Maatschappij
Sluiten

Navigeer snel in deze serie:

Sluiten

Deel deze serie:

Maatschappij

Als pensioenuitvoerder zijn we voortdurend bezig met de toekomstbestendigheid van onze maatschappij. Dat betekent: gelijke kansen voor iedereen, ongeacht sekse, geloof of kleur. Maar ook: goede werkomstandigheden. Geen kinderarbeid. Milieubewustzijn en een duurzaam beleid voor woon-werkverkeer. Meer weten? Je vindt het hier.

Thema
Duurzaamheid
Collectie inhoud
53 Publicaties

Droom & daad: “Ik vind het lastig om handen en voeten te geven aan mijn bezorgdheid”

Gepubliceerd op: 15 september 2021

Want tussen droom en daad staan wetten

In den weg en praktische bezwaren

(uit: Willem Elsschot, Het Huwelijk)

 

Pensioen mag voor generatie Z een ver-van-hun-bedshow zijn, zij zijn wel de generatie van de toekomst. Waar dromen ze van? Wat doen ze om dat te bereiken? En wat staat het in de weg? In deze reeks laten we jongeren aan het woord over hoe nu en later er voor hen uitziet.

Maarten Paauwe (25): “We moeten veel meer in harmonie leven met de natuur.”

 

Wie: Maarten Paauwe (25), geboren en getogen Zeeuw. Hij studeerde technische bedrijfskunde in Tilburg en is drie jaar geleden getrouwd met Talitha, die hij al ruim tien jaar kent. “Elkaar trouw beloven vind ik een mooi iets. We waren best jong toen we trouwden, maar waarom zou je wachten als je weet dat het goed zit?”

 

Woont: In Gorinchem, waar ze terechtkwamen toen een geplande wereldreis in duigen viel door de pandemie. “We zijn gaan zitten met een kaart van Nederland – wat is nou een leuke plek om te gaan wonen? De meeste mensen kennen Gorinchem alleen van de files, maar het is een hartstikke leuke oude vestingstad.” De woning uit 1880 die ze hier kochten, zijn ze in de oude stijl aan het renoveren. Deels wordt de woning omgebouwd tot bed & breakfast.

 

Werkt: Bij een groenaannemer die het groenbeheer doet voor gemeenten, provincies en Rijkswaterstaat.

 

Houdt van: Klussen, lezen (voornamelijk kranten, geschiedenis en filosofie) en trips naar oude steden.

 

Waar droom je van?

“Dat we veel meer in harmonie gaan leven met de wereld en de natuur. Neem het IPCC-rapport. Alles wijst erop dat we steeds verder van die natuur afstaan. Ik denk dat we dat op verschillende vlakken kunnen verbeteren. Enerzijds door betere landschapsinrichting. We moeten de aarde niet aanpassen aan onze eisen. Nu is groen de sluitpost: we bouwen alles vol en als er nog ergens plek is zetten we een paar bomen neer. Het zou andersom moeten zijn: natuur eerst, en dan hier en daar nog wat plek voor de mens. Neem een schoolplein; dat is bijna een en al klinkers. Kinderen moeten al meekrijgen dat we te gast zijn in de natuur. Ik denk dat we daar als mensheid meer op moeten sturen, ook omdat dat voor onszelf beter is. De gemiddelde persoon heeft overgewicht, eet veel vlees en neemt veel zuivel tot zich: dat is niet hoe de natuur is ingericht.”

 

Hoe zie je jouw toekomst voor je?

“In de basis heb ik al alles wat ik wil. Ik ben gelukkig getrouwd, heb een woning, leuke familie, leuk werk. Op werkvlak zou ik het mooi vinden om leiding te geven aan een bedrijf, zodat ik mijn visie op een grootschalige manier kan uitrollen in de groenbranche. Ik zou met beleidsmakers aan tafel willen zitten om Nederland duurzamer te maken. Ik vind dat wij, met het bedrijf waar ik nu werk, de wereld letterlijk een stukje mooier maken door het aanleggen van groen.”

We zouden werken niet moeten zien als een verplichting, maar als iets moois

Hoe ziet je gedroomde pensioen eruit?

“Ik hoop vooral dat ik lang gezond en energiek blijf, zodat ik me ook later nog kan inzetten voor de maatschappij. Ik vraag me wel hard af of we ooit nog een pensioen gaan krijgen. Veel mensen van mijn leeftijd willen FIRE worden, gaan beleggen of kopen pandjes om zo vroeg mogelijk met pensioen te kunnen. Ik denk dat dat geen gezonde manier is om met pensioen om te gaan, gezien de kosten die we als maatschappij al hebben. Bovendien wijst alles erop dat het veel beter is om zolang je kunt te blijven werken. In aangepast tempo weliswaar, niet van acht tot vijf in een kantoorbaan. Je kunt je ook als vrijwilliger inzetten voor de maatschappij. Ik hoop dus dat ik dat zelf kan, maar ook dat we daar als samenleving naartoe gaan. In ouderen zit zoveel talent en ervaring, dat gaat allemaal verloren als ze achter de geraniums zitten of heel hip de wereld over reizen. Natuurlijk mag je genieten van je vrijheid, maar ik denk dat we als maatschappij die vaardigheden en capaciteiten onvoldoende benutten. Het lijkt me ook gewoon mooi om van nut te blijven. Je kunt het alsnog pensioen noemen als je je twintig uur per week inzet om de maatschappij beter achter te laten voor de volgende generatie. We zouden werken niet moeten zien als een verplichting, maar als iets moois.”

 

Wat is je droom voor Nederland?

“Dat Nederland een gezonde maatschappij wordt, in de breedste zin van het woord. We moeten ons inzetten voor een gezonde aarde, een gezond ecosysteem en een gezondere bio-industrie. Zoals we nu omgaan met dieren is niet oké. Ik las laatst dat als mensen in hetzelfde tempo zouden worden geslacht als dieren, de hele wereldbevolking binnen zeventien dagen uitgestorven zou zijn. Ik hoop dat Nederland koploper wordt en laat zien dat het ook anders kan. Nederlanders zelf kunnen ook veel gezonder leven. We worden weliswaar steeds ouder, maar ook steeds ongezonder. En tot slot droom ik van een gezond economisch systeem. De schuldenberg wordt alleen maar groter. Studieschuld, staatsschuld; ze lopen allemaal op. Dat geeft financiële stress. Het zou toch mooi zijn als we als land kunnen laten zien dat het niet nodig is om schulden te maken om te kunnen voortbestaan?”

Wat vind je wél goed gaan in de maatschappij?

“Een van de mooiste dingen van Nederland vind ik dat de kansen hier enorm zijn. Oók als je in een minder goeie wijk opgroeit, je ouders een niet-Nederlandse achtergrond hebben of als je uit een arm gezin komt. Iedereen kan hier onderwijs krijgen.”

 

Wat zou er beter kunnen in de wereld?

“De kansengelijkheid. Talitha en ik hebben sloppenwijken in India bezocht, daar is het echt een ander verhaal. Daar heb je überhaupt geen kans om iets van je leven te maken. Bij ons loont het meestal om hard te werken, in India kun je zo hard werken als je wilt, maar kom je er nog niet. Dat is toch triest?”

 

Wat baart je zorgen, met het oog op de toekomst?

“Dat we de urgentie van bepaalde problemen nog slecht lijken in te zien. Neem het klimaatrapport van het IPCC. De klimaatverandering wordt op den duur onomkeerbaar, maar wanneer gaan we dat nou zien? Ik vind het allemaal zo traag gaan. Ook over de toenemende polarisatie maak ik me zorgen. Er is eindeloos veel informatie beschikbaar, we kunnen overal ter wereld met elkaar communiceren, maar dat doen we amper. We trekken ons steeds meer terug in onze eigen bubbel. Forum voor Democratie wil een eigen samenleving beginnen met een eigen cryptomunt, datingapp en scholen. Dan denk ik: we zijn elkaar echt aan het verliezen. Op deze manier keren we terug naar de verzuilde maatschappij. En dan hebben we ook nog een generatie die trots is op hun cancel culture, waarin mensen om het minste of geringste worden gecanceld. Daar krijg je een heel krampachtige maatschappij van, waarin iedereen op z’n woorden let en bang is om zich uit te spreken. Want stel je voor dat je iemand beledigt. We mogen onszelf wel wat minder serieus nemen. De tolerantie is steeds verder te zoeken.”

Buiten onze landsgrenzen boeit het ‘ons’ eigenlijk niet wat er gebeurt

Wat maakt je boos?

“Wat mij vooral boos maakt, is dat in Nederland veel dingen goed zijn geregeld, maar dat het ‘ons’ buiten onze landsgrenzen eigenlijk niet boeit wat er gebeurt. We leggen oliepijpen in het Midden-Oosten, maar geen waterleiding op een plek waar die hard nodig is. We gebruiken hele stukken land als voedsel voor de koeien, maar voor een andere bevolking doen we dat liever niet. Wat ik bovendien stuitend vind in het coronabeleid is dat we in het Westen massaal alle vaccins opkopen en doodleuk jongeren gaan vaccineren, terwijl in India kwetsbare zestigplussers smeken of ze alsjeblieft het vaccin mogen hebben. En het recept krijgen ze natuurlijk ook niet van de farmaceuten. Zo zijn er meer dingen krom. Recent las ik bijvoorbeeld dat de prijzen van gezonde voeding harder stijgen dan die van ongezonde voeding. Voor mensen met een laag inkomen wordt het zo steeds lastiger om gezonde voeding te kopen, terwijl dat een basisbehoefte is.”

 

Wat staat je dromen in de weg?

“Voor wat mijn persoonlijke dromen betreft niet zo veel. Ik zal vooral hard moeten werken om ze te realiseren. Ik loop er wel tegenaan dat er allerlei dingen zijn waarover ik me opwind, maar waar ik lastig handen en voeten aan kan geven. Ik weet niet waar ik mijn strijdvaardigheid kwijt kan. Kan ik me niet aansluiten bij een of ander klimaatpanel? Zijn er meer jongeren zoals ik, vol energie en activisme, die met deze problemen rondlopen? Kunnen we er samen over debatteren en ons inzetten voor de maatschappij? Ik wil zo graag iets doen, maar hoe kom ik bij de juiste mensen aan tafel om echt iets te bewerkstelligen?”

 

Wat doe je zelf voor een betere wereld?

“Ik rijd elektrisch en ben veganist. Daar heb ik bewust voor gekozen om zo min mogelijk van de aarde te vragen. Vanwege die keuze heb ik het vaak met anderen over de impact van de vlees- en zuivelconsumptie op het klimaat. Ik wil niet iedereen dwingen tot veganisme – als je nauwelijks te eten hebt, zoals in sommige Afrikaanse landen, moet je vooral eten wat voorhanden is – maar in Nederland zijn vlees en zuivel niet nódig.

Daarnaast zet ik mijn talenten in voor een bedrijf dat bijdraagt aan een betere wereld. Ik zou er bijvoorbeeld moeite mee hebben om voor een bedrijf als Shell te werken. Op deze kleinschalige manier probeer ik mijn steentje bij te dragen. Ik zou het mooi vinden om het grootschaliger aan te pakken, samen met anderen.”

Volgende publicatie:
"We kunnen het nog halen, maar we moeten wél aan de bak"

"We kunnen het nog halen, maar we moeten wél aan de bak"

Gepubliceerd op: 13 augustus 2021

Het rapport van het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties, onderstreept: de aarde warmt sneller op dan ooit. En de mens speelt daar een grote rol in. Als er niks gebeurt, kan de temperatuur in het uiterste geval tot bijna 6 graden Celsius stijgen richting het einde van deze eeuw. Gebeurt er wél wat, dan zijn de klimaatdoelen van Parijs nog haalbaar. Grote bedrijven en beleggers kunnen het verschil maken. De vraag rijst: doen we nu wel genoeg om het tij te keren? Volgens Joost Slabbekoorn, senior responsible investment & governance manager bij APG, zijn we in ieder geval op de goede weg. “We zien al langer de noodzaak om actie te ondernemen en handelen daar ook naar.”

 

De belangrijkste conclusies uit het VN-rapport zijn niet écht nieuw: de mens speelt ‘ondubbelzinnig’ een rol in klimaatverandering, de aarde is in 100 jaar tijd ruim 1 graad opgewarmd (veel sneller dan daarvoor gebeurde), de effecten van klimaatverandering zijn overal ter wereld merkbaar en de komende 30 jaar loopt de temperatuur sowieso op. Of dat in het gunstigste geval 1,5 graad en in het zwartste scenario 5,7 graden is, heeft alles te maken met hoe we daar wereldwijd op gaan acteren.

 

Beleid herijken

“Ja, het IPCC-rapport is confronterend”, zegt Slabbekoorn, met zijn team verantwoordelijk voor de uitvoering van het duurzaam en verantwoord beleggingsbeleid van onder meer pensioenfonds ABP. “Maar eigenlijk wisten we al dat het nog niet goed gaat.” Dat besef bestaat al langer. Niet voor niets groeide de focus op het duurzaam en verantwoord beleggingsbeleid van fondsklanten als ABP de laatste jaren fors. Maar soms, zegt Slabbekoorn, zie je dat de aanpak scherper moet én kan. Conclusies zoals die uit het rapport van het IPCC kunnen dan daadwerkelijk doorslaggevend zijn om het beleid te herijken. Slabbekoorn: “Dat heeft ABP onlangs dan ook gedaan. We beseften dat het versnellen van de energietransitie de enige optie is – en het huidige beleid voorziet daar niet voldoende in. Daarom scherpen we onze klimaatambities in 2022 aan.” ABP gaat daarbij niet over één nacht ijs. Een panel van wetenschappers aan universiteiten ondersteunt bij de vorming van het aangescherpte beleid.

 

Fossiel

Daar komt bij dat APG samen met 32 andere grote beleggers meewerkte aan het zogeheten ‘Net Zero Investment Framework’, een raamwerk dat handvatten biedt voor het aanpakken van klimaatverandering. “Het zijn dit soort initiatieven én onze inspanningen op het gebied van engagement – onze invloed als belegger aanwenden om bedrijven te stimuleren duurzamere beslissingen te maken – waarmee we kunnen bijdragen aan een leefbare wereld.” Maar, benadrukt Slabbekoorn, het verschil maak je niet alleen. “Als pensioenbelegger met invloed vind ik dat we het verplicht zijn om te doen wat binnen onze mogelijkheden ligt. Maar iedereen moet zijn bijdrage leveren.” Een van de mogelijkheden die vaak door klimaatorganisaties wordt geopperd, is afstappen van beleggingen in fossiele brandstoffen. Zorgt het IPCC-rapport ervoor dat APG haar klanten zal adviseren om volledig uit ‘fossiel’ te stappen? “Niet per se”, zegt Slabbekoorn. “Idealiter is de fossiele industrie ook onderdeel van de oplossing. Maar olie- en energiebedrijven zullen de komende jaren moeten versnellen in hun transitie van fossiel naar hernieuwbaar. En daar kijken we kritisch naar. Als het ons niet snel genoeg gaat of we verliezen ons vertrouwen, dan zullen we eruit stappen.”

 

Risico’s in kaart

Eén van de andere conclusies uit het rapport luidt dat de gevolgen van klimaatverandering overal ter wereld zichtbaar zijn. De overstromingen in Limburg, België en Duitsland zijn daar een voorbeeld van. Ook dat gegeven is van invloed op de beleggingen van APG. Slabbekoorn: “De veranderende weersomstandigheden hebben nu al impact op onze beleggingen. En in alle scenario’s warmt de aarde de komende jaren sowieso op. Dat betekent dat klimaatverandering invloed blijft hebben op onze beleggingen. Daarom zijn we al druk bezig met het in kaart brengen van risico’s bij overstromingen, droogte, bosbranden of de stijging van de zeespiegel voor onze vastgoedbeleggingen. Ook hebben we een dashboard ontwikkeld dat inzicht biedt in de fysieke risico’s van klimaatverandering per land.”

 

Lichtpuntje

“Het rapport, of beter gezegd: de conclusies uit het rapport, betekenen dus echt wat voor de manier waarop we beleggen. We zetten de juiste stappen, maar er is altijd ruimte voor ontwikkeling”, zegt Slabbekoorn, die ondanks de sombere boodschap van het rapport, toch ook een lichtpuntje ziet. “Er staat ook dat we de klimaatdoelen in 2050 nog kúnnen halen. Maar dan moeten we echt aan de bak.”

Volgende publicatie:
Droom & daad: "Ik werk nu zestig uur per week, zodat ik later kan genieten"

Droom & daad: "Ik werk nu zestig uur per week, zodat ik later kan genieten"

Gepubliceerd op: 11 augustus 2021

Maar doodslaan deed hij niet

Want tussen droom en daad staan wetten

In den weg en praktische bezwaren

(uit: Willem Elsschot, Het Huwelijk)

 

Pensioen mag voor generatie Z een ver-van-hun-bedshow zijn, zij zijn wel de generatie van de toekomst. Waar dromen ze van? Wat doen ze om dat te bereiken? En wat staat het in de weg? In deze reeks laten we jongeren aan het woord over hoe nu en later er voor hen uitziet.

Bas Grund (20) uit Amsterdam: “Iedereen kan rijk worden. Het draait om het maken van de juiste keuzes”

 

Wie: Bas Grund (20), omschrijft zichzelf als een carrièretijger en een ‘supereigenwijze jongen’, die op de middelbare school ontdekte dat school niet helemaal zijn ding was. “Ik heb nog wel even op het mbo gezeten, maar ik had toen al wat ondernemingen die best goed liepen. Verder studeren zou me niet meer gaan opleveren in de toekomst, redeneerde ik. In de wereld van de online marketing, waar ik in zat, is kennis uit een boek al snel niet meer up-to-date. Dus besloot ik om te gaan werken, echt te gaan knallen.”


Woont:
In een huurwoning in Amsterdam. “Ik wilde meteen een huis kopen, maar de bank was sceptisch omdat ik nogal jong ben en tot voor kort ondernemer was. Hopelijk kan ik volgend jaar alsnog iets kopen.”


Werkt:
Hij stopte in december met zijn eigen onderneming, en is sindsdien aan de slag als directeur van een beginnend marketingbedrijf, dat werkt voor onder andere restaurants, hotels en poppodia. “Gruwelijk vet.”


Houdt van:
Muziek luisteren, ‘alles behalve blokfluit en triangel’, reizen, nieuwe mensen leren kennen, plekken ontdekken. “En stiekem vind ik het heel lekker om te werken.”

 

Waar droom je van?

“Persoonlijk droom ik vooral van zakelijk succes. Ik zou het heel vet vinden om later in een bestuur te zitten. Als ik groots mag dromen, zou ik een hoge functie willen bij een internationaal bedrijf. Een functie waarin ik iets beteken in de wereld, maar ook veel kan verdienen. Dat geld zou ik dan gebruiken om iets goeds te doen. Bijvoorbeeld investeren in het verduurzamen van vastgoed en scholen bouwen in ontwikkelingslanden.”

 

Hoe zie je jouw toekomst voor je?

“Ik fantaseer vaak over de toekomst, ik ben heel benieuwd hoe die eruitziet. Maar ik ben ook iemand die van dag tot dag leeft. Ik heb geen doelen in de zin van: over vijf jaar wil ik hier weg, en dan wil ik zus en zo. Ik geloof dat als je doelen stelt, je jezelf daartoe beperkt, terwijl ze nog veel groter kunnen zijn. Als je geen doelen stelt, is alles mogelijk.”

 

Hoe ziet je gedroomde pensioen eruit?

“Ik zou het liefst rond mijn 40ste met pensioen gaan, zodat ik daarna kan genieten van het leven, samen met het gezin dat ik tegen die tijd hoop te hebben. Dan kan ik de met werk verloren tijd inhalen en lekker veel reizen – wat tegen die tijd hopelijk stukken duurzamer is – en uit eten gaan. Ik kies ervoor om nu heel hard te werken en straks pas echt te gaan leven. Dat is radicaal, en ik moet er ook niet te veel over nadenken wat ik allemaal gemist heb als ik morgen onder een bus kom. Maar werk gaat nu even voor.”

 

Ik kies ervoor om nu heel hard te werken en straks pas echt te gaan leven”

Waarom vind je werk zo belangrijk?

“Ik ervaar een druk in mezelf; doe ik wel genoeg? Ik wil vooroplopen. Ik geloof erin dat je altijd je best moet doen, ook in het weekend of ’s avonds. Het is veel makkelijker om te zorgen dat je op de eerste plek blijft staan, dan dat je vanaf de tiende plek naar voren moet ploeteren. De spirit houd ik erin om mezelf te motiveren. Gelukkig vind ik werken heel leuk, het is echt mijn passie. Ik merk wel dat ik in een andere levensfase zit dan mijn vrienden, hoewel we even oud zijn. Zij studeren en gaan vaak uit. Ik pak soms wel een feestje mee, maar dat gaat helaas niet vaak.”

 

Wat is je droom voor Nederland?

“Dat iedereen zichzelf kan zijn en zijn mening kan uiten zonder consequenties. Ik merk in mijn vriendengroep dat politieke meningen soms botsen en dat we elkaar niet altijd helemaal begrijpen. Dat is prima, maar dat moet er niet toe leiden dat mensen zich niet meer durven uitspreken. Je moet je nooit schamen voor wie je bent en waar je voor staat. Ook als je het niet met elkaar eens bent, moet je wel in staat zijn om gezellig samen een biertje te drinken in de kroeg. Het is niet dat dit nu niet kan in Nederland, maar ik merk dat als je een afwijkende denkwijze hebt, je er daardoor soms toch niet voor honderd procent bij hoort. Je krijgt snel een stempel.”

 

Wat vind je wél goed gaan in de maatschappij?

“Ik vind het heel mooi dat we ons er met z’n allen al zo bewust van zijn dat we moeten innoveren en naar de toekomst moeten kijken. Ik ben er echt trots op hoe innovatief Nederland is, vergeleken met veel andere landen. Alleen mag het van mij allemaal nog net wat sneller.”

 

Wat zou er beter kunnen in de wereld?

“Overal vrede zou mooi zijn natuurlijk. Op kleinere schaal zou ik het gaaf vinden als ieder land een goede infrastructuur zou hebben. Nu merk je al verschil als je de grens met België oversteekt. Wat dat betreft boffen we in Nederland. Verder moet de kloof tussen rijk en arm kleiner worden. Hoe? Ik vind dat je zwaarder belast mag worden als je meer geld hebt, maar dan alleen op passief inkomen en vermogen. Arbeid moet wat mij betreft bij iedereen even zwaar worden belast, of je nu een vakkenvuller bent of een directeur. Rijk worden is in zekere zin een keuze, geloof ik. Als je rijk wilt zijn, moet je de juiste keuzes maken.”

Jij gelooft dat iedereen rijk kan worden, ongeacht achtergrond?

“Nou ja, als je in de shit zit of schulden hebt, is het moeilijk. Maar ook dan kun je het omdraaien met een juiste strategie en een goed plan. En ja, als je in een sloppenwijk in India bent geboren, heb je een achterstand. Dan zul je je moeten opwerken. In Nederland en in Europa hebben we het makkelijker. Toch durf ik te zeggen dat het voor iedereen mogelijk is om rijk te worden. Kijk maar naar de ceo van Google, Sundar Pichai. Die komt ook uit een Indiaas gezin dat het niet breed had.”

 

Wat baart je zorgen, met het oog op de toekomst?

“We leven nog lang niet duurzaam genoeg. Daar moeten we écht aan werken, met z’n allen. Waar ik me ook wel zorgen over maak, is het onderwijs. Dat gaat volgens mij niet genoeg met z’n tijd mee. Over tien jaar bestaan er allemaal nieuwe banen, waar het schoolsysteem nog niet op voorbereid is. Ze doen hun best, maar de ontwikkeling duurt te lang, denk ik.”

 

Wat maakt je boos?

“Jongeren die hun potentieel vergooien, die veel in zich hebben maar niet groot durven dromen. Die mentaliteit dat een 5,5 goed genoeg is om te slagen. Als je dat vertaalt naar een zakelijke carrière, blijft dat ook zo. Wat nou als je gaat voor die 10? Dan wordt je carrière misschien ook wel tien keer beter. Alles is mogelijk tegenwoordig, laat je niet beperken door je papiertje. Kom in contact met de juiste mensen, volg een vakspecifieke cursus. Er kan zoveel meer dan je denkt. Doe het gewoon.”

 

Wat staat jouw dromen in de weg?

“Tijd, ik ben iemand die geen geduld heeft. Aan de ene kant is dat misschien goed, want daardoor heb ik op deze leeftijd al mooie stappen kunnen maken. Maar aan de andere kant gaat het me allemaal niet snel genoeg. Nederland mag wat mij betreft sneller innoveren, zodat er meer mogelijkheden zijn om mijn werk makkelijker te maken, waardoor ik weer sneller mijn dromen kan bereiken. Ook op het gebied van duurzaamheid kan het allemaal beter en sneller.”

 

Wat doe je zelf om je dromen te realiseren?

“Ik werk zo’n zestig uur per week, zo effectief mogelijk, om hogerop te komen.”

 

En wat doe je zelf voor een beter Nederland en een betere wereld?

“Ik ben niet zo van de holle posts op sociale media, ik ben meer van het doen. Verandering wil ik zelf in gang zetten. Ik heb me in het verleden veel ingezet voor duurzaamheid. Zo heb ik een tijdje een bedrijf gehad dat Duurzame plekken heette en dat restaurants, hotels en woningen in Nederland hielp verduurzamen. Nu heb ik iets minder tijd om me volledig in te zetten voor duurzaamheid. Soms zet ik wel mijn marketingkennis gratis in om duurzame projecten aan aandacht te helpen. Maar als je overal waar je komt een klein beetje doet, al is het maar afval scheiden, is een beetje uiteindelijk heel veel.”

Volgende publicatie:
“Mijn vader wenste dat ik dood was gebleven”

“Mijn vader wenste dat ik dood was gebleven”

Gepubliceerd op: 4 augustus 2021

APG wil een organisatie zijn waar iedereen zichzelf kan zijn. Altijd, het hele jaar door. Maar bij gelegenheid, zoals Pride Amsterdam, geven we er graag wat extra aandacht aan. Collega Edith vertelt over geaccepteerd worden en erbij horen. Het zijn volgens haar primaire behoeftes die elk mens heeft. Maar in plaats daarvan vecht ze zelf al bijna heel haar leven tegen afwijzing. “Mijn ouders hebben nooit geaccepteerd dat ik lesbisch ben.”


Wie nu een vakantie boekt, kijkt op de wereldkaart die rood, oranje, geel en groen kleurt. Aan welke regels moeten we voldoen? Waar zijn we als Nederlanders welkom? Voor APG’er Edith* is uitzoeken in welk vakantieland ze welkom is routine. Want ook vóór corona kon ze voor een welverdiende vakantie niet zomaar de grens over. In zeventig landen die lid zijn van de Verenigde Naties is het homohuwelijk verboden, in ten minste elf landen kun je zelfs ter dood veroordeeld worden en in slechts elf landen zijn de rechten van lesbiennes, homo’s, biseksuelen, transgenders en intersekse personen (lhbti) opgenomen in de grondwet. Edith: “Het is niet vanzelfsprekend dat ik ergens welkom ben. Zelfs niet in de tijd waarin we nu leven. Als bijna zestiger verbaas ik me daar nog bijna dagelijks over.” Ze vertelt haar verhaal nu tijdens Pride Amsterdam om een stukje bewustwording mee te geven. “Het is belangrijk om te beseffen hoe het voor iemand is om anders te zijn.”

Edith zag het levenslicht in Zuid-Limburg. Als nummer zes van in totaal zeven kinderen groeide ze op in een katholiek gezin. Alles wat afweek, was problematisch in huis. Helemaal toen Edith vertelde dat ze lesbisch was. “Ik ben uiteindelijk op mijn 21e uit de kast gekomen. Maar mijn ouders hebben dat nooit geaccepteerd. Ze bleven maar vragen wanneer ik met een man thuis zou komen en op de dag waarop ik vertelde dat ik met mijn huidige vrouw ging trouwen, zeiden ze ‘moet dit nou?’.”

Eigen keuzes
Haar vader dacht dat een psycholoog er wel achter kon komen hoe serieus de ‘afwijkende’ geaardheid van Edith was. Om haar ouders ter wille te zijn, en om maar geaccepteerd te worden, ging ze het gesprek aan. De psycholoog zag al snel dat “een dame van 21 echt wel haar eigen keuzes kon maken” en probeerde hen dat ook in te laten zien. Maar de acceptatie van haar ouders volgde niet, waardoor ze elkaar een jaar lang niet spraken. Edith herinnert zich nog glashelder een laatste opmerking van haar vader. “Op mijn veertiende heb ik een zwaar ongeluk gehad dat ik op het nippertje overleefde. Toen mijn vader hoorde dat ik lesbisch ben, zei hij letterlijk: ‘als ik toen geweten had, wat ik nu weet, had ik gewenst dat je dood was gebleven’.”


Met heel haar hart hoopt Edith dat de ouders van nu niet zo reageren. Maar zelfs in deze tijd is dat volgens haar niet vanzelfsprekend. “Tolerantie is er met pieken en dalen. Er zijn nog zoveel homo’s die in elkaar worden geslagen op straat. En kijk naar het tv-programma van Arie Boomsma waarin hij jonge mensen helpt om uit de kast komen. Dat zo’n programma in deze tijd nodig is, vind ik verbazingwekkend.” En dichter bij huis: haar eigen zus stemt op de ChristenUnie, die erom bekend staat homoseksualiteit uit te sluiten. “De acceptatie is er nog te weinig en zal er, ben ik bang, ook nooit volledig komen.” Waar dat door komt? Edith, die zichzelf inmiddels bij de kerk heeft laten uitschrijven, wijt het aan de mix van culturen waar we in leven. “Veel wordt door geloof en afkomst kapotgemaakt. Maar aangezien culturen, elk met hun eigen normen en waarden, steeds meer bij elkaar komen, moeten we elkaar leren accepteren zoals we zijn.”

Primaire behoefte
Erbij willen horen, ergens onderdeel van uitmaken is een primaire behoefte die door afwijzing wordt aangetast, benadrukt Edith dan. “Als er naar je gekeken wordt, om wat voor reden dan ook, dan is dat voelbaar. Dat tekent je en zorgt voor een innerlijk gevecht. Een worsteling die ik mijn leven lang al voer om te laten zien wie ik ben en te mogen zijn wie ik ben. Als ik op straat loop en de hand van mijn vrouw vasthoud, dan laat ik die los zodra ik iemand anders zie. Je hoeft maar iemand tegen te komen die er op tegen is, die je in elkaar slaat om wie je bent.” De tijd dat ze zich kwaad maakte om steeds op haar hoede te moeten zijn, ligt wel achter haar. “Het is zoals het is. Ik sta er boven en heb er vrede mee. En het is nu mijn keuze om er niet mee te koop te lopen.”


Hype

Op de werkvloer ervaart Edith dit overigens niet, want bij APG voelt ze zich wel geaccepteerd. “Ik vind het echt fantastisch dat mensen hun verhaal kunnen delen op bijvoorbeeld het intranet. Dat was vijf jaar geleden wel anders. Komt dat doordat diversiteit en inclusie nu een hype zijn? Als dat het geval is, dan is dat alleen maar goed. We moeten de aandacht erop blijven vestigen, met als gevolg dat ik mezelf kan zijn bij deze werkgever.”
Maar er is wel nog werk aan de winkel, bij APG en ook in de maatschappij om ons heen. “Als ik het bijvoorbeeld bij een loket over mijn partner heb, denkt men gelijk aan een man. En het adresseren van post aan ‘de dames’, dat is er nog niet. We lopen in Nederland dus zeker nog achter.”

 

En dan lichten haar ogen op, want Edith is, ondanks de tegenslagen in het leven positief ingesteld (“zonder donker kun je het licht niet zien”) én trots. Op wie ze is én op haar vrouw. Met wie ze deze zomer “veilig” naar een oom en tante op vakantie naar Oostenrijk gaat.

 

* In verband met haar privacy is de naam Edith gefingeerd.

Volgende publicatie:
Droom & daad: “Het maakt me boos dat vrouwen nog steeds met 2-0 achterstaan op de arbeidsmarkt”

Droom & daad: “Het maakt me boos dat vrouwen nog steeds met 2-0 achterstaan op de arbeidsmarkt”

Gepubliceerd op: 3 augustus 2021

Maar doodslaan deed hij niet

Want tussen droom en daad staan wetten

In den weg en praktische bezwaren

(uit: Willem Elsschot, Het Huwelijk)

 

Pensioen mag voor generatie Z een ver-van-hun-bedshow zijn, zij zijn wel de generatie van de toekomst. Waar dromen ze van? Wat doen ze om dat te bereiken? En wat staat het in de weg? In deze reeks laten we jongeren aan het woord over hoe nu en later er voor hen uitziet.

Laura Bas (24) uit Amsterdam: “Ik maak me zorgen over de wachtlijsten in de ggz. Mensen die hulp nodig hebben – en dat zijn er sinds de pandemie steeds meer – kunnen nu nergens terecht.”

 

Wie: Laura Bas (24). Ze werd onlangs derde bij Miss World Nederland en begint in september aan de master Culture Organization & Management aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Eerder volgde ze aan het hbo een rechtenstudie. Daarnaast is ze ambassadrice van het project ‘Omdat ik het verdien’, waar ze samen met Europarlementariërs Agnes Jongerius en Vera Tax workshops over de loonkloof geeft aan (jonge) vrouwen. “In Nederland verdienen mannen nog steeds gemiddeld 15 procent per uur meer dan vrouwen. Het is mijn missie om dat te veranderen en daar wil ik me voor blijven inzetten.”

Woont: In een studio (24m2 à 320 euro) op een sociaal project in Amsterdam. “De helft van de bewoners is statushouder, het is de bedoeling dat we met elkaar gaan mengen. Een erg leuke plek om te wonen, op nog geen tien minuten van de universiteit.”

Werkt: Freelance in het contractrecht en als eindredacteur bij de Amsterdamse Studentenvakbond.

Houdt van: Schrijven, geschiedenis, filosofie, psychologie en ‘eigenlijk alles wat op ‘ie’ eindigt behalve biologie’.

 

Waar droom je van?

“Dat ik als managementconsultant boardrooms mag bestormen in het bedrijfsleven, liefst internationaal. Ik zou graag zien dat vrouwen over vijf jaar al een stuk beter zijn vertegenwoordigd op de arbeidsmarkt dan nu. Ik wil me bezighouden met vraagstukken rondom thema’s als diversiteit en inclusiviteit. Ik zie het als een taak van mijn generatie om organisaties bij de tijd te brengen door verouderde processen aan te pakken. Neem alleen al voornaamwoorden. Bij de Amsterdamse studentenvakbond waar ik voor werk is een aantal mensen non-binair. Zij willen worden aangesproken met ‘hen’ in plaats van ‘hij’ of ‘zij’. Dat zijn veranderingen die wij als generatie moeten gaan doorvoeren, ook in het bedrijfsleven.”

 

En wat hoop je privé nog te doen in je leven?

“Ik hoop nog veel van de wereld te mogen zien. Als naïeve 17-jarige heb ik voor een ‘gap year’ in Brazilië gewoond en daar heb ik veel van geleerd. In zo’n land moet je constant je eigen normen en waarden op de weegschaal leggen om er te kunnen aarden. Het heeft mijn blik op de wereld verruimd, sindsdien oordeel ik veel minder snel. Het heeft me ook doen inzien hoe goed we het in Nederland hebben. Ik ga nog iedere twee jaar terug naar Brazilië om mijn vrienden en de familie bij wie ik woonde op te zoeken. Het is heel interessant om hun visie op bepaalde onderwerpen te horen. Andere culturen leren kennen is wat mij betreft een van de meest inspirerende dingen in het leven. Vliegschaamte heb ik nog niet, maar ik hoop heel hard dat de mensen die er verstand van hebben een duurzame manier kunnen ontwikkelen om verantwoord te kunnen reizen.”

Ik zou in een wereld willen leven waarin we mensen in hun waarde laten, zonder stereotyperingen en vooroordelen”

Wat is je droom voor Nederland?

“Ik hoop dat ons land in de toekomst nog een stukje inclusiever en diverser is, wat meer openminded, met meer acceptatie. In de Tweede Kamer zitten nu eindelijk een vrouw van kleur (Sylvana Simons) en een transgender (Lisa van Ginneken), het zou mooi zijn als de politiek en het bedrijfsleven nog meer een afspiegeling worden van de samenleving. Ik zou willen dat Nederland een veiliger plek wordt voor minderheden. Want op het gebied van lhbtqi zijn we er nog niet, en strenggelovigen hebben het ook lastig. Ik hoop dat we met z’n allen meer in rust met elkaar kunnen samenleven. Dat wens ik ook buiten Nederland. Ik zou in een wereld willen leven waarin we mensen in hun waarde laten, zonder stereotyperingen en vooroordelen.”

Hoe ziet je gedroomde pensioen eruit?

“Ik hoop voor een werkgever te mogen werken waar het pensioen goed geregeld wordt. Daarnaast wil ik zelf geld gaan beleggen om eerder te kunnen stoppen. Ik denk dat we moeten werken tot ons 70ste, dat vind ik erg lang. Mijn vader gaat nu bijna met pensioen en die is van plan om met zijn vriendin lekker met de camper door Amerika te trekken, dat lijkt mij ook een prachtig pensioen.”

 

Wat baart je zorgen, met het oog op de toekomst?

“Polarisatie, en ik denk dat sociale media daarin een grote rol spelen. Als ik foto’s like van mensen die zeggen dat gras paars is in plaats van groen, zorgt dat ervoor dat ik alleen nog maar content te zien krijg van mensen die dat ook vinden. Die filterbubbel geeft een vertekend beeld van de werkelijkheid, dat vind ik zorgelijk. Ik ben bang voor de gevolgen ervan.

