“Voor een beter Nederland moeten we anders investeren en meer samenwerken”

“Voor een beter Nederland moeten we anders investeren en meer samenwerken”

Gepubliceerd op: 27 mei 2021

Hoe ziet het Nederland van straks eruit? We vragen het mensen uit een dwarsdoorsnede van de samenleving.

 

In deze aflevering: Francis Quint, hoofd van de investeringstak van de Rabobank. Volgens haar moeten we de komende tien tot vijftien jaar een duurzamer samenleving bouwen, met gelijke kansen en betere voorzieningen voor iedereen. Versnelling van die transitie vraagt om een andere visie op vermogensbeheer – van kortermijngericht beleggen naar maatschappelijk betrokken en langetermijngericht investeren – en om coalities tussen investeerders, bedrijven en de overheid. “Met elkaar concrete doelen benoemen en áctie.”

Is dit Néderland? Die vraag kwam het afgelopen jaar verschillende keren spontaan op bij Francis Quint. “Mijn vader zat maandenlang geïsoleerd in zijn kamer in een verzorgingsthuis. Onze kinderen konden niet naar school en het thuisonderwijs verliep soms moeizaam. De coronacrisis heeft laten zien dat de zorg en het onderwijs – basisbehoeften voor ons allemaal – niet het niveau en aanpassingsvermogen hebben waarvan ik altijd als vanzelfsprekend uitging.”

Het is een van de maatschappelijke vraagstukken die Quint graag wil helpen oplossen. Ze is wereldwijd verantwoordelijk voor de investeringsportefeuille van 2,2 miljard euro waarmee de Rabobank in innovatieve niet-beursgenoteerde bedrijven belegt: van start-ups tot grote bedrijven. Internationaal ligt het accent op de transities in de voedingssector en landbouw, in eigen land ook op energietransitie, zorg en digitalisering. Nú is de tijd om te bouwen aan het Nederland van straks, aldus Quint.

Wat moeten we als eerste aanpakken?

“We staan voor een grote maatschappelijke opgave: de komende jaren moeten we op vijf terreinen tegelíjk verandering tot stand brengen. De eerste is de energietransitie, om aan de klimaatdoelstellingen te voldoen en uiterlijk in 2050 CO2-neutraal te zijn. De tweede transitie is het terugbrengen van sociale ongelijkheid en het bouwen van een inclusieve maatschappij, waarin iedereen zich thuisvoelt en dezelfde kansen heeft. De derde uitdaging is werken aan betaalbare en toegankelijke zorg voor iedere Nederlander. De vierde transitie moet plaatsvinden in Food & Agri: hoe zorgen we straks voor voldoende voeding voor iedereen, tegen de kleinst ecologische voetafdruk door verduurzaming van de voedselketen? En de vijfde transitie moet de andere vier mogelijk maken en versnellen: de digitalisering.”

Dat is nogal wat. Hoe krijgen we dat voor elkaar?

“De pandemie heeft laten zien dat we niet kunnen doorgaan op de huidige weg. De coronacrisis heeft onze maatschappelijke problemen uitvergroot. We hebben ervaren hoe urgent verduurzaming van ons energieverbruik en de voedselketen is, hoe afhankelijk we zijn van aanvoer van grondstoffen en producten uit het buitenland, hoe ongelijk het is verdeeld in onze samenleving en waar de tekortkomingen in zorg en onderwijs zitten. Dat helpt, we zijn ons bewuster geworden van de noodzaak van verandering. Dit is het juiste moment om alle noodzakelijke veranderingen ook echt in gang te zetten en te versnellen.”

Daar is veel geld voor nodig… 

“Om de klimaatdoelstellingen van Parijs te realiseren, hebben we tot 2030 wereldwijd zes biljoen dollar nodig om te investeren in verduurzaming, volgens het Global Asset Management-rapport van BCG. En dan heb je het nog maar over één van de transities die we moeten realiseren. Maar het goede nieuws is dat dat geld er al ís. Die zes biljoen dollar is slechts acht procent van het huidige totaal aan beheerd vermogen wereldwijd. We moeten dat vermogen alleen op een andere manier gaan inzetten. Nu is investeren nog vaak gericht op de korte termijn. Dat moeten we ombuigen: van puur financieel gedreven beleggen naar investeren voor de lange termijn. Dat kan alleen als investeerders hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen en zich willen committeren aan langjarige doelen. Als langetermijninvesteerder zetten we bij Rabobank een deel van ons vermogen in om te sturen op maatschappelijke verandering. Net zoals APG dat doet met het vermogen van pensioendeelnemers voor de aangesloten fondsen.”

Laat mensen nog beter zien dat hun pensioengeld ten goede komt aan de samenleving en problemen helpt oplossen waarmee ze dagelijks worden geconfronteerd

Is beleggingsrendement niet nog altijd belangrijker dan maatschappelijk rendement?

