Pensioen
Sluiten

Navigeer snel in deze serie:

Sluiten

Deel deze serie:

Pensioen

Welke betekenis heeft pensioen voor Nederlanders? Wie is er al mee bezig en wie niet? Hoe ziet het nieuwe pensioenstelsel uit? En belangrijker: wat merken we hiervan? Op deze plek gaan we in op die pensioenverhalen, in de breedste zin van het woord.

Thema
Inkomen
Collectie inhoud
136 Publicaties

Dit betekent Prinsjesdag 2021 voor het pensioen

Gepubliceerd op: 22 september 2021

Prinsjesdag 2021 zal niet de boeken ingaan als de ‘editie’ met de grote keuzes of nieuwe maatregelen. De demissionaire status van het kabinet zorgt voor een ‘beleidsarme’ begroting, gericht op de uitvoering van lopend beleid. Weinig verrassends dus. Ook op pensioengebied, waar alles in het teken staat van de voorbereidingen op het nieuwe stelsel.

 

De impasse in Den Haag zorgt voor een andere Prinsjesdag dan anders. Maar het is niet per se nadelig voor het nieuwe pensioenstelsel, zegt strategisch beleidsmedewerker bij APG Nick van de Sande, die met zijn team jaarlijks een voorlopige analyse maakt van de Prinsjesdagstukken. “Voor de voortgang van het pensioensysteem geeft die demissionaire status wel wat meer zekerheid. Bij een nieuw kabinet en een nieuwe minister van Sociale zaken en Werkgelegenheid is het nog afwachten welke accenten er gelegd worden. Met minister Koolmees aan het roer lijkt de drive om het dossier tot een goed einde te brengen het best verzekerd. Staat natuurlijk tegenover dat er wel van tevoren al breed politiek draagvlak is gezocht. Er is al rekening gehouden met het feit dat de implementatie van het nieuwe contract pas kan plaatsvinden na meerdere kabinetswisselingen.”

 

Wet toekomst pensioen

Met het huídige kabinet aan het roer bood Prinsjesdag dit jaar in ieder geval geen verrassingen, zegt Van de Sande. “Het kabinet herhaalt dat de afspraken uit het pensioenakkoord en de standaardisering van het nabestaandenpensioen (nabestaandenpensioen zal dan altijd op risicobasis plaatsvinden in de periode dat je opbouwt en op opbouwbasis in de uitkeringsfase, red.) naar verwachting begin 2022 worden ingediend bij de Tweede Kamer.” De plannen voor het nieuwe stelsel worden momenteel beschreven in een nieuw wetsvoorstel: de wet toekomst pensioenen. Deze moet in 1 januari 2023 in werking treden.

 

Waardeoverdracht

Ook zal duurzame inzetbaarheid worden gestimuleerd. Hierbij wordt het tussen 2021 en 2025 voor werkgevers mogelijk om eerder uittredende werknemers onder voorwaarden een zogeheten Regeling voor vervroegde uittreding (RVU) aan te bieden, zonder daarover belasting te betalen. Ook genoemd in de Prinsjesdagstukken: het streven om het voor pensioenuitvoerders vanaf 1 januari 2022 mogelijk te maken om alle soorten kleine pensioenen automatisch over te mogen dragen. Oftewel: dat kleine beetjes opgebouwd pensioen bij andere fondsen automatisch bij je huidige pensioen worden gevoegd. “Lukt automatische waardeoverdracht niet”, zegt Van de Sande, “dan moet het mogelijk zijn deze ‘kleine pensioenen’ af te kopen.” Ook op de planning: vanaf 1 januari volgend jaar zou de wet pensioenverdeling bij scheiding in werking moeten treden. Dit houdt in dat het ouderdomspensioen dat tijdens het huwelijk of geregistreerd partnerschap is opgebouwd, verdeeld wordt tussen beide partners, ongeacht het huwelijksregime. “Maar of die planning gehaald wordt, hangt natuurlijk af van de verdere parlementaire ontwikkelingen.”

Volgende publicatie:
Pensioenweek

Pensioenweek

Gepubliceerd op: 20 september 2021

Nieuwsoverzicht week 37

 

Maandag 13 september

   

Minister Stef Blok (EZK) beantwoordt vragen na het schriftelijk overleg over de appreciatie voortgangsrapportage 2020 Invest-NL.

 

Staatssecretaris Hans Vijlbrief (Financiën) stuurt de Tweede Kamer het onderzoek naar een meer gelijke fiscale behandeling van eigen en vreemd vermogen.

 

Dinsdag 14 september

   

De informatieverschaffing van beleggingsfondsen over duurzaamheidsrisico’s en duurzaamheidskenmerken is vaak te algemeen. Daardoor krijgen beleggers te weinig inzicht waarin ze investeren. Dat is een van de conclusies van de AFM in een verkennend onderzoek naar de toepassing van de Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR).

 

Bescherming van consumenten verdient aandacht bij de overgang van db- naar dc-pensioen, zegt de nieuwe Eiopa-voorzitter Petra Hielkema. Ook het aanmoedigen van grensoverschrijdend pensioen is een prioriteit voor Eiopa.

 

Actiegroep Fossielvrij stapt samen met een groep deelnemers naar de rechter om ABP te dwingen de beleggingen in fossiele brandstoffen te verkopen. De initiatiefnemers worden geïnspireerd door de eerdere succesvolle rechtszaak van Milieudefensie tegen Shell.

 

Woensdag 15 september

   

De Tweede Kamer houdt een tweeminutendebat over de uitwerking van het pensioenakkoord. Minister Wouter Koolmees (SZW) roept op “om zo snel mogelijk met de behandeling van het wetsvoorstel Wet toekomst pensioenen te beginnen”, zodra dit is ingediend (naar verwachting begin 2022). De Kamer krijgt mogelijk voorafgaand een technische briefing over de uitvoerbaarheid van het nieuwe stelsel. Er zijn zes moties ingediend, waarover binnenkort wordt gestemd.

 

Kamerlid Senna Maatoug (GL) stelt schriftelijke vragen over het bericht rondom de gebrekkige transparantie van pensioenfondsen, naar aanleiding van onderzoek door de AFM.

 

Kamerleden Christine Teunissen en Eva van Esch (beiden PvdD) stellen schriftelijke vragen over de ‘aanhoudende onvrede, acties en voorgenomen rechtszaken tegen ambtenaren- en lerarenpensioenfonds ABP’. Dit mede naar aanleiding van de uitzending van Kassa op 11 september 2021.

 

Informateur Johan Remkes gaat verkennen of er “vanuit de inhoud” een vruchtbare samenwerking kan komen tussen VVD, D66 en CDA. Komend weekend heeft hij daarover buiten Den Haag gesprekken. Remkes wil ook bekijken hoe er constructief kan worden samengewerkt met PvdA, GroenLinks en ChristenUnie.

 

De voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, houdt haar jaarlijkse State of the Union: “It was Robert Schuman who said: Europe needs a soul, an ideal, and the political will to serve this ideal. Europe has brought those words to life in the last twelve months.”

 

In 2020 groeide de koopkracht met gemiddeld 2,2 procent, de hoogste groei sinds 2016. Voor werknemers steeg de koopkracht het meest, met 4,3 procent. Ook pensioenontvangers hadden een koopkrachtgroei in 2020, van gemiddeld 1 procent. Dat meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers over de inkomens van Nederlandse huishoudens en personen.

  

Donderdag 16 september

   

Demissionair minister Sigrid Kaag van Buitenlandse Zaken treedt af. De Kamer nam een motie van afkeuring tegen haar aan en spreekt zijn afkeuring uit over de evacuatieoperatie in Afghanistan. Kaag gaat door als fractievoorzitter van D66 in de Tweede Kamer. In die rol gaat ze door met de gesprekken over een nieuw kabinet.

 

Kamerlid Gijs van Dijk (PvdA) verzoekt de vaste Kamercommissie voor SZW om de behandeling van de Wet pensioenverdeling bij scheiding 2022 uit te stellen en deze tegelijk te behandelen met de Wet toekomst pensioenen.

 

Vrijdag 17 september

   

Het nieuwe pensioencontract gaat de ‘solidaire premieregeling’ heten. De verbeterde premieregeling wordt de ‘flexibele premieregeling’, bevestigt het ministerie van SZW aan Pensioenpro.

 

Het kabinet publiceert zijn uitgebreide appreciatie van het klimaatpakket Fit-for-55 van de Europese Commissie. Deze voorstellen zijn onderdeel van de Europese Green Deal en geven invulling aan de wettelijke verplichting van de EU om in 2030 ten minste netto 55% broeikasgasemissiereductie te realiseren ten opzichte van 1990.

 

 

Volgende publicatie:
Op de agenda

Op de agenda

Gepubliceerd op: 20 september 2021

Pensioenagenda week 38

  • 21 september: Prinsjesdag en aansluitend algemene politieke beschouwingen.
  • 28 september: Procedurevergadering vaste Kamercommissie SZW.

 

Volgende publicatie:
‘Ik ben goed in geld verdienen, dus ik maak me geen zorgen’

‘Ik ben goed in geld verdienen, dus ik maak me geen zorgen’

Gepubliceerd op: 7 september 2021

Hoe ga je om met werk en geld voor nu en later? Leef je bij de dag of plan je doelbewust je financiële toekomst? En regel je ‘later’ zelf, of ben je aangesloten bij een pensioenfonds? Deze keer: Ilse (40), die haar goedbetaalde baan opzegde om uit te zoeken wat haar echt gelukkig maakt.

 

Ilse Ligthart (40)

Beroep: was lead business developer, is nu ‘in between jobs’

Werkt wekelijks: momenteel even niet

Inkomen: voorheen 4700 euro netto (36 uur), nu niets

Spaargeld: 50.000 euro, plus 60.000 euro belegd, samen met haar man

Pensioen geregeld? Heeft vijftien jaar pensioen opgebouwd in loondienst, maar bouwt nu niets meer op

 

Wat doe je voor werk?

“Momenteel ben ik aan het uitzoeken hoe ik mijn betaalde tijd beter kan besteden. Ik ben eigenlijk met een soort sabbatical bezig. Tot april van dit jaar werkte ik bij Bol.com, waar ik in het managementteam zat van een afdeling die verantwoordelijk was voor het ontwikkelen van nieuwe proposities en verdienmodellen. Ik verdiende daar anderhalve ton per jaar, inclusief bonus, maar toch begon er na een jaar of vijf iets te knagen. Ik begon wat te missen in mijn werk. We deden mooie dingen om het bedrijf te laten groeien en aandeelhouders en consumenten blij te maken, maar het ging toch vooral over zo veel mogelijk nieuwe spullen verkopen. Terwijl ik persoonlijk niet meer zo geloof dat al die spullen gelukkig maken. Ik wil op een andere, duurzame manier bijdragen aan een betere wereld. Daarom heb ik mijn baan opgezegd.”

 

Een grote stap, daarbij ben je vast niet over één nacht ijs gegaan.

“Nee, ik heb er lang over nagedacht en er ook uitgebreid met mijn man over gesproken. Ik was namelijk kostwinner thuis – mijn man werkt niet – waardoor het hele gezinsinkomen wegviel. Bij mij leefde het idee dat ik eerst een andere baan moest hebben voordat ik kon stoppen bij Bol.com, maar mijn man overtuigde me ervan dat we een goede buffer hadden voor noodgevallen. ‘Misschien is het echte noodgeval wel dat jij niet meer happy bent met het werk dat je doet’, zei hij. Dat gaf de doorslag om de sprong te wagen.”

 

Hoe groot was die buffer?

“Ongeveer 60.000 euro.”

 

Heb je spijt gehad van je keuze?

“Nee, geen moment. Ik ben ook ontzettend blij dat ik er niet te lang mee heb gewacht. Die financiële zekerheid geeft veel rust. We teren wel in op ons spaargeld, maar ik maak me totaal geen zorgen. In het begin dacht ik nog erg in belemmeringen in plaats van mogelijkheden. Nu geniet ik van de vrijheid die ik mag ervaren. We zijn bijvoorbeeld extra lang op vakantie gegaan, want zonder werkverplichtingen kon dat gewoon.”

In het begin dacht ik nog erg in belemmeringen in plaats van mogelijkheden

Wat heb je verder gedaan sinds je je baan opzegde?

“Ik heb lekker veel tijd besteed aan persoonlijke ontwikkeling door middel van coaching en cursussen. Ik heb me ook gelijk ingeschreven bij de Kamer van Koophandel als zzp’er, in eerste instantie op het gebied van advies en consultancy. Ik heb een achtergrond in de consultancy, dus daar zou ik morgen mee kunnen beginnen als ik dat zou willen. Verder heb ik het een en ander uitgeprobeerd, zoals ondernemers binnen 1,5 uur met een concreet probleem helpen. Daar leer je van; in dit geval dat 1,5 uur wat te kort is en dat dit niet per se mijn stijl is. Ik ben nog een beetje zoekende.”

 

Wat zou je willen doen, in een ideale wereld?

“Mijn droom is een onderneming te hebben die bijdraagt aan een duurzamer, gelukkiger wereld en waarmee ik goed geld verdien. Concreter heb ik het nog niet. Mijn focus ligt de komende periode op ondernemen. Dat is ook nieuw voor mij. Om binnen een half jaar een wereldprobleem opgelost te hebben is misschien wat ambitieus. Het is realistischer om eerst eens te kijken wat er op mijn pad komt.”

 

Hoeveel is er nog over van de buffer?

“Nog zo’n 50.000 euro. Het scheelt dat ik nog een bonus kreeg nadat ik uit dienst was gegaan, en dat we nog hypotheekrente terugkregen. Een van de dingen waar ik achter ben gekomen, is dat ik best goed ben in geld verdienen. Ik vind altijd wel manieren om snel aan werk te kunnen komen, dus ik zou me daar nooit zorgen over hoeven maken. Zo werkte ik eerder als consultant, ging ik een jaar op reis en werd ik nog voordat ik terug was in Nederland gebeld voor een nieuwe baan. En toen ik daar wilde stoppen had ik binnen no time weer gesprekken. Dus er is geen enkele reden om me nu druk te maken.”

 

Wat zijn je vaste lasten?

“De hypotheek is 1370 euro per maand, verder zijn we zo’n 600 euro per maand kwijt aan belastingen, energie, verzekeringen, internet en dergelijke. Een van onze kinderen gaat 1,5 dag per week naar een gastouder, dat kost 350 euro per maand. We werken weliswaar niet, maar ik wil deze tijd echt voor mezelf gebruiken.”

Waar geven jullie nog meer geld aan uit?

“Vooral aan boodschappen, zo’n 650 euro per maand. Het beetje vlees dat we eten halen we bij een biologische boerderij hier in de buurt en dat is gewoon wat duurder. Onze groenten halen we via een oogstabonnement bij een pluktuin hier in de buurt, Stadstuinderij BuitenLeeft. We kiezen sowieso voor relatief dure producten. Verder beknibbelen we niet op weekendjes weg en vakanties, zeker niet nu we de tijd hebben.”

 

Leven jullie zuiniger dan voorheen?

“Nee, zeker niet. Integendeel: ik probeer juist iets meer uit te geven. Voorheen gaf ik mijn geld altijd heel bewust uit: het moest wel een goede deal zijn. Maar daarmee kies je er vaak voor om je geld niet uit te geven, terwijl het meer waard kan zijn als je het wel doet. Wat het je oplevert, hoeft niet altijd per se in geld uit te drukken te zijn. Iets kan ook een investering zijn in je persoonlijke ontwikkeling. Zo heb ik een paar cursussen gevolgd die me een paar duizend euro hebben gekost, maar die zie ik nu als een investering in mezelf. Los daarvan vind ik het léúk om te doen, en dat is ook wat waard.

Voordat ik stopte met mijn baan hadden we bepaalde uitgaven overigens al wel fors teruggeschroefd. We werken met strakke budgetten. Aan het eind van de maand maken we geld over vanaf de spaarrekening naar twee rekeningen: de vastelastenrekening en de boodschappenrekening. Daar moeten we het dan in principe mee doen. Als het op is, is het op. Tenzij we een grotere uitgave hebben, zoals een vakantie of iets aan het huis. Daar gebruiken we wel ons spaargeld voor.”

 

Heb je voor jezelf een termijn gesteld voor wanneer je weer een inkomen ‘moet’ hebben?

“In eerste instantie dacht ik aan zes maanden. Nu heb ik vertrouwen in mezelf dat het echt wel gaat komen, het is ook oké als het iets langer duurt. Als het echt nijpend wordt, kan ik altijd nog opdrachten aannemen als freelance consultant. Als ik daar actief naar op zoek ga binnen mijn netwerk, heb ik die zo.”

 

Ben je ook bezig met je oude dag?

“Als ik kijk naar mijn financiële situatie is pensioen eerlijk gezegd echt een beetje onderbelicht. Ik heb wel zo’n vijftien jaar in loondienst gewerkt en heb daar altijd pensioen opgebouwd. Maar als ik uit loondienst blijf moet ik iets anders gaan regelen. Ik denk dat ik dan zelf een deel wil beleggen en een deel via een pensioenfonds wil laten beleggen.”

 

Wat krijg je straks per maand, zoals het er nu voor staat?

“Ik heb dat weleens opgezocht, maar ik zou het je niet kunnen vertellen. Ik denk niet dat het erg veel is. Aan de ene kant weet ik dat tijd een belangrijke factor is in pensioenopbouw, maar aan de andere kant voelt het als iets waar ik me voorlopig nog geen zorgen over hoef te maken. Ik ben ervan overtuigd dat ik tegen die tijd financieel alweer veel verder ben dan nu. Wellicht heb ik dan veel meer inkomsten en heb ik niet eens een aanvullend pensioen nodig.”

 

Hoeveel zou je later per maand willen krijgen?

“Zo min mogelijk. Want dat betekent dat ik het allemaal zelf heb geregeld op een fijne, duurzame manier. Ik wil niet per se sober leven in een hutje op de hei met één kip en elke dag sla op het menu, maar het zou wel heel mooi zijn als je daar tevreden mee kunt zijn. Met een afbetaald huis en een mooie moestuin kom je al een heel eind.”

 

Hoe zie je je leven tegen die tijd voor je?

“Ik zou graag meer in de natuur willen zijn, veel meer leven met de seizoenen mee. Verder denk ik dat ik nog een deel van mijn tijd blijf werken, want ik heb werk altijd gezien als iets heel leuks, niet als een noodzakelijk kwaad. Misschien zou ik dan alles wat ik verdien kunnen gebruiken om andere mensen te helpen. Ik ben ervan overtuigd dat je niet meer spullen en ervaringen nodig hebt om gelukkig te zijn – je moet het uit jezelf halen. Daarvan zou ik mensen bewuster willen maken.”

Volgende publicatie:
“Krijgt onze economie last van de krappe arbeidsmarkt?”

“Krijgt onze economie last van de krappe arbeidsmarkt?”

Gepubliceerd op: 26 augustus 2021

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: chief economist Thijs Knaap over de gevolgen van de krapte op de arbeidsmarkt voor de Nederlandse economie.

 

3,1 Procent. Dat is het percentage van de beroepsbevolking dat in juli 2021 geregistreerd stond als werkloos, aldus het CBS. Een dergelijk laag werkloosheidscijfer heeft een krappe arbeidsmarkt tot gevolg. Gaat de Nederlandse economie daaronder lijden? In de komende jaren niet, zegt Thijs Knaap. Maar op de lange termijn spelen er trends die serieuze aandacht nodig hebben, anders pakt het wél nadelig uit voor onze economie.


GGD

Knaap: “Tijdens de coronacrisis hebben we een cijfer van 4,6 procent gezien, dus de werkloosheid daalt nu best wel hard. Helemaal nul wordt de werkloosheid nooit. Maar met die 3,1 procent zitten we aardig dicht bij het laagste cijfer ooit – 2,9 procent in februari 2020. Er zijn nu meer vacatures dan werklozen. Maar dat komt óók door de mismatch tussen de soorten banen die worden aangeboden en de profielen van de werkzoekenden. Dat heeft een tekort tot gevolg, maar de ervaring leert dat zo’n probleem zichzelf binnen een paar jaar ook weer oplost. Een kwart van het horecapersoneel is bijvoorbeeld iets anders gaan doen tijdens de coronacrisis. Een deel van deze mensen is bij de GGD gaan werken, dus die zijn nu niet beschikbaar. Maar dat past zich wel weer aan, door hogere horecalonen bijvoorbeeld.”

 

En zo zijn er op de arbeidsmarkt volgens Knaap wel meer tijdelijke onevenwichtigheden die zichzelf oplossen. “Er is in Nederland ook nog een flinke hoeveelheid aan onbenut arbeidspotentieel. Er zijn 3,7 miljoen mensen die niet op zoek zijn naar werk, maar sommigen daarvan kunnen daartoe wel verleid worden. Parttime werkende vrouwen bijvoorbeeld. Dat potentieel kun je aanboren door lonen te verhogen maar ook door andere, aantrekkelijkere arbeidsvoorwaarden te bieden. Voorbeeld: iemand die nu een beperkt aantal uren werkt vanwege de combinatie met de zorg voor kinderen, wil wellicht meer werken als dat werk vanuit huis gedaan kan worden.”

 

Op de loer

Over de ‘snelle dynamiek’ zoals Knaap het noemt, maakt hij zich dus niet zo veel zorgen. In de komende decennia ligt er echter een structureel probleem op de loer dat zichzelf niet zomaar oplost. “We zouden ons meer zorgen moeten maken over de langzame dynamiek die ondertussen optreedt. De vergrijzing speelt daarin een sleutelrol. Er komen steeds meer gepensioneerden. De mensen die nu met pensioen gaan, zijn gaan werken in de jaren zeventig – waarin pensioenopbouw al gebruikelijk was. Op die manier loopt het aandeel op van mensen die niet werken maar wel geld besteden. Naarmate mensen ouder worden, hebben ze een grotere behoefte aan diensten. Bijvoorbeeld iemand die de tuin doet of huishoudelijke taken uit handen neemt, of een fysiotherapeut. Het aandeel van mensen die deze diensten kunnen leveren, neemt echter af. In de snelle dynamiek speelt dit effect een ondergeschikte rol. Maar op de lange termijn gaat dit echt wringen, tenzij je er iets aan doet.”

 

Met dat ‘wringen’ doelt Knaap op het inflatiespook. Bij een stijgende vraag en een dalend aanbod zal arbeid – en daarmee eigenlijk alles – onherroepelijk duurder worden. Wat kun je doen om dat te voorkomen? Knaap: “Grofweg zijn daar drie manieren voor. De eerste: zo veel mogelijk goederen importeren en Nederland zo veel mogelijk een diensteneconomie laten zijn. Zodat we voldoende aanbod van diensten realiseren en de prijzen daarvan dus niet heel sterk hoeven te stijgen. De tweede manier is migratie, zodat we nieuwe arbeidskrachten krijgen. Dat is de oplossing waarop Nederland de afgelopen jaren het meest heeft ingezet. Maar die oplossing levert wel weer nieuwe problemen op. Het zet de huizenmarkt en het openbaar vervoer verder onder druk. Bovendien is het een politiek beladen oplossing. De derde manier is het verhogen van de productiviteit, bijvoorbeeld via zorgrobots en zelfrijdende taxi’s. Daarin spelen die lonen nog wel een rol want als arbeid duurder wordt, ontstaat er een prikkel om te innoveren.”

 

Falen

Welke oplossing of combinatie van oplossingen ontstaat, is deels aan de politiek. Maar een scenario waarin helemaal geen migratie plaatsvindt, kan slecht uitpakken voor de gepensioneerde, waarschuwt Knaap. “Niet alles valt te importeren of te automatiseren. Zonder arbeidsmigratie kan het leven flink duurder worden, waardoor een pensioen in feite minder waard wordt. In zekere zin falen we dan in onze missie als pensioenuitvoerder.”

Volgende publicatie:
“Ik heb mijn gehele studielening belegd om mijn nieuwe opleiding te kunnen betalen”

“Ik heb mijn gehele studielening belegd om mijn nieuwe opleiding te kunnen betalen”

Gepubliceerd op: 18 augustus 2021

Hoe ga je om met werk en geld voor nu en later? Leef je bij de dag of plan je doelbewust je financiële toekomst? En regel je ‘later’ zelf, of ben je aangesloten bij een pensioenfonds?

Daniel (20) heeft zijn eerste studielening belegd om zijn pilotenopleiding te kunnen bekostigen, met alle risico’s van dien.

 

Daniel Vischjager (20)

Beroep: journalist, customer support agent, piloot in spe

Werkt wekelijks: zo’n 40 uur

Inkomen: 12 tot 20 euro netto per uur

Spaargeld: een paar honderd euro

Pensioen geregeld? nee

 

Wat doe je in het dagelijks leven?

“Ik ben net afgestudeerd aan de School voor Journalistiek en wil na de zomer een pilotenopleiding gaan doen. Piloot worden was een jongensdroom van me, maar het is altijd iets geweest voor ‘later’. Je moet 18 zijn om licenties te kunnen halen en ik was op mijn 16e klaar met de havo. Ik wilde niet twee jaar niks doen en vond journalistiek ook heel leuk, vandaar dat ik me voor deze studie heb ingeschreven. Maar piloot worden lijkt me net even wat spannender. Later zou ik beide beroepen wel willen combineren; schrijven over luchtvaart naast mijn werk als piloot.”

 

De pilotenopleiding kost een ton. Hoe bekostig je die?

“Ik heb sinds dag één van mijn studie journalistiek maximaal geleend bij de Dienst Uitvoering Onderwijs en heb elke cent direct belegd in aandelen. Dat moet natuurlijk allemaal terugbetaald worden, maar daar mag je ontzettend lang over doen en je betaalt geen rente. Ik zit er totaal niet over in de stress. Mijn moeder heeft me geholpen, die belegt zelf voor haar pensioen en weet waar je op moet letten. Ik heb belegd in onder meer Apple, Tesla en beleggingsfondsen. De totale waarde van mijn portefeuille is nu 50.000 euro. De helft heb ik dus al binnen. Ik heb ook cryptomunten die het soms lekker doen. Cryptomunten koop ik vaak samen met mijn moeder. Dan kiezen we er eentje uit, leggen we allebei de helft in en verdelen we de opbrengst. Zo hebben we laatst enorm geprofiteerd van de stijging van Dogecoin. Ik kocht er wat toen die munt 5 cent waard was en verkocht ze op 40 cent. Daar heb ik bijna 6.000 euro winst op gemaakt. Maar bij die crypto’s weet je het nooit, daarom doe ik dat alleen met lage bedragen. Om extra te sparen, heb ik nu al een tijdje twee banen.”

Mijn moeder helpt me, die belegt zelf voor haar pensioen en weet waar je op moet letten

Ben je je bewust van de risico’s van beleggen?

“Jazeker. Ik weet dat ik mijn inleg kan verliezen. Maar als ik kijk naar de beleggingsgeschiedenis van mijn moeder, die net als ik vooral heeft belegd in relatief veilige fondsen, zie ik dat de koersen door de jaren heen omhoog gaan.”

 

Maar wat als alles in de min staat op het moment dat jij het geld nodig hebt voor je studie?

“Dat is een risico dat ik bewust neem. Als dat gebeurt is het jammer, maar ik denk dat het bedrag dat ik dan mogelijk verlies alsnog lager is dan wat ik aan rente had betaald als ik bij de bank een studielening had afgesloten. Ik kan altijd nog geld lenen van de bank, maar dat doe ik liever zo min mogelijk.”

 

Wat doe je voor werk?

“Ik werk freelance op de redactie van iCulture.nl. Ik schrijf over Apple en technologie; twee onderwerpen waarvoor ik een enorm passie heb. Ik krijg als het ware betaald om te schrijven over mijn hobby. Verder werk ik sinds maart van dit jaar als customer support agent bij Fastned, een ander bedrijf dat me aan het hart gaat. En ik heb onlangs gesolliciteerd bij Aviodrome, het luchtvaartmuseum in Lelystad. Als ik daar word aangenomen, zou ik alles bij elkaar zo’n 40 uur per week zoet zijn met werk. Maar al die baantjes sluiten aan bij mijn passies.”  

Wat levert het je op?

“Bij iCulture krijg ik 20 euro per uur, bij Fastned 12 euro per uur. Bij Aviodrome weet ik niet wat ze betalen, dat zal ook wel geen vetpot zijn.”

 

Vind je het genoeg?

“Het zit nog boven mijn ondergrens, al vind ik het wel te weinig. Maar weet je: ik geniet ook van het werk. Dat is ook wat waard. Dan vind ik het niet zo erg dat het financieel gezien niet veel oplevert.”

 

Wat zijn je vaste lasten?

“Omdat ik bij mijn moeder woon heb ik die bijna niet. Ja, mijn telefoonabonnement à 18 euro per maand en een abonnement op Amazon Prime voor een euro of 3. Het is echt tientjeswerk.”

 

Waar geef je veel geld aan uit?

“In ieder geval niet aan kleding, daar geef ik helemaal niets om. Ik heb toevallig net nieuwe schoenen gekocht omdat in mijn oude een gat begon te komen. Ik draag 364 dagen per jaar dezelfde schoenen – alleen als het netjes moet niet – en dat vind ik prima. Ik koop dan ook bewust schoenen die vies en nat kunnen worden, zodat ik ze onder de douche kan schoonmaken. Winkelen voor kleding vind ik het ergste wat er is.

Waar ik wel een zwak voor heb, zijn Apple-producten. Ik heb thuis een grote verzameling aan Apple-zooi, van een oude Macintosh uit 1987 tot de eerste iPhone in perfecte staat. Bij elkaar 65 op zichzelf staande producten, zoals iPhones, MacBooks, iPads en Apple Watches. En alles doet het nog. Ik heb bijvoorbeeld minstens 18 werkende iPhones. Waarom? Vooral omdat ik het superleuk vind, maar ook omdat ik erover schrijf voor mijn werk. Ik denk dat deze hobby me zo’n 1100 euro per jaar kost. Ik schaf niet elke maand nieuwe producten aan, maar ik koop bijvoorbeeld wel elk jaar de nieuwste iPhone. Ik hecht waarde aan mooie spullen. Ik hou van design, mooie apparaten en technologie. Daar geef ik graag wat meer aan uit dan de gemiddelde persoon van mijn leeftijd. Veel leeftijdsgenoten gaan elke week op stap en kopen kleding. Ik drink en rook niet, zo bespaar ik een hoop geld. Ieder z’n ding.”

 

Ik vind sparen stom en nutteloos. Op een spaarrekening staat je geld niets te doen

Hoeveel spaargeld heb je?

“Een paar honderd euro op mijn betaalrekening, de rest zit in mijn beleggingen. Ik vind sparen stom en nutteloos. Op een spaarrekening staat je geld niets te doen, stop het dan op z’n minst in een veilig beleggingsfonds om het een beetje te laten renderen. Je hoeft er amper verstand van te hebben om dat te doen.”

 

Ben je bezig met je oude dag?

“Niet in de zin dat ik actief bezig ben met geld apart zetten of iets dergelijks. Mijn pensioen is nog afhankelijk van zoveel dingen die ik niet weet, dat ik daar nog niet over na kan denken. Als het me lukt om piloot te worden denk ik dat ik verzekerd ben van een goed pensioen. Al kan dat per airline enorm verschillen. Bij een maatschappij als KLM zit het wel goed denk ik, maar bij een Ryanair-achtige maatschappij zal ik een stuk minder hebben. Je verdient sowieso best goed als piloot, maar low-cost carriers zijn niet te vergelijken met de luxere maatschappijen. Als je nog geen vlieguren hebt gemaakt, kun je natuurlijk niet direct aan de slag voor de beste maatschappijen.”

 

Hoe zie je je leven voor je als je met pensioen bent?

“Als ik goed heb verdiend, komt het wel goed. Dan heb ik een mooi huis, een mooie auto en kan ik goed zorgen voor mezelf en mijn gezin. Misschien zit ik dan door mijn werk in Spanje, Portugal of Duitsland. Als piloot moet je eerder met pensioen, ik zou het wel tot die tijd willen doen. En wie weet kan ik daarna nog instructeur worden, of iets totaal anders. Het ligt een beetje aan de carrière die ik tot dan toe heb gehad.”

 

Lees ook het interview met APG's Charles Kalshoven over valkuilen en kansen van particulier beleggen.

Volgende publicatie:
“Elke euro die ik verdien, verdeel ik over acht potjes”

“Elke euro die ik verdien, verdeel ik over acht potjes”

Gepubliceerd op: 6 augustus 2021

Hoe ga je om met werk en geld voor nu en later? Leef je bij de dag of plan je doelbewust je financiële toekomst? En regel je ‘later’ zelf, of ben je aangesloten bij een pensioenfonds?

Janneke de Boer is orthomoleculair darmtherapeut: “Mijn huis is mijn belangrijkste oudedagsvoorziening.”

 

Janneke de Boer (38)

Beroep: orthomoleculair darmtherapeut

Werkt wekelijks: ongeveer 40 uur in vier dagen

Inkomen: 3300 euro + opbrengsten huur

Spaargeld: 15.000 euro

Pensioen geregeld? Enigszins

 

 

Wat houdt jouw werk in?

“Over poep en pies praten, simpel gezegd. Mensen noemen me daarom ook wel Miss Poopoo. Ik heb sinds 2016 een eigen praktijk in orthomoleculaire darmtherapie waarin ik mensen behandel met uiteenlopende klachten, van obstipatie en diarree tot vage buik- of huidproblemen. Ja, ook de huid staat in verbinding met de darmen. Net zoals alles in het lichaam met elkaar in verbinding staat.”

 

Jij dacht vroeger: ik ga me lekker bezighouden met poep?

“Nou, niet gelijk. Wat ik nu doe, natuurgeneeskunde, deed ik eerst als hobby naast mijn werk. Ik wist niet dat het een vak was. Toen ik daarachter kwam, zat ik binnen een week in de lesbanken. Ik vond het zo leuk! Het is zo interessant en machtig hoe het lichaam in elkaar zit, hoe het allemaal werkt. Als die motor goed loopt, kun je op een goede manier oud worden. We willen allemaal de dood zo lang mogelijk uitstellen, maar kunnen het belangrijkste bezit dat we hebben – ons lichaam – ook vreselijk verwaarlozen. Ik vind het magisch om te zien hoe het lichaam zichzelf kan genezen.”

 

Wat heb je verder voor werk gedaan?

“Ik ben begonnen als artdesigner op de kunstacademie, en daarna heb ik een studie gedaan om geschiedenisdocent te worden. Ik heb voor de klas gestaan en daarnaast heb ik in de horeca en in de makelaardij gewerkt. Vijf dagen dezelfde baan vond ik saai, ik heb altijd meerdere dingen naast elkaar gedaan. Anders ben ik er veel te snel op uit gekeken.”

 

Toch doe je dit nu al vijf jaar, ben je het nog niet zat?

“Ik doe er nog steeds veel naast. Ik geef ook online training, begeleid en behandel mensen één op één, doe ontlastingonderzoek. Op Instagram maak ik live-uitzendingen waarin ik dingen uitleg over poep, en voor bedrijven geef ik webinars. Ik ben wel altijd met het vak bezig, maar steeds op een andere manier. Dat houdt het leuk.”

 

Hoeveel uur werk je?

“Ik werkte altijd vijf dagen in de week, maar laatst dacht ik: waarom doe ik dat eigenlijk? Ik was jaloers op vriendinnen met kinderen die maar vier dagen werkten, tot ik me realiseerde dat ik dat helemaal zelf in de hand heb. Nu werk ik vier dagen keihard en heb ik drie dagen om bij te komen. Al werk ik ook vaak op mijn vrije maandag, als er klussen voorbijkomen die ik gewoon leuk vind om te doen. Ik zie ongeveer tien klanten per week, allemaal in mijn eentje. Ik ben op een punt dat ik net iets te veel werk heb voor mij alleen, maar nog niet genoeg verdien om iemand in dienst te nemen.”

 

Ik werkte altijd vijf dagen in de week, maar laatst dacht ik: waarom doe ik dat eigenlijk?”

Wat verdien je dan?

“Nou, de afgelopen maanden was het baggerzooi, maar vóór corona ongeveer 3300 euro bruto. Er komen weer projecten aan en ik heb deze maand al drie nieuwe klanten, dus het gaat weer de goede kant op.”

 

Vind je dat je genoeg verdient?

“Nee, ik zou wel wat meer omzet willen draaien. Voor nu is het oké, ik kom wel rond. Het liefst zou ik natuurlijk 10.000 in de maand willen omzetten, dan zou ik ook personeel hebben en mijn handen aftrekken van klanten. Mijn ultieme doel is een darmherstelcentrum opzetten, waar je van A tot Z geholpen kunt worden met verschillende specialisaties. Daar werk ik naartoe, dat is mijn grote droom.”

 

Wat zijn je vaste lasten?

“Ik heb een koophuis in Den Haag, waar ik maandelijks 800 euro aan kwijt ben. Maar ik verhuur een deel van mijn huis en krijg daar bijna datzelfde bedrag voor. Zo heb ik een passief inkomen waar ik niets voor hoef te doen. Qua vaste lasten heb ik dan alleen nog gas, water, licht, de ANWB, telefoon, internet en Netflix. Televisie heb ik niet. Ik ben wel lid van de Postcodeloterij, alleen maar omdat ik het niet zou kunnen verteren als de hele straat veel geld wint en ik niet.”

 

Waar geef je nog meer geld aan uit?

“Ik ben niet zo’n big spender, maar aan het eind van de maand is mijn geld wel op, dus het moet toch ergens heen gaan… Ik denk voornamelijk naar de boodschappen, want daarop bespaar ik echt niet. Ik koop vaak biologische producten en die zijn niet goedkoop. Verder vind ik het leuk om dagjes weg te gaan, er gaat veel geld naar benzine. Ik deel een auto met mijn moeder, maar dat ding zuipt als een gek. Ik geef ook wel geld uit aan boeken en kookboeken en bijvoorbeeld kruiden en etherische olieën. Met kleding en horeca heb ik niet zoveel.”

 

Hoeveel spaargeld heb je?

“Ik spaar veel, voor ‘stel dat’-gevallen. Ik heb nu 15.000 euro gespaard en daar kom ik ook echt niet aan. Ik bepaal elke maand een bedrag dat ik mag besteden, ik streef naar minimaal 1000 euro, en daar moet ik het dan ook mee doen. Als ik een leuke jurk zie wanneer mijn maandbudget op is, moet ik van mezelf een maandje wachten. Sommige mensen vinden dat streng, maar voor mij werkt het. Ik heb acht verschillende spaarpotjes waarover ik mijn inkomsten verdeel. 40 Procent gaat naar mijn potje omzetbelasting, al weet ik dat ik uiteindelijk veel minder moet betalen, maar dat is dan gelijk een mooie spaarpot. Verder heb ik een coronapotje, een autopotje, een vakantiegeldpotje, een bedrijfskostenpotje, een salarispotje, een arbeidsongeschiktheidspotje en een privéspaarrekening. Elke euro die ik verdien verdeel ik over al die potjes.”

 

Heb je iets geregeld voor je pensioen?

“Mijn huis is mijn pensioen, daar zit nu twee ton overwaarde op. Ik wil ook een tweede huis kopen voor de verhuur. Stel dat ik daar 2000 euro per maand uit haal, plus AOW, dan is dat lekker. In mijn arbeidsongeschiktheidspotje zit daarnaast 20.000 euro, ik denk dat ik het daarmee alles bij elkaar wel red. En anders ga ik in een tent wonen, haha.”

 

Hoeveel zou je later per maand willen krijgen bij je pensioen?

“Weet je dat ik daar helemaal niet over heb nagedacht? Het is ook zo moeilijk om in te schatten. Wat je nu denkt dat je nodig hebt, is dan misschien door inflatie weinig meer waard. Als ik in verhouding hetzelfde heb als nu, zou ik dat prima vinden.”

 

Hoe zie je je leven voor je, tegen die tijd?

“Tussen de plantjes bij mijn huis in Frankrijk, dat ik dan hoop te hebben. Als je diep in mijn hart kijkt, zou ik het niet erg vinden als je me daar nu al neerzet. Hoe eerder ik kan stoppen, hoe leuker. Maar ik denk ook dat ik altijd wel wat blijf doen.”

Volgende publicatie:
"Pensioenfondsen hebben grote verantwoordelijkheid voor het Nederland van nu en later"

"Pensioenfondsen hebben grote verantwoordelijkheid voor het Nederland van nu en later"

Gepubliceerd op: 29 juli 2021

Annette Mosman trad in maart toe als CEO van APG. In de eerste maanden van haar nieuwe functie wil ze zo veel mogelijk verfrissende inzichten opdoen. Daarom wandelt ze in 25 ontmoetingen van Amsterdam naar Heerlen. Een reis door het Nederland van Straks, waarbij steeds iemand anders haar vergezelt op een stuk van de route. Collega’s, maar ook mensen buiten APG. Zoals FNV-voorzitter Tuur Elzinga.

The Rolling Stones, Bruce Springsteen, Coldplay en Pink: ze traden er allemaal op. Het Malieveld was hun concertzaal in de open lucht. Maar het Haagse grasveld wordt ook regelmatig overgenomen door actievoerende vakbonden. Ook Tuur Elzinga heeft er ongetwijfeld heel wat voetstappen liggen. Zijn geschiedenis bij de vakbeweging gaat terug tot 2002, toen hij beleidsmedewerker werd bij FNV. Bijna twintig jaar later is hij voorzitter van de vakbond en sociale partner, om precies te zijn sinds 10 maart van dit jaar. Daarnaast was hij onder meer negen jaar lid van de Eerste Kamer voor de Socialistische Partij (SP). Hij kent dus zowel het groen van de Nederlandse polder als dat van de bankjes van de senaat.

 

Vet op de botten kweken

Het moet anders in Nederland, vindt Elzinga. De coronacrisis vormt volgens hem een kantelpunt: het doorgeschoten marktdenken moet plaatsmaken voor een maatschappelijke herwaardering. De pandemie heeft laten zien hoe onmisbaar sectoren als zorg, onderwijs en kinderopvang voor onze samenleving zijn. ‘Juist die vitale sectoren zijn de afgelopen jaren achterop geraakt’, zegt Elzinga. Scholen, ziekenhuizen en crèches werden als bedrijven bestuurd en er werd zo veel mogelijk bezuinigd. Dat leidde tijdens de coronacrisis tot een tekort aan IC-capaciteit, beschermingsmiddelen en personeel. ‘We hebben weer vet op de botten nodig, goede reserves. Dat is misschien niet zo efficiënt, maar zo voorkom je dat de hele samenleving tot stilstand komt als het even tegenzit.’

 

Bang voor de toekomst 

De pandemie heeft ook de verschillen tussen (kans)arm en rijk uitvergroot. Nederland is de afgelopen decennia steeds welvarender geworden, maar lang niet iedereen heeft daarvan meegeprofiteerd. De flexibele arbeidsmarkt heeft de vaste baan op de tocht gezet en de lonen zijn te weinig mee gestegen met de winsten. ‘De ongelijkheid is groter geworden, er is scheefgroei ontstaan’, aldus Elzinga. En dan is er nog de klimaatcrisis, waarvoor we letterlijk en figuurlijk niet meer kunnen vluchten, nu we wereldwijd worden geconfronteerd met extreem weer, bosbranden en overstromingen. Dat alles leidt tot onrust, merkt Elzinga. ‘Mensen maken zich zorgen over hun toekomst en die van volgende generaties. Je kunt als land wel alleen zoveel mogelijk geld willen verdienen, maar wat voor huis laten we achter aan onze kinderen en kleinkinderen als de sociale samenhang onder druk staat en de planeet wordt uitgewoond?’

 

Een miljoen vaste banen erbij

Gelukkig heeft de coronacrisis ook bij de politiek - van links tot rechts – en bij sommige werkgevers geleid tot het besef dat het Nederland van Straks vraagt om verandering, aldus Elzinga. We kunnen volgens hem meteen beginnen om het land in de steigers te zetten. De blauwdruk ligt er al: brede welvaart voor alle Nederlanders. Dat is de insteek van het SER-ontwerpadvies, dat vakbonden en werkgevers dit voorjaar samen presenteerden: een pakket maatregelen voor het nieuwe kabinet. Allereerst moet de arbeidsmarkt hervormd worden: er moeten weer meer vaste contracten komen, in plaats van flexibele dienstverbanden. Elzinga ziet er het liefst een miljoen vaste banen bij komen. ‘Mensen hebben behoefte aan zekerheid in werk en inkomen. Ze willen brood op de plank, hun rekeningen kunnen betalen en ook nog wat overhouden voor ontspanning.’