Waar ik me ook zorgen over maak, zijn de wachtlijsten in de ggz. Mensen die hulp nodig hebben – en dat zijn er sinds de pandemie steeds meer – kunnen nu nergens terecht. Ik woon in een project met veel statushouders, die de vreselijkste dingen hebben meegemaakt. Veel van hen kampen met trauma’s, maar krijgen geen hulp. Als het dan een keer misgaat, roepen we als samenleving: ‘Zie je nou wel, het zijn altijd weer die vluchtelingen’. Maar we moeten eens in de spiegel kijken en er als samenleving voor zorgen dat deze mensen worden geholpen.

Die vooroordelen zitten me trouwens ook dwars. Ik krijg vaak de vraag of ik me niet onveilig voel in mijn buurt, omdat er veel jonge mannen met een migratie-achtergrond wonen. Die vraag kreeg ik nooit toen ik in een volkse buurt in Amsterdam-Noord woonde. Ik voel me hier juist ontzettend veilig. Als me hier iets zou overkomen en ik zou schreeuwen, weet ik zeker dat die jongens hun containers uit komen rennen om me te redden.”

 

Ik vind het niet van deze tijd dat mensen met minder inkomen minder toegang hebben tot educatie”

Wat maakt je boos?

“Onrecht. Het maakt me bijvoorbeeld heel boos dat vrouwen nog steeds met 2-0 achterstaan op de arbeidsmarkt. Dat wordt gebagatelliseerd met het argument dat het onze eigen schuld is, dat we deeltijd wel lekker vinden. Maar dat is niet de kern van het probleem.

Over het leenstelsel ben ik ook niet te spreken. Ik vind het niet van deze tijd dat mensen met minder inkomen minder toegang hebben tot educatie. Want je kunt wel doen alsof die studieschuld niets uitmaakt, maar zie later maar eens een huis te vinden op deze woningmarkt als jij en je partner allebei 40.000 euro studieschuld hebben. En ook zonder die schuld is het al niet te doen, zeker niet voor mensen die weinig verdienen. De kloof tussen arm en rijk wordt alleen maar groter.”

 

Wat staat je dromen in de weg?

“Beleidskeuzes. Dat we er als maatschappij voor kiezen om te bezuinigen op de zorg, dat de huizenprijzen de pan uitrijzen en dat je niet meer kunt studeren zonder een schuld op te bouwen. Maar het kan altijd erger. Mijn vrienden in Brazilië hebben te maken met corruptie en een leider als Bolsonaro. Voor hen is het nog moeilijker om hun dromen waar te maken.”

 

Wat doe je zelf om je dromen te realiseren?

“Ik ga moeilijke gesprekken niet uit de weg, werk hard en zet me in voor maatschappelijke organisaties en doelen waar ik achter sta.”

 

En wat doe je voor een betere wereld?

“Ik probeer veel minder vlees te eten en koop alleen tweedehands kleding, met uitzondering van sportkleding en ondergoed. Wat dat betreft ben ik echt een millennial. Daarnaast moedig ik anderen aan voor hun passies en ambities te gaan en zich niet te laten leiden door kritiek van anderen. Daar wordt de wereld ook beter van. Ik wil mensen meegeven dat falen onderdeel is van succes. In Nederland wordt falen gezien als iets slechts, maar je kunt niet succesvol worden zonder een paar keer onderuit te gaan. Van vallen en opstaan leer je veel meer dan wanneer je in één rechte lijn omhoog gaat.”

 

Is de politiek niets voor jou?

“Die vraag krijg ik vaak. Op dit moment niet, maar ik sluit het niet uit in de toekomst. Stiekem denk ik dat het bedrijfsleven veel meer macht heeft dan de politiek. Veel politici beginnen met de beste bedoelingen op het Binnenhof, vol goede moed om een verschil te maken, maar komen dan in zo’n slangenkuil terecht dat het lastig wordt om hun ambities waar te maken. In het bedrijfsleven is het misschien makkelijker om echt dingen te veranderen.”

Volgende publicatie:
“Bij ons kun je als professional én als persoon jezelf zijn”

“Bij ons kun je als professional én als persoon jezelf zijn”

Gepubliceerd op: 30 juli 2021

Ter ere van de jubileumeditie van Pride Amsterdam hijst APG op de kantoren in Amsterdam en Heerlen de regenboogvlag. Als werkgever van drieduizend unieke individuen laten we duidelijk zien dat we een diverse en inclusieve organisatie willen zijn, waarin ook fondsklanten en deelnemers zich kunnen herkennen.

Het diversiteits- en inclusiebeleid van APG laat zich niet in een paar woorden samenvatten. De activiteiten lopen uiteen van het ondertekenen van verschillende landelijke manifesten zoals ‘Diversiteit in Bedrijf’ en ‘Talent naar de Top’ tot het oprichten van een Diversiteit & Inclusie (D&I) Board, het organiseren van bijeenkomsten voor medewerkers en het dichten van de loonkloof tussen mannen en vrouwen.

Steun
Met het hijsen van de regenboogvlag aan verschillende APG-kantoren zet APG het statement om diversiteit en inclusie te bevorderen, kracht bij. Iets dat Erik van Dam, reputatiemanager bij APG, trots maakt. “Dit gebaar doet me meer dan ik dacht. Het tonen van de vlag voelt als steun dat ik mag zijn wie ik ben en dat dat bij APG kan. Zeker gezien het feit dat het in de buitenwereld helaas nog steeds nodig is om aandacht te vragen voor dit onderwerp. Bij APG heb ik zelden een rem gevoeld mezelf te zijn. En toch ken ik slechts een handjevol collega’s uit de LHBTI+-hoek. Er zijn dus ook bij APG nog stappen te zetten zijn op het gebied van diversiteit en inclusie. Hopelijk maakt het wapperen van de vlaggen iedereen bewuster om zijn of haar rol hierin te pakken.”

Streven
Ronald Wuijster, lid raad van bestuur en tevens voorzitter van de D&I Board, erkent dat er nog meer stappen genomen kunnen worden om een inclusieve werkgever te worden. Maar hij is ook trots op dat wat al bereikt is. “Wij vinden het belangrijk dat alle medewerkers zich betrokken en gewaardeerd voelen voor wie zij zijn als professional én als persoon. Jezelf kunnen zijn op het werk is immers voor iedereen belangrijk. In de afgelopen jaren heeft APG al flink wat stappen gezet en de lat blijft hoog. Zo streven we naar minimaal 30% vrouwen in de top van de organisatie en 40% in de gehele organisatie per eind 2022.”

Vooruitgang
Naast de regenboogvlag introduceert APG vandaag ook een speciaal ontworpen regenbooglogo. Dit bestaat uit de oorspronkelijke regenboogvlag mét de vijf kleuren van de Progress Pride-vlag die een grotere focus heeft op inclusie en voortgang. Wuijster: “Terwijl de vlaggen buiten wapperen, weerspiegelt het logo online en op social media onze duurzame identiteit en de waarden die we als bedrijf willen laten zien. Met dit logo ondersteunt APG unieke individuen en onderstrepen we dat er vooruitgang nodig is. We hopen er een gedegen bijdrage aan een duurzame toekomst mee te leveren.”

Volgende publicatie:
Welke invloed hebben natuurrampen op vastgoedbeleggingen?

Welke invloed hebben natuurrampen op vastgoedbeleggingen?

Gepubliceerd op: 29 juli 2021

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: Asset Management professional Steve Goossens over de invloed van klimaatverandering en natuurrampen op vastgoedbeleggingen.

 

Honderden miljoenen euro’s. Dat bedraagt alleen al in Valkenburg de schade door de overstromingen van half juli. Het zegt veel over de totale financiële impact van de watersnood. En die van natuurrampen in het algemeen. Door klimaatverandering komen crises als deze steeds vaker en heviger voor. Met alle gevolgen – en schade – van dien. In hoeverre heeft dit op de korte én lange termijn invloed op beleggingen?

 

“Klimaatverandering heeft een grotere impact op beleggingen dan je misschien zou denken,” zegt Goossens, werkzaam bij de beleggingsklasse vastgoed. En hij kan het weten. Samen met zijn team en collega’s van het verantwoord beleggen-team, brengt hij al ruim twee jaar in kaart wat de klimaatrisico’s zijn van de beleggingen van de fondsklanten van APG. Primair voor ‘zijn’ afdeling: vastgoedbeleggingen. “Maar waar mogelijk zullen de data ook gebruikt worden bij de andere beleggingen, zoals infra.” De impact van natuurgeweld beperkt zich immers niet tot onroerend goed alleen. Voor vastgoed brengt Goossens bijvoorbeeld de risico’s in kaart bij overstromingen, bosbranden, droogte of de stijging van de zeespiegel. “Kijk naar Amsterdam: door droogte komen de palen waar de stad op is gebouwd voor langere perioden droog te staan. Hierdoor gaat het hout sneller rotten en verzakt de bodem ook rapper. Dit gaat gepaard met een enorme investeringsopgave en dat heeft directe impact op sommige vastgoedbeleggingen in Amsterdam en omstreken.”

 

Direct en indirect

Goossens onderscheidt twee soorten risico’s van klimaatverandering op beleggingen: directe en indirecte. De verzakkingen in Amsterdam, de watersnoodschade in Limburg, maar ook de verwoestende werking van bosbranden op woningen elders in de wereld zijn voorbeelden van directe invloed van klimaatverandering op beleggingen. “Dat is vrij eenvoudig uit te leggen: beleggingsobjecten lijden schade en in ieder geval een deel van de kosten zijn voor de belegger. Dat heeft invloed op het rendement: want hoe hoger de kosten, hoe lager het rendement.”

 

Dan de indirecte schade: “Daarbij moet je denken aan winkels die gesloten moeten blijven of hotels die geen gasten kunnen ontvangen, en de kosten die dat met zich meebrengt. Of mensen die door de overlast verhuizen. Maar bijvoorbeeld ook verzekeringspremies die door dit soort natuurgeweld flink omhooggaan, of dat er zelfs wordt besloten dat sommige natuurrampen niet meer te verzekeren zijn. Vastgoedeigenaren draaien daarvoor op. Verzekeraars schatten, net als wij, het risico op dit soort rampen in en baseren daar hun prijs op. Reken maar dat die premies in de toekomst omhoogschieten.”

Transitierisico

Die risicoberaming maakt Goossens dus ook voor de beleggingsfondsen van APG. Dat is hard nodig, omdat zo kan worden ingeschat wat op langere termijn de financiële gevolgen zijn van klimaatverandering. Daar houden beleggers rekening mee als ze de waarde van een belegging inschatten. Maar minstens zo belangrijk is het zogeheten transitierisico: “Dat is het risico van hogere kosten, die de energietransitie met zich meebrengt. Oftewel: welke extra investeringen moeten we bij beleggingen doen om de doelen uit het klimaatakkoord te halen? Denk bijvoorbeeld aan betere isolatie, of nieuwe installaties. Klimaatverandering zorgt voor een snellere opwarming van de aarde. Als we dat tegen willen gaan en die opwarming, zoals in het akkoord staat, willen beperken tot 1,5 graad, dan zijn daar kosten mee gemoeid.”

 

Wet- en regelgeving

Hoe hoog die kosten zijn en welke investeringen er de komende jaren nodig zijn, hangt volgens Goossens ook samen met wet- en regelgeving. Bijvoorbeeld de eisen die door overheden aan energielabels worden gesteld. “Daar hebben we geen invloed op, maar we weten wél het einddoel in 2050 en dat we steeds minder CO2 moeten uitstoten.” Voor het meten van het transitierisico en om dat einddoel in kaart te brengen, ontwikkelde APG, samen met andere grote beleggers, de wereldwijde norm CRREM. Deze maakt inzichtelijk of een vastgoedobject voldoet aan ‘Parijs’. Een kantoorpand in Nederland voldoet bijvoorbeeld volgens die norm aan het klimaatakkoord als deze niet meer dan 14 kWh/m2 aan energie verbruikt. CRREM is daarmee strenger dan de Dutch Green Building Council (de netwerkorganisatie voor duurzaam bouwen), die 50 kWh/m2 als norm hanteert, zegt Goossens. “Bovendien is de CRREM-norm ook wetenschappelijk onderbouwd. Hiermee gaan we verder dan anderen in de sector.”

 

“Via berekeningen die we doen, schatten we op individueel beleggingsniveau in wat ervoor nodig is de doelen te halen. En dat stemmen we af met de meerjarige investeringsplannen van onze vastgoedbeleggingen.” Noodzakelijke kosten, vindt Goossens. “Het alternatief is dat de aarde meer dan 2 graden opwarmt en natuurrampen nóg vaker zullen optreden. De schade die dát oplevert, is vele malen groter dan de kosten die er nu aan verbonden zijn.”

Volgende publicatie:
"Pensioenfondsen hebben grote verantwoordelijkheid voor het Nederland van nu en later"

"Pensioenfondsen hebben grote verantwoordelijkheid voor het Nederland van nu en later"

Gepubliceerd op: 29 juli 2021

Annette Mosman trad in maart toe als CEO van APG. In de eerste maanden van haar nieuwe functie wil ze zo veel mogelijk verfrissende inzichten opdoen. Daarom wandelt ze in 25 ontmoetingen van Amsterdam naar Heerlen. Een reis door het Nederland van Straks, waarbij steeds iemand anders haar vergezelt op een stuk van de route. Collega’s, maar ook mensen buiten APG. Zoals FNV-voorzitter Tuur Elzinga.

The Rolling Stones, Bruce Springsteen, Coldplay en Pink: ze traden er allemaal op. Het Malieveld was hun concertzaal in de open lucht. Maar het Haagse grasveld wordt ook regelmatig overgenomen door actievoerende vakbonden. Ook Tuur Elzinga heeft er ongetwijfeld heel wat voetstappen liggen. Zijn geschiedenis bij de vakbeweging gaat terug tot 2002, toen hij beleidsmedewerker werd bij FNV. Bijna twintig jaar later is hij voorzitter van de vakbond en sociale partner, om precies te zijn sinds 10 maart van dit jaar. Daarnaast was hij onder meer negen jaar lid van de Eerste Kamer voor de Socialistische Partij (SP). Hij kent dus zowel het groen van de Nederlandse polder als dat van de bankjes van de senaat.

 

Vet op de botten kweken

Het moet anders in Nederland, vindt Elzinga. De coronacrisis vormt volgens hem een kantelpunt: het doorgeschoten marktdenken moet plaatsmaken voor een maatschappelijke herwaardering. De pandemie heeft laten zien hoe onmisbaar sectoren als zorg, onderwijs en kinderopvang voor onze samenleving zijn. ‘Juist die vitale sectoren zijn de afgelopen jaren achterop geraakt’, zegt Elzinga. Scholen, ziekenhuizen en crèches werden als bedrijven bestuurd en er werd zo veel mogelijk bezuinigd. Dat leidde tijdens de coronacrisis tot een tekort aan IC-capaciteit, beschermingsmiddelen en personeel. ‘We hebben weer vet op de botten nodig, goede reserves. Dat is misschien niet zo efficiënt, maar zo voorkom je dat de hele samenleving tot stilstand komt als het even tegenzit.’

 

Bang voor de toekomst 

De pandemie heeft ook de verschillen tussen (kans)arm en rijk uitvergroot. Nederland is de afgelopen decennia steeds welvarender geworden, maar lang niet iedereen heeft daarvan meegeprofiteerd. De flexibele arbeidsmarkt heeft de vaste baan op de tocht gezet en de lonen zijn te weinig mee gestegen met de winsten. ‘De ongelijkheid is groter geworden, er is scheefgroei ontstaan’, aldus Elzinga. En dan is er nog de klimaatcrisis, waarvoor we letterlijk en figuurlijk niet meer kunnen vluchten, nu we wereldwijd worden geconfronteerd met extreem weer, bosbranden en overstromingen. Dat alles leidt tot onrust, merkt Elzinga. ‘Mensen maken zich zorgen over hun toekomst en die van volgende generaties. Je kunt als land wel alleen zoveel mogelijk geld willen verdienen, maar wat voor huis laten we achter aan onze kinderen en kleinkinderen als de sociale samenhang onder druk staat en de planeet wordt uitgewoond?’

 

Een miljoen vaste banen erbij

Gelukkig heeft de coronacrisis ook bij de politiek - van links tot rechts – en bij sommige werkgevers geleid tot het besef dat het Nederland van Straks vraagt om verandering, aldus Elzinga. We kunnen volgens hem meteen beginnen om het land in de steigers te zetten. De blauwdruk ligt er al: brede welvaart voor alle Nederlanders. Dat is de insteek van het SER-ontwerpadvies, dat vakbonden en werkgevers dit voorjaar samen presenteerden: een pakket maatregelen voor het nieuwe kabinet. Allereerst moet de arbeidsmarkt hervormd worden: er moeten weer meer vaste contracten komen, in plaats van flexibele dienstverbanden. Elzinga ziet er het liefst een miljoen vaste banen bij komen. ‘Mensen hebben behoefte aan zekerheid in werk en inkomen. Ze willen brood op de plank, hun rekeningen kunnen betalen en ook nog wat overhouden voor ontspanning.’

Het prijskaartje van klimaatverandering

Brede welvaart vraagt ook om meer investeringen van publiek geld in vitale sectoren als zorg en onderwijs. Zo moet de leegloop van personeel worden gekeerd met betere arbeidsvoorwaarden: als de lonen stijgen en de werkdruk daalt, wordt het weer aantrekkelijk om voor de klas of aan het bed te staan. Er moet ook meer geïnvesteerd worden in de kwaliteit van publieke dienstverlening, zoals UWV, de Belastingdienst – denk aan de Toeslagenaffaire – en ja, ook pensioenuitvoering. Elzinga: ‘Beter functioneren van de instituties kan de huidige vertrouwenskloof helpen dichten.’ Voor de lange termijn moet er fors geïnvesteerd worden in het tegengaan van klimaatverandering. ‘Er wordt zo gedraald, we moeten nú doorpakken. Hoe langer we dat voor ons uitschuiven, hoe hoger het prijskaartje wordt.’ Meer geld dus voor een versnelling van de energietransitie, maar dan wel sociaal verantwoord, door mensen die hun baan kwijtraken te helpen met ander werk.     

 

Sterkere overheid nodig

Met zo’n forse maatschappelijke verlanglijst kan de overheid zich niet langer afzijdig houden, vindt Elzinga. Sinds de jaren tachtig was het adagium in Den Haag: zo veel mogelijk markt, zo min mogelijk overheid. ‘Een markt is mooi om ervoor te zorgen dat er genoeg broden voor iedereen worden gebakken, maar je kunt er niet álles aan overlaten’, stelt Elzinga. ‘We zien nu de puinhoop die de mantra van liberalisering, privatisering en deregulering heeft veroorzaakt.’ De verbouwing van Nederland vraagt om een sterkere staat, die de samenleving van de toekomst actief helpt vormgeven met publieke deelnemingen en gerichte investeringen en via wet- en regelgeving zorgt dat marktpartijen hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. Die behoefte aan een sturende overheid houdt niet op bij de grens. Elzinga is bijvoorbeeld blij met het G7-plan voor een wereldwijd minimumbelastingtarief van 15 procent voor multinationals. Dat bemoeilijkt belastingontwijking via fiscale sluiproutes, doordat een halt wordt toegeroepen aan de concurrentiestrijd tussen landen om buitenlandse investeerders binnen te halen met de laagste belastingtarieven.  

 

Techreuzen

Internationale regelgeving is ook belangrijk om de invloed van Big Tech & Big Data in te perken. Elzinga: ‘Grote techbedrijven kapitaliseren data die wij als consumenten zélf produceren. Ze maken daarbij gebruik van de bestaande digitale infrastructuur, zonder er iets voor terug te geven.’ Hetzelfde geldt voor multinationals die patenten binnenslepen voor innovaties die deels elders zijn bedacht. Hun slimme medewerkers zijn immers opgeleid aan publiek gefinancierde universiteiten en putten uit de in voorgaande eeuwen opgebouwde body of knowledge van onze kennismaatschappij. We are standing on the shoulders of giants. Elzinga: ‘Data, kennis, maar ook bijvoorbeeld grondstoffen en energiebronnen als zon en wind en uiteindelijk onze hele planeet: het is van ons allemáál. Wat geeft een klein clubje bedrijven het recht om dat eigendom te claimen? Waarom zouden managers en aandeelhouders er schathemeltjerijk van mogen worden, terwijl de medewerkers en de rest van de maatschappij het met de kruimeltjes moeten doen?’

Ik hoop dat het ooit niet meer nodig zal zijn om te staken

‘Geef medewerkers zeggenschap’

De piramide moet dus op zijn kop. Dat vraagt niet om revolutie, maar wel degelijk om een radicale omwenteling, via geleidelijke, democratische weg, aldus Elzinga. De eerste voorzichtige stappen op die nieuwe weg lijken volgens hem ook al te zijn gezet. Overheden beginnen langzaamaan hun klassieke rol weer op te pakken, bedrijven nemen meer verantwoordelijkheid voor hun omgeving en worden daar ook vaker op aangesproken door consumenten, burgers en grote beleggers. Een volgende stap is het verlenen van daadwerkelijke zeggenschap aan medewerkers en de samenleving, stelt Elzinga. ‘Geef een stem aan de mensen die al die innovatieve ideeën bedenken, die het echte werk doen, die de eigenlijke rechtmatige eigenaar zijn van de producten en diensten van bedrijven: wij allemáál dus. Wie is de baas, wie beslist? Nu zijn dat managers en aandeelhouders, straks moeten we met zijn allen de baas kunnen zijn.’

 

Van aandeelhoudersrendement naar maatschappelijke winst

Elzinga voerde de afgelopen jaren namens sociale partner FNV de onderhandelingen over het pensioenakkoord. Een historisch akkoord, dat de oudedagsvoorziening in de toekomst betaalbaar moet houden, zonder het solidariteitsbeginsel los te laten. ‘In het nieuwe stelsel zie je de premie die je hebt opgebouwd directer terug in je eigen pensioenopbouw, maar we zorgen nog steeds dat mensen die pech hebben tijdens hun loopbaan óók een goed pensioen kunnen hebben en we delen als generaties de risico’s met elkaar.’ Maar de pensioendiscussie is nog lang niet klaar, denkt Elzinga. Als de rente de komende jaren zo laag blijft en beleggingsrendementen in de toekomst structureel dalen, zoals voorspeld, dan kan de belofte van een waardevast pensioen niet meer worden waargemaakt en groeit de vertrouwenskloof in de samenleving. Pensioenfondsen zouden dan een volgende stap kunnen zetten: van aandeelhoudersrendement naar maatschappelijke winst.

 

Pensioen in natura? 

Elzinga licht het toe: ‘Pensioenfondsen zouden meer moeten kijken naar de behoeften die mensen later in hun leven hebben. Hebben ze dan alleen behoefte aan een pot geld, of willen ze vooral een fijne plek om te wonen, goede zorg en levenskwaliteit? Ga dáárin als pensioenfonds rechtstreeks investeren, steek pensioengeld in nieuwe woonvormen voor senioren, goede ouderenzorg en een herstel van de sociale infrastructuur, zodat die beschikbaar zijn als mensen eraan toe zijn.’ Een soort pensioen in natura dus. En waarom alleen investeren in voorzieningen voor de oude dag? Pensioengeld kan ook vaker worden gebruikt om de huidige samenleving te verbeteren. Denk aan investeringen in de krappe huizenmarkt - die vooral jonge generaties treft - of in goed onderwijs, voor een sterk Nederland van Straks. Elzinga: ‘Pensioenfondsen hebben een groot vermogen en daarmee ook een grote verantwoordelijkheid voor het Nederland van nu en van later.’ 

 

Het staken gestaakt

Tijdens de onderhandelingen over het pensioenakkoord legde FNV, samen met vakcentrales CNV en VCP, een dag lang het treinverkeer stil om druk te zetten voor een minder snelle stijging van de AOW-leeftijd. Wat denkt Elzinga: wordt er in het Nederland van Straks nog gestaakt? ‘Ik vermoed van wel. Voorlopig zullen er nog belangentegenstelingen zijn tussen werkgevers en werknemers. Maar ik hoop dat het ooit niet meer nodig zal zijn om te staken: als medewerkers echte zeggenschap krijgen, kunnen ze meebeslissen en nemen de belangentegenstellingen af. Als je zelf de baas bent, hóef je niet meer te staken.’ Dus het Malieveld is in de toekomst geheel aan de opvolgers van The Stones en Coldplay, of het ultieme festivalterrein? Hij lacht: ‘Ja, dan komen we er samen om het gewoon gezellig met elkaar te hebben, leuke dingen te doen of dingen te vieren. Bijvoorbeeld dat we in Nederland zo’n mooi pensioenstelsel hebben.’      

Volgende publicatie:
2020: Doorpakken op duurzame ambities

2020: Doorpakken op duurzame ambities

Gepubliceerd op: 30 juni 2021

APG publiceert Verslag Verantwoord Beleggen

 

APG heeft in 2020 opnieuw grote stappen gemaakt als het gaat om verantwoord beleggen. Door continu te verbeteren kunnen we aan de groeiende duurzame ambities van onze pensioenfondsen blijven voldoen. Dat blijkt uit het vandaag gepubliceerde Verslag Verantwoord Beleggen.

 

Verantwoord beleggen is een van de strategische pijlers van APG. In hun voorwoord constateren Annette Mosman (bestuursvoorzitter), en Ronald Wuijster (bestuurslid verantwoordelijk voor vermogensbeheer) dat door de coronacrisis de toch al toenemende aandacht voor verantwoord beleggen in een stroomversnelling is gekomen. “Niet alleen bij maatschappelijke organisaties, maar ook in de media en bij de deelnemers van de pensioenfondsen waarvoor APG werkt. Daar luisteren we goed naar, want we realiseren ons dat we ons bestaansrecht ontlenen aan de deelnemers en voor hén werken aan een goed pensioen.”

 

Beleggen in duurzame ontwikkeling

Eind 2020 hadden we namens onze pensioenfondsen ruim € 90 miljard belegd in bedrijven en projecten die bijdragen aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (Sustainable Development Goals: SDG’s). Deze zijn in 2015 opgesteld door de Verenigde Naties om te komen tot een betere en duurzame wereld. Onze pensioenfondsen ABP en bpfBOUW hebben beide een doelstelling voor beleggen in de SDGs. Een aanzienlijk deel van onze beleggingen in de SDGs (€ 12,2 miljard) bestaat uit gelabelde obligaties. Dit zijn obligaties uitgegeven door bedrijven, overheden en instanties voor de financiering van groene, sociale of duurzame projecten.

 

APG heeft in 2020 samen met drie internationale beleggers het SDI Asset Owner Platform opgericht om beleggen in de Duurzame Ontwikkelingsdoelen te stimuleren. Onze ambitie is om hiervan een wereldwijde standaard te maken. Op die manier kunnen we samen met andere verantwoorde beleggers bijdragen aan doelen als duurzame steden en gemeenschappen, betaalbare en duurzame energie en actie voor het klimaat.

 

Bijdragen aan de aanpak van de corona-crisis

Eind 2020 had APG namens de pensioenfondsklanten ruim € 1 miljard belegd in zogenoemde corona-obligaties. De opbrengsten van deze obligaties worden gebruikt om de pandemie en de gevolgen van de lockdown voor mensen en bedrijven te bestrijden. Voorbeelden daarvan zijn uitbreiding van de gezondheidszorg, programma’s voor behoud van werkgelegenheid en ondersteuning van het MKB.

 

Ook drongen we er in 2020 – zowel individueel als samen met andere grote beleggers – bij bedrijven op aan om de sociale gevolgen van de crisis te beperken en de gezondheid van werknemers voorop te stellen. Volgens de Amerikaanse organisatie Responsible Asset Allocation Initiative behoort APG wereldwijd tot de vermogensbeheerders die het meeste doen om de gevolgen van de pandemie aan te pakken.

De CO2-voetafdruk van onze aandelenbeleggingen is met 39% gedaald ten opzichte van het peiljaar 2015.

Klimaatverandering en de energietransitie

De CO2-voetafdruk van onze aandelenbeleggingen is met 39% gedaald ten opzichte van het peiljaar 2015. Alle pensioenfondsen waarvan wij het vermogen beheren hebben hier een doelstelling voor. Dit jaar publiceren we voor het eerst ook de CO2-voetafdruk van onze beleggingen in bedrijfsobligaties, vastgoed en private equity (57% van de totale portefeuille). Uiterlijk in 2022 koppelen onze fondsen hieraan klimaatdoelstellingen voor 2030. APG heeft bijgedragen aan een raamwerk voor het rapporteren van CO2-impact en aan een overzicht van meetmethoden voor de CO2-voetafdruk in de Nederlandse financiële sector.

 

Eind 2020 belegden wij namens onze fondsen € 15,9 miljard in het Duurzame Ontwikkelingsdoel ‘Betaalbare en Duurzame Energie’ (SDG 7). Door hierin te beleggen, verminderen we klimaatrisico’s in onze beleggingsportefeuille en dragen we bij aan de energietransitie.

 

Effect op risico en rendement

In 2020 hebben we een methode ontwikkeld die inzicht geeft in het effect van insluiten (het meewegen van duurzaamheidsaspecten bij elke beleggingsbeslissing) en uitsluiten van beleggingen op het rendement van de aandelenportefeuille. Over de afgelopen twee jaar is het effect licht positief. Daarbij hoort de kanttekening dat we pas uitspraken kunnen doen over de lange termijn als we gedurende een langere periode hebben gemeten. In 2021 ontwikkelen we ook methoden om na te gaan wat het effect van de andere instrumenten voor duurzaam en verantwoord beleggen op risico en rendement is, zoals sturen op vermindering van de CO2-voetafdruk en beleggen in de Duurzame Ontwikkelingsdoelen.

 

Eigen bedrijfsvoering

Hoewel APG de grootste duurzame impact kan realiseren met de beleggingen die we voor onze pensioenfondsen beheren, vlakken we ook de effecten van onze eigen bedrijfsvoering niet uit. We kunnen de lat voor bedrijven waarin we beleggen alleen hoog leggen als we dat voor onszelf ook doen. Ook motiveren we medewerkers op die manier om duurzaamheid in hun dagelijkse werk en keuzes mee te nemen. In 2030 wil APG aantoonbaar een klimaatneutrale bedrijfsvoering hebben. Om de besluitvorming over de duurzame ambities vorm te geven, wordt een Sustainability Board opgericht onder leiding van bestuursvoorzitter Annette Mosman. Meer hierover in ons jaarverslag.

 

Duurzame toekomst

APG belegt ruim 570 miljard euro voor onze pensioenfondsklanten ABP (overheid), bpfBOUW, SPW (woningbouwverenigingen) en PPF APG, het pensioenfonds van de eigen medewerkers. Onze pensioenfondsen hebben hun ambities en doelstellingen op het gebied van verantwoord beleggen aangescherpt. ABP maakte al in 2020 zijn nieuwe beleid tot 2025 bekend; bpfBOUW en SPW hebben dat onlangs gedaan. Net als onze pensioenfondsen blijft APG zich ontwikkelen op het gebied van verantwoord beleggen. Wij willen ‘samen werken aan jouw duurzame toekomst’. Een toekomst met een goed en betaalbaar pensioen, in een duurzame, leefbare en inclusieve samenleving. Daar zetten wij ons voor in, nu en in de toekomst.

Volgende publicatie:
Droom en daad: “Zorgwekkend, hoe verschillend mensen naar dingen kijken”

Droom en daad: “Zorgwekkend, hoe verschillend mensen naar dingen kijken”

Gepubliceerd op: 30 juni 2021

Maar doodslaan deed hij niet

Want tussen droom en daad staan wetten

In den weg en praktische bezwaren

(uit: Willem Elsschot, Het Huwelijk)

 

Pensioen mag voor generatie Z een ver-van-hun-bedshow zijn, zij zijn wel de generatie van de toekomst. Waar dromen ze van? Wat doen ze om dat te bereiken? En wat staat het in de weg? In de serie Droom en Daad laten we jongeren aan het woord over hoe nu en later er voor hen uitziet.

Leila Jane Ali-Dib (23) uit Rotterdam: “Mensen met een niet-Nederlandse achtergrond krijgen minder kansen in het leven. Daar kan ik me boos om maken.”

 

Wie: Leila Jane Ali-Dib (23), “creatief, zelfstandig, gevoelig, zorgzaam, altijd nieuwsgierig en een feminist”.

Woont: In Rotterdam.
Werkt:
Freelance in de marketing en pr, daarnaast doet ze modellenwerk en hoopt ze wat acteerklussen te krijgen. “Werk is voor mij heel belangrijk. Ik vind het ook leuk om bezig te zijn met mijn carrière. Ik hou er echt van om hard te werken. Niet alleen voor het geld, ook voor het plezier. Plezier staat voorop. Ik vind het wel belangrijk om genoeg vrijheid te ervaren in mijn werk. Ik wil zelf bepalen wanneer ik werk, wat ik doe en wanneer ik daarmee bezig ben.”

Houdt van: Creatief bezig zijn, cultuur snuiven, reizen en tijd doorbrengen met goede vriendinnen.

Waar droom je van?

“Ik probeer in het nu te leven en zie wel wat er op me afkomt, maar op een bepaalde manier ben ik ook bezig met de toekomst. Wat wil ik nu eigenlijk? Wie wil ik zijn? Wat wil ik nog doen? Ik hoop dat ik later een gezinnetje heb en een fijn huis in Rotterdam. En dat mijn werk nog steeds mijn passie is, en dat ik daar ook dan voldoende mee verdien. Ik wil altijd mijn eigen ding blijven doen en nieuwe dingen doen en leren. Ik droom ervan om veel van de wereld te zien en om meer te doen met acteren.”

 

Hoe ziet jouw gedroomde pensioen eruit?

“In loondienst heb ik wel wat pensioen opgebouwd, maar dat mag geen naam hebben. Eerlijk gezegd heb ik me er tot nu toe niet druk om gemaakt. Maar als freelancer moet ik het wel zelf regelen. Mijn moeder hamert er altijd op dat ik het moet uitzoeken. Ik ken niemand van mijn leeftijd die al met zijn pensioen bezig is. Het is nog zo ver weg. Maar ja, hoe eerder je begint met opbouwen hoe beter, dus ik moet toch eens naar de mogelijkheden kijken.”

 

Wat staat jouw dromen in de weg, waarover maak je je zorgen?

“Ik maak me zorgen over waar het heen gaat met het milieu, maar ook over ongelijkheid in de wereld. Er is veel polarisatie. Ik vind het zorgwekkend hoe verschillend mensen naar dingen kijken. Ik denk dat ieder mens wel vooroordelen heeft, maar ik probeer me er bewust van te zijn hoe ik denk en handel. Als er politiek incorrecte dingen worden gezegd in mijn omgeving, probeer ik daar wel iets van te zeggen.”

“Ik maak me zorgen over waar het heen gaat met het milieu, maar ook over ongelijkheid in de wereld”

Wat maakt je boos?

“We zeggen vaak dat we al zo ver zijn, dat er al zoveel veranderd is, dat Nederland een vrij land is waar heel veel mag. Maar als je kijkt naar wat er daadwerkelijk gebeurt, dan valt dat vies tegen. Het is 2021 en vrouwen krijgen nog steeds minder betaald dan mannen. Mensen met een seksuele voorkeur die buiten de ‘norm’ valt, worden nog altijd uitgescholden op straat. Mensen met een niet-Nederlandse achtergrond krijgen minder kansen in het leven. Daar kan ik me echt boos om maken. Soms snap ik niet hoe het nog steeds kan, in deze tijd.”

 

Heb je daar zelf weleens mee te maken gehad?

“Nee, ik ben voor zover ik weet nooit gediscrimineerd vanwege mijn achternaam. Misschien omdat ik er niet heel buitenlands uitzie. Ik ben half Arabisch; mijn moeder is Nederlands, mijn vader komt uit Syrië. Ik heb weleens meegemaakt dat ik vanwege mijn achtergrond expres in een soort subsidieaanvraag voor diversiteit werd gezet. Dat vond ik gek om te horen, al kon ik er ook wel om lachen. Schijndiversiteit is ook een probleem: bedrijven die naar de buitenwereld doen alsof ze diversiteit hoog in het vaandel hebben staan, maar waar achter de schermen iedereen wit is. Daar valt ook nog veel winst te behalen, denk ik.”

 

Wat doe je zelf voor een betere wereld?

“Ik probeer milieubewust te zijn. Ik vind het belangrijk om daarover ingelezen te zijn, steeds meer te weten te komen en bewustere keuzes te maken. Ik eet sinds twee jaar geen vlees meer en zo min mogelijk vis en zuivel. Qua kleding ben ik ook bewuster bezig. Oude kleding geef ik weg aan mensen die ik ken of verkoop ik het online, zodat iemand anders er nog plezier van kan hebben. Zelf probeer ik meer tweedehands te kopen, want je hoort dat bepaalde grote kledingwinkels die kleding niet bepaald duurzaam produceren. Ik heb weleens gehoord dat teruggestuurde kleding vaak verbrand moet worden omdat dat goedkoper zou zijn dan recyclen. Dat heeft ook te maken met ons koopgedrag, dus daar moeten we onze ogen niet voor sluiten.

Wat vliegen betreft ben ik eerlijk gezegd wat minder milieubewust. Ik heb weleens gekeken of ik met de trein naar Spanje kon in plaats van met het vliegtuig, maar een treinticket was meer dan twee keer zo duur. En dan ben je ook nog veel langer onderweg. Sorry, maar dan kies ik toch voor die vliegreis.”

