Pensioen
Sluiten

Navigeer snel in deze serie:

Sluiten

Deel deze serie:

Pensioen

Welke betekenis heeft pensioen voor Nederlanders? Wie is er al mee bezig en wie niet? Hoe ziet het nieuwe pensioenstelsel uit? En belangrijker: wat merken we hiervan? Op deze plek gaan we in op die pensioenverhalen, in de breedste zin van het woord.

Thema
Inkomen
Collectie inhoud
187 Publicaties

Navigeer snel in deze serie:

Op de Kameragenda

Gepubliceerd op: 28 november 2022

Op de Kameragenda

 

  • Begrotingsbehandeling Sociale Zaken en Werkgelegenheid: 29-30 november en 1 december
  • Wetgevingsoverleg Wet toekomst pensioenen (Wtp): 2 december
  • Rondetafelgesprek Werken na pensioen: 12 december
  • Plenaire behandeling Wet pensioenverdeling bij scheiding (WPS): 13, 14 en 15 december
  • Kerstreces: 23 december 2022 tot en met 16 januari 2023
  • Commissiedebat Pensioenonderwerpen: 19 januari
  • Plenaire behandeling Wet eigen strategie pensioenfonds – WESP: 31 januari, 1 en 2 februari
  • Commissiedebat IBO Vermogensverdeling: 8 februari
  • Provinciale Statenverkiezingen: 15 maart
  • Eerste Kamerverkiezing: 30 mei

Volgende publicatie:
Pensioenweek

Pensioenweek

Gepubliceerd op: 28 november 2022

Politieke actualiteiten week 47

 

Maandag 21 november

   

De Nederlandsche Bank (DNB) koppelt de resultaten terug van de (tweede) uitvraag over de transitie naar een nieuwe pensioenregeling. Volgens DNB is het gros van de sector goed uit de startblokken gekomen. De meeste fondsen – 54 procent – lijken een solidaire premieregeling uit te gaan voeren (13 procent gaat voor de flexibele regeling, 20 procent is nog onduidelijk). Meer dan de helft van de fondsen wil gebruikmaken van het transitie FTK. De meeste verwachten in 2025 in te varen.

 

Dinsdag 22 november

   

Tijdens de begrotingsbehandeling EZK vraagt Mustafa Amouch (CDA) of het kabinet een oproep wil doen aan banken en pensioenfondsen om anders te kijken naar investeren in de defensie-industrie. De minister antwoord dat er sprake blijft "van een negatieve beeldvorming van de producten die de defensie-industrie produceert. Dit negatieve beeld belemmert de toegang tot private investeringen in de sector. Het kabinet brengt deze problematiek binnen de EU op het hoogste niveau aanhoudend onder de aandacht".

 

Op dezelfde dag neemt de Kamer een motie aan die een week eerder is ingediend bij de behandeling van de defensiebegroting door Peter Valstar (VVD), Chris Stoffer (SGP) en Derk Boswijk (CDA). Hierin wordt de regering verzocht "in gesprek te gaan met banken en pensioenfondsen over hun beleid, waar mogelijk actief misverstanden of zorgen weg te nemen en hen te bewegen barrières voor de defensiesector weg te nemen". De belangrijkste barrière zou het VN-verdrag tegen nucleaire wapens zijn, dat pensioenfondsen hanteren in hun uitsluitingsbeleid.

 

Minister Rob Jetten (Klimaat en Energie) stuurt de Tweede Kamer het eindverslag van voorzitter Ed Nijpels van het Voortgangsoverleg Klimaatakkoord. Nijpels: "Transities voltrekken zich per definitie schoksgewijs, doen pijn en leiden tot onrust. Transities vergen daarom politieke moed en consistent beleid. Dat betekent niet dat de overheid burgers iets door de strot moet duwen, maar draagvlak moet ook geen vluchtheuvel worden voor bange politici.

 

Minister Sigrid Kaag (Financiën) biedt de Tweede Kamer de Najaarsnota aan. In het voorjaar van 2023 moet er dekking worden gevonden voor met name het energieprijsplafond, tegemoetkoming energiekosten mkb en de oplopende rentelasten. “Zo blijven de overheidsfinanciën beheersbaar en worden er geen rekeningen doorgeschoven naar toekomstige generaties".

Ze informeert de Tweede Kamer over het krachtenveld bij de ontwikkeling van de digitale euro. De Europese Commissie komt in het tweede kwartaal van 2023 met een wetgevend voorstel.

 

The Institutional Investors Group on Climate Change (IIGCC) reflecteert op de COP27 in Egypte en kijkt vooruit naar COP28 in de VAE. EURACTIV ziet het somber in: “If anything, next year’s COP28 already promises more disappointment. If activists complained about Egypt, what will they say about the United Arab Emirates, one of the biggest oil exporters in the world and host of next year’s UN climate summit?”

 

Het Europese Hof van Justitie verklaart dat de bepaling uit de antiwitwasrichtlijnen die het UBO-register openbaar toegankelijk maken, een ontoelaatbare inbreuk op het recht op privéleven en de bescherming van persoonsgegevens uit het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie vormt. Deze bepaling is daarom niet geldig.

 

De Commissie komt met het ‘Autumn Package’ van het Europees Semester, de procedure waaronder de EU toezicht houdt op het macro-economisch beleid van de Lidstaten. In het ‘Alert Mechanism Report’ kijkt de Commissie of Lidstaten excessieve onevenwichtigheden vertonen. Voor Nederland wordt onder meer, zoals altijd, gewezen op het overschot op de lopende rekening en de hoge schulden van particuliere huishoudens. (Samen met het pensioensparen levert dit de zogenaamde ‘lange balans’ waar ook DNB en het Ministerie van Financiën kritisch over zijn.) Het pakket bevat ook een opinion van de Commissie over de Nederlandse ontwerpbegroting voor volgend jaar. In paragraaf 18 hiervan noemt de Commissie de door Nederland nagestreefde en door de Commissie ondersteunde pensioenhervorming (WTP).

 

Het Europees Parlement neemt formeel de richtlijn over meer gendergelijkheid in raden van bestuur van bedrijven aan.

 

Woensdag 23 november

   

Het kabinet informeert de Kamer over de stand van zaken van de aanpak verouderde schoolgebouwen en bijbehorende verduurzamingsopgave. In een Taskforce financiering worden de mogelijkheden verkend om institutionele investeerders aan te trekken om publiek-private financiering te realiseren. Volgens het kabinet is het duidelijk dat er “ook voor de institutionele financiering extra geld nodig is om de aflossing van de leningen te bekostigen en voor het minimale rendement dat door deze partijen gehaald moet worden.”

 

BpfBOUW verhoogt de pensioenen met 14,52 procent per 1 januari.

 

Marjolein ten Kroode is benoemd tot lid van het algemeen bestuur van ABP. Naast bestuurslid bij ABP is zij ook actief als onafhankelijk voorzitter van het College Perinatale Zorg.

 

Donderdag 24 november

   

ABP verhoogt per 1 januari de pensioenen met 11,96 procent. Door de volledige indexatie daalt de actuele dekkingsgraad van 125,5 procent (stand per 31 oktober) naar 112,1 procent.

 

Het kabinet stuurt de Eerste voortgangsrapportage Maatwerkregeling Duurzame Inzetbaarheid en Eerder Uittreden (MDIEU).

 

PRI, Eurosif en de ‘Investor Alliance for Human Rights’ komen met een verklaring ter ondersteuning van het CSDDD-voorstel van de Europese Commissie. Daarbij doen zij een oproep om ook financiële instellingen volledig onder de werkingssfeer van dit voorstel te brengen. Het standpunt van PRI c.s. komt niet overeen met de standpunten van de Pensioenfederatie (alleen opname van ‘investee companies’ onder due diligence voor zover dit niet verder gaat dan de OESO guidelines) en DUFAS (geen opname van investee companies onder de due diligence van dit richtlijnvoorstel).

 

Vrijdag 25 november

   

De langetermijnagenda van de Tweede Kamer wordt gepubliceerd.

 

Volgende publicatie:
“Het individualisme viert geen hoogtij meer”

“Het individualisme viert geen hoogtij meer”

Gepubliceerd op: 16 november 2022

Onlangs verscheen ‘Pensioenuitdagingen voor een bloeiende samenleving in 2122’, een onderzoek onder 1.133 Nederlanders in het kader van 100 jaar ABP. Hierin wordt teruggekeken op 100 jaar pensioen en vooruitgekeken naar de langetermijnkansen en -uitdagingen van Nederland. Wat zijn die kansen en uitdagingen? En wat betekenen die voor de toekomst van ons pensioen? We vroegen het aan Research Director Martijn Lampert van Glocalities, dat het onderzoek uitvoerde.  

 

In het onderzoek, dat uitgevoerd werd in opdracht van ABP en APG, zijn Nederlanders bevraagd om zicht te krijgen op de waarden die een belangrijke rol spelen in hun wensen, verwachtingen en zorgen. Daarbij is hen gevraagd om terug te kijken op de afgelopen eeuw en vooruit te blikken naar de komende 100 jaar. Het doel: een breder perspectief op het thema pensioen, waardoor we beter kunnen omgaan met de uitdagingen voor de toekomst.

 

Uit het onderzoek blijkt onder andere dat Nederlanders solidariteit en verplichtstelling zien als belangrijke elementen voor de toekomst van ons pensioen. Keuzevrijheid wordt veel minder belangrijk gevonden. Nederlanders hechten ook veel waarde aan de zekerheid van hun pensioen en dat het meegroeit met de economie. 3 op de 5 Nederlanders vreest echter dat de zekerheid van pensioen de komende 100 jaar gaat afnemen. Maar slechts 3 procent van de Nederlanders is echt op de hoogte van het nieuwe stelsel.

Als we het thema pensioen dichter bij mensen willen krijgen, moeten we ons realiseren dat ons mensbeeld in het algemeen aan het verschuiven is, zegt Lampert. Van economisch, rationeel, puur neoliberaal denken – de homo economicus – schuiven we op in de richting van de homo florens, die meer gericht is op welzijn.

 

Kun je toelichten waarom die verschuiving van de homo economicus naar de homo florens plaatsvindt?

 

“Na de Tweede Wereldoorlog draaide alles om het vergroten van onze economische welvaart. De homo economicus is gericht op eigenbelang en rijkdom, en met dat uitgangspunt zijn we heel lang succesvol geweest. Hiermee, en door hard te werken, hebben we de welvaartsstaat en economische welvaart gerealiseerd en bijgedragen aan de opbouw van de liberale wereldorde. Maar inmiddels hebben we ook de beperkingen van deze manier van denken gezien, waardoor de homo economicus minder vanzelfsprekend is geworden. De context is nationaal en internationaal ingrijpend veranderd. Het beeld sluit niet meer aan bij de ambities en wereldbeleving van mensen.”

 

Wat zijn die beperkingen van de homo economicus?

 

“De aarde raakt uitgeput, ongelijkheid neemt toe, we hebben steeds meer burn-outs. Op die manier is de samenleving niet meer houdbaar. Veel mensen voelen zich in deze tijd ontworteld, vervreemd, in de steek gelaten. Door de politiek, door machthebbers. De vraag is dan dus: hoe zijn we hier gekomen en hoe kunnen we er verandering in brengen? Een interessante uitkomst van het onderzoek is dat ouderen pessimistischer kijken naar de samenleving als geheel en de ontwikkeling daarvan in de afgelopen tijden, maar gemiddeld positiever over de ontwikkeling van hun levensstandaard zijn dan jongeren. Die kijken gemiddeld juist positiever naar de afgelopen eeuw, maar zijn pessimistischer over de ontwikkeling van hun levensstandaard in de toekomst.”

 

Hoe is die samenleving wél houdbaar?

 

“Ons denken moet niet enkel bepaald worden door het groei-idee van de homo economicus. Het bloei-idee van de homo florens, voor wie levenskwaliteit belangrijker is, moet een grotere rol gaan spelen. De homo florens komt tot wasdom als hij of zij diepere waarden kan verwezenlijken. Uit het onderzoek blijkt dat er behoefte is aan meer rechtvaardigheid en solidariteit. En natuurlijk is welvaart nog steeds belangrijk, mensen blijken ook bang te zijn voor verlies daarvan. Maar in de hoop en verlangens komt meer nadruk op welzíjn te liggen. Het individualisme viert geen hoogtij meer. Als het gaat om de vraag in welke richting de maatschappij zich moet ontwikkelen, geven respondenten aan veiligheid, respect, zorgzaamheid, rechtvaardigheid en solidariteit belangrijk te vinden. De lering uit dit onderzoek is dat om maatschappelijke uitdagingen aan te gaan, er veel meer aandacht nodig is voor de invulling van dit soort waarden. Ik denk dat het voor bestuurders belangrijk is om zich te realiseren dat ze burgers verder van zich vervreemden als die waarden niet terugkomen in hun verhaal en de beleidskeuzes die ze maken.”

 

Hoe hoopvol zijn mensen? Denken ze dat het tij nog te keren is?

 

“Op veel terreinen hebben respondenten een negatieve toekomstverwachting, maar verwachten ze dat die negatieve ontwikkelingen nog te keren zijn. Dat geldt bijvoorbeeld voor de kwaliteit van het onderwijs en voor inkomensongelijkheid, maar ook voor de zekerheid van een pensioen, solidariteit in pensioen tussen generaties en de verzorgingsstaat. Op andere vlakken verwachten ze niet dat negatieve ontwikkelingen nog omkeerbaar zijn. Mensen zijn met name defaitistisch als het gaat om etnische spanningen, politieke spanningen en het afhaken van burgers van de Nederlandse samenleving. Daarentegen zijn ze optimistisch over de kenniseconomie en over de gelijkheid tussen mannen en vrouwen.”

 

3 op de 5 Nederlanders vreest dat de zekerheid van pensioen de komende 100 jaar gaat afnemen. Tegelijkertijd blijkt dat slechts 3 procent van de Nederlanders echt op de hoogte is van het nieuwe stelsel. Hoe kunnen we daar verandering in brengen?

 

“Als je pensioen benadert als iets technisch, is het voor veel mensen een ver-van-hun-bedshow die niet interessant is. Terwijl het natuurlijk hartstikke relevant is, want het gaat over hun toekomstige inkomen. En respondenten geven ook aan de zekerheid van een pensioen belangrijk te vinden, maar als het erop aankomt verdiepen ze zich er niet in. Om het thema pensioen weer dichter bij de mensen te brengen, denk ik dat je het gesprek met ze moet aangaan over hun verlangens, hun ambities en de waarden die nu belangrijk voor ze zijn. Wat voor toekomst willen ze? Op die vraag hebben we ons in dit onderzoek gericht en daaruit blijkt dat er een groot verlangen is naar meer rechtvaardigheid en solidariteit. Voor een pensioenfonds is dat een goed aanknopingspunt om het gesprek met deelnemers te voeren, want een pensioenfonds is bij uitstek een manier om solidariteit te faciliteren. Bovendien noemen veel Nederlanders ‘van het leven genieten’ en ‘gezond zijn’ als belangrijke levensdoelen, dus ook daar kun je als fonds in het gesprek met hen op inhaken.”  

 

Het voeren van dat gesprek kwam dus als een belangrijke uitdaging voor pensioenfondsen uit het onderzoek. Kun je er nog een noemen?

 

“Hoe voorkomen we een gebrek aan perspectief voor jonge en toekomstige generaties? Die zullen de gevolgen van klimaatverandering het sterkst ondervinden. Bovendien stokt bij hen de ontwikkeling van de levensstandaard steeds vaker, ten opzichte van vorige generaties. Tegelijkertijd komen die jonge generaties steeds minder voor zichzelf op: 50 procent van de wereldbevolking is jonger dan 30, terwijl slechts 2,5 procent van de parlementariërs dat is. Dat maakt niet alleen het gesprek over solidariteit tussen generaties relevant. Dat geldt ook voor het gesprek over waarin je als pensioenfonds investeert. We moeten ervoor zorgen dat het denken over pensioen weer geworteld raakt in een bredere visie op kwaliteit van leven en op de toekomst van de samenleving. Als je het gesprek over dergelijke fundamentele waarden aangaat met deelnemers, draag je daaraan bij.”

 

Download het volledige onderzoek ‘Pensioenuitdagingen voor een bloeiende samenleving in 2122’

 

Meer informatie over 100 jaar ABP

Volgende publicatie:
"Kans op hoger pensioen groter in nieuwe stelsel"

"Kans op hoger pensioen groter in nieuwe stelsel"

Gepubliceerd op: 9 november 2022

In een brief aan de Tweede Kamer benadrukken de vijf grootste pensioenfondsen dat de kans op hogere pensioenen in het nieuwe pensioenstelsel groter is dan in het huidige stelsel. Hiermee weerleggen ze de kritiek van enkele oud-politici en bestuurders, die er vorige week voor pleitten het nieuwe stelsel in de ijskast te zetten.

 

Ook Annette Mosman, voorzitter van de raad van bestuur van APG, ondertekende de brief aan de Kamerleden. Zij zegt in een reactie: “Als grootste pensioenuitvoerder van Nederland pleiten wij er net als de pensioenfondsen voor dat het nieuwe stelsel er komt. We moeten nu doorpakken zodat ons pensioenstelsel ook in de toekomst tot de wereldtop blijft behoren en deelnemers en gepensioneerden kunnen blijven rekenen op een goed pensioen. Het is een enorme operatie, maar als sector zetten we hier onze schouders onder. Wij geloven in de voordelen van het nieuwe stelsel, die we gezamenlijk uiteenzetten in deze brief.”


Solidariteit

De briefschrijvers leggen uit dat het indexeren van pensioenen nu lastig is, doordat pensioenfondsen in het huidige stelsel verplicht zijn hoge buffers aan te houden. In de Wet toekomst pensioenen zijn die buffers niet meer verplicht, waardoor er eerder kans bestaat op verhoging van de pensioenen. 

 

Een van de kernwaarden van het huidige stelsel, de solidariteit, vormt ook in het nieuwe stelsel een belangrijk onderdeel. “Samen delen we risico’s voor een levenslang ouderdomspensioen, bescherming tegen de financiële gevolgen van arbeidsongeschiktheid en bescherming van nabestaanden bij overlijden van de deelnemer”, schrijven de ondertekenaars, waaronder de voorzitters van de vijf grootste pensioenfondsen.


