Demografie

Demografie

Welk effect hebben vergrijzing en het feit dat we ouder worden op de manier waarop we met elkaar samenleven? Hoe gaan we om met de kloof tussen generaties? En wat betekent dit voor het Nederland van morgen? Hier meer over het thema demografie.

Thema
Inkomen
Collectie inhoud
6 Publicaties

“Vrouwen zijn er nog niet, maar ze moeten moed houden”

Gepubliceerd op: 14 november 2022

Vandaag is het Equal Pay Day. Hoewel de positie van de vrouw de afgelopen eeuw enorm is verbeterd, is er nog steeds sprake van een financiële kloof tussen mannen en vrouwen. Een gesprek met historica Els Kloek over onder meer de inhaalslag van vrouwen in Nederland, een op mannen schietende dienstbode, en de voor- en nadelen van deeltijdbanen.    

 

Ze is van huis uit wetenschapper, is gepromoveerd, maar noemt zich al jaren ‘onderneemster in geschiedenis’ en ‘historisch onderzoekster’. Els Kloek ziet zichzelf als vrouw van de praktijk, als iemand die liever gewoon aan het werk gaat dan verzeild raakt in theoretische debatten. Die liever de geschiedenis van gewone mensen bestudeert dan die van koningshuizen en oorlogen. En dan vooral de geschiedenis van vrouwen, want die werden door historici vaak overgeslagen.

Kloek stond onder andere aan de wieg van het Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland, en schreef het veelgeroemde boek ‘Vrouw des huizes – een cultuurgeschiedenis van de Hollandse huisvrouw’. Ze maakte vooral naam met het monumentale, tweedelige naslagwerk ‘1001 vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis’, met daarin 2 x 1001 biografieën van bekende Nederlandse vrouwen, uit pakweg de laatste duizend jaar. 

Digitale expositie ‘Vrouw en inkomen’

De positie van de vrouw in Nederland is de afgelopen eeuw duidelijk verbeterd. Dat blijkt ook uit de expositie ‘Vrouw en inkomen’, opgezet vanwege 100 jaar ABP; een prachtige, digitale tijdreis met bijzondere verhalen, van bijzondere vrouwen. Een van de samenstellers is historica Els Kloek. Je kunt de expositie over 100 jaar vrouwen digitaal bezoeken: Welkom bij 100 | De Expositie - ABP 100 jaar (pensioenvannederland.nl).

In welke opzichten is de positie van vrouwen in Nederland de laatste honderd jaar verbeterd?

“Het is normaal geworden dat je als vrouw kunt werken. Vergeet niet dat vrouwen vroeger werden geacht te stoppen met werken zodra ze trouwden. Bovendien zijn vrouwen pas sinds 1957 wettelijk gezien ‘handelingsbekwaam’; voor die tijd werden ze niet in staat geacht om hun eigen financiën te regelen. De uitvinding van de pil zorgde ervoor dat vrouwen min of meer konden plannen wanneer ze kinderen kregen, en daar hun loopbaan op konden afstemmen. En sinds 1980, als gevolg van de Wet op Gelijke Behandeling, zijn mannen en vrouwen in juridisch opzicht gelijk aan elkaar. Deze maatschappelijke revolutie heeft zich de vorige eeuw heel geleidelijk voltrokken.”  

 

Maar toch is er nog steeds die loon- en pensioenkloof…

“Ja, en dat is op zich natuurlijk ronduit bizar. Want waarom krijgen vrouwen voor hetzelfde werk vaak minder betaald dan mannen? Ik denk dat we een beetje geduld moeten hebben, want met wetten en maatregelen verandert niet meteen hoe mensen leven en denken. Niettemin ben ik hoopvol als je kijkt naar wat er in de afgelopen honderd jaar is gerealiseerd. Het heeft gewoon tijd nodig. Neem het onderwijs. Dat is altijd een enorm emanciperende factor. Meisjes kunnen in Nederland inmiddels hetzelfde onderwijs volgen als jongens. Meiden kunnen nu zoveel vakken kiezen! Een eeuw geleden was dat ondenkbaar. En vrouwen hoeven niet meer hun hele volwassen leven te wijden aan het opvoeden van kinderen. Ze kunnen dankzij allerlei voorzieningen, hun man desgewenst de deur uitzetten. Nou, tot voor kort werkte je je als vrouw dan enorm in de nesten.”

 

Vrouwen krijgen vaak de kritiek dat ze minder verdienen omdat ze vaker voor deeltijdbanen kiezen. Hoe ziet u dat?

“Die loonkloof komt inderdaad voor een deel doordat vrouwen vaker parttime werken. Maar dat verklaart nog niet waarom ze voor gelijk werk in de praktijk vaak minder betaald krijgen dan mannen. Ik draai het altijd graag om: waarom gaan mannen niet meer in deeltijd werken? Deeltijdbanen zijn heus zo slecht nog niet. Als je kinderen krijgt, wil je die ook kunnen opvoeden en de juiste zorg aan ze besteden. Ik vind het problematisch dat veel jonge gezinnen nu met zo’n overvolle agenda zitten. Ze hebben vaak geldzorgen, hebben discussie over de taken in het huishouden, hebben er last van dat de tijden van kinderopvang en school niet aansluiten op hun eigen werktijden. En dan moeten ze ook nog carrière maken... kortom, ze moeten door veel hoepels tegelijk springen.”

