APG als werkgever

APG als werkgever

Hoe is het om bij APG te werken? Voor welke uitdagingen staan we? Wat hebben we te bieden en waar staan we voor?
Je leest het hier. 

Thema
Over APG
Collectie inhoud
17 Publicaties

“Ons leven is sindsdien radicaal veranderd”

Gepubliceerd op: 5 juli 2022

Het aantal mantelzorgers neemt toe - 5 miljoen Nederlanders, 1 op de 6 APG'ers - en door de druk op mantelzorgers is er meer verzuim op de werkvloer. Bij APG kunnen collega's aan elkaar mantelzorguren doneren, die APG nog eens verdubbelt. Om zo de last te verlichten. René Kooij – Van Bugnum maakt hier gebruik van. Naast zijn werk als allround medewerker voor Stichting Pensioenfonds Medisch Specialisten, staat hij al vier jaar als mantelzorger klaar voor zijn man Peter. Hij deelt zijn verhaal: “Hij zit gevangen in zijn eigen wereld.”

“Vier jaar geleden waren we in ons vakantiehuis in Spanje toen Peter een herseninfarct kreeg. Twee jaar later, weer in Spanje, werd hij door een tweede infarct getroffen. Ons leven is sindsdien radicaal veranderd.

Na het eerste infarct wisten we nog niet echt wat Peter mankeerde. Hij bleef thuis als ik ging werken en wanneer ik terugkwam trof ik hem daar op de bank waar ik hem in de ochtend had achtergelaten. We gingen het normaal vinden, maar dat was het natuurlijk niet. Ik verzorgde hem, regelde alles. Die twee jaar waren heel zwaar. Na het tweede infarct is Peter eerst naar een verpleeghuis gegaan om te revalideren. Er moest iets gebeuren, want zo ging het niet meer. Helaas woont hij daar nu permanent op een afdeling voor mensen met Niet Aangeboren Hersenletsel (NAH). Wat het voor mij als partner en mantelzorger niet minder zwaar maakt. 

 

Leuk leven
Ik help Peter bij alles. De afspraken met de artsen, de bezoeken aan het ziekenhuis. Ik moet overal mee naartoe. We doen ook leuke dingen samen, zoals laatst toen we een weekendje in Limburg waren. Ik probeer Peter toch ook een leuk leven te geven. Maar ik durf niet meer samen met hem naar ons huis in Spanje te gaan, te bang dat Peter daar voor de derde keer iets overkomt. Die twee infarcten, de stress eromheen en het ziekenhuisverblijf van een maand, hebben er echt ingehakt bij mij. Wat als hij daar weer in het ziekenhuis terechtkomt, en ik weer lange tijd daar vastzit met hem?
​​​​​​​
Gevangen 
Peter was een extraverte man. Een zanger die iedereen entertainde en alles voor iedereen regelde. Nu is hij het tegenovergestelde, toont geen enkel initiatief. Ik sta in de ochtend op, ik was me, kleed me aan, maak ontbijt, pak de krant, ga naar de winkel. Dat kan hij niet. Peter zit op de bank, in zijn eigen wereld. Hij kan heel de dag naar het scherm van zijn iPad turen. Hij communiceert ook niet uit zichzelf, start geen gesprek. Dat komt ook door de afasie die hij aan de infarcten heeft overgehouden.

Peter is nu 58 jaar, maar in zijn doen en laten is ‘ie een ouwe man. Zijn levenslust is helemaal weg en dat vind ik heel moeilijk om te zien. Hij zit gewoon gevangen in zijn eigen lichaam. Zelf ervaart Peter dat overigens niet zo. Hij vindt dat hij gewoon ‘wat rustiger’ is. Ik kan niet zeggen of dit hem zelf geen verdriet doet. Soms lijkt hij in gedachten verzonken en als ik dan vraag waar hij aan denkt, zegt hij ‘niks’. Alsof hij het niet wil, of niet kan zeggen. En op andere, sporadische momenten denk ik heel even ‘oh daar is mijn Peter weer’. Wat hij wel nog kan is zingen. Soms treedt hij, op zijn manier, op voor bekenden. Dan zie je weer heel even die levenslust in zijn ogen. Tot hij moe wordt en de woorden vergeet. Dan stopt hij met zingen en zit ‘ie ook gelijk weer in zijn eigen wereld. Dat is zo vreemd.

 

Total loss
Peter komt om het weekend thuis en op de maandag erna ben ik vrij. Dat kan niet anders, want na zo’n weekend ben ik total loss. En daar komen de mantelzorguren die collega’s doneren enorm goed van pas. 
Door die extra vrije tijd kan ik dit volhouden​​​​​​​. Ik krijg er elk jaar best wat, hoewel ik wel merk dat het aantal donaties wat afneemt. Dat snap ik ook wel, collega’s hebben de uren zelf nodig. Het ontroert me hoe graag collega’s een ander willen helpen. Ik heb van een collega die ik persoonlijk niet kende, en die uit dienst ging, 32 uur gekregen. Dat schiet natuurlijk wel op, zeker als je bedenkt dat APG dat aantal nog eens verdubbelt. En die collega had het jaar daarvoor ook al spontaan uren gedoneerd. Mensen geven verder wat ze kwijt kunnen, de ene keer vier uur, dan eens acht. Dit is een heel fijne regeling. Mede daardoor heb ik me vorig jaar staande kunnen houden.

Schuldgevoel
Plannen voor later zijn allemaal weg. We zouden na ons pensioen deels in Spanje gaan wonen, maar dat gebeurt niet meer. Om zelf toch ook een beetje te ontspannen, ga ik nu soms in mijn eentje iets leuks doen. Wandelen met een vriendin, een etentje met vrienden, een weekje naar Spanje. Langer niet, dat voelt niet goed. Ik heb dat wel moeten leren, iets voor mezelf te doen. Dat was niet zo makkelijk. Zodra ik iets leuks ging doen, kreeg ik een enorm schuldgevoel. Maar dat gevoel slijt, ik doe mijn ding nu wel. 
​​​​​​​

Ik heb wel nog steeds het gevoel dat ik deze situatie moet verantwoorden, dat ik me moet bewijzen. Want er zijn altijd wel mensen die zeggen dat het allemaal wel meevalt, die Peter alleen op de betere momenten zien. Gelukkig krijg ik daarin ook ondersteuning, van een maatschappelijk werker en goede vrienden. En ook in mijn werk, het contact met mensen en de afwisseling, vind ik afleiding.”

1 op de 6 medewerkers binnen APG is mantelzorger. Zij zorgen minimaal vier uur per week en/of gedurende drie maanden of langer voor een zieke, invalide of gehandicapte naaste: partner, kind, (schoon)ouder, overige familieleden, vriend(en) of buren. Hulp aan mensen zonder een gezondheidsbeperking valt buiten de definitie. APG doneert als werkgever voor elk uur dat jij doneert, één extra uur aan de specifieke mantelzorgcollega. Het maximum dat APG Groep doneert is 1000 uur op jaarbasis voor alle mantelzorgcollega’s.

Volgende publicatie:
APG ontvangt keurmerk socialer ondernemen

“Laat mensen het werk doen dat ze het beste kunnen”

Gepubliceerd op: 30 juni 2022

Directeur Shared IT Services Eric Helsloot ziet gebruikmaken van talenten als kracht voor de organisatie


APG heeft de ambitie om door te groeien naar een nog duurzamere inclusieve organisatie. Het behalen van de Aspirantstatus op de Prestatieladder Socialer Ondernemen draagt hieraan bij. Dit landelijke TNO-keurmerk voor sociaal ondernemen laat zien dat APG een meer dan gemiddelde bijdrage levert aan de werkgelegenheid van kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt. Eric Helsloot, directeur Shared IT Services, ziet dit als een mooie kans om nog meer talent een plek te bieden: ”In mijn eigen team is altijd ruimte voor unieke individuen.”

 

Het verkrijgen van de Aspirantstatus op de Prestatieladder Socialer Ondernemen (zie kader) is ‘mooi en staat leuk’ op de website van APG. Maar de volgende, belangrijke stap is de inhoud erachter waarmaken, zegt Eric Helsloot. “Inclusiviteit is zeer waardevol voor een organisatie. Het is nu aan ons om die veilige en uitdagende werkomgeving te bieden aan iedereen die daar behoefte aan heeft.”

 

Kleurenpallet
Woorden die Helsloot in de praktijk omzet naar daden. Want om van zijn afdeling Shared IT Services het beste IT-team maken, kon de directeur eigenlijk maar één manier bedenken: zoveel mogelijk gebruikmaken van inzichten en ervaringen van unieke individuen. “Ik ben groot aanhanger van diversiteit en inclusie en dat probeer ik bij SIS tot uitdrukking te brengen.”


En dat is in de ingewikkelde wereld die de IT is, geen voor de hand liggende gedachte, legt Helsloot uit. “Die bestaat immers vooral uit mannen en bij ons toch vaak van wat hogere leeftijd.” En toch heeft de directeur sinds een aantal jaar een managementteam dat voor de helft uit vrouwen bestaat. En van alle leidinggevenden is zelfs meer dan de helft vrouw. “Maar we kijken niet alleen naar gender, we kijken ook naar de teamsamenstelling op basis van karakter en werkhouding, bijvoorbeeld aan de hand van managementdriveprofielen. Met als resultaat dat we in het managementteam van SIS nu een mooi samengesteld kleurenpallet hebben waarbij collega’s complementair zijn aan elkaar, elkaar scherp houden en versterken.” En daar stopt het niet bij. Bij SIS werkt ook een aantal collega’s met een migratieachtergrond. “Door andere culturen in de organisatie te brengen, verrijken we onszelf weer.”

De werkzaamheden bij Shared IT Services zijn heel divers en worden uitgevoerd door in totaal 300 medewerkers. Met uiteenlopend opleidingsniveau en van echte uitvoerders tot heel analytisch ingestelde medewerkers. Volgens Helsloot is het dan ook een afdeling die bij uitstek geschikt is om inclusie op te pakken. “Als je ergens passende werkplekken kunt creëren, dan is dat hier wel. Dus ik doe graag mee aan het invullen van de participatie-ambities die bij de zojuist verkregen Aspirantstatus horen.”

Eric Helsoot
Grote foto: D&I-ambassadeurs Nike Darley en Sterre Ooms met het verkregen certificaat. 

Kernkwaliteiten
Om te illustreren op welke manier je mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een plek kunt bieden, wijst Helsloot naar IT security, een bedrijfsonderdeel waar analyse centraal staat: veel naar data kijken, heel gestructureerd te werk gaan, dingen uitsluiten op basis van reductie. Werkzaamheden waarbij een hoge concentratie bijvoorbeeld een pre is. En dat kan bij mensen met een autismespectrumstoornis juist een van de kernkwaliteiten zijn, weet Helsloot. “Vroeger zou je er misschien niet aan denken om iemand uit die doelgroep aan te nemen. Want ‘dat is iemand met een rugzak’ en zo iemand in je team halen ‘wordt alleen maar lastig’. Maar ik zeg: kom maar door. Ik zet mensen in op hun kwaliteiten en laat ze het werk doen dat ze het beste kunnen.”

Onbekende

Zijn aanpak werpt vruchten af, vertelt de directeur van SIS. “Zo’n training bijvoorbeeld opent de ogen van mensen en zij gaan ook echt aan de slag met die inzichten.” Maar er is ook weerstand geeft hij toe. “Anderen zeggen in alle eerlijkheid ‘wanneer stoppen we met die flauwekul, laten we weer aan het werk gaan’. Ook dat is een afspiegeling van de maatschappij. Aan ons dan de taak om de dialoog aan te gaan zodat we elkaars perspectieven begrijpen. En waar mogelijk de angst voor het onbekende wegnemen.”

 

Bij Helsloot zit de motivatie om op deze manier een maatschappelijke bijdrage te leveren in elk geval diepgeworteld. “Ik ben ook betrokken bij de Buitenboordmotor van APG. Daarin begeleiden we medewerkers naar ander werk. Niet omdat we van ze af willen, maar omdat collega’s misschien in een sector als de zorg, het onderwijs of de installatiebranche wel hun passie vinden. Dat is ook een manier om de juiste mensen met de juiste skills en ervaring op de juiste plek te krijgen. Daar word je als bedrijf beter en als mens gelukkiger van.”

2 vragen over de Prestatieladder Socialer Ondernemen

Wat is het keurmerk PSO?
De Prestatieladder Socialer Ondernemen (PSO) is een wetenschappelijk onderbouwd  kwaliteitskeurmerk van TNO dat inzicht geeft in de mate waarin organisaties meer dan gemiddeld sociaal ondernemen, gericht op de arbeidsparticipatie van kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt. De PSO brengt op bedrijfsniveau in kaart hoe het aantal medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt zich verhoudt tot het totaal aantal werkzame medewerkers gedurende een peiljaar. Dit wordt de 'directe sociale bijdrage' genoemd. De indirecte sociale bijdrage is gericht op inkoop en/of uitbesteden van werk bij bedrijven met een PSO-certificaat.
Naast de totale sociale bijdrage moet een organisatie ook voldoen aan de kwalitatieve eisen. Denk hierbij aan het aanbieden van passend werk aan een medewerker uit deze doelgroep en zorgen voor een goede begeleiding. De PSO is ingericht als een prestatieladder met vier niveaus: de Aspirantstatus en trede 1, 2 en 3. Het is de ambitie van APG om in 2024 trede 1 te behalen.

 

Waarom zet APG in op het keurmerk PSO en participatiebanen?
APG wil bijdragen aan een inclusieve arbeidsmarkt. Met het creëren en invullen van 10 arbeidsplekken voor collega’s is daar al een eerste invulling aan gegeven. Vanuit de D&I Board heeft voorzitter en rvb-lid Ronald Wuijster het initiatief opgepakt om ook mensen van buiten de organisatie naar passend werk te begeleiden. Mede geïnspireerd door onze klant PWRI, het fonds voor werknemers en gepensioneerden van de sociale werkvoorziening en passend bij de maatschappelijke rol die APG inneemt. De begeleiding gebeurt door het creëren en invullen van minimaal 4 arbeidsplekken in samenwerking met organisaties die ervaring hebben in het bemiddelen en coachen van deze talenten. 

Volgende publicatie:
APG breidt samenwerking met non-profitorganisatie JINC uit naar Amsterdam

APG breidt samenwerking met JINC uit naar Amsterdam

Gepubliceerd op: 3 juni 2022

APG staat voor een samenleving waarin je achtergrond niet je toekomst bepaalt. Als partner van JINC investeert APG dan ook in de talentontwikkeling van kinderen in Zuid-Limburg. Deze samenwerking wordt uitgebreid naar Amsterdam, waar medewerkers zich als vrijwilliger gaan inzetten voor de verschillende projecten van de non-profitorganisatie. Annette Mosman, CEO APG, ondertekende hiervoor een nieuwe samenwerkingsovereenkomst. “De jeugd heeft de toekomst, dus als we voor een aantal jongeren het verschil kunnen maken, hebben we de wereld weer ietsje mooier gemaakt.

