Pensioen
Sluiten

Navigeer snel in deze serie:

Sluiten

Deel deze serie:

Pensioen

Welke betekenis heeft pensioen voor Nederlanders? Wie is er al mee bezig en wie niet? Hoe ziet het nieuwe pensioenstelsel uit? En belangrijker: wat merken we hiervan? Op deze plek gaan we in op die pensioenverhalen, in de breedste zin van het woord.

Thema
Inkomen
Collectie inhoud
109 Publicaties

Goed pensioen voor zelfstandigen vraagt om meer ruimte voor experiment

Gepubliceerd op: 7 april 2021

Ruim een kwart van de zelfstandig ondernemers spaart niet voor de oude dag.  Drie op de vijf dreigt minder pensioen op te bouwen dan 70 procent van het inkomen. Dat pensioenfondsen straks pensioenoplossingen kunnen aanbieden aan zelfstandigen, is dan ook goed nieuws. Maar, betoogt strategisch beleidsmedewerker Tinka den Arend, voor passende oplossingen is ruimte nodig om te kunnen experimenteren. Die ruimte biedt de huidige conceptwet voor het nieuwe pensioenstelsel niet voldoende. En daarom is het nodig dat een nieuw kabinet daar alsnog voor zorgt.  

 

De meeste zelfstandig ondernemers moeten zelf iets regelen voor hun oude dag en voor hun eventuele nabestaanden. Pensioensparen is voor hen echter niet vanzelfsprekend. Zo’n 40 procent van de zelfstandigen heeft het goed geregeld: zij bouwen een pensioen op ter hoogte van 70 procent van hun inkomen (vermogen dat via het eigen huis is opgebouwd, wordt dan niet meegerekend). Maar bij anderen dreigt een flink gat te ontstaan tussen het beoogde inkomen bij pensioneren en het inkomen dat zij daadwerkelijk gaan ontvangen. Ruim een kwart spaart zelfs helemaal niet voor de oude dag.

 

Bij de zelfstandigen die dat wel doen, zijn zelf sparen, beleggen en het aflossen van de eigen woningschuld de populairste manieren. En dat is zonde, want op deze manier lopen ze de belastingvoordelen van het traditionele pensioensparen mis – met uitzondering van degenen die een lijfrente afsluiten, wat slechts 1 op de 10 zelfstandigen doet.

 

Waarom verdiepen veel mensen zich niet in hun pensioen? Waarom nemen ze geen maatregelen om een pensioentekort te voorkomen? Onderzoek van de AFM wijst uit dat de consument flink wat hindernissen moet overwinnen om in actie te komen voor zijn of haar oude dag. Zo denken veel mensen niet graag aan het moment dat ze oud zijn en niet meer werken. En ze weten wel dat het belangrijk is om iets op te bouwen maar ze zijn meer gericht op de behoeftes van vandaag. Ze maken zich ook niet druk om hun oudedagsvoorziening omdat er in hun omgeving ook niemand mee bezig is. Bovendien is het lastig voor mensen om dit soort keuzes en de consequenties daarvan goed te overzien – ook omdat een veranderende (financiële) situatie weer vraagt om nieuwe beslissingen. De onzekerheid over die beslissingen zorgt ervoor dat ze zich grotendeels afsluiten voor het onderwerp en helemaal geen beslissingen nemen.

 

Al deze ‘gedragseconomische’ hindernissen zijn belangrijk om in het achterhoofd te houden, als we zelfstandigen willen stimuleren om een toereikende oudedagsvoorziening op te bouwen.

Aan zelfstandigen die niet voor pensioen sparen, is gevraagd waarom zij dat niet doen. De meest genoemde reden is dat ze het niet kunnen betalen. Anderen noemen als  reden dat het pensioen nog ver weg is, of dat ze er nog niet aan toegekomen zijn.

 

APG werkt samen met bpfBOUW, ABP en zelfstandigenorganisaties aan experimenten om deze hindernissen weg te nemen. Ook andere uitvoeringsorganisaties en pensioenfondsen doen mee. Afhankelijk van uitvoerder en fonds wordt met de experimenten een aantal oplossingen getoetst. Een daarvan is automatische deelname, met de mogelijkheid om uit te stappen. De keuze om pensioen te sparen, verschuift dan naar het nu en uitstelgedrag leidt dan tot wél sparen in plaats van niet sparen. Bovendien zal een zelfstandige door navraag bij medezelfstandigen ook hén aanzetten tot nadenken over deze keuze. Een tweede oplossing is vereenvoudiging van het product door minder administratieve rompslomp. Dit kan via gegevensuitwisseling en eenvoudige fiscale spelregels. Een derde oplossing wordt gezocht in verbetering van de betaalbaarheid van pensioen door opdrachtgevers van zelfstandigen mee te laten betalen. Eventuele angst dat opzij gezet pensioengeld later nodig blijkt voor noodzakelijke bedrijfsinvesteringen, wordt weggenomen door de jaarpremie tussentijds opneembaar te maken.

 

Een pensioenoplossing voor zelfstandig ondernemers moet passend zijn. Binnen de doelgroep zijn de verschillen enorm. Om te voldoen aan die variatie aan behoeften, is het belangrijk dat er geëxperimenteerd wordt met verschillende oplossingen.

De (concept) Wet toekomst pensioenen biedt daarvoor te weinig ruimte. Geen van bovenstaande drie oplossingen wordt mogelijk. De conceptwet maakt het mogelijk dat zelfstandigen zich op vrijwillige basis aansluiten bij een pensioenfonds. Maar andere vrijwillige mogelijkheden, zoals automatische deelname met de mogelijkheid om uit te stappen, zijn niet toegestaan. Dat geldt ook voor een element als gegevensuitwisseling. Door pensioenfondsen toegang te geven tot alle KvK-gegevens, zouden ze kunnen zien wie zelfstandig ondernemer is en in welke sector. Op die manier kan een bepaald fonds de zelfstandigen benaderen die in aanmerking komen voor aansluiting bij dat specifieke fonds. Die hebben er dan geen omkijken naar.   

 

Ook voor het experimenteren met eenvoudigere fiscale spelregels is binnen de huidige conceptwet geen ruimte. Aan de hand van het inkomen en gewerkte uren van drie jaar geleden, moet een zelfstandig ondernemer momenteel aantonen dat hij in aanmerking komt voor fiscaal vriendelijke pensioenopbouw. De drempel wordt voor deze groep veel lager als je afspreekt dat ze een bepaald bedrag mogen opbouwen zónder daarvoor iets te hoeven aantonen.

Het is een gemiste kans als je al deze oplossingen niet test in de praktijk. Mijn oproep aan het nieuwe kabinet is dan ook alvast om daarvoor alsnog voldoende ruimte te bieden. Zodat we gezamenlijk stappen kunnen zetten op weg naar een goed pensioen voor mensen in loondienst én zelfstandigen.

Volgende publicatie:
"Fondsen moeten werknemers financieel kunnen coachen"

"Fondsen moeten werknemers financieel kunnen coachen"

Gepubliceerd op: 6 april 2021

Gerard van Olphen pleit voor middenweg tussen advies en ‘execution only’

 

“Werknemers moeten kunnen worden geholpen of gecoacht door partijen die zij vertrouwen, zoals hun werkgever, hun pensioenfonds of de vakbond. Daarbij wil je als fonds de deelnemer coachen zonder dat je direct een volledig financieel advies geeft.”  Dat zei scheidend APG-bestuursvoorzitter Gerard van Olphen onlangs op een bijeenkomst van kennisinstituut Netspar.

 

Van Olphen: “Er zijn maar twee smaken. Aan de ene kant execution only, waarbij de klant alles zelf moet doen. Aan de andere kant kan een consument betaald advies inwinnen.” Daarom pleit hij voor een ‘tussenvorm’ waarbij een fonds de deelnemer kan coachen ‘zonder dat er direct sprake is van een volledig financieel advies’. Van Olphen noemt het ‘een positieve ontwikkeling’ dat ook de AFM nadenkt over andere adviesconcepten dan de huidige twee.

 

Onderwerp van Van Olphens lezing was de transitie naar het nieuwe stelsel. Een overgang in een sector die hij typeerde als ‘relatief traditioneel’. Van Olphen: “De verplichtstelling heeft grote maatschappelijke voordelen, zoals vrijwel geen armoede onder ouderen, maar leidt er ook toe dat er nauwelijks prikkels zijn tot innovatie en vernieuwing. Door innovatie groeit het aantal deelnemers niet. Als je slecht presteert, verlies je evenmin deelnemers. Groei of krimp is afhankelijk van andere factoren.”

 

Toch moet de pensioensector bij de invoering van het nieuw stelsel volgens Van Olphen het vertrouwen van de deelnemers terug zien te winnen. “Dat betekent dat de dienstverlening moet voldoen aan de verwachtingen van de deelnemers. Die zijn de snelheid van Coolblue en het gemak van Netflix gewend. Die verwachten onder meer dat een fonds ze informeert op relevante momenten. En dat een fonds of uitvoerder inzicht geeft in zijn financiële fitheid en hulp biedt bij belangrijke pensioenkeuzes.”

 

Lees het hele verhaal op Pensioen Pro en beluister de podcast.

Volgende publicatie:
Pensioenweek

Pensioenweek

Gepubliceerd op: 6 april 2021

Nieuwsoverzicht week 13

          

Maandag29 maart 

  

DNB gaat pensioenuitvoeringsorganisaties (PUO’s) meer betrekken in het toezicht op pensioenfondsen. In 2019 en 2020 heeft DNB een pilot bij een aantal PUO’s uitgevoerd naar de beste manier waarop het PUO-gerichte toezicht kan worden ingevuld. (

 

Het ministerie van Financiën opent een internetconsultatie (deadline 26 april) over het kwalificatiebeleid voor vennootschapsbelastingdoeleinden (Vpb) van enkele specifieke rechtsvormen zoals fondsen voor gemene rekening en commanditaire vennootschappen.

   

Kirsten Wilkeshuis is vanaf 1 april 2021 manager Public Affairs bij de Pensioenfederatie. Zij volgt Richard Pauw op.

 

Gaat de overheid met het Nationaal Groeifonds een stap verder door actief te investeren in innovatie, of kunnen de projecten beter beschouwd worden als de invulling van klassieke overheidstaken? Deze vraag probeert het economisch bureau van ABN AMRO te beantwoorden in een analyse. Spoiler alert: niet alle ingediende projecten zijn even baanbrekend, zoals investeringen in sluizen.

 

Montesquieu Instituut publiceert een analyse over de teloorgang van de traditionele volkspartij / de vanzelfsprekende dominantie van de christendemocratie en sociaaldemocratie in Nederland, ten faveure van het ‘nieuwe liberalisme’. Quote: “Het is in 2021 aan het nieuwe liberalisme om te laten zien dat het in staat is de samenbindende rol van de traditionele volkspartijen over te nemen. Daarmee is een nieuwe fase voor de Nederlandse consensusdemocratie aangebroken.” 

 

Dinsdag30 maart 

  

Kamerlid Van Kent (SP) neemt de verdediging van het initiatiefvoorstel van afzwaaiend Kamerlid Van Brenk (50PLUS) op zich rondom een hogere rekenrente (2%).

 

Jeroen Dijsselbloem is benoemd als voorzitter van de onafhankelijke commissie van het Nationaal Groeifonds. Deze commissie beoordeelt investeringsvoorstellen en adviseert het kabinet hierover.

 

Voor het eerst komen er een-op-een-afspraken tussen het Rijk en grote CO2-uitstoters: de afspraken met Tata Steel over CO2-reductie worden als zogeheten Expression of Principles gepubliceerd. Tegenover een grotere inspanningsverplichting stelt het Rijk het wegnemen van knelpunten op het gebied van bijvoorbeeld infrastructuur en vergunningverlening die noodzakelijk zijn voor de CO2-reductie.

 

Woensdag 31 maart 

  

De nieuwe Tweede Kamer wordt geïnstalleerd. In totaal zijn er 59 nieuwe Kamerleden.  

Zij ontvangen traditiegetrouw allemaal Het Blauwe Boekje, de economie en overheidsfinanciën in grafieken en tabellen.

 

Kamerleden Van Weyenberg en Sjoerdsma (beiden D66) stellen Kamervragen over het bericht ‘Dubieuze investeringen van Nederlandse pensioenuitvoerders in Myanmar’.  

  

Het stelsel van leefvormen in de AOW is complex. De huidige regels sluiten niet altijd aan bij de beleving van burgers, er wordt onderscheid gemaakt tussen gehuwden en ongehuwden en het stelsel kan leiden tot inconsistente uitkomsten. Minister Koolmees (SZW) komt stuurt een CPB-verkenning aan de Kamer met een drietal mogelijke varianten om het stelsel voor de burger begrijpelijker en voor de uitvoering eenvoudiger te maken.

  

CPB komt met nieuwe economische ramingen, het Centraal Economisch Plan 2021. 

In de basisraming, die ervan uitgaat dat in Nederland en andere Europese landen de vaccinatiegraad geleidelijk oploopt en beperkingen kunnen worden afgeschaald, groeit de economie in 2021 naar verwachting met ruim 2% en in 2022 met 3,5%. De werkloosheid, die mede door de ruime steunmaatregelen tot nu toe opvallend laag is gebleven, stijgt tot 5% om daarna in de loop van volgend jaar af te nemen tot 4,5%. 

 

Donderdag 1 april 

  

Meer dan de helft van de pensioenfondsen rapporteert in het jaarverslag niet op correcte wijze over de gemaakte kosten, aldus AFM.

 

De AEX-index sluit op 708,43 punten, de hoogste slotstand ooit. De AEX is in een jaar tijd met 80 procent gestegen ten opzichte van het dieptepunt van de crisis op 16 maart 2020. 

 

Vrijdag2 april 

  

De Kamer heeft in een lang debat naar aanleiding van de ontstane situatie in de verkennende fase van de kabinetsformatie van donderdag op vrijdag zeer stevige en fundamentele kritiek geuit op Rutte (VVD). Hij overleefde het debat, maar niet zonder kleerscheuren.  

Een motie van wantrouwen haalde het ternauwernood niet (coalitiepartners D66, CDA en CU hielden Rutte met 77 zetels in het zadel). Wel kreeg Rutte een motie van afkeuring –geïnitieerd door Kaag (D66) en Hoekstra (CDA) met brede steun van de rest van de Kamer – aan zijn broek.

 

In deze motie van afkeuring ligt tevens besloten dat de nieuwe informateur “gezaghebbend en onafhankelijk is” en verder afstaat van de dagelijkse politiek dan tot nu toe het geval was. De informateur, die nog aangewezen en goedgekeurd moet worden, neemt de taken over van verkenners Van Ark (VVD) en Koolmees (D66) die het weer overgenomen hadden van hun partijgenoten Jorritsma en Ollongren.  

 

Volgende publicatie:
"Als er geen gevecht is geleverd, is het eindresultaat niet zo zoet"

"Als er geen gevecht is geleverd, is het eindresultaat niet zo zoet"

Gepubliceerd op: 1 april 2021

Annette Mosman verruilde haar rol van CFRO bij APG recentelijk voor die van CEO. Wat waren de belangrijkste veranderingen van die stap voor haar? Welke weg heeft ze afgelegd naar deze functie en welke rol heeft haar jeugd daarin gespeeld? Welke personen hebben haar geïnspireerd en uitgedaagd, wat drijft haar en hoe gaat ze om met tegenslag? Deze vragen komen aan bod in aflevering 60 van Leaders in Finance: een podcast waarin presentator Jeroen Broekema op zoek gaat “naar de mens achter het succes” en het gesprek aangaat met leiders van nu en later over hun drijfveren, carrière en privéleven.


In de podcast gaat Mosman uitgebreid in op de vraag waarom ze haar huidige opdracht in de pensioenwereld zo belangrijk vindt en waarom er naast individuele pensioenpotten ook een vangnet moet zijn.


De volledige podcast, waarvan ook een transcriptie beschikbaar is, vind je hier.

Volgende publicatie:
“Ogen op de bal en doen wat we hebben afgesproken”

“Ogen op de bal en doen wat we hebben afgesproken”

Gepubliceerd op: 1 april 2021

Hoe houd je je als pensioenuitvoerder van acht fondsen staande in een jaar dat overschaduwd wordt door corona? Het was volgens de recent aangetreden bestuursvoorzitter Annette Mosman een ultieme testcase die APG goed heeft doorstaan. “In 2020 gingen medewerkers van het een op het andere moment thuiswerken, hielden we vanuit drieduizend thuiskantoortjes de pensioenadministratie van 4,7 miljoen deelnemers draaiende en raakten we niet in paniek toen de beurs hard onderuitging. We zijn een robuuste, wendbare organisatie gebleken.”

 

Een nieuwe CEO, een nieuw geluid? Wat gaan we merken van de aanpak van Annette Mosman?

“Ik begin aan deze klus met een helder uitgangspunt. Ik kom uit de organisatie en ken de sector. Als CEO ga ik het op mijn eigen manier doen: vaak door eerst te luisteren en dan pas te reageren. Ik ben nieuwsgierig naar de visie van anderen. Accenten zullen verschuiven, maar de koers staat als een huis. Nu gaan we eerst heel goed uitvoeren. De komende jaren draaien om de eindstand: samen met onze fondsen in 2026 het nieuwe pensioencontract (NPC) goed ingevoerd hebben en tegelijk een sterke maatschappelijke speler zijn. Want we doen het voor de financiële fitheid van 4,7 miljoen mensen. Om dat doel te halen moeten we de komende jaren consistent zijn: ogen op de bal en doen wat we hebben afgesproken. Dat moeten we goed doen: met aandacht voor onze fondsen, werkgevers en hun deelnemers, voor elkaar en onze omgeving. In sporttermen: we spelen een lang toernooi en dat gaat met ups en downs.”

 

Wat heeft voor jou de komende tijd de hoogste prioriteit?

“Voor de tweede keer op rij publiceren we een integrated report. Hierin laten we zien welke waarde we toevoegen aan onze stakeholders; onze pensioenfondsklanten, de maatschappij en aandeelhouders. We zijn ons bewust van onze rol en kijken daar kritisch naar. Dat is het leidmotief van dit jaarverslag. We zijn geen gewoon bedrijf. We mogen werken voor acht fondsen en 4,7 miljoen deelnemers en beheren bijna 600 miljard euro. Behalve een lerende organisatie is er bij APG ook aandacht voor de maatschappelijke impact die we hebben. Transparant zijn, zoals in dit jaarverslag, betekent dat we ook onze kwetsbaarheid tonen, en dus ook laten zien wat er níet goed is gegaan. Gaat er iets mis in onze uitvoering en verloopt de samenwerking met de ondernemingsraad niet soepel? Dan communiceren we dat.”

 

De weg naar het nieuwe pensioenstelsel is lang en ingewikkeld. Hoe ziet die weg er nu precies uit?

“We willen niet voor onaangename verrassingen komen te staan als we samen met onze fondsen de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel ingaan. Dat is een cruciaal onderdeel van onze strategie en dat vragen onze klanten ook van ons. Het is ook een randvoorwaarde om de overstap naar het nieuwe stelsel te maken. Vergelijk het met een zolder die je op moet ruimen voordat je gaat verhuizen. Bij ons betekent dat bijvoorbeeld dat we in nauw overleg met onze fondsen wijzen op de complexiteit in de huidige regelingen. Maar ook dat we de pensioenadministratie doorlopen en herstellen als er ergens onverhoopt iets niet klopt. Dat herstellen is ingewikkeld, zeker als het impact heeft op de portemonnee van mensen. We proberen daarbij samen met de fondsen oplossingen te zoeken waarbij we het belang van de deelnemer hooghouden.”

 

Wat betekent dat concreet voor APG?

“De overgang naar het nieuwe pensioencontract raakt de komende jaren het werk van bijna alle medewerkers binnen APG: van IT, pensioenadministratie, vermogensbeheer, risicomanagement, klantcontact en communicatie tot HR. Het verandert ons werk in vrijwel ieder opzicht. Dat gaat de komende jaren veel van ons als organisatie en van onze medewerkers vragen. Tegelijkertijd biedt het APG de kans om te laten zien dat we ook in een nieuw stelsel onze positie als toonaangevende uitvoerder waar kunnen maken. Want dat zijn we niet voor niks. Met onze digitalisering, deelnemergerichtheid en pensioenexpertise hebben we alle ingrediënten in huis om een nieuwe propositie neer te zetten en ons te meten met andere financiële partijen. Daarnaast hebben we ook acht trouwe fondsklanten die dit traject met ons samen gaan afleggen. Dus laten we vooral niet in de koplampen gaan staren, maar overgaan tot uitvoeren.”


Het is in het afgelopen jaar ook een paar keer misgegaan in de uitvoering. Hoe kijk je daar op terug?

“Dat klopt. In augustus 2020 werd bijvoorbeeld een actie rondom het arbeidsongeschiktheidspensioen afgerond. Hierbij kregen in totaal 8.352 deelnemers alsnog het pensioen toegekend waar ze recht op hadden. Ook kregen zo’n 8.500 deelnemers een rechtmatige aanvulling voor samenvallende diensttijd. Op de deelnemers die het betreft, heeft dit veel impact. En dat begrijpen we als pensioenuitvoerder heel goed. Daarom doen we ons uiterste best om deelnemers in dat soort situaties zorgvuldig te informeren en bij te staan. En we leren er ook van. We hebben het afgelopen jaar, ondanks de coronacrisis waarin we allemaal thuis zijn gaan werken, onze processen flink verbeterd en, daar waar het misging, zaken voor deelnemers zo snel als mogelijk opgelost.”

We spelen als grootste uitvoerder een bepalende rol, maar doen dat nooit alleen

Wordt de kans op fouten nu daadwerkelijk kleiner?

De winkel wordt verbouwd, de verkoop gaat door. Het lijkt alsof corona nauwelijks van invloed was op APG.

“De omschakeling van kantoororganisatie naar thuiswerkorganisatie verliep soepel. De operatie – waaronder het uitbetalen van pensioenen, het innen van premies, het beleggen – is op geen enkel moment in gevaar gekomen. Pensioenfondsklanten, werkgevers en deelnemers merkten niet of nauwelijks dat we hen, in plaats vanuit een kantoorsetting, vanuit onze thuissituatie ondersteunden of te woord stonden. En dat in veel gevallen nog steeds doen. Daar ben ik enorm trots op.”

 

Er wordt vaak gesproken over de rol van APG als maatschappelijke speler. Hoe gaat APG die rol de komende periode invullen?

“APG is een bedrijf, maar eigenlijk veel meer dan dat: we spelen als grootste uitvoerder een bepalende rol, maar doen dat nooit alleen. Als wij de komende jaren ons werk goed doen, willen andere partijen, zoals fondsen, graag met ons samenwerken en samen met ons optrekken. Tegelijkertijd wil ik verder kijken: want met onze kennis en kunde kunnen we meer betekenen voor mens en samenleving. Financieel houvast heeft invloed op je gezondheid, je welzijn en je kansen. Je pensioen staat dus niet op zichzelf. Daarom wil ik meer verbinding zoeken met maatschappelijke partners, bijvoorbeeld rond thema’s als gezondheid, financiële educatie en armoedebestrijding. APG’ers kunnen daar actief aan bijdragen. Zorg voor onze omgeving betekent ook zorgen voor de planeet. We beleggen met een blik op de lange termijn en zo duurzaam mogelijk. Onze bedrijfsvoering is in 2030 klimaatneutraal. Daarom verhuizen we eind van dit jaar naar een nieuw, duurzaam pand. En werken we aan een nieuw mobiliteitsplan voor alle APG’ers. Daarin kijken we zonder dogma’s naar wat goed is voor ons en onze omgeving.”

 

Tot slot: waar kijk je het meest naar uit in 2021?

“Collega’s zien en weer terug mogen naar kantoor. Maar ik kijk ook uit naar de stappen die we gaan zetten richting het nieuwe pensioencontract. Dat is echt een complex traject. Ik hoop dus dat de politiek in Den Haag vasthoudt aan de vastgestelde tijdslijn. Ik ga er nog steeds vanuit dat op 1 januari 2026 alle fondsen over moeten en die tijd hebben we echt nodig.”

 

 

Bekijk hier het jaarverslag 2020.

 

Lees het interview met Ronald Wuijster, lid raad van bestuur en verantwoordelijk voor Asset Management en HR: “Verkopen uit paniek is nooit verstandig” - Ronald Wuijster over beleggen in een coronajaar. 

Volgende publicatie:
Op de agenda

Volgende publicatie:
“Mijn vrouw zou trots op me zijn, omdat ik geniet”

“Mijn vrouw zou trots op me zijn, omdat ik geniet”

Gepubliceerd op: 25 maart 2021

Hoe ga je om met werk en geld voor nu en later? Leef je bij de dag of plan je doelbewust je financiële toekomst? En regel je ‘later’ zelf, of ben je aangesloten bij een pensioenfonds?

Ruud Vorstermans geniet sinds anderhalf jaar van een riant pensioen. Maar hij zou alles willen inruilen als hij daarmee zijn vrouw kon terughalen.

 

Ruud Vorstermans (68)

Beroep: gepensioneerd, was werkzaam in de automatisering en als arbeidsdeskundige

Werkte wekelijks: fulltime

Inkomen nu: 3.200 euro netto per maand

Spaargeld: zo’n 50.000 euro

Pensioen geregeld? Ja

 

Je bent sinds 2 augustus 2019 met pensioen. Hoe bevalt dat?

“Ik heb geen seconde last gehad van een zwart gat, sterker nog: ik kom tijd tekort. Ik was er echt aan toe om niet meer van alles te moeten. Dat komt ook doordat ik naast mijn werk jarenlang mantelzorger ben geweest voor mijn vrouw, die uitgezaaide borstkanker had en daar in 2018 aan is overleden.”

 

Wat verdrietig, dat moet een groot gemis zijn.

“Ja, mijn vrouw haalde het beste in me naar boven. We waren bijna 43 jaar getrouwd; wat wij hadden heeft niemand anders. Natuurlijk mis ik haar, maar erin blijven hangen levert niets op. Vier weken na haar crematie ben ik een maand met de caravan naar Italië gegaan. Ik heb een rondrit gemaakt door Toscane, naar de plekken waar we elk jaar met z’n tweeën heen gingen. Een trip down memory lane. Dat is me uitermate goed bevallen.

Ik houd de herinnering aan haar levend. Op onze eerste trouwdag na haar overlijden ben ik in vol ornaat naar haar lievelingsrestaurant gegaan, pak aan, strikje om, en ben ik daar gaan zitten met een foto van haar tegenover me. Dat vond ik prachtig om te doen en dat doe ik nog ieder jaar.”

 

Hoe breng je je dagen door nu je niet meer werkt?

“Om te beginnen wandel en fiets ik veel. Ik heb er een dagelijkse routine van gemaakt om een kilometer of zeven te lopen. Fietsen doe ik op een elektrische fiets, omdat ik zo ook op vakantie in bergachtige omgevingen vooruitkom. En ik heb mezelf een nieuwe hobby cadeau gedaan: legpuzzels van Jan van Haasteren maken. Af en toe koop ik een tweedehands puzzel via Marktplaats of Facebook. Als de verkoper in een straal van twintig kilometer rondom mijn woonplaats Bergen op Zoom woont, ga ik op de fiets. Dan heb ik meteen een doel met mijn fietstochtje.”

En wat doe je verder zoal?

“Sudoku, kruiswoordpuzzels, ik schrijf af en toe gedichten, ik hou een blog bij, ik kook. Mijn vrouw kon uitstekend koken. Toen ze ziek werd, ben ik al haar recepten gaan maken zodat ze aanwijzingen kon geven. Ik heb alles gefotografeerd en daar een kookblog van gemaakt. Met name vlak na haar overlijden heb ik daar erg veel aan gehad. Verder zet ik me in voor de borstkankervereniging. Mijn vrouw deed dat ook, vanaf de dag dat ze borstkanker kreeg tot ze eraan overleed. Dat heeft haar een erelidmaatschap opgeleverd. Ik haal er troost uit om haar werk voort te zetten. Ik houd me met name bezig met een Facebookgroep voor vrouwen met uitgezaaide borstkanker. Omdat ik altijd de zon zie schijnen, probeer ik anderen die dat vermogen niet hebben een andere visie mee te geven. Het leven houdt niet op als je ziek bent; probeer zo veel mogelijk te genieten van wat er nog wél is.”

 

Mis je het werkende leven helemaal niet?

“Nee. Ik heb 46 jaar met heel veel plezier gewerkt, maar het is mooi geweest.”

 

Wat voor werk deed je hiervoor?

“Ik ben in 1975 begonnen bij het toenmalige GAK (gemeenschappelijk administratiekantoor, red.), mijn vader werkte op het hoofdkantoor in Amsterdam. Ik had geen idee wat ik kon doen met mijn hbs-b-opleiding en mijn vader zei: probeer het hier eens. Ik kon proefdraaien bij automatisering en daarin ben ik 25 jaar blijven hangen, om uiteindelijk in een leidinggevende functie te belanden. Maar op een gegeven moment wilde ik iets anders. Begin jaren negentig heb ik in de avonduren drie hbo-opleidingen afgerond; een juridische opleiding op het gebied van personeelszaken, commerciële economie en bedrijfskundig management. Daarna ben ik als arbeidsdeskundige aan de slag gegaan. Eerst bij het toenmalige UWV en later bij een arbodienst. Dat heb ik gedaan tot mijn pensionering.”

 

Deed je dat fulltime?

“Meer dan dat. Ik begon om zes uur ’s ochtends en ging pas na de spits naar huis. Ik maakte werkdagen van rond de twaalf uur. Maar dat is niet voor niks geweest. Al die extra uren leverden 30 procent bonus op en als je een bepaald target haalde, kreeg je nog een riante bonus. Daar kon ik onze eerste caravan van kopen.”

 

Wat was je inkomen voordat je met pensioen ging?

“Mijn salaris was 5.500 euro bruto.”

 

En wat is je inkomen nu, aan AOW en pensioen?

“Op jaarbasis ongeveer 55.000 euro bruto, in de praktijk komt dat neer op 3.200 netto per maand. Ik krijg naast AOW en mijn eigen pensioen een nabestaandenpensioen van 87 euro per maand. Mijn vrouw heeft maar een jaar of vijftien parttime gewerkt.”

 

Ben je blij met wat je krijgt?

“Ik realiseer me iedere dag dat ik een riant inkomen heb. Ik zou alle geld van de wereld willen inruilen om mijn vrouw terug te krijgen, maar dat is geen optie en ik ben hier heel blij mee. Ik kom er goed van rond. Sterker: ik kan iedere maand 1.000 euro opzij zetten. Mijn kinderen, die veel meer verdienen dan ik ooit heb gedaan, zeggen: joh, maak het lekker op, koop eens een nieuwe tv. Maar waarom, worden de programma’s dan beter? Ik geef mijn geld bewust uit. Toen ik weinig geld had kocht ik van alles en nog wat, maar nu ik geld zat heb, lijk ik wel Dagobert Duck.”

Toen we wisten dat mijn vrouw niet meer beter zou worden, zijn we in de zesde versnelling gaan leven

Wat zijn je vaste lasten?

“Aan hypotheek, auto, belastingen, verzekeringen en abonnementen ben ik maandelijks rond de 1.500 euro kwijt.”

 

Waar geef je nog meer geld aan uit?

“Ik ga graag uit eten of naar het theater. Nu, in coronatijd, laat ik soms eten thuisbezorgen. Verder ga ik regelmatig op vakantie. De caravan staat alweer voor de deur om twee maanden naar de Veluwe te gaan.”

 

Hoeveel spaargeld heb je?

“Ongeveer 50.000 euro. Dat was veel meer, maar toen we wisten dat mijn vrouw niet meer beter zou worden, zijn we in de zesde versnelling gaan leven. Daarvóór deden we al heel veel, maar in plaats van naar een concert in De Kuip gingen we nu bijvoorbeeld naar concerten in Londen, Düsseldorf of Dublin. Gewoon om het nog memorabeler te maken. We hebben ook reizen gemaakt naar Amerika en Indonesië. In pakweg zes jaar tijd hebben we zo een kleine ton aan spaargeld opgemaakt. Mijn vrouw had daar weleens moeite mee, die was bang dat we niet genoeg overhielden voor het onderhoud van ons huis. Maar ik wilde er samen van genieten en herinneringen maken. Daar heb ik nog dagelijks plezier van. Ik denk dat ze trots op me zou zijn, omdat ik ondanks het gemis volop van het leven geniet.”

Volgende publicatie:
“Als een werkgever in beweging komt, ga ik helemaal los”

“Als een werkgever in beweging komt, ga ik helemaal los”

Gepubliceerd op: 12 maart 2021

De mensen achter je pensioen

 

‘Werk jij in de pensioensector? Goh, spannend…’ Vooroordelen genoeg over het werk voor een pensioenfonds of -uitvoerder. Misschien niet helemaal terecht, blijkt uit een serie portretten van de mensen die er dagelijks werken. Zoals relatiemanager Marco Alberts: “Ik mag mensen vanuit mijn hart adviseren.”

 

Wat houdt jouw functie in?

“Werkgevers hebben op grond van wetgeving een verantwoordelijke rol voor het vergroten van het pensioenbewustzijn van hun werknemers en het verbeteren van de pensioencommunicatie. Zij zijn daarbij ook het eerste aanspreekpunt voor hun werknemers met pensioenvraagstukken. Ik help hen die rol oppakken en invullen. Globaal houdt dat in dat ik werkgevers attendeer op de wetgeving die voor hen geldt en deze ook inzichtelijk maak. Ik ben daarmee in feite een belangrijke schakel tussen pensioenfonds en werkgevers.”

Loop je de deur plat loopt bij werkgevers?

“Nee, zeker niet. Relatiemanagers bezoeken werkgevers een of twee keer per jaar, afhankelijk van de behoefte, en bespreken dan zaken als de ontwikkelingen van de secundaire arbeidsvoorwaarden op het gebied van pensioen.”

 

En daar word je blij van?  

“Het triggert me om die werkgever in beweging te krijgen.”

 

Want ze zitten liever stil?

“Wat ik nu doe, durfden we vroeger niet: ik spreek de werkgevers echt aan op hun verantwoordelijkheid. En ik moet zeggen dat dat goed lukt. Gelukkig maar, want het is in Nederland nu eenmaal zo dat mensen bij het woord pensioen direct roepen dat dat nog heel lang duurt. ‘Daar hoeven we nu niet bij stil te staan’, hoor ik dan. Ik leg dan uit dat het niet alleen draait om ouderdomspensioen, maar dat je van het pensioenfonds ook een inkomensvoorziening krijgt voor nabestaanden bij overlijden en een inkomensvoorziening bij arbeidsongeschiktheid.
En ik vind het juist de uitdaging om dat over de bühne te brengen bij de werknemers. En daar heb ik de werkgever voor nodig. Hij of zij moet het belang inzien van financiële fitheid van de medewerkers.”

 

En hoe help jij die werkgever precies?

“Er zijn verschillende tools, maar ik trek geen tas met allemaal leuke dingen open om lukraak wat uit te delen. Ik ga eerst na wat de werkgever precies wil doen. Om vervolgens op maat in te spelen op die wensen en behoeftes. En dat is bijvoorbeeld de pensioenacademie waarmee we de pensioenkennis van de afdeling HR oppoetsen.”

 

Als ze onze service niet willen dan niet. Dan is het klaar ook. Dit partnership moet van twee kanten komen. Klinkt misschien wat cru, maar we doen het samen of we doen het niet.

Zijn er ook werkgevers die geen trek hebben in jouw adviezen?

“Niet zo veel, maar er zijn er die hun werknemers linea recta naar het pensioenfonds sturen. Nou prima, als ze onze service niet willen dan niet. Dan is het klaar ook. Dit partnership moet van twee kanten komen. Klinkt misschien wat cru, maar we doen het samen of we doen het niet.”

 

Vind je dat je genoeg uitdaging hebt in deze job?

“Pensioen is complexe materie. Daardoor haken deelnemers simpelweg af. Onze uitdaging is om pensioen toegankelijk te maken. Dat maakt het voor werkgever en werknemer makkelijker om in actie te komen. Daardoor ben ik een soort gids. Het moment dat een werkgever het belang van advies inziet en mij vraagt te helpen, vind ik een van de mooiste dingen van mijn werk. Dan ga ik los.”

 

Je werkte eerst bij commerciële verzekeringen, hoe kom je dan hier terecht?

“Waar ik werkte waren targets en omzet belangrijk. De mens niet. En daar had ik heel veel moeite mee. Ik wilde niks adviseren of verkopen als ik wist dat het niet bij die persoon paste. Als relatiemanager mag ik nu werkgevers vanuit mijn hart adviseren.”

Wat neem jij mee uit die commerciële ervaring?

“Ik ben duidelijk, zeg de dingen zoals ze zijn. Ik spreek werkgevers dus ook rechtstreeks aan op hun verantwoordelijkheid en laat tegelijk ook zien wat hun inzet oplevert. Wat de winst is. Dus “what’s in for you”. Dan ontstaat er vanzelf een gesprek.”

 

Maak jij nou echt het verschil voor mensen?

“Kijk, het innen van de premie en het uitbetalen van pensioen is niet zo spannend. Even los van het feit dat we miljarden euro’s beleggen. Maar wat ik doe is pensioenbewustzijn creëren. Ik laat mensen inzien dat je ná je dood simpelweg geen nabestaandenpensioen meer kunt regelen. En dat je een aardige cent misloopt als je geen arbeidsongeschiktheidspensioen regelt en dan plots gewond raakt op de bouwplaats. En kom je er ná je pensioengerechtigde leeftijd achter dat je toch wat weinig pensioen krijgt? Dan kunnen we daar niks meer aan doen. Als dat kwartje valt bij de werkgever, dan zie ik de radertjes draaien en weet ik dat de start van bewustwording is ingezet. Ten gunste van die werknemers, want die krijgen daar vervolgens informatie over.”

 

Lopen mensen van je weg op een feestje, als ze horen wat je doet?  

“Nee, in tegendeel. Ik krijg altijd vragen. Mensen willen juist weten waar hun geld blijft, of waarom we niet indexeren. Hoe kan het dat jullie misschien moeten verlagen, hoor ik ook vaak. Of ze willen weten waarom er een nieuw pensioencontract komt.”

 

En wat zeg je dan?

“Mensen weten vaak wel dat ABP 493 miljard in kas heeft. Dat is waanzinnig veel geld. Maar wat ze niet in de gaten hebben is dat als iedereen maar langer blijft leven, we niet uit die pensioenpot kunnen blijven betalen. Die raakt echt een keer leeg. Antwoord geven op al die vragen is ook wel een sport, anders ben je geen relatiemanager.”

Volgende publicatie:
Voor betaalbare AOW moeten mannen meer zorgtaken op zich nemen

Voor betaalbare AOW moeten mannen meer zorgtaken op zich nemen

Gepubliceerd op: 12 maart 2021

Hoe Nederland zich de komende jaren ook demografisch ontwikkelt: de AOW wordt steeds minder betaalbaar. Tenzij de vrouwelijke parttimers meer uren gaan maken en Nederlanders gemiddeld langer doorwerken, betoogt Johan Barnard, APG’s Head International Public Affairs. De AOW wordt elk jaar opgebracht door de werkende Nederlanders dus hoe meer er gewerkt wordt, hoe makkelijker de AOW te dragen is. Mannen moeten dan wel meer zorgtaken op zich nemen. En ‘in deeltijd met pensioen gaan’ zal voor de lagere inkomens fiscaal aantrekkelijker moeten worden.     

 

In 2020 verscheen “Bevolking 2050 in beeld: drukker, diverser en dubbelgrijs” van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het rapport schetst verschillende scenario’s: hoe ontwikkelt de migratie zich? Hoeveel kinderen krijgen we gemiddeld, en hoe oud worden we? Vervolgens voorspelt het rapport de impact van die scenario’s  op de omvang en samenstelling van de Nederlandse bevolking.

 

Die voorspelde demografische ontwikkeling maakt nog eens duidelijk dat de AOW in alle scenario’s minder betaalbaar wordt. In tegenstelling tot pensioen dat je opbouwt via je pensioenfonds worden de AOW-uitkeringen in principe elk jaar gefinancierd door de premies en belastingen die bij de werkenden geïnd worden (omslagstelsel). Een vergrijzende bevolking betekent minder werkenden, die feitelijk de AOW moeten betalen voor een grotere groep Nederlanders. In 2020 waren er bijvoorbeeld bijna 3,4 potentieel werkenden per AOW-er, terwijl de centrale CBS-prognose voor 2050 uitkomt op iets meer dan 2,7. De druk op de financierbaarheid van de AOW neemt dus toe.

 

Uit het rapport wordt ook duidelijk dat een grotere omvang of gunstigere samenstelling van de bevolking niet genoeg zal zijn om dit probleem op te lossen – zelfs in het meest positieve scenario, met het hoogst aantal werkenden. Bovendien zijn belangrijke factoren als kindertal en migratie maar lastig te sturen. Nederland zal de oplossing voor het probleem van de financierbaarheid van de AOW dus in een andere richting moeten zoeken.  

 

Aan welke knoppen kan de overheid nog draaien? In theorie kun je de AOW-leeftijd nog sneller verhogen, de AOW zelf verlagen of de premies  en belastingen voor de AOW fors verhogen. Maar er zijn oplossingen die meer zoden aan de dijk zetten, die erop gericht zijn om mensen die kúnnen werken, ook daadwerkelijk aan het werk te houden of krijgen. Daarbij zijn vooral oudere werknemers en vrouwen interessant.

 

Nederland streeft naar een situatie waarin we later met pensioen gaan, zo dicht mogelijk tegen de – langzaam stijgende – AOW-leeftijd aan. Die trend zíen we ook. Maar het blijkt niet voor iedereen even makkelijk om later te stoppen met werken. Op de lange termijn kun je iets aan dat probleem doen door meer periodieke training en scholing tijdens de loopbaan, zodat mensen op tijd nieuwe richtingen kunnen inslaan en minder makkelijk vastlopen.

 

Mogelijkheden die op kortere termijn kunnen helpen, zijn bijvoorbeeld demotie
– teruggaan uit een hogere functie naar een lagere – en/of deeltijdaanstellingen. Een werknemer moet dan natuurlijk wel genoeg inkomen overhouden. Voor degenen die dan onder een bepaald inkomensniveau terecht zouden komen maar wel in de gelegenheid zijn om het aanvullende pensioen naar voren te halen, kun je deeltijdpensioen fiscaal aantrekkelijker maken. Op die manier voorkom je dat  hele volksstammen van die mogelijkheid gebruik gaan maken – en de arbeidsparticipatie juist daalt – maar help je wel de mensen die echt niet meer zoveel  kúnnen werken.

 

In geen OESO-land wordt er zoveel in deeltijd gewerkt als in Nederland. Ook is er geen ander land waarin het aandeel van vrouwen in het totale aantal parttimers zoveel groter is dan dat van mannen (zie ook het OESO-rapport “Part-time and Partly Equal: Gender and Work in the Netherlands”).  Een rapport van het ministerie van SZW en OCW van vorig jaar gaat ook uitgebreid in op die grote voorkeur in Nederland voor anderhalve baan per gezin, waarbij mannen voltijds werken en vrouwen parttime – en vrouwen het leeuwendeel van het onbetaald huishoudelijk werk en overige zorgtaken voor hun rekening nemen. Het rapport schetst wat er voor alternatieven kunnen zijn, maar laat de keuze aan de politiek.

 

Wanneer die keuzes gemaakt worden, wellicht al in de kabinetsformatie, zal men moeten meewegen wat de gevolgen daarvan zijn voor de betaalbaarheid van met name de AOW. Als we kiezen voor meer gelijkheid tussen mannen en vrouwen en vrouwen stimuleren meer te gaan werken, pakt dat ook goed uit voor pensioen. In de ideale situatie stijgt het aantal gewerkte uren per gezin, waarbij het aantal uren van man en vrouw dichter bij elkaar komt te liggen. En álle Nederlanders die daartoe in staat zijn, zullen  gestimuleerd moeten worden om daadwerkelijk tot de pensioendatum door te werken. Voor wie dat niet kan, en daardoor risico op armoede gaat lopen, hebben we oplossingen nodig. En als we willen dat vrouwen meer uren (betaald) gaan werken en niet omvallen, zullen ze daartoe in staat gesteld moeten worden. Dat kan alleen als mannen meer zorgtaken op zich nemen, en we ook de samenleving beter daarop inrichten – het basisonderwijs en de kinderopvang bijvoorbeeld maar ook de (financiële) waardering van mantelzorg.

 

Een prettig – maar niet onbelangrijk -  bijeffect is dan, dat ook de bestaande ‘gender pension gap’ in aanvullende pensioenen van pensioenfondsen een stuk kleiner kan worden.

Volgende publicatie:
Verkiezingen en pensioen

Verkiezingen en pensioen

Gepubliceerd op: 3 maart 2021

Dit zeggen de politieke partijen over uw inkomen voor nu, straks en later

 

 

Op 17 maart vinden de Tweede Kamerverkiezingen plaats. Hét moment om invloed uit te oefenen, ook op het inkomen voor later. Wat zegt de VVD over de AOW? Hoe kijkt het CDA aan tegen meer keuzevrijheid in pensioen? Wat voor soort pensioenstelsel wil D66?

 

 

 

 

Volgende publicatie:
“Ik kan niets doen voor mijn pensioen, al zou ik willen”

“Ik kan niets doen voor mijn pensioen, al zou ik willen”

Gepubliceerd op: 3 maart 2021

Hoe ga je om met werk en geld voor nu en later? Leef je bij de dag of plan je doelbewust je financiële toekomst? En regel je ‘later’ zelf, of ben je aangesloten bij een pensioenfonds?

Alexander Mullenders had een eigen bedrijf, maar moet nu rondkomen van een WIA-uitkering.

 

Alexander Mullenders (48)

Beroep: Momenteel geen, voorheen interim-manager en adviseur op het gebied van marketing, sales en klantenservice

Werkt wekelijks: Niet, hij heeft een burn-out

Inkomen: WIA-uitkering à 990 euro per maand

Spaargeld: Geen

Pensioen geregeld? Nee

 

Hoe ben je arbeidsongeschikt geraakt?

“Ik belandde in een burn-out en depressie toen ik financieel aan de grond zat. Het ging mis toen ik mijn bedrijf wilde uitbreiden door een ander bedrijf over te nemen. Het was een vof met bestaande contracten waarvan ik dacht dat die gewoon overgezet konden worden, maar dat bleek bij een vof niet zo te werken. Alle klanten konden dus vertrekken, en dat deden ze ook.”

 

En toen zat jij met een bedrijf zonder omzet?

“Ja, terwijl ik wel flinke investeringen had gedaan. Er kwam helemaal niets binnen en ik kon de aflossingen niet betalen; dan gaat het hard met je geld. Ik heb een aantal jaar geprobeerd om de boel op de rit te krijgen en ben zelfs nog een tijdje voor een baas gaan werken om toch wat te verdienen, maar ik was toen al helemaal opgebrand. Je kunt je niet voorstellen hoe het is om dag in dag uit geldstress te hebben. Je bent alleen maar bezig met overleven. Ik denk dat negen van de tien mensen eraan onderdoor gaan. Je leeft constant in angst dat er weer een deurwaarder voor je deur staat en er weer een brief van een incassobureau op de mat valt. En dan heb ik het nog niet eens over de schaamte. Het heeft een jaar of vier, vijf geduurd voordat ik hulp durfde te vragen.”

 

Hoeveel schuld had je tegen die tijd?

“Ongeveer 150.000 euro.”

