Profwielrenners en pensioen: ‘De meesten verdienen echt geen bakken met geld’

Profwielrenners en pensioen: ‘De meesten verdienen echt geen bakken met geld’

Gepubliceerd op: 14 oktober 2020

Van de Tour de France tot het WK. En van de Giro d’Italia nu tot de grote klassiekers in het naseizoen. Door corona is het bijna iedere dag koers. Bobbie Traksel, voormalig profwielrenner, tv-commentator bij Eurosport en voorzitter van wielerbond VVBW, wil de crisistijd echter ook aangrijpen om wielrenners beter te coachen in onder meer hun pensioen en hun rechten. “Want het is een misverstand dat alle renners bakken met geld verdienen.”

 

Bobbie Traksel staat voor zijn renners. Er is een kleine groep goedverdienende toppers van het kaliber Tom Dumoulin en Matthieu van der Poel, maar 60 procent van het peloton verdient minder dan 50.000 euro per jaar. Voor die groep wil Traksel veel meer gaan doen. “Daar willen we echt wat voor gaan ontwikkelen. Er komt een economische crisis aan, de wereld is politiek en maatschappelijk snel aan het veranderen en verder zijn we ook bezig met de financiële toekomst van de jonge coureurs. Wat we het liefst willen, is een opdracht vanuit de KNWU om jonge wielrenners van continentaal niveau – semiprofessioneel dus - op te leiden op het gebied van financiën, rechten en politiek landschap in de wielersport. Daarmee kunnen we ze ook onafhankelijk voorlichten. De meeste renners bespreken dit soort zaken met hun persoonlijke managers. Maar die geeft niet altijd een onafhankelijk advies. Daar willen wij veel meer grip op hebben.”

 

Het ‘na-carrièrefonds’

Na het, soms gedwongen, einde van hun wielercarrière vallen profwielrenners vaak in een gat. “Plotseling zitten ze zonder werk en zonder inkomen. En de meeste renners hebben te weinig verdiend om een buffer op te bouwen. Het is een misverstand dat alle renners bakken met geld verdienen”, legt Traksel uit. “Dat zijn er slechts enkelen. De meeste renners zijn vroegtijdig met hun opleiding gestopt om zich volledig op hun fietscarrière te richten.”

Wielerbond VVBW heeft voor deze renners het ‘na-carrièrefonds’ bedacht. Door drie fondsen te openen helpt de VVBW zwaar geblesseerde, werkloze of gestopte wielrenners met financiële steun en bijvoorbeeld met het vinden van een baan. In de eerste plaats is er het zogeheten CFK-fonds. Dat is een unieke regeling, waarin contractspelers uit het betaalde voetbal en profwielrenners verplicht een deel van hun bruto inkomen inleggen in een persoonlijk deelnemersfonds. Over deze inleg zijn geen belasting en sociale premies verschuldigd. Direct aansluitend op het einde van de profcarrière, ontvangt hij of zij uit een tweede fonds een aantal jaren een overbruggingsuitkering. En als derde is er een solidariteitsfonds, dat is opgericht door de internationale wielerfederatie UCI en wordt beheerd door de internationale vakbond CPA. Daaruit ontvangen wielrenners na hun loopbaan nog eens 10.000 tot 15.000 euro. Daarmee kunnen ze de eerste periode goed overleven en zich rustig oriënteren op werk of studie. Ze kunnen ook wat langer wachten op die leuke baan die ze altijd al wilden. Dat is belangrijk en noodzakelijk.”

Ziedende topcoureurs

Alleen is er inmiddels een opstand uitgebroken tussen 300 topcoureurs en de CPA. De vakbond wordt door topcoureurs gezien als een marionet van de internationale wielerunie UCI. Oud-coureur Stef Clement: “In 2019 is er geen ledenvergadering geweest, terwijl dat verplicht is. Daarnaast is er nog iets opmerkelijks, namelijk dat de pensioenen nog maar voor 25 procent worden uitgekeerd. Wij vinden met onze groep dat de renners een centrale rol hebben in het wielrennen en dus ook op een goede manier vertegenwoordigd moeten worden. We willen dus meer transparantie.”

De internationale pensioenpot wordt gevuld vanuit de grote World Tour-wedstrijden. De renners zijn ziedend. Topcoureurs als Robert Gesink en Chris Froome hebben samen met 300 andere renners met juridische procedures gedreigd.

 

Nauwelijks bezig met financiële toekomst

Een financieel onbezorgde toekomst realiseren is volgens Bobbie Traksel sowieso niet eenvoudig. Zeker niet omdat vooral jonge coureurs nog nauwelijks met hun financiële toekomst bezig zijn. “Wat ze zelf moeten regelen, wordt over het algemeen door de wielrenners niet gedaan. Daarom willen wij ze daar graag aan het begin van hun carrière in opleiden. Wielrenners hebben over het algemeen een korte carrière. Dus jezelf financieel onafhankelijk fietsen, is maar voor een kleine groep te realiseren. Daarom zijn we als VVBW ook zo blij met het CFK-fonds en hopen we dat dit blijft bestaan. Daar is groot draagvlak voor in het wielrennen. Het is fiscaal ook nog eens heel gunstig. Renners merken er ook weinig van, omdat ploegen dit maandelijks inhouden op hun brutosalaris.”

Jezelf financieel onafhankelijk fietsen, is maar voor een kleine groep renners te realiseren

Tussen wal en schip

Toch komen Nederlandse renners die in een buitenlandse ploeg zitten in de problemen als ze niet uitkijken, weet Bobbie. “En ook Nederlandse renners die wel bij een Nederlandse ploeg rijden, maar in het buitenland wonen. Die kunnen geen gebruik maken van de CFK-regeling. En dat zijn er nogal wat.Om trainingstechnische redenen verhuizen Nederlandse coureurs door heel Europa. Van Monaco tot Andorra. Maar de CFK-regeling is een expliciete afspraak met de Nederlandse fiscus.” En dat zorgt ervoor dat veel profwielrenners tussen wal en schip belanden. Bobbie: “Als je bijvoorbeeld in het buitenland koerst en je kiest voor een contract bij een Chinese ploeg, dan doe je niet alleen níet mee in het CFK-fonds, maar bij ontslag krijg je ook geen WW. En dat geldt ook voor renners die bijvoorbeeld in België wonen, zelfstandige contracten hebben en te maken krijgen met verplichte AOW-betalingen.”

 

Schouders eronder

De vraag blijft dus: dreigen veel wielrenners in een financieel zwart gat te vallen na hun carrière? “Dat gevoel heb ik nog niet. Het is wel zo dat sporters in het algemeen en wielrenners zeker vaak jongens zijn die met doelen werken en weten wat zelfstandig werken is. Ze zetten daar graag hun schouders onder. Ik denk dat de wielrenners geschikt zijn voor het bedrijfsleven vanwege hun doelgerichte en prestatiegerichte aanpak. Niet veel renners hebben moeite met het vinden van een baan bij een bedrijf, maar dat zegt weer niet dat ze hun pensioen ook goed geregeld hebben.”

Gepubliceerd in deze collectie(s)

Pensioen

Collectie in Inkomen