Volgende publicatie:
Droom en daad: ‘Ik mag toch hopen dat er nog vissen zijn als ik 50 ben’

Droom en daad: ‘Ik mag toch hopen dat er nog vissen zijn als ik 50 ben’

Gepubliceerd op: 22 juni 2021

Maar doodslaan deed hij niet

Want tussen droom en daad staan wetten

In den weg en praktische bezwaren

(uit: Willem Elsschot, Het Huwelijk)

 

Pensioen mag voor generatie Z een ver-van-hun-bedshow zijn, zij zijn wel de generatie van de toekomst. Waar dromen ze van? Wat doen ze om dat te bereiken? En wat staat het in de weg? In de serie Droom en Daad laten we jongeren aan het woord over hoe nu en later er voor hen uitziet. Vandaag freelance tekstschrijver Nina Keijzer (20) uit Ridderkerk: “Waarover ik me zorgen maak, met het oog op de toekomst? Je kunt beter vragen: waarover niet?”

 

 

Wie: Nina Keijzer (20)

Woont in: opgegroeid in Rotterdam, woont nu bij haar ouders in Ridderkerk.

Werkt: als astroloog en tekstschrijver. “Mijn werk is op dit moment het belangrijkste in mijn leven. Ik ben er elke dag mee bezig. Dat heb ik ook van huis uit meegekregen. Mijn ouders hebben altijd beiden fulltime gewerkt, net als mijn opa en oma; het zit in ons om keihard te werken.”

Houdt van: schrijven, lezen, fitnessen, netflixen en pianospelen.

Waar droom je van?

“Ik zou graag mijn eigen boeken willen uitgeven. Als het even kan wil ik op die manier iets betekenen voor de maatschappij, verschil maken. Als ik iemand kan helpen, op welke manier dan ook, ben ik al tevreden. Succesvol zijn is in mijn ogen de vrijheid hebben om te doen wat je leuk vindt. Veel geld hebben is ook fijn, daar niet van. Maar het is niet het belangrijkste.”

 

Hoe zie je jouw toekomst voor je?

“Ik ben eigenlijk te veel bezig met mijn toekomst. Meer dan ik zou willen. Met mijn beste vriend heb ik het elke dag over later. Je bent nu nog jong, zeggen mensen, maak je niet druk. Dat is wel zo, maar we zien ook dat het niet veel beter wordt. Hoe kun je je niet druk maken als je met een torenhoge studieschuld zit en geen enkel uitzicht hebt op een hypotheek? Ik zie het nog niet gebeuren, maar ik hoop voor mezelf dat ik over een jaar of vijf uit huis ben en dat ik uiteindelijk een leuk huis kan kopen. In een ideale wereld heb ik geen geldzorgen, kan ik een leuk pensioen opbouwen en hoef ik me geen zorgen te maken over later.”

 

Wat als je gepensioneerd bent?

“Ik kijk er niet naar uit om op mijn 70ste nog een kantoorbaantje te hebben en keihard te werken. Het liefst stop ik eerder. Een passief inkomen zou fijn zijn. Als ik zzp’er blijf, zal ik zelf voor mijn pensioen moeten zorgen. Dat is iets waar ik me nu al druk om maak. Het leven wordt alleen maar duurder, en de lonen lijken niet evenredig mee te stijgen. Als de huizen ook nóg duurder worden, hoe gaan we dat dan betalen? Mijn generatie is erg van het beleggen, je ziet het opeens overal. Ik wil het zelf ook gaan doen. Ik hoop dat ik een lekker potje bij elkaar kan sparen om op mijn oude dag zorgeloos in de tuin te kunnen zitten. Maar misschien ziet geld er over vijftig jaar wel heel anders uit. Dat klinkt misschien heel sciencefictionachtig, maar we hebben al bitcoin en andere cryptomunten, dus zo’n gek idee is dat niet.”

 

Wat is je droom voor Nederland?

“We werken veel in Nederland. Het zou mooi zijn als daar ooit verandering in komt; dat we minder gaan werken voor hetzelfde geld. Het zou een mooi experiment zijn. Iedereen wil minder werken voor hetzelfde geld. Misschien krijg je in 30 uur wel net zo veel gedaan als in 40 uur, omdat je maar een beperkt aantal productieve uren op een dag hebt en niet non-stop gefocust kunt zijn. Het zou misschien ook een hoop burn-outs schelen. Ik hou van werk en ik vind het belangrijk, maar eigenlijk zou de balans tussen werk en privé meer moeten doorslaan richting privé. Ik denk dat mijn generatie zich daar ook heel bewust van is: je leeft maar één keer en er is meer in het leven dan werk.”

 

In wat voor wereld zou je willen leven?

“Ik hoop dat grote bedrijven en landen meer verantwoordelijkheid willen nemen, er moet veel meer worden gedaan om de klimaatdoelen te halen. Het is een serieuze kwestie, waar in mijn ogen nog veel te laconiek over wordt gedaan. Hartstikke leuk dat we naar Mars toe willen, maar laten we eerst eens zorgen dat we de aarde op orde kunnen krijgen.”

Wat baart je zorgen, met het oog op de toekomst?

“Je kunt beter vragen: wat niet? Vooral de klimaatcrisis houdt me bezig. Wat als de zeespiegel in Nederland daardoor nog verder stijgt? En ik zag een documentaire waarin werd gezegd dat er in 2050 geen vis meer in zee zwemt, als de visvangst in het huidige tempo doorgaat. Dat beangstigt me. Ik mag toch hopen dat er nog vissen zijn als ik 50 ben. Wat gaan we nu doen om dat te voorkomen?”

 

Wat staat jouw dromen verder in de weg?

“De huizenmarkt baart me zorgen. Hoe kom ik later in vredesnaam aan een leuke hypotheek? De huizenprijzen rijzen de pan uit in de randstad en alles gaat boven de vraagprijs weg. Mijn generatie en de generatie na mij moeten sowieso minimaal 20.000 euro eigen geld meebrengen willen we een leuk huis kunnen kopen. Dat vind ik best wel beangstigend. Ik heb het er vaak over met mijn ouders. Mijn moeder woonde toen ze 18 was op zichzelf, zij had een appartementje voor 250 gulden per maand. Als ik dat hoor kan ik wel huilen. Zoiets heb je nu niet eens meer voor 500 euro in de randstad. Dit kan zo niet doorgaan. Straks wonen we tot ver in de dertig nog thuis bij onze ouders omdat we geen zicht hebben op een goed huis.”

 

Zijn er nog andere obstakels?

“Ja, we zitten ook nog met een torenhoge studieschuld vanwege het afschaffen van de basisbeurs. Ik heb vrienden met een schuld van 60.000 euro, die geen idee hebben hoe ze die later gaan aflossen. Iedereen denkt dat mijn generatie alleen maar lang leve de lol is, maar mijn vrienden werken zich drie slagen in de rondte om alles te kunnen betalen. Mensen vergeten dat het allemaal heel erg duur is, een kamer huren alleen al kost veel geld. Het zou heel fijn zijn als de basisbeurs terugkomt. Dat zou zoveel stress schelen. Wij zijn de toekomst, in de toekomst moet je als overheid investeren.”

 

Wat doe jij zelf voor een betere wereld?

“Mijn ouders en ik zijn heel bewust bezig met duurzaamheid. We hebben geen plastic tasjes en flesjes water meer in huis, gooien veel minder weg dan eerst en kopen biologisch waar dat kan. Verder zijn we thuis allemaal veganist, we eten alleen plantaardig. Mijn moeder werd op haar 14de al vegetariër. Ik begon toen ik 15 was vegetarisch te eten, een paar maanden later ben ik veganist geworden. Allebei mijn ouders zeiden: dan doen wij mee. Daar ben ik heel dankbaar voor. Zelfs mijn vader is cold turkey gestopt met vlees, zuivel en eieren. Daarnaast ga ik elke dag wandelen en raap dan alle rotzooi op die ik onderweg tegenkom.

 

Eén iemand kan een verschil maken, maar tegelijkertijd vind ik dat de verantwoordelijkheid nu nog te veel bij het individu wordt gelegd in plaats van bij de grote, vervuilende bedrijven. Ik hoop dat dat de komende jaren gaat veranderen. Want we kunnen allemaal wel zorgen dat we geen plastic rietjes meer in huis halen, maar zolang de komkommers nog in plastic worden verkocht, zet dat geen zoden aan de dijk. Ik vind het ook jammer dat duurzaam vaak duurder is. Dat maakt dat veel mensen toch voor de minder duurzame keuze gaan.”

Volgende publicatie:
“Niet alles zou moeten draaien om groei”

“Niet alles zou moeten draaien om groei”

Gepubliceerd op: 3 juni 2021

Annette Mosman trad in maart toe als CEO van APG. In de eerste maanden van haar nieuwe functie wil ze zoveel mogelijk verfrissende inzichten opdoen. Daarom wandelt ze in 25 ontmoetingen van Amsterdam naar Heerlen. Een reis door het Nederland van Straks, waarbij steeds iemand anders haar vergezelt op een stuk van de route. Collega’s, maar ook mensen buiten APG. Zoals econoom Rutger Hoekstra.

Is groei altijd goed? De Leidse ‘bredewelvaarteconoom’ Rutger Hoekstra, heeft zo zijn twijfels bij dat economische mantra. Volgens Hoekstra wordt het tijd om groei anders te definiëren. Hij zoekt naar alternatieven waarmee we sociale vooruitgang beter kunnen meten. We hebben een nieuw economisch verhaal nodig, vindt hij, waarin welzijn, duurzaamheid en gelijkheid centraal staan. Maar hoe breng je dat aan de man?

 

Wat er mis is met het bruto binnenlands product (bbp)? Niet zo veel, zegt Rutger Hoekstra, zolang je het gebruikt om te meten of de economie groeit of krimpt. “Maar economische groei moet geen doel op zich zijn, en dat is het nu wel. Er is meer in het leven dan geld. Het bbp is geen indicator voor welzijn, welvaartsverdeling en duurzaamheid binnen een samenleving.”

Het huidige systeem is achterhaald, vindt Hoekstra, die als econoom verbonden is aan de Universiteit Leiden en de United Nations University. Hij onderzoekt alternatieven voor het bbp, waarover hij ook het lovend ontvangen boek Replacing GDP by 2030 schreef.

 

Voortdurend verbeteren

Sinds de Tweede Wereldoorlog heerst het diepgewortelde idee dat de economie en groei belangrijk zijn. “Honderd jaar geleden hoorde je nauwelijks iemand over economie of economische groei. Die laatste term bestaat pas vijftig jaar. Nu is het bijna een synoniem geworden voor de maatschappij. Iedereen heeft er wel een associatie bij. Als de economie groeit is dat goed, als die krimpt is dat slecht. Door dat idee vragen we ons voortdurend af hoe we de economie kunnen verbeteren, hoe we sneller kunnen groeien en welke rol we hebben om die economie aan te jagen. De mens staat in die optiek in dienst van het systeem.”

Terwijl economische groei niet per definitie goed is, betoogt Hoekstra. “Het is de afgelopen eeuwen heel goed geweest voor onze kwaliteit van leven. En voor arme landen geldt nog steeds dat economische groei goed is. Daar is groei noodzakelijk. Maar met name in de westerse wereld is dat niet het geval. Als je heel arm bent draagt meer geld bij aan je welzijn, maar daar zit een limiet aan, blijkt uit onderzoek. Op een gegeven moment heb je voldoende geld om een goed leven te leiden en word je niet gelukkiger van méér. De huidige groei gaat bovendien gepaard met duurzaamheidsproblemen, zoals klimaatverandering en biodiversiteitsverlies. Daarnaast is de afgelopen decennia in veel landen de ongelijkheid gestegen. Hiermee bedoel ik niet dat alle sectoren dan maar moeten stilstaan. Bedrijfstakken die een duurzame toekomst vormgeven mogen hard blijven groeien, daar halen pensioenfondsen dan bijvoorbeeld rendement uit. Maar het mantra ‘groei is goed’ gaat niet op voor de gehele economie.”

 

Focus verleggen

Wat is dan het alternatief? De focus verleggen naar verhoging van welzijn, duurzaamheid en gelijkheid, meent Hoekstra. Dát zouden de maatschappelijke doelen moeten zijn. Concreet kunnen we die bereiken door bijvoorbeeld in de hele westerse wereld na te denken over een vierdaagse werkweek, zegt Hoekstra. “We zijn in de loop der jaren steeds minder gaan werken. In de 19de eeuw werkte de gewone man nog zeven dagen per week. Na de oorlog is vijf dagen per week de standaard geworden. Maar over tien jaar zou vier dagen per week best de norm kunnen zijn. Meer vrije tijd komt het welzijn ten goede. En met minder inkomen gaan mensen automatisch ook minder consumeren, wat weer goed is voor het milieu. Over dat soort relaties tussen welzijn en duurzaamheid moet je nadenken. Het inkomen is slechts een middel om de toekomst vorm te geven.”

De term ‘onbezorgd pensioen’ suggereert een bepaalde welzijnsstandaard, maar die zie ik zelden verder uitgewerkt

Onbezorgd pensioen

Een onbezorgd pensioen is ook zeker onderdeel van de welzijnseconomie, zegt Hoekstra. “Ook vanuit het heden. Als je zorgen hebt over de toekomst en of het wel goedkomt met je pensioen, kan dat al lang voor je pensionering tot stress leiden.” Maar hoe ziet zo’n ‘onbezorgd pensioen’ eruit? Dat moeten pensioenfondsen inzichtelijker maken, vindt Hoekstra. “Als je het alleen vanuit inkomensperspectief bekijkt, is het vaak zo abstract. Oké, je krijgt een bepaald bedrag, maar wat betekent dat concreet? Wat kun je ermee kopen tegen die tijd? De term ‘onbezorgd pensioen’ suggereert een bepaalde welzijnsstandaard, maar die zie ik zelden verder uitgewerkt. Je moet er maar op vertrouwen dat het voldoende is.”

 

Oneerlijk systeem

En wat gelijkheid betreft? Hoekstra citeert schrijver en historicus Rutger Bregman, die op het World Economic Forum in het Zwitserse Davos de rijke, veelal belastingontwijkende aanwezigen onomwonden confronteerde met hét instrument om inkomensongelijkheid te bestrijden: ‘Taxes, taxes, taxes’. Vooral de rijken en multinationals moeten volgens Hoekstra meer belasting betalen. “We moeten de pijn neerleggen waar hij wordt veroorzaakt: in het rijkste gedeelte van de westerse wereld. Warren Buffett (een van de rijkste mensen ter wereld, red.) heeft weleens geroepen dat hij minder belasting betaalt dan zijn schoonmaakster. Er is ook steeds meer publieke verontwaardiging over het feit dat multinationals zo weinig belasting betalen. Boekwinkeltjes betalen gewoon netjes belasting, terwijl Amazon, dat diezelfde boeken bij je thuis aflevert, helemaal niets betaalt. Het huidige systeem is niet houdbaar of eerlijk. Ook aan de top beginnen mensen zich dat te realiseren. Het beeld is aan het kantelen, maar het gaat langzaam.”

 

Overeenstemming bereiken

Het huidige economische verhaal, met het bbp als uitgangspunt, werd door economen geformuleerd na de beurskrach van de jaren dertig en de oorlog. Het was crisis, mensen snakten naar een uitweg waarin banen en inkomen centraal stonden. Dat was een beslissend moment. In dat opzicht kan de coronacrisis een kans zijn om een nieuw verhaal de wereld in te helpen. Maar dan moet er eerst overeenstemming komen over wat dat nieuwe verhaal precies is, zegt Hoekstra. “De gemeenschap die alternatieven suggereert, is veel te versnipperd. Er zijn honderden systemen om welzijn, duurzaamheid en gelijkheid te meten. De human development index, de monitor brede welvaart, sustainable development goals, de genuine progress indicator, de better life index… En iedereen vindt zijn eigen systeem het beste, terwijl de overlap tussen al die systemen enorm is. Dat schiet niet op. Voor leken is er geen touw aan vast te knopen. Als we onderling al geen harmonie kunnen bereiken, is het kansloos om een ander verhaal te laten landen bij het grote publiek.”

Eén taal spreken

Wat dat betreft kunnen ze als gemeenschap een voorbeeld nemen aan de economen waar ze altijd zo graag op afgeven, vindt Hoekstra. “We moeten één taal spreken, net zoals de economen doen. Bij termen als import, export, inkomen en consumptie weet iedereen wereldwijd wat ermee bedoeld wordt. In 200 landen wordt op precies dezelfde manier het bbp gemeten. Dat is helder en effectief. Wij stellen daar als gemeenschap weinig tegenover. Er zijn geen wereldwijde definities voor welzijn, duurzame ontwikkeling of brede welvaart. Het is een rommeltje. Dat frustreert me. We moeten overeenstemming bereiken, willen we ooit serieus genomen worden.”

 

Hoekstra ziet daarin een rol weggelegd voor de Verenigde Naties, die na de Tweede Wereldoorlog ook hebben geholpen het fundament te leggen onder de macro-economische wetenschap. “In feite was de situatie in de jaren dertig precies hetzelfde. De VN heeft toen gezegd: hier kunnen we weinig mee. Jullie moeten één systeem kiezen. Als de VN dat niet had gedaan, had het bbp niet bestaan. Ik denk dat ze opnieuw een harmonisatietraject in gang moeten zetten. De tijd is daar rijp voor.”

 

Gefaseerd met pensioen

Op het gebied van welzijn is de vierdaagse werkweek een voorbeeld dat veel mensen zal aanspreken. En waarom gaan we eigenlijk vaak zo abrupt met pensioen, in plaats van gefaseerd steeds iets minder te gaan werken? “De vraag is of het welzijnstechnisch wel zo goed is om cold turkey uit het werkzame leven te stappen. Voor veel mensen is werk meer dan inkomen. Het is ook onderdeel van het sociale leven en van levensplezier. In feite schrijven we mensen nu heel direct af, van vijf dagen naar nul soms. Dat moet toch anders kunnen.”

Hoe de pijler welzijn er verder uit moet zien, vindt Hoekstra lastiger. “Je zou het liefst hebben dat iedereen zich kan ontplooien en zijn gedroomde leven kan leiden, binnen de natuurlijke grenzen die onze aarde ons oplegt. Maar hoe dat er precies uitziet? Daar moeten we meer onderzoek en maatschappelijk dialoog voor hebben. Als we dat inzichtelijker kunnen maken, denk ik dat een grote groep mensen te porren is voor een verhaal over welzijn, duurzaamheid en gelijkheid.”

 

APG-econoom Charles Kalshoven schrijft in zijn column ook over economische groei. Benieuwd naar zijn visie? Lees het hier.

Volgende publicatie:
Het Nederland van 2041

Het Nederland van 2041

Gepubliceerd op: 21 mei 2021

Hoe leven we in 2041? In een reeks van zes artikelen schetsen we het Nederland van Straks. Hoe rijk zijn we dan? Hoe wonen we? Hoe werken we? Hoe consumeren we? Hoe besteden we onze vrije tijd? In deze aflevering vragen we ons af: Hoe sociaal zijn we dan nog?

 

Hoe sociaal zijn we in 2041? Houden we dan nog een beetje rekening met een ander? Of is tegen die tijd de individualisering zover gevorderd, dat we voor een naaste niets meer over hebben? Bestaat er in 2041 nog zoiets als solidariteit tussen rijk en arm, oud en jong, dik en dun, ziek en gezond, man en vrouw, mens en dier, Nederlander en nieuwkomer?

In de media lezen we over groeiend onbegrip. Over groepen die scherper tegenover elkaar staan. Wordt het straks ieder voor zich en schreeuwerds voor ons allen?

 

Minder vrijwilligerswerk

Sinds het uitbreken van de coronacrisis, en vooral in tijden van de lockdown, vinden we het volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) soms moeilijk om over de grenzen van het eigen belang heen te kijken. Neem het vrijwilligerswerk bij het buurthuis of op de sportclub. In Europa liepen we hierin lang voorop, met dertig procent van de Nederlanders actief als vrijwilliger. Middenin de lockdown geeft de helft ervan aan er veel minder aan toe te komen. Het aantal mensen dat meedoet aan demonstraties of zich verbindt aan bewegingen, is wel toegenomen. De vraag is of we dit uit lotsverbondenheid met behoeftigen doen, of uit eigen belang.

Neemt onze bereidheid om belangeloos iets voor een ander te doen af? Volgens het SCP ervaren we wel meer verharding in de maatschappij, maar vooralsnog geen noemenswaardige achteruitgang in solidariteit.

En ook emeritus-hoogleraar sociale wetenschappen Trudie Knijn ziet het niet zo somber in. "We kunnen nu een aantal activiteiten voor anderen niet goed doen, maar we lijken ons nog wel bewust van mensen met noden. Eenzame ouderen, ongedocumenteerden, kwetsbare jongeren. Een liefdadigheidsinstelling als de Voedselbank draait al de hele crisis lang op volle toeren."

 

Solidair met wie?

Alvast ter geruststelling: hoe op onszelf gericht we in 2041 ook zijn, er zal altijd zoiets bestaan als ‘passieve solidariteit’. We betalen met zijn allen belasting.

Hiermee kan de overheid ook tijdens een nieuwe pandemie weer steunpakketten samenstellen en tijdens lockdowns solidariteit afdwingen. En zelfs als nieuwe plagen uitblijven, zal de staat welvaart blijven herverdelen.

De vraag is alleen: wie krijgt dan wat? "In een rijk land als Nederland is de bevolking van oudsher voorstander van sociale bescherming voor ouderen, meer dan voor zieken en mensen met een beperking," weet hoogleraar Sociaal Beleid aan de Universiteit van Leuven Wim van Oorschot. Hij houdt zich bezig met de vraag: wie heeft in onze ogen waar recht op? Volgens hem zijn onze gevoelens van solidariteit voor werklozen nog wat lager dan voor zieken en mensen met een beperking. Voor armen nog weer wat lager en voor immigranten nog lager.

Van Oorschot wil zeggen: niet elke behoeftige kan rekenen op dezelfde mate van solidariteit. Voor de wet is iedereen gelijk, maar als het gaat om de aanspraak die men maakt op regelingen of de steun die men ervaart vanuit instellingen of maatschappij, is de een gelijker dan de ander. Weduwen meer gelijk dan gescheiden vrouwen, gescheiden moeders meer gelijk dan gescheiden vaders, mensen met een vast contract meer dan flexwerkers, gezinnen meer dan alleenstaanden. "Onze bereidheid om een ander te helpen hangt af van ons beeld van die ander. En of we ons met de noden van die persoon kunnen identificeren."

We beoordelen de ‘hulpwaardigheid’ van een behoeftige op vijf criteria. Control, attitude, reciprocity, identity en need. ‘CARIN,’ een begrip van Van Oorschot. We zijn eerder bereid de behoeftige te helpen als we vinden dat hij het niet aan zichzelf te danken heeft dat hij in behoeftige omstandigheden verkeert, als de behoeftige zich dankbaar opstelt in plaats van eisend, als de behoeftige iets terugdoet voor de ontvangen hulp, als we onszelf met de behoeftige kunnen identificeren en als we de mate van behoeftigheid denken te kunnen inschatten.

"We zijn conditionele coöperatoren," zegt Van Oorschot. "We dragen ons rechtvaardig deel bij als we zien dat de ander dat ook doet."

Gaan we op weg naar 2041 solidariteit meer als een beweging organiseren? Dat zou goed kunnen

Hulpwaardigheid

Conditionele coöperatoren: ik krab jouw rug als jij de mijne krabt. Hoe bestendig is deze voorwaardelijke solidariteit? Want de laatste tijd staat zelfs onze solidariteit met ouderen onder druk. Als ouderen eisen stellen aan AOW en pensioen of een groot huis bezet houden ten koste van jonge gezinnen, zien we ze minder als ‘hulpwaardig’. Jongeren denken: die oudjes hebben het zo slecht niet. Ze verbrassen ons geld, tasten het fundament onder het pensioenstelsel aan. De ‘paradox van de herverdeling’, noemt de Amerikaanse socioloog Richard Coughlin dit. Is solidariteit als basis voor het pensioensysteem in 2041 nog stevig genoeg? En als we al voor ouderen minder solidariteit beginnen te voelen, wat blijft er dan over voor migranten? Is de welvaartsstaat alleen ‘voor ons’?

Lastige vragen. Ook daarom vertrouwen we in 2041 solidariteit nog graag aan de overheid toe. Zij regelt wel het toezicht op de rechten van kwetsbare medeburgers. Zij herverdeelt welvaart. Maar we moeten ervoor waken, waarschuwt Van Oorschot, dat we zo ook solidariteit ‘als waarde’ overdragen aan anonieme instanties. Aan overheden die tussen ‘schenker’ en ‘ontvanger’ in staan. Want terwijl bij de ‘ontvanger’ het gevoel van dankbaarheid verdwijnt, verdwijnt bij de ‘schenker’ zingeving. ‘Solidariteit uit gemeenschappelijke potjes kan op termijn de legitimiteit van de welvaartsstaat ondermijnen.’

 

Solidariteit opnieuw uitvinden

Terug naar de beginvraag: hoe ziet solidariteit er anno 2041 eruit? Meer zichtbaar maatschappelijk betrokken pensioenfondsen en andere, voorheen anonieme, instellingen? Een sociale dienstplicht voor jongeren? Deelt de overheid kredietpunten en aftrekposten uit aan vrijwilligers? Of gaat het bedrijfsleven voorop lopen? Van sociale ondernemingen die ideaal en winst combineren? Of komt het uit onszelf, nu het vrijwilligersbestand vergrijst en onder jongeren vrijwilligerswerk minder vanzelfsprekend is? Gaan we elkaar op de socials beoordelen en liken? Gaan we in 2041 elkaars inzet monitoren? Slaat dit door naar sociale controle of dwang?

Trudie Knijn deed Europees vergelijkend onderzoek naar de motivatie van mensen om zich aan te sluiten bij een solidariteitsinitiatief en zag dat we het in Nederland al niet zo slecht doen. "Neem de Voedselbank. Het gaat de vrijwilliger daar én de eindgebruiker om het contact, om de uitwisseling. Het gevoel ergens bij te horen. Belangrijk is dus dat we een initiatiefnemer of vrijwilliger waarderen en bij dingen betrekken. Veel liefdadigheidsinstellingen stammen uit de jaren negentig, toen de overheid veel gaten liet vallen. Ze moesten het lang zonder steun stellen. Nu krijgen ze subsidie, maar in ruil moeten ze voldoen aan procedures. Top down-georganiseerde organisaties. Afgebakende taken, handjes moeten wapperen. Verkapte overheidsorganisaties. Dat kan mensen afstoten."

Kunnen we iets leren van de sociale bewegingen waar we volgens het SCP nu zo warm voor lopen? Voorbeelden ervan hebben we de laatste tijd op tv veelvuldig voorbij zien komen. Viruswaanzin, boeren op trekkers. Boze mensen die voor zichzelf opkomen – maar ook vrolijk uitgedoste klimaatdemonstranten, Black Lives Matter en ontroerende solidariteitsacties voor verplegenden. Gaan we op weg naar 2041 solidariteit meer als een beweging organiseren? Dat zou goed kunnen, denkt Knijn. "Bewegingen streven naar impact, hun doel is een snelle, blijvende invloed op de maatschappij. Anders dan liefdadigheidsinstellingen zijn ze plat georganiseerd, bottom up. Er heerst meer democratie en meer vrijheid. Iedereen praat mee en elke bijdrage wordt gewaardeerd. Het raakt aan de kern van de sociale wezens die we altijd zullen zijn: we willen ergens bij horen."

Volgende publicatie:
Het Nederland van 2041

Het Nederland van 2041

Gepubliceerd op: 12 mei 2021

Hoe leven we in 2041? In een reeks van zes artikelen schetsen we het Nederland van Straks. Hoe rijk zijn we dan? Hoe wonen we? Hoe werken we? Hoe consumeren we? Hoe sociaal zijn we nog?

In deze vierde aflevering vragen we ons af: hoe besteden we straks onze vrije tijd?

 

Wist je dat we van de 112 uur die we per week wakker zijn, maar liefst 44 uur aan vrije tijd hebben? Dat klinkt als een zee van tijd om erop uit trekken en spontaan met vrienden leuke dingen te doen. De paden op, de lanen in. Maar als we kijken hoe we die vrije tijd in de praktijk invullen, los van op de bank liggen en naar het plafond staren, tekent zich een nogal vastgeroest patroon af. Volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) gaat 40% op aan ‘mediagebruik’, 30% aan ‘ontspanning’, 20% aan ‘sociale contacten’ en de rest soms aan ‘vrijwilligerswerk’. “En behalve ons mediagebruik beperken we ook nog eens alles strikt tot het weekend, want doordeweekse dagen zijn voor het werk,” zegt Greg Richards, hoogleraar vrijetijdsstudies in Tilburg. “De structuur die we aan ons leven geven is al vijftig jaar hetzelfde.”

 

Zou dat in 2041 nog steeds zo zijn? “In 2041 zal alles vervloeien,” denkt Peter van der Aalst, docent Leisure & Events bij Breda University of Applied Sciences. Volgens hem verhullen de cijfers van het SCP een dynamiek in onze vrije tijd die al langer gaande is. “Alles loopt al door elkaar. Konden we ons twintig jaar geleden voorstellen dat we vanuit de trein met een computertje op schoot met de hele wereld contact zouden onderhouden? Dat we ter plekke zelf een vakantie zouden regelen, gebaseerd op de mening van veel andere mensen van over de hele wereld? Futuristisch? Nu noemen we het gewoon een smartphone en heeft onze oma van tachtig er ook één.”

 

Mix-up van vrije tijd en werk

Niet alleen onze vrijetijdsbestedingen vervloeien, ook onze werktijden en vrijetijdsbestedingen gaan dat doen. Kunnen we ze in 2041 nog wel van elkaar onderscheiden? Lopen we met een AR-bril op ergens buiten virtueel te scrummen met collega’s, terwijl we eigenlijk thuis op de bank in onze onderbroek Pim Pam Pet spelen met onze kinderen? “Het wordt steeds lastiger ons los te koppelen van ons werk,” zegt Marcel Bastiaansen, hoogleraar vrije tijd en toerisme. “Daardoor raakt onze vrije tijd steeds verder gefragmenteerd: het worden splinters die we niet meer ervaren als vrije tijd. Mogelijk neemt in de toekomst de hoeveelheid vrije tijd nog verder toe, maar de kwaliteit niet per se.”

 

Is het ook mogelijk dat de mix-up van minder werk en meer vrije tijd ertoe leidt dat we ons werk meer gaan zien als iets ernaast, als een hobby? “Dat is, vrees ik, alleen weggelegd voor de creatieve beroepen, waarin we nu ook al veel autonomie ervaren,” zegt Van der Aalst. “De digitale nomaden, die vanuit een zonnig oord of een vakantiehuisje in Drenthe hun communicatieadviezen verzorgen.” Of krijgen ook de eenvoudige beroepen meer vrije invulling van hun ambacht? De kunstenaar-stukadoor, de schoonmaker die ook bloemen schikt en het huis anders decoreert? Of andersom: worden amateurisme en onbezoldigd vrijwilligerswerk in de toekomst vergoed? De laatste padden overzetten, de laatste vlinders tellen... Volgens het SCP willen we toch minder van onze vrije tijd online gamend doorbrengen? We zeggen althans meer fysiek contact met onze naasten te willen ervaren en meer vrijwilligerswerk te willen doen.

 

“Zeggen is iets anders dan doen,” weet Bastiaansen. “Ik denk wel dat we ons steeds meer bewust gaan worden van wat we allemaal om ons heen laten liggen.” Van der Aalst wijst erop dat een belangrijk aspect van online gamen nu al bestaat uit het opbouwen en onderhouden van sociale contacten. “Vaak internationaal, wereldwijd. En wie zit er niet in diverse Whatsappgroepen voor familie, vrienden, collega’s, communities voor specifieke interessegebieden? Die organiseren vaak ook ontmoetingen in het echte leven. Ons sociaal contact neemt alleen maar toe. Al kan het soms als vluchtig worden ervaren.”

 

Primitief

In het jaar 2000 schreef de Amerikaanse hoogleraar Robert N. Putnam het boek Bowling Alone: The Collapse of American Community. Hoewel het online leven toen nog primitief was, zag hij hoe onze sociale structuren steeds verder uiteenvielen, hoe steeds minder mensen naar elkaar omkeken. Maar in 2016, toen de internetrevolutie zich al voltrok, schreef hij er een extra hoofdstuk aan vast, waarin hij hoopvol de vele initiatieven beschreef die hij ineens zag opkomen. Hoe kleine gemeenschappen oude vormen van vrijwilligerswerk en sociaal activisme opnieuw uitvinden. Mede geholpen door onze smartphone.

“We willen beleven door actief zelf iets toe te voegen, te leren, veranderen, verbeteren, betekenis te hebben”

Zetten sportverenigingen en volkstuinen sociale media al slim in? “Dat kan nog wel beter,” zegt Van der Aalst. “Old skool clubs hebben nog altijd de grootste moeite om vrijwilligers of leden aan zich te binden. Als ze er in 2041 nog willen zijn, moeten bestuurders en bonzen de hiërarchische aanpak laten varen waarbij ze verwachten dat vrijwilligers de handjes leveren. In tijden van corona bewijzen de sportscholen het al beter te begrijpen. Ze bieden online trainingen en programma’s op maat. Maar je ledenbestand, of liever gezegd je community, gedijt pas echt goed in een los-vast binding, zoals we dat bij urban culture & sports zien. Daar geldt het adagium each one teach one. Iedereen is leraar en leerling, trainer en speler, in een open cultuur waarbij men elkaar respecteert en de ruimte geeft om zelf events op te zetten en te promoten. In onze vrije tijd willen we niet meer alleen passief iets beleven. We willen beleven door actief zelf iets toe te voegen, te leren, veranderen, verbeteren, betekenis te hebben.”

 

Het nieuwe hedonisme

Daar is eindelijk dat woord weer. Beleven, de belevingseconomie. Lang niets van de belofte gehoord. Het klonk vooral in de toerisme-industrie. Maar wilden we tijdens daguitjes en op vakantie vooral geamuseerd worden, dingen beleven in de zin van ondergaan; nu is ook dat niet meer genoeg. In een variant willen we nu participeren, ons engageren. Iets positiefs bijdragen aan de lokale bevolking door streekproducten af te nemen. Schilderen in Griekenland, koken in Italië, koeien verzorgen op een opvang in Estland, zwerfhonden redden in Bulgarije, vluchtelingen helpen op Moria.

“Een kleinschalige, maar snelgroeiende vorm van toerisme,” zegt Richards. “In onze dagelijkse, versnipperde vrije tijd hebben we het druk met nog even snel de kinderen wegbrengen en andere sociale verplichtingen die ertussendoor moeten. Tijdens onze twee vakantieweken zijn we nog te onrustig om de hele dag niks te doen op het strand. Daarom mixen we luieren met leren, ontspanning met ontwikkeling.”

 

Zo krijgt ons hedonisme gezelschap van ‘eudemonisme’. Een hoger soort gelukzaligheid die – volgens de Griekse filosoof Aristoteles – alleen bereikt kan worden door daden die het welzijn van anderen bevorderen. “In de jaren zestig kwam het al in het toerisme op,” weet Bastiaansen. “Daarna vlakte het af in de neoliberale ikke, ikke, ikke-tijden. Nu komt het weer sterk opzetten.”

Een besef van de klimaatcatastrofe, de uitputting van de aarde en van verloedering van de buurt maakt dat meer mensen zich ergens voor willen inzetten, ziet ook Van der Aalst. “Het aantal eenpersoonshuishoudens neemt toe, mensen komen losser te staan van oude, maatschappelijke structuren. Als vanzelf gaan ze op zoek naar nieuwe betekenissen en verbintenissen. Dat kan in het klein, als buddy of als mantelzorger. Maar ook groepsgewijs, door samen zwerfvuil te rapen, vanuit bootjes plastic uit de grachten te vissen, de straat op te fleuren. Het is minder ieder voor zich. We bezien dingen minder als consument, meer als burger. Maar we willen ook lol maken. Ik verwacht dat er steeds professioneler events omheen worden bedacht. Muziek erbij, catering, scholing, wedstrijdelementen. Nederlanders en nieuwkomers aan elkaar koppelen, budgetten toekennen, hen uitdagen om vanuit diverse culturen samen aantrekkelijke concepten te ontwikkelen, de winnende concepten opschalen.”

“Zodra de meubelboulevards en attractieparken opengaan, lopen de bossen weer leeg”

Naar binnen keren

Om aan alle events en sociale druk te kunnen ontsnappen, zullen de vrijetijdswensen van anderen zich juist beperken tot niks doen. Naar binnen keren, dingen doen die niks kosten. Hoogstens een uurtje door de natuur wandelen, zoals we in coronatijden massaal zijn gaan doen. Maar Bastiaansen denkt niet dat die influx in de natuur een blijvertje is. “Anderhalf jaar lockdown is niet genoeg om natuurbeleving diep in ons systeem te laten nestelen. Zodra de meubelboulevards en attractieparken opengaan, lopen de bossen weer leeg.”

Richards denkt van niet. Hij wijst op de sterk afgenomen ‘sociale legitimiteit’ van vliegvakanties. “Vliegen is het nieuwe roken. En na Barcelona en Amsterdam zullen ook andere populaire steden toeristen gaan weren. Op staycation dus, de binnenlanden ontdekken.” Maar dat kost dus natuur. Wordt natuur een reservaat om haar te beschermen tegen de meutes? “Eigenlijk hebben we helemaal geen natuur. Geen oerbossen of rotspartijen. In Nederland maken we natuur, zoals de Oostvaardersplassen. Al zijn die niet voor publiek toegankelijk. Ik kan me voorstellen dat Staatsbosbeheer of Natuurmonumenten rond onze mooiste bossen een hek gaan zetten en entree gaan heffen.”

