Pensioen

Navigeer snel in deze serie:

Deel deze serie:

Pensioen

Welke betekenis heeft pensioen voor Nederlanders? Wie is er al mee bezig en wie niet? Hoe ziet het nieuwe pensioenstelsel uit? En belangrijker: wat merken we hiervan? Op deze plek gaan we in op die pensioenverhalen, in de breedste zin van het woord.

Thema
Inkomen
Collectie inhoud
77 Publicaties

Navigeer snel in deze serie:

Politieke pensioentalkshow, of liever goede wetgevers gezocht?

Gepubliceerd op: 26 november 2020

Column door Nick van de Sande – Korpershoek

Team Beleid

 

 

In maart 2021 zijn de Tweede Kamerverkiezingen. Voor degenen actief op of rondom de politieke vierkante kilometer in Den Haag is de verkiezingskoorts al maanden stijgende. Maar een vurig verkiezingsdebat over pensioen in een talkshow, ergens in de komende maanden op prime time, zit er waarschijnlijk niet in. Gezien het belang van een voortvarende uitvoering van het pensioenakkoord op basis van solide wetgeving, is dat maar goed ook.

 

Na een decennium van overleg en onderhandelingen is het kabinet en sociale partners afgelopen zomer gelukt overeenstemming te bereiken over de uitwerking van het pensioenakkoord. De meeste politieke partijen uit het midden hebben het pensioenakkoord inmiddels in hun conceptverkiezingsprogramma’s in meer of mindere mate omarmd. Zelfs 50PLUS lijkt haar verzet tegen het akkoord te hebben opgegeven en zou weer betrokken willen worden bij de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. Weet je in deze context nog maar eens te onderscheiden als pensioenwoordvoerder in de Tweede Kamer.

 

Dus wat doe je dan? Je organiseert als vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid rondetafelgesprekken over het pensioenakkoord die anderhalve dag duren. Waarvoor Kamerleden naar eigen inzicht deskundigen kunnen uitnodigen. Zodat er voor elk wat wils is en je als politicus je alsnog enigszins in de kijker kunt spelen. En zo geschiedde het op 4 en 24 november.

 

Maar liefst 21 vertegenwoordigers van de vaderlandse pensioensociety gaven verspreid over twee dagen in elf kort op elkaar volgende blokjes acte de présence in de Tweede Kamer. Onder hen diverse direct betrokkenen bij het pensioenakkoord. Maar ook personen die tot op heden meer aan de zijlijn hebben gestaan, en die dan ook hartstochtelijk de gelegenheid aangrepen om het nationale politieke podium te bestormen om hun eigen (soms controversiële) gedachten naar voren te brengen.

 

Bijzonder hierbij was dat hoofdrolspelers bij de totstandkoming van het pensioenakkoord zoals FNV en VNO-NCW in eerste instantie niet eens waren uitgenodigd. Gijs van Dijk (PvdA) heeft hier op het laatste moment – terecht – alsnog voor gezorgd.

 

Tijdens de rondetafelgesprekken kon ieder Kamerlid wel bij iemand op een of ander pensioendeelaspect zijn of haar gelijk ophalen. Om daarmee vooral de eigen achterban te bekoren. Vaak werd teruggegrepen naar bekende stokpaardjes om te laten zien of deze of gene nu wel of niet iets voor zijn achterban had binnengehaald, dan wel of iemands expertise niet aanleiding zou geven om het allemaal toch weer heel anders te gaan doen.

Met als ‘resultaat’: een zichzelf 660 minuten voortslepende surrogaat politieke pensioentalkshow. De neutrale kijker bleef – niet geholpen door het veelvuldig gebezigde pensioenjargon – vooral verward, en uitgeput, achter. Je zou, gezien de vertoonde kakofonie, bijna gaan twijfelen of er überhaupt wel een historisch pensioenakkoord is gesloten.

 

Anderzijds kan het de Kamerleden ook niet al te kwalijk worden genomen dat ze een eigen  ‘verkiezingsshow’ wensten. Ze hebben per slot van rekening jarenlang noodgedwongen vooral vanuit de coulissen de trage voortgang van de polder richting het akkoord moeten aanschouwen.

 

Daarnaast is het – natuurlijk – belangrijk dat de Tweede Kamer zich verdiept in het nieuwe pensioenstelsel. Zo werd tijdens de rondetafelgesprekken expliciet stilgestaan bij uitvoeringsaspecten. Oftewel, is datgene wat in het pensioenakkoord staat haalbaar en uitvoerbaar? Terechte vragen die getuigen van voortschrijdend inzicht van de Kamer. Uitvoeringsaspecten zijn namelijk in het verleden op andere wetgevingstrajecten (zwaar) onderbelicht gebleven. Met schrijnende gevolgen voor grote groepen individuen, zoals we vooral hebben kunnen zien bij de kinderopvangtoeslagaffaire.[1]

 

Het is te hopen dat de verdere uitwerking van het pensioenakkoord en omzetting ervan in wet- en regelgeving voorspoedig verloopt – ondanks een mogelijk langdurige formatieperiode richting een volgend kabinet. Waarbij de Tweede Kamer niet meer met een politiek vergrootglas op zoek gaat naar zogenaamde onderling splijtende verschillen van inzicht. Maar waarbij de Kamer op basis van noeste analyses en wetgevingsarbeid in de geest van het pensioenakkoord bijdraagt aan gedegen en uitvoerbare pensioenwetgeving.

 

Want tijdige aandacht voor de wetgevingskwaliteit en uitvoeringsaspecten is cruciaal voor de totstandkoming van een pensioenstelsel dat het vertrouwen kan winnen van pensioendeelnemers. Voor hen, de miljoenen deelnemers waarvan de meeste nog geen idee hebben wat het nieuwe stelsel voor hen betekent, waren de afgelopen weken vertoonde rondetafelgesprekken helaas van weinig (show)waarde.

 

[1] Zie ook het 7 november jl. verschenen position paper van Pieter Omtzigt (CDA) ‘De Tweede Kamer en de Uitvoering, een moeilijke combinatie’, geschreven aan de parlementaire onderzoekscommissie uitvoeringdiensten. (link)

Volgende publicatie:
“Wás het nieuwe contract maar het enige om te verwerken”

“Wás het nieuwe contract maar het enige om te verwerken”

Gepubliceerd op: 25 november 2020

Verbouwing pensioenstelsel vergt ingrijpende ICT-operatie

 

Nederland staat aan de vooravond van de grootste verbouwing van een pensioenstelsel in de wereld ooit. Die overgang kost de sector behoorlijk wat hoofdbrekens. Een van de uitdagingen is of de bestaande ICT-systemen van pensioenuitvoerders geschikt zijn voor deze majeure aanpassing van het stelsel. En als dat niet het geval is, is er dan nog voldoende tijd om een volledig nieuwe ICT-architectuur in te richten?

 

Om maar meteen met die prangende vraag te beginnen: kunnen de huidige systemen aangepast worden op het nieuwe contract? Volgens Wim Henk Steenpoorte, bij APG verantwoordelijk voor de overgang naar het nieuwe stelsel, zijn de twee systemen die APG momenteel gebruikt “op zichzelf hele goede systemen die nu prima voldoen. Natuurlijk kun je kijken of je bestaande systemen kunt aanpassen, daarom doen we hier nu onderzoek naar. Maar omdat het karakter van de regeling zo fundamenteel verandert, durf ik mijn hand er niet voor in het vuur te steken dat die route de verstandigste is. Daarom kijken we bewust breed naar verschillende opties: zelf bouwen, kopen of creëren via een alliantie.”

 

De fundamentele verandering waarnaar Steenpoorte verwijst, betreft de overstap binnen het Nederlandse pensioenstelsel van defined benefit (DB) op defined contribution (DC). Bij een DB-contract doet het fonds een belofte over de hoogte van de uitkering, bij een DC-regeling weet de deelnemer wat hij of zij inlegt, maar heeft minder zekerheid wat betreft de hoogte van de uitkering.

 

Wat dit ICT-vraagstuk volgens Steenpoorte zo lastig maakt, is dat de uitvoering van een pensioencontract in de loop van de tijd steeds ingewikkelder wordt. “Het zijn contracten die een enorme historie opslaan. Ieder jaar komen er mutaties bij. Mensen gaan trouwen of scheiden bijvoorbeeld, en al die lifetime events werken ingrijpend door in de administratie van hun pensioen. Die opeenstapeling van mutaties maakt de administratie intrinsiek steeds gecompliceerder.”

 

Grote belasting
Daar komt bij dat er los van de twee varianten van het nieuwe pensioencontract ook al een aantal andere wetswijzigingen doorgevoerd moet worden in de ICT-systemen. “Was het maar zo dat we alleen het nieuwe pensioencontract te verwerken hadden, voor welke variant een fonds dan ook kiest. Maar er ís op zich al een grote belasting, door het wetsvoorstel pensioenverevening bij echtscheiding, uitkering ineens, standaardisering nabestaandenpensioen, uniformering partnerbegrip, Experimenteer wetgeving ZZP pensioen en evaluatie pensioencommunicatie. Wat we echt willen voorkomen, is dat we al deze veranderingen twee keer moeten doorvoeren, één keer in het huidige en één keer in het nieuwe stelsel”, aldus Steenpoorte. Het wordt dus sowieso erg druk voor de mensen die aan onze huidige systemen werken.

 

Tempo nodig
Over de vraag wat de ideale omstandigheden zouden zijn om de transitie goed te laten verlopen, hoeft hij niet lang na te denken. “Om te beginnen, tempo in het proces om tot nieuwe wetgeving te komen. Er is nu beloofd dat dit in december 2021 is afgerond, en om dat te halen móet al alles meezitten. Maar het is wél nodig  voor de besluitvorming bij sociale partners en pensioenfondsen. Ten tweede zou iedereen gebaat zijn bij helderheid in het proces waarbinnen fondsen hun keuzes maken – over de contractvorm, maar bijvoorbeeld ook over de vormgeving van de solidariteitsreserve. De derde vereiste voor een werkbare overgang, zijn de voorwaarden die er gesteld worden aan het invaren (het overbrengen van de pensioenrechten van deelnemers van het oude stelsel naar het nieuwe stelsel, red.). Dat invaren wordt al een complexe klus an sich, maar als er ook nog een mogelijkheid komt om individueel bezwaar te maken, dan gaat het echt heel lastig worden. Dat geldt ook voor mutaties met terugwerkende kracht. Voor een DC-contract is dat bijna niet te doen. Stel bijvoorbeeld, dat er met terugwerkende kracht een jaar aan pensioenpremie wordt ingelegd. Die premie kan niet meer belegd worden op de financiële markten van een jaar geleden, maar de deelnemer heeft wel recht op het eventuele rendement dat er in dat jaar is behaald. Hoe ga je dat oplossen? Want we kunnen mutaties alleen verwerken op de dag dat ze aan fonds en uitvoerder bekend zijn gemaakt, het zogeheten actualiteitsbeginsel”. 

 

Nachtmerrie
Er is eventueel ook nog een scenario mogelijk waarin er níet wordt ingevaren. “Alle deelnemers krijgen dan twee pensioencontracten, een voor het oude stelsel en een voor het nieuwe. Mutaties moeten dan in zowel het oude als het nieuwe systeem verwerkt worden. Bij vragen van deelnemers zal er dan dus ook continu vanuit twee systemen bekeken moeten worden wat het antwoord daarop is”, aldus Steenpoorte.

 

Kan APG daarmee omgaan? Steenpoorte: “We denken over elk scenario na, en overal is uiteindelijk een oplossing voor. Maar dit zou echt een nachtmerrie zijn – voor fondsen en hun deelnemers, en voor APG”.

Volgende publicatie:
‘Ik ben best trots op wat ik verdien’

‘Ik ben best trots op wat ik verdien’ Santousha Kalk (33) heeft een flinke buffer. Maar pensioen? ‘Ik blijf het voor me uitschuiven’

Gepubliceerd op: 24 november 2020

Het is de opkomende generatie op de arbeidsmarkt. De managers van  morgen. De dertiger. Hoe gaan ze om met werk en geld voor nu en later?

In deze nieuwe serie Dertigers over geld: Santousha Kalk, online marketeer en ZZP’er.

 

Santousha Kalk (33)

Beroep: online marketeer

Werkt wekelijks: 20 à 30 uur

Inkomen: 7000 à 7500 euro bruto per maand

Spaargeld: 75.000 euro

Pensioen geregeld? Nee

 

Wat doe je als online marketeer?

“De laatste tijd richt ik me grotendeels op online adverteren, via sociale media en Google. Mijn klanten zijn voornamelijk mkb-bedrijven, dan moet je denken aan een tandartspraktijk, een notarissenbureau, maar ook coaches, trainers en webshops.”

 

Hoelang doe je dit werk al?

“In 2006 ben ik met online marketing begonnen, in loondienst destijds. Ik heb steeds wat anders gedaan; eerst hield ik me vooral bezig met SEO, daarna met Google Ads en adverteren op sociale media.”

 

Sinds wanneer ben je zzp’er?

“Sinds ik in Nederland woon. Tot een jaar geleden woonde ik in Suriname, daar was ik in vaste dienst.”

 

Heb je bewust gekozen voor het ondernemerschap?

“Ja. Ik wilde locatievrijheid hebben, en als zzp’er verdien je ook beter. Ik heb er nu ook bewust voor gekozen om niet meer fulltime te werken, zodat ik mijn eigen tijd kan indelen. Als ik zin heb om later te starten doe ik dat, en als ik behoefte heb aan een middagdutje ook.”

 

Wat vind je leuk aan het werk?

“Ik ben altijd een nerd geweest. Als kind bouwde ik al mijn eigen websites, waar ik vervolgens verkeer heen probeerde te krijgen. De groei is online heel meetbaar, je krijgt direct data binnen waarmee je iets kunt doen. Het geeft me een goed gevoel om daarmee bezig te zijn. De branche is ook constant in beweging, het is nooit saai.”

 

Kom je rond?

“Zeker. Wat ik verdien is ruim voldoende voor mij. Ik ben er tevreden mee, en ook best trots op.”

 

Wat zijn je vaste lasten?

“Ik stort maandelijks zo’n 900 euro op de gezamenlijke rekening en veel meer dan dat geef ik niet uit. Ik werk vanuit huis en heb dus geen kosten voor de huur van een kantoor. Aan kleding besteed ik ook haast niks, ik zit toch thuis. Mijn grootste maandelijkse uitgave is de huur, samen met mijn partner is dat 1050 euro. We wonen in een huurhuis in Den Haag. We zijn op zoek naar een koophuis, maar dat valt niet mee in de huidige markt. Helemaal als zzp’er is het lastig om een volwaardige hypotheek te krijgen, zeker omdat ik pas één jaar aan administratie kan overleggen.”

 

Let je erg op wat je uitgeeft?

“Ja, want ik wil een bepaalde buffer opbouwen. Niet dat ik een streefbedrag heb om te sparen, ik zet gewoon zo veel mogelijk opzij. Ik verdien nu goed, maar ik wil daar niet naar gaan leven. Ik weet niet hoe de toekomst eruitziet, dus het zou onverstandig zijn om alles wat ik verdien

gelijk ui te geven."

Ben je bezig met je oude dag?

“Niet echt. Ik ben me nog aan het oriënteren op wat voor mij de beste optie is. Ik heb aardig wat spaargeld, maar het is niet zo dat ik daarvan een bepaald deel heb gereserveerd voor mijn pensioen. Ik wil de vrijheid hebben om eerder te stoppen met werken. Hoe, dat moet ik nog uitzoeken.”

 

Heb je wel pensioen opgebouwd toen je nog in vaste dienst was?

“Ja, een jaar of twaalf toen ik nog in Suriname woonde. Maar dat is een land in crisis, ik betwijfel of het geld dat er voor me staat straks nog iets waard is. Sowieso zijn de bedragen daar laag; ik vergelijk het altijd met zakgeld voor een kind.”

 

Hoeveel zou je later maandelijks willen ontvangen als je met pensioen gaat?

“Ik heb geen idéé wat ik nodig zou hebben. Ik ga ervan uit dat mijn vaste lasten tegen die tijd veel lager zullen zijn, maar zeker weten doe ik het niet. En het maakt ook nogal wat uit of ik 100 jaar word of 75. Wie kan voorspellen hoe lang je gaat leven?”

 

Wat zou je beter kunnen doen, wat je pensioen betreft?

“Alles! Ik heb nog niets gedaan. Het voelt zo overweldigend, ik heb gemerkt dat ik het op de lange baan schuif. Dat is niet goed, want het is behoorlijk ingrijpend. De keuze die ik nu maak gaat echt van invloed zijn op hoe mijn toekomst eruit gaat zien. Ik wil de juiste keuze maken en de tijd nemen om een goede beslissing te nemen. Ik denk dat ik maar eens een adviseur in de arm ga nemen om het me allemaal uit te leggen.”

Volgende publicatie:
Op de agenda

Op de agenda

Gepubliceerd op: 23 november 2020

Volgende publicatie:
Pensioenweek

Pensioenweek

Gepubliceerd op: 23 november 2020

Nieuwsoverzicht week 47

 

Maandag16 november 

  

Het kabinet stuurt het evaluatieverslag en ontwerpbesluit beëindigen overgangsrecht  Wet Werken na de AOW, inclusief kabinetsreactie aan de Kamer. 

 

De gemiddelde pensioenleeftijd lag vorig jaar voor het eerst boven de 65, blijkt uit cijfers van het CBS. Van het begin van deze eeuw tot en met 2006 lag de gemiddelde pensioenleeftijd van werknemers rond 61 jaar. 

 

Werknemers van 45 tot 65 jaar willen gemiddeld tot een leeftijd van 64,5 jaar blijven werken. De helft van de werknemers in deze leeftijdsgroep geeft aan langer te willen doorwerken, als dat kan met minder uren of dagen per week. 

 

Hongarije en Polen blokkeren goedkeuring van het zogenaamde ‘Eigen Middelen besluit’. Dit besluit regelt de inkomstenkant van het Meerjarig Financieel Kader, de 7-jaren begroting van de EU. Het EM besluit vergt unanimiteit in de Raad en parlementaire ratificatie in alle lidstaten. Hongarije en Polen doen dit omdat het nieuwe rechtstaatmechanisme uitbetaling uit Europese (herstel)fondsen kan blokkeren wanneer een lidstaat op ernstige wijze inbreuk op de rechtstaat maakt. Over dat laatste besluit kan de Raad met gekwalificeerde meerderheid beslissen. Gevolg is dat het EM besluit nu besproken moet worden in de Raad van Ministers, en naar verwachting daarna ook op de Europese Raad. 

 

De Institutional Investors Group on Climate Change (IIGCC) roept 36 van Europa's grootste bedrijven op om de implicaties van wereldwijde toezeggingen om temperatuurstijgingen tot ruim onder 2°C en idealiter tot 1,5°C te beperken, goed weer te geven in hun jaarrekening. 

 

Dinsdag17 november 

  

Minister Koolmees stuurt de tweede nota van wijziging over de Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen naar de Kamer, inclusief begeleidende brief. 

 

De Tweede Kamer stemt in met het Wetsvoorstel bedrag ineens, RVU en verlofsparen. 

De Pensioenfederatie komt meteen met kritische reacties: 'Nota van wijziging maakt bedrag ineens onnodig complex' en 'AOW-overbrugging niet mogelijk in combinatie met bedrag ineens'.

 

In de eerste termijn van de begrotingsbehandeling van SZW roept Van Kent (SP) de minister op om de Wet normering topinkomens van toepassing te verklaren op de pensioensector. De minister vindt dit niet passend. “Pensioenfondsen zijn geen publieke instellingen”. 

 

Erik Lutjens (hoogleraar Pensioenrecht) beargumenteert in een opinie op PensioenPro dat een pensioenfonds een rvu-regeling mag uitvoeren.

  

PFZW verkoopt alle grondstoffenbeleggingen. Van Brenk (50PLUS) stelt vragen aan minister Koolmees naar aanleiding hiervan. 

 

Woensdag18 november 

  

 De Europese Commissie komt met het najaarspakket met macro-economische voorspellingen en een beoordeling van de ontwerpbegrotingen van de lidstaten. Dankzij het tijdelijk vanwege de Covid-crisis buiten werking stellen van het Stabiliteits- en Groeipact, is er dit jaar minder detail. De Commissie waarschuwt wel dat Frankrijk, België, Griekenland, Italië, Portugal en Spanje moeten oppassen dat zij na de crisis hun hoge en oplopende staatsschulden onder controle  houden.

  

Donderdag19 november   

  

In het vervolg van de begrotingsbehandeling SZW gaat het vooral over het (verlengen van het) covid-19 steun- en herstelpakket. Minister Koolmees staat (zeer) kort stil bij het onderwerp pensioen. 

 

Van Brenk (50PLUS) vraagt naar aanleiding van de tegengestelde bijdragen van Lutjens en Van Meerten in het rondetafelgesprek van 4 november hoe de minister ervoor gaat zorgen dat pensioenfondsen bij het invaren niet met juridische procedures te maken krijgen. Koolmees geeft aan dat invaren transparant en zorgvuldig moet plaatsvinden, dat er geen sprake is van onteigening (wat Van Brenk wel zo ziet) en dat er een Europeesrechtelijke juridische toets komt. 

 

Daarnaast spoort Van Brenk de minister aan om te kijken of ABP de (her)berekeningen rondom samenvallende diensttijd kan versnellen.  

 

De Jong (PVV) komt met een motie over “het voorkomen van onnodige pensioenkortingen”.

 

In oktober waren 406.000 mensen werkloos, oftewel 4,3 procent van de beroepsbevolking. In de afgelopen drie maanden daalde het aantal werklozen met gemiddeld vierduizend per maand. 

 

Pieter Hasekamp (directeur CPB) gaat in een column in op de toekomst van de arbeidsmarkt.

 

Op de videoconferentie van de Europese Raad wordt slechts vastgesteld dat Hongarije en Polen, inmiddels gesteund door Slovenië vanwege het rechtstaatmechanisme niet willen instemmen met het EM besluit en dat hierover wordt doorgesproken, zie ook bericht maandag.

In de pers wordt de vraag gesteld of deze blokkade ook zal leiden tot uitstel van besluitvorming over nieuwe Europese CO2 doelstellingen. 

 

Team Barnier gaat in quarantaine omdat één lid positief testte op Covid. Brexit onderhandelingen kunnen hierdoor zolang slechts per videoconferentie plaatsvinden. President Von der Leyen meldt dat desondanks de laatste dagen goede vooruitgang geboekt zou zijn. Brexit blijft kennelijk een ‘cliffhanger’. 

  

Vrijdag20 november   

  

De aanvullende position papers van Lutjens en Van Meerten verschijnen naar aanleiding van het rondetafelgesprek Pensioenakkoord (deel II) op 4 november 2020.  

 

 

Volgende publicatie:
Failliet van het veld: waarom zoveel voetballers na hun carrière financieel de mist ingaan

Failliet van het veld

Gepubliceerd op: 19 november 2020

Waarom zoveel voetballers na hun carrière financieel de mist ingaan

 

Topvoetballers verdienen miljoenen, maar het geld gaat vaak ook met bakken de deur uit. Ze leven in een schijnwereld met privéjets, merkkleding en extravagante uitspattingen. Als hun carrière stopt, gaat meer dan 60 procent van de Europese voetbalvedettes failliet.

 

Soufyan Daafi zette het bureau Sport Legacy op en Kenneth Vermeer sloot zich daar als ambassadeur bij aan. Hun doel: een stukje bewustwording creëren. “Ze denken veel te laat aan hun financiële toekomst.”

 

Luxueuze vakanties naar tropische stranden. De duurste auto’s. Vipplaatsen bij de meest excentrieke party’s. Enorme horloges en een harem van ‘golddiggers’. Wie op Instagram de topvoetballers volgt, ziet een wereld waarin het niet op kan met dure uitspattingen. Waarin het geld moet rollen, liefst met tonnen tegelijk. Maar de realiteit erachter is keihard. De weg van miljonairsstatus naar een faillissement is korter dan de fans denken.

 

Helpen waar het kan

Oud-international Kenneth Vermeer, ook oud- doelman van Ajax en Feyenoord, speelt tegenwoordig in het zonnige Californië bij Los Angeles FC. Hij trekt zich het lot aan van voormalige voetbalvedettes die na hun carrière in een kilometers diep zwart gat vallen. Zijn voormalige teamgenoot en vriend in de Ajax-jeugd Soufyan Daafi zette het bureau Sport Legacy op en Kenneth Vermeer sloot zich hier als ambassadeur bij aan. Helpen waar het kan, is de visie van Sport Legacy in een bizarre voetbalwereld waar niets is wat het lijkt.

 

Soufyan Daafi: Niet voor iedereen is een carrière weggelegd met miljoeneninkomsten. Ik zag het om me heen. Een van mijn beste vrienden, Kenneth Vermeer, werd drie jaar lang kampioen met Ajax. Op een gegeven moment kwam hij op de bank terecht, waardoor het niet zeker was of zijn contract verlengd zou worden. Er was geen interesse van buitenlandse clubs. Toen realiseerde ik me hoe groot de risico’s zijn als dat voetbalsalaris wegvalt. Gelukkig kon Kenneth bij Feyenoord tekenen.”

 

In een wereld waarin jongens van 17 in één dag miljonair kunnen worden, mag je je natuurlijk ook afvragen wat grote clubs als Ajax en PSV doen om hun talentjes op de rails te houden.

“De club raadt altijd aan om met een adviseur in gesprek te gaan, Sportdesk ABN Amro is bijvoorbeeld actief bij Ajax. Bij AZ is dat de Rabobank, Maar die hulp gaat maar tot een bepaalde hoogte. Wanneer zich serieuze financiële problemen voordoen, wijzen eigenlijk alle partijen naar elkaar. De club zegt: ‘Daar is de zaakwaarnemer voor.’ De zaakwaarnemer zegt: ‘We assisteren de speler, maar hij is zelfverantwoordelijk,’ En de speler kijkt naar beide partijen: ‘Ik heb jullie ondersteuning nodig.’ Daar willen wij ons met Sport Legacy nu mee gaan bezighouden. Spelers er bewust van maken dat ze niet in allerlei financiële valkuilen moeten trappen, maar tijdig om hulp moeten vragen.

Foto: Kenneth Vermeer met Soufyan Daafi en de kampioensschaal van Ajax

 

“Wij houden contact met zaakwaarnemers, de clubs en de spelers om problemen te voorkomen. 62 Procent van de spelers gaat na hun carrière failliet. Dat aantal willen wij drastisch verminderen. In Amerika liggen die percentages nog hoger, in de NFL zelfs op 80 procent. Het is ook logisch te verklaren. Als je in een keer miljoenen verdient, dan denk je dat dit voor eeuwig is. De meeste voetballers hebben een uitgavepatroon dat varieert van 5000 tot 30.000 euro per maand, of meer. Als je gewend bent om iedere maand een vast bedrag binnen te krijgen en dat stopt en je hebt maar een miljoen of twee op de rekening staan, dan ben je binnen vijf jaar klaar en failliet.”

 

Vooral in video’s en foto’s op Instagram geven voetbalvedettes steeds meer bloot van hun soms exotische leven. Een weekendje met de privéjet naar Ibiza, een roadtrip met de nieuwste Bentley. En tussendoor in kostbare merkkleding en behangen met juwelen naar de meest exclusieve party’s, waar de beau monde de duurste champagne rond laat gaan.

Soufyan Daafi: “Spelers denken dat het de norm is, maar het is een schijnwereld. Ik voer nu gesprekken met jongens die bijna een miljoen volgers op Instagram hebben, maar financieel in de shit zitten of depressief zijn. Ik zeg niet dat Instagram niks is, maar waar gebruik je het voor? Als platform voor je eigen branding, wat prima is, of om de wereld je luxeleventje te showen?”

 

Zijn spelers van rond de dertig al met hun pensioen of financiële toekomst bezig?

Soufyan Daafi: “Zeker, maar jammer genoeg vaak veel te laat. De voetballers bouwen een cfk-pensioenfonds op. Deze regeling heeft als doel een speler/renner na zijn professionele sportcarrière een financiële basis te bieden waardoor hij zich (beter) kan richten op zijn nieuwe loopbaan. Ook met die spelers zijn we in gesprek. Het CFK zien voetballers als een mooi voordeel, maar ook als nadeel omdat ze niet bij hun geld kunnen. Ik spreek voetballers die al klaar zijn en met het CFK hebben afgesproken dat er de komende twintig of dertig jaar uitgekeerd wordt, maar iets hebben van: ik heb het nu nodig. Bijvoorbeeld om een vastgoedportefeuille op te bouwen. Dat laat de CFK-regeling niet toe.”

 

Kennis overbrengen

Maar er zijn ook positieve voorbeelden. Bijvoorbeeld international Ryan Babel. De oud-Ajacied heeft zich in geldzaken verdiept en is vastgoedondernemer geworden. Hij denkt al jaren na over zijn voetbalpensioen. “Ik wil op zijn minst mijn huidige levensstijl behouden. Ik wil er niet op achteruitgaan,” zegt Babel. Hij koopt over de hele wereld huizen en appartementen. Op aanraden van zijn zaakwaarnemer kocht hij elk kwartaal een nieuw appartement. Babel werkt nauw samen met Sport Legacy.

 

Soufyan Daafi: “Wat Ryan goed doet, is dat hij al vroeg besefte: ik wil mijn huidige leefstijl behouden. Ik wil dat mijn kinderen nog steeds naar een privéschool kunnen gaan, ik wil leuke vakanties hebben, ik wil de leuke plekjes waar ik nu naartoe kan ook straks blijven bezoeken.’ Hij realiseerde zich dat daar een flink inkomen voor nodig is. En dat er binnen Nederland geen baan is waarvoor even een-twee-drie zijn voetbalsalaris op tafel wordt gelegd. Toen is hij zich gaan verdiepen in de mogelijkheden die er wel zijn. Hij is in het vastgoed gegaan met als doel: ik wil na mijn voetbalcarrière maandelijks exact hetzelfde salaris zien binnenkomen als nu. Ik bewonder Ryan omdat hij de kennis die hij opdoet ook wil overbrengen op de jonge jongens. Hij zegt keihard: ‘Koop niet van je eerste contract een Bentley, maar doe er wat nuttigs mee’. Ik leer ontzettend veel van hem.”

De meeste voetballers hebben een uitgavepatroon dat varieert van 5000 tot 30.000 euro per maand

Gaat het vaak fout in Nederland?

“Het is niet onderbouwd met cijfers, maar mijn gevoel zegt van wel. Als je kijkt hoeveel talenten er in Nederland rondlopen. Kijk alleen al binnen het Nederlands elftal, al die debutanten. Ik ken spelers die bij topclubs in Nederland, Spanje, Engeland en Italië speelden en die nu echt financiële uitdagingen hebben.”

 

Wat kunnen jullie concreet betekenen voor deze spelers?

“Wij gaan als Sport Legacy met simpele presentaties naar spelers. Op Jip en Janneke-niveau. ‘Pietje, jij gaat nu je eerste contract tekenen. In welke auto wil jij rijden?’ Dan kiezen ze vaak een auto van een ton. Vragen we: ‘Ga je die auto van je tekengeld halen, van je spaargeld of van je salaris?’ En dan willen we ze laten inzien dat als ze nu een appartement zouden kopen ter waarde van twee ton en daar een huurder in plaatsen, die huurder ook voor hun auto betaalt. Het verschil is dat de ton van die woning steeds meer waard wordt, en die ton van de auto steeds minder. Dat is het stukje bewustwording dat we willen creëren. En op het moment dat we dat doen, zie je zo’n speler denken: dat klopt, het kan ook heel anders. Ik kan die luxe bemachtigen zonder aan mijn eigen geld te zitten.

 

We zijn ook heel confronterend. ‘Als jouw salaris vandaag stopt, wat zijn dan je uitgaven? Hoeveel inkomen genereer je op dit moment naast je carrière?’ En dan berekenen we hoe lang het duurt voordat zo’n speler failliet is. Ik ken een speler van Feyenoord die zich geen zorgen hoeft te maken. Als zijn salaris vandaag zou stoppen, kan hij nog 86 jaar door zonder inkomen. Maar ik heb ook spelers die na drie jaar gewoon klaar zijn en dan kijken we: ‘Wat is naast voetbal nog meer je passie?’ Dan hoor je de gekste dingen. Een skischool, een personal gym openen. Samen met die spelers bekijken we dan hoe we dat kunnen opzetten.”

 

Waar zijn jullie het meest trots op tot nu toe?

“Dat wij in relatief korte tijd de aandacht hebben weten te trekken in de voetbalwereld. Ik wil nog niet zeggen dat we onze naam hebben gevestigd, maar onze aanwezigheid wordt steeds meer omarmd.”

Volgende publicatie:
'Verplichtstellen pensioen werkt als rode lap op zzp'er'

'Verplichtstellen pensioen werkt als rode lap op zzp'er'

Gepubliceerd op: 18 november 2020

Onderzoeker Mark Boumans pleit voor 'je doet mee, tenzij'-oplossing

 

Veel zzp’ers bouwen nauwelijks pensioen op. Van de 1,5 miljoen zelfstandigen in ons land spaart 40 procent (veel) te weinig om straks een comfortabele oude dag te hebben. En dat is zorgelijk, volgens jurist Mark Boumans, die onlangs op dit onderwerp promoveerde aan de Vrije Universiteit Amsterdam. “Pensioenfondsen móéten hierin iets betekenen, door maatwerkproducten te maken voor zelfstandigen.”

 

Ons pensioenstelsel mag dan bekendstaan als het beste ter wereld, zzp’ers hebben er weinig aan. Ze vallen er grotendeels buiten, concludeert Mark Boumans in zijn proefschrift over pensioen voor zelfstandigen. Boumans is werkzaam bij pensioenconsultant Montae & Partners en als jurist verbonden aan het Expertisecentrum Pensioenrecht van de rechtenfaculteit van de VU. Hij deed zeven jaar onderzoek naar de pensioensituatie van zzp’ers in Nederland en ontdekte dat die niet bepaald rooskleurig is.

 

Groot probleem

Waar werknemers veelal via hun werkgever (verplicht) pensioen opbouwen, zijn zzp’ers hier zelf verantwoordelijk voor. In de praktijk blijkt echter dat lang niet alle zzp’ers die verantwoordelijkheid nemen. En dat kan een groot probleem worden, zegt Boumans. “Als je zelf niet spaart, heb je straks alleen de AOW. Dat is niet zo erg als je inkomen altijd rond het minimum is geweest. Maar een grote groep werkenden die een hoger inkomen gewend is, zal daar niet van kunnen rondkomen.” En als een enorme groep mensen straks te weinig pensioen blijkt te hebben gespaard, is de kans groot dat de rekening bij de maatschappij terechtkomt.

 

Reden genoeg om er nu iets aan te doen. Maar zoals zzp’ers hun pensioenopbouw voor zich uit blijven schuiven, doet de politiek dat met het zelfstandigenvraagstuk. Het probleem speelt volgens Boumans al sinds de totstandkoming van onze sociale voorzieningen. “Ook toen al werd er gesproken over de ‘kleine zelfstandigen’ en wat we daar toch mee moesten.”

De groep zelfstandigen is met name de laatste twee decennia enorm gegroeid. Nederland is hier volgens Boumans zelfs Europees koploper in en hij verwacht dat die toename vanwege corona alleen maar groter zal worden.“

In het nieuwe pensioenakkoord is daar vast rekening mee gehouden, zou je denken. Maar dat is volgens Boumans niet het geval. “Er wordt een nieuw stelsel aangekondigd, maar wat eraan komt is een andere vormgeving van het aanvullend pensioen, zoals dat voor werknemers is geregeld. Dat is waar het over gaat. Als je naar alle Kamerstukken over pensioen kijkt van de laatste tien jaar, gaat het bijna altijd over werknemers. Pas op de laatste pagina zie je een paragraafje over de zzp’ers.”

 

Wat er misgaat

Dit is waar het in het huidige stelsel misgaat: iedereen in Nederland – ook de zzp’er – heeft recht op AOW, de eerste pijler in het pensioenstelsel. Maar tot de tweede pijler, het collectieve en aanvullende pensioen van bijvoorbeeld de bedrijfstakpensioenfondsen, hebben ze nauwelijks toegang. Er zijn maar twee bedrijfstakpensioenfondsen waar zelfstandigen zich verplicht bij moeten aansluiten, een in de bouw en een voor schilders. Dat gaat volgens Boumans om 2 à 4 procent van de zelfstandigen. De rest van de zelfstandigen en zzp’ers is aangewezen op de derde pijler: privé voor aanvulling zorgen door bijvoorbeeld te banksparen of een lijfrenteverzekering af te sluiten. Maar dat doet slechts 11 procent.

 

De overgrote meerderheid van de zelfstandigen spaart buiten het pensioenstelsel voor zijn pensioen, door zelf te sparen en te beleggen, concludeert Boumans. Áls ze al sparen dus. Hij noemt dat wonderlijk. “We hebben het beste stelsel ter wereld, maar 15 procent van de werkzame bevolking in ons land neemt daar niet aan deel. Dat vind ik toch bijzonder.”

 

Verplicht stellen

“Een goede stap voorwaarts zou zijn om het mogelijk te maken dat zelfstandigen toegang kunnen krijgen tot de tweede pijler.” Maar zolang dat vrijwillig is, verwacht Boumans niet dat zzp’ers ervoor in de rij zullen staan. “De laatste jaren zijn er verschillende maatwerkproducten in de derde pijler voor zelfstandigen in het leven geroepen, zoals het zzp-pensioen. Dat is niet gaan vliegen; de zelfstandigen komen niet.”

 

Dat brengt ons op wat Boumans het ‘taboe-onderwerp’ noemt: verplichtstelling. Het woord verplichting werkt bij zelfstandigen als een rode lap op een stier. Toch is hij er voorstander van. “Als je werknemers de keuze geeft om wel of geen pensioen op te bouwen, zou ik er niet raar van opkijken als velen zeggen: laat maar lekker zitten. Dat is nou net wat bij zelfstandigen speelt. Er is een scala aan vrijwillige mogelijkheden om pensioen op te bouwen, zowel in de derde pijler als daarbuiten, maar je ziet dat een grote groep het niet doet.”

Uitstelgedrag is een van de redenen, meent Boumans. “Pensioen is ingewikkeld en niet leuk om mee bezig te zijn. Vaak gaan mensen er pas echt over nadenken als ze in de vijftig zijn. Maar als je dan je pensioenkapitaal nog bij elkaar moet sparen, ben je mogelijk te laat.”

We hebben het beste stelsel ter wereld, maar 15 procent van de werkzame bevolking in ons land neemt daar niet aan deel

Tussenoplossing

Er is ook nog zoiets als een tussenoplossing, waarvan Boumans gecharmeerd is. Ofwel een opting-in-variant, waarbij je er zelf voor kunt kiezen om je aan te sluiten, of een opting-out-variant, waarbij je automatisch pensioen gaat sparen, tenzij je bezwaar aantekent. “Uit de gedragseconomie blijkt dat mensen veelal kiezen voor de standaardoptie. Dat zie je ook bij de donorwet. Als je graag wilt dat een veel grotere groep zelfstandigen tijdig voor pensioen gaat sparen, zonder het verplicht te stellen, is dit volgens mij de beste manier. Je zou een generieke nationaalbrede pensioenregeling voor zelfstandigen kunnen maken, die een pensioenuitvoerder uitvoert. Het probleem is dat deze variant in het Nederlandse systeem nog niet bestaat.”

 

Andere landen

Boumans onderzocht ook hoe het in andere landen is geregeld. In België en Denemarken bleek het probleem veel minder of helemaal niet te spelen, maar in het Verenigd Koninkrijk wordt het zelfstandigenvraagstuk volgens hem aangeduid als een tikkende tijdbom. “Daar is de groei ook booming en heb je vergelijkbare vraagstukken. Het interessante is: daar heb je voor werknemers een systeem van opting-out, waarbij de werkgever een pensioen moet aanbieden en de werknemer dat kan weigeren. Je doet mee, tenzij... Daar speelt nu de discussie of ze dat ook niet voor zelfstandigen moeten invoeren. Als dat gebeurt, is het voor Nederland zeer interessant om te kijken hoe dat uitpakt.”

 

Het wordt tijd dat de politiek serieus aan de slag gaat met pensioen voor zelfstandigen, vindt Boumans. En ook pensioenfondsen móéten hierin iets betekenen, door maatwerkproducten te maken voor zelfstandigen. “Want ze zijn nu vrijwel uitsluitend actief voor werknemers.”

Volgende publicatie:
De stad, de groei en het virus

De stad, de groei en het virus

Gepubliceerd op: 12 november 2020

Als je in een stad woont of werkt, dan ben je er extra aan blootgesteld. Het kan bij de koffieautomaat op kantoor gebeuren, bij de Starbucks of bij de halte van de tram. Bij elk contact kunnen ze overspringen van mens op mens. Bovendien hebben ze de neiging razendsnel te muteren. En eenmaal los houdt niets ze meer tegen. Mondkapjes helpen niet. Vaccineren is zinloos. Maar dat is gelukkig ook niet nodig. Ik heb het hier niet over virusdeeltjes. Wel over dingen die zich nogal viraal gedragen: ideeën.

 

We hebben onze rijkdom voor een belangrijk deel te danken aan de ‘besmettelijkheid’ van goede ideeën en hun neiging om te ‘muteren’: combinaties te vormen met andere goede ideeën. Zo heeft Elon Musk het wiel zelf niet hoeven uitvinden, en Steve Jobs hoefde niet eerst het internet te bedenken voor hij de iPhone lanceerde.

 

Voor het ontspruiten en verspreiden van nieuwe ideeën is een voedingsbodem nodig. En laat steden daar nu bij uitstek geschikt voor zijn. De aanwezigheid van universiteiten, culturele voorzieningen, maar ook horeca waar mensen elkaar kunnen ontmoeten – al dan niet toevallig – spelen een belangrijke rol. Zoals ze in Sillicon Valley zeggen: “Kennis reist met koffiesnelheid." Steden bepalen mede de economische groei: hoe groter de stad, hoe hoger de productiviteit.

 

Die omstandigheden, die gunstig zijn voor de uitwisseling van ideeën, zijn dat helaas ook voor de overdracht van het coronavirus. De kroegen zijn daarom weer dicht en veel mensen werken thuis.

 

Werken de steden na corona nog steeds als economische groeimotor? Door het virus hebben we flink wat ingesleten gedragspatronen doorbroken. Aan de dertig dagen die je nodig schijnt te hebben voor gedragsverandering komen de meeste thuiswerkers makkelijk. Na het grote thuiswerkexperiment zal niet iedereen weer vijf dagen naar kantoor willen. Je hebt je collega’s gemist, maar elkaar een paar dagen per week zien is waarschijnlijk meer dan genoeg.

Werken de steden na corona nog steeds als economische groeimotor?

Thuiswerken kan zo structureel de vraag naar kantoorruimte drukken, evenals de vraag naar woningen in steden. Reistijd neemt in belang af, ruimte wordt juist belangrijker. Een uittocht uit de stad kan zichzelf versterken. Koffietentjes en kroegen hadden het al moeilijk door tijdens de lockdowns opgelopen schulden. Afnemende bestedingen van inwoners en forenzen maken het niet makkelijker. Als het aanbod van voorzieningen verschraalt, tast dit de aantrekkelijkheid van de stad verder aan.

 

Of het echt een blijvende trend is, is natuurlijk de vraag. Maar tekenend is dat je tegenwoordig televisieprogramma’s hebt over hoeveel huis en ruimte je wint als je de stad verlaat. En de architect Rem Koolhaas, toch gezichtsbepalend voor menige stad, zei eerder dit jaar in het programma Buitenhof: “Als je in de stad woont, ben je een loser”.

 

Wat betekent het voor de beleggingsportefeuille van pensioenfondsen? Allereerst kan binnen de vastgoedportefeuille de relatieve aantrekkelijkheid van verschillende soorten vastgoed veranderen, denk aan distributiecentra ten faveure van kantoren. Tegelijkertijd is dat een trend waarop eigenlijk al werd ingespeeld. Corona versnelt alleen die trend.

 

Als steden een minder prominent platform worden voor ideeënuitwisseling, dan valt een belangrijke groeimotor weg. Dat vertaalt zich uiteindelijk in lagere rendementen, of een duurder pensioen.

 

Maar het is natuurlijk de vraag of er dan niet iets anders voor in de plaats komt. Misschien vinden we half thuiswerkend wel nieuwe manieren van kruisbestuiving, eventueel met hulp van nieuwe technologie. Ideeën daarover zijn nu meer dan welkom. Dus wie een goed idee heeft, liefst een beetje besmettelijk en gevoelig voor mutaties: zegt het voort!

 

Charles Kalshoven is senior strategist bij APG

Volgende publicatie:
Waarom het Nederlandse pensioensysteem het beste ter wereld is

Waarom het Nederlandse pensioensysteem het beste ter wereld is

Gepubliceerd op: 9 november 2020

Het Nederlandse pensioensysteem komt ook dit jaar weer als beste uit de bus in de Mercer-index. Waarom is dat zo, en hoe is het pensioen in andere landen geregeld? We vroegen het twee deskundigen.

 

We mogen er graag over klagen, maar daar is relatief weinig reden toe: het Nederlandse pensioenstelsel is het beste ter wereld. Op de Mercer Global Pension Index, die jaarlijks alle pensioensystemen wereldwijd met elkaar vergelijkt op verschillende cruciale punten, staan ‘we’ net als vorig jaar bovenaan. “Geen enkel ander land scoort zo goed op al die punten als wij,” zegt Rob Bauer, hoogleraar Institutionele Beleggers aan de Universiteit Maastricht. Voor de index wordt gekeken naar hoe toereikend, hoe houdbaar en hoe integer een pensioenstelsel is. Hebben deelnemers genoeg aan wat ze krijgen? Is het op lange termijn te betalen? En hoe eerlijk en transparant is het systeem?

