Pensioen
Sluiten

Navigeer snel in deze serie:

Sluiten

Deel deze serie:

Pensioen

Welke betekenis heeft pensioen voor Nederlanders? Wie is er al mee bezig en wie niet? Hoe ziet het nieuwe pensioenstelsel uit? En belangrijker: wat merken we hiervan? Op deze plek gaan we in op die pensioenverhalen, in de breedste zin van het woord.

Thema
Inkomen
Collectie inhoud
181 Publicaties

Navigeer snel in deze serie:

Op de Kameragenda

Gepubliceerd op: 26 september 2022

Op de Kameragenda

 

  • Technische briefing IBO Vermogensverdeling: 28 september
  • Algemene Financiële Beschouwingen: 4, 5 en 6 oktober
  • Wetgevingsoverleg Wet toekomst pensioenen III: 10 oktober
  • Wetgevingsoverleg Wet toekomst pensioenen IV: 12 oktober
  • Plenaire behandeling Wet pensioenverdeling bij scheiding – WPS: 11, 12 en 13 oktober
  • Wetgevingsoverleg Wet toekomst pensioenen V: 19 oktober
  • Herfstreces: 21 tot en met 31 oktober
  • Plenaire behandeling Wet toekomst pensioenen: 1, 2 en 3 november
  • Plenaire behandeling Wet eigen strategie pensioenfonds – WESP: 8, 9 en 10 november
  • Commissiedebat Pensioenonderwerpen: 2 november
  • Begrotingsbehandeling Sociale Zaken en Werkgelegenheid: 29, 30 november en 1 december
  • Commissiedebat IBO Vermogensverdeling: 20 december
  • Kerstreces: 23 december tot en met 16 januari
  • Provinciale Statenverkiezingen: 15 maart
  • Eerste Kamerverkiezing: 30 mei

Volgende publicatie:
Pensioenweek

Pensioenweek

Gepubliceerd op: 26 september 2022

Politieke actualiteiten week 38

 

Maandag 19 september

   

FNV gaat bij de cao-onderhandelingen voor komend jaar inzetten op een algemene prijscompensatie voor de inflatie. Naar verwachting van de vakbond gaat die dit jaar zo'n 12 procent bedragen. De afgelopen maanden was de gemiddelde loonstijging in nieuwe cao’s circa 4 procent. VNO-NCW en MKB-Nederland noemen algemene prijscompensatie “onwenselijk en niet effectief”.

 

Dinsdag 20 september

   

Prinsjesdag. Het kabinetsbeleid leidt in de Miljoenennota, exclusief het op het laatste moment overeengekomen extra energiepakket van circa 15 miljard (onder andere prijsplafond), in doorsnee tot 3,9 procent meer koopkracht in 2023, ten opzichte van een daling van 6,8 procent in 2022. Dit gaat ten koste van een daling van het overheidssaldo naar -2,5 procent bbp. Door inflatie daalt de schuldquote desalniettemin naar 48,8 procent bbp in 2023. Het bbp groeit komend jaar met 1,5 procent.

 

Voor pensioengerechtigden is het belangrijk dat de verhoging van het minimumloon (ruim 10 procent per 1 januari 2023) ook doorwerkt in de AOW. Het is nog onduidelijk in hoeverre de hogere AOW doorwerkt in de franchise en dus in toekomstige pensioenopbouw. 

 

De reactie van het kabinet op het IBO-rapport Vermogensverdeling (Interdepartementaal beleidsonderzoek) bevat geen beleidsvoornemens wat betreft tweede pijlerpensioenen, ondanks de ambtelijke voorstellen op dit punt.

 

GroenLinks-senator Kees Vendrik vertrekt uit de Eerste Kamer. Hij is beoogd voorzitter van het platform voor maatschappelijk dialoog en reflectie over het klimaatbeleid en gaat daar vanaf 3 november aan de slag en het Voortgangsoverleg van het Klimaatakkoord vervangen. Vanaf dat moment legt Ed Nijpels (VVD), de voorzitter van het Voortgangsoverleg, na tien jaar betrokkenheid bij het Energieakkoord en Klimaatakkoord zijn taken neer.

 

Volgens economen van de Rabobank pakt het kabinet de koopkrachtdaling (te) voortvarend aan, in tegenstelling tot de uitdagingen op beleidsterreinen als de woningmarkt, de arbeidsmarkt, het belastingstelsel en energie en klimaat.

 

Het vertrouwen in de Nederlandse politiek was de laatste jaren nog nooit zo laag, blijkt uit een traditiegetrouw onderzoek in opdracht van de NOS. Alleen VVD-stemmers (69 procent) en D66-stemmers (55 procent) vertrouwen het huidige kabinet in meerderheid. Bij de achterban van oppositiepartijen loopt het wantrouwen op van 71 procent onder GroenLinks en Denk naar 96 procent bij de BoerBurgerBeweging. Kosten van levensonderhoud/inflatie, woningmarkt en de energielevering vormen de top-3 waarmee het kabinet aan de slag moet.

 

Woensdag 21 september

   

De Commissie Parameters informeert minister Carola Schouten (Pensioenen) dat zij naar verwachting uiterlijk 30 november advies uitbrengen.

 

Ger Jaarsma, voorzitter Pensioenfederatie, publiceert de column Pensioen op Prinsjesdag.

 

De Fed verhoogt de rente met 75 basispunten. De Fed verwacht dat de inflatie in 2025 terug is op 2,1 procent, net boven de doelstelling. Verwacht wordt dat de rente eind volgend jaar is opgetrokken naar 4,6 procent.

 

Donderdag 22 september

   

De vaste Tweede Kamercommissie SZW beslist in een extra procedurevergadering over de volgende wetgevingsoverleggen (nummer III t/m V) van de Wet toekomst pensioenen (WTP):

  • op 10 oktober van 14.30 uur tot 22.00 uur;
  • op 12 oktober van 10.00 uur tot 18.00 uur;
  • op 19 oktober van 10.00 uur tot 18.00 uur.

Na afronding van de wetgevingsoverleggen volgt de plenaire behandeling van de WTP. Het wordt steeds onwaarschijnlijker dat de parlementaire behandeling in de Tweede en Eerste Kamer voor 1 januari 2023 zal zijn afgerond. 

 

Na twee dagen Algemene Politieke Beschouwingen in de Tweede Kamer werden deze moties aangenomen:

36200-18: Verzoekt de regering om een versnellingsplan rond kernenergie op te stellen (CDA/ VVD);

36200-24: Verzoekt de regering leeftijdsontslag binnen het Rijk onder de loep te nemen en het makkelijker te maken voor mensen die met pensioen zijn om tijdelijk terug te keren (D66/VVD);

36200-26: Verzoekt de regering huurders van woningen met slechte isolatie een afdwingbaar recht te geven op stevige huurverlaging bijvoorbeeld door woningen met energielabels lager dan C aan te merken als een gebrek (PvdA, GL, PvdD);

36200-28: Verzoekt de regering een burgerberaad in te stellen om de samenleving te betrekken bij de vraagstukken van vergrijzing en de Kamer daarover te informeren voor 1 januari 2023 (CDA, Den Haan);

36200-50: Verzoekt de regering te onderzoeken of het mogelijk is om doorwerken na AOW-leeftijd te vergemakkelijken en in kaart te brengen welke drempels er zijn en wat dan zou moeten worden aangepast (Den Haan, D66).

 

Het Economisch Bulletin nr. 6 van De Nederlandsche Bank verschijnt, evenals het magazine van de Pensioenfederatie.

 

Ger Jaarsma, voorzitter Pensioenfederatie, publiceert de column ‘Pensioen voor alle werkenden blijft de missie. Voor een oplossing kan in verschillende richtingen worden gedacht’.

 

Frits van Bruggen (directievoorzitter MN) geeft een interview aan Pensioenpro.

 

Bij monde van Hoge Vertegenwoordiger voor buitenlandse zaken Josep Borrell neemt de Europese Unie sterk afstand van de nieuwe escalatie door Poetin in de Russische oorlog tegen Oekraïne met een partiële mobilisatie en illegale referenda.

 

Vrijdag 23 september

   

Kwasi Kwarteng, de nieuwe minister van Financiën van het Verenigd Koninkrijk, presenteert een nieuw minibudget voor het VK met zeer forse belastingverlagingen. Het toptarief wordt met 5 procent en het basistarief met 1 procent verlaagd.

 

Volgende publicatie:
Pensioenfonds ABP bestaat 100 jaar

ABP en APG staan samen stil bij 100 jaar pensioen van Nederland

Gepubliceerd op: 30 juni 2022

100 jaar geleden, in 1922, werd ABP opgericht, het pensioenfonds voor overheid en onderwijs. Nederland heeft nu, een eeuw later, één van de beste pensioenstelsels ter wereld en dat heeft ons veel gebracht. Hoe zorgen we ook in de komende 100 jaar voor een goed collectief pensioen in een leefbare samenleving? Aan deze thema’s besteden ABP en haar uitvoerder APG (tot 2008 waren zij één organisatie) in dit bijzondere jubileumjaar aandacht.

 

De oprichting van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds vond plaats op 1 juli 1922. Bij de oprichting bedroeg het aantal deelnemers zo’n 90.000. Eind 2021 was dat deelnemersbestand uitgegroeid tot 3,1 miljoen deelnemers, waarvan bijna 1 miljoen pensioengerechtigden waaronder ruim zeshonderd eveneens 100-jarigen.

 

In 1996 werd ABP, dat tot die tijd onder het ministerie van Financiën viel, geprivatiseerd. Het bestuur bestond uit vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers. De privatisering stelde ABP in staat om haar beleggingshorizon te verbreden. Naast de traditionele staatsobligaties werd er steeds meer belegd in aandelen en andere categorieën, ook wereldwijd. In 2008 werd ABP gesplitst in Stichting Pensioenfonds ABP en de nieuw opgerichte Algemene Pensioen Groep NV (APG). APG groeide uit tot één van ‘s werelds grootste uitvoeringsorganisaties, die voor meerdere pensioenfondsen de pensioenadministratie verzorgt en de beleggingsportefeuille beheert. Het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds ging verder onder de naam ABP en groeide uit tot één van de grootste pensioenfondsen ter wereld.

 

Staat als een huis
Harmen van Wijnen, bestuursvoorzitter ABP: “We vieren de 100ste verjaardag van ABP. De gedachte achter het besluit 100 jaar geleden om samen voor pensioen te zorgen, staat tot op de dag van vandaag als een huis. Het verbindt jong en oud, ziek en gezond, werkenden en gepensioneerden en individu en samenleving. Dat is de kern en de kracht van ons unieke pensioenstelsel. Het zorgt er - samen met de AOW - ook voor dat armoede onder ouderen veel minder voorkomt dan in ons omringende landen. Ook de komende 100 jaar willen we gezamenlijk verder bouwen aan een goed pensioen voor onze deelnemers in een leefbare wereld. Daarvoor moet ons pensioenstelsel aangepast worden aan de huidige tijd. Zodat we ook in de toekomst één van de beste stelsels ter wereld houden.”

 

Goed inkomen
Annette Mosman, bestuursvoorzitter APG: “Al 100 jaar zijn we samen, eerst binnen ABP, en vanaf 2008 als zelfstandige uitvoeringsorganisatie, maar nog steeds samen met ABP. We delen een rijke historie en veel ervaring. En dat komt van pas. We staan immers aan de vooravond van één van de grootste wijzigingen van ons pensioenstelsel in afgelopen eeuw. De komende jaren is APG volledig gericht op de executie van de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. Het is onze taak om, samen met ABP en onze andere fondsen, te zorgen voor een pensioenuitvoering waarin iedereen straks een goed inkomen heeft en waarin voor jong en oud duidelijk en begrijpelijk is hoe hun pensioen er voor staat.”

 

In het zonnetje
In de tweede helft van 2022 besteden ABP en APG aandacht aan ‘100 jaar pensioen van Nederland’. Fonds en uitvoerder grijpen dit moment aan om terug én vooruit te kijken; ABP en APG kijken terug in de geschiedenis en verzamelen 100 verhalen van deelnemers (zie www.pensioenvannederland.nl). Ook zetten we deelnemers die in hetzelfde jaar als ABP 100 worden in het zonnetje met een felicitatie en een bloemetje. Voor het najaar staat ook een tentoonstelling in Heerlen en Amsterdam op stapel. Daarnaast werken we aan een documentaire over de waarde van pensioen die ook online te zien zal zijn. 

 

Meer weten en op de hoogte blijven van de activiteiten? Ga naar www.pensioenvannederland.nl

Volgende publicatie:
‘Ik weet niet wat me bezielde toen ik afzag van het pensioen van mijn ex-man’

“Ik weet niet wat me bezielde toen ik afzag van het pensioen van mijn ex-man”

Gepubliceerd op: 20 juni 2022

Hoe ga je om met werk en geld voor nu en later? Leef je bij de dag of plan je doelbewust je financiële toekomst? En regel je ‘later’ zelf, of ben je aangesloten bij een pensioenfonds?

Nathalie van Dinther ging minder werken toen ze moeder werd en heeft daardoor niet het pensioen opgebouwd dat ze zou willen.

 

Nathalie van Dinther (59)

Beroep: managementondersteuner en fitnesscoach

Werkt wekelijks: 28 uur

Inkomen: 1.800 euro netto

Spaargeld: Ruim voldoende

Pensioen geregeld? Ja, maar niet naar volle tevredenheid

 

Wat doe je precies voor werk?

“Ik ben managementondersteuner bij een organisatieadviesbureau. Daarnaast heb ik een eigen bedrijf als fitnesscoach, maar dat staat momenteel even stil doordat ik ben verhuisd naar een andere provincie. Ik woonde in Den Haag en ben bij mijn dochter en kleinkinderen in de buurt gaan wonen, in Zeeland. Nu moet ik een nieuwe klantenkring opbouwen en helemaal opnieuw beginnen. Ik weet niet of dat gaat lukken. Ter compensatie ben ik wel meer uren gaan werken in loondienst. De ene week werk ik vier dagen, de andere week drie. Gemiddeld kom ik uit op 28 uur. Ik werk tegenwoordig bijna volledig vanuit huis, dus het maakt gelukkig niet uit dat ik nu verder van kantoor woon. Dat is dan weer een van de positieve dingen die we te danken hebben aan corona.”

 

Hoeveel verdien je?

“1.800 euro netto. Als fitnesscoach momenteel dus even niets.”

 

Ben je daar blij mee?

“Ik red het allemaal net. Het is in principe genoeg, zeker nu mijn lasten lager zijn. Ik betaal minder hypotheek en ik hoef niet meer bij te dragen aan een VvE, dus ik kom rond. Al houdt het ook niet over; ik kan niet even drie weken op vakantie gaan als ik daar zin in heb.”

 

 

Met AOW erbij kom ik straks uit op 1.500 euro in de maand. Dat is niet veel

Heb je geen buffer?

“Ik heb wel een spaarpot van de overwaarde van het vorige huis. Dat was 350.000 euro in totaal, wat ik moest delen met mijn ex-man. Ik had mijn huidige huis kunnen kopen zonder hypotheek, maar dan zou ik geen buffer meer hebben en dat vind ik geen fijn idee. Stel dat er iets aan het huis moet gebeuren, dan wil ik dat wel kunnen betalen. Ik heb een deel van mijn nieuwe huis met de overwaarde betaald en daarnaast een klein hypotheekje genomen. Ik heb dus nog best wat geld achter de hand, maar daar moet ik ontzettend zuinig op zijn. Ook omdat ik maar een klein pensioentje heb. Met AOW erbij kom ik straks uit op 1.500 euro in de maand. Dat is niet veel. Ik kan er denk ik net van rondkomen.”

 

Wat zijn je vaste lasten?

“Hypotheek, woon- en autoverzekeringen, wegenbelasting, gemeentelijke belastingen en energie kosten me samen 495 euro. Voor tv, internet en mobiel betaal ik 58,50. Mijn ziektekostenverzekering bedraagt 140 euro per maand, en dan heb ik nog abonnementen op de sportschool, yoga, streamingdiensten en de krant à 100 euro per maand in totaal. Daarnaast geef ik elke maand 53 euro uit aan wat ik ‘diversen’ noem. Daaronder vallen een loterij, een goed doel, de uitvaartverzekering en koffiecups die ik bestel. Al met al zit ik qua vaste lasten dus onder de 1.000 euro, maar mijn energiecontract is net afgelopen dus het wordt nog een verrassing wat ik straks aan energie ga betalen.”

 

Waar geef je nog meer veel geld aan uit?

“Ik geef niet zoveel geld uit. In Den Haag had je een lekker koffietentje om de hoek waar ik weleens ging zitten met een taartje, of ik dronk weleens een wijntje op het strand met een stukje kaas erbij. Daar kan ik enorm van genieten. Maar in het dorp waar ik nu woon, is helemaal niets. Geen winkel, geen kroeg… Het scheelt wel geld. Ook aan kleding geef ik weinig uit. Als ik echt zou kopen wat ik mooi vind, zou het dure merkkleding zijn, maar dat kan ik niet betalen.”

 

In het dorp waar ik nu woon, is helemaal niets. Geen winkel, geen kroeg… Het scheelt wel geld

Waar bespaar je op?

“Ik ga veel naar de kringloop voor mijn kleding en inrichting. Ik vind spullen niet zo belangrijk, dus van mij hoeven ze niet gloednieuw te zijn. Tweedehands is bovendien wel zo duurzaam. Ik heb ook overwogen mijn auto weg te doen, maar waar ik nu woon kan ik echt niet zonder. Ik ben best met het milieu bezig. Ik eet geen vlees en zou niet snel het vliegtuig pakken. Ik ben sowieso al heel lang niet op vakantie geweest. Ik vind dat snel te duur. Toen ik nog vlak aan zee woonde, vond ik het ook niet zo nodig om op vakantie te gaan. Ik zwem al jaren, het hele jaar rond. Nu doe ik dat bij de Oosterschelde.

 

Ik moet zeggen dat ik er nu toch wel naar snak om weer eens te gaan, maar ik kan het mezelf eigenlijk niet veroorloven. Dat is geen ramp. Vakantie is voor mij ook zonder wekker wakker worden en tot ver in de ochtend in je pyjama met een kop koffie de krant lezen.”

Ben je bezig met je oude dag?

“Ik zal wel moeten, want over zevenenhalf jaar is het al zover. Het ding is dat ik parttime ben gaan werken toen mijn dochter geboren werd, 27 jaar geleden. Mijn toenmalige man kon zogenaamd echt niet minder werken, dus de zorg kwam bijna volledig op mij aan. Toen onze dochter zelfstandiger werd kon ik natuurlijk wel wat meer gaan werken, maar ze heeft altijd bijzonder veel aandacht en begeleiding nodig gehad omdat ze in het autismespectrum zit. Ik heb die zorg met liefde op me genomen hoor, maar het heeft wel als gevolg gehad dat ik weinig pensioen heb opgebouwd. Daar heb ik vroeger nooit bij stilgestaan. En het stomme is: toen ik van mijn man ging scheiden, hebben we afgesproken dat we bij leven geen aanspraak zullen maken op elkaars pensioen. Ik weet niet wat me destijds heeft bezield, ik heb daar nu in ieder geval spijt van. Hij kon zoveel werken en opbouwen doordat ík thuisbleef.”

 

Maak je je zorgen over je pensioen?

“Nee, dat niet. Ik kan heel sober leven. Als ik eens in de vijf jaar op vakantie kan, ben ik ook blij. Ik ben niet zo veeleisend. Voor mijn gevoel kan ik straks rondkomen, er valt altijd wel een mouw aan te passen. Maar het is wel belangrijk om zuinig te zijn op de spaarpot die ik heb.”

 

Hoe zie je je gepensioneerde leven straks voor je?

“Dat weet ik eerlijk gezegd nog niet. Ik woon nu in de buurt van mijn kleinkinderen en vind het fantastisch om van zo dichtbij mee te maken hoe ze opgroeien. Maar de kans bestaat dat zij op den duur gaan verhuizen, misschien wel naar het buitenland. Als zij eerder weggaan is dat jammer, maar ik blijf in ieder geval tot mijn pensioen in dit huisje. Daarna zie ik wel verder. Ik ben nooit zo’n plannenmaker geweest. Je volgt een pad en de afslagen die je onderweg tegenkomt neem je wel of niet. Misschien komt er nog een keer een man in mijn leven, wie weet. Ik leef met de dag en zie wel wat het leven me brengt.”

 

Maakt geld gelukkig?

“Gelukkigér misschien. Een algemene staat van geluk bestaat toch niet, geluksmomenten zijn het hoogst haalbare. Geld maakt wel zorgelozer. En zorgen heb ik nu niet hoor. Ik denk dat het allemaal goedkomt.”

Volgende publicatie:
"Als ik het écht niet red, kunnen mijn ouders nog altijd bijspringen"

"Als ik het écht niet red, kunnen mijn ouders nog altijd bijspringen"

Gepubliceerd op: 7 juni 2022

Hoe ga je om met werk en geld voor nu en later? Leef je bij de dag of plan je doelbewust je financiële toekomst? En regel je ‘later’ zelf, of ben je aangesloten bij een pensioenfonds?