Het prijskaartje van klimaatverandering

Brede welvaart vraagt ook om meer investeringen van publiek geld in vitale sectoren als zorg en onderwijs. Zo moet de leegloop van personeel worden gekeerd met betere arbeidsvoorwaarden: als de lonen stijgen en de werkdruk daalt, wordt het weer aantrekkelijk om voor de klas of aan het bed te staan. Er moet ook meer geïnvesteerd worden in de kwaliteit van publieke dienstverlening, zoals UWV, de Belastingdienst – denk aan de Toeslagenaffaire – en ja, ook pensioenuitvoering. Elzinga: ‘Beter functioneren van de instituties kan de huidige vertrouwenskloof helpen dichten.’ Voor de lange termijn moet er fors geïnvesteerd worden in het tegengaan van klimaatverandering. ‘Er wordt zo gedraald, we moeten nú doorpakken. Hoe langer we dat voor ons uitschuiven, hoe hoger het prijskaartje wordt.’ Meer geld dus voor een versnelling van de energietransitie, maar dan wel sociaal verantwoord, door mensen die hun baan kwijtraken te helpen met ander werk.     

 

Sterkere overheid nodig

Met zo’n forse maatschappelijke verlanglijst kan de overheid zich niet langer afzijdig houden, vindt Elzinga. Sinds de jaren tachtig was het adagium in Den Haag: zo veel mogelijk markt, zo min mogelijk overheid. ‘Een markt is mooi om ervoor te zorgen dat er genoeg broden voor iedereen worden gebakken, maar je kunt er niet álles aan overlaten’, stelt Elzinga. ‘We zien nu de puinhoop die de mantra van liberalisering, privatisering en deregulering heeft veroorzaakt.’ De verbouwing van Nederland vraagt om een sterkere staat, die de samenleving van de toekomst actief helpt vormgeven met publieke deelnemingen en gerichte investeringen en via wet- en regelgeving zorgt dat marktpartijen hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. Die behoefte aan een sturende overheid houdt niet op bij de grens. Elzinga is bijvoorbeeld blij met het G7-plan voor een wereldwijd minimumbelastingtarief van 15 procent voor multinationals. Dat bemoeilijkt belastingontwijking via fiscale sluiproutes, doordat een halt wordt toegeroepen aan de concurrentiestrijd tussen landen om buitenlandse investeerders binnen te halen met de laagste belastingtarieven.  

 

Techreuzen

Internationale regelgeving is ook belangrijk om de invloed van Big Tech & Big Data in te perken. Elzinga: ‘Grote techbedrijven kapitaliseren data die wij als consumenten zélf produceren. Ze maken daarbij gebruik van de bestaande digitale infrastructuur, zonder er iets voor terug te geven.’ Hetzelfde geldt voor multinationals die patenten binnenslepen voor innovaties die deels elders zijn bedacht. Hun slimme medewerkers zijn immers opgeleid aan publiek gefinancierde universiteiten en putten uit de in voorgaande eeuwen opgebouwde body of knowledge van onze kennismaatschappij. We are standing on the shoulders of giants. Elzinga: ‘Data, kennis, maar ook bijvoorbeeld grondstoffen en energiebronnen als zon en wind en uiteindelijk onze hele planeet: het is van ons allemáál. Wat geeft een klein clubje bedrijven het recht om dat eigendom te claimen? Waarom zouden managers en aandeelhouders er schathemeltjerijk van mogen worden, terwijl de medewerkers en de rest van de maatschappij het met de kruimeltjes moeten doen?’

Ik hoop dat het ooit niet meer nodig zal zijn om te staken

‘Geef medewerkers zeggenschap’

De piramide moet dus op zijn kop. Dat vraagt niet om revolutie, maar wel degelijk om een radicale omwenteling, via geleidelijke, democratische weg, aldus Elzinga. De eerste voorzichtige stappen op die nieuwe weg lijken volgens hem ook al te zijn gezet. Overheden beginnen langzaamaan hun klassieke rol weer op te pakken, bedrijven nemen meer verantwoordelijkheid voor hun omgeving en worden daar ook vaker op aangesproken door consumenten, burgers en grote beleggers. Een volgende stap is het verlenen van daadwerkelijke zeggenschap aan medewerkers en de samenleving, stelt Elzinga. ‘Geef een stem aan de mensen die al die innovatieve ideeën bedenken, die het echte werk doen, die de eigenlijke rechtmatige eigenaar zijn van de producten en diensten van bedrijven: wij allemáál dus. Wie is de baas, wie beslist? Nu zijn dat managers en aandeelhouders, straks moeten we met zijn allen de baas kunnen zijn.’

 

Van aandeelhoudersrendement naar maatschappelijke winst

Elzinga voerde de afgelopen jaren namens sociale partner FNV de onderhandelingen over het pensioenakkoord. Een historisch akkoord, dat de oudedagsvoorziening in de toekomst betaalbaar moet houden, zonder het solidariteitsbeginsel los te laten. ‘In het nieuwe stelsel zie je de premie die je hebt opgebouwd directer terug in je eigen pensioenopbouw, maar we zorgen nog steeds dat mensen die pech hebben tijdens hun loopbaan óók een goed pensioen kunnen hebben en we delen als generaties de risico’s met elkaar.’ Maar de pensioendiscussie is nog lang niet klaar, denkt Elzinga. Als de rente de komende jaren zo laag blijft en beleggingsrendementen in de toekomst structureel dalen, zoals voorspeld, dan kan de belofte van een waardevast pensioen niet meer worden waargemaakt en groeit de vertrouwenskloof in de samenleving. Pensioenfondsen zouden dan een volgende stap kunnen zetten: van aandeelhoudersrendement naar maatschappelijke winst.

 

Pensioen in natura? 

Elzinga licht het toe: ‘Pensioenfondsen zouden meer moeten kijken naar de behoeften die mensen later in hun leven hebben. Hebben ze dan alleen behoefte aan een pot geld, of willen ze vooral een fijne plek om te wonen, goede zorg en levenskwaliteit? Ga dáárin als pensioenfonds rechtstreeks investeren, steek pensioengeld in nieuwe woonvormen voor senioren, goede ouderenzorg en een herstel van de sociale infrastructuur, zodat die beschikbaar zijn als mensen eraan toe zijn.’ Een soort pensioen in natura dus. En waarom alleen investeren in voorzieningen voor de oude dag? Pensioengeld kan ook vaker worden gebruikt om de huidige samenleving te verbeteren. Denk aan investeringen in de krappe huizenmarkt - die vooral jonge generaties treft - of in goed onderwijs, voor een sterk Nederland van Straks. Elzinga: ‘Pensioenfondsen hebben een groot vermogen en daarmee ook een grote verantwoordelijkheid voor het Nederland van nu en van later.’ 

 

Het staken gestaakt

Tijdens de onderhandelingen over het pensioenakkoord legde FNV, samen met vakcentrales CNV en VCP, een dag lang het treinverkeer stil om druk te zetten voor een minder snelle stijging van de AOW-leeftijd. Wat denkt Elzinga: wordt er in het Nederland van Straks nog gestaakt? ‘Ik vermoed van wel. Voorlopig zullen er nog belangentegenstelingen zijn tussen werkgevers en werknemers. Maar ik hoop dat het ooit niet meer nodig zal zijn om te staken: als medewerkers echte zeggenschap krijgen, kunnen ze meebeslissen en nemen de belangentegenstellingen af. Als je zelf de baas bent, hóef je niet meer te staken.’ Dus het Malieveld is in de toekomst geheel aan de opvolgers van The Stones en Coldplay, of het ultieme festivalterrein? Hij lacht: ‘Ja, dan komen we er samen om het gewoon gezellig met elkaar te hebben, leuke dingen te doen of dingen te vieren. Bijvoorbeeld dat we in Nederland zo’n mooi pensioenstelsel hebben.’      

Volgende publicatie:
ABP zet zich in voor een Nederland zonder schuldzorgen

ABP zet zich in voor een Nederland zonder schuldzorgen

Gepubliceerd op: 27 juli 2021

ABP gaat samenwerken met de Nederlandse Schuldhulproute (NSR). Dit initiatief heeft als doel om Nederlanders preventief uit de schulden te houden. Ruim 1 op de 5 huishoudens in Nederland heeft moeite om maandelijks de rekeningen te betalen. Uiteraard kunnen de deelnemers van pensioenfondsen daar ook mee te maken krijgen. Door, samen met NSR, proactief en vroegtijdig hulp te bieden, hoopt ABP dat deelnemers die mogelijk in de financiële problemen zitten weer grip op hun financiën krijgen.

 

Volgens NSR heeft ruim 1 op de 5 huishoudens in Nederland moeite om maandelijks de eindjes aan elkaar te knopen. De problemen ontstaan vaak door belangrijke veranderingen in iemands levens, zoals een scheiding of ziekte. De financiële problemen veroorzaken bij veel mensen schaamte en stress. Bovendien blijken mensen moeite te hebben om een oplossing te vinden, want het  schuldhulplandschap is omvangrijk en onoverzichtelijk.

ABP-voorzitter Corien Wortmann-Kool: “ABP wil haar deelnemers helpen bij het maken van bewuste keuzes voor het inkomen voor nu, straks en later. We willen dat ze grip hebben op hun eigen situatie. Het voorkomen of aanpakken van financiële schulden maakt daar onderdeel van uit. Ik ben daarom blij met de samenwerking met  NSR. Dat past goed bij de maatschappelijke verantwoordelijkheid die ABP heeft.”

 

In de praktijk
ABP laat de uitvoering van het pensioen over aan pensioenuitvoeringsorganisatie APG. De medewerkers van deze klantenservice zijn inmiddels getraind om signalen die duiden op mogelijke betalingsproblemen in een vroeg stadium te herkennen. Mocht de betreffende pensioendeelnemer daarvoor open staan, dan biedt APG, in dit geval namens ABP, hulp aan. Deze hulp bestaat uit het meedenken in oplossingen en welke instanties daar bij kunnen helpen.

Francine van Dierendonck, lid raad van bestuur APG: Als pensioenuitvoerder helpen we mensen graag zo goed mogelijk met financiële vraagstukken rondom pensioen. Vaak hebben we contact met deelnemers op voor hen emotionele en ingrijpende momenten in hun leven, zoals kinderen krijgen, trouwen, scheiden of veranderen van baan. Bij al die gebeurtenissen is het belangrijk dat (geld)zaken goed geregeld blijven en worden. Soms lukt dat echter niet of weet je niet goed hoe dat moet. APG is zich ervan bewust dat iedereen in financiële problemen kan geraken. Daarom willen we vanuit betrokkenheid ABP deelnemers helpen en juist doorverwijzen.”

Nederland financieel gezond houden, werkt volgens NSR vooral als mensen met geldzorgen in een eerder stadium opgespoord kunnen worden en hulp kunnen krijgen. Die hulp moet bovendien eenvoudiger te vinden zijn door verschillende particuliere en overheidsinstanties samen te laten werken.

 

Volgende publicatie:
“Mensen met een beperking kunnen net zo goed iets bijdragen”

“Mensen met een beperking kunnen net zo goed iets bijdragen”

Gepubliceerd op: 23 juli 2021

Hoe ga je om met werk en geld voor nu en later? Leef je bij de dag of plan je doelbewust je financiële toekomst? En regel je ‘later’ zelf, of ben je aangesloten bij een pensioenfonds?

Leena de Wilde ontvangt een Wajong-uitkering. “Maar ik werk liever voor mijn geld.”

 

Leena de Wilde (33)

Beroep: secretaresse, model, actrice, vrijwilliger

Werkt wekelijks: onregelmatig

Inkomen: heeft een Wajong-uitkering

Spaargeld: een beetje

Pensioen geregeld? Nee

 

Je ontvangt een Wajong-uitkering (wet werk en arbeidsondersteuning Jonggehandicapten) maar werkt ook. Wat doe je?

“Op dit moment vooral modellenwerk en castings. Ik heb zuurstofgebrek gehad bij mijn geboorte waardoor ik cerebrale parese heb. Daarom maak ik gebruik van een handbewogen rolstoel. In 2007 heb ik meegedaan aan de Mis(s)verkiezing van Lucille Werner, waar ik het tot de finale schopte. Ik merkte dat ik het erg leuk vond om gefotografeerd te worden en schreef me in bij casting- en modellenbureaus. Daarop kreeg ik allerlei klussen aangeboden, en nog steeds. Als ik een waardevolle bijdrage kan leveren en het bij me past, ga ik ervoor. Ik vind het ook belangrijk voor de beeldvorming van mensen met een lichamelijke beperking. Als het functioneel is laat ik me fotograferen in mijn rolstoel, en anders zittend of liggend. Ik heb al in diverse commercials en campagnes gezeten. Het is heel divers, je komt overal.”

 

Hoe vaak doe je dat?

“Ik heb iedere maand wel een fotoshoot, casting of interview. Ik heb regulier onderwijs gevolgd en secretariële diploma’s behaald, zodat ik ook daarin werk kan zoeken. Zo heb ik eerder gewerkt in een ziekenhuis, bij een assurantiekantoor en bij een advocatenkantoor. Overal waar ze secretaresses of administratief medewerksters kunnen gebruiken, kan ik in principe aan de slag. Gelukkig staan werkgevers er steeds meer voor open om mensen met een beperking een kans te geven. Het is maar net hoe je er zelf in staat. Ik ben heel gemotiveerd en enthousiast en waag het er gewoon op. Als je met elkaar in gesprek gaat, kun je altijd kijken of je een manier kunt vinden waarop het werkt.”

 

Hoeveel verdien je met je modellenwerk?

“Meestal alleen een onkostenvergoeding. Heel af en toe krijg ik weleens wat extra’s. Dat moet ik dan doorgeven aan het UWV, om problemen met mijn uitkering te voorkomen. Over het algemeen houd ik er niets aan over.”

 

Hoeveel bedraagt je Wajong?

“Dat is 1.041 euro netto per maand.”

 

Werken is goed voor mijn gevoel van eigenwaarde. Ik wil gezien worden als ieder ander"

Ben je daar blij mee?

“Het is natuurlijk mooi dat je het iedere maand zomaar krijgt, maar het geeft mij meer voldoening als ik er iets voor doe. Als je werkt heb je het zelf verdiend. Ik vind het belangrijk om te werken. Wij, mensen met een beperking, kunnen net zo goed een bijdrage leveren. Vanaf mijn 15e heb ik altijd baantjes gehad. Dat is goed voor mijn gevoel van eigenwaarde. Ik wil gezien worden als mens, als ieder ander. Daar hoort ook werken bij, vind ik. Als ik wil zijn zoals ieder ander, moet ik er zelf ook iets voor doen. Werken levert vaak nauwelijks meer op dan mijn uitkering, maar dan heb ik er tenminste niet mijn hand voor opgehouden.”

 

Je doet ook vrijwilligerswerk. Vertel eens.

“Als ambassadrice van Stichting Welzijn Kinderen van Bal Anand zoek ik donateurs, geef ik interviews en doe ik promotie. Bal Anand is een kindertehuis in Mumbai, waar ik zelf de eerste maanden van mijn leven heb doorgebracht. Toen ik zeven maanden oud was, ben ik geadopteerd. Destijds was nog niet duidelijk dat ik deze beperking had, dat is pas in Nederland vastgesteld. Anders had ik India waarschijnlijk nooit verlaten. Ik heb een goede kans gehad, dat gun ik de kinderen en jongvolwassenen die daar nu zitten ook.

Mijn leven had er in India heel anders uitgezien. Daarom ben ik extra gemotiveerd om alles uit het leven te halen en er iets van te maken. Natuurlijk zou ik graag zelfstandig kunnen lopen, maar ik kijk liever naar de dingen die ik wél kan. Ik ben positief ingesteld. Je kunt zelf een leuke invulling aan je leven geven binnen de mogelijkheden die je hebt. Ik doe ook vrijwilligerswerk voor CP Nederland, dat zich inzet voor mensen met cerebrale parese. Als trainer probeer ik anderen met deze aandoening te motiveren om net als ik te gaan sporten. Dat is voor mensen met CP extra belangrijk, om de spieren soepel te houden. Uit vrijwilligerswerk haal ik veel voldoening.”

 

Kom je rond van het inkomen dat je hebt?

“Ja, dat lukt. Mijn uitkering is niet heel dik, maar ik heb niks te klagen hoor. Ik heb ook een partner die fulltime werkt.”

 

Wat zijn jullie vaste lasten?

“Aan huur betalen we 641 euro per maand, we wonen in een aangepaste woning met zorg op afroep. Verder de geijkte dingen: verzekeringen, energie, water, internet, et cetera.”

 

Waar geef je nog meer veel geld aan uit?

“Nu we een zoontje hebben, besteden we een groot deel van ons inkomen aan hem. Maar dat vinden we niet erg, we zijn zo blij dat hij er is.”

 

Kun je sparen?

“Een klein beetje, wel minder dan voor de geboorte van onze zoon. Ik probeer altijd op aanbiedingen te letten om zo toch wat over te houden.”

 

Ben je bezig met je oude dag?

“Eerlijk gezegd nog niet echt. Ik ben pas 33. Maar ja, ook mijn oude dag zal een keer komen.”

 

Wat regel je nu voor je pensioen?

“Niets, op dit moment. Dat is eigenlijk niets voor mij, want ik ben wel iemand die vooruitkijkt. Na mijn Wajong ontvang ik AOW, hoorde ik onlangs. Dat is in ieder geval iets. Maar ik ga zo snel mogelijk iets aanvullends regelen, om straks genoeg geld te hebben. Je kunt niet zonder geld zitten, in deze tijd al helemaal niet.” 

Het zou goed zijn als je actief wordt geïnformeerd over mogelijkheden voor je pensioen”

Hoe zie je je oude dag voor je?

“Als ik dan nog fit ben, wil ik zeker iets blijven doen, zoals vrijwilligerswerk. Het is waardevol om iets te betekenen voor anderen. Verder ligt het er een beetje aan wat er op mijn pad komt. Misschien heb ik dan kleinkinderen, je weet niet hoe het loopt. Ik hoop in ieder geval dat ik gezond oud mag worden, een mooie invulling heb gegeven aan mijn leven en kan genieten.”

 

Hoeveel zou je later per maand aan pensioen willen krijgen?

“Ik denk iets van 1.500 euro netto per maand. Ik weet natuurlijk niet wat alles tegen die tijd kost. Maar mijn zoon is dan allang uit huis, dus het uitgavenpatroon zal wel anders zijn dan nu. Als je af en toe op reis wilt of uit eten, heb je wel wat geld nodig. Ik heb het nu goed, ik wil het later ook goed hebben.”

 

Weet je genoeg over de mogelijkheden voor je pensioen?

“Nee, ik zou me er wel wat meer in willen verdiepen. Zodat ik niet straks denk: had ik dit maar eerder geweten. Het zou goed zijn als je niet zelf op zoek moet naar die informatie, maar dat je er actief over wordt geïnformeerd. Het is goed om je bewust te zijn van je individuele mogelijkheden.”

Volgende publicatie:
“De deelnemer staat nog te weinig aan het roer”

“De deelnemer staat nog te weinig aan het roer”

Gepubliceerd op: 19 juli 2021

‘Werk jij in de pensioensector? Goh, spannend…’ Vooroordelen genoeg over het werk voor een pensioenfonds of -uitvoerder. Misschien niet helemaal terecht, blijkt uit een serie portretten van de mensen die er dagelijks werken. Zoals Chrissy Mols, die als business information consultant problemen oplost en teams met elkaar verbindt. “Ik ben een horecatijger, bij mij is de klant koning.”

 

Je werkt bijna acht jaar bij APG, maar is dit ook wat je vroeger wilde worden?
“Ik ben van oorsprong echt een horecatijger. Ik heb ook lang in de horeca gewerkt en ik geniet daar eigenlijk nog steeds van. Dus als je me nu vraagt wat ik wilde of nog wil worden dan is dat toch wel uitbater van een heel leuk restaurantje of bistro. Een plek waar mensen ongedwongen heerlijk kunnen eten en drinken, dat lijkt mij echt fantastisch!”

 

Dat staat wel ver van pensioen af.
“Niet helemaal. In de horeca heb ik geleerd om naar mensen te luisteren en te begrijpen wat zij nodig hebben. En net zoals ik er voor de klanten in de horeca was, ben ik er nu voor pensioendeelnemers en collega’s.”

 

Leg dat eens uit.
“Ik werk voor de leraar, de politieman, mijn vader en de buurvrouw. Mensen die nu niet op mijn terras zitten voor een leuke middag, maar die van ons afhankelijk zijn voor een financieel zorgeloze toekomst. Ik help ze met hun vragen, ondersteun bij het maken van keuzes en denk na hoe we complexe zaken voor diegene inzichtelijk kunnen maken. Daarnaast vind ik het belangrijk dat we onze ideeën ook bij die deelnemer toetsen. Pensioen is voor ons gesneden koek, maar dat geldt lang niet voor iedereen.

 

Wat mij het meest aanspreekt is dat ik kan meedenken over verbeteringen en innovatie. Voor collega’s, maar zeker voor de mensen die recht hebben op die maandelijkse uitkering waar ze zo lang en hard voor gewerkt hebben. Mijn hotelmanagementachtergrond zie ik in deze functie als mijn kracht. Ik heb bijvoorbeeld geen 9 tot 5-mentaliteit. Bij mij is de klant koning.”

 

Je lijkt bijna persoonlijk betrokken bij de klant. Hoe komt dat?
“De deelnemers hebben niet voor hun pensioenfonds en dus ook niet voor ons als pensioenuitvoerder gekozen. Hoe erg is het dan dat ze tot ons veroordeeld zijn én misschien niet goed geholpen worden? Als ik in een restaurant slecht eten krijg, ga ik niet meer terug. Pensioendeelnemers kunnen niet wegblijven. Ze zijn financieel afhankelijk van ons en kunnen alleen bij ons terecht voor uitleg. Dus moeten wij het goed doen.”

Je bent net gestart in een nieuwe functie. Kun je daar al iets over vertellen?
“Het is niet alleen een nieuwe functie voor mij, maar de rol van business information consultant is ook nieuw binnen het bedrijfsonderdeel Pensioenuitvoering. Deze afdeling wordt wel het kloppend hart van APG genoemd. Daar vinden de deelnemersadministratie en het klantcontact plaats en worden de berekeningen gemaakt. In ons nieuwe team Design Authority, buig ik mij samen met collega’s over lopende projecten en incidenten en kijk ik vooruit naar wat komen gaat. Hoe ziet onze pensioenuitvoering er over vier jaar uit? Hoe staan wij onze deelnemers over een aantal jaar te woord? En met welke processen gaan onze collega’s de deelnemers helpen? Met welke afdelingen kunnen we samenwerken en waar moeten we ons op voorbereiden met het oog op bijvoorbeeld het nieuwe pensioenstelsel. Dat soort dingen.”

Kun je eens een voorbeeld noemen van een onderwerp waar jij je over buigt?
“Neem het wetsvoorstel pensioenverdeling bij scheiding. Volgens dit voorstel hebben allebei de ex-partners recht op de helft van het ouderdoms- en partnerpensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd. Het ligt voor de hand om te denken dat deze wetswijziging alleen impact heeft op de teams of collega’s die zich met scheiden bezig houden. Het is nu mijn taak om te kijken of deze wet ook elders binnen APG impact heeft, denk aan andere teams bij PU, juridische zaken en communicatie. Dat doe ik overigens niet alleen maar met een clubje collega’s van verschillende afdelingen.”

 

Biedt werken bij een pensioenuitvoerder genoeg uitdaging?
“Zeker! Als je wilt en het kenbaar maakt is heel veel mogelijk bij APG. Ontwikkeling wordt in mijn beleving altijd aangemoedigd. Ik werk sinds 2013 bij Pensioenuitvoering en dat bevalt super. Ik krijg veel energie van samenwerken met andere collega’s en andere bedrijfsonderdelen. Om het beste resultaat voor onze deelnemer te bereiken, bewandel ik niet alleen de begaande paden, maar ga ik ook op zoek naar de olifantenpaadjes. Waarmee ik wil zeggen dat we anders moeten denken. Vanuit onze uitvoering naar de deelnemer is de omgedraaide wereld. We moeten juist vanuit de deelnemer ons proces bouwen. Want daarin staat de deelnemer nog te weinig aan het roer, terwijl dat toch degene is waar het om gaat.”


Jij staat dicht bij de deelnemer, is die relatie de afgelopen jaren veranderd?

“Ik zie zeker wel verschil in hoe de deelnemer zich gedraagt. Acht jaar geleden nam ‘ie genoegen met ons antwoord op een vraag. Nu worden er vraagtekens en kanttekeningen bij gezet. Deelnemers zijn mondiger en willen uitleg. Dat kost ons meer tijd en werk. En met het nieuwe pensioenstelsel neemt die mondigheid en de hoeveelheid vragen zeker toe. Moeten we de collega’s daarvoor opleiden? Hoe pakken we dat aan en wat vraagt een deelnemer straks van ons? Ik vind het leuk om mij daar mee bezig te houden.”

Als horecatijger bezoek je vast regelmatig een feestje. Lopen mensen van je weg als vertelt wat je doet?
“Nee, eerder omgekeerd. Ik heb aardig wat mensen in mijn kennissenkring die in het onderwijs werken en zij stellen regelmatig pensioenvragen. Dus de mensen zoeken mij op. Niet iedereen overigens. Mijn ouders begrijpen niet exact wat ik nu voor werk doe. Mijn vader werkt in een sector waar veel lichamelijk werk verricht wordt en dat maakt het lastig uit te leggen wat ik de hele dag doe achter mijn laptopje. Bovendien krijgt mijn moeder krijgt sinds kort elke maand haar pensioen van ABP gestort, dus inhoudelijk maken ze zich er ook niet meer druk om.”

 

Volgende publicatie:
“Mensen zeggen: ‘Jullie hebben mijn leven gered’”

“Mensen zeggen: ‘Jullie hebben mijn leven gered’”

Gepubliceerd op: 12 juli 2021

‘Werk jij in de pensioensector? Goh, spannend…’ Vooroordelen genoeg over het werk voor een pensioenfonds of -uitvoerder. Misschien niet helemaal terecht, blijkt uit een serie portretten van de mensen die er dagelijks werken.

Zoals Manon van Hoek, die als growth hacker bij Kandoor werkt, APG's online platform waar financiële professionals gratis vragen over geldzaken beantwoorden. “Bij Kandoor proberen we mensen echt te helpen.”

 

 

Wat is dat, een growth hacker?

“Het heeft in elk geval niets met hacken te maken, haha. Growth hacking is een marketingvorm waarbij de focus op groei ligt. Om meer bezoekers te krijgen, zijn mijn twee collega’s en ik continu bezig met het verbeteren van het platform. Wat kunnen we anders aanpakken, wat zou het effect daarvan zijn? Dat proberen we dan uit. Vervolgens analyseren we de data. Zijn er inderdaad verschillen en zo ja, waardoor ontstaan die?”

 

Geef eens een voorbeeld?

Kandoor heeft een chatbot. Daar kunnen mensen persoonlijk antwoord krijgen op al hun financiële vragen. We onderzoeken of ze het liefst korte antwoorden willen, of dat iemand zich juist beter geholpen voelt met een uitgebreide toelichting. Via experimenten zoeken we uit welke vragen ze precies hebben. Ook testen we hoe we het best om feedback kunnen vragen. Of op welk moment bezoekers afhaken. En of bijvoorbeeld blogs nog actueel genoeg zijn of dat ze moeten worden aangepast.”

 

Wil Kandoor de grootste hulpsite op financieel gebied worden?

“We willen heel graag ons bereik vergroten. Wie op Google een financiële zoekvraag intikt, moet direct bij ons terechtkomen.”

 

De truc is dus om bij Google bovenaan te komen staan?

“Ja, dat is de uitdaging. Als mensen een vraag hebben over bijvoorbeeld pensioen of belastingen, kunnen ze de antwoorden bij ons vinden. Alle relevante informatie over financiële zaken moet op ons platform staan.

Daarnaast moet de site technisch zó in elkaar zitten, dat Google ons kan herkennen. Hun algoritme verandert echter voortdurend. Dus daar moeten wij ook steeds in meegaan.”

 

Hoeveel bezoekers heeft Kandoor nu?

“In 2020 hadden we anderhalf miljoen bezoekers en kregen we ruim een half miljoen vragen binnen. Waarschijnlijk tikken we dit jaar een miljoen aan, want we zitten nu al op een half miljoen vragen. Daar zijn we erg blij mee. Ik zou het heel vet vinden als Kandoor straks als een merk wordt gezien. Dat mensen gewoon weten: ik heb een financiële vraag, dan ga ik naar Kandoor. Want daar word ik geholpen. Dat is ons ultieme doel.”

Ben jij zelf ook een financieel toppertje?

“Ik weet veel van data-analyse, maar ik had totaal geen financiële kennis toen ik tweeënhalf jaar geleden bij Kandoor kwam werken. Ik heb hier een hoop bijgeleerd. Ik wist bijvoorbeeld ook niets over pensioenen. Inmiddels weet ik dat het belangrijk is dat je daar juist op jonge leeftijd al over gaat nadenken. Want nu kun je het nog goed regelen.”

 

Dus jij geeft je vrienden wel dat advies, maar je beantwoordt geen vragen op het platform?

“Nee, dat doen de financiële gidsen. We hebben een hele community met vrijwilligers. Dat zijn allemaal experts die gratis informatie geven, zodat mensen zelf een beslissing kunnen nemen. Daarnaast hebben we bloggers die over verschillende geldonderwerpen schrijven.”

 

Wat maakt jouw werk nou zo leuk?

“Het is heel afwisselend. Je bent nooit uitgeleerd want er is altijd wel een nieuwe ontwikkeling. Dus moet je ook continu nieuwe oplossingen bedenken. Wat ik ook fijn vind, is dat Kandoor een maatschappelijke missie heeft. Dat is voor mij het beste van twee werelden: die constante uitdaging om innovatief te zijn, gecombineerd met het sociale aspect. Bij Kandoor proberen we mensen echt te helpen bij financiële stress. Ik ben me er nu veel bewuster van hoeveel mensen die hebben. En hoeveel impact dat op hun leven heeft.”

 

Raakt dat je?

“Ja, je ziet dat mensen soms zo in de problemen zitten, dat ze niet meer weten wat ze moeten doen. Zij zijn vaak heel dankbaar voor de hulp van de gidsen. Ik krijg hun feedback binnen en soms schrijven ze: ‘Jullie hebben mijn leven gered. Ik ben zo blij dat iemand me helpt.’ Aan de ene kant is het heel mooi dat iemand echt geholpen is. Maar het is ook heel verdrietig om te zien dat mensen in zulke situaties zitten.”

 

Wat zou jij in de maatschappij veranderen, als je het voor het zeggen had?

“Het toeslagensysteem. Het wordt onderschat hoe moeilijk de gemiddelde Nederlander het vindt om daar doorheen te navigeren. En hoe bang ze zijn dat ze het verkeerd doen. Want als jij iets aanvraagt en je blijkt er toch geen recht op te hebben, dan zit je misschien direct in de schulden Dus dat systeem zou ik makkelijker willen maken.”

 

Nog meer wat je wilt aanpakken?

“De brieven van de belastingdienst. Veel mensen begrijpen de inhoud gewoon niet. De taal is te ingewikkeld. Zij komen ook bij Kandoor om hulp. Maar ik weet niet of dat probleem alleen door de overheid moet worden opgelost. Misschien wordt het ook veroorzaakt omdat ze nooit geleerd hebben hoe ze hun belastingaangifte moeten doen. Dan is het natuurlijk niet gek dat je fouten maakt. Daar zouden scholen best eens les in mogen geven.”

Volgende publicatie:
“Daalt de Nederlandse levensverwachting door corona?”

“Daalt de Nederlandse levensverwachting door corona?”

Gepubliceerd op: 1 juli 2021

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: Actuarieel Directeur Alexander Paulis over de impact van corona op de levensverwachting en de financiële positie van Nederlandse pensioenfondsen.

 

Een kleine twee jaar. Daarmee is de Amerikaanse levensverwachting gedaald tussen 2018 en 2020. Tenminste, als je onderzoek van de Virginia Commonwealth University, de University of Colorado Boulder en het Urban Institute moet geloven. Oorzaak: de pandemie, die voor de grootste daling van de Amerikaanse levensverwachting sinds 1943 zorgde.

 

Hoe zit dat in Nederland? Paulis trekt zijn wenkbrauwen op als hij hoort over de Amerikaanse resultaten. “Dit is natuurlijk slechts een momentopname. Het is vrijwel onmogelijk om nu al te bepalen in hoeverre de sterftecijfers van de afgelopen twee jaar representatief zijn voor de toekomst. Eerst moet de situatie zich normaliseren. Áls er al een nieuw normaal komt, is dat wanneer iedereen is gevaccineerd en we het effect daarvan op de besmettings- en sterftecijfers kunnen zien.” 

 

Aids

Het corona-effect in de sterftecijfers van de afgelopen twee jaar (zo’n 10 procent oversterfte volgens het CBS) is een kortetermijnontwikkeling waarmee je in voorspellende zin niet veel kunt, volgens Paulis. “Pensioenfondsen plannen voor de lange termijn. En wat betreft corona weten we daarover nog helemaal niks. Voor langetermijnvoorspellingen heb je voldoende basis – waarnemingsjaren – nodig. We zijn gewend om ver terug in de tijd te kijken en het laatste jaar niet allesbepalend te laten zijn. In de jaren tachtig dachten we aanvankelijk ook dat de aidsepidemie structurele gevolgen zou hebben voor de levensverwachting. Uiteindelijk bleek het slechts een rimpeling te zijn.”

 

Om de vraag te beantwoorden hoe representatief de eerste jaren na 2020 zijn voor wat we gaan zien in de toekomst, moet je volgens Paulis een soort actuariële grens over. “Je zult ook met medische experts, zoals virologen, moeten praten. We zijn daar als actuarissen altijd terughoudend in, omdat je daarmee snel in subjectieve, politieke discussies terechtkomt. Maar in dit geval ontkom je er niet aan, denk ik.” 

 

Contrair

Normaliter wordt voor de levensverwachting ook ‘basis’ gecreëerd door naar andere, vergelijkbare landen te kijken. Toch hoeven we ook daar op korte termijn geen heil van te verwachten, zegt Paulis. “Juist bij corona hebben we gezien dat de verschillen tussen landen plotseling heel groot kunnen zijn.”

 

Er is nóg een reden om de eerste jaren na 2020 niet te bepalend te laten zijn voor de langetermijnprognose van het sterftecijfer. “Tijdens hete zomers zien we bijvoorbeeld ook oversterfte. Zo’n zomer eist met name levens onder mensen die al wat kwetsbaarder zijn. Daardoor houd je een relatief gezonde populatie over en ontstaat daarna vaak juist wat ondersterfte. Bij corona zou zich eenzelfde contrair effect kunnen voordoen.”

 

Druppel

Wie denkt dat pensioenfondsen zonder meer financieel baat hebben bij de coronasterfte, vergist zich volgens Paulis. “Als deelnemers waarvan het ouderdomspensioen nog niet is ingegaan overlijden, ontvangen nabestaanden een partner- en wezenpensioen. Voor het fonds kan dat onder de streep financieel nadeliger zijn. Met name als het om jonge nabestaanden gaat. Maar als iemand al ouderdomspensioen ontving, vervalt dat. Het nabestaandenpensioen dat daarvoor in de plaats komt, is lager. Per saldo is dat voordeliger voor het fonds. Omdat met name ouderen aan corona zijn overleden, hebben we het afgelopen jaar een bescheiden ‘positief resultaat op sterfte’ gehad, zoals een actuaris dat wat klinisch noemt. Maar dat was bij wijze van spreken een druppel op een gloeiende plaat – hoogstens enkele tiende procentpunten van de dekkingsgraad. Rentestand, beleggingsrendement en tegenwoordig vaak ook de premie, hebben een veel grotere invloed op de financiële positie.”  

 

Onbruikbare jaren

Dus voorlopig is er geen reden om aan te nemen dat de levensverwachting in Nederland daalt? Paulis: “Inderdaad. Voor een langetermijnprognose zijn 2020 en 2021 de meest onbruikbare jaren die je je kunt voorstellen. Pensioenfondsen hoeven zich voorlopig niet rijk te rekenen aan de gevolgen van corona.”

Volgende publicatie:
2020: Doorpakken op duurzame ambities

2020: Doorpakken op duurzame ambities

Gepubliceerd op: 30 juni 2021

APG publiceert Verslag Verantwoord Beleggen

 

APG heeft in 2020 opnieuw grote stappen gemaakt als het gaat om verantwoord beleggen. Door continu te verbeteren kunnen we aan de groeiende duurzame ambities van onze pensioenfondsen blijven voldoen. Dat blijkt uit het vandaag gepubliceerde Verslag Verantwoord Beleggen.

 

Verantwoord beleggen is een van de strategische pijlers van APG. In hun voorwoord constateren Annette Mosman (bestuursvoorzitter), en Ronald Wuijster (bestuurslid verantwoordelijk voor vermogensbeheer) dat door de coronacrisis de toch al toenemende aandacht voor verantwoord beleggen in een stroomversnelling is gekomen. “Niet alleen bij maatschappelijke organisaties, maar ook in de media en bij de deelnemers van de pensioenfondsen waarvoor APG werkt. Daar luisteren we goed naar, want we realiseren ons dat we ons bestaansrecht ontlenen aan de deelnemers en voor hén werken aan een goed pensioen.”

 

Beleggen in duurzame ontwikkeling

Eind 2020 hadden we namens onze pensioenfondsen ruim € 90 miljard belegd in bedrijven en projecten die bijdragen aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (Sustainable Development Goals: SDG’s). Deze zijn in 2015 opgesteld door de Verenigde Naties om te komen tot een betere en duurzame wereld. Onze pensioenfondsen ABP en bpfBOUW hebben beide een doelstelling voor beleggen in de SDGs. Een aanzienlijk deel van onze beleggingen in de SDGs (€ 12,2 miljard) bestaat uit gelabelde obligaties. Dit zijn obligaties uitgegeven door bedrijven, overheden en instanties voor de financiering van groene, sociale of duurzame projecten.

 

APG heeft in 2020 samen met drie internationale beleggers het SDI Asset Owner Platform opgericht om beleggen in de Duurzame Ontwikkelingsdoelen te stimuleren. Onze ambitie is om hiervan een wereldwijde standaard te maken. Op die manier kunnen we samen met andere verantwoorde beleggers bijdragen aan doelen als duurzame steden en gemeenschappen, betaalbare en duurzame energie en actie voor het klimaat.

 

Bijdragen aan de aanpak van de corona-crisis

Eind 2020 had APG namens de pensioenfondsklanten ruim € 1 miljard belegd in zogenoemde corona-obligaties. De opbrengsten van deze obligaties worden gebruikt om de pandemie en de gevolgen van de lockdown voor mensen en bedrijven te bestrijden. Voorbeelden daarvan zijn uitbreiding van de gezondheidszorg, programma’s voor behoud van werkgelegenheid en ondersteuning van het MKB.

 

Ook drongen we er in 2020 – zowel individueel als samen met andere grote beleggers – bij bedrijven op aan om de sociale gevolgen van de crisis te beperken en de gezondheid van werknemers voorop te stellen. Volgens de Amerikaanse organisatie Responsible Asset Allocation Initiative behoort APG wereldwijd tot de vermogensbeheerders die het meeste doen om de gevolgen van de pandemie aan te pakken.

De CO2-voetafdruk van onze aandelenbeleggingen is met 39% gedaald ten opzichte van het peiljaar 2015.

Klimaatverandering en de energietransitie

De CO2-voetafdruk van onze aandelenbeleggingen is met 39% gedaald ten opzichte van het peiljaar 2015. Alle pensioenfondsen waarvan wij het vermogen beheren hebben hier een doelstelling voor. Dit jaar publiceren we voor het eerst ook de CO2-voetafdruk van onze beleggingen in bedrijfsobligaties, vastgoed en private equity (57% van de totale portefeuille). Uiterlijk in 2022 koppelen onze fondsen hieraan klimaatdoelstellingen voor 2030. APG heeft bijgedragen aan een raamwerk voor het rapporteren van CO2-impact en aan een overzicht van meetmethoden voor de CO2-voetafdruk in de Nederlandse financiële sector.

 

Eind 2020 belegden wij namens onze fondsen € 15,9 miljard in het Duurzame Ontwikkelingsdoel ‘Betaalbare en Duurzame Energie’ (SDG 7). Door hierin te beleggen, verminderen we klimaatrisico’s in onze beleggingsportefeuille en dragen we bij aan de energietransitie.

 

Effect op risico en rendement

In 2020 hebben we een methode ontwikkeld die inzicht geeft in het effect van insluiten (het meewegen van duurzaamheidsaspecten bij elke beleggingsbeslissing) en uitsluiten van beleggingen op het rendement van de aandelenportefeuille. Over de afgelopen twee jaar is het effect licht positief. Daarbij hoort de kanttekening dat we pas uitspraken kunnen doen over de lange termijn als we gedurende een langere periode hebben gemeten. In 2021 ontwikkelen we ook methoden om na te gaan wat het effect van de andere instrumenten voor duurzaam en verantwoord beleggen op risico en rendement is, zoals sturen op vermindering van de CO2-voetafdruk en beleggen in de Duurzame Ontwikkelingsdoelen.

 

Eigen bedrijfsvoering

Hoewel APG de grootste duurzame impact kan realiseren met de beleggingen die we voor onze pensioenfondsen beheren, vlakken we ook de effecten van onze eigen bedrijfsvoering niet uit. We kunnen de lat voor bedrijven waarin we beleggen alleen hoog leggen als we dat voor onszelf ook doen. Ook motiveren we medewerkers op die manier om duurzaamheid in hun dagelijkse werk en keuzes mee te nemen. In 2030 wil APG aantoonbaar een klimaatneutrale bedrijfsvoering hebben. Om de besluitvorming over de duurzame ambities vorm te geven, wordt een Sustainability Board opgericht onder leiding van bestuursvoorzitter Annette Mosman. Meer hierover in ons jaarverslag.

 

Duurzame toekomst

APG belegt ruim 570 miljard euro voor onze pensioenfondsklanten ABP (overheid), bpfBOUW, SPW (woningbouwverenigingen) en PPF APG, het pensioenfonds van de eigen medewerkers. Onze pensioenfondsen hebben hun ambities en doelstellingen op het gebied van verantwoord beleggen aangescherpt. ABP maakte al in 2020 zijn nieuwe beleid tot 2025 bekend; bpfBOUW en SPW hebben dat onlangs gedaan. Net als onze pensioenfondsen blijft APG zich ontwikkelen op het gebied van verantwoord beleggen. Wij willen ‘samen werken aan jouw duurzame toekomst’. Een toekomst met een goed en betaalbaar pensioen, in een duurzame, leefbare en inclusieve samenleving. Daar zetten wij ons voor in, nu en in de toekomst.

Volgende publicatie:
"We kunnen veel leren van andere landen, ook hoe het níet moet"

"We kunnen veel leren van andere landen, ook hoe het níet moet"

Gepubliceerd op: 30 juni 2021

Welke lessen kan Nederland trekken uit het buitenland als het gaat om de overstap naar een nieuw pensioenstelsel? Die vraag ligt ten grondslag aan het rapport dat demissionair minister Koolmees vandaag ontvangt van pensioendenktank Netspar. APG's Onno Steenbeek werkte eraan mee. Samen met zijn team analyseerde hij vergelijkbare situaties in onder meer de VS, Denemarken, Chili en het Verenigd Koninkrijk. We spraken hem eerder dit jaar over het onderzoek. “We kunnen veel van leren van landen als Chili en Australië als we eenmaal overgestapt zijn naar het nieuwe stelsel, ook hoe het niet moet.”  

 

 

“Diffuus”, zo luidt het oordeel van internationale experts over het nieuwe Nederlandse pensioenstelsel. Steenbeek, hoogleraar Pensioenvraagstukken aan de Erasmus Universiteit én directeur Strategisch Portefeuille Advies bij APG, leerde twee dingen van de gesprekken die hij had met vakgenoten uit andere landen. De manier waarop Nederland het stelsel hervormt is uniek in de wereld. Maar de weg erheen moet wel transparant en helder worden uitgelegd. “Niemand begrijpt waarom we deelnemers lastigvallen met discussies over de disconteringsvoet.”