 

In Nederland zit het alle drie wel snor, weet ook Onno Steenbeek, die bij APG verantwoordelijk is voor strategisch portefeuille-advies en als hoogleraar risicobeheer van pensioenfondsen aan de Erasmus Universiteit werkt. “De hele wereld is erg jaloers op Nederland,” zegt hij. “Wat ons uniek maakt binnen Europa is dat we veel hebben gespaard met het stickertje pensioen erop. ”

 

Amerika

Daar kunnen ze in een land als de Verenigde Staten alleen maar van dromen. Met een 16de plek op de internationale ranglijst met veertig landen scoort de VS niet zo goed. Het paternalistische model van Nederland, waarbij we allemaal verplicht voor ons pensioen sparen zodra we ergens in dienst treden, is in de VS ondenkbaar, zegt Bauer. Annuïteit, je pensioen periodiek laten uitbetalen, is daar in veel gevallen een keuze in plaats van een verplichting, zoals in Nederland. Áls je al pensioen krijgt. “Er is daar een enorme trend geweest van collectieve naar individuele systemen, of zelfs helemaal geen pensioen. De publieke pensioenfondsen die er nog zijn, zijn van staten en steden. Er zijn al steden failliet gegaan.”

 

Eén van de oorzaken daarvan is de zwakke wetgeving, zegt Bauer. “Er zijn wel richtlijnen, maar de fondsen hebben veel meer vrijheid om te doen wat ze willen. Dat is een groot probleem. Ze kunnen ontzettend veel risico nemen, waardoor ze hoge rendementen kunnen halen, maar ook veel kunnen verliezen.”

 

Bovendien hanteren de fondsen in de VS een optimistischer berekening van de dekkingsgraad, maar zelfs met die rekenmethode is die nog veel slechter dan in Nederland. Bauer: “Het grootste pensioenfonds van Amerika heeft een dekkingsgraad van rond de 70 procent. Maar als ze het zouden berekenen volgens de Nederlandse wetgeving, zou het nog maar 30 procent zijn.”

 

Amerikanen vinden volgens Bauer dat we in Nederland te streng zijn. “Je zou kunnen zeggen dat wij doen alsof de wereld vergaat, terwijl zij doen alsof er niets aan de hand is.”

 

VK en Denemarken

Het Verenigd Koninkrijk doet het op plek 14 al niet veel beter dan de VS. Ook daar hebben ze een beweging gemaakt van collectief naar individueel, zegt Bauer. Een jaar of vijf geleden kregen gepensioneerden daar de vrijheid om hun pensioen na hun 55ste in één keer op te nemen in plaats van het de rest van hun leven maandelijks te laten uitkeren. Bauer gruwelt van dit ‘Lamborghini-pensioen’. “Wij hebben dat veel beter geregeld met onze verplichte annuïteit. Economisch gezien is dat het slimste.”

 

Qua systeem komt het Engelse stelsel volgens Steenbeek nog het meest in de buurt van het Nederlandse. Je spaart er geld via je werkgever en je werkgever betaalt mee. “Alleen valt een groot deel van de bevolking daar niet onder.” Waar in Nederland 90 procent van de werkenden is aangesloten bij een pensioenfonds, is dat in Engeland, maar ook landen als de VS en Canada, maar zo’n 40 procent. Ook zetten de Engelsen maar 8 procent van hun inkomen opzij (de werkgever betaalt de helft), terwijl dat in Nederland zo’n 20 procent is.

 

Denemarken scoort internationaal gezien wel hoog, met een tweede plek. Dat hebben ze volgens Steenbeek vooral te danken aan het feit dat ze net als wij een AOW hebben, een goed georganiseerd en gefinancierd collectief basispensioen dat elke inwoner krijgt. Daarnaast hebben ze in de meeste gevallen een aanvullend pensioen, gekoppeld aan inkomen en vermogen.“

De problemen die we in Nederland zien, hebben andere landen ook. Vergrijzing is bijna overal een probleem, net als de lage rente

Hervormingen

Veel landen kunnen wel een grondige hervorming van het pensioenstelsel gebruiken, maar het is politieke zelfmoord om daarover te beginnen, stelt Steenbeek. “In Frankrijk speelt dat bijvoorbeeld. Ze doen het daar op dit moment heel goed wat betreft toereikendheid. Het pensioen is royaal, maar het is niet houdbaar. Dit stelsel is vrijwel volledig gebaseerd op omslag, en met de toenemende vergrijzing betalen steeds minder werkenden voor steeds meer gepensioneerden. Maar zodra je aan het stelsel gaat morrelen en voorstelt dat mensen later met pensioen moeten omdat het niet meer te betalen is, gaan ze de straat op en ligt het hele land plat. Zo’n hervorming doorvoeren lukt eigenlijk alleen in tijden van crisis.”

 

Over óns nieuwe pensioenakkoord is Bauer ‘voorzichtig positief’. Hij verwacht niet dat het onze nummer 1-positie in gevaar zal brengen, al moet hij nog zien hoe het er in de praktijk uit gaat zien. “Met het nieuwe akkoord is de generatiediscussie nog niet weg. En gaan we ons nu ineens wel houden aan alle regels die we hebben bedacht om indien nodig te gaan korten op de pensioenen? Als iedereen – ook de politiek – zich houdt aan de afspraken, dan is het een vooruitgang.”

 

Ook Steenbeek voorziet niet dat we met het nieuwe stelsel punten moeten gaan inleveren. “De problemen die we in Nederland zien, hebben andere landen ook. Vergrijzing is bijna overal een probleem, net als de lage rente. Het pensioen dat de huidige gepensioneerden krijgen, is waarschijnlijk minder makkelijk haalbaar voor toekomstige generaties. Het is niet meer zo vanzelfsprekend als het was, maar op houdbaarheid zullen we goed blijven scoren. De toereikendheid kan wat terugvallen, maar we zitten royaal hoor, vergeleken met veel andere landen. En op duidelijkheid zullen we beter scoren, want het nieuwe systeem is veel transparanter.”

 

Dat we nu zo goed scoren betekent niet dat we op onze lauweren kunnen gaan rusten, benadrukt Steenbeek. “Eigenlijk is het systeem zoals we dat hebben verzonnen niet bestand tegen de wereld waar we nu in zitten, met lage rentes, lagere verwachte rendementen, steeds meer mensen die überhaupt geen pensioen opbouwen en een bedrijfsleven dat niet bereid of in staat is om heel hoge premies te betalen. De royale beloftes die we hebben gedaan kunnen we niet nakomen. We hebben ontzettend veel geld bij elkaar gespaard, maar er moet iets gebeuren om op de eerste plaats te blijven staan.”

Hoe doen andere Europese landen het?

We noemden al Denemarken, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Maar hoe is pensioen in andere Europese landen geregeld? De site consultancy.nl brengt dit duidelijk in kaart. We pikken er drie uit.

 

  • Duitsland - #11 op de Global Pension Index

Ook voorbij onze oostgrens kennen ze drie pijlers. Al vormt de eerste pijler – verplicht voor alle werkenden – zo’n 80 procent van alle pensioenen in het land. Duitsland werkt sinds 2002 met een puntensysteem. Ieder gewerkt jaar levert punten op, die uiteindelijk worden omgezet in pensioen. Hoe meer punten, hoe hoger de uitkering. Wettelijke pensioenleeftijd? 67 jaar.

  • België - #16 op de Global Pension Index

Onze onderburen kennen net als wij drie pensioenpijlers: een ‘rustpensioen’ voor iedereen die werkt, een ‘extralegaal’ pensioen dat je collectief bij je werkgever opbouwt en een particulier spaarplan. Dat rustpensioen bedroeg bij publicatie van het artikel op consultancy.nl (2017) gemiddeld zo’n 60 procent van het gemiddeld verdiende loon en is gebaseerd op ‘omslag’: premiebetalers financieren dus direct de pensioenuitkering van gepensioneerden. De wettelijke pensioenleeftijd is nu 65, maar stijgt naar 67 in 2030.

  • Spanje - #22 op de Global Pension Index

Belangrijkste pensioenregeling in Spanje is een verplicht overheidspensioen. Opvallend is dat lage en middeninkomens een vrij hoog percentage van hun verdiende loon als pensioen krijgen uitgekeerd: maar liefst 90 procent in 2017. Ook hier geldt het omslagbeginsel: werkenden financieren met hun premie het pensioen van de ouderen. Wettelijke pensioenleeftijd in Spanje is 65, maar stijgt naar 67 in 2031.

Volgende publicatie:
Dit vinden 55-plussers van het nieuwe pensioenstelsel

“Zo’n woord als solidariteitsbuffer is niet echt duidelijk”

Gepubliceerd op: 6 november 2020

Wat vinden werknemers ervan dat hun pensioenuitkering binnen het nieuwe pensioenstelsel meer kan schommelen, afhankelijk van beleggingsrendementen? En met welke vragen zitten zij nog meer? Om hierachter te komen, interviewde APG een select gezelschap 55-plussers.  

 

Het Nederlandse pensioenstelsel gaat op de schop. In het nieuwe stelsel kan de pensioenuitkering ieder jaar opnieuw veranderen, afhankelijk van het rendement van de beleggingen van pensioenfondsen. Welke vragen hebben werknemers en gepensioneerden hierover? APG wil dit graag weten om deelnemers straks zo goed mogelijk te kunnen informeren over het nieuwe pensioenstelsel. Om hier meer duidelijkheid over te krijgen, ging APG dit najaar uitgebreid in gesprek met vijftien werknemers in loondienst (tussen de 55 en 65 jaar, met wisselende kennis van zowel het huidige als toekomstige pensioenstelsel).

Volgens Joyce Augustus, onderzoeker bij APG, blijkt dat een aantal gesprekspartners het dat de pensioenuitkering ieder jaar kan veranderen. Dat roept bij hen een gevoel van onzekerheid en afhankelijkheid van het pensioenfonds op.”

 

Meer inzicht in persoonlijke pensioenvermogen

In het nieuwe pensioencontract kun je straks duidelijker zien wat het rendement is van de pensioenbeleggingen en wat de kosten zijn. Er komt kortom meer transparantie. Augustus: “Dat ervaart men als positief. Tegelijkertijd leidt deze transparantie ook tot vragen, bijvoorbeeld over die behaalde rendementen en gemaakte kosten.”

Verder kwam uit de gesprekken naar voren dat de meeste mensen inzien dat hun pensioenuitkering bij het nieuwe pensioenstelsel jaarlijks meer kan schommelen dan nu, meer kan afhangen van de beleggingsrendementen en de economie. Pensioenfondsen kunnen hier overigens wel nadere keuzes in maken. De beleggingsresultaten kunnen dus worden meegenomen in de vormgeving van de pensioenregeling, zodat deze beter aansluit bij de voorkeuren van de deelnemers.

“Sommige gesprekspartners redeneren dat ze nu afhankelijker worden van de beleggingskwaliteiten van het pensioenfonds en dat het fonds hierover verantwoording moet afleggen.”

Volgens Augustus wil een deel van de mensen die APG sprak, vooral uitleg krijgen als ze zien dat hun pensioenfonds in een bepaald jaar een negatief beleggingsrendement heeft behaald, waardoor hun uitkering omlaag gaat. “De resultaten van het pensioenfonds worden eerder vergeleken met de resultaten van andere financiële instanties, zoals een spaarrekening bij een bank of een eigen beleggingsrekening.”

 

 

 

Jargon goed uitleggen

Uit het onderzoek blijkt ook dat pensioenjargon voor veel verwarring kan zorgen. Neem een woord als ‘solidariteitsbuffer’. Veel mensen denken dat dit betekent dat er een ‘potje’ is zodat iedereen straks pensioen kan ontvangen. Een soort solidariteit van hoge naar lage inkomens. Die opvatting klopt niet, zegt Augustus. “Zo’n solidariteitsbuffer betekent dat we in economisch goede jaren wat beleggingsrendement opsparen en reserveren, zodat we dat in slechte jaren kunnen inzetten om de pensioenuitkeringen op peil te houden. Het is daarom van belang om in onze communicatie aan te sluiten bij de beleving van de deelnemer. Ook al is solidariteitsbuffer technisch gezien de correcte term, de deelnemers vatten hem anders op. Dus kunnen we beter een ander woord gebruiken. Een ander voorbeeld waar volgens de respondenten uitleg nodig is: in het nieuwe stelsel worden de rendementen leeftijdsafhankelijk ‘toebedeeld’. Dit betekent dat jongeren meer rendement krijgen toebedeeld, positief of negatief, dan ouderen. Dat is bedacht om voor ouderen het risico te verminderen, zodat hun pensioenuitkering niet te veel gaat schommelen. Augustus: “De 55-plussers die dit zónder uitleg kregen voorgelegd, vonden het lastig om te bedenken waarom dat zo zou zijn. Ze vonden dat niet eerlijk. Maar als ze het argument hoorden, hadden ze meer begrip.”

 

Goed informeren

Pensioenfondsen en -uitvoerders als APG moeten dus altijd zorgen voor begrijpelijke communicatie, benadrukt Augustus. “Daarom testen we vooraf of onze brieven, nieuwsbrieven en andere communicatie naar de deelnemers en gepensioneerden begrijpelijk zijn. En waar nodig schaven we het graag net zo lang bij totdat het wel begrijpelijk is. Dat zien we ook als onderdeel van onze zorgplicht.”       

Wat doet APG verder met de uitkomsten van dit onderzoek? Augustus: “We weten nu beter welke vragen het nieuwe contract oproept als we hierover communiceren. En we zijn ons nog meer bewust van het feit dat bepaalde termen of concepten vragen oproepen of anders kunnen worden geïnterpreteerd dan ze daadwerkelijk zijn. We kijken hoe en hoe vaak we onze deelnemers gaan informeren over het nieuwe pensioenstelsel. Niet te vaak, want op gedetailleerde uitleg zitten de meeste deelnemers niet te wachten. Maar zeker ook niet te weinig, zodat er geen misverstanden ontstaan.”

En hadden de geïnterviewden nog een advies voor APG? “Zeker, ze willen dat we hen vooral duidelijk en persoonlijk informeren. En dat we goed zorgen voor hun geld.”

Dit vinden 55-plussers van het nieuwe pensioenstelsel

 

  • Het is begrijpelijk dat het huidige stelsel onhoudbaar is, nu mensen langer leven.
  • Het nieuwe pensioenstelsel is veel transparanter.
  • Maar ook onzekerder, omdat hun pensioenuitkering jaarlijks kan schommelen, afhankelijk van beleggingsrendementen en de economie. Aan de andere kant: de pensioenen fluctueren nu ook.
  • Het voelt alsof de afhankelijkheid (van de investeringsprestaties) van hun pensioenfonds groter wordt.
  • Deelnemers willen daarom graag meer inzicht in de beleggingen. Pensioenfondsen moeten ook verantwoording afleggen als het vermogen daalt.  
  • De solidariteitsbuffer en dat jongeren een hoger rendement krijgen, behoeft uitleg.
  • Het nieuwe pensioenstelsel vereist goede – dus regelmatig en heldere - communicatie vanuit de pensioenfondsen.

Volgende publicatie:
Prijswinnende app geeft deelnemers direct inzicht in pensioen

Samenwerkingsproject pensioenwereld biedt inzicht in (toekomstige) financiën

 

In de week dat ‘ie officieel live gaat, valt hij ook nog eens in de prijzen: de Pensioenchecker app. De tool is het product van een samenwerking tussen meerdere pensioenfondsen, onder leiding van de Pensioenfederatie. Het Experimenten Team van ABP/APG ontwikkelde het prototype.

 

De Pensioenchecker geeft eenvoudig inzicht in hoeveel pensioen je straks krijgt. En vandaag, tijdens de laatste dag van de Pensioen3Daagse, won hij de PensioenWegwijzer-award.

 

Hoeveel pensioen krijg ik straks? Hoe lang moet ik nog blijven werken? Kan ik eerder met pensioen? De Pensioenchecker, die nu is te downloaden, geeft direct antwoord op deze en andere vragen. Het voordeel van deze app is dat hij een totaaloverzicht van het pensioen biedt. Dus inclusief AOW en bij andere fondsen opgebouwde ‘pensioenpotjes’.

 

De applicatie is ontstaan uit een initiatief van de Pensioenfederatie en Nederlandse pensioenuitvoerders en grote pensioenfondsen zoals ABP en APG. De PensioenWegwijzer-award wordt uitgereikt voor initiatieven die het mensen gemakkelijk maken inzicht te krijgen in hun pensioen en, waar nodig actie, te ondernemen.

De appis gratis te downloaden in de Google play store of de App store. Inloggen gaat als volgt:

 

  • Log in met de DigiD;
  • Check het netto maandbedrag aan AOW en pensioen;
  • Bekijk wat eerder stoppen met werken financieel betekent;
  • Ontdek wat extra sparen oplevert.

Volgende publicatie:
“Pensioensector slaat handen in één om waardeoverdrachten te vereenvoudigen”

Pensioensector slaat handen in één om waardeoverdrachten te vereenvoudigen

Gepubliceerd op: 5 november 2020

Vier grote pensioenuitvoerders, APG, Blue Sky Group, Nationale-Nederlanden en PGGM, lanceren vandaag Mijnwaardeoverdracht.nl. De nieuwe website is ontstaan uit een unieke samenwerking tussen platformontwikkelaar Hyfen en de uitvoerders. Met het gezamenlijke initiatief worden waardeoverdrachten geoptimaliseerd aan de hand van innovatieve decentrale technologie. Nu al kan zo’n vijftig procent van de deelnemers gebruik maken van het platform. De komende tijd sluiten meer pensioenuitvoerders aan waarmee het bereik verder wordt vergroot.

 

Een waardeoverdracht is het overdragen van een opgebouwd pensioenpotje van een vorige baan, naar het pensioenpotje van een nieuwe baan. Het regelen van een waardeoverdracht is tot op heden ingewikkeld en tijdrovend. Met Mijnwaardeoverdracht.nl komt daar verandering in. De site verbindt de administraties van partijen in de pensioensector aan elkaar met decentrale technologie. Zo is in één keer alle informatie beschikbaar om de verschillende opties te vergelijken en het pensioen over te dragen.

 

Het platform is een van de eerste op blockchain gebaseerde applicaties die voor het grote publiek beschikbaar is. De deelnemende partijen hebben gezamenlijk het platform ontworpen. Doordat alle partijen real-time de benodigde informatie uitwisselen, brengen ze de doorlooptijd van een waardeoverdracht terug van negen maanden tot ongeveer dertig minuten. In een overzichtelijk stappenplan vergelijkt de pensioenspaarder de huidige en oude pensioenregeling en kan zo een weloverwogen keuze maken. De decentrale opzet borgt ook de privacy van gebruikers van het platform. Dit is door onafhankelijke auditors vastgesteld.

 

Hidde Terpoorten, directeur van Hyfen: “We zijn trots dat we met deze samenwerking laten zien dat je een proces kan versnellen en versimpelen voor de pensioenspaarder, terwijl je aan de achterkant efficiëntie realiseert. Het succes van deze samenwerking smaakt naar meer: samen kunnen we meer doen voor de pensioenspaarder.” Er wordt onderzocht waar dit gedachtegoed verder kan worden ingezet. Zo is bijvoorbeeld een van de volgende ontwikkelingen het bewijs van in leven zijn (attestatie de vita) dat voor gepensioneerden in het buitenland jaarlijks een dure en soms gevaarlijke reis naar een ambassade vereist. Door een digitale app wordt het dan mogelijk om dit bewijs één keer aan te leveren. Vervolgens kan dit gedeeld worden met de benodigde partijen, in plaats van dat de deelnemer bij iedere partij afzonderlijk het nu nog lange proces doorloopt.

 

Francine van Dierendonck, lid Raad van Bestuur APG: “Mijnwaardeoverdracht.nl is een mooi voorbeeld van innovatieve dienstverlening. Deelnemers van de al aangesloten pensioenfondsen kunnen snel en eenvoudig en via smartphone of tablet hun waardeoverdracht regelen. Ik ben trots dat Hyfen, als spin-off van APG, erin is geslaagd om binnen de pensioensector deze unieke samenwerking tot stand te brengen”.

 

Luuk van Tol, Manager Pensioenservice Blue Sky Group: “Mooi dat we mee hebben mogen doen aan een award-winning project. Het is een win/win situatie voor zowel ons als de deelnemer.”

 

Laure van Waardenburg: IT Manager Nationale-Nederlanden: "Dit initiatief heeft ervoor gezorgd dat we op unieke wijze met andere pensioenuitvoerders een innovatie hebben weten neer te zetten waarbij we de deelnemers kunnen ondersteunen om zo makkelijk mogelijk de juiste keuzes te maken voor een financieel zekere toekomst. We zijn trots om hier als eerste verzekeraar aan bij te dragen."

 

Alexandra Philippi, Chief Operations Officer van PGGM: “PGGM wil het de deelnemers van onze klanten zo gemakkelijk mogelijk maken om hun pensioen te regelen. Ook  bij de overgang naar een ander pensioenfonds. Mijnwaardeoverdracht.nl is daarvoor een heel handig en innovatief platform dat we graag hebben helpen ontwikkelen. Pensioenfonds Zorg & Welzijn is de eerste van onze klanten op het platform en we hopen dat andere fondsen volgen, zodat nog meer mensen ervan kunnen profiteren”.

Volgende publicatie:
Wat de Amerikaanse verkiezingen betekenen voor ons pensioen

Trump of Biden?

Gepubliceerd op: 2 november 2020

Wat de Amerikaanse verkiezingen (kunnen) betekenen voor ons pensioen

 

Als een steen in een vijver hebben gebeurtenissen aan de andere kant van de wereld invloed op onze economie. Dat geldt vooral voor ontwikkelingen in de VS, nog altijd het machtigste land op aarde. Bepaalt de volgende president ook de dekkingsgraad van de Nederlandse pensioenen?

 

De wereldeconomie is een samenhangend geheel waarin veranderingen in het ene land grote invloed kunnen hebben op een ander land. De mondiale beurzen reageren vaak op gebeurtenissen in de VS en uitspraken van Amerikaanse politici. ‘Het is vanuit een heleboel economische perspectieven een superbelangrijk land’, zei Rabobank-hoofdeconoom Menno Middeldorp onlangs op BNR Nieuwsradio. ‘Amerika is één van de grootste economieën ter wereld. Daarnaast hebben wij onze beleggingen en onze pensioenfondsen meer in Amerika zitten dan in welk ander land dan ook.’ 

 

Ogen en oren

Als er iets verandert in de VS - bijvoorbeeld door verkiezingen - dan kun je dat als belegger merken, bevestigt Thijs Knaap, Senior Investment Strategist APG Asset Management. ‘Zelfs als je geen dollar in de VS geïnvesteerd hebt. Al koop je een puur Nederlands bedrijf, zoals Philips of Aegon, dan heb je nog te maken met het feit dat deze bedrijven over de hele wereld actief zijn, waaronder - voor een substantieel deel - in de VS.’

Als wereldwijde belegger is APG uiteraard wel actief in de VS. Rajiv Mallick, Head of Risk Management, US, vertelt dat APG-US $108.3 miljard managet (september 2020) voor APG en zijn Nederlandse klanten. Vanuit New York zegt hij: ‘Onze pensioenfondsen en hun deelnemers hebben voordeel van een uitgebreide lokale investeringsexpertise.’ Hij omschrijft het kantoor als de ‘ogen en oren’ van APG in de VS.

 

Schokken en trends

De Nederlandse financiële belangen in de VS zijn dus omvangrijk. Een link leggen tussen de verkiezingsuitslag en de gevolgen voor onze economie - en daarmee onze pensioenen – is echter niet zo makkelijk, aldus Knaap. ‘Tussen de verkiezingen en de Nederlandse gepensioneerden zit er nogal wat ruis op de lijn. Hoewel het soms lijkt of politici de economie aan een touwtje hebben, is hun invloed daarop eigenlijk maar beperkt. Veel hangt af van economische schokken en trends.’

Toch hebben presidentiële verkiezingen wel degelijk invloed. Knaap herinnert zich dat de (onverwachte) overwinning van Donald Trump in 2016 tot een stijging in de Amerikaanse rente leidde. Beleggers verwachtten dat de regering meer zou gaan lenen en dat dat tot inflatie zou leiden. Het eerste gebeurde, het tweede niet. Vanwege die verwachting stond de Amerikaanse 10-jaarsrente eind 2016 meer dan een half procentpunt hoger dan vlak voor de verkiezingen. ‘Omdat rentes wereldwijd op elkaar reageren, steeg hierdoor ook de dekkingsgraad van Nederlandse pensioenfondsen. Veel fondsen konden zo een korting voorkomen.’


Gezonde groei

Gezien de belangen, volgen beleggers de Amerikaanse verkiezingen op de voet. Ook Mallick. ‘We letten scherp op de potentiële beleidswijzigingen in meerdere sectoren, waaronder zorg, energie, finance, onderwijs en belasting.’ Want de ene president is tenslotte de andere niet. Een voorbeeld: toen Trump de vorige verkiezingen won, heropende hij de kolenmijnen die voorganger Barack Obama juist had gesloten om milieuredenen. De zware industrie profiteerde. Joe Biden zou dat als Democraat zomaar weer kunnen terugdraaien.

Waar Knaap met name op let is de invloed van Amerika op de wereldwijde groei, en op de internationale verhoudingen. ‘Trump heeft de regulering van bedrijven teruggebracht en de belastingen verlaagd. Dat is, in ieder geval op de korte termijn, goed voor groei en voor de winsten die uiteindelijk met beleggers worden gedeeld. Op de langere termijn kun je je afvragen of vooral de regels rondom het milieu niet ook nodig zijn voor een gezonde groei.’

 

America first

Als Trump mag blijven, is de kans groot dat hij vanuit zijn ‘America first’-beleid de protectionistische maatregelen verder doorvoert. Dit kan gevolgen hebben voor de omzet en aandelen van Nederlandse ondernemingen, want die krijgen dan moeilijker toegang tot de grote Amerikaanse markt. Ook de wereldhandel zal er last van hebben. De beurzen reageren vrijwel altijd negatief op zulke belemmeringen.

Knaap ziet dat Amerika onder Trump de afgelopen jaren een veel kleinere rol heeft gespeeld in veel internationale verbanden, terwijl de spanningen met China zijn opgelopen. Dat maakt instituties als de WTO (Wereldhandelsorganisatie) vleugellam. ‘Voor de komende verkiezingen lijkt het een keuze tussen een voortzetting van dit beleid en een – gedeeltelijke - terugkeer naar de oude situatie.’

 

Blauwe golf

Meer rekening wordt echter gehouden met een ‘blue wave’: winst voor Biden én een meerderheid voor de Democraten, de ‘blauwen’, in het Congres. Investment Manager Simon Wiersma voorspelt op de ING-site dat de Democratische steun- en stimuleringspakketten kunnen leiden ‘tot een brede beurstrend van beleggers die willen anticiperen op economisch herstel’.

Wie er ook wint, de financiële markten worden hoe dan ook beïnvloed door de verkiezingen. Onderzoek van de U.S. Bank over de afgelopen 90 jaar laat zien dat de beurs gemiddeld met 6,5 procent stijgt in het jaar nadat een president wordt herkozen, terwijl de groei bij een nieuwe president maar 5 procent is. Maar de bank concludeert ook dat aandelen het op de langere termijn veel beter doen onder een Democratische president dan onder een Republikeinse.

 

2 Scenario’s

Tot slot vragen we strateeg Thijs Knaap om 2 scenario’s uit te tekenen: wat zijn de financiële vooruitzichten onder 4 jaar Democraten en onder 4 jaar Republikeinen?

 

Biden

‘Het lijkt erop dat de Democraten weer meer de internationale samenwerking zoeken. De ongelijkheid, die onder Trump verder is opgelopen – al is die trend al veel langer aan de gang - kan mogelijk worden gekeerd door Bidens plannen voor onder meer een hoger minimumloon. Beleggers lijken te denken dat hij daarmee de bestedingen in de VS wat kan aanzwengelen, en dus ook de groei. Omdat het rendement op beleggingen uiteindelijk altijd uit economische groei moet komen, zou dat goed kunnen zijn voor onze deelnemers.’

 

Trump

‘De Republikeinen lijken van plan een ander model op te bouwen dan dat waarmee we de eeuw ingingen. Dat model is meer bilateraal (Amerika handelt met landen, niet als onderdeel van coalities) en transactioneel (‘voor wat hoort wat’), dus niet op basis van regels. Een consequentie van dat model, in ieder geval onder Trump, is onvoorspelbaarheid van het beleid. Daar zijn beleggers over het algemeen niet erg van gecharmeerd, omdat het investeringen ontmoedigt.’

Volgende publicatie:
Pieter Hilhorst: 'We moeten de verborgen kracht van vitale ouderen beter benutten'

Pieter Hilhorst: 'We moeten de verborgen kracht van vitale ouderen beter benutten'

Gepubliceerd op: 28 oktober 2020

PLAN P

 

Doorwerken tot je 67e en daarna genieten van je oude dag. Of kan het ook ánders? Een zoektocht naar Plan P: vernieuwende ideeën en alternatieve scenario’s voor de inrichting van leven, werk en pensioen. Omdenken voor en door jong en oud.
Pieter Hilhorst pleit voor de inzet van jonge ouderen in de samenleving. ‘Benut de verborgen kracht van de vitalo’

 

We kenden sinds Van Kooten & De Bie al de ‘oudere jongere’: het typetje Koos Koets als overjarige hippie. Inmiddels zien we ook de opkomst van de ‘jonge oudere’. Signalement: ruwweg tussen de 65 en 80 jaar, vaak nog vitaal en zelfstandig wonend, maatschappelijk actief als vrijwilliger (gemiddeld 7,4 uur per week), mantelzorger (12,5 uur per week), oppas voor de kleinkinderen, of zelfs met een betaalde baan (255.000 mensen). Vitalo’s is de naam die lezers van dagblad Trouw via een wedstrijd bedachten voor deze groep.

 

Extra levensfase cadeau

De vitalo’s bevinden zich in de ‘derde levensfase’: ná hun jeugd en werkzame leven en vóór het aanbreken van de vierde levensfase vanaf tachtigplus, waarin de gezondheid steeds brozer wordt en de vraag naar zorg en ondersteuning toeneemt. Het worden er ook steeds méér: van 2,4 miljoen in 2018 naar 3,2 miljoen in 2040. Die derde levensfase is een ‘cadeautje’ van onze gestegen levensverwachting: voor mannen van 65 jaar gemiddeld nog 19 jaar (en 12 jaar in goede gezondheid), voor vrouwen zelfs 21,5 jaar (en 12,6 gezonde jaren). ‘Het geschenk van de eeuw’, aldus de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (RVS) in het begin dit jaar verschenen gelijknamige advies. Pieter Hilhorst - onder meer oud-wethouder Amsterdam - sprak als raadslid en projectgroepvoorzitter met talloze vitalo’s. ‘Stuk voor stuk inspirerende gesprekken.’ 

 

Kwetsbare oudere versus genietende pensionado

Die extra vitale jaren zijn niet alleen een geschenk voor de jonge ouderen zelf, maar ook voor de samenleving, stelt het RVS-advies. We worstelen door de vergrijzing met krapte op de arbeidsmarkt, stagnatie op de woningmarkt en een toenemende druk op zorgkosten en -capaciteit. Vrijwillig langer doorwerken, gemeenschappelijke woonvormen en gedeelde zorg en financiering in de derde levensfase kunnen daarvoor een oplossing zijn. De vitalo’s zelf willen vaak maar al te graag actief blijven, aldus Hilhorst. Het huidige beeld van ouderen is volgens hem te zwart-wit en clichématig: aan de ene kant de kwetsbare en afhankelijke oudere medemens, aan de andere kant de hedonistische (vroeg)pensionado.

 

Zelf kiezen en ertoe doen

In werkelijkheid is de groep (jonge) ouderen meer divers van aard, aldus Hilhorst. Een deel wil alleen rust en genieten, een ander deel wil nog graag een maatschappelijke bijdrage leveren. ‘Mensen in de derde levensfase hechten aan autonomie, verbinding en ertoe doen: eigen keuzes maken, contact met anderen en van betekenis blijven. We zouden wel gek zijn als we als samenleving geen gebruikmaken van die potentie. We moeten die verborgen kracht dus beter benutten, alleen zijn onze systemen daar niet op ingericht.’ De overheid, pensioenfondsen, woningcorporaties, zorginstellingen en bedrijven: ze moeten meer flexibiliteit mogelijk maken en obstakels wegnemen. Wat moet er allemaal veranderen?

 

1. Anders (door)werken

De huidige loopbaan: een (meestal) fulltime baan, gevolgd door een abrupt fulltime pensioen. Dat moet anders, stelt Hilhorst: ‘De opgelegde keuze tussen wel of niet werken moet zich verbreden tot de mogelijkheid om meer of minder te blijven werken, ook na het pensioen.’ Bijvoorbeeld in een overbruggingsbaan, waarbij oudere medewerkers hetzelfde werk kunnen blijven doen: tegen een lager loon, maar mét flexibele werktijden. Hilhorst: ‘Werkgevers moeten flexibeler contracten aanbieden, zodat ouderen een periode werken kunnen afwisselen met bijvoorbeeld reizen.’ Een ander idee is het senior internship: ouderen tijdelijk inzetten bij bedrijven of vrijwilligersorganisaties voor het overdragen van hun ervaring of bij capaciteitsproblemen. Zo deden tijdens de coronacrisis ziekenhuizen en verpleeghuizen een beroep op gepensioneerde zorgmedewerkers.

 

2. Anders pensioen regelen

Om de vitalo-arbeidsmarkt mogelijk te maken, moeten ook pensioenfondsen (en de fiscus) zich flexibeler opstellen, aldus Hilhorst. Hij haalt het voorbeeld aan van een leraar van 79 die eerder volledig met pensioen was gegaan, maar zich vervolgens bedacht: ‘Het kon echter niet meer worden teruggedraaid. Toen hij toch weer ging werken, kostte hem dat veel pensioenvermogen. We moeten mensen niet straffen, maar juist stimuleren om langer door te werken.’ Dat vraagt volgens Hilhorst om flexibeler pensioenregelingen, die ouderen naar behoefte kunnen aan- en uitzetten als ze na hun 67e doorwerken of juist tijdelijk even stoppen: soms verdien je meer en hoef je minder pensioen en soms andersom.

3. Anders wonen

Zo’n 90 procent van de vitalo’s heeft een eengezinswoning van drie kamers of meer, een miljoen is alleenstaand. Eenzaamheid ligt op de loer en in je eentje is het lastiger om zelfstandig te blijven wonen. Dat vraagt om nieuwe woonvormen, waarin ouderen met elkaar kunnen samenwonen in een ‘knarrenhof’, of juist met andere generaties. ‘Co-wonen kan leiden tot nieuwe contacten én mensen kunnen voor elkaar zorgen’, zegt Hilhorst. Dat kan eenzaamheid verminderen en zorgkosten besparen. Bovendien komen er zo sneller huizen vrij voor starters en gezinnen. Woningcorporaties moeten dus meer mogelijkheden voor leeftijdsbestendig co-wonen creëren, aldus Hilhorst. Ook voor pensioenfondsen ziet hij een rol: ‘De financiering van dit soort gemeenschappelijke complexen verloopt vaak moeizaam. Pensioenfondsen zouden bijvoorbeeld hypotheken kunnen verstrekken aan deelnemers die willen co-wonen.’

 

4. Anders zorgen

Ook burgerinitiatieven, zoals zorgcoöperaties, kunnen ervoor zorgen dat ouderen langer zelfstandig kunnen blijven wonen, maar dan in eigen huis of dorp. De vitalo’s fungeren vaak als vrijwilliger en kunnen later zélf van de ondersteuning gebruikmaken. Ook de groeiende en vergrijzende groep zzp’ers zorgt (financieel) steeds vaker voor elkaar, bijvoorbeeld met broodfondsen: bij ziekte krijgen de leden geld uitgekeerd uit het gezamenlijke gespaarde bedrag. Zzp’ers hebben vaak geen pensioen en moeten dan langer doorwerken. Ook als ze inmiddels AOW krijgen, mogen ze lid blijven van het broodfonds dat Hilhorst tien jaar geleden hielp oprichten. ‘Al leverde dat eerst wel discussie op onder de jongere leden. Maar als mensen doorwerken, moeten ze ook hun arbeidsongeschiktheid kunnen blijven verzekeren. Dus hebben we onze regels aangepast. Een mooie illustratie van de maatschappelijke verandering die we momenteel zien en de nieuwe manier van denken die we in Nederland nodig hebben.’

 

‘Er móet niets’

Ervaren de jonge ouderen alle adviezen voor langer doorwerken en voor elkaar zorgen niet als betutteling en extra druk? Ze zíjn al de eerste generatie die pas op hun 67e met pensioen kan en nu wordt er ook daarna nog een beroep op hen gedaan. ‘Het is absoluut niet bedoeld om mensen verplicht langer te laten doorwerken of een maatschappelijke rol te nemen’, reageert Hilhorst. ‘We willen het alleen gemakkelijker maken voor de mensen die dat wél graag willen. Er móet niets, er mág hopelijk straks meer.’

Volgende publicatie:
PODCAST: ‘Alles beter dan 20 jaar reisjes langs de Rijn’

PODCAST: “Alles beter dan 20 jaar reisjes langs de Rijn”

Gepubliceerd op: 27 oktober 2020

Eerste Podcast APG: Francine van Dierendonck in gesprek met Jeroen Smit

 

“Veel mensen gaan na hun schoolcarrière aan het werk en realiseren zich rond hun vijftigste: ik had eigenlijk iets heel anders met mijn leven willen doen. Ik had eigenlijk bakker willen worden of accountant, of kunstenaar of op een bus willen zitten. En stel dat je dan zegt: dat pensioen dat je tot nu hebt opgebouwd? Dat kun je nu voor een deel inzetten. De komende twee jaar ga je je laten omscholen. En in de tijd daarna, als je doet wat je echt wilt, bouw je opnieuw je pensioen op. Voor de nog resterende vijf of acht jaar. Dat is toch beter dan na je pensioen nog twintig jaar lang reisjes maken langs de Rijn.”

Of luister de podcast op Soundcloud.com. Je kunt de podcast ook beluisteren via Spotify.

 

 

Aan het woord: Jeroen Smit. In gesprek met: Francine van Dierendonck. In de eerste van een serie podcasts over het Nederland van Straks. Waarin leden van de raad van bestuur van APG gasten – economen, journalisten, schrijvers, ondernemers, politici - uitnodigen die een bijzondere en vernieuwende kijk hebben op de toekomst van Nederland. Geen interview, maar een gezamenlijke zoektocht naar nieuwe inzichten, waarbij de gast uitgenodigd wordt zijn visie te delen. Ongehinderd, vrijuit op zoek naar het nog niet platgetreden pad. Of, zoals Jeroen Smit zelf aangeeft: “Ik hoor al die pensioenbestuurders al denken: Ach Smit. Dat kan helemaal niet.’”

Over leiderschap gaat de eerste podcast onder meer. Vertrouwd terrein voor Smit, die recent een boek schreef over Unilevers duurzame ambities onder ceo Paul Polman. “Volgens mij heb je als bestuurder de morele opdracht en het lef nodig om een plan te maken voor de komende twintig, dertig jaar. En misschien zelfs wel verder, als het om pensioenfondsen en pensioenuitvoerder gaat. Dat is hartstikke pittig. Want dan stel je je kwetsbaar op. Dat vind ik ook het mooie aan Polman. De meeste mensen in die positie vinden kwetsbaarheid eng, want je moet in control zijn. Je moet doen wat je belooft en als je dat niet doet, word je afgestraft. Alles is gericht op controle op risicomijdend gedrag, op kwartaalresultaten.’

 

Over de duurzame ambities van de pensioensector gaat het.

 

“Ik ga nu een beetje provoceren, maar het systeem waarin je zit - de pensioensector - wordt geregeerd door zestigplussers die heel erg bezig zijn met rendementsdenken. Die de dekkingsgraden constant in de gaten houden en voortdurend bezig zijn met algoritmes. Die fund managers worden misschien nog net niet van kwartaal na kwartaal afgerekend, maar wel na een jaar, anderhalf jaar. En die vertellen wel een heel duurzaam verhaal. Maar wat doen ze als het puntje bij paaltje komt? Om dan de duurzame oplossing te kiezen: daar is moed voor nodig.”

Over feminien leiderschap gaat het ook. En hoe mannen aan de top daarover denken.

 

“Mannen die de dienst uitmaken zijn als de dood voor die vrouw die naar de top wil.  Want hun carrièreperspectief wordt gehalveerd. Moet je voorstellen als opeens al die vrouwen ook een plek in de top kunnen krijgen, dan heb je dus twee keer zo veel concurrentie. En wat die mannen dan doen: ze gaan diversiteitsbeleid maken binnen de organisatie. En dan leggen ze aan al die vrouwen uit dat ze geen carrière kunnen maken in deeltijd. Je moet al die borrels langs en dan moet je vertellen hoe geweldig je bent. In feite zeggen ze tegen die vrouwen dat ze zich moeten gedragen als een man. Sommigen doen dat vervolgens ook, en dat worden een soort mannen met een rokje aan. Maar dat is geen diversiteit. Dat ben je gewoon one of the guys.”

 

Bij dit alles heeft Van Dierendonck de rol van gesprekspartner, die Smits ideeënwaterval  in voice overs relativeert, concreet maakt en ook terugbrengt tot de essentiële vragen die een fonds en uitvoerder dagelijks moeten stellen: wij praten in de pensioenwereld over deelnemers. Maar gaat het eigenlijk niet gewoon om mensen? Wat beweegt ze? Waar worden ze blij van? Waar zijn ze bang voor? Die vragen moeten altijd het uitgangspunt zijn. En als de huidige crisis een ding heeft duidelijk gemaakt, is het hoe kwetsbaar we zijn. En hoe hard we elkaar nodig hebben.”

 

Beluister de podcast op Soundcloud.com

Of via Spotify

Volgende publicatie:
ABP voor derde jaar op rij duurzaamste pensioenfonds van Nederland

ABP voor derde jaar op rij duurzaamste pensioenfonds van Nederland

Gepubliceerd op: 27 oktober 2020

APG’s grootste fondsklant ABP voert net als in 2019 en 2018 de ranglijst van duurzame Nederlandse pensioenfondsen aan. Dat maakte de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO) vandaag bekend bij de presentatie van de VBDO Benchmark Duurzaam Beleggen.

 

ABP scoorde 4,3 van de 5 punten. Ook de andere vermogensbeheerklanten van APG behaalden mooie resultaten. BpfBOUW consolideerde zijn tweede plaats met een score van 4.0. SPW ging van een vijfde naar een zesde plaats (3,2 punten).

Jaarlijks onderzoekt de VBDO de prestaties van het verantwoord beleggingsbeleid van Nederlandse pensioenfondsen. De benchmark beoordeelt de 50 grootste pensioenfondsen van Nederland, samen goed voor 92 procent van het beheerd vermogen met een totale waarde van meer dan €1.435 miljard euro.

 

Blijven uitdagen

VBDO gaf aan dit jaar de lat wederom hoger te hebben gelegd. Zo was er dit jaar aandacht voor de manier waarop pensioenfondsen met overheden in gesprek gaan over duurzaamheid en hoe ze rapporteren over de positieve en negatieve impact van beleggingen.

 

Geïnteresseerd? Download het volledige verslag van VBDO hier.

Volgende publicatie:
Werkgevers, zet de pensioenregeling vooraan in de etalage

Werkgevers, zet de pensioenregeling vooraan in de etalage

Gepubliceerd op: 20 oktober 2020

Gevraagd: data-analist (M/V). Aangeboden: een goed salaris met dertiende maand, zicht op een vast contract, reiskostenvergoeding en/of een (elektrische) fiets van de zaak en flexibele werktijden.

Wat mist er in dit rijtje arbeidsvoorwaarden? Tipje van de sluier: het is erg belangrijk en het begint met een P.

 

Column Francine van Dierendonck, lid raad van bestuur APG

 

Begin dit jaar deden we een onderzoekje: we bekeken 300.000 vacatureteksten. Slechts in 5 procent daarvan werd de pensioenregeling genoemd, terwijl pensioen na het salaris de meeste waarde vertegenwoordigt in het aangeboden pakket: een arbeidsvoorwaarde die kan oplopen tot wel dertig procent van de loonkosten. Dat is dus eigenlijk best gek. Vooral omdat pensioen wel degelijk een belangrijke factor blijkt te spelen wanneer mensen een nieuwe baan zoeken: maar liefst 92 procent van de Nederlandse werknemers en werkzoekenden verwacht dat hun werkgever de opbouw van pensioen regelt. Een groot deel kiest niet voor een werkgever zonder pensioenopbouw (of - uitzicht op - een vast contract).

 

Dat is een van de verrassende uitkomsten van het Nationaal Arbeidsvoorwaardenonderzoek, dat APG dit voorjaar hield onder 7000 werkenden en werkzoekenden, samen met Intermediair. Dit work-lifeplatform voor hoogopgeleiden is onderdeel van DPG Recruitment. Zij brachten kennis in over de arbeidsmarkt, wij als uitvoeringsorganisatie over pensioen: inkomen voor later. Pensioen en arbeid zijn immers onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Als je niet werkt, bouw je geen pensioen op.