Emma Verschure runt naast haar masterstudie een eigen onderneming als belastingadviseur.

 

Emma Verschure (23)

Beroep: Masterstudent en belastingadviseur

Werkt wekelijks: Zo’n 24 uur

Inkomen: Vorig jaar 20.000 euro winst

Spaargeld: Ruim 40.000 euro

Pensioen geregeld? Nog niet

 

Wat doe je precies?

“Ik studeer de master fiscaal recht en werk daarnaast zelfstandig als belastingadviseur. Ik help voornamelijk vrouwelijke zzp’ers met hun boekhouding en aangiftes. Het is best pittig om mijn studie te combineren met mijn onderneming, omdat het allebei vrij veel tijd vergt.”

 

Hoeveel uur werk je?

“Het verschilt een beetje per week. Ik denk dat ik gemiddeld op zo’n 24 uur uitkom. In een maand met btw-aangiftes en inkomstenbelasting is het een stuk meer, maar boven de 40 uur kom ik sowieso nooit uit, want die tijd heb ik simpelweg niet. Uiteindelijk wil ik dit fulltime doen, maar niet in de huidige vorm. Ik ben erg ambitieus en wil de advocatuur in. Ik zou wel een bedrijf willen opzetten waar ondernemers terechtkunnen voor zowel juridische bijstand als hun boekhouding en belastingaangifte. Een vast aanspreekpunt voor alle dingen waar je je als ondernemer eigenlijk niet mee bezig wenst te houden. Dat lijkt me wel wat.”

 

Hoeveel verdien je nu?

“Ik heb vorig jaar 20.000 euro winst gemaakt en 35.000 euro omgezet. Ik heb heel bewust in december nog allerlei investeringen gedaan, onder meer in cursussen, zodat ik minder belasting hoefde te betalen. Dit jaar is het mijn doel om 50.000 euro om te zetten, waarvan 35.000 euro winst.”

 

Ben je daar blij mee?

“Zeker, ik verdien een stuk meer dan vriendinnen en medestudenten. Ik maak me er niet zo druk over wat er binnenkomt. Ik ben heel serieus in mijn werk, maar omdat ik nog studeer hóéf ik het niet per se superserieus te nemen. Ik bedoel: als ik mijn omzetdoel niet haal, is er geen nood aan de man. Mijn ouders kunnen altijd nog bijspringen als ik het echt niet red. Zij betalen ook mijn studiekosten en een groot deel van mijn zorgkosten. Heel erg fijn. We zijn met kerst nog met z’n allen wezen skiën en ook die vakantie betaalden ze volledig, tot de pcr-test aan toe. Zelf zouden we zo’n luxe vakantie niet kunnen betalen nu, dus daar boffen we ontzettend mee.”

Ik wil later niet leven van een AOW'tje

Hoe woon je?

“Ik woon samen met mijn vriend in een huurwoning in Amsterdam. We betalen onwijs veel geld voor wat we krijgen. 1.200 euro ‘inclusief’, maar warm water betalen we apart. Ons appartement is 40 m2 en ligt ook nog eens in Holendrecht, een van de slechtste buurten.”

 

Hoe verdelen jullie thuis de lasten?

“Ik betaal 550 euro voor de huur en de verzekeringen, mijn vriend betaalt de rest. Hij is gymdocent en werkt daarnaast in de horeca. Daarmee verdient hij zo’n 50.000 euro per jaar. Meer dan ik, dus op deze manier is het eerlijk voor ons beiden. Het overige, zoals de boodschappen, betalen we fifty-fifty.”

 

Wat heb je verder voor vaste lasten?

“De zorgverzekering à 130 euro per maand en een telefoonabonnement van 25 euro. Wat we aan elektriciteit enzo betalen weet ik eigenlijk niet. We hebben Netflix en Videoland, ik geloof dat die laatste 5 euro kost met reclames tussendoor. En Spotify betaalt mijn vader voor ons hele gezin. Een auto hebben we niet, dat is niet te betalen in Amsterdam. Ik heb ook nog studenten-ov, dus reizen doe ik veelal gratis met het openbaar vervoer.”

Waar geef je nog meer veel geld aan uit?

“We stortten allebei 200 euro per maand op de gezamenlijke rekening voor de boodschappen, maar daar redden we het door de inflatie niet meer mee. Daarom hebben we het verhoogd naar 250 euro per persoon, eens kijken of we daarmee uitkomen. Het scheelt dat mijn moeder altijd wasmiddel en vaatwasblokjes voor me koopt; die houdt alle aanbiedingen in de gaten en koopt dan gelijk een enorme voorraad in. Wat voor mij een relatief grote kostenpost is, is de wc op het station. Ik studeer in Tilburg en iedere keer als ik op Den Bosch moet overstappen, moet ik naar de wc. Dat is vier keer per week 70 cent. Geen enorm bedrag, maar het loopt aardig op. Ik kan ook wel in de trein gaan, maar dat vind ik vies. Verder koop ik graag designerkleding, maar daar spaar ik dan lang voor.”

 

Hoeveel spaargeld heb je?

“Ruim 27.000 euro, plus een beleggingsrekening waar toen het nog goed ging op de beurzen zo’n 15.000 euro opstond. Best een flinke pot, maar een groot deel daarvan hebben mijn ouders voor me gespaard en er zit ook een deel erfenis bij van mijn oma. Zelf heb ik nog zo’n 1.600 euro belegd via andere beleggingsapps. Dat zie ik meer als speelgeld, want ik vertrouw er niet volledig op dat ik de juiste keuzes maak. Zo heb ik op aanraden van mijn vriend 2.000 euro belegd in wisselkoersen, maar daar is inmiddels nog maar 600 euro van over… Hij had er even niet bij verteld hoe risicovol het was. Ook mijn eigen schuld, ik had me er beter in moeten verdiepen. Een wijze les.”

 

Waar bespaar je op?

“Besparen is een groot woord, maar sinds het stijgen van de boodschappenprijzen wijken we wel vaker uit naar de goedkopere supermarkten. Ook bestellen we veel minder vaak eten. Verder hebben we bewust geen tv-abonnement meer. We keken er amper naar en hebben het nog geen moment gemist. Maar ik wil mezelf geen dingen ontzeggen. Op elektriciteit ga ik ook niet bezuinigen. Ik heb niet het idee dat dat nodig is. Waar ik wel op let, is wat mijn verzekeringen precies dekken. Dat wil nog weleens veranderen en voor je het weet betaal je steeds meer premie terwijl je er steeds minder voor terug krijgt. Dus daar ben ik erg alert op. Je bent een dief van je eigen portemonnee als je ergens lang klant bent. Overstappen naar de concurrent loont vreemd genoeg bijna altijd.”

 

Ben je bezig met je oude dag?

“Ik heb vorig jaar eens gekeken naar mijn jaarruimte, maar dat was zo weinig dat het geen zin had om daar iets mee te doen. Ik wil zeker pensioen gaan opbouwen, maar dan moet ik eerst wat meer gaan verdienen. Ik ken ook geen enkele student die al pensioen opbouwt.”

 

Die hele FIRE-beweging snap ik niet zo goed. Vinden die mensen hun werk zo vreselijk dat ze niet kunnen wachten op hun pensioen?

 Hoeveel zou je later per maand willen krijgen bij je pensioen?

“Dat vind ik lastig te zeggen. Het duurt nog zo’n vijftig jaar, wie weet wat een bedrag als 5.000 euro tegen die tijd waard is? Ik wil in ieder geval niet hoeven inleveren op hoe ik leef vóórdat ik met pensioen ga. Zoals het er nu naar uitziet word ik advocaat en ga ik een lekker bedrag verdienen. Meer dan een ton per jaar is heel waarschijnlijk. Dan wil ik daarna niet leven van een AOW’tje. Als je zoveel vrije tijd hebt, is het wel zo fijn als je geld hebt om leuke dingen te doen.”

 

Hoe zie je je leven dan voor je?

“Ik hoop dat ik een groot, fijn huis heb en dat ik wanneer ik daar zin in heb uit eten en op vakantie kan gaan. Waarschijnlijk ga ik vrijwilligerswerk doen, iets betekenen voor mensen die het nodig hebben. Mijn ouders doen dat ook, terwijl ze nog niet eens met pensioen zijn, en dat vind ik heel mooi om te zien. Voorlopig wil ik lekker blijven werken. Die hele FIRE-beweging snap ik daarom ook niet zo goed. Vinden die mensen hun werk dan zo vreselijk dat ze niet kunnen wachten op hun pensioen? Ik wil helemaal niet op mijn 40ste met pensioen, ik zou niet weten wat ik met mijn tijd aan moest.”

 

Maakt geld gelukkig?

“Dat vind ik een lastige. Ik geloof dat het moeilijk is om gelukkig te zijn als je elke euro moet omdraaien en veel geldzorgen hebt. Geld kan bijdragen aan een fijn en gemakkelijk leven, waarin je veel leuke dingen kunt doen. Mooie ervaringen kunnen heel gelukkig maken. Maar als je veel geld hebt, kan dat ook weer bepaalde zorgen met zich meebrengen. Dan heb je weer mensen die het van je willen afpakken, en weet je nooit zeker of je vrienden bevriend met je zijn om jou of vanwege je geld. Dus laten we zeggen: geld maakt tot op zekere hoogte gelukkig.”

Volgende publicatie:
“In juli weten we hoe uitvoerbaar het nieuwe stelsel is”

“In juli weten we hoe uitvoerbaar het nieuwe stelsel is”

Gepubliceerd op: 17 mei 2022

Volgend jaar gaan naar verwachting de regels voor een nieuw, toekomstbestendig pensioenstelsel in. Maar in de tussentijd moet nog veel werk verzet worden. Waar staan we? En wat staat er in de komende acht maanden nog te gebeuren? Tinka den Arend, strategisch beleidsmedewerker bij APG, neemt ons mee in het proces dat moet uitmonden in een toekomstbestendig pensioenstelsel per 1 januari 2023.

 

Waar bevinden we ons, op de weg naar het nieuwe stelsel in 2023?

“Carola Schouten – de minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen – heeft de Wet Toekomst Pensioenen op 30 maart 2022 ingediend bij de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel vormt op  hoofdlijnen de basis voor het nieuwe stelsel. Afgelopen jaar was er al een concept van het wetsvoorstel bekend. Dit concept is nu aangepast aan de hand van 800 reacties bij een openbare consultatie, toetsen van adviescolleges en het advies van de Raad van State.  Nu het wetsvoorstel is ingediend in de Tweede Kamer, is eerst de Commissie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan zet. Daarna volgt de plenaire behandeling.   

De Commissie heeft eerst twee rondetafelgesprekken georganiseerd, waarin ze de mening van deskundigen en belangengroeperingen heeft opgehaald. Het eerste gesprek, met 18 deskundigen, vond plaats op 22 april. Het rondetafelgesprek met de belangengroeperingen was op 10 mei.”

 

Aan wat voor deskundigen en belangengroeperingen moeten we dan denken?

“Het gaat vooral om wetenschappers, zoals Kees Goudswaard (hoogleraar economie en bijzonder hoogleraar sociale zekerheid aan de Universiteit Leiden, red.), Casper van Ewijk (hoogleraar Macro-economie aan de Universiteit van Amsterdam, red.) en Bas Werker (hoogleraar Econometrie en Financiën aan Tilburg University, red.). Maar er nemen mensen ook mensen uit de praktijk deel, zoals Agnes Joseph, actuaris bij Achmea. Bij de belangengroeperingen moet je denken aan bijvoorbeeld werkgeversverenigingen zoals VNO-NCW, vakbonden – CNV, FNV – en seniorenverenigingen zoals KBO Brabant.”

 

Hoe gaat zo’n rondetafelgesprek in zijn werk?

“Elke deelnemer heeft vooraf een position paper ingediend, waarin de standpunten van de betreffende persoon of organisatie op een bondige manier worden uiteengezet. Tijdens het rondetafelgesprek krijgt iedere deelnemer een paar minuten om deze standpunten toe te lichten en te verdedigen. Vervolgens ontstaat er een gesprek tussen Kamerleden en deelnemers, waarin Kamerleden kunnen doorvragen.”     

 

Hoe weten deelnemers of de Kamercommissie iets doet met hun input?

“Dat weten ze niet meteen. Maar als je kijkt naar de Kamervragen over de ingediende Wet Toekomst Pensioenen aan het kabinet na de bijeenkomst van 22 april, dan kun je veel van de input van deskundigen daarin terugzien.”

 

Kun je een voorbeeld geven van input die we in Kamervragen hebben teruggezien?

“Een belangrijk voorbeeld is de input van Casper van Ewijk, Bas Werker, Theo Nijman, WTW en Ortec over de methode van invaren. Bij ‘invaren’ worden de pensioenaanspraken die onder het oude pensioenstelsel zijn opgebouwd, omgezet in pensioenaanspraken in het nieuwe stelsel. In dit geval betekent het dat het collectief vermogen van een pensioenfonds wordt omgerekend naar persoonlijke pensioenvermogens voor deelnemers. De Wet Toekomst Pensioenen biedt daarvoor de keuze tussen twee methodes: de VB-ALM methode en de standaardmethode. De deskundigen merken terecht op dat de VB-ALM methode voor dit doel niet bruikbaar is. Want bij het gebruik van deze methode moet je arbitraire aannames doen. Die worden daardoor per definitie vatbaar voor discussie. En aangezien de uitkomst van de VB-ALM methode erg gevoelig is voor die aannames, is de kans groot dat er juridische geschillen ontstaan. Het is sowieso niet raadzaam om twee methodes te hanteren.”

 

Waarom niet?

Per definitie zal de ene methode beter uitpakken voor de ene groep en de andere methode voor de andere groep. Als een fonds bijvoorbeeld kiest voor de standaardmethode, zijn er immers altijd deelnemers die zich afvragen hoe hoog hun pensioenaanspraken waren geweest bij gebruik van de VB-ALM methode. Het is raadzamer om elk fonds dezelfde invaarmethode te laten gebruiken. En de standaardmethode is daar het meest geschikt voor, onder andere omdat hij eenvoudiger uit te voeren is en de uitkomsten beter uit te leggen zijn aan deelnemers en andere belanghebbenden. Wel is er bij deze methode meer ruimte nodig om onevenredig nadelige effecten te kunnen compenseren.”

 

Zijn er nog meer voorbeelden van dergelijke input?

“De Pensioenfederatie en het Verbond van Verzekeraars hebben aandacht gevraagd voor de uitvoerbaarheid van de nieuwe regels voor het nabestaandenpensioen. Om deelnemers op het goede moment te kunnen begeleiden bij hun keuzes, hebben pensioenuitvoerders informatie nodig van het UWV. Op deze manier wordt voorkomen dat deelnemers tussen wal en schip komen te vallen, bijvoorbeeld na een periode van werkloosheid. Ook dit aandachtspunt is door veel Kamerleden overgenomen in hun vragen aan de minister.”

 

Wanneer weten we in hoeverre het wetsvoorstel nog gewijzigd wordt?

“Dat weten we waarschijnlijk in juli 2022. Over de inhoud van de mogelijke wijzigingen wordt komende tijd geleidelijk meer bekend. De schriftelijke vragen die op 26 april bij de minister zijn ingediend, beslaan 108 bladzijden. Een aantal daarvan, waaronder de vragen over de VB-ALM methode en de gegevensuitwisseling, wordt door veel fracties gesteld. Op die punten zou er nog wel eens wat kunnen gaan wijzigen in het wetsvoorstel, maar of dat ook gebeurt is nog even afwachten. Het kabinet kan het voorstel nu nog wijzigen met nota’s van wijziging en de Tweede Kamer kan het voorstel ook zelf amenderen. Als het voorstel wordt aangenomen door de Tweede Kamer, staat daarna de wettekst vast en gaat het voorstel naar de Eerste Kamer. Die kan het wetsvoorstel aannemen of verwerpen, maar niet meer amenderen.

Daarnaast gaan er waarschijnlijk ook wijzigingen optreden in de lagere regelgeving, waarmee het wetsvoorstel nader wordt ingevuld. Ook daarvoor heeft consultatie plaatsgevonden, wat heeft geresulteerd in 44 reacties. Duidelijkheid over de uiteindelijke lagere regelgeving verwachten we uiterlijk 1 januari 2023.”

 

Gaat die datum van 1 januari 2023 gehaald worden?

“Het kabinet lijkt alles op alles te zetten om deze datum te halen, maar tegelijkertijd zie je ook dat de Tweede Kamer belang hecht aan een zorgvuldige behandeling. Tot nog toe sluit het één het ander niet uit, maar dit vergt veel inspanning van beide partijen. Vanuit APG hebben we belang bij zowel tijdige als zorgvuldige behandeling. Vanuit ons perspectief is met name de uitvoerbaarheid en de uitlegbaarheid essentieel. Het gaat spannend worden of de keuzes die worden gemaakt, aan die uitvoerbaarheid en uitlegbaarheid bijdragen.”

Volgende publicatie:
“Die aha-erlebnis als mensen de wereld weer een beetje beter begrijpen: daar word ik blij van”

“Die aha-erlebnis als mensen de wereld weer een beetje beter begrijpen: daar word ik blij van”

Gepubliceerd op: 13 mei 2022

Netspar-directeur Marike Knoef streeft naar meer 'pensioengeletterdheid'

 

Laat het woord ‘pensioen’ vallen en Marike Knoef raakt oprecht bevlogen. Een opmerkelijke reactie in een land waar de meeste inwoners meer emoties blijken te voelen bij het woord ‘baksteen’. Maar dat enthousiasme is natuurlijk wel de ideale basishouding voor een algemeen directeur van Netspar, wiens missie het is om de natie ervan te overtuigen dat pensioen beslist geen ‘dat zien we later wel’-dingetje is.

Meer pensioengeletterdheid, daar streeft ze naar. “Want ruim de helft van de mensen maakt zich zorgen over zijn pensioen.”

 

Is sparen voor later per definitie een goed idee? Dat hangt ervan af, ontdekte Marike Knoef (39) toen ze het ouderlijk huis in het Gelderse Lochem ging verruilen voor een studentenkamer in Tilburg. In de kast die ze ontruimde vond ze een stapeltje origamiblaadjes. Prijzig papier, waarmee ze als zesjarige graag origamidieren vouwde. Maar nu drong het tot haar door dat ze driekwart ervan had bewaard ‘voor later’ terwijl ze er veel beter indertijd van had kunnen genieten. Je kunt dus ook te veel opzijleggen, concludeerde ze.

Die Japanse vouwblaadjes gebruikt ze graag als metafoor als het over pensioen gaat. Dat deed ze ook in haar inaugurele rede bij haar benoeming tot hoogleraar empirische micro-economie. Daarbij visualeerde ze bovendien de verschillen tussen pensioeninkomsten door aan alle aanwezigen een kleiner of groter origamiblaadje uit te delen.

 

Netspar

De kernvraag waar het voor haar echter om draait is: hoe verdeel je je financiële middelen nou zó, dat je er in alle levensfasen van profiteert? “Dat is een uitdagend vraagstuk. En ook eentje waarin diverse wetenschappelijke disciplines samenkomen. Je hebt de financiële, de economische en psychologische kant, de arbeids- en gezondheidsaspecten – hoe lang kún je werken? – en de communicatie erover speelt ook een rol. Dat maakt het voor mij zo leuk en interessant.” Reden waarom ze zich als een vis in het water voelt bij Netspar, een onafhankelijke denktank en onderzoeks- en kennisnetwerk op pensioengebied, waarvan ze sinds 2020 algemeen directeur is.

 

Als directeur van Netspar streef je naar meer ‘pensioengeletterdheid’. Waarom is dat zo belangrijk?

“Uit onderzoek van Netspar blijkt dat de meeste mensen heel weinig over pensioen weten. Tegelijkertijd maakt ruim de helft zich er veel zorgen over. Toch is voor een groot deel van hen dat pensioen best in orde. Alleen; daar zijn ze zich niet van bewust. Als mensen iets meer basiskennis krijgen, merk je dat hun zorgen afnemen. Natuurlijk hoef je niet alles onder de motorkap te weten. Maar 40 procent van de jongeren denkt dat er later voor hen geen pensioen meer is. Dat is echt veel! Als ze er wat meer over weten, zouden ze geruster kunnen zijn.”

 

Maar hoe krijg je ze geïnteresseerd?

“Daar doen we ook onderzoek naar. Hoe activeer je mensen, hoe verbeter je de communicatie? Enerzijds wil je de zorgen verminderen die veel mensen hebben. Anderzijds wil je ze persoonlijk informeren over hun situatie. Zelf communiceren wij weinig met ‘het publiek’. Af en toe doen we een publiek event voor alle Nederlanders, bijvoorbeeld rond de verkiezingen. En we organiseren zo nu en dan informatie-events voor belangenorganisaties. Wij zorgen er met ons onderzoek voor dat een debat op basis van feiten gevoerd kan worden, in plaats van op ‘onderbuikgevoelens’. Daarom is het belangrijk dat onze stakeholders – alle instanties die bij pensioen betrokken zijn – die informatie krijgen.”