 

JINC strijdt voor een Nederland waar de postcode geen voorspeller meer is van succes op de arbeidsmarkt. De non-profitorganisatie spreekt van honderdduizenden Nederlandse kinderen die opgroeien in een omgeving met veel werkeloosheid en weinig rolmodellen. Met de nieuwe samenwerkingsovereenkomst geeft APG nu ook concreet invulling aan maatschappelijke betrokkenheid in de regio Amsterdam en helpt mee om kinderen een goede start te geven op de arbeidsmarkt. Voor APG is de uitbreiding een heel logische stap. Annette Mosman: “Van huis uit heb ik geleerd dat je er moet zijn voor je buren en mensen in je omgeving. De roots van APG liggen in Amsterdam en Heerlen, en daarom vind ik het zo gaaf dat we naast al die grote dingen die we al doen als organisatie ook impact willen maken in onze directe omgeving.”

 

Baas van morgen
APG’ers die werkzaam zijn op het kantoor in Heerlen werken sinds 2019 in de regio Zuid-Limburg op vrijwillige basis mee aan verschillende projecten. Tijdens de Bliksemstage bezoeken leerlingen van de basisschool, het vmbo en het praktijkonderwijs een aantal afdelingen van de organisatie. Tijdens de sollicitatietrainingen leren APG’ers aan jongeren hoe je een sollicitatiegesprek voorbereidt. En op de dag van de Baas van Morgen mag een leerling de plek innemen van een leidinggevende. Deze week ontving APG in dat kader de vijftienjarige Danique uit Kerkrade.

 

Verborgen kwaliteiten
Mosman merkt op dat bij de samenwerking met JINC het mes aan twee kanten snijdt. Door zich in te zetten voor JINC investeert APG namelijk ook in de talentontwikkeling van de eigen medewerkers. Mosman: “Zij leren bijvoorbeeld hoe ze met eenvoudig taalgebruik, humor en relativeringsvermogen jongeren meekrijgen. Daarnaast leren medewerkers over de samenleving, over jongeren, maar ook over zichzelf. Want wie als trainer of coach aan de slag gaat, stuit vaak op allerlei verborgen kwaliteiten.”

Verschil maken
De samenwerking sluit ook aan bij APG als pensioenuitvoerder. “We werken met trots en overtuiging voor de 4,6 miljoen deelnemers van onze fondsen. We willen het verschil maken voor deze deelnemers door voor een goed pensioen te zorgen en onze bijdrage te leveren aan een leefbare wereld. Ons pensioenstelsel levert een bijdrage aan het terugdringen van inkomens ongelijkheid. Een bijdrage leveren aan het terugdringen van sociale ongelijkheid past dus heel goed bij ons.” Daarnaast past de uitbreiding van het contract in de duurzaamheidsambitie van APG. Lokale maatschappelijke betrokkenheid is een van de vier onderwerpen waarop wordt ingezet door de organisatie. Mosman: “Met sponsorbudget en de vrijwillige inzet van medewerkers willen we een leefbare, vitale en inclusieve maatschappij ondersteunen. De activiteiten van JINC passen hier goed bij.”

 

Voorop staan echter de meer dan 65.000 basisschool- en vmbo-leerlingen die door de inzet van bedrijven de kans krijgen om te groeien. Zij ontdekken hierdoor welke beroepen er bestaan, welke werkzaamheden daarbij horen en wat ze al dan niet leuk vinden. En dat is belangrijk, vult Angelique Middeldorp van JINC aan. “Kinderen moeten jong kiezen welke kant ze opgaan, en velen van hen weten nauwelijks wat er te koop is op de arbeidsmarkt.”

Volgende publicatie:
“Die collegialiteit is nog belangrijker dan alle financiële regelingen”

“Die collegialiteit is nog belangrijker dan alle financiële regelingen”

Gepubliceerd op: 1 juni 2022

Ooit was 1 juni niet de Dag van de Ouders, maar de Dag van het Kind. In een aantal landen, zoals Polen, Roemenië, Rusland, Hongarije, Tsjechië, Portugal, China, de VS en Duitsland, wordt Kinderdag nog steeds feestelijk gevierd. Ouders nemen hun kroost dan mee voor een uitje en geven ze cadeaus. In 2012 riepen de Verenigde Naties 1 juni uit tot de Dag van de Ouders. Sindsdien verschoof Kinderdag op de Nederlandse kalender naar 25 juni. Maar vermoedelijk zijn maar weinig ouders hier met deze feestdagen bekend.

Mike Jongerius (38), sinds een half jaar werkzaam bij het HR-team Data & Analytics, had er in elk geval nog nooit van gehoord. Terwijl hij het ouderschap inmiddels toch aardig onder de knie heeft: zijn vrouw en hij hebben twee zoontjes en een dochtertje. Hun oudste kind is 4, de jongste bijna 2 maanden.

 

Volledig doorbetaald

Mike is een betrokken vader. Voor hem is het vanzelfsprekend om nauw bij de zorg voor zijn kinderen betrokken te zijn. Een aantal officiële regelingen helpen daarbij. Zo kreeg hij in april, na de geboorte van Elias, vijf dagen volledig doorbetaald geboorteverlof. Daarnaast is het sinds juli 2020 mogelijk om in het eerste half jaar vijf extra weken aanvullend geboorteverlof op te nemen. Via de Wet arbeid en zorg (WAZO) wordt dan 70 procent van het loon doorbetaald. APG vult deze uitkering echter aan tot 100 procent van het salaris. “Die vijf weken neem ik allemaal op,” vertelt Mike. Het is een populaire regeling: in 2021 maakten 81 verse ouders bij APG hier gebruik van.

 

Onbetaald verlof

En hoe heeft hij het verder geregeld? “Mijn vrouw heeft nu nog kraamverlof, maar gaat straks weer aan de slag. Ik ben op vrijdag bij de kinderen, zij op woensdag. Verder gaan ze twee dagen naar de opvang, en één dag per week zijn opa en oma er. Zonder opa’s en oma’s ben je nergens, hoor.”

Mike en zijn vrouw hebben allebei een contract voor 36 uur. Om op vrijdag voor zijn kinderen te kunnen zorgen, neemt Mike vier uur per week ouderschapsverlof op. Onbetaald. Al verandert dat per 2 augustus. Medewerkers krijgen vanaf die datum de eerste 9 weken ouderschapsverlof betaald. Het UWV keert dan 70 procent van het dagloon van de medewerker uit. Máár: dat percentage is gebonden aan het maximum dagloon dat het UWV heeft vastgesteld. In de praktijk kan dat dus lager uitvallen dan 70 procent van je werkelijke salaris. Een andere voorwaarde is dat die eerste 9 weken ouderschapsverlof in het geboortejaar van het kind moeten worden opgenomen. De overige 17 weken (in totaal heb je recht op 26 weken) kun je tot acht jaar na de geboorte aanvragen – en zijn onbetaald.

Maar die mooie perspectieven lonken pas over een paar maanden. Voorlopig komt het erop aan dat werkgevers zelf een aantrekkelijke werkomgeving voor hun medewerkers realiseren. En daarover is Mike zeer te spreken bij APG.

Flexibel werken

“Dat je flexibel kunt werken, is iets dat je als ouder heel erg helpt. Als het nodig is kan ik thuis wat later starten of pas na de spits naar kantoor vertrekken, als de kinderen naar school zijn of naar de opvang. Die flexibiliteit – en een leidinggevende die meedenkt – is nog belangrijker dan alle financiële regelingen. Met je werk, een baby en twee jonge kinderen is het gewoon best een druk leven. Soms ben je daardoor wat minder scherp. Dan is het fijn als een collega bereid is iets meer te doen op een moment dat het bij mij thuis even niet loopt. Ik kan tot op zekere hoogte zelf mijn werkuren bepalen. Dat je dat binnen je team kunt regelen, dat die onderlinge collegialiteit er is, is heel waardevol om alles voor elkaar te krijgen. Zo wordt de combinatie zorg en werk hanteerbaar als jonge ouder.”

 

Extra kinderopvangbijdrage

Als zijn vrouw weer aan het werk gaat, zal ook Elias, net als zijn zusje, twee dagen per week naar de kinderopvang gaan. Z’n oudste broertje zit na schooltijd op de BSO. Een fikse kostenpost voor ouders – alle kinderopvangtoeslagen ten spijt. Die toeslag wordt door de overheid en de werkgever samen gefinancierd. Hoeveel je maandelijks ontvangt, hangt af van de hoogte van het inkomen, het aantal kinderen en het soort opvang – waarvoor ook nog eens een maximum uurtarief geldt. Met drie kinderen kan dat aardig in de papieren lopen. “Volgens mij zijn we nu al zelf, voor twee kinderen, rond de 700 euro per maand aan kinderopvang kwijt,” schat Mike. “Het is in elk geval onze grootste kostenpost.”

APG komt daarin tegemoet met een extra kinderopvangbijdrage van 300 euro netto per jaar. Natuurlijk, op het totale bedrag is dat een druppel op de gloeiende plaat. “Maar andere werkgevers doen dat niet,” zegt Mike. “Dus het is wel heel fijn.” Die mening deelde hij met 471 andere werknemers van APG die in 2021 hier aanspraak op maakten.

 

Hogere bijdrage voor werkende ouders
Er glooit wel licht aan de horizon. Het kabinet-Rutte IV wil de vergoeding van de kinderopvang voor werkende ouders in de komende jaren namelijk verhogen tot 95 procent. Dit staat in het coalitieakkoord van het kabinet ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’.

Het duurt wel nog even voordat dat voor elkaar is, dus eerst maar eens de Dag van de Ouder vieren. En daarna wellicht de Dag van het Kind, met festiviteiten en cadeautjes? Dat laatste betwijfelt Mike. “Voorlopig houd ik het bij Sinterklaas.”

 

Volgende publicatie:
“Geld maakt niet gelukkig, maar zorgen om geld maken wel ongelukkig”

“Geld maakt niet gelukkig, maar zorgen om geld maken wel ongelukkig”

Gepubliceerd op: 31 mei 2022

De huidige inflatie zorgt er ook in Nederland voor dat een groeiend aantal mensen in rap tempo in financiële problemen komt. En dat raakt niet alleen de portemonnee, het tast ook de gemoedsrust aan. Mensen financieel weerbaar maken, is volgens deskundingen belangrijk. Juist nu. En daarin spelen werkgevers ook een rol. Reden voor Heleen Kuijten, managing director HR bij APG, om deel te nemen aan een rondetafelgesprek over dit onderwerp. “Wij kunnen medewerkers helpen om hun financiële plaatje zo goed mogelijk in te richten.”

Geldvinder, APG’s eigen startup, houdt op dinsdag 7 juni een rondetafelgesprek waarin financiële fitheid bij medewerkers centraal staat. Het huidige economische klimaat is daarvoor een actuele aanleiding, zegt Richard Coonen, CCO & Business Developer van het online platform. “Juist nu we na de coronacrisis ons geld weer overal kunnen uitgeven, hebben veel gezinnen het financieel lastig. 62% van de werkgevers heeft medewerkers met geldzorgen en 46% heeft te maken met loonbeslagen.” Maar werken aan financiële fitheid gaat niet alleen over het oplossen van problemen, legt Coonen uit. “Het gaat om mensen financieel weerbaar maken en houden. Zodat zij goed kunnen omgaan met financiele tegen- en meevallers.”

 

Waaróm die financiële fitheid zo belangrijk is, bespreken Richard Coonen en Heleen Kuijten, managing director HR bij APG, op 7 juni tijdens een online webinar met andere HR-directeuren, wetenschappers en deskundigen. Centraal staan twee vragen: waarom is financiële fitheid net zo belangrijk als fysieke en mentale fitheid? En: hoe besteed je hier als werkgever aandacht aan? Met in het verlengde een minstens zo belangrijke vraag: wat gebeurt er als je niks doet?

Verantwoordelijkheid
Om maar gelijk met het antwoord op die laatste vraag te starten: niks doen is volgens Kuijten voor een werkgever eigenlijk geen optie. “Medewerkers zijn verantwoordelijk voor wat ze in hun privéleven doen. En dus ook verantwoordelijk voor hun financiën. Wat wij kunnen doen, is helpen om de financiën zo goed mogelijk op orde te krijgen. Om te voorkomen dat mensen uitvallen.” Die houding past volgens Kuijten bij goed werkgeverschap, maar ook bij de maatschappelijke rol die APG wil vervullen.

Ondanks die eigen verantwoordelijkheid weet Kuijten dat geldproblemen niet altijd te voorzien zijn. Als mogelijke oorzaken noemt ze inflatie, studieschuld of scheiding. “In Nederland belanden mensen met een modaal en hoger inkomen momenteel ook bij de schuldhulpsanering en mensen met een baan kloppen steeds vaker bij de Voedselbank aan. In de krant las ik over een vrouw die met drie kinderen in een caravan woont. Zij dacht alles voor elkaar te hebben: huwelijk, huis met overwaarde. Maar na de scheiding van haar man bleek dat ze van die overwaarde toch geen twee huizen konden kopen. En daar zat ze dan.”

Achter de voordeur
In haar directe omgeving ziet Kuijten “gelukkig” geen schrijnende gevallen. Maar bezorgd is ze wel om vrienden die als zzp’er werken. “Die verdienen goed, maar hoe zit het als ze met pensioen gaan? Als je in dienst bent, spaar je verplicht. Maar een zzp’er zal misschien zijn huis moeten verkopen om later rond te komen.” Die gevallen ziet Kuijten ook voorbijkomen als ze naar APG kijkt. “Het algemene, maar generalistische, beeld is natuurlijk dat je bij een bedrijf als APG prima verdient. Maar we weten ook dat dit soort problemen juist achter de voordeur afspelen. En bij de gevallen waarvan we het wel weten, kampen medewerkers met loonbeslagen of hebben een partner die als zzp’er door corona het inkomen zag verdwijnen.”

Drie pijlers
Vaak kom je er pas achter wat er speelt in iemands leven, als die medewerker uitvalt, zegt Kuijten. En waar in eerste instantie gedacht wordt aan fysieke klachten, spelen mentale en financiële gezondheid volgens haar zeker ook een rol. “Je valt niet uit op één stuk, het is een combinatie van die drie pijlers die onder je vandaan wordt gehaald.” De managing director HR illustreert dit aan de hand van een eigen ervaring. “Toen mijn vader failliet ging, zag ik als kind wat dat met zich meebrengt. Het verdriet, de zorgen... Geld maakt niet gelukkig, maar zorgen om geld maken wel ongelukkig. En dat neem je de hele dag met je mee. Zeker als je kostwinnaar bent en kinderen hebt, zit het constant in je hoofd, en in je lijf.”