 

De pensioenvoorziening blijkt dus een belangrijk selectiecriterium voor Nederlandse werknemers. Tachtig procent van de werkgevers biedt ook een pensioenregeling aan en besteedt daar veel geld aan. Je zou dan ook verwachten dat ze dat van de daken zouden schreeuwen, maar het wordt niet of nauwelijks benoemd of slechts als een after thought: o ja, we bieden ook nog een goed pensioen. Het is dan ook niet zo vreemd dat de helft van de werknemers de inhoud van hun pensioenregeling niet zegt te kennen. Zo weet bijna 60 procent niet welk deel van de pensioenpremie door de werkgever wordt betaald, terwijl dat meestal (veel) meer is dan zijzelf bijdragen. Overigens blijken mensen ook vaak niet of onvoldoende te weten welke andere arbeidsvoorwaarden werkgevers aanbieden. Een vergoeding voor het lidmaatschap van de sportclub? Eén op de drie werknemers is er niet mee bekend. Een fietsenplan of een persoonlijk opleidingsbudget van honderden euro’s? Eén op de vijf heeft geen idee.

 

Bijna 60 procent van de werknemers weet niet welk deel van de pensioenpremie door de werkgever wordt betaald, terwijl dat meestal (veel) meer is dan zijzelf bijdragen

Dat gebrek aan zicht op secundaire arbeidsvoorwaarden is echt zónde. Allereerst voor de werknemers zelf, die op deze manier niet alles uit hun (toekomstige) baan halen. Vraag als kandidaat naar het pensioenaanbod en de andere arbeidsvoorwaarden in sollicitaties. Heb het er als medewerker over met je collega’s. Kijk ernaar op intranet.

 

Ook voor werkgevers is dit een gemiste kans. Laat als werkgever weten dat je een pensioenregeling hebt en wat die inhoudt. Daarmee kun je je positief onderscheiden op de arbeidsmarkt en het draagt bij aan tevredener medewerkers. Reken mensen niet alleen voor wat ze (gaan) verdienen, maar ook welk inkomen voor later voor ze wordt opgebouwd. Doe dat vooral in netto bedragen, zodat mensen zich een betere voorstelling van hun financiële toekomst kunnen maken. Stel, je wilt na je 67e blijven wonen op de plek waar je nu woont, dan maakt je maandbedrag nogal wat uit om dat te kunnen realiseren. Bijna de helft van de werknemers weet ook niet of ze straks een vaste of variabele pensioenuitkering zullen ontvangen. Terwijl we voor een nieuw pensioencontract staan, waarin het individuele en variabele pensioen een grotere rol gaat spelen.

 

Ik wil dan ook graag een oproep doen aan Nederlandse werkgevers: communiceer vaker en beter over pensioen en andere arbeidsvoorwaarden, in brede zin. Bedenk daarbij: dé werknemer bestaat niet. Vrouwen, jongeren en minder hoogopgeleiden hebben vaak minder kennis over pensioen, zo blijkt uit het onderzoek. Dat vraagt om een maatwerkaanpak. Vergeet ook een goede werk-privébalans en werkgeluk niet. Mensen willen het fijn hebben op hun werk en daarnaast meer tijd voor zichzelf en hun gezin. Ze zijn bereid daar flinke financiële concessies voor te doen: een andere eyeopener uit het onderzoek.

 

Het gaat dus om het leven en inkomen van vandaag én morgen. Werkgevers kunnen werknemers helpen daarin de juiste afwegingen te maken en tegelijkertijd zelf een betere positie op de arbeidsmarkt opbouwen. Maar dan moet de werkgeversbijdrage - zowel letterlijk als figuurlijk - wel zichtbaarder worden. Vroeger zag je in winkels soms een bordje met de tekst: Wat u in de etalage niet ziet, vraag dat binnen. Het punt is dat mensen vaak niet weten wat ze niet weten. Ze lópen niet naar binnen om naar iets te vragen waarvan ze het bestaan niet kennen. Zet de pensioenregeling dus in de etalage en dan het liefst een beetje vóóraan. Gevraagd data-analist (M/V), aangeboden: een goed salaris met dertiende maand, zicht op een vast contract en een uitstekende pensioenregeling…

 

Benieuwd naar het hele onderzoek? Lees het hier!

Volgende publicatie:
“Geen pensioenregeling is een no-go op de arbeidsmarkt”

“Geen pensioenregeling is een no-go op de arbeidsmarkt”

Gepubliceerd op: 20 oktober 2020

Pensioen is een belangrijke factor bij de keuze voor een nieuwe baan. Alleen weten mensen vaak niet hoe de aangeboden pensioenregeling er precies uitziet, zo blijkt uit het Nationaal Arbeidsvoorwaardenonderzoek. Joyce Augustus-Vonken was vanuit APG betrokken bij het onderzoek: “Werkgevers moeten hun werknemers meer pensioenbewust maken.”

 

We werken minimaal één dag per week voor ons pensioen, maar gek genoeg zijn we ons daarvan nauwelijks bewust. Toch vinden we een goed inkomen voor later belangrijk: we kiezen niet snel voor een werkgever die géén pensioenregeling aanbiedt, zo komt naar voren uit het Nationaal Arbeidsvoorwaardenonderzoek. APG deed het onderzoek samen met Intermediair, work-lifeplatform voor hoogopgeleiden, onder zo’n 7000 mensen; werkenden en werkzoekenden. Joyce Augustus-Vonken, researcher bij APG, was er de afgelopen maanden druk mee, samen met collega Eduard Ponds. Een flinke klus, die veel inzichten opleverde over hoe belangrijk Nederlandse werknemers pensioen vinden in het totale arbeidsvoorwaardenpakket en wat ze ervan weten.

 

Waarom heeft APG dit onderzoek samen met Intermediair gedaan?

“We willen als APG graag weten hoe mensen denken over hun inkomen voor nu, straks en later: wat vinden ze belangrijk, welke keuzes maken ze? Dan kunnen we daar beter op inspelen. In dit onderzoek hebben we specifiek gekeken naar werkend en werkzoekend Nederland. Pensioen is een belangrijke arbeidsvoorwaarde. Werkgevers betalen immers gemiddeld twee derde van de premie voor hun werknemers, bij sommige pensioenfondsen zelfs bijna in zijn geheel, maar in een enkel geval ook minder dan de helft. We waren benieuwd of mensen hier ook echt naar kijken bij het zoeken naar een nieuwe baan, of in hun huidige werk. Zijn ze zich bewust van de waarde van deze arbeidsvoorwaarde en van de verschillen tussen pensioenfondsen?”

 

En?

“Het salaris blijft de belangrijkste arbeidsvoorwaarde, dat is ook logisch. Maar ook pensioen blijkt een belangrijke factor bij de keuze voor een nieuwe baan. Maar liefst 92 procent van de werknemers en werkzoekenden verwacht dat hun werkgever de pensioenopbouw regelt. Andersom is het ontbreken van een pensioenregeling voor een groot deel een reden om niet voor zo’n werkgever te kiezen. Hetzelfde geldt trouwens als er geen uitzicht is op een vast contract. Het niet aanbieden van deze arbeidsvoorwaarden is dus echt een no-go voor werkgevers.”

Moeten werkgevers die juist wel een goede pensioenregeling bieden die beter onder de aandacht brengen op de arbeidsmarkt?

“Werkgevers kunnen hun pensioenregeling meer voor het voetlicht brengen in vacatureteksten en tijdens het sollicitatieproces, maar ook bij hun bestaande medewerkers. Andersom kunnen werknemers het pensioen zelf ook actiever ter sprake brengen in sollicitatie- en arbeidsvoorwaardengesprekken. En dan niet alleen of er een pensioenregeling is, maar ook hoe hóóg het pensioen is en hoeveel premie zij en de werkgever daar eigenlijk voor inleggen. Want dat blijkt ook uit het onderzoek: mensen vinden het belangrijk dát ze pensioen opbouwen, maar de hoogte daarvan wordt minder van belang gevonden. De meesten vinden een pensioen dat straks 50 procent is van hun huidige bruto maandsalaris al best oké. Hogere pensioenen dragen wel bij aan de aantrekkelijkheid van het arbeidsvoorwaardenpakket, maar hoe hoger het pensioen, hoe minder meerwaarde mensen er relatief gezien aan toekennen. Dat gaat vooral op bij een verhoging van het pensioen van 70 naar 90 procent van het bruto maandsalaris: dan vinden mensen aanpassingen in ándere arbeidsvoorwaarden vaak belangrijker. Terwijl dat later toch aardig wat geld scheelt.”

 

Uit het onderzoek blijkt ook een gebrekkige kennis over pensioen. Hangt het daarmee samen?

“Bijna zestig procent van de ondervraagden weet niet welk deel van de premie de werkgever betaalt. Ook opvallend: bijna de helft weet niet of ze later een vaste of een variabele pensioenuitkering zullen ontvangen. Mensen denken wellicht te vaak: ik bouw pensioen op en dus is het goed geregeld. Ze vragen zich te weinig af of ze later wel genoeg inkomen hebben, of dat ze iets extra’s moeten regelen. Overigens blijken vrouwen minder goed te weten hoe hun pensioen ervoor staat dan mannen.”

Bijna de helft weet niet of ze later een vaste of een variabele pensioenuitkering zullen ontvangen

Komt dat doordat vrouwen vaker parttime werken? Of zéggen mannen gewoon dat ze weten hoe het zit, ook als dat niet zo is, terwijl vrouwen minder overtuigd zijn van hun pensioenkennis?

Lachend: “Dat hebben we niet onderzocht. Misschien is dat nog eens een mooi onderwerp voor een vervolgstudie.”

 

Blijkt uit het onderzoek ook verschil tussen ouderen en jongeren?

“Ouderen zijn vaak beter op de hoogte van hun pensioen dan jongeren. Ze reageerden ook verschillend op de keuzes die we ze voorlegden, zoals die tussen 15 procent extra salaris of 40 procent extra pensioen. Overall zou ongeveer de helft van de ondervraagden kiezen voor extra salaris en ongeveer de helft voor extra pensioen. Zoom je in op jong en oud, dan zie je een verschil. Zo zou bijna 60 procent van de jongeren kiezen voor die 15 procent meer salaris tegenover slechts 40 procent van de ouderen. Dat is ook logisch: ouderen staan al dichter bij hun pensioen, voor jongeren is het nog ver weg.”

Welke uitkomst van het onderzoek verraste je zelf het meest?

“Het grote belang dat mensen hechten aan flexibel werken en werk-privébalans. 60 Procent zou bereid zijn om daarvoor 15 procent extra salaris en 40 procent pensioen extra in te leveren, mits er wel pensioen wordt opgebouwd. Het bijzondere is dat dit over de gehele linie geldt, al verkiezen vrouwen en hoopopgeleiden net iets vaker een werk-privébalanspakket boven een financieel aantrekkelijker pakket. Mensen zijn dus bereid forse concessies te doen voor tijd voor zichzelf en het gezin. 40 Procent meer of minder pensioen: dat scheelt veel geld. Het is de vraag of mensen dat wel voldoende beseffen.”

 

Is die uitkomst beïnvloed doordat veel mensen thuiswerkten tijdens het onderzoek?

“Dat zou kunnen: in de coronatijd hebben mensen wellicht gemerkt hoe belangrijk een goede werk-privébalans is. Ook hechten mensen nu misschien meer waarde aan een vast contract door de toenemende baanonzekerheid door de crisis.”

 

Wat kunnen werknemers en werkgevers concreet met dit onderzoek?

“We roepen werkgevers op om werknemers pensioenbewust te maken: kijk niet alleen naar het inkomen van nu, maar ook naar dat van later. Een op de vijf mensen zegt niet eens te weten of ze wel of niet tevreden zijn met hun pensioenopbouw. Er moet dus meer kennis over pensioenen komen. Werkgevers zouden misschien ook meer keuzevrijheid kunnen inbouwen tussen salaris, flexibel werken en pensioen. En het pensioen kan dus als voordeel worden ingezet op een concurrerende arbeidsmarkt. Maak duidelijker welke waarde je biedt met het pensioen en de andere arbeidsvoorwaarden, want ook díe zijn niet bij iedereen bekend zijn, zo blijkt. Daarmee laten werkgevers wellicht de kans op meer tevreden werknemers liggen.”

 

Tot slot: jullie keken ook naar werkplezier. Hoe belangrijk is dat?

“60 Procent van de werknemers zegt tevreden te zijn met de huidige baan. De belangrijkste redenen: uitdagende werkzaamheden en fijne collega’s. Een goede sfeer en het salaris staan op een gedeelde derde plek. Werkplezier blijkt dus belangrijker dan de secundaire arbeidsvoorwaarden. Maar dat is logisch. Je bent elke dag met je werk bezig, dan moet je het wel naar je zin hebben. Daar kan geen salaris of pensioen tegenop.”

 

Lees het Nationaal Arbeidsvoorwaardenonderzoek hier.

Volgende publicatie:
Profwielrenners en pensioen: ‘De meesten verdienen echt geen bakken met geld’

Profwielrenners en pensioen: ‘De meesten verdienen echt geen bakken met geld’

Gepubliceerd op: 14 oktober 2020

Van de Tour de France tot het WK. En van de Giro d’Italia nu tot de grote klassiekers in het naseizoen. Door corona is het bijna iedere dag koers. Bobbie Traksel, voormalig profwielrenner, tv-commentator bij Eurosport en voorzitter van wielerbond VVBW, wil de crisistijd echter ook aangrijpen om wielrenners beter te coachen in onder meer hun pensioen en hun rechten. “Want het is een misverstand dat alle renners bakken met geld verdienen.”

 

Bobbie Traksel staat voor zijn renners. Er is een kleine groep goedverdienende toppers van het kaliber Tom Dumoulin en Matthieu van der Poel, maar 60 procent van het peloton verdient minder dan 50.000 euro per jaar. Voor die groep wil Traksel veel meer gaan doen. “Daar willen we echt wat voor gaan ontwikkelen. Er komt een economische crisis aan, de wereld is politiek en maatschappelijk snel aan het veranderen en verder zijn we ook bezig met de financiële toekomst van de jonge coureurs. Wat we het liefst willen, is een opdracht vanuit de KNWU om jonge wielrenners van continentaal niveau – semiprofessioneel dus - op te leiden op het gebied van financiën, rechten en politiek landschap in de wielersport. Daarmee kunnen we ze ook onafhankelijk voorlichten. De meeste renners bespreken dit soort zaken met hun persoonlijke managers. Maar die geeft niet altijd een onafhankelijk advies. Daar willen wij veel meer grip op hebben.”

 

Het ‘na-carrièrefonds’

Na het, soms gedwongen, einde van hun wielercarrière vallen profwielrenners vaak in een gat. “Plotseling zitten ze zonder werk en zonder inkomen. En de meeste renners hebben te weinig verdiend om een buffer op te bouwen. Het is een misverstand dat alle renners bakken met geld verdienen”, legt Traksel uit. “Dat zijn er slechts enkelen. De meeste renners zijn vroegtijdig met hun opleiding gestopt om zich volledig op hun fietscarrière te richten.”

Wielerbond VVBW heeft voor deze renners het ‘na-carrièrefonds’ bedacht. Door drie fondsen te openen helpt de VVBW zwaar geblesseerde, werkloze of gestopte wielrenners met financiële steun en bijvoorbeeld met het vinden van een baan. In de eerste plaats is er het zogeheten CFK-fonds. Dat is een unieke regeling, waarin contractspelers uit het betaalde voetbal en profwielrenners verplicht een deel van hun bruto inkomen inleggen in een persoonlijk deelnemersfonds. Over deze inleg zijn geen belasting en sociale premies verschuldigd. Direct aansluitend op het einde van de profcarrière, ontvangt hij of zij uit een tweede fonds een aantal jaren een overbruggingsuitkering. En als derde is er een solidariteitsfonds, dat is opgericht door de internationale wielerfederatie UCI en wordt beheerd door de internationale vakbond CPA. Daaruit ontvangen wielrenners na hun loopbaan nog eens 10.000 tot 15.000 euro. Daarmee kunnen ze de eerste periode goed overleven en zich rustig oriënteren op werk of studie. Ze kunnen ook wat langer wachten op die leuke baan die ze altijd al wilden. Dat is belangrijk en noodzakelijk.”

Ziedende topcoureurs

Alleen is er inmiddels een opstand uitgebroken tussen 300 topcoureurs en de CPA. De vakbond wordt door topcoureurs gezien als een marionet van de internationale wielerunie UCI. Oud-coureur Stef Clement: “In 2019 is er geen ledenvergadering geweest, terwijl dat verplicht is. Daarnaast is er nog iets opmerkelijks, namelijk dat de pensioenen nog maar voor 25 procent worden uitgekeerd. Wij vinden met onze groep dat de renners een centrale rol hebben in het wielrennen en dus ook op een goede manier vertegenwoordigd moeten worden. We willen dus meer transparantie.”

De internationale pensioenpot wordt gevuld vanuit de grote World Tour-wedstrijden. De renners zijn ziedend. Topcoureurs als Robert Gesink en Chris Froome hebben samen met 300 andere renners met juridische procedures gedreigd.

 

Nauwelijks bezig met financiële toekomst

Een financieel onbezorgde toekomst realiseren is volgens Bobbie Traksel sowieso niet eenvoudig. Zeker niet omdat vooral jonge coureurs nog nauwelijks met hun financiële toekomst bezig zijn. “Wat ze zelf moeten regelen, wordt over het algemeen door de wielrenners niet gedaan. Daarom willen wij ze daar graag aan het begin van hun carrière in opleiden. Wielrenners hebben over het algemeen een korte carrière. Dus jezelf financieel onafhankelijk fietsen, is maar voor een kleine groep te realiseren. Daarom zijn we als VVBW ook zo blij met het CFK-fonds en hopen we dat dit blijft bestaan. Daar is groot draagvlak voor in het wielrennen. Het is fiscaal ook nog eens heel gunstig. Renners merken er ook weinig van, omdat ploegen dit maandelijks inhouden op hun brutosalaris.”

Jezelf financieel onafhankelijk fietsen, is maar voor een kleine groep renners te realiseren

Tussen wal en schip

Toch komen Nederlandse renners die in een buitenlandse ploeg zitten in de problemen als ze niet uitkijken, weet Bobbie. “En ook Nederlandse renners die wel bij een Nederlandse ploeg rijden, maar in het buitenland wonen. Die kunnen geen gebruik maken van de CFK-regeling. En dat zijn er nogal wat.Om trainingstechnische redenen verhuizen Nederlandse coureurs door heel Europa. Van Monaco tot Andorra. Maar de CFK-regeling is een expliciete afspraak met de Nederlandse fiscus.” En dat zorgt ervoor dat veel profwielrenners tussen wal en schip belanden. Bobbie: “Als je bijvoorbeeld in het buitenland koerst en je kiest voor een contract bij een Chinese ploeg, dan doe je niet alleen níet mee in het CFK-fonds, maar bij ontslag krijg je ook geen WW. En dat geldt ook voor renners die bijvoorbeeld in België wonen, zelfstandige contracten hebben en te maken krijgen met verplichte AOW-betalingen.”

 

Schouders eronder

De vraag blijft dus: dreigen veel wielrenners in een financieel zwart gat te vallen na hun carrière? “Dat gevoel heb ik nog niet. Het is wel zo dat sporters in het algemeen en wielrenners zeker vaak jongens zijn die met doelen werken en weten wat zelfstandig werken is. Ze zetten daar graag hun schouders onder. Ik denk dat de wielrenners geschikt zijn voor het bedrijfsleven vanwege hun doelgerichte en prestatiegerichte aanpak. Niet veel renners hebben moeite met het vinden van een baan bij een bedrijf, maar dat zegt weer niet dat ze hun pensioen ook goed geregeld hebben.”

Volgende publicatie:
‘Wij knokken voor de stem van de klant’

‘Wij knokken voor de stem van de klant’

Gepubliceerd op: 9 oktober 2020

Wie zijn de mensen die jou telefonisch te woord staan als je een pensioenvraag hebt? En wie zorgen ervoor dat je jouw pensioenoverzicht ieder jaar krijgt? Wat komt erbij kijken om ervoor te zorgen dat er straks voldoende geld is voor jouw pensioenuitkering? We nemen je mee achter de schermen.

Steffie van Gils (34) is customer experience manager bij APG.

 

Werken in de pensioensector, is dat niet saai?

“Zeker niet! Pensioen is cruciaal in je leven. Het gaat om geld waar je jarenlang voor hebt gewerkt en, als het allemaal goed gaat, nog jarenlang van blijft leven. Pensioen aanvragen doe je maar één keer. Dat is zo’n groot moment, met zoveel impact. Ik vind het heel mooi om er met mijn collega’s voor te zorgen dat het zo goed mogelijk geregeld is en dat mensen weten waar ze aan toe zijn, waardoor ze met een veilig gevoel die stap zetten.”

 

Maar dit was vast niet je meisjesdroom?

“Haha, nee. Toen waren andere beroepen veel tastbaarder. Ik ben opgeleid als journalist en begon als freelancer steeds meer marketing- en communicatiewerk te doen. Nadat ik naar Zuid-Limburg verhuisde kwam ik bij APG in Heerlen terecht. Ik ben er dus echt ingerold. Inmiddels zijn we vijf jaar verder; ik vind het zoveel leuker dan ik had gedacht.”

 

Wat doe je precies, als customer experience manager?

“Ik houd me bezig met alles wat te maken heeft met klantbeleving en klantervaring. Vanuit customer experience, CX, kijken we over alle afdelingen heen met de blik van de deelnemer: hoe ervaart die het? Brieven, website, het antwoord dat je krijgt aan de telefoon, het moet allemaal één logisch verhaal zijn. De afdeling CX bestaat pas kort bij APG. Het belang van de klant stond bij ons altijd al voorop, maar we hadden intern soms een andere interpretatie van wat dat belang dan was. Nu is ons standaard uitgangspunt: we moeten niet zelf bedenken wat de deelnemer wil en belangrijk vindt, maar het aan hem vrágen. Daar is deze afdeling uit voortgekomen. In een wereld waarin klanten eigenlijk geen keuze hebben, heeft toch de hele organisatie een intrinsieke drive om de klant centraal te stellen.”

Ons standaard uitgangspunt is: we moeten niet zelf bedenken wat de klant wil en belangrijk vindt, maar het aan hem vrágen

Hoe checken jullie wat de klant wil?

“Op allerlei manieren vragen we klanten om feedback, om ons te helpen bij het steeds beter maken van onze dienstverlening. Door vragenlijsten bijvoorbeeld, die versturen we veel. Voor sommige fondsen hebben we vaste klankbordgroepen, die zich voor langere periode aan ons verbinden. Als wij iets nieuws bedenken, leggen we het aan de leden voor. We doen ook telefonische interviews, waarin we mensen vragen stellen over een bepaald onderwerp. Hoe ervaart u dat eigenlijk, hoe is dat gegaan, wat kan beter? En het komt voor dat mensen een tekst krijgen toegestuurd. Dan vragen we: is deze tekst duidelijk voor u of roept die vragen op? Soms past de ene vorm beter dan de andere. Daarom gebruiken we niet één methode. Het is soms best spannend om klanten om feedback te vragen, maar ze werken er volop aan mee. Heel gaaf vind ik dat.”

 

Wat merken de klant concreet van jouw werk?

“Ik hoop eigenlijk dat klanten er heel weinig van merken. Als wat ze wilden regelen of vragen soepel ging, als ze geen moeilijkheden tegenkwamen en met een positief gevoel op die ervaring terugkijken, dan hebben we het goed gedaan. Uiteindelijk zijn het alle teams binnen APG die dat voor elkaar boksen. Ik ben slechts een radertje om het aan te slingeren.”

Wat doe je om te ontspannen?

“Normaal gesproken ga ik graag naar musea en uit eten, maar dat staat nu met corona op een laag pitje. Wandelen kan gelukkig nog steeds, en ik ben dol op Netflix. Ik kijk echt alles wat los- en vastzit, omdat ik heel nieuwsgierig ben naar hoe andere mensen naar de wereld kijken. Daar kan ik het soms ook hartgrondig mee oneens zijn, maar je leert overal weer wat van.”

 

Als we je collega’s zouden bellen, wat zouden ze dan over je zeggen?

“Teamgenoten noemden me laatst nog creatief. Ik hoor ook vaak dat ik vrolijk ben en dat anderen daar veel energie van krijgen. Ik probeer iedereen te zien en te volgen. Ik ben ook een optimist, heb veel hoop en goede moed. Elke stap vooruit vind ik gaaf – alles beter dan achteruitgaan of stilstaan. Het elke dag een beetje beter doen, daar haal ik op dagelijkse basis mijn energie uit.”

 

Wat kunnen klanten van jullie verwachten in de toekomst?

“Dat wij constant blijven knokken om hun stem te laten horen in alle beslissingen die gemaakt worden, groot en klein.”

Volgende publicatie:
“Eerder met pensioen maakt ons rijker: in vrije tijd”

“Eerder met pensioen maakt ons rijker: in vrije tijd”

Gepubliceerd op: 8 oktober 2020

Doorwerken tot je 67e en daarna genieten van je oude dag. Of kan het ook ánders? Een zoektocht naar Plan P: vernieuwende ideeën en alternatieve scenario’s voor de inrichting van leven, werk en pensioen. Omdenken voor en door jong en oud.

Demograaf Patrick Deboosere pleit voor het verlagen van de pensioenleeftijd naar 60 jaar. “We worden wel ouder, maar niet gezonder en fitter.”

 

Zelf is Patrick Deboosere 68 jaar, maar van pensionering wil hij niets weten. Hij is nog met hart en ziel demograaf aan de Vrije Universiteit in Brussel. “Daar ligt mijn passie.” Begin dit jaar publiceerde de Belgische hoogleraar zijn jongste boek: Lang leve de vergrijzing. Vaak wordt het groeiende aantal ouderen gepresenteerd als een probleem, leidend tot nijpende personeelstekorten, hogere pensioenlasten en stijgende zorgkosten. Deboosere draait het liever om, hij ziet de vergrijzing juist als een verworvenheid. “Het is toch geweldig dat meer mensen een hoge leeftijd bereiken dan vroeger? Ook de sociale ongelijkheid is minder: door een betere spreiding van de welvaart kan iederéén nu oud worden.”    

 

Wel ouder, niet fitter

De tragiek is wel dat mensen minder kunnen genieten van de gewonnen jaren, omdat ze langer moeten doorwerken. In Nederland stijgt de leeftijd waarop we AOW krijgen naar 66 jaar en vier maanden in 2020 en 2021, in België naar 67 jaar in 2030. Deboosere pleit er juist voor om de pensioenleeftijd te verlágen: naar 60 jaar. We worden wel ouder, maar niet gezonder en fitter, aldus Deboosere. Ouderdom komt nog steeds met gebreken. “Na een leven hard werken moeten mensen met pensioen kunnen gaan als ze daar fysiek en mentaal aan toe zijn.” Maar als samenleving kunnen we die hogere pensioenlasten toch nooit opbrengen? Dat is een mythe, aldus Deboosere, die er in zijn boek en tijdens het gesprek graag nóg een aantal onderuithaalt.  

 

Mythe 1: Onze levensduur stijgt     

Baby’s die nu geboren worden, zouden meer dan honderd jaar oud worden. De demografie laat anders zien, zegt Deboosere. “De levensduur van de mens is biologisch-genetisch bepaald. De Franse Jeanne Calment werd 122 jaar en dat record is in 23 jaar niet verbroken. Er zit dus een limiet aan onze levensduur: de honderd meter zullen we in de toekomst óók niet in vijf seconden kunnen lopen.”

 

De menselijke soort wordt dus niet ouder, maar er komen wel méér oudere mensen. De collectieve levensverwachting is namelijk wel gestegen: jongetjes worden nu gemiddeld 81, meisjes 86. Vooral de afname van de kindersterfte gedurende de twintigste eeuw heeft sterk bijgedragen aan de levensverwachting. De afgelopen decennia wisten we ook bij volwassenen en ouderen vaker vroegtijdige sterfte te voorkomen door betere voeding, zorg, arbeidsomstandigheden en bijvoorbeeld verkeersveiligheid. Deboosere: “Maar het wordt steeds moeilijker om vooruitgang te realiseren, omdat de grootste winst intussen is geboekt.” Veel hoger zal de levensverwachting dus niet worden. We hoeven dan ook niet bang te zijn dat in de toekomst een groot aantal mensen tot ver over de 100 uit de pensioenpot put.

 

Mythe 2: We moeten langer doorwerken om de pensioenlasten te dragen     

Dat hoeft dus niet, aldus Deboosere. Er worden weliswaar meer mensen oud, maar dat kunnen we opvangen met onze exponentiële economische groei. “We worden elk jaar productiever: we produceren méér met mínder arbeid. Door robotica zal die economische groei en daarmee de welvaart alleen maar toenemen: in de jaren zeventig hadden we in België tachtig auto’s per duizend inwoners, nu 535. Over 35 jaar is een verdubbeling mogelijk: duizend auto’s per duizend inwoners. Maar is dat wat we willen? We hebben te maken met een klimaatcrisis én we zijn toe aan een herwaardering van vrije tijd.” We kunnen die economische groei dus beter omzetten in duurzamer produceren en consumeren én voor het financieren van meer vrije tijd, stelt Deboosere. “Vroeger moesten mensen werken tot ze erbij neervielen. Nu landen als Nederland en België rijk en ontwikkeld zijn, zouden we als burgers ook rijker moeten worden in tíjd. Maar wat doen we? We verhogen de pensioenleeftijd. Dat is toch eigenáárdig?”

Als mensen al met hun zestigste kunnen stoppen, kan de economie juist een extra boost krijgen, doordat die zestigers hun pensioengeld laten rollen

Mythe 3: Gepensioneerden brengen hun tijd luierend door en overwinteren allemaal in Spanje

Klopt niet, aldus Deboosere. “Gepensioneerden passen vaak op de kleinkinderen, zorgen voor hun eigen oude ouders van tachtigplus of doen vrijwilligerswerk. Als dat niet meer kan omdat ze langer moeten doorwerken, zadelt dat de samenleving met hogere kosten op.”

En er zijn nog meer verborgen maatschappelijke kosten aan langer doorwerken, waarschuwt hij. “Als mensen dat niet meer kunnen volhouden, belanden ze in de WIA (voorheen WAO) of ze stoppen voortijdig zonder goede pensioenvoorziening, waardoor armoede dreigt en ze in de bijstand terechtkomen.”

 

Mythe 4: De pensioenpot is een bodemloze put

Ook dat is niet waar, stelt Deboosere. Als mensen al met hun zestigste kunnen stoppen, kan de economie juist een extra boost krijgen, doordat die zestigers hun pensioengeld laten rollen. “Daarmee zorgen ze voor het inkomen van de bakker, de kapper of de tandarts. Dat collectieve kapitaal rendeert veel meer dan het vermogen van de 1 procent superrijken, die hun geld  wegsluizen naar belastingparadijzen en dus niet terugpompen in de economie.”

Als je vermogende mensen en bedrijven zwaarder belast, kan de overheid daarmee de lagere pensioenleeftijd helpen financieren, komen pensioengelden dus eerder vrij en ontstaat door de toenemende bestedingen een economisch vliegwiel.     

 

Mythe 5: De pensioenleeftijd is voor iedereen hetzelfde 

Wetenschappers als hijzelf, rechters en kunstenaars kunnen makkelijker langer doorwerken, aldus Deboosere. Maar mensen met zware beroepen als stratenmakers, schoonmakers of fabrieksmedewerkers zijn na veertig jaar of langer werken vaak lichamelijk óp. Die moeten dus met hun zestigste met pensioen kunnen. Voor wie toch langer wil doorwerken, maar het wel iets rustiger aan wil doen, moeten er uitloopbanen komen, stelt Deboosere voor: in deeltijd werken, mét behoud van pensioenopbouw. “Laat niet iedereen van dezelfde top skiën, maar bouw verschillende pistes in.” De belangrijkste verandering moet echter niet plaatsvinden in het pensioenstelsel, maar in ons denken over welvaart versus welzíjn, besluit Deboosere: “We moeten weer uitgaan van de méns.”  

Volgende publicatie:
“We sturen nieuwe deelnemers nu eerst een welkomstkaartje”

“We sturen nieuwe deelnemers nu eerst een welkomstkaartje”

Gepubliceerd op: 2 oktober 2020

De klanttevredenheid stijgt en de feedback van deelnemers en werkgevers wordt voorzichtig positiever: het resultaat van twee jaar lang hard werken aan meer klantgerichtheid. DWS-directielid Rob Schormans geeft een tussenstandje.  

 

Begin dit jaar – nog vóór de coronacrisis dus – is Rob Schormans met zijn team een dagje naar de Efteling geweest. Niet voor de Python of de Vliegende Hollander (of misschien óók wel een beetje), maar om inspiratie op te doen: hoe gaat het sprookjespark om met zijn klanten en wat kan APG daarvan leren? Het werkbezoek past in de draai naar klantgerichtheid, die Deelnemers- en Werkgeversservices (DWS) sinds twee jaar aan het maken is, vooruitlopend op het nieuwe pensioenstelsel. Het uitgangspunt: je inleven in alle pensioengerelateerde momenten in het leven van deelnemers en hen daarbij zo goed en begripvol mogelijk ondersteunen. Dat is geen kwestie van even een knop omzetten. Het doorvoeren van alle veranderingen kost tijd, benadrukt Schormans, binnen de directie van DWS verantwoordelijk voor Marketing Operations. Maar de eerste resultaten van de nieuwe aanpak zijn inmiddels zichtbaar en positief. 

Hoe werd de klant voorheen bediend: waar moesten jullie vandaan komen? 

“Vroeger was APG vooral gericht op het zo goed mogelijk administreren van de pensioenuitkering. We keken te weinig naar de mensen en de organisaties áchter dat pensioen. Wie nieuw was bij het pensioenfonds, arbeidsongeschikt werd of een dierbare had verloren, kreeg een zakelijke brief met ingewikkelde termen als ‘waardeoverdracht’, soms in één week tijd van meerdere afdelingen. Die brieven deden geen recht aan de emotionele kant van belangrijke levensgebeurtenissen. Bovendien hadden mensen vaak moeite om te begrijpen wat erin stond.”

Dat moest dus anders. Hoe hebben jullie dat aangepakt?  

“Het accent moest verschuiven naar de behoeften van deelnemers en werkgevers. Zo zijn we agile gaan werken om hen sneller te kunnen helpen. We zijn ook in multidisciplinaire teams gaan werken: niet alleen pensioenspecialisten, maar bijvoorbeeld ook IT-mensen en marketeers. Met elkaar overzie je sneller waaraan deelnemers en werkgevers behoefte hebben. We hebben veertien belangrijke live events vanuit pensioenoogpunt in kaart gebracht: van heuglijke feiten als een nieuwe baan, huwelijk en geboorte tot en met pijnlijke gebeurtenissen als scheiding en overlijden. We hebben ook gekeken naar bottlenecks in onze dienstverlening, zoals de klachtenprocedure en de uitkering van nabestaandenpensioenen.”

Wat merken klanten concreet van de veranderingen?

“Als deelnemers zich bij een fonds aanmelden, krijgen ze nu eerst een vriendelijk welkomstkaartje. Dat komt meteen een stuk warmer over. Bovendien proberen we onze brieven zo begrijpelijk mogelijk te schrijven en meer digitaal te communiceren. Bijna zestig procent van de deelnemers geeft aan communicatie digitaal te willen ontvangen. We gaan deze brieven of mailings en onze website ook bij deelnemerspanels testen: snappen mensen het? Verder zoeken we vaker contact: dan doseer je de informatie beter en bouw je een relatie op. Zo sturen we mensen tegenwoordig een kaartje voor hun ‘pensioenverjaardag’, op de dag dat ze zich ooit bij hun pensioenfonds aanmeldden.”  

We zoeken vaker contact: dan doseer je de informatie beter en bouw je een relatie op

Jullie werken dus aan verbetering van de communicatie. Geldt dat ook voor de dienstverlening zelf?

“Zeker. Zo konden mensen klachten eerst alleen schriftelijk indienen en moesten ze weken wachten op een – ook weer – schriftelijk antwoord. Nu kunnen klachten digitaal worden ingediend en worden ze binnen 48 uur teruggebeld. Of neem de uitkering van nabestaandenpensioenen: dat kon soms maanden duren. Ik sprak laatst met een werkgever, een schooldirecteur. Die vertelde een schrijnend verhaal: de partner van een overleden docent kon de begrafenis en het schoolgeld van de kinderen niet betalen, omdat de nabestaandenuitkering zo lang op zich liet wachten. Die termijn hebben we inmiddels gelukkig flink kunnen inkorten. We werken ook aan eenvoudiger procedures voor het aanleveren van gegevens en het doen van betalingen.” 

Wat is er veranderd in de dienstverlening aan werkgevers?

“We kijken niet meer alleen maar de omvang, maar vooral naar het verschil in behoeften van organisaties. Kleine werkgevers willen vooral dat de pensioenadministratie soepel verloopt en dat we helpen bij de praktische dienstverlening aan medewerkers. Grote werkgevers zijn meer bezig met vraagstukken als duurzame inzetbaarheid en ziekteverzuim. Die ondersteunen we bijvoorbeeld met een infotheek en webinars en met het opleiden van interne mensen voor specialistische medewerkersvragen, bijvoorbeeld over vroegpensioen. Daarbij werken we nauw samen met de aangesloten fondsen.”

Welke hobbels komen jullie tegen bij de draai naar klantgerichtheid?

“Het liefst zou je alles in één keer willen veranderen. Maar je moet het in stapjes doen, want je hebt ook te maken met juridische eisen, technische mogelijkheden en een complexe werkomgeving. Het kost ook tijd om door de bril van de klant te leren kijken. We luisteren regelmatig mee bij het Klant Contact Center, de klachtenafhandeling en deelnemerspanels. Verder hebben we onlangs een ‘feedbackloop’ in het leven geroepen. Kriskras door de organisatie halen feedbackambassadeurs klantsignalen op. Die verzamelde feedback bespreken we wekelijks. Zoals de verbazing van een deelnemer die zich had aangemeld voor een digitale nieuwsbrief en daarvan een schriftelijke bevestiging kreeg. De feedbackmanager neemt vervolgens contact op met de teams of IT om te kijken hoe we verbeteringen kunnen doorvoeren. Het resultaat daarvan koppelen we weer terug naar de collega die de verbetering heeft aangebracht en – waar mogelijk – naar de deelnemer of werkgever.”

Wat hebben jullie geleerd van hoe andere organisaties omgaan met de klant?

“We hebben rondgekeken bij andere financiële bedrijven, zoals Achmea, ING en Nationale Nederlanden, maar ook bij onlinebedrijven als Zalando en Bol.com en bij de Efteling. Een bezoek aan Tony Chocolonely stond ook op ons lijstje, tót de coronacrisis zich aandiende. Bij Zalando en Bol bijvoorbeeld kunnen klanten via track & trace precies zien waar hun pakketje is. Wij leren daarvan dat doorlooptijden zo kort mogelijk moeten zijn en je deelnemers en werkgevers goed op de hoogte moet houden. Dat dagje Efteling was ook leerzaam. De Efteling-medewerkers proberen hun klant élke dag te verrassen. Ze nemen ook geen genoegen met een zeventje voor klanttevredenheid, maar streven naar een tien.”    


   

Ziet APG de draai naar de klant al terug in een hogere klanttevredenheid?

“We meten dat met de Net Promoter Score. Daarbij vraag je klanten in hoeverre ze je bedrijf aan anderen zouden aanraden. Twee jaar geleden was de NPS negatief: we hadden meer criticasters dan ambassadeurs onder onze deelnemers en werkgevers. Sindsdien zien we een licht stijgende lijn en in de maandscores zelfs behoorlijke plussen. Ook de feedback wordt positiever. Tegelijkertijd hanteren mensen de klantvriendelijkheid van een Bol.com als referentiekader: ze verwachten hetzelfde van APG. De lat komt dus steeds hoger te liggen. Je ziet aan alles dat we de gewenste draai naar de klant aan het maken zijn. Maar je hebt daar als organisatie zeker zo’n drie tot vier jaar voor nodig. Vergelijk het met een marathon: we zijn halverwege, hebben af en toe zure benen, maar met focus, de juiste mindset en bemoedigende geluiden uit het publiek zijn we vastberaden op weg naar de eindstreep.”     

Volgende publicatie:
‘Pensioenakkoord betekent open-hartoperatie voor uitvoerders’

Wim Henk Steenpoorte voorspelt geheel nieuwe werkwijze voor uitvoerders en adviseert fondsen om te starten bij de basis.

Gepubliceerd op: 1 oktober 2020

Door het nieuwe stelsel moeten uitvoerders al hun systemen aanpassen en zal de druk voor lagere kosten op termijn flink toenemen. Deze woorden sprak Wim Henk Steenpoorte, verantwoordelijk voor invoering van het nieuwe contract bij APG, deze week tijdens een webinar van ict-adviesbureau Quint. PensioenPro tekende de woorden van Steenpoorte op. "Ik raad pensioenfondsen aan om weer helemaal bij de basis te beginnen bij het opstellen hun nieuwe regeling. Het nieuwe stelsel is een premieregeling en dat is ‘ongelofelijk anders’ dan het db-systeem waar uitvoerders nu aan gewend zijn.”

Het Pensioenakkoord betekent een 'open-hartoperatie' voor veel uitvoerders

Invoering van het nieuwe contract betekent een figuurlijke 'open-hartoperatie' bij veel uitvoerders, volgens Steenpoorte. “Uitvoerders specialiseren zich nu in kennis van de rechtenhistorie van deelnemers en complexe berekeningen aan de aanspraak. Maar met het nieuwe dc-contract moet een uitvoerder vooral snel, accuraat en transparant beleggingen in individuele potjes administreren, met daarbij veel extra contact met de deelnemer.”
Zodra deelnemers inzage krijgen in de potjes, gaan ze meer vragen stellen en willen ze keuzes maken, voorspelt de APG-er. Op termijn verwacht hij dit à-la-minute via mobiele apps, zoals nu al bij banken.

 

Hiervoor is werk nodig aan de dc-pensioenadministratie. Die is bij uitvoerders niet altijd solide genoeg voor honderdduizenden of miljoenen deelnemers, stelt Wim Henk. “Alles moet opnieuw worden ontworpen. De fractieadministratie, snelle transactieverwerking, dekkingen, solidariteit, de verzekeringstechniek. Ook de omliggende processen, zoals financiële administratie, risicobeheersing en actuariële berekening’, somde hij op. ‘Het is een open-hartoperatie bij veel uitvoerders, die zal tijd kosten.”

 

De overgang vergt grote investeringen. Om die op te brengen, is schaalgrootte nodig wat zal leiden tot clustering onder de vele fondsen en uitvoerders die er nu zijn, denkt Steenpoorte. Schaalgrootte is ook nodig voor lagere kosten, verwacht hij. “De gemiddelde uitvoeringskosten in de db-markt zijn nu zo’n €109 per deelnemer per jaar. In dc-markt zijn ze gemiddeld lager, €60 per jaar. En sommige partijen zitten daar fors onder. In een premieregeling worden kosten heel zichtbaar voor de deelnemer en daarmee wordt de druk op kosten groter.”

Blanco vel

Voor fondsen en sociale partners is het nieuwe stelsel een gelegenheid om ‘met een blanco vel papier’ een nieuw pensioenaanbod te ontwerpen, zei Steenpoorte. Dat betekent bij de basis beginnen. “Waar ben je trots op, wat is belangrijk voor de sector of het bedrijf? Wat is het bestaansrecht van het fonds en hoe onderscheidt het zich?”

Vervolgens kunnen zaken als contractkeuze, risicohouding, pensioenambitie, en pensioengevend salaris opnieuw worden besproken. “Benut de kans om erover na te denken, want we moeten toch de transitie door. En begin op tijd, bij APG zijn we in feite al van start gegaan.” De transitie is het moment voor een ‘frisse start’, meent Steenpoorte. Het wegwerken van ballast uit het verleden maakt de uitvoering ook eenvoudiger en goedkoper, tekende hij aan.

Volgende publicatie:
SPW doet 6 ‘harde beloften’ aan deelnemers en werkgevers

“Ook zonder verplichtstelling zouden deelnemers voor ons moeten kiezen”

Gepubliceerd op: 1 oktober 2020

Na twee jaar van onderzoek en voorbereiding is het vandaag zover: SPW, het pensioenfonds voor de woningcorporaties spreekt zes harde beloften uit naar zijn deelnemers en zijn werkgevers. Een voor de pensioensector bijzondere stap. “Met deze pensioenbeloften steekt SPW écht haar nek uit,” aldus rvb-lid Francine van Dierendonck.

 

Birte van Ouwerkerk en Jim Schuyt zijn de stuwende krachten achter de pensioenbeloften. Birte was als Marketingcommunicatie strateeg verantwoordelijk voor de ontwikkeling en implementatie van de pensioenbeloften. Jim is voorzitter namens de werkgevers én ambassadeur pensioenbeloften van het eerste uur.

Waarom doen jullie deze beloften naar deelnemers en werkgevers?

Jim: “Beloften worden vaak uitgesproken door commerciële partijen om klanten aan zich te binden. Denk aan de Jumbo waar je je boodschappen gratis krijgt als er vier mensen in de rij staan. Wij als pensioenfonds voelen die druk niet. Door de verplichtstelling kunnen deelnemers immers niet overstappen naar een ander fonds. Juist dat gegeven zien wij als een extra verantwoordelijkheid. Ook zonder verplichtstelling zouden deelnemers voor ons moeten kiezen; dat is onze insteek. Met de pensioenbeloften maken we daarom het thema pensioen en de dienstverlening van SPW tastbaar, en laten we zien waar het fonds voor staat.”