 

Hoe ben je eruit gekomen?

“Na veel gedoe heb ik uiteindelijk schuldhulpverlening gekregen vanuit de gemeente Den Haag. Jarenlang heb ik geleefd van het absolute bestaansminimum. Nu is het traject afgerond, maar er zijn nog steeds enkele onbetaalde rekeningen uit die tijd die inmiddels zo hoog zijn geworden dat die weer nieuwe problemen opleveren. Ik ben nog niet helemaal uit de geldstress.”

 

Nu ontvang je een WIA-uitkering, voor gedeeltelijk arbeidsgeschikten.

“Ja, dat is ongeveer 990 euro per maand, maar over drie maanden loopt deze uitkering af. Dan ga ik naar 70 of 80 procent van het bijstandsniveau, wat neerkomt op 852 euro. Ik kan al amper rondkomen van die 990. Het scheelt dat mijn hypotheek nog geen 200 euro is, maar als de rente ineens flink zou stijgen, zou ik in de problemen komen.”

 

Hoe ga je dat doen?

“Geen idee, ik denk dat ik wel móét gaan werken. Ik krijg geen bijstandsaanvulling vanuit de gemeente omdat ik een koopwoning heb. Verkoop eerst je woning maar, zeggen ze dan. Dat vind ik krom, want als ik mijn huis verkoop heb ik recht op een sociale huurwoning en huurtoeslag, en dat kost de maatschappij uiteindelijk veel meer. De overheid is zo gefocust op zorgen dat er niet één euro verkeerd terechtkomt, dat veel geld niet aankomt bij mensen die het eigenlijk wel nodig hebben. Ik wil absoluut niet pleiten voor zomaar kwijtschelden, maar ik vind wel dat er een verkeerd beeld heerst van mensen met schulden. Het zijn echt geen profiteurs die niet met geld kunnen omgaan. De meesten zijn plotseling in een schrijnende situatie terechtgekomen, bijvoorbeeld doordat ze hun baan of partner verloren.”

 

Hoeveel verdiende jij voorheen?

“Toen ik nog ondernemer was verdiende ik zonder problemen tussen de 8.000 en 10.000 per maand. Ik ging heel vaak uit eten, lekker uitgebreid op wintersport, wekenlang op zomervakantie, droeg nette pakken en schoenen. Daar hoefde ik allemaal niet over na te denken. Het contrast is enorm. Ik ben vandaag jarig, maar ik kan niet eens bedenken wat ik zou willen vragen. Ik denk niet meer aan nieuwe schoenen, kleding of een luchtje. Ik heb geen wensen meer, omdat ik weet dat ik toch niets kan kopen.”

 

We hoeven vast niet te vragen hoeveel spaargeld je hebt…?

“Ik spaar niet, nee. Ik kom elke maand net uit. Als er iets onverwachts gebeurt, stort het hele kaartenhuis in elkaar.”

 

Wat is je toekomstplan?

“Ik ben me momenteel aan het omscholen vanuit het UWV, om mijn cv een beetje te upgraden zodat ik een beleidsadviserende functie kan krijgen. Ik heb een stichting opgezet, Stichting Scipova, waarmee ik de schuldhulpverlening probeer te verbeteren. Dat hoop ik in de toekomst betaald te kunnen doen. Ik heb zelf zo verschrikkelijk veel meegemaakt; ik wil voorkomen dat anderen hetzelfde moeten doormaken. Het zou al helpen als beleidsmakers vaker met ervaringsdeskundigen zoals ik praten voordat ze nieuwe plannen opstellen die mensen met schulden moeten helpen. Daar wil ik me hard voor maken.”

 

Ben je bezig met je oude dag?

“Ik zou wel willen, ik weet alleen niet hoe. Ik heb altijd geroepen dat ik voor mijn 50e wilde kúnnen stoppen met werken, maar dat zit er niet in. Ik had een flinke zak geld op mijn rekening staan, dat is allemaal verdwenen. Wel heb ik een appartement op een aantrekkelijke plek, ik verwacht dat dat over een x-aantal jaar veel meer waard is. Verder is voor mij nu eigenlijk alleen AOW beschikbaar en een heel klein pensioentje van de paar jaar als werknemer aan het begin van mijn carrière. Maar als ik straks een baan krijg en 600 euro in de maand meer heb om uit te geven, dan kan ik makkelijk een paar honderd euro per maand sparen.”

 

Is dat genoeg?

“Dat weet ik niet. Als ik twintig jaar lang 200 euro in de maand kan sparen, zou het wellicht genoeg kunnen zijn. Op dit moment draait mijn leven om de korte termijn, ik heb de luxe niet om verder vooruit te kijken. Ik kan gewoon geen cent opzijzetten. Gelukkig heb ik nog wel even. En het scheelt dat ik inmiddels gewend ben aan rondkomen van heel weinig.”

 

Volgende publicatie:
Medewerkers financieel fit houden met Geldvinder

Medewerkers financieel fit houden met Geldvinder

Gepubliceerd op: 2 maart 2021

Het online platform Geldvinder maakt het mogelijk om op een laagdrempelige en proactieve manier te werken aan de financiële fitheid van medewerkers. Zo kunnen zij bewust aan de slag met persoonlijke financiële doelen voor nu, straks en later. Dit initiatief van APG, in samenwerking met twintig partners, is vandaag officieel gelanceerd.

 

APG en partners stellen Geldvinder aan werkgevers beschikbaar, omdat zij waarde hechten aan het maatschappelijke belang om Nederland financieel fitter te maken. Bij de lancering van Geldvinder zijn werkgevers en organisaties betrokken vanuit meerdere sectoren, waaronder de gemeenten, provincies, energie- en watersector, ministeries, universiteiten, UMC’s en het onderwijs.

 

Financieel Fit
Richard Coonen, manager business development Geldvinder: “Naast de fysieke en mentale fitheid, is de financiële fitheid van mensen erg belangrijk. Met Geldvinder nemen medewerkers op een toegankelijke manier de regie over hun financiële situatie. Dat zorgt voor minder stress over geldzaken, minder uitval en meer vitaliteit op de werkvloer. Omdat we Geldvinder in co-creatie neerzetten, kijken we continu met werkgevers waar de behoeften van medewerkers liggen op financieel vlak. Zo creëert het platform een persoonlijk dashboard aan de hand van een financiële fit-test, waarin mensen zelf doelen kunnen toevoegen en de voortgang ervan kunnen bijhouden. Een handig ‘swipe’ systeem helpt daarbij onderwerpen te vinden die relevant zijn voor de persoonlijke situatie.”


Doel van het platform
In elke levensfase lopen mensen tegen andere uitdagingen op het gebied van geldzaken aan. Op een laagdrempelige manier en in duidelijke taal stimuleert het platform om zelf tot actie over te gaan. Geldvinder onderscheidt zich hiermee van andere initiatieven, zoals rekentools en financiële planners, doordat ‘activering’ centraal staat. Zo kunnen mensen zelf verschillende financiële doelen kiezen die ze willen bereiken, zoals een buffer opbouwen, het kopen van een eerste huis of een schuld afbetalen. Ook nadenken over je pensioen is een mogelijkheid. Vervolgens worden deze doelen vertaald in eenvoudige, haalbare stappen om zelf actie te ondernemen. Overigens geeft Geldvinder daarbij geen financieel advies in de zin van de Wet op het Financieel Toezicht en maakt geen vergelijkingen tussen, of verwijzingen naar, financiële producten of financiële leveranciers.


Investeren

APG is, met strategische partners, volop aan het bouwen aan nieuwe diensten om mensen te helpen hun financiën zo goed mogelijk in te richten. Een activerende aanpak is daarbij belangrijk, zodat mensen gericht over hun eigen financiële toekomst nadenken. Daarmee vormt Geldvinder een waardevolle aanvulling op bestaande initiatieven zoals Prikkl en www.kandoor.nl, waar per jaar meer dan 600.000 vragen worden beantwoord via een slimme chatbot en vrijwillige gidsen. APG zal, als vertrouwde gids, blijven investeren in bestaande en nieuwe innovaties om werkgevers en medewerkers verder te ondersteunen. 

 

Ga voor meer informatie over het platform en alle co-creatie partners naar www.geldvinder.nl/werkgevers

Volgende publicatie:
“Vrije tijd vind ik belangrijker dan veel verdienen”

“Vrije tijd vind ik belangrijker dan veel verdienen” Tekstschrijver Erica (45) over werk en geld

Gepubliceerd op: 24 februari 2021

Serie: Werk & Geld

 

Hoe ga je om met werk en geld voor nu en later? Leef je bij de dag of plan je doelbewust je financiële toekomst? En regel je ‘later’ zelf, of ben je aangesloten bij een pensioenfonds?

Erica Pierik, (tekst)schrijver, houdt haar lasten zo laag mogelijk om vaker vrij te hebben.

 

Erica Pierik (45)

Beroep: (tekst)schrijver

Werkt wekelijks: tussen de 15 en 30 uur per week. Gemiddeld 1 dag in de week als tekstschrijver, de rest van de tijd als schrijver van boeken.

Inkomen: rond de 1500 à 1600 euro per maand

Spaargeld: 4000 euro gezamenlijk, 10.000 euro privé

Pensioen geregeld? Ja

 

Wat doe je precies als schrijver en tekstschrijver?

“Ik schrijf boeken. Mijn eerste, Een boek over wereldvrede, ging over mijn zoektocht naar een mooiere, duurzame wereld. Mijn tweede is bijna af en gaat meer over wereldvrede in het klein, over mijn pogingen om rust te vinden in mijn hoofd en uiteindelijk ook in mijn leven. Om daarnaast wat geld binnen te krijgen, doe ik schrijfklussen voor bijvoorbeeld gemeentes.”

 

Kom je daarvan rond?

“Ik heb berekend dat als ik maandelijks voor zo’n 1200 à 1300 euro aan opdrachten krijg, ik goed in mijn onderhoud kan voorzien. Dat lukt meestal wel.”

 

Ben je blij met je inkomen?

“Het is voldoende. Wij vinden tijd belangrijker dan geld. We hebben echt ons best gedaan om de grote kosten, zoals de hypotheek, zo snel mogelijk omlaag te brengen. We zijn ook bijna energieneutraal. De investeringen die we gedaan hebben, zorgen nu voor veel financiële rust. We hoeven niet veel te werken. Ik geef mezelf ‘vrij’ wanneer ik daar zin in heb.”

 

Hoeveel spaargeld heb je?

“We hebben een gezamenlijke buffer van 4000 euro, elk een eigen buffer én een beleggingsrekening waarop 20.000 euro staat. Die laatste willen we laten groeien zodat we over jaar of tien, vijftien minder kunnen werken en kunnen leven van de opbrengst. Mijn zakelijke buffer is ruim 10.000 euro, daar kan ik zeker een maand of zeven van rondkomen als ik geen andere inkomsten heb. Mijn man heeft een buffer van zo’n 3000 euro.”

 

Wat zijn jullie vaste lasten?

“We komen rond van zo’n 2000 euro per maand. De hypotheek van ons huis in Amsterdam-West hebben we bijna afgelost, we betalen nu nog maar 150 euro per maand. De overwaarde van het huis waarin we hiervoor woonden, hebben we in het nieuwe huis gestopt. We hebben bewust de keuze gemaakt om de helft kleiner en goedkoper te gaan wonen. Naast onze hypotheek hebben we als vaste lasten de VvE, internet, telefoonabonnement, verzekeringen en onze private lease-auto.”

Hoe verdelen jullie die lasten?

“Mijn man heeft een vaste baan als hogeschooldocent en teamleider, waarmee hij netto zo’n 2700 euro per maand verdient. Hij draagt iets meer bij aan de huishoudpot dan ik. Hij werkt overigens bewust niet meer dan vier dagen per week.”

 

Waar geef je nog meer geld aan uit?

“Als schrijver is mijn laptop heel belangrijk. Ik heb nu ook een vrij prijzige Apple Watch aangeschaft die me motiveert om meer te bewegen, aangezien ik, zeker in coronatijd, veel achter de computer zit. Verder besteed ik wel wat geld aan mijn hobby art-journallen, maar dat gaat vooral om mooie pennen en washi-tape, dat zijn geen kapitale bedragen.”

 

Wat regel je voor later?

“Eerlijk gezegd denk ik dat tegen de tijd dat ik eindelijk met pensioen mag, de pensioengelden grotendeels verdampt zullen zijn. De AOW lijkt me ook niet houdbaar, nu steeds minder werkenden voor een steeds grotere groep ouderen moeten betalen. Volgens mij is de beste pensioenvoorziening om zo min mogelijk lasten te hebben en zo min mogelijk wensen. Maar dat weerhoudt me er niet van om toch geld opzij te zetten. Elke maand leg ik 150 euro in bij BrightPensioen, en dat wordt voor me belegd. Daarnaast heb ook nog wat pensioen opgebouwd bij ABP uit de tijd dat ik bij de gemeente Almere werkte en daarvoor bij Kunstenaars&Co, nu Cultuur en Ondernemen.”

 

Hoeveel krijg je straks per maand als je gepensioneerd bent?

“Ik heb nu 11.100 euro ingelegd bij Bright. Vanaf 67 jaar en 3 maanden krijg ik zoals het er nu voor staat 1625 euro netto per maand, inclusief AOW.”

 

Wat zou je nog beter kunnen doen voor je pensioen?

“Onze vaste lasten kunnen nog lager en ik zou wat meer willen beleggen. Maar ik denk dat ik vooral niet te veel moet willen, later. Als ik al die mensen hoor die zeggen dat ze de wereld rond willen reizen als ze met pensioen zijn, dan denk ik: joh, tegen die tijd heb je stramme benen of reuma, dan wil je dat toch allemaal niet meer? Als schrijver kan ik tot op hoge leeftijd mijn werk blijven doen, en dan heb ik niet veel meer nodig dan mijn laptop. Daar houd ik me aan vast. Een laptop, internet, drie keer per dag een maaltijd en een dak boven mijn hoofd, dat is alles wat ik nodig heb.”

Volgende publicatie:
"Mijn leven moest spannender"

"Mijn leven moest spannender"

Gepubliceerd op: 15 februari 2021

Als met pensioen gaan enorm tegenvalt

Het gevreesde zwarte gat en hoe je daaruit herrijst

 

Pensioen. Eindelijk doen waar je zin in hebt. Dat blijkt voor heel wat mensen lastiger dan gedacht. Sommigen vallen in een ‘zwart gat’. Hoe voorkom je dat? En kun je er weer bovenop komen? De gepensioneerde Joep Athmer heeft het antwoord op die vragen. Aan den lijve ondervonden toen hij de bodem van het gat raakte. “Ik zorg er nog elke dag voor dat mensen me zien, dat ik van waarde blijf.”

 

“Dagen zonder deadline, met tijd in overvloed, terwijl die tijd – omgekeerd – in volume snel slinkt. Zet het kleiner worden van de ­wereld zich voort? De horizon smaller?” Was getekend: journalist Wim Boevink, die zich als prepensionado in zijn column in Trouw afvroeg hoe de dagen er na je pensioen uitzien. Eenmaal gepensioneerd zei hij in een interview: “Die pensioendatum ligt al jaren vast, dat heeft ook wel iets moois. Ik denk dat het goed is om niet te lang door te gaan, je moet niet op je succes blijven teren. Je moet ook een keer gaan, gewoon.”

Gewoon gaan bleek voor Joep Athmer niet zo eenvoudig. Hij was directielid bij een groot internationaal opererende multinational en vloog regelmatig naar verre, spannende bestemmingen. “Met de baan die ik had, groei je maar door en door. Je denkt dat je onaantastbaar bent, maar als je dan met pensioen gaat, is alles opeens weg. In één keer zak je van iemand met waardering, belang, iemand die iedereen kent, terug tot ‘dit is gewoon Joep Athmer’. Daar had ik het moeilijk mee.”

Waar ging het mis?

“Ik ging een half jaar vóór mijn pensionering al richting dat gevreesde zwarte gat. Ik leidde nog een belangrijk laatste project op mijn werk, vervreemde van mijn vrouw en kinderen en vond alles in het leven leuker dan dat wat ik al had. Het was een combinatie van de angst voor wat komen ging en de spannende dingen die op mijn pad kwamen. En over dat gevoel sprak ik niet thuis.

Plotseling wilde ik van alles inhalen, een eigen, nieuw leven opbouwen. Alles moest anders. Ik haalde mijn motorrijbewijs en ontmoette nieuwe mensen. Ik dacht er niet over om terug te keren naar een leven met huisje-boompje-beestje. En ik heb dat best een tijd volgehouden. Tot ongeveer driekwart jaar na mijn pensionering. Op mijn dieptepunt heb ik zelfs een half jaar op mezelf gewoond. Ik was gewoon even de weg kwijt.”

Joep Athmer

Hoe kijk je terug op die tijd?
“Ik ben mezelf flink tegengekomen. En dat terwijl ik jarenlang leiding heb gegeven en mensen heb gecoacht. Ik was half psycholoog en half priester, en zei op die momenten de juiste dingen tegen medewerkers. Maar zelf wist ik gewoon niet wat ik moest doen om daar uit te komen.

 

Ik kwam erachter dat ik veel weggooide. Dat ik veel gelukkiger zou zijn met een leven met alles dat ik had opgebouwd en wat ik lief had, dan een leven vol feesten. Met de hulp van twee mensen die mij nooit hebben bekritiseerd heb ik mijn weg teruggevonden. En vind ik het geluk nu in kleine dingen. Dat was geen makkelijke weg. Want trots en gezichtsverlies stonden in de weg. Ik moest daarvoor echt boven mezelf uitstijgen. ”

 

Heb je hulp gezocht?
“Samen met mijn vrouw heb ik een Pensioen in Zicht-cursus gevolgd. Voor ons ging het dieper dan nadenken waar we naartoe wilden op vakantie: het was ook een manier om de verhoudingen binnen de relatie opnieuw te bekijken. Dat was nodig om samen verder te kunnen, als partners en als gezin.

Het deed me trouwens goed om tijdens de cursus te zien dat ook andere mannen en vrouwen uit leidinggevende posities, ieder op hun manier, worstelen met hetzelfde: ‘doe ik er nog toe?’.

 

Veranderden de rollen?
“Ik was eerlijk gezegd meer met mijn werk getrouwd dan met mijn vrouw. Maar dan zit je na je pensionering thuis, zonder die belangrijke functie. Je gezin kent je al dus die doen normaal en verwachten dat jij ook de vaatwasser uitruimt. Daar heb ik echt aan moeten wennen.”

Het kost me veel moeite om een dag niks te doen

Inmiddels ben je twee jaar met pensioen, hoe zien je dagen er nu uit?
“Het kost mij veel moeite om een dag niks te doen, om een boek te lezen. Terwijl ik rationeel tegen mezelf zeg ‘kom op Joep, je hebt 41 jaar lang hard gewerkt, dus dat mag nu best’. Ik wil iets actiefs doen, iets nuttigs. Ook heb ik structuur nodig. Dus plan ik elke dag iets in mijn agenda, zakelijk en privé. Dat geeft me rust. En het lukt me steeds beter om steeds meer privédingen in te plannen.”

Ben je ook nog aan het werk?
“Ik zit niet stil, dat is zeker. Ik ben mantelzorger voor een oudere buurman, voorzitter van een museum en lid van een fietsclub. Ook heb ik diverse opleidingen gevolgd, omdat ik vind dat je nooit te oud bent om te leren. Momenteel heb ik een stuk of vijf freelanceklussen waarin ik professionals en (familie)bedrijven adviseer en coach. Ik bemoei me gewoon nog graag overal mee!”

Wat brengt jou dat?
“Ik zorg dat mensen me zien, dat ik van waarde blijf. En dat gaat verder dan de status die ik had. Natuurlijk vond ik het mooi om op het schild gehesen te worden, rond te reizen in de wereld van Peter Stuyvesant en de machtigen der aarde te ontmoeten. Maar wat ik echt wil, is mensen trainen, ervaring overdragen en van nut zijn. Daar geniet ik enorm van.”

En dat kan gewoon als Joep?
“Zeker. Ik heb nu geen twee secretaressen die ik taken kan geven. Ik heb geen 380 mensen waar ik op terug kan vallen. Als ik ergens aan begin, dan doe ik het zelf. Vanuit mijn kracht en kennis. En ik vind dat heerlijk. Ik ben er fysiek en mentaal nog lang niet klaar voor om achter de spreekwoordelijke geraniums te gaan zitten.”

Is dat verloren gevoel van het zwarte gat dan helemaal weg nu?

“Ik worstel nog steeds met het feit dat ik met pensioen ben. Het is lastig om de juiste balans te vinden. Maar ik heb daar wel een trucje voor gevonden, ik maak namelijk van alles een project dat ik inplan. Ook als ik een boek ga lezen. Maar ik vind dat ik ook dat moet doen.”

Waarom?
“Een oud-baas van mij pakte in het begin van zijn pensioen ook alles vast. ‘Maar’, zei hij tegen mij, ‘er komt een moment, fysiek en geestelijk, dat je het niet meer bij kunt benen. Dus wapen je daarvoor. Plan in dat dat gaat gebeuren.’ Dus daar ben ik nu ook mee bezig. Een beetje dwangmatig lees ik nu dus ook dat boek, volgens schema om drie uur ’s middags.”

Heb je tips voor andere prepensionado’s om dat pensioen een beetje ongeschonden in te gaan?

“Heel belangrijk: neem iemand in vertrouwen om over je gevoel en zorgen te praten. Ten tweede: ga al tijdens de laatste jaren van je werkzame leven op zoek naar hobby’s, cursussen en nevenactiviteiten. Want dan  sta je middenin de maatschappij en kennen mensen je nog. Juist dat is het moment om die hengel uit te gooien. Wacht je tot na je pensioen, dan vergeten mensen je. Dat zie ik bij gepensioneerde vrienden van mij gebeuren. Die zijn na twee jaar het tuinieren zat, willen weer een functie vervullen, maar komen er niet meer tussen.”

 

 

 

Eerder verschenen in de reeks Met Pensioen: Deel 1, de voorbereiding - ‘Met pensioen gaan mag ook lastig zijn’ | APG

Syndroom

Met pensioen gaan vergt niet alleen een aanpassing voor de gepensioneerde . Ook de partner moet eraan wennen. Uit onderzoek van de Japanse Nobuo Kurokawa blijkt dat vrouwen van gepensioneerde mannen last kunnen hebben van uitslag, buikpijn en stress. Ze worden letterlijk ziek van hun thuiszittende man en zijn bemoeienissen met het huishouden. Japanse artsen noemen dat het 'retired husband syndrome', ofwel voluit One's Husband Being at Home Stress Syndrome. Er worden zelfs speciale kleine kamertjes verkocht met tv's en computers. Japanse vrouwen kunnen hun man hier tijdelijk in 'stallen' om zelf even op adem te komen.

Volgende publicatie:
“Waarom is er niet duidelijker gekozen voor twee verschillende contracten?”

“Waarom is er niet duidelijker gekozen voor twee verschillende contracten?”

Gepubliceerd op: 11 februari 2021

In 2026 gaat het nieuwe pensioenstelsel in. Iedereen die dat wilde, kon tot 12 februari reageren op het ‘Wetsvoorstel toekomst pensioenen’ van minister Koolmees. APG is een van de partijen die met een reactie kwam. Strekking: het nieuwe stelsel biedt een kans om met een schone lei te beginnen en het Nederlandse pensioensysteem begrijpelijker te maken voor deelnemers. Maar om de nadelen van het huidige stelsel weg te nemen zonder de voordelen voor deelnemers te verliezen, verdient een aantal punten expliciete aandacht. APG hoofd Beleid Peter Gortzak en strategisch beleidsmedewerker Tinka den Arend lichten toe.

 

APG is een pensioenuitvoerder en heeft dus ook overwegend vanuit dat perspectief gereageerd. Die reactie richt zich op de belangrijkste aandachtspunten voor een geslaagd nieuw stelsel. ‘Nadelen van het huidige stelsel wegnemen zonder de voordelen voor deelnemers te verliezen’ is er daar één van. Ook ‘Solidariteit’, ‘keuzevrijheid’ en ‘open normen’ zijn sleutelwoorden. Gortzak: “De combinatie van veel keuzevrijheid en solidariteit geeft een spanningsveld.  Als pensioenfonds en uitvoerder moet je een bepaalde mate van beleggingsrisico kunnen nemen. Maar je kunt dat risico alleen op een verantwoorde manier nemen als je dat sámen doet en dus samen belegt. Als je het belangrijker vindt om deelnemers veel keuzevrijheid te geven in hoe er voor hun pensioen belegd wordt, dan kun je minder risico’s delen. En als er minder mensen zijn om de risico’s te dragen, kun je ook minder risico nemen.”

 

Naar elkaar toegeschreven
In het nieuwe stelsel zijn er twee pensioencontracten mogelijk: het nieuwe pensioencontract en de verbeterde premieovereenkomst. In de verbeterde premieovereenkomst zit minder solidariteit, meer risico en meer keuzevrijheid. In het nieuwe contract loop je als deelnemer minder risico dan in de verbeterde premieovereenkomst, door de genoemde risicodeling. Uit het wetsvoorstel blijkt echter dat beide contracten minder van elkaar verschillen dan Gortzak en Den Arend hadden gehoopt. Gortzak: “Nu worden beide contracten naar elkaar toegeschreven. Daardoor dreigt er in het ene contract te weinig ruimte te komen voor risicodeling en in het andere contract voor keuzevrijheid. De vraag is of dat verstandig is. Waarom is er niet veel uitdrukkelijker gekozen voor twee uitgesproken verschillende contracten?”

Ook is het van belang om voldoende bewegingsruimte te bieden aan het fondsbestuur. In het honderdzestig pagina’s tellende consultatiedocument wordt op twintig plekken aangegeven dat er nog verdere uitwerking in regelgeving nodig is. Moet er dan geen nieuwe consultatieronde plaatsvinden zodra die uitwerking er wel is? Den Arend: “Gedeeltelijk weet je nu inderdaad niet precies waar je op reageert. Eigenlijk zou je alles opnieuw moeten voorleggen. Maar je kunt ook afzien van die gedetailleerde uitwerking, en de invulling aan fondsbestuurders overlaten. Bestuurders van pensioenfondsen worden tegenwoordig aan hoge normen onderworpen. Geef ze dan ook de verantwoordelijkheid en ruimte om binnen bepaalde open normen te bewegen en daarover verantwoording af te leggen ”

Den Arend illustreert het principe aan de hand van een voorbeeld. “Het consultatiedocument geeft drie maatstaven om de risicohouding van deelnemers te meten. Maar twee daarvan zijn ongetoetste normen. We weten niet of deelnemers ze begrijpen en hoe ze erop reageren. Het zou beter zijn om daar eerst onderzoek naar te doen. En laat fondsbesturen vervolgens zelf de keuze  maken. Maar ook dan is die risicobereidheid bij deelnemers slechts één van de factoren waarop een fondsbestuur zijn beleid zou moeten baseren.“

 

Mag niet zo heten
Hoe belangrijk solidariteit ook is voor een goed pensioen, het woord kom je in het consultatiedocument zelf nauwelijks tegen. Gortzak en Den Arend vinden dat zorgwekkend. Den Arend: “Het nieuwe contract zou je feitelijk ‘het solidaire contract’ kunnen noemen. Maar dat mag niet zo heten omdat je daar de conclusie uit zou kunnen trekken dat het andere contract níet solidair is.”  

Hoe sneller en directer deelnemers profiteren van het nieuwe stelsel, hoe beter het is. APG legt in zijn reactie  daarom de nadruk op het belang van een schone lei. Gortzak: “Om met die schone lei te beginnen, pleiten we voor twee dingen. Ten eerste: maak van invaren de standaardoptie. Dat betekent dat je de bestaande pensioenaanspraken overbrengt naar het nieuwe stelsel. Doe je dat niet, dan bestaan er twee stelsels naast elkaar. Voor de uitvoering is dat een nachtmerrie, want je gaat alles dubbel doen. De deelnemers profiteren dan niet van de voordelen van het nieuwe stelsel en je jaagt ze onnodig op kosten. Als je wél invaart, houd je nog één stelsel over waarvoor je streeft naar maximale uitlegbaarheid aan deelnemers.

Het tweede waarvoor we pleiten, is dat de regels van het nieuwe stelsel gelden voor alle nieuwe regelingen van alle pensioensoorten en risicodekkingen – dus ook voor het nabestaandenpensioen en de arbeidsongeschiktheidsregelingen.  Het ziet er nu naar uit dat het FTK (Financieel Toetsingskader, onderdeel van de Pensioenwet waarin de wettelijke financiële eisen aan pensioenfondsen zijn vastgelegd, red.) toch in stand blijft voor de uitkeringsfase van de verbeterde premieregeling en mogelijk ook voor het arbeidsongeschiktheidspensioen en wezenpensioen. APG pleit er voor om dat niet te doen, en de financiële eisen van het FTK volledig los te laten.”

 

Blind vertrouwen
Om de overgang naar het nieuwe stelsel te laten slagen, moet die overgang ‘uitlegbaar, vertrouwenwekkend en uitvoerbaar’ zijn, staat in de reactie van APG te lezen. Den Arend: “In het wetsvoorstel wordt een kader geschetst om de transitie zorgvuldig te laten verlopen. Denk aan te nemen stappen, rollen en bevoegdheden. In dat voorstel kunnen we ons grotendeels vinden. Maar we zien wel nog een aantal grote risico’s. Er kan alleen vertrouwen  ontstaan als we aan deelnemers, werkgevers en fondsorganen kunnen uitleggen dat de transitie op evenwichtige wijze plaatsvindt.  Dan moeten we maatstaven en rekenmethoden gebruiken die mensen snappen. Om over te stappen naar het nieuwe stelsel zul je pensioenaanspraken van deelnemers moeten omrekenen naar vermogen ­– een potje, feitelijk. De methodiek die nu wordt voorgesteld voor die omrekening kan beter helemaal uit de wet worden geschrapt. Hij is te complex en niet transparant genoeg. Daardoor is het nauwelijks mogelijk om hem uit te leggen. We hebben het vertrouwen van die deelnemers hard nodig maar als ze niet snappen waarover het gaat, vraag je hen feitelijk om blind vertrouwen. Ik denk dat dat te veel gevraagd is. Daar komt bij dat je in het gebruik van de VB-ALM methode heel veel – betwistbare – aannames moet doen.”

Zijn er nog meer risico’s? Den Arend: “Ja, want het is nog maar de vraag of fondsen en uitvoerders de overgang naar het nieuwe stelsel op tijd weten te realiseren. En voor een zorgvuldige en goed uitvoerbare transitie zijn aanvullende maatregelen nodig.”

Volgende publicatie:
“Dit jaar wordt beter dan 2020”

“Dit jaar wordt beter dan 2020”

Gepubliceerd op: 8 februari 2021

Wat zal 2021 brengen in economisch en politiek opzicht? Wat gaat er gebeuren met het nieuwe pensioencontract? En met welke innovaties speelt APG daar op in? Vijf specialisten van APG geven alvast een schot voor de boeg.

 

 

Als de lockdown voorbij is, ga je niet opeens drie keer achter elkaar naar de kapper”

 “Ik ga ervan uit dat de economie het in 2021 beter zal doen dan in 2020. Maar daarbij houd ik wel een paar slagen om de arm. Hoe vaak wordt de lockdown nog verlengd? Wat is de impact van de mutanten van het coronavirus? Hoe vlot verloopt het vaccineren? Er is nog veel onzekerheid. Als alles meezit en we het virus er snel onder krijgen, neemt de kans toe dat overheden de steunmaatregelen afbouwen en bedrijven alsnog belasting moeten gaan betalen. Wat weer kan leiden tot een golf van faillissementen en oplopende werkloosheid.

Het sentiment op de aandelenmarkten is nog verrassend goed geholpen door de lage rente en het ingrijpen van overheden en centrale banken. En dat terwijl complete sectoren platlagen door de lockdowns. Maar die beurskoersen vertellen niet het hele verhaal. Mkb-bedrijven en zzp’ers zijn nou eenmaal niet beursgenoteerd.

 

Niet alleen met de aandelenkoersen kan het vriezen of dooien, dat geldt ook voor de bestedingen van consumenten. Aan de ene kant hebben veel werknemers in vaste dienst sinds corona weinig geld kunnen uitgeven; wellicht gaan zij weer veel spenderen zodra de winkels en de horeca weer opengaan. Maar ja, die inhaalvraag zal beperkt zijn: je gaat niet opeens drie keer achter elkaar naar de kapper. Of iedere dag uit eten. Aan de andere kant zijn er mensen die financieel klem zitten of de hand op de knip houden, vanwege alle onzekerheid.

 

Hopelijk gaan, zodra de meeste mensen zijn gevaccineerd, zowel consumenten als bedrijven in de loop van dit jaar weer meer uitgeven aan grote aankopen of investeringen. Dan komt de economie wereldwijd weer op stoom. En kunnen we zelfs een situatie krijgen dat de inflatie door knelpunten tijdelijk oploopt. Maar renteverhogingen door centrale banken zijn echt nog toekomstmuziek. Positief is dat we zijn verlost van hoofdpijndossiers als de Brexit, en de vraag wie de nieuwe Amerikaanse president wordt. Van Biden verwacht ik een positieve stimulans voor het klimaatbeleid wereldwijd.”   

We gaan dit jaar onderzoeken hoe hoog of hoe stabiel mensen hun pensioen willen hebben”

“Er is een vrij breed politiek draagvlak voor het Pensioenakkoord. Naast de coalitiepartijen waren ook Groen Links, de PvdA en de SGP voorstander. Dus wat de samenstelling van het nieuwe kabinet ook wordt, dat nieuwe pensioenstelsel komt er hoogstwaarschijnlijk wel. Ondanks dat politieke partijen, nu kabinet-Rutte III demissionair is, niet meer gebonden zijn aan het coalitieakkoord.

 

Voor dit jaar staan er een aantal belangrijke mijlpalen richting het nieuwe Pensioenstelsel gepland. Zo kan iedereen nu online reageren op het “wetsvoorstel toekomst pensioenen”. Deze consultatieronde loopt tot 12 februari. Dit wetsvoorstel maakt deel uit van het bredere Pensioenakkoord. Hierin staan onder andere de nieuwe regels voor het pensioen dat een werknemer samen met de werkgever opbouwt. Met de reacties uit deze internetconsultatie zal men het wetsvoorstel verbeteren zodat de wet, zodra Tweede en Eerste Kamer akkoord zijn, per 2022 kan ingaan. Daarna hebben de sociale partners en pensioenuitvoerders tot 2026 om over te gaan naar het nieuwe stelsel.

 

De pensioensector hoopt zo snel mogelijk details te krijgen over het nieuwe pensioenstelsel en de weg daarnaartoe. Vanuit APG zullen we uiteraard kijken of het stelsel uitlegbaar en uitvoerbaar wordt. Ook kijken we naar mogelijke invoeringsrisico’s, en hoe je daar het beste mee om kunt gaan. In het nieuwe stelsel gaat het pensioen straks directer meebewegen met wat er gebeurt op de financiële markten. We gaan dit jaar al onderzoeken wat mensen hiervan vinden, en “hoe hoog versus hoe stabiel” zij hun pensioen willen hebben. We willen pensioenfondsen faciliteren om zo goed mogelijk aan te sluiten op de wensen van gepensioneerden en werknemers. Daarom gaan we dit jaar al met hen hierover in gesprek. Het mooie vind ik wel dat het nieuwe stelsel eenvoudiger wordt, en makkelijker uit te leggen.

APG gaat meer samenwerken met andere bedrijven, want samen weet je echt meer"

”Met de komst van het nieuwe pensioenstelsel gaat er veel veranderen voor werknemers en gepensioneerden. Ze krijgen straks een eigen pensioenrekening waarop de pensioenpremie wordt gestort. Je spaart voor jezelf, ziet de fluctuaties in je eigen pensioenpotje. Een ingewikkelde verandering. We moeten de totale pot van ruim 1500 miljard euro eerlijk gaan verdelen over miljoenen persoonlijke pensioenpotjes. De nieuwe pensioenregeling zal makkelijker en begrijpelijker zijn, maar de weg ernaartoe is nog vol hobbels. Denk aan het aanpassen van ICT-systemen, juridische kwesties, noem maar op. Gelukkig hebben we nog een paar jaar de tijd.

 

Alle pensioenspelers krijgen hiermee te maken. Daarom werkt APG steeds meer samen met pensioenfondsen en andere pensioenuitvoerders, zoals PGGM en MN Services. Niet alleen om samen de premies te innen en pensioenen uit te keren, maar ook om van elkaar te leren en kosten te besparen. En uit te zoeken hoe we het beste met onze deelnemers over de komende veranderingen kunnen communiceren.

Mensen zitten de komende jaren met de nodige vragen over hun financiële toekomst. Ze krijgen meer behoefte aan een gids die hen helpt met gebruiksvriendelijke oplossingen en advies-op-maat. Die hen de regie geeft over al hun geldzaken en werkenden bijvoorbeeld goed voorbereidt op de overgang naar hun pensionering.

 

Om klantgerichter te kunnen werken, willen we de komende jaren meer samenwerken met gespecialiseerde bedrijven waarmee we bijvoorbeeld apps ontwikkelen, nieuwe ict-oplossingen bedenken of slimmer kunnen omgaan met data. Zoals een digitale planner waarmee je in één keer overzicht krijgt in je financiële toekomst. Samen met andere bedrijven, van startups tot het Nibud, willen we zorgen dat je als werkende of gepensioneerde op basis van allerlei data bijvoorbeeld kunt zien hoeveel geld je later nodig hebt bij iedere gewenste levenstaandaard. Redenerend vanuit je huidige leefpatroon. Vaak overschatten werknemers hoeveel geld ze later nou écht nodig hebben, weten we uit onderzoek.

Dankzij cloudtechnologie kunnen we steeds beter het maximale uit onze data halen"

Innovatiespecialisten Tom Romanowski en Anne-Marie le Doux over innovaties en het innovatielab van APG.

 

Tom Romanowski: “Met het nieuwe pensioencontract krijgt iedere deelnemer straks een eigen, persoonlijk pensioen. Dat past in de maatschappelijke trend naar meer individualisering. De sector staat voor de nodige uitdagingen.

Pensioenuitvoerders als APG zijn nu druk bezig met allerlei innovaties. Waarbij technologie steeds meer mogelijk maakt. Zo kunnen we dankzij cloudtechnologie steeds beter het maximale uit onze data halen, op een veilige manier. Zonder dat dat ten koste gaat van de privacy van deelnemers. Met machine learning helpen we bijvoorbeeld de callcenter-medewerkers, zodat ze beter kunnen voorspellen wat de vervolgvragen van deelnemers zijn.

Deelnemers krijgen straks meer verantwoordelijkheid, en zullen advies nodig hebben bij het nemen van financiële beslissingen. Mede daarom heeft APG eerder al Kandoor.nl gelanceerd; daar krijg je antwoorden op alle mogelijke financiële vragen.”

Anne-Marie le Doux: “Dit soort innovatieve oplossingen bedenken we in de GroeiFabriek, het innovatielab van APG. In deze kraamkamer richten we ons niet alleen op deelnemers en gepensioneerden, maar ook op werkgevers en de pensioenfondsen die klant zijn bij APG. Werkgevers zitten bijvoorbeeld met vragen over hoe ze hun medewerkers straks kunnen helpen financieel fitter te worden. Samen met een aantal werkgevers hebben we een online platform ontwikkeld waarmee werknemers meer te weten komen over hun ‘financiële fitheidsscore’ en helpen wij hen bij het stellen van realistische doelen om deze te verbeteren. Daarnaast werken we dit jaar aan innovaties waarmee werkgevers betere HR beslissingen kunnen nemen.”

Volgende publicatie:
“Ik beleg voor het pensioen van ruim een kwart van de Nederlanders. Dat maakt me trots”

“Ik beleg voor het pensioen van ruim een kwart van de Nederlanders. Dat maakt me trots”

Gepubliceerd op: 3 februari 2021

Wie zíjn die mensen die er bewust voor kiezen om in de pensioensector te gaan werken? Wat doen ze daar de hele dag voor jouw pensioen? En wat vinden ze leuk aan hun werk? We nemen je mee achter de schermen.

 

Anke Cornelisse (26) volgde een traineeship bij APG en werkt er nu als portfoliomanager.

 

Dus jij werd op een dag wakker en dacht: de pensioenwereld, dáár wil ik werken?

“Ha, dat ging iets anders. Ik wilde eigenlijk bij een bank werken, want dat vond mijn vader verwerpelijk – toen wilde ik het júíst. Na een stage bij een bank ontdekte ik dat ik asset management, vermogensbeheer, leuk vond. Daar vond ik de combinatie van financiële markten en economie. Toen ik daarop ging zoeken, kwam ik uit bij APG.”

 

En toen werd je enthousiast?

“Nou, niet direct. Destijds was de site van APG nog heel suf, met foto’s van vrouwen in grijze jurken. Maar ik besloot me er gewoon eens verder in te gaan verdiepen. Op LinkedIn zag ik dat er ook jonge mensen werkten en nadat ik met een APG-trainee had gebeld, was ik overtuigd. Het klonk veel interessanter dan ik had gedacht.”

 

Jij was verkocht en ging een traineeship volgen. Even voor de minder ingewijden onder ons: wat houdt dat precies in?

“Het is een soort opleiding binnen het bedrijf, die twee jaar duurt. Je leert enorm veel in de volle breedte en het is de perfecte manier om als junior een baan te vinden in het vermogensbeheer. In dit vakgebied zijn namelijk nauwelijks juniorposities te vinden; iedereen die er werkt heeft al verschrikkelijk veel ervaring. Het is niet heel makkelijk om ertussen te komen als je net van school komt. Met een traineeship kan dat wel. Door verschillende opdrachten kun je achterhalen welke manier van beleggen bij je past en wat je het leukst vindt. Beleg ik liever in ‘snelle’ aandelen en obligaties, of doe ik liever investeringen in vastgoed of tolwegen, waar je meer werkt aan een deal? Mij trokken de aandelen en obligaties meer, omdat die nauw verbonden zijn met de dagelijkse schommelingen in de economie.”

 

Nu heb je een baan als portfoliomanager en werk je met obligaties. Is dat niet juist de saaiste beleggingscategorie?

“Veel rendement valt er niet te halen, nee, nu de rentes heel laag staan. Obligaties zijn de meest risicovrije beleggingscategorie. Ons hoofddoel is dan ook niet om heel veel geld te verdienen met het geld dat we beheren, maar vooral om ervoor te zorgen dat de reële waarde van het geld niet mínder wordt. Maar saai is het zeker niet. Het is juist heel dynamisch. Als er iets groots gebeurt in de wereld, zie je dat direct terug in de obligatiemarkt. Economie is geen exacte wetenschap, het is constant zoeken naar antwoorden, de puzzel is nooit af. Er spelen zo veel factoren mee. Net als je denkt dat je het eindelijk begint te begrijpen, komt er weer een covid-crisis waarvan niemand de effecten kan voorzien. Je raakt in dit vak nooit uitgeleerd. Je staat midden in die aldoor bewegende economie.”

Welke eigenschappen maken van jou een echte pensioentijger?

“Ik ben heel nieuwsgierig, ik probeer constant antwoorden op vragen te krijgen. Ik vind het ook heel leuk om uit te leggen hoe het allemaal werkt. Hoe het zit met de dekkingsgraad, waarom je wel of niet moet korten. De mensen die er niets van begrijpen, zijn ook degenen voor wie het ’t belangrijkst is. Ik vind het daarom cruciaal om die ingewikkelde materie makkelijk uit te leggen aan bijvoorbeeld mijn opa en oma.”

 

Denk je nooit: had ik toch maar voor een bank gekozen?

“Nee joh, ik zit hier veel beter. Collega’s op de Zuidas zeggen wel eens neerbuigend: ‘O APG, dat zijn ambtenaren toch?’ Ik kan daar alleen maar om lachen. Ik hoef ten minste niet tot elf uur ’s avonds te werken zoals jullie, denk ik dan. Bij een commerciële partij moet je op zoek naar klanten, dat hoeft bij APG niet. Dat betekent dat er veel meer ruimte is om op de inhoud in te gaan. In plaats van rijke individuen nog rijker maken, beleg ik nu voor het pensioen van een kwart van de Nederlanders. Dat motiveert me enorm. Ook al zien en spreken we ze niet, we weten allemaal voor wie we het doen. We werken voor Nederland. Dat maakt me trots.”

Collega’s op de Zuidas zeggen wel eens neerbuigend: ‘O APG, dat zijn ambtenaren toch?’

Wat doe je nou eigenlijk op een dag?

“Ik zit in het treasuries-team. We beleggen in staatsobligaties in ontwikkelde markten, zoals Europa, Amerika en Australië. We houden elke dag in de gaten wat er gebeurt in de economie in die landen. ’s Ochtends nemen we de relevante markt- en portfolio-ontwikkelingen door en checken we het politieke nieuws. Zien we gekke dingen in de markt? Wat gebeurt er in de politiek? Wat betekent dat voor onze portefeuille? Elk kwartaal bespreken we met elkaar en met inzichten van externe specialisten hoe wij de wereld zien, en dan met name de landen waarin we investeren. Wat is onze visie op de economie, en wat betekent dat voor onze investeringen? Door middel van bepaalde modellen proberen we te voorspellen wat de markt gaat doen. We kijken ook dagelijks of de portefeuilles die we beheren nog wel precies aansluiten bij wat de pensioenfondsen van ons hebben gevraagd. Nieuwe orders geven we door aan trading, die ze vervolgens uitvoeren.”

 

Zijn je vrienden en familie ook zo enthousiast over je werk?

“Hmm, iets minder. Ze vinden het bijvoorbeeld wel leuk dat ik kan uitleggen hoe het nieuwe pensioenstelsel werkt, maar als ik heel enthousiast over mijn werk begin te vertellen, haken ze al snel af. Dan zeggen ze: ‘Anke, ik vind het heel leuk dat jíj dit leuk vindt, maar je hoeft het niet verder uit te leggen’.”

Volgende publicatie:
‘Met pensioen gaan mag ook lastig zijn’

‘Met pensioen gaan mag ook lastig zijn’

Gepubliceerd op: 1 februari 2021

Hoe we de tijd na onze pensionering vullen, bedenken we doorgaans pas als het zover is. Want waar de ene prepensionado in aanloop naar deze mijlpaal al jaren droomt van een wereldreis of lekker gaan klussen, kijken de meeste anderen liever niet vooruit. Onderschat het gros de gevolgen van met pensioen gaan? Experts zeggen van wel. “Die impact is groot. Zorg voor een goede voorbereiding. Niet alles gaat vanzelf.”

Je leven wordt écht anders als je met pensioen gaat. En dat is leuk en spannend tegelijk. Hoe bereid je je daarop voor?

Nieuwe levensfases gaan hand in hand met een goede voorbereiding. Voordat je naar de basisschool ging, kon je al een paar ochtenden wennen en voordat je met elkaar in het huwelijksbootje stapt, kijk je eerst of samen onder één dak wonen werkt. Maar als het aankomt op met pensioen gaan, blijft het vaak bij een beetje uitzoeken wat ons financieel te wachten staat. Wát we in die vrije tijd gaan doen, bedenken we als het zover is. En dat is aan de late kant, zegt Marjoleine Vosselman, psycholoog en auteur van het boek Pensioen in zicht. “Als je met pensioen gaat, krijg je eindelijk tijd om al die dingen te doen waar je tijdens je werkzame leven niet aan toekwam. Maar soms valt dat tegen. Hoe ga je om met al die tijd, de verwachtingen van familieleden en mogelijke ouderdomsgebreken? Als je stopt met werken valt een belangrijke bron van zingeving weg. Dat vraagt om bewuste keuzes, maar soms ook om aanvaarding dat niet alles binnen je bereik ligt.”