Periodiek
Het is wat Kuijten betreft vrij simpel om een medewerker de helpende hand te bieden. “Natuurlijk kun je als werkgever zeggen: ‘Je verdient toch genoeg, hoe kan dit nu gebeuren?’. Maar dit thema moeten we serieus nemen.” Kuijten denkt dan bijvoorbeeld aan een periodiek financieel onderzoek. “Zoals je ook het periodiek medisch onderzoek hebt. Ben je afgestudeerd en heb je een studieschuld? Ga je scheiden? Is je pensioen in zicht en wil je eerder stoppen met werken? Als werkgever kun je de medewerker aanbieden om op die momenten het gesprek aan te gaan. Ook kun je een cursus financieel plannen aanbieden of een sessie met een geldcoach. Bij APG krijgen medewerkers een vitaliteitsbudget waarmee ze naar de sportschool kunnen. En wij bieden medewerkers in onze huidige cao ook de mogelijkheid om gebruik te maken van Geldvinder.”

“Dit online platform heeft APG in co-creatie met 20 werkgevers, 3 werkgeverkoepels en vertegenwoordiging van de vakbonden ontwikkeld”, vult Coonen aan. “Het laat medewerkers zien hoe je er nu, en in de toekomst, financieel voor staat, wat financiële consequenties zijn van bepaalde (loopbaan) keuzes, wat je kunt verbeteren en hoe je dat kunt doen. En wel door inzicht te geven in zaken als inkomen en uitgaven, buffers en risico’s, vermogen en schulden.” En ook pensioen, benadrukt Coonen: “Het pensioenstelsel is de komende jaren aan grote veranderingen onderhevig en er wordt een actievere rol van mensen gevraagd. Geldvinder helpt een weg te vinden in deze lastige materie.”

Schaamte
De stap zetten om ook daadwerkelijk gebruik te maken van dergelijke opties, kan groot zijn, beseft Kuijten. “Schaamte kan een rol spelen. Door het als werkgever te benoemen en de deur voor een gesprek open te zetten, laat je zien dat het iedereen kan overkomen.”
Er zitten wel grenzen aan het bieden van hulp, voegt de managing director HR toe. “Het is natuurlijk iemands goede recht om niet te melden dat er financiële zorgen zijn. Maar als leidinggevende hoop je wel dat de vertrouwensband met je team zo goed is, dat mensen op tijd aan de bel trekken.”

Aan tafel zitten Heleen Kuijten (CHRO APG), Richard Coonen

(CCO & Business Developer Geldvinder), Paul-Peter Feld (Chief HR Officer Enexis), Renée-Andrée Koornstra (directeur HRM Arbo & Milieu VU Amsterdam), Tinka van Vuuren (Professor in Strategic Human Resources Management en Vitality Management), Clairette van der Lans

(Projectleider financieel fitte werknemers bij Wijzer in Geldzaken), Dr. Darya Moghimi (Senior Human Resources Business Consultant  Work & Organizational Psychologist), Anouschka Laheij (Gespreksleider).

Volgende publicatie:
“De software die ik bouw spoort fouten en fraude op”

“De software die ik bouw spoort fouten en fraude op”

Gepubliceerd op: 2 mei 2022

Wie zíjn die mensen die er bewust voor kiezen om in de pensioensector te gaan werken? Wat doen ze daar de hele dag voor jouw pensioen? En wat vinden ze leuk aan hun werk? We nemen je mee achter de schermen.  

De Britse Hillary Ovaga (39) is DevOps Engineer. “Zo’n avontuur in Nederland zag ik wel zitten.”
 

Hoe ben je bij APG terechtgekomen? 

“Ik werkte hiervoor in Engeland bij een bedrijf dat belangrijke software levert aan APG. Na een jaar of negen was ik toe aan een nieuwe uitdaging en een nieuwe omgeving. Een avontuur in het buitenland leek me wel wat. Toevallig benaderden APG-relaties mij voor een expatfunctie. Dat zag ik direct zitten. In 2019 heb ik gesolliciteerd bij APG en kon ik beginnen als Senior Business Application Consultant. Inmiddels heet dat DevOps Engineer 4.” 

 

Wat trok je aan in Nederland? 

“Mijn vader woonde hier tijdelijk in de jaren tachtig met een studiebeurs, het Netherlands Fellowship Program. Hij had mooie verhalen over het land en er lagen vroeger altijd ansichtkaarten in huis van zijn Nederlandse vrienden. Dat maakte dat ik affiniteit had met het land. Al ben ik heel anders dan mijn vader. Hij is veel beter in taal en heeft Nederlands leren spreken, bij mij wil dat nog niet echt vlotten. Het is wel een grote wens van me en APG faciliteert taallessen, maar ik heb het de laatste tijd zo druk met werk en het vaderschap dat het er gewoon bij inschiet.” 

 

Wat vind je van Nederland, nu je hier daadwerkelijk woont? 

“Ik vind Nederland een prachtig land. De mensen zijn wat relaxter dan in Engeland. Ik houd ook van die fietscultuur hier. Nederlanders zijn op veel manieren behulpzaam, zeker op het gebied van taal. Als ik in Duitsland was gaan werken, had er veel meer druk op me gestaan om de taal te leren. Maar jullie zijn zo goed in Engels en verwachten niet van expats dat ze jullie taal spreken. Wat ik soms wel lastig vind, is hoe direct jullie zijn. In Engeland verpakken we een boodschap zorgvuldig, jullie zeggen meteen waar het op staat. Dat was even wennen. Maar het heeft ook wel wat. Wat me overigens ook aanspreekt aan Nederland, is het belastingvoordeel dat expats zoals ik krijgen (de 30 procent-regeling voor kennismigranten, red.). Dat compenseert enigszins de hoge kosten voor het verhuizen naar een ander land.” 

 

En nu ben je dus DevOps Engineer 4. Dat klinkt als geheimtaal. Wat doe je precies? 

“Ik werk in een team dat zich richt op het ontwerpen, creëren en onderhouden van de software rond het reconciliatieproces en corporate actions. Ik ben een van de Business Application Consultants voor de reconciliatiesoftware.” 

 

Pardon?  

“Het reconciliatieproces is de dagelijks verplichte en noodzakelijke laatste fase in elk assetmanagement- en investeringsbedrijf. APG koopt en verkoopt, wij betalen mensen en zij betalen ons. Al die transacties moeten gecheckt worden. Heel simpel gezegd: als we vijf aandelen hebben verkocht, heeft de andere partij dan echt vijf aandelen ontvangen, en hebben wij daar het juiste bedrag voor gekregen? De software die wij hebben gebouwd, loopt dat na. Deze stap is essentieel om bijvoorbeeld fouten, discrepanties, inconsistenties en fraude op te sporen. Als je dit nalaat, kan dat leiden tot het verliezen van de controle over contanten en activa, boetes, reputatieschade en mogelijk een negatieve impact op het rendement, wat uiteindelijk slecht nieuws is voor zowel APG als pensioenklanten en het hardwerkende publiek dat bijdraagt aan de pensioenfondsen. Ik houd me bezig met het ontwerpen en bouwen van die software. Ik moet er, samen met collega’s, voor zorgen dat het doet wat het moet doen. Als onze gebruikers een probleem tegenkomen, is het mede mijn verantwoordelijkheid om dat zo snel mogelijk op te lossen.” 

Het geeft me veel voldoening dat wij de laatste waakhond zijn binnen het bedrijf

Wat vind je leuk aan je baan? 

“Veel dingen. Om te beginnen houd ik van deze sector. Ik ben er bij toeval ingerold na mijn studie en wist aanvankelijk niet of het wel bij me paste, maar in de loop der tijd ben ik er echt geboeid door geraakt. Ik vind de focus op data ook heel interessant. Data zijn het nieuwe goud, en alles loopt binnen in ons systeem. Daarnaast geeft het me veel voldoening dat wij de laatste waakhond zijn binnen het bedrijf. Er zijn meerdere afdelingen die alles in de gaten houden, maar aan het eind komt het allemaal aan op ons systeem om fouten en potentiële fraude op te sporen. Dat vind ik heel bevredigend. Verder heb ik het geluk met aardige, respectvolle en toegewijde collega’s te werken, echte teamplayers met wie het fijn samenwerken is. En ik houd van de manier waarop het bedrijf naar zijn werknemers omkijkt. Als expat werd ook alles voor me geregeld. Zo kan ik nog wel even doorgaan, maar ik zal het bij een laatste opmerking laten: ik vind het geweldig dat je hier veel mogelijkheden krijgt om te leren en te groeien, en dat dat ook wordt gestimuleerd.” 

Je beheert pensioengeld van mensen, dus je moet zeker weten dat je goede, verantwoorde, duurzame keuzes maakt

Dus je vindt het niet saai om in de pensioensector te werken? 

“Nee. Als klein jongetje zou het nooit bij me opgekomen zijn om in deze branche te gaan werken, maar nu ik het doe bevalt het me uitstekend. Wat APG doet, sluit aan bij wat ik belangrijk vind. Ze investeren verantwoord en duurzaam. Er is bovendien geen ander bedrijf dat die investeringen zo moet verantwoorden als APG. Je beheert pensioengeld van mensen, dus je moet zeker weten dat je goede, verantwoorde, duurzame keuzes maakt. Dat is in mijn optiek verre van saai. En dan heb ik het nog niet eens gehad over alle innovaties waar we aan mogen werken, zoals artificial intelligence, machine learning en cloud computing. Bij het woord pensioen denk je aan oude mensen met stokken, dat is wellicht een saai beeld, maar zo ervaar ik het bij APG helemaal niet.” 

 

Hoe ziet een gemiddelde werkdag eruit voor jou? 

“We werken nog veel vanuit huis. Dat vind ik jammer, want ik ging altijd graag naar kantoor. Het eerste wat ik ’s ochtends doe, is checken of er geen problemen zijn met de software. Als die er zijn, hebben die natuurlijk prioriteit en moeten we die zo snel mogelijk oplossen. Is er niets aan de hand, dan hebben we dagelijks om negen uur een vergadering. Daarin bespreken we wat we die dag gaan doen en of we bepaalde hindernissen ervaren bij het behalen van onze tweewekelijkse doelen. Vervolgens hebben we de tijd om ons te focussen op onze taken, in mijn geval voornamelijk het ontwerpen en bouwen van de software. Die focus is ook belangrijk, want je moet je kunnen concentreren om je werk goed te doen.”  

 

Wat geeft jou voldoening in je werk? 

“Dingen gedaan krijgen. Softwareproblemen oplossen en ervoor zorgen dat het bedrijf alles heeft wat het nodig heeft voor een ongehinderde bedrijfsvoering. Het voltooien en afronden van nieuwe software die ik heb gebouwd en weten dat het waarde toevoegt aan de bedrijfsvoering. Het geeft me veel energie dat ik daaraan een bijdrage lever. Het motiveert me ook dat ik daarvoor fair word beloond. Hier werken verbreedt mijn horizon, ik leer zoveel nieuwe dingen. En dat ik hier een expat ben, voelt als een groot avontuur. Ik ben een beetje onderdeel van de maatschappij, al is mijn Nederlands terrible.” 

Wat doe je zoal wanneer je niet aan het werk bent? 

“Ik ben alleenstaande vader van een zoon van 7. Dat beslaat een groot deel van mijn leven. Speelafspraken met andere kinderen, Boss Baby en Magic School Bus met hem kijken en op zaterdag naar voetbal. Wanneer het kan, ga ik met vrienden een biertje drinken. Verder ben ik heel leergierig en kijk ik graag naar documentaires over geschiedenis, kosmologie, natuur, psychologie en natuurkunde. Ik kijk ook naar films en series, als ik er tijd voor heb. Als ik mijn verstand even op nul wil zetten, kijk ik naar Family Guy, BoJack Horseman of Green Eggs and Ham. Ik leid niet zo’n actief leven als ik zou willen, simpelweg omdat ik er als alleenstaande vader niet aan toekom. Ik loop wel een paar keer per week hard en ik maak elke dag een flinke wandeling.” 

 

Wat merken APG-klanten concreet van jouw werk? 

“Als ik mijn werk goed doe, krijgt APG geen boetes en krijgen klanten geen slecht nieuws. Als ik er – samen met mijn team – voor zorg dat het systeem doet wat het moet doen, dan gaat er geen geld verloren door menselijke fouten of frauduleuze activiteiten. Het is een belangrijke stap.”  

Volgende publicatie:
Religieuze feestdag inruilen geeft ruimte aan alle geloven

Religieuze feestdag inruilen geeft ruimte aan alle geloven

Gepubliceerd op: 25 april 2022

Wat als een medewerker vrij wil zijn op de dag dat moslims het Suikerfeest vieren en juist wil werken op bijvoorbeeld Goede Vrijdag? Geen probleem bij APG. Wij staan voor een inclusieve werkomgeving waar iedereen zichzelf kan zijn. Daarbij hoort ook het vieren van religieuze feestdagen. En dan niet alleen op de dagen die Nederlandse werknemers officieel vrij hebben. Collega Mohammed Elfayda is daar maar wat blij mee. “Ik krijg echt alle ruimte om mijn geloof uit te oefenen.”

Voor Mohammed Elfayda, Productowner Swift & Payment Services bij APG, is deze ramadan een heel speciale. “Omdat corona ‘voorbij’ is en wij thuis nu met z’n drietjes zijn in plaats van met zijn tweeën. Voor mijn gezin is het echt een maand van bezinning en zelfreflectie.”

Ramadan is de negende maand van de islamitisch maankalender en die startte dit jaar op 1 april. Het is een heel belangrijke maand, vertelt Mohammed. “Moslims herdenken in deze periode dat de profeet Mohammed (vrede zij met hem) zijn eerste boodschap van God ontving. Alles wat God hem vertelde, is opgeschreven in de Koran. Herdenken doen we door te vasten; een van de vijf zuilen van de islam, naast geloofsbelijdenis, gebed, het schenken van aalmoezen en een bedevaart naar Mekka. En dat betekent dat wij moslims tussen zonsopgang en zonsondergang niets eten of drinken. Dus nee, we drinken ook geen slokje water tussendoor.”

Gebroken nachten
Zijn werk lijdt niet onder het vasten, vertelt Mohammed. “Om de eenvoudige, maar ook bijzondere reden, dat ik mijn werktijden zelf kan bepalen. En dat is echt ideaal. Ik sta in deze maand voor zonsopgang op om nog wat te eten waardoor mijn nachten altijd gebroken zijn. Maar ik heb dan wel de vrijheid om een uurtje later te starten met werken. Een tweede voordeel is dat ik zowel op ons kantoor in Heerlen als in Amsterdam de mogelijkheid heb om mijn gebed te doen.”

Dus nee, ook geen slokje water tussendoor

Gedekte tafels
Als Mohammed terugdenkt aan vroeger krijgt hij automatisch een glimlach op zijn gezicht. “De hele familie bij elkaar, lange, gedekte tafels en iedereen was tevreden. De afgelopen twee jaar waren toch anders door corona. En ook dit jaar is het nog niet zoals vroeger, iedereen is nog - terecht - voorzichtig. Dit jaar eten we daarom vaak samen met mijn ouders of schoonouders en dus niet met de hele familie. En dat doen we dan bij ons thuis. Want onze zoon van 9 maanden is gewend om rond de klok van acht uur te gaan slapen. En omdat zonsondergang op dit moment rond 20.45 is, schuift de familie bij ons aan.”