Hebben deelnemers en werkgevers behoefte aan dergelijke beloften?
Birte: “Ja, wij denken van wel. De basis voor deze beloften vormt een uitvoerig onderzoek onder deelnemers en werkgevers. Hoe kijken zij aan tegen onze dienstverlening en het onderwerp pensioen in het algemeen? Hoewel SPW op dat eerste punt positief scoorde, bespeurden we ook veel vragen en onzekerheden: blijft er straks wel genoeg voor mij over en wat mag ik van mijn pensioenfonds verwachten? Je kunt ze uitleggen dat die zorgen grotendeels ongegrond zijn. Je kunt het echter ook krachtiger zeggen door te beloven dat de inleg van deelnemers in goede handen is.”

Beloften doen. Met het nieuwe pensioencontract willen we daar toch juist vanaf?
Jim: “Met deze zes beloften gaan wij niet compleet iets nieuws doen of zaken beloven die we nog nooit hebben waargemaakt. De beloften die deelnemers en werkgevers hebben gekozen, laten vooral zien wat wij al dagelijks doen, maar waar zij op dit moment nog onvoldoende vanaf wisten. Wij spelen dus in op vragen die leven bij onze deelnemers en werkgevers. Deze vragen zullen met het nieuwe pensioencontract straks niet heel anders zijn.”

Wat was de rol van APG?
Birte: “25 van onze mensen zijn bij het tot stand komen van de beloften betrokken geweest. Van medewerkers van het Klant Contact Center (KCC) tot de afdelingen Werkgeversbediening en Pensioenuitvoering. Ook voor APG zijn deze beloften heel waardevol. De beloften geven medewerkers van APG namelijk meer duidelijkheid over wat er van hen verwacht wordt en zorgt voor focus in de dienstverlening.”

Hoe zorgen jullie ervoor dat deze beloften echt in het DNA van SPW gaan zitten?

Birte: “We gaan gefaseerd en beheerst live en nemen anderhalf jaar de tijd om de pensioenbeloften volledig te integreren in onze dienstverlening en communicatie. We blijven in gesprek met deelnemers, werkgevers en medewerkers van APG om te bekijken hoe het gaat. We starten nu met de externe brandingscampagne richting werkgevers en deelnemers, met als doel om in deze fase bekendheid creëren.”

 

De zes beloften van SPW


1. Gegarandeerd inkomen zolang je leeft, voor jou en je partner.

Een garandeerd inkomen zolang je leeft, maar ook voor je partner en kinderen als jij overlijdt. Zorg voor inkomen bij arbeidsongeschiktheid.

 

2. Jouw inleg in goede handen, met bewezen rendement.

SPW behaalde de afgelopen twintig jaar een gemiddeld beleggingsrendement van 7 procent. Beleggingen zijn transparant, verantwoord en maatschappelijk bewust.
      
3. Ruimte om zelf te kiezen wat je met jouw pensioen wilt.

Kiezen wanneer je met pensioen gaat, geheel of gedeeltelijk. Eerst een hoog bedrag en later een laag bedrag. Wel of geen partnerpensioen.

4. Persoonlijke pensioencheck, in te zetten wanneer je wil.

Online, telefonisch, via de chat. In te zetten wanneer jij dat wil. Omdat je wil weten of je goed op weg bent. Omdat er iets is veranderd in je leven. Omdat je jouw pensioen wil aanvragen.


5. Volledig overzicht en inzicht in jouw inkomen voor later.

Altijd en overal helder overzicht & inzicht in Mijn SPW. Alle uitgaven en inkomsten op een rij. Zodat je weet wat je nu doet en hoeveel geld je nodig hebt. En ziet wat je later wilt en hoeveel pensioen je dan nodig hebt. Je kiest en rekent zelf in Helder Overzicht & Inzicht, de rekentool in Mijn SPW.


6. Pensioenregeling van ons samen, op maat gemaakt voor woningcorporaties.

Samen ontwikkeld met alle relevante vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers in de sector.

Volgende publicatie:
Europese kapitaalmarktunie is goed voor pensioen in EU

Europese kapitaalmarktunie is goed voor pensioen in EU

Gepubliceerd op: 25 september 2020

De Europese Commissie kwam gisteren met een nieuw actieplan: “A capital markets union for people and businesses. Een plan dat bijzonder belangrijk is voor pensioenfondsen en pensioenuitvoerders.

 

Kapitaalmarkten in de Europese Unie zijn nog erg nationaal, waardoor het voor spaarders en beleggers niet makkelijk is om overal te investeren. En voor bedrijven is het niet eenvoudig om uit alle lidstaten kapitaal aan te trekken. Komt nog bij dat Londen, het grootste financiële centrum van Europa waar veel Europese kapitaalstromen langslopen, door Brexit buiten de EU terecht is gekomen. Daar wil de Commissie nu iets aan gaan doen. Want één echte, goed functionerende Europese kapitaalmarkt maakt het veel gemakkelijker om bedrijven te financieren voor het economisch herstel na de coronacrisis. En dit versnelt de groene en digitale transities naar een duurzame economie. Daarnaast maakt een kapitaalmarkt unie het burgers veiliger én makkelijk om voor de lange termijn te beleggen en sparen. Op de website van de Commissie staat een mooie factsheet hierover.

 

Het actieplan bestaat uit 16 acties, onderverdeeld in maatregelen die het mkb ten goede moeten komen, maatregelen om individuele burgers, spaarders en beleggers te helpen en maatregelen om tot één Europese markt te komen.

 

Deze acties zullen pensioenfondsen helpen met hun beleggingen in andere lidstaten. Sommige voorstellen zijn daarbij in het bijzonder belangrijk voor fondsen. Deze gaan bijvoorbeeld over vereenvoudiging van teruggave van bronbelastingen, betere bescherming van investeringen tegen ‘niet redelijk’ overheidsoptreden en verbeteringen van de markt voor securitisaties (het herverpakken en doorverkopen van pakketten leningen). Sommige zullen nog belangrijke politieke weerstand moeten overwinnen, bijvoorbeeld wat betreft het insolventierecht. Hierbij zijn nationale opvattingen en tradities erg sterk. Voor internationale beleggers is het echter ook belangrijk dat insolventierecht goed, begrijpelijk en snel functioneert. Bijvoorbeeld wanneer een belegging onverhoopt niet goed afloopt

 

 

Bijzonder is de actie uit het plan die als doel heeft lidstaten te helpen de ‘pensioentoereikendheid’ (de mate waarin een pensioen voldoende is, en overeenkomt met eerdere verwachtingen) voor hun burgers te verbeteren. De Commissie heeft gezien dat lidstaten met systemen voor kapitaalgedekte aanvullende pensioenen (zoals bijvoorbeeld ABP en bpfBouw) beter functionerende kapitaalmarkten hebben. Ook beleggen hun uitvoerders in de hele Europese Unie. Nederland ís zo’n lidstaat, maar staat daar redelijk alleen in. In veel andere EU-landen schiet de toereikendheid van pensioenen tekort.

 

En dat moet volgens de Commissie anders. Om Europese burgers betere mogelijkheden te geven om te sparen voor hun oude dag én tegelijkertijd Europese beleggingen te bevorderen, wil de Commissie drie dingen doen:

  1. Het ontwikkelen van een dashboard om de pensioentoereikendheid in de lidstaten bij te houden
  2. Nationale pensioenregisters, zodat je als burger altijd en overal kunt zien wat voor inkomen voor je oude dag je mag verwachten
  3. Onderzoek doen hoe auto-enrollment (automatisch deelname) en andere regelingen ervoor kunnen zorgen dat deelname aan bedrijfspensioenvoorzieningen sterk vergroot wordt

 

Het is opmerkelijk dat pensioenfondsen hierbij ineens onder het kopje “retail” staan, maar eigenlijk ook wel terecht als je het perspectief van de deelnemer voorop stelt. Immers: werknemers worden zo geholpen optimaal profijt te trekken van die Europese kapitaalmarkt. De Commissie zet in op het verbeteren van het inzicht bij lidstaten én bij burgers. Dit om de actiebereidheid te vergroten. Vervolgens gaat zij proberen goede beleidsinstrumenten te formuleren, zonder deze als verplichte eenheidsworst aan te bieden. Met een dashboard en pensioenregisters wordt het pensioenbewustzijn van burgers hopelijk sterk vergroot. Zij kunnen dan zelf individuele vormen van sparen en beleggen zoeken, maar misschien ook als kiezers of werknemers vragen om betere aanvullende collectieve regelingen. De Commissie laat uitdrukkelijk de bevoegdheden van de lidstaten voor een goede invulling van zulke collectieve regelingen in stand. Of dat in individuele lidstaten bereikt moet worden door pensioenfondsen, verzekeraars of asset managers (en of dit collectief of individueel moet) blijft open. Maar een beter pensioenresultaat staat in ieder geval hoog op de commissieagenda.

 

Ook in Nederland zijn er mensen met minder toegang tot pensioen, zoals werknemers van bedrijven die niet zijn aangesloten bij een pensioenregeling (‘witte vlekken’) en zzp’ers. Een goed ‘dashboard’ voor Nederland zal dat ook laten zien. Hopelijk rollen er uit de studie die de Commissie naar auto-enrollment wil doen, ook ideeën waar we in Nederland wat aan kunnen hebben.

 

Dat de Commissie deze richting gekozen heeft, komt niet uit de lucht vallen. Een expertgroep, ingesteld door de ministers van Financiën van Frankrijk, Duitsland en Nederland - en waar Corien Wortmann (bestuursvoorzitter van ABP) deel van maakte -, kwam, samen met een ‘High Level Forum on CMU’, waar Eloy Lindeijer (chief investment management PGGM) lid van was, met aanbevelingen in dezelfde richting. De Europese Commissie volgt nu deze twee expertgroepen, die unaniem het belang zagen van goede kapitaalgedekte pensioenen voor de Europese kapitaalmarktunie (en vice versa).

 

Het zou mooi zijn wanneer dit ook een opening biedt om op een positievere manier te spreken over pensioen en Europa. Bij de vormgeving van de kapitaalmarktunie wil de Nederlandse pensioenfondssector graag betrokken zijn. We worden wellicht nog beter gehoord als we laten zien pensioenen van alle Europese burgers belangrijk te vinden, en ook daarover met de Commissie mee te denken.

 

Johan Barnard is Head International Public Affairs bij APG

 

 

Foto: Petri Bakker 

Volgende publicatie:
“Pensioenfondsen moeten deelnemers veel meer op maat bedienen"

“Pensioenfondsen moeten deelnemers veel meer op maat bedienen"

Gepubliceerd op: 24 september 2020

Blikken van buiten

 

Dat we nu ‘een inkomen voor later’ moeten regelen, weten we allemaal.  Maar dat betekent nog niet dat we er vandaag ook iets aan gaan doen. Want geen zin, te abstract, te ingewikkeld. Hoe wordt pensioen dan wel boeiend? In de serie Blikken van Buiten werpen psychologen, gedragswetenschappers en marketeers een frisse blik op de valkuilen, kansen en uitdagingen. Deze keer: Lisa Brüggen, hoogleraar financiële dienstverlening aan de Universiteit Maastricht en expert op het gebied van pensioencommunicatie.

 

Wat pensioenaanbieders volgens hoogleraar financiële dienstverlening Lisa Brüggen wel wat meer in hun oren mogen knopen,  is dat ‘pensioen’ voor iedereen iets anders betekent. “Iedereen heeft een ander beeld en andere gevoelens bij dat woord. De één weet precies hoeveel hij opbouwt en hoeveel hij straks krijgt. De ander is onterecht pessimistisch. Weer een ander is onterecht optimistisch over zijn pensioen. Met al die mensen zou je als pensioenaanbieder eigenlijk anders moeten communiceren.”

 

Dat gebeurt nu nog niet?

“Je ziet vaak dat er heel erg wordt gedacht vanuit de pensioenaanbieder. Wat willen wij vertellen? Wat willen wij dat de klant doet of laat? Er wordt nog te weinig gedacht vanuit de belevingswereld van de persoon achter de klant. Voor de deelnemer is pensioen namelijk niet één ding dat op zichzelf staat, maar onderdeel van een veel groter financieel plaatje. Hoeveel je moet betalen aan verzekeringen, hoe hoog je hypotheek is, of je daarnaast nog spaart voor je kinderen, of je tijdelijk even meer of minder verdient: het hangt allemaal samen. Het is de vraag of het haalbaar is, maar het zou mooi zijn als pensioenaanbieders in de toekomst dat hele plaatje laagdrempelig in kaart zouden brengen. Zodat mensen altijd kunnen checken hoe ze er financieel voor staan en hoe pensioen in dat plaatje past.”

 

Hoe zou dat eruitzien?

“Ik zie voor me dat pensioenaanbieders straks geautomatiseerd alle beschikbare financiële gegevens kunnen analyseren en op basis daarvan een soort financiële APK-keuring aanbieden. Gratis, laagdrempelig en betrouwbaar. Waarmee deelnemers overzicht hebben over hun financiële planning en ook zicht krijgen op de knoppen waar ze eventueel aan kunnen draaien. Meer maatwerk en toegespitst op de persoonlijke situatie. Ik denk dat daaraan grote behoefte is.”

 

Na jaren van onderzoek is Lisa Brüggen er namelijk vast van overtuigd: communiceren over pensioenen is maatwerk. Of zou dat moeten zijn. Want hoe je een boodschap brengt, welke taal je gebruikt, hoe je de tekst opmaakt, in welke volgorde je de informatie aanbiedt en wie de ontvanger van de boodschap eigenlijk is: het maakt allemaal een verschil.

Deze maand bleek nog uit Netspar-onderzoek dat mensen bij het maken van keuzes voor hun pensioen worden beïnvloed door de manier waarop die keuzes worden gepresenteerd. Vraagvolgorde en vooringevulde opties kunnen worden gebruikt om iemand richting een bepaalde keuze te ‘duwen’, bijvoorbeeld om wel of niet voor een tijdelijke premiestop te kiezen.

Volgens Lisa Brüggen is het precies dit soort inzichten waar de pensioensector nog wel wat meer gebruik van mag maken. “In de reclame- en marketingwereld weten ze allang dat je met een strategisch vormgegeven boodschap het gedrag van mensen kunt stimuleren. Pensioenaanbieders weten dit in theorie ook. Maar ze maken er nog veel te weinig gebruik van.”

 

Wat zou er anders moeten?

“Men mag wel wat gerichter en strategischer te werk gaan. Het is belangrijk dat er duidelijke en specifieke communicatiedoelen geformuleerd worden, waar de communicatiemiddelen op aansluiten. En vervolgens moet je meten of met die communicatiemiddelen het doel ook bereikt wordt. Hoe met mensen over hun pensioen wordt gecommuniceerd, via welk medium, met welke boodschap en in welke vorm die boodschap wordt gegoten, dat wordt vaak nog een beetje op gevoel bepaald. Het mag allemaal wel wat meer evidence based.”

 

Kun je een voorbeeld geven?

“Als je wilt dat mensen gemotiveerd raken om over hun pensioen na te gaan denken of als je ze wilt verleiden om een keuze te maken, dan staat of valt alles bij hoe je het brengt. Zo bleek uit een onderzoek uit 2017 waaraan ik meewerkte al dat framing van een boodschap een groot verschil kan maken. Bij dat onderzoek kregen mensen een tekst te zien die hen moest motiveren om op een link te klikken waardoor ze meer te weten kwamen over hun pensioen. Bij de ene groep respondenten werd het ‘investment frame’ gebruikt, waarbij vooral de winst werd benadrukt die te behalen viel door je nu in je pensioen te verdiepen. Bij de andere groep werd het ‘assurance frame’ gebruikt, waarbij vooral werd beklemtoond welke problemen mensen konden voorkomen door nu aandacht aan hun pensioen te besteden. Bij het ‘assurance frame’ werd bijna twee keer zoveel op de link geklikt. Interessante uitkomsten voor pensioenaanbieders die hun klanten willen betrekken bij hun pensioen.”

Hoe je een boodschap brengt en wie de ontvanger daarvan eigenlijk is: het maakt allemaal een verschil

Waarom maken pensioenaanbieders daar zo weinig gebruik van, denk je?

“Dat stamt uit het verleden. Nog geen twintig jaar geleden was het helemaal niet nodig om met consumenten over hun pensioen te communiceren. De rente was hoog, het pensioenstelsel solide, mensen bleven vaak hun halve leven bij dezelfde werkgever werken. Er was voor pensioenaanbieders geen directe noodzaak om met klanten in dialoog te treden. Communicatie over pensioenen was dan ook vooral technisch, financieel en juridisch van aard. Daar kwamen helemaal geen communicatiespecialisten aan te pas.”

 

Maar de tijden zijn veranderd…

“Precies. We hebben nu te maken met een lage rente. Met mensen die veel vaker van baan wisselen dan voorheen. Daardoor is er ook meer onzekerheid over het opgebouwde pensioen. En dus is er een veel grotere noodzaak om goed en gericht met deelnemers te communiceren over hun pensioen en hun mogelijkheden. Pensioencommunicatie is steeds belangrijker geworden. Maar binnen de bedrijfscultuur van pensioenaanbieders heeft de financiële kant helaas nog altijd meer status dan de communicatiekant.”

 

Waar blijkt dat uit?

“Klein voorbeeld: als er bij een event een spreker is die inzichten komt delen over pensioencommunicatie en er is een spreker die ingaat op de financiële kant, dan gaat het bestuur naar de spreker die over financiën praat. En binnen organisaties zie ik bijvoorbeeld dat er wel steeds vaker communicatieprofessionals worden ingezet, maar dat hun zorgvuldig uitgedachte strategieën en adviezen ook regelmatig opzij worden geschoven voor uit de losse pols bedachte plannetjes. Plannetjes die leuk klinken, maar waar geen wetenschappelijke basis onder zit. Communicatie wordt toch een beetje gezien als iets waar iedereen een mening over kan hebben.’’

 

Waar liggen de kansen?

“Meer focus op evidence based communicatiestrategieën. Meer kennis delen binnen de sector. En meer aandacht voor de plek die pensioen inneemt in het leven van mensen. Binnen het grotere financiële plaatje. Kortom: minder vanuit het pensioen naar de mens kijken en meer vanuit de mens naar het pensioen.”

 

Foto: Michel Salve

Volgende publicatie:
De koopkracht stijgt volgend jaar. Wat betekent dit voor gepensioneerden?

De koopkracht stijgt volgend jaar. Wat betekent dit voor gepensioneerden?

Gepubliceerd op: 23 september 2020

Door de coronacrisis krijgt de Nederlandse economie flinke klappen. Toch kondigde het kabinet op Prinsjesdag aan dat de koopkracht voor gepensioneerden volgend jaar licht stijgt. Hoe kan dat? Wat zeggen die cijfers? En wat betekent het voor de pensioenen? Charles Kalshoven, senior strateeg bij APG, vertelt er in deze video meer over.

Volgende publicatie:
Zo houden Ali B, Boef en Ronnie Flex ook straks nog geld over

Zo houden Ali B, Boef en Ronnie Flex ook straks nog geld over

Gepubliceerd op: 21 september 2020

"Natuurlijk zeg ik tegen Ali B: Zou je nou wel een Bentley kopen?"

 

“Ze willen allemaal een ‘millie’ maken, een miljoen.” Frank Barendse, directeur van managementbureau SPEC en zakenpartner van Ali B, begeleidt hiphop-helden als Ronnie Flex en Boef. Ja, natuurlijk gaan ze allemaal los als de eerste ton binnenkomt. Maar: “Al die rappers beseffen: het moet nu gebeuren. De trend is om in jezelf te investeren als ondernemer.”

 

Frank Barendse (58) staat nooit op ‘uit’. Als zakenpartner van de populaire rapper en tv-ster Ali B heeft hij vanuit Almere het managementimperium SPEC opgebouwd. Hiertoe behoren onder meer hiphop-helden als Ronnie Flex en Boef die een miljoenenpubliek bedienen, in de zalen en via YouTube. Ze zijn populairder en rijker dan welke Nederlandse artiesten ooit. En via Instagram en YouTube doen ze daar dagelijks verslag van.

 

Sinds 2008 begeleidt SPEC de jonge artiesten en probeert ze ook financieel op het rechte pad te houden in een wereld waar dure auto’s de norm zijn en de drugsverleidingen nooit ver weg.

“Een aantal van hen heeft zijn financiële toekomst min of meer geborgd door enorm veel geld in korte tijd te verdienen, waardoor ze geen stress meer hebben. Dat is geen geheim. Boef heeft bijvoorbeeld een contract getekend bij Sony, een labeldeal voor het uitbrengen van drie albums. Hij krijgt alleen al hiervoor een voorschot van 2,5 miljoen euro. Dat zijn flinke bedragen.”

 

Gaat dat wel eens fout?

Frank Barendse: “Met onze artiesten niet. We hebben een groot netwerk met betrouwbare goede mensen, toppers in hun vak, om hen bij te staan. Maar er zijn wel artiesten die verkeerde investeringen doen of die het geld erdoorheen jassen of snuiven. Najib Amhali bijvoorbeeld is daar ook open over geweest in zijn boek. Die heeft een kapitaal verbruikt.”

We zien het als onze morele plicht om die gasten niet te laten ontsporen

Frank Barendse kiest in de begeleiding van de rappers, die soms van de een op de andere dag miljonair zijn, voor de zakelijke aanpak. SPEC zorgt dat de artiesten in beeld blijven en helpt ze met het opzetten van een eigen business om hun toekomst veilig te stellen.

“Het gaat vaak om jonge mensen met veel geld. Wij zorgen dat ze als bekende rapper of bekende artiest ‘on top’ blijven in hun business. Dan komt die geldstroom vanzelf wel, hetzij via muziek, hetzij via theater of tv. Dat zijn wel zo’n beetje de belangrijkste dingen. Maar op het moment dat de deal rond is en het geld binnen is, moet het team van adviseurs dat wij hebben aangedragen zorgen dat de investeringen - als ze die al doen - goed gebeuren. Natuurlijk zeggen we wel tegen Boef of Ali: ‘Zou je nou wel een Bentley kopen van drie ton?’ Dat kun je nog zes keer zeggen, maar dat doen ze dan toch. Maar zelfs dan weten we hun uitgaven wel weer zo te structureren dat het geen bodemloze put wordt.”

 

Bij rappers gebeurt het regelmatig dat ze ineens vanuit het niets multimiljonair worden. Wat doet dat met iemand?

Frank Barendse: “Heel vaak is het: zo snel mogelijk geld uitgeven aan dingen waarvan jij en ik denken: moet dat nou? Zeker als je op straat bent opgegroeid en uit een minderbedeeld gezin komt waar elk dubbeltje moest worden omgedraaid, ben je de koning te rijk als er ineens een ton binnenkomt. Sommigen delen het direct uit aan familie, vrienden en bekenden. Zij vinden het belangrijk dat hun sociale structuren worden beloond. Anderen gaan helemaal los en alleen maar feesten.”

 

Morele plicht

Frank Barendse en zijn mensen gaan dan aan de slag om de jonge artiesten zakelijk weer met de beide benen op de grond te krijgen. “Je hebt de ‘one-day-flies’. Die hebben één hitje, halen een hoop geld binnen, jagen het erdoorheen en daar hoor je nooit meer wat van. Die zitten niet bij ons, want wij zorgen altijd dat er een toekomst is omdat de ‘shelf life’ van een rapper steeds korter wordt. Vroeger was je na vier jaar uitgerangeerd, nu ben je na vier maanden al weg als je niet relevant blijft. Dus wij zorgen dat die relevantie bestaat. Dat betekent ook: de videostreams blijven komen, ze zijn zichtbaar op sociale media en is er een steady inkomensstroom. Op een gegeven moment is ook de meest notoire feestganger er wel klaar mee en wij zitten er natuurlijk ook op te hameren: wat is de strategie, wat doen we volgend jaar, wat doen we het jaar daarna, hoe zit het met je inkomen?’ We proberen ze te leren verstandig naar hun toekomst te kijken. Niet dat we dat contractueel of zo vanuit het management moeten doen. We zien het als een morele plicht om die gasten niet te laten ontsporen.”

Ali B is een rolmodel voor hiphop in Nederland omdat hij de eerste vermogende rapper was

Rolmodel

Belangrijk daarbij is de inspirerende invloed van Ali B, ‘knuffelmarokkaan’ en een slimme zakenman die hiphop in Nederland op de kaart zette en daar een lucratief verdienmodel van heeft gemaakt.

Frank Barendse: “Eigenlijk is hij het rolmodel geworden voor hiphop Nederland, omdat Ali hier de eerste vermogende rapper werd. In Amerika kenden we al voorbeelden. Daar klotst het geld tegen de plinten op vanwege de ‘scaled economy’. Die is daar zo groot: één hit en je hoeft de rest van je leven niks meer te doen. Maar in Nederland is dat anders. Ali is het gelukt om een vermogen op te bouwen door behalve muziek ook theater en tv te doen. Hij gaat daar, ook doordat zijn thuissituatie heel stabiel is, verstandig mee om en smijt het geld niet over de balk. Op die Bentley na dan. Dat maakt hem voor Lil’ Kleine, Boef en noem maar op tot een voorbeeld, ook omdat hij al zo lang aan de top staat.”

 

Als je vijf van die jongens laat praten over geld en over hun toekomst, wat is dan de rode draad?

“Ze willen allemaal een ‘millie’ maken, een miljoen. De toekomst is voor twintigers ver weg. Een uitzondering is Boef, die heeft geïnvesteerd in een prachtig huis en bezit links en rechts nog wat pandjes. De trend is eigenlijk niet zozeer om in stenen te investeren, maar meer in jezelf als ondernemer. Lil’ Kleine is een frietzaak begonnen, Monica Geuze doet in sieraden en ze willen allemaal een kledinglijn. Ali heeft ‘Ik Wil Groeien’, mensen helpen met persoonlijke groei. Zo heeft hij nog wat ondernemingen.”

 

Investeren

Terwijl het geld een paar jaar eerder nog werd geïnvesteerd in dure auto’s, drugs en reizen in privéjets, kiest de rapper in 2020 voor een onderneming als investering in de toekomst.  

“Er is altijd het besef dat muziek kan stoppen. Corona bewijst dat. Je kunt zomaar ineens niet meer ‘hot’ zijn, opeens geen hits meer maken, de inspiratie niet meer hebben, of ingehaald worden door ‘the next best thing’. Dat is met topsporters veel minder. Die blijven toch wat langer op een bepaald niveau zitten. De concurrentie in de hiphop - 2018 en 2019 waren topjaren - is bizar. Er zijn zo ontzettend veel goede rappers. Al die rappers beseffen: het moet nu gebeuren. En omdat dat besef er is, gaan ze ook kijken: wat is er dan nog naast mijn carrière? Kijk wat Lil’ Kleine gedaan heeft met zijn friettent. Anderen zijn met kledingmerken gestart. Ze zijn allemaal alternatieven aan het zoeken en ze hebben het geld. Die rappers hebben ook een onwijs digitaal bereik. De online ‘presence’ van Monica Geuze of van Ronnie Flex, dat loopt tegen de miljoen aan of een miljoen plus. Zij zijn hun eigen marketingbureau. Dus als zij een business starten, laten we zeggen in brillen, en ze doen de bril op die ze zelf gemaakt hebben en posten dat op Instagram, dan hebben ze al een miljoen consumenten die ook zo’n bril willen hebben.”

 

Lees ook: Sporters gaan voor stenen

Volgende publicatie:
'Geef mensen met meer vermogen meer vrijheid in pensioenopname'

'Geef mensen met meer vermogen meer vrijheid in pensioenopname'

Gepubliceerd op: 17 september 2020

Stel, je bent tussen de 60 en 70 jaar en hebt nog maar een paar jaar te gaan tot de hypotheek van je huis volledig is afgelost. Over de jaren heen heb je – bijna ongemerkt – flink wat vermogen opgebouwd, maar dat zit grotendeels vast: in je huis en bij je pensioenfonds. Als je dat totale vermogen zou kunnen omzetten (wanneer je op de AOW-gerechtigde leeftijd met pensioen gaat) naar een maandelijkse uitkering, ontvang je meer dan 70 procent van je laatstverdiende salaris. Eigenlijk vind je dan ook dat je te veel vermogen hebt opgebouwd waar je niks mee kunt. Vervroegd pensioen zou kunnen, maar is niet aantrekkelijk: vijf jaar eerder stoppen bijvoorbeeld vermindert het pensioen met tientallen procenten. En natuurlijk kun je vermogen vrijmaken door een tweede hypotheek op je huis te nemen, maar dan ga je wel weer een schuld aan, met bijbehorende verplichtingen. De mogelijkheden zijn dus beperkt.


Je kinderen helpen

Zou het niet mooi zijn als je met een deel van dat opgebouwde pensioen je kinderen kunt helpen bij de aankoop van een huis? Of je eigen huis ermee verbouwen zodat je er kunt blijven wonen, mocht je ooit slecht ter been worden? Met 10 tot 20 procent van je totale vermogen zou je zo veel meer halen uit wat je hebt opgebouwd in al die jaren.
Het is een belangrijke reden waarom ik pleit voor ‘voorwaardelijke keuzevrijheid op basis van het gehele vermogen’. Momenteel worden er al eisen gesteld aan het opnemen van je pensioen, maar daarbij wordt alleen gekeken naar het pensióen dat je hebt opgebouwd. Daardoor beschermen die voorwaarden ¬– gelukkig – de groep Nederlanders die weinig pensioen heeft opgebouwd en geen eigen woning bezit. Een voorbeeld van zo’n voorwaarde is de regel dat iemands pensioen na gebruik van de keuzemogelijkheden (bijvoorbeeld vervroegd pensioen, of een tijdelijk lagere of hogere pensioenuitkering) niet onder 50 procent van het oorspronkelijke niveau mag zakken.


Verantwoorde flexibiliteit

Er zit echter een keerzijde aan deze ‘beschermende voorwaarden’. Ze beperken een relatief grote groep meer vermogende Nederlanders onnodig in het realiseren van hun voorkeuren. Voor je oude dag is uiteindelijk je totále vermogen relevant, niet alleen het opgebouwde pensioen. Als je de keuzevrijheid voor het opnemen van pensioen laat afhangen van dat hele vermogen (inclusief het vrij vermogen in de eigen woning en beleggingen), heb je een realistischer en relevante basis om te kunnen inschatten of iemand gebaat is bij bescherming – of dat juist flexibiliteit gewenst en verantwoord is. Voor mensen met meer vermogen ontstaat er dan ruimte om een deel van hun pensioen op een alternatieve manier te gebruiken.
Met voorwaardelijke keuzevrijheid op basis van het totale vermogen helpt de overheid burgers met een goede spreiding van hun inkomen over de hele levensloop, en forceert ze hen niet onbedoeld tot oversparen. Ook het overheidsstreven om mensen langer aan het werk te houden, is erbij gebaat.

 

Eduard Ponds is Senior Strategist Research & Analytics bij APG en bijzonder hoogleraar aan Tilburg University

Volgende publicatie:
Meer of minder te besteden in 2021? 6 vragen over Prinsjesdag en pensioen

6 vragen over Prinsjesdag en pensioen

Gepubliceerd op: 15 september 2020

Vandaag presenteert het kabinet de jaarlijkse begroting. Gaan werkend en gepensioneerd Nederland erop vooruit in 2021? Zes vragen over Prinsjesdag en pensioen.

 

1. Het kabinet spreekt van een groei van de economie van 3,5 procent en een stijging van de koopkracht van 1,2 procent voor werkenden en 0,4 procent voor gepensioneerden. Dat klinkt - gematigd - positief. Maar hoe zeker zijn die voorspellingen?

 

Feit is dat het kabinet de belastingen met 1 miljard euro verlaagt om de koopkracht van Nederlanders te verbeteren. Ondanks het feit dat er in 2021 geen indexatie in zit bij de meeste gepensioneerden, gaan zij er in doorsnee licht op vooruit (met 0,4 procent). Werknemers die in 2021 hun huidige baan behouden, gaan er ook gemiddeld licht op vooruit (met 1,2 procent). Dat betekent dat veel werkenden en gepensioneerden volgend jaar iets meer geld te besteden hebben.

 

Tegelijkertijd zijn er wel de nodige kanttekeningen te plaatsen. Kort en goed: koopkrachtplaatjes zeggen niet veel, zeker nu niet. De koopkrachtplaatjes worden bepaald door de ontwikkeling van de lonen, de inflatie en kabinetsmaatregelen. Alleen die laatste heeft het kabinet volledig in eigen hand. En nu de onzekerheden rondom het verloop van de economie en de arbeidsmarkt nog groter zijn door COVID-19, zeggen de voorspellingen dit jaar nog minder dan andere jaren.

 

De verwachting is echter ook dat meer werknemers in 2021 hun baan zullen verliezen. Zij kunnen juist minder geld besteden. Dit cijfer zie je niet terug in de koopkrachtplaatjes.

Daarnaast kunnen gemeentelijke lasten, zoals de onroerendezaakbelasting en de parkeertarieven, gaan stijgen omdat veel gemeenten in financiële problemen zitten. Ook dit zit (nog) niet in de koopkrachtplaatjes verwerkt, maar dat kan grote invloed hebben.

 

Zie ook dit NOS-artikel


2. We horen ook geluiden over een krimpende economie door corona, hogere premies en prijsstijgingen. Wat merken werknemers en gepensioneerden daar volgend jaar in de praktijk van?

 

In de koopkrachtplaatjes wordt rekening gehouden met hogere lonen, lagere belastingen, hogere prijzen en iets hogere zorgpremies. Als je alle plussen en minnen optelt, gaan de meeste mensen er per saldo licht op vooruit. Maar dat is dus zeer onzeker. Immers, de lokale gemeentelijke belastingen kunnen (fors) gaan stijgen.

 

3. Welke rol speelt corona - en een eventuele tweede golf - in dit verhaal, en in de vooruitzichten op pensioen in 2021?

 

Als er een tweede lockdown komt in Nederland, dan zal de Nederlandse economie zich minder rooskleurig ontwikkelen dan voorspeld. Het economische herstel zal dan voorlopig uitblijven.

Voor het pensioen in 2021 is de dekkingsgraad van eind december 2020 bepalend. Corona kan daar impact op hebben, maar het vertrouwen in de financiële markten wordt door meerdere factoren bepaald. Zo zagen we in augustus 2020 zeer hoge aandelenkoersen ondanks de grote onzekerheid rondom corona in bijvoorbeeld de VS, Brazilië en India.

 

4. Vandaag werd ook bekend dat sommige fondsen nog steeds onder de 90 procent dekkingsgraad zitten. Wat kan dat betekenen voor het pensioen in 2021? Welke scenario’s zijn er mogelijk?  

 

Voor het pensioen in 2021 is de dekkingsgraad van eind december 2020 bepalend. Als de dekkingsgraad dan nog steeds lager is dan 90 procent, is er in veel gevallen een verlaging van de pensioenen nodig. De fondsen kunnen vervolgens nog kiezen voor spreiding van deze verlaging in de tijd. Een verlaging van de pensioenen is niet meegenomen in de koopkrachtplaatjes.

 

5. Afgelopen week bleek uit onderzoek dat de levensverwachting van de Nederlander naar beneden is bijgesteld. Heeft dit gevolgen voor het pensioen?

 

Het Actuarieel Genootschap heeft de gemiddelde levensverwachting inderdaad naar beneden bijgesteld. Dat heeft vooral te maken met een verfijning van het gebruikte model. Het is niet zo dat de levensverwachting ineens verslechterd is. Volgens het Genootschap leeft een 65-jarige nu een half jaar korter dan eerder werd verwacht. Voor een man gaat de levensverwachting op 65-jarige leeftijd bijvoorbeeld van 20,5 jaar naar 20 jaar. Omdat pensioenuitkeringen dan gemiddeld een half jaar korter hoeven te worden uitbetaald, stijgt de dekkingsgraad hierdoor gemiddeld met 2 procent. Belangrijk is wel om te vermelden dat de exacte cijfers per fonds verschillen.

De cijfers houden nog geen rekening met de coronacrisis.

 

6. Spelen de fondsen eigenlijk een rol bij het herstel van de kwakkelende economie als gevolg van corona?

 

Prinsjesdag staat dit jaar grotendeels in het teken van hoe we als Nederland investerend uit de COVID-19-crisis kunnen komen. Het kabinet nam hierop een voorschot met de recente presentatie van het Nationaal Groeifonds, dat publieke investeringen de komende jaren moet gaan aanjagen. De Nederlandse pensioensector begrijpt en steunt deze beweging naar actief economisch investeringsbeleid vanuit de overheid. Ook de Nederlandse pensioensector pakt graag nog meer haar maatschappelijke rol als pensioenbelegger in onder andere Nederland. Bijvoorbeeld door op basis van publiek-private samenwerking met de overheid Nederland versneld en duurzamer uit de crisis te trekken.

 

Zie link voor een position paper van de Pensioenfederatie in aanloop naar Prinsjesdag.

 

Volgende publicatie:
Zomaar 10 procent van je pensioen op je bankrekening? 5 vragen over de nieuwe lump sum regeling

5 vragen over de nieuwe lump sum regeling

Gepubliceerd op: 11 september 2020

Het nieuwe pensioenakkoord brengt voor deelnemers een paar flinke veranderingen met zich mee. De lump sum is er een van. Hiermee kun je ineens 10 procent van je pensioenkapitaal opnemen als je gepensioneerd wordt. Hoe werkt dat? We vroegen het de experts van APG.


1. In het kort: wat is de lump sum?

Het is een eenmalige uitkering. Het is het moment waarop je een percentage van je opgebouwde pensioenpot in één keer kunt opnemen. Je betaalt ieder jaar premie, je werkgever stort eveneens al die tijd geld in je pensioenpot. Na zoveel jaar zit daar een bepaalde waarde in, en daar mag je straks dan een stukje van opnemen als je met pensioen gaat. Vermoedelijk gaat die mogelijkheid in 2022 van start.

 

Wat zou jij doen met 10 procent van je pensioen? We stelden een aantal mensen deze vraag. Met verrassende antwoorden tot gevolg. Bekijk hier de video.

2. Waarom wordt de lump sum geïntroduceerd?

De pensioenregelingen kennen nu al diverse keuzemogelijkheden, maar dat je eenmalig een bedrag in een keer mag opnemen, is voor Nederland nieuw. In andere landen kon dat al wel. Het biedt de mogelijkheid om je pensioen beter af te stemmen op je persoonlijke omstandigheden en behoeften.
Het is de nadrukkelijke wens van het kabinet om meer flexibiliteit te bieden zodat je de eerste jaren na je pensionering meer keuze hebt. Zo kun je bijvoorbeeld je hypotheek aflossen, of op je 63ste een wereldreis maken in plaats van nog een paar jaar door te werken.

 

3. Is de Nederlander blij met de lump sum?

Een Netspar-studie, uitgevoerd door onderzoekers van het Centraal Planbureau (CPB) en de Universiteit Tilburg, liet twee jaar geleden zien dat deelnemers aan pensioenfondsen meer keuzevrijheid willen over hun pensioenvermogen. Het moet eenvoudiger worden om een deel van het vermogen te gebruiken om bijvoorbeeld een huis te kopen of eerder te beginnen met minder werken.

 

4. Kortom, een goede ontwikkeling?

Op zich is het mooi dat je meer vrijheid krijgt. Maar veel hangt af van de voorwaarden die hieraan gesteld worden. Voor veel mensen ligt de AOW-leeftijd bijvoorbeeld te ver weg. Ze willen eerder met pensioen. Daarbij maken verreweg de meesten gebruik van de zogeheten AOW-overbrugging; eerst een wat hoger pensioen, daarna kun je af met een lager pensioen omdat je dan AOW ontvangt. In dat geval mag je geen gebruik maken van die eenmalige uitkering.
Ook kan de lump sum fiscale gevolgen hebben voor mensen met lagere en middeninkomens en leiden tot lagere toeslagen.
Je kunt je daarom afvragen of de lump sum alleen is weggelegd voor de happy few. Dat is een heikel punt in de regels zoals die er nu liggen. Het zou erg jammer zijn als deze positieve keuzemogelijkheid wordt gedegradeerd tot een dode letter. De discussie hierover wordt straks nog heel interessant in de Tweede Kamer. Niet alle voorwaarden rond de lump sum zijn overigens per definitie negatief. Verstandig is bijvoorbeeld dat je tot maximaal 10 procent in een keer mag opnemen. Dat voorkomt dat de pot te snel leeg raakt. Je wilt op je achtentachtigste immers ook nog van een pensioen kunnen genieten.

 

5. Waar moet je op letten?

Het klinkt natuurlijk heel aantrekkelijk om alvast 10 procent te krijgen. En wat je later krijgt, zie je dan wel. Maar je moet er goed bij stilstaan hoe je dat latere leven voor je ziet. Heb je straks wel voldoende voor je uitgaven en bestedingen?
Een andere voorwaarde voor opname van de lump sum is daarom dat het pensioen dat overblijft niet onder de afkoopgrens zakt. Dat is een bedrag van pakweg 500 euro per jaar. Het is niet de bedoeling dat je het na je lump sum de rest van je leven moet doen met een pensioen van 350 of 465 euro per jaar. Dus als je een klein pensioen hebt, zal een lump sum niet altijd mogelijk zijn.

 

Met medewerking van Wilfried Mulder, senior-beleidsmedewerker APG, en Debbie Kwanten, senior pensioenjurist APG.

 

Hier vind je meer informatie over het Netspar-onderzoek van het CPB en Universiteit Tilburg.

Volgende publicatie:
“Mensen vragen ons vooral: kan ik eerder stoppen met werken?”

“Mensen vragen ons vooral: kan ik eerder stoppen met werken?”

Gepubliceerd op: 9 september 2020

Wie zijn de mensen die jou telefonisch te woord staan als je een pensioenvraag hebt? En wie zorgen ervoor dat je jouw pensioenoverzicht ieder jaar krijgt? Wat komt erbij kijken om ervoor te zorgen dat er straks voldoende geld is voor jouw pensioenuitkering? We nemen je mee achter de schermen.

Stefan Ochse stuurt het klantcontactcentrum (KCC) aan bij APG.

 

Wat doe je precies, als hoofd KCC?

“Ik ben verantwoordelijk voor het klantcontactcentrum, waar ik zo’n 100 contactspecialisten aanstuur. Nergens komt de stem van de klant zo nadrukkelijk binnen als bij ons. Het is mijn voornaamste taak om dat proces in goede banen te leiden. Daarnaast zorg ik ervoor dat we met z’n allen weten waar we naartoe werken. Een van onze doelen is dat klanten ons dusdanig waarderen dat áls mensen ooit hun pensioenfonds zelf kunnen kiezen, ze nog steeds voor ons gaan omdat we goede service verlenen.”

 

Hoe ben je in deze functie beland?

“Na een rechtenstudie werd ik in 2014 medewerker bij het KCC. Ik had graag mijn werk in de rechten willen vinden, maar in die periode kwam ik daar moeilijk in terecht. APG leek me een mooie werkgever. En na wat promoties kwam ik op de plek waar ik zit.”

 

Wat merken klanten (deelnemers bij pensioenfondsen) van jouw werk?

“Ik geloof dat door de manier waarop wij onze afdeling aansturen, onze mensen tot het gaatje gaan om klanten te helpen. Als wij ons werk goed doen, voelt de klant zich echt gesteund door ons. Dan zijn we van toegevoegde waarde op belangrijke momenten in zijn leven.”

 

Welke vragen stellen ze het meest?

“Klanten zoeken voornamelijk contact in de periode waarin de AOW-leeftijd nadert en het pensioen aangevraagd moet worden. Daarbij zijn vragen als ‘Hoeveel pensioen ontvang ik straks?’ of ‘Wat betekent het voor mijn pensioen als ik eerder zou stoppen met werken?’ aan de orde van de dag. Maar ook bij levensgebeurtenissen als trouwen, verhuizen of het wisselen van baan krijgen we vaak vragen. Het gaat immers over het inkomen van nu, straks en later. Dat moet goed geregeld zijn.”

 

Waar lopen jullie het vaakst tegenaan in het klantcontact?

“We zien helaas nog altijd dat zaken soms niet helemaal lekker lopen, waardoor klanten onnodig contact met ons moeten opnemen. Denk aan termijnen die verstrijken of brieven die niet begrijpelijk genoeg zijn. Gelukkig zien we dat de afdelingen om ons heen ons steeds vaker opzoeken om ons bijvoorbeeld mee te laten lezen met brieven die zijn opgesteld. Daarnaast stimuleren wij onze medewerkers om de feedback die zij van klanten krijgen te delen met de rest van de organisatie. Zo kunnen we het met z’n allen steeds weer een beetje beter doen.”

Uiteindelijk wil je dat de klant het gevoel heeft dat hij echt begrepen is en geholpen werd

Wat is de grootste uitdaging in je werk?

“De richting bepalen waar het klantcontact naartoe gaat, in algemene zin maar ook specifiek binnen APG. In de nabije toekomst zijn er bijvoorbeeld mogelijkheden voor voicebots en computergestuurde ondersteuning. Maar klantcontact blijft mensenwerk. Het zal nooit volledig worden geautomatiseerd. We kijken hoe we op basis van de techniek, algoritmen en data nog beter kunnen voorspellen waar de behoefte ligt van de klant. Zijn stem moet steeds meer leidend zijn binnen de organisatie. We denken na over een toekomst waarin wij niet wachten tot de klanten bellen, maar waarin we hen proactief benaderen om ze te ondersteunen. Bijvoorbeeld als we zien dat ze een paar keer de digitale pensioenomgeving hebben bezocht en met vragen zitten. Dat voelt nog wat eng, het is vergaand. Maar ik weet zeker dat we een weg vinden die past bij de behoefte van de klant. Ik zie daar wel een toekomst voor. Zorgen dat klantcontact niet ouderwets vraag-aanbod blijft, maar dat we mee-evolueren op de behoeften van de buitenwereld.”

