Maatschappij
Sluiten

Navigeer snel in deze serie:

Sluiten

Deel deze serie:

Maatschappij

Als pensioenuitvoerder zijn we voortdurend bezig met de toekomstbestendigheid van onze maatschappij. Dat betekent: gelijke kansen voor iedereen, ongeacht sekse, geloof of kleur. Maar ook: goede werkomstandigheden. Geen kinderarbeid. Milieubewustzijn en een duurzaam beleid voor woon-werkverkeer. Meer weten? Je vindt het hier.

Thema
Duurzaamheid
Collectie inhoud
42 Publicaties

“Niet alles zou moeten draaien om groei”

Gepubliceerd op: 3 juni 2021

Annette Mosman trad in maart toe als CEO van APG. In de eerste maanden van haar nieuwe functie wil ze zoveel mogelijk verfrissende inzichten opdoen. Daarom wandelt ze in 25 ontmoetingen van Amsterdam naar Heerlen. Een reis door het Nederland van Straks, waarbij steeds iemand anders haar vergezelt op een stuk van de route. Collega’s, maar ook mensen buiten APG. Zoals econoom Rutger Hoekstra.

Is groei altijd goed? De Leidse ‘bredewelvaarteconoom’ Rutger Hoekstra, heeft zo zijn twijfels bij dat economische mantra. Volgens Hoekstra wordt het tijd om groei anders te definiëren. Hij zoekt naar alternatieven waarmee we sociale vooruitgang beter kunnen meten. We hebben een nieuw economisch verhaal nodig, vindt hij, waarin welzijn, duurzaamheid en gelijkheid centraal staan. Maar hoe breng je dat aan de man?

 

Wat er mis is met het bruto binnenlands product (bbp)? Niet zo veel, zegt Rutger Hoekstra, zolang je het gebruikt om te meten of de economie groeit of krimpt. “Maar economische groei moet geen doel op zich zijn, en dat is het nu wel. Er is meer in het leven dan geld. Het bbp is geen indicator voor welzijn, welvaartsverdeling en duurzaamheid binnen een samenleving.”

Het huidige systeem is achterhaald, vindt Hoekstra, die als econoom verbonden is aan de Universiteit Leiden en de United Nations University. Hij onderzoekt alternatieven voor het bbp, waarover hij ook het lovend ontvangen boek Replacing GDP by 2030 schreef.

 

Voortdurend verbeteren

Sinds de Tweede Wereldoorlog heerst het diepgewortelde idee dat de economie en groei belangrijk zijn. “Honderd jaar geleden hoorde je nauwelijks iemand over economie of economische groei. Die laatste term bestaat pas vijftig jaar. Nu is het bijna een synoniem geworden voor de maatschappij. Iedereen heeft er wel een associatie bij. Als de economie groeit is dat goed, als die krimpt is dat slecht. Door dat idee vragen we ons voortdurend af hoe we de economie kunnen verbeteren, hoe we sneller kunnen groeien en welke rol we hebben om die economie aan te jagen. De mens staat in die optiek in dienst van het systeem.”

Terwijl economische groei niet per definitie goed is, betoogt Hoekstra. “Het is de afgelopen eeuwen heel goed geweest voor onze kwaliteit van leven. En voor arme landen geldt nog steeds dat economische groei goed is. Daar is groei noodzakelijk. Maar met name in de westerse wereld is dat niet het geval. Als je heel arm bent draagt meer geld bij aan je welzijn, maar daar zit een limiet aan, blijkt uit onderzoek. Op een gegeven moment heb je voldoende geld om een goed leven te leiden en word je niet gelukkiger van méér. De huidige groei gaat bovendien gepaard met duurzaamheidsproblemen, zoals klimaatverandering en biodiversiteitsverlies. Daarnaast is de afgelopen decennia in veel landen de ongelijkheid gestegen. Hiermee bedoel ik niet dat alle sectoren dan maar moeten stilstaan. Bedrijfstakken die een duurzame toekomst vormgeven mogen hard blijven groeien, daar halen pensioenfondsen dan bijvoorbeeld rendement uit. Maar het mantra ‘groei is goed’ gaat niet op voor de gehele economie.”

 

Focus verleggen

Wat is dan het alternatief? De focus verleggen naar verhoging van welzijn, duurzaamheid en gelijkheid, meent Hoekstra. Dát zouden de maatschappelijke doelen moeten zijn. Concreet kunnen we die bereiken door bijvoorbeeld in de hele westerse wereld na te denken over een vierdaagse werkweek, zegt Hoekstra. “We zijn in de loop der jaren steeds minder gaan werken. In de 19de eeuw werkte de gewone man nog zeven dagen per week. Na de oorlog is vijf dagen per week de standaard geworden. Maar over tien jaar zou vier dagen per week best de norm kunnen zijn. Meer vrije tijd komt het welzijn ten goede. En met minder inkomen gaan mensen automatisch ook minder consumeren, wat weer goed is voor het milieu. Over dat soort relaties tussen welzijn en duurzaamheid moet je nadenken. Het inkomen is slechts een middel om de toekomst vorm te geven.”

De term ‘onbezorgd pensioen’ suggereert een bepaalde welzijnsstandaard, maar die zie ik zelden verder uitgewerkt

Onbezorgd pensioen

Een onbezorgd pensioen is ook zeker onderdeel van de welzijnseconomie, zegt Hoekstra. “Ook vanuit het heden. Als je zorgen hebt over de toekomst en of het wel goedkomt met je pensioen, kan dat al lang voor je pensionering tot stress leiden.” Maar hoe ziet zo’n ‘onbezorgd pensioen’ eruit? Dat moeten pensioenfondsen inzichtelijker maken, vindt Hoekstra. “Als je het alleen vanuit inkomensperspectief bekijkt, is het vaak zo abstract. Oké, je krijgt een bepaald bedrag, maar wat betekent dat concreet? Wat kun je ermee kopen tegen die tijd? De term ‘onbezorgd pensioen’ suggereert een bepaalde welzijnsstandaard, maar die zie ik zelden verder uitgewerkt. Je moet er maar op vertrouwen dat het voldoende is.”

 

Oneerlijk systeem

En wat gelijkheid betreft? Hoekstra citeert schrijver en historicus Rutger Bregman, die op het World Economic Forum in het Zwitserse Davos de rijke, veelal belastingontwijkende aanwezigen onomwonden confronteerde met hét instrument om inkomensongelijkheid te bestrijden: ‘Taxes, taxes, taxes’. Vooral de rijken en multinationals moeten volgens Hoekstra meer belasting betalen. “We moeten de pijn neerleggen waar hij wordt veroorzaakt: in het rijkste gedeelte van de westerse wereld. Warren Buffett (een van de rijkste mensen ter wereld, red.) heeft weleens geroepen dat hij minder belasting betaalt dan zijn schoonmaakster. Er is ook steeds meer publieke verontwaardiging over het feit dat multinationals zo weinig belasting betalen. Boekwinkeltjes betalen gewoon netjes belasting, terwijl Amazon, dat diezelfde boeken bij je thuis aflevert, helemaal niets betaalt. Het huidige systeem is niet houdbaar of eerlijk. Ook aan de top beginnen mensen zich dat te realiseren. Het beeld is aan het kantelen, maar het gaat langzaam.”

 

Overeenstemming bereiken

Het huidige economische verhaal, met het bbp als uitgangspunt, werd door economen geformuleerd na de beurskrach van de jaren dertig en de oorlog. Het was crisis, mensen snakten naar een uitweg waarin banen en inkomen centraal stonden. Dat was een beslissend moment. In dat opzicht kan de coronacrisis een kans zijn om een nieuw verhaal de wereld in te helpen. Maar dan moet er eerst overeenstemming komen over wat dat nieuwe verhaal precies is, zegt Hoekstra. “De gemeenschap die alternatieven suggereert, is veel te versnipperd. Er zijn honderden systemen om welzijn, duurzaamheid en gelijkheid te meten. De human development index, de monitor brede welvaart, sustainable development goals, de genuine progress indicator, de better life index… En iedereen vindt zijn eigen systeem het beste, terwijl de overlap tussen al die systemen enorm is. Dat schiet niet op. Voor leken is er geen touw aan vast te knopen. Als we onderling al geen harmonie kunnen bereiken, is het kansloos om een ander verhaal te laten landen bij het grote publiek.”

Eén taal spreken

Wat dat betreft kunnen ze als gemeenschap een voorbeeld nemen aan de economen waar ze altijd zo graag op afgeven, vindt Hoekstra. “We moeten één taal spreken, net zoals de economen doen. Bij termen als import, export, inkomen en consumptie weet iedereen wereldwijd wat ermee bedoeld wordt. In 200 landen wordt op precies dezelfde manier het bbp gemeten. Dat is helder en effectief. Wij stellen daar als gemeenschap weinig tegenover. Er zijn geen wereldwijde definities voor welzijn, duurzame ontwikkeling of brede welvaart. Het is een rommeltje. Dat frustreert me. We moeten overeenstemming bereiken, willen we ooit serieus genomen worden.”

 

Hoekstra ziet daarin een rol weggelegd voor de Verenigde Naties, die na de Tweede Wereldoorlog ook hebben geholpen het fundament te leggen onder de macro-economische wetenschap. “In feite was de situatie in de jaren dertig precies hetzelfde. De VN heeft toen gezegd: hier kunnen we weinig mee. Jullie moeten één systeem kiezen. Als de VN dat niet had gedaan, had het bbp niet bestaan. Ik denk dat ze opnieuw een harmonisatietraject in gang moeten zetten. De tijd is daar rijp voor.”

 

Gefaseerd met pensioen

Op het gebied van welzijn is de vierdaagse werkweek een voorbeeld dat veel mensen zal aanspreken. En waarom gaan we eigenlijk vaak zo abrupt met pensioen, in plaats van gefaseerd steeds iets minder te gaan werken? “De vraag is of het welzijnstechnisch wel zo goed is om cold turkey uit het werkzame leven te stappen. Voor veel mensen is werk meer dan inkomen. Het is ook onderdeel van het sociale leven en van levensplezier. In feite schrijven we mensen nu heel direct af, van vijf dagen naar nul soms. Dat moet toch anders kunnen.”

Hoe de pijler welzijn er verder uit moet zien, vindt Hoekstra lastiger. “Je zou het liefst hebben dat iedereen zich kan ontplooien en zijn gedroomde leven kan leiden, binnen de natuurlijke grenzen die onze aarde ons oplegt. Maar hoe dat er precies uitziet? Daar moeten we meer onderzoek en maatschappelijk dialoog voor hebben. Als we dat inzichtelijker kunnen maken, denk ik dat een grote groep mensen te porren is voor een verhaal over welzijn, duurzaamheid en gelijkheid.”

 

APG-econoom Charles Kalshoven schrijft in zijn column ook over economische groei. Benieuwd naar zijn visie? Lees het hier.

Volgende publicatie:
Het Nederland van 2041

Het Nederland van 2041

Gepubliceerd op: 21 mei 2021

Hoe leven we in 2041? In een reeks van zes artikelen schetsen we het Nederland van Straks. Hoe rijk zijn we dan? Hoe wonen we? Hoe werken we? Hoe consumeren we? Hoe besteden we onze vrije tijd? In deze aflevering vragen we ons af: Hoe sociaal zijn we dan nog?

 

Hoe sociaal zijn we in 2041? Houden we dan nog een beetje rekening met een ander? Of is tegen die tijd de individualisering zover gevorderd, dat we voor een naaste niets meer over hebben? Bestaat er in 2041 nog zoiets als solidariteit tussen rijk en arm, oud en jong, dik en dun, ziek en gezond, man en vrouw, mens en dier, Nederlander en nieuwkomer?

In de media lezen we over groeiend onbegrip. Over groepen die scherper tegenover elkaar staan. Wordt het straks ieder voor zich en schreeuwerds voor ons allen?

 

Minder vrijwilligerswerk

Sinds het uitbreken van de coronacrisis, en vooral in tijden van de lockdown, vinden we het volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) soms moeilijk om over de grenzen van het eigen belang heen te kijken. Neem het vrijwilligerswerk bij het buurthuis of op de sportclub. In Europa liepen we hierin lang voorop, met dertig procent van de Nederlanders actief als vrijwilliger. Middenin de lockdown geeft de helft ervan aan er veel minder aan toe te komen. Het aantal mensen dat meedoet aan demonstraties of zich verbindt aan bewegingen, is wel toegenomen. De vraag is of we dit uit lotsverbondenheid met behoeftigen doen, of uit eigen belang.

Neemt onze bereidheid om belangeloos iets voor een ander te doen af? Volgens het SCP ervaren we wel meer verharding in de maatschappij, maar vooralsnog geen noemenswaardige achteruitgang in solidariteit.

En ook emeritus-hoogleraar sociale wetenschappen Trudie Knijn ziet het niet zo somber in. "We kunnen nu een aantal activiteiten voor anderen niet goed doen, maar we lijken ons nog wel bewust van mensen met noden. Eenzame ouderen, ongedocumenteerden, kwetsbare jongeren. Een liefdadigheidsinstelling als de Voedselbank draait al de hele crisis lang op volle toeren."

 

Solidair met wie?

Alvast ter geruststelling: hoe op onszelf gericht we in 2041 ook zijn, er zal altijd zoiets bestaan als ‘passieve solidariteit’. We betalen met zijn allen belasting.

Hiermee kan de overheid ook tijdens een nieuwe pandemie weer steunpakketten samenstellen en tijdens lockdowns solidariteit afdwingen. En zelfs als nieuwe plagen uitblijven, zal de staat welvaart blijven herverdelen.

De vraag is alleen: wie krijgt dan wat? "In een rijk land als Nederland is de bevolking van oudsher voorstander van sociale bescherming voor ouderen, meer dan voor zieken en mensen met een beperking," weet hoogleraar Sociaal Beleid aan de Universiteit van Leuven Wim van Oorschot. Hij houdt zich bezig met de vraag: wie heeft in onze ogen waar recht op? Volgens hem zijn onze gevoelens van solidariteit voor werklozen nog wat lager dan voor zieken en mensen met een beperking. Voor armen nog weer wat lager en voor immigranten nog lager.

Van Oorschot wil zeggen: niet elke behoeftige kan rekenen op dezelfde mate van solidariteit. Voor de wet is iedereen gelijk, maar als het gaat om de aanspraak die men maakt op regelingen of de steun die men ervaart vanuit instellingen of maatschappij, is de een gelijker dan de ander. Weduwen meer gelijk dan gescheiden vrouwen, gescheiden moeders meer gelijk dan gescheiden vaders, mensen met een vast contract meer dan flexwerkers, gezinnen meer dan alleenstaanden. "Onze bereidheid om een ander te helpen hangt af van ons beeld van die ander. En of we ons met de noden van die persoon kunnen identificeren."

We beoordelen de ‘hulpwaardigheid’ van een behoeftige op vijf criteria. Control, attitude, reciprocity, identity en need. ‘CARIN,’ een begrip van Van Oorschot. We zijn eerder bereid de behoeftige te helpen als we vinden dat hij het niet aan zichzelf te danken heeft dat hij in behoeftige omstandigheden verkeert, als de behoeftige zich dankbaar opstelt in plaats van eisend, als de behoeftige iets terugdoet voor de ontvangen hulp, als we onszelf met de behoeftige kunnen identificeren en als we de mate van behoeftigheid denken te kunnen inschatten.

"We zijn conditionele coöperatoren," zegt Van Oorschot. "We dragen ons rechtvaardig deel bij als we zien dat de ander dat ook doet."

Gaan we op weg naar 2041 solidariteit meer als een beweging organiseren? Dat zou goed kunnen

Hulpwaardigheid

Conditionele coöperatoren: ik krab jouw rug als jij de mijne krabt. Hoe bestendig is deze voorwaardelijke solidariteit? Want de laatste tijd staat zelfs onze solidariteit met ouderen onder druk. Als ouderen eisen stellen aan AOW en pensioen of een groot huis bezet houden ten koste van jonge gezinnen, zien we ze minder als ‘hulpwaardig’. Jongeren denken: die oudjes hebben het zo slecht niet. Ze verbrassen ons geld, tasten het fundament onder het pensioenstelsel aan. De ‘paradox van de herverdeling’, noemt de Amerikaanse socioloog Richard Coughlin dit. Is solidariteit als basis voor het pensioensysteem in 2041 nog stevig genoeg? En als we al voor ouderen minder solidariteit beginnen te voelen, wat blijft er dan over voor migranten? Is de welvaartsstaat alleen ‘voor ons’?

Lastige vragen. Ook daarom vertrouwen we in 2041 solidariteit nog graag aan de overheid toe. Zij regelt wel het toezicht op de rechten van kwetsbare medeburgers. Zij herverdeelt welvaart. Maar we moeten ervoor waken, waarschuwt Van Oorschot, dat we zo ook solidariteit ‘als waarde’ overdragen aan anonieme instanties. Aan overheden die tussen ‘schenker’ en ‘ontvanger’ in staan. Want terwijl bij de ‘ontvanger’ het gevoel van dankbaarheid verdwijnt, verdwijnt bij de ‘schenker’ zingeving. ‘Solidariteit uit gemeenschappelijke potjes kan op termijn de legitimiteit van de welvaartsstaat ondermijnen.’

 

Solidariteit opnieuw uitvinden

Terug naar de beginvraag: hoe ziet solidariteit er anno 2041 eruit? Meer zichtbaar maatschappelijk betrokken pensioenfondsen en andere, voorheen anonieme, instellingen? Een sociale dienstplicht voor jongeren? Deelt de overheid kredietpunten en aftrekposten uit aan vrijwilligers? Of gaat het bedrijfsleven voorop lopen? Van sociale ondernemingen die ideaal en winst combineren? Of komt het uit onszelf, nu het vrijwilligersbestand vergrijst en onder jongeren vrijwilligerswerk minder vanzelfsprekend is? Gaan we elkaar op de socials beoordelen en liken? Gaan we in 2041 elkaars inzet monitoren? Slaat dit door naar sociale controle of dwang?

Trudie Knijn deed Europees vergelijkend onderzoek naar de motivatie van mensen om zich aan te sluiten bij een solidariteitsinitiatief en zag dat we het in Nederland al niet zo slecht doen. "Neem de Voedselbank. Het gaat de vrijwilliger daar én de eindgebruiker om het contact, om de uitwisseling. Het gevoel ergens bij te horen. Belangrijk is dus dat we een initiatiefnemer of vrijwilliger waarderen en bij dingen betrekken. Veel liefdadigheidsinstellingen stammen uit de jaren negentig, toen de overheid veel gaten liet vallen. Ze moesten het lang zonder steun stellen. Nu krijgen ze subsidie, maar in ruil moeten ze voldoen aan procedures. Top down-georganiseerde organisaties. Afgebakende taken, handjes moeten wapperen. Verkapte overheidsorganisaties. Dat kan mensen afstoten."

Kunnen we iets leren van de sociale bewegingen waar we volgens het SCP nu zo warm voor lopen? Voorbeelden ervan hebben we de laatste tijd op tv veelvuldig voorbij zien komen. Viruswaanzin, boeren op trekkers. Boze mensen die voor zichzelf opkomen – maar ook vrolijk uitgedoste klimaatdemonstranten, Black Lives Matter en ontroerende solidariteitsacties voor verplegenden. Gaan we op weg naar 2041 solidariteit meer als een beweging organiseren? Dat zou goed kunnen, denkt Knijn. "Bewegingen streven naar impact, hun doel is een snelle, blijvende invloed op de maatschappij. Anders dan liefdadigheidsinstellingen zijn ze plat georganiseerd, bottom up. Er heerst meer democratie en meer vrijheid. Iedereen praat mee en elke bijdrage wordt gewaardeerd. Het raakt aan de kern van de sociale wezens die we altijd zullen zijn: we willen ergens bij horen."

Volgende publicatie:
Het Nederland van 2041

Het Nederland van 2041

Gepubliceerd op: 12 mei 2021

Hoe leven we in 2041? In een reeks van zes artikelen schetsen we het Nederland van Straks. Hoe rijk zijn we dan? Hoe wonen we? Hoe werken we? Hoe consumeren we? Hoe sociaal zijn we nog?

In deze vierde aflevering vragen we ons af: hoe besteden we straks onze vrije tijd?

 

Wist je dat we van de 112 uur die we per week wakker zijn, maar liefst 44 uur aan vrije tijd hebben? Dat klinkt als een zee van tijd om erop uit trekken en spontaan met vrienden leuke dingen te doen. De paden op, de lanen in. Maar als we kijken hoe we die vrije tijd in de praktijk invullen, los van op de bank liggen en naar het plafond staren, tekent zich een nogal vastgeroest patroon af. Volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) gaat 40% op aan ‘mediagebruik’, 30% aan ‘ontspanning’, 20% aan ‘sociale contacten’ en de rest soms aan ‘vrijwilligerswerk’. “En behalve ons mediagebruik beperken we ook nog eens alles strikt tot het weekend, want doordeweekse dagen zijn voor het werk,” zegt Greg Richards, hoogleraar vrijetijdsstudies in Tilburg. “De structuur die we aan ons leven geven is al vijftig jaar hetzelfde.”

 

Zou dat in 2041 nog steeds zo zijn? “In 2041 zal alles vervloeien,” denkt Peter van der Aalst, docent Leisure & Events bij Breda University of Applied Sciences. Volgens hem verhullen de cijfers van het SCP een dynamiek in onze vrije tijd die al langer gaande is. “Alles loopt al door elkaar. Konden we ons twintig jaar geleden voorstellen dat we vanuit de trein met een computertje op schoot met de hele wereld contact zouden onderhouden? Dat we ter plekke zelf een vakantie zouden regelen, gebaseerd op de mening van veel andere mensen van over de hele wereld? Futuristisch? Nu noemen we het gewoon een smartphone en heeft onze oma van tachtig er ook één.”