Vaste tradities

Het is volgens de APG’er traditie dat je in de avond je vaste verbreekt met een glaasje water of melk en een dadel. Gevolgd door een kopje soep. “Dit kan traditioneel harira zijn of een tomatengroentesoep. Een traditie van mezelf is dat ik bij de soep een broodje gezond eet met de partysaus van broodjeszaak Bufkes, haha. Als ik dat op heb, zit ik aardig vol. Ongeveer 1,5 uur na het avondeten gaan we naar de moskee voor het avondgebed.”

 

Veel zoetigheid
Nu de ramadan bijna voorbij is, kijkt Mohammed uit naar het Suikerfeest. Dat vindt mogelijk plaats op 2 mei, de precieze dag hangt af van de nieuwe maan. “Rond de laatste dagen van de ramadan controleert men of de nieuwe maan gezien is. Wanneer het Suikerfeest is, weet je dus eigenlijk pas de avond van te voren. Op die ochtend van de eerste dag van de tiende maand, shawwal genoemd, staan we vroeg op, verzorgen onszelf en gaan naar de moskee. Na het gebed wordt iets gegeten, bijvoorbeeld dadels of andere zoetigheid, ten teken dat het vasten echt voorbij is. Dan begint het feest. We gaan op familiebezoek, eten nog meer zoetigheid en wisselen cadeautjes uit. En als dat mogelijk is bezoeken we ook de graven van overleden dierbaren.”

Voor Mohammed staat er qua werk niks in de weg om het Suikerfeest te vieren. “APG heeft een diversiteitsdag in het leven geroepen. Dat betekent dat elke werknemer Goede Vrijdag in kan ruilen voor een religieuze feestdag naar keuze.”

Volgende publicatie:
APG sponsort Topvrouwen Limburg

APG sponsort Topvrouwen Limburg

Gepubliceerd op: 6 april 2022

Meer vrouwelijk leiderschap bevorderen in heel Nederland. Met dat doel voor ogen heeft bestuurslid Francine van Dierendonck namens APG een sponsorcontract met Stichting Topvrouwen Limburg ondertekend. APG heeft een bijzondere band met de regio Limburg, en wil daarom juist ook hier extra aandacht vragen voor diversiteit.”

De stichting Topvrouwen Limburg heeft als doel vrouwelijk ondernemerschap en vrouwelijk leiderschap in de zuidelijke provincie te stimuleren en te ontwikkelen. En bij die missie sluit APG zich aan. Francine van Dierendonck, lid van de raad van bestuur en verantwoordelijk voor Fondsenbedrijf en Deelnemers- en Werkgeversservices (DWS), legt uit: “Als grote werkgever wil APG vrouwelijk leiderschap in heel Nederland bevorderen. APG heeft een bijzondere band met de regio Limburg, en wil daarom juist ook hier extra aandacht vragen voor diversiteit. Hoe mooi zou het zijn als de Topvrouw Limburg 2022 straks door alle collega’s binnen APG, man én vrouw, als een rolmodel wordt gezien? Dat ze door haar geïnspireerd en gemotiveerd worden in hun verdere carrière.”

Als sponsor spant APG zich in om ‘het vrouwelijk ondernemerschap, vrouwelijk management, vrouwelijke energie en vrouwelijke zakenemotie te stimuleren en te ontwikkelen in de eigen organisatie’. Dat gebeurt volgens Van Dierendonck in de praktijk als volgt: “Bij het aantrekken van promoties en benoemingen zijn wij alert op diversiteit en de afgelopen jaren heeft APG veel werk gemaakt van het dichten van de loonkloof. Ook zijn we recent een executive leiderschapsprogramma gestart om talent in de organisatie te ontwikkelen. Omdat we de verhouding man-vrouw nog niet op orde hebben in alle lagen van de organisatie, bieden we dit programma met voorrang aan een groep talentvolle vrouwen aan.”

Het verschil maken
De jaarlijkse verkiezing om de eretitel Topvrouw Limburg is een van de manieren waarmee de stichting vrouwelijk leiderschap stimuleert. Met de verkiezing worden inspirerende topvrouwen in de schijnwerpers gezet. De titel gaat naar ‘een persoonlijkheid die vertrouwen uitstraalt en geeft, én een topvrouw met een gevestigde reputatie, die zich met passie inzet om het goede te doen voor mens en maatschappij’.
Hannie Bovens, Head of Regulatory & Client Reporting bij APG en tevens onbezoldigd bestuurslid bij Stichting Topvrouwen Limburg vult aan: “Samen met de jury vertalen wij dit nu naar concrete beoordelingscriteria. Deze zullen dynamisch zijn; elke jury kan er een eigen stempel op drukken en ook de tijdsgeest speelt een rol. Rode draad is wel ‘waar je als vrouw het verschil maakt’. En hoe je daarmee een rolmodel voor anderen bent.”

Niet vanzelf aan de top
Hannie is al langere tijd betrokken bij het stimuleren van vrouwelijk leiderschap. In het verleden als lid van het topvrouwennetwerk binnen APG en vanuit haar rol als commissaris bij een woningcorporatie kwam het voornemen om een vrouwelijk commissarissennetwerk in Limburg op te zetten. Zo kwam ze ook in contact met Topvrouwen Limburg. “Jaren geleden dacht ik dat het doorstromen van vrouwen wel allemaal vanzelf zou gaan. Als ik daar echter op terug kijk, constateer ik iets heel anders. Van mijn generatie hebben ook alle vrouwen doorgestudeerd en zijn (velen fulltime) blijven werken, maar helaas zie je dat niet terug in de cijfers van vrouwelijke leidinggevenden.”

Stichting Topvrouwen Limburg is overigens niet gelijk aan of een afsplitsing van Stichting Topvrouw van het Jaar dat zich richt op vrouwen in heel Nederland. Wel streven ze hetzelfde doel na.

Sonja Stassen, Eef Langenveld, Francine van Dierendonck en Hannie Bovens. 

Volgende publicatie:
Hoe citizen development leidt tot leuker en efficiënter werk

Hoe citizen development leidt tot leuker en efficiënter werk

Gepubliceerd op: 5 april 2022

Organisaties lijken steeds meer de waarde van citizen development in te zien. Zo ook APG. Een zogheten citizen developer is een medewerker die geen professionele ontwikkelaar is maar wel kleinschalige applicaties kan maken. George Drost, Maarten Lafeber en Iris Schipper vertellen hoe deze aanpak het werk makkelijker en leuker maakt. “De cultuur op de werkvloer verandert als mensen de kans krijgen om nieuwe dingen te leren.”

Wat moet je in je hebben om een citizen developer te worden? Het begint met nieuwsgierigheid, zegt George (Digital Lead). “Als een citizen developer repetitief werk doet, zal hij of zij benieuwd zijn naar een tool die dat werk makkelijker kan maken.” Je hoeft hiervoor geen diehard programmeur te zijn, vult Maarten (Strategist) aan. “Al helpt het wel als je enige affiniteit met data hebt. Ik had al wat ervaring met programmeren door m’n studie Financial Engineering. Maar ik denk dat tachtig procent van wat ik programmeer door iedereen kan worden gedaan. Het gaat erom dat je de tijd ervoor neemt en de wil hebt om het te doen. Ook is het belangrijk dat je niet bang bent voor verandering.”

 

DataCamp
Doordat er veel low code/no code-applicaties zijn, kun je volgens George ook zonder veel kennis van programmeren al aan de slag. George: “Als je er nog niet veel van weet, kan dat ook een trigger zijn om bijvoorbeeld een DataCamp-cursus te volgen." (DataCamp is een online learning-platform over data science, red.) Veel citizen developers beschikken vaak wel al over enige kennis van data en programmeren, bijvoorbeeld omdat ze er tijdens hun studie vakken in hebben gevolgd, zoals Maarten. Ook Iris (Junior Asset Management Professional) oefende tijdens haar studie Finance & Investment met programmeren. “Vooral bij het schrijven van m’n masterscriptie en voor het vak statistiek. Maar ik zou niet zeggen dat dat direct vertaalbaar is naar wat ik voor m’n werk doe.” Om haar kennis wat op te frissen, volgt ze nu de data scientist-cursus van DataCamp.

 

“Mijn manager moedigt me aan Python te leren,” vervolgt Iris. “Dat kan ik toepassen in mijn huidige opdracht, die zich richt op alternatieve data over de telecom- en mediasector. Die data moeten worden gevisualiseerd, zodat collega’s er snel informatie uit kunnen halen. Daarvoor schrijven we met behulp van Python een script, zodat de nieuwe data automatisch worden gevisualiseerd in een pdf-rapport.” Ze denkt dat ze binnenkort al de vruchten kan plukken van haar Python-kennis. “Ik moet er nog wat meer handigheid in krijgen, maar ik denk dat ik in de volgende opdracht van mijn traineeship snel dingen zie die efficienter of makkelijker kunnen. Dat is dan dankzij mijn DataCamp-training.”

Een citizen developer is iemand die iets mogelijk maakt, nieuwsgierig is en nieuwe dingen wil leren

Oplossingen
Wat deze collega’s motiveert, is het aandragen van oplossingen die hun werk leuker maken. “Je doet je werk sneller, waardoor je meer tijd hebt om andere dingen te doen. Zo kun je meer taken afhandelen. En als iemand zijn of haar werk leuk vindt, verbetert dat de prestaties,” zegt George. Bovendien maken citizen developers applicaties die de kans op menselijke fouten verkleint. Zo merkte strateeg Maarten dat hij en z’n collega’s vaak in csv-bestanden werkten. “Als economen maken we verwachtingen voor de toekomst. Daarvoor hebben we veel data nodig, die we in csv-bestanden zetten. Maar het schiet niet op als je op een server moet grasduinen en dan maar hopen dat het bestand ‘versie3_nieuw.csv’ het juiste is,” grapt hij. “Daarom hebben we een database gemaakt waarin automatisch alle data worden geladen die we nodig hebben. Zo’n database moet je vergelijken met een site als bol.com. Maar in plaats van een product, zoek je naar een dataset. Doordat ze in een database staan, zijn ze de data nu sneller opvraagbaar, ook voor collega’s buiten ons team. Door zo’n database wordt ons werk robuuster en de kans op fouten kleiner.”

 

Communities
“Als je iets nog niet onder de knie hebt, heb je een manier nodig om het te leren,” aldus George. “Bij APG werken we daarom met communities. Hierin zitten experts en collega’s met kennis en dezelfde interesses. Als je vragen hebt, is er in de community altijd wel iemand die je kan helpen. Zo inspireren collega’s elkaar om met creatieve ideeën te komen.” Een voorbeeld daarvan is het digitaliseringsgroepje binnen Fiduciair Management, waar strateeg Maarten onderdeel van uitmaakt. “Daar delen we bijvoorbeeld dat we binnen ons team een dashboard hebben gemaakt en bieden we onze hulp aan als een ander team ook een dashboard wil maken. Maar we bespreken in ons groepje ook digitaliseringsinitiatieven van buiten onze afdeling. Ook als niemand van ons er direct bij betrokken is, vinden we het belangrijk alle initiatieven goed te volgen. Het kan namelijk op een gegeven moment ook betrekking hebben op onze werkzaamheden.”  

 

Over het algemeen gedijen citizen developers in een omgeving die hen aanmoedigt om zichzelf te verbeteren, legt George uit. “Wanneer mensen de kans krijgen nieuwe dingen te leren, zoals een bepaalde tooling, verandert dit de cultuur op de werkplek. Er is ruimte voor nieuwe ideeën en innovatie.” Zo draagt het bij aan de tevredenheid van werknemers. Ook stimuleert het een organisatie efficienter te werken en de best mogelijke oplossingen voor klanten te ontwikkelen. George: “Een citizen developer is iemand die iets mogelijk maakt, nieuwsgierig is en nieuwe dingen wil leren. Je hoeft geen programmeer-expert te zijn. Sommige mensen zullen het sneller of gemakkelijker oppikken dan anderen, maar dat is niet erg. Het gaat erom dat we elke dag proberen onze digitale samenwerking te verbeteren.”

Volgende publicatie:
“Financiële vragen van jongeren spelen echt in het nu”

“Financiële vragen van jongeren spelen echt in het nu”

Gepubliceerd op: 29 maart 2022

Op 28 maart is de Week van het geld van start gegaan. Het startsein werd gegeven vanuit de Kunsthal in Rotterdam, door koningin Máxima, erevoorzitter van platform Wijzer in geldzaken. Ook minister van Financiën Sigrid Kaag was aanwezig. Samen gingen ze via een videoverbinding in gesprek met vier gastdocenten, verspreid over vier leslocaties in Nederland. Daaronder ook het DaCapo College in Geleen, waar op dat moment APG’s Hoofd Groeifabriek Anne-Marie Le Doux voor de klas stond.

 

Aan welke klas gaf je de gastles? Anne-Marie: “Deze leerlingen zijn dertien tot zestien jaar oud en volgen praktijkonderwijs fase twee, ook wel de stage-oriënterende fase genoemd. Hierin gaat het onder andere om bewustwording van talenten – onder andere via stages – maar er is bijvoorbeeld ook aandacht voor zelfstandig wonen. Alles is erop gericht om aan het einde van deze fase te kunnen uitstromen in de richtingen winkelmedewerker, horeca, facilitaire dienst of techniek.”

De Week van het geld en 'Nu voor later'

 

De Week van het geld vindt, net als de gastles ‘Nu voor later’, plaats onder de paraplu van Wijzer in geldzaken. Dit platform is een initiatief van het ministerie van Financiën, gericht op bevordering van de financiële fitheid in Nederland. Om dat te bereiken, vindt een krachtenbundeling plaats tussen partners uit de financiële sector, de wetenschap, de overheid en onderwijs-, voorlichtings- en consumentenorganisaties.

In de inmiddels 11e editie van de Week van het geld, wordt tot en met vrijdag 1 april extra aandacht gevestigd op de duizenden gastlessen en workshops die medewerkers uit de financiële sector op basis- en mbo-scholen geven. De gastlessen en workshops worden door het hele jaar heen gegeven. Het thema dit jaar is ‘Van Doekoe tot Digi’ en gaat over de toenemende digitalisering van geld (bijvoorbeeld contactloos betalen, internetbankieren, digitale betaalverzoeken en online beleggen).

Waarover heb je het met hen gehad? “Ik heb de gastles ‘Nu voor later’ gegeven, ontwikkeld door de Pensioenfederatie. PGGM en APG zijn gevraagd om hiervoor docenten af te vaardigen. De les is gemaakt om studenten na te laten denken over hun financiële toekomst. Het gaat over wat je nu en in de komende jaren kunt doen om ook als je met pensioen bent, prettig te leven. De les geeft ook inzicht in wat pensioen eigenlijk is, hoe het is opgebouwd en wat belangrijke momenten zijn om op te letten als het om je pensioen gaat.”


