“Architecten zijn liever met hun vak bezig”

Gepubliceerd op: 14 april 2022

Pensioenfondsbestuurder Monique Groenen wil collega-architecten interesseren voor hun pensioen

 

De vergadering van het bestuur van Pensioenfonds Architectenbureaus begint altijd met de vraag: waar lig je wakker van? Bestuurder Monique Groenen – zelf architect – zit nooit verlegen om een antwoord, want er speelt veel in de sector. De grootste uitdaging: haar collega’s interesseren voor hun pensioen. “Tegenwoordig zetten we maar plaatjes van gebouwen bij onze berichten, dan worden ze eerder gelezen.”

Ze heeft net 150 stoeltjes besteld. Bestemd voor 150 kleuters, die in hun nieuwe school in het Brabantse dorp Hapert allemaal in één grote ruimte komen te zitten. Aan (interieur)architect Monique Groenen de taak om dit megaklaslokaal zo in te richten dat er straks sprake is van een fijne speel-leeromgeving met goede akoestiek. Een flinke uitdaging, net zoals de levering van het benodigde hout en plaatmateriaal: de oorlog in Oekraïne zorgt voor vertraging en prijsstijging.

Russische aandelen verkopen

Ook als bestuurder van Pensioenfonds Architectenbureaus (namens de werkgevers) wordt Groenen met de gevolgen van de Russische inval in Oekraïne geconfronteerd. “Een dag ervóór hadden we bestuursvergadering. We beginnen altijd met een rondje: waar lig je wakker van? Toen heb ik mijn zorgen om de dreiging in Oekraïne geuit en de vraag gesteld wat een oorlog voor ons pensioenfonds zou betekenen. De volgende dag was het ineens zover.” Tijdens de telefonische vergadering van een paar dagen later valt unaniem het besluit om de belangen in Russische overheden en bedrijven zo snel mogelijk te verkopen. “Daar was geen lange discussie voor nodig.”

Mooi pensioengebouw neerzetten

Architectuur en pensioenfondsbestuur: Groenen ziet wel een parallel. “Als architect heb je te maken met de eisen van opdrachtgevers, in de pensioenwereld met de eisen van de wet en de sociale partners. Je maakt een passend ontwerp, samen met andere betrokken partijen. Vervolgens houd je toezicht op de uitvoering door de ‘aannemer’: de uitvoeringsorganisatie. Zo zet je een mooi pensioengebouw neer voor de deelnemers.”

Jullie deelnemers zijn architecten. Wat is typerend voor de beroepsgroep?

“We zijn er niet alléén voor architecten. Dat wordt vaak gedacht, maar wij zijn er voor álle werknemers van architectenbureaus, dus ook voor bijvoorbeeld secretaresses, tekenaars en bestekschrijvers. Je hebt het dus over een diversiteit aan beroepen, de meeste mensen zijn overigens wel hoogopgeleid. Architecten hebben een passie voor hun vak, ze doen hun werk met liefde en enthousiasme. Het gevaar is dat opdrachtgevers gaan denken dat je werk je hobby is, terwijl je natuurlijk ook geld moet verdienen. Maar de gemiddelde architect is nu eenmaal niet zakelijk aangelegd.”

Dan zijn ze vast ook niet erg bezig met hun pensioen…

“Ze zijn helemáál niet bezig met hun pensioen en dat geldt zowel voor deelnemers als voor werkgevers. We hebben net een bel-actie gedaan: elke bestuurder sprak persoonlijk een aantal werkgevers om te horen wat er speelt en te vragen of we ergens mee konden helpen. Maar het onderwerp pensioen blijkt totaal niet te leven, architecten zijn liever met hun vak bezig. Of het wordt gezien als een dure arbeidsvoorwaarde, een kostenpost, vooral door kleinere architectenbureaus.”

 

Je bent binnen het bestuur lid van de communicatiecommissie: hoe slagen jullie erin om deelnemers toch te bereiken?