 

Voor dit zogeheten ‘topicality project’ werd Steenbeek door pensioendenktank Netspar gevraagd als trekker. Steenbeek, die naast zijn werk voor APG ook hoogleraar aan de Erasmus Universiteit is, zocht daarvoor onder andere de samenwerking met voormalig bestuursvoorzitter van pensioenuitvoerder PMT Benne van Popta. Steenbeek en Van Popta staken hun licht op bij vakgenoten in verschillende landen die in de recente geschiedenis een substantiële hervorming van het stelsel doormaakten.

 

Veel geld kwijtgeraakt

Steenbeek: “Canada wordt vaak als vergelijking genomen. Het is een land dat dicht bij Nederland staat: er is een flink pensioenvermogen opgebouwd, dat collectief beheerd wordt. We kunnen ook leren van de manier waarop zij met zelfstandigen omgaan. Landen als Chili en Australië hebben veel ervaring met beschikbare premieregelingen (in een beschikbare premieregeling staat de pensioenpremie vast en wordt er geen harde belofte gedaan over de hoogte van de uitkering bij pensioneren, red). Daar kunnen we veel van leren als we eenmaal overgestapt zijn naar het nieuwe stelsel, ook hoe het niet moet. Dat geldt ook voor het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. In het VK hebben we bijvoorbeeld gezien dat de optie voor deelnemers om het hele pensioenvermogen in één keer op te nemen, tot ongewenste resultaten heeft geleid. Een deel van de deelnemers heeft hun volledige pensioen opgenomen en is ermee naar een commerciële vermogensbeheerder gegaan. Op die manier zijn ze tegen hoge kosten heel veel geld kwijtgeraakt. In Chili zijn veel mensen overgestapt naar een andere beheerder omdat ze dan een fiets kregen. Bij zo’n motivatie kun je natuurlijk grote vraagtekens zetten. Maar in Denemarken – waar deelnemers individueel om toestemming werd gevraagd om met hun pensioen over te stappen – droeg die keuzevrijheid sterk bij aan de acceptatie van het nieuwe stelsel.”

 

Polderen naar oplossing

Wat Steenbeek vooral verraste: het zogeheten ‘invaren’ waarvoor Nederland kiest, is in het buitenland simpelweg onmogelijk. Bij het invaren vorm je opgebouwde pensioenrechten om naar vermogen. Feitelijk transformeer je dan een belofte over de hoogte van de uitkering bij pensioneren (uitkeringsregeling), naar een potje met geld dat afhankelijk van de financiële markten in de toekomst meer of minder pensioen oplevert (beschikbare premieregeling). Dat is een complexe operatie, rekenkundig gezien. Toch is dat volgens Steenbeek niet de belangrijkste reden waarom men in het buitenland niet voor deze weg kiest. “De meeste landen laten het oude en het nieuwe systeem naast elkaar voortbestaan, omdat het niet anders kan. Het oude systeem belandt dan dus in een sterfhuisconstructie. Dat is verre van efficiënt, omdat er dan heel lang twee systemen naast elkaar blijven bestaan. En dat verhoogt niet alleen de kosten, een fonds kan daardoor op de lange termijn ook minder beleggingsrisico nemen. Dat gaat uiteindelijk gewoon ten koste van de hoogte van het pensioen. In tegenstelling tot Nederland hebben deelnemers in met name Angelsaksische landen een financieel contract met het fonds dat niet zomaar omgezet mag worden in iets anders. Op het moment dat je hun pensioenrechten zou omvormen naar pensioenvermogen, stapt men naar de rechter. Bij ons werkt dat anders, omdat we in Nederland een sociaal contract met elkaar hebben. Alle partijen gaan met elkaar om de tafel zitten en polderen vroeg of laat naar een oplossing toe. Dat gaat zeker lukken, maar de buitenlanders roepen ons op om dat zo transparant mogelijk te doen.”

In Chili zijn veel mensen overgestapt naar een andere beheerder omdat ze dan een fiets kregen

Evolutie

Dat polderen veel tijd kan kosten, hebben we gezien bij de totstandkoming van het nieuwe pensioenakkoord in 2020. Maar liefst tien jaar heeft het hele proces in beslag genomen, en ook dat is in het buitenland niet onopgemerkt gebleven. Maar, zegt Steenbeek, de vraag is of dat erg is. “Ik snap wel dat er soms gezegd wordt dat we veel praten en er weinig van bakken, maar er zijn maar weinig landen die zo’n ingrijpende en complexe hervorming zo maar even doen. Het is lastig om de bevolking mee te krijgen, als je het te snel doet. Als je helder wil uitleggen wat je doet en zorgvuldig wil doordenken wat je wil bereiken en waarom, dan heb je daar tijd voor nodig. Bovendien is het ook niet zo dat we in één keer van een oud naar een nieuw systeem gaan. We moesten wennen aan de onzekerheden in het huidige contract en we hebben de regeling al op allerlei punten aangepast in de afgelopen twintig jaar. Je kunt dit dus zien als een volgende grote stap in een evolutie.”


Moeilijk uit te leggen

Een ander belangrijk punt waar Steenbeek door buitenlandse experts op werd gewezen, is de uitlegbaarheid van de Nederlandse pensioenhervorming. “‘Ik merkte dat het moeilijk was om uit te leggen waar we vandaan komen en waar we naartoe gaan met het Nederlandse systeem. Jullie zeggen wel dat er in het huidige stelsel sprake was van een belofte over de hoogte van de uitkering bij pensioneren maar is dat wel zo, kregen we te horen. En daar is wat voor te zeggen, in die zin dat ook in het huidige systeem de pensioenbelofte niet keihard is. Het meegroeien van het pensioen met de loonontwikkeling is immers alleen mogelijk als de financiële positie van een fonds dat toelaat. En bij een aantal fondsen zijn de pensioenen zelfs verlaagd. Dat leken we te zijn vergeten, omdat het jarenlang niet nodig is geweest om te korten of af te zien van aanpassing aan de loonontwikkeling.”


Ook bij het nieuwe pensioencontract wisten ze in het buitenland niet meteen wat ze ervan moesten vinden. “Dan zeiden we dat we naar een soort beschikbare premieregeling-systeem gaan, maar wel met collectieve elementen. Het is dus geen systeem met beschikbare premieregelingen in pure zin. Maar onze gesprekspartners namen niet alle aspecten die we noemden serieus.”

Een woord als ‘dekkingsgraad’ wordt helemaal niet gebruikt in het buitenland

Open deur

Een van de buitenlandse adviezen was dan ook om glashelder te zijn in waar je vandaan komt, waar je naartoe gaat en waarom dat goed is voor de individuele deelnemer en voor de samenleving. Is dat niet een ontzettende open deur? “Natuurlijk, maar toch is het goed om daar vanuit het buitenland nog eens expliciet op gewezen te worden. In Nederland hebben we heel erg de neiging om te praten in onbegrijpelijk jargon. Een woord als ‘dekkingsgraad’ wordt helemaal niet gebruikt in het buitenland, en ze begrijpen totaal niet dat we de deelnemers lastigvallen met discussies over de disconteringsvoet. Een ‘commissie parameters’ – waar ik zelf lid van was – die nadenkt over rendementen en risico’s werkt bij hen enorm op de lachspieren. Blijkbaar zijn we ons daarvan toch nog niet genoeg bewust. Maar de overgang naar het nieuwe stelsel kan alleen slagen als volledig uitlegbaar en transparant is wat we precies gaan doen, hoe we dat doen en waarom.”

 

Huzarenstukje

Het omzetten van de opgebouwde pensioenrechten naar vermogen vormt het huzarenstukje van de overgang naar het nieuwe stelsel. Steenbeek: “Het invaren is ook volgens de buitenlandse experts het cruciale onderdeel. Als dat lukt, lukt de rest ook wel. En dan kun je ook niet meer terug. Die operatie moet je dus zó vormgeven en uitleggen dat mensen zien dat het op een eerlijke manier gebeurt. Een Engelse vakgenoot benadrukte dat meer dan eens: als je het op zo’n manier doet dat het moeilijk te begrijpen is, dan is het hoogstwaarschijnlijk ook heel moeilijk te accepteren. Ik hoop dat het ons lukt om dat voor elkaar te krijgen. We moeten goed oog houden voor de big picture van waar we mee bezig zijn en ons niet verliezen in teveel technische details.”

 

Transparantie en uitlegbaarheid lijken the name of the game als het gaat om het slagen van dit huzarenstukje. “Als wij open en eerlijk zijn, dan gaat het wel landen. Het moet gewoon slagen, want er is geen plan B.”, aldus Steenbeek.


En als het toch niet landt? “Dan zijn we het vertrouwen voorgoed kwijt, vrees ik.”

 

Dit interview is gebaseerd op een eerste impressie van de adviezen die Steenbeek en Van Popta in het buitenland hebben opgehaald. De definitieve onderzoeksresultaten zijn te lezen in het rapport dat is overhandigd aan demissionair minister Wouter Koolmees.

Volgende publicatie:
“Mijn adviezen doen ertoe. Daar ben ik trots op”

“Mijn adviezen doen ertoe. Daar ben ik trots op”

Gepubliceerd op: 17 juni 2021

‘Werk jij in de pensioensector? Goh, spannend…’ Vooroordelen genoeg over het werk voor een pensioenfonds of -uitvoerder. Misschien niet helemaal terecht, blijkt uit een serie portretten van de mensen die er dagelijks werken.

Zoals Jan Bonenkamp, die als expert strateeg bij Asset Management (AM) werkt. “Onze beleggingsstrategieën moeten de deelnemer een goed pensioen opleveren.”

 

Wat doet een expert strateeg bij APG?

“Ik adviseer pensioenfondsen – met name ABP – over hun strategische beleggingsbeleid. Moeten ze bijvoorbeeld meer of juist minder in risicovolle beleggingen gaan zitten. Daarvoor stel ik allerlei mogelijke scenario’s op aan de hand van modelberekeningen. Wat kan de economie gaan doen? Welke impact kunnen veranderingen hebben? Wat betekent dat dan voor de dekkingsgraden? Of voor de kans dat de pensioenen kunnen worden verhoogd of moeten worden verlaagd?”

 

Dat doe je in je eentje?

“Nee, ik werk in een heel team van strategen. Iedereen heeft daarin zijn eigen rol en expertise. We overleggen ook veel met collega’s van andere afdelingen. Hun input hebben we bijvoorbeeld nodig om economische scenario’s te kunnen maken en realistische voorstellen te doen voor het beleggingsbeleid.”

 

Wat triggert jou daarin?

“Ik vind het leuk om voor complexe problemen een oplossing te zoeken. Je bekijkt ze vanuit meerdere invalshoeken, legt verbanden. De combinatie van analytisch bezig zijn én het verhaal achter de berekeningen toegankelijk kunnen uitleggen, is interessant en uitdagend. Dat ik met veel verschillende partijen te maken heb, maakt het dynamisch. Elke dag is anders.”

“Ik vind het leuk om voor complexe problemen een oplossing te zoeken”

Maar je weet ’s morgens wel wat je die dag gaat doen?

“Dat pakt ook nog wel eens verrassend uit. Zoals nu: we hebben net analyses opgeleverd waar onze pensioenfondsen deze week over vergaderen. Op het laatste moment komen er verzoeken binnen om nog wat extra varianten voor bepaalde thema’s te bekijken. Dan schuif je alles aan de kant om daarop in te spelen.”

 

Je speelt ook mee in de opzet van het nieuwe pensioencontract?

“Ja, daar ben ik de afgelopen jaren best druk mee geweest.”

 

Wat was jouw rol hierin?

“Vooral overleg voeren met diverse ministeries, sociale partners, toezichthouders, andere uitvoeringsorganisaties, wetenschappers. Eigenlijk met het hele pensioenveld. Begin vorig jaar bijvoorbeeld belandde de discussie over het nieuwe pensioencontract op een dood spoor. Er ontstond een soort patstelling met de sociale partners. Het Ministerie van Sociale Zaken kwam toen met een verzoek: ‘Dit zijn zo’n beetje de wensen van alle partijen: kan er een oplossing worden bedacht die aan al die voorwaarden voldoet?’ Met een klein groepje experts hebben we vervolgens een contractvoorstel uitgewerkt.

Daarna volgde natuurlijk nog het politieke proces. Want iedereen heeft wel een mening over het nieuwe pensioenstelsel. Maar dat gaat dan buiten mij om.”

 

Je praat met beleidsmakers, uitvoerders. Nooit met deelnemers?

“Nee, daar heb ik geen directe relatie mee. Maar de wensen en behoeftes van deelnemers sijpelen via het pensioenfonds wel door naar het strategische team. Natuurlijk zijn wij vooral gericht op collectieve oplossingen. Maar we waken er wel voor dat we een voorstel bedenken waar individuele groepen misschien last van kunnen hebben. Het is altijd balanceren tussen verschillende afwegingen. Dat maakt het boeiend. Het komt zelden voor dat een voorstel op álle fronten goed uitpakt.”

Wordt jouw kennissenkring ook geboeid door jouw vak?

“Dat hangt ervan af. Als ik op een feestje vertel wat ik doe, dan merk ik wel dat ze daar meestal niet heel erg enthousiast van worden. Het onderwerp staat ver van ze af. Op de voetbalclub van mijn zoontjes hebben andere ouders er ook weinig affiniteit mee. Dat is prima. Maar veel vrienden en studiegenoten hebben dezelfde achtergrond als ik. Die vinden het wel leuk wat ik doe. En ze begrijpen dat het mij interesseert. Als zij van baan wisselen, vragen ze wel eens of ik even naar hun pensioenregeling wil kijken.”

 

Hoe kwam je eigenlijk in de pensioensector terecht?

“Ik rolde er onbewust in. Na mijn studie economie ging ik aan de slag bij het Centraal Planbureau. Op een gegeven moment zochten ze voor de ramingen van de Nederlandse economie iemand die de pensioenpremies kon inschatten. Niemand wilde, pensioenen waren geen hot topic. Ik ging het erbij doen. Dat was vóór 2000, een tijd waarin het economisch goed ging. Vervolgens kwamen er een aantal crises, waardoor pensioen steeds belangrijker werd. Ik begon mijn werk ook steeds leuker te vinden en het groeide uit tot een dagtaak. Daarna ging ik naar APG.”

 

En nu ga je elke avond blij naar huis?

“Ik krijg veel energie van mijn werk. Het heeft betekenis, mensen hebben er iets aan. Een pensioenfondsbestuur neemt op basis van een voorstel van ons team een besluit. Ik ben er ook trots op dat ik kon bijdragen aan een landelijke discussie die al tien jaar vastzat, en dat er daarna een concreet wetsvoorstel lag. Dat geeft voldoening. Het betekent dat jouw werk niet in een bureaula verdwijnt.”

“Pensioenen zijn gevoelig voor financiële onzekerheden. Je moet niet de schijn ophouden dat het altijd wel goedkomt”

Ben je ook trots op het wetsvoorstel zelf?

“Ja, al zie ik ook nog wel wat haken en ogen. Het blijft een uitdaging om de sterke kanten van het huidige systeem – de solidariteit, de collectiviteit – voldoende te behouden. Ik denk wel dat dat kan. Het nieuwe pensioenstelsel is transparanter. Het versterkt het bewustzijn dat er ook risico’s verbonden zijn aan pensioenbeleggingen. Dat vind ik goed. Pensioenen zijn gevoelig voor financiële onzekerheden. Je moet niet de schijn ophouden dat het altijd wel goedkomt.

Om de deelnemers te beschermen moeten wij beleid bedenken waarin we zoveel mogelijk rekening houden met die risico’s. Zodat zij niet in onwenselijke situaties belanden. Alles wat we doen, moet leiden tot een goed pensioen voor de deelnemer. Daar draait het om.”

Volgende publicatie:
Kim Damoiseaux wint SPO Essayprijs 2021

Kim Damoiseaux wint SPO Essayprijs 2021

Gepubliceerd op: 15 juni 2021

APG’er Kim Damoiseaux is de overtuigende winnaar van de SPO Essayprijs. Haar essay ‘De complexiteit van Flexibiliteit’ met als subtitel ‘Een nieuwe extra keuzemogelijkheid bij pensioneren, de lumpsum’ stak dit jaar met kop en schouders uit boven de rest. Alleen al de origineel gekozen titel sprak bij de jury, bestaande uit Guus Wouters, Emilie Schols en Ellen van Amersfoort, tot de verbeelding.

 

De SPO Essayprijs werd dit jaar voor de dertiende keer uitgereikt. In totaal streden vijf genomineerden om de felbegeerde prijs, waaronder drie medewerkers van APG. Een onafhankelijke vakjury beoordeelde alle essays op praktische toepasbaarheid, actualiteit, vernieuwende inzichten, persoonlijke visie en onderbouwing. Zaken waar het essay van Kim prima aan voldeed.

 

In het essay schrijft Damoiseaux over de lumpsum: de nieuwe keuzemogelijkheid die wordt toegevoegd aan de pensioenuitkering ineens. De lumpsum brengt meer flexibiliteit voor de deelnemer, maar ook meer complexiteit voor zowel de deelnemer als het pensioenfonds.

 


De jury motiveert haar keuze: “Het essay blinkt uit door de heldere schrijfstijl en de juiste & feitelijke argumentatie. Langs de lijn van heldere structuur weet Kim zaken goed voor het voetlicht te brengen en de lezer mee te nemen. Uit de bronvermelding blijkt goed en diepgaand literatuuronderzoek te zijn gedaan. Kim heeft gekozen voor een actueel en relevant onderwerp en geeft een nuttige aanbeveling aan de pensioensector om met deze ontwikkeling om te gaan”.

 


Volgens Damoiseaux vinden veel deelnemers het lastig om een weloverwogen keuze te maken. Op de korte termijn kunnen ze de invloed van hun keuze nog wel overzien. Maar de invloed op de lange termijn wordt vaak onvoldoende bekeken. En dat terwijl het erg belangrijk is om naar de algehele financiële situatie te kijken. Het kiezen voor een lumpsum beïnvloedt het resterende pensioen, maar ook andere financiële aspecten. Een mooie kans voor pensioenfondsen om meer toegevoegde waarde te bieden bij de keuzebegeleiding. Bijvoorbeeld door deelnemers te faciliteren met een rekentool en een totaaloverzicht van inkomsten en vaste en gewenste uitgaven. Zo kunnen deelnemers zich oriënteren op hun financiële toekomst en wordt impulsief gedrag voorkomen. Maar snelheid is geboden, in de tweede helft van volgend jaar worden mogelijk de eerste keuzes voor lumpsum al gemaakt.”

Volgende publicatie:
“Klantgerichtheid binnen de pensioenwereld is missionariswerk”

“Klantgerichtheid binnen de pensioenwereld is missionariswerk”

Gepubliceerd op: 7 juni 2021

“Werk jij in de pensioensector? Goh, spannend…” Vooroordelen genoeg over het werk voor een pensioenfonds of -uitvoerder. Misschien niet helemaal terecht, blijkt uit een serie portretten van de mensen die er dagelijks werken. Zoals Roel Broen (36), als manager marketing verantwoordelijk voor de marketing van pensioenfondsen ABP en PWRI. “Juist omdát de deelnemers het fonds niet kunnen kiezen, willen we dat ze tevreden zijn.”

 

Marketing en pensioen in één zin. Dat moet je even uitleggen.
“Het is een proces dat nog in de kinderschoenen staat. Waar banken, verzekeraars en retailorganisaties zoals bijvoorbeeld Coolblue al heel sterk hun smoel laten zien, hobbelt de pensioenwereld daar nog een beetje achteraan. Toch kiezen ze steeds bewuster hoe ze naar buiten willen treden. Iets waar wij als marketing- en communicatieteam een rol in spelen. Als APG helpen we de fondsen om ‘het gezicht van het fonds’ duidelijk te krijgen. En vervolgens laten we dat terugkomen in alle communicatie-uitingen en in de uitvoering. Zodat ook de medewerkers van bijvoorbeeld het klantcontactcentrum hetzelfde gevoel uitstralen.”

 

Je werkt al elf jaar bij APG. Dan weet je vast alle ins en outs over pensioen?

“Nou, eigenlijk niet. Liever niet zelfs. Juist in mijn vakgebied, marketing en communicatie, moet je een zekere frisheid behouden, creativiteit. Als ik me te zeer ga verdiepen in de pensioenmaterie kan ik de boodschap niet meer op een toegankelijke manier overbrengen.”

 

Samen met de communicatiemanager stuur je zo’n 40 marketingprofessionals, communicatiespecialisten en strategen aan. Wat doen jullie zoal?
“Dat is heel wisselend. Het kan iets relatief kleins zijn, zoals het maken van een bericht over een actualiteit op de publieke website, tot het opzetten van grote campagnes zoals de ABP Reality Check waarvoor koningin Maxima het startsein gaf. En ook de communicatie met werkgevers, en namens hen met de pensioendeelnemers, valt onder onze taken. Ik op mijn beurt begeleid het team en bied een omgeving waar fouten maken mag. Ook laat ik iedereen elke dag beseffen voor wie we werken, want de deelnemer én werkgever staan altijd voorop. Dit is overigens mijn eerste leidinggevende rol en deze kans is natuurlijk ook supergaaf voor mijn eigen ontwikkeling.”

 

Dit voelt wel als missionariswerk

Gaat jouw marketinghart sneller kloppen van deze klus?
“Ja. Toen ik hier als trainee startte, waren ‘klantdenken’ en ‘innovatie’ woorden die niemand uitsprak. En nu staat juist dat centraal in alles wat we doen. Wat dat betreft is APG voor mij net een snoepwinkel.”

 

Wil je stiekem niet liever bij de snelle marketingjongens werken?
“Een blikje bier verkopen lijkt me écht eenvoudiger, minder complex. Maar iemand actief met zijn pensioen bezig laten zijn, is veel interessanter. Deze branche gaat echt ergens over. Elke Nederlander werkt één dag per week voor zijn pensioenpot, waarmee ‘ie een onbezorgd en zo goed mogelijk leven kan leiden. Het is best schrikbarend om te zien hoe weinig Nederlanders met hun pensioen bezig zijn. Wist je dat 70 procent van de Nederlanders nauwelijks iets van pensioen afweet? Dat is onwijs veel. Zoveel mensen weten niet wat AOW is, wanneer ze pensioen krijgen of welke keuzes er überhaupt zijn. In de sector denken we dat de kennis al drie stappen verder is, terwijl de gemiddelde Nederlander nog helemaal bij het begin zit. Die 70 procent moeten we echt terugbrengen naar 30, 40 procent. Het liefst helemaal naar 0 procent. Want het gaat niet alleen om het geld voor later, het gaat ook om gezondheid en levensstijl, het hele plaatje. Het is aan ons om mensen te helpen bewust een goede keuze te maken, om als gids op te treden. Dit voelt wel als missionariswerk.”

 

Genoeg uitdaging dus?  
“Zeker. Ik wil met onze fondsen een reputatie-inhaalslag maken. Elke deelnemer, elke consument heeft een bepaalde verwachting van de dienstverlening die hij of zij kan verwachten van de eigen bank of verzekeraar. En ook van het pensioenfonds. Die klantbeleving willen wij bieden.”

 

Hoe belangrijk is dat voor een pensioenfonds waar de deelnemers verplicht bij zitten?
“Dat maakt de uitdaging nog groter, want we staan eigenlijk al met 1-0 achter. Juist omdát de deelnemers niet kunnen kiezen, willen we dat ze super tevreden zijn. Pensioenfondsen moeten nog klantgerichter worden.”

 

Het vertrouwen in de pensioensector onder deelnemers is al geruime tijd laag. Hoe ga je daarmee om?
“Dit is een uitdaging voor de hele sector, en iets wat we heel serieus moeten nemen. Juist die deelnemer centraal stellen, transparant zijn en helpen op de momenten die relevant zijn, dat gaat helpen in het herstellen van vertrouwen. Echt alles outside-in vanuit de klant benaderen, ook als dat even moeilijk is. Daarnaast zit het ook in de dialoog aangaan, juist op moeilijke thema’s. Zoals duurzaam en verantwoord beleggen. Wij ondersteunen en helpen onze fondsen hierin. Maar dit gaat stapsgewijs. Vertrouwen komt te voet, en gaat ter paard!”

APG is voor mij net een snoepwinkel

Als je niet bij APG zou werken, waar dan wel?
“Ik aard goed in grote organisaties, waar sprake is van enige complexiteit en maatschappelijke impact. Dus dan zou het toch een bank, verzekeraar of uitvaartorganisatie zijn. Kijk naar DELA. Het lukt hen heel goed om aan rationele en functionele zaken emotie toe te voegen. Het daardoor tastbaarder te maken voor de consument. Met die campagne ‘Waarom wachten met iets moois zeggen als het ook vandaag kan’ zetten ze mensen aan het denken.”

Lopen mensen van je weg als je op een feestje vertelt dat je in de pensioenwereld werkt?
“Dat ligt aan het feestje. In de voetbalkantine is er minder interesse, dan wordt er gelachen om de ‘geldgraaiers’. Dat is toch het imago dat heerst. Maar op een feestje met studievrienden hebben we stevige gesprekken over de sector en het vakgebied marketing/communicatie. En zo anders is de pensioenwereld niet. Veel bedrijven hebben dezelfde uitdagingen: hoe ga je om met data, hoe krijg je je klantbeleving goed op orde, hoe transformeer je een organisatie naar digitalisering, hoe activeer je mensen, hoe geef je een organisatie een duidelijker profiel?”

 

Volgende publicatie:
“Het werd een sport om van 4 euro per dag rond te komen”

“Het werd een sport om van 4 euro per dag rond te komen”

Gepubliceerd op: 4 juni 2021

Hoe ga je om met werk en geld voor nu en later? Leef je bij de dag of plan je doelbewust je financiële toekomst? En regel je ‘later’ zelf, of ben je aangesloten bij een pensioenfonds?

Docent Sharon verdient prima, maar zichzelf heeft aangeleerd om van weinig geld rond te komen.

 

Sharon Engers (31)

Beroep: docent Nederlands en (economisch) burgerschap en eindredacteur

Werkt wekelijks: op papier 40 uur, “maar eigenlijk altijd meer”

Inkomen: 3.000 netto inclusief extra’s

Spaargeld: genoeg

Pensioen geregeld? Ja, via haar werk

 

Wat doe je voor werk?

“Ik ben docent Nederlands en geef het vak burgerschap, een soort maatschappijleer, aan het ROC van Amsterdam. Ik geef les aan schoonheidsspecialisten op mbo niveau 4. Wat oudere meiden, zo tussen de 16 en 24 jaar. Ik doe dit nu zo’n zeven jaar en het is echt mijn passie.”

 

Wat vind je zo leuk aan je werk?

“De interactie met studenten. Ik leer net zo veel van hen als zij hopelijk van mij; ze houden me een spiegel voor. Ik geloof dat als je een band hebt met je studenten, je de lesstof veel beter kunt overbrengen. Sinds begin december geef ik vanuit huis les via de tablet, en van de week stonden een paar mentorstudenten voor mijn deur met een tas cadeautjes omdat ik bijna jarig was en ze me misten. Dat ontroerde me. Ik vind het mooi dat ik als docent kan bijdragen aan hoe zij in het leven staan. Het vak burgerschap is daarvoor geschikter dan Nederlands. Daarom combineer ik die twee ook zo graag. Een onderdeel van burgerschap is economie, waarbij ik studenten onder meer leer met geld om te gaan.”

 

Wat verdien je daarmee?

“Iets meer dan 2.700 euro netto per maand exclusief toeslagen. Inclusief kom ik uit op gemiddeld 3.000 euro netto.”

 

Ben je daar blij mee?

“Absoluut, ik ben er heel tevreden mee en kom er makkelijk van rond. Al ligt dat ook wel een beetje aan mijn leefstijl.”

 

Ben je zo zuinig?

“Ik heb mezelf aangeleerd om van weinig rond te komen. Eerst uit noodzaak, toen de Dienst Uitvoering Onderwijs door een administratieve fout eenmalig beslag legde op mijn loon en ik tijdelijk bijna niets te besteden had. Daarna om te sparen voor een reis. Vorig jaar zou ik met mijn toenmalige vriend voor zeker een jaar naar Australië gaan. Van tevoren had ik uitgerekend dat ik 17.000 euro nodig zou hebben als ik ook nog mijn rijbewijs wilde halen. Destijds verdiende ik veel minder dan nu, dus ik moest het rigoureus aanpakken. Ik probeerde van 4 à 5 euro per dag te gaan leven, en dat ging uitstekend. Uiteindelijk lukte het me in anderhalf jaar om 7.000 euro boven mijn streefbedrag uit te komen.”

 

Hoe heb je dat aangepakt?

“Je wordt er heel creatief van. Ik wilde weinig uitgeven zonder het gevoel te hebben ergens op in te leveren. Zo bakte ik bijvoorbeeld regelmatig bananenbrood, waar ik dan een hele week van kon genieten. Ik maakte grote pannen eten en vroor alles in. Ik ging niet meer uit eten met anderen, maar wel lekker buiten picknicken. En als ik toch eens naar een concert wilde, kocht ik tickets via Ticketswap. Ik lette sowieso veel op kortingen, het werd een soort sport. Ik vond het heel leuk om te doen. Het deed me ook inzien dat ik daarvoor behoorlijk luxe leefde, terwijl ik dat van huis uit helemaal niet gewend was. Ik had behoorlijk wat te besteden in mijn eentje. Voordat ik ging besparen, ging ik een paar keer per week uit eten en haalde ik vier keer per week een verse smoothie op het station. Ik bleek 70 euro per maand uit te geven aan smoothies! Zonde eigenlijk. Zo gaf ik nog veel meer uit aan niet-essentiële dingen.”

Je had je spaardoel dus ruimschoots bereikt. En toen, op naar Australië?

“Nou nee. Op mijn laatste lesdag voor mijn verlof maakte mijn vriend het plotseling uit. Hij kreeg het kennelijk toch benauwd toen het moment daar was.”

 

Daar zat je dan, met een gebroken hart en al je spaargeld. Wat deed je?

“Ik ben in mijn eentje een paar weken op reis gegaan in Europa om het te verwerken. Verder besloot ik nadat ik mijn rijbewijs had gehaald ook voor mijn motorrijbewijs te gaan. En ik heb een muziekinstrument gekocht. In totaal heb ik zo’n 6.000 euro van mijn spaarrekening gebruikt, maar dat is inmiddels weer aangevuld. Na de zomer kon ik gelukkig mijn baan terugkrijgen. Ik ben wel iets royaler gaan leven toen Australië niet doorging, maar door corona geef ik nog steeds amper iets uit. Het is nu normaal geworden om weinig uit te geven. Ik haal er net zo veel voldoening uit en kan van veel minder geld rondkomen dan ik dacht. Ik stort maandelijks 1.250 tot 1.500 euro op mijn spaarrekening.”

 

Heb je plannen met je spaargeld?

“Ik wil misschien gaan beleggen, daar ben ik me in aan het verdiepen. Verder wil ik sowieso nog gaan reizen. In de toekomst, als alles rondom corona hopelijk weer wat normaler is, zou ik graag mijn geld willen verdienen met schrijfklussen vanuit het buitenland. Een tijdje dan, want mijn hart ligt toch in het onderwijs.”

 

Wat zijn je vaste lasten?

“Ik huur een studio à 550 euro per maand inclusief. Ik woon in een dorp en deel de badkamer en toiletten met acht anderen. Dat is een bewuste keuze. Ik heb wel overwogen om een huis te kopen, maar als starter en alleenstaande vrouw is het vrijwel geen doen nu met die torenhoge prijzen op de huizenmarkt. Ik kan wel groter gaan wonen, maar die behoefte heb ik niet. Het is prima zo. Ik heb die luxe niet nodig. Naast mijn huur ben ik maandelijks geld kwijt aan de standaard verzekeringen, abonnementen en mijn auto. Mijn sportschoolabonnement is momenteel bevroren vanwege corona, maar ik boks wel vier keer per week buiten. O ja, en ik doneer elke maand aan een paar goede doelen.”

Ik krijg weleens post over mijn pensioen, maar die gooi ik ongeopend weg

Waar geef je nog meer veel geld aan uit?

Aan boeken, voornamelijk e-books over persoonlijke ontwikkeling. Gemiddeld tussen de 30 en 40 euro per maand. Daarnaast ben ik aan een opleiding tot webredacteur begonnen bij de LOI à 600 euro.”

 

Ben je bezig met je oude dag?

“Niet heel bewust. Toen ik een jaar verlof opnam voor die reis heb ik er wel voor gekozen om mijn pensioen tijdelijk stop te zetten. Nu betaal ik daar weer elke maand voor. Vanuit mijn werk ben ik aangesloten bij pensioenfonds ABP. Ik heb begrepen dat het goed geregeld is voor leraren, maar ik heb me er eerlijk gezegd niet heel erg in verdiept.”

 

Weet je hoeveel je straks ontvangt, zoals het er nu voor staat?

“Nee. Daar kijk ik nooit naar. Ik krijg er weleens post over, maar die gooi ik ongeopend weg. Erg hè? Ik moet me er echt eens beter in gaan verdiepen.”

 

Hoeveel zou je later per maand willen krijgen als pensioen?

“Net zo veel als mijn salaris nu is, 3.000 euro netto.”

 

Hoe zie je je leven later voor je?

“Dan ben ik nog een heel bezig bijtje denk ik. Ik zou veel vrijwilligerswerk willen doen en misschien nog actief zijn in het onderwijs. Ik zit nooit stil, dus het woord pensioen komt überhaupt niet in mijn hoofd op. Ik wil altijd bezig zijn en blijven.”

Volgende publicatie:
“Niet alles zou moeten draaien om groei”

“Niet alles zou moeten draaien om groei”

Gepubliceerd op: 3 juni 2021

Annette Mosman trad in maart toe als CEO van APG. In de eerste maanden van haar nieuwe functie wil ze zoveel mogelijk verfrissende inzichten opdoen. Daarom wandelt ze in 25 ontmoetingen van Amsterdam naar Heerlen. Een reis door het Nederland van Straks, waarbij steeds iemand anders haar vergezelt op een stuk van de route. Collega’s, maar ook mensen buiten APG. Zoals econoom Rutger Hoekstra.

Is groei altijd goed? De Leidse ‘bredewelvaarteconoom’ Rutger Hoekstra, heeft zo zijn twijfels bij dat economische mantra. Volgens Hoekstra wordt het tijd om groei anders te definiëren. Hij zoekt naar alternatieven waarmee we sociale vooruitgang beter kunnen meten. We hebben een nieuw economisch verhaal nodig, vindt hij, waarin welzijn, duurzaamheid en gelijkheid centraal staan. Maar hoe breng je dat aan de man?

 

Wat er mis is met het bruto binnenlands product (bbp)? Niet zo veel, zegt Rutger Hoekstra, zolang je het gebruikt om te meten of de economie groeit of krimpt. “Maar economische groei moet geen doel op zich zijn, en dat is het nu wel. Er is meer in het leven dan geld. Het bbp is geen indicator voor welzijn, welvaartsverdeling en duurzaamheid binnen een samenleving.”

Het huidige systeem is achterhaald, vindt Hoekstra, die als econoom verbonden is aan de Universiteit Leiden en de United Nations University. Hij onderzoekt alternatieven voor het bbp, waarover hij ook het lovend ontvangen boek Replacing GDP by 2030 schreef.

 

Voortdurend verbeteren

Sinds de Tweede Wereldoorlog heerst het diepgewortelde idee dat de economie en groei belangrijk zijn. “Honderd jaar geleden hoorde je nauwelijks iemand over economie of economische groei. Die laatste term bestaat pas vijftig jaar. Nu is het bijna een synoniem geworden voor de maatschappij. Iedereen heeft er wel een associatie bij. Als de economie groeit is dat goed, als die krimpt is dat slecht. Door dat idee vragen we ons voortdurend af hoe we de economie kunnen verbeteren, hoe we sneller kunnen groeien en welke rol we hebben om die economie aan te jagen. De mens staat in die optiek in dienst van het systeem.”

Terwijl economische groei niet per definitie goed is, betoogt Hoekstra. “Het is de afgelopen eeuwen heel goed geweest voor onze kwaliteit van leven. En voor arme landen geldt nog steeds dat economische groei goed is. Daar is groei noodzakelijk. Maar met name in de westerse wereld is dat niet het geval. Als je heel arm bent draagt meer geld bij aan je welzijn, maar daar zit een limiet aan, blijkt uit onderzoek. Op een gegeven moment heb je voldoende geld om een goed leven te leiden en word je niet gelukkiger van méér. De huidige groei gaat bovendien gepaard met duurzaamheidsproblemen, zoals klimaatverandering en biodiversiteitsverlies. Daarnaast is de afgelopen decennia in veel landen de ongelijkheid gestegen. Hiermee bedoel ik niet dat alle sectoren dan maar moeten stilstaan. Bedrijfstakken die een duurzame toekomst vormgeven mogen hard blijven groeien, daar halen pensioenfondsen dan bijvoorbeeld rendement uit. Maar het mantra ‘groei is goed’ gaat niet op voor de gehele economie.”

 

Focus verleggen

Wat is dan het alternatief? De focus verleggen naar verhoging van welzijn, duurzaamheid en gelijkheid, meent Hoekstra. Dát zouden de maatschappelijke doelen moeten zijn. Concreet kunnen we die bereiken door bijvoorbeeld in de hele westerse wereld na te denken over een vierdaagse werkweek, zegt Hoekstra. “We zijn in de loop der jaren steeds minder gaan werken. In de 19de eeuw werkte de gewone man nog zeven dagen per week. Na de oorlog is vijf dagen per week de standaard geworden. Maar over tien jaar zou vier dagen per week best de norm kunnen zijn. Meer vrije tijd komt het welzijn ten goede. En met minder inkomen gaan mensen automatisch ook minder consumeren, wat weer goed is voor het milieu. Over dat soort relaties tussen welzijn en duurzaamheid moet je nadenken. Het inkomen is slechts een middel om de toekomst vorm te geven.”

De term ‘onbezorgd pensioen’ suggereert een bepaalde welzijnsstandaard, maar die zie ik zelden verder uitgewerkt

Onbezorgd pensioen

Een onbezorgd pensioen is ook zeker onderdeel van de welzijnseconomie, zegt Hoekstra. “Ook vanuit het heden. Als je zorgen hebt over de toekomst en of het wel goedkomt met je pensioen, kan dat al lang voor je pensionering tot stress leiden.” Maar hoe ziet zo’n ‘onbezorgd pensioen’ eruit? Dat moeten pensioenfondsen inzichtelijker maken, vindt Hoekstra. “Als je het alleen vanuit inkomensperspectief bekijkt, is het vaak zo abstract. Oké, je krijgt een bepaald bedrag, maar wat betekent dat concreet? Wat kun je ermee kopen tegen die tijd? De term ‘onbezorgd pensioen’ suggereert een bepaalde welzijnsstandaard, maar die zie ik zelden verder uitgewerkt. Je moet er maar op vertrouwen dat het voldoende is.”

 

Oneerlijk systeem

En wat gelijkheid betreft? Hoekstra citeert schrijver en historicus Rutger Bregman, die op het World Economic Forum in het Zwitserse Davos de rijke, veelal belastingontwijkende aanwezigen onomwonden confronteerde met hét instrument om inkomensongelijkheid te bestrijden: ‘Taxes, taxes, taxes’. Vooral de rijken en multinationals moeten volgens Hoekstra meer belasting betalen. “We moeten de pijn neerleggen waar hij wordt veroorzaakt: in het rijkste gedeelte van de westerse wereld. Warren Buffett (een van de rijkste mensen ter wereld, red.) heeft weleens geroepen dat hij minder belasting betaalt dan zijn schoonmaakster. Er is ook steeds meer publieke verontwaardiging over het feit dat multinationals zo weinig belasting betalen. Boekwinkeltjes betalen gewoon netjes belasting, terwijl Amazon, dat diezelfde boeken bij je thuis aflevert, helemaal niets betaalt. Het huidige systeem is niet houdbaar of eerlijk. Ook aan de top beginnen mensen zich dat te realiseren. Het beeld is aan het kantelen, maar het gaat langzaam.”

 

Overeenstemming bereiken

Het huidige economische verhaal, met het bbp als uitgangspunt, werd door economen geformuleerd na de beurskrach van de jaren dertig en de oorlog. Het was crisis, mensen snakten naar een uitweg waarin banen en inkomen centraal stonden. Dat was een beslissend moment. In dat opzicht kan de coronacrisis een kans zijn om een nieuw verhaal de wereld in te helpen. Maar dan moet er eerst overeenstemming komen over wat dat nieuwe verhaal precies is, zegt Hoekstra. “De gemeenschap die alternatieven suggereert, is veel te versnipperd. Er zijn honderden systemen om welzijn, duurzaamheid en gelijkheid te meten. De human development index, de monitor brede welvaart, sustainable development goals, de genuine progress indicator, de better life index… En iedereen vindt zijn eigen systeem het beste, terwijl de overlap tussen al die systemen enorm is. Dat schiet niet op. Voor leken is er geen touw aan vast te knopen. Als we onderling al geen harmonie kunnen bereiken, is het kansloos om een ander verhaal te laten landen bij het grote publiek.”

Eén taal spreken

Wat dat betreft kunnen ze als gemeenschap een voorbeeld nemen aan de economen waar ze altijd zo graag op afgeven, vindt Hoekstra. “We moeten één taal spreken, net zoals de economen doen. Bij termen als import, export, inkomen en consumptie weet iedereen wereldwijd wat ermee bedoeld wordt. In 200 landen wordt op precies dezelfde manier het bbp gemeten. Dat is helder en effectief. Wij stellen daar als gemeenschap weinig tegenover. Er zijn geen wereldwijde definities voor welzijn, duurzame ontwikkeling of brede welvaart. Het is een rommeltje. Dat frustreert me. We moeten overeenstemming bereiken, willen we ooit serieus genomen worden.”

 

Hoekstra ziet daarin een rol weggelegd voor de Verenigde Naties, die na de Tweede Wereldoorlog ook hebben geholpen het fundament te leggen onder de macro-economische wetenschap. “In feite was de situatie in de jaren dertig precies hetzelfde. De VN heeft toen gezegd: hier kunnen we weinig mee. Jullie moeten één systeem kiezen. Als de VN dat niet had gedaan, had het bbp niet bestaan. Ik denk dat ze opnieuw een harmonisatietraject in gang moeten zetten. De tijd is daar rijp voor.”

 

Gefaseerd met pensioen

Op het gebied van welzijn is de vierdaagse werkweek een voorbeeld dat veel mensen zal aanspreken. En waarom gaan we eigenlijk vaak zo abrupt met pensioen, in plaats van gefaseerd steeds iets minder te gaan werken? “De vraag is of het welzijnstechnisch wel zo goed is om cold turkey uit het werkzame leven te stappen. Voor veel mensen is werk meer dan inkomen. Het is ook onderdeel van het sociale leven en van levensplezier. In feite schrijven we mensen nu heel direct af, van vijf dagen naar nul soms. Dat moet toch anders kunnen.”

Hoe de pijler welzijn er verder uit moet zien, vindt Hoekstra lastiger. “Je zou het liefst hebben dat iedereen zich kan ontplooien en zijn gedroomde leven kan leiden, binnen de natuurlijke grenzen die onze aarde ons oplegt. Maar hoe dat er precies uitziet? Daar moeten we meer onderzoek en maatschappelijk dialoog voor hebben. Als we dat inzichtelijker kunnen maken, denk ik dat een grote groep mensen te porren is voor een verhaal over welzijn, duurzaamheid en gelijkheid.”

 

APG-econoom Charles Kalshoven schrijft in zijn column ook over economische groei. Benieuwd naar zijn visie? Lees het hier.

Volgende publicatie:
“Voor een beter Nederland moeten we anders investeren en meer samenwerken”

“Voor een beter Nederland moeten we anders investeren en meer samenwerken”

Gepubliceerd op: 27 mei 2021

Hoe ziet het Nederland van straks eruit? We vragen het mensen uit een dwarsdoorsnede van de samenleving.

 

In deze aflevering: Francis Quint, hoofd van de investeringstak van de Rabobank. Volgens haar moeten we de komende tien tot vijftien jaar een duurzamer samenleving bouwen, met gelijke kansen en betere voorzieningen voor iedereen. Versnelling van die transitie vraagt om een andere visie op vermogensbeheer – van kortermijngericht beleggen naar maatschappelijk betrokken en langetermijngericht investeren – en om coalities tussen investeerders, bedrijven en de overheid. “Met elkaar concrete doelen benoemen en áctie.”