Altijd ‘tijd’
De overgang van een bestaan waarin betaalde arbeid bepalend was naar een levensfase vol vrijheid, kun je op meerdere manieren invullen. Anneroos Gerritsen, senior trainer en adviseur bij Odyssee gaat er met prepensionados over in gesprek. Op het strand, actief buiten of binnen. Is zo’n voorbereiding of zelfs een cursus echt nodig? “Een pensioencursus is natuurlijk niet hetzelfde als het leren van een nieuwe taal,” antwoordt Gerritsen. “Het gaat erom dat je je bewust wordt van wat je eigenlijk wel weet. Dat je de tijd neemt om na te denken over je volgende stap. Wat eerst vrije tijd was, wordt nieuwe tijd, of ‘gewoon’ tijd. Wat doe je daarmee?” De trainer adviseert om de training zo mogelijk een jaar, of minstens een paar maanden vóór de pensionering te volgen.

Wat eerst vrije tijd was, wordt nieuwe tijd, of ‘gewoon’ tijd. Wat doe je daarmee?

Waar kom je je bed voor uit?
“In de cursus bespreken we vijf levensdomeinen. Het eerste is gezondheid van lichaam en geest. Wat doe je al op dit gebied, denk aan sport, en wat kun je meer of minder doen? Wat heeft je lichaam nodig, wat kan het nog? Het tweede domein is sociale relaties. Straks valt het contact met collega’s weg. Zijn er andere contacten die je weer nieuw leven kunt inblazen? Wil je meer contacten hebben, of heb je daar geen behoefte aan? En hoe leef je straks samen met je partner? Welke ruimte gun je elkaar en waar neem je elkaar wel mee?” De materiële situatie is het derde domein dat Gerritsen behandelt. “Je hebt je pensioen intussen wel geregeld, en je AOW komt eraan. Maar hoe zit het met je financiële planning, met erven en schenken en je woonsituatie? Een financieel expert komt als gastdocent deze onderwerpen behandelen.” Arbeid en prestatie komen ook aan bod. “Cursisten willen wel nog íets doen. Maar wat, en wat doe je als eerste? Pak je achterstallig onderhoud aan je huis aan, volg je een studie of doe je vrijwilligerswerk?”
Het laatste domein is waarden en inspiratie. “Dat is een thema waarmee cursisten samen echt de diepte in gaan. Waar kom je je bed nog voor uit? We hebben middels een digitaal handboek ook veel tips op alle domeinen.”

Zweet je werk uit
Psycholoog Vosselman is ook voorstander van een cursus. Ze ziet een training zeker niet als een luxe tijdsbesteding. “Wie dat denkt, onderschat de impact van de overgang naar pensioen.” In haar boek richt ze zich op zingeving en beschrijft ze aan de hand van persoonlijke verhalen de twee uitersten van pensioenvoorbereiding: niets doen of juist te veel voorbereiden. “Verwachtingen over met pensioen gaan kloppen niet. Mensen zijn niet voorbereid of pakken het zelfs té planmatig aan. Terwijl je juist uit de tredmolen van het werkende leven wilt stappen. Zweet je werk uit. Realiseer je dat met pensioen gaan niet alleen maar leuk is. Het mág moeilijk zijn. Juist dat gevoel geeft ruimte om je werkzame leven los te laten. Gun jezelf de kans om te veranderen. Bereid je voor zonder alles dicht te timmeren.” Gerritsen sluit zich hierbij aan. “Het gaat niet om lijstjes afvinken die je van tevoren hebt gemaakt. Het gaat erom jezelf opnieuw te leren kennen. Stellen zien pensioen als een roze wolk. Nú gaan ze genieten. Dan vraag ik waarom ze dat nu pas gaan doen. Het blijkt dan de vrijheid te zijn waar ze naar uitkijken. Iets waar vrijgezellen juist tegenop zien. Zij zijn bang om structuur en collega’s te missen.”

Worstelen met vragen
Een van de cursisten die Gerritsen ontving, is Joep Athmer, voormalig directielid bij bagger- en maritiem aannemersbedrijf Van Oord. Voor zijn werk reisde hij regelmatig naar verre bestemmingen. Met een mooie carrière achter de rug dacht hij op zijn 62-ste na over de tijd na zijn pensioen. Hij had allerlei praktische vragen: “Moet ik thuis gaan klussen? Gaan fietsen? Of fulltime op de kleinkinderen passen?” Maar hij had ook diepgaandere vragen als: “Doe ik er nog wel toe als ik de uitstraling van mijn functie niet meer heb? Wat ben ik thuis waard? Hoe gaat dat samen met mijn vrouw?”

Athmer en zijn vrouw volgden daarom de pensioencursus bij Odyssee. “Als we ons leven samen verder goed wilden invullen, was die cursus welkom. En dat is ook gebleken.” Het deed Athmer goed om te zien dat hij niet de enige was met vragen. Genoeg andere mannen en vrouwen in leidinggevende posities worstelden met de vraag of ze er straks nog toe doen.
“Het antwoord op die vraag is: ja. Deze cursus heeft mij aan het denken gezet en dat ging verder dan bedenken waar we naartoe willen reizen. Ik kreeg inzicht in wie ik ben en wat mijn vrouw en ik samen willen.” Inmiddels heeft de gepensioneerde Athmer vijf bijbanen en hij zit in het bestuur van verschillende stichtingen. Maar hij toert ook met zijn motor over de Faeröer eilanden. En op zijn bucketlist staan nog vele andere mooie reizen.

Waar kom je je bed nog voor uit?

Gevoel van zinloosheid
De grootste impact die pensionering heeft, is van psychische aard. Mensen die net met pensioen zijn missen de context van het werkzame leven. De tragikomedie About Schmidt met Jack Nicholson illustreert dit perfect, vindt Vosselman. “Daarin zie je hoe de gepensioneerde Warren Schmidt overvallen wordt door een gevoel van zinloosheid.” Volgens Vosselman hangen we onze identiteit en waarde vaak op aan ons werk. “Wie werkt heeft op tal van vlakken uitdagingen, wordt ergens verwacht en heeft een (volle) agenda. Werk krijgt voorrang, werk is dringend. Stop je met werken, dan moet je zelf regelen dat je ergens verwacht wordt.” De psycholoog benadrukt met klem dat de lat niet te hoog gelegd hoeft te worden. “Je inschrijven voor een tekencursus is al goed. Stap uit de prestatiesfeer van het werk.”

Afscheid nemen helpt
En dat bedoelt ze letterlijk. Uit onderzoek blijkt immers dat afscheid nemen heilzaam is en echt het verschil kan maken. “Overgang vraagt om een ritueel. Daarmee sluit je de deur naar het oude en  open je hem naar het nieuwe,” zegt Vosselman. En volgens haar spelen werkgever en collega’s daar een grote rol in, aangezien iemand die met pensioen gaat doorgaans bescheiden roept dat een afscheidsfeestje niet hoeft. “Tijdens corona gaat afscheid nemen lastiger, dus wees creatief. Het is van groot belang om het werkzame leven af te sluiten en te horen hoezeer je van betekenis was. Juist na een goed afscheid kun je vooruit.”

Kies je ervoor om je pensionering maar te laten gebeuren, dan brengt dat risico’s met zich mee.
“Je kunt je misschien enorm verheugen op de rust en stilte,” zegt Vosselman, “maar lege, betekenisloze dagen kunnen ook voor veel onrust zorgen. Of misschien worden je dagen als vanzelf gevuld doordat je op de kleinkinderen gaat passen. Maar wil je dat wel? En hoe pakt het thuis uit als de ene partner werkt en de ander niet meer? Neem de ruimte om dat te verkennen.”

Verantwoordelijkheid van werkgever
Pensioencursussen zijn overigens geen modegril. Het idee ontstond zestig jaar geleden bij Hoogovens, het huidige Tata Steel, in IJmuiden. Gerritsen: “Dat was destijds echt een familiebedrijf waar medewerkers als vijftienjarige aan de slag gingen en tot hun pensioen bleven. Tot er in de jaren zestig voor het eerst in de geschiedenis mensen moesten worden ontslagen.” Dat druiste in tegen de traditie die Hoogovens kende. Het bedrijf wilde dan ook niet zomaar mensen op straat zetten. Er werd een sociaal plan opgesteld en de voorlopers van Odyssee faciliteerden de overgang naar geen werk. Gerritsen: “Dat aanbod zou eenmalig zijn. Maar het beviel iedereen zo goed dat het initiatief is gebleven. En we zien dat steeds meer werkgevers hun verantwoordelijkheid nemen en een Pensioen in Zicht-cursus aanbieden. Bedrijven als Philips en Heineken en ook de overheid zorgen ervoor dat hun werknemers zich zowel goed kunnen inwerken als uitwerken.” 

‘Zwitserlevengevoel’ is oneerlijk
Belanden we in een zwart gat als we geen voorbereidingen treffen? Vosselman zegt van niet. Ze vindt dat gevreesde zwarte gat een doembeeld dat past in een tijdsgeest waarin we allemaal gelukkig moeten zijn. “Dat Zwitserlevengevoel kan onnodig angst inboezemen. Het is geen eerlijk beeld. Je wordt ouder, blijkt kwetsbaarder. Dan kan niet alles meer.” De psycholoog voorspelt pas een zwart gat als je níet door dat overgangsproces durft te gaan. “Stel, je bent altijd een doener geweest, maar rond je pensionering laat je lichaam het afweten. Dat is knap lastig. Dan moet je jezelf opnieuw uitvinden.”

Volgende keer: Pensioen in zicht – Bestaat het zwarte gat?
Gepensioneerde Joep Athmer belandde ondanks een pensioencursus in het gevreesde pensioengat. “Met een baan zoals ik die had, groei je maar door. Op een gegeven moment denk je dat je Jezus bent en over water kunt lopen. Maar dat is gevaarlijk. Je denkt dat je onaantastbaar bent, maar als je met pensioen gaat is alles opeens weg.”

Volgende publicatie:
“Overgang naar nieuwe stelsel moet gewoon slagen, er is geen plan B”

“Overgang naar nieuwe stelsel moet gewoon slagen, er is geen plan B”

Gepubliceerd op: 29 januari 2021

“Diffuus”, zo luidt het oordeel van internationale experts over het nieuwe Nederlandse pensioenstelsel. Onno Steenbeek, hoogleraar Pensioenvraagstukken aan de Erasmus Universiteit én directeur Strategisch Portefeuille Advies bij APG, doet onderzoek naar pensioenhervormingen in het buitenland. De gesprekken met vakgenoten in tien landen waaronder Canada, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk, leerden hem twee dingen. De manier waarop Nederland het stelsel hervormt is uniek in de wereld. Maar de weg erheen moet wel transparant en helder worden uitgelegd. “Niemand begrijpt waarom we deelnemers lastigvallen met discussies over de disconteringsvoet.”

 

Voor dit zogeheten ‘topicality project’ werd Steenbeek door pensioendenktank Netspar gevraagd als trekker. Steenbeek, die naast zijn werk voor APG ook hoogleraar aan de Erasmus Universiteit is, zocht daarvoor onder andere de samenwerking met voormalig bestuursvoorzitter van pensioenuitvoerder PMT Benne van Popta. Steenbeek en Van Popta staken hun licht op bij vakgenoten in verschillende landen die in de recente geschiedenis een substantiële hervorming van het stelsel doormaakten.

 

Veel geld kwijtgeraakt

Steenbeek: “Canada wordt vaak als vergelijking genomen. Het is een land dat dicht bij Nederland staat: er is een flink pensioenvermogen opgebouwd, dat collectief beheerd wordt. We kunnen ook leren van de manier waarop zij met zelfstandigen omgaan. Landen als Chili en Australië hebben veel ervaring met beschikbare premieregelingen (in een beschikbare premieregeling staat de pensioenpremie vast en wordt er geen harde belofte gedaan over de hoogte van de uitkering bij pensioneren, red). Daar kunnen we veel van leren als we eenmaal overgestapt zijn naar het nieuwe stelsel, ook hoe het niet moet. Dat geldt ook voor het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. In het VK hebben we bijvoorbeeld gezien dat de optie voor deelnemers om het hele pensioenvermogen in één keer op te nemen, tot ongewenste resultaten heeft geleid. Een deel van de deelnemers heeft hun volledige pensioen opgenomen en is ermee naar een commerciële vermogensbeheerder gegaan. Op die manier zijn ze tegen hoge kosten heel veel geld kwijtgeraakt. In Chili zijn veel mensen overgestapt naar een andere beheerder omdat ze dan een fiets kregen. Bij zo’n motivatie kun je natuurlijk grote vraagtekens zetten. Maar in Denemarken – waar deelnemers individueel om toestemming werd gevraagd om met hun pensioen over te stappen – droeg die keuzevrijheid sterk bij aan de acceptatie van het nieuwe stelsel.”

 

Polderen naar oplossing

Wat Steenbeek vooral verraste: het zogeheten ‘invaren’ waarvoor Nederland kiest, is in het buitenland simpelweg onmogelijk. Bij het invaren vorm je opgebouwde pensioenrechten om naar vermogen. Feitelijk transformeer je dan een belofte over de hoogte van de uitkering bij pensioneren (uitkeringsregeling), naar een potje met geld dat afhankelijk van de financiële markten in de toekomst meer of minder pensioen oplevert (beschikbare premieregeling). Dat is een complexe operatie, rekenkundig gezien. Toch is dat volgens Steenbeek niet de belangrijkste reden waarom men in het buitenland niet voor deze weg kiest. “De meeste landen laten het oude en het nieuwe systeem naast elkaar voortbestaan, omdat het niet anders kan. Het oude systeem belandt dan dus in een sterfhuisconstructie. Dat is verre van efficiënt, omdat er dan heel lang twee systemen naast elkaar blijven bestaan. En dat verhoogt niet alleen de kosten, een fonds kan daardoor op de lange termijn ook minder beleggingsrisico nemen. Dat gaat uiteindelijk gewoon ten koste van de hoogte van het pensioen. In tegenstelling tot Nederland hebben deelnemers in met name Angelsaksische landen een financieel contract met het fonds dat niet zomaar omgezet mag worden in iets anders. Op het moment dat je hun pensioenrechten zou omvormen naar pensioenvermogen, stapt men naar de rechter. Bij ons werkt dat anders, omdat we in Nederland een sociaal contract met elkaar hebben. Alle partijen gaan met elkaar om de tafel zitten en polderen vroeg of laat naar een oplossing toe. Dat gaat zeker lukken, maar de buitenlanders roepen ons op om dat zo transparant mogelijk te doen.”

In Chili zijn veel mensen overgestapt naar een andere beheerder omdat ze dan een fiets kregen

Evolutie

Dat polderen veel tijd kan kosten, hebben we gezien bij de totstandkoming van het nieuwe pensioenakkoord in 2020. Maar liefst tien jaar heeft het hele proces in beslag genomen, en ook dat is in het buitenland niet onopgemerkt gebleven. Maar, zegt Steenbeek, de vraag is of dat erg is. “Ik snap wel dat er soms gezegd wordt dat we veel praten en er weinig van bakken, maar er zijn maar weinig landen die zo’n ingrijpende en complexe hervorming zo maar even doen. Het is lastig om de bevolking mee te krijgen, als je het te snel doet. Als je helder wil uitleggen wat je doet en zorgvuldig wil doordenken wat je wil bereiken en waarom, dan heb je daar tijd voor nodig. Bovendien is het ook niet zo dat we in één keer van een oud naar een nieuw systeem gaan. We moesten wennen aan de onzekerheden in het huidige contract en we hebben de regeling al op allerlei punten aangepast in de afgelopen twintig jaar. Je kunt dit dus zien als een volgende grote stap in een evolutie.”


Moeilijk uit te leggen

Een ander belangrijk punt waar Steenbeek door buitenlandse experts op werd gewezen, is de uitlegbaarheid van de Nederlandse pensioenhervorming. “‘Ik merkte dat het moeilijk was om uit te leggen waar we vandaan komen en waar we naartoe gaan met het Nederlandse systeem. Jullie zeggen wel dat er in het huidige stelsel sprake was van een belofte over de hoogte van de uitkering bij pensioneren maar is dat wel zo, kregen we te horen. En daar is wat voor te zeggen, in die zin dat ook in het huidige systeem de pensioenbelofte niet keihard is. Het meegroeien van het pensioen met de loonontwikkeling is immers alleen mogelijk als de financiële positie van een fonds dat toelaat. En bij een aantal fondsen zijn de pensioenen zelfs verlaagd. Dat leken we te zijn vergeten, omdat het jarenlang niet nodig is geweest om te korten of af te zien van aanpassing aan de loonontwikkeling.”


Ook bij het nieuwe pensioencontract wisten ze in het buitenland niet meteen wat ze ervan moesten vinden. “Dan zeiden we dat we naar een soort beschikbare premieregeling-systeem gaan, maar wel met collectieve elementen. Het is dus geen systeem met beschikbare premieregelingen in pure zin. Maar onze gesprekspartners namen niet alle aspecten die we noemden serieus.”

Een woord als ‘dekkingsgraad’ wordt helemaal niet gebruikt in het buitenland

Open deur

Een van de buitenlandse adviezen was dan ook om glashelder te zijn in waar je vandaan komt, waar je naartoe gaat en waarom dat goed is voor de individuele deelnemer en voor de samenleving. Is dat niet een ontzettende open deur? “Natuurlijk, maar toch is het goed om daar vanuit het buitenland nog eens expliciet op gewezen te worden. In Nederland hebben we heel erg de neiging om te praten in onbegrijpelijk jargon. Een woord als ‘dekkingsgraad’ wordt helemaal niet gebruikt in het buitenland, en ze begrijpen totaal niet dat we de deelnemers lastigvallen met discussies over de disconteringsvoet. Een ‘commissie parameters’ – waar ik zelf lid van was – die nadenkt over rendementen en risico’s werkt bij hen enorm op de lachspieren. Blijkbaar zijn we ons daarvan toch nog niet genoeg bewust. Maar de overgang naar het nieuwe stelsel kan alleen slagen als volledig uitlegbaar en transparant is wat we precies gaan doen, hoe we dat doen en waarom.”

 

Huzarenstukje

Het omzetten van de opgebouwde pensioenrechten naar vermogen vormt het huzarenstukje van de overgang naar het nieuwe stelsel. Steenbeek: “Het invaren is ook volgens de buitenlandse experts het cruciale onderdeel. Als dat lukt, lukt de rest ook wel. En dan kun je ook niet meer terug. Die operatie moet je dus zó vormgeven en uitleggen dat mensen zien dat het op een eerlijke manier gebeurt. Een Engelse vakgenoot benadrukte dat meer dan eens: als je het op zo’n manier doet dat het moeilijk te begrijpen is, dan is het hoogstwaarschijnlijk ook heel moeilijk te accepteren. Ik hoop dat het ons lukt om dat voor elkaar te krijgen. We moeten goed oog houden voor de big picture van waar we mee bezig zijn en ons niet verliezen in teveel technische details.”

 

Transparantie en uitlegbaarheid lijken the name of the game als het gaat om het slagen van dit huzarenstukje. “Als wij open en eerlijk zijn, dan gaat het wel landen. Het moet gewoon slagen, want er is geen plan B.”, aldus Steenbeek.


En als het toch niet landt? “Dan zijn we het vertrouwen voorgoed kwijt, vrees ik.”

 

Dit interview is gebaseerd op een eerste impressie van de adviezen die Steenbeek en Van Popta in het buitenland hebben opgehaald. De definitieve onderzoeksresultaten worden tegen de zomer verwacht.

Volgende publicatie:
Verkiezingen 2021: wat willen de partijen (nog) met pensioen?

Verkiezingen 2021: wat willen de partijen (nog) met pensioen?

Gepubliceerd op: 28 januari 2021

Je zult maar verantwoordelijk zijn voor de paragraaf over pensioen in een verkiezingsprogramma. Na meer dan een decennium duwen en trekken in de polder ligt er een uitgewerkt pensioenakkoord. Bijbehorende trits aan gedetailleerde wetgevings-voorstellen is door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid met gezwinde spoed net voor de kerst ter consultatie gepubliceerd. Wat valt er in hemelsnaam nog te schrijven over pensioen waar je politiek mee kunt scoren?

 

Om deze vraag te beantwoorden hebben we 14 (concept)verkiezingsprogramma’s doorgelicht. Rondom kapitaalgedekt/ tweede pijler pensioen springen er drie thema’s uit, waarover (bijna) het gehele politieke spectrum wel iets heeft opgenomen.

 

Te beginnen dus bij het voorgestane pensioenstelsel. De huidige demissionaire coalitiepartijen, VVD, CDA, D66 en CU, dragen het geluid van het pensioenakkoord uit. Dat viel natuurlijk te verwachten. Ook van PvdA en GL weten we dat ze zich achter het pensioenakkoord hebben geschaard, al rept GL met geen woord over het akkoord en de inhoud ervan in zijn programma. Deze zes partijen alleen al representeren in de peilingen ruim tweederde van de Kamerzetels. Draagvlak voor het nieuwe stelsel lijkt daarmee de komende kabinetsperiode verzekerd.

 

Het thema keuzevrijheid wordt door alle partijen - op CU en DENK na - aangegrepen om zich te profileren. Rondom tweede pijler pensioen pleiten D66 en VVD beiden voor pensioenpremie-vakanties voor werknemers om deze bijvoorbeeld te kunnen gebruiken voor de eigen woning. Het past bij de partijen die vooral redeneren vanuit het individu. Het is ook een handige manier van deze partijen om te blijven inzetten op verdere individualisering, zonder het pensioenakkoord af te vallen. Tegelijkertijd schuurt het met ons op paternalisme geënt collectief stelsel.  

 

Ten slotte, het thema pensioenopbouw door zzp’ers. Een klassiek thema waar veel aandacht naar uitgaat, maar waarover (zeer) divers wordt gedacht qua mogelijke oplossingen. Een thema dat ook uitvoerig, maar met weinig resultaat, is besproken in het kader van het pensioenakkoord, en waar – op PvdA na die een algemene pensioenplicht voorstelt voor alle werkenden – de meeste partijen nu verder niet hun vingers aan lijken te willen branden. Pensioenopbouw door zzp’ers zal in de kabinetsformatie uitvoerig besproken worden als onderdeel van een integrale visie op de arbeidsmarkt (balans flex / vast).

 

De originaliteits-/ poedelprijs – naar gelang uw politieke voorkeur – gaat naar Forum voor Democratie, die als enige een fundamenteel alternatief pensioenstelsel voorstaat met ultieme keuzevrijheid voor alle werkenden en geen verplichtingen voor zzp’ers. In hun ideale wereld wordt tweede pijler pensioen beheerd door “deskundigen in plaats van door sociale partners”, komt er meer beleggingsvrijheid met minder streng toezicht door De Nederlandsche Bank, een hogere rekenrente en dat alles op basis van vrijwillige deelname aan pensioenregelingen.

 

Overigens het ook interessant stil te staan bij wat er niét in de verkiezingsprogramma’s staat. Onderwerpen als fiscaliteit, het ter discussie stellen van de verplichtstelling en geografische beleggingsvoorschriften zijn, op een enkele uitzondering na, niet terug te vinden in de programma’s.

Dat is aan de ene kant opvallend, aangezien meerdere van deze onderwerpen in vorige verkiezingen wel (prominent) werden benoemd en/of in de afgelopen kabinetsperiode onderdeel zijn geweest van het publieke debat. Aan de andere kant, met het sluiten van het pensioenakkoord op hoofdlijnen uit 2019, en het akkoord over de uitwerking ervan uit 2020, is al veel politieke aandacht uitgegaan naar het nieuwe stelsel. Politieke partijen hebben zich waarschijnlijk daarom vooral daarop, voor of tegen het nieuwe stelsel, geprofileerd in plaats van ‘nieuwe’, potentieel splijtende onderwerpen aan te snijden.

 

Het onderwerp pensioen is dus, ondanks het pensioenakkoord en de daaruit voortvloeiende wetgeving, zeker geen onderschoven kindje gebleken in de huidige verkiezingsprogramma’s. Integendeel zelfs. Waren het geen paragrafen, dan waren het wel hele hoofdstukken die door programmacommissies aan pensioen zijn gewijd.

 

Tegelijkertijd gaat het uiteindelijk niet zozeer om de programma’s, maar om wat er uiteindelijk in het nieuwe regeerakkoord komt te staan. Minimaal drie, en wellicht meer, partijen zullen nodig zijn voor een meerderheid na de verkiezingen. En al die partijen hebben verschillende wensen. De kans op kwartetten is dus levensgroot. En het gevolg daarvan kan zijn dat ook niet in de verkiezingsprogramma’s opgenomen wensen van politieke partijen alsnog in het volgende regeerakkoord terechtkomen.

 

Oftewel, ondanks de hoge mate van steun voor het pensioenakkoord die uit de  verkiezingsprogramma’s kan worden afgeleid is ons pensioenstelsel geen rustig bezit. Zeker niet na 17 maart, wanneer de formatie begint.

 

 

Nick van de Sande – Korpershoek

Strategisch beleidsmedewerker

Volgende publicatie:
“Stilstaan bij je geldzaken: net zo vanzelfsprekend als je halfjaarlijkse tandartsbezoek”

“Stilstaan bij je geldzaken: net zo vanzelfsprekend als je halfjaarlijkse tandartsbezoek”

Gepubliceerd op: 28 januari 2021

Om betere financiële keuzes te kunnen maken, moeten mensen meer én eerder met hun geldzaken bezig zijn. Dat vinden Paulien van Gurp en Henk-Jan Boersma van Prikkl. APG nam vandaag een belang van 40 procent in het financieel coachings- en adviesplatform. Beide delen dezelfde missie: financieel inzicht weer bereikbaar maken. Klinkt mooi, maar abstract. Want hoe doe je dat precies?

 

Het is één van de doelen die APG zichzelf stelt: Nederlanders ‘financieel fitter’ maken. Ofwel: mensen helpen meer grip te krijgen op hun geldzaken, zodat ze weloverwogen keuzes kunnen maken. Om dat te bereiken, ontwikkelde APG al eerder diverse initiatieven en tools om de werkgevers en deelnemers van de bij APG aangesloten pensioenfondsen te ondersteunen. Het partnership met Prikkl is het meest recente wapenfeit in dat rijtje. Prikkl helpt bedrijven sinds 2017 hun medewerkers financieel ‘wendbaar’ te maken, met een combinatie van software en persoonlijk advies. Chris Veerkamp is vanuit APG als business owner betrokken bij de samenwerking: “We delen de overtuiging dat iedere Nederlander recht heeft op laagdrempelige en betaalbare financiële coaching. En we willen mensen activeren daar gebruik van te maken.”

 

Vanwaar die ‘activatiedrang’? Mensen zoeken toch wel advies als ze daar behoefte aan hebben?

Boersma: “Dat is het ‘m net: die drempel is voor veel mensen te hoog. Het is te duur, of te veel werk. Hierdoor zoeken ze uit zichzelf vaak te laat financiële hulp. Pas als de nood aan de man is. Dan zijn de mogelijkheden nog maar beperkt. Je praat pas met de bank als je daadwerkelijk een huis gaat kopen, je verdiept je pas in eerder stoppen met werken als je geen zin meer hebt om te werken en de AOW-leeftijd in zicht is. Terwijl mensen veel beter geholpen zouden zijn als ze daar op hun 40ste al eens over nadenken. Dan kun je er nog iets aan doen.”

 

Veerkamp: “En ‘iets doen’ betekent: keuzes maken. Met het nieuwe pensioenstelsel op komst worden die keuzes alleen maar belangrijker. De hoogte van pensioen wordt namelijk onzekerder en het is noodzakelijk dat mensen op tijd zicht hebben wat de impact van hun keuzes kan zijn. Een huis kopen, eerder stoppen met werken; wat betekent dat voor je financiën en inkomen nu en later?”

 

En Prikkl en APG gaan daarbij helpen?

Veerkamp: “Dat is natuurlijk het doel. Waar we naartoe willen is dat we er met onze dienstverlening voor pensioendeelnemers kunnen zijn op de momenten dat financiën een belangrijke rol spelen. De juiste informatie op het juiste moment. Dus snel een helpende hand op maat bieden, in plaats van een direct een volledig financieel plan. We willen mensen begeleiden bij financiële keuzes in hun leven of loopbaan, en bij voorkeur nog vóórdat die zich voordoen.”

 

Is het lastig om daarop te anticiperen?

Veerkamp: “Tuurlijk, en daar ligt ook wel de uitdaging. Aan de andere kant: vanuit APG weten we vanuit onze ervaring goed welke problemen zich kunnen voordoen, welke keuzes mensen gaan maken en welke impact dat kan hebben op hun pensioen. We hebben voor onze fondsen dagelijks veel contact met klanten. We horen dus wat er speelt bij mensen en werkgevers. Ook op financieel vlak. Daar zouden we meer uit kunnen halen om ze te faciliteren en te helpen.”

 

Boersma: “En veel gedrag is te voorspellen. Daar kun je op inspelen. Een mooi voorbeeld: starters op de woningmarkt. Die horen alleen maar hoe laag hun kansen zijn om een huis te kunnen kopen. Daarom duiken ze er misschien niet verder in. Als zo’n starter dan bij een werkgever begint en wij bij het opstellen van het contract al in gesprek gaan, kunnen we en passant een berekening maken van wat de maximale hypotheek zou zijn – en of iemand dus in aanmerking komt voor een huis. Daardoor kun je nadenken over een  mogelijkheid waar je normaal nog niet aan had gedacht.”

 

Van Gurp: “Dat is ook wel de kern van onze aanpak: we kijken eerst naar de financiële situatie van iemand en bepalen op basis daarvan welke oplossing of aanpak daarbij hoort.”

 

Richten jullie je alleen op werknemers en werkgevers?

Van Gurp: “Ja, in principe wel. De werkgever is een belangrijke en betrouwbare schakel om medewerkers te helpen met hun geldzaken of ze te stimuleren daarmee bezig te zijn. We richten ons in de basis niet op zzp’ers, hoewel we mensen die overwegen voor zichzelf te beginnen, daarin natuurlijk wel helpen. Wie weet focussen we ons in de toekomst ook op zelfstandigen.”

 

APG biedt ook andere diensten die zich richten op financiële fitheid, zoals Kandoor. Wat is de meerwaarde van Prikkl in dat rijtje?

Veerkamp: “Het aanbod waarmee we een ‘vertrouwde gids’ willen zijn voor werkgevers en werknemers, is nog behoorlijk applicatie- en platform gedreven. Dit zijn dus vrijwel uitsluitend digitale tools. Prikkl combineert adviessoftware met de persoonlijke aandacht van een financieel adviseur. Bovendien richt Prikkl zich op financiële coaching en advies in de volle breedte. Meer dan pensioen alleen. Daar kunnen we ook veel van leren. Want samenwerken met partijen buiten APG betekent ook dat je niet alles zelf hoeft te doen om een vertrouwde gids voor werkgevers en deelnemers te zijn. Belangrijk is wel dat de diensten elkaar versterken. Dan wordt één plus één meer dan twee.”

 

Wat zijn concreet de volgende stappen in de samenwerking?

Veerkamp: “We gaan eigenlijk twee kanten op: enerzijds gaan we onderzoeken hoe de dienst Prikkl, zoals die is, optimaal kunnen inzetten bij de werkgevers en werknemers van de aangesloten pensioenfondsen van APG. Daarnaast storten we ons de komende maanden op de ontwikkeling van twee nieuwe proposities. Dus nieuwe manieren waarop we de kennis en dienstverlening van Prikkl kunnen combineren met wat we bij APG doen.”

 

Wanneer zijn jullie tevreden?

Van Gurp: “Als we er echt voor kunnen zorgen dat we financieel inzicht bereikbaar maken voor een groot publiek. Als het ons op grote schaal lukt om éérder bij mensen te zijn. Dus voordat ze in financiële problemen komen of beperkt raken in hun keuzes. Als het om financiën gaat, wil ik voorkomen dat iemand denkt: had ik maar…”

 

Boersma: “Ik ben blij als mensen hulp bij geldzaken meer als een routine gaan beschouwen. Het hoeft echt niet per se leuk te zijn, maar het zou even vanzelfsprekend moeten zijn als een bezoek aan de tandarts. Gewoon, één à twee keer per jaar even ervoor gaan zitten. En daar helpen wij dan graag bij.”

Volgende publicatie:
“De brieven die ik over mijn pensioen krijg, leg ik altijd snel weer weg”

“De brieven die ik over mijn pensioen krijg, leg ik altijd snel weer weg”

Gepubliceerd op: 27 januari 2021

Hoe ga je om met werk en geld voor nu en later? Leef je bij de dag of plan je doelbewust je financiële toekomst? En regel je ‘later’ zelf, of ben je aangesloten bij een pensioenfonds? Marielle van Ramshorst is leidinggevende bij een dagbestedingslocatie, eigenaresse van een dansschool en trainster.

 

 

Marielle van Ramshort (35)

Beroep: leidinggevende bij een dagbestedingslocatie, danslerares en trainer/coach

Werkt wekelijks: meer dan 40 uur (in niet-coronatijd)

Inkomen: tussen de 1875 en 4375 euro per maand

Spaargeld: 13.000 euro

Pensioen geregeld? Deels

 

Hoe heb je je pensioen geregeld?

“Via mijn werkgever ben ik aangesloten bij een pensioenfonds. Daarnaast heb ik een potje pensioen aangemaakt op mijn spaarrekening. Daar staat wel iets op, maar ik heb me nog niet verdiept in wat ik daar verder mee moet.”

 

Wat doe je voor werk?

“Ik stuur het team aan op een dagbestedingslocatie voor mensen die om wat voor reden dan ook geen betaald werk kunnen doen. Daarnaast heb ik een salsadansschool waar ik ook lessen geef, en ben ik vorig jaar begonnen als zelfstandig trainer en coach. In die laatste hoedanigheid help ik single vrouwen die op zoek zijn naar een relatie, uit te zoeken hoe het komt dat ze nog vrijgezel zijn. Op de dansschool kwam ik veel dames tegen met vragen op dat gebied, zo is het idee geboren. In mijn trainingen gebruik ik veel beweging, omdat je daardoor dingen vaak anders ervaart en voelt dan wanneer je er alleen rationeel naar kijkt.”

 

Je bent je coachingsbedrijf dus gestart in coronatijd?

“Klopt, niet het meest ideale moment. Ik heb tot nu toe pas één training helemaal kunnen afronden. De volgende stond gepland voor januari 2021, maar die kon door de coronarestricties niet doorgaan.”

 

Hoeveel uur per week ben je aan het werk?

“Bij de dagbesteding twintig uur per week. Op de salsadansschool normaal ook zo’n twintig uur per week, maar door corona ligt dat nu helemaal stil. Ik besteed circa vier uur per week aan de training en coaching, iets meer als er een training aankomt. Ik wil er eens in de drie maanden eentje geven.”

 

Dat is meer dan fulltime.

“Ja, maar het voelt niet echt als werk. Ik maak veel uren, maar een groot deel daarvan is een uit de hand gelopen hobby.” 

 

Wat verdien je?

“Bij de dagbesteding ongeveer 1875 euro netto per maand. Bij de dansschool verschilt het een beetje. Op dit moment is het rond de 300 euro per maand, het was zo’n 1000 euro per maand. Voor een training verdien ik tussen de 1000 en 1500 euro, afhankelijk van hoeveel mensen eraan meedoen.”

 

Ben je daar tevreden mee?

“Ja, ik kan er goed van rondkomen. Ik denk dat ik meer zou kunnen verdienen met coaching, maar het is daarvoor nu een moeilijke periode. Je verdient natuurlijk veel minder als je drie mensen in je training hebt dan wanneer er twintig mogen komen.”

Wat zijn je vaste lasten?

“Ongeveer 1400 euro, als ik mijn hypotheek, elektriciteit, internet en verzekeringen bij elkaar optel.”

 

Waar geef je nog meer geld aan uit?

“Spotify, Netflix, dat soort dingen. Verder heb ik met vijf vriendinnetjes een leukedingenpotje waar we elke maand 20 euro in storten. Als er genoeg geld op staat, gaan we iets leuks doen. Een dagje naar een sauna of wellnessresort bijvoorbeeld, met een overnachting in een huisje in de natuur en lekker eten. Het is fijn als je het al hebt gespaard, dan mis je het geld niet meer.”

 

Hoeveel geld heb je zelf gespaard?

“Iets van 13.000 euro. Daar ben ik heel blij mee, zoveel heb ik nog nooit gehad. Een groot deel ervan moet ik waarschijnlijk nog aan de belastingdienst betalen.”

 

Ben je veel bezig met je oude dag?

“Niet echt. Ik besef wel dat het geregeld moet worden, maar eerder werkte ik altijd veel meer uren in loondienst en hoefde ik me niet druk te maken over mijn pensioen. In de ondernemersclub waar ik eens per maand mee samenkom, is het wel een onderwerp dat soms aan bod komt. Dan vallen er termen als ‘pensioengat’ en ‘jaarruimte’ en dan denk ik: goh, interessant, maar vervolgens doe ik er niet veel mee. Dit jaar moet ik echt iets regelen.”

 

Hoeveel pensioen zou je maandelijks krijgen als je nu 67 zou zijn?

“Goede vraag, volgens mij is dat heel weinig. De brieven die ik daarover krijg doe ik altijd snel weer weg. Wacht, ik pak er eentje bij… Ah, ik bouw pensioen op sinds 2002, en er staat dat ik bruto 18.000 per jaar krijg. Volgens mij is mijn jaarinkomen nu veel hoger, dus het klinkt niet alsof ik daar heel veel leuke dingen van kan doen. Ik schrik er ook weer niet van, want ik had niet verwacht dat het een enorme vetpot zou zijn. Hiermee ga ik het niet redden, maar tegen die tijd heb ik hopelijk mijn huis afbetaald; dat zal iets schelen. En er komt nog AOW bij natuurlijk.”

 

Wat zou je beter kunnen regelen?

“Voor mijn eigen bedrijf moet ik sowieso nog pensioen regelen. Ik wil uitzoeken welke opties er allemaal zijn. Wat is slim om te doen in mijn situatie, gedeeltelijk in loondienst en gedeeltelijk zelfstandig? Ik moet me er veel beter in gaan verdiepen.”

Volgende publicatie:
Economisch onafhankelijk

Economisch onafhankelijk

Gepubliceerd op: 21 januari 2021

Een man die alles zelf kan. Dat ideaalbeeld zal ik wel nooit bereiken. Kwestie van broers die handiger zijn. Zij pakten vroeger alle klusjes in huis op. En zo ontnamen ze mij de kans – ik bedoel natuurlijk de prikkel – om met mijn handen iets te leren. Als er tegenwoordig een keukendeurtje kraakt, dan laat ik een klusjesman komen.

 

Dat lijkt volledig tegen de tijdgeest in te gaan. Zelfvoorziening is populair tegenwoordig. Huiseigenaren wekken bij voorkeur hun eigen stroom op. Onder jongeren is er een groep die zijn eigen (vroeg)pensioen wil regelen. En menigeen droomt van een eigen moestuin. Door off grid te gaan, beperk je de afhankelijkheid van anderen, is de gedachte. Ook op nationaal niveau speelt het: moet je medicijnen en mondkapjes niet ‘in eigen hand’ houden? “Laten we reserves opbouwen, zodat we niet naar de pijpen van het IMF hoeven dansen.”

 

Het is niet alleen maar een romantisch verlangen. Er is een economische basis. Consumenten hechten meer waarde aan een kast die zij zelf in elkaar hebben geschroefd dan aan een kant-en-klaar exemplaar (in de literatuur bekend als het IKEA-effect). Zelf doen voelt goed! Daarnaast is het een logische reactie op de financiële crisis, eurocrisis en coronacrisis om een buffer aan te willen leggen. Dat scheelt afhankelijkheid van anderen. Toch?

 

Aan die redenering zitten wel wat haken en ogen. Alles zelf doen is niet efficiënt. Als de klusjesman mijn problemen oplost en ik die van hem, dan zijn we twee keer zo snel klaar met een beter resultaat. Kortom, je haalt meer uit je tijd als je die doelmatig inzet. Een ander punt is dat het aanleggen van buffers je als land of individu veerkrachtiger lijkt te maken, maar je creëert er nieuwe afhankelijkheden mee.  

 

Dat zit zo. Ik kan alleen maar sparen als iemand anders bereid is schuld aan te gaan. Dat geldt ook voor landen. Alle wereldwijde handelsoverschotten – zeg maar nationale besparingen – bij elkaar opgeteld zijn per definitie gelijk aan alle handelstekorten. Het ene land spaart, het andere leent. Kortom, het is niet gezegd dat de aanleg van buffers het systeem stabieler maakt. Niet elk land kan nettobezitter zijn van vermogenstitels. Bovendien: als de schuldenaren bezwijken, gaan de buffers ook onderuit. De ‘wet van behoud van ellende’ noemde mijn natuurkundeleraar dat vroeger.

 

Het maakt ook duidelijk dat onafhankelijkheid een illusie is. Als ik op een grote zak met spaargeld zit, dan ben ik juist afhankelijk van anderen. Zij zullen mijn geld moeten accepteren in ruil voor goederen of diensten in de toekomst. Misschien doen ze dat niet. Als iedereen straks tegelijk met pensioen wil om lekker te tuinieren dan is er niemand om een maaltijd te bezorgen of een keukendeurtje op te knappen.

 

Nu zal het in de praktijk natuurlijk niet zo extreem uitpakken, maar het geeft aan dat ook in de economie geldt: no man is an island. Onze rijkdom is juist gebaseerd op innige samenwerking met vreemden. Misschien heeft het kapitalisme ons individualistischer gemaakt, zeker niet onafhankelijker. Eigenlijk is ‘economische onafhankelijkheid’ intern tegenstrijdig.

 

Uiteraard wil ik niet zeggen dat buffers zinloos zijn, alleen dat je je er niet blind op moet staren. Het ‘investeren’ in sociaal kapitaal kan ook zeer lonend zijn. En als dan een keer de nood aan de man is en je geen geld hebt voor een klusjesman, dan is er misschien een buurman die wil helpen. Of een handige broer natuurlijk.

 

Charles Kalshoven is senior strategist bij APG

Volgende publicatie:
“Onze generatie wil vrij zijn”

“Onze generatie wil vrij zijn”

Gepubliceerd op: 19 januari 2021

Doorwerken tot je 67e en daarna genieten van je oude dag. Of kan het ook ánders? Een zoektocht naar Plan P: vernieuwende ideeën en alternatieve scenario’s voor de inrichting van leven, werk en pensioen. Omdenken voor en door jong en oud.

In deze aflevering millennials Saska van Engen (30) en Puck Landewé (33) over financiële onafhankelijkheid en eerder stoppen met werken.     

 

Op 31 december 2025 is het D-day voor Saska van Engen (30). Op die datum wil ze voldoende gespaard en belegd vermogen hebben opgebouwd om afscheid te kunnen nemen van haar vaste baan. Daar heeft ze het overigens uitstekend naar haar zin, maar de vrijheid lonkt. ‘Als ik op dinsdagochtend wil gaan wandelen, een van mijn passies, dan kan dat gewoon.’ En is er een droom: in de Zweedse bossen wonen en volop van de natuur genieten, ver weg van de ratrace. Puck Landewé (33), denkt al over een jaar te kunnen gaan ‘rentenieren’ en van de opbrengst van haar beleggingsportefeuille te kunnen leven. Ook voor haar is vrijheid een sleutelwoord: ‘Ik wil mijn hart kunnen volgen, ook als het weinig of niets verdient. Ooit wil ik boswachter worden.’

 

Kantoortuin of eigen tuin?

Van Engen en Landewé zijn beiden aanhangers van de FIRE-filosofie, die staat voor: Financial Independence, Retire Early. Oftewel: financieel onafhankelijk worden om bijvoorbeeld al vóór je veertigste met pensioen te kunnen, in plaats van pas op je 67e. Of om niet meer elke dag in een kantoortuin achter een beeldscherm te hoeven zitten, maar meer tijd over te houden voor je eigen tuin, reizen of een eigen onderneming. Die vrijheid moet gekocht worden met het streven naar financiële onafhankelijkheid: minder uitgeven dan er binnenkomt en het verschil beleggen, zodat je uiteindelijk van rendement en dividend kunt leven.

 

Lees in deze reeks ook: 5 kanttekeningen bij de FIRE-filosofie  

Op de foto: Puck Landewé

 

Van dealingroom naar bijenwaskaarsen

Na haar twee masters in economie en finance werkte Van Engen bij accountantsorganisatie EY en op de dealingroom van ABN Amro, als risk controller. ‘Al snel kwam ik erachter dat die wereld me toch niet trok: te hard, te weinig mensgericht en ik miste maatschappelijke relevantie.’ Begin dit jaar werd ze business controller bij zorginstelling Beweging 3.0. ‘In de zorg is minder achterkamertjespolitiek en ellebogenwerk: je werkt samen om andere mensen te helpen. Dit past veel beter bij me.’ Naast haar baan heeft ze een bedrijfje in bijenwaskaarsen, een hikingblog en een website waarin ze adviseert en blogt over bewust omgaan met financiën en beleggen: FinanceMonkey.nl, met zo’n 22.000 volgers per maand. Vooral die laatste activiteit levert extra inkomsten op en draagt bij aan haar ultieme doel: op haar 35e financieel onafhankelijk worden, samen met haar vriend. ‘Dan kunnen we onze negen-tot vijf banen inruilen voor de vrijheid om ánders te leven, met meer tijd voor onszelf en voor hulp aan anderen in de samenleving.’

 

Kantelmoment

Landewé werkte na haar mode-opleiding achtereenvolgens bij Wehkamp, VodafoneZiggo en de beursgenoteerde fietsfabrikant Accell Group als brand- en communicatiemanager. Eind vorig jaar zegde ze haar baan op. Het was een kantelmoment: ‘Mijn moeder was ernstig ziek en overleed, mijn relatie klapte en ik kreeg de ziekte van Pfeiffer. Toen ben ik gaan nadenken: hoe krijg ik meer rust in mijn leven?’ Ze nam een Eat Pray Love-sabbatical, woonde een tijdje in Rome en begon met platform Fireforwomen.com: maandelijks 27.000 volgers en 1.400 community-leden. Landewé heeft inmiddels drie vrouwen voor zich werken en verdient goed met haar site, waarmee ze Nederlandse vrouwen meer financieel-savvy wil helpen maken. Dat is hard nodig, stelt ze. ‘Zelfs mijn hoogopgeleide vriendinnen reageerden terughoudend op mijn FIRE-plannen: “Is zelf beleggen niet heel risicovol?” Mijn antwoord: niet als je het met kennis van zaken en verstandig doet. De media werken ook stigmatiserend: personal finance- artikelen voor mannen gaan vaak over vermogen opbouwen, die voor vrouwen vooral over besparingsmogelijkheden. Kennelijk is beleggen voor en door vrouwen nog steeds een taboe, dat wil ik doorbreken.’

