Pensioen
Sluiten

Navigeer snel in deze serie:

Sluiten

Deel deze serie:

Pensioen

Welke betekenis heeft pensioen voor Nederlanders? Wie is er al mee bezig en wie niet? Hoe ziet het nieuwe pensioenstelsel uit? En belangrijker: wat merken we hiervan? Op deze plek gaan we in op die pensioenverhalen, in de breedste zin van het woord.

Thema
Inkomen
Collectie inhoud
178 Publicaties

Pensioenweek

Gepubliceerd op: 23 mei 2022

Politieke actualiteiten week 20

 

Maandag 16 mei

   

Minister Carola Schouten (Pensioenen) stuurt de Nota naar aanleiding van het verslag over de Wet toekomst pensioenen naar de Tweede Kamer. Hierin worden bijna alle 800 vragen van de Kamerleden beantwoord. Een beperkt aantal afzonderlijke vragen behoeven nader uitzoek- of rekenwerk, de beantwoording hiervan volgt naar verwachting op 23 mei.

 

Minister Carola Schouten informeert de Kamer over de invulling van haar toezeggingen uit het recente commissiedebat Pensioenonderwerpen. Waaronder een uiteenzetting over hoe de Commissie Parameters adviseert en hoe dit verband houdt met de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel toekomst pensioenen, en over de pensioenmogelijkheden voor zelfstandigen en welke maatregelen het wetsvoorstel toekomst pensioenen bevat om dit te verbeteren.

 

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) verstuurt ook de nulmeting van de publieksmeting vertrouwen pensioenstelsel. Het doel van deze publieksmonitor is om het vertrouwen van de Nederlandse bevolking in het pensioenstelsel doorlopend inzichtelijk te maken.

 

De Autoriteit Financiële Markten publiceert haar Jaaroverzicht 2021, met een terugblik (inclusief relevante cijfers) op de financiële markten in 2021 en een vooruitblik op belangrijke financiële thema's.

 

Minister Sigrid Kaag (Financiën) herhaalt het voornemen om de afbouw van het staatsbelang in ABN AMRO (56 procent) te hervatten. Een besluit over de toekomst van de Volksbank is voorlopig nog niet aan de orde.

 

De Europese Commissie verzoekt de Europese toezichthoudende instanties (ESA’s) om – binnen een jaar – voorstellen te ontwikkelen voor aanpassing van de lagere regelgeving onder de EU Sustainability Disclosure Verordening. Het gaat onder meer over doelen voor CO2-reductie.

 

In de Telegraaf roept Anne-Marie Jorritsma (VVD, voorzitter Nederlandse Vereniging van Participatiemaatschappijen) pensioenfondsen op meer te beleggen in venture capital. “Ze hebben de mond vol over impactbeleggen. Nou, impact kun je hebben met investeringen in jonge veelbelovende bedrijven.”

 

De Europese Commissie presenteert de ‘Spring Economic Forecast. Hierin verlaagt zij de groeiverwachtingen voor de EU en voor de Eurozone (van 4 procent naar 2,7 procent voor 2022 en van 2,8 naar 2,3 procent voor 2023) vanwege de gevolgen van de Oekraïne crisis.

 

Dinsdag 17 mei

   

De vaste Tweede Kamercommissie SZW stelt 8 juni vast als inbrengdatum voor een nieuwe vragenronde over het wetsvoorstel Wet Toekomst Pensioen (WTP). Hiervoor komt er nog een extra hoorzitting met experts over onder meer de voorgestelde wijzigingen in de Algemene wet bestuursrecht (op verzoek van Pieter Omtzigt), de uitkomsten van de berekeningen die op 23 mei volgen en naar aanleiding van de antwoorden op de vragen. De voorbereidingsgroep bestaat uit Pieter Omtzigt, Bart van Kent (SP), Senna Maatoug (GL) en Marijke van Beukering (D66). De voorzitter suggereert om het te combineren met een aanbod van AFM om mede namens De Nederlandsche Bank (DNB) nog een technische briefing over de WTP te geven.

 

Ook deze week loopt de spanning tussen het VK en de EU over het protocol voor Noord-Ierland op. Zo dreigt vicepresident Maros Sefcovic met potentieel forse tegenmaatregelen wanneer het VK eenzijdig het protocol probeert te wijzigen.

 

Woensdag 18 mei  

   

De Tweede Kamer start met de behandeling van het initiatiefwetsvoorstel over een tijdelijke aanpassing van de rekenrente voor pensioenfondsen van Bart van Kent (SP). De fracties van PVV, VVD, Groep Van Haga, D66, CDA, GroenLinks, SP en PvdA leveren inbreng. De behandeling wordt in de komende weken vervolgd.

 

Het kabinet stuurt de Tweede Kamer de kabinetsreactie op de gepresenteerde cijfers in de ‘Monitor Brede Welvaart & Sustainable Development Goals 2022’.

 

Klaas Knot (president DNB) zinspeelt op een renteverhoging van 0,5 procent in juli.

 

VNO-NCW heeft samen met 40 internationaal opererende bedrijven een Tax Governance Code opgesteld die deze bedrijven hebben onderschreven. Dit initiatief sluit aan bij een eerder initiatief van ABP om fiscale beginselen vast te stellen.

 

De Europese Commissie presenteert ‘REPowerEU’, een pakket maatregelen om de transitie naar hernieuwbare energiebronnen te versnellen en de bronnen voor nog benodigde fossiele brandstoffen te diversifiëren. Zo kan de afhankelijkheid van Russisch gas en olie sneller worden afgebouwd.

 

Donderdag 19 mei

   

Minister Hugo de Jonge (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) stuurt het programma 'Betaalbaar wonen' naar de Tweede Kamer. Hierin staat een uiteenzetting van 18 (!) wettelijke instrumenten die de betaalbaarheid en toegankelijkheidvan wonen moeten schragen. Onder meer wordt voorgesteld om de middenhuur te gaan reguleren, door vanaf mogelijk 2024 huurprijsbescherming in te voeren voor huren tot maximaal 1250 euro (het exacte bedrag moet nog worden bepaald). Daarnaast wordt beoogd knelpunten voor investeringen door institutionele beleggers in nieuwbouw weg te nemen. IVBN wordt betrokken in de uitwerking van de geschetste contouren.

 

Over de mogelijke weerslag van de regulering van middenhuur op de investeringsbereidheid van institutionele beleggers, zei Hugo de Jonge in het achtuurjournaal dat dit moet worden uitgezocht. “Ik wil dat pensioenfondsen geïnteresseerd blijven in het neerzetten van een nieuwe woning.” 

 

Vrijdag 20 mei

   

Minister Carola Schouten (Pensioenen) komt met een update over de Maatwerkregeling Duurzame Inzetbaarheid en Eerder Uittreden (MDIEU) en over het herhaalonderzoek naar cao-afspraken over regelingen voor vervroegd uittreden (RVU's).

 

Spaarders die niet op tijd bezwaar hebben gemaakt bij de Belastingdienst, hoeven niet gecompenseerd te worden voor de vermogensbelasting die zij de afgelopen jaren betaald hebben, aldus de Hoge Raad. Eerder zei staatssecretaris Marnix van Rij dat het besluit om ook de niet-bezwaarmakers te compenseren van deze uitspraak afhing.

 

De Europese Commissie (EC) brengt aan het Europees Parlement een 24e rapport uit over de ontwikkelingen in Hong Kong. De EC concludeert dat de situatie rond vrijheidsrechten verder verslechtert.

Volgende publicatie:
Op de Kameragenda

Op de Kameragenda

Gepubliceerd op: 23 mei 2022

 

  • Wetsvoorstel van kamerlid Bart van Kent (SP) over het invoeren van een maatregel tot onder andere aanpassing van de disconteringsvoet waartegen pensioenfondsen hun pensioenverplichtingen moeten berekenen (voortzetting): 31 mei, 1 juni en 2 juni.
  • Plenaire behandeling Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (WPS): 6, 7 en 8 september.

Volgende publicatie:
“In juli weten we hoe uitvoerbaar het nieuwe stelsel is”

“In juli weten we hoe uitvoerbaar het nieuwe stelsel is”

Gepubliceerd op: 17 mei 2022

Volgend jaar gaan naar verwachting de regels voor een nieuw, toekomstbestendig pensioenstelsel in. Maar in de tussentijd moet nog veel werk verzet worden. Waar staan we? En wat staat er in de komende acht maanden nog te gebeuren? Tinka den Arend, strategisch beleidsmedewerker bij APG, neemt ons mee in het proces dat moet uitmonden in een toekomstbestendig pensioenstelsel per 1 januari 2023.

 

Waar bevinden we ons, op de weg naar het nieuwe stelsel in 2023?

“Carola Schouten – de minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen – heeft de Wet Toekomst Pensioenen op 30 maart 2022 ingediend bij de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel vormt op  hoofdlijnen de basis voor het nieuwe stelsel. Afgelopen jaar was er al een concept van het wetsvoorstel bekend. Dit concept is nu aangepast aan de hand van 800 reacties bij een openbare consultatie, toetsen van adviescolleges en het advies van de Raad van State.  Nu het wetsvoorstel is ingediend in de Tweede Kamer, is eerst de Commissie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan zet. Daarna volgt de plenaire behandeling.   

De Commissie heeft eerst twee rondetafelgesprekken georganiseerd, waarin ze de mening van deskundigen en belangengroeperingen heeft opgehaald. Het eerste gesprek, met 18 deskundigen, vond plaats op 22 april. Het rondetafelgesprek met de belangengroeperingen was op 10 mei.”

 

Aan wat voor deskundigen en belangengroeperingen moeten we dan denken?

“Het gaat vooral om wetenschappers, zoals Kees Goudswaard (hoogleraar economie en bijzonder hoogleraar sociale zekerheid aan de Universiteit Leiden, red.), Casper van Ewijk (hoogleraar Macro-economie aan de Universiteit van Amsterdam, red.) en Bas Werker (hoogleraar Econometrie en Financiën aan Tilburg University, red.). Maar er nemen mensen ook mensen uit de praktijk deel, zoals Agnes Joseph, actuaris bij Achmea. Bij de belangengroeperingen moet je denken aan bijvoorbeeld werkgeversverenigingen zoals VNO-NCW, vakbonden – CNV, FNV – en seniorenverenigingen zoals KBO Brabant.”

 

Hoe gaat zo’n rondetafelgesprek in zijn werk?

“Elke deelnemer heeft vooraf een position paper ingediend, waarin de standpunten van de betreffende persoon of organisatie op een bondige manier worden uiteengezet. Tijdens het rondetafelgesprek krijgt iedere deelnemer een paar minuten om deze standpunten toe te lichten en te verdedigen. Vervolgens ontstaat er een gesprek tussen Kamerleden en deelnemers, waarin Kamerleden kunnen doorvragen.”     

 

Hoe weten deelnemers of de Kamercommissie iets doet met hun input?

“Dat weten ze niet meteen. Maar als je kijkt naar de Kamervragen over de ingediende Wet Toekomst Pensioenen aan het kabinet na de bijeenkomst van 22 april, dan kun je veel van de input van deskundigen daarin terugzien.”

 

Kun je een voorbeeld geven van input die we in Kamervragen hebben teruggezien?

“Een belangrijk voorbeeld is de input van Casper van Ewijk, Bas Werker, Theo Nijman, WTW en Ortec over de methode van invaren. Bij ‘invaren’ worden de pensioenaanspraken die onder het oude pensioenstelsel zijn opgebouwd, omgezet in pensioenaanspraken in het nieuwe stelsel. In dit geval betekent het dat het collectief vermogen van een pensioenfonds wordt omgerekend naar persoonlijke pensioenvermogens voor deelnemers. De Wet Toekomst Pensioenen biedt daarvoor de keuze tussen twee methodes: de VB-ALM methode en de standaardmethode. De deskundigen merken terecht op dat de VB-ALM methode voor dit doel niet bruikbaar is. Want bij het gebruik van deze methode moet je arbitraire aannames doen. Die worden daardoor per definitie vatbaar voor discussie. En aangezien de uitkomst van de VB-ALM methode erg gevoelig is voor die aannames, is de kans groot dat er juridische geschillen ontstaan. Het is sowieso niet raadzaam om twee methodes te hanteren.”

 

Waarom niet?

Per definitie zal de ene methode beter uitpakken voor de ene groep en de andere methode voor de andere groep. Als een fonds bijvoorbeeld kiest voor de standaardmethode, zijn er immers altijd deelnemers die zich afvragen hoe hoog hun pensioenaanspraken waren geweest bij gebruik van de VB-ALM methode. Het is raadzamer om elk fonds dezelfde invaarmethode te laten gebruiken. En de standaardmethode is daar het meest geschikt voor, onder andere omdat hij eenvoudiger uit te voeren is en de uitkomsten beter uit te leggen zijn aan deelnemers en andere belanghebbenden. Wel is er bij deze methode meer ruimte nodig om onevenredig nadelige effecten te kunnen compenseren.”

 

Zijn er nog meer voorbeelden van dergelijke input?

“De Pensioenfederatie en het Verbond van Verzekeraars hebben aandacht gevraagd voor de uitvoerbaarheid van de nieuwe regels voor het nabestaandenpensioen. Om deelnemers op het goede moment te kunnen begeleiden bij hun keuzes, hebben pensioenuitvoerders informatie nodig van het UWV. Op deze manier wordt voorkomen dat deelnemers tussen wal en schip komen te vallen, bijvoorbeeld na een periode van werkloosheid. Ook dit aandachtspunt is door veel Kamerleden overgenomen in hun vragen aan de minister.”

 

Wanneer weten we in hoeverre het wetsvoorstel nog gewijzigd wordt?

“Dat weten we waarschijnlijk in juli 2022. Over de inhoud van de mogelijke wijzigingen wordt komende tijd geleidelijk meer bekend. De schriftelijke vragen die op 26 april bij de minister zijn ingediend, beslaan 108 bladzijden. Een aantal daarvan, waaronder de vragen over de VB-ALM methode en de gegevensuitwisseling, wordt door veel fracties gesteld. Op die punten zou er nog wel eens wat kunnen gaan wijzigen in het wetsvoorstel, maar of dat ook gebeurt is nog even afwachten. Het kabinet kan het voorstel nu nog wijzigen met nota’s van wijziging en de Tweede Kamer kan het voorstel ook zelf amenderen. Als het voorstel wordt aangenomen door de Tweede Kamer, staat daarna de wettekst vast en gaat het voorstel naar de Eerste Kamer. Die kan het wetsvoorstel aannemen of verwerpen, maar niet meer amenderen.

Daarnaast gaan er waarschijnlijk ook wijzigingen optreden in de lagere regelgeving, waarmee het wetsvoorstel nader wordt ingevuld. Ook daarvoor heeft consultatie plaatsgevonden, wat heeft geresulteerd in 44 reacties. Duidelijkheid over de uiteindelijke lagere regelgeving verwachten we uiterlijk 1 januari 2023.”

 

Gaat die datum van 1 januari 2023 gehaald worden?

“Het kabinet lijkt alles op alles te zetten om deze datum te halen, maar tegelijkertijd zie je ook dat de Tweede Kamer belang hecht aan een zorgvuldige behandeling. Tot nog toe sluit het één het ander niet uit, maar dit vergt veel inspanning van beide partijen. Vanuit APG hebben we belang bij zowel tijdige als zorgvuldige behandeling. Vanuit ons perspectief is met name de uitvoerbaarheid en de uitlegbaarheid essentieel. Het gaat spannend worden of de keuzes die worden gemaakt, aan die uitvoerbaarheid en uitlegbaarheid bijdragen.”

Volgende publicatie:
“Die aha-erlebnis als mensen de wereld weer een beetje beter begrijpen: daar word ik blij van”

“Die aha-erlebnis als mensen de wereld weer een beetje beter begrijpen: daar word ik blij van”

Gepubliceerd op: 13 mei 2022

Netspar-directeur Marike Knoef streeft naar meer 'pensioengeletterdheid'

 

Laat het woord ‘pensioen’ vallen en Marike Knoef raakt oprecht bevlogen. Een opmerkelijke reactie in een land waar de meeste inwoners meer emoties blijken te voelen bij het woord ‘baksteen’. Maar dat enthousiasme is natuurlijk wel de ideale basishouding voor een algemeen directeur van Netspar, wiens missie het is om de natie ervan te overtuigen dat pensioen beslist geen ‘dat zien we later wel’-dingetje is.

Meer pensioengeletterdheid, daar streeft ze naar. “Want ruim de helft van de mensen maakt zich zorgen over zijn pensioen.”

 

Is sparen voor later per definitie een goed idee? Dat hangt ervan af, ontdekte Marike Knoef (39) toen ze het ouderlijk huis in het Gelderse Lochem ging verruilen voor een studentenkamer in Tilburg. In de kast die ze ontruimde vond ze een stapeltje origamiblaadjes. Prijzig papier, waarmee ze als zesjarige graag origamidieren vouwde. Maar nu drong het tot haar door dat ze driekwart ervan had bewaard ‘voor later’ terwijl ze er veel beter indertijd van had kunnen genieten. Je kunt dus ook te veel opzijleggen, concludeerde ze.

Die Japanse vouwblaadjes gebruikt ze graag als metafoor als het over pensioen gaat. Dat deed ze ook in haar inaugurele rede bij haar benoeming tot hoogleraar empirische micro-economie. Daarbij visualeerde ze bovendien de verschillen tussen pensioeninkomsten door aan alle aanwezigen een kleiner of groter origamiblaadje uit te delen.

 

Netspar

De kernvraag waar het voor haar echter om draait is: hoe verdeel je je financiële middelen nou zó, dat je er in alle levensfasen van profiteert? “Dat is een uitdagend vraagstuk. En ook eentje waarin diverse wetenschappelijke disciplines samenkomen. Je hebt de financiële, de economische en psychologische kant, de arbeids- en gezondheidsaspecten – hoe lang kún je werken? – en de communicatie erover speelt ook een rol. Dat maakt het voor mij zo leuk en interessant.” Reden waarom ze zich als een vis in het water voelt bij Netspar, een onafhankelijke denktank en onderzoeks- en kennisnetwerk op pensioengebied, waarvan ze sinds 2020 algemeen directeur is.

 

Als directeur van Netspar streef je naar meer ‘pensioengeletterdheid’. Waarom is dat zo belangrijk?

“Uit onderzoek van Netspar blijkt dat de meeste mensen heel weinig over pensioen weten. Tegelijkertijd maakt ruim de helft zich er veel zorgen over. Toch is voor een groot deel van hen dat pensioen best in orde. Alleen; daar zijn ze zich niet van bewust. Als mensen iets meer basiskennis krijgen, merk je dat hun zorgen afnemen. Natuurlijk hoef je niet alles onder de motorkap te weten. Maar 40 procent van de jongeren denkt dat er later voor hen geen pensioen meer is. Dat is echt veel! Als ze er wat meer over weten, zouden ze geruster kunnen zijn.”

 

Maar hoe krijg je ze geïnteresseerd?

“Daar doen we ook onderzoek naar. Hoe activeer je mensen, hoe verbeter je de communicatie? Enerzijds wil je de zorgen verminderen die veel mensen hebben. Anderzijds wil je ze persoonlijk informeren over hun situatie. Zelf communiceren wij weinig met ‘het publiek’. Af en toe doen we een publiek event voor alle Nederlanders, bijvoorbeeld rond de verkiezingen. En we organiseren zo nu en dan informatie-events voor belangenorganisaties. Wij zorgen er met ons onderzoek voor dat een debat op basis van feiten gevoerd kan worden, in plaats van op ‘onderbuikgevoelens’. Daarom is het belangrijk dat onze stakeholders – alle instanties die bij pensioen betrokken zijn – die informatie krijgen.”

Marike Knoef werd in 2017 directielid bij het onderzoeks- en kennisnetwerk Netspar. Sinds 2020 is ze algemeen directeur.

Netspar stimuleert een beter begrip van de economische en sociale gevolgen van pensioenen, vergrijzing en de ‘oude dag’ in Nederland. Dit doen zij door onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek en kennisdeling via publicaties, evenementen, webinars en onderwijs. www.netspar.nl

En wie moet het publiek dan informeren? Is dat een taak van pensioenfondsen?

“De hele pensioensector heeft er baat bij als mensen meer van pensioen afweten. Maar het is een gedeelde verantwoordelijkheid, ik zie hier ook een rol voor de overheid. Bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid werken ze aan een grote campagne. Veel mensen weten bijvoorbeeld niet eens dat Mijnpensioenoverzicht.nl bestaat. Ik merkte ook weer eens hoe laag de pensioengeletterdheid is toen ik de vragen voor een nieuw onderzoek van tevoren even in mijn omgeving testte. Zowel bij hen als bij de representatieve groep Nederlanders die aan het onderzoek deelnam, bleek het kennisniveau nog lager te zijn dan ik had verwacht. Daar schrok ik wel van.”

 

Spread the word, dus. De Pensioenfederatie geeft inmiddels voorlichting aan mbo-leerlingen. Zelf heb jij basisscholen bezocht?

“Dat was een initiatief van de Universiteit Leiden, het Meet the professor-project. Professoren bezoeken dan groep 7 en vertellen over hun vakgebied. Ik vertel daarom wat over pensioen. Als ik het woord laat vallen, zie je leerlingen denken: o… pensioen. Maar dan vraag ik of ze wel eens iets gespaard hebben. En was dat te veel of te weinig? Dat herkennen ze. Ze noemen knikkers, stickers. Nagellak, zei iemand. Zo raken ze echt geïnteresseerd: hoe hebben we dat pensioen dan geregeld, hoe werkt dat? Dus misschien moet je mensen eerst over een drempel trekken. Het nieuwe pensioenstelsel kan een goede aanleiding zijn om ze er meer van bewust te maken.”

 

Dat nieuwe pensioenstelsel treedt in principe uiterlijk per 1 januari 2027 in werking. Wat zijn volgens jou de sterke punten ervan?

“In feite ben je nooit klaar met het vormen van een pensioenstelsel, het is een continu proces omdat de wereld verandert. Maar ik vind het nieuwe stelsel wel een verbetering. Er is meer maatwerk per leeftijdscategorie, dat sluit beter aan bij de situatie van mensen. Zowel het oude als het nieuwe pensioenstelsel is gevoelig voor ontwikkelingen op financiële markten. Het nieuwe stelsel biedt echter wel betere mogelijkheden om hier mee om te gaan, door een meer gerichte toedeling van financiële risico’s. Straks bewegen de pensioenen sneller mee met de financiële markten. Jongeren kunnen daarin meer risico krijgen dan ouderen. Het nieuwe stelsel is niet per se minder ingewikkeld. Wel transparanter, omdat iedereen kan zien welk vermogen er voor hem of haar is opgebouwd. Die transparantie kan helpen om bij jongeren wat zorgen weg te nemen.”

 

Het nieuwe pensioenstelsel is ook onzekerder. Uitkeringen kunnen jaarlijks gaan stijgen of dalen, afhankelijk van de financiële markten.

“Dat is wel een punt waarover ik me zorgen maak. Want we zien dat als er gekort wordt op de pensioenen, of als ze niet geïndexeerd worden, dat emotionele reacties teweegbrengt. Verlies hakt er twee keer zo hard in als winst, zelfs als de totale uitkering in de loop der jaren stijgt. Als dat met pieken en dalen gebeurt, kan de perceptie van het pensioen daarom veel slechter zijn dan nodig is. Daar wordt natuurlijk wel over nagedacht, of je pieken en dalen in de tijd kunt spreiden. Dat heeft voor- en nadelen. Puur vanuit de emoties van mensen bekeken zou het ’t beste zijn om een grote negatieve schok relatief snel te nemen. Zodat je niet jaren achtereen met een uitgespreid verlies geconfronteerd wordt, dat steeds minder goed uitlegbaar wordt. Terwijl het vanuit dat perspectief beter zou zijn om een grote positieve schok over meer jaren te spreiden, om toekomstige verliezen op te vangen.”

 

Pensioenfondsen bepalen ook het beleggingsrisico voor de verschillende leeftijdsgroepen.

“In de nieuwe Pensioenwet (die nu nog in behandeling is – red.) staat daarom dat de risicohouding van deelnemers elke vijf jaar moet worden gemeten. Hoeveel risico wil en kán men nemen? Dat roept uiteraard vragen op: hoe meet je zowel de voorkeur als de risicocapaciteit van mensen? En hoe leg je zoiets begrijpelijk uit? Wat moet iemand weten om daarop te kunnen antwoorden? De afweging tussen risico en rendement is immers een belangrijke beslissing.”

Netspar doet nu onderzoek naar die risicobereidheid?

“Er loopt een onderzoek met APG bij het pensioenfonds voor de bouw. We onderzoeken of we die risicometing wat aantrekkelijker kunnen maken door een saaie wetenschappelijke vragenlijst om te zetten in een serious game. De resultaten daarvan vergelijken we met die van een reguliere vragenlijst, aan de hand van drie verschillende meetmethoden.”

 

Kun je al iets zeggen over de uitkomsten?

“We hebben de eerste uitkomsten net gedeeld met het bestuur van bpfBOUW. We zien bij de verschillende onderzoeksmethodes dezelfde patronen voor het verschil in risicobereidheid naar leeftijd, naar hoge en lage inkomens, en naar achtergrond – of het medewerkers op de werkplaats zijn of op kantoor. Maar het niveau van de risicobereidheid verschilt wel per methode. Ook dat roept vragen op: hoe moeten we daarmee omgaan?”

 

Maar de deelnemers waren dus sowieso bereid om risico’s te nemen?

“Ja. Kijk, als je het de mensen op straat vraagt, zouden ze zeggen: liefst zoveel mogelijk zekerheid. Financiële onzekerheid, daar houden ze niet van. Dus ze kiezen liever voor een vaste dan voor een variabele uitkering. Zelfs als dat rationeel eigenlijk niet bij ze past.

Ook daar hebben we onderzoek naar gedaan; voor de meeste mensen is het echt beter om wat risico te nemen. Dat vergroot de kans op een hogere uitkering. Want zekerheid is duur.”

 

Hoe jonger, hoe groter de risicobereidheid?

“Dat wordt inderdaad bevestigd in onze onderzoeken. We zien dat ook terug in de internationale literatuur.”

 

Maar uiteindelijk maken de fondsbestuurders de keuze.

“Zij bepalen hoe ze hun beleggingsbeleid gaan invullen. Bij die keuze kunnen ze gebruikmaken van onze onderzoeksresultaten. Bovendien is het goed dat de risicobereidheid van deelnemers elke vijf jaar gemeten wordt. Die uitslag kun je niet zomaar naast je neerleggen. Het is ook meteen een communicatiemoment. Als je de afweging tussen risico en rendement op toegankelijke wijze uitlegt, kan dat wederzijds begrip creëren.

We zien overigens in de onderzoeken dat ook de samenstelling van het bestuur – hoeveel mannen, vrouwen, jongeren, ouderen – invloed heeft op hoeveel risico er genomen wordt.”

 

Dus als er drie vrouwelijke dertigers in het bestuur zitten dan…

“... heb je een andere uitkomst dan als het drie mannen van in de vijftig zijn. En dat is eigenlijk wel gek, want je wilt dat de risicobereidheid afhangt van de samenstelling van een fonds.”

 

Netspar onderzoekt ook de risicocapaciteit van deelnemers?

“Klopt. Het mooie is dat het Centraal Bureau voor de Statistiek veel gegevens heeft over vermogens die mensen hebben, hun tweede pijler pensioenaanspraken bij verschillende fondsen of verzekeraars, hun spaartegoeden en woningvermogen. Zo kunnen we op individueel niveau – uiteraard anoniem – inzicht in het totaalplaatje krijgen. En hoe dat er bijvoorbeeld per sector, leeftijd- en inkomenscategorie uitziet. Ook van die onderzoeksresultaten kunnen de verschillende sectoren straks bij hun keuzes gebruikmaken.”

 

Helaas blijven sommige sectoren ook in het nieuwe stelsel buiten de pensioenboot vallen.

“Ja, de zelfstandigen bijvoorbeeld. Zeker bij de middeninkomens wordt er weinig pensioen opgebouwd. Ook mensen met flexibele contracten en werknemers in kleine bedrijven, de MKB’ers, bouwen relatief weinig tot niets op.”

 

Wat vertellen onderzoeken van Netspar daarover?

“Dat een van de drempels opnieuw de lage kennis over pensioenen is. Ze weten niet goed hoe het werkt. Slechts 50 procent van de zzp’ers is ervan op de hoogte dat er een fiscale jaarruimte is, blijkt uit verschillende onderzoeken. Je kunt fiscaalvriendelijk pensioensparen, maar veel mensen weten het niet of vinden het te ingewikkeld.

Bovendien hebben zelfstandigen vaker een wisselend inkomen. Ze willen wel sparen, maar niet in een pensioenproduct waar ze niet meer bij hun geld kunnen als het een jaar slechter gaat. Dat is een lastige horde. Want je wilt ook niet dat mensen het er zomaar uit kunnen halen: dan is er later geen pensioen meer.”

 

Zelf heb je twee parttime banen: je bent directeur van Netspar én hoogleraar empirische micro-economie aan de Universiteit Leiden. Wat drijft jou?

“Wat mij beweegt, is een betere oude dag voor Nederland. Dat is ook de missie van Netspar. Het is belangrijk dat je daarvoor zowel kennis als kennissen verzamelt – mensen uit de wetenschap en uit de praktijk in verschillende disciplines – die samenwerken om die missie te bereiken. Kennis krijgen we via onderzoeksprojecten die door de partners van Netspar geprioriteerd worden. Die informatie delen we met verschillende doelgroepen op drie niveaus: snel up-to-date, praktische toepassing en diepgaande kennis. Snel up-to-date is bijvoorbeeld een one-page met de belangrijkste conclusies en beleidsindicaties. Of een laagdrempelige podcast.”

 

Wordt daar dankbaar gebruik van gemaakt?

“APG is een van onze partners, en met verschillende afdelingen van APG die zelf ook onderzoek doen, werken we nauw samen. Maar ik heb het idee, ook bij andere partners, dat we met onze onderzoeksresultaten nog meer medewerkers kunnen bereiken. Omdat de inzichten voor iedereen nuttig en relevant zijn. Daarom proberen we onze kennis zo toegankelijk mogelijk te verspreiden. Bijvoorbeeld via websites, sociale media, nieuwsbrieven en dergelijke.”

 

En een tweede doel van Netspar is netwerkontwikkeling?

“Dat is heel belangrijk. Verschillende stakeholders zijn bij ons netwerk betrokken: pensioenfondsen, verzekeraars, sociale partners, toezichthouders, wetenschappers, de overheid. Dat netwerk proberen we zoveel mogelijk uit te breiden. Want al die typen organisaties hebben allemaal hun eigen rol in pensioenen. We horen van elkaar wat er speelt en pakken samen dingen aan. En we delen onze kennis.

Toen ik nog geen directeur van Netspar was, deed ik zelf onderzoek: wat zijn nou de pensioenvraagstukken en zijn die onderzoeksuitkomsten relevant voor de praktijk, waar is behoefte aan? Als directeur kan ik dat nog iets breder doen, door mensen aan elkaar te verbinden.”

 

Kortom: delen en verbinden, dat is jouw missie?

“Nou, ik vind het ook leuk om mensen positief te verrassen met wetenschap. Onlangs gaf ik een presentatie en na afloop zei iemand tegen mij: ‘Goh, ik dacht: Netspar, dat wordt vast erg moeilijk. Maar het was heel interessant en relevant. En ik heb nieuwe ideeën opgedaan.’ Die aha-erlebnis van mensen, dat ze de wereld weer een beetje beter begrijpen, en dat dit plezier oplevert, daar word ik blij van. Ook dat is wat mij drijft.”

Volgende publicatie:
Wat veroorzaakt de stijging van de dekkingsgraad?

Wat veroorzaakt de stijging van de dekkingsgraad?

Gepubliceerd op: 20 april 2022

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: Chief Economist Thijs Knaap over de stijgende dekkingsgraden van pensioenfondsen.

Veel pensioenfondsen kwamen donderdag met goed nieuws: hun dekkingsgraad - die de financiële positie van een fonds weergeeft - is het afgelopen kwartaal gestegen. Om te kunnen bepalen of het huidige vermogen van een fonds voldoende is om (later) de pensioenen uit te kunnen betalen (de zogeheten verplichtingen), wordt de rekenrente toegepast. Hoe hoger die rente, hoe minder een fonds aan vermogen hoeft te hebben en hoe hoger de dekkingsgraad. Het is te vergelijken met sparen voor een vakantie: hoe hoger de rente, hoe minder je maandelijks opzij hoeft te leggen. Op basis van de dekkingsgraad bepaalt een pensioenfonds of het de pensioenen verhoogt. Een belangrijk percentage dus.

Rendementen
“Het is een slechte economische tijd,” vertelt Knaap. “Zo is er oorlog in Oekraïne en bestaat er schaarste aan personeel en goederen doordat de economie na corona ineens op volle toeren begon te draaien. Ten slotte is China in lockdown na de laatste corona-uitbraak. Dat zorgt voor extra schaarste. Dat de economie door deze factoren een klap heeft gekregen, zie je ook terug in de rendementen van de pensioenfondsen over het afgelopen kwartaal. Zo lieten de obligatie- en aandelenportefeuilles verliezen zien van zo’n 5 à 6 procent. Dat soort kwartalen moet je niet te vaak hebben. In het verleden waren er weleens kwartalen waarbij de aandelen met 20 procent onderuit gingen, maar dan had je nog vaak obligaties die juist meer waard werden.”


Nu daalt de waarde van alle beleggingen, met uitzondering van de zogenaamde alternatives zoals grondstoffen, private equity en infrastructuur. “Maar met alleen goede resultaten daarop red je het niet. Het rendement van veel fondsen is nog steeds negatief en dat heeft z’n weerslag op hun vermogen: dat daalt. Maar het gekke is dat de dekkingsgraad niet alleen op het vermogen van een pensioenfonds is gebaseerd, maar ook op de verplichtingen. Dat bedrag wordt berekend met de rente en die is nu aan zo’n snelle stijging bezig dat het geld sneller aangroeit en er door de fondsen minder opzij hoeft te worden gelegd voor de betaling van pensioenen. Met andere woorden: de verplichtingen dalen, waardoor de dekkingsgraad stijgt en zelfs op een niveau komt dat we bij een aantal fondsen sinds 2008, vlak voor de kredietcrisis, niet meer hebben gezien. Het is nu een merkwaardig verhaal met de dekkingsgraad: negatieve rendementen maar wel een hogere dekkingsgraad. Dat is precies het omgekeerde verhaal als dat van de afgelopen tien jaar. Toen haalden pensioenfondsen geweldige rendementen maar daalden de dekkingsgraden. Want altijd was het verhaal dat hoe hoog de rendementen ook waren, de verplichtingen nog harder stegen als gevolg van de dalende rente.”

Het is wat mij betreft nog veel te vroeg om te zeggen dat we definitief aan het einde zijn van de almaar dalende rente

Rente
De huidige hogere dekkingsgraden zijn dus te danken aan de gestegen rente. Dat brengt de vraag met zich mee hoe lang de rente hoog blijft. “Vanaf de jaren tachtig is de geloofwaardigheid van de centrale banken en hun beleid om de inflatie te beteugelen steeds betrouwbaarder geworden. Nu stijgt de inflatie en doet de Europese Centrale Bank nog niets, waardoor de kans bestaat dat de geloofwaardigheid van centrale banken weer afneemt. Dat kan betekenen dat de rente permanent hoger wordt omdat beleggers gecompenseerd willen worden voor het risico dat de inflatie in de toekomst opnieuw piekt.”


Er zijn echter ook redenen om aan te nemen dat de rente op den duur weer gaat dalen. “Op dit moment is er heel veel spaargeld, zowel in het Westen bij bijvoorbeeld babyboomers als in de opkomende economieën zoals China.” Dat drukt de rente, en de factoren die aan het overschot van (spaar)geld ten grondslag liggen, bestaan nog steeds. “Al kun je er wel een paar aanwijzen die wat aan het omslaan zijn, zoals lage inflatieverwachtingen. Een andere is de Chinese aanbodschok. Spullen uit China zoals tv’s en mobiele telefoons werden almaar goedkoper. Sinds corona wil het Westen minder afhankelijk worden van Chinese productie. Dat kan leiden tot minder import van goedkope producten uit China. Lagelonenlanden willen daarnaast meer gaan verdienen aan hun producten, die daardoor duurder worden. Bovendien zal China ook steeds meer willen gaan uitgeven. Dat kun je ook zeggen van de Westerse babyboomers, die nu met pensioen zijn. Vraag en aanbod van geld komen dan meer met elkaar in evenwicht, wat de trend van dalende rente eventueel kan keren. Maar het is wat mij betreft nog veel te vroeg om te zeggen dat we definitief aan het einde zijn van de almaar dalende rente.”

Volgende publicatie:
"In mijn tijd waren we preutser, op je 12de wist je nog niet waar kinderen vandaan kwamen"

"In mijn tijd waren we preutser, op je 12de wist je nog niet waar kinderen vandaan kwamen"

Gepubliceerd op: 4 april 2022

Was vroeger alles beter, of heeft ‘nu’ ook zo z’n voordelen? Verschillende generaties gaan aan de hand van stellingen met elkaar in gesprek over maatschappelijke thema’s. Deze keer Angela Ursem (49) en haar vader Claus (75).

 

Claus over zichzelf: “Ik heb drie kinderen en zeven kleinkinderen. Ik ben ongeveer vijftig jaar werkzaam geweest bij Bouwbedrijf Ursem, een bedrijf dat mijn vader ooit is begonnen en dat ik met acht broers tot grote hoogte heb weten te brengen. Helaas is het gesneuveld in de crisistijd. Inmiddels ben ik gepensioneerd.”

Angela over haar vader: “Mijn vader is heel gedreven, hij is altijd bezig met dingen ontwikkelen en beter maken voor anderen. Ik vind hem ook heel warm en sociaal, hij is altijd vriendelijk en verliest de behoeftes van anderen nooit uit het oog. Dat vind ik een mooie eigenschap. Hij zit nu heerlijk met de camper in Portugal, maar ik ken hem als iemand die voortdurend in de weer is. Pas de laatste tien jaar kan hij af en toe stilzitten.”

 

Angela over zichzelf: “Ik ben geboren en getogen in Wognum, een dorp in Noord-Holland, mijn ouders wonen daar nog steeds. Ik was de middelste in het gezin. Ik woon tegenwoordig in Amsterdam met mijn man en twee pubers. De laatste tien jaar heb ik als interim-marketingmanager bij veel grote corporaties gewerkt. Drie jaar geleden ben ik met mijn oudere zus een skincarebedrijf begonnen, Food for Skin, vanuit de drang om de cosmeticawereld te verduurzamen. Mijn zus heeft dertig jaar lang als schoonheidsspecialiste gewerkt, ik breng alle marketing- en commerciële kennis in.”

Claus over zijn dochter: “Angela was vanaf haar prille jeugd al heel zelfstandig. Ze is een dame die goed bezig is, heel sociaal is, zakelijk kan zijn en ook voor anderen opkomt. Voor ons is ze een schat van een dochter.”

 

Stelling: Vroeger keken mensen meer naar elkaar om

Claus: “Weet je wat het is: vroeger kon je bijna niet anders dan naar elkaar omkijken. Ik kom uit een groot gezin; je moest het met elkaar doen. In ons dorp was iedereen gelijk, grote inkomensverschillen waren er niet of leken er niet te zijn. Je hielp elkaar, er was grote solidariteit. Met alle mogelijkheden van vandaag lijkt dat omkijken naar elkaar te verdwijnen. Maar aan de andere kant staan mensen nog steeds voor elkaar klaar als het nodig is.”

Angela: “Er is absoluut iets verschoven, we zijn veel individueler geworden. Niet dat we niet om anderen geven of niet solidair willen zijn, maar het leven is haastig, er wordt veel van je verwacht en gevraagd, waardoor er minder ruimte is voor anderen. Maar zoals mijn vader zegt: als de nood aan de man is, zijn mensen echt wel bereid om elkaar te helpen. Die basis is er gelukkig nog steeds.”

 

Stelling: In Nederland liggen we erg achter qua vrouwenemancipatie

Angela: “Ik denk dat we in Nederland wat betreft vrouwenemancipatie veel verder zijn dan veel andere landen, maar we zijn er nog niet helemaal. Kijk alleen al naar die campagne van laatst, over dat er in Nederland meer ceo’s zijn die Peter heten dan dat er vrouwelijke directeuren zijn. Gelijkwaardigheid is voor iedereen belangrijk, niet alleen voor vrouwen. Zelf heb ik gelukkig nooit moeite gehad om mezelf te bewijzen. Ik sta mijn mannetje wel.”

Claus: “Ik vind vrouwenemancipatie ook belangrijk, vrouwen moeten dezelfde kansen krijgen als mannen. Toch heb ik ook wel paar keer bij mezelf gedacht: gaat het nu om de beste persoon op de juiste plaats, of moet het per se een vrouw zijn? Ik heb er nog weleens mijn twijfels bij of er wat dat betreft altijd goede keuzes gemaakt worden. Dat gezegd hebbende: er mag geen onderscheid zijn in salariëring.”

“Als de nood aan de man is, zijn mensen echt wel bereid om elkaar te helpen”

Stelling: Je mag niks meer zeggen tegenwoordig

Claus: “Nou, volgens mij mag je nog heel veel zeggen, als ik kijk naar wat voor taal ze uitslaan in de Tweede Kamer. Maar er wordt wel meer gelet op wat je zegt en hoe je het zegt. Dat is ook belangrijk. Zolang je elkaar respectvol benadert, denk ik dat je veel kunt zeggen.”

Angela: “Ik vind vrijheid van meningsuiting een groot en belangrijk goed. Maar dat ontslaat ons niet van de plicht om rekening te houden met andermans gevoeligheden. Vrijheid van meningsuiting is geen vrijbrief voor het beledigen van mensen uit andere culturen of met een andere achtergrond. Ik vind het heel belangrijk om je bewust te zijn van tegen wie je het hebt en hoe het overkomt. Ligt iets gevoelig, probeer je dan te verdiepen in wat erachter zit: waarom voelt iemand zich aangesproken, en hoe kan ik het beter doen? Ik denk dat het verrijkend is voor iedereen om je daarin te blijven ontwikkelen.”

 

Stelling: We zijn tegenwoordig erg preuts

Claus: “Nou, in mijn tijd waren we preutser. Als iemand zich in de keuken waste, ging er een theedoek over de radio zodat ‘het mannetje in de radio’ niets zou kunnen zien. Toen er voor het eerst een naakte vrouw op tv te zien was, Phil Bloom in 1967, was dat een hele gebeurtenis. Thuis waren wij gebonden aan de kerk, daar mocht helemaal niets. Als je 12 jaar was, wist je nog niet waar kinderen vandaan kwamen.”