 

Mix-up van vrije tijd en werk

Niet alleen onze vrijetijdsbestedingen vervloeien, ook onze werktijden en vrijetijdsbestedingen gaan dat doen. Kunnen we ze in 2041 nog wel van elkaar onderscheiden? Lopen we met een AR-bril op ergens buiten virtueel te scrummen met collega’s, terwijl we eigenlijk thuis op de bank in onze onderbroek Pim Pam Pet spelen met onze kinderen? “Het wordt steeds lastiger ons los te koppelen van ons werk,” zegt Marcel Bastiaansen, hoogleraar vrije tijd en toerisme. “Daardoor raakt onze vrije tijd steeds verder gefragmenteerd: het worden splinters die we niet meer ervaren als vrije tijd. Mogelijk neemt in de toekomst de hoeveelheid vrije tijd nog verder toe, maar de kwaliteit niet per se.”

 

Is het ook mogelijk dat de mix-up van minder werk en meer vrije tijd ertoe leidt dat we ons werk meer gaan zien als iets ernaast, als een hobby? “Dat is, vrees ik, alleen weggelegd voor de creatieve beroepen, waarin we nu ook al veel autonomie ervaren,” zegt Van der Aalst. “De digitale nomaden, die vanuit een zonnig oord of een vakantiehuisje in Drenthe hun communicatieadviezen verzorgen.” Of krijgen ook de eenvoudige beroepen meer vrije invulling van hun ambacht? De kunstenaar-stukadoor, de schoonmaker die ook bloemen schikt en het huis anders decoreert? Of andersom: worden amateurisme en onbezoldigd vrijwilligerswerk in de toekomst vergoed? De laatste padden overzetten, de laatste vlinders tellen... Volgens het SCP willen we toch minder van onze vrije tijd online gamend doorbrengen? We zeggen althans meer fysiek contact met onze naasten te willen ervaren en meer vrijwilligerswerk te willen doen.

 

“Zeggen is iets anders dan doen,” weet Bastiaansen. “Ik denk wel dat we ons steeds meer bewust gaan worden van wat we allemaal om ons heen laten liggen.” Van der Aalst wijst erop dat een belangrijk aspect van online gamen nu al bestaat uit het opbouwen en onderhouden van sociale contacten. “Vaak internationaal, wereldwijd. En wie zit er niet in diverse Whatsappgroepen voor familie, vrienden, collega’s, communities voor specifieke interessegebieden? Die organiseren vaak ook ontmoetingen in het echte leven. Ons sociaal contact neemt alleen maar toe. Al kan het soms als vluchtig worden ervaren.”

 

Primitief

In het jaar 2000 schreef de Amerikaanse hoogleraar Robert N. Putnam het boek Bowling Alone: The Collapse of American Community. Hoewel het online leven toen nog primitief was, zag hij hoe onze sociale structuren steeds verder uiteenvielen, hoe steeds minder mensen naar elkaar omkeken. Maar in 2016, toen de internetrevolutie zich al voltrok, schreef hij er een extra hoofdstuk aan vast, waarin hij hoopvol de vele initiatieven beschreef die hij ineens zag opkomen. Hoe kleine gemeenschappen oude vormen van vrijwilligerswerk en sociaal activisme opnieuw uitvinden. Mede geholpen door onze smartphone.

“We willen beleven door actief zelf iets toe te voegen, te leren, veranderen, verbeteren, betekenis te hebben”

Zetten sportverenigingen en volkstuinen sociale media al slim in? “Dat kan nog wel beter,” zegt Van der Aalst. “Old skool clubs hebben nog altijd de grootste moeite om vrijwilligers of leden aan zich te binden. Als ze er in 2041 nog willen zijn, moeten bestuurders en bonzen de hiërarchische aanpak laten varen waarbij ze verwachten dat vrijwilligers de handjes leveren. In tijden van corona bewijzen de sportscholen het al beter te begrijpen. Ze bieden online trainingen en programma’s op maat. Maar je ledenbestand, of liever gezegd je community, gedijt pas echt goed in een los-vast binding, zoals we dat bij urban culture & sports zien. Daar geldt het adagium each one teach one. Iedereen is leraar en leerling, trainer en speler, in een open cultuur waarbij men elkaar respecteert en de ruimte geeft om zelf events op te zetten en te promoten. In onze vrije tijd willen we niet meer alleen passief iets beleven. We willen beleven door actief zelf iets toe te voegen, te leren, veranderen, verbeteren, betekenis te hebben.”

 

Het nieuwe hedonisme

Daar is eindelijk dat woord weer. Beleven, de belevingseconomie. Lang niets van de belofte gehoord. Het klonk vooral in de toerisme-industrie. Maar wilden we tijdens daguitjes en op vakantie vooral geamuseerd worden, dingen beleven in de zin van ondergaan; nu is ook dat niet meer genoeg. In een variant willen we nu participeren, ons engageren. Iets positiefs bijdragen aan de lokale bevolking door streekproducten af te nemen. Schilderen in Griekenland, koken in Italië, koeien verzorgen op een opvang in Estland, zwerfhonden redden in Bulgarije, vluchtelingen helpen op Moria.

“Een kleinschalige, maar snelgroeiende vorm van toerisme,” zegt Richards. “In onze dagelijkse, versnipperde vrije tijd hebben we het druk met nog even snel de kinderen wegbrengen en andere sociale verplichtingen die ertussendoor moeten. Tijdens onze twee vakantieweken zijn we nog te onrustig om de hele dag niks te doen op het strand. Daarom mixen we luieren met leren, ontspanning met ontwikkeling.”

 

Zo krijgt ons hedonisme gezelschap van ‘eudemonisme’. Een hoger soort gelukzaligheid die – volgens de Griekse filosoof Aristoteles – alleen bereikt kan worden door daden die het welzijn van anderen bevorderen. “In de jaren zestig kwam het al in het toerisme op,” weet Bastiaansen. “Daarna vlakte het af in de neoliberale ikke, ikke, ikke-tijden. Nu komt het weer sterk opzetten.”

Een besef van de klimaatcatastrofe, de uitputting van de aarde en van verloedering van de buurt maakt dat meer mensen zich ergens voor willen inzetten, ziet ook Van der Aalst. “Het aantal eenpersoonshuishoudens neemt toe, mensen komen losser te staan van oude, maatschappelijke structuren. Als vanzelf gaan ze op zoek naar nieuwe betekenissen en verbintenissen. Dat kan in het klein, als buddy of als mantelzorger. Maar ook groepsgewijs, door samen zwerfvuil te rapen, vanuit bootjes plastic uit de grachten te vissen, de straat op te fleuren. Het is minder ieder voor zich. We bezien dingen minder als consument, meer als burger. Maar we willen ook lol maken. Ik verwacht dat er steeds professioneler events omheen worden bedacht. Muziek erbij, catering, scholing, wedstrijdelementen. Nederlanders en nieuwkomers aan elkaar koppelen, budgetten toekennen, hen uitdagen om vanuit diverse culturen samen aantrekkelijke concepten te ontwikkelen, de winnende concepten opschalen.”

“Zodra de meubelboulevards en attractieparken opengaan, lopen de bossen weer leeg”

Naar binnen keren

Om aan alle events en sociale druk te kunnen ontsnappen, zullen de vrijetijdswensen van anderen zich juist beperken tot niks doen. Naar binnen keren, dingen doen die niks kosten. Hoogstens een uurtje door de natuur wandelen, zoals we in coronatijden massaal zijn gaan doen. Maar Bastiaansen denkt niet dat die influx in de natuur een blijvertje is. “Anderhalf jaar lockdown is niet genoeg om natuurbeleving diep in ons systeem te laten nestelen. Zodra de meubelboulevards en attractieparken opengaan, lopen de bossen weer leeg.”

Richards denkt van niet. Hij wijst op de sterk afgenomen ‘sociale legitimiteit’ van vliegvakanties. “Vliegen is het nieuwe roken. En na Barcelona en Amsterdam zullen ook andere populaire steden toeristen gaan weren. Op staycation dus, de binnenlanden ontdekken.” Maar dat kost dus natuur. Wordt natuur een reservaat om haar te beschermen tegen de meutes? “Eigenlijk hebben we helemaal geen natuur. Geen oerbossen of rotspartijen. In Nederland maken we natuur, zoals de Oostvaardersplassen. Al zijn die niet voor publiek toegankelijk. Ik kan me voorstellen dat Staatsbosbeheer of Natuurmonumenten rond onze mooiste bossen een hek gaan zetten en entree gaan heffen.”

 

Net als bij het Safaripark rijden we in muisstille golfkarretjes over een parcours door verwilderde akkers en aan de natuur teruggeven weilanden, waar weer wolven en beren rondlopen. Met een veiligheidsvestje aan dat ze op afstand houdt… Of is dat niet nodig, accepteren we dat veel ervaringen niet meer echt zijn? Nemen we genoegen met onze VR-brillen, veilig thuis op de bank?

“China heeft al een virtuele dierentuin, Guangzhou Zoological Garden,” zegt Van der Aalst. “Ik verwacht dat we dit meer gaan zien als we dieren niet meer in kooien willen houden, zoals we dat ook niet meer in het circus toestaan.”

 

Echte leven

Maar hoe virtueel het ook wordt, denkt Van der Aalst, we zullen onze vrijetijdservaringen altijd fysiek willen delen met anderen, in het echte leven. “De games, festivals, concerten en events lopen hierin voorop. Ze zijn nu al meer hybride van opzet, minder plaats- en tijdgebonden. Ken je het jagen op virtuele Pokémons nog? Dat was al één voortdurende beleving. Meer dan alleen een livestream biedt metalfestival Roadburn in Tilburg nu een platform voor de trouwe bezoekers, waarvan 70% van buiten Nederland komt, zodat ze samen voorpret én napret beleven. De rapper Travis Scott verscheen als avatar in de game Fortnite voor een concertje van tien minuten, trok dertig miljoen gamers en verdiende zestien miljoen euro aan de verkoop van merchandise en fee. Daar moet hij anders twintig liveshows voor doen.”

 

Verdienmodellen genoeg. Al snakken wij én de artiesten naar gewoon een live-optreden. “Maar ook live zal het digitale zich vermengen met het echte,” voorspelt Van der Aalst. “In Ziggo Dome staan we straks met zijn allen met een AR-bril op te kijken naar Michael Jackson of een andere dode artiest. Het ‘echt’ allerlaatste concert van de Rolling Stones is niet meer iets unieks en eenmaligs. En omdat we door alle mogelijkheden beter weten waar er nog meer te beleven is, gaan we weer meer op pad, trekken eropuit. De paden op, de lanen in.”

 

 

Illustratie: Joyce Schellekens

 

Volgende publicatie:
Meer huurwoningen dankzij online leenplatform

Meer huurwoningen dankzij online leenplatform

Gepubliceerd op: 4 mei 2021

Woningcorporaties hebben miljarden nodig om hun bestaande huurwoningen te verduurzamen en nieuwe woningen bij te bouwen. Via veilingsite LIST Amsterdam kunnen ze nu heel makkelijk en snel geld lenen. APG Asset Management is mede-initiator van dit volledig digitale leenplatform. “Met vijftig afgesloten leningen ter waarde van een half miljard euro is dit inmiddels een groot succes.”

 

Hoe vind je een betaalbare huurwoning, als je een bescheiden inkomen hebt en een koophuis wel kunt vergeten? Dat wordt in Nederland steeds moeilijker. Huurders moeten vaak jaren wachten voordat ze een woning krijgen. Daarom willen de woningcorporaties er jaarlijks zo’n 34.000 sociale huurwoningen bijbouwen; het dubbele van wat ze de laatste jaren hebben laten bouwen. Daarbij neemt de druk op corporaties toe om hun (ruim twee miljoen) bestaande woningen te verduurzamen, want in 2050 moeten alle corporatiewoningen CO2-neutraal zijn.

 

Nieuwe financieringsbron

Dat kan maar één ding betekenen: de 300 woningcorporaties die Nederland telt, hebben de komende jaren vele miljarden nodig. Hoe komen ze aan dat geld? Huurverhogingen bieden weinig soelaas, omdat de huren in de sociale huursector zijn begrensd. De corporaties lenen in praktijk nu vooral geld bij twee sectorbanken, de Nederlandse Waterschapsbank (NWB) en de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). “Daar is met het platform LIST Amsterdam een derde financieringsbron bijgekomen. Via deze online marktplaats kunnen corporaties heel makkelijk en efficiënt een lening aanvragen, de aanbiedingen van institutionele beleggers met elkaar vergelijken en de voor hen meest gunstige lening afsluiten,” zegt Hans van Westrienen, senior portefeuillemanager van APG Asset Management.

 

Inspelen op trend platformisering

Hij vertelt dat APG een paar jaar geleden werd benaderd door de Amsterdamse ondernemers Adriaan Hendriksen en Erik Wilders. “Zij zagen kansen voor een online leningenplatform waar woningcorporaties voor hun financieringsbehoefte direct contact konden leggen met institutionele beleggers. Zonder allerlei tussenschakels, zoals brokers; dat scheelt meteen flink in de kosten. Wij vonden dat een uitstekend idee en hebben hen geholpen met het opzetten van dit platform.” LIST Amsterdam speelt daarmee in op de trend van platformisering: we zijn immers gewend geraakt aan online platforms om eten te bestellen, een taxi of overnachting te regelen of een klusser in te huren. Geld uitlenen via crowdfunding-platforms als Geldvoorelkaar, Kickstarter en Voordekunst kennen we ook al jaren, maar een platform voor omvangrijke, langetermijnleningen is nieuw, constateert Van Westrienen: “Het werkt simpel, de woningcorporatie zet zijn geldvraag via LIST Amsterdam direct uit bij institutionele beleggers. Gewone banken komen er niet aan te pas.” Had APG niet zelf dit platform willen oprichten? “Nee, in dit geval geldt: schoenmaker, blijf bij je leest. Aan het opzetten van zo’n online veilingsite kleven bovendien strikte voorwaarden, vanuit wet- en regelgeving.”  

 

Meer concurrentie, lagere rente

Het platform voorziet duidelijk in een behoefte: na twee jaar zijn er zo’n vijftig leningen via LIST Amsterdam verhandeld, met een totale waarde van een half miljard euro. Waarom doet APG hieraan mee? Van Westrienen: “Wij doen deze beleggingen graag via dit platform omdat onze klanten, de pensioenfondsen ABP, bpfBOUW, SPW en PPF APG, niet alleen langlopende leningen met een stabiel en betrouwbaar rendement willen verstrekken, maar ook willen bijdragen aan een oplossing van het woningtekort en aan de noodzakelijke verduurzaming van woningen. Bovendien willen ze waar mogelijk meer in Nederland beleggen.” Uit de hoek van de woningcorporaties heeft Van Westrienen veel lovende reacties gehad. “Ze kunnen nu kiezen uit meer financiers. En omdat er meer concurrentie is gekomen, betalen de woningcorporaties een wat lagere rente dan voorheen.”

 

Rendement, risico, kosten en duurzaamheid

APG gaat in haar beleggingen doorgaans uit van vier criteria, vertelt Van Westrienen: “Het risico, het rendement, de kosten en het duurzame, sociale karakter van de investering. Aan dat laatste criterium voldoen we - door te beleggen via LIST Amsterdam - zeker, gezien de wens van corporaties om met deze leningen meer huurwoningen bij te bouwen en bestaande woningen energiezuiniger te maken.”

Wat het risico betreft; de Nederlandse Staat waarborgt dit type langetermijnleningen aan woningcorporaties. Dat gebeurt via het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW), een constructie die voor institutionele beleggers als APG interessant is. “Vanwege die waarborg is het risico voor ons laag. De rente van deze leningen ligt iets hoger dan op Nederlandse staatsobligaties, zo kunnen we per saldo tegen een vergelijkbaar risico een iets hoger rendement realiseren. Tegelijk is dat rendement op deze risico-arme leningen relatief gering, waardoor ze voor de gewone grootbanken minder aantrekkelijk zijn. Maar dat lage rendement is geen probleem, ook omdat we, door te beleggen via LIST Amsterdam, op de andere drie criteria zo goed scoren.” En het vierde criterium, de kosten? “Die zijn relatief laag, omdat het hele veilingproces geautomatiseerd en zeer efficiënt verloopt.”

 

Eenvoudig digitaal veilingsysteem

Die automatisering zit ’m deels in vergaande standaardisatie, schetst Van Westrienen. Normaliter kun je in dit soort grote leningen allerlei opties-op-maat verwerken. Denk aan de mogelijkheid van vervroegde aflossing, een variabele rente tijdens de looptijd, of een annuïtaire structuur. Bij de leningen via LIST Amsterdam heb je alleen te maken met een template waarop je de looptijd, het te lenen bedrag en het rentepercentage kunt invullen. Dat is heel overzichtelijk.” Het systeem werkt verrassend eenvoudig: om elf uur in de ochtend, op vaste dagen in de week, krijgen beleggers een template te zien waarop corporatie X heeft aangegeven hoeveel miljoen euro ze willen lenen. Geïnteresseerde beleggers vullen dan het rentepercentage in dat ze voor die lening willen hebben. De corporatie krijgt vervolgens vijf minuten de tijd om aan te vinken welke rente ze prefereren, en daarmee automatisch met welke belegger ze in zee gaan. En dan is de deal rond. “Wij hebben dus geen contact met de desbetreffende woningcorporatie. Vroeger verwerkten we dit soort beleggingen handmatig in onze administratie. Mijn collega’s van Trade Processing hebben, samen met ons Integration team, ervoor gezorgd dat alles digitaal en gestandaardiseerd loopt. Zelfs het zetten van de vereiste handtekeningen door alle partijen gaat nu elektronisch, via AdobeSign. Zeker nu vrijwel iedereen vanuit huis werkt, is dat superhandig. Deze digitalisering zorgt voor minder fouten, meer snelheid en lagere kosten. Goed nieuws voor de woningcorporaties én voor onze klanten en hun deelnemers, waar we voor beleggen.”

 

 

 

“LIST Amsterdam is heel goed nieuws”

 

Woningcorporatie De Alliantie was de eerste die in 2019 een lening afsloot via LIST Amsterdam. Jan Michiel Aeilkema, treasurer bij De Alliantie, zei hierover begin dit jaar op de website van ABP: “Het is onze missie om voor voldoende sociale huurwoningen te zorgen. In ons geval bestaat negentig procent van ons bestand uit woningen waarvan de huren begrensd zijn. Die huren kunnen we niet zomaar verhogen om bijvoorbeeld de verduurzaming te bekostigen.”

“We proberen zo goedkoop mogelijk geld te lenen, tegen een zo laag mogelijke rente. Omdat we via LIST Amsterdam geen brokers nodig hebben en veel processen in hoge mate geautomatiseerd zijn, hebben we op deze manier ook minder onkosten bij het aantrekken van financiering. En bevallen de aanbiedingen die we op het platform krijgen niet, dan kunnen we altijd nog de sectorbanken benaderen.”

 

Wat vindt Aeilkema van LIST Amsterdam? “Voor woningcorporaties, de sociale woningbouwmarkt en de grote groep mensen die hierop zijn aangewezen, is dit heel goed nieuws. De goedkopere leningen en lagere kosten zorgen ervoor dat we woningen betaalbaar kunnen houden en verder kunnen verduurzamen. Het is dus een erg goede zaak voor Nederland.”

Volgende publicatie:
Het Nederland van 2041

Het Nederland van 2041

Gepubliceerd op: 29 april 2021

Hoe leven we in 2041? In een reeks van zes artikelen schetsen we het Nederland van Straks. Hoe rijk zijn we dan? Hoe wonen we? Hoe consumeren we? Hoe sociaal zijn we nog? Hoe besteden we onze vrije tijd? In deze derde aflevering vragen we ons af: hoe werken we straks?

 

Werken anno 2021: dat komt neer op van negen tot vijf in een gebouw zitten en wachten. Tenminste, als we ten tijde van een pandemie nog op kantoor mogen komen. Op kantoor denken we aan thuis en thuis verlangen we naar kantoor. Maar anno 2041, denkt de Amerikaanse futuroloog Thomas Frey, na nog twee ontwrichtende viruspandemieën, zijn de nu al vele leegstaande kantoren inmiddels verbouwd tot woningen. En omdat de overheid dan nog steeds, tot onze wanhoop, verlangt dat we thuis werken, aan de keukentafel met kinderen, hebben we daar volgens Frey een oplossing voor gevonden.

“Tegen die tijd werken we vanuit een mobiel kantoor. Iedereen zijn rust en concentratie in zijn eigen, verbouwde camper. Een mobile workplace met te verduisteren ramen en stabiel internet. Naar believen in te richten als werkplek, filmstudio, tattooshop, uitvalsbasis voor een razende reporter, lommerd, vruchtbaarheidskliniek of gewoon als een rijdend kantoortje voor een kenniswerker. Ons bureau op wielen is volgehangen met technologie en robotica, met wie we net zo gezellig bijpraten als met die collega bij het koffieapparaat. Algoritmen drijven ons voort door de dag, stippen-op-de-horizontellers houden ons gefocust op de doelen. Als bewegend billboard maken we reclame voor onze handel, we pikken een afspraak op voor een meet-up en zetten hem weer af voordat de volgende begint. Al vergaderen we vooral virtueel, met VR-lenzen die ons onderdompelen in een laboratorium in India, of met AR-brillen die een laag over de te verbouwen productiefaciliteit in China leggen.”