 

Elke euro omdraaien  

Besparen én het overgebleven geld slim investeren: het is allebei nodig voor financiële onafhankelijkheid. Van Engen en haar vriend zetten elke maand de helft van hun inkomsten opzij: ‘We hebben bewust keuzes gemaakt: we rijden geen auto, zijn buiten de Randstad gaan wonen, letten op onze uitgaven bij de supermarkt… We draaien echt elke euro om.’ Het bespaarde geld wordt voor 99 procent belegd: via indexfondsen en pensioenbeleggers. Maar wat als de beurs instort? Zitten de millennials die FIRE najagen dan straks zonder fatsoenlijk pensioen? Die angst is ongegrond, aldus Van Engen. ‘Ik ben pas 30. In het begin kun je best wat meer risico nemen en vooral in aandelen zitten voor het rendement en dividend. Naarmate je dichter bij je pensioen komt, kun je minder risico nemen en bijvoorbeeld meer in obligaties gaan. Pensioenuitvoerders doen hetzelfde.’ Van Engen wijst verder op het belang van een goede spaarbuffer en stalen zenuwen: ‘Je moet niet in paniek verkopen als het even minder gaat, maar je hoofd koel houden. Die beurs trekt wel weer aan. Dat is ook weer gebleken tijdens de coronacrisis.’

 

Financiële vrijheid creëren 

Stick to the plan, beaamt Landewé. Ook zij doet aan index- en pensioenbeleggen, maar ze investeert daarnaast in vastgoed: vorig jaar kocht ze haar eerste beleggingspand. Met de opbrengst van de verkoop van haar huis (ze gaat huren) wil ze nog een paar panden kopen. Zorg voor een buffer en let op je uitgavenpatroon, zegt ook Landewé. Maar ze wil wel lekker leven, niet té sober. Ze legt de nadruk liever op meer verdienen: via een lucratieve nevenactiviteit of door meer te gaan werken en beter te onderhandelen over het salaris. ‘Nederland is kampioen deeltijdwerken. Veel vrouwen zijn financieel afhankelijk van hun partner, we kennen een gender pay gap. Als vrouwen meer gaan verdienen, kunnen ze hun financiële positie versterken én vermogen opbouwen.’ Daar is niets elitairs of verwends aan, zoals critici van de FIRE-beweging beweren, aldus Landewé. ‘Ik ben in een fijn gezin geboren en heb een goede opleiding gehad. Ik ben dus absoluut bevoorrecht. Helaas zijn er in Nederland veel mensen die minder geluk hebben en voor wie financiële onafhankelijkheid niet haalbaar zal zijn. Aan de andere kant ben ik ervan overtuigd dat mensen veel meer mogelijkheden hebben om hun positie te verbeteren dan ze vaak denken. Ook als je maar een tientje per maand overhoudt om te beleggen, kun je de regie pakken en op de lange termijn meer financiële vrijheid creëren.’

Millennials willen hun pensioen zelf regelen…

Het Nederlandse pensioenstelsel is een reden op zich om naar FIRE te streven. ‘Ik ga ervan uit dat er later geen AOW meer voor mijn generatie is’, stelt Van Engen. ‘Door de vergrijzing en het grote aantal vijftigers dat straks de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, zal het gat tussen wat er aan AOW-premies binnenkomt en het geld dat moet worden uitgekeerd groter worden. Nu wordt dat nog aangevuld uit overige belastinginkomsten, maar als de discrepantie steeds groter wordt, is dat wellicht niet meer haalbaar. De kans is dus groot dat het stelsel in de toekomst overhoop moet worden gegooid, omdat het te duur geworden is en niet meer kan worden opgehoest. Dat is oneerlijk voor mij en andere millennials, maar je kunt beter pragmatisch zijn en je pensioenvoorziening zelf gaan opbouwen.’ Van Engen is via haar werkgever aangesloten bij een bedrijfstakpensioenfonds, daarnaast doet ze aan pensioenbeleggen om de gehele fiscale jaarruimte te benutten. ‘Ik zou het liever helemáál zelf doen, dat kan in Nederland helaas niet.’

Maar creëert het collectieve pensioenstelsel uiteindelijk niet voor iedereen de meeste waarde, zowel voor jong als oud? Van Engen denkt er als representant van de millennialgeneratie anders over. Het nieuwe pensioenstelsel is een stap in de goede richting, vindt ze. ‘Maar het moeten uiteindelijk echt individuele pensioenpotjes worden. Nu kan in goede jaren het beleggingsrendement van niet-gepensioneerden worden afgeroomd ten gunste van gepensioneerden, zodat het pensioenfonds in slechte jaren aan de verplichtingen kan voldoen en niet hoeft te korten. Om deze verschuiving weer goed te maken voor de niet-gepensioneerden, moet voor de langetermijnverplichtingen een hoger rendement behaald worden, door het lopen van meer risico. Daardoor zal de minimale dekkingsgraad echter weer stijgen. Er is dus sprake van een vicieuze cirkel, die je kunt doorbreken door te kiezen voor individuele pensioenpotjes, in plaats van één gezamenlijke pot.’

 

… en duurzamer beleggen

Ook Landewé vroeg tevergeefs aan elke werkgever of ze haar pensioen zelf kon regelen. ‘Millennials willen graag zelf in charge zijn.’ Bovendien vindt ze het huidige pensioenstelsel niet toegankelijk, niet flexibel en niet transparant. ‘Je legt via de pensioenpremie een paar honderd euro per maand in, maar je weet niet waarin dat wordt belegd. Dat voelde niet prettig. Ik kan nu zelf bepalen wat er met mijn pensioengeld gebeurt, mijn eigen risicoprofiel kiezen en duurzamer beleggen. Mijn generatie wil geen aandelen Shell of Tata Steel meer, we willen een betere wereld.’

Volgende publicatie:
"Als iederéén op zijn 40e met pensioen gaat, stort onze maatschappij in"

"Als iederéén op zijn 40e met pensioen gaat, stort onze maatschappij in"

Gepubliceerd op: 19 januari 2021

Doorwerken tot je 67e en daarna genieten van je oude dag. Of kan het ook ánders? Een zoektocht naar Plan P: vernieuwende ideeën en alternatieve scenario’s voor de inrichting van leven, werk en pensioen. Omdenken voor en door jong en oud.

In deze slotaflevering: Drie APG’ers over millennials die streven naar financiële onafhankelijkheid om eerder te stoppen met werken.

 

Rondscharrelen in de moestuin bij je huisje in de Zweedse bossen. De luxe hebben om op dinsdagochtend niet achter je laptop te schuiven maar lekker te gaan wandelen. Een opleiding voor boswachter volgen of eindelijk dat pop-up restaurantje openen. Zomaar wat dromen van mensen over hun pensioenperiode. Alleen komen deze dromen niet van zestigers, maar van een twintiger en twee dertigers: Rowan (27), Saska (30) en Puck (33). En ze willen die dromen niet pas waarmaken na hun 67e, maar liefst vóór hun veertigste of nog eerder. Elders op apg.nl laten we deze millennials aan het woord over hun levensinstelling en de manier waarop ze hun vroegpensioen financieren.

 

Haalbaar en wenselijk?   

De FIRE-filosofie (Financial Independence, Retire Early) speelt daarin een belangrijke rol: het zo vroeg mogelijk in je leven bereiken van financiële onafhankelijkheid door (sober) te leven van het rendement van je beleggingsportefeuille. Dat klinkt mooi, maar is het ook haalbaar en maatschappelijk wenselijk? We vroegen het Charles Kalshoven, Thijs Knaap en Eduard Ponds, alle drie werkzaam bij APG voor de afdeling Asset Management, die verantwoordelijk is voor het beleggen van 560 miljard euro aan pensioengeld (stand november 2020) voor 4,7 miljoen deelnemers via de aangesloten fondsen. Het leidde tot vijf kanttekeningen (maar ook twee winstpunten).    

 

Kanttekening 1: Professionele beleggers realiseren meer rendement

FIRE-adepten leggen zoveel mogelijk van hun inkomen opzij om te beleggen, soms zelfs de helft.    Kunnen jonge mensen zelfstandig wel voldoende pensioenkapitaal opbouwen voor hun vroege ‘oude dag’? Charles Kalshoven: “Mensen willen steeds meer zelfvoorzienend en onafhankelijk zijn, dat is een maatschappelijke trend. Ze willen zonnepanelen om in hun eigen energie te voorzien en steeds vaker hun eigen pensioenvoorziening regelen. Maar als individueel belegger kun je nooit de resultaten en risicospreiding evenaren van een professionele partij. Als APG kunnen wij een mooie mix hanteren tussen bijvoorbeeld aandelen, vastgoed en langetermijnbeleggingen in infrastructuur, waarmee we ook nog eens een maatschappelijke bijdrage leveren.”

 

Eduard Ponds, naast zijn functie bij APG bijzonder hoogleraar Economie van Collectieve Pensioenen aan de Universiteit van Tilburg: “Keer op keer komt uit onderzoek naar voren dat professionele beleggers betere resultaten realiseren dan individuele beleggers.” 

 

Kanttekening 2: Individuele pensioenbeleggers dragen zelf langlevenrisico

De FIRE-aanhangers zelf denken daar overigens anders over. Ze gaan vaak uit van een verwacht rendement (inclusief dividend) van minstens 7% op hun beleggingsportefeuille. Vier procent om van te kunnen  leven, 3% voor inflatiecorrectie. “Het verwachte rendement op aandelen en vooral obligaties is niet meer zo groot als vroeger,” waarschuwt Kalshoven. “Dat merken wij bij APG zelf ook,” vult collega Thijs Knaap aan. “Dus als je rekent op gemiddeld 7% rendement, dan ben je misschien toch wat te optimistisch.”

 

Bovendien lopen FIRE-aanhangers het risico om aan het eind van hun pensioenkapitaal een stukje leven over te houden, rekent Ponds voor. “Als je 4% aan je pensioenkapitaal onttrekt en een beleggingsbeleid hebt met 50% aandelen en 50% obligaties, dan ga je de komende dertig jaar waarschijnlijk niet failliet. Maar daarna wordt het kritiek, terwijl de levensverwachting steeds verder toeneemt, naar honderd jaar of meer.” Pensioenfondsen vangen dat langlevenrisico op met collectieve reserves. Knaap: “Mensen kunnen zo lang ze leven pensioen krijgen, omdat je kunt putten uit een grotere pensioenpot en niet iedereen even oud wordt. Als je al met je veertigste met pensioen gaat en honderd wordt, loop je het risico dat je te weinig spaart voor die zestig jaar.”

Op de foto: Charles Kalshoven

 

Kanttekening 3: Als de beurs instort, zit je zonder (voldoende) pensioenkapitaal   

Voorjaar 2020 ging een derde aan beurswaarde verloren door de coronacrisis. In 2008 beleefden we een financiële crisis. Kalshoven: “Als je als zelfstandig belegger een aandelenkrach meemaakt, of hebt belegd in een bedrijf dat failliet gaat, dan kun je je vermogen en daarmee je pensioen in rook zien opgaan.” Individuele beleggers nemen bij een beurscrash soms de verkeerde beslissingen, stelt Knaap, zoals op het laagste punt van de markt aandelen verkopen of onverantwoorde risico’s aangaan. “Als je zelf tonnen hebt gespaard en de helft verdampt, dan levert dat bovendien veel stress op en slaap je slecht.” Een professionele belegger als APG heeft ook last van die inzakkende aandelenmarkt, erkent Knaap, maar raakt niet in paniek en kan tijdelijke verliezen gemakkelijker opvangen en compenseren.

 

Kanttekening 4: Zelf je pensioenvermogen beheren is hárd werken

Zeker in een crisis missen mensen vaak de kennis en ervaring om zelf hun pensioengeld te investeren, stelt ook Ponds. De meeste mensen willen dat volgens hem ook helemaal niet. “Ze vinden het belangrijk dat hun werkgever een goede pensioenregeling aanbiedt, maar ze zijn niet geïnteresseerd in de details, zo blijkt uit onderzoek.” Het is ook gewoon veel werk om je kapitaal zo goed en duurzaam mogelijk te beleggen tegen zo laag mogelijke kosten en een acceptabel risico, stelt Knaap. “Wij hebben daar bij APG met zo’n duizend collega’s een dagtaak aan. Dus wij kijken naar aanhangers van FIRE zoals de bouwvakker naar de doe-het-zelver: misschien kúnnen sommige mensen wel zelf beleggen voor hun pensioen, maar waarom zouden ze dat wíllen? Eigenlijk ben je dan nog steeds niet vrij, maar heb je er een nieuwe baan bij.”

Op de foto: Thijs Knaap

 

Kanttekening 5: De maatschappij komt tot stilstand door te veel vroegpensionado’s

De drie APG’ers plaatsen dus de nodige kanttekeningen bij de FIRE-filosofie. En dan hebben ze het nog niet eens over het feit dat vroegpensionado’s vrijwillig afzien van hun grootste verdienpotentieel - ná je veertigste - en de vreugde, identiteit en zelfverwerkelijking die werk met zich kan meebrengen. “Je investeert te kort in opleiding, ervaring en netwerk om later in je loopbaan voluit te kunnen profiteren van je opgebouwde menselijk kapitaal,” aldus Kalshoven.

Hun grootste bedenkingen liggen echter op maatschappelijk gebied. “Als we allemaal op ons veertigste met pensioen gaan, wie moet dan de espresso’s serveren op het terras, je haar knippen en je kinderen lesgeven?” lacht Knaap. Ponds zegt het wat stelliger: “We moeten oppassen voor een generatie van freeriders, drop-outs die geen bijdrage leveren aan de samenleving, maar wel gebruikmaken van de infrastructuur en bijvoorbeeld de zorg. Als er te weinig werkenden overblijven, kunnen we die collectieve voorzieningen niet meer financieren en stort onze maatschappij in.”   

 

Positieve punten

Toch zien de drie APG’ers wel degelijk ook positieve punten aan de wens van veel millennials om hun leven, werk en pensioen anders in te richten dan hun ouders:

 

Winstpunt 1: Geweldig! Twintigers en dertigers tonen eindelijk interesse in hun pensioen…   

“De meeste mensen onder de veertig houden zich niet bezig met hun pensioen en scheuren vaak niet eens hun UPO, hun Uniform Pensioenoverzicht, open,” verzucht Knaap, terwijl zijn twee collega’s instemmend knikken. “Jongeren vinden het een dodelijk saai, technisch en ingewikkeld onderwerp. Deze twintigers en dertigers verdiepen zich wél in hun pensioen, dat is een groot pluspunt.”

Winstpunt 2: … en ze pakken de financiële regie over hun leven: nóg mooier!

Aanhangers van de FIRE-filosofie leven sober, sparen veel en kijken vooruit. Knaap fungeert opnieuw als woordvoerder: “Deze millennials nemen zelf de financiële regie over hun leven en zijn zelfredzaam: een enorm positieve ontwikkeling. Ze hoeven geen dure auto omdat de buurman er één heeft, of een tophypotheek. Als mensen minder lenen en meer buffers hebben, kunnen we als samenleving ook beter economische schokken opvangen.”

 

Plan (A)P(G)

Kan APG de FIRE-aanhangers en andere millennials misschien halverwege tegemoetkomen, bijvoorbeeld door een deel van het pensioentegoed opneembaar te maken voor een sabbatical of hypotheekaflossing? Door de verplichte pensioenopbouw via werkgever en pensioenuitvoerder af te schaffen, zoals in het buitenland? Of door de collectieve pensioenpot in te ruilen voor individuele pensioenpotjes?

 

Er wordt bij APG hard nagedacht over pensioeninnovatie om beter aan te sluiten op andere voorkeuren in de maatschappij, is de eensgezinde reactie. Ponds: “We willen graag van de jonge generatie leren.” Bovendien zet het nieuwe pensioencontract al meer in op eigen verantwoordelijkheid van mensen en een verschuiving naar meer individuele pensioentegoeden. “Het gaat steeds meer op een gewone bankrekening lijken,” aldus Knaap. Maar het kost tijd om een pensioensysteem dat in honderd jaar is opgebouwd, aan te passen. Ook moeten we het goede ervan - principes als solidariteit, risicodeling en verplichtstelling - zien te behouden, vinden de APG’ers. Kalshoven: “Millennials ervaren dat misschien als paternalistisch, maar het merendeel van de Nederlanders vindt zelf sparen en beleggen lastig en wordt zo tegen latere armoede beschermd.” Oké, pa 😊.    

Volgende publicatie:
“Ik wil vóór mijn 50e kunnen stoppen”

“Ik wil vóór mijn 50e kunnen stoppen”

Gepubliceerd op: 6 januari 2021

Serie: Werk & Geld

 

Hoe ga je om met werk en geld voor nu en later? Leef je bij de dag of plan je doelbewust je financiële toekomst? En regel je ‘later’ zelf, of ben je aangesloten bij een pensioenfonds? Deze keer: Jeroen Zuurveld, financieel planner en sinds kort ZZP’er.

 

Jeroen Zuurveld (39)

Beroep: financieel planner / hbo-docent

Werkt wekelijks: 25 tot 30 uur per week

Inkomen: “Uit mijn onderneming betaal ik mezelf elke maand 1500 euro netto uit aan salaris. Met lesgeven verdien ik ongeveer hetzelfde. Daarnaast ontvang ik rendement uit mijn investeringen door waardestijgingen en dividend.”

Spaargeld: Samen met zijn vrouw een buffer van 20.000 euro. Daarnaast een beleggingsportefeuille van 100.000 euro.

Pensioen geregeld? Ja

 

Sinds wanneer ben je zzp’er?

“Sinds twee jaar. Als je een fulltime baan hebt is voor jezelf beginnen een enorme stap. Bij mij ging het geleidelijk: na mijn fulltime baan werkte ik een paar dagen per week in het hbo – wat ik overigens nog steeds één à twee dagen per week doe. Vanuit die positie heb ik de sprong in het diepe gewaagd.”

 

Wat doe je precies als financieel planner?

“Ik bied mijn klanten een coachingstraject aan om erachter te komen wat voor hen het belangrijkste is in hun leven, waar ze gelukkig van worden. Ik help ze om vrij te denken: als de wereld aan je voeten ligt, wat ga je dan doen? Vervolgens begeleid ik ze om dat stap voor stap te implementeren en maak ik een financieel plan dat daarbij aansluit. Ik probeer ze te helpen hun financiën in dienst te stellen van hun leven, in plaats van andersom.”

 

En wat doe je op het hbo?

“Daar geef ik les in financieel management. Voor mij is het ideaal; het sluit aan op de onderwerpen die ik met mijn klanten bespreek en andersom kan ik mijn praktische kennis weer gebruiken in mijn lessen.”

 

Ben je blij met je inkomen?

“Het is ruim voldoende om van rond te komen. Alles wat ik meer verdien, stop ik in mijn beleggingen.”

Hoe pak je dat beleggen aan?

“Mijn doel is om 20 procent van mijn inkomen te investeren. Ik beleg zowel in losse aandelen als in ETF’s (indextrackers, red.). In plaats van dat ik geld overmaak naar mijn spaarrekening, boek ik het over naar een broker. Via de broker koop ik aandelen of ETF’s die ik van tevoren heb geselecteerd. Als je beleggingshorizon lang genoeg is, kun je hierbij een rendement halen tussen de 8 en 10 procent. Mijn hele portefeuille is rond de 100.000 euro waard. Beleggen maakt je heel flexibel. Als ik zou willen, zou ik alle beleggingen vandaag kunnen verkopen en dan zou het morgen op mijn rekening staan.”

 

Wil je eerder met pensioen?

“Mijn doel is om over vijf à tien jaar technisch met pensioen te kunnen. Niet dat ik dan al wil stoppen met werken, maar het zou mooi zijn als het kán. Dat geeft je de ultieme vrijheid. Om dit te kunnen bereiken moet het rendement uit je investeringen even groot zijn als je lasten.”

 

Hoeveel geef je maandelijks uit?

“Ik woon samen met mijn vrouw, die een vaste baan heeft in het onderwijs, en ons zoontje van 4. Als gezin geven we zo’n 4000 euro per maand uit aan hypotheek, verzekeringen, kinderopvang, abonnementen, de schoonmaakster, boodschappen, kleding. Dat is een vrij gemiddeld uitgavenpatroon, zie ik bij mijn klanten.”

 

Waar gaat je geld verder aan op?

“We gaan graag op vakantie. Verder koop ik geregeld sportspullen, we wonen in Zandvoort aan Zee aan de kust en daar is het heerlijk surfen en fietsen. Al die horeca in de buurt is natuurlijk ook verleidelijk. Als er geen lockdown is zitten we regelmatig in een strandtentje. Al moet ik zeggen dat ik er soms moeite mee heb om nu geld uit te geven, omdat ik me er steeds bewust van ben dat het meer waard wordt als ik het opzij zet. Ik moet erop letten dat ik een goede balans houd tussen nu genieten en voldoende opbouwen voor later. De valkuil van veel mensen is dat ze te veel in het nu leven en vergeten wat het gevolg is in de toekomst – bij mij is het eerder omgekeerd.”

Ik zou al heel tevreden zijn als ik de dingen kan blijven doen waar ik blij van word

Doe je naast beleggen nog iets anders voor je oude dag?

“Ja. Zo zorgen we dat een groot deel van onze woning straks is afgelost, zodat onze lasten lager zijn. Daarnaast geloof ik dat mijn bedrijf waardevol gaat zijn in de toekomst en dat ik het dan kan verkopen. En in loondienst heb ik natuurlijk ook een deel van mijn pensioen opgebouwd.”

 

Hoeveel zou je later per maand willen krijgen bij je pensioen?

“Voldoende om van te leven. Hoeveel dat is, vind ik moeilijk om te zeggen. Alles wat je nu koopt is dan misschien wel twee keer zo duur. Ik zou al heel tevreden zijn als ik de dingen kan blijven doen waar ik blij van word. Dat wens ik iedereen toe. Ik zie veel zelfstandigen die alleen maar spaargeld hebben en verder helemaal niets opbouwen. Dat spaargeld staat niets te doen, je maakt geen rendement. Dat is nu geen probleem, maar hoe ziet dat er over tien, twintig jaar uit? Ik denk dat veel mensen ervan gaan schrikken. Het lijkt me heel vervelend als je je hele leven hard hebt gewerkt en dan ineens een stap achteruit moet doen vanwege een enorme inkomensval.”

 

Is er in jouw pensioenstrategie nog ruimte voor verbetering?

“Ik heb vooral in het verleden fouten gemaakt. Uiteindelijk is tijd het allerbelangrijkst, de tijd hebben om iets op te bouwen. Toen ik student was gaf ik structureel veel meer uit dan er binnenkwam, zonder me te realiseren wat voor impact dat zou hebben. Je moet eerst aflossen voordat je kunt opbouwen. Dat is misschien wel een van de redenen geweest dat ik dit werk ben gaan doen: ik heb geleerd van mijn fouten en ik wil anderen ervoor behoeden. Eerder beginnen met opbouwen, dat had ik moeten doen.”

Volgende publicatie:
“Beseft de deelnemer voldoende wat het nieuwe stelsel gaat betekenen?”

“Ik vraag me weleens af: beseft de deelnemer voldoende wat het nieuwe stelsel gaat betekenen?”

Gepubliceerd op: 18 december 2020

Gerard van Olphen over zijn vertrek én het nieuwe stelsel in de Telegraaf

 

Met zijn aangekondigde aftreden als bestuursvoorzitter van APG zal Gerard van Olphen de komende jaren geen actieve rol meer spelen in de overgang naar een nieuw pensioenstelsel. Een ‘marathon’ die hij vanaf voorjaar 2021 bewust aan anderen overlaat. Tijd voor andere dingen. Maar zover is het nog niet. In een interview met de Telegraaf blikt hij terug op een bijzonder jaar en kijkt hij vooruit. Naar de uitdagingen waar de pensioensector voor staat. “Blijven de deelnemers vertrouwen houden in het stelsel? Dat is het essentiële vraagstuk.”

 

Over de basis en urgentie van het nieuwe stelsel heeft Van Olphen weinig twijfels. “Mensen wisselen vaker van baan, ze willen meer vrijheid. Ze zijn af en toe zzp’er. Daar hoort een persoonlijker, eenvoudiger en transparanter pensioensysteem bij. Dat bestendiger is in een tijd van lage rentes. Dat wordt allemaal ingevuld”, zegt hij in het interview met de Telegraaf. Het is vooral de weg ernaartoe waar de uitdagingen liggen. De overgang naar een nieuw contract én de manier waarop deelnemers van pensioenfondsen daarin worden meegenomen. “We moeten nu echt naar de optiek van de deelnemer gaan kijken”, zegt van Olphen. “Hoe weet die of zijn startpunt in het nieuwe pensioen fair is? En wie helpt hem met het beantwoorden van vragen over die onzekerheid? Ik denk dat dat nog onvoldoende bij iedereen op het netvlies staat.”

 

Fysieke reacties

Passende pensioencommunicatie speelt een cruciale rol in het wegnemen van die onzekerheid. Van Olphen refereert aan onderzoeken van APG waarin 55-plussers werden uitgenodigd om te reageren op communicatie over het nieuwe stelsel. “En je merkt aan alle reacties, bijna fysiek, dat ze reageren op die onzekerheid die zichtbaar wordt.”

 

Vertrouwen

De grootste uitdaging voor de sector? Die zit volgens Van Olphen in het vertrouwen van de deelnemer: “De fundamentele bedreiging is het wegvallen van vertrouwen. Blijven de deelnemers vertrouwen houden in het stelsel? Dat is het essentiële vraagstuk.”

 

Benieuwd naar het hele interview? Lees het op de site van de Telegraaf.

Volgende publicatie:
“Een programma van deze omvang hebben we niet eerder gezien”

“Een programma van deze omvang hebben we niet eerder gezien”

Gepubliceerd op: 18 december 2020

Het Nederlandse pensioenstelsel gaat ingrijpend op de schop. Uiterlijk 2026 stappen we over op een nieuw pensioencontract (NPC). Een flinke operatie én best een krappe planning. Om de implementatie van het contract te laten slagen, zette APG een speciaal NPC-programma op. Hierin begeleidt en ondersteunt APG pensioenfondsen bij de keuzes waar ze de komende tijd voor staan. Doel: tevreden fondsen en tevreden deelnemers. Aan het hoofd staat Math Vrolings, die alle inspanningen binnen en buiten APG overziet, en verbindt. “De fondsen en sociale partners zitten op de bestuurdersstoel, wij proberen hen te voeden met wat ze nodig hebben om vooruit te komen.”

Om in 2026 over te kunnen stappen naar het nieuwe stelsel staan pensioenfondsen voor nogal wat keuzes. APG begeleidt en ondersteunt ze bij het nemen van die beslissingen. Vrolings: “Januari 2026 lijkt ver weg, maar het is een krappe planning. Het is belangrijk dat fondsen hun besluiten samen met sociale partners op tijd nemen, zodat wij ook op tijd aan de slag kunnen met de uitvoering. Om de juiste besluiten te nemen, moet er binnen fondsen een discussie op basis van goede informatie plaatsvinden. Wij faciliteren in die discussie, met informatie en inzichten  – via risicotaxaties bijvoorbeeld. Zodat fondsbestuurders zich volledig bewust zijn van de consequenties die bepaalde besluiten hebben. Daarna helpen we de fondsen waar mogelijk met het uitwerken van de details.”

 

Invaren

Aan wat voor besluiten moeten we dan denken? “Fondsen krijgen straks de keuze tussen twee verschillende contractvormen, met meer of minder risico voor de deelnemer. Ze staan ook voor keuzes die gevolgen hebben voor de beleggingsmix die ze hanteren (verdeling van de beleggingsportefeuille in categorieën zoals aandelen, obligaties en onroerend goed, red.). Bovendien ligt voor fondsen de vraag op tafel of ze de al opgebouwde pensioenrechten van deelnemers overbrengen naar het nieuwe contract of niet, het zogeheten ‘invaren’. Ook wat betreft de inhoud van de pensioenregeling zelf moeten de fondsen keuzes maken.”, aldus Vrolings.

 

Vruchten

Om de complexiteit te beperken en de uitvoering betaalbaar te houden, ontwikkelt APG ‘fondsgenerieke raamwerken’. Vrolings: “We werken voor acht fondsen, waardoor we in de uitvoering met heel veel verschillende keuzes te maken kunnen krijgen. De ene keuze heeft grotere gevolgen dan de andere, wat betreft complexiteit in uitvoering, kosten, en uitlegbaarheid richting deelnemer. Door daar rekening mee te houden, kun je fondsen een raamwerk bieden waarbinnen die gevolgen behapbaar blijven. Dat werpt zijn vruchten af in een vereenvoudigde uitvoering en daarmee lagere kosten. Fondsen kunnen er natuurlijk voor kiezen om buiten die kaders te treden. Maar het is onze taak om ze bewust te maken van de gevolgen daarvan voor de complexiteit in de uitvoering, de prijs waarvoor we dat kunnen doen, en de uitlegbaarheid aan de deelnemers.”

We informeren fondsen en sociale partners zo goed mogelijk over de voor- en nadelen van elke keuze

Minder om te beleggen

Vrolings illustreert het aan de hand van een voorbeeld. “Stel, de helft van de fondsen kiest ervoor om niet in te varen. Met andere woorden, de helft van onze klanten brengt de reeds opgebouwde pensioenrechten van deelnemers niet over naar het nieuwe contract. Alle toekomstige premie wordt wel ingelegd in het nieuwe contract. Als gevolg daarvan moet je naast de nieuwe administratie dan een deel van de oude administratie intact laten, daarbij behorende systemen in de lucht houden, enzovoorts. Als uitvoerder ga je daardoor meer kosten maken, en die moeten worden doorberekend aan het fonds. Daar komt bij dat die hogere kosten vervolgens ook nog eens moeten worden opgehoest door veel minder deelnemers. Voor de individuele deelnemer is dat geen goede zaak, want van zijn of haar ingelegde premie blijft dan minder over om te beleggen.”  

 

Geen touw aan vast te knopen

En dat zijn dan nog alleen de financiële gevolgen. Het begrijpen van het pensioen – voor velen toch iets ingewikkelds – wordt er namelijk ook niet makkelijker op voor de deelnemers van de fondsen die niet invaren. Vrolings: “Deze deelnemers ontvangen in dat geval twee verschillende soorten communicatie van hun fonds. Het ene deel van de communicatie is gebaseerd op het oude stelsel, waarin een belofte wordt gedaan over de hoogte van het pensioen in de toekomst. Het oude stelsel heeft ook bepaalde regels om bijvoorbeeld aanspraken of uitkeringen te verhogen of te verlagen, afhankelijk van de financiële positie van het fonds. Het andere deel van de communicatie is dan dus gebaseerd op het nieuwe stelsel, waarvoor andere regels gelden. Er wordt geen belofte gedaan over de hoogte van het pensioen in de toekomst. Je weet wat je als deelnemer inlegt aan premie. Maar tot hoeveel pensioen dat in de toekomst leidt, is voor een groot deel afhankelijk van de financiële markten waarop die premie belegd wordt. Samengevat: het zijn twee totaal verschillende soorten communicatie, met andere onderliggende regels en principes. Voor deelnemers die dit ontvangen, is daar geen touw meer aan vast te knopen. Als uitvoerder moeten we er dus voor zorgen dat fondsen al die consequenties kennen wanneer ze hun besluiten nemen over de overstap naar het nieuwe stelsel.”

 

Dialoog

De meeste fondsen blijken die kaders voor hun keuzes niet als knellend te ervaren, eerder prettig. Maar, benadrukt Vrolings: “Wij gaan als uitvoerder niet sturend optreden om alle fondsen uiteindelijk voor dezelfde regelingen te laten kiezen. We informeren fondsen en sociale partners zo goed mogelijk over de voor- en nadelen van elke keuze. Desgewenst geven we advies, maar we zijn neutraal. We willen als APG niet dat de indruk ontstaat dat ons advies bij het gesprek met sociale partners als een gegeven beschouwd wordt. Als uitvoeringsorganisatie gaan wij nooit op de stoel van het fonds zitten, en al helemaal niet op die van sociale partners. Zij zitten op de bestuurdersstoel, wij voeden ze met wat ze nodig hebben om vooruit te komen. We zien het als een gezamenlijke inspanning en een gezamenlijke aanpak, waarin we vanaf het begin de dialoog met elkaar voeren. In het verleden deden we dat wellicht wat minder dan nu. In die zin is het een mooie bijvangst, want door het NPC en de omvang van het werk is deze co-creatie aanpak wat meer gemeengoed geworden.”

 

Snuffelen

Dat ‘voeden’ van pensioenfondsen doet APG op verschillende manieren, onder andere via webinars: “De webinars zijn bedoeld om fondsen op een laagdrempelige manier kennis te laten maken met de verschillende thema’s binnen het NPC. Niet iedereen heeft die kennis al paraat. Het idee achter de webinars is dat fondsbestuurders zo al een keer hebben kunnen snuffelen aan alle onderwerpen, voordat ze zelf echt de discussie gaan voeren over de keuzes waarvoor ze staan. We merken dat bestuurders dat fijn vinden. Deze webinars vormen dan vaak de basis voor bijvoorbeeld een fondsspecifieke workshop”

 

Contouren nieuw stelsel

Op 16 december jongstleden is het wetsvoorstel voor de hervorming van het pensioenstelsel door minister Koolmees voorgelegd aan alle betrokken partijen. En dat vormt aanleiding voor een nieuwe ronde webinars, aldus Vrolings. “De contouren van het nieuwe stelsel worden nu weer iets duidelijker, maar ook nu zal er bij fondsen behoefte zijn aan informatie en inzicht. Om dat zo gericht mogelijk te bieden, vragen we fondsen vooraf welke onderwerpen ze de komende maanden tijdens de nieuwe reeks webinars behandeld willen zien.”

In het huidige stelsel wordt er binnen APG in de uitvoering veel tijd en aandacht besteed aan een relatief klein deel van de deelnemers. Het gaat daarbij om deelnemers die te maken hebben met een stapeling van de complexiteit van de regeling. “Als we de invoering van het NPC op de juiste manier aanpakken, zal dat behoorlijk kunnen schelen in de complexiteit van de administratie. Aan de andere kant zal er mogelijk meer aandacht moeten komen voor de communicatie en keuzebegeleiding voor deelnemers. Want deelnemers krijgen in het nieuwe stelsel – zeker voor hun gevoel – met meer onzekerheid en risico te maken.”  

 

Niet eerder gezien

Complexiteit, krappe planning: gaan APG en de fondsen de invoeringsdatum van 2026 halen? “We hebben er bewust voor gekozen om gefaseerd op te starten en niet alles tegelijk aan te pakken. Ik heb niet de illusie dat we dit op alle fronten tegelijk kunnen managen. Ik ben van nature een optimist, en ik weet ook dat het uiteindelijk gewoon gaat lukken – zeker met de bundeling van kennis, kunde en ambitie die we in huis hebben. Maar ik weet ook zeker dat we tegenslag gaan krijgen, door de impact en complexiteit van het NPC gaan er hier nog heel wat uitdagingen langskomen. Dat is ook logisch, want voor zover ik kan overzien – en ik loop best al wat jaren mee – hebben we een programma van deze omvang nog niet eerder gezien.”

Volgende publicatie:
'Van wie krijgt opa zijn geld? Gewoon van oma!'

‘Van wie krijgt opa zijn geld? Gewoon van oma!’

Gepubliceerd op: 15 december 2020

Dit zeggen kinderen over sparen, pensioen en geld verdienen

 

Ze weten er best veel van. En ze denken er ook heel goed over na, de kinderen die APG voor de video Kids & Knaken vroeg over geld, sparen en pensioen.  Tussen de drie en tien jaar zijn ze. De allerkleinsten hebben nog wat moeite met de getallen (‘Ik krijg honderd euro tien voor een klusje’). Maar de meesten weten precies hoeveel zakgeld ze krijgen en hoe vaak (‘Tien keer’!).
Ze weten wanneer je met pensioen gaat en waarom: ‘Als je vijftig jaar heb gewerkt en je word er een beetje gek van’. Ze weten wat het allerbelangrijkste is in het leven: ‘Ik heb liever minder geld dan minder familie’. En uiteindelijk is het ook wel weer mooi geweest, met dat gepraat over geld en sparen.  ‘Is geld belangrijk? ‘Ik denk het niet!’

Volgende publicatie:
Lig ik financieel nog goed op koers? Vraag het je coach

Lig ik financieel nog goed op koers? Vraag het je coach

Gepubliceerd op: 11 december 2020

Gerard van Olphen wil deelnemers proactief en helder informeren

Het pensioenstelsel gaat flink op de schop. Dat betekent dat zowel werknemers als gepensioneerden straks met veel vragen zitten. Daarom moeten pensioenfondsen zich meer opstellen als coach. Dat stelde APG-bestuursvoorzitter Gerard van Olphen op het Jaarcongres van Pensioen Pro, een platform voor kennisdeling in de pensioensector.

 

Met de komst van het nieuwe pensioenstelsel gaat er het nodige veranderen voor werknemers en gepensioneerden. Nog steeds worden hun pensioenpremies belegd, maar de hoogte van hun pensioen staat niet meer vast omdat die meer gaat meebewegen met zowel de ingelegde pensioenpremie als de behaalde beleggingsresultaten. En dat wordt ook veel zichtbaarder: straks krijg je als deelnemer een eigen pensioenrekening waarop je pensioenpremie wordt gestort. Je spaart voor jezelf, ziet de fluctuaties in je eigen pensioenpotje en word je daarmee meer bewust van de risico’s.

 

Kan ik straks blijven leven zoals nu?

Al die veranderingen gaan ongetwijfeld voor vragen zorgen bij zowel werknemers als gepensioneerden, schetste Van Olphen: "Daarom moeten de bedrijven in de pensioensector heel goed kijken vanuit de bril van die deelnemers. Veel beter dan nu. Inspelen op uiteenlopende wensen en vragen. Zo verwachten mensen dat wij niet alleen hun geld goed beleggen, maar ook dat wij daar in heel begrijpelijke taal uitleg over geven, verantwoording over afleggen. En mensen willen ook weten op hoeveel netto pensioeninkomen ze nu, straks of later kunnen rekenen." Niet ingewikkeld uitgesplitst naar AOW, het werkgeverspensioen en eventuele eigen inkomsten uit bijvoorbeeld beleggen, maar gewoon het totaal. "Je wilt toch vooral een idee krijgen of je later nog in dezelfde buurt kunt blijven wonen, of je net als nu nog met de familie op vakantie kunt. Pensioenfondsen moeten zich beter realiseren dat het de mensen gaat om hun financiële fitheid. Of ze na hun pensioen kunnen blijven leven zoals ze nu doen."

 

Het zorgrecht van werknemers en gepensioneerden

Die vragen worden nog relevanter als mensen te maken krijgen met de momenten van grote vreugde of groot verdriet, denk aan samenwonen, kinderen krijgen, scheiden of het overlijden van een naaste. Van Olphen: "Juist dan zitten mensen met veel vragen. Ook over de gevolgen voor hun pensioen. Soms kunnen ze zich dan wenden tot hun werkgever of vakbond maar voor pensioenuitvoerders zoals APG ligt daar in mijn ogen ook een duidelijke taak. En dan moeten we niet afwachten tot mensen ons met hun vragen benaderen; maar waar mogelijk zelf, dus proactief, op hen afstappen als er voor hen iets is veranderd wat gevolgen heeft voor hun inkomen of pensioen. Werknemers en gepensioneerden hebben recht op onze zorg." Pensioenfondsen hebben volgens hem geen zorgplicht maar hun deelnemers hebben wel een ‘zorgrecht’.

 

Meer grip op geldzaken

Pensioenfondsen en -uitvoerders hebben de komende jaren hun handen vol aan de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. Het is ingewikkeld, er moeten nieuwe reglementen komen, IT-systemen gaan op de schop, en ga zo maar door. Met als mogelijk risico dat er daardoor te weinig aandacht resteert voor hun deelnemers, waarschuwde Van Olphen. "Ik vind dat pensioenuitvoerders als APG ernaar moeten streven dat het nieuwe pensioen straks voor iedere deelnemer eenvoudig is om te begrijpen. Transparant is, en inzichtelijk. Dat betekent ook dat wij ons meer als coach moeten opstellen. Daar zal echt behoefte aan zijn." Die rol van coach is op zich niet nieuw voor APG: een van de pijlers van de APG-strategie is om een ‘vertrouwde gids’ te zijn die werknemers en gepensioneerden helpt met hun financiële toekomst; soms rechtstreeks, soms via de pensioenfondsen die klant zijn. Hen met advies-op-maat de regie geeft over al hun geldzaken. Een voorbeeld daarvan is het APG-platform Kandoor waar APG ruim vijftigduizend financiële vragen per maand beantwoordt. Niet alleen over pensioen maar ook over zaken als huurtoeslag, ontslagregelingen, belastingen, AOW, schuldhulpverlening, noem maar op.

 

Financieel nog goed op koers?

Van Olphen benadrukt dat de rol van coach die hij voor zich ziet, iets anders is dan die van financieel adviseur: "We hebben al genoeg financiële instellingen waar je terecht kunt voor advies en uiteenlopende financiële producten. Die rol moeten wij niet ambiëren. Wel kunnen wij deelnemers helpen als ze ergens onzeker over zijn, als ze een snelle check willen of iets wel of niet klopt. Of ze financieel nog goed op koers liggen." Hij vindt het terecht dat mensen hoge eisen stellen aan hun pensioenfonds: "Wij kunnen als pensioensector wel vinden dat we in Nederland het beste pensioenstelsel van de wereld hebben, maar zo zien werknemers en gepensioneerden dat echt niet. Zij krijgen nu een nieuw pensioenstelsel, waarbij ze zelf meer verantwoordelijkheid krijgen en meer risico lopen. Daar zit niet iedereen op te wachten. Mensen willen snappen wat er straks met hun pensioen gebeurt, ze willen zich veilig voelen bij hun fonds. Het is aan ons om daar, richting het nieuwe pensioencontract, goed en integer op in te spelen."

Volgende publicatie:
"Er is niets zo erg als een doelloos mens"

“Er is niets zo erg als een doelloos mens”

Gepubliceerd op: 10 december 2020

Energiek oud worden. In topsportgemeente Heerenveen begint de revolutie als het gaat om vitaliteit en bewegen voor ouderen. Coaches met ervaring in de topsport zetten hun kennis in voor de start-uporganisatie De Fitte Frisse Fries, die senioren fitter en scherper uit de coronacrisis wil laten komen.

Hoogleraar Neuropsychologie Erik Scherder stak het vuurtje aan. En nu wordt in Sportcentrum Sportstad Heerenveen keihard gewerkt om van de wetenschap daadwerkelijk een succesvolle missie te maken, onder aanvoering van een succesvolle Olympische coach. De 75-jarige Tjalling van den Berg is een fenomeen in de turn- en paardensport. Hij maakte in zijn turnschool in Heerenveen van Epke Zonderland een Olympisch kampioen en raakte nooit betrokken bij de recente schandalen in deze sport.

Tjalling van der Berg is een gedreven coach. En een vertrouwd gezicht in Heerenveen, waar topsporters hem altijd weten te vinden voor advies. Of het nou de voetballers van SC Heerenveen zijn of topschaatsers, Tjalling weet ze te raken. Met ongedwongen trainingen in de turnhal van Olympische allure of een stevige peptalk. De 75-jarige, nog iedere dag in trainingspak, heeft geen grammetje vet aan het gespierde lijf en is het levende bewijs van de theorie van Erik Scherder dat sport ouderen vitaal en scherp houdt. En dat juist nu, in barre coronatijden, sporten van levensbelang is. Zoals Erik Scherder zegt: ”Bij niet bewegen gaat je immuunsysteem snel achteruit. Dat is een reden om hiervoor op de barricades te gaan staan. Want wat we nu allemaal willen is een sterkere weerstand.” 

Pensioen is nieuwe start

Tjalling van den Berg heeft de afgelopen maanden de nodige specialisten om zich heen verzameld op het gebied van voeding, mentale training, slaap en beweging. Samen willen ze aan de slag om van De Fitte Frisse Fries een landelijke campagne te maken. Met pensioen gaan is volgens Tjalling van der Berg geen eindpunt, maar de start van een uitdagend nieuw leven waarin vitaliteit voorop zou moeten staan. Geestelijk en fysiek.

“Gepensioneerden zijn vaak veel meer met de randzaken bezig. Hun brein en lijf worden niet meer geprikkeld. Veel zitten is het nieuwe roken; er gebeurt niks meer. Sociaal praat men alleen over vroeger en doet nauwelijks moeite om weer contacten op te pakken. Zodra het werk wegvalt en ouderen zelf wat moeten bedenken, zijn ze niet meer creatief. Zelfsturing past nauwelijks meer in onze maatschappij.”

Terwijl de onderzoeken van professor Scherder bewezen dat een leven lang bewegen het brein prikkelt. Dat betekent lopen, bewegen, muziek maken, gewoon creatief bezig zijn, een studie oppakken en tussen jonge mensen blijven.

Gewapend met hun kennis uit de topsport gaan Tjalling van der Berg en zijn mensen nu met ouderen aan de slag. “Ik zie dat echt als een missie. In het verleden mocht ik met topsporters als Epke werken en nu probeer ik honderden ouderen per jaar fysiek en geestelijk in topvorm te krijgen. We leren ze weer doelen stellen, energie te krijgen. Soms gaat het om hele eenvoudige dingen. Bijvoorbeeld de trap nemen in plaats van de lift. Of elke dag een vriend bellen of daarmee gaan wandelen. Daar hebben we enorm veel energie ingestopt. We geven ze zo energie, waardoor ze weer een stap vooruit kunnen. Er is niks zo erg als een doelloos mens.”

Wat kan de gepensioneerde Nederlander die vitaal wil blijven leren van topsporters als Epke Zonderland of Sven Kramer?

Vooral zaken op het mentale vlak. Discipline. Focussen. Verplicht jezelf om vier tot zes weken lang elke dag 5000 stappen op je stappenteller te halen of te gaan fietsen. Als je dat volhoudt, zonder personal coach die jou stuurt, dan is die topsportersdiscipline een geweldig middel om je leven weer in een goed ritme te krijgen.

Sven en Epke kunnen heel goed doelen stellen. ‘Ik wil gezond leven’ of ‘Ik wil Olympisch kampioen worden’. Allebei topsportdoelen. Ook het leren dealen met tegenslagen en moeilijke momenten hoort daarbij. Daar kom je altijd sterker uit.”

Waar gaat het bij de ouderen dan soms mis?

“Ze hebben vaak geen duidelijk doel meer in het leven na hun pensionering. Ze denken dat hun leven ten einde loopt en ze blijven stilzitten. Dat vind ik jammer. Iemand sprak onlangs deze mooie woorden: ‘In Afrika staat grijs voor wijs en hier zeggen we: grijs moet maar op reis’. Alsof we daar gelukkig van worden. Wij propageren voor onze gepensioneerden te veel het Zwitserlevengevoel, terwijl we juist actieve ouderen nodig hebben. Die kunnen nog heel veel waard zijn. Zij laten zien hoe je gezond oud kunt worden, kunnen adviezen geven om met tegenslagen om te gaan, om discipline te krijgen. Het zijn geweldige rolmodellen. Maar hier worden ouderen bijna meewarig aangekeken als ze wat doen. Daar moeten we echt van af.”

Je moet áltijd proberen de leuke dingen uit een dag te halen

Hoe hard werk jij zelf nog als 75-jarige?

“Ik ben bijna dagelijks bezig met dit soort dingen. Ik kies wel bewust de dingen die míj energie geven. Dus ik kan wat makkelijker tegen een bepaald project of een persoon zeggen: ‘Ik ga je helpen’.

Coach ben je 365 dagen. Je hele leven dus. Ik vind dat je, óók als je ouder wordt, elke dag bezig moet zijn met je fysieke, mentale en sociale gezondheid. Dat moet je geen dag meer laten lopen, dat is doodzonde.”