Marike Knoef werd in 2017 directielid bij het onderzoeks- en kennisnetwerk Netspar. Sinds 2020 is ze algemeen directeur.

Netspar stimuleert een beter begrip van de economische en sociale gevolgen van pensioenen, vergrijzing en de ‘oude dag’ in Nederland. Dit doen zij door onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek en kennisdeling via publicaties, evenementen, webinars en onderwijs. www.netspar.nl

En wie moet het publiek dan informeren? Is dat een taak van pensioenfondsen?

“De hele pensioensector heeft er baat bij als mensen meer van pensioen afweten. Maar het is een gedeelde verantwoordelijkheid, ik zie hier ook een rol voor de overheid. Bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid werken ze aan een grote campagne. Veel mensen weten bijvoorbeeld niet eens dat Mijnpensioenoverzicht.nl bestaat. Ik merkte ook weer eens hoe laag de pensioengeletterdheid is toen ik de vragen voor een nieuw onderzoek van tevoren even in mijn omgeving testte. Zowel bij hen als bij de representatieve groep Nederlanders die aan het onderzoek deelnam, bleek het kennisniveau nog lager te zijn dan ik had verwacht. Daar schrok ik wel van.”

 

Spread the word, dus. De Pensioenfederatie geeft inmiddels voorlichting aan mbo-leerlingen. Zelf heb jij basisscholen bezocht?

“Dat was een initiatief van de Universiteit Leiden, het Meet the professor-project. Professoren bezoeken dan groep 7 en vertellen over hun vakgebied. Ik vertel daarom wat over pensioen. Als ik het woord laat vallen, zie je leerlingen denken: o… pensioen. Maar dan vraag ik of ze wel eens iets gespaard hebben. En was dat te veel of te weinig? Dat herkennen ze. Ze noemen knikkers, stickers. Nagellak, zei iemand. Zo raken ze echt geïnteresseerd: hoe hebben we dat pensioen dan geregeld, hoe werkt dat? Dus misschien moet je mensen eerst over een drempel trekken. Het nieuwe pensioenstelsel kan een goede aanleiding zijn om ze er meer van bewust te maken.”

 

Dat nieuwe pensioenstelsel treedt in principe uiterlijk per 1 januari 2027 in werking. Wat zijn volgens jou de sterke punten ervan?

“In feite ben je nooit klaar met het vormen van een pensioenstelsel, het is een continu proces omdat de wereld verandert. Maar ik vind het nieuwe stelsel wel een verbetering. Er is meer maatwerk per leeftijdscategorie, dat sluit beter aan bij de situatie van mensen. Zowel het oude als het nieuwe pensioenstelsel is gevoelig voor ontwikkelingen op financiële markten. Het nieuwe stelsel biedt echter wel betere mogelijkheden om hier mee om te gaan, door een meer gerichte toedeling van financiële risico’s. Straks bewegen de pensioenen sneller mee met de financiële markten. Jongeren kunnen daarin meer risico krijgen dan ouderen. Het nieuwe stelsel is niet per se minder ingewikkeld. Wel transparanter, omdat iedereen kan zien welk vermogen er voor hem of haar is opgebouwd. Die transparantie kan helpen om bij jongeren wat zorgen weg te nemen.”

 

Het nieuwe pensioenstelsel is ook onzekerder. Uitkeringen kunnen jaarlijks gaan stijgen of dalen, afhankelijk van de financiële markten.

“Dat is wel een punt waarover ik me zorgen maak. Want we zien dat als er gekort wordt op de pensioenen, of als ze niet geïndexeerd worden, dat emotionele reacties teweegbrengt. Verlies hakt er twee keer zo hard in als winst, zelfs als de totale uitkering in de loop der jaren stijgt. Als dat met pieken en dalen gebeurt, kan de perceptie van het pensioen daarom veel slechter zijn dan nodig is. Daar wordt natuurlijk wel over nagedacht, of je pieken en dalen in de tijd kunt spreiden. Dat heeft voor- en nadelen. Puur vanuit de emoties van mensen bekeken zou het ’t beste zijn om een grote negatieve schok relatief snel te nemen. Zodat je niet jaren achtereen met een uitgespreid verlies geconfronteerd wordt, dat steeds minder goed uitlegbaar wordt. Terwijl het vanuit dat perspectief beter zou zijn om een grote positieve schok over meer jaren te spreiden, om toekomstige verliezen op te vangen.”

 

Pensioenfondsen bepalen ook het beleggingsrisico voor de verschillende leeftijdsgroepen.

“In de nieuwe Pensioenwet (die nu nog in behandeling is – red.) staat daarom dat de risicohouding van deelnemers elke vijf jaar moet worden gemeten. Hoeveel risico wil en kán men nemen? Dat roept uiteraard vragen op: hoe meet je zowel de voorkeur als de risicocapaciteit van mensen? En hoe leg je zoiets begrijpelijk uit? Wat moet iemand weten om daarop te kunnen antwoorden? De afweging tussen risico en rendement is immers een belangrijke beslissing.”

Netspar doet nu onderzoek naar die risicobereidheid?

“Er loopt een onderzoek met APG bij het pensioenfonds voor de bouw. We onderzoeken of we die risicometing wat aantrekkelijker kunnen maken door een saaie wetenschappelijke vragenlijst om te zetten in een serious game. De resultaten daarvan vergelijken we met die van een reguliere vragenlijst, aan de hand van drie verschillende meetmethoden.”

 

Kun je al iets zeggen over de uitkomsten?

“We hebben de eerste uitkomsten net gedeeld met het bestuur van bpfBOUW. We zien bij de verschillende onderzoeksmethodes dezelfde patronen voor het verschil in risicobereidheid naar leeftijd, naar hoge en lage inkomens, en naar achtergrond – of het medewerkers op de werkplaats zijn of op kantoor. Maar het niveau van de risicobereidheid verschilt wel per methode. Ook dat roept vragen op: hoe moeten we daarmee omgaan?”

 

Maar de deelnemers waren dus sowieso bereid om risico’s te nemen?

“Ja. Kijk, als je het de mensen op straat vraagt, zouden ze zeggen: liefst zoveel mogelijk zekerheid. Financiële onzekerheid, daar houden ze niet van. Dus ze kiezen liever voor een vaste dan voor een variabele uitkering. Zelfs als dat rationeel eigenlijk niet bij ze past.

Ook daar hebben we onderzoek naar gedaan; voor de meeste mensen is het echt beter om wat risico te nemen. Dat vergroot de kans op een hogere uitkering. Want zekerheid is duur.”

 

Hoe jonger, hoe groter de risicobereidheid?

“Dat wordt inderdaad bevestigd in onze onderzoeken. We zien dat ook terug in de internationale literatuur.”

 

Maar uiteindelijk maken de fondsbestuurders de keuze.

“Zij bepalen hoe ze hun beleggingsbeleid gaan invullen. Bij die keuze kunnen ze gebruikmaken van onze onderzoeksresultaten. Bovendien is het goed dat de risicobereidheid van deelnemers elke vijf jaar gemeten wordt. Die uitslag kun je niet zomaar naast je neerleggen. Het is ook meteen een communicatiemoment. Als je de afweging tussen risico en rendement op toegankelijke wijze uitlegt, kan dat wederzijds begrip creëren.

We zien overigens in de onderzoeken dat ook de samenstelling van het bestuur – hoeveel mannen, vrouwen, jongeren, ouderen – invloed heeft op hoeveel risico er genomen wordt.”

 

Dus als er drie vrouwelijke dertigers in het bestuur zitten dan…

“... heb je een andere uitkomst dan als het drie mannen van in de vijftig zijn. En dat is eigenlijk wel gek, want je wilt dat de risicobereidheid afhangt van de samenstelling van een fonds.”

 

Netspar onderzoekt ook de risicocapaciteit van deelnemers?

“Klopt. Het mooie is dat het Centraal Bureau voor de Statistiek veel gegevens heeft over vermogens die mensen hebben, hun tweede pijler pensioenaanspraken bij verschillende fondsen of verzekeraars, hun spaartegoeden en woningvermogen. Zo kunnen we op individueel niveau – uiteraard anoniem – inzicht in het totaalplaatje krijgen. En hoe dat er bijvoorbeeld per sector, leeftijd- en inkomenscategorie uitziet. Ook van die onderzoeksresultaten kunnen de verschillende sectoren straks bij hun keuzes gebruikmaken.”

 

Helaas blijven sommige sectoren ook in het nieuwe stelsel buiten de pensioenboot vallen.

“Ja, de zelfstandigen bijvoorbeeld. Zeker bij de middeninkomens wordt er weinig pensioen opgebouwd. Ook mensen met flexibele contracten en werknemers in kleine bedrijven, de MKB’ers, bouwen relatief weinig tot niets op.”

 

Wat vertellen onderzoeken van Netspar daarover?

“Dat een van de drempels opnieuw de lage kennis over pensioenen is. Ze weten niet goed hoe het werkt. Slechts 50 procent van de zzp’ers is ervan op de hoogte dat er een fiscale jaarruimte is, blijkt uit verschillende onderzoeken. Je kunt fiscaalvriendelijk pensioensparen, maar veel mensen weten het niet of vinden het te ingewikkeld.

Bovendien hebben zelfstandigen vaker een wisselend inkomen. Ze willen wel sparen, maar niet in een pensioenproduct waar ze niet meer bij hun geld kunnen als het een jaar slechter gaat. Dat is een lastige horde. Want je wilt ook niet dat mensen het er zomaar uit kunnen halen: dan is er later geen pensioen meer.”

 

Zelf heb je twee parttime banen: je bent directeur van Netspar én hoogleraar empirische micro-economie aan de Universiteit Leiden. Wat drijft jou?

“Wat mij beweegt, is een betere oude dag voor Nederland. Dat is ook de missie van Netspar. Het is belangrijk dat je daarvoor zowel kennis als kennissen verzamelt – mensen uit de wetenschap en uit de praktijk in verschillende disciplines – die samenwerken om die missie te bereiken. Kennis krijgen we via onderzoeksprojecten die door de partners van Netspar geprioriteerd worden. Die informatie delen we met verschillende doelgroepen op drie niveaus: snel up-to-date, praktische toepassing en diepgaande kennis. Snel up-to-date is bijvoorbeeld een one-page met de belangrijkste conclusies en beleidsindicaties. Of een laagdrempelige podcast.”

 

Wordt daar dankbaar gebruik van gemaakt?

“APG is een van onze partners, en met verschillende afdelingen van APG die zelf ook onderzoek doen, werken we nauw samen. Maar ik heb het idee, ook bij andere partners, dat we met onze onderzoeksresultaten nog meer medewerkers kunnen bereiken. Omdat de inzichten voor iedereen nuttig en relevant zijn. Daarom proberen we onze kennis zo toegankelijk mogelijk te verspreiden. Bijvoorbeeld via websites, sociale media, nieuwsbrieven en dergelijke.”

 

En een tweede doel van Netspar is netwerkontwikkeling?

“Dat is heel belangrijk. Verschillende stakeholders zijn bij ons netwerk betrokken: pensioenfondsen, verzekeraars, sociale partners, toezichthouders, wetenschappers, de overheid. Dat netwerk proberen we zoveel mogelijk uit te breiden. Want al die typen organisaties hebben allemaal hun eigen rol in pensioenen. We horen van elkaar wat er speelt en pakken samen dingen aan. En we delen onze kennis.

Toen ik nog geen directeur van Netspar was, deed ik zelf onderzoek: wat zijn nou de pensioenvraagstukken en zijn die onderzoeksuitkomsten relevant voor de praktijk, waar is behoefte aan? Als directeur kan ik dat nog iets breder doen, door mensen aan elkaar te verbinden.”

 

Kortom: delen en verbinden, dat is jouw missie?

“Nou, ik vind het ook leuk om mensen positief te verrassen met wetenschap. Onlangs gaf ik een presentatie en na afloop zei iemand tegen mij: ‘Goh, ik dacht: Netspar, dat wordt vast erg moeilijk. Maar het was heel interessant en relevant. En ik heb nieuwe ideeën opgedaan.’ Die aha-erlebnis van mensen, dat ze de wereld weer een beetje beter begrijpen, en dat dit plezier oplevert, daar word ik blij van. Ook dat is wat mij drijft.”

Volgende publicatie:
Wat veroorzaakt de stijging van de dekkingsgraad?

Wat veroorzaakt de stijging van de dekkingsgraad?

Gepubliceerd op: 20 april 2022

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: Chief Economist Thijs Knaap over de stijgende dekkingsgraden van pensioenfondsen.

Veel pensioenfondsen kwamen donderdag met goed nieuws: hun dekkingsgraad - die de financiële positie van een fonds weergeeft - is het afgelopen kwartaal gestegen. Om te kunnen bepalen of het huidige vermogen van een fonds voldoende is om (later) de pensioenen uit te kunnen betalen (de zogeheten verplichtingen), wordt de rekenrente toegepast. Hoe hoger die rente, hoe minder een fonds aan vermogen hoeft te hebben en hoe hoger de dekkingsgraad. Het is te vergelijken met sparen voor een vakantie: hoe hoger de rente, hoe minder je maandelijks opzij hoeft te leggen. Op basis van de dekkingsgraad bepaalt een pensioenfonds of het de pensioenen verhoogt. Een belangrijk percentage dus.

Rendementen
“Het is een slechte economische tijd,” vertelt Knaap. “Zo is er oorlog in Oekraïne en bestaat er schaarste aan personeel en goederen doordat de economie na corona ineens op volle toeren begon te draaien. Ten slotte is China in lockdown na de laatste corona-uitbraak. Dat zorgt voor extra schaarste. Dat de economie door deze factoren een klap heeft gekregen, zie je ook terug in de rendementen van de pensioenfondsen over het afgelopen kwartaal. Zo lieten de obligatie- en aandelenportefeuilles verliezen zien van zo’n 5 à 6 procent. Dat soort kwartalen moet je niet te vaak hebben. In het verleden waren er weleens kwartalen waarbij de aandelen met 20 procent onderuit gingen, maar dan had je nog vaak obligaties die juist meer waard werden.”


Nu daalt de waarde van alle beleggingen, met uitzondering van de zogenaamde alternatives zoals grondstoffen, private equity en infrastructuur. “Maar met alleen goede resultaten daarop red je het niet. Het rendement van veel fondsen is nog steeds negatief en dat heeft z’n weerslag op hun vermogen: dat daalt. Maar het gekke is dat de dekkingsgraad niet alleen op het vermogen van een pensioenfonds is gebaseerd, maar ook op de verplichtingen. Dat bedrag wordt berekend met de rente en die is nu aan zo’n snelle stijging bezig dat het geld sneller aangroeit en er door de fondsen minder opzij hoeft te worden gelegd voor de betaling van pensioenen. Met andere woorden: de verplichtingen dalen, waardoor de dekkingsgraad stijgt en zelfs op een niveau komt dat we bij een aantal fondsen sinds 2008, vlak voor de kredietcrisis, niet meer hebben gezien. Het is nu een merkwaardig verhaal met de dekkingsgraad: negatieve rendementen maar wel een hogere dekkingsgraad. Dat is precies het omgekeerde verhaal als dat van de afgelopen tien jaar. Toen haalden pensioenfondsen geweldige rendementen maar daalden de dekkingsgraden. Want altijd was het verhaal dat hoe hoog de rendementen ook waren, de verplichtingen nog harder stegen als gevolg van de dalende rente.”

Het is wat mij betreft nog veel te vroeg om te zeggen dat we definitief aan het einde zijn van de almaar dalende rente

Rente
De huidige hogere dekkingsgraden zijn dus te danken aan de gestegen rente. Dat brengt de vraag met zich mee hoe lang de rente hoog blijft. “Vanaf de jaren tachtig is de geloofwaardigheid van de centrale banken en hun beleid om de inflatie te beteugelen steeds betrouwbaarder geworden. Nu stijgt de inflatie en doet de Europese Centrale Bank nog niets, waardoor de kans bestaat dat de geloofwaardigheid van centrale banken weer afneemt. Dat kan betekenen dat de rente permanent hoger wordt omdat beleggers gecompenseerd willen worden voor het risico dat de inflatie in de toekomst opnieuw piekt.”


Er zijn echter ook redenen om aan te nemen dat de rente op den duur weer gaat dalen. “Op dit moment is er heel veel spaargeld, zowel in het Westen bij bijvoorbeeld babyboomers als in de opkomende economieën zoals China.” Dat drukt de rente, en de factoren die aan het overschot van (spaar)geld ten grondslag liggen, bestaan nog steeds. “Al kun je er wel een paar aanwijzen die wat aan het omslaan zijn, zoals lage inflatieverwachtingen. Een andere is de Chinese aanbodschok. Spullen uit China zoals tv’s en mobiele telefoons werden almaar goedkoper. Sinds corona wil het Westen minder afhankelijk worden van Chinese productie. Dat kan leiden tot minder import van goedkope producten uit China. Lagelonenlanden willen daarnaast meer gaan verdienen aan hun producten, die daardoor duurder worden. Bovendien zal China ook steeds meer willen gaan uitgeven. Dat kun je ook zeggen van de Westerse babyboomers, die nu met pensioen zijn. Vraag en aanbod van geld komen dan meer met elkaar in evenwicht, wat de trend van dalende rente eventueel kan keren. Maar het is wat mij betreft nog veel te vroeg om te zeggen dat we definitief aan het einde zijn van de almaar dalende rente.”

Volgende publicatie:
"In mijn tijd waren we preutser, op je 12de wist je nog niet waar kinderen vandaan kwamen"

"In mijn tijd waren we preutser, op je 12de wist je nog niet waar kinderen vandaan kwamen"

Gepubliceerd op: 4 april 2022

Was vroeger alles beter, of heeft ‘nu’ ook zo z’n voordelen? Verschillende generaties gaan aan de hand van stellingen met elkaar in gesprek over maatschappelijke thema’s. Deze keer Angela Ursem (49) en haar vader Claus (75).

 

Claus over zichzelf: “Ik heb drie kinderen en zeven kleinkinderen. Ik ben ongeveer vijftig jaar werkzaam geweest bij Bouwbedrijf Ursem, een bedrijf dat mijn vader ooit is begonnen en dat ik met acht broers tot grote hoogte heb weten te brengen. Helaas is het gesneuveld in de crisistijd. Inmiddels ben ik gepensioneerd.”

Angela over haar vader: “Mijn vader is heel gedreven, hij is altijd bezig met dingen ontwikkelen en beter maken voor anderen. Ik vind hem ook heel warm en sociaal, hij is altijd vriendelijk en verliest de behoeftes van anderen nooit uit het oog. Dat vind ik een mooie eigenschap. Hij zit nu heerlijk met de camper in Portugal, maar ik ken hem als iemand die voortdurend in de weer is. Pas de laatste tien jaar kan hij af en toe stilzitten.”

 

Angela over zichzelf: “Ik ben geboren en getogen in Wognum, een dorp in Noord-Holland, mijn ouders wonen daar nog steeds. Ik was de middelste in het gezin. Ik woon tegenwoordig in Amsterdam met mijn man en twee pubers. De laatste tien jaar heb ik als interim-marketingmanager bij veel grote corporaties gewerkt. Drie jaar geleden ben ik met mijn oudere zus een skincarebedrijf begonnen, Food for Skin, vanuit de drang om de cosmeticawereld te verduurzamen. Mijn zus heeft dertig jaar lang als schoonheidsspecialiste gewerkt, ik breng alle marketing- en commerciële kennis in.”

Claus over zijn dochter: “Angela was vanaf haar prille jeugd al heel zelfstandig. Ze is een dame die goed bezig is, heel sociaal is, zakelijk kan zijn en ook voor anderen opkomt. Voor ons is ze een schat van een dochter.”

 

Stelling: Vroeger keken mensen meer naar elkaar om

Claus: “Weet je wat het is: vroeger kon je bijna niet anders dan naar elkaar omkijken. Ik kom uit een groot gezin; je moest het met elkaar doen. In ons dorp was iedereen gelijk, grote inkomensverschillen waren er niet of leken er niet te zijn. Je hielp elkaar, er was grote solidariteit. Met alle mogelijkheden van vandaag lijkt dat omkijken naar elkaar te verdwijnen. Maar aan de andere kant staan mensen nog steeds voor elkaar klaar als het nodig is.”

Angela: “Er is absoluut iets verschoven, we zijn veel individueler geworden. Niet dat we niet om anderen geven of niet solidair willen zijn, maar het leven is haastig, er wordt veel van je verwacht en gevraagd, waardoor er minder ruimte is voor anderen. Maar zoals mijn vader zegt: als de nood aan de man is, zijn mensen echt wel bereid om elkaar te helpen. Die basis is er gelukkig nog steeds.”