Angela: “Ik ben blij dat seksualiteit nu wel bespreekbaar is. In het gemiddelde tijdschrift wordt er vrij expliciet over geschreven. Dat vind ik goed, het moet niet iets geheimzinnigs zijn, zoals bij mijn vader vroeger. Ook op scholen wordt er veel openlijker over seks gesproken. In die zin denk ik dat we nu minder preuts zijn.”

 

Stelling: De kloof tussen arm en rijk zal alleen maar groter worden

Angela: “Ik ben bang van wel, als je ziet hoe de maatschappij zich ontwikkelt. Het aantal rijke mensen neemt toe, het aantal arme mensen ook. Toch zijn er initiatieven, ook vanuit de rijken, om die kloof te dichten. Hopelijk wordt die beweging groot genoeg om echt een verschil te kunnen maken. Dat is ook noodzakelijk om op langere termijn veel problemen te voorkomen.”

Claus: “In mijn tijd was er overal armoe. In het dorp waar ik woonde was bijna iedereen gelijk, met uitzondering van een aantal notabelen die voor ons gevoel rijk waren. We voelden ons allemaal redelijk arm, maar hadden daar ook weer geen erg in omdat voor iedereen hetzelfde gold. Ik kom uit een gezin van twaalf kinderen en de broeken van de eerste gingen gewoon twaalf kinderen lang mee. Dat is vandaag wel anders. Ik denk ook dat de kloof veel te groot aan het worden is, daar moet absoluut iets aan gedaan worden. Een aantal goudhaantjes zou het goede voorbeeld moeten geven, door hun grote vermogen in te zetten voor goede doelen. Maar het blijft een lastig te verwezenlijken verhaal.”

 

Stelling: Een goed leven is in Nederland voor iedereen haalbaar

Claus: “Wat is een goed leven? Het belangrijkste is dat je gezond en gelukkig bent en dat je rond kunt komen. Of dat voor iedereen haalbaar is, weet ik niet. In de basis wel, maar er zullen altijd mensen zijn die om wat voor reden dan ook nauwelijks het hoofd boven water kunnen houden.”

Angela: “In theorie is het voor iedereen mogelijk om een dak boven zijn hoofd te hebben en eten te kopen, maar in de praktijk zien we er genoeg voorbeelden van dat het niet zo is. Het hangt ook erg af van je definitie van een goed leven, zoals mijn vader zegt. Het is een combinatie van factoren. Ik kan me voorstellen dat als je niet veel financiële middelen hebt maar wel een rijk sociaal leven, je toch vindt dat je een supergoed leven hebt. Er moet dan wel een bestaansminimum zijn, maar dat is kennelijk ook niet voor iedereen weggelegd, ondanks alle regelingen en subsidies. Dat vind ik schrijnend.”

“Jongeren zijn niet anders dan vroeger, de omstandigheden zijn anders”

Stelling: De jeugd van tegenwoordig heeft het te goed

Claus: “Ik hoor vaak dat de jeugd niet deugt, maar daar ben ik het honderd procent niet mee eens. Jongeren zijn niet anders dan vroeger, de omstandigheden zijn anders. Toen ik jong was, was alles veel duidelijker, we hadden veel minder verleidingen. In mijn tijd wist je niet eens dat er drugs bestonden. De jeugd van nu heeft weinig tegenslagen of armoede gekend – uitzonderingen daargelaten. Ze groeien op met veel meer mogelijkheden dan wij vroeger hadden. Maar maakt ze dat verwend? Nee.”

Angela: “Ook hier geldt: wat is goed? De meeste jongeren kunnen naar school en hebben de mogelijkheid om te studeren. Gelukkig. Financieel denk ik dat ze het wellicht beter hebben dan vroeger. Aan de andere kant: kijk naar wat er allemaal op ze afkomt. Ze hebben twee jaar lang nauwelijks een sociaal leven gehad vanwege de coronacrisis, er hangt ze een klimaatcrisis boven het hoofd waar zij mee moeten dealen en nu is er weer oorlogsdreiging. Voor mijn kinderen van 15 en 16 heeft dit impact op hun leven en de keuzes die ze maken. Zij staan voor heel andere uitdagingen dan mijn vader en ik vroeger. Ik denk dat er tegenwoordig meer aandacht en zorg is voor de jeugd, voor hun individuele behoeftes, ook op school. Er is meer persoonlijke ondersteuning. Is dat té goed? Dat denk ik niet. Het is gewoon goed.”

 

Stelling: Technologische vooruitgang is per definitie goed

Claus: “Ja, het is nodig om steeds nieuwe dingen uit te vinden en te verbeteren. Het maakt veel dingen makkelijker. Aan de andere kant schept het ook afstand.”

Angela: “Ik ben een enorme voorstander van technologische vooruitgang, dat hebben we nodig als je kijkt naar de problemen waar we voor staan, zoals de klimaatcrisis en overbevolking. Daar hebben we gedragsverandering maar ook technologie voor nodig. We kunnen het ons niet veroorloven om stil te staan. Ik denk wel dat we ons bij elke uitvinding goed moeten afvragen: brengt het ons daadwerkelijk verder, of brengt het nieuwe problemen met zich mee?”

 

Stelling: Vroeger was alles beter

Claus: “Ha, als je zo gaat praten word je oud. Vroeger was alles ánders, maar zeker niet beter. Voor mij niet in ieder geval.”

Angela: “Ik vind dat je dat mooi zegt, pap. Alles was anders, en in de toekomst zal alles ook weer anders zijn. Alles is constant in ontwikkeling en dat moet ook. Daar moet je je niet tegen verzetten, dat moet je omarmen

Volgende publicatie:
“Het is onze gezamenlijke verantwoordelijkheid het vertrouwen in ons pensioenstelsel te verbeteren”

“Het is onze gezamenlijke verantwoordelijkheid het vertrouwen in ons pensioenstelsel te verbeteren”

Gepubliceerd op: 31 maart 2022

Nog een kleine drie jaar en dan gaat het eerste pensioenfonds over naar het nieuwe pensioenstelsel. Die transitie moet voor alle partijen – werkgevers, deelnemers en fondsen – soepel verlopen. Daarom staat 2022 voor APG vol in het teken van de executie, zegt bestuursvoorzitter Annette Mosman. “Het belangrijkste is dat we eerst het primaire proces op orde krijgen. Dat moet in één keer goed gebeuren. Het is de lakmoesproef van het nieuwe pensioenstelsel.”

 

“2021 was het laatste jaar waarin APG zich kon veroorloven om te spreken over de voorbereiding op het nieuwe pensioenakkoord. Dit jaar staat alles in het teken van de uitvoering.” Was getekend, APG-bestuursvoorzitter Annette Mosman. “As we speak ligt het wetsvoorstel ter goedkeuring bij de Tweede Kamer. De transitie naar het nieuwe pensioenstelsel wordt dus echt werkelijkheid. En nu zijn wij aan zet. Dat voel je in elke vezel van onze organisatie. We hebben er lang over nagedacht, we hebben geholpen bij de totstandkoming van de wet en nu moeten we ons huis verbouwen terwijl de winkel openblijft.”

 

En ondertussen is 2022 zeer dramatisch begonnen. Wat is de impact daarvan op jou, op de organisatie?

“Alles is relatief als je ziet wat er nu in Oekraïne gebeurt. Dat raakt mij als persoon en het raakt onze medewerkers. Er werken bij APG mensen die uit Oekraïne komen, mensen met familie daar en we hebben ook Russische collega’s. Het raakt de organisatie als geheel, maar het heeft ook zijn weerslag op de energieprijzen die wij allemaal betalen, op onze economie, onze beleggingen, op cybersecurity. Maar bovenal is het een humanitaire ramp die nu plaatsvindt.”

 

Wat staat nummer één op de prioriteitenlijst voor 2022?

“Voor APG en onze pensioenfondsklanten is de eerste prioriteit uiteraard het Pensioen van Straks. Het komende half jaar spreken we met onze klanten af wanneer welk fonds overgaat. Voordat we het eerste fonds op 1 januari 2025 overzetten, moeten er nog heel veel voorbereidingen getroffen worden. Denk bijvoorbeeld aan de implementatie van de polisadministratie en de invaarstraat, maar ook aan de ontwikkeling van competenties van onze medewerkers.


En ten tweede: we hebben vorig jaar een uitstekend beleggingsjaar gedraaid. We mogen trots zijn op de leidende positie van APG als verantwoorde belegger. Maar die positie staat wel onder druk. Klanten en samenleving vragen om meer snelheid op duurzaamheidsthema’s. Dus moeten we bewegen. Op een slimme manier. Door in te zetten op en versnellen van digitalisering van onze operatie. En samen met fondsklanten scherpe keuzes te maken op het thema verantwoord beleggen.

 

Tot slot: we moeten nog meer opschuiven richting één APG. Meer leren van elkaars kennisgebieden. Met het nieuwe pensioencontract zien we dat vermogensbeheer en pensioenbeheer steeds meer naar elkaar toe gaan groeien. Dat waren vroeger twee gescheiden, specialistische vakgebieden. Onze prachtige nieuwe werkomgeving, EDGE West, helpt daarbij. Letterlijk. Ik sprak een collega die daar inmiddels werkt en die vertelde me: ik ben nu vijftien jaar bij APG, maar ik heb hier in een week al meer andere collega’s leren kennen dan in de afgelopen jaren. Dat is mooi. Het nieuwe APG begint in de directe samenwerking tussen mensen.”

 

De weg naar het nieuwe stelsel is complex. Veel partijen met verschillende belangen. Een stelsel dat nog niet in detail is uitgewerkt. Hoe lastig is het om daarin als uitvoerder je weg te vinden?

“‘Heldere keuzes’ is het thema van het jaarverslag en dat betekent ook écht dat we heldere keuzes hebben gemaakt, moesten maken en een aantal zaken aan de zijlijn hebben gezet. We blijven experimenteren, we blijven nadenken over nieuwe proposities op het gebied van de financiële fitheid van de deelnemer. Maar het belangrijkste is nu dat we eerst het primaire proces op orde krijgen. We gaan in Nederland 1.700 miljard omrekenen ten behoeve van de transitie. Dat moet in één keer goed gebeuren. Het is de lakmoesproef van het nieuwe pensioenstelsel. Het is cruciaal voor onze pensioenfondsklanten en hun deelnemers dat de potjes juist worden berekend.”

 

Maar daar kom je samen wel uit?

“We werken voor acht fondsen. Elk fonds heeft zijn eigen ambities en legt andere accenten. Of het nu de kwaliteit van de data is, hun nieuwe klantmissies of ‘mijn pensioen’ verbeteren. Dan is het echt wel een lastige boodschap, want iedereen wil zijn volle agenda afgewerkt hebben. Maar er is ook een helder gemeenschappelijk doel: een soepele en beheerste transitie naar het nieuwe pensioenstelsel. Waarbij we de belangen van alle deelnemers optimaal behartigen.”

 

Feit is dat nog niet alles bekend is over het nieuwe stelsel. Hoe leid je dat proces?

“We hebben binnen APG veel expertise in huis. Toch vinden we het lastig, omdat we niet eerder een periode hebben gekend waarin we zulke belangrijke besluiten moesten nemen, terwijl het plaatje nog niet helemaal is uitgekristalliseerd. Je kunt de context waarin we opereren dan onduidelijk noemen, maar voor mij voelt dat niet zo. Er zijn altijd onzekerheden. Ik vind het juist leuk om leiding te geven in een context van onzekerheden. En het glas is bij mij meestal halfvol.


Bovendien: we weten ook heel veel wel. We weten waar die wet voor staat, we weten welke richting het opgaat. Je kunt in dat proces dus ook best de master of your own destiny zijn.”

Bestuurlijke rust is daarbij cruciaal, aldus Mosman. “We hebben een stabiele RvB die in deze samenstelling ook betrokken was bij de totstandkoming van de strategie en die ook echt doorleefd heeft. Dat geldt ook voor het merendeel van het leiderschapsteam. En die bestuurlijke rust is er ook door de goede relatie met de OR, de RvC en de aandeelhouders. Ik ben oprecht blij dat de relatie met  deze belangrijke stakeholders is verbeterd en verstevigd. Dat hebben we bereikt door een intensief en echt contact, waarbij we moeilijke gesprekken en dilemma’s niet uit te weg zijn gegaan.”

 

2021 was je eerste jaar als bestuursvoorzitter. Ben je tevreden over hoe het gaat?

“Tevreden?” Lachend: “Daar ben ik niet zo goed in. Maar eerlijk: ik kijk terug op een spannend, maar ook op een heel goed jaar. Het was een jaar waarin onze strategie is goedgekeurd, een belangrijke mijlpaal. Met aan het eind van 2021 het besluit om samen met een externe partij, Festina Finance, onze poliskapitaaladministratie in te richten. We maken de sprong voorwaarts met de allernieuwste technologie in het belang van deelnemer en fondsen. En ik heb daar alle vertrouwen in.”

 

Wat zie je als grootste uitdaging?

“De arbeidsmarkt. Goede mensen vinden. We hebben hele goede mensen in huis, maar met de bulk aan werk die we op ons afkomt is dat echt een uitdaging. Het is ook de reden waarom we meer partnerships aangaan, zoals de samenwerking met een externe partij op de invaarstraat.”

APG zal meer kenmerken krijgen van een technologie- en datagedreven én deelnemergerichte organisatie

Het stelsel verandert, APG ook. Kun je een beeld schetsen van de uitvoerder die in het nieuwe stelsel nodig is?

“APG zal meer kenmerken krijgen van een technologie- en datagedreven én deelnemergerichte organisatie. Natuurlijk moeten we heel goed blijven beleggen, heel goed blijven administreren. Dat zijn en blijven belangrijke competenties. Maar het zwaartepunt gaat naar de voorkant. We gaan naar een stelsel waarin er meer onzekerheden bij deelnemers liggen. We zullen als pensioensector meer moeten uitleggen. We worden dus meer een communicatiebedrijf. Daarin hebben we al wel stappen gezet, maar die kanteling zet in de komende jaren echt door. Sowieso is verandering de nieuwe constante. Daar ben ik van overtuigd. Wij focussen nu op deze transitie, maar je zult je als organisatie continu moeten verbeteren en ontwikkelen op alle vlakken.”

 

Collectiviteit blijft ook in het nieuwe stelsel een wezenlijk element. Waarom vind je dat zo belangrijk?

“Als ik naar mezelf kijk: ik ben 55 en begin eigenlijk nu pas na te denken over de vraag hoe ik er over tien jaar voor sta. Hoe zit het met mijn huis, mijn huidige hypotheek? En ik ben niet de enige voor wie het zo werkt. Voor veel mensen is de horizon te kort om dan nog bij te kunnen sturen. Dus daarom vind ik pensioen opbouwen via je werkgever, en vooral het verplichte karakter daarvan, zo belangrijk. Mijn kinderen worden nu ‘gedwongen’ om te sparen, of beter te beleggen, voor later. Dat kun je paternalistisch noemen, maar ik was er toen niet mee bezig en zij zijn er ook niet mee bezig. Door de verplichtstelling hebben ook zij een prettige oude dag. Dat maakt ons stelsel zo mooi.”

 

Maar de verbouwing was hard nodig.

“Het is niet zo raar dat dit stelsel na honderd jaar vernieuwd moet worden. Want er is natuurlijk heel veel veranderd. We werken niet meer ons hele leven voor één werkgever, we worden steeds ouder, veel mensen werken, al dan niet voor een bepaalde tijd, als zelfstandige.
We hebben gezien dat we al geruime tijd niet of nauwelijks meer kunnen indexeren, dus de grenzen van het stelsel worden al gevoeld door de huidige gepensioneerden. En met deze stap haal je dat juk van het oude stelsel af en geef je ons de mogelijkheden om wat breder te kunnen beleggen. Er wordt vaak gezegd: het wordt simpeler in het nieuwe stelsel. Voor de deelnemer is het echter simpeler om te weten: ik krijg duizend euro per maand. Nu zeggen we: dit is je pot, maar dat kan afhankelijk van de economische situatie veranderen. Daarom wordt communicatie met de deelnemer nog belangrijker. Het echt leren kennen van die deelnemers, waar zit de zorg bij hen, dat wordt cruciaal.”

 

Wordt het dan ook niet tijd om de deelnemer voor te bereiden?

“Ik denk inderdaad dat we de plicht hebben om deelnemers voor te bereiden op de overgang naar het nieuwe stelsel. Maar ik denk ook dat het voor hen pas echt concreet wordt als ze geïnformeerd worden over wat de veranderingen voor hen betekenen. Dan wordt het relevant. En dan zullen er zeker veel vragen leven en gesteld worden. Gelukkig hebben we innovaties als Kandoor, daar kwamen vorig jaar al een miljoen vragen binnen, maar ook Geldvinder en Prikkl. Initiatieven die bijdragen aan het tijdig nadenken over het inkomen voor nu, straks en later. We hebben daar de afgelopen jaren veel in geïnvesteerd, om klaar te zijn als het moment daar is.”

 

Maar gaat het niet vooral om vertrouwen? Je krijgt als deelnemer ineens een andere pot met geld. Klopt dat wel, regelt mijn fonds dat goed? Hoe zorg je dat je dat soort vragen voor bent?

“Ik zie het als een gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheid, sociale partners, pensioenfondsen en uitvoerders om het vertrouwen in ons pensioenstelsel te verbeteren.

Daarin hebben we een bijzondere rol als grootste pensioenuitvoerder van Nederland. We helpen iedereen, we faciliteren, zorgen voor de doorrekening achter de voorstellen. En straks zorgen we voor een beheerste transitie naar het nieuwe stelsel, met een solide pensioenadministratie en uitstekende beleggingsresultaten. Daarbij hebben we ook de verantwoordelijkheid om de veranderingen die op de deelnemer afkomen goed uit te leggen. Duidelijke communicatie aan de deelnemer is een voorwaarde voor vertrouwen in het nieuwe stelsel. Maar daarnaast moet het vertrouwen er vooral in de sociale partners zijn, dus werknemers en werkgevers. De besluitvorming over hoe elke pot per pensioenfonds wordt verdeeld over de generaties, de doorsneesystematiek, dat is besluitvorming die op de tafels van de sociale partners plaatsvindt. Zij moeten daar de juiste keuzes in maken. Overigens heb ik daar alle vertrouwen in.”

 

Benieuwd naar het hele APG Jaarverslag 2021? Lees het hier als pdf of ga naar de speciale website.

Volgende publicatie:
Jaarverslag 2021: heldere keuzes staan centraal

Jaarverslag 2021: heldere keuzes staan centraal

Gepubliceerd op: 31 maart 2022

Vandaag publiceert APG het jaarverslag 2021. Natuurlijk als pdf, maar ook in de vorm van een fraaie eigen website, waar je uitgebreid kunt lezen hoe we als APG terugkijken op 2021. En hoe we ons als grootste pensioenuitvoerder van Nederland voorbereiden op een ongekende, rigoureuze pensioenhervorming.

 

APG speelt een cruciale rol in die transitie naar een nieuw stelsel. Op 1 januari 2027 moeten alle fondsen zijn overgestapt op het nieuwe stelsel. En sommige fondsen willen al eerder. Dat is snel. Heldere keuzes zijn dus essentieel. Bestuursvoorzitter Annette Mosman zegt hierover in het jaarverslag: “De veranderingen zijn zo enorm dat we heldere keuzes moeten maken. Het nieuwe stelsel is topprioriteit. Dat betekent onder meer dat we bepaalde projecten even op een lager pitje zetten, medewerkers om- of bijscholen en digitaal geschoolde mensen werven.” Lees er meer over in haar voorwoord.

 

Wat kun je verder nog in het verslag vinden?

 

 

Wie we zijn en wat we doen

Als ’s lands grootste pensioenuitvoerder – we bedienen 8 pensioenfondsen en zo’n 4,8 miljoen deelnemers – zetten we al onze kennis en krachten in voor de bouw van een transparant en toekomstbestendig nieuw pensioenstelsel. We transformeren naar een nóg moderner communicatie- en IT bedrijf, en willen ondertussen een kwalitatief hoge dienstverlening bieden.

 

Over APG

 

Een zo goed mogelijk pensioen - in een leefbare wereld

Op weg naar het Pensioen van Straks zetten we alles op alles voor een maximale pensioenwaarde en een gezond rendement. Waarbij duurzaamheid centraal staat in al onze beleggingskeuzes.

 

Onze resultaten in 2021

 

Het belang van onze cultuur

Onze cultuur vertolkt de wijze waarop wij deel uitmaken van de samenleving. De kennis, kunde en het gedrag van onze medewerkers zijn hierbij allesbepalend. De overgang naar het Pensioen van Straks vereist bovendien nieuwe expertises en vaardigheden – waar we hard aan werken.

 

Hoe we met elkaar werken

 

 

Benieuwd naar het hele jaarverslag? Lees hier de pdf.

Volgende publicatie:
Wetsvoorstel nieuwe pensioenstelsel naar Tweede Kamer

Wetsvoorstel nieuwe pensioenstelsel naar Tweede Kamer

Gepubliceerd op: 30 maart 2022

Het wetsvoorstel voor het nieuwe pensioenstelsel van Nederland wordt vandaag aan de Tweede Kamer aangeboden. Die zal zich daar de komende periode over buigen, waarna het voorstel naar de Eerste Kamer gaat. Als beiden akkoord zijn, dan gaan de regels in op 1 januari 2023. Pensioenfondsen hebben dan tot 2027 om over te gaan naar het nieuwe stelsel.

 

Het wetsvoorstel dat voluit ‘Wet toekomst Pensioenen’ heet, komt voort uit het pensioenakkoord dat, na ruim tien jaar onderhandelen, in 2019 werd gesloten. In het nieuwe pensioenstelsel zullen de pensioenen makkelijker meebewegen met de economie. Er hoeven minder hoge buffers te worden opgebouwd, waardoor het perspectief op indexatie dichterbij komt. Ook krijgt  de deelnemer meer inzicht en duidelijkheid over het opgebouwde pensioen. Bovendien komen er nieuwe regels voor het nabestaandenpensioen.

 

Planning

Nu het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ligt, wordt ook de lagere regelgeving – de nadere uitwerking van die wet – openbaar. De bedoeling is dat de wet op 1 januari 2023 in het Staatsblad wordt gepubliceerd, waarmee de regels officieel ‘ingaan’. Of die datum ook gehaald wordt, is niet zeker. “Het is goed mogelijk dat de Eerste of Tweede Kamer meer tijd nodig heeft om een oordeel te vellen over de voorstellen”, vertelt Wim Koeleman, directeur Pensioen van Straks bij APG. Koeleman is blij dat het voorstel er ligt. “De stelselwijziging gaat hiermee een nieuwe fase in. Maar er moet nog veel gebeuren. We gaan het voorstel en de lagere regelgeving de komende tijd intensief bestuderen. Waarbij we vanuit APG extra letten op de uitvoerbaarheid van het nieuwe stelsel.”

 

Bedrag ineens

Eén van de nieuwe regels van het nieuwe stelsel, de mogelijkheid om maximaal 10 procent van je ouderdomspensioen in één keer op te nemen bij pensionering, zou op 1 januari 2023 al in werking moeten treden. Maar dat lijkt te vroeg. De Pensioenfederatie en het Verbond van Verzekeraars doen een dringend beroep op minister Schouten om de datum van inwerkingtreding te verschuiven naar ten minste 1 juli 2023. Eerder zou niet haalbaar zijn.

 

Spannend

Als de nieuwe pensioenwet ingaat, hebben pensioenfondsen, samen met uitvoerders, werkgevers en vakbonden tot 1 januari 2027 om de pensioenregelingen aan te passen aan de nieuwe wetgeving. Een immense operatie, weet ook Koeleman. “Daarom zijn APG, de pensioenfondsklanten van APG en sociale partners (werkgevers en werknemers) al van start gegaan met de implementatie op basis van een conceptversie van de wet. We zijn dan ook erg benieuwd naar de wijzigingen.”

Volgende publicatie:
“Als ik geld heb, denk ik: yes, uitgeven, nu”

“Als ik geld heb, denk ik: yes, uitgeven, nu”

Gepubliceerd op: 28 maart 2022

Hoe ga je om met werk en geld voor nu en later? Leef je bij de dag of plan je doelbewust je financiële toekomst? In deze Week van het Geld laten we een aantal jongeren aan het woord. Vandaag Maud (13), die al wat verdient met kleine klusjes en zeer bedreven is in geld uitgeven.

 

Maud van Zandwijk (13)

Inkomen: 72 euro per maand

Spaargeld: 180 euro

 

Krijg je zakgeld?

“Ja, ik krijg sinds vorig jaar 22 euro zakgeld en 50 euro kleedgeld per maand. Ik kan thuis ook geld verdienen met huishoudelijke klusjes. Als ik de afwas doe krijg ik 1 euro, als ik de was doe 1,50. Soms motiveert dat me wel.”

 

Heb je nog andere inkomstenbronnen?

“Ik doe wat kleine dingetjes. Zo ‘werk’ ik zo nu en dan in de kantine op school. Als loon krijg ik een gratis broodje, dat bespaart me veel geld. Mijn ouders zeiden: als je het geld dat je met die broodjes bespaart op een aparte rekening zet, is het net alsof je echt betaald krijgt. Dat was een goed idee. Ik doe ook weleens figurantenrolletjes. Daar krijg ik tussen de 30 en 40 euro per keer voor.”

 

Is het alles bij elkaar genoeg?

“Dat zou het wel moeten zijn. Maar omdat het voelt alsof ik zoveel heb, geef ik het nogal makkelijk uit. Er staat nu letterlijk 73 cent op mijn rekening. Halverwege de maand dacht ik: hé, ik heb nog geld. Toen ging ik naar de stad, en daar ging het fout.”

 

Waar geef je je geld aan uit?

“Voornamelijk aan eten en drinken. Thuis hebben we ook lekkere dingen, maar McDonald’s haal je bijvoorbeeld niet zomaar thuis. Het kan wel, met bepaalde bezorgdiensten, maar dan komen de frietjes koud aan. Het is gewoon een fijn gevoel dat ik geen toestemming hoef te vragen en kan kopen waar ik zin in heb. Verder heb ik deze week een kort broekje gekocht omdat het warm zou worden, die kostte 10 euro. En toen zag ik een vestje dat een vriendin van me heeft, dat wilde ik ook: 20 euro. En ineens was mijn geld op. Mijn ouders maakt het niet uit wat ik met mijn geld doe, het is mijn geld. Maar als het op is, is het op. Dan moet ik ook zelf de gevolgen ondervinden en springen ze meestal niet bij.”

 

Het is gewoon fijn dat ik geen toestemming hoef te vragen en kan kopen waar ik zin in heb

Krijg je ongeveer evenveel als vriendinnen, of meer of minder?

“Ik krijg vergeleken met hen wel veel. De meeste vriendinnen krijgen geen kleedgeld.”

 

Spaar je?

“Ja, dat was voor mijn ouders een voorwaarde om me mijn eigen bankpas te geven. Ik heb met ze afgesproken dat ik 10 procent van alles wat ik binnenkrijg wegzet op een aparte rekening. Mijn afblijfrekening, noem ik die. Omdat ik dat nu gewend ben, mis ik die 10 procent niet. Zo spaar ik ongemerkt best wat, het voelt als gratis geld. Op die afblijfrekening staat nu 160 euro. Mijn ouders hebben ook een potje voor me voor later-later, maar ik heb geen idee hoeveel dat is.”

 

Spaar je voor iets specifieks?

“Ik heb nog een ander potje waar 20 euro in zit, dat is voor Amerika. Aan het eind van de zomervakantie gaan we daarheen en dan wil ik geld hebben om Starbucks-mokken te kunnen kopen. Die verzamel ik, en iedere stad heeft zijn eigen mok. Dan heb ik iets bijzonders.”

 

Kun je goed met geld omgaan?

“Nee. Na drie dagen heb ik mijn zak- en kleedgeld er meestal al doorheen gejaagd. Als ik geld heb, denk ik: yes, uitgeven, nu. Ik maak steeds weer dezelfde fout en leer er niet van.”

 

Wat wil je later worden?

“Ik wilde editor worden, maar dat doe ik nooit meer, dus ik denk niet dat ik dat nog wil. Misschien kan ik nog wat figurantenrollen doen, of iets sociaals, of in de horeca ofzo. Ik heb weleens vrijwilligerswerk gedaan met mijn moeder in een bioscoop en dat vond ik heel leuk.”

 

Maakt het je uit hoeveel je later gaat verdienen?

“Ja, ik vind het wel belangrijk dat ik goed verdien, want ik wil niet op straat belanden. Het zou fijn zijn als ik rond kan komen.”

Vind je geld belangrijk?

“Meestal wel. Je hebt het nu eenmaal nodig als je dingen wilt kopen of iemand moet afbetalen. Als je dat niet kunt, is dat best wel rot. Ik leen vrij vaak geld van vriendinnen als ik door mijn maandbedrag heen ben en zij iets verstandiger met hun geld zijn omgegaan. Dat vinden ze meestal prima, zolang ik maar snel terugbetaal. En dat doe ik ook wel.”

 

Maakt geld gelukkig?

“Af en toe wel, af en toe niet. Het geeft je vrijheid om alles te kunnen kopen waar je zin in hebt. Als je arm bent, kun je niet alles doen en hebben wat je hartje begeert. Aan de andere kant lijkt het me ook niet zo geweldig als je alles hebt. Wat moet je dan met al je geld? Ik heb ook eens gehoord dat je heel eenzaam wordt als je zoveel geld hebt dat je niet meer hoeft te werken, omdat je vrienden dan bijvoorbeeld nog wel moeten werken en zij nooit tijd hebben om met je af te spreken.”

 

Maak je je zorgen over je financiële toekomst?
“Af en toe wel, dan denk ik: hóe ga ik surviven als ik het straks alleen moet doen? Nu is het al zo dat je soms niet wordt gekozen voor een figurantenrol, straks kan dat ook zo zijn met een echte baan. En als je dan niet wordt gekozen, kun je mooi je huur niet betalen. Mijn moeder heeft al gezegd: op je 18de ga je lekker het huis uit. Misschien kan ik afspreken dat mijn ouders mijn huur dan betalen, als ze me zo graag weg willen hebben.”

 

Je pensioen is nog héél ver weg, wat weet je er al over?

“Dat je wel geld binnenkrijgt, maar niet meer hoeft te werken, zoiets dacht ik. Als ik denk aan pensioen, denk ik aan oude mannen die aan het golfen zijn met van die petjes op.”

Volgende publicatie:
‘Ik word zenuwachtig als er minder dan 15.000 euro op mijn spaarrekening staat’

‘Ik word zenuwachtig als er minder dan 15.000 euro op mijn spaarrekening staat’

Gepubliceerd op: 21 maart 2022

Hoe ga je om met werk en geld voor nu en later? Leef je bij de dag of plan je doelbewust je financiële toekomst? En regel je ‘later’ zelf, of ben je aangesloten bij een pensioenfonds?

Bianca Wolters (32) is een echte spaarder.

 

Bianca Wolters (32)

Beroep: contractbeheerder bij een waterschap

Werkt wekelijks: 32 uur

Inkomen: 3800 euro bruto

Spaargeld: 30.000 euro

Pensioen geregeld? Ja, via werkgever

 

Wat doe je voor werk?

“Ik ben sinds twee jaar contractbeheerder bij een waterschap. Dat houdt in dat ik voor een bepaalde afdeling de contracten in de gaten houd die ze met leveranciers hebben: worden de afspraken uit de overeenkomst nagekomen? Vaak wordt in dit soort functies alleen gekeken naar de kant van de leveranciers, maar ik kijk ook intern of de organisatie haar verplichtingen nakomt. Hiervoor deed ik soortgelijk werk bij een zorginstelling, alleen deed ik er toen nog inkoop bij.”

 

Wat vind je leuk aan je werk?

“Dat ik een soort spin in het web ben. Ik heb te maken met verschillende lagen in de organisatie, van management tot aan mensen op de werkvloer, én met leveranciers. Het is heel divers. Als het rondom een contract niet lekker loopt, ga ik in gesprek over hoe dat kan. Moet er iets in de bedrijfsvoering veranderen? Daar induiken is echt fantastisch! Mijn ouders zijn allebei ondernemer, ik merk wel dat ik die ondernemersgeest in me heb, maar ik pas die liever binnen loondienst toe. Ik vind die ‘zekerheid’, voor zover daar sprake van is, wel fijn.”

 

Hoeveel verdien je?

“3800 euro bruto, dat is inclusief een individueel keuzebudget. Netto houd ik daar zo’n 2300 euro van over.”

 

Ben je daar blij mee?

“Ik kom er goed van rond, maar er zou nog wel wat bij mogen. Collega’s van me met ongeveer dezelfde functie zitten een salarisschaal hoger. Het verschil zit ’m vooral in de functienaam: ik ben contractbeheerder, zij zijn contractmanagers. Die functie was er nog niet toen ik begon. Maar onze taken verschillen niet veel.”

 

Durf je te vragen om meer?

“Absoluut. Dat heb ik wel moeten leren. Nu de arbeidsmarkt zo krap is, heb je een goede onderhandelingspositie. Ik heb al aangekaart dat ik vind dat ik ook een schaal omhoog zou moeten, maar zoals dat vaak gaat bij de overheid, is het een tijdrovend proces. Het ondernemende wat ik in me heb, kan daar weleens gefrustreerd van raken: kom op, als je me echt graag wilt behouden hoeft het toch niet zo moeilijk te zijn om met meer geld over de brug te komen?”

Nu de arbeidsmarkt zo krap is, heb je een goede onderhandelingspositie

Hoeveel zou je willen verdienen?

“Mijn brutoloon mag wel boven de 4000 euro uitkomen. Als ik terugreken naar wat ik per uur verdien, zit ik op zo’n 25 euro. Volgens mij zou ik best 50 euro kunnen vragen. Nu ik wat meer werkervaring heb opgedaan en bepaalde mooie resultaten heb behaald, weet ik beter wat ik waard ben.”

 

Heb je een eigen huis?

“Ja, ik heb net samen met mijn vriend een nieuw huis gekocht. We hadden allebei al een eigen huis, dat we met flinke overwaarde hebben verkocht. Ik kocht mijn huis voor 225.000 euro, waarvan ik 50.000 euro spaargeld had ingelegd. Met de verkoop heb ik er 175.000 euro uit gesleept. Mijn vriend had zijn huis pas een jaar en heeft het helemaal verbouwd. Hij maakte er 75.000 euro winst op. Zo hadden we de ruimte om 35.000 te overbieden bij de aankoop van ons nieuwe huis.”

 

Hoe hebben jullie de lasten verdeeld?

“Fifty-fifty. Mijn vriend is vrachtwagenchauffeur en we verdienen ongeveer hetzelfde. Ik heb wel meer eigen geld ingebracht bij de aankoop van het huis, maar ook dat hebben we netjes in ons samenlevingscontract vastgelegd.”

 

Wat zijn jouw vaste lasten?

“We betalen gezamenlijk 1500 euro aan hypotheek, dus 750 euro per persoon. Voor gas, water en elektra betalen we nu een voorschot van 150 euro, maar omdat we ons huis van het gas hebben gehaald, verwacht ik dat we daar nog veel van terugkrijgen. We leggen ieder 1500 euro per maand in in de gezamenlijke pot. Daar doen we alles van, en tot nu toe lukt dat goed. Voor mijn telefoonabonnement betaal ik 14 euro per maand. Mijn abonnement op de sportschool kost me zo’n 50 euro per maand. De zorgverzekering betaal ik eens per jaar, à 1400 euro. En dan heb ik nog een auto. Ik betaal 34 euro per maand aan wegenbelasting, 40 euro voor de verzekering van mijn auto en fiets samen en zo’n 200 euro per maand aan benzine. De brandstof is nu behoorlijk aan de prijs, maar wij kunnen in Duitsland tanken, dat scheelt iets.”

Waar geef je nog meer veel geld aan uit?

“Ik lunch vaak op mijn werk, dus er gaat aardig wat geld naar de bedrijfskantine. Verder ben ik erg bezig met gezonde voeding, ik heb laten onderzoeken waar ik intolerant voor ben en dergelijke. De voedingssupplementen die ik volgens de uitkomsten van dat onderzoek moet slikken, kosten me zo’n 50 euro per maand. Daarnaast vind ik het fijn om zo af en toe naar de schoonheidssalon te gaan, of naar een goede kapper. Kleding kopen gaat bij mij in golven: soms schaf ik ineens veel nieuwe dingen aan, en dan weer maanden niets. Ook laat ik mezelf regelmatig coachen op persoonlijk vlak, om meer uit mezelf te halen.”

 

Waar bespaar je op?

“Ik leef best zuinig, vind ik zelf. Ik hoef niet de nieuwste telefoon te hebben, ik heb bewust gekozen voor dat abonnement van 14 euro per maand. En we besparen thuis flink op energie door te investeren in een warmtepomp en zonnepanelen. Verder koop ik pas nieuwe dingen als de oude kapot zijn. Ik ben daar steeds bewuster mee bezig, ook vanwege het milieu. Ik kijk ook vaak naar tweedehands. Je staat soms echt versteld van de mooie dingen die je kunt vinden die er nog als nieuw uitzien.”

 

Ben je meer een spaarder of een spender?

“Een spaarder. Ik heb 30.000 euro op mijn spaarrekening staan en wordt heel zenuwachtig als daar weinig op staat. 15.000 euro is voor mij wel het minimum. Concrete spaardoelen heb ik nooit gehad, omdat mijn buffer altijd groot genoeg was om alles te kunnen betalen wat ik echt nodig had. Nu willen we graag een hybride of elektrische auto en is dat een beetje een spaardoel geworden. Ik spaar sowieso iedere maand automatisch 200 euro. Ik overweeg nu om me te oriënteren op verdere belegmogelijkheden voor een deel van mijn spaargeld. Ik zou me daarin willen laten adviseren door iemand die er verstand van heeft.”

Eerlijk gezegd weet ik amper iets van mijn pensioenopbouw

Ben je bezig met je oude dag?

“Nee, eigenlijk niet. Bij mijn vorige werk ben ik wel naar een pensioenbijeenkomst gegaan omdat ik benieuwd was naar wat daar werd besproken. Mijn ouders gaan bijna met pensioen, dus daar krijg ik wel iets van mee, maar het voelt toch ver van mijn bed. Volgens mij moet ik straks doorwerken tot mijn 80ste – dat duurt nog even.”

 

Bouw je pensioen op?

“Ja, via mijn werk. Maar eerlijk gezegd weet ik daar amper iets van. Ik krijg wel overzichten waarop staat wat ik heb opgebouwd, maar ik zou het je zo uit mijn hoofd niet kunnen vertellen. Het enige dat ik weet, is dat het nog lang niet genoeg is om van te kunnen leven.”

 

Hoeveel denk je later nodig te hebben per maand?

“Ik vind het belangrijk om de levensstandaard die ik nu gewend ben door te kunnen zetten. Dat zou dan neerkomen op ongeveer 2000 euro per maand. Ik denk wel dat dat haalbaar is, als ik nog een beetje doorgroei qua salaris. Ik heb natuurlijk ook veel geld in het huis zitten. Als we het ooit verkopen, komt dat vrij.”

 

Hoe zie je je gepensioneerde leven voor je?

“Ik zie mezelf lekker veel wandelen met een hond en gewoon een beetje leven in je eigen flow. Het lijkt me heerlijk om alleen maar te kunnen doen wat je leuk vindt.”

 

Maakt geld gelukkig?

“Tot op zekere hoogte wel. Als je te weinig hebt om van rond te komen, ga je echt in de overleefstand. Het lijkt me vreselijk als je in de supermarkt moet gaan hoofdrekenen of je je boodschappen wel kunt betalen. Maar ik denk dat te veel hebben ook niet gelukkig maakt. Als je van gekkigheid niet meer weet waar je je geld aan moet uitgeven, kan ik me niet voorstellen dat je leven echt zoveel fijner is.”

Volgende publicatie:
APG en ABP in de prijzen bij Pensioen Pro Awards

APG en ABP in de prijzen bij Pensioen Pro Awards

Gepubliceerd op: 18 maart 2022

APG is tijdens de uitreiking van de Pensioen Pro Awards 2021 tweemaal in de prijzen gevallen. De pensioenuitvoerder nam de award voor Langetermijnbelegger van het jaar én die voor Verantwoord Beleggen/ESG naar huis. De uitreiking werd door corona doorgeschoven naar 2022. Ronald Wuijster, CEO van APG Asset Management, en Claudia Kruse, hoofd Verantwoord Beleggen, namen de gouden themaprijzen in ontvangst.

 

De jury kende de prijs voor Verantwoord Beleggen/ESG toe aan APG vanwege het Sustainable Development Investments Asset Owner Platform, dat het samen met pensioenuitvoerder PGGM namens de pensioenfondsklanten ontwikkelde. Deze standaard stelt beleggers in staat om bedrijven te beoordelen op hun bijdrage aan duurzame ontwikkelingsdoelen van de VN. Een initiatief waarmee APG op ‘uitmuntende wijze ESG-factoren meeweegt/integreert en een helder ESG-beleid voert in strategie en beleggingspraktijk’.

 

Hand in hand

De andere award, die voor Langetermijnbelegger van het jaar, dankt APG aan hetGlaspoort-project. Dankzij deze joint venture die APG namens ABP opzette met KPN, zijn er in 2026 750.000 huishoudens en 225.000 bedrijven aangesloten op glasvezel. Volgens de jury een mooi voorbeeld van ‘hoe rendement en duurzaamheid hand in hand kunnen gaan’.

 

Geen ‘spielerei’

Volgens Ronald Wuijster, CEO van APG Asset Management en lid raad van bestuur, onderstrepen de awards het belang van de koers van APG. “Het elkaar prijzen toekennen in een sector, in dit geval de pensioensector, kan als ‘spielerei’ overkomen. Toch is het ontzettend fijn om erkenning en waardering te krijgen voor het werk dat je met z’n allen verzet. Het is een bevestiging dat je goed bezig bent. Dat geldt des te meer voor twee gouden themaprijzen op terreinen die samen de kern vormen van de strategie van APG Asset Management: langetermijnbeleggen en duurzaamheid.”

 

Koolmees

Andere prijzen waren er onder meer voor ex-Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Wouter Koolmees. Hij nam de Pensioen Pro Award voor ‘uitzonderlijke bijdrage aan de sector’ in ontvangst. De jury prees hem voor zijn rol in de totstandkoming van het pensioenakkoord. Pensioenfonds Provisum won, voor de tweede maal op rij, de prijs voor Pensioenfonds van het Jaar. ‘Een ijzersterk fonds met een beleidsdekkingsgraad van 146% (november 2021) en nul indexatieachterstand’, aldus de jury.

Volgende publicatie:
Nederlanders leven gemiddeld 3,5 maand langer, wat betekent dat voor het pensioen?

Nederlanders leven gemiddeld 3,5 maand langer, wat betekent dat voor het pensioen?

Gepubliceerd op: 16 maart 2022

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: actuaris Caroline Bruls over de vraag wat een hogere levensverwachting betekent voor de pensioenen.