En niet alleen maar denken aan een trektocht met de camper door Europa?

“Nee, absoluut niet. Het is toch heel raar dat mensen naar een weekend of vakantie toeleven en tussendoor is er dan even niks. Alsof ze het alleen door een vakantie een jaar kunnen volhouden. Ik heb al eens gezegd: degene die de woorden vakantie en werk heeft uitgevonden, moet onmiddellijk ontslagen worden. Je moet áltijd proberen de leuke dingen uit een dag te halen. Als je je werk als hobby ziet, ga je het heel anders benaderen. Dan is het geen verplichting meer maar een uitdaging. Bij ouderen gaat het vooral fout in de overgang. Ze verheugen zich op hun pensionering, kunnen twee, drie maanden nog wat doen en daarna raken ze eigenlijk in een isolement. Ze vallen letterlijk en figuurlijk mentaal, fysiek en sociaal stil. Doodzonde. Bovendien leven mensen die positief denken gemiddeld zeven jaar langer dan een negatieveling. Plezier is een geweldige ‘mindset’ om mensen langer te laten leven.”

Heeft corona de kijk op vitaal oud worden ingrijpend veranderd?

“Ja, ik vind van wel. Corona heeft alles uitvergroot. Dat vind ik er wel het mooie aan. Iedereen ziet corona als een probleem, ik zie het als een kans. Corona vergroot uit dat wij van nature een lui volk zijn en dat beweging onze redding wordt. We hebben een enorme klap gemaakt op alle fronten. De gezonde oudere wordt nu ook uitvergroot. Die moet zichzelf gaan redden, in actie komen. Uit dat kamertje ontsnappen, weer tussen de mensen zien te komen en in beweging blijven. Ik denk dat de coronacrisis uiteindelijk het inzicht oplevert dat vitaal leven hier jarenlang is onderschat. Dat heeft misschien zelfs deels voor een aantal mensen meer corona-ellende veroorzaakt.

Dus gaan we aan de slag met slaapcoaches, voedingscoaches, beweegcoaches en ontspanningscoaches. Samen kijken we naar deze uitdaging: wat kunnen wij doen om mensen die niet fit zijn op alle fronten in beweging te krijgen? Dat betekent niet alleen dat ik ze leer wandelen, maar dat er ook andere coaches bij komen: ‘Hoe zit het met je slaap, hoe ga je met stress om, wat eet je, hoe ontspan je je? Heb je een duidelijk doel in je leven? Waar ben je goed in?’ Zo vormen we samen een platform om allerlei doelgroepen er bewust van te maken dat bewegen het medicijn is voor een gezonde toekomst.”

Gezond ouder worden

De Fitte Frisse Fries-beweging grijpt COVID19 aan om sterker te worden. Van Friesland de gezondste provincie van Nederland maken, daar gaan ze voor. Leefstijl bepaalt voor 90 procent de levensverwachting. Daarom gaan de coaches aan de slag met doelen stellen, beweging, samenzijn, ontspanning, voeding en slapen.

Volgende publicatie:
Volkomen in de war?

Volkomen in de war?

Gepubliceerd op: 10 december 2020

‘De natuur is volkomen in de war!’ Jaren terug maakten Van Kooten en De Bie zich druk over de timing van de natuur. Bloeiende anjers op het strand in december – van die dingen. Ook nu verbazen mensen zich over seizoenen die uit fase zijn. In de economie is het hartje winter: hele sectoren zijn bevroren. Tegelijkertijd heerst op de aandelenmarkten al een tijdje het heerlijke lentegevoel van groei en bloei. Wie is hier nou gek?

 

Er zijn meerdere verklaringen voor het gat tussen beurs en economie. Allereerst is het grootste deel van de economie niet beursgenoteerd. De op zijn gat liggende horeca en evenementenbranche en de op halve kracht draaiende Nederlandse Spoorwegen zien we op de beurs niet terug. Veel bedrijven die profiteren van corona, waaronder technologiebedrijven, hebben vaak juist wel een notering, ook in Nederland.

 

Daarnaast zijn beleggers niet zo bezig met het nu. Dat klinkt niet erg mindful, maar het zijn nu eenmaal de verwachte kasstromen in de toekomst die de waarde van een bedrijf bepalen. Op financiële markten gaat het dus vooral om morgen en overmorgen. En vroeg of laat is het coronavirus bedwongen, of in ieder geval zijn vermogen om zware economische schade aan te richten. En als we terugkeren naar oude trends, dan passen daar toch ook vergelijkbare aandelenkoersen bij?

 

Toch is de kous daar niet mee af – even afgezien van het feit dat er na corona winnaars en verliezers zullen zijn. De brede MSCI World index staat sinds januari 10% hoger. Op basis van IMF-cijfers schatten wij in dat de economische activiteit in de komende tien jaar 3½% lager uitvalt dan gedacht. Omdat winsten een restpost zijn, zijn die beweeglijker dan de economie zelf. Op basis daarvan zouden de winsten 6 tot 11% lager uitpakken. Die macro-economische inschatting is in lijn met bijstellingen in de consensus onder aandelenanalisten die bedrijven volgen. Maar linksom of rechtsom, het blijft een contrast met de stijgende koersen.

 

Dat er meer wordt neergeteld voor minder winst heeft alles te maken met de lage rente. Winst in de (verre) toekomst wordt daardoor meer waard. Daarnaast eisen beleggers minder hoge risicopremies, geholpen door de forse overheidsinterventies die een financiële crisis voorlopig op afstand houden.

 

De hoge aandelenwaarderingen zijn dus te verklaren.

Of dat helemaal geruststellend is, weet ik niet. Winsten kunnen tegenvallen als uitgestelde faillissementen toch nog doorkomen. Zonder hier te willen overkomen als een allesvrezer – een ander typetje van ‘Koot en Bie’ –, ook positief economisch nieuws kan de markt raken. Een al te voortvarend economisch herstel kan weliswaar de winstverwachtingen rechtvaardigen, maar ook het einde van de coronasteun inluiden en de rente opstuwen. Wie weet kunnen we ons dan volgend jaar verbazen over het feit dat de markten het zo slecht doen, terwijl de economie topprestaties levert. De natuur…

 

 

Charles Kalshoven is senior strategist bij APG

Volgende publicatie:
“We willen naar een stelsel toe dat deelnemers vertrouwen geeft”

“We willen naar een stelsel toe dat deelnemers vertrouwen geeft”

Gepubliceerd op: 9 december 2020

Na jaren van praten en onderhandelen gaat het Nederlandse pensioenstelsel op de schop. Een impactvolle en complexe operatie, met veel betrokken partijen. Er is daarom veel expertise nodig, en diepgaand inzicht in de werking van het stelsel. Door experts naar voren te schuiven wanneer daar behoefte aan is, proberen APG hoofd Beleid Peter Gortzak en zijn collega’s een bijdrage te leveren aan dit huzarenstukje. “In de verkiezingsprogramma’s is er brede steun voor de route die door Koolmees en sociale partners is ingeslagen. Men wil dit laten lukken”. Deel 1 van de serie 'Op weg naar het NPC': Politiek en wetgeving.

Een processie van Echternach. Zo zou je het onderhandelingsproces over de ingrijpende wijziging van het Nederlandse pensioenstelsel gerust kunnen noemen. In zekere zin betekende het voor sociale partners, politiek en overheid een sluitstuk van een periode van zo’n tien jaar. In zekere zin, omdat er nog heel wat water door de Rijn moet stromen voordat de daadwerkelijke overstap kan plaatsvinden. Er is flink wat werk aan de winkel om de deadline van  1 januari 2026 te halen, ook omdat het akkoord nog verder uitgewerkt moet worden. . Daarbij moeten ook APG en de pensioenfondsen waarvoor het werkt, flink aan de bak. Het gaat om fundamentele wijzigingen, die ingrijpende gevolgen hebben voor onder andere pensioenadministratie en de IT-systemen die daarvoor gebruikt worden.  

 

Ingewikkeld samenspel
Een akkoord over een nieuw stelsel is het resultaat van een samenspel tussen ‘Den Haag’ (ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, en politieke partijen), sociale partners en De Nederlandsche Bank (DNB, toezichthouder). Een ingewikkeld spel – niet in de laatste plaats door de  complexiteit van het Nederlandse pensioenstelsel – dat gebaat is bij betrouwbare informatie, specialistische expertise en inzicht. En dat is waar APG’s Team Beleid om de hoek komt kijken.

 

Makelaarsfunctie
Team Beleid ziet het delen van die informatie, expertise en inzichten,  als zijn voornaamste taak. Het deelt deze kennis met alle partijen die betrokken zijn bij de totstandkoming van het nieuwe stelsel, en het ondersteunt officiële inspraakorganen zoals de SER en Stichting van de Arbeid Aan het hoofd staat Peter Gortzak, die het team en zichzelf omschrijft als een bemiddelaar of tussenpersoon: “Binnen APG zijn heel wat deskundigen op gespecialiseerde afdelingen werkzaam. In de totstandkoming van het nieuwe stelsel kunnen deze mensen absoluut bijdragen aan het proces door hun visie te geven op een bepaald aspect of problematiek. En dat gebeurt ook. Regelmatig laten ze hun licht schijnen op de plannen die door het ministerie van SZW, politieke partijen, sociale partners of DNB worden ontwikkeld. Als team hebben we een makelaarsfunctie, waarbij we álle partijen proberen te helpen door de kennis van al die APG-specialisten te delen. Een goed werkend stelsel is in het belang van de deelnemers en werkgevers die bij een pensioenfonds aangesloten zijn. APG werkt voor die fondsen, dus op het moment dat er ingrijpend gesleuteld wordt aan de machinerie van dat stelsel, leveren we graag een bijdrage waar we kunnen – door bijvoorbeeld een top-actuaris naar voren te schuiven of een beleggingsexpert, die een belangrijke ondersteunende rol kan spelen. Het is in zekere zin een dienende rol, waarin we de consequenties van bepaalde beleidskeuzes inzichtelijk proberen te maken. Op die manier hebben we de positie van trusted party verworven. We zien die rol ook als APG’s maatschappelijke plicht”.

 

Uit de loopgraven
Over het pensioenakkoord op hoofdlijnen is Peter gematigd optimistisch: “Er is gelukkig een belangrijke stap gezet. Eindelijk zijn we uit de loopgraven gekropen. Dat moest ook, want iedereen kan zien dat het huidige pensioencontract met de huidige rente wringt. Het bestaande financieel toetsingskader voor pensioenfondsen (FTK, onderdeel van de Pensioenwet waarin de wettelijke financiële eisen aan pensioenfondsen zijn vastgelegd, red.) voldoet niet meer en het is goed dat we nu een alternatief hebben gevonden”.

 

Rust in de tent
Gortzak vervolgt: “We zitten nu in een overgang naar een nieuw stelsel en dat is een onrustige fase. We kunnen verdere stappen voorwaarts zetten maar het is duidelijk dat er nog heel wat moet gebeuren. Waar we uiteindelijk naartoe willen, is een nieuw stelsel dat de deelnemers vertrouwen geeft, en rust in de tent”.  

Een belangrijke mijlpaal in de invulling van het pensioenakkoord, is 18 december 2020. Op die dag wordt het wetsvoorstel voor de hervorming van het pensioenstelsel voorgelegd aan alle betrokken partijen, die vervolgens hun reactie kunnen geven. Dat geldt overigens ook voor de partijen die niet bij het akkoord betrokken zijn. Bij veel wetgevingstrajecten is het goed gebruik geworden om iedereen die dat wil de gelegenheid te geven een reactie op het voorstel in te dienen. De minister past de voorstellen aan de hand van deze reacties al dan niet aan, en stuurt het ontwerp naar de Raad van State voor advies. Bij de wetgeving voor het nieuwe pensioenstelsel is de verwachting dat veel partijen een reactie zullen insturen. Fondsen, verzekeraars, wetenschappers en ouderenbonden bijvoorbeeld. Ook APG zal hoogstwaarschijnlijk een reactie uitbrengen. In de kern is APG een uitvoeringsorganisatie en daarom zal de reactie  vooral gericht zijn op uitvoeringsonderwerpen. Een rustige kerstvakantie zit er dan waarschijnlijk ook niet in voor Team Beleid, want het wil begin januari een analyse klaar hebben. Waarschijnlijk is er tot half februari tijd om op de internetconsultatie te reageren. Dat lijkt langer dan in werkelijkheid het geval is: een reactie moet goed afgestemd worden met fondsbesturen en pensioenfederatie.

 

Persoonlijke pensioenvermogens
Hoe solidair is het nieuwe stelsel, en biedt het de fondsen genoeg ruimte om zich als langetermijnbelegger te gedragen? Dat zijn de twee zaken waar Gortzak en de zijnen vooral op zullen letten.

Gortzak: “Het Nederlandse pensioenstelsel is ontstaan en ontwikkeld omdat we de behoefte hadden om risico’s te delen onder een hele grote groep. Gemiddeld gezien is dat voor de individuele deelnemer namelijk de beste manier om met onzekere voorvallen om te gaan. Grote tegenvallers op financiële markten, arbeidsongeschiktheid, wanbetaling van je werkgever, een sneller dan verwachte stijging van de levensverwachting: allemaal voorbeelden van risico’s die de individuele deelnemer financieel behoorlijk uit het veld kunnen slaan. En daarom is dit soort risico’s  ook niet altijd even makkelijk verzekerbaar  Maar door ze met een grote groep te delen, worden ze wél ‘verzekerbaar’. Het is belangrijk dat die ruimte om risico’s te delen er ook in het nieuwe stelsel voldoende is. Je zult duidelijk moeten zijn welke risico’s gedeeld worden en waarom. De basis van de nieuwe contracten zijn immers de pensioenvermogens die aan ieder persoonlijk worden toegerekend.  Maar de ruimte voor risicodeling zelf is echt van belang en moet niet teveel aan banden worden gelegd. De solidariteitsreserve (zie kader, red.) is een essentieel onderdeel van het nieuwe pensioencontract”. 

Wat geldt voor de solidariteitsreserve, geldt ook voor de ruimte die fondsen in het nieuwe stelsel al dan niet krijgen om  te werk te gaan als een langetermijnbelegger. Gortzak: “Alle pensioenfondsen financieren een aanzienlijk gedeelte van de pensioenuitkering uit de beleggingsresultaten. Soms wel twee derde van de uitkering. Pensioenfondsen moeten zich dan wel als een langetermijnbelegger kunnen gedragen. Uitgangspunt in het nieuwe contract is dat pensioenfondsen collectief blijven beleggen. Bij het verdelen van de rendementen moeten ze echter rekening houden met de risicohouding van de deelnemers. We moeten voorkomen dat er daarvoor zulke strenge regels komen  dat het fondsen onnodig beperkt in hun beleggingsbeleid. We hebben voldoende ruimte nodig om ook als langtermijnbelegger rendement voor deelnemers te kunnen behalen”.

 

Oppositie aan boord
In maart 2021 vinden er weer Tweede Kamerverkiezingen plaats. Kunnen die nog roet in het eten gooien van de uitwerking van het akkoord dat eerder dit jaar bereikt werd? Gortzak acht de kans klein. “Voor het pensioenakkoord heeft minister Koolmees (minister van SZW, red.) door de steun van coalitie en de twee grote oppositiepartijen een ruime meerderheid in de Tweede Kamer. Die oppositie is aan boord, omdat er een akkoord ligt tussen Koolmees en werkgevers en werknemers. Het is belangrijk dat die steun voor de uitwerking van het akkoord behouden blijft. Het consultatiedocument van 18 december zal dus het goedkeuringsstempel van VNO-NCW en de vakbonden moeten krijgen.  Als je kijkt naar de verkiezingsprogramma’s, dan zie je brede steun voor de route die door Koolmees en sociale partners is ingeslagen. Men wil dit laten lukken”.

 

Wat betreft de toegankelijkheid van het nieuwe stelsel is er nog niet genoeg vooruitgang geboekt volgens Gortzak. Het gaat daarbij met name om de scheefgroei als gevolg van een steeds flexibeler arbeidsmarkt. “Er is een roep geweest om iets te doen aan de scheefgroei tussen mensen met een vast contract en de mensen die in een meer flexibele arbeidsrelatie werkzaam zijn, zoals zzp’ers. In die ontwikkeling spelen ook pensioenrechten een rol. Deelname aan een pensioenregeling voor zzp’ers zou daarom laagdrempeliger moeten worden. En dat kán ook beter in het nieuwe pensioencontract. Helaas is dat tot nu toe nog niet gebeurd. Maar in het Pensioenakkoord was afgesproken om die deelname in een paar sectoren te verhogen, via pilots. Wij hopen dat in het consultatiedocument voorstellen worden gedaan om die pilots een serieuze kans van slagen te geven”.

 

Doodzonde
Het belang van die zzp’ers is des te belangrijker omdat de ingrijpende veranderingen op de arbeidsmarkt nou juist een van de aanleidingen waren om het pensioenstelsel op de schop te nemen, stelt Gortzak. “De vergaande flexibilisering van de arbeidsmarkt en het gegeven dat je niet meer veertig jaar voor één baas werkt, waren belangrijke redenen om het stelsel flink te moderniseren. Ik zou het raar vinden als je een belangrijk onderdeel van die veranderde arbeidsmarkt – de positie van de zzp’er – niet echt hebt aangepakt, aan het einde van de discussie. . Ook daar zullen we het concept wetsvoorstel op 18 december dus goed op beoordelen”.

Volgende publicatie:
“We kunnen ons werkende leven veel slimmer inrichten”

“We kunnen ons werkende leven veel slimmer inrichten”

Gepubliceerd op: 3 december 2020

Rowan Siskens over agile leven en het boemerangpensioen

 

Doorwerken tot je 67e en daarna genieten van je oude dag. Of kan het ook ánders? Een zoektocht naar Plan P: vernieuwende ideeën en alternatieve scenario’s voor de inrichting van leven, werk en pensioen. Omdenken voor en door jong en oud

Rowan Siskens: “Waarom zou je niet elke drie, vijf jaar een paar maanden met verlof gaan?”

 

Op je 27e met pensioen 

Rowan Siskens was net twee jaar in dienst bij zijn eerste werkgever, toen hij tijdens zijn beoordelingsgesprek aangaf een periode met onbetaald verlof te willen. Zijn managers reageerden verrast, maar ook positief. Een half jaar later was het zover: na een pensionado-party, waar iedereen verkleed kwam als krasse knar of oud besje, brak een periode aan van vijf maanden vrij. Siskens (destijds 27) ging surfen op Bali, met zijn vriendin reizen in Mexico en schreef een boek: Agile leven. In dat boek licht hij de filosofie toe achter zijn levenswijze: na elke drie tot vijf jaar werken een paar maanden met onbetaald verlof. De term sabbatical dekt de lading niet, aldus Siskens, hij noemt het liever tussentijds of terugkerend pensioen. Een soort boemerangpensioen dus, in plaats van één lange rustfase aan het eind van ons werkzame bestaan.  

Kort-cyclisch leren, werken en rusten

In zijn boek trekt Siskens – IT’er van beroep – de parallel met agile werken: projecten opsplitsen in ‘sprints’ met tussentijdse doelen. Na elke sprint kijk je naar verbeterpunten en pas je doelen en werkwijze zo nodig aan. Zo ben je wendbaarder en kun je beter inspelen op verandering. Eigenlijk is het leven ook zo’n project, aldus Siskens. Dat project wordt echter nog ouderwets lineair aangestuurd: eerst zo’n 20 jaar leren, vervolgens 40 jaar werken en dan nog 20 jaar pensioen, als je geluk hebt. Onderwijs, cao’s en pensioenstelsel volgen een vast patroon, waarbij we de drie levensfasen ná elkaar doorlopen en cross-overs lastig of onmogelijk zijn. “Dat is zo gegroeid, terwijl we ons leven veel slimmer, meer agile, kunnen inrichten”, stelt Siskens: met kort-cyclische sprints van een paar jaar werken, afgewisseld door een periode van rust, reflectie en eventueel bij- of omscholen om de koers in de carrière te verleggen. Klinkt logisch, maar hoe pakken we dat aan en wie gaat dat betalen?

Waarom liever tussendoor al met pensioen?

Vóór zijn eerste baan maakte Siskens een wereldreis. Om dat ultieme vrijheidsgevoel nog een keer te beleven, wil hij niet wachten tot zijn 67e. “Want misschien haal ik dat wel niet. In mijn directe omgeving had ik twee voorbeelden van mensen die vlak na hun pensionering overleden.”

Bovendien lopen we aan tegen de pensioenpatstelling van tijd, middelen en energie, zeker nu de leeftijdsverwachting stijgt en de pensioenleeftijd verder opschuift. Jongeren hebben tijd en energie om leuke dingen te doen, maar geen geld. Werkende volwassenen hebben geld, maar geen tijd en hun energie wordt opgeslokt door hun baan en een jong gezin. Ouderen hebben geld en tijd, maar vaak geen energie meer voor het beklimmen van Mount Everest of het najagen van een andere droom. Het tussentijdse pensioen kan die patstelling doorbreken, volgens Siskens. Het maakt dromen waar, creëert werkgeluk en kan ervoor zorgen dat mensen langer blijven doorwerken.

“Als je blij bent met wat je doet, dan wordt de pensioenleeftijd slechts een getal en volkomen irrelevant.” Bovendien past het terugkerend pensioen goed bij trends als flexibeler werken, digitalisering en levenslang leren. 

Wie zal dat betalen?

Siskens had 5000 euro gespaard voor zijn eerste pensioenperiode. Eigenlijk niet genoeg, maar hij wist ermee rond te komen omdat hij tijdens zijn reizen bij vrienden en familie kon verblijven. Zijn vriendin betaalde de vaste lasten. Hij spaart nu alweer voor zijn volgende pensioen. Wie agile wil leven, moet offers brengen: buiten de stad wonen om de kosten van hypotheek of huur te drukken, geen (grote) auto rijden en ‘geen bullshit bij de Action’ kopen. De besparingen worden vervolgens geïnvesteerd, bijvoorbeeld via (index)beleggen. “Het is nu eenmaal makkelijker om 10 procent te besparen dan om tegen je baas te zeggen dat je 10 procent extra wilt verdienen”, aldus Siskens.

Die baas kan wel op een andere manier bijdragen. Bijvoorbeeld met de mogelijkheid om een deel van het salaris te sparen en daarmee dagen in te kopen. Of met het doorbetalen van de pensioenpremie tijdens het onbetaald verlof om een later pensioengat te voorkomen.

Blijft er nog wat over voor later?     

Maken seriepensionado’s niet alles op, zodat er straks te weinig overblijft voor de oude dag? Juist níet, stelt Siskens. “Voor veel millennials is pensioen een ver-van-mijn-bed-show. Door nu al af en toe met pensioen te gaan wordt het een náást-je-bed-show. Je wordt je bewuster van het belang van goede financiële planning om straks dingen te kunnen doen die je leuk vindt. Een voorschot uit de pensioenpot om het tussentijds pensioen te financieren, lijkt me bijvoorbeeld geen goed idee. Dan heb je later te weinig.”

 

Siskens is ook co-host van het ‘pensioenseizoen’ van de Spaarpodcast. “Daar leggen we het pensioenstelsel op een toegankelijke manier uit en proberen we jongeren pension wise te maken. Misschien zou ook APG op een vernieuwender manier aan meer pensioenbewustzijn bij jongeren kunnen werken. Nu gaan mails en brieven over pensioen vaak meteen de prullenbak in, merk ik.” Inmiddels is Siskens weer aan het werk, als Application Engineer bij het Rotterdamse softwarebedrijf Mendix. Hij wil er promotie maken, maar over een jaar of vier ook weer graag een time-out, al is eerst zijn vriendin aan de beurt. Het doel voor zijn tweede pensioen: een pop-up restaurant aan het water, of het bouwen van een woonboot. “Die staan allebei op mijn Droomlijst en ik heb nog zó veel andere plannen.”

Wat vinden werkgevers ervan?     

Siskens ziet ook voordelen van agile leven voor werkgevers: het werk van de interim-pensionado kan tijdelijk opgevangen worden door collega’s. Daardoor ontstaan jobshifts en rolwisseling, wordt de inzetbaarheid van mensen breder en het begrip voor elkaars werk groter.

Wat vindt Siskens’ eígen werkgever van zijn voornemen om over een paar jaar weer met pensioen te gaan? We vroegen het Radjesh Ramautar, Siskens’ direct leidinggevende bij Mendix, een snelgroeiend Nederlands bedrijf met mondiale ambities, dat in 2018 werd overgenomen door Siemens.

“Wij moeten met miljardenbedrijven concurreren om schaars talent”, schetst Ramautar. ‘Om de beste mensen te boeien en te binden is het belangrijk dat ze de mogelijkheid krijgen om zich te ontplooien, zowel in hun werk als daarbuiten. Daarin moet je als bedrijf investeren, maar het levert ons ook iets op. Tijdens hun verlof kunnen mensen reizen, kennismaken met andere culturen, ervaringen opdoen en hun horizon verbreden. Dat zorgt voor energie, relativeringsvermogen en nieuwe inzichten. Ze komen altijd rijker terug dan toen ze weggingen en dat is ook goed voor het bedrijf.” 

Kun je wel promotie maken als je vaak met pensioen gaat?

Ramautar: “Rowan is getalenteerd, gedreven en sociaal, hij heeft alles in zich om een goede manager te worden. Wel zal hij die volgende stap sneller kunnen zetten, als hij pas over vijf tot zeven jaar met pensioen gaat. Maar voorlopig is dat nog ver weg. Ons bedrijf heeft een startupmentaliteit en groeit gigantisch. Een paar maanden vooruitplannen is soms al lastig, laat staan een paar jaar.”

Het pop-up restaurant van Siskens zal dus misschien nog wat langer moeten wachten. Eérst nog even een sprintje trekken. 

Volgende publicatie:
Politieke pensioentalkshow, of liever goede wetgevers gezocht?

Politieke pensioentalkshow, of liever goede wetgevers gezocht?

Gepubliceerd op: 26 november 2020

Column door Nick van de Sande – Korpershoek

Team Beleid

 

 

In maart 2021 zijn de Tweede Kamerverkiezingen. Voor degenen actief op of rondom de politieke vierkante kilometer in Den Haag is de verkiezingskoorts al maanden stijgende. Maar een vurig verkiezingsdebat over pensioen in een talkshow, ergens in de komende maanden op prime time, zit er waarschijnlijk niet in. Gezien het belang van een voortvarende uitvoering van het pensioenakkoord op basis van solide wetgeving, is dat maar goed ook.

 

Na een decennium van overleg en onderhandelingen is het kabinet en sociale partners afgelopen zomer gelukt overeenstemming te bereiken over de uitwerking van het pensioenakkoord. De meeste politieke partijen uit het midden hebben het pensioenakkoord inmiddels in hun conceptverkiezingsprogramma’s in meer of mindere mate omarmd. Zelfs 50PLUS lijkt haar verzet tegen het akkoord te hebben opgegeven en zou weer betrokken willen worden bij de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. Weet je in deze context nog maar eens te onderscheiden als pensioenwoordvoerder in de Tweede Kamer.

 

Dus wat doe je dan? Je organiseert als vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid rondetafelgesprekken over het pensioenakkoord die anderhalve dag duren. Waarvoor Kamerleden naar eigen inzicht deskundigen kunnen uitnodigen. Zodat er voor elk wat wils is en je als politicus je alsnog enigszins in de kijker kunt spelen. En zo geschiedde het op 4 en 24 november.

 

Maar liefst 21 vertegenwoordigers van de vaderlandse pensioensociety gaven verspreid over twee dagen in elf kort op elkaar volgende blokjes acte de présence in de Tweede Kamer. Onder hen diverse direct betrokkenen bij het pensioenakkoord. Maar ook personen die tot op heden meer aan de zijlijn hebben gestaan, en die dan ook hartstochtelijk de gelegenheid aangrepen om het nationale politieke podium te bestormen om hun eigen (soms controversiële) gedachten naar voren te brengen.

 

Bijzonder hierbij was dat hoofdrolspelers bij de totstandkoming van het pensioenakkoord zoals FNV en VNO-NCW in eerste instantie niet eens waren uitgenodigd. Gijs van Dijk (PvdA) heeft hier op het laatste moment – terecht – alsnog voor gezorgd.

 

Tijdens de rondetafelgesprekken kon ieder Kamerlid wel bij iemand op een of ander pensioendeelaspect zijn of haar gelijk ophalen. Om daarmee vooral de eigen achterban te bekoren. Vaak werd teruggegrepen naar bekende stokpaardjes om te laten zien of deze of gene nu wel of niet iets voor zijn achterban had binnengehaald, dan wel of iemands expertise niet aanleiding zou geven om het allemaal toch weer heel anders te gaan doen.

Met als ‘resultaat’: een zichzelf 660 minuten voortslepende surrogaat politieke pensioentalkshow. De neutrale kijker bleef – niet geholpen door het veelvuldig gebezigde pensioenjargon – vooral verward, en uitgeput, achter. Je zou, gezien de vertoonde kakofonie, bijna gaan twijfelen of er überhaupt wel een historisch pensioenakkoord is gesloten.

 

Anderzijds kan het de Kamerleden ook niet al te kwalijk worden genomen dat ze een eigen  ‘verkiezingsshow’ wensten. Ze hebben per slot van rekening jarenlang noodgedwongen vooral vanuit de coulissen de trage voortgang van de polder richting het akkoord moeten aanschouwen.

 

Daarnaast is het – natuurlijk – belangrijk dat de Tweede Kamer zich verdiept in het nieuwe pensioenstelsel. Zo werd tijdens de rondetafelgesprekken expliciet stilgestaan bij uitvoeringsaspecten. Oftewel, is datgene wat in het pensioenakkoord staat haalbaar en uitvoerbaar? Terechte vragen die getuigen van voortschrijdend inzicht van de Kamer. Uitvoeringsaspecten zijn namelijk in het verleden op andere wetgevingstrajecten (zwaar) onderbelicht gebleven. Met schrijnende gevolgen voor grote groepen individuen, zoals we vooral hebben kunnen zien bij de kinderopvangtoeslagaffaire.[1]

 

Het is te hopen dat de verdere uitwerking van het pensioenakkoord en omzetting ervan in wet- en regelgeving voorspoedig verloopt – ondanks een mogelijk langdurige formatieperiode richting een volgend kabinet. Waarbij de Tweede Kamer niet meer met een politiek vergrootglas op zoek gaat naar zogenaamde onderling splijtende verschillen van inzicht. Maar waarbij de Kamer op basis van noeste analyses en wetgevingsarbeid in de geest van het pensioenakkoord bijdraagt aan gedegen en uitvoerbare pensioenwetgeving.

 

Want tijdige aandacht voor de wetgevingskwaliteit en uitvoeringsaspecten is cruciaal voor de totstandkoming van een pensioenstelsel dat het vertrouwen kan winnen van pensioendeelnemers. Voor hen, de miljoenen deelnemers waarvan de meeste nog geen idee hebben wat het nieuwe stelsel voor hen betekent, waren de afgelopen weken vertoonde rondetafelgesprekken helaas van weinig (show)waarde.

 

[1] Zie ook het 7 november jl. verschenen position paper van Pieter Omtzigt (CDA) ‘De Tweede Kamer en de Uitvoering, een moeilijke combinatie’, geschreven aan de parlementaire onderzoekscommissie uitvoeringdiensten. (link)

Volgende publicatie:
“Wás het nieuwe contract maar het enige om te verwerken”

“Wás het nieuwe contract maar het enige om te verwerken”

Gepubliceerd op: 25 november 2020

Verbouwing pensioenstelsel vergt ingrijpende ICT-operatie

 

Nederland staat aan de vooravond van de grootste verbouwing van een pensioenstelsel in de wereld ooit. Die overgang kost de sector behoorlijk wat hoofdbrekens. Een van de uitdagingen is of de bestaande ICT-systemen van pensioenuitvoerders geschikt zijn voor deze majeure aanpassing van het stelsel. En als dat niet het geval is, is er dan nog voldoende tijd om een volledig nieuwe ICT-architectuur in te richten?

 

Om maar meteen met die prangende vraag te beginnen: kunnen de huidige systemen aangepast worden op het nieuwe contract? Volgens Wim Henk Steenpoorte, bij APG verantwoordelijk voor de overgang naar het nieuwe stelsel, zijn de twee systemen die APG momenteel gebruikt “op zichzelf hele goede systemen die nu prima voldoen. Natuurlijk kun je kijken of je bestaande systemen kunt aanpassen, daarom doen we hier nu onderzoek naar. Maar omdat het karakter van de regeling zo fundamenteel verandert, durf ik mijn hand er niet voor in het vuur te steken dat die route de verstandigste is. Daarom kijken we bewust breed naar verschillende opties: zelf bouwen, kopen of creëren via een alliantie.”

 

De fundamentele verandering waarnaar Steenpoorte verwijst, betreft de overstap binnen het Nederlandse pensioenstelsel van defined benefit (DB) op defined contribution (DC). Bij een DB-contract doet het fonds een belofte over de hoogte van de uitkering, bij een DC-regeling weet de deelnemer wat hij of zij inlegt, maar heeft minder zekerheid wat betreft de hoogte van de uitkering.

 

Wat dit ICT-vraagstuk volgens Steenpoorte zo lastig maakt, is dat de uitvoering van een pensioencontract in de loop van de tijd steeds ingewikkelder wordt. “Het zijn contracten die een enorme historie opslaan. Ieder jaar komen er mutaties bij. Mensen gaan trouwen of scheiden bijvoorbeeld, en al die lifetime events werken ingrijpend door in de administratie van hun pensioen. Die opeenstapeling van mutaties maakt de administratie intrinsiek steeds gecompliceerder.”

 

Grote belasting
Daar komt bij dat er los van de twee varianten van het nieuwe pensioencontract ook al een aantal andere wetswijzigingen doorgevoerd moet worden in de ICT-systemen. “Was het maar zo dat we alleen het nieuwe pensioencontract te verwerken hadden, voor welke variant een fonds dan ook kiest. Maar er ís op zich al een grote belasting, door het wetsvoorstel pensioenverevening bij echtscheiding, uitkering ineens, standaardisering nabestaandenpensioen, uniformering partnerbegrip, Experimenteer wetgeving ZZP pensioen en evaluatie pensioencommunicatie. Wat we echt willen voorkomen, is dat we al deze veranderingen twee keer moeten doorvoeren, één keer in het huidige en één keer in het nieuwe stelsel”, aldus Steenpoorte. Het wordt dus sowieso erg druk voor de mensen die aan onze huidige systemen werken.

 

Tempo nodig
Over de vraag wat de ideale omstandigheden zouden zijn om de transitie goed te laten verlopen, hoeft hij niet lang na te denken. “Om te beginnen, tempo in het proces om tot nieuwe wetgeving te komen. Er is nu beloofd dat dit in december 2021 is afgerond, en om dat te halen móet al alles meezitten. Maar het is wél nodig  voor de besluitvorming bij sociale partners en pensioenfondsen. Ten tweede zou iedereen gebaat zijn bij helderheid in het proces waarbinnen fondsen hun keuzes maken – over de contractvorm, maar bijvoorbeeld ook over de vormgeving van de solidariteitsreserve. De derde vereiste voor een werkbare overgang, zijn de voorwaarden die er gesteld worden aan het invaren (het overbrengen van de pensioenrechten van deelnemers van het oude stelsel naar het nieuwe stelsel, red.). Dat invaren wordt al een complexe klus an sich, maar als er ook nog een mogelijkheid komt om individueel bezwaar te maken, dan gaat het echt heel lastig worden. Dat geldt ook voor mutaties met terugwerkende kracht. Voor een DC-contract is dat bijna niet te doen. Stel bijvoorbeeld, dat er met terugwerkende kracht een jaar aan pensioenpremie wordt ingelegd. Die premie kan niet meer belegd worden op de financiële markten van een jaar geleden, maar de deelnemer heeft wel recht op het eventuele rendement dat er in dat jaar is behaald. Hoe ga je dat oplossen? Want we kunnen mutaties alleen verwerken op de dag dat ze aan fonds en uitvoerder bekend zijn gemaakt, het zogeheten actualiteitsbeginsel”. 

 

Nachtmerrie
Er is eventueel ook nog een scenario mogelijk waarin er níet wordt ingevaren. “Alle deelnemers krijgen dan twee pensioencontracten, een voor het oude stelsel en een voor het nieuwe. Mutaties moeten dan in zowel het oude als het nieuwe systeem verwerkt worden. Bij vragen van deelnemers zal er dan dus ook continu vanuit twee systemen bekeken moeten worden wat het antwoord daarop is”, aldus Steenpoorte.

 

Kan APG daarmee omgaan? Steenpoorte: “We denken over elk scenario na, en overal is uiteindelijk een oplossing voor. Maar dit zou echt een nachtmerrie zijn – voor fondsen en hun deelnemers, en voor APG”.

Volgende publicatie:
'Ik ben best trots op wat ik verdien'

‘Ik ben best trots op wat ik verdien’ Santousha Kalk (33) heeft een flinke buffer. Maar pensioen? ‘Ik blijf het voor me uitschuiven’

Gepubliceerd op: 24 november 2020

Serie: Werk & Geld

 

Het is de opkomende generatie op de arbeidsmarkt. De managers van  morgen. De dertiger. Hoe gaan ze om met werk en geld voor nu en later?

In deze nieuwe serie Werk & Geld: Santousha Kalk, online marketeer en ZZP’er.

 

Santousha Kalk (33)

Beroep: online marketeer

Werkt wekelijks: 20 à 30 uur

Inkomen: 7000 à 7500 euro bruto per maand

Spaargeld: 75.000 euro

Pensioen geregeld? Nee

 

Wat doe je als online marketeer?

“De laatste tijd richt ik me grotendeels op online adverteren, via sociale media en Google. Mijn klanten zijn voornamelijk mkb-bedrijven, dan moet je denken aan een tandartspraktijk, een notarissenbureau, maar ook coaches, trainers en webshops.”

 

Hoelang doe je dit werk al?

“In 2006 ben ik met online marketing begonnen, in loondienst destijds. Ik heb steeds wat anders gedaan; eerst hield ik me vooral bezig met SEO, daarna met Google Ads en adverteren op sociale media.”

 

Sinds wanneer ben je zzp’er?

“Sinds ik in Nederland woon. Tot een jaar geleden woonde ik in Suriname, daar was ik in vaste dienst.”

 

Heb je bewust gekozen voor het ondernemerschap?

“Ja. Ik wilde locatievrijheid hebben, en als zzp’er verdien je ook beter. Ik heb er nu ook bewust voor gekozen om niet meer fulltime te werken, zodat ik mijn eigen tijd kan indelen. Als ik zin heb om later te starten doe ik dat, en als ik behoefte heb aan een middagdutje ook.”

 

Wat vind je leuk aan het werk?

“Ik ben altijd een nerd geweest. Als kind bouwde ik al mijn eigen websites, waar ik vervolgens verkeer heen probeerde te krijgen. De groei is online heel meetbaar, je krijgt direct data binnen waarmee je iets kunt doen. Het geeft me een goed gevoel om daarmee bezig te zijn. De branche is ook constant in beweging, het is nooit saai.”

 

Kom je rond?

“Zeker. Wat ik verdien is ruim voldoende voor mij. Ik ben er tevreden mee, en ook best trots op.”

 

Wat zijn je vaste lasten?

“Ik stort maandelijks zo’n 900 euro op de gezamenlijke rekening en veel meer dan dat geef ik niet uit. Ik werk vanuit huis en heb dus geen kosten voor de huur van een kantoor. Aan kleding besteed ik ook haast niks, ik zit toch thuis. Mijn grootste maandelijkse uitgave is de huur, samen met mijn partner is dat 1050 euro. We wonen in een huurhuis in Den Haag. We zijn op zoek naar een koophuis, maar dat valt niet mee in de huidige markt. Helemaal als zzp’er is het lastig om een volwaardige hypotheek te krijgen, zeker omdat ik pas één jaar aan administratie kan overleggen.”

 

Let je erg op wat je uitgeeft?

“Ja, want ik wil een bepaalde buffer opbouwen. Niet dat ik een streefbedrag heb om te sparen, ik zet gewoon zo veel mogelijk opzij. Ik verdien nu goed, maar ik wil daar niet naar gaan leven. Ik weet niet hoe de toekomst eruitziet, dus het zou onverstandig zijn om alles wat ik verdien

gelijk ui te geven."

Ben je bezig met je oude dag?

“Niet echt. Ik ben me nog aan het oriënteren op wat voor mij de beste optie is. Ik heb aardig wat spaargeld, maar het is niet zo dat ik daarvan een bepaald deel heb gereserveerd voor mijn pensioen. Ik wil de vrijheid hebben om eerder te stoppen met werken. Hoe, dat moet ik nog uitzoeken.”

 

Heb je wel pensioen opgebouwd toen je nog in vaste dienst was?

“Ja, een jaar of twaalf toen ik nog in Suriname woonde. Maar dat is een land in crisis, ik betwijfel of het geld dat er voor me staat straks nog iets waard is. Sowieso zijn de bedragen daar laag; ik vergelijk het altijd met zakgeld voor een kind.”

 

Hoeveel zou je later maandelijks willen ontvangen als je met pensioen gaat?

“Ik heb geen idéé wat ik nodig zou hebben. Ik ga ervan uit dat mijn vaste lasten tegen die tijd veel lager zullen zijn, maar zeker weten doe ik het niet. En het maakt ook nogal wat uit of ik 100 jaar word of 75. Wie kan voorspellen hoe lang je gaat leven?”

 

Wat zou je beter kunnen doen, wat je pensioen betreft?

“Alles! Ik heb nog niets gedaan. Het voelt zo overweldigend, ik heb gemerkt dat ik het op de lange baan schuif. Dat is niet goed, want het is behoorlijk ingrijpend. De keuze die ik nu maak gaat echt van invloed zijn op hoe mijn toekomst eruit gaat zien. Ik wil de juiste keuze maken en de tijd nemen om een goede beslissing te nemen. Ik denk dat ik maar eens een adviseur in de arm ga nemen om het me allemaal uit te leggen.”

Volgende publicatie:
Failliet van het veld: waarom zoveel voetballers na hun carrière financieel de mist ingaan

Failliet van het veld

Gepubliceerd op: 19 november 2020

Waarom zoveel voetballers na hun carrière financieel de mist ingaan

 

Topvoetballers verdienen miljoenen, maar het geld gaat vaak ook met bakken de deur uit. Ze leven in een schijnwereld met privéjets, merkkleding en extravagante uitspattingen. Als hun carrière stopt, gaat meer dan 60 procent van de Europese voetbalvedettes failliet.

 

Soufyan Daafi zette het bureau Sport Legacy op en Kenneth Vermeer sloot zich daar als ambassadeur bij aan. Hun doel: een stukje bewustwording creëren. “Ze denken veel te laat aan hun financiële toekomst.”

 

Luxueuze vakanties naar tropische stranden. De duurste auto’s. Vipplaatsen bij de meest excentrieke party’s. Enorme horloges en een harem van ‘golddiggers’. Wie op Instagram de topvoetballers volgt, ziet een wereld waarin het niet op kan met dure uitspattingen. Waarin het geld moet rollen, liefst met tonnen tegelijk. Maar de realiteit erachter is keihard. De weg van miljonairsstatus naar een faillissement is korter dan de fans denken.

 

Helpen waar het kan

Oud-international Kenneth Vermeer, ook oud- doelman van Ajax en Feyenoord, speelt tegenwoordig in het zonnige Californië bij Los Angeles FC. Hij trekt zich het lot aan van voormalige voetbalvedettes die na hun carrière in een kilometers diep zwart gat vallen. Zijn voormalige teamgenoot en vriend in de Ajax-jeugd Soufyan Daafi zette het bureau Sport Legacy op en Kenneth Vermeer sloot zich hier als ambassadeur bij aan. Helpen waar het kan, is de visie van Sport Legacy in een bizarre voetbalwereld waar niets is wat het lijkt.

 

Soufyan Daafi: Niet voor iedereen is een carrière weggelegd met miljoeneninkomsten. Ik zag het om me heen. Een van mijn beste vrienden, Kenneth Vermeer, werd drie jaar lang kampioen met Ajax. Op een gegeven moment kwam hij op de bank terecht, waardoor het niet zeker was of zijn contract verlengd zou worden. Er was geen interesse van buitenlandse clubs. Toen realiseerde ik me hoe groot de risico’s zijn als dat voetbalsalaris wegvalt. Gelukkig kon Kenneth bij Feyenoord tekenen.”

 

In een wereld waarin jongens van 17 in één dag miljonair kunnen worden, mag je je natuurlijk ook afvragen wat grote clubs als Ajax en PSV doen om hun talentjes op de rails te houden.

“De club raadt altijd aan om met een adviseur in gesprek te gaan, Sportdesk ABN Amro is bijvoorbeeld actief bij Ajax. Bij AZ is dat de Rabobank, Maar die hulp gaat maar tot een bepaalde hoogte. Wanneer zich serieuze financiële problemen voordoen, wijzen eigenlijk alle partijen naar elkaar. De club zegt: ‘Daar is de zaakwaarnemer voor.’ De zaakwaarnemer zegt: ‘We assisteren de speler, maar hij is zelfverantwoordelijk,’ En de speler kijkt naar beide partijen: ‘Ik heb jullie ondersteuning nodig.’ Daar willen wij ons met Sport Legacy nu mee gaan bezighouden. Spelers er bewust van maken dat ze niet in allerlei financiële valkuilen moeten trappen, maar tijdig om hulp moeten vragen.

Foto: Kenneth Vermeer met Soufyan Daafi en de kampioensschaal van Ajax

 

“Wij houden contact met zaakwaarnemers, de clubs en de spelers om problemen te voorkomen. 62 Procent van de spelers gaat na hun carrière failliet. Dat aantal willen wij drastisch verminderen. In Amerika liggen die percentages nog hoger, in de NFL zelfs op 80 procent. Het is ook logisch te verklaren. Als je in een keer miljoenen verdient, dan denk je dat dit voor eeuwig is. De meeste voetballers hebben een uitgavepatroon dat varieert van 5000 tot 30.000 euro per maand, of meer. Als je gewend bent om iedere maand een vast bedrag binnen te krijgen en dat stopt en je hebt maar een miljoen of twee op de rekening staan, dan ben je binnen vijf jaar klaar en failliet.”

 

Vooral in video’s en foto’s op Instagram geven voetbalvedettes steeds meer bloot van hun soms exotische leven. Een weekendje met de privéjet naar Ibiza, een roadtrip met de nieuwste Bentley. En tussendoor in kostbare merkkleding en behangen met juwelen naar de meest exclusieve party’s, waar de beau monde de duurste champagne rond laat gaan.

Soufyan Daafi: “Spelers denken dat het de norm is, maar het is een schijnwereld. Ik voer nu gesprekken met jongens die bijna een miljoen volgers op Instagram hebben, maar financieel in de shit zitten of depressief zijn. Ik zeg niet dat Instagram niks is, maar waar gebruik je het voor? Als platform voor je eigen branding, wat prima is, of om de wereld je luxeleventje te showen?”

 

Zijn spelers van rond de dertig al met hun pensioen of financiële toekomst bezig?