Is dit Néderland? Die vraag kwam het afgelopen jaar verschillende keren spontaan op bij Francis Quint. “Mijn vader zat maandenlang geïsoleerd in zijn kamer in een verzorgingsthuis. Onze kinderen konden niet naar school en het thuisonderwijs verliep soms moeizaam. De coronacrisis heeft laten zien dat de zorg en het onderwijs – basisbehoeften voor ons allemaal – niet het niveau en aanpassingsvermogen hebben waarvan ik altijd als vanzelfsprekend uitging.”

Het is een van de maatschappelijke vraagstukken die Quint graag wil helpen oplossen. Ze is wereldwijd verantwoordelijk voor de investeringsportefeuille van 2,2 miljard euro waarmee de Rabobank in innovatieve niet-beursgenoteerde bedrijven belegt: van start-ups tot grote bedrijven. Internationaal ligt het accent op de transities in de voedingssector en landbouw, in eigen land ook op energietransitie, zorg en digitalisering. Nú is de tijd om te bouwen aan het Nederland van straks, aldus Quint.

Wat moeten we als eerste aanpakken?

“We staan voor een grote maatschappelijke opgave: de komende jaren moeten we op vijf terreinen tegelíjk verandering tot stand brengen. De eerste is de energietransitie, om aan de klimaatdoelstellingen te voldoen en uiterlijk in 2050 CO2-neutraal te zijn. De tweede transitie is het terugbrengen van sociale ongelijkheid en het bouwen van een inclusieve maatschappij, waarin iedereen zich thuisvoelt en dezelfde kansen heeft. De derde uitdaging is werken aan betaalbare en toegankelijke zorg voor iedere Nederlander. De vierde transitie moet plaatsvinden in Food & Agri: hoe zorgen we straks voor voldoende voeding voor iedereen, tegen de kleinst ecologische voetafdruk door verduurzaming van de voedselketen? En de vijfde transitie moet de andere vier mogelijk maken en versnellen: de digitalisering.”

Dat is nogal wat. Hoe krijgen we dat voor elkaar?

“De pandemie heeft laten zien dat we niet kunnen doorgaan op de huidige weg. De coronacrisis heeft onze maatschappelijke problemen uitvergroot. We hebben ervaren hoe urgent verduurzaming van ons energieverbruik en de voedselketen is, hoe afhankelijk we zijn van aanvoer van grondstoffen en producten uit het buitenland, hoe ongelijk het is verdeeld in onze samenleving en waar de tekortkomingen in zorg en onderwijs zitten. Dat helpt, we zijn ons bewuster geworden van de noodzaak van verandering. Dit is het juiste moment om alle noodzakelijke veranderingen ook echt in gang te zetten en te versnellen.”

Daar is veel geld voor nodig… 

“Om de klimaatdoelstellingen van Parijs te realiseren, hebben we tot 2030 wereldwijd zes biljoen dollar nodig om te investeren in verduurzaming, volgens het Global Asset Management-rapport van BCG. En dan heb je het nog maar over één van de transities die we moeten realiseren. Maar het goede nieuws is dat dat geld er al ís. Die zes biljoen dollar is slechts acht procent van het huidige totaal aan beheerd vermogen wereldwijd. We moeten dat vermogen alleen op een andere manier gaan inzetten. Nu is investeren nog vaak gericht op de korte termijn. Dat moeten we ombuigen: van puur financieel gedreven beleggen naar investeren voor de lange termijn. Dat kan alleen als investeerders hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen en zich willen committeren aan langjarige doelen. Als langetermijninvesteerder zetten we bij Rabobank een deel van ons vermogen in om te sturen op maatschappelijke verandering. Net zoals APG dat doet met het vermogen van pensioendeelnemers voor de aangesloten fondsen.”

Laat mensen nog beter zien dat hun pensioengeld ten goede komt aan de samenleving en problemen helpt oplossen waarmee ze dagelijks worden geconfronteerd

Is beleggingsrendement niet nog altijd belangrijker dan maatschappelijk rendement?

“Natuurlijk moeten wij als bank een bepaald rendement behalen, net zoals pensioenfondsen rendement nodig hebben voor het inkomen van later van hun deelnemers. Maar het mooie is dat financieel en maatschappelijk rendement hand in hand gaan. Een voorbeeld is onze investering in Oatly, een Zweeds bedrijf dat havermelk maakt. Dat bedrijf is de afgelopen jaren enorm gegroeid en staat nu op het punt om naar de beurs te gaan. Of neem Kingfish Zeeland, een land-based fishfarm om de ontvissing van de oceanen tegen te gaan. Ook dat bedrijf is pas naar de beurs gegaan. Voorheen werden duurzame bedrijven gezien als risicovolle innovaties. Inmiddels blijken ze ook financieel meer waarde op te leveren dan niet-duurzame investeringen.”
       

Wat is er nog meer nodig voor het Nederland van straks, naast duurzaam investeren? 

“De verandering gaat een stuk sneller als we in Nederland meer met elkaar gaan samenwerken en coalities vormen: niet alleen tussen bedrijven en langetermijninvesteerders, maar ook met de overheid. Die kan bijvoorbeeld de energietransitie versnellen door duurzaam gedrag te subsidiëren en niet-duurzaam gedrag juist te belasten. Zo heeft de subsidie voor elektrische auto’s tot een ongelooflijk snelle start geleid. Een belasting op fossielbrandstofverbruik of CO2-uitstoot kan de overstap op groene energie verder stimuleren. Naast de overheid heb je het bedrijfsleven nodig voor duurzame innovaties en het ontwikkelen en aanleggen van de benodigde infrastructuur, zoals laadpalen. Het financieren van dat soort grote projecten vraagt om langetermijninvesteerders. Het is dus belangrijk dat je elkaar weet te vinden en coalities smeedt.”  

Kun je een voorbeeld geven van zulke coalities?

“We werken bij Rabobank bijvoorbeeld samen met investeerder Tikehau Capital in een Energietransitiefonds van een miljard euro, om zo in Europa de energietransitie te versnellen. Ook olie- en gasmaatschappij Total is bij dat fonds betrokken, om de omslag naar duurzame energie te kunnen maken. Een ander voorbeeld is de oprichting van de Rabobank Carbon Bank voor het kopen en verkopen van CO2-emissierechten. We ontwikkelen samen met boerenbedrijven wereldwijd projecten voor CO2-opslag in bomen en de bodem. En we bemiddelen tussen partijen die CO2 opslaan en bedrijven die hun uitstoot willen terugbrengen of compenseren. We verwachten overigens wel van die bedrijven dat ze de ambitie hebben om hun CO2-uitstoot zoveel mogelijk te reduceren. We brengen ook binnen onze eigen investeringsportefeuille samenwerking tot stand. Zo kijken we hoe we start-ups of vernieuwende duurzame producten, zoals plantaardig eiwit, kunnen onderbrengen bij grotere bedrijven met de schaal om dit soort innovaties versneld uit te rollen.”   

Duurzaamheidsinnovaties zijn redelijk concreet. Maar hoe bevorder je sociale innovatie en verminder je ongelijkheid?

“Daarbij speelt educatie een belangrijke rol. We moeten ons huidige onderwijssysteem verbreden tot een leven lang leren. Digitalisering kan helpen om iedereen gelijke ontwikkelings- en opleidingskansen te bieden en mensen gemakkelijker en sneller om- of bij te scholen. Dan wordt ook de welvaart beter verdeeld. Voor die digitale educatie kun je allerlei innovatieve toepassingen bedenken. Ook daarvoor moeten we met elkaar samenwerken.”

 

Welke rol zie je voor APG om het Nederland van straks te helpen vormgeven?

“Pensioenuitvoerders zijn bezig met de wereld van overmorgen. Daarbij past een opstelling als verantwoord en betrokken langetermijninvesteerder, zoals APG al doet. Binnen al die vijf transities die in onze samenleving moeten plaatsvinden, kan APG zoeken naar herkenbare projecten die dicht bij de achterban liggen. Laat mensen nog beter zien dat hun pensioengeld ten goede komt aan de samenleving en problemen helpt oplossen waarmee ze dagelijks worden geconfronteerd. Zoals de verbetering van het onderwijs, het verduurzamen van woningen, of de aanleg van een duurzame infrastructuur. Wij investeren als Rabobank ongeveer de helft van ons vermogen in Nederland, omdat hier onze wortels liggen. Misschien kan APG ook overwegen om een groter deel van het vermogen in eigen land te investeren en vaker in lokale coalities plaats te nemen? Waarbij natuurlijk rekening wordt gehouden met het gewenste risicoprofiel.”

Hoe ver zijn we nog van het Nederland van straks verwijderd? En kómen we er ooit?

“Ik ben optimistisch van aard: gewoon concrete doelen met elkaar benoemen en actie ondernemen. Ik zie ook allerlei positieve ontwikkelingen. Er liggen bijvoorbeeld veel meer biologische producten in de supermarkt, mensen zijn meer bezig met bewust eten. Je ziet ook meer mensen initiatief nemen om hun huis te verduurzamen, elektrisch te gaan rijden, et cetera. Mensen willen vaak ook alleen nog bij bedrijven werken die zich maatschappelijk opstellen. Ook dat dwingt verandering af. Als langetermijninvesteerders doen wij dat in het groot: bedrijven ontkomen er niet meer aan om hun verantwoordelijkheid te nemen. Door meer samenwerking kunnen we die transities versneld in gang zetten, nog eens geholpen door de digitalisering. Zo bouwen we de komende jaren met elkaar aan een beter Nederland.”

 

Volgende publicatie:
“Ik wil helemaal nooit met pensioen”

“Ik wil helemaal nooit met pensioen”

Gepubliceerd op: 21 mei 2021

Hoe ga je om met werk en geld voor nu en later? Leef je bij de dag of plan je doelbewust je financiële toekomst? En regel je ‘later’ zelf, of ben je aangesloten bij een pensioenfonds?

Dorothée Loorbach zat vijf jaar geleden financieel aan de grond maar wist daar sterker uit te komen.

 

Dorothee Loorbach (45)

Beroep: zelfstandig schrijver, spreker, aanstormend theatermaker

Werkt wekelijks: maximaal 28 uur, maar staat eigenlijk altijd ‘aan’

Inkomen: 2.200 euro netto

Spaargeld: 3.000 euro

Pensioen geregeld? Min of meer

 

Schrijver, spreker, aanstormend theatermaker; dat klinkt alsof je niet stilzit.

“Klopt, ik ben met veel verschillende dingen bezig. Ik heb net een kinderboek geschreven en werk op dit moment aan een dichtbundel én aan een boek dat ik in het Engels en het Nederlands wil uitbrengen. Verder maak ik samen met een dichter/singer-songwriter een theatervoorstelling, die al twee keer is uitgesteld vanwege corona. En normaal gesproken word ik regelmatig ingehuurd als spreker, maar door corona ligt ook dat grotendeels stil.”

 

Ben je niet 24 uur per dag aan het werk met al die klussen?

“Voor klanten werk ik maximaal 28 uur in de week, dat heb ik met mezelf afgesproken. Ik wil niet dat de tijd die ik aan werk besteed ten koste gaat van de tijd voor mijn kinderen. Maar ik ben inderdaad wel altijd bezig. Ik ga nooit zonder notitieboekje de deur uit, zodat ik elke ingeving kan opschrijven. Ik moet mezelf soms echt uitzetten. Maar dat is niet erg, want ik doe wat ik het allerliefst doe.”

 

Hoeveel verdien je daarmee?

“Omdat ik minder opdrachten heb uitgevoerd dan voorheen en er van alles is weggevallen of gecanceld, voelt het alsof ik weinig heb verdiend. Maar nu ik mijn overzicht erbij pak, heb ik het afgelopen jaar toch moeiteloos mijn beste jaar sinds 2014 gedraaid. Dat komt denk ik doordat ik met de opdrachten die wél doorgingen, veel meer heb verdiend dan ervoor. Ik ben meer geld gaan vragen en heb dat ook gekregen. Van mijn inkomsten betaal ik mezelf 2.200 euro per maand uit aan salaris.”

 

Is dat genoeg?

“Meer dan genoeg. Wat ik mezelf uitbetaal, gaat op. Dit is voor mij al luxe, ik kom uit een situatie waarin ik nog niet eens de helft daarvan te besteden had en toen redde ik het ook. Ik koop nu waar ik zin in heb, maar ik heb mezelf aangeleerd om niet zoveel nodig te hebben. Het scheelt dat de hele wereld dicht is. Alles wat ik overhoud, los ik extra af op mijn hypotheek.”

 

Uit wat voor situatie kom je?

“Ik ben vijftien jaar geleden voor mezelf begonnen in de reclamewereld, als copywriter en later merkenbouwer. Ik werkte soms wel tachtig uur per week en verdiende veel geld, maar gaf het ook allemaal uit. Toen ik in 2016 ineens een grote belastingaanslag kreeg, was ik in één klap mijn hele buffer kwijt. Ik had geen cent meer – ja, 3,97 euro, om precies te zijn. Ik had nooit geldzorgen gehad en plots beheersten ze mijn leven.”

 

Hoe ben je daaruit gekomen?

“Ik besloot alles op alles te zetten om binnen een jaar vrij van geldzorgen te zijn. Onder meer door er een boek over te schrijven, Blut, dat ik al in pre-order verkocht. Ik ging de meest succesvolle ondernemers die ik kende interviewen en paste hun lessen direct toe in de praktijk. Al na zes maanden had ik geen geldzorgen meer. Het boek gaat uiteindelijk niet over geld, maar over waarde. Ik leerde mezelf op waarde te schatten en vraag tegenwoordig genoeg geld voor wat ik doe.”

 

Heb je inmiddels weer een buffer?

“Er stond 30.000 euro op mijn spaarrekening, dat is nu nog maar 3.000 euro. Ik heb bijna alles geïnvesteerd in het uitgeven van mijn eerste boek en ik heb er tijd mee ‘gekocht’ om te kunnen schrijven. Naast mijn spaarrekening heb ik nog een noodgevallenrekening, waar heel weinig op staat, en een vakantierekening à 1.500 euro. Plus nog wat beleggingspotjes.”

 

Waarin beleg je?

“Ik beleg via een pensioenfonds defensief in indexfondsen, 3.000 euro op dit moment. Bij Peaks, een app waarmee je belegt met wisselgeld, heb ik een ‘pittig’ pakket. Dat betekent dat ik iets meer risico neem. Daar staat nu 2.500 euro op. Daarnaast heb ik wat cryptomunten: bitcoin, ethereum en cardano. Mijn cryptoportefeuille is op dit moment 25.000 euro waard, terwijl ik 7.000 euro heb ingelegd. Ik heb wel spijt dat ik niet eerder ben ingestapt. In 2015 tipte iemand me al over bitcoin. Als ik toen 100 euro had ingelegd, hoefde ik nu nooit meer te werken. Maar als ik het niet snap vind ik het eng en dan doe ik er niets mee. Zo ben ik een hoop kansen misgelopen.”

 

Wat zijn je vaste lasten?

“Aan hypotheek betaal ik 470 euro per maand. Verder ben ik 224 euro kwijt aan energie, 350 euro aan verzekeringen en 55 euro aan abonnementen.”

 

Waar geef je nog meer veel geld aan uit?

“Ik geef relatief veel uit aan boodschappen, zo’n 500 euro per maand, omdat ik zo vers en gezond mogelijk wil eten. Ook aan boeken gaat veel geld op; vooral aan boeken over persoonlijke ontwikkeling. En nu ik zelf met een dichtbundel bezig ben, koop ik ook wat meer poëzie. Al ben ik wel aan het minderen daarmee, want je kunt ook gewoon naar de bieb.”

Mijn pensioen zit vooral in beleggingen. Dat blijft wel een risico

Je bent ‘parttime met pensioen’. Wat houdt dat in?

“Ik kan het gros van mijn tijd vrij besteden. Financieel ben ik er nog niet helemaal, maar ik verdien met 28 uur in de week aan klussen nu wel meer dan ik vier jaar geleden met tachtig uur per week verdiende.”

 

Wat heb je geregeld voor je ‘fulltime pensioen’?

“Mijn pensioen zit vooral in beleggingen. Dat blijft wel een risico. Daarnaast wil ik zoveel mogelijk passief inkomen opbouwen. Als je een boek eenmaal hebt geschreven, gedrukt en uitgegeven, kun je het in principe blijven verkopen. Ik probeer zo min mogelijk afhankelijk te zijn van de uren die ik werk.”

 

Heb je later genoeg om van rond te komen?

“Ik denk het wel, maar dat kan ik niet echt onderbouwen. Als alle beurzen instorten en crypto een bubbel blijkt, dan heb ik een probleem. Als mijn boeken geen succes worden, heb ik ook een probleem. Van mijn boek Blut moest ik 1.200 stuks verkopen voordat ik er geld aan zou overhouden. Nu pas begin ik er winst op te maken. Geld verdienen met boeken schijnt een illusie te zijn, maar ik geloof echt dat het kan. Al gaat het als spreker wat makkelijker: daarmee krijg ik zo 2.500 euro voor een uurtje praten. Dan bouw je eenvoudiger een buffer op.”

 

Hoeveel wil je later per maand aan pensioen krijgen?

“Weet je: ik wil helemaal nooit met pensioen. Ik doe wat ik het allerliefst wil doen – naast de tijd voor mijn kinderen en dierbaren. Ik zie mezelf echt tot mijn 80ste nog wel boeken schrijven. Maar financieel gezien wil ik zo snel mogelijk met pensioen. Ik wil het me kunnen veroorloven om geen geld meer te verdienen. Hoeveel ik dan nodig heb? Geen idee. Ik probeer me voor te stellen hoe mijn leven er dan uitziet. Ik droom nu van een klein huisje in het bos, en ik zou willen blijven reizen. 5.000 Euro per maand netto lijkt me dan een mooi bedrag.”

 

Wat zou je beter kunnen doen, wat je pensioen betreft?

“Ik ben nu niet heel solide vermogen aan het opbouwen, dat kan beter en sneller. Ik heb als zzp’er niet de garantie dat ik nog twintig jaar in volle gezondheid kan doorwerken. Ik zou een betere langetermijnvisie willen hebben. Exact weten wat ik nodig heb en wat ik nu moet doen om daar straks te staan.”

Volgende publicatie:
“Pensioen regelen? Tegen die tijd ben ik allang dood”

“Pensioen regelen? Tegen die tijd ben ik allang dood”

Gepubliceerd op: 14 mei 2021

Hoe ga je om met werk en geld voor nu en later? Leef je bij de dag of plan je doelbewust je financiële toekomst? En regel je ‘later’ zelf, of ben je aangesloten bij een pensioenfonds?

Nazrien Ozir is volledig arbeidsongeschikt verklaard. Ze verwacht de pensioengerechtigde leeftijd niet te bereiken.

 

Nazrien Ozir (46)

Beroep: geen, voorheen communicatiemedewerker

Werkt wekelijks: niet, ze is arbeidsongeschikt

Inkomen: ongeveer 2.000 euro aan wia-uitkering en arbeidsongeschiktheidspensioen

Spaargeld: een klein potje voor noodgevallen

Pensioen geregeld? nee

 

Wat voor werk deed je voorheen?

“Ik ben communicatiemedewerker en directiesecretaresse geweest bij de overheid. Ik heb voor verschillende ministeries gewerkt, zoals Economische Zaken, Binnenlandse Zaken en Justitie.”

 

Hoeveel verdiende je daarmee?

“Zo’n 2.300 euro netto voor 36 uur.”

 

Was je blij met dat salaris?

“Ja, absoluut. Ik kon me alle luxe permitteren. Ik huurde via de woningbouw een huis voor 300 euro per maand en hield veel geld over om leuke dingen te doen. Lekker eten, drinken, op reis. Mijn motto is altijd geweest: geniet nú van het leven. Ik zou mijn geld nooit oppotten voor later. Ik heb geen man of kinderen, en wie zegt dat er voor mij een later is? Ik heb wat achter de hand voor als de wasmachine kapotgaat, maar verder laat ik mijn geld rollen. Weet je, het is me allemaal niet komen aanwaaien. Ik heb alles op eigen kracht gedaan. Al sinds het moment dat mijn vader overleed, op mijn 13de, dop ik mijn eigen boontjes. Ik heb zelf iets van mijn leven gemaakt door zelfstandig twee hbo-studies te bekostigen en af te ronden. Al ben ik mijn moeder ook veel dank verschuldigd omdat ze is hertrouwd met mijn stiefvader. Anders waren we nooit naar Nederland gekomen en dan weet ik niet hoe het met me was afgelopen in Suriname.”

 

Je bent arbeidsongeschikt geraakt. Wat is er gebeurd?

“Het begon met hartkloppingen en paniekaanvallen. Ik had er geen controle over. Het waren duidelijke signalen dat ik het even rustiger aan moest doen, maar ik negeerde ze en bleef doorgaan – tegen beter weten in. In 2010 had ik voor het eerst een burn-out, waarvan ik nooit helemaal ben hersteld. Op een gegeven moment begaf mijn lichaam het gewoon, ik viel flauw op straat en kon niet meer opstaan. Op dat moment, in 2016, heb ik me ziekgemeld. Sindsdien zit ik thuis. Ik ben lichamelijk uitgeput. Mijn batterij is niet leeg, ik heb een hele nieuwe accu nodig.”

 

Sinds wanneer ontvang je een wia-uitkering?

“Die ging na twee jaar in, in 2018. In 2020 ben ik volledig arbeidsongeschikt verklaard. Nu krijg ik ook een deel arbeidsongeschiktheidspensioen.

Ik heb altijd geroepen dat ik op mijn 50ste met pensioen wilde zijn, maar dat bedoelde ik toch anders. Ik hoopte dat ik dan de loterij zou hebben gewonnen, of een hele rijke man zou zijn tegengekomen. Niet dat ik volledig arbeidsongeschikt zou zijn.”

 

Hoeveel krijg je per maand?

“In totaal meer dan 2.000 euro netto.”

 

Kom je daarvan rond?

“Ik red het net. Ik hoef niet altijd meer, groter, mooier en beter. Ik vergelijk mezelf niet met anderen; ik leef een goed leven met wat ik heb. Ik baal wel als een stekker dat ik te laat een arbeidsongeschiktheidsverzekering heb afgesloten. Dat deed ik pas toen ik al in de ziektewet zat. Maar een brandend huis kun je niet verzekeren, zoals de verzekeraar zei.”

 

Wat zijn je vaste lasten?

“In totaal zo’n 750 euro. Hypotheek, VvE, energie, verzekeringen, abonnementen; de standaarddingen.”

Waar geef je nog meer geld aan uit?

“Ik heb altijd relatief veel geld uitgegeven aan vakanties en etentjes. Ik hecht meer waarde aan ervaringen dan aan spullen. Dat komt denk ik doordat ik heel sober, semi armoedig ben opgevoed. We hadden thuis bijvoorbeeld geen televisie. Je hebt ook mensen die dan júíst gaan pronken met dure spullen als ze later wel geld hebben, maar voor mij heeft het geen toegevoegde waarde. Pas in 2016 heb ik een moderne tv gekocht, tot die tijd had ik zo’n ouderwetse joekel. Ik heb niet veel, maar wat ik heb deel ik zo veel mogelijk met familie en kennissen in Suriname. Ik stuur ze weleens geld. Wie goed doet, goed ontmoet.”

 

Ben je bezig met je oude dag?

“Absoluut niet, ik leef met de dag. Tegen de tijd dat ik recht zou hebben op mijn resterende pensioen, ben ik allang dood. Ik ben een Hindoestaan uit Suriname, wij worden niet oud. In mijn omgeving zijn veel mensen jong overleden. Mijn vader overleed toen hij 44 was, zijn zus een jaar later, ook 44, mijn nicht op haar 18de. Binnen een jaar waren ze alle drie weg. Mijn oudere zus bezweek in 2017 op 51-jarige leeftijd aan een herseninfarct, en ook in de familie van mijn moeder overleed de een na de ander. Herseninfarcten, hartaanvallen, diabetes; het komt vaak voor in onze gemeenschap. Ik ken maar twee 80-plussers: een oudtante en de nicht van mijn moeder. Daarom weet ik zeker dat ik de 67 niet haal.”

 

En wat nou als je het wél haalt?

“Stel dat ik ouder dan 67 mag worden, dan zal ik mijn huis moeten verkopen. Ik kocht het in 2016 voor 125.000 euro, inmiddels is het het dubbele waard. Mocht het me gegund zijn, dan zou ik me tegen die tijd graag willen inzetten voor goede doelen.”

 

Toch treurig, dat je gelooft niet oud te zullen worden. Ben je desondanks gelukkig?

“Ja hoor, het is niet alleen maar kommer en kwel. Ziek zijn heeft me ook vrijheid gegeven. En zoals Martin Luther King zei: ‘Er is niets belangrijker in de wereld dan vrijheid. Vrijheid is het waard om opofferingen voor te doen. Het is het waard om er je baan voor te verliezen.’ Ik ben vrij in die zin dat ik mezelf niet meer hoef te verantwoorden. Ik word nooit meer beter, maar er is erkenning voor mijn ziekte en dat geeft rust. Mijn leven is goed zoals het nu is.”

Volgende publicatie:
4 vragen over uitstel pensioenwet naar 2023

4 vragen over uitstel pensioenwet naar 2023

Gepubliceerd op: 11 mei 2021

De nieuwe pensioenwet treedt in werking op 1 januari in 2023. Een jaar later dan gepland. Dat staat in een brief van minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de Tweede Kamer. Het wetgevingsproces heeft meer tijd nodig. Waar ligt dat aan? En komt daarmee ook de overstap naar het nieuwe stelsel in gevaar? Vier vragen over de nieuwe planning.

 

Waarom gaat de pensioenwet een jaar later in?

Omdat hij later wordt ingediend dan beoogd. Hij zou eigenlijk na de zomer aan de Tweede Kamer worden overhandigd. Maar dat wordt pas begin 2022. Dat heeft volgens Koolmees (tegen de NOS) te maken met de complexiteit van het vraagstuk. Tinka den Arend, strategisch beleidsmedewerker bij APG, noemt ook de grote hoeveelheid reacties op de internetconsultatie. Hier kon iedere Nederlander reageren op het pensioenakkoord. Den Arend: “Er zijn circa 800 reacties op de internetconsultatie ontvangen. Het ministerie wil deze reacties zorgvuldig behandelen. De reacties gaan zowel over details als over hoofdzaken. Veel onderdelen van de stelselwijzigingen moeten verder wordt uitgewerkt. Dat kost tijd.”

 

De overstap op het nieuwe stelsel stond gepland op uiterlijk 1 januari 2026. Verschuift die datum nu ook?

Ja, met de vertraging van het wetgevingsproces krijgen fondsen en uitvoerders nu tot 1 januari 2027 om de wetgeving te implementeren. Toch wil APG vasthouden aan de oorspronkelijke overstapdatum van 1 januari 2026. “Of eerder”, zegt Peter Gortzak, directeur Beleid bij APG. “Het wetgevingsproces krijgt met het uitstel realistischere tijdslijnen. Er moet immers nog veel gebeuren. En uiteindelijk zijn wij allemaal gebaat bij zorgvuldigheid in het wetgevingsproces. Toch leidt dit wat ons betreft niet tot uitstel van de implementatie. Het streven van sociale partners en pensioenuitvoerders blijft: implementatie op 1 januari 2026. Of eerder, waar mogelijk.”

 

Een mooi streven, maar is die planning wel realistisch?

Volgens Math Vrolings, programmamanager Pensioen van Straks, wel. Op dit moment, althans. Vrolings: “Voorlopig wijzigt er niets. We houden zoveel mogelijk vast aan onze plannen van aanpak. Juist doordat we met werkhypotheses werken kunnen we - onder voorbehoud van de definitieve regelgeving – meters blijven maken. Dit is belangrijk om tegenvallers op te vangen, die vroeger of later zullen ontstaan bij deze impactvolle systeemwijziging.”

 

Om voor te kunnen sorteren op het nieuwe stelsel, werd er in de oorspronkelijke planning een ‘transitie-ftk’ voorgesteld. Hiermee worden de bestaande eisen aan het financieel toetsingskader tussen 2022 en 2026 tijdelijk buiten werking gesteld. Dit om het invaren te vergemakkelijken. Wat gebeurt hiermee?

Den Arend: “Het transitie-ftk schuift mee met de wetgeving en zal gelden van 2023 tot 2027. Om onnodige kortingen te voorkomen, wil de minister in 2022 opnieuw de vrijstellingsregeling toepassen, zodat er in de regel geen kortingen nodig zijn bij een dekkingsgraad vanaf 90%. Het uitstel van de ingangsdatum van het transitie-ftk biedt pensioenfondsbesturen, in afstemming met sociale partners, meer ruimte voor een zorgvuldige afweging of en hoe er gebruik zal worden gemaakt van het transitie ftk.”

 

Volgende publicatie:
‘Uit de verhuur van onze huizen hebben we nu en later een goed inkomen’

‘Uit de verhuur van onze huizen hebben we nu en later een goed inkomen’

Gepubliceerd op: 7 mei 2021

Hoe ga je om met werk en geld voor nu en later? Leef je bij de dag of plan je doelbewust je financiële toekomst? En regel je ‘later’ zelf, of ben je aangesloten bij een pensioenfonds? Deze keer: Sabine Samsom, die werkt als financieel coach en vijf woningen verhuurt.

 

Sabine Samsom (39)

Beroep: financieel blogger en coach

Werkt wekelijks: 30 uur

Inkomen: nog bijna niets uit haar werk, maar wel 4.000 euro uit verhuur woningen

Spaargeld: 1.500 euro

Pensioen geregeld? In zekere zin wel

 

Wat doe je precies voor werk?

“Op dit moment blog ik op Financequeen.nl over persoonlijke financiën en ben ik financieel coach. Ik help mensen om meer uit hun geld te halen. Uiteindelijk hoop ik via mijn website ook producten te gaan verkopen zoals e-books of cursussen.”

 

Wat is je achtergrond?

“Ik heb meer dan tien jaar bij ING gewerkt, voornamelijk als financieel adviseur. Daar heb ik alle theorie over financiën geleerd. Privé ben ik altijd actief bezig geweest met onderzoeken waar geld te besparen valt; dat leer je niet per se bij de bank.”

 

Hoeveel verdien je?

“Nog nagenoeg niks. Ik doe wat coaching à 80 euro per uur, maar dat mag nog geen naam hebben. Ik ben het echt nog aan het opbouwen.”

 

Hoe kom je dan rond?

“Ik heb samen met mijn vriend vijf woningen in Amsterdam gekocht, door de jaren heen. Twaalf jaar geleden gingen we samenwonen in Ouderkerk en besloten we mijn appartement in Amsterdam aan te houden voor de verhuur. Op onze nieuwe woning hadden we een hele gunstige hypotheek met variabele rente, waardoor de maandlasten snel omlaag doken. Met twee goede inkomens – mijn vriend is IT-consultant – spaarden we zo een flink bedrag bij elkaar. In 2014, toen de huizenprijzen veel lager waren dan nu, kochten we nog een appartement. Daar sloten we een aparte lening voor af. Nadat we die hadden afgelost, kochten we een derde appartement. Later vonden we een manier om nóg twee appartementen te kopen. We verhuren ze aan expats en studenten en houden daar nu zo’n 4.000 euro per maand aan over. Dat geeft de vrijheid om mijn bedrijf op te tuigen zonder daar direct aan te moeten verdienen.”

 

Ben je blij met dit inkomen?

“Ja, ik ben hartstikke tevreden. Wel zouden we graag een keer willen verhuizen en daarvoor kunnen we nog extra inkomsten gebruiken. Maar ik ben me ervan bewust dat we al een inkomen hebben waarvan veel mensen alleen maar kunnen dromen.”

 

Wat zijn je vaste lasten?

“Privé – los van de verhuur – zijn ze heel laag. Zo’n 950 euro per maand in totaal. Vanwege de variabele rente op onze hypotheek is dat bedrag iedere maand anders, laatst betaalden we maar 145 euro aan hypotheek. Onze kinderen zitten al op de basisschool, dus we zijn geen geld kwijt aan de kinderopvang. Die twee dingen zijn bij de meeste mensen de grote kostenposten. Ik ben heel actief met het verlagen van de vaste lasten. Zo zorg ik ervoor dat we geen onnodige verzekeringen hebben: verzeker alleen wat je zelf niet kunt dragen, zeg ik altijd. Ik zou mijn fiets of telefoon daarom nooit verzekeren, maar mijn inboedel wel. En in plaats van een duur televisieabonnement heb ik NLZiet voor nog geen 8 euro per maand. Daarmee kun je alle Nederlandse zenders ontvangen en terugkijken. Scheelt een hoop geld.”

 

Waar geef je nog meer veel geld aan uit?

“Boodschappen zijn mijn zwakke plek. Daar kun je makkelijk veel op besparen, maar dat doe ik te weinig. In dit geval kiezen we voor kwaliteit. Voor de corona-uitbraak gingen we daarnaast veel op reis. Sowieso elk jaar op wintersport, soms twee keer. En in de zomervakantie gingen we weg met onze eigen vouwwagen of maakten we een verre reis. We doen dat wel altijd zo goedkoop mogelijk. We zijn altijd flexibel in de bestemming en ik zoek dan gewoon naar de beste aanbieding. Lang van tevoren boeken scheelt veel in de kosten. We geven niet om luxe accommodatie, dat scheelt ook.”

Hoeveel spaargeld heb je?

“We sparen niet, want we hebben nog steeds een lening. Steeds als die afgelost was, gebruikten we ’m weer voor de aankoop van een nieuwe woning. Het is een doorlopend krediet; we kunnen tot een bepaald limiet opnemen en aflossen zoveel we willen. Zo’n krediet kun je nu niet meer in deze vorm afsluiten volgens mij, het is typisch zo’n product waar veel mensen zich op stukbijten omdat er weinig druk is om af te lossen. Wij hebben die discipline gelukkig zelf, dus voor ons is het een uitkomst. Alles wat we over hebben lossen we af op die lening. We hebben wel een noodpotje van ongeveer 1.500 euro, puur als buffertje.”

 

Beleg je?

“Ja, ik heb losse beleggingen in aandelen en crowdfunding, zo’n 20.000 euro in totaal. Ik hou erg van beleggen, maar door onze financiële situatie doe ik nu heel weinig. Soms kan ik de verleiding niet weerstaan. Toen de koersen aan het begin van de coronacrisis zo laag stonden, heb ik wat extra aandelen gekocht. Daarna ging alles weer omhoog en heb ik ze weer verkocht met 700 euro rendement. Ook heb ik laatst voor 100 euro bitcoin gekocht, al geloof ik daar niet zo in. Ik zou het daarom nooit met grote bedragen doen. Het is een beetje hobby’en. Liever zou ik beleggen voor de lange termijn, maar de focus ligt nu op het aflossen van die lening. De rente daarop is 4,6 procent, dus als ik aflos, heb ik sowieso 4,6 procent ‘rendement’.”

 

Wat regel je voor je pensioen?

“Ik doe aan pensioenbeleggen via Brand New Day. Toen ik bij ING uit dienst ging heb ik een deel van mijn ontslagvergoeding gestort op mijn pensioenrekening. Dat was 3.839 euro, in 2018. Nu is mijn inleg 6.000 euro waard. Als ik niet extra inleg, betekent dat dat ik tegen de tijd dat ik met pensioen ga, 860 euro per jaar krijg uitgekeerd bij een uitkeringsduur van twintig jaar. Dat is niet zoveel.”

 

Hoeveel zou je later per maand willen krijgen?

“Ik ben niet zo calculerend wat dat betreft. Als ik geld heb, probeer ik daar dingen mee te doen die op dat moment handig zijn. Ik werk niet zozeer naar een doel toe.”

 

Ben je verder bezig met je oude dag?

“Door de verhuur van onze woningen is onze oude dag eigenlijk geregeld. We verwachten tegen die tijd nog wel huurinkomsten te hebben. Mijn vriend bouwt daarnaast pensioen op bij zijn werkgever. Ik heb ook nog wat pensioen uit loondienst, zo’n 4.000 euro per jaar. Dat alleen vind ik niet genoeg. Maar alles bij elkaar maak ik me weinig zorgen.”

 

Wat zou je beter kunnen doen?

“Ik zou nog wel wat meer in pensioenbeleggingen willen storten, dat is fiscaal heel interessant. Alleen vanwege de lening is het daarvoor nu niet het moment voor mij. Ik hoop binnen nu en twee jaar die lening afgelost te hebben en dan is er weer meer mogelijk.”

Volgende publicatie:
Politiek heeft onvoldoende oog voor uitvoerbaarheid nieuwe pensioenstelsel

Politiek heeft onvoldoende oog voor uitvoerbaarheid nieuwe pensioenstelsel

Gepubliceerd op: 6 mei 2021

De voorbeelden van uitvoeringsproblemen bij overheidsorganisaties liggen voor het oprapen. Toch gaat de aandacht in politiek Den Haag momenteel niet uit naar de daaruit getrokken lessen. Volgens APG-beleidsmaker Johan Barnard is dat zorgwekkend, want we staan aan de vooravond van de invoering van een volledig nieuw pensioenstelsel. Als het wetsvoorstel daarvoor wordt uitgesteld, moet de extra tijd volgens Barnard dan ook besteed worden aan de begrijpelijkheid, uitlegbaarheid en uitvoerbaarheid van ons nieuwe pensioensysteem.


De Tweede Kamer heeft een blinde vlek voor de uitvoering van overheidsbeleid. Omdat het parlement niet altijd volledig en tijdig wordt geïnformeerd, maar ook omdat de Kamer te weinig belangstelling heeft voor de uitvoering. Bovendien hebben Tweede Kamer en kabinet de uitvoering jarenlang verwaarloosd. Ziehier twee belangrijke conclusies uit het rapport “Klem tussen balie en beleid”, over de grote regelmatig optredende uitvoeringsproblemen bij de overheid.

 

Het is een relevant rapport omdat het lessen trekt uit een brede waaier aan gevallen waarin het misging, waaronder de Toeslagenaffaire. Maar wie verwachtte dat een inhoudelijke discussie over  oorzaken en oplossingen de politiek zou domineren in de afgelopen weken, kwam bedrogen uit. Want ondanks de inspanningen van informateur Tjeenk Willink, wordt de politieke aandacht vooral gericht op de vraag wie waarvoor verantwoordelijk gehouden moet worden. Lees: wie uit de politiek verwijderd moet worden.

Dat gebrek aan inhoudelijke discussie is des te schrijnender omdat sinds de publicatie van “Klem tussen balie en beleid” het ene na het andere signaal is afgegeven over nieuwe dreigende uitvoeringsproblemen – zelfs nog in de afgelopen weken. Op 12 april signaleerde procureur-generaal Rinus Otte in een interview in Trouw dat OM en rechterlijke macht te weinig tijd krijgen voor de invoering van een versterking van de positie van het slachtoffer in het strafproces. Volgens Otten was de versterking niet goed doordacht. In de NRC van 20 april liet voorzitter Maarten Camps weten “dat het UWV wel even zonder Haagse plannen kan”. Liever praat hij eerst over hoe het UWV voldoende verzekeringsartsen kan aantrekken. Op 1 januari 2022 wordt de nieuwe Omgevingswet ingevoerd. Althans, dat is het plan. De vier grote steden hebben een brandbrief geschreven over de onhaalbaarheid van die datum – op 25 april berichtte het FD dat pas 9 van de 352 gemeenten daarvoor de ICT op orde hadden. En volgens de Rekenkamer zijn de AIVD en MIVD zoveel tijd kwijt aan de implementatie en vereisten van de nieuwe “Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017”, dat hun inlichtingenpositie onder druk staat.  


De Raad van State constateert dat de noodzakelijkheid van nieuwe wetten niet genoeg wordt aangetoond en dat ze te weinig worden getoetst op uitvoerbaarheid en ‘doenbaarheid’ voor burgers en overheidsorganisaties. Ook Thom de Graaf, Arno Visser en Reinier van Zutphen, (respectievelijk vicepresident van de Raad van State, president van de Rekenkamer en nationaal ombudsman) deelden gezamenlijk hun zorgen over de uitvoeringskwaliteit van het overheidsbeleid (Buitenhof, 25 april). Daar lieten ze weten dat hiervoor óók verantwoordelijkheid ligt bij het parlement.

U voelt de bui wellicht al hangen. Want is er bij pensioen wél voldoende aandacht voor de uitvoering en uitvoerbaarheid? De eerste tekenen zijn niet heel hoopgevend. Op 12 januari jongstleden is het wetsvoorstel “Bedrag ineens, Regeling Vervroegd Uittreden (RVU) en verlofsparen” aangenomen. Maar de invoering van het deel dat een pensioenuitkering van 10% van het pensioenvermogen ineens mogelijk moet maken (Bedrag ineens), is meteen daarna tot 2023 uitgesteld. Eerst moet onderzocht worden of de uitvoering minder complex kan worden ingericht.


En dan moet de invoering van een volledig nieuw pensioenstelsel nog komen. Die overgang is vele malen complexer. Het oordeel van het Adviescollege Toetsing Regeldruk was dan ook niet mals: “niet indienen, tenzij met de adviespunten rekening wordt gehouden”. Volgens het Adviescollege is het wetsvoorstel niet duidelijk genoeg omschreven, waardoor niet goed te toetsen is of extra uitvoeringslasten (in financiële zin) gerechtvaardigd zijn. Ook werpt het Adviescollege de vraag op of het nieuwe stelsel wel beter uitlegbaar is. En om te zien of deelnemers straks uit de voeten kunnen met het nieuwe stelsel, vraagt het om een ‘doenvermogentoets’.


In Den Haag gaat het de laatste tijd veel over de behoefte aan een nieuwe politieke cultuur van “macht en tegenmacht”. Van een nieuw kabinet dat serieus werk wil maken van die cultuur, verwachten we begrijpelijke, uitlegbare en zeker ook uitvoerbare wetgeving. Hier en daar wordt uitstel van het wetsvoorstel voor het nieuwe pensioenstelsel verwacht. In dat geval zou de extra tijd, in het belang van de deelnemers, vooral besteed moeten worden aan die aspecten van begrijpelijkheid, uitlegbaarheid en uitvoerbaarheid. Ik ben er niet gerust op dat de politiek daar nu al voldoende oog voor heeft.


Zou het toeval zijn dat geen van de zeven leden van de parlementaire onderzoekscommissie uitvoeringsorganisaties in de Kamer is teruggekeerd?

Volgende publicatie:
‘Wie helpt Mark Rutte? Minister Sinterklaas’

‘Wie helpt Mark Rutte? Minister Sinterklaas’

Gepubliceerd op: 26 april 2021

Na een goed ontvangen eerste seizoen van Kids & Knaken, starten we een nieuwe videoreeks waarin kinderen openhartig praten over meer dan alleen geld: Kids & …


Wat als kinderen één dag de baas mogen zijn van Nederland? Dan willen ze ‘de wereld een beetje schoonhouden’, ‘alles gratis maken’ en ‘corona afschaffen’. In deze Kids & Politiek zien we dat politieke interesse er al met de paplepel wordt ingegoten. Kinderen weten dat Mark Rutte het voor het zeggen heeft, maar ‘de koning zegt wat hij moet doen’ en ‘minister Sinterklaas’ helpt ook een handje. En de schatkist met al zijn geldpotjes? Die wordt besteed aan ‘leraren die meer geld willen’, ‘een klimrek’ en ‘een school bouwen’.

Bekijk ook de drie afleveringen van onze videoreeks Kids & Knaken terug: 

Dit zeggen kinderen over sparen, pensioen en geld verdienen.

“Beleggen? Dat doe je toch op je op je bord!” Dit zeggen kinderen over sparen, pensioen en geld verdienen.

Wat weten kinderen eigenlijk van ingewikkelde zaken zoals rente – ‘Lente? Nee, rente!’ – sparen en lenen? De een weet alles over geld, de ander vindt het nog veel te vroeg. En wat zouden ze doen als ze de loterij winnen?

Volgende publicatie:
“Termen als pensioenboeven en pensioenmaffia hoor ik vaak genoeg”

“Termen als pensioenboeven en pensioenmaffia hoor ik vaak genoeg”

Gepubliceerd op: 20 april 2021

‘Werk jij in de pensioensector? Goh, spannend…’ Vooroordelen genoeg over het werk voor een pensioenfonds of -uitvoerder. Misschien niet helemaal terecht, blijkt uit een serie portretten van de mensen die er dagelijks werken. Zoals Senior pensioenvoorlichter Fabian Schumans. “Bezig zijn met pensioen is keuzes maken voor je eigen geluk, dat is nooit saai.”

 

Wat doet een Senior pensioenvoorlichter bij een uitvoerder als APG?