Maatwerk
Een belangrijk voordeel van het nieuwe stelsel is dat maatwerk mogelijk wordt. Voor elke deelnemer is altijd duidelijk hoeveel persoonlijk pensioenvermogen is gereserveerd. Waar het huidige stelsel een uniforme pensioenregeling kent, biedt het persoonlijk pensioenvermogen in het nieuwe stelsel de mogelijkheid om voor deelnemers beleggingsrisico’s te bepalen die passen bij onder meer hun leeftijd.

 

De briefschrijvers wijzen erop dat het invaren, ofwel het ‘verhuizen’ van het al bestaande pensioenvermogen naar de nieuwe regeling, een cruciaal onderdeel vormt van de overstap naar het nieuwe stelsel. Niet invaren brengt een aantal nadelen met zich mee, waaronder het feit dat het collectief dan moet worden opgebroken. Dat heeft een decennialange kostenverhoging tot gevolg die ten koste gaat van de pensioenen van deelnemers en gepensioneerden.

 

Verbetering
In het slot van de brief tonen de ondertekenaars zich ervan overtuigd dat het nieuwe stelsel “voor gepensioneerden op korte termijn leidt tot een verbetering van de koopkracht en voor actieve deelnemers een bij de leeftijd passende, transparante en houdbare pensioenregeling oplevert”. Ook benadrukken ze de zorgen van deelnemers en gepensioneerden te begrijpen en daar aandacht voor te hebben in zowel besluitvorming als communicatie.

 

De volledige brief aan de Tweede Kamer is te lezen op de website van de Pensioenfederatie.

Volgende publicatie:
Is een lagere pensioeninleg de oplossing voor het koopkrachtverlies?

Is een lagere pensioeninleg de oplossing voor het koopkrachtverlies?

Gepubliceerd op: 25 oktober 2022

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: Alwin Oerlemans (Hoofd product management bij APG Asset Management), over de vraag of het een goed idee is om werknemers tijdelijk de mogelijkheid te geven om minder pensioenpremie in te leggen. Zodat ze in deze tijd waarin alles duurder is geworden, met dat geld hun rekeningen kunnen betalen.


Veel Nederlanders voelen de torenhoge inflatie als gevolg van met name de gestegen energieprijzen, flink in de beurs. Inmiddels heeft de overheid weliswaar miljarden uitgetrokken om de effecten daarvan voor burgers te verzachten, maar het is niet mogelijk om de achteruitgang in koopkracht helemaal te compenseren. Dit is vooral voor huishoudens met een laag of modaal inkomen en een minder duurzaam huis een enorm probleem. Vakbonden zien de lonen dan ook graag zodanig sterk stijgen dat er wel sprake is van volledige compensatie. Omdat daarmee het risico ontstaat dat Nederland – zoals in de jaren ’70 – in een loon-prijsspiraal belandt, wordt er hier en daar voor gepleit om werknemers tijdelijk de mogelijkheid te geven minder pensioenpremie in te leggen – zodat ze met dat geld nu hun rekeningen kunnen betalen. Is dat een goed idee?


Kortzichtig

Nee, zegt Oerlemans. Ten eerste omdat je mensen daarmee in de toekomst in de financiële problemen kunt brengen.


“Vanuit de gedragseconomie weten we dat mensen geld nu hoger waarderen dan geld later. Als je werknemers de mogelijkheid geeft om tijdelijk minder pensioenpremie in te leggen, gaat dat ten koste van hun pensioenopbouw. Om te zien dat dat een kortzichtig idee is, hoef je bijvoorbeeld maar naar Chili te kijken. Toen de economie daar tijdens de coronacrisis stilviel, kregen Chilenen de mogelijkheid vroegtijdig pensioengeld op te nemen. Daardoor zijn de pensioenpotten in Chili ernstig geslonken. In plaats daarvan had de overheid beter de zwakkeren kunnen helpen. Want het waren vooral de kleine pensioenpotten die door eenmalige opnames werden opgemaakt. Niet voor niets wordt in de onlangs uitgekomen Mercer CFA Institute Global Pension Index 2022 gewaarschuwd voor het vroegtijdig opnemen van pensioengeld.”


Sigaar uit eigen doos

De mogelijkheid om tijdelijk minder premie in te leggen is nu volgens Oerlemans óók geen goed idee omdat het voor werknemers een sigaar uit eigen doos is. En daar is het nu niet het moment voor.


“Omdat minder premie-inleg resulteert in een lagere pensioenopbouw – en dus minder pensioen – betalen werknemers die koopkrachtcompensatie in dat geval dus zelf. Alleen doen ze dat niet nu maar in de toekomst. Maar mensen zouden nu een hoger loon moeten krijgen, geen sigaar uit eigen doos. Want de winsten van bedrijven zijn de afgelopen jaren wel gestegen, terwijl dat voor de lonen van werknemers veel minder gold. Vakbonden maken zich dus terecht sterk voor hogere lonen. Hiermee krijgen werknemers een fair deel van de toegevoegde waarde. De verhouding loon-winst kan zo verschuiven.”


Nederland exportland

Die hogere lonen zijn geen overbodige luxe, want van de hoge inflatie zijn we voorlopig nog niet af, verwacht Oerlemans.


“Ook vóór de oorlog in Oekraïne was de inflatie al aan het oplopen, als gevolg van verstoringen in productieketens door corona. De invasie door Rusland leidde vervolgens tot een scherpe stijging van grondstoffenprijzen en energieprijzen in het bijzonder. De inflatie zal voorlopig dus aanhouden, zeker bij een voortgaande oorlog.”


Oerlemans wil er niet aan dat een exportland als Nederland zichzelf met hogere lonen uit de markt prijst.


Australië
“Die vrees lijkt me overdreven. Door de krapte op de arbeidsmarkt is er rúimte voor hogere lonen. Die zijn ook goed voor het arbeidsaanbod, omdat werken dan meer loont. In Australië groeide de pensioenopbouw juist bij een dreigende loon-prijs spiraal. Daar is het  pensioenstelsel begonnen in de jaren ’90, toen er sprake was van een oververhitte economie en inflatie. Werkgevers gingen toen een deel van het extra loon storten in het nieuwe verplichte pensioenstelsel.”


Al met al is het dus geen goed idee om werknemers tijdelijk de mogelijkheid te geven om minder pensioen in te leggen, zelfs als dat bijvoorbeeld maximaal 50% van de premie is?


“Nee. Er is niks mis met een beetje flexibiliteit in de premie als onderdeel van het arbeidsvoorwaardenpakket, maar niet in die ruime mate. Als je werknemers de mogelijkheid geeft om zo’n aanzienlijk deel van hun pensioeninleg te schrappen, al is het maar tijdelijk, dan is dat nog steeds een sigaar uit eigen doos.”

Volgende publicatie:
Tien Nederlanders op de reis van hun leven in nieuwe pensioendocumentaire

Tien Nederlanders op de reis van hun leven in nieuwe pensioenfilm

Gepubliceerd op: 20 oktober 2022

Tien Nederlanders, elk uit een ander decennium, ontmoeten elkaar in een bus die dwars door Nederland rijdt. Ze hebben elk hun eigen verhaal, maar raken elkaar in hun strijd, hun passie en hun dromen over het Nederland van straks. Regisseur Sander Ligthart legde de gesprekken vast in de filmische roadtrip Ontmoetingen. Een documentaire naar aanleiding van 100 jaar pensioen in Nederland.

 

100 jaar pensioen in Nederland is het vertrekpunt van de documentaire die regisseur Sander Ligthart in opdracht van ABP en APG heeft gemaakt. Het resultaat is een terug- en vooruitblik op de staat van Nederland van de afgelopen eeuw: hoe is ons land omgegaan met duurzaamheid, gelijke kansen voor iedereen en welzijn? Ligthart laat tien Nederlanders uit tien verschillende decennia met elkaar in gesprek gaan; tien perspectieven en tien verschillende verhalen. Het zijn onbekende, maar bijzondere mensen zoals Roxanne Salehi, tot voor kort Kinderdirecteur Natuur & Duurzaamheid van Flevoland en leerling op de eerste ecologische basisschool van Nederland en onderwijsprofessional Karim Amghar die zich inzet tegen kansongelijkheid en polarisatie in klas en wijk. Maar ook bekende landgenoten als historica Els Kloek en schrijver en voormalig politicus Jan Terlouw verschijnen voor de camera. In de film rijden zij samen in een bus door Nederland waarbij openhartige en inspirerende gesprekken ontstaan. We spreken de regisseur, met een indrukwekkend cv dat varieert van luchtige commercials tot een korte film over seksueel misbruik, voor de première van de documentaire.

En dan is daar de vraag voor een documentaire over pensioen. Had je gelijk voor ogen welk verhaal je wilde vertellen?

“Ja, het idee kwam wel snel in mij op. Ik maakte al eerder films voor ABP en APG en weet dat het voor hen niet ophoudt bij pensioen verstrekken: ze zetten hun kennis en netwerk in voor maatschappelijke thema’s. Mijn idee was dan ook om kijkers inspiratie te geven over duurzaamheid, welzijn en kansengelijkheid: een verhaal dat pensioenopbouwers en pensioengenieters, mensen met een hart voor onderwijs, wetenschap, defensie en politiek, anders laat kijken. Deze film is eigenlijk het omgekeerde van het journaal. Dus niet focussen op wat er fout ging, maar achteromkijken naar de afgelopen jaren en daarna vergezichten scheppen op het gedroomde Nederland van straks. Een perspectief op de toekomst, en hoe je daar invloed op kunt uitoefenen, zonder uit het oog te verliezen dat er nog veel moet gebeuren.”

En hoe ziet dat Nederland van straks eruit?
“Tijdens de opnames kwamen we er eigenlijk achter dat er vanuit de politiek of samenleving over het algemeen niet echt een visie is over waar we als Nederland naartoe willen. Waar zijn we over tien jaar of honderd jaar? Die visie is wel noodzakelijk.”

Hoe breng je dat in beeld in een documentaire met als insteek 100 jaar pensioen?
Het pensioen zelf neemt een bescheiden plek in: de pensioenwet die 100 is geworden is de aanleiding om 100 jaar terug en 100 jaar vooruit te kijken. Vragen die aan bod komen zijn ‘Hoe is duurzaamheid een steeds grotere rol gaan spelen’, ‘Hoe zijn we omgegaan met kansengelijkheid voor vrouwen of groepen die niet altijd hun stem konden laten horen’ en ‘Hoe zit het met welzijn’. De mensen die we hebben uitgekozen voor de film passen op meerdere manieren in het verhaal. Zoals Maaike Leichsenring, oud-studente van de TU Delft die ondanks het advies dat techniek niets is voor meisjes, toch ging studeren en nu onderzoek doet naar toepassingen van duurzame energie.”


En zijn de antwoorden op de vragen die je stelt altijd positief?
“Nee, we laten zeker ook het tegengeluid horen. Neem als voorbeeld het pensioen. Wetenschapper Rutger Hoekstra, een van de tien mensen, zet vraagtekens bij het meten van de welvaart in economische cijfers. Hij onderschrijft dat pensioen veel mensen onafhankelijk heeft gemaakt en ze laat leven zoals ze dat zelf willen. Maar Rutger stelt dat pensioen ook gezien kan worden als oorzaak voor meer eenzaamheid onder ouderen. Door pensioen voelen Nederlanders zich haast niet meer verantwoordelijk voor hun ouders, wat weer kan leiden tot eenzaamheid. Dus de sociale samenhang valt deels weg door pensioen. Het verhaal van Ibrahim, de jongen die op zijn zesde met zijn ouders uit Syrië is gevlucht, haakt hierop in: zijn ouders hebben hun kinderen veel liefde en zorg gegeven en zien dit als een soort van lening. Die liefde en zorg krijgen ze terug van hun kinderen als ze oud en hulpbehoevend zijn.”

In jouw films staan altijd mensen centraal, omdat je de kijker in het hart wilt raken. Zo ook hier. Waarom die aanpak?  
“Ik wilde ontmoetingen creëren tussen mensen die allemaal een interessante zienswijze hebben op de toekomst: mensen uit elk decennium die hun wereld openstellen en van daaruit hun perspectief laten zien. Kinderen, volwassenen, pensioenopbouwers, pensioengenieters; een bont gezelschap van mensen. Zij hebben verhalen over vroeger en nu, over dromen en ambities, over angsten. Over het veranderde Nederland en de veranderende wereld, over economische voorspoed en knagende duurzaamheid. Verhalen die het waard zijn om met elkaar te delen. En juist doordat het echte, persoonlijke verhalen zijn en er oprechte interesse ontstaat tussen mensen, ontstaat er inspiratie en raken de verhalen je.”

De setting is niet alledaags, jullie rijden dwars door Nederland in een bus.
“Zie het als een unieke roadtrip. De tien gaan samen op de ‘reis van hun leven’. Tijdens de reis delen ze hun verhalen met elkaar. De bus is een plek van ontmoeting, van delen, van trots op het verleden en ambities voor de toekomst. Een plek die geen geografische locatie kent, maar daar is waar de verhalen zijn. Op reis is iedereen vrij, niet gebonden aan een eigen domein.

En juist daar ontstaan de onverwachte gesprekken, tussen de tiener die zich sterk maakt voor duurzaamheid en de negentiger die als politicus Nederland economische voorspoed bracht toen het woord duurzaamheid nog niet eens bestond.”

Welke uitdagingen kwam je tijdens het filmen tegen?
“De grootste uitdaging was om de kijker nieuwe perspectieven en meningen te tonen. Dus wegblijven van de platgetreden banen en ze niet te vertellen wat ze eigenlijk al weten.”

Zoals?
“De meeste mensen vinden duurzaamheid belangrijk, maar weten bijvoorbeeld niet dat Nederland ver vooruitloopt. De uitdaging zit in het aanspreken van zoveel mogelijk bronnen en in energieopslag omdat er ook energie nodig is als de zon niet schijnt en het amper waait.

Iedereen is voor gelijke kansen vrouwen, maar mensen realiseren zich vaak niet dat vrouwen amper worden genoemd in geschiedenisboeken en wat het met een vrouw doet als ze de enige vrouw is in een organisatie; iets dat we illustreren met het verhaal van kolonel Sylvia Busch. Ook is er veel discussie over kansengelijkheid in het onderwijs, maar men weet niet altijd wat het met een leerling doet wanneer hij wordt weggezet als zielige minderheidsgroep die het toch niet zal redden.”

Jullie hebben dagenlang gefilmd, gereisd en gepraat. Welk van de verhalen is je zeker bijgebleven?  
“Dat van Karim, een Marokkaanse jongen uit Bleiswijk die werkt als programmamaker bij de NTR en docent. Hij werd op de basisschool te laag geadviseerd en daardoor belandde hij in een enorm gat. Hij voelde zich weggezet, verveelde zich, belandde in de criminaliteit en radicaliseerde. Tot zijn eigen broer zei dat hij in Karim geloofde en hem aanmeldde voor een toelatingstest op het HBO. Dat zorgde voor een enorme opwaartse spiraal en zie waar Karim is terechtgekomen. Hij zat zelfs bij de Uitblinkerslunch van Koning Willem-Alexander om hierover te praten.
Karim had dus maar één persoon nodig die in hem geloofde. En met die instelling stapt hij nu zelf elke dag zijn eigen klas binnen. Hij straalt naar de kinderen uit dat ze allemaal talent hebben en motiveert hen.”

En wat geef jij de kijker mee?
“De centrale les die wel geleerd is, is dat als verschillende groepen in de samenleving elkaar niet kennen, er onbegrip en verwijdering ontstaat. Geld is daar geen antwoord op. Uit je bubbel stappen en interesse tonen in wat iemand bezighoudt, welke angsten en ambities iemand heeft, wel. De noodzaak van elkaar ontmoeten en oprecht met elkaar in gesprek gaan, kwam in alle gesprekken naar boven. Neem eens een kijkje in je buurt, ga het gesprek met elkaar aan.”

Volgende publicatie:
"De nieuwe pensioenwet is absoluut mijn love baby"

‘De nieuwe pensioenwet is absoluut mijn love baby’

Gepubliceerd op: 12 oktober 2022

APG CEO Annette Mosman wandelt met Wouter Koolmees, namens D66 tot januari dit jaar minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en vanaf 1 november president-directeur van de NS. Samen kijken ze vooruit, naar het nieuwe pensioenstelsel. “Ik ben ervan overtuigd dat de pensioenvermogens eerlijk kunnen worden toebedeeld aan alle deelnemers.”

 

Verboden voor voetgangers. Wouter Koolmees en Annette Mosman zijn nog maar net begonnen aan hun wandeling van Beverwijk naar Wijk aan Zee, of ze staan alweer stil. Een verbodsbord. Wat te doen? Omlopen en gokken dat ze weer op de wandelroute uitkomen? Het bord negeren en stoïcijns doorlopen? Ze kiezen voor de brave variant. En moeten daar allebei meteen hard om lachen, want als geboren Rotterdammer (Koolmees) en Amsterdammer (Mosman) zouden ze toch gewend moeten zijn om flexibel met dit soort regels om te gaan. Na een korte omweg komen ze weer uit op het wandelpad. Daar staat een parkeerwacht. Ze vragen hem naar het waarom van dat bord. “Om wandelaars te beschermen tegen mogelijk vrachtverkeer. Maar iedereen loopt gewoon door hoor, u bent de enige die omloopt”, glimlacht de man in het gele hesje.

 

Herkent hij de voormalige minister? De man die aan de wieg stond van een grondige herziening van ons pensioenstelsel? Koolmees is sinds januari minister-af. Vriend en vijand roemen zijn inzet, ongelooflijke dossierkennis en intelligentie. Hijzelf blijft bescheiden: “Ik zag het als mijn taak. Maar de nieuwe pensioenwet is absoluut mijn love baby. Daar heb ik met hart en ziel aan gewerkt.” Hij omschrijft zijn vertrek beeldend: “Zodra je geen minister meer bent, wordt je tas-vol-stukken omgekeerd. Maar je bagage blijft. Ik zal alle ontwikkelingen rond de invoering van de Wet Toekomst Pensioenen op de voet blijven volgen, want het onderwerp ligt me na aan het hart.”   