 

Door de verbeterde luchtkwaliteit leven Nederlanders in 2030 gemiddeld 3,5 maand langer dan in 2016. Dat blijkt uit een bericht van het RIVM. Betekent dit dat de pensioenpremie omhooggaat? “Als de levensverwachting stijgt, heeft dat wel gevolgen voor de pensioenen,” zegt Bruls. Maar het betekent niet dat de premie ook meteen wordt verhoogd. “Met dit soort berichten doen we eigenlijk niets, want we gaan er al vanuit dat de levensverwachting verder stijgt. Je zou dus kunnen zeggen dat die 3,5 maand al is ingecalculeerd in onze verwachtingen. Wellicht wordt de levensverwachting door de verbeterde luchtkwaliteit nog iets hoger. Als dat het geval is, komt het vanzelf terecht in de data waarop we onze prognose voor de toekomst baseren. Die prognose van de levensverwachting wordt elke één of twee jaar bijgesteld, en blijft zo vrij actueel. Dat moet ook, want er zijn natuurlijk constant ontwikkelingen die invloed hebben op de levensverwachting.”

Invloed
Bruls benadrukt dat het heel moeilijk is om voor een relatief kleine ontwikkeling, zoals verbetering van de luchtkwaliteit, te bepalen in hoeverre dat invloed heeft op de lange termijn. “Er zijn zoveel grote en kleine factoren die invloed kunnen hebben op de levensverwachting. Het is zelfs bij de coronapandemie nog maar de vraag of die een grote invloed heeft op de sterfteprognose. Is dat een eenmalige gebeurtenis zonder invloed op de lange termijn? Of verwachten we dat zo’n epidemie vaker voor gaat komen waardoor het een blijvende invloed heeft op de levensverwachting? Het Koninklijk Actuarieel Genootschap komt dit jaar met een nieuwe sterfteprognose. Daarin zijn dan de nieuwste data verwerkt, waaronder de sterftecijfers van corona.” 

Dat een stijging van de levensverwachting invloed heeft op de pensioenen, komt omdat die langer moeten worden uitgekeerd. “In het huidige pensioenstelsel werkt het zo dat als de levensverwachting stijgt, de dekkingsgraad daalt. De financiële positie van pensioenfondsen wordt dus slechter. Ook zal de premie verhoogd moeten worden voor de pensioenen in de toekomst. Of we kunnen pas later met pensioen. In het nieuwe stelsel wordt dat anders, want dan is er geen dekkingsgraad meer. De mensen die nog niet met pensioen zijn, leggen in het nieuwe stelsel mogelijk wat meer premie in voor zichzelf. En voor de mensen die al wel met pensioen zijn, kan het tekort dan bijvoorbeeld uit een collectieve reserve worden aangevuld.”

AOW-leeftijd
Al worden we nog steeds ouder, de levensverwachting stijgt niet meer zo snel als in de afgelopen honderd jaar. “De grootste winst qua verbetering van levensomstandigheden en gezondheid is inmiddels wel behaald.” Het belangrijkste gevolg van de gestegen levensverwachting voor het Nederlandse pensioenstelsel is de verhoging van de AOW-leeftijd. Om de pensioenen betaalbaar te blijven houden, schuift de AOW-leeftijd steeds een stukje op. “Toen die op 65 jaar werd vastgesteld, werden we een stuk minder oud dan nu. Tegenwoordig moeten pensioenen over een langere periode worden uitbetaald. Om de verhouding tussen de periode dat mensen werken en pensioenpremie betalen en de periode dat zij pensioen ontvangen in evenwicht te houden, is vastgelegd dat de AOW-leeftijd meebeweegt met de levensverwachting.”

Dat de levensverwachting in 2030 met 3,5 maand is gestegen vanwege een betere luchtkwaliteit, heeft kort gezegd weinig tot geen invloed op de pensioenen. Het komt nog maar zelden voor dat een gebeurtenis grote impact heeft op de levensverwachting, en dus op de pensioenen. “Vroeger kwam dat vaker voor, omdat we toen minder goede modellen en computers hadden om onze prognoses te maken. Nu kunnen we steeds nauwkeuriger voorspellen, al blijf je altijd een bepaalde onzekerheid houden. Maar wat de invloed is van een eventuele bijstelling van de levensverwachting op de pensioenen blijft te overzien. Zeker als je het vergelijkt met de invloed die schommelingen op de beurs of renteschokken daarop hebben. De invloed van de levensverwachting valt daarbij echt in het niet.”

 

Volgende publicatie:
“Ik heb de bouwers op mijn schouder zitten”

“Ik heb de bouwers op mijn schouder zitten”

Gepubliceerd op: 9 maart 2022

Ze is niet vies van paternalisme, gelooft heilig in collectiviteit en springt op de bres voor zzp’ers en voor deelnemers die op hun tandvlees lopen: Eline Lundgren, de nieuwe voorzitter van bpfBOUW. “Ik ben zuiniger met het geld van het pensioenfonds dan met mijn eigen geld.”

 

Eigenhandig bakstenen opperen bij de renovatie van haar huis, veel verder ging de persoonlijke ervaring van Eline Lundgren met de bouwsector niet. Tot ze dit najaar werknemersvoorzitter werd van bpfBOUW, het bedrijfstakpensioenfonds voor de bouw. Door de coronacrisis was ze, vóór de fotoshoot, trouwens nog niet op de bouwplaats geweest om de geur van cement op te snuiven en met een van de 147.020 actieve deelnemers (jaarverslag 2020) een kop koffie in de keet te drinken.

BpfBOUW is een van de vijf grootste pensioenfondsen van Nederland, met in totaal ruim 776.000 deelnemers en meer dan 102 miljard euro belegd vermogen. Lundgren – een ervaren pensioenbestuurder namens vakcentrale FNV - vond “het eervol, leuk en uitdagend” om als voorzitter te worden gevraagd van zo’n groot fonds. Al moest ze er “met pijn in het hart” haar voorzitterschap van BPL Pensioen, het pensioenfonds voor de agrarische en groensector, voor opgeven.

 

Van de boeren naar de bouwers: wat zijn de verschillen in pensioenvoorziening tussen deze sectoren?

“Eerst een belangrijke overeenkomst: beide pensioenfondsen zijn gericht op een zo goed mogelijk inkomen voor later voor de deelnemers. Maar er is inderdaad een verschil: de agrarische sector heeft te maken met een krimpend aantal boeren. Ook het aantal actieve deelnemers van het bedrijfstakpensioenfonds neemt dus af. Dat heeft gevolgen voor de continuïteit van het fonds: met meer deelnemers kun je beter beleggen en meer rendement realiseren. In de bouw is juist sprake van groei: de vraag naar mensen in de bouw is veel groter dan het aanbod. Zeker nu er door de gekte op de huizenmarkt de komende jaren veel nieuwe woningen gebouwd zullen worden. Dat is een enorme uitdaging voor de sector, maar voor de continuïteit van het pensioenfonds is die groei goed nieuws.”

 

Beide sectoren hebben ook te maken met de stikstof- en pfas-crisis.

“Zowel de agrarische als de bouwsector staan voor een grote duurzaamheidsopgave. Maar ook daar zien we een verschillende dynamiek. Voor de agrarische sector heeft het duurzaamheidsbeleid vooral negatieve gevolgen. Zo is de toekomst voor varkensboeren en boeren rondom Natura-2000-gebieden onzeker. In de bouwsector heeft duurzaamheid juist een positieve connotatie: het uitdagende van innovatief en klimaatneutraal bouwen.”

 

De bouw telt veel zzp’ers. Die bouwen vaak geen pensioen op. Welke rol zie je daar voor het pensioenfonds?

“Werknemers sparen hun hele werkzame leven voor hun pensioen en hebben daardoor de zekerheid van een inkomen voor later. Dat gun ik zzp’ers ook heel erg. Ik vind het ook maatschappelijk van belang: een van de pijlers onder onze mooie samenleving is ons goede pensioenstelsel, waarin we risico’s samen delen. Als fonds willen we het daarom makkelijker voor zzp’ers maken om voor hun pensioen te sparen. Met een verplichtstelling zou dat waarschijnlijk niet lukken: zzp’ers voelen zich echte ondernemers en bovendien is de premieafdracht lastig als de inkomsten variëren. Maar een vrijwillige pensioenregeling heeft misschien wel kans van slagen. We zijn bij bpfBOUW aan het kijken of en hoe dat mogelijk is.”

 

BpfBOUW is het grootste Nederlandse fonds dat het pensioen per 1 januari indexeert, met 1,76 procent: dat is 68 procent van de inflatie. Ben je blij?

“Zeker. We waren acht tot negen jaar geleden een van de laatste pensioenfondsen die nog konden indexeren en nu zijn we een van de eerste fondsen die de stijging van de consumentenprijzen grotendeels kunnen compenseren. Als bestuur hebben we ook volledige indexering op ons netvlies staan, ja. Of en hoe we dat gaan doen, moeten we nog verder bespreken. Je moet daarnaast altijd blijven kijken naar de premie en de dekkingsgraad.”

 

Verder komt het nieuwe pensioenstelsel eraan: welke veranderingen brengt dat mee?

“Er blijft gelukkig ook veel hetzelfde. We blijven als Nederlanders straks gewoon geld sparen voor later, we hebben als pensioenfondsen nog steeds voor iedereen geld in kas en elke deelnemer houdt gewoon een levenslange pensioenuitkering, ook al word je 124 jaar. We blijven ook de risico’s met elkaar delen: het kort- en langlevenrisico, het behoren tot de pech- of gelukgeneratie, het arbeidsongeschiktheidsrisico en het beleggingsrisico.”

 

Dat laatste is het geval in de solidaire premieregeling, waarvoor de sociale partners bij bpfBOUW voorlopig hebben gekozen. Waarom is er niet gekozen voor de flexibele premieregeling, waarin deelnemers zelf kunnen aangeven met welk risicoprofiel ze hun pensioenpremie belegd willen zien?

“In de solidaire premieregeling beschik je over een grotere pot om beleggingsrisico’s op te vangen en zullen de opbrengsten uiteindelijk iets beter zijn. Voor een zo laag mogelijke premie krijg je een zo goed mogelijke uitkering terug. Bovendien deel je de verschillen tussen generaties die een economisch slechtere of juist betere tijd meemaken, tussen de pech- en de gelukvogels. Daar voel ik me het meest senang bij. Ik ben een vurig aanhanger van de collectiviteitsgedachte, ik geloof heilig in het solidariteitsbeginsel.”

Ik ben een vurig aanhanger van de collectiviteitsgedachte

Maar is het niet een beetje paternalistisch om mensen de mogelijkheid te ontnemen om zelf keuzes te maken?

“Ik ben niet wars van een beetje paternalisme. Dat begint al bij de verplichtstelling: mensen móeten pensioen opbouwen: hoe paternalistisch is dát? Maar het zorgt er wel voor dat mensen hun premie niet verjubelen en de zekerheid hebben dat er een inkomen is na hun pensioen. Bovendien: hoe meer keuzemogelijkheden, hoe meer keuzestress. Als je in de supermarkt voor de kassa staat te wachten, heb je altijd het gevoel dat je in de verkeerde rij staat. De Wet van Murphy, ja. Ik heb in het begin van de jaren negentig zelf aan de wieg gestaan van een van de eerste pensioenregelingen waarin keuzes geïntroduceerd werden. Wat bleek: mensen wisten niet wat ze moeten kiezen en waren bang dat ze het verkeerd deden. Uiteindelijk koos bijna iedereen de default-optie.”

 

Een keuzemogelijkheid in de bouw is de zwaarwerkregeling: bouwplaatsmedewerkers kunnen drie jaar voor de AOW-leeftijd stoppen met werken. Hoe hard nodig is dat voor deze beroepsgroep?

“Bouwvakkers beginnen vaak al op jonge leeftijd te werken. Mensen die in de laatste jaren voor hun pensioen zitten, werken soms al bijna vijfenveertig jaar! Bovendien moest er vroeger vaak zwaar getild worden. En als je altijd dacht op je 64e te kunnen stoppen met werken en de AOW-leeftijd gaat ineens naar 67, dan is dat ook best slikken. Het kan dan belangrijk zijn om als fonds oudere bouwvakkers die misschien op hun tandvlees lopen, duidelijk te maken dat ze ervoor kunnen kiezen om eerder aan hun pensioen te beginnen.”

Hoe uitdagend is communicatie met bouwvakkers over een complex onderwerp als pensioenen?

“We moeten met ál onze deelnemers communiceren. Onze doelgroep is heel divers: van laaggeletterd tot hbo en universiteit. We communiceren dus op verschillende taalvaardigheidsniveaus met deelnemers. Daarnaast is de sector zelf heel divers: onze deelnemers zijn niet alleen bouwvakker, maar ook bijvoorbeeld timmerman of natuursteenbewerker. En vergeet de partners van onze deelnemers niet. Verder hebben we te maken met zowel jonge als oudere deelnemers, ook daar moet je rekening mee houden. Als je het platslaat, is pensioen overigens geen rocket science: aan de ene kant leg je geld in en aan de andere kant komt er een pensioenuitkering uit. Maar als pensioenfondsen leggen wij het graag tot in detail uit en vertellen we ook alle complexe zaken eromheen. Sommigen willen graag al die details horen, maar er zijn ook mensen die daar onzeker van worden. We communiceren dus op verschillende niveaus én via verschillende kanalen met deelnemers.”

 

De ouderwetse brief?

“Je kunt niet iedereen via e-mail bereiken. Dat was ook zo bij PBL. Ik vroeg tijdens een bijeenkomst eens aan deelnemers om hun e-mailadres op te geven. Zo communiceer je als fonds immers het snelst en goedkoopst. Na afloop kwam er iemand naar me toe die zei dat hij geen e-mailadres hád. Hij vertelde dat hij niet kon lezen. Daar heb ik zó veel van geleerd. We communiceren bij bpfBOUW met sommige mensen dus ook nog steeds per brief, die zoon of dochter dan ’s zondags kan voorlezen. Verder hebben we een helpdesk, die mensen bij de hand kan nemen bij het maken van pensioenafwegingen.”

 

De bouwsector kent relatief veel Oost-Europese medewerkers, die tijdelijk hier werken, maar in eigen land blijven wonen. Welke uitdagingen schept dat?

“Pensioen is een haalrecht: je moet jezelf als deelnemer melden bij het pensioenfonds. Maar we weten dat veel deelnemers dat niet doen. We proberen dus zo veel mogelijk pensioen te bréngen bij mensen die daar recht op hebben. Maar dan moet je die mensen wel kunnen vinden. Dat is bij mensen die in het buitenland wonen een uitdaging. Gelukkig blijkt dat bij bpfBOUW vrij goed te gaan. Ook communicatie is natuurlijk lastiger met deze groep deelnemers.”

 

Zijn we het meest effectief door uit beleggingen in olie- en gasbedrijven te stappen, of juist door als aandeelhouder onze invloed aan te wenden?

Hoe gaan jullie als bestuur om met het beleggingsbeleid van bpfBOUW en welke dilemma’s ervaren jullie daarbij?

“We ervaren geen dilemma tussen rendement en duurzaamheid. We denken juist dat het rendement van organisaties zonder een goed duurzaamheidsbeleid, op de lange termijn onder druk kan komen te staan door de risico’s die ze lopen. We hebben binnen het bestuur wel discussie over verantwoord beleggen: hoe pakken we het aan, hoe ver gaan we erin? We zijn bijvoorbeeld uit teerzand gestapt en we hebben veel grondstoffen uit onze beleggingsportefeuille gehaald. Daarmee hebben we meteen veel investeringen in fossiele brandstoffen uitgesloten.”

 

ABP heeft besloten helemaal niet meer in fossiele brandstoffen te investeren. Voelen jullie maatschappelijke druk om dat voorbeeld te volgen?

“Actiegroepen ervaren de beslissing van ABP als een succes. Ze richten hun pijlen eerst op de allergrootste pensioenfondsen, zoals nu PFZW (Pensioenfonds Zorg en Welzijn, red). Maar ik verwacht dat ze uiteindelijk ook bij ons komen. Gaat dat ons beïnvloeden? Ja, natuurlijk. Maar we kíjken dus al goed naar onze investeringen in fossiele brandstoffen. We beleggen wel nog steeds in bedrijven zoals Shell. Als bestuur stellen we onszelf daarbij de vraag: zijn we als pensioenfonds het meest effectief door uit beleggingen in olie- en gasbedrijven te stappen, of juist door als aandeelhouder onze invloed aan te wenden?”

 

Welke stijl hanteer je als voorzitter van het bestuur?

“Als voorzitter moet je minder vocale mensen stimuleren om hun mening te geven en anderen juist afremmen. Het mag er in een discussie best fel aan toegaan, maar er moet een sfeer zijn waarin je elkaar vertrouwt. Iedereen moet bereid zijn om het uiteindelijke bestuursbesluit te dragen, ook degene met een afwijkende mening. Je moet als voorzitter zorgen voor een echt team. Dat heb ik van mijn moeder geleerd: wat goed is voor het team, is ook goed voor de individuele leden. Daar heb je die collectiviteitsgedachte weer. Maar ik heb ook mijn vader op mijn schouder zitten: hij heeft me het belang van integriteit bijgebracht. Mijn vader was heel eerlijk, soms op het vervelende af. Maar hij liet de maatstaven die hij anderen oplegde ook voor zichzelf gelden. Daar spiegel ik me aan.”

 

Geef eens een voorbeeld?

“Ik vind bijvoorbeeld dat je geld van een ander minder makkelijk mag uitgeven dan geld van jezelf. Ik ga dan ook zuiniger om met geld van het pensioenfonds dan met mijn eigen geld. Het bestuur van bpfBOUW voelde overigens meteen als een warm bad: alles functioneert goed en de sfeer is prima. Dat is fijn, want dan hoef je niet te kijken wie er aan je stoelpoten zit te zagen en kun je je op belángrijke zaken richten: mensen rust en zekerheid bieden met een goede pensioenregeling en duidelijke informatie. Ik probeer alles vanuit het perspectief van onze deelnemers te bekijken. Zij vormen mijn toetssteen: is dit een evenwichtig besluit en kan ik het uitleggen? Ik heb dus ook onze deelnemers elke dag op mijn schouder zitten. Of ze nu aan het sparen zijn voor hun pensioen of al van hun welverdiende pensioen genieten.”

Wie is Eline Lundgren?

Archeoloog worden of bij de marine, net als haar vader: Eline Lundgren (1960) had als puber heel andere ambities dan pensioenbestuurder worden. Een vakantiebaantje groeide uit tot een interesse in het actuariaat. Terwijl ze werkte bij verzekeraar Interpolis en actuarieel bureau Brans & Co, voltooide ze bijna de studie om actuaris te worden. Uiteindelijk brak ze deze af voor een wereldreis door Thailand, Indonesië, China en Australië. Eenmaal terug, ging ze aan de slag als hoofd van de actuariële afdeling bij het ondernemingspensioenfonds van papierfabrikant Buhrmann Tetterode. Daarna werkte ze drie jaar bij adviesbureau AZL.

 

In 2002 begon Lundgren met een aantal collega’s een eigen pensioenadviesbureau. Daarmee deed ze geregeld projecten voor vakcentrale FNV, die haar in 2011 vroeg als pensioenbestuurder. Haar eerste fondsen waren Vlakglas en het Bakkersbedrijf. Ze was daarna bestuurder van de fondsen van ING cdc en NN cdc (collective defined contribution). In 2018 werd ze voorzitter van BPL (Landbouw), een rol die ze september 2021 verruilde voor het voorzitterschap van bpfBOUW.

Volgende publicatie:
Zweeds pensioen: niet royaal maar rijk aan keuze

Zweeds pensioen: niet royaal maar rijk aan keuze

Gepubliceerd op: 4 maart 2022

Het op één na beste pensioenstelsel ter wereld. Dát hebben we in Nederland, volgens de jaarlijks gepubliceerde Mercer CFA Institute Global Pension Index, waarin 43 landen worden meegenomen. Doen ze het in andere landen dan zo slecht? Elke twee weken duiken we in het stelsel van een specifiek land, twintig weken lang. Voor deze aflevering gaan we naar Scandinavië, naar het land van de uitgestrekte bossen, Ikea en acht maanden vaderschapsverlof: Zweden. 

 

Zweden bezet de 8e plaats op de Mercer-ranglijst en staat bekend als een land met een uitgebreid sociaal vangnet. Haar pensioensysteem vormt daar geen uitzondering op. Dat begint al bij de verplichte opbouw van arbeidsgerelateerd pensioen via de eerste pijler (pensioen geregeld vanuit de overheid), voor werknemers én zelfstandigen. Daarvoor draagt elke Zweed een kleine 17,5 procent van het bruto inkomen af. Iets minder dan 2,5 procentpunt daarvan gaat in een persoonlijke pensioenpot, die wordt belegd. Bij pensionering wordt dit opgebouwde bedrag omgezet in een reguliere uitkering (annuïteit). De andere 15 procentpunt wordt gebruikt voor een omslaggebaseerde regeling. De hoogte van dat pensioen hangt af van de premies die je hebt betaald en de jaarlijkse economische groei tot aan pensionering (waarmee de premies worden geïndexeerd). Op dat moment wordt deze ‘papieren’ pensioenpot omgezet in een levenslange reguliere uitkering. Voor deze uitkeringen worden de premies van de werkende Zweden gebruikt. Het arbeidsgerelateerd pensioen is opneembaar vanaf 62-jarige leeftijd. 

 

Garantiepensioen 
Voor inwoners die geboren zijn na 1938 en geen of weinig arbeidsgerelateerd pensioen hebben opgebouwd, is er in de eerste pijler ook nog een zogeheten ‘garantiepensioen’ van 9.765 euro (omgerekend vanuit Zweedse Kroon) per jaar (of 21 procent van het gemiddelde inkomen). Dit pensioen groeit mee met de inflatie en is opneembaar vanaf 65. Ook niet geheel onbelangrijk: afhankelijk van het inkomen is er voor de gepensioneerde in Zweden een woontoeslag beschikbaar van 660 euro per maand.   

 

Opvallend aan het Zweedse systeem is de keuzevrijheid. Zo kunnen deelnemers zelf kiezen hoe hun persoonlijke pensioenpot (waarvoor ze die 2,5 procent afdragen) wordt belegd, maar ook op welke manier de uitkering plaatsvindt. De opgebouwde pensioenrechten kunnen worden omgezet in een maandelijkse uitkering van een vast bedrag, waarbij de ontvanger geen beleggingsrisico meer loopt. Degenen die dat risico wel durven lopen, kunnen hun pensioengeld door laten beleggen en ontvangen dan een pensioen dat mee fluctueert met het beleggingsresultaat. 

 

Driver’s seat 
Aardig wat regelingen dus, en dan hebben we het alleen nog maar over de eerste pijler gehad. Want zo’n 90 procent van de inwoners neemt ook deel aan een aanvullende pensioenregeling van een van de vier bedrijfstakpensioenfondsen. De regeling voor ‘kantoorwerkersfonds ITP bijvoorbeeld, waarvoor deelnemers vanaf 25-jarige leeftijd 4,5 procent van hun salaris afdragen (over maximaal 47.400 euro jaarlijks). En ook hier geldt: de deelnemer bepaalt. Zo kan de premie in een traditionele spaarregeling gestopt worden, maar ook – iets risicovoller – in een beleggingsverzekering. Bovendien kan er gekozen worden welke verzekeraar de regeling gaat uitvoeren, welke vermogensbeheerder de premie gaat beleggen en hoe lang de uitkeringsperiode is. Ook wat betreft het nabestaandenpensioen zit de deelnemer in de drivers seat: hij of zij bepaalt of er nabestaandenpensioen wordt opgebouwd, hoeveel en wie het ontvangt bij overlijden (alleen partner of partner en kinderen). De enige ‘beperking’ is dat minimaal de helft van de inleg in een traditionele spaarregeling wordt gestoken.  

 

Veel Zweden kiezen voor een beperkte duur van de (aanvullende) pensioenuitkering, bijvoorbeeld tien of twintig jaar. Via de eerste pijler ontvangt iemand met een gemiddeld inkomen immers al 56 procent daarvan als pensioen levenslang. Doorwerken na de pensioengerechtigde leeftijd kan in Zweden gewoon tot je 68ste – met pensioenopbouw (69 vanaf 1 januari 2023). De leeftijd waarop je wettelijk gezien op zijn vroegst met pensioen kan (nu 62) gaat in 2023 wel naar 63 en tegen 2026 zal deze gestegen zijn naar 64. 
 
Zweedse Jan Modaal 
De Zweedse Jan Modaal ontvangt ongeveer 56 procent van het inkomen als netto pensioen: 24.760 euro. In Nederland is dat bijna het dubbele (48.920 euro), terwijl het prijspeil van de landen niet heel sterk verschilt. Wat betreft ‘adequaatheid’ bevindt het Zweedse stelsel zich dan ook niet in de hoogste regionen van de Mercer-ranglijst (17e plek).  

Qua houdbaarheid van het systeem hebben de Zweden hun zaken goed op orde (6e). In 1999 is het systeem op de schop gegaan en is er een verschuiving ingezet van financiering via omslag naar financiering op basis van kapitaaldekking (daarbij b0uwt de werknemer via een pensioenfonds een eigen pensioen op). Het Zweedse stelsel wordt daardoor minder kwetsbaar voor vergrijzing.  

Het Zweedse pensioenstelsel: Facts & figures 

 

Waardering in de Mercer CFA Institute Global Pension Index 2021: B-Grade (“Een systeem met een degelijke structuur en veel goede eigenschappen, maar heeft een aantal verbeterpunten waardoor het niet tot de A-grade categorie behoort.”)  


Inrichting:
Twee pijlerstelsel 


Financiering:
Omslag (eerste pijler) en kapitaaldekking (eerste- en tweede pijler) 


Adequaatheid (Mercer ranglijst):
17e  


Houdbaarheid (Mercer ranglijst):
6e 


Integriteit (Mercer ranglijst):
16e  

 

 

0,5 

0,75 

1 

1,5 

2 

3 

 

 

 

 

 

 

 

Netto pensioen  

34.7  

43.7  

56.2  

93.8  

123.7  

171.7 

Netto vervangingsratio 

65.1  

56.7  

56.2  

69.8  

75.3  

76.8 

Totaal netto pensioenvermogen bij pensionering  

12.3  

10.7  

10.6  

13.2  

14.3  

14.5 

 

Toelichting tabel:  

De kolom onder ‘1’ geeft de situatie weer voor iemand met het gemiddeld netto inkomen. De kolom onder 0,5 weerspiegelt de situatie van iemand met de helft van het gemiddeld netto inkomen, et cetera.  


Netto pensioen: het netto pensioen dat iemand ontvangt als percentage van het netto gemiddeld inkomen.  
 


Netto vervangingsratio: het netto pensioen dat iemand overhoudt, uitgedrukt in een percentage van het totale loon van het betreffende individu. 
 


Totaal netto pensioenvermogen
: waarde van de verwachte uitkeringen als meervoud van netto jaarinkomen. 

Volgende publicatie:
“Het gaat ons erom dat een medewerker inzicht krijgt in zijn financiële situatie”

“Het gaat ons erom dat een medewerker inzicht krijgt in zijn financiële situatie”

Gepubliceerd op: 2 maart 2022

APG en Vattenfall hebben een contract getekend waardoor het energiebedrijf voor drie jaar Geldvinder afneemt. De 2400 medewerkers van Vattenfall Nederland kunnen dankzij het digitale platform aan de slag met hun persoonlijke financiële doelen voor nu en in de toekomst. Gertjan Meijer (HR Services Vattenfall) en Richard Coonen (COO Geldvinder) over de waarde van Geldvinder.

Doel van Geldvinder is dat medewerkers op een laagdrempelige en proactieve manier aan de slag kunnen met hun financiële fitheid. Dat wil zeggen dat ze inzicht in en grip op hun financiën krijgen. Volgens Meijer past dit mooi bij de andere tools die Vattenfall zijn medewerkers biedt. “We hebben een pakket van vijf producten waarmee onze medewerkers kunnen werken aan hun financiële fitheid. Zo is er het personeelsfonds, dat in bijzondere gevallen een lening kan bieden aan een medewerker. Daarnaast geven we in samenwerking met het Nibud de papieren Geldkrant uit. Voor financieel inzicht kan een medewerker al in gesprek met een adviseur van EBC Nederland en voor pensioenvragen kan hij of zij terecht bij ABP. En als laatste toevoeging is er nu dus Geldvinder. Dat is de afgelopen twee jaar gebruikt door onze jongerenorganisatie Megawatt. Mede dankzij hun positieve reacties besloten we Geldvinder aan onze hele organisatie aan te bieden. De deelnemers vinden het een mooie aanvulling op ons bestaande pakket en zijn te spreken over de gebruikersvriendelijkheid en het gemak van de tool.”

Vattenfall heeft behoorlijk wat aandacht voor de financiële situatie van zijn medewerkers. Is daar een specifieke aanleiding voor?
“Dat niet, maar we vinden het als werkgever belangrijk goed voor onze medewerkers te zorgen. Onderdeel daarvan is het onderwerp van financiële problemen uit de taboesfeer te halen en bespreekbaar te maken. Daarnaast hebben we als energiebedrijf te maken met klanten die bijvoorbeeld moeite hebben met het betalen van hun rekening.We zijn in gesprek met onder meer het Nibud en gemeentes over hoe we schuldproblemen kunnen voorkomen of op tijd opmerken zodat we kunnen helpen. Dat contact met die klanten speelt ook een rol in de aandacht die we als organisatie voor financiële fitheid hebben.” 

Welk doel hebben jullie met Geldvinder?
“Wanneer mensen in financiële problemen zitten, kan dat leiden tot ziekteverzuim of minder goed functioneren. Het is dus belangrijk het bespreekbaar te maken en medewerkers daarin zoveel mogelijk te ondersteunen. We zien Geldvinder vooral als een tool waarmee medewerkers inzicht krijgen in hun financiële situatie. Bijvoorbeeld wat hun uitgaven zijn, en wat er nodig is om voor bepaalde doelen te sparen, zoals een koophuis, kinderen of een bruiloft. Dat stukje miste nog in de andere producten die we bieden. Nu ondersteunt Geldvinder onze mensen vooral digitaal. Op den duur is het ook mogelijk om er gesprekken aan te koppelen, maar we weten nog niet of dat iets toevoegt aan wat we al bieden.”

Een werkgever kan dus behoorlijk veel doen om zijn medewerkers te wijzen op het belang van financiële fitheid. Maar is het uiteindelijk niet de verantwoordelijkheid van de medewerker zelf?
“Uiteindelijk is het dat inderdaad. Maar je kunt als werkgever wel faciliterend optreden en dat doen we op deze manier. Als Vattenfall besteden we bijvoorbeeld ook veel aandacht aan vitaliteit. Zo kunnen medewerkers een preventief gezondheidsonderzoek laten uitvoeren of met korting activiteiten ondernemen die zijn gericht op fitheid. Ook veiligheid is belangrijk in ons bedrijf. Je moet je realiseren dat niet iedereen bij ons een kantoorfunctie heeft, er werken ook collega’s in de energiecentrales en op de windmolenparken. Dat werk kent risico’s waar we zorgvuldig mee om gaan. We luisteren als werkgever continu naar onze medewerkers, om erachter te komen wat hun behoeften zijn. Net zoals we dat bij klanten doen. En het houdt ook niet op bij de financiële fitheid of gezondheid van onze medewerkers. Zo bevorderen we ook hun duurzame inzetbaarheid door de mogelijkheid aan te bieden door te groeien in ons bedrijf."

Via Geldvinder kan Vattenfall de financiële fitheid van zijn medewerkers in de gaten houden. Zijn er geen zorgen over privacy?
“Het is anoniem. En dat is maar goed ook, want we willen niet dat die informatie via Geldvinder bij ons komt. Daar hebben we andere manieren voor, zoals een gesprek tussen een medewerker en een leidinggevende. Bij Geldvinder gaat het er ons echt om dat een medewerker zélf inzicht krijgt in zijn of haar financiële situatie. Nu door inflatie veel producten duurder worden, kan Geldvinder hen ook helpen met manieren om geld te besparen. Dat is voor ons als werkgever belangrijker dan dat er bepaalde scores uitrollen en we daar iets mee doen.”

Vattenfall is een van de 20 werkgevers die APG hielpen het platform op te zetten. Van die werkgevers hebben 8 werkgevers nu een contract getekend, waaronder de Vrije Universiteit en APG zelf. Met de rest van de partners is APG nog in gesprek. “We zijn als APG twee jaar geleden gestart met Geldvinder omdat we de financiële fitheid van mensen wilden bevorderen,” zegt Richard Coonen (COO Geldvinder). “Dat is volgens ons net zo belangrijk als fysieke en mentale fitheid. APG en Vattenfall zitten wat dat betreft op één lijn. En net als APG hecht Vattenfall veel waarde aan goed werkgeverschap en willen zij vanuit maatschappelijke betrokkenheid hun medewerkers op verschillende manieren ondersteunen. Het is daarom mooi om te zien dat zij als grote werkgever Geldvinder voor in ieder geval drie jaar beschikbaar stellen aan hun medewerkers.”

Volgende publicatie:
“Aan het eind van de maand sturen mijn man en ik elkaar een Tikkie”

“Aan het eind van de maand sturen mijn man en ik elkaar een Tikkie”

Gepubliceerd op: 25 februari 2022

Hoe ga je om met werk en geld voor nu en later? Leef je bij de dag of plan je doelbewust je financiële toekomst? En regel je ‘later’ zelf, of ben je aangesloten bij een pensioenfonds?

Silvia Bogers (40) heeft bewust géén gezamenlijke rekening met haar man. 

 

Silvia Bogers (40)

Beroep: businesscoach

Werkt wekelijks: 45 tot 50 uur

Inkomen: keert zichzelf 1950 euro per maand uit

Spaargeld: 10.000 privé, 18.000 zakelijk

Pensioen geregeld? Nog niet echt

 

Wat doe je voor werk?

“Ik ben sinds 2014 ondernemer. Dat was niet meteen een succes: het plan was om zelfgemaakte tassen te verkopen – ik geloof dat ik er twee heb verkocht. Niet zo gek ook, ik deed maar wat, het was gedoemd te mislukken. Hierna ben ik aan de slag gegaan als softwareconsultant. Fantastisch vond ik dat, en ik verdiende er ontzettend leuk mee. In mijn laatste jaar zette ik 127.000 euro om, waarvan 120.000 winst. En dat voor gemiddeld drie dagen werk per week.”

 

Waarom ben je dan toch iets anders gaan doen?

“Ik ben er lang heel gelukkig mee geweest, tot ik het niet meer was. Ik werkte veel voor zorginstellingen en het gebrek aan drive in die wereld begon me mateloos te irriteren. Dan wilde ik logge systemen optimaliseren, maar wilden zij het liever houden zoals het was, ‘want ze hoefden nog maar vijftien jaar tot hun pensioen’. In 2019 ben ik mijn huidige bedrijf als businesscoach gestart. Ik wilde meer directe impact maken. Nu help ik andere coaches en therapeuten om hun praktijk succesvoller te maken. Hier word ik intens gelukkig van.”

 

Hoeveel uur werk je?

“Vijfenveertig tot vijftig uur. Ik heb plekken gehad waar ik twintig uur werkte en doodmoe werd, maar van het werk wat ik nu doe krijg ik juist energie. Ik ga ’s ochtends met ontzettend veel plezier naar kantoor toe. Laat mij maar knallen, ik vind het veel te leuk. In het weekend werk ik nooit, maar doordeweeks maak ik lange dagen. Ik zie mezelf als in dienst van mijn eigen bedrijf en wil iedere maand opnieuw medewerker van de maand zijn.”

 

Hoeveel verdien je?

“Het afgelopen jaar, het tweede volle jaar in mijn nieuwe bedrijf, heb ik bijna 125.000 euro omzet gedraaid. Ik denk dat ongeveer 70.000 euro daarvan winst is. Ik keer mezelf 1950 euro per maand uit aan salaris.”

 

Ben je daar blij mee?

“Ja, ik ben er zeker tevreden over. Voor afgelopen jaar was het genoeg. Komend jaar wil ik 500.000 omzetten. De basis staat er nu, ik heb veel geleerd en word steeds beter in wat ik doe. 350.000 euro omzetten, mijn oorspronkelijke plan, zou geen uitdaging meer voor me zijn. Op aansporen van mijn eigen businesscoach heb ik mezelf daarom die vijf ton ten doel gesteld.”

 

Hoe heb je je omzet zo kunnen verhogen in zo’n korte tijd?

“Ik ben slimmer gaan ondernemen. Schaalbaarheid is een mooie manier om je uren lucratiever te besteden. Zo geef ik een online training voor startende ondernemers, die deels voor passief inkomen zorgt. De training staat er, en die kan ik eindeloos verkopen zonder dat dat me veel extra moeite kost. Door het jaar heen je prijzen verhogen helpt ook.”

Ik zie mezelf als in dienst van mijn eigen bedrijf en wil iedere maand opnieuw medewerker van de maand zijn

Wat zijn je vaste lasten?

“Alles bij elkaar zo’n 800 euro per maand voor mij en mijn man samen. Ik heb het grootste deel van het huis afgelost en de hypotheek is nog maar 440 euro per maand.”

 

Hoe verdelen jullie de lasten?

“Anders dan de meeste mensen, denk ik. Het huis waarin we wonen heb ik bewust alleen gekocht, zodat we daar geen gedoe over krijgen als we ooit uit elkaar gaan. Mijn man betaalt mij 100 euro per maand ‘huur’. Als er iets aan het huis moet gebeuren, betaal ik dat. Een nieuwe dakkapel, een nieuwe badkamer à 18.000 euro: die heb ik betaald. De overige lasten delen we wel fifty-fifty, maar we hebben geen gezamenlijke rekening. Zo hebben we het altijd gedaan, ook toen we nog niet getrouwd waren. Koude uitsluiting kan officieel niet meer, maar wij zijn eigenlijk wel zo getrouwd. We hebben notarieel laten vastleggen dat mijn man alleen mijn geld kan krijgen als ik doodga. Je ziet zo vaak gezeik over financiën als mensen uit elkaar gaan, wij willen dat voorkomen.”

 

Hoe doen jullie het dan met gezamenlijke uitgaven?

“Via de app ‘Wie betaalt wat’ houden we in grote lijnen bij wie wat uitgeeft aan boodschappen en dergelijke, en aan het eind van de maand rekenen we met elkaar af. Dan krijg ik een Tikkie van hem, of hij van mij. We weten allebei precies waar we aan toe zijn. Juist doordat we het zo geregeld hebben, gaan we heel ontspannen met ons geld om. Voor anderen zou dit misschien niet werken, maar wij voelen ons hier goed bij. En dat is het enige wat telt.”

Hoeveel spaargeld heb je?

“Privé heb ik altijd zo’n 10.000 euro achter de hand. De helft daarvan reserveer ik voor vakanties. Ik ga graag op vakantie, ook alleen, en vind het een heel fijn idee dat dat zo altijd kan. In mijn bedrijf heb ik daarnaast altijd 18.000 euro spaargeld staan, zodat ik voor zes maanden een buffer heb. Verder heb ik nog een potje voor studie en ontwikkeling, dat wil ik aanvullen tot 5000 euro. En dan is er nog een pot die ik de overschotpot noem, waar op dit moment 7000 euro in zit. Als dat meer dan 10.000 euro is, gebruik ik het om mijn hypotheek af te lossen. Daar zit nog een ton op, die wil ik dit jaar volledig aflossen.”

 

Waar geef je veel geld aan uit?

“Aan opleidingen, cursussen en trainingen binnen mijn bedrijf. Ik vind het leuk om nieuwe dingen te leren en wil nog beter worden in mijn vak. Mijn eigen businesscoach kost me 14.000 euro per jaar. Een flinke investering, maar die betaalt zich wel uit. Verder vind ik het lekker om iedere zes weken naar de schoonheidsspecialiste en de kapper te gaan, en af en toe naar de sauna of uit eten met mijn man of vriendinnen. Ik geniet steeds meer van de dingen die ik met mijn geld kan doen.”

 

Waar bespaar je op?

“We hebben zonnepanelen laten installeren die uiteindelijk een besparing zullen zijn. Ik smijt niet met geld, maar ik leef ook niet bewust zuinig. Ik koop waar ik behoefte aan heb, en dat is niet zo gek veel. Zo hebben we negen jaar geleden ons tv-abonnement al opgezegd omdat we daar toch nooit naar keken. Ik hoef ook echt niet de nieuwste telefoon te hebben, ik gebruik ze op. Meubels en kleding ook trouwens. Vriendinnen zeggen weleens: je loopt al vijftien jaar in hetzelfde vest, wil je niet een keer een nieuwe? Maar ik geef mijn geld liever uit aan ervaringen.”

 

Ben je bezig met je oude dag?

“Als je net bent begonnen met ondernemen heb je niet de financiële ruimte om iets opzij te zetten voor je pensioen. Voor mij is het aflossen van mijn hypotheek een deel van mijn oudedagsvoorziening. Als ik geen hypotheeklasten heb, heb ik veel minder geld nodig om van rond te komen. Het pensioen dat ik tot nu toe heb opgebouwd in loondienst zal niet meer zijn dan een paar tientjes. Met de omzet die ik dit jaar beoog te halen, wil ik me eens goed verdiepen in de mogelijkheden.”

 

Hoe zie je je leven als pensionada voor je?

“Aan de ene kant neig ik ernaar tot op hoge leeftijd te blijven doorwerken. Aan de andere kant denk ik: een businesscoach van 70, ik weet het niet… Ik denk dat ik veel wil gaan reizen. Misschien wil ik op een bepaalde manier nog iets bijdragen aan de maatschappij, misschien ook niet. Ik hoop vooral dat ik in goede gezondheid de pensioenleeftijd bereik, zodat ik dan nog steeds kan genieten. Dat doe ik nu ook zoveel mogelijk: van werken geniet ik.”

Volgende publicatie:
“In de voorbereidingen op het nieuwe stelsel kunnen jongeren minder goed hun stem laten horen”

“In de voorbereidingen op het nieuwe stelsel kunnen jongeren minder goed hun stem laten horen”

Gepubliceerd op: 24 februari 2022

APG’s Lars Aussems in Financial Investigator over hoe jongerenproof het nieuwe pensioenstelsel is

 

Hoe kijken jonge professionals aan tegen het nieuwe pensioenstelsel? En wat gaat er veranderen voor jongere pensioenfondsdeelnemers, uitgaande van de huidige stand van zaken? Deze vragen beantwoordde Financial Investigator deze week in een online artikel. Aan het woord onder meer Lars Aussems, projectmanager binnen APG’s programma Pensioen van Straks. “In de voorbereidingen op het nieuwe stelsel kunnen jongeren minder goed hun stem laten horen. En dat baart mij wel enige zorg.”

Voor jongeren blijft pensioen iets voor later. Ze volgen de discussies rond het nieuwe pensioenstelsel niet, maar richten zich op ander zaken, zoals studie en inkomen, het bemachtigen van een woning en het doorstaan van de pandemie.
Financial Investigator vroeg acht young professionals in de redelijk vergrijsde pensioensector wat hun visies zijn op de veranderingen in het pensioenstelsel. Wat zijn de wijzigingen waar jongeren rekening mee moeten houden? En is het nieuwe pensioenstelsel wel jongerenproof?