 

Net als bij het Safaripark rijden we in muisstille golfkarretjes over een parcours door verwilderde akkers en aan de natuur teruggeven weilanden, waar weer wolven en beren rondlopen. Met een veiligheidsvestje aan dat ze op afstand houdt… Of is dat niet nodig, accepteren we dat veel ervaringen niet meer echt zijn? Nemen we genoegen met onze VR-brillen, veilig thuis op de bank?

“China heeft al een virtuele dierentuin, Guangzhou Zoological Garden,” zegt Van der Aalst. “Ik verwacht dat we dit meer gaan zien als we dieren niet meer in kooien willen houden, zoals we dat ook niet meer in het circus toestaan.”

 

Echte leven

Maar hoe virtueel het ook wordt, denkt Van der Aalst, we zullen onze vrijetijdservaringen altijd fysiek willen delen met anderen, in het echte leven. “De games, festivals, concerten en events lopen hierin voorop. Ze zijn nu al meer hybride van opzet, minder plaats- en tijdgebonden. Ken je het jagen op virtuele Pokémons nog? Dat was al één voortdurende beleving. Meer dan alleen een livestream biedt metalfestival Roadburn in Tilburg nu een platform voor de trouwe bezoekers, waarvan 70% van buiten Nederland komt, zodat ze samen voorpret én napret beleven. De rapper Travis Scott verscheen als avatar in de game Fortnite voor een concertje van tien minuten, trok dertig miljoen gamers en verdiende zestien miljoen euro aan de verkoop van merchandise en fee. Daar moet hij anders twintig liveshows voor doen.”

 

Verdienmodellen genoeg. Al snakken wij én de artiesten naar gewoon een live-optreden. “Maar ook live zal het digitale zich vermengen met het echte,” voorspelt Van der Aalst. “In Ziggo Dome staan we straks met zijn allen met een AR-bril op te kijken naar Michael Jackson of een andere dode artiest. Het ‘echt’ allerlaatste concert van de Rolling Stones is niet meer iets unieks en eenmaligs. En omdat we door alle mogelijkheden beter weten waar er nog meer te beleven is, gaan we weer meer op pad, trekken eropuit. De paden op, de lanen in.”

 

 

Illustratie: Joyce Schellekens

 

Volgende publicatie:
Meer huurwoningen dankzij online leenplatform

Meer huurwoningen dankzij online leenplatform

Gepubliceerd op: 4 mei 2021

Woningcorporaties hebben miljarden nodig om hun bestaande huurwoningen te verduurzamen en nieuwe woningen bij te bouwen. Via veilingsite LIST Amsterdam kunnen ze nu heel makkelijk en snel geld lenen. APG Asset Management is mede-initiator van dit volledig digitale leenplatform. “Met vijftig afgesloten leningen ter waarde van een half miljard euro is dit inmiddels een groot succes.”

 

Hoe vind je een betaalbare huurwoning, als je een bescheiden inkomen hebt en een koophuis wel kunt vergeten? Dat wordt in Nederland steeds moeilijker. Huurders moeten vaak jaren wachten voordat ze een woning krijgen. Daarom willen de woningcorporaties er jaarlijks zo’n 34.000 sociale huurwoningen bijbouwen; het dubbele van wat ze de laatste jaren hebben laten bouwen. Daarbij neemt de druk op corporaties toe om hun (ruim twee miljoen) bestaande woningen te verduurzamen, want in 2050 moeten alle corporatiewoningen CO2-neutraal zijn.

 

Nieuwe financieringsbron

Dat kan maar één ding betekenen: de 300 woningcorporaties die Nederland telt, hebben de komende jaren vele miljarden nodig. Hoe komen ze aan dat geld? Huurverhogingen bieden weinig soelaas, omdat de huren in de sociale huursector zijn begrensd. De corporaties lenen in praktijk nu vooral geld bij twee sectorbanken, de Nederlandse Waterschapsbank (NWB) en de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). “Daar is met het platform LIST Amsterdam een derde financieringsbron bijgekomen. Via deze online marktplaats kunnen corporaties heel makkelijk en efficiënt een lening aanvragen, de aanbiedingen van institutionele beleggers met elkaar vergelijken en de voor hen meest gunstige lening afsluiten,” zegt Hans van Westrienen, senior portefeuillemanager van APG Asset Management.

 

Inspelen op trend platformisering

Hij vertelt dat APG een paar jaar geleden werd benaderd door de Amsterdamse ondernemers Adriaan Hendriksen en Erik Wilders. “Zij zagen kansen voor een online leningenplatform waar woningcorporaties voor hun financieringsbehoefte direct contact konden leggen met institutionele beleggers. Zonder allerlei tussenschakels, zoals brokers; dat scheelt meteen flink in de kosten. Wij vonden dat een uitstekend idee en hebben hen geholpen met het opzetten van dit platform.” LIST Amsterdam speelt daarmee in op de trend van platformisering: we zijn immers gewend geraakt aan online platforms om eten te bestellen, een taxi of overnachting te regelen of een klusser in te huren. Geld uitlenen via crowdfunding-platforms als Geldvoorelkaar, Kickstarter en Voordekunst kennen we ook al jaren, maar een platform voor omvangrijke, langetermijnleningen is nieuw, constateert Van Westrienen: “Het werkt simpel, de woningcorporatie zet zijn geldvraag via LIST Amsterdam direct uit bij institutionele beleggers. Gewone banken komen er niet aan te pas.” Had APG niet zelf dit platform willen oprichten? “Nee, in dit geval geldt: schoenmaker, blijf bij je leest. Aan het opzetten van zo’n online veilingsite kleven bovendien strikte voorwaarden, vanuit wet- en regelgeving.”  

 

Meer concurrentie, lagere rente

Het platform voorziet duidelijk in een behoefte: na twee jaar zijn er zo’n vijftig leningen via LIST Amsterdam verhandeld, met een totale waarde van een half miljard euro. Waarom doet APG hieraan mee? Van Westrienen: “Wij doen deze beleggingen graag via dit platform omdat onze klanten, de pensioenfondsen ABP, bpfBOUW, SPW en PPF APG, niet alleen langlopende leningen met een stabiel en betrouwbaar rendement willen verstrekken, maar ook willen bijdragen aan een oplossing van het woningtekort en aan de noodzakelijke verduurzaming van woningen. Bovendien willen ze waar mogelijk meer in Nederland beleggen.” Uit de hoek van de woningcorporaties heeft Van Westrienen veel lovende reacties gehad. “Ze kunnen nu kiezen uit meer financiers. En omdat er meer concurrentie is gekomen, betalen de woningcorporaties een wat lagere rente dan voorheen.”

 

Rendement, risico, kosten en duurzaamheid

APG gaat in haar beleggingen doorgaans uit van vier criteria, vertelt Van Westrienen: “Het risico, het rendement, de kosten en het duurzame, sociale karakter van de investering. Aan dat laatste criterium voldoen we - door te beleggen via LIST Amsterdam - zeker, gezien de wens van corporaties om met deze leningen meer huurwoningen bij te bouwen en bestaande woningen energiezuiniger te maken.”

Wat het risico betreft; de Nederlandse Staat waarborgt dit type langetermijnleningen aan woningcorporaties. Dat gebeurt via het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW), een constructie die voor institutionele beleggers als APG interessant is. “Vanwege die waarborg is het risico voor ons laag. De rente van deze leningen ligt iets hoger dan op Nederlandse staatsobligaties, zo kunnen we per saldo tegen een vergelijkbaar risico een iets hoger rendement realiseren. Tegelijk is dat rendement op deze risico-arme leningen relatief gering, waardoor ze voor de gewone grootbanken minder aantrekkelijk zijn. Maar dat lage rendement is geen probleem, ook omdat we, door te beleggen via LIST Amsterdam, op de andere drie criteria zo goed scoren.” En het vierde criterium, de kosten? “Die zijn relatief laag, omdat het hele veilingproces geautomatiseerd en zeer efficiënt verloopt.”

 

Eenvoudig digitaal veilingsysteem

Die automatisering zit ’m deels in vergaande standaardisatie, schetst Van Westrienen. Normaliter kun je in dit soort grote leningen allerlei opties-op-maat verwerken. Denk aan de mogelijkheid van vervroegde aflossing, een variabele rente tijdens de looptijd, of een annuïtaire structuur. Bij de leningen via LIST Amsterdam heb je alleen te maken met een template waarop je de looptijd, het te lenen bedrag en het rentepercentage kunt invullen. Dat is heel overzichtelijk.” Het systeem werkt verrassend eenvoudig: om elf uur in de ochtend, op vaste dagen in de week, krijgen beleggers een template te zien waarop corporatie X heeft aangegeven hoeveel miljoen euro ze willen lenen. Geïnteresseerde beleggers vullen dan het rentepercentage in dat ze voor die lening willen hebben. De corporatie krijgt vervolgens vijf minuten de tijd om aan te vinken welke rente ze prefereren, en daarmee automatisch met welke belegger ze in zee gaan. En dan is de deal rond. “Wij hebben dus geen contact met de desbetreffende woningcorporatie. Vroeger verwerkten we dit soort beleggingen handmatig in onze administratie. Mijn collega’s van Trade Processing hebben, samen met ons Integration team, ervoor gezorgd dat alles digitaal en gestandaardiseerd loopt. Zelfs het zetten van de vereiste handtekeningen door alle partijen gaat nu elektronisch, via AdobeSign. Zeker nu vrijwel iedereen vanuit huis werkt, is dat superhandig. Deze digitalisering zorgt voor minder fouten, meer snelheid en lagere kosten. Goed nieuws voor de woningcorporaties én voor onze klanten en hun deelnemers, waar we voor beleggen.”

 

 

 

“LIST Amsterdam is heel goed nieuws”

 

Woningcorporatie De Alliantie was de eerste die in 2019 een lening afsloot via LIST Amsterdam. Jan Michiel Aeilkema, treasurer bij De Alliantie, zei hierover begin dit jaar op de website van ABP: “Het is onze missie om voor voldoende sociale huurwoningen te zorgen. In ons geval bestaat negentig procent van ons bestand uit woningen waarvan de huren begrensd zijn. Die huren kunnen we niet zomaar verhogen om bijvoorbeeld de verduurzaming te bekostigen.”

“We proberen zo goedkoop mogelijk geld te lenen, tegen een zo laag mogelijke rente. Omdat we via LIST Amsterdam geen brokers nodig hebben en veel processen in hoge mate geautomatiseerd zijn, hebben we op deze manier ook minder onkosten bij het aantrekken van financiering. En bevallen de aanbiedingen die we op het platform krijgen niet, dan kunnen we altijd nog de sectorbanken benaderen.”

 

Wat vindt Aeilkema van LIST Amsterdam? “Voor woningcorporaties, de sociale woningbouwmarkt en de grote groep mensen die hierop zijn aangewezen, is dit heel goed nieuws. De goedkopere leningen en lagere kosten zorgen ervoor dat we woningen betaalbaar kunnen houden en verder kunnen verduurzamen. Het is dus een erg goede zaak voor Nederland.”

Volgende publicatie:
Het Nederland van 2041

Het Nederland van 2041

Gepubliceerd op: 29 april 2021

Hoe leven we in 2041? In een reeks van zes artikelen schetsen we het Nederland van Straks. Hoe rijk zijn we dan? Hoe wonen we? Hoe consumeren we? Hoe sociaal zijn we nog? Hoe besteden we onze vrije tijd? In deze derde aflevering vragen we ons af: hoe werken we straks?

 

Werken anno 2021: dat komt neer op van negen tot vijf in een gebouw zitten en wachten. Tenminste, als we ten tijde van een pandemie nog op kantoor mogen komen. Op kantoor denken we aan thuis en thuis verlangen we naar kantoor. Maar anno 2041, denkt de Amerikaanse futuroloog Thomas Frey, na nog twee ontwrichtende viruspandemieën, zijn de nu al vele leegstaande kantoren inmiddels verbouwd tot woningen. En omdat de overheid dan nog steeds, tot onze wanhoop, verlangt dat we thuis werken, aan de keukentafel met kinderen, hebben we daar volgens Frey een oplossing voor gevonden.

“Tegen die tijd werken we vanuit een mobiel kantoor. Iedereen zijn rust en concentratie in zijn eigen, verbouwde camper. Een mobile workplace met te verduisteren ramen en stabiel internet. Naar believen in te richten als werkplek, filmstudio, tattooshop, uitvalsbasis voor een razende reporter, lommerd, vruchtbaarheidskliniek of gewoon als een rijdend kantoortje voor een kenniswerker. Ons bureau op wielen is volgehangen met technologie en robotica, met wie we net zo gezellig bijpraten als met die collega bij het koffieapparaat. Algoritmen drijven ons voort door de dag, stippen-op-de-horizontellers houden ons gefocust op de doelen. Als bewegend billboard maken we reclame voor onze handel, we pikken een afspraak op voor een meet-up en zetten hem weer af voordat de volgende begint. Al vergaderen we vooral virtueel, met VR-lenzen die ons onderdompelen in een laboratorium in India, of met AR-brillen die een laag over de te verbouwen productiefaciliteit in China leggen.”

 

Kenniswerker

Oké. Even een stapje terug. We proberen straks weer bij Frey aan te haken. We zullen zijn optimisme nog nodig hebben, want we duiken eerst met filosoof en digitale fitheidspionier Martijn Aslander in de vooruitzichten van de ‘kenniswerker’. En die zijn niet florissant. “Over twintig jaar zal het gros van Nederland zichzelf aanduiden als kenniswerker,” zegt Aslander. ‘Allemaal vergaren, verwerken, analyseren, clusteren en delen we de hele dag kennis. Maar dat doen we dan hopelijk wel iets slimmer dan nu.

Op dit moment werkt de kenniswerker alsof hij een lopendebandwerker is. Iemand die op één afgebakende werkdag een bepaalde productie oplevert. Hoewel hij zijn beste invallen onder de douche krijgt, verwachten we dat hij de hele dag naar een scherm kijkt. We dwingen hem in feite een toneelstukje op te voeren.

Dat gaat volgens Aslander niet langer zo. “We zitten in hippe kantoortuinen met glijbanen, ons ooit opgedrongen door oude goeroes van ‘het nieuwe werken’. Funest voor onze concentratie. We worden de hele dag afgeleid door prikkels en praatjes en komen nergens aan toe. Neem onze werktijden. Twintig procent van ons is in de avond op zijn best, twintig procent functioneert juist ’s ochtends om zeven uur optimaal. Waarom rekenen we elkaar dan af op vaste werktijden? Vinden we het gek dat zo veel mensen lijden aan stress en burn-out, volksgezondheidsvijand nummer één?”

 

Tijdconfetti
Hadden de jaren vijftig ons sowieso niet beloofd dat automatisering ons veel werk uit handen zou nemen? Waarom duurt het zo lang voordat we onze dagen in ledigheid kunnen voortbrengen? “Simpel,” zegt Aslander, “we staan al zeventig jaar stil. Destijds zaten we aan een bureau met wat laden, wat bakjes voor de post, een telefoon met een snoer en een typemachine. Nu tikken we nog steeds op een toetsenbord – met twee vingers, omdat we nooit blind hebben leren typen. We gebruiken een vliegtuig om over de snelweg te rijden.”

Aslander heeft een studie gemaakt van de dwalingen van de kenniswerker. Volgens hem maken we de hele dag door documenten aan, sturen die naar twaalf anderen die er wijzigingen in aanbrengen, waarna we de nieuwe versie apart opslaan. “We denken dat dit werken is. Eén telefoontje verder en we hebben een perspectief dat de laatste versie meteen waardeloos maakt. Tussen alle tijdconfetti door – mail checken, appen, tweeten, praatje – schuiven we papier rond en stoppen die weg in mapjes en submapjes, die allemaal op elkaar lijken. Overal verstoppen we stukjes informatie, zoals eekhoorns met eikeltjes doen. Maar… waar hebben we alles neergelegd? Ons ruimtelijk en ons visueel geheugen zijn de sterkst ontwikkelde vaardigheden van ons brein, maar er wordt geen beroep op gedaan.”

Aslanders punt: we zijn de bedoeling van werk vergeten. We verwarren het met een vaste baan van vijftien jaar lang hetzelfde trucje doen. Oké, we netwerken meer dan vroeger en we vergaderen nu staand en we scrummen agile. “Maar wat levert dat op als we niet à la minute bij de juiste informatie kunnen? Een kwart van onze energie gaat op aan denken. Zonde om dat te besteden aan het opsporen van die ene waarneming, dat gouden ideetje dat je van de week in een mailtje aan jezelf stuurde.”

 

Monetair kapitaal

Als we geld op de bank zetten, zegt Aslander, groeit ons monetair kapitaal. Maar ons informatiekapitaal stoppen we in een oude sok. We verstoppen die sok onder het matras, zodat niemand erbij kan, wijzelf ook niet. “Intussen neemt de hoeveelheid informatie die dagelijks op ons afkomt razendsnel toe. We moeten informatie dus slimmer verwerken. Maar die vaardigheid leren we niet op school en ook niet in organisaties. Als kenniswerken een ambacht is, hebben maar weinigen dat onder de knie. De meesten doen maar wat. Wie van ons heeft zich op tijd aangepast aan de dynamiek van 2041 en overleeft tussen de concurrentie? Ik denk dat de snelheid en het gemak waarmee je voor anderen van waarde bent, je succes zal bepalen. Wees zuinig op je informatiekapitaal en op je sociaal kapitaal, zodat je minder afhankelijk bent van monetair kapitaal.”

 

Intussen bereiden onze werkgevers zich voor op de digitale toekomst door zich te verdiepen in AI, Big Data, blockchain. Spannende ontwikkelingen, vindt ook Aslander, maar zinloos als werknemers nog niet eens de finesses van Outlook of Excell kennen. “We zijn niet digitaal fit. Het gaat al mis met de tools waar we nu mee werken: een Ikea-setje IBUS-sleutels om een heel huis mee te bouwen. Als je vanuit de toekomst naar ons werkgereedschap kijkt, vallen de meeste tools af. Tools moeten informatie opslaan, doorzoekbaar, sorteerbaar, ordenbaar, herordenbaar, meta-dateerbaar en deelbaar zijn. Zelf werk ik met Evernote. Met een superscanner heb ik alles in huis gescand, 93.000 notities in totaal. Zelfs mijn zwemdiploma of die ene taxibon uit 1989 heb ik in één seconde gevonden.”

Welkom in ‘de nieuwe werk-werkelijkheid’. Pas als we de basis op orde hebben en voldoen aan een minimale digitale hygiëne, als we altijd en overal onmiddellijk bij kunnen en kennis en connecties paraat hebben – dán komen we toe aan de vaardigheden waarmee we ons kunnen onderscheiden. Nu en in 2041. “Kritisch denken, creatief zijn, ondernemen, communiceren, samenwerken,” zegt Aslander. “Dan pas ben je de oplossing voor iemands probleem. Dan scoor je in de elevator pitch, in de boardroom, op een verjaardagsfeestje.”

 

Gewone banen

Fijn voor mensen met hoogwaardig werk aan de top, maar wat doet automatisering met gewone banen in 2041? In 1867 voorspelde Karl Marx dat het belang van de factor laagwaardig arbeid steeds verder zou afnemen. Kort daarop deelde ingenieur Frederick Taylor het werk in de automobielfabriek van Henry Ford op in afzonderlijke, eindeloos te herhalen taakjes aan de lopende band. En terwijl in 2021 de automatisering verdergaat waar de industrialisering is opgehouden, en we in callcenters of als maaltijdbezorger nog steeds door technologie worden gemicromanaged, ervaart één op de vier mensen zijn baan als nutteloos en betekenisloos. 21 Procent van alle werkzaamheden wordt door machines verricht. In 2025 is dit al tot boven de vijftig procent gestegen. Probeerde Taylor van ons een robot te maken? Nu vrezen we dat robots ons werk gaan afpakken.

Wat is werk eigenlijk? “Werk,” zei de filosoof Voltaire, “redt een mens van de drie grote kwaden: verveling, zonde en verlangen.” Lang zagen we werken als een christelijke plicht: in het zweet des aanschijns verdienden we ons brood. Nu zien we werken meer als een plicht aan onszelf – we willen ons ontplooien. We halen betekenis uit inspanningen, genieten van het klaren van een klus. Wat laten de robots daarvan over in 2041? Is het beetje werk dat er dan nog is iets ‘voor ernaast’? Verdienen we plichtmatig onze centen, om onze tijd verder te verlummelen met filosoferen en de kunsten, zoals de oude Grieken deden?

 

Riolen schoonmaken

“Taak voor taak automatiseren we onze banen ons bestaan uit,” ziet ook Thomas Frey. “Dus hebben we straks onze baan nog? Natuurlijk! Alleen niet die baan. In tegenstelling tot wat we vrezen of wensdromen wacht ons een tijdperk van super-werkgelegenheid.” En dat niet alleen: Frey denkt dat robots ons werk juist leuker gaan maken. “Rotklusjes als riolen schoonmaken of wc’s schrobben nemen ze van ons over, maar in de meeste andere banen werken we als gelijken met ze samen. Waarom ik dat denk? Er komt onvoorstelbaar veel innovatieve technologie aan. Daaruit ontstaan honderdduizenden micro-industrieën, met werk voor honderden miljoenen mensen die het leven opnieuw gaan vormgeven.”

Bovendien zien we in 2041 een herwaardering van oude beroepen, denkt Frey. “De leraar, de coach, de journalist: dat zijn de vitale beroepen van straks. Als in de informatiemaatschappij alle antwoorden beschikbaar zijn, wordt het stellen van vragen essentieel. Dan gaat het er meer dan ooit om dat we dingen uitproberen, klooien, falen, reflecteren en blijven oefenen. Zaken die een robot niet zo goed kan, maar wij wel. In welke beroepen dat gebeurt? In de journalistiek zijn we naast de robot-factchecker nog steeds aan het werk als razende reporter of als briljante nieuwsduider. Maar er zijn ook datadetectives en data-ethici. Robotpersoonlijkheidstrainers en droneverkeersregelaars. AI-accountants, 3D-huizenbouwers, cryptovalutatoezichthouders, sensorentroubleshooters, ruimtevaartimpactregelaars, asteroïdemijnbouwers, gentherapeuten, mixed reality-coaches, kweekvleesontwerpers. En ja, er zal ook veel werk zijn voor interieurontwerpers – voor onze mobiele werkcamper.”

 

Illustratie: Joyce Schellekens

Volgende publicatie:
“Ogen op de bal en doen wat we hebben afgesproken”

“Ogen op de bal en doen wat we hebben afgesproken”

Gepubliceerd op: 1 april 2021

Hoe houd je je als pensioenuitvoerder van acht fondsen staande in een jaar dat overschaduwd wordt door corona? Het was volgens de recent aangetreden bestuursvoorzitter Annette Mosman een ultieme testcase die APG goed heeft doorstaan. “In 2020 gingen medewerkers van het een op het andere moment thuiswerken, hielden we vanuit drieduizend thuiskantoortjes de pensioenadministratie van 4,7 miljoen deelnemers draaiende en raakten we niet in paniek toen de beurs hard onderuitging. We zijn een robuuste, wendbare organisatie gebleken.”

 

Een nieuwe CEO, een nieuw geluid? Wat gaan we merken van de aanpak van Annette Mosman?

“Ik begin aan deze klus met een helder uitgangspunt. Ik kom uit de organisatie en ken de sector. Als CEO ga ik het op mijn eigen manier doen: vaak door eerst te luisteren en dan pas te reageren. Ik ben nieuwsgierig naar de visie van anderen. Accenten zullen verschuiven, maar de koers staat als een huis. Nu gaan we eerst heel goed uitvoeren. De komende jaren draaien om de eindstand: samen met onze fondsen in 2026 het nieuwe pensioencontract (NPC) goed ingevoerd hebben en tegelijk een sterke maatschappelijke speler zijn. Want we doen het voor de financiële fitheid van 4,7 miljoen mensen. Om dat doel te halen moeten we de komende jaren consistent zijn: ogen op de bal en doen wat we hebben afgesproken. Dat moeten we goed doen: met aandacht voor onze fondsen, werkgevers en hun deelnemers, voor elkaar en onze omgeving. In sporttermen: we spelen een lang toernooi en dat gaat met ups en downs.”

 

Wat heeft voor jou de komende tijd de hoogste prioriteit?

“Voor de tweede keer op rij publiceren we een integrated report. Hierin laten we zien welke waarde we toevoegen aan onze stakeholders; onze pensioenfondsklanten, de maatschappij en aandeelhouders. We zijn ons bewust van onze rol en kijken daar kritisch naar. Dat is het leidmotief van dit jaarverslag. We zijn geen gewoon bedrijf. We mogen werken voor acht fondsen en 4,7 miljoen deelnemers en beheren bijna 600 miljard euro. Behalve een lerende organisatie is er bij APG ook aandacht voor de maatschappelijke impact die we hebben. Transparant zijn, zoals in dit jaarverslag, betekent dat we ook onze kwetsbaarheid tonen, en dus ook laten zien wat er níet goed is gegaan. Gaat er iets mis in onze uitvoering en verloopt de samenwerking met de ondernemingsraad niet soepel? Dan communiceren we dat.”

 

De weg naar het nieuwe pensioenstelsel is lang en ingewikkeld. Hoe ziet die weg er nu precies uit?

“We willen niet voor onaangename verrassingen komen te staan als we samen met onze fondsen de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel ingaan. Dat is een cruciaal onderdeel van onze strategie en dat vragen onze klanten ook van ons. Het is ook een randvoorwaarde om de overstap naar het nieuwe stelsel te maken. Vergelijk het met een zolder die je op moet ruimen voordat je gaat verhuizen. Bij ons betekent dat bijvoorbeeld dat we in nauw overleg met onze fondsen wijzen op de complexiteit in de huidige regelingen. Maar ook dat we de pensioenadministratie doorlopen en herstellen als er ergens onverhoopt iets niet klopt. Dat herstellen is ingewikkeld, zeker als het impact heeft op de portemonnee van mensen. We proberen daarbij samen met de fondsen oplossingen te zoeken waarbij we het belang van de deelnemer hooghouden.”

 

Wat betekent dat concreet voor APG?

“De overgang naar het nieuwe pensioencontract raakt de komende jaren het werk van bijna alle medewerkers binnen APG: van IT, pensioenadministratie, vermogensbeheer, risicomanagement, klantcontact en communicatie tot HR. Het verandert ons werk in vrijwel ieder opzicht. Dat gaat de komende jaren veel van ons als organisatie en van onze medewerkers vragen. Tegelijkertijd biedt het APG de kans om te laten zien dat we ook in een nieuw stelsel onze positie als toonaangevende uitvoerder waar kunnen maken. Want dat zijn we niet voor niks. Met onze digitalisering, deelnemergerichtheid en pensioenexpertise hebben we alle ingrediënten in huis om een nieuwe propositie neer te zetten en ons te meten met andere financiële partijen. Daarnaast hebben we ook acht trouwe fondsklanten die dit traject met ons samen gaan afleggen. Dus laten we vooral niet in de koplampen gaan staren, maar overgaan tot uitvoeren.”


Het is in het afgelopen jaar ook een paar keer misgegaan in de uitvoering. Hoe kijk je daar op terug?

“Dat klopt. In augustus 2020 werd bijvoorbeeld een actie rondom het arbeidsongeschiktheidspensioen afgerond. Hierbij kregen in totaal 8.352 deelnemers alsnog het pensioen toegekend waar ze recht op hadden. Ook kregen zo’n 8.500 deelnemers een rechtmatige aanvulling voor samenvallende diensttijd. Op de deelnemers die het betreft, heeft dit veel impact. En dat begrijpen we als pensioenuitvoerder heel goed. Daarom doen we ons uiterste best om deelnemers in dat soort situaties zorgvuldig te informeren en bij te staan. En we leren er ook van. We hebben het afgelopen jaar, ondanks de coronacrisis waarin we allemaal thuis zijn gaan werken, onze processen flink verbeterd en, daar waar het misging, zaken voor deelnemers zo snel als mogelijk opgelost.”

We spelen als grootste uitvoerder een bepalende rol, maar doen dat nooit alleen

Wordt de kans op fouten nu daadwerkelijk kleiner?

De winkel wordt verbouwd, de verkoop gaat door. Het lijkt alsof corona nauwelijks van invloed was op APG.

“De omschakeling van kantoororganisatie naar thuiswerkorganisatie verliep soepel. De operatie – waaronder het uitbetalen van pensioenen, het innen van premies, het beleggen – is op geen enkel moment in gevaar gekomen. Pensioenfondsklanten, werkgevers en deelnemers merkten niet of nauwelijks dat we hen, in plaats vanuit een kantoorsetting, vanuit onze thuissituatie ondersteunden of te woord stonden. En dat in veel gevallen nog steeds doen. Daar ben ik enorm trots op.”

 

Er wordt vaak gesproken over de rol van APG als maatschappelijke speler. Hoe gaat APG die rol de komende periode invullen?

“APG is een bedrijf, maar eigenlijk veel meer dan dat: we spelen als grootste uitvoerder een bepalende rol, maar doen dat nooit alleen. Als wij de komende jaren ons werk goed doen, willen andere partijen, zoals fondsen, graag met ons samenwerken en samen met ons optrekken. Tegelijkertijd wil ik verder kijken: want met onze kennis en kunde kunnen we meer betekenen voor mens en samenleving. Financieel houvast heeft invloed op je gezondheid, je welzijn en je kansen. Je pensioen staat dus niet op zichzelf. Daarom wil ik meer verbinding zoeken met maatschappelijke partners, bijvoorbeeld rond thema’s als gezondheid, financiële educatie en armoedebestrijding. APG’ers kunnen daar actief aan bijdragen. Zorg voor onze omgeving betekent ook zorgen voor de planeet. We beleggen met een blik op de lange termijn en zo duurzaam mogelijk. Onze bedrijfsvoering is in 2030 klimaatneutraal. Daarom verhuizen we eind van dit jaar naar een nieuw, duurzaam pand. En werken we aan een nieuw mobiliteitsplan voor alle APG’ers. Daarin kijken we zonder dogma’s naar wat goed is voor ons en onze omgeving.”

 

Tot slot: waar kijk je het meest naar uit in 2021?

“Collega’s zien en weer terug mogen naar kantoor. Maar ik kijk ook uit naar de stappen die we gaan zetten richting het nieuwe pensioencontract. Dat is echt een complex traject. Ik hoop dus dat de politiek in Den Haag vasthoudt aan de vastgestelde tijdslijn. Ik ga er nog steeds vanuit dat op 1 januari 2026 alle fondsen over moeten en die tijd hebben we echt nodig.”

 

 

Bekijk hier het jaarverslag 2020.

 

Lees het interview met Ronald Wuijster, lid raad van bestuur en verantwoordelijk voor Asset Management en HR: “Verkopen uit paniek is nooit verstandig” - Ronald Wuijster over beleggen in een coronajaar. 

Volgende publicatie:
Jaarverslag 2020: Terugkijken op een bijzonder jaar

Jaarverslag 2020: Terugkijken op een bijzonder jaar

Gepubliceerd op: 31 maart 2021

Vandaag publiceren wij als APG ons jaarverslag over het jaar 2020. Een bijzonder jaar natuurlijk. Van corona en van thuiswerken, maar ook van het pensioenakkoord - en de weg naar een nieuw stelsel. In het verslag lees je hoe wij vorig jaar werkten voor acht pensioenfondsen, 22.000 werkgevers en via hen voor 4,7 miljoen mensen in Nederland.

 

Voor APG gaat pensioen over mensen, over leven en over samen leven. Wij willen het verschil maken, zodat wij, onze ouders en onze kinderen een goed inkomen hebben. Nu, straks en later. In ons jaarverslag staat hoe we daar het afgelopen jaar aan hebben gewerkt.

 

De kernpunten uit het jaarverslag 2020 op een rij:

  • Ondanks de coronapandemie is de operatie – waaronder het uitbetalen van pensioenen, het innen van premies, het beleggen – op geen enkel moment in gevaar gekomen.
  • De klanttevredenheid is opnieuw gegroeid.
  • We hebben meer mensen inzicht gegeven in hun inkomen voor later en hun pensioenvermogen.
  • We hebben een hoger rendement behaald dan de marktindex, en de prijs per deelnemer is opnieuw gedaald. Hiermee droegen we bij aan het behalen van meer pensioenwaarde voor de deelnemers van de pensioenfondsen waarvoor we werken.
  • Samen met de pensioenfondsen waarvoor we werken, zijn we in 2020 begonnen met de voorbereidingen voor de overstap naar het pensioen van straks. We hebben onder meer stappen gezet op het vlak van automatisering, innovatie, stroomlijning van processen, het vereenvoudigen en opschonen van de pensioenadministratie en het verder vergroten van de deelnemergerichtheid.

APG behaalde voor zijn pensioenfondsen en hun deelnemers over 2020 een rendement van 6,6% en een extra rendement van 94 basispunten. Tegelijkertijd slaagde APG erin om de gemiddelde prijs per deelnemer te verlagen naar €66,30. Daarnaast verleende APG aan 1.015.000 deelnemers inzicht in hun pensioenvermogen en aan 1.965.000 deelnemers inzicht in hun inkomen voor later. De omzet van APG bedroeg in 2020 ruim €762 miljoen. Het nettoresultaat kwam uit op €42 miljoen. De reputatiescore van APG steeg in 2020 tot 72,6.

Lees het jaarverslag hier als pdf of bezoek de speciale website.

 

Morgen lees je hier op apg.nl het interview met Annette Mosman (voorzitter raad van bestuur APG) en Ronald Wuijster (lid raad van bestuur APG, verantwoordelijk voor Asset management) over het jaarverslag. 

Volgende publicatie:
“We fantaseren graag over later. Maar we leven nú”

“We fantaseren graag over later. Maar we leven nú”

Gepubliceerd op: 10 maart 2021

Hoe ga je om met werk en geld voor nu en later? Leef je bij de dag of plan je doelbewust je financiële toekomst? En regel je ‘later’ zelf, of ben je aangesloten bij een pensioenfonds?

Brenda Elgersma wil op haar zestigste stoppen met werken.

 

Brenda Elgersma (49)

Beroep: Operationeel expert bij de politie, gemeenteraadslid en trouwambtenaar

Werkt wekelijks: meer dan fulltime

Inkomen: Tussen de 3000 en 3200 euro netto uit loondienst, en 750 netto vergoeding als gemeenteraadslid

Spaargeld: 20.000 euro

Pensioen geregeld? Ja

 

Wat doe je precies voor werk?

“Bij de politie werk ik sinds 2019 als leidinggevende op het Regionaal Service Centrum, de meldkamer van de politie Amsterdam waar alle ‘geen spoed wel politie’-meldingen worden behandeld. Ik werk al 22 jaar bij de politie; hiervoor deed ik dat op straat in de reguliere politiezorg. Sinds zeven jaar ben ik daarnaast gemeenteraadslid voor een lokale partij in Uithoorn. Dit is mijn laatste jaar in die rol, daarna vind ik het mooi geweest. Er gaat best veel tijd in zitten namelijk, en dat gaat ten koste van de tijd die ik kan besteden aan mijn passie: mensen trouwen. Ik ben drie jaar geleden trouwambtenaar geworden en dat vind ik het leukste wat er is.”

 

Het klinkt alsof jouw weken uit meer dan zeven dagen bestaan…

“Mensen vragen me wel eens: hoe doe je dat allemaal? Ik slaap niet uit en kijk nauwelijks tv, dan hou je veel tijd over. Bij de politie werk ik 36 uur per week, dat is in dit vak fulltime. Aan mijn werk als gemeenteraadslid ben ik omgerekend ongeveer een dag per week kwijt, met stukken lezen, werkbezoeken, fractie-overleggen, commissievergaderingen en raadsvergaderingen. Mijn werk als trouwambtenaar ligt door corona nu even stil. Normaal besteed ik tussen de 10 en 15 uur aan een huwelijk. Soms sluit ik wel drie huwelijken in de week, dat is wel een beetje mijn max.”

 

Hoeveel verdien je?

“Je wordt niet rijk van bij de politie werken. In de jaren dat ik hoofdagent was, dacht ik weleens: draai ik hiervoor al die weekenddiensten en nachtdiensten? Maar sinds ik leidinggevende ben, ben ik voor het eerst heel tevreden over mijn salaris. Ik verdien tussen de 3000 en 3200 euro netto. Als gemeenteraadslid krijg ik daarnaast een vergoeding van 750 euro netto per maand, maar de Belastingdienst ziet dat als inkomen dus ik hou er maar 600 euro van over. Trouwambtenaar word je al helemáál niet voor het geld. Ik krijg 90 euro bruto per huwelijk dat ik voor de gemeente sluit. Daar hou ik 60 euro per huwelijk van over. Het is echt tientjeswerk. Als ik buiten de gemeente word ingehuurd kan ik meer vragen. Dan reken ik 250 euro exclusief reiskosten, waarvan ik 100 euro aan het Diabetesfonds doneer – mijn zoon heeft diabetes type 1. Het is me niet om het geld te doen, ik vind het gewoon ontzettend leuk. Als mensen me niet kunnen betalen, vind ik het ook prima; dan neem ik genoegen met een stukje taart.”

 

Kom je rond?

“Ja hoor. Ik ben getrouwd met Peter, die al zijn hele leven bij de politie werkt en eind volgend jaar met pensioen gaat. Peter is 62 en werkt nog maar 24 uur. Hij heeft een netto-inkomen van 2800 euro. Aan vaste lasten en boodschappen zijn we in totaal zo’n 4000 euro per maand kwijt. Reken maar uit wat we overhouden. Zeker in deze tijd sparen we veel. Onze reis naar Amerika ging niet door en we kunnen niet uit eten. Daarom hebben we de verbouwing van de badkamer maar naar voren gehaald.”