 

Wat kan de klant concreet van jullie verwachten in de toekomst?

“We krijgen een steeds beter inzicht in de behoeften van onze klanten. Daar willen we onze dienstverlening op aanpassen. Zo proberen we komend jaar een nieuwe manier te introduceren waarop binnenkomende gesprekken gekoppeld worden aan onze medewerkers. Daardoor kun je bijvoorbeeld de meest empathische medewerkers inzetten op de gesprekken waarin vooral behoefte is aan ontzorgen. Terwijl de medewerkers met de meeste inhoudelijk kennis perfect gekoppeld kunnen worden aan gesprekken waarin waarschijnlijk veel inhoudelijke vragen gesteld worden. Uiteindelijk wil je dat de klant het gevoel heeft dat hij echt begrepen is en geholpen werd. En ik denk dat deze ontwikkeling daarbij onmisbaar is.”

 

Volgende publicatie:
'Invaren'? Dat moeten we misschien even uitleggen

'Invaren'? Dat moeten we misschien even uitleggen

Gepubliceerd op: 4 september 2020

‘Projectierendement’, ‘renterisico’, ‘solidariteitsreserve’… Als er ergens moeilijk gepraat wordt, dan is het in de pensioensector. En dat kan allemaal wel wat makkelijker. In een nieuwe reeks video’s neemt ABP, in samenwerking met APG, de vreemdste pareltjes uit het pensioenjargon onder de loep.

In de derde aflevering: APG’er Tinka den Arend over ‘invaren’.

Volgende publicatie:
Ontwikkelaar nieuw pensioenplatform APG gaat zelfstandig verder

Ontwikkelaar nieuw pensioenplatform APG gaat zelfstandig verder

Gepubliceerd op: 3 september 2020

Een team van platformontwikkelaars van APG positioneert zich vanaf vandaag zelfstandig. Het team, met tien werknemers, gaat onder de naam Hyfen verder. Hyfen is een spin-off van APG waarin de Belgische IT provider The Glue een meerderheidsbelang neemt. APG blijft als aandeelhouder en klant betrokken.

 

In de afgelopen jaren heeft Hyfen een platform gebouwd om administraties van partijen in de pensioensector met elkaar te verbinden. Voorheen complexe en bedrijfsoverstijgende processen kunnen zo met behulp van het platform efficiënter en klantvriendelijker worden ingericht.

 

Hidde Terpoorten, directeur van Hyfen: “Het eerste product waarmee we live gaan is Mijnwaardeoverdracht.nl. Momenteel wordt dit platform met de eerste klanten aangesloten en in gebruik genomen. Later dit jaar volgt de landelijke introductie in samenwerking met de Nederlandse pensioensector. Het regelen van een pensioen waardeoverdracht is voor deelnemers nu een ingewikkelde en tijdrovende aangelegenheid. Met de door Hyfen ontwikkelde oplossing komt daar verandering in. Door samenwerking met vier grote pensioenuitvoerders is het doen van een waardeoverdracht voor deelnemers straks eenvoudig en snel online te regelen.”

 

Gerard van Olphen, voorzitter raad van bestuur APG Groep: “Door Hyfen op afstand te plaatsen blijven onze pensioenfondsklanten en hun deelnemers profiteren van de kennis en kunde van deze professionals – en krijgen tegelijk ook andere pensioenfondsen en deelnemers toegang tot hun innovatieve dienstverlening. Ik ben ervan overtuigd dat Hidde en zijn team succesvol zullen zijn en zie met plezier en vertrouwen uit naar verdere samenwerking.”

 

Naast APG als aandeelhouder en klant neemt de Belgische full-service IT provider The Glue deel aan de spin-off als meerderheidsaandeelhouder. The Glue maakt deel uit van een uniek FinTech ecosysteem en heeft ruime project en IT ervaring in de financiële sector.

 

The Glue CEO Paul Grimbers: “Er staat nog veel te gebeuren op het Europese speelveld van pensioendienstverleners. Door onze krachten te bundelen en in te zetten op de creatie van platformen met innovatieve gegevensuitwisseling, willen we in dit domein meerwaarde leveren.”

 

Met de nieuwe opzet krijgt Hyfen de ruimte om zelfstandig dienstverlening aan de pensioensector en haar deelnemers te verlenen en de opgebouwde kennis ook voor andere processen binnen en buiten de pensioensector in te zetten. Samen met het consortium worden toekomstige mogelijkheden verkend.

Volgende publicatie:
Pensioenklacht? Stap naar de Ombudsman

Pensioenklacht? Stap naar de Ombudsman

Gepubliceerd op: 2 september 2020

De Ombudsman Pensioenen bestaat 25 jaar. Waarmee kun je bij deze bemiddelaar terecht? Henriëtte de Lange, de huidige Ombudsman Pensioenen, over klachten van gepensioneerden en werknemers, en wat je moet doen als je er niet uitkomt met je pensioenfonds.

 

De meeste mensen hebben hun pensioen goed geregeld. Denken ze. Toch gaat het nog wel eens mis. Je krijgt een lager pensioen uitbetaald dan gedacht. Je pensioenopbouw stokt, zonder dat je het weet, omdat je na een ongeluk opeens niet meer kunt werken. Of de partner blijkt onverwacht helemaal geen recht te hebben op nabestaandenpensioen, omdat er nooit een samenlevingscontract was afgesloten. Dat zijn nare kwesties, met grote gevolgen. In dit soort gevallen staat het pensioenfonds volgens de regels vaak in zijn recht, maar is de werknemer of de gepensioneerde niet of onvoldoende ingelicht. Dan kun je een klacht indienen. En als dat ook tot niets leidt? Dan kun je gratis naar de Ombudsman Pensioenen stappen. Die gaat dan - als het kan - bemiddelen, zoekt naar een oplossing en probeert partijen dichter bij elkaar te brengen.  

 

Waardig oud worden

Die Ombudsman is Henriëtte de Lange. Een bevlogen pensioenjurist die al 25 jaar met veel plezier in de pensioensector werkt. Ze houdt kantoor in Den Haag, in het gebouw van de SER. Haar leidraad is de uitspraak die ze ooit hoorde tijdens een congres over Pensioenen: “Een pensioen draagt bij aan waardig oud worden.” Daar voegt ze aan toe: “Met een goed pensioen houd je de regie over je leven. Ook als je niet meer kunt werken.”

De Lange is naar eigen zeggen erfelijk belast met haar grote belangstelling voor pensioenen. Haar vader was hoogleraar Pensioenrecht, als kind kreeg ze al mee hoe belangrijk pensioen is. “Lang geleden zorgde de kerk voor je, of je kinderen. Nu moet je voor je oude dag zelf je broek ophouden.”

 

Informeer werknemers op tijd

Veel werknemers hebben weinig interesse in hun latere pensioen. Dat is iets ‘voor later’. De meeste mensen gaan er pas over nadenken als hun pensioen in zicht komt. De Lange: “Ik heb dat altijd onbegrijpelijk gevonden. Als de benzineprijs drie cent omhooggaat, wordt iedereen al zenuwachtig. Maar over wat je iedere maand bijdraagt aan je pensioenuitkering, wat je opbouwt voor later, daar hebben mensen zelden zicht op. Ze zijn er niet mee bezig.” Ze vindt dat pensioenfondsen en verzekeraars hun deelnemers beter moeten informeren. Net zo goed als werkgevers: “Die kunnen bijvoorbeeld uitleg geven bij belangrijke momenten in het leven van hun werknemers. Zodra ze gaan samenwonen of scheiden, ontslagen worden, langdurig ziek worden of arbeidsongeschikt raken, noem maar op. Stuk voor stuk gebeurtenissen die impact kunnen hebben op je pensioenuitkering. Daar moet je die werknemers tijdig bewust van maken. Maar dat gebeurt in mijn ogen nog veel te weinig.”

 

Top 3 klachten

De Ombudsman Pensioenen krijgt jaarlijks meer dan 900 pensioenklachten binnen. Daarvan neemt De Lange een kleine twintig procent in behandeling, de rest van de klagers blijkt al geholpen met een goede uitleg of moet eerst de klachtenprocedure bij fonds of verzekeraar doorlopen. Komt daar niks uit, dan kunnen ze alsnog naar de Ombudsman Pensioenen. Waar krijgt De Lange de meeste klachten over? Ze noemt haar top 3: “Onduidelijkheid over de hoogte van het pensioen, over het partnerpensioen en over pensioenopbouw bij arbeidsongeschiktheid.”

 

Weinig bekendheid

De Ombudsman Pensioenfondsen is na 25 jaar bij weinig mensen bekend. Is dat omdat er geen klachten waren? Of omdat die al waren opgelost door het pensioenfonds of de -uitvoerder? “Nee hoor, was dat maar waar,” zegt De Lange beslist. “De pensioenfondsen, verzekeraars en uitvoerders zouden hun deelnemers beter moeten uitleggen hoe hun klachtenprocedure werkt. En op welk moment iemand naar de Ombudsman Pensioenen kan stappen. Dat gebeurt veel te weinig. Ik werd laatst geïnterviewd door het magazine Plus. Prompt daarna kreeg ik verschillende reacties van lezers. Er was niet geluisterd naar hun pensioenklacht; ze verzekerden mij dat ze ‘helaas nog nooit van een Ombudsman Pensioenen hadden gehoord’. Anders hadden ze zich wel bij mij gemeld.”

 

De Lange heeft de mogelijkheid om, als een pensioenfonds of -verzekeraar in haar ogen fout zat en niet in beweging is gekomen, haar advies te publiceren. Dat werkt blijkbaar, want met die stok heeft ze nog niet hoeven slaan: “Geen enkele partij in de pensioensector vindt het leuk om op zo’n manier in de publiciteit te komen.” Nieuw is ook dat zij de eerste ombudsman is die onderzoek kan doen.

 

Juridisch juist, maar slechte communicatie

Hoe vult De Lange haar rol als Ombudsman Pensioenen in? “Ik ben er niet alleen puur voor de werknemer of de gepensioneerde, maar probeer partijen te helpen bij het vinden van een redelijke oplossing. Ik ben dus geen belangenbehartiger maar kijk als onafhankelijke bemiddelaar naar individuele klachten. Daarbij probeer ik de branche ook aan te geven wat ze kunnen verbeteren. Vaak heeft een pensioenfonds juridisch gelijk maar hebben ze niet helder of redelijk gehandeld. Of het is misgegaan in de communicatie richting de deelnemer. Ik vraag ze dan of ze de klager tegemoet kunnen komen. Hetzij met een gebaar, hetzij met een financiële tegemoetkoming.” Het ene pensioenfonds blijft op z’n strepen staan en redeneert: je hebt nergens recht op als het niet in ons reglement staat. Maar het andere fonds luistert wel degelijk naar De Lange: “Die betalen dan een schadebedrag terwijl ze juridisch goed zaten, maar toegeven dat ze onhandig hebben gecommuniceerd.”

  • Klachten over de uitvoering
    De aanleiding voor de oprichting van de Ombudsman Pensioenen, in 1995, was een groenboek van de Europese Commissie. Dat ging over hoe consumentengeschillen, ook over pensioenen, beter opgelost kunnen worden. Het leidde in een aantal landen tot de geboorte van een Ombudsman Pensioenen: een onafhankelijke partij die klachten en geschillen over de uitvoering van een pensioenreglement behandelt. De Ombudsman Pensioenen behandelt geen klachten over de inhoud van een pensioenreglement, maar buigt zich alleen over meningsverschillen over de uitvoering van dat reglement.

Volgende publicatie:
“In de praktijk zal ons pensioen waarschijnlijk meer stijgen dan dalen”

“In de praktijk zal ons pensioen waarschijnlijk meer stijgen dan dalen”

Gepubliceerd op: 1 september 2020

“Het pensioensysteem was lastig vol te houden op de manier waarop we dat nu doen, met een rente die op nul staat. Daar is het systeem gewoon niet voor ingericht,” aldus Onno Steenbeek, Managing Director Strategic Portfolio Advice bij APG en hoogleraar aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. In een nieuwe podcast van Jort Kelder gaat hij in gesprek over het aanstaande pensioencontract.

 

In de AXA IM Bootcamp podcast, die op 1 september 2020 wordt uitgezonden, voelt Kelder een aantal experts aan de tand over het nieuwe pensioencontract. Behalve Onno Steenbeek werden ook Cees Harm van de Berg (Director Investment bij Willis Towers Watson) en Chris Iggo (Chief Investment Officer bij AXA IM) gevraagd om hun expertise te delen.

 

“Het valt me op dat Wouter Koolmees (Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, red.) het er vaker over heeft dat het pensioen omhoog kan, dan omlaag”, merkt Jort Kelder in de eerste tien minuten van de podcast op. Onno Steenbeek: “In de praktijk zal dat waarschijnlijk ook zo zijn, dat het vaker omhoog gaat dan naar beneden. Maar als je nu eerlijk bent, ook in de afgelopen jaren is het pensioen maar bij een paar pensioenfondsen substantieel naar beneden gegaan. Ja, dat komt omdat pensioenfondsen de pijn voor zich konden uitschuiven. Maar het is niet zo dat we nu naar een ‘casinopensioen’ gaan en dat we dáárom moeten gaan korten. Veel pensioenfondsen staan er beroerd voor, en die korting zal verwerkt moeten worden in de nieuwe pensioenen. Maar het is waar: We gaan nu naar een systeem waarbij meer risico’s bij de deelnemer worden gelegd”.  

 

Valse start
In het gesprek gaat Onno onder andere in op de link tussen het contract en mogelijke kortingen. “Als er een pensioenkorting komt, dan zal die geassocieerd worden met het nieuwe pensioencontract. Die kortingen zouden er ook zonder dit akkoord zijn gekomen, ze zijn onvermijdelijk. Maar het is wel een risico dat het een valse start is voor het nieuwe pensioencontract.”

 

Het verwerken van het nieuwe contract in de administratiesystemen blijkt een flinke kluif voor pensioenuitvoerders, zo stelt Onno. Maar daarna wordt die administratie wel eenvoudiger: “Er worden militaire operaties opgezet om binnen de uitvoeringsorganisatie alles klaar te maken voor die nieuwe werkelijkheid. Er is ons veel aan gelegen om ons aan die termijn van 5,5 jaar te houden” (1 januari 2026 moeten alle pensioenfondsen zijn overgestapt op het nieuwe contract, red.).

 

Vaag
Kan het Nederlandse pensioenstelsel met deze wijziging tot de beste drie stelsels van de wereld gerekend worden? Onno: “Andere landen verklaren ons totaal voor krankjorum dat we überhaupt iets veranderen. Maar het systeem was lastig vol te houden op de manier waarop we dat nu doen, met een rente die op nul staat. Daar is het systeem gewoon niet voor ingericht.”

Gevraagd naar de voor- en nadelen van het nieuwe pensioencontract: “We hebben de afgelopen tien jaar al meerdere akkoorden gesloten in de politiek, maar uiteindelijk bleek dat allemaal toch wat vaag te zijn. Nu ligt er echt iets wat concreter is, maar het is wel een stip aan de horizon. We moeten het hebben over de transitie ernaartoe, want er zijn nog heel veel vragen onbeantwoord.”

 

De AXA IM Bootcamp kun je hier terugkijken.

Volgende publicatie:
Wat betekent scheiden voor je pensioen?

Wat betekent scheiden voor je pensioen?

Gepubliceerd op: 28 augustus 2020

Na de scheiding heb je recht op een deel van het pensioen van je ex-partner. Op 1 januari 2022 treedt de nieuwe wet over de pensioenverdeling bij scheiding in werking. Wat gaat er veranderen?

Plus: 5 gouden pensioentips voor als je huwelijk strandt.

  

De wetgever werkt momenteel aan een nieuwe wet over de gevolgen van scheiding voor pensioenen. Belangrijkste geplande verandering: de ex-partner krijgt straks automatisch de helft van het pensioen over de huwelijksjaren toegewezen. Maar ook volgens de huidige wetgeving heeft de ex recht op de helft. Tenzij je het anders regelt.

 

Even rekenen

Harrie Alberti, juridisch medewerker bij APG, vat de huidige regels in hoofdlijnen voor ons samen: “Als partners gaan scheiden wordt het pensioen van de deelnemer – degene die het pensioen opbouwt – verdeeld. De ex-partner heeft recht op de helft van het pensioen van de deelnemer dat tijdens het huwelijk is opgebouwd. Ouderdomspensioen dat voor en na het huwelijk is opgebouwd, wordt niet verdeeld.”

 

Hij geeft een eenvoudig rekenvoorbeeld:

  • Het totale pensioen van de deelnemer is €20.000.
  • Hiervan is €15.000 tijdens het huwelijk opgebouwd.
  • De ex-partner krijgt dan de helft van €15.000 = €7.500.
  • De deelnemer krijgt €7.500 + €5.000 = €12.500.

De ex-partners kunnen die verdeling door het pensioenfonds laten uitvoeren mits zij dat binnen twee jaar na de echtscheiding aanvragen, legt Alberti uit. “Ook kunnen zij afspreken om het pensioen niet te verdelen of een andere afspraak maken.” Voor het partnerpensioen geldt: “Als degene die het pensioen heeft opgebouwd overlijdt, dan krijgt de ex-partner recht op een partnerpensioen dat tot aan de scheiding is opgebouwd. Dit deel van het opgebouwde partnerpensioen valt niet meer toe aan een eventuele nieuwe partner.”

 

Nieuwe wet 2022

Vanaf 1 januari 2022 moet de nieuwe wet in werking treden. Alberti zet de belangrijkste wijzigingen op een rij:

  • De verdeling van de tijdens het huwelijk opgebouwde pensioenen gaat voortaan automatisch. Daarvoor is geen actie meer nodig van de ex-partners.
  • Na de verdeling krijgt de ex-partner van degene die het pensioen heeft opgebouwd een eigen recht op pensioen. Hij/zij kan dan zelf bepalen wanneer het pensioen ingaat. Dat is anders dan de huidige situatie, waarin de deelnemer bepaalt wanneer zijn/haar pensioen ingaat en de ex-partner dan een deel krijgt van dat (ouderdoms-)pensioen.
  • Zowel voor het ouderdomspensioen als voor het partnerpensioen geldt dat alleen de opbouw tijdens de huwelijkse periode gelijkelijk wordt verdeeld. Op dit moment geldt dat alleen voor het ouderdomspensioen. Het partnerpensioen dat tot aan einde huwelijk is opgebouwd, valt nu volledig toe aan de ex-partner.

Kijk hier voor meer info over deze wetswijzigingen.

 

Ondergeschoven kindje

Ondanks het belang van een goede afwikkeling, is het pensioen vaak een ondergeschoven kindje bij echtscheiding, ziet mediator en financieel echtscheidingsadviseur Corrien Roche, eigenaar van Roche Scheidingsdeskundigen. “Veel mediators/advocaten vinden het te ingewikkeld, waardoor het niet of nauwelijks besproken wordt. Maar het kan om heel veel geld gaan. Naast het huis, kan het pensioen het grootste vermogensonderdeel zijn.”

 

De wet VPS (verevening pensioenrechten bij scheiding) regelt dat het ouderdomspensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd, bij een scheiding gelijk wordt verdeeld: 50-50. Maar dat hoeft niet per se op die manier, aldus Roche. “De meeste mensen kiezen daarvoor, vaak vanwege gemak of onvoldoende kennis van de andere opties. Je kunt echter ook het gehele pensioen bij degene laten die het minste pensioen heeft opgebouwd, en het pensioen van de ander volgens een ander percentage verevenen.” 

Slimme oplossingen

Ook een groot leeftijdsverschil tussen beide partners vraagt een andere aanpak dan wanneer dat verschil gering is, zegt pensioenconsultant Eric de Bruijn van edb.pensioen.nl. “Bij een groot leeftijdsverschil moet de oudste van de twee op de pensioendatum een deel van het pensioen afstaan en nog wachten op het deel van de ex-partner. Hier zijn slimme oplossingen voor.”

De Bruijn: “De wet biedt mogelijkheden om af te wijken van de standaard. Benut die ook. De waarde moet op een juiste manier en ook objectief worden berekend. Dit vraagt maatwerk. Dat wil niet zeggen dat er voor elke situatie een bevredigende oplossing is. Maar laat je bijstaan door de advocaat of een adviseur.”

 

Veel keuzen

In de ervaring van De Bruijn leidt samenwerking tussen de echtelieden regelmatig tot een voor beiden bevredigende oplossing. “Er zijn heel veel keuzen. Soms kun je over en weer afzien van elkaars pensioen, bijvoorbeeld als dat van beiden vrijwel gelijk is. Dit vraagt wel om zorgvuldige begeleiding. Of de ex-partner mag in het huis blijven wonen in ruil voor het afzien van pensioen van de ander. Zo'n stap heeft ook fiscale consequenties.” Het is daarbij wel belangrijk om te checken of de pensioenuitvoerder wil meewerken, adviseert hij. “Afwijken van de standaard kan vaak wel, maar niet elke uitvoerder is zo flexibel.”

 

Emoties

Bij een scheiding horen emoties. Juist dan moeten mensen oppassen dat ze de juiste beslissingen nemen voor hun toekomst. Roche weet dat niet iedereen op dat moment zit te wachten op diepgravende gesprekken over financiën en/of pensioen. “Toch zijn mensen zich er wel van bewust dat zij nu een belangrijke beslissing nemen voor de toekomst. Ze vinden het fijn als ze daar stap voor stap in begeleid worden, zodat zij samen de goede keuzes kunnen maken.”

5 gouden pensioentips voor als je huwelijk strandt

 

  1. Lang voordat je met pensioen gaat, kun je al samen afspraken maken over de verdeling. Die leg je vast in een scheidingsconvenant.
  2. Breng je pensioenverstrekker binnen twee jaar na de scheiding op de hoogte van je afspraken, dan verdeelt het fonds het pensioen automatisch.
  3. ‘Conversie’ kan aantrekkelijk zijn. Dit is een volledige breuk met je ex-partner voor de verdeling van pensioenrechten bij echtscheiding. Je bent dan niet afhankelijk van de pensioengerechtigde leeftijd van je ex-partner.
  4. Niet elke situatie is hetzelfde. Kies een advocaat of adviseur voor maatwerk.
  5. Check voordat je aanpassingen overweegt wel eerst of je pensioenuitvoerder wil meewerken aan zulk maatwerk.

Volgende publicatie:
“Mensen weten allang dat hun pensioen belangrijk is”

“Mensen weten allang dat hun pensioen belangrijk is”

Gepubliceerd op: 24 augustus 2020

Blikken van Buiten  

Dat we nu ‘een inkomen voor later’ moeten regelen, weten we allemaal.  Maar dat betekent nog niet dat we er vandaag ook iets aan gaan doen. Want geen zin, te abstract, te ingewikkeld.

Hoe wordt pensioen dan wel boeiend? In de serie Blikken van Buiten werpen psychologen, gedragswetenschappers en marketeers een frisse blik op de valkuilen, kansen en uitdagingen. Aflevering 1: hoogleraar Gedragsverandering en Maatschappij aan de Radboud Universiteit Rick van Baaren.

 

Met verstandige argumenten bereik je weinig, stelt hoogleraar Rick van Baaren

 

Als er een ding is dat hoogleraar Gedragsverandering en Maatschappij Rick van Baaren heel zeker weet, is het dat mensen zich zelden door rationele argumenten laten overtuigen. En ze komen er al helemáál niet door in beweging. Zijn advies aan pensioenaanbieders is dan ook kort en krachtig: “Hou nou eens op met mensen aanspreken met rationele argumenten.” 

 

Wat Van Baaren pensioenaanbieders nog te vaak ziet doen, is zenden. “Het zijn hele duidelijke en verstandige boodschappen die in principe neerkomen op: let op mensen, je pensioen is belangrijk. In de hoop dat mensen dan denken: verrek, mijn pensioen is inderdaad belangrijk. Laat ik me er maar eens wat beter in gaan verdiepen. Maar zo werkt het niet.”

 

Waarom niet?

“Je vertelt ze niets nieuws. Mensen weten allang dat hun pensioen belangrijk is. En ze wéten dat ze zich er eigenlijk meer in zouden moeten verdiepen. Net zoals ze weten dat roken en ongezond eten niet goed voor je is. Maar dat je die kennis hebt, betekent nog niet dat je er ook naar handelt. De strategie van pensioenaanbieders lijkt nu nog vaak: als we mensen maar vaak genoeg op het hart drukken dat je verdiepen in je pensioen belangrijk is, dan valt het kwartje wel een keer. Maar dat is niet zo. Je vertelt mensen hooguit iets waar ze het toch al mee eens zijn. Daar komen ze niet van in beweging. Dat is ook het probleem met veel SIRE-campagnes.”

 

 

“Mensen denken vaak dat het met de toekomst wel goed komt”

 

 

Die doen het toch best goed? 

“Ja, ze spreken veel mensen aan. Omdat ze vaak iets zeggen wat we toch allemaal al vinden. Als je bijvoorbeeld zegt: het is slecht om hulpverleners aan te vallen, dan denken veel mensen die nooit hulpverleners aanvallen: nou inderdaad! Maar je zorgt er met zo’n campagne echt niet voor dat mensen die in bepaalde situaties wél een ambulance belagen in de heat of the moment ineens gaan denken: oh nee, het is slecht om hulpverleners aan te vallen. Ik doe het toch maar niet.”

 

Hoe moet het dan wel?

“Het begint met zelf goed je huiswerk doen. Als je het gedrag van mensen wilt veranderen – en dat is wat pensioenaanbieders willen – dan gaat daar altijd een grondige analyse aan vooraf. Heel kort samengevat: wat is het doelgedrag? Wat is het probleemgedrag? En dan moet je bekijken: waar komt dat probleemgedrag vandaan? Wat houdt het in stand? Wat zijn de weerstanden die mensen beletten om het doelgedrag te vertonen? Pas als je weet wat die weerstanden zijn, kun je gaan proberen om ze weg te nemen. En bij pensioenen zijn dat er helaas vrij veel.”

 

Noem er eens een paar?

“Het onderwerp pensioen staat voor veel mensen voor ‘later’ en dus voor ‘ver weg’. Daar komt bij: het is abstract, het is moeilijk, het mist voor veel mensen urgentie. En dan heb je nog het verschijnsel ‘optimisme bias’. Ofwel: dat mensen voor zichzelf de kans op positieve gebeurtenissen overschatten en de kans op negatieve gebeurtenissen onderschatten. Daardoor denken mensen vaak dat het met de toekomst wel goed komt. Bij elkaar zijn dat nogal wat weerstanden. Je zou kunnen zeggen: als het op gedragsverandering aankomt heeft de pensioensector zo’n beetje alles tegen.”

 

 

“Als het op gedragsverandering aankomt heeft de pensioensector zo’n beetje alles tegen”

 

 

Dus wat nu?

“Dat betekent niet dat je die weerstanden niet weg kunt nemen. Pensioenaanbieders zullen zich alleen heel goed moeten gaan verdiepen in hun doelgroep - nog beter dan ze nu ongetwijfeld al doen. Wie wil ik aanspreken? Wat houdt hen bezig? Welke zorgen hebben ze? Waar voelen ze zich door aangesproken? Welke weerstand ervaren ze om zich met hun pensioen bezig te houden? En vooral: hoe uit die weerstand zich? Want dat is ook weer per mens en per doelgroep verschillend.”

 

Wat zijn die verschillen?

“Grof geschetst onderscheiden we drie soorten weerstanden: reactance, ofwel opstandigheid, scepticism, ofwel scepsis en tot slot: inertia, ofwel passiviteit. Bij reactance voelen mensen zich bedreigd in hun autonomie’, waardoor ze opstandig worden. Dan moet je investeren in vertrouwen. Scepticism komt voort uit onzekerheid en ontstaat bijvoorbeeld door angst voor verandering of onbegrip over de materie. Dan moet je vooral laagdrempeligheid creëren en duidelijkheid scheppen. Inertia is de lastigste weerstand: mensen willen wel, maar ze ondernemen geen actie. Dan moet je zorgen dat je op de één of andere manier toch beweging en commitment creëert. Pas als je weet waar bij jouw specifieke doelgroep de weerstand zit, kun je die gaan aanpakken. Het lastige is: bij pensioenen speelt een combinatie van deze drie weerstanden mee.”

 

En wat is dan de oplossing?

“Ten eerste: realiseren dat er geen quick fix is. Een informatieve website gaat geen verschil maken. Pensioenaanbieders zullen zich echt grondig in het gedragsvraagstuk moeten verdiepen en gedegen analyses moeten doen, voor al hun verschillende doelgroepen, om tot goede oplossingen te komen. Maar die kun je niet zomaar even uit de losse pols bedenken. Dat vergt tijd, geld en energie, maar uiteindelijk is dat het waard. Want als je eenmaal weet hoe je jouw doelgroep in beweging kunt krijgen, zijn hele mooie, creatieve toepassingen mogelijk.”

 

 

“Als je weet hoe je jouw doelgroep in beweging kunt krijgen, zijn hele mooie, creatieve toepassingen mogelijk”

 

 

Geef eens een voorbeeld.

“Orgaandonorschap is één van de thema’s die net als pensioenen met vrijwel alle weerstanden te maken heeft. Toch is het in Brazilië gelukt om met een heel bijzondere campagne het aantal orgaandonoren drastisch omhoog te krikken. Namelijk: door in te spelen op de diepe liefde die Brazilianen voelen voor hun voetbalclub. De campagne speelde in op het idee dat je onsterfelijk kon worden en de liefde voor jouw voetbalclub kon laten voortleven in iemand anders. Doneren als een manier om onsterfelijk te worden, net zo onsterfelijk als de liefde voor je club. In het eerste jaar van de campagne was de wachtlijst vrijwel terug naar nul gebracht. Een prachtig voorbeeld van het overwinnen van inertia door het creëren van commitment. Mensen wisten rationeel al dat doneren belangrijk is, maar nu hadden ze er ook een gevoel bij, een drive die hen in beweging bracht. En dat maakt alle verschil.”

 

 

Volgende publicatie:
Dionne (28): "Ik beleg elke maand geld voor later"

Dionne (28): "Ik beleg elke maand geld voor later"

Gepubliceerd op: 20 augustus 2020

Zo denken jongeren over pensioen

 

Jonge werknemers (onder de 35) lijken minder om hun pensioenvoorzieningen te geven. Maar is dat wel zo? We vroegen het vier jongeren: Annelies (27), Job (33), Agnes (28) en Dionne (28).

 

“Ik denk al gauw: het zal wel kloppen”

 

Annelies Rijstenberg (27) laat haar pensioen beleggen met een hoog risico. Ze werkt sinds drie jaar als adviseur projectbeheersing en risicomanager bij phbm, een adviesbureau voor projecten op het gebied van infrastructuur en mobiliteit.

“Toen ik hier solliciteerde, hield ik me niet bezig met de pensioenregeling,” vertelt ze. “Ik zag het als iets vanzelfsprekends dat die er was. Dat het helemaal niet zo vanzelfsprekend is, wist ik niet.”

Eens in de zoveel tijd nodigt haar werkgever iemand uit om te komen vertellen over het pensioen. Nu weet Annelies er iets meer over, maar nog niet zo veel als ze zou willen. “De man die langskwam legde uit dat je kunt beleggen met een laag, middel en hoog risico en zei dat je als je jong bent nog niet veel te verliezen hebt omdat je nog niet zo veel pensioen hebt opgebouwd. Zodoende heb ik ervoor gekozen om het met maximaal risico te laten beleggen. Verder weet ik eerlijk gezegd niet wat het inhoudt. Ik ben blind op hem afgegaan. Het is zo abstract, ik denk al gauw: diegene heeft er verstand van, dus het zal wel kloppen. Nu ik dat zeg denk ik: lekker bezig, Annelies. Normaal wil ik juist van alles de risico’s weten, het is nota bene mijn werk.”

 

Lastig onderwerp

De vriend van Annelies heeft net een nieuwe baan zonder pensioenregeling. “Laatst hadden we het er samen over. Voor hem is het geen issue dat zijn nieuwe werkgever geen regeling heeft, maar hij had wel zoiets van: shit, wat nu? Hij is 32 en moet nu zelf zijn pensioen gaan regelen. Het is een lastig onderwerp. Het klinkt allemaal nog zo ver weg, maar de tijd gaat tegelijkertijd zo snel.

 

Na ons gesprek ben ik eens gaan kijken wat ik eigenlijk heb opgebouwd. Als ik zo door blijf werken ontvang ik later zo’n 2000 euro per maand, inclusief AOW. Dat is niet zo veel. En of er over veertig jaar nog AOW is, is ook nog maar afwachten. Het is allemaal best onzeker, daar komt het op neer. Hoe langer ik erover praat, hoe meer ik me realiseer dat ik er rammend weinig vanaf weet. Het voelt een beetje hetzelfde als bij mijn studieschuld. Daarbij dacht ik ook: ach, die betaal ik makkelijk af als ik werk, maar zo makkelijk gaat dat allemaal niet. Ons pensioen is ver in de toekomst, maar je kunt niet helemaal in het moment gaan leven, dan kom je jezelf later tegen. Ik wil me er echt meer in gaan verdiepen.”

 

 

“Pensioen voelt nog als een grotemensending”

 

Job Boodt (33) traint barista’s bij Bocca Coffee Roasters, een bedrijf dat koffie brandt en (voornamelijk) aan de horeca levert.

“Ik weet dat pensioen bestaat en hoe het ongeveer werkt, maar ik zou niet zo een, twee, drie kunnen opnoemen hoe het bij mij is geregeld, wat voor consequenties dat heeft en of ik mijn carrière en levensstijl daarop moet aanpassen,” zegt hij. “Pensioen voelt nog als een grotemensending, maar daar moet ik zo langzamerhand wel over gaan nadenken, realiseer ik me nu.”

 

Toen hij vier jaar geleden bij dit bedrijf terechtkwam, was de pensioenregeling voor hem wel het laatste waar hij aan dacht. “Deze baan is het resultaat van een carrièreswitch. Ik had al mijn pijlen erop gericht om bij een bedrijf terecht te komen waar ik zoveel mogelijk kan leren. Voor mijn levensgeluk vind ik de richting van mijn carrière en het bedrijf waar ik werk belangrijker dan dat ik precies weet hoeveel euro ik per maand krijg over zoveel jaar. Het is voor mij geen beslissende factor.”

 

Straks? Geen idee

Wat hij straks per maand krijgt, weet hij dan ook niet. “De laatste getallen die ik daarover heb gezien, stammen uit de tijd dat ik nog in de horeca werkte. Een paar tientjes per maand was dat toen of zo, dat zal inmiddels wel meer zijn, hoop ik. Ik heb geen idee eigenlijk. Over de dekkingsgraad van het pensioenfonds weet ik ook niets.

Ik krijg weleens mailtjes van ze, met informatie over mijn pensioen. Dan kijk ik, maar zie ik niet zo veel info waar ik wat aan heb. Het zal niet slecht zijn, denk ik dan. In Nederland is het allemaal zo goed geregeld. Misschien is dat een vals gevoel van veiligheid. Ik geloof ook weer niet dat het een enorme vetpot is straks.”

 

Leuk bedrag erven

Hij denkt dat zijn generatiegenoten veel minder bezig zijn met geld voor later dan vorige generaties. “Tegenwoordig zijn er meer mensen die een leuk bedrag zullen erven van hun ouders. Ik heb ook ouders die goed gewerkt hebben, ik weet dat er in ieder geval iets op me wacht als zij er niet meer zijn.”

Of hij in het vervolg wel op een al dan niet gunstige pensioenregeling zou letten bij het solliciteren? Dat hangt af van de baan, zegt hij. “Ik werk in een vrij specifiek veld, het is niet zo dat ik uit veel verschillende werkgevers te kiezen heb.”

 

 

“Zijn pensioenpotje is weg, ik heb nergens recht op”

 

Vrachtwagenchauffeur Agnes Visser (28) was nooit zo bezig met haar pensioen, maar sinds kortgeleden haar vriend overleed, weet ze hoe belangrijk het is om daar in ieder geval iets over vast te leggen.

Als je overlijdt voordat je pensioen ingaat, hebben je partner en kinderen in veel gevallen recht op een nabestaandenpensioen. Maar als je niet getrouwd bent of geregistreerd partners bent, moet je zelf je partner aanmelden bij je pensioenuitvoerder. In hun geval was dat niet gebeurd.

“Mijn vriend overleed plotseling aan een hartstilstand,” vertelt ze. “34 jaar was hij, dan ben je helemaal nog niet bezig met je sterfelijkheid. Dus nee, hij had niets geregeld in die zin. Hij werkte sinds zijn 18de als vrachtwagenchauffeur en had dus al heel wat jaren pensioen opgebouwd, maar dat is nu allemaal voor niets geweest. Hij kan er zelf niet van genieten en wat er in het potje zat gaat ook niet naar zijn ouders of naar mij. Omdat we niet getrouwd waren, heb ik nergens recht op. Het is gewoon weg. Dat is wrang: hij heeft daar wel jarenlang hard voor gewerkt.”

 

Belangrijk om bij stil te staan

Ze wil er andere mensen voor behoeden. “Ik merk in mijn omgeving dat heel veel mensen het niet weten, ik wist het ook niet. Dus als je samenwoont: zorg in ieder geval dat je een geregistreerd partnerschap hebt. Ik moet er nu nog niet aan denken, maar als ik in de toekomst ooit weer iemand ontmoet, komt er wel sneller wat op papier te staan met betrekking tot zulk soort dingen. Als je toch met je pensioen bezig bent, is het belangrijk om ook hierbij stil te staan.”

 

Zelf had ze lange tijd baantjes waarbij ze geen pensioen opbouwde. “Ik werkte vaak via uitzendbureaus en lette nooit zo op pensioen. Bij het solliciteren heb ik er nooit naar gekeken.”

Maar sinds drie jaar werkt ze als vrachtwagenchauffeur en bouwt ze wel pensioen op via haar werkgever. “Dat vind ik een heel geruststellende gedachte, dat je toch wat achter de hand hebt later. Tot nu toe heb ik niet heel veel opgebouwd, ik denk dat ik nu zo’n 400 euro per maand krijg. Dat is natuurlijk lang niet toereikend. Ik spaar wel. Niet zozeer voor mijn pensioen, maar ik wil een ruime spaarrekening hebben, waarmee ik kan doen wat ik wil. Een appeltje voor de dorst, dat kan nooit kwaad.”

 

 

“Ik beleg elke maand geld voor mijn pensioen”

 

Dionne Knooren (28) werkt sinds anderhalf jaar freelance als online marketeer en is eigenaar van het platform Ondernemen als een baas, waar ze onder andere over haar pensioen schrijft.

Hiervoor werkte ze bij een start-up, waar ze geen pensioen opbouwde. Ze is dus al een poosje zelf verantwoordelijk voor haar pensioen, en daar is ze heel bewust mee bezig. “Ik dacht: hoe kan ik het geld dat ik verdien duurzaam investeren voor de toekomst? Wat is handig, wat is wijsheid, hoe kan ik zorgen dat ik straks genoeg geld heb? Als freelancer kun je relatief veel verdienen, maar je moet ook veel zelf regelen, waaronder je pensioen. Ik ben me gaan verdiepen in de opties en risico’s van beleggen.”

 

In 2017 begon ze daarmee, heel klein nog, met 50 euro. Nu belegt ze elke maand wat geld. “Gemiddeld verdien ik per maand tussen de 8.500 en 10.500 euro. Zodra ik mezelf salaris geef, gaat er ook een deel naar de beleggingsrekening. Ik koop elke maand trackers (waarmee je, simpel gezegd, in één keer alle aandelen van een index zoals de AEX koopt, red.), waarin het risico gespreid is. Als ze straks veel meer waard zijn geworden, kan ik ze verkopen en heb ik op die manier een deel van mijn pensioen opgebouwd. Op dit moment heb ik zo’n 20.000 euro belegd. Ik streef ernaar elke maand 250 euro te beleggen, 100 euro per maand is mijn minimum.”

 

Investeren voor later

Ze kan het geld vaak eenvoudig missen. “Van het geld dat ik nu wegzet, voel ik helemaal niets. Ik hoef niet op een houtje te bijten en kan alle dingen doen die ik wil. Ik beleg alleen maar geld dat ik nu niet nodig heb.”

Naast haar beleggingspotje heeft ze een pensioenrekening en depositoladders, waarbij haar geld voor bepaalde tijd vaststaat tegen een hogere rente. “Elke drie maanden komt daar geld vrij, wat ik dan weer in een nieuwe deposito stop.”

 

Daarnaast heeft ze als investering voor later een appartement gekocht in Amersfoort én heeft ze een passief inkomen van 250 tot 450 euro per maand. “Ik heb twee eigen websites, blogs, en heb een e-book geschreven over Pinterest-marketing. Via advertenties en affiliate-marketing – waarbij ik een bedrag krijg als iemand via mij iets koopt – krijg ik geld binnen. Ik heb ook heel veel url’s gekocht, zodat ik het nog kan uitbreiden. Ik wil meerdere opties hebben. Mijn doel is om als pensioen straks 2.500 per maand te hebben, naast mijn AOW. En als het even kan wil ik wat eerder stoppen met werken.”

Volgende publicatie:
“Veel jonge werknemers balen van de pensioenafdracht”

“Veel jonge werknemers balen van de pensioenafdracht”

Gepubliceerd op: 20 augustus 2020

Waarom jonge bedrijven in vacatures niet over pensioen reppen

 

Bijna een miljoen mensen in loondienst bouwen geen pensioen op, en dat zijn voornamelijk jongeren onder de 35. Voor veel jonge werknemers is pensioen nog een ver-van-hun-bedshow. Waar voor de oudere generatie een goede pensioenregeling gold als een van de belangrijkste arbeidsvoorwaarden, lijkt dat nu niet meer het geval. In vacatures wordt nauwelijks nog gerept over het pensioen. Oók niet als er wel een goede oudedagsvoorziening wordt geboden.

 

“Als je fulltime in loondienst werkt, werk je gemiddeld een dag per week voor je pensioen”

 

Online supermarkt Crisp somt in een vacature voor een Commercial Analytics Manager de voordelen op van werken bij het bedrijf. “Een marktconform salaris met mogelijkheid tot het verkrijgen van een aandeel in Crisp.” “Gezellige vrijdagmiddagborrels, events en proeverijen.” “Een uitdagende omgeving met grote verantwoordelijkheden.” “De kans een bijdrage te leveren aan de bouw van een bedrijf dat het voedselsysteem in Europa gaat veranderen.” Het woord pensioen komt er niet in voor.

 

Bewuste keuze

En Crisp is daarin geen uitzondering. In personeelsadvertenties is het onbenoemd laten van de pensioenregeling de laatste jaren eerder regel dan uitzondering, zeker bij ‘jonge’ bedrijven. Bij startup Crisp is dat een bewuste keuze, zegt CFO Michiel Roodenburg, omdat de regeling nog in ontwikkeling is. “We bestaan nu twee jaar en zijn nog druk bezig met onderzoeken welke pensioenvorm het beste past bij ons bedrijf. We zijn ervan overtuigd dat pensioen een belangrijke manier is om onze ‘crispies’ te belonen en te motiveren en onze waardering uit te drukken, maar het is ook een complex onderwerp waar we goed over willen nadenken. Als je eenmaal een keuze hebt gemaakt voor een bepaalde pensioenregeling, herzie je die niet snel.” Ook als de regeling eenmaal rond is, denkt Roodenburg niet dat het onderwerp dan in vacatures aan bod zal komen. “Het leeft wel, maar we merken dat andere motivators groter zijn. De behoefte om een steentje bij te dragen aan een iets betere wereld bijvoorbeeld. En dat is iets waar wij erg voor staan. Dat vinden mensen belangrijk, net als een gevoel van inclusiviteit, lage ego’s, snel zaken kunnen oppakken met elkaar. In sollicitatiegesprekken wordt wel gevraagd naar onze pensioenregeling, maar niet veel. Vergeleken met andere retailbedrijven hebben wij een relatief jonge populatie. Voor hen is dat pensioen nog heel ver weg.”

 

Weinig interesse

Ook vervoerder FlixBus adverteert niet met een pensioenregeling, hoewel het die wel degelijk biedt. “We hebben een vrij jong team en merken dat zij er niet echt om geven,” zegt Jesper Vis, managing director Benelux. “Sterker nog: veel jonge werknemers balen van de pensioenafdracht. Die hebben dat geld liever direct op hun rekening.” In sollicitatiegesprekken wordt er door potentiële nieuwe werknemers ook nauwelijks naar gevraagd, zegt Vis. “Mensen die bij ons solliciteren, gaan er vaak vanuit dat het qua pensioenregeling wel goed zit. Het wordt gezien als iets vanzelfsprekends.”

 

Geen prioriteit, wel informatie

Bol.com biedt twee pensioenregelingen (het verplichte ‘basispensioen’ bij het bedrijfstakpensioenfonds Detailhandel en een excedentregeling voor werknemers met een hoger loon), maar benoemt die evenmin in vacatures. “In onze vacatures is natuurlijk maar beperkt ruimte,” verklaart woordvoerder Tamara Vlootman. “Vaak is dit niet het eerste waar mensen naar kijken bij een nieuwe baan, daarom staat het niet vooraan. Maar er is zeker informatie over en we nemen onze zorgplicht hierin serieus.” Op de website is wel meer te vinden over de pensioenen, en voordat ze in dienst treden krijgen kandidaten de gehele arbeidsvoorwaarden op papier, inclusief uitleg over de geboden regelingen.

