeg dan liever ‘het geld dat fondsen paraat moeten hebben’. Ik denk dat iedereen dat wél meteen snapt.

 

Een andere maffe term die de pensioendeskundigen gebruiken is ‘het lang leven risico’. Want het is toch geen risico, als je lang leeft? Ja, voor de pensioenfondsen. Prima als ze dat vinden, maar dat ga je toch niet hardop zeggen? Dat klinkt een beetje als ‘het zou voor ons heel fijn zijn als u zo snel mogelijk doodging, het liefst voor uw pensioen, want dan kost u ons minder’. Stop daar eens mee.

 

Net als de korting. Vind ik ook verwarrend. Want als ik korting hoor, denk ik: ha, fijn! Maar bij de pensioenfondsen is het net omgekeerd. Ik zou daar dus liever ‘pensioenverlaging’ gebruiken: wel zo duidelijk.

 

Of wat dachten jullie van ‘invaren’ – de pensioenrechten van werknemers die je kunt ‘invaren’ naar de nieuwe regels. Alsof het om een enorme schepen gaat. Ik vrees dat het voor de meeste mensen niet veel meer dan een wrak sloepje zal zijn. Dat zinkt zodra het afvaart.

Zeg dan liever ‘overboeken’. Maar dan wel tegen een macrostabiele discontovoet. Want een instabiele discontovoet, daar moet je niet te lang mee doorlopen.

 

Dan de ‘demping van de pech- en de geluksgeneraties’. Serieus? Hele generaties die gedempt worden door de pensioenfondsen? Zo van hup: allemaal in een diepe punt en beton erover. Maar dat blijkt om solidariteit te gaan. Dat klinkt toch veel positiever? Nóém het dan ook zo.

Zijn er ook góéde jeukwoorden bij de pensioenfondsen? Jazeker.

 

Ik vind de ‘slapers’ bijvoorbeeld heel mooi. Dat zijn de mensen die nog ergens een pensioentje hebben staan van een eerdere baan, oftewel: slaapkoppen – mensen die wakker moeten worden geschud – precies wat het is. Met dat woord kunnen de pensioenfondsen dus prima doorgaan.

 

Dat moeten de pensioenfondsen natuurlijk sowieso – doorgaan. Want het is geweldig dat ze er zijn. We hebben het beste pensioenstelsel ter wereld, dat mag ook wel eens gezegd worden. Misschien moeten de fondsen dáár hun post standaard mee beginnen.

 

Ik durf te wedden dat mensen het dan wél gaan lezen.’

Volgende publicatie:
Van Olphen waarschuwt in FD voor ‘horrorscenario’

Van Olphen waarschuwt in FD voor ‘horrorscenario’

Gepubliceerd op: 15 januari 2020

Politiek, pensioensector en sociale partners mogen het pensioenakkoord niet meer laten mislukken.

 

Die boodschap gaf APG-bestuursvoorzitter Gerard van Olphen al af in zijn interne nieuwjaarstoespraak, en vandaag herhaalt hij de oproep in het FD.

 

Minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken) wil de uitwerking van het pensioenakkoord op 1 april van dit jaar afgerond hebben, wat als behoorlijk uitdagend wordt gezien. De woorden van Gerard van Olphen tijdens het interview zijn wat dat betreft veelzeggend: 'We hebben nog honderd dagen in een debat dat al elf jaar duurt.’ Daarin stelt hij dat een akkoord na de zomer of na de verkiezingen neerkomt op ‘spelen voor tijd’, wat ‘geen recht doet aan hoe belangrijk het is dat Nederland weer vertrouwen krijgt in het pensioenstelsel’. Van Olphen signaleert dat de partijen aan de onderhandelingstafel ‘tegenstellingen nog steeds koesteren’, zich hebben vast gegraven in hun schuttersputjes – terwijl die tegenstellingen kleiner zijn dan ze op het eerste oog lijken. Hij waarschuwt voor het ‘horrorscenario’ (premie verhogen, toekomstige opbouw verlagen en pensioenuitkeringen verlagen) dat mogelijk ontstaat voor fondsen wanneer de deadline van 1 april niet wordt gehaald, en Koolmees vervolgens niet opnieuw uitstel verleent voor pensioenkortingen. Niet dat een definitief uitgewerkt akkoord alle pensioenproblemen (zoals het langleven-risico en de lage rente) oplost, maar ‘er ontstaat wel weer een nieuw perspectief en mensen moeten daar ook weer vertrouwen in krijgen’, aldus de bestuursvoorzitter van APG in het FD. Het volledige interview  (alleen toegankelijk voor abonnees) is te lezen op de website van het FD

Volgende publicatie:
‘Pensioenfonds kan weer aankloppen bij APG’

‘Pensioenfonds kan weer aankloppen bij APG’

Gepubliceerd op: 14 januari 2020

Waar het leeuwendeel van de grootste Nederlandse pensioenuitvoerders geen nieuwe klanten voor pensioenadministratie meer aanneemt, staat de deur bij APG inmiddels weer open.

 

Dat is de strekking van een artikel (alleen beschikbaar voor FD-abonnees) vandaag in het FD.

 

Daarmee komt APG tegemoet aan een duidelijk aanwezige behoefte in de markt. ‘Steeds meer pensioenfondsen klagen dat zij grote moeite hebben om een uitvoerder te vinden voor de administratie van hun pensioenen’, aldus het FD. Omdat de markt voor kleinere pensioenuitvoerders minder aantrekkelijk is geworden -er is schaalgrootte nodig om in deze sector kostenefficiënt te kunnen opereren-  hebben deze zich steeds meer teruggetrokken. Nieuwe klanten moeten bij APG wel aan een bepaald profiel voldoen, zo maakt APG-bestuursvoorzitter Gerard van Olphen in het FD-interview duidelijk. Om bij te dragen aan APG’s schaalgrootte, dienen ze een bepaalde minimale grootte te hebben. De pensioenregeling van het betreffende fonds moet ook passen bij die van de fondsen die al klant zijn van APG. Voor heel gecompliceerde, daarvan afwijkende regelingen is dat niet het geval.

Volgende publicatie:
Meer aandacht voor pensioen in onderzoeksjournalistiek

Meer aandacht voor pensioen in onderzoeksjournalistiek

Gepubliceerd op: 13 september 2019

Om het onderwerp transparanter te maken en om het maatschappelijk belang te dienen, wordt pensioen een vast thema op Follow The Money, het platform voor onderzoeksjournalistiek.

 

Dat het nog een paar maanden duurt voordat pensioen een vaste plek krijgt op Follow The Money, betekent zeker niet dat hoofdredacteur en oprichter Eric Smit geen kaas heeft gegeten van het onderwerp. Zodra het namelijk ter sprake komt, praat hij honderduit over vermogensbeheer, kapitaaldekkingssysteem, hoe het omslagsysteem historisch geregeld is in Nederland en over pensioenkapitaal dat in het buitenland belegd wordt. “Ik ben geen pensioenspecialist en bekijk dit onderwerp dus van afstand. Licht kritisch en vooral nieuwsgierig”, onderbreekt hij zijn opsomming.

 

Als voorbeeld van zaken die hij beter wil begrijpen, noemt Smit de  rendementsverschillen door de jaren heen - beleggen in Nederland versus beleggen in het buitenland - en de diversificatiestrategie. Of, zo stapt hij over naar alweer een ander onderwerp, de wijze waarop pensioenfondsen handelen ten opzichte van de commercieel opererende verzekeraars. “Dat vind ik intrigerend. Verzekeraars hebben een winstoogmerk en zorgen via allerlei pensioenproducten ervoor dat verzekerden van een zeker pensioen kunnen profiteren. Daar is de laatste jaren best veel verandering in gekomen. Van een pensioenbelofte met algemene zekerheid zijn we als samenleving overgeschakeld naar een systeem waarbij het risico naar burgers is verschoven. Zowel pensioenfondsen als verzekeraars gaan daarin mee. Dat is een bijzondere ontwikkeling.”

 

Rekenrente interessant, maar complex
Ook de actualiteit rondom dekkingsgraden en rekenrente houdt Smit bezig. “Nederland heeft een vrij uniek kapitaaldekkingssysteem en het concept van de rekenrente vind ik interessant. Deels is dat namelijk een rationele afweging en deels bijna een politieke afweging.” Zo interessant als hij het vindt, zo complex is het volgens Smit tegelijkertijd. En juist daarom zet de hoofdredacteur ook dit thema op de agenda van FTM.
Hij vervolgt: “Pensioenfondsen zijn immers rijker dan ooit en toch worden afspraken niet gehonoreerd. Met andere woorden: mensen denken dat hun pensioen mee zou groeien, geïndexeerd zou worden, maar dat wordt al jaren niet gedaan. Premies worden zelfs verhoogd. Hoe kan dat nou? Dat is voor mensen heel moeilijk om te verhapstukken en niet makkelijk uit te leggen. Maar wij willen mensen dat laten snappen.”

 

Verantwoordelijk voor beleggingskeuzes
Waar de rekenrente niet de verantwoordelijkheid is van pensioenfondsen, want door de overheid opgelegd, zegt Smit dat de fondsen wel afgerekend kunnen worden op hun beleggingskeuzes. “Denk aan de tabaksindustrie. Pas 22 (!) jaar na gigantische schadevergoedingen van Amerikaanse tabaksfirma’s besloten de fondsen hier dat ze niet meer in tabak beleggen. Dat was nota bene pas begin vorig jaar. Het is bizar hoe weinig standvastig er wordt opgetreden door overheden en pensioenfondsen.”

Als pensioenfonds moet je nadenken waar je in belegt, zegt Smit. En letten op zaken als (maatschappelijke) duurzaamheid en het bedrijfsmodel van bedrijven. “Journalisten kijken daar kritisch naar. En ook naar hoe efficiënt er belegd wordt. Welke kosten gaan daarmee gepaard? Kiest men voor private equity en zo ja welke? Wat levert het op, kan het efficiënter en kan er meer passief belegd worden zodat het management van die private equity firma’s niet zo belachelijk rijk wordt ervan? Ik suggereer niet dat dit een zwart/wit gebied is, maar het is complex en belangrijk. Het gaat om heel veel geld, van heel veel Nederlanders. En juist daarom gaan wij er echt goed aandacht aan besteden.”

 

Gebrek aan inhoudelijke kennis binnen journalistiek
Er is altijd wel aandacht voor pensioen geweest bij Follow The Money, maar om er echt goed in te duiken is een journalist nodig die de complexiteit doorgrond, zo legt Smit uit. “Je hebt iemand nodig die overal kennis van heeft. Van vermogensbeheer en gedragstoezicht tot beleggingsstrategie en wetgeving.” En dan nog is het niet eenvoudig om te communiceren over pensioen. “Zelfs mensen binnen de pensioensector zelf kunnen de vertaalslag naar het publiek nauwelijks maken.”

 

Maar het is volgens Smit niet alleen FTM dat pensioen links laat liggen. De Nederlandse journalistiek an sich besteedt volgens de hoofdredacteur niet genoeg aandacht aan het thema. “De financiële kennis in de journalistiek is te dun gezaaid. Pensioen is dan ook gewoon het moeilijkste dossier dat er is. Reden temeer dat wij terughoudend waren om ermee te beginnen: de ideale uomo universale in de journalistiek die de kennis in zicht heeft, is er nog niet. Máár die zijn wij nu aan het opleiden: namelijk Thomas Bollen. Hij is een paar jaar gerijpt en bijna klaar om zich op de pensioen problematiek te storten. We starten dan met het schrijven van goede uitlegartikelen, om de begripskloof tussen pensioensector en publiek weg te halen. Vervolgens kunnen we kritisch kijken naar de inhoud, zoals het pensioensysteem.”