Risico’s delen

Lars Aussems ziet voor jongeren veel goede kanten aan het nieuwe pensioenstelsel zitten. “De positieve aspecten van het huidige collectieve stelsel blijven behouden. Daar moeten we jongeren op wijzen. We hebben iets moois, het is er als je het nodig hebt en de basis van collectiviteit blijft behouden. Met elkaar deel je risico’s die je individueel niet kunt dragen.”

Belangrijke verbetering, juist ook voor jongeren, is dat het nieuwe pensioenstelsel uitgaat van een persoonlijk pensioenvermogen, vervolgt Aussems. “Dat biedt een oplossing voor de huidige zorg onder jongeren dat er straks geen pensioen meer voor hen is. Het laat zien dat er voor hen wél vermogen is. Ook de afschaffing van de doorsneesystematiek is een goede verandering. Het zorgt voor een eerlijkere herverdeling over jong en oud en zal in de nieuwe situatie leiden tot een betere aansluiting op de flexibilisering van de arbeidsmarkt.”

Reden voor zorg
Ook merkt de projectmanager Pensioen van Straks op dat er vanuit het perspectief van de jongeren toch reden voor zorg is. “In de belangenafweging hebben de achterbannen van de vakbonden een zwaardere stem dan jongeren. Hierbij zijn immers de ouderen oververtegenwoordigd. Jongeren hebben over het algemeen weinig tot geen interesse in pensioen en ook niet veel motivatie om zich erin te verdiepen. Dat uit zich met name in de flinke ondervertegenwoordiging van jongeren in pensioenfondsbesturen en verantwoordingsorganen. In al die voorbereidingen op het nieuwe stelsel kunnen jongeren dus minder goed hun stem laten horen. En dat baart mij als pensioenprofessional, maar ook als jongere, wel enige zorg.”

 

Welke conclusie Financial Investigator trekt na het spreken van Lars Aussems en de zeven andere professionals lees je in het artikel Young professionals over jongeren en het nieuwe pensioenstelsel.

Volgende publicatie:
Grieks pensioen is riant en karig tegelijk

Grieks pensioen is riant en karig tegelijk

Gepubliceerd op: 18 februari 2022

Het op één na beste pensioenstelsel ter wereld. Dát hebben we in Nederland, volgens de jaarlijks gepubliceerde Mercer CFA Institute Global Pension Index, waarin 43 landen worden meegenomen. Doen ze het in andere landen dan zo slecht? Elke twee weken duiken we in het stelsel van een specifiek land, twintig weken lang. Voor deze aflevering gaan we weer mediterraan, naar het land van olijven, het Parthenon en de mythologie: Griekenland.


In Griekenland worden de pensioenen grotendeels gefinancierd uit de staatskas. Tijdens de Griekse schuldencrisis, die uitbrak in 2010, moest de regering de pensioenen dan ook verschillende keren verlagen. Sommige Grieken moesten hierdoor tot de helft van hun pensioen inleveren. Deels onrechtmatig, oordeelde de hoogste rechter van het land in 2020. Daarop besloot de overheid om datzelfde jaar nog in totaal 1,4 miljard euro terug te geven aan gedupeerde gepensioneerden.

 

Handicap

Inmiddels staat het land financieel weer op eigen benen, maar vergrijzing is er nog altijd een groot probleem. Griekenland is een van de meest vergrijsde landen in Europa, meer dan 20 procent van de Grieken is ouder dan 65 jaar. Hervormingen zijn dan ook nodig, maar die juicht de bevolking niet bepaald toe. Nieuwe pensioenplannen werden in 2020 ontvangen met stakingen en demonstraties. Inmiddels is de wettelijke pensioenleeftijd opgetrokken naar 67 jaar, voor mannen en vrouwen die minimaal 4.500 dagen pensioenpremie hebben afgedragen (equivalent van 15 arbeidsjaren). Voor Grieken die een zwaar beroep hebben of moeten werken onder onhygiënische omstandigheden, gelden uitzonderingen. Dat geldt ook voor inwoners die de zorg dragen voor kinderen, broers of zussen met een handicap. Wie graag vroeger met pensioen wil, kan vanaf 62-jarige leeftijd stoppen met werken. Voor elke maand die er minder wordt gewerkt ten opzichte van 67 jaar, gaat er dan wel 1/200 af van het pensioen.


Geen vetpot

Het Griekse equivalent van onze AOW hangt niet af van inkomen en is dus voor iedereen even hoog (onder de eerdergenoemde voorwaarde dat je 15 jaar premie hebt afgedragen, maar ook 15 jaar in Griekenland hebt gewoond). Een vetpot is die voorziening niet: 384 euro per maand. Een flink contrast met onze AOW, die 1.244 euro bedraagt voor alleenwonenden en 838 euro voor mensen die samenwonen of getrouwd zijn.

 

Ook het aanvullende pensioen wordt in Griekenland door de overheid geregeld. Het is verplicht en wordt net als ‘de Griekse AOW’ gefinancierd op basis van omslag (de werkenden betalen met zijn allen de pensioenen van de gepensioneerden). Het maximale bedrag waarover je pensioen kunt opbouwen, is 6.500 euro per maand. De verplichting geldt alleen voor werknemers. Zelfstandigen kunnen kiezen voor deelname aan de aanvullende pensioenregeling. Vóór 2020 bepaalde het inkomen van de zelfstandige de pensioenpremie, maar daarna werd hun elk jaar de mogelijkheid geboden om te kiezen tussen zes verzekeringscategorieën. Hoe hoger de categorie, hoe hoger de maandelijkse premieafdracht en het pensioen dat uiteindelijk ontvangen wordt.


Zwaard van Damocles

Als je in aanmerking neemt dat een Griek met een gemiddeld netto inkomen maar liefst 83,6 procent daarvan netto krijgt uitgekeerd als pensioen, dan kun je dat gerust riant noemen. Iemand die in Griekenland de helft van dat gemiddelde netto inkomen verdient, ziet daarvan zelfs 94,1 procent als pensioen terug. Maar concludeer niet te snel dat je in Griekenland beter af bent. Het gemiddelde inkomen in Griekenland is namelijk aanzienlijk lager dan in Nederland. Inclusief AOW kreeg een gepensioneerde Griek in 2020 gemiddeld slechts 17.670 euro per jaar. In Nederland ligt dat bedrag op bijna 49.000 euro. Bovendien leunt het Griekse pensioensysteem zwaar op financiering via omslag. Daardoor hangt de vergrijzing als een zwaard van Damocles boven de pensioenen.

Het Griekse pensioenstelsel: Facts & figures

Inrichting: Eén pijlerstelsel, met een inkomensonafhankelijk pensioen van de staat en een aanvullende regeling die verplicht is voor werknemers (zelfstandigen kunnen zelf kiezen).

 

Financiering: Op basis van omslag.

 

 

0,5

0,75

1

1,5

2

3

Netto pensioen

53.2

69.4

83.6

109.2

132.8

173.0

Netto vervangingsratio

94.1

87.8

83.6

79.2

77.5

76.4

Totaal netto pensioenvermogen bij pensionering

17.3

16.1

15.4

14.6

14.3

14.1

 

Toelichting tabel:

De kolom onder ‘1’ geeft de situatie weer voor iemand met het gemiddeld netto inkomen. De kolom onder 0,5 weerspiegelt de situatie van iemand met de helft van het gemiddeld netto inkomen, et cetera.

 

Netto pensioen: het netto pensioen dat iemand ontvangt als percentage van het netto gemiddeld inkomen. 

 

Netto vervangingsratio: het netto pensioen dat iemand overhoudt, uitgedrukt in een percentage van het totale loon van het betreffende individu.

Totaal netto pensioenvermogen: waarde van de verwachte uitkeringen als meervoud van netto jaarinkomen.

Volgende publicatie:
‘Vakantie is voor mij de grootste financiële prioriteit’

‘Vakantie is voor mij de grootste financiële prioriteit’

Gepubliceerd op: 16 februari 2022

Hoe ga je om met werk en geld voor nu en later? Leef je bij de dag of plan je doelbewust je financiële toekomst? En regel je ‘later’ zelf, of ben je aangesloten bij een pensioenfonds?

Soraya Koendjbiharie (34) verdeelt haar inkomsten over 18 potjes, waarvan het potje vakantie voor haar de belangrijkste is.

 

Soraya Koendjbiharie (34)

Beroep: Coach en consulent

Werkt wekelijks: Tussen de 32 en 42 uur

Inkomen: 2700 euro per maand

Spaargeld: Heeft een buffer van 6 maanden salaris plus 18 spaarpotjes

Pensioen geregeld? Wordt aan gewerkt

 

Wat doe je voor de kost?

“Ik ben sinds twee jaar zelfstandig ondernemer. Ik werk als change- en communicatieconsulent voor de Rijksoverheid, als personal brandingcoach én als werk-privébalanscoach.”

 

Hoe is die werk-privébalans bij jou? Want dat klinkt behoorlijk druk.

“90 procent van de tijd is de balans goed, maar soms zijn er weken dat ik het wat te druk heb. Dan neem ik bewust vakantie en/of rust en zorg ik voor geen of minder werk daarna, in plaats van door te hollen. Ik ben heel zuinig op mijn energie. Af en toe ontkoppelen is nog belangrijker voor me geworden sinds ik ondernemer ben. Je hebt de vrijheid om alles op te pakken wat je wilt, maar dat is tegelijkertijd een valkuil. Ik plan daarom ook echt vrije dagen in.”

 

Wat verdien je?

“Ik zorg er altijd voor dat ik mezelf maandelijks 2700 euro aan salaris kan uitkeren. Dat kan ik me elke maand wel permitteren. Mijn omzet deel ik liever niet, en die verschilt natuurlijk per maand, maar meestal zit-ie ruim boven mijn salaris.”

 

Is het genoeg?

“Ja, ik ben er heel blij mee. Ik zou niet meer aan mezelf willen uitkeren. Meer omzet is altijd fijn, maar alleen als het niet ten koste gaat van mijn werk-privébalans. Helemaal in deze lastige tijd ben ik enorm dankbaar dat ik verdien wat ik verdien. Ik heb weinig te wensen.”

 

Wat zijn je vaste lasten?

“Ik heb een koophuis, in mijn eentje gekocht toen ik nog in loondienst werkte. Mijn hypotheeklasten zijn 1200 euro. Voor boodschappen reserveer ik 120 euro per maand, voor horeca 80 euro. Gas, water en elektra kosten me maandelijks 110 euro, verzekeringen 40 euro en televisie en internet 60 euro. Mijn zorgverzekering reken ik één keer per jaar af vanwege de 2 procent korting die je dan krijgt. O, en het belangrijkste: voor vakantie houd ik ook 500 euro per maand vrij.”

 

Ho, 500 euro per maand voor vakantie?

“Ja, ik ben erachter gekomen dat vakantie voor mij een prioriteit is. Toen ik nog in loondienst werkte als afdelingshoofd digitale communicatie en 50-urige werkweken maakte, had ik vakantie echt nodig om het te kunnen volhouden, hoe leuk ik mijn werk ook vond. Ik merkte dat het bijdroeg aan mijn succes. Het is voor mij dé manier om productief en energiek te blijven. Ik wil nu altijd de mogelijkheid hebben om op vakantie te kunnen, vandaar dat ik mijn salaris vakantie-first heb ingericht. Ik ga vaak naar Griekenland – op het hoogtepunt wel tien keer in een jaar – en wil dan niet op de centen hoeven zitten als ik zin heb om een extra cocktail te bestellen of bij een chic tentje te gaan lunchen. Genoeg geld hebben om lekker te kunnen genieten, dat vind ik belangrijk.”

 

Waar geef je nog meer veel geld aan uit?

“Ik hou van mooie spullen en investeer af en toe in een nieuw meubel. Verder geef ik niet zoveel uit. Ik heb twee jaar lang al mijn uitgaven bijgehouden in een Excelsheet. Zo ontdekte ik dat ik best wel wat impulsaankopen deed bij de drogist en bij winkels als Action, dat kon wel iets minder. Verder bleek het niet nodig om dingen te laten, maar ik ben wel spaardoelen gaan aanmaken om veel bewuster met mijn geld om te gaan.”

 

Waar bespaar je op?

“In 2020 heb ik een jaar lang geen kleding gekocht. Ik had al meer dan genoeg, ging in dat coronajaar toch nergens heen en wilde wat milieubewuster leven. Het verbaasde me dat het me zo makkelijk lukte, want ik hou heel veel van kleding en ging voorheen elke maand wel winkelen. Sinds dit geslaagde experiment koop ik veel bewuster. Waar ik ook op bespaar zijn de boodschappen: die koop ik zo veel mogelijk in de bonus.”

 

Hoeveel spaargeld heb je?

“Het totale bedrag wil ik niet delen, maar als buffer houd ik zes maanden salaris aan. Ik zet iedere maand 600 euro opzij, waarvan ik 200 euro beleg en 100 euro verdeel over overige potjes. Ik heb in totaal 18 verschillende potjes met uiteenlopende spaardoelen. Zo heb ik zelfs een potje voor mijn trouwerij, mocht die er ooit komen. Ik ben nu nog vrijgezel, maar a girl’s gotta dream.”

Maakt geld gelukkig?

“Het maakt alles een stuk makkelijker. Stress maakt ongelukkig vind ik, en geldstress is de ergste stress die je kunt hebben. Geld zorgt er in ieder geval voor dat je geen financiële stress hebt. Geld geeft me vrijheid, en vrijheid is voor mij geluk.”

 

Ben je bezig met je oude dag?

“Een van mijn 18 spaarpotjes is een pensioenpotje. Ik heb nu 2700 euro per maand nodig om lekker van te kunnen leven, maar ik weet niet hoe dat zit tegen de tijd dat ik met pensioen ga. Ik kan niet in de toekomst kijken. Ben ik dan nog steeds vrijgezel of heb ik een gezin? Ben ik nog ondernemer? Wat doet de inflatie? Hoe hoog is de AOW tegen die tijd? Ik ga er maar van uit dat ik altijd die 2700 euro nodig zal hebben, en dan moet ik behoorlijk wat opbouwen.”

 

Wat doe je daarvoor?

“Ik heb een beleggingscursus gevolgd via Instagram. In mijn millennialbubbel van ondernemers is iedereen aan het beleggen. Ik beleg 200 euro per maand. Daarmee hoop ik een fatsoenlijk pensioen op te bouwen. Aan het pensioen dat ik heb opgebouwd in zeven jaar loondienst heb ik niet genoeg; ik weet niet hoeveel dat is, maar wel dat ik er nog niet eens mijn boodschappen van zou kunnen betalen. Ik hoop dat de combinatie van mijn beleggingen, mijn al opgebouwde pensioen, de AOW en mijn spaarpot uiteindelijk genoeg zal zijn.”

 

Hoe zie je je gepensioneerde leven voor je?

“Ik denk niet dat ik ga stilzitten. Ik wil bezig blijven, ik zou wel vrijwilligerswerk willen doen, bijdragen aan de maatschappij. En voor mezelf? Er schijnt meer op de wereld te zijn dan Nederland en Griekenland, dus ik zou nog veel meer willen reizen en ontdekken.”

Volgende publicatie:
‘Iedereen moet een kans op werk krijgen’

‘Iedereen moet een kans op werk krijgen’

Gepubliceerd op: 14 februari 2022

Als overtuigd sociaaldemocraat en lid van de rode familie zet Xander den Uyl, voorzitter van Pensioenfonds Werk en (re)integratie, zich met hart en ziel in voor een goed pensioen én meer banen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. “Bedrijven moeten onze deelnemers niet uitsluiten, maar ínsluiten.”

 

Vóór de coronacrisis vergaderde het bestuur van Pensioenfonds Werk en (re)integratie (PWRI) vaak niet op het kantoor in Utrecht, maar op locatie: bij een van de bedrijven in de sociale werkvoorziening. (Werknemers)voorzitter en oud-vakbondsman Xander den Uyl vindt het jammer dat de pandemie dat onmogelijk heeft gemaakt: hij staat graag dicht bij de mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, voor wie PWRI het pensioen verzorgt. Daarbij gaat het om ruim 200.000 pensioenpotjes.

 

Van veroudering en krimp…

En dat aantal groeit, want het fonds krijgt er naar verwachting in één klap zo’n 15.000 nieuwe actieve deelnemers bij. Dat zit zo: in 2015 deed de overheid de sociale werkplaatsen ‘op slot’ en werd de Participatiewet aangenomen. Mensen met een beperking moesten voortaan bij gewone bedrijven aan de slag. PWRI kreeg er dus geen nieuwe deelnemers meer bij, het fonds verouderde en kromp, de afgelopen zes jaar.

 

… naar verjonging en groei

Daarin komt nu verandering. Er ligt sinds kort een nieuwe cao voor werknemers met een afstand tot de arbeidsmarkt die via gemeenten worden gedetacheerd naar lokale bedrijven, bijvoorbeeld in de groenvoorziening en schoonmaak. Bij die cao hoort een pensioenregeling, die bij PWRI is ondergebracht. Den Uyl is blij met de verwachte nieuwe deelnemers. “Groei en verjonging helpen ons als fonds om ook in de toekomst bestaansrecht te houden en te zorgen voor een goed pensioen voor een groep mensen die dat hard nodig heeft.”

 

Wat is er bijzonder aan een pensioenvoorziening voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt?

“Sommige van onze deelnemers zijn heel goed in staat om voor zichzelf op te komen, maar veel anderen hebben behoefte aan ondersteuning in hun leven en werk. De zekerheid van een goed pensioen is voor deze groep heel belangrijk. Het gaat vaak om mensen met een laag inkomen: het minimumloon of iets daarboven. Onze pensioenregeling kent dan ook een lage franchise, zodat mensen sneller pensioen over hun salaris opbouwen.”

 

Hoe belangrijk is indexeren, nu inflatie dreigt en mensen voor hun pensioeneuro minder kunnen kopen?

‘We staan er als fonds financieel goed voor: we hebben een beleidsdekkingsgraad van 113,3 procent. Vanaf 110 procent mag je indexeren, dat gaan we vanaf 1 januari dus doen. Bijzonder ja, want de afgelopen tien jaar hebben we dat slechts drie keer eerder kunnen doen. Maar net als de vorige keren gaat het nog lang niet om een volledige prijscompensatie. Als straks de indexatieregels worden verruimd, zouden we daar volgend jaar misschien wel toe kunnen overgaan. Maar we willen eerst weten wat er precies in de regels komt te staan. Bovendien past terughoudendheid: de rentes kunnen weer omlaag gaan, net als de aandelenmarkten, waardoor de dekkingsgraad weer kan dalen. Maar als het kán, indexeren we, dat is onze ambitie.”   

 

Wat drijft u om u juist voor déze deelnemers in te zetten?

“We voelen ons als bestuur heel betrokken bij onze doelgroep. Sommige bestuurders hebben iemand in hun naaste omgeving met een afstand tot de arbeidsmarkt. Dat heb ik zelf niet, maar ik ben wel opgegroeid in de sociaaldemocratische traditie. Die heb ik van huis uit meegekregen en vormt de rode draad in mijn leven en loopbaan. Ik ben sinds jaar en dag lid van de Partij van de Arbeid en heb dertig jaar lang in de vakbeweging gewerkt. Daar heb ik ook de belangen van onze leden in de sociale werkvoorziening mogen behartigen, een mooie tijd. Ik ben dus lid van de rode familie, daar voel ik me thuis. Ik zit ook namens de FNV in het bestuur van PWRI en dat doe ik met overtuiging. Ik voel me als oude sociaaldemocraat sterk gemotiveerd om deze groep mensen in de samenleving te helpen ondersteunen.”

 

Pensioen is een ingewikkeld onderwerp. Hoe communiceren jullie daarover?

“Onze doelgroep is divers en daar passen we ons communicatiebeleid op aan. Een deel van onze deelnemers is heel taalvaardig en gebruikt internet en sociale media. Met hen kunnen we goed digitaal communiceren. Andere deelnemers zijn minder taalvaardig en hebben de digitale slag niet gemaakt. Voor die groep blijft communicatie op papier noodzakelijk en moet het taalgebruik zo simpel mogelijk zijn. We hebben ook visuele communicatie geprobeerd. Dat zag er mooi uit, maar de boodschap werd toch te weinig opgepikt. We testen al onze communicatie eerst bij een klankbordgroep. Die bestaat uit mensen die dicht bij de werkvloer staan en beter zicht hebben op wat daar leeft.”

Hoe bereik je deelnemers met een verstandelijke beperking?

“Sommigen hebben de hulp van iemand ánders nodig om onze mails en brieven te begrijpen, pensioenkeuzes te maken en op te komen voor hun belangen. Daarom werken we met een systeem van zaakbehartigers. We vragen deelnemers om vrijwillig iemand in hun omgeving aan te wijzen die kan helpen bij de pensioenadministratie en onze communicatie als fonds. Als er een brief over het pensioen komt, dan kan de deelnemer die op de schoorsteenmantel zetten tot de zaakbehartiger komt. Die kan met hem of haar bespreken wat erin staat. Vanwege de privacywetgeving registreren we elke zaakbehartiger en informeren we ze alleen als deelnemers daar toestemming voor hebben gegeven.”

 

We staan voor een nieuw pensioenstelsel, met meer eigen verantwoordelijkheid. Wat betekent dat voor de PWRI-deelnemer?

“De sociale partners hebben een voorkeur uitgesproken voor het solidaire premieregeling (dit is de meest solidaire contractvorm, met meer collectieve kenmerken, zoals een uniforme beleggingsmix. Ook omvat deze contractvorm standaard een solidariteitsreserve, red.). Als bestuur kunnen we ons dat goed voorstellen. Veel van onze deelnemers vinden keuzes maken moeilijk. Er wordt ook nu al weinig gebruikgemaakt van de keuzemogelijkheden die het bestaande stelsel biedt, zoals eerder met pensioen gaan, deeltijd- en nabestaandenpensioen of hoog-laag constructies. Dat zal straks niet anders zijn. De solidaire premieregeling past ook goed bij het solidariteitsgevoel in de sociale werkvoorziening. Als je in financieel opzicht aan de zelfkant van de samenleving zit, dan is de neiging groter om samen op te trekken. Ik herken mezelf ook in dat solidariteitsbeginsel. Ik kom uit het collectief denken: het gemeenschappelijke belang moet zwaarder wegen dan het individuele belang. Dat vinden sommige mensen misschien niet meer van deze tijd, maar voor deze groep deelnemers gaat dat nog altijd op.”

 

Uw fonds richt zich op de sociale werkvoorziening. Hoe sociaal verantwoord wordt het pensioenvermogen van circa tien miljard euro belegd?

“Zo’n zes jaar geleden hebben we dat tot prioriteit verheven. We beleggen bewust jaarlijks 100 miljoen euro in vijftig beursgenoteerde bedrijven die mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt kans op werk bieden. We gaan met die bedrijven in gesprek om ze te stimuleren om concrete stappen te zetten en zich te kwalificeren voor de Prestatieladder Socialer Ondernemen. Die PSO is ontwikkeld door TNO om onafhankelijk te meten hoe inclusief werkgevers zijn. Hoeveel mensen uit onze doelgroep nemen ze zelf in dienst? Werken ze samen met leveranciers die kansen scheppen voor onze deelnemersgroep? We gebruiken dus onze invloed als aandeelhouder om ervoor te zorgen dat bedrijven mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt ínsluiten, in plaats van uitsluiten.”

We beleggen bewust jaarlijks 100 miljoen euro in vijftig beursgenoteerde bedrijven die mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt kans op werk bieden

Is die honderd miljoen euro niet een druppel op de gloeiende plaat?   

“Ook met één of een paar aandelen ben je al mede-eigenaar en mag je meepraten. Bovendien zijn beursgenoteerde ondernemingen gevoelig voor hun reputatie. Wij stellen actief vragen op aandeelhoudersvergaderingen: wat doet u als werkgever voor mensen met een beperking op de arbeidsmarkt? We hebben in die zes jaar ook aantoonbaar vooruitgang geboekt: het aantal bedrijven dat de PSO-ladder gebruikt neemt toe. Maar het kost tijd.”

 

Er is dus geduld voor nodig. Bent u een geduldig man?    

“Nee, geduld zit niet in mijn karakter. Maar hierbij denk ik: dit heeft écht een langetermijnaanpak nodig. En als pensioenfonds kunnen we dat commitment voor de lange termijn gelukkig aangaan. We investeren overigens ook in social bonds (obligaties die worden gebruikt voor de financiering van sociale projecten, red.) en we willen een bijdrage leveren aan sociale en duurzame woningbouw in Nederland. Dat doen we door te investeren in leningen van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (dat woningcorporaties via borging helpt bij financiering, red.). Veel van onze deelnemers zijn aangewezen op sociale huurwoningen, dus waarom zouden we gaan beleggen in duur vastgoed dat zij zich toch nooit kunnen veroorloven? Naast een goed pensioen willen we helpen zorgen voor een fijne woonomgeving en een duurzame samenleving. Ook klimaat heeft dus prioriteit in ons beleggingsbeleid.”

 

Hoe ver gaan jullie daarin?

“Wij waren een van de eerste pensioenfondsen die investeerden in green bonds (obligaties voor de financiering van milieu- en klimaatprojecten, red.). Mooi, maar we zijn ingehaald door de tijd: beleggen in green bonds is normaal geworden. Wij zijn nu bezig met de volgende stap: het klimaatneutraal maken van onze hele portefeuille, net zero, om de opwarming van de aarde tot 1,5 graad te helpen beperken. Volgens het Parijs Akkoord moet dat doel in 2050 bereikt zijn, maar wij willen dat onze beleggingsportefeuille liefst al in 2030 klimaatneutraal is. We kijken nu hoe we dat kunnen aanpakken. Het stoppen met investeren in fossiele brandstoffen ligt daarbij op tafel, ja, maar niet per direct. Wij zijn als pensioenfonds afhankelijk van de economie waarin we beleggen. Uiteindelijk zullen de ondernemingen zélf klimaatneutraal moeten worden, al kunnen we daar als belegger natuurlijk wel invloed op uitoefenen.”

We willen dat onze beleggingsportefeuille liefst al in 2030 klimaatneutraal is

U bent nog een jaar voorzitter van PWRI, in september 2023 treedt u na drie termijnen terug als bestuurder. Wat wilt u achterlaten?

“Drie dingen. Allereerst hoop ik dat we dan een heldere strategie hebben om in 2030 klimaatneutraal te zijn met onze beleggingen. Verder hoop ik dat we in 2023 klaar zijn voor de overgang naar het Nieuwe Pensioen Contract. En tot slot hoop ik dat PWRI de toekomst tegemoet kan zien als een groeiend en zelfstandig fonds. We zouden in 2016 samengaan met PFZW (Pensioenfonds Zorg en Welzijn, red.). Dat is destijds uitgesteld vanwege de dalende dekkingsgraden en instabiele financiële markten. Volgend jaar gaan we een heroriëntatie doen over het principebesluit om samen te gaan. Inmiddels denk ik dat we beter op eigen kracht verder kunnen gaan.”

 

Vanwege die 15.000 nieuwe deelnemers die er naar verwachting bij komen?

“Met nieuwe deelnemers kunnen we een aantrekkelijke premie en voldoende continuïteit blijven bieden. Maar bovendien zijn we als zelfstandig fonds beter in staat om een pensioenregeling te bieden die is toegespitst op onze doelgroep. Ik vind het altijd naar om te zeggen, maar onze deelnemers leven door hun beperking gemiddeld korter. Ze kunnen dus ook minder lang van hun pensioen genieten. Daardoor zijn we eigenlijk goedkoper uit dan andere fondsen. Misschien zou je dat financiële voordeel kunnen gebruiken om onze deelnemers iets eerder met pensioen te laten gaan, gezien hun lagere levensverwachting. Er bestaat nu een tijdelijke Regeling Vervroegd Uittreden, die zou je permanent kunnen maken. Als bestuur gaan wij daar niet over, dat is iets voor de sociale partners. Maar ik denk dat het goed zou zijn voor onze deelnemers. En voor hen doen we het tenslotte allemaal.”

                 

Wie is Xander den Uyl?

 

Xander den Uyl werd in 1953 in Amsterdam geboren, als zoon van oud-minister-president Joop den Uyl en Liesbeth den Uyl. Hij studeerde economie aan de Universiteit van Amsterdam. Na zijn studie werd hij beleidsmedewerker bij vakbond Abvakabo/FNV, waar hij in totaal drie decennia werkte (met een intermezzo van drie jaar als directeur van de provincie Noord-Holland). Van 2004 tot 2010 was hij bondssecretaris.    

 

Sinds 2010 is Den Uyl fulltime bestuurder en toezichthouder in de pensioenwereld. Momenteel is hij werknemersvoorzitter van het Pensioenfonds Werk en (re)integratie (PWRI) en bestuurslid namens de gepensioneerden van het ABP. Den Uyl is ook gespecialiseerd in duurzaam beleggen. Zo was hij de afgelopen zes jaar lid van het bestuur van PRI (Principles for Responsible Investment), een door de Verenigde Naties ondersteund internationaal netwerk van investeerders die samenwerken aan de wereldwijde implementatie van zes ambitieuze principes voor verantwoord beleggen.

Volgende publicatie:
Belgisch pensioenstelsel ligt op ramkoers

Belgisch pensioenstelsel ligt op ramkoers

Gepubliceerd op: 11 februari 2022

Het op één na beste pensioenstelsel ter wereld. Dát hebben we in Nederland, volgens de jaarlijks gepubliceerde Mercer CFA Institute Global Pension Index, waarin 43 landen worden meegenomen. Doen ze het in andere landen dan zo slecht? Elke twee weken duiken we in het stelsel van een specifiek land, twintig weken lang. Voor deze aflevering zoeken we het weer wat dichter bij huis. We gaan naar het land van de Rode Duivels, speciaalbieren en Manneken Pis: België.

 

België bezet de 17e plek in de Mercer-ranglijst en met een C+ rating zit het land zich met zijn pensioenstelsel in de groep waarin ook de VS en Frankrijk zich bevinden. Een adequaat pensioen, maar in een stelsel dat verre van houdbaar is. Zo zou je de Belgische situatie kunnen omschrijven.  

Op een aantal uitzonderingen na (denk aan rechters en mijnwerkers) is de pensioengerechtigde leeftijd in België 65 jaar. In 2025 en 2030 wordt deze verhoogd naar respectievelijk 66 en 67 jaar. Nog niet zo gek lang geleden mochten vrouwen eerder met pensioen dan mannen, maar dat is in 2010 gelijkgetrokken. In het verleden maakten veel Belgen gebruik van een regeling waarmee ze eerder konden stoppen, wat ertoe leidde dat in 2008 slechts één op de drie 55-plussers nog werkte. Niet wenselijk. Inmiddels werkt meer dan de helft van de 55-plussers, maar van de 61-jarigen werkt nog maar 37,5 procent. 60 is de minimumleeftijd waarop Belgen met vervroegd pensioen kunnen gaan, na 44 loopbaanjaren, 61 na 43 loopbaanjaren en 63 na 42 jaren. Mannen genieten in België gemiddeld nog 21,2 jaar van hun pensioen, vrouwen 25,5 jaar.

 

Minder voordelig
België heeft net als Nederland en Duitsland een eerste pensioenpijler die gefinancierd wordt op basis van omslag. In de eerste pijler betalen de werkenden dus met z’n allen de oude dag van de gepensioneerden. In tegenstelling tot onze AOW, hangt de hoogte van dat staatspensioen bij de Belgen van de hoogte van je salaris af en het aantal jaren dat je gewerkt hebt (in Nederland is het een vast bedrag). In principe ontvang je 60 procent van je salaris als pensioen, tenzij je partner financieel afhankelijk van je is. In dat geval is het 75 procent (dat percentage wordt gehanteerd als de som van de pensioenen van jou en je partner samen bij een percentage van 60 procent minder voordelig uitpakt).

Het Belgische staatspensioen hangt dus af van wat je verdiend hebt in je werkzame leven en hoe lang je gewerkt hebt, maar er is ook een aantal richtlijnen om, onder bepaalde voorwaarden, een bepaald minimum pensioen te garanderen (2021: 1440 euro per maand voor een alleenstaande en 1800 euro per maand voor een huishouden). En er geldt een limiet voor het inkomen waarover je pensioenrechten opbouwt in de eerste pijler. In 2019 ging het om een jaarinkomen van 59.615 euro. 

 

Financieel vangnet
Naast het pensioen van de staat bestaat er in België ook nog een financieel vangnet voor ouderen: de GRAPA (Garantie de revenu aux personnes âgées). Deel je een huishouden met iemand anders, dan heb je recht op 9.235 euro per jaar. Woon je alleen? Dan krijg je een stuk meer, 13.852 euro. Uitkeringen vanuit de GRAPA-regeling ontvang je niet vóór je 65ste. Verder kent het Belgische stelsel een systeem waarbij – onder bepaalde voorwaarden – ook voor degenen die een periode niet werken, de pensioenopbouw doorloopt. Denk bijvoorbeeld aan een periode waarin je zorgt voor de kinderen, maar ook gedurende werkloosheid. 

Een aanvullend (tweede pijler-)pensioen is bij onze zuiderburen niet verplicht, in die zin dat de werkgever of beroepssector beslist of er een pensioenregeling opgezet wordt. Maar áls je werkgever of sector een regeling heeft opgezet, ben je verplicht eraan deel te nemen. Naast deze aanvullende pensioenregelingen kun je in België als individu (derde pijler-)verzekeringsproducten kopen, die fiscaal worden gestimuleerd.  

 

45 loopbaanjaren
Zelfstandigen kunnen na 45 loopbaanjaren waarin ze sociale bijdragen betaalden, maximaal 1500 euro krijgen als pensioenuitkering. In werkelijkheid is het gemiddelde 751 euro. Als werknemer ontvang je maximaal 2.250 euro na 45 dienstjaren, en ligt het gemiddelde op 1.281 euro. Voor ambtenaren geldt een maximale pensioenuitkering van 6800 euro. In de praktijk ligt het gemiddelde rond de 2511 euro. Iemand met een gemiddeld inkomen ontvangt daarvan in België een kleine 62 procent aan nettopensioen.

Al met al is het pensioen van onze zuiderburen zeker niet karig, maar daar hangt ook een prijskaartje aan. Het Belgische stelsel leunt sterk op omslaggebaseerde financiering. En ook België vergrijst, dus een dalend aantal werkenden moet het pensioen opbrengen van een stijgend aantal gepensioneerden. Als er niet hervormd wordt, zal de vergrijzing het Belgische stelsel dan ook midscheeps raken. Om het stelsel betaalbaar te houden, zijn versoberingen in de komende decennia onvermijdelijk. 

 

Het Belgische pensioenstelsel:           Facts & figures

Waardering in de Mercer CFA Institute Global Pension Index 2021: C-Grade, in dit geval C+ (C-Grade betreft “een systeem met een aantal goede eigenschappen, maar ook grote risico’s en tekortkomingen. Als deze niet worden aangepakt, is het de vraag of het systeem op de lange termijn houdbaar en adequaat is.”)

 

Inrichting: Twee pijlerstelsel, waarbij deelname in de tweede pijler alleen verplicht is als betreffende werkgever of sector over een pensioenregeling beschikt.

 

Financiering: Op basis van omslag (eerste pijler) en kapitaaldekking (tweede pijler)

 

Adequaatheid (Mercer ranglijst): 8e         

 

Houdbaarheid (Mercer ranglijst): 37e

 

Integriteit (Mercer ranglijst): 5e

 

 

0,5

0,75

1

1,5

2

3

             

Netto pensioen

54.9

55.9

61.9

72.9

72.9

72.6

Netto vervangingsratio

83.0

68.2

61.9

54.8

43.9

31.3

Totaal netto pensioenvermogen bij pensionering

14.6

12.0

10.9

9.6

7.7

5.5

 

Toelichting tabel:

De kolom onder ‘1’ geeft de situatie weer voor iemand met het gemiddeld netto inkomen. De kolom onder 0,5 weerspiegelt de situatie van iemand met de helft van het gemiddeld netto inkomen, et cetera.

Netto pensioen: het netto pensioen dat iemand ontvangt als percentage van het netto gemiddeld inkomen. 

Netto vervangingsratio: het netto pensioen dat iemand overhoudt, uitgedrukt in een percentage van het totale loon van het betreffende individu.

Totaal netto pensioenvermogen: waarde van de verwachte uitkeringen als meervoud van netto jaarinkomen.

Volgende publicatie:
“Ik heb bouwkunde gestudeerd, maar toen ik trouwde moest ik stoppen met werken”

“Ik heb bouwkunde gestudeerd, maar toen ik trouwde moest ik stoppen met werken”

Gepubliceerd op: 1 februari 2022

Was vroeger alles beter, of heeft ‘nu’ ook zo z’n voordelen? In deze nieuwe reeks gaan verschillende generaties met elkaar in gesprek over maatschappelijke thema’s.

Fusina Verloop (57) en haar moeder Lidy (92) bijten het spits af. “Fusina doet wat ik had willen doen.”

 

Over elkaar

Fusina over haar moeder: “Ik bewonder haar positiviteit, creativiteit en veerkracht. We hebben twee gekke jaren achter de rug, maar mijn moeder heeft zich er niet door uit het veld laten slaan. Ze klaagt haast nooit en maakt zich vooral druk over hoe haar haar zit. Die blijmoedige levensinstelling heb ik ook wel een beetje.”

Lidy over haar dochter: “Fuus is mijn steun en toeverlaat. Ik kan altijd op haar rekenen. We zien elkaar zeker eens per week, soms vaker."

 

Emancipatie

 

Werkende vrouwen waren vroeger een uitzondering. Hoe was dat voor jou, Lidy?

“Ik heb bouwkunde gestudeerd en een paar jaar gewerkt als architect, maar toen ik de vader van Fusina ontmoette ben ik gestopt. In zeven jaar kreeg ik vijf kinderen. Zo ging dat toen. Als je ging trouwen, moest je je werk opgeven. Het heeft me moeite gekost om me daarbij neer te leggen. Mijn bouwkundige kennis heb ik wel gebruikt om verbouwingen in huis in goede banen te leiden.”

Fusina: “Mijn moeder was er altijd voor ons. Ze managede het hele gezin. Het heet dan wel oneerbiedig huisvrouw, maar mijn vader kon alleen carrière maken en het geld verdienen omdat mijn moeder al het andere deed. Toen mijn vader overleed, in 1994, was ik heel benieuwd hoe ze daarmee zou omgaan. Ze had altijd voor hem en voor ons gezorgd, het was haar goed recht geweest om bij de pakken neer te gaan zitten. Maar ze is haar eigen leven gaan leiden. Ze haalde vriendschappen aan, pakte allerlei dingen op, ging cursussen doen. Dat vind ik bewonderenswaardig.”

Lidy: “Het was een heel nieuw hoofdstuk in mijn leven. Vroeger speelde ik de tweede viool. Mijn man was de baas, ik deed meer met de kinderen. Toen hij overleed heb ik voor mezelf een nieuw leven gecreëerd. Ik kon niet anders, het ging vanuit mijn hart.”

 

Hoe kijk je naar de werkende vrouwen van nu, Lidy?

“Ik vind het jammer dat ik zelf niet zo’n vrouw ben geweest. Ik had graag een carrière gehad. Ik had de capaciteiten en de kennis, maar ja. Ik vind het een mooie ontwikkeling dat vrouwen nu niet meer alleen voor de kinderen zorgen. Ik benijd Fusina weleens als ik hoor wat ze allemaal doet. Ze heeft zoveel mensen om zich heen, zo’n netwerk. Als huisvrouw ben je aan huis gebonden. Ik geniet van haar verhalen. Zij doet wat ik had willen doen.”

Fusina: “Je was wel heel actief vroeger, toch mam?”

Lidy: “Ja, ik deed veel voor de school en de tennisclub.Toen het hoofd van de school afscheid nam, zei hij tegen me: ‘U was voor mij de moeder van de school’. Dat zegt wel wat over mijn inzet.”

 

Zijn er nog stappen te zetten wat betreft emancipatie?

Fusina: “Ik denk dat we absoluut op de goede weg zijn, maar ten opzichte van Scandinavische landen lopen we nog wat achter. We doen ons best. Ik ben meer voorstander van natuurlijke evolutie dan dat we met z’n allen zeggen: dit moet zo en zo. Ik geloof bijvoorbeeld niet erg in een vrouwenquotum. Ik vraag me ook af in hoeverre vrouwen bereid zijn om de offers te brengen die bepaalde hoge posities van je vragen. Willen ze dat wel als het betekent dat ze minder thuis bij hun gezin kunnen zijn? Ik heb zelf geen kinderen, maar werk met een gezin combineren lijkt me heel lastig.”

Lidy: “Ik denk dat het belangrijk is dat vrouwen doen waar ze zich goed bij voelen. Ergens plezier in hebben is het belangrijkste.”

 

Welvaart

 

Hadden jullie het vroeger breed thuis?

Fusina: “We hadden het relatief heel goed.”

Lidy: “We deden wel altijd zuinig aan, dat hadden we geleerd door de oorlogstijd. Nog steeds koop ik geen dure dingen voor mezelf. Al heb ik van de kinderen geleerd dat het soms goed is om spullen van goede kwaliteit te kopen.”

Fusina: “Ik ben ook zo: in de basis zuinig, maar af en toe verwen ik mezelf.”

 

Hoe kijken jullie naar de huidige huizenmarkt?

Lidy: “Ik vind het verschrikkelijk. Voordat ik in het verzorgingshuis in Baarn kwam te wonen, heb ik ruim vijftig jaar in Bosch en Duin gewoond. We kochten ons vrijstaande huis met een flinke tuin 55 jaar geleden voor 85.000 gulden. Slapeloze nachten had ik van dat bedrag. En moet je nu eens kijken.”

Fusina: “Je kunt je wel een voorstelling maken van het bedrag waarvoor we het uiteindelijk hebben verkocht. Gelukkig is het gekocht door een gezin dat er net zo verliefd op was als wij, want we hebben er met pijn in ons hart afscheid van genomen.”

 

Is een goed leven voor iedereen in Nederland haalbaar?

Lidy: “Over het algemeen denk ik dat we hier heel fijn leven, in vergelijking met veel andere landen. Natuurlijk is er armoede en zijn er mensen die pech hebben. Je moet er wel zelf iets van maken.”

Fusina: “Vroeger zaten mensen hun hele loopbaan bij dezelfde werkgever, nu is dat anders. Ik heb drie inkomstenbronnen. Dat vind ik fijn aan deze tijd. Het is niet per se makkelijk, maar er zijn wel meer mogelijkheden.”

Lidy: “Wat je zegt, klopt wel. Vroeger was je trouw aan je baas. Als iemand van baan wisselde, was dat verdacht. Je ging niet zomaar weg. Nu wel, maar dat lijkt me ook heel onrustig. Vroeger was het overzichtelijker.”