Heldere uitleg

Na een stevige duinbeklimming hebben Wouter en Annette opeens vol zicht op het immense terrein van Tata Steel. Rokende schoorstenen en kolencentrales, omgeven door het mooie duinlandschap. Ze zijn er stil van. “Wow, dit is de eerste keer dat ik Tata Steel zo zie. Het terrein is veel groter dan ik dacht. Hier zie je de noodzaak en omvang van de klimaattransitie in één beeld terug”, zegt Annette. Dat brengt hun gesprek op de transitie in de pensioensector. 

Insiders begrijpen de noodzaak hiervan, maar dat geldt niet of nauwelijks voor gepensioneerden en deelnemers. En dus: hoe communiceer je met hen? Wouter: “De pensioendiscussies in de Tweede Kamer zijn altijd zwaar inhoudelijk. Daar snapt een buitenstaander niets van. Ik begrijp het belang van een heldere uitleg voor zowel werkenden als gepensioneerden. Deze zomer heb ik me drie uur laten interviewen door Cees Grimbergen van het tv-programma Zwarte Zwanen. Met als doel om het hoe en waarom van de nieuwe pensioenwet zo goed mogelijk uit te leggen. Zo’n interview is en blijft een gok, want je weet nooit met welke quotes de media aan de haal gaan.”

 

Echt in gesprek gaan

Annette beaamt dat: “Daarom hebben pensioenfondsen en uitvoerders de neiging om niet in gesprek te willen met de media. En ook om het echte gesprek met onze deelnemers niet aan te gaan. Daardoor horen we niet wat hun zorgen zijn. Wat we wel graag doen: hen uitleggen hoe het zit. Maar dat is niet genoeg, dat moeten we echt doorbreken. Onlangs was ik bij een bijeenkomst in het kader van 100 jaar ABP. Daar sprak minister Schouten met een aantal deelnemers, waaronder een politieagent van achter in vijftig. Die moet nog bijna tien jaar tot haar pensioen en is het vertrouwen in haar pensioenfonds helemaal kwijt. Eerst werd haar pensioen gebaseerd op haar eindloon, dat werd later het middelloon. Ze ziet dat pensioenen al jaren niet meer worden geïndexeerd, en ondertussen kan ze zelf steeds later met pensioen. ‘Je ziet mij straks echt niet meer achter een boef aanrennen, hoe moet dat dan?’, verzuchtte ze. In haar ogen komen wij onze beloften niet na. Dat begrijp ik heel goed. We moeten als pensioensector minder oog hebben voor de technische uitleg en meer voor de beleving van onze deelnemers.”  

Uitvoerbaarheid

Annette constateert dat Wouter - “best uitzonderlijk voor een minister” - tijdens zijn ministerschap niet alleen oog heeft gehad voor de inhoud maar ook voor de uitvoering van de nieuwe wet: “Dus niet alleen hoe pensioenfondsen tot een juiste verdeling van de pensioengelden komen, maar ook hoe wij de transitie als uitvoerders operationeel oppakken. De transitie betekent voor APG toch dat we van zo’n 4,5 miljoen mensen de dossiers moeten lichten en gaan berekenen hoe hun nieuwe pensioen eruit zal zien. We wachten dan ook met smart op concrete beleidsbeslissingen.” Natuurlijk, knikt Wouter: “Want dan kun je door. Ik vind het overigens niet meer dan logisch dat je als verantwoordelijk minister wilt snappen hoe ’t zit met de uitvoerbaarheid van gemaakte plannen. Ik hoop dat de politiek dat ook de komende tijd echt voldoende meeneemt.” Bijvoorbeeld waar het gaat om de keus welke methode wordt ingezet om collectief pensioenvermogen om te zetten naar persoonlijke pensioenvermogens: de standaardmethode of de VBA-methode (Value Based ALM). Wouter: “Ik heb gezien dat er in de Tweede Kamer discussie is over de methoden, maar ik ben ervan overtuigd dat dit technisch opgelost kan worden, zodat de vermogens eerlijk kunnen worden toebedeeld aan alle deelnemers.”

Graag besturen

Maandag werd bekend dat Wouter Koolmees is aangesteld als topman bij NS. De wandeling met Annette vond eerder plaats. Maar zijn toekomstplannen passeerden wel degelijk de revue.

 

Wouter vertelt dat hij opgelucht is dat de hectiek van de politiek is weggevallen. Voorlopig even geen werkdagen meer van acht tot middernacht, geen zondagen met twee volle tassen leesvoer. Annette vraagt hem naar zijn toekomstplannen. Hij wordt veel gevraagd voor een rol als toezichthouder: “Maar daar vind ik mezelf met mijn 45 jaar eigenlijk nog te jong voor. Ik wil graag besturen. Binnen de pensioensector? Hmm, daar is het nu nog wat te vroeg voor.”

Hij deelt met Annette, zo blijkt, de voorkeur voor een rol als bestuurder: de richting uitzetten, alle mogelijke belanghebbenden bij zowel beleid als uitvoering betrekken. “Ik ben me nog aan het oriënteren. De publieke zaak heeft mijn hart, maar ik kijk wel wat er op mijn pad komt. Ondertussen zal ik de ontwikkelingen in de pensioenwereld nauwgezet blijven volgen. Kijken hoe mijn ‘love baby’ uitgroeit tot puber en straks het huis uitvliegt.”   

Volgende publicatie:
Uitstel inwerkingtreding Wet toekomst pensioenen tot 1 juli

Uitstel inwerkingtreding Wet toekomst pensioenen tot 1 juli

Gepubliceerd op: 7 oktober 2022

Minister Schouten heeft bekendgemaakt dat de inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen (Wtp) zal worden uitgesteld tot 1 juli 2023. Een zorgvuldige behandeling in de Tweede Kamer blijkt meer tijd te kosten dan gedacht.

 

De komende weken, op 10, 12 en 19 oktober, staan er nog 3 wetgevingsoverleggen gepland om de Wet toekomst pensioenen (Wtp) te bespreken in de Tweede Kamer. De voorlopige planning is dat daarna de plenaire behandeling in de Tweede Kamer volgt op 1, 2 of 3 november, maar de Tweede Kamer beslist pas na de wetgevingsoverleggen over de vraag of het wetsvoorstel klaar is voor plenaire behandeling. Na behandeling in de Tweede Kamer kan de conceptwet aan de Eerste Kamer worden voorgelegd voor akkoord.

 

Veel vragen
En de behandeling in de Tweede Kamer wordt nog spannend; er zijn immers nog heel wat onderwerpen waar veel vragen over zijn, en ook nog verschillende amendementen die een behoorlijke impact zouden hebben. Verder is de Kamer verdeeld over of het nodig is te wachten op het advies van de commissie Parameters. Dan zou de verdere behandeling pas in december kunnen plaatsvinden.

 

De minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen heeft naar aanleiding van Kamervragen van Pieter Omtzigt het volgende gemeld: “Het is uiteindelijk aan de Kamer om over te gaan tot plenaire behandeling. Daarin kan en wil ik niet treden. Vanuit mijn stelselverantwoordelijk wil ik echter duidelijkheid bieden aan de sector. Gegeven de zorgvuldige behandeling waar de Eerste Kamer ook aan hecht, acht ik het niet aannemelijk ook dit kalenderjaar nog tot afronding van de wetsbehandeling in de Eerste Kamer te komen. Het is daarom niet realistisch om te verwachten dat de Wet toekomst pensioenen op 1 januari 2023 inwerking zal treden. De beoogde inwerkingtreding stel ik daarom bij. Het eerstvolgende verandermoment van wetgeving is 1 juli, daar sluit ik bij aan.”

 

Zorgvuldig
Het uitstellen van de inwerkingtreding heeft geen invloed op de planning van APG. Peter Gortzak, Directeur Uitvoering Beleid bij APG: “Voor APG is zowel een zorgvuldige behandeling als snelheid van belang. APG gaat door met implementatie op basis van werkhypotheses om vertraging bij de implementatie te voorkomen.” 

                                                   

Meer weten over de Wet toekomst pensioenen? Met de antwoorden op deze 7 vragen ben je direct op de hoogte 7 vragen over de Wet toekomst pensioenen | APG

Volgende publicatie:
Pensioenfonds ABP bestaat 100 jaar

ABP en APG staan samen stil bij 100 jaar pensioen van Nederland

Gepubliceerd op: 30 juni 2022

100 jaar geleden, in 1922, werd ABP opgericht, het pensioenfonds voor overheid en onderwijs. Nederland heeft nu, een eeuw later, één van de beste pensioenstelsels ter wereld en dat heeft ons veel gebracht. Hoe zorgen we ook in de komende 100 jaar voor een goed collectief pensioen in een leefbare samenleving? Aan deze thema’s besteden ABP en haar uitvoerder APG (tot 2008 waren zij één organisatie) in dit bijzondere jubileumjaar aandacht.

 

De oprichting van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds vond plaats op 1 juli 1922. Bij de oprichting bedroeg het aantal deelnemers zo’n 90.000. Eind 2021 was dat deelnemersbestand uitgegroeid tot 3,1 miljoen deelnemers, waarvan bijna 1 miljoen pensioengerechtigden waaronder ruim zeshonderd eveneens 100-jarigen.

 

In 1996 werd ABP, dat tot die tijd onder het ministerie van Financiën viel, geprivatiseerd. Het bestuur bestond uit vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers. De privatisering stelde ABP in staat om haar beleggingshorizon te verbreden. Naast de traditionele staatsobligaties werd er steeds meer belegd in aandelen en andere categorieën, ook wereldwijd. In 2008 werd ABP gesplitst in Stichting Pensioenfonds ABP en de nieuw opgerichte Algemene Pensioen Groep NV (APG). APG groeide uit tot één van ‘s werelds grootste uitvoeringsorganisaties, die voor meerdere pensioenfondsen de pensioenadministratie verzorgt en de beleggingsportefeuille beheert. Het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds ging verder onder de naam ABP en groeide uit tot één van de grootste pensioenfondsen ter wereld.

 

Staat als een huis
Harmen van Wijnen, bestuursvoorzitter ABP: “We vieren de 100ste verjaardag van ABP. De gedachte achter het besluit 100 jaar geleden om samen voor pensioen te zorgen, staat tot op de dag van vandaag als een huis. Het verbindt jong en oud, ziek en gezond, werkenden en gepensioneerden en individu en samenleving. Dat is de kern en de kracht van ons unieke pensioenstelsel. Het zorgt er - samen met de AOW - ook voor dat armoede onder ouderen veel minder voorkomt dan in ons omringende landen. Ook de komende 100 jaar willen we gezamenlijk verder bouwen aan een goed pensioen voor onze deelnemers in een leefbare wereld. Daarvoor moet ons pensioenstelsel aangepast worden aan de huidige tijd. Zodat we ook in de toekomst één van de beste stelsels ter wereld houden.”

 

Goed inkomen
Annette Mosman, bestuursvoorzitter APG: “Al 100 jaar zijn we samen, eerst binnen ABP, en vanaf 2008 als zelfstandige uitvoeringsorganisatie, maar nog steeds samen met ABP. We delen een rijke historie en veel ervaring. En dat komt van pas. We staan immers aan de vooravond van één van de grootste wijzigingen van ons pensioenstelsel in afgelopen eeuw. De komende jaren is APG volledig gericht op de executie van de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. Het is onze taak om, samen met ABP en onze andere fondsen, te zorgen voor een pensioenuitvoering waarin iedereen straks een goed inkomen heeft en waarin voor jong en oud duidelijk en begrijpelijk is hoe hun pensioen er voor staat.”

 

In het zonnetje
In de tweede helft van 2022 besteden ABP en APG aandacht aan ‘100 jaar pensioen van Nederland’. Fonds en uitvoerder grijpen dit moment aan om terug én vooruit te kijken; ABP en APG kijken terug in de geschiedenis en verzamelen 100 verhalen van deelnemers (zie www.pensioenvannederland.nl). Ook zetten we deelnemers die in hetzelfde jaar als ABP 100 worden in het zonnetje met een felicitatie en een bloemetje. Voor het najaar staat ook een tentoonstelling in Heerlen en Amsterdam op stapel. Daarnaast werken we aan een documentaire over de waarde van pensioen die ook online te zien zal zijn. 

 

Meer weten en op de hoogte blijven van de activiteiten? Ga naar www.pensioenvannederland.nl

Volgende publicatie:
‘Ik weet niet wat me bezielde toen ik afzag van het pensioen van mijn ex-man’

“Ik weet niet wat me bezielde toen ik afzag van het pensioen van mijn ex-man”

Gepubliceerd op: 20 juni 2022

Hoe ga je om met werk en geld voor nu en later? Leef je bij de dag of plan je doelbewust je financiële toekomst? En regel je ‘later’ zelf, of ben je aangesloten bij een pensioenfonds?

Nathalie van Dinther ging minder werken toen ze moeder werd en heeft daardoor niet het pensioen opgebouwd dat ze zou willen.

 

Nathalie van Dinther (59)

Beroep: managementondersteuner en fitnesscoach

Werkt wekelijks: 28 uur

Inkomen: 1.800 euro netto

Spaargeld: Ruim voldoende

Pensioen geregeld? Ja, maar niet naar volle tevredenheid

 

Wat doe je precies voor werk?

“Ik ben managementondersteuner bij een organisatieadviesbureau. Daarnaast heb ik een eigen bedrijf als fitnesscoach, maar dat staat momenteel even stil doordat ik ben verhuisd naar een andere provincie. Ik woonde in Den Haag en ben bij mijn dochter en kleinkinderen in de buurt gaan wonen, in Zeeland. Nu moet ik een nieuwe klantenkring opbouwen en helemaal opnieuw beginnen. Ik weet niet of dat gaat lukken. Ter compensatie ben ik wel meer uren gaan werken in loondienst. De ene week werk ik vier dagen, de andere week drie. Gemiddeld kom ik uit op 28 uur. Ik werk tegenwoordig bijna volledig vanuit huis, dus het maakt gelukkig niet uit dat ik nu verder van kantoor woon. Dat is dan weer een van de positieve dingen die we te danken hebben aan corona.”

 

Hoeveel verdien je?

“1.800 euro netto. Als fitnesscoach momenteel dus even niets.”

 

Ben je daar blij mee?

“Ik red het allemaal net. Het is in principe genoeg, zeker nu mijn lasten lager zijn. Ik betaal minder hypotheek en ik hoef niet meer bij te dragen aan een VvE, dus ik kom rond. Al houdt het ook niet over; ik kan niet even drie weken op vakantie gaan als ik daar zin in heb.”

 

 

Met AOW erbij kom ik straks uit op 1.500 euro in de maand. Dat is niet veel

Heb je geen buffer?

“Ik heb wel een spaarpot van de overwaarde van het vorige huis. Dat was 350.000 euro in totaal, wat ik moest delen met mijn ex-man. Ik had mijn huidige huis kunnen kopen zonder hypotheek, maar dan zou ik geen buffer meer hebben en dat vind ik geen fijn idee. Stel dat er iets aan het huis moet gebeuren, dan wil ik dat wel kunnen betalen. Ik heb een deel van mijn nieuwe huis met de overwaarde betaald en daarnaast een klein hypotheekje genomen. Ik heb dus nog best wat geld achter de hand, maar daar moet ik ontzettend zuinig op zijn. Ook omdat ik maar een klein pensioentje heb. Met AOW erbij kom ik straks uit op 1.500 euro in de maand. Dat is niet veel. Ik kan er denk ik net van rondkomen.”

 

Wat zijn je vaste lasten?

“Hypotheek, woon- en autoverzekeringen, wegenbelasting, gemeentelijke belastingen en energie kosten me samen 495 euro. Voor tv, internet en mobiel betaal ik 58,50. Mijn ziektekostenverzekering bedraagt 140 euro per maand, en dan heb ik nog abonnementen op de sportschool, yoga, streamingdiensten en de krant à 100 euro per maand in totaal. Daarnaast geef ik elke maand 53 euro uit aan wat ik ‘diversen’ noem. Daaronder vallen een loterij, een goed doel, de uitvaartverzekering en koffiecups die ik bestel. Al met al zit ik qua vaste lasten dus onder de 1.000 euro, maar mijn energiecontract is net afgelopen dus het wordt nog een verrassing wat ik straks aan energie ga betalen.”

 

Waar geef je nog meer veel geld aan uit?

“Ik geef niet zoveel geld uit. In Den Haag had je een lekker koffietentje om de hoek waar ik weleens ging zitten met een taartje, of ik dronk weleens een wijntje op het strand met een stukje kaas erbij. Daar kan ik enorm van genieten. Maar in het dorp waar ik nu woon, is helemaal niets. Geen winkel, geen kroeg… Het scheelt wel geld. Ook aan kleding geef ik weinig uit. Als ik echt zou kopen wat ik mooi vind, zou het dure merkkleding zijn, maar dat kan ik niet betalen.”

 

In het dorp waar ik nu woon, is helemaal niets. Geen winkel, geen kroeg… Het scheelt wel geld

Waar bespaar je op?

“Ik ga veel naar de kringloop voor mijn kleding en inrichting. Ik vind spullen niet zo belangrijk, dus van mij hoeven ze niet gloednieuw te zijn. Tweedehands is bovendien wel zo duurzaam. Ik heb ook overwogen mijn auto weg te doen, maar waar ik nu woon kan ik echt niet zonder. Ik ben best met het milieu bezig. Ik eet geen vlees en zou niet snel het vliegtuig pakken. Ik ben sowieso al heel lang niet op vakantie geweest. Ik vind dat snel te duur. Toen ik nog vlak aan zee woonde, vond ik het ook niet zo nodig om op vakantie te gaan. Ik zwem al jaren, het hele jaar rond. Nu doe ik dat bij de Oosterschelde.

 

Ik moet zeggen dat ik er nu toch wel naar snak om weer eens te gaan, maar ik kan het mezelf eigenlijk niet veroorloven. Dat is geen ramp. Vakantie is voor mij ook zonder wekker wakker worden en tot ver in de ochtend in je pyjama met een kop koffie de krant lezen.”