 

Binnenkijken in de wereld van pensioen
APG ondersteunt duidelijke communicatie en het delen van kennis rondom pensioen en wil graag bijdragen aan het vergroten van de expertise binnen de journalistiek. Om die reden nodigt APG journalisten uit om over het onderwerp te praten. Smit reageert enthousiast op de uitnodiging. “APG heeft een enorme hoeveelheid kennis in huis, dus we gaan zeker op die uitnodiging in. Door achtergrondgesprekken te voeren begrijpen we beter hoe ons onderwerp van belang in de wedstrijd zit, toetsen we ons eigen inzicht en schrijven we betere stukken. Dat betekent overigens niet dat wij minder kritisch worden.”

Naast meer aandacht voor pensioen vindt Smit onderzoeksjournalistiek in het algemeen belangrijk. “Wij zitten politici achter de broek aan, zoeken uit waar gemeenschapsgeld blijft. Zaken die iedereen aangaan, houden wij tegen het licht. Zoals de prijs van een vliegticket. Hoe duur is dat eigenlijk, als je de subsidies, infrastructuur en kerosine meerekent? Het is onze plicht om bepaalde zaken uit te zoeken.”


De APG Summer Course is een inspiratiebijeenkomst voor pensioenfondsbestuurders van fondsen die klant zijn bij APG. Tijdens deze zomerschool dagen we bestuurders en onszelf uit met nieuwe inzichten van ‘buiten’.
Een van de sprekers was Eric Smit, hoofdredacteur van Follow The Money, het platform voor onderzoeksjournalistiek. 

Volgende publicatie:
“Communicatie is niet de oplossing als je geen zinvolle keuzes biedt”

“Communicatie is niet de oplossing als je geen zinvolle keuzes biedt”

Gepubliceerd op: 10 september 2019

Hoe komen mensen tot pensioenkeuzes?

 

Met de juiste communicatie en passende keuzemogelijkheden is het gedrag en de houding van een klant, of specifieker een pensioendeelnemer, te sturen. Gevoel, opgeroepen door taal, speelt daarbij een belangrijke rol. Zo zegt Henriëtte Prast. En om een klantreis goed in te kunnen richten moet je volgens de hoogleraar de psychologische, cognitieve, emotionele, culturele en sociale factoren van menselijke (financiële) beslissingen kennen. “Je moet eerst weten hoe mensen denken en handelen als het gaat over hun financiële toekomst”, legt Prast uit.

 

Wat is het meest cruciale inzicht uit de gedragseconomie waar pensioenfondsen mee aan de slag moeten gaan?
“Dat mensen bij complexe keuzes varen op intuïtie in plaats van ratio en dat sparen stelselmatig wordt uitgesteld. Oók als mensen alle kennis van de wereld hebben, weten dat pensioen belangrijk is en een goed pensioen willen. De manier waarop keuzes worden aangeboden is daarom van grote invloed op wat mensen “kiezen”. De “goede keus” makkelijk maken is daarbij de sleutel tot succes. Dit komt vooral doordat intentie zich niet vertaalt in gedrag, met als gevolg dat het niet zo zinvol is om de intentie te beïnvloeden via educatie en informatie.”

 

En hoe laat je mensen de juiste keuze maken?
“Er zijn een aantal manieren om dat te bereiken.
Ten eerste: de “goede keus” als de stille keus aanbieden. Ofwel wie zwijgt stemt toe. Als je wilt dat mensen sparen voor hun pensioen dan kun je dat bereiken door ze een oplossing aan te bieden waarbij ze vanzelf sparen ténzij ze zich afmelden. Neem een zzp’er. Nu is het zo dat als een zzp’er niks doet, deze ook niet spaart. Dat systeem moet je aanpassen: een zzp’er die niks doet, spaart wel. En hij moet zich actief afmelden als ‘ie niet wil sparen voor zijn pensioen.

Ten tweede: op het gevoel inspelen met taal. We moeten mensen op een andere manier gaan bereiken. Nu communiceren pensioenfondsen met rationale informatie: feitelijk juist, niet misleidend en begrijpelijk. Als ze het hebben over pensioen opbouwen, dan gebruiken ze woorden uit een concreet domein: oorlog, strijd, bouwen. Maar we moeten ons gaan afvragen wat werkt bij welke doelgroep. Sta eens stil welk beeld taal oproept. Als het een positieve associatie oproept, vergroot het de interesse in pensioen, maar anders stoot het de deelnemers af. En eigenlijk wordt daar in de pensioencommunicatie geen rekening mee gehouden.”

Andere opties zijn

  • Een zelfbindingsmechanisme aanbieden: als u nu (december) tekent, wordt uw vakantiegeld automatisch naar uw pensioenrekening overgemaakt;
  • De keuzemogelijkheden beperken;
  • En de pensioenvooruitblik framen in procenten van het huidig inkomen in plaats van in euro’s.

Hoe ver is de pensioensector eigenlijk met het toepassen van principes uit de gedragseconomie?
Ik zie daar weinig overtuigende voorbeelden van. Dat zal deels, maar niet alleen, komen doordat de overheid en toezichthouders regels stellen die zijn gebaseerd op een achterhaald bewustmakingsmodel.”

 

Communiceren met deelnemers is niet altijd even makkelijk. Nederlanders zijn ‘bewust onbezorgd’ over hun pensioen en lezen hun pensioencommunicatie niet. Hoe bereiken we ze dan überhaupt?
“Communicatie is niet de oplossing als je geen zinvolle keuzes biedt. De doelen van pensioencommunicatie staan duidelijk beschreven. Een daarvan is dat de deelnemer weet welke keuzemogelijkheden er zijn. Waaraan moet je dan denken? Stel ik vind dat mijn pensioen in het lage scenario onvoldoende is. Ik wil dus de keus maken om dat neerwaartse risico af te dekken. Dat kan niet door te zijner tijd langer door te werken, want de pensioengerechtigde leeftijd is tevens de pensioenverplichtende leeftijd. Meer sparen? Maar dan heb ik teveel pensioen als het realistische of meevallerscenario zich voltrekken. Bovendien, waar moet ik het geld in stoppen? Niet daar waar mijn pensioenfonds in belegt, want dan wordt het juist minder waard in het tegenvallende scenario.


Het enige voorbeeld van een keuzemogelijkheid dat ik ben tegengekomen is: kiezen om eerder met pensioen te gaan. Dat is dus als je pensioenvooruitblik meer dan voldoende is - een luxe situatie. En eerder met pensioen, dat kun je altijd nog beslissen. Kortom: waarom zou je tijd besteden aan het bekijken van informatie als je er niets mee kunt?”


De APG Summer Course is een inspiratiebijeenkomst voor pensioenfondsbestuurders van fondsen die klant zijn bij APG. Tijdens deze zomerschool dagen we bestuurders en onszelf uit met nieuwe inzichten van ‘buiten’.
Een van de sprekers was Henriëtte Prast; 
hoogleraar Persoonlijke Financiële Planning aan de Universiteit van Tilburg en deskundige op het gebied van persoonlijke financiële planning en de rol van gevoelens en emoties daarin.

Volgende publicatie:
PWRI, ABP en APG winnen Pensioen Pro Awards 2019

PWRI, ABP en APG winnen Pensioen Pro Awards 2019

Gepubliceerd op: 21 juni 2019

PWRI heeft gisteravond tijdens het Pensioen Pro jaarcongres de Gouden Pensioen Pro Award gewonnen. Het APG-fonds mag zich met deze publieksprijs Beste Nederlandse Pensioenfonds 2019 noemen. De ‘pensioenpot’ van ABP en Het Publieksverslag ‘Loop even mee’ van APG wonnen de Pensioen Pro Award communicatieprijs.

 

Lezers en luisteraars van Pensioen Pro, het Financieele Dagblad en radiozender BNR beloonden Pensioenfonds Werk en (re)Integratie (PWRI) met de publieksprijs. Andere kanshebbers waren ABP en Thales Nederland.

 

Inclusiviteit afdwingen
In het juryrapport noemt de jury het inclusiviteitsproject van PWRI ‘bijzonder en bewonderenswaardig’. “PWRI legt zijn gewicht als belegger in de schaal om bij bedrijven inclusiviteit af te dwingen, zodat de eigen achterban - mensen met een achterstand tot de arbeidsmarkt - aan een baan worden geholpen.” De jury spreekt van een geheel eigen vorm van engagement in het directe belang van deelnemers. “Zo creëer je betrokkenheid, dicht bij de mensen waarvoor we het allemaal doen.”

 

Kees Bethlehem, bestuursvoorzitter PWRI: “Deze prijs is een aanmoediging om door te gaan. Ik hoop dat andere pensioenfondsen inspiratie putten uit hoe je als pensioenfonds invulling kunt geven aan de S van ESG. Wij staan open voor gedachtewisseling, en eventueel samenwerking, op dit gebied.”

Deelnemers betrekken
De persoonlijke pensioenpot leverde ABP de communicatieprijs met ster op omdat de jury gecharmeerd is van de mogelijkheid om deelnemers rechtstreeks inzicht te bieden in hun opbouw. “Verdient alle lof. Gedurfd, goede timing in de landelijke pensioendiscussie. Inzicht in persoonlijke pensioenpot betrekt de deelnemers bij pensioen en dat is – en wordt steeds meer – essentieel”, aldus de jury.

Con Snijders (projectleider Persoonlijke Pensioenpot): “We zijn blij met deze erkenning. We zien dat deelnemers veel positiever zijn over hun pensioen bij ABP door het zien van hun eigen pensioenpot”.

 

Ook erkenning voor APG
Het is de eerste keer dat APG zelf een nominatie krijgt voor een Pensioen Pro Award, en ook wint. De vakjury noemt het publieksverslag ‘een mooi initiatief, dat op heldere wijze inzicht biedt aan mensen met weinig pensioenkennis. Goed voor de sector als geheel en slim uitgevoerd’.

Dunja Wasserman en Erik van Dam (beide senior communicatieadviseur APG) namen in Amsterdam de award ontvangst. Erik: “Het daadwerkelijk winnen van deze mooie prijs wijst op erkenning voor het feit dat het ons gelukt is om zowel pensioen als APG toegankelijk te maken voor een breder publiek. Door anders te denken en nieuwe technieken toe te passen.”

 

Pensioenbewustzijn vergroten
De lovende woorden van de jury onderschrijven het doel van het verslag. Dunja: “We hebben onszelf de vraag gesteld hoe we Nederlanders, en met name de mensen die pensioen opbouwen, op een laagdrempelige, relevante en leuke wijze in contact kunnen brengen met pensioen. En tegelijkertijd vertellen we wie wij zijn en wat wij voor pensioen doen. Om die reden is ervoor gekozen het jaarverslag te vertalen naar een publieksvriendelijke versie in een vernieuwend, interactief en gepersonaliseerd videoformat.”

Foto boven: Aldert Boonen en Hermien Wiselius (midden en rechts) van pensioenfonds PWRI hebben de Gouden Pensioen Pro Award ontvangen uit handen van Hamadi Zaghdoudi (WTW), op de Pensioen Pro Awards 2019 in Amsterdam.

Volgende publicatie:
Ronald Wuijster in FT: “Mensen gaan ervan uit dat er geen geld meer is”

Ronald Wuijster in FT: “Mensen gaan ervan uit dat er geen geld meer is”

Gepubliceerd op: 20 juni 2019

Deze week verscheen een profiel van APG’s hoofd vermogensbeheer, Ronald Wuijster, in de Financial Times, waarin hij inging op zijn werk en natuurlijk de vele recente ontwikkelingen op het gebied van pensioenhervormingen in Nederland.