“Het is moeilijk om door die desinteresse heen te breken, dat lukt bijna niet. We proberen pensioeninformatie zo toegankelijk mogelijk te maken. Ook verzamelen we e-mailadressen om mensen beter te bereiken en te meten of onze berichten gelezen worden. Verder zijn we vorig jaar gestart met het posten van korte berichten op LinkedIn. Maar de likes die we krijgen zijn bijna allemaal van pensioenmensen, bijvoorbeeld medewerkers van APG. We hebben wel gemerkt dat onze posts meer aandacht krijgen als we er plaatjes van gebouwen bij zetten, dan worden architecten wakker. Dat was een eyeopener. Ook blijken onderwerpen als investeren in vastgoed en duurzaam beleggen meer aan te spreken dan sec pensioenthema’s.”

Wordt die interesse in duurzaamheid veroorzaakt doordat architecten in hun werk zelf vaak te maken krijgen met de stikstof- en pfas-discussie?

“Zelf word ik daar als architect eigenlijk nooit mee geconfronteerd. Wel met allerlei regels voor de verduurzaming van woningen en gebouwen, wat ik overigens een goede zaak vind. In de sector hebben we het nu vooral over isolatie, gasloos bouwen en energiezuinige installaties. Duurzaamheid is dus belangrijk in ons werk. Architecten vinden het ook belangrijk dat hun pensioengeld duurzaam wordt belegd, zo bleek eerder uit onderzoek onder onze achterban. Twee jaar geleden hebben we als pensioenfonds dan ook gezegd dat de doelstellingen voor duurzaamheid in ons beleggingsbeleid ambitieuzer moesten.”

Investeren jullie nog steeds in fossiele brandstoffen?

“Ja, we gebruiken onze aandelenbelangen om invloed uit te oefenen op olie- en gasbedrijven. Als je je belangen verkoopt, heb je geen stem meer. Onze deelnemers hebben ook geen signalen gegeven dat ze willen dat we ons terugtrekken uit fossiel. Naar aanleiding van de Russische inval in Oekraïne hebben we als bestuur wel de discussie gevoerd of we in ons beleggingsbeleid landen moeten gaan uitsluiten als ze mensenrechten schenden. Net zoals we bijvoorbeeld wapens en teerzand uitsluiten. We investeren juist wél bewust in duurzaam vastgoed in Nederland. Daarmee beleg je het geld van deelnemers niet alleen verantwoord, je schept ook nog eens werkgelegenheid in hun eigen sector.” 

Aan werk hebben jullie momenteel vast geen gebrek, met de gekte op de huizenmarkt?

“Dat hangt ervan af in welk deel van de sector je werkzaam bent als architect. De woningbouw is booming, ja. Veel architecten hebben het gigantisch druk. Maar architectenbureaus die zich bijvoorbeeld richten op hotels en theaters, hebben door de coronacrisis moeilijke jaren gehad. Toen de pandemie uitbrak, kregen we van werkgeverskant dan ook het verzoek om naar de pensioenpremie te kijken. Die kun je niet zomaar verlagen, maar we hebben wel tijdelijk de betalingstermijn verlengd.”

Waren jullie niet bang dat sommige werkgevers de premie uiteindelijk niet meer zouden betalen?    

“Als bestuur hebben we goed in de gaten gehouden of bureaus aan hun verplichtingen voldeden. Want ook als werkgevers geen premie afdragen, moeten wij als fonds gewoon pensioen opbouwen voor de medewerkers, daar hebben ze recht op. We zijn er als bestuur dus heel alert op. Bij wanbetaling kun je een incassobureau inzetten en uiteindelijk zelfs het faillissement van de bewuste werkgever aanvragen. Al doen we dat natuurlijk liever niet. Gelukkig werden de premies tijdens de coronacrisis meestal gewoon afgedragen en konden we de betalingstermijn in stapjes weer verkorten. De gevolgen van de pandemie voor de sector waren minder groot dan gevreesd.”

Dat was bij de financiële crisis in 2008 wel anders.  

