Economisch op eigen benen

Gepubliceerd op: 8 januari 2026

Noem het naïef. Ik heb ooit geschreven dat economische onafhankelijkheid vooral een dure hobby is (zie column). Waarom zelf alles maken als je het elders goedkoper kunt krijgen? Impliciet veronderstelde ik daarbij een stabiele wereld die vooral werkte op basis van regels en zonder grote militaire conflicten. Achteraf een blinde vlek.

Zolang de wereld werkt als een goed geoliede machine, is globalisering een wonder. Elk land – of trek het maar door tot elk bedrijf of individu – doet waar het relatief het beste in is. Benutting van deze comparatieve voordelen zorgt voor de grootste gezamenlijke welvaart. In theorie kunnen beleidsmakers met de winsten van de winnaars de verliezers compenseren zodat iedereen erop vooruitgaat. En wederzijdse afhankelijkheid maakt oorlog economisch onaantrekkelijk. Mooi verhaal natuurlijk.

Maar die compensatie blijkt in de praktijk lastig. Groter probleem: we lijken niet (meer) te leven in een wereld van regels en vrede. Ook wederzijdse afhankelijkheid blijkt geen rem op een militair conflict (zie Oekraïne). Afhankelijkheid kan juist als een wapen tegen je gebruikt worden. Een oorlog speelt zich niet alleen af aan het front. Alles wat de oorlogsinspanning of de moraal kan dwarsbomen maakt er onderdeel van uit. Zoals een ex me ooit zei: ‘All is fair in love and war’. Zo draaiden de Russen de gaskraan dicht, schermden de Chinezen met hun zeldzame aardmetalen en Amerika met de dollar.


Economisch is dat allemaal niet rationeel, geopolitiek wel. Efficiëntie door specialisatie is mooi, maar je wilt ook niet vatbaar zijn voor geopolitieke chantage. Te veel specialisatie leidt tot monopolies. Die kunnen met de meest vriendelijke intenties beginnen, maar (markt)macht corrumpeert. Uiteindelijk hebben monopolisten een prikkel om hun klanten een poot uit te draaien. Geopolitieke monopolisten zijn nog erger. Zij kunnen gewoon levering weigeren – denk aan Chinese aardmetalen. Of aan de Amerikaanse veiligheidsparaplu: wordt die nog geleverd en tegen welke prijs? Achteraf hebben we in Europa een te groot vertrouwen gehad in vanzelfsprekende Amerikaanse steun. Een harde les.


Dus wat nu? Moet de EU dan maar een autarkie worden? Zelfs als volledige zelfvoorziening al haalbaar zou zijn, dan is het alsnog onbetaalbaar (en voor Nederland is het al helemaal een sprookje). We hebben een gebrek aan grondstoffen en energie en produceren bijvoorbeeld zelf geen koffie en bananen. Over dat laatste kunnen we misschien nog heenstappen, maar niet over de aanslag op onze welvaart die het gevolg zou zijn van terugtrekking uit de wereldeconomie.


Wat dan wel? Een nuchtere aanpak waarbij we gewoon handel blijven drijven met de wereld, maar onze kwetsbaarheden verminderen. Door niet te veel op één leverancier te vertrouwen, ‘redundantie’ in te bouwen en voorraden aan te leggen. Sommige dingen – denk aan cruciale medicijnen, maar ook je eigen wapens – wil je in Europa produceren. Ook het vermogen terug te kunnen slaan – militair of economisch – kan anderen in toom houden.


Dit alles vergt wel meer politieke bemoeienis met de markt en vormt mogelijk een rem op de economische groei. Maar het zou de economie ook bestendiger maken tegen geopolitieke schokken. Wat dat betreft is het vergelijkbaar met een verzekering: die is ook niet gratis, maar als de nood aan de man is heb je er wat aan.

In welke mate we onze kwetsbaarheden willen verminderen is een politieke vraag. Alles heeft een prijs. Autarkie is een illusie en onbetaalbaar. Onbegrensde vrijhandel verhoogt de welvaart, maar stelt ons bloot aan geopolitieke pestkoppen. Als het gaat om internationale handel moeten we zeker niet het kind met het badwater weggooien, maar ook niet naïef zijn. We doen onszelf een plezier door de meest risicovolle afhankelijkheden te verminderen. Want je weet maar nooit. Mijn godsdienstleraar zei vroeger dat de meeste mensen meestal deugden, maar dat verleiding op de loer lag. Zijn conclusie: ‘Vertrouw op God, maar zet wel je fiets op slot’.

 

Charles Kalshoven is expert strateeg bij APG.