Kunstmatige productiviteit

Gepubliceerd op: 25 februari 2026

Kunst en kunstmatig. Het eerste zoeken we op in musea. Het laatste willen we niet in onze soep. Waarom eigenlijk? Zien we kunst als iets dat ons verheft boven de natuur, terwijl kunstmatig gaat over knoeien met wat we als natuurlijk beschouwen? Kunstmatige intelligentie – door mensen gemaakte niet-menselijke intelligentie – maakt die spanning nog scherper. En roept ook de nodige economische vragen op.

Kunstmatige intelligentie kan coderen, boekhoudpuzzels leggen en zelfs liedjes maken. Bekend is dat er heel veel AI-muziek gemaakt wordt – schattingen van tienduizenden nieuwe nummers op Spotify per dag. Overigens, naar 90 procent wordt nauwelijks geluisterd, (kunst)matige kunst kennelijk.

Toch voelen mensen in de creatieve sector – scenarioschrijvers, reclamemakers, muzikanten – zich bedreigd door creatieve destructie. Is die sector stiekem minder creatief dan we denken? Kunstmatige intelligentie is ijzersterk in het herkennen – en reproduceren – van patronen. En veel van wat we creatief noemen, is eigenlijk het toepassen van een beproefde succesformule. Hollywoodverhalen bouwen voort op de oude Grieken: de rust wordt verstoord, held worstelt zich door tegenslagen en overwint uiteindelijk. En op naar het volgende verhaal...

Voor economen en beleggers is het interessant of AI de productiviteit doet stijgen. Een app die in een paar seconden een liedje uitspuugt, is dat productiviteitswinst? Wel volgens de ingenieur of planeconoom die denkt in hoeveelheden: tonnen graan, paren schoenen, aantallen liedjes. Economen vragen zich af of die productie ook in een behoefte voorziet. Al die extra liedjes waar niemand naar luistert? Dat is geen productiviteitswinst. Die ontstaat pas als iemand wil betalen voor die nieuwe muziek.

Schieten we wat op met kunstmatige intelligentie? Dat lijkt me wel, ondanks de onvermijdelijke productie van ‘bagger’. Door nieuwe technologie kunnen we met evenveel mensen meer produceren. Dat maakt ons niet armer, maar rijker. Het grote punt hier is de verdeling van de plussen en minnen. Als de vraag niet meestijgt met het toenemende aanbod in een sector, gaan daar banen verloren. Mogelijk kunnen werknemers overstappen naar sectoren waar ze schreeuwen om personeel, maar het blijft ingrijpend. Het kost tijd, het geeft onzekerheid en mensen kiezen liever zelf. Niet elke scenarioschrijver wil voor de klas.

We zien financiële markten de laatste dagen behoorlijk sterk reageren op een blog met een negatief scenario over de impact van AI (Citrini: the 2028 global intelligence crisis). Het rapport schetst oplopende werkloosheid en inzakkende consumptie in combinatie met toenemende AI-investeringen. Een onwaarschijnlijk verhaal. Zoals gezegd, technologische mogelijkheden maken ons in principe rijker. Waarom zou de vraag – uiteindelijk – niet meestijgen met het aanbod, eventueel geholpen door fiscale of monetaire impulsen? Het is een misvatting te denken dat de vraag in een economie vaststaat. Sterker, de vraag is een stuk flexibeler dan het aanbod. Bovendien kan AI niet alle taken van werknemers vervangen en ontstaan er ongetwijfeld nieuwe producten en diensten. Per saldo krijgen werknemers het misschien wel drukker dan voorheen, maar gaan ze zich meer richten op echt mensenwerk.

Waarom reageren beleggers dan toch zo heftig? Nou, ze reageren niet op economische logica, maar op onzekerheid. Kunstmatige intelligentie geeft de hele dag antwoorden, maar stelt beleggers ook voor moeilijke vragen. Over de toekomstige winstgevendheid: zijn de verwachtingen misschien te hoog opgelopen? Over de winnaars en verliezers: welke bedrijven gaan profiteren en welke verdienmodellen worden ontwricht (veel softwarebedrijven kregen klappen)? Kan het zijn dat de kunstmatige intelligentie de concurrentie op markten versterkt, zodat – het zal toch niet?! – vooral consumenten profiteren in plaats van bedrijven en daarmee beleggers? In deze verwarrende tijden kan een dystopisch verhaal sommige beleggers kennelijk nerveus maken.

Terug naar de kunst. Wat betekent dit nu voor kunstenaars? Wat doet kunstmatige overvloed met de waarde van cultuur? Economen denken dan meteen aan relatieve prijzen. Als we straks omkomen in algoritmisch geproduceerd aanbod, dan neemt de relatieve prijs van mensenwerk toe. Dus moeten we het zoeken in wat mensen kunnen en machines niet. En wat kunnen wij wat kunstmatige intelligentie niet kan? Betekenis geven. Dat is de kunst. Uiteindelijk zit daar de waarde.

Charles Kalshoven is expert strateeg bij APG.