 

Stelling: In Nederland liggen we erg achter qua vrouwenemancipatie

Angela: “Ik denk dat we in Nederland wat betreft vrouwenemancipatie veel verder zijn dan veel andere landen, maar we zijn er nog niet helemaal. Kijk alleen al naar die campagne van laatst, over dat er in Nederland meer ceo’s zijn die Peter heten dan dat er vrouwelijke directeuren zijn. Gelijkwaardigheid is voor iedereen belangrijk, niet alleen voor vrouwen. Zelf heb ik gelukkig nooit moeite gehad om mezelf te bewijzen. Ik sta mijn mannetje wel.”

Claus: “Ik vind vrouwenemancipatie ook belangrijk, vrouwen moeten dezelfde kansen krijgen als mannen. Toch heb ik ook wel paar keer bij mezelf gedacht: gaat het nu om de beste persoon op de juiste plaats, of moet het per se een vrouw zijn? Ik heb er nog weleens mijn twijfels bij of er wat dat betreft altijd goede keuzes gemaakt worden. Dat gezegd hebbende: er mag geen onderscheid zijn in salariëring.”

“Als de nood aan de man is, zijn mensen echt wel bereid om elkaar te helpen”

Stelling: Je mag niks meer zeggen tegenwoordig

Claus: “Nou, volgens mij mag je nog heel veel zeggen, als ik kijk naar wat voor taal ze uitslaan in de Tweede Kamer. Maar er wordt wel meer gelet op wat je zegt en hoe je het zegt. Dat is ook belangrijk. Zolang je elkaar respectvol benadert, denk ik dat je veel kunt zeggen.”

Angela: “Ik vind vrijheid van meningsuiting een groot en belangrijk goed. Maar dat ontslaat ons niet van de plicht om rekening te houden met andermans gevoeligheden. Vrijheid van meningsuiting is geen vrijbrief voor het beledigen van mensen uit andere culturen of met een andere achtergrond. Ik vind het heel belangrijk om je bewust te zijn van tegen wie je het hebt en hoe het overkomt. Ligt iets gevoelig, probeer je dan te verdiepen in wat erachter zit: waarom voelt iemand zich aangesproken, en hoe kan ik het beter doen? Ik denk dat het verrijkend is voor iedereen om je daarin te blijven ontwikkelen.”

 

Stelling: We zijn tegenwoordig erg preuts

Claus: “Nou, in mijn tijd waren we preutser. Als iemand zich in de keuken waste, ging er een theedoek over de radio zodat ‘het mannetje in de radio’ niets zou kunnen zien. Toen er voor het eerst een naakte vrouw op tv te zien was, Phil Bloom in 1967, was dat een hele gebeurtenis. Thuis waren wij gebonden aan de kerk, daar mocht helemaal niets. Als je 12 jaar was, wist je nog niet waar kinderen vandaan kwamen.”

Angela: “Ik ben blij dat seksualiteit nu wel bespreekbaar is. In het gemiddelde tijdschrift wordt er vrij expliciet over geschreven. Dat vind ik goed, het moet niet iets geheimzinnigs zijn, zoals bij mijn vader vroeger. Ook op scholen wordt er veel openlijker over seks gesproken. In die zin denk ik dat we nu minder preuts zijn.”

 

Stelling: De kloof tussen arm en rijk zal alleen maar groter worden

Angela: “Ik ben bang van wel, als je ziet hoe de maatschappij zich ontwikkelt. Het aantal rijke mensen neemt toe, het aantal arme mensen ook. Toch zijn er initiatieven, ook vanuit de rijken, om die kloof te dichten. Hopelijk wordt die beweging groot genoeg om echt een verschil te kunnen maken. Dat is ook noodzakelijk om op langere termijn veel problemen te voorkomen.”

Claus: “In mijn tijd was er overal armoe. In het dorp waar ik woonde was bijna iedereen gelijk, met uitzondering van een aantal notabelen die voor ons gevoel rijk waren. We voelden ons allemaal redelijk arm, maar hadden daar ook weer geen erg in omdat voor iedereen hetzelfde gold. Ik kom uit een gezin van twaalf kinderen en de broeken van de eerste gingen gewoon twaalf kinderen lang mee. Dat is vandaag wel anders. Ik denk ook dat de kloof veel te groot aan het worden is, daar moet absoluut iets aan gedaan worden. Een aantal goudhaantjes zou het goede voorbeeld moeten geven, door hun grote vermogen in te zetten voor goede doelen. Maar het blijft een lastig te verwezenlijken verhaal.”

 

Stelling: Een goed leven is in Nederland voor iedereen haalbaar

Claus: “Wat is een goed leven? Het belangrijkste is dat je gezond en gelukkig bent en dat je rond kunt komen. Of dat voor iedereen haalbaar is, weet ik niet. In de basis wel, maar er zullen altijd mensen zijn die om wat voor reden dan ook nauwelijks het hoofd boven water kunnen houden.”

Angela: “In theorie is het voor iedereen mogelijk om een dak boven zijn hoofd te hebben en eten te kopen, maar in de praktijk zien we er genoeg voorbeelden van dat het niet zo is. Het hangt ook erg af van je definitie van een goed leven, zoals mijn vader zegt. Het is een combinatie van factoren. Ik kan me voorstellen dat als je niet veel financiële middelen hebt maar wel een rijk sociaal leven, je toch vindt dat je een supergoed leven hebt. Er moet dan wel een bestaansminimum zijn, maar dat is kennelijk ook niet voor iedereen weggelegd, ondanks alle regelingen en subsidies. Dat vind ik schrijnend.”

“Jongeren zijn niet anders dan vroeger, de omstandigheden zijn anders”

Stelling: De jeugd van tegenwoordig heeft het te goed

Claus: “Ik hoor vaak dat de jeugd niet deugt, maar daar ben ik het honderd procent niet mee eens. Jongeren zijn niet anders dan vroeger, de omstandigheden zijn anders. Toen ik jong was, was alles veel duidelijker, we hadden veel minder verleidingen. In mijn tijd wist je niet eens dat er drugs bestonden. De jeugd van nu heeft weinig tegenslagen of armoede gekend – uitzonderingen daargelaten. Ze groeien op met veel meer mogelijkheden dan wij vroeger hadden. Maar maakt ze dat verwend? Nee.”

Angela: “Ook hier geldt: wat is goed? De meeste jongeren kunnen naar school en hebben de mogelijkheid om te studeren. Gelukkig. Financieel denk ik dat ze het wellicht beter hebben dan vroeger. Aan de andere kant: kijk naar wat er allemaal op ze afkomt. Ze hebben twee jaar lang nauwelijks een sociaal leven gehad vanwege de coronacrisis, er hangt ze een klimaatcrisis boven het hoofd waar zij mee moeten dealen en nu is er weer oorlogsdreiging. Voor mijn kinderen van 15 en 16 heeft dit impact op hun leven en de keuzes die ze maken. Zij staan voor heel andere uitdagingen dan mijn vader en ik vroeger. Ik denk dat er tegenwoordig meer aandacht en zorg is voor de jeugd, voor hun individuele behoeftes, ook op school. Er is meer persoonlijke ondersteuning. Is dat té goed? Dat denk ik niet. Het is gewoon goed.”

 

Stelling: Technologische vooruitgang is per definitie goed

Claus: “Ja, het is nodig om steeds nieuwe dingen uit te vinden en te verbeteren. Het maakt veel dingen makkelijker. Aan de andere kant schept het ook afstand.”

Angela: “Ik ben een enorme voorstander van technologische vooruitgang, dat hebben we nodig als je kijkt naar de problemen waar we voor staan, zoals de klimaatcrisis en overbevolking. Daar hebben we gedragsverandering maar ook technologie voor nodig. We kunnen het ons niet veroorloven om stil te staan. Ik denk wel dat we ons bij elke uitvinding goed moeten afvragen: brengt het ons daadwerkelijk verder, of brengt het nieuwe problemen met zich mee?”

 

Stelling: Vroeger was alles beter

Claus: “Ha, als je zo gaat praten word je oud. Vroeger was alles ánders, maar zeker niet beter. Voor mij niet in ieder geval.”

Angela: “Ik vind dat je dat mooi zegt, pap. Alles was anders, en in de toekomst zal alles ook weer anders zijn. Alles is constant in ontwikkeling en dat moet ook. Daar moet je je niet tegen verzetten, dat moet je omarmen

Volgende publicatie:
“Het is onze gezamenlijke verantwoordelijkheid het vertrouwen in ons pensioenstelsel te verbeteren”

“Het is onze gezamenlijke verantwoordelijkheid het vertrouwen in ons pensioenstelsel te verbeteren”

Gepubliceerd op: 31 maart 2022

Nog een kleine drie jaar en dan gaat het eerste pensioenfonds over naar het nieuwe pensioenstelsel. Die transitie moet voor alle partijen – werkgevers, deelnemers en fondsen – soepel verlopen. Daarom staat 2022 voor APG vol in het teken van de executie, zegt bestuursvoorzitter Annette Mosman. “Het belangrijkste is dat we eerst het primaire proces op orde krijgen. Dat moet in één keer goed gebeuren. Het is de lakmoesproef van het nieuwe pensioenstelsel.”

 

“2021 was het laatste jaar waarin APG zich kon veroorloven om te spreken over de voorbereiding op het nieuwe pensioenakkoord. Dit jaar staat alles in het teken van de uitvoering.” Was getekend, APG-bestuursvoorzitter Annette Mosman. “As we speak ligt het wetsvoorstel ter goedkeuring bij de Tweede Kamer. De transitie naar het nieuwe pensioenstelsel wordt dus echt werkelijkheid. En nu zijn wij aan zet. Dat voel je in elke vezel van onze organisatie. We hebben er lang over nagedacht, we hebben geholpen bij de totstandkoming van de wet en nu moeten we ons huis verbouwen terwijl de winkel openblijft.”

 

En ondertussen is 2022 zeer dramatisch begonnen. Wat is de impact daarvan op jou, op de organisatie?

“Alles is relatief als je ziet wat er nu in Oekraïne gebeurt. Dat raakt mij als persoon en het raakt onze medewerkers. Er werken bij APG mensen die uit Oekraïne komen, mensen met familie daar en we hebben ook Russische collega’s. Het raakt de organisatie als geheel, maar het heeft ook zijn weerslag op de energieprijzen die wij allemaal betalen, op onze economie, onze beleggingen, op cybersecurity. Maar bovenal is het een humanitaire ramp die nu plaatsvindt.”

 

Wat staat nummer één op de prioriteitenlijst voor 2022?

“Voor APG en onze pensioenfondsklanten is de eerste prioriteit uiteraard het Pensioen van Straks. Het komende half jaar spreken we met onze klanten af wanneer welk fonds overgaat. Voordat we het eerste fonds op 1 januari 2025 overzetten, moeten er nog heel veel voorbereidingen getroffen worden. Denk bijvoorbeeld aan de implementatie van de polisadministratie en de invaarstraat, maar ook aan de ontwikkeling van competenties van onze medewerkers.


En ten tweede: we hebben vorig jaar een uitstekend beleggingsjaar gedraaid. We mogen trots zijn op de leidende positie van APG als verantwoorde belegger. Maar die positie staat wel onder druk. Klanten en samenleving vragen om meer snelheid op duurzaamheidsthema’s. Dus moeten we bewegen. Op een slimme manier. Door in te zetten op en versnellen van digitalisering van onze operatie. En samen met fondsklanten scherpe keuzes te maken op het thema verantwoord beleggen.

 

Tot slot: we moeten nog meer opschuiven richting één APG. Meer leren van elkaars kennisgebieden. Met het nieuwe pensioencontract zien we dat vermogensbeheer en pensioenbeheer steeds meer naar elkaar toe gaan groeien. Dat waren vroeger twee gescheiden, specialistische vakgebieden. Onze prachtige nieuwe werkomgeving, EDGE West, helpt daarbij. Letterlijk. Ik sprak een collega die daar inmiddels werkt en die vertelde me: ik ben nu vijftien jaar bij APG, maar ik heb hier in een week al meer andere collega’s leren kennen dan in de afgelopen jaren. Dat is mooi. Het nieuwe APG begint in de directe samenwerking tussen mensen.”

 

De weg naar het nieuwe stelsel is complex. Veel partijen met verschillende belangen. Een stelsel dat nog niet in detail is uitgewerkt. Hoe lastig is het om daarin als uitvoerder je weg te vinden?

“‘Heldere keuzes’ is het thema van het jaarverslag en dat betekent ook écht dat we heldere keuzes hebben gemaakt, moesten maken en een aantal zaken aan de zijlijn hebben gezet. We blijven experimenteren, we blijven nadenken over nieuwe proposities op het gebied van de financiële fitheid van de deelnemer. Maar het belangrijkste is nu dat we eerst het primaire proces op orde krijgen. We gaan in Nederland 1.700 miljard omrekenen ten behoeve van de transitie. Dat moet in één keer goed gebeuren. Het is de lakmoesproef van het nieuwe pensioenstelsel. Het is cruciaal voor onze pensioenfondsklanten en hun deelnemers dat de potjes juist worden berekend.”

 

Maar daar kom je samen wel uit?

“We werken voor acht fondsen. Elk fonds heeft zijn eigen ambities en legt andere accenten. Of het nu de kwaliteit van de data is, hun nieuwe klantmissies of ‘mijn pensioen’ verbeteren. Dan is het echt wel een lastige boodschap, want iedereen wil zijn volle agenda afgewerkt hebben. Maar er is ook een helder gemeenschappelijk doel: een soepele en beheerste transitie naar het nieuwe pensioenstelsel. Waarbij we de belangen van alle deelnemers optimaal behartigen.”

 

Feit is dat nog niet alles bekend is over het nieuwe stelsel. Hoe leid je dat proces?

“We hebben binnen APG veel expertise in huis. Toch vinden we het lastig, omdat we niet eerder een periode hebben gekend waarin we zulke belangrijke besluiten moesten nemen, terwijl het plaatje nog niet helemaal is uitgekristalliseerd. Je kunt de context waarin we opereren dan onduidelijk noemen, maar voor mij voelt dat niet zo. Er zijn altijd onzekerheden. Ik vind het juist leuk om leiding te geven in een context van onzekerheden. En het glas is bij mij meestal halfvol.


Bovendien: we weten ook heel veel wel. We weten waar die wet voor staat, we weten welke richting het opgaat. Je kunt in dat proces dus ook best de master of your own destiny zijn.”

Bestuurlijke rust is daarbij cruciaal, aldus Mosman. “We hebben een stabiele RvB die in deze samenstelling ook betrokken was bij de totstandkoming van de strategie en die ook echt doorleefd heeft. Dat geldt ook voor het merendeel van het leiderschapsteam. En die bestuurlijke rust is er ook door de goede relatie met de OR, de RvC en de aandeelhouders. Ik ben oprecht blij dat de relatie met  deze belangrijke stakeholders is verbeterd en verstevigd. Dat hebben we bereikt door een intensief en echt contact, waarbij we moeilijke gesprekken en dilemma’s niet uit te weg zijn gegaan.”

 

2021 was je eerste jaar als bestuursvoorzitter. Ben je tevreden over hoe het gaat?

“Tevreden?” Lachend: “Daar ben ik niet zo goed in. Maar eerlijk: ik kijk terug op een spannend, maar ook op een heel goed jaar. Het was een jaar waarin onze strategie is goedgekeurd, een belangrijke mijlpaal. Met aan het eind van 2021 het besluit om samen met een externe partij, Festina Finance, onze poliskapitaaladministratie in te richten. We maken de sprong voorwaarts met de allernieuwste technologie in het belang van deelnemer en fondsen. En ik heb daar alle vertrouwen in.”

 

Wat zie je als grootste uitdaging?

“De arbeidsmarkt. Goede mensen vinden. We hebben hele goede mensen in huis, maar met de bulk aan werk die we op ons afkomt is dat echt een uitdaging. Het is ook de reden waarom we meer partnerships aangaan, zoals de samenwerking met een externe partij op de invaarstraat.”

APG zal meer kenmerken krijgen van een technologie- en datagedreven én deelnemergerichte organisatie

Het stelsel verandert, APG ook. Kun je een beeld schetsen van de uitvoerder die in het nieuwe stelsel nodig is?

“APG zal meer kenmerken krijgen van een technologie- en datagedreven én deelnemergerichte organisatie. Natuurlijk moeten we heel goed blijven beleggen, heel goed blijven administreren. Dat zijn en blijven belangrijke competenties. Maar het zwaartepunt gaat naar de voorkant. We gaan naar een stelsel waarin er meer onzekerheden bij deelnemers liggen. We zullen als pensioensector meer moeten uitleggen. We worden dus meer een communicatiebedrijf. Daarin hebben we al wel stappen gezet, maar die kanteling zet in de komende jaren echt door. Sowieso is verandering de nieuwe constante. Daar ben ik van overtuigd. Wij focussen nu op deze transitie, maar je zult je als organisatie continu moeten verbeteren en ontwikkelen op alle vlakken.”

 

Collectiviteit blijft ook in het nieuwe stelsel een wezenlijk element. Waarom vind je dat zo belangrijk?

“Als ik naar mezelf kijk: ik ben 55 en begin eigenlijk nu pas na te denken over de vraag hoe ik er over tien jaar voor sta. Hoe zit het met mijn huis, mijn huidige hypotheek? En ik ben niet de enige voor wie het zo werkt. Voor veel mensen is de horizon te kort om dan nog bij te kunnen sturen. Dus daarom vind ik pensioen opbouwen via je werkgever, en vooral het verplichte karakter daarvan, zo belangrijk. Mijn kinderen worden nu ‘gedwongen’ om te sparen, of beter te beleggen, voor later. Dat kun je paternalistisch noemen, maar ik was er toen niet mee bezig en zij zijn er ook niet mee bezig. Door de verplichtstelling hebben ook zij een prettige oude dag. Dat maakt ons stelsel zo mooi.”

 

Maar de verbouwing was hard nodig.

“Het is niet zo raar dat dit stelsel na honderd jaar vernieuwd moet worden. Want er is natuurlijk heel veel veranderd. We werken niet meer ons hele leven voor één werkgever, we worden steeds ouder, veel mensen werken, al dan niet voor een bepaalde tijd, als zelfstandige.
We hebben gezien dat we al geruime tijd niet of nauwelijks meer kunnen indexeren, dus de grenzen van het stelsel worden al gevoeld door de huidige gepensioneerden. En met deze stap haal je dat juk van het oude stelsel af en geef je ons de mogelijkheden om wat breder te kunnen beleggen. Er wordt vaak gezegd: het wordt simpeler in het nieuwe stelsel. Voor de deelnemer is het echter simpeler om te weten: ik krijg duizend euro per maand. Nu zeggen we: dit is je pot, maar dat kan afhankelijk van de economische situatie veranderen. Daarom wordt communicatie met de deelnemer nog belangrijker. Het echt leren kennen van die deelnemers, waar zit de zorg bij hen, dat wordt cruciaal.”

 

Wordt het dan ook niet tijd om de deelnemer voor te bereiden?

“Ik denk inderdaad dat we de plicht hebben om deelnemers voor te bereiden op de overgang naar het nieuwe stelsel. Maar ik denk ook dat het voor hen pas echt concreet wordt als ze geïnformeerd worden over wat de veranderingen voor hen betekenen. Dan wordt het relevant. En dan zullen er zeker veel vragen leven en gesteld worden. Gelukkig hebben we innovaties als Kandoor, daar kwamen vorig jaar al een miljoen vragen binnen, maar ook Geldvinder en Prikkl. Initiatieven die bijdragen aan het tijdig nadenken over het inkomen voor nu, straks en later. We hebben daar de afgelopen jaren veel in geïnvesteerd, om klaar te zijn als het moment daar is.”

 

Maar gaat het niet vooral om vertrouwen? Je krijgt als deelnemer ineens een andere pot met geld. Klopt dat wel, regelt mijn fonds dat goed? Hoe zorg je dat je dat soort vragen voor bent?

“Ik zie het als een gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheid, sociale partners, pensioenfondsen en uitvoerders om het vertrouwen in ons pensioenstelsel te verbeteren.

Daarin hebben we een bijzondere rol als grootste pensioenuitvoerder van Nederland. We helpen iedereen, we faciliteren, zorgen voor de doorrekening achter de voorstellen. En straks zorgen we voor een beheerste transitie naar het nieuwe stelsel, met een solide pensioenadministratie en uitstekende beleggingsresultaten. Daarbij hebben we ook de verantwoordelijkheid om de veranderingen die op de deelnemer afkomen goed uit te leggen. Duidelijke communicatie aan de deelnemer is een voorwaarde voor vertrouwen in het nieuwe stelsel. Maar daarnaast moet het vertrouwen er vooral in de sociale partners zijn, dus werknemers en werkgevers. De besluitvorming over hoe elke pot per pensioenfonds wordt verdeeld over de generaties, de doorsneesystematiek, dat is besluitvorming die op de tafels van de sociale partners plaatsvindt. Zij moeten daar de juiste keuzes in maken. Overigens heb ik daar alle vertrouwen in.”