“Ik voer individuele gesprekken met deelnemers die met complexe pensioensituaties zitten. Ik maak  en verzorg workshops en presentaties voor deelnemers en trainingen en opleidingen voor werkgevers en pensioenambassadeurs. Met het doel pensioenkennis te vergroten en werkgevers hun rol te laten pakken.”

Jij staat echt met je poten in de modder, hebt direct contact met de pensioendeelnemer. Wat kom je zoal tegen?

“Als pensioenuitvoerder heeft APG op meerdere vlakken contact met de deelnemer. Bijvoorbeeld via ons klantcontactcenter waar de meest uiteenlopende vragen worden gesteld. De gesprekken die ik voer gaan over meer ingewikkelde zaken, zoals dreigende arbeidsongeschiktheid, een hoogoplopend arbeidsconflict of mensen die terminaal ziek zijn.”

 

Gesprekken waarbij de emoties zeker ook hoog oplopen.

“Aan het begin van een gesprek stel ik mensen altijd op hun gemak. Ze praten zo weinig over pensioen dat ze vaak wat zenuwachtig zijn, onzeker. En bij mensen die geld dreigen mis te lopen,  komen inderdaad veel emoties los. En daar krijgen ze van mij ook alle ruimte voor. Het kan ook heel heftig worden, dan wordt er gescholden, mensen dreigen om hier door de gevel te rijden of ze zijn juist heel ontredderd omdat ze niet meer weten wat ze moeten doen.”

 

Hoe ga je daarmee om?

“Ik heb eerlijk gezegd liever die emoties en vragen, dan mensen die heel vlak blijven. Termen als pensioenboeven en pensioenmaffia hoor ik vaak genoeg. Maar dat is niet erg. Juist dan zijn er vragen en kan ik de diepte ingaan, vragen beantwoorden  en een situatie echt aanpakken.”

 

Welke eigenschappen heb je nodig voor een baan als de jouwe?

“Je moet je niet laten wegblazen door boosheid en mensen benaderen zonder vooroordelen. Ik praat altijd op ooghoogte met mensen en voel aan wat er speelt als ik voor een groep sta.”

 

Het is wel een luxe om een gesprek te hebben met een pensioenvoorlichter. Wanneer kom je precies in actie?

“We zijn met twaalf pensioenvoorlichters voor ABP en op 1,3 miljoen actieve pensioendeelnemers is dat wat weinig, dus we promoten het niet. We hebben Relatiemanagers bij APG die ons op het juiste moment inschakelen bij werkgevers.”

 

Je praat hele de dag over pensioen, hoe hou je dat vol?

“Oh, dat is niet zo moeilijk. Pensioen is allerminst saai, het is constant in het nieuws, constant in ontwikkeling. Wat ik nu doe is echt mijn passie, dus erover praten hou ik heel lang vol.”

 

Passie en pensioen in één zin, dat moet je toelichten.

“Als ik misverstanden uit de wereld kan helpen, dan tovert dat een lach op mijn gezicht. Dat gebeurt ook als ik mensen handvatten kan geven om juiste keuzes te maken of als ik hoor dat ze na een gesprek met mij er financieel zo goed voorstaan dat ze eerder kunnen stoppen met werken. En dat inspireert mij om elke dag weer opnieuw mijn best te doen voor de deelnemer.”

 

Tegen een buschauffeur hou ik geen ellenlang betoog over hoe de dekkingsgraad berekend wordt

Hoe hou je je toehoorders bij de les?

“Door het luchtig te houden. Met een grapje, een knipoog, ik denk dat de inhoud dan ook langer blijft hangen. In tegenstelling tot mensen die het pensioen onnodig complex maken en er haast geheimzinnig over doen. Dan haken mensen inderdaad af. Ik kijk naar de mensen waar ik mee praat. Wat is voor hem of haar relevant? Daar richt ik me op. Dus hou ik geen ellenlang betoog tegen een buschauffeur over hoe de dekkingsgraad berekend wordt. Ik vraag hoe iemand er later bij wilt zitten en bespreek hoe dat bereikt kan worden. Pensioen gaat over een levensfase waarin je leuke dingen kan doen en kan genieten van je vrije tijd. Wat is er leuker dan je daarmee bezig te houden?”

 

Welke boodschap geef jij mensen mee?

“Neem zelf de regie op het einde van je loopbaan. Kies geen standaardopties omdat je je er niet in wilt verdiepen, maar kijk naar je eigen wensen en situatie. Bezig zijn met pensioen is keuzes maken voor je eigen geluk, dat is nooit saai.”

 

Was dit ook waar je van droomde als jongetje?

“Niet echt. Ik heb strafrecht en criminologie gestudeerd, wilde misschien bij de politie en was op zoek naar een baan in die wereld en buiten Limburg. Maar nog voordat ik in die hoek aan de slag ging, kwam ik via het uitzendbureau terecht bij het klantcontactcenter van ABP. Ik ben vervolgens vrij snel doorgestroomd. Ik bouwde pensioenkennis op, zat een tijdje bij sales en kwam terecht in mijn huidige team. Ik vind het contact met de deelnemer zo leuk en APG als werkgever zo interessant dat ik eigenlijk nog lang niet uitgekeken ben hier. En met het oog op het nieuwe pensioencontract voel ik me hier ook gewoon nog nodig.”

 

Zou je de spanning van je jongensdroom niet alsnog willen opzoeken?

“Ik wil tussen de mensen zijn, dat klantcontact vind ik heel waardevol. Ik heb ook wel eens een staffunctie gehad, maar dat paste toen niet bij mij. Laat mij juist maar zo diep mogelijk met mijn poten in de modder staan. En die spanning heb ik nu ook hoor, gelukkig maar, want ik wil niks op de automatische piloot gaan doen.”

Volgende publicatie:
Bitcoin-pensioen

Bitcoin-pensioen

Gepubliceerd op: 15 april 2021

Vervroegd met pensioen dankzij de Bitcoin. Iemand in mijn omgeving is het gelukt. Vooral de koersexplosie sinds vorige zomer heeft geholpen. Een idee voor pensioenfondsen? In de laatste weken krijgen we daar bij APG mediavragen over. Met als resultaat artikelen die concluderen dat grote beleggers nog aarzelen.

 

Let op het woordje ‘nog’. Is het een kwestie van tijd? Kom ik op terug. Laten we eerst kijken naar de beleggingsaanpak van pensioenfondsen. Doel is deelnemers van een goed pensioen te voorzien. Een belangrijke vraag is hoeveel beleggingsrisico je wilt nemen. Mijden van risico leidt tot een pensioen dat vrij zeker is, maar ook vrij laag. Accepteren van meer risico leidt gemiddeld tot hogere pensioenen, maar ook tot een grotere ‘waaier’ daaromheen. Het uiteindelijke beleggingsbeleid moet aansluiten bij de behoeften van de deelnemers.

 

Passen Bitcoins daarin? De koersschommelingen zijn nogal fors. Het heeft de vriendin van een vriendin hierboven waarschijnlijk de nodige nachtrust gekost. In de laatste tien jaar is de koers drie keer 70% of meer gedaald. Voor haar heeft het uiteindelijk in euro’s goed uitgepakt en inmiddels kan ze bijslapen. Mijn punt is dat je de fenomenale koersstijging moet relateren aan de grote springerigheid van de koersen. Gecorrigeerd voor risico is de beloning over de afgelopen tien jaar vergelijkbaar met die van een (50/50) portefeuille met wereldwijde aandelen en obligaties (voor de wonks: de Sharpe ratio is gelijk).

 

Maar het gaat om de toekomst. Voegen Bitcoins dan iets toe aan een portefeuille? Daarvoor is het belangrijk eerst de rendementsverwachtingen te bepalen in verschillende ‘weersomstandigheden’. Wat is de zogenaamde ‘investment case’? Waar komt het rendement vandaan? Neem aandelen of vastgoed. Die hebben terugkerende inkomsten – dividenden en huurinkomsten – die meebewegen met de economie of inflatie. Daar kun je op rekenen.

Tot hoever de koers nog kan oplopen, vind ik lastig te zeggen

Bij Bitcoins kan dat niet. Er is geen kasstroom. Er valt dus geen ‘fair value’ of verwacht rendement te bepalen. Het rendement wordt volledig bepaald door de prijsontwikkeling van de Bitcoin. En omdat het aanbod nauwelijks stijgt, wordt de prijs vooral gedreven door de vraag. En wat drijft de vraag dan? Waarschijnlijk geen kopers die de Bitcoin als betaalmiddel willen gebruiken, want betalen is traag en duur. Dan blijft over: kopers die speculeren op een (verdere) koersstijging. Waarom zouden de koersen dan stijgen? Simpel: omdat ze stijgen. Dat mechanisme bestaat echt. Stijgende koersen lokken vaak nieuwe vraag uit en voeden zo weer een verdere koersstijging.

 

Tot hoever de koers nog kan oplopen, vind ik lastig te zeggen. Nog 20%? Een verdubbeling? Een vertienvoudiging? Ik sluit het allemaal niet uit. Over de timing van de piek kan ik iets preciezer zijn. Dat zal zijn als de maximale breedte van de piramide aan de onderkant is bereikt. Zodra de aanwas van nieuwe groepen kopers stokt, kan de koers niet meer omhoog. Als ‘bitcoin-pensionado’s’ dan willen uitstappen, kan het proces zich omkeren (dalende koersen, stijgende verkopen, et cetera). Leg dat als pensioenbestuurder dan maar eens uit aan je achterban en de toezichthouder.

 

Overigens zal de Bitcoin bij veel pensioenfondsen al vóór de investment case struikelen omdat het niet past in de beleggingsovertuigingen. Duurzaam kun je de Bitcoin namelijk niet noemen met zijn forse energieverbruik. Het is een beetje zinloos om de stroom van je nieuwe wind- en zonneparken meteen weer hierdoor te laten opslurpen.

 

Terugkomend op het woordje ‘nog’, denk ik dat het nog wel een tijdje duurt voordat pensioenbeleggers over hun aarzelingen heen zijn. Hoe lang? Langer dan het duurt om een piramide te bouwen.

 

 

Charles Kalshoven is senior strateeg bij APG

Volgende publicatie:
“Ik zoek niet naar de mazen van de wet”

“Ik zoek niet naar de mazen van de wet”

Gepubliceerd op: 14 april 2021

‘Werk jij in de pensioensector? Goh, spannend…’ Vooroordelen genoeg over het werk voor een pensioenfonds of -uitvoerder. Misschien niet helemaal terecht, blijkt uit een serie portretten van de mensen die er dagelijks werken. Zoals jurist Jill Kleuters: “Ik denk mee in de mogelijkheden en risico’s voor het fonds en houd daarbij de belangen van alle stakeholders in het oog. Dat gaat dus verder dan alleen maar zeggen wat wel of niet mag volgens de Pensioenwet.”

 

Je bent jurist bij APG, wat doe je zoal?  

“Ik werk op de afdeling Fondsbediening en dat houdt kort gezegd in dat ik samen met mijn collega’s onze fondsen, besturen en sociale partners adviseer over allerlei pensioenjuridische onderwerpen.”

 

Noem er eens één.  

“Een van de belangrijkste thema’s de komende jaren is het nieuwe pensioenstelsel. Wij helpen de fondsen om goede keuzes te maken rondom dit nieuwe stelsel. Daarnaast ondersteunen wij de fondsen ook bij juridische procedures van deelnemers of werkgevers.”

 

Adviseren, helpen.. kun je daar een concreet voorbeeld van geven?

“Wij helpen pensioenfondsbestuurders om de belangen van alle stakeholders binnen een fonds zorgvuldig te wegen. En we behandelen bezwaar- en beroepschriften waarbij we in direct contact staan met de deelnemer. Die informatie nemen we mee in onze adviezen over een toekomstige regeling. Neem de pensioenleeftijd, die enkele jaren geleden omhoog is gegaan naar 68 jaar, omdat we gemiddeld langer leven. Verhogen naar 68 jaar betekent dat de deelnemer per jaar minder pensioen opbouwt. Hij of zij kan immers ook langer voor pensioen sparen. In het spel van de onderhandelingen voor een nieuwe pensioenregeling wordt daarom gezegd dat er iets tegenover die lagere jaarlijkse opbouw moet staan. Dat kan een premieverlaging zijn, een pensioenverhoging of meer pensioen op een ander deel van de regeling, zoals het partnerpensioen.

Mijn collega’s en ik helpen het pensioenfonds en sociale partners, zoals werkgeversorganisaties en werknemersvertegenwoordiging, bij deze onderhandelingen. Wat zijn de mogelijkheden op basis van de wet? Welke kosten zijn daaraan verbonden? Wat doet dat met de deelnemers? Hoe communiceer je de nieuwe regeling richting die deelnemer? En hoe kunnen we het besluit uitvoeren?”

 

Je bent vooral bezig met de wet op de Loonbelasting en de Pensioenwet. Zoek je ook naar de mazen van deze wetten?

“Haha, nee. Dat kom je toch vooral in de advocatuur tegen, wanneer je het beste voor de cliënt eruit wilt halen. En ja, ik probeer ook het beste voor de pensioenfondsen en de sociale partners eruit te halen, maar niet via de mazen van de wet. Ik duid een wetsartikel en geef aan hoe je dat het beste kunt toepassen en welke consequenties daarbij horen. Bovendien adviseer ik als jurist ABP. Een pensioenfonds met een bepaalde reputatie. Ik kan het me dus ook niet veroorloven steeds de grenzen en uitzonderingen op te zoeken.”

Mensen weten me altijd wel te vinden zodra ze hun pensioengerechtigde leeftijd naderen

Hoe maak jij dan het verschil?

“Als jurist zeg ik niet kortweg ‘dit mag je niet doen’ of ‘dat moet je wel doen’. Ik sla niet een wetbundel open om vervolgens letterlijk op te lezen wat daar staat. Wat ik wél doe is de voors en tegens duiden, zodat een fonds helder voor ogen heeft welke risico’s aan een bepaalde keuze kleven.”

 

Droomde je als klein meisje al van dit werk?  

“Nee, niet echt, ik wilde balletdanseres worden. Maar daar ik ben gewoon niet goed in, dus die droom hield al snel op. Wat dan? Ik weet altijd wel goed wat ik niet wil, maar niet wat ik wél wil, omdat ik zóveel leuk vind. En dus koos ik na het vwo voor de studie algemene economie. Eenmaal klaar daarmee had ik nog geen concreet doel voor ogen. Via een bijbaantje bij de Belastingdienst belandde ik in de hoek van fiscale economie en fiscaal recht.”

Lopen mensen van je weg op een feestje, als ze horen wat je doet?

“Nee, maar ik praat op feestjes ook niet over de inhoud van mijn werk. Leeftijdsgenoten denken nog niet na over hun pensioen, dus komt dat onderwerp simpelweg ook niet ter sprake. Waar we het wel vaak over hebben zijn de carrièrestappen die we maken of de ontwikkelkansen bij een werkgever, en dan kom ik als APG’er altijd wel goed uit de bus. Ik heb veel mogelijkheden om een opleiding te volgen en ik ben een paar jaar geleden teamleider geworden van een aantal juristen. En dat is wel stof om over te praten. Overigens is het wel zo dat mensen me altijd weten te vinden zodra ze hun pensioengerechtigde leeftijd naderen.”

Volgende publicatie:
Goed pensioen voor zelfstandigen vraagt om meer ruimte voor experiment

Goed pensioen voor zelfstandigen vraagt om meer ruimte voor experiment

Gepubliceerd op: 7 april 2021

Ruim een kwart van de zelfstandig ondernemers spaart niet voor de oude dag.  Drie op de vijf dreigt minder pensioen op te bouwen dan 70 procent van het inkomen. Dat pensioenfondsen straks pensioenoplossingen kunnen aanbieden aan zelfstandigen, is dan ook goed nieuws. Maar, betoogt strategisch beleidsmedewerker Tinka den Arend, voor passende oplossingen is ruimte nodig om te kunnen experimenteren. Die ruimte biedt de huidige conceptwet voor het nieuwe pensioenstelsel niet voldoende. En daarom is het nodig dat een nieuw kabinet daar alsnog voor zorgt.  

 

De meeste zelfstandig ondernemers moeten zelf iets regelen voor hun oude dag en voor hun eventuele nabestaanden. Pensioensparen is voor hen echter niet vanzelfsprekend. Zo’n 40 procent van de zelfstandigen heeft het goed geregeld: zij bouwen een pensioen op ter hoogte van 70 procent van hun inkomen (vermogen dat via het eigen huis is opgebouwd, wordt dan niet meegerekend). Maar bij anderen dreigt een flink gat te ontstaan tussen het beoogde inkomen bij pensioneren en het inkomen dat zij daadwerkelijk gaan ontvangen. Ruim een kwart spaart zelfs helemaal niet voor de oude dag.

 

Bij de zelfstandigen die dat wel doen, zijn zelf sparen, beleggen en het aflossen van de eigen woningschuld de populairste manieren. En dat is zonde, want op deze manier lopen ze de belastingvoordelen van het traditionele pensioensparen mis – met uitzondering van degenen die een lijfrente afsluiten, wat slechts 1 op de 10 zelfstandigen doet.

 

Waarom verdiepen veel mensen zich niet in hun pensioen? Waarom nemen ze geen maatregelen om een pensioentekort te voorkomen? Onderzoek van de AFM wijst uit dat de consument flink wat hindernissen moet overwinnen om in actie te komen voor zijn of haar oude dag. Zo denken veel mensen niet graag aan het moment dat ze oud zijn en niet meer werken. En ze weten wel dat het belangrijk is om iets op te bouwen maar ze zijn meer gericht op de behoeftes van vandaag. Ze maken zich ook niet druk om hun oudedagsvoorziening omdat er in hun omgeving ook niemand mee bezig is. Bovendien is het lastig voor mensen om dit soort keuzes en de consequenties daarvan goed te overzien – ook omdat een veranderende (financiële) situatie weer vraagt om nieuwe beslissingen. De onzekerheid over die beslissingen zorgt ervoor dat ze zich grotendeels afsluiten voor het onderwerp en helemaal geen beslissingen nemen.

 

Al deze ‘gedragseconomische’ hindernissen zijn belangrijk om in het achterhoofd te houden, als we zelfstandigen willen stimuleren om een toereikende oudedagsvoorziening op te bouwen.

Aan zelfstandigen die niet voor pensioen sparen, is gevraagd waarom zij dat niet doen. De meest genoemde reden is dat ze het niet kunnen betalen. Anderen noemen als  reden dat het pensioen nog ver weg is, of dat ze er nog niet aan toegekomen zijn.

 

APG werkt samen met bpfBOUW, ABP en zelfstandigenorganisaties aan experimenten om deze hindernissen weg te nemen. Ook andere uitvoeringsorganisaties en pensioenfondsen doen mee. Afhankelijk van uitvoerder en fonds wordt met de experimenten een aantal oplossingen getoetst. Een daarvan is automatische deelname, met de mogelijkheid om uit te stappen. De keuze om pensioen te sparen, verschuift dan naar het nu en uitstelgedrag leidt dan tot wél sparen in plaats van niet sparen. Bovendien zal een zelfstandige door navraag bij medezelfstandigen ook hén aanzetten tot nadenken over deze keuze. Een tweede oplossing is vereenvoudiging van het product door minder administratieve rompslomp. Dit kan via gegevensuitwisseling en eenvoudige fiscale spelregels. Een derde oplossing wordt gezocht in verbetering van de betaalbaarheid van pensioen door opdrachtgevers van zelfstandigen mee te laten betalen. Eventuele angst dat opzij gezet pensioengeld later nodig blijkt voor noodzakelijke bedrijfsinvesteringen, wordt weggenomen door de jaarpremie tussentijds opneembaar te maken.

 

Een pensioenoplossing voor zelfstandig ondernemers moet passend zijn. Binnen de doelgroep zijn de verschillen enorm. Om te voldoen aan die variatie aan behoeften, is het belangrijk dat er geëxperimenteerd wordt met verschillende oplossingen.

De (concept) Wet toekomst pensioenen biedt daarvoor te weinig ruimte. Geen van bovenstaande drie oplossingen wordt mogelijk. De conceptwet maakt het mogelijk dat zelfstandigen zich op vrijwillige basis aansluiten bij een pensioenfonds. Maar andere vrijwillige mogelijkheden, zoals automatische deelname met de mogelijkheid om uit te stappen, zijn niet toegestaan. Dat geldt ook voor een element als gegevensuitwisseling. Door pensioenfondsen toegang te geven tot alle KvK-gegevens, zouden ze kunnen zien wie zelfstandig ondernemer is en in welke sector. Op die manier kan een bepaald fonds de zelfstandigen benaderen die in aanmerking komen voor aansluiting bij dat specifieke fonds. Die hebben er dan geen omkijken naar.   

 

Ook voor het experimenteren met eenvoudigere fiscale spelregels is binnen de huidige conceptwet geen ruimte. Aan de hand van het inkomen en gewerkte uren van drie jaar geleden, moet een zelfstandig ondernemer momenteel aantonen dat hij in aanmerking komt voor fiscaal vriendelijke pensioenopbouw. De drempel wordt voor deze groep veel lager als je afspreekt dat ze een bepaald bedrag mogen opbouwen zónder daarvoor iets te hoeven aantonen.

Het is een gemiste kans als je al deze oplossingen niet test in de praktijk. Mijn oproep aan het nieuwe kabinet is dan ook alvast om daarvoor alsnog voldoende ruimte te bieden. Zodat we gezamenlijk stappen kunnen zetten op weg naar een goed pensioen voor mensen in loondienst én zelfstandigen.

Volgende publicatie:
"Fondsen moeten werknemers financieel kunnen coachen"

"Fondsen moeten werknemers financieel kunnen coachen"

Gepubliceerd op: 6 april 2021

Gerard van Olphen pleit voor middenweg tussen advies en ‘execution only’

 

“Werknemers moeten kunnen worden geholpen of gecoacht door partijen die zij vertrouwen, zoals hun werkgever, hun pensioenfonds of de vakbond. Daarbij wil je als fonds de deelnemer coachen zonder dat je direct een volledig financieel advies geeft.”  Dat zei scheidend APG-bestuursvoorzitter Gerard van Olphen onlangs op een bijeenkomst van kennisinstituut Netspar.

 

Van Olphen: “Er zijn maar twee smaken. Aan de ene kant execution only, waarbij de klant alles zelf moet doen. Aan de andere kant kan een consument betaald advies inwinnen.” Daarom pleit hij voor een ‘tussenvorm’ waarbij een fonds de deelnemer kan coachen ‘zonder dat er direct sprake is van een volledig financieel advies’. Van Olphen noemt het ‘een positieve ontwikkeling’ dat ook de AFM nadenkt over andere adviesconcepten dan de huidige twee.

 

Onderwerp van Van Olphens lezing was de transitie naar het nieuwe stelsel. Een overgang in een sector die hij typeerde als ‘relatief traditioneel’. Van Olphen: “De verplichtstelling heeft grote maatschappelijke voordelen, zoals vrijwel geen armoede onder ouderen, maar leidt er ook toe dat er nauwelijks prikkels zijn tot innovatie en vernieuwing. Door innovatie groeit het aantal deelnemers niet. Als je slecht presteert, verlies je evenmin deelnemers. Groei of krimp is afhankelijk van andere factoren.”

 

Toch moet de pensioensector bij de invoering van het nieuw stelsel volgens Van Olphen het vertrouwen van de deelnemers terug zien te winnen. “Dat betekent dat de dienstverlening moet voldoen aan de verwachtingen van de deelnemers. Die zijn de snelheid van Coolblue en het gemak van Netflix gewend. Die verwachten onder meer dat een fonds ze informeert op relevante momenten. En dat een fonds of uitvoerder inzicht geeft in zijn financiële fitheid en hulp biedt bij belangrijke pensioenkeuzes.”

 

Lees het hele verhaal op Pensioen Pro en beluister de podcast.

Volgende publicatie:
"Als er geen gevecht is geleverd, is het eindresultaat niet zo zoet"

"Als er geen gevecht is geleverd, is het eindresultaat niet zo zoet"

Gepubliceerd op: 1 april 2021

Annette Mosman verruilde haar rol van CFRO bij APG recentelijk voor die van CEO. Wat waren de belangrijkste veranderingen van die stap voor haar? Welke weg heeft ze afgelegd naar deze functie en welke rol heeft haar jeugd daarin gespeeld? Welke personen hebben haar geïnspireerd en uitgedaagd, wat drijft haar en hoe gaat ze om met tegenslag? Deze vragen komen aan bod in aflevering 60 van Leaders in Finance: een podcast waarin presentator Jeroen Broekema op zoek gaat “naar de mens achter het succes” en het gesprek aangaat met leiders van nu en later over hun drijfveren, carrière en privéleven.


In de podcast gaat Mosman uitgebreid in op de vraag waarom ze haar huidige opdracht in de pensioenwereld zo belangrijk vindt en waarom er naast individuele pensioenpotten ook een vangnet moet zijn.


De volledige podcast, waarvan ook een transcriptie beschikbaar is, vind je hier.

Volgende publicatie:
“Ogen op de bal en doen wat we hebben afgesproken”

“Ogen op de bal en doen wat we hebben afgesproken”

Gepubliceerd op: 1 april 2021

Hoe houd je je als pensioenuitvoerder van acht fondsen staande in een jaar dat overschaduwd wordt door corona? Het was volgens de recent aangetreden bestuursvoorzitter Annette Mosman een ultieme testcase die APG goed heeft doorstaan. “In 2020 gingen medewerkers van het een op het andere moment thuiswerken, hielden we vanuit drieduizend thuiskantoortjes de pensioenadministratie van 4,7 miljoen deelnemers draaiende en raakten we niet in paniek toen de beurs hard onderuitging. We zijn een robuuste, wendbare organisatie gebleken.”

 

Een nieuwe CEO, een nieuw geluid? Wat gaan we merken van de aanpak van Annette Mosman?

“Ik begin aan deze klus met een helder uitgangspunt. Ik kom uit de organisatie en ken de sector. Als CEO ga ik het op mijn eigen manier doen: vaak door eerst te luisteren en dan pas te reageren. Ik ben nieuwsgierig naar de visie van anderen. Accenten zullen verschuiven, maar de koers staat als een huis. Nu gaan we eerst heel goed uitvoeren. De komende jaren draaien om de eindstand: samen met onze fondsen in 2026 het nieuwe pensioencontract (NPC) goed ingevoerd hebben en tegelijk een sterke maatschappelijke speler zijn. Want we doen het voor de financiële fitheid van 4,7 miljoen mensen. Om dat doel te halen moeten we de komende jaren consistent zijn: ogen op de bal en doen wat we hebben afgesproken. Dat moeten we goed doen: met aandacht voor onze fondsen, werkgevers en hun deelnemers, voor elkaar en onze omgeving. In sporttermen: we spelen een lang toernooi en dat gaat met ups en downs.”

 

Wat heeft voor jou de komende tijd de hoogste prioriteit?

“Voor de tweede keer op rij publiceren we een integrated report. Hierin laten we zien welke waarde we toevoegen aan onze stakeholders; onze pensioenfondsklanten, de maatschappij en aandeelhouders. We zijn ons bewust van onze rol en kijken daar kritisch naar. Dat is het leidmotief van dit jaarverslag. We zijn geen gewoon bedrijf. We mogen werken voor acht fondsen en 4,7 miljoen deelnemers en beheren bijna 600 miljard euro. Behalve een lerende organisatie is er bij APG ook aandacht voor de maatschappelijke impact die we hebben. Transparant zijn, zoals in dit jaarverslag, betekent dat we ook onze kwetsbaarheid tonen, en dus ook laten zien wat er níet goed is gegaan. Gaat er iets mis in onze uitvoering en verloopt de samenwerking met de ondernemingsraad niet soepel? Dan communiceren we dat.”

 

De weg naar het nieuwe pensioenstelsel is lang en ingewikkeld. Hoe ziet die weg er nu precies uit?

“We willen niet voor onaangename verrassingen komen te staan als we samen met onze fondsen de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel ingaan. Dat is een cruciaal onderdeel van onze strategie en dat vragen onze klanten ook van ons. Het is ook een randvoorwaarde om de overstap naar het nieuwe stelsel te maken. Vergelijk het met een zolder die je op moet ruimen voordat je gaat verhuizen. Bij ons betekent dat bijvoorbeeld dat we in nauw overleg met onze fondsen wijzen op de complexiteit in de huidige regelingen. Maar ook dat we de pensioenadministratie doorlopen en herstellen als er ergens onverhoopt iets niet klopt. Dat herstellen is ingewikkeld, zeker als het impact heeft op de portemonnee van mensen. We proberen daarbij samen met de fondsen oplossingen te zoeken waarbij we het belang van de deelnemer hooghouden.”

 

Wat betekent dat concreet voor APG?

“De overgang naar het nieuwe pensioencontract raakt de komende jaren het werk van bijna alle medewerkers binnen APG: van IT, pensioenadministratie, vermogensbeheer, risicomanagement, klantcontact en communicatie tot HR. Het verandert ons werk in vrijwel ieder opzicht. Dat gaat de komende jaren veel van ons als organisatie en van onze medewerkers vragen. Tegelijkertijd biedt het APG de kans om te laten zien dat we ook in een nieuw stelsel onze positie als toonaangevende uitvoerder waar kunnen maken. Want dat zijn we niet voor niks. Met onze digitalisering, deelnemergerichtheid en pensioenexpertise hebben we alle ingrediënten in huis om een nieuwe propositie neer te zetten en ons te meten met andere financiële partijen. Daarnaast hebben we ook acht trouwe fondsklanten die dit traject met ons samen gaan afleggen. Dus laten we vooral niet in de koplampen gaan staren, maar overgaan tot uitvoeren.”


Het is in het afgelopen jaar ook een paar keer misgegaan in de uitvoering. Hoe kijk je daar op terug?

“Dat klopt. In augustus 2020 werd bijvoorbeeld een actie rondom het arbeidsongeschiktheidspensioen afgerond. Hierbij kregen in totaal 8.352 deelnemers alsnog het pensioen toegekend waar ze recht op hadden. Ook kregen zo’n 8.500 deelnemers een rechtmatige aanvulling voor samenvallende diensttijd. Op de deelnemers die het betreft, heeft dit veel impact. En dat begrijpen we als pensioenuitvoerder heel goed. Daarom doen we ons uiterste best om deelnemers in dat soort situaties zorgvuldig te informeren en bij te staan. En we leren er ook van. We hebben het afgelopen jaar, ondanks de coronacrisis waarin we allemaal thuis zijn gaan werken, onze processen flink verbeterd en, daar waar het misging, zaken voor deelnemers zo snel als mogelijk opgelost.”

We spelen als grootste uitvoerder een bepalende rol, maar doen dat nooit alleen

Wordt de kans op fouten nu daadwerkelijk kleiner?

De winkel wordt verbouwd, de verkoop gaat door. Het lijkt alsof corona nauwelijks van invloed was op APG.

“De omschakeling van kantoororganisatie naar thuiswerkorganisatie verliep soepel. De operatie – waaronder het uitbetalen van pensioenen, het innen van premies, het beleggen – is op geen enkel moment in gevaar gekomen. Pensioenfondsklanten, werkgevers en deelnemers merkten niet of nauwelijks dat we hen, in plaats vanuit een kantoorsetting, vanuit onze thuissituatie ondersteunden of te woord stonden. En dat in veel gevallen nog steeds doen. Daar ben ik enorm trots op.”

 

Er wordt vaak gesproken over de rol van APG als maatschappelijke speler. Hoe gaat APG die rol de komende periode invullen?

“APG is een bedrijf, maar eigenlijk veel meer dan dat: we spelen als grootste uitvoerder een bepalende rol, maar doen dat nooit alleen. Als wij de komende jaren ons werk goed doen, willen andere partijen, zoals fondsen, graag met ons samenwerken en samen met ons optrekken. Tegelijkertijd wil ik verder kijken: want met onze kennis en kunde kunnen we meer betekenen voor mens en samenleving. Financieel houvast heeft invloed op je gezondheid, je welzijn en je kansen. Je pensioen staat dus niet op zichzelf. Daarom wil ik meer verbinding zoeken met maatschappelijke partners, bijvoorbeeld rond thema’s als gezondheid, financiële educatie en armoedebestrijding. APG’ers kunnen daar actief aan bijdragen. Zorg voor onze omgeving betekent ook zorgen voor de planeet. We beleggen met een blik op de lange termijn en zo duurzaam mogelijk. Onze bedrijfsvoering is in 2030 klimaatneutraal. Daarom verhuizen we eind van dit jaar naar een nieuw, duurzaam pand. En werken we aan een nieuw mobiliteitsplan voor alle APG’ers. Daarin kijken we zonder dogma’s naar wat goed is voor ons en onze omgeving.”

 

Tot slot: waar kijk je het meest naar uit in 2021?

“Collega’s zien en weer terug mogen naar kantoor. Maar ik kijk ook uit naar de stappen die we gaan zetten richting het nieuwe pensioencontract. Dat is echt een complex traject. Ik hoop dus dat de politiek in Den Haag vasthoudt aan de vastgestelde tijdslijn. Ik ga er nog steeds vanuit dat op 1 januari 2026 alle fondsen over moeten en die tijd hebben we echt nodig.”

 

 

Bekijk hier het jaarverslag 2020.

 

Lees het interview met Ronald Wuijster, lid raad van bestuur en verantwoordelijk voor Asset Management en HR: “Verkopen uit paniek is nooit verstandig” - Ronald Wuijster over beleggen in een coronajaar. 

Volgende publicatie:
“Mijn vrouw zou trots op me zijn, omdat ik geniet”

“Mijn vrouw zou trots op me zijn, omdat ik geniet”

Gepubliceerd op: 25 maart 2021

Hoe ga je om met werk en geld voor nu en later? Leef je bij de dag of plan je doelbewust je financiële toekomst? En regel je ‘later’ zelf, of ben je aangesloten bij een pensioenfonds?

Ruud Vorstermans geniet sinds anderhalf jaar van een riant pensioen. Maar hij zou alles willen inruilen als hij daarmee zijn vrouw kon terughalen.

 

Ruud Vorstermans (68)

Beroep: gepensioneerd, was werkzaam in de automatisering en als arbeidsdeskundige

Werkte wekelijks: fulltime

Inkomen nu: 3.200 euro netto per maand

Spaargeld: zo’n 50.000 euro

Pensioen geregeld? Ja

 

Je bent sinds 2 augustus 2019 met pensioen. Hoe bevalt dat?

“Ik heb geen seconde last gehad van een zwart gat, sterker nog: ik kom tijd tekort. Ik was er echt aan toe om niet meer van alles te moeten. Dat komt ook doordat ik naast mijn werk jarenlang mantelzorger ben geweest voor mijn vrouw, die uitgezaaide borstkanker had en daar in 2018 aan is overleden.”

 

Wat verdrietig, dat moet een groot gemis zijn.

“Ja, mijn vrouw haalde het beste in me naar boven. We waren bijna 43 jaar getrouwd; wat wij hadden heeft niemand anders. Natuurlijk mis ik haar, maar erin blijven hangen levert niets op. Vier weken na haar crematie ben ik een maand met de caravan naar Italië gegaan. Ik heb een rondrit gemaakt door Toscane, naar de plekken waar we elk jaar met z’n tweeën heen gingen. Een trip down memory lane. Dat is me uitermate goed bevallen.

Ik houd de herinnering aan haar levend. Op onze eerste trouwdag na haar overlijden ben ik in vol ornaat naar haar lievelingsrestaurant gegaan, pak aan, strikje om, en ben ik daar gaan zitten met een foto van haar tegenover me. Dat vond ik prachtig om te doen en dat doe ik nog ieder jaar.”

 

Hoe breng je je dagen door nu je niet meer werkt?

“Om te beginnen wandel en fiets ik veel. Ik heb er een dagelijkse routine van gemaakt om een kilometer of zeven te lopen. Fietsen doe ik op een elektrische fiets, omdat ik zo ook op vakantie in bergachtige omgevingen vooruitkom. En ik heb mezelf een nieuwe hobby cadeau gedaan: legpuzzels van Jan van Haasteren maken. Af en toe koop ik een tweedehands puzzel via Marktplaats of Facebook. Als de verkoper in een straal van twintig kilometer rondom mijn woonplaats Bergen op Zoom woont, ga ik op de fiets. Dan heb ik meteen een doel met mijn fietstochtje.”

En wat doe je verder zoal?

“Sudoku, kruiswoordpuzzels, ik schrijf af en toe gedichten, ik hou een blog bij, ik kook. Mijn vrouw kon uitstekend koken. Toen ze ziek werd, ben ik al haar recepten gaan maken zodat ze aanwijzingen kon geven. Ik heb alles gefotografeerd en daar een kookblog van gemaakt. Met name vlak na haar overlijden heb ik daar erg veel aan gehad. Verder zet ik me in voor de borstkankervereniging. Mijn vrouw deed dat ook, vanaf de dag dat ze borstkanker kreeg tot ze eraan overleed. Dat heeft haar een erelidmaatschap opgeleverd. Ik haal er troost uit om haar werk voort te zetten. Ik houd me met name bezig met een Facebookgroep voor vrouwen met uitgezaaide borstkanker. Omdat ik altijd de zon zie schijnen, probeer ik anderen die dat vermogen niet hebben een andere visie mee te geven. Het leven houdt niet op als je ziek bent; probeer zo veel mogelijk te genieten van wat er nog wél is.”

 

Mis je het werkende leven helemaal niet?

“Nee. Ik heb 46 jaar met heel veel plezier gewerkt, maar het is mooi geweest.”

 

Wat voor werk deed je hiervoor?

“Ik ben in 1975 begonnen bij het toenmalige GAK (gemeenschappelijk administratiekantoor, red.), mijn vader werkte op het hoofdkantoor in Amsterdam. Ik had geen idee wat ik kon doen met mijn hbs-b-opleiding en mijn vader zei: probeer het hier eens. Ik kon proefdraaien bij automatisering en daarin ben ik 25 jaar blijven hangen, om uiteindelijk in een leidinggevende functie te belanden. Maar op een gegeven moment wilde ik iets anders. Begin jaren negentig heb ik in de avonduren drie hbo-opleidingen afgerond; een juridische opleiding op het gebied van personeelszaken, commerciële economie en bedrijfskundig management. Daarna ben ik als arbeidsdeskundige aan de slag gegaan. Eerst bij het toenmalige UWV en later bij een arbodienst. Dat heb ik gedaan tot mijn pensionering.”

 

Deed je dat fulltime?

“Meer dan dat. Ik begon om zes uur ’s ochtends en ging pas na de spits naar huis. Ik maakte werkdagen van rond de twaalf uur. Maar dat is niet voor niks geweest. Al die extra uren leverden 30 procent bonus op en als je een bepaald target haalde, kreeg je nog een riante bonus. Daar kon ik onze eerste caravan van kopen.”

 

Wat was je inkomen voordat je met pensioen ging?

“Mijn salaris was 5.500 euro bruto.”

 

En wat is je inkomen nu, aan AOW en pensioen?

“Op jaarbasis ongeveer 55.000 euro bruto, in de praktijk komt dat neer op 3.200 netto per maand. Ik krijg naast AOW en mijn eigen pensioen een nabestaandenpensioen van 87 euro per maand. Mijn vrouw heeft maar een jaar of vijftien parttime gewerkt.”

 

Ben je blij met wat je krijgt?

“Ik realiseer me iedere dag dat ik een riant inkomen heb. Ik zou alle geld van de wereld willen inruilen om mijn vrouw terug te krijgen, maar dat is geen optie en ik ben hier heel blij mee. Ik kom er goed van rond. Sterker: ik kan iedere maand 1.000 euro opzij zetten. Mijn kinderen, die veel meer verdienen dan ik ooit heb gedaan, zeggen: joh, maak het lekker op, koop eens een nieuwe tv. Maar waarom, worden de programma’s dan beter? Ik geef mijn geld bewust uit. Toen ik weinig geld had kocht ik van alles en nog wat, maar nu ik geld zat heb, lijk ik wel Dagobert Duck.”

Toen we wisten dat mijn vrouw niet meer beter zou worden, zijn we in de zesde versnelling gaan leven

Wat zijn je vaste lasten?

“Aan hypotheek, auto, belastingen, verzekeringen en abonnementen ben ik maandelijks rond de 1.500 euro kwijt.”

 

Waar geef je nog meer geld aan uit?

“Ik ga graag uit eten of naar het theater. Nu, in coronatijd, laat ik soms eten thuisbezorgen. Verder ga ik regelmatig op vakantie. De caravan staat alweer voor de deur om twee maanden naar de Veluwe te gaan.”

 

Hoeveel spaargeld heb je?

“Ongeveer 50.000 euro. Dat was veel meer, maar toen we wisten dat mijn vrouw niet meer beter zou worden, zijn we in de zesde versnelling gaan leven. Daarvóór deden we al heel veel, maar in plaats van naar een concert in De Kuip gingen we nu bijvoorbeeld naar concerten in Londen, Düsseldorf of Dublin. Gewoon om het nog memorabeler te maken. We hebben ook reizen gemaakt naar Amerika en Indonesië. In pakweg zes jaar tijd hebben we zo een kleine ton aan spaargeld opgemaakt. Mijn vrouw had daar weleens moeite mee, die was bang dat we niet genoeg overhielden voor het onderhoud van ons huis. Maar ik wilde er samen van genieten en herinneringen maken. Daar heb ik nog dagelijks plezier van. Ik denk dat ze trots op me zou zijn, omdat ik ondanks het gemis volop van het leven geniet.”

Volgende publicatie:
“Als een werkgever in beweging komt, ga ik helemaal los”

“Als een werkgever in beweging komt, ga ik helemaal los”

Gepubliceerd op: 12 maart 2021

De mensen achter je pensioen

 

‘Werk jij in de pensioensector? Goh, spannend…’ Vooroordelen genoeg over het werk voor een pensioenfonds of -uitvoerder. Misschien niet helemaal terecht, blijkt uit een serie portretten van de mensen die er dagelijks werken. Zoals relatiemanager Marco Alberts: “Ik mag mensen vanuit mijn hart adviseren.”

 

Wat houdt jouw functie in?

“Werkgevers hebben op grond van wetgeving een verantwoordelijke rol voor het vergroten van het pensioenbewustzijn van hun werknemers en het verbeteren van de pensioencommunicatie. Zij zijn daarbij ook het eerste aanspreekpunt voor hun werknemers met pensioenvraagstukken. Ik help hen die rol oppakken en invullen. Globaal houdt dat in dat ik werkgevers attendeer op de wetgeving die voor hen geldt en deze ook inzichtelijk maak. Ik ben daarmee in feite een belangrijke schakel tussen pensioenfonds en werkgevers.”

Loop je de deur plat loopt bij werkgevers?

“Nee, zeker niet. Relatiemanagers bezoeken werkgevers een of twee keer per jaar, afhankelijk van de behoefte, en bespreken dan zaken als de ontwikkelingen van de secundaire arbeidsvoorwaarden op het gebied van pensioen.”

 

En daar word je blij van?  

“Het triggert me om die werkgever in beweging te krijgen.”

 

Want ze zitten liever stil?

“Wat ik nu doe, durfden we vroeger niet: ik spreek de werkgevers echt aan op hun verantwoordelijkheid. En ik moet zeggen dat dat goed lukt. Gelukkig maar, want het is in Nederland nu eenmaal zo dat mensen bij het woord pensioen direct roepen dat dat nog heel lang duurt. ‘Daar hoeven we nu niet bij stil te staan’, hoor ik dan. Ik leg dan uit dat het niet alleen draait om ouderdomspensioen, maar dat je van het pensioenfonds ook een inkomensvoorziening krijgt voor nabestaanden bij overlijden en een inkomensvoorziening bij arbeidsongeschiktheid.
En ik vind het juist de uitdaging om dat over de bühne te brengen bij de werknemers. En daar heb ik de werkgever voor nodig. Hij of zij moet het belang inzien van financiële fitheid van de medewerkers.”

 

En hoe help jij die werkgever precies?

“Er zijn verschillende tools, maar ik trek geen tas met allemaal leuke dingen open om lukraak wat uit te delen. Ik ga eerst na wat de werkgever precies wil doen. Om vervolgens op maat in te spelen op die wensen en behoeftes. En dat is bijvoorbeeld de pensioenacademie waarmee we de pensioenkennis van de afdeling HR oppoetsen.”

 

Als ze onze service niet willen dan niet. Dan is het klaar ook. Dit partnership moet van twee kanten komen. Klinkt misschien wat cru, maar we doen het samen of we doen het niet.