“Natuurlijk moeten wij als bank een bepaald rendement behalen, net zoals pensioenfondsen rendement nodig hebben voor het inkomen van later van hun deelnemers. Maar het mooie is dat financieel en maatschappelijk rendement hand in hand gaan. Een voorbeeld is onze investering in Oatly, een Zweeds bedrijf dat havermelk maakt. Dat bedrijf is de afgelopen jaren enorm gegroeid en staat nu op het punt om naar de beurs te gaan. Of neem Kingfish Zeeland, een land-based fishfarm om de ontvissing van de oceanen tegen te gaan. Ook dat bedrijf is pas naar de beurs gegaan. Voorheen werden duurzame bedrijven gezien als risicovolle innovaties. Inmiddels blijken ze ook financieel meer waarde op te leveren dan niet-duurzame investeringen.”
       

Wat is er nog meer nodig voor het Nederland van straks, naast duurzaam investeren? 

“De verandering gaat een stuk sneller als we in Nederland meer met elkaar gaan samenwerken en coalities vormen: niet alleen tussen bedrijven en langetermijninvesteerders, maar ook met de overheid. Die kan bijvoorbeeld de energietransitie versnellen door duurzaam gedrag te subsidiëren en niet-duurzaam gedrag juist te belasten. Zo heeft de subsidie voor elektrische auto’s tot een ongelooflijk snelle start geleid. Een belasting op fossielbrandstofverbruik of CO2-uitstoot kan de overstap op groene energie verder stimuleren. Naast de overheid heb je het bedrijfsleven nodig voor duurzame innovaties en het ontwikkelen en aanleggen van de benodigde infrastructuur, zoals laadpalen. Het financieren van dat soort grote projecten vraagt om langetermijninvesteerders. Het is dus belangrijk dat je elkaar weet te vinden en coalities smeedt.”  

Kun je een voorbeeld geven van zulke coalities?

“We werken bij Rabobank bijvoorbeeld samen met investeerder Tikehau Capital in een Energietransitiefonds van een miljard euro, om zo in Europa de energietransitie te versnellen. Ook olie- en gasmaatschappij Total is bij dat fonds betrokken, om de omslag naar duurzame energie te kunnen maken. Een ander voorbeeld is de oprichting van de Rabobank Carbon Bank voor het kopen en verkopen van CO2-emissierechten. We ontwikkelen samen met boerenbedrijven wereldwijd projecten voor CO2-opslag in bomen en de bodem. En we bemiddelen tussen partijen die CO2 opslaan en bedrijven die hun uitstoot willen terugbrengen of compenseren. We verwachten overigens wel van die bedrijven dat ze de ambitie hebben om hun CO2-uitstoot zoveel mogelijk te reduceren. We brengen ook binnen onze eigen investeringsportefeuille samenwerking tot stand. Zo kijken we hoe we start-ups of vernieuwende duurzame producten, zoals plantaardig eiwit, kunnen onderbrengen bij grotere bedrijven met de schaal om dit soort innovaties versneld uit te rollen.”   

Duurzaamheidsinnovaties zijn redelijk concreet. Maar hoe bevorder je sociale innovatie en verminder je ongelijkheid?

“Daarbij speelt educatie een belangrijke rol. We moeten ons huidige onderwijssysteem verbreden tot een leven lang leren. Digitalisering kan helpen om iedereen gelijke ontwikkelings- en opleidingskansen te bieden en mensen gemakkelijker en sneller om- of bij te scholen. Dan wordt ook de welvaart beter verdeeld. Voor die digitale educatie kun je allerlei innovatieve toepassingen bedenken. Ook daarvoor moeten we met elkaar samenwerken.”

 

Welke rol zie je voor APG om het Nederland van straks te helpen vormgeven?

“Pensioenuitvoerders zijn bezig met de wereld van overmorgen. Daarbij past een opstelling als verantwoord en betrokken langetermijninvesteerder, zoals APG al doet. Binnen al die vijf transities die in onze samenleving moeten plaatsvinden, kan APG zoeken naar herkenbare projecten die dicht bij de achterban liggen. Laat mensen nog beter zien dat hun pensioengeld ten goede komt aan de samenleving en problemen helpt oplossen waarmee ze dagelijks worden geconfronteerd. Zoals de verbetering van het onderwijs, het verduurzamen van woningen, of de aanleg van een duurzame infrastructuur. Wij investeren als Rabobank ongeveer de helft van ons vermogen in Nederland, omdat hier onze wortels liggen. Misschien kan APG ook overwegen om een groter deel van het vermogen in eigen land te investeren en vaker in lokale coalities plaats te nemen? Waarbij natuurlijk rekening wordt gehouden met het gewenste risicoprofiel.”

Hoe ver zijn we nog van het Nederland van straks verwijderd? En kómen we er ooit?

“Ik ben optimistisch van aard: gewoon concrete doelen met elkaar benoemen en actie ondernemen. Ik zie ook allerlei positieve ontwikkelingen. Er liggen bijvoorbeeld veel meer biologische producten in de supermarkt, mensen zijn meer bezig met bewust eten. Je ziet ook meer mensen initiatief nemen om hun huis te verduurzamen, elektrisch te gaan rijden, et cetera. Mensen willen vaak ook alleen nog bij bedrijven werken die zich maatschappelijk opstellen. Ook dat dwingt verandering af. Als langetermijninvesteerders doen wij dat in het groot: bedrijven ontkomen er niet meer aan om hun verantwoordelijkheid te nemen. Door meer samenwerking kunnen we die transities versneld in gang zetten, nog eens geholpen door de digitalisering. Zo bouwen we de komende jaren met elkaar aan een beter Nederland.”