 

Benieuwd naar het hele APG Jaarverslag 2021? Lees het hier als pdf of ga naar de speciale website.

Volgende publicatie:
Jaarverslag 2021: heldere keuzes staan centraal

Jaarverslag 2021: heldere keuzes staan centraal

Gepubliceerd op: 31 maart 2022

Vandaag publiceert APG het jaarverslag 2021. Natuurlijk als pdf, maar ook in de vorm van een fraaie eigen website, waar je uitgebreid kunt lezen hoe we als APG terugkijken op 2021. En hoe we ons als grootste pensioenuitvoerder van Nederland voorbereiden op een ongekende, rigoureuze pensioenhervorming.

 

APG speelt een cruciale rol in die transitie naar een nieuw stelsel. Op 1 januari 2027 moeten alle fondsen zijn overgestapt op het nieuwe stelsel. En sommige fondsen willen al eerder. Dat is snel. Heldere keuzes zijn dus essentieel. Bestuursvoorzitter Annette Mosman zegt hierover in het jaarverslag: “De veranderingen zijn zo enorm dat we heldere keuzes moeten maken. Het nieuwe stelsel is topprioriteit. Dat betekent onder meer dat we bepaalde projecten even op een lager pitje zetten, medewerkers om- of bijscholen en digitaal geschoolde mensen werven.” Lees er meer over in haar voorwoord.

 

Wat kun je verder nog in het verslag vinden?

 

 

Wie we zijn en wat we doen

Als ’s lands grootste pensioenuitvoerder – we bedienen 8 pensioenfondsen en zo’n 4,8 miljoen deelnemers – zetten we al onze kennis en krachten in voor de bouw van een transparant en toekomstbestendig nieuw pensioenstelsel. We transformeren naar een nóg moderner communicatie- en IT bedrijf, en willen ondertussen een kwalitatief hoge dienstverlening bieden.

 

Over APG

 

Een zo goed mogelijk pensioen - in een leefbare wereld

Op weg naar het Pensioen van Straks zetten we alles op alles voor een maximale pensioenwaarde en een gezond rendement. Waarbij duurzaamheid centraal staat in al onze beleggingskeuzes.

 

Onze resultaten in 2021

 

Het belang van onze cultuur

Onze cultuur vertolkt de wijze waarop wij deel uitmaken van de samenleving. De kennis, kunde en het gedrag van onze medewerkers zijn hierbij allesbepalend. De overgang naar het Pensioen van Straks vereist bovendien nieuwe expertises en vaardigheden – waar we hard aan werken.

 

Hoe we met elkaar werken

 

 

Benieuwd naar het hele jaarverslag? Lees hier de pdf.

Volgende publicatie:
Wetsvoorstel nieuwe pensioenstelsel naar Tweede Kamer

Wetsvoorstel nieuwe pensioenstelsel naar Tweede Kamer

Gepubliceerd op: 30 maart 2022

Het wetsvoorstel voor het nieuwe pensioenstelsel van Nederland wordt vandaag aan de Tweede Kamer aangeboden. Die zal zich daar de komende periode over buigen, waarna het voorstel naar de Eerste Kamer gaat. Als beiden akkoord zijn, dan gaan de regels in op 1 januari 2023. Pensioenfondsen hebben dan tot 2027 om over te gaan naar het nieuwe stelsel.

 

Het wetsvoorstel dat voluit ‘Wet toekomst Pensioenen’ heet, komt voort uit het pensioenakkoord dat, na ruim tien jaar onderhandelen, in 2019 werd gesloten. In het nieuwe pensioenstelsel zullen de pensioenen makkelijker meebewegen met de economie. Er hoeven minder hoge buffers te worden opgebouwd, waardoor het perspectief op indexatie dichterbij komt. Ook krijgt  de deelnemer meer inzicht en duidelijkheid over het opgebouwde pensioen. Bovendien komen er nieuwe regels voor het nabestaandenpensioen.

 

Planning

Nu het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ligt, wordt ook de lagere regelgeving – de nadere uitwerking van die wet – openbaar. De bedoeling is dat de wet op 1 januari 2023 in het Staatsblad wordt gepubliceerd, waarmee de regels officieel ‘ingaan’. Of die datum ook gehaald wordt, is niet zeker. “Het is goed mogelijk dat de Eerste of Tweede Kamer meer tijd nodig heeft om een oordeel te vellen over de voorstellen”, vertelt Wim Koeleman, directeur Pensioen van Straks bij APG. Koeleman is blij dat het voorstel er ligt. “De stelselwijziging gaat hiermee een nieuwe fase in. Maar er moet nog veel gebeuren. We gaan het voorstel en de lagere regelgeving de komende tijd intensief bestuderen. Waarbij we vanuit APG extra letten op de uitvoerbaarheid van het nieuwe stelsel.”

 

Bedrag ineens

Eén van de nieuwe regels van het nieuwe stelsel, de mogelijkheid om maximaal 10 procent van je ouderdomspensioen in één keer op te nemen bij pensionering, zou op 1 januari 2023 al in werking moeten treden. Maar dat lijkt te vroeg. De Pensioenfederatie en het Verbond van Verzekeraars doen een dringend beroep op minister Schouten om de datum van inwerkingtreding te verschuiven naar ten minste 1 juli 2023. Eerder zou niet haalbaar zijn.

 

Spannend

Als de nieuwe pensioenwet ingaat, hebben pensioenfondsen, samen met uitvoerders, werkgevers en vakbonden tot 1 januari 2027 om de pensioenregelingen aan te passen aan de nieuwe wetgeving. Een immense operatie, weet ook Koeleman. “Daarom zijn APG, de pensioenfondsklanten van APG en sociale partners (werkgevers en werknemers) al van start gegaan met de implementatie op basis van een conceptversie van de wet. We zijn dan ook erg benieuwd naar de wijzigingen.”

Volgende publicatie:
“Als ik geld heb, denk ik: yes, uitgeven, nu”

“Als ik geld heb, denk ik: yes, uitgeven, nu”

Gepubliceerd op: 28 maart 2022

Hoe ga je om met werk en geld voor nu en later? Leef je bij de dag of plan je doelbewust je financiële toekomst? In deze Week van het Geld laten we een aantal jongeren aan het woord. Vandaag Maud (13), die al wat verdient met kleine klusjes en zeer bedreven is in geld uitgeven.

 

Maud van Zandwijk (13)

Inkomen: 72 euro per maand

Spaargeld: 180 euro

 

Krijg je zakgeld?

“Ja, ik krijg sinds vorig jaar 22 euro zakgeld en 50 euro kleedgeld per maand. Ik kan thuis ook geld verdienen met huishoudelijke klusjes. Als ik de afwas doe krijg ik 1 euro, als ik de was doe 1,50. Soms motiveert dat me wel.”

 

Heb je nog andere inkomstenbronnen?

“Ik doe wat kleine dingetjes. Zo ‘werk’ ik zo nu en dan in de kantine op school. Als loon krijg ik een gratis broodje, dat bespaart me veel geld. Mijn ouders zeiden: als je het geld dat je met die broodjes bespaart op een aparte rekening zet, is het net alsof je echt betaald krijgt. Dat was een goed idee. Ik doe ook weleens figurantenrolletjes. Daar krijg ik tussen de 30 en 40 euro per keer voor.”

 

Is het alles bij elkaar genoeg?

“Dat zou het wel moeten zijn. Maar omdat het voelt alsof ik zoveel heb, geef ik het nogal makkelijk uit. Er staat nu letterlijk 73 cent op mijn rekening. Halverwege de maand dacht ik: hé, ik heb nog geld. Toen ging ik naar de stad, en daar ging het fout.”

 

Waar geef je je geld aan uit?

“Voornamelijk aan eten en drinken. Thuis hebben we ook lekkere dingen, maar McDonald’s haal je bijvoorbeeld niet zomaar thuis. Het kan wel, met bepaalde bezorgdiensten, maar dan komen de frietjes koud aan. Het is gewoon een fijn gevoel dat ik geen toestemming hoef te vragen en kan kopen waar ik zin in heb. Verder heb ik deze week een kort broekje gekocht omdat het warm zou worden, die kostte 10 euro. En toen zag ik een vestje dat een vriendin van me heeft, dat wilde ik ook: 20 euro. En ineens was mijn geld op. Mijn ouders maakt het niet uit wat ik met mijn geld doe, het is mijn geld. Maar als het op is, is het op. Dan moet ik ook zelf de gevolgen ondervinden en springen ze meestal niet bij.”

 

Het is gewoon fijn dat ik geen toestemming hoef te vragen en kan kopen waar ik zin in heb

Krijg je ongeveer evenveel als vriendinnen, of meer of minder?

“Ik krijg vergeleken met hen wel veel. De meeste vriendinnen krijgen geen kleedgeld.”

 

Spaar je?

“Ja, dat was voor mijn ouders een voorwaarde om me mijn eigen bankpas te geven. Ik heb met ze afgesproken dat ik 10 procent van alles wat ik binnenkrijg wegzet op een aparte rekening. Mijn afblijfrekening, noem ik die. Omdat ik dat nu gewend ben, mis ik die 10 procent niet. Zo spaar ik ongemerkt best wat, het voelt als gratis geld. Op die afblijfrekening staat nu 160 euro. Mijn ouders hebben ook een potje voor me voor later-later, maar ik heb geen idee hoeveel dat is.”

 

Spaar je voor iets specifieks?

“Ik heb nog een ander potje waar 20 euro in zit, dat is voor Amerika. Aan het eind van de zomervakantie gaan we daarheen en dan wil ik geld hebben om Starbucks-mokken te kunnen kopen. Die verzamel ik, en iedere stad heeft zijn eigen mok. Dan heb ik iets bijzonders.”

 

Kun je goed met geld omgaan?

“Nee. Na drie dagen heb ik mijn zak- en kleedgeld er meestal al doorheen gejaagd. Als ik geld heb, denk ik: yes, uitgeven, nu. Ik maak steeds weer dezelfde fout en leer er niet van.”

 

Wat wil je later worden?

“Ik wilde editor worden, maar dat doe ik nooit meer, dus ik denk niet dat ik dat nog wil. Misschien kan ik nog wat figurantenrollen doen, of iets sociaals, of in de horeca ofzo. Ik heb weleens vrijwilligerswerk gedaan met mijn moeder in een bioscoop en dat vond ik heel leuk.”

 

Maakt het je uit hoeveel je later gaat verdienen?

“Ja, ik vind het wel belangrijk dat ik goed verdien, want ik wil niet op straat belanden. Het zou fijn zijn als ik rond kan komen.”

Vind je geld belangrijk?

“Meestal wel. Je hebt het nu eenmaal nodig als je dingen wilt kopen of iemand moet afbetalen. Als je dat niet kunt, is dat best wel rot. Ik leen vrij vaak geld van vriendinnen als ik door mijn maandbedrag heen ben en zij iets verstandiger met hun geld zijn omgegaan. Dat vinden ze meestal prima, zolang ik maar snel terugbetaal. En dat doe ik ook wel.”

 

Maakt geld gelukkig?

“Af en toe wel, af en toe niet. Het geeft je vrijheid om alles te kunnen kopen waar je zin in hebt. Als je arm bent, kun je niet alles doen en hebben wat je hartje begeert. Aan de andere kant lijkt het me ook niet zo geweldig als je alles hebt. Wat moet je dan met al je geld? Ik heb ook eens gehoord dat je heel eenzaam wordt als je zoveel geld hebt dat je niet meer hoeft te werken, omdat je vrienden dan bijvoorbeeld nog wel moeten werken en zij nooit tijd hebben om met je af te spreken.”

 

Maak je je zorgen over je financiële toekomst?
“Af en toe wel, dan denk ik: hóe ga ik surviven als ik het straks alleen moet doen? Nu is het al zo dat je soms niet wordt gekozen voor een figurantenrol, straks kan dat ook zo zijn met een echte baan. En als je dan niet wordt gekozen, kun je mooi je huur niet betalen. Mijn moeder heeft al gezegd: op je 18de ga je lekker het huis uit. Misschien kan ik afspreken dat mijn ouders mijn huur dan betalen, als ze me zo graag weg willen hebben.”

 

Je pensioen is nog héél ver weg, wat weet je er al over?

“Dat je wel geld binnenkrijgt, maar niet meer hoeft te werken, zoiets dacht ik. Als ik denk aan pensioen, denk ik aan oude mannen die aan het golfen zijn met van die petjes op.”

Volgende publicatie:
‘Ik word zenuwachtig als er minder dan 15.000 euro op mijn spaarrekening staat’

‘Ik word zenuwachtig als er minder dan 15.000 euro op mijn spaarrekening staat’

Gepubliceerd op: 21 maart 2022

Hoe ga je om met werk en geld voor nu en later? Leef je bij de dag of plan je doelbewust je financiële toekomst? En regel je ‘later’ zelf, of ben je aangesloten bij een pensioenfonds?

Bianca Wolters (32) is een echte spaarder.

 

Bianca Wolters (32)

Beroep: contractbeheerder bij een waterschap

Werkt wekelijks: 32 uur

Inkomen: 3800 euro bruto

Spaargeld: 30.000 euro

Pensioen geregeld? Ja, via werkgever

 

Wat doe je voor werk?

“Ik ben sinds twee jaar contractbeheerder bij een waterschap. Dat houdt in dat ik voor een bepaalde afdeling de contracten in de gaten houd die ze met leveranciers hebben: worden de afspraken uit de overeenkomst nagekomen? Vaak wordt in dit soort functies alleen gekeken naar de kant van de leveranciers, maar ik kijk ook intern of de organisatie haar verplichtingen nakomt. Hiervoor deed ik soortgelijk werk bij een zorginstelling, alleen deed ik er toen nog inkoop bij.”

 

Wat vind je leuk aan je werk?

“Dat ik een soort spin in het web ben. Ik heb te maken met verschillende lagen in de organisatie, van management tot aan mensen op de werkvloer, én met leveranciers. Het is heel divers. Als het rondom een contract niet lekker loopt, ga ik in gesprek over hoe dat kan. Moet er iets in de bedrijfsvoering veranderen? Daar induiken is echt fantastisch! Mijn ouders zijn allebei ondernemer, ik merk wel dat ik die ondernemersgeest in me heb, maar ik pas die liever binnen loondienst toe. Ik vind die ‘zekerheid’, voor zover daar sprake van is, wel fijn.”

 

Hoeveel verdien je?

“3800 euro bruto, dat is inclusief een individueel keuzebudget. Netto houd ik daar zo’n 2300 euro van over.”

 

Ben je daar blij mee?

“Ik kom er goed van rond, maar er zou nog wel wat bij mogen. Collega’s van me met ongeveer dezelfde functie zitten een salarisschaal hoger. Het verschil zit ’m vooral in de functienaam: ik ben contractbeheerder, zij zijn contractmanagers. Die functie was er nog niet toen ik begon. Maar onze taken verschillen niet veel.”

 

Durf je te vragen om meer?

“Absoluut. Dat heb ik wel moeten leren. Nu de arbeidsmarkt zo krap is, heb je een goede onderhandelingspositie. Ik heb al aangekaart dat ik vind dat ik ook een schaal omhoog zou moeten, maar zoals dat vaak gaat bij de overheid, is het een tijdrovend proces. Het ondernemende wat ik in me heb, kan daar weleens gefrustreerd van raken: kom op, als je me echt graag wilt behouden hoeft het toch niet zo moeilijk te zijn om met meer geld over de brug te komen?”

Nu de arbeidsmarkt zo krap is, heb je een goede onderhandelingspositie

Hoeveel zou je willen verdienen?

“Mijn brutoloon mag wel boven de 4000 euro uitkomen. Als ik terugreken naar wat ik per uur verdien, zit ik op zo’n 25 euro. Volgens mij zou ik best 50 euro kunnen vragen. Nu ik wat meer werkervaring heb opgedaan en bepaalde mooie resultaten heb behaald, weet ik beter wat ik waard ben.”

 

Heb je een eigen huis?

“Ja, ik heb net samen met mijn vriend een nieuw huis gekocht. We hadden allebei al een eigen huis, dat we met flinke overwaarde hebben verkocht. Ik kocht mijn huis voor 225.000 euro, waarvan ik 50.000 euro spaargeld had ingelegd. Met de verkoop heb ik er 175.000 euro uit gesleept. Mijn vriend had zijn huis pas een jaar en heeft het helemaal verbouwd. Hij maakte er 75.000 euro winst op. Zo hadden we de ruimte om 35.000 te overbieden bij de aankoop van ons nieuwe huis.”

 

Hoe hebben jullie de lasten verdeeld?

“Fifty-fifty. Mijn vriend is vrachtwagenchauffeur en we verdienen ongeveer hetzelfde. Ik heb wel meer eigen geld ingebracht bij de aankoop van het huis, maar ook dat hebben we netjes in ons samenlevingscontract vastgelegd.”

 

Wat zijn jouw vaste lasten?

“We betalen gezamenlijk 1500 euro aan hypotheek, dus 750 euro per persoon. Voor gas, water en elektra betalen we nu een voorschot van 150 euro, maar omdat we ons huis van het gas hebben gehaald, verwacht ik dat we daar nog veel van terugkrijgen. We leggen ieder 1500 euro per maand in in de gezamenlijke pot. Daar doen we alles van, en tot nu toe lukt dat goed. Voor mijn telefoonabonnement betaal ik 14 euro per maand. Mijn abonnement op de sportschool kost me zo’n 50 euro per maand. De zorgverzekering betaal ik eens per jaar, à 1400 euro. En dan heb ik nog een auto. Ik betaal 34 euro per maand aan wegenbelasting, 40 euro voor de verzekering van mijn auto en fiets samen en zo’n 200 euro per maand aan benzine. De brandstof is nu behoorlijk aan de prijs, maar wij kunnen in Duitsland tanken, dat scheelt iets.”

Waar geef je nog meer veel geld aan uit?

“Ik lunch vaak op mijn werk, dus er gaat aardig wat geld naar de bedrijfskantine. Verder ben ik erg bezig met gezonde voeding, ik heb laten onderzoeken waar ik intolerant voor ben en dergelijke. De voedingssupplementen die ik volgens de uitkomsten van dat onderzoek moet slikken, kosten me zo’n 50 euro per maand. Daarnaast vind ik het fijn om zo af en toe naar de schoonheidssalon te gaan, of naar een goede kapper. Kleding kopen gaat bij mij in golven: soms schaf ik ineens veel nieuwe dingen aan, en dan weer maanden niets. Ook laat ik mezelf regelmatig coachen op persoonlijk vlak, om meer uit mezelf te halen.”

 

Waar bespaar je op?

“Ik leef best zuinig, vind ik zelf. Ik hoef niet de nieuwste telefoon te hebben, ik heb bewust gekozen voor dat abonnement van 14 euro per maand. En we besparen thuis flink op energie door te investeren in een warmtepomp en zonnepanelen. Verder koop ik pas nieuwe dingen als de oude kapot zijn. Ik ben daar steeds bewuster mee bezig, ook vanwege het milieu. Ik kijk ook vaak naar tweedehands. Je staat soms echt versteld van de mooie dingen die je kunt vinden die er nog als nieuw uitzien.”

 

Ben je meer een spaarder of een spender?

“Een spaarder. Ik heb 30.000 euro op mijn spaarrekening staan en wordt heel zenuwachtig als daar weinig op staat. 15.000 euro is voor mij wel het minimum. Concrete spaardoelen heb ik nooit gehad, omdat mijn buffer altijd groot genoeg was om alles te kunnen betalen wat ik echt nodig had. Nu willen we graag een hybride of elektrische auto en is dat een beetje een spaardoel geworden. Ik spaar sowieso iedere maand automatisch 200 euro. Ik overweeg nu om me te oriënteren op verdere belegmogelijkheden voor een deel van mijn spaargeld. Ik zou me daarin willen laten adviseren door iemand die er verstand van heeft.”

Eerlijk gezegd weet ik amper iets van mijn pensioenopbouw

Ben je bezig met je oude dag?

“Nee, eigenlijk niet. Bij mijn vorige werk ben ik wel naar een pensioenbijeenkomst gegaan omdat ik benieuwd was naar wat daar werd besproken. Mijn ouders gaan bijna met pensioen, dus daar krijg ik wel iets van mee, maar het voelt toch ver van mijn bed. Volgens mij moet ik straks doorwerken tot mijn 80ste – dat duurt nog even.”

 

Bouw je pensioen op?

“Ja, via mijn werk. Maar eerlijk gezegd weet ik daar amper iets van. Ik krijg wel overzichten waarop staat wat ik heb opgebouwd, maar ik zou het je zo uit mijn hoofd niet kunnen vertellen. Het enige dat ik weet, is dat het nog lang niet genoeg is om van te kunnen leven.”

 

Hoeveel denk je later nodig te hebben per maand?