Zijn er ook werkgevers die geen trek hebben in jouw adviezen?

“Niet zo veel, maar er zijn er die hun werknemers linea recta naar het pensioenfonds sturen. Nou prima, als ze onze service niet willen dan niet. Dan is het klaar ook. Dit partnership moet van twee kanten komen. Klinkt misschien wat cru, maar we doen het samen of we doen het niet.”

 

Vind je dat je genoeg uitdaging hebt in deze job?

“Pensioen is complexe materie. Daardoor haken deelnemers simpelweg af. Onze uitdaging is om pensioen toegankelijk te maken. Dat maakt het voor werkgever en werknemer makkelijker om in actie te komen. Daardoor ben ik een soort gids. Het moment dat een werkgever het belang van advies inziet en mij vraagt te helpen, vind ik een van de mooiste dingen van mijn werk. Dan ga ik los.”

 

Je werkte eerst bij commerciële verzekeringen, hoe kom je dan hier terecht?

“Waar ik werkte waren targets en omzet belangrijk. De mens niet. En daar had ik heel veel moeite mee. Ik wilde niks adviseren of verkopen als ik wist dat het niet bij die persoon paste. Als relatiemanager mag ik nu werkgevers vanuit mijn hart adviseren.”

Wat neem jij mee uit die commerciële ervaring?

“Ik ben duidelijk, zeg de dingen zoals ze zijn. Ik spreek werkgevers dus ook rechtstreeks aan op hun verantwoordelijkheid en laat tegelijk ook zien wat hun inzet oplevert. Wat de winst is. Dus “what’s in for you”. Dan ontstaat er vanzelf een gesprek.”

 

Maak jij nou echt het verschil voor mensen?

“Kijk, het innen van de premie en het uitbetalen van pensioen is niet zo spannend. Even los van het feit dat we miljarden euro’s beleggen. Maar wat ik doe is pensioenbewustzijn creëren. Ik laat mensen inzien dat je ná je dood simpelweg geen nabestaandenpensioen meer kunt regelen. En dat je een aardige cent misloopt als je geen arbeidsongeschiktheidspensioen regelt en dan plots gewond raakt op de bouwplaats. En kom je er ná je pensioengerechtigde leeftijd achter dat je toch wat weinig pensioen krijgt? Dan kunnen we daar niks meer aan doen. Als dat kwartje valt bij de werkgever, dan zie ik de radertjes draaien en weet ik dat de start van bewustwording is ingezet. Ten gunste van die werknemers, want die krijgen daar vervolgens informatie over.”

 

Lopen mensen van je weg op een feestje, als ze horen wat je doet?  

“Nee, in tegendeel. Ik krijg altijd vragen. Mensen willen juist weten waar hun geld blijft, of waarom we niet indexeren. Hoe kan het dat jullie misschien moeten verlagen, hoor ik ook vaak. Of ze willen weten waarom er een nieuw pensioencontract komt.”

 

En wat zeg je dan?

“Mensen weten vaak wel dat ABP 493 miljard in kas heeft. Dat is waanzinnig veel geld. Maar wat ze niet in de gaten hebben is dat als iedereen maar langer blijft leven, we niet uit die pensioenpot kunnen blijven betalen. Die raakt echt een keer leeg. Antwoord geven op al die vragen is ook wel een sport, anders ben je geen relatiemanager.”

Volgende publicatie:
Voor betaalbare AOW moeten mannen meer zorgtaken op zich nemen

Voor betaalbare AOW moeten mannen meer zorgtaken op zich nemen

Gepubliceerd op: 12 maart 2021

Hoe Nederland zich de komende jaren ook demografisch ontwikkelt: de AOW wordt steeds minder betaalbaar. Tenzij de vrouwelijke parttimers meer uren gaan maken en Nederlanders gemiddeld langer doorwerken, betoogt Johan Barnard, APG’s Head International Public Affairs. De AOW wordt elk jaar opgebracht door de werkende Nederlanders dus hoe meer er gewerkt wordt, hoe makkelijker de AOW te dragen is. Mannen moeten dan wel meer zorgtaken op zich nemen. En ‘in deeltijd met pensioen gaan’ zal voor de lagere inkomens fiscaal aantrekkelijker moeten worden.     

 

In 2020 verscheen “Bevolking 2050 in beeld: drukker, diverser en dubbelgrijs” van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het rapport schetst verschillende scenario’s: hoe ontwikkelt de migratie zich? Hoeveel kinderen krijgen we gemiddeld, en hoe oud worden we? Vervolgens voorspelt het rapport de impact van die scenario’s  op de omvang en samenstelling van de Nederlandse bevolking.

 

Die voorspelde demografische ontwikkeling maakt nog eens duidelijk dat de AOW in alle scenario’s minder betaalbaar wordt. In tegenstelling tot pensioen dat je opbouwt via je pensioenfonds worden de AOW-uitkeringen in principe elk jaar gefinancierd door de premies en belastingen die bij de werkenden geïnd worden (omslagstelsel). Een vergrijzende bevolking betekent minder werkenden, die feitelijk de AOW moeten betalen voor een grotere groep Nederlanders. In 2020 waren er bijvoorbeeld bijna 3,4 potentieel werkenden per AOW-er, terwijl de centrale CBS-prognose voor 2050 uitkomt op iets meer dan 2,7. De druk op de financierbaarheid van de AOW neemt dus toe.

 

Uit het rapport wordt ook duidelijk dat een grotere omvang of gunstigere samenstelling van de bevolking niet genoeg zal zijn om dit probleem op te lossen – zelfs in het meest positieve scenario, met het hoogst aantal werkenden. Bovendien zijn belangrijke factoren als kindertal en migratie maar lastig te sturen. Nederland zal de oplossing voor het probleem van de financierbaarheid van de AOW dus in een andere richting moeten zoeken.  

 

Aan welke knoppen kan de overheid nog draaien? In theorie kun je de AOW-leeftijd nog sneller verhogen, de AOW zelf verlagen of de premies  en belastingen voor de AOW fors verhogen. Maar er zijn oplossingen die meer zoden aan de dijk zetten, die erop gericht zijn om mensen die kúnnen werken, ook daadwerkelijk aan het werk te houden of krijgen. Daarbij zijn vooral oudere werknemers en vrouwen interessant.

 

Nederland streeft naar een situatie waarin we later met pensioen gaan, zo dicht mogelijk tegen de – langzaam stijgende – AOW-leeftijd aan. Die trend zíen we ook. Maar het blijkt niet voor iedereen even makkelijk om later te stoppen met werken. Op de lange termijn kun je iets aan dat probleem doen door meer periodieke training en scholing tijdens de loopbaan, zodat mensen op tijd nieuwe richtingen kunnen inslaan en minder makkelijk vastlopen.

 

Mogelijkheden die op kortere termijn kunnen helpen, zijn bijvoorbeeld demotie
– teruggaan uit een hogere functie naar een lagere – en/of deeltijdaanstellingen. Een werknemer moet dan natuurlijk wel genoeg inkomen overhouden. Voor degenen die dan onder een bepaald inkomensniveau terecht zouden komen maar wel in de gelegenheid zijn om het aanvullende pensioen naar voren te halen, kun je deeltijdpensioen fiscaal aantrekkelijker maken. Op die manier voorkom je dat  hele volksstammen van die mogelijkheid gebruik gaan maken – en de arbeidsparticipatie juist daalt – maar help je wel de mensen die echt niet meer zoveel  kúnnen werken.

 

In geen OESO-land wordt er zoveel in deeltijd gewerkt als in Nederland. Ook is er geen ander land waarin het aandeel van vrouwen in het totale aantal parttimers zoveel groter is dan dat van mannen (zie ook het OESO-rapport “Part-time and Partly Equal: Gender and Work in the Netherlands”).  Een rapport van het ministerie van SZW en OCW van vorig jaar gaat ook uitgebreid in op die grote voorkeur in Nederland voor anderhalve baan per gezin, waarbij mannen voltijds werken en vrouwen parttime – en vrouwen het leeuwendeel van het onbetaald huishoudelijk werk en overige zorgtaken voor hun rekening nemen. Het rapport schetst wat er voor alternatieven kunnen zijn, maar laat de keuze aan de politiek.

 

Wanneer die keuzes gemaakt worden, wellicht al in de kabinetsformatie, zal men moeten meewegen wat de gevolgen daarvan zijn voor de betaalbaarheid van met name de AOW. Als we kiezen voor meer gelijkheid tussen mannen en vrouwen en vrouwen stimuleren meer te gaan werken, pakt dat ook goed uit voor pensioen. In de ideale situatie stijgt het aantal gewerkte uren per gezin, waarbij het aantal uren van man en vrouw dichter bij elkaar komt te liggen. En álle Nederlanders die daartoe in staat zijn, zullen  gestimuleerd moeten worden om daadwerkelijk tot de pensioendatum door te werken. Voor wie dat niet kan, en daardoor risico op armoede gaat lopen, hebben we oplossingen nodig. En als we willen dat vrouwen meer uren (betaald) gaan werken en niet omvallen, zullen ze daartoe in staat gesteld moeten worden. Dat kan alleen als mannen meer zorgtaken op zich nemen, en we ook de samenleving beter daarop inrichten – het basisonderwijs en de kinderopvang bijvoorbeeld maar ook de (financiële) waardering van mantelzorg.

 

Een prettig – maar niet onbelangrijk -  bijeffect is dan, dat ook de bestaande ‘gender pension gap’ in aanvullende pensioenen van pensioenfondsen een stuk kleiner kan worden.

Volgende publicatie:
Verkiezingen en pensioen

Verkiezingen en pensioen

Gepubliceerd op: 3 maart 2021

Dit zeggen de politieke partijen over uw inkomen voor nu, straks en later

 

 

Op 17 maart vinden de Tweede Kamerverkiezingen plaats. Hét moment om invloed uit te oefenen, ook op het inkomen voor later. Wat zegt de VVD over de AOW? Hoe kijkt het CDA aan tegen meer keuzevrijheid in pensioen? Wat voor soort pensioenstelsel wil D66?

 

 

 

 

Volgende publicatie:
“Ik kan niets doen voor mijn pensioen, al zou ik willen”

“Ik kan niets doen voor mijn pensioen, al zou ik willen”

Gepubliceerd op: 3 maart 2021

Hoe ga je om met werk en geld voor nu en later? Leef je bij de dag of plan je doelbewust je financiële toekomst? En regel je ‘later’ zelf, of ben je aangesloten bij een pensioenfonds?

Alexander Mullenders had een eigen bedrijf, maar moet nu rondkomen van een WIA-uitkering.

 

Alexander Mullenders (48)

Beroep: Momenteel geen, voorheen interim-manager en adviseur op het gebied van marketing, sales en klantenservice

Werkt wekelijks: Niet, hij heeft een burn-out

Inkomen: WIA-uitkering à 990 euro per maand

Spaargeld: Geen

Pensioen geregeld? Nee

 

Hoe ben je arbeidsongeschikt geraakt?

“Ik belandde in een burn-out en depressie toen ik financieel aan de grond zat. Het ging mis toen ik mijn bedrijf wilde uitbreiden door een ander bedrijf over te nemen. Het was een vof met bestaande contracten waarvan ik dacht dat die gewoon overgezet konden worden, maar dat bleek bij een vof niet zo te werken. Alle klanten konden dus vertrekken, en dat deden ze ook.”

 

En toen zat jij met een bedrijf zonder omzet?

“Ja, terwijl ik wel flinke investeringen had gedaan. Er kwam helemaal niets binnen en ik kon de aflossingen niet betalen; dan gaat het hard met je geld. Ik heb een aantal jaar geprobeerd om de boel op de rit te krijgen en ben zelfs nog een tijdje voor een baas gaan werken om toch wat te verdienen, maar ik was toen al helemaal opgebrand. Je kunt je niet voorstellen hoe het is om dag in dag uit geldstress te hebben. Je bent alleen maar bezig met overleven. Ik denk dat negen van de tien mensen eraan onderdoor gaan. Je leeft constant in angst dat er weer een deurwaarder voor je deur staat en er weer een brief van een incassobureau op de mat valt. En dan heb ik het nog niet eens over de schaamte. Het heeft een jaar of vier, vijf geduurd voordat ik hulp durfde te vragen.”

 

Hoeveel schuld had je tegen die tijd?

“Ongeveer 150.000 euro.”

 

Hoe ben je eruit gekomen?

“Na veel gedoe heb ik uiteindelijk schuldhulpverlening gekregen vanuit de gemeente Den Haag. Jarenlang heb ik geleefd van het absolute bestaansminimum. Nu is het traject afgerond, maar er zijn nog steeds enkele onbetaalde rekeningen uit die tijd die inmiddels zo hoog zijn geworden dat die weer nieuwe problemen opleveren. Ik ben nog niet helemaal uit de geldstress.”

 

Nu ontvang je een WIA-uitkering, voor gedeeltelijk arbeidsgeschikten.

“Ja, dat is ongeveer 990 euro per maand, maar over drie maanden loopt deze uitkering af. Dan ga ik naar 70 of 80 procent van het bijstandsniveau, wat neerkomt op 852 euro. Ik kan al amper rondkomen van die 990. Het scheelt dat mijn hypotheek nog geen 200 euro is, maar als de rente ineens flink zou stijgen, zou ik in de problemen komen.”

 

Hoe ga je dat doen?

“Geen idee, ik denk dat ik wel móét gaan werken. Ik krijg geen bijstandsaanvulling vanuit de gemeente omdat ik een koopwoning heb. Verkoop eerst je woning maar, zeggen ze dan. Dat vind ik krom, want als ik mijn huis verkoop heb ik recht op een sociale huurwoning en huurtoeslag, en dat kost de maatschappij uiteindelijk veel meer. De overheid is zo gefocust op zorgen dat er niet één euro verkeerd terechtkomt, dat veel geld niet aankomt bij mensen die het eigenlijk wel nodig hebben. Ik wil absoluut niet pleiten voor zomaar kwijtschelden, maar ik vind wel dat er een verkeerd beeld heerst van mensen met schulden. Het zijn echt geen profiteurs die niet met geld kunnen omgaan. De meesten zijn plotseling in een schrijnende situatie terechtgekomen, bijvoorbeeld doordat ze hun baan of partner verloren.”

 

Hoeveel verdiende jij voorheen?

“Toen ik nog ondernemer was verdiende ik zonder problemen tussen de 8.000 en 10.000 per maand. Ik ging heel vaak uit eten, lekker uitgebreid op wintersport, wekenlang op zomervakantie, droeg nette pakken en schoenen. Daar hoefde ik allemaal niet over na te denken. Het contrast is enorm. Ik ben vandaag jarig, maar ik kan niet eens bedenken wat ik zou willen vragen. Ik denk niet meer aan nieuwe schoenen, kleding of een luchtje. Ik heb geen wensen meer, omdat ik weet dat ik toch niets kan kopen.”

 

We hoeven vast niet te vragen hoeveel spaargeld je hebt…?

“Ik spaar niet, nee. Ik kom elke maand net uit. Als er iets onverwachts gebeurt, stort het hele kaartenhuis in elkaar.”

 

Wat is je toekomstplan?

“Ik ben me momenteel aan het omscholen vanuit het UWV, om mijn cv een beetje te upgraden zodat ik een beleidsadviserende functie kan krijgen. Ik heb een stichting opgezet, Stichting Scipova, waarmee ik de schuldhulpverlening probeer te verbeteren. Dat hoop ik in de toekomst betaald te kunnen doen. Ik heb zelf zo verschrikkelijk veel meegemaakt; ik wil voorkomen dat anderen hetzelfde moeten doormaken. Het zou al helpen als beleidsmakers vaker met ervaringsdeskundigen zoals ik praten voordat ze nieuwe plannen opstellen die mensen met schulden moeten helpen. Daar wil ik me hard voor maken.”

 

Ben je bezig met je oude dag?

“Ik zou wel willen, ik weet alleen niet hoe. Ik heb altijd geroepen dat ik voor mijn 50e wilde kúnnen stoppen met werken, maar dat zit er niet in. Ik had een flinke zak geld op mijn rekening staan, dat is allemaal verdwenen. Wel heb ik een appartement op een aantrekkelijke plek, ik verwacht dat dat over een x-aantal jaar veel meer waard is. Verder is voor mij nu eigenlijk alleen AOW beschikbaar en een heel klein pensioentje van de paar jaar als werknemer aan het begin van mijn carrière. Maar als ik straks een baan krijg en 600 euro in de maand meer heb om uit te geven, dan kan ik makkelijk een paar honderd euro per maand sparen.”

 

Is dat genoeg?

“Dat weet ik niet. Als ik twintig jaar lang 200 euro in de maand kan sparen, zou het wellicht genoeg kunnen zijn. Op dit moment draait mijn leven om de korte termijn, ik heb de luxe niet om verder vooruit te kijken. Ik kan gewoon geen cent opzijzetten. Gelukkig heb ik nog wel even. En het scheelt dat ik inmiddels gewend ben aan rondkomen van heel weinig.”

 

Volgende publicatie:
Medewerkers financieel fit houden met Geldvinder

Medewerkers financieel fit houden met Geldvinder

Gepubliceerd op: 2 maart 2021

Het online platform Geldvinder maakt het mogelijk om op een laagdrempelige en proactieve manier te werken aan de financiële fitheid van medewerkers. Zo kunnen zij bewust aan de slag met persoonlijke financiële doelen voor nu, straks en later. Dit initiatief van APG, in samenwerking met twintig partners, is vandaag officieel gelanceerd.

 

APG en partners stellen Geldvinder aan werkgevers beschikbaar, omdat zij waarde hechten aan het maatschappelijke belang om Nederland financieel fitter te maken. Bij de lancering van Geldvinder zijn werkgevers en organisaties betrokken vanuit meerdere sectoren, waaronder de gemeenten, provincies, energie- en watersector, ministeries, universiteiten, UMC’s en het onderwijs.

 

Financieel Fit
Richard Coonen, manager business development Geldvinder: “Naast de fysieke en mentale fitheid, is de financiële fitheid van mensen erg belangrijk. Met Geldvinder nemen medewerkers op een toegankelijke manier de regie over hun financiële situatie. Dat zorgt voor minder stress over geldzaken, minder uitval en meer vitaliteit op de werkvloer. Omdat we Geldvinder in co-creatie neerzetten, kijken we continu met werkgevers waar de behoeften van medewerkers liggen op financieel vlak. Zo creëert het platform een persoonlijk dashboard aan de hand van een financiële fit-test, waarin mensen zelf doelen kunnen toevoegen en de voortgang ervan kunnen bijhouden. Een handig ‘swipe’ systeem helpt daarbij onderwerpen te vinden die relevant zijn voor de persoonlijke situatie.”


Doel van het platform
In elke levensfase lopen mensen tegen andere uitdagingen op het gebied van geldzaken aan. Op een laagdrempelige manier en in duidelijke taal stimuleert het platform om zelf tot actie over te gaan. Geldvinder onderscheidt zich hiermee van andere initiatieven, zoals rekentools en financiële planners, doordat ‘activering’ centraal staat. Zo kunnen mensen zelf verschillende financiële doelen kiezen die ze willen bereiken, zoals een buffer opbouwen, het kopen van een eerste huis of een schuld afbetalen. Ook nadenken over je pensioen is een mogelijkheid. Vervolgens worden deze doelen vertaald in eenvoudige, haalbare stappen om zelf actie te ondernemen. Overigens geeft Geldvinder daarbij geen financieel advies in de zin van de Wet op het Financieel Toezicht en maakt geen vergelijkingen tussen, of verwijzingen naar, financiële producten of financiële leveranciers.


Investeren

APG is, met strategische partners, volop aan het bouwen aan nieuwe diensten om mensen te helpen hun financiën zo goed mogelijk in te richten. Een activerende aanpak is daarbij belangrijk, zodat mensen gericht over hun eigen financiële toekomst nadenken. Daarmee vormt Geldvinder een waardevolle aanvulling op bestaande initiatieven zoals Prikkl en www.kandoor.nl, waar per jaar meer dan 600.000 vragen worden beantwoord via een slimme chatbot en vrijwillige gidsen. APG zal, als vertrouwde gids, blijven investeren in bestaande en nieuwe innovaties om werkgevers en medewerkers verder te ondersteunen. 

 

Ga voor meer informatie over het platform en alle co-creatie partners naar www.geldvinder.nl/werkgevers

Volgende publicatie:
“Vrije tijd vind ik belangrijker dan veel verdienen”

“Vrije tijd vind ik belangrijker dan veel verdienen” Tekstschrijver Erica (45) over werk en geld

Gepubliceerd op: 24 februari 2021

Serie: Werk & Geld

 

Hoe ga je om met werk en geld voor nu en later? Leef je bij de dag of plan je doelbewust je financiële toekomst? En regel je ‘later’ zelf, of ben je aangesloten bij een pensioenfonds?

Erica Pierik, (tekst)schrijver, houdt haar lasten zo laag mogelijk om vaker vrij te hebben.

 

Erica Pierik (45)

Beroep: (tekst)schrijver

Werkt wekelijks: tussen de 15 en 30 uur per week. Gemiddeld 1 dag in de week als tekstschrijver, de rest van de tijd als schrijver van boeken.

Inkomen: rond de 1500 à 1600 euro per maand

Spaargeld: 4000 euro gezamenlijk, 10.000 euro privé

Pensioen geregeld? Ja

 

Wat doe je precies als schrijver en tekstschrijver?

“Ik schrijf boeken. Mijn eerste, Een boek over wereldvrede, ging over mijn zoektocht naar een mooiere, duurzame wereld. Mijn tweede is bijna af en gaat meer over wereldvrede in het klein, over mijn pogingen om rust te vinden in mijn hoofd en uiteindelijk ook in mijn leven. Om daarnaast wat geld binnen te krijgen, doe ik schrijfklussen voor bijvoorbeeld gemeentes.”

 

Kom je daarvan rond?

“Ik heb berekend dat als ik maandelijks voor zo’n 1200 à 1300 euro aan opdrachten krijg, ik goed in mijn onderhoud kan voorzien. Dat lukt meestal wel.”

 

Ben je blij met je inkomen?

“Het is voldoende. Wij vinden tijd belangrijker dan geld. We hebben echt ons best gedaan om de grote kosten, zoals de hypotheek, zo snel mogelijk omlaag te brengen. We zijn ook bijna energieneutraal. De investeringen die we gedaan hebben, zorgen nu voor veel financiële rust. We hoeven niet veel te werken. Ik geef mezelf ‘vrij’ wanneer ik daar zin in heb.”

 

Hoeveel spaargeld heb je?

“We hebben een gezamenlijke buffer van 4000 euro, elk een eigen buffer én een beleggingsrekening waarop 20.000 euro staat. Die laatste willen we laten groeien zodat we over jaar of tien, vijftien minder kunnen werken en kunnen leven van de opbrengst. Mijn zakelijke buffer is ruim 10.000 euro, daar kan ik zeker een maand of zeven van rondkomen als ik geen andere inkomsten heb. Mijn man heeft een buffer van zo’n 3000 euro.”

 

Wat zijn jullie vaste lasten?

“We komen rond van zo’n 2000 euro per maand. De hypotheek van ons huis in Amsterdam-West hebben we bijna afgelost, we betalen nu nog maar 150 euro per maand. De overwaarde van het huis waarin we hiervoor woonden, hebben we in het nieuwe huis gestopt. We hebben bewust de keuze gemaakt om de helft kleiner en goedkoper te gaan wonen. Naast onze hypotheek hebben we als vaste lasten de VvE, internet, telefoonabonnement, verzekeringen en onze private lease-auto.”

Hoe verdelen jullie die lasten?

“Mijn man heeft een vaste baan als hogeschooldocent en teamleider, waarmee hij netto zo’n 2700 euro per maand verdient. Hij draagt iets meer bij aan de huishoudpot dan ik. Hij werkt overigens bewust niet meer dan vier dagen per week.”

 

Waar geef je nog meer geld aan uit?

“Als schrijver is mijn laptop heel belangrijk. Ik heb nu ook een vrij prijzige Apple Watch aangeschaft die me motiveert om meer te bewegen, aangezien ik, zeker in coronatijd, veel achter de computer zit. Verder besteed ik wel wat geld aan mijn hobby art-journallen, maar dat gaat vooral om mooie pennen en washi-tape, dat zijn geen kapitale bedragen.”

 

Wat regel je voor later?

“Eerlijk gezegd denk ik dat tegen de tijd dat ik eindelijk met pensioen mag, de pensioengelden grotendeels verdampt zullen zijn. De AOW lijkt me ook niet houdbaar, nu steeds minder werkenden voor een steeds grotere groep ouderen moeten betalen. Volgens mij is de beste pensioenvoorziening om zo min mogelijk lasten te hebben en zo min mogelijk wensen. Maar dat weerhoudt me er niet van om toch geld opzij te zetten. Elke maand leg ik 150 euro in bij BrightPensioen, en dat wordt voor me belegd. Daarnaast heb ook nog wat pensioen opgebouwd bij ABP uit de tijd dat ik bij de gemeente Almere werkte en daarvoor bij Kunstenaars&Co, nu Cultuur en Ondernemen.”

 

Hoeveel krijg je straks per maand als je gepensioneerd bent?

“Ik heb nu 11.100 euro ingelegd bij Bright. Vanaf 67 jaar en 3 maanden krijg ik zoals het er nu voor staat 1625 euro netto per maand, inclusief AOW.”

 

Wat zou je nog beter kunnen doen voor je pensioen?

“Onze vaste lasten kunnen nog lager en ik zou wat meer willen beleggen. Maar ik denk dat ik vooral niet te veel moet willen, later. Als ik al die mensen hoor die zeggen dat ze de wereld rond willen reizen als ze met pensioen zijn, dan denk ik: joh, tegen die tijd heb je stramme benen of reuma, dan wil je dat toch allemaal niet meer? Als schrijver kan ik tot op hoge leeftijd mijn werk blijven doen, en dan heb ik niet veel meer nodig dan mijn laptop. Daar houd ik me aan vast. Een laptop, internet, drie keer per dag een maaltijd en een dak boven mijn hoofd, dat is alles wat ik nodig heb.”

Volgende publicatie:
"Mijn leven moest spannender"

"Mijn leven moest spannender"

Gepubliceerd op: 15 februari 2021

Als met pensioen gaan enorm tegenvalt

Het gevreesde zwarte gat en hoe je daaruit herrijst

 

Pensioen. Eindelijk doen waar je zin in hebt. Dat blijkt voor heel wat mensen lastiger dan gedacht. Sommigen vallen in een ‘zwart gat’. Hoe voorkom je dat? En kun je er weer bovenop komen? De gepensioneerde Joep Athmer heeft het antwoord op die vragen. Aan den lijve ondervonden toen hij de bodem van het gat raakte. “Ik zorg er nog elke dag voor dat mensen me zien, dat ik van waarde blijf.”

 

“Dagen zonder deadline, met tijd in overvloed, terwijl die tijd – omgekeerd – in volume snel slinkt. Zet het kleiner worden van de ­wereld zich voort? De horizon smaller?” Was getekend: journalist Wim Boevink, die zich als prepensionado in zijn column in Trouw afvroeg hoe de dagen er na je pensioen uitzien. Eenmaal gepensioneerd zei hij in een interview: “Die pensioendatum ligt al jaren vast, dat heeft ook wel iets moois. Ik denk dat het goed is om niet te lang door te gaan, je moet niet op je succes blijven teren. Je moet ook een keer gaan, gewoon.”

Gewoon gaan bleek voor Joep Athmer niet zo eenvoudig. Hij was directielid bij een groot internationaal opererende multinational en vloog regelmatig naar verre, spannende bestemmingen. “Met de baan die ik had, groei je maar door en door. Je denkt dat je onaantastbaar bent, maar als je dan met pensioen gaat, is alles opeens weg. In één keer zak je van iemand met waardering, belang, iemand die iedereen kent, terug tot ‘dit is gewoon Joep Athmer’. Daar had ik het moeilijk mee.”

Waar ging het mis?

“Ik ging een half jaar vóór mijn pensionering al richting dat gevreesde zwarte gat. Ik leidde nog een belangrijk laatste project op mijn werk, vervreemde van mijn vrouw en kinderen en vond alles in het leven leuker dan dat wat ik al had. Het was een combinatie van de angst voor wat komen ging en de spannende dingen die op mijn pad kwamen. En over dat gevoel sprak ik niet thuis.

Plotseling wilde ik van alles inhalen, een eigen, nieuw leven opbouwen. Alles moest anders. Ik haalde mijn motorrijbewijs en ontmoette nieuwe mensen. Ik dacht er niet over om terug te keren naar een leven met huisje-boompje-beestje. En ik heb dat best een tijd volgehouden. Tot ongeveer driekwart jaar na mijn pensionering. Op mijn dieptepunt heb ik zelfs een half jaar op mezelf gewoond. Ik was gewoon even de weg kwijt.”

Joep Athmer

Hoe kijk je terug op die tijd?
“Ik ben mezelf flink tegengekomen. En dat terwijl ik jarenlang leiding heb gegeven en mensen heb gecoacht. Ik was half psycholoog en half priester, en zei op die momenten de juiste dingen tegen medewerkers. Maar zelf wist ik gewoon niet wat ik moest doen om daar uit te komen.

 

Ik kwam erachter dat ik veel weggooide. Dat ik veel gelukkiger zou zijn met een leven met alles dat ik had opgebouwd en wat ik lief had, dan een leven vol feesten. Met de hulp van twee mensen die mij nooit hebben bekritiseerd heb ik mijn weg teruggevonden. En vind ik het geluk nu in kleine dingen. Dat was geen makkelijke weg. Want trots en gezichtsverlies stonden in de weg. Ik moest daarvoor echt boven mezelf uitstijgen. ”

 

Heb je hulp gezocht?
“Samen met mijn vrouw heb ik een Pensioen in Zicht-cursus gevolgd. Voor ons ging het dieper dan nadenken waar we naartoe wilden op vakantie: het was ook een manier om de verhoudingen binnen de relatie opnieuw te bekijken. Dat was nodig om samen verder te kunnen, als partners en als gezin.

Het deed me trouwens goed om tijdens de cursus te zien dat ook andere mannen en vrouwen uit leidinggevende posities, ieder op hun manier, worstelen met hetzelfde: ‘doe ik er nog toe?’.

 

Veranderden de rollen?
“Ik was eerlijk gezegd meer met mijn werk getrouwd dan met mijn vrouw. Maar dan zit je na je pensionering thuis, zonder die belangrijke functie. Je gezin kent je al dus die doen normaal en verwachten dat jij ook de vaatwasser uitruimt. Daar heb ik echt aan moeten wennen.”

Het kost me veel moeite om een dag niks te doen

Inmiddels ben je twee jaar met pensioen, hoe zien je dagen er nu uit?
“Het kost mij veel moeite om een dag niks te doen, om een boek te lezen. Terwijl ik rationeel tegen mezelf zeg ‘kom op Joep, je hebt 41 jaar lang hard gewerkt, dus dat mag nu best’. Ik wil iets actiefs doen, iets nuttigs. Ook heb ik structuur nodig. Dus plan ik elke dag iets in mijn agenda, zakelijk en privé. Dat geeft me rust. En het lukt me steeds beter om steeds meer privédingen in te plannen.”

Ben je ook nog aan het werk?
“Ik zit niet stil, dat is zeker. Ik ben mantelzorger voor een oudere buurman, voorzitter van een museum en lid van een fietsclub. Ook heb ik diverse opleidingen gevolgd, omdat ik vind dat je nooit te oud bent om te leren. Momenteel heb ik een stuk of vijf freelanceklussen waarin ik professionals en (familie)bedrijven adviseer en coach. Ik bemoei me gewoon nog graag overal mee!”

Wat brengt jou dat?
“Ik zorg dat mensen me zien, dat ik van waarde blijf. En dat gaat verder dan de status die ik had. Natuurlijk vond ik het mooi om op het schild gehesen te worden, rond te reizen in de wereld van Peter Stuyvesant en de machtigen der aarde te ontmoeten. Maar wat ik echt wil, is mensen trainen, ervaring overdragen en van nut zijn. Daar geniet ik enorm van.”

En dat kan gewoon als Joep?
“Zeker. Ik heb nu geen twee secretaressen die ik taken kan geven. Ik heb geen 380 mensen waar ik op terug kan vallen. Als ik ergens aan begin, dan doe ik het zelf. Vanuit mijn kracht en kennis. En ik vind dat heerlijk. Ik ben er fysiek en mentaal nog lang niet klaar voor om achter de spreekwoordelijke geraniums te gaan zitten.”

Is dat verloren gevoel van het zwarte gat dan helemaal weg nu?

“Ik worstel nog steeds met het feit dat ik met pensioen ben. Het is lastig om de juiste balans te vinden. Maar ik heb daar wel een trucje voor gevonden, ik maak namelijk van alles een project dat ik inplan. Ook als ik een boek ga lezen. Maar ik vind dat ik ook dat moet doen.”

Waarom?
“Een oud-baas van mij pakte in het begin van zijn pensioen ook alles vast. ‘Maar’, zei hij tegen mij, ‘er komt een moment, fysiek en geestelijk, dat je het niet meer bij kunt benen. Dus wapen je daarvoor. Plan in dat dat gaat gebeuren.’ Dus daar ben ik nu ook mee bezig. Een beetje dwangmatig lees ik nu dus ook dat boek, volgens schema om drie uur ’s middags.”

Heb je tips voor andere prepensionado’s om dat pensioen een beetje ongeschonden in te gaan?

“Heel belangrijk: neem iemand in vertrouwen om over je gevoel en zorgen te praten. Ten tweede: ga al tijdens de laatste jaren van je werkzame leven op zoek naar hobby’s, cursussen en nevenactiviteiten. Want dan  sta je middenin de maatschappij en kennen mensen je nog. Juist dat is het moment om die hengel uit te gooien. Wacht je tot na je pensioen, dan vergeten mensen je. Dat zie ik bij gepensioneerde vrienden van mij gebeuren. Die zijn na twee jaar het tuinieren zat, willen weer een functie vervullen, maar komen er niet meer tussen.”

 

 

 

Eerder verschenen in de reeks Met Pensioen: Deel 1, de voorbereiding - ‘Met pensioen gaan mag ook lastig zijn’ | APG

Syndroom

Met pensioen gaan vergt niet alleen een aanpassing voor de gepensioneerde . Ook de partner moet eraan wennen. Uit onderzoek van de Japanse Nobuo Kurokawa blijkt dat vrouwen van gepensioneerde mannen last kunnen hebben van uitslag, buikpijn en stress. Ze worden letterlijk ziek van hun thuiszittende man en zijn bemoeienissen met het huishouden. Japanse artsen noemen dat het 'retired husband syndrome', ofwel voluit One's Husband Being at Home Stress Syndrome. Er worden zelfs speciale kleine kamertjes verkocht met tv's en computers. Japanse vrouwen kunnen hun man hier tijdelijk in 'stallen' om zelf even op adem te komen.

Volgende publicatie:
“Waarom is er niet duidelijker gekozen voor twee verschillende contracten?”

“Waarom is er niet duidelijker gekozen voor twee verschillende contracten?”

Gepubliceerd op: 11 februari 2021

In 2026 gaat het nieuwe pensioenstelsel in. Iedereen die dat wilde, kon tot 12 februari reageren op het ‘Wetsvoorstel toekomst pensioenen’ van minister Koolmees. APG is een van de partijen die met een reactie kwam. Strekking: het nieuwe stelsel biedt een kans om met een schone lei te beginnen en het Nederlandse pensioensysteem begrijpelijker te maken voor deelnemers. Maar om de nadelen van het huidige stelsel weg te nemen zonder de voordelen voor deelnemers te verliezen, verdient een aantal punten expliciete aandacht. APG hoofd Beleid Peter Gortzak en strategisch beleidsmedewerker Tinka den Arend lichten toe.

 

APG is een pensioenuitvoerder en heeft dus ook overwegend vanuit dat perspectief gereageerd. Die reactie richt zich op de belangrijkste aandachtspunten voor een geslaagd nieuw stelsel. ‘Nadelen van het huidige stelsel wegnemen zonder de voordelen voor deelnemers te verliezen’ is er daar één van. Ook ‘Solidariteit’, ‘keuzevrijheid’ en ‘open normen’ zijn sleutelwoorden. Gortzak: “De combinatie van veel keuzevrijheid en solidariteit geeft een spanningsveld.  Als pensioenfonds en uitvoerder moet je een bepaalde mate van beleggingsrisico kunnen nemen. Maar je kunt dat risico alleen op een verantwoorde manier nemen als je dat sámen doet en dus samen belegt. Als je het belangrijker vindt om deelnemers veel keuzevrijheid te geven in hoe er voor hun pensioen belegd wordt, dan kun je minder risico’s delen. En als er minder mensen zijn om de risico’s te dragen, kun je ook minder risico nemen.”

 

Naar elkaar toegeschreven
In het nieuwe stelsel zijn er twee pensioencontracten mogelijk: het nieuwe pensioencontract en de verbeterde premieovereenkomst. In de verbeterde premieovereenkomst zit minder solidariteit, meer risico en meer keuzevrijheid. In het nieuwe contract loop je als deelnemer minder risico dan in de verbeterde premieovereenkomst, door de genoemde risicodeling. Uit het wetsvoorstel blijkt echter dat beide contracten minder van elkaar verschillen dan Gortzak en Den Arend hadden gehoopt. Gortzak: “Nu worden beide contracten naar elkaar toegeschreven. Daardoor dreigt er in het ene contract te weinig ruimte te komen voor risicodeling en in het andere contract voor keuzevrijheid. De vraag is of dat verstandig is. Waarom is er niet veel uitdrukkelijker gekozen voor twee uitgesproken verschillende contracten?”

Ook is het van belang om voldoende bewegingsruimte te bieden aan het fondsbestuur. In het honderdzestig pagina’s tellende consultatiedocument wordt op twintig plekken aangegeven dat er nog verdere uitwerking in regelgeving nodig is. Moet er dan geen nieuwe consultatieronde plaatsvinden zodra die uitwerking er wel is? Den Arend: “Gedeeltelijk weet je nu inderdaad niet precies waar je op reageert. Eigenlijk zou je alles opnieuw moeten voorleggen. Maar je kunt ook afzien van die gedetailleerde uitwerking, en de invulling aan fondsbestuurders overlaten. Bestuurders van pensioenfondsen worden tegenwoordig aan hoge normen onderworpen. Geef ze dan ook de verantwoordelijkheid en ruimte om binnen bepaalde open normen te bewegen en daarover verantwoording af te leggen ”

Den Arend illustreert het principe aan de hand van een voorbeeld. “Het consultatiedocument geeft drie maatstaven om de risicohouding van deelnemers te meten. Maar twee daarvan zijn ongetoetste normen. We weten niet of deelnemers ze begrijpen en hoe ze erop reageren. Het zou beter zijn om daar eerst onderzoek naar te doen. En laat fondsbesturen vervolgens zelf de keuze  maken. Maar ook dan is die risicobereidheid bij deelnemers slechts één van de factoren waarop een fondsbestuur zijn beleid zou moeten baseren.“

 

Mag niet zo heten
Hoe belangrijk solidariteit ook is voor een goed pensioen, het woord kom je in het consultatiedocument zelf nauwelijks tegen. Gortzak en Den Arend vinden dat zorgwekkend. Den Arend: “Het nieuwe contract zou je feitelijk ‘het solidaire contract’ kunnen noemen. Maar dat mag niet zo heten omdat je daar de conclusie uit zou kunnen trekken dat het andere contract níet solidair is.”  

Hoe sneller en directer deelnemers profiteren van het nieuwe stelsel, hoe beter het is. APG legt in zijn reactie  daarom de nadruk op het belang van een schone lei. Gortzak: “Om met die schone lei te beginnen, pleiten we voor twee dingen. Ten eerste: maak van invaren de standaardoptie. Dat betekent dat je de bestaande pensioenaanspraken overbrengt naar het nieuwe stelsel. Doe je dat niet, dan bestaan er twee stelsels naast elkaar. Voor de uitvoering is dat een nachtmerrie, want je gaat alles dubbel doen. De deelnemers profiteren dan niet van de voordelen van het nieuwe stelsel en je jaagt ze onnodig op kosten. Als je wél invaart, houd je nog één stelsel over waarvoor je streeft naar maximale uitlegbaarheid aan deelnemers.

Het tweede waarvoor we pleiten, is dat de regels van het nieuwe stelsel gelden voor alle nieuwe regelingen van alle pensioensoorten en risicodekkingen – dus ook voor het nabestaandenpensioen en de arbeidsongeschiktheidsregelingen.  Het ziet er nu naar uit dat het FTK (Financieel Toetsingskader, onderdeel van de Pensioenwet waarin de wettelijke financiële eisen aan pensioenfondsen zijn vastgelegd, red.) toch in stand blijft voor de uitkeringsfase van de verbeterde premieregeling en mogelijk ook voor het arbeidsongeschiktheidspensioen en wezenpensioen. APG pleit er voor om dat niet te doen, en de financiële eisen van het FTK volledig los te laten.”

 

Blind vertrouwen
Om de overgang naar het nieuwe stelsel te laten slagen, moet die overgang ‘uitlegbaar, vertrouwenwekkend en uitvoerbaar’ zijn, staat in de reactie van APG te lezen. Den Arend: “In het wetsvoorstel wordt een kader geschetst om de transitie zorgvuldig te laten verlopen. Denk aan te nemen stappen, rollen en bevoegdheden. In dat voorstel kunnen we ons grotendeels vinden. Maar we zien wel nog een aantal grote risico’s. Er kan alleen vertrouwen  ontstaan als we aan deelnemers, werkgevers en fondsorganen kunnen uitleggen dat de transitie op evenwichtige wijze plaatsvindt.  Dan moeten we maatstaven en rekenmethoden gebruiken die mensen snappen. Om over te stappen naar het nieuwe stelsel zul je pensioenaanspraken van deelnemers moeten omrekenen naar vermogen ­– een potje, feitelijk. De methodiek die nu wordt voorgesteld voor die omrekening kan beter helemaal uit de wet worden geschrapt. Hij is te complex en niet transparant genoeg. Daardoor is het nauwelijks mogelijk om hem uit te leggen. We hebben het vertrouwen van die deelnemers hard nodig maar als ze niet snappen waarover het gaat, vraag je hen feitelijk om blind vertrouwen. Ik denk dat dat te veel gevraagd is. Daar komt bij dat je in het gebruik van de VB-ALM methode heel veel – betwistbare – aannames moet doen.”

Zijn er nog meer risico’s? Den Arend: “Ja, want het is nog maar de vraag of fondsen en uitvoerders de overgang naar het nieuwe stelsel op tijd weten te realiseren. En voor een zorgvuldige en goed uitvoerbare transitie zijn aanvullende maatregelen nodig.”

Volgende publicatie:
“Dit jaar wordt beter dan 2020”

“Dit jaar wordt beter dan 2020”

Gepubliceerd op: 8 februari 2021

Wat zal 2021 brengen in economisch en politiek opzicht? Wat gaat er gebeuren met het nieuwe pensioencontract? En met welke innovaties speelt APG daar op in? Vijf specialisten van APG geven alvast een schot voor de boeg.

 

 

Als de lockdown voorbij is, ga je niet opeens drie keer achter elkaar naar de kapper”

 “Ik ga ervan uit dat de economie het in 2021 beter zal doen dan in 2020. Maar daarbij houd ik wel een paar slagen om de arm. Hoe vaak wordt de lockdown nog verlengd? Wat is de impact van de mutanten van het coronavirus? Hoe vlot verloopt het vaccineren? Er is nog veel onzekerheid. Als alles meezit en we het virus er snel onder krijgen, neemt de kans toe dat overheden de steunmaatregelen afbouwen en bedrijven alsnog belasting moeten gaan betalen. Wat weer kan leiden tot een golf van faillissementen en oplopende werkloosheid.

Het sentiment op de aandelenmarkten is nog verrassend goed geholpen door de lage rente en het ingrijpen van overheden en centrale banken. En dat terwijl complete sectoren platlagen door de lockdowns. Maar die beurskoersen vertellen niet het hele verhaal. Mkb-bedrijven en zzp’ers zijn nou eenmaal niet beursgenoteerd.

 

Niet alleen met de aandelenkoersen kan het vriezen of dooien, dat geldt ook voor de bestedingen van consumenten. Aan de ene kant hebben veel werknemers in vaste dienst sinds corona weinig geld kunnen uitgeven; wellicht gaan zij weer veel spenderen zodra de winkels en de horeca weer opengaan. Maar ja, die inhaalvraag zal beperkt zijn: je gaat niet opeens drie keer achter elkaar naar de kapper. Of iedere dag uit eten. Aan de andere kant zijn er mensen die financieel klem zitten of de hand op de knip houden, vanwege alle onzekerheid.