Soufyan Daafi: “Zeker, maar jammer genoeg vaak veel te laat. De voetballers bouwen een cfk-pensioenfonds op. Deze regeling heeft als doel een speler/renner na zijn professionele sportcarrière een financiële basis te bieden waardoor hij zich (beter) kan richten op zijn nieuwe loopbaan. Ook met die spelers zijn we in gesprek. Het CFK zien voetballers als een mooi voordeel, maar ook als nadeel omdat ze niet bij hun geld kunnen. Ik spreek voetballers die al klaar zijn en met het CFK hebben afgesproken dat er de komende twintig of dertig jaar uitgekeerd wordt, maar iets hebben van: ik heb het nu nodig. Bijvoorbeeld om een vastgoedportefeuille op te bouwen. Dat laat de CFK-regeling niet toe.”

 

Kennis overbrengen

Maar er zijn ook positieve voorbeelden. Bijvoorbeeld international Ryan Babel. De oud-Ajacied heeft zich in geldzaken verdiept en is vastgoedondernemer geworden. Hij denkt al jaren na over zijn voetbalpensioen. “Ik wil op zijn minst mijn huidige levensstijl behouden. Ik wil er niet op achteruitgaan,” zegt Babel. Hij koopt over de hele wereld huizen en appartementen. Op aanraden van zijn zaakwaarnemer kocht hij elk kwartaal een nieuw appartement. Babel werkt nauw samen met Sport Legacy.

 

Soufyan Daafi: “Wat Ryan goed doet, is dat hij al vroeg besefte: ik wil mijn huidige leefstijl behouden. Ik wil dat mijn kinderen nog steeds naar een privéschool kunnen gaan, ik wil leuke vakanties hebben, ik wil de leuke plekjes waar ik nu naartoe kan ook straks blijven bezoeken.’ Hij realiseerde zich dat daar een flink inkomen voor nodig is. En dat er binnen Nederland geen baan is waarvoor even een-twee-drie zijn voetbalsalaris op tafel wordt gelegd. Toen is hij zich gaan verdiepen in de mogelijkheden die er wel zijn. Hij is in het vastgoed gegaan met als doel: ik wil na mijn voetbalcarrière maandelijks exact hetzelfde salaris zien binnenkomen als nu. Ik bewonder Ryan omdat hij de kennis die hij opdoet ook wil overbrengen op de jonge jongens. Hij zegt keihard: ‘Koop niet van je eerste contract een Bentley, maar doe er wat nuttigs mee’. Ik leer ontzettend veel van hem.”

De meeste voetballers hebben een uitgavepatroon dat varieert van 5000 tot 30.000 euro per maand

Gaat het vaak fout in Nederland?

“Het is niet onderbouwd met cijfers, maar mijn gevoel zegt van wel. Als je kijkt hoeveel talenten er in Nederland rondlopen. Kijk alleen al binnen het Nederlands elftal, al die debutanten. Ik ken spelers die bij topclubs in Nederland, Spanje, Engeland en Italië speelden en die nu echt financiële uitdagingen hebben.”

 

Wat kunnen jullie concreet betekenen voor deze spelers?

“Wij gaan als Sport Legacy met simpele presentaties naar spelers. Op Jip en Janneke-niveau. ‘Pietje, jij gaat nu je eerste contract tekenen. In welke auto wil jij rijden?’ Dan kiezen ze vaak een auto van een ton. Vragen we: ‘Ga je die auto van je tekengeld halen, van je spaargeld of van je salaris?’ En dan willen we ze laten inzien dat als ze nu een appartement zouden kopen ter waarde van twee ton en daar een huurder in plaatsen, die huurder ook voor hun auto betaalt. Het verschil is dat de ton van die woning steeds meer waard wordt, en die ton van de auto steeds minder. Dat is het stukje bewustwording dat we willen creëren. En op het moment dat we dat doen, zie je zo’n speler denken: dat klopt, het kan ook heel anders. Ik kan die luxe bemachtigen zonder aan mijn eigen geld te zitten.

 

We zijn ook heel confronterend. ‘Als jouw salaris vandaag stopt, wat zijn dan je uitgaven? Hoeveel inkomen genereer je op dit moment naast je carrière?’ En dan berekenen we hoe lang het duurt voordat zo’n speler failliet is. Ik ken een speler van Feyenoord die zich geen zorgen hoeft te maken. Als zijn salaris vandaag zou stoppen, kan hij nog 86 jaar door zonder inkomen. Maar ik heb ook spelers die na drie jaar gewoon klaar zijn en dan kijken we: ‘Wat is naast voetbal nog meer je passie?’ Dan hoor je de gekste dingen. Een skischool, een personal gym openen. Samen met die spelers bekijken we dan hoe we dat kunnen opzetten.”

 

Waar zijn jullie het meest trots op tot nu toe?

“Dat wij in relatief korte tijd de aandacht hebben weten te trekken in de voetbalwereld. Ik wil nog niet zeggen dat we onze naam hebben gevestigd, maar onze aanwezigheid wordt steeds meer omarmd.”

Volgende publicatie:
'Verplichtstellen pensioen werkt als rode lap op zzp'er'

'Verplichtstellen pensioen werkt als rode lap op zzp'er'

Gepubliceerd op: 18 november 2020

Onderzoeker Mark Boumans pleit voor 'je doet mee, tenzij'-oplossing

 

Veel zzp’ers bouwen nauwelijks pensioen op. Van de 1,5 miljoen zelfstandigen in ons land spaart 40 procent (veel) te weinig om straks een comfortabele oude dag te hebben. En dat is zorgelijk, volgens jurist Mark Boumans, die onlangs op dit onderwerp promoveerde aan de Vrije Universiteit Amsterdam. “Pensioenfondsen móéten hierin iets betekenen, door maatwerkproducten te maken voor zelfstandigen.”

 

Ons pensioenstelsel mag dan bekendstaan als het beste ter wereld, zzp’ers hebben er weinig aan. Ze vallen er grotendeels buiten, concludeert Mark Boumans in zijn proefschrift over pensioen voor zelfstandigen. Boumans is werkzaam bij pensioenconsultant Montae & Partners en als jurist verbonden aan het Expertisecentrum Pensioenrecht van de rechtenfaculteit van de VU. Hij deed zeven jaar onderzoek naar de pensioensituatie van zzp’ers in Nederland en ontdekte dat die niet bepaald rooskleurig is.

 

Groot probleem

Waar werknemers veelal via hun werkgever (verplicht) pensioen opbouwen, zijn zzp’ers hier zelf verantwoordelijk voor. In de praktijk blijkt echter dat lang niet alle zzp’ers die verantwoordelijkheid nemen. En dat kan een groot probleem worden, zegt Boumans. “Als je zelf niet spaart, heb je straks alleen de AOW. Dat is niet zo erg als je inkomen altijd rond het minimum is geweest. Maar een grote groep werkenden die een hoger inkomen gewend is, zal daar niet van kunnen rondkomen.” En als een enorme groep mensen straks te weinig pensioen blijkt te hebben gespaard, is de kans groot dat de rekening bij de maatschappij terechtkomt.

 

Reden genoeg om er nu iets aan te doen. Maar zoals zzp’ers hun pensioenopbouw voor zich uit blijven schuiven, doet de politiek dat met het zelfstandigenvraagstuk. Het probleem speelt volgens Boumans al sinds de totstandkoming van onze sociale voorzieningen. “Ook toen al werd er gesproken over de ‘kleine zelfstandigen’ en wat we daar toch mee moesten.”

De groep zelfstandigen is met name de laatste twee decennia enorm gegroeid. Nederland is hier volgens Boumans zelfs Europees koploper in en hij verwacht dat die toename vanwege corona alleen maar groter zal worden.“

In het nieuwe pensioenakkoord is daar vast rekening mee gehouden, zou je denken. Maar dat is volgens Boumans niet het geval. “Er wordt een nieuw stelsel aangekondigd, maar wat eraan komt is een andere vormgeving van het aanvullend pensioen, zoals dat voor werknemers is geregeld. Dat is waar het over gaat. Als je naar alle Kamerstukken over pensioen kijkt van de laatste tien jaar, gaat het bijna altijd over werknemers. Pas op de laatste pagina zie je een paragraafje over de zzp’ers.”

 

Wat er misgaat

Dit is waar het in het huidige stelsel misgaat: iedereen in Nederland – ook de zzp’er – heeft recht op AOW, de eerste pijler in het pensioenstelsel. Maar tot de tweede pijler, het collectieve en aanvullende pensioen van bijvoorbeeld de bedrijfstakpensioenfondsen, hebben ze nauwelijks toegang. Er zijn maar twee bedrijfstakpensioenfondsen waar zelfstandigen zich verplicht bij moeten aansluiten, een in de bouw en een voor schilders. Dat gaat volgens Boumans om 2 à 4 procent van de zelfstandigen. De rest van de zelfstandigen en zzp’ers is aangewezen op de derde pijler: privé voor aanvulling zorgen door bijvoorbeeld te banksparen of een lijfrenteverzekering af te sluiten. Maar dat doet slechts 11 procent.

 

De overgrote meerderheid van de zelfstandigen spaart buiten het pensioenstelsel voor zijn pensioen, door zelf te sparen en te beleggen, concludeert Boumans. Áls ze al sparen dus. Hij noemt dat wonderlijk. “We hebben het beste stelsel ter wereld, maar 15 procent van de werkzame bevolking in ons land neemt daar niet aan deel. Dat vind ik toch bijzonder.”

 

Verplicht stellen

“Een goede stap voorwaarts zou zijn om het mogelijk te maken dat zelfstandigen toegang kunnen krijgen tot de tweede pijler.” Maar zolang dat vrijwillig is, verwacht Boumans niet dat zzp’ers ervoor in de rij zullen staan. “De laatste jaren zijn er verschillende maatwerkproducten in de derde pijler voor zelfstandigen in het leven geroepen, zoals het zzp-pensioen. Dat is niet gaan vliegen; de zelfstandigen komen niet.”

 

Dat brengt ons op wat Boumans het ‘taboe-onderwerp’ noemt: verplichtstelling. Het woord verplichting werkt bij zelfstandigen als een rode lap op een stier. Toch is hij er voorstander van. “Als je werknemers de keuze geeft om wel of geen pensioen op te bouwen, zou ik er niet raar van opkijken als velen zeggen: laat maar lekker zitten. Dat is nou net wat bij zelfstandigen speelt. Er is een scala aan vrijwillige mogelijkheden om pensioen op te bouwen, zowel in de derde pijler als daarbuiten, maar je ziet dat een grote groep het niet doet.”

Uitstelgedrag is een van de redenen, meent Boumans. “Pensioen is ingewikkeld en niet leuk om mee bezig te zijn. Vaak gaan mensen er pas echt over nadenken als ze in de vijftig zijn. Maar als je dan je pensioenkapitaal nog bij elkaar moet sparen, ben je mogelijk te laat.”

We hebben het beste stelsel ter wereld, maar 15 procent van de werkzame bevolking in ons land neemt daar niet aan deel

Tussenoplossing

Er is ook nog zoiets als een tussenoplossing, waarvan Boumans gecharmeerd is. Ofwel een opting-in-variant, waarbij je er zelf voor kunt kiezen om je aan te sluiten, of een opting-out-variant, waarbij je automatisch pensioen gaat sparen, tenzij je bezwaar aantekent. “Uit de gedragseconomie blijkt dat mensen veelal kiezen voor de standaardoptie. Dat zie je ook bij de donorwet. Als je graag wilt dat een veel grotere groep zelfstandigen tijdig voor pensioen gaat sparen, zonder het verplicht te stellen, is dit volgens mij de beste manier. Je zou een generieke nationaalbrede pensioenregeling voor zelfstandigen kunnen maken, die een pensioenuitvoerder uitvoert. Het probleem is dat deze variant in het Nederlandse systeem nog niet bestaat.”

 

Andere landen

Boumans onderzocht ook hoe het in andere landen is geregeld. In België en Denemarken bleek het probleem veel minder of helemaal niet te spelen, maar in het Verenigd Koninkrijk wordt het zelfstandigenvraagstuk volgens hem aangeduid als een tikkende tijdbom. “Daar is de groei ook booming en heb je vergelijkbare vraagstukken. Het interessante is: daar heb je voor werknemers een systeem van opting-out, waarbij de werkgever een pensioen moet aanbieden en de werknemer dat kan weigeren. Je doet mee, tenzij... Daar speelt nu de discussie of ze dat ook niet voor zelfstandigen moeten invoeren. Als dat gebeurt, is het voor Nederland zeer interessant om te kijken hoe dat uitpakt.”

 

Het wordt tijd dat de politiek serieus aan de slag gaat met pensioen voor zelfstandigen, vindt Boumans. En ook pensioenfondsen móéten hierin iets betekenen, door maatwerkproducten te maken voor zelfstandigen. “Want ze zijn nu vrijwel uitsluitend actief voor werknemers.”

Volgende publicatie:
De stad, de groei en het virus

De stad, de groei en het virus

Gepubliceerd op: 12 november 2020

Als je in een stad woont of werkt, dan ben je er extra aan blootgesteld. Het kan bij de koffieautomaat op kantoor gebeuren, bij de Starbucks of bij de halte van de tram. Bij elk contact kunnen ze overspringen van mens op mens. Bovendien hebben ze de neiging razendsnel te muteren. En eenmaal los houdt niets ze meer tegen. Mondkapjes helpen niet. Vaccineren is zinloos. Maar dat is gelukkig ook niet nodig. Ik heb het hier niet over virusdeeltjes. Wel over dingen die zich nogal viraal gedragen: ideeën.

 

We hebben onze rijkdom voor een belangrijk deel te danken aan de ‘besmettelijkheid’ van goede ideeën en hun neiging om te ‘muteren’: combinaties te vormen met andere goede ideeën. Zo heeft Elon Musk het wiel zelf niet hoeven uitvinden, en Steve Jobs hoefde niet eerst het internet te bedenken voor hij de iPhone lanceerde.

 

Voor het ontspruiten en verspreiden van nieuwe ideeën is een voedingsbodem nodig. En laat steden daar nu bij uitstek geschikt voor zijn. De aanwezigheid van universiteiten, culturele voorzieningen, maar ook horeca waar mensen elkaar kunnen ontmoeten – al dan niet toevallig – spelen een belangrijke rol. Zoals ze in Sillicon Valley zeggen: “Kennis reist met koffiesnelheid." Steden bepalen mede de economische groei: hoe groter de stad, hoe hoger de productiviteit.

 

Die omstandigheden, die gunstig zijn voor de uitwisseling van ideeën, zijn dat helaas ook voor de overdracht van het coronavirus. De kroegen zijn daarom weer dicht en veel mensen werken thuis.

 

Werken de steden na corona nog steeds als economische groeimotor? Door het virus hebben we flink wat ingesleten gedragspatronen doorbroken. Aan de dertig dagen die je nodig schijnt te hebben voor gedragsverandering komen de meeste thuiswerkers makkelijk. Na het grote thuiswerkexperiment zal niet iedereen weer vijf dagen naar kantoor willen. Je hebt je collega’s gemist, maar elkaar een paar dagen per week zien is waarschijnlijk meer dan genoeg.

Werken de steden na corona nog steeds als economische groeimotor?

Thuiswerken kan zo structureel de vraag naar kantoorruimte drukken, evenals de vraag naar woningen in steden. Reistijd neemt in belang af, ruimte wordt juist belangrijker. Een uittocht uit de stad kan zichzelf versterken. Koffietentjes en kroegen hadden het al moeilijk door tijdens de lockdowns opgelopen schulden. Afnemende bestedingen van inwoners en forenzen maken het niet makkelijker. Als het aanbod van voorzieningen verschraalt, tast dit de aantrekkelijkheid van de stad verder aan.

 

Of het echt een blijvende trend is, is natuurlijk de vraag. Maar tekenend is dat je tegenwoordig televisieprogramma’s hebt over hoeveel huis en ruimte je wint als je de stad verlaat. En de architect Rem Koolhaas, toch gezichtsbepalend voor menige stad, zei eerder dit jaar in het programma Buitenhof: “Als je in de stad woont, ben je een loser”.

 

Wat betekent het voor de beleggingsportefeuille van pensioenfondsen? Allereerst kan binnen de vastgoedportefeuille de relatieve aantrekkelijkheid van verschillende soorten vastgoed veranderen, denk aan distributiecentra ten faveure van kantoren. Tegelijkertijd is dat een trend waarop eigenlijk al werd ingespeeld. Corona versnelt alleen die trend.

 

Als steden een minder prominent platform worden voor ideeënuitwisseling, dan valt een belangrijke groeimotor weg. Dat vertaalt zich uiteindelijk in lagere rendementen, of een duurder pensioen.

 

Maar het is natuurlijk de vraag of er dan niet iets anders voor in de plaats komt. Misschien vinden we half thuiswerkend wel nieuwe manieren van kruisbestuiving, eventueel met hulp van nieuwe technologie. Ideeën daarover zijn nu meer dan welkom. Dus wie een goed idee heeft, liefst een beetje besmettelijk en gevoelig voor mutaties: zegt het voort!

 

Charles Kalshoven is senior strategist bij APG

Volgende publicatie:
Waarom het Nederlandse pensioensysteem het beste ter wereld is

Waarom het Nederlandse pensioensysteem het beste ter wereld is

Gepubliceerd op: 9 november 2020

Het Nederlandse pensioensysteem komt ook dit jaar weer als beste uit de bus in de Mercer-index. Waarom is dat zo, en hoe is het pensioen in andere landen geregeld? We vroegen het twee deskundigen.

 

We mogen er graag over klagen, maar daar is relatief weinig reden toe: het Nederlandse pensioenstelsel is het beste ter wereld. Op de Mercer Global Pension Index, die jaarlijks alle pensioensystemen wereldwijd met elkaar vergelijkt op verschillende cruciale punten, staan ‘we’ net als vorig jaar bovenaan. “Geen enkel ander land scoort zo goed op al die punten als wij,” zegt Rob Bauer, hoogleraar Institutionele Beleggers aan de Universiteit Maastricht. Voor de index wordt gekeken naar hoe toereikend, hoe houdbaar en hoe integer een pensioenstelsel is. Hebben deelnemers genoeg aan wat ze krijgen? Is het op lange termijn te betalen? En hoe eerlijk en transparant is het systeem?

 

In Nederland zit het alle drie wel snor, weet ook Onno Steenbeek, die bij APG verantwoordelijk is voor strategisch portefeuille-advies en als hoogleraar risicobeheer van pensioenfondsen aan de Erasmus Universiteit werkt. “De hele wereld is erg jaloers op Nederland,” zegt hij. “Wat ons uniek maakt binnen Europa is dat we veel hebben gespaard met het stickertje pensioen erop. ”

 

Amerika

Daar kunnen ze in een land als de Verenigde Staten alleen maar van dromen. Met een 16de plek op de internationale ranglijst met veertig landen scoort de VS niet zo goed. Het paternalistische model van Nederland, waarbij we allemaal verplicht voor ons pensioen sparen zodra we ergens in dienst treden, is in de VS ondenkbaar, zegt Bauer. Annuïteit, je pensioen periodiek laten uitbetalen, is daar in veel gevallen een keuze in plaats van een verplichting, zoals in Nederland. Áls je al pensioen krijgt. “Er is daar een enorme trend geweest van collectieve naar individuele systemen, of zelfs helemaal geen pensioen. De publieke pensioenfondsen die er nog zijn, zijn van staten en steden. Er zijn al steden failliet gegaan.”

 

Eén van de oorzaken daarvan is de zwakke wetgeving, zegt Bauer. “Er zijn wel richtlijnen, maar de fondsen hebben veel meer vrijheid om te doen wat ze willen. Dat is een groot probleem. Ze kunnen ontzettend veel risico nemen, waardoor ze hoge rendementen kunnen halen, maar ook veel kunnen verliezen.”

 

Bovendien hanteren de fondsen in de VS een optimistischer berekening van de dekkingsgraad, maar zelfs met die rekenmethode is die nog veel slechter dan in Nederland. Bauer: “Het grootste pensioenfonds van Amerika heeft een dekkingsgraad van rond de 70 procent. Maar als ze het zouden berekenen volgens de Nederlandse wetgeving, zou het nog maar 30 procent zijn.”

 

Amerikanen vinden volgens Bauer dat we in Nederland te streng zijn. “Je zou kunnen zeggen dat wij doen alsof de wereld vergaat, terwijl zij doen alsof er niets aan de hand is.”

 

VK en Denemarken

Het Verenigd Koninkrijk doet het op plek 14 al niet veel beter dan de VS. Ook daar hebben ze een beweging gemaakt van collectief naar individueel, zegt Bauer. Een jaar of vijf geleden kregen gepensioneerden daar de vrijheid om hun pensioen na hun 55ste in één keer op te nemen in plaats van het de rest van hun leven maandelijks te laten uitkeren. Bauer gruwelt van dit ‘Lamborghini-pensioen’. “Wij hebben dat veel beter geregeld met onze verplichte annuïteit. Economisch gezien is dat het slimste.”

 

Qua systeem komt het Engelse stelsel volgens Steenbeek nog het meest in de buurt van het Nederlandse. Je spaart er geld via je werkgever en je werkgever betaalt mee. “Alleen valt een groot deel van de bevolking daar niet onder.” Waar in Nederland 90 procent van de werkenden is aangesloten bij een pensioenfonds, is dat in Engeland, maar ook landen als de VS en Canada, maar zo’n 40 procent. Ook zetten de Engelsen maar 8 procent van hun inkomen opzij (de werkgever betaalt de helft), terwijl dat in Nederland zo’n 20 procent is.

 

Denemarken scoort internationaal gezien wel hoog, met een tweede plek. Dat hebben ze volgens Steenbeek vooral te danken aan het feit dat ze net als wij een AOW hebben, een goed georganiseerd en gefinancierd collectief basispensioen dat elke inwoner krijgt. Daarnaast hebben ze in de meeste gevallen een aanvullend pensioen, gekoppeld aan inkomen en vermogen.“

De problemen die we in Nederland zien, hebben andere landen ook. Vergrijzing is bijna overal een probleem, net als de lage rente

Hervormingen

Veel landen kunnen wel een grondige hervorming van het pensioenstelsel gebruiken, maar het is politieke zelfmoord om daarover te beginnen, stelt Steenbeek. “In Frankrijk speelt dat bijvoorbeeld. Ze doen het daar op dit moment heel goed wat betreft toereikendheid. Het pensioen is royaal, maar het is niet houdbaar. Dit stelsel is vrijwel volledig gebaseerd op omslag, en met de toenemende vergrijzing betalen steeds minder werkenden voor steeds meer gepensioneerden. Maar zodra je aan het stelsel gaat morrelen en voorstelt dat mensen later met pensioen moeten omdat het niet meer te betalen is, gaan ze de straat op en ligt het hele land plat. Zo’n hervorming doorvoeren lukt eigenlijk alleen in tijden van crisis.”

 

Over óns nieuwe pensioenakkoord is Bauer ‘voorzichtig positief’. Hij verwacht niet dat het onze nummer 1-positie in gevaar zal brengen, al moet hij nog zien hoe het er in de praktijk uit gaat zien. “Met het nieuwe akkoord is de generatiediscussie nog niet weg. En gaan we ons nu ineens wel houden aan alle regels die we hebben bedacht om indien nodig te gaan korten op de pensioenen? Als iedereen – ook de politiek – zich houdt aan de afspraken, dan is het een vooruitgang.”

 

Ook Steenbeek voorziet niet dat we met het nieuwe stelsel punten moeten gaan inleveren. “De problemen die we in Nederland zien, hebben andere landen ook. Vergrijzing is bijna overal een probleem, net als de lage rente. Het pensioen dat de huidige gepensioneerden krijgen, is waarschijnlijk minder makkelijk haalbaar voor toekomstige generaties. Het is niet meer zo vanzelfsprekend als het was, maar op houdbaarheid zullen we goed blijven scoren. De toereikendheid kan wat terugvallen, maar we zitten royaal hoor, vergeleken met veel andere landen. En op duidelijkheid zullen we beter scoren, want het nieuwe systeem is veel transparanter.”

 

Dat we nu zo goed scoren betekent niet dat we op onze lauweren kunnen gaan rusten, benadrukt Steenbeek. “Eigenlijk is het systeem zoals we dat hebben verzonnen niet bestand tegen de wereld waar we nu in zitten, met lage rentes, lagere verwachte rendementen, steeds meer mensen die überhaupt geen pensioen opbouwen en een bedrijfsleven dat niet bereid of in staat is om heel hoge premies te betalen. De royale beloftes die we hebben gedaan kunnen we niet nakomen. We hebben ontzettend veel geld bij elkaar gespaard, maar er moet iets gebeuren om op de eerste plaats te blijven staan.”

Hoe doen andere Europese landen het?

We noemden al Denemarken, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Maar hoe is pensioen in andere Europese landen geregeld? De site consultancy.nl brengt dit duidelijk in kaart. We pikken er drie uit.

 

  • Duitsland - #11 op de Global Pension Index

Ook voorbij onze oostgrens kennen ze drie pijlers. Al vormt de eerste pijler – verplicht voor alle werkenden – zo’n 80 procent van alle pensioenen in het land. Duitsland werkt sinds 2002 met een puntensysteem. Ieder gewerkt jaar levert punten op, die uiteindelijk worden omgezet in pensioen. Hoe meer punten, hoe hoger de uitkering. Wettelijke pensioenleeftijd? 67 jaar.

  • België - #16 op de Global Pension Index

Onze onderburen kennen net als wij drie pensioenpijlers: een ‘rustpensioen’ voor iedereen die werkt, een ‘extralegaal’ pensioen dat je collectief bij je werkgever opbouwt en een particulier spaarplan. Dat rustpensioen bedroeg bij publicatie van het artikel op consultancy.nl (2017) gemiddeld zo’n 60 procent van het gemiddeld verdiende loon en is gebaseerd op ‘omslag’: premiebetalers financieren dus direct de pensioenuitkering van gepensioneerden. De wettelijke pensioenleeftijd is nu 65, maar stijgt naar 67 in 2030.

  • Spanje - #22 op de Global Pension Index

Belangrijkste pensioenregeling in Spanje is een verplicht overheidspensioen. Opvallend is dat lage en middeninkomens een vrij hoog percentage van hun verdiende loon als pensioen krijgen uitgekeerd: maar liefst 90 procent in 2017. Ook hier geldt het omslagbeginsel: werkenden financieren met hun premie het pensioen van de ouderen. Wettelijke pensioenleeftijd in Spanje is 65, maar stijgt naar 67 in 2031.

Volgende publicatie:
Dit vinden 55-plussers van het nieuwe pensioenstelsel

“Zo’n woord als solidariteitsbuffer is niet echt duidelijk”

Gepubliceerd op: 6 november 2020

Wat vinden werknemers ervan dat hun pensioenuitkering binnen het nieuwe pensioenstelsel meer kan schommelen, afhankelijk van beleggingsrendementen? En met welke vragen zitten zij nog meer? Om hierachter te komen, interviewde APG een select gezelschap 55-plussers.  

 

Het Nederlandse pensioenstelsel gaat op de schop. In het nieuwe stelsel kan de pensioenuitkering ieder jaar opnieuw veranderen, afhankelijk van het rendement van de beleggingen van pensioenfondsen. Welke vragen hebben werknemers en gepensioneerden hierover? APG wil dit graag weten om deelnemers straks zo goed mogelijk te kunnen informeren over het nieuwe pensioenstelsel. Om hier meer duidelijkheid over te krijgen, ging APG dit najaar uitgebreid in gesprek met vijftien werknemers in loondienst (tussen de 55 en 65 jaar, met wisselende kennis van zowel het huidige als toekomstige pensioenstelsel).

Volgens Joyce Augustus, onderzoeker bij APG, blijkt dat een aantal gesprekspartners het dat de pensioenuitkering ieder jaar kan veranderen. Dat roept bij hen een gevoel van onzekerheid en afhankelijkheid van het pensioenfonds op.”

 

Meer inzicht in persoonlijke pensioenvermogen

In het nieuwe pensioencontract kun je straks duidelijker zien wat het rendement is van de pensioenbeleggingen en wat de kosten zijn. Er komt kortom meer transparantie. Augustus: “Dat ervaart men als positief. Tegelijkertijd leidt deze transparantie ook tot vragen, bijvoorbeeld over die behaalde rendementen en gemaakte kosten.”

Verder kwam uit de gesprekken naar voren dat de meeste mensen inzien dat hun pensioenuitkering bij het nieuwe pensioenstelsel jaarlijks meer kan schommelen dan nu, meer kan afhangen van de beleggingsrendementen en de economie. Pensioenfondsen kunnen hier overigens wel nadere keuzes in maken. De beleggingsresultaten kunnen dus worden meegenomen in de vormgeving van de pensioenregeling, zodat deze beter aansluit bij de voorkeuren van de deelnemers.

“Sommige gesprekspartners redeneren dat ze nu afhankelijker worden van de beleggingskwaliteiten van het pensioenfonds en dat het fonds hierover verantwoording moet afleggen.”

Volgens Augustus wil een deel van de mensen die APG sprak, vooral uitleg krijgen als ze zien dat hun pensioenfonds in een bepaald jaar een negatief beleggingsrendement heeft behaald, waardoor hun uitkering omlaag gaat. “De resultaten van het pensioenfonds worden eerder vergeleken met de resultaten van andere financiële instanties, zoals een spaarrekening bij een bank of een eigen beleggingsrekening.”

 

 

 

Jargon goed uitleggen

Uit het onderzoek blijkt ook dat pensioenjargon voor veel verwarring kan zorgen. Neem een woord als ‘solidariteitsbuffer’. Veel mensen denken dat dit betekent dat er een ‘potje’ is zodat iedereen straks pensioen kan ontvangen. Een soort solidariteit van hoge naar lage inkomens. Die opvatting klopt niet, zegt Augustus. “Zo’n solidariteitsbuffer betekent dat we in economisch goede jaren wat beleggingsrendement opsparen en reserveren, zodat we dat in slechte jaren kunnen inzetten om de pensioenuitkeringen op peil te houden. Het is daarom van belang om in onze communicatie aan te sluiten bij de beleving van de deelnemer. Ook al is solidariteitsbuffer technisch gezien de correcte term, de deelnemers vatten hem anders op. Dus kunnen we beter een ander woord gebruiken. Een ander voorbeeld waar volgens de respondenten uitleg nodig is: in het nieuwe stelsel worden de rendementen leeftijdsafhankelijk ‘toebedeeld’. Dit betekent dat jongeren meer rendement krijgen toebedeeld, positief of negatief, dan ouderen. Dat is bedacht om voor ouderen het risico te verminderen, zodat hun pensioenuitkering niet te veel gaat schommelen. Augustus: “De 55-plussers die dit zónder uitleg kregen voorgelegd, vonden het lastig om te bedenken waarom dat zo zou zijn. Ze vonden dat niet eerlijk. Maar als ze het argument hoorden, hadden ze meer begrip.”

 

Goed informeren

Pensioenfondsen en -uitvoerders als APG moeten dus altijd zorgen voor begrijpelijke communicatie, benadrukt Augustus. “Daarom testen we vooraf of onze brieven, nieuwsbrieven en andere communicatie naar de deelnemers en gepensioneerden begrijpelijk zijn. En waar nodig schaven we het graag net zo lang bij totdat het wel begrijpelijk is. Dat zien we ook als onderdeel van onze zorgplicht.”       

Wat doet APG verder met de uitkomsten van dit onderzoek? Augustus: “We weten nu beter welke vragen het nieuwe contract oproept als we hierover communiceren. En we zijn ons nog meer bewust van het feit dat bepaalde termen of concepten vragen oproepen of anders kunnen worden geïnterpreteerd dan ze daadwerkelijk zijn. We kijken hoe en hoe vaak we onze deelnemers gaan informeren over het nieuwe pensioenstelsel. Niet te vaak, want op gedetailleerde uitleg zitten de meeste deelnemers niet te wachten. Maar zeker ook niet te weinig, zodat er geen misverstanden ontstaan.”

En hadden de geïnterviewden nog een advies voor APG? “Zeker, ze willen dat we hen vooral duidelijk en persoonlijk informeren. En dat we goed zorgen voor hun geld.”

Dit vinden 55-plussers van het nieuwe pensioenstelsel

 

  • Het is begrijpelijk dat het huidige stelsel onhoudbaar is, nu mensen langer leven.
  • Het nieuwe pensioenstelsel is veel transparanter.
  • Maar ook onzekerder, omdat hun pensioenuitkering jaarlijks kan schommelen, afhankelijk van beleggingsrendementen en de economie. Aan de andere kant: de pensioenen fluctueren nu ook.
  • Het voelt alsof de afhankelijkheid (van de investeringsprestaties) van hun pensioenfonds groter wordt.
  • Deelnemers willen daarom graag meer inzicht in de beleggingen. Pensioenfondsen moeten ook verantwoording afleggen als het vermogen daalt.  
  • De solidariteitsbuffer en dat jongeren een hoger rendement krijgen, behoeft uitleg.
  • Het nieuwe pensioenstelsel vereist goede – dus regelmatig en heldere - communicatie vanuit de pensioenfondsen.

Volgende publicatie:
Prijswinnende app geeft deelnemers direct inzicht in pensioen

Samenwerkingsproject pensioenwereld biedt inzicht in (toekomstige) financiën

 

In de week dat ‘ie officieel live gaat, valt hij ook nog eens in de prijzen: de Pensioenchecker app. De tool is het product van een samenwerking tussen meerdere pensioenfondsen, onder leiding van de Pensioenfederatie. Het Experimenten Team van ABP/APG ontwikkelde het prototype.

 

De Pensioenchecker geeft eenvoudig inzicht in hoeveel pensioen je straks krijgt. En vandaag, tijdens de laatste dag van de Pensioen3Daagse, won hij de PensioenWegwijzer-award.

 

Hoeveel pensioen krijg ik straks? Hoe lang moet ik nog blijven werken? Kan ik eerder met pensioen? De Pensioenchecker, die nu is te downloaden, geeft direct antwoord op deze en andere vragen. Het voordeel van deze app is dat hij een totaaloverzicht van het pensioen biedt. Dus inclusief AOW en bij andere fondsen opgebouwde ‘pensioenpotjes’.

 

De applicatie is ontstaan uit een initiatief van de Pensioenfederatie en Nederlandse pensioenuitvoerders en grote pensioenfondsen zoals ABP en APG. De PensioenWegwijzer-award wordt uitgereikt voor initiatieven die het mensen gemakkelijk maken inzicht te krijgen in hun pensioen en, waar nodig actie, te ondernemen.

De appis gratis te downloaden in de Google play store of de App store. Inloggen gaat als volgt:

 

  • Log in met de DigiD;
  • Check het netto maandbedrag aan AOW en pensioen;
  • Bekijk wat eerder stoppen met werken financieel betekent;
  • Ontdek wat extra sparen oplevert.

Volgende publicatie:
“Pensioensector slaat handen in één om waardeoverdrachten te vereenvoudigen”

Pensioensector slaat handen in één om waardeoverdrachten te vereenvoudigen

Gepubliceerd op: 5 november 2020

Vier grote pensioenuitvoerders, APG, Blue Sky Group, Nationale-Nederlanden en PGGM, lanceren vandaag Mijnwaardeoverdracht.nl. De nieuwe website is ontstaan uit een unieke samenwerking tussen platformontwikkelaar Hyfen en de uitvoerders. Met het gezamenlijke initiatief worden waardeoverdrachten geoptimaliseerd aan de hand van innovatieve decentrale technologie. Nu al kan zo’n vijftig procent van de deelnemers gebruik maken van het platform. De komende tijd sluiten meer pensioenuitvoerders aan waarmee het bereik verder wordt vergroot.

 

Een waardeoverdracht is het overdragen van een opgebouwd pensioenpotje van een vorige baan, naar het pensioenpotje van een nieuwe baan. Het regelen van een waardeoverdracht is tot op heden ingewikkeld en tijdrovend. Met Mijnwaardeoverdracht.nl komt daar verandering in. De site verbindt de administraties van partijen in de pensioensector aan elkaar met decentrale technologie. Zo is in één keer alle informatie beschikbaar om de verschillende opties te vergelijken en het pensioen over te dragen.

 

Het platform is een van de eerste op blockchain gebaseerde applicaties die voor het grote publiek beschikbaar is. De deelnemende partijen hebben gezamenlijk het platform ontworpen. Doordat alle partijen real-time de benodigde informatie uitwisselen, brengen ze de doorlooptijd van een waardeoverdracht terug van negen maanden tot ongeveer dertig minuten. In een overzichtelijk stappenplan vergelijkt de pensioenspaarder de huidige en oude pensioenregeling en kan zo een weloverwogen keuze maken. De decentrale opzet borgt ook de privacy van gebruikers van het platform. Dit is door onafhankelijke auditors vastgesteld.

 

Hidde Terpoorten, directeur van Hyfen: “We zijn trots dat we met deze samenwerking laten zien dat je een proces kan versnellen en versimpelen voor de pensioenspaarder, terwijl je aan de achterkant efficiëntie realiseert. Het succes van deze samenwerking smaakt naar meer: samen kunnen we meer doen voor de pensioenspaarder.” Er wordt onderzocht waar dit gedachtegoed verder kan worden ingezet. Zo is bijvoorbeeld een van de volgende ontwikkelingen het bewijs van in leven zijn (attestatie de vita) dat voor gepensioneerden in het buitenland jaarlijks een dure en soms gevaarlijke reis naar een ambassade vereist. Door een digitale app wordt het dan mogelijk om dit bewijs één keer aan te leveren. Vervolgens kan dit gedeeld worden met de benodigde partijen, in plaats van dat de deelnemer bij iedere partij afzonderlijk het nu nog lange proces doorloopt.

 

Francine van Dierendonck, lid Raad van Bestuur APG: “Mijnwaardeoverdracht.nl is een mooi voorbeeld van innovatieve dienstverlening. Deelnemers van de al aangesloten pensioenfondsen kunnen snel en eenvoudig en via smartphone of tablet hun waardeoverdracht regelen. Ik ben trots dat Hyfen, als spin-off van APG, erin is geslaagd om binnen de pensioensector deze unieke samenwerking tot stand te brengen”.

 

Luuk van Tol, Manager Pensioenservice Blue Sky Group: “Mooi dat we mee hebben mogen doen aan een award-winning project. Het is een win/win situatie voor zowel ons als de deelnemer.”

 

Laure van Waardenburg: IT Manager Nationale-Nederlanden: "Dit initiatief heeft ervoor gezorgd dat we op unieke wijze met andere pensioenuitvoerders een innovatie hebben weten neer te zetten waarbij we de deelnemers kunnen ondersteunen om zo makkelijk mogelijk de juiste keuzes te maken voor een financieel zekere toekomst. We zijn trots om hier als eerste verzekeraar aan bij te dragen."

 

Alexandra Philippi, Chief Operations Officer van PGGM: “PGGM wil het de deelnemers van onze klanten zo gemakkelijk mogelijk maken om hun pensioen te regelen. Ook  bij de overgang naar een ander pensioenfonds. Mijnwaardeoverdracht.nl is daarvoor een heel handig en innovatief platform dat we graag hebben helpen ontwikkelen. Pensioenfonds Zorg & Welzijn is de eerste van onze klanten op het platform en we hopen dat andere fondsen volgen, zodat nog meer mensen ervan kunnen profiteren”.

Volgende publicatie:
Wat de Amerikaanse verkiezingen betekenen voor ons pensioen

Trump of Biden?

Gepubliceerd op: 2 november 2020

Wat de Amerikaanse verkiezingen (kunnen) betekenen voor ons pensioen

 

Als een steen in een vijver hebben gebeurtenissen aan de andere kant van de wereld invloed op onze economie. Dat geldt vooral voor ontwikkelingen in de VS, nog altijd het machtigste land op aarde. Bepaalt de volgende president ook de dekkingsgraad van de Nederlandse pensioenen?

 

De wereldeconomie is een samenhangend geheel waarin veranderingen in het ene land grote invloed kunnen hebben op een ander land. De mondiale beurzen reageren vaak op gebeurtenissen in de VS en uitspraken van Amerikaanse politici. ‘Het is vanuit een heleboel economische perspectieven een superbelangrijk land’, zei Rabobank-hoofdeconoom Menno Middeldorp onlangs op BNR Nieuwsradio. ‘Amerika is één van de grootste economieën ter wereld. Daarnaast hebben wij onze beleggingen en onze pensioenfondsen meer in Amerika zitten dan in welk ander land dan ook.’ 

 

Ogen en oren

Als er iets verandert in de VS - bijvoorbeeld door verkiezingen - dan kun je dat als belegger merken, bevestigt Thijs Knaap, Senior Investment Strategist APG Asset Management. ‘Zelfs als je geen dollar in de VS geïnvesteerd hebt. Al koop je een puur Nederlands bedrijf, zoals Philips of Aegon, dan heb je nog te maken met het feit dat deze bedrijven over de hele wereld actief zijn, waaronder - voor een substantieel deel - in de VS.’

Als wereldwijde belegger is APG uiteraard wel actief in de VS. Rajiv Mallick, Head of Risk Management, US, vertelt dat APG-US $108.3 miljard managet (september 2020) voor APG en zijn Nederlandse klanten. Vanuit New York zegt hij: ‘Onze pensioenfondsen en hun deelnemers hebben voordeel van een uitgebreide lokale investeringsexpertise.’ Hij omschrijft het kantoor als de ‘ogen en oren’ van APG in de VS.

 

Schokken en trends

De Nederlandse financiële belangen in de VS zijn dus omvangrijk. Een link leggen tussen de verkiezingsuitslag en de gevolgen voor onze economie - en daarmee onze pensioenen – is echter niet zo makkelijk, aldus Knaap. ‘Tussen de verkiezingen en de Nederlandse gepensioneerden zit er nogal wat ruis op de lijn. Hoewel het soms lijkt of politici de economie aan een touwtje hebben, is hun invloed daarop eigenlijk maar beperkt. Veel hangt af van economische schokken en trends.’

Toch hebben presidentiële verkiezingen wel degelijk invloed. Knaap herinnert zich dat de (onverwachte) overwinning van Donald Trump in 2016 tot een stijging in de Amerikaanse rente leidde. Beleggers verwachtten dat de regering meer zou gaan lenen en dat dat tot inflatie zou leiden. Het eerste gebeurde, het tweede niet. Vanwege die verwachting stond de Amerikaanse 10-jaarsrente eind 2016 meer dan een half procentpunt hoger dan vlak voor de verkiezingen. ‘Omdat rentes wereldwijd op elkaar reageren, steeg hierdoor ook de dekkingsgraad van Nederlandse pensioenfondsen. Veel fondsen konden zo een korting voorkomen.’


Gezonde groei

Gezien de belangen, volgen beleggers de Amerikaanse verkiezingen op de voet. Ook Mallick. ‘We letten scherp op de potentiële beleidswijzigingen in meerdere sectoren, waaronder zorg, energie, finance, onderwijs en belasting.’ Want de ene president is tenslotte de andere niet. Een voorbeeld: toen Trump de vorige verkiezingen won, heropende hij de kolenmijnen die voorganger Barack Obama juist had gesloten om milieuredenen. De zware industrie profiteerde. Joe Biden zou dat als Democraat zomaar weer kunnen terugdraaien.

Waar Knaap met name op let is de invloed van Amerika op de wereldwijde groei, en op de internationale verhoudingen. ‘Trump heeft de regulering van bedrijven teruggebracht en de belastingen verlaagd. Dat is, in ieder geval op de korte termijn, goed voor groei en voor de winsten die uiteindelijk met beleggers worden gedeeld. Op de langere termijn kun je je afvragen of vooral de regels rondom het milieu niet ook nodig zijn voor een gezonde groei.’

 

America first

Als Trump mag blijven, is de kans groot dat hij vanuit zijn ‘America first’-beleid de protectionistische maatregelen verder doorvoert. Dit kan gevolgen hebben voor de omzet en aandelen van Nederlandse ondernemingen, want die krijgen dan moeilijker toegang tot de grote Amerikaanse markt. Ook de wereldhandel zal er last van hebben. De beurzen reageren vrijwel altijd negatief op zulke belemmeringen.

Knaap ziet dat Amerika onder Trump de afgelopen jaren een veel kleinere rol heeft gespeeld in veel internationale verbanden, terwijl de spanningen met China zijn opgelopen. Dat maakt instituties als de WTO (Wereldhandelsorganisatie) vleugellam. ‘Voor de komende verkiezingen lijkt het een keuze tussen een voortzetting van dit beleid en een – gedeeltelijke - terugkeer naar de oude situatie.’

 

Blauwe golf

Meer rekening wordt echter gehouden met een ‘blue wave’: winst voor Biden én een meerderheid voor de Democraten, de ‘blauwen’, in het Congres. Investment Manager Simon Wiersma voorspelt op de ING-site dat de Democratische steun- en stimuleringspakketten kunnen leiden ‘tot een brede beurstrend van beleggers die willen anticiperen op economisch herstel’.

Wie er ook wint, de financiële markten worden hoe dan ook beïnvloed door de verkiezingen. Onderzoek van de U.S. Bank over de afgelopen 90 jaar laat zien dat de beurs gemiddeld met 6,5 procent stijgt in het jaar nadat een president wordt herkozen, terwijl de groei bij een nieuwe president maar 5 procent is. Maar de bank concludeert ook dat aandelen het op de langere termijn veel beter doen onder een Democratische president dan onder een Republikeinse.

 

2 Scenario’s

Tot slot vragen we strateeg Thijs Knaap om 2 scenario’s uit te tekenen: wat zijn de financiële vooruitzichten onder 4 jaar Democraten en onder 4 jaar Republikeinen?

 

Biden

‘Het lijkt erop dat de Democraten weer meer de internationale samenwerking zoeken. De ongelijkheid, die onder Trump verder is opgelopen – al is die trend al veel langer aan de gang - kan mogelijk worden gekeerd door Bidens plannen voor onder meer een hoger minimumloon. Beleggers lijken te denken dat hij daarmee de bestedingen in de VS wat kan aanzwengelen, en dus ook de groei. Omdat het rendement op beleggingen uiteindelijk altijd uit economische groei moet komen, zou dat goed kunnen zijn voor onze deelnemers.’

 

Trump

‘De Republikeinen lijken van plan een ander model op te bouwen dan dat waarmee we de eeuw ingingen. Dat model is meer bilateraal (Amerika handelt met landen, niet als onderdeel van coalities) en transactioneel (‘voor wat hoort wat’), dus niet op basis van regels. Een consequentie van dat model, in ieder geval onder Trump, is onvoorspelbaarheid van het beleid. Daar zijn beleggers over het algemeen niet erg van gecharmeerd, omdat het investeringen ontmoedigt.’

Volgende publicatie:
Pieter Hilhorst: 'We moeten de verborgen kracht van vitale ouderen beter benutten'

Pieter Hilhorst: 'We moeten de verborgen kracht van vitale ouderen beter benutten'

Gepubliceerd op: 28 oktober 2020

PLAN P

 

Doorwerken tot je 67e en daarna genieten van je oude dag. Of kan het ook ánders? Een zoektocht naar Plan P: vernieuwende ideeën en alternatieve scenario’s voor de inrichting van leven, werk en pensioen. Omdenken voor en door jong en oud.
Pieter Hilhorst pleit voor de inzet van jonge ouderen in de samenleving. ‘Benut de verborgen kracht van de vitalo’

 

We kenden sinds Van Kooten & De Bie al de ‘oudere jongere’: het typetje Koos Koets als overjarige hippie. Inmiddels zien we ook de opkomst van de ‘jonge oudere’. Signalement: ruwweg tussen de 65 en 80 jaar, vaak nog vitaal en zelfstandig wonend, maatschappelijk actief als vrijwilliger (gemiddeld 7,4 uur per week), mantelzorger (12,5 uur per week), oppas voor de kleinkinderen, of zelfs met een betaalde baan (255.000 mensen). Vitalo’s is de naam die lezers van dagblad Trouw via een wedstrijd bedachten voor deze groep.