Is het niet lastig om leerlingen in deze leeftijdsgroep voor pensioen te interesseren?
“Wat je merkt, is dat pensioen nog erg ver van hun bed is. Hun vragen spelen echt in het nu, bijvoorbeeld: hoe werkt de belastingaangifte voor mijn bijbaantje? Hoe werkt mijn DiGiD? Heb ik straks een eigen zorgverzekering nodig? En hoe regel ik dat eigenlijk? Daar moest ik mijn verhaal echt even op aanpassen. Gelukkig zit de les supergoed in elkaar, hij is heel interactief en makkelijk aanpasbaar op het niveau waarmee je te maken hebt.

Ik heb wel gemerkt dat je als docent echt een duizendpoot moet zijn. Juf Debby kende alle leerlingen van haver tot gort, had precies door wat er allemaal speelde tijdens de les, hield ondertussen ook hun energieniveau in de gaten, en wist mijn verhaal nóg levendiger te maken voor haar leerlingen. Dat is best indrukwekkend. Ook voor een gastdocent is het fijn als zo iemand, al dan niet op de achtergrond, aanwezig is.”


Hoe heb je die brug naar pensioen geslagen?
“Bijvoorbeeld door het te hebben over het sparen voor een brommer. We hebben besproken dat je zoals je kunt sparen voor een brommer, ook kunt sparen voor onvoorziene uitgaven – en dus ook voor pensioen. We hebben het over het belang van vooruitkijken gehad, aan de hand van een telefoonabonnement. We gingen in gesprek over ‘hoe het met je dure telefoonabonnement moet als je je bijbaantje kwijtraakt’. De conclusie was dat je een schuld of betalingsachterstand echt moet zien te voorkomen, en dat je zeker wil wegblijven van een BKR-registratie. Aandacht daarvoor is ontzettend belangrijk want meer dan 37 procent van de jongeren heeft schulden en één op de vier heeft al een betalingsachterstand.”


Heb je het ook over pensioenfondsen gehad?
“Niet zozeer over pensioenfondsen, wel over het onderscheid tussen pensioenopbouw als zelfstandige en pensioenopbouw in loondienst. Een aantal van deze leerlingen droomt er van om een eigen kapsalon te starten, of gaat als zelfstandige aan de slag in de bouw. Dus hoe je als zelfstandige pensioen opbouwt en wat je dan allemaal kunt regelen, is heel relevant om te weten voor ze. Het gaat om een groep die vaak relatief jong start met werken. Hoe eerder ze starten met het maken van gezonde financiële keuzes, hoe prettiger ze nu, maar ook later, kunnen leven.”


Hoe ging het gesprek met koningin Máxima en minister Kaag?
“Dat verliep wat chaotisch omdat er problemen met het geluid waren. Daardoor hebben alle vier gesprekken eigenlijk niet echt goed kunnen plaatsvinden. Jammer, maar van de docente kreeg ik wel terug dat haar klas het gesprek met de koningin en de minister heel leuk had gevonden. Zich ‘gezien voelen’ is voor deze groep geen vanzelfsprekendheid.”

Volgende publicatie:
“Voor mij als trainee is het hier één grote snoepwinkel”

“Voor mij als trainee is het hier één grote snoepwinkel”

Gepubliceerd op: 7 maart 2022

Wie zíjn die mensen die ervoor kiezen in de pensioensector te gaan werken? Wat doen ze daar de hele dag voor jouw pensioen? En wat vinden ze leuk aan hun werk? We nemen je mee achter de schermen.

Zakaria Driouech (26) is trainee Finance & Risk bij APG. “Als trainee krijg je meteen veel verantwoordelijkheid, dat heeft me wel verrast.”

 

Wat doe je precies als trainee Finance & Risk?

“Een traineeship bij APG houdt in dat je twee jaar lang diverse opdrachten uitvoert binnen Asset Management. Er zijn verschillende richtingen, zoals digital, quant, investment en portfolio. Omdat risk management mij het meest aantrok, heb ik gekozen voor de finance & risk-track. Daar houd je je bezig met financiële en operationele risico’s.”

 

Wat is dat, risk management? Hoe manage je risico’s?

“Risicomanagement is een breed begrip. Bij APG houden verschillende teams zich hiermee bezig. Zo heb je asset risk, dat de financiële risico’s in kaart brengt die gepaard gaan met lopende en mogelijke investeringen. Er is ook een team dat zich richt op operationele risico’s. Dat kijkt niet zozeer naar het financiële plaatje, maar naar de kwalitatieve aspecten van een mogelijke investering: hoe is de bedrijfsvoering, hoe is het management, wat is de reputatie in brede zin? Weer anderen beoordelen de modellen die binnen APG worden gebruikt om bijvoorbeeld mogelijke rendementen te voorspellen. Doen die modellen wel wat ze horen te doen, zijn ze geschikt voor de doeleinden waarvoor ze worden gebruikt?”

 

En wat doe jij concreet?

“Als trainee roteer je. De eerste periode heb ik bij client risk gezeten. Daar was het mijn taak om zo’n risicomodel te testen om te zien of het doet wat het hoort te doen en of de voorspellingen binnen de grenzen de werkelijkheid benaderen. Ontzettend leuk om te doen; ik kon er allerlei vaardigheden toepassen die ik tijdens mijn studie Econometrie had opgedaan.”

 

Waar zit je nu?

“Bij enterprise risk management. Die afdeling overziet de risico’s van bedrijfsvoering. Een hypothetisch voorbeeld: stel dat er op de investeringsafdeling per ongeluk wordt geïnvesteerd in een bedrijf dat op de lijst staat van bedrijven waar níét in geïnvesteerd mag worden. Dan zou dat volgens de regels moeten worden gerapporteerd. Gebeurt dat niet, dan is er een kans dat APG reputatieschade oploopt, of dat er onverantwoorde investeringen worden gedaan met misschien financiële schade tot gevolg. Ik onderzocht frauderisico’s en hoe we die het beste kunnen signaleren. Ik vond het tof om ook kennis te maken met deze operationele kant van het risicomanagement.”

Wat vind je leuk aan het traineeship?

“Ik doe veel kennis en ervaring op en krijg een goed beeld van wat APG allemaal doet in brede zin. Het allerleukste vind ik dat je zelf binnen het bedrijf moet netwerken om je volgende opdracht binnen te slepen. Op die manier kun je jezelf steeds weer uitdagen. Je zou denken dat je als trainee nog niet zoveel mag doen, maar niets is minder waar. Je krijgt meteen veel verantwoordelijkheid, je draait eigenlijk volledig mee. Dat heeft me wel verrast. En door het allemaal te ervaren, kan ik echt ontdekken wat het beste bij me past.”

 

En, welk team past tot nu toe het best bij je?

“Ik heb verrassende inzichten opgedaan in de twee teams waar ik tot nu toe heb gezeten, maar om heel eerlijk te zijn ben ik nog steeds overtuigd dat ik de kant van asset risk op wil. Daar ga ik nu ook mijn laatste opdracht doen, iets waar ik veel zin in heb.”

 

Maar je dacht niet: die pensioensector is hartstikke saai?

“Dat idee had ik vroeger wel, maar toen er tijdens mijn studie iemand van APG een gastcollege kwam geven, ging er een wereld voor me open. Het is veel dynamischer en uitdagender dan ik dacht. Vooral het werkveld waar ik nu in zit, asset management, is verre van saai. APG heeft daarin veel grote investeringsprojecten. Het is voor mij één grote snoepwinkel. Ik heb me nog geen moment verveeld.”

APG is niet alleen bezig met geld verdienen, maar draagt ook echt iets bij aan de wereld

Je had ook bij een bank kunnen gaan werken. Waarom koos je voor pensioenen?

“Ja, het bankwezen heb ik overwogen, dat stond zeker op mijn lijstje en ik heb er zelfs een aanbod gekregen. Maar toen ik eenmaal op gesprek was geweest bij APG, was ik meteen verkocht. Het was op meerdere vlakken een goede match. Ze bieden zoveel mogelijkheden op het gebied van risk management, het gebied dat mij interesseert. Ik vind het daarnaast belangrijk dat APG niet alleen bezig is met geld verdienen, zoals banken dat doen, maar ook echt iets bijdraagt aan de wereld. Ik voelde me aangetrokken tot die maatschappelijke betrokkenheid.”

 

Wat motiveert je, wat zijn je drijfveren?

“Ik hoop een verschil te kunnen maken in het overzien van de risico’s die bij investeringen komen kijken, om op die manier een goed en veilig pensioen te kunnen bieden aan alle deelnemers. Dat vind ik mooi, dat wij alles doen voor de pensioenen van zoveel Nederlanders.”

 

Wat merken klanten concreet van jouw werk?

“Indirect zullen ze uiteindelijk merken dat hun pensioen op een veilige manier wordt opgebouwd.”

 

Welke eigenschappen maken jou geschikt voor deze baan?

“Ik ben erg leergierig en ambitieus en heb veel doorzettingsvermogen. Dat is een goede match met de uitdagingen die APG te bieden heeft.”

 

Wat doe je in je vrije tijd?

“Ik sport graag. Een beetje fitnessen in de sportschool, zaalvoetballen… Verder breng ik veel tijd door met familie en vrienden.”

 

Wat vinden je vrienden en familie ervan dat je in de pensioenwereld werkt?

“Mwah, ik denk dat iedereen om me heen een stoffig beeld heeft van de pensioensector. Maar als ik dan vertel waar APG Asset Management zich mee bezighoudt, de investeringen die ze doen en de omvang ervan, raken ze snel onder de indruk. Het is zo’n enorme speler, dat verwachten ze niet. Mijn vader werkt in het onderwijs en andere familieleden bouwen ook hun pensioen op bij ABP, een van onze klanten. Zij grappen weleens of hun pensioen wel in goede handen is. Ik vertel ze dan altijd dat hun pensioen niet in betere handen kan zijn dan die van APG.”

Wil je meer te weten komen over beschikbare traineeships bij APG? Kijk dan hier voor meer info!

Volgende publicatie:
"De kleinste ontwerpaanpassingen kunnen een groot verschil maken"

"De kleinste ontwerpaanpassingen kunnen een groot verschil maken"

Gepubliceerd op: 7 februari 2022

Wie zíjn toch die mensen die ervoor kiezen in de pensioensector te gaan werken? Wat doen ze daar de hele dag voor jouw pensioen? En vinden ze hun werk nou oprecht leuk? We nemen je mee achter de schermen.

Brettney Vlieland-Pijst (33) is adviseur marketing & communicatie en visueel designer bij APG. “Het is voor mij een uitdaging om informatie zo simpel mogelijk te maken, zodat het voor iedereen toegankelijk is.”

 

Wat doe je precies bij APG?

“Officieel ben ik adviseur marketing & communicatie, maar dat is eigenlijk een containerbegrip. De één is marketeer, de ander contentspecialist. Ik ben een beetje een vreemde eend in de bijt. Het werk dat ik doe is heel divers. Ik ben inmiddels visueel designer, want ik houd me nu ook bezig met grafische vormgeving.”

 

Aan wat voor werkzaamheden moeten we dan denken?

“Ik maak bijvoorbeeld verslagen op, maar ook het welkomstkaartje dat pensioendeelnemers ontvangen en nog veel meer. De visuele identiteit van een fonds is ontzettend belangrijk. We beheren geld van mensen; een betrouwbare, herkenbare uitstraling is dan essentieel. Ik werk binnen APG vooral voor bpfBOUW, het pensioenfonds voor de bouw.”

 

Hoe ben je hier beland?

“Ik ben ruim vijf jaar geleden bij APG begonnen bij het klantcontactcentrum, dat is een goede plek om het bedrijf en de klanten te leren kennen. Vervolgens ben ik overgestapt naar de werkgeversdesk, waar ik werkgevers hielp met cao-gerelateerde vragen. Daarna werd ik contentspecialist bij de afdeling marketing & communicatie. In deze functie heb ik steeds meer grafisch werk naar me toe getrokken. Ik ben ook aangenomen met die bedoeling, denk ik. Ik heb eerder gewerkt bij een educatieve uitgeverij.”  

 

Wat maakte dat jij dacht: ik ga in de pensioenwereld aan de slag, dáár gebeurt het?

“Vóór APG werkte ik als zelfstandige. Ik was continu bezig met het binnenhalen van nieuwe opdrachten. Toen ik kinderen kreeg, had ik behoefte aan wat meer zekerheid. Bovendien miste ik collega’s om me heen. Met de pensioenwereld an sich had ik niet zo veel, maar ik heb wel hart voor de bouw. Mijn inmiddels gepensioneerde vader werkte in de bouw, en andere familieleden doen dat nog steeds. Dat is erg leuk, want zij vormen mijn klankbord. Als ik een idee heb, leg ik het aan hen voor; zij zijn immers de doelgroep.”

“Famileden van mij werken in de bouw. Dat is erg leuk; zij vormen mijn klankbord”

Wat deed je als zelfstandige?

“Ik was fotograaf. Ik ben best wel een strebertje en dat heeft me ver gebracht. Zo ben ik in een boek beland als één van de honderd beste opkomende fotografen van Nederland. Supertof.”

 

Mis je je fotografiewerk niet?

“Wel een beetje, maar in mijn vrije tijd fotografeer ik gelukkig nog regelmatig. Voor bpfBOUW ontferm ik me trouwens ook over de fotografie en video-opnamen met externe partijen. Zo hebben we een video gemaakt over wat er qua pensioen allemaal komt kijken bij een scheiding. Echt fantastisch vond ik dat, om mensen te vinden die openhartig wilden vertellen over zo’n gevoelig onderwerp.”

 

Wat geeft je voldoening in je werk?

“Ik wil een verschil kunnen maken. Foto’s maken is leuk, maar als ik iets ontwerp waardoor mensen ineens wél begrijpen hoe ze iets moeten invullen, maak ik veel meer impact. Ik heb een zwak voor doelgroepen die bijvoorbeeld moeite hebben met lezen. Het is voor mij een uitdaging om content zo simpel mogelijk te maken, zodat het voor iedereen toegankelijk is. Dat doe je niet alleen in tekst, maar ook door – ik noem maar wat – twee kolommen te gebruiken in plaats van één, zodat je kortere zinnen krijgt. En ook met symbolen en infographics kun je een enorm verschil maken. Alle informatie die we brengen, moet duidelijk, eenvoudig en overzichtelijk zijn. Het geeft me voldoening om daaraan bij te dragen.”

Welke eigenschappen maken jou geschikt voor deze baan?

“Mijn enthousiasme en creativiteit. Ik ben ook iemand die altijd in mogelijkheden denkt: hoe kan het wél?”

 

Hoe ziet een werkdag eruit voor jou?

“Ik kijk eerst in mijn mail of er hulpvragen zijn. Dat kan van alles zijn; van het bewerken van een foto tot het plaatsen van een video op YouTube. Ook krijg ik regelmatig de vraag of ik wil meekijken of iets klopt met de huisstijl. Dan ga ik verder met mijn projecten, zoals het pensioenhandboek. Verder heb ik niet een bepaald dagritme. Dat brengt ook uitdagingen met zich mee; je moet alles goed plannen, want je kunt gauw verzuipen in het werk. Als je alles oppakt, kom je niet meer aan het belangrijkste werk toe. Maar het zou niets voor mij zijn om elke dag hetzelfde riedeltje af te werken. Ik houd van afwisseling en verandering, daar drijf ik op.”