 

De Nederlandse regering heeft deze week afgesproken om aanpassingen in de aow-leeftijd uit te stellen, maar pensioenkortingen hangen nog steeds in de lucht. Met de voorgestelde veranderingen dragen individuele deelnemers meer risico en verantwoordelijkheid. Het FT vraagt Wuijster over deze hervormingen, vanuit het gezichtspunt van APG, Europa’s grootste beheerder van pensioengelden.

 

“Mensen gaan ervan uit dat er geen geld meer is”
Hoewel het Nederlandse pensioensysteem gezien wordt als één van de meest robuuste in de wereld, is het vertrouwen in het Nederlandse pensioensysteem gekelderd. Bijna twee-derde van de Nederlanders is er niet van overtuigd dat ze met pensioen zullen kunnen gaan als ze willen of dat ze hun levensstandaard kunnen handhaven wanneer ze met pensioen gaan, volgens een onderzoek van State Street in 2018. Vooral jonge mensen hebben het gevoel niet eerlijk te worden behandeld omdat ze steeds meer moeten bijdragen maar bang zijn dat er geen geld meer beschikbaar zal zijn wanneer zij met pensioen gaan. Wuijster: “Er is zoveel negatieve berichtgeving in de media geweest dat mensen ervan uitgaan dat er geen geld meer over is voor alle pensioenen. In werkelijkheid zijn er substantiële sommen geld gespaard die kunnen worden gebruikt voor pensioenen.”

 

“Te veel risico buffers”
“Ik vind dat er veel te veel buffers in het systeem zitten om risico’s te ondervangen. Dat is mijn persoonlijke mening,” zegt Wuijster. Nederlandse pensioenfondsen moeten een hoge conservatieve rentekorting hanteren om passiva te berekenen. Dit betekent dat de meeste geen verbetering hebben gezien in hun financieringspositie. Bedrijfstakpensioenfondsen moeten ook aanzienlijke solvabiliteitsbuffers aanhouden – aanvullende financiering – om er zeker van te zijn dat ze iedereen kunnen uitbetalen.  

 

Mensen pensioenbewuster maken
Het artikel noemt de persoonlijke pensioenpot en Helder Overzicht en Inzicht als voorbeelden van hoe APG werkt aan het vergroten van het pensioenbewustzijn. “De realiteit is dat 75 procent van het pensioen verdient moet worden met investeringen. De bijdragen van de werkgevers en de werknemers zijn bij elkaar 25 procent. Deelnemers realiseren zich niet wat de kracht van tijd en kortingen is op geld,” legt Wuijster in het artikel uit. Het FT profiel noemt ook de Groeifabriek en initiatieven zoals Kandoor, waarmee APG werkt aan innovaties voor de ‘dag na morgen’.

 

Een goed rendement op een duurzame manier
Het afgelopen decennium, heeft APG voor zijn grootste klant ABP, het pensioenfonds voor overheid en onderwijs, een netto jaarlijks rendement (na kosten) van circa 10 procent behaald. “We hebben 10 jaar geweldig gepresteerd, maar denken dat het rendement over de komende 10 jaar minder gaat zijn,” geeft Wuijster in het artikel aan.

APG heeft al zijn doelstelling voor 2020 behaald met betrekking tot het terugbrengen van de CO2 uitstoot van het beleggingsportfolio en denkt het na over nieuwe initiatieven op het gebied van milieu, maatschappij en bestuur. Wuijster noemt kort het tweede grote doel van APG: om als belegger bij te dragen aan een duurzame wereld: “We proberen in gesprek te gaan met energiebedrijven en hen bewust te maken van de uitdagingen van klimaatverandering, maar we zeggen nu geen ‘nee’ tegen fossiele brandstoffen. We moeten realistisch zijn en kijken hoe we de verandering kunnen beïnvloeden.”

Volgende publicatie:
"UPDATE" Principeakkoord pensioenstelsel

"UPDATE" Principeakkoord pensioenstelsel

Gepubliceerd op: 15 juni 2019

Gerard van Olphen, Voorzitter raad van bestuur APG Groep: “Vandaag is een nieuwe en belangrijke stap gezet op weg naar een vernieuwd pensioenstelsel.

 

Tegelijk stel ik vast dat er nog wel veel open eindjes zijn, die onder leiding van een stuurgroep van kabinet en sociale partners in de komende periode moeten worden opgelost. Het is nu van belang om daarmee vaart te maken, zodat er zo snel mogelijk duidelijkheid komt voor miljoenen deelnemers die in onzekerheid verkeren – en die graag willen weten waar ze aan toe zijn. Wij blijven onze kennis en expertise graag beschikbaar stellen om mee te helpen bouwen aan een vernieuwd pensioenstelsel voor Nederland.”

 

Volgende publicatie:
Principeakkoord pensioenstelsel: ‘Veel open eindjes, goede eerste stap’

Principeakkoord pensioenstelsel: ‘Veel open eindjes, goede eerste stap’

Gepubliceerd op: 6 juni 2019

Na vele jaren is er eindelijk echt zicht op een pensioenakkoord.

 

Nog veel werk te verzetten dus, want de details van het contract en de overgang moeten nog worden uitgewerkt. Wat APG graag zou willen doen -het informeren, namens de fondsen, van deelnemers over de gevolgen van het akkoord voor hun pensioen- kan het dus nog niet doen; laat staan het daadwerkelijk implementeren van het akkoord. Voor de tweede pijler zijn de afspraken dus een stap in de goede richting, maar nog niet groot genoeg om deelnemers de duidelijkheid te geven waarop ze wachten en recht hebben. Winst voor hen is wel dat een collectief contract mogelijk blijft, wat een hoger pensioen mogelijk maakt. Er komt -zij het beperkt- meer ruimte voor keuzevrijheid.

 

Hoe ziet het pensioenakkoord er op hoofdlijnen uit:

  • De AOW-leeftijd gaat minder snel omhoog.
  • Eerder uittreden mogelijk voor zware beroepen.
  • Adequaat pensioen voor alle werkenden.
  • Geen kortingen bij een dekkingsgraad boven 100%.
  • Afschaffen doorsneesystematiek.
  • Introductie nieuw collectief pensioencontract.
    -    Meer keuzemogelijkheden voor deelnemers.
    -    Herziening nabestaandenpensioen via advies Stichting van de Arbeid (STAR).

 

Wat vindt APG?
We vroegen het aan Gerard van Olphen.

 

Hoe beoordeel je dit akkoord?
Gerard: “Uiteindelijk is er maar één vraag echt relevant: Wat heeft de deelnemer onder de streep aan dit akkoord? Als we het door die bril bekijken, is het beeld concreet en positief voor de AOW en zware beroepen. Dat het pensioensparen toch op collectieve leest geschoeid zal blijven, is ook in het belang van de deelnemer. Want uiteindelijk leidt het tot een hoger pensioen. Maar voor een beoordeling van de effecten van het nieuwe contract en van de evenwichtigheid van de transitie is het nog te vroeg. Er zijn nog behoorlijk wat open eindjes, die onder leiding van een stuurgroep van kabinet en sociale partners moeten worden opgelost. Wat mij betreft moet hier snel meer duidelijkheid over komen, gezien de miljoenen deelnemers die in onzekerheid verkeren en graag willen weten waar ze aan toe zijn.”

 

Wat betekent dit voor de kans op pensioenkortingen?
“Wat de korte termijn betreft, is het winst dat er geen kortingen nodig zullen zijn bij een dekkingsgraad boven 100%. Want aan een deelnemer is dit niet uit te leggen. Keerzijde is dat bij de huidige dekkingsgraden mogelijk wel kortingen nodig zullen zijn tot een dekkingsgraad van 100%. Daarmee zijn de kortingen niet definitief van de baan. Hoe het ook zij, dat de kortingen boven die 100% verdwijnen, scheelt een slok op een borrel.”

 

Wat betekent het akkoord voor het idee van de individuele pensioenopbouw?
“Mede door  experimenten bij APG met het verschaffen van overzicht en inzicht sociale partners tot een bepaalde overtuiging gebracht; namelijk dat je geen individuele pensioenopbouw nodig hebt om de deelnemer het noodzakelijk inzicht te geven in wat er in het collectieve vermogen voor haar of hem is opgebouwd. Die individuele opbouw zou een lager pensioenresultaat betekenen voor deelnemers. En dat is dus niet nodig, als je deelnemers maar laat zien wat er voor hen in kas zit en helpt met overzicht en inzicht. Verder biedt het akkoord ruimte voor pensioensparen door zelfstandigen in de tweede pijler. Die ruimte geeft bpfBOUW bijvoorbeeld meer mogelijkheden om een goed pensioen aan alle werkenden in de sector te kunnen bieden.”

 

Details van het contract en de overgang moeten nog worden uitgewerkt. Wat moet daarvoor gebeuren?
“Het principeakkoord is met name concreet op het gebied van de AOW. Misschien is het ook wel meer een AOW- dan een pensioenakkoord. Wat betreft invulling van de tweede pijler is een eerste stap gezet, maar moet er nog veel werk worden verzet. Dit werk wordt nu in handen gelegd van een stuurgroep van sociale partners en het kabinet. Zij zullen nog belangrijke vragen moeten beantwoorden over de vormgeving van het nieuwe pensioencontract en een evenwichtige overgang. Ook de Stichting van de Arbeid moet nog belangrijke vragen beantwoorden; over de vormgeving van het nabestaandenpensioen.”

 

We zijn er dus nog niet?
“Zeker niet. Uitgekristalliseerd en eenduidig is het akkoord nog niet. Maar het is wel een eerste stap in de goede richting.”

 

Volgende publicatie:
APG brengt pensioen dichterbij

APG brengt pensioen dichterbij

Gepubliceerd op: 4 juni 2019

APG lanceert vandaag een toegankelijke, publieksvriendelijke variant van het jaarverslag: ‘Loop even mee’. Via opvallende online video’s op social media en andere kanalen nodigt APG mensen uit om in een interactieve wereld te stappen, die is gefilmd vanuit het gezichtspunt van de kijker. Ze lopen vervolgens op een actieve manier samen met APG door het pensioenjaar. Onderweg staan ze voor een aantal herkenbare dilemma’s over geld, duurzaamheid en de toekomst. Keuzes die ze maken bepalen het vervolg van de video. Zo krijgen mensen alleen te zien wat voor hen relevant is. Stap voor stap leren kijkers meer over pensioen en over welke rol APG hierin speelt.

 

Gepersonaliseerde informatie

Na afloop van de video komt de kijker op een gepersonaliseerde website terecht. Met verdiepende informatie over de onderwerpen die al kort zijn aangestipt in de video. De gemaakte keuzes in de video bepalen welke informatie de kijker te zien krijgt. Het platform is speciaal ontworpen voor mobiele telefoons. Daarnaast is het ook mogelijk om vanaf een tablet of computer ‘Loop even mee’ te bekijken.

Ook dit jaar een publieksverslag

In een jaar komt er namelijk heel wat op mensen af. Ook als het over pensioen gaat. In de brij van informatie en de emotionele lading die pensioen inmiddels heeft gekregen, is het lastig om mensen écht te raken. Terwijl het tegelijkertijd belangrijk is voor ieders toekomst. En nu iets doen, kan invloed hebben op later. Samen zoeken we met de pensioenfondsen waar we voor werken, steeds naar vernieuwende invalshoeken die pensioen toegankelijk maken. Vanuit deze bril transformeerden we ons jaarverslag - net als vorig jaar - naar een publieksvariant ‘Loop even mee’. We hebben onszelf daarom de vraag gesteld hoe we mensen in Nederland, en met name de mensen die pensioen opbouwen, op een laagdrempelige, relevante en leuke wijze in contact kunnen brengen met pensioen. Tegelijkertijd vertellen we wie wij zijn en wat wij voor pensioen doen.