 

Flexibiliteit even belangrijk

Arbeidsmarktdeskundige Fedde Monsma ziet met name in de sectoren horeca en detailhandel – sectoren met relatief veel jonge werknemers – dat pensioenen bijna niet aan bod komen in vacatures. En als het wel gebeurt, is dat heel summier. “Dan staat er wel ‘aangesloten bij pensioenfonds X’ of ‘regeling Y’, maar niet wat het betekent. Of dat iets van de laatste tijd is, vind ik lastig te zeggen. Pensioenen zijn altijd wel een ondergeschoven kindje geweest in vacatures. Terwijl het een belangrijke arbeidsvoorwaarde is waar je fors voor betaalt. Als je fulltime in loondienst werkt, werk je gemiddeld een dag per week voor je pensioen. Samen met je werkgever leg je rond de 20 procent van je brutosalaris in, dat is een boel geld.”

 

Monsma denkt dat de huidige generatie minder waarde hecht aan pensioen dan vorige generaties. “Geld blijft de primaire arbeidsvoorwaarde, maar je ziet dat twintigers en dertigers als ze ergens in dienst komen ook steeds vaker andere dingen even belangrijk vinden, zoals het flexibel kunnen indelen van hun werktijd. Dat is wel een verschuiving.”

 

Pensioen is niet vanzelfsprekend

In 2018 berekende het Centraal Bureau voor de Statistiek in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid hoeveel werknemers in loondienst geen pensioen opbouwen. Dat bleek 13 procent te zijn, wat neerkomt op 856.000 mensen. Vooral jongeren trekken aan het kortste eind. De helft van de werknemers zonder pensioen is jonger dan 35 jaar, schreef minister Koolmees destijds aan de Tweede Kamer. In 98 procent van de gevallen gaat het daarbij om kleine bedrijven met minder dan 10 werkzame personen.

 

Werkgevers hebben geen pensioenplicht, tenzij dat verplicht is gesteld door het pensioenfonds in de bedrijfstak. Het overgrote deel van de beroepsbevolking valt wel onder zo’n verplichtstelling en heeft dus geen keuze wat betreft pensioen. Ze bouwen automatisch pensioen op, en daarmee is het in de ogen van werknemers inderdaad een vanzelfsprekendheid geworden, beargumenteert Monsma. Terwijl zo’n pensioenregeling dus helemaal niet vanzelfsprekend is.

 

Ook eigen verantwoordelijkheid

Dat zeker 1 op de 8 werknemers in loondienst geen pensioen opbouwt is volgens Monsma een zorgelijke ontwikkeling, maar werkenden hebben daarin ook zeker zelf een verantwoordelijkheid, vindt hij. “Je moet goed kijken naar je arbeidsvoorwaardenpakket als je ergens werkt. Niet alleen voor nu, maar ook voor later. Ik vind het bijzonder dat wanneer mensen een koelkast, een huis of een auto kopen heel veel research doen – is-ie zuinig genoeg, groot genoeg, wat is de prijs? – maar als het over werk gaat, scannen ze de arbeidsvoorwaarden, zien ze met name het getal dat bij brutoloon staat en zetten ze hun handtekening bij het kruisje. Je moet als werkende wel weten wat de consequentie is van het niet hebben van een pensioen. Mensen die niets hebben geregeld en denken dat ze straks wel ergens pensioen krijgen uitgekeerd, zullen zichzelf tegenkomen als ze dan alleen AOW krijgen. Dat is geen vetpot.”

 

Benieuwd hoe jongeren erover denken? Lees hier de interviews met Annelies, Job, Agnes en Dionne.

Volgende publicatie:
Nu geboorteverlof, straks minder pensioen?

Nu geboorteverlof, straks minder pensioen?

Gepubliceerd op: 29 juli 2020

Net een zoon of dochter gekregen? Dan mag je als partner sinds 1 juli vijf weken extra verlof opnemen. Gedurende die periode neemt het UWV de loonbetaling over. Een fijne optie dus. Maar hoe zit het met de pensioenopbouw: loopt die ondertussen gewoon door?

 

De vijf extra werkweken verlof zijn een mooie aanvulling op de vijf dagen geboorteverlof waar elke partner sowieso recht op heeft. Dit laatste verlof wordt volledig betaald door de werkgever. 

Voor de nieuwe verlofregeling gelden wel enige regels. Zo kunnen deze vijf weken pas ná het eerste geboorteverlof van vijf dagen worden opgenomen. Daarnaast moet je het verlof vier weken van tevoren aanvragen bij de werkgever en binnen zes maanden na de geboorte opnemen.

 

70 Procent doorbetaling

Tijdens het verlof neemt het UWV de loonbetaling over. Dat betekent een tijdelijke terugval in inkomen. Want het UWV betaalt 70 procent van het salaris, waarbij een maximum dagloon wordt gehanteerd. Voor veel werknemers kan dit dagtarief nogal eens afwijken van hun reële – hogere - dagloon. In sommige gevallen vult de werkgever deze uitkering overigens aan tot 100 procent.

 

En de pensioenopbouw?

Vijf weken voor je kind kunnen zorgen is natuurlijk een onbetaalbare ervaring. Even goed is het slim om alles van tevoren even goed uit te rekenen. Voor nu, straks en later. Want hoe zit het met de pensioenopbouw: loopt die tijdens die vijf weken gewoon door? Dit verschilt per pensioenregeling. Vaak kan de pensioenopbouw gedeeltelijk of vrijwillig worden voortgezet.

 

Nog meer verlof

In 2022 wil het kabinet de regeling betaald ouderschapsverlof verder verruimen. Op dit moment kunnen ouders 26 weken extra – onbetaald – verlof opnemen. Straks worden hiervan negen weken betaald, tegen 50 procent van het salaris. Dit verlof mag je tot acht jaar na de geboorte opnemen, maar doorbetaling vindt alleen in het eerste jaar plaats. De Kamer gaat hier na de zomer over stemmen.

 

Meer informatie over de Wet invoering extra geboorteverlof (WIEG) is te vinden op Rijksoverheid.nl

Volgende publicatie:
Pensioenpraat Nieuwsupdate week 32

Pensioenpraat

Gepubliceerd op: 29 juli 2020

Nieuwsupdate week 32

 

Waar praat Nederland over als het om pensioenen gaat? Van het nieuws uit het torentje in Den Haag tot de keukentafel in Drenthe: wij maken wekelijks de balans voor je op. Deze keer – uiteraard – de ontwikkelingen rondom het nieuwe stelsel.

 

Iedereen gaat erop vooruit

Nu ook de Tweede Kamer heeft ingestemd met de vervolgstappen, kunnen kabinet, werkgevers en werknemers het pensioenakkoord van 2019 verder uitwerken. Het nieuwe pensioenstelsel moet uiterlijk in 2026 volledig zijn ingevoerd. De nieuwe afspraken spitsen zich toe op de toekomstige pensioenregeling. Volgens minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken pakt die regeling straks voor iedereen goed uit.

Maar waar draaien de hervormingen ook alweer om? Een korte update.

 

Eerlijker voor jongeren en zzp’ers

Het grote verschil is dat in de nieuwe opzet niet de uitkering vaststaat, maar de ingelegde pensioenpremie. Dat is vooral voor jongeren goed nieuws. Zij bouwen nu verhoudingsgewijs minder pensioen op dan hun oudere collega’s, terwijl ze dezelfde premie betalen. Jongeren zullen straks meer profiteren van het beleggingsrendement van hun pensioenfonds.

Verder wordt uitgewerkt hoe zzp’ers beter pensioen kunnen opbouwen. Het is de bedoeling dat ze zich vrijwillig kunnen aansluiten bij een pensioenfonds in hun sector.

 

Meer risico’s maar ook meer zekerheid

In de nieuwe regeling gaat het rendement op beleggingen vrijwel direct naar de pensioenen zelf, in plaats van naar een financiële buffer voor slechte tijden. Dat heeft ook een keerzijde: als de economie tegenzit, kunnen de pensioenen eerder worden verlaagd. De risico’s voor de deelnemers worden dus groter. Werkgevers krijgen echter meer zekerheid, doordat ze precies weten welke premie ze moeten betalen.

 

Geen gedoe meer over dekkingsgraden

Het grote voordeel van de nieuwe opzet is dat er geen discussie meer is over de (lage) rekenrente, waartegen vaste pensioenen moeten worden berekend. Er is straks ook geen sprake meer van een dekkingsgraad die continu daalt en stijgt met de economische ontwikkelingen.

 

Hoe zit het met opgebouwde pensioenrechten?

Het kabinet, de werkgevers en werknemers hebben afgesproken dat al opgebouwde pensioenrechten worden samengevoegd met de aanspraken die onder de nieuwe regels worden opgebouwd. Hoe dat gebeurt, moet nog worden uitgewerkt. Dat geldt trouwens ook voor de vergoeding voor oudere werknemers, die straks minder pensioen gaan opbouwen.

 

Kortingsdreiging nog niet voorbij

Er moeten nog afspraken komen over de omgang met de lage dekkingsgraden (de verhouding tussen het geld dat fondsen in kas hebben en het geld dat ze nodig hebben om de pensioenen te kunnen uitbetalen) die veel pensioenfondsen op dit moment hebben. De kans dat pensioenen tussentijds worden verlaagd bestaat nog steeds.

 

AOW-leeftijd stijgt minder snel

De AOW-leeftijd gaat vanaf 2024 langzamer omhoog. In plaats van 12 maanden stijgt deze dan nog maar acht maanden voor elk jaar dat we – gemiddeld - naar verwachting ouder worden.

 

Voorlopig geen indexatie

Inflatiecorrectie van de pensioenen zit er de komende jaren nog niet in. Zolang het huidige pensioenstelsel van kracht is, blijven kortingen mogelijk, aldus minister Koolmees in een interview met het Algemeen Dagblad. Hij wijst erop dat veel pensioenfondsen door de huidige lage rente tot 20 procent onder de vereiste dekkingsgrens van 110 procent zitten. Pas daarboven is indexatie mogelijk.

Gepensioneerden vrezen forse pensioenverlagingen in de overgangsperiode naar het nieuwe pensioenstelsel. Ouderenorganisaties willen daarom een overgangsregime dat de kans hierop verkleint.

 

 

Volgende publicatie:
De lump sum: 10 procent pensioen in één keer, opnemen of oppotten?

De lump sum: 10 procent pensioen in één keer: opnemen of oppotten?

Gepubliceerd op: 29 juli 2020

Wat doe je als je ineens 10 procent van je pensioen op je bankrekening gestort krijgt? Die vraag gaan veel Nederlanders zich stellen als zij straks in één keer een deel van hun opgebouwde vermogen kunnen opnemen.

 

Het nieuwe pensioenakkoord treedt waarschijnlijk vanaf 1 januari 2022 in werking. Een van de veranderingen hierbij is dat mensen tot 10 procent van hun opgebouwde vermogen in één keer mogen opnemen als zij met pensioen gaan. Deze zogenaamde lump sum geeft pensioendeelnemers meer kans om eerder te genieten van hun vrije tijd. Meer keuzevrijheid brengt ook meer vragen met zich mee. Kies je bijvoorbeeld voor het opnemen van een lump sum, dan gaan je toekomstige pensioenuitkeringen omlaag. En wie weet hoe we er over een paar jaar financieel of qua gezondheid voorstaan?

 

Wereldreis

Bart Kuijpers, senior researcher bij APG Asset Management, onderzocht hoe mensen het beste worden geholpen bij die keuzes. Voorop staat volgens hem dat er helder wordt gecommuniceerd over deze belangrijke verandering. Want kiezen voor een lump sum nu heeft grote gevolgen straks. “Je kunt het geld gebruiken voor het aflossen van de hypotheek of zelfs voor een wereldreis. Dat is mooi, zolang dit later maar niet leidt tot een te lage pensioenuitkering. Want als je te veel uit de pensioenpot opneemt, heb je later misschien niet meer je gewenste levensstandaard. Sommige deelnemers kunnen het zich veroorloven, voor andere is het beter om níet voor de lump sum te kiezen.”

Kuijpers kan zich voorstellen dat deelnemers met een mindere gezondheid eerder voor een bedrag ineens kiezen. Hetzelfde geldt voor mensen die geld willen schenken aan hun (klein)kinderen. “Deelnemers met een goede gezondheid en geen onmiddellijk bestedingsdoel zullen minder snel voor een lump sum kiezen. Zij zijn meer gebaat bij een hogere pensioenuitkering op de langere termijn.”

 

Handige tools

De keuze voor een lump sum is voor iedere deelnemer inderdaad heel anders. We hebben tenslotte allemaal andere financiële behoeften en mogelijkheden. Juist daarom is het zo belangrijk dat mensen de juiste informatie krijgen. Die vinden ze volgens Kuijpers in eerste instantie bij portalen als mijnpensioenoverzicht.nl en de mijn-omgevingen van pensioenfondsen. Voor adviezen op maat zijn er verschillende financiële planningtools, zoals Helder Overzicht & Inzicht. “Met deze tools kun je straks eenvoudig zelf de impact van een lumpsum op je toekomstige pensioenuitkering zien,” zegt Kuijpers. “Natuurlijk kun je dat ook combineren met een persoonlijk gesprek met een pensioenadviseur - altijd een aanrader.”

 

Verstandige Britten

Voor Nederland mag de lump sum nieuw zijn, in bijvoorbeeld Groot-Brittannië hebben ze er al vijf jaar ervaring mee. De Britten mogen van de fiscus een uitkering tot zelfs 25 procent van het pensioenvermogen opnemen. Kleinere pensioenvermogens worden er meestal ineens opgenomen, bij grotere vermogens nemen mensen vaak geleidelijk op, weet Kuijpers. “Veel deelnemers volgen de geboden standaardoptie van geleidelijke opname of kiezen voor een lump sum. Jongere deelnemers kiezen vaker voor een lump sum, waarschijnlijk omdat ze daarmee vóór pensioendatum eerder of gedeeltelijk kunnen stoppen met werken.”

De Britten gebruiken hun lump sum vooral om te sparen (32 procent) of te beleggen (20 procent), maar ook voor woningverbetering, auto of vakantie (25 procent), of voor het aflossen van schulden (14 procent). Kortom, voor het merendeel verstandig gebruik. “Er zijn wel voorbeelden van het verbrassen van de lump sum om vervolgens een beroep te doen op de bijstand, maar dit komt niet op grote schaal voor.”

 

Nu of straks?

Met het woord verbrassen, raken we een gevoelig punt: in hoeverre zijn mensen in staat om verstandige financiële keuzes voor hun toekomst te maken? Níet, is de conclusie van gedragswetenschapper Dan Ariely. Bij het verschijnen van zijn boek Geld en Gedrag (2018) zei hij in Trouw: “Helaas zitten we zo in elkaar dat we veel minder op hebben met ons toekomstige dan met ons huidige ik, dat we geld liever uitgeven dan opsparen.”

Het omgekeerde gebeurt echter ook wel. Kuipers weet dat Australiërs, bij gebrek aan levenslange uitkeringen, het pensioenvermogen vaak (te) voorzichtig aanspreken uit angst voor een arme oude dag. Hij ziet verder dat de meeste deelnemers in andere landen hun geld verstandig besteden. “Er zijn altijd uitzonderingen, vandaar ook dat de lump sum in Nederland is gemaximeerd op 10 procent en alleen mag worden opgenomen op de pensioendatum.”

 

Positieve ontwikkeling

Het blijft lastig om mensen ervan te overtuigen zich tijdig te verdiepen in hun pensioen, dat is bekend. Meestal gaan we er pas later over nadenken. Voor de lump sum is dat latere bewustzijn iets minder erg, legt Kuijpers uit. “De lump sum kan toch alleen maar op de pensioendatum worden opgenomen. En hoewel we adviseren om het niet tot het laatste moment uit te stellen, heeft het ook weinig zin om al jaren van tevoren te kiezen. Er kan immers voor je pensionering nog van alles veranderen in je leven, zoals verhuizing, ziekte of echtscheiding.”

De introductie van de lump sum kan als bijwerking krijgen dat deelnemers meer interesse gaan tonen in hun pensioen, denkt Kuijpers. “Ze krijgen immers iets meer zeggenschap over de uitkering ervan.” En dat is hoe dan ook een positieve ontwikkeling.

Volgende publicatie:
“Wie wil er nou niet de toekomst voorspellen?”

“Wie wil er nou niet de toekomst voorspellen?”

Gepubliceerd op: 29 juli 2020

Wie zijn de mensen die jou telefonisch te woord staan als je een pensioenvraag hebt? En wie zorgen ervoor dat je jouw pensioenoverzicht ieder jaar krijgt? Wat komt erbij kijken om ervoor te zorgen dat er straks voldoende geld is voor jouw pensioenuitkering? We nemen je even mee achter de schermen.

 

Caroline Bruls (30) is actuaris, ofwel de toekomstvoorspeller van het pensioenfonds.

 

Wat doet een actuaris in hemelsnaam?

“Als verzekeringswiskundigen houden mijn collega’s en ik ons onder meer bezig met de uitkeringen die een pensioenfonds moet doen. Zo berekenen we de premie die nodig is voor volgend jaar. We bekijken bijvoorbeeld hoeveel mensen pensioen gaan opbouwen. En we gaan na hoeveel er met pensioen gaan, hoeveel pensioen ze krijgen en of ze partners als potentiële nabestaanden hebben. De uitkomsten hiervan zetten we af tegen hoeveel geld het fonds beschikbaar heeft. Zo komen we uit op de dekkingsgraad. Zolang die tenminste honderd procent is, kan een pensioenfonds tot in de verre toekomst de pensioenen blijven betalen.”

 

Heb je er altijd van gedroomd om actuaris te worden?

“Nee, ik ben er een beetje ingerold. Ik wist eerst niet eens precies wat het was. Pas tijdens een tweejarig starterstraject bij APG liep ik er tegenaan. Het beviel me meteen goed. Inmiddels doe ik dit werk al vijf jaar. Hiervoor studeerde ik. Eerst economie, vervolgens econometrie. Daarna heb ik een post-doctorale opleiding actuariaat gedaan.”

 

Waar ben je vooral druk mee?

“We ontwikkelen rekenmodellen voor toekomstige uitkeringen. Dat doen we aan de hand van veronderstellingen voor de risico’s die het pensioenfonds loopt. Hoe lang leven mensen doorgaans, is er een partner en zijn er jonge kinderen? Verder gebruiken we statistieken om de kans op overlijden en arbeidsongeschiktheid in te schatten. En we checken achteraf ook of onze aannames correct waren.”

 

Is dat niet saai?

“Nee, dat is het allesbehalve. Wij proberen de toekomst te voorspellen in een steeds veranderende wereld, en wie wil dat nu niet? Mensen denken misschien dat we nog steeds zitten te zwoegen met papier en rekenmachine. Maar door de technologische vooruitgang en de beschikbaarheid van alsmaar méér data, kunnen we steeds snellere en geavanceerdere rekenmodellen maken. Hierdoor kunnen we veel uitgebreidere risicoanalyses doen en onze opdrachtgevers meer inzicht geven. Maar als actuaris moet je natuurlijk wel van cijfers houden.”

 

En jij bent dol op cijfers?

“Ik vind rekenen, het bedenken van oplossingen en het overbrengen van informatie heel leuk. En dat we pensioenfondsen direct informatie leveren waarmee zij hun beleid kunnen bepalen.”

 

Wat merkt de deelnemer van het actuarissenwerk?

“Wij rekenen uit hoe hoog de pensioenpremie moet zijn. En we calculeren de dekkingsgraad. Die geeft aan of er ruimte is voor indexatie, of dat pensioenen juist moeten worden verlaagd, en met hoeveel. Voor verlaging en de maximale compensatie voor inflatie zijn er overigens wettelijke regels.”

 

Hoe ver kijk je in de toekomst?

“De pensioenfondsen moeten een levenslange uitkering garanderen. Ook als mensen meer dan honderd jaar oud worden. Daarom proberen we tot wel honderd jaar in de toekomst te kijken.”

 

Hoe weten jullie hoe oud deelnemers worden?

“We gebruiken de voorspelling van de gemiddelde levensverwachting van de Nederlandse beroepsvereniging van actuarissen en gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek.  Op dit moment leeft de Nederlander die nu met pensioen gaat nog zo’n twintig jaar. Maar wij passen die informatie specifiek aan per pensioenfonds op basis van gegevens in onze eigen administratie. Want de ambtenaren van het ABP blijken zo’n drie jaar langer te leven dan het landelijk gemiddelde als ze met pensioen gaan. Bouwvakkers bij pensioenfonds BpfBouw zitten ongeveer op het gemiddelde.”

 

Rekenen jullie ook de individuele pensioenuitkeringen uit?

“Nee, maar wij calculeren wel de basis voor de afzonderlijke uitkeringen. Het computersysteem berekent de individuele pensioenen.”

 

Wat is de grootste uitdaging in je werk?

“Om de verre toekomst te voorspellen, met behulp van veel wiskunde en statistiek. En om de uitkomsten vervolgens uit te leggen aan het bestuur van een pensioenfonds. Dat geldt ook voor de effecten op de dekkingsgraad en de pensioenpremie als een bestuur zijn beleid wil aanpassen. Of als werkgevers en werknemers een pensioenregeling willen veranderen.

Het leukste vind ik het als het lukt om die informatie goed over te brengen. Als zij hun beslissingen kunnen nemen met behulp van onze gegevens. Het maakt me ook blij als ik het gezicht van collega’s zie oplichten, en ze zeggen: ‘Nu snap ik het.’”

 

 

Volgende publicatie:
Hoe bouw je als zzp’er pensioen op?

Hoe bouw je als zzp’er pensioen op?

Gepubliceerd op: 17 juli 2020

Patroesjka Zuurhout, strategisch productontwikkelaar bij APG, geeft tips. En hoe komt het eigenlijk dat veel ZZP’ers (nog) niet bezig zijn met een pensioenregeling? Haar column werd vandaag gepubliceerd op Intermediair.nl

 

Het aantal zzp’ers nam de afgelopen jaren continu toe. In 2019 telde Nederland er 1,1 miljoen. Tel je ook degenen mee die als zzp’er bijverdienen, dan wordt dit aantal nog hoger. Veel zzp’ers zijn hard getroffen door de coronacrisis. Logisch dus, dat hun aandacht nu vooral gericht is op het ‘dagelijks brood’. Een pensioen is dan van latere zorg.

 

Toch is het slim om wél aan ‘later’ te denken. Want hoe vroeger je begint met sparen, hoe langer de inleg kan renderen. Zo voorkom je niet alleen een terugval in inkomen; het betekent ook dat er simpelweg minder inleg nodig is om het gewenste pensioen te bereiken.

 

Maar hoe bouw je zo’n pensioen op? Sparen, beleggen, de hypotheek (extra) aflossen of de onderneming verkopen zijn enkele mogelijkheden. Je mist dan echter de belastingvoordelen die specifieke pensioenoplossingen wel bieden.

 

Soms zijn die voordelen trouwens wel voorhanden. Bijvoorbeeld als je een vast dienstverband beëindigt. In sommige gevallen is het dan mogelijk om de pensioenregeling van je ex-werkgever vrijwillig voort te zetten. Wettelijk mag dit zelfs tien jaar lang.

 

Zijn er ook opties voor een aanvullend pensioen mét belastingvoordelen die voor álle zzp’ers toegankelijk zijn? Ja. Denk aan lijfrentes en bankspaarrekeningen. Verder kun je profiteren van de Fiscale Oudedagsreserve (FOR). Dat betekent dat je een deel van de winst als pensioenreservering op de balans mag opnemen. Je moet dat geld natuurlijk wel echt hiervoor opzijzetten.

 

Alle mogelijkheden hebben uiteraard hun voor- en nadelen. Ga allereerst eens na hoeveel geld je nu kunt missen. En, nog belangrijker, wat je later nodig hebt. En wat wil je voor je nabestaanden regelen? Voorziet het pensioenproduct hierin? Wijzer in Geldzaken geeft voorlichting over pensioen voor zzp’ers: lees hier. Daarnaast wil je uiteraard een buffer hebben voor tegenvallers, ziekte en arbeidsongeschiktheid.

 

De goede voornemens zijn er vaak heus wel. Toch handelen de meeste zzp’ers daar niet naar. Die drempelvrees berust deels op onwetendheid – hoe en waar moet ik het regelen? – en deels op struisvogelgedrag. Gedragswetenschappers hebben de barrières haarfijn geanalyseerd. 1. Affect: niet willen denken aan oud zijn en stoppen met werken. 2. Present bias: uitstelgedrag. 3. Sociale vergelijking: anderen zijn hier ook niet mee bezig. 4. Complexiteit: het is moeilijk om opties en gevolgen goed te overzien.

 

Kortom, de drempels moeten hoognodig worden verlaagd. En het mooie is: dat gaat gebeuren. In het nieuwe pensioenakkoord komen zzp’ers ook aan bod. Recent werd meer bekend over de verdere uitwerking hiervan en het maatregelenpakket voor zelfstandigen. De verschillende sectoren gaan samen met sociale partners en zelfstandigenorganisaties onderzoeken hoe (meer) zzp’ers vrijwillig kunnen instappen in de pensioenregeling van de sector of organisatie waarvoor zij werken. Dit is een echte kans.

 

Het pensioenfonds voor de bouw (bpfBOUW) is bijvoorbeeld een van de aanbieders die een laagdrempelig pensioenproduct voor zzp’ers uitwerkt. Deelname hieraan is vrijwillig. Zo kun je als werknemer én als zzp’er pensioen opbouwen bij bpfBOUW.

Passende pensioenregelingen zijn er natuurlijk niet van de ene dag op de andere. Daar gaan nog wel wat experimenten aan vooraf, met de nieuwe wetgeving.

 

En van zzp’ers vraagt het ook een omslag in denken. Van ‘nu’ naar ‘later’. Van ‘afwachten’ naar ‘actie’. Om onbezorgde oudedagsvoorzieningen te kunnen realiseren, is draagvlak onder zzp’ers zelf immers wel een voorwaarde.

 


 

Patroesjka Zuurhout heeft een achtergrond in economie en bedrijfseconomie met een specialisatie in strategie, ondernemerschap en financiële economie. Als strategisch productontwikkelaar bij APG is zij verantwoordelijk voor de ontwikkeling van producten en diensten met betrekking tot inkomen voor later.

Volgende publicatie:
Goed stelsel, krappe planning

Goed stelsel, krappe planning

Gepubliceerd op: 24 juni 2020

Gerard van Olphen (APG) over uitwerking nieuwe pensioenstelsel

 

Op 12 juni hebben kabinet en sociale partners een onderhandelaarsakkoord gesloten over de uitwerking van het pensioenakkoord. Gerard van Olphen, voorzitter raad van bestuur APG, is positief over het akkoord: “De sterke punten van het oude stelsel blijven behouden.” Maar hij plaatst ook kanttekeningen. “Als uitvoerder hebben we minimaal twee jaar nodig om de zaken goed te regelen, en de vraag is of ons voldoende tijd gegeven is.” Daarnaast kan de zogeheten overgangsperiode waarin de fondsen kunnen overstappen naar het nieuwe stelsel, mogelijk tot verwarring leiden bij de deelnemer.

 

Afgelopen maandag zijn alle onderliggende stukken van de stuurgroep (een afvaardiging van kabinet en sociale partners) gepubliceerd door minister Koolmees. Daaronder bevindt zich ook de zogeheten hoofdlijnennotitie. Het is nu afwachten of de FNV 4 juli a.s. met het akkoord instemt. Zo ja, dan zal het kabinet het akkoord vaststellen en met een reactie komen.

 

In het nieuwe pensioenstelsel blijven de sterke punten van het huidige stelsel behouden. Dat is de grootste winst van de nieuwe afspraken, aldus Van Olphen: “We krijgen een stelsel waar we weer even mee vooruit kunnen: solidair en gericht op een fatsoenlijke oude dag.” Doordat de verplichtstelling blijft, wordt zo veel mogelijk voorkomen dat deelnemers met lege handen staan wanneer ze met pensioen gaan. Een ander belangrijk voordeel is dat het mogelijk blijft risico’s te delen, zoals een tegenvallend beleggingsrendement in een bepaalde periode. “Dat pensioensparen op collectieve leest geschoeid blijft, is goed nieuws voor deelnemers en werkgevers van de fondsen waarvoor wij werken. Door voor een grote groep deelnemers te beleggen, kan er een hoger pensioen worden behaald, tegen lagere kosten.”

 

In het akkoord is ook afgesproken dat opgebouwde pensioenaanspraken en -rechten in principe overgaan naar het nieuwe stelsel, het zogeheten ‘invaren’. Ook dat is goed, vindt Van Olphen. “APG is groot voorstander van invaren als standaardoptie omdat dit het nieuwe contract beter uitlegbaar en uitvoerbaar maakt. Bovendien versnelt dit het besluitvormingsproces.

 

Voldoende tijd nodig

 

Wel plaatst Van Olphen enkele kanttekeningen bij het tijdspad. Volgens de huidige afspraken moet het nieuwe pensioencontract uiterlijk 1 januari 2026 zijn ingevoerd. Om dat te realiseren zijn vanaf 1 januari 2022 vakbonden en werkgevers aan zet om de regeling aan te passen aan de nieuwe wetgeving.

 

Van Olphen: “APG heeft als uitvoeringsorganisatie tijd nodig voor het verwerken van de wijzigingen die het nieuwe contract met zich meebrengt. Dan moet je al snel rekenen op twee jaar. Als we afgaan op de hoofdlijnennotitie, dan maken we ons wel wat zorgen of daar genoeg tijd voor is uitgetrokken In de komende jaren zal er ongetwijfeld gediscussieerd worden over de regelingen, op nationaal wetgevingsniveau en aan de onderhandelingstafel van vakbonden en werkgevers. Ook daar zal direct en voortdurend toetsing moeten plaatsvinden: Is de regeling uitvoerbaar, en uitlegbaar?”

 

Mogelijkheden eerdere overgang onderzocht

 

Het is nog niet helemaal duidelijk hoe de overgangsperiode van het oude naar het nieuwe stelsel er uit komt te zien. De door Koolmees gepubliceerde stukken laten zien  dat sociale partners op een zelf gekozen moment de overstap kunnen maken, maar wel vóór 1 januari 2026. Aangezien de stuurgroep voordelen inziet van een eerdere overgang wordt onderzocht of die datum naar voren gehaald kan worden (bijvoorbeeld naar 2024). Daarvoor zullen wel de uitvoeringsrisico’s voldoende beheersbaar moeten zijn.

Van Olphen: “Het nadeel van een (lange) overgangsperiode is dat werknemers met korte dienstverbanden te maken kunnen krijgen met steeds wisselende pensioensystemen en wisselende compensatieregelingen. Dit is verwarrend en moeilijk uit te leggen. Een zo kort mogelijke overgangsperiode helpt om deze problemen te verkleinen. Uiteindelijk is het nieuwe stelsel een zaak van ons allemaal. Laten we het dan ook samen en zoveel mogelijk gelijktijdig doen.”

 

Anders communiceren over pensioen

 

De gemaakte afspraken betekenen ook dat het pensioen meer gaat meebewegen met voor- of tegenspoed op de financiële markten. Beleggingswinsten mogen eerder worden gedeeld, maar daar staat tegenover dat verliezen eerder moeten worden genomen.

Van Olphen: “In het nieuwe pensioencontract zit er een onzekerheidsfactor in zowel de opbouwfase als de uitkeringsfase. Hierdoor gaan de pensioenen eerder omhoog, maar ook eerder omlaag. Dat vraagt echt om een heel andere manier van denken en communiceren over pensioen. Het wordt dus nóg belangrijker om deelnemers mee te nemen en te betrekken bij hun financiële toekomst. Je wilt niet dat mensen voor verrassingen komen te staan. Voor de hele pensioensector en de wetgever is hier werk aan de winkel. Deelnemers moeten in staat gesteld worden om grip te krijgen op hun financiële toekomst.

Volgende publicatie:
Jaarverslag APG 2019: Terugkijken op een financieel sterk jaar

Jaarverslag APG 2019: Terugkijken op een financieel sterk jaar

Gepubliceerd op: 21 april 2020

Vandaag publiceren wij als APG ons jaarverslag over het jaar 2019. Hierin lees je hoe wij vorig jaar werkten voor acht pensioenfondsen, 22.000 werkgevers en via hen voor 4,7 miljoen mensen in Nederland. Voor APG gaat pensioen over mensen, over leven en over samen leven. Wij willen verschil maken zodat wij, onze ouders en onze kinderen een goed inkomen hebben, nu, straks en later. In ons jaarverslag 2019 staat hoe we daar het afgelopen jaar aan hebben gewerkt.

 

Kernpunten jaarverslag:

  • Groeiende tevredenheid onder deelnemers en pensioenfondsen
  • Meer mensen inzicht gegeven in inkomen voor later en hun pensioenvermogen
  • Financieel goed jaar: stijging omzet en lagere kosten per deelnemer
  • Hoog rendement, maar iets minder dan het gemiddelde in de benchmark
  • Inzicht en actie in pensioenadministratie door data-analyse

APG behaalde voor zijn pensioenfondsen en hun deelnemers over 2019 een rendement van 17,3% en een extra rendement van 56 basispunten. Tegelijkertijd slaagde APG erin om de gemiddelde prijs per deelnemer te verlagen naar €67,30. Daarnaast verleende APG aan 975.000 deelnemers inzicht in pensioenvermogen en aan 1.845.000 deelnemers inzicht in inkomen voor later. De omzet van APG bedroeg in 2019 €944 miljoen. Het netto resultaat kwam uit op €53 miljoen. APG behaalde over 2019 een sterke reputatiescore van 70,7.

 

Zekerheden in onzekere periode

 

Gerard van Olphen, voorzitter raad van bestuur APG: “Om stil van te worden. De maatschappij ziet zich in 2020 door het coronavirus geconfronteerd met een onwerkelijke situatie vol onzekerheid. Juist in zo’n onzekere periode is het van cruciaal belang dat er bepaalde zekerheden zijn waar mensen op kunnen rekenen: elektriciteit, water, licht, medische hulp. Maar ook de financiële infrastructuur, het betalingsverkeer, en dus ook het pensioen. Door dezelfde dienstverlening te bieden als altijd, dragen we bij aan het vertrouwen dat er in een situatie als deze nodig is in de maatschappij.

Door deze crisis is het nieuwe pensioencontract niet minder belangrijk geworden, maar wel minder urgent. Daar waar het kan, zullen we op de achtergrond zaken uitzoeken, alternatieven verkennen en varianten doorrekenen. Zodat, als de tijd daar is, we ook op dit vlak niet hebben stilgezeten.”

  • APG kan terugkijken op een financieel sterk jaar. Maar er gingen ook dingen mis door fouten in de pensioenadministratie. De lat moet hoger, aldus bestuursvoorzitter Gerard van Olphen en cfro Annette Mosman. Maar, zeggen ze in ‘Als de basis niet op orde is, verlies je het vertrouwen’, eerst is het alle hens aan dek om de gevolgen van de coronacrisis op te vangen. Lees hier het gehele interview. 

  • Bekijk hier het volledige APG Jaarverslag 2019. 

Volgende publicatie:
Kwaliteit pensioenuitvoering moet van Eredivisie naar Champions League

Kwaliteit pensioenuitvoering moet van Eredivisie naar Champions League

Gepubliceerd op: 20 april 2020

‘Als de basis niet op orde is, verlies je het vertrouwen’

 

APG kan terugkijken op een financieel sterk jaar. Maar er gingen ook dingen mis door fouten in de pensioenadministratie. De lat moet hoger, aldus bestuursvoorzitter Gerard van Olphen en cfro Annette Mosman. Maar eerst is het alle hens aan dek om de gevolgen van de coronacrisis op te vangen.

 

Ook de raad van bestuur van APG werkt thuis vanwege de coronacrisis. Net als bijna alle drieduizend andere medewerkers, die nu vanaf hun eettafel of vanuit hun zolderkamer het pensioen van 4,7 miljoen deelnemers (circa een derde van alle Nederlanders) verzorgen voor de acht aangesloten pensioenfondsen, waaronder ABP, bpfBOUW en SPW. Best bijzonder dat de omslag naar thuiswerken zo soepel is verlopen, blikken Gerard van Olphen en Annette Mosman - verantwoordelijk voor financiën, risicomanagement en data - via een videocall terug op de eerste weken.

 

Door de coronacrisis lijkt alles wat daarvoor gebeurde ineens ver weg. Toch is het de moeite om nog even stil te staan bij 2019. Het was een sterk jaar voor APG: de pensioenwaarde werd verder vergroot door goede financiële resultaten, een mooi beleggersrendement en lagere kosten. Maar er waren ook uitdagingen: zo presteerde APG als belegger iets minder goed dan het marktgemiddelde, gingen er dingen mis in de administratie van de pensioenen en moet APG een inhaalslag maken met de verduurzaming van de eigen bedrijfsvoering. Ook dit jaar is er werk aan de winkel dus.  

 

Allereerst de coronacrisis: hoe gaat APG daarmee om?

 

Gerard: ‘Allereerst zorgen we goed voor onze medewerkers, zowel in Nederland, als in Hongkong en New York. Zo ondersteunen we mensen maximaal bij het thuiswerken en zetten we extra in op interne communicatie. Daarbij hebben we begrip en aandacht voor de moeilijke situatie waarin sommige collega’s nu zitten, zoals het combineren van werk met zorg voor kinderen, mantelzorg of andere situaties. Daarnaast letten we extra op de gezondheid van onze mensen. We bieden ook extern onze hulp aan. Medewerkers met een zorgachtergrond kunnen in ziekenhuizen worden ingezet met behoud van loon. Verder hebben we namens de fondsen als eigenaar of verhuurder studentenhotels ter beschikking gesteld als noodhospitaal en ondersteunen we Noord-Italiaanse ziekenhuizen waarin we beleggen. Bovendien hebben we voor  onze klanten bijna negentig miljoen euro geïnvesteerd in corona-obligaties: de opbrengst wordt gebruikt voor bestrijding van de pandemie en de sociaaleconomische gevolgen ervan. Ook stellen we ons, in overleg met de aangesloten fondsen, coulant op naar bedrijven in probleemsectoren: die hoeven soms even geen of minder pensioenpremie of dividend te betalen.’

 

Veel Nederlanders zijn bang dat hun pensioen gekort zal worden.

 

Gerard: ‘Van tussentijds korten is geen sprake. Er wordt pas aan het einde van het jaar gekeken of dat nodig is. De dekkingsgraden van de pensioenfondsen zijn in het eerste kwartaal van 2020 gezakt door de dalende koersen en onrustige financiële markten, maar voor de kortingsbeslissing wordt niet gekeken naar de huidige lage stand.’      

Annette: ‘Pensioen is onzeker en onderhevig aan tal van invloeden die we zo goed mogelijk toelichten en uitleggen aan deelnemers. De groeiende onzekerheid over het toekomstig pensioen kunnen we dus niet wegnemen, maar we zorgen er wel voor dat de maandelijkse pensioenuitkeringen ook in deze onzekere tijd gewoon doorgaan. Mensen kunnen net als anders rekenen op hun inkomen en dat draagt bij aan rust en vertrouwen in de samenleving.’

 

Hoe kijken jullie terug op 2019?

 

Annette: ‘Financieel was het een goed jaar. Allereerst hebben we verzekeraar Loyalis verkocht, om  ons beter te kunnen richten op onze kernactiviteiten. Daardoor konden we een superdividend uitkeren aan de aangesloten fondsen, dat grotendeels terechtkomt in de pensioenpotten voor de deelnemers. Daarnaast steeg de omzet en hebben we de kosten verder weten te verlagen. Op die manier maximaliseer je de pensioenwaarde en laat je zo veel mogelijk van elke ingelegde euro aan de deelnemers ten goede komen. We kunnen zo ook meer investeren in de communicatie met deelnemers en werkgevers, waarvoor we een nieuw bedrijfsonderdeel hebben ingericht.’

 

Er gingen vorig jaar ook dingen mis: zo ontstond er negatieve publiciteit over fouten in de pensioenadministratie.

 

Gerard: ‘We hebben een aantal dingen gewoon niet goed gedaan. Zo bleek begin vorig jaar dat ruim 500 deelnemers van ABP jarenlang partnertoeslag hadden gekregen, terwijl ze daar geen recht op hadden. Soms moesten mensen ineens duizenden euro’s terugbetalen. Daar kwam veel kritiek op. We hebben ons vooraf onvoldoende gerealiseerd welke impact dit zou hebben op deelnemers en niet goed nagedacht over een rechtvaardige oplossing. Uiteindelijk heeft ABP de terugvordering stopgezet en kregen mensen het bedrag teruggestort. Overigens hadden ook 600 deelnemers juist te weinig toeslag gekregen: die hebben ze met terugwerkende kracht alsnog gehad. En dan bleken er nog 16.000 mensen te zijn die geen arbeidsongeschiktheidspensioen hadden aangevraagd, omdat ze niet wisten dat ze daar recht op hadden. Met die mensen hebben we toen meteen contact gezocht om ze erop te wijzen hoe ze dat pensioen alsnog konden aanvragen.’

 

Had APG niet eerder open moeten zijn over de fouten en de afhandeling daarvan? Nu moesten deelnemers ermee naar consumentenprogramma’s als Kassa en Meldpunt.

 

Annette: ‘De aangesloten pensioenfondsen zijn het gezicht en het aanspreekpunt naar de deelnemer. Wij moeten dus transparanter worden naar de betrokken pensioenfondsen over fouten, problemen met data en de mogelijke oplossing daarvan. Als zij tijdig weten dat er iets is misgegaan, kunnen ze proactief  erover communiceren met hun deelnemers en een oplossing zoeken. Zo voorkom je deels dat problemen bij Kassa terechtkomen.’ 

Gerard: ‘Het vervelende is dat de betrokken fondsen in de frontlinie komen te staan, wanneer wíj iets niet goed hebben gedaan. Als uitvoerder kunnen wij niet zelf bij Kassa gaan zitten, al zouden we dat misschien best willen om onze verantwoording te nemen. Er was bij Kassa bijvoorbeeld een echtpaar dat in een paar jaar tijd drie brieven had gekregen met een correctie. Dat doet afbreuk aan de geloofwaardigheid. Logisch dat mensen dan denken: Klopt het wel wat ze daar allemaal doen? Dat is best een worsteling. We moeten dit jaar kwalitatief echt een been bijtrekken.’

 

Wat doen jullie concreet om dit soort incidenten voortaan te voorkomen?   

 

Annette: ‘We leren ervan. Samen met de pensioenfondsen zijn we hard aan de slag gegaan met het verder vereenvoudigen van pensioenregelingen, systemen en aanvraagprocedures en we zijn bezig met het opschonen en verifiëren van data. We maken medewerkers ervan bewust dat de lat omhoog moet en we maken gebruik van nieuwe technologie om een volgende stap te kunnen zetten.’

Gerard: ‘De basis moet op orde zijn. Want als de pensioenadministratie niet blijkt te kloppen, verlies je het vertrouwen van mensen, hoe veel we ook investeren in deelnemerscommunicatie. Straks met het nieuwe pensioencontract komt de lat nóg hoger te liggen: dan moeten alle data correct en volledig zijn en naadloos aansluiten op die van UVW en Sociale Verzekeringsbank. We moeten onszelf dus echt opwerken van de Eredivisie naar de Champions League.’

 

Is het gezien de huidige crisis nog wel verstandig om een nieuw pensioencontract te sluiten dat het risico meer bij de deelnemer legt?

 

Gerard: ‘We gaan van een pensioengarantie naar een pensioenambitie: een inschatting van het toekomstig rendement. Het oude stelsel is niet langer houdbaar, maar in het nieuwe stelsel blijven wat ons betreft drie principes overeind: collectiviteit, solidariteit tussen generaties en een verplichting  om te sparen voor later. De coronacrisis maakt het doorhakken van knopen in de discussie over dat nieuwe pensioencontract wel een stuk dringender. APG denkt daar actief over mee. We rekenen scenario’s door, dragen alternatieven aan en kijken wat het concreet betekent voor deelnemers en werkgevers: is het te begrijpen en uitvoerbaar?’

Annette: ‘We willen mensen ook alvast helpen nadenken over hun toekomstige financiële situatie en het tijdig maken van de juiste keuzes. Zo hebben we Helder Overzicht & Inzicht ontwikkeld, waarmee je je verwachte pensioen kunt afzetten tegen je huidige inkomsten- en bestedingspatroon: heb ik straks genoeg? APG wil zich opstellen als een vertrouwde gids, die mensen inzicht biedt in hun inkomen van nu, straks en later.’

 

APG stelt zich ook op als een verantwoord belegger en stelt duurzaamheidseisen aan bedrijven. Zelf blijkt APG daar echter nog niet overal aan te voldoen. Hoe gaat u dat veranderen? 

 

Gerard: ‘De aangesloten fondsen, met name ABP, maar ook bpfBOUW, willen wereldwijd koplopers zijn in duurzaamheidsbeleid: verantwoord gedrag op het gebied van milieu, arbeidsomstandigheden, diversiteit en mensenrechten. Met elkaar hebben we een stevige ambitie neergelegd, die aansluit bij het Klimaatakkoord, bijvoorbeeld voor de CO2-uitstoot van de aandelenportefeuille. Daar houden we rekening mee in onze beleggingsbeslissingen en we spreken er bedrijven op aan. Maar dan moeten we zelf natuurlijk wel het goede voorbeeld geven en dat doen we nog onvoldoende. Onze CO2-uitstoot als organisatie is relatief hoog door onze vestigingen in Nederland, Azië en de VS en doordat we veel reizen. We zijn nu aan het kijken hoe we onze milieuvoetafdruk kunnen verkleinen, bijvoorbeeld door verduurzaming van onze kantoren, meer videoconferencing en dus ook minder reizen tussen vestigingen en voor ons werk.’