 

Kenniswerker

Oké. Even een stapje terug. We proberen straks weer bij Frey aan te haken. We zullen zijn optimisme nog nodig hebben, want we duiken eerst met filosoof en digitale fitheidspionier Martijn Aslander in de vooruitzichten van de ‘kenniswerker’. En die zijn niet florissant. “Over twintig jaar zal het gros van Nederland zichzelf aanduiden als kenniswerker,” zegt Aslander. ‘Allemaal vergaren, verwerken, analyseren, clusteren en delen we de hele dag kennis. Maar dat doen we dan hopelijk wel iets slimmer dan nu.

Op dit moment werkt de kenniswerker alsof hij een lopendebandwerker is. Iemand die op één afgebakende werkdag een bepaalde productie oplevert. Hoewel hij zijn beste invallen onder de douche krijgt, verwachten we dat hij de hele dag naar een scherm kijkt. We dwingen hem in feite een toneelstukje op te voeren.

Dat gaat volgens Aslander niet langer zo. “We zitten in hippe kantoortuinen met glijbanen, ons ooit opgedrongen door oude goeroes van ‘het nieuwe werken’. Funest voor onze concentratie. We worden de hele dag afgeleid door prikkels en praatjes en komen nergens aan toe. Neem onze werktijden. Twintig procent van ons is in de avond op zijn best, twintig procent functioneert juist ’s ochtends om zeven uur optimaal. Waarom rekenen we elkaar dan af op vaste werktijden? Vinden we het gek dat zo veel mensen lijden aan stress en burn-out, volksgezondheidsvijand nummer één?”

 

Tijdconfetti
Hadden de jaren vijftig ons sowieso niet beloofd dat automatisering ons veel werk uit handen zou nemen? Waarom duurt het zo lang voordat we onze dagen in ledigheid kunnen voortbrengen? “Simpel,” zegt Aslander, “we staan al zeventig jaar stil. Destijds zaten we aan een bureau met wat laden, wat bakjes voor de post, een telefoon met een snoer en een typemachine. Nu tikken we nog steeds op een toetsenbord – met twee vingers, omdat we nooit blind hebben leren typen. We gebruiken een vliegtuig om over de snelweg te rijden.”

Aslander heeft een studie gemaakt van de dwalingen van de kenniswerker. Volgens hem maken we de hele dag door documenten aan, sturen die naar twaalf anderen die er wijzigingen in aanbrengen, waarna we de nieuwe versie apart opslaan. “We denken dat dit werken is. Eén telefoontje verder en we hebben een perspectief dat de laatste versie meteen waardeloos maakt. Tussen alle tijdconfetti door – mail checken, appen, tweeten, praatje – schuiven we papier rond en stoppen die weg in mapjes en submapjes, die allemaal op elkaar lijken. Overal verstoppen we stukjes informatie, zoals eekhoorns met eikeltjes doen. Maar… waar hebben we alles neergelegd? Ons ruimtelijk en ons visueel geheugen zijn de sterkst ontwikkelde vaardigheden van ons brein, maar er wordt geen beroep op gedaan.”

Aslanders punt: we zijn de bedoeling van werk vergeten. We verwarren het met een vaste baan van vijftien jaar lang hetzelfde trucje doen. Oké, we netwerken meer dan vroeger en we vergaderen nu staand en we scrummen agile. “Maar wat levert dat op als we niet à la minute bij de juiste informatie kunnen? Een kwart van onze energie gaat op aan denken. Zonde om dat te besteden aan het opsporen van die ene waarneming, dat gouden ideetje dat je van de week in een mailtje aan jezelf stuurde.”

 

Monetair kapitaal

Als we geld op de bank zetten, zegt Aslander, groeit ons monetair kapitaal. Maar ons informatiekapitaal stoppen we in een oude sok. We verstoppen die sok onder het matras, zodat niemand erbij kan, wijzelf ook niet. “Intussen neemt de hoeveelheid informatie die dagelijks op ons afkomt razendsnel toe. We moeten informatie dus slimmer verwerken. Maar die vaardigheid leren we niet op school en ook niet in organisaties. Als kenniswerken een ambacht is, hebben maar weinigen dat onder de knie. De meesten doen maar wat. Wie van ons heeft zich op tijd aangepast aan de dynamiek van 2041 en overleeft tussen de concurrentie? Ik denk dat de snelheid en het gemak waarmee je voor anderen van waarde bent, je succes zal bepalen. Wees zuinig op je informatiekapitaal en op je sociaal kapitaal, zodat je minder afhankelijk bent van monetair kapitaal.”

 

Intussen bereiden onze werkgevers zich voor op de digitale toekomst door zich te verdiepen in AI, Big Data, blockchain. Spannende ontwikkelingen, vindt ook Aslander, maar zinloos als werknemers nog niet eens de finesses van Outlook of Excell kennen. “We zijn niet digitaal fit. Het gaat al mis met de tools waar we nu mee werken: een Ikea-setje IBUS-sleutels om een heel huis mee te bouwen. Als je vanuit de toekomst naar ons werkgereedschap kijkt, vallen de meeste tools af. Tools moeten informatie opslaan, doorzoekbaar, sorteerbaar, ordenbaar, herordenbaar, meta-dateerbaar en deelbaar zijn. Zelf werk ik met Evernote. Met een superscanner heb ik alles in huis gescand, 93.000 notities in totaal. Zelfs mijn zwemdiploma of die ene taxibon uit 1989 heb ik in één seconde gevonden.”

Welkom in ‘de nieuwe werk-werkelijkheid’. Pas als we de basis op orde hebben en voldoen aan een minimale digitale hygiëne, als we altijd en overal onmiddellijk bij kunnen en kennis en connecties paraat hebben – dán komen we toe aan de vaardigheden waarmee we ons kunnen onderscheiden. Nu en in 2041. “Kritisch denken, creatief zijn, ondernemen, communiceren, samenwerken,” zegt Aslander. “Dan pas ben je de oplossing voor iemands probleem. Dan scoor je in de elevator pitch, in de boardroom, op een verjaardagsfeestje.”

 

Gewone banen

Fijn voor mensen met hoogwaardig werk aan de top, maar wat doet automatisering met gewone banen in 2041? In 1867 voorspelde Karl Marx dat het belang van de factor laagwaardig arbeid steeds verder zou afnemen. Kort daarop deelde ingenieur Frederick Taylor het werk in de automobielfabriek van Henry Ford op in afzonderlijke, eindeloos te herhalen taakjes aan de lopende band. En terwijl in 2021 de automatisering verdergaat waar de industrialisering is opgehouden, en we in callcenters of als maaltijdbezorger nog steeds door technologie worden gemicromanaged, ervaart één op de vier mensen zijn baan als nutteloos en betekenisloos. 21 Procent van alle werkzaamheden wordt door machines verricht. In 2025 is dit al tot boven de vijftig procent gestegen. Probeerde Taylor van ons een robot te maken? Nu vrezen we dat robots ons werk gaan afpakken.

Wat is werk eigenlijk? “Werk,” zei de filosoof Voltaire, “redt een mens van de drie grote kwaden: verveling, zonde en verlangen.” Lang zagen we werken als een christelijke plicht: in het zweet des aanschijns verdienden we ons brood. Nu zien we werken meer als een plicht aan onszelf – we willen ons ontplooien. We halen betekenis uit inspanningen, genieten van het klaren van een klus. Wat laten de robots daarvan over in 2041? Is het beetje werk dat er dan nog is iets ‘voor ernaast’? Verdienen we plichtmatig onze centen, om onze tijd verder te verlummelen met filosoferen en de kunsten, zoals de oude Grieken deden?

 

Riolen schoonmaken

“Taak voor taak automatiseren we onze banen ons bestaan uit,” ziet ook Thomas Frey. “Dus hebben we straks onze baan nog? Natuurlijk! Alleen niet die baan. In tegenstelling tot wat we vrezen of wensdromen wacht ons een tijdperk van super-werkgelegenheid.” En dat niet alleen: Frey denkt dat robots ons werk juist leuker gaan maken. “Rotklusjes als riolen schoonmaken of wc’s schrobben nemen ze van ons over, maar in de meeste andere banen werken we als gelijken met ze samen. Waarom ik dat denk? Er komt onvoorstelbaar veel innovatieve technologie aan. Daaruit ontstaan honderdduizenden micro-industrieën, met werk voor honderden miljoenen mensen die het leven opnieuw gaan vormgeven.”

Bovendien zien we in 2041 een herwaardering van oude beroepen, denkt Frey. “De leraar, de coach, de journalist: dat zijn de vitale beroepen van straks. Als in de informatiemaatschappij alle antwoorden beschikbaar zijn, wordt het stellen van vragen essentieel. Dan gaat het er meer dan ooit om dat we dingen uitproberen, klooien, falen, reflecteren en blijven oefenen. Zaken die een robot niet zo goed kan, maar wij wel. In welke beroepen dat gebeurt? In de journalistiek zijn we naast de robot-factchecker nog steeds aan het werk als razende reporter of als briljante nieuwsduider. Maar er zijn ook datadetectives en data-ethici. Robotpersoonlijkheidstrainers en droneverkeersregelaars. AI-accountants, 3D-huizenbouwers, cryptovalutatoezichthouders, sensorentroubleshooters, ruimtevaartimpactregelaars, asteroïdemijnbouwers, gentherapeuten, mixed reality-coaches, kweekvleesontwerpers. En ja, er zal ook veel werk zijn voor interieurontwerpers – voor onze mobiele werkcamper.”

 

Illustratie: Joyce Schellekens

Volgende publicatie:
“Ogen op de bal en doen wat we hebben afgesproken”

“Ogen op de bal en doen wat we hebben afgesproken”

Gepubliceerd op: 1 april 2021

Hoe houd je je als pensioenuitvoerder van acht fondsen staande in een jaar dat overschaduwd wordt door corona? Het was volgens de recent aangetreden bestuursvoorzitter Annette Mosman een ultieme testcase die APG goed heeft doorstaan. “In 2020 gingen medewerkers van het een op het andere moment thuiswerken, hielden we vanuit drieduizend thuiskantoortjes de pensioenadministratie van 4,7 miljoen deelnemers draaiende en raakten we niet in paniek toen de beurs hard onderuitging. We zijn een robuuste, wendbare organisatie gebleken.”

 

Een nieuwe CEO, een nieuw geluid? Wat gaan we merken van de aanpak van Annette Mosman?

“Ik begin aan deze klus met een helder uitgangspunt. Ik kom uit de organisatie en ken de sector. Als CEO ga ik het op mijn eigen manier doen: vaak door eerst te luisteren en dan pas te reageren. Ik ben nieuwsgierig naar de visie van anderen. Accenten zullen verschuiven, maar de koers staat als een huis. Nu gaan we eerst heel goed uitvoeren. De komende jaren draaien om de eindstand: samen met onze fondsen in 2026 het nieuwe pensioencontract (NPC) goed ingevoerd hebben en tegelijk een sterke maatschappelijke speler zijn. Want we doen het voor de financiële fitheid van 4,7 miljoen mensen. Om dat doel te halen moeten we de komende jaren consistent zijn: ogen op de bal en doen wat we hebben afgesproken. Dat moeten we goed doen: met aandacht voor onze fondsen, werkgevers en hun deelnemers, voor elkaar en onze omgeving. In sporttermen: we spelen een lang toernooi en dat gaat met ups en downs.”

 

Wat heeft voor jou de komende tijd de hoogste prioriteit?

“Voor de tweede keer op rij publiceren we een integrated report. Hierin laten we zien welke waarde we toevoegen aan onze stakeholders; onze pensioenfondsklanten, de maatschappij en aandeelhouders. We zijn ons bewust van onze rol en kijken daar kritisch naar. Dat is het leidmotief van dit jaarverslag. We zijn geen gewoon bedrijf. We mogen werken voor acht fondsen en 4,7 miljoen deelnemers en beheren bijna 600 miljard euro. Behalve een lerende organisatie is er bij APG ook aandacht voor de maatschappelijke impact die we hebben. Transparant zijn, zoals in dit jaarverslag, betekent dat we ook onze kwetsbaarheid tonen, en dus ook laten zien wat er níet goed is gegaan. Gaat er iets mis in onze uitvoering en verloopt de samenwerking met de ondernemingsraad niet soepel? Dan communiceren we dat.”

 

De weg naar het nieuwe pensioenstelsel is lang en ingewikkeld. Hoe ziet die weg er nu precies uit?

“We willen niet voor onaangename verrassingen komen te staan als we samen met onze fondsen de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel ingaan. Dat is een cruciaal onderdeel van onze strategie en dat vragen onze klanten ook van ons. Het is ook een randvoorwaarde om de overstap naar het nieuwe stelsel te maken. Vergelijk het met een zolder die je op moet ruimen voordat je gaat verhuizen. Bij ons betekent dat bijvoorbeeld dat we in nauw overleg met onze fondsen wijzen op de complexiteit in de huidige regelingen. Maar ook dat we de pensioenadministratie doorlopen en herstellen als er ergens onverhoopt iets niet klopt. Dat herstellen is ingewikkeld, zeker als het impact heeft op de portemonnee van mensen. We proberen daarbij samen met de fondsen oplossingen te zoeken waarbij we het belang van de deelnemer hooghouden.”

 

Wat betekent dat concreet voor APG?

“De overgang naar het nieuwe pensioencontract raakt de komende jaren het werk van bijna alle medewerkers binnen APG: van IT, pensioenadministratie, vermogensbeheer, risicomanagement, klantcontact en communicatie tot HR. Het verandert ons werk in vrijwel ieder opzicht. Dat gaat de komende jaren veel van ons als organisatie en van onze medewerkers vragen. Tegelijkertijd biedt het APG de kans om te laten zien dat we ook in een nieuw stelsel onze positie als toonaangevende uitvoerder waar kunnen maken. Want dat zijn we niet voor niks. Met onze digitalisering, deelnemergerichtheid en pensioenexpertise hebben we alle ingrediënten in huis om een nieuwe propositie neer te zetten en ons te meten met andere financiële partijen. Daarnaast hebben we ook acht trouwe fondsklanten die dit traject met ons samen gaan afleggen. Dus laten we vooral niet in de koplampen gaan staren, maar overgaan tot uitvoeren.”


Het is in het afgelopen jaar ook een paar keer misgegaan in de uitvoering. Hoe kijk je daar op terug?

“Dat klopt. In augustus 2020 werd bijvoorbeeld een actie rondom het arbeidsongeschiktheidspensioen afgerond. Hierbij kregen in totaal 8.352 deelnemers alsnog het pensioen toegekend waar ze recht op hadden. Ook kregen zo’n 8.500 deelnemers een rechtmatige aanvulling voor samenvallende diensttijd. Op de deelnemers die het betreft, heeft dit veel impact. En dat begrijpen we als pensioenuitvoerder heel goed. Daarom doen we ons uiterste best om deelnemers in dat soort situaties zorgvuldig te informeren en bij te staan. En we leren er ook van. We hebben het afgelopen jaar, ondanks de coronacrisis waarin we allemaal thuis zijn gaan werken, onze processen flink verbeterd en, daar waar het misging, zaken voor deelnemers zo snel als mogelijk opgelost.”

We spelen als grootste uitvoerder een bepalende rol, maar doen dat nooit alleen

Wordt de kans op fouten nu daadwerkelijk kleiner?

De winkel wordt verbouwd, de verkoop gaat door. Het lijkt alsof corona nauwelijks van invloed was op APG.

“De omschakeling van kantoororganisatie naar thuiswerkorganisatie verliep soepel. De operatie – waaronder het uitbetalen van pensioenen, het innen van premies, het beleggen – is op geen enkel moment in gevaar gekomen. Pensioenfondsklanten, werkgevers en deelnemers merkten niet of nauwelijks dat we hen, in plaats vanuit een kantoorsetting, vanuit onze thuissituatie ondersteunden of te woord stonden. En dat in veel gevallen nog steeds doen. Daar ben ik enorm trots op.”

 

Er wordt vaak gesproken over de rol van APG als maatschappelijke speler. Hoe gaat APG die rol de komende periode invullen?

“APG is een bedrijf, maar eigenlijk veel meer dan dat: we spelen als grootste uitvoerder een bepalende rol, maar doen dat nooit alleen. Als wij de komende jaren ons werk goed doen, willen andere partijen, zoals fondsen, graag met ons samenwerken en samen met ons optrekken. Tegelijkertijd wil ik verder kijken: want met onze kennis en kunde kunnen we meer betekenen voor mens en samenleving. Financieel houvast heeft invloed op je gezondheid, je welzijn en je kansen. Je pensioen staat dus niet op zichzelf. Daarom wil ik meer verbinding zoeken met maatschappelijke partners, bijvoorbeeld rond thema’s als gezondheid, financiële educatie en armoedebestrijding. APG’ers kunnen daar actief aan bijdragen. Zorg voor onze omgeving betekent ook zorgen voor de planeet. We beleggen met een blik op de lange termijn en zo duurzaam mogelijk. Onze bedrijfsvoering is in 2030 klimaatneutraal. Daarom verhuizen we eind van dit jaar naar een nieuw, duurzaam pand. En werken we aan een nieuw mobiliteitsplan voor alle APG’ers. Daarin kijken we zonder dogma’s naar wat goed is voor ons en onze omgeving.”

 

Tot slot: waar kijk je het meest naar uit in 2021?

“Collega’s zien en weer terug mogen naar kantoor. Maar ik kijk ook uit naar de stappen die we gaan zetten richting het nieuwe pensioencontract. Dat is echt een complex traject. Ik hoop dus dat de politiek in Den Haag vasthoudt aan de vastgestelde tijdslijn. Ik ga er nog steeds vanuit dat op 1 januari 2026 alle fondsen over moeten en die tijd hebben we echt nodig.”

 

 

Bekijk hier het jaarverslag 2020.

 

Lees het interview met Ronald Wuijster, lid raad van bestuur en verantwoordelijk voor Asset Management en HR: “Verkopen uit paniek is nooit verstandig” - Ronald Wuijster over beleggen in een coronajaar. 

Volgende publicatie:
Jaarverslag 2020: Terugkijken op een bijzonder jaar

Jaarverslag 2020: Terugkijken op een bijzonder jaar

Gepubliceerd op: 31 maart 2021

Vandaag publiceren wij als APG ons jaarverslag over het jaar 2020. Een bijzonder jaar natuurlijk. Van corona en van thuiswerken, maar ook van het pensioenakkoord - en de weg naar een nieuw stelsel. In het verslag lees je hoe wij vorig jaar werkten voor acht pensioenfondsen, 22.000 werkgevers en via hen voor 4,7 miljoen mensen in Nederland.

 

Voor APG gaat pensioen over mensen, over leven en over samen leven. Wij willen het verschil maken, zodat wij, onze ouders en onze kinderen een goed inkomen hebben. Nu, straks en later. In ons jaarverslag staat hoe we daar het afgelopen jaar aan hebben gewerkt.

 

De kernpunten uit het jaarverslag 2020 op een rij:

  • Ondanks de coronapandemie is de operatie – waaronder het uitbetalen van pensioenen, het innen van premies, het beleggen – op geen enkel moment in gevaar gekomen.
  • De klanttevredenheid is opnieuw gegroeid.
  • We hebben meer mensen inzicht gegeven in hun inkomen voor later en hun pensioenvermogen.
  • We hebben een hoger rendement behaald dan de marktindex, en de prijs per deelnemer is opnieuw gedaald. Hiermee droegen we bij aan het behalen van meer pensioenwaarde voor de deelnemers van de pensioenfondsen waarvoor we werken.
  • Samen met de pensioenfondsen waarvoor we werken, zijn we in 2020 begonnen met de voorbereidingen voor de overstap naar het pensioen van straks. We hebben onder meer stappen gezet op het vlak van automatisering, innovatie, stroomlijning van processen, het vereenvoudigen en opschonen van de pensioenadministratie en het verder vergroten van de deelnemergerichtheid.

APG behaalde voor zijn pensioenfondsen en hun deelnemers over 2020 een rendement van 6,6% en een extra rendement van 94 basispunten. Tegelijkertijd slaagde APG erin om de gemiddelde prijs per deelnemer te verlagen naar €66,30. Daarnaast verleende APG aan 1.015.000 deelnemers inzicht in hun pensioenvermogen en aan 1.965.000 deelnemers inzicht in hun inkomen voor later. De omzet van APG bedroeg in 2020 ruim €762 miljoen. Het nettoresultaat kwam uit op €42 miljoen. De reputatiescore van APG steeg in 2020 tot 72,6.

Lees het jaarverslag hier als pdf of bezoek de speciale website.

 

Morgen lees je hier op apg.nl het interview met Annette Mosman (voorzitter raad van bestuur APG) en Ronald Wuijster (lid raad van bestuur APG, verantwoordelijk voor Asset management) over het jaarverslag. 

Volgende publicatie:
“We fantaseren graag over later. Maar we leven nú”

“We fantaseren graag over later. Maar we leven nú”

Gepubliceerd op: 10 maart 2021

Hoe ga je om met werk en geld voor nu en later? Leef je bij de dag of plan je doelbewust je financiële toekomst? En regel je ‘later’ zelf, of ben je aangesloten bij een pensioenfonds?

Brenda Elgersma wil op haar zestigste stoppen met werken.

 

Brenda Elgersma (49)

Beroep: Operationeel expert bij de politie, gemeenteraadslid en trouwambtenaar

Werkt wekelijks: meer dan fulltime

Inkomen: Tussen de 3000 en 3200 euro netto uit loondienst, en 750 netto vergoeding als gemeenteraadslid

Spaargeld: 20.000 euro

Pensioen geregeld? Ja

 

Wat doe je precies voor werk?