Ik heb drie inkomstenbronnen. Dat vind ik fijn aan deze tijd, er zijn meer mogelijkheden

Solidariteit

 

Hoe solidair zijn we nog?

Fusina: “Ik geloof dat Nederland een van de hoogste percentages vrijwilligers heeft van heel Europa, dus in dat opzicht denk ik dat we zeker nog solidair zijn. Veel berichten in de media schetsen een negatief beeld, maar om me heen zie ik veel goede initiatieven.”

Lidy: “De jonge generatie vind ik wel heel erg ik, ik, ik. Maar dat is vast ook weer een voorbijgaande golfbeweging. De kinderen van nu maken corona mee, dat zou tot een tegenreactie kunnen leiden.”

 

Keken we vroeger meer naar elkaar om?

Lidy: “Vroeger liep je makkelijker bij elkaar binnen, je maakte geen afspraken. Dat is veranderd.”

Fusina: “Maar je wordt niet vergeten, toch mam? Laatst kwam er nog iemand van de kerk een kerststukje brengen.”

Lidy: “Ja, mensen kijken naar me om. Daarom ben ik ook hier gaan wonen, zodat ik niet in mijn eentje ben. Al liep de buurvrouw ook iedere dag een rondje om mijn huis toen nog in Bosch en Duin woonde, om een oogje in het zeil te houden.”

 

Wat doen jullie zelf voor anderen?

Lidy: “Als ik in de gelegenheid was, zou ik meer willen doen.”

Fusina: “Ik ben lid van de rotary in Amsterdam en voorzitter van de goededoelencommissie. We halen geld op voor goede doelen en ik bak regelmatig taarten voor gezinnen die het niet zo breed hebben. Het is voor mij een kleine moeite en ik doe anderen er een groot plezier mee. Zo heb ik ook lang een kinderbioscoop gerund in een kinderziekenhuis en gaf ik hockeytraining aan kinderen met een beperking. Ik vind het goed om je in te zetten voor mensen die het minder hebben getroffen.”

 

Opvoeding

 

Uit wat voor gezin kom jij, Lidy?

“Ik had twee zusjes, mijn moeder was een van de eerste vrouwen die scheikunde studeerde. Dat deden toen niet zoveel meisjes. Maar ook zij is daarna huisvrouw geworden.”

 

Wat heb jij je kinderen zelf willen meegeven?

“Ik heb geprobeerd nooit te zeggen hoe iets hoort of moet, ik leerde hen dat liever door zelf het goede voorbeeld te geven. Ik denk dat het beter werkt als je iets voordoet dan wanneer je het in woorden zegt. Ik heb mijn kinderen meer vrijgelaten dan mijn ouders mij. Vroeger deed je wat je ouders zeiden. Ze verwachtten veel van je, en het werd je kwalijk genomen als je je niet gedroeg zoals het hoorde. Dat wilde ik anders aanpakken.”

 

Wat vond jij fijn aan je opvoeding, Fusina?

“Ik heb goede normen en waarden meegekregen. Beleefd zijn tegen andere mensen, anderen respecteren, ook al hebben ze een andere mening. Ik heb goede herinneringen aan de rituelen en tradities, feestdagen. Mijn vader nodigde altijd de hele familie uit. En dat reizen is ook goed voor ons geweest, het opent je ogen voor hoe het er in andere landen aan toegaat.”

 

Wat vond je minder fijn?

“Dat we nooit over religie hebben gesproken.”

Lidy: “Dat is zo. Je vader moest er niets van hebben. Ik ging wel naar de kerk, dat vond hij maar zozo. Ik had er meer over moeten praten met jullie.”

Fusina: “Je kunt niet alles perfect doen.”

 

In hoeverre zijn normen en waarden veranderd in de afgelopen decennia?

Lidy: “De stijl van leven is een beetje verslonsd. Mensen zijn minder beleefd geworden. Niet dat ik nou zo braaf ben, integendeel, ze zeggen weleens dat ik te veel praat. Maar ik probeer in ieder geval te luisteren naar anderen, en begrip op te brengen voor hun standpunt.”

Fusina: “Dat heb ik van huis uit dus ook meegekregen. Ik heb weleens Amerikanen over de vloer gehad die zeiden dat ze met mij voor het eerst in hun leven over politiek konden praten zonder ruzie. Ik heb het idee dat we ons in Nederland steeds minder goed kunnen verplaatsen in andermans mening. Dat vind ik jammer. We zouden er trots op moeten zijn dat we zoveel politieke partijen hebben en dat we de vrijheid hebben om te zeggen wat we vinden.”

Technologie

 

Wat vinden jullie goed en slecht aan de technologische vooruitgang?

Lidy: “Het internet is iets moois. Je kunt alles opzoeken. Wat ik wel jammer vind, is dat mensen nauwelijks meer lezen. Dat zou meer gestimuleerd moeten worden. Als je leest kom je in een andere wereld terecht, de kinderen van nu zitten veel op hun telefoon.”

Fusina: “Aan de andere kant denk ik dat het kinderen juist ook heel creatief kan maken. Als ik zie wat sommige kinderen op TikTok doen, vind ik dat indrukwekkend. In onze tijd had je dat allemaal niet.”

Lidy: “Ik maak me wel een beetje zorgen. Kinderen moeten niet vergeten dat ze vriendjes hebben met wie ze kunnen praten. Alleen maar berichtjes sturen is zo onpersoonlijk.”

 

Tot slot

 

Welke levenswijsheid had je liever eerder geweten?

Fusina: “Dat je altijd je eigen koers moet varen en naar je intuïtie moet luisteren. Juist door de dingen te doen waar jij je goed bij voelt, kun je succesvol worden.”

Lidy: “Ik had wel eerder willen weten dat negatieve of verdrietige dingen ook iets moois kunnen brengen. Als je met elkaar iets droevigs beleeft, brengt dat je ook samen. Zo’n gebeurtenis verbindt. Ook in de minder leuke tijden zijn lichtpuntjes te vinden.”

Volgende publicatie:
“Niet alles is een gevecht, dat heb ik moeten leren”

“Niet alles is een gevecht, dat heb ik moeten leren”

Gepubliceerd op: 26 januari 2022

Hoe goed zorgen pensioenuitvoerders voor hun eígen pensioen? Emile Toes vertegenwoordigt zijn collega’s in het bestuur van het personeelspensioenfonds van APG. Benaderbaar en met een recht-voor-zijn-raap-mentaliteit, maar ook koppig als het moet. “Juist als het schuurt, boek je resultaat.”

 

In de pre-coronatijd werd Emile Toes als bestuurder van het personeelspensioenfonds van APG bij de koffieautomaat geregeld aangesproken door zijn collega’s: “Zeg, waarom is de pensioenpremie gestegen?” Of: “Ik hoor dat het partnerpensioen wordt versoberd: wat maak je me nou?”

“Dat soort beslissingen raakt mensen direct in hun portemonnee,” zegt Toes. “Logisch dat ze daar vragen over hebben. Ik probeer dan uit te leggen waarom zo’n besluit noodzakelijk is en welke afwegingen we daarbij als bestuur hebben gemaakt.”

Nee, hij heeft de koffieautomaat en daarmee de confrontatie met collega’s nooit stiekem ontweken. “Ik zie het juist als een voordeel dat wij als bestuurders zelf op de werkvloer rondlopen. Hoe vaak kom je als leraar of defensiemedewerker een ABP-bestuurder tegen? Als je miljoenen deelnemers bedient, is een-op-eencontact onmogelijk. Bij ons als klein en zelfstandig ondernemingspensioenfonds is de drempel laag en zijn de lijnen lekker kort.”

Toes is sinds twee jaar bestuurder namens de werknemers in PPF-APG, dat het pensioen verzorgt voor 7000 deelnemers, van wie er 2200 actief zijn. In het dagelijks leven is hij werkzaam als businessconsultant bij APG. In die rol rekent hij onder meer pensioenreglementen door en denkt hij mee over de bediening van de aangesloten fondsen. Toes draagt dus verschillende petten: hij is zelf werknemer van APG, deelnemer én bestuurder van het eigen pensioenfonds en in die laatste rol ook nog eens klant van zijn eigen werkgever. Een soort Droste-effect dus.

 

Hoe houd je die petten uit elkaar?

“Je moet altijd zorgen dat je de schijn van belangenverstrengeling vermijdt. Het helpt dat iedereen mijn dubbele pet kent, ik ben daar gewoon open over. In mijn dagelijks werk bij APG voer ik geen werkzaamheden direct voor PPF uit. En als er in de bestuursvergadering bijvoorbeeld een advies van APG besproken wordt waaraan ik zelf heb meegeschreven, stem ik niet mee, maar ga ik even koffiedrinken. Het is ook een voordeel dat ik die verschillende rollen vervul. Omdat ik veel van pensioenuitvoering weet, kan ik het bestuur daar veel input over geven.”

 

Waarom ben je destijds gekozen als bestuurder, denk je?

“Ook mijn medekandidaat was ongetwijfeld geschikt geweest voor deze rol. Misschien ben ik uiteindelijk gekozen omdat ik niet technocratisch, maar open en toegankelijk wil zijn. Bestuurders zijn net mensen: er is soms sprake van ingewikkeld politiek gedoe omdat ze recht willen doen aan alle belangen, of een vervelende boodschap mooi willen aankleden. Maar je kunt beter gewoon eerlijk en recht voor zijn raap zeggen hoe het zit: dat je een lastig besluit hebt moeten nemen, dat negatief kan uitpakken voor sommige mensen.”

 

Geef eens een voorbeeld?

“Neem de versobering van het partnerpensioen. Een besluit van de sociale partners, dat het fonds vervolgens toetst en uitvoert. Dat was best een forse aanpassing, maar die was nodig om het pensioen in de toekomst betaalbaar te houden. Dat leidde bij sommige deelnemers tot zorg en ontevreden reacties. Dan licht ik zo’n besluit toe: een-op-een, vaak meer dan een uur. Dat zijn niet altijd prettige gesprekken en soms kom je inhoudelijk ook niet tot elkaar. Maar toch is het waardevol om van gedachten te wisselen. Een ander lastig onderwerp is indexatie. Ook in 2022 gaan we als fonds niet indexeren, voor het vijfde jaar op rij, hoe graag we het ook zouden willen. Onze beleidsdekkingsgraad is met 107,5 procent lager dan de wettelijke vereiste van 110 procent, al gaat het de goede kant uit. Dat proberen we goed uit te leggen, bijvoorbeeld tijdens de deelnemersbijeenkomsten of de jaarlijkse gepensioneerdendag, die sinds corona overigens beide digitaal zijn.”

 

Straks wordt het misschien mogelijk om al bij een dekkingsgraad van 105 procent te indexeren. Goed nieuws?

“Ja, maar je moet ook naar de toekomst kijken. Het moet niet zo zijn dat je indexeert en twee jaar later weer moet korten, omdat je dekkingsgraad te veel is gedaald. We willen jojobeleid vermijden. Bovendien moet het evenwichtig zijn: als de uitkering van de gepensioneerden stijgt, wat zijn dan de gevolgen voor de actieve deelnemers? Daarover hebben we het met elkaar in het bestuur.”

 

En jij behartigt natuurlijk de belangen van de werknemers in het bestuur…

“We zijn als bestuur paritair samengesteld: we hebben zetels namens de werkgevers, de gepensioneerden en de werknemers. Maar we zijn niet verzuild, we kijken als bestuurders allemaal verder dan de partij die we vertegenwoordigen. Het gaat om veel geld en grote belangen. Dus ik kan het me niet permitteren om alleen het perspectief van de actieve deelnemers voor het voetlicht te brengen. Ik zit er voor iederéén: ook de gepensioneerden en de slapers.”

 

Niet alle medewerkers van APG zitten bij het personeelspensioenfonds. Enkele honderden medewerkers bouwen pensioen op bij ABP. Leidt dat tot onderlinge spanningen?

“Dat is historisch zo gegroeid. Als twee medewerkers dezelfde functie hebben, maar ze allebei bij een ander pensioenfonds zitten, is een vergelijking natuurlijk snel gemaakt. De dekkingsgraden zijn bijvoorbeeld niet gelijk. Mensen denken ook vaak dat wij duurder zijn dan ABP. Voor een klein fonds zijn de vaste kosten inderdaad een uitdaging, omdat je die over minder deelnemers kunt verdelen. Daarom zetten we als bestuur elk jaar in op verdere verlaging van de kosten, zowel voor de administratie als voor het vermogensbeheer. Ook het beleggingsbeleid wordt vaak vergeleken, we zitten voor ons vermogensbeheer immers allebei bij APG. Toen ABP bekendmaakte niet langer in fossiel te investeren, kregen wij als personeelspensioenfonds ook vragen van deelnemers: ‘Gaan jullie ook uit fossiele brandstoffen?’ Of juist: ‘Jullie gaan toch niet óók uit fossiel, hè?’”

Als individuele investeerder hebben we met die 1,7 miljard op mondiale schaal niet veel slagkracht, nee

En, wat was jullie antwoord op die vragen?

“Wij willen zorgvuldig de tijd nemen voor die afweging. We werken als bestuur met het bob-model: beeldvorming, oordeelsvorming, besluitvorming. We zijn nu eerst alle consequenties goed in kaart aan het brengen. Daarbij kijken we ook naar het draagvlak bij onze deelnemers. Toevallig hadden we vlak vóór het ABP-besluit een enquête gehouden over verantwoord beleggen. Zo’n 70 procent vindt dat we op dat gebied best ambitieus mogen zijn. Zo kregen we eerder dit jaar ook vragen van deelnemers over ons belang in mijnbouwbedrijf Glencore, wegens mensenrechtenschendingen bij de kobaltwinning. Als bestuur hebben we toen besloten om niet langer in Glencore te beleggen.”

 

Hoeveel invloed kun je uitoefenen met een belegd vermogen van 1,7 miljard euro, versus de honderden miljarden euro’s van ABP, als grootste pensioenfonds van Nederland? Voelen jullie je niet als een muis tegenover een olifant?

“We zoeken vooral de samenwerking met andere partijen op. Als individuele investeerder hebben we met die 1,7 miljard op mondiale schaal niet veel slagkracht, nee, daarin moet je realistisch zijn. Een medebestuurder beschreef dat laatst mooi ironisch, met een fictieve krantenkop: ‘PPF-APG waarschuwt China voor de laatste maal.’ Toch zetten we ons als bestuur voor honderd procent in om met dat vermogen een zo goed en verantwoord mogelijk pensioen voor onze deelnemers te realiseren, ongeacht de omvang ervan.”

 

Veel pensioenfondsen worstelen met de communicatie met hun deelnemers: die vinden de informatie vaak te complex. Daar hebben jullie vast geen last van.

“Er werken hier genoeg mensen die de premie zelf kunnen narekenen, ja. Maar ook wíj hebben deelnemers bij wie het upo, het uniform pensioenoverzicht, meteen in een la verdwijnt, hoor. Er werken hier natuurlijk ook mensen die zich met andere dingen dan pensioenuitvoering bezighouden, zoals IT of databeheer. Bovendien moet onze communicatie ook te begrijpen zijn voor partners en kinderen van deelnemers. Dus we delen gewoon alle basisinformatie. Tegelijkertijd hebben relatief veel deelnemers inderdaad meer pensioenkennis dan gemiddeld. Het is dus soms zoeken naar het juiste communicatieniveau. Daarom ga ik ook graag die persoonlijke gesprekken aan. Daarin kun je meer de diepte ingaan.”

 

Waarom heeft PPF-APG in het nieuwe pensioenstelsel ondanks die grotere kennis niet gekozen voor de flexibele premieregeling, die meer verantwoordelijkheid bij de deelnemer zelf legt?

“De sociale partners hebben voorlopig gekozen voor de solidaire premieregeling (waarin er collectief belegd wordt, red). Daarbij heeft het belang van solidariteit de doorslag gegeven. In de flexibele premieregeling kunnen geen beleggingsrisico’s met elkaar gedeeld worden. De keuze is overigens nog niet definitief, het is een werkhypothese. Wij willen trouwens als een van de eerste fondsen in Nederland overstappen op het nieuwe stelsel, per 1 januari 2025. Een dubbele uitdaging: niet alleen voor ons als fonds, maar ook voor APG als werkgever en uitvoeringsorganisatie.”

Een zo hoog mogelijk pensioen tegen zo min mogelijk kosten. Dat wil ik bereiken voor onze deelnemers

Heb je daar vertrouwen in, met je pet van fondsbestuurder op?

“Ik heb er geen enkele twijfel over dat de mensen binnen APG de overgang naar het nieuwe stelsel aankunnen. Alle kennis en expertise is aanwezig. En als fonds zijn wij klein en wendbaar genoeg voor een soepele overgang. We vinden het niet erg om de rol van pionier te spelen. Sterker nog, we willen als het personeelsfonds van APG graag een showcase voor de transitie zijn. We zijn er ook al druk mee bezig. De nieuwe Wet toekomst pensioenen eist bijvoorbeeld dat we deelnemers vragen hoe zij aankijken tegen het omgaan met risico’s in hun pensioen. Dat risicopreferentie-onderzoek gaan we in januari al doen. De komende jaren worden druk, want als klein fonds hebben we geen bestuursbureau. We krijgen wel ondersteuning vanuit APG, maar we moeten ook veel zelf doen.”

Je hebt er dus bijna een baan bij en je wordt er niet eens voor betaald. Wat dríjft je als pensioenbestuurder, je wilde ooit arts worden?

“Ja, ik heb een jaar Medische verpleegkunde gestudeerd, maar dat bleek toch niets voor mij. Arts worden was een jongensdroom, net zoals mijn zoontje van vier nu zéker weet dat hij brandweerman wil worden. Ik zie trouwens wel een raakvlak tussen de medische wereld en de pensioensector. Het draait in beide gevallen om het welzijn van mensen en daar kan ik ook als pensioenbestuurder aan bijdragen.”

 

Mét een flinke dosis koppigheid, zoals je jezelf ooit typeerde. Hindert of helpt je dat?

“Allebei. Ik ben niet makkelijk te overtuigen. Maar als ik me te eigenwijs opstel, dan zijn er in het bestuur gelukkig zat mensen die mij terug in mijn hok kunnen duwen. Ik heb door mijn bestuursfunctie ook meer oog gekregen voor andere argumenten en inzichten. Niet alles is een gevecht, dat heb ik moeten leren. Mijn stelligheid heeft nadelen, maar het is ook een voordeel. Ik stá voor mijn mening. Mensen weten dus altijd precies hoe ik ergens over denk. Als je geen standpunt inneemt, kom je nergens. Juist als het schuurt in de discussie, boek je resultaat: een zo hoog mogelijk pensioen tegen zo min mogelijk kosten. Dat wil ik bereiken voor onze deelnemers. Daarbij heb ik ook een persoonlijke missie: een toegankelijk bestuur zijn, dat echt de tijd neemt voor onze collega’s, bij goed én slecht nieuws over het pensioen. We zijn goed op weg, maar het kan altijd beter.”

Wie is Emile Toes?

Zijn moeder knipte destijds een advertentie uit de regionale krant waarin trainees werden gevraagd voor ASW, het pensioenfonds voor woningcorporaties. Daar zochten ze schoolverlaters zonder pensioenkennis. Emile Toes (1986) paste precies in dat profiel. ASW ging na een aantal jaar samen met Cordares, het pensioenfonds voor de bouw, dat op zijn beurt weer samenging met APG. Toes verhuisde elke keer mee. Zijn eerste pensioenrol was medewerker Klantteam, vijftien jaar later is hij businessconsultant bij APG.

 

Met het mes op tafel

Toes was al op zijn dertigste (werknemers)voorzitter van het Verantwoordingsorgaan, dat het bestuur van PPF-APG adviseert en jaarlijks beoordeelt. Sinds februari 2020 is hij zelf bestuurder van het ondernemingspensioenfonds voor de medewerkers van APG en vijf gelieerde organisaties. Zijn discussievaardigheden kreeg hij van huis uit mee, als jongste (en helft van een tweeling) in een gezin met vijf kinderen uit Blaricum. Tijdens het eten over allerlei zaken van gedachten wisselen: het was letterlijk en figuurlijk dagelijkse kost.    

Volgende publicatie:
“Het is toch prettig om niet voor geldwolf te worden uitgemaakt”

“Het is toch prettig om niet voor geldwolf te worden uitgemaakt”

Gepubliceerd op: 24 januari 2022

Wie zíjn die mensen die ervoor kiezen in de pensioensector te gaan werken? Wat doen ze daar de hele dag voor jouw pensioen? En wat vinden ze leuk aan hun werk? We nemen je mee achter de schermen.

Julian Steenman (26) is quant-portfoliomanager bij APG. “Mensen denken ten onrechte dat een quant een gevoelloze machine is die de hele dag met z’n neus op een scherm zit te programmeren.”

 

Wat doet een quant-portfoliomanager?

“Een portfoliomanager beheert een beleggingsportefeuille. Ik werk binnen het vastgoedteam en werk daar mee aan het beheren van een vastgoedportefeuille van APG.”

 

En wat is een quant dan?

“Quant staat voor quantitative – kwantitatief dus. Het is een vrij breed, vaag begrip in de beleggingswereld, maar over het algemeen is een quant iemand die modelmatig of wiskundig naar potentiële beleggingen kijkt. We proberen de dingen die op de beurs gebeuren te verklaren door middel van wiskundige verbanden en oorzaak en gevolg. Daarnaast proberen we zinnige dingen te zeggen over wat de toekomst gaat brengen. Waar ik me specifiek mee bezighoud, is het systematiseren van het beleggingsproces binnen het vastgoedteam.”

 

Hoe gaat dat in z’n werk?

“Wat we simpel gezegd doen binnen het vastgoedteam, is ja of nee antwoorden op de vraag: willen we hierin beleggen? En ‘hierin’ is dan bijvoorbeeld een hotel. Het antwoord is altijd gebaseerd op onderbouwde argumenten en overtuigingen. Je kunt dat voor een groot deel standaardiseren. We werken aan een soort beslisboom, met bovenin de vraag of we gaan investeren, en naar beneden toe steeds gedetailleerder waarom we dat wel of niet doen. Door het op die manier te systematiseren, zorg je ervoor dat iedereen dezelfde stappen moet doorlopen in het nemen van beslissingen. Zo kun je die beslissingen makkelijker met elkaar vergelijken.”

 

Hoe word je zo’n quant?

“Als je wiskunde of econometrie hebt gestudeerd, krijg je al snel het label quant op je geplakt. Ik heb wiskunde gestudeerd aan de universiteit en kwam er gaandeweg achter dat ik de financiële wereld interessant vond.”

 

Toch klinkt ‘de financiële wereld’ wat flitsender dan ‘de pensioensector’. Hoe ben je bij APG beland?

“Ik had eigenlijk nooit nagedacht over de pensioenwereld, maar ben toevallig bij APG binnengerold voor mijn afstudeerscriptie. APG is de grootste vermogensbeheerder van Nederland, die schaal en complexiteit vind je nergens ander terug. Het is me hier zo goed bevallen dat ik heb besloten om te blijven. Dus heb ik een traineeship van twee jaar gevolgd en sinds oktober werk ik in deze nieuwe rol.”

 

 

En, nog geen spijt van je keuze?

“Zeker niet, ik heb absoluut de juiste keuze gemaakt.”

 

Wat vind je zo leuk aan deze baan?

“Meerdere dingen. Het beleggingsproces zie ik als een uitdagende, interessante puzzel. Ook vind ik het heel leuk om concreet bij te dragen aan het proces zelf, er samen met anderen voor te zorgen dat het steeds makkelijker wordt om te vergelijken waarom we wel in hotel A beleggen, maar niet in hotel B. Dat maakt het proces beter uitlegbaar en daarmee ook transparanter. Ik vind het daarnaast mooi meegenomen dat we een maatschappelijk belang dienen. Ja, we zijn bezig met geld verdienen en dat willen we bereiken met investeren, maar er zit wel een gedachte achter het waarom. We doen het om ervoor te zorgen dat mensen voldoende pensioen krijgen. Ik vind het fijn om daaraan bij te kunnen dragen, al is het in eerste instantie niet de reden geweest dat ik voor de pensioensector heb gekozen. Het is toch prettig om niet voor geldwolf te worden uitgemaakt.”

 

Wat drijft je in je werk?

“Het feit dat we investeren voor het pensioen van miljoenen mensen. Bij veel andere vermogensbeheerders is dat heel anders, daar probeer je geld te verdienen voor een klein aantal miljonairs. Toen ik ervoor koos mijn scriptie bij APG te gaan schrijven was dit niet mijn grootste drijfveer, maar door de jaren heen ben ik me steeds meer gaan identificeren met de missies van APG. Zo loopt APG wat duurzaamheid betreft aan kop binnen de financiële sector. Zelf vind ik duurzaamheid ook belangrijk. Ik ben bijvoorbeeld een aantal jaar geleden vegetariër geworden, uit milieuoverwegingen. Wat me concreet drijft in mijn werkzaamheden is het ontrafelen van dat ontzettend complexe proces dat komt kijken bij het maken van een investeringsbesluit. En daar vervolgens slimme, kwantitatieve oplossingen voor bedenken, geeft me erg veel voldoening.”

 

Als ik met vrienden zit, gaat het altijd minstens één keer over mijn werk. Ze vinden het erg interessant

Hoe reageren mensen als je vertelt wat je voor werk doet?

“Nou, ze vinden het erg interessant! Ik merk dat veel mensen de afgelopen jaren privé zijn begonnen met beleggen. In mijn omgeving is iedereen daarom erg geïnteresseerd in wat ik doe. Als ik een avond met mijn vrienden zit, gaat het altijd minstens één keer over mijn werk. Ze vragen bijvoorbeeld waar ik op dat moment mee bezig ben en hoe het hele beleggingsproces verloopt bij zo’n grote vermogensbeheerder.”

 

Goede vraag, hoe verloopt dat beleggingsproces?

“Als particulier klik je op een knop en dan koop je een aandeel. Maar bij een organisatie als APG gaan er heel veel stappen aan zo’n besluit vooraf. Je doet een due diligence-onderzoek, zoals dat binnen de vastgoedwereld heet: je verzamelt zoveel mogelijk informatie. Om even bij het hotelvoorbeeld te blijven: stel dat we overwegen een bepaald hotel te gaan kopen, dan lichten we het helemaal door. Hoe oud is het gebouw, wat is de staat van de kamers, moet het gerenoveerd worden, is het management betrouwbaar? We kijken bedrijfsspecifiek, maar ook naar de locatie. Wat is onze verwachting van de ontwikkeling van de huurprijs van hotels op deze plek, en van de inflatie? Al die stukjes informatie bij elkaar stoppen we vervolgens in een waarderingsmodel. Het doel is om daarmee een waardekaartje aan het hotel te hangen, waarmee we kunnen beoordelen of het al dan niet een aantrekkelijke investering is. Is het antwoord ja, dan gaan we naar een investeringscomité, dat al onze argumenten nog eens tegen het licht houdt. Is onze verwachting van de kamerprijzen bijvoorbeeld wel reëel? Alleen als we goed kunnen onderbouwen waarom iets een goede investering is, krijgen we groen licht en mogen we een bod uitbrengen.”

 

Hoeveel geld beheer je eigenlijk?

“De totale waarde van de vastgoedportefeuille van APG ligt ergens tussen de 50 en 60 miljard. Die beheren we wereldwijd met een team van iets meer dan vijftig mensen. Als je het zo bekijkt, beheren we 1 miljard euro per persoon.”

 

Beleg je ook privé?

“Ja, maar alleen binnen de bandbreedte waarin dat mag binnen APG. Omdat we ons professioneel bezighouden met beleggen, mogen we privé geen individuele aandelen kopen. Als je bijvoorbeeld zelf belegt in een bedrijf als Philips, dan zou dat je beslissingen op het werk kunnen beïnvloeden, of andersom. Beleggen in fondsen en trackers (‘mandjes’ aandelen die bijvoorbeeld de koers van de gehele AEX volgen, red.) mag wel, dus dat doe ik.”

 

Hoe ziet jouw werkdag eruit?

“Ik begin vaak met het lezen van het nieuws, beursgerelateerd en vastgoedspecifiek, zodat ik op de hoogte ben van wat er speelt. Daarna maak ik een to-do list van de twee of drie belangrijkste dingen die ik die dag gedaan wil hebben. Die prioriteiten hebben altijd te maken met dat waarderingsmodel waar ik het eerder over had, of met het systematiseren van het beleggingsproces. Binnen het team werken we daar met vijf tot tien mensen aan.”

 

Zit je de hele dag aan je beeldscherm gekluisterd?

“Nee zeg, gelukkig niet. Dat is het beeld dat veel mensen hebben van quants, dat het gevoelloze machines zijn die de hele dag dingetjes zitten te programmeren en te modelleren op hun computer. Maar daar zou ik heel slecht op gaan. Ik heb gelukkig ook meerdere keren per dag contact met collega’s. Dat is voor mij heel belangrijk. Nee, ik herken mezelf echt totaal niet in het stereotiepe beeld van een quant.”

 

Wat doe je in je vrije tijd?

“Ik sport veel, loop vaak hard. Verder lees ik graag, vind ik schaken leuk en ben ik een groot liefhebber van reizen – jammer dat dat laatste even niet meer kan.”

 

Welke karaktereigenschappen maken jou geschikt voor het werk dat je doet?

“Behalve dat ik het kwantitatieve stuk goed begrijp en abstract kan denken, kan ik goed de brug slaan naar mensen die een wat minder cijfermatige achtergrond hebben. Ingewikkelde materie zo eenvoudig mogelijk uitleggen is iets wat me wel aardig ligt.”

 

Wat merken APG klanten concreet van jouw werk?

“Uiteindelijk kom je dan uit op hoeveel pensioen er elke maand wordt overgemaakt. Als onze beleggingsresultaten goed zijn – al is het vastgoedstukje maar een klein onderdeel van het geheel – merken klanten dat bijvoorbeeld in het feit dat er niet gekort hoeft te worden en dat er wel indexatie plaatsvindt. En het systematiseren van het proces, wat we aan het doen zijn, leidt ertoe dat we uiteindelijk nóg beter beslissingen kunnen nemen en deze keuzes nog beter uitlegbaar zijn.”

Volgende publicatie:
Ook voor pensioen is de Amerikaan op zichzelf aangewezen

Ook voor pensioen is de Amerikaan op zichzelf aangewezen

Gepubliceerd op: 20 januari 2022

Het op één na beste pensioenstelsel ter wereld. Dát hebben we in Nederland, volgens de jaarlijks gepubliceerde Mercer CFA Institute Global Pension Index, waarin 43 landen worden meegenomen. Doen ze het in andere landen dan zo slecht? Elke twee weken duiken we in het stelsel van een specifiek land, twintig weken lang. Voor aflevering zes steken we de oceaan over naar het land van de onbegrensde mogelijkheden, Amerika.  


Amerika – 19e op de Mercer ranglijst met 43 landen – staat bekend als een land waar een goed sociaal vangnet en een goede ziektekostenverzekering geen vanzelfsprekendheid zijn. Hoe meer je je kunt veroorloven, hoe meer je hebt om op terug te vallen. Hoe meer (ondernemers)risico je bereid bent te nemen, hoe meer vruchten je daarvan in financiële zin plukt – zo lang je slaagt, tenminste. Want Amerikanen die in financiële zin minder succesvol zijn, kunnen er bekaaid vanaf komen. En die mentaliteit vind je ook terug in het Amerikaanse pensioensysteem. Heb je niet of nauwelijks iets opgebouwd, dan wacht er een oude dag in armoede, die niet te vergelijken is met wat we in Nederland onder armoede verstaan.   


Ontoereikend

Een redelijk houdbaar stelsel met een gemiddeld ontoereikend pensioen. Dat is het beeld dat je krijgt van de VS als je afgaat op de scores in de Mercer index. Iedere Amerikaan die ongeveer tien jaar heeft gewerkt, heeft op zijn of haar oude dag recht op Social Security, het overheidspensioen. Het gemiddelde bedrag is 1540 dollar per maand (18.500 dollar per jaar).  De uitkering hangt af van wat je tijdens je werkzame leven hebt verdiend en aan premies hebt betaald, en bedraagt maximaal 3113 dollar (2733 euro) per maand. Een minimum is er niet. Pas als je de pensioengerechtigde leeftijd hebt bereikt, krijg je de volledige uitkering uitbetaald. In 2022 is dat 67 jaar voor mensen die dan 62 of jonger zijn. Je mag al op je 62ste aanspraak maken op Social Security, maar dan krijg je minder (maximaal 2324 dollar, oftewel 2040 euro). Heb je een gemiddeld inkomen? Dan hou je in de VS slechts de helft daarvan over als pensioen.

Het Social Security systeem is progressief: deelnemers met een hoog inkomen krijgen een kleiner deel daarvan als pensioen dan deelnemers met een laag inkomen. Een Amerikaan die drie keer modaal verdient, ziet daarvan bijvoorbeeld nog geen 29 procent terug als pensioen van de overheid. Dus hoe meer je verdient, hoe meer je zelf moet regelen – bijvoorbeeld door deel te nemen aan de pensioenregeling van je werkgever – om een duikvlucht van je inkomen bij pensionering te voorkomen. Gemiddeld bedraagt het pensioen in Amerika 40 procent van het verdiende loon.   

Geen verplichte deelname

In de Amerikaanse private sector neemt ongeveer de helft van de werknemers deel aan een pensioenregeling die deels door de werkgever wordt betaald (ter vergelijking, in Nederland bouwt slechts één op de tien werknemers géén aanvullend pensioen op). In de VS is er dan ook, in tegenstelling tot in Nederland, geen verplichte deelname aan een pensioenregeling wanneer je ergens in dienst treedt. Periodieke uitkering van een pensioen is dus geen automatisme maar iets waarvoor je bewust kiest, al vindt er wel steeds meer auto-enrolment plaats (je neemt dan automatisch deel aan de pensioenregeling, tenzij je ervoor kiest om dat niet te doen).


Bij die regelingen gaat het meestal om een zogeheten defined contribution (beschikbare premie) regeling. Bij dit soort pensioenvoorzieningen staat de premie vast, maar is de hoogte van je pensioen sterk afhankelijk van de stand van de beurs op het moment van pensioneren. In tegenstelling tot defined benefit pensioenregelingen, die veel meer zekerheid bieden over de hoogte van de uitkering bij pensioneren.

Kort genieten
In de publieke sector (de overheid) nemen álle werknemers deel aan een pensioenregeling die deels door de werkgever wordt betaald. Dit wordt per staat geregeld. Het betreft vooral defined benefit fondsen, maar de trend is om daarin defined contribution elementen te introduceren.

Hoewel de VS qua beheerd vermogen de grootste pensioenmarkt ter wereld is, is de dekkingsgraad van de pensioenfondsen veel lager dan in Nederland. En dan rekenen ze ook nog eens met een gunstiger rekenmethode, liet Rob Bauer, hoogleraar Institutionele Beleggers aan de Universiteit Maastricht, weten in een eerder artikel op apg.nl. Zo heeft het grootste pensioenfonds van Amerika een dekkingsgraad van rond de 70 procent. Die zou echter nog maar 30 procent zijn als ze deze zouden berekenen volgens de Nederlandse wetgeving. Amerikanen genieten relatief kort van hun pensioen: mannen 16,4 jaar, vrouwen 19,8 jaar. De vervangingsratio is met 70 procent vergelijkbaar met Nederland (71 procent).


Failliete fondsen

In de VS zijn ook de pensioenfondsen zélf niet vies van risico en de Amerikaanse wet geeft hen ook aardig wat ruimte om dat te nemen. Met alle gevolgen van dien, als het dubbeltje de verkeerde kant op valt. De Amerikaanse geschiedenis kent dan ook nogal wat gevallen van pensioenfondsen die failliet gingen, waarbij de fondsen van luchtvaartmaatschappijen oververtegenwoordigd zijn. Het fonds van United Airlines bijvoorbeeld in 2005, dat op dat moment $ 7,4 miljard aan verplichtingen had uitstaan, of US Airways in 2003 ($ 2,8 miljard).

Het Amerikaanse pensioenstelsel:   Facts & figures

Waardering in de Mercer CFA Institute Global Pension Index 2021: C-Grade, in dit geval C+ (C-Grade betreft “een systeem met een aantal goede eigenschappen, maar ook grote risico’s en tekortkomingen. Als deze niet worden aangepakt, is het de vraag of het systeem op de lange termijn houdbaar en adequaat is.”)


Financiering:   
Op basis van omslag (eerste pijler) en kapitaaldekking (tweede pijler). 

Adequaatheid (Mercer ranglijst):          27e        

Houdbaarheid (Mercer ranglijst):         10e

Integriteit (Mercer ranglijst):                  37e

 

 

0,5

0,75

1

1,5

2

3

             

Netto pensioen

32.2 

41.3

50.5

63.0

71.6

78.3

Netto vervangingsratio

61.0

53.5

50.5

44.3

39.0

28.9

Totaal netto pensioenvermogen bij pensionering

10.7

9.3

8.8

7.7

6.8

5.1

 

Toelichting tabel:

De kolom onder ‘1’ geeft de situatie weer voor iemand met het gemiddeld netto inkomen, De kolom onder 0,5 weerspiegelt de situatie van iemand met de helft van het gemiddeld netto inkomen, et cetera.


Netto pensioen: het netto pensioen dat iemand ontvangt als percentage van het netto gemiddeld inkomen. 


Netto vervangingsratio: 
het netto pensioen dat iemand overhoudt, uitgedrukt in een percentage van het totale loon van het betreffende individu.


Totaal netto pensioenvermogen: Waarde van de verwachte uitkeringen als meervoud van netto jaarinkomen.

Volgende publicatie:
‘De meeste mensen snappen niet wat ik doe’

‘De meeste mensen snappen niet wat ik doe’

Gepubliceerd op: 11 januari 2022

Wie zíjn die mensen die er bewust voor kiezen om in de pensioensector te gaan werken? Wat doen ze daar de hele dag voor jouw pensioen? En wat vinden ze leuk aan hun werk? We nemen je mee achter de schermen. Latifa el Haddar (40) is allround pensioenmedewerker bij APG. “Eerlijk is eerlijk: ik word weleens tureluurs als ik voor de zestigste keer op een dag een rekeningnummer zit te wijzigen. Maar gelukkig is niet elke dag zo saai.”

 

‘Allround pensioenmedewerker’, dat klinkt als een manusje-van-alles. Wat doe je precies?

“Ik werk op de afdeling BTER, wat staat voor Bedrijfstakeigen regelingen. Ik houd me bezig met alle extra regelingen waar werkgevers en werknemers van de BTER-fondsen gebruik van kunnen maken vanuit de cao. Een voorbeeld is de Tijdspaarfondsregeling, die is bedoeld voor mensen die onder de cao Bouw & Infra werken. Hun vakantiegeld en vrije dagen worden in een potje gestort, en dat potje beheren wij. Wij houden ons ook bezig met de zwaarwerkregeling. Die regeling, waarmee werknemers eerder kunnen stoppen met werken, kan bij ons worden aangevraagd. Wij zorgen dan dat ze al geld krijgen uitgekeerd tot ze recht hebben op AOW. Vaak gebruiken ze dit samen met een vervroegd pensioen. Ook deelnemers die in de ziektewet of de WW zitten, kunnen bij ons een aanvraag doen voor een aanvullingsregeling. In totaal gaat onze afdeling over vijftien regelingen.”

 

Je werk heeft dus maar zijdelings met pensioenen te maken?

“Ja, dat klopt.”

 

Toch werk je in de pensioensector. Die staat niet bekend als de meest bruisende branche.

“Haha, laten we eerlijk zijn: het is soms supersaai. Als ik zestig rekeningnummers zit in te voeren op een dag, word ik er weleens tureluurs van. Maar dat is gelukkig niet elke dag zo.”

 

Wat maakt je werk leuk?

“Ik vind het fijn dat we als team best autonoom zijn. We werken met z’n achten en als we vinden dat dingen anders moeten, kunnen we snel en makkelijk knopen doorhakken. De lijntjes met het bestuur zijn kort. Wat ik ook lekker vind, is de vrijheid die ik heb. Als je je uren maar maakt, maakt het niet zoveel uit wanneer je dat doet. Een collega van me begint om vijf uur ’s ochtends – zij liever dan ik. Je kunt inloggen wanneer je wilt en als je tussendoor even naar buiten gaat is dat helemaal prima. Er is geen 9-tot-5-mentaliteit. Dat ligt me wel.”

 

Het was vast niet je meisjesdroom om bij APG te werken. Hoe ben je hier beland?

“Ik ben erin gerold. Na mijn hbo-studie, die ik niet heb afgemaakt omdat mijn ouders in het derde jaar terug naar Marokko gingen en ik er alleen voor kwam te staan, heb ik veel via uitzendbureaus gewerkt. Op een gegeven moment kon ik op gesprek komen bij APG, toen nog Cordares. In diezelfde periode had ik ook een gesprek bij Wibra, voor de functie vestigingsmanager. Toen ik bij allebei werd aangenomen, was het kiezen.”

 

Waarom koos je voor APG?

“Ik zag het bij nader inzien niet zitten om elke dag een winkel te openen en de verantwoordelijkheid te hebben voor zo’n zaak. APG leek me een fijne werkgever die veel toekomstperspectief bood. En dat is ook wel gebleken. Ik werk hier nu vijftien jaar en heb veel opleidingen en cursussen mogen volgen. Zo heb ik mijn green belt gehaald, door verbeteringen binnen processen te leren herkennen. Ik ben nu verbeterspecialist op mijn afdeling. Als je een cursus of opleiding wilt volgen, wordt daar nooit moeilijk over gedaan. Ik ben dus nog steeds blij dat ik voor APG heb gekozen. Voordat ik vier jaar geleden bij de afdeling BTER terechtkwam, werkte ik onder meer bij de klantenservice en heb ik me beziggehouden met de pensioenen voor de bouw, schoonmaak en woningcorporaties. Ik zit inmiddels ook in de OR. Bij elke afdeling heb ik wel iets over mezelf geleerd. Die hele reis door het bedrijf heeft me gemaakt tot wie ik ben.”

Bij elke afdeling heb ik iets over mezelf geleerd. Die hele reis door het bedrijf heeft me gemaakt tot wie ik ben

Wat vertel je op feestjes over je werk?

“De meeste mensen snappen niet wat ik doe. Als je zegt dat je bij een pensioenuitvoerder werkt maar niet veel met pensioenen doet, zie je al wenkbrauwen fronsen. Als ik zeg dat ik verbeterspecialist ben, gaan die wenkbrauwen nog verder omhoog. ‘Ben je dan de hele tijd mensen aan het verbeteren?’ Bij een green belt denken mensen direct aan karate.”

 

Hoe ziet jouw werkdag eruit?