 

Wat doe je als je niet aan het werk bent?

“Mijn zoon (6) en dochter (4) nemen veel tijd in beslag. Ik ga graag dagjes uit met ze, naar de dierentuin bijvoorbeeld. Verder ben ik toch wel het liefst aan het werk. Ja, ik ben een echte workaholic.”

 

Hoe reageren mensen in je omgeving als je ze vertelt over je werk?

“Er komt altijd wel weer een discussie op gang over de pensioenen en dat er niets voor hen overblijft. Ik probeer ze dan het belang van collectiviteit uit te leggen. Dat helpt meestal wel. Als ik vertel wat ik precies doe, snappen ze wel waarom ik hier bij APG zit. Mijn vrienden zullen overigens nooit denken dat ik een saaie baan heb, daar kennen ze mij te goed voor.”

 

Wat merken pensioendeelnemers van jouw werk?

“Heel veel, met mijn werk maak ik informatie toegankelijker en begrijpelijker voor ze. We zijn nu bijvoorbeeld bezig met een pensioenhandboek voor werkgevers. Veel werkgevers in de bouw zijn familiair. Zij weten het als eerst als er iets wijzigt in de persoonlijke situatie van hun werknemers. Als iemand gaat scheiden bijvoorbeeld, kan de werkgever een to-dolijstje geven, met daarin ook de eerdergenoemde video, zodat zijn werknemer precies weet wat hij moet regelen. De kleinste aanpassingen kunnen een groot verschil maken. Om nog een voorbeeld te noemen: op formulieren werd vaak een handtekening vergeten, omdat een vlakje daarvoor ontbrak. Door zoiets simpels toe te voegen, en een checklist te maken met vinkjes – ‘dit moet u doen, dat moet u inleveren’ – moet dat in de toekomst beter gaan. Dat voorkomt ook dat formulieren heen en weer gestuurd moeten worden.”

Volgende publicatie:
APG werkt mee aan inclusieve beleggerswereld

APG werkt mee aan inclusieve beleggerswereld

Gepubliceerd op: 4 februari 2022

APG US sluit zich aan bij Out Investors, een wereldwijde organisatie die de beleggerswereld toegankelijker wil maken voor LHBTQ+-professionals. Max Hartley, oprichter van de APG US LBGTQ+ affiniteitsgroep en adviseur private equity, legt uit waarom. 

Nu APG diversiteit en inclusie intern steeds meer omarmt en vormgeeft, is het tijd om ook de verbinding op te zoeken met externe partijen. Het lidmaatschap met Out Investors is een eerste stap in die richting, zegt Max Hartley. “Ik zie deze verbintenis als de eerste van vele D&I-gerelateerde partnerschappen die APG kan aangaan. Niet alleen om professionals te ondersteunen, maar ook om te leren van goede praktijkervaringen op het gebied van bijvoorbeeld werving, ontwikkeling en mentorschap.”

Goede voorbeeld
Elk van de meer dan 90 andere firma’s die lid zijn van Out Investors heeft zijn eigen kaders en benadering voor het in dienst nemen van LGBTQ+-werknemers en het creëren van een ondersteunende cultuur. Hartley: “Het is voor APG buitengewoon waardevol om hier kennis mee te maken en op haar beurt te dienen als een goed voorbeeld. Daarnaast biedt het lidmaatschap aan professionals in de financiële sector een plek om te netwerken.”

Stappen gezet
De toewijding van APG aan ESG en D&I was voor Max de belangrijkste reden om bij de organisatie te gaan werken. Hij merkt op dat APG goede vooruitgang boekt bij het toepassen van diversiteit en inclusie bij zowel werving als bij de waarden van APG in het algemeen. “D&I is bijvoorbeeld een belangrijk punt van zorgvuldigheid in onze private equity-investeringen en APG wordt gezien als een grote speler als het aankomt op verbetering van D&I in de financiële sector. Het is heel interessant om deel uit te maken van een organisatie die zo'n verandering uitdraagt."

 

Maar het gaat niet alleen om wat APG naar buiten toe doet. Medewerkers meer bewust maken van de stappen die APG heeft gezet op het gebied van diversiteit en inclusie, blijft ook belangrijk. Hartley: “Op die manier wordt ons dagelijks handelen met elkaar ook steeds inclusiever. Een recent voorbeeld van ons kantoor in New York is de eerste jaarlijkse Diversity Day die we in november vierden. Daar kwamen heel veel collega’s op af en dat zorgt ervoor dat het gesprek over diversiteit en inclusie niet stil valt.”

Over de APG US LGBTQ+ Affinity Group

De APG US LGBTQ+-groep wil professionele LGBTQ+-netwerken uitbreiden door middel van evenementen die ons verbinden met mensen binnen en buiten onze organisatie. De groep streeft ernaar samen te werken met gelijkgestemde organisaties om dit te doen. De groep gelooft in inclusie en gelijkheid - wat betekent dat iedereen welkom is! We erkennen openlijk met trots wie we zijn en we ondersteunen APG intern en onze lokale gemeenschap extern.

Volgende publicatie:
“Metaverse kan onze interactie met deelnemers op z’n kop zetten”

“Metaverse kan onze interactie met deelnemers op z’n kop zetten”

Gepubliceerd op: 3 februari 2022

Welke trends gaan we dit jaar zien? En wat kenmerkte vorig jaar? Experts van APG laten hier hun licht over schijnen. Vandaag Anne-Marie Le Doux (hoofd van de Groeifabriek) over belangrijke ontwikkelingen op het gebied van innovatie. “Innovatie moet niet alleen meer om nieuw draaien, maar ook om duurzaam.”

 

De GroeiFabriek is onderdeel van APG en richt zich op innovaties rondom de behoeftes van deelnemers, werkgevers en pensioenfondsen. Kortom: de klanten van APG. Hierbij maakt de GroeiFabriek gebruik van technologieën en werkwijzen die zich hebben bewezen in andere sectoren. Kijkend naar haar vakgebied ziet Le Doux enkele trends die dit jaar mogelijk een belangrijke rol gaan spelen. Deze ontwikkelingen komen niet uit het niets, maar speelden vaak vorig jaar ook al. Zo blijkt corona nogal eens een versterkende invloed te hebben op de innovatietrends.

Samensmelting
Bij innovatie komen al gauw digitale toepassingen in beeld, en dat geldt ook voor de Groeifabriek. Le Doux verwacht dat metaverse als trend voor dit jaar en daarna door gaat zetten. “Dat is een soort samensmelting van de fysieke en digitale wereld. Mensen die Minecraft of Fortnite spelen, zullen er bekend mee zijn. Met behulp van virtual reality (de gebruiker bevindt zich volledig in een digitale 3D-wereld, red.) en augmented reality (een digitale toevoeging aan de fysieke wereld van de gebruiker; bijvoorbeeld de mogelijkheid om op je telefoon te zien of een tv of meubel in je woonkamer past, red.) kunnen we ons steeds echter in de digitale wereld bewegen. Metaverse is nu nog een concept, maar wel een die onze interactie met de deelnemers van onze fondsklanten volledig op de kop kan zetten. Want als een deelnemer of bedrijf ons wil benaderen via metaverse, moeten we onze dienstverlening daarop aanpassen zodat we hen ook in die wereld van dienst kunnen zijn. Het is daarom zeker iets dat we in de gaten houden.”

“Een ontwikkeling die vorig jaar al speelde en dit jaar zal doorzetten, is de noodzaak om innovatie los te koppelen van groei,” zegt Le Doux. “Als mensen een nieuwe telefoon kopen dan is dat goed voor de economische groei, maar het heeft ook negatieve gevolgen voor het milieu en klimaat. Daarnaast zagen we de afgelopen twee jaar dat er een grens zit aan de overvloed die we gewend zijn. Denk aan lege schappen in de supermarkt, flink stijgende energieprijzen en winkels die ineens om 20.00 uur dicht moesten. Corona heeft ons doen beseffen dat schaarste zomaar kan toeslaan. Innovatie moet daarom niet alleen meer om nieuw draaien, maar ook om duurzaam. Je kunt dus een nieuwe telefoon kopen, maar dan moet er wel een manier zijn om de oude op circulaire wijze af te breken, zodat de grondstoffen kunnen worden hergebruikt. En dat is echt anders dan hoe het was.”

We moeten nog meer inspelen op het afnemende vertrouwen

Vertrouwen
Door corona is in de afgelopen twee jaar het vertrouwen van mensen erg op de proef gesteld. “Dit speelt al langer, maar ik verwacht dat het vertrouwen in instituties er dit jaar niet groter op zal worden,” stelt Le Doux. “Daar moeten we nog meer op inspelen. Dat doen we door gehoor te geven aan de roep om meer transparantie en eerlijke antwoorden. Dat betekent dat je als bedrijf op het juiste moment de juiste en relevante informatie bij de klant wil krijgen, op een manier die bij de klant past. We zijn nu bij APG bezig met een zogenaamd Digital Experience Platform, waarop deelnemers de antwoorden op hun pensioenvragen kunnen vinden. Die pensioeninformatie is natuurlijk de basis, maar ik verwacht dat er ook steeds meer zal worden gevraagd naar informatie over de wijze waarop wij beleggen of hoe wij omgaan met persoonsgegevens. Hoe beter je dit soort vragen als bedrijf kunt beantwoorden, hoe groter de kans dat je de vertrouwensband met de klant versterkt. En vertrouwen behouden en versterken is, vooruitkijkend naar de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel, ook voor APG van groot belang.”

Technologietrends
Le Doux: “Technologie speelt altijd een grote rol bij innovatie, denk aan data fabric, cybersecurity mesh en hyperautomation. Wat je ziet, is dat door het combineren van een aantal van deze technieken onze processen steeds foutlozer, datagedrevener en meer gecontroleerd werken. Vanuit de GroeiFabriek onderzoeken wij nu of we op deze manier een aantal processen bij onze pensioenuitvoering een flinke stap vooruit kunnen helpen. Zo bekijken we of RegTech – een combinatie van technieken zoals onder andere artificial intelligence, big data, cloud computing en machine learning – ons kan helpen om volledig geautomatiseerd te voldoen aan compliance-voorschriften. Al die techniek verkleint de kans op menselijke fouten. Wij hebben daar als GroeiFabriek een aandeel in door prototypes te maken die we vervolgens met deelnemers, fondsen en APG’ers beoordelen op toegevoegde waarde.”

Opkomende kansen
Wat nu een trend is, is al heel snel business as usual, stelt Le Doux. “Het is dan ook belangrijk om als APG voortdurend om ons heen te kijken naar opkomende kansen. Wat zien we gebeuren in andere sectoren? Wat verwachten onze deelnemers en werkgevers van onze dienstverlening over een aantal jaar? Hoe kunnen we fondsen helpen hun strategie te realiseren door de inzet van nieuwe technologieën? Het is aan ons als GroeiFabriek om oplossingen te bedenken voor dit soort vragen en te testen of ze werken.”

Volgende publicatie:
“Niet alles is een gevecht, dat heb ik moeten leren”

“Niet alles is een gevecht, dat heb ik moeten leren”

Gepubliceerd op: 26 januari 2022

Hoe goed zorgen pensioenuitvoerders voor hun eígen pensioen? Emile Toes vertegenwoordigt zijn collega’s in het bestuur van het personeelspensioenfonds van APG. Benaderbaar en met een recht-voor-zijn-raap-mentaliteit, maar ook koppig als het moet. “Juist als het schuurt, boek je resultaat.”

 

In de pre-coronatijd werd Emile Toes als bestuurder van het personeelspensioenfonds van APG bij de koffieautomaat geregeld aangesproken door zijn collega’s: “Zeg, waarom is de pensioenpremie gestegen?” Of: “Ik hoor dat het partnerpensioen wordt versoberd: wat maak je me nou?”

“Dat soort beslissingen raakt mensen direct in hun portemonnee,” zegt Toes. “Logisch dat ze daar vragen over hebben. Ik probeer dan uit te leggen waarom zo’n besluit noodzakelijk is en welke afwegingen we daarbij als bestuur hebben gemaakt.”

Nee, hij heeft de koffieautomaat en daarmee de confrontatie met collega’s nooit stiekem ontweken. “Ik zie het juist als een voordeel dat wij als bestuurders zelf op de werkvloer rondlopen. Hoe vaak kom je als leraar of defensiemedewerker een ABP-bestuurder tegen? Als je miljoenen deelnemers bedient, is een-op-eencontact onmogelijk. Bij ons als klein en zelfstandig ondernemingspensioenfonds is de drempel laag en zijn de lijnen lekker kort.”

Toes is sinds twee jaar bestuurder namens de werknemers in PPF-APG, dat het pensioen verzorgt voor 7000 deelnemers, van wie er 2200 actief zijn. In het dagelijks leven is hij werkzaam als businessconsultant bij APG. In die rol rekent hij onder meer pensioenreglementen door en denkt hij mee over de bediening van de aangesloten fondsen. Toes draagt dus verschillende petten: hij is zelf werknemer van APG, deelnemer én bestuurder van het eigen pensioenfonds en in die laatste rol ook nog eens klant van zijn eigen werkgever. Een soort Droste-effect dus.

 

Hoe houd je die petten uit elkaar?

“Je moet altijd zorgen dat je de schijn van belangenverstrengeling vermijdt. Het helpt dat iedereen mijn dubbele pet kent, ik ben daar gewoon open over. In mijn dagelijks werk bij APG voer ik geen werkzaamheden direct voor PPF uit. En als er in de bestuursvergadering bijvoorbeeld een advies van APG besproken wordt waaraan ik zelf heb meegeschreven, stem ik niet mee, maar ga ik even koffiedrinken. Het is ook een voordeel dat ik die verschillende rollen vervul. Omdat ik veel van pensioenuitvoering weet, kan ik het bestuur daar veel input over geven.”

 

Waarom ben je destijds gekozen als bestuurder, denk je?

“Ook mijn medekandidaat was ongetwijfeld geschikt geweest voor deze rol. Misschien ben ik uiteindelijk gekozen omdat ik niet technocratisch, maar open en toegankelijk wil zijn. Bestuurders zijn net mensen: er is soms sprake van ingewikkeld politiek gedoe omdat ze recht willen doen aan alle belangen, of een vervelende boodschap mooi willen aankleden. Maar je kunt beter gewoon eerlijk en recht voor zijn raap zeggen hoe het zit: dat je een lastig besluit hebt moeten nemen, dat negatief kan uitpakken voor sommige mensen.”

 

Geef eens een voorbeeld?

