Waar in andere delen van de wereld grote economen als Mariana Mazzucato zich buigen over het onderwerp carnival economics, is het bij ons een bijna onontgonnen terrein (Mazzucato en Barrington, 2024). Nu het grootste volksfeest van ons land weer voor de deur staat, vragen we ons af: wat zijn de kosten, wat zijn de baten en is het saldo positief of negatief? We bellen erover met Charles Kalshoven, macro-econoom en expert strateeg bij APG.
Met welke kosten gaat carnaval in Nederland gepaard?
“De meest voor de hand liggende kostenpost zijn de ziekmeldingen na het feest – tijdens het feest nemen Brabanders en Limburgers veelal verlof op. En daar is ook wel enig bewijs voor. Cijfers van Arboned laten in ieder geval een piek zien rond carnaval. Andere bronnen geven aan dat in 2012 ongeveer 15 procent van de carnavalsvierders zich ziek meldde. In totaal ging het daarbij om 1,8 miljoen ziektedagen. Bij een constant bevolkingsaandeel en verzuimgedrag van carnavalsvierders komen we op een huidig niveau van 1,95 miljoen dagen aan ziekteverzuim. Met een gemiddelde kostenpost van ongeveer 400 euro per dag per medewerker aan ziekteverzuim komt dat neer op een totale kostenpost van 780 miljoen euro.
Naast het verzuim kunnen er nog directe medische kosten zijn. Zo werden in 2023 in Maastricht 77 carnavalspatiënten behandeld bij de spoedeisende hulp, vaak in verband met overmatig alcoholgebruik, in lijn met andere jaren. Zo’n bezoekje kost volgens de zorgverzekeringwijzer 2025 gemiddeld 350 euro. Als de cijfers uit Maastricht representatief zijn voor Limburg en Brabant, dan komen deze kosten in totaal uit op 850.000 euro.”
Zijn er nog meer kostencategorieën?
“Zeker. Denk vooral aan de kosten die door gemeenten gemaakt worden. Het CBS heeft in 2019 op verzoek van televisieprogramma Stand van Nederland onderzoek gedaan naar carnaval en hierin gaf de gemeente Breda aan in dat jaar ruim een ton kwijt te zijn aan het feest: 116.000 euro, verdeeld over 80.000 aan subsidies voor verenigingen, 18.000 aan schoonmaak en 18.000 aan handhaving. Die rekening is de afgelopen jaren een stuk harder gegroeid dan de economie en het prijspeil. Voor carnaval in 2025 gaat het volgens de verantwoordelijke wethouder om 7,5 ton.
Niet alle gemeenten maken zo'n inschatting van directe uitgaven en meer indirecte kosten. Maar laten we een grove inschatting te maken van de totale kosten met Breda als uitgangspunt, waar de bevolking ongeveer 5 procent van die in Noord-Brabant en Limburg bedraagt. Vermenigvuldiging met twintig zou de totale kosten dan op 15 miljoen euro brengen.”
En hoe zien de economische baten eruit?
“Volgens de berekeningen in het onderzoek voor Stand van Nederland geven de ruim 1,5 miljoen carnavalsvierders gemiddeld 180 euro per dag uit, voornamelijk aan 8 miljoen liter bier. Als de uitgaven het algemeen prijspeil hebben bijgehouden – dat steeg sinds 2019 met 23 procent – zouden we nu uitkomen op 221 euro per persoon per dag, of 884 euro gedurende vier dagen carnaval. Dat cijfer is overigens in lijn met cijfers uit 2020 van de Boston Consulting Group over het Keulse carnaval. Toen ging het om 718 euro per deelnemer, in prijzen van vandaag om 870 euro.
Gaan we ervan uit dat de carnavalspopulatie de bevolkingsgroei van 8 procent heeft bijgehouden, dan tellen we inmiddels 1,6 miljoen carnavalsvierders, die samen 1,4 miljard euro uitgeven – vier dagen maal 221 euro maal 1,6 miljoen. Dit is een conservatieve schatting, want de aanloop naar carnaval begint al op de elfde dag van de elfde maand. Ook zijn de horecaprijzen iets harder gestegen – met 25 procent – dan de inflatie waarmee we hebben gerekend.”