“Bij de politie werk ik sinds 2019 als leidinggevende op het Regionaal Service Centrum, de meldkamer van de politie Amsterdam waar alle ‘geen spoed wel politie’-meldingen worden behandeld. Ik werk al 22 jaar bij de politie; hiervoor deed ik dat op straat in de reguliere politiezorg. Sinds zeven jaar ben ik daarnaast gemeenteraadslid voor een lokale partij in Uithoorn. Dit is mijn laatste jaar in die rol, daarna vind ik het mooi geweest. Er gaat best veel tijd in zitten namelijk, en dat gaat ten koste van de tijd die ik kan besteden aan mijn passie: mensen trouwen. Ik ben drie jaar geleden trouwambtenaar geworden en dat vind ik het leukste wat er is.”

 

Het klinkt alsof jouw weken uit meer dan zeven dagen bestaan…

“Mensen vragen me wel eens: hoe doe je dat allemaal? Ik slaap niet uit en kijk nauwelijks tv, dan hou je veel tijd over. Bij de politie werk ik 36 uur per week, dat is in dit vak fulltime. Aan mijn werk als gemeenteraadslid ben ik omgerekend ongeveer een dag per week kwijt, met stukken lezen, werkbezoeken, fractie-overleggen, commissievergaderingen en raadsvergaderingen. Mijn werk als trouwambtenaar ligt door corona nu even stil. Normaal besteed ik tussen de 10 en 15 uur aan een huwelijk. Soms sluit ik wel drie huwelijken in de week, dat is wel een beetje mijn max.”

 

Hoeveel verdien je?

“Je wordt niet rijk van bij de politie werken. In de jaren dat ik hoofdagent was, dacht ik weleens: draai ik hiervoor al die weekenddiensten en nachtdiensten? Maar sinds ik leidinggevende ben, ben ik voor het eerst heel tevreden over mijn salaris. Ik verdien tussen de 3000 en 3200 euro netto. Als gemeenteraadslid krijg ik daarnaast een vergoeding van 750 euro netto per maand, maar de Belastingdienst ziet dat als inkomen dus ik hou er maar 600 euro van over. Trouwambtenaar word je al helemáál niet voor het geld. Ik krijg 90 euro bruto per huwelijk dat ik voor de gemeente sluit. Daar hou ik 60 euro per huwelijk van over. Het is echt tientjeswerk. Als ik buiten de gemeente word ingehuurd kan ik meer vragen. Dan reken ik 250 euro exclusief reiskosten, waarvan ik 100 euro aan het Diabetesfonds doneer – mijn zoon heeft diabetes type 1. Het is me niet om het geld te doen, ik vind het gewoon ontzettend leuk. Als mensen me niet kunnen betalen, vind ik het ook prima; dan neem ik genoegen met een stukje taart.”

 

Kom je rond?

“Ja hoor. Ik ben getrouwd met Peter, die al zijn hele leven bij de politie werkt en eind volgend jaar met pensioen gaat. Peter is 62 en werkt nog maar 24 uur. Hij heeft een netto-inkomen van 2800 euro. Aan vaste lasten en boodschappen zijn we in totaal zo’n 4000 euro per maand kwijt. Reken maar uit wat we overhouden. Zeker in deze tijd sparen we veel. Onze reis naar Amerika ging niet door en we kunnen niet uit eten. Daarom hebben we de verbouwing van de badkamer maar naar voren gehaald.”

 

Waar geef je nog meer veel geld aan uit?

“Ik ga elke drie weken naar de nagelstudio, elke zes weken naar de schoonheidsspecialiste en elke acht weken naar de kapper. Dat zijn luxedingen die ik mezelf gun. Verder koop ik elke drie jaar een nieuwe auto. Nu rijd ik een Hyundai i30 fastback. De duurste uitvoering, echt een mooie. Ik geniet daarvan, maar ik vergeet nooit waar ik vandaan kom. Toen ik na mijn scheiding meer dan twintig jaar geleden een paar jaar alleen was met mijn dochters, moest ik elk dubbeltje omdraaien. Destijds reed ik een oude Atos, en daar was ik óók dolgelukkig mee.”

 

Hoeveel hebben jullie gespaard?

“20.000 euro. Meer willen we niet sparen, want je krijgt toch nauwelijks rente. Als we geld overhebben, lossen we liever extra af op onze hypotheek of stoppen we het in het onderhoud van ons huis. Aan ons spaargeld komen we niet. Vorig jaar moest de warmtepomp in huis bijvoorbeeld vervangen worden à 10.000 euro, daar hebben we een persoonlijke lening voor afgesloten die we versneld aflosten. Waarom we niet gewoon ons spaargeld aanspreken daarvoor? Tja, het voelt gewoon goed om iets achter de hand te hebben voor als er iets gebeurt. Je weet maar nooit.”

 

Beleggen jullie?

“Nee, daar hebben we geen behoefte aan. Dat voelt voor ons als spelen met je geld.”

 

Wat is je pensioenplan?

“Ik wil op mijn 60e stoppen met werken. Bij de politie kunnen we uren sparen, die je kunt opnemen als je een heel jaar bij elkaar hebt gespaard. Op mijn 60e wil ik dat jaar laten ingaan en dan op mijn 61e mijn pensioen naar voren trekken.”

 

Wat regel je daarvoor?

“We kijken elk jaar in december hoe we er financieel voorstaan en maken op basis daarvan een plan. Lukt wat we willen nog steeds of moeten we iets anders gaan doen? Willen we dingen doen aan het huis, willen we extra aflossen?”

 

Hoeveel zou je later per maand willen krijgen bij je pensioen?

“Aan tussen de 3000 en 3500 euro hebben we denk ik genoeg om te leven zoals we zouden willen.”

 

En hoeveel krijg je, als je nu met pensioen zou gaan?

“We hebben allebei een goed pensioen bij ABP. Als ik op mijn 61e stop met werken, hou ik iets van 1400 euro over, maar dat is genoeg. Samen krijgen we dan ongeveer 4000 euro per maand.”

 

Wat zijn jullie dromen voor ‘later’?

“Als Peter met pensioen is, willen we een rondreis van vijf weken maken door Spanje. We fantaseren er ook over om een groot deel van het jaar een huis te huren in Spanje, of zelfs om daar een huis te kopen. We willen veel weg, mooie reizen gaan maken. In de twintig jaar dat we samen zijn, heeft veel in het teken gestaan van carrière maken en kinderen opvoeden. Nu breekt een andere levensfase aan. We vinden het ontzettend leuk om te fantaseren over later, maar het gevaar is dat je zo veel bezig bent met later dat je vergeet in het nu te leven. Weet je wat het is? Als je een paar keer in je carrière tegen mensen hebt moeten vertellen dat hun zoon, dochter, vader of moeder niet meer thuiskomt, neem je dingen niet gauw meer voor lief. Je kunt wel plannen maken voor later, maar als ik zo de deur uitga, is het helemaal niet vanzelfsprekend dat ik ook weer thuiskom. We proberen dus altijd de dag te plukken.”

 

Wat zou je nog kunnen verbeteren, wat je pensioen betreft?

“Het mooie van in overheidsdienst werken, is dat het pensioen goed geregeld is. Wat onszelf betreft valt er dus weinig te verbeteren. Wel zou ik mijn kinderen – twee dochters van 27 en 26 uit mijn eerste huwelijk en met Peter nog een zoon van 15 – meer bewust willen maken van het belang van een goed pensioen. Ik was daar op hun leeftijd ook nog niet mee bezig, maar pensioen opbouwen via je werkgever is voor hun generatie niet zo vanzelfsprekend meer als voor die van ons. Ik probeer ze zo veel mogelijk gezonde financiële kennis bij te brengen.”

Volgende publicatie:
Het huwelijk tussen vrije markt en democratie

Het huwelijk tussen vrije markt en democratie

Gepubliceerd op: 18 februari 2021

In een tijd van toenemende wereldwijde protesten en met de Nederlandse verkiezingen in aantocht, kijk ik graag eens naar het ‘huwelijk’ tussen de vrije markt en de democratische rechtstaat.

 

De economen Acemoglu en Robinson hebben het in hun boek Why Nations Fail over economische en politieke instituties. Die kunnen inclusief zijn – iedereen mag meedoen – of uitbuitend. In dat laatste geval trekt een elite de rest leeg wat betreft welvaart of zeggenschap. Een van hun gedachten is dat economische vrijheid en politieke vrijheid elkaar versterken. Mijn vraag: is het nog een beetje een gelukkig huwelijk?

 

Waarom zouden politieke en economische vrijheid eigenlijk gelijk opgaan? Een deel van het verhaal is (on)gelijkheid. In een erg ongelijke samenleving moeten machthebbers zwaardere middelen inzetten om hun bezit te verdedigen. Economische vrijheid is bedreigend, want dat betekent meer concurrentie. En politieke vrijheid leidt voor je het weet tot herverdeling. Als een land zich (desondanks) ontwikkelt, ontstaat een middenklasse die inspraak wil en rechten probeert af te dwingen. Als dat lukt, is dat ook goed voor de economie. Ondernemers hoeven in een democratische rechtstaat namelijk minder bang te zijn dat iemand anders de vruchten van hún investering gaat plukken.

 

En zo hadden we tot aan het einde van de koude oorlog een overzichtelijke wereld. Of je woonde in een democratisch land met een vrije markt – meteen ook een rijk land – of je werd beknot in zowel je economische als politieke mogelijkheden en dan was je arm.

 

De grote afwijking in dit lekker overzichtelijke plaatje is China. Zoals bekend is de economische opmars ongekend. Maar politieke vrijheid is niet bepaald onderdeel van de succesformule. In de zeventiende eeuw liet de Nederlandse republiek het succes zien - tot afschuw van omliggende monarchieën - van de combinatie van economische en politieke vrijheden. De Chinezen tonen de wereld op hun beurt dat onvrijheid rijkdom niet in de weg hoeft te zitten. Toch een voorbeeld waarvan je hoopt dat het niet te veel navolging krijgt.

Er is nu eenmaal geen economische wet die bepaalt dat de meest objectieve berichtgeving het best verkoopt

Toch is het de vraag is of het succes blijft. Aan migratie van platteland naar de stad – een belangrijke groeimotor – zit een einde. Er is nog een reden om aan de houdbaarheid van het Chinese model te twijfelen. Acemoglu en Robinson stellen dat de combinatie van autoritair leiderschap en economische vrijheid helemaal niet stabiel is. Het kan dan twee kanten op. Toenemende welvaart kán tot toenemende inspraak leiden. Dan wordt je een vrije markt democratie. Maar je kunt ook afglijden naar onvrijheid op beide fronten.

 

Maar ook het stabiele huwelijk tussen democratie en vrije markt kan worden ondermijnd. Groeiende ongelijkheid kan maatschappelijke onvrede voeden. En de vrije markt kan veel nepnieuws genereren. Dat is een belangrijke factor geweest bij de bestorming van het Capitool op 6 januari. Er is nu eenmaal geen economische wet die bepaalt dat de meest objectieve berichtgeving het best verkoopt.

 

We kunnen er dus niet van uitgaan dat het automatisch goed komt als je eenmaal economische en politieke vrijheid hebt. Goed om te onthouden in verkiezingstijd. In verkiezingsprogramma’s – maar ook in de samenleving – zien we nu veel meer aandacht voor ongelijkheid. Dat helpt ook om de vrije markt en democratie bij elkaar te houden. Of ik hier voor straks een passend stemadvies bij heb? Jazeker. Ga stemmen!

 

 

Charles Kalshoven is senior strateeg bij APG

Volgende publicatie:
“Dit jaar wordt beter dan 2020”

“Dit jaar wordt beter dan 2020”

Gepubliceerd op: 8 februari 2021

Wat zal 2021 brengen in economisch en politiek opzicht? Wat gaat er gebeuren met het nieuwe pensioencontract? En met welke innovaties speelt APG daar op in? Vijf specialisten van APG geven alvast een schot voor de boeg.

 

 

Als de lockdown voorbij is, ga je niet opeens drie keer achter elkaar naar de kapper”

 “Ik ga ervan uit dat de economie het in 2021 beter zal doen dan in 2020. Maar daarbij houd ik wel een paar slagen om de arm. Hoe vaak wordt de lockdown nog verlengd? Wat is de impact van de mutanten van het coronavirus? Hoe vlot verloopt het vaccineren? Er is nog veel onzekerheid. Als alles meezit en we het virus er snel onder krijgen, neemt de kans toe dat overheden de steunmaatregelen afbouwen en bedrijven alsnog belasting moeten gaan betalen. Wat weer kan leiden tot een golf van faillissementen en oplopende werkloosheid.

Het sentiment op de aandelenmarkten is nog verrassend goed geholpen door de lage rente en het ingrijpen van overheden en centrale banken. En dat terwijl complete sectoren platlagen door de lockdowns. Maar die beurskoersen vertellen niet het hele verhaal. Mkb-bedrijven en zzp’ers zijn nou eenmaal niet beursgenoteerd.

 

Niet alleen met de aandelenkoersen kan het vriezen of dooien, dat geldt ook voor de bestedingen van consumenten. Aan de ene kant hebben veel werknemers in vaste dienst sinds corona weinig geld kunnen uitgeven; wellicht gaan zij weer veel spenderen zodra de winkels en de horeca weer opengaan. Maar ja, die inhaalvraag zal beperkt zijn: je gaat niet opeens drie keer achter elkaar naar de kapper. Of iedere dag uit eten. Aan de andere kant zijn er mensen die financieel klem zitten of de hand op de knip houden, vanwege alle onzekerheid.

 

Hopelijk gaan, zodra de meeste mensen zijn gevaccineerd, zowel consumenten als bedrijven in de loop van dit jaar weer meer uitgeven aan grote aankopen of investeringen. Dan komt de economie wereldwijd weer op stoom. En kunnen we zelfs een situatie krijgen dat de inflatie door knelpunten tijdelijk oploopt. Maar renteverhogingen door centrale banken zijn echt nog toekomstmuziek. Positief is dat we zijn verlost van hoofdpijndossiers als de Brexit, en de vraag wie de nieuwe Amerikaanse president wordt. Van Biden verwacht ik een positieve stimulans voor het klimaatbeleid wereldwijd.”   

We gaan dit jaar onderzoeken hoe hoog of hoe stabiel mensen hun pensioen willen hebben”

“Er is een vrij breed politiek draagvlak voor het Pensioenakkoord. Naast de coalitiepartijen waren ook Groen Links, de PvdA en de SGP voorstander. Dus wat de samenstelling van het nieuwe kabinet ook wordt, dat nieuwe pensioenstelsel komt er hoogstwaarschijnlijk wel. Ondanks dat politieke partijen, nu kabinet-Rutte III demissionair is, niet meer gebonden zijn aan het coalitieakkoord.

 

Voor dit jaar staan er een aantal belangrijke mijlpalen richting het nieuwe Pensioenstelsel gepland. Zo kan iedereen nu online reageren op het “wetsvoorstel toekomst pensioenen”. Deze consultatieronde loopt tot 12 februari. Dit wetsvoorstel maakt deel uit van het bredere Pensioenakkoord. Hierin staan onder andere de nieuwe regels voor het pensioen dat een werknemer samen met de werkgever opbouwt. Met de reacties uit deze internetconsultatie zal men het wetsvoorstel verbeteren zodat de wet, zodra Tweede en Eerste Kamer akkoord zijn, per 2022 kan ingaan. Daarna hebben de sociale partners en pensioenuitvoerders tot 2026 om over te gaan naar het nieuwe stelsel.

 

De pensioensector hoopt zo snel mogelijk details te krijgen over het nieuwe pensioenstelsel en de weg daarnaartoe. Vanuit APG zullen we uiteraard kijken of het stelsel uitlegbaar en uitvoerbaar wordt. Ook kijken we naar mogelijke invoeringsrisico’s, en hoe je daar het beste mee om kunt gaan. In het nieuwe stelsel gaat het pensioen straks directer meebewegen met wat er gebeurt op de financiële markten. We gaan dit jaar al onderzoeken wat mensen hiervan vinden, en “hoe hoog versus hoe stabiel” zij hun pensioen willen hebben. We willen pensioenfondsen faciliteren om zo goed mogelijk aan te sluiten op de wensen van gepensioneerden en werknemers. Daarom gaan we dit jaar al met hen hierover in gesprek. Het mooie vind ik wel dat het nieuwe stelsel eenvoudiger wordt, en makkelijker uit te leggen.

APG gaat meer samenwerken met andere bedrijven, want samen weet je echt meer"

”Met de komst van het nieuwe pensioenstelsel gaat er veel veranderen voor werknemers en gepensioneerden. Ze krijgen straks een eigen pensioenrekening waarop de pensioenpremie wordt gestort. Je spaart voor jezelf, ziet de fluctuaties in je eigen pensioenpotje. Een ingewikkelde verandering. We moeten de totale pot van ruim 1500 miljard euro eerlijk gaan verdelen over miljoenen persoonlijke pensioenpotjes. De nieuwe pensioenregeling zal makkelijker en begrijpelijker zijn, maar de weg ernaartoe is nog vol hobbels. Denk aan het aanpassen van ICT-systemen, juridische kwesties, noem maar op. Gelukkig hebben we nog een paar jaar de tijd.

 

Alle pensioenspelers krijgen hiermee te maken. Daarom werkt APG steeds meer samen met pensioenfondsen en andere pensioenuitvoerders, zoals PGGM en MN Services. Niet alleen om samen de premies te innen en pensioenen uit te keren, maar ook om van elkaar te leren en kosten te besparen. En uit te zoeken hoe we het beste met onze deelnemers over de komende veranderingen kunnen communiceren.

Mensen zitten de komende jaren met de nodige vragen over hun financiële toekomst. Ze krijgen meer behoefte aan een gids die hen helpt met gebruiksvriendelijke oplossingen en advies-op-maat. Die hen de regie geeft over al hun geldzaken en werkenden bijvoorbeeld goed voorbereidt op de overgang naar hun pensionering.

 

Om klantgerichter te kunnen werken, willen we de komende jaren meer samenwerken met gespecialiseerde bedrijven waarmee we bijvoorbeeld apps ontwikkelen, nieuwe ict-oplossingen bedenken of slimmer kunnen omgaan met data. Zoals een digitale planner waarmee je in één keer overzicht krijgt in je financiële toekomst. Samen met andere bedrijven, van startups tot het Nibud, willen we zorgen dat je als werkende of gepensioneerde op basis van allerlei data bijvoorbeeld kunt zien hoeveel geld je later nodig hebt bij iedere gewenste levenstaandaard. Redenerend vanuit je huidige leefpatroon. Vaak overschatten werknemers hoeveel geld ze later nou écht nodig hebben, weten we uit onderzoek.

Dankzij cloudtechnologie kunnen we steeds beter het maximale uit onze data halen"

Innovatiespecialisten Tom Romanowski en Anne-Marie le Doux over innovaties en het innovatielab van APG.

 

Tom Romanowski: “Met het nieuwe pensioencontract krijgt iedere deelnemer straks een eigen, persoonlijk pensioen. Dat past in de maatschappelijke trend naar meer individualisering. De sector staat voor de nodige uitdagingen.

Pensioenuitvoerders als APG zijn nu druk bezig met allerlei innovaties. Waarbij technologie steeds meer mogelijk maakt. Zo kunnen we dankzij cloudtechnologie steeds beter het maximale uit onze data halen, op een veilige manier. Zonder dat dat ten koste gaat van de privacy van deelnemers. Met machine learning helpen we bijvoorbeeld de callcenter-medewerkers, zodat ze beter kunnen voorspellen wat de vervolgvragen van deelnemers zijn.

Deelnemers krijgen straks meer verantwoordelijkheid, en zullen advies nodig hebben bij het nemen van financiële beslissingen. Mede daarom heeft APG eerder al Kandoor.nl gelanceerd; daar krijg je antwoorden op alle mogelijke financiële vragen.”

Anne-Marie le Doux: “Dit soort innovatieve oplossingen bedenken we in de GroeiFabriek, het innovatielab van APG. In deze kraamkamer richten we ons niet alleen op deelnemers en gepensioneerden, maar ook op werkgevers en de pensioenfondsen die klant zijn bij APG. Werkgevers zitten bijvoorbeeld met vragen over hoe ze hun medewerkers straks kunnen helpen financieel fitter te worden. Samen met een aantal werkgevers hebben we een online platform ontwikkeld waarmee werknemers meer te weten komen over hun ‘financiële fitheidsscore’ en helpen wij hen bij het stellen van realistische doelen om deze te verbeteren. Daarnaast werken we dit jaar aan innovaties waarmee werkgevers betere HR beslissingen kunnen nemen.”

Volgende publicatie:
‘Inclusie kun je niet afvinken’

‘Inclusie kun je niet afvinken’

Gepubliceerd op: 21 januari 2021

Rapper Typhoon hoopt dat élke werknemer zich verantwoordelijk gaat voelen voor diversiteit

 

Diversiteit en inclusie op de agenda zetten is één. Werknemers de ruimte geven om mee te beslissen over het thema is een belangrijke tweede stap. Met die boodschap bezoekt rapper, taalkunstenaar en keynotespreker Typhoon bedrijven in Nederland. Zo sprak hij in een online sessie ook met medewerkers van APG. “Inclusie hoort verweven te zitten in de bedrijfscultuur.”


Als je bedrijven bezoekt, krijg je een kijkje in de keuken. Wat kom je tegen?