“Neem de versobering van het partnerpensioen. Een besluit van de sociale partners, dat het fonds vervolgens toetst en uitvoert. Dat was best een forse aanpassing, maar die was nodig om het pensioen in de toekomst betaalbaar te houden. Dat leidde bij sommige deelnemers tot zorg en ontevreden reacties. Dan licht ik zo’n besluit toe: een-op-een, vaak meer dan een uur. Dat zijn niet altijd prettige gesprekken en soms kom je inhoudelijk ook niet tot elkaar. Maar toch is het waardevol om van gedachten te wisselen. Een ander lastig onderwerp is indexatie. Ook in 2022 gaan we als fonds niet indexeren, voor het vijfde jaar op rij, hoe graag we het ook zouden willen. Onze beleidsdekkingsgraad is met 107,5 procent lager dan de wettelijke vereiste van 110 procent, al gaat het de goede kant uit. Dat proberen we goed uit te leggen, bijvoorbeeld tijdens de deelnemersbijeenkomsten of de jaarlijkse gepensioneerdendag, die sinds corona overigens beide digitaal zijn.”

 

Straks wordt het misschien mogelijk om al bij een dekkingsgraad van 105 procent te indexeren. Goed nieuws?

“Ja, maar je moet ook naar de toekomst kijken. Het moet niet zo zijn dat je indexeert en twee jaar later weer moet korten, omdat je dekkingsgraad te veel is gedaald. We willen jojobeleid vermijden. Bovendien moet het evenwichtig zijn: als de uitkering van de gepensioneerden stijgt, wat zijn dan de gevolgen voor de actieve deelnemers? Daarover hebben we het met elkaar in het bestuur.”

 

En jij behartigt natuurlijk de belangen van de werknemers in het bestuur…

“We zijn als bestuur paritair samengesteld: we hebben zetels namens de werkgevers, de gepensioneerden en de werknemers. Maar we zijn niet verzuild, we kijken als bestuurders allemaal verder dan de partij die we vertegenwoordigen. Het gaat om veel geld en grote belangen. Dus ik kan het me niet permitteren om alleen het perspectief van de actieve deelnemers voor het voetlicht te brengen. Ik zit er voor iederéén: ook de gepensioneerden en de slapers.”

 

Niet alle medewerkers van APG zitten bij het personeelspensioenfonds. Enkele honderden medewerkers bouwen pensioen op bij ABP. Leidt dat tot onderlinge spanningen?

“Dat is historisch zo gegroeid. Als twee medewerkers dezelfde functie hebben, maar ze allebei bij een ander pensioenfonds zitten, is een vergelijking natuurlijk snel gemaakt. De dekkingsgraden zijn bijvoorbeeld niet gelijk. Mensen denken ook vaak dat wij duurder zijn dan ABP. Voor een klein fonds zijn de vaste kosten inderdaad een uitdaging, omdat je die over minder deelnemers kunt verdelen. Daarom zetten we als bestuur elk jaar in op verdere verlaging van de kosten, zowel voor de administratie als voor het vermogensbeheer. Ook het beleggingsbeleid wordt vaak vergeleken, we zitten voor ons vermogensbeheer immers allebei bij APG. Toen ABP bekendmaakte niet langer in fossiel te investeren, kregen wij als personeelspensioenfonds ook vragen van deelnemers: ‘Gaan jullie ook uit fossiele brandstoffen?’ Of juist: ‘Jullie gaan toch niet óók uit fossiel, hè?’”

Als individuele investeerder hebben we met die 1,7 miljard op mondiale schaal niet veel slagkracht, nee

En, wat was jullie antwoord op die vragen?

“Wij willen zorgvuldig de tijd nemen voor die afweging. We werken als bestuur met het bob-model: beeldvorming, oordeelsvorming, besluitvorming. We zijn nu eerst alle consequenties goed in kaart aan het brengen. Daarbij kijken we ook naar het draagvlak bij onze deelnemers. Toevallig hadden we vlak vóór het ABP-besluit een enquête gehouden over verantwoord beleggen. Zo’n 70 procent vindt dat we op dat gebied best ambitieus mogen zijn. Zo kregen we eerder dit jaar ook vragen van deelnemers over ons belang in mijnbouwbedrijf Glencore, wegens mensenrechtenschendingen bij de kobaltwinning. Als bestuur hebben we toen besloten om niet langer in Glencore te beleggen.”

 

Hoeveel invloed kun je uitoefenen met een belegd vermogen van 1,7 miljard euro, versus de honderden miljarden euro’s van ABP, als grootste pensioenfonds van Nederland? Voelen jullie je niet als een muis tegenover een olifant?

“We zoeken vooral de samenwerking met andere partijen op. Als individuele investeerder hebben we met die 1,7 miljard op mondiale schaal niet veel slagkracht, nee, daarin moet je realistisch zijn. Een medebestuurder beschreef dat laatst mooi ironisch, met een fictieve krantenkop: ‘PPF-APG waarschuwt China voor de laatste maal.’ Toch zetten we ons als bestuur voor honderd procent in om met dat vermogen een zo goed en verantwoord mogelijk pensioen voor onze deelnemers te realiseren, ongeacht de omvang ervan.”

 

Veel pensioenfondsen worstelen met de communicatie met hun deelnemers: die vinden de informatie vaak te complex. Daar hebben jullie vast geen last van.

“Er werken hier genoeg mensen die de premie zelf kunnen narekenen, ja. Maar ook wíj hebben deelnemers bij wie het upo, het uniform pensioenoverzicht, meteen in een la verdwijnt, hoor. Er werken hier natuurlijk ook mensen die zich met andere dingen dan pensioenuitvoering bezighouden, zoals IT of databeheer. Bovendien moet onze communicatie ook te begrijpen zijn voor partners en kinderen van deelnemers. Dus we delen gewoon alle basisinformatie. Tegelijkertijd hebben relatief veel deelnemers inderdaad meer pensioenkennis dan gemiddeld. Het is dus soms zoeken naar het juiste communicatieniveau. Daarom ga ik ook graag die persoonlijke gesprekken aan. Daarin kun je meer de diepte ingaan.”

 

Waarom heeft PPF-APG in het nieuwe pensioenstelsel ondanks die grotere kennis niet gekozen voor de flexibele premieregeling, die meer verantwoordelijkheid bij de deelnemer zelf legt?

“De sociale partners hebben voorlopig gekozen voor de solidaire premieregeling (waarin er collectief belegd wordt, red). Daarbij heeft het belang van solidariteit de doorslag gegeven. In de flexibele premieregeling kunnen geen beleggingsrisico’s met elkaar gedeeld worden. De keuze is overigens nog niet definitief, het is een werkhypothese. Wij willen trouwens als een van de eerste fondsen in Nederland overstappen op het nieuwe stelsel, per 1 januari 2025. Een dubbele uitdaging: niet alleen voor ons als fonds, maar ook voor APG als werkgever en uitvoeringsorganisatie.”

Een zo hoog mogelijk pensioen tegen zo min mogelijk kosten. Dat wil ik bereiken voor onze deelnemers

Heb je daar vertrouwen in, met je pet van fondsbestuurder op?

“Ik heb er geen enkele twijfel over dat de mensen binnen APG de overgang naar het nieuwe stelsel aankunnen. Alle kennis en expertise is aanwezig. En als fonds zijn wij klein en wendbaar genoeg voor een soepele overgang. We vinden het niet erg om de rol van pionier te spelen. Sterker nog, we willen als het personeelsfonds van APG graag een showcase voor de transitie zijn. We zijn er ook al druk mee bezig. De nieuwe Wet toekomst pensioenen eist bijvoorbeeld dat we deelnemers vragen hoe zij aankijken tegen het omgaan met risico’s in hun pensioen. Dat risicopreferentie-onderzoek gaan we in januari al doen. De komende jaren worden druk, want als klein fonds hebben we geen bestuursbureau. We krijgen wel ondersteuning vanuit APG, maar we moeten ook veel zelf doen.”

Je hebt er dus bijna een baan bij en je wordt er niet eens voor betaald. Wat dríjft je als pensioenbestuurder, je wilde ooit arts worden?

“Ja, ik heb een jaar Medische verpleegkunde gestudeerd, maar dat bleek toch niets voor mij. Arts worden was een jongensdroom, net zoals mijn zoontje van vier nu zéker weet dat hij brandweerman wil worden. Ik zie trouwens wel een raakvlak tussen de medische wereld en de pensioensector. Het draait in beide gevallen om het welzijn van mensen en daar kan ik ook als pensioenbestuurder aan bijdragen.”

 

Mét een flinke dosis koppigheid, zoals je jezelf ooit typeerde. Hindert of helpt je dat?

“Allebei. Ik ben niet makkelijk te overtuigen. Maar als ik me te eigenwijs opstel, dan zijn er in het bestuur gelukkig zat mensen die mij terug in mijn hok kunnen duwen. Ik heb door mijn bestuursfunctie ook meer oog gekregen voor andere argumenten en inzichten. Niet alles is een gevecht, dat heb ik moeten leren. Mijn stelligheid heeft nadelen, maar het is ook een voordeel. Ik stá voor mijn mening. Mensen weten dus altijd precies hoe ik ergens over denk. Als je geen standpunt inneemt, kom je nergens. Juist als het schuurt in de discussie, boek je resultaat: een zo hoog mogelijk pensioen tegen zo min mogelijk kosten. Dat wil ik bereiken voor onze deelnemers. Daarbij heb ik ook een persoonlijke missie: een toegankelijk bestuur zijn, dat echt de tijd neemt voor onze collega’s, bij goed én slecht nieuws over het pensioen. We zijn goed op weg, maar het kan altijd beter.”

Wie is Emile Toes?

Zijn moeder knipte destijds een advertentie uit de regionale krant waarin trainees werden gevraagd voor ASW, het pensioenfonds voor woningcorporaties. Daar zochten ze schoolverlaters zonder pensioenkennis. Emile Toes (1986) paste precies in dat profiel. ASW ging na een aantal jaar samen met Cordares, het pensioenfonds voor de bouw, dat op zijn beurt weer samenging met APG. Toes verhuisde elke keer mee. Zijn eerste pensioenrol was medewerker Klantteam, vijftien jaar later is hij businessconsultant bij APG.

 

Met het mes op tafel

Toes was al op zijn dertigste (werknemers)voorzitter van het Verantwoordingsorgaan, dat het bestuur van PPF-APG adviseert en jaarlijks beoordeelt. Sinds februari 2020 is hij zelf bestuurder van het ondernemingspensioenfonds voor de medewerkers van APG en vijf gelieerde organisaties. Zijn discussievaardigheden kreeg hij van huis uit mee, als jongste (en helft van een tweeling) in een gezin met vijf kinderen uit Blaricum. Tijdens het eten over allerlei zaken van gedachten wisselen: het was letterlijk en figuurlijk dagelijkse kost.    

Volgende publicatie:
“Het is toch prettig om niet voor geldwolf te worden uitgemaakt”

“Het is toch prettig om niet voor geldwolf te worden uitgemaakt”

Gepubliceerd op: 24 januari 2022

Wie zíjn die mensen die ervoor kiezen in de pensioensector te gaan werken? Wat doen ze daar de hele dag voor jouw pensioen? En wat vinden ze leuk aan hun werk? We nemen je mee achter de schermen.

Julian Steenman (26) is quant-portfoliomanager bij APG. “Mensen denken ten onrechte dat een quant een gevoelloze machine is die de hele dag met z’n neus op een scherm zit te programmeren.”

 

Wat doet een quant-portfoliomanager?

“Een portfoliomanager beheert een beleggingsportefeuille. Ik werk binnen het vastgoedteam en werk daar mee aan het beheren van een vastgoedportefeuille van APG.”

 

En wat is een quant dan?

“Quant staat voor quantitative – kwantitatief dus. Het is een vrij breed, vaag begrip in de beleggingswereld, maar over het algemeen is een quant iemand die modelmatig of wiskundig naar potentiële beleggingen kijkt. We proberen de dingen die op de beurs gebeuren te verklaren door middel van wiskundige verbanden en oorzaak en gevolg. Daarnaast proberen we zinnige dingen te zeggen over wat de toekomst gaat brengen. Waar ik me specifiek mee bezighoud, is het systematiseren van het beleggingsproces binnen het vastgoedteam.”

 

Hoe gaat dat in z’n werk?

“Wat we simpel gezegd doen binnen het vastgoedteam, is ja of nee antwoorden op de vraag: willen we hierin beleggen? En ‘hierin’ is dan bijvoorbeeld een hotel. Het antwoord is altijd gebaseerd op onderbouwde argumenten en overtuigingen. Je kunt dat voor een groot deel standaardiseren. We werken aan een soort beslisboom, met bovenin de vraag of we gaan investeren, en naar beneden toe steeds gedetailleerder waarom we dat wel of niet doen. Door het op die manier te systematiseren, zorg je ervoor dat iedereen dezelfde stappen moet doorlopen in het nemen van beslissingen. Zo kun je die beslissingen makkelijker met elkaar vergelijken.”

 

Hoe word je zo’n quant?

“Als je wiskunde of econometrie hebt gestudeerd, krijg je al snel het label quant op je geplakt. Ik heb wiskunde gestudeerd aan de universiteit en kwam er gaandeweg achter dat ik de financiële wereld interessant vond.”

 

Toch klinkt ‘de financiële wereld’ wat flitsender dan ‘de pensioensector’. Hoe ben je bij APG beland?

“Ik had eigenlijk nooit nagedacht over de pensioenwereld, maar ben toevallig bij APG binnengerold voor mijn afstudeerscriptie. APG is de grootste vermogensbeheerder van Nederland, die schaal en complexiteit vind je nergens ander terug. Het is me hier zo goed bevallen dat ik heb besloten om te blijven. Dus heb ik een traineeship van twee jaar gevolgd en sinds oktober werk ik in deze nieuwe rol.”

 

 

En, nog geen spijt van je keuze?

“Zeker niet, ik heb absoluut de juiste keuze gemaakt.”

 

Wat vind je zo leuk aan deze baan?

“Meerdere dingen. Het beleggingsproces zie ik als een uitdagende, interessante puzzel. Ook vind ik het heel leuk om concreet bij te dragen aan het proces zelf, er samen met anderen voor te zorgen dat het steeds makkelijker wordt om te vergelijken waarom we wel in hotel A beleggen, maar niet in hotel B. Dat maakt het proces beter uitlegbaar en daarmee ook transparanter. Ik vind het daarnaast mooi meegenomen dat we een maatschappelijk belang dienen. Ja, we zijn bezig met geld verdienen en dat willen we bereiken met investeren, maar er zit wel een gedachte achter het waarom. We doen het om ervoor te zorgen dat mensen voldoende pensioen krijgen. Ik vind het fijn om daaraan bij te kunnen dragen, al is het in eerste instantie niet de reden geweest dat ik voor de pensioensector heb gekozen. Het is toch prettig om niet voor geldwolf te worden uitgemaakt.”

 

Wat drijft je in je werk?