Hoe bent u daar in uw eigen carrière mee omgegaan?

“Ik begon na mijn studie met fulltime werken. Maar ik voelde me daar niet prettig bij. En heb toen gekozen voor een andere, parttime baan. Dat kon ik me financieel gezien gelukkig permitteren, wat echt een voorrecht is geweest. Daardoor had ik de vrije tijd om ook dingen te doen die ik heel leuk vond, waar mijn hart naar uitging. Wat trouwens toch vaak weer werkgerelateerd was. Wat dat betreft heb ik nog een beetje de trekken van een hippie uit de jaren zestig, haha.”

 

Vrouwen hebben dus veel in eigen hand?

“Zeker. Er wordt nog vaak naar vrouwen gewezen dat het tuttebollen zijn die de hele dag thuis bij de kinderen willen zitten. En dat het dus hun eigen schuld is dat ze geen carrière maken of weinig verdienen. Maar dan hebben vrouwen het weer gedaan. Ik vind dat mannen ook in beweging moeten komen. Bijvoorbeeld meer taken in het huishouden op zich nemen. Wat dat betreft is er al veel ten goede veranderd, in mijn jeugd was het bijvoorbeeld ondenkbaar dat een man de luiers verschoonde; de enkeling die dat wel deed, zweeg erover. Bang voor een watje te worden uitgemaakt. Die tijd is gelukkig voorbij. Wat een winst is dat! Daarbij heeft het uiteraard enorm geholpen dat het huishouden veel minder tijd vergt dan vroeger, dankzij wasmachines en andere apparatuur.”

 

Welke vrouwen ziet u als iconen van de Nederlandse vrouwenemancipatie?

“Dat zijn er heel wat. Een van mijn favorieten is de dienstbode Neeltje Lokerse. Die stond in 1902 gewapend op het Haagse Binnenhof. Daar werkte de vader van haar pasgeboren kind, tevens haar werkgever. Hij weigerde zijn kind te erkennen. Toen hij naar buiten kwam, schoot ze op hem maar ze raakte hem niet. Ze wilde alleen maar aandacht voor de zaak, vandaar haar actie. Ze werd direct gearresteerd maar later weer vrijgesproken. Daarna heeft ze zich, bijvoorbeeld door lezingen te geven, haar leven lang ingezet voor verbetering van de positie van dienstbodes, ongehuwde moeders en prostituees. Heel dapper, want die waren destijds allemaal rechteloos. Andere iconen zijn Corrie Tendeloo en Clara Meijers. Tendeloo was een politica die zich inzette voor juridische gelijkheid tussen man en vrouw. Dankzij een motie van haar werd in 1955 het gedwongen ontslag van ambtenaressen bij huwelijk afgeschaft. Ze zorgde er ook voor dat de handelingsonbekwaamheid van getrouwde vrouwen werd opgeheven. En Clara Meijers zorgde er in 1928 voor dat er voor vrouwen een aparte Vrouwenbank kwam. Het was voor vrouwen destijds vrijwel onmogelijk om een lening te krijgen als ze bijvoorbeeld een winkel wilden openen, of een hypotheek voor een eigen huis nodig hadden.”

 

Waarom bent u al een leven lang bezig met de geschiedenis van vrouwen in Nederland?

“Ik ben van 1952, de tijd dat de vrouw de man nog hoorde te volgen. Ik was nog scholier, toen ik in Leiden bij de oprichting van Dolle Mina was, in 1969. Die feministische actiegroep paste in de tijdgeest, ik vond dat machtig interessant. Toen ik geschiedenis ging studeren, ging mijn aandacht als vanzelf naar de geschiedenis van vrouwen in Nederland. Die fascinatie heb ik altijd gehouden. Terugkijkend constateer ik dat er enorm veel verbeterd is voor vrouwen. We zijn er nog niet, maar we moeten moed houden en alert blijven. Ooit zullen mannen en vrouwen volstrekt gelijkwaardig zijn aan elkaar, daar ben ik van overtuigd. Dat ouderwetse mannenbastion wordt langzaam maar zeker steeds verder afgebroken.”