 

Waar geef je nog meer veel geld aan uit?

“Ik ga elke drie weken naar de nagelstudio, elke zes weken naar de schoonheidsspecialiste en elke acht weken naar de kapper. Dat zijn luxedingen die ik mezelf gun. Verder koop ik elke drie jaar een nieuwe auto. Nu rijd ik een Hyundai i30 fastback. De duurste uitvoering, echt een mooie. Ik geniet daarvan, maar ik vergeet nooit waar ik vandaan kom. Toen ik na mijn scheiding meer dan twintig jaar geleden een paar jaar alleen was met mijn dochters, moest ik elk dubbeltje omdraaien. Destijds reed ik een oude Atos, en daar was ik óók dolgelukkig mee.”

 

Hoeveel hebben jullie gespaard?

“20.000 euro. Meer willen we niet sparen, want je krijgt toch nauwelijks rente. Als we geld overhebben, lossen we liever extra af op onze hypotheek of stoppen we het in het onderhoud van ons huis. Aan ons spaargeld komen we niet. Vorig jaar moest de warmtepomp in huis bijvoorbeeld vervangen worden à 10.000 euro, daar hebben we een persoonlijke lening voor afgesloten die we versneld aflosten. Waarom we niet gewoon ons spaargeld aanspreken daarvoor? Tja, het voelt gewoon goed om iets achter de hand te hebben voor als er iets gebeurt. Je weet maar nooit.”

 

Beleggen jullie?

“Nee, daar hebben we geen behoefte aan. Dat voelt voor ons als spelen met je geld.”

 

Wat is je pensioenplan?

“Ik wil op mijn 60e stoppen met werken. Bij de politie kunnen we uren sparen, die je kunt opnemen als je een heel jaar bij elkaar hebt gespaard. Op mijn 60e wil ik dat jaar laten ingaan en dan op mijn 61e mijn pensioen naar voren trekken.”

 

Wat regel je daarvoor?

“We kijken elk jaar in december hoe we er financieel voorstaan en maken op basis daarvan een plan. Lukt wat we willen nog steeds of moeten we iets anders gaan doen? Willen we dingen doen aan het huis, willen we extra aflossen?”

 

Hoeveel zou je later per maand willen krijgen bij je pensioen?

“Aan tussen de 3000 en 3500 euro hebben we denk ik genoeg om te leven zoals we zouden willen.”

 

En hoeveel krijg je, als je nu met pensioen zou gaan?

“We hebben allebei een goed pensioen bij ABP. Als ik op mijn 61e stop met werken, hou ik iets van 1400 euro over, maar dat is genoeg. Samen krijgen we dan ongeveer 4000 euro per maand.”

 

Wat zijn jullie dromen voor ‘later’?

“Als Peter met pensioen is, willen we een rondreis van vijf weken maken door Spanje. We fantaseren er ook over om een groot deel van het jaar een huis te huren in Spanje, of zelfs om daar een huis te kopen. We willen veel weg, mooie reizen gaan maken. In de twintig jaar dat we samen zijn, heeft veel in het teken gestaan van carrière maken en kinderen opvoeden. Nu breekt een andere levensfase aan. We vinden het ontzettend leuk om te fantaseren over later, maar het gevaar is dat je zo veel bezig bent met later dat je vergeet in het nu te leven. Weet je wat het is? Als je een paar keer in je carrière tegen mensen hebt moeten vertellen dat hun zoon, dochter, vader of moeder niet meer thuiskomt, neem je dingen niet gauw meer voor lief. Je kunt wel plannen maken voor later, maar als ik zo de deur uitga, is het helemaal niet vanzelfsprekend dat ik ook weer thuiskom. We proberen dus altijd de dag te plukken.”

 

Wat zou je nog kunnen verbeteren, wat je pensioen betreft?

“Het mooie van in overheidsdienst werken, is dat het pensioen goed geregeld is. Wat onszelf betreft valt er dus weinig te verbeteren. Wel zou ik mijn kinderen – twee dochters van 27 en 26 uit mijn eerste huwelijk en met Peter nog een zoon van 15 – meer bewust willen maken van het belang van een goed pensioen. Ik was daar op hun leeftijd ook nog niet mee bezig, maar pensioen opbouwen via je werkgever is voor hun generatie niet zo vanzelfsprekend meer als voor die van ons. Ik probeer ze zo veel mogelijk gezonde financiële kennis bij te brengen.”

Volgende publicatie:
Het huwelijk tussen vrije markt en democratie

Het huwelijk tussen vrije markt en democratie

Gepubliceerd op: 18 februari 2021

In een tijd van toenemende wereldwijde protesten en met de Nederlandse verkiezingen in aantocht, kijk ik graag eens naar het ‘huwelijk’ tussen de vrije markt en de democratische rechtstaat.

 

De economen Acemoglu en Robinson hebben het in hun boek Why Nations Fail over economische en politieke instituties. Die kunnen inclusief zijn – iedereen mag meedoen – of uitbuitend. In dat laatste geval trekt een elite de rest leeg wat betreft welvaart of zeggenschap. Een van hun gedachten is dat economische vrijheid en politieke vrijheid elkaar versterken. Mijn vraag: is het nog een beetje een gelukkig huwelijk?

 

Waarom zouden politieke en economische vrijheid eigenlijk gelijk opgaan? Een deel van het verhaal is (on)gelijkheid. In een erg ongelijke samenleving moeten machthebbers zwaardere middelen inzetten om hun bezit te verdedigen. Economische vrijheid is bedreigend, want dat betekent meer concurrentie. En politieke vrijheid leidt voor je het weet tot herverdeling. Als een land zich (desondanks) ontwikkelt, ontstaat een middenklasse die inspraak wil en rechten probeert af te dwingen. Als dat lukt, is dat ook goed voor de economie. Ondernemers hoeven in een democratische rechtstaat namelijk minder bang te zijn dat iemand anders de vruchten van hún investering gaat plukken.

 

En zo hadden we tot aan het einde van de koude oorlog een overzichtelijke wereld. Of je woonde in een democratisch land met een vrije markt – meteen ook een rijk land – of je werd beknot in zowel je economische als politieke mogelijkheden en dan was je arm.

 

De grote afwijking in dit lekker overzichtelijke plaatje is China. Zoals bekend is de economische opmars ongekend. Maar politieke vrijheid is niet bepaald onderdeel van de succesformule. In de zeventiende eeuw liet de Nederlandse republiek het succes zien - tot afschuw van omliggende monarchieën - van de combinatie van economische en politieke vrijheden. De Chinezen tonen de wereld op hun beurt dat onvrijheid rijkdom niet in de weg hoeft te zitten. Toch een voorbeeld waarvan je hoopt dat het niet te veel navolging krijgt.

Er is nu eenmaal geen economische wet die bepaalt dat de meest objectieve berichtgeving het best verkoopt

Toch is het de vraag is of het succes blijft. Aan migratie van platteland naar de stad – een belangrijke groeimotor – zit een einde. Er is nog een reden om aan de houdbaarheid van het Chinese model te twijfelen. Acemoglu en Robinson stellen dat de combinatie van autoritair leiderschap en economische vrijheid helemaal niet stabiel is. Het kan dan twee kanten op. Toenemende welvaart kán tot toenemende inspraak leiden. Dan wordt je een vrije markt democratie. Maar je kunt ook afglijden naar onvrijheid op beide fronten.

 

Maar ook het stabiele huwelijk tussen democratie en vrije markt kan worden ondermijnd. Groeiende ongelijkheid kan maatschappelijke onvrede voeden. En de vrije markt kan veel nepnieuws genereren. Dat is een belangrijke factor geweest bij de bestorming van het Capitool op 6 januari. Er is nu eenmaal geen economische wet die bepaalt dat de meest objectieve berichtgeving het best verkoopt.

 

We kunnen er dus niet van uitgaan dat het automatisch goed komt als je eenmaal economische en politieke vrijheid hebt. Goed om te onthouden in verkiezingstijd. In verkiezingsprogramma’s – maar ook in de samenleving – zien we nu veel meer aandacht voor ongelijkheid. Dat helpt ook om de vrije markt en democratie bij elkaar te houden. Of ik hier voor straks een passend stemadvies bij heb? Jazeker. Ga stemmen!

 

 

Charles Kalshoven is senior strateeg bij APG

Volgende publicatie:
“Dit jaar wordt beter dan 2020”

“Dit jaar wordt beter dan 2020”

Gepubliceerd op: 8 februari 2021

Wat zal 2021 brengen in economisch en politiek opzicht? Wat gaat er gebeuren met het nieuwe pensioencontract? En met welke innovaties speelt APG daar op in? Vijf specialisten van APG geven alvast een schot voor de boeg.

 

 

Als de lockdown voorbij is, ga je niet opeens drie keer achter elkaar naar de kapper”

 “Ik ga ervan uit dat de economie het in 2021 beter zal doen dan in 2020. Maar daarbij houd ik wel een paar slagen om de arm. Hoe vaak wordt de lockdown nog verlengd? Wat is de impact van de mutanten van het coronavirus? Hoe vlot verloopt het vaccineren? Er is nog veel onzekerheid. Als alles meezit en we het virus er snel onder krijgen, neemt de kans toe dat overheden de steunmaatregelen afbouwen en bedrijven alsnog belasting moeten gaan betalen. Wat weer kan leiden tot een golf van faillissementen en oplopende werkloosheid.

Het sentiment op de aandelenmarkten is nog verrassend goed geholpen door de lage rente en het ingrijpen van overheden en centrale banken. En dat terwijl complete sectoren platlagen door de lockdowns. Maar die beurskoersen vertellen niet het hele verhaal. Mkb-bedrijven en zzp’ers zijn nou eenmaal niet beursgenoteerd.

 

Niet alleen met de aandelenkoersen kan het vriezen of dooien, dat geldt ook voor de bestedingen van consumenten. Aan de ene kant hebben veel werknemers in vaste dienst sinds corona weinig geld kunnen uitgeven; wellicht gaan zij weer veel spenderen zodra de winkels en de horeca weer opengaan. Maar ja, die inhaalvraag zal beperkt zijn: je gaat niet opeens drie keer achter elkaar naar de kapper. Of iedere dag uit eten. Aan de andere kant zijn er mensen die financieel klem zitten of de hand op de knip houden, vanwege alle onzekerheid.

 

Hopelijk gaan, zodra de meeste mensen zijn gevaccineerd, zowel consumenten als bedrijven in de loop van dit jaar weer meer uitgeven aan grote aankopen of investeringen. Dan komt de economie wereldwijd weer op stoom. En kunnen we zelfs een situatie krijgen dat de inflatie door knelpunten tijdelijk oploopt. Maar renteverhogingen door centrale banken zijn echt nog toekomstmuziek. Positief is dat we zijn verlost van hoofdpijndossiers als de Brexit, en de vraag wie de nieuwe Amerikaanse president wordt. Van Biden verwacht ik een positieve stimulans voor het klimaatbeleid wereldwijd.”   

We gaan dit jaar onderzoeken hoe hoog of hoe stabiel mensen hun pensioen willen hebben”

“Er is een vrij breed politiek draagvlak voor het Pensioenakkoord. Naast de coalitiepartijen waren ook Groen Links, de PvdA en de SGP voorstander. Dus wat de samenstelling van het nieuwe kabinet ook wordt, dat nieuwe pensioenstelsel komt er hoogstwaarschijnlijk wel. Ondanks dat politieke partijen, nu kabinet-Rutte III demissionair is, niet meer gebonden zijn aan het coalitieakkoord.

 

Voor dit jaar staan er een aantal belangrijke mijlpalen richting het nieuwe Pensioenstelsel gepland. Zo kan iedereen nu online reageren op het “wetsvoorstel toekomst pensioenen”. Deze consultatieronde loopt tot 12 februari. Dit wetsvoorstel maakt deel uit van het bredere Pensioenakkoord. Hierin staan onder andere de nieuwe regels voor het pensioen dat een werknemer samen met de werkgever opbouwt. Met de reacties uit deze internetconsultatie zal men het wetsvoorstel verbeteren zodat de wet, zodra Tweede en Eerste Kamer akkoord zijn, per 2022 kan ingaan. Daarna hebben de sociale partners en pensioenuitvoerders tot 2026 om over te gaan naar het nieuwe stelsel.

 

De pensioensector hoopt zo snel mogelijk details te krijgen over het nieuwe pensioenstelsel en de weg daarnaartoe. Vanuit APG zullen we uiteraard kijken of het stelsel uitlegbaar en uitvoerbaar wordt. Ook kijken we naar mogelijke invoeringsrisico’s, en hoe je daar het beste mee om kunt gaan. In het nieuwe stelsel gaat het pensioen straks directer meebewegen met wat er gebeurt op de financiële markten. We gaan dit jaar al onderzoeken wat mensen hiervan vinden, en “hoe hoog versus hoe stabiel” zij hun pensioen willen hebben. We willen pensioenfondsen faciliteren om zo goed mogelijk aan te sluiten op de wensen van gepensioneerden en werknemers. Daarom gaan we dit jaar al met hen hierover in gesprek. Het mooie vind ik wel dat het nieuwe stelsel eenvoudiger wordt, en makkelijker uit te leggen.

APG gaat meer samenwerken met andere bedrijven, want samen weet je echt meer"

”Met de komst van het nieuwe pensioenstelsel gaat er veel veranderen voor werknemers en gepensioneerden. Ze krijgen straks een eigen pensioenrekening waarop de pensioenpremie wordt gestort. Je spaart voor jezelf, ziet de fluctuaties in je eigen pensioenpotje. Een ingewikkelde verandering. We moeten de totale pot van ruim 1500 miljard euro eerlijk gaan verdelen over miljoenen persoonlijke pensioenpotjes. De nieuwe pensioenregeling zal makkelijker en begrijpelijker zijn, maar de weg ernaartoe is nog vol hobbels. Denk aan het aanpassen van ICT-systemen, juridische kwesties, noem maar op. Gelukkig hebben we nog een paar jaar de tijd.

 

Alle pensioenspelers krijgen hiermee te maken. Daarom werkt APG steeds meer samen met pensioenfondsen en andere pensioenuitvoerders, zoals PGGM en MN Services. Niet alleen om samen de premies te innen en pensioenen uit te keren, maar ook om van elkaar te leren en kosten te besparen. En uit te zoeken hoe we het beste met onze deelnemers over de komende veranderingen kunnen communiceren.

Mensen zitten de komende jaren met de nodige vragen over hun financiële toekomst. Ze krijgen meer behoefte aan een gids die hen helpt met gebruiksvriendelijke oplossingen en advies-op-maat. Die hen de regie geeft over al hun geldzaken en werkenden bijvoorbeeld goed voorbereidt op de overgang naar hun pensionering.

 

Om klantgerichter te kunnen werken, willen we de komende jaren meer samenwerken met gespecialiseerde bedrijven waarmee we bijvoorbeeld apps ontwikkelen, nieuwe ict-oplossingen bedenken of slimmer kunnen omgaan met data. Zoals een digitale planner waarmee je in één keer overzicht krijgt in je financiële toekomst. Samen met andere bedrijven, van startups tot het Nibud, willen we zorgen dat je als werkende of gepensioneerde op basis van allerlei data bijvoorbeeld kunt zien hoeveel geld je later nodig hebt bij iedere gewenste levenstaandaard. Redenerend vanuit je huidige leefpatroon. Vaak overschatten werknemers hoeveel geld ze later nou écht nodig hebben, weten we uit onderzoek.

Dankzij cloudtechnologie kunnen we steeds beter het maximale uit onze data halen"

Innovatiespecialisten Tom Romanowski en Anne-Marie le Doux over innovaties en het innovatielab van APG.

 

Tom Romanowski: “Met het nieuwe pensioencontract krijgt iedere deelnemer straks een eigen, persoonlijk pensioen. Dat past in de maatschappelijke trend naar meer individualisering. De sector staat voor de nodige uitdagingen.

Pensioenuitvoerders als APG zijn nu druk bezig met allerlei innovaties. Waarbij technologie steeds meer mogelijk maakt. Zo kunnen we dankzij cloudtechnologie steeds beter het maximale uit onze data halen, op een veilige manier. Zonder dat dat ten koste gaat van de privacy van deelnemers. Met machine learning helpen we bijvoorbeeld de callcenter-medewerkers, zodat ze beter kunnen voorspellen wat de vervolgvragen van deelnemers zijn.

Deelnemers krijgen straks meer verantwoordelijkheid, en zullen advies nodig hebben bij het nemen van financiële beslissingen. Mede daarom heeft APG eerder al Kandoor.nl gelanceerd; daar krijg je antwoorden op alle mogelijke financiële vragen.”

Anne-Marie le Doux: “Dit soort innovatieve oplossingen bedenken we in de GroeiFabriek, het innovatielab van APG. In deze kraamkamer richten we ons niet alleen op deelnemers en gepensioneerden, maar ook op werkgevers en de pensioenfondsen die klant zijn bij APG. Werkgevers zitten bijvoorbeeld met vragen over hoe ze hun medewerkers straks kunnen helpen financieel fitter te worden. Samen met een aantal werkgevers hebben we een online platform ontwikkeld waarmee werknemers meer te weten komen over hun ‘financiële fitheidsscore’ en helpen wij hen bij het stellen van realistische doelen om deze te verbeteren. Daarnaast werken we dit jaar aan innovaties waarmee werkgevers betere HR beslissingen kunnen nemen.”

Volgende publicatie:
‘Inclusie kun je niet afvinken’

‘Inclusie kun je niet afvinken’

Gepubliceerd op: 21 januari 2021

Rapper Typhoon hoopt dat élke werknemer zich verantwoordelijk gaat voelen voor diversiteit

 

Diversiteit en inclusie op de agenda zetten is één. Werknemers de ruimte geven om mee te beslissen over het thema is een belangrijke tweede stap. Met die boodschap bezoekt rapper, taalkunstenaar en keynotespreker Typhoon bedrijven in Nederland. Zo sprak hij in een online sessie ook met medewerkers van APG. “Inclusie hoort verweven te zitten in de bedrijfscultuur.”


Als je bedrijven bezoekt, krijg je een kijkje in de keuken. Wat kom je tegen?

“Ik zie een verscheidenheid aan initiatieven. Gelijke beloning van mannen en vrouwen, anoniem solliciteren, trainingen door alle lagen van de organisatie heen. En ook naar buiten wordt vaak een maatschappelijk standpunt ingenomen, door de regenboogvlag te hijsen of mee te varen met de Gay Pride. Ik zie de bereidheid en urgentie om dit thema echt onderdeel te maken van de bedrijfscultuur en strategie. Daarin mag APG zich scharen tot de voorhoede in de beweging en strijdlustigheid vooruit. Medewerkers zijn gedreven en willen de diepte in. En dat wil je als bedrijf bereiken. Van de woorden diversiteit en inclusie krijg ik echt jeuk als ze gebruikt worden als doel op zich. Als ze op de agenda staan, enkel om afgevinkt te worden. Een financiële kwartaalrapportage, die vink je af.”

Klinkt alsof werkend Nederland goed bezig is op het gebied van diversiteit en inclusie.
“Er wordt serieus tijd en aandacht in gestoken, dat is mooi om te zien. Maar vergeet niet om naast die inzet ook te vieren wat er al is. Dan heb je als bedrijf ook niet steeds het gevoel dat je achterloopt en iets in moet halen. Ook als dat wel het geval is. Wees moedig in je ongemak. Neem bijvoorbeeld die gelijke beloning voor mannen en vrouwen van APG. Dat is een topje van de ijsberg, maar het is al een goed voorbeeld voor andere bedrijven.”

Mis je nog iets als je kijkt naar de initiatieven die bedrijven op hun D&I-agenda zetten?
“Wat je als bedrijf ook inzet aan middelen om inclusie te stimuleren, mensen moeten het vóelen. Het DNA van een bedrijf moet voelbaar zijn in de wanden en het tapijt. Formuleer een duidelijke visie waarbij diversiteit en inclusie een van de pijlers is en bouw daar samen met de werknemers naartoe. Daar zit je succes. Mijn collega-spreker en corporate antropoloog Jitske Kramer verwoordt het heel treffend: ‘Inclusie is iemand uitnodigen op het feest en hem of haar mee laten dansen. Maar inclusie is ook diegene mee laten beslissen over de playlist’. Leg dit werknemers niet van bovenaf op, maar geef hen de ruimte om zich uit te spreken. Dan voelt iedereen zich verantwoordelijk en vorm je echt een cultuur samen.”

Kun je ook te veel aandacht aan het thema besteden?
“Het gaat hier om een cultuurverandering en die begint bij die ene gedachtenverandering. Daarvoor gebruik je woorden, die hebben kracht. Maar feit is dat iedereen op een andere manier, op een ander moment, aanhaakt. Je kunt iets vijf keer horen, en pas bij de zesde keer komt het binnen. Omdat iemand op dat moment de woorden gebruikt die jou raken. Het is dus goed om met elkaar in gesprek te blijven.”

Sommige issues rond inclusie zijn heel duidelijk en zichtbaar. Zoals leeftijd, geslacht en lichamelijke beperking. Maar er zijn ook niet zichtbare issues. Welke moeten we zeker ook bespreekbaar maken?
“Er zullen altijd blinde vlekken zijn en die moeten we samen onderzoeken. Institutioneel racisme is daar een recent voorbeeld van. Die term duikt, naast discriminatie en racisme, steeds vaker in discussies op. En laat zien dat racisme niet enkel persoonlijke overtuigingen zijn van individuen. Het komt nu terug in instituties, waardoor ongelijke kansen en uitkomsten voor bepaalde groepen ontstaan of blijven bestaan.”

Ik voelde me echt boos en ontredderd na de dood van George Floyd, het kwam dichterbij dan ik had gedacht.

Kijkend naar diversiteit en inclusie gaat Nederland erop vooruit. Tegelijk lijkt het debat te verharden. Voeren we de discussie op de juiste manier?
“De manier waarop de discussie gevoerd wordt, maakt mij heel verdrietig. Er is geen vaccin om dit probleem direct op te lossen. Het kost tijd en veranderen gaat niet zonder slag of stoot. Ik voelde me echt boos en ontredderd na de dood van George Floyd, het kwam dichterbij dan ik had gedacht. Ik hoop dat we kunnen blijven zien dat dit onderdeel is van een grotere beweging. We hebben perspectief nodig, de kracht van verbeelding, om te zien dat de verandering ten goede tijd kost.”

Ondanks dat negatieve gevoel, bruis je van de energie als je over het thema praat. Waar haal je die kracht vandaan?
“Uit mijn liefde voor de mens. Ik kijk naar het goede van iemand, ook als je het hebt over polarisatie. Hate is confused admiration, we willen niet haten, we worstelen allemaal met onze eigen vragen en persoonlijke crises. Dat ken ik ook van mezelf, niets menselijks is mij vreemd. Dus schaar mij maar onder de Rutger Bregmannen van deze wereld, ik denk dat alle mensen deugen. Slechts een enkeling zal echt slechte intenties hebben.”

Ik denk dat alle mensen deugen

Als jij praat over inclusie dan heb je het over gelijk zijn en gelijkwaardig zijn. Wat is het verschil?
“Mensen zijn niet allemaal gelijk, of hetzelfde. We zijn allemaal anders, in kleur en geslacht, maar wel gelijkwaardig als mens. Die diversiteit is mooi en moeten we omarmen. Kijk dus juíst naar mijn kleur, want daar ben ik enorm trots op. Maar kijk in eerste instantie naar mij als mens. Als jonge jongen woonde ik in 't Harde, waar een van de eerste asielzoekerscentra was. Toen ik op een avond op stap ging, werd ik geweigerd bij de ingang. Ik zou een asielzoeker zijn. Ik werd gezien als potentieel gevaar. Er werd van alles gedacht en gezien, maar niet wie ik echt was.”

Heb jij zelf ook last van onbewuste vooroordelen?
“Ik dacht van niet, tot voor kort. Mijn zus, die voor mij werkt, gaf aan dat een partij met wie we samenwerken haar niet aankeek tijdens meetings. Het was mij niet opgevallen en ik kon me er niets bij voorstellen. Dus ik deed er niks mee. Toen ik het later zelf zag, schrok ik. Ik voelde me schuldig richting haar. Ik kon alleen maar zeggen ‘ik zag het niet’, net zoals Johan Derksen deed toen het over homogeweld ging, wat echt niet kan. Maar dit was mijn blinde vlek. Ik heb me nu voorgenomen om in elk geval elk signaal serieus te nemen als iemand bij mij komt om iets aan te geven. Ook als ik het zelf niet gelijk zie.”

Jij wilt met je inspiratiesessies op de werkvloer onderdeel zijn van de beweging voorwaarts. Waarom?
“Zodat we iedereen de beste versie van zichzelf kunnen laten zijn. Laat vooroordelen niet zwaarder wegen dan iemands karakter. Met de beste versies van elkaar werken we aan de beste versie van een bedrijf, van de maatschappij. En dat lukt als we elkaar als gelijkwaardig zien. Vier de verschillen."

Volgende publicatie:
“De traditionele kantoorinrichting ligt achter ons"

“De traditionele kantoorinrichting ligt achter ons”

Gepubliceerd op: 18 januari 2021

Als gevolg van de coronacrisis gaan steeds meer mensen thuiswerken. Wat betekent dit voor de inrichting van kantoren? L1 wijdde er dit nieuwsitem aan. Paul Donners, directeur Facility Services bij APG, licht daarin op video het nieuwe Wokspace-concept toe.

Volgende publicatie:
Lig ik financieel nog goed op koers? Vraag het je coach

Lig ik financieel nog goed op koers? Vraag het je coach

Gepubliceerd op: 11 december 2020

Gerard van Olphen wil deelnemers proactief en helder informeren

Het pensioenstelsel gaat flink op de schop. Dat betekent dat zowel werknemers als gepensioneerden straks met veel vragen zitten. Daarom moeten pensioenfondsen zich meer opstellen als coach. Dat stelde APG-bestuursvoorzitter Gerard van Olphen op het Jaarcongres van Pensioen Pro, een platform voor kennisdeling in de pensioensector.

 

Met de komst van het nieuwe pensioenstelsel gaat er het nodige veranderen voor werknemers en gepensioneerden. Nog steeds worden hun pensioenpremies belegd, maar de hoogte van hun pensioen staat niet meer vast omdat die meer gaat meebewegen met zowel de ingelegde pensioenpremie als de behaalde beleggingsresultaten. En dat wordt ook veel zichtbaarder: straks krijg je als deelnemer een eigen pensioenrekening waarop je pensioenpremie wordt gestort. Je spaart voor jezelf, ziet de fluctuaties in je eigen pensioenpotje en word je daarmee meer bewust van de risico’s.

 

Kan ik straks blijven leven zoals nu?

Al die veranderingen gaan ongetwijfeld voor vragen zorgen bij zowel werknemers als gepensioneerden, schetste Van Olphen: "Daarom moeten de bedrijven in de pensioensector heel goed kijken vanuit de bril van die deelnemers. Veel beter dan nu. Inspelen op uiteenlopende wensen en vragen. Zo verwachten mensen dat wij niet alleen hun geld goed beleggen, maar ook dat wij daar in heel begrijpelijke taal uitleg over geven, verantwoording over afleggen. En mensen willen ook weten op hoeveel netto pensioeninkomen ze nu, straks of later kunnen rekenen." Niet ingewikkeld uitgesplitst naar AOW, het werkgeverspensioen en eventuele eigen inkomsten uit bijvoorbeeld beleggen, maar gewoon het totaal. "Je wilt toch vooral een idee krijgen of je later nog in dezelfde buurt kunt blijven wonen, of je net als nu nog met de familie op vakantie kunt. Pensioenfondsen moeten zich beter realiseren dat het de mensen gaat om hun financiële fitheid. Of ze na hun pensioen kunnen blijven leven zoals ze nu doen."

 

Het zorgrecht van werknemers en gepensioneerden

Die vragen worden nog relevanter als mensen te maken krijgen met de momenten van grote vreugde of groot verdriet, denk aan samenwonen, kinderen krijgen, scheiden of het overlijden van een naaste. Van Olphen: "Juist dan zitten mensen met veel vragen. Ook over de gevolgen voor hun pensioen. Soms kunnen ze zich dan wenden tot hun werkgever of vakbond maar voor pensioenuitvoerders zoals APG ligt daar in mijn ogen ook een duidelijke taak. En dan moeten we niet afwachten tot mensen ons met hun vragen benaderen; maar waar mogelijk zelf, dus proactief, op hen afstappen als er voor hen iets is veranderd wat gevolgen heeft voor hun inkomen of pensioen. Werknemers en gepensioneerden hebben recht op onze zorg." Pensioenfondsen hebben volgens hem geen zorgplicht maar hun deelnemers hebben wel een ‘zorgrecht’.

 

Meer grip op geldzaken

Pensioenfondsen en -uitvoerders hebben de komende jaren hun handen vol aan de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. Het is ingewikkeld, er moeten nieuwe reglementen komen, IT-systemen gaan op de schop, en ga zo maar door. Met als mogelijk risico dat er daardoor te weinig aandacht resteert voor hun deelnemers, waarschuwde Van Olphen. "Ik vind dat pensioenuitvoerders als APG ernaar moeten streven dat het nieuwe pensioen straks voor iedere deelnemer eenvoudig is om te begrijpen. Transparant is, en inzichtelijk. Dat betekent ook dat wij ons meer als coach moeten opstellen. Daar zal echt behoefte aan zijn." Die rol van coach is op zich niet nieuw voor APG: een van de pijlers van de APG-strategie is om een ‘vertrouwde gids’ te zijn die werknemers en gepensioneerden helpt met hun financiële toekomst; soms rechtstreeks, soms via de pensioenfondsen die klant zijn. Hen met advies-op-maat de regie geeft over al hun geldzaken. Een voorbeeld daarvan is het APG-platform Kandoor waar APG ruim vijftigduizend financiële vragen per maand beantwoordt. Niet alleen over pensioen maar ook over zaken als huurtoeslag, ontslagregelingen, belastingen, AOW, schuldhulpverlening, noem maar op.

 

Financieel nog goed op koers?

Van Olphen benadrukt dat de rol van coach die hij voor zich ziet, iets anders is dan die van financieel adviseur: "We hebben al genoeg financiële instellingen waar je terecht kunt voor advies en uiteenlopende financiële producten. Die rol moeten wij niet ambiëren. Wel kunnen wij deelnemers helpen als ze ergens onzeker over zijn, als ze een snelle check willen of iets wel of niet klopt. Of ze financieel nog goed op koers liggen." Hij vindt het terecht dat mensen hoge eisen stellen aan hun pensioenfonds: "Wij kunnen als pensioensector wel vinden dat we in Nederland het beste pensioenstelsel van de wereld hebben, maar zo zien werknemers en gepensioneerden dat echt niet. Zij krijgen nu een nieuw pensioenstelsel, waarbij ze zelf meer verantwoordelijkheid krijgen en meer risico lopen. Daar zit niet iedereen op te wachten. Mensen willen snappen wat er straks met hun pensioen gebeurt, ze willen zich veilig voelen bij hun fonds. Het is aan ons om daar, richting het nieuwe pensioencontract, goed en integer op in te spelen."

Volgende publicatie:
Pensioen Pro Awards voor BPF Schoonmaak en BpfBOUW

Pensioen Pro Awards voor BPF Schoonmaak en BpfBOUW

Gepubliceerd op: 11 december 2020

BpfBOUW heeft de zilveren Pensioen Pro Award gewonnen voor Beste grote pensioenfonds. BPF Schoonmaak sleepte de Pensioen Pro Award Diversiteit & Inclusie naar binnen.

 

BpfBOUW won deze hoge onderscheiding in de pensioenbranche omdat het als enige van de grote pensioenfondsen in 2020 – voor de derde maal op rij – de pensioenen kon verhogen. De vakjury prees BpfBOUW voor zijn goede strategie in moeilijke tijden – “de hoogste dekkingsgraad van de grote fondsen, een echte langetermijnbelegger.” Verder roemde het juryrapport de grote aandacht voor duurzaamheid en “het oog voor human capital van de deelnemers”.

Award voor BPF Schoonmaak

BPF Schoonmaak kreeg de prijs voor Diversiteit en Inclusie vanwege zijn lef om het belang van diversiteit en etniciteit aan de orde te stellen. Op de eigen website zegt het pensioenfonds hierover: "Waar je ook vandaan komt en of je nou man of vrouw bent, oud of jong: iedereen verdient een plek". Die overtuiging draagt BPF Schoonmaak niet alleen uit: ze laten het ook overtuigend zien in de samenstelling van hun bestuur.

Beste communicatie-initiatief

Tot slot rolde de Pensioenchecker uit de bus als beste Communicatie-initiatief. De Pensioenchecker is een mobiele app waarmee deelnemers snel kunnen opzoeken hoeveel netto pensioen zij kunnen verwachten. De tool is het product van een samenwerking tussen verschillende pensioenfondsen, onder leiding van de Pensioenfederatie. Het Experimenten Team van ABP/APG ontwikkelde het prototype. De jury prees het feit dat meerdere partijen uit de pensioensector hieraan hebben gewerkt. Eerder won de Pensioenchecker ook al de Pensioen Wegwijzer-Award 2020.

 

De prijzen werden op donderdagavond 10 december online uitgereikt aan de winnaars, na afloop van het Pensioen Pro Jaarcongres. Lezers en luisteraars van Pensioen Pro, het Financieele Dagblad en radiozender BNR konden stemmen voor de publieksprijs.

Volgende publicatie:
Failliet van het veld: waarom zoveel voetballers na hun carrière financieel de mist ingaan

Failliet van het veld

Gepubliceerd op: 19 november 2020

Waarom zoveel voetballers na hun carrière financieel de mist ingaan

 

Topvoetballers verdienen miljoenen, maar het geld gaat vaak ook met bakken de deur uit. Ze leven in een schijnwereld met privéjets, merkkleding en extravagante uitspattingen. Als hun carrière stopt, gaat meer dan 60 procent van de Europese voetbalvedettes failliet.

 

Soufyan Daafi zette het bureau Sport Legacy op en Kenneth Vermeer sloot zich daar als ambassadeur bij aan. Hun doel: een stukje bewustwording creëren. “Ze denken veel te laat aan hun financiële toekomst.”

 

Luxueuze vakanties naar tropische stranden. De duurste auto’s. Vipplaatsen bij de meest excentrieke party’s. Enorme horloges en een harem van ‘golddiggers’. Wie op Instagram de topvoetballers volgt, ziet een wereld waarin het niet op kan met dure uitspattingen. Waarin het geld moet rollen, liefst met tonnen tegelijk. Maar de realiteit erachter is keihard. De weg van miljonairsstatus naar een faillissement is korter dan de fans denken.

 

Helpen waar het kan

Oud-international Kenneth Vermeer, ook oud- doelman van Ajax en Feyenoord, speelt tegenwoordig in het zonnige Californië bij Los Angeles FC. Hij trekt zich het lot aan van voormalige voetbalvedettes die na hun carrière in een kilometers diep zwart gat vallen. Zijn voormalige teamgenoot en vriend in de Ajax-jeugd Soufyan Daafi zette het bureau Sport Legacy op en Kenneth Vermeer sloot zich hier als ambassadeur bij aan. Helpen waar het kan, is de visie van Sport Legacy in een bizarre voetbalwereld waar niets is wat het lijkt.

 

Soufyan Daafi: Niet voor iedereen is een carrière weggelegd met miljoeneninkomsten. Ik zag het om me heen. Een van mijn beste vrienden, Kenneth Vermeer, werd drie jaar lang kampioen met Ajax. Op een gegeven moment kwam hij op de bank terecht, waardoor het niet zeker was of zijn contract verlengd zou worden. Er was geen interesse van buitenlandse clubs. Toen realiseerde ik me hoe groot de risico’s zijn als dat voetbalsalaris wegvalt. Gelukkig kon Kenneth bij Feyenoord tekenen.”

 

In een wereld waarin jongens van 17 in één dag miljonair kunnen worden, mag je je natuurlijk ook afvragen wat grote clubs als Ajax en PSV doen om hun talentjes op de rails te houden.

“De club raadt altijd aan om met een adviseur in gesprek te gaan, Sportdesk ABN Amro is bijvoorbeeld actief bij Ajax. Bij AZ is dat de Rabobank, Maar die hulp gaat maar tot een bepaalde hoogte. Wanneer zich serieuze financiële problemen voordoen, wijzen eigenlijk alle partijen naar elkaar. De club zegt: ‘Daar is de zaakwaarnemer voor.’ De zaakwaarnemer zegt: ‘We assisteren de speler, maar hij is zelfverantwoordelijk,’ En de speler kijkt naar beide partijen: ‘Ik heb jullie ondersteuning nodig.’ Daar willen wij ons met Sport Legacy nu mee gaan bezighouden. Spelers er bewust van maken dat ze niet in allerlei financiële valkuilen moeten trappen, maar tijdig om hulp moeten vragen.

Foto: Kenneth Vermeer met Soufyan Daafi en de kampioensschaal van Ajax

 

“Wij houden contact met zaakwaarnemers, de clubs en de spelers om problemen te voorkomen. 62 Procent van de spelers gaat na hun carrière failliet. Dat aantal willen wij drastisch verminderen. In Amerika liggen die percentages nog hoger, in de NFL zelfs op 80 procent. Het is ook logisch te verklaren. Als je in een keer miljoenen verdient, dan denk je dat dit voor eeuwig is. De meeste voetballers hebben een uitgavepatroon dat varieert van 5000 tot 30.000 euro per maand, of meer. Als je gewend bent om iedere maand een vast bedrag binnen te krijgen en dat stopt en je hebt maar een miljoen of twee op de rekening staan, dan ben je binnen vijf jaar klaar en failliet.”