“Ik zie een verscheidenheid aan initiatieven. Gelijke beloning van mannen en vrouwen, anoniem solliciteren, trainingen door alle lagen van de organisatie heen. En ook naar buiten wordt vaak een maatschappelijk standpunt ingenomen, door de regenboogvlag te hijsen of mee te varen met de Gay Pride. Ik zie de bereidheid en urgentie om dit thema echt onderdeel te maken van de bedrijfscultuur en strategie. Daarin mag APG zich scharen tot de voorhoede in de beweging en strijdlustigheid vooruit. Medewerkers zijn gedreven en willen de diepte in. En dat wil je als bedrijf bereiken. Van de woorden diversiteit en inclusie krijg ik echt jeuk als ze gebruikt worden als doel op zich. Als ze op de agenda staan, enkel om afgevinkt te worden. Een financiële kwartaalrapportage, die vink je af.”

Klinkt alsof werkend Nederland goed bezig is op het gebied van diversiteit en inclusie.
“Er wordt serieus tijd en aandacht in gestoken, dat is mooi om te zien. Maar vergeet niet om naast die inzet ook te vieren wat er al is. Dan heb je als bedrijf ook niet steeds het gevoel dat je achterloopt en iets in moet halen. Ook als dat wel het geval is. Wees moedig in je ongemak. Neem bijvoorbeeld die gelijke beloning voor mannen en vrouwen van APG. Dat is een topje van de ijsberg, maar het is al een goed voorbeeld voor andere bedrijven.”

Mis je nog iets als je kijkt naar de initiatieven die bedrijven op hun D&I-agenda zetten?
“Wat je als bedrijf ook inzet aan middelen om inclusie te stimuleren, mensen moeten het vóelen. Het DNA van een bedrijf moet voelbaar zijn in de wanden en het tapijt. Formuleer een duidelijke visie waarbij diversiteit en inclusie een van de pijlers is en bouw daar samen met de werknemers naartoe. Daar zit je succes. Mijn collega-spreker en corporate antropoloog Jitske Kramer verwoordt het heel treffend: ‘Inclusie is iemand uitnodigen op het feest en hem of haar mee laten dansen. Maar inclusie is ook diegene mee laten beslissen over de playlist’. Leg dit werknemers niet van bovenaf op, maar geef hen de ruimte om zich uit te spreken. Dan voelt iedereen zich verantwoordelijk en vorm je echt een cultuur samen.”

Kun je ook te veel aandacht aan het thema besteden?
“Het gaat hier om een cultuurverandering en die begint bij die ene gedachtenverandering. Daarvoor gebruik je woorden, die hebben kracht. Maar feit is dat iedereen op een andere manier, op een ander moment, aanhaakt. Je kunt iets vijf keer horen, en pas bij de zesde keer komt het binnen. Omdat iemand op dat moment de woorden gebruikt die jou raken. Het is dus goed om met elkaar in gesprek te blijven.”

Sommige issues rond inclusie zijn heel duidelijk en zichtbaar. Zoals leeftijd, geslacht en lichamelijke beperking. Maar er zijn ook niet zichtbare issues. Welke moeten we zeker ook bespreekbaar maken?
“Er zullen altijd blinde vlekken zijn en die moeten we samen onderzoeken. Institutioneel racisme is daar een recent voorbeeld van. Die term duikt, naast discriminatie en racisme, steeds vaker in discussies op. En laat zien dat racisme niet enkel persoonlijke overtuigingen zijn van individuen. Het komt nu terug in instituties, waardoor ongelijke kansen en uitkomsten voor bepaalde groepen ontstaan of blijven bestaan.”

Ik voelde me echt boos en ontredderd na de dood van George Floyd, het kwam dichterbij dan ik had gedacht.

Kijkend naar diversiteit en inclusie gaat Nederland erop vooruit. Tegelijk lijkt het debat te verharden. Voeren we de discussie op de juiste manier?
“De manier waarop de discussie gevoerd wordt, maakt mij heel verdrietig. Er is geen vaccin om dit probleem direct op te lossen. Het kost tijd en veranderen gaat niet zonder slag of stoot. Ik voelde me echt boos en ontredderd na de dood van George Floyd, het kwam dichterbij dan ik had gedacht. Ik hoop dat we kunnen blijven zien dat dit onderdeel is van een grotere beweging. We hebben perspectief nodig, de kracht van verbeelding, om te zien dat de verandering ten goede tijd kost.”

Ondanks dat negatieve gevoel, bruis je van de energie als je over het thema praat. Waar haal je die kracht vandaan?
“Uit mijn liefde voor de mens. Ik kijk naar het goede van iemand, ook als je het hebt over polarisatie. Hate is confused admiration, we willen niet haten, we worstelen allemaal met onze eigen vragen en persoonlijke crises. Dat ken ik ook van mezelf, niets menselijks is mij vreemd. Dus schaar mij maar onder de Rutger Bregmannen van deze wereld, ik denk dat alle mensen deugen. Slechts een enkeling zal echt slechte intenties hebben.”

Ik denk dat alle mensen deugen

Als jij praat over inclusie dan heb je het over gelijk zijn en gelijkwaardig zijn. Wat is het verschil?
“Mensen zijn niet allemaal gelijk, of hetzelfde. We zijn allemaal anders, in kleur en geslacht, maar wel gelijkwaardig als mens. Die diversiteit is mooi en moeten we omarmen. Kijk dus juíst naar mijn kleur, want daar ben ik enorm trots op. Maar kijk in eerste instantie naar mij als mens. Als jonge jongen woonde ik in 't Harde, waar een van de eerste asielzoekerscentra was. Toen ik op een avond op stap ging, werd ik geweigerd bij de ingang. Ik zou een asielzoeker zijn. Ik werd gezien als potentieel gevaar. Er werd van alles gedacht en gezien, maar niet wie ik echt was.”

Heb jij zelf ook last van onbewuste vooroordelen?
“Ik dacht van niet, tot voor kort. Mijn zus, die voor mij werkt, gaf aan dat een partij met wie we samenwerken haar niet aankeek tijdens meetings. Het was mij niet opgevallen en ik kon me er niets bij voorstellen. Dus ik deed er niks mee. Toen ik het later zelf zag, schrok ik. Ik voelde me schuldig richting haar. Ik kon alleen maar zeggen ‘ik zag het niet’, net zoals Johan Derksen deed toen het over homogeweld ging, wat echt niet kan. Maar dit was mijn blinde vlek. Ik heb me nu voorgenomen om in elk geval elk signaal serieus te nemen als iemand bij mij komt om iets aan te geven. Ook als ik het zelf niet gelijk zie.”

Jij wilt met je inspiratiesessies op de werkvloer onderdeel zijn van de beweging voorwaarts. Waarom?
“Zodat we iedereen de beste versie van zichzelf kunnen laten zijn. Laat vooroordelen niet zwaarder wegen dan iemands karakter. Met de beste versies van elkaar werken we aan de beste versie van een bedrijf, van de maatschappij. En dat lukt als we elkaar als gelijkwaardig zien. Vier de verschillen."

Volgende publicatie:
“De traditionele kantoorinrichting ligt achter ons"

“De traditionele kantoorinrichting ligt achter ons”

Gepubliceerd op: 18 januari 2021

Als gevolg van de coronacrisis gaan steeds meer mensen thuiswerken. Wat betekent dit voor de inrichting van kantoren? L1 wijdde er dit nieuwsitem aan. Paul Donners, directeur Facility Services bij APG, licht daarin op video het nieuwe Wokspace-concept toe.

Volgende publicatie:
Lig ik financieel nog goed op koers? Vraag het je coach

Lig ik financieel nog goed op koers? Vraag het je coach

Gepubliceerd op: 11 december 2020

Gerard van Olphen wil deelnemers proactief en helder informeren

Het pensioenstelsel gaat flink op de schop. Dat betekent dat zowel werknemers als gepensioneerden straks met veel vragen zitten. Daarom moeten pensioenfondsen zich meer opstellen als coach. Dat stelde APG-bestuursvoorzitter Gerard van Olphen op het Jaarcongres van Pensioen Pro, een platform voor kennisdeling in de pensioensector.

 

Met de komst van het nieuwe pensioenstelsel gaat er het nodige veranderen voor werknemers en gepensioneerden. Nog steeds worden hun pensioenpremies belegd, maar de hoogte van hun pensioen staat niet meer vast omdat die meer gaat meebewegen met zowel de ingelegde pensioenpremie als de behaalde beleggingsresultaten. En dat wordt ook veel zichtbaarder: straks krijg je als deelnemer een eigen pensioenrekening waarop je pensioenpremie wordt gestort. Je spaart voor jezelf, ziet de fluctuaties in je eigen pensioenpotje en word je daarmee meer bewust van de risico’s.

 

Kan ik straks blijven leven zoals nu?

Al die veranderingen gaan ongetwijfeld voor vragen zorgen bij zowel werknemers als gepensioneerden, schetste Van Olphen: "Daarom moeten de bedrijven in de pensioensector heel goed kijken vanuit de bril van die deelnemers. Veel beter dan nu. Inspelen op uiteenlopende wensen en vragen. Zo verwachten mensen dat wij niet alleen hun geld goed beleggen, maar ook dat wij daar in heel begrijpelijke taal uitleg over geven, verantwoording over afleggen. En mensen willen ook weten op hoeveel netto pensioeninkomen ze nu, straks of later kunnen rekenen." Niet ingewikkeld uitgesplitst naar AOW, het werkgeverspensioen en eventuele eigen inkomsten uit bijvoorbeeld beleggen, maar gewoon het totaal. "Je wilt toch vooral een idee krijgen of je later nog in dezelfde buurt kunt blijven wonen, of je net als nu nog met de familie op vakantie kunt. Pensioenfondsen moeten zich beter realiseren dat het de mensen gaat om hun financiële fitheid. Of ze na hun pensioen kunnen blijven leven zoals ze nu doen."

 

Het zorgrecht van werknemers en gepensioneerden

Die vragen worden nog relevanter als mensen te maken krijgen met de momenten van grote vreugde of groot verdriet, denk aan samenwonen, kinderen krijgen, scheiden of het overlijden van een naaste. Van Olphen: "Juist dan zitten mensen met veel vragen. Ook over de gevolgen voor hun pensioen. Soms kunnen ze zich dan wenden tot hun werkgever of vakbond maar voor pensioenuitvoerders zoals APG ligt daar in mijn ogen ook een duidelijke taak. En dan moeten we niet afwachten tot mensen ons met hun vragen benaderen; maar waar mogelijk zelf, dus proactief, op hen afstappen als er voor hen iets is veranderd wat gevolgen heeft voor hun inkomen of pensioen. Werknemers en gepensioneerden hebben recht op onze zorg." Pensioenfondsen hebben volgens hem geen zorgplicht maar hun deelnemers hebben wel een ‘zorgrecht’.

 

Meer grip op geldzaken

Pensioenfondsen en -uitvoerders hebben de komende jaren hun handen vol aan de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. Het is ingewikkeld, er moeten nieuwe reglementen komen, IT-systemen gaan op de schop, en ga zo maar door. Met als mogelijk risico dat er daardoor te weinig aandacht resteert voor hun deelnemers, waarschuwde Van Olphen. "Ik vind dat pensioenuitvoerders als APG ernaar moeten streven dat het nieuwe pensioen straks voor iedere deelnemer eenvoudig is om te begrijpen. Transparant is, en inzichtelijk. Dat betekent ook dat wij ons meer als coach moeten opstellen. Daar zal echt behoefte aan zijn." Die rol van coach is op zich niet nieuw voor APG: een van de pijlers van de APG-strategie is om een ‘vertrouwde gids’ te zijn die werknemers en gepensioneerden helpt met hun financiële toekomst; soms rechtstreeks, soms via de pensioenfondsen die klant zijn. Hen met advies-op-maat de regie geeft over al hun geldzaken. Een voorbeeld daarvan is het APG-platform Kandoor waar APG ruim vijftigduizend financiële vragen per maand beantwoordt. Niet alleen over pensioen maar ook over zaken als huurtoeslag, ontslagregelingen, belastingen, AOW, schuldhulpverlening, noem maar op.

 

Financieel nog goed op koers?

Van Olphen benadrukt dat de rol van coach die hij voor zich ziet, iets anders is dan die van financieel adviseur: "We hebben al genoeg financiële instellingen waar je terecht kunt voor advies en uiteenlopende financiële producten. Die rol moeten wij niet ambiëren. Wel kunnen wij deelnemers helpen als ze ergens onzeker over zijn, als ze een snelle check willen of iets wel of niet klopt. Of ze financieel nog goed op koers liggen." Hij vindt het terecht dat mensen hoge eisen stellen aan hun pensioenfonds: "Wij kunnen als pensioensector wel vinden dat we in Nederland het beste pensioenstelsel van de wereld hebben, maar zo zien werknemers en gepensioneerden dat echt niet. Zij krijgen nu een nieuw pensioenstelsel, waarbij ze zelf meer verantwoordelijkheid krijgen en meer risico lopen. Daar zit niet iedereen op te wachten. Mensen willen snappen wat er straks met hun pensioen gebeurt, ze willen zich veilig voelen bij hun fonds. Het is aan ons om daar, richting het nieuwe pensioencontract, goed en integer op in te spelen."

Volgende publicatie:
Pensioen Pro Awards voor BPF Schoonmaak en BpfBOUW

Pensioen Pro Awards voor BPF Schoonmaak en BpfBOUW

Gepubliceerd op: 11 december 2020

BpfBOUW heeft de zilveren Pensioen Pro Award gewonnen voor Beste grote pensioenfonds. BPF Schoonmaak sleepte de Pensioen Pro Award Diversiteit & Inclusie naar binnen.

 

BpfBOUW won deze hoge onderscheiding in de pensioenbranche omdat het als enige van de grote pensioenfondsen in 2020 – voor de derde maal op rij – de pensioenen kon verhogen. De vakjury prees BpfBOUW voor zijn goede strategie in moeilijke tijden – “de hoogste dekkingsgraad van de grote fondsen, een echte langetermijnbelegger.” Verder roemde het juryrapport de grote aandacht voor duurzaamheid en “het oog voor human capital van de deelnemers”.

Award voor BPF Schoonmaak

BPF Schoonmaak kreeg de prijs voor Diversiteit en Inclusie vanwege zijn lef om het belang van diversiteit en etniciteit aan de orde te stellen. Op de eigen website zegt het pensioenfonds hierover: "Waar je ook vandaan komt en of je nou man of vrouw bent, oud of jong: iedereen verdient een plek". Die overtuiging draagt BPF Schoonmaak niet alleen uit: ze laten het ook overtuigend zien in de samenstelling van hun bestuur.

Beste communicatie-initiatief

Tot slot rolde de Pensioenchecker uit de bus als beste Communicatie-initiatief. De Pensioenchecker is een mobiele app waarmee deelnemers snel kunnen opzoeken hoeveel netto pensioen zij kunnen verwachten. De tool is het product van een samenwerking tussen verschillende pensioenfondsen, onder leiding van de Pensioenfederatie. Het Experimenten Team van ABP/APG ontwikkelde het prototype. De jury prees het feit dat meerdere partijen uit de pensioensector hieraan hebben gewerkt. Eerder won de Pensioenchecker ook al de Pensioen Wegwijzer-Award 2020.

 

De prijzen werden op donderdagavond 10 december online uitgereikt aan de winnaars, na afloop van het Pensioen Pro Jaarcongres. Lezers en luisteraars van Pensioen Pro, het Financieele Dagblad en radiozender BNR konden stemmen voor de publieksprijs.

Volgende publicatie:
Failliet van het veld: waarom zoveel voetballers na hun carrière financieel de mist ingaan

Failliet van het veld

Gepubliceerd op: 19 november 2020

Waarom zoveel voetballers na hun carrière financieel de mist ingaan

 

Topvoetballers verdienen miljoenen, maar het geld gaat vaak ook met bakken de deur uit. Ze leven in een schijnwereld met privéjets, merkkleding en extravagante uitspattingen. Als hun carrière stopt, gaat meer dan 60 procent van de Europese voetbalvedettes failliet.

 

Soufyan Daafi zette het bureau Sport Legacy op en Kenneth Vermeer sloot zich daar als ambassadeur bij aan. Hun doel: een stukje bewustwording creëren. “Ze denken veel te laat aan hun financiële toekomst.”

 

Luxueuze vakanties naar tropische stranden. De duurste auto’s. Vipplaatsen bij de meest excentrieke party’s. Enorme horloges en een harem van ‘golddiggers’. Wie op Instagram de topvoetballers volgt, ziet een wereld waarin het niet op kan met dure uitspattingen. Waarin het geld moet rollen, liefst met tonnen tegelijk. Maar de realiteit erachter is keihard. De weg van miljonairsstatus naar een faillissement is korter dan de fans denken.

 

Helpen waar het kan

Oud-international Kenneth Vermeer, ook oud- doelman van Ajax en Feyenoord, speelt tegenwoordig in het zonnige Californië bij Los Angeles FC. Hij trekt zich het lot aan van voormalige voetbalvedettes die na hun carrière in een kilometers diep zwart gat vallen. Zijn voormalige teamgenoot en vriend in de Ajax-jeugd Soufyan Daafi zette het bureau Sport Legacy op en Kenneth Vermeer sloot zich hier als ambassadeur bij aan. Helpen waar het kan, is de visie van Sport Legacy in een bizarre voetbalwereld waar niets is wat het lijkt.

 

Soufyan Daafi: Niet voor iedereen is een carrière weggelegd met miljoeneninkomsten. Ik zag het om me heen. Een van mijn beste vrienden, Kenneth Vermeer, werd drie jaar lang kampioen met Ajax. Op een gegeven moment kwam hij op de bank terecht, waardoor het niet zeker was of zijn contract verlengd zou worden. Er was geen interesse van buitenlandse clubs. Toen realiseerde ik me hoe groot de risico’s zijn als dat voetbalsalaris wegvalt. Gelukkig kon Kenneth bij Feyenoord tekenen.”

 

In een wereld waarin jongens van 17 in één dag miljonair kunnen worden, mag je je natuurlijk ook afvragen wat grote clubs als Ajax en PSV doen om hun talentjes op de rails te houden.

“De club raadt altijd aan om met een adviseur in gesprek te gaan, Sportdesk ABN Amro is bijvoorbeeld actief bij Ajax. Bij AZ is dat de Rabobank, Maar die hulp gaat maar tot een bepaalde hoogte. Wanneer zich serieuze financiële problemen voordoen, wijzen eigenlijk alle partijen naar elkaar. De club zegt: ‘Daar is de zaakwaarnemer voor.’ De zaakwaarnemer zegt: ‘We assisteren de speler, maar hij is zelfverantwoordelijk,’ En de speler kijkt naar beide partijen: ‘Ik heb jullie ondersteuning nodig.’ Daar willen wij ons met Sport Legacy nu mee gaan bezighouden. Spelers er bewust van maken dat ze niet in allerlei financiële valkuilen moeten trappen, maar tijdig om hulp moeten vragen.

Foto: Kenneth Vermeer met Soufyan Daafi en de kampioensschaal van Ajax

 

“Wij houden contact met zaakwaarnemers, de clubs en de spelers om problemen te voorkomen. 62 Procent van de spelers gaat na hun carrière failliet. Dat aantal willen wij drastisch verminderen. In Amerika liggen die percentages nog hoger, in de NFL zelfs op 80 procent. Het is ook logisch te verklaren. Als je in een keer miljoenen verdient, dan denk je dat dit voor eeuwig is. De meeste voetballers hebben een uitgavepatroon dat varieert van 5000 tot 30.000 euro per maand, of meer. Als je gewend bent om iedere maand een vast bedrag binnen te krijgen en dat stopt en je hebt maar een miljoen of twee op de rekening staan, dan ben je binnen vijf jaar klaar en failliet.”

 

Vooral in video’s en foto’s op Instagram geven voetbalvedettes steeds meer bloot van hun soms exotische leven. Een weekendje met de privéjet naar Ibiza, een roadtrip met de nieuwste Bentley. En tussendoor in kostbare merkkleding en behangen met juwelen naar de meest exclusieve party’s, waar de beau monde de duurste champagne rond laat gaan.

Soufyan Daafi: “Spelers denken dat het de norm is, maar het is een schijnwereld. Ik voer nu gesprekken met jongens die bijna een miljoen volgers op Instagram hebben, maar financieel in de shit zitten of depressief zijn. Ik zeg niet dat Instagram niks is, maar waar gebruik je het voor? Als platform voor je eigen branding, wat prima is, of om de wereld je luxeleventje te showen?”

 

Zijn spelers van rond de dertig al met hun pensioen of financiële toekomst bezig?

Soufyan Daafi: “Zeker, maar jammer genoeg vaak veel te laat. De voetballers bouwen een cfk-pensioenfonds op. Deze regeling heeft als doel een speler/renner na zijn professionele sportcarrière een financiële basis te bieden waardoor hij zich (beter) kan richten op zijn nieuwe loopbaan. Ook met die spelers zijn we in gesprek. Het CFK zien voetballers als een mooi voordeel, maar ook als nadeel omdat ze niet bij hun geld kunnen. Ik spreek voetballers die al klaar zijn en met het CFK hebben afgesproken dat er de komende twintig of dertig jaar uitgekeerd wordt, maar iets hebben van: ik heb het nu nodig. Bijvoorbeeld om een vastgoedportefeuille op te bouwen. Dat laat de CFK-regeling niet toe.”

 

Kennis overbrengen

Maar er zijn ook positieve voorbeelden. Bijvoorbeeld international Ryan Babel. De oud-Ajacied heeft zich in geldzaken verdiept en is vastgoedondernemer geworden. Hij denkt al jaren na over zijn voetbalpensioen. “Ik wil op zijn minst mijn huidige levensstijl behouden. Ik wil er niet op achteruitgaan,” zegt Babel. Hij koopt over de hele wereld huizen en appartementen. Op aanraden van zijn zaakwaarnemer kocht hij elk kwartaal een nieuw appartement. Babel werkt nauw samen met Sport Legacy.