Annette: ‘Ook over onze duurzaamheidsprestaties willen we transparant zijn, zowel over het in opdracht van de fondsen uitgevoerde beleggingsbeleid als in onze eigen bedrijfsvoering. Dit jaar hebben we de eerste stap gezet naar geïntegreerde verslaglegging: één jaarverslag waarin we zowel verantwoording afleggen over financiële als niet-financiële doelen. Dat is nog best lastig. Voor je bijvoorbeeld goed kunt rapporteren over duurzaamheid, moet je eerst weten welke doelen je hoe meetbaar wilt maken. Daar zijn we nu mee bezig, zodat we volgend jaar over de volle breedte van onze bedrijfsvoering kunnen laten zien wat we hebben bereikt, wat goed gaat en wat nog niet. Daar valt nog veel te winnen. Die transparantie kan óók weer bijdragen aan het maatschappelijk vertrouwen.

 

Lees hier het interview met Ronald Wuijster: 'We kijken bij beleggen én belonen naar de lange termijn'

 

Lees hier het jaarverslag van APG 2019.

Volgende publicatie:
Gastcolumn: Japke-D Bouma over pensioenjeukwoorden

Gastcolumn: Japke-D Bouma over pensioenjeukwoorden

Gepubliceerd op: 5 maart 2020

‘Toen APG/ABP me voor deze column wilde vragen kregen ze me eerst niet te pakken. Want alle mails die ze me stuurden, gooide ik automatisch in de prullenbak’. Dat doe ik met alle post uit de pensioenwereld – alles gaat ongelezen bij het oud papier. Dat doen álle Nederlanders.

Een beetje logisch, wel. Want het is toch nooit goed nieuws? Heel Nederland is doodsbang voor zijn pensioen. Ik denk dat hoe minder je ervan afweet, hoe rustiger je slaapt.

 

Helaas is dat niet wat de minister wil. Die wil juist dat pensioenfondsen het publiek duidelijker voorlichten. Dat stond vorige maand tenminste in een Kamerbrief waarin de wet op de pensioencommunicatie werd geëvalueerd. De pensioenfondsen hebben dus de schier onmogelijke opdracht dat ze het publiek moeten bereiken met een boodschap die niemand wil horen.

 

Wat al veel zou schelen, is als de pensioenwereld eens wat minder jargon zou gebruiken – ik noem dat altijd jeukwoorden.

 

Wat dachten jullie bijvoorbeeld van het woord ‘dekkingsgraad’? Dat is een term die mijn vader op de boerderij vroeger gebruikte voor de prestaties van Bolle Jelle. Dat was een fokstier, voor de goede orde, en die moest af en toe bij de koeien ‘langs’, en dan werd er bijgehouden hoeveel hij er bezocht had. Dat noemden ze de actuele dekkingsgraad. En soms was de boer daar kritisch over en dan noemden ze het de kritische dekkingsgraad.

 

Al met al geen woord om door een saai en degelijk pensioenfonds te gebruiken, lijkt mij. Zeg dan liever ‘het geld dat fondsen paraat moeten hebben’. Ik denk dat iedereen dat wél meteen snapt.

 

Een andere maffe term die de pensioendeskundigen gebruiken is ‘het lang leven risico’. Want het is toch geen risico, als je lang leeft? Ja, voor de pensioenfondsen. Prima als ze dat vinden, maar dat ga je toch niet hardop zeggen? Dat klinkt een beetje als ‘het zou voor ons heel fijn zijn als u zo snel mogelijk doodging, het liefst voor uw pensioen, want dan kost u ons minder’. Stop daar eens mee.

 

Net als de korting. Vind ik ook verwarrend. Want als ik korting hoor, denk ik: ha, fijn! Maar bij de pensioenfondsen is het net omgekeerd. Ik zou daar dus liever ‘pensioenverlaging’ gebruiken: wel zo duidelijk.

 

Of wat dachten jullie van ‘invaren’ – de pensioenrechten van werknemers die je kunt ‘invaren’ naar de nieuwe regels. Alsof het om een enorme schepen gaat. Ik vrees dat het voor de meeste mensen niet veel meer dan een wrak sloepje zal zijn. Dat zinkt zodra het afvaart.

Zeg dan liever ‘overboeken’. Maar dan wel tegen een macrostabiele discontovoet. Want een instabiele discontovoet, daar moet je niet te lang mee doorlopen.

 

Dan de ‘demping van de pech- en de geluksgeneraties’. Serieus? Hele generaties die gedempt worden door de pensioenfondsen? Zo van hup: allemaal in een diepe punt en beton erover. Maar dat blijkt om solidariteit te gaan. Dat klinkt toch veel positiever? Nóém het dan ook zo.

Zijn er ook góéde jeukwoorden bij de pensioenfondsen? Jazeker.

 

Ik vind de ‘slapers’ bijvoorbeeld heel mooi. Dat zijn de mensen die nog ergens een pensioentje hebben staan van een eerdere baan, oftewel: slaapkoppen – mensen die wakker moeten worden geschud – precies wat het is. Met dat woord kunnen de pensioenfondsen dus prima doorgaan.

 

Dat moeten de pensioenfondsen natuurlijk sowieso – doorgaan. Want het is geweldig dat ze er zijn. We hebben het beste pensioenstelsel ter wereld, dat mag ook wel eens gezegd worden. Misschien moeten de fondsen dáár hun post standaard mee beginnen.

 

Ik durf te wedden dat mensen het dan wél gaan lezen.’

Volgende publicatie:
Van Olphen waarschuwt in FD voor ‘horrorscenario’

Van Olphen waarschuwt in FD voor ‘horrorscenario’

Gepubliceerd op: 15 januari 2020

Politiek, pensioensector en sociale partners mogen het pensioenakkoord niet meer laten mislukken.

 

Die boodschap gaf APG-bestuursvoorzitter Gerard van Olphen al af in zijn interne nieuwjaarstoespraak, en vandaag herhaalt hij de oproep in het FD.

 

Minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken) wil de uitwerking van het pensioenakkoord op 1 april van dit jaar afgerond hebben, wat als behoorlijk uitdagend wordt gezien. De woorden van Gerard van Olphen tijdens het interview zijn wat dat betreft veelzeggend: 'We hebben nog honderd dagen in een debat dat al elf jaar duurt.’ Daarin stelt hij dat een akkoord na de zomer of na de verkiezingen neerkomt op ‘spelen voor tijd’, wat ‘geen recht doet aan hoe belangrijk het is dat Nederland weer vertrouwen krijgt in het pensioenstelsel’. Van Olphen signaleert dat de partijen aan de onderhandelingstafel ‘tegenstellingen nog steeds koesteren’, zich hebben vast gegraven in hun schuttersputjes – terwijl die tegenstellingen kleiner zijn dan ze op het eerste oog lijken. Hij waarschuwt voor het ‘horrorscenario’ (premie verhogen, toekomstige opbouw verlagen en pensioenuitkeringen verlagen) dat mogelijk ontstaat voor fondsen wanneer de deadline van 1 april niet wordt gehaald, en Koolmees vervolgens niet opnieuw uitstel verleent voor pensioenkortingen. Niet dat een definitief uitgewerkt akkoord alle pensioenproblemen (zoals het langleven-risico en de lage rente) oplost, maar ‘er ontstaat wel weer een nieuw perspectief en mensen moeten daar ook weer vertrouwen in krijgen’, aldus de bestuursvoorzitter van APG in het FD. Het volledige interview  (alleen toegankelijk voor abonnees) is te lezen op de website van het FD

Volgende publicatie:
‘Pensioenfonds kan weer aankloppen bij APG’

‘Pensioenfonds kan weer aankloppen bij APG’

Gepubliceerd op: 14 januari 2020

Waar het leeuwendeel van de grootste Nederlandse pensioenuitvoerders geen nieuwe klanten voor pensioenadministratie meer aanneemt, staat de deur bij APG inmiddels weer open.

 

Dat is de strekking van een artikel (alleen beschikbaar voor FD-abonnees) vandaag in het FD.

 

Daarmee komt APG tegemoet aan een duidelijk aanwezige behoefte in de markt. ‘Steeds meer pensioenfondsen klagen dat zij grote moeite hebben om een uitvoerder te vinden voor de administratie van hun pensioenen’, aldus het FD. Omdat de markt voor kleinere pensioenuitvoerders minder aantrekkelijk is geworden -er is schaalgrootte nodig om in deze sector kostenefficiënt te kunnen opereren-  hebben deze zich steeds meer teruggetrokken. Nieuwe klanten moeten bij APG wel aan een bepaald profiel voldoen, zo maakt APG-bestuursvoorzitter Gerard van Olphen in het FD-interview duidelijk. Om bij te dragen aan APG’s schaalgrootte, dienen ze een bepaalde minimale grootte te hebben. De pensioenregeling van het betreffende fonds moet ook passen bij die van de fondsen die al klant zijn van APG. Voor heel gecompliceerde, daarvan afwijkende regelingen is dat niet het geval.

Volgende publicatie:
Meer aandacht voor pensioen in onderzoeksjournalistiek

Meer aandacht voor pensioen in onderzoeksjournalistiek

Gepubliceerd op: 13 september 2019

Om het onderwerp transparanter te maken en om het maatschappelijk belang te dienen, wordt pensioen een vast thema op Follow The Money, het platform voor onderzoeksjournalistiek.

 

Dat het nog een paar maanden duurt voordat pensioen een vaste plek krijgt op Follow The Money, betekent zeker niet dat hoofdredacteur en oprichter Eric Smit geen kaas heeft gegeten van het onderwerp. Zodra het namelijk ter sprake komt, praat hij honderduit over vermogensbeheer, kapitaaldekkingssysteem, hoe het omslagsysteem historisch geregeld is in Nederland en over pensioenkapitaal dat in het buitenland belegd wordt. “Ik ben geen pensioenspecialist en bekijk dit onderwerp dus van afstand. Licht kritisch en vooral nieuwsgierig”, onderbreekt hij zijn opsomming.

 

Als voorbeeld van zaken die hij beter wil begrijpen, noemt Smit de  rendementsverschillen door de jaren heen - beleggen in Nederland versus beleggen in het buitenland - en de diversificatiestrategie. Of, zo stapt hij over naar alweer een ander onderwerp, de wijze waarop pensioenfondsen handelen ten opzichte van de commercieel opererende verzekeraars. “Dat vind ik intrigerend. Verzekeraars hebben een winstoogmerk en zorgen via allerlei pensioenproducten ervoor dat verzekerden van een zeker pensioen kunnen profiteren. Daar is de laatste jaren best veel verandering in gekomen. Van een pensioenbelofte met algemene zekerheid zijn we als samenleving overgeschakeld naar een systeem waarbij het risico naar burgers is verschoven. Zowel pensioenfondsen als verzekeraars gaan daarin mee. Dat is een bijzondere ontwikkeling.”

 

Rekenrente interessant, maar complex
Ook de actualiteit rondom dekkingsgraden en rekenrente houdt Smit bezig. “Nederland heeft een vrij uniek kapitaaldekkingssysteem en het concept van de rekenrente vind ik interessant. Deels is dat namelijk een rationele afweging en deels bijna een politieke afweging.” Zo interessant als hij het vindt, zo complex is het volgens Smit tegelijkertijd. En juist daarom zet de hoofdredacteur ook dit thema op de agenda van FTM.
Hij vervolgt: “Pensioenfondsen zijn immers rijker dan ooit en toch worden afspraken niet gehonoreerd. Met andere woorden: mensen denken dat hun pensioen mee zou groeien, geïndexeerd zou worden, maar dat wordt al jaren niet gedaan. Premies worden zelfs verhoogd. Hoe kan dat nou? Dat is voor mensen heel moeilijk om te verhapstukken en niet makkelijk uit te leggen. Maar wij willen mensen dat laten snappen.”

 

Verantwoordelijk voor beleggingskeuzes
Waar de rekenrente niet de verantwoordelijkheid is van pensioenfondsen, want door de overheid opgelegd, zegt Smit dat de fondsen wel afgerekend kunnen worden op hun beleggingskeuzes. “Denk aan de tabaksindustrie. Pas 22 (!) jaar na gigantische schadevergoedingen van Amerikaanse tabaksfirma’s besloten de fondsen hier dat ze niet meer in tabak beleggen. Dat was nota bene pas begin vorig jaar. Het is bizar hoe weinig standvastig er wordt opgetreden door overheden en pensioenfondsen.”

Als pensioenfonds moet je nadenken waar je in belegt, zegt Smit. En letten op zaken als (maatschappelijke) duurzaamheid en het bedrijfsmodel van bedrijven. “Journalisten kijken daar kritisch naar. En ook naar hoe efficiënt er belegd wordt. Welke kosten gaan daarmee gepaard? Kiest men voor private equity en zo ja welke? Wat levert het op, kan het efficiënter en kan er meer passief belegd worden zodat het management van die private equity firma’s niet zo belachelijk rijk wordt ervan? Ik suggereer niet dat dit een zwart/wit gebied is, maar het is complex en belangrijk. Het gaat om heel veel geld, van heel veel Nederlanders. En juist daarom gaan wij er echt goed aandacht aan besteden.”

 

Gebrek aan inhoudelijke kennis binnen journalistiek
Er is altijd wel aandacht voor pensioen geweest bij Follow The Money, maar om er echt goed in te duiken is een journalist nodig die de complexiteit doorgrond, zo legt Smit uit. “Je hebt iemand nodig die overal kennis van heeft. Van vermogensbeheer en gedragstoezicht tot beleggingsstrategie en wetgeving.” En dan nog is het niet eenvoudig om te communiceren over pensioen. “Zelfs mensen binnen de pensioensector zelf kunnen de vertaalslag naar het publiek nauwelijks maken.”

 

Maar het is volgens Smit niet alleen FTM dat pensioen links laat liggen. De Nederlandse journalistiek an sich besteedt volgens de hoofdredacteur niet genoeg aandacht aan het thema. “De financiële kennis in de journalistiek is te dun gezaaid. Pensioen is dan ook gewoon het moeilijkste dossier dat er is. Reden temeer dat wij terughoudend waren om ermee te beginnen: de ideale uomo universale in de journalistiek die de kennis in zicht heeft, is er nog niet. Máár die zijn wij nu aan het opleiden: namelijk Thomas Bollen. Hij is een paar jaar gerijpt en bijna klaar om zich op de pensioen problematiek te storten. We starten dan met het schrijven van goede uitlegartikelen, om de begripskloof tussen pensioensector en publiek weg te halen. Vervolgens kunnen we kritisch kijken naar de inhoud, zoals het pensioensysteem.”

 

Binnenkijken in de wereld van pensioen
APG ondersteunt duidelijke communicatie en het delen van kennis rondom pensioen en wil graag bijdragen aan het vergroten van de expertise binnen de journalistiek. Om die reden nodigt APG journalisten uit om over het onderwerp te praten. Smit reageert enthousiast op de uitnodiging. “APG heeft een enorme hoeveelheid kennis in huis, dus we gaan zeker op die uitnodiging in. Door achtergrondgesprekken te voeren begrijpen we beter hoe ons onderwerp van belang in de wedstrijd zit, toetsen we ons eigen inzicht en schrijven we betere stukken. Dat betekent overigens niet dat wij minder kritisch worden.”

Naast meer aandacht voor pensioen vindt Smit onderzoeksjournalistiek in het algemeen belangrijk. “Wij zitten politici achter de broek aan, zoeken uit waar gemeenschapsgeld blijft. Zaken die iedereen aangaan, houden wij tegen het licht. Zoals de prijs van een vliegticket. Hoe duur is dat eigenlijk, als je de subsidies, infrastructuur en kerosine meerekent? Het is onze plicht om bepaalde zaken uit te zoeken.”


De APG Summer Course is een inspiratiebijeenkomst voor pensioenfondsbestuurders van fondsen die klant zijn bij APG. Tijdens deze zomerschool dagen we bestuurders en onszelf uit met nieuwe inzichten van ‘buiten’.
Een van de sprekers was Eric Smit, hoofdredacteur van Follow The Money, het platform voor onderzoeksjournalistiek. 

Volgende publicatie:
“Communicatie is niet de oplossing als je geen zinvolle keuzes biedt”

“Communicatie is niet de oplossing als je geen zinvolle keuzes biedt”

Gepubliceerd op: 10 september 2019

Hoe komen mensen tot pensioenkeuzes?

 

Met de juiste communicatie en passende keuzemogelijkheden is het gedrag en de houding van een klant, of specifieker een pensioendeelnemer, te sturen. Gevoel, opgeroepen door taal, speelt daarbij een belangrijke rol. Zo zegt Henriëtte Prast. En om een klantreis goed in te kunnen richten moet je volgens de hoogleraar de psychologische, cognitieve, emotionele, culturele en sociale factoren van menselijke (financiële) beslissingen kennen. “Je moet eerst weten hoe mensen denken en handelen als het gaat over hun financiële toekomst”, legt Prast uit.

 

Wat is het meest cruciale inzicht uit de gedragseconomie waar pensioenfondsen mee aan de slag moeten gaan?
“Dat mensen bij complexe keuzes varen op intuïtie in plaats van ratio en dat sparen stelselmatig wordt uitgesteld. Oók als mensen alle kennis van de wereld hebben, weten dat pensioen belangrijk is en een goed pensioen willen. De manier waarop keuzes worden aangeboden is daarom van grote invloed op wat mensen “kiezen”. De “goede keus” makkelijk maken is daarbij de sleutel tot succes. Dit komt vooral doordat intentie zich niet vertaalt in gedrag, met als gevolg dat het niet zo zinvol is om de intentie te beïnvloeden via educatie en informatie.”

 

En hoe laat je mensen de juiste keuze maken?
“Er zijn een aantal manieren om dat te bereiken.
Ten eerste: de “goede keus” als de stille keus aanbieden. Ofwel wie zwijgt stemt toe. Als je wilt dat mensen sparen voor hun pensioen dan kun je dat bereiken door ze een oplossing aan te bieden waarbij ze vanzelf sparen ténzij ze zich afmelden. Neem een zzp’er. Nu is het zo dat als een zzp’er niks doet, deze ook niet spaart. Dat systeem moet je aanpassen: een zzp’er die niks doet, spaart wel. En hij moet zich actief afmelden als ‘ie niet wil sparen voor zijn pensioen.

Ten tweede: op het gevoel inspelen met taal. We moeten mensen op een andere manier gaan bereiken. Nu communiceren pensioenfondsen met rationale informatie: feitelijk juist, niet misleidend en begrijpelijk. Als ze het hebben over pensioen opbouwen, dan gebruiken ze woorden uit een concreet domein: oorlog, strijd, bouwen. Maar we moeten ons gaan afvragen wat werkt bij welke doelgroep. Sta eens stil welk beeld taal oproept. Als het een positieve associatie oproept, vergroot het de interesse in pensioen, maar anders stoot het de deelnemers af. En eigenlijk wordt daar in de pensioencommunicatie geen rekening mee gehouden.”

Andere opties zijn

  • Een zelfbindingsmechanisme aanbieden: als u nu (december) tekent, wordt uw vakantiegeld automatisch naar uw pensioenrekening overgemaakt;
  • De keuzemogelijkheden beperken;
  • En de pensioenvooruitblik framen in procenten van het huidig inkomen in plaats van in euro’s.

Hoe ver is de pensioensector eigenlijk met het toepassen van principes uit de gedragseconomie?
Ik zie daar weinig overtuigende voorbeelden van. Dat zal deels, maar niet alleen, komen doordat de overheid en toezichthouders regels stellen die zijn gebaseerd op een achterhaald bewustmakingsmodel.”

 

Communiceren met deelnemers is niet altijd even makkelijk. Nederlanders zijn ‘bewust onbezorgd’ over hun pensioen en lezen hun pensioencommunicatie niet. Hoe bereiken we ze dan überhaupt?
“Communicatie is niet de oplossing als je geen zinvolle keuzes biedt. De doelen van pensioencommunicatie staan duidelijk beschreven. Een daarvan is dat de deelnemer weet welke keuzemogelijkheden er zijn. Waaraan moet je dan denken? Stel ik vind dat mijn pensioen in het lage scenario onvoldoende is. Ik wil dus de keus maken om dat neerwaartse risico af te dekken. Dat kan niet door te zijner tijd langer door te werken, want de pensioengerechtigde leeftijd is tevens de pensioenverplichtende leeftijd. Meer sparen? Maar dan heb ik teveel pensioen als het realistische of meevallerscenario zich voltrekken. Bovendien, waar moet ik het geld in stoppen? Niet daar waar mijn pensioenfonds in belegt, want dan wordt het juist minder waard in het tegenvallende scenario.


Het enige voorbeeld van een keuzemogelijkheid dat ik ben tegengekomen is: kiezen om eerder met pensioen te gaan. Dat is dus als je pensioenvooruitblik meer dan voldoende is - een luxe situatie. En eerder met pensioen, dat kun je altijd nog beslissen. Kortom: waarom zou je tijd besteden aan het bekijken van informatie als je er niets mee kunt?”


De APG Summer Course is een inspiratiebijeenkomst voor pensioenfondsbestuurders van fondsen die klant zijn bij APG. Tijdens deze zomerschool dagen we bestuurders en onszelf uit met nieuwe inzichten van ‘buiten’.
Een van de sprekers was Henriëtte Prast; 
hoogleraar Persoonlijke Financiële Planning aan de Universiteit van Tilburg en deskundige op het gebied van persoonlijke financiële planning en de rol van gevoelens en emoties daarin.

Volgende publicatie:
PWRI, ABP en APG winnen Pensioen Pro Awards 2019

PWRI, ABP en APG winnen Pensioen Pro Awards 2019

Gepubliceerd op: 21 juni 2019

PWRI heeft gisteravond tijdens het Pensioen Pro jaarcongres de Gouden Pensioen Pro Award gewonnen. Het APG-fonds mag zich met deze publieksprijs Beste Nederlandse Pensioenfonds 2019 noemen. De ‘pensioenpot’ van ABP en Het Publieksverslag ‘Loop even mee’ van APG wonnen de Pensioen Pro Award communicatieprijs.

 

Lezers en luisteraars van Pensioen Pro, het Financieele Dagblad en radiozender BNR beloonden Pensioenfonds Werk en (re)Integratie (PWRI) met de publieksprijs. Andere kanshebbers waren ABP en Thales Nederland.

 

Inclusiviteit afdwingen
In het juryrapport noemt de jury het inclusiviteitsproject van PWRI ‘bijzonder en bewonderenswaardig’. “PWRI legt zijn gewicht als belegger in de schaal om bij bedrijven inclusiviteit af te dwingen, zodat de eigen achterban - mensen met een achterstand tot de arbeidsmarkt - aan een baan worden geholpen.” De jury spreekt van een geheel eigen vorm van engagement in het directe belang van deelnemers. “Zo creëer je betrokkenheid, dicht bij de mensen waarvoor we het allemaal doen.”

 

Kees Bethlehem, bestuursvoorzitter PWRI: “Deze prijs is een aanmoediging om door te gaan. Ik hoop dat andere pensioenfondsen inspiratie putten uit hoe je als pensioenfonds invulling kunt geven aan de S van ESG. Wij staan open voor gedachtewisseling, en eventueel samenwerking, op dit gebied.”

Deelnemers betrekken
De persoonlijke pensioenpot leverde ABP de communicatieprijs met ster op omdat de jury gecharmeerd is van de mogelijkheid om deelnemers rechtstreeks inzicht te bieden in hun opbouw. “Verdient alle lof. Gedurfd, goede timing in de landelijke pensioendiscussie. Inzicht in persoonlijke pensioenpot betrekt de deelnemers bij pensioen en dat is – en wordt steeds meer – essentieel”, aldus de jury.

Con Snijders (projectleider Persoonlijke Pensioenpot): “We zijn blij met deze erkenning. We zien dat deelnemers veel positiever zijn over hun pensioen bij ABP door het zien van hun eigen pensioenpot”.

 

Ook erkenning voor APG
Het is de eerste keer dat APG zelf een nominatie krijgt voor een Pensioen Pro Award, en ook wint. De vakjury noemt het publieksverslag ‘een mooi initiatief, dat op heldere wijze inzicht biedt aan mensen met weinig pensioenkennis. Goed voor de sector als geheel en slim uitgevoerd’.

Dunja Wasserman en Erik van Dam (beide senior communicatieadviseur APG) namen in Amsterdam de award ontvangst. Erik: “Het daadwerkelijk winnen van deze mooie prijs wijst op erkenning voor het feit dat het ons gelukt is om zowel pensioen als APG toegankelijk te maken voor een breder publiek. Door anders te denken en nieuwe technieken toe te passen.”

 

Pensioenbewustzijn vergroten
De lovende woorden van de jury onderschrijven het doel van het verslag. Dunja: “We hebben onszelf de vraag gesteld hoe we Nederlanders, en met name de mensen die pensioen opbouwen, op een laagdrempelige, relevante en leuke wijze in contact kunnen brengen met pensioen. En tegelijkertijd vertellen we wie wij zijn en wat wij voor pensioen doen. Om die reden is ervoor gekozen het jaarverslag te vertalen naar een publieksvriendelijke versie in een vernieuwend, interactief en gepersonaliseerd videoformat.”

Foto boven: Aldert Boonen en Hermien Wiselius (midden en rechts) van pensioenfonds PWRI hebben de Gouden Pensioen Pro Award ontvangen uit handen van Hamadi Zaghdoudi (WTW), op de Pensioen Pro Awards 2019 in Amsterdam.

Volgende publicatie:
Ronald Wuijster in FT: “Mensen gaan ervan uit dat er geen geld meer is”

Ronald Wuijster in FT: “Mensen gaan ervan uit dat er geen geld meer is”

Gepubliceerd op: 20 juni 2019

Deze week verscheen een profiel van APG’s hoofd vermogensbeheer, Ronald Wuijster, in de Financial Times, waarin hij inging op zijn werk en natuurlijk de vele recente ontwikkelingen op het gebied van pensioenhervormingen in Nederland.

 

De Nederlandse regering heeft deze week afgesproken om aanpassingen in de aow-leeftijd uit te stellen, maar pensioenkortingen hangen nog steeds in de lucht. Met de voorgestelde veranderingen dragen individuele deelnemers meer risico en verantwoordelijkheid. Het FT vraagt Wuijster over deze hervormingen, vanuit het gezichtspunt van APG, Europa’s grootste beheerder van pensioengelden.

 

“Mensen gaan ervan uit dat er geen geld meer is”
Hoewel het Nederlandse pensioensysteem gezien wordt als één van de meest robuuste in de wereld, is het vertrouwen in het Nederlandse pensioensysteem gekelderd. Bijna twee-derde van de Nederlanders is er niet van overtuigd dat ze met pensioen zullen kunnen gaan als ze willen of dat ze hun levensstandaard kunnen handhaven wanneer ze met pensioen gaan, volgens een onderzoek van State Street in 2018. Vooral jonge mensen hebben het gevoel niet eerlijk te worden behandeld omdat ze steeds meer moeten bijdragen maar bang zijn dat er geen geld meer beschikbaar zal zijn wanneer zij met pensioen gaan. Wuijster: “Er is zoveel negatieve berichtgeving in de media geweest dat mensen ervan uitgaan dat er geen geld meer over is voor alle pensioenen. In werkelijkheid zijn er substantiële sommen geld gespaard die kunnen worden gebruikt voor pensioenen.”

 

“Te veel risico buffers”
“Ik vind dat er veel te veel buffers in het systeem zitten om risico’s te ondervangen. Dat is mijn persoonlijke mening,” zegt Wuijster. Nederlandse pensioenfondsen moeten een hoge conservatieve rentekorting hanteren om passiva te berekenen. Dit betekent dat de meeste geen verbetering hebben gezien in hun financieringspositie. Bedrijfstakpensioenfondsen moeten ook aanzienlijke solvabiliteitsbuffers aanhouden – aanvullende financiering – om er zeker van te zijn dat ze iedereen kunnen uitbetalen.  

 

Mensen pensioenbewuster maken
Het artikel noemt de persoonlijke pensioenpot en Helder Overzicht en Inzicht als voorbeelden van hoe APG werkt aan het vergroten van het pensioenbewustzijn. “De realiteit is dat 75 procent van het pensioen verdient moet worden met investeringen. De bijdragen van de werkgevers en de werknemers zijn bij elkaar 25 procent. Deelnemers realiseren zich niet wat de kracht van tijd en kortingen is op geld,” legt Wuijster in het artikel uit. Het FT profiel noemt ook de Groeifabriek en initiatieven zoals Kandoor, waarmee APG werkt aan innovaties voor de ‘dag na morgen’.

 

Een goed rendement op een duurzame manier
Het afgelopen decennium, heeft APG voor zijn grootste klant ABP, het pensioenfonds voor overheid en onderwijs, een netto jaarlijks rendement (na kosten) van circa 10 procent behaald. “We hebben 10 jaar geweldig gepresteerd, maar denken dat het rendement over de komende 10 jaar minder gaat zijn,” geeft Wuijster in het artikel aan.

APG heeft al zijn doelstelling voor 2020 behaald met betrekking tot het terugbrengen van de CO2 uitstoot van het beleggingsportfolio en denkt het na over nieuwe initiatieven op het gebied van milieu, maatschappij en bestuur. Wuijster noemt kort het tweede grote doel van APG: om als belegger bij te dragen aan een duurzame wereld: “We proberen in gesprek te gaan met energiebedrijven en hen bewust te maken van de uitdagingen van klimaatverandering, maar we zeggen nu geen ‘nee’ tegen fossiele brandstoffen. We moeten realistisch zijn en kijken hoe we de verandering kunnen beïnvloeden.”

Volgende publicatie:
"UPDATE" Principeakkoord pensioenstelsel

"UPDATE" Principeakkoord pensioenstelsel

Gepubliceerd op: 15 juni 2019

Gerard van Olphen, Voorzitter raad van bestuur APG Groep: “Vandaag is een nieuwe en belangrijke stap gezet op weg naar een vernieuwd pensioenstelsel.

 

Tegelijk stel ik vast dat er nog wel veel open eindjes zijn, die onder leiding van een stuurgroep van kabinet en sociale partners in de komende periode moeten worden opgelost. Het is nu van belang om daarmee vaart te maken, zodat er zo snel mogelijk duidelijkheid komt voor miljoenen deelnemers die in onzekerheid verkeren – en die graag willen weten waar ze aan toe zijn. Wij blijven onze kennis en expertise graag beschikbaar stellen om mee te helpen bouwen aan een vernieuwd pensioenstelsel voor Nederland.”

 

Volgende publicatie:
Principeakkoord pensioenstelsel: ‘Veel open eindjes, goede eerste stap’

Principeakkoord pensioenstelsel: ‘Veel open eindjes, goede eerste stap’

Gepubliceerd op: 6 juni 2019

Na vele jaren is er eindelijk echt zicht op een pensioenakkoord.

 

Nog veel werk te verzetten dus, want de details van het contract en de overgang moeten nog worden uitgewerkt. Wat APG graag zou willen doen -het informeren, namens de fondsen, van deelnemers over de gevolgen van het akkoord voor hun pensioen- kan het dus nog niet doen; laat staan het daadwerkelijk implementeren van het akkoord. Voor de tweede pijler zijn de afspraken dus een stap in de goede richting, maar nog niet groot genoeg om deelnemers de duidelijkheid te geven waarop ze wachten en recht hebben. Winst voor hen is wel dat een collectief contract mogelijk blijft, wat een hoger pensioen mogelijk maakt. Er komt -zij het beperkt- meer ruimte voor keuzevrijheid.

 

Hoe ziet het pensioenakkoord er op hoofdlijnen uit:

  • De AOW-leeftijd gaat minder snel omhoog.
  • Eerder uittreden mogelijk voor zware beroepen.
  • Adequaat pensioen voor alle werkenden.
  • Geen kortingen bij een dekkingsgraad boven 100%.
  • Afschaffen doorsneesystematiek.
  • Introductie nieuw collectief pensioencontract.
    -    Meer keuzemogelijkheden voor deelnemers.
    -    Herziening nabestaandenpensioen via advies Stichting van de Arbeid (STAR).

 

Wat vindt APG?
We vroegen het aan Gerard van Olphen.

 

Hoe beoordeel je dit akkoord?
Gerard: “Uiteindelijk is er maar één vraag echt relevant: Wat heeft de deelnemer onder de streep aan dit akkoord? Als we het door die bril bekijken, is het beeld concreet en positief voor de AOW en zware beroepen. Dat het pensioensparen toch op collectieve leest geschoeid zal blijven, is ook in het belang van de deelnemer. Want uiteindelijk leidt het tot een hoger pensioen. Maar voor een beoordeling van de effecten van het nieuwe contract en van de evenwichtigheid van de transitie is het nog te vroeg. Er zijn nog behoorlijk wat open eindjes, die onder leiding van een stuurgroep van kabinet en sociale partners moeten worden opgelost. Wat mij betreft moet hier snel meer duidelijkheid over komen, gezien de miljoenen deelnemers die in onzekerheid verkeren en graag willen weten waar ze aan toe zijn.”

 

Wat betekent dit voor de kans op pensioenkortingen?
“Wat de korte termijn betreft, is het winst dat er geen kortingen nodig zullen zijn bij een dekkingsgraad boven 100%. Want aan een deelnemer is dit niet uit te leggen. Keerzijde is dat bij de huidige dekkingsgraden mogelijk wel kortingen nodig zullen zijn tot een dekkingsgraad van 100%. Daarmee zijn de kortingen niet definitief van de baan. Hoe het ook zij, dat de kortingen boven die 100% verdwijnen, scheelt een slok op een borrel.”

 

Wat betekent het akkoord voor het idee van de individuele pensioenopbouw?
“Mede door  experimenten bij APG met het verschaffen van overzicht en inzicht sociale partners tot een bepaalde overtuiging gebracht; namelijk dat je geen individuele pensioenopbouw nodig hebt om de deelnemer het noodzakelijk inzicht te geven in wat er in het collectieve vermogen voor haar of hem is opgebouwd. Die individuele opbouw zou een lager pensioenresultaat betekenen voor deelnemers. En dat is dus niet nodig, als je deelnemers maar laat zien wat er voor hen in kas zit en helpt met overzicht en inzicht. Verder biedt het akkoord ruimte voor pensioensparen door zelfstandigen in de tweede pijler. Die ruimte geeft bpfBOUW bijvoorbeeld meer mogelijkheden om een goed pensioen aan alle werkenden in de sector te kunnen bieden.”

 

Details van het contract en de overgang moeten nog worden uitgewerkt. Wat moet daarvoor gebeuren?
“Het principeakkoord is met name concreet op het gebied van de AOW. Misschien is het ook wel meer een AOW- dan een pensioenakkoord. Wat betreft invulling van de tweede pijler is een eerste stap gezet, maar moet er nog veel werk worden verzet. Dit werk wordt nu in handen gelegd van een stuurgroep van sociale partners en het kabinet. Zij zullen nog belangrijke vragen moeten beantwoorden over de vormgeving van het nieuwe pensioencontract en een evenwichtige overgang. Ook de Stichting van de Arbeid moet nog belangrijke vragen beantwoorden; over de vormgeving van het nabestaandenpensioen.”

 

We zijn er dus nog niet?
“Zeker niet. Uitgekristalliseerd en eenduidig is het akkoord nog niet. Maar het is wel een eerste stap in de goede richting.”

 

Volgende publicatie:
APG brengt pensioen dichterbij

APG brengt pensioen dichterbij

Gepubliceerd op: 4 juni 2019

APG lanceert vandaag een toegankelijke, publieksvriendelijke variant van het jaarverslag: ‘Loop even mee’. Via opvallende online video’s op social media en andere kanalen nodigt APG mensen uit om in een interactieve wereld te stappen, die is gefilmd vanuit het gezichtspunt van de kijker. Ze lopen vervolgens op een actieve manier samen met APG door het pensioenjaar. Onderweg staan ze voor een aantal herkenbare dilemma’s over geld, duurzaamheid en de toekomst. Keuzes die ze maken bepalen het vervolg van de video. Zo krijgen mensen alleen te zien wat voor hen relevant is. Stap voor stap leren kijkers meer over pensioen en over welke rol APG hierin speelt.

 

Gepersonaliseerde informatie

Na afloop van de video komt de kijker op een gepersonaliseerde website terecht. Met verdiepende informatie over de onderwerpen die al kort zijn aangestipt in de video. De gemaakte keuzes in de video bepalen welke informatie de kijker te zien krijgt. Het platform is speciaal ontworpen voor mobiele telefoons. Daarnaast is het ook mogelijk om vanaf een tablet of computer ‘Loop even mee’ te bekijken.

Ook dit jaar een publieksverslag

In een jaar komt er namelijk heel wat op mensen af. Ook als het over pensioen gaat. In de brij van informatie en de emotionele lading die pensioen inmiddels heeft gekregen, is het lastig om mensen écht te raken. Terwijl het tegelijkertijd belangrijk is voor ieders toekomst. En nu iets doen, kan invloed hebben op later. Samen zoeken we met de pensioenfondsen waar we voor werken, steeds naar vernieuwende invalshoeken die pensioen toegankelijk maken. Vanuit deze bril transformeerden we ons jaarverslag - net als vorig jaar - naar een publieksvariant ‘Loop even mee’. We hebben onszelf daarom de vraag gesteld hoe we mensen in Nederland, en met name de mensen die pensioen opbouwen, op een laagdrempelige, relevante en leuke wijze in contact kunnen brengen met pensioen. Tegelijkertijd vertellen we wie wij zijn en wat wij voor pensioen doen.

 

Samen op zoek naar nieuwe invalshoeken

APG werkt als pensioenuitvoerder voor het pensioen van ruim 4,5 miljoen mensen in Nederland en beheert voor hen ruim €500 miljard aan pensioenvermogen. APG vervult hiermee een belangrijke functie in de samenleving. Samen met verschillende pensioenfondsen en werkgevers zet APG zijn kennis in om mensen de meeste waarde te bieden voor elke ingelegde pensioeneuro. Hoe laagdrempeliger, persoonlijker en relevanter we pensioen maken, hoe groter de kans dat de boodschap aankomt. Daarom gaan we samen met de pensioenfondsen waar we voor werken, steeds op zoek naar vernieuwende invalshoeken die pensioen toegankelijk maken.

Volgende publicatie:
“Pensioen mag geen tweede Brexit worden”

“Pensioen mag geen tweede Brexit worden”

Gepubliceerd op: 25 april 2019

APG heeft een uitdagend jaar achter de rug. Dalende aandelenkoersen in het vierde kwartaal leidden tot een negatief rendement voor pensioenfondsen. En ondanks alle inspanningen van betrokkenen ligt er nog altijd geen nieuw pensioenakkoord. Dat betekent onzekerheid voor veel pensioenfondsklanten en hun deelnemers. Bestuursvoorzitter Gerard van Olphen en Ronald Wuijster - verantwoordelijk voor vermogensbeheer - blikken terug én vooruit en leggen uit hoe APG omgaat met deze en andere dilemma’s zoals rendement versus duurzaamheid en bonussen voor beleggers.

 

De slepende discussie over het pensioenakkoord in de Nederlandse polder, de politieke onzekerheid in de wereld, de daling van de rente en het sterk dalen van de aandelenmarkt in het vierde kwartaal: 2018 was geen gemakkelijk jaar voor APG. Het rendement was negatief. Hoewel bpfBOUW begin van het jaar nog licht kon indexeren, daalde de dekkingsgraad van klant ABP onder de 100%. Daarmee ligt de mogelijkheid van korten op de pensioenen bij ABP weer op de loer. De indexatie werd al eerder geschrapt. Inmiddels zijn de aandelenmarkten weer gestegen en is het belegd vermogen van APG met 500 miljard euro hoger dan ooit. Daarmee zijn de zorgen nog niet voorbij, aldus voorzitter raad van bestuur Gerard van Olphen en Ronald Wuijster, verantwoordelijk voor het vermogensbeheer van de aangesloten pensioenfondsen, onder meer ABP, bpfBOUW en SPW.

 

Waar lagen jullie in 2018 wakker van?
Gerard van Olphen: ‘Het meest uitdagend vond ik de externe omstandigheden. Wij werken hard aan pensioenwaarde: we willen zo veel mogelijk waarde creëren voor elke euro die deelnemers via ons inleggen. Het afgelopen jaar hebben we een paar goede stappen gezet: we liggen strategisch op koers, we hebben gemiddeld de uitvoeringskosten per deelnemer met zes procent verlaagd en we geven klanten meer inzicht in hun pensioen. Tegelijkertijd blijft het kortingsspook boven de markt zweven door de lage rente. Bovendien neemt het vertrouwen van de deelnemer en het maatschappelijk draagvlak steeds verder af door het uitblijven van een pensioenakkoord. Dat is lastig.’

 

Ronald Wuijster: ‘Voor ons als beleggers kwam de grootste uitdaging aan het eind van vorig jaar. De eerste negen maanden van 2018 zag het ernaar uit dat we een redelijk rendement zouden boeken, het laatste kwartaal sloeg dat ineens om. Wij zitten hier om rendement te halen voor de deelnemers, dus een negatief resultaat is gewoon niet fijn. We hebben met onze beleggingen weliswaar beter gepresteerd dan de markt, maar het blijft heel vervelend. Ook al omdat we de dekkingsgraad van ABP graag uit de gevarenzone hadden gehouden.’

Het pensioenvermogen is hoger dan ooit. Waarom blijft indexatie dan toch uit en moet er misschien zelfs gekort worden?


Gerard: ‘Ja, dat voelt heel dubbel en is bijna niet uit te leggen. Sinds 2008 is ons vermogen twee keer zo groot geworden, maar door de extreem lage rente zijn de verplichtingen nog hárder gegroeid. Terwijl ik dit uitleg, besef ik heel goed dat mensen daar geen brood van kunnen eten en dat is heel zuur. Als APG kunnen wij er alleen niet zo veel aan doen. De regels eisen hoge dekkingsgraden om aan de pensioenverplichtingen te voldoen. Daarom is het belangrijk dat er snel een pensioenakkoord komt, waarin niet wordt uitgegaan van een pensioengarantie, maar van een pensioenambitie. Dan kan de uitkering gaan mee ademen met de economie, ontstaat er meer ruimte voor indexeren, maar de keerzijde is wel dat dan ook eerder zal worden gekort.'

 

Moet APG zelf ook anders met de deelnemer communiceren?
Gerard: ‘De pensioensector en dus ook APG heeft mensen altijd het gevoel gegeven dat het wel goed kwam met hun pensioen en dat ze er zelf niet naar hoefden te kijken. Daardoor is de verwachting ontstaan dat dat pensioen gegarandeerd was. Nu er niet wordt geïndexeerd en soms gekort, zeggen mensen: ik krijg niet waar ik recht op heb. Dat is een volstrekt logische reactie. Wij hebben als sector gewoon niet goed gecommuniceerd dat pensioen altijd gepaard gaat met een stukje onzekerheid en dat mensen zich moeten voorbereiden op hoe ze er later financieel voorstaan.’

 

Deelnemers snappen ook niet waarom APG bij een negatief rendement toch bonussen uitkeert.
Ronald: ‘Ik kan me goed voorstellen dat mensen zich afvragen hoe dat zit. We beleggen voor de lange termijn en dus beoordelen we de prestaties ook op de lange termijn. Het afgelopen decennium hebben we bij ABP gemiddeld tien procent rendement per jaar gehaald. In 2018 werd het totaalrendement uiteindelijk negatief door de slechte aandelenmarkt, maar de niet-beursgenoteerde beleggingen hebben het juist wél goed gedaan. Daar hebben we ook beter gepresteerd dan de markt. We belonen mensen daarnaast voor niet-financiële prestaties, zoals leiderschap en samenwerking. We kijken bij de beloning dus niet naar dat ene mindere jaar, maar naar de lange termijn en naar het geheel.’

Toch klinkt het best veel: circa 31 miljoen aan variabele beloning en vijf mensen die een miljoen of meer verdienen.


Ronald: ‘31 miljoen euro is veel geld, maar het is minder dan tien procent van onze totale kosten. Bovendien wordt circa vijf miljoen daarvan in Nederland uitgekeerd en de rest in het buitenland. De vijf mensen die een miljoen of meer verdienen, werken voor ons in Amerika. Voor het aantrekken van topbeleggers daar ontkom je soms niet aan variabele beloning. Je moet ook kijken naar de opbrengsten. Omdat die topbeleggers op de lange termijn extra rendement weten te genereren voor de deelnemers, verdient die variabele beloning zichzelf in veelvoud terug.’


Gerard: ‘Voor alle duidelijkheid: mijn collega-bestuurders en ik krijgen géén variabele beloning. Die variabele beloning is alleen bedoeld voor een klein clubje beleggers. Wij doen bij APG driekwart van alle beleggingen zelf. Je moet dus goede mensen in huis halen. Als je bijvoorbeeld belegt in de aanleg van een snelweg in Australië, dan heb je mensen nodig die de markt kennen: boots on the ground. Je kunt een miljardenportefeuille nu eenmaal moeilijk beheren via telefoon of skype vanuit Amsterdam. Je kunt beleggingen ook uitbesteden, maar dat is een stuk duurder. Dat doen we dus alleen als het niet anders kan. Bovendien wordt dan niet zichtbaar hoeveel er aan variabele beloning is betaald, want dat gebeurt door die externe partij. Terwijl wij er transparant over zijn.’

 

APG beheert Nederlands pensioengeld, waarom wordt dat grotendeels in het buitenland belegd en niet in eigen land?