Foto's: Aad van Vliet

In 2122 geen pensioenkloof tussen vrouwen en mannen

Onderzoeksbureau Motivaction deed onderzoek naar het toekomstbeeld van de positie van vrouwen. Enkele uitkomsten:

  • Typische mannen- en vrouwenberoepen: Ruim een kwart van de Nederlanders denkt dat er in 2122 nog altijd typische beroepen voor mannen (zoals IT of defensie) en vrouwen (zoals zorg of onderwijs) bestaan.
  • Vrouwen in topposities: Vrouwen vinden het minder waarschijnlijk dan mannen dat er in 2122 evenveel vrouwen als mannen in topposities werken. Bijna 7 op de 10 vrouwen vindt dit wel wenselijk, mannen vinden dit minder vaak wenselijk (60 procent).
  • Parttime en fulltime werken: 56 procent van de Nederlanders vindt het wenselijk dat in 2122 de verdeling tussen parttime en fulltime werken eerlijk is verdeeld tussen mannen en vrouwen. Ook ziet de helft van de Nederlanders graag dat een voltijds werkweek uit 32 uur bestaat. Ruim een derde van de Nederlanders vindt dat ook waarschijnlijk.
  • Loonkloof: De helft van de Nederlanders denkt dat in 2122 de loonkloof is gedicht. 79 procent van de vrouwen vindt dit heel wenselijk, bij mannen ligt dit percentage op 66 procent.
  • Pensioen: Drie op de vijf Nederlanders vindt het wenselijk dat in 2122 iedereen een basispensioen ontvangt en je ook voor onbetaald werk (zoals mantelzorg of vrijwilligerswerk) aanvullend pensioen opbouwt. Kortom, in het Nederland van 2122 bestaat er geen pensioenkloof tussen vrouwen en mannen.

Volgende publicatie:
Blijft het aantal werkende ouderen ook de komende jaren toenemen?

Blijft het aantal werkende ouderen ook de komende jaren toenemen?

Gepubliceerd op: 15 september 2022

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: hoofdeconoom Thijs Knaap en Hoofd HR Strategie Roosmarije Reneman over de toename van het aantal werkende ouderen in Nederland.  

Na een leven lang de Britse kroonprins te zijn geweest, mocht Charles zaterdag op 73-jarige leeftijd dan eindelijk het koningschap aanvaarden. Een goed moment om te kijken hoe het in Nederland zit met 65-plussers op de arbeidsmarkt.

Charles blijkt lang niet de enige 70-plusser die nog niet met pensioen is. In 2003 werkte 3,3 procent van de Nederlanders in de leeftijdscategorie van 70 tot 75 jaar, blijkt uit cijfers van het CBS. In 2019 was dit opgelopen tot 8 procent, om in de twee coronajaren te zakken tot 7,5 procent. Dit betekent dat 1 op de 13 ouderen tussen de 70 en 75 jaar nog werkt. De stijging onder 65-jarigen was nog groter. In 2003 werkte minder dan 1 op de 10 ouderen van 65 jaar, om daarna gestaag te stijgen tot ruim 4 op de 10 vorig jaar, wat verband houdt met de gestegen AOW-leeftijd.

Pensioen
Naast de hogere AOW-leeftijd zijn er nog vier redenen waarom mensen langer doorwerken dan vroeger, stelt Knaap. “Pensioenen zijn langere tijd niet verhoogd. Als je een hoger pensioen krijgt, is het financieel gezien makkelijker om eerder te stoppen met werken. Als het pensioen daarentegen lager is dan gewenst, is het aantrekkelijk om wat langer door te werken. Het effect hiervan zal wat kleiner zijn dan de gestegen AOW-leeftijd, maar het speelt wel mee.” Een derde, recente reden, is dat er momenteel veel vraag is naar arbeid. “We gaan nu door een demografische overgang waarbij er veel gepensioneerden zijn die geld uitgeven terwijl er steeds minder mensen aan het werk zijn. Het is daarom logisch dat de vraag naar mensen stijgt, ook voor deeltijd en incidenteel werk. Dat zal in de toekomst nog verder toenemen.”


Reden nummer vier heeft te maken met de transformatie van een economie die voornamelijk gericht was op fysiek werk naar de huidige diensteneconomie. “Werken op het land of in de fabriek kon je niet meer na je 65ste, dat is ook de reden dat pensioen is bedacht”, aldus Knaap. “Een 65-plusser zal niet meer in de hoogovens gaan werken, maar bijvoorbeeld wel op kantoor. Een groot deel van het werk wordt tegenwoordig zittend op kantoor of thuis verricht. Dat maakt het makkelijker voor ouderen om door te werken. De laatste reden is dat er steeds meer werkende vrouwen zijn. Dat was na de Tweede Wereldoorlog een zeldzaamheid, maar sinds de jaren zestig neemt het aantal toe. De generatie van werkende vrouwen heeft nu de leeftijd van 65 jaar bereikt, en daaronder zullen ook vrouwen zitten die op hogere leeftijd nog aan het werk zijn.”

Er zit ook een risico aan een gemiddelde hoge leeftijd bij een bedrijf of sector

Ervaring
Ondanks de toename van het aantal werkende 65-plussers, hebben veel werkgevers een blinde vlek als het gaat om het arbeidspotentieel van ouderen, zegt Reneman. “Er is nu een groot tekort aan arbeidskrachten. Het idee dat je voor iedere functie vier mensen hebt om de vacature te vullen, moeten we echt loslaten. Waarom zou je als werkgever dan geen ouderen met hun ervaring en levenswijsheid inzetten om zo vacatures in te vullen?” Tegelijkertijd zit er ook een risico aan een leeftijdsopbouw met een gemiddelde hoge leeftijd bij een bedrijf of sector. “Door de vergrijzing zijn er grote tekorten ontstaan in bijvoorbeeld het onderwijs en de zorg. Het is dus belangrijk dat er een goede mix bestaat tussen de verschillende leeftijden, zodat je niet voor verrassingen komt te staan.”