Ben je bezig met je oude dag?

“Ik zal wel moeten, want over zevenenhalf jaar is het al zover. Het ding is dat ik parttime ben gaan werken toen mijn dochter geboren werd, 27 jaar geleden. Mijn toenmalige man kon zogenaamd echt niet minder werken, dus de zorg kwam bijna volledig op mij aan. Toen onze dochter zelfstandiger werd kon ik natuurlijk wel wat meer gaan werken, maar ze heeft altijd bijzonder veel aandacht en begeleiding nodig gehad omdat ze in het autismespectrum zit. Ik heb die zorg met liefde op me genomen hoor, maar het heeft wel als gevolg gehad dat ik weinig pensioen heb opgebouwd. Daar heb ik vroeger nooit bij stilgestaan. En het stomme is: toen ik van mijn man ging scheiden, hebben we afgesproken dat we bij leven geen aanspraak zullen maken op elkaars pensioen. Ik weet niet wat me destijds heeft bezield, ik heb daar nu in ieder geval spijt van. Hij kon zoveel werken en opbouwen doordat ík thuisbleef.”

 

Maak je je zorgen over je pensioen?

“Nee, dat niet. Ik kan heel sober leven. Als ik eens in de vijf jaar op vakantie kan, ben ik ook blij. Ik ben niet zo veeleisend. Voor mijn gevoel kan ik straks rondkomen, er valt altijd wel een mouw aan te passen. Maar het is wel belangrijk om zuinig te zijn op de spaarpot die ik heb.”

 

Hoe zie je je gepensioneerde leven straks voor je?

“Dat weet ik eerlijk gezegd nog niet. Ik woon nu in de buurt van mijn kleinkinderen en vind het fantastisch om van zo dichtbij mee te maken hoe ze opgroeien. Maar de kans bestaat dat zij op den duur gaan verhuizen, misschien wel naar het buitenland. Als zij eerder weggaan is dat jammer, maar ik blijf in ieder geval tot mijn pensioen in dit huisje. Daarna zie ik wel verder. Ik ben nooit zo’n plannenmaker geweest. Je volgt een pad en de afslagen die je onderweg tegenkomt neem je wel of niet. Misschien komt er nog een keer een man in mijn leven, wie weet. Ik leef met de dag en zie wel wat het leven me brengt.”

 

Maakt geld gelukkig?

“Gelukkigér misschien. Een algemene staat van geluk bestaat toch niet, geluksmomenten zijn het hoogst haalbare. Geld maakt wel zorgelozer. En zorgen heb ik nu niet hoor. Ik denk dat het allemaal goedkomt.”

Volgende publicatie:
"Als ik het écht niet red, kunnen mijn ouders nog altijd bijspringen"

"Als ik het écht niet red, kunnen mijn ouders nog altijd bijspringen"

Gepubliceerd op: 7 juni 2022

Hoe ga je om met werk en geld voor nu en later? Leef je bij de dag of plan je doelbewust je financiële toekomst? En regel je ‘later’ zelf, of ben je aangesloten bij een pensioenfonds?

Emma Verschure runt naast haar masterstudie een eigen onderneming als belastingadviseur.

 

Emma Verschure (23)

Beroep: Masterstudent en belastingadviseur

Werkt wekelijks: Zo’n 24 uur

Inkomen: Vorig jaar 20.000 euro winst

Spaargeld: Ruim 40.000 euro

Pensioen geregeld? Nog niet

 

Wat doe je precies?

“Ik studeer de master fiscaal recht en werk daarnaast zelfstandig als belastingadviseur. Ik help voornamelijk vrouwelijke zzp’ers met hun boekhouding en aangiftes. Het is best pittig om mijn studie te combineren met mijn onderneming, omdat het allebei vrij veel tijd vergt.”

 

Hoeveel uur werk je?

“Het verschilt een beetje per week. Ik denk dat ik gemiddeld op zo’n 24 uur uitkom. In een maand met btw-aangiftes en inkomstenbelasting is het een stuk meer, maar boven de 40 uur kom ik sowieso nooit uit, want die tijd heb ik simpelweg niet. Uiteindelijk wil ik dit fulltime doen, maar niet in de huidige vorm. Ik ben erg ambitieus en wil de advocatuur in. Ik zou wel een bedrijf willen opzetten waar ondernemers terechtkunnen voor zowel juridische bijstand als hun boekhouding en belastingaangifte. Een vast aanspreekpunt voor alle dingen waar je je als ondernemer eigenlijk niet mee bezig wenst te houden. Dat lijkt me wel wat.”

 

Hoeveel verdien je nu?

“Ik heb vorig jaar 20.000 euro winst gemaakt en 35.000 euro omgezet. Ik heb heel bewust in december nog allerlei investeringen gedaan, onder meer in cursussen, zodat ik minder belasting hoefde te betalen. Dit jaar is het mijn doel om 50.000 euro om te zetten, waarvan 35.000 euro winst.”

 

Ben je daar blij mee?

“Zeker, ik verdien een stuk meer dan vriendinnen en medestudenten. Ik maak me er niet zo druk over wat er binnenkomt. Ik ben heel serieus in mijn werk, maar omdat ik nog studeer hóéf ik het niet per se superserieus te nemen. Ik bedoel: als ik mijn omzetdoel niet haal, is er geen nood aan de man. Mijn ouders kunnen altijd nog bijspringen als ik het echt niet red. Zij betalen ook mijn studiekosten en een groot deel van mijn zorgkosten. Heel erg fijn. We zijn met kerst nog met z’n allen wezen skiën en ook die vakantie betaalden ze volledig, tot de pcr-test aan toe. Zelf zouden we zo’n luxe vakantie niet kunnen betalen nu, dus daar boffen we ontzettend mee.”

Ik wil later niet leven van een AOW'tje

Hoe woon je?

“Ik woon samen met mijn vriend in een huurwoning in Amsterdam. We betalen onwijs veel geld voor wat we krijgen. 1.200 euro ‘inclusief’, maar warm water betalen we apart. Ons appartement is 40 m2 en ligt ook nog eens in Holendrecht, een van de slechtste buurten.”

 

Hoe verdelen jullie thuis de lasten?

“Ik betaal 550 euro voor de huur en de verzekeringen, mijn vriend betaalt de rest. Hij is gymdocent en werkt daarnaast in de horeca. Daarmee verdient hij zo’n 50.000 euro per jaar. Meer dan ik, dus op deze manier is het eerlijk voor ons beiden. Het overige, zoals de boodschappen, betalen we fifty-fifty.”

 

Wat heb je verder voor vaste lasten?

“De zorgverzekering à 130 euro per maand en een telefoonabonnement van 25 euro. Wat we aan elektriciteit enzo betalen weet ik eigenlijk niet. We hebben Netflix en Videoland, ik geloof dat die laatste 5 euro kost met reclames tussendoor. En Spotify betaalt mijn vader voor ons hele gezin. Een auto hebben we niet, dat is niet te betalen in Amsterdam. Ik heb ook nog studenten-ov, dus reizen doe ik veelal gratis met het openbaar vervoer.”

Waar geef je nog meer veel geld aan uit?

“We stortten allebei 200 euro per maand op de gezamenlijke rekening voor de boodschappen, maar daar redden we het door de inflatie niet meer mee. Daarom hebben we het verhoogd naar 250 euro per persoon, eens kijken of we daarmee uitkomen. Het scheelt dat mijn moeder altijd wasmiddel en vaatwasblokjes voor me koopt; die houdt alle aanbiedingen in de gaten en koopt dan gelijk een enorme voorraad in. Wat voor mij een relatief grote kostenpost is, is de wc op het station. Ik studeer in Tilburg en iedere keer als ik op Den Bosch moet overstappen, moet ik naar de wc. Dat is vier keer per week 70 cent. Geen enorm bedrag, maar het loopt aardig op. Ik kan ook wel in de trein gaan, maar dat vind ik vies. Verder koop ik graag designerkleding, maar daar spaar ik dan lang voor.”

 

Hoeveel spaargeld heb je?

“Ruim 27.000 euro, plus een beleggingsrekening waar toen het nog goed ging op de beurzen zo’n 15.000 euro opstond. Best een flinke pot, maar een groot deel daarvan hebben mijn ouders voor me gespaard en er zit ook een deel erfenis bij van mijn oma. Zelf heb ik nog zo’n 1.600 euro belegd via andere beleggingsapps. Dat zie ik meer als speelgeld, want ik vertrouw er niet volledig op dat ik de juiste keuzes maak. Zo heb ik op aanraden van mijn vriend 2.000 euro belegd in wisselkoersen, maar daar is inmiddels nog maar 600 euro van over… Hij had er even niet bij verteld hoe risicovol het was. Ook mijn eigen schuld, ik had me er beter in moeten verdiepen. Een wijze les.”

 

Waar bespaar je op?

“Besparen is een groot woord, maar sinds het stijgen van de boodschappenprijzen wijken we wel vaker uit naar de goedkopere supermarkten. Ook bestellen we veel minder vaak eten. Verder hebben we bewust geen tv-abonnement meer. We keken er amper naar en hebben het nog geen moment gemist. Maar ik wil mezelf geen dingen ontzeggen. Op elektriciteit ga ik ook niet bezuinigen. Ik heb niet het idee dat dat nodig is. Waar ik wel op let, is wat mijn verzekeringen precies dekken. Dat wil nog weleens veranderen en voor je het weet betaal je steeds meer premie terwijl je er steeds minder voor terug krijgt. Dus daar ben ik erg alert op. Je bent een dief van je eigen portemonnee als je ergens lang klant bent. Overstappen naar de concurrent loont vreemd genoeg bijna altijd.”

 

Ben je bezig met je oude dag?

“Ik heb vorig jaar eens gekeken naar mijn jaarruimte, maar dat was zo weinig dat het geen zin had om daar iets mee te doen. Ik wil zeker pensioen gaan opbouwen, maar dan moet ik eerst wat meer gaan verdienen. Ik ken ook geen enkele student die al pensioen opbouwt.”

 

Die hele FIRE-beweging snap ik niet zo goed. Vinden die mensen hun werk zo vreselijk dat ze niet kunnen wachten op hun pensioen?

 Hoeveel zou je later per maand willen krijgen bij je pensioen?

“Dat vind ik lastig te zeggen. Het duurt nog zo’n vijftig jaar, wie weet wat een bedrag als 5.000 euro tegen die tijd waard is? Ik wil in ieder geval niet hoeven inleveren op hoe ik leef vóórdat ik met pensioen ga. Zoals het er nu naar uitziet word ik advocaat en ga ik een lekker bedrag verdienen. Meer dan een ton per jaar is heel waarschijnlijk. Dan wil ik daarna niet leven van een AOW’tje. Als je zoveel vrije tijd hebt, is het wel zo fijn als je geld hebt om leuke dingen te doen.”

 

Hoe zie je je leven dan voor je?

“Ik hoop dat ik een groot, fijn huis heb en dat ik wanneer ik daar zin in heb uit eten en op vakantie kan gaan. Waarschijnlijk ga ik vrijwilligerswerk doen, iets betekenen voor mensen die het nodig hebben. Mijn ouders doen dat ook, terwijl ze nog niet eens met pensioen zijn, en dat vind ik heel mooi om te zien. Voorlopig wil ik lekker blijven werken. Die hele FIRE-beweging snap ik daarom ook niet zo goed. Vinden die mensen hun werk dan zo vreselijk dat ze niet kunnen wachten op hun pensioen? Ik wil helemaal niet op mijn 40ste met pensioen, ik zou niet weten wat ik met mijn tijd aan moest.”

 

Maakt geld gelukkig?

“Dat vind ik een lastige. Ik geloof dat het moeilijk is om gelukkig te zijn als je elke euro moet omdraaien en veel geldzorgen hebt. Geld kan bijdragen aan een fijn en gemakkelijk leven, waarin je veel leuke dingen kunt doen. Mooie ervaringen kunnen heel gelukkig maken. Maar als je veel geld hebt, kan dat ook weer bepaalde zorgen met zich meebrengen. Dan heb je weer mensen die het van je willen afpakken, en weet je nooit zeker of je vrienden bevriend met je zijn om jou of vanwege je geld. Dus laten we zeggen: geld maakt tot op zekere hoogte gelukkig.”

Volgende publicatie:
“In juli weten we hoe uitvoerbaar het nieuwe stelsel is”

“In juli weten we hoe uitvoerbaar het nieuwe stelsel is”

Gepubliceerd op: 17 mei 2022

Volgend jaar gaan naar verwachting de regels voor een nieuw, toekomstbestendig pensioenstelsel in. Maar in de tussentijd moet nog veel werk verzet worden. Waar staan we? En wat staat er in de komende acht maanden nog te gebeuren? Tinka den Arend, strategisch beleidsmedewerker bij APG, neemt ons mee in het proces dat moet uitmonden in een toekomstbestendig pensioenstelsel per 1 januari 2023.

 

Waar bevinden we ons, op de weg naar het nieuwe stelsel in 2023?

“Carola Schouten – de minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen – heeft de Wet Toekomst Pensioenen op 30 maart 2022 ingediend bij de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel vormt op  hoofdlijnen de basis voor het nieuwe stelsel. Afgelopen jaar was er al een concept van het wetsvoorstel bekend. Dit concept is nu aangepast aan de hand van 800 reacties bij een openbare consultatie, toetsen van adviescolleges en het advies van de Raad van State.  Nu het wetsvoorstel is ingediend in de Tweede Kamer, is eerst de Commissie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan zet. Daarna volgt de plenaire behandeling.   

De Commissie heeft eerst twee rondetafelgesprekken georganiseerd, waarin ze de mening van deskundigen en belangengroeperingen heeft opgehaald. Het eerste gesprek, met 18 deskundigen, vond plaats op 22 april. Het rondetafelgesprek met de belangengroeperingen was op 10 mei.”

 

Aan wat voor deskundigen en belangengroeperingen moeten we dan denken?

“Het gaat vooral om wetenschappers, zoals Kees Goudswaard (hoogleraar economie en bijzonder hoogleraar sociale zekerheid aan de Universiteit Leiden, red.), Casper van Ewijk (hoogleraar Macro-economie aan de Universiteit van Amsterdam, red.) en Bas Werker (hoogleraar Econometrie en Financiën aan Tilburg University, red.). Maar er nemen mensen ook mensen uit de praktijk deel, zoals Agnes Joseph, actuaris bij Achmea. Bij de belangengroeperingen moet je denken aan bijvoorbeeld werkgeversverenigingen zoals VNO-NCW, vakbonden – CNV, FNV – en seniorenverenigingen zoals KBO Brabant.”

 

Hoe gaat zo’n rondetafelgesprek in zijn werk?

“Elke deelnemer heeft vooraf een position paper ingediend, waarin de standpunten van de betreffende persoon of organisatie op een bondige manier worden uiteengezet. Tijdens het rondetafelgesprek krijgt iedere deelnemer een paar minuten om deze standpunten toe te lichten en te verdedigen. Vervolgens ontstaat er een gesprek tussen Kamerleden en deelnemers, waarin Kamerleden kunnen doorvragen.”     

 

Hoe weten deelnemers of de Kamercommissie iets doet met hun input?

“Dat weten ze niet meteen. Maar als je kijkt naar de Kamervragen over de ingediende Wet Toekomst Pensioenen aan het kabinet na de bijeenkomst van 22 april, dan kun je veel van de input van deskundigen daarin terugzien.”

 

Kun je een voorbeeld geven van input die we in Kamervragen hebben teruggezien?

“Een belangrijk voorbeeld is de input van Casper van Ewijk, Bas Werker, Theo Nijman, WTW en Ortec over de methode van invaren. Bij ‘invaren’ worden de pensioenaanspraken die onder het oude pensioenstelsel zijn opgebouwd, omgezet in pensioenaanspraken in het nieuwe stelsel. In dit geval betekent het dat het collectief vermogen van een pensioenfonds wordt omgerekend naar persoonlijke pensioenvermogens voor deelnemers. De Wet Toekomst Pensioenen biedt daarvoor de keuze tussen twee methodes: de VB-ALM methode en de standaardmethode. De deskundigen merken terecht op dat de VB-ALM methode voor dit doel niet bruikbaar is. Want bij het gebruik van deze methode moet je arbitraire aannames doen. Die worden daardoor per definitie vatbaar voor discussie. En aangezien de uitkomst van de VB-ALM methode erg gevoelig is voor die aannames, is de kans groot dat er juridische geschillen ontstaan. Het is sowieso niet raadzaam om twee methodes te hanteren.”

 

Waarom niet?

Per definitie zal de ene methode beter uitpakken voor de ene groep en de andere methode voor de andere groep. Als een fonds bijvoorbeeld kiest voor de standaardmethode, zijn er immers altijd deelnemers die zich afvragen hoe hoog hun pensioenaanspraken waren geweest bij gebruik van de VB-ALM methode. Het is raadzamer om elk fonds dezelfde invaarmethode te laten gebruiken. En de standaardmethode is daar het meest geschikt voor, onder andere omdat hij eenvoudiger uit te voeren is en de uitkomsten beter uit te leggen zijn aan deelnemers en andere belanghebbenden. Wel is er bij deze methode meer ruimte nodig om onevenredig nadelige effecten te kunnen compenseren.”

 

Zijn er nog meer voorbeelden van dergelijke input?

“De Pensioenfederatie en het Verbond van Verzekeraars hebben aandacht gevraagd voor de uitvoerbaarheid van de nieuwe regels voor het nabestaandenpensioen. Om deelnemers op het goede moment te kunnen begeleiden bij hun keuzes, hebben pensioenuitvoerders informatie nodig van het UWV. Op deze manier wordt voorkomen dat deelnemers tussen wal en schip komen te vallen, bijvoorbeeld na een periode van werkloosheid. Ook dit aandachtspunt is door veel Kamerleden overgenomen in hun vragen aan de minister.”

 

Wanneer weten we in hoeverre het wetsvoorstel nog gewijzigd wordt?