“Ja, die crisis heeft de sector destijds hard geraakt. Dat heeft tot veel ontslagen geleid bij architectenbureaus, het deelnemersbestand is toen zelfs gehalveerd. Sindsdien hebben we veel slapers (mensen die geen premie meer betalen en nog geen pensioenuitkering ontvangen, red). Communicatief gezien is dat een uitdaging: hoe houd je die mensen betrokken bij het pensioenfonds en voldoende geïnformeerd? We weten vaak niet eens of ze nog in de architectuur werken, of iets anders zijn gaan doen. Een deel van de slapers zal zzp’er zijn geworden: door de crisis zijn veel medewerkers van architectenbureaus voor zichzelf begonnen. Alleen hebben wij daar geen zicht op, omdat zzp’ers niet aangesloten zijn bij een pensioenfonds. Sowieso is er sprake van continue in- en uitstroom in de sector. Daardoor is ons deelnemersbestand nogal volatiel. Gelukkig zien we inmiddels wel weer een langzame groei van het aantal deelnemers.”

Zouden zzp’ers hun pensioen niet ook via jullie fonds moeten kunnen regelen?

“Dat zouden we best willen, want we missen nu een groot deel van de sector in de pensioenvoorziening. Werkgeversorganisatie BNA wil graag dat we gaan onderzoeken welke mogelijkheden het nieuwe pensioenstelsel daarvoor biedt. Maar er zijn nog veel vraagtekens en dilemma’s. Bij mensen in vaste dienst betaalt de werkgever een deel van de premie, in onze sector is dat 55 procent. Als zzp’ers het werknemersdeel én het werkgeversdeel moeten betalen, is dat dan nog op te brengen? Bovendien kunnen de inkomsten van zzp’ers variëren, terwijl de pensioenpremie wél een vast bedrag is. Kun je de premiebetaling dus flexibel maken, of bijvoorbeeld achteraf op basis van de omzet verrekenen? Dat zijn allemaal vragen waarop een antwoord moet komen.”

In de huidige situatie bouwt een deel van de zzp’ers geen pensioen op. Zou dat verplicht moeten worden, vind je?  

“Verplichte pensioenopbouw kan ervoor zorgen dat mensen ook later nog een goed inkomen hebben. Aan de andere kant heb ik moeite met zo’n verplichting. Je mag verwachten dat ondernemers zelf goede keuzes kunnen maken. Bovendien hangt het af van de situatie of het nodig is om een pensioenverzekering af te sluiten. Zzp’ers kunnen bijvoorbeeld een partner hebben met een goed inkomen en pensioen, of ze hebben zelf misschien eerst bij een architectenbureau gewerkt en daar een goed pensioen opgebouwd. Dat laatste geldt bijvoorbeeld voor mij. Ik heb dus niets geregeld voor mijn pensioen in de tweede pijler toen ik zelfstandig werd.”

Gaan jullie als fonds in het nieuwe pensioenstelsel voor de solidaire premieregeling, of voor de flexibele premieregeling?  

“Die keuze moet nog gemaakt worden door de sociale partners. De werknemers gaan in principe voor de solidaire regeling (de solidaire premieregeling heeft meer collectieve kenmerken, zoals een uniforme beleggingsmix, en minder keuzevrijheid. Ook omvat deze contractvorm standaard een solidariteitsreserve, red.), de werkgevers hebben geen specifieke voorkeur voor een type contract. Wel willen ze een stabiele premie en meer keuzevrijheid voor de deelnemers. De werkgevers willen ook graag een opt-out-variant inbouwen: die geeft meer keuzevrijheid bij het werknemersdeel in de premiebetaling. We zijn als fonds nu rekensommetjes aan het maken om te kijken hoe beide contracten in financiële zin uitpakken voor de deelnemers. Dat kan de sociale partners misschien helpen bij de keuze. Zelf houden werkgeversorganisaties en vakbonden momenteel verbindingssessies: ze gaan langs bij architectenbureaus om te peilen hoe deelnemers over pensioen denken. Als bestuur hopen we dat de sociale partners de keuze voor de nieuwe regeling nu snel gaan maken. Want pas dán kunnen we over het nieuwe pensioenstelsel gaan communiceren met onze deelnemers. Eerder heeft dat weinig zin: de interesse in de sector voor pensioen ís al zo laag, je moet mensen dus alleen benaderen als er echt iets te melden is.”