“Ik begin meestal rond half negen. Ik werk 28 uur per week, op maandag bekijk ik wat er naast de standaardproductie verder nog moet gebeuren. We verdelen het werk aan de hand van een fijne sheet die op mijn initiatief is gebouwd. Het staat iedereen vrij om op te pakken wat hij of zij wil. Ik pak meestal van alle smaakjes wat, om het voor mijzelf zo gevarieerd mogelijk te houden. De vragen die binnenkomen moeten we binnen tien werkdagen beantwoorden, maar we proberen daar sneller in te zijn. Nu we allemaal vanuit huis werken, zorgen we dat we elke dag even met elkaar videobellen en dan ook echt onze camera’s aanzetten om elkaar even te zien. Verder voeren we ieder onze eigen taken uit.”

 

Wanneer komt jouw afdeling in actie?

“Als er een vraag binnenkomt van een werkgever of werknemer. Dat gebeurt via het klantcontactcentrum, maar ook via portalen van werkgevers en via de mail. Voor elke regeling hebben we een aparte inbox. Deelnemers bellen ons niet direct, maar ik neem vaak wel telefonisch contact met hen op om een kwestie af te handelen. Dat vind ik persoonlijker.”

 

Welke vragen krijgen jullie het meest?

“De top 3 is een beetje gênant. Wat is mijn wachtwoord? Wat is mijn inlognaam? En: kunt u mijn rekeningnummer aanpassen? We hebben de website zo ingericht dat mensen die informatie makkelijk zelf zouden moeten kunnen vinden. Maar kennelijk is dat toch niet de plek waar de meeste bouwvakkers die informatie zoeken. Ze lijken het makkelijker te vinden om even te bellen of een mailtje te sturen.”

 

Dat lijkt me ook niet het meest uitdagende werk.

“Nee, daarom moet je het een beetje afwisselen voor jezelf. Er zijn ook uitdagender vragen hoor. Zo willen werknemers in de bouw vaak weten waarom hun werkgever nog geen geld heeft gestort in hun Tijdspaarfonds, of ze vragen hoe ze hun vakbondskeuze moeten doorgeven. Werkgevers vragen bijvoorbeeld hoe we tot een bepaalde berekening zijn gekomen. We hebben veel regelingen waarbij we berekeningen moeten maken, dus niet alles is makkelijk. Het is heel divers.”

 

Wat geeft jou voldoening?

“Als ik het voor elkaar krijg een verandering door te voeren en mijn team staat erachter en krijgt er energie van.”

 

Wat zouden je directe collega’s over je zeggen als we ze nu zouden bellen?

“Dat ik heel direct ben. Laat het maar aan mij over om de olifant in de kamer te benoemen. Ik durf feedback te geven en vraag er ook regelmatig om. Ik vertel duidelijk wat ik nodig heb en ben heel open. Dat zorgt ook voor verbinding, denk ik. Volgens mijn manager ben ik een natuurlijke trekker binnen het team. Ik heb er geen moeite mee om mensen te laten inzien waarom bepaalde dingen moeten gebeuren. Prioriteiten stellen vind ik niet moeilijk, leuk juist. Ik ben goed in overzicht houden.”

 

Wat doe je verder in het dagelijks leven?

“Ik ben best een bezig bijtje. Ik zit in de medezeggenschapsraad van de school van mijn kinderen, drie meiden van 16, 14 en bijna 10. Zo begrijp ik beter hoe het onderwijs in elkaar zit en wat er allemaal speelt. Daarnaast werk ik als vrijwilliger bij de karateclub. Ik vind het leuk om met de jeugd bezig te zijn. Ze noemen me daar juffrouw, terwijl ik alleen de ledenadministratie doe of eens een band omknoop als het ze zelf niet lukt. Zelf doe ik niet aan karate hoor, maar ik kickboks wel. Spinnen doe ik ook, en zumba. Ik ben eigenlijk altijd bezig. Wat ik doe om te ontspannen? Sport zie ik als ontspanning. Maar lezen vind ik ook leuk. Ik ben fan van Stephen King en heb al zijn boeken.”

Wat merken pensioendeelnemers concreet van jouw werk?

“Niet veel. Af en toe krijgen we wel vragen van ze. Of ze het geld uit hun Tijdspaarfonds kunnen gebruiken om eerder met pensioen te gaan bijvoorbeeld.”

 

En, kan dat?

“Nee.”

Volgende publicatie:
Spaans pensioen is riant, maar onhoudbaar

Spaans pensioen is riant, maar onhoudbaar

Gepubliceerd op: 7 januari 2022

Het op één na beste pensioenstelsel ter wereld. Dát hebben we in Nederland, volgens de jaarlijks gepubliceerde Mercer CFA Institute Global Pension Index, waarin 43 landen worden meegenomen. Doen ze het in andere landen dan zo slecht? Elke twee weken duiken we in het stelsel van een specifiek land, twintig weken lang. Voor aflevering vijf zakken we af naar het land van Dalí, Picasso en tapas: Spanje.

 

Spanje betaalt zich suf aan pensioenen. Op Griekenland na is het totaal aan uitgekeerd pensioen het hoogst in Europa. Dat komt vooral doordat Spanjaarden met lage en middeninkomens maar liefst 90 procent van hun verdiende loon als pensioen krijgen uitgekeerd. Aan de adequaatheid van het pensioen (op dat aspect staat Spanje 12e op de Mercer ranglijst met 43 landen) zal het dus niet liggen, dat het land met haar pensioenstelsel de 24e plek bezet op deze ranglijst. Het euvel zit hem eerder in de financiering van het Spaanse stelsel.

 

Bui
Het verplichte overheidspensioen – waarvan de meeste gepensioneerden in Spanje afhankelijk zijn – is namelijk gebaseerd op een omslagsysteem. Met andere woorden, de werkenden betalen met z’n allen de oude dag van de gepensioneerden. En aangezien ook Spanje vergrijst, moet het pensioen van een groeiende groep pensionado’s opgebracht worden door een krimpende groep werkenden. Er is geen wiskundig genie voor nodig om de bui te zien hangen: het Spaanse pensioenstelsel is op de lange termijn onhoudbaar. Op dat punt – houdbaarheid – bevindt Spanje zich dan ook in de onderste regionen van de Mercer index (39e). Ter vergelijking: qua houdbaarheid staat het Nederlandse stelsel op de 3e plek, terwijl het wat betreft adequaatheid van het pensioen (2e) boven het Spaanse stelsel uitsteekt.

 

Dat het Nederlandse stelsel een hoger pensioen biedt dan het Spaanse en tegelijkertijd hóudbaarder is, heeft alles te maken met de financiering. Waar het Spaanse stelsel bijna volledig gebaseerd is op omslag, geldt dat in Nederland alleen voor de AOW. Een aanzienlijk deel van onze pensioenen (de tweede pijler) is kapitaalgedekt. Daarbij bouwt de werknemer via een pensioenfonds een eigen pensioen op. En hoewel ook Nederland vergrijst, staat het negatieve effect daarvan niet in verhouding tot de impact die vergrijzing op een omslaggefinancierd pensioenstelsel heeft.

Op de schop
Dus ook in Spanje zal het stelsel grondig op de schop gaan. Zo wordt het prépensioen minder aantrekkelijk gemaakt, komt er een financiële stimulans voor het uitstellen van je pensioen en gaat de pensioenleeftijd de komende jaren omhoog. Nu is het 65, in 2027 moet dat 67 zijn. Gemiddeld houden Spanjaarden op met werken als ze 62,1 zijn. Tot voor kort genoten mannen er gemiddeld 21,7 jaar van hun pensioen, en vrouwen 26,6 jaar.

 

De pensioenhervormingen, waarmee gestart werd in 2011, worden door de pensionistas niet zonder slag of stoot geaccepteerd. Meer dan vijf miljoen van hen hebben een pensioen onder de 700 euro, waarmee het moeilijk rondkomen is. Sinds 2011 vinden er dan ook geregeld – en zo nu en dan massale – demonstraties plaats in een groot aantal Spaanse steden, waarin het recht op een behoorlijk pensioen wordt opgeëist.

 

Om in Spanje überhaupt voor een pensioenuitkering in aanmerking te komen, moet je minimaal 15 jaar premie hebben afgedragen. In 2018 was de wettelijke pensioenleeftijd, waarop je een volledig pensioen gaat ontvangen, 65 jaar en 6 maanden – tenminste, voor de Spanjaarden die minder dan 36 jaar en zes maanden premie hadden afgedragen. In 2027 zal de wettelijke pensioenleeftijd op 67 jaar liggen. Heb je 38,5 jaar of langer premie afgedragen? Dan krijg je dat volledige pensioen desgewenst al op je 65e.

 

Doorwerken beloond
Doorwerken na de pensioengerechtigde leeftijd wordt in Spanje beloond. Voor werknemers die 15 tot 25 jaar lang premie hebben afgedragen en doorwerken na hun 67e, stijgt het pensioen met 2 procent (van de berekeningsgrondslag) per extra gewerkt jaar. Deze ‘bonus’ bedraagt 2,75 procent na 25-37 jaar premieafdracht. En voor wie nog langer premie heeft afgedragen, ligt er zelfs een jaarlijkse stijging van 4 procent in het verschiet.  

 

Het Spaanse pensioenstelsel: Facts & figures

 

Waardering in de Mercer CFA Institute Global Pension Index 2021: C-Grade (“Een systeem met een aantal goede eigenschappen, maar ook grote risico’s en tekortkomingen. Als deze niet worden aangepakt, is het de vraag of het systeem op de lange termijn houdbaar en adequaat is.”)

 

Inrichting: Stelsel met één pijler, met pensioen op basis van diensttijd en inko                       

Financiering: Vrijwel volledig gefinancierd op basis van omslag


Adequaatheid (Mercer ranglijst):
12e (Nederland:2e)      


Houdbaarheid (Mercer ranglijst):
39e (Nederland:3e)


Integriteit (Mercer ranglijst):
19e (Nederland:3e)

 

 

0,5

0,75

1

1,5

2

3

             

Netto pensioen

47.9 

67.8

86.7

122.4

135.8

135.8

Netto vervangingsratio

82.3

87.0

86.7

86.0

74.7

52.8

Totaal netto pensioenvermogen bij pensionering

18.0

19.1

19.0

18.8

16.4

11,6

 

Toelichting tabel:

De kolom onder ‘1’ geeft de situatie weer voor iemand met het gemiddeld netto inkomen. De kolom onder 0,5 weerspiegelt de situatie van iemand met de helft van het gemiddeld netto inkomen, et cetera.

Netto pensioen: het netto pensioen dat iemand ontvangt als percentage van het netto gemiddeld inkomen. 

Netto vervangingsratio: het netto pensioen dat iemand overhoudt, uitgedrukt in een percentage van het totale loon van het betreffende individu.

Totaal netto pensioenvermogen: waarde van de verwachte uitkeringen als meervoud van netto jaarinkomen.

Volgende publicatie:
In Frankrijk is het vroegpensioen nog heilig

In Frankrijk is het vroegpensioen nog heilig

Gepubliceerd op: 24 december 2021

Het op één na beste pensioenstelsel ter wereld. Dát hebben we in Nederland, volgens de jaarlijks gepubliceerde Mercer CFA Institute Global Pension Index, waarin 43 landen worden meegenomen. Doen ze het in andere landen dan zo slecht? Elke twee weken duiken we in het stelsel van een specifiek land, twintig weken lang. Aflevering vier: Nederlands populairste zomervakantiebestemming, Frankrijk.

 

In la douce France genieten ze het langst van hun pensioen. Mannen gemiddeld 22,7 jaar, vrouwen 26,9 jaar. Ter vergelijking: in Nederland is dat respectievelijk 18,6 en 23,4 jaar. Dat de Fransen langer rentenieren, komt voornamelijk door de lage pensioenleeftijd: gemiddeld stoppen Fransen met werken als ze 60,8 zijn. En dat willen de Fransen graag zo houden. De regering wilde de AOW-leeftijd een paar jaar geleden verhogen van 62 naar 64 jaar, maar daar staken de vakbonden een stokje voor met wekenlange stakingen. Hervormingen doorvoeren wordt in Frankrijk gezien als politieke zelfmoord, dus weinigen durven hun vingers eraan te branden.


Macron
President Macron laat het er echter niet bij zitten, want de pensioenen op basis van omslag (daarbij betalen de werkenden met z’n allen de oude dag van de gepensioneerden) kosten Frankrijk nu zeer veel geld: 14 procent van het bbp. Ter vergelijking: in Nederland bedraagt de (eveneens op basis van omslaggefinancierde) AOW ‘maar’ 5,4 procent van het bbp (daar komen dan nog wel de premies voor het aanvullend pensioen bij). Onhoudbaar, in een stelsel dat vrijwel volledig is gebaseerd op omslag. Want Frankrijk vergrijst, waardoor het pensioen van een groeiende groep pensionado’s opgebracht moet worden door een krimpende groep werkenden. Wat betreft houdbaarheid bezet Frankrijk dan ook de 33ste plek (van de 43 landen). In Nederland speelt dat probleem veel minder, omdat een groot deel van het totale pensioen (de tweede pijler) is gebaseerd op kapitaaldekking. Daarbij bouwt de werknemer via een pensioenfonds een eigen pensioen op.


Duizend euro

In Frankrijk krijgen gepensioneerden via de eerste pijler – pensioen van de overheid dus – over het algemeen 50 procent van het gemiddelde inkomen. De regering wil dat straks iedereen die een volle carrière heeft gewerkt, recht heeft op minimaal 1000 euro per maand aan pensioen.

Een Fransman of Française met een gemiddeld inkomen ontvangt in Frankrijk 73,6 procent van dat gemiddelde inkomen als netto pensioen (zie tabel onder ‘1’). Verdien je twee keer het gemiddelde loon, dan kun je 64,4 procent van dat totale loon als netto pensioen tegemoet zien (zie tabel onder ‘2’). En verdien je anderhalf keer het gemiddelde inkomen? In dat geval bouw je in Frankrijk een totale pensioenpot op van 14,4 jaarsalarissen (zie tabel onder ‘1.5’).

 

Het Franse pensioenstelsel:     Facts & figures

 

Waardering in de Mercer CFA Institute Global Pension Index 2021: C-Grade, in dit geval C+ (C-Grade betreft “een systeem met een aantal goede eigenschappen, maar ook grote risico’s en tekortkomingen. Als deze niet worden aangepakt, is het de vraag of het systeem op de lange termijn houdbaar en adequaat is.”)

 

Inrichting: Stelsel met één pijler, met pensioen op basis van diensttijd en inkomen.

Financiering:
Vrijwel volledig gefinancierd op basis van omslag

 

Adequaatheid (Mercer ranglijst): 6e         

 

Houdbaarheid (Mercer ranglijst): 33e

 

Integriteit (Mercer ranglijst): 38e

 

 

 

0,5

0,75

1

1,5

2

3

             

Netto pensioen

39.4 

58.5

73.6

97.1

116.9

156.6

Netto vervangingsratio

71.4

76.0

73.6

69.0

64.4

60.9

Totaal netto pensioenvermogen bij pensionering

14.9

15.8

15.3

14.4

13.4

12.7

 

Toelichting tabel:

De kolom onder ‘1’ geeft de situatie weer voor iemand met het gemiddelde netto inkomen, De kolom onder 0,5 weerspiegelt de situatie van iemand met de helft van het gemiddelde netto inkomen, et cetera.

Netto pensioen: het netto pensioen dat iemand ontvangt als percentage van het netto gemiddelde inkomen. 

Netto vervangingsratio: het netto pensioen dat iemand overhoudt, uitgedrukt in een percentage van het totale loon van het betreffende individu.

Totaal netto pensioenvermogen: waarde van de verwachte uitkeringen als meervoud van netto jaarinkomen.

 

Volgende publicatie:
'Schoonmakers verdienen meer respect'

‘Schoonmakers verdienen meer respect’

Gepubliceerd op: 22 december 2021

Pensioenfondsbestuurder Tarik Uçar (bpfSchoonmaak) rebelleert tegen ongelijkheid

 

Pragmatisch en kostenbewust, allergisch voor bureaucratie en formalisme: als uitvoerend bestuurder van Bedrijfstakpensioenfonds Schoonmaak vecht Tarik Uçar voor elke pensioeneuro. En voor meer maatschappelijk fatsoen: “Mensen groeten schoonmakers vaak niet eens.”

 

Eigenlijk is Tarik Uçar niet alleen pensioenfondsbestuurder, maar ook werkgever in de schoonmaaksector. Drie uur per week komt een hulp zijn huis schoonmaken. Tijdens de coronalockdown betaalde hij haar gewoon door. Achteraf hoorde hij dat hij de enige was. “Haar inkomen viel ineens grotendeels weg, ze kwam acuut in financiële problemen. Wat bezíelt mensen om niet door te betalen?” zegt hij verontwaardigd.


Het gebrek aan maatschappelijk fatsoen en het collectief dedain voor mensen in de schoonmaaksector, daar wil hij verandering in helpen brengen. Plus zorgen voor een goed pensioen natuurlijk, als bestuurder van BPF Schoonmaak, het pensioenfonds voor het schoonmaak- en glazenwassersbedrijf. Onder de 529.000 (oud-)deelnemers en gepensioneerden bevinden zich veel migranten, een kwetsbare groep in de samenleving. “Ze zijn alleen financieel kwetsbaar, verder zijn het juist sterke mensen,” nuanceert Uçar, zelf van Turkse afkomst.


Allereerst: wat betekent de coronacrisis voor de schoonmaaksector?
“Ziekenhuizen en scholen hebben extra schoonmakers nodig, hotels en horeca juist minder. Mensen met een oproepcontract hebben dan nul inkomsten en dus ook geen pensioenopbouw. Ook voor werkgevers in de schoonmaak die zich richten op sectoren als de horeca is het pompen of verzuipen. Daarom is het goed dat de overheid bijspringt, de sector kan dit niet alleen. Ook zzp’ers zullen het moeilijk hebben, als ik kijk naar mijn huishoudelijke hulp.”

 

De vaccinatiegraad onder de migrantenpopulatie is minder hoog dan gemiddeld in Nederland.

“Met de vaccinatieproblematiek houden we ons als fonds niet bezig. Maar in het algemeen worden onze deelnemers hard geraakt door corona, blijkt uit onderzoek. Het afgelopen jaar zijn er aanzienlijk meer schoonmakers overleden dan vóór de pandemie. De oversterfte in de sector is hoger dan in de rest van Nederland.”


Moeten schoonmakers eerder met pensioen dan op hun 67e?
“De arbeidsongeschiktheid in de sector is hoog en ernstig, met percentages van 80 tot 100 procent. Schoonmaken is gewoon een heel zwaar beroep. Het is dan ook een illusie dat je dit werk fulltime kunt doen tussen je 20e en je 67e. Eigenlijk mag je niet verwachten dat voltijds schoonmakers veel langer dan veertig jaar werken.”


Maar dan zou je vele jaren langer pensioen moeten betalen…
“Nu raken veel schoonmakers al vóór hun pensioenleeftijd arbeidsongeschikt, dat kost ook geld. Bovendien ligt hun levensverwachting lager. Als maatschappij moeten we de duurzame inzetbaarheid bij zware beroepen als die van schoonmakers vergroten, zodat meer mensen gezond de eindstreep halen. Bijvoorbeeld door oudere medewerkers minder te laten werken, meer scholing en slimmer werken door nieuwe technologie. Met sensoren weet je in de schoonmaak bijvoorbeeld beter of en wanneer een wc gereinigd moet worden. Ook robotisering kan schoonmaakwerk minder zwaar maken.”

Wat zie je als grootste uitdagingen in de pensioenvoorziening van schoonmakers?
“De inkomens in de schoonmaak zijn laag. Mensen moeten vaak parttime contracten stapelen om rond te komen. Door die lage inkomens zijn ook de pensioenen laag. Als fonds proberen wij mensen een bepaalde levensstandaard te bieden na hun pensionering en te voorkomen dat ze onderweg tussen wal en schip vallen.”


Hoe pakken jullie dat aan?
“We proberen de kosten zo laag mogelijk te houden. Een van onze kernwaarden is betaalbaarheid. We voeren bijvoorbeeld elk jaar gesprekken met APG of de prijs voor de pensioenuitvoering verder omlaag kan. Door samen te kijken of we dingen niet slimmer, eenvoudiger en daarmee goedkoper kunnen doen. Je hebt het niet over onzichtbaar geld hè, maar over het pensioen van de schoonmaker en die kan geen euro missen. Voor die mensen zet ik graag een stapje extra.”


Zou dat anders zijn voor bijvoorbeeld medisch specialisten?
“Dan zou ik het gevoel hebben dat het iets minder uitmaakt wat ik doe. Ik hoorde laatst een schoonmaker zeggen: voor 10 euro heb je bij C&A een broek. Die 10 euro maakt dus het verschil tussen wel of geen nieuwe broek. Dat maakt dit werk waardevol. Elke euro extra uitgekeerd pensioen is er weer één. We zitten dus niet te wachten op tierelantijnen.”

 

Zoals?
“De pensioenwereld is nogal bedreven in het starten van allerlei communicatiecampagnes om de bewustwording bij deelnemers te vergroten of om e-mailadressen te verzamelen. Een jaar later is iedereen zich nog net zo weinig bewust van het eigen pensioen en zijn de ontvangen e-mailadressen gedateerd, maar ondertussen heeft het een sloot geld gekost. Wij vinden dat onzin en doen dat gewoon niet. Wat je ook ziet, is dat sommige fondsen al volop aan het communiceren zijn over het nieuwe pensioenstelsel. Ook daar doen we niet aan mee. Wij wachten tot het nieuwe pensioencontract is uitgekristalliseerd, anders ga je onzekerheid communiceren en dat schept alleen maar verwarring.”

“Mensen zijn niet bezig met later, maar met nú”

Maar communicatie is toch juist voor deze sector belangrijk, gezien het aantal laagopgeleide medewerkers en migranten?
“De schoonmaaksector telt 170 nationaliteiten, de Nederlandse taalvaardigheid is vaak niet goed. Mijn moeder woont al 47 jaar hier, maar ze spreekt slecht Nederlands, al vindt ze zelf van niet. Een brief over haar pensioen, daar zou ze niets van begrijpen. Communicatie is dus een uitdaging in deze sector. We communiceren op A2-niveau, heel laagdrempelig. Onze doelgroep is ook helemaal niet bezig met pensioen. Het woord ‘baksteen’ leidt tot meer hersenactiviteit dan het woord ‘pensioen’, blijkt uit onderzoek. Ik hield eens een pensioenspreekuur bij een moskee in Rotterdam. De vragen bleken niet over pensioen te gaan, maar over de WAO, de kinderbijslag of de ziektekostenverzekering. Mensen zijn niet bezig met later, maar met nú.”

 

Hoe bereik je dan toch je doelgroep?
“Wij geloven dat dit vooral met digitale communicatie kan, dan kun je ook plaatjes gebruiken. Straks hopen we er vertaalapps aan te koppelen. In principe communiceren we in het Nederlands, maar een animatiefilmpje over pensioenkorting hebben we in zes talen ondertiteld. Zo’n belangrijke boodschap moet goed overkomen. Digitaal communiceren is goedkoper, duurzamer én effectiever. Dat sluit aan op onze tweede kernwaarde: begrijpelijkheid. We hebben er wel de e-mailadressen van deelnemers voor nodig. Dus hebben we werkgevers verplicht die met ons te delen, als enige pensioenfonds in Nederland.”

 

Dat mag toch niet volgens privacywet AVG, omdat je inkomensgegevens dan aan personen kunt linken?
“We hebben eerlijk gezegd wel discussie met juristen gehad of dit wel of niet kan volgens de AVG. Als fonds vinden wij van wel. We krijgen ook de sofinummers en inkomensgegevens van deelnemers, omdat die noodzakelijk worden geacht voor de pensioenuitkering. Waarom zouden we dan niet ook de e-mailadressen mogen krijgen? Die vinden wij namelijk nét zo essentieel om het pensioen voor onze deelnemers betaalbaar en begrijpelijk te houden. Een ander voorbeeld van dat AVG-formalisme: de servicedesk mocht telefonisch geen bedragen noemen, vanwege de verificatie of de beller zelf de betrokken deelnemer is. Maar mensen bellen juíst om die bedragen te horen. Je moet steeds voor ogen houden: voor wie zijn wij op aarde? Voor de deelnemer en niet voor de AVG.”


Vinden ze je lastig in de pensioensector?
Lachend: “Onlangs sprak ik een nieuwe medewerker bij APG. Op zijn eerste dag hoorde hij al over mij zeggen: ‘Dat is een gewaardeerde, maar zéér kritische klant van ons.’ Ik beschouw dat als een geuzencompliment, ja.”


Een rebel tegen de regels?
“Als deelnemers zich in een schrijnende situatie bevinden, halen we alles uit de kast. Toch kun je er door de regels soms niets aan veranderen. Dat houdt me wel bezig, ja. We hebben ook een brief naar de minister gestuurd over de regelgeving rond faillissementen. Als een bedrijf failliet gaat, neemt het UWV de betaling van de pensioenpremies over. Maar dat moeten de betrokken medewerkers zélf aanvragen, wij als fonds mogen dat niet voor ze doen. Zeven op de tien schoonmakers doen dat niet, terwijl ze wel aan dat vangnet meebetalen. Dat is toch te belachelijk voor woorden? Wat ons betreft is dat volledig onacceptabel. Wij maken er dan ook echt werk van om dat veranderd te krijgen.”


Hoe stellen jullie je als fonds op tegen schoonmaakbedrijven die hun pensioenpremie niet betalen?
“Keihard, zowel bij de incasso als bij het aanvragen van faillissementen. We stellen ook de bestuurders persoonlijk aansprakelijk. Dat is nodig, want de sector wil geen cowboys op de markt. En het werkt: omdat iedereen onze harde aanpak kent, worden pensioenpremies doorgaans netjes betaald.”

Over naar het nieuwe pensioenstelsel… Welke keuzes maken jullie als bestuur van BPF Schoonmaak?
“We willen zo snel mogelijk over naar het nieuwe stelsel. Want de dreiging dat we de pensioenen volgens de huidige regels moeten korten, blijft in de lucht hangen. Na de overstap kunnen onze deelnemers hun pensioen eindelijk zien stijgen. Verder hebben we bewust niet gekozen voor de flexibele premieregeling, waarin deelnemers eigen pensioenkeuzes moeten maken. Noem het paternalistisch, maar wij denken dat je mensen daar niet mee moet vermoeien. Je kunt die keuzes beter op centraal niveau maken. Daarom kiezen we voor de solidaire premieregeling (deze onderscheidt zich van de flexibele premieregeling in het feit dat meer keuzes collectief – door het fonds en de sociale partners – worden gemaakt en risico’s collectief worden gedragen, red.). Dat solidaire stelsel past ook bij de cultuur in de schoonmaaksector: als de een iets overkomt, staat de ander klaar om te helpen.”

 

De solidariteitsbuffer om financiële tegenvallers op te vangen moet onder meer uit beleggingen komen. Je hebt dus rendement nodig, maar de maatschappij eist ook duurzaamheid…
“Duurzaam beleggen hoeft niet ten koste te gaan van rendement. We zijn het aan de maatschappij verplicht om duurzaamheid op de agenda te zetten. Ook als klein fonds, met ‘maar’ zeven miljard vermogen. Onze derde kernwaarde is betrokkenheid. Dat vertaalt zich in drie speerpunten voor ons vermogensbeheer: arbeidsnormen, mensenrechten en klimaat. Zo willen we geen obligaties in landen die mensenrechten of arbeidsnormen niet respecteren.”


ABP heeft besloten niet meer in fossiele brandstoffen te investeren. En jullie?
“Dat ligt bij ons nog niet op tafel. Ik vind wel dat ABP een goed statement heeft neergelegd. Wij zijn nog aan het kijken wat het meeste effect heeft. Als je uit fossiele brandstoffen stapt, kun je als belegger ook geen invloed meer uitoefenen. En, als ik eerlijk ben: wij ervaren ook minder maatschappelijke druk dan ABP.”

“De blanke bovenklasse in dit land heeft de mond vol van diversiteit, maar niemand doet wat”

Sociale gelijkheid is een ander maatschappelijk thema. Hoe stellen jullie je daarin op?
“Onder de 170 nationaliteiten in de sector bevinden zich ook hoogopgeleide Syriërs, die hier alleen mogen schoonmaken. De blanke bovenklasse in dit land heeft de mond vol van diversiteit, maar niemand doet wat. Wij willen daarin verandering brengen. Zo verwachten we van onze partners, zoals APG, dat ze diversiteit omarmen. In ons eigen bestuur willen we daarin vooroplopen. We hebben drie bestuurders met een migratieachtergrond: Anita is van Surinaamse afkomst, Semih en ik hebben een Turkse achtergrond. En stagiaire Laila is een jonge Marokkaanse vrouw. Ons geschiktheidsplan eist dat het bestuur mensen met een migratieachtergrond moet bevatten. Dat zou je ook in de Code Pensioenen moeten opnemen. Ik ben ook voorstander van een quotum voor mensen met een migratieachtergrond. Het komt niet vanzelf goed.”


Als adviseur van VCP, de vakcentrale voor professionals, heb je te maken met mensen die veel meer verdienen dan schoonmakers. Hoe voelt dat, die twee petten?
‘Welke pet ik ook op zet: ik ben wie ik ben en ik zeg wat ik vind. Of het nou gaat om managers, politieagenten, piloten of schoonmakers. In essentie zijn hun belangen hetzelfde. Álle werknemers willen een goed en geïndexeerd pensioen. Alle werknemers willen dat er voor hun nabestaanden wordt gezorgd. Waarbij het wel de vraag is of je dat levenslang moet doen, nu het kostwinnersmodel heeft plaatsgemaakt voor het tweeverdienersmodel. En de meeste werknemers willen dat er collectief voor mensen gezorgd wordt die in financiële problemen komen. Die solidariteitsgedachte is gelukkig nog steeds aanwezig, hoewel minder dan vroeger.”

 

Waardoor meer mensen tussen wal en schip vallen?
“Ja. Toen mijn moeder zonder inkomen achterbleef en niet wist dat de bijstand bestond, was er gelukkig de Turkse gemeenschap. Mensen kwamen ons eten brengen, zodat we geen honger leden. When the shit hits the fan, heb je een arm om je schouders nodig. Solidariteit is belangrijk, net als respect. De maatschappij kijkt vaak neer op schoonmakers: het is werk dat we zelf niet willen doen en we willen ook niet zíen dat het gedaan wordt. Schoonmakers worden geacht hun werk onzichtbaar te doen. Het valt me steeds weer op hoe onfatsoenlijk mensen met schoonmakers omgaan: vaak groeten ze niet eens. Terwijl schoonmakers zelf terecht tróts zijn op hun werk. Daar mag de maatschappij meer fatsoen en dankbaarheid tegenoverstellen.”

Wie is Tarik Uçar?
Tarik Uçar werd in 1976 in Hengelo geboren. Zijn vader kwam eind jaren zestig als gastarbeider naar Nederland om bij Stork te werken. Zijn moeder volgde later met de twee oudere broertjes van Tarik. Kort na zijn geboorte scheidden zijn ouders. Het gezin leed in die periode armoede, omdat zijn moeder de weg naar de instanties niet wist te vinden. Ook later bleef het moeilijk om de eindjes aan elkaar te knopen.
De jonge Tarik ging rechten studeren en vervolgens werken bij de Pensioen- en Uitkeringsraad (die financiële ondersteuning biedt aan slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en hun nabestaanden). Aansluitend werkte hij bij Zwitserleven en de Pensioenfederatie. Daarna werd hij adviseur van pensioenfonds Horeca & Catering en toezichthouder bij de fondsen voor kappers en dranken. Sinds 2019 is hij uitvoerend bestuurder bij BPF Schoonmaak. Daarnaast is hij pensioenadviseur van VCP, vakcentrale voor professionals, en toezichthouder bij het Molenaarspensioenfonds.

Volgende publicatie:
“Uitspreken steun pensioenakkoord door kabinet is goed nieuws"

“Uitspreken steun pensioenakkoord door kabinet is goed nieuws"

Gepubliceerd op: 17 december 2021

De maatregelen in het woensdag gepresenteerde coalitieakkoord zijn in sommige gevallen nieuw en ambitieuzer dan bij de vorige kabinetsperiode - bijvoorbeeld op het gebied van klimaat en onderwijs. En in sommige gevallen gaat het verder op de ingeslagen weg. Dat is in ieder geval op pensioengebied goed nieuws. Zeggen APG’s Gert Dijkstra, managing director Nederlandse beleggingen en beleidsmedewerker Nick van de Sande in hun eerste reactie op het akkoord.

 

Het nieuwe kabinet omarmt de afspraken uit het pensioenakkoord uit 2019. Daarover schrijven de coalitiepartijen VVD, D66, CDA en ChristenUnie: ‘We voeren het pensioenakkoord uit voor een goed en fatsoenlijk pensioen voor alle generaties.’

 

“Die opnieuw uitgesproken steun voor het pensioenakkoord is erg fijn”, zegt Van de Sande, “Maar dat hadden we ook wel een beetje verwacht.” Net als de rest onder het kopje pensioen trouwens. “Inderdaad: weinig verrassends rondom het tweedepijlerpensioen. Maar ook dat is goed nieuws. We hopen dat het wetsvoorstel Toekomst Pensioenen snel wordt ingediend bij de Tweede Kamer. Dat gebeurt naar verwachting in het voorjaar van 2022. Zo kunnen we op koers blijven om het nieuwe pensioenstelsel op tijd – uiterlijk 1 januari 2027 – geïmplementeerd te hebben.”

 

AOW en minimumloon

Wel veranderen de plannen voor de AOW (Algemene Ouderdomswet): nu is die gekoppeld aan het minimumloon. Dus wanneer het minimumloon omhoog gaat, dan stijgen de AOW-bedragen evenveel mee. Die koppeling wil het nieuwe kabinet loslaten. Het minimumloon wil het kabinet in stapjes verhogen met 7,5%. Maar de AOW gaat niet automatisch ook 7,5% omhoog. Ter compensatie gaat de (inkomensafhankelijke) ouderenkorting omhoog. Dat is een korting op de belasting voor mensen die AOW-ontvangen. Van de Sande: “Met hoeveel de ouderenkorting gaat stijgen moet nog worden uitgewerkt. Dat geldt overigens voor de meeste plannen uit het coalitieakkoord. De precieze uitwerking en impact van dit akkoord zal in de loop van 2022 duidelijk worden.”

 

Positief

In het akkoord presenteert de coalitie ook een behoorlijke set aan klimaatmaatregelen. Zo wordt er een fonds van 35 miljard euro opgetuigd voor de energietransitie, en nog eens een van 25 miljard voor onder meer veranderingen in de landbouw en vermindering van stikstofuitstoot. Ook komen er twee kerncentrales bij. Dijkstra: “Het zijn ontzettend veel plannen. Ik ben dan ook zeer benieuwd of en hoe dat allemaal werkelijkheid kan worden. Maar toch: de aandacht voor klimaat en duurzaamheid vind ik positief. Goed dat er een minister voor Klimaat en Energie wordt aangesteld bijvoorbeeld. En ik zie ook mogelijkheden voor APG en onze fondsen. Het geld voor dat transitiefonds bijvoorbeeld, wordt geleend op de kapitaalmarkt. Daar kunnen we een rol spelen.”

 

Dat geldt ook, zegt Dijkstra, voor de extra investeringen die het kabinet wil doen in infrastructuur. Bijvoorbeeld in de Lelylijn: de nieuwe spoorlijn naar het noorden. “Ik vind het interessant om naar mogelijkheden te kijken om dat mee te financieren. Dat zou passen in APG’s ambitie van publiek-private investeringen in het Nederland van straks.”

Volgende publicatie:
‘Ik moet rondkomen van 40 euro per week’

‘Ik moet rondkomen van 40 euro per week’

Gepubliceerd op: 17 december 2021

Hoe ga je om met werk en geld voor nu en later? Leef je bij de dag of plan je doelbewust je financiële toekomst? En regel je ‘later’ zelf, of ben je aangesloten bij een pensioenfonds?

Renia Mers (64) wil absoluut uit de bijstand komen.

 

Renia Mers (64)

Beroep: Beginnend budgetcoach

Werkt wekelijks: 24 uur

Inkomen: Bijstandsuitkering à 1016 euro netto

Spaargeld: Geen

Pensioen geregeld? Ja, pensioen opgebouwd bij vorige banen

 

Wat doet u voor werk?

“Ik ben zelfstandig budgetcoach. Ik heb me onlangs voor de tweede keer ingeschreven bij de Kamer van Koophandel als ondernemer, met mijn bedrijf My Sweet Steps. Het is de bedoeling dat ik vanaf 1 januari start met het geven van workshops en het maken van budgetplannen voor klanten.”

 

Wat deed u hiervoor?

“Ik heb 37 jaar fulltime gewerkt bij diverse banken, waar ik me voornamelijk bezighield met klachten en kwaliteit. Toen mijn afdeling werd opgedoekt bij een reorganisatie, heb ik me laten omscholen tot budgetcoach. Maar net nadat ik voor mezelf was begonnen, stortte mijn hele leven in. Mijn relatie ging uit, waardoor ik moest verhuizen uit ons gezamenlijke koophuis, en ik kreeg in de daaropvolgende jaren tot twee keer toe een herseninfarct. Het was een nare, stressvolle periode, waardoor er die eerste keer weinig terechtkwam van mijn bedrijf. Hopelijk wordt het deze keer wél een succes.”

 

Hoeveel verdient u nu?

“Uit mijn eigen onderneming heb ik nog geen inkomen, daarom krijg ik nu nog een bijstandsuitkering à 1016 euro netto. Daarnaast ontvang ik huurtoeslag en zorgtoeslag, maar daar houd ik natuurlijk niets van over. Mijn laatste salaris bij de bank was ongeveer 2200 euro netto, dus dit nieuwe inkomen is wel even wennen geweest.”

 

Hoe komt u daarvan rond?

“Als budgetcoach weet je op een gegeven moment zelf ook wel hoe je met geld moet omgaan. Ik geef mezelf een weekbudget van 40 euro, waar ik het mee moet doen. Als het op is, is het op. Nee, dat is niet veel. Maar ik wil geen schulden hebben, dus ik heb geen keus. Ik moet al een jaar of vijf rondkomen van dit bedrag, inmiddels ben ik het wel gewend. Het is moeilijk om uit de bijstand te komen als je er eenmaal in zit. Als je boven de 50 bent word je niet makkelijk ergens aangenomen. Ik heb wel vrijwilligerswerk gedaan, waar ik 100 euro per maand voor kreeg als vergoeding. Maar verder mag je niets bijverdienen, anders word je gekort op je uitkering. Dat ik nu toch kan ondernemen, is dankzij het project ‘parttime ondernemer met een bijstandsuitkering’ van de gemeente Utrecht. Ik ben heel blij met deze mogelijkheid, want dat maakt het wat waardiger om in de bijstand te zitten. Bovendien ga ik ervan uit dat mijn bedrijf een succes wordt." 

 

Wat zijn uw vaste lasten?

“De huur bedraagt 673 euro. Daarnaast heb ik een telefoonabonnement van 28 euro per maand en betaal ik 90 euro aan gas en elektra. Best veel. Aan internet, tv en bellen ben ik 70 euro per maand kwijt. En ik heb, behalve mijn zorgverzekering en WA-verzekering, een begrafenisverzekering à 15 euro per maand.”

 

Ik heb geleerd dat je dingen niet alleen moet doen voor het geld, maar er ook plezier uit moet halen

Waar geeft u nog meer geld aan uit?

“Boodschappen, die 40 euro per week gaat voornamelijk daaraan op. Verder geef ik geld uit aan boeken, omdat ik wil bijblijven qua vakkennis. En ik heb een krantenabonnement voor 15 euro per maand, want ik vind het belangrijk om op de hoogte te zijn van wat er in de wereld speelt. Af en toe ga ik naar de bioscoop of het theater, of ga ik lunchen met vriendinnen of mijn dochter. Ik heb ook een museumjaarkaart.”

 

Waar bespaart u op?

“Ik ben minder vlees gaan eten, want dat is duur. Ook koop ik seizoensgroente en -fruit omdat dat vaak goedkoper is. Ik let goed op de aanbiedingen – helemaal nu alles nog duurder is geworden. Prijzige dingen die je altijd nodig hebt, zoals wasmiddel, koop ik groot in als ze in de bonus zijn. Zo bespaar ik. Met kleding kan ik lang doen, schoenen en jassen draag ik in principe meerdere jaren. Al heb ik net noodgedwongen een nieuwe jas gekocht, omdat mijn vorige veel te groot is nu ik veel ben afgevallen door het ziek zijn. De spullen die ik heb meegenomen toen mijn ex en ik uit elkaar gingen, zoals de wasmachine en de droger, zijn gelukkig nog steeds goed. Dus daaraan hoef ik voorlopig geen geld uit te geven. Verder probeer ik zoveel mogelijk gratis te doen, zoals cursussen van de vakbond.”

 

Heeft u spaargeld?

“Nee, niet meer. De buffer die ik had – 800 euro – heb ik gebruikt om een online omgeving te creëren voor My Sweet Steps, want ik ben vastberaden om uit de bijstand te komen. Ik hoop dat ik mijn buffer weer kan aanvullen als ik straks klanten heb. Ik heb altijd voor mezelf gezorgd, dat wil ik weer kunnen doen. Het is voor mij belangrijk om financieel onafhankelijk te zijn.”

 

Hadden uw ouders het vroeger thuis breed?

“Nee, ik kom uit een groot gezin, met acht kinderen. Ik ben de jongste. Toen we nog op Aruba woonden, had mijn vader altijd twee of drie baantjes. Maar toen hij zijn vaste baan kwijtraakte, was er gewoon niet genoeg geld om voor ons te zorgen. Als kind weet je wel dat er geen geld is, maar je hebt er ook weer niet zo veel erg in. Pas als anderen opmerkingen gaan maken, besef je dat armoede kennelijk iets is om je voor te schamen. Het heeft me wel gevormd. Mijn ouders wilden een betere toekomst voor ons, daarom zijn we op mijn 14de naar Nederland gekomen.”

 

Bent u bezig met uw oude dag?

“Ja, het is al bijna zover. In 2024 mag ik met pensioen. Ik heb gelukkig pensioen opgebouwd bij de banken en krijg straks ook AOW, plus wat pensioen via mijn ex. Ik denk dat ik alles bij elkaar wel weer op 2.000 euro per maand uitkom. Vergeleken met wat ik nu heb, is dat zeker genoeg.”

 

Hoe ziet u uw leven dan voor zich?

“Ik blijf gewoon werken, want ik vind het leuk en ik zou niet weten wat ik moet doen als ik ermee zou stoppen. De hele dag thuiszitten? Ik doe liever iets nuttigs met alle kennis die ik heb opgedaan. Het enige wat ik daarnaast wel zou willen doen, is reizen. Dat heb ik in het verleden veel gedaan, maar als je geen geld hebt, is dat geen optie. Dus ja, zodra ik weer kan reizen ga ik dat zeker doen.”

 

Wat is het belangrijkste wat u heeft geleerd over geld?