 

Samen op zoek naar nieuwe invalshoeken

APG werkt als pensioenuitvoerder voor het pensioen van ruim 4,5 miljoen mensen in Nederland en beheert voor hen ruim €500 miljard aan pensioenvermogen. APG vervult hiermee een belangrijke functie in de samenleving. Samen met verschillende pensioenfondsen en werkgevers zet APG zijn kennis in om mensen de meeste waarde te bieden voor elke ingelegde pensioeneuro. Hoe laagdrempeliger, persoonlijker en relevanter we pensioen maken, hoe groter de kans dat de boodschap aankomt. Daarom gaan we samen met de pensioenfondsen waar we voor werken, steeds op zoek naar vernieuwende invalshoeken die pensioen toegankelijk maken.

Volgende publicatie:
“Pensioen mag geen tweede Brexit worden”

“Pensioen mag geen tweede Brexit worden”

Gepubliceerd op: 25 april 2019

APG heeft een uitdagend jaar achter de rug. Dalende aandelenkoersen in het vierde kwartaal leidden tot een negatief rendement voor pensioenfondsen. En ondanks alle inspanningen van betrokkenen ligt er nog altijd geen nieuw pensioenakkoord. Dat betekent onzekerheid voor veel pensioenfondsklanten en hun deelnemers. Bestuursvoorzitter Gerard van Olphen en Ronald Wuijster - verantwoordelijk voor vermogensbeheer - blikken terug én vooruit en leggen uit hoe APG omgaat met deze en andere dilemma’s zoals rendement versus duurzaamheid en bonussen voor beleggers.

 

De slepende discussie over het pensioenakkoord in de Nederlandse polder, de politieke onzekerheid in de wereld, de daling van de rente en het sterk dalen van de aandelenmarkt in het vierde kwartaal: 2018 was geen gemakkelijk jaar voor APG. Het rendement was negatief. Hoewel bpfBOUW begin van het jaar nog licht kon indexeren, daalde de dekkingsgraad van klant ABP onder de 100%. Daarmee ligt de mogelijkheid van korten op de pensioenen bij ABP weer op de loer. De indexatie werd al eerder geschrapt. Inmiddels zijn de aandelenmarkten weer gestegen en is het belegd vermogen van APG met 500 miljard euro hoger dan ooit. Daarmee zijn de zorgen nog niet voorbij, aldus voorzitter raad van bestuur Gerard van Olphen en Ronald Wuijster, verantwoordelijk voor het vermogensbeheer van de aangesloten pensioenfondsen, onder meer ABP, bpfBOUW en SPW.

 

Waar lagen jullie in 2018 wakker van?
Gerard van Olphen: ‘Het meest uitdagend vond ik de externe omstandigheden. Wij werken hard aan pensioenwaarde: we willen zo veel mogelijk waarde creëren voor elke euro die deelnemers via ons inleggen. Het afgelopen jaar hebben we een paar goede stappen gezet: we liggen strategisch op koers, we hebben gemiddeld de uitvoeringskosten per deelnemer met zes procent verlaagd en we geven klanten meer inzicht in hun pensioen. Tegelijkertijd blijft het kortingsspook boven de markt zweven door de lage rente. Bovendien neemt het vertrouwen van de deelnemer en het maatschappelijk draagvlak steeds verder af door het uitblijven van een pensioenakkoord. Dat is lastig.’

 

Ronald Wuijster: ‘Voor ons als beleggers kwam de grootste uitdaging aan het eind van vorig jaar. De eerste negen maanden van 2018 zag het ernaar uit dat we een redelijk rendement zouden boeken, het laatste kwartaal sloeg dat ineens om. Wij zitten hier om rendement te halen voor de deelnemers, dus een negatief resultaat is gewoon niet fijn. We hebben met onze beleggingen weliswaar beter gepresteerd dan de markt, maar het blijft heel vervelend. Ook al omdat we de dekkingsgraad van ABP graag uit de gevarenzone hadden gehouden.’

Het pensioenvermogen is hoger dan ooit. Waarom blijft indexatie dan toch uit en moet er misschien zelfs gekort worden?


Gerard: ‘Ja, dat voelt heel dubbel en is bijna niet uit te leggen. Sinds 2008 is ons vermogen twee keer zo groot geworden, maar door de extreem lage rente zijn de verplichtingen nog hárder gegroeid. Terwijl ik dit uitleg, besef ik heel goed dat mensen daar geen brood van kunnen eten en dat is heel zuur. Als APG kunnen wij er alleen niet zo veel aan doen. De regels eisen hoge dekkingsgraden om aan de pensioenverplichtingen te voldoen. Daarom is het belangrijk dat er snel een pensioenakkoord komt, waarin niet wordt uitgegaan van een pensioengarantie, maar van een pensioenambitie. Dan kan de uitkering gaan mee ademen met de economie, ontstaat er meer ruimte voor indexeren, maar de keerzijde is wel dat dan ook eerder zal worden gekort.'

 

Moet APG zelf ook anders met de deelnemer communiceren?
Gerard: ‘De pensioensector en dus ook APG heeft mensen altijd het gevoel gegeven dat het wel goed kwam met hun pensioen en dat ze er zelf niet naar hoefden te kijken. Daardoor is de verwachting ontstaan dat dat pensioen gegarandeerd was. Nu er niet wordt geïndexeerd en soms gekort, zeggen mensen: ik krijg niet waar ik recht op heb. Dat is een volstrekt logische reactie. Wij hebben als sector gewoon niet goed gecommuniceerd dat pensioen altijd gepaard gaat met een stukje onzekerheid en dat mensen zich moeten voorbereiden op hoe ze er later financieel voorstaan.’

 

Deelnemers snappen ook niet waarom APG bij een negatief rendement toch bonussen uitkeert.
Ronald: ‘Ik kan me goed voorstellen dat mensen zich afvragen hoe dat zit. We beleggen voor de lange termijn en dus beoordelen we de prestaties ook op de lange termijn. Het afgelopen decennium hebben we bij ABP gemiddeld tien procent rendement per jaar gehaald. In 2018 werd het totaalrendement uiteindelijk negatief door de slechte aandelenmarkt, maar de niet-beursgenoteerde beleggingen hebben het juist wél goed gedaan. Daar hebben we ook beter gepresteerd dan de markt. We belonen mensen daarnaast voor niet-financiële prestaties, zoals leiderschap en samenwerking. We kijken bij de beloning dus niet naar dat ene mindere jaar, maar naar de lange termijn en naar het geheel.’

Toch klinkt het best veel: circa 31 miljoen aan variabele beloning en vijf mensen die een miljoen of meer verdienen.


Ronald: ‘31 miljoen euro is veel geld, maar het is minder dan tien procent van onze totale kosten. Bovendien wordt circa vijf miljoen daarvan in Nederland uitgekeerd en de rest in het buitenland. De vijf mensen die een miljoen of meer verdienen, werken voor ons in Amerika. Voor het aantrekken van topbeleggers daar ontkom je soms niet aan variabele beloning. Je moet ook kijken naar de opbrengsten. Omdat die topbeleggers op de lange termijn extra rendement weten te genereren voor de deelnemers, verdient die variabele beloning zichzelf in veelvoud terug.’


Gerard: ‘Voor alle duidelijkheid: mijn collega-bestuurders en ik krijgen géén variabele beloning. Die variabele beloning is alleen bedoeld voor een klein clubje beleggers. Wij doen bij APG driekwart van alle beleggingen zelf. Je moet dus goede mensen in huis halen. Als je bijvoorbeeld belegt in de aanleg van een snelweg in Australië, dan heb je mensen nodig die de markt kennen: boots on the ground. Je kunt een miljardenportefeuille nu eenmaal moeilijk beheren via telefoon of skype vanuit Amsterdam. Je kunt beleggingen ook uitbesteden, maar dat is een stuk duurder. Dat doen we dus alleen als het niet anders kan. Bovendien wordt dan niet zichtbaar hoeveel er aan variabele beloning is betaald, want dat gebeurt door die externe partij. Terwijl wij er transparant over zijn.’

 

APG beheert Nederlands pensioengeld, waarom wordt dat grotendeels in het buitenland belegd en niet in eigen land?


Ronald: ‘Ik snap de vraag, maar de Nederlandse economie is in omvang slechts 1% van de wereldeconomie. Wereldwijd beleggen biedt meer kans op rendement. We willen bijvoorbeeld ook profiteren van de groei in Azië. Bovendien moet je niet alle eieren in hetzelfde mandje leggen, maar de risico’s zoveel mogelijk spreiden. We willen de komende jaren overigens wel meer in Nederland gaan beleggen. We zijn onder andere al betrokken bij de financiering van de Afsluitdijk, energiezuinige huizen en windmolens. Je kunt ook denken aan andere investeringen in de infrastructuur, zoals een betere verbinding tussen Schiphol en Amsterdam. In veel landen worden dergelijke projecten door pensioenfondsen gefinancierd. Dat kan ook voor ons interessant zijn, mits het rendement goed is.’

 

Stel, APG moet kiezen tussen rendement of duurzaamheid bij een investeringsbeslissing?
Ronald: ‘Het is primair onze opdracht om een goed pensioen voor de deelnemer te realiseren, daarom is een goed rendement nodig. Maar daarnaast willen we met onze beleggingen bijdragen aan een goede leefomgeving, anders heb je later niets aan dat goede pensioen. Een goed pensioen, in een duurzame wereld, nadrukkelijk in die volgorde. In de praktijk ervaren we trouwens amper een dilemma tussen rendement en duurzaamheid. Sterker nog: omdat we niet alleen naar de financiële cijfers kijken, maar ook naar duurzaamheid, nemen we betere beleggingsbeslissingen.’

 

Waarom investeert APG nog steeds in bedrijven als Shell?
Ronald: ‘Je kunt besluiten om niet in dat soort bedrijven te beleggen, maar dan kun je als grote aandeelhouder ook geen invloed uitoefenen. Wij blijven als belegger liever betrokken. Shell werkt aan de transitie van fossiele brandstoffen naar nieuwe energiebronnen, mede door de druk die wij op het management uitoefenen. Je kunt idealistisch roepen dat er morgen geen fossiele brandstoffen meer gebruikt mogen worden, maar dat is niet realistisch: de wereld kan nog niet zonder. Wij kiezen niet voor een activistische benadering, maar we laten wél onze stem horen.’

 

APG wil zich meer op de deelnemer gaan richten en heeft een vijfde bestuurslid benoemd met die verantwoordelijkheid. Wat gaat de deelnemer daar concreet van merken?
Gerard: ‘In een nieuw pensioenstelsel met minder garantie en meer keuzevrijheid moeten mensen verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen pensioen. Ze moeten ingrijpende keuzes maken, terwijl ze vaak onvoldoende kennis hebben en geen zin om zich erin te verdiepen. We sturen deelnemers nu één keer per jaar een bijna onleesbaar pensioenoverzicht. Zeventig procent van de Nederlanders gooit de envelop meteen weg. Je moet pensioenen dus eenvoudiger en toegankelijker maken en mensen helpen pensioenbewust te worden. Zo kun je denken aan een digitale ‘pensioen-apk’ bij levensmomenten als trouwen, scheiden, kinderen krijgen of een andere baan. Een snelle check: wat betekent dat voor je pensioen? Het afgelopen jaar hebben we bijvoorbeeld de Persoonlijke Pensioenpot ontwikkeld voor ABP. Daarmee kunnen inmiddels 850.000 Nederlanders zien hoeveel geld er voor ze in de pot zit. De komende periode gaan we met deelnemers in gesprek over hoe we ze verder kunnen ondersteunen.’