Reneman verwacht net als Knaap dat onder andere het flexibele werken, dat tijdens de coronacrisis een hoge vlucht nam, het voor ouderen die door willen werken makkelijker maakt om langer aan de slag te blijven, vanwege een betere werk-privé balans. Dit geldt niet voor elke sector. “Iemand die een opleiding tot agent wil volgen, begint direct na de middelbare school al met werkend leren, en op je twintigste begin je als agent echt met werken. Maar je kunt misschien niet tot je 67ste achter een boef aanrennen. Militairen beginnen ook heel jong, maar je kunt maar tot een bepaalde leeftijd militair zijn, daarna begint je tweede loopbaan. We moeten meer denken in tweede, derde en misschien wel vierde loopbanen in een werkend leven, en (deeltijd)pensioen naast een goede oudedagvoorziening ook zien als vitaliteitsinstrument.”  


Verschillende ontwikkelingen zullen ervoor zorgen dat het aantal werkende ouderen de komende jaren nog wel verder zal stijgen, verwacht Knaap. “De toenemende (gezonde) levensverwachting en de druk op de vraagkant vanwege de oplopende vergrijzing zorgen daarvoor. Omdat doorwerken niet voor iedereen ideaal zal zijn, is het goed dat de pensioenleeftijd niet vastligt.”


Passie

Of ouderen door willen werken hangt ook af van de gezondheidstoestand en of iemand zijn of haar baan als een passie ziet, denkt Reneman. De cijfers van het CBS lijken het belang van werk als passie te ondersteunen. Zo is meer dan een kwart van alle beeldende kunstenaars in Nederland een 65-plusser. Beroepsgroepen als meubelmakers, kleermakers en stoffeerders kennen ook relatief veel ouderen. Reneman: “Als je tot je 96ste koningin kunt zijn, waarom zou je dan ook niet in je werkzame leven tot je 75ste mooie dingen kunnen doen?” 

 

Volgende publicatie:
Nederlanders leven gemiddeld 3,5 maand langer, wat betekent dat voor het pensioen?

Nederlanders leven gemiddeld 3,5 maand langer, wat betekent dat voor het pensioen?

Gepubliceerd op: 16 maart 2022

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: actuaris Caroline Bruls over de vraag wat een hogere levensverwachting betekent voor de pensioenen.

 

Door de verbeterde luchtkwaliteit leven Nederlanders in 2030 gemiddeld 3,5 maand langer dan in 2016. Dat blijkt uit een bericht van het RIVM. Betekent dit dat de pensioenpremie omhooggaat? “Als de levensverwachting stijgt, heeft dat wel gevolgen voor de pensioenen,” zegt Bruls. Maar het betekent niet dat de premie ook meteen wordt verhoogd. “Met dit soort berichten doen we eigenlijk niets, want we gaan er al vanuit dat de levensverwachting verder stijgt. Je zou dus kunnen zeggen dat die 3,5 maand al is ingecalculeerd in onze verwachtingen. Wellicht wordt de levensverwachting door de verbeterde luchtkwaliteit nog iets hoger. Als dat het geval is, komt het vanzelf terecht in de data waarop we onze prognose voor de toekomst baseren. Die prognose van de levensverwachting wordt elke één of twee jaar bijgesteld, en blijft zo vrij actueel. Dat moet ook, want er zijn natuurlijk constant ontwikkelingen die invloed hebben op de levensverwachting.”

Invloed
Bruls benadrukt dat het heel moeilijk is om voor een relatief kleine ontwikkeling, zoals verbetering van de luchtkwaliteit, te bepalen in hoeverre dat invloed heeft op de lange termijn. “Er zijn zoveel grote en kleine factoren die invloed kunnen hebben op de levensverwachting. Het is zelfs bij de coronapandemie nog maar de vraag of die een grote invloed heeft op de sterfteprognose. Is dat een eenmalige gebeurtenis zonder invloed op de lange termijn? Of verwachten we dat zo’n epidemie vaker voor gaat komen waardoor het een blijvende invloed heeft op de levensverwachting? Het Koninklijk Actuarieel Genootschap komt dit jaar met een nieuwe sterfteprognose. Daarin zijn dan de nieuwste data verwerkt, waaronder de sterftecijfers van corona.” 

Dat een stijging van de levensverwachting invloed heeft op de pensioenen, komt omdat die langer moeten worden uitgekeerd. “In het huidige pensioenstelsel werkt het zo dat als de levensverwachting stijgt, de dekkingsgraad daalt. De financiële positie van pensioenfondsen wordt dus slechter. Ook zal de premie verhoogd moeten worden voor de pensioenen in de toekomst. Of we kunnen pas later met pensioen. In het nieuwe stelsel wordt dat anders, want dan is er geen dekkingsgraad meer. De mensen die nog niet met pensioen zijn, leggen in het nieuwe stelsel mogelijk wat meer premie in voor zichzelf. En voor de mensen die al wel met pensioen zijn, kan het tekort dan bijvoorbeeld uit een collectieve reserve worden aangevuld.”