“Dat weten we waarschijnlijk in juli 2022. Over de inhoud van de mogelijke wijzigingen wordt komende tijd geleidelijk meer bekend. De schriftelijke vragen die op 26 april bij de minister zijn ingediend, beslaan 108 bladzijden. Een aantal daarvan, waaronder de vragen over de VB-ALM methode en de gegevensuitwisseling, wordt door veel fracties gesteld. Op die punten zou er nog wel eens wat kunnen gaan wijzigen in het wetsvoorstel, maar of dat ook gebeurt is nog even afwachten. Het kabinet kan het voorstel nu nog wijzigen met nota’s van wijziging en de Tweede Kamer kan het voorstel ook zelf amenderen. Als het voorstel wordt aangenomen door de Tweede Kamer, staat daarna de wettekst vast en gaat het voorstel naar de Eerste Kamer. Die kan het wetsvoorstel aannemen of verwerpen, maar niet meer amenderen.

Daarnaast gaan er waarschijnlijk ook wijzigingen optreden in de lagere regelgeving, waarmee het wetsvoorstel nader wordt ingevuld. Ook daarvoor heeft consultatie plaatsgevonden, wat heeft geresulteerd in 44 reacties. Duidelijkheid over de uiteindelijke lagere regelgeving verwachten we uiterlijk 1 januari 2023.”

 

Gaat die datum van 1 januari 2023 gehaald worden?

“Het kabinet lijkt alles op alles te zetten om deze datum te halen, maar tegelijkertijd zie je ook dat de Tweede Kamer belang hecht aan een zorgvuldige behandeling. Tot nog toe sluit het één het ander niet uit, maar dit vergt veel inspanning van beide partijen. Vanuit APG hebben we belang bij zowel tijdige als zorgvuldige behandeling. Vanuit ons perspectief is met name de uitvoerbaarheid en de uitlegbaarheid essentieel. Het gaat spannend worden of de keuzes die worden gemaakt, aan die uitvoerbaarheid en uitlegbaarheid bijdragen.”

Volgende publicatie:
“Die aha-erlebnis als mensen de wereld weer een beetje beter begrijpen: daar word ik blij van”

“Die aha-erlebnis als mensen de wereld weer een beetje beter begrijpen: daar word ik blij van”

Gepubliceerd op: 13 mei 2022

Netspar-directeur Marike Knoef streeft naar meer 'pensioengeletterdheid'

 

Laat het woord ‘pensioen’ vallen en Marike Knoef raakt oprecht bevlogen. Een opmerkelijke reactie in een land waar de meeste inwoners meer emoties blijken te voelen bij het woord ‘baksteen’. Maar dat enthousiasme is natuurlijk wel de ideale basishouding voor een algemeen directeur van Netspar, wiens missie het is om de natie ervan te overtuigen dat pensioen beslist geen ‘dat zien we later wel’-dingetje is.

Meer pensioengeletterdheid, daar streeft ze naar. “Want ruim de helft van de mensen maakt zich zorgen over zijn pensioen.”

 

Is sparen voor later per definitie een goed idee? Dat hangt ervan af, ontdekte Marike Knoef (39) toen ze het ouderlijk huis in het Gelderse Lochem ging verruilen voor een studentenkamer in Tilburg. In de kast die ze ontruimde vond ze een stapeltje origamiblaadjes. Prijzig papier, waarmee ze als zesjarige graag origamidieren vouwde. Maar nu drong het tot haar door dat ze driekwart ervan had bewaard ‘voor later’ terwijl ze er veel beter indertijd van had kunnen genieten. Je kunt dus ook te veel opzijleggen, concludeerde ze.

Die Japanse vouwblaadjes gebruikt ze graag als metafoor als het over pensioen gaat. Dat deed ze ook in haar inaugurele rede bij haar benoeming tot hoogleraar empirische micro-economie. Daarbij visualeerde ze bovendien de verschillen tussen pensioeninkomsten door aan alle aanwezigen een kleiner of groter origamiblaadje uit te delen.

 

Netspar

De kernvraag waar het voor haar echter om draait is: hoe verdeel je je financiële middelen nou zó, dat je er in alle levensfasen van profiteert? “Dat is een uitdagend vraagstuk. En ook eentje waarin diverse wetenschappelijke disciplines samenkomen. Je hebt de financiële, de economische en psychologische kant, de arbeids- en gezondheidsaspecten – hoe lang kún je werken? – en de communicatie erover speelt ook een rol. Dat maakt het voor mij zo leuk en interessant.” Reden waarom ze zich als een vis in het water voelt bij Netspar, een onafhankelijke denktank en onderzoeks- en kennisnetwerk op pensioengebied, waarvan ze sinds 2020 algemeen directeur is.

 

Als directeur van Netspar streef je naar meer ‘pensioengeletterdheid’. Waarom is dat zo belangrijk?

“Uit onderzoek van Netspar blijkt dat de meeste mensen heel weinig over pensioen weten. Tegelijkertijd maakt ruim de helft zich er veel zorgen over. Toch is voor een groot deel van hen dat pensioen best in orde. Alleen; daar zijn ze zich niet van bewust. Als mensen iets meer basiskennis krijgen, merk je dat hun zorgen afnemen. Natuurlijk hoef je niet alles onder de motorkap te weten. Maar 40 procent van de jongeren denkt dat er later voor hen geen pensioen meer is. Dat is echt veel! Als ze er wat meer over weten, zouden ze geruster kunnen zijn.”

 

Maar hoe krijg je ze geïnteresseerd?

“Daar doen we ook onderzoek naar. Hoe activeer je mensen, hoe verbeter je de communicatie? Enerzijds wil je de zorgen verminderen die veel mensen hebben. Anderzijds wil je ze persoonlijk informeren over hun situatie. Zelf communiceren wij weinig met ‘het publiek’. Af en toe doen we een publiek event voor alle Nederlanders, bijvoorbeeld rond de verkiezingen. En we organiseren zo nu en dan informatie-events voor belangenorganisaties. Wij zorgen er met ons onderzoek voor dat een debat op basis van feiten gevoerd kan worden, in plaats van op ‘onderbuikgevoelens’. Daarom is het belangrijk dat onze stakeholders – alle instanties die bij pensioen betrokken zijn – die informatie krijgen.”

Marike Knoef werd in 2017 directielid bij het onderzoeks- en kennisnetwerk Netspar. Sinds 2020 is ze algemeen directeur.

Netspar stimuleert een beter begrip van de economische en sociale gevolgen van pensioenen, vergrijzing en de ‘oude dag’ in Nederland. Dit doen zij door onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek en kennisdeling via publicaties, evenementen, webinars en onderwijs. www.netspar.nl

En wie moet het publiek dan informeren? Is dat een taak van pensioenfondsen?

“De hele pensioensector heeft er baat bij als mensen meer van pensioen afweten. Maar het is een gedeelde verantwoordelijkheid, ik zie hier ook een rol voor de overheid. Bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid werken ze aan een grote campagne. Veel mensen weten bijvoorbeeld niet eens dat Mijnpensioenoverzicht.nl bestaat. Ik merkte ook weer eens hoe laag de pensioengeletterdheid is toen ik de vragen voor een nieuw onderzoek van tevoren even in mijn omgeving testte. Zowel bij hen als bij de representatieve groep Nederlanders die aan het onderzoek deelnam, bleek het kennisniveau nog lager te zijn dan ik had verwacht. Daar schrok ik wel van.”

 

Spread the word, dus. De Pensioenfederatie geeft inmiddels voorlichting aan mbo-leerlingen. Zelf heb jij basisscholen bezocht?

“Dat was een initiatief van de Universiteit Leiden, het Meet the professor-project. Professoren bezoeken dan groep 7 en vertellen over hun vakgebied. Ik vertel daarom wat over pensioen. Als ik het woord laat vallen, zie je leerlingen denken: o… pensioen. Maar dan vraag ik of ze wel eens iets gespaard hebben. En was dat te veel of te weinig? Dat herkennen ze. Ze noemen knikkers, stickers. Nagellak, zei iemand. Zo raken ze echt geïnteresseerd: hoe hebben we dat pensioen dan geregeld, hoe werkt dat? Dus misschien moet je mensen eerst over een drempel trekken. Het nieuwe pensioenstelsel kan een goede aanleiding zijn om ze er meer van bewust te maken.”

 

Dat nieuwe pensioenstelsel treedt in principe uiterlijk per 1 januari 2027 in werking. Wat zijn volgens jou de sterke punten ervan?

“In feite ben je nooit klaar met het vormen van een pensioenstelsel, het is een continu proces omdat de wereld verandert. Maar ik vind het nieuwe stelsel wel een verbetering. Er is meer maatwerk per leeftijdscategorie, dat sluit beter aan bij de situatie van mensen. Zowel het oude als het nieuwe pensioenstelsel is gevoelig voor ontwikkelingen op financiële markten. Het nieuwe stelsel biedt echter wel betere mogelijkheden om hier mee om te gaan, door een meer gerichte toedeling van financiële risico’s. Straks bewegen de pensioenen sneller mee met de financiële markten. Jongeren kunnen daarin meer risico krijgen dan ouderen. Het nieuwe stelsel is niet per se minder ingewikkeld. Wel transparanter, omdat iedereen kan zien welk vermogen er voor hem of haar is opgebouwd. Die transparantie kan helpen om bij jongeren wat zorgen weg te nemen.”

 

Het nieuwe pensioenstelsel is ook onzekerder. Uitkeringen kunnen jaarlijks gaan stijgen of dalen, afhankelijk van de financiële markten.

“Dat is wel een punt waarover ik me zorgen maak. Want we zien dat als er gekort wordt op de pensioenen, of als ze niet geïndexeerd worden, dat emotionele reacties teweegbrengt. Verlies hakt er twee keer zo hard in als winst, zelfs als de totale uitkering in de loop der jaren stijgt. Als dat met pieken en dalen gebeurt, kan de perceptie van het pensioen daarom veel slechter zijn dan nodig is. Daar wordt natuurlijk wel over nagedacht, of je pieken en dalen in de tijd kunt spreiden. Dat heeft voor- en nadelen. Puur vanuit de emoties van mensen bekeken zou het ’t beste zijn om een grote negatieve schok relatief snel te nemen. Zodat je niet jaren achtereen met een uitgespreid verlies geconfronteerd wordt, dat steeds minder goed uitlegbaar wordt. Terwijl het vanuit dat perspectief beter zou zijn om een grote positieve schok over meer jaren te spreiden, om toekomstige verliezen op te vangen.”

 

Pensioenfondsen bepalen ook het beleggingsrisico voor de verschillende leeftijdsgroepen.

“In de nieuwe Pensioenwet (die nu nog in behandeling is – red.) staat daarom dat de risicohouding van deelnemers elke vijf jaar moet worden gemeten. Hoeveel risico wil en kán men nemen? Dat roept uiteraard vragen op: hoe meet je zowel de voorkeur als de risicocapaciteit van mensen? En hoe leg je zoiets begrijpelijk uit? Wat moet iemand weten om daarop te kunnen antwoorden? De afweging tussen risico en rendement is immers een belangrijke beslissing.”

Netspar doet nu onderzoek naar die risicobereidheid?

“Er loopt een onderzoek met APG bij het pensioenfonds voor de bouw. We onderzoeken of we die risicometing wat aantrekkelijker kunnen maken door een saaie wetenschappelijke vragenlijst om te zetten in een serious game. De resultaten daarvan vergelijken we met die van een reguliere vragenlijst, aan de hand van drie verschillende meetmethoden.”

 

Kun je al iets zeggen over de uitkomsten?

“We hebben de eerste uitkomsten net gedeeld met het bestuur van bpfBOUW. We zien bij de verschillende onderzoeksmethodes dezelfde patronen voor het verschil in risicobereidheid naar leeftijd, naar hoge en lage inkomens, en naar achtergrond – of het medewerkers op de werkplaats zijn of op kantoor. Maar het niveau van de risicobereidheid verschilt wel per methode. Ook dat roept vragen op: hoe moeten we daarmee omgaan?”

 

Maar de deelnemers waren dus sowieso bereid om risico’s te nemen?

“Ja. Kijk, als je het de mensen op straat vraagt, zouden ze zeggen: liefst zoveel mogelijk zekerheid. Financiële onzekerheid, daar houden ze niet van. Dus ze kiezen liever voor een vaste dan voor een variabele uitkering. Zelfs als dat rationeel eigenlijk niet bij ze past.

Ook daar hebben we onderzoek naar gedaan; voor de meeste mensen is het echt beter om wat risico te nemen. Dat vergroot de kans op een hogere uitkering. Want zekerheid is duur.”

 

Hoe jonger, hoe groter de risicobereidheid?

“Dat wordt inderdaad bevestigd in onze onderzoeken. We zien dat ook terug in de internationale literatuur.”

 

Maar uiteindelijk maken de fondsbestuurders de keuze.

“Zij bepalen hoe ze hun beleggingsbeleid gaan invullen. Bij die keuze kunnen ze gebruikmaken van onze onderzoeksresultaten. Bovendien is het goed dat de risicobereidheid van deelnemers elke vijf jaar gemeten wordt. Die uitslag kun je niet zomaar naast je neerleggen. Het is ook meteen een communicatiemoment. Als je de afweging tussen risico en rendement op toegankelijke wijze uitlegt, kan dat wederzijds begrip creëren.

We zien overigens in de onderzoeken dat ook de samenstelling van het bestuur – hoeveel mannen, vrouwen, jongeren, ouderen – invloed heeft op hoeveel risico er genomen wordt.”

 

Dus als er drie vrouwelijke dertigers in het bestuur zitten dan…

“... heb je een andere uitkomst dan als het drie mannen van in de vijftig zijn. En dat is eigenlijk wel gek, want je wilt dat de risicobereidheid afhangt van de samenstelling van een fonds.”

 

Netspar onderzoekt ook de risicocapaciteit van deelnemers?

“Klopt. Het mooie is dat het Centraal Bureau voor de Statistiek veel gegevens heeft over vermogens die mensen hebben, hun tweede pijler pensioenaanspraken bij verschillende fondsen of verzekeraars, hun spaartegoeden en woningvermogen. Zo kunnen we op individueel niveau – uiteraard anoniem – inzicht in het totaalplaatje krijgen. En hoe dat er bijvoorbeeld per sector, leeftijd- en inkomenscategorie uitziet. Ook van die onderzoeksresultaten kunnen de verschillende sectoren straks bij hun keuzes gebruikmaken.”

 

Helaas blijven sommige sectoren ook in het nieuwe stelsel buiten de pensioenboot vallen.

“Ja, de zelfstandigen bijvoorbeeld. Zeker bij de middeninkomens wordt er weinig pensioen opgebouwd. Ook mensen met flexibele contracten en werknemers in kleine bedrijven, de MKB’ers, bouwen relatief weinig tot niets op.”

 

Wat vertellen onderzoeken van Netspar daarover?

“Dat een van de drempels opnieuw de lage kennis over pensioenen is. Ze weten niet goed hoe het werkt. Slechts 50 procent van de zzp’ers is ervan op de hoogte dat er een fiscale jaarruimte is, blijkt uit verschillende onderzoeken. Je kunt fiscaalvriendelijk pensioensparen, maar veel mensen weten het niet of vinden het te ingewikkeld.

Bovendien hebben zelfstandigen vaker een wisselend inkomen. Ze willen wel sparen, maar niet in een pensioenproduct waar ze niet meer bij hun geld kunnen als het een jaar slechter gaat. Dat is een lastige horde. Want je wilt ook niet dat mensen het er zomaar uit kunnen halen: dan is er later geen pensioen meer.”

 

Zelf heb je twee parttime banen: je bent directeur van Netspar én hoogleraar empirische micro-economie aan de Universiteit Leiden. Wat drijft jou?

“Wat mij beweegt, is een betere oude dag voor Nederland. Dat is ook de missie van Netspar. Het is belangrijk dat je daarvoor zowel kennis als kennissen verzamelt – mensen uit de wetenschap en uit de praktijk in verschillende disciplines – die samenwerken om die missie te bereiken. Kennis krijgen we via onderzoeksprojecten die door de partners van Netspar geprioriteerd worden. Die informatie delen we met verschillende doelgroepen op drie niveaus: snel up-to-date, praktische toepassing en diepgaande kennis. Snel up-to-date is bijvoorbeeld een one-page met de belangrijkste conclusies en beleidsindicaties. Of een laagdrempelige podcast.”

 

Wordt daar dankbaar gebruik van gemaakt?

“APG is een van onze partners, en met verschillende afdelingen van APG die zelf ook onderzoek doen, werken we nauw samen. Maar ik heb het idee, ook bij andere partners, dat we met onze onderzoeksresultaten nog meer medewerkers kunnen bereiken. Omdat de inzichten voor iedereen nuttig en relevant zijn. Daarom proberen we onze kennis zo toegankelijk mogelijk te verspreiden. Bijvoorbeeld via websites, sociale media, nieuwsbrieven en dergelijke.”

 

En een tweede doel van Netspar is netwerkontwikkeling?

“Dat is heel belangrijk. Verschillende stakeholders zijn bij ons netwerk betrokken: pensioenfondsen, verzekeraars, sociale partners, toezichthouders, wetenschappers, de overheid. Dat netwerk proberen we zoveel mogelijk uit te breiden. Want al die typen organisaties hebben allemaal hun eigen rol in pensioenen. We horen van elkaar wat er speelt en pakken samen dingen aan. En we delen onze kennis.

Toen ik nog geen directeur van Netspar was, deed ik zelf onderzoek: wat zijn nou de pensioenvraagstukken en zijn die onderzoeksuitkomsten relevant voor de praktijk, waar is behoefte aan? Als directeur kan ik dat nog iets breder doen, door mensen aan elkaar te verbinden.”

 

Kortom: delen en verbinden, dat is jouw missie?

“Nou, ik vind het ook leuk om mensen positief te verrassen met wetenschap. Onlangs gaf ik een presentatie en na afloop zei iemand tegen mij: ‘Goh, ik dacht: Netspar, dat wordt vast erg moeilijk. Maar het was heel interessant en relevant. En ik heb nieuwe ideeën opgedaan.’ Die aha-erlebnis van mensen, dat ze de wereld weer een beetje beter begrijpen, en dat dit plezier oplevert, daar word ik blij van. Ook dat is wat mij drijft.”