 

Extra levensfase cadeau

De vitalo’s bevinden zich in de ‘derde levensfase’: ná hun jeugd en werkzame leven en vóór het aanbreken van de vierde levensfase vanaf tachtigplus, waarin de gezondheid steeds brozer wordt en de vraag naar zorg en ondersteuning toeneemt. Het worden er ook steeds méér: van 2,4 miljoen in 2018 naar 3,2 miljoen in 2040. Die derde levensfase is een ‘cadeautje’ van onze gestegen levensverwachting: voor mannen van 65 jaar gemiddeld nog 19 jaar (en 12 jaar in goede gezondheid), voor vrouwen zelfs 21,5 jaar (en 12,6 gezonde jaren). ‘Het geschenk van de eeuw’, aldus de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (RVS) in het begin dit jaar verschenen gelijknamige advies. Pieter Hilhorst - onder meer oud-wethouder Amsterdam - sprak als raadslid en projectgroepvoorzitter met talloze vitalo’s. ‘Stuk voor stuk inspirerende gesprekken.’ 

 

Kwetsbare oudere versus genietende pensionado

Die extra vitale jaren zijn niet alleen een geschenk voor de jonge ouderen zelf, maar ook voor de samenleving, stelt het RVS-advies. We worstelen door de vergrijzing met krapte op de arbeidsmarkt, stagnatie op de woningmarkt en een toenemende druk op zorgkosten en -capaciteit. Vrijwillig langer doorwerken, gemeenschappelijke woonvormen en gedeelde zorg en financiering in de derde levensfase kunnen daarvoor een oplossing zijn. De vitalo’s zelf willen vaak maar al te graag actief blijven, aldus Hilhorst. Het huidige beeld van ouderen is volgens hem te zwart-wit en clichématig: aan de ene kant de kwetsbare en afhankelijke oudere medemens, aan de andere kant de hedonistische (vroeg)pensionado.

 

Zelf kiezen en ertoe doen

In werkelijkheid is de groep (jonge) ouderen meer divers van aard, aldus Hilhorst. Een deel wil alleen rust en genieten, een ander deel wil nog graag een maatschappelijke bijdrage leveren. ‘Mensen in de derde levensfase hechten aan autonomie, verbinding en ertoe doen: eigen keuzes maken, contact met anderen en van betekenis blijven. We zouden wel gek zijn als we als samenleving geen gebruikmaken van die potentie. We moeten die verborgen kracht dus beter benutten, alleen zijn onze systemen daar niet op ingericht.’ De overheid, pensioenfondsen, woningcorporaties, zorginstellingen en bedrijven: ze moeten meer flexibiliteit mogelijk maken en obstakels wegnemen. Wat moet er allemaal veranderen?

 

1. Anders (door)werken

De huidige loopbaan: een (meestal) fulltime baan, gevolgd door een abrupt fulltime pensioen. Dat moet anders, stelt Hilhorst: ‘De opgelegde keuze tussen wel of niet werken moet zich verbreden tot de mogelijkheid om meer of minder te blijven werken, ook na het pensioen.’ Bijvoorbeeld in een overbruggingsbaan, waarbij oudere medewerkers hetzelfde werk kunnen blijven doen: tegen een lager loon, maar mét flexibele werktijden. Hilhorst: ‘Werkgevers moeten flexibeler contracten aanbieden, zodat ouderen een periode werken kunnen afwisselen met bijvoorbeeld reizen.’ Een ander idee is het senior internship: ouderen tijdelijk inzetten bij bedrijven of vrijwilligersorganisaties voor het overdragen van hun ervaring of bij capaciteitsproblemen. Zo deden tijdens de coronacrisis ziekenhuizen en verpleeghuizen een beroep op gepensioneerde zorgmedewerkers.

 

2. Anders pensioen regelen

Om de vitalo-arbeidsmarkt mogelijk te maken, moeten ook pensioenfondsen (en de fiscus) zich flexibeler opstellen, aldus Hilhorst. Hij haalt het voorbeeld aan van een leraar van 79 die eerder volledig met pensioen was gegaan, maar zich vervolgens bedacht: ‘Het kon echter niet meer worden teruggedraaid. Toen hij toch weer ging werken, kostte hem dat veel pensioenvermogen. We moeten mensen niet straffen, maar juist stimuleren om langer door te werken.’ Dat vraagt volgens Hilhorst om flexibeler pensioenregelingen, die ouderen naar behoefte kunnen aan- en uitzetten als ze na hun 67e doorwerken of juist tijdelijk even stoppen: soms verdien je meer en hoef je minder pensioen en soms andersom.

3. Anders wonen

Zo’n 90 procent van de vitalo’s heeft een eengezinswoning van drie kamers of meer, een miljoen is alleenstaand. Eenzaamheid ligt op de loer en in je eentje is het lastiger om zelfstandig te blijven wonen. Dat vraagt om nieuwe woonvormen, waarin ouderen met elkaar kunnen samenwonen in een ‘knarrenhof’, of juist met andere generaties. ‘Co-wonen kan leiden tot nieuwe contacten én mensen kunnen voor elkaar zorgen’, zegt Hilhorst. Dat kan eenzaamheid verminderen en zorgkosten besparen. Bovendien komen er zo sneller huizen vrij voor starters en gezinnen. Woningcorporaties moeten dus meer mogelijkheden voor leeftijdsbestendig co-wonen creëren, aldus Hilhorst. Ook voor pensioenfondsen ziet hij een rol: ‘De financiering van dit soort gemeenschappelijke complexen verloopt vaak moeizaam. Pensioenfondsen zouden bijvoorbeeld hypotheken kunnen verstrekken aan deelnemers die willen co-wonen.’

 

4. Anders zorgen

Ook burgerinitiatieven, zoals zorgcoöperaties, kunnen ervoor zorgen dat ouderen langer zelfstandig kunnen blijven wonen, maar dan in eigen huis of dorp. De vitalo’s fungeren vaak als vrijwilliger en kunnen later zélf van de ondersteuning gebruikmaken. Ook de groeiende en vergrijzende groep zzp’ers zorgt (financieel) steeds vaker voor elkaar, bijvoorbeeld met broodfondsen: bij ziekte krijgen de leden geld uitgekeerd uit het gezamenlijke gespaarde bedrag. Zzp’ers hebben vaak geen pensioen en moeten dan langer doorwerken. Ook als ze inmiddels AOW krijgen, mogen ze lid blijven van het broodfonds dat Hilhorst tien jaar geleden hielp oprichten. ‘Al leverde dat eerst wel discussie op onder de jongere leden. Maar als mensen doorwerken, moeten ze ook hun arbeidsongeschiktheid kunnen blijven verzekeren. Dus hebben we onze regels aangepast. Een mooie illustratie van de maatschappelijke verandering die we momenteel zien en de nieuwe manier van denken die we in Nederland nodig hebben.’

 

‘Er móet niets’

Ervaren de jonge ouderen alle adviezen voor langer doorwerken en voor elkaar zorgen niet als betutteling en extra druk? Ze zíjn al de eerste generatie die pas op hun 67e met pensioen kan en nu wordt er ook daarna nog een beroep op hen gedaan. ‘Het is absoluut niet bedoeld om mensen verplicht langer te laten doorwerken of een maatschappelijke rol te nemen’, reageert Hilhorst. ‘We willen het alleen gemakkelijker maken voor de mensen die dat wél graag willen. Er móet niets, er mág hopelijk straks meer.’

Volgende publicatie:
PODCAST: ‘Alles beter dan 20 jaar reisjes langs de Rijn’

PODCAST: “Alles beter dan 20 jaar reisjes langs de Rijn”

Gepubliceerd op: 27 oktober 2020

Eerste Podcast APG: Francine van Dierendonck in gesprek met Jeroen Smit

 

“Veel mensen gaan na hun schoolcarrière aan het werk en realiseren zich rond hun vijftigste: ik had eigenlijk iets heel anders met mijn leven willen doen. Ik had eigenlijk bakker willen worden of accountant, of kunstenaar of op een bus willen zitten. En stel dat je dan zegt: dat pensioen dat je tot nu hebt opgebouwd? Dat kun je nu voor een deel inzetten. De komende twee jaar ga je je laten omscholen. En in de tijd daarna, als je doet wat je echt wilt, bouw je opnieuw je pensioen op. Voor de nog resterende vijf of acht jaar. Dat is toch beter dan na je pensioen nog twintig jaar lang reisjes maken langs de Rijn.”

Of luister de podcast op Soundcloud.com. Je kunt de podcast ook beluisteren via Spotify.

 

 

Aan het woord: Jeroen Smit. In gesprek met: Francine van Dierendonck. In de eerste van een serie podcasts over het Nederland van Straks. Waarin leden van de raad van bestuur van APG gasten – economen, journalisten, schrijvers, ondernemers, politici - uitnodigen die een bijzondere en vernieuwende kijk hebben op de toekomst van Nederland. Geen interview, maar een gezamenlijke zoektocht naar nieuwe inzichten, waarbij de gast uitgenodigd wordt zijn visie te delen. Ongehinderd, vrijuit op zoek naar het nog niet platgetreden pad. Of, zoals Jeroen Smit zelf aangeeft: “Ik hoor al die pensioenbestuurders al denken: Ach Smit. Dat kan helemaal niet.’”

Over leiderschap gaat de eerste podcast onder meer. Vertrouwd terrein voor Smit, die recent een boek schreef over Unilevers duurzame ambities onder ceo Paul Polman. “Volgens mij heb je als bestuurder de morele opdracht en het lef nodig om een plan te maken voor de komende twintig, dertig jaar. En misschien zelfs wel verder, als het om pensioenfondsen en pensioenuitvoerder gaat. Dat is hartstikke pittig. Want dan stel je je kwetsbaar op. Dat vind ik ook het mooie aan Polman. De meeste mensen in die positie vinden kwetsbaarheid eng, want je moet in control zijn. Je moet doen wat je belooft en als je dat niet doet, word je afgestraft. Alles is gericht op controle op risicomijdend gedrag, op kwartaalresultaten.’

 

Over de duurzame ambities van de pensioensector gaat het.

 

“Ik ga nu een beetje provoceren, maar het systeem waarin je zit - de pensioensector - wordt geregeerd door zestigplussers die heel erg bezig zijn met rendementsdenken. Die de dekkingsgraden constant in de gaten houden en voortdurend bezig zijn met algoritmes. Die fund managers worden misschien nog net niet van kwartaal na kwartaal afgerekend, maar wel na een jaar, anderhalf jaar. En die vertellen wel een heel duurzaam verhaal. Maar wat doen ze als het puntje bij paaltje komt? Om dan de duurzame oplossing te kiezen: daar is moed voor nodig.”

Over feminien leiderschap gaat het ook. En hoe mannen aan de top daarover denken.

 

“Mannen die de dienst uitmaken zijn als de dood voor die vrouw die naar de top wil.  Want hun carrièreperspectief wordt gehalveerd. Moet je voorstellen als opeens al die vrouwen ook een plek in de top kunnen krijgen, dan heb je dus twee keer zo veel concurrentie. En wat die mannen dan doen: ze gaan diversiteitsbeleid maken binnen de organisatie. En dan leggen ze aan al die vrouwen uit dat ze geen carrière kunnen maken in deeltijd. Je moet al die borrels langs en dan moet je vertellen hoe geweldig je bent. In feite zeggen ze tegen die vrouwen dat ze zich moeten gedragen als een man. Sommigen doen dat vervolgens ook, en dat worden een soort mannen met een rokje aan. Maar dat is geen diversiteit. Dat ben je gewoon one of the guys.”

 

Bij dit alles heeft Van Dierendonck de rol van gesprekspartner, die Smits ideeënwaterval  in voice overs relativeert, concreet maakt en ook terugbrengt tot de essentiële vragen die een fonds en uitvoerder dagelijks moeten stellen: wij praten in de pensioenwereld over deelnemers. Maar gaat het eigenlijk niet gewoon om mensen? Wat beweegt ze? Waar worden ze blij van? Waar zijn ze bang voor? Die vragen moeten altijd het uitgangspunt zijn. En als de huidige crisis een ding heeft duidelijk gemaakt, is het hoe kwetsbaar we zijn. En hoe hard we elkaar nodig hebben.”

 

Beluister de podcast op Soundcloud.com

Of via Spotify

Volgende publicatie:
ABP voor derde jaar op rij duurzaamste pensioenfonds van Nederland

ABP voor derde jaar op rij duurzaamste pensioenfonds van Nederland

Gepubliceerd op: 27 oktober 2020

APG’s grootste fondsklant ABP voert net als in 2019 en 2018 de ranglijst van duurzame Nederlandse pensioenfondsen aan. Dat maakte de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO) vandaag bekend bij de presentatie van de VBDO Benchmark Duurzaam Beleggen.

 

ABP scoorde 4,3 van de 5 punten. Ook de andere vermogensbeheerklanten van APG behaalden mooie resultaten. BpfBOUW consolideerde zijn tweede plaats met een score van 4.0. SPW ging van een vijfde naar een zesde plaats (3,2 punten).

Jaarlijks onderzoekt de VBDO de prestaties van het verantwoord beleggingsbeleid van Nederlandse pensioenfondsen. De benchmark beoordeelt de 50 grootste pensioenfondsen van Nederland, samen goed voor 92 procent van het beheerd vermogen met een totale waarde van meer dan €1.435 miljard euro.

 

Blijven uitdagen

VBDO gaf aan dit jaar de lat wederom hoger te hebben gelegd. Zo was er dit jaar aandacht voor de manier waarop pensioenfondsen met overheden in gesprek gaan over duurzaamheid en hoe ze rapporteren over de positieve en negatieve impact van beleggingen.

 

Geïnteresseerd? Download het volledige verslag van VBDO hier.

Volgende publicatie:
Werkgevers, zet de pensioenregeling vooraan in de etalage

Werkgevers, zet de pensioenregeling vooraan in de etalage

Gepubliceerd op: 20 oktober 2020

Gevraagd: data-analist (M/V). Aangeboden: een goed salaris met dertiende maand, zicht op een vast contract, reiskostenvergoeding en/of een (elektrische) fiets van de zaak en flexibele werktijden.

Wat mist er in dit rijtje arbeidsvoorwaarden? Tipje van de sluier: het is erg belangrijk en het begint met een P.

 

Column Francine van Dierendonck, lid raad van bestuur APG

 

Begin dit jaar deden we een onderzoekje: we bekeken 300.000 vacatureteksten. Slechts in 5 procent daarvan werd de pensioenregeling genoemd, terwijl pensioen na het salaris de meeste waarde vertegenwoordigt in het aangeboden pakket: een arbeidsvoorwaarde die kan oplopen tot wel dertig procent van de loonkosten. Dat is dus eigenlijk best gek. Vooral omdat pensioen wel degelijk een belangrijke factor blijkt te spelen wanneer mensen een nieuwe baan zoeken: maar liefst 92 procent van de Nederlandse werknemers en werkzoekenden verwacht dat hun werkgever de opbouw van pensioen regelt. Een groot deel kiest niet voor een werkgever zonder pensioenopbouw (of - uitzicht op - een vast contract).

 

Dat is een van de verrassende uitkomsten van het Nationaal Arbeidsvoorwaardenonderzoek, dat APG dit voorjaar hield onder 7000 werkenden en werkzoekenden, samen met Intermediair. Dit work-lifeplatform voor hoogopgeleiden is onderdeel van DPG Recruitment. Zij brachten kennis in over de arbeidsmarkt, wij als uitvoeringsorganisatie over pensioen: inkomen voor later. Pensioen en arbeid zijn immers onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Als je niet werkt, bouw je geen pensioen op.

 

De pensioenvoorziening blijkt dus een belangrijk selectiecriterium voor Nederlandse werknemers. Tachtig procent van de werkgevers biedt ook een pensioenregeling aan en besteedt daar veel geld aan. Je zou dan ook verwachten dat ze dat van de daken zouden schreeuwen, maar het wordt niet of nauwelijks benoemd of slechts als een after thought: o ja, we bieden ook nog een goed pensioen. Het is dan ook niet zo vreemd dat de helft van de werknemers de inhoud van hun pensioenregeling niet zegt te kennen. Zo weet bijna 60 procent niet welk deel van de pensioenpremie door de werkgever wordt betaald, terwijl dat meestal (veel) meer is dan zijzelf bijdragen. Overigens blijken mensen ook vaak niet of onvoldoende te weten welke andere arbeidsvoorwaarden werkgevers aanbieden. Een vergoeding voor het lidmaatschap van de sportclub? Eén op de drie werknemers is er niet mee bekend. Een fietsenplan of een persoonlijk opleidingsbudget van honderden euro’s? Eén op de vijf heeft geen idee.

 

Bijna 60 procent van de werknemers weet niet welk deel van de pensioenpremie door de werkgever wordt betaald, terwijl dat meestal (veel) meer is dan zijzelf bijdragen

Dat gebrek aan zicht op secundaire arbeidsvoorwaarden is echt zónde. Allereerst voor de werknemers zelf, die op deze manier niet alles uit hun (toekomstige) baan halen. Vraag als kandidaat naar het pensioenaanbod en de andere arbeidsvoorwaarden in sollicitaties. Heb het er als medewerker over met je collega’s. Kijk ernaar op intranet.

 

Ook voor werkgevers is dit een gemiste kans. Laat als werkgever weten dat je een pensioenregeling hebt en wat die inhoudt. Daarmee kun je je positief onderscheiden op de arbeidsmarkt en het draagt bij aan tevredener medewerkers. Reken mensen niet alleen voor wat ze (gaan) verdienen, maar ook welk inkomen voor later voor ze wordt opgebouwd. Doe dat vooral in netto bedragen, zodat mensen zich een betere voorstelling van hun financiële toekomst kunnen maken. Stel, je wilt na je 67e blijven wonen op de plek waar je nu woont, dan maakt je maandbedrag nogal wat uit om dat te kunnen realiseren. Bijna de helft van de werknemers weet ook niet of ze straks een vaste of variabele pensioenuitkering zullen ontvangen. Terwijl we voor een nieuw pensioencontract staan, waarin het individuele en variabele pensioen een grotere rol gaat spelen.

 

Ik wil dan ook graag een oproep doen aan Nederlandse werkgevers: communiceer vaker en beter over pensioen en andere arbeidsvoorwaarden, in brede zin. Bedenk daarbij: dé werknemer bestaat niet. Vrouwen, jongeren en minder hoogopgeleiden hebben vaak minder kennis over pensioen, zo blijkt uit het onderzoek. Dat vraagt om een maatwerkaanpak. Vergeet ook een goede werk-privébalans en werkgeluk niet. Mensen willen het fijn hebben op hun werk en daarnaast meer tijd voor zichzelf en hun gezin. Ze zijn bereid daar flinke financiële concessies voor te doen: een andere eyeopener uit het onderzoek.

 

Het gaat dus om het leven en inkomen van vandaag én morgen. Werkgevers kunnen werknemers helpen daarin de juiste afwegingen te maken en tegelijkertijd zelf een betere positie op de arbeidsmarkt opbouwen. Maar dan moet de werkgeversbijdrage - zowel letterlijk als figuurlijk - wel zichtbaarder worden. Vroeger zag je in winkels soms een bordje met de tekst: Wat u in de etalage niet ziet, vraag dat binnen. Het punt is dat mensen vaak niet weten wat ze niet weten. Ze lópen niet naar binnen om naar iets te vragen waarvan ze het bestaan niet kennen. Zet de pensioenregeling dus in de etalage en dan het liefst een beetje vóóraan. Gevraagd data-analist (M/V), aangeboden: een goed salaris met dertiende maand, zicht op een vast contract en een uitstekende pensioenregeling…

 

Benieuwd naar het hele onderzoek? Lees het hier!

Volgende publicatie:
“Geen pensioenregeling is een no-go op de arbeidsmarkt”

“Geen pensioenregeling is een no-go op de arbeidsmarkt”

Gepubliceerd op: 20 oktober 2020

Pensioen is een belangrijke factor bij de keuze voor een nieuwe baan. Alleen weten mensen vaak niet hoe de aangeboden pensioenregeling er precies uitziet, zo blijkt uit het Nationaal Arbeidsvoorwaardenonderzoek. Joyce Augustus-Vonken was vanuit APG betrokken bij het onderzoek: “Werkgevers moeten hun werknemers meer pensioenbewust maken.”

 

We werken minimaal één dag per week voor ons pensioen, maar gek genoeg zijn we ons daarvan nauwelijks bewust. Toch vinden we een goed inkomen voor later belangrijk: we kiezen niet snel voor een werkgever die géén pensioenregeling aanbiedt, zo komt naar voren uit het Nationaal Arbeidsvoorwaardenonderzoek. APG deed het onderzoek samen met Intermediair, work-lifeplatform voor hoogopgeleiden, onder zo’n 7000 mensen; werkenden en werkzoekenden. Joyce Augustus-Vonken, researcher bij APG, was er de afgelopen maanden druk mee, samen met collega Eduard Ponds. Een flinke klus, die veel inzichten opleverde over hoe belangrijk Nederlandse werknemers pensioen vinden in het totale arbeidsvoorwaardenpakket en wat ze ervan weten.

 

Waarom heeft APG dit onderzoek samen met Intermediair gedaan?

“We willen als APG graag weten hoe mensen denken over hun inkomen voor nu, straks en later: wat vinden ze belangrijk, welke keuzes maken ze? Dan kunnen we daar beter op inspelen. In dit onderzoek hebben we specifiek gekeken naar werkend en werkzoekend Nederland. Pensioen is een belangrijke arbeidsvoorwaarde. Werkgevers betalen immers gemiddeld twee derde van de premie voor hun werknemers, bij sommige pensioenfondsen zelfs bijna in zijn geheel, maar in een enkel geval ook minder dan de helft. We waren benieuwd of mensen hier ook echt naar kijken bij het zoeken naar een nieuwe baan, of in hun huidige werk. Zijn ze zich bewust van de waarde van deze arbeidsvoorwaarde en van de verschillen tussen pensioenfondsen?”

 

En?

“Het salaris blijft de belangrijkste arbeidsvoorwaarde, dat is ook logisch. Maar ook pensioen blijkt een belangrijke factor bij de keuze voor een nieuwe baan. Maar liefst 92 procent van de werknemers en werkzoekenden verwacht dat hun werkgever de pensioenopbouw regelt. Andersom is het ontbreken van een pensioenregeling voor een groot deel een reden om niet voor zo’n werkgever te kiezen. Hetzelfde geldt trouwens als er geen uitzicht is op een vast contract. Het niet aanbieden van deze arbeidsvoorwaarden is dus echt een no-go voor werkgevers.”

Moeten werkgevers die juist wel een goede pensioenregeling bieden die beter onder de aandacht brengen op de arbeidsmarkt?

“Werkgevers kunnen hun pensioenregeling meer voor het voetlicht brengen in vacatureteksten en tijdens het sollicitatieproces, maar ook bij hun bestaande medewerkers. Andersom kunnen werknemers het pensioen zelf ook actiever ter sprake brengen in sollicitatie- en arbeidsvoorwaardengesprekken. En dan niet alleen of er een pensioenregeling is, maar ook hoe hóóg het pensioen is en hoeveel premie zij en de werkgever daar eigenlijk voor inleggen. Want dat blijkt ook uit het onderzoek: mensen vinden het belangrijk dát ze pensioen opbouwen, maar de hoogte daarvan wordt minder van belang gevonden. De meesten vinden een pensioen dat straks 50 procent is van hun huidige bruto maandsalaris al best oké. Hogere pensioenen dragen wel bij aan de aantrekkelijkheid van het arbeidsvoorwaardenpakket, maar hoe hoger het pensioen, hoe minder meerwaarde mensen er relatief gezien aan toekennen. Dat gaat vooral op bij een verhoging van het pensioen van 70 naar 90 procent van het bruto maandsalaris: dan vinden mensen aanpassingen in ándere arbeidsvoorwaarden vaak belangrijker. Terwijl dat later toch aardig wat geld scheelt.”

 

Uit het onderzoek blijkt ook een gebrekkige kennis over pensioen. Hangt het daarmee samen?

“Bijna zestig procent van de ondervraagden weet niet welk deel van de premie de werkgever betaalt. Ook opvallend: bijna de helft weet niet of ze later een vaste of een variabele pensioenuitkering zullen ontvangen. Mensen denken wellicht te vaak: ik bouw pensioen op en dus is het goed geregeld. Ze vragen zich te weinig af of ze later wel genoeg inkomen hebben, of dat ze iets extra’s moeten regelen. Overigens blijken vrouwen minder goed te weten hoe hun pensioen ervoor staat dan mannen.”

Bijna de helft weet niet of ze later een vaste of een variabele pensioenuitkering zullen ontvangen

Komt dat doordat vrouwen vaker parttime werken? Of zéggen mannen gewoon dat ze weten hoe het zit, ook als dat niet zo is, terwijl vrouwen minder overtuigd zijn van hun pensioenkennis?

Lachend: “Dat hebben we niet onderzocht. Misschien is dat nog eens een mooi onderwerp voor een vervolgstudie.”

 

Blijkt uit het onderzoek ook verschil tussen ouderen en jongeren?

“Ouderen zijn vaak beter op de hoogte van hun pensioen dan jongeren. Ze reageerden ook verschillend op de keuzes die we ze voorlegden, zoals die tussen 15 procent extra salaris of 40 procent extra pensioen. Overall zou ongeveer de helft van de ondervraagden kiezen voor extra salaris en ongeveer de helft voor extra pensioen. Zoom je in op jong en oud, dan zie je een verschil. Zo zou bijna 60 procent van de jongeren kiezen voor die 15 procent meer salaris tegenover slechts 40 procent van de ouderen. Dat is ook logisch: ouderen staan al dichter bij hun pensioen, voor jongeren is het nog ver weg.”

Welke uitkomst van het onderzoek verraste je zelf het meest?

“Het grote belang dat mensen hechten aan flexibel werken en werk-privébalans. 60 Procent zou bereid zijn om daarvoor 15 procent extra salaris en 40 procent pensioen extra in te leveren, mits er wel pensioen wordt opgebouwd. Het bijzondere is dat dit over de gehele linie geldt, al verkiezen vrouwen en hoopopgeleiden net iets vaker een werk-privébalanspakket boven een financieel aantrekkelijker pakket. Mensen zijn dus bereid forse concessies te doen voor tijd voor zichzelf en het gezin. 40 Procent meer of minder pensioen: dat scheelt veel geld. Het is de vraag of mensen dat wel voldoende beseffen.”

 

Is die uitkomst beïnvloed doordat veel mensen thuiswerkten tijdens het onderzoek?

“Dat zou kunnen: in de coronatijd hebben mensen wellicht gemerkt hoe belangrijk een goede werk-privébalans is. Ook hechten mensen nu misschien meer waarde aan een vast contract door de toenemende baanonzekerheid door de crisis.”

 

Wat kunnen werknemers en werkgevers concreet met dit onderzoek?

“We roepen werkgevers op om werknemers pensioenbewust te maken: kijk niet alleen naar het inkomen van nu, maar ook naar dat van later. Een op de vijf mensen zegt niet eens te weten of ze wel of niet tevreden zijn met hun pensioenopbouw. Er moet dus meer kennis over pensioenen komen. Werkgevers zouden misschien ook meer keuzevrijheid kunnen inbouwen tussen salaris, flexibel werken en pensioen. En het pensioen kan dus als voordeel worden ingezet op een concurrerende arbeidsmarkt. Maak duidelijker welke waarde je biedt met het pensioen en de andere arbeidsvoorwaarden, want ook díe zijn niet bij iedereen bekend zijn, zo blijkt. Daarmee laten werkgevers wellicht de kans op meer tevreden werknemers liggen.”

 

Tot slot: jullie keken ook naar werkplezier. Hoe belangrijk is dat?

“60 Procent van de werknemers zegt tevreden te zijn met de huidige baan. De belangrijkste redenen: uitdagende werkzaamheden en fijne collega’s. Een goede sfeer en het salaris staan op een gedeelde derde plek. Werkplezier blijkt dus belangrijker dan de secundaire arbeidsvoorwaarden. Maar dat is logisch. Je bent elke dag met je werk bezig, dan moet je het wel naar je zin hebben. Daar kan geen salaris of pensioen tegenop.”

 

Lees het Nationaal Arbeidsvoorwaardenonderzoek hier.

Volgende publicatie:
Profwielrenners en pensioen: ‘De meesten verdienen echt geen bakken met geld’

Profwielrenners en pensioen: ‘De meesten verdienen echt geen bakken met geld’

Gepubliceerd op: 14 oktober 2020

Van de Tour de France tot het WK. En van de Giro d’Italia nu tot de grote klassiekers in het naseizoen. Door corona is het bijna iedere dag koers. Bobbie Traksel, voormalig profwielrenner, tv-commentator bij Eurosport en voorzitter van wielerbond VVBW, wil de crisistijd echter ook aangrijpen om wielrenners beter te coachen in onder meer hun pensioen en hun rechten. “Want het is een misverstand dat alle renners bakken met geld verdienen.”

 

Bobbie Traksel staat voor zijn renners. Er is een kleine groep goedverdienende toppers van het kaliber Tom Dumoulin en Matthieu van der Poel, maar 60 procent van het peloton verdient minder dan 50.000 euro per jaar. Voor die groep wil Traksel veel meer gaan doen. “Daar willen we echt wat voor gaan ontwikkelen. Er komt een economische crisis aan, de wereld is politiek en maatschappelijk snel aan het veranderen en verder zijn we ook bezig met de financiële toekomst van de jonge coureurs. Wat we het liefst willen, is een opdracht vanuit de KNWU om jonge wielrenners van continentaal niveau – semiprofessioneel dus - op te leiden op het gebied van financiën, rechten en politiek landschap in de wielersport. Daarmee kunnen we ze ook onafhankelijk voorlichten. De meeste renners bespreken dit soort zaken met hun persoonlijke managers. Maar die geeft niet altijd een onafhankelijk advies. Daar willen wij veel meer grip op hebben.”

 

Het ‘na-carrièrefonds’

Na het, soms gedwongen, einde van hun wielercarrière vallen profwielrenners vaak in een gat. “Plotseling zitten ze zonder werk en zonder inkomen. En de meeste renners hebben te weinig verdiend om een buffer op te bouwen. Het is een misverstand dat alle renners bakken met geld verdienen”, legt Traksel uit. “Dat zijn er slechts enkelen. De meeste renners zijn vroegtijdig met hun opleiding gestopt om zich volledig op hun fietscarrière te richten.”

Wielerbond VVBW heeft voor deze renners het ‘na-carrièrefonds’ bedacht. Door drie fondsen te openen helpt de VVBW zwaar geblesseerde, werkloze of gestopte wielrenners met financiële steun en bijvoorbeeld met het vinden van een baan. In de eerste plaats is er het zogeheten CFK-fonds. Dat is een unieke regeling, waarin contractspelers uit het betaalde voetbal en profwielrenners verplicht een deel van hun bruto inkomen inleggen in een persoonlijk deelnemersfonds. Over deze inleg zijn geen belasting en sociale premies verschuldigd. Direct aansluitend op het einde van de profcarrière, ontvangt hij of zij uit een tweede fonds een aantal jaren een overbruggingsuitkering. En als derde is er een solidariteitsfonds, dat is opgericht door de internationale wielerfederatie UCI en wordt beheerd door de internationale vakbond CPA. Daaruit ontvangen wielrenners na hun loopbaan nog eens 10.000 tot 15.000 euro. Daarmee kunnen ze de eerste periode goed overleven en zich rustig oriënteren op werk of studie. Ze kunnen ook wat langer wachten op die leuke baan die ze altijd al wilden. Dat is belangrijk en noodzakelijk.”

Ziedende topcoureurs

Alleen is er inmiddels een opstand uitgebroken tussen 300 topcoureurs en de CPA. De vakbond wordt door topcoureurs gezien als een marionet van de internationale wielerunie UCI. Oud-coureur Stef Clement: “In 2019 is er geen ledenvergadering geweest, terwijl dat verplicht is. Daarnaast is er nog iets opmerkelijks, namelijk dat de pensioenen nog maar voor 25 procent worden uitgekeerd. Wij vinden met onze groep dat de renners een centrale rol hebben in het wielrennen en dus ook op een goede manier vertegenwoordigd moeten worden. We willen dus meer transparantie.”

De internationale pensioenpot wordt gevuld vanuit de grote World Tour-wedstrijden. De renners zijn ziedend. Topcoureurs als Robert Gesink en Chris Froome hebben samen met 300 andere renners met juridische procedures gedreigd.

 

Nauwelijks bezig met financiële toekomst

Een financieel onbezorgde toekomst realiseren is volgens Bobbie Traksel sowieso niet eenvoudig. Zeker niet omdat vooral jonge coureurs nog nauwelijks met hun financiële toekomst bezig zijn. “Wat ze zelf moeten regelen, wordt over het algemeen door de wielrenners niet gedaan. Daarom willen wij ze daar graag aan het begin van hun carrière in opleiden. Wielrenners hebben over het algemeen een korte carrière. Dus jezelf financieel onafhankelijk fietsen, is maar voor een kleine groep te realiseren. Daarom zijn we als VVBW ook zo blij met het CFK-fonds en hopen we dat dit blijft bestaan. Daar is groot draagvlak voor in het wielrennen. Het is fiscaal ook nog eens heel gunstig. Renners merken er ook weinig van, omdat ploegen dit maandelijks inhouden op hun brutosalaris.”

Jezelf financieel onafhankelijk fietsen, is maar voor een kleine groep renners te realiseren

Tussen wal en schip

Toch komen Nederlandse renners die in een buitenlandse ploeg zitten in de problemen als ze niet uitkijken, weet Bobbie. “En ook Nederlandse renners die wel bij een Nederlandse ploeg rijden, maar in het buitenland wonen. Die kunnen geen gebruik maken van de CFK-regeling. En dat zijn er nogal wat.Om trainingstechnische redenen verhuizen Nederlandse coureurs door heel Europa. Van Monaco tot Andorra. Maar de CFK-regeling is een expliciete afspraak met de Nederlandse fiscus.” En dat zorgt ervoor dat veel profwielrenners tussen wal en schip belanden. Bobbie: “Als je bijvoorbeeld in het buitenland koerst en je kiest voor een contract bij een Chinese ploeg, dan doe je niet alleen níet mee in het CFK-fonds, maar bij ontslag krijg je ook geen WW. En dat geldt ook voor renners die bijvoorbeeld in België wonen, zelfstandige contracten hebben en te maken krijgen met verplichte AOW-betalingen.”

 

Schouders eronder

De vraag blijft dus: dreigen veel wielrenners in een financieel zwart gat te vallen na hun carrière? “Dat gevoel heb ik nog niet. Het is wel zo dat sporters in het algemeen en wielrenners zeker vaak jongens zijn die met doelen werken en weten wat zelfstandig werken is. Ze zetten daar graag hun schouders onder. Ik denk dat de wielrenners geschikt zijn voor het bedrijfsleven vanwege hun doelgerichte en prestatiegerichte aanpak. Niet veel renners hebben moeite met het vinden van een baan bij een bedrijf, maar dat zegt weer niet dat ze hun pensioen ook goed geregeld hebben.”

Volgende publicatie:
‘Wij knokken voor de stem van de klant’

‘Wij knokken voor de stem van de klant’

Gepubliceerd op: 9 oktober 2020

Wie zijn de mensen die jou telefonisch te woord staan als je een pensioenvraag hebt? En wie zorgen ervoor dat je jouw pensioenoverzicht ieder jaar krijgt? Wat komt erbij kijken om ervoor te zorgen dat er straks voldoende geld is voor jouw pensioenuitkering? We nemen je mee achter de schermen.

Steffie van Gils (34) is customer experience manager bij APG.

 

Werken in de pensioensector, is dat niet saai?

“Zeker niet! Pensioen is cruciaal in je leven. Het gaat om geld waar je jarenlang voor hebt gewerkt en, als het allemaal goed gaat, nog jarenlang van blijft leven. Pensioen aanvragen doe je maar één keer. Dat is zo’n groot moment, met zoveel impact. Ik vind het heel mooi om er met mijn collega’s voor te zorgen dat het zo goed mogelijk geregeld is en dat mensen weten waar ze aan toe zijn, waardoor ze met een veilig gevoel die stap zetten.”

 

Maar dit was vast niet je meisjesdroom?

“Haha, nee. Toen waren andere beroepen veel tastbaarder. Ik ben opgeleid als journalist en begon als freelancer steeds meer marketing- en communicatiewerk te doen. Nadat ik naar Zuid-Limburg verhuisde kwam ik bij APG in Heerlen terecht. Ik ben er dus echt ingerold. Inmiddels zijn we vijf jaar verder; ik vind het zoveel leuker dan ik had gedacht.”

 

Wat doe je precies, als customer experience manager?

“Ik houd me bezig met alles wat te maken heeft met klantbeleving en klantervaring. Vanuit customer experience, CX, kijken we over alle afdelingen heen met de blik van de deelnemer: hoe ervaart die het? Brieven, website, het antwoord dat je krijgt aan de telefoon, het moet allemaal één logisch verhaal zijn. De afdeling CX bestaat pas kort bij APG. Het belang van de klant stond bij ons altijd al voorop, maar we hadden intern soms een andere interpretatie van wat dat belang dan was. Nu is ons standaard uitgangspunt: we moeten niet zelf bedenken wat de deelnemer wil en belangrijk vindt, maar het aan hem vrágen. Daar is deze afdeling uit voortgekomen. In een wereld waarin klanten eigenlijk geen keuze hebben, heeft toch de hele organisatie een intrinsieke drive om de klant centraal te stellen.”

Ons standaard uitgangspunt is: we moeten niet zelf bedenken wat de klant wil en belangrijk vindt, maar het aan hem vrágen

Hoe checken jullie wat de klant wil?

“Op allerlei manieren vragen we klanten om feedback, om ons te helpen bij het steeds beter maken van onze dienstverlening. Door vragenlijsten bijvoorbeeld, die versturen we veel. Voor sommige fondsen hebben we vaste klankbordgroepen, die zich voor langere periode aan ons verbinden. Als wij iets nieuws bedenken, leggen we het aan de leden voor. We doen ook telefonische interviews, waarin we mensen vragen stellen over een bepaald onderwerp. Hoe ervaart u dat eigenlijk, hoe is dat gegaan, wat kan beter? En het komt voor dat mensen een tekst krijgen toegestuurd. Dan vragen we: is deze tekst duidelijk voor u of roept die vragen op? Soms past de ene vorm beter dan de andere. Daarom gebruiken we niet één methode. Het is soms best spannend om klanten om feedback te vragen, maar ze werken er volop aan mee. Heel gaaf vind ik dat.”

 

Wat merken de klant concreet van jouw werk?

“Ik hoop eigenlijk dat klanten er heel weinig van merken. Als wat ze wilden regelen of vragen soepel ging, als ze geen moeilijkheden tegenkwamen en met een positief gevoel op die ervaring terugkijken, dan hebben we het goed gedaan. Uiteindelijk zijn het alle teams binnen APG die dat voor elkaar boksen. Ik ben slechts een radertje om het aan te slingeren.”

Wat doe je om te ontspannen?

“Normaal gesproken ga ik graag naar musea en uit eten, maar dat staat nu met corona op een laag pitje. Wandelen kan gelukkig nog steeds, en ik ben dol op Netflix. Ik kijk echt alles wat los- en vastzit, omdat ik heel nieuwsgierig ben naar hoe andere mensen naar de wereld kijken. Daar kan ik het soms ook hartgrondig mee oneens zijn, maar je leert overal weer wat van.”

 

Als we je collega’s zouden bellen, wat zouden ze dan over je zeggen?

“Teamgenoten noemden me laatst nog creatief. Ik hoor ook vaak dat ik vrolijk ben en dat anderen daar veel energie van krijgen. Ik probeer iedereen te zien en te volgen. Ik ben ook een optimist, heb veel hoop en goede moed. Elke stap vooruit vind ik gaaf – alles beter dan achteruitgaan of stilstaan. Het elke dag een beetje beter doen, daar haal ik op dagelijkse basis mijn energie uit.”

 

Wat kunnen klanten van jullie verwachten in de toekomst?

“Dat wij constant blijven knokken om hun stem te laten horen in alle beslissingen die gemaakt worden, groot en klein.”

Volgende publicatie:
“Eerder met pensioen maakt ons rijker: in vrije tijd”

“Eerder met pensioen maakt ons rijker: in vrije tijd”

Gepubliceerd op: 8 oktober 2020

Doorwerken tot je 67e en daarna genieten van je oude dag. Of kan het ook ánders? Een zoektocht naar Plan P: vernieuwende ideeën en alternatieve scenario’s voor de inrichting van leven, werk en pensioen. Omdenken voor en door jong en oud.

Demograaf Patrick Deboosere pleit voor het verlagen van de pensioenleeftijd naar 60 jaar. “We worden wel ouder, maar niet gezonder en fitter.”

 

Zelf is Patrick Deboosere 68 jaar, maar van pensionering wil hij niets weten. Hij is nog met hart en ziel demograaf aan de Vrije Universiteit in Brussel. “Daar ligt mijn passie.” Begin dit jaar publiceerde de Belgische hoogleraar zijn jongste boek: Lang leve de vergrijzing. Vaak wordt het groeiende aantal ouderen gepresenteerd als een probleem, leidend tot nijpende personeelstekorten, hogere pensioenlasten en stijgende zorgkosten. Deboosere draait het liever om, hij ziet de vergrijzing juist als een verworvenheid. “Het is toch geweldig dat meer mensen een hoge leeftijd bereiken dan vroeger? Ook de sociale ongelijkheid is minder: door een betere spreiding van de welvaart kan iederéén nu oud worden.”    

 

Wel ouder, niet fitter

De tragiek is wel dat mensen minder kunnen genieten van de gewonnen jaren, omdat ze langer moeten doorwerken. In Nederland stijgt de leeftijd waarop we AOW krijgen naar 66 jaar en vier maanden in 2020 en 2021, in België naar 67 jaar in 2030. Deboosere pleit er juist voor om de pensioenleeftijd te verlágen: naar 60 jaar. We worden wel ouder, maar niet gezonder en fitter, aldus Deboosere. Ouderdom komt nog steeds met gebreken. “Na een leven hard werken moeten mensen met pensioen kunnen gaan als ze daar fysiek en mentaal aan toe zijn.” Maar als samenleving kunnen we die hogere pensioenlasten toch nooit opbrengen? Dat is een mythe, aldus Deboosere, die er in zijn boek en tijdens het gesprek graag nóg een aantal onderuithaalt.  

 

Mythe 1: Onze levensduur stijgt     

Baby’s die nu geboren worden, zouden meer dan honderd jaar oud worden. De demografie laat anders zien, zegt Deboosere. “De levensduur van de mens is biologisch-genetisch bepaald. De Franse Jeanne Calment werd 122 jaar en dat record is in 23 jaar niet verbroken. Er zit dus een limiet aan onze levensduur: de honderd meter zullen we in de toekomst óók niet in vijf seconden kunnen lopen.”

 

De menselijke soort wordt dus niet ouder, maar er komen wel méér oudere mensen. De collectieve levensverwachting is namelijk wel gestegen: jongetjes worden nu gemiddeld 81, meisjes 86. Vooral de afname van de kindersterfte gedurende de twintigste eeuw heeft sterk bijgedragen aan de levensverwachting. De afgelopen decennia wisten we ook bij volwassenen en ouderen vaker vroegtijdige sterfte te voorkomen door betere voeding, zorg, arbeidsomstandigheden en bijvoorbeeld verkeersveiligheid. Deboosere: “Maar het wordt steeds moeilijker om vooruitgang te realiseren, omdat de grootste winst intussen is geboekt.” Veel hoger zal de levensverwachting dus niet worden. We hoeven dan ook niet bang te zijn dat in de toekomst een groot aantal mensen tot ver over de 100 uit de pensioenpot put.

 

Mythe 2: We moeten langer doorwerken om de pensioenlasten te dragen     

Dat hoeft dus niet, aldus Deboosere. Er worden weliswaar meer mensen oud, maar dat kunnen we opvangen met onze exponentiële economische groei. “We worden elk jaar productiever: we produceren méér met mínder arbeid. Door robotica zal die economische groei en daarmee de welvaart alleen maar toenemen: in de jaren zeventig hadden we in België tachtig auto’s per duizend inwoners, nu 535. Over 35 jaar is een verdubbeling mogelijk: duizend auto’s per duizend inwoners. Maar is dat wat we willen? We hebben te maken met een klimaatcrisis én we zijn toe aan een herwaardering van vrije tijd.” We kunnen die economische groei dus beter omzetten in duurzamer produceren en consumeren én voor het financieren van meer vrije tijd, stelt Deboosere. “Vroeger moesten mensen werken tot ze erbij neervielen. Nu landen als Nederland en België rijk en ontwikkeld zijn, zouden we als burgers ook rijker moeten worden in tíjd. Maar wat doen we? We verhogen de pensioenleeftijd. Dat is toch eigenáárdig?”

Als mensen al met hun zestigste kunnen stoppen, kan de economie juist een extra boost krijgen, doordat die zestigers hun pensioengeld laten rollen

Mythe 3: Gepensioneerden brengen hun tijd luierend door en overwinteren allemaal in Spanje

Klopt niet, aldus Deboosere. “Gepensioneerden passen vaak op de kleinkinderen, zorgen voor hun eigen oude ouders van tachtigplus of doen vrijwilligerswerk. Als dat niet meer kan omdat ze langer moeten doorwerken, zadelt dat de samenleving met hogere kosten op.”

En er zijn nog meer verborgen maatschappelijke kosten aan langer doorwerken, waarschuwt hij. “Als mensen dat niet meer kunnen volhouden, belanden ze in de WIA (voorheen WAO) of ze stoppen voortijdig zonder goede pensioenvoorziening, waardoor armoede dreigt en ze in de bijstand terechtkomen.”

 

Mythe 4: De pensioenpot is een bodemloze put

Ook dat is niet waar, stelt Deboosere. Als mensen al met hun zestigste kunnen stoppen, kan de economie juist een extra boost krijgen, doordat die zestigers hun pensioengeld laten rollen. “Daarmee zorgen ze voor het inkomen van de bakker, de kapper of de tandarts. Dat collectieve kapitaal rendeert veel meer dan het vermogen van de 1 procent superrijken, die hun geld  wegsluizen naar belastingparadijzen en dus niet terugpompen in de economie.”

Als je vermogende mensen en bedrijven zwaarder belast, kan de overheid daarmee de lagere pensioenleeftijd helpen financieren, komen pensioengelden dus eerder vrij en ontstaat door de toenemende bestedingen een economisch vliegwiel.     

 

Mythe 5: De pensioenleeftijd is voor iedereen hetzelfde 

Wetenschappers als hijzelf, rechters en kunstenaars kunnen makkelijker langer doorwerken, aldus Deboosere. Maar mensen met zware beroepen als stratenmakers, schoonmakers of fabrieksmedewerkers zijn na veertig jaar of langer werken vaak lichamelijk óp. Die moeten dus met hun zestigste met pensioen kunnen. Voor wie toch langer wil doorwerken, maar het wel iets rustiger aan wil doen, moeten er uitloopbanen komen, stelt Deboosere voor: in deeltijd werken, mét behoud van pensioenopbouw. “Laat niet iedereen van dezelfde top skiën, maar bouw verschillende pistes in.” De belangrijkste verandering moet echter niet plaatsvinden in het pensioenstelsel, maar in ons denken over welvaart versus welzíjn, besluit Deboosere: “We moeten weer uitgaan van de méns.”  