AOW-leeftijd
Al worden we nog steeds ouder, de levensverwachting stijgt niet meer zo snel als in de afgelopen honderd jaar. “De grootste winst qua verbetering van levensomstandigheden en gezondheid is inmiddels wel behaald.” Het belangrijkste gevolg van de gestegen levensverwachting voor het Nederlandse pensioenstelsel is de verhoging van de AOW-leeftijd. Om de pensioenen betaalbaar te blijven houden, schuift de AOW-leeftijd steeds een stukje op. “Toen die op 65 jaar werd vastgesteld, werden we een stuk minder oud dan nu. Tegenwoordig moeten pensioenen over een langere periode worden uitbetaald. Om de verhouding tussen de periode dat mensen werken en pensioenpremie betalen en de periode dat zij pensioen ontvangen in evenwicht te houden, is vastgelegd dat de AOW-leeftijd meebeweegt met de levensverwachting.”

Dat de levensverwachting in 2030 met 3,5 maand is gestegen vanwege een betere luchtkwaliteit, heeft kort gezegd weinig tot geen invloed op de pensioenen. Het komt nog maar zelden voor dat een gebeurtenis grote impact heeft op de levensverwachting, en dus op de pensioenen. “Vroeger kwam dat vaker voor, omdat we toen minder goede modellen en computers hadden om onze prognoses te maken. Nu kunnen we steeds nauwkeuriger voorspellen, al blijf je altijd een bepaalde onzekerheid houden. Maar wat de invloed is van een eventuele bijstelling van de levensverwachting op de pensioenen blijft te overzien. Zeker als je het vergelijkt met de invloed die schommelingen op de beurs of renteschokken daarop hebben. De invloed van de levensverwachting valt daarbij echt in het niet.”

 

Volgende publicatie:
"Pensioenfondsen hebben grote verantwoordelijkheid voor het Nederland van nu en later"

"Pensioenfondsen hebben grote verantwoordelijkheid voor het Nederland van nu en later"

Gepubliceerd op: 29 juli 2021

Annette Mosman trad in maart toe als CEO van APG. In de eerste maanden van haar nieuwe functie wil ze zo veel mogelijk verfrissende inzichten opdoen. Daarom wandelt ze in 25 ontmoetingen van Amsterdam naar Heerlen. Een reis door het Nederland van Straks, waarbij steeds iemand anders haar vergezelt op een stuk van de route. Collega’s, maar ook mensen buiten APG. Zoals FNV-voorzitter Tuur Elzinga.

The Rolling Stones, Bruce Springsteen, Coldplay en Pink: ze traden er allemaal op. Het Malieveld was hun concertzaal in de open lucht. Maar het Haagse grasveld wordt ook regelmatig overgenomen door actievoerende vakbonden. Ook Tuur Elzinga heeft er ongetwijfeld heel wat voetstappen liggen. Zijn geschiedenis bij de vakbeweging gaat terug tot 2002, toen hij beleidsmedewerker werd bij FNV. Bijna twintig jaar later is hij voorzitter van de vakbond en sociale partner, om precies te zijn sinds 10 maart van dit jaar. Daarnaast was hij onder meer negen jaar lid van de Eerste Kamer voor de Socialistische Partij (SP). Hij kent dus zowel het groen van de Nederlandse polder als dat van de bankjes van de senaat.

 

Vet op de botten kweken

Het moet anders in Nederland, vindt Elzinga. De coronacrisis vormt volgens hem een kantelpunt: het doorgeschoten marktdenken moet plaatsmaken voor een maatschappelijke herwaardering. De pandemie heeft laten zien hoe onmisbaar sectoren als zorg, onderwijs en kinderopvang voor onze samenleving zijn. ‘Juist die vitale sectoren zijn de afgelopen jaren achterop geraakt’, zegt Elzinga. Scholen, ziekenhuizen en crèches werden als bedrijven bestuurd en er werd zo veel mogelijk bezuinigd. Dat leidde tijdens de coronacrisis tot een tekort aan IC-capaciteit, beschermingsmiddelen en personeel. ‘We hebben weer vet op de botten nodig, goede reserves. Dat is misschien niet zo efficiënt, maar zo voorkom je dat de hele samenleving tot stilstand komt als het even tegenzit.’

 

Bang voor de toekomst 

De pandemie heeft ook de verschillen tussen (kans)arm en rijk uitvergroot. Nederland is de afgelopen decennia steeds welvarender geworden, maar lang niet iedereen heeft daarvan meegeprofiteerd. De flexibele arbeidsmarkt heeft de vaste baan op de tocht gezet en de lonen zijn te weinig mee gestegen met de winsten. ‘De ongelijkheid is groter geworden, er is scheefgroei ontstaan’, aldus Elzinga. En dan is er nog de klimaatcrisis, waarvoor we letterlijk en figuurlijk niet meer kunnen vluchten, nu we wereldwijd worden geconfronteerd met extreem weer, bosbranden en overstromingen. Dat alles leidt tot onrust, merkt Elzinga. ‘Mensen maken zich zorgen over hun toekomst en die van volgende generaties. Je kunt als land wel alleen zoveel mogelijk geld willen verdienen, maar wat voor huis laten we achter aan onze kinderen en kleinkinderen als de sociale samenhang onder druk staat en de planeet wordt uitgewoond?’