 

Vooral in video’s en foto’s op Instagram geven voetbalvedettes steeds meer bloot van hun soms exotische leven. Een weekendje met de privéjet naar Ibiza, een roadtrip met de nieuwste Bentley. En tussendoor in kostbare merkkleding en behangen met juwelen naar de meest exclusieve party’s, waar de beau monde de duurste champagne rond laat gaan.

Soufyan Daafi: “Spelers denken dat het de norm is, maar het is een schijnwereld. Ik voer nu gesprekken met jongens die bijna een miljoen volgers op Instagram hebben, maar financieel in de shit zitten of depressief zijn. Ik zeg niet dat Instagram niks is, maar waar gebruik je het voor? Als platform voor je eigen branding, wat prima is, of om de wereld je luxeleventje te showen?”

 

Zijn spelers van rond de dertig al met hun pensioen of financiële toekomst bezig?

Soufyan Daafi: “Zeker, maar jammer genoeg vaak veel te laat. De voetballers bouwen een cfk-pensioenfonds op. Deze regeling heeft als doel een speler/renner na zijn professionele sportcarrière een financiële basis te bieden waardoor hij zich (beter) kan richten op zijn nieuwe loopbaan. Ook met die spelers zijn we in gesprek. Het CFK zien voetballers als een mooi voordeel, maar ook als nadeel omdat ze niet bij hun geld kunnen. Ik spreek voetballers die al klaar zijn en met het CFK hebben afgesproken dat er de komende twintig of dertig jaar uitgekeerd wordt, maar iets hebben van: ik heb het nu nodig. Bijvoorbeeld om een vastgoedportefeuille op te bouwen. Dat laat de CFK-regeling niet toe.”

 

Kennis overbrengen

Maar er zijn ook positieve voorbeelden. Bijvoorbeeld international Ryan Babel. De oud-Ajacied heeft zich in geldzaken verdiept en is vastgoedondernemer geworden. Hij denkt al jaren na over zijn voetbalpensioen. “Ik wil op zijn minst mijn huidige levensstijl behouden. Ik wil er niet op achteruitgaan,” zegt Babel. Hij koopt over de hele wereld huizen en appartementen. Op aanraden van zijn zaakwaarnemer kocht hij elk kwartaal een nieuw appartement. Babel werkt nauw samen met Sport Legacy.

 

Soufyan Daafi: “Wat Ryan goed doet, is dat hij al vroeg besefte: ik wil mijn huidige leefstijl behouden. Ik wil dat mijn kinderen nog steeds naar een privéschool kunnen gaan, ik wil leuke vakanties hebben, ik wil de leuke plekjes waar ik nu naartoe kan ook straks blijven bezoeken.’ Hij realiseerde zich dat daar een flink inkomen voor nodig is. En dat er binnen Nederland geen baan is waarvoor even een-twee-drie zijn voetbalsalaris op tafel wordt gelegd. Toen is hij zich gaan verdiepen in de mogelijkheden die er wel zijn. Hij is in het vastgoed gegaan met als doel: ik wil na mijn voetbalcarrière maandelijks exact hetzelfde salaris zien binnenkomen als nu. Ik bewonder Ryan omdat hij de kennis die hij opdoet ook wil overbrengen op de jonge jongens. Hij zegt keihard: ‘Koop niet van je eerste contract een Bentley, maar doe er wat nuttigs mee’. Ik leer ontzettend veel van hem.”

De meeste voetballers hebben een uitgavepatroon dat varieert van 5000 tot 30.000 euro per maand

Gaat het vaak fout in Nederland?

“Het is niet onderbouwd met cijfers, maar mijn gevoel zegt van wel. Als je kijkt hoeveel talenten er in Nederland rondlopen. Kijk alleen al binnen het Nederlands elftal, al die debutanten. Ik ken spelers die bij topclubs in Nederland, Spanje, Engeland en Italië speelden en die nu echt financiële uitdagingen hebben.”

 

Wat kunnen jullie concreet betekenen voor deze spelers?

“Wij gaan als Sport Legacy met simpele presentaties naar spelers. Op Jip en Janneke-niveau. ‘Pietje, jij gaat nu je eerste contract tekenen. In welke auto wil jij rijden?’ Dan kiezen ze vaak een auto van een ton. Vragen we: ‘Ga je die auto van je tekengeld halen, van je spaargeld of van je salaris?’ En dan willen we ze laten inzien dat als ze nu een appartement zouden kopen ter waarde van twee ton en daar een huurder in plaatsen, die huurder ook voor hun auto betaalt. Het verschil is dat de ton van die woning steeds meer waard wordt, en die ton van de auto steeds minder. Dat is het stukje bewustwording dat we willen creëren. En op het moment dat we dat doen, zie je zo’n speler denken: dat klopt, het kan ook heel anders. Ik kan die luxe bemachtigen zonder aan mijn eigen geld te zitten.

 

We zijn ook heel confronterend. ‘Als jouw salaris vandaag stopt, wat zijn dan je uitgaven? Hoeveel inkomen genereer je op dit moment naast je carrière?’ En dan berekenen we hoe lang het duurt voordat zo’n speler failliet is. Ik ken een speler van Feyenoord die zich geen zorgen hoeft te maken. Als zijn salaris vandaag zou stoppen, kan hij nog 86 jaar door zonder inkomen. Maar ik heb ook spelers die na drie jaar gewoon klaar zijn en dan kijken we: ‘Wat is naast voetbal nog meer je passie?’ Dan hoor je de gekste dingen. Een skischool, een personal gym openen. Samen met die spelers bekijken we dan hoe we dat kunnen opzetten.”

 

Waar zijn jullie het meest trots op tot nu toe?

“Dat wij in relatief korte tijd de aandacht hebben weten te trekken in de voetbalwereld. Ik wil nog niet zeggen dat we onze naam hebben gevestigd, maar onze aanwezigheid wordt steeds meer omarmd.”

Volgende publicatie:
Waarom het Nederlandse pensioensysteem het beste ter wereld is

Waarom het Nederlandse pensioensysteem het beste ter wereld is

Gepubliceerd op: 9 november 2020

Het Nederlandse pensioensysteem komt ook dit jaar weer als beste uit de bus in de Mercer-index. Waarom is dat zo, en hoe is het pensioen in andere landen geregeld? We vroegen het twee deskundigen.

 

We mogen er graag over klagen, maar daar is relatief weinig reden toe: het Nederlandse pensioenstelsel is het beste ter wereld. Op de Mercer Global Pension Index, die jaarlijks alle pensioensystemen wereldwijd met elkaar vergelijkt op verschillende cruciale punten, staan ‘we’ net als vorig jaar bovenaan. “Geen enkel ander land scoort zo goed op al die punten als wij,” zegt Rob Bauer, hoogleraar Institutionele Beleggers aan de Universiteit Maastricht. Voor de index wordt gekeken naar hoe toereikend, hoe houdbaar en hoe integer een pensioenstelsel is. Hebben deelnemers genoeg aan wat ze krijgen? Is het op lange termijn te betalen? En hoe eerlijk en transparant is het systeem?

 

In Nederland zit het alle drie wel snor, weet ook Onno Steenbeek, die bij APG verantwoordelijk is voor strategisch portefeuille-advies en als hoogleraar risicobeheer van pensioenfondsen aan de Erasmus Universiteit werkt. “De hele wereld is erg jaloers op Nederland,” zegt hij. “Wat ons uniek maakt binnen Europa is dat we veel hebben gespaard met het stickertje pensioen erop. ”

 

Amerika

Daar kunnen ze in een land als de Verenigde Staten alleen maar van dromen. Met een 16de plek op de internationale ranglijst met veertig landen scoort de VS niet zo goed. Het paternalistische model van Nederland, waarbij we allemaal verplicht voor ons pensioen sparen zodra we ergens in dienst treden, is in de VS ondenkbaar, zegt Bauer. Annuïteit, je pensioen periodiek laten uitbetalen, is daar in veel gevallen een keuze in plaats van een verplichting, zoals in Nederland. Áls je al pensioen krijgt. “Er is daar een enorme trend geweest van collectieve naar individuele systemen, of zelfs helemaal geen pensioen. De publieke pensioenfondsen die er nog zijn, zijn van staten en steden. Er zijn al steden failliet gegaan.”

 

Eén van de oorzaken daarvan is de zwakke wetgeving, zegt Bauer. “Er zijn wel richtlijnen, maar de fondsen hebben veel meer vrijheid om te doen wat ze willen. Dat is een groot probleem. Ze kunnen ontzettend veel risico nemen, waardoor ze hoge rendementen kunnen halen, maar ook veel kunnen verliezen.”

 

Bovendien hanteren de fondsen in de VS een optimistischer berekening van de dekkingsgraad, maar zelfs met die rekenmethode is die nog veel slechter dan in Nederland. Bauer: “Het grootste pensioenfonds van Amerika heeft een dekkingsgraad van rond de 70 procent. Maar als ze het zouden berekenen volgens de Nederlandse wetgeving, zou het nog maar 30 procent zijn.”

 

Amerikanen vinden volgens Bauer dat we in Nederland te streng zijn. “Je zou kunnen zeggen dat wij doen alsof de wereld vergaat, terwijl zij doen alsof er niets aan de hand is.”

 

VK en Denemarken

Het Verenigd Koninkrijk doet het op plek 14 al niet veel beter dan de VS. Ook daar hebben ze een beweging gemaakt van collectief naar individueel, zegt Bauer. Een jaar of vijf geleden kregen gepensioneerden daar de vrijheid om hun pensioen na hun 55ste in één keer op te nemen in plaats van het de rest van hun leven maandelijks te laten uitkeren. Bauer gruwelt van dit ‘Lamborghini-pensioen’. “Wij hebben dat veel beter geregeld met onze verplichte annuïteit. Economisch gezien is dat het slimste.”

 

Qua systeem komt het Engelse stelsel volgens Steenbeek nog het meest in de buurt van het Nederlandse. Je spaart er geld via je werkgever en je werkgever betaalt mee. “Alleen valt een groot deel van de bevolking daar niet onder.” Waar in Nederland 90 procent van de werkenden is aangesloten bij een pensioenfonds, is dat in Engeland, maar ook landen als de VS en Canada, maar zo’n 40 procent. Ook zetten de Engelsen maar 8 procent van hun inkomen opzij (de werkgever betaalt de helft), terwijl dat in Nederland zo’n 20 procent is.

 

Denemarken scoort internationaal gezien wel hoog, met een tweede plek. Dat hebben ze volgens Steenbeek vooral te danken aan het feit dat ze net als wij een AOW hebben, een goed georganiseerd en gefinancierd collectief basispensioen dat elke inwoner krijgt. Daarnaast hebben ze in de meeste gevallen een aanvullend pensioen, gekoppeld aan inkomen en vermogen.“

De problemen die we in Nederland zien, hebben andere landen ook. Vergrijzing is bijna overal een probleem, net als de lage rente

Hervormingen

Veel landen kunnen wel een grondige hervorming van het pensioenstelsel gebruiken, maar het is politieke zelfmoord om daarover te beginnen, stelt Steenbeek. “In Frankrijk speelt dat bijvoorbeeld. Ze doen het daar op dit moment heel goed wat betreft toereikendheid. Het pensioen is royaal, maar het is niet houdbaar. Dit stelsel is vrijwel volledig gebaseerd op omslag, en met de toenemende vergrijzing betalen steeds minder werkenden voor steeds meer gepensioneerden. Maar zodra je aan het stelsel gaat morrelen en voorstelt dat mensen later met pensioen moeten omdat het niet meer te betalen is, gaan ze de straat op en ligt het hele land plat. Zo’n hervorming doorvoeren lukt eigenlijk alleen in tijden van crisis.”

 

Over óns nieuwe pensioenakkoord is Bauer ‘voorzichtig positief’. Hij verwacht niet dat het onze nummer 1-positie in gevaar zal brengen, al moet hij nog zien hoe het er in de praktijk uit gaat zien. “Met het nieuwe akkoord is de generatiediscussie nog niet weg. En gaan we ons nu ineens wel houden aan alle regels die we hebben bedacht om indien nodig te gaan korten op de pensioenen? Als iedereen – ook de politiek – zich houdt aan de afspraken, dan is het een vooruitgang.”

 

Ook Steenbeek voorziet niet dat we met het nieuwe stelsel punten moeten gaan inleveren. “De problemen die we in Nederland zien, hebben andere landen ook. Vergrijzing is bijna overal een probleem, net als de lage rente. Het pensioen dat de huidige gepensioneerden krijgen, is waarschijnlijk minder makkelijk haalbaar voor toekomstige generaties. Het is niet meer zo vanzelfsprekend als het was, maar op houdbaarheid zullen we goed blijven scoren. De toereikendheid kan wat terugvallen, maar we zitten royaal hoor, vergeleken met veel andere landen. En op duidelijkheid zullen we beter scoren, want het nieuwe systeem is veel transparanter.”

 

Dat we nu zo goed scoren betekent niet dat we op onze lauweren kunnen gaan rusten, benadrukt Steenbeek. “Eigenlijk is het systeem zoals we dat hebben verzonnen niet bestand tegen de wereld waar we nu in zitten, met lage rentes, lagere verwachte rendementen, steeds meer mensen die überhaupt geen pensioen opbouwen en een bedrijfsleven dat niet bereid of in staat is om heel hoge premies te betalen. De royale beloftes die we hebben gedaan kunnen we niet nakomen. We hebben ontzettend veel geld bij elkaar gespaard, maar er moet iets gebeuren om op de eerste plaats te blijven staan.”

Hoe doen andere Europese landen het?

We noemden al Denemarken, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Maar hoe is pensioen in andere Europese landen geregeld? De site consultancy.nl brengt dit duidelijk in kaart. We pikken er drie uit.

 

  • Duitsland - #11 op de Global Pension Index

Ook voorbij onze oostgrens kennen ze drie pijlers. Al vormt de eerste pijler – verplicht voor alle werkenden – zo’n 80 procent van alle pensioenen in het land. Duitsland werkt sinds 2002 met een puntensysteem. Ieder gewerkt jaar levert punten op, die uiteindelijk worden omgezet in pensioen. Hoe meer punten, hoe hoger de uitkering. Wettelijke pensioenleeftijd? 67 jaar.

  • België - #16 op de Global Pension Index

Onze onderburen kennen net als wij drie pensioenpijlers: een ‘rustpensioen’ voor iedereen die werkt, een ‘extralegaal’ pensioen dat je collectief bij je werkgever opbouwt en een particulier spaarplan. Dat rustpensioen bedroeg bij publicatie van het artikel op consultancy.nl (2017) gemiddeld zo’n 60 procent van het gemiddeld verdiende loon en is gebaseerd op ‘omslag’: premiebetalers financieren dus direct de pensioenuitkering van gepensioneerden. De wettelijke pensioenleeftijd is nu 65, maar stijgt naar 67 in 2030.

  • Spanje - #22 op de Global Pension Index

Belangrijkste pensioenregeling in Spanje is een verplicht overheidspensioen. Opvallend is dat lage en middeninkomens een vrij hoog percentage van hun verdiende loon als pensioen krijgen uitgekeerd: maar liefst 90 procent in 2017. Ook hier geldt het omslagbeginsel: werkenden financieren met hun premie het pensioen van de ouderen. Wettelijke pensioenleeftijd in Spanje is 65, maar stijgt naar 67 in 2031.

Volgende publicatie:
“Pensioensector slaat handen in één om waardeoverdrachten te vereenvoudigen”

Pensioensector slaat handen in één om waardeoverdrachten te vereenvoudigen

Gepubliceerd op: 5 november 2020

Vier grote pensioenuitvoerders, APG, Blue Sky Group, Nationale-Nederlanden en PGGM, lanceren vandaag Mijnwaardeoverdracht.nl. De nieuwe website is ontstaan uit een unieke samenwerking tussen platformontwikkelaar Hyfen en de uitvoerders. Met het gezamenlijke initiatief worden waardeoverdrachten geoptimaliseerd aan de hand van innovatieve decentrale technologie. Nu al kan zo’n vijftig procent van de deelnemers gebruik maken van het platform. De komende tijd sluiten meer pensioenuitvoerders aan waarmee het bereik verder wordt vergroot.

 

Een waardeoverdracht is het overdragen van een opgebouwd pensioenpotje van een vorige baan, naar het pensioenpotje van een nieuwe baan. Het regelen van een waardeoverdracht is tot op heden ingewikkeld en tijdrovend. Met Mijnwaardeoverdracht.nl komt daar verandering in. De site verbindt de administraties van partijen in de pensioensector aan elkaar met decentrale technologie. Zo is in één keer alle informatie beschikbaar om de verschillende opties te vergelijken en het pensioen over te dragen.

 

Het platform is een van de eerste op blockchain gebaseerde applicaties die voor het grote publiek beschikbaar is. De deelnemende partijen hebben gezamenlijk het platform ontworpen. Doordat alle partijen real-time de benodigde informatie uitwisselen, brengen ze de doorlooptijd van een waardeoverdracht terug van negen maanden tot ongeveer dertig minuten. In een overzichtelijk stappenplan vergelijkt de pensioenspaarder de huidige en oude pensioenregeling en kan zo een weloverwogen keuze maken. De decentrale opzet borgt ook de privacy van gebruikers van het platform. Dit is door onafhankelijke auditors vastgesteld.

 

Hidde Terpoorten, directeur van Hyfen: “We zijn trots dat we met deze samenwerking laten zien dat je een proces kan versnellen en versimpelen voor de pensioenspaarder, terwijl je aan de achterkant efficiëntie realiseert. Het succes van deze samenwerking smaakt naar meer: samen kunnen we meer doen voor de pensioenspaarder.” Er wordt onderzocht waar dit gedachtegoed verder kan worden ingezet. Zo is bijvoorbeeld een van de volgende ontwikkelingen het bewijs van in leven zijn (attestatie de vita) dat voor gepensioneerden in het buitenland jaarlijks een dure en soms gevaarlijke reis naar een ambassade vereist. Door een digitale app wordt het dan mogelijk om dit bewijs één keer aan te leveren. Vervolgens kan dit gedeeld worden met de benodigde partijen, in plaats van dat de deelnemer bij iedere partij afzonderlijk het nu nog lange proces doorloopt.

 

Francine van Dierendonck, lid Raad van Bestuur APG: “Mijnwaardeoverdracht.nl is een mooi voorbeeld van innovatieve dienstverlening. Deelnemers van de al aangesloten pensioenfondsen kunnen snel en eenvoudig en via smartphone of tablet hun waardeoverdracht regelen. Ik ben trots dat Hyfen, als spin-off van APG, erin is geslaagd om binnen de pensioensector deze unieke samenwerking tot stand te brengen”.

 

Luuk van Tol, Manager Pensioenservice Blue Sky Group: “Mooi dat we mee hebben mogen doen aan een award-winning project. Het is een win/win situatie voor zowel ons als de deelnemer.”

 

Laure van Waardenburg: IT Manager Nationale-Nederlanden: "Dit initiatief heeft ervoor gezorgd dat we op unieke wijze met andere pensioenuitvoerders een innovatie hebben weten neer te zetten waarbij we de deelnemers kunnen ondersteunen om zo makkelijk mogelijk de juiste keuzes te maken voor een financieel zekere toekomst. We zijn trots om hier als eerste verzekeraar aan bij te dragen."

 

Alexandra Philippi, Chief Operations Officer van PGGM: “PGGM wil het de deelnemers van onze klanten zo gemakkelijk mogelijk maken om hun pensioen te regelen. Ook  bij de overgang naar een ander pensioenfonds. Mijnwaardeoverdracht.nl is daarvoor een heel handig en innovatief platform dat we graag hebben helpen ontwikkelen. Pensioenfonds Zorg & Welzijn is de eerste van onze klanten op het platform en we hopen dat andere fondsen volgen, zodat nog meer mensen ervan kunnen profiteren”.

Volgende publicatie:
Belegging in duurzame obligatie versterkt positie zwarte en latino minderheden in VS

Belegging in duurzame obligatie versterkt positie zwarte en latino minderheden in VS

Gepubliceerd op: 6 oktober 2020

APG heeft $ 50 miljoen (42,5 miljoen) belegd in een duurzame obligatie die de sociale en inkomensongelijkheid onder zwarte en latino minderheden in de Verenigde Staten aanpakt. De opbrengst van de obligatie – uitgegeven door Bank of America – wordt vooral gebruikt voor het financieren van betaalbare huisvesting en projecten op het gebied van sociaaleconomische ontwikkeling.

De uitgesproken focus op de sociale en economische achterstanden van minderheden maakt deze ‘Equality Progress Sustainability Bond’ uniek, zegt Joshua Linder, specialist bedrijfsobligaties bij APG Asset Management. “De zwarte en latino gemeenschappen in Amerika zijn heel hard getroffen door de Covid-19 crisis. Daardoor is de ongelijkheid nog groter geworden. De uitgaven die met deze obligatie worden gefinancierd kunnen een grote impact hebben, omdat daarmee specifieke en duidelijk vastgestelde achterstanden worden aangepakt.”

Verschillen verkleinen

Een van die achterstanden  is in het eigenwoningenbezit, dat als belangrijk wordt gezien voor sociale stabiliteit en het opbouwen van vermogen. Onderzoek wijst uit dat slechts 47% van de zwarte huishoudens en 51% van de latino huishoudens eigenaar is van hun huis, vergeleken met 76% van de witte huishoudens. Huizenkopers in deze gemeenschappen krijgen vaak ook slechtere hypotheekvoorwaarden. De opbrengst van de obligatie wordt onder meer gebruikt om meer hypotheken te verstrekken voor een- of meergezinswoningen.

De opbrengst van $ 2 miljard (€ 1,7 miljard) wordt daarnaast gebruikt voor leningen en investeringen in betaalbare woningen, financiering voor medische professionals om een praktijk te beginnen of uit te breiden in gebieden met een omvangrijke zwarte en/of latino gemeenschap, en investeringen in bedrijven met zwarte of latino eigenaren of management. De opbrengst van de duurzame obligatie gaat naar een mix van sociale en groene projecten, onder andere op het gebied van hernieuwbare energie en schoon vervoer.

Toonaangevende belegger in groene obligaties

"Dit is een goede beleggingsmogelijkheid omdat we Bank of America vanuit financieel perspectief aantrekkelijk vinden en we al lang met ze in gesprek zijn over de uitgifte van groene, sociale en duurzame obligaties", zegt Joshua. De duurzame obligatie heeft het sinds de uitgifte beter gedaan dan vergelijkbare ‘gewone’ obligaties van Bank of America en vergelijkbare groene obligaties van andere uitgevers.

Duurzame obligaties (‘sustainable bonds’) worden uitgegeven door bedrijven en (semi-) overheidsinstellingen voor de financiering van een mix van groene en sociale projecten. APG is wereldwijd een van de grootste beleggers in groene, sociale en duurzame (gemengde) obligaties; eind 2019 hadden we namens onze pensioenfondsklanten ABP, bpfBOUW, SPW en PPF APG ruim € 9 miljard in zulke obligaties belegd. Om de markt verder te ontwikkelen, heeft APG de Guidelines for Green, Social and Sustainable Bonds gepubliceerd. Die maken bedrijven, instellingen en overheden die zulke obligaties uitgeven duidelijk wat we van ze verwachten.

Volgende publicatie:
SPW doet 6 ‘harde beloften’ aan deelnemers en werkgevers

“Ook zonder verplichtstelling zouden deelnemers voor ons moeten kiezen”

Gepubliceerd op: 1 oktober 2020

Na twee jaar van onderzoek en voorbereiding is het vandaag zover: SPW, het pensioenfonds voor de woningcorporaties spreekt zes harde beloften uit naar zijn deelnemers en zijn werkgevers. Een voor de pensioensector bijzondere stap. “Met deze pensioenbeloften steekt SPW écht haar nek uit,” aldus rvb-lid Francine van Dierendonck.

 

Birte van Ouwerkerk en Jim Schuyt zijn de stuwende krachten achter de pensioenbeloften. Birte was als Marketingcommunicatie strateeg verantwoordelijk voor de ontwikkeling en implementatie van de pensioenbeloften. Jim is voorzitter namens de werkgevers én ambassadeur pensioenbeloften van het eerste uur.

Waarom doen jullie deze beloften naar deelnemers en werkgevers?

Jim: “Beloften worden vaak uitgesproken door commerciële partijen om klanten aan zich te binden. Denk aan de Jumbo waar je je boodschappen gratis krijgt als er vier mensen in de rij staan. Wij als pensioenfonds voelen die druk niet. Door de verplichtstelling kunnen deelnemers immers niet overstappen naar een ander fonds. Juist dat gegeven zien wij als een extra verantwoordelijkheid. Ook zonder verplichtstelling zouden deelnemers voor ons moeten kiezen; dat is onze insteek. Met de pensioenbeloften maken we daarom het thema pensioen en de dienstverlening van SPW tastbaar, en laten we zien waar het fonds voor staat.”

Hebben deelnemers en werkgevers behoefte aan dergelijke beloften?
Birte: “Ja, wij denken van wel. De basis voor deze beloften vormt een uitvoerig onderzoek onder deelnemers en werkgevers. Hoe kijken zij aan tegen onze dienstverlening en het onderwerp pensioen in het algemeen? Hoewel SPW op dat eerste punt positief scoorde, bespeurden we ook veel vragen en onzekerheden: blijft er straks wel genoeg voor mij over en wat mag ik van mijn pensioenfonds verwachten? Je kunt ze uitleggen dat die zorgen grotendeels ongegrond zijn. Je kunt het echter ook krachtiger zeggen door te beloven dat de inleg van deelnemers in goede handen is.”

Beloften doen. Met het nieuwe pensioencontract willen we daar toch juist vanaf?
Jim: “Met deze zes beloften gaan wij niet compleet iets nieuws doen of zaken beloven die we nog nooit hebben waargemaakt. De beloften die deelnemers en werkgevers hebben gekozen, laten vooral zien wat wij al dagelijks doen, maar waar zij op dit moment nog onvoldoende vanaf wisten. Wij spelen dus in op vragen die leven bij onze deelnemers en werkgevers. Deze vragen zullen met het nieuwe pensioencontract straks niet heel anders zijn.”

Wat was de rol van APG?
Birte: “25 van onze mensen zijn bij het tot stand komen van de beloften betrokken geweest. Van medewerkers van het Klant Contact Center (KCC) tot de afdelingen Werkgeversbediening en Pensioenuitvoering. Ook voor APG zijn deze beloften heel waardevol. De beloften geven medewerkers van APG namelijk meer duidelijkheid over wat er van hen verwacht wordt en zorgt voor focus in de dienstverlening.”

Hoe zorgen jullie ervoor dat deze beloften echt in het DNA van SPW gaan zitten?

Birte: “We gaan gefaseerd en beheerst live en nemen anderhalf jaar de tijd om de pensioenbeloften volledig te integreren in onze dienstverlening en communicatie. We blijven in gesprek met deelnemers, werkgevers en medewerkers van APG om te bekijken hoe het gaat. We starten nu met de externe brandingscampagne richting werkgevers en deelnemers, met als doel om in deze fase bekendheid creëren.”

 

De zes beloften van SPW


1. Gegarandeerd inkomen zolang je leeft, voor jou en je partner.

Een garandeerd inkomen zolang je leeft, maar ook voor je partner en kinderen als jij overlijdt. Zorg voor inkomen bij arbeidsongeschiktheid.

 

2. Jouw inleg in goede handen, met bewezen rendement.

SPW behaalde de afgelopen twintig jaar een gemiddeld beleggingsrendement van 7 procent. Beleggingen zijn transparant, verantwoord en maatschappelijk bewust.
      
3. Ruimte om zelf te kiezen wat je met jouw pensioen wilt.

Kiezen wanneer je met pensioen gaat, geheel of gedeeltelijk. Eerst een hoog bedrag en later een laag bedrag. Wel of geen partnerpensioen.

4. Persoonlijke pensioencheck, in te zetten wanneer je wil.

Online, telefonisch, via de chat. In te zetten wanneer jij dat wil. Omdat je wil weten of je goed op weg bent. Omdat er iets is veranderd in je leven. Omdat je jouw pensioen wil aanvragen.


5. Volledig overzicht en inzicht in jouw inkomen voor later.

Altijd en overal helder overzicht & inzicht in Mijn SPW. Alle uitgaven en inkomsten op een rij. Zodat je weet wat je nu doet en hoeveel geld je nodig hebt. En ziet wat je later wilt en hoeveel pensioen je dan nodig hebt. Je kiest en rekent zelf in Helder Overzicht & Inzicht, de rekentool in Mijn SPW.


6. Pensioenregeling van ons samen, op maat gemaakt voor woningcorporaties.

Samen ontwikkeld met alle relevante vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers in de sector.

Volgende publicatie:
Meer of minder te besteden in 2021? 6 vragen over Prinsjesdag en pensioen

6 vragen over Prinsjesdag en pensioen

Gepubliceerd op: 15 september 2020

Vandaag presenteert het kabinet de jaarlijkse begroting. Gaan werkend en gepensioneerd Nederland erop vooruit in 2021? Zes vragen over Prinsjesdag en pensioen.

 

1. Het kabinet spreekt van een groei van de economie van 3,5 procent en een stijging van de koopkracht van 1,2 procent voor werkenden en 0,4 procent voor gepensioneerden. Dat klinkt - gematigd - positief. Maar hoe zeker zijn die voorspellingen?

 

Feit is dat het kabinet de belastingen met 1 miljard euro verlaagt om de koopkracht van Nederlanders te verbeteren. Ondanks het feit dat er in 2021 geen indexatie in zit bij de meeste gepensioneerden, gaan zij er in doorsnee licht op vooruit (met 0,4 procent). Werknemers die in 2021 hun huidige baan behouden, gaan er ook gemiddeld licht op vooruit (met 1,2 procent). Dat betekent dat veel werkenden en gepensioneerden volgend jaar iets meer geld te besteden hebben.

 

Tegelijkertijd zijn er wel de nodige kanttekeningen te plaatsen. Kort en goed: koopkrachtplaatjes zeggen niet veel, zeker nu niet. De koopkrachtplaatjes worden bepaald door de ontwikkeling van de lonen, de inflatie en kabinetsmaatregelen. Alleen die laatste heeft het kabinet volledig in eigen hand. En nu de onzekerheden rondom het verloop van de economie en de arbeidsmarkt nog groter zijn door COVID-19, zeggen de voorspellingen dit jaar nog minder dan andere jaren.

 

De verwachting is echter ook dat meer werknemers in 2021 hun baan zullen verliezen. Zij kunnen juist minder geld besteden. Dit cijfer zie je niet terug in de koopkrachtplaatjes.

Daarnaast kunnen gemeentelijke lasten, zoals de onroerendezaakbelasting en de parkeertarieven, gaan stijgen omdat veel gemeenten in financiële problemen zitten. Ook dit zit (nog) niet in de koopkrachtplaatjes verwerkt, maar dat kan grote invloed hebben.

 

Zie ook dit NOS-artikel


2. We horen ook geluiden over een krimpende economie door corona, hogere premies en prijsstijgingen. Wat merken werknemers en gepensioneerden daar volgend jaar in de praktijk van?

 

In de koopkrachtplaatjes wordt rekening gehouden met hogere lonen, lagere belastingen, hogere prijzen en iets hogere zorgpremies. Als je alle plussen en minnen optelt, gaan de meeste mensen er per saldo licht op vooruit. Maar dat is dus zeer onzeker. Immers, de lokale gemeentelijke belastingen kunnen (fors) gaan stijgen.

 

3. Welke rol speelt corona - en een eventuele tweede golf - in dit verhaal, en in de vooruitzichten op pensioen in 2021?

 

Als er een tweede lockdown komt in Nederland, dan zal de Nederlandse economie zich minder rooskleurig ontwikkelen dan voorspeld. Het economische herstel zal dan voorlopig uitblijven.

Voor het pensioen in 2021 is de dekkingsgraad van eind december 2020 bepalend. Corona kan daar impact op hebben, maar het vertrouwen in de financiële markten wordt door meerdere factoren bepaald. Zo zagen we in augustus 2020 zeer hoge aandelenkoersen ondanks de grote onzekerheid rondom corona in bijvoorbeeld de VS, Brazilië en India.

 

4. Vandaag werd ook bekend dat sommige fondsen nog steeds onder de 90 procent dekkingsgraad zitten. Wat kan dat betekenen voor het pensioen in 2021? Welke scenario’s zijn er mogelijk?  

 

Voor het pensioen in 2021 is de dekkingsgraad van eind december 2020 bepalend. Als de dekkingsgraad dan nog steeds lager is dan 90 procent, is er in veel gevallen een verlaging van de pensioenen nodig. De fondsen kunnen vervolgens nog kiezen voor spreiding van deze verlaging in de tijd. Een verlaging van de pensioenen is niet meegenomen in de koopkrachtplaatjes.

 

5. Afgelopen week bleek uit onderzoek dat de levensverwachting van de Nederlander naar beneden is bijgesteld. Heeft dit gevolgen voor het pensioen?

 

Het Actuarieel Genootschap heeft de gemiddelde levensverwachting inderdaad naar beneden bijgesteld. Dat heeft vooral te maken met een verfijning van het gebruikte model. Het is niet zo dat de levensverwachting ineens verslechterd is. Volgens het Genootschap leeft een 65-jarige nu een half jaar korter dan eerder werd verwacht. Voor een man gaat de levensverwachting op 65-jarige leeftijd bijvoorbeeld van 20,5 jaar naar 20 jaar. Omdat pensioenuitkeringen dan gemiddeld een half jaar korter hoeven te worden uitbetaald, stijgt de dekkingsgraad hierdoor gemiddeld met 2 procent. Belangrijk is wel om te vermelden dat de exacte cijfers per fonds verschillen.

De cijfers houden nog geen rekening met de coronacrisis.

 

6. Spelen de fondsen eigenlijk een rol bij het herstel van de kwakkelende economie als gevolg van corona?

 

Prinsjesdag staat dit jaar grotendeels in het teken van hoe we als Nederland investerend uit de COVID-19-crisis kunnen komen. Het kabinet nam hierop een voorschot met de recente presentatie van het Nationaal Groeifonds, dat publieke investeringen de komende jaren moet gaan aanjagen. De Nederlandse pensioensector begrijpt en steunt deze beweging naar actief economisch investeringsbeleid vanuit de overheid. Ook de Nederlandse pensioensector pakt graag nog meer haar maatschappelijke rol als pensioenbelegger in onder andere Nederland. Bijvoorbeeld door op basis van publiek-private samenwerking met de overheid Nederland versneld en duurzamer uit de crisis te trekken.

 

Zie link voor een position paper van de Pensioenfederatie in aanloop naar Prinsjesdag.

 

Volgende publicatie:
APG investeert in unieke hotellocatie in hartje Londen

APG investeert in unieke hotellocatie in hartje Londen

Gepubliceerd op: 10 september 2020

Op slechts twee minuten lopen van het bekende Londense theater- en uitgaansgebied Covent Garden bevindt zich het Wellington Block. APG investeert samen met London Central Portfolio (LCP) in de herontwikkeling van deze bijzondere locatie. Aankoopprijs? 84,4 miljoen euro.
“Dit soort hotellocaties zijn zeldzaam in Londen,” zegt Robert-Jan Foortse, hoofd European Property Investments bij APG.

 

The Portfolio Club (“TPC”), een joint venture tussen APG en LCP, kocht de aantrekkelijke hotellocatie in hartje Londen van de Britse vastgoedonderneming Capco. In totaal koopt TPC zes aan elkaar geschakelde gebouwen die samen het Wellington Block vormen.

Recentelijk werd goedkeuring verkregen voor de verbouwing, waardoor het Wellington Block kan worden herontwikkeld en uitgebreid tot een hotel met minimaal 146 kamers en een winkel- en restaurantgedeelte. Naar verwachting kunnen de eerste gasten medio 2023 worden verwelkomd.

Unieke locatie

 

Naast de unieke locatie zal het hotel zich volgens Foortse ook op andere vlakken gaan onderscheiden van andere hotels. “Met dit hotelconcept richten we ons op deze locatie op een breed publiek: van toerist tot zakelijk en van dagverblijf tot meerdere weken of zelfs maanden. Kamers hebben naast de gebruikelijke faciliteiten ook een eigen kookgedeelte.”

Door te focussen op meerdere doelgroepen is het hotel minder gevoelig voor grote schommelingen in bijvoorbeeld het aantal toeristen of zakelijke reizigers. Foortse: “Juist in deze onzekere tijd bewijzen dit soort formules hun relatieve kracht.” 

 

Sterke formule


Ook Naomi Heaton, Chief Executive van TPC gelooft in de formule. Met de combinatie van mooie architectuur en een toplocatie zal volgens haar een brede doelgroep worden aangesproken: van nationaal tot internationaal.

Met het Wellington Block beschikt TPC over een tweede hotellocatie op een gewilde plek in het centrum van Londen. Eind 2019 kocht de joint venture van APG en LCP Harrington Hall in South Kensington. De 237 kamers van Harrington Hall worden op dit moment verbouwd naar hetzelfde concept als Wellington Block. De verwachte oplevering van Harrington Hall is eind 2021. Foortse: “We hopen onze portefeuille in Londen de komende periode nog verder uit te breiden.”

Volgende publicatie:
“Het ondersteunen van middengroepen vormt de kern van ons bestaan”

“Het ondersteunen van middengroepen vormt de kern van ons bestaan”

Gepubliceerd op: 17 augustus 2020

APG partner Nationale DenkTank 2020

 

Hoe versterken we welzijn en welvaart en verhogen we regie voor middengroepen, in stad en regio, nu en later? Met deze onderzoeksvraag, ook verwoord als ‘Een beter perspectief voor middengroepen in Nederland’ is vandaag de vijftiende editie van de Nationale DenkTank 2020 gestart. Twintig geselecteerde en getalenteerde academici duiken de komende vier maanden in dit actuele vraagstuk en komen aan het eind van het jaar met hun oplossingen. APG is er trots op om samen met het ministerie van SZW, het Ministerie van BZK, de Rabobank en Gemeente Amsterdam als themapartner aan te sluiten bij de Nationale DenkTank 2020.