 

Soufyan Daafi: “Wat Ryan goed doet, is dat hij al vroeg besefte: ik wil mijn huidige leefstijl behouden. Ik wil dat mijn kinderen nog steeds naar een privéschool kunnen gaan, ik wil leuke vakanties hebben, ik wil de leuke plekjes waar ik nu naartoe kan ook straks blijven bezoeken.’ Hij realiseerde zich dat daar een flink inkomen voor nodig is. En dat er binnen Nederland geen baan is waarvoor even een-twee-drie zijn voetbalsalaris op tafel wordt gelegd. Toen is hij zich gaan verdiepen in de mogelijkheden die er wel zijn. Hij is in het vastgoed gegaan met als doel: ik wil na mijn voetbalcarrière maandelijks exact hetzelfde salaris zien binnenkomen als nu. Ik bewonder Ryan omdat hij de kennis die hij opdoet ook wil overbrengen op de jonge jongens. Hij zegt keihard: ‘Koop niet van je eerste contract een Bentley, maar doe er wat nuttigs mee’. Ik leer ontzettend veel van hem.”

De meeste voetballers hebben een uitgavepatroon dat varieert van 5000 tot 30.000 euro per maand

Gaat het vaak fout in Nederland?

“Het is niet onderbouwd met cijfers, maar mijn gevoel zegt van wel. Als je kijkt hoeveel talenten er in Nederland rondlopen. Kijk alleen al binnen het Nederlands elftal, al die debutanten. Ik ken spelers die bij topclubs in Nederland, Spanje, Engeland en Italië speelden en die nu echt financiële uitdagingen hebben.”

 

Wat kunnen jullie concreet betekenen voor deze spelers?

“Wij gaan als Sport Legacy met simpele presentaties naar spelers. Op Jip en Janneke-niveau. ‘Pietje, jij gaat nu je eerste contract tekenen. In welke auto wil jij rijden?’ Dan kiezen ze vaak een auto van een ton. Vragen we: ‘Ga je die auto van je tekengeld halen, van je spaargeld of van je salaris?’ En dan willen we ze laten inzien dat als ze nu een appartement zouden kopen ter waarde van twee ton en daar een huurder in plaatsen, die huurder ook voor hun auto betaalt. Het verschil is dat de ton van die woning steeds meer waard wordt, en die ton van de auto steeds minder. Dat is het stukje bewustwording dat we willen creëren. En op het moment dat we dat doen, zie je zo’n speler denken: dat klopt, het kan ook heel anders. Ik kan die luxe bemachtigen zonder aan mijn eigen geld te zitten.

 

We zijn ook heel confronterend. ‘Als jouw salaris vandaag stopt, wat zijn dan je uitgaven? Hoeveel inkomen genereer je op dit moment naast je carrière?’ En dan berekenen we hoe lang het duurt voordat zo’n speler failliet is. Ik ken een speler van Feyenoord die zich geen zorgen hoeft te maken. Als zijn salaris vandaag zou stoppen, kan hij nog 86 jaar door zonder inkomen. Maar ik heb ook spelers die na drie jaar gewoon klaar zijn en dan kijken we: ‘Wat is naast voetbal nog meer je passie?’ Dan hoor je de gekste dingen. Een skischool, een personal gym openen. Samen met die spelers bekijken we dan hoe we dat kunnen opzetten.”

 

Waar zijn jullie het meest trots op tot nu toe?

“Dat wij in relatief korte tijd de aandacht hebben weten te trekken in de voetbalwereld. Ik wil nog niet zeggen dat we onze naam hebben gevestigd, maar onze aanwezigheid wordt steeds meer omarmd.”

Volgende publicatie:
Waarom het Nederlandse pensioensysteem het beste ter wereld is

Waarom het Nederlandse pensioensysteem het beste ter wereld is

Gepubliceerd op: 9 november 2020

Het Nederlandse pensioensysteem komt ook dit jaar weer als beste uit de bus in de Mercer-index. Waarom is dat zo, en hoe is het pensioen in andere landen geregeld? We vroegen het twee deskundigen.

 

We mogen er graag over klagen, maar daar is relatief weinig reden toe: het Nederlandse pensioenstelsel is het beste ter wereld. Op de Mercer Global Pension Index, die jaarlijks alle pensioensystemen wereldwijd met elkaar vergelijkt op verschillende cruciale punten, staan ‘we’ net als vorig jaar bovenaan. “Geen enkel ander land scoort zo goed op al die punten als wij,” zegt Rob Bauer, hoogleraar Institutionele Beleggers aan de Universiteit Maastricht. Voor de index wordt gekeken naar hoe toereikend, hoe houdbaar en hoe integer een pensioenstelsel is. Hebben deelnemers genoeg aan wat ze krijgen? Is het op lange termijn te betalen? En hoe eerlijk en transparant is het systeem?

 

In Nederland zit het alle drie wel snor, weet ook Onno Steenbeek, die bij APG verantwoordelijk is voor strategisch portefeuille-advies en als hoogleraar risicobeheer van pensioenfondsen aan de Erasmus Universiteit werkt. “De hele wereld is erg jaloers op Nederland,” zegt hij. “Wat ons uniek maakt binnen Europa is dat we veel hebben gespaard met het stickertje pensioen erop. ”

 

Amerika

Daar kunnen ze in een land als de Verenigde Staten alleen maar van dromen. Met een 16de plek op de internationale ranglijst met veertig landen scoort de VS niet zo goed. Het paternalistische model van Nederland, waarbij we allemaal verplicht voor ons pensioen sparen zodra we ergens in dienst treden, is in de VS ondenkbaar, zegt Bauer. Annuïteit, je pensioen periodiek laten uitbetalen, is daar in veel gevallen een keuze in plaats van een verplichting, zoals in Nederland. Áls je al pensioen krijgt. “Er is daar een enorme trend geweest van collectieve naar individuele systemen, of zelfs helemaal geen pensioen. De publieke pensioenfondsen die er nog zijn, zijn van staten en steden. Er zijn al steden failliet gegaan.”

 

Eén van de oorzaken daarvan is de zwakke wetgeving, zegt Bauer. “Er zijn wel richtlijnen, maar de fondsen hebben veel meer vrijheid om te doen wat ze willen. Dat is een groot probleem. Ze kunnen ontzettend veel risico nemen, waardoor ze hoge rendementen kunnen halen, maar ook veel kunnen verliezen.”

 

Bovendien hanteren de fondsen in de VS een optimistischer berekening van de dekkingsgraad, maar zelfs met die rekenmethode is die nog veel slechter dan in Nederland. Bauer: “Het grootste pensioenfonds van Amerika heeft een dekkingsgraad van rond de 70 procent. Maar als ze het zouden berekenen volgens de Nederlandse wetgeving, zou het nog maar 30 procent zijn.”

 

Amerikanen vinden volgens Bauer dat we in Nederland te streng zijn. “Je zou kunnen zeggen dat wij doen alsof de wereld vergaat, terwijl zij doen alsof er niets aan de hand is.”

 

VK en Denemarken

Het Verenigd Koninkrijk doet het op plek 14 al niet veel beter dan de VS. Ook daar hebben ze een beweging gemaakt van collectief naar individueel, zegt Bauer. Een jaar of vijf geleden kregen gepensioneerden daar de vrijheid om hun pensioen na hun 55ste in één keer op te nemen in plaats van het de rest van hun leven maandelijks te laten uitkeren. Bauer gruwelt van dit ‘Lamborghini-pensioen’. “Wij hebben dat veel beter geregeld met onze verplichte annuïteit. Economisch gezien is dat het slimste.”

 

Qua systeem komt het Engelse stelsel volgens Steenbeek nog het meest in de buurt van het Nederlandse. Je spaart er geld via je werkgever en je werkgever betaalt mee. “Alleen valt een groot deel van de bevolking daar niet onder.” Waar in Nederland 90 procent van de werkenden is aangesloten bij een pensioenfonds, is dat in Engeland, maar ook landen als de VS en Canada, maar zo’n 40 procent. Ook zetten de Engelsen maar 8 procent van hun inkomen opzij (de werkgever betaalt de helft), terwijl dat in Nederland zo’n 20 procent is.

 

Denemarken scoort internationaal gezien wel hoog, met een tweede plek. Dat hebben ze volgens Steenbeek vooral te danken aan het feit dat ze net als wij een AOW hebben, een goed georganiseerd en gefinancierd collectief basispensioen dat elke inwoner krijgt. Daarnaast hebben ze in de meeste gevallen een aanvullend pensioen, gekoppeld aan inkomen en vermogen.“

De problemen die we in Nederland zien, hebben andere landen ook. Vergrijzing is bijna overal een probleem, net als de lage rente

Hervormingen

Veel landen kunnen wel een grondige hervorming van het pensioenstelsel gebruiken, maar het is politieke zelfmoord om daarover te beginnen, stelt Steenbeek. “In Frankrijk speelt dat bijvoorbeeld. Ze doen het daar op dit moment heel goed wat betreft toereikendheid. Het pensioen is royaal, maar het is niet houdbaar. Dit stelsel is vrijwel volledig gebaseerd op omslag, en met de toenemende vergrijzing betalen steeds minder werkenden voor steeds meer gepensioneerden. Maar zodra je aan het stelsel gaat morrelen en voorstelt dat mensen later met pensioen moeten omdat het niet meer te betalen is, gaan ze de straat op en ligt het hele land plat. Zo’n hervorming doorvoeren lukt eigenlijk alleen in tijden van crisis.”

 

Over óns nieuwe pensioenakkoord is Bauer ‘voorzichtig positief’. Hij verwacht niet dat het onze nummer 1-positie in gevaar zal brengen, al moet hij nog zien hoe het er in de praktijk uit gaat zien. “Met het nieuwe akkoord is de generatiediscussie nog niet weg. En gaan we ons nu ineens wel houden aan alle regels die we hebben bedacht om indien nodig te gaan korten op de pensioenen? Als iedereen – ook de politiek – zich houdt aan de afspraken, dan is het een vooruitgang.”

 

Ook Steenbeek voorziet niet dat we met het nieuwe stelsel punten moeten gaan inleveren. “De problemen die we in Nederland zien, hebben andere landen ook. Vergrijzing is bijna overal een probleem, net als de lage rente. Het pensioen dat de huidige gepensioneerden krijgen, is waarschijnlijk minder makkelijk haalbaar voor toekomstige generaties. Het is niet meer zo vanzelfsprekend als het was, maar op houdbaarheid zullen we goed blijven scoren. De toereikendheid kan wat terugvallen, maar we zitten royaal hoor, vergeleken met veel andere landen. En op duidelijkheid zullen we beter scoren, want het nieuwe systeem is veel transparanter.”

 

Dat we nu zo goed scoren betekent niet dat we op onze lauweren kunnen gaan rusten, benadrukt Steenbeek. “Eigenlijk is het systeem zoals we dat hebben verzonnen niet bestand tegen de wereld waar we nu in zitten, met lage rentes, lagere verwachte rendementen, steeds meer mensen die überhaupt geen pensioen opbouwen en een bedrijfsleven dat niet bereid of in staat is om heel hoge premies te betalen. De royale beloftes die we hebben gedaan kunnen we niet nakomen. We hebben ontzettend veel geld bij elkaar gespaard, maar er moet iets gebeuren om op de eerste plaats te blijven staan.”

Hoe doen andere Europese landen het?

We noemden al Denemarken, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Maar hoe is pensioen in andere Europese landen geregeld? De site consultancy.nl brengt dit duidelijk in kaart. We pikken er drie uit.

 

  • Duitsland - #11 op de Global Pension Index

Ook voorbij onze oostgrens kennen ze drie pijlers. Al vormt de eerste pijler – verplicht voor alle werkenden – zo’n 80 procent van alle pensioenen in het land. Duitsland werkt sinds 2002 met een puntensysteem. Ieder gewerkt jaar levert punten op, die uiteindelijk worden omgezet in pensioen. Hoe meer punten, hoe hoger de uitkering. Wettelijke pensioenleeftijd? 67 jaar.

  • België - #16 op de Global Pension Index

Onze onderburen kennen net als wij drie pensioenpijlers: een ‘rustpensioen’ voor iedereen die werkt, een ‘extralegaal’ pensioen dat je collectief bij je werkgever opbouwt en een particulier spaarplan. Dat rustpensioen bedroeg bij publicatie van het artikel op consultancy.nl (2017) gemiddeld zo’n 60 procent van het gemiddeld verdiende loon en is gebaseerd op ‘omslag’: premiebetalers financieren dus direct de pensioenuitkering van gepensioneerden. De wettelijke pensioenleeftijd is nu 65, maar stijgt naar 67 in 2030.

  • Spanje - #22 op de Global Pension Index

Belangrijkste pensioenregeling in Spanje is een verplicht overheidspensioen. Opvallend is dat lage en middeninkomens een vrij hoog percentage van hun verdiende loon als pensioen krijgen uitgekeerd: maar liefst 90 procent in 2017. Ook hier geldt het omslagbeginsel: werkenden financieren met hun premie het pensioen van de ouderen. Wettelijke pensioenleeftijd in Spanje is 65, maar stijgt naar 67 in 2031.

Volgende publicatie:
“Pensioensector slaat handen in één om waardeoverdrachten te vereenvoudigen”

Pensioensector slaat handen in één om waardeoverdrachten te vereenvoudigen

Gepubliceerd op: 5 november 2020

Vier grote pensioenuitvoerders, APG, Blue Sky Group, Nationale-Nederlanden en PGGM, lanceren vandaag Mijnwaardeoverdracht.nl. De nieuwe website is ontstaan uit een unieke samenwerking tussen platformontwikkelaar Hyfen en de uitvoerders. Met het gezamenlijke initiatief worden waardeoverdrachten geoptimaliseerd aan de hand van innovatieve decentrale technologie. Nu al kan zo’n vijftig procent van de deelnemers gebruik maken van het platform. De komende tijd sluiten meer pensioenuitvoerders aan waarmee het bereik verder wordt vergroot.

 

Een waardeoverdracht is het overdragen van een opgebouwd pensioenpotje van een vorige baan, naar het pensioenpotje van een nieuwe baan. Het regelen van een waardeoverdracht is tot op heden ingewikkeld en tijdrovend. Met Mijnwaardeoverdracht.nl komt daar verandering in. De site verbindt de administraties van partijen in de pensioensector aan elkaar met decentrale technologie. Zo is in één keer alle informatie beschikbaar om de verschillende opties te vergelijken en het pensioen over te dragen.

 

Het platform is een van de eerste op blockchain gebaseerde applicaties die voor het grote publiek beschikbaar is. De deelnemende partijen hebben gezamenlijk het platform ontworpen. Doordat alle partijen real-time de benodigde informatie uitwisselen, brengen ze de doorlooptijd van een waardeoverdracht terug van negen maanden tot ongeveer dertig minuten. In een overzichtelijk stappenplan vergelijkt de pensioenspaarder de huidige en oude pensioenregeling en kan zo een weloverwogen keuze maken. De decentrale opzet borgt ook de privacy van gebruikers van het platform. Dit is door onafhankelijke auditors vastgesteld.

 

Hidde Terpoorten, directeur van Hyfen: “We zijn trots dat we met deze samenwerking laten zien dat je een proces kan versnellen en versimpelen voor de pensioenspaarder, terwijl je aan de achterkant efficiëntie realiseert. Het succes van deze samenwerking smaakt naar meer: samen kunnen we meer doen voor de pensioenspaarder.” Er wordt onderzocht waar dit gedachtegoed verder kan worden ingezet. Zo is bijvoorbeeld een van de volgende ontwikkelingen het bewijs van in leven zijn (attestatie de vita) dat voor gepensioneerden in het buitenland jaarlijks een dure en soms gevaarlijke reis naar een ambassade vereist. Door een digitale app wordt het dan mogelijk om dit bewijs één keer aan te leveren. Vervolgens kan dit gedeeld worden met de benodigde partijen, in plaats van dat de deelnemer bij iedere partij afzonderlijk het nu nog lange proces doorloopt.

 

Francine van Dierendonck, lid Raad van Bestuur APG: “Mijnwaardeoverdracht.nl is een mooi voorbeeld van innovatieve dienstverlening. Deelnemers van de al aangesloten pensioenfondsen kunnen snel en eenvoudig en via smartphone of tablet hun waardeoverdracht regelen. Ik ben trots dat Hyfen, als spin-off van APG, erin is geslaagd om binnen de pensioensector deze unieke samenwerking tot stand te brengen”.

 

Luuk van Tol, Manager Pensioenservice Blue Sky Group: “Mooi dat we mee hebben mogen doen aan een award-winning project. Het is een win/win situatie voor zowel ons als de deelnemer.”

 

Laure van Waardenburg: IT Manager Nationale-Nederlanden: "Dit initiatief heeft ervoor gezorgd dat we op unieke wijze met andere pensioenuitvoerders een innovatie hebben weten neer te zetten waarbij we de deelnemers kunnen ondersteunen om zo makkelijk mogelijk de juiste keuzes te maken voor een financieel zekere toekomst. We zijn trots om hier als eerste verzekeraar aan bij te dragen."

 

Alexandra Philippi, Chief Operations Officer van PGGM: “PGGM wil het de deelnemers van onze klanten zo gemakkelijk mogelijk maken om hun pensioen te regelen. Ook  bij de overgang naar een ander pensioenfonds. Mijnwaardeoverdracht.nl is daarvoor een heel handig en innovatief platform dat we graag hebben helpen ontwikkelen. Pensioenfonds Zorg & Welzijn is de eerste van onze klanten op het platform en we hopen dat andere fondsen volgen, zodat nog meer mensen ervan kunnen profiteren”.

Volgende publicatie:
Belegging in duurzame obligatie versterkt positie zwarte en latino minderheden in VS

Belegging in duurzame obligatie versterkt positie zwarte en latino minderheden in VS

Gepubliceerd op: 6 oktober 2020

APG heeft $ 50 miljoen (42,5 miljoen) belegd in een duurzame obligatie die de sociale en inkomensongelijkheid onder zwarte en latino minderheden in de Verenigde Staten aanpakt. De opbrengst van de obligatie – uitgegeven door Bank of America – wordt vooral gebruikt voor het financieren van betaalbare huisvesting en projecten op het gebied van sociaaleconomische ontwikkeling.

De uitgesproken focus op de sociale en economische achterstanden van minderheden maakt deze ‘Equality Progress Sustainability Bond’ uniek, zegt Joshua Linder, specialist bedrijfsobligaties bij APG Asset Management. “De zwarte en latino gemeenschappen in Amerika zijn heel hard getroffen door de Covid-19 crisis. Daardoor is de ongelijkheid nog groter geworden. De uitgaven die met deze obligatie worden gefinancierd kunnen een grote impact hebben, omdat daarmee specifieke en duidelijk vastgestelde achterstanden worden aangepakt.”

Verschillen verkleinen

Een van die achterstanden  is in het eigenwoningenbezit, dat als belangrijk wordt gezien voor sociale stabiliteit en het opbouwen van vermogen. Onderzoek wijst uit dat slechts 47% van de zwarte huishoudens en 51% van de latino huishoudens eigenaar is van hun huis, vergeleken met 76% van de witte huishoudens. Huizenkopers in deze gemeenschappen krijgen vaak ook slechtere hypotheekvoorwaarden. De opbrengst van de obligatie wordt onder meer gebruikt om meer hypotheken te verstrekken voor een- of meergezinswoningen.

De opbrengst van $ 2 miljard (€ 1,7 miljard) wordt daarnaast gebruikt voor leningen en investeringen in betaalbare woningen, financiering voor medische professionals om een praktijk te beginnen of uit te breiden in gebieden met een omvangrijke zwarte en/of latino gemeenschap, en investeringen in bedrijven met zwarte of latino eigenaren of management. De opbrengst van de duurzame obligatie gaat naar een mix van sociale en groene projecten, onder andere op het gebied van hernieuwbare energie en schoon vervoer.

Toonaangevende belegger in groene obligaties

"Dit is een goede beleggingsmogelijkheid omdat we Bank of America vanuit financieel perspectief aantrekkelijk vinden en we al lang met ze in gesprek zijn over de uitgifte van groene, sociale en duurzame obligaties", zegt Joshua. De duurzame obligatie heeft het sinds de uitgifte beter gedaan dan vergelijkbare ‘gewone’ obligaties van Bank of America en vergelijkbare groene obligaties van andere uitgevers.

Duurzame obligaties (‘sustainable bonds’) worden uitgegeven door bedrijven en (semi-) overheidsinstellingen voor de financiering van een mix van groene en sociale projecten. APG is wereldwijd een van de grootste beleggers in groene, sociale en duurzame (gemengde) obligaties; eind 2019 hadden we namens onze pensioenfondsklanten ABP, bpfBOUW, SPW en PPF APG ruim € 9 miljard in zulke obligaties belegd. Om de markt verder te ontwikkelen, heeft APG de Guidelines for Green, Social and Sustainable Bonds gepubliceerd. Die maken bedrijven, instellingen en overheden die zulke obligaties uitgeven duidelijk wat we van ze verwachten.

Volgende publicatie:
SPW doet 6 ‘harde beloften’ aan deelnemers en werkgevers

“Ook zonder verplichtstelling zouden deelnemers voor ons moeten kiezen”

Gepubliceerd op: 1 oktober 2020

Na twee jaar van onderzoek en voorbereiding is het vandaag zover: SPW, het pensioenfonds voor de woningcorporaties spreekt zes harde beloften uit naar zijn deelnemers en zijn werkgevers. Een voor de pensioensector bijzondere stap. “Met deze pensioenbeloften steekt SPW écht haar nek uit,” aldus rvb-lid Francine van Dierendonck.