 

Een miljoen vaste banen erbij

Gelukkig heeft de coronacrisis ook bij de politiek - van links tot rechts – en bij sommige werkgevers geleid tot het besef dat het Nederland van Straks vraagt om verandering, aldus Elzinga. We kunnen volgens hem meteen beginnen om het land in de steigers te zetten. De blauwdruk ligt er al: brede welvaart voor alle Nederlanders. Dat is de insteek van het SER-ontwerpadvies, dat vakbonden en werkgevers dit voorjaar samen presenteerden: een pakket maatregelen voor het nieuwe kabinet. Allereerst moet de arbeidsmarkt hervormd worden: er moeten weer meer vaste contracten komen, in plaats van flexibele dienstverbanden. Elzinga ziet er het liefst een miljoen vaste banen bij komen. ‘Mensen hebben behoefte aan zekerheid in werk en inkomen. Ze willen brood op de plank, hun rekeningen kunnen betalen en ook nog wat overhouden voor ontspanning.’

Het prijskaartje van klimaatverandering

Brede welvaart vraagt ook om meer investeringen van publiek geld in vitale sectoren als zorg en onderwijs. Zo moet de leegloop van personeel worden gekeerd met betere arbeidsvoorwaarden: als de lonen stijgen en de werkdruk daalt, wordt het weer aantrekkelijk om voor de klas of aan het bed te staan. Er moet ook meer geïnvesteerd worden in de kwaliteit van publieke dienstverlening, zoals UWV, de Belastingdienst – denk aan de Toeslagenaffaire – en ja, ook pensioenuitvoering. Elzinga: ‘Beter functioneren van de instituties kan de huidige vertrouwenskloof helpen dichten.’ Voor de lange termijn moet er fors geïnvesteerd worden in het tegengaan van klimaatverandering. ‘Er wordt zo gedraald, we moeten nú doorpakken. Hoe langer we dat voor ons uitschuiven, hoe hoger het prijskaartje wordt.’ Meer geld dus voor een versnelling van de energietransitie, maar dan wel sociaal verantwoord, door mensen die hun baan kwijtraken te helpen met ander werk.     

 

Sterkere overheid nodig

Met zo’n forse maatschappelijke verlanglijst kan de overheid zich niet langer afzijdig houden, vindt Elzinga. Sinds de jaren tachtig was het adagium in Den Haag: zo veel mogelijk markt, zo min mogelijk overheid. ‘Een markt is mooi om ervoor te zorgen dat er genoeg broden voor iedereen worden gebakken, maar je kunt er niet álles aan overlaten’, stelt Elzinga. ‘We zien nu de puinhoop die de mantra van liberalisering, privatisering en deregulering heeft veroorzaakt.’ De verbouwing van Nederland vraagt om een sterkere staat, die de samenleving van de toekomst actief helpt vormgeven met publieke deelnemingen en gerichte investeringen en via wet- en regelgeving zorgt dat marktpartijen hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. Die behoefte aan een sturende overheid houdt niet op bij de grens. Elzinga is bijvoorbeeld blij met het G7-plan voor een wereldwijd minimumbelastingtarief van 15 procent voor multinationals. Dat bemoeilijkt belastingontwijking via fiscale sluiproutes, doordat een halt wordt toegeroepen aan de concurrentiestrijd tussen landen om buitenlandse investeerders binnen te halen met de laagste belastingtarieven.  

 

Techreuzen

Internationale regelgeving is ook belangrijk om de invloed van Big Tech & Big Data in te perken. Elzinga: ‘Grote techbedrijven kapitaliseren data die wij als consumenten zélf produceren. Ze maken daarbij gebruik van de bestaande digitale infrastructuur, zonder er iets voor terug te geven.’ Hetzelfde geldt voor multinationals die patenten binnenslepen voor innovaties die deels elders zijn bedacht. Hun slimme medewerkers zijn immers opgeleid aan publiek gefinancierde universiteiten en putten uit de in voorgaande eeuwen opgebouwde body of knowledge van onze kennismaatschappij. We are standing on the shoulders of giants. Elzinga: ‘Data, kennis, maar ook bijvoorbeeld grondstoffen en energiebronnen als zon en wind en uiteindelijk onze hele planeet: het is van ons allemáál. Wat geeft een klein clubje bedrijven het recht om dat eigendom te claimen? Waarom zouden managers en aandeelhouders er schathemeltjerijk van mogen worden, terwijl de medewerkers en de rest van de maatschappij het met de kruimeltjes moeten doen?’