Volgende publicatie:
“We sturen nieuwe deelnemers nu eerst een welkomstkaartje”

“We sturen nieuwe deelnemers nu eerst een welkomstkaartje”

Gepubliceerd op: 2 oktober 2020

De klanttevredenheid stijgt en de feedback van deelnemers en werkgevers wordt voorzichtig positiever: het resultaat van twee jaar lang hard werken aan meer klantgerichtheid. DWS-directielid Rob Schormans geeft een tussenstandje.  

 

Begin dit jaar – nog vóór de coronacrisis dus – is Rob Schormans met zijn team een dagje naar de Efteling geweest. Niet voor de Python of de Vliegende Hollander (of misschien óók wel een beetje), maar om inspiratie op te doen: hoe gaat het sprookjespark om met zijn klanten en wat kan APG daarvan leren? Het werkbezoek past in de draai naar klantgerichtheid, die Deelnemers- en Werkgeversservices (DWS) sinds twee jaar aan het maken is, vooruitlopend op het nieuwe pensioenstelsel. Het uitgangspunt: je inleven in alle pensioengerelateerde momenten in het leven van deelnemers en hen daarbij zo goed en begripvol mogelijk ondersteunen. Dat is geen kwestie van even een knop omzetten. Het doorvoeren van alle veranderingen kost tijd, benadrukt Schormans, binnen de directie van DWS verantwoordelijk voor Marketing Operations. Maar de eerste resultaten van de nieuwe aanpak zijn inmiddels zichtbaar en positief. 

Hoe werd de klant voorheen bediend: waar moesten jullie vandaan komen? 

“Vroeger was APG vooral gericht op het zo goed mogelijk administreren van de pensioenuitkering. We keken te weinig naar de mensen en de organisaties áchter dat pensioen. Wie nieuw was bij het pensioenfonds, arbeidsongeschikt werd of een dierbare had verloren, kreeg een zakelijke brief met ingewikkelde termen als ‘waardeoverdracht’, soms in één week tijd van meerdere afdelingen. Die brieven deden geen recht aan de emotionele kant van belangrijke levensgebeurtenissen. Bovendien hadden mensen vaak moeite om te begrijpen wat erin stond.”

Dat moest dus anders. Hoe hebben jullie dat aangepakt?  

“Het accent moest verschuiven naar de behoeften van deelnemers en werkgevers. Zo zijn we agile gaan werken om hen sneller te kunnen helpen. We zijn ook in multidisciplinaire teams gaan werken: niet alleen pensioenspecialisten, maar bijvoorbeeld ook IT-mensen en marketeers. Met elkaar overzie je sneller waaraan deelnemers en werkgevers behoefte hebben. We hebben veertien belangrijke live events vanuit pensioenoogpunt in kaart gebracht: van heuglijke feiten als een nieuwe baan, huwelijk en geboorte tot en met pijnlijke gebeurtenissen als scheiding en overlijden. We hebben ook gekeken naar bottlenecks in onze dienstverlening, zoals de klachtenprocedure en de uitkering van nabestaandenpensioenen.”

Wat merken klanten concreet van de veranderingen?

“Als deelnemers zich bij een fonds aanmelden, krijgen ze nu eerst een vriendelijk welkomstkaartje. Dat komt meteen een stuk warmer over. Bovendien proberen we onze brieven zo begrijpelijk mogelijk te schrijven en meer digitaal te communiceren. Bijna zestig procent van de deelnemers geeft aan communicatie digitaal te willen ontvangen. We gaan deze brieven of mailings en onze website ook bij deelnemerspanels testen: snappen mensen het? Verder zoeken we vaker contact: dan doseer je de informatie beter en bouw je een relatie op. Zo sturen we mensen tegenwoordig een kaartje voor hun ‘pensioenverjaardag’, op de dag dat ze zich ooit bij hun pensioenfonds aanmeldden.”  

We zoeken vaker contact: dan doseer je de informatie beter en bouw je een relatie op

Jullie werken dus aan verbetering van de communicatie. Geldt dat ook voor de dienstverlening zelf?

“Zeker. Zo konden mensen klachten eerst alleen schriftelijk indienen en moesten ze weken wachten op een – ook weer – schriftelijk antwoord. Nu kunnen klachten digitaal worden ingediend en worden ze binnen 48 uur teruggebeld. Of neem de uitkering van nabestaandenpensioenen: dat kon soms maanden duren. Ik sprak laatst met een werkgever, een schooldirecteur. Die vertelde een schrijnend verhaal: de partner van een overleden docent kon de begrafenis en het schoolgeld van de kinderen niet betalen, omdat de nabestaandenuitkering zo lang op zich liet wachten. Die termijn hebben we inmiddels gelukkig flink kunnen inkorten. We werken ook aan eenvoudiger procedures voor het aanleveren van gegevens en het doen van betalingen.” 

Wat is er veranderd in de dienstverlening aan werkgevers?

“We kijken niet meer alleen maar de omvang, maar vooral naar het verschil in behoeften van organisaties. Kleine werkgevers willen vooral dat de pensioenadministratie soepel verloopt en dat we helpen bij de praktische dienstverlening aan medewerkers. Grote werkgevers zijn meer bezig met vraagstukken als duurzame inzetbaarheid en ziekteverzuim. Die ondersteunen we bijvoorbeeld met een infotheek en webinars en met het opleiden van interne mensen voor specialistische medewerkersvragen, bijvoorbeeld over vroegpensioen. Daarbij werken we nauw samen met de aangesloten fondsen.”

Welke hobbels komen jullie tegen bij de draai naar klantgerichtheid?

“Het liefst zou je alles in één keer willen veranderen. Maar je moet het in stapjes doen, want je hebt ook te maken met juridische eisen, technische mogelijkheden en een complexe werkomgeving. Het kost ook tijd om door de bril van de klant te leren kijken. We luisteren regelmatig mee bij het Klant Contact Center, de klachtenafhandeling en deelnemerspanels. Verder hebben we onlangs een ‘feedbackloop’ in het leven geroepen. Kriskras door de organisatie halen feedbackambassadeurs klantsignalen op. Die verzamelde feedback bespreken we wekelijks. Zoals de verbazing van een deelnemer die zich had aangemeld voor een digitale nieuwsbrief en daarvan een schriftelijke bevestiging kreeg. De feedbackmanager neemt vervolgens contact op met de teams of IT om te kijken hoe we verbeteringen kunnen doorvoeren. Het resultaat daarvan koppelen we weer terug naar de collega die de verbetering heeft aangebracht en – waar mogelijk – naar de deelnemer of werkgever.”

Wat hebben jullie geleerd van hoe andere organisaties omgaan met de klant?

“We hebben rondgekeken bij andere financiële bedrijven, zoals Achmea, ING en Nationale Nederlanden, maar ook bij onlinebedrijven als Zalando en Bol.com en bij de Efteling. Een bezoek aan Tony Chocolonely stond ook op ons lijstje, tót de coronacrisis zich aandiende. Bij Zalando en Bol bijvoorbeeld kunnen klanten via track & trace precies zien waar hun pakketje is. Wij leren daarvan dat doorlooptijden zo kort mogelijk moeten zijn en je deelnemers en werkgevers goed op de hoogte moet houden. Dat dagje Efteling was ook leerzaam. De Efteling-medewerkers proberen hun klant élke dag te verrassen. Ze nemen ook geen genoegen met een zeventje voor klanttevredenheid, maar streven naar een tien.”    


   

Ziet APG de draai naar de klant al terug in een hogere klanttevredenheid?

“We meten dat met de Net Promoter Score. Daarbij vraag je klanten in hoeverre ze je bedrijf aan anderen zouden aanraden. Twee jaar geleden was de NPS negatief: we hadden meer criticasters dan ambassadeurs onder onze deelnemers en werkgevers. Sindsdien zien we een licht stijgende lijn en in de maandscores zelfs behoorlijke plussen. Ook de feedback wordt positiever. Tegelijkertijd hanteren mensen de klantvriendelijkheid van een Bol.com als referentiekader: ze verwachten hetzelfde van APG. De lat komt dus steeds hoger te liggen. Je ziet aan alles dat we de gewenste draai naar de klant aan het maken zijn. Maar je hebt daar als organisatie zeker zo’n drie tot vier jaar voor nodig. Vergelijk het met een marathon: we zijn halverwege, hebben af en toe zure benen, maar met focus, de juiste mindset en bemoedigende geluiden uit het publiek zijn we vastberaden op weg naar de eindstreep.”     

Volgende publicatie:
‘Pensioenakkoord betekent open-hartoperatie voor uitvoerders’

Wim Henk Steenpoorte voorspelt geheel nieuwe werkwijze voor uitvoerders en adviseert fondsen om te starten bij de basis.

Gepubliceerd op: 1 oktober 2020

Door het nieuwe stelsel moeten uitvoerders al hun systemen aanpassen en zal de druk voor lagere kosten op termijn flink toenemen. Deze woorden sprak Wim Henk Steenpoorte, verantwoordelijk voor invoering van het nieuwe contract bij APG, deze week tijdens een webinar van ict-adviesbureau Quint. PensioenPro tekende de woorden van Steenpoorte op. "Ik raad pensioenfondsen aan om weer helemaal bij de basis te beginnen bij het opstellen hun nieuwe regeling. Het nieuwe stelsel is een premieregeling en dat is ‘ongelofelijk anders’ dan het db-systeem waar uitvoerders nu aan gewend zijn.”

Het Pensioenakkoord betekent een 'open-hartoperatie' voor veel uitvoerders

Invoering van het nieuwe contract betekent een figuurlijke 'open-hartoperatie' bij veel uitvoerders, volgens Steenpoorte. “Uitvoerders specialiseren zich nu in kennis van de rechtenhistorie van deelnemers en complexe berekeningen aan de aanspraak. Maar met het nieuwe dc-contract moet een uitvoerder vooral snel, accuraat en transparant beleggingen in individuele potjes administreren, met daarbij veel extra contact met de deelnemer.”
Zodra deelnemers inzage krijgen in de potjes, gaan ze meer vragen stellen en willen ze keuzes maken, voorspelt de APG-er. Op termijn verwacht hij dit à-la-minute via mobiele apps, zoals nu al bij banken.

 

Hiervoor is werk nodig aan de dc-pensioenadministratie. Die is bij uitvoerders niet altijd solide genoeg voor honderdduizenden of miljoenen deelnemers, stelt Wim Henk. “Alles moet opnieuw worden ontworpen. De fractieadministratie, snelle transactieverwerking, dekkingen, solidariteit, de verzekeringstechniek. Ook de omliggende processen, zoals financiële administratie, risicobeheersing en actuariële berekening’, somde hij op. ‘Het is een open-hartoperatie bij veel uitvoerders, die zal tijd kosten.”

 

De overgang vergt grote investeringen. Om die op te brengen, is schaalgrootte nodig wat zal leiden tot clustering onder de vele fondsen en uitvoerders die er nu zijn, denkt Steenpoorte. Schaalgrootte is ook nodig voor lagere kosten, verwacht hij. “De gemiddelde uitvoeringskosten in de db-markt zijn nu zo’n €109 per deelnemer per jaar. In dc-markt zijn ze gemiddeld lager, €60 per jaar. En sommige partijen zitten daar fors onder. In een premieregeling worden kosten heel zichtbaar voor de deelnemer en daarmee wordt de druk op kosten groter.”

Blanco vel

Voor fondsen en sociale partners is het nieuwe stelsel een gelegenheid om ‘met een blanco vel papier’ een nieuw pensioenaanbod te ontwerpen, zei Steenpoorte. Dat betekent bij de basis beginnen. “Waar ben je trots op, wat is belangrijk voor de sector of het bedrijf? Wat is het bestaansrecht van het fonds en hoe onderscheidt het zich?”

Vervolgens kunnen zaken als contractkeuze, risicohouding, pensioenambitie, en pensioengevend salaris opnieuw worden besproken. “Benut de kans om erover na te denken, want we moeten toch de transitie door. En begin op tijd, bij APG zijn we in feite al van start gegaan.” De transitie is het moment voor een ‘frisse start’, meent Steenpoorte. Het wegwerken van ballast uit het verleden maakt de uitvoering ook eenvoudiger en goedkoper, tekende hij aan.

Volgende publicatie:
SPW doet 6 ‘harde beloften’ aan deelnemers en werkgevers

“Ook zonder verplichtstelling zouden deelnemers voor ons moeten kiezen”

Gepubliceerd op: 1 oktober 2020

Na twee jaar van onderzoek en voorbereiding is het vandaag zover: SPW, het pensioenfonds voor de woningcorporaties spreekt zes harde beloften uit naar zijn deelnemers en zijn werkgevers. Een voor de pensioensector bijzondere stap. “Met deze pensioenbeloften steekt SPW écht haar nek uit,” aldus rvb-lid Francine van Dierendonck.

 

Birte van Ouwerkerk en Jim Schuyt zijn de stuwende krachten achter de pensioenbeloften. Birte was als Marketingcommunicatie strateeg verantwoordelijk voor de ontwikkeling en implementatie van de pensioenbeloften. Jim is voorzitter namens de werkgevers én ambassadeur pensioenbeloften van het eerste uur.

Waarom doen jullie deze beloften naar deelnemers en werkgevers?

Jim: “Beloften worden vaak uitgesproken door commerciële partijen om klanten aan zich te binden. Denk aan de Jumbo waar je je boodschappen gratis krijgt als er vier mensen in de rij staan. Wij als pensioenfonds voelen die druk niet. Door de verplichtstelling kunnen deelnemers immers niet overstappen naar een ander fonds. Juist dat gegeven zien wij als een extra verantwoordelijkheid. Ook zonder verplichtstelling zouden deelnemers voor ons moeten kiezen; dat is onze insteek. Met de pensioenbeloften maken we daarom het thema pensioen en de dienstverlening van SPW tastbaar, en laten we zien waar het fonds voor staat.”

Hebben deelnemers en werkgevers behoefte aan dergelijke beloften?
Birte: “Ja, wij denken van wel. De basis voor deze beloften vormt een uitvoerig onderzoek onder deelnemers en werkgevers. Hoe kijken zij aan tegen onze dienstverlening en het onderwerp pensioen in het algemeen? Hoewel SPW op dat eerste punt positief scoorde, bespeurden we ook veel vragen en onzekerheden: blijft er straks wel genoeg voor mij over en wat mag ik van mijn pensioenfonds verwachten? Je kunt ze uitleggen dat die zorgen grotendeels ongegrond zijn. Je kunt het echter ook krachtiger zeggen door te beloven dat de inleg van deelnemers in goede handen is.”

Beloften doen. Met het nieuwe pensioencontract willen we daar toch juist vanaf?
Jim: “Met deze zes beloften gaan wij niet compleet iets nieuws doen of zaken beloven die we nog nooit hebben waargemaakt. De beloften die deelnemers en werkgevers hebben gekozen, laten vooral zien wat wij al dagelijks doen, maar waar zij op dit moment nog onvoldoende vanaf wisten. Wij spelen dus in op vragen die leven bij onze deelnemers en werkgevers. Deze vragen zullen met het nieuwe pensioencontract straks niet heel anders zijn.”

Wat was de rol van APG?
Birte: “25 van onze mensen zijn bij het tot stand komen van de beloften betrokken geweest. Van medewerkers van het Klant Contact Center (KCC) tot de afdelingen Werkgeversbediening en Pensioenuitvoering. Ook voor APG zijn deze beloften heel waardevol. De beloften geven medewerkers van APG namelijk meer duidelijkheid over wat er van hen verwacht wordt en zorgt voor focus in de dienstverlening.”

Hoe zorgen jullie ervoor dat deze beloften echt in het DNA van SPW gaan zitten?

Birte: “We gaan gefaseerd en beheerst live en nemen anderhalf jaar de tijd om de pensioenbeloften volledig te integreren in onze dienstverlening en communicatie. We blijven in gesprek met deelnemers, werkgevers en medewerkers van APG om te bekijken hoe het gaat. We starten nu met de externe brandingscampagne richting werkgevers en deelnemers, met als doel om in deze fase bekendheid creëren.”

 

De zes beloften van SPW


1. Gegarandeerd inkomen zolang je leeft, voor jou en je partner.

Een garandeerd inkomen zolang je leeft, maar ook voor je partner en kinderen als jij overlijdt. Zorg voor inkomen bij arbeidsongeschiktheid.

 

2. Jouw inleg in goede handen, met bewezen rendement.

SPW behaalde de afgelopen twintig jaar een gemiddeld beleggingsrendement van 7 procent. Beleggingen zijn transparant, verantwoord en maatschappelijk bewust.
      
3. Ruimte om zelf te kiezen wat je met jouw pensioen wilt.

Kiezen wanneer je met pensioen gaat, geheel of gedeeltelijk. Eerst een hoog bedrag en later een laag bedrag. Wel of geen partnerpensioen.

4. Persoonlijke pensioencheck, in te zetten wanneer je wil.

Online, telefonisch, via de chat. In te zetten wanneer jij dat wil. Omdat je wil weten of je goed op weg bent. Omdat er iets is veranderd in je leven. Omdat je jouw pensioen wil aanvragen.


5. Volledig overzicht en inzicht in jouw inkomen voor later.

Altijd en overal helder overzicht & inzicht in Mijn SPW. Alle uitgaven en inkomsten op een rij. Zodat je weet wat je nu doet en hoeveel geld je nodig hebt. En ziet wat je later wilt en hoeveel pensioen je dan nodig hebt. Je kiest en rekent zelf in Helder Overzicht & Inzicht, de rekentool in Mijn SPW.


6. Pensioenregeling van ons samen, op maat gemaakt voor woningcorporaties.

Samen ontwikkeld met alle relevante vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers in de sector.

Volgende publicatie:
Europese kapitaalmarktunie is goed voor pensioen in EU

Europese kapitaalmarktunie is goed voor pensioen in EU

Gepubliceerd op: 25 september 2020

De Europese Commissie kwam gisteren met een nieuw actieplan: “A capital markets union for people and businesses. Een plan dat bijzonder belangrijk is voor pensioenfondsen en pensioenuitvoerders.

 

Kapitaalmarkten in de Europese Unie zijn nog erg nationaal, waardoor het voor spaarders en beleggers niet makkelijk is om overal te investeren. En voor bedrijven is het niet eenvoudig om uit alle lidstaten kapitaal aan te trekken. Komt nog bij dat Londen, het grootste financiële centrum van Europa waar veel Europese kapitaalstromen langslopen, door Brexit buiten de EU terecht is gekomen. Daar wil de Commissie nu iets aan gaan doen. Want één echte, goed functionerende Europese kapitaalmarkt maakt het veel gemakkelijker om bedrijven te financieren voor het economisch herstel na de coronacrisis. En dit versnelt de groene en digitale transities naar een duurzame economie. Daarnaast maakt een kapitaalmarkt unie het burgers veiliger én makkelijk om voor de lange termijn te beleggen en sparen. Op de website van de Commissie staat een mooie factsheet hierover.

 

Het actieplan bestaat uit 16 acties, onderverdeeld in maatregelen die het mkb ten goede moeten komen, maatregelen om individuele burgers, spaarders en beleggers te helpen en maatregelen om tot één Europese markt te komen.

 

Deze acties zullen pensioenfondsen helpen met hun beleggingen in andere lidstaten. Sommige voorstellen zijn daarbij in het bijzonder belangrijk voor fondsen. Deze gaan bijvoorbeeld over vereenvoudiging van teruggave van bronbelastingen, betere bescherming van investeringen tegen ‘niet redelijk’ overheidsoptreden en verbeteringen van de markt voor securitisaties (het herverpakken en doorverkopen van pakketten leningen). Sommige zullen nog belangrijke politieke weerstand moeten overwinnen, bijvoorbeeld wat betreft het insolventierecht. Hierbij zijn nationale opvattingen en tradities erg sterk. Voor internationale beleggers is het echter ook belangrijk dat insolventierecht goed, begrijpelijk en snel functioneert. Bijvoorbeeld wanneer een belegging onverhoopt niet goed afloopt

 

 

Bijzonder is de actie uit het plan die als doel heeft lidstaten te helpen de ‘pensioentoereikendheid’ (de mate waarin een pensioen voldoende is, en overeenkomt met eerdere verwachtingen) voor hun burgers te verbeteren. De Commissie heeft gezien dat lidstaten met systemen voor kapitaalgedekte aanvullende pensioenen (zoals bijvoorbeeld ABP en bpfBouw) beter functionerende kapitaalmarkten hebben. Ook beleggen hun uitvoerders in de hele Europese Unie. Nederland ís zo’n lidstaat, maar staat daar redelijk alleen in. In veel andere EU-landen schiet de toereikendheid van pensioenen tekort.

 

En dat moet volgens de Commissie anders. Om Europese burgers betere mogelijkheden te geven om te sparen voor hun oude dag én tegelijkertijd Europese beleggingen te bevorderen, wil de Commissie drie dingen doen:

  1. Het ontwikkelen van een dashboard om de pensioentoereikendheid in de lidstaten bij te houden
  2. Nationale pensioenregisters, zodat je als burger altijd en overal kunt zien wat voor inkomen voor je oude dag je mag verwachten
  3. Onderzoek doen hoe auto-enrollment (automatisch deelname) en andere regelingen ervoor kunnen zorgen dat deelname aan bedrijfspensioenvoorzieningen sterk vergroot wordt

 

Het is opmerkelijk dat pensioenfondsen hierbij ineens onder het kopje “retail” staan, maar eigenlijk ook wel terecht als je het perspectief van de deelnemer voorop stelt. Immers: werknemers worden zo geholpen optimaal profijt te trekken van die Europese kapitaalmarkt. De Commissie zet in op het verbeteren van het inzicht bij lidstaten én bij burgers. Dit om de actiebereidheid te vergroten. Vervolgens gaat zij proberen goede beleidsinstrumenten te formuleren, zonder deze als verplichte eenheidsworst aan te bieden. Met een dashboard en pensioenregisters wordt het pensioenbewustzijn van burgers hopelijk sterk vergroot. Zij kunnen dan zelf individuele vormen van sparen en beleggen zoeken, maar misschien ook als kiezers of werknemers vragen om betere aanvullende collectieve regelingen. De Commissie laat uitdrukkelijk de bevoegdheden van de lidstaten voor een goede invulling van zulke collectieve regelingen in stand. Of dat in individuele lidstaten bereikt moet worden door pensioenfondsen, verzekeraars of asset managers (en of dit collectief of individueel moet) blijft open. Maar een beter pensioenresultaat staat in ieder geval hoog op de commissieagenda.

 

Ook in Nederland zijn er mensen met minder toegang tot pensioen, zoals werknemers van bedrijven die niet zijn aangesloten bij een pensioenregeling (‘witte vlekken’) en zzp’ers. Een goed ‘dashboard’ voor Nederland zal dat ook laten zien. Hopelijk rollen er uit de studie die de Commissie naar auto-enrollment wil doen, ook ideeën waar we in Nederland wat aan kunnen hebben.

 

Dat de Commissie deze richting gekozen heeft, komt niet uit de lucht vallen. Een expertgroep, ingesteld door de ministers van Financiën van Frankrijk, Duitsland en Nederland - en waar Corien Wortmann (bestuursvoorzitter van ABP) deel van maakte -, kwam, samen met een ‘High Level Forum on CMU’, waar Eloy Lindeijer (chief investment management PGGM) lid van was, met aanbevelingen in dezelfde richting. De Europese Commissie volgt nu deze twee expertgroepen, die unaniem het belang zagen van goede kapitaalgedekte pensioenen voor de Europese kapitaalmarktunie (en vice versa).

 

Het zou mooi zijn wanneer dit ook een opening biedt om op een positievere manier te spreken over pensioen en Europa. Bij de vormgeving van de kapitaalmarktunie wil de Nederlandse pensioenfondssector graag betrokken zijn. We worden wellicht nog beter gehoord als we laten zien pensioenen van alle Europese burgers belangrijk te vinden, en ook daarover met de Commissie mee te denken.

 

Johan Barnard is Head International Public Affairs bij APG

 

 

Foto: Petri Bakker 

Volgende publicatie:
“Pensioenfondsen moeten deelnemers veel meer op maat bedienen"

“Pensioenfondsen moeten deelnemers veel meer op maat bedienen"

Gepubliceerd op: 24 september 2020

Blikken van buiten

 

Dat we nu ‘een inkomen voor later’ moeten regelen, weten we allemaal.  Maar dat betekent nog niet dat we er vandaag ook iets aan gaan doen. Want geen zin, te abstract, te ingewikkeld. Hoe wordt pensioen dan wel boeiend? In de serie Blikken van Buiten werpen psychologen, gedragswetenschappers en marketeers een frisse blik op de valkuilen, kansen en uitdagingen. Deze keer: Lisa Brüggen, hoogleraar financiële dienstverlening aan de Universiteit Maastricht en expert op het gebied van pensioencommunicatie.

 

Wat pensioenaanbieders volgens hoogleraar financiële dienstverlening Lisa Brüggen wel wat meer in hun oren mogen knopen,  is dat ‘pensioen’ voor iedereen iets anders betekent. “Iedereen heeft een ander beeld en andere gevoelens bij dat woord. De één weet precies hoeveel hij opbouwt en hoeveel hij straks krijgt. De ander is onterecht pessimistisch. Weer een ander is onterecht optimistisch over zijn pensioen. Met al die mensen zou je als pensioenaanbieder eigenlijk anders moeten communiceren.”

 

Dat gebeurt nu nog niet?

“Je ziet vaak dat er heel erg wordt gedacht vanuit de pensioenaanbieder. Wat willen wij vertellen? Wat willen wij dat de klant doet of laat? Er wordt nog te weinig gedacht vanuit de belevingswereld van de persoon achter de klant. Voor de deelnemer is pensioen namelijk niet één ding dat op zichzelf staat, maar onderdeel van een veel groter financieel plaatje. Hoeveel je moet betalen aan verzekeringen, hoe hoog je hypotheek is, of je daarnaast nog spaart voor je kinderen, of je tijdelijk even meer of minder verdient: het hangt allemaal samen. Het is de vraag of het haalbaar is, maar het zou mooi zijn als pensioenaanbieders in de toekomst dat hele plaatje laagdrempelig in kaart zouden brengen. Zodat mensen altijd kunnen checken hoe ze er financieel voor staan en hoe pensioen in dat plaatje past.”

 

Hoe zou dat eruitzien?

“Ik zie voor me dat pensioenaanbieders straks geautomatiseerd alle beschikbare financiële gegevens kunnen analyseren en op basis daarvan een soort financiële APK-keuring aanbieden. Gratis, laagdrempelig en betrouwbaar. Waarmee deelnemers overzicht hebben over hun financiële planning en ook zicht krijgen op de knoppen waar ze eventueel aan kunnen draaien. Meer maatwerk en toegespitst op de persoonlijke situatie. Ik denk dat daaraan grote behoefte is.”

 

Na jaren van onderzoek is Lisa Brüggen er namelijk vast van overtuigd: communiceren over pensioenen is maatwerk. Of zou dat moeten zijn. Want hoe je een boodschap brengt, welke taal je gebruikt, hoe je de tekst opmaakt, in welke volgorde je de informatie aanbiedt en wie de ontvanger van de boodschap eigenlijk is: het maakt allemaal een verschil.

Deze maand bleek nog uit Netspar-onderzoek dat mensen bij het maken van keuzes voor hun pensioen worden beïnvloed door de manier waarop die keuzes worden gepresenteerd. Vraagvolgorde en vooringevulde opties kunnen worden gebruikt om iemand richting een bepaalde keuze te ‘duwen’, bijvoorbeeld om wel of niet voor een tijdelijke premiestop te kiezen.

Volgens Lisa Brüggen is het precies dit soort inzichten waar de pensioensector nog wel wat meer gebruik van mag maken. “In de reclame- en marketingwereld weten ze allang dat je met een strategisch vormgegeven boodschap het gedrag van mensen kunt stimuleren. Pensioenaanbieders weten dit in theorie ook. Maar ze maken er nog veel te weinig gebruik van.”

 

Wat zou er anders moeten?

“Men mag wel wat gerichter en strategischer te werk gaan. Het is belangrijk dat er duidelijke en specifieke communicatiedoelen geformuleerd worden, waar de communicatiemiddelen op aansluiten. En vervolgens moet je meten of met die communicatiemiddelen het doel ook bereikt wordt. Hoe met mensen over hun pensioen wordt gecommuniceerd, via welk medium, met welke boodschap en in welke vorm die boodschap wordt gegoten, dat wordt vaak nog een beetje op gevoel bepaald. Het mag allemaal wel wat meer evidence based.”

 

Kun je een voorbeeld geven?

“Als je wilt dat mensen gemotiveerd raken om over hun pensioen na te gaan denken of als je ze wilt verleiden om een keuze te maken, dan staat of valt alles bij hoe je het brengt. Zo bleek uit een onderzoek uit 2017 waaraan ik meewerkte al dat framing van een boodschap een groot verschil kan maken. Bij dat onderzoek kregen mensen een tekst te zien die hen moest motiveren om op een link te klikken waardoor ze meer te weten kwamen over hun pensioen. Bij de ene groep respondenten werd het ‘investment frame’ gebruikt, waarbij vooral de winst werd benadrukt die te behalen viel door je nu in je pensioen te verdiepen. Bij de andere groep werd het ‘assurance frame’ gebruikt, waarbij vooral werd beklemtoond welke problemen mensen konden voorkomen door nu aandacht aan hun pensioen te besteden. Bij het ‘assurance frame’ werd bijna twee keer zoveel op de link geklikt. Interessante uitkomsten voor pensioenaanbieders die hun klanten willen betrekken bij hun pensioen.”

Hoe je een boodschap brengt en wie de ontvanger daarvan eigenlijk is: het maakt allemaal een verschil

Waarom maken pensioenaanbieders daar zo weinig gebruik van, denk je?

“Dat stamt uit het verleden. Nog geen twintig jaar geleden was het helemaal niet nodig om met consumenten over hun pensioen te communiceren. De rente was hoog, het pensioenstelsel solide, mensen bleven vaak hun halve leven bij dezelfde werkgever werken. Er was voor pensioenaanbieders geen directe noodzaak om met klanten in dialoog te treden. Communicatie over pensioenen was dan ook vooral technisch, financieel en juridisch van aard. Daar kwamen helemaal geen communicatiespecialisten aan te pas.”

 

Maar de tijden zijn veranderd…

“Precies. We hebben nu te maken met een lage rente. Met mensen die veel vaker van baan wisselen dan voorheen. Daardoor is er ook meer onzekerheid over het opgebouwde pensioen. En dus is er een veel grotere noodzaak om goed en gericht met deelnemers te communiceren over hun pensioen en hun mogelijkheden. Pensioencommunicatie is steeds belangrijker geworden. Maar binnen de bedrijfscultuur van pensioenaanbieders heeft de financiële kant helaas nog altijd meer status dan de communicatiekant.”

 

Waar blijkt dat uit?

“Klein voorbeeld: als er bij een event een spreker is die inzichten komt delen over pensioencommunicatie en er is een spreker die ingaat op de financiële kant, dan gaat het bestuur naar de spreker die over financiën praat. En binnen organisaties zie ik bijvoorbeeld dat er wel steeds vaker communicatieprofessionals worden ingezet, maar dat hun zorgvuldig uitgedachte strategieën en adviezen ook regelmatig opzij worden geschoven voor uit de losse pols bedachte plannetjes. Plannetjes die leuk klinken, maar waar geen wetenschappelijke basis onder zit. Communicatie wordt toch een beetje gezien als iets waar iedereen een mening over kan hebben.’’

 

Waar liggen de kansen?

“Meer focus op evidence based communicatiestrategieën. Meer kennis delen binnen de sector. En meer aandacht voor de plek die pensioen inneemt in het leven van mensen. Binnen het grotere financiële plaatje. Kortom: minder vanuit het pensioen naar de mens kijken en meer vanuit de mens naar het pensioen.”

 

Foto: Michel Salve

Volgende publicatie:
De koopkracht stijgt volgend jaar. Wat betekent dit voor gepensioneerden?

De koopkracht stijgt volgend jaar. Wat betekent dit voor gepensioneerden?

Gepubliceerd op: 23 september 2020

Door de coronacrisis krijgt de Nederlandse economie flinke klappen. Toch kondigde het kabinet op Prinsjesdag aan dat de koopkracht voor gepensioneerden volgend jaar licht stijgt. Hoe kan dat? Wat zeggen die cijfers? En wat betekent het voor de pensioenen? Charles Kalshoven, senior strateeg bij APG, vertelt er in deze video meer over.

Volgende publicatie:
Zo houden Ali B, Boef en Ronnie Flex ook straks nog geld over

Zo houden Ali B, Boef en Ronnie Flex ook straks nog geld over

Gepubliceerd op: 21 september 2020

"Natuurlijk zeg ik tegen Ali B: Zou je nou wel een Bentley kopen?"

 

“Ze willen allemaal een ‘millie’ maken, een miljoen.” Frank Barendse, directeur van managementbureau SPEC en zakenpartner van Ali B, begeleidt hiphop-helden als Ronnie Flex en Boef. Ja, natuurlijk gaan ze allemaal los als de eerste ton binnenkomt. Maar: “Al die rappers beseffen: het moet nu gebeuren. De trend is om in jezelf te investeren als ondernemer.”

 

Frank Barendse (58) staat nooit op ‘uit’. Als zakenpartner van de populaire rapper en tv-ster Ali B heeft hij vanuit Almere het managementimperium SPEC opgebouwd. Hiertoe behoren onder meer hiphop-helden als Ronnie Flex en Boef die een miljoenenpubliek bedienen, in de zalen en via YouTube. Ze zijn populairder en rijker dan welke Nederlandse artiesten ooit. En via Instagram en YouTube doen ze daar dagelijks verslag van.

 

Sinds 2008 begeleidt SPEC de jonge artiesten en probeert ze ook financieel op het rechte pad te houden in een wereld waar dure auto’s de norm zijn en de drugsverleidingen nooit ver weg.

“Een aantal van hen heeft zijn financiële toekomst min of meer geborgd door enorm veel geld in korte tijd te verdienen, waardoor ze geen stress meer hebben. Dat is geen geheim. Boef heeft bijvoorbeeld een contract getekend bij Sony, een labeldeal voor het uitbrengen van drie albums. Hij krijgt alleen al hiervoor een voorschot van 2,5 miljoen euro. Dat zijn flinke bedragen.”

 

Gaat dat wel eens fout?

Frank Barendse: “Met onze artiesten niet. We hebben een groot netwerk met betrouwbare goede mensen, toppers in hun vak, om hen bij te staan. Maar er zijn wel artiesten die verkeerde investeringen doen of die het geld erdoorheen jassen of snuiven. Najib Amhali bijvoorbeeld is daar ook open over geweest in zijn boek. Die heeft een kapitaal verbruikt.”

We zien het als onze morele plicht om die gasten niet te laten ontsporen

Frank Barendse kiest in de begeleiding van de rappers, die soms van de een op de andere dag miljonair zijn, voor de zakelijke aanpak. SPEC zorgt dat de artiesten in beeld blijven en helpt ze met het opzetten van een eigen business om hun toekomst veilig te stellen.

“Het gaat vaak om jonge mensen met veel geld. Wij zorgen dat ze als bekende rapper of bekende artiest ‘on top’ blijven in hun business. Dan komt die geldstroom vanzelf wel, hetzij via muziek, hetzij via theater of tv. Dat zijn wel zo’n beetje de belangrijkste dingen. Maar op het moment dat de deal rond is en het geld binnen is, moet het team van adviseurs dat wij hebben aangedragen zorgen dat de investeringen - als ze die al doen - goed gebeuren. Natuurlijk zeggen we wel tegen Boef of Ali: ‘Zou je nou wel een Bentley kopen van drie ton?’ Dat kun je nog zes keer zeggen, maar dat doen ze dan toch. Maar zelfs dan weten we hun uitgaven wel weer zo te structureren dat het geen bodemloze put wordt.”

 

Bij rappers gebeurt het regelmatig dat ze ineens vanuit het niets multimiljonair worden. Wat doet dat met iemand?

Frank Barendse: “Heel vaak is het: zo snel mogelijk geld uitgeven aan dingen waarvan jij en ik denken: moet dat nou? Zeker als je op straat bent opgegroeid en uit een minderbedeeld gezin komt waar elk dubbeltje moest worden omgedraaid, ben je de koning te rijk als er ineens een ton binnenkomt. Sommigen delen het direct uit aan familie, vrienden en bekenden. Zij vinden het belangrijk dat hun sociale structuren worden beloond. Anderen gaan helemaal los en alleen maar feesten.”

 

Morele plicht

Frank Barendse en zijn mensen gaan dan aan de slag om de jonge artiesten zakelijk weer met de beide benen op de grond te krijgen. “Je hebt de ‘one-day-flies’. Die hebben één hitje, halen een hoop geld binnen, jagen het erdoorheen en daar hoor je nooit meer wat van. Die zitten niet bij ons, want wij zorgen altijd dat er een toekomst is omdat de ‘shelf life’ van een rapper steeds korter wordt. Vroeger was je na vier jaar uitgerangeerd, nu ben je na vier maanden al weg als je niet relevant blijft. Dus wij zorgen dat die relevantie bestaat. Dat betekent ook: de videostreams blijven komen, ze zijn zichtbaar op sociale media en is er een steady inkomensstroom. Op een gegeven moment is ook de meest notoire feestganger er wel klaar mee en wij zitten er natuurlijk ook op te hameren: wat is de strategie, wat doen we volgend jaar, wat doen we het jaar daarna, hoe zit het met je inkomen?’ We proberen ze te leren verstandig naar hun toekomst te kijken. Niet dat we dat contractueel of zo vanuit het management moeten doen. We zien het als een morele plicht om die gasten niet te laten ontsporen.”

Ali B is een rolmodel voor hiphop in Nederland omdat hij de eerste vermogende rapper was

Rolmodel

Belangrijk daarbij is de inspirerende invloed van Ali B, ‘knuffelmarokkaan’ en een slimme zakenman die hiphop in Nederland op de kaart zette en daar een lucratief verdienmodel van heeft gemaakt.

Frank Barendse: “Eigenlijk is hij het rolmodel geworden voor hiphop Nederland, omdat Ali hier de eerste vermogende rapper werd. In Amerika kenden we al voorbeelden. Daar klotst het geld tegen de plinten op vanwege de ‘scaled economy’. Die is daar zo groot: één hit en je hoeft de rest van je leven niks meer te doen. Maar in Nederland is dat anders. Ali is het gelukt om een vermogen op te bouwen door behalve muziek ook theater en tv te doen. Hij gaat daar, ook doordat zijn thuissituatie heel stabiel is, verstandig mee om en smijt het geld niet over de balk. Op die Bentley na dan. Dat maakt hem voor Lil’ Kleine, Boef en noem maar op tot een voorbeeld, ook omdat hij al zo lang aan de top staat.”

 

Als je vijf van die jongens laat praten over geld en over hun toekomst, wat is dan de rode draad?

“Ze willen allemaal een ‘millie’ maken, een miljoen. De toekomst is voor twintigers ver weg. Een uitzondering is Boef, die heeft geïnvesteerd in een prachtig huis en bezit links en rechts nog wat pandjes. De trend is eigenlijk niet zozeer om in stenen te investeren, maar meer in jezelf als ondernemer. Lil’ Kleine is een frietzaak begonnen, Monica Geuze doet in sieraden en ze willen allemaal een kledinglijn. Ali heeft ‘Ik Wil Groeien’, mensen helpen met persoonlijke groei. Zo heeft hij nog wat ondernemingen.”

 

Investeren

Terwijl het geld een paar jaar eerder nog werd geïnvesteerd in dure auto’s, drugs en reizen in privéjets, kiest de rapper in 2020 voor een onderneming als investering in de toekomst.  

“Er is altijd het besef dat muziek kan stoppen. Corona bewijst dat. Je kunt zomaar ineens niet meer ‘hot’ zijn, opeens geen hits meer maken, de inspiratie niet meer hebben, of ingehaald worden door ‘the next best thing’. Dat is met topsporters veel minder. Die blijven toch wat langer op een bepaald niveau zitten. De concurrentie in de hiphop - 2018 en 2019 waren topjaren - is bizar. Er zijn zo ontzettend veel goede rappers. Al die rappers beseffen: het moet nu gebeuren. En omdat dat besef er is, gaan ze ook kijken: wat is er dan nog naast mijn carrière? Kijk wat Lil’ Kleine gedaan heeft met zijn friettent. Anderen zijn met kledingmerken gestart. Ze zijn allemaal alternatieven aan het zoeken en ze hebben het geld. Die rappers hebben ook een onwijs digitaal bereik. De online ‘presence’ van Monica Geuze of van Ronnie Flex, dat loopt tegen de miljoen aan of een miljoen plus. Zij zijn hun eigen marketingbureau. Dus als zij een business starten, laten we zeggen in brillen, en ze doen de bril op die ze zelf gemaakt hebben en posten dat op Instagram, dan hebben ze al een miljoen consumenten die ook zo’n bril willen hebben.”

 

Lees ook: Sporters gaan voor stenen

Volgende publicatie:
'Geef mensen met meer vermogen meer vrijheid in pensioenopname'

'Geef mensen met meer vermogen meer vrijheid in pensioenopname'

Gepubliceerd op: 17 september 2020

Stel, je bent tussen de 60 en 70 jaar en hebt nog maar een paar jaar te gaan tot de hypotheek van je huis volledig is afgelost. Over de jaren heen heb je – bijna ongemerkt – flink wat vermogen opgebouwd, maar dat zit grotendeels vast: in je huis en bij je pensioenfonds. Als je dat totale vermogen zou kunnen omzetten (wanneer je op de AOW-gerechtigde leeftijd met pensioen gaat) naar een maandelijkse uitkering, ontvang je meer dan 70 procent van je laatstverdiende salaris. Eigenlijk vind je dan ook dat je te veel vermogen hebt opgebouwd waar je niks mee kunt. Vervroegd pensioen zou kunnen, maar is niet aantrekkelijk: vijf jaar eerder stoppen bijvoorbeeld vermindert het pensioen met tientallen procenten. En natuurlijk kun je vermogen vrijmaken door een tweede hypotheek op je huis te nemen, maar dan ga je wel weer een schuld aan, met bijbehorende verplichtingen. De mogelijkheden zijn dus beperkt.


Je kinderen helpen

Zou het niet mooi zijn als je met een deel van dat opgebouwde pensioen je kinderen kunt helpen bij de aankoop van een huis? Of je eigen huis ermee verbouwen zodat je er kunt blijven wonen, mocht je ooit slecht ter been worden? Met 10 tot 20 procent van je totale vermogen zou je zo veel meer halen uit wat je hebt opgebouwd in al die jaren.
Het is een belangrijke reden waarom ik pleit voor ‘voorwaardelijke keuzevrijheid op basis van het gehele vermogen’. Momenteel worden er al eisen gesteld aan het opnemen van je pensioen, maar daarbij wordt alleen gekeken naar het pensióen dat je hebt opgebouwd. Daardoor beschermen die voorwaarden ¬– gelukkig – de groep Nederlanders die weinig pensioen heeft opgebouwd en geen eigen woning bezit. Een voorbeeld van zo’n voorwaarde is de regel dat iemands pensioen na gebruik van de keuzemogelijkheden (bijvoorbeeld vervroegd pensioen, of een tijdelijk lagere of hogere pensioenuitkering) niet onder 50 procent van het oorspronkelijke niveau mag zakken.


Verantwoorde flexibiliteit

Er zit echter een keerzijde aan deze ‘beschermende voorwaarden’. Ze beperken een relatief grote groep meer vermogende Nederlanders onnodig in het realiseren van hun voorkeuren. Voor je oude dag is uiteindelijk je totále vermogen relevant, niet alleen het opgebouwde pensioen. Als je de keuzevrijheid voor het opnemen van pensioen laat afhangen van dat hele vermogen (inclusief het vrij vermogen in de eigen woning en beleggingen), heb je een realistischer en relevante basis om te kunnen inschatten of iemand gebaat is bij bescherming – of dat juist flexibiliteit gewenst en verantwoord is. Voor mensen met meer vermogen ontstaat er dan ruimte om een deel van hun pensioen op een alternatieve manier te gebruiken.
Met voorwaardelijke keuzevrijheid op basis van het totale vermogen helpt de overheid burgers met een goede spreiding van hun inkomen over de hele levensloop, en forceert ze hen niet onbedoeld tot oversparen. Ook het overheidsstreven om mensen langer aan het werk te houden, is erbij gebaat.

 

Eduard Ponds is Senior Strategist Research & Analytics bij APG en bijzonder hoogleraar aan Tilburg University

Volgende publicatie:
Meer of minder te besteden in 2021? 6 vragen over Prinsjesdag en pensioen

6 vragen over Prinsjesdag en pensioen

Gepubliceerd op: 15 september 2020

Vandaag presenteert het kabinet de jaarlijkse begroting. Gaan werkend en gepensioneerd Nederland erop vooruit in 2021? Zes vragen over Prinsjesdag en pensioen.

 

1. Het kabinet spreekt van een groei van de economie van 3,5 procent en een stijging van de koopkracht van 1,2 procent voor werkenden en 0,4 procent voor gepensioneerden. Dat klinkt - gematigd - positief. Maar hoe zeker zijn die voorspellingen?

 

Feit is dat het kabinet de belastingen met 1 miljard euro verlaagt om de koopkracht van Nederlanders te verbeteren. Ondanks het feit dat er in 2021 geen indexatie in zit bij de meeste gepensioneerden, gaan zij er in doorsnee licht op vooruit (met 0,4 procent). Werknemers die in 2021 hun huidige baan behouden, gaan er ook gemiddeld licht op vooruit (met 1,2 procent). Dat betekent dat veel werkenden en gepensioneerden volgend jaar iets meer geld te besteden hebben.

 

Tegelijkertijd zijn er wel de nodige kanttekeningen te plaatsen. Kort en goed: koopkrachtplaatjes zeggen niet veel, zeker nu niet. De koopkrachtplaatjes worden bepaald door de ontwikkeling van de lonen, de inflatie en kabinetsmaatregelen. Alleen die laatste heeft het kabinet volledig in eigen hand. En nu de onzekerheden rondom het verloop van de economie en de arbeidsmarkt nog groter zijn door COVID-19, zeggen de voorspellingen dit jaar nog minder dan andere jaren.

 

De verwachting is echter ook dat meer werknemers in 2021 hun baan zullen verliezen. Zij kunnen juist minder geld besteden. Dit cijfer zie je niet terug in de koopkrachtplaatjes.

Daarnaast kunnen gemeentelijke lasten, zoals de onroerendezaakbelasting en de parkeertarieven, gaan stijgen omdat veel gemeenten in financiële problemen zitten. Ook dit zit (nog) niet in de koopkrachtplaatjes verwerkt, maar dat kan grote invloed hebben.

 

Zie ook dit NOS-artikel


2. We horen ook geluiden over een krimpende economie door corona, hogere premies en prijsstijgingen. Wat merken werknemers en gepensioneerden daar volgend jaar in de praktijk van?

 

In de koopkrachtplaatjes wordt rekening gehouden met hogere lonen, lagere belastingen, hogere prijzen en iets hogere zorgpremies. Als je alle plussen en minnen optelt, gaan de meeste mensen er per saldo licht op vooruit. Maar dat is dus zeer onzeker. Immers, de lokale gemeentelijke belastingen kunnen (fors) gaan stijgen.

 

3. Welke rol speelt corona - en een eventuele tweede golf - in dit verhaal, en in de vooruitzichten op pensioen in 2021?

 

Als er een tweede lockdown komt in Nederland, dan zal de Nederla