BpfBOUW stapte op 1 januari over op de nieuwe pensioenregels. Dit was het slotstuk van jaren voorbereiding, een lange reeks bestuurlijke besluiten en intensieve samenwerking met APG. Bestuurder Eline Lundgren blikt terug op dat proces en kijkt vooruit naar ‘het nieuwe normaal’. Ook gaat zij in op APG’s nieuwe strategie voor vermogensbeheer en wat de keuze voor single client betekent voor bpfBOUW. “Eerlijk: het APG‑besluit kwam onaangenaam vroeg.”
2025 was voor bpfBOUW een intensief jaar. Niet de overstap zelf, maar de aanloop ernaartoe vroeg het meest van het fonds en de organisatie met bijna 170.000 actieve deelnemers en 270.000 pensioengerechtigden, erkent Lundgren. “We hadden zó veel voorbereid dat de feitelijke overstap op 1 januari 2026 vooral een belangrijk bevestigingsmoment was. De spanning zat in de besluitvorming die eraan voorafging.”
Wat was voor jou het kantelpunt in dat proces in 2025?
“De definitieve toezegging van De Nederlandsche Bank (DNB). Dat was een mijlpaal die voelde als een eindexamen: je weet dat er nog veel werk volgt, maar je hebt een duidelijke ‘ja’ op zak. Vanaf dat moment konden we met vertrouwen het hele proces afronden en daarmee ons als fonds gereedmaken voor de overgang naar de Wet toekomst pensioenen (Wtp).”
Hoe heb jij de externe toetsing van onder meer DNB en de Autoriteit Financiële Markten ervaren?
“Streng, en dat is ook passend. Als bestuur wil je dat grote besluiten over evenwichtigheid en uitvoering kritisch en onafhankelijk worden beoordeeld. Dat dwingt tot het expliciet vastleggen van keuzes en overwegingen. Die discipline helpt, ook voor je eigen dossiervorming en verantwoording.”
Welke uitdagingen sprongen er voor jou uit in 2025?
“Het waren er meerdere, maar het akkoord van DNB, en het werken daarnaartoe, sprong eruit. Ook waren er veel zaken die verder moesten worden uitgewerkt, zoals het reglement. Dat was alles bij elkaar veel werk. Daarnaast kregen we in de laatste maanden te maken met de sterk stijgende dekkingsgraden. Dan ga je bijna dagelijks monitoren of je binnen de afgesproken bandbreedtes blijft. Het was spannend, want buiten de bandbreedtes moet je je evenwichtigheidskader opnieuw vaststellen. In dat geval kon onze overstapdatum in gevaar komen.”
Wat hebben jullie geleerd van de fondsen die eerder al waren overgestapt op de nieuwe regels voor pensioenen?
“Begin op tijd en pak de regie. Het hielp enorm dat APG met zijn eigen fonds, PPF APG, en met PWRI al ervaring had met de overstap. Die ervaring kun je benutten: je leert van elkaar en zorgt dat er aan jouw kant voldoende checks and balances zijn. Zo voorkom je dat je alleen maar accepteert wat wordt aangeboden.”
Hoe hebben jullie deelnemers en werkgevers meegenomen in het hele traject?
“Stapsgewijs. We communiceerden de overstap al jaren op hoofdlijnen, maar naarmate het moment naderde, werd de communicatie intensiever en persoonlijker. De voorlopige transitieoverzichten in de persoonlijke postbus waren daarin het slotstuk. De eerste terugkoppeling laat zien dat mensen de informatie als duidelijk en begrijpelijk ervaren. Ook blijkt dat gepensioneerden de communicatie actiever lezen dan jongeren. Dat is logisch, omdat het hen direct raakt in de portemonnee, maar het onderstreept ook dat er nog werk te doen blijft in het vergroten van de betrokkenheid bij pensioen, met name onder jongere groepen.”
Transparantie versus complexiteit is een bekende spagaat. Hoe heeft bpfBOUW die aangepakt?
“De nieuwe werkelijkheid is complexer dan het vroegere ‘één A4’tje met een rekensom’. Je wilt transparant zijn, maar het moet ook hanteerbaar blijven. Daarom werkten we met een korte oplegbrief met kerncijfers en hoofdboodschappen, gevolgd door verdiepende bijlagen. Die aanpak, die we zelf hebben ontwikkeld, blijkt een gouden greep: geschikt voor zowel de lezer die snel wil weten ‘ga ik erop vooruit?’ als voor wie de diepte in wil.”
Hoe was de samenwerking met APG in het transitiejaar?
“Intensief, op alle niveaus. We hebben onze eigen projectstructuur gespiegeld aan die van APG, zodat teams elkaar één‑op‑één vonden. Natuurlijk moet je aan elkaar wennen: rollen, verantwoordelijkheden, taal. Maar in 2025, het jaar waarin studeren ‘doen’ werd, stonden we volledig in lijn.”
Wat zijn in 2026 de prioriteiten?
“Wennen aan het nieuwe normaal; de nieuwe regeling vergt andere monitoring van het fonds. We moeten ervaren of de nieuwe managementinformatie in de praktijk ook echt doet wat we ervan verwachten. De kaders daarvoor zijn vastgesteld; nu moet blijken of ze het bestuur daadwerkelijk helpen bij de sturing. Ook onze deelnemers hebben behoefte aan andere informatie. Die informatie wordt nu langzaam uitgerold, het is best spannend of dat is gelukt. Alles bij elkaar vraagt dat ongeveer anderhalf jaar de tijd, zodat we na de eerste volledige cyclus, inclusief jaarverslag, kunnen zeggen dat we up and running zijn.”