“Dat je dingen niet alleen moet doen voor het geld, maar er ook plezier uit moet halen. Iedereen heeft geld nodig, maar het maakt je niet altijd gelukkiger als je het hebt. Ik heb nu minder, maar ik ben wel gelukkiger dan toen ik nog fulltime werkte. Toen ging ik om zeven uur ’s ochtends het huis uit en kwam ik om zeven uur ’s avonds terug. Ik was alleen maar aan het werk. Er was geen tijd om echt van dingen te genieten. Ja, de vakantie, maar dat was maar twee of drie weken per jaar. Ik merkte dat ik eigenlijk altijd tijd tekortkwam. Nu heb ik meer tijd, minder geld, en ben ik gelukkiger.”

Volgende publicatie:
De Denen stapelen pensioen op pensioen

De Denen stapelen pensioen op pensioen

Gepubliceerd op: 10 december 2021

Het op één na beste pensioenstelsel ter wereld. Dát hebben we in Nederland, volgens de jaarlijks gepubliceerde Mercer CFA Institute Global Pension Index, waarin 43 landen worden meegenomen. Doen ze het in andere landen dan zo slecht? Elke twee weken duiken we in het stelsel van een specifiek land, twintig weken lang. Aflevering drie: Denemarken.

 

Na twee landen die het een stuk slechter voor elkaar hebben (Duitsland en Italië), is het tijd voor een land dat net als Nederland en IJsland beschikt over een ‘A-grade’ (zie kader) pensioenstelsel. Er zijn dan ook flink wat overeenkomsten tussen ons pensioensysteem en dat van de Denen. Ook zij beschikken over een soort AOW. En ook daar is dit ‘eerste pijler pensioen’ gefinancierd op basis van omslag (de werkenden betalen met zijn allen de oude dag van de gepensioneerden). Denemarken wijkt echter af van Nederland in de manier waarop de hoogte van dat staatspensioen bepaald wordt. In Nederland is dat een vast bedrag (de AOW), maar in Denemarken ontvangt de gepensioneerde een basispensioen met daarbovenop een inkomensafhankelijke toeslag. Hoe meer je verdient, hoe minder staatspensioen je dus krijgt.   

 

Mengvorm
En in die eerste pijler is er nóg een verschil te zien tussen Denemarken en Nederland. Want een pensioenregeling waaraan alle wérkenden verplicht zijn om mee te doen, zoals bij het Deense ATP het geval is, kennen we hier niet. ATP is een nationale regeling waaraan werkenden elk jaar een vast bedrag (ruim 450 euro per jaar) afdragen en dat risicomijdend wordt belegd. Vanaf het moment van pensioneren ontvangt de gepensioneerde een periodieke uitkering. De Denen noemen het een eerste pijler pensioen, maar eigenlijk is het een soort mengvorm want het wordt gefinancierd op basis van kapitaaldekking (daarbij bouwt de werknemer via een pensioenfonds een eigen pensioen op).

In Denemarken kennen ze óók een (voor de meeste werknemers verplichte) tweede pijler met een aanvullend pensioen op basis van kapitaaldekking. Dat pensioen is net als hier collectief geregeld door werkgevers en werknemers. De uitvoering is vaak ondergebracht bij een verzekeraar. Alleen wordt die premie daar in een persoonlijk pensioenpotje gestort in plaats van in een grote pot. Denen kunnen kiezen tussen verschillende beleggingsrisico’s. Bij pensionering wordt de pot omgezet in periodieke uitkeringen. Een deel kan ook als bedrag-ineens worden opgenomen (in Nederland is zo’n lumpsumregeling ook in aantocht). Negentig procent van alle werknemers is aangesloten bij zo’n fonds.

 

Zware beroepen
De pensioenleeftijd gaat er de komende jaren stapsgewijs omhoog naar 74 jaar (naar verwachting in 2070). Zelfstandigen en werknemers zonder cao zijn, net als in Nederland, niet verplicht om te sparen voor pensioen (met uitzondering van ATP). De regering werkt aan een plan om Denen met een zwaar beroep vanaf 2023 al op hun 61ste met pensioen te laten gaan. De vervangingsratio (de verhouding tussen de pensioenuitkering en het laatstverdiende loon) is in Denemarken met 74 procent net iets hoger dan in Nederland (71 procent). Denen dragen doorgaans 15 procent van hun salaris af aan pensioenpremie (in de tweede pijler).

 

Gender gap
Wat opvalt, is dat de ‘gender pension gap’ – vrouwen ontvangen gemiddeld een lager pensioen dan mannen – in Denemarken een stuk kleiner is dan in Nederland (4.9 procent tegenover 14.1 procent, op basis van cijfers uit 2018). Een belangrijke reden daarvoor is het in Nederland uitzonderlijk hoge aandeel van deeltijdwerk (37 procent) in de totale arbeidsparticipatie van vrouwen. In Denemarken is dat 19 procent.  

In de derde pijler werken de Denen veel met verzekeraars samen (de onderneming besteedt daaraan dan de pensioenregeling uit). Veel meer dan in Nederland, waar deelnemers in de derde pijler aanvullend pensioen vaker krijgen via het fonds waarvan ze ook hun tweede pijler pensioen ontvangen.  

 

 

Het Deense pensioenstelsel: Facts & figures

 

Waardering in de Mercer CFA Institute Global Pension Index 2021: A-Grade (“Een eersteklas en robuust systeem dat in een goed pensioen resulteert, toekomstbestendig is en een hoge mate van integriteit laat zien.”)

Inrichting:
driepijlerstelsel

Financiering:
 deels kapitaalgedekt, deels omslaggefinancierd.

Adequaatheid (Mercer ranglijst):
4e

Houdbaarheid (Mercer ranglijst):
2e

Integriteit (Mercer ranglijst):
13e

 

 

Volgende publicatie:
‘Ik heb door corona even helemaal geen inkomsten gehad’

‘Ik heb door corona even helemaal geen inkomsten gehad’

Gepubliceerd op: 8 december 2021

Hoe ga je om met werk en geld voor nu en later? Leef je bij de dag of plan je doelbewust je financiële toekomst? En regel je ‘later’ zelf, of ben je aangesloten bij een pensioenfonds?

Dorotheé Beens (47) is creatief in besparen. “Ik vind het veel bevredigender om een gouden vondst te doen op Marktplaats of Vinted, dan om bij Ikea gewoon te kopen wat er staat.”

 

Dorotheé Beens (47)

Beroep: Ondernemer

Werkt wekelijks: Gemiddeld 32 uur

Inkomen: Keert zichzelf 1350 euro per maand uit

Spaargeld: 8000 euro

Pensioen geregeld? Heeft tot haar 41ste pensioen opgebouwd bij ABP

 

Wat voor werk doe je?

“Ik heb twee bedrijven. Met het ene, Eigen-Wijsz, werk ik een aantal uur per week als coach en opleidingsadviseur voor sociale diensten. De focus ligt op mijn tweede bedrijf, Verschil in Zaken. Daarmee ga ik aan de slag met ondernemers die integer en duurzaam willen ondernemen met een bepaalde missie. Ik help hen onder meer met het overbrengen van hun boodschap.”

 

Wat is je achtergrond?

“Ik heb jarenlang gewerkt als trainer en inkoop opleidingen bij een gemeente. Ik verzorgde zelf trainingen en hielp mee met de ontwikkeling ervan. Steeds vaker zag ik verbeterpunten in presentaties van anderen. Zo is het idee ontstaan om zelfstandig aan de slag te gaan met trainings- en presentatietechnieken. Mijn werkgever heeft me echt gesteund in die stap. Ik ben in goed overleg vertrokken. Dat is inmiddels ruim zes jaar geleden.”

 

Wat verdiende je destijds?

“Met drie dagen werken verdiende ik meer dan mijn man met 36 uur per week. Ik meen dat het iets van 1600 euro netto was, en daar was de collectieve ziektekostenverzekering voor mij en mijn man dan al van ingehouden.”

 

En wat verdien je nu?

“Mijn inkomsten wisselen enorm, zeker in coronatijd. Ik merkte direct dat de opdrachten terugliepen. Een aantal maanden heb ik helemaal geen inkomen gehad. Inmiddels kabbelt het aantal opdrachten gestaag voort. Mijn bruto jaaromzet was vorig jaar bijna 26.000 euro, dit jaar verwacht ik op 40.000 euro uit te komen. Maar hoe hoog of laag mijn omzet ook is, ik betaal mezelf elke maand 1350 euro netto uit. Ook vorig jaar, ondanks de terugloop in opdrachten. Ik had een buffer van 20.000 euro, waar ik heel trots op was, maar die is door corona flink geslonken.”

 

Ben je blij met je huidige inkomen?

“Toen ik in 2015 met mijn eigen bedrijf begon, hebben we ervoor gekozen om al onze uitgaven rigoureus aan banden te leggen. Alle extra’s vielen weg. Een van mijn kinderen vond dat minder leuk, en dat is een understatement. Een ijsje kon er niet vanaf. Ik heb uiteindelijk een museumkaart aangeschaft van het geld dat ik had verdiend met wat figurantenklussen, zodat we toch nog wat uitstapjes hadden. Inmiddels kan ik mezelf meer uitkeren en kan ik prima leven van wat er binnenkomt. Maar ik zou het wel net iets ruimer willen, zodat ik wat meer vrij besteedbaar inkomen heb. Mijn schoonvader heeft twee pakhuizen, waarvan mijn man en ik er in de toekomst eentje willen overnemen om te verhuren. Dat levert ons misschien 150 tot 200 euro per maand op, niet veel, maar het is wel iets wat dan standaard binnenkomt.”

 

Hoeveel uur werk je?

“Gemiddeld 32 uur per week. De weekenden houd ik vrij, en op woensdag plan ik geen afspraken. Wat er is blijven liggen van maandag en dinsdag pak ik dan op, maar ik zorg ook dat ik ruimte heb om iets leuks te doen. Ik heb een periode gehad dat ik alleen maar aan het werk was, ik had er zoveel lol in. Maar op een gegeven moment voelde dat niet meer goed. Sinds ik vrije tijd inplan, ga ik effectiever met mijn tijd om en maak ik duidelijker keuzes in wat ik wel en niet doe.”

 

Hoe verdelen jullie thuis de lasten?

“We zijn getrouwd in gemeenschap van goederen, dus alles gaat privé op één grote hoop. Ik ben degene die de financiën beheert. Onze salarissen komen binnen op onze gezamenlijke rekening. Aan het begin van het jaar maak ik begrotingen voor verschillende potjes: hypotheek, verzekeringen, boodschappen, cadeautjes, uit eten, vakantie, kapper, sport, parkeren, et cetera. We stellen samen vast wat we daaraan mogen uitgeven en elke maand schrijf ik op wat we daadwerkelijk hebben uitgegeven. Het plan is beter dan de uitvoering hoor, we vliegen nogal eens uit de bocht.”

 

Hoeveel spaargeld heb je?

“Nou, de buffer die ik had was goed weg, maar inmiddels heb ik gelukkig weer wat kunnen sparen en ik heb een investering van 10.000 euro kunnen doen voor mijn tweede bedrijf. Er staat weer iets van 8000 euro op mijn zakelijke spaarrekening.”

 

Ben je goed in sparen?

“Ik probeer het altijd wel. Ik zet standaard de helft van een betaalde factuur op mijn spaarrekening. Daar kan ik dan omzetbelasting en inkomstenbelasting van betalen, en ik kom niet aan wat er overblijft. Voor de studie van onze twee kinderen hebben we sinds hun babytijd elke maand 20 euro per kind apart gezet. Ze wisten daar niets van. We hebben ze eerst laten uitrekenen wat een studie kost en wat ze per maand nodig hadden; ze trokken wit weg. Diezelfde avond verrasten we ze met de boodschap dat wij de helft van hun studiekosten voor onze rekening nemen. Ik vond het belangrijk om hen de waarde van geld bij te brengen. Missie geslaagd, want we hebben er een mooi gesprek over gehad.”

Wat zijn je maandelijkse vaste lasten?

“De hypotheek kost 1100 euro, inclusief levensverzekering en dat soort dingen. Aan de ziektekostenverzekering zijn we 320 euro kwijt, en aan overige verzekeringen 215 euro. Televisie, internet en telefoonabonnementen zijn samen gemiddeld 94 euro. Verder heb ik een lidmaatschap van de ANWB voor 14 euro. De gas- en lichtrekening bedraagt 156 euro, water kost ons 30 euro.”

 

Waar geef je nog meer geld aan uit?

“Vakantie is voor mij heel belangrijk, maar een week is al voldoende. Het gaat vooral om die vrijheid en eropuit kunnen trekken. We beknibbelen ook niet op huishoudelijke hulp. Die komt eens in de week twee uur en dan is alles weer aan kant. 25 euro per week en het scheelt een hoop gekibbel over wie wat doet. Ik kan ook erg genieten van culinair uiteten gaan. Dat hoeft echt niet elke maand. Als we het één keer per jaar doen, waardeer ik het alleen maar meer. Voor uitstapjes en uiteten hebben we in principe een budget van 100 euro per maand, maar daar komen we niet altijd mee uit.”

 

Waar bespaar je op?

“Ik pak vaker de fiets. Dat scheelt een hoop parkeer- en benzinekosten. Ik probeer bezuinigingen om te denken naar iets positiefs, zoek naar een creatieve en duurzame draai. Zo haal ik regelmatig een tas eten via TooGoodToGo, een app waarin winkels en restaurants voor weinig geld producten aanbieden die nog maar kort houdbaar zijn. Ik vind het leuk en spannend, want je weet nooit wat je krijgt. Soms kan ik er drie avonden van eten. Ik koop niet alles tweedehands, maar ik merk wel dat ik het veel bevredigender vind om een gouden vondst te doen op Marktplaats of Vinted, dan om bij Ikea gewoon te kopen wat er staat.”

 

Hoe heb je je pensioen geregeld?

“Ik heb tot mijn 41ste pensioen opgebouwd bij ABP. Mijn man bouwt nog pensioen op, en we hebben allebei een lijfrente van 10.000 euro. We spelen met het idee om in de toekomst ons huis te verkopen en van de opbrengst twee tiny houses te kopen. Eén om in te wonen, de andere om in te werken, de (klein)kinderen te ontvangen of om te verhuren. Zelfvoorzienend, met zonnepanelen en wateropvang. Dan hebben we nauwelijks nog vaste lasten en kunnen we leven in een groene omgeving – mijn ultieme gevoel van vrijheid.”

 

Wat ontvang je straks aan pensioen, denk je?

“Eens kijken… 666 euro per maand, 8000 bruto per jaar. En daarbovenop nog AOW natuurlijk. Ik ben er niet heel gerust op dat ik daar later van rondkom. Maar we hoeven ons ook niet heel veel zorgen te maken. Mijn man zegt altijd: we leven nu, we kunnen wel dood zijn tegen die tijd.”

 

Hoe zie je je leven na je pensionering voor je?

“Ik wil veel tijd in de natuur doorbrengen, lekker scharrelen en genieten van de vogeltjes. Van dat buitengevoel worden mijn man en ik het gelukkigst. Ook denk ik dat we er veel op uit zullen trekken: fietsend, wandelend, met een camper of met de trein. Samen op ontdekkingstocht, dat lijkt me heerlijk.”

Volgende publicatie:
“Het getuigt van moed dat we het stelsel willen hervormen”

“Het getuigt van moed dat we het stelsel willen hervormen”

Gepubliceerd op: 29 november 2021

Nederland heeft een van de beste pensioenstelsels ter wereld. Dat meldt Mercer al jaren. Maar als je de gemiddelde Nederlander vraagt of hij er vertrouwen in heeft, dan zegt maar 4 op de 10 mensen: ja. Zijn we verwend in Nederland? Of is er meer aan de hand? “

 

“Pensioenfondsen proberen zekerheid te bieden in een onzekere wereld. Dat is praktisch onmogelijk.” Aan het woord is Harry van Dalen. Hij is hoogleraar economie aan Tilburg University en senior onderzoeker bij het onderzoeksinstituut NIDI. Sommigen kennen hem van zijn eerdere columns in de Volkskrant en Zin Magazine. Voor kennisinstituut Netspar doet hij geregeld onderzoek naar vertrouwen en pensioenkeuzes.

 

Hebben we er nog een beetje vertrouwen in?

“In 2004 zijn we begonnen met meten hoe mensen denken over banken, verzekeraars, tussenpersonen en pensioenfondsen. Toen had ongeveer 6 op de 10 mensen vertrouwen in de pensioenfondsen. Als je de vraag nu stelt, is dat 4 op de 10.”

 

Geldt dat voor iedereen?
“Jonge mensen hebben duidelijk minder vertrouwen dan ouderen. Voor mensen die nog niet met pensioen zijn staat het geld alleen op een pensioenoverzicht en is tamelijk abstract. Gepensioneerden zien het elke maand op hun rekening en dan wordt het concreet.”

 

 

En geldt het voor alle fondsen?
“Ja, dat geldt voor bijna alle pensioenfondsen. Het vertrouwen in pensioenfondsen is overigens hoger dan in banken of verzekeraars. En het eigen pensioenfonds “scoort” vaak ook beter dan het pensioenstelsel in het algemeen. Je eigen fonds ken je beter. We hebben mensen gevraagd of ze van pensioenfonds zouden wisselen als ze die keuze hadden. Dat is een indirecte manier van vragen naar vertrouwen. Dat zou 20% overwegen, 80% dus niet.”

 

Wat heeft veel invloed (gehad) op het vertrouwen?
“Alles wat als een contractbreuk voelt. Na de kredietcrisis, vanaf 2008,  vielen zekerheden weg. Fondsen konden niet meer indexeren. Sommige fondsen moesten zelfs de pensioenen verlagen. Toen ook nog de overheid de AOW-leeftijd versneld verhoogde, was de maat vol. Met name voor de mensen die toen bijna 65 waren.”

“Daarna veerde het vertrouwen weer een beetje terug. Nu praten we over een nieuw pensioenstelsel en gaan er opnieuw dingen veranderen. Hoe dat uitpakt voor het vertrouwen moeten we gaan zien. Maar weet wel: mensen hebben een hekel aan onzekerheid als het om geld gaat.”

 

Het is sowieso een onzekere tijd…
“Ja. Mensen zitten thuis, er is een pandemie, de prijzen stijgen. Economen zeggen dat het tijdelijk is, maar ondertussen zitten de mensen in de rats. En dan heb je het ongenoegen over die enorme pensioenpot, terwijl er geen indexatie mogelijk is. De regels van de toezichthouder zijn streng, maar ze zijn er niet voor niks. Pensioenfondsen moeten niet alleen de pensioenen van de ouderen van vandaag, maar ook die van morgen betalen.”

“En vlak ook het “uitstralingseffect” niet uit van het teruglopende vertrouwen in de overheid en de politiek. Affaires rondom de toeslagen dragen hier aan bij. En uit ons onderzoek blijkt dat groepen die alle vertrouwen in de overheid hebben verloren ook zeer weinig vertrouwen in pensioenfondsen hebben.”

 

Toch zegt Mercer: Nederland heeft een van s' werelds beste pensioenstelsels.
“Mercer kijkt naar hoe goed pensioenstelsels in de wereld de armoede onder ouderen voorkomen, en naar de integriteit en de toekomstbestendigheid. Voor deelnemers doet uiteraard alleen de Nederlandse situatie ertoe. Ze hebben er niets aan dat het in IJsland een fractie beter is geregeld. Voor hen is een pensioenfonds niet meer of minder dan een systeem om te sparen voor later. Zij zien niet waar het fonds óók voor zorgt en welke risico's het fonds voor hen collectief afdekt.”

Kunt u daar een voorbeeld van noemen?
“Denk aan het ‘risico’ dat je langer leeft dan je zelf had gedacht. Stel, je regelt je eigen pensioenpot en je leeft 7 jaar langer dan jezelf had verwacht. Van het bedrag dat je daarvoor nodig hebt, kun je bijna een huis kopen. In een fonds deel je dat risico met andere deelnemers.”

“Als werknemer betaalt je werkgever vaak het grootste deel van de premie. Mensen zien dat vaak niet, want het staat niet op hun loonstrook. Daarom vinden zzp”ers een pensioen erg duur. Je bent dan immers werkgever en werknemer en betaal je de volle mep.”

 

Zijn we verwend in Nederland?
“Dat vind ik een moeilijke vraag. Ik zou zeggen: tel je zegeningen. Het pensioenstelsel is complex en misschien niet perfect. De mix van een AOW en aanvullend pensioen vind ik echter nog altijd waardevol. En ga er maar aanstaan: pensioenfondsen proberen zekerheid te bieden in een onzekere wereld. Dat is praktisch een onmogelijke opdracht. Dat we nadenken over hervorming van het pensioenstelsel getuigt van moed, omdat je de realiteit van een vergrijzende samenleving onder ogen moet zien.”

Volgende publicatie:
La dolce vita, maar niet voor de pensionado

La dolce vita, maar niet voor de pensionado

Gepubliceerd op: 26 november 2021

Het op één na beste pensioenstelsel ter wereld. Dát hebben we in Nederland, volgens de jaarlijks gepubliceerde Mercer CFA Institute Global Pension Index, waarin 43 landen worden meegenomen. Doen ze het in andere landen dan zo slecht? Elke twee weken duiken we in het stelsel van een specifiek land, twintig weken lang. Aflevering twee: Italië.

 

Waar kun je beter je oude dag slijten dan in het land waar la dolce vita is uitgevonden? Italianen genieten gemiddeld lang van hun pensioen: mannen 20,7 jaar, vrouwen 25,7 jaar. Dat komt deels door de hoge levensverwachting, maar ook doordat Italianen gemiddeld op hun 64ste stoppen met werken. De wettelijke pensioenleeftijd is er sinds 2019 voor iedereen 67. Eerder mochten mannen op hun 65ste met pensioen, en vrouwen, opmerkelijk genoeg, op hun 60ste al.

 

Tot in de hemel

Tot 1992 groeiden de bomen in Italië tot in de hemel. Je mocht na 35 jaar werken met vervroegd pensioen (ambtenaren al na 20 jaar en getrouwde vrouwelijke ambtenaren zelfs na 15 jaar), mét behoud van je laatstverdiende salaris. Tegenwoordig moeten mannen 42 jaar en 10 maanden premie hebben betaald om aanspraak te kunnen maken op vervroegd pensioen, en vrouwen 41 jaar en 10 maanden.

 

Net als in Duitsland leunen de Italianen voor hun oude dag grotendeels op het pensioen uit de eerste pijler. Deze bestaat uit een basisouderdomspensioen (‘vecchiaia’) en een uitkering die afhangt van je arbeidsverleden en premie-inleg (‘anzianità). Recente aanpassingen hebben de toekomstige uitkeringen minder hard gemaakt. De kans dat de daadwerkelijke uitkering lager uitvalt, is dus groter geworden. Het aandeel van het tweedepijlerpensioen (opbouw van pensioen via een bedrijfstak- of ondernemingspensioenfonds) in de totale pensioensom is in Italië gering (1 procent).

 

Vergrijzing hakt erin

De pensioenuitgaven drukken zwaar op het Italiaanse overheidsbudget. Volgens schattingen van de Algemene Rekenkamer zullen ze in 2022 een piek bereiken van 15,9 procent van het bruto binnenlands product (BBP). In Nederland maakt de AOW iets minder dan 5,4 procent van het BBP uit (2020) en in 2040 is dat naar verwachting ruim 6,5 procent. En aangezien het grootste deel van de Italiaanse pensioenen gefinancierd is op basis van omslag (de werkenden betalen met zijn allen de oude dag van de gepensioneerden) zal de vergrijzing in Italië er de komende jaren in gaan hakken. Een kleiner aantal werkenden moet immers het pensioen voor een groeiende groep gepensioneerden opbrengen.

Op ‘houdbaarheid’ scoort Italië in de Mercer Index dan ook het slechtst van alle (43) onderzochte landen. Voor jongeren is dat een weinig aanlokkelijk perspectief. Het moet immers nog maar blijken of er straks nog genoeg voor hen in de pensioenpot zit.  

 

Het Italiaanse pensioenstelsel: Facts & figures

 

Waardering in de Mercer CFA Institute Global Pension Index 2021: C-Grade (“Een systeem met een aantal goede eigenschappen, maar ook grote risico’s en tekortkomingen. Als deze niet worden aangepakt, is het de vraag of het systeem op de lange termijn houdbaar en adequaat is.”).


Inrichting: driepijlerstelsel


Financiering: grotendeels omslaggefinancierd. Voor een zeer klein deel kapitaalgedekt, waarbij het gaat om Defined Contribution (DC) regelingen waarvoor ondernemingen individueel zorgen (bij een DC-regeling wordt de hoogte van de pensioenuitkering op het moment van pensioneren vastgesteld, afhankelijk van de ingelegde premie en het beleggingsrendement dat daarop is behaald).


Mediaan pensioen: 80 procent van het gemiddeld looninkomen. Mediaan wil in dit geval zeggen: de helft van de pensioenen bedraagt minder dan 80 procent van het gemiddeld looninkomen en de helft van de pensioenen bedraagt meer dan 80 procent van het gemiddeld looninkomen.


Mediaan pensioen eerste pijler (2019): 13,194.35 euro
Gemiddeld pensioen tweede pijler: zo goed als nul
Adequaatheid (Mercer ranglijst): 16e
Houdbaarheid (Mercer ranglijst): 43e (laatste)
Integriteit (Mercer ranglijst): 22e

 

Volgende publicatie:
‘Als ik niet snel werk vind, moet ik een uitkering aanvragen’

‘Als ik niet snel werk vind, moet ik een uitkering aanvragen’

Gepubliceerd op: 25 november 2021

Hoe ga je om met werk en geld voor nu en later? Leef je bij de dag of plan je doelbewust je financiële toekomst? En regel je ‘later’ zelf, of ben je aangesloten bij een pensioenfonds?

Nikki Dix-Stork (26) werkte na haar hbo-studie fulltime in een supermarkt, maar kwam thuis te zitten met een burn-out. “Het werk ging me helemaal tegenstaan.”

 

Nikki Dix-Stork (26)

Beroep: Startende ondernemer

Werkt wekelijks: Ongeveer 40 uur per week

Inkomen: Tot 1 december € 1972 bruto uit loondienst, daarna waarschijnlijk € 1636 ww-uitkering.

Spaargeld: Geen.

Pensioen geregeld? Bouwde een beetje pensioen op bij haar vorige baan.

 

Wat doe je voor werk?

“Op het moment ben ik werkloos. Of nou ja, ik ben kortgeleden mijn eigen bedrijfje gestart, maar daar verdien ik nog geen geld mee. Nadat ik tweeënhalf jaar geleden mijn hbo-studie vrijetijdsmanagement had afgerond, kon ik geen werk vinden in die branche. Daarom ben ik voltijd gaan werken in de supermarkt, waar ik al sinds mijn 16de een bijbaantje had als versmedewerker. Ik vond zo’n vast contract wel fijn. Verstand op nul, lekker geld verdienen en sparen. Tot ik er helemaal klaar mee was.”

 

Waarom was je er klaar mee?

“Na een tijdje ging het me helemaal tegenstaan. Ik werd niet uitgedaagd, was mijn ambitie kwijt en had het gevoel dat ik geleefd werd. Steeds vaker dacht ik: ik heb een hbo-diploma, wat doe ik hier? Maar ja, werk vinden in ‘mijn’ branche was nog niet zo makkelijk, zeker niet sinds de corona-uitbraak. Ik heb een keer of tien gesolliciteerd, meestal hoorde ik niets terug. De keren dat ik wel op gesprek mocht komen, liepen op niets uit. Bijna overal vroegen ze meer werkervaring.”

 

Wat heb je toen gedaan?

“Op een gegeven moment zat ik thuis met een burn-out, door een opeenstapeling van dingen. Ik was geestelijk en lichamelijk op. Na een maand in de ziektewet moest ik van mijn werkgever en bedrijfsarts alweer gaan opbouwen. Ik heb meerdere keren aangegeven dat het niet ging, maar daar werd niets mee gedaan. Ik werd er doodongelukkig van. Uiteindelijk heb ik in overleg besloten mijn contract te beëindigen. Ik ben op 1 oktober gestopt en krijg tot 1 december doorbetaald. Het was de bedoeling dat ik op die datum een nieuwe baan zou hebben, maar het ziet er niet naar uit dat dat gaat lukken. Dan moet ik een uitkering aanvragen. Dat is niet het einde van de wereld, maar ik vind het best eng.”

 

Wil je wel een baan zoeken, nu je net een bedrijfje bent gestart?

“Ik ben wel aan het solliciteren, maar eerlijk gezegd heb ik er geen zin meer in. Ik vind het heerlijk thuis. Ik heb eindelijk tijd voor het huishouden en onze kittens, en kan veel tijd investeren in mijn bedrijf en mijn herstel. Maar ik verdien nog niets, dus het zou verstandig zijn om in ieder geval een baan te hebben tot ik fulltime kan leven van mijn onderneming. Aan de andere kant gaat dat ten koste van de tijd die ik in mijn bedrijf kan steken. Ik vind het lastig om de motivatie te vinden. Ik ben nog niet helemaal hersteld van die burn-out en als ik mezelf ga pushen wordt dat er niet beter op.”

Wat voor onderneming ben je begonnen?

“Ik ga ondernemers helpen met hun visuele merkidentiteit en online zichtbaarheid op sociale media. Ik krijg veel energie van het ondernemen en vind het leuk om anderen te helpen. Ik hoop dat ik dit in de toekomst fulltime kan doen, en zo ook financiële vrijheid mag ervaren. Maar eerst nog even keihard aan de slag.”

 

Hoeveel verdiende je bij de supermarkt?

“Gemiddeld tussen de 1700 en 1800 euro per maand. In de drukkere periodes en met overuren liep dit vaak op tot 2000 euro.”

 

Was je daar blij mee?

“Nee, het was iedere maand een beetje krap. Maar mijn man en ik konden er vorig jaar wel een huisje mee kopen in het centrum van Utrecht. We kregen een hypotheek voor 270.000 euro en hebben 271.500 betaald. Als we het nu verkopen, maken we er denk ik al een ton winst op. In een jaar tijd, bizar. Maar we blijven nog wel even zitten.”

 

Hoe kom je nu rond?

“Ik heb 3500 euro bruto meegekregen als vergoeding van de supermarkt. Geen vetpot, maar het is íéts. En ik krijg dus nog doorbetaald tot 1 december, al is dat aanzienlijk minder dan toen ik nog werkte, want toen maakte ik ook overuren.”

 

Wat zijn je maandelijkse vaste lasten?

“Aan onze hypotheek zijn we 937 euro kwijt, aan inboedel-, rechtsbijstand- en reisverzekeringen samen zo’n 100 euro. We hebben allebei een zorgverzekering van 140 euro en een telefoonabonnement à 40 euro per maand. Voor tv en internet betalen we 66 euro. Energie kost ons straks 98 euro. Verder leasen we een auto, dat kost ons inclusief verzekering ongeveer 400 euro per maand.”

 

Waar geef je nog meer veel aan uit?

“Ik investeer veel in mezelf en mijn bedrijf. Zo volg ik zelfontwikkelingscursussen of masterclasses om mijn kennis te vergroten. Ook bestellen we iedere week wel een keer eten, maar dat betekent niet dat we dan voor 50 euro aan sushi in huis halen. Het is vaak een frietje of pizza, of afhaaleten. Ik denk dat we daar op jaarbasis veel geld mee kunnen besparen. Uiteten gaan vinden we ook heerlijk, maar dat doen we alleen wanneer we er de financiële ruimte voor hebben. Dat is dus niet maandelijks.”

 

Waar bespaar je op?

“We gaan niet vaak op vakantie. Tijdens mijn burn-out zijn we naar Curaçao gegaan omdat we dat echt even nodig hadden, maar dat was de eerste keer in zes jaar dat we samen weggingen. Als we wat meer te besteden hebben, willen we graag de wereld over reizen. Waar ik ook op bespaar, is de kapper. Daar ga ik maar één of twee keer per jaar heen. O, en we hebben Netflix, Videoland, Amazon Prime én Disney+, maar daarvan hebben we de kosten gedeeld met de familie. Dus ieder heeft één abonnement en met elkaars wachtwoord kunnen we alles kijken.”

Vanaf mijn 68ste krijg ik 250 euro aan pensioen per maand. Ja, daar schrik ik wel van

Hoeveel spaargeld heb je?

“Niets. We hebben een gezamenlijke spaarrekening waar we iedere maand 500 euro op zetten, maar daar blijft nooit iets van over. Het spaargeld dat we eerder hadden opgebouwd, zo’n 10.000 euro, is helaas opgegaan, onder meer door onze reis naar Curaçao, doordat we zijn opgelicht en door het kopen van een huis.”

 

Ho, stop: opgelicht?

“Ja, een paar jaar geleden liep het contract van onze oude woning af en we zochten wanhopig een nieuwe huurwoning. Op Marktplaats had ik een bericht geplaatst dat we een woning zochten, waarschijnlijk heeft de oplichter mij zo gevonden. ‘Bedankt voor je interesse in de woning’, antwoordde hij. Ik had op zoveel dingen gereageerd dat ik geen twee keer nadacht. Hij woonde in Zweden, zei hij, en had in Nederland een huisje gekocht als investering. Het klonk heel geloofwaardig. Het verhaal was dat we via Airbnb de woning voor een maand konden boeken om te kijken of het iets voor ons was. Via een website van Airbnb – fake, bleek achteraf – maakten we 2500 euro over. We hoorden nooit meer iets. Nu klinkt het heel stom, maar op dat moment wilden we het graag geloven. Het was een harde les.”

 

Iets heel anders: ben je bezig met je oude dag?

“Nu ik ondernemer ben, moet ik wel uitzoeken wat ik precies moet regelen. Ik weet er nog niet veel van, behalve dat ik het zelf moet ophoesten. Ik heb wat opgebouwd bij de supermarkt, maar dat is geen vetpot.”

 

Maak je je daar zorgen over?

“Ja, wel een beetje. Zeker omdat ik nog in de beginfase zit van mijn bedrijf. Ik moet later wel kunnen rondkomen.”

 

Hoeveel zou je per maand krijgen als je nu met pensioen gaat?

“Volgens mijn pensioenoverzicht is het verwachte bedrag 1.558 euro per maand. Maar dat is vast het bedrag als ik dit werk zou blijven doen tot mijn pensioen… O wacht, tot nu toe is de opbrengst 177 euro per maand netto, staat er. Vanaf mijn 68ste krijg ik 250 euro per maand. Ja, daar schrik ik wel van. Maar ik probeer me er nu maar niet druk over te maken. Het komt vast wel goed. Ik ben al kleinschalig begonnen met beleggen bij Peaks. Daar kun je dat doen met je wisselgeld. En ik wil me nog meer verdiepen in beleggen en investeren wanneer mijn onderneming financieel sterker is. Dan zet ik ook een deel van mijn winst apart als oudedagsreserve of vraag een lijfrenteverzekering aan.”

 

Hoe zie je je leven voor je als je gepensioneerd bent?

“Ik hoop dat we dan nog allebei gezond zijn, dat we een lekker zakcentje hebben opgebouwd en onbezorgd kunnen genieten. Een leuk huisje kopen op Curaçao of in Italië: dat zou toch mooi zijn?"

Volgende publicatie:
“Makkelijk rijk worden met exotische beleggingen, daar geloven wij niet zo in”

“Makkelijk rijk worden met exotische beleggingen, daar geloven wij niet zo in”

Gepubliceerd op: 11 november 2021

Maar liefst drie van de vijf spelers in de Engelse Premier League zijn binnen vijf jaar na het einde van hun voetbalcarrière failliet. In de Amerikaanse NBA-competitie is het voor basketballers al niet anders. Nee, dan Nederland. Daar blijken voetballers hun financiën zelfs beter geregeld te hebben dan de gemiddelde Nederlander. En daar zou het CFK – een financiële overbruggingsregeling voor profvoetballers en -wielrenners – wel eens een grote rol in kunnen spelen.


Na vijftien jaar directeur van het CFK te zijn geweest, kende Ben-Ivar Kolster zijn pappenheimers wel. En ook in zijn huidige rol als financieel coach bij de VVCS (de belangenorganisatie voor betaald voetballers) maakt hij de handel en wandel van profspelers van dichtbij mee. Dat niet iedere voetballer even verantwoordelijk met zijn geld omgaat, wist hij dus ook. Maar dat het zo erg als in Engeland en de VS zou zijn, leek hem sterk.

Kolster: “We zagen die statistieken één op één op Nederland geprojecteerd worden. Maar omdat we dat beeld helemaal niet herkenden, hebben we dit door een student aan de Universiteit van Utrecht laten onderzoeken. En wat blijkt? Profvoetballers in Nederland hebben na hun voetbalcarrière zelfs nog minder financiële problemen dan de gemiddelde Nederlander, volgens de definities van het Nibud. Ze hebben minder betalingsproblemen, sluiten minder leningen af en komen makkelijker rond. Nee, dat verraste ons niet. Want wat bij profvoetballers na hun carrière kan leiden tot problemen, wordt heel goed ondervangen door het CFK.”


Zwart gat
Een financiële buffer die de profvoetballer en –wielrenner na zijn sportcarrière de tijd geeft om zich zonder financiële zorgen voor te bereiden op een maatschappelijke loopbaan. Zo zou je het CFK kunnen omschrijven. Want voor topsporters is het vaak even slikken, als ze gestopt zijn. Velen worstelen met het wegvallen van hun inkomsten én hun dagstructuur en vallen in een zwart gat. Het CFK is erop gericht om dat te voorkomen, via de opbouw van een persoonlijke financiële reserve.

Ben-Ivar Kolster

Gokverslaving
Zo’n reserve is volgens VVCS-voorzitter en voormalig profvoetballer Evgeniy Levchenko (onder meer Vitesse, Sparta Rotterdam en FC Groningen) geen overbodige luxe: “Het leven ná voetbal is een test op duurzaamheid, want de overstap van voetbal naar een normaler leven is echt groot. Je verliest de dagelijkse structuur en hebt niet zomaar een manier om terug de maatschappij in te rollen. In feite worden spelers gebruikt als materiaal. Ze leven tijdens hun actieve voetbalcarrière in een afgesloten wereldje waarin alles voor ze wordt gedaan. Ze hoeven zich alleen maar met hun prestaties op het veld bezig te houden. Maar zodra ze gestopt zijn, zeggen hun zaakwaarnemers vaak: ‘Zo, nu kan ik niks meer voor je doen.’ En dan moeten ze dingen zelf gaan regelen. Ik heb destijds wel eens gedacht: hoe heb ik in godsnaam twintig jaar in Nederland kunnen voetballen zonder ook maar iets te weten van praktische zaken als belasting en verzekeringen?”  


En het zijn vaak niet alleen de zaakwaarnemers, die de interesse voor een speler verliezen nadat deze is gestopt. Levchenko: “Het komt regelmatig voor dat de vrouw van een voetballer er vandoor gaat als zijn carrière voorbij is. En dan is de stap naar het drinken, de gokverslaving en betrokkenheid bij match fixing snel gezet.”


Naast hun relatief geringe problemen wees het onderzoek naar het financiële reilen en zeilen van voetballers in Nederland ook uit dat veel spelers begeleiding missen bij de vraag hoe ze met hun geld moeten omgaan. Kolster: “Eigenlijk is dat ook niet zo vreemd. Zaakwaarnemers zien dit in het algemeen niet als hun verantwoordelijkheid, vinden het misschien ook wel eng. Het is voor voetballers ook lastig om in te schatten wie ze kunnen vertrouwen.”


“Hij doet zaken”

Niet weten wie je kunt vertrouwen. Wellicht is dát de reden dat 20 procent van de voetballers in Nederland zijn investeringsadviezen niet bij een beleggingsexpert inwint, maar in de kleedkamer. Ook Levchenko hoorde ploeggenoten daar regelmatig over de ‘gouden kansen’ van bepaalde investeringen of van exotische beleggingen als cryptovaluta. “Er zijn best spelers die goed investeren. Maar heel veel spelers die ik tegenkom, hebben de business waarin ze hebben geïnvesteerd volledig onderschat. ‘Hij doet zaken’, hoor ik dan over andere voetballers. Maar als ik die voetballers vraag of ze zich in die investering hebben verdiept, blijken ze bij God niet te weten waar ze hun geld in steken. Voor mij is het simpel: ik héb geen verstand van cafés, dus ga ik er ook niet in investeren. Ik ben niet tegen een hoog rendement en risico. Maar je moet de risico’s wel kénnen en spreiden.”

Het CFK: Oorsprong en regeling


“Eind jaren zestig ging een aantal topspelers steeds meer verdienen. Voor het eerst kende Nederland fullprofs. De VVCS voorzag hierbij een probleem, omdat de meeste spelers niet spaarden voor de onzekere periode na hun carrière. Daarbij speelde het hoge belastingtarief van 72 procent ook een rol. Er was dus behoefte aan een collectieve spaarregeling die de profvoetballer meer zekerheid na zijn loopbaan zou bieden.


Met het oprichten van het CFK in 1972, ontstond zo’n regeling. Tijdens de actieve carrière draagt de sporter verplicht (ook buitenlandse spelers) een percentage (maximaal 25 procent) van het bruto inkomen af. Die premie vormt de inleg in een persoonlijk fonds en wordt door het CFK collectief belegd. Over deze inleg hoeven geen belasting of sociale premies te worden afgedragen. Direct na het einde van de profcarrière ontvangt de sporter over een aantal jaren (afhankelijk van het persoonlijke fondssaldo en de eigen voorkeur) een overbruggingsuitkering. Hierop houdt het CFK belasting en sociale premies in.

In zijn rol als financieel coach probeert Kolster profspelers bewuster te maken van risico’s en te behoeden voor foute keuzes. “Als VVCS zijn we in ons advies vrij defensief ingesteld. Snel en makkelijk rijk worden met allerlei exotische beleggingen, daar geloven wij niet zo in. Je kunt best overwegen in cryptovaluta te beleggen, zolang je je maar bewust bent van de risico’s die erbij horen. En aan dat laatste schort het te vaak, omdat alleen succesverhalen gedeeld worden. Ik wil spelers aanzetten tot nádenken over hun financiën, ook over de valkuilen. Als iemand bijvoorbeeld gaat emigreren, moet-ie wel aan bepaalde dingen denken.”


Kolster benadrukt dat hij de spelers niet alles uit handen neemt, noch specifieke investeringen adviseert. Hoe ziet dat advies er dan wél uit? “We beginnen met het financiële doel van een speler. Ik laat ze zien hoe ze zelf kunnen beleggen in aandelen en andere effecten en op welke manieren ze het kunnen uitbesteden. Ik ga het niet voor ze doen. Maar ik wil ook dat ze nadenken over opleidingen et cetera, zodat ze die overstap naar ‘het normale leven’ makkelijker kunnen maken. Ik zeg altijd: je grootste kapitaal ben je zelf – je vermogen om carrière te maken.”