Ik hoop dat het ooit niet meer nodig zal zijn om te staken

‘Geef medewerkers zeggenschap’

De piramide moet dus op zijn kop. Dat vraagt niet om revolutie, maar wel degelijk om een radicale omwenteling, via geleidelijke, democratische weg, aldus Elzinga. De eerste voorzichtige stappen op die nieuwe weg lijken volgens hem ook al te zijn gezet. Overheden beginnen langzaamaan hun klassieke rol weer op te pakken, bedrijven nemen meer verantwoordelijkheid voor hun omgeving en worden daar ook vaker op aangesproken door consumenten, burgers en grote beleggers. Een volgende stap is het verlenen van daadwerkelijke zeggenschap aan medewerkers en de samenleving, stelt Elzinga. ‘Geef een stem aan de mensen die al die innovatieve ideeën bedenken, die het echte werk doen, die de eigenlijke rechtmatige eigenaar zijn van de producten en diensten van bedrijven: wij allemáál dus. Wie is de baas, wie beslist? Nu zijn dat managers en aandeelhouders, straks moeten we met zijn allen de baas kunnen zijn.’

 

Van aandeelhoudersrendement naar maatschappelijke winst

Elzinga voerde de afgelopen jaren namens sociale partner FNV de onderhandelingen over het pensioenakkoord. Een historisch akkoord, dat de oudedagsvoorziening in de toekomst betaalbaar moet houden, zonder het solidariteitsbeginsel los te laten. ‘In het nieuwe stelsel zie je de premie die je hebt opgebouwd directer terug in je eigen pensioenopbouw, maar we zorgen nog steeds dat mensen die pech hebben tijdens hun loopbaan óók een goed pensioen kunnen hebben en we delen als generaties de risico’s met elkaar.’ Maar de pensioendiscussie is nog lang niet klaar, denkt Elzinga. Als de rente de komende jaren zo laag blijft en beleggingsrendementen in de toekomst structureel dalen, zoals voorspeld, dan kan de belofte van een waardevast pensioen niet meer worden waargemaakt en groeit de vertrouwenskloof in de samenleving. Pensioenfondsen zouden dan een volgende stap kunnen zetten: van aandeelhoudersrendement naar maatschappelijke winst.

 

Pensioen in natura? 

Elzinga licht het toe: ‘Pensioenfondsen zouden meer moeten kijken naar de behoeften die mensen later in hun leven hebben. Hebben ze dan alleen behoefte aan een pot geld, of willen ze vooral een fijne plek om te wonen, goede zorg en levenskwaliteit? Ga dáárin als pensioenfonds rechtstreeks investeren, steek pensioengeld in nieuwe woonvormen voor senioren, goede ouderenzorg en een herstel van de sociale infrastructuur, zodat die beschikbaar zijn als mensen eraan toe zijn.’ Een soort pensioen in natura dus. En waarom alleen investeren in voorzieningen voor de oude dag? Pensioengeld kan ook vaker worden gebruikt om de huidige samenleving te verbeteren. Denk aan investeringen in de krappe huizenmarkt - die vooral jonge generaties treft - of in goed onderwijs, voor een sterk Nederland van Straks. Elzinga: ‘Pensioenfondsen hebben een groot vermogen en daarmee ook een grote verantwoordelijkheid voor het Nederland van nu en van later.’ 

 

Het staken gestaakt

Tijdens de onderhandelingen over het pensioenakkoord legde FNV, samen met vakcentrales CNV en VCP, een dag lang het treinverkeer stil om druk te zetten voor een minder snelle stijging van de AOW-leeftijd. Wat denkt Elzinga: wordt er in het Nederland van Straks nog gestaakt? ‘Ik vermoed van wel. Voorlopig zullen er nog belangentegenstelingen zijn tussen werkgevers en werknemers. Maar ik hoop dat het ooit niet meer nodig zal zijn om te staken: als medewerkers echte zeggenschap krijgen, kunnen ze meebeslissen en nemen de belangentegenstellingen af. Als je zelf de baas bent, hóef je niet meer te staken.’ Dus het Malieveld is in de toekomst geheel aan de opvolgers van The Stones en Coldplay, of het ultieme festivalterrein? Hij lacht: ‘Ja, dan komen we er samen om het gewoon gezellig met elkaar te hebben, leuke dingen te doen of dingen te vieren. Bijvoorbeeld dat we in Nederland zo’n mooi pensioenstelsel hebben.’      

Volgende publicatie:
“Daalt de Nederlandse levensverwachting door corona?”

“Daalt de Nederlandse levensverwachting door corona?”

Gepubliceerd op: 1 juli 2021

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: Actuarieel Directeur Alexander Paulis over de impact van corona op de levensverwachting en de financiële positie van Nederlandse pensioenfondsen.

 

Een kleine twee jaar. Daarmee is de Amerikaanse levensverwachting gedaald tussen 2018 en 2020. Tenminste, als je onderzoek van de Virginia Commonwealth University, de University of Colorado Boulder en het Urban Institute moet geloven. Oorzaak: de pandemie, die voor de grootste daling van de Amerikaanse levensverwachting sinds 1943 zorgde.