Volgende publicatie:
Wat veroorzaakt de stijging van de dekkingsgraad?

Wat veroorzaakt de stijging van de dekkingsgraad?

Gepubliceerd op: 20 april 2022

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: Chief Economist Thijs Knaap over de stijgende dekkingsgraden van pensioenfondsen.

Veel pensioenfondsen kwamen donderdag met goed nieuws: hun dekkingsgraad - die de financiële positie van een fonds weergeeft - is het afgelopen kwartaal gestegen. Om te kunnen bepalen of het huidige vermogen van een fonds voldoende is om (later) de pensioenen uit te kunnen betalen (de zogeheten verplichtingen), wordt de rekenrente toegepast. Hoe hoger die rente, hoe minder een fonds aan vermogen hoeft te hebben en hoe hoger de dekkingsgraad. Het is te vergelijken met sparen voor een vakantie: hoe hoger de rente, hoe minder je maandelijks opzij hoeft te leggen. Op basis van de dekkingsgraad bepaalt een pensioenfonds of het de pensioenen verhoogt. Een belangrijk percentage dus.

Rendementen
“Het is een slechte economische tijd,” vertelt Knaap. “Zo is er oorlog in Oekraïne en bestaat er schaarste aan personeel en goederen doordat de economie na corona ineens op volle toeren begon te draaien. Ten slotte is China in lockdown na de laatste corona-uitbraak. Dat zorgt voor extra schaarste. Dat de economie door deze factoren een klap heeft gekregen, zie je ook terug in de rendementen van de pensioenfondsen over het afgelopen kwartaal. Zo lieten de obligatie- en aandelenportefeuilles verliezen zien van zo’n 5 à 6 procent. Dat soort kwartalen moet je niet te vaak hebben. In het verleden waren er weleens kwartalen waarbij de aandelen met 20 procent onderuit gingen, maar dan had je nog vaak obligaties die juist meer waard werden.”


Nu daalt de waarde van alle beleggingen, met uitzondering van de zogenaamde alternatives zoals grondstoffen, private equity en infrastructuur. “Maar met alleen goede resultaten daarop red je het niet. Het rendement van veel fondsen is nog steeds negatief en dat heeft z’n weerslag op hun vermogen: dat daalt. Maar het gekke is dat de dekkingsgraad niet alleen op het vermogen van een pensioenfonds is gebaseerd, maar ook op de verplichtingen. Dat bedrag wordt berekend met de rente en die is nu aan zo’n snelle stijging bezig dat het geld sneller aangroeit en er door de fondsen minder opzij hoeft te worden gelegd voor de betaling van pensioenen. Met andere woorden: de verplichtingen dalen, waardoor de dekkingsgraad stijgt en zelfs op een niveau komt dat we bij een aantal fondsen sinds 2008, vlak voor de kredietcrisis, niet meer hebben gezien. Het is nu een merkwaardig verhaal met de dekkingsgraad: negatieve rendementen maar wel een hogere dekkingsgraad. Dat is precies het omgekeerde verhaal als dat van de afgelopen tien jaar. Toen haalden pensioenfondsen geweldige rendementen maar daalden de dekkingsgraden. Want altijd was het verhaal dat hoe hoog de rendementen ook waren, de verplichtingen nog harder stegen als gevolg van de dalende rente.”

Het is wat mij betreft nog veel te vroeg om te zeggen dat we definitief aan het einde zijn van de almaar dalende rente

Rente
De huidige hogere dekkingsgraden zijn dus te danken aan de gestegen rente. Dat brengt de vraag met zich mee hoe lang de rente hoog blijft. “Vanaf de jaren tachtig is de geloofwaardigheid van de centrale banken en hun beleid om de inflatie te beteugelen steeds betrouwbaarder geworden. Nu stijgt de inflatie en doet de Europese Centrale Bank nog niets, waardoor de kans bestaat dat de geloofwaardigheid van centrale banken weer afneemt. Dat kan betekenen dat de rente permanent hoger wordt omdat beleggers gecompenseerd willen worden voor het risico dat de inflatie in de toekomst opnieuw piekt.”


Er zijn echter ook redenen om aan te nemen dat de rente op den duur weer gaat dalen. “Op dit moment is er heel veel spaargeld, zowel in het Westen bij bijvoorbeeld babyboomers als in de opkomende economieën zoals China.” Dat drukt de rente, en de factoren die aan het overschot van (spaar)geld ten grondslag liggen, bestaan nog steeds. “Al kun je er wel een paar aanwijzen die wat aan het omslaan zijn, zoals lage inflatieverwachtingen. Een andere is de Chinese aanbodschok. Spullen uit China zoals tv’s en mobiele telefoons werden almaar goedkoper. Sinds corona wil het Westen minder afhankelijk worden van Chinese productie. Dat kan leiden tot minder import van goedkope producten uit China. Lagelonenlanden willen daarnaast meer gaan verdienen aan hun producten, die daardoor duurder worden. Bovendien zal China ook steeds meer willen gaan uitgeven. Dat kun je ook zeggen van de Westerse babyboomers, die nu met pensioen zijn. Vraag en aanbod van geld komen dan meer met elkaar in evenwicht, wat de trend van dalende rente eventueel kan keren. Maar het is wat mij betreft nog veel te vroeg om te zeggen dat we definitief aan het einde zijn van de almaar dalende rente.”

Volgende publicatie:
"In mijn tijd waren we preutser, op je 12de wist je nog niet waar kinderen vandaan kwamen"

"In mijn tijd waren we preutser, op je 12de wist je nog niet waar kinderen vandaan kwamen"

Gepubliceerd op: 4 april 2022

Was vroeger alles beter, of heeft ‘nu’ ook zo z’n voordelen? Verschillende generaties gaan aan de hand van stellingen met elkaar in gesprek over maatschappelijke thema’s. Deze keer Angela Ursem (49) en haar vader Claus (75).

 

Claus over zichzelf: “Ik heb drie kinderen en zeven kleinkinderen. Ik ben ongeveer vijftig jaar werkzaam geweest bij Bouwbedrijf Ursem, een bedrijf dat mijn vader ooit is begonnen en dat ik met acht broers tot grote hoogte heb weten te brengen. Helaas is het gesneuveld in de crisistijd. Inmiddels ben ik gepensioneerd.”

Angela over haar vader: “Mijn vader is heel gedreven, hij is altijd bezig met dingen ontwikkelen en beter maken voor anderen. Ik vind hem ook heel warm en sociaal, hij is altijd vriendelijk en verliest de behoeftes van anderen nooit uit het oog. Dat vind ik een mooie eigenschap. Hij zit nu heerlijk met de camper in Portugal, maar ik ken hem als iemand die voortdurend in de weer is. Pas de laatste tien jaar kan hij af en toe stilzitten.”

 

Angela over zichzelf: “Ik ben geboren en getogen in Wognum, een dorp in Noord-Holland, mijn ouders wonen daar nog steeds. Ik was de middelste in het gezin. Ik woon tegenwoordig in Amsterdam met mijn man en twee pubers. De laatste tien jaar heb ik als interim-marketingmanager bij veel grote corporaties gewerkt. Drie jaar geleden ben ik met mijn oudere zus een skincarebedrijf begonnen, Food for Skin, vanuit de drang om de cosmeticawereld te verduurzamen. Mijn zus heeft dertig jaar lang als schoonheidsspecialiste gewerkt, ik breng alle marketing- en commerciële kennis in.”

Claus over zijn dochter: “Angela was vanaf haar prille jeugd al heel zelfstandig. Ze is een dame die goed bezig is, heel sociaal is, zakelijk kan zijn en ook voor anderen opkomt. Voor ons is ze een schat van een dochter.”

 

Stelling: Vroeger keken mensen meer naar elkaar om

Claus: “Weet je wat het is: vroeger kon je bijna niet anders dan naar elkaar omkijken. Ik kom uit een groot gezin; je moest het met elkaar doen. In ons dorp was iedereen gelijk, grote inkomensverschillen waren er niet of leken er niet te zijn. Je hielp elkaar, er was grote solidariteit. Met alle mogelijkheden van vandaag lijkt dat omkijken naar elkaar te verdwijnen. Maar aan de andere kant staan mensen nog steeds voor elkaar klaar als het nodig is.”

Angela: “Er is absoluut iets verschoven, we zijn veel individueler geworden. Niet dat we niet om anderen geven of niet solidair willen zijn, maar het leven is haastig, er wordt veel van je verwacht en gevraagd, waardoor er minder ruimte is voor anderen. Maar zoals mijn vader zegt: als de nood aan de man is, zijn mensen echt wel bereid om elkaar te helpen. Die basis is er gelukkig nog steeds.”

 

Stelling: In Nederland liggen we erg achter qua vrouwenemancipatie

Angela: “Ik denk dat we in Nederland wat betreft vrouwenemancipatie veel verder zijn dan veel andere landen, maar we zijn er nog niet helemaal. Kijk alleen al naar die campagne van laatst, over dat er in Nederland meer ceo’s zijn die Peter heten dan dat er vrouwelijke directeuren zijn. Gelijkwaardigheid is voor iedereen belangrijk, niet alleen voor vrouwen. Zelf heb ik gelukkig nooit moeite gehad om mezelf te bewijzen. Ik sta mijn mannetje wel.”

Claus: “Ik vind vrouwenemancipatie ook belangrijk, vrouwen moeten dezelfde kansen krijgen als mannen. Toch heb ik ook wel paar keer bij mezelf gedacht: gaat het nu om de beste persoon op de juiste plaats, of moet het per se een vrouw zijn? Ik heb er nog weleens mijn twijfels bij of er wat dat betreft altijd goede keuzes gemaakt worden. Dat gezegd hebbende: er mag geen onderscheid zijn in salariëring.”

“Als de nood aan de man is, zijn mensen echt wel bereid om elkaar te helpen”

Stelling: Je mag niks meer zeggen tegenwoordig

Claus: “Nou, volgens mij mag je nog heel veel zeggen, als ik kijk naar wat voor taal ze uitslaan in de Tweede Kamer. Maar er wordt wel meer gelet op wat je zegt en hoe je het zegt. Dat is ook belangrijk. Zolang je elkaar respectvol benadert, denk ik dat je veel kunt zeggen.”

Angela: “Ik vind vrijheid van meningsuiting een groot en belangrijk goed. Maar dat ontslaat ons niet van de plicht om rekening te houden met andermans gevoeligheden. Vrijheid van meningsuiting is geen vrijbrief voor het beledigen van mensen uit andere culturen of met een andere achtergrond. Ik vind het heel belangrijk om je bewust te zijn van tegen wie je het hebt en hoe het overkomt. Ligt iets gevoelig, probeer je dan te verdiepen in wat erachter zit: waarom voelt iemand zich aangesproken, en hoe kan ik het beter doen? Ik denk dat het verrijkend is voor iedereen om je daarin te blijven ontwikkelen.”

 

Stelling: We zijn tegenwoordig erg preuts

Claus: “Nou, in mijn tijd waren we preutser. Als iemand zich in de keuken waste, ging er een theedoek over de radio zodat ‘het mannetje in de radio’ niets zou kunnen zien. Toen er voor het eerst een naakte vrouw op tv te zien was, Phil Bloom in 1967, was dat een hele gebeurtenis. Thuis waren wij gebonden aan de kerk, daar mocht helemaal niets. Als je 12 jaar was, wist je nog niet waar kinderen vandaan kwamen.”

Angela: “Ik ben blij dat seksualiteit nu wel bespreekbaar is. In het gemiddelde tijdschrift wordt er vrij expliciet over geschreven. Dat vind ik goed, het moet niet iets geheimzinnigs zijn, zoals bij mijn vader vroeger. Ook op scholen wordt er veel openlijker over seks gesproken. In die zin denk ik dat we nu minder preuts zijn.”

 

Stelling: De kloof tussen arm en rijk zal alleen maar groter worden

Angela: “Ik ben bang van wel, als je ziet hoe de maatschappij zich ontwikkelt. Het aantal rijke mensen neemt toe, het aantal arme mensen ook. Toch zijn er initiatieven, ook vanuit de rijken, om die kloof te dichten. Hopelijk wordt die beweging groot genoeg om echt een verschil te kunnen maken. Dat is ook noodzakelijk om op langere termijn veel problemen te voorkomen.”

Claus: “In mijn tijd was er overal armoe. In het dorp waar ik woonde was bijna iedereen gelijk, met uitzondering van een aantal notabelen die voor ons gevoel rijk waren. We voelden ons allemaal redelijk arm, maar hadden daar ook weer geen erg in omdat voor iedereen hetzelfde gold. Ik kom uit een gezin van twaalf kinderen en de broeken van de eerste gingen gewoon twaalf kinderen lang mee. Dat is vandaag wel anders. Ik denk ook dat de kloof veel te groot aan het worden is, daar moet absoluut iets aan gedaan worden. Een aantal goudhaantjes zou het goede voorbeeld moeten geven, door hun grote vermogen in te zetten voor goede doelen. Maar het blijft een lastig te verwezenlijken verhaal.”

 

Stelling: Een goed leven is in Nederland voor iedereen haalbaar

Claus: “Wat is een goed leven? Het belangrijkste is dat je gezond en gelukkig bent en dat je rond kunt komen. Of dat voor iedereen haalbaar is, weet ik niet. In de basis wel, maar er zullen altijd mensen zijn die om wat voor reden dan ook nauwelijks het hoofd boven water kunnen houden.”

Angela: “In theorie is het voor iedereen mogelijk om een dak boven zijn hoofd te hebben en eten te kopen, maar in de praktijk zien we er genoeg voorbeelden van dat het niet zo is. Het hangt ook erg af van je definitie van een goed leven, zoals mijn vader zegt. Het is een combinatie van factoren. Ik kan me voorstellen dat als je niet veel financiële middelen hebt maar wel een rijk sociaal leven, je toch vindt dat je een supergoed leven hebt. Er moet dan wel een bestaansminimum zijn, maar dat is kennelijk ook niet voor iedereen weggelegd, ondanks alle regelingen en subsidies. Dat vind ik schrijnend.”

“Jongeren zijn niet anders dan vroeger, de omstandigheden zijn anders”

Stelling: De jeugd van tegenwoordig heeft het te goed

Claus: “Ik hoor vaak dat de jeugd niet deugt, maar daar ben ik het honderd procent niet mee eens. Jongeren zijn niet anders dan vroeger, de omstandigheden zijn anders. Toen ik jong was, was alles veel duidelijker, we hadden veel minder verleidingen. In mijn tijd wist je niet eens dat er drugs bestonden. De jeugd van nu heeft weinig tegenslagen of armoede gekend – uitzonderingen daargelaten. Ze groeien op met veel meer mogelijkheden dan wij vroeger hadden. Maar maakt ze dat verwend? Nee.”

Angela: “Ook hier geldt: wat is goed? De meeste jongeren kunnen naar school en hebben de mogelijkheid om te studeren. Gelukkig. Financieel denk ik dat ze het wellicht beter hebben dan vroeger. Aan de andere kant: kijk naar wat er allemaal op ze afkomt. Ze hebben twee jaar lang nauwelijks een sociaal leven gehad vanwege de coronacrisis, er hangt ze een klimaatcrisis boven het hoofd waar zij mee moeten dealen en nu is er weer oorlogsdreiging. Voor mijn kinderen van 15 en 16 heeft dit impact op hun leven en de keuzes die ze maken. Zij staan voor heel andere uitdagingen dan mijn vader en ik vroeger. Ik denk dat er tegenwoordig meer aandacht en zorg is voor de jeugd, voor hun individuele behoeftes, ook op school. Er is meer persoonlijke ondersteuning. Is dat té goed? Dat denk ik niet. Het is gewoon goed.”

 

Stelling: Technologische vooruitgang is per definitie goed

Claus: “Ja, het is nodig om steeds nieuwe dingen uit te vinden en te verbeteren. Het maakt veel dingen makkelijker. Aan de andere kant schept het ook afstand.”

Angela: “Ik ben een enorme voorstander van technologische vooruitgang, dat hebben we nodig als je kijkt naar de problemen waar we voor staan, zoals de klimaatcrisis en overbevolking. Daar hebben we gedragsverandering maar ook technologie voor nodig. We kunnen het ons niet veroorloven om stil te staan. Ik denk wel dat we ons bij elke uitvinding goed moeten afvragen: brengt het ons daadwerkelijk verder, of brengt het nieuwe problemen met zich mee?”

 

Stelling: Vroeger was alles beter

Claus: “Ha, als je zo gaat praten word je oud. Vroeger was alles ánders, maar zeker niet beter. Voor mij niet in ieder geval.”

Angela: “Ik vind dat je dat mooi zegt, pap. Alles was anders, en in de toekomst zal alles ook weer anders zijn. Alles is constant in ontwikkeling en dat moet ook. Daar moet je je niet tegen verzetten, dat moet je omarmen

Volgende publicatie:
“Het is onze gezamenlijke verantwoordelijkheid het vertrouwen in ons pensioenstelsel te verbeteren”

“Het is onze gezamenlijke verantwoordelijkheid het vertrouwen in ons pensioenstelsel te verbeteren”

Gepubliceerd op: 31 maart 2022

Nog een kleine drie jaar en dan gaat het eerste pensioenfonds over naar het nieuwe pensioenstelsel. Die transitie moet voor alle partijen – werkgevers, deelnemers en fondsen – soepel verlopen. Daarom staat 2022 voor APG vol in het teken van de executie, zegt bestuursvoorzitter Annette Mosman. “Het belangrijkste is dat we eerst het primaire proces op orde krijgen. Dat moet in één keer goed gebeuren. Het is de lakmoesproef van het nieuwe pensioenstelsel.”

 

“2021 was het laatste jaar waarin APG zich kon veroorloven om te spreken over de voorbereiding op het nieuwe pensioenakkoord. Dit jaar staat alles in het teken van de uitvoering.” Was getekend, APG-bestuursvoorzitter Annette Mosman. “As we speak ligt het wetsvoorstel ter goedkeuring bij de Tweede Kamer. De transitie naar het nieuwe pensioenstelsel wordt dus echt werkelijkheid. En nu zijn wij aan zet. Dat voel je in elke vezel van onze organisatie. We hebben er lang over nagedacht, we hebben geholpen bij de totstandkoming van de wet en nu moeten we ons huis verbouwen terwijl de winkel openblijft.”