Ronald: ‘Ik snap de vraag, maar de Nederlandse economie is in omvang slechts 1% van de wereldeconomie. Wereldwijd beleggen biedt meer kans op rendement. We willen bijvoorbeeld ook profiteren van de groei in Azië. Bovendien moet je niet alle eieren in hetzelfde mandje leggen, maar de risico’s zoveel mogelijk spreiden. We willen de komende jaren overigens wel meer in Nederland gaan beleggen. We zijn onder andere al betrokken bij de financiering van de Afsluitdijk, energiezuinige huizen en windmolens. Je kunt ook denken aan andere investeringen in de infrastructuur, zoals een betere verbinding tussen Schiphol en Amsterdam. In veel landen worden dergelijke projecten door pensioenfondsen gefinancierd. Dat kan ook voor ons interessant zijn, mits het rendement goed is.’

 

Stel, APG moet kiezen tussen rendement of duurzaamheid bij een investeringsbeslissing?
Ronald: ‘Het is primair onze opdracht om een goed pensioen voor de deelnemer te realiseren, daarom is een goed rendement nodig. Maar daarnaast willen we met onze beleggingen bijdragen aan een goede leefomgeving, anders heb je later niets aan dat goede pensioen. Een goed pensioen, in een duurzame wereld, nadrukkelijk in die volgorde. In de praktijk ervaren we trouwens amper een dilemma tussen rendement en duurzaamheid. Sterker nog: omdat we niet alleen naar de financiële cijfers kijken, maar ook naar duurzaamheid, nemen we betere beleggingsbeslissingen.’

 

Waarom investeert APG nog steeds in bedrijven als Shell?
Ronald: ‘Je kunt besluiten om niet in dat soort bedrijven te beleggen, maar dan kun je als grote aandeelhouder ook geen invloed uitoefenen. Wij blijven als belegger liever betrokken. Shell werkt aan de transitie van fossiele brandstoffen naar nieuwe energiebronnen, mede door de druk die wij op het management uitoefenen. Je kunt idealistisch roepen dat er morgen geen fossiele brandstoffen meer gebruikt mogen worden, maar dat is niet realistisch: de wereld kan nog niet zonder. Wij kiezen niet voor een activistische benadering, maar we laten wél onze stem horen.’

 

APG wil zich meer op de deelnemer gaan richten en heeft een vijfde bestuurslid benoemd met die verantwoordelijkheid. Wat gaat de deelnemer daar concreet van merken?
Gerard: ‘In een nieuw pensioenstelsel met minder garantie en meer keuzevrijheid moeten mensen verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen pensioen. Ze moeten ingrijpende keuzes maken, terwijl ze vaak onvoldoende kennis hebben en geen zin om zich erin te verdiepen. We sturen deelnemers nu één keer per jaar een bijna onleesbaar pensioenoverzicht. Zeventig procent van de Nederlanders gooit de envelop meteen weg. Je moet pensioenen dus eenvoudiger en toegankelijker maken en mensen helpen pensioenbewust te worden. Zo kun je denken aan een digitale ‘pensioen-apk’ bij levensmomenten als trouwen, scheiden, kinderen krijgen of een andere baan. Een snelle check: wat betekent dat voor je pensioen? Het afgelopen jaar hebben we bijvoorbeeld de Persoonlijke Pensioenpot ontwikkeld voor ABP. Daarmee kunnen inmiddels 850.000 Nederlanders zien hoeveel geld er voor ze in de pot zit. De komende periode gaan we met deelnemers in gesprek over hoe we ze verder kunnen ondersteunen.’

 

Er zijn in Nederland ook 850.000 zzp’ers zónder pensioen. Hoe moeten we daarmee omgaan?
Gerard: ‘Dat is zorgelijk. Als zzp’ers geen pensioen opbouwen, kan dat leiden tot armoede onder ouderen. De meeste werknemers werken verplicht elke week één dag voor hun pensioen. Daardoor heeft Nederland 1400 miljard euro klaarstaan als oudedagsvoorziening. Zzp’ers kunnen vrijwillig pensioen opbouwen, maar doen dat niet altijd. Als je mensen de keuze geeft om hun geld veertig jaar vast te zetten, of vandaag uit te geven bij de Mediamarkt, dan doen ze het laatste. Nu is de ene zzp’er de andere niet. Je hebt de ontslagen bouwvakker die tegen wil en dank zzp’er werd en je hebt de goedbetaalde ict’er of interim-manager. Wij vinden dat de overheid maatregelen moet nemen de kwetsbare zzp'ers en de middengroepen te beschermen. We hadden het daarom wenselijk gevonden als er een verplicht zzp-pensioen zou komen. Omdat dit politiek niet haalbaar lijkt en er ook onvoldoende draagvlak is bij zzp'ers zelf, kun je denken aan tussenvormen die de kern van dit probleem aanpakken, maar die meer ruimte bieden voor maatwerk.'

 

Tot slot: krijgen we ooit nog een pensioenakkoord?
Gerard: ‘In Nederland spreken we schande van de manier waarop Britse politici omgaan met de Brexit. De pensioenonderhandelaars moeten oppassen dat ze bij het pensioenakkoord niet hetzelfde gedrag gaan vertonen. Er wordt misschien gedacht: we hebben tot 31 december 2019, dus laten we tot de kerst onderhandelen, want dat vergroot de druk om eruit te komen en misschien komt er dan vanzelf een partij in beweging. Maar dat leidt tot grote onzekerheid voor de Nederlandse pensioendeelnemers. De partijen moeten zich realiseren welke emoties dit in het land oproept. Ze hebben de plicht om knopen door te hakken en mensen eindelijk te laten weten waar ze aan toe zijn.’

 

Volgende publicatie:
Pensioen opgebouwd in het buitenland?

Pensioen opgebouwd in het buitenland?

Gepubliceerd op: 19 februari 2019

Werken in het buitenland betekent vaak ook dat je pensioen opbouwt in dat land. Hiermee wordt inzicht krijgen in wat je waar hebt opgebouwd er vaak niet makkelijker op..

 

ls het aan de Europese Unie ligt, biedt een Europees pensioenplatform uitkomst. Een internationaal consortium van ervaren pensioenpartijen, waaronder APG, werkt met de EU aan de komst van zo’n Europees pensioenplatform.Noem het een Track & Trace van je pensioen. 

 

Het consortium en de EU startten al in 2013 met de uitwerking van dit idee en zijn nu toe aan de volgende fase. Er komt een pilot, waarbij de bestaande website  www.FindyourPension.eu stap voor stap wordt uitgebreid. Er zal generieke pensioeninformatie worden aangeboden uit meerdere Europese landen. Hoe wordt pensioen geregeld in bijvoorbeeld Duitsland of België? En men kan er terecht voor hulp bij het traceren van opgebouwd pensioen in ten minste vijf Europese lidstaten. Ook wordt in de pilot de technische basis gelegd voor de Europese track & trace functionaliteiten. Het uiteindelijke doel is om zoveel mogelijk pensioenpartijen aan te sluiten.  

 

Press Release.

Volgende publicatie:
Interview Gerard van Olphen met De Telegraaf

Interview Gerard van Olphen met De Telegraaf

Gepubliceerd op: 17 augustus 2018

Gerard van Olphen spreekt in een interview met De Telegraaf over de pensioensector, collectief beleggen en het realiseren van extra rendement.

 

Pensioensector moet Nederlands leren

“Omdat carrièrepaden tegenwoordig heel anders verlopen, zullen mensen zich meer dan in het verleden moeten afvragen hoe het met hun pensioen zit. „Het gaat niet meer vanzelf”, trapt Van Olphen direct af. „Dus moeten wij Nederlanders geen pensioenjargon willen leren, maar de pensioensector zal Nederlands moeten leren.”

 

Collectief beleggen biedt meer kansen

„Een individueel potje is uitvoerbaar, want dat is in zekere zin een individuele verzekering. Maar er zitten een heleboel nadelen aan. Als je collectief belegt, met een verplichtstelling, kan je op de lange termijn, dertig tot veertig jaar, voor mensen beleggen. Die kunnen niet iedere dag in- en uittreden. Dat geeft kansen die er voor iemand die op dagbasis belegt niet zijn.”

 

Opnieuw oriënteren als toonaangevende belegger

"In afgelopen tien jaar zijn de pensioenpotten in omvang verdubbeld, met rendementen die vaak boven de 7% lagen. Maar wat we zien is dat de dingen die je als belegger die afgelopen jaren succesvol maakten, niet de dingen zijn die je de komende jaren succesvol maken. Hoewel we van crisis naar crisis holden, zijn de afgelopen dertig jaar vanuit het oogpunt van rendement topjaren geweest. De drijvers waren een sterk dalende rente, dalende inflatie, toenemende wereldhandel, opkomende markten en een jonge, mondiale arbeidsbevolking. Als je dat nu bekijkt voor de komende twintig jaar? Dalende rentes en inflatie? Toenemende wereldhandel? Mwah. Opkomende markten zijn concurrenten geworden. De wereld vergrijst. We moeten ons dus opnieuw oriënteren als we een toonaangevende belegger willen blijven.”

 

Extra rendement realiseren

„Wij zien onder meer mogelijkheden in opkomende markten, vastgoed en alternatieven voor bankleningen. Waar mogelijk willen we ook zelf mogelijkheden creëren. En we kiezen ook voor lage kosten: concreet doen we zo veel mogelijk beleggingen in huis, in plaats van het uit te besteden aan dure buitenlandse partijen. We hebben net een overeenkomst gesloten in China met E Fund, een grote vermogensbeheerder. China bouwt aan een eigen pensioenstelsel en E Fund wil zich als vermogensbeheerder toeleggen op die ontluikende pensioenmarkt en van ons leren. En wij willen deze grote, steeds opener economie begrijpen en rechtstreeks toegang krijgen tot de rendementen.”

 

Lees het volledige interview op de website van De Telegraaf

Volgende publicatie:
Lancering 'De wereld achter jouw financiële toekomst'

Lancering 'De wereld achter jouw financiële toekomst'

Gepubliceerd op: 29 mei 2018

Pensioen is voor veel mensen hartstikke ingewikkeld, daarom laten we deelnemers met ‘de wereld achter jouw financiële toekomst’ het Nederlandse pensioenstelsel op andere manier zien.

 

Met “De wereld achter jouw financiële toekomst” beleven deelnemers hoe het collectieve stelsel in elkaar zit en wat er wanneer gebeurt rondom hun eigen pensioen. Ook laten we hen ervaren wat wij als APG in het jaar 2017 hebben gedaan voor een goed pensioen. Het is zeg maar het publieksverslag van APG.

Dit publieksverslag is behalve te lezen, ook met de app ‘Toekomst in zicht’ te ervaren via Augmented Reality (AR). Hierdoor wordt met een smartphone/tablet een extra laag toegevoegd aan de werkelijkheid en komt het document tot leven in de persoonlijke omgeving van de lezer.

 

Lees en ervaar

'De wereld achter jouw financiële toekomst' lezen? Download het verslag

Het verslag met een extra dimensie via AR beleven? Download hieronder de app voor mobiel/tablet:

Volgende publicatie:
Jaarverslag APG 2017: goede stappen gezet in vergroten pensioenwaarde deelnemer

Jaarverslag APG 2017: goede stappen gezet in vergroten pensioenwaarde deelnemer

Gepubliceerd op: 26 april 2018
  • gemiddeld rendement circa 7 procent
  • uitvoeringskosten verlaagd
  • groei in duurzaam beleggen
  • innovatie door samenwerking met fondsen

 

APG behaalde voor zijn pensioenfondsen en hun deelnemers over 2017 een gemiddeld rendement van circa 7 procent (over de verschillende fondsen varieerde dit van 5,6 tot 7,9 procent). Tegelijkertijd slaagde APG erin om de uitvoeringskosten per deelnemer te verlagen met behoud van een kwalitatief hoogwaardige dienstverlening. APG is een financieel gezonde onderneming. De omzet van APG bedroeg in 2017 €1.052 miljoen. Het netto resultaat kwam uit op €47 miljoen. Dat blijkt uit het vandaag gepubliceerde Jaarverslag 2017. 

 

Als toonaangevend belegger ontwikkelde APG nieuwe initiatieven. Zo maakte APG in 2017 bekend dat het samen met E Fund in Chinese aandelen gaat beleggen. APG en E Fund, één van de grootste beleggers van China, wisselen kennis uit op het gebied van vermogensbeheer, ICT en pensioenadministratie. Het partnership past in de strategie van APG om nadrukkelijk in duurzaamheid en groeimarkten te investeren. Daar verwacht APG op de termijn meer rendement voor deelnemers te realiseren.

 

Recent maakte APG bekend dat het kunstmatige intelligentie voor duurzaam beleggen gaat inzetten. APG nam daartoe de data analytics-activiteiten op dit vlak over van Deloitte Nederland. Het bedrijfsonderdeel staat bekend om haar grote expertise en kennis op het snijvlak van kunstmatige intelligentie, big data en duurzaam beleggen. De overname leidt voor APG tot een aanmerkelijke versnelling in de toepassing van kunstmatige intelligentie en big data voor duurzaam en verantwoord beleggen.

 

Samenwerking met ABP en SPW leidde tot innovatieve producten voor deelnemers. Met ABP werd de persoonlijke pensioenpot ontwikkeld: een aantrekkelijke visualisatie waarmee de deelnemer op eenvoudige wijze inzicht krijgt in het opgebouwde pensioen. Samen met SPW werd Helder Overzicht & Inzicht gelanceerd. Daarmee krijgen deelnemers van het fonds gemakkelijk inzicht en overzicht in hun inkomsten en uitgaven bij pensionering.

Naast de drie ‘traditionele’ variabelen risico, rendement en kosten is voor de ruim 700 APG-beleggers een vierde variabele heel belangrijk: duurzaamheid. Een steeds groter deel van het belegde vermogen wordt duurzaam belegd. Pensioenfondsen en APG geloven in het realiseren van een goed pensioen in een duurzame wereld. Omdat de beleggingsrendementen in de nabije toekomst naar verwachting zullen afnemen, zoekt APG naar alternatieve beleggingen en zet het in op ‘ondernemend beleggen’.

 

Gerard van Olphen, voorzitter raad van bestuur APG: “We hebben in het afgelopen jaar nadrukkelijk ingezet op het vergroten van pensioenwaarde voor onze pensioenfondsen en hun deelnemers. Concreet willen we deelnemers de meeste inkomensjaren voor later bieden. Door het behalen van goede en duurzame rendementen enerzijds en het verlagen van onze uitvoeringskosten anderzijds, hebben we daar in 2017 goede stappen gezet. We kijken dan ook met tevredenheid terug op 2017 en zetten alles in het werk om deze lijn in de toekomst voort te zetten.”

 

APG beheert circa 470 miljard euro pensioenvermogen en zorgt ervoor dat ruim 4,5 miljoen mensen erop kunnen vertrouwen dat hun opgebouwde pensioenrechten op een goede manier worden belegd, geadministreerd en uitgekeerd.

 

Bekijk hier het volledige APG Jaarverslag 2017

 

Volgende publicatie:
Acht vragen en antwoorden over pensioen en de rente

Acht vragen en antwoorden over pensioen en de rente

Gepubliceerd op: 15 november 2016

Het is moeilijk uit te leggen. Nederlandse pensioenfondsen hadden vorig jaar 1.176 miljard euro aan vermogen. En toch worden de pensioenen niet aangevuld en dreigt een aantal fondsen volgend jaar te moeten korten. Het heeft te maken met de invloed van de dalende rente op de dekkingsgraden, waar in het NRC artikel een achttal vragen over worden gesteld aan diverse professionals in de pensioenwereld.

 

Wat is de rekenrente en waar komt het vandaan?

De waarde van het pensioen in de toekomst, wordt bepaald met de rekenrente. Vroeger was er een vaste rekenrente van 4 procent, sinds 2007 is deze gebaseerd op de ‘risicovrije marktrente’. Als fondsen iemand over 10 jaar pensioen moeten uitkeren, dan rekenen ze met de marktrente voor een duur van 10 jaar; een uitkering over 20 jaar met de 20-jaarsrente. Maar wie aan het begin van zijn carrière pensioen gaat opbouwen, krijgt misschien pas over 55 jaar pensioen. Omdat rentes van langer dan 20 jaar onbetrouwbaar zijn, heeft De Nederlandsche Bank (DNB) in 2012 de UFR ingevoerd. De toezichthouder heeft deze rekenrente in 2015 al verlaagd en de UFR is nu beweeglijk en daalt verder.

 

Lage rente en invloed op pensioen

"De pensioenen zijn veel duurder geworden,” aldus Onno Steenbeek. "Het idee van verdamping is flauwekul. De verplichtingen zijn harder gestegen dan het vermogen – ook omdat we berekend hebben dat we veel langer leven. Dat speelt... in de hele sector.”

 

Acht vragen over pensioen

De acht vragen die in het artikel beantwoord worden, zijn: 

  1. Wat bepaalt of pensioenfondsen mogen verhogen of moeten korten? Met wat voor rente rekenen pensioenfondsen?
  2. Met wat voor rente rekenen pensioenfondsen?
  3. Wat doet de lage rente dan met pensioenen?
  4. Hoeveel miljarden zijn er door de lage rente verdampt?
  5. Pensioenfondsen kunnen dus ook verdienen als de rente daalt?
  6. Hebben mensen met pensioenverzekeringen ook last van de rente?
  7. Wat willen politieke partijen aan de lage rente doen?
  8. Wat gebeurt er als de rente nu ineens zou blijven stijgen?

Lees het gehele artikel op nrc.nl 

Volgende publicatie:
De pensioenpuzzel van zelfstandigen

De pensioenpuzzel van zelfstandigen

Gepubliceerd op: 7 november 2016

Hoe bereiden zelfstandigen in Nederland zich voor op hun pensioen? Zij hebben vaak geen, of een verhoudingsgewijs klein, verplicht bedrijfspensioen. De kernvraag luidt dan ook: leggen zelfstandig ondernemers op vrijwillige basis geld opzij en is dit toereikend om hun verwachtingen over hun pensioen te vervullen?

 

Verschillende databronnen zijn naast elkaar gelegd om de pensioenpuzzel van zelfstandig ondernemers uiteen te kunnen rafelen. Wanneer alle puzzelstukjes bij elkaar worden gelegd, ontstaat het beeld dat het toekomstige (pensioen)vermogen van zelfstandigen hoogstwaarschijnlijk niet overeenkomt met hun huidige verwachtingen ten aanzien van de toekomst.

 

Gelijke verwachtingen

Zelfstandigen en werknemers hebben vergelijkbare verwachtingen ten aanzien van pensioenleeftijd en vervangingspercentage (de verhouding tussen de pensioenuitkering en het laatst verdiende loon). Voor werknemers met een volledige loopbaan kan er aan deze verwachtingen worden voldaan, mits hun pensioenfonds er goed voor staat, maar het is zeer de vraag of dit ook geldt voor zelfstandigen. De motivatie om te sparen is in beide groepen hoog. Misschien zelfs hoger onder zelfstandigen. Maar zij hebben ook weinig bedrijfspensioen opgebouwd en moeten meer privaat vermogen opbouwen om aan eenzelfde pensioen te komen.

Hoewel zelfstandigen het belangrijk vinden om te sparen voor hun pensioen en dit ook van plan zijn, blijkt dit voor hen toch lastig te realiseren. Hetzelfde probleem geldt overigens voor veel werknemers, maar zelfstandigen zitten in een slechtere positie. Zij hebben vaker te weinig rechten opgebouwd in de tweede en derde pensioenpijler. Ook kunnen ze te maken krijgen met hogere hypotheekkosten na hun pensionering, vanwege een hogere restschuld en het verlies van hypotheekrenteaftrek. Daarnaast hebben zelfstandigen in veel gevallen niet wezenlijk meer privévermogen dan werknemers met een vergelijkbaar inkomen. Ook een onderzoek naar hun meer onconventionele pensioenbesparingen wijst er niet op dat zelfstandigen zich op een andere significante wijze voorbereiden op hun pensioen.

 

Lees het volledige rapport op netspar.nl en bekijk het video interview met Mauro Mastrogiacomo (VU)

 

Lees meer:

Volgende publicatie:
Nederland behoudt tweede plaats wereldranglijst pensioenen

Nederland behoudt tweede plaats wereldranglijst pensioenen

Gepubliceerd op: 24 oktober 2016

Het Nederlandse pensioenstelsel staat net als vorig jaar op plaats twee op de wereldranglijst van pensioenen, maar loopt in op de nummer 1: Denemarken. Australië blijft op de derde plaats. Dit blijkt uit de jaarlijkse Global Pension Index van Mercer, adviesbureau op het gebied van Health, Wealth, Career.

 

De Global Pension Index

De Global Pension Index vergelijkt de pensioenstelsels van 27 landen wereldwijd en dekt hiermee bijna 60% van de wereldbevolking. Er wordt gekeken naar zowel door de overheid gefinancierde als zelf geregelde pensioenen, maar ook naar persoonlijke bezittingen en spaargeld buiten het pensioenstelsel.

 

De index is gebaseerd op drie elementen: toekomstbestendigheid, integriteit en toereikendheid. Hoewel de toekomstbestendigheid van het Nederlandse stelsel iets is toegenomen, is de mate waarin onze pensioenen een leefbaar minimuminkomen kunnen garanderen (toereikendheid) iets gedaald.

 

Nederland en Denemarken zijn de enige landen met een A-grade: een eerste klas en krachtig pensioenstelsel dat goede prestaties levert, duurzaam en betrouwbaar is. Wel reikt de Global Pension Index punten aan waarop het Nederlandse pensioenstelsel verbeterd kan worden, zoals het stimuleren van arbeidsparticipatie van ouderen.

 

Vertrouwen in pensioenfondsen gedaald

Ook werd de deelnemers door Mercer gevraagd hoe groot hun vertrouwen is in de pensioenfondsen. Bij meer dan een kwart van de Nederlanders is het vertrouwen in hun pensioenfonds het afgelopen jaar gedaald. Bij slechts 7% van de Nederlanders is het vertrouwen toegenomen. Bartjan Willenborg van Mercer: “Bijna dagelijks lees je in de media negatieve berichten over de financiële positie van pensioenfondsen en het verlagen van pensioenuitkeringen. Nederlanders lezen dus vooral wat er niet goed gaat, maar horen zelden wat er wel goed gaat. Hierdoor krijgen ze een steeds negatiever beeld van de fondsen en daalt het vertrouwen.” Deelnemers geven aan dat hun vertrouwen zal toenemen wanneer ze beter inzicht hebben in hun persoonlijke situatie. “Maak het ze makkelijk door ze met één druk op een knop te laten zien hoeveel er in hun pensioenpot zit”, oppert Willenborg.

 

Lees hier het volledige rapport.

Volgende publicatie:
The times they are a-Changin'

The times they are a-Changin'

Gepubliceerd op: 2 oktober 2016

Ethiek en integriteit was het onderwerp van gesprek op 1 september jongstleden op de bijeenkomst van de beroepsorganisaties van beleggingsprofessionals VBA en CFA. Is een mooie mix van ethiek en integriteit de oplossing voor Times are a-changin’, internet, big data en vertrouwen?

 

Financiële sector onderdeel van de samenleving

Minister Jeroen Dijsselbloem, Gerard van Olphen, voorzitter van de raad van bestuur van APG, Fieke van der Lecq, hoogleraar Pensioenmarkten aan de VU en Jacob Kohnstamm, oud-voorzitter van de Autoriteit Persoonsgegevens, vertelden over hun visie en uitdagingen. Fintech-experts Don Ginsel, Maurits Olijve en Berend de Jong legden uit hoe fintech een zegen of vloek kan zijn voor de consument. Om vertrouwen te herstellen, moet de financiële sector zich onderdeel voelen van de samenleving. Het zorgdragen voor het geld van anderen brengt daarbij een grote verantwoordelijkheid met zich mee.

 

Stoppen met 'het geleuter over vertrouwen'

Voor professionals in de sector kan het soms frustrerend zijn dat het vertrouwen laag blijft. Net als het beter lijkt te gaan, gooien nieuwe feiten roet in het eten. Met als het tegenzit nieuwe regels tot gevolg. Fieke van der Lecq riep op te stoppen met ‘het geleuter over vertrouwen’; ‘wees extra voorzichtig als je alleen geld met geld verdient’. De uitdaging in een snel veranderende omgeving is om na te denken over je eigen toegevoegde waarde. Wat heeft een consument of bedrijf aan specifieke producten en diensten? Dragen deze bij aan het bedrijfsresultaat of aan het realiseren van doelen van de klant? Wat verwachten bedrijven en consumenten van de sector? Daarvoor is het nodig om intensief in gesprek te zijn met de klant. Een statement als ‘de klant centraal’ wordt door alle aanbieders in de sector beleden. Maar kennen we de klant ook echt? 

 

Anders werkend vertrouwen

De fintech-experts gaven een inkijkje in de laatst ontwikkelingen op het snijvlak van technologische innovatie en de financiële sector. Ook Nederland kent inmiddels honderden startups die zich veel meer dan traditionele financials richten op zaken die de consument echt wil. Vertrouwen blijkt opeens heel anders te werken. Nieuwe bedrijven kunnen in korte tijd onderdeel worden van de vertrouwde omgeving van consumenten, waarin zij veel informatie over zichzelf prijsgeven. Het kennen van de klant is veel eenvoudiger geworden, maar is dit altijd veilig? Security wordt een steeds groter thema en 100% veiligheid bestaat niet. De financiële sector snapt volgens de fintech-experts nog onvoldoende dat het gedrag van de klant echt is veranderd. Tijd voor navelstaren is er niet: nieuwe bedrijven van buiten de sector willen maar al te graag consumenten bedienen op het gebied van betalen, verzekeren en beleggen. En dat tegen vaak lagere kosten. 

 

Delicate balans tussen gemak en risico 

Tegenover het gemak van fintech staan echter ook risico’s. Als persoonsgegevens (big data) een betaalmiddel worden, dan moeten we opletten, aldus Jacob Kohnstamm. Het maken van profielen van consumenten kan onzichtbare gevolgen hebben en de vrijheid, autonomie, gelijke behandeling en zelfontplooiing kunnen in het geding komen. Een dubbeltje kan dan geen kwartje meer worden.

 

Gewoner en toegankelijker, niet eenvoudiger

Zo brengt fintech nieuwe dilemma’s met zich mee. Het gesprek met de samenleving is essentieel om het moreel kompas zuiver te houden, zeker in snel veranderende tijden. Het streven om de belangen van de klant, aanbieder en andere stakeholders in evenwicht te houden, gaat zo door. Eenvoudiger gaat de financiële wereld niet worden met alle nieuwe aanbieders, maar wel gewoner en toegankelijker. Tot genoegen van de klant.

Volgende publicatie:
Pensioenstelsel 2025: klaar voor het vervolg in de 21ste eeuw?

Pensioenstelsel 2025: klaar voor het vervolg in de 21ste eeuw?

Gepubliceerd op: 13 september 2016

In ‘Pensioen Topics’ geven vooraanstaande auteurs uit de pensioenwereld hun visie op het pensioencontract, de beleggingen, het bestuur en de governance. Jurre de Haan, Peter Gortzak en Alwin Oerlemans van APG hebben een bijdrage geleverd over pensioen in de toekomst.

 

In het hoofdstuk 'Pensioenstelsel 2025: klaar voor het vervolg in de 21ste eeuw?' beschrijven de auteurs hoe de wereld om ons heen snel verandert. De voorkeuren en waarden van deelnemers veranderen, evenals de maatschappij zelf. Welke eisen zal de deelnemer in 2025 stellen aan een goed pensioen? En wat betekent dit voor de pensioenuitvoering? Het gaat daarbij om trends die vragen om een aanpassing van het pensioenstelsel, zoals de toenemende behoefte aan eigen regie, een dynamische arbeidsmarkt waarbij de houdbaarheidsdatum van bedrijven en sectoren steeds korter zal worden en de (on)houdbaarheid van het huidige pensioencontract.

 

Na de huidige trends wordt de vertaalslag gemaakt naar wat dit betekent voor de consument in 2025. Waar moet volgens hem of haar een goed pensioen aan voldoen? Hoe kan de consument zijn inkomen voor later en zijn inzetbaarheid op de arbeidsmarkt borgen? Daarbij wordt een schets gegeven in welke richting het pensioenstelsel zich kan begeven gebaseerd op de trendanalyse en de waarden voor een goed pensioen. De veranderingen hebben eveneens implicaties voor de pensioenuitvoering. Nieuwe oplossingen voor de inkomensvoorziening voor later, technologische vernieuwing en andere wensen van deelnemers en gepensioneerden leiden tot innovatie in de uitvoering.

 

Lees meer:

Volgende publicatie:
Zesde APG Summercourse georganiseerd voor klanten

Zesde APG Summercourse georganiseerd voor klanten

Gepubliceerd op: 12 september 2016

Eind augustus organiseerde APG voor het zesde jaar op rij een summercourse voor zijn klanten. In drie dagen werd een intensieve leergang geboden met diverse sprekers, workshops, enkele netwerkmomenten en avondsessies.

 

Rode draad

De rode draad van het programma; van maatschappij, langs politiek en toezichthouders naar onze klanten en de individuele deelnemers. En tot slot antwoord op de vraag 'Hoe maakt APG zich klaar voor de toekomst?' om klanten hierin optimaal te kunnen ondersteunen en servicen.

Naast enkele sprekers van APG traden o.a. Kees Goudswaard, voorzitter van de SER-commissie Commissie Toekomst Pensioenstelsel, Gabriel Bernardino van Europese toezichthouder EIOPA, Bert Boertje van DNB en Johan de Groot van AFM op als spreker. Ook de klanten zelf kwamen aan het woord en presenteerden hun strategische verkenningen aan elkaar.

 

Achtergrond van de summercourse

Tijdens de summercourse kunnen klanten kennis en ervaringen uitwisselen en helpt APG hen bij het bevorderen van deskundigheid. En we proberen deelnemers te inspireren en uit te dagen om op een andere manier bezig te zijn met het eigen werkveld. Daarnaast biedt de leergang een mooie gelegenheid om intensief met elkaar van gedachten te wisselen over de ontwikkelingen in het pensioenlandschap.

Volgende publicatie:
In de psyche van de pensioendeelnemer voor betere pensioencommunicatie

In de psyche van de pensioendeelnemer voor betere pensioencommunicatie

Gepubliceerd op: 29 augustus 2016

Pensioenuitvoerders staan al snel met 1-0 achter als ze communiceren met hun deelnemers. “Mensen vertonen bij begrippen als ‘gras’ en ‘baksteen’ positievere emoties dan bij ‘uniform pensioenoverzicht’ en ‘dekkingsgraad’.” Neuromarketing biedt uitkomst.

 

De pensioendeelnemer is een vat vol tegenstrijdigheden. Tussen denken en doen gaapt vaak een diepe kloof. En beslissingen worden grotendeels niet bewust genomen, ook al denkt hij van wel. Emoties spelen daarbij een belangrijke rol. Ondertussen probeert de pensioensector de deelnemer (meer) bewust te maken van zijn pensioen en hem aan te zetten tot juiste beslissingen. Zie hier de grote uitdaging voor de afdeling communicatie.
 
Neuromarketing kan helpen om de pensioendeelnemer beter te leren kennen en communicatie beter op hem af te stemmen. Daarbij passen marketeers medische technieken en inzichten uit de neurowetenschap toe. Deze wetenschap probeert bijvoorbeeld met MRI-scans inzicht te krijgen in hoe onze hersenen de wereld om ons heen waarnemen, herinneringen uit het geheugen oproepen en hoe wij op basis daarvan handelen. Neurowetenschap  probeert vast te stellen hoe emoties ons denken beïnvloeden en hoe de regulering van emotie, denken en handelen in zijn werk gaat.
 
Neuromarketing past deze kennis en onderzoeksmethoden toe op het gebied van marketing. Het doel is om producten en diensten beter te laten aansluiten bij behoeftes van consumenten en om marketingactiviteiten effectiever te maken.

Op een klantenbijeenkomst van Robeco Premiepensioeninstelling (Robeco PPI) vertelde Joyce Vonken (adviseur marketing en communicatie bij APG en betrokken bij neurowetenschappelijk onderzoek naar de beleving van pensioen en pensioenkeuzes bij Nederlandse pensioendeelnemers) over de bevindingen van het onderzoek. APG is via dochteronderneming Inadmin administrateur van Robeco PPI.

Pensioencommunicatie maakt inhaalslag

“Pensioencommunicatie is met een inhaalslag bezig. Er wordt steeds meer gebruik gemaakt van wetenschappelijke inzichten op het gebied van neurowetenschap, gedragseconomie en communicatiewetenschap”, stelt Joyce Vonken.

 

Lees het volledige artikel op de website van Robeco.

Volgende publicatie:
Verandering verplichtstelling verzandt in vernieuwing pensioenst

Verandering verplichtstelling verzandt in vernieuwing pensioenst

Gepubliceerd op: 15 augustus 2016

Verandering van de verplichtstelling van bedrijfstakpensioenfonds naar bedrijfstakpensioenregeling. Dat was de kern van een wetsvoorstel dat staatssecretaris Jetta Klijnsma van SZW vorig jaar november in een brief aankondigde bij de Tweede Kamer. Inmiddels is de Perspectiefnota van het kabinet over de herinrichting van het Nederlandse pensioenstelsel verschenen. PensioenAdvies sprak met twee prominente wetenschappers en vroeg ook een reactie aan de Pensioenfederatie en het Verbond van Verzekeraars.

Voor de geschiedenis van het huidige systeem van verplichtstelling moeten we teruggaan tot het midden van de vorige eeuw. De verplichtstelling heeft als doel om zoveel mogelijk werknemers binnen een bedrijfstak solidair pensioen te laten opbouwen en om in die bedrijfstak neerwaartse concurrentie op de arbeidsvoorwaarde pensioen te voorkomen. Een verplichtstelling wordt op verzoek van sociale partners in een bedrijfstak onder voorwaarden door de overheid verleend. Alleen het verplicht gesteld  bedrijfstakpensioenfonds mag dan de pensioenregeling uitvoeren. Andere partijen mogen dat niet. Dit is een uitzondering op de mededingingsregels, maar die is toegestaan omdat het een dienst van algemeen economisch belang betreft.

 

Voorstel niet ingegeven door komst APF

Hoogleraar Pensioenrecht aan VU professor Erik Lutjens was een van de auteurs van het rapport ‘Verplicht gestelde bedrijfstakpensioenfondsen en het algemeen pensioenfonds’ dat in september vorig jaar is verschenen op verzoek van het Ministerie van SZW. Hij vertelt dat hoewel het onderwerp van de verplichtstelling wel specifiek opkwam bij het algemeen pensioenfonds (APF), het onderzoek niet is ingegeven door de komst van het APF. “De achtergrond van het onderzoek is dat kleine bedrijfstakpensioenfondsen net als veel ondernemingspensioenfondsen het hoofd moeilijk boven water kunnen houden door de steeds strengere governance-eisen. Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel APF is een amendement opgekomen om een fusie tussen verplicht gestelde bedrijfstakpensioenfondsen mogelijk te maken met behoud van de oorspronkelijke vermogens via ringfencing. Dat ging niet door omdat de Raad van State hier bezwaar tegen maakte. Zij had bezwaar tegen ringfencing omdat er dan binnen de verplichtstelling een oneerlijk concurrentievoordeel ten opzichte van verzekeraars zou ontstaan omdat je een solidariteitselement wegneemt.

 

Verplichtstelling is en blijft sterk punt

Een belangrijke vraag is of de verplichtstelling in het kader van de nationale discussie over het pensioenstelsel in ieder geval nog te handhaven is? Kloosterboer vindt van wel. Alle geluiden hebben één ding gemeen: er moet een verplichtstelling tot pensioenopbouw blijven in Nederland. In de Perspectiefnota staat ook duidelijk dat het kabinet een vorm van verplichtstelling aan bedrijfstak- en beroepspensioenfondsen als een sterk punt van het Nederlandse pensioenstelsel ziet en dit wil behouden." Koopman laat een wat ander geluid horen: “De maatschappelijke vraag is welke vormen van solidariteit we wenselijk vinden en of die ook voldoende meerwaarde bieden voor de deelnemers in een stelsel dat toegroeit naar meer persoonlijke aanspraken en meer keuzevrijheid. Ook in zo’n systeem is wat ons betreft nog steeds sprake van solidariteit, omdat je samen het risico op langleven, kortleven en arbeidsongeschiktheid deelt.”

 

Europees recht

Is Nederland uniek met de verplichtstelling of zijn er elders in Europa ook landen die een soortgelijk systeem kennen? We vroegen het aan professor Hans van Meerten, bijzonder hoogleraar internationaal pensioenrecht aan de Universiteit van Utrecht. Je moet onderscheid maken tussen de kleine en de grote verplichtstelling. De kleine verplichtstelling houdt in dat je als werknemer verplicht deelneemt aan de pensioenregeling van je werkgever, maar de uitvoering daarvan is vrij. Bij de grote verplichtstelling staat de overheid toe dat deelname aan een bedrijfstakpensioenfonds bindend is voor de hele sector. In de Scandinavische landen heb je een soort combinatie waarbij de cao bepalend is voor deelname aan een pensioenregeling. De uitvoering daarvan is echter vrij. Wat de Nederlandse verplichtstelling aan het bedrijfstakpensioenfonds uniek maakt is dat dit uitsluitend aan een Nederlandse stichting mag zijn. Dan praten we over ongeveer 80% van de Nederlandse pensioendeelnemers. Ik vraag me al heel lang af of dit in het kader van het Europees recht wel mag. Die verplichtingstelling is in het verleden getoetst waarbij het erom ging of de regeling wel voldoende sociaal was om de inbreuk op het mededingingsrecht te rechtvaardigen. Maar als je kijkt naar nationaliteit vraag ik het me af. Waarom zou een regeling niet kunnen worden uitgevoerd door een Belgische partij als die een beter pensioen biedt voor de deelnemers.

 

Lees hier het gehele interview in Pensioenadvies van augustus 2016

Volgende publicatie:
Recensie The Future of Pension Management

Recensie The Future of Pension Management

Gepubliceerd op: 14 juli 2016

Met The Future of Pension Management, Integrating Design, Governance, and Investing geeft Keith Ambachtsheer een actuele visie op pensioenen. Zijn nieuwe boek is een must-read voor pensioenfondsbestuurders omdat hij naast de theorie van goed pensioenfondsbestuur en -beleggen vele voorbeelden geeft uit de praktijk.

 

Basisprincipes goed uitgewerkt

Ambachtsheer schuwt hierbij geen onderwerp en focust op dilemma’s die op de bestuurstafel aan de orde zijn. Als geen ander maakt Ambachtsheer het dilemma van betaalbare pensioenen en inkomenszekerheid  voor gepensioneerden bespreekbaar. Hij verwijstnaar Nobelprijswinnaar Jan Tinbergen die hem er al vroeg van overtuigde dat als je meerdere doelstellingen wilt bereiken, je meerdere instrumenten moet toepassen. Een uitermate toepassingsgericht boek, waarbij hij economische theorie (van Keynes tot Piketty) betrekt op het pensioendomein. Zijn pleidooi voor langetermijnbeleggen (en zijn kritiek op kortetermijndenken), investment beliefs, de aanpak van het beleggingsproces en de noodzaak van schaal en efficiëntie zijn relevant voor bestuurders.

 

Sprekende voorbeelden

Na het in 2007 verschenen Pension Revolution en het in 1998 samen met Don Ezra geschreven Pension Fund Excellence gaat Ambachtsheer in op positieve ontwikkelingen in bestuur, pensioenontwerp, beleggen en risicomanagement bij pensioenfondsen. Hij geeft daarbij sprekende voorbeelden uit Canada, USA, het Verenigd Koninkrijk en Europa en deelt zijn lessen uit gesprekken met lokale experts en uit internationale research. Hij beschrijft de verschuivingen in pensioenontwerp van defined benefit en defined contribution naar defined ambition, de invloed van lagere verwachte rendementen op beleid en ontwikkelingen in risicodeling. Ambachtsheer benadrukt daarbij het belang van faire risicodeling en de eisen die deze stelt aan bestuur en toezicht. De meeste aandacht in het boek gaat uit naar beleggen en pensioengovernance. Weinig aandacht gaat uit naar ontwikkelingen aan de deelnemerskant. Veranderingen in samenleving, arbeidsmarkt en technologie leiden daar tot nieuwe vragen over keuzevrijheid en financiële planning (pensioenplanners en robo-advies).

 

Meten is weten

Ambachtsheer werkt de basisprincipes voor goed bestuur systematisch uit. Daarbij komen houdbaar pensioenontwerp, goede communicatie met belanghebbenden, ontwerp van organisatie en uitvoering, effectiviteit van het bestuur, risicomanagement, fiduciaire verantwoordelijkheid, beloningsbeleid en uitgangspunten van het beleggingsbeleid aan de orde. Hij bepleit samenwerking tussen fondsen waardoor hun expertise en invloed wordt vergroot en gezamenlijke inspanningen om goede regelgeving te bevorderen waarbij faire risicodeling over generaties wordt geborgd. Hij pleit voor het systematisch meten en transparant maken van resultaten en deelt de uitkomsten van onderzoek op dit terrein. Meten is weten loopt als rode draad door het boek. Theorie wordt veelvuldig onderbouwd met resultaten van kwantitatief onderzoek. Specifieke aandacht besteedt hij aan de kosten van extern beheer. Deze nemen toe indien er meer lagen ontstaan in het beleggingsproces. Intern beheer bij grote uitvoerders biedt volgens hem voordelen. In het hoofdstuk over cultuur in organisaties behandelt Ambachtsheer goede en slechte voorbeelden en de lessen die daaruit zijn te trekken.

 

Houdbare oplossingen

Veel aandacht (vier hoofdstukken) gaat uit naar langetermijnbeleggen. Ambachtsheer ziet hier positieve bewegingen in de pensioensector. Investment beliefs, risicohouding, benchmarking, evaluatie en mandatering worden uitgebreid toegelicht. De sector werkt aan houdbare oplossingen en stimuleert bedrijven zich te richten op een langetermijnoriëntatie met aandacht voor effecten op de leefomgeving en andere belanghebbenden. Dit zal bijdragen aan herstel van vertrouwen. Zijn belangrijkste les is dat het nuttig is voor pensioenfondsen een brede en duurzame stakeholder benadering te volgen waarin langetermijnwaardecreatie centraal staat. Een apart hoofdstuk wordt besteed aan de risico’s van klimaatwijzigingen en het effect daarvan op duurzame waardecreatie.

 

Met dit derde boek biedt Ambachtsheer een compact handboek voor goed pensioenbeheer. De opzet met korte hoofdstukken met verwijzing naar tal van studies en experts maakt het een leesbaar boek dat uitstekende bagage vormt voor nieuwe en ervaren pensioenfondsbestuurders.

 

Bron: Pensioen Bestuur & Management, nummer 2, 2016

Volgende publicatie:
Over lage rente, het pensioenstelsel en de ambitie van Gerard van Olphen

Over lage rente, het pensioenstelsel en de ambitie van Gerard van Olphen

Gepubliceerd op: 30 juni 2016

In een interview in het Financieele Dagblad gaat Gerard van Olphen onder meer in op de lage rente, veranderingen in het pensioenstelsel en zijn doelstellingen bij APG.

 

Gerard van Olphen: 'Pensioenfondsen kunnen de Europese Centrale Bank niet de schuld geven van hun problemen. Ook zonder het stimuleringsbeleid van de ECB zou de rente laag zijn, wat funest is voor pensioenfondsen. Doordat de beroepsbevolking krimpt en de economische groei laag is in Europa, is de rente structureel laag. Het ECB-beleid helpt natuurlijk niet, maar is niet bepalend.'

 

Met betrekking tot het toekomstige pensioenstelsel merkt Gerard het volgende op: ‘Ik ga er niet over. Net als bij voetbal heeft Nederland bij pensioenen 15 miljoen bondscoaches. Het is echter aan de pensioenfondsen, sociale partners en de politiek om te beslissen hoe het stelsel eruit moet zien’.

 

Over wat hij met APG wil bereiken, zegt hij: ‘Op hoofdlijnen drie dingen: we moeten ernaartoe dat deelnemers op dagbasis hun pensioen kunnen volgen. Daarnaast moet het vermogensbeheer worden aangepast aan de situatie en eisen van deze tijd. De afgelopen dertig jaar zijn er ondanks de crisis mooie beleggingsresultaten gehaald, maar het is de vraag of we dat op dezelfde manier kunnen blijven doen. Ik verwacht dat we meer rechtstreeks in de economie moeten gaan investeren, bijvoorbeeld in infrastructuur, om dezelfde rendementen te kunnen blijven halen, op een verantwoorde manier. Tot slot moet het verandervermogen van APG omhoog, om mee te kunnen gaan met de veranderingen die ons te wachten staan.’

 

Lees hier het volledige interview.

Volgende publicatie:
In discussie over het Nederlandse pensioenstelsel

In discussie over het Nederlandse pensioenstelsel

Gepubliceerd op: 20 juni 2016

Medio mei gingen de auteurs van de pension doc. van deze maand en overige beslissers in de pensioensector in discussie over het Nederlandse pensioenstelsel.

 

'De tandpasta kan niet terug in de tube als hij er eenmaal uit is', was een van de waarschuwingen van de buitenlandse sprekers over de hervormingen in het Nederlandse pensioenstelsel. Ervaringen uit het verleden van Chili en de UK werden gedeeld met de Nederlandse aanwezigen. Ook waren er positieve geluiden van bijvoorbeeld Norman Dreger van Mercer die aangaf dat het Nederlandse pensioenstelsel