 

Er zijn in Nederland ook 850.000 zzp’ers zónder pensioen. Hoe moeten we daarmee omgaan?
Gerard: ‘Dat is zorgelijk. Als zzp’ers geen pensioen opbouwen, kan dat leiden tot armoede onder ouderen. De meeste werknemers werken verplicht elke week één dag voor hun pensioen. Daardoor heeft Nederland 1400 miljard euro klaarstaan als oudedagsvoorziening. Zzp’ers kunnen vrijwillig pensioen opbouwen, maar doen dat niet altijd. Als je mensen de keuze geeft om hun geld veertig jaar vast te zetten, of vandaag uit te geven bij de Mediamarkt, dan doen ze het laatste. Nu is de ene zzp’er de andere niet. Je hebt de ontslagen bouwvakker die tegen wil en dank zzp’er werd en je hebt de goedbetaalde ict’er of interim-manager. Wij vinden dat de overheid maatregelen moet nemen de kwetsbare zzp'ers en de middengroepen te beschermen. We hadden het daarom wenselijk gevonden als er een verplicht zzp-pensioen zou komen. Omdat dit politiek niet haalbaar lijkt en er ook onvoldoende draagvlak is bij zzp'ers zelf, kun je denken aan tussenvormen die de kern van dit probleem aanpakken, maar die meer ruimte bieden voor maatwerk.'

 

Tot slot: krijgen we ooit nog een pensioenakkoord?
Gerard: ‘In Nederland spreken we schande van de manier waarop Britse politici omgaan met de Brexit. De pensioenonderhandelaars moeten oppassen dat ze bij het pensioenakkoord niet hetzelfde gedrag gaan vertonen. Er wordt misschien gedacht: we hebben tot 31 december 2019, dus laten we tot de kerst onderhandelen, want dat vergroot de druk om eruit te komen en misschien komt er dan vanzelf een partij in beweging. Maar dat leidt tot grote onzekerheid voor de Nederlandse pensioendeelnemers. De partijen moeten zich realiseren welke emoties dit in het land oproept. Ze hebben de plicht om knopen door te hakken en mensen eindelijk te laten weten waar ze aan toe zijn.’

 

Volgende publicatie:
Pensioen opgebouwd in het buitenland?

Pensioen opgebouwd in het buitenland?

Gepubliceerd op: 19 februari 2019

Werken in het buitenland betekent vaak ook dat je pensioen opbouwt in dat land. Hiermee wordt inzicht krijgen in wat je waar hebt opgebouwd er vaak niet makkelijker op..

 

ls het aan de Europese Unie ligt, biedt een Europees pensioenplatform uitkomst. Een internationaal consortium van ervaren pensioenpartijen, waaronder APG, werkt met de EU aan de komst van zo’n Europees pensioenplatform.Noem het een Track & Trace van je pensioen. 

 

Het consortium en de EU startten al in 2013 met de uitwerking van dit idee en zijn nu toe aan de volgende fase. Er komt een pilot, waarbij de bestaande website  www.FindyourPension.eu stap voor stap wordt uitgebreid. Er zal generieke pensioeninformatie worden aangeboden uit meerdere Europese landen. Hoe wordt pensioen geregeld in bijvoorbeeld Duitsland of België? En men kan er terecht voor hulp bij het traceren van opgebouwd pensioen in ten minste vijf Europese lidstaten. Ook wordt in de pilot de technische basis gelegd voor de Europese track & trace functionaliteiten. Het uiteindelijke doel is om zoveel mogelijk pensioenpartijen aan te sluiten.  

 

Press Release.

Volgende publicatie:
Interview Gerard van Olphen met De Telegraaf

Interview Gerard van Olphen met De Telegraaf

Gepubliceerd op: 17 augustus 2018

Gerard van Olphen spreekt in een interview met De Telegraaf over de pensioensector, collectief beleggen en het realiseren van extra rendement.

 

Pensioensector moet Nederlands leren

“Omdat carrièrepaden tegenwoordig heel anders verlopen, zullen mensen zich meer dan in het verleden moeten afvragen hoe het met hun pensioen zit. „Het gaat niet meer vanzelf”, trapt Van Olphen direct af. „Dus moeten wij Nederlanders geen pensioenjargon willen leren, maar de pensioensector zal Nederlands moeten leren.”

 

Collectief beleggen biedt meer kansen

„Een individueel potje is uitvoerbaar, want dat is in zekere zin een individuele verzekering. Maar er zitten een heleboel nadelen aan. Als je collectief belegt, met een verplichtstelling, kan je op de lange termijn, dertig tot veertig jaar, voor mensen beleggen. Die kunnen niet iedere dag in- en uittreden. Dat geeft kansen die er voor iemand die op dagbasis belegt niet zijn.”

 

Opnieuw oriënteren als toonaangevende belegger

"In afgelopen tien jaar zijn de pensioenpotten in omvang verdubbeld, met rendementen die vaak boven de 7% lagen. Maar wat we zien is dat de dingen die je als belegger die afgelopen jaren succesvol maakten, niet de dingen zijn die je de komende jaren succesvol maken. Hoewel we van crisis naar crisis holden, zijn de afgelopen dertig jaar vanuit het oogpunt van rendement topjaren geweest. De drijvers waren een sterk dalende rente, dalende inflatie, toenemende wereldhandel, opkomende markten en een jonge, mondiale arbeidsbevolking. Als je dat nu bekijkt voor de komende twintig jaar? Dalende rentes en inflatie? Toenemende wereldhandel? Mwah. Opkomende markten zijn concurrenten geworden. De wereld vergrijst. We moeten ons dus opnieuw oriënteren als we een toonaangevende belegger willen blijven.”

 

Extra rendement realiseren

„Wij zien onder meer mogelijkheden in opkomende markten, vastgoed en alternatieven voor bankleningen. Waar mogelijk willen we ook zelf mogelijkheden creëren. En we kiezen ook voor lage kosten: concreet doen we zo veel mogelijk beleggingen in huis, in plaats van het uit te besteden aan dure buitenlandse partijen. We hebben net een overeenkomst gesloten in China met E Fund, een grote vermogensbeheerder. China bouwt aan een eigen pensioenstelsel en E Fund wil zich als vermogensbeheerder toeleggen op die ontluikende pensioenmarkt en van ons leren. En wij willen deze grote, steeds opener economie begrijpen en rechtstreeks toegang krijgen tot de rendementen.”

 

Lees het volledige interview op de website van De Telegraaf

Volgende publicatie:
Lancering 'De wereld achter jouw financiële toekomst'

Lancering 'De wereld achter jouw financiële toekomst'

Gepubliceerd op: 29 mei 2018

Pensioen is voor veel mensen hartstikke ingewikkeld, daarom laten we deelnemers met ‘de wereld achter jouw financiële toekomst’ het Nederlandse pensioenstelsel op andere manier zien.

 

Met “De wereld achter jouw financiële toekomst” beleven deelnemers hoe het collectieve stelsel in elkaar zit en wat er wanneer gebeurt rondom hun eigen pensioen. Ook laten we hen ervaren wat wij als APG in het jaar 2017 hebben gedaan voor een goed pensioen. Het is zeg maar het publieksverslag van APG.

Dit publieksverslag is behalve te lezen, ook met de app ‘Toekomst in zicht’ te ervaren via Augmented Reality (AR). Hierdoor wordt met een smartphone/tablet een extra laag toegevoegd aan de werkelijkheid en komt het document tot leven in de persoonlijke omgeving van de lezer.

 

Lees en ervaar

'De wereld achter jouw financiële toekomst' lezen? Download het verslag

Het verslag met een extra dimensie via AR beleven? Download hieronder de app voor mobiel/tablet:

Volgende publicatie:
Jaarverslag APG 2017: goede stappen gezet in vergroten pensioenwaarde deelnemer

Jaarverslag APG 2017: goede stappen gezet in vergroten pensioenwaarde deelnemer

Gepubliceerd op: 26 april 2018
  • gemiddeld rendement circa 7 procent
  • uitvoeringskosten verlaagd
  • groei in duurzaam beleggen
  • innovatie door samenwerking met fondsen

 

APG behaalde voor zijn pensioenfondsen en hun deelnemers over 2017 een gemiddeld rendement van circa 7 procent (over de verschillende fondsen varieerde dit van 5,6 tot 7,9 procent). Tegelijkertijd slaagde APG erin om de uitvoeringskosten per deelnemer te verlagen met behoud van een kwalitatief hoogwaardige dienstverlening. APG is een financieel gezonde onderneming. De omzet van APG bedroeg in 2017 €1.052 miljoen. Het netto resultaat kwam uit op €47 miljoen. Dat blijkt uit het vandaag gepubliceerde Jaarverslag 2017. 

 

Als toonaangevend belegger ontwikkelde APG nieuwe initiatieven. Zo maakte APG in 2017 bekend dat het samen met E Fund in Chinese aandelen gaat beleggen. APG en E Fund, één van de grootste beleggers van China, wisselen kennis uit op het gebied van vermogensbeheer, ICT en pensioenadministratie. Het partnership past in de strategie van APG om nadrukkelijk in duurzaamheid en groeimarkten te investeren. Daar verwacht APG op de termijn meer rendement voor deelnemers te realiseren.

 

Recent maakte APG bekend dat het kunstmatige intelligentie voor duurzaam beleggen gaat inzetten. APG nam daartoe de data analytics-activiteiten op dit vlak over van Deloitte Nederland. Het bedrijfsonderdeel staat bekend om haar grote expertise en kennis op het snijvlak van kunstmatige intelligentie, big data en duurzaam beleggen. De overname leidt voor APG tot een aanmerkelijke versnelling in de toepassing van kunstmatige intelligentie en big data voor duurzaam en verantwoord beleggen.

 

Samenwerking met ABP en SPW leidde tot innovatieve producten voor deelnemers. Met ABP werd de persoonlijke pensioenpot ontwikkeld: een aantrekkelijke visualisatie waarmee de deelnemer op eenvoudige wijze inzicht krijgt in het opgebouwde pensioen. Samen met SPW werd Helder Overzicht & Inzicht gelanceerd. Daarmee krijgen deelnemers van het fonds gemakkelijk inzicht en overzicht in hun inkomsten en uitgaven bij pensionering.

Naast de drie ‘traditionele’ variabelen risico, rendement en kosten is voor de ruim 700 APG-beleggers een vierde variabele heel belangrijk: duurzaamheid. Een steeds groter deel van het belegde vermogen wordt duurzaam belegd. Pensioenfondsen en APG geloven in het realiseren van een goed pensioen in een duurzame wereld. Omdat de beleggingsrendementen in de nabije toekomst naar verwachting zullen afnemen, zoekt APG naar alternatieve beleggingen en zet het in op ‘ondernemend beleggen’.

 

Gerard van Olphen, voorzitter raad van bestuur APG: “We hebben in het afgelopen jaar nadrukkelijk ingezet op het vergroten van pensioenwaarde voor onze pensioenfondsen en hun deelnemers. Concreet willen we deelnemers de meeste inkomensjaren voor later bieden. Door het behalen van goede en duurzame rendementen enerzijds en het verlagen van onze uitvoeringskosten anderzijds, hebben we daar in 2017 goede stappen gezet. We kijken dan ook met tevredenheid terug op 2017 en zetten alles in het werk om deze lijn in de toekomst voort te zetten.”

 

APG beheert circa 470 miljard euro pensioenvermogen en zorgt ervoor dat ruim 4,5 miljoen mensen erop kunnen vertrouwen dat hun opgebouwde pensioenrechten op een goede manier worden belegd, geadministreerd en uitgekeerd.

 

Bekijk hier het volledige APG Jaarverslag 2017

 

Volgende publicatie:
Acht vragen en antwoorden over pensioen en de rente

Acht vragen en antwoorden over pensioen en de rente

Gepubliceerd op: 15 november 2016

Het is moeilijk uit te leggen. Nederlandse pensioenfondsen hadden vorig jaar 1.176 miljard euro aan vermogen. En toch worden de pensioenen niet aangevuld en dreigt een aantal fondsen volgend jaar te moeten korten. Het heeft te maken met de invloed van de dalende rente op de dekkingsgraden, waar in het NRC artikel een achttal vragen over worden gesteld aan diverse professionals in de pensioenwereld.