 

En ondertussen is 2022 zeer dramatisch begonnen. Wat is de impact daarvan op jou, op de organisatie?

“Alles is relatief als je ziet wat er nu in Oekraïne gebeurt. Dat raakt mij als persoon en het raakt onze medewerkers. Er werken bij APG mensen die uit Oekraïne komen, mensen met familie daar en we hebben ook Russische collega’s. Het raakt de organisatie als geheel, maar het heeft ook zijn weerslag op de energieprijzen die wij allemaal betalen, op onze economie, onze beleggingen, op cybersecurity. Maar bovenal is het een humanitaire ramp die nu plaatsvindt.”

 

Wat staat nummer één op de prioriteitenlijst voor 2022?

“Voor APG en onze pensioenfondsklanten is de eerste prioriteit uiteraard het Pensioen van Straks. Het komende half jaar spreken we met onze klanten af wanneer welk fonds overgaat. Voordat we het eerste fonds op 1 januari 2025 overzetten, moeten er nog heel veel voorbereidingen getroffen worden. Denk bijvoorbeeld aan de implementatie van de polisadministratie en de invaarstraat, maar ook aan de ontwikkeling van competenties van onze medewerkers.


En ten tweede: we hebben vorig jaar een uitstekend beleggingsjaar gedraaid. We mogen trots zijn op de leidende positie van APG als verantwoorde belegger. Maar die positie staat wel onder druk. Klanten en samenleving vragen om meer snelheid op duurzaamheidsthema’s. Dus moeten we bewegen. Op een slimme manier. Door in te zetten op en versnellen van digitalisering van onze operatie. En samen met fondsklanten scherpe keuzes te maken op het thema verantwoord beleggen.

 

Tot slot: we moeten nog meer opschuiven richting één APG. Meer leren van elkaars kennisgebieden. Met het nieuwe pensioencontract zien we dat vermogensbeheer en pensioenbeheer steeds meer naar elkaar toe gaan groeien. Dat waren vroeger twee gescheiden, specialistische vakgebieden. Onze prachtige nieuwe werkomgeving, EDGE West, helpt daarbij. Letterlijk. Ik sprak een collega die daar inmiddels werkt en die vertelde me: ik ben nu vijftien jaar bij APG, maar ik heb hier in een week al meer andere collega’s leren kennen dan in de afgelopen jaren. Dat is mooi. Het nieuwe APG begint in de directe samenwerking tussen mensen.”

 

De weg naar het nieuwe stelsel is complex. Veel partijen met verschillende belangen. Een stelsel dat nog niet in detail is uitgewerkt. Hoe lastig is het om daarin als uitvoerder je weg te vinden?

“‘Heldere keuzes’ is het thema van het jaarverslag en dat betekent ook écht dat we heldere keuzes hebben gemaakt, moesten maken en een aantal zaken aan de zijlijn hebben gezet. We blijven experimenteren, we blijven nadenken over nieuwe proposities op het gebied van de financiële fitheid van de deelnemer. Maar het belangrijkste is nu dat we eerst het primaire proces op orde krijgen. We gaan in Nederland 1.700 miljard omrekenen ten behoeve van de transitie. Dat moet in één keer goed gebeuren. Het is de lakmoesproef van het nieuwe pensioenstelsel. Het is cruciaal voor onze pensioenfondsklanten en hun deelnemers dat de potjes juist worden berekend.”

 

Maar daar kom je samen wel uit?

“We werken voor acht fondsen. Elk fonds heeft zijn eigen ambities en legt andere accenten. Of het nu de kwaliteit van de data is, hun nieuwe klantmissies of ‘mijn pensioen’ verbeteren. Dan is het echt wel een lastige boodschap, want iedereen wil zijn volle agenda afgewerkt hebben. Maar er is ook een helder gemeenschappelijk doel: een soepele en beheerste transitie naar het nieuwe pensioenstelsel. Waarbij we de belangen van alle deelnemers optimaal behartigen.”

 

Feit is dat nog niet alles bekend is over het nieuwe stelsel. Hoe leid je dat proces?

“We hebben binnen APG veel expertise in huis. Toch vinden we het lastig, omdat we niet eerder een periode hebben gekend waarin we zulke belangrijke besluiten moesten nemen, terwijl het plaatje nog niet helemaal is uitgekristalliseerd. Je kunt de context waarin we opereren dan onduidelijk noemen, maar voor mij voelt dat niet zo. Er zijn altijd onzekerheden. Ik vind het juist leuk om leiding te geven in een context van onzekerheden. En het glas is bij mij meestal halfvol.


Bovendien: we weten ook heel veel wel. We weten waar die wet voor staat, we weten welke richting het opgaat. Je kunt in dat proces dus ook best de master of your own destiny zijn.”

Bestuurlijke rust is daarbij cruciaal, aldus Mosman. “We hebben een stabiele RvB die in deze samenstelling ook betrokken was bij de totstandkoming van de strategie en die ook echt doorleefd heeft. Dat geldt ook voor het merendeel van het leiderschapsteam. En die bestuurlijke rust is er ook door de goede relatie met de OR, de RvC en de aandeelhouders. Ik ben oprecht blij dat de relatie met  deze belangrijke stakeholders is verbeterd en verstevigd. Dat hebben we bereikt door een intensief en echt contact, waarbij we moeilijke gesprekken en dilemma’s niet uit te weg zijn gegaan.”

 

2021 was je eerste jaar als bestuursvoorzitter. Ben je tevreden over hoe het gaat?

“Tevreden?” Lachend: “Daar ben ik niet zo goed in. Maar eerlijk: ik kijk terug op een spannend, maar ook op een heel goed jaar. Het was een jaar waarin onze strategie is goedgekeurd, een belangrijke mijlpaal. Met aan het eind van 2021 het besluit om samen met een externe partij, Festina Finance, onze poliskapitaaladministratie in te richten. We maken de sprong voorwaarts met de allernieuwste technologie in het belang van deelnemer en fondsen. En ik heb daar alle vertrouwen in.”

 

Wat zie je als grootste uitdaging?

“De arbeidsmarkt. Goede mensen vinden. We hebben hele goede mensen in huis, maar met de bulk aan werk die we op ons afkomt is dat echt een uitdaging. Het is ook de reden waarom we meer partnerships aangaan, zoals de samenwerking met een externe partij op de invaarstraat.”

APG zal meer kenmerken krijgen van een technologie- en datagedreven én deelnemergerichte organisatie

Het stelsel verandert, APG ook. Kun je een beeld schetsen van de uitvoerder die in het nieuwe stelsel nodig is?

“APG zal meer kenmerken krijgen van een technologie- en datagedreven én deelnemergerichte organisatie. Natuurlijk moeten we heel goed blijven beleggen, heel goed blijven administreren. Dat zijn en blijven belangrijke competenties. Maar het zwaartepunt gaat naar de voorkant. We gaan naar een stelsel waarin er meer onzekerheden bij deelnemers liggen. We zullen als pensioensector meer moeten uitleggen. We worden dus meer een communicatiebedrijf. Daarin hebben we al wel stappen gezet, maar die kanteling zet in de komende jaren echt door. Sowieso is verandering de nieuwe constante. Daar ben ik van overtuigd. Wij focussen nu op deze transitie, maar je zult je als organisatie continu moeten verbeteren en ontwikkelen op alle vlakken.”

 

Collectiviteit blijft ook in het nieuwe stelsel een wezenlijk element. Waarom vind je dat zo belangrijk?

“Als ik naar mezelf kijk: ik ben 55 en begin eigenlijk nu pas na te denken over de vraag hoe ik er over tien jaar voor sta. Hoe zit het met mijn huis, mijn huidige hypotheek? En ik ben niet de enige voor wie het zo werkt. Voor veel mensen is de horizon te kort om dan nog bij te kunnen sturen. Dus daarom vind ik pensioen opbouwen via je werkgever, en vooral het verplichte karakter daarvan, zo belangrijk. Mijn kinderen worden nu ‘gedwongen’ om te sparen, of beter te beleggen, voor later. Dat kun je paternalistisch noemen, maar ik was er toen niet mee bezig en zij zijn er ook niet mee bezig. Door de verplichtstelling hebben ook zij een prettige oude dag. Dat maakt ons stelsel zo mooi.”

 

Maar de verbouwing was hard nodig.

“Het is niet zo raar dat dit stelsel na honderd jaar vernieuwd moet worden. Want er is natuurlijk heel veel veranderd. We werken niet meer ons hele leven voor één werkgever, we worden steeds ouder, veel mensen werken, al dan niet voor een bepaalde tijd, als zelfstandige.
We hebben gezien dat we al geruime tijd niet of nauwelijks meer kunnen indexeren, dus de grenzen van het stelsel worden al gevoeld door de huidige gepensioneerden. En met deze stap haal je dat juk van het oude stelsel af en geef je ons de mogelijkheden om wat breder te kunnen beleggen. Er wordt vaak gezegd: het wordt simpeler in het nieuwe stelsel. Voor de deelnemer is het echter simpeler om te weten: ik krijg duizend euro per maand. Nu zeggen we: dit is je pot, maar dat kan afhankelijk van de economische situatie veranderen. Daarom wordt communicatie met de deelnemer nog belangrijker. Het echt leren kennen van die deelnemers, waar zit de zorg bij hen, dat wordt cruciaal.”

 

Wordt het dan ook niet tijd om de deelnemer voor te bereiden?

“Ik denk inderdaad dat we de plicht hebben om deelnemers voor te bereiden op de overgang naar het nieuwe stelsel. Maar ik denk ook dat het voor hen pas echt concreet wordt als ze geïnformeerd worden over wat de veranderingen voor hen betekenen. Dan wordt het relevant. En dan zullen er zeker veel vragen leven en gesteld worden. Gelukkig hebben we innovaties als Kandoor, daar kwamen vorig jaar al een miljoen vragen binnen, maar ook Geldvinder en Prikkl. Initiatieven die bijdragen aan het tijdig nadenken over het inkomen voor nu, straks en later. We hebben daar de afgelopen jaren veel in geïnvesteerd, om klaar te zijn als het moment daar is.”

 

Maar gaat het niet vooral om vertrouwen? Je krijgt als deelnemer ineens een andere pot met geld. Klopt dat wel, regelt mijn fonds dat goed? Hoe zorg je dat je dat soort vragen voor bent?

“Ik zie het als een gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheid, sociale partners, pensioenfondsen en uitvoerders om het vertrouwen in ons pensioenstelsel te verbeteren.

Daarin hebben we een bijzondere rol als grootste pensioenuitvoerder van Nederland. We helpen iedereen, we faciliteren, zorgen voor de doorrekening achter de voorstellen. En straks zorgen we voor een beheerste transitie naar het nieuwe stelsel, met een solide pensioenadministratie en uitstekende beleggingsresultaten. Daarbij hebben we ook de verantwoordelijkheid om de veranderingen die op de deelnemer afkomen goed uit te leggen. Duidelijke communicatie aan de deelnemer is een voorwaarde voor vertrouwen in het nieuwe stelsel. Maar daarnaast moet het vertrouwen er vooral in de sociale partners zijn, dus werknemers en werkgevers. De besluitvorming over hoe elke pot per pensioenfonds wordt verdeeld over de generaties, de doorsneesystematiek, dat is besluitvorming die op de tafels van de sociale partners plaatsvindt. Zij moeten daar de juiste keuzes in maken. Overigens heb ik daar alle vertrouwen in.”

 

Benieuwd naar het hele APG Jaarverslag 2021? Lees het hier als pdf of ga naar de speciale website.

Volgende publicatie:
Jaarverslag 2021: heldere keuzes staan centraal

Jaarverslag 2021: heldere keuzes staan centraal

Gepubliceerd op: 31 maart 2022

Vandaag publiceert APG het jaarverslag 2021. Natuurlijk als pdf, maar ook in de vorm van een fraaie eigen website, waar je uitgebreid kunt lezen hoe we als APG terugkijken op 2021. En hoe we ons als grootste pensioenuitvoerder van Nederland voorbereiden op een ongekende, rigoureuze pensioenhervorming.

 

APG speelt een cruciale rol in die transitie naar een nieuw stelsel. Op 1 januari 2027 moeten alle fondsen zijn overgestapt op het nieuwe stelsel. En sommige fondsen willen al eerder. Dat is snel. Heldere keuzes zijn dus essentieel. Bestuursvoorzitter Annette Mosman zegt hierover in het jaarverslag: “De veranderingen zijn zo enorm dat we heldere keuzes moeten maken. Het nieuwe stelsel is topprioriteit. Dat betekent onder meer dat we bepaalde projecten even op een lager pitje zetten, medewerkers om- of bijscholen en digitaal geschoolde mensen werven.” Lees er meer over in haar voorwoord.

 

Wat kun je verder nog in het verslag vinden?

 

 

Wie we zijn en wat we doen

Als ’s lands grootste pensioenuitvoerder – we bedienen 8 pensioenfondsen en zo’n 4,8 miljoen deelnemers – zetten we al onze kennis en krachten in voor de bouw van een transparant en toekomstbestendig nieuw pensioenstelsel. We transformeren naar een nóg moderner communicatie- en IT bedrijf, en willen ondertussen een kwalitatief hoge dienstverlening bieden.

 

Over APG

 

Een zo goed mogelijk pensioen - in een leefbare wereld

Op weg naar het Pensioen van Straks zetten we alles op alles voor een maximale pensioenwaarde en een gezond rendement. Waarbij duurzaamheid centraal staat in al onze beleggingskeuzes.

 

Onze resultaten in 2021

 

Het belang van onze cultuur

Onze cultuur vertolkt de wijze waarop wij deel uitmaken van de samenleving. De kennis, kunde en het gedrag van onze medewerkers zijn hierbij allesbepalend. De overgang naar het Pensioen van Straks vereist bovendien nieuwe expertises en vaardigheden – waar we hard aan werken.

 

Hoe we met elkaar werken

 

 

Benieuwd naar het hele jaarverslag? Lees hier de pdf.

Volgende publicatie:
Wetsvoorstel nieuwe pensioenstelsel naar Tweede Kamer

Wetsvoorstel nieuwe pensioenstelsel naar Tweede Kamer

Gepubliceerd op: 30 maart 2022

Het wetsvoorstel voor het nieuwe pensioenstelsel van Nederland wordt vandaag aan de Tweede Kamer aangeboden. Die zal zich daar de komende periode over buigen, waarna het voorstel naar de Eerste Kamer gaat. Als beiden akkoord zijn, dan gaan de regels in op 1 januari 2023. Pensioenfondsen hebben dan tot 2027 om over te gaan naar het nieuwe stelsel.

 

Het wetsvoorstel dat voluit ‘Wet toekomst Pensioenen’ heet, komt voort uit het pensioenakkoord dat, na ruim tien jaar onderhandelen, in 2019 werd gesloten. In het nieuwe pensioenstelsel zullen de pensioenen makkelijker meebewegen met de economie. Er hoeven minder hoge buffers te worden opgebouwd, waardoor het perspectief op indexatie dichterbij komt. Ook krijgt  de deelnemer meer inzicht en duidelijkheid over het opgebouwde pensioen. Bovendien komen er nieuwe regels voor het nabestaandenpensioen.

 

Planning

Nu het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ligt, wordt ook de lagere regelgeving – de nadere uitwerking van die wet – openbaar. De bedoeling is dat de wet op 1 januari 2023 in het Staatsblad wordt gepubliceerd, waarmee de regels officieel ‘ingaan’. Of die datum ook gehaald wordt, is niet zeker. “Het is goed mogelijk dat de Eerste of Tweede Kamer meer tijd nodig heeft om een oordeel te vellen over de voorstellen”, vertelt Wim Koeleman, directeur Pensioen van Straks bij APG. Koeleman is blij dat het voorstel er ligt. “De stelselwijziging gaat hiermee een nieuwe fase in. Maar er moet nog veel gebeuren. We gaan het voorstel en de lagere regelgeving de komende tijd intensief bestuderen. Waarbij we vanuit APG extra letten op de uitvoerbaarheid van het nieuwe stelsel.”

 

Bedrag ineens

Eén van de nieuwe regels van het nieuwe stelsel, de mogelijkheid om maximaal 10 procent van je ouderdomspensioen in één keer op te nemen bij pensionering, zou op 1 januari 2023 al in werking moeten treden. Maar dat lijkt te vroeg. De Pensioenfederatie en het Verbond van Verzekeraars doen een dringend beroep op minister Schouten om de datum van inwerkingtreding te verschuiven naar ten minste 1 juli 2023. Eerder zou niet haalbaar zijn.

 

Spannend

Als de nieuwe pensioenwet ingaat, hebben pensioenfondsen, samen met uitvoerders, werkgevers en vakbonden tot 1 januari 2027 om de pensioenregelingen aan te passen aan de nieuwe wetgeving. Een immense operatie, weet ook Koeleman. “Daarom zijn APG, de pensioenfondsklanten van APG en sociale partners (werkgevers en werknemers) al van start gegaan met de implementatie op basis van een conceptversie van de wet. We zijn dan ook erg benieuwd naar de wijzigingen.”

Volgende publicatie:
“Als ik geld heb, denk ik: yes, uitgeven, nu”

“Als ik geld heb, denk ik: yes, uitgeven, nu”

Gepubliceerd op: 28 maart 2022

Hoe ga je om met werk en geld voor nu en later? Leef je bij de dag of plan je doelbewust je financiële toekomst? In deze Week van het Geld laten we een aantal jongeren aan het woord. Vandaag Maud (13), die al wat verdient met kleine klusjes en zeer bedreven is in geld uitgeven.

 

Maud van Zandwijk (13)

Inkomen: 72 euro per maand

Spaargeld: 180 euro

 

Krijg je zakgeld?

“Ja, ik krijg sinds vorig jaar 22 euro zakgeld en 50 euro kleedgeld per maand. Ik kan thuis ook geld verdienen met huishoudelijke klusjes. Als ik de afwas doe krijg ik 1 euro, als ik de was doe 1,50. Soms motiveert dat me wel.”

 

Heb je nog andere inkomstenbronnen?