In het bestuur zitten vertegenwoordigers van werknemers, gepensioneerden en werkgevers, namens wie jij bent voorgedragen. Hoe gaan jullie om met die verschillende belangen?

“Uiteindelijk gaat het om de deelnemers en hun inkomen voor later. Wij moeten zo goed en verantwoord mogelijk omgaan met hun pensioeneuro’s. Dáár gaan onze discussies over. Je zit er als bestuurder dus niet primair voor het belang van de achterban die je vertegenwoordigt. Ik draag soms wel een werkgeversstandpunt uit, zoals het belang van een stabiele premie. Werkgevers willen graag weten waar ze aan toe zijn. Maar je zit er in eerste instantie met een gemeenschappelijk doel: om de belangen van de deelnemer te behartigen. Zo is het bijvoorbeeld onze ambitie als bestuur om het pensioen te indexeren, als het maar even kan. Vorig jaar kon dat voor het eerst na lange tijd weer, met 1,2 procent. Het was fijn om eindelijk weer eens goed nieuws te kunnen brengen, al is er met de oplopende inflatie geen reden om de slingers op te hangen.” 

Wat drijft je om je met pensioen bezig te houden, als een van de weinige architecten?

“Pensioen klinkt saai, maar het is eigenlijk heel boeiend. De pensioenwereld is continu in beweging en raakt aan alle maatschappelijke ontwikkelingen. Denk aan duurzaamheid, nu de situatie in Oekraïne, straks het nieuwe pensioenstelsel... Mijn man zegt altijd: wat moet je als pensioenfondsbestuurder toch ongelooflijk veel vergaderstukken lezen! Maar ik vind dat leuk en interessant. Hopelijk kan ik zo ook een beetje bijdragen aan het vergroten van het pensioenbewustzijn van mijn collega’s. Lastige beslissingen nemen hoort er soms ook bij, ja. Daar heb je dan pijn in je buik van, maar als je het goed uitlegt, hebben mensen er vaak alle begrip voor. Dat heb ik de afgelopen jaren wel geleerd.”      

Wie is Monique Groenen?

Het was nooit in Monique Groenen opgekomen om pensioenfondsbestuurder te worden. Tot er een brief van branchevereniging BNA op de mat viel: een oproep aan vrouwelijke leden om te solliciteren naar de vrijgekomen bestuurspositie bij Pensioenfonds Architectenbureaus. Groenen zag het als een verrijking van haar kennis en ervaring en wilde zich graag voor het pensioen van collega’s inzetten. Ze was eerst een jaar aspirant-lid en is inmiddels bezig aan haar tweede termijn.

Mannenwereld

Na haar studie binnenhuisarchitectuur deed Groenen (1967) in deeltijd de masteropleiding voor architect aan de Academie van Bouwkunst. Ze was de enige vrouw in haar lichting. “Ik heb nog steeds het gevoel dat mannen in ons vak nét iets serieuzer worden genomen dan vrouwen,” zegt ze daarover. Na een freelanceperiode ging ze in vaste dienst bij een architectenbureau. Na een jaar stapte ze over naar luijten|smeulders|architecten: eerst in loondienst, vervolgens werd ze mede-eigenaar.

Wakker liggen van mensen ontslaan

Vlak daarna werd de sector hard geraakt door de financiële crisis en moest Groenen een deel van haar voormalige collega’s vertellen dat ze hun baan kwijt waren. “Dat was ontzettend heftig. Ik heb daar echt van wakker gelegen, maar het móest. Achteraf gezien hadden we eigenlijk nog harder moeten ingrijpen om de crisis op lange termijn te kunnen overleven.”

Sinds 2019 werkt Groenen zelfstandig vanuit haar eigen bureau: Gls architectuur|interieur.