 

Wat is de rekenrente en waar komt het vandaan?

De waarde van het pensioen in de toekomst, wordt bepaald met de rekenrente. Vroeger was er een vaste rekenrente van 4 procent, sinds 2007 is deze gebaseerd op de ‘risicovrije marktrente’. Als fondsen iemand over 10 jaar pensioen moeten uitkeren, dan rekenen ze met de marktrente voor een duur van 10 jaar; een uitkering over 20 jaar met de 20-jaarsrente. Maar wie aan het begin van zijn carrière pensioen gaat opbouwen, krijgt misschien pas over 55 jaar pensioen. Omdat rentes van langer dan 20 jaar onbetrouwbaar zijn, heeft De Nederlandsche Bank (DNB) in 2012 de UFR ingevoerd. De toezichthouder heeft deze rekenrente in 2015 al verlaagd en de UFR is nu beweeglijk en daalt verder.

 

Lage rente en invloed op pensioen

"De pensioenen zijn veel duurder geworden,” aldus Onno Steenbeek. "Het idee van verdamping is flauwekul. De verplichtingen zijn harder gestegen dan het vermogen – ook omdat we berekend hebben dat we veel langer leven. Dat speelt... in de hele sector.”

 

Acht vragen over pensioen

De acht vragen die in het artikel beantwoord worden, zijn: 

  1. Wat bepaalt of pensioenfondsen mogen verhogen of moeten korten? Met wat voor rente rekenen pensioenfondsen?
  2. Met wat voor rente rekenen pensioenfondsen?
  3. Wat doet de lage rente dan met pensioenen?
  4. Hoeveel miljarden zijn er door de lage rente verdampt?
  5. Pensioenfondsen kunnen dus ook verdienen als de rente daalt?
  6. Hebben mensen met pensioenverzekeringen ook last van de rente?
  7. Wat willen politieke partijen aan de lage rente doen?
  8. Wat gebeurt er als de rente nu ineens zou blijven stijgen?

Lees het gehele artikel op nrc.nl 

Volgende publicatie:
De pensioenpuzzel van zelfstandigen

De pensioenpuzzel van zelfstandigen

Gepubliceerd op: 7 november 2016

Hoe bereiden zelfstandigen in Nederland zich voor op hun pensioen? Zij hebben vaak geen, of een verhoudingsgewijs klein, verplicht bedrijfspensioen. De kernvraag luidt dan ook: leggen zelfstandig ondernemers op vrijwillige basis geld opzij en is dit toereikend om hun verwachtingen over hun pensioen te vervullen?

 

Verschillende databronnen zijn naast elkaar gelegd om de pensioenpuzzel van zelfstandig ondernemers uiteen te kunnen rafelen. Wanneer alle puzzelstukjes bij elkaar worden gelegd, ontstaat het beeld dat het toekomstige (pensioen)vermogen van zelfstandigen hoogstwaarschijnlijk niet overeenkomt met hun huidige verwachtingen ten aanzien van de toekomst.

 

Gelijke verwachtingen

Zelfstandigen en werknemers hebben vergelijkbare verwachtingen ten aanzien van pensioenleeftijd en vervangingspercentage (de verhouding tussen de pensioenuitkering en het laatst verdiende loon). Voor werknemers met een volledige loopbaan kan er aan deze verwachtingen worden voldaan, mits hun pensioenfonds er goed voor staat, maar het is zeer de vraag of dit ook geldt voor zelfstandigen. De motivatie om te sparen is in beide groepen hoog. Misschien zelfs hoger onder zelfstandigen. Maar zij hebben ook weinig bedrijfspensioen opgebouwd en moeten meer privaat vermogen opbouwen om aan eenzelfde pensioen te komen.

Hoewel zelfstandigen het belangrijk vinden om te sparen voor hun pensioen en dit ook van plan zijn, blijkt dit voor hen toch lastig te realiseren. Hetzelfde probleem geldt overigens voor veel werknemers, maar zelfstandigen zitten in een slechtere positie. Zij hebben vaker te weinig rechten opgebouwd in de tweede en derde pensioenpijler. Ook kunnen ze te maken krijgen met hogere hypotheekkosten na hun pensionering, vanwege een hogere restschuld en het verlies van hypotheekrenteaftrek. Daarnaast hebben zelfstandigen in veel gevallen niet wezenlijk meer privévermogen dan werknemers met een vergelijkbaar inkomen. Ook een onderzoek naar hun meer onconventionele pensioenbesparingen wijst er niet op dat zelfstandigen zich op een andere significante wijze voorbereiden op hun pensioen.

 

Lees het volledige rapport op netspar.nl en bekijk het video interview met Mauro Mastrogiacomo (VU)

 

Lees meer:

Volgende publicatie:
Nederland behoudt tweede plaats wereldranglijst pensioenen

Nederland behoudt tweede plaats wereldranglijst pensioenen

Gepubliceerd op: 24 oktober 2016

Het Nederlandse pensioenstelsel staat net als vorig jaar op plaats twee op de wereldranglijst van pensioenen, maar loopt in op de nummer 1: Denemarken. Australië blijft op de derde plaats. Dit blijkt uit de jaarlijkse Global Pension Index van Mercer, adviesbureau op het gebied van Health, Wealth, Career.

 

De Global Pension Index

De Global Pension Index vergelijkt de pensioenstelsels van 27 landen wereldwijd en dekt hiermee bijna 60% van de wereldbevolking. Er wordt gekeken naar zowel door de overheid gefinancierde als zelf geregelde pensioenen, maar ook naar persoonlijke bezittingen en spaargeld buiten het pensioenstelsel.

 

De index is gebaseerd op drie elementen: toekomstbestendigheid, integriteit en toereikendheid. Hoewel de toekomstbestendigheid van het Nederlandse stelsel iets is toegenomen, is de mate waarin onze pensioenen een leefbaar minimuminkomen kunnen garanderen (toereikendheid) iets gedaald.

 

Nederland en Denemarken zijn de enige landen met een A-grade: een eerste klas en krachtig pensioenstelsel dat goede prestaties levert, duurzaam en betrouwbaar is. Wel reikt de Global Pension Index punten aan waarop het Nederlandse pensioenstelsel verbeterd kan worden, zoals het stimuleren van arbeidsparticipatie van ouderen.

 

Vertrouwen in pensioenfondsen gedaald

Ook werd de deelnemers door Mercer gevraagd hoe groot hun vertrouwen is in de pensioenfondsen. Bij meer dan een kwart van de Nederlanders is het vertrouwen in hun pensioenfonds het afgelopen jaar gedaald. Bij slechts 7% van de Nederlanders is het vertrouwen toegenomen. Bartjan Willenborg van Mercer: “Bijna dagelijks lees je in de media negatieve berichten over de financiële positie van pensioenfondsen en het verlagen van pensioenuitkeringen. Nederlanders lezen dus vooral wat er niet goed gaat, maar horen zelden wat er wel goed gaat. Hierdoor krijgen ze een steeds negatiever beeld van de fondsen en daalt het vertrouwen.” Deelnemers geven aan dat hun vertrouwen zal toenemen wanneer ze beter inzicht hebben in hun persoonlijke situatie. “Maak het ze makkelijk door ze met één druk op een knop te laten zien hoeveel er in hun pensioenpot zit”, oppert Willenborg.

 

Lees hier het volledige rapport.

Volgende publicatie:
The times they are a-Changin'

The times they are a-Changin'

Gepubliceerd op: 2 oktober 2016

Ethiek en integriteit was het onderwerp van gesprek op 1 september jongstleden op de bijeenkomst van de beroepsorganisaties van beleggingsprofessionals VBA en CFA. Is een mooie mix van ethiek en integriteit de oplossing voor Times are a-changin’, internet, big data en vertrouwen?

 

Financiële sector onderdeel van de samenleving

Minister Jeroen Dijsselbloem, Gerard van Olphen, voorzitter van de raad van bestuur van APG, Fieke van der Lecq, hoogleraar Pensioenmarkten aan de VU en Jacob Kohnstamm, oud-voorzitter van de Autoriteit Persoonsgegevens, vertelden over hun visie en uitdagingen. Fintech-experts Don Ginsel, Maurits Olijve en Berend de Jong legden uit hoe fintech een zegen of vloek kan zijn voor de consument. Om vertrouwen te herstellen, moet de financiële sector zich onderdeel voelen van de samenleving. Het zorgdragen voor het geld van anderen brengt daarbij een grote verantwoordelijkheid met zich mee.

 

Stoppen met 'het geleuter over vertrouwen'

Voor professionals in de sector kan het soms frustrerend zijn dat het vertrouwen laag blijft. Net als het beter lijkt te gaan, gooien nieuwe feiten roet in het eten. Met als het tegenzit nieuwe regels tot gevolg. Fieke van der Lecq riep op te stoppen met ‘het geleuter over vertrouwen’; ‘wees extra voorzichtig als je alleen geld met geld verdient’. De uitdaging in een snel veranderende omgeving is om na te denken over je eigen toegevoegde waarde. Wat heeft een consument of bedrijf aan specifieke producten en diensten? Dragen deze bij aan het bedrijfsresultaat of aan het realiseren van doelen van de klant? Wat verwachten bedrijven en consumenten van de sector? Daarvoor is het nodig om intensief in gesprek te zijn met de klant. Een statement als ‘de klant centraal’ wordt door alle aanbieders in de sector beleden. Maar kennen we de klant ook echt? 

 

Anders werkend vertrouwen

De fintech-experts gaven een inkijkje in de laatst ontwikkelingen op het snijvlak van technologische innovatie en de financiële sector. Ook Nederland kent inmiddels honderden startups die zich veel meer dan traditionele financials richten op zaken die de consument echt wil. Vertrouwen blijkt opeens heel anders te werken. Nieuwe bedrijven kunnen in korte tijd onderdeel worden van de vertrouwde omgeving van consumenten, waarin zij veel informatie over zichzelf prijsgeven. Het kennen van de klant is veel eenvoudiger geworden, maar is dit altijd veilig? Security wordt een steeds groter thema en 100% veiligheid bestaat niet. De financiële sector snapt volgens de fintech-experts nog onvoldoende dat het gedrag van de klant echt is veranderd. Tijd voor navelstaren is er niet: nieuwe bedrijven van buiten de sector willen maar al te graag consumenten bedienen op het gebied van betalen, verzekeren en beleggen. En dat tegen vaak lagere kosten. 

 

Delicate balans tussen gemak en risico 

Tegenover het gemak van fintech staan echter ook risico’s. Als persoonsgegevens (big data) een betaalmiddel worden, dan moeten we opletten, aldus Jacob Kohnstamm. Het maken van profielen van consumenten kan onzichtbare gevolgen hebben en de vrijheid, autonomie, gelijke behandeling en zelfontplooiing kunnen in het geding komen. Een dubbeltje kan dan geen kwartje meer worden.

 

Gewoner en toegankelijker, niet eenvoudiger

Zo brengt fintech nieuwe dilemma’s met zich mee. Het gesprek met de samenleving is essentieel om het moreel kompas zuiver te houden, zeker in snel veranderende tijden. Het streven om de belangen van de klant, aanbieder en andere stakeholders in evenwicht te houden, gaat zo door. Eenvoudiger gaat de financiële wereld niet worden met alle nieuwe aanbieders, maar wel gewoner en toegankelijker. Tot genoegen van de klant.

Volgende publicatie:
Pensioenstelsel 2025: klaar voor het vervolg in de 21ste eeuw?

Pensioenstelsel 2025: klaar voor het vervolg in de 21ste eeuw?