 

Hoe zit dat in Nederland? Paulis trekt zijn wenkbrauwen op als hij hoort over de Amerikaanse resultaten. “Dit is natuurlijk slechts een momentopname. Het is vrijwel onmogelijk om nu al te bepalen in hoeverre de sterftecijfers van de afgelopen twee jaar representatief zijn voor de toekomst. Eerst moet de situatie zich normaliseren. Áls er al een nieuw normaal komt, is dat wanneer iedereen is gevaccineerd en we het effect daarvan op de besmettings- en sterftecijfers kunnen zien.” 

 

Aids

Het corona-effect in de sterftecijfers van de afgelopen twee jaar (zo’n 10 procent oversterfte volgens het CBS) is een kortetermijnontwikkeling waarmee je in voorspellende zin niet veel kunt, volgens Paulis. “Pensioenfondsen plannen voor de lange termijn. En wat betreft corona weten we daarover nog helemaal niks. Voor langetermijnvoorspellingen heb je voldoende basis – waarnemingsjaren – nodig. We zijn gewend om ver terug in de tijd te kijken en het laatste jaar niet allesbepalend te laten zijn. In de jaren tachtig dachten we aanvankelijk ook dat de aidsepidemie structurele gevolgen zou hebben voor de levensverwachting. Uiteindelijk bleek het slechts een rimpeling te zijn.”

 

Om de vraag te beantwoorden hoe representatief de eerste jaren na 2020 zijn voor wat we gaan zien in de toekomst, moet je volgens Paulis een soort actuariële grens over. “Je zult ook met medische experts, zoals virologen, moeten praten. We zijn daar als actuarissen altijd terughoudend in, omdat je daarmee snel in subjectieve, politieke discussies terechtkomt. Maar in dit geval ontkom je er niet aan, denk ik.” 

 

Contrair

Normaliter wordt voor de levensverwachting ook ‘basis’ gecreëerd door naar andere, vergelijkbare landen te kijken. Toch hoeven we ook daar op korte termijn geen heil van te verwachten, zegt Paulis. “Juist bij corona hebben we gezien dat de verschillen tussen landen plotseling heel groot kunnen zijn.”

 

Er is nóg een reden om de eerste jaren na 2020 niet te bepalend te laten zijn voor de langetermijnprognose van het sterftecijfer. “Tijdens hete zomers zien we bijvoorbeeld ook oversterfte. Zo’n zomer eist met name levens onder mensen die al wat kwetsbaarder zijn. Daardoor houd je een relatief gezonde populatie over en ontstaat daarna vaak juist wat ondersterfte. Bij corona zou zich eenzelfde contrair effect kunnen voordoen.”

 

Druppel

Wie denkt dat pensioenfondsen zonder meer financieel baat hebben bij de coronasterfte, vergist zich volgens Paulis. “Als deelnemers waarvan het ouderdomspensioen nog niet is ingegaan overlijden, ontvangen nabestaanden een partner- en wezenpensioen. Voor het fonds kan dat onder de streep financieel nadeliger zijn. Met name als het om jonge nabestaanden gaat. Maar als iemand al ouderdomspensioen ontving, vervalt dat. Het nabestaandenpensioen dat daarvoor in de plaats komt, is lager. Per saldo is dat voordeliger voor het fonds. Omdat met name ouderen aan corona zijn overleden, hebben we het afgelopen jaar een bescheiden ‘positief resultaat op sterfte’ gehad, zoals een actuaris dat wat klinisch noemt. Maar dat was bij wijze van spreken een druppel op een gloeiende plaat – hoogstens enkele tiende procentpunten van de dekkingsgraad. Rentestand, beleggingsrendement en tegenwoordig vaak ook de premie, hebben een veel grotere invloed op de financiële positie.”  

 

Onbruikbare jaren

Dus voorlopig is er geen reden om aan te nemen dat de levensverwachting in Nederland daalt? Paulis: “Inderdaad. Voor een langetermijnprognose zijn 2020 en 2021 de meest onbruikbare jaren die je je kunt voorstellen. Pensioenfondsen hoeven zich voorlopig niet rijk te rekenen aan de gevolgen van corona.”

Volgende publicatie:
AOW-leeftijd gaat verder omhoog per 1 januari 2018

AOW-leeftijd gaat verder omhoog per 1 januari 2018

Gepubliceerd op: 30 oktober 2016

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft vandaag de nieuwe raming van de macro gemiddelde levensverwachting bekendgemaakt. Als gevolg van de gestegen levensverwachting zal de pensioenrichtleeftijd met ingang van 1 januari 2018 worden verhoogd van 67 naar 68 jaar.

 

De pensioenrichtleeftijd is een rekenleeftijd die wordt gebruikt voor de berekening van de jaarlijkse maximaal toegestane fiscale pensioenopbouw.

 

De pensioenrichtleeftijd is gekoppeld aan de gemiddelde resterende levensverwachting van de Nederlandse bevolking. De verhoging van de pensioenrichtleeftijd gaat in per 1 januari 2018 en heeft geen invloed op de fiscale pensioenopbouw voor die datum.

 

Bron: overheid.nl