 

Hopelijk gaan, zodra de meeste mensen zijn gevaccineerd, zowel consumenten als bedrijven in de loop van dit jaar weer meer uitgeven aan grote aankopen of investeringen. Dan komt de economie wereldwijd weer op stoom. En kunnen we zelfs een situatie krijgen dat de inflatie door knelpunten tijdelijk oploopt. Maar renteverhogingen door centrale banken zijn echt nog toekomstmuziek. Positief is dat we zijn verlost van hoofdpijndossiers als de Brexit, en de vraag wie de nieuwe Amerikaanse president wordt. Van Biden verwacht ik een positieve stimulans voor het klimaatbeleid wereldwijd.”   

We gaan dit jaar onderzoeken hoe hoog of hoe stabiel mensen hun pensioen willen hebben”

“Er is een vrij breed politiek draagvlak voor het Pensioenakkoord. Naast de coalitiepartijen waren ook Groen Links, de PvdA en de SGP voorstander. Dus wat de samenstelling van het nieuwe kabinet ook wordt, dat nieuwe pensioenstelsel komt er hoogstwaarschijnlijk wel. Ondanks dat politieke partijen, nu kabinet-Rutte III demissionair is, niet meer gebonden zijn aan het coalitieakkoord.

 

Voor dit jaar staan er een aantal belangrijke mijlpalen richting het nieuwe Pensioenstelsel gepland. Zo kan iedereen nu online reageren op het “wetsvoorstel toekomst pensioenen”. Deze consultatieronde loopt tot 12 februari. Dit wetsvoorstel maakt deel uit van het bredere Pensioenakkoord. Hierin staan onder andere de nieuwe regels voor het pensioen dat een werknemer samen met de werkgever opbouwt. Met de reacties uit deze internetconsultatie zal men het wetsvoorstel verbeteren zodat de wet, zodra Tweede en Eerste Kamer akkoord zijn, per 2022 kan ingaan. Daarna hebben de sociale partners en pensioenuitvoerders tot 2026 om over te gaan naar het nieuwe stelsel.

 

De pensioensector hoopt zo snel mogelijk details te krijgen over het nieuwe pensioenstelsel en de weg daarnaartoe. Vanuit APG zullen we uiteraard kijken of het stelsel uitlegbaar en uitvoerbaar wordt. Ook kijken we naar mogelijke invoeringsrisico’s, en hoe je daar het beste mee om kunt gaan. In het nieuwe stelsel gaat het pensioen straks directer meebewegen met wat er gebeurt op de financiële markten. We gaan dit jaar al onderzoeken wat mensen hiervan vinden, en “hoe hoog versus hoe stabiel” zij hun pensioen willen hebben. We willen pensioenfondsen faciliteren om zo goed mogelijk aan te sluiten op de wensen van gepensioneerden en werknemers. Daarom gaan we dit jaar al met hen hierover in gesprek. Het mooie vind ik wel dat het nieuwe stelsel eenvoudiger wordt, en makkelijker uit te leggen.

APG gaat meer samenwerken met andere bedrijven, want samen weet je echt meer"

”Met de komst van het nieuwe pensioenstelsel gaat er veel veranderen voor werknemers en gepensioneerden. Ze krijgen straks een eigen pensioenrekening waarop de pensioenpremie wordt gestort. Je spaart voor jezelf, ziet de fluctuaties in je eigen pensioenpotje. Een ingewikkelde verandering. We moeten de totale pot van ruim 1500 miljard euro eerlijk gaan verdelen over miljoenen persoonlijke pensioenpotjes. De nieuwe pensioenregeling zal makkelijker en begrijpelijker zijn, maar de weg ernaartoe is nog vol hobbels. Denk aan het aanpassen van ICT-systemen, juridische kwesties, noem maar op. Gelukkig hebben we nog een paar jaar de tijd.

 

Alle pensioenspelers krijgen hiermee te maken. Daarom werkt APG steeds meer samen met pensioenfondsen en andere pensioenuitvoerders, zoals PGGM en MN Services. Niet alleen om samen de premies te innen en pensioenen uit te keren, maar ook om van elkaar te leren en kosten te besparen. En uit te zoeken hoe we het beste met onze deelnemers over de komende veranderingen kunnen communiceren.

Mensen zitten de komende jaren met de nodige vragen over hun financiële toekomst. Ze krijgen meer behoefte aan een gids die hen helpt met gebruiksvriendelijke oplossingen en advies-op-maat. Die hen de regie geeft over al hun geldzaken en werkenden bijvoorbeeld goed voorbereidt op de overgang naar hun pensionering.

 

Om klantgerichter te kunnen werken, willen we de komende jaren meer samenwerken met gespecialiseerde bedrijven waarmee we bijvoorbeeld apps ontwikkelen, nieuwe ict-oplossingen bedenken of slimmer kunnen omgaan met data. Zoals een digitale planner waarmee je in één keer overzicht krijgt in je financiële toekomst. Samen met andere bedrijven, van startups tot het Nibud, willen we zorgen dat je als werkende of gepensioneerde op basis van allerlei data bijvoorbeeld kunt zien hoeveel geld je later nodig hebt bij iedere gewenste levenstaandaard. Redenerend vanuit je huidige leefpatroon. Vaak overschatten werknemers hoeveel geld ze later nou écht nodig hebben, weten we uit onderzoek.

Dankzij cloudtechnologie kunnen we steeds beter het maximale uit onze data halen"

Innovatiespecialisten Tom Romanowski en Anne-Marie le Doux over innovaties en het innovatielab van APG.

 

Tom Romanowski: “Met het nieuwe pensioencontract krijgt iedere deelnemer straks een eigen, persoonlijk pensioen. Dat past in de maatschappelijke trend naar meer individualisering. De sector staat voor de nodige uitdagingen.

Pensioenuitvoerders als APG zijn nu druk bezig met allerlei innovaties. Waarbij technologie steeds meer mogelijk maakt. Zo kunnen we dankzij cloudtechnologie steeds beter het maximale uit onze data halen, op een veilige manier. Zonder dat dat ten koste gaat van de privacy van deelnemers. Met machine learning helpen we bijvoorbeeld de callcenter-medewerkers, zodat ze beter kunnen voorspellen wat de vervolgvragen van deelnemers zijn.

Deelnemers krijgen straks meer verantwoordelijkheid, en zullen advies nodig hebben bij het nemen van financiële beslissingen. Mede daarom heeft APG eerder al Kandoor.nl gelanceerd; daar krijg je antwoorden op alle mogelijke financiële vragen.”

Anne-Marie le Doux: “Dit soort innovatieve oplossingen bedenken we in de GroeiFabriek, het innovatielab van APG. In deze kraamkamer richten we ons niet alleen op deelnemers en gepensioneerden, maar ook op werkgevers en de pensioenfondsen die klant zijn bij APG. Werkgevers zitten bijvoorbeeld met vragen over hoe ze hun medewerkers straks kunnen helpen financieel fitter te worden. Samen met een aantal werkgevers hebben we een online platform ontwikkeld waarmee werknemers meer te weten komen over hun ‘financiële fitheidsscore’ en helpen wij hen bij het stellen van realistische doelen om deze te verbeteren. Daarnaast werken we dit jaar aan innovaties waarmee werkgevers betere HR beslissingen kunnen nemen.”

Volgende publicatie:
“Ik beleg voor het pensioen van ruim een kwart van de Nederlanders. Dat maakt me trots”

“Ik beleg voor het pensioen van ruim een kwart van de Nederlanders. Dat maakt me trots”

Gepubliceerd op: 3 februari 2021

Wie zíjn die mensen die er bewust voor kiezen om in de pensioensector te gaan werken? Wat doen ze daar de hele dag voor jouw pensioen? En wat vinden ze leuk aan hun werk? We nemen je mee achter de schermen.

 

Anke Cornelisse (26) volgde een traineeship bij APG en werkt er nu als portfoliomanager.

 

Dus jij werd op een dag wakker en dacht: de pensioenwereld, dáár wil ik werken?

“Ha, dat ging iets anders. Ik wilde eigenlijk bij een bank werken, want dat vond mijn vader verwerpelijk – toen wilde ik het júíst. Na een stage bij een bank ontdekte ik dat ik asset management, vermogensbeheer, leuk vond. Daar vond ik de combinatie van financiële markten en economie. Toen ik daarop ging zoeken, kwam ik uit bij APG.”

 

En toen werd je enthousiast?

“Nou, niet direct. Destijds was de site van APG nog heel suf, met foto’s van vrouwen in grijze jurken. Maar ik besloot me er gewoon eens verder in te gaan verdiepen. Op LinkedIn zag ik dat er ook jonge mensen werkten en nadat ik met een APG-trainee had gebeld, was ik overtuigd. Het klonk veel interessanter dan ik had gedacht.”

 

Jij was verkocht en ging een traineeship volgen. Even voor de minder ingewijden onder ons: wat houdt dat precies in?

“Het is een soort opleiding binnen het bedrijf, die twee jaar duurt. Je leert enorm veel in de volle breedte en het is de perfecte manier om als junior een baan te vinden in het vermogensbeheer. In dit vakgebied zijn namelijk nauwelijks juniorposities te vinden; iedereen die er werkt heeft al verschrikkelijk veel ervaring. Het is niet heel makkelijk om ertussen te komen als je net van school komt. Met een traineeship kan dat wel. Door verschillende opdrachten kun je achterhalen welke manier van beleggen bij je past en wat je het leukst vindt. Beleg ik liever in ‘snelle’ aandelen en obligaties, of doe ik liever investeringen in vastgoed of tolwegen, waar je meer werkt aan een deal? Mij trokken de aandelen en obligaties meer, omdat die nauw verbonden zijn met de dagelijkse schommelingen in de economie.”

 

Nu heb je een baan als portfoliomanager en werk je met obligaties. Is dat niet juist de saaiste beleggingscategorie?

“Veel rendement valt er niet te halen, nee, nu de rentes heel laag staan. Obligaties zijn de meest risicovrije beleggingscategorie. Ons hoofddoel is dan ook niet om heel veel geld te verdienen met het geld dat we beheren, maar vooral om ervoor te zorgen dat de reële waarde van het geld niet mínder wordt. Maar saai is het zeker niet. Het is juist heel dynamisch. Als er iets groots gebeurt in de wereld, zie je dat direct terug in de obligatiemarkt. Economie is geen exacte wetenschap, het is constant zoeken naar antwoorden, de puzzel is nooit af. Er spelen zo veel factoren mee. Net als je denkt dat je het eindelijk begint te begrijpen, komt er weer een covid-crisis waarvan niemand de effecten kan voorzien. Je raakt in dit vak nooit uitgeleerd. Je staat midden in die aldoor bewegende economie.”

Welke eigenschappen maken van jou een echte pensioentijger?

“Ik ben heel nieuwsgierig, ik probeer constant antwoorden op vragen te krijgen. Ik vind het ook heel leuk om uit te leggen hoe het allemaal werkt. Hoe het zit met de dekkingsgraad, waarom je wel of niet moet korten. De mensen die er niets van begrijpen, zijn ook degenen voor wie het ’t belangrijkst is. Ik vind het daarom cruciaal om die ingewikkelde materie makkelijk uit te leggen aan bijvoorbeeld mijn opa en oma.”

 

Denk je nooit: had ik toch maar voor een bank gekozen?

“Nee joh, ik zit hier veel beter. Collega’s op de Zuidas zeggen wel eens neerbuigend: ‘O APG, dat zijn ambtenaren toch?’ Ik kan daar alleen maar om lachen. Ik hoef ten minste niet tot elf uur ’s avonds te werken zoals jullie, denk ik dan. Bij een commerciële partij moet je op zoek naar klanten, dat hoeft bij APG niet. Dat betekent dat er veel meer ruimte is om op de inhoud in te gaan. In plaats van rijke individuen nog rijker maken, beleg ik nu voor het pensioen van een kwart van de Nederlanders. Dat motiveert me enorm. Ook al zien en spreken we ze niet, we weten allemaal voor wie we het doen. We werken voor Nederland. Dat maakt me trots.”

Collega’s op de Zuidas zeggen wel eens neerbuigend: ‘O APG, dat zijn ambtenaren toch?’

Wat doe je nou eigenlijk op een dag?

“Ik zit in het treasuries-team. We beleggen in staatsobligaties in ontwikkelde markten, zoals Europa, Amerika en Australië. We houden elke dag in de gaten wat er gebeurt in de economie in die landen. ’s Ochtends nemen we de relevante markt- en portfolio-ontwikkelingen door en checken we het politieke nieuws. Zien we gekke dingen in de markt? Wat gebeurt er in de politiek? Wat betekent dat voor onze portefeuille? Elk kwartaal bespreken we met elkaar en met inzichten van externe specialisten hoe wij de wereld zien, en dan met name de landen waarin we investeren. Wat is onze visie op de economie, en wat betekent dat voor onze investeringen? Door middel van bepaalde modellen proberen we te voorspellen wat de markt gaat doen. We kijken ook dagelijks of de portefeuilles die we beheren nog wel precies aansluiten bij wat de pensioenfondsen van ons hebben gevraagd. Nieuwe orders geven we door aan trading, die ze vervolgens uitvoeren.”

 

Zijn je vrienden en familie ook zo enthousiast over je werk?

“Hmm, iets minder. Ze vinden het bijvoorbeeld wel leuk dat ik kan uitleggen hoe het nieuwe pensioenstelsel werkt, maar als ik heel enthousiast over mijn werk begin te vertellen, haken ze al snel af. Dan zeggen ze: ‘Anke, ik vind het heel leuk dat jíj dit leuk vindt, maar je hoeft het niet verder uit te leggen’.”

Volgende publicatie:
‘Met pensioen gaan mag ook lastig zijn’

‘Met pensioen gaan mag ook lastig zijn’

Gepubliceerd op: 1 februari 2021

Hoe we de tijd na onze pensionering vullen, bedenken we doorgaans pas als het zover is. Want waar de ene prepensionado in aanloop naar deze mijlpaal al jaren droomt van een wereldreis of lekker gaan klussen, kijken de meeste anderen liever niet vooruit. Onderschat het gros de gevolgen van met pensioen gaan? Experts zeggen van wel. “Die impact is groot. Zorg voor een goede voorbereiding. Niet alles gaat vanzelf.”

Je leven wordt écht anders als je met pensioen gaat. En dat is leuk en spannend tegelijk. Hoe bereid je je daarop voor?

Nieuwe levensfases gaan hand in hand met een goede voorbereiding. Voordat je naar de basisschool ging, kon je al een paar ochtenden wennen en voordat je met elkaar in het huwelijksbootje stapt, kijk je eerst of samen onder één dak wonen werkt. Maar als het aankomt op met pensioen gaan, blijft het vaak bij een beetje uitzoeken wat ons financieel te wachten staat. Wát we in die vrije tijd gaan doen, bedenken we als het zover is. En dat is aan de late kant, zegt Marjoleine Vosselman, psycholoog en auteur van het boek Pensioen in zicht. “Als je met pensioen gaat, krijg je eindelijk tijd om al die dingen te doen waar je tijdens je werkzame leven niet aan toekwam. Maar soms valt dat tegen. Hoe ga je om met al die tijd, de verwachtingen van familieleden en mogelijke ouderdomsgebreken? Als je stopt met werken valt een belangrijke bron van zingeving weg. Dat vraagt om bewuste keuzes, maar soms ook om aanvaarding dat niet alles binnen je bereik ligt.”

Altijd ‘tijd’
De overgang van een bestaan waarin betaalde arbeid bepalend was naar een levensfase vol vrijheid, kun je op meerdere manieren invullen. Anneroos Gerritsen, senior trainer en adviseur bij Odyssee gaat er met prepensionados over in gesprek. Op het strand, actief buiten of binnen. Is zo’n voorbereiding of zelfs een cursus echt nodig? “Een pensioencursus is natuurlijk niet hetzelfde als het leren van een nieuwe taal,” antwoordt Gerritsen. “Het gaat erom dat je je bewust wordt van wat je eigenlijk wel weet. Dat je de tijd neemt om na te denken over je volgende stap. Wat eerst vrije tijd was, wordt nieuwe tijd, of ‘gewoon’ tijd. Wat doe je daarmee?” De trainer adviseert om de training zo mogelijk een jaar, of minstens een paar maanden vóór de pensionering te volgen.

Wat eerst vrije tijd was, wordt nieuwe tijd, of ‘gewoon’ tijd. Wat doe je daarmee?

Waar kom je je bed voor uit?
“In de cursus bespreken we vijf levensdomeinen. Het eerste is gezondheid van lichaam en geest. Wat doe je al op dit gebied, denk aan sport, en wat kun je meer of minder doen? Wat heeft je lichaam nodig, wat kan het nog? Het tweede domein is sociale relaties. Straks valt het contact met collega’s weg. Zijn er andere contacten die je weer nieuw leven kunt inblazen? Wil je meer contacten hebben, of heb je daar geen behoefte aan? En hoe leef je straks samen met je partner? Welke ruimte gun je elkaar en waar neem je elkaar wel mee?” De materiële situatie is het derde domein dat Gerritsen behandelt. “Je hebt je pensioen intussen wel geregeld, en je AOW komt eraan. Maar hoe zit het met je financiële planning, met erven en schenken en je woonsituatie? Een financieel expert komt als gastdocent deze onderwerpen behandelen.” Arbeid en prestatie komen ook aan bod. “Cursisten willen wel nog íets doen. Maar wat, en wat doe je als eerste? Pak je achterstallig onderhoud aan je huis aan, volg je een studie of doe je vrijwilligerswerk?”
Het laatste domein is waarden en inspiratie. “Dat is een thema waarmee cursisten samen echt de diepte in gaan. Waar kom je je bed nog voor uit? We hebben middels een digitaal handboek ook veel tips op alle domeinen.”

Zweet je werk uit
Psycholoog Vosselman is ook voorstander van een cursus. Ze ziet een training zeker niet als een luxe tijdsbesteding. “Wie dat denkt, onderschat de impact van de overgang naar pensioen.” In haar boek richt ze zich op zingeving en beschrijft ze aan de hand van persoonlijke verhalen de twee uitersten van pensioenvoorbereiding: niets doen of juist te veel voorbereiden. “Verwachtingen over met pensioen gaan kloppen niet. Mensen zijn niet voorbereid of pakken het zelfs té planmatig aan. Terwijl je juist uit de tredmolen van het werkende leven wilt stappen. Zweet je werk uit. Realiseer je dat met pensioen gaan niet alleen maar leuk is. Het mág moeilijk zijn. Juist dat gevoel geeft ruimte om je werkzame leven los te laten. Gun jezelf de kans om te veranderen. Bereid je voor zonder alles dicht te timmeren.” Gerritsen sluit zich hierbij aan. “Het gaat niet om lijstjes afvinken die je van tevoren hebt gemaakt. Het gaat erom jezelf opnieuw te leren kennen. Stellen zien pensioen als een roze wolk. Nú gaan ze genieten. Dan vraag ik waarom ze dat nu pas gaan doen. Het blijkt dan de vrijheid te zijn waar ze naar uitkijken. Iets waar vrijgezellen juist tegenop zien. Zij zijn bang om structuur en collega’s te missen.”

Worstelen met vragen
Een van de cursisten die Gerritsen ontving, is Joep Athmer, voormalig directielid bij bagger- en maritiem aannemersbedrijf Van Oord. Voor zijn werk reisde hij regelmatig naar verre bestemmingen. Met een mooie carrière achter de rug dacht hij op zijn 62-ste na over de tijd na zijn pensioen. Hij had allerlei praktische vragen: “Moet ik thuis gaan klussen? Gaan fietsen? Of fulltime op de kleinkinderen passen?” Maar hij had ook diepgaandere vragen als: “Doe ik er nog wel toe als ik de uitstraling van mijn functie niet meer heb? Wat ben ik thuis waard? Hoe gaat dat samen met mijn vrouw?”

Athmer en zijn vrouw volgden daarom de pensioencursus bij Odyssee. “Als we ons leven samen verder goed wilden invullen, was die cursus welkom. En dat is ook gebleken.” Het deed Athmer goed om te zien dat hij niet de enige was met vragen. Genoeg andere mannen en vrouwen in leidinggevende posities worstelden met de vraag of ze er straks nog toe doen.
“Het antwoord op die vraag is: ja. Deze cursus heeft mij aan het denken gezet en dat ging verder dan bedenken waar we naartoe willen reizen. Ik kreeg inzicht in wie ik ben en wat mijn vrouw en ik samen willen.” Inmiddels heeft de gepensioneerde Athmer vijf bijbanen en hij zit in het bestuur van verschillende stichtingen. Maar hij toert ook met zijn motor over de Faeröer eilanden. En op zijn bucketlist staan nog vele andere mooie reizen.

Waar kom je je bed nog voor uit?

Gevoel van zinloosheid
De grootste impact die pensionering heeft, is van psychische aard. Mensen die net met pensioen zijn missen de context van het werkzame leven. De tragikomedie About Schmidt met Jack Nicholson illustreert dit perfect, vindt Vosselman. “Daarin zie je hoe de gepensioneerde Warren Schmidt overvallen wordt door een gevoel van zinloosheid.” Volgens Vosselman hangen we onze identiteit en waarde vaak op aan ons werk. “Wie werkt heeft op tal van vlakken uitdagingen, wordt ergens verwacht en heeft een (volle) agenda. Werk krijgt voorrang, werk is dringend. Stop je met werken, dan moet je zelf regelen dat je ergens verwacht wordt.” De psycholoog benadrukt met klem dat de lat niet te hoog gelegd hoeft te worden. “Je inschrijven voor een tekencursus is al goed. Stap uit de prestatiesfeer van het werk.”

Afscheid nemen helpt
En dat bedoelt ze letterlijk. Uit onderzoek blijkt immers dat afscheid nemen heilzaam is en echt het verschil kan maken. “Overgang vraagt om een ritueel. Daarmee sluit je de deur naar het oude en  open je hem naar het nieuwe,” zegt Vosselman. En volgens haar spelen werkgever en collega’s daar een grote rol in, aangezien iemand die met pensioen gaat doorgaans bescheiden roept dat een afscheidsfeestje niet hoeft. “Tijdens corona gaat afscheid nemen lastiger, dus wees creatief. Het is van groot belang om het werkzame leven af te sluiten en te horen hoezeer je van betekenis was. Juist na een goed afscheid kun je vooruit.”

Kies je ervoor om je pensionering maar te laten gebeuren, dan brengt dat risico’s met zich mee.
“Je kunt je misschien enorm verheugen op de rust en stilte,” zegt Vosselman, “maar lege, betekenisloze dagen kunnen ook voor veel onrust zorgen. Of misschien worden je dagen als vanzelf gevuld doordat je op de kleinkinderen gaat passen. Maar wil je dat wel? En hoe pakt het thuis uit als de ene partner werkt en de ander niet meer? Neem de ruimte om dat te verkennen.”

Verantwoordelijkheid van werkgever
Pensioencursussen zijn overigens geen modegril. Het idee ontstond zestig jaar geleden bij Hoogovens, het huidige Tata Steel, in IJmuiden. Gerritsen: “Dat was destijds echt een familiebedrijf waar medewerkers als vijftienjarige aan de slag gingen en tot hun pensioen bleven. Tot er in de jaren zestig voor het eerst in de geschiedenis mensen moesten worden ontslagen.” Dat druiste in tegen de traditie die Hoogovens kende. Het bedrijf wilde dan ook niet zomaar mensen op straat zetten. Er werd een sociaal plan opgesteld en de voorlopers van Odyssee faciliteerden de overgang naar geen werk. Gerritsen: “Dat aanbod zou eenmalig zijn. Maar het beviel iedereen zo goed dat het initiatief is gebleven. En we zien dat steeds meer werkgevers hun verantwoordelijkheid nemen en een Pensioen in Zicht-cursus aanbieden. Bedrijven als Philips en Heineken en ook de overheid zorgen ervoor dat hun werknemers zich zowel goed kunnen inwerken als uitwerken.” 

‘Zwitserlevengevoel’ is oneerlijk
Belanden we in een zwart gat als we geen voorbereidingen treffen? Vosselman zegt van niet. Ze vindt dat gevreesde zwarte gat een doembeeld dat past in een tijdsgeest waarin we allemaal gelukkig moeten zijn. “Dat Zwitserlevengevoel kan onnodig angst inboezemen. Het is geen eerlijk beeld. Je wordt ouder, blijkt kwetsbaarder. Dan kan niet alles meer.” De psycholoog voorspelt pas een zwart gat als je níet door dat overgangsproces durft te gaan. “Stel, je bent altijd een doener geweest, maar rond je pensionering laat je lichaam het afweten. Dat is knap lastig. Dan moet je jezelf opnieuw uitvinden.”

Volgende keer: Pensioen in zicht – Bestaat het zwarte gat?
Gepensioneerde Joep Athmer belandde ondanks een pensioencursus in het gevreesde pensioengat. “Met een baan zoals ik die had, groei je maar door. Op een gegeven moment denk je dat je Jezus bent en over water kunt lopen. Maar dat is gevaarlijk. Je denkt dat je onaantastbaar bent, maar als je met pensioen gaat is alles opeens weg.”

Volgende publicatie:
Verkiezingen 2021: wat willen de partijen (nog) met pensioen?

Verkiezingen 2021: wat willen de partijen (nog) met pensioen?

Gepubliceerd op: 28 januari 2021

Je zult maar verantwoordelijk zijn voor de paragraaf over pensioen in een verkiezingsprogramma. Na meer dan een decennium duwen en trekken in de polder ligt er een uitgewerkt pensioenakkoord. Bijbehorende trits aan gedetailleerde wetgevings-voorstellen is door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid met gezwinde spoed net voor de kerst ter consultatie gepubliceerd. Wat valt er in hemelsnaam nog te schrijven over pensioen waar je politiek mee kunt scoren?

 

Om deze vraag te beantwoorden hebben we 14 (concept)verkiezingsprogramma’s doorgelicht. Rondom kapitaalgedekt/ tweede pijler pensioen springen er drie thema’s uit, waarover (bijna) het gehele politieke spectrum wel iets heeft opgenomen.

 

Te beginnen dus bij het voorgestane pensioenstelsel. De huidige demissionaire coalitiepartijen, VVD, CDA, D66 en CU, dragen het geluid van het pensioenakkoord uit. Dat viel natuurlijk te verwachten. Ook van PvdA en GL weten we dat ze zich achter het pensioenakkoord hebben geschaard, al rept GL met geen woord over het akkoord en de inhoud ervan in zijn programma. Deze zes partijen alleen al representeren in de peilingen ruim tweederde van de Kamerzetels. Draagvlak voor het nieuwe stelsel lijkt daarmee de komende kabinetsperiode verzekerd.

 

Het thema keuzevrijheid wordt door alle partijen - op CU en DENK na - aangegrepen om zich te profileren. Rondom tweede pijler pensioen pleiten D66 en VVD beiden voor pensioenpremie-vakanties voor werknemers om deze bijvoorbeeld te kunnen gebruiken voor de eigen woning. Het past bij de partijen die vooral redeneren vanuit het individu. Het is ook een handige manier van deze partijen om te blijven inzetten op verdere individualisering, zonder het pensioenakkoord af te vallen. Tegelijkertijd schuurt het met ons op paternalisme geënt collectief stelsel.  

 

Ten slotte, het thema pensioenopbouw door zzp’ers. Een klassiek thema waar veel aandacht naar uitgaat, maar waarover (zeer) divers wordt gedacht qua mogelijke oplossingen. Een thema dat ook uitvoerig, maar met weinig resultaat, is besproken in het kader van het pensioenakkoord, en waar – op PvdA na die een algemene pensioenplicht voorstelt voor alle werkenden – de meeste partijen nu verder niet hun vingers aan lijken te willen branden. Pensioenopbouw door zzp’ers zal in de kabinetsformatie uitvoerig besproken worden als onderdeel van een integrale visie op de arbeidsmarkt (balans flex / vast).

 

De originaliteits-/ poedelprijs – naar gelang uw politieke voorkeur – gaat naar Forum voor Democratie, die als enige een fundamenteel alternatief pensioenstelsel voorstaat met ultieme keuzevrijheid voor alle werkenden en geen verplichtingen voor zzp’ers. In hun ideale wereld wordt tweede pijler pensioen beheerd door “deskundigen in plaats van door sociale partners”, komt er meer beleggingsvrijheid met minder streng toezicht door De Nederlandsche Bank, een hogere rekenrente en dat alles op basis van vrijwillige deelname aan pensioenregelingen.

 

Overigens het ook interessant stil te staan bij wat er niét in de verkiezingsprogramma’s staat. Onderwerpen als fiscaliteit, het ter discussie stellen van de verplichtstelling en geografische beleggingsvoorschriften zijn, op een enkele uitzondering na, niet terug te vinden in de programma’s.

Dat is aan de ene kant opvallend, aangezien meerdere van deze onderwerpen in vorige verkiezingen wel (prominent) werden benoemd en/of in de afgelopen kabinetsperiode onderdeel zijn geweest van het publieke debat. Aan de andere kant, met het sluiten van het pensioenakkoord op hoofdlijnen uit 2019, en het akkoord over de uitwerking ervan uit 2020, is al veel politieke aandacht uitgegaan naar het nieuwe stelsel. Politieke partijen hebben zich waarschijnlijk daarom vooral daarop, voor of tegen het nieuwe stelsel, geprofileerd in plaats van ‘nieuwe’, potentieel splijtende onderwerpen aan te snijden.

 

Het onderwerp pensioen is dus, ondanks het pensioenakkoord en de daaruit voortvloeiende wetgeving, zeker geen onderschoven kindje gebleken in de huidige verkiezingsprogramma’s. Integendeel zelfs. Waren het geen paragrafen, dan waren het wel hele hoofdstukken die door programmacommissies aan pensioen zijn gewijd.

 

Tegelijkertijd gaat het uiteindelijk niet zozeer om de programma’s, maar om wat er uiteindelijk in het nieuwe regeerakkoord komt te staan. Minimaal drie, en wellicht meer, partijen zullen nodig zijn voor een meerderheid na de verkiezingen. En al die partijen hebben verschillende wensen. De kans op kwartetten is dus levensgroot. En het gevolg daarvan kan zijn dat ook niet in de verkiezingsprogramma’s opgenomen wensen van politieke partijen alsnog in het volgende regeerakkoord terechtkomen.

 

Oftewel, ondanks de hoge mate van steun voor het pensioenakkoord die uit de  verkiezingsprogramma’s kan worden afgeleid is ons pensioenstelsel geen rustig bezit. Zeker niet na 17 maart, wanneer de formatie begint.

 

 

Nick van de Sande – Korpershoek

Strategisch beleidsmedewerker

Volgende publicatie:
“Stilstaan bij je geldzaken: net zo vanzelfsprekend als je halfjaarlijkse tandartsbezoek”

“Stilstaan bij je geldzaken: net zo vanzelfsprekend als je halfjaarlijkse tandartsbezoek”

Gepubliceerd op: 28 januari 2021

Om betere financiële keuzes te kunnen maken, moeten mensen meer én eerder met hun geldzaken bezig zijn. Dat vinden Paulien van Gurp en Henk-Jan Boersma van Prikkl. APG nam vandaag een belang van 40 procent in het financieel coachings- en adviesplatform. Beide delen dezelfde missie: financieel inzicht weer bereikbaar maken. Klinkt mooi, maar abstract. Want hoe doe je dat precies?

 

Het is één van de doelen die APG zichzelf stelt: Nederlanders ‘financieel fitter’ maken. Ofwel: mensen helpen meer grip te krijgen op hun geldzaken, zodat ze weloverwogen keuzes kunnen maken. Om dat te bereiken, ontwikkelde APG al eerder diverse initiatieven en tools om de werkgevers en deelnemers van de bij APG aangesloten pensioenfondsen te ondersteunen. Het partnership met Prikkl is het meest recente wapenfeit in dat rijtje. Prikkl helpt bedrijven sinds 2017 hun medewerkers financieel ‘wendbaar’ te maken, met een combinatie van software en persoonlijk advies. Chris Veerkamp is vanuit APG als business owner betrokken bij de samenwerking: “We delen de overtuiging dat iedere Nederlander recht heeft op laagdrempelige en betaalbare financiële coaching. En we willen mensen activeren daar gebruik van te maken.”

 

Vanwaar die ‘activatiedrang’? Mensen zoeken toch wel advies als ze daar behoefte aan hebben?

Boersma: “Dat is het ‘m net: die drempel is voor veel mensen te hoog. Het is te duur, of te veel werk. Hierdoor zoeken ze uit zichzelf vaak te laat financiële hulp. Pas als de nood aan de man is. Dan zijn de mogelijkheden nog maar beperkt. Je praat pas met de bank als je daadwerkelijk een huis gaat kopen, je verdiept je pas in eerder stoppen met werken als je geen zin meer hebt om te werken en de AOW-leeftijd in zicht is. Terwijl mensen veel beter geholpen zouden zijn als ze daar op hun 40ste al eens over nadenken. Dan kun je er nog iets aan doen.”

 

Veerkamp: “En ‘iets doen’ betekent: keuzes maken. Met het nieuwe pensioenstelsel op komst worden die keuzes alleen maar belangrijker. De hoogte van pensioen wordt namelijk onzekerder en het is noodzakelijk dat mensen op tijd zicht hebben wat de impact van hun keuzes kan zijn. Een huis kopen, eerder stoppen met werken; wat betekent dat voor je financiën en inkomen nu en later?”

 

En Prikkl en APG gaan daarbij helpen?

Veerkamp: “Dat is natuurlijk het doel. Waar we naartoe willen is dat we er met onze dienstverlening voor pensioendeelnemers kunnen zijn op de momenten dat financiën een belangrijke rol spelen. De juiste informatie op het juiste moment. Dus snel een helpende hand op maat bieden, in plaats van een direct een volledig financieel plan. We willen mensen begeleiden bij financiële keuzes in hun leven of loopbaan, en bij voorkeur nog vóórdat die zich voordoen.”

 

Is het lastig om daarop te anticiperen?

Veerkamp: “Tuurlijk, en daar ligt ook wel de uitdaging. Aan de andere kant: vanuit APG weten we vanuit onze ervaring goed welke problemen zich kunnen voordoen, welke keuzes mensen gaan maken en welke impact dat kan hebben op hun pensioen. We hebben voor onze fondsen dagelijks veel contact met klanten. We horen dus wat er speelt bij mensen en werkgevers. Ook op financieel vlak. Daar zouden we meer uit kunnen halen om ze te faciliteren en te helpen.”

 

Boersma: “En veel gedrag is te voorspellen. Daar kun je op inspelen. Een mooi voorbeeld: starters op de woningmarkt. Die horen alleen maar hoe laag hun kansen zijn om een huis te kunnen kopen. Daarom duiken ze er misschien niet verder in. Als zo’n starter dan bij een werkgever begint en wij bij het opstellen van het contract al in gesprek gaan, kunnen we en passant een berekening maken van wat de maximale hypotheek zou zijn – en of iemand dus in aanmerking komt voor een huis. Daardoor kun je nadenken over een  mogelijkheid waar je normaal nog niet aan had gedacht.”

 

Van Gurp: “Dat is ook wel de kern van onze aanpak: we kijken eerst naar de financiële situatie van iemand en bepalen op basis daarvan welke oplossing of aanpak daarbij hoort.”

 

Richten jullie je alleen op werknemers en werkgevers?

Van Gurp: “Ja, in principe wel. De werkgever is een belangrijke en betrouwbare schakel om medewerkers te helpen met hun geldzaken of ze te stimuleren daarmee bezig te zijn. We richten ons in de basis niet op zzp’ers, hoewel we mensen die overwegen voor zichzelf te beginnen, daarin natuurlijk wel helpen. Wie weet focussen we ons in de toekomst ook op zelfstandigen.”

 

APG biedt ook andere diensten die zich richten op financiële fitheid, zoals Kandoor. Wat is de meerwaarde van Prikkl in dat rijtje?

Veerkamp: “Het aanbod waarmee we een ‘vertrouwde gids’ willen zijn voor werkgevers en werknemers, is nog behoorlijk applicatie- en platform gedreven. Dit zijn dus vrijwel uitsluitend digitale tools. Prikkl combineert adviessoftware met de persoonlijke aandacht van een financieel adviseur. Bovendien richt Prikkl zich op financiële coaching en advies in de volle breedte. Meer dan pensioen alleen. Daar kunnen we ook veel van leren. Want samenwerken met partijen buiten APG betekent ook dat je niet alles zelf hoeft te doen om een vertrouwde gids voor werkgevers en deelnemers te zijn. Belangrijk is wel dat de diensten elkaar versterken. Dan wordt één plus één meer dan twee.”

 

Wat zijn concreet de volgende stappen in de samenwerking?

Veerkamp: “We gaan eigenlijk twee kanten op: enerzijds gaan we onderzoeken hoe de dienst Prikkl, zoals die is, optimaal kunnen inzetten bij de werkgevers en werknemers van de aangesloten pensioenfondsen van APG. Daarnaast storten we ons de komende maanden op de ontwikkeling van twee nieuwe proposities. Dus nieuwe manieren waarop we de kennis en dienstverlening van Prikkl kunnen combineren met wat we bij APG doen.”

 

Wanneer zijn jullie tevreden?

Van Gurp: “Als we er echt voor kunnen zorgen dat we financieel inzicht bereikbaar maken voor een groot publiek. Als het ons op grote schaal lukt om éérder bij mensen te zijn. Dus voordat ze in financiële problemen komen of beperkt raken in hun keuzes. Als het om financiën gaat, wil ik voorkomen dat iemand denkt: had ik maar…”

 

Boersma: “Ik ben blij als mensen hulp bij geldzaken meer als een routine gaan beschouwen. Het hoeft echt niet per se leuk te zijn, maar het zou even vanzelfsprekend moeten zijn als een bezoek aan de tandarts. Gewoon, één à twee keer per jaar even ervoor gaan zitten. En daar helpen wij dan graag bij.”

Volgende publicatie:
“De brieven die ik over mijn pensioen krijg, leg ik altijd snel weer weg”

“De brieven die ik over mijn pensioen krijg, leg ik altijd snel weer weg”

Gepubliceerd op: 27 januari 2021

Hoe ga je om met werk en geld voor nu en later? Leef je bij de dag of plan je doelbewust je financiële toekomst? En regel je ‘later’ zelf, of ben je aangesloten bij een pensioenfonds? Marielle van Ramshorst is leidinggevende bij een dagbestedingslocatie, eigenaresse van een dansschool en trainster.

 

 

Marielle van Ramshort (35)

Beroep: leidinggevende bij een dagbestedingslocatie, danslerares en trainer/coach

Werkt wekelijks: meer dan 40 uur (in niet-coronatijd)

Inkomen: tussen de 1875 en 4375 euro per maand

Spaargeld: 13.000 euro

Pensioen geregeld? Deels

 

Hoe heb je je pensioen geregeld?

“Via mijn werkgever ben ik aangesloten bij een pensioenfonds. Daarnaast heb ik een potje pensioen aangemaakt op mijn spaarrekening. Daar staat wel iets op, maar ik heb me nog niet verdiept in wat ik daar verder mee moet.”

 

Wat doe je voor werk?

“Ik stuur het team aan op een dagbestedingslocatie voor mensen die om wat voor reden dan ook geen betaald werk kunnen doen. Daarnaast heb ik een salsadansschool waar ik ook lessen geef, en ben ik vorig jaar begonnen als zelfstandig trainer en coach. In die laatste hoedanigheid help ik single vrouwen die op zoek zijn naar een relatie, uit te zoeken hoe het komt dat ze nog vrijgezel zijn. Op de dansschool kwam ik veel dames tegen met vragen op dat gebied, zo is het idee geboren. In mijn trainingen gebruik ik veel beweging, omdat je daardoor dingen vaak anders ervaart en voelt dan wanneer je er alleen rationeel naar kijkt.”

 

Je bent je coachingsbedrijf dus gestart in coronatijd?

“Klopt, niet het meest ideale moment. Ik heb tot nu toe pas één training helemaal kunnen afronden. De volgende stond gepland voor januari 2021, maar die kon door de coronarestricties niet doorgaan.”

 

Hoeveel uur per week ben je aan het werk?

“Bij de dagbesteding twintig uur per week. Op de salsadansschool normaal ook zo’n twintig uur per week, maar door corona ligt dat nu helemaal stil. Ik besteed circa vier uur per week aan de training en coaching, iets meer als er een training aankomt. Ik wil er eens in de drie maanden eentje geven.”

 

Dat is meer dan fulltime.

“Ja, maar het voelt niet echt als werk. Ik maak veel uren, maar een groot deel daarvan is een uit de hand gelopen hobby.” 

 

Wat verdien je?

“Bij de dagbesteding ongeveer 1875 euro netto per maand. Bij de dansschool verschilt het een beetje. Op dit moment is het rond de 300 euro per maand, het was zo’n 1000 euro per maand. Voor een training verdien ik tussen de 1000 en 1500 euro, afhankelijk van hoeveel mensen eraan meedoen.”

 

Ben je daar tevreden mee?

“Ja, ik kan er goed van rondkomen. Ik denk dat ik meer zou kunnen verdienen met coaching, maar het is daarvoor nu een moeilijke periode. Je verdient natuurlijk veel minder als je drie mensen in je training hebt dan wanneer er twintig mogen komen.”

Wat zijn je vaste lasten?

“Ongeveer 1400 euro, als ik mijn hypotheek, elektriciteit, internet en verzekeringen bij elkaar optel.”

 

Waar geef je nog meer geld aan uit?

“Spotify, Netflix, dat soort dingen. Verder heb ik met vijf vriendinnetjes een leukedingenpotje waar we elke maand 20 euro in storten. Als er genoeg geld op staat, gaan we iets leuks doen. Een dagje naar een sauna of wellnessresort bijvoorbeeld, met een overnachting in een huisje in de natuur en lekker eten. Het is fijn als je het al hebt gespaard, dan mis je het geld niet meer.”

 

Hoeveel geld heb je zelf gespaard?

“Iets van 13.000 euro. Daar ben ik heel blij mee, zoveel heb ik nog nooit gehad. Een groot deel ervan moet ik waarschijnlijk nog aan de belastingdienst betalen.”

 

Ben je veel bezig met je oude dag?

“Niet echt. Ik besef wel dat het geregeld moet worden, maar eerder werkte ik altijd veel meer uren in loondienst en hoefde ik me niet druk te maken over mijn pensioen. In de ondernemersclub waar ik eens per maand mee samenkom, is het wel een onderwerp dat soms aan bod komt. Dan vallen er termen als ‘pensioengat’ en ‘jaarruimte’ en dan denk ik: goh, interessant, maar vervolgens doe ik er niet veel mee. Dit jaar moet ik echt iets regelen.”

 

Hoeveel pensioen zou je maandelijks krijgen als je nu 67 zou zijn?

“Goede vraag, volgens mij is dat heel weinig. De brieven die ik daarover krijg doe ik altijd snel weer weg. Wacht, ik pak er eentje bij… Ah, ik bouw pensioen op sinds 2002, en er staat dat ik bruto 18.000 per jaar krijg. Volgens mij is mijn jaarinkomen nu veel hoger, dus het klinkt niet alsof ik daar heel veel leuke dingen van kan doen. Ik schrik er ook weer niet van, want ik had niet verwacht dat het een enorme vetpot zou zijn. Hiermee ga ik het niet redden, maar tegen die tijd heb ik hopelijk mijn huis afbetaald; dat zal iets schelen. En er komt nog AOW bij natuurlijk.”

 

Wat zou je beter kunnen regelen?

“Voor mijn eigen bedrijf moet ik sowieso nog pensioen regelen. Ik wil uitzoeken welke opties er allemaal zijn. Wat is slim om te doen in mijn situatie, gedeeltelijk in loondienst en gedeeltelijk zelfstandig? Ik moet me er veel beter in gaan verdiepen.”

Volgende publicatie:
Economisch onafhankelijk

Economisch onafhankelijk

Gepubliceerd op: 21 januari 2021

Een man die alles zelf kan. Dat ideaalbeeld zal ik wel nooit bereiken. Kwestie van broers die handiger zijn. Zij pakten vroeger alle klusjes in huis op. En zo ontnamen ze mij de kans – ik bedoel natuurlijk de prikkel – om met mijn handen iets te leren. Als er tegenwoordig een keukendeurtje kraakt, dan laat ik een klusjesman komen.