Gepubliceerd op: 13 september 2016

In ‘Pensioen Topics’ geven vooraanstaande auteurs uit de pensioenwereld hun visie op het pensioencontract, de beleggingen, het bestuur en de governance. Jurre de Haan, Peter Gortzak en Alwin Oerlemans van APG hebben een bijdrage geleverd over pensioen in de toekomst.

 

In het hoofdstuk 'Pensioenstelsel 2025: klaar voor het vervolg in de 21ste eeuw?' beschrijven de auteurs hoe de wereld om ons heen snel verandert. De voorkeuren en waarden van deelnemers veranderen, evenals de maatschappij zelf. Welke eisen zal de deelnemer in 2025 stellen aan een goed pensioen? En wat betekent dit voor de pensioenuitvoering? Het gaat daarbij om trends die vragen om een aanpassing van het pensioenstelsel, zoals de toenemende behoefte aan eigen regie, een dynamische arbeidsmarkt waarbij de houdbaarheidsdatum van bedrijven en sectoren steeds korter zal worden en de (on)houdbaarheid van het huidige pensioencontract.

 

Na de huidige trends wordt de vertaalslag gemaakt naar wat dit betekent voor de consument in 2025. Waar moet volgens hem of haar een goed pensioen aan voldoen? Hoe kan de consument zijn inkomen voor later en zijn inzetbaarheid op de arbeidsmarkt borgen? Daarbij wordt een schets gegeven in welke richting het pensioenstelsel zich kan begeven gebaseerd op de trendanalyse en de waarden voor een goed pensioen. De veranderingen hebben eveneens implicaties voor de pensioenuitvoering. Nieuwe oplossingen voor de inkomensvoorziening voor later, technologische vernieuwing en andere wensen van deelnemers en gepensioneerden leiden tot innovatie in de uitvoering.

 

Lees meer:

Volgende publicatie:
Zesde APG Summercourse georganiseerd voor klanten

Zesde APG Summercourse georganiseerd voor klanten

Gepubliceerd op: 12 september 2016

Eind augustus organiseerde APG voor het zesde jaar op rij een summercourse voor zijn klanten. In drie dagen werd een intensieve leergang geboden met diverse sprekers, workshops, enkele netwerkmomenten en avondsessies.

 

Rode draad

De rode draad van het programma; van maatschappij, langs politiek en toezichthouders naar onze klanten en de individuele deelnemers. En tot slot antwoord op de vraag 'Hoe maakt APG zich klaar voor de toekomst?' om klanten hierin optimaal te kunnen ondersteunen en servicen.

Naast enkele sprekers van APG traden o.a. Kees Goudswaard, voorzitter van de SER-commissie Commissie Toekomst Pensioenstelsel, Gabriel Bernardino van Europese toezichthouder EIOPA, Bert Boertje van DNB en Johan de Groot van AFM op als spreker. Ook de klanten zelf kwamen aan het woord en presenteerden hun strategische verkenningen aan elkaar.

 

Achtergrond van de summercourse

Tijdens de summercourse kunnen klanten kennis en ervaringen uitwisselen en helpt APG hen bij het bevorderen van deskundigheid. En we proberen deelnemers te inspireren en uit te dagen om op een andere manier bezig te zijn met het eigen werkveld. Daarnaast biedt de leergang een mooie gelegenheid om intensief met elkaar van gedachten te wisselen over de ontwikkelingen in het pensioenlandschap.

Volgende publicatie:
In de psyche van de pensioendeelnemer voor betere pensioencommunicatie

In de psyche van de pensioendeelnemer voor betere pensioencommunicatie

Gepubliceerd op: 29 augustus 2016

Pensioenuitvoerders staan al snel met 1-0 achter als ze communiceren met hun deelnemers. “Mensen vertonen bij begrippen als ‘gras’ en ‘baksteen’ positievere emoties dan bij ‘uniform pensioenoverzicht’ en ‘dekkingsgraad’.” Neuromarketing biedt uitkomst.

 

De pensioendeelnemer is een vat vol tegenstrijdigheden. Tussen denken en doen gaapt vaak een diepe kloof. En beslissingen worden grotendeels niet bewust genomen, ook al denkt hij van wel. Emoties spelen daarbij een belangrijke rol. Ondertussen probeert de pensioensector de deelnemer (meer) bewust te maken van zijn pensioen en hem aan te zetten tot juiste beslissingen. Zie hier de grote uitdaging voor de afdeling communicatie.
 
Neuromarketing kan helpen om de pensioendeelnemer beter te leren kennen en communicatie beter op hem af te stemmen. Daarbij passen marketeers medische technieken en inzichten uit de neurowetenschap toe. Deze wetenschap probeert bijvoorbeeld met MRI-scans inzicht te krijgen in hoe onze hersenen de wereld om ons heen waarnemen, herinneringen uit het geheugen oproepen en hoe wij op basis daarvan handelen. Neurowetenschap  probeert vast te stellen hoe emoties ons denken beïnvloeden en hoe de regulering van emotie, denken en handelen in zijn werk gaat.
 
Neuromarketing past deze kennis en onderzoeksmethoden toe op het gebied van marketing. Het doel is om producten en diensten beter te laten aansluiten bij behoeftes van consumenten en om marketingactiviteiten effectiever te maken.

Op een klantenbijeenkomst van Robeco Premiepensioeninstelling (Robeco PPI) vertelde Joyce Vonken (adviseur marketing en communicatie bij APG en betrokken bij neurowetenschappelijk onderzoek naar de beleving van pensioen en pensioenkeuzes bij Nederlandse pensioendeelnemers) over de bevindingen van het onderzoek. APG is via dochteronderneming Inadmin administrateur van Robeco PPI.

Pensioencommunicatie maakt inhaalslag

“Pensioencommunicatie is met een inhaalslag bezig. Er wordt steeds meer gebruik gemaakt van wetenschappelijke inzichten op het gebied van neurowetenschap, gedragseconomie en communicatiewetenschap”, stelt Joyce Vonken.

 

Lees het volledige artikel op de website van Robeco.

Volgende publicatie:
Verandering verplichtstelling verzandt in vernieuwing pensioenst

Verandering verplichtstelling verzandt in vernieuwing pensioenst

Gepubliceerd op: 15 augustus 2016

Verandering van de verplichtstelling van bedrijfstakpensioenfonds naar bedrijfstakpensioenregeling. Dat was de kern van een wetsvoorstel dat staatssecretaris Jetta Klijnsma van SZW vorig jaar november in een brief aankondigde bij de Tweede Kamer. Inmiddels is de Perspectiefnota van het kabinet over de herinrichting van het Nederlandse pensioenstelsel verschenen. PensioenAdvies sprak met twee prominente wetenschappers en vroeg ook een reactie aan de Pensioenfederatie en het Verbond van Verzekeraars.

Voor de geschiedenis van het huidige systeem van verplichtstelling moeten we teruggaan tot het midden van de vorige eeuw. De verplichtstelling heeft als doel om zoveel mogelijk werknemers binnen een bedrijfstak solidair pensioen te laten opbouwen en om in die bedrijfstak neerwaartse concurrentie op de arbeidsvoorwaarde pensioen te voorkomen. Een verplichtstelling wordt op verzoek van sociale partners in een bedrijfstak onder voorwaarden door de overheid verleend. Alleen het verplicht gesteld  bedrijfstakpensioenfonds mag dan de pensioenregeling uitvoeren. Andere partijen mogen dat niet. Dit is een uitzondering op de mededingingsregels, maar die is toegestaan omdat het een dienst van algemeen economisch belang betreft.

 

Voorstel niet ingegeven door komst APF

Hoogleraar Pensioenrecht aan VU professor Erik Lutjens was een van de auteurs van het rapport ‘Verplicht gestelde bedrijfstakpensioenfondsen en het algemeen pensioenfonds’ dat in september vorig jaar is verschenen op verzoek van het Ministerie van SZW. Hij vertelt dat hoewel het onderwerp van de verplichtstelling wel specifiek opkwam bij het algemeen pensioenfonds (APF), het onderzoek niet is ingegeven door de komst van het APF. “De achtergrond van het onderzoek is dat kleine bedrijfstakpensioenfondsen net als veel ondernemingspensioenfondsen het hoofd moeilijk boven water kunnen houden door de steeds strengere governance-eisen. Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel APF is een amendement opgekomen om een fusie tussen verplicht gestelde bedrijfstakpensioenfondsen mogelijk te maken met behoud van de oorspronkelijke vermogens via ringfencing. Dat ging niet door omdat de Raad van State hier bezwaar tegen maakte. Zij had bezwaar tegen ringfencing omdat er dan binnen de verplichtstelling een oneerlijk concurrentievoordeel ten opzichte van verzekeraars zou ontstaan omdat je een solidariteitselement wegneemt.

 

Verplichtstelling is en blijft sterk punt

Een belangrijke vraag is of de verplichtstelling in het kader van de nationale discussie over het pensioenstelsel in ieder geval nog te handhaven is? Kloosterboer vindt van wel. Alle geluiden hebben één ding gemeen: er moet een verplichtstelling tot pensioenopbouw blijven in Nederland. In de Perspectiefnota staat ook duidelijk dat het kabinet een vorm van verplichtstelling aan bedrijfstak- en beroepspensioenfondsen als een sterk punt van het Nederlandse pensioenstelsel ziet en dit wil behouden." Koopman laat een wat ander geluid horen: “De maatschappelijke vraag is welke vormen van solidariteit we wenselijk vinden en of die ook voldoende meerwaarde bieden voor de deelnemers in een stelsel dat toegroeit naar meer persoonlijke aanspraken en meer keuzevrijheid. Ook in zo’n systeem is wat ons betreft nog steeds sprake van solidariteit, omdat je samen het risico op langleven, kortleven en arbeidsongeschiktheid deelt.”

 

Europees recht

Is Nederland uniek met de verplichtstelling of zijn er elders in Europa ook landen die een soortgelijk systeem kennen? We vroegen het aan professor Hans van Meerten, bijzonder hoogleraar internationaal pensioenrecht aan de Universiteit van Utrecht. Je moet onderscheid maken tussen de kleine en de grote verplichtstelling. De kleine verplichtstelling houdt in dat je als werknemer verplicht deelneemt aan de pensioenregeling van je werkgever, maar de uitvoering daarvan is vrij. Bij de grote verplichtstelling staat de overheid toe dat deelname aan een bedrijfstakpensioenfonds bindend is voor de hele sector. In de Scandinavische landen heb je een soort combinatie waarbij de cao bepalend is voor deelname aan een pensioenregeling. De uitvoering daarvan is echter vrij. Wat de Nederlandse verplichtstelling aan het bedrijfstakpensioenfonds uniek maakt is dat dit uitsluitend aan een Nederlandse stichting mag zijn. Dan praten we over ongeveer 80% van de Nederlandse pensioendeelnemers. Ik vraag me al heel lang af of dit in het kader van het Europees recht wel mag. Die verplichtingstelling is in het verleden getoetst waarbij het erom ging of de regeling wel voldoende sociaal was om de inbreuk op het mededingingsrecht te rechtvaardigen. Maar als je kijkt naar nationaliteit vraag ik het me af. Waarom zou een regeling niet kunnen worden uitgevoerd door een Belgische partij als die een beter pensioen biedt voor de deelnemers.

 

Lees hier het gehele interview in Pensioenadvies van augustus 2016

Volgende publicatie:
Recensie The Future of Pension Management

Recensie The Future of Pension Management

Gepubliceerd op: 14 juli 2016

Met The Future of Pension Management, Integrating Design, Governance, and Investing geeft Keith Ambachtsheer een actuele visie op pensioenen. Zijn nieuwe boek is een must-read voor pensioenfondsbestuurders omdat hij naast de theorie van goed pensioenfondsbestuur en -beleggen vele voorbeelden geeft uit de praktijk.