“Ik vind het belangrijk om de levensstandaard die ik nu gewend ben door te kunnen zetten. Dat zou dan neerkomen op ongeveer 2000 euro per maand. Ik denk wel dat dat haalbaar is, als ik nog een beetje doorgroei qua salaris. Ik heb natuurlijk ook veel geld in het huis zitten. Als we het ooit verkopen, komt dat vrij.”

 

Hoe zie je je gepensioneerde leven voor je?

“Ik zie mezelf lekker veel wandelen met een hond en gewoon een beetje leven in je eigen flow. Het lijkt me heerlijk om alleen maar te kunnen doen wat je leuk vindt.”

 

Maakt geld gelukkig?

“Tot op zekere hoogte wel. Als je te weinig hebt om van rond te komen, ga je echt in de overleefstand. Het lijkt me vreselijk als je in de supermarkt moet gaan hoofdrekenen of je je boodschappen wel kunt betalen. Maar ik denk dat te veel hebben ook niet gelukkig maakt. Als je van gekkigheid niet meer weet waar je je geld aan moet uitgeven, kan ik me niet voorstellen dat je leven echt zoveel fijner is.”

Volgende publicatie:
APG en ABP in de prijzen bij Pensioen Pro Awards

APG en ABP in de prijzen bij Pensioen Pro Awards

Gepubliceerd op: 18 maart 2022

APG is tijdens de uitreiking van de Pensioen Pro Awards 2021 tweemaal in de prijzen gevallen. De pensioenuitvoerder nam de award voor Langetermijnbelegger van het jaar én die voor Verantwoord Beleggen/ESG naar huis. De uitreiking werd door corona doorgeschoven naar 2022. Ronald Wuijster, CEO van APG Asset Management, en Claudia Kruse, hoofd Verantwoord Beleggen, namen de gouden themaprijzen in ontvangst.

 

De jury kende de prijs voor Verantwoord Beleggen/ESG toe aan APG vanwege het Sustainable Development Investments Asset Owner Platform, dat het samen met pensioenuitvoerder PGGM namens de pensioenfondsklanten ontwikkelde. Deze standaard stelt beleggers in staat om bedrijven te beoordelen op hun bijdrage aan duurzame ontwikkelingsdoelen van de VN. Een initiatief waarmee APG op ‘uitmuntende wijze ESG-factoren meeweegt/integreert en een helder ESG-beleid voert in strategie en beleggingspraktijk’.

 

Hand in hand

De andere award, die voor Langetermijnbelegger van het jaar, dankt APG aan hetGlaspoort-project. Dankzij deze joint venture die APG namens ABP opzette met KPN, zijn er in 2026 750.000 huishoudens en 225.000 bedrijven aangesloten op glasvezel. Volgens de jury een mooi voorbeeld van ‘hoe rendement en duurzaamheid hand in hand kunnen gaan’.

 

Geen ‘spielerei’

Volgens Ronald Wuijster, CEO van APG Asset Management en lid raad van bestuur, onderstrepen de awards het belang van de koers van APG. “Het elkaar prijzen toekennen in een sector, in dit geval de pensioensector, kan als ‘spielerei’ overkomen. Toch is het ontzettend fijn om erkenning en waardering te krijgen voor het werk dat je met z’n allen verzet. Het is een bevestiging dat je goed bezig bent. Dat geldt des te meer voor twee gouden themaprijzen op terreinen die samen de kern vormen van de strategie van APG Asset Management: langetermijnbeleggen en duurzaamheid.”

 

Koolmees

Andere prijzen waren er onder meer voor ex-Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Wouter Koolmees. Hij nam de Pensioen Pro Award voor ‘uitzonderlijke bijdrage aan de sector’ in ontvangst. De jury prees hem voor zijn rol in de totstandkoming van het pensioenakkoord. Pensioenfonds Provisum won, voor de tweede maal op rij, de prijs voor Pensioenfonds van het Jaar. ‘Een ijzersterk fonds met een beleidsdekkingsgraad van 146% (november 2021) en nul indexatieachterstand’, aldus de jury.

Volgende publicatie:
Nederlanders leven gemiddeld 3,5 maand langer, wat betekent dat voor het pensioen?

Nederlanders leven gemiddeld 3,5 maand langer, wat betekent dat voor het pensioen?

Gepubliceerd op: 16 maart 2022

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: actuaris Caroline Bruls over de vraag wat een hogere levensverwachting betekent voor de pensioenen.

 

Door de verbeterde luchtkwaliteit leven Nederlanders in 2030 gemiddeld 3,5 maand langer dan in 2016. Dat blijkt uit een bericht van het RIVM. Betekent dit dat de pensioenpremie omhooggaat? “Als de levensverwachting stijgt, heeft dat wel gevolgen voor de pensioenen,” zegt Bruls. Maar het betekent niet dat de premie ook meteen wordt verhoogd. “Met dit soort berichten doen we eigenlijk niets, want we gaan er al vanuit dat de levensverwachting verder stijgt. Je zou dus kunnen zeggen dat die 3,5 maand al is ingecalculeerd in onze verwachtingen. Wellicht wordt de levensverwachting door de verbeterde luchtkwaliteit nog iets hoger. Als dat het geval is, komt het vanzelf terecht in de data waarop we onze prognose voor de toekomst baseren. Die prognose van de levensverwachting wordt elke één of twee jaar bijgesteld, en blijft zo vrij actueel. Dat moet ook, want er zijn natuurlijk constant ontwikkelingen die invloed hebben op de levensverwachting.”

Invloed
Bruls benadrukt dat het heel moeilijk is om voor een relatief kleine ontwikkeling, zoals verbetering van de luchtkwaliteit, te bepalen in hoeverre dat invloed heeft op de lange termijn. “Er zijn zoveel grote en kleine factoren die invloed kunnen hebben op de levensverwachting. Het is zelfs bij de coronapandemie nog maar de vraag of die een grote invloed heeft op de sterfteprognose. Is dat een eenmalige gebeurtenis zonder invloed op de lange termijn? Of verwachten we dat zo’n epidemie vaker voor gaat komen waardoor het een blijvende invloed heeft op de levensverwachting? Het Koninklijk Actuarieel Genootschap komt dit jaar met een nieuwe sterfteprognose. Daarin zijn dan de nieuwste data verwerkt, waaronder de sterftecijfers van corona.” 

Dat een stijging van de levensverwachting invloed heeft op de pensioenen, komt omdat die langer moeten worden uitgekeerd. “In het huidige pensioenstelsel werkt het zo dat als de levensverwachting stijgt, de dekkingsgraad daalt. De financiële positie van pensioenfondsen wordt dus slechter. Ook zal de premie verhoogd moeten worden voor de pensioenen in de toekomst. Of we kunnen pas later met pensioen. In het nieuwe stelsel wordt dat anders, want dan is er geen dekkingsgraad meer. De mensen die nog niet met pensioen zijn, leggen in het nieuwe stelsel mogelijk wat meer premie in voor zichzelf. En voor de mensen die al wel met pensioen zijn, kan het tekort dan bijvoorbeeld uit een collectieve reserve worden aangevuld.”

AOW-leeftijd
Al worden we nog steeds ouder, de levensverwachting stijgt niet meer zo snel als in de afgelopen honderd jaar. “De grootste winst qua verbetering van levensomstandigheden en gezondheid is inmiddels wel behaald.” Het belangrijkste gevolg van de gestegen levensverwachting voor het Nederlandse pensioenstelsel is de verhoging van de AOW-leeftijd. Om de pensioenen betaalbaar te blijven houden, schuift de AOW-leeftijd steeds een stukje op. “Toen die op 65 jaar werd vastgesteld, werden we een stuk minder oud dan nu. Tegenwoordig moeten pensioenen over een langere periode worden uitbetaald. Om de verhouding tussen de periode dat mensen werken en pensioenpremie betalen en de periode dat zij pensioen ontvangen in evenwicht te houden, is vastgelegd dat de AOW-leeftijd meebeweegt met de levensverwachting.”

Dat de levensverwachting in 2030 met 3,5 maand is gestegen vanwege een betere luchtkwaliteit, heeft kort gezegd weinig tot geen invloed op de pensioenen. Het komt nog maar zelden voor dat een gebeurtenis grote impact heeft op de levensverwachting, en dus op de pensioenen. “Vroeger kwam dat vaker voor, omdat we toen minder goede modellen en computers hadden om onze prognoses te maken. Nu kunnen we steeds nauwkeuriger voorspellen, al blijf je altijd een bepaalde onzekerheid houden. Maar wat de invloed is van een eventuele bijstelling van de levensverwachting op de pensioenen blijft te overzien. Zeker als je het vergelijkt met de invloed die schommelingen op de beurs of renteschokken daarop hebben. De invloed van de levensverwachting valt daarbij echt in het niet.”

 

Volgende publicatie:
“Ik heb de bouwers op mijn schouder zitten”

“Ik heb de bouwers op mijn schouder zitten”

Gepubliceerd op: 9 maart 2022

Ze is niet vies van paternalisme, gelooft heilig in collectiviteit en springt op de bres voor zzp’ers en voor deelnemers die op hun tandvlees lopen: Eline Lundgren, de nieuwe voorzitter van bpfBOUW. “Ik ben zuiniger met het geld van het pensioenfonds dan met mijn eigen geld.”

 

Eigenhandig bakstenen opperen bij de renovatie van haar huis, veel verder ging de persoonlijke ervaring van Eline Lundgren met de bouwsector niet. Tot ze dit najaar werknemersvoorzitter werd van bpfBOUW, het bedrijfstakpensioenfonds voor de bouw. Door de coronacrisis was ze, vóór de fotoshoot, trouwens nog niet op de bouwplaats geweest om de geur van cement op te snuiven en met een van de 147.020 actieve deelnemers (jaarverslag 2020) een kop koffie in de keet te drinken.

BpfBOUW is een van de vijf grootste pensioenfondsen van Nederland, met in totaal ruim 776.000 deelnemers en meer dan 102 miljard euro belegd vermogen. Lundgren – een ervaren pensioenbestuurder namens vakcentrale FNV - vond “het eervol, leuk en uitdagend” om als voorzitter te worden gevraagd van zo’n groot fonds. Al moest ze er “met pijn in het hart” haar voorzitterschap van BPL Pensioen, het pensioenfonds voor de agrarische en groensector, voor opgeven.

 

Van de boeren naar de bouwers: wat zijn de verschillen in pensioenvoorziening tussen deze sectoren?

“Eerst een belangrijke overeenkomst: beide pensioenfondsen zijn gericht op een zo goed mogelijk inkomen voor later voor de deelnemers. Maar er is inderdaad een verschil: de agrarische sector heeft te maken met een krimpend aantal boeren. Ook het aantal actieve deelnemers van het bedrijfstakpensioenfonds neemt dus af. Dat heeft gevolgen voor de continuïteit van het fonds: met meer deelnemers kun je beter beleggen en meer rendement realiseren. In de bouw is juist sprake van groei: de vraag naar mensen in de bouw is veel groter dan het aanbod. Zeker nu er door de gekte op de huizenmarkt de komende jaren veel nieuwe woningen gebouwd zullen worden. Dat is een enorme uitdaging voor de sector, maar voor de continuïteit van het pensioenfonds is die groei goed nieuws.”

 

Beide sectoren hebben ook te maken met de stikstof- en pfas-crisis.

“Zowel de agrarische als de bouwsector staan voor een grote duurzaamheidsopgave. Maar ook daar zien we een verschillende dynamiek. Voor de agrarische sector heeft het duurzaamheidsbeleid vooral negatieve gevolgen. Zo is de toekomst voor varkensboeren en boeren rondom Natura-2000-gebieden onzeker. In de bouwsector heeft duurzaamheid juist een positieve connotatie: het uitdagende van innovatief en klimaatneutraal bouwen.”

 

De bouw telt veel zzp’ers. Die bouwen vaak geen pensioen op. Welke rol zie je daar voor het pensioenfonds?

“Werknemers sparen hun hele werkzame leven voor hun pensioen en hebben daardoor de zekerheid van een inkomen voor later. Dat gun ik zzp’ers ook heel erg. Ik vind het ook maatschappelijk van belang: een van de pijlers onder onze mooie samenleving is ons goede pensioenstelsel, waarin we risico’s samen delen. Als fonds willen we het daarom makkelijker voor zzp’ers maken om voor hun pensioen te sparen. Met een verplichtstelling zou dat waarschijnlijk niet lukken: zzp’ers voelen zich echte ondernemers en bovendien is de premieafdracht lastig als de inkomsten variëren. Maar een vrijwillige pensioenregeling heeft misschien wel kans van slagen. We zijn bij bpfBOUW aan het kijken of en hoe dat mogelijk is.”

 

BpfBOUW is het grootste Nederlandse fonds dat het pensioen per 1 januari indexeert, met 1,76 procent: dat is 68 procent van de inflatie. Ben je blij?

“Zeker. We waren acht tot negen jaar geleden een van de laatste pensioenfondsen die nog konden indexeren en nu zijn we een van de eerste fondsen die de stijging van de consumentenprijzen grotendeels kunnen compenseren. Als bestuur hebben we ook volledige indexering op ons netvlies staan, ja. Of en hoe we dat gaan doen, moeten we nog verder bespreken. Je moet daarnaast altijd blijven kijken naar de premie en de dekkingsgraad.”

 

Verder komt het nieuwe pensioenstelsel eraan: welke veranderingen brengt dat mee?

“Er blijft gelukkig ook veel hetzelfde. We blijven als Nederlanders straks gewoon geld sparen voor later, we hebben als pensioenfondsen nog steeds voor iedereen geld in kas en elke deelnemer houdt gewoon een levenslange pensioenuitkering, ook al word je 124 jaar. We blijven ook de risico’s met elkaar delen: het kort- en langlevenrisico, het behoren tot de pech- of gelukgeneratie, het arbeidsongeschiktheidsrisico en het beleggingsrisico.”

 

Dat laatste is het geval in de solidaire premieregeling, waarvoor de sociale partners bij bpfBOUW voorlopig hebben gekozen. Waarom is er niet gekozen voor de flexibele premieregeling, waarin deelnemers zelf kunnen aangeven met welk risicoprofiel ze hun pensioenpremie belegd willen zien?

“In de solidaire premieregeling beschik je over een grotere pot om beleggingsrisico’s op te vangen en zullen de opbrengsten uiteindelijk iets beter zijn. Voor een zo laag mogelijke premie krijg je een zo goed mogelijke uitkering terug. Bovendien deel je de verschillen tussen generaties die een economisch slechtere of juist betere tijd meemaken, tussen de pech- en de gelukvogels. Daar voel ik me het meest senang bij. Ik ben een vurig aanhanger van de collectiviteitsgedachte, ik geloof heilig in het solidariteitsbeginsel.”

Ik ben een vurig aanhanger van de collectiviteitsgedachte

Maar is het niet een beetje paternalistisch om mensen de mogelijkheid te ontnemen om zelf keuzes te maken?

“Ik ben niet wars van een beetje paternalisme. Dat begint al bij de verplichtstelling: mensen móeten pensioen opbouwen: hoe paternalistisch is dát? Maar het zorgt er wel voor dat mensen hun premie niet verjubelen en de zekerheid hebben dat er een inkomen is na hun pensioen. Bovendien: hoe meer keuzemogelijkheden, hoe meer keuzestress. Als je in de supermarkt voor de kassa staat te wachten, heb je altijd het gevoel dat je in de verkeerde rij staat. De Wet van Murphy, ja. Ik heb in het begin van de jaren negentig zelf aan de wieg gestaan van een van de eerste pensioenregelingen waarin keuzes geïntroduceerd werden. Wat bleek: mensen wisten niet wat ze moeten kiezen en waren bang dat ze het verkeerd deden. Uiteindelijk koos bijna iedereen de default-optie.”

 

Een keuzemogelijkheid in de bouw is de zwaarwerkregeling: bouwplaatsmedewerkers kunnen drie jaar voor de AOW-leeftijd stoppen met werken. Hoe hard nodig is dat voor deze beroepsgroep?

“Bouwvakkers beginnen vaak al op jonge leeftijd te werken. Mensen die in de laatste jaren voor hun pensioen zitten, werken soms al bijna vijfenveertig jaar! Bovendien moest er vroeger vaak zwaar getild worden. En als je altijd dacht op je 64e te kunnen stoppen met werken en de AOW-leeftijd gaat ineens naar 67, dan is dat ook best slikken. Het kan dan belangrijk zijn om als fonds oudere bouwvakkers die misschien op hun tandvlees lopen, duidelijk te maken dat ze ervoor kunnen kiezen om eerder aan hun pensioen te beginnen.”

Hoe uitdagend is communicatie met bouwvakkers over een complex onderwerp als pensioenen?

“We moeten met ál onze deelnemers communiceren. Onze doelgroep is heel divers: van laaggeletterd tot hbo en universiteit. We communiceren dus op verschillende taalvaardigheidsniveaus met deelnemers. Daarnaast is de sector zelf heel divers: onze deelnemers zijn niet alleen bouwvakker, maar ook bijvoorbeeld timmerman of natuursteenbewerker. En vergeet de partners van onze deelnemers niet. Verder hebben we te maken met zowel jonge als oudere deelnemers, ook daar moet je rekening mee houden. Als je het platslaat, is pensioen overigens geen rocket science: aan de ene kant leg je geld in en aan de andere kant komt er een pensioenuitkering uit. Maar als pensioenfondsen leggen wij het graag tot in detail uit en vertellen we ook alle complexe zaken eromheen. Sommigen willen graag al die details horen, maar er zijn ook mensen die daar onzeker van worden. We communiceren dus op verschillende niveaus én via verschillende kanalen met deelnemers.”

 

De ouderwetse brief?

“Je kunt niet iedereen via e-mail bereiken. Dat was ook zo bij PBL. Ik vroeg tijdens een bijeenkomst eens aan deelnemers om hun e-mailadres op te geven. Zo communiceer je als fonds immers het snelst en goedkoopst. Na afloop kwam er iemand naar me toe die zei dat hij geen e-mailadres hád. Hij vertelde dat hij niet kon lezen. Daar heb ik zó veel van geleerd. We communiceren bij bpfBOUW met sommige mensen dus ook nog steeds per brief, die zoon of dochter dan ’s zondags kan voorlezen. Verder hebben we een helpdesk, die mensen bij de hand kan nemen bij het maken van pensioenafwegingen.”

 

De bouwsector kent relatief veel Oost-Europese medewerkers, die tijdelijk hier werken, maar in eigen land blijven wonen. Welke uitdagingen schept dat?

“Pensioen is een haalrecht: je moet jezelf als deelnemer melden bij het pensioenfonds. Maar we weten dat veel deelnemers dat niet doen. We proberen dus zo veel mogelijk pensioen te bréngen bij mensen die daar recht op hebben. Maar dan moet je die mensen wel kunnen vinden. Dat is bij mensen die in het buitenland wonen een uitdaging. Gelukkig blijkt dat bij bpfBOUW vrij goed te gaan. Ook communicatie is natuurlijk lastiger met deze groep deelnemers.”

 

Zijn we het meest effectief door uit beleggingen in olie- en gasbedrijven te stappen, of juist door als aandeelhouder onze invloed aan te wenden?

Hoe gaan jullie als bestuur om met het beleggingsbeleid van bpfBOUW en welke dilemma’s ervaren jullie daarbij?

“We ervaren geen dilemma tussen rendement en duurzaamheid. We denken juist dat het rendement van organisaties zonder een goed duurzaamheidsbeleid, op de lange termijn onder druk kan komen te staan door de risico’s die ze lopen. We hebben binnen het bestuur wel discussie over verantwoord beleggen: hoe pakken we het aan, hoe ver gaan we erin? We zijn bijvoorbeeld uit teerzand gestapt en we hebben veel grondstoffen uit onze beleggingsportefeuille gehaald. Daarmee hebben we meteen veel investeringen in fossiele brandstoffen uitgesloten.”

 

ABP heeft besloten helemaal niet meer in fossiele brandstoffen te investeren. Voelen jullie maatschappelijke druk om dat voorbeeld te volgen?

“Actiegroepen ervaren de beslissing van ABP als een succes. Ze richten hun pijlen eerst op de allergrootste pensioenfondsen, zoals nu PFZW (Pensioenfonds Zorg en Welzijn, red). Maar ik verwacht dat ze uiteindelijk ook bij ons komen. Gaat dat ons beïnvloeden? Ja, natuurlijk. Maar we kíjken dus al goed naar onze investeringen in fossiele brandstoffen. We beleggen wel nog steeds in bedrijven zoals Shell. Als bestuur stellen we onszelf daarbij de vraag: zijn we als pensioenfonds het meest effectief door uit beleggingen in olie- en gasbedrijven te stappen, of juist door als aandeelhouder onze invloed aan te wenden?”

 

Welke stijl hanteer je als voorzitter van het bestuur?