 

De druk is groot

Als de coronacrisis iets inzichtelijk heeft gemaakt, is het wel de kwetsbaarheid van onze middengroepen. Wonen in de buurt van je werk, grip op je eigen financiële situatie en een goed perspectief op de arbeidsmarkt blijkt voor veel Nederlanders namelijk onhaalbaar. De Nationale DenkTank 2020 richt zich dan ook op vier concrete en actuele vraagstukken:

 

  • Grip op financiën, nu en later: Sparen is niet sexy. Hoe zorgen we voor financiële vaardigheid en grip en regie op financiën voor de middengroepen?
  • Wonen en leefomgeving: Hoe zorgen we voor voldoende betaalbare woningen en een hoger gevoel van brede welvaart in de leefomgeving?
  • Kansen op de arbeidsmarkt: Hoe zorgen we ervoor dat onze leraren, glazenwassers en politieagenten weerbaar en wendbaar zijn op de toekomstige arbeidsmarkt?
  • Stelsels: Welke verwachtingen hebben middengroepen van onze stelsels en hoe kunnen we verwachtingen en de effecten dichter bij elkaar brengen?

 

Het thema van dit jaar sluit volgens Gerard van Olphen, voorzitter raad van bestuur APG, naadloos aan bij waar APG voor staat. “Het ondersteunen van middengroepen vormt immers uiteindelijk de kern van ons bestaansrecht. Denk aan al die onderwijzers, verplegers, politieagenten, bouwvakkers en nog vele anderen die voor hun financiële toekomst op ons rekenen. Dan is het niet meer dan logisch dat je als APG oog hebt voor het feit dat deze groepen onder druk staan.”

 

Hoe concreter, hoe beter

Behalve financiële ondersteuning van de NDT’20 levert APG via diverse collega’s ook kennis en kunde om zo de deelnemers aan de denktank uit te dagen en te stimuleren met creatieve oplossingen te komen. Hoe kunnen we bijvoorbeeld middengroepen ondersteunen tijdig na te denken over hun financiële toekomst en hierop meer grip geven?

Van Olphen: “Hoe concreter de mogelijke oplossingen, hoe beter. Een oproep aan de politiek om bepaalde besluiten te nemen is mooi, maar we hopen op acties die APG en nog liever de pensioensector als geheel zelf proactief kan nemen. Het gaat er om dat we er iets mee kunnen als pensioensector en maatschappij. Want een sterke positie van middengroepen draagt bij aan welvarender Nederland, en dat is in het belang van ons allemaal.”

 

 

Wat is de Nationale Denktank?

Stichting de Nationale DenkTank organiseert elk jaar een Nationale Denk Tank (NDT) met twintig jonge academici vanuit verschillende studieachtergronden om een maatschappelijk probleem te lijf te gaan. De NDT bestaat sinds 2005. Tijdens de NDT 2019 stond het vraagstuk “Hoe realiseren we een digitale samenleving die gezond, weerbaar, eerlijk en inclusief is?” centraal.

 

Lees hier het persbericht

Volgende publicatie:
APG keert zich tegen buitensporige beloningen

APG keert zich tegen buitensporige beloningen

Gepubliceerd op: 17 juli 2020

APG heeft in het afgelopen AVA (Algemene Vergadering van Aandeelhouders)-seizoen samen met andere beleggers vier keer een beloningsvoorstel van een Nederlands bedrijf weggestemd. Het laat zien dat maatschappelijk betrokken aandeelhouders als APG gebruik maken van hun toegenomen invloed op de bestuurdersbeloningen bij beursgenoteerde bedrijven.

APG stemde - namens de pensioenfondsklanten ABP, bpfBOUW, SPW en PPF APG - tegen het nieuwe beloningsbeleid bij Besi, Wolters Kluwer, Euronext en SBM Offshore. In totaal stemden aandeelhouders in het afgelopen AVA-seizoen het beloningsvoorstel weg bij vijf Nederlandse beursgenoteerde bedrijven; in één daarvan, metaalbedrijf AMG, is APG niet belegd.

 


‘Say on pay’

Sinds december 2019 moet het beloningsbeleid van een Nederlands beursgenoteerd bedrijf ten minste 75% van de aandeelhoudersstemmen achter zich krijgen. Daarnaast moeten bedrijven in het beloningsverslag - waarin ze verantwoording afleggen over het salaris en de variabele beloning voor de top - aangeven hoe ze rekening houden met de ‘maatschappelijke acceptatie’. Aandeelhouders hebben bij het beloningsverslag een adviserende stem, de zogenaamde ‘say on pay’. 

 

APG keerde zich ook tegen het beloningsbeleid bij onder andere Van Lanschot Kempen, Basic-Fit en Signify (de voormalige lichtdivisie van Philips). In het oog sprong de tegenstem bij Ahold-Delhaize - het moederbedrijf van Albert Heijn. We vinden het onjuist dat het bedrijf het belang van duurzaamheid bij het vaststellen van de beloning heeft verminderd. Ook heeft Ahold Delhaize maar één duurzaamheidscriterium toegepast voor de beloning van de top. Dat criterium - het aandeel gezonde voeding in de verkoop van eigen merk-voedingsproducten - is ook nog eens nauwelijks te controleren. 

 

APG ziet graag dat bij beursgenoteerde bedrijven duurzaamheidscriteria een rol spelen bij het bepalen van de beloning voor bestuurders. “Maar dan moeten die criteria wel relevant, transparant en objectief meetbaar zijn”, zegt Mirte Bronsdijk, specialist op het gebied van ondernemingsbestuur bij APG Asset Management. Niettemin ging een grote meerderheid van de aandeelhouders van Ahold-Delhaize akkoord met het voorstel.

Internationaal stemde APG in ontwikkelde markten iets vaker vóór ‘say-on-pay’ beloningsvoorstellen (53%) dan vorig jaar (45%). Een aanzienlijk deel van onze nee-stemmen heeft te maken met buitensporig hoge ontslagvergoedingen voor CEO’s in de Verenigde Staten. In de VS zijn ontslagvergoedingen van meer dan tweemaal het salaris plus bonus vrij gebruikelijk. Vergeleken met Europa en het Verenigd Koninkrijk (72%), stemmen we in de VS veel minder vaak in met de beloning voor de top (37%).

 

Meer vrouwen aan de top

Aandeelhouders stemden over negentien bestuurdersbenoemingen bij Nederlandse beursgenoteerde bedrijven; in zeven gevallen ging die plek naar een vrouw. De meeste nieuwe benoemingen in de Raad van Commissarissen - die bij bedrijven toezicht houdt op het bestuur - gingen naar vrouwen. Eumedion, een samenwerkingsverband van grote Nederlandse beleggers waarvan ook APG deel uitmaakt, dringt bij bedrijven aan op een betere balans tussen mannen en vrouwen in topposities. Van de grote beursgenoteerde Nederlandse bedrijven voldoet op dit moment alleen ABN AMRO niet aan het toekomstige wettelijke quotum van een derde vrouwen in de Raad van Commissarissen.

 

Follow This-aandeelhoudersresolutie

Olie- en gasbedrijf Shell was in het afgelopen AVA-seizoen de enige Nederlandse onderneming waarbij een voorstel van aandeelhouders in stemming werd gebracht. APG onthield zich van stemming bij de resolutie, die was ingediend door het activistische aandeelhouderscollectief Follow This. Daarin werd Shell opgeroepen om zich vast te leggen op bindende klimaatdoelstellingen voor 2050. Hoewel APG de ambitie voor een klimaatneutrale economie in 2050 deelt, willen wij niet blijven twisten over bindende doelen op de lange termijn. Wat APG betreft ligt de focus bij Shell (en andere oliebedrijven) nu op het doorvoeren van concrete maatregelen om de recent aangescherpte klimaatambities waar te maken.

Volgende publicatie:
Partners kunnen langer van pasgeborene genieten

Partners kunnen langer van pasgeborene genieten

Gepubliceerd op: 3 juli 2020

APG vult aanvullend geboorteverlof aan tot 100 procent

 

De tijd dat partners vijf dagen na de geboorte van hun kind weer aan het werk moesten is voorbij. Sinds 1 juli kunnen werknemers van wie de vrouw is bevallen na de geboorte vijf extra weken verlof opnemen. APG-medewerker Martijn Klinkeberg: “Ik ga absoluut dat verlof opnemen en zoveel mogelijk genieten van de kleine.”

 

Dit extra geboorteverlof is een aanvulling op de huidige wet WIEG, waar partners vijf dagen na de geboorte doorbetaald krijgen door de werkgever. In totaal gaat het nu dus om zes weken. De vijf extra weken kunnen pas opgenomen worden ná het gewone geboorteverlof en binnen zes maanden vanaf de geboorte. Via het UWV wordt volgens de nieuwe regeling 70 procent van het loon doorbetaald. APG biedt zijn medewerkers behoud van 100 procent maandinkomen.

 

Inclusief


HR-manager Marjolein Kort licht de keuze om aan te vullen toe. “Als werkgever vinden we het belangrijk dat het bewustzijn rondom diversiteit en inclusie wordt vergroot en een concrete inspanning wordt geleverd. Eén van die concrete afspraken is de aanvulling op het geboorteverlof. Voor adoptie- en pleegzorgverlof vult APG sinds 1 januari 2019 ook al de WAZO-uitkering aan tot 100% van het maandinkomen.”

 

Weerspiegeling

 

Om dit voornemen kracht bij te zetten ondertekende APG in 2016 het Charter Diversiteit dat als doel heeft de diversiteit en inclusie op de werkvloer in bedrijven en organisaties te stimuleren. Marjolein: “Echt goed samenwerken kan het beste in een organisatie waar mensen worden gewaardeerd om wie ze zijn. In een veilige omgeving waar ruimte is om te zijn wie je bent, waar je mening wordt gehoord, waarin je je kunt ontwikkelen en anderen ook aanmoedigt zich te ontwikkelen. De ambitie van APG is dat de medewerkerspopulatie in hogere mate een weerspiegeling wordt van de deelnemerspopulatie, van onze opdracht gevende fondsen en van de maatschappij. En dit is nog maar het begin van wat we op het gebied van diversiteit en inclusie van plan zijn.”

 

Man/vrouw


Martijn Klinkeberg, social media-coördinator bij APG, verwacht zijn tweede kindje in september. Als vader is hij blij met de mogelijkheid om aanvullend verlof op te nemen. En als werknemer stelt hij het op prijs dat APG voorloper is om het aanvullende geboorteverlof 100 procent uit te betalen. “APG doet er veel aan om een Great Place to Work te zijn. Zo heeft APG de loonkloof tussen mannen en vrouwen gedicht. En ook de ondervertegenwoordiging van vrouwen aan de top heeft voor APG prioriteit.”

 

Gelijke lasten


Zelf gaat Martijn gebruik maken van het aanvullende geboorteverlof. Ook als APG niet aan zou vullen. “Ik ga absoluut dat verlof opnemen en zoveel mogelijk genieten van de kleine. Deze beginperiode is meer waard dan het gemis aan inkomsten die er dan zijn.”

“Natuurlijk, wat er niet is, wat je als vader niet ziet, dat mis je niet”, vervolgt Martijn. “Maar inmiddels leven we in een tijd waarin dingen niet meer zo vanzelfsprekend zijn. Dat de vrouw voor het kind zorgt en de man blijft werken is achterhaald. En het is dus heel fijn dat je als man of partner hierin meer ruimte krijgt en dat je als ouders samen zowel de lasten als de fijne momenten met elkaar kan delen en ervaren.”

 

Hoewel op social media en uit onderzoeken blijkt dat mannen vrezen dat ze als minder ambitieus gezien worden als ze langer verlof opnemen, is dat bij Martijn niet het geval. “Ik denk dat mijn generatie dit minder spannend vindt. Je carrière hangt niet af van vijf weken verlof. Sterker nog, ik denk dat dit verlof alleen maar positief bijdraagt aan je werkhouding. Als je meer invloed hebt op de situatie na de geboorte van je kind, dan werk je volgens mij juist met meer energie en innerlijke rust.”

Volgende publicatie:
APG legt met WELL lat hoog voor welzijn en gezondheid in kantoren

APG legt met WELL lat hoog voor welzijn en gezondheid in kantoren

Gepubliceerd op: 29 juni 2020

Niet alleen met duurzaamheid, maar ook op het gebied van gezonde kantoorgebouwen voor APG-medewerkers gaat APG zijn ambitie flink verhogen: in het nieuwe pand in Amsterdam én in Heerlen.

 

Wie volgend jaar het nieuwe pand van APG ‘Edge West’ aan de Basisweg 10 betreedt, ziet ze meteen: trappen. Niet weggestopt in een tochtig trappenhuis, zoals in veel kantoren, maar vol in het zicht en daarmee impliciet zeggend: “Die lift laten we vandaag maar even staan”. Het daglicht dat door het glazen dak schijnt, kleurt de grote bomen en living walls felgroen. Op de APG kantoorvloer vind je binnen een straal van dertig meter watertappunten. Statafels staan her en der verspreid: zij verleiden je om nu en dan uit je bureaustoel te komen.

 

Gezondheid en welbevinden op kantoor blijven voor APG belangrijke thema’s. Oók nu door corona de thuiswerkplek zich als alternatief heeft bewezen. Marga Petridean, Facility Service contractmanager huisvesting bij APG: “De coronacrisis heeft ons geleerd dat thuiswerken goed kan werken, maar ook dat kantoor een belangrijke plek blijft om samen te komen en geïnspireerd te raken. Een ding weten we zeker bij APG: als medewerkers straks weer naar kantoor gaan, staan gezondheid en welbevinden voorop. Een gezonde en prettige werkomgeving draagt bij aan het welbevinden van onze collega’s en zorgt ervoor dat mensen graag bij APG werken.”

 

Na het publiceren van dit artikel is APG tot het inzicht gekomen dat, voor een gezonde werkomgeving die past bij de visie van APG, het voldoende is om de interieur WELL-richtlijnen toe te passen voor onze kantoorpanden in Amsterdam en Heerlen zonder deze hierop te certificeren. APG ziet nog steeds de waarde van de Well standaard en zal die nastreven, maar niet meer met als einddoel het certificaat te behalen. Het WELL platinum certificaat voor het cascogebouw wordt nog wel nagestreefd.

 

Het zijn thema’s die APG zeer serieus neemt, aldus Marga. Sinds enkele jaren bestaat er een certificaat voor welzijn en gezondheid: de WELL Building Standard. Marga: “Met de inrichting van ons vernieuwde kantoor in Amsterdam gaan we voor de zogeheten WELL Gold certificering voor het interieur, in aanvulling op het WELL platinum certificaat voor het cascogebouw, die krijgt Edge West als een van de weinige kantoren in Nederland.”

 

Certificaat


APG heeft CBRE Development Services gevraagd om het nieuwe kantoor Edge Amsterdam West te laten voldoen aan de eisen van het certificaat. Het pand heeft al een hoge ambitie met duurzaamheidscertificering BREEAM Outstanding. Waarom dan nu weer een nieuw certificaat? Zaida Thepass, Sustainability Consultant bij CBRE: “Bij WELL wordt er daadwerkelijk in het gebouw gemeten of je aan de eisen voldoet die bijvoorbeeld worden gesteld aan de luchtkwaliteit, akoestiek en verlichting. Het is de eerste certificering die specifiek gericht is op de gezondheid en het welzijn van gebruikers van een gebouw. Daarmee onderscheidt dit certificaat zich van veel andere keurmerken. Deze standaard is na zeven jaar onderzoek tot stand gekomen en samen met artsen, wetenschappers en vastgoedprofessionals ontwikkeld.”

 

Het is veel meer dan een papiertje, benadrukt Marga. “Door aan de criteria van WELL te voldoen dragen we bij aan een beter welbevinden, betere prestaties en een lager ziekteverzuim. Door de coronacrisis is er nóg meer focus komen te liggen op luchtkwaliteit. Heel prettig dus dat dit ook al wordt meegenomen in de Well-certificering.”

 

We gaan WELL ook toepassen op het pand in Heerlen, benadrukt Marga. “Omdat het daar om bestaande bouw gaat, moeten we nog nader onderzoeken in hoeverre we de APG-ambitie rond WELL inhoud kunnen geven. Dat hoeft niet altijd ingewikkeld te zijn. Zo hebben we in Heerlen al wat welzijnsmaatregelen genomen door bijvoorbeeld de koffiemachines van de werkvloer te halen. Zo stimuleer je op een simpele manier medewerkers om meer te lopen en ongemerkt heel wat stappen te maken op een dag”.

Volgende publicatie:
“Ben je bereid je aannames ter discussie te stellen?”

“Ben je bereid je aannames ter discussie te stellen?”

Gepubliceerd op: 24 juni 2020

Gerard van Olphen naar aanleiding van Black Lives Matter

 

Door de dood van George Floyd in Minneapolis is de roep om een einde te maken aan racisme wereldwijd luider geworden. Ook in Nederland is er veel aandacht aan besteed door de media en in het publieke debat. Waar staat APG in deze discussie? Vier vragen aan bestuursvoorzitter Gerard van Olphen.

 

Trekt APG consequenties uit de ontwikkelingen rondom Black Lives Matter?

 

“De wereldwijde protesten tegen institutioneel racisme en politiegeweld hebben wereldwijd een schokgolf teweeggebracht die we niet kunnen negeren, en niet wíllen negeren. Als organisatie willen we meer divers en inclusief worden, ook omdat we voor pensioenfondsen en hun deelnemers werken. We streven naar een medewerkerspopulatie die een weerspiegeling vormt van de deelnemerspopulatie van deze fondsen, en van de maatschappij in het algemeen. In dat streven willen we iedereen bij APG stimuleren om zichzelf te zijn op de werkvloer, en zichzelf te laten zien. Dat kan alleen als we ons uitspreken tegen discriminatie en we toewerken naar een cultuur waarin inclusie  geen ambitie maar een reflex is. Een cultuur waarin mensen gewaardeerd worden ongeacht culturele achtergrond, gender, en alle andere aspecten waarin ze van elkaar kunnen verschillen. Deze ontwikkeling hadden we overigens al ingezet. De maatschappelijke reactie die door Black Lives Matter wereldwijd is opgeroepen, bevestigt onze overtuiging dat die aandacht voor inclusie ongelooflijk belangrijk is.”

 

Is discriminatie iets waar mensen binnen APG veel last van hebben?

 

“Het is geen thema dat binnen de organisatie veel zichtbare aandacht opeist. Maar het zou naïef zijn om te veronderstellen dat er binnen APG geen discriminatie plaatsvindt, dat er geen mensen zijn die hier last van hebben. Niet iedereen die er tegenaan loopt, trekt aan de bel – om wat voor reden dan ook. En niet iedereen die zich schuldig maakt aan discriminatie, is zich er bewust van. We hebben allemaal onze aannames over anderen, soms zelfs vooroordelen. Dat kan ook bijna niet anders. Belangrijker is de vraag of je bereid bent om die aannames ter discussie te stellen, je bewust te worden ervan en je gedrag en overtuigingen aan te passen. Het onderwerp is in ieder geval meer gaan leven, collega’s uiten zich er meer over dan voorheen. En we roepen collega’s ook op om hun zorgen en ideeën te delen. Zodat we leiderschap kunnen tonen dat bijdraagt aan het wegnemen van de achterstandspositie van sommige mensen en groepen in deze maatschappij – of dat nou gaat om ras, geslacht, seksuele voorkeur of levensovertuiging.”    

 

Wat doet APG om discriminatie tegen te gaan?

“In de afgelopen jaren hebben we al een aantal initiatieven opgepakt op het gebied van Diversiteit & Inclusie. In de komende periode werken we van waardevolle initiatieven naar een heldere D&I-visie en -ambitie. Daarvoor gaan we inzetten op een aantal elementen. Integratie van D&I in onze strategie bijvoorbeeld, maar ook bewustwording en voorbeeldgedrag door rolmodellen binnen de organisatie. Onze aanpak zal data-gedreven zijn, waarbij we aanscherpen op basis van inzichten vanuit HR data & analytics. Ook in onze werving en selectie zal diversiteit en inclusie nadrukkelijker gaan terugkomen, bijvoorbeeld door te werken met meer diverse sollicitantenlijsten en selectiecommissies. Ik geloof daar sterk in.”

 

Wanneer is APG een diverse en inclusieve organisatie geworden?

 

Als we iets geleerd hebben uit onze gesprekken met andere bedrijven, dan is het dat het realiseren van Diversiteit & Inclusie om een lange adem vraagt. We zijn er nog lang niet, maar de ontwikkeling is begonnen.

Volgende publicatie:
APG werkt mee aan één organisatie voor alle Nederlandse veteranen

APG werkt mee aan één organisatie voor alle Nederlandse veteranen

Gepubliceerd op: 21 januari 2020

APG verzorgt namens ABP de zorgcoördinatie voor Nederlandse veteranen.

Vanaf 1 januari 2021 doen de zorgcoördinatoren dat, samen met vijf andere organisaties, vanuit het Nederlandse Veteraneninstituut, een nieuwe landelijke organisatie verantwoordelijk voor de gehele uitvoering van het veteranenbeleid.

 

Het volledige bericht, dat door alle organisaties wordt uitgebracht, is hier te lezen.

Volgende publicatie:
Bestuurslid APG staat een dag stoel af aan Baas van Morgen

Bestuurslid APG staat een dag stoel af aan Baas van Morgen

Gepubliceerd op: 20 januari 2020

APG doet op donderdag 23 januari mee aan JINC Baas van Morgen 2020. Een jaarlijks terugkerend project om kinderen die een steuntje in de rug kunnen gebruiken aan een eerlijke kans op de arbeidsmarkt te helpen. ‘Baas van Vandaag’ Francine van Dierendonck, lid van de raad van bestuur en verantwoordelijk voor Deelnemers- en Werkgeversservices bij APG, staat haar stoel die dag af aan Baas van Morgen Salma Ahabbat, MAVO-scholiere op het Sintermeertencollege in Heerlen.

 

Salma staat voor één dag aan de top van APG. Ze zal kennismaken met medewerkers van verschillende afdelingen en gaat concreet met een opdracht voor APG aan de slag: ‘Hoe kunnen we van pensioen een interessant onderwerp maken voor jongeren?’. Salma leert op die manier bij APG en APG kijkt door Salma’s ogen met een frisse blik naar een actueel onderwerp.

Naast Salma nemen zo’n 350 kinderen het bedrijfsleven van Nederland over. Zij leggen waardevolle contacten in het bedrijfsleven en ervaren van dichtbij hoe een bedrijf werkt. Samen met alle deelnemende bedrijven geeft JINC het probleem van kansenongelijkheid op deze manier meer aandacht en laat de organisatie zien hoe belangrijk het is om in ál het talent van de toekomst te investeren.

 

Bliksemstage

APG is geboren vanuit de gedachte dat we als collectief beter functioneren. Vanuit precies die gedachte zetten we onze maatschappelijke rol kracht bij. Ontwikkeling van de regio en aandacht voor mensen in een financiële/maatschappelijke achterstandspositie zijn daarbij belangrijke speerpunten: je achtergrond mag niet je toekomst bepalen. Dat is de reden waarom we JINC Zuid-Limburg van harte ondersteunen en ‘founding partner’ zijn. Baas van Morgen is één van de JINC-initiatieven die APG ondersteunt. Andere initiatieven die we sponsoren zijn Bliksemstages en Sollicitatietrainingen. Allemaal bedoeld om kinderen te laten groeien en hen beter voor te bereiden op hun toekomst op de arbeidsmarkt.

 

JINC gelooft dat alle kinderen een eerlijke kans op de arbeidsmarkt verdienen. Daarom helpt de organisatie kinderen in de leeftijd van 8 tot 16 jaar die opgroeien in een omgeving met sociaaleconomische achterstand op weg naar een betere werk-toekomst. Deze kinderen hebben dromen en talenten, maar als het om eerlijke kansen gaat hebben ze vaardigheden en rolmodellen nodig. JINC werkt samen met het onderwijs en het bedrijfsleven om ze daar de kans op te geven.

Volgende publicatie:
Bescheiden verbetering bedrijven op mensenrechten

Bescheiden verbetering bedrijven op mensenrechten

Gepubliceerd op: 15 november 2019

De prestaties van bedrijven in sectoren waar het risico bestaat op betrokkenheid bij mensenrechtenschendingen zijn iets verbeterd.

 

Sinds de lancering van de Corporate Human Rights Benchmark (CHRB) in 2017 is driekwart van de onderzochte bedrijven beter rekening gaan houden met mensenrechten. APG gebruikt de uitkomsten om met bedrijven in gesprek te gaan over mensenrechten.

Een klein aantal bedrijven doet het opmerkelijk goed in de jaarlijkse ranglijst, die vrijdag in Londen voor de derde keer werd gepubliceerd. Adidas (kleding), Unilever en Marks & Spencer (landbouw en voeding) en Rio Tinto (grondstoffen) geven elk in hun sector de toon aan. Ook zijn er bedrijven die sinds de lancering van de index in 2017 hun prestaties op het gebied van mensenrechten behoorlijk hebben verbeterd. Voorbeelden zijn Inditex (bekend van kledingmerk Zara), Heineken en Repsol.

 

Op de goede weg
De bedrijven die goed presteren, laten zien dat bedrijven concurrerend kunnen zijn en tegelijkertijd werk kunnen maken van de mensenrechten”, zegt Anna Pot, Manager Responsible Investments US bij APG Asset Management. “We zien bedrijven die beter presteren als het om mensenrechten gaat en opener zijn over hun inspanningen en dilemma’s. Ook maakt respect voor mensenrechten bij een toenemend aantal bedrijven deel uit van de strategie. We zijn dus op de goede weg en moeten hiermee doorgaan.”

 

Niet achterover leunen
Enkele toonaangevende bedrijven hebben dus behoorlijke vooruitgang geboekt, maar dat is geen reden om achterover te leunen, stelt Pot. “Meer dan de helft van de onderzochte bedrijven voldoet niet  aan de Guiding Principles on Business and Human Rights (UNGP) van de Verenigde Naties. Achterblijvende bedrijven moeten meer onder druk worden gezet om actie te ondernemen, vooral als het gaat om het opsporen en onderzoeken van mensenrechtenschendingen.” 

APG was, namens zijn pensioenfondsklanten, in 2017 medeoprichter van de CHRB en is nauw betrokken bij de ontwikkeling van de index. “We doen dit omdat we, als maatschappelijk betrokken langetermijnbelegger, graag zien dat de mensenrechtenprestaties van bedrijven verbeteren”, legt Pot uit. “Ook biedt de CHRB waardevolle informatie die we meenemen in beleggingsbeslissingen en in gesprekken met de bedrijven waarin we belegd zijn.”

De CHRB  vergelijkt de mensenrechtenprestaties van 187 bedrijven in kleding, grondstoffen, landbouw en ICT Dit gebeurt aan de hand van 100 indicatoren die zijn gebaseerd op de bepalingen in de UNGP. Er wordt bijvoorbeeld gekeken of bedrijven hun werknemers een leefbaar loon betalen en wat zij doen aan gedwongen arbeid en de bescherming van mensenrechtenactivisten.

 

Meer sectoren en bedrijven
APG gebruikt de CHRB-data bij de beoordeling van (mogelijke) beleggingen en als vertrekpunt voor gesprekken met bedrijven over mensenrechten. Dat laatste geldt vooral voor de verbetertrajecten die APG, namens de pensioenfondsklanten, uitvoert in de kleding- en grondstoffenindustrie. Ook andere grote beleggers maken gebruik van de CHRB-uitkomsten. “De index wordt steeds meer erkend als de standaard voor het meten van de mensenrechtenprestaties van bedrijven”, zegt Pot. Het samengaan met de World Benchmark Alliance (WBA), dat vrijdag ook werd aangekondigd, biedt de mogelijkheid om een veel groter aantal bedrijven te beoordelen.

“Het is goed dat er nieuwe bedrijven en sectoren worden opgenomen in de CHRB”, zegt Pot. “Dat is belangrijk omdat de resultaten laten zien dat de publicatie van de index bijdraagt aan de prestaties van bedrijven op het gebied van mensenrechten.” In de index voor dit jaar zijn voor het eerst ook techbedrijven opgenomen.

Volgende publicatie:
Francine van Dierendonck in NRC: ‘Óveral zijn vrouwen ondervertegenwoordigd.’

Francine van Dierendonck in NRC: ‘Óveral zijn vrouwen ondervertegenwoordigd.’

Gepubliceerd op: 8 november 2019

Vrouwen krijgen in de regel nog altijd niet dezelfde kansen als mannen met gelijke kwaliteiten, stelt Francine van Dierendonck in het NRC. In een interview met de krant spreekt ze over ‘de hardnekkige ondervertegenwoordiging van vrouwen in de top van het bedrijfsleven, wetenschap en politiek, die weer het gevolg zou zijn van het ontbreken van een gelijk speelveld’.

APG is anders, met twee vrouwen en een ‘diversity officer’ (een man) in de vijfkoppige raad van bestuur en twee vrouwen in de raad van commissarissen, en het aanpassen van de loonkloof afgelopen zomer. „Voor ons heeft dit prioriteit. Daarin zijn we een stuk verder dan de commerciële wereld.” 

Francine, lid van de raad van bestuur, verantwoordelijk voor bedrijfsonderdeel Deelnemers en Werkgevers Service en recent voorgedragen als commissaris bij ingenieursbedrijf Royal Haskoning vertelt in het NRC ook over haar carrièrestap, van Marktplaats, Miss Etam en Xenos naar APG, over diversiteit en over de seksistische en ‘niet gepaste’ opmerkingen waar ze binnen en buiten bestuurskamers nog steeds mee te maken krijgt. 

En pratende over het nut van een vrouwenquotum voor topfuncties, maakt ze korte metten met het tegenargument dat vrouwen die door een quotum komen bovendrijven gezien worden als excuustruus. “Wat een onzin. Dan mis je de essentie van waarom je zo’n maatregel tijdelijk - want het moet wel tijdelijk zijn, een jaar of 8 bijvoorbeeld, twee termijnen - zou doorvoeren. Namelijk om een gelijk speelveld te creëren en een patroon te doorbreken, door versneld kansen te creëren voor een groep die nu onvoldoende doorstroomt en ondervertegenwoordigd is in de top. Die excuustruus, daar moeten we echt vanaf.” 

 

Lees hier het hele interview met Francine van Dierendonck in het NRC. 
 

  • „Ik ben van het motto: richt je energie op wat je wél kunt veranderen, waarmee je impact kunt hebben. Iedere keer zeggen dat je iets niet zo leuk vond, valt daar niet onder.”

Volgende publicatie:
“Andere teams keken met jaloezie naar hoe wij samenwerkten”

“Andere teams keken met jaloezie naar hoe wij samenwerkten”

Gepubliceerd op: 9 september 2019

Carolijn Brouwer ziet veel parallellen tussen haar werk op zee en het 'gewone' bedrijfsleven.

 

“Samenwerken is toch wel de grootste overeenkomst met het bedrijfsleven. Je hoeft niet elkaars beste vriend te zijn, maar als groep moet je door één deur kunnen”, steekt Brouwer van wal. En dat samenwerken komt volgens de zeilster niet vanzelf aanwaaien. Daar moet je samen aan werken. Maar hoe doe je dat?

“Communicatie is daarbij heel belangrijk”, vervolgt Brouwer. “Wij varen vaak onder ruige omstandigheden. En als het waait en regent hoor je elkaar slecht. Als het dan ook nog eens nacht is, en pikkedonker, dan kun je elkaar ook nog eens niet zien. Dan is het ontzettend belangrijk dat je heel duidelijk communiceert met elkaar. Korte heldere taal, dat is een uitdaging op zich, want we zitten met verschillende nationaliteiten op het schip. De officiële voertaal is Engels, maar als de Fransen bijvoorbeeld Engels spreken zijn ze moeilijk te verstaan en dat is voor die arme Chinezen heel moeilijk te volgen.”

 

Werken als geoliede machine
En dus heeft Brouwer met het Chinese Dongfeng Race Team waarmee ze aan de Volvo Ocean Race deelnam, hard gewerkt om als team een geoliede machine te worden. “We moesten met elkaar één worden, maar altijd wel ruimte laten voor improvisatie. Op de oceaan moet er ruimte zijn om van koers te veranderen. Na plan a en b moet je soms door onvoorziene omstandigheden zoals het weer overstappen op plan c. Als je goed aan elkaar gewend bent én goed communiceert, kun je flexibeler op verandering inspelen.”

 

Geen ego’s bij elkaar
Terugkijkend naar haar winnende team vervolgt Brouwer: “Andere teams keken wel met enige jaloezie naar de manier waarop wij samenwerkten. Want ondanks dat we een heel divers team waren - zeven mannen, twee vrouwen van verschillenden nationaliteiten en leeftijden - waren we heel hecht. We trainden namelijk niet alleen onze spieren op het water, maar waren dag en nacht bij elkaar. We kenden elkaars zwakke en sterke punten. Daardoor konden we ook het beste in elkaar naar boven halen, elkaar oppeppen. Zo hielpen we elkaar de wereld rond. Onze band was uniek. En dat is belangrijk voor groepen, ook in het bedrijfsleven. Creëer die band met elkaar. Onze schipper koos ons niet om onze goede zeilkwaliteiten, hij wilde zich omringen met mensen die juist in slechte tijden als persoon sterk waren. Negen ego’s op een boot zetten werkt niet.”

 

Leiderschap is een andere belangrijke factor als je samenwerkt. “Aan boord is er zeker sprake van hiërarchie. De schipper neemt de doorslaggevende beslissingen, bijvoorbeeld als het schip kapseist en we moeten de reddingsboten in. Verder is er constant iemand aan dek die de regie heeft en de rest van de bemanning voert het uit. Maar alles verloopt op een heel democratische manier. Er is veel onderling overleg en het hele team iedereen wordt betrokken bij een beslissing.”

 

Vrouwen aan het roer
Dan een andere parallel die Brouwer opvalt: diversiteit op de werkvloer. “De zeilwereld wordt ook gedomineerd door mannen. In 2014-2015 heb ik voor het eerst meegedaan aan de Volvo Ocean Race met een volledig vrouwenteam. De andere zeven teams bestonden enkel uit heren. Mijn team deed het niet heel goed. Twaalf jaar eerder was de laatste keer daarvoor dat vrouwen mee zeilden. Wij misten dus ervaring en training op het gebied van oceaanracen. In 2017-2018 is vervolgens het gemengd zeilen geïntroduceerd. Het balletje rolt dus wel, maar heel langzaam.”

 

Denken dat je alles aankan
Brouwer ziet het als haar taak om zich, samen met haar Franse ploeggenote Marie Riou, in te zetten voor vrouwen in de zeilwereld. “Je ziet overal de ‘women empowerment’ opduiken. Jonge vrouwen en meiden willen wij verder helpen binnen de zeilwereld. Om professioneel hun geld te verdienen met deze fysieke en vrij extreme sport. Als teams nu moeten kiezen tussen een man en een vrouw, kiezen ze sneller voor een man. Daar kun je haast niet om heen. Maar wat wij vrouwen willen laten zien, is dat je uit je lichaam haalt wat het maximaal toestaat. Toen ik zo fit en sterk was als ik mogelijk kon zijn, had ik het gevoel dat ik de wereld aankon. Dat was voor mij het belangrijkste. Fysiek zou ik nooit zo sterk zijn als die jonge Chinees die naast mij stond, maar in mijn hoofd was ik dat wel. Die boodschap probeer ik over te brengen aan de generatie die nu opkomt. Ik kon het, dus zij ook.”

 

En diversiteit is natuurlijk breder, zo ziet ook Brouwer. “Het allerbelangrijkste is dat je als team een gezamenlijk doel hebt, wat je gender, afkomst of leeftijd ook is. Als alle neuzen dezelfde kant opstaan, vallen alle verschillen weg tussen man en vrouw, Nederlander en Chinees, jong en oud. Je werkt dan met zijn allen aan één doel. Wij wilden met zijn allen die Volvo Ocean Race winnen, en daarom lieten we alle kleine zaken die er niet toe deden achterwege.”

 

Voor eigen oude dag zorgen
Naast het gezamenlijke doel als team, is Brouwer ook bezig met haar eigen toekomst. Iets waar ze dan weer de overeenkomst met het ‘normale bedrijfsleven’ mist. “Ik spreek straks voor een zaal pensioenfondsbestuurders, maar ik bouw zelf eigenlijk helemaal geen pensioen op! Olympische zeilers vallen wel onder het Waterschapsverbond, waarmee ze pensioen zullen opbouwen. Maar binnen het oceaanracen werkt het anders: we moeten steeds sponsors en investeerders zoeken en zijn niet aan een sector verbonden. Met mijn partner, die ook zeilt, investeer ik in huizen in Nederland en Australië en dat zie ik als mijn eigen pensioenopbouw. Maar misschien is het een idee voor pensioenfondsen om dit gat in de markt te dichten. Want wij staan er best heel alleen voor.”


De APG Summer Course is een inspiratiebijeenkomst voor pensioenfondsbestuurders van fondsen die klant zijn bij APG. Tijdens deze zomerschool dagen we bestuurders en onszelf uit met nieuwe inzichten van ‘buiten’.
Een van de sprekers was Carolijn Brouwer; een Nederlandse zeilster die in oktober 2018 werd uitgeroepen tot beste zeilster ter wereld. Zij ziet veel overeenkomsten tussen het zeilen op zee en het bedrijfsleven.