 

Birte van Ouwerkerk en Jim Schuyt zijn de stuwende krachten achter de pensioenbeloften. Birte was als Marketingcommunicatie strateeg verantwoordelijk voor de ontwikkeling en implementatie van de pensioenbeloften. Jim is voorzitter namens de werkgevers én ambassadeur pensioenbeloften van het eerste uur.

Waarom doen jullie deze beloften naar deelnemers en werkgevers?

Jim: “Beloften worden vaak uitgesproken door commerciële partijen om klanten aan zich te binden. Denk aan de Jumbo waar je je boodschappen gratis krijgt als er vier mensen in de rij staan. Wij als pensioenfonds voelen die druk niet. Door de verplichtstelling kunnen deelnemers immers niet overstappen naar een ander fonds. Juist dat gegeven zien wij als een extra verantwoordelijkheid. Ook zonder verplichtstelling zouden deelnemers voor ons moeten kiezen; dat is onze insteek. Met de pensioenbeloften maken we daarom het thema pensioen en de dienstverlening van SPW tastbaar, en laten we zien waar het fonds voor staat.”

Hebben deelnemers en werkgevers behoefte aan dergelijke beloften?
Birte: “Ja, wij denken van wel. De basis voor deze beloften vormt een uitvoerig onderzoek onder deelnemers en werkgevers. Hoe kijken zij aan tegen onze dienstverlening en het onderwerp pensioen in het algemeen? Hoewel SPW op dat eerste punt positief scoorde, bespeurden we ook veel vragen en onzekerheden: blijft er straks wel genoeg voor mij over en wat mag ik van mijn pensioenfonds verwachten? Je kunt ze uitleggen dat die zorgen grotendeels ongegrond zijn. Je kunt het echter ook krachtiger zeggen door te beloven dat de inleg van deelnemers in goede handen is.”

Beloften doen. Met het nieuwe pensioencontract willen we daar toch juist vanaf?
Jim: “Met deze zes beloften gaan wij niet compleet iets nieuws doen of zaken beloven die we nog nooit hebben waargemaakt. De beloften die deelnemers en werkgevers hebben gekozen, laten vooral zien wat wij al dagelijks doen, maar waar zij op dit moment nog onvoldoende vanaf wisten. Wij spelen dus in op vragen die leven bij onze deelnemers en werkgevers. Deze vragen zullen met het nieuwe pensioencontract straks niet heel anders zijn.”

Wat was de rol van APG?
Birte: “25 van onze mensen zijn bij het tot stand komen van de beloften betrokken geweest. Van medewerkers van het Klant Contact Center (KCC) tot de afdelingen Werkgeversbediening en Pensioenuitvoering. Ook voor APG zijn deze beloften heel waardevol. De beloften geven medewerkers van APG namelijk meer duidelijkheid over wat er van hen verwacht wordt en zorgt voor focus in de dienstverlening.”

Hoe zorgen jullie ervoor dat deze beloften echt in het DNA van SPW gaan zitten?

Birte: “We gaan gefaseerd en beheerst live en nemen anderhalf jaar de tijd om de pensioenbeloften volledig te integreren in onze dienstverlening en communicatie. We blijven in gesprek met deelnemers, werkgevers en medewerkers van APG om te bekijken hoe het gaat. We starten nu met de externe brandingscampagne richting werkgevers en deelnemers, met als doel om in deze fase bekendheid creëren.”

 

De zes beloften van SPW


1. Gegarandeerd inkomen zolang je leeft, voor jou en je partner.

Een garandeerd inkomen zolang je leeft, maar ook voor je partner en kinderen als jij overlijdt. Zorg voor inkomen bij arbeidsongeschiktheid.

 

2. Jouw inleg in goede handen, met bewezen rendement.

SPW behaalde de afgelopen twintig jaar een gemiddeld beleggingsrendement van 7 procent. Beleggingen zijn transparant, verantwoord en maatschappelijk bewust.
      
3. Ruimte om zelf te kiezen wat je met jouw pensioen wilt.

Kiezen wanneer je met pensioen gaat, geheel of gedeeltelijk. Eerst een hoog bedrag en later een laag bedrag. Wel of geen partnerpensioen.

4. Persoonlijke pensioencheck, in te zetten wanneer je wil.

Online, telefonisch, via de chat. In te zetten wanneer jij dat wil. Omdat je wil weten of je goed op weg bent. Omdat er iets is veranderd in je leven. Omdat je jouw pensioen wil aanvragen.


5. Volledig overzicht en inzicht in jouw inkomen voor later.

Altijd en overal helder overzicht & inzicht in Mijn SPW. Alle uitgaven en inkomsten op een rij. Zodat je weet wat je nu doet en hoeveel geld je nodig hebt. En ziet wat je later wilt en hoeveel pensioen je dan nodig hebt. Je kiest en rekent zelf in Helder Overzicht & Inzicht, de rekentool in Mijn SPW.


6. Pensioenregeling van ons samen, op maat gemaakt voor woningcorporaties.

Samen ontwikkeld met alle relevante vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers in de sector.

Volgende publicatie:
Meer of minder te besteden in 2021? 6 vragen over Prinsjesdag en pensioen

6 vragen over Prinsjesdag en pensioen

Gepubliceerd op: 15 september 2020

Vandaag presenteert het kabinet de jaarlijkse begroting. Gaan werkend en gepensioneerd Nederland erop vooruit in 2021? Zes vragen over Prinsjesdag en pensioen.

 

1. Het kabinet spreekt van een groei van de economie van 3,5 procent en een stijging van de koopkracht van 1,2 procent voor werkenden en 0,4 procent voor gepensioneerden. Dat klinkt - gematigd - positief. Maar hoe zeker zijn die voorspellingen?

 

Feit is dat het kabinet de belastingen met 1 miljard euro verlaagt om de koopkracht van Nederlanders te verbeteren. Ondanks het feit dat er in 2021 geen indexatie in zit bij de meeste gepensioneerden, gaan zij er in doorsnee licht op vooruit (met 0,4 procent). Werknemers die in 2021 hun huidige baan behouden, gaan er ook gemiddeld licht op vooruit (met 1,2 procent). Dat betekent dat veel werkenden en gepensioneerden volgend jaar iets meer geld te besteden hebben.

 

Tegelijkertijd zijn er wel de nodige kanttekeningen te plaatsen. Kort en goed: koopkrachtplaatjes zeggen niet veel, zeker nu niet. De koopkrachtplaatjes worden bepaald door de ontwikkeling van de lonen, de inflatie en kabinetsmaatregelen. Alleen die laatste heeft het kabinet volledig in eigen hand. En nu de onzekerheden rondom het verloop van de economie en de arbeidsmarkt nog groter zijn door COVID-19, zeggen de voorspellingen dit jaar nog minder dan andere jaren.

 

De verwachting is echter ook dat meer werknemers in 2021 hun baan zullen verliezen. Zij kunnen juist minder geld besteden. Dit cijfer zie je niet terug in de koopkrachtplaatjes.

Daarnaast kunnen gemeentelijke lasten, zoals de onroerendezaakbelasting en de parkeertarieven, gaan stijgen omdat veel gemeenten in financiële problemen zitten. Ook dit zit (nog) niet in de koopkrachtplaatjes verwerkt, maar dat kan grote invloed hebben.

 

Zie ook dit NOS-artikel


2. We horen ook geluiden over een krimpende economie door corona, hogere premies en prijsstijgingen. Wat merken werknemers en gepensioneerden daar volgend jaar in de praktijk van?

 

In de koopkrachtplaatjes wordt rekening gehouden met hogere lonen, lagere belastingen, hogere prijzen en iets hogere zorgpremies. Als je alle plussen en minnen optelt, gaan de meeste mensen er per saldo licht op vooruit. Maar dat is dus zeer onzeker. Immers, de lokale gemeentelijke belastingen kunnen (fors) gaan stijgen.

 

3. Welke rol speelt corona - en een eventuele tweede golf - in dit verhaal, en in de vooruitzichten op pensioen in 2021?

 

Als er een tweede lockdown komt in Nederland, dan zal de Nederlandse economie zich minder rooskleurig ontwikkelen dan voorspeld. Het economische herstel zal dan voorlopig uitblijven.

Voor het pensioen in 2021 is de dekkingsgraad van eind december 2020 bepalend. Corona kan daar impact op hebben, maar het vertrouwen in de financiële markten wordt door meerdere factoren bepaald. Zo zagen we in augustus 2020 zeer hoge aandelenkoersen ondanks de grote onzekerheid rondom corona in bijvoorbeeld de VS, Brazilië en India.

 

4. Vandaag werd ook bekend dat sommige fondsen nog steeds onder de 90 procent dekkingsgraad zitten. Wat kan dat betekenen voor het pensioen in 2021? Welke scenario’s zijn er mogelijk?  

 

Voor het pensioen in 2021 is de dekkingsgraad van eind december 2020 bepalend. Als de dekkingsgraad dan nog steeds lager is dan 90 procent, is er in veel gevallen een verlaging van de pensioenen nodig. De fondsen kunnen vervolgens nog kiezen voor spreiding van deze verlaging in de tijd. Een verlaging van de pensioenen is niet meegenomen in de koopkrachtplaatjes.

 

5. Afgelopen week bleek uit onderzoek dat de levensverwachting van de Nederlander naar beneden is bijgesteld. Heeft dit gevolgen voor het pensioen?

 

Het Actuarieel Genootschap heeft de gemiddelde levensverwachting inderdaad naar beneden bijgesteld. Dat heeft vooral te maken met een verfijning van het gebruikte model. Het is niet zo dat de levensverwachting ineens verslechterd is. Volgens het Genootschap leeft een 65-jarige nu een half jaar korter dan eerder werd verwacht. Voor een man gaat de levensverwachting op 65-jarige leeftijd bijvoorbeeld van 20,5 jaar naar 20 jaar. Omdat pensioenuitkeringen dan gemiddeld een half jaar korter hoeven te worden uitbetaald, stijgt de dekkingsgraad hierdoor gemiddeld met 2 procent. Belangrijk is wel om te vermelden dat de exacte cijfers per fonds verschillen.

De cijfers houden nog geen rekening met de coronacrisis.

 

6. Spelen de fondsen eigenlijk een rol bij het herstel van de kwakkelende economie als gevolg van corona?

 

Prinsjesdag staat dit jaar grotendeels in het teken van hoe we als Nederland investerend uit de COVID-19-crisis kunnen komen. Het kabinet nam hierop een voorschot met de recente presentatie van het Nationaal Groeifonds, dat publieke investeringen de komende jaren moet gaan aanjagen. De Nederlandse pensioensector begrijpt en steunt deze beweging naar actief economisch investeringsbeleid vanuit de overheid. Ook de Nederlandse pensioensector pakt graag nog meer haar maatschappelijke rol als pensioenbelegger in onder andere Nederland. Bijvoorbeeld door op basis van publiek-private samenwerking met de overheid Nederland versneld en duurzamer uit de crisis te trekken.

 

Zie link voor een position paper van de Pensioenfederatie in aanloop naar Prinsjesdag.

 

Volgende publicatie:
APG investeert in unieke hotellocatie in hartje Londen

APG investeert in unieke hotellocatie in hartje Londen

Gepubliceerd op: 10 september 2020

Op slechts twee minuten lopen van het bekende Londense theater- en uitgaansgebied Covent Garden bevindt zich het Wellington Block. APG investeert samen met London Central Portfolio (LCP) in de herontwikkeling van deze bijzondere locatie. Aankoopprijs? 84,4 miljoen euro.
“Dit soort hotellocaties zijn zeldzaam in Londen,” zegt Robert-Jan Foortse, hoofd European Property Investments bij APG.

 

The Portfolio Club (“TPC”), een joint venture tussen APG en LCP, kocht de aantrekkelijke hotellocatie in hartje Londen van de Britse vastgoedonderneming Capco. In totaal koopt TPC zes aan elkaar geschakelde gebouwen die samen het Wellington Block vormen.

Recentelijk werd goedkeuring verkregen voor de verbouwing, waardoor het Wellington Block kan worden herontwikkeld en uitgebreid tot een hotel met minimaal 146 kamers en een winkel- en restaurantgedeelte. Naar verwachting kunnen de eerste gasten medio 2023 worden verwelkomd.

Unieke locatie

 

Naast de unieke locatie zal het hotel zich volgens Foortse ook op andere vlakken gaan onderscheiden van andere hotels. “Met dit hotelconcept richten we ons op deze locatie op een breed publiek: van toerist tot zakelijk en van dagverblijf tot meerdere weken of zelfs maanden. Kamers hebben naast de gebruikelijke faciliteiten ook een eigen kookgedeelte.”

Door te focussen op meerdere doelgroepen is het hotel minder gevoelig voor grote schommelingen in bijvoorbeeld het aantal toeristen of zakelijke reizigers. Foortse: “Juist in deze onzekere tijd bewijzen dit soort formules hun relatieve kracht.” 

 

Sterke formule


Ook Naomi Heaton, Chief Executive van TPC gelooft in de formule. Met de combinatie van mooie architectuur en een toplocatie zal volgens haar een brede doelgroep worden aangesproken: van nationaal tot internationaal.

Met het Wellington Block beschikt TPC over een tweede hotellocatie op een gewilde plek in het centrum van Londen. Eind 2019 kocht de joint venture van APG en LCP Harrington Hall in South Kensington. De 237 kamers van Harrington Hall worden op dit moment verbouwd naar hetzelfde concept als Wellington Block. De verwachte oplevering van Harrington Hall is eind 2021. Foortse: “We hopen onze portefeuille in Londen de komende periode nog verder uit te breiden.”

Volgende publicatie:
“Het ondersteunen van middengroepen vormt de kern van ons bestaan”

“Het ondersteunen van middengroepen vormt de kern van ons bestaan”

Gepubliceerd op: 17 augustus 2020

APG partner Nationale DenkTank 2020

 

Hoe versterken we welzijn en welvaart en verhogen we regie voor middengroepen, in stad en regio, nu en later? Met deze onderzoeksvraag, ook verwoord als ‘Een beter perspectief voor middengroepen in Nederland’ is vandaag de vijftiende editie van de Nationale DenkTank 2020 gestart. Twintig geselecteerde en getalenteerde academici duiken de komende vier maanden in dit actuele vraagstuk en komen aan het eind van het jaar met hun oplossingen. APG is er trots op om samen met het ministerie van SZW, het Ministerie van BZK, de Rabobank en Gemeente Amsterdam als themapartner aan te sluiten bij de Nationale DenkTank 2020.

 

De druk is groot

Als de coronacrisis iets inzichtelijk heeft gemaakt, is het wel de kwetsbaarheid van onze middengroepen. Wonen in de buurt van je werk, grip op je eigen financiële situatie en een goed perspectief op de arbeidsmarkt blijkt voor veel Nederlanders namelijk onhaalbaar. De Nationale DenkTank 2020 richt zich dan ook op vier concrete en actuele vraagstukken:

 

  • Grip op financiën, nu en later: Sparen is niet sexy. Hoe zorgen we voor financiële vaardigheid en grip en regie op financiën voor de middengroepen?
  • Wonen en leefomgeving: Hoe zorgen we voor voldoende betaalbare woningen en een hoger gevoel van brede welvaart in de leefomgeving?
  • Kansen op de arbeidsmarkt: Hoe zorgen we ervoor dat onze leraren, glazenwassers en politieagenten weerbaar en wendbaar zijn op de toekomstige arbeidsmarkt?
  • Stelsels: Welke verwachtingen hebben middengroepen van onze stelsels en hoe kunnen we verwachtingen en de effecten dichter bij elkaar brengen?

 

Het thema van dit jaar sluit volgens Gerard van Olphen, voorzitter raad van bestuur APG, naadloos aan bij waar APG voor staat. “Het ondersteunen van middengroepen vormt immers uiteindelijk de kern van ons bestaansrecht. Denk aan al die onderwijzers, verplegers, politieagenten, bouwvakkers en nog vele anderen die voor hun financiële toekomst op ons rekenen. Dan is het niet meer dan logisch dat je als APG oog hebt voor het feit dat deze groepen onder druk staan.”

 

Hoe concreter, hoe beter

Behalve financiële ondersteuning van de NDT’20 levert APG via diverse collega’s ook kennis en kunde om zo de deelnemers aan de denktank uit te dagen en te stimuleren met creatieve oplossingen te komen. Hoe kunnen we bijvoorbeeld middengroepen ondersteunen tijdig na te denken over hun financiële toekomst en hierop meer grip geven?

Van Olphen: “Hoe concreter de mogelijke oplossingen, hoe beter. Een oproep aan de politiek om bepaalde besluiten te nemen is mooi, maar we hopen op acties die APG en nog liever de pensioensector als geheel zelf proactief kan nemen. Het gaat er om dat we er iets mee kunnen als pensioensector en maatschappij. Want een sterke positie van middengroepen draagt bij aan welvarender Nederland, en dat is in het belang van ons allemaal.”

 

 

Wat is de Nationale Denktank?

Stichting de Nationale DenkTank organiseert elk jaar een Nationale Denk Tank (NDT) met twintig jonge academici vanuit verschillende studieachtergronden om een maatschappelijk probleem te lijf te gaan. De NDT bestaat sinds 2005. Tijdens de NDT 2019 stond het vraagstuk “Hoe realiseren we een digitale samenleving die gezond, weerbaar, eerlijk en inclusief is?” centraal.

 

Lees hier het persbericht

Volgende publicatie:
APG keert zich tegen buitensporige beloningen

APG keert zich tegen buitensporige beloningen

Gepubliceerd op: 17 juli 2020

APG heeft in het afgelopen AVA (Algemene Vergadering van Aandeelhouders)-seizoen samen met andere beleggers vier keer een beloningsvoorstel van een Nederlands bedrijf weggestemd. Het laat zien dat maatschappelijk betrokken aandeelhouders als APG gebruik maken van hun toegenomen invloed op de bestuurdersbeloningen bij beursgenoteerde bedrijven.

APG stemde - namens de pensioenfondsklanten ABP, bpfBOUW, SPW en PPF APG - tegen het nieuwe beloningsbeleid bij Besi, Wolters Kluwer, Euronext en SBM Offshore. In totaal stemden aandeelhouders in het afgelopen AVA-seizoen het beloningsvoorstel weg bij vijf Nederlandse beursgenoteerde bedrijven; in één daarvan, metaalbedrijf AMG, is APG niet belegd.

 


‘Say on pay’

Sinds december 2019 moet het beloningsbeleid van een Nederlands beursgenoteerd bedrijf ten minste 75% van de aandeelhoudersstemmen achter zich krijgen. Daarnaast moeten bedrijven in het beloningsverslag - waarin ze verantwoording afleggen over het salaris en de variabele beloning voor de top - aangeven hoe ze rekening houden met de ‘maatschappelijke acceptatie’. Aandeelhouders hebben bij het beloningsverslag een adviserende stem, de zogenaamde ‘say on pay’. 

 

APG keerde zich ook tegen het beloningsbeleid bij onder andere Van Lanschot Kempen, Basic-Fit en Signify (de voormalige lichtdivisie van Philips). In het oog sprong de tegenstem bij Ahold-Delhaize - het moederbedrijf van Albert Heijn. We vinden het onjuist dat het bedrijf het belang van duurzaamheid bij het vaststellen van de beloning heeft verminderd. Ook heeft Ahold Delhaize maar één duurzaamheidscriterium toegepast voor de beloning van de top. Dat criterium - het aandeel gezonde voeding in de verkoop van eigen merk-voedingsproducten - is ook nog eens nauwelijks te controleren. 

 

APG ziet graag dat bij beursgenoteerde bedrijven duurzaamheidscriteria een rol spelen bij het bepalen van de beloning voor bestuurders. “Maar dan moeten die criteria wel relevant, transparant en objectief meetbaar zijn”, zegt Mirte Bronsdijk, specialist op het gebied van ondernemingsbestuur bij APG Asset Management. Niettemin ging een grote meerderheid van de aandeelhouders van Ahold-Delhaize akkoord met het voorstel.

Internationaal stemde APG in ontwikkelde markten iets vaker vóór ‘say-on-pay’ beloningsvoorstellen (53%) dan vorig jaar (45%). Een aanzienlijk deel van onze nee-stemmen heeft te maken met buitensporig hoge ontslagvergoedingen voor CEO’s in de Verenigde Staten. In de VS zijn ontslagvergoedingen van meer dan tweemaal het salaris plus bonus vrij gebruikelijk. Vergeleken met Europa en het Verenigd Koninkrijk (72%), stemmen we in de VS veel minder vaak in met de beloning voor de top (37%).

 

Meer vrouwen aan de top

Aandeelhouders stemden over negentien bestuurdersbenoemingen bij Nederlandse beursgenoteerde bedrijven; in zeven gevallen ging die plek naar een vrouw. De meeste nieuwe benoemingen in de Raad van Commissarissen - die bij bedrijven toezicht houdt op het bestuur - gingen naar vrouwen. Eumedion, een samenwerkingsverband van grote Nederlandse beleggers waarvan ook APG deel uitmaakt, dringt bij bedrijven aan op een betere balans tussen mannen en vrouwen in topposities. Van de grote beursgenoteerde Nederlandse bedrijven voldoet op dit moment alleen ABN AMRO niet aan het toekomstige wettelijke quotum van een derde vrouwen in de Raad van Commissarissen.