“Ik doe wat kleine dingetjes. Zo ‘werk’ ik zo nu en dan in de kantine op school. Als loon krijg ik een gratis broodje, dat bespaart me veel geld. Mijn ouders zeiden: als je het geld dat je met die broodjes bespaart op een aparte rekening zet, is het net alsof je echt betaald krijgt. Dat was een goed idee. Ik doe ook weleens figurantenrolletjes. Daar krijg ik tussen de 30 en 40 euro per keer voor.”

 

Is het alles bij elkaar genoeg?

“Dat zou het wel moeten zijn. Maar omdat het voelt alsof ik zoveel heb, geef ik het nogal makkelijk uit. Er staat nu letterlijk 73 cent op mijn rekening. Halverwege de maand dacht ik: hé, ik heb nog geld. Toen ging ik naar de stad, en daar ging het fout.”

 

Waar geef je je geld aan uit?

“Voornamelijk aan eten en drinken. Thuis hebben we ook lekkere dingen, maar McDonald’s haal je bijvoorbeeld niet zomaar thuis. Het kan wel, met bepaalde bezorgdiensten, maar dan komen de frietjes koud aan. Het is gewoon een fijn gevoel dat ik geen toestemming hoef te vragen en kan kopen waar ik zin in heb. Verder heb ik deze week een kort broekje gekocht omdat het warm zou worden, die kostte 10 euro. En toen zag ik een vestje dat een vriendin van me heeft, dat wilde ik ook: 20 euro. En ineens was mijn geld op. Mijn ouders maakt het niet uit wat ik met mijn geld doe, het is mijn geld. Maar als het op is, is het op. Dan moet ik ook zelf de gevolgen ondervinden en springen ze meestal niet bij.”

 

Het is gewoon fijn dat ik geen toestemming hoef te vragen en kan kopen waar ik zin in heb

Krijg je ongeveer evenveel als vriendinnen, of meer of minder?

“Ik krijg vergeleken met hen wel veel. De meeste vriendinnen krijgen geen kleedgeld.”

 

Spaar je?

“Ja, dat was voor mijn ouders een voorwaarde om me mijn eigen bankpas te geven. Ik heb met ze afgesproken dat ik 10 procent van alles wat ik binnenkrijg wegzet op een aparte rekening. Mijn afblijfrekening, noem ik die. Omdat ik dat nu gewend ben, mis ik die 10 procent niet. Zo spaar ik ongemerkt best wat, het voelt als gratis geld. Op die afblijfrekening staat nu 160 euro. Mijn ouders hebben ook een potje voor me voor later-later, maar ik heb geen idee hoeveel dat is.”

 

Spaar je voor iets specifieks?

“Ik heb nog een ander potje waar 20 euro in zit, dat is voor Amerika. Aan het eind van de zomervakantie gaan we daarheen en dan wil ik geld hebben om Starbucks-mokken te kunnen kopen. Die verzamel ik, en iedere stad heeft zijn eigen mok. Dan heb ik iets bijzonders.”

 

Kun je goed met geld omgaan?

“Nee. Na drie dagen heb ik mijn zak- en kleedgeld er meestal al doorheen gejaagd. Als ik geld heb, denk ik: yes, uitgeven, nu. Ik maak steeds weer dezelfde fout en leer er niet van.”

 

Wat wil je later worden?

“Ik wilde editor worden, maar dat doe ik nooit meer, dus ik denk niet dat ik dat nog wil. Misschien kan ik nog wat figurantenrollen doen, of iets sociaals, of in de horeca ofzo. Ik heb weleens vrijwilligerswerk gedaan met mijn moeder in een bioscoop en dat vond ik heel leuk.”

 

Maakt het je uit hoeveel je later gaat verdienen?

“Ja, ik vind het wel belangrijk dat ik goed verdien, want ik wil niet op straat belanden. Het zou fijn zijn als ik rond kan komen.”

Vind je geld belangrijk?

“Meestal wel. Je hebt het nu eenmaal nodig als je dingen wilt kopen of iemand moet afbetalen. Als je dat niet kunt, is dat best wel rot. Ik leen vrij vaak geld van vriendinnen als ik door mijn maandbedrag heen ben en zij iets verstandiger met hun geld zijn omgegaan. Dat vinden ze meestal prima, zolang ik maar snel terugbetaal. En dat doe ik ook wel.”

 

Maakt geld gelukkig?

“Af en toe wel, af en toe niet. Het geeft je vrijheid om alles te kunnen kopen waar je zin in hebt. Als je arm bent, kun je niet alles doen en hebben wat je hartje begeert. Aan de andere kant lijkt het me ook niet zo geweldig als je alles hebt. Wat moet je dan met al je geld? Ik heb ook eens gehoord dat je heel eenzaam wordt als je zoveel geld hebt dat je niet meer hoeft te werken, omdat je vrienden dan bijvoorbeeld nog wel moeten werken en zij nooit tijd hebben om met je af te spreken.”

 

Maak je je zorgen over je financiële toekomst?
“Af en toe wel, dan denk ik: hóe ga ik surviven als ik het straks alleen moet doen? Nu is het al zo dat je soms niet wordt gekozen voor een figurantenrol, straks kan dat ook zo zijn met een echte baan. En als je dan niet wordt gekozen, kun je mooi je huur niet betalen. Mijn moeder heeft al gezegd: op je 18de ga je lekker het huis uit. Misschien kan ik afspreken dat mijn ouders mijn huur dan betalen, als ze me zo graag weg willen hebben.”

 

Je pensioen is nog héél ver weg, wat weet je er al over?

“Dat je wel geld binnenkrijgt, maar niet meer hoeft te werken, zoiets dacht ik. Als ik denk aan pensioen, denk ik aan oude mannen die aan het golfen zijn met van die petjes op.”

Volgende publicatie:
‘Ik word zenuwachtig als er minder dan 15.000 euro op mijn spaarrekening staat’

‘Ik word zenuwachtig als er minder dan 15.000 euro op mijn spaarrekening staat’

Gepubliceerd op: 21 maart 2022

Hoe ga je om met werk en geld voor nu en later? Leef je bij de dag of plan je doelbewust je financiële toekomst? En regel je ‘later’ zelf, of ben je aangesloten bij een pensioenfonds?

Bianca Wolters (32) is een echte spaarder.

 

Bianca Wolters (32)

Beroep: contractbeheerder bij een waterschap

Werkt wekelijks: 32 uur

Inkomen: 3800 euro bruto

Spaargeld: 30.000 euro

Pensioen geregeld? Ja, via werkgever

 

Wat doe je voor werk?

“Ik ben sinds twee jaar contractbeheerder bij een waterschap. Dat houdt in dat ik voor een bepaalde afdeling de contracten in de gaten houd die ze met leveranciers hebben: worden de afspraken uit de overeenkomst nagekomen? Vaak wordt in dit soort functies alleen gekeken naar de kant van de leveranciers, maar ik kijk ook intern of de organisatie haar verplichtingen nakomt. Hiervoor deed ik soortgelijk werk bij een zorginstelling, alleen deed ik er toen nog inkoop bij.”

 

Wat vind je leuk aan je werk?

“Dat ik een soort spin in het web ben. Ik heb te maken met verschillende lagen in de organisatie, van management tot aan mensen op de werkvloer, én met leveranciers. Het is heel divers. Als het rondom een contract niet lekker loopt, ga ik in gesprek over hoe dat kan. Moet er iets in de bedrijfsvoering veranderen? Daar induiken is echt fantastisch! Mijn ouders zijn allebei ondernemer, ik merk wel dat ik die ondernemersgeest in me heb, maar ik pas die liever binnen loondienst toe. Ik vind die ‘zekerheid’, voor zover daar sprake van is, wel fijn.”

 

Hoeveel verdien je?

“3800 euro bruto, dat is inclusief een individueel keuzebudget. Netto houd ik daar zo’n 2300 euro van over.”

 

Ben je daar blij mee?

“Ik kom er goed van rond, maar er zou nog wel wat bij mogen. Collega’s van me met ongeveer dezelfde functie zitten een salarisschaal hoger. Het verschil zit ’m vooral in de functienaam: ik ben contractbeheerder, zij zijn contractmanagers. Die functie was er nog niet toen ik begon. Maar onze taken verschillen niet veel.”

 

Durf je te vragen om meer?

“Absoluut. Dat heb ik wel moeten leren. Nu de arbeidsmarkt zo krap is, heb je een goede onderhandelingspositie. Ik heb al aangekaart dat ik vind dat ik ook een schaal omhoog zou moeten, maar zoals dat vaak gaat bij de overheid, is het een tijdrovend proces. Het ondernemende wat ik in me heb, kan daar weleens gefrustreerd van raken: kom op, als je me echt graag wilt behouden hoeft het toch niet zo moeilijk te zijn om met meer geld over de brug te komen?”

Nu de arbeidsmarkt zo krap is, heb je een goede onderhandelingspositie

Hoeveel zou je willen verdienen?

“Mijn brutoloon mag wel boven de 4000 euro uitkomen. Als ik terugreken naar wat ik per uur verdien, zit ik op zo’n 25 euro. Volgens mij zou ik best 50 euro kunnen vragen. Nu ik wat meer werkervaring heb opgedaan en bepaalde mooie resultaten heb behaald, weet ik beter wat ik waard ben.”

 

Heb je een eigen huis?

“Ja, ik heb net samen met mijn vriend een nieuw huis gekocht. We hadden allebei al een eigen huis, dat we met flinke overwaarde hebben verkocht. Ik kocht mijn huis voor 225.000 euro, waarvan ik 50.000 euro spaargeld had ingelegd. Met de verkoop heb ik er 175.000 euro uit gesleept. Mijn vriend had zijn huis pas een jaar en heeft het helemaal verbouwd. Hij maakte er 75.000 euro winst op. Zo hadden we de ruimte om 35.000 te overbieden bij de aankoop van ons nieuwe huis.”

 

Hoe hebben jullie de lasten verdeeld?

“Fifty-fifty. Mijn vriend is vrachtwagenchauffeur en we verdienen ongeveer hetzelfde. Ik heb wel meer eigen geld ingebracht bij de aankoop van het huis, maar ook dat hebben we netjes in ons samenlevingscontract vastgelegd.”

 

Wat zijn jouw vaste lasten?

“We betalen gezamenlijk 1500 euro aan hypotheek, dus 750 euro per persoon. Voor gas, water en elektra betalen we nu een voorschot van 150 euro, maar omdat we ons huis van het gas hebben gehaald, verwacht ik dat we daar nog veel van terugkrijgen. We leggen ieder 1500 euro per maand in in de gezamenlijke pot. Daar doen we alles van, en tot nu toe lukt dat goed. Voor mijn telefoonabonnement betaal ik 14 euro per maand. Mijn abonnement op de sportschool kost me zo’n 50 euro per maand. De zorgverzekering betaal ik eens per jaar, à 1400 euro. En dan heb ik nog een auto. Ik betaal 34 euro per maand aan wegenbelasting, 40 euro voor de verzekering van mijn auto en fiets samen en zo’n 200 euro per maand aan benzine. De brandstof is nu behoorlijk aan de prijs, maar wij kunnen in Duitsland tanken, dat scheelt iets.”

Waar geef je nog meer veel geld aan uit?

“Ik lunch vaak op mijn werk, dus er gaat aardig wat geld naar de bedrijfskantine. Verder ben ik erg bezig met gezonde voeding, ik heb laten onderzoeken waar ik intolerant voor ben en dergelijke. De voedingssupplementen die ik volgens de uitkomsten van dat onderzoek moet slikken, kosten me zo’n 50 euro per maand. Daarnaast vind ik het fijn om zo af en toe naar de schoonheidssalon te gaan, of naar een goede kapper. Kleding kopen gaat bij mij in golven: soms schaf ik ineens veel nieuwe dingen aan, en dan weer maanden niets. Ook laat ik mezelf regelmatig coachen op persoonlijk vlak, om meer uit mezelf te halen.”

 

Waar bespaar je op?

“Ik leef best zuinig, vind ik zelf. Ik hoef niet de nieuwste telefoon te hebben, ik heb bewust gekozen voor dat abonnement van 14 euro per maand. En we besparen thuis flink op energie door te investeren in een warmtepomp en zonnepanelen. Verder koop ik pas nieuwe dingen als de oude kapot zijn. Ik ben daar steeds bewuster mee bezig, ook vanwege het milieu. Ik kijk ook vaak naar tweedehands. Je staat soms echt versteld van de mooie dingen die je kunt vinden die er nog als nieuw uitzien.”

 

Ben je meer een spaarder of een spender?

“Een spaarder. Ik heb 30.000 euro op mijn spaarrekening staan en wordt heel zenuwachtig als daar weinig op staat. 15.000 euro is voor mij wel het minimum. Concrete spaardoelen heb ik nooit gehad, omdat mijn buffer altijd groot genoeg was om alles te kunnen betalen wat ik echt nodig had. Nu willen we graag een hybride of elektrische auto en is dat een beetje een spaardoel geworden. Ik spaar sowieso iedere maand automatisch 200 euro. Ik overweeg nu om me te oriënteren op verdere belegmogelijkheden voor een deel van mijn spaargeld. Ik zou me daarin willen laten adviseren door iemand die er verstand van heeft.”

Eerlijk gezegd weet ik amper iets van mijn pensioenopbouw

Ben je bezig met je oude dag?

“Nee, eigenlijk niet. Bij mijn vorige werk ben ik wel naar een pensioenbijeenkomst gegaan omdat ik benieuwd was naar wat daar werd besproken. Mijn ouders gaan bijna met pensioen, dus daar krijg ik wel iets van mee, maar het voelt toch ver van mijn bed. Volgens mij moet ik straks doorwerken tot mijn 80ste – dat duurt nog even.”

 

Bouw je pensioen op?

“Ja, via mijn werk. Maar eerlijk gezegd weet ik daar amper iets van. Ik krijg wel overzichten waarop staat wat ik heb opgebouwd, maar ik zou het je zo uit mijn hoofd niet kunnen vertellen. Het enige dat ik weet, is dat het nog lang niet genoeg is om van te kunnen leven.”

 

Hoeveel denk je later nodig te hebben per maand?

“Ik vind het belangrijk om de levensstandaard die ik nu gewend ben door te kunnen zetten. Dat zou dan neerkomen op ongeveer 2000 euro per maand. Ik denk wel dat dat haalbaar is, als ik nog een beetje doorgroei qua salaris. Ik heb natuurlijk ook veel geld in het huis zitten. Als we het ooit verkopen, komt dat vrij.”

 

Hoe zie je je gepensioneerde leven voor je?

“Ik zie mezelf lekker veel wandelen met een hond en gewoon een beetje leven in je eigen flow. Het lijkt me heerlijk om alleen maar te kunnen doen wat je leuk vindt.”

 

Maakt geld gelukkig?

“Tot op zekere hoogte wel. Als je te weinig hebt om van rond te komen, ga je echt in de overleefstand. Het lijkt me vreselijk als je in de supermarkt moet gaan hoofdrekenen of je je boodschappen wel kunt betalen. Maar ik denk dat te veel hebben ook niet gelukkig maakt. Als je van gekkigheid niet meer weet waar je je geld aan moet uitgeven, kan ik me niet voorstellen dat je leven echt zoveel fijner is.”

Volgende publicatie:
APG en ABP in de prijzen bij Pensioen Pro Awards

APG en ABP in de prijzen bij Pensioen Pro Awards

Gepubliceerd op: 18 maart 2022

APG is tijdens de uitreiking van de Pensioen Pro Awards 2021 tweemaal in de prijzen gevallen. De pensioenuitvoerder nam de award voor Langetermijnbelegger van het jaar én die voor Verantwoord Beleggen/ESG naar huis. De uitreiking werd door corona doorgeschoven naar 2022. Ronald Wuijster, CEO van APG Asset Management, en Claudia Kruse, hoofd Verantwoord Beleggen, namen de gouden themaprijzen in ontvangst.

 

De jury kende de prijs voor Verantwoord Beleggen/ESG toe aan APG vanwege het Sustainable Development Investments Asset Owner Platform, dat het samen met pensioenuitvoerder PGGM namens de pensioenfondsklanten ontwikkelde. Deze standaard stelt beleggers in staat om bedrijven te beoordelen op hun bijdrage aan duurzame ontwikkelingsdoelen van de VN. Een initiatief waarmee APG op ‘uitmuntende wijze ESG-factoren meeweegt/integreert en een helder ESG-beleid voert in strategie en beleggingspraktijk’.

 

Hand in hand

De andere award, die voor Langetermijnbelegger van het jaar, dankt APG aan hetGlaspoort-project. Dankzij deze joint venture die APG namens ABP opzette met KPN, zijn er in 2026 750.000 huishoudens en 225.000 bedrijven aangesloten op glasvezel. Volgens de jury een mooi voorbeeld van ‘hoe rendement en duurzaamheid hand in hand kunnen gaan’.

 

Geen ‘spielerei’

Volgens Ronald Wuijster, CEO van APG Asset Management en lid raad van bestuur, onderstrepen de awards het belang van de koers van APG. “Het elkaar prijzen toekennen in een sector, in dit geval de pensioensector, kan als ‘spielerei’ overkomen. Toch is het ontzettend fijn om erkenning en waardering te krijgen voor het werk dat je met z’n allen verzet. Het is een bevestiging dat je goed bezig bent. Dat geldt des te meer voor twee gouden themaprijzen op terreinen die samen de kern vormen van de strategie van APG Asset Management: langetermijnbeleggen en duurzaamheid.”

 

Koolmees

Andere prijzen waren er onder meer voor ex-Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Wouter Koolmees. Hij nam de Pensioen Pro Award voor ‘uitzonderlijke bijdrage aan de sector’ in ontvangst. De jury prees hem voor zijn rol in de totstandkoming van het pensioenakkoord. Pensioenfonds Provisum won, voor de tweede maal op rij, de prijs voor Pensioenfonds van het Jaar. ‘Een ijzersterk fonds met een beleidsdekkingsgraad van 146% (november 2021) en nul indexatieachterstand’, aldus de jury.

Volgende publicatie:
Nederlanders leven gemiddeld 3,5 maand langer, wat betekent dat voor het pensioen?