“Het feit dat we investeren voor het pensioen van miljoenen mensen. Bij veel andere vermogensbeheerders is dat heel anders, daar probeer je geld te verdienen voor een klein aantal miljonairs. Toen ik ervoor koos mijn scriptie bij APG te gaan schrijven was dit niet mijn grootste drijfveer, maar door de jaren heen ben ik me steeds meer gaan identificeren met de missies van APG. Zo loopt APG wat duurzaamheid betreft aan kop binnen de financiële sector. Zelf vind ik duurzaamheid ook belangrijk. Ik ben bijvoorbeeld een aantal jaar geleden vegetariër geworden, uit milieuoverwegingen. Wat me concreet drijft in mijn werkzaamheden is het ontrafelen van dat ontzettend complexe proces dat komt kijken bij het maken van een investeringsbesluit. En daar vervolgens slimme, kwantitatieve oplossingen voor bedenken, geeft me erg veel voldoening.”

 

Als ik met vrienden zit, gaat het altijd minstens één keer over mijn werk. Ze vinden het erg interessant

Hoe reageren mensen als je vertelt wat je voor werk doet?

“Nou, ze vinden het erg interessant! Ik merk dat veel mensen de afgelopen jaren privé zijn begonnen met beleggen. In mijn omgeving is iedereen daarom erg geïnteresseerd in wat ik doe. Als ik een avond met mijn vrienden zit, gaat het altijd minstens één keer over mijn werk. Ze vragen bijvoorbeeld waar ik op dat moment mee bezig ben en hoe het hele beleggingsproces verloopt bij zo’n grote vermogensbeheerder.”

 

Goede vraag, hoe verloopt dat beleggingsproces?

“Als particulier klik je op een knop en dan koop je een aandeel. Maar bij een organisatie als APG gaan er heel veel stappen aan zo’n besluit vooraf. Je doet een due diligence-onderzoek, zoals dat binnen de vastgoedwereld heet: je verzamelt zoveel mogelijk informatie. Om even bij het hotelvoorbeeld te blijven: stel dat we overwegen een bepaald hotel te gaan kopen, dan lichten we het helemaal door. Hoe oud is het gebouw, wat is de staat van de kamers, moet het gerenoveerd worden, is het management betrouwbaar? We kijken bedrijfsspecifiek, maar ook naar de locatie. Wat is onze verwachting van de ontwikkeling van de huurprijs van hotels op deze plek, en van de inflatie? Al die stukjes informatie bij elkaar stoppen we vervolgens in een waarderingsmodel. Het doel is om daarmee een waardekaartje aan het hotel te hangen, waarmee we kunnen beoordelen of het al dan niet een aantrekkelijke investering is. Is het antwoord ja, dan gaan we naar een investeringscomité, dat al onze argumenten nog eens tegen het licht houdt. Is onze verwachting van de kamerprijzen bijvoorbeeld wel reëel? Alleen als we goed kunnen onderbouwen waarom iets een goede investering is, krijgen we groen licht en mogen we een bod uitbrengen.”

 

Hoeveel geld beheer je eigenlijk?

“De totale waarde van de vastgoedportefeuille van APG ligt ergens tussen de 50 en 60 miljard. Die beheren we wereldwijd met een team van iets meer dan vijftig mensen. Als je het zo bekijkt, beheren we 1 miljard euro per persoon.”

 

Beleg je ook privé?

“Ja, maar alleen binnen de bandbreedte waarin dat mag binnen APG. Omdat we ons professioneel bezighouden met beleggen, mogen we privé geen individuele aandelen kopen. Als je bijvoorbeeld zelf belegt in een bedrijf als Philips, dan zou dat je beslissingen op het werk kunnen beïnvloeden, of andersom. Beleggen in fondsen en trackers (‘mandjes’ aandelen die bijvoorbeeld de koers van de gehele AEX volgen, red.) mag wel, dus dat doe ik.”

 

Hoe ziet jouw werkdag eruit?

“Ik begin vaak met het lezen van het nieuws, beursgerelateerd en vastgoedspecifiek, zodat ik op de hoogte ben van wat er speelt. Daarna maak ik een to-do list van de twee of drie belangrijkste dingen die ik die dag gedaan wil hebben. Die prioriteiten hebben altijd te maken met dat waarderingsmodel waar ik het eerder over had, of met het systematiseren van het beleggingsproces. Binnen het team werken we daar met vijf tot tien mensen aan.”

 

Zit je de hele dag aan je beeldscherm gekluisterd?

“Nee zeg, gelukkig niet. Dat is het beeld dat veel mensen hebben van quants, dat het gevoelloze machines zijn die de hele dag dingetjes zitten te programmeren en te modelleren op hun computer. Maar daar zou ik heel slecht op gaan. Ik heb gelukkig ook meerdere keren per dag contact met collega’s. Dat is voor mij heel belangrijk. Nee, ik herken mezelf echt totaal niet in het stereotiepe beeld van een quant.”

 

Wat doe je in je vrije tijd?

“Ik sport veel, loop vaak hard. Verder lees ik graag, vind ik schaken leuk en ben ik een groot liefhebber van reizen – jammer dat dat laatste even niet meer kan.”

 

Welke karaktereigenschappen maken jou geschikt voor het werk dat je doet?

“Behalve dat ik het kwantitatieve stuk goed begrijp en abstract kan denken, kan ik goed de brug slaan naar mensen die een wat minder cijfermatige achtergrond hebben. Ingewikkelde materie zo eenvoudig mogelijk uitleggen is iets wat me wel aardig ligt.”

 

Wat merken APG klanten concreet van jouw werk?

“Uiteindelijk kom je dan uit op hoeveel pensioen er elke maand wordt overgemaakt. Als onze beleggingsresultaten goed zijn – al is het vastgoedstukje maar een klein onderdeel van het geheel – merken klanten dat bijvoorbeeld in het feit dat er niet gekort hoeft te worden en dat er wel indexatie plaatsvindt. En het systematiseren van het proces, wat we aan het doen zijn, leidt ertoe dat we uiteindelijk nóg beter beslissingen kunnen nemen en deze keuzes nog beter uitlegbaar zijn.”

Volgende publicatie:
‘De meeste mensen snappen niet wat ik doe’

‘De meeste mensen snappen niet wat ik doe’

Gepubliceerd op: 11 januari 2022

Wie zíjn die mensen die er bewust voor kiezen om in de pensioensector te gaan werken? Wat doen ze daar de hele dag voor jouw pensioen? En wat vinden ze leuk aan hun werk? We nemen je mee achter de schermen. Latifa el Haddar (40) is allround pensioenmedewerker bij APG. “Eerlijk is eerlijk: ik word weleens tureluurs als ik voor de zestigste keer op een dag een rekeningnummer zit te wijzigen. Maar gelukkig is niet elke dag zo saai.”

 

‘Allround pensioenmedewerker’, dat klinkt als een manusje-van-alles. Wat doe je precies?

“Ik werk op de afdeling BTER, wat staat voor Bedrijfstakeigen regelingen. Ik houd me bezig met alle extra regelingen waar werkgevers en werknemers van de BTER-fondsen gebruik van kunnen maken vanuit de cao. Een voorbeeld is de Tijdspaarfondsregeling, die is bedoeld voor mensen die onder de cao Bouw & Infra werken. Hun vakantiegeld en vrije dagen worden in een potje gestort, en dat potje beheren wij. Wij houden ons ook bezig met de zwaarwerkregeling. Die regeling, waarmee werknemers eerder kunnen stoppen met werken, kan bij ons worden aangevraagd. Wij zorgen dan dat ze al geld krijgen uitgekeerd tot ze recht hebben op AOW. Vaak gebruiken ze dit samen met een vervroegd pensioen. Ook deelnemers die in de ziektewet of de WW zitten, kunnen bij ons een aanvraag doen voor een aanvullingsregeling. In totaal gaat onze afdeling over vijftien regelingen.”

 

Je werk heeft dus maar zijdelings met pensioenen te maken?

“Ja, dat klopt.”

 

Toch werk je in de pensioensector. Die staat niet bekend als de meest bruisende branche.

“Haha, laten we eerlijk zijn: het is soms supersaai. Als ik zestig rekeningnummers zit in te voeren op een dag, word ik er weleens tureluurs van. Maar dat is gelukkig niet elke dag zo.”

 

Wat maakt je werk leuk?

“Ik vind het fijn dat we als team best autonoom zijn. We werken met z’n achten en als we vinden dat dingen anders moeten, kunnen we snel en makkelijk knopen doorhakken. De lijntjes met het bestuur zijn kort. Wat ik ook lekker vind, is de vrijheid die ik heb. Als je je uren maar maakt, maakt het niet zoveel uit wanneer je dat doet. Een collega van me begint om vijf uur ’s ochtends – zij liever dan ik. Je kunt inloggen wanneer je wilt en als je tussendoor even naar buiten gaat is dat helemaal prima. Er is geen 9-tot-5-mentaliteit. Dat ligt me wel.”

 

Het was vast niet je meisjesdroom om bij APG te werken. Hoe ben je hier beland?

“Ik ben erin gerold. Na mijn hbo-studie, die ik niet heb afgemaakt omdat mijn ouders in het derde jaar terug naar Marokko gingen en ik er alleen voor kwam te staan, heb ik veel via uitzendbureaus gewerkt. Op een gegeven moment kon ik op gesprek komen bij APG, toen nog Cordares. In diezelfde periode had ik ook een gesprek bij Wibra, voor de functie vestigingsmanager. Toen ik bij allebei werd aangenomen, was het kiezen.”

 

Waarom koos je voor APG?

“Ik zag het bij nader inzien niet zitten om elke dag een winkel te openen en de verantwoordelijkheid te hebben voor zo’n zaak. APG leek me een fijne werkgever die veel toekomstperspectief bood. En dat is ook wel gebleken. Ik werk hier nu vijftien jaar en heb veel opleidingen en cursussen mogen volgen. Zo heb ik mijn green belt gehaald, door verbeteringen binnen processen te leren herkennen. Ik ben nu verbeterspecialist op mijn afdeling. Als je een cursus of opleiding wilt volgen, wordt daar nooit moeilijk over gedaan. Ik ben dus nog steeds blij dat ik voor APG heb gekozen. Voordat ik vier jaar geleden bij de afdeling BTER terechtkwam, werkte ik onder meer bij de klantenservice en heb ik me beziggehouden met de pensioenen voor de bouw, schoonmaak en woningcorporaties. Ik zit inmiddels ook in de OR. Bij elke afdeling heb ik wel iets over mezelf geleerd. Die hele reis door het bedrijf heeft me gemaakt tot wie ik ben.”

Bij elke afdeling heb ik iets over mezelf geleerd. Die hele reis door het bedrijf heeft me gemaakt tot wie ik ben

Wat vertel je op feestjes over je werk?

“De meeste mensen snappen niet wat ik doe. Als je zegt dat je bij een pensioenuitvoerder werkt maar niet veel met pensioenen doet, zie je al wenkbrauwen fronsen. Als ik zeg dat ik verbeterspecialist ben, gaan die wenkbrauwen nog verder omhoog. ‘Ben je dan de hele tijd mensen aan het verbeteren?’ Bij een green belt denken mensen direct aan karate.”

 

Hoe ziet jouw werkdag eruit?

“Ik begin meestal rond half negen. Ik werk 28 uur per week, op maandag bekijk ik wat er naast de standaardproductie verder nog moet gebeuren. We verdelen het werk aan de hand van een fijne sheet die op mijn initiatief is gebouwd. Het staat iedereen vrij om op te pakken wat hij of zij wil. Ik pak meestal van alle smaakjes wat, om het voor mijzelf zo gevarieerd mogelijk te houden. De vragen die binnenkomen moeten we binnen tien werkdagen beantwoorden, maar we proberen daar sneller in te zijn. Nu we allemaal vanuit huis werken, zorgen we dat we elke dag even met elkaar videobellen en dan ook echt onze camera’s aanzetten om elkaar even te zien. Verder voeren we ieder onze eigen taken uit.”

 

Wanneer komt jouw afdeling in actie?

“Als er een vraag binnenkomt van een werkgever of werknemer. Dat gebeurt via het klantcontactcentrum, maar ook via portalen van werkgevers en via de mail. Voor elke regeling hebben we een aparte inbox. Deelnemers bellen ons niet direct, maar ik neem vaak wel telefonisch contact met hen op om een kwestie af te handelen. Dat vind ik persoonlijker.”

 

Welke vragen krijgen jullie het meest?

“De top 3 is een beetje gênant. Wat is mijn wachtwoord? Wat is mijn inlognaam? En: kunt u mijn rekeningnummer aanpassen? We hebben de website zo ingericht dat mensen die informatie makkelijk zelf zouden moeten kunnen vinden. Maar kennelijk is dat toch niet de plek waar de meeste bouwvakkers die informatie zoeken. Ze lijken het makkelijker te vinden om even te bellen of een mailtje te sturen.”

 

Dat lijkt me ook niet het meest uitdagende werk.

“Nee, daarom moet je het een beetje afwisselen voor jezelf. Er zijn ook uitdagender vragen hoor. Zo willen werknemers in de bouw vaak weten waarom hun werkgever nog geen geld heeft gestort in hun Tijdspaarfonds, of ze vragen hoe ze hun vakbondskeuze moeten doorgeven. Werkgevers vragen bijvoorbeeld hoe we tot een bepaalde berekening zijn gekomen. We hebben veel regelingen waarbij we berekeningen moeten maken, dus niet alles is makkelijk. Het is heel divers.”

 

Wat geeft jou voldoening?

“Als ik het voor elkaar krijg een verandering door te voeren en mijn team staat erachter en krijgt er energie van.”

 

Wat zouden je directe collega’s over je zeggen als we ze nu zouden bellen?

“Dat ik heel direct ben. Laat het maar aan mij over om de olifant in de kamer te benoemen. Ik durf feedback te geven en vraag er ook regelmatig om. Ik vertel duidelijk wat ik nodig heb en ben heel open. Dat zorgt ook voor verbinding, denk ik. Volgens mijn manager ben ik een natuurlijke trekker binnen het team. Ik heb er geen moeite mee om mensen te laten inzien waarom bepaalde dingen moeten gebeuren. Prioriteiten stellen vind ik niet moeilijk, leuk juist. Ik ben goed in overzicht houden.”

 

Wat doe je verder in het dagelijks leven?

“Ik ben best een bezig bijtje. Ik zit in de medezeggenschapsraad van de school van mijn kinderen, drie meiden van 16, 14 en bijna 10. Zo begrijp ik beter hoe het onderwijs in elkaar zit en wat er allemaal speelt. Daarnaast werk ik als vrijwilliger bij de karateclub. Ik vind het leuk om met de jeugd bezig te zijn. Ze noemen me daar juffrouw, terwijl ik alleen de ledenadministratie doe of eens een band omknoop als het ze zelf niet lukt. Zelf doe ik niet aan karate hoor, maar ik kickboks wel. Spinnen doe ik ook, en zumba. Ik ben eigenlijk altijd bezig. Wat ik doe om te ontspannen? Sport zie ik als ontspanning. Maar lezen vind ik ook leuk. Ik ben fan van Stephen King en heb al zijn boeken.”

Wat merken pensioendeelnemers concreet van jouw werk?

“Niet veel. Af en toe krijgen we wel vragen van ze. Of ze het geld uit hun Tijdspaarfonds kunnen gebruiken om eerder met pensioen te gaan bijvoorbeeld.”

 

En, kan dat?

“Nee.”