Volgende publicatie:
‘Dit mag geen papieren tijger worden’

‘Dit mag geen papieren tijger worden’

Gepubliceerd op: 10 juli 2019

Vandaag zette APG-bestuursvoorzitter Gerard van Olphen in Den Haag zijn handtekening onder het document waarmee de Nederlandse financiële sector zich verbindt aan de doelstellingen van het Klimaatakkoord en het Akkoord van Parijs.

 

Hij zal het tijdens het gesprek een paar keer zeggen: dit commitment is uniek. Enig in zijn soort. ‘Pensioenfondsen, verzekeraars, banken en vermogensbeheerders gaan dit geheel vrijwillig aan en zullen hier transparant verantwoording over afleggen aan de maatschappij. Het feit dat de financiële sector zich aan deze afspraken verbindt, heeft echt een enorme impact. Want vergis je niet: het gaat om 80-90 procent van het geld in Nederland. De partijen die vandaag tekenen vertegenwoordigen zo’n 3.000 miljard euro. Daarmee is de Nederlandse financiële sector een aanjager en een facilitator van de transitie die Nederland te gaan heeft. We geven het vorm. Dragen bij aan de totstandkoming. En ja, daar ben ik heel trots op.’

Vanzelfsprekend, weet ook Van Olphen, is het de industrie zelf die zijn fabrieken schoner moet maken,. ‘Dat kunnen wij niet voor ze doen. Ze zullen zelf de CO2-uitstoot moeten reduceren. Maar het feit dat wij als sector business cases niet alleen op financiële haalbaarheid beoordelen maar ook volgens de richtlijnen van Parijs, betekent dat vervuilende of minder ambitieuze initiatieven op het gebied van CO2-reductie moeizamer geld gaan krijgen dan plannen die echt bijdragen aan een duurzamer samenleving.’

 

Het bijzondere van de gezamenlijke verklaring is ook de ons omringende landen niet ontgaan. In Brussel, Londen, op de G20:  dit commitment zal op diverse buitenlandse podia door de minister van Financiën, door de sector of door Gerard van Olphen zelf de komende tijd worden besproken. De internationale financiële wereld kijkt met bewondering naar dit typisch Nederlandse poldermanifest. Van Olphen: ‘In heel veel landen hobbelt de financiële sector er eerder achteraan, dan dat ze meehelpen de klimaatafspraken vorm te geven.’

 

Wat maakt het nu precies tot zo’n bijzonder document?
‘Als financiële sector ben je vooral verantwoordelijk voor het geld van anderen en dus ben je gehouden om een goed risicorendementsprofiel te hebben. Je kunt niet zeggen: u krijgt minder pensioen want wij financieren de energietransitie. Maar dit is wel een hele harde inspanningsverplichting om daar een - ik zou bijna zeggen-  katalyserende rol in te spelen. Want we gaan van alle relevante investeringen die we doen de CO2-impact vaststellen en daarover rapporteren. We gaan daarop een reductiedoelstelling afspreken die in overeenstemming is met Parijs. Dus 49% minder C02 uitstoot in 2030. En we gaan daarover publiekelijk verantwoording afleggen. En dat gaan we doen als onderdeel van een nationale verantwoording. Een keer per jaar gaat de minister als uitvloeisel van het klimaatakkoord naar de Kamer om uit te leggen: doen we genoeg op het terrein van het klimaat. Halen we onze doelstellingen? Dit commitment is daar een integraal onderdeel van.’

 

Je bent trots op het commitment dat er ligt, maar toch niet helemaal tevreden. Hoe komt dat?
‘Toen ik werd gevraagd om voorzitter van de taakgroep financiering te worden was het beeld: voor het Kamerreces van 2018 willen we al met een Klimaatakkoord naar de Tweede Kamer toe. Nederland gaat snel aan de slag met die energietransitie. Dat bleek uiteindelijk een taaier en moeizamer proces dan we dachten.  Er waren eerst  vijf primaire tafels actief. Financiering was aanvankelijk een ondersteunende rol toebedacht, net als arbeidsmarkt. Ons beeld was: aan die primaire tafels  - transport, landbouw, gebouwde omgeving, elektriciteit, industrie -  is inmiddels al heel veel gebeurd en die komen nu met hele concrete investeringsvragen naar de financieringstafel. Op het niveau van: we gaan een lightrail bouwen van de Randstad naar Schiphol, we hebben waterstofcentrales nodig of er moet massale elektrificatie plaatsvinden.’

Maar de praktijk bleek weerbarstig. ‘Er kwam namelijk niets.’ Soms als gevolg van tegenstrijdige belangen. Maar ook omdat er nog geen duidelijke richting zat in de klimaatplannen. ‘Er moesten nog heel veel keuzes gemaakt worden. Gaat Nederland inzetten op elektrificatie of op waterstof. Komt er wel of geen wetgeving over CO2-beprijzing? Dus heel veel voorwaarden voor een goeie businesscase waren nog niet ingevuld.’ Achteraf bezien ook heel logisch. De materie is veelomvattend en complex en vraagt ook om een breed maatschappelijk draagvlak. Misschien was ik ook wel wat naïef aan het begin.’

 

Geen regie, heel veel verschillende belangen.
‘Iemand zei me: toen ik begon dacht ik dat het een voetbalwedstrijd was. Maar halverwege denk ik: ik sta nu voor de goal er komst iets op me afvliegen. Dat was eerst  een voetbal, ergens is het een honkbal geworden, en ik nu ik verwacht word het in te koppen weet ik niet of het geen bowlingbal is. En voordat ik kop, wil ik dat wel even weten.’

 

Zo ervoer jij het ook?
‘Diplomatiek: ‘Het was in de eerste fase een zoekproces. Wat ons ook helder werd, naast het feit dat het aan richting ontbrak: aan die tafels was de structuur van de financiële sector niet bekend. Als er aan een van de tafels de vraag kwam: wij hebben geld nodig, was onze tegenvraag: wat voor geld? Nou ja, geld. Maar, wat voor geld. Nou, euro’s  De vraag vanuit de financiële sector is dan:  Risicodragend, niet risicodragend, kort, lang, hybride?  Daarom hebben we een financieringswijzer ontwikkeld. Zodat vraag en aanbod op het gebied van financiering beter bekend is.  Daarnaast werkten we nauw samen met de meeste primaire tafels, soms in gezamenlijke workshops, soms door participatie in de desbetreffende tafel of op een andere manier.’

 

In februari van dit jaar,  kwam er – na veel commotie in de media over de betaalbaarheid van de transitie – de ‘kabinetsappreciatie’ voor het akkoord op hoofdlijnen. Voor de taakgroep aanleiding zich te buigen over haar rol bij het vervolg. Hoe nu verder?  ‘We hebben toen afgesproken om ons op twee zaken te concentreren. De eerste was het commitment, dat we vandaag tekenen. Het tweede was het mede ondersteunen van Invest NL. Er was inmiddels besloten tot het oprichten van Invest NL, een investeringsmaatschappij van de Nederlandse Staat waar Wouter Bos leiding aan is gaan geven.  Invest NL als loket en facilitator voor partijen die op zoek zijn naar financiering in het kader van de energietransitie.  Het is de investeringsmaatschappij die 2,5 miljard van de staat heeft gekregen om de transitie verder te helpen. Het idee: met die 2,5 miljard gaan we niet de energietransitie financieren, maar als we dat op de goeie plek investeren, kan de private markt misschien wel een veelvoud tegen marktconforme voorwaarden investeren en komt er investeringscapaciteit ter beschikking.’

 

En nu ligt het commitment er. Ben je niet bang dat dit een papieren tijger wordt? Vooral het uniformeren van metingen lijkt me een hels karwei.
‘Het hoofdstuk dat er nu aankomt is: hoe borgen we dit. Dit mag geen papieren tijger worden. Dit moet echt iets zijn waarbij de financiële sector oprecht verantwoording aflegt aan politiek en samenleving over de inspanning die ze doen. Er moet dus ook een onafhankelijke borging komen, en die zal het in het begin wel eens lastig hebben om te zeggen: partij A rapporteert op die standaard, partij B op die standaard, maar waar het om gaat: klopt de onderliggende beweging? En als het niet klopt, moet die partij kunnen zeggen: beste financiële sector, u moet uw inspanningen verhogen.’

 

En die onafhankelijke partij komt er ook?
‘Ja. Die gaat er komen.’

 

Probleem is: je kunt niet sanctioneren. Hooguit doordat partijen die achterblijven publieke verantwoording af moeten leggen. Of doordat de sector druk uitoefent
‘Ik denk niet meteen aan naming and shaming. Maar in het hypothetische geval dat een partij een notoire dwarsligger is, zullen er uiteindelijk vanuit de sector zelf correcties komen. De sector heeft inmiddels voldoende ervaring opgebouwd met pijnlijke dossiers waar ze maatschappelijk ter verantwoording zijn geroepen en zelf te laat actie hebben ondernomen. Of je nu naar de  woekerpolissen kijkt bij de verzekeraars, de rentederivaten bij de banken of de communicatie over kortingen bij pensioenfondsen: van die maatschappelijke discussies hebben we inmiddels geleerd dat dat niet zo werkt.’

 

Wat is nu de impact hiervan op APG zelf?
‘Dit betekent dat APG ook als bedrijf zich verplicht om de CO2-uitstoot terug te brengen in lijn met Parijs. Dat houdt in: minder mobiliteit, minder gasverbruik. Alles wat in de samenleving gaat spelen, gaat ook ons als bedrijf raken. Duurzaamheid is niet iets wat onze klanten voor hun beleggingen verwachten, maar het is ook iets van APG zelf. Dat betekent dat we in ons jaarverslag melding gaan maken: hoeveel C02 stoten we uit en hoe gaan we ervoor zorgen dat dit 49 % lager ligt in 2030. Wat betekent dat qua huisvesting? Qua reisgedrag. Hoe gaan we onze panden verwarmen. Het thema duurzaamheid staat vanaf 2020  vol op de agenda van APG zelf.’

 

En buiten de organisatie. Wat betekent dit nu voor de deelnemers, consumenten die in de krant lezen dat het onbetaalbaar is, die energietransitie?
‘Natuurlijk gaat de transitie geld kosten. Het beeld dat in sommige media geschetst werd, was: over vijf jaar moet iedereen elektrisch koken, of zonnepanelen op zijn dak. Dus daar moeten we nu mee beginnen en wie betaalt dat dan? Maar waar het om gaat, is dat je aansluit bij de natuurlijke flow van de consument. De financiële sector gaat de consument op dat soort natuurlijke momenten helpen. Dus als je als consument een nieuwe keuken wilt, dan zal de financierende partij zeggen: als je dan toch kiest, dan is het beter om voor inductie te gaan. Dat is iets anders dan: ik heb net een nieuwe keuken en nu blijkt dat ik mijn kookplaat er over twee jaar weer af kan schroeven. Op de momenten dat je keuzes maakt omtrent financiering van je keuken, je huis, je auto, bedrijf: dan vind je een bank, een vermogensbeheerder of een pensioenfonds die zegt: we denken mee bij de financiering van je behoefte, maar we denken tegelijkertijd mee aan hoe jij duurzame keuzes kunt maken.’

Het persbericht over het commitment van de gehele financiële sector aan het Klimaatakkoord vind je hier. Het commitment zelf lees je hier

 

Volgende publicatie:
Ellie Lust: ‘Bij mij hoort iedereen erbij’

Ellie Lust: ‘Bij mij hoort iedereen erbij’

Gepubliceerd op: 14 juni 2019

APG wil diversiteit en inclusie binnen APG bevorderen. Daarom werd Ellie Lust uitgenodigd voor een paneldiscussie over dit onderwerp, waar onder ander managers van APG, Accenture, Brightlands, Conclusion en PNA aan deelnamen. De paneldiscussie vond plaats op 11 juni jl. op de Brightlands Campus in Heerlen.

 

Ellie Lust is oud-politiewoordvoerder en oprichter van Roze in Blauw, een team binnen de politie dat wordt ingezet bij LBHTI-gerelateerde misdrijven. Begonnen in Amsterdam is het team nu onderdeel van de Nationale Politie. Ook in andere steden en landen zijn er inmiddels soortgelijke teams.

Tijdens de bijeenkomst zei Lust onder andere: “Diversiteit kun je als organisatie organiseren, bijvoorbeeld door je aannamebeleid. Inclusie niet. Inclusie gaat over je veilig voelen binnen de werkomgeving om te zijn wie je bent. Inclusie is dus veel lastiger en krijgt te weinig aandacht. Ik ben zelf een behoorlijk inclusief persoon. Misschien komt dat door mijn achtergrond. Bij mij hoort iedereen erbij.”

Geloven in diversiteit
Bij het evenement was namens APG o.a. rvb-lid Ronald Wuijster aanwezig. Hij trapte de bijeenkomst af door aan te geven dat APG nog veel werk te verzetten heeft op het onderwerp van diversiteit en inclusie. Zo dichtte APG recent de loonkloof. Wuijster: “Bij APG geloven we in mensen. En in de diversiteit van mensen. Diverse teams leveren betere resultaten, al is het soms lastiger in de opstartfase. Bovendien heeft APG de ambitie om midden in de samenleving te staan. Die is divers, dus moet APG net zo divers zijn. Mensen moeten zich herkennen in onze organisatie.” 

Wel gaf hij aan dat APG kritisch moet zijn op waar de organisatie staat op dit vlak. Toch is iedere kleine stap er eentje. Wuijster: “Symbolen zoals het wapperen van de regenboogvlag en het dichten van de loonkloof helpen. Net als het gesprek blijven voeren.”  

Volgens Lust gaat meer diversiteit en inclusie ook niet van de ene op dag: “Mensen hebben tijd nodig om te wennen aan veranderingen. Je moet ze meenemen in waar je naartoe wilt.” Steun vanuit het bestuur is ook belangrijk, zegt ze: “Van onderaf kunnen dingen georganiseerd worden om diversiteit en inclusie te bevorderen – kijk naar deze bijeenkomst – maar zonder commitment van bovenaf kom je nergens. Het moet top-down worden gedragen.”

 

“Alles is waardevol”
Uiteraard is diversiteit niet alleen de ratio man-vrouw, mensen met een verschillende culturele achtergrond of seksuele voorkeur. Het is ook aandacht voor talenten, bijzondere dingen die collega’s kunnen en doen. Lust daarover: “Alles is waardevol.”

Volgende publicatie:
APG gaat vrouwelijke medewerkers gelijk belonen

APG gaat vrouwelijke medewerkers gelijk belonen

Gepubliceerd op: 22 mei 2019

Bij APG werken ongeveer 3000 medewerkers, waarvan 960 vrouwen. Uit onderzoek, uitgevoerd bij APG in Nederland, blijkt dat vrouwen bij APG in Nederland gemiddeld 2,2% minder salaris ontvangen. Ruim 125 vrouwelijke medewerkers krijgen per 1 juni een salarisverhoging. Dat is 13% van het totale aantal vrouwelijke medewerkers. Bij de overige 87% van bij APG werkzame vrouwen is er geen verschil in loon met vergelijkbare mannelijke medewerkers.

De hogere beloning van deze groep medewerkers met een ongelijk salaris wordt binnen het bestaande budget van APG gerealiseerd.

 

Marloes Sengers, directeur HR bij APG: “Bij APG staan we voor gelijk loon voor gelijk werk, daarom zetten we dit vandaag recht. Het verschil in beloning wordt door ons bovendien duurzaam gedicht: financieel en met aanvullende aandacht voor leidinggevenden en medewerkers. Zo voorkomen we herhaling in de toekomst en pakken we de oorzaken van de ongelijke beloning duurzaam en fundamenteel aan.”

Volgende publicatie:
Ouderen uit regio Heerlen beleven onvergetelijke middag bij APG

Ouderen uit regio Heerlen beleven onvergetelijke middag bij APG

Gepubliceerd op: 14 februari 2019

Op dinsdagmiddag 12 februari ontving APG ruim honderd ouderen uit de regio Heerlen op het hoofdkantoor. Daar werden ze in de watten gelegd door ruim dertig vrijwilligers van de pensioenuitvoerder met een zogenaamde ‘high tea’.

 

Gerard van Olphen, bestuursvoorzitter van APG, heette de ouderen welkom bij het ZilverUitje, hielp met uitserveren en maakte links en rechts een praatje met de aanwezige ouderen. Ook waarnemend burgemeester van Heerlen, Emile Roemer, was aanwezig om de ouderen te ontmoeten. Roemer: "het ZilverUitje is er natuurlijk eentje waar je als bedrijf best trots op mag zijn. Zeker als je kijkt naar de doelgroep, waar het over gaat en hoe je mensen in het zonnetje kunt zetten. Het zijn mensen die het ook echt verdienen. Ja, dit ZilverUitje is echt een hele mooie."

 

Samenwerking

Voor het ZilverUitje werkte APG samen met cateraar Sodexo. Het Nationaal Ouderenfonds was aanwezig met een stand, waarmee het haar initiatieven onder de aandacht brengt: de Zilverlijn, de BoodschappenPlusBus en gezelligheidsactiviteiten.

 

Sociaal contact belangrijk voor een mooie oude dag

APG verzorgt het pensioen voor miljoenen mensen, namens hun pensioenfonds. Elke dag werkt APG aan een gezonde financiële toekomst voor onderwijzers, ambtenaren, agenten, bouwvakkers, militairen, medisch specialisten en andere beroepsgroepen. Maar voor een mooie oude dag vindt APG een goed pensioen alleen niet genoeg. Het hebben van menselijk contact is minstens zo belangrijk. En omdat een grote groep ouderen in Nederland het zonder of met zeer weinig sociaal contact moet doen, spant APG zich extra voor hen in.

 

Initiatieven APG om ouderen te ondersteunen

Het ZilverUitje is een van de projecten in een reeks van initiatieven waarmee APG zich de komende jaren extra inzet voor de Nederlandse samenleving. APG maakte eind 2018 bekend de Zilverlijn te adopteren: een gratis belservice voor eenzame ouderen die aangeven dat ze het prettig vinden, één keer per week door een enthousiaste vrijwilliger te worden gebeld. APG geeft niet alleen financiële steun, een groot aantal medewerkers van APG belt wekelijks op vrijwillige basis met deze ouderen.

Volgende publicatie:
APG steunt belservice voor eenzame ouderen

APG steunt belservice voor eenzame ouderen

Gepubliceerd op: 5 oktober 2018

Maar liefst 1,4 miljoen ouderen in Nederland zijn eenzaam. 200.000 ouderen zijn zelfs extreem eenzaam. Voor deze kwetsbare groep mensen is het hebben van sociale contacten allesbehalve vanzelfsprekend. Zij zien slechts 1 maal per maand een ander persoon. Om hen te steunen, gaat pensioenuitvoerder APG een samenwerking aan met het Nationaal Ouderenfonds. APG adopteert de Zilverlijn: een gratis belservice voor eenzame ouderen die aangeven dat ze het prettig vinden, één keer per week door een enthousiaste vrijwilliger te worden gebeld. Naast financiële steun gaan medewerkers van APG ook op vrijwillige basis bellen met deze eenzame ouderen. De samenwerking met het Nationaal Ouderenfonds is het eerste project in een reeks initiatieven waarmee APG zich de komende jaren extra gaat inzetten voor de Nederlandse samenleving.

 

Onder andere de feestdagen vormen een extra moeilijke periode voor eenzame ouderen. Zorgverleners en vrijwilligers brengen deze door met familie, waardoor het kan voorkomen dat sommige ouderen vrijwel geen bezoek krijgen. Daarom starten we juist in deze periode met bellen. Door zich in te zetten voor de Zilverlijn hoopt APG een bijdrage te leveren aan het verlichten van eenzaamheid onder deze kwetsbare groep ouderen.

 

Gerard van Olphen, voorzitter raad van bestuur APG Groep: “APG bouwt samen met pensioenfondsen aan een duurzame financiële toekomst voor miljoenen Nederlanders. Maar voor een mooie oude dag is een goed pensioen alleen niet genoeg. Het hebben van menselijk contact is net zo belangrijk. Vanuit die gedachte sluit de samenwerking met het Nationaal Ouderenfonds naadloos aan op de maatschappelijke rol die wij als APG willen vervullen.”

Corina Gielbert, directeur van het Nationaal Ouderenfonds: “De samenwerkingen met maatschappelijk betrokken partijen zoals APG zijn voor ons zeer waardevol. Het feit dat APG medewerkers als Zilverlijn vrijwilliger gaan communiceren met ouderen die daar om vragen is waardevol en kan een ‘life learning’ experience zijn. De ervaring leert namelijk dat hier mooie, en vaak ook emotionele, gesprekken uit voortkomen.”

 

Over het Nationaal Ouderenfonds

Het Ouderenfonds steunt ouderen in Nederland met concrete diensten en activiteiten. Voorbeelden hiervan zijn de stranduitjes, de BoodschappenPlusBus, OldStars walking football, de Zilverlijn en de kerstdiners. Alle diensten en activiteiten zijn gericht op het stimuleren van sociale contacten en zelfredzaamheid van ouderen om zo eenzaamheid te bestrijden.

Lees meer over wat het Nationaal Ouderenfonds doet tegen eenzaamheid

Volgende publicatie:
Ronald Wuijster spreekt op wereldcongres jonge ondernemers

Ronald Wuijster spreekt op wereldcongres jonge ondernemers

Gepubliceerd op: 9 november 2017

Hoe draagt APG als belegger bij aan de duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties? Dat was het onderwerp van de toespraak die Ronald Wuijster, CEO APG Asset Management, gisteren verzorgde op het jaarlijkse congres van Junior Chamber International (JCI).

 

Zo’n 4.000 jongeren uit meer dan 100 landen waren naar Amsterdam gekomen om te praten over de doelen die de Verenigde Naties hebben vastgesteld om de wereld te verduurzamen.

 

Let’s put the planet first

De bijeenkomst in het Muziekgebouw aan ‘t IJ werd geopend door voormalig VN-topman Kofi Annan die een oproep deed aan jongeren om meer hun stem te laten horen. Dat is volgens hem vooral belangrijk in tijden waarin populistische stromingen grote invloed hebben. Hij verwees naar het Brexit-referendum waar veel jongeren zich afzijdig hielden waardoor de oudere generatie de doorslag kon geven bij het besluit om de EU te verlaten. Verder benadrukte Annan hoe belangrijk het is dat de wereld zich houdt aan de afspraken die eind 2015 in Parijs zijn gemaakt om klimaatverandering tegen te gaan. “I would say: let’s put the planet first.”

 

Invloed Kofi Annan op APG-beleid

In zijn toespraak verwees Ronald Wuijster naar de invloed van Annan op het beleid voor verantwoord beleggen zoals dat door APG sinds 2008 in praktijk wordt gebracht. Als secretaris -generaal gaf Annan de aanzet tot de UN Global Compact waarin wordt geformuleerd waaraan bedrijven moeten voldoen als het gaat om mensenrechten, arbeidsrechten, milieu en het tegengaan van corruptie. Deze afspraken liggen nog steeds aan de basis van de APG-aanpak. Wuijster wees erop dat APG dit beleid inmiddels al weer verder heeft ontwikkeld. Bij beleggingsbeslissingen wordt nu niet alleen gekeken naar rendement, risico en kosten maar ook naar duurzaamheid en verantwoord ondernemerschap. Daarbij hebben ook de duurzame ontwikkelingsdoelen een duidelijke plek gekregen. In 2020 wil APG voor minimaal 58 miljard euro aan beleggingen hebben die niet alleen financieel aantrekkelijk zijn maar ook bijdragen aan de VN-doelen. Daarbij gaat het onder andere om hernieuwbare energie en duurzaam vastgoed.

 

JCI en het wereldcongres

Junior Chamber International is een netwerk voor persoonlijke ontwikkeling van circa 170.000 ondernemende mensen onder de 40 jaar in meer dan 116 landen. In Nederland zijn dat veelal jonge ondernemers. JCI is vooral populair in Azië. Meer dan een kwart van de bezoekers van het wereldcongres, dat een hele week duurt, komt uit Japan.

Volgende publicatie:
Meten is weten ook als het gaat om mensenrechten

Meten is weten ook als het gaat om mensenrechten

Gepubliceerd op: 18 juli 2017

Leiderschap tonen betekent het voortouw nemen in moeilijke situaties. Het combineren van iets cijfermatigs als beleggen met een breed begrip als mensenrechten ís zo’n moeilijke situatie.

 

Maar het is iets waar pensioenbeleggers, die namens miljoenen deelnemers op een verantwoorde wijze beleggingen selecteren en beheren, niet omheen kunnen. Het besef dat er een manier gevonden moest worden om op een gestructureerde en gestandaardiseerde wijze te kunnen meten hoe bedrijven omgaan met mensenrechten, werd breed gedeeld.  

Daarom heeft in 2013 een aantal internationale beleggers, waaronder APG, de handen ineengeslagen met maatschappelijke organisaties en samen de Corporate Human Rights Benchmark opgericht. De Corporate Human Rights Benchmark (CHRB) heeft als doel om bedrijven te kunnen rangschikken, na beoordeling op basis van honderd indicatoren die iets zeggen over hun mensenrechtenbeleid en de praktijk, zoals werktijden, beloning, fysieke werkomstandigheden en het voorkomen van kinderarbeid. De benchmark kijkt daarnaast ook uitdrukkelijk naar de wijze waarop ondernemingen reageren op aantijgingen over onverantwoord gedrag. Het onderzoek wordt uitgevoerd op basis van publieke informatie en input van de bedrijven zelf. In maart 2017 is de eerste ranglijst van de CHRB gepubliceerd.

 

Lees hier het hele artikel in het tijdschrift Actuaris

Volgende publicatie:
Oproep aan nieuw kabinet: duurzaamheid vraagt om goede samenwerking

Oproep aan nieuw kabinet: duurzaamheid vraagt om goede samenwerking

Gepubliceerd op: 28 juni 2017

Samen met andere Nederlandse financiële instellingen heeft APG een verklaring ondertekend waarin we het nieuwe kabinet oproepen om gezamenlijk met duurzaamheid aan de slag te gaan. Hiermee onderschrijven we dat we allen de verantwoordelijkheid hebben om de klimaatdoelen uit het akkoord van Parijs te realiseren en dat we als financiële sector nog extra stappen kunnen zetten.

Er is namelijk een transitie nodig naar een klimaatneutrale, circulaire en robuuste economie. Voor deze transitie is een goede samenwerking noodzakelijk tussen overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Daarbij is het van belang dat de overheid een helder toekomstperspectief biedt, concrete doelstellingen formuleert en dit waar mogelijk, vastlegt in wetgeving.

 

Al het nodige gedaan
Banken en pensioenfondsen (en hun uitvoerders) hebben al het nodige gedaan. Zo wordt de impact op het klimaat meegewogen in onze krediet- of investeringsbeslissingen en zijn we transparant over onze eigen activiteiten en de impact daarvan op het klimaat. Met name de pensioenfondsen spelen als aandeelhouder een actieve rol bij de keuzes die bedrijven maken rondom bijvoorbeeld de energietransitie. We ondersteunen koplopers en proberen knelpunten voor de financiering van duurzame projecten op te lossen en financieren steeds meer groene investeringen, bijvoorbeeld via innovatieve green bonds, waardoor projecten mogelijk worden gemaakt op het gebied van waterbeheer, energie-efficiency, verduurzaming van vastgoed en (infrastructuur voor) duurzame energie.

 

Grote stappen zetten
We zijn er van overtuigd dat het komende decennium grote stappen gezet moeten en kunnen worden, wereldwijd én in Nederland. De komende jaren zullen wij onze inspanningen vergroten. Dat geldt bijvoorbeeld voor de financiering van duurzame energie, maar ook de verduurzaming van vastgoed (zowel voor kantoorpanden als voor particuliere huizenbezitters). En we spannen ons in om economische sectoren te (helpen) verduurzamen, zoals bijvoorbeeld de melkveehouderij, de glastuinbouw en de (chemische) industrie.

 

Wat is er nodig?
Dit alles vraagt ook een structureel andere inrichting van de financiering van onze economie en samenleving. We moeten hier op zoek naar nieuwe wegen en inrichtingen. Deze ambities gedijen het beste als de overheid, het bedrijfsleven en de financiële sector de handen ineen slaan. Wij kijken uit naar een vruchtbare samenwerking met een nieuw kabinet.

 

Lees hier de hele verklaring.

Volgende publicatie:
Effectieve ondersteuning van zelfmanagement voor consumenten

Effectieve ondersteuning van zelfmanagement voor consumenten

Gepubliceerd op: 17 november 2016

Het wordt steeds belangrijker om als consument zelf verantwoordelijkheid te nemen voor beslissingen over financiën en werk. Consumenten zullen in de toekomst beter voorbereid moeten zijn om gevolgen van arbeidsongeschiktheid, werkloosheid, scheiding, pensionering of andere familiegebeurtenissen zelf op te vangen. In dit Netspar Paper is onderzocht hoe de consument beter in staat kan worden gesteld om risico’s zelf te managen.

 

Vertrouwen en het gemak van nieuwe financiële toepassingen via de mobiele devices.

Collectieve voorzieningen voor sociale zekerheid en inkomen (inclusief pensioen) zijn het afgelopen decennium systematisch versoberd en discussies gaan over de individualisering van wat daar nog van over is. Bij de consument zelf vertaalt dit zich nog niet in een zichtbare behoefte aan persoonlijke advisering, maar de lage vertrouwenscijfers van consumenten in instituties en financiële partijen spreken boekdelen. Als consument sta je er alleen voor, dat is het gevoel. Tegelijkertijd leren we steeds meer over consumentengedrag. We zien dat consumenten bereid zijn om informatie en middelen te delen via nieuwe netwerken (ondersteund door apps), een grote meerderheid is online en is gediend met het gemak van
nieuwe financiële toepassingen via de mobiele devices.

 

Inzicht en handelingsperspectief 

Roboadvisering is uit het experimentele stadium en financiële instellingen, technologiebedrijven en toezichthouders (DNB, 2016) kijken hoe de opmars van fintech het leven van de consument kan helpen ontzorgen. Op de arbeidsmarkt zien we snelle veranderingen. Een steeds groter deel van de beroepsbevolking heeft een tijdelijk contract, werkt via een uitzendbedrijf of is zelf aan de slag als ZZP’er. Sleutelwoorden in de new economy zijn flexibiliteit en keuzevrijheid. Hoe is de consument beter in staat risico’s op het gebied van inkomen, financiën en werk zelf te managen. Mogelijkheden zijn integrale levensloopplanning en andere mogelijkheden aan de hand van recente technologische ontwikkelingen. Doel is de consument inzicht te geven in zijn situatie en een handelingsperspectief te bieden, zowel op het vlak van financiën en vermogen als van werk en inkomen in alle fasen van het leven.

 

Arbeidsmarkt en de financiële dienstverlening 

Hiervoor zijn platforms nodig waar consumenten elkaar, informatie en oplossingen kunnen vinden. Wie zorgt ervoor dat deze platforms er komen? Wat kan de overheid doen om hiervan een succes te maken?
Alleen zo kan een antwoord worden gegeven op de voortgaande verschuiving van risico’s van overheid en bedrijfsleven naar deconsument en werkende. Werkenden hebben steeds meer behoefte aan ondersteuning bij hun inzetbaarheid op de arbeidsmarkt en het financieren van de levensloop. Hier raakt de arbeidsmarkt de markt van financiële dienstverlening. De reikwijdte van collectieve arbeidsvoorwaarden wordt beperkter, deze krijgen steeds meer het karakter van individuele arrangementen. Op dit kruispunt past dienstverlening die werkenden bij de hand neemt, begeleidt en helpt om betere keuzes te maken in hun levensloop. Deze keuzes gaan over investeren in inzetbaarheid, transities naar ander werk en sparen en beleggen voor later wanneer er geen inkomen uit werk (meer) is. Hoe deze dienstverlening ten aanzien van financiën, verzekeren en arbeidsinzet vorm te geven is de hoofdvraag in deze design paper.

 

Conclusies voor consument, aanbieder en overheid

De onderzoekers komen, op basis van de analyse van bouwstenen, businessmodellen en knelpunten, tot de conclusie op drie niveaus (micro-consumenten, meso - aanbieder en macro-overheid). Bij consumenten ontstaat er een behoefte aan gemakkelijke, maar tegelijkertijd ook persoonlijke en analytisch geavanceerde, ondersteuning van de financiële en loopbaanplanning. Voor aanbieders lijkt een co-creatie model de meeste kansen te bieden, waarbij zowel wordt samengewerkt met consumenten, als met andere aanbieders. De onderzoekers zien verschillende mogelijke rollen voor aanbieders, die variëren van een rol als onafhankelijk platform (commercieel of als vertegenwoordiger van consumenten), tot het uitbouwen van een bestaande functie zoals pensioenaanbieder tot een volwaardige zelfmanagement omgeving. De rol van de overheid is nog relatief minder helder te duiden. Wet- en regelgeving zal een balans moeten vinden tussen het toestaan van bijvoorbeeld flexibele uitwisseling van gegevens tussen partijen wanneer de consument dit wenst en borging van de privacy van de consument die niet wil dat gegevens worden gedeeld.

Volgende publicatie:
Campus moet Heerlen verjongen

Campus moet Heerlen verjongen

Gepubliceerd op: 11 september 2016

De ambities van de Brightlands Smart Services Campus in Heerlen zijn groots. Zo wil men honderd nieuwe bedrijven en start-ups, 2500 nieuwe banen en 1600 studenten aantrekken. De campus is een joint venture van pensioenbeheerder APG, Universiteit Maastricht en de provincie Limburg.

 

Talent en innovatie

'Het is voor APG absolute noodzaak om toegang te krijgen tot nieuw talent en innovatie', aldus chief operations officer Mark Boerekamp. 'Ook onze pensioenfondsen willen nieuwe dienstverlening.' Campusdirecteur Peter Verkoulen en Boerekamp benadrukken dat zij er alles aan doen om het initiatief te laten slagen. Zo hebben ze zich voor minstens tien jaar gecommitteerd, net als de provincie en de Universiteit Maastricht. Tien start-ups hebben de stap naar de campus al gewaagd, net als Accenture en IT-bedrijf Conclusion. 'Er zijn nu al zo'n 250 mensen op de campus actief', aldus directeur Verkoulen.

 

Zie hier het volledige artikel in het FD van 12 september.

 

Volgende publicatie:
Diversiteit: veel potentie in Europa

Diversiteit: veel potentie in Europa

Gepubliceerd op: 7 juli 2016

Na de kwantitatieve analyses van European Women on Boards in april 2016 is in juli een kwalitatief onderzoek naar genderdiversiteit binnen directies gepubliceerd. Namens APG geeft David Shammai zijn visie op dit onderwerp.

 

Belangrijkste bevindingen

  1. Zowel Europese ondernemingen als beleggers zijn er steeds meer van overtuigd dat een divers samengesteld bestuur waarde toevoegt aan de onderneming.
  2. Er zijn steeds meer bewijzen dat genderdiversiteit binnen het ondernemingsbestuur concurrentievoordeel kan opleveren.
  3. Naast het invoeren van best practices om de algehele genderdiversiteit binnen het bestuur te verbeteren, richten veel Europese ondernemingen hun focus op het ontwikkelen van een leiderschapspijplijn voor vrouwen.
  4. Voor een groeiend aantal mainstream institutionele beleggers vormt genderdiversiteit binnen de directie een signaal op het gebied van bestuurs- en beheerkwaliteit.
  5. Beleggers geven aan dat de focus op genderdiversiteit heeft bijgedragen aan een hogere standaard voor professionaliteit doordat de nominatiecommissie wordt gestimuleerd de behoeften van de directie aan een evenwicht tussen vaardigheden en ervaring uitgebreider mee te wegen.

Diversiteit in geïntegreerde engagement en strategieën voor actief aandeelhouderschap van APG Asset Management

Bij APG Asset Management in Nederland komt de benadering van genderdiversiteit hoofdzakelijk tot uitdrukking in de engagementactiviteiten, waarbij de nadruk ligt op zowel maatschappelijke als governance-overwegingen. Genderdiversiteit binnen een raad van bestuur wordt gezien als een van de belangrijkste vormen van diversiteit. Engagement met de ondernemingen in portefeuille wordt vaak door de portefeuillebeheerders gezamenlijk uitgevoerd, samen met het team voor verantwoord beleggen en governance, dat diverse ESG-criteria gebruikt om input te leveren. Diversiteit binnen een organisatie is een maatschappelijke kwestie die de legitimiteit van de onderneming op de lange termijn ondersteunt en is daarmee een duurzaamheidskwestie.

 

David Shammai, Senior Corporate Governance Specialist van APG, onderstreept het op de juiste manier bewerkstelligen van verandering, dat een afweging van diverse prioriteiten omvat. In de context van genderdiversiteit binnen Europese directies ziet APG een groeiend aantal gevallen waarin de noodzaak vrouwelijke directeuren aan te stellen heeft geresulteerd in de nominatie van directeuren met te veel bestuursfuncties. "Hierdoor komen aandeelhouders in de zeer onprettige positie dat zij in feite een keuze moeten maken tussen een gebrek aan diversiteit of overbezette directieleden die niet voldoende tijd hebben om hun bestuurstaken goed uit te voeren. Wij denken dat dit niet goed is voor de effectiviteit van het bestuur en waarschijnlijk ook niet voor geloofwaardige diversiteit." APG verwacht dat ondernemingen in deze gevallen hun keuze van bestuurskandidaten verder zullen verbreden. "Voor sommige ondernemingen bijvoorbeeld, waar taal wordt gezien als een drempel voor een diversere bestuursselectie, is het misschien zinvol om niet-staatsburgers als bestuursleden te hebben, zelfs wanneer de landstaal niet hun moedertaal is maar zij deze wel vloeiend spreken."