“Het talent van nieuwkomers kunnen we goed gebruiken”

Gepubliceerd op: 4 september 2020

Nederland van Straks

 

Pensioen is voor veel mensen iets voor morgen. Dat het pensioenstelsel gaat veranderen, is een feit. Maar hoe zit dat met onze maatschappij? Hoe ziet het Nederland van straks eruit? We vragen het mensen uit een dwarsdoorsnede van de samenleving. In deze aflevering: Thami Schweichler, oprichter van Makers Unite, een sociale onderneming die werkgelegenheid biedt aan mensen met een vluchtelingen- of migratieachtergrond. ‘In het Nederland van Straks moet iedereen gelijke kansen hebben.”

 

We hebben in Nederland een hekel aan wachten. Vijf minuten bij de bushalte beschouwen we al als verloren tijd. Gelukkig hebben we onze smartphone, om snel wat appjes of tweets te versturen, of een filmpje te bekijken. Vluchtelingen moeten soms zeven jáár wachten voor ze een verblijfsstatus in Nederland krijgen en verder kunnen met hun leven. Zeven jaar in de wachtkamer, voordat ze mogen ‘instappen’ en aan het werk kunnen. Áls ze dan al een baan krijgen. Ze staan aan de kant, samen met ruim een miljoen andere mensen in Nederland: oudere werknemers, mensen die niet of nauwelijks zijn opgeleid en mensen met een migratieachtergrond. Thami Schweichler wil helpen bouwen aan een inclusieve samenleving, waarin iedereen kan meedoen. Hij richtte Makers Unite op, om nieuwkomers in Nederland weer vertrouwen te geven in zichzelf en hun toekomst en ze aan werk te helpen.

 

Hoe hoop je dat het Nederland van straks eruitziet?

“Ik hoop dat iedereen dan gelijke kansen heeft om zijn of haar talent te benutten. In vergelijking met landen in ontwikkeling is Nederland een welvarend land en alles is hier goed geregeld. Maar voor nieuwkomers kan de start moeilijk zijn. Ze komen hiernaartoe met dromen en ambities, maar lopen vervolgens vaak vast in allerlei ingewikkelde systemen en procedures. Na tien jaar in Nederland heeft de helft van de mensen met een vluchtelingenstatus nog steeds geen vaste baan. Dat is een gemiste kans, zowel voor de nieuwkomers zelf, als voor onze economie: in een vergrijzende samenleving kunnen we hun talent goed gebruiken. Als we als land inclusiever worden, vergroot dat dus ook onze economische potentie.”

 

Hoe moet dat: inclusiever worden?

“Het begint met vertrouwen. Nieuwkomers moeten eerst weer vertrouwen in zichzelf krijgen om hier een toekomst op te bouwen. Bij Makers Unite laten we zien waar hun kracht ligt en hoe ze die kunnen inzetten. Inmiddels hebben we honderdzestig mensen begeleid in trajecten van zes weken. Bijna zeventig procent van hen had daarna een stage, baan of opleiding. We maken duurzame producten, zoals laptophoezen, gemaakt van zwemvesten van vluchtelingen. Zo’n hoes is ook een middel om mensen dichter bij elkaar te brengen, te verbinden. Want ook de maatschappij moet vertrouwen krijgen in nieuwkomers. Die hebben vaak het gevoel dat ze alleen als vluchteling worden gezien, niet als mens, met een eigen verhaal, identiteit en capaciteiten. Voor ijsfabrikant Ben & Jerry’s hebben we daarom een kledinglijn ontwikkeld onder de naam Meet Me Halfway. De boodschap: als vluchteling of migrant zijn we van zo ver gekomen, laten we elkaar halverwege ontmoeten om samen verder te gaan.”

Ben & Jerry’s is onderdeel van Unilever. Hoe belangrijk is het dat álle bedrijven, groot en klein, hun verantwoordelijkheid nemen op het gebied van inclusiviteit?

“Ben & Jerry’s is het rebelse jongetje binnen Unilever. Zij laten zien hoe belangrijk het is dat nieuwkomers kunnen meedoen en dat je daar als bedrijf en samenleving alleen maar beter van wordt. Sociale ondernemingen lopen hierin voorop, maar hopelijk kan dat ‘sociale’ er in de toekomst af, omdat het voor elk bedrijf heel gewoon geworden is om iedereen dezelfde kansen te geven. Zo ver zijn we nu nog niet: we moeten eerst de discussie durven voeren over racisme en discriminatie. Ook daarin is Ben & Jerry’s een voorbeeld: zij zeggen eerlijk dat ze als bedrijf veel te wit zijn en dat ze dat willen veranderen. Het Nederland van straks kenmerkt zich dus hopelijk ook door meer kleur in bijvoorbeeld directies en op andere belangrijke posities.”

 

Hoe kunnen pensioenuitvoerders als APG bijdragen aan een meer inclusieve samenleving?

“Ze kunnen als werkgever het goede voorbeeld geven en als grote belegger bedrijven aanspreken op diversiteit en inclusiviteit. Dat doet APG ook al. Ze kunnen ook helpen bij het herstel van vertrouwen. Vluchtelingen wantrouwen de overheid en publieke organisaties. Die vormden in hun eigen land immers de vijand. Pas als je uitlegt dat wij met zijn allen de overheid vormen en dat die meneer op de hoek en die mevrouw in de supermarkt de uitkeringen betalen, laten ze hun wantrouwen varen. Dat geldt ook voor pensioenen: nieuwkomers hebben later ook recht op een pensioen, dat werkgevers en werknemers samen opbrengen. Dat kan het vertrouwen ook versterken.”

Ben & Jerry’s is een voorbeeld: zij zeggen eerlijk dat ze als bedrijf veel te wit zijn en dat ze dat willen veranderen

Kunnen wij als samenleving ook iets leren van nieuwkomers?

“Ja, broederschap bijvoorbeeld. Ik heb een Braziliaanse vader en een Nederlandse moeder. Ik ben dus een product van twee culturen. In Brazilië hebben mensen het minder goed dan in Nederland, maar ze hebben een warmere band, zíjn er meer voor elkaar. Aan dat gevoel van lotsverbondenheid ontbreekt het hier wel eens. Wij zijn in Nederland ook gewend om te kijken vanuit een probleemperspectief: wat gaat er allemaal níet goed? Vluchtelingen hanteren juist het perspectief van hoop: dat hun leven beter zal worden dan het was. Ze denken in kansen in plaats van risico’s. Dat reddingsvest is er het symbool van. Van die positieve insteek en onvoorwaardelijke broederschap kunnen wij nog wel wat leren: dat we met elkaar moeten werken aan een beter bestaan en meer voor elkaar moeten zorgen. Als je goed voor een ander zorgt, zorg je uiteindelijk ook voor jezelf.”