 

Follow This-aandeelhoudersresolutie

Olie- en gasbedrijf Shell was in het afgelopen AVA-seizoen de enige Nederlandse onderneming waarbij een voorstel van aandeelhouders in stemming werd gebracht. APG onthield zich van stemming bij de resolutie, die was ingediend door het activistische aandeelhouderscollectief Follow This. Daarin werd Shell opgeroepen om zich vast te leggen op bindende klimaatdoelstellingen voor 2050. Hoewel APG de ambitie voor een klimaatneutrale economie in 2050 deelt, willen wij niet blijven twisten over bindende doelen op de lange termijn. Wat APG betreft ligt de focus bij Shell (en andere oliebedrijven) nu op het doorvoeren van concrete maatregelen om de recent aangescherpte klimaatambities waar te maken.

Volgende publicatie:
Partners kunnen langer van pasgeborene genieten

Partners kunnen langer van pasgeborene genieten

Gepubliceerd op: 3 juli 2020

APG vult aanvullend geboorteverlof aan tot 100 procent

 

De tijd dat partners vijf dagen na de geboorte van hun kind weer aan het werk moesten is voorbij. Sinds 1 juli kunnen werknemers van wie de vrouw is bevallen na de geboorte vijf extra weken verlof opnemen. APG-medewerker Martijn Klinkeberg: “Ik ga absoluut dat verlof opnemen en zoveel mogelijk genieten van de kleine.”

 

Dit extra geboorteverlof is een aanvulling op de huidige wet WIEG, waar partners vijf dagen na de geboorte doorbetaald krijgen door de werkgever. In totaal gaat het nu dus om zes weken. De vijf extra weken kunnen pas opgenomen worden ná het gewone geboorteverlof en binnen zes maanden vanaf de geboorte. Via het UWV wordt volgens de nieuwe regeling 70 procent van het loon doorbetaald. APG biedt zijn medewerkers behoud van 100 procent maandinkomen.

 

Inclusief


HR-manager Marjolein Kort licht de keuze om aan te vullen toe. “Als werkgever vinden we het belangrijk dat het bewustzijn rondom diversiteit en inclusie wordt vergroot en een concrete inspanning wordt geleverd. Eén van die concrete afspraken is de aanvulling op het geboorteverlof. Voor adoptie- en pleegzorgverlof vult APG sinds 1 januari 2019 ook al de WAZO-uitkering aan tot 100% van het maandinkomen.”

 

Weerspiegeling

 

Om dit voornemen kracht bij te zetten ondertekende APG in 2016 het Charter Diversiteit dat als doel heeft de diversiteit en inclusie op de werkvloer in bedrijven en organisaties te stimuleren. Marjolein: “Echt goed samenwerken kan het beste in een organisatie waar mensen worden gewaardeerd om wie ze zijn. In een veilige omgeving waar ruimte is om te zijn wie je bent, waar je mening wordt gehoord, waarin je je kunt ontwikkelen en anderen ook aanmoedigt zich te ontwikkelen. De ambitie van APG is dat de medewerkerspopulatie in hogere mate een weerspiegeling wordt van de deelnemerspopulatie, van onze opdracht gevende fondsen en van de maatschappij. En dit is nog maar het begin van wat we op het gebied van diversiteit en inclusie van plan zijn.”

 

Man/vrouw


Martijn Klinkeberg, social media-coördinator bij APG, verwacht zijn tweede kindje in september. Als vader is hij blij met de mogelijkheid om aanvullend verlof op te nemen. En als werknemer stelt hij het op prijs dat APG voorloper is om het aanvullende geboorteverlof 100 procent uit te betalen. “APG doet er veel aan om een Great Place to Work te zijn. Zo heeft APG de loonkloof tussen mannen en vrouwen gedicht. En ook de ondervertegenwoordiging van vrouwen aan de top heeft voor APG prioriteit.”

 

Gelijke lasten


Zelf gaat Martijn gebruik maken van het aanvullende geboorteverlof. Ook als APG niet aan zou vullen. “Ik ga absoluut dat verlof opnemen en zoveel mogelijk genieten van de kleine. Deze beginperiode is meer waard dan het gemis aan inkomsten die er dan zijn.”

“Natuurlijk, wat er niet is, wat je als vader niet ziet, dat mis je niet”, vervolgt Martijn. “Maar inmiddels leven we in een tijd waarin dingen niet meer zo vanzelfsprekend zijn. Dat de vrouw voor het kind zorgt en de man blijft werken is achterhaald. En het is dus heel fijn dat je als man of partner hierin meer ruimte krijgt en dat je als ouders samen zowel de lasten als de fijne momenten met elkaar kan delen en ervaren.”

 

Hoewel op social media en uit onderzoeken blijkt dat mannen vrezen dat ze als minder ambitieus gezien worden als ze langer verlof opnemen, is dat bij Martijn niet het geval. “Ik denk dat mijn generatie dit minder spannend vindt. Je carrière hangt niet af van vijf weken verlof. Sterker nog, ik denk dat dit verlof alleen maar positief bijdraagt aan je werkhouding. Als je meer invloed hebt op de situatie na de geboorte van je kind, dan werk je volgens mij juist met meer energie en innerlijke rust.”

Volgende publicatie:
APG legt met WELL lat hoog voor welzijn en gezondheid in kantoren

APG legt met WELL lat hoog voor welzijn en gezondheid in kantoren

Gepubliceerd op: 29 juni 2020

Niet alleen met duurzaamheid, maar ook op het gebied van gezonde kantoorgebouwen voor APG-medewerkers gaat APG zijn ambitie flink verhogen: in het nieuwe pand in Amsterdam én in Heerlen.

 

Wie volgend jaar het nieuwe pand van APG ‘Edge West’ aan de Basisweg 10 betreedt, ziet ze meteen: trappen. Niet weggestopt in een tochtig trappenhuis, zoals in veel kantoren, maar vol in het zicht en daarmee impliciet zeggend: “Die lift laten we vandaag maar even staan”. Het daglicht dat door het glazen dak schijnt, kleurt de grote bomen en living walls felgroen. Op de APG kantoorvloer vind je binnen een straal van dertig meter watertappunten. Statafels staan her en der verspreid: zij verleiden je om nu en dan uit je bureaustoel te komen.

 

Gezondheid en welbevinden op kantoor blijven voor APG belangrijke thema’s. Oók nu door corona de thuiswerkplek zich als alternatief heeft bewezen. Marga Petridean, Facility Service contractmanager huisvesting bij APG: “De coronacrisis heeft ons geleerd dat thuiswerken goed kan werken, maar ook dat kantoor een belangrijke plek blijft om samen te komen en geïnspireerd te raken. Een ding weten we zeker bij APG: als medewerkers straks weer naar kantoor gaan, staan gezondheid en welbevinden voorop. Een gezonde en prettige werkomgeving draagt bij aan het welbevinden van onze collega’s en zorgt ervoor dat mensen graag bij APG werken.”

 

Na het publiceren van dit artikel is APG tot het inzicht gekomen dat, voor een gezonde werkomgeving die past bij de visie van APG, het voldoende is om de interieur WELL-richtlijnen toe te passen voor onze kantoorpanden in Amsterdam en Heerlen zonder deze hierop te certificeren. APG ziet nog steeds de waarde van de Well standaard en zal die nastreven, maar niet meer met als einddoel het certificaat te behalen. Het WELL platinum certificaat voor het cascogebouw wordt nog wel nagestreefd.

 

Het zijn thema’s die APG zeer serieus neemt, aldus Marga. Sinds enkele jaren bestaat er een certificaat voor welzijn en gezondheid: de WELL Building Standard. Marga: “Met de inrichting van ons vernieuwde kantoor in Amsterdam gaan we voor de zogeheten WELL Gold certificering voor het interieur, in aanvulling op het WELL platinum certificaat voor het cascogebouw, die krijgt Edge West als een van de weinige kantoren in Nederland.”

 

Certificaat


APG heeft CBRE Development Services gevraagd om het nieuwe kantoor Edge Amsterdam West te laten voldoen aan de eisen van het certificaat. Het pand heeft al een hoge ambitie met duurzaamheidscertificering BREEAM Outstanding. Waarom dan nu weer een nieuw certificaat? Zaida Thepass, Sustainability Consultant bij CBRE: “Bij WELL wordt er daadwerkelijk in het gebouw gemeten of je aan de eisen voldoet die bijvoorbeeld worden gesteld aan de luchtkwaliteit, akoestiek en verlichting. Het is de eerste certificering die specifiek gericht is op de gezondheid en het welzijn van gebruikers van een gebouw. Daarmee onderscheidt dit certificaat zich van veel andere keurmerken. Deze standaard is na zeven jaar onderzoek tot stand gekomen en samen met artsen, wetenschappers en vastgoedprofessionals ontwikkeld.”

 

Het is veel meer dan een papiertje, benadrukt Marga. “Door aan de criteria van WELL te voldoen dragen we bij aan een beter welbevinden, betere prestaties en een lager ziekteverzuim. Door de coronacrisis is er nóg meer focus komen te liggen op luchtkwaliteit. Heel prettig dus dat dit ook al wordt meegenomen in de Well-certificering.”

 

We gaan WELL ook toepassen op het pand in Heerlen, benadrukt Marga. “Omdat het daar om bestaande bouw gaat, moeten we nog nader onderzoeken in hoeverre we de APG-ambitie rond WELL inhoud kunnen geven. Dat hoeft niet altijd ingewikkeld te zijn. Zo hebben we in Heerlen al wat welzijnsmaatregelen genomen door bijvoorbeeld de koffiemachines van de werkvloer te halen. Zo stimuleer je op een simpele manier medewerkers om meer te lopen en ongemerkt heel wat stappen te maken op een dag”.

Volgende publicatie:
“Ben je bereid je aannames ter discussie te stellen?”

“Ben je bereid je aannames ter discussie te stellen?”

Gepubliceerd op: 24 juni 2020

Gerard van Olphen naar aanleiding van Black Lives Matter

 

Door de dood van George Floyd in Minneapolis is de roep om een einde te maken aan racisme wereldwijd luider geworden. Ook in Nederland is er veel aandacht aan besteed door de media en in het publieke debat. Waar staat APG in deze discussie? Vier vragen aan bestuursvoorzitter Gerard van Olphen.

 

Trekt APG consequenties uit de ontwikkelingen rondom Black Lives Matter?

 

“De wereldwijde protesten tegen institutioneel racisme en politiegeweld hebben wereldwijd een schokgolf teweeggebracht die we niet kunnen negeren, en niet wíllen negeren. Als organisatie willen we meer divers en inclusief worden, ook omdat we voor pensioenfondsen en hun deelnemers werken. We streven naar een medewerkerspopulatie die een weerspiegeling vormt van de deelnemerspopulatie van deze fondsen, en van de maatschappij in het algemeen. In dat streven willen we iedereen bij APG stimuleren om zichzelf te zijn op de werkvloer, en zichzelf te laten zien. Dat kan alleen als we ons uitspreken tegen discriminatie en we toewerken naar een cultuur waarin inclusie  geen ambitie maar een reflex is. Een cultuur waarin mensen gewaardeerd worden ongeacht culturele achtergrond, gender, en alle andere aspecten waarin ze van elkaar kunnen verschillen. Deze ontwikkeling hadden we overigens al ingezet. De maatschappelijke reactie die door Black Lives Matter wereldwijd is opgeroepen, bevestigt onze overtuiging dat die aandacht voor inclusie ongelooflijk belangrijk is.”

 

Is discriminatie iets waar mensen binnen APG veel last van hebben?

 

“Het is geen thema dat binnen de organisatie veel zichtbare aandacht opeist. Maar het zou naïef zijn om te veronderstellen dat er binnen APG geen discriminatie plaatsvindt, dat er geen mensen zijn die hier last van hebben. Niet iedereen die er tegenaan loopt, trekt aan de bel – om wat voor reden dan ook. En niet iedereen die zich schuldig maakt aan discriminatie, is zich er bewust van. We hebben allemaal onze aannames over anderen, soms zelfs vooroordelen. Dat kan ook bijna niet anders. Belangrijker is de vraag of je bereid bent om die aannames ter discussie te stellen, je bewust te worden ervan en je gedrag en overtuigingen aan te passen. Het onderwerp is in ieder geval meer gaan leven, collega’s uiten zich er meer over dan voorheen. En we roepen collega’s ook op om hun zorgen en ideeën te delen. Zodat we leiderschap kunnen tonen dat bijdraagt aan het wegnemen van de achterstandspositie van sommige mensen en groepen in deze maatschappij – of dat nou gaat om ras, geslacht, seksuele voorkeur of levensovertuiging.”    

 

Wat doet APG om discriminatie tegen te gaan?

“In de afgelopen jaren hebben we al een aantal initiatieven opgepakt op het gebied van Diversiteit & Inclusie. In de komende periode werken we van waardevolle initiatieven naar een heldere D&I-visie en -ambitie. Daarvoor gaan we inzetten op een aantal elementen. Integratie van D&I in onze strategie bijvoorbeeld, maar ook bewustwording en voorbeeldgedrag door rolmodellen binnen de organisatie. Onze aanpak zal data-gedreven zijn, waarbij we aanscherpen op basis van inzichten vanuit HR data & analytics. Ook in onze werving en selectie zal diversiteit en inclusie nadrukkelijker gaan terugkomen, bijvoorbeeld door te werken met meer diverse sollicitantenlijsten en selectiecommissies. Ik geloof daar sterk in.”

 

Wanneer is APG een diverse en inclusieve organisatie geworden?

 

Als we iets geleerd hebben uit onze gesprekken met andere bedrijven, dan is het dat het realiseren van Diversiteit & Inclusie om een lange adem vraagt. We zijn er nog lang niet, maar de ontwikkeling is begonnen.

Volgende publicatie:
APG werkt mee aan één organisatie voor alle Nederlandse veteranen

APG werkt mee aan één organisatie voor alle Nederlandse veteranen

Gepubliceerd op: 21 januari 2020

APG verzorgt namens ABP de zorgcoördinatie voor Nederlandse veteranen.

Vanaf 1 januari 2021 doen de zorgcoördinatoren dat, samen met vijf andere organisaties, vanuit het Nederlandse Veteraneninstituut, een nieuwe landelijke organisatie verantwoordelijk voor de gehele uitvoering van het veteranenbeleid.

 

Het volledige bericht, dat door alle organisaties wordt uitgebracht, is hier te lezen.

Volgende publicatie:
Bestuurslid APG staat een dag stoel af aan Baas van Morgen

Bestuurslid APG staat een dag stoel af aan Baas van Morgen

Gepubliceerd op: 20 januari 2020

APG doet op donderdag 23 januari mee aan JINC Baas van Morgen 2020. Een jaarlijks terugkerend project om kinderen die een steuntje in de rug kunnen gebruiken aan een eerlijke kans op de arbeidsmarkt te helpen. ‘Baas van Vandaag’ Francine van Dierendonck, lid van de raad van bestuur en verantwoordelijk voor Deelnemers- en Werkgeversservices bij APG, staat haar stoel die dag af aan Baas van Morgen Salma Ahabbat, MAVO-scholiere op het Sintermeertencollege in Heerlen.

 

Salma staat voor één dag aan de top van APG. Ze zal kennismaken met medewerkers van verschillende afdelingen en gaat concreet met een opdracht voor APG aan de slag: ‘Hoe kunnen we van pensioen een interessant onderwerp maken voor jongeren?’. Salma leert op die manier bij APG en APG kijkt door Salma’s ogen met een frisse blik naar een actueel onderwerp.

Naast Salma nemen zo’n 350 kinderen het bedrijfsleven van Nederland over. Zij leggen waardevolle contacten in het bedrijfsleven en ervaren van dichtbij hoe een bedrijf werkt. Samen met alle deelnemende bedrijven geeft JINC het probleem van kansenongelijkheid op deze manier meer aandacht en laat de organisatie zien hoe belangrijk het is om in ál het talent van de toekomst te investeren.

 

Bliksemstage

APG is geboren vanuit de gedachte dat we als collectief beter functioneren. Vanuit precies die gedachte zetten we onze maatschappelijke rol kracht bij. Ontwikkeling van de regio en aandacht voor mensen in een financiële/maatschappelijke achterstandspositie zijn daarbij belangrijke speerpunten: je achtergrond mag niet je toekomst bepalen. Dat is de reden waarom we JINC Zuid-Limburg van harte ondersteunen en ‘founding partner’ zijn. Baas van Morgen is één van de JINC-initiatieven die APG ondersteunt. Andere initiatieven die we sponsoren zijn Bliksemstages en Sollicitatietrainingen. Allemaal bedoeld om kinderen te laten groeien en hen beter voor te bereiden op hun toekomst op de arbeidsmarkt.

 

JINC gelooft dat alle kinderen een eerlijke kans op de arbeidsmarkt verdienen. Daarom helpt de organisatie kinderen in de leeftijd van 8 tot 16 jaar die opgroeien in een omgeving met sociaaleconomische achterstand op weg naar een betere werk-toekomst. Deze kinderen hebben dromen en talenten, maar als het om eerlijke kansen gaat hebben ze vaardigheden en rolmodellen nodig. JINC werkt samen met het onderwijs en het bedrijfsleven om ze daar de kans op te geven.

Volgende publicatie:
Bescheiden verbetering bedrijven op mensenrechten

Bescheiden verbetering bedrijven op mensenrechten

Gepubliceerd op: 15 november 2019

De prestaties van bedrijven in sectoren waar het risico bestaat op betrokkenheid bij mensenrechtenschendingen zijn iets verbeterd.

 

Sinds de lancering van de Corporate Human Rights Benchmark (CHRB) in 2017 is driekwart van de onderzochte bedrijven beter rekening gaan houden met mensenrechten. APG gebruikt de uitkomsten om met bedrijven in gesprek te gaan over mensenrechten.

Een klein aantal bedrijven doet het opmerkelijk goed in de jaarlijkse ranglijst, die vrijdag in Londen voor de derde keer werd gepubliceerd. Adidas (kleding), Unilever en Marks & Spencer (landbouw en voeding) en Rio Tinto (grondstoffen) geven elk in hun sector de toon aan. Ook zijn er bedrijven die sinds de lancering van de index in 2017 hun prestaties op het gebied van mensenrechten behoorlijk hebben verbeterd. Voorbeelden zijn Inditex (bekend van kledingmerk Zara), Heineken en Repsol.

 

Op de goede weg
De bedrijven die goed presteren, laten zien dat bedrijven concurrerend kunnen zijn en tegelijkertijd werk kunnen maken van de mensenrechten”, zegt Anna Pot, Manager Responsible Investments US bij APG Asset Management. “We zien bedrijven die beter presteren als het om mensenrechten gaat en opener zijn over hun inspanningen en dilemma’s. Ook maakt respect voor mensenrechten bij een toenemend aantal bedrijven deel uit van de strategie. We zijn dus op de goede weg en moeten hiermee doorgaan.”

 

Niet achterover leunen
Enkele toonaangevende bedrijven hebben dus behoorlijke vooruitgang geboekt, maar dat is geen reden om achterover te leunen, stelt Pot. “Meer dan de helft van de onderzochte bedrijven voldoet niet  aan de Guiding Principles on Business and Human Rights (UNGP) van de Verenigde Naties. Achterblijvende bedrijven moeten meer onder druk worden gezet om actie te ondernemen, vooral als het gaat om het opsporen en onderzoeken van mensenrechtenschendingen.” 

APG was, namens zijn pensioenfondsklanten, in 2017 medeoprichter van de CHRB en is nauw betrokken bij de ontwikkeling van de index. “We doen dit omdat we, als maatschappelijk betrokken langetermijnbelegger, graag zien dat de mensenrechtenprestaties van bedrijven verbeteren”, legt Pot uit. “Ook biedt de CHRB waardevolle informatie die we meenemen in beleggingsbeslissingen en in gesprekken met de bedrijven waarin we belegd zijn.”

De CHRB  vergelijkt de mensenrechtenprestaties van 187 bedrijven in kleding, grondstoffen, landbouw en ICT Dit gebeurt aan de hand van 100 indicatoren die zijn gebaseerd op de bepalingen in de UNGP. Er wordt bijvoorbeeld gekeken of bedrijven hun werknemers een leefbaar loon betalen en wat zij doen aan gedwongen arbeid en de bescherming van mensenrechtenactivisten.

 

Meer sectoren en bedrijven
APG gebruikt de CHRB-data bij de beoordeling van (mogelijke) beleggingen en als vertrekpunt voor gesprekken met bedrijven over mensenrechten. Dat laatste geldt vooral voor de verbetertrajecten die APG, namens de pensioenfondsklanten, uitvoert in de kleding- en grondstoffenindustrie. Ook andere grote beleggers maken gebruik van de CHRB-uitkomsten. “De index wordt steeds meer erkend als de standaard voor het meten van de mensenrechtenprestaties van bedrijven”, zegt Pot. Het samengaan met de World Benchmark Alliance (WBA), dat vrijdag ook werd aangekondigd, biedt de mogelijkheid om een veel groter aantal bedrijven te beoordelen.

“Het is goed dat er nieuwe bedrijven en sectoren worden opgenomen in de CHRB”, zegt Pot. “Dat is belangrijk omdat de resultaten laten zien dat de publicatie van de index bijdraagt aan de prestaties van bedrijven op het gebied van mensenrechten.” In de index voor dit jaar zijn voor het eerst ook techbedrijven opgenomen.

Volgende publicatie:
Francine van Dierendonck in NRC: ‘Óveral zijn vrouwen ondervertegenwoordigd.’

Francine van Dierendonck in NRC: ‘Óveral zijn vrouwen ondervertegenwoordigd.’

Gepubliceerd op: 8 november 2019

Vrouwen krijgen in de regel nog altijd niet dezelfde kansen als mannen met gelijke kwaliteiten, stelt Francine van Dierendonck in het NRC. In een interview met de krant spreekt ze over ‘de hardnekkige ondervertegenwoordiging van vrouwen in