 

Dat lijkt volledig tegen de tijdgeest in te gaan. Zelfvoorziening is populair tegenwoordig. Huiseigenaren wekken bij voorkeur hun eigen stroom op. Onder jongeren is er een groep die zijn eigen (vroeg)pensioen wil regelen. En menigeen droomt van een eigen moestuin. Door off grid te gaan, beperk je de afhankelijkheid van anderen, is de gedachte. Ook op nationaal niveau speelt het: moet je medicijnen en mondkapjes niet ‘in eigen hand’ houden? “Laten we reserves opbouwen, zodat we niet naar de pijpen van het IMF hoeven dansen.”

 

Het is niet alleen maar een romantisch verlangen. Er is een economische basis. Consumenten hechten meer waarde aan een kast die zij zelf in elkaar hebben geschroefd dan aan een kant-en-klaar exemplaar (in de literatuur bekend als het IKEA-effect). Zelf doen voelt goed! Daarnaast is het een logische reactie op de financiële crisis, eurocrisis en coronacrisis om een buffer aan te willen leggen. Dat scheelt afhankelijkheid van anderen. Toch?

 

Aan die redenering zitten wel wat haken en ogen. Alles zelf doen is niet efficiënt. Als de klusjesman mijn problemen oplost en ik die van hem, dan zijn we twee keer zo snel klaar met een beter resultaat. Kortom, je haalt meer uit je tijd als je die doelmatig inzet. Een ander punt is dat het aanleggen van buffers je als land of individu veerkrachtiger lijkt te maken, maar je creëert er nieuwe afhankelijkheden mee.  

 

Dat zit zo. Ik kan alleen maar sparen als iemand anders bereid is schuld aan te gaan. Dat geldt ook voor landen. Alle wereldwijde handelsoverschotten – zeg maar nationale besparingen – bij elkaar opgeteld zijn per definitie gelijk aan alle handelstekorten. Het ene land spaart, het andere leent. Kortom, het is niet gezegd dat de aanleg van buffers het systeem stabieler maakt. Niet elk land kan nettobezitter zijn van vermogenstitels. Bovendien: als de schuldenaren bezwijken, gaan de buffers ook onderuit. De ‘wet van behoud van ellende’ noemde mijn natuurkundeleraar dat vroeger.

 

Het maakt ook duidelijk dat onafhankelijkheid een illusie is. Als ik op een grote zak met spaargeld zit, dan ben ik juist afhankelijk van anderen. Zij zullen mijn geld moeten accepteren in ruil voor goederen of diensten in de toekomst. Misschien doen ze dat niet. Als iedereen straks tegelijk met pensioen wil om lekker te tuinieren dan is er niemand om een maaltijd te bezorgen of een keukendeurtje op te knappen.

 

Nu zal het in de praktijk natuurlijk niet zo extreem uitpakken, maar het geeft aan dat ook in de economie geldt: no man is an island. Onze rijkdom is juist gebaseerd op innige samenwerking met vreemden. Misschien heeft het kapitalisme ons individualistischer gemaakt, zeker niet onafhankelijker. Eigenlijk is ‘economische onafhankelijkheid’ intern tegenstrijdig.

 

Uiteraard wil ik niet zeggen dat buffers zinloos zijn, alleen dat je je er niet blind op moet staren. Het ‘investeren’ in sociaal kapitaal kan ook zeer lonend zijn. En als dan een keer de nood aan de man is en je geen geld hebt voor een klusjesman, dan is er misschien een buurman die wil helpen. Of een handige broer natuurlijk.

 

Charles Kalshoven is senior strategist bij APG

Volgende publicatie:
“Onze generatie wil vrij zijn”

“Onze generatie wil vrij zijn”

Gepubliceerd op: 19 januari 2021

Doorwerken tot je 67e en daarna genieten van je oude dag. Of kan het ook ánders? Een zoektocht naar Plan P: vernieuwende ideeën en alternatieve scenario’s voor de inrichting van leven, werk en pensioen. Omdenken voor en door jong en oud.

In deze aflevering millennials Saska van Engen (30) en Puck Landewé (33) over financiële onafhankelijkheid en eerder stoppen met werken.     

 

Op 31 december 2025 is het D-day voor Saska van Engen (30). Op die datum wil ze voldoende gespaard en belegd vermogen hebben opgebouwd om afscheid te kunnen nemen van haar vaste baan. Daar heeft ze het overigens uitstekend naar haar zin, maar de vrijheid lonkt. ‘Als ik op dinsdagochtend wil gaan wandelen, een van mijn passies, dan kan dat gewoon.’ En is er een droom: in de Zweedse bossen wonen en volop van de natuur genieten, ver weg van de ratrace. Puck Landewé (33), denkt al over een jaar te kunnen gaan ‘rentenieren’ en van de opbrengst van haar beleggingsportefeuille te kunnen leven. Ook voor haar is vrijheid een sleutelwoord: ‘Ik wil mijn hart kunnen volgen, ook als het weinig of niets verdient. Ooit wil ik boswachter worden.’

 

Kantoortuin of eigen tuin?

Van Engen en Landewé zijn beiden aanhangers van de FIRE-filosofie, die staat voor: Financial Independence, Retire Early. Oftewel: financieel onafhankelijk worden om bijvoorbeeld al vóór je veertigste met pensioen te kunnen, in plaats van pas op je 67e. Of om niet meer elke dag in een kantoortuin achter een beeldscherm te hoeven zitten, maar meer tijd over te houden voor je eigen tuin, reizen of een eigen onderneming. Die vrijheid moet gekocht worden met het streven naar financiële onafhankelijkheid: minder uitgeven dan er binnenkomt en het verschil beleggen, zodat je uiteindelijk van rendement en dividend kunt leven.

 

Lees in deze reeks ook: 5 kanttekeningen bij de FIRE-filosofie  

Op de foto: Puck Landewé

 

Van dealingroom naar bijenwaskaarsen

Na haar twee masters in economie en finance werkte Van Engen bij accountantsorganisatie EY en op de dealingroom van ABN Amro, als risk controller. ‘Al snel kwam ik erachter dat die wereld me toch niet trok: te hard, te weinig mensgericht en ik miste maatschappelijke relevantie.’ Begin dit jaar werd ze business controller bij zorginstelling Beweging 3.0. ‘In de zorg is minder achterkamertjespolitiek en ellebogenwerk: je werkt samen om andere mensen te helpen. Dit past veel beter bij me.’ Naast haar baan heeft ze een bedrijfje in bijenwaskaarsen, een hikingblog en een website waarin ze adviseert en blogt over bewust omgaan met financiën en beleggen: FinanceMonkey.nl, met zo’n 22.000 volgers per maand. Vooral die laatste activiteit levert extra inkomsten op en draagt bij aan haar ultieme doel: op haar 35e financieel onafhankelijk worden, samen met haar vriend. ‘Dan kunnen we onze negen-tot vijf banen inruilen voor de vrijheid om ánders te leven, met meer tijd voor onszelf en voor hulp aan anderen in de samenleving.’

 

Kantelmoment

Landewé werkte na haar mode-opleiding achtereenvolgens bij Wehkamp, VodafoneZiggo en de beursgenoteerde fietsfabrikant Accell Group als brand- en communicatiemanager. Eind vorig jaar zegde ze haar baan op. Het was een kantelmoment: ‘Mijn moeder was ernstig ziek en overleed, mijn relatie klapte en ik kreeg de ziekte van Pfeiffer. Toen ben ik gaan nadenken: hoe krijg ik meer rust in mijn leven?’ Ze nam een Eat Pray Love-sabbatical, woonde een tijdje in Rome en begon met platform Fireforwomen.com: maandelijks 27.000 volgers en 1.400 community-leden. Landewé heeft inmiddels drie vrouwen voor zich werken en verdient goed met haar site, waarmee ze Nederlandse vrouwen meer financieel-savvy wil helpen maken. Dat is hard nodig, stelt ze. ‘Zelfs mijn hoogopgeleide vriendinnen reageerden terughoudend op mijn FIRE-plannen: “Is zelf beleggen niet heel risicovol?” Mijn antwoord: niet als je het met kennis van zaken en verstandig doet. De media werken ook stigmatiserend: personal finance- artikelen voor mannen gaan vaak over vermogen opbouwen, die voor vrouwen vooral over besparingsmogelijkheden. Kennelijk is beleggen voor en door vrouwen nog steeds een taboe, dat wil ik doorbreken.’

 

Elke euro omdraaien  

Besparen én het overgebleven geld slim investeren: het is allebei nodig voor financiële onafhankelijkheid. Van Engen en haar vriend zetten elke maand de helft van hun inkomsten opzij: ‘We hebben bewust keuzes gemaakt: we rijden geen auto, zijn buiten de Randstad gaan wonen, letten op onze uitgaven bij de supermarkt… We draaien echt elke euro om.’ Het bespaarde geld wordt voor 99 procent belegd: via indexfondsen en pensioenbeleggers. Maar wat als de beurs instort? Zitten de millennials die FIRE najagen dan straks zonder fatsoenlijk pensioen? Die angst is ongegrond, aldus Van Engen. ‘Ik ben pas 30. In het begin kun je best wat meer risico nemen en vooral in aandelen zitten voor het rendement en dividend. Naarmate je dichter bij je pensioen komt, kun je minder risico nemen en bijvoorbeeld meer in obligaties gaan. Pensioenuitvoerders doen hetzelfde.’ Van Engen wijst verder op het belang van een goede spaarbuffer en stalen zenuwen: ‘Je moet niet in paniek verkopen als het even minder gaat, maar je hoofd koel houden. Die beurs trekt wel weer aan. Dat is ook weer gebleken tijdens de coronacrisis.’

 

Financiële vrijheid creëren 

Stick to the plan, beaamt Landewé. Ook zij doet aan index- en pensioenbeleggen, maar ze investeert daarnaast in vastgoed: vorig jaar kocht ze haar eerste beleggingspand. Met de opbrengst van de verkoop van haar huis (ze gaat huren) wil ze nog een paar panden kopen. Zorg voor een buffer en let op je uitgavenpatroon, zegt ook Landewé. Maar ze wil wel lekker leven, niet té sober. Ze legt de nadruk liever op meer verdienen: via een lucratieve nevenactiviteit of door meer te gaan werken en beter te onderhandelen over het salaris. ‘Nederland is kampioen deeltijdwerken. Veel vrouwen zijn financieel afhankelijk van hun partner, we kennen een gender pay gap. Als vrouwen meer gaan verdienen, kunnen ze hun financiële positie versterken én vermogen opbouwen.’ Daar is niets elitairs of verwends aan, zoals critici van de FIRE-beweging beweren, aldus Landewé. ‘Ik ben in een fijn gezin geboren en heb een goede opleiding gehad. Ik ben dus absoluut bevoorrecht. Helaas zijn er in Nederland veel mensen die minder geluk hebben en voor wie financiële onafhankelijkheid niet haalbaar zal zijn. Aan de andere kant ben ik ervan overtuigd dat mensen veel meer mogelijkheden hebben om hun positie te verbeteren dan ze vaak denken. Ook als je maar een tientje per maand overhoudt om te beleggen, kun je de regie pakken en op de lange termijn meer financiële vrijheid creëren.’

Millennials willen hun pensioen zelf regelen…

Het Nederlandse pensioenstelsel is een reden op zich om naar FIRE te streven. ‘Ik ga ervan uit dat er later geen AOW meer voor mijn generatie is’, stelt Van Engen. ‘Door de vergrijzing en het grote aantal vijftigers dat straks de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, zal het gat tussen wat er aan AOW-premies binnenkomt en het geld dat moet worden uitgekeerd groter worden. Nu wordt dat nog aangevuld uit overige belastinginkomsten, maar als de discrepantie steeds groter wordt, is dat wellicht niet meer haalbaar. De kans is dus groot dat het stelsel in de toekomst overhoop moet worden gegooid, omdat het te duur geworden is en niet meer kan worden opgehoest. Dat is oneerlijk voor mij en andere millennials, maar je kunt beter pragmatisch zijn en je pensioenvoorziening zelf gaan opbouwen.’ Van Engen is via haar werkgever aangesloten bij een bedrijfstakpensioenfonds, daarnaast doet ze aan pensioenbeleggen om de gehele fiscale jaarruimte te benutten. ‘Ik zou het liever helemáál zelf doen, dat kan in Nederland helaas niet.’

Maar creëert het collectieve pensioenstelsel uiteindelijk niet voor iedereen de meeste waarde, zowel voor jong als oud? Van Engen denkt er als representant van de millennialgeneratie anders over. Het nieuwe pensioenstelsel is een stap in de goede richting, vindt ze. ‘Maar het moeten uiteindelijk echt individuele pensioenpotjes worden. Nu kan in goede jaren het beleggingsrendement van niet-gepensioneerden worden afgeroomd ten gunste van gepensioneerden, zodat het pensioenfonds in slechte jaren aan de verplichtingen kan voldoen en niet hoeft te korten. Om deze verschuiving weer goed te maken voor de niet-gepensioneerden, moet voor de langetermijnverplichtingen een hoger rendement behaald worden, door het lopen van meer risico. Daardoor zal de minimale dekkingsgraad echter weer stijgen. Er is dus sprake van een vicieuze cirkel, die je kunt doorbreken door te kiezen voor individuele pensioenpotjes, in plaats van één gezamenlijke pot.’

 

… en duurzamer beleggen

Ook Landewé vroeg tevergeefs aan elke werkgever of ze haar pensioen zelf kon regelen. ‘Millennials willen graag zelf in charge zijn.’ Bovendien vindt ze het huidige pensioenstelsel niet toegankelijk, niet flexibel en niet transparant. ‘Je legt via de pensioenpremie een paar honderd euro per maand in, maar je weet niet waarin dat wordt belegd. Dat voelde niet prettig. Ik kan nu zelf bepalen wat er met mijn pensioengeld gebeurt, mijn eigen risicoprofiel kiezen en duurzamer beleggen. Mijn generatie wil geen aandelen Shell of Tata Steel meer, we willen een betere wereld.’

Volgende publicatie:
"Als iederéén op zijn 40e met pensioen gaat, stort onze maatschappij in"

"Als iederéén op zijn 40e met pensioen gaat, stort onze maatschappij in"

Gepubliceerd op: 19 januari 2021

Doorwerken tot je 67e en daarna genieten van je oude dag. Of kan het ook ánders? Een zoektocht naar Plan P: vernieuwende ideeën en alternatieve scenario’s voor de inrichting van leven, werk en pensioen. Omdenken voor en door jong en oud.

In deze slotaflevering: Drie APG’ers over millennials die streven naar financiële onafhankelijkheid om eerder te stoppen met werken.

 

Rondscharrelen in de moestuin bij je huisje in de Zweedse bossen. De luxe hebben om op dinsdagochtend niet achter je laptop te schuiven maar lekker te gaan wandelen. Een opleiding voor boswachter volgen of eindelijk dat pop-up restaurantje openen. Zomaar wat dromen van mensen over hun pensioenperiode. Alleen komen deze dromen niet van zestigers, maar van een twintiger en twee dertigers: Rowan (27), Saska (30) en Puck (33). En ze willen die dromen niet pas waarmaken na hun 67e, maar liefst vóór hun veertigste of nog eerder. Elders op apg.nl laten we deze millennials aan het woord over hun levensinstelling en de manier waarop ze hun vroegpensioen financieren.

 

Haalbaar en wenselijk?   

De FIRE-filosofie (Financial Independence, Retire Early) speelt daarin een belangrijke rol: het zo vroeg mogelijk in je leven bereiken van financiële onafhankelijkheid door (sober) te leven van het rendement van je beleggingsportefeuille. Dat klinkt mooi, maar is het ook haalbaar en maatschappelijk wenselijk? We vroegen het Charles Kalshoven, Thijs Knaap en Eduard Ponds, alle drie werkzaam bij APG voor de afdeling Asset Management, die verantwoordelijk is voor het beleggen van 560 miljard euro aan pensioengeld (stand november 2020) voor 4,7 miljoen deelnemers via de aangesloten fondsen. Het leidde tot vijf kanttekeningen (maar ook twee winstpunten).    

 

Kanttekening 1: Professionele beleggers realiseren meer rendement

FIRE-adepten leggen zoveel mogelijk van hun inkomen opzij om te beleggen, soms zelfs de helft.    Kunnen jonge mensen zelfstandig wel voldoende pensioenkapitaal opbouwen voor hun vroege ‘oude dag’? Charles Kalshoven: “Mensen willen steeds meer zelfvoorzienend en onafhankelijk zijn, dat is een maatschappelijke trend. Ze willen zonnepanelen om in hun eigen energie te voorzien en steeds vaker hun eigen pensioenvoorziening regelen. Maar als individueel belegger kun je nooit de resultaten en risicospreiding evenaren van een professionele partij. Als APG kunnen wij een mooie mix hanteren tussen bijvoorbeeld aandelen, vastgoed en langetermijnbeleggingen in infrastructuur, waarmee we ook nog eens een maatschappelijke bijdrage leveren.”

 

Eduard Ponds, naast zijn functie bij APG bijzonder hoogleraar Economie van Collectieve Pensioenen aan de Universiteit van Tilburg: “Keer op keer komt uit onderzoek naar voren dat professionele beleggers betere resultaten realiseren dan individuele beleggers.” 

 

Kanttekening 2: Individuele pensioenbeleggers dragen zelf langlevenrisico

De FIRE-aanhangers zelf denken daar overigens anders over. Ze gaan vaak uit van een verwacht rendement (inclusief dividend) van minstens 7% op hun beleggingsportefeuille. Vier procent om van te kunnen  leven, 3% voor inflatiecorrectie. “Het verwachte rendement op aandelen en vooral obligaties is niet meer zo groot als vroeger,” waarschuwt Kalshoven. “Dat merken wij bij APG zelf ook,” vult collega Thijs Knaap aan. “Dus als je rekent op gemiddeld 7% rendement, dan ben je misschien toch wat te optimistisch.”

 

Bovendien lopen FIRE-aanhangers het risico om aan het eind van hun pensioenkapitaal een stukje leven over te houden, rekent Ponds voor. “Als je 4% aan je pensioenkapitaal onttrekt en een beleggingsbeleid hebt met 50% aandelen en 50% obligaties, dan ga je de komende dertig jaar waarschijnlijk niet failliet. Maar daarna wordt het kritiek, terwijl de levensverwachting steeds verder toeneemt, naar honderd jaar of meer.” Pensioenfondsen vangen dat langlevenrisico op met collectieve reserves. Knaap: “Mensen kunnen zo lang ze leven pensioen krijgen, omdat je kunt putten uit een grotere pensioenpot en niet iedereen even oud wordt. Als je al met je veertigste met pensioen gaat en honderd wordt, loop je het risico dat je te weinig spaart voor die zestig jaar.”

Op de foto: Charles Kalshoven

 

Kanttekening 3: Als de beurs instort, zit je zonder (voldoende) pensioenkapitaal   

Voorjaar 2020 ging een derde aan beurswaarde verloren door de coronacrisis. In 2008 beleefden we een financiële crisis. Kalshoven: “Als je als zelfstandig belegger een aandelenkrach meemaakt, of hebt belegd in een bedrijf dat failliet gaat, dan kun je je vermogen en daarmee je pensioen in rook zien opgaan.” Individuele beleggers nemen bij een beurscrash soms de verkeerde beslissingen, stelt Knaap, zoals op het laagste punt van de markt aandelen verkopen of onverantwoorde risico’s aangaan. “Als je zelf tonnen hebt gespaard en de helft verdampt, dan levert dat bovendien veel stress op en slaap je slecht.” Een professionele belegger als APG heeft ook last van die inzakkende aandelenmarkt, erkent Knaap, maar raakt niet in paniek en kan tijdelijke verliezen gemakkelijker opvangen en compenseren.

 

Kanttekening 4: Zelf je pensioenvermogen beheren is hárd werken

Zeker in een crisis missen mensen vaak de kennis en ervaring om zelf hun pensioengeld te investeren, stelt ook Ponds. De meeste mensen willen dat volgens hem ook helemaal niet. “Ze vinden het belangrijk dat hun werkgever een goede pensioenregeling aanbiedt, maar ze zijn niet geïnteresseerd in de details, zo blijkt uit onderzoek.” Het is ook gewoon veel werk om je kapitaal zo goed en duurzaam mogelijk te beleggen tegen zo laag mogelijke kosten en een acceptabel risico, stelt Knaap. “Wij hebben daar bij APG met zo’n duizend collega’s een dagtaak aan. Dus wij kijken naar aanhangers van FIRE zoals de bouwvakker naar de doe-het-zelver: misschien kúnnen sommige mensen wel zelf beleggen voor hun pensioen, maar waarom zouden ze dat wíllen? Eigenlijk ben je dan nog steeds niet vrij, maar heb je er een nieuwe baan bij.”

Op de foto: Thijs Knaap

 

Kanttekening 5: De maatschappij komt tot stilstand door te veel vroegpensionado’s

De drie APG’ers plaatsen dus de nodige kanttekeningen bij de FIRE-filosofie. En dan hebben ze het nog niet eens over het feit dat vroegpensionado’s vrijwillig afzien van hun grootste verdienpotentieel - ná je veertigste - en de vreugde, identiteit en zelfverwerkelijking die werk met zich kan meebrengen. “Je investeert te kort in opleiding, ervaring en netwerk om later in je loopbaan voluit te kunnen profiteren van je opgebouwde menselijk kapitaal,” aldus Kalshoven.

Hun grootste bedenkingen liggen echter op maatschappelijk gebied. “Als we allemaal op ons veertigste met pensioen gaan, wie moet dan de espresso’s serveren op het terras, je haar knippen en je kinderen lesgeven?” lacht Knaap. Ponds zegt het wat stelliger: “We moeten oppassen voor een generatie van freeriders, drop-outs die geen bijdrage leveren aan de samenleving, maar wel gebruikmaken van de infrastructuur en bijvoorbeeld de zorg. Als er te weinig werkenden overblijven, kunnen we die collectieve voorzieningen niet meer financieren en stort onze maatschappij in.”   

 

Positieve punten

Toch zien de drie APG’ers wel degelijk ook positieve punten aan de wens van veel millennials om hun leven, werk en pensioen anders in te richten dan hun ouders:

 

Winstpunt 1: Geweldig! Twintigers en dertigers tonen eindelijk interesse in hun pensioen…   

“De meeste mensen onder de veertig houden zich niet bezig met hun pensioen en scheuren vaak niet eens hun UPO, hun Uniform Pensioenoverzicht, open,” verzucht Knaap, terwijl zijn twee collega’s instemmend knikken. “Jongeren vinden het een dodelijk saai, technisch en ingewikkeld onderwerp. Deze twintigers en dertigers verdiepen zich wél in hun pensioen, dat is een groot pluspunt.”

Winstpunt 2: … en ze pakken de financiële regie over hun leven: nóg mooier!

Aanhangers van de FIRE-filosofie leven sober, sparen veel en kijken vooruit. Knaap fungeert opnieuw als woordvoerder: “Deze millennials nemen zelf de financiële regie over hun leven en zijn zelfredzaam: een enorm positieve ontwikkeling. Ze hoeven geen dure auto omdat de buurman er één heeft, of een tophypotheek. Als mensen minder lenen en meer buffers hebben, kunnen we als samenleving ook beter economische schokken opvangen.”

 

Plan (A)P(G)

Kan APG de FIRE-aanhangers en andere millennials misschien halverwege tegemoetkomen, bijvoorbeeld door een deel van het pensioentegoed opneembaar te maken voor een sabbatical of hypotheekaflossing? Door de verplichte pensioenopbouw via werkgever en pensioenuitvoerder af te schaffen, zoals in het buitenland? Of door de collectieve pensioenpot in te ruilen voor individuele pensioenpotjes?

 

Er wordt bij APG hard nagedacht over pensioeninnovatie om beter aan te sluiten op andere voorkeuren in de maatschappij, is de eensgezinde reactie. Ponds: “We willen graag van de jonge generatie leren.” Bovendien zet het nieuwe pensioencontract al meer in op eigen verantwoordelijkheid van mensen en een verschuiving naar meer individuele pensioentegoeden. “Het gaat steeds meer op een gewone bankrekening lijken,” aldus Knaap. Maar het kost tijd om een pensioensysteem dat in honderd jaar is opgebouwd, aan te passen. Ook moeten we het goede ervan - principes als solidariteit, risicodeling en verplichtstelling - zien te behouden, vinden de APG’ers. Kalshoven: “Millennials ervaren dat misschien als paternalistisch, maar het merendeel van de Nederlanders vindt zelf sparen en beleggen lastig en wordt zo tegen latere armoede beschermd.” Oké, pa 😊.    

Volgende publicatie:
“Ik wil vóór mijn 50e kunnen stoppen”

“Ik wil vóór mijn 50e kunnen stoppen”

Gepubliceerd op: 6 januari 2021

Serie: Werk & Geld

 

Hoe ga je om met werk en geld voor nu en later? Leef je bij de dag of plan je doelbewust je financiële toekomst? En regel je ‘later’ zelf, of ben je aangesloten bij een pensioenfonds? Deze keer: Jeroen Zuurveld, financieel planner en sinds kort ZZP’er.

 

Jeroen Zuurveld (39)

Beroep: financieel planner / hbo-docent

Werkt wekelijks: 25 tot 30 uur per week

Inkomen: “Uit mijn onderneming betaal ik mezelf elke maand 1500 euro netto uit aan salaris. Met lesgeven verdien ik ongeveer hetzelfde. Daarnaast ontvang ik rendement uit mijn investeringen door waardestijgingen en dividend.”

Spaargeld: Samen met zijn vrouw een buffer van 20.000 euro. Daarnaast een beleggingsportefeuille van 100.000 euro.

Pensioen geregeld? Ja

 

Sinds wanneer ben je zzp’er?

“Sinds twee jaar. Als je een fulltime baan hebt is voor jezelf beginnen een enorme stap. Bij mij ging het geleidelijk: na mijn fulltime baan werkte ik een paar dagen per week in het hbo – wat ik overigens nog steeds één à twee dagen per week doe. Vanuit die positie heb ik de sprong in het diepe gewaagd.”

 

Wat doe je precies als financieel planner?

“Ik bied mijn klanten een coachingstraject aan om erachter te komen wat voor hen het belangrijkste is in hun leven, waar ze gelukkig van worden. Ik help ze om vrij te denken: als de wereld aan je voeten ligt, wat ga je dan doen? Vervolgens begeleid ik ze om dat stap voor stap te implementeren en maak ik een financieel plan dat daarbij aansluit. Ik probeer ze te helpen hun financiën in dienst te stellen van hun leven, in plaats van andersom.”

 

En wat doe je op het hbo?

“Daar geef ik les in financieel management. Voor mij is het ideaal; het sluit aan op de onderwerpen die ik met mijn klanten bespreek en andersom kan ik mijn praktische kennis weer gebruiken in mijn lessen.”

 

Ben je blij met je inkomen?

“Het is ruim voldoende om van rond te komen. Alles wat ik meer verdien, stop ik in mijn beleggingen.”

Hoe pak je dat beleggen aan?

“Mijn doel is om 20 procent van mijn inkomen te investeren. Ik beleg zowel in losse aandelen als in ETF’s (indextrackers, red.). In plaats van dat ik geld overmaak naar mijn spaarrekening, boek ik het over naar een broker. Via de broker koop ik aandelen of ETF’s die ik van tevoren heb geselecteerd. Als je beleggingshorizon lang genoeg is, kun je hierbij een rendement halen tussen de 8 en 10 procent. Mijn hele portefeuille is rond de 100.000 euro waard. Beleggen maakt je heel flexibel. Als ik zou willen, zou ik alle beleggingen vandaag kunnen verkopen en dan zou het morgen op mijn rekening staan.”

 

Wil je eerder met pensioen?

“Mijn doel is om over vijf à tien jaar technisch met pensioen te kunnen. Niet dat ik dan al wil stoppen met werken, maar het zou mooi zijn als het kán. Dat geeft je de ultieme vrijheid. Om dit te kunnen bereiken moet het rendement uit je investeringen even groot zijn als je lasten.”

 

Hoeveel geef je maandelijks uit?

“Ik woon samen met mijn vrouw, die een vaste baan heeft in het onderwijs, en ons zoontje van 4. Als gezin geven we zo’n 4000 euro per maand uit aan hypotheek, verzekeringen, kinderopvang, abonnementen, de schoonmaakster, boodschappen, kleding. Dat is een vrij gemiddeld uitgavenpatroon, zie ik bij mijn klanten.”

 

Waar gaat je geld verder aan op?

“We gaan graag op vakantie. Verder koop ik geregeld sportspullen, we wonen in Zandvoort aan Zee aan de kust en daar is het heerlijk surfen en fietsen. Al die horeca in de buurt is natuurlijk ook verleidelijk. Als er geen lockdown is zitten we regelmatig in een strandtentje. Al moet ik zeggen dat ik er soms moeite mee heb om nu geld uit te geven, omdat ik me er steeds bewust van ben dat het meer waard wordt als ik het opzij zet. Ik moet erop letten dat ik een goede balans houd tussen nu genieten en voldoende opbouwen voor later. De valkuil van veel mensen is dat ze te veel in het nu leven en vergeten wat het gevolg is in de toekomst – bij mij is het eerder omgekeerd.”

Ik zou al heel tevreden zijn als ik de dingen kan blijven doen waar ik blij van word

Doe je naast beleggen nog iets anders voor je oude dag?

“Ja. Zo zorgen we dat een groot deel van onze woning straks is afgelost, zodat onze lasten lager zijn. Daarnaast geloof ik dat mijn bedrijf waardevol gaat zijn in de toekomst en dat ik het dan kan verkopen. En in loondienst heb ik natuurlijk ook een deel van mijn pensioen opgebouwd.”

 

Hoeveel zou je later per maand willen krijgen bij je pensioen?

“Voldoende om van te leven. Hoeveel dat is, vind ik moeilijk om te zeggen. Alles wat je nu koopt is dan misschien wel twee keer zo duur. Ik zou al heel tevreden zijn als ik de dingen kan blijven doen waar ik blij van word. Dat wens ik iedereen toe. Ik zie veel zelfstandigen die alleen maar spaargeld hebben en verder helemaal niets opbouwen. Dat spaargeld staat niets te doen, je maakt geen rendement. Dat is nu geen probleem, maar hoe ziet dat er over tien, twintig jaar uit? Ik denk dat veel mensen ervan gaan schrikken. Het lijkt me heel vervelend als je je hele leven hard hebt gewerkt en dan ineens een stap achteruit moet doen vanwege een enorme inkomensval.”

 

Is er in jouw pensioenstrategie nog ruimte voor verbetering?

“Ik heb vooral in het verleden fouten gemaakt. Uiteindelijk is tijd het allerbelangrijkst, de tijd hebben om iets op te bouwen. Toen ik student was gaf ik structureel veel meer uit dan er binnenkwam, zonder me te realiseren wat voor impact dat zou hebben. Je moet eerst aflossen voordat je kunt opbouwen. Dat is misschien wel een van de redenen geweest dat ik dit werk ben gaan doen: ik heb geleerd van mijn fouten en ik wil anderen ervoor behoeden. Eerder beginnen met opbouwen, dat had ik moeten doen.”

Volgende publicatie:
“Beseft de deelnemer voldoende wat het nieuwe stelsel gaat betekenen?”

“Ik vraag me weleens af: beseft de deelnemer voldoende wat het nieuwe stelsel gaat betekenen?”

Gepubliceerd op: 18 december 2020

Gerard van Olphen over zijn vertrek én het nieuwe stelsel in de Telegraaf

 

Met zijn aangekondigde aftreden als bestuursvoorzitter van APG zal Gerard van Olphen de komende jaren geen actieve rol meer spelen in de overgang naar een nieuw pensioenstelsel. Een ‘marathon’ die hij vanaf voorjaar 2021 bewust aan anderen overlaat. Tijd voor andere dingen. Maar zover is het nog niet. In een interview met de Telegraaf blikt hij terug op een bijzonder jaar en kijkt hij vooruit. Naar de uitdagingen waar de pensioensector voor staat. “Blijven de deelnemers vertrouwen houden in het stelsel? Dat is het essentiële vraagstuk.”

 

Over de basis en urgentie van het nieuwe stelsel heeft Van Olphen weinig twijfels. “Mensen wisselen vaker van baan, ze willen meer vrijheid. Ze zijn af en toe zzp’er. Daar hoort een persoonlijker, eenvoudiger en transparanter pensioensysteem bij. Dat bestendiger is in een tijd van lage rentes. Dat wordt allemaal ingevuld”, zegt hij in het interview met de Telegraaf. Het is vooral de weg ernaartoe waar de uitdagingen liggen. De overgang naar een nieuw contract én de manier waarop deelnemers van pensioenfondsen daarin worden meegenomen. “We moeten nu echt naar de optiek van de deelnemer gaan kijken”, zegt van Olphen. “Hoe weet die of zijn startpunt in het nieuwe pensioen fair is? En wie helpt hem met het beantwoorden van vragen over die onzekerheid? Ik denk dat dat nog onvoldoende bij iedereen op het netvlies staat.”

 

Fysieke reacties

Passende pensioencommunicatie speelt een cruciale rol in het wegnemen van die onzekerheid. Van Olphen refereert aan onderzoeken van APG waarin 55-plussers werden uitgenodigd om te reageren op communicatie over het nieuwe stelsel. “En je merkt aan alle reacties, bijna fysiek, dat ze reageren op die onzekerheid die zichtbaar wordt.”

 

Vertrouwen

De grootste uitdaging voor de sector? Die zit volgens Van Olphen in het vertrouwen van de deelnemer: “De fundamentele bedreiging is het wegvallen van vertrouwen. Blijven de deelnemers vertrouwen houden in het stelsel? Dat is het essentiële vraagstuk.”

 

Benieuwd naar het hele interview? Lees het op de site van de Telegraaf.

Volgende publicatie:
“Een programma van deze omvang hebben we niet eerder gezien”

“Een programma van deze omvang hebben we niet eerder gezien”

Gepubliceerd op: 18 december 2020

Het Nederlandse pensioenstelsel gaat ingrijpend op de schop. Uiterlijk 2026 stappen we over op een nieuw pensioencontract (NPC). Een flinke operatie én best een krappe planning. Om de implementatie van het contract te laten slagen, zette APG een speciaal NPC-programma op. Hierin begeleidt en ondersteunt APG pensioenfondsen bij de keuzes waar ze de komende tijd voor staan. Doel: tevreden fondsen en tevreden deelnemers. Aan het hoofd staat Math Vrolings, die alle inspanningen binnen en buiten APG overziet, en verbindt. “De fondsen en sociale partners zitten op de bestuurdersstoel, wij proberen hen te voeden met wat ze nodig hebben om vooruit te komen.”

Om in 2026 over te kunnen stappen naar het nieuwe stelsel staan pensioenfondsen voor nogal wat keuzes. APG begeleidt en ondersteunt ze bij het nemen van die beslissingen. Vrolings: “Januari 2026 lijkt ver weg, maar het is een krappe planning. Het is belangrijk dat fondsen hun besluiten samen met sociale partners op tijd nemen, zodat wij ook op tijd aan de slag kunnen met de uitvoering. Om de juiste besluiten te nemen, moet er binnen fondsen een discussie op basis van goede informatie plaatsvinden. Wij faciliteren in die discussie, met informatie en inzichten  – via risicotaxaties bijvoorbeeld. Zodat fondsbestuurders zich volledig bewust zijn van de consequenties die bepaalde besluiten hebben. Daarna helpen we de fondsen waar mogelijk met het uitwerken van de details.”

 

Invaren

Aan wat voor besluiten moeten we dan denken? “Fondsen krijgen straks de keuze tussen twee verschillende contractvormen, met meer of minder risico voor de deelnemer. Ze staan ook voor keuzes die gevolgen hebben voor de beleggingsmix die ze hanteren (verdeling van de beleggingsportefeuille in categorieën zoals aandelen, obligaties en onroerend goed, red.). Bovendien ligt voor fondsen de vraag op tafel of ze de al opgebouwde pensioenrechten van deelnemers overbrengen naar het nieuwe contract of niet, het zogeheten ‘invaren’. Ook wat betreft de inhoud van de pensioenregeling zelf moeten de fondsen keuzes maken.”, aldus Vrolings.

 

Vruchten

Om de complexiteit te beperken en de uitvoering betaalbaar te houden, ontwikkelt APG ‘fondsgenerieke raamwerken’. Vrolings: “We werken voor acht fondsen, waardoor we in de uitvoering met heel veel verschillende keuzes te maken kunnen krijgen. De ene keuze heeft grotere gevolgen dan de andere, wat betreft complexiteit in uitvoering, kosten, en uitlegbaarheid richting deelnemer. Door daar rekening mee te houden, kun je fondsen een raamwerk bieden waarbinnen die gevolgen behapbaar blijven. Dat werpt zijn vruchten af in een vereenvoudigde uitvoering en daarmee lagere kosten. Fondsen kunnen er natuurlijk voor kiezen om buiten die kaders te treden. Maar het is onze taak om ze bewust te maken van de gevolgen daarvan voor de complexiteit in de uitvoering, de prijs waarvoor we dat kunnen doen, en de uitlegbaarheid aan de deelnemers.”

We informeren fondsen en sociale partners zo goed mogelijk over de voor- en nadelen van elke keuze

Minder om te beleggen

Vrolings illustreert het aan de hand van een voorbeeld. “Stel, de helft van de fondsen kiest ervoor om niet in te varen. Met andere woorden, de helft van onze klanten brengt de reeds opgebouwde pensioenrechten van deelnemers niet over naar het nieuwe contract. Alle toekomstige premie wordt wel ingelegd in het nieuwe contract. Als gevolg daarvan moet je naast de nieuwe administratie dan een deel van de oude administratie intact laten, daarbij behorende systemen in de lucht houden, enzovoorts. Als uitvoerder ga je daardoor meer kosten maken, en die moeten worden doorberekend aan het fonds. Daar komt bij dat die hogere kosten vervolgens ook nog eens moeten worden opgehoest door veel minder deelnemers. Voor de individuele deelnemer is dat geen goede zaak, want van zijn of haar ingelegde premie blijft dan minder over om te beleggen.”  

 

Geen touw aan vast te knopen

En dat zijn dan nog alleen de financiële gevolgen. Het begrijpen van het pensioen – voor velen toch iets ingewikkelds – wordt er namelijk ook niet makkelijker op voor de deelnemers van de fondsen die niet invaren. Vrolings: “Deze deelnemers ontvangen in dat geval twee verschillende soorten communicatie van hun fonds. Het ene deel van de communicatie is gebaseerd op het oude stelsel, waarin een belofte wordt gedaan over de hoogte van het pensioen in de toekomst. Het oude stelsel heeft ook bepaalde regels om bijvoorbeeld aanspraken of uitkeringen te verhogen of te verlagen, afhankelijk van de financiële positie van het fonds. Het andere deel van de communicatie is dan dus gebaseerd op het nieuwe stelsel, waarvoor andere regels gelden. Er wordt geen belofte gedaan over de hoogte van het pensioen in de toekomst. Je weet wat je als deelnemer inlegt aan premie. Maar tot hoeveel pensioen dat in de toekomst leidt, is voor een groot deel afhankelijk van de financiële markten waarop die premie belegd wordt. Samengevat: het zijn twee totaal verschillende soorten communicatie, met andere onderliggende regels en principes. Voor deelnemers die dit ontvangen, is daar geen touw meer aan vast te knopen. Als uitvoerder moeten we er dus voor zorgen dat fondsen al die consequenties kennen wanneer ze hun besluiten nemen over de overstap naar het nieuwe stelsel.”

 

Dialoog

De meeste fondsen blijken die kaders voor hun keuzes niet als knellend te ervaren, eerder prettig. Maar, benadrukt Vrolings: “Wij gaan als uitvoerder niet sturend optreden om alle fondsen uiteindelijk voor dezelfde regelingen te laten kiezen. We informeren fondsen en sociale partners zo goed mogelijk over de voor- en nadelen van elke keuze. Desgewenst geven we advies, maar we zijn neutraal. We willen als APG niet dat de indruk ontstaat dat ons advies bij het gesprek met sociale partners als een gegeven beschouwd wordt. Als uitvoeringsorganisatie gaan wij nooit op de stoel van het fonds zitten, en al helemaal niet op die van sociale partners. Zij zitten op de bestuurdersstoel, wij voeden ze met wat ze nodig hebben om vooruit te komen. We zien het als een gezamenlijke inspanning en een gezamenlijke aanpak, waarin we vanaf het begin de dialoog met elkaar voeren. In het verleden deden we dat wellicht wat minder dan nu. In die zin is het een mooie bijvangst, want door het NPC en de omvang van het werk is deze co-creatie aanpak wat meer gemeengoed geworden.”

 

Snuffelen

Dat ‘voeden’ van pensioenfondsen doet APG op verschillende manieren, onder andere via webinars: “De webinars zijn bedoeld om fondsen op een laagdrempelige manier kennis te laten maken met de verschillende thema’s binnen het NPC. Niet iedereen heeft die kennis al paraat. Het idee achter de webinars is dat fondsbestuurders zo al een keer hebben kunnen snuffelen aan alle onderwerpen, voordat ze zelf echt de discussie gaan voeren over de keuzes waarvoor ze staan. We merken dat bestuurders dat fijn vinden. Deze webinars vormen dan vaak de basis voor bijvoorbeeld een fondsspecifieke workshop”

 

Contouren nieuw stelsel

Op 16 december jongstleden is het wetsvoorstel voor de hervorming van het pensioenstelsel door minister Koolmees voorgelegd aan alle betrokken partijen. En dat vormt aanleiding voor een nieuwe ronde webinars, aldus Vrolings. “De contouren van het nieuwe stelsel worden nu weer iets duidelijker, maar ook nu zal er bij fondsen behoefte zijn aan informatie en inzicht. Om dat zo gericht mogelijk te bieden, vragen we fondsen vooraf welke onderwerpen ze de komende maanden tijdens de nieuwe reeks webinars behandeld willen zien.”

In het huidige stelsel wordt er binnen APG in de uitvoering veel tijd en aandacht besteed aan een relatief klein deel van de deelnemers. Het gaat daarbij om deelnemers die te maken hebben met een stapeling van de complexiteit van de regeling. “Als we de invoering van het NPC op de juiste manier aanpakken, zal dat behoorlijk kunnen schelen in de complexiteit van de administratie. Aan de andere kant zal er mogelijk meer aandacht moeten komen voor de communicatie en keuzebegeleiding voor deelnemers. Want deelnemers krijgen in het nieuwe stelsel – zeker voor hun gevoel – met meer onzekerheid en risico te maken.”  

 

Niet eerder gezien

Complexiteit, krappe planning: gaan APG en de fondsen de invoeringsdatum van 2026 halen? “We hebben er bewust voor gekozen om gefaseerd op te starten en niet alles tegelijk aan te pakken. Ik heb niet de illusie dat we dit op alle fronten tegelijk kunnen managen. Ik ben van nature een optimist, en ik weet ook dat het uiteindelijk gewoon gaat lukken – zeker met de bundeling van kennis, kunde en ambitie die we in huis hebben. Maar ik weet ook zeker dat we tegenslag gaan krijgen, door de impact en complexiteit van het NPC gaan er hier nog heel wat uitdagingen langskomen. Dat is ook logisch, want voor zover ik kan overzien – en ik loop best al wat jaren mee – hebben we een programma van deze omvang nog niet eerder gezien.”

Volgende publicatie:
'Van wie krijgt opa zijn geld? Gewoon van oma!'

‘Van wie krijgt opa zijn geld? Gewoon van oma!’

Gepubliceerd op: 15 december 2020

Dit zeggen kinderen over sparen, pensioen en geld verdienen

 

Ze weten er best veel van. En ze denken er ook heel goed over na, de kinderen die APG voor de video Kids & Knaken vroeg over geld, sparen en pensioen.  Tussen de drie en tien jaar zijn ze. De allerkleinsten hebben nog wat moeite met de getallen (‘Ik krijg honderd euro tien voor een klusje’). Maar de meesten weten precies hoeveel zakgeld ze krijgen en hoe vaak (‘Tien keer’!).
Ze weten wanneer je met pensioen gaat en waarom: ‘Als je vijftig jaar heb gewerkt en je word er een beetje gek van’. Ze weten wat het allerbelangrijkste is in het leven: ‘Ik heb liever minder geld dan minder familie’. En uiteindelijk is het ook wel weer mooi geweest, met dat gepraat over geld en sparen.  ‘Is geld belangrijk? ‘Ik denk het niet!’