 

Basisprincipes goed uitgewerkt

Ambachtsheer schuwt hierbij geen onderwerp en focust op dilemma’s die op de bestuurstafel aan de orde zijn. Als geen ander maakt Ambachtsheer het dilemma van betaalbare pensioenen en inkomenszekerheid  voor gepensioneerden bespreekbaar. Hij verwijstnaar Nobelprijswinnaar Jan Tinbergen die hem er al vroeg van overtuigde dat als je meerdere doelstellingen wilt bereiken, je meerdere instrumenten moet toepassen. Een uitermate toepassingsgericht boek, waarbij hij economische theorie (van Keynes tot Piketty) betrekt op het pensioendomein. Zijn pleidooi voor langetermijnbeleggen (en zijn kritiek op kortetermijndenken), investment beliefs, de aanpak van het beleggingsproces en de noodzaak van schaal en efficiëntie zijn relevant voor bestuurders.

 

Sprekende voorbeelden

Na het in 2007 verschenen Pension Revolution en het in 1998 samen met Don Ezra geschreven Pension Fund Excellence gaat Ambachtsheer in op positieve ontwikkelingen in bestuur, pensioenontwerp, beleggen en risicomanagement bij pensioenfondsen. Hij geeft daarbij sprekende voorbeelden uit Canada, USA, het Verenigd Koninkrijk en Europa en deelt zijn lessen uit gesprekken met lokale experts en uit internationale research. Hij beschrijft de verschuivingen in pensioenontwerp van defined benefit en defined contribution naar defined ambition, de invloed van lagere verwachte rendementen op beleid en ontwikkelingen in risicodeling. Ambachtsheer benadrukt daarbij het belang van faire risicodeling en de eisen die deze stelt aan bestuur en toezicht. De meeste aandacht in het boek gaat uit naar beleggen en pensioengovernance. Weinig aandacht gaat uit naar ontwikkelingen aan de deelnemerskant. Veranderingen in samenleving, arbeidsmarkt en technologie leiden daar tot nieuwe vragen over keuzevrijheid en financiële planning (pensioenplanners en robo-advies).

 

Meten is weten

Ambachtsheer werkt de basisprincipes voor goed bestuur systematisch uit. Daarbij komen houdbaar pensioenontwerp, goede communicatie met belanghebbenden, ontwerp van organisatie en uitvoering, effectiviteit van het bestuur, risicomanagement, fiduciaire verantwoordelijkheid, beloningsbeleid en uitgangspunten van het beleggingsbeleid aan de orde. Hij bepleit samenwerking tussen fondsen waardoor hun expertise en invloed wordt vergroot en gezamenlijke inspanningen om goede regelgeving te bevorderen waarbij faire risicodeling over generaties wordt geborgd. Hij pleit voor het systematisch meten en transparant maken van resultaten en deelt de uitkomsten van onderzoek op dit terrein. Meten is weten loopt als rode draad door het boek. Theorie wordt veelvuldig onderbouwd met resultaten van kwantitatief onderzoek. Specifieke aandacht besteedt hij aan de kosten van extern beheer. Deze nemen toe indien er meer lagen ontstaan in het beleggingsproces. Intern beheer bij grote uitvoerders biedt volgens hem voordelen. In het hoofdstuk over cultuur in organisaties behandelt Ambachtsheer goede en slechte voorbeelden en de lessen die daaruit zijn te trekken.

 

Houdbare oplossingen

Veel aandacht (vier hoofdstukken) gaat uit naar langetermijnbeleggen. Ambachtsheer ziet hier positieve bewegingen in de pensioensector. Investment beliefs, risicohouding, benchmarking, evaluatie en mandatering worden uitgebreid toegelicht. De sector werkt aan houdbare oplossingen en stimuleert bedrijven zich te richten op een langetermijnoriëntatie met aandacht voor effecten op de leefomgeving en andere belanghebbenden. Dit zal bijdragen aan herstel van vertrouwen. Zijn belangrijkste les is dat het nuttig is voor pensioenfondsen een brede en duurzame stakeholder benadering te volgen waarin langetermijnwaardecreatie centraal staat. Een apart hoofdstuk wordt besteed aan de risico’s van klimaatwijzigingen en het effect daarvan op duurzame waardecreatie.

 

Met dit derde boek biedt Ambachtsheer een compact handboek voor goed pensioenbeheer. De opzet met korte hoofdstukken met verwijzing naar tal van studies en experts maakt het een leesbaar boek dat uitstekende bagage vormt voor nieuwe en ervaren pensioenfondsbestuurders.

 

Bron: Pensioen Bestuur & Management, nummer 2, 2016

Volgende publicatie:
Over lage rente, het pensioenstelsel en de ambitie van Gerard van Olphen

Over lage rente, het pensioenstelsel en de ambitie van Gerard van Olphen

Gepubliceerd op: 30 juni 2016

In een interview in het Financieele Dagblad gaat Gerard van Olphen onder meer in op de lage rente, veranderingen in het pensioenstelsel en zijn doelstellingen bij APG.

 

Gerard van Olphen: 'Pensioenfondsen kunnen de Europese Centrale Bank niet de schuld geven van hun problemen. Ook zonder het stimuleringsbeleid van de ECB zou de rente laag zijn, wat funest is voor pensioenfondsen. Doordat de beroepsbevolking krimpt en de economische groei laag is in Europa, is de rente structureel laag. Het ECB-beleid helpt natuurlijk niet, maar is niet bepalend.'

 

Met betrekking tot het toekomstige pensioenstelsel merkt Gerard het volgende op: ‘Ik ga er niet over. Net als bij voetbal heeft Nederland bij pensioenen 15 miljoen bondscoaches. Het is echter aan de pensioenfondsen, sociale partners en de politiek om te beslissen hoe het stelsel eruit moet zien’.

 

Over wat hij met APG wil bereiken, zegt hij: ‘Op hoofdlijnen drie dingen: we moeten ernaartoe dat deelnemers op dagbasis hun pensioen kunnen volgen. Daarnaast moet het vermogensbeheer worden aangepast aan de situatie en eisen van deze tijd. De afgelopen dertig jaar zijn er ondanks de crisis mooie beleggingsresultaten gehaald, maar het is de vraag of we dat op dezelfde manier kunnen blijven doen. Ik verwacht dat we meer rechtstreeks in de economie moeten gaan investeren, bijvoorbeeld in infrastructuur, om dezelfde rendementen te kunnen blijven halen, op een verantwoorde manier. Tot slot moet het verandervermogen van APG omhoog, om mee te kunnen gaan met de veranderingen die ons te wachten staan.’

 

Lees hier het volledige interview.

Volgende publicatie:
In discussie over het Nederlandse pensioenstelsel

In discussie over het Nederlandse pensioenstelsel

Gepubliceerd op: 20 juni 2016

Medio mei gingen de auteurs van de pension doc. van deze maand en overige beslissers in de pensioensector in discussie over het Nederlandse pensioenstelsel.

 

'De tandpasta kan niet terug in de tube als hij er eenmaal uit is', was een van de waarschuwingen van de buitenlandse sprekers over de hervormingen in het Nederlandse pensioenstelsel. Ervaringen uit het verleden van Chili en de UK werden gedeeld met de Nederlandse aanwezigen. Ook waren er positieve geluiden van bijvoorbeeld Norman Dreger van Mercer die aangaf dat het Nederlandse pensioenstelsel hoog scoort op integriteit, duurzaamheid en geschiktheid.'

 

Zie hier het verslag in het Engels van de rondetafelbijeenkomst, geschreven door Sandra Phlippen. In deze internationale Pension doc. over Good Pension design treft u bijdragen aan van Solange Berstein van de Inter American Development Bank, Chris Curry van de Pensions Policy Institute en Norman Dreger van Mercer.

 

Daarnaast zijn er twee artikelen van APG. Een artikel over het zes pijler pensioen van Manuel Garcia Huitron, Alwin Oerlemans en Michiel van Leuvensteijn en een artikel over de Europese Pensioen plannen van Johan Barnard en Wilfried Mulder.

 

Volgende publicatie:
Bestuursvoorzitter ABP te gast bij Buitenhof

Bestuursvoorzitter ABP te gast bij Buitenhof

Gepubliceerd op: 4 april 2016

Corien Wortmann, voorzitter van Stichting Pensioenfonds ABP was afgelopen zondag, samen met Anna Grebenchtchikova, voorzitter van de pensioencommissie van CNV Jong en Theo Kocken, hoogleraar Risk Management aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, te gast bij het discussieprogramma Buitenhof.

 

Het gesprek ging over het nieuwe pensioenstelsel en de financiële situatie van pensioenfondsen.

Corien Wortmann-Kool zei daar: "Het pensioenstelsel moet worden hervormd, maar daarbij moet de balans niet doorslaan naar geheel individuele spaarpotten. Het pensioenstelsel moet zo aangepast worden dat het meer gebaseerd wordt op premie-inleg dan op die 60 jaar lange belofte van zekerheid zoals we dat nu doen. Het huidige stelsel met 60 jaar zekerheid is onbetaalbaar geworden. Wij zien meer mogelijkheden om dat goeie pensioen te bieden, voortbouwend op de fundamenten van het huidige stelsel. Want daarmee behoren wij tot de beste van Europa en kunnen we dat goeie pensioen bieden, ondanks de situatie waarin we nu zitten."

 

Bekijk hier het volledige interview.

Volgende publicatie:
Meerderheid deelnemers wil ‘lump sum’ van ruim 10% bij pensionering

Meerderheid deelnemers wil ‘lump sum’ van ruim 10% bij pensionering

Gepubliceerd op: 23 maart 2016

Uit een onlangs gepubliceerd Netspar-onderzoek "Framing and the annuitization decision", blijkt dat zes op de tien medewerkers zou kiezen voor uitkering ineens in combinatie met een lagere pensioenuitkering in plaats van de gebruikelijke vaste gelijke uitkering.

 

Dit is het eerste grote Nederlandse onderzoek naar de interesse in een lump sum in combinatie met een lagere pensioenuitkering.

 

Het onderzoek is onder meer uitgevoerd door Eduard Ponds (APG en Universiteit van Tilburg), Onno Steenbeek (APG en Erasmus Universiteit) en Joyce Vonken (APG).

 

Ruim drieduizend actieve deelnemers hebben vragen ingevuld over de optie een deel van het opgebouwde pensioen (tot maximaal 20%) ineens op te nemen bij pensionering. De onderzoekers werpen ook de vraag op wat de invloed is van de vraagstelling of ‘framing’ op de interesse voor een lump sum.

 

Lees hier de resultaten van het onderzoek en hier het volledige artikel op FD Pensioen Pro (inlogcode vereist).

Volgende publicatie:
Pensionering is goed voor de gezondheid

Pensionering is goed voor de gezondheid

Gepubliceerd op: 17 februari 2016

Werknemers die vrijwillig met pensioen gaan, voelen zich na pensionering vaak gelukkiger en gezonder. Met name werknemers die last hadden van veel werkstress ervaren het leven als gepensioneerde als een verbetering.

 

Dit concludeert promovendus Levi van den Bogaard. De socioloog, die is verbonden aan de UvA, heeft onderzocht wat de invloed is van pensionering op de gezondheid en het welbevinden van gepensioneerden. ‘Veel mensen zeggen zelf dat ze zich gezonder voelen sinds hun pensionering', aldus van den Bogaard.

‘Als het over pensioenen gaat, draait het meestal om de kosten. Uit deze onderzoeksresultaten kun je afleiden dat ook andere zaken van belang zijn. De ervaren gezondheidswinst bij pensionering moet je meenemen in afwegingen over de kosten van het pensioensysteem’, aldus Van den Bogaard.

 

Lees hier een samenvatting van het promotieonderzoek.