Foute types

Is het niet makkelijker om spelers in contact te brengen met een goede beleggings- of financieel adviseur? “Aan de ene kant wel, ook om mensen niet ten prooi te laten vallen aan foute types. Maar ze ergens naartoe sturen, daarvan wil je ver wegblijven. Spelers die naar me toekomen voor advies, hebben gelukkig al de neiging om iets verstandiger met hun geld om te gaan. Die vinden ook makkelijker zelf de weg.”

Er zijn echter ook spelers die het geld dat ze op het veld hebben verdiend, er meteen doorheen jagen. Levchenko: “Veel voetballers geven toch alles uit wat ze verdienen. In hun actieve jaren raken ze gewend aan een bepaalde levensstijl. Maar als je stopt, moet je je uitgavenpatroon echt veranderen. Want dat hoge salaris komt opeens niet meer elke maand binnen. Spelers kunnen soms echt omhooggevallen zijn en sommigen hebben na het stoppen last van statusverlies.”


Failliet

Niet alle voetballers waren altijd even gecharmeerd van het CFK. Zo waren er in het verleden enkele spelers die druk op de organisatie zetten om hun geld – dat in het fonds zat – in één keer uitgekeerd te krijgen, vertelt Kolster. Anderen, die er op jongere leeftijd tégen waren dat een deel van hun geld ‘vastzat’, bleken later toch wel erg blij.

Levchkenko: “Als je jong bent en denkt dat je de wereld aankunt, kun je met investeringen veel verliezen. Ik ken spelers die tien keer zoveel verdienden als ik maar al snel na het einde van hun voetballoopbaan failliet waren. Die kunnen nu wél terugvallen op wat ze bij het CFK hebben opgebouwd. Ik zou er ook nooit voor pleiten om het opgebouwde CFK-bedrag in één keer beschikbaar te maken.”

Protesterende spelers
Ook Levchenko draaide op latere leeftijd bij. “Toen ik naar Nederland kwam, was ik 18. Destijds kon je als buitenlander een vrijstelling krijgen van deelname aan het CFK. Ik ben na vijf of zes jaar alsnog vrijwillig gaan meedoen aan de regeling omdat dat in mijn geval handiger was. Want ik wilde wel sparen maar merkte dat het geld toch te veel naar andere dingen ging. Achteraf is dat een heel goede beslissing geweest.”

Kolster: “Er bestaat altijd een strijd tussen het individuele- en het collectieve belang. Ik heb er respect voor als iemand zegt: ‘Jij hebt niet te beslissen over mijn geld’. Maar als je er wat maatschappelijker naar kijkt: als je zo twee derde van de mensen kunt beschermen tegen een hoop ellende, waarom zou je het dan niet doen? Tegen protesterende spelers zei ik altijd: ‘Zie het maar als solidariteit met de anderen. Ik respecteer je standpunt, maar we gaan het niet veranderen.’”


Alles uitgeprobeerd
Hoe heeft Levchenko die overgang naar ‘het normale leven’ zélf eigenlijk ervaren? “Toen ik op mijn 35e stopte, moest ik herboren worden. Voor mij was dat een lastige tijd. Ik heb eerst zes maanden alleen maar op mijn luie reet gezeten en gedacht: wie komt me helpen? Maar er kwam niemand. Uiteindelijk heb ik mezelf herpakt en stappen gemaakt. Maar anderen, die hoger speelden dan ik, vielen veel dieper.”


Anderhalf jaar lang heeft Levchenko van alles uitgeprobeerd. “Ik wist zeker dat ik geen trainer wilde worden. Over een rol als voetbalanalist heb ik getwijfeld. Het belangrijkste is uiteindelijk dat je veel voldoening van je werk krijgt. Veel spelers rollen ergens in zonder dat ze zich afvragen of het echt iets voor ze is. Daarom is zo’n CFK-regeling zo belangrijk. In die tijd is het voor mij echt een redding geweest. Het geeft je de tijd om te kijken wat je met je leven wilt, om tot je ding te komen.”


Levchenko’s ding
Voor Levchenko bleek het voorzitterschap van de VVCS uiteindelijk zijn ding. “Waar ik nu zit, kan ik veel spelers helpen door ze te adviseren en mijn ervaringen te delen – ook met foute zaakwaarnemers. Ik wil spelers behoeden voor de fouten die ik zelf heb gemaakt en anderen heb zien maken. Ik vind het vooral belangrijk dat ze goed blijven nadenken over wat ze doen met hun leven.”


Kolster: “Vroeger deed de man de financiële zaken en als hij overleed, wist zijn vrouw niet hoe ze die dingen moest regelen. Bij een voetballer is het niet anders. Je moet, óók tijdens je actieve jaren, bepaalde dingen weten – op belastinggebied bijvoorbeeld. Het zijn jóuw geldzaken. Want als je stopt, blijken mensen niet altijd met jouw belangen bezig te zijn geweest.”

Volgende publicatie:
"Door het leven dat ik leid, voel ik me nu al een pensionada"

"Door het leven dat ik leid, voel ik me nu al een pensionada"

Gepubliceerd op: 9 november 2021

Hoe ga je om met werk en geld voor nu en later? Leef je bij de dag of plan je doelbewust je financiële toekomst? En regel je ‘later’ zelf, of ben je aangesloten bij een pensioenfonds?

Mariëlle Renckens (50), werkt als vrijwilligster met paarden sinds ze door een reorganisatie haar baan kwijtraakte.

 

 

Mariëlle Renckens (50)

Beroep: vrijwilliger

Werkt wekelijks: bijna fulltime

Inkomen: geen

Spaargeld: geen

Pensioen geregeld? Ja

 

Wat doe je voor werk?

“Ik werk vrijwillig als holistisch trainer en coach van de door mijzelf opgerichte stichting Natuurlijk Kind en Paard. We hebben als stichting vier afgedankte paarden gekregen, waarmee we kinderen leren hoe ze met de dieren moeten omgaan. Kinderen met ADHD worden er bijvoorbeeld rustiger van, angstige kinderen krijgen er meer lef door. Ook is het onze missie om ongelukken met paarden te voorkomen. In Nederland vinden jaarlijks 68.000 ongelukken met paarden plaats, veelal omdat mensen paarden nog steeds niet goed begrijpen. Het gaat bijna altijd om ernstige ongelukken omdat een paard zo groot is. Met een hond moet je op cursus voordat je ervoor kunt zorgen, bij een paard zou dat ook moeten. Wij bieden zo’n training aan. Ik heb ook een boek geschreven over de basisprincipes.”

 

Waar komt je interesse vandaan?

“Ik heb zelf een ernstig ongeluk meegemaakt met een paard. Ik moest uitgegraven worden uit de rijbak. Als het paard over me heen was gerold, had ik hier nu niet gezeten. Ik was van onder tot boven bont en blauw, ik wist niet dat een lijf op zo veel plekken kon verkleuren. Daarna ben ik een tijdje gestopt met paardrijden. Maar toen mijn dochter op haar derde al over paarden begon en ik haar niet durfde te laten rijden, wist ik dat ik mijn angst moest aanpakken. Bij DressuurNatuurlijk heb ik de kneepjes van de klassieke rijkunst en de natural horsemanship geleerd. Toen mijn dochter 8 was kreeg ze een eigen paard en zo is het allemaal begonnen. In 2010 heb ik de stichting opgericht.”

 

Hoeveel uur per week ben je hier druk mee?

“Ik denk dat het alles bij elkaar, met de verzorging en training van de paarden, uitkomt op veertig uur.”

 

Wat deed je hiervoor?

“Ik werkte bij het bedrijfsbureau van Algemeen Maatschappelijk Werk, ik nam nieuwe cliënten aan. Dat heb ik dertien jaar lang gedaan, tot ik door een reorganisatie werd wegbezuinigd. Er was geen plek meer voor me. Dat is heel mensonvriendelijk gegaan. Ik ben niet bij de pakken neer gaan zitten, maar de manier waarop het gebeurde deed natuurlijk wel wat met me. Ik voelde me overmeesterd, en velen binnen de organisatie met mij. Ik kreeg wel een som geld mee: bruto 10.000 euro, waar je dan 5500 euro van overhoudt.”

Wat heb je met dat geld gedaan?

“Ik ben de Kilimanjaro gaan beklimmen. Even kijken of er nog wat pit in dat lijf van me zat. Nou, ik heb hem getopt hoor, en dat is niet vanzelfsprekend. Het was heel gaaf. Daarna besloot ik me fulltime te richten op wat ik het liefste doe: andere mensen helpen met de paarden.”

 

Hoe kom je rond zonder inkomsten?

“Ik krijg voor mijn vrijwilligerswerk 150 euro per maand belastingvrij. Daarvan betaal ik mijn zorgverzekering. Verder heb ik het geluk dat mijn man een eigen bedrijf heeft en dat hij de vaste lasten betaalt. We hebben ook wat paarden van anderen bij ons op stal staan, waarvoor we tussen de 220 en 250 euro per maand aan stalgeld vragen. Dat geld gaat allemaal naar de verzorging van onze eigen paarden. Ook de inkomsten vanuit de lessen die ik geef en vanuit de verkoop van mijn boek, gaan naar de stichting en de paarden toe. Daarvan betaal ik hooi, water, elektriciteit, dierenarts, wormenkuren. Paarden houden is niet goedkoop, maar een hobby mag wat kosten.”

 

Wat zijn je vaste lasten?

“Op onze hypotheek lossen we zo’n 700 euro per maand af. Aan elektriciteit zijn we 200 euro per maand kwijt, aan boodschappen gemiddeld 500 euro. We gaan steeds vaker naar de boer. Daar betaal je iets meer, maar dan heb je wel waardevolle producten en help je ook de boer.”

 

Waar geef je nog meer veel geld aan uit?

“De dierenarts en de paardentandarts zijn grote kosten. Een tandartsbehandeling kost zo’n 250 euro per paard, dus dat is op jaarbasis al snel 1000 euro. Ook laten we elk jaar preventief een holistisch dierenarts komen, om grote kosten aan blessures te voorkomen. Voor vier paarden kost dat ons ook 1000 euro. En dan nog alle tuig die je nodig hebt. Zadels, teugels, stijgbeugels, onderhoud van de spullen. Een zadel laten verstellen, wat moet gebeuren als een paard bijvoorbeeld voller wordt, kost ook zo 250 euro. Dus dat tikt aan. Maar we betalen alles uit het geld dat de stichting opbrengt. Het is een circulair systeem.”

“Ik denk dat we naar een wereld gaan waarin waarde op andere manieren wordt uitgedrukt dan alleen in geld”

Houd je dan nog wat over voor jezelf?

“Niet echt, maar als je blij bent met wat je hebt, heb je niet zo veel nodig. Om luxe kleren geef ik niets, en ik ben niet iemand die dure make-up koopt. Ik houd wel van een lekker luchtje, maar ik draag al jaren dezelfde en die vraag ik dan met kerst, als hij in de aanbieding is. Een dagcrème die ik lekker vind, vraag ik voor mijn verjaardag van mijn kinderen. Mijn man en ik houden van wijn, maar als je een beetje wijnkennis hebt kun je prima uit de voeten met een proeverijtje met wijnen van de Lidl. Mijn man heeft een horecabedrijf en werkt ook in restaurants. Als etenswaren tegen de houdbaarheidsdatum lopen en niet meer verkocht kunnen worden, mag hij ze weleens mee naar huis nemen. Zo zorgen we toch voor wat luxe in huis.”

 

Hoeveel spaargeld heb je?

“Niets.”

 

Wat betekent geld voor je?

“Als je jong bent, denk je dat geld het allerbelangrijkst is. Maar het is veel belangrijker dat je authentiek blijft. Als je weet wat jouw waarde is, kun je die overal ruilen tegen iets anders. Als je je creativiteit maar durft te laten gelden. Ik denk dat we veel meer naar een wereld gaan waarin waarde op andere manieren wordt uitgedrukt dan alleen in geld. Wat heb je als mens te bieden? Hoe kun je elkaar helpen zonder daarvoor in geld te betalen? Ik kan bijvoorbeeld lessen geven, terwijl mijn buurman een appelboom in zijn tuin heeft staan. Een les van mij kan evenveel waard zijn als de zak appels van de buurman die ik daarvoor in ruil krijg.”

 

Ben je bezig met je oude dag?

“Ons pensioen hebben mijn man en ik allebei redelijk op orde. Toen we 25 waren werkten we allebei in de horeca in Amsterdam, daar werd ons een mooi spaarplan aangeboden. Het bijspijkerpensioen heette dat, niet te verwarren met de woekerpolis waar veel over te doen is geweest. Mijn man heeft horecapensioen, ik heb jarenlang horecapensioen en zorgpensioen opgebouwd. Daarnaast is ons huis al voor een groot gedeelte afbetaald. En we hebben een levensverzekering. Mocht een van ons overlijden, dan is het voor de ander een pensioen.”

 

Hoe zie je je leven straks voor je?

“Ik denk dat ik dan hetzelfde leven leid als nu. Zolang ik elke dag een buitenrit kan maken, ben ik tevreden. Ik voel me nu al een pensionada. Een hele fitte, en zo wil ik ook 100 worden. Ik ben dankbaar dat ik mijn leven op deze manier kan inrichten. Dat wil niet zeggen dat ik te beroerd ben om de handen uit de mouwen te steken als het nodig is. Als ik het financieel niet red, kan ik altijd nog fruit gaan plukken. Er is genoeg werk hier in de buurt van Groningen, daar zie ik niet tegenop. Maar als het niet hoeft, ben ik heel blij met de dagbesteding die ik nu heb.”

Volgende publicatie:
APG wint publieksprijs Pensioenwijzer 2021

APG wint publieksprijs Pensioenwijzer 2021

Gepubliceerd op: 5 november 2021

Platform Geldvinder helpt Nederlanders financieel gezonder te maken

Het online platform Geldvinder is een jaar na lancering in de prijzen gevallen. Op de 11e editie van de Pensioen3daagse beloonden professionals uit de financiële sector met een ruime meerderheid het initiatief van APG met de PensioenWegwijzer Publieksprijs. Richard Coonen, manager business development Geldvinder en Pierre Wolfs, product owner: “Wij weten doelgroepen te activeren die traditioneel niet makkelijk bereikbaar zijn.”

 

Geldvinder is een applicatie die bestaat uit drie belangrijke onderdelen die samenwerken om iedereen financieel gezonder te maken. Een fitmodel, bedoeld om de financiële situatie van de gebruiker te meten, een fit-test op basis van een aantal te beantwoorden vragen en concrete acties die voortvloeien uit de eerste twee componenten. De tool is op initiatief van APG en in samenwerking met twintig partners tot stand gekomen. En heeft als doel om op een laagdrempelige en proactieve manier te werken aan de financiële fitheid van medewerkers. Zo kunnen zij bewust aan de slag met persoonlijke financiële doelen voor nu, straks en later.

Wat betekent het winnen van een dergelijke prijs?
Pierre Wolfs: “Het publiek, ofwel de toekomstige gebruikers van Geldvinder, heeft met meerderheid van stemmen voor ons gekozen. Dat bevestigt dat er in de Nederlandse samenleving behoefte is aan ondersteuning op het gebied van financiële fitheid. Pensioen is daar een belangrijk onderdeel van en staat in directe relatie met andere onderdelen, zoals je inkomsten en uitgaven, je buffer en risico’s en je vermogen en schulden. Wij zijn er in geslaagd om een fitmodel en fit-test te ontwikkelen die al deze onderdelen samenbrengen. Met als resultaat inzicht voor de gebruiker qua fitheid op financieel gebied, en ook handelingsperspectief. Met andere woorden: welke doelen kan ik stellen op korte en lange termijn? En hoe kom ik daar?”

 

En wie bereik je daarmee?
Richard Coonen: “Het afgelopen jaar hebben we Geldvinder ingezet bij twintig pilot-werkgevers uit diverse sectoren en hebben meer dan 1500 medewerkers Geldvinder uitgeprobeerd. Met Geldvinder weten we doelgroepen te activeren die traditioneel niet makkelijk bereikbaar zijn, zoals jongeren en dertigers en veertigers. Daar gaan we met Geldvinder ook verder op voortbouwen.”

 

Geldvinder is in november 2020 gelanceerd en ging, na een periode van testen en optimaliseren, in maart live voor het publiek. En nu dus al zo’n mooie onderscheiding. Waar zit hem dat in?

Richard Coonen: “Het feit dat we dit niet alleen hebben gedaan, maar juist met een co-creatie groep van twintig werkgevers uit diverse sectoren (gemeenten, provincies, energiesector, watersector, onderwijs, defensie), werkgeverkoepels, sociale fondsen en vakbonden heeft geleid tot veel enthousiasme en sympathie voor dit collectieve initiatief. Waarbij APG zelf ook heeft meegedaan uiteraard als werkgever. Naast deze unieke aanpak, krijgen we ook veel belangstelling door de ‘engine’ van Geldvinder: ons fitmodel en de fitscore die uniek is in Nederland. Hierbij vermeld ik direct dat we ook hier de samenwerking hebben gezocht met specialisten en gedragswetenschappers. Wat er onder de motorkap van Geldvinder zit is in die zin uniek en een staaltje op zich. Onze partners die helpen bij het doorontwikkelen van het fitmodel en de fittest hebben hier dus ook een belangrijke bijdrage aan geleverd.”

“Het mooie aan het platform is dat je medewerkers helemaal zelf in staat kan stellen om aan de slag te gaan”

Wat zijn de volgende stappen in het project?

Pierre Wolfs: “Op 18 november ronden we de pilotfase van Geldvinder af. Samen met onze co-creatie partners staan we dan stil bij het afgelopen jaar en de resultaten die zijn geboekt. Inmiddels hebben meerdere werkgevers die deelnamen in ons initiatief de intentie uitgesproken om Geldvinder na de pilotfase ook duurzaam te willen gaan inzetten binnen hun organisaties. En het is onze ambitie als team om veel meer werkgevers in Nederland in staat te stellen Geldvinder aan te bieden aan medewerkers om te werken aan hun financiële fitheid. Het mooie aan het platform is dat je medewerkers helemaal zelf in staat kan stellen om aan de slag te gaan. Dus het is enorm schaalbaar. Qua functionaliteit hebben we daarnaast uiteraard nog heel veel plannen. Zo voorzien we dat naast de ‘selfservice’ die Geldvinder faciliteert, we ook de mogelijkheid om een-op-een gecoacht te worden, hetzij online of fysiek, aan te reiken.”

 

 

Genomineerden

De vijf finalisten die kans maakten op de publieksprijs zijn geselecteerd uit tien inzendingen. Felipe van Beetz, vanuit het management team verantwoordelijk  voor de Geldvinder applicatie  en Deborah Schrijver, die de bouw van het fitmodel en de fit-test aanstuurt, gaven tijdens het evenement in zes minuten een ‘pitch’ voor zowel het publiek in de zaal als de online deelnemers aan dit event. De finalisten waren: 

  • Fit je pensioen in! – Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW)
  • Pensioenlabel – VCP Young Professionals
  • Geldvinder – APG
  • Deelnemers als beste pensioenwegwijzer - Blue Sky Group
  • Webinar UPO, wat moet je ermee? - Pensioen UWV, TKP Pensioen en Niek den Tex

De uitreiking vond plaats tijdens een inspiratiebijeenkomst voor vernieuwende pensioencommunicatie met als thema: nieuwe manieren om over je oude dag te praten. De bijeenkomst werd georganiseerd door Wijzer in geldzaken samen met de Pensioenfederatie, Verbond van Verzekeraars en Netspar in het kader van de Pensioen3daagse

 

 

 

Geldvinder van APG wint de PensioenWegwijzer publieksprijs - Foto Valerie Kuypers / Wijzer in geldzaken

Volgende publicatie:
'Rentenversicherung' is geen vetpot

'Rentenversicherung' is geen vetpot

Gepubliceerd op: 5 november 2021

Pensioen in het buitenland aflevering 1: Duitsland


Het op één na beste pensioenstelsel ter wereld. Dát hebben we in Nederland, volgens de jaarlijks gepubliceerde Mercer CFA Institute Global Pension index, waarin 43 landen worden meegenomen. Doen ze het in andere landen dan zo slecht? Wekelijks duiken we in het stelsel van een specifiek land, tien weken lang. Voor de eerste aflevering beginnen we dicht bij huis: Duitsland, dat van Mercer een 18e notering krijgt.

 

Het pensioenstelsel van onze Oosterburen  rust net als dat van ons op drie pijlers, waarvan de eerste omslaggefinancierd is. Dat wil zeggen: de werkenden betalen met zijn allen de oude dag van de gepensioneerden – vergelijkbaar met onze AOW. Werkgever en werknemer betaalt ieder de helft van de premie. Maar in tegenstelling tot bij ons bestaat het Duitse omslagstelsel uit twee componenten. De eerste is een systeem waarin werkenden pensioenpunten opbouwen aan de hand van het aantal gewerkte jaren en de afgedragen premiesom. Meer punten betekent meer pensioen. De tweede component bestaat uit een minimumpensioen op laag niveau, als veiligheidsnet voor mensen die niet of heel weinig hebben gewerkt. In Nederland daarentegen bestaat de eerste pijler uit een vaste AOW-uitkering voor iedereen. 


Binnen de tweede pijler sparen werknemers via een bedrijfstak- of ondernemingspensioenfonds verplicht voor een aanvullend pensioen. En in de derde pijler – de private Altersvorsorge – kan men zich op vrijwillige basis aanvullend verzekeren, bijvoorbeeld via een lijfrentepolis.

 

Onder druk

In tegenstelling tot in Nederland maakt het Duitse pensioen van de staat maar liefst 80 procent van de totale pensioensom uit. En omdat er door de vergrijzing steeds meer pensioen opgebracht moet worden door steeds minder werkenden, staat de houdbaarheid van het Duitse systeem onder druk. Dat geldt voor onze AOW ook, maar hier leunt de gemiddelde werknemer juist veel meer op zijn aanvullende pensioen, opgebouwd via de werkgever. En omdat deze tweede pijler niet omslaggefinancierd is maar kapitaalgedekt (daarbij b0uwt de werknemer via een pensioenfonds een eigen pensioen op) is het Nederlandse stelsel veel minder kwetsbaar voor de vergrijzing dan het Duitse.  

 

Tot 2029 wordt elk jaar de pensioenleeftijd met één maand opgehoogd (vanaf 2024 met twee maanden), om uiteindelijk uit te komen op een pensioenleeftijd van 67 jaar. In werkelijkheid stoppen Duitsers gemiddeld op hun 64ste met werken. Mannen genieten daarna gemiddeld nog 19,1 jaar van hun pensioen, vrouwen gemiddeld 22,5 jaar. Duitsers betalen ongeveer 19 procent van het bruto maandloon aan premie voor het staatspensioen – de Rentenbeitrag. De overheid legt daar geen geld meer bij.

 

Bijstandsniveau

Hoe meer je verdient hoe meer je in Duitsland betaalt, maar de hoogte van je pensioen is ook afhankelijk van het salaris. Hoe hoger je salaris, hoe meer pensioen je zult ontvangen. Voor de meesten is dat overigens geen vetpot: de gemiddelde uitkering van de Rentenversicherung ligt momenteel rond de 1200 euro. En dat gemiddelde geeft een enigszins geflatteerd beeld omdat een aanzienlijk aantal Duitsers een pensioen onder het minimuminkomen ontvangt. Ter vergelijking: in Nederland is de AOW voor partners 838 euro per persoon (netto) en 1227 euro voor een alleenstaande. Maar vaak komt daar dan nog het zelf opgebouwde pensioen bij:  volgens het CBS krijgt slechts 6 procent van de Nederlandse gepensioneerden 250 euro of minder aanvullend pensioen per maand.

Vorig jaar werd in Duitsland de invoering van de Grundrente aangekondigd, een basispensioen voor de laagste inkomens. Ouderen die 33 jaar of langer hebben gewerkt en desondanks een pensioen onder het bijstandsniveau hebben, ontvangen een toeslag van maximaal 405 euro per maand.

 

Het Duitse pensioenstelsel: Facts & figures

 

Waardering in de Mercer CFA Institute Global Pension index 2021: B-Grade (“Een systeem met een degelijke structuur en veel goede eigenschappen, maar heeft een aantal verbeterpunten waardoor het niet tot de A-grade categorie behoort.”).

Inrichting:         drie pijlerstelsel

Financiering:    gedeeltelijk omslaggefinancierd, gedeeltelijk kapitaalgedekt

Mediaan pensioen: 50% van het gemiddeld looninkomen, waarvan 37,5% via eerste pijler (omslaggefinancierd) en 12,5% via tweede pijler (kapitaalgedekt). Mediaan wil zeggen: de helft van de pensioenen bedraagt minder dan 50% van het gemiddeld looninkomen en de helft van de pensioenen bedraagt meer dan het gemiddeld looninkomen.

 

Gemiddeld pensioen eerste pijler:                      1200 euro

Gemiddeld pensioen tweede pijler:                    400 euro

Adequaatheid (Mercer ranglijst):                        5e         

Houdbaarheid (Mercer ranglijst):                        21e

Integriteit (Mercer ranglijst):                                4e

Volgende publicatie:
Droom & Daad: 'Als je zelf gelukkig bent, kun je ook veel meer betekenen voor anderen'

Droom & Daad: 'Als je zelf gelukkig bent, kun je ook veel meer betekenen voor anderen'

Gepubliceerd op: 27 oktober 2021

Maar doodslaan deed hij niet

Want tussen droom en daad staan wetten

In den weg en praktische bezwaren

(uit: Willem Elsschot, Het Huwelijk)

 

Pensioen mag voor generatie Z een ver-van-hun-bedshow zijn, zij zijn wel de generatie van de toekomst. Waar dromen ze van? Wat doen ze om dat te bereiken? En wat staat het in de weg? In deze reeks laten we jongeren aan het woord over hoe nu en later er voor hen uitziet.

Maggy Schaap (27): “'Jezelf op 1 zetten is niet egoïstisch, de wereld wordt er uiteindelijk beter van.”

 

Wie: Maggy Schaap (27). Ze omschrijft zichzelf als een enthousiast, positief gevoelsmens, die durft te vertrouwen op haar intuïtie.

 

Woont: in een huurappartement van 57m2 in Amsterdam met haar vriend. “We moesten zo’n vier keer de maandhuur verdienen om het te kunnen huren. Kopen was destijds ook een optie, maar we wisten niet of we in Amsterdam wilden blijven. Nu we allebei voor onszelf zijn begonnen, is alles wat onzekerder. Maar ik probeer me niet gek te laten maken door de berichten over de huizenmarkt. Ik kan me wel enorm druk gaan maken over straks, maar wie weet is de situatie over een aantal jaar weer totaal anders.”

 

Werkt: als zelfstandig coach (https://www.instagram.com/goheartflowhard/). Ze gaf hiervoor haar baan in de saleswereld op. “Ik had een goed salaris, had op een gegeven moment een team van twaalf accountmanagers onder me; het ging heel snel. Toch knaagde er iets. Was dit wat ik echt wilde, of deed ik wat ik dacht dat de maatschappij van me verwachtte en wat ik onbewust van mezelf verwachtte? Dat gevoel werd steeds sterker. Ik volgde een coachopleiding en voelde al snel dat dít was wat ik echt wilde doen. Een jaar geleden heb ik mijn baan opgezegd en ben ik voor mezelf begonnen. Ik coach voornamelijk millennials die in een soortgelijke situatie zitten als waarin ik zat. Ik probeer ze bewust te maken van beperkende overtuigingen en ze te helpen gelukkiger te worden.”

 

Houdt van: reizen, wandelen, de natuur in, hardlopen, koken en zelfontwikkeling.

 

Waar droom je van?

“Ik werk nu vaak één op één met mensen, uiteindelijk zou ik graag op grotere schaal impact willen maken. Mijn ultieme droom is dat iedereen meer gaat luisteren naar zichzelf en zijn of haar hart durft te volgen. We willen voldoen aan verwachtingen, van onszelf en de maatschappij, maar vergeten daardoor soms wat we zelf willen. Jezelf op 1 zetten is niet egoïstisch, maar draagt juist bij aan een betere wereld. Als je zelf gelukkig bent, kun je ook veel meer betekenen voor anderen. Die boodschap wil ik zoveel mogelijk mensen meegeven. Ik doe al veel op sociale media en neem sinds kort ook dagelijks een podcast op, ik hoop daar nog meer in te groeien. Als het even kan, wil ik ook financieel vrij zijn. Doen waar mijn hart ligt, zonder het gevoel te hebben dat ik móét werken om rond te komen. Daarin wil ik ook groter durven dromen. Je hoeft niet per se te werken in loondienst en met pensioen te gaan op je 67ste, het kan ook anders.”

 

Hoe zie je jouw toekomst voor je?

“Ik wil mijn coaching verder uitbouwen en hoop dat ik daar veel mensen in mag helpen. Ik geloof erin dat mijn bedrijf op een moeiteloze manier kan groeien. Mensen zeggen vaak dat je hard moet werken om je dromen waar te maken. Daar heb ik niets op tegen, maar dat kan ook zonder jezelf voorbij te lopen. Het lijkt me heerlijk om ooit een huisje erbij te hebben in Spanje ofzo, of meer te kunnen reizen. En ik zou graag kinderen willen.”

 

Hoe ziet je gedroomde pensioen eruit?

“Ik denk daar eerlijk gezegd nog niet over na. Ik leef in het nu. Als ik wat meer verdien, ga ik wat opzijzetten of beleggen voor mijn pensioen. Mijn ouders zijn ook allebei ondernemer. Als ik zie hoeveel plezier zij nog hebben in hun werk, dan denk ik dat ik ook tot op hoge leeftijd wil blijven werken. Maar dan wel minder uren. Dat lijkt me heerlijk. En verder genieten van reizen, natuur en wie weet van mijn kinderen en kleinkinderen.”

 

Wat is je droom voor Nederland?

“Nederland is een bevoorrecht land, maar volgens mij zijn toch veel mensen ongelukkig. De basis is er: we hebben genoeg te eten en eigenlijk valt er weinig te klagen. Het zou mooi zijn als Nederlanders gelukkiger zijn met wat ze doen en durven uitspreken wat ze gelukkig maakt, zonder daarbij op oordelen van anderen te stuiten.”

 

Wat vind je wél goed gaan in de maatschappij?

“Dat we veel bewuster bezig zijn met onder andere voeding. Misschien is het mijn Amsterdamse bubbel, maar je ziet dat steeds meer mensen vegetarisch eten. Dat vind ik een goede ontwikkeling. Ook heb ik het idee dat er in Nederland steeds meer ruimte is om jezelf te zijn. Mijn moeder is getrouwd met een vrouw, en zij ondervindt daar geen problemen van. Als kind schaamde ik me er een beetje voor, maar nu vind ik het gek dat ik dat vroeger zo voelde. Het lijkt alsof het geen issue meer is als je op mensen valt van hetzelfde geslacht. Maar of de tolerantie op dit gebied nou écht verbeterd is, vind ik moeilijk te beoordelen.”

 

Wat zou er beter kunnen in de wereld?

“We moeten wat minder oordelen over anderen en over onszelf. Het zou veel schelen als we niet altijd met een mening klaarstaan over de gedragingen van anderen. Ik kan daar gefrustreerd van raken. Kijk eerst naar jezelf, denk ik dan. Oordelen is menselijk, ik ben ook geen heilige, maar ik probeer me er wel bewust van te zijn. Je weet nooit wat er speelt bij een ander.”

 

Wat baart je zorgen, met het oog op de toekomst?

“De klimaatcrisis. Ik verdiep me daar niet extreem in, maar ik probeer te doen wat ik kan. We kunnen onze ogen er niet voor sluiten, we moeten er nog bewuster mee bezig zijn. Wat me ook weleens zorgen baart, is dat zoveel mensen ongelukkig zijn. Ook jonge mensen zitten soms al met een burn-out. Maar over het algemeen ben ik optimistisch, ik heb het gevoel dat het allemaal wel goedkomt.”

 

Wat maakt je boos?

“Hoe dieren behandeld worden in de bio-industrie. Dat vind ik echt niet kunnen. Ik eet en drink zoveel mogelijk plantaardig en inspireer mijn ouders om dat ook te doen.”

Wat staat je dromen in de weg?

“Ik denk dat je altijd vooral jezelf in de weg staat. Ook ik heb beperkende overtuigingen en gedachten. Soms vind ik het lastig om meningen van anderen naast me neer te leggen. Op sociale media krijg ik tot nu toe gelukkig alleen maar positieve reacties, maar ik merk dat ik alles heel genuanceerd breng en het moeilijk vind om me over bepaalde zaken uit te spreken. Waarschijnlijk omdat er geen one-fits-all oplossing bestaat en ik een situatie altijd vanuit verschillende aspecten probeer te bekijken. Maar misschien laat ook ik me soms beperken uit angst voor het oordeel van anderen.”

 

Wat doe je zelf om je dromen te realiseren?

“Ik ben in het diepe gesprongen om mijn droom waar te maken. Dat is niet altijd makkelijk. Ik heb een bepaalde zekerheid achter me gelaten, hoewel je natuurlijk nooit écht zekerheid hebt. Ik doe veel aan persoonlijke ontwikkeling, dat is belangrijk om sterk in je schoenen te staan. Ik zet me dagelijks in om te groeien, ook al zie ik daar niet iedere dag resultaat van. Toch probeer ik dat  vast te houden.”

 

En wat doe je voor een beter Nederland en een betere wereld?

“Mijn bedrijf laten groeien, zodat ik eraan kan bijdragen dat mensen meer zichzelf zijn en vaker doen wat ze echt willen. Hoe meer gelukkige mensen in de wereld, hoe beter ze voor de wereld kunnen zorgen.”

Volgende publicatie:
“We moeten ons niet te veel richten op die eerste plek”

“We moeten ons niet te veel richten op die eerste plek”

Gepubliceerd op: 21 oktober 2021

Nederland heeft het op één na beste pensioenstelsel ter wereld, volgens de Global Pension Index. De ranglijst van nationale pensioenstelsels wordt elk jaar gepubliceerd door onderzoeksbureau Mercer. Nederland haalde een hogere score dan vorig jaar, maar raakte wel de koppositie aan de nieuwkomer IJsland kwijt. Denemarken completeert de top drie. Wat betekent de tweede plaats van Nederland? We laten onze experts aan het woord. “‘Nederland staat met het pensioenstelsel nog steeds aan de top.”

 

IJsland scoorde onder meer beter dan Nederland op het gebied van het spaarvermogen en schulden van huishoudens, de minimale pensioenleeftijd en verplichte pensioenopbouw bij arbeidsongeschiktheid of zwangerschapsverlof. “In de praktijk zal dit laatste hier vaak wel geregeld zijn op het niveau van het fonds, maar niet in de wet,” aldus Strategisch Beleidsmedewerker Tinka den Arend. Ook presteert Nederland iets slechter op de arbeidsparticipatie van 55-plussers en de overheidsuitgaven aan pensioenen.

 

Alexander Paulis, Actuarieel Directeur, waarschuwt dat we ons niet te veel moeten richten op die eerste plek. Hij wijst erop dat Nederland zelfs beter scoorde dan vorig jaar. Nederland zakte een plaats omdat IJsland dit jaar voor het eerst op de lijst is opgenomen. “We doen het dus niet minder, we doen het zelfs beter en we zijn bovendien nog bezig met allerlei zaken om de houdbaarheid van ons pensioenstelsel te vergroten.” Hij benadrukt ook dat de ranglijst minder wereldwijd is dan je zou denken. Zo gaat het nu om de pensioenen van 65% van de wereldbevolking (en eerder dus nog minder) uit 43 landen.

 

IJsland gooit vooral hoge ogen qua houdbaarheid van het systeem, met 84,6% tegenover 81,6% voor Nederland. Hierbij kijkt Mercer vooral naar de verhouding tussen de staatsschuld en het bruto nationaal inkomen. “Dat is in Nederland allemaal prima, maar in IJsland blijkbaar nog een stukje beter. Hier kijken we anders tegen de term houdbaarheid aan dan Mercer doet,” aldus Paulis. “Wij denken bij houdbaarheid eerder aan het nieuwe pensioenstelsel en de bijbehorende keuzemogelijkheden. Dat lijkt mij veel belangrijker dan dat je gaat millimeteren of de staatsschuld nog een procentje lager is of niet. Wat mij betreft ziet het er onverminderd goed uit voor Nederland. En staan we nog steeds aan de top, naast IJsland en Denemarken.”

 

Aanbevelingen

Eduard Ponds, Senior Strategist Research & Analytics en ook verbonden aan Tilburg Universiteit, wijst ook op de hoge score van 87,9 van Nederland op het gebied van integriteit. “Blijkbaar is het bestuur van het Nederlandse pensioenstelsel erg goed geregeld.” Ponds stelt wel vraagtekens bij de stelling van Mercer dat het Nederlandse pensioenstelsel verder verbetert als Nederlanders meer sparen. “Dat is een aanbeveling die ik niet helemaal volg. Een belangrijke zwakte van Nederland is gebrek aan flexibiliteit. Nederland is mede door de verplichte aflossing van de hypotheken juist een land van overspaarders, wat leidt tot een hoog netto vermogen. Zeker de hogere inkomens hebben meer geld dan ze tijdens hun leven op kunnen maken. Ik had flexibiliteit een logischere aanbeveling gevonden voor het Nederlandse pensioenstelsel.”

 

Mercer vindt verder dat Nederland meer kan doen om ouderen langer aan het werk te houden, gezien de stijging van de levensverwachting. Zowel Ponds als Den Arend prijzen juist de Nederlandse inzet om ouderen langer aan het werk te houden. “Er is hier in Nederland heel succesvol beleid op gevoerd. In de eerste plaats door de pensioenleeftijd te verhogen en in de tweede plaats door het vroegpensioen af te schaffen. Dat geeft ook de betrekkelijkheid van de ranglijst aan,” concludeert Ponds. “In Nederland is de stijging van de werkelijke pensioenleeftijd extreem snel gegaan,” vult Den Arend aan.

 

Gender gap

In het onderzoek van Mercer komt ook de zogenaamde gender gap naar voren. Dat houdt in dat vrouwen in Nederland doorgaans minder pensioen opbouwen dan mannen, omdat ze vaker in deeltijd werken. “Maar het is logisch dat als vrouwen minder werken, ze ook minder pensioen opbouwen,” stelt Den Arend. “De vraag is wel wat je er als pensioenfonds mee doet,” reageert Paulis. “Signaleer je het of kun je het probleem ook oplossen? Ik denk zelf dat de oplossing niet primair bij de pensioenfondsen ligt, maar dat ze er wel aan kunnen bijdragen.”

Volgende publicatie:
“Ik hoef het geld niet, ik wil liever ons mam terug”

“Ik hoef het geld niet, ik wil liever ons mam terug”

Gepubliceerd op: 15 oktober 2021

Hoe ga je om met werk en geld voor nu en later? Leef je bij de dag of plan je doelbewust je financiële toekomst? En regel je ‘later’ zelf, of ben je aangesloten bij een pensioenfonds? In de serie Werk & Geld laten we Nederlanders aan het woord over hun financiën.

Tamara Straatman (38) won een paar jaar geleden de jackpot in de Staatsloterij.

 

Tamara Straatman (38)

Beroep: zelfstandig ondernemer

Werkt wekelijks: ongeveer 30 uur per week

Inkomen: 4000 euro netto per maand

Spaargeld: 1,2 miljoen euro

Pensioen geregeld? Ja

 

Dus jij was in één klap multimiljonair?

“Ja, ik won de jackpot in de oudejaarsloterij van 2017/2018. Tien miljoen euro. Ik was bij een vriendin toen mijn vader me opbelde en iets brabbelde over de jackpot. Ik geloofde er niets van, dacht dat hij te diep in het glaasje had gekeken, maar even later belde mijn broer me huilend op dat het écht waar was. Mijn eerste reactie? ‘Ik hoef het geld niet, ik wil liever ons mam terug.’ Zij was eerder dat jaar overleden en het was haar traditie om staatsloten te kopen voor het hele gezin. Die jackpot voelde als een cadeautje van boven, al was het dus heel dubbel. Ik heb altijd gezegd dat ik op mijn 35ste miljonair zou zijn, maar dat het op deze manier zou gebeuren had ik nooit verwacht. Ik dacht dat mijn bedrijfsplannen geld zouden opleveren, maar het bleek andersom te zijn.”

 

Wat heb je met dat geld gedaan?

“Een deel heb ik op verschillende spaarrekeningen geparkeerd, de rest heb ik gebruikt om mijn eigen bedrijf op te zetten, te beleggen en te investeren. Verder heb ik veel gereisd en een huis gekocht. Desondanks heb ik er nauwelijks op ingeteerd. Wat ik de afgelopen jaren heb opgemaakt aan leefgeld, heb ik weer terugverdiend met mijn beleggingen.”

 

Wat doe je voor werk?

“Ik ben ondernemer. Via mijn platform JoinTheStribe.com verbind ik samen met mijn team ondernemers, investeerders en consumenten met elkaar. Het is helemaal gericht op duurzaamheid. Duurzame ondernemers kunnen hun onderneming bij ons pitchen en wij proberen investeerders te vinden. Onderdeel van het platform is een academie met trainingen, gericht op persoonlijke ontwikkeling en bedrijfsmatig inzicht. Zelf ga ik binnenkort een van die trainingen geven, invest with success. Ik heb daar de afgelopen jaren veel ervaring mee opgedaan en ik wil mijn kennis doorgeven.”

 

Je denkt niet: ik ga lekker achteroverleunen en stop met werken?

“Dat zit niet in mijn DNA, denk ik. Ik ben gewend om veel te werken, vroeger werkte ik zestig tot tachtig uur in de week. Daarbij voelt het werk dat ik doe als een soort roeping. Ik wil heel graag de samenleving beter maken met mijn geld, en een impactvol, bloeiend bedrijf achterlaten als ik er niet meer ben. Ik vind het ook leuk om mezelf intellectueel uit te dagen en het beste uit mezelf te halen. Ik werk nu vijf dagen in de week zo’n zes uur per dag. In het weekend werk ik meestal ook nog wel wat. Ik ben gewoon niet iemand die het hele weekend met een wijntje op het terras wil zitten. Ik ben liever nuttig bezig.”

 

Hoeveel verdien je?

“Ik keer mezelf een salaris uit en verhuur daarnaast een kantoor aan huis. In totaal verdien ik zo’n 4000 euro netto in de maand. Vroeger moest ik rondkomen van 2000 euro netto en dat lukte ook, dus voor mij is dit zeker voldoende.”

 

Wat zijn je vaste lasten?

“Ik heb een hoge energierekening van bijna 800 euro, omdat ik in een vrijstaand huis woon en een verwarmd zwembad in de tuin heb. Een groot deel wordt wel opgevangen via zonnepanelen en -collectoren, maar het is nog steeds een aardig bedrag. Verder de standaard dingen: zorgverzekering, internet, mobiele telefoon, televisie... Mijn hypotheek heb ik ook nog niet afbetaald, omdat dat fiscaal interessanter is. De lasten hiervan zijn zo’n 56.000 euro per jaar, die reken ik niet tot mijn maandelijkse uitgaven.”