“Als voorzitter moet je minder vocale mensen stimuleren om hun mening te geven en anderen juist afremmen. Het mag er in een discussie best fel aan toegaan, maar er moet een sfeer zijn waarin je elkaar vertrouwt. Iedereen moet bereid zijn om het uiteindelijke bestuursbesluit te dragen, ook degene met een afwijkende mening. Je moet als voorzitter zorgen voor een echt team. Dat heb ik van mijn moeder geleerd: wat goed is voor het team, is ook goed voor de individuele leden. Daar heb je die collectiviteitsgedachte weer. Maar ik heb ook mijn vader op mijn schouder zitten: hij heeft me het belang van integriteit bijgebracht. Mijn vader was heel eerlijk, soms op het vervelende af. Maar hij liet de maatstaven die hij anderen oplegde ook voor zichzelf gelden. Daar spiegel ik me aan.”

 

Geef eens een voorbeeld?

“Ik vind bijvoorbeeld dat je geld van een ander minder makkelijk mag uitgeven dan geld van jezelf. Ik ga dan ook zuiniger om met geld van het pensioenfonds dan met mijn eigen geld. Het bestuur van bpfBOUW voelde overigens meteen als een warm bad: alles functioneert goed en de sfeer is prima. Dat is fijn, want dan hoef je niet te kijken wie er aan je stoelpoten zit te zagen en kun je je op belángrijke zaken richten: mensen rust en zekerheid bieden met een goede pensioenregeling en duidelijke informatie. Ik probeer alles vanuit het perspectief van onze deelnemers te bekijken. Zij vormen mijn toetssteen: is dit een evenwichtig besluit en kan ik het uitleggen? Ik heb dus ook onze deelnemers elke dag op mijn schouder zitten. Of ze nu aan het sparen zijn voor hun pensioen of al van hun welverdiende pensioen genieten.”

Wie is Eline Lundgren?

Archeoloog worden of bij de marine, net als haar vader: Eline Lundgren (1960) had als puber heel andere ambities dan pensioenbestuurder worden. Een vakantiebaantje groeide uit tot een interesse in het actuariaat. Terwijl ze werkte bij verzekeraar Interpolis en actuarieel bureau Brans & Co, voltooide ze bijna de studie om actuaris te worden. Uiteindelijk brak ze deze af voor een wereldreis door Thailand, Indonesië, China en Australië. Eenmaal terug, ging ze aan de slag als hoofd van de actuariële afdeling bij het ondernemingspensioenfonds van papierfabrikant Buhrmann Tetterode. Daarna werkte ze drie jaar bij adviesbureau AZL.

 

In 2002 begon Lundgren met een aantal collega’s een eigen pensioenadviesbureau. Daarmee deed ze geregeld projecten voor vakcentrale FNV, die haar in 2011 vroeg als pensioenbestuurder. Haar eerste fondsen waren Vlakglas en het Bakkersbedrijf. Ze was daarna bestuurder van de fondsen van ING cdc en NN cdc (collective defined contribution). In 2018 werd ze voorzitter van BPL (Landbouw), een rol die ze september 2021 verruilde voor het voorzitterschap van bpfBOUW.

Volgende publicatie:
Zweeds pensioen: niet royaal maar rijk aan keuze

Zweeds pensioen: niet royaal maar rijk aan keuze

Gepubliceerd op: 4 maart 2022

Het op één na beste pensioenstelsel ter wereld. Dát hebben we in Nederland, volgens de jaarlijks gepubliceerde Mercer CFA Institute Global Pension Index, waarin 43 landen worden meegenomen. Doen ze het in andere landen dan zo slecht? Elke twee weken duiken we in het stelsel van een specifiek land, twintig weken lang. Voor deze aflevering gaan we naar Scandinavië, naar het land van de uitgestrekte bossen, Ikea en acht maanden vaderschapsverlof: Zweden. 

 

Zweden bezet de 8e plaats op de Mercer-ranglijst en staat bekend als een land met een uitgebreid sociaal vangnet. Haar pensioensysteem vormt daar geen uitzondering op. Dat begint al bij de verplichte opbouw van arbeidsgerelateerd pensioen via de eerste pijler (pensioen geregeld vanuit de overheid), voor werknemers én zelfstandigen. Daarvoor draagt elke Zweed een kleine 17,5 procent van het bruto inkomen af. Iets minder dan 2,5 procentpunt daarvan gaat in een persoonlijke pensioenpot, die wordt belegd. Bij pensionering wordt dit opgebouwde bedrag omgezet in een reguliere uitkering (annuïteit). De andere 15 procentpunt wordt gebruikt voor een omslaggebaseerde regeling. De hoogte van dat pensioen hangt af van de premies die je hebt betaald en de jaarlijkse economische groei tot aan pensionering (waarmee de premies worden geïndexeerd). Op dat moment wordt deze ‘papieren’ pensioenpot omgezet in een levenslange reguliere uitkering. Voor deze uitkeringen worden de premies van de werkende Zweden gebruikt. Het arbeidsgerelateerd pensioen is opneembaar vanaf 62-jarige leeftijd. 

 

Garantiepensioen 
Voor inwoners die geboren zijn na 1938 en geen of weinig arbeidsgerelateerd pensioen hebben opgebouwd, is er in de eerste pijler ook nog een zogeheten ‘garantiepensioen’ van 9.765 euro (omgerekend vanuit Zweedse Kroon) per jaar (of 21 procent van het gemiddelde inkomen). Dit pensioen groeit mee met de inflatie en is opneembaar vanaf 65. Ook niet geheel onbelangrijk: afhankelijk van het inkomen is er voor de gepensioneerde in Zweden een woontoeslag beschikbaar van 660 euro per maand.   

 

Opvallend aan het Zweedse systeem is de keuzevrijheid. Zo kunnen deelnemers zelf kiezen hoe hun persoonlijke pensioenpot (waarvoor ze die 2,5 procent afdragen) wordt belegd, maar ook op welke manier de uitkering plaatsvindt. De opgebouwde pensioenrechten kunnen worden omgezet in een maandelijkse uitkering van een vast bedrag, waarbij de ontvanger geen beleggingsrisico meer loopt. Degenen die dat risico wel durven lopen, kunnen hun pensioengeld door laten beleggen en ontvangen dan een pensioen dat mee fluctueert met het beleggingsresultaat. 

 

Driver’s seat 
Aardig wat regelingen dus, en dan hebben we het alleen nog maar over de eerste pijler gehad. Want zo’n 90 procent van de inwoners neemt ook deel aan een aanvullende pensioenregeling van een van de vier bedrijfstakpensioenfondsen. De regeling voor ‘kantoorwerkersfonds ITP bijvoorbeeld, waarvoor deelnemers vanaf 25-jarige leeftijd 4,5 procent van hun salaris afdragen (over maximaal 47.400 euro jaarlijks). En ook hier geldt: de deelnemer bepaalt. Zo kan de premie in een traditionele spaarregeling gestopt worden, maar ook – iets risicovoller – in een beleggingsverzekering. Bovendien kan er gekozen worden welke verzekeraar de regeling gaat uitvoeren, welke vermogensbeheerder de premie gaat beleggen en hoe lang de uitkeringsperiode is. Ook wat betreft het nabestaandenpensioen zit de deelnemer in de drivers seat: hij of zij bepaalt of er nabestaandenpensioen wordt opgebouwd, hoeveel en wie het ontvangt bij overlijden (alleen partner of partner en kinderen). De enige ‘beperking’ is dat minimaal de helft van de inleg in een traditionele spaarregeling wordt gestoken.  

 

Veel Zweden kiezen voor een beperkte duur van de (aanvullende) pensioenuitkering, bijvoorbeeld tien of twintig jaar. Via de eerste pijler ontvangt iemand met een gemiddeld inkomen immers al 56 procent daarvan als pensioen levenslang. Doorwerken na de pensioengerechtigde leeftijd kan in Zweden gewoon tot je 68ste – met pensioenopbouw (69 vanaf 1 januari 2023). De leeftijd waarop je wettelijk gezien op zijn vroegst met pensioen kan (nu 62) gaat in 2023 wel naar 63 en tegen 2026 zal deze gestegen zijn naar 64. 
 
Zweedse Jan Modaal 
De Zweedse Jan Modaal ontvangt ongeveer 56 procent van het inkomen als netto pensioen: 24.760 euro. In Nederland is dat bijna het dubbele (48.920 euro), terwijl het prijspeil van de landen niet heel sterk verschilt. Wat betreft ‘adequaatheid’ bevindt het Zweedse stelsel zich dan ook niet in de hoogste regionen van de Mercer-ranglijst (17e plek).  

Qua houdbaarheid van het systeem hebben de Zweden hun zaken goed op orde (6e). In 1999 is het systeem op de schop gegaan en is er een verschuiving ingezet van financiering via omslag naar financiering op basis van kapitaaldekking (daarbij b0uwt de werknemer via een pensioenfonds een eigen pensioen op). Het Zweedse stelsel wordt daardoor minder kwetsbaar voor vergrijzing.  

Het Zweedse pensioenstelsel: Facts & figures 

 

Waardering in de Mercer CFA Institute Global Pension Index 2021: B-Grade (“Een systeem met een degelijke structuur en veel goede eigenschappen, maar heeft een aantal verbeterpunten waardoor het niet tot de A-grade categorie behoort.”)  


Inrichting:
Twee pijlerstelsel 


Financiering:
Omslag (eerste pijler) en kapitaaldekking (eerste- en tweede pijler) 


Adequaatheid (Mercer ranglijst):
17e  


Houdbaarheid (Mercer ranglijst):
6e 


Integriteit (Mercer ranglijst):
16e  

 

 

0,5 

0,75 

1 

1,5 

2 

3 

 

 

 

 

 

 

 

Netto pensioen  

34.7  

43.7  

56.2  

93.8  

123.7  

171.7 

Netto vervangingsratio 

65.1  

56.7  

56.2  

69.8  

75.3  

76.8 

Totaal netto pensioenvermogen bij pensionering  

12.3  

10.7  

10.6  

13.2  

14.3  

14.5 

 

Toelichting tabel:  

De kolom onder ‘1’ geeft de situatie weer voor iemand met het gemiddeld netto inkomen. De kolom onder 0,5 weerspiegelt de situatie van iemand met de helft van het gemiddeld netto inkomen, et cetera.  


Netto pensioen: het netto pensioen dat iemand ontvangt als percentage van het netto gemiddeld inkomen.  
 


Netto vervangingsratio: het netto pensioen dat iemand overhoudt, uitgedrukt in een percentage van het totale loon van het betreffende individu. 
 


Totaal netto pensioenvermogen
: waarde van de verwachte uitkeringen als meervoud van netto jaarinkomen. 

Volgende publicatie:
“Het gaat ons erom dat een medewerker inzicht krijgt in zijn financiële situatie”

“Het gaat ons erom dat een medewerker inzicht krijgt in zijn financiële situatie”

Gepubliceerd op: 2 maart 2022

APG en Vattenfall hebben een contract getekend waardoor het energiebedrijf voor drie jaar Geldvinder afneemt. De 2400 medewerkers van Vattenfall Nederland kunnen dankzij het digitale platform aan de slag met hun persoonlijke financiële doelen voor nu en in de toekomst. Gertjan Meijer (HR Services Vattenfall) en Richard Coonen (COO Geldvinder) over de waarde van Geldvinder.

Doel van Geldvinder is dat medewerkers op een laagdrempelige en proactieve manier aan de slag kunnen met hun financiële fitheid. Dat wil zeggen dat ze inzicht in en grip op hun financiën krijgen. Volgens Meijer past dit mooi bij de andere tools die Vattenfall zijn medewerkers biedt. “We hebben een pakket van vijf producten waarmee onze medewerkers kunnen werken aan hun financiële fitheid. Zo is er het personeelsfonds, dat in bijzondere gevallen een lening kan bieden aan een medewerker. Daarnaast geven we in samenwerking met het Nibud de papieren Geldkrant uit. Voor financieel inzicht kan een medewerker al in gesprek met een adviseur van EBC Nederland en voor pensioenvragen kan hij of zij terecht bij ABP. En als laatste toevoeging is er nu dus Geldvinder. Dat is de afgelopen twee jaar gebruikt door onze jongerenorganisatie Megawatt. Mede dankzij hun positieve reacties besloten we Geldvinder aan onze hele organisatie aan te bieden. De deelnemers vinden het een mooie aanvulling op ons bestaande pakket en zijn te spreken over de gebruikersvriendelijkheid en het gemak van de tool.”

Vattenfall heeft behoorlijk wat aandacht voor de financiële situatie van zijn medewerkers. Is daar een specifieke aanleiding voor?
“Dat niet, maar we vinden het als werkgever belangrijk goed voor onze medewerkers te zorgen. Onderdeel daarvan is het onderwerp van financiële problemen uit de taboesfeer te halen en bespreekbaar te maken. Daarnaast hebben we als energiebedrijf te maken met klanten die bijvoorbeeld moeite hebben met het betalen van hun rekening.We zijn in gesprek met onder meer het Nibud en gemeentes over hoe we schuldproblemen kunnen voorkomen of op tijd opmerken zodat we kunnen helpen. Dat contact met die klanten speelt ook een rol in de aandacht die we als organisatie voor financiële fitheid hebben.” 

Welk doel hebben jullie met Geldvinder?
“Wanneer mensen in financiële problemen zitten, kan dat leiden tot ziekteverzuim of minder goed functioneren. Het is dus belangrijk het bespreekbaar te maken en medewerkers daarin zoveel mogelijk te ondersteunen. We zien Geldvinder vooral als een tool waarmee medewerkers inzicht krijgen in hun financiële situatie. Bijvoorbeeld wat hun uitgaven zijn, en wat er nodig is om voor bepaalde doelen te sparen, zoals een koophuis, kinderen of een bruiloft. Dat stukje miste nog in de andere producten die we bieden. Nu ondersteunt Geldvinder onze mensen vooral digitaal. Op den duur is het ook mogelijk om er gesprekken aan te koppelen, maar we weten nog niet of dat iets toevoegt aan wat we al bieden.”

Een werkgever kan dus behoorlijk veel doen om zijn medewerkers te wijzen op het belang van financiële fitheid. Maar is het uiteindelijk niet de verantwoordelijkheid van de medewerker zelf?
“Uiteindelijk is het dat inderdaad. Maar je kunt als werkgever wel faciliterend optreden en dat doen we op deze manier. Als Vattenfall besteden we bijvoorbeeld ook veel aandacht aan vitaliteit. Zo kunnen medewerkers een preventief gezondheidsonderzoek laten uitvoeren of met korting activiteiten ondernemen die zijn gericht op fitheid. Ook veiligheid is belangrijk in ons bedrijf. Je moet je realiseren dat niet iedereen bij ons een kantoorfunctie heeft, er werken ook collega’s in de energiecentrales en op de windmolenparken. Dat werk kent risico’s waar we zorgvuldig mee om gaan. We luisteren als werkgever continu naar onze medewerkers, om erachter te komen wat hun behoeften zijn. Net zoals we dat bij klanten doen. En het houdt ook niet op bij de financiële fitheid of gezondheid van onze medewerkers. Zo bevorderen we ook hun duurzame inzetbaarheid door de mogelijkheid aan te bieden door te groeien in ons bedrijf."

Via Geldvinder kan Vattenfall de financiële fitheid van zijn medewerkers in de gaten houden. Zijn er geen zorgen over privacy?
“Het is anoniem. En dat is maar goed ook, want we willen niet dat die informatie via Geldvinder bij ons komt. Daar hebben we andere manieren voor, zoals een gesprek tussen een medewerker en een leidinggevende. Bij Geldvinder gaat het er ons echt om dat een medewerker zélf inzicht krijgt in zijn of haar financiële situatie. Nu door inflatie veel producten duurder worden, kan Geldvinder hen ook helpen met manieren om geld te besparen. Dat is voor ons als werkgever belangrijker dan dat er bepaalde scores uitrollen en we daar iets mee doen.”

Vattenfall is een van de 20 werkgevers die APG hielpen het platform op te zetten. Van die werkgevers hebben 8 werkgevers nu een contract getekend, waaronder de Vrije Universiteit en APG zelf. Met de rest van de partners is APG nog in gesprek. “We zijn als APG twee jaar geleden gestart met Geldvinder omdat we de financiële fitheid van mensen wilden bevorderen,” zegt Richard Coonen (COO Geldvinder). “Dat is volgens ons net zo belangrijk als fysieke en mentale fitheid. APG en Vattenfall zitten wat dat betreft op één lijn. En net als APG hecht Vattenfall veel waarde aan goed werkgeverschap en willen zij vanuit maatschappelijke betrokkenheid hun medewerkers op verschillende manieren ondersteunen. Het is daarom mooi om te zien dat zij als grote werkgever Geldvinder voor in ieder geval drie jaar beschikbaar stellen aan hun medewerkers.”

Volgende publicatie:
“Aan het eind van de maand sturen mijn man en ik elkaar een Tikkie”

“Aan het eind van de maand sturen mijn man en ik elkaar een Tikkie”

Gepubliceerd op: 25 februari 2022

Hoe ga je om met werk en geld voor nu en later? Leef je bij de dag of plan je doelbewust je financiële toekomst? En regel je ‘later’ zelf, of ben je aangesloten bij een pensioenfonds?

Silvia Bogers (40) heeft bewust géén gezamenlijke rekening met haar man. 

 

Silvia Bogers (40)

Beroep: businesscoach

Werkt wekelijks: 45 tot 50 uur

Inkomen: keert zichzelf 1950 euro per maand uit

Spaargeld: 10.000 privé, 18.000 zakelijk

Pensioen geregeld? Nog niet echt

 

Wat doe je voor werk?

“Ik ben sinds 2014 ondernemer. Dat was niet meteen een succes: het plan was om zelfgemaakte tassen te verkopen – ik geloof dat ik er twee heb verkocht. Niet zo gek ook, ik deed maar wat, het was gedoemd te mislukken. Hierna ben ik aan de slag gegaan als softwareconsultant. Fantastisch vond ik dat, en ik verdiende er ontzettend leuk mee. In mijn laatste jaar zette ik 127.000 euro om, waarvan 120.000 winst. En dat voor gemiddeld drie dagen werk per week.”

 

Waarom ben je dan toch iets anders gaan doen?

“Ik ben er lang heel gelukkig mee geweest, tot ik het niet meer was. Ik werkte veel voor zorginstellingen en het gebrek aan drive in die wereld begon me mateloos te irriteren. Dan wilde ik logge systemen optimaliseren, maar wilden zij het liever houden zoals het was, ‘want ze hoefden nog maar vijftien jaar tot hun pensioen’. In 2019 ben ik mijn huidige bedrijf als businesscoach gestart. Ik wilde meer directe impact maken. Nu help ik andere coaches en therapeuten om hun praktijk succesvoller te maken. Hier word ik intens gelukkig van.”

 

Hoeveel uur werk je?

“Vijfenveertig tot vijftig uur. Ik heb plekken gehad waar ik twintig uur werkte en doodmoe werd, maar van het werk wat ik nu doe krijg ik juist energie. Ik ga ’s ochtends met ontzettend veel plezier naar kantoor toe. Laat mij maar knallen, ik vind het veel te leuk. In het weekend werk ik nooit, maar doordeweeks maak ik lange dagen. Ik zie mezelf als in dienst van mijn eigen bedrijf en wil iedere maand opnieuw medewerker van de maand zijn.”

 

Hoeveel verdien je?

“Het afgelopen jaar, het tweede volle jaar in mijn nieuwe bedrijf, heb ik bijna 125.000 euro omzet gedraaid. Ik denk dat ongeveer 70.000 euro daarvan winst is. Ik keer mezelf 1950 euro per maand uit aan salaris.”

 

Ben je daar blij mee?

“Ja, ik ben er zeker tevreden over. Voor afgelopen jaar was het genoeg. Komend jaar wil ik 500.000 omzetten. De basis staat er nu, ik heb veel geleerd en word steeds beter in wat ik doe. 350.000 euro omzetten, mijn oorspronkelijke plan, zou geen uitdaging meer voor me zijn. Op aansporen van mijn eigen businesscoach heb ik mezelf daarom die vijf ton ten doel gesteld.”

 

Hoe heb je je omzet zo kunnen verhogen in zo’n korte tijd?

“Ik ben slimmer gaan ondernemen. Schaalbaarheid is een mooie manier om je uren lucratiever te besteden. Zo geef ik een online training voor startende ondernemers, die deels voor passief inkomen zorgt. De training staat er, en die kan ik eindeloos verkopen zonder dat dat me veel extra moeite kost. Door het jaar heen je prijzen verhogen helpt ook.”

Ik zie mezelf als in dienst van mijn eigen bedrijf en wil iedere maand opnieuw medewerker van de maand zijn

Wat zijn je vaste lasten?

“Alles bij elkaar zo’n 800 euro per maand voor mij en mijn man samen. Ik heb het grootste deel van het huis afgelost en de hypotheek is nog maar 440 euro per maand.”

 

Hoe verdelen jullie de lasten?

“Anders dan de meeste mensen, denk ik. Het huis waarin we wonen heb ik bewust alleen gekocht, zodat we daar geen gedoe over krijgen als we ooit uit elkaar gaan. Mijn man betaalt mij 100 euro per maand ‘huur’. Als er iets aan het huis moet gebeuren, betaal ik dat. Een nieuwe dakkapel, een nieuwe badkamer à 18.000 euro: die heb ik betaald. De overige lasten delen we wel fifty-fifty, maar we hebben geen gezamenlijke rekening. Zo hebben we het altijd gedaan, ook toen we nog niet getrouwd waren. Koude uitsluiting kan officieel niet meer, maar wij zijn eigenlijk wel zo getrouwd. We hebben notarieel laten vastleggen dat mijn man alleen mijn geld kan krijgen als ik doodga. Je ziet zo vaak gezeik over financiën als mensen uit elkaar gaan, wij willen dat voorkomen.”

 

Hoe doen jullie het dan met gezamenlijke uitgaven?

“Via de app ‘Wie betaalt wat’ houden we in grote lijnen bij wie wat uitgeeft aan boodschappen en dergelijke, en aan het eind van de maand rekenen we met elkaar af. Dan krijg ik een Tikkie van hem, of hij van mij. We weten allebei precies waar we aan toe zijn. Juist doordat we het zo geregeld hebben, gaan we heel ontspannen met ons geld om. Voor anderen zou dit misschien niet werken, maar wij voelen ons hier goed bij. En dat is het enige wat telt.”

Hoeveel spaargeld heb je?

“Privé heb ik altijd zo’n 10.000 euro achter de hand. De helft daarvan reserveer ik voor vakanties. Ik ga graag op vakantie, ook alleen, en vind het een heel fijn idee dat dat zo altijd kan. In mijn bedrijf heb ik daarnaast altijd 18.000 euro spaargeld staan, zodat ik voor zes maanden een buffer heb. Verder heb ik nog een potje voor studie en ontwikkeling, dat wil ik aanvullen tot 5000 euro. En dan is er nog een pot die ik de overschotpot noem, waar op dit moment 7000 euro in zit. Als dat meer dan 10.000 euro is, gebruik ik het om mijn hypotheek af te lossen. Daar zit nog een ton op, die wil ik dit jaar volledig aflossen.”

 

Waar geef je veel geld aan uit?

“Aan opleidingen, cursussen en trainingen binnen mijn bedrijf. Ik vind het leuk om nieuwe dingen te leren en wil nog beter worden in mijn vak. Mijn eigen businesscoach kost me 14.000 euro per jaar. Een flinke investering, maar die betaalt zich wel uit. Verder vind ik het lekker om iedere zes weken naar de schoonheidsspecialiste en de kapper te gaan, en af en toe naar de sauna of uit eten met mijn man of vriendinnen. Ik geniet steeds meer van de dingen die ik met mijn geld kan doen.”

 

Waar bespaar je op?

“We hebben zonnepanelen laten installeren die uiteindelijk een besparing zullen zijn. Ik smijt niet met geld, maar ik leef ook niet bewust zuinig. Ik koop waar ik behoefte aan heb, en dat is niet zo gek veel. Zo hebben we negen jaar geleden ons tv-abonnement al opgezegd omdat we daar toch nooit naar keken. Ik hoef ook echt niet de nieuwste telefoon te hebben, ik gebruik ze op. Meubels en kleding ook trouwens. Vriendinnen zeggen weleens: je loopt al vijftien jaar in hetzelfde vest, wil je niet een keer een nieuwe? Maar ik geef mijn geld liever uit aan ervaringen.”

 

Ben je bezig met je oude dag?

“Als je net bent begonnen met ondernemen heb je niet de financiële ruimte om iets opzij te zetten voor je pensioen. Voor mij is het aflossen van mijn hypotheek een deel van mijn oudedagsvoorziening. Als ik geen hypotheeklasten heb, heb ik veel minder geld nodig om van rond te komen. Het pensioen dat ik tot nu toe heb opgebouwd in loondienst zal niet meer zijn dan een paar tientjes. Met de omzet die ik dit jaar beoog te halen, wil ik me eens goed verdiepen in de mogelijkheden.”

 

Hoe zie je je leven als pensionada voor je?

“Aan de ene kant neig ik ernaar tot op hoge leeftijd te blijven doorwerken. Aan de andere kant denk ik: een businesscoach van 70, ik weet het niet… Ik denk dat ik veel wil gaan reizen. Misschien wil ik op een bepaalde manier nog iets bijdragen aan de maatschappij, misschien ook niet. Ik hoop vooral dat ik in goede gezondheid de pensioenleeftijd bereik, zodat ik dan nog steeds kan genieten. Dat doe ik nu ook zoveel mogelijk: van werken geniet ik.”

Volgende publicatie:
“In de voorbereidingen op het nieuwe stelsel kunnen jongeren minder goed hun stem laten horen”

“In de voorbereidingen op het nieuwe stelsel kunnen jongeren minder goed hun stem laten horen”

Gepubliceerd op: 24 februari 2022

APG’s Lars Aussems in Financial Investigator over hoe jongerenproof het nieuwe pensioenstelsel is

 

Hoe kijken jonge professionals aan tegen het nieuwe pensioenstelsel? En wat gaat er veranderen voor jongere pensioenfondsdeelnemers, uitgaande van de huidige stand van zaken? Deze vragen beantwoordde Financial Investigator deze week in een online artikel. Aan het woord onder meer Lars Aussems, projectmanager binnen APG’s programma Pensioen van Straks. “In de voorbereidingen op het nieuwe stelsel kunnen jongeren minder goed hun stem laten horen. En dat baart mij wel enige zorg.”

Voor jongeren blijft pensioen iets voor later. Ze volgen de discussies rond het nieuwe pensioenstelsel niet, maar richten zich op ander zaken, zoals studie en inkomen, het bemachtigen van een woning en het doorstaan van de pandemie.
Financial Investigator vroeg acht young professionals in de redelijk vergrijsde pensioensector wat hun visies zijn op de veranderingen in het pensioenstelsel. Wat zijn de wijzigingen waar jongeren rekening mee moeten houden? En is het nieuwe pensioenstelsel wel jongerenproof?

Risico’s delen

Lars Aussems ziet voor jongeren veel goede kanten aan het nieuwe pensioenstelsel zitten. “De positieve aspecten van het huidige collectieve stelsel blijven behouden. Daar moeten we jongeren op wijzen. We hebben iets moois, het is er als je het nodig hebt en de basis van collectiviteit blijft behouden. Met elkaar deel je risico’s die je individueel niet kunt dragen.”

Belangrijke verbetering, juist ook voor jongeren, is dat het nieuwe pensioenstelsel uitgaat van een persoonlijk pensioenvermogen, vervolgt Aussems. “Dat biedt een oplossing voor de huidige zorg onder jongeren dat er straks geen pensioen meer voor hen is. Het laat zien dat er voor hen wél vermogen is. Ook de afschaffing van de doorsneesystematiek is een goede verandering. Het zorgt voor een eerlijkere herverdeling over jong en oud en zal in de nieuwe situatie leiden tot een betere aansluiting op de flexibilisering van de arbeidsmarkt.”

Reden voor zorg
Ook merkt de projectmanager Pensioen van Straks op dat er vanuit het perspectief van de jongeren toch reden voor zorg is. “In de belangenafweging hebben de achterbannen van de vakbonden een zwaardere stem dan jongeren. Hierbij zijn immers de ouderen oververtegenwoordigd. Jongeren hebben over het algemeen weinig tot geen interesse in pensioen en ook niet veel motivatie om zich erin te verdiepen. Dat uit zich met name in de flinke ondervertegenwoordiging van jongeren in pensioenfondsbesturen en verantwoordingsorganen. In al die voorbereidingen op het nieuwe stelsel kunnen jongeren dus minder goed hun stem laten horen. En dat baart mij als pensioenprofessional, maar ook als jongere, wel enige zorg.”

 

Welke conclusie Financial Investigator trekt na het spreken van Lars Aussems en de zeven andere professionals lees je in het artikel Young professionals over jongeren en het nieuwe pensioenstelsel.

Volgende publicatie:
Grieks pensioen is riant en karig tegelijk

Grieks pensioen is riant en karig tegelijk

Gepubliceerd op: 18 februari 2022

Het op één na beste pensioenstelsel ter wereld. Dát hebben we in Nederland, volgens de jaarlijks gepubliceerde Mercer CFA Institute Global Pension Index, waarin 43 landen worden meegenomen. Doen ze het in andere landen dan zo slecht? Elke twee weken duiken we in het stelsel van een specifiek land, twintig weken lang. Voor deze aflevering gaan we weer mediterraan, naar het land van olijven, het Parthenon en de mythologie: Griekenland.


In Griekenland worden de pensioenen grotendeels gefinancierd uit de staatskas. Tijdens de Griekse schuldencrisis, die uitbrak in 2010, moest de regering de pensioenen dan ook verschillende keren verlagen. Sommige Grieken moesten hierdoor tot de helft van hun pensioen inleveren. Deels onrechtmatig, oordeelde de hoogste rechter van het land in 2020. Daarop besloot de overheid om datzelfde jaar nog in totaal 1,4 miljard euro terug te geven aan gedupeerde gepensioneerden.

 

Handicap

Inmiddels staat het land financieel weer op eigen benen, maar vergrijzing is er nog altijd een groot probleem. Griekenland is een van de meest vergrijsde landen in Europa, meer dan 20 procent van de Grieken is ouder dan 65 jaar. Hervormingen zijn dan ook nodig, maar die juicht de bevolking niet bepaald toe. Nieuwe pensioenplannen werden in 2020 ontvangen met stakingen en demonstraties. Inmiddels is de wettelijke pensioenleeftijd opgetrokken naar 67 jaar, voor mannen en vrouwen die minimaal 4.500 dagen pensioenpremie hebben afgedragen (equivalent van 15 arbeidsjaren). Voor Grieken die een zwaar beroep hebben of moeten werken onder onhygiënische omstandigheden, gelden uitzonderingen. Dat geldt ook voor inwoners die de zorg dragen voor kinderen, broers of zussen met een handicap. Wie graag vroeger met pensioen wil, kan vanaf 62-jarige leeftijd stoppen met werken. Voor elke maand die er minder wordt gewerkt ten opzichte van 67 jaar, gaat er dan wel 1/200 af van het pensioen.


Geen vetpot

Het Griekse equivalent van onze AOW hangt niet af van inkomen en is dus voor iedereen even hoog (onder de eerdergenoemde voorwaarde dat je 15 jaar premie hebt afgedragen, maar ook 15 jaar in Griekenland hebt gewoond). Een vetpot is die voorziening niet: 384 euro per maand. Een flink contrast met onze AOW, die 1.244 euro bedraagt voor alleenwonenden en 838 euro voor mensen die samenwonen of getrouwd zijn.

 

Ook het aanvullende pensioen wordt in Griekenland door de overheid geregeld. Het is verplicht en wordt net als ‘de Griekse AOW’ gefinancierd op basis van omslag (de werkenden betalen met zijn allen de pensioenen van de gepensioneerden). Het maximale bedrag waarover je pensioen kunt opbouwen, is 6.500 euro per maand. De verplichting geldt alleen voor werknemers. Zelfstandigen kunnen kiezen voor deelname aan de aanvullende pensioenregeling. Vóór 2020 bepaalde het inkomen van de zelfstandige de pensioenpremie, maar daarna werd hun elk jaar de mogelijkheid geboden om te kiezen tussen zes verzekeringscategorieën. Hoe hoger de categorie, hoe hoger de maandelijkse premieafdracht en het pensioen dat uiteindelijk ontvangen wordt.


Zwaard van Damocles

Als je in aanmerking neemt dat een Griek met een gemiddeld netto inkomen maar liefst 83,6 procent daarvan netto krijgt uitgekeerd als pensioen, dan kun je dat gerust riant noemen. Iemand die in Griekenland de helft van dat gemiddelde netto inkomen verdient, ziet daarvan zelfs 94,1 procent als pensioen terug. Maar concludeer niet te snel dat je in Griekenland beter af bent. Het gemiddelde inkomen in Griekenland is namelijk aanzienlijk lager dan in Nederland. Inclusief AOW kreeg een gepensioneerde Griek in 2020 gemiddeld slechts 17.670 euro per jaar. In Nederland ligt dat bedrag op bijna 49.000 euro. Bovendien leunt het Griekse pensioensysteem zwaar op financiering via omslag. Daardoor hangt de vergrijzing als een zwaard van Damocles boven de pensioenen.

Het Griekse pensioenstelsel: Facts & figures

Inrichting: Eén pijlerstelsel, met een inkomensonafhankelijk pensioen van de staat en een aanvullende regeling die verplicht is voor werknemers (zelfstandigen kunnen zelf kiezen).

 

Financiering: Op basis van omslag.

 

 

0,5

0,75

1

1,5

2

3

Netto pensioen

53.2

69.4

83.6

109.2

132.8

173.0

Netto vervangingsratio

94.1

87.8

83.6

79.2

77.5

76.4

Totaal netto pensioenvermogen bij pensionering

17.3

16.1

15.4

14.6

14.3

14.1

 

Toelichting tabel:

De kolom onder ‘1’ geeft de situatie weer voor iemand met het gemiddeld netto inkomen. De kolom onder 0,5 weerspiegelt de situatie van iemand met de helft van het gemiddeld netto inkomen, et cetera.

 

Netto pensioen: het netto pensioen dat iemand ontvangt als percentage van het netto gemiddeld inkomen. 

 

Netto vervangingsratio: het netto pensioen dat iemand overhoudt, uitgedrukt in een percentage van het totale loon van het betreffende individu.

Totaal netto pensioenvermogen: waarde van de verwachte uitkeringen als meervoud van netto jaarinkomen.

Volgende publicatie:
‘Vakantie is voor mij de grootste financiële prioriteit’

‘Vakantie is voor mij de grootste financiële prioriteit’

Gepubliceerd op: 16 februari 2022

Hoe ga je om met werk en geld voor nu en later? Leef je bij de dag of plan je doelbewust je financiële toekomst? En regel je ‘later’ zelf, of ben je aangesloten bij een pensioenfonds?

Soraya Koendjbiharie (34) verdeelt haar inkomsten over 18 potjes, waarvan het potje vakantie voor haar de belangrijkste is.

 

Soraya Koendjbiharie (34)

Beroep: Coach en consulent

Werkt wekelijks: Tussen de 32 en 42 uur

Inkomen: 2700 euro per maand

Spaargeld: Heeft een buffer van 6 maanden salaris plus 18 spaarpotjes

Pensioen geregeld? Wordt aan gewerkt

 

Wat doe je voor de kost?

“Ik ben sinds twee jaar zelfstandig ondernemer. Ik werk als change- en communicatieconsulent voor de Rijksoverheid, als personal brandingcoach én als werk-privébalanscoach.”

 

Hoe is die werk-privébalans bij jou? Want dat klinkt behoorlijk druk.

“90 procent van de tijd is de balans goed, maar soms zijn er weken dat ik het wat te druk heb. Dan neem ik bewust vakantie en/of rust en zorg ik voor geen of minder werk daarna, in plaats van door te hollen. Ik ben heel zuinig op mijn energie. Af en toe ontkoppelen is nog belangrijker voor me geworden sinds ik ondernemer ben. Je hebt de vrijheid om alles op te pakken wat je wilt, maar dat is tegelijkertijd een valkuil. Ik plan daarom ook echt vrije dagen in.”

 

Wat verdien je?

“Ik zorg er altijd voor dat ik mezelf maandelijks 2700 euro aan salaris kan uitkeren. Dat kan ik me elke maand wel permitteren. Mijn omzet deel ik liever niet, en die verschilt natuurlijk per maand, maar meestal zit-ie ruim boven mijn salaris.”

 

Is het genoeg?

“Ja, ik ben er heel blij mee. Ik zou niet meer aan mezelf willen uitkeren. Meer omzet is altijd fijn, maar alleen als het niet ten koste gaat van mijn werk-privébalans. Helemaal in deze lastige tijd ben ik enorm dankbaar dat ik verdien wat ik verdien. Ik heb weinig te wensen.”

 

Wat zijn je vaste lasten?

“Ik heb een koophuis, in mijn eentje gekocht toen ik nog in loondienst werkte. Mijn hypotheeklasten zijn 1200 euro. Voor boodschappen reserveer ik 120 euro per maand, voor horeca 80 euro. Gas, water en elektra kosten me maandelijks 110 euro, verzekeringen 40 euro en televisie en internet 60 euro. Mijn zorgverzekering reken ik één keer per jaar af vanwege de 2 procent korting die je dan krijgt. O, en het belangrijkste: voor vakantie houd ik ook 500 euro per maand vrij.”

 

Ho, 500 euro per maand voor vakantie?

“Ja, ik ben erachter gekomen dat vakantie voor mij een prioriteit is. Toen ik nog in loondienst werkte als afdelingshoofd digitale communicatie en 50-urige werkweken maakte, had ik vakantie echt nodig om het te kunnen volhouden, hoe leuk ik mijn werk ook vond. Ik merkte dat het bijdroeg aan mijn succes. Het is voor mij dé manier om productief en energiek te blijven. Ik wil nu altijd de mogelijkheid hebben om op vakantie te kunnen, vandaar dat ik mijn salaris vakantie-first heb ingericht. Ik ga vaak naar Griekenland – op het hoogtepunt wel tien keer in een jaar – en wil dan niet op de centen hoeven zitten als ik zin heb om een extra cocktail te bestellen of bij een chic tentje te gaan lunchen. Genoeg geld hebben om lekker te kunnen genieten, dat vind ik belangrijk.”

 

Waar geef je nog meer veel geld aan uit?

“Ik hou van mooie spullen en investeer af en toe in een nieuw meubel. Verder geef ik niet zoveel uit. Ik heb twee jaar lang al mijn uitgaven bijgehouden in een Excelsheet. Zo ontdekte ik dat ik best wel wat impulsaankopen deed bij de drogist en bij winkels als Action, dat kon wel iets minder. Verder bleek het niet nodig om dingen te laten, maar ik ben wel spaardoelen gaan aanmaken om veel bewuster met mijn geld om te gaan.”

 

Waar bespaar je op?

“In 2020 heb ik een jaar lang geen kleding gekocht. Ik had al meer dan genoeg, ging in dat coronajaar toch nergens heen en wilde wat milieubewuster leven. Het verbaasde me dat het me zo makkelijk lukte, want ik hou heel veel van kleding en ging voorheen elke maand wel winkelen. Sinds dit geslaagde experiment koop ik veel bewuster. Waar ik ook op bespaar zijn de boodschappen: die koop ik zo veel mogelijk in de bonus.”

 

Hoeveel spaargeld heb je?

“Het totale bedrag wil ik niet delen, maar als buffer houd ik zes maanden salaris aan. Ik zet iedere maand 600 euro opzij, waarvan ik 200 euro beleg en 100 euro verdeel over overige potjes. Ik heb in totaal 18 verschillende potjes met uiteenlopende spaardoelen. Zo heb ik zelfs een potje voor mijn trouwerij, mocht die er ooit komen. Ik ben nu nog vrijgezel, maar a girl’s gotta dream.”

Maakt geld gelukkig?

“Het maakt alles een stuk makkelijker. Stress maakt ongelukkig vind ik, en geldstress is de ergste stress die je kunt hebben. Geld zorgt er in ieder geval voor dat je geen financiële stress hebt. Geld geeft me vrijheid, en vrijheid is voor mij geluk.”

 

Ben je bezig met je oude dag?

“Een van mijn 18 spaarpotjes is een pensioenpotje. Ik heb nu 2700 euro per maand nodig om lekker van te kunnen leven, maar ik weet niet hoe dat zit tegen de tijd dat ik met pensioen ga. Ik kan niet in de toekomst kijken. Ben ik dan nog steeds vrijgezel of heb ik een gezin? Ben ik nog ondernemer? Wat doet de inflatie? Hoe hoog is de AOW tegen die tijd? Ik ga er maar van uit dat ik altijd die 2700 euro nodig zal hebben, en dan moet ik behoorlijk wat opbouwen.”

 

Wat doe je daarvoor?

“Ik heb een beleggingscursus gevolgd via Instagram. In mijn millennialbubbel van ondernemers is iedereen aan het beleggen. Ik beleg 200 euro per maand. Daarmee hoop ik een fatsoenlijk pensioen op te bouwen. Aan het pensioen dat ik heb opgebouwd in zeven jaar loondienst heb ik niet genoeg; ik weet niet hoeveel dat is, maar wel dat ik er nog niet eens mijn boodschappen van zou kunnen betalen. Ik hoop dat de combinatie van mijn beleggingen, mijn al opgebouwde pensioen, de AOW en mijn spaarpot uiteindelijk genoeg zal zijn.”

 

Hoe zie je je gepensioneerde leven voor je?

“Ik denk niet dat ik ga stilzitten. Ik wil bezig blijven, ik zou wel vrijwilligerswerk willen doen, bijdragen aan de maatschappij. En voor mezelf? Er schijnt meer op de wereld te zijn dan Nederland en Griekenland, dus ik zou nog veel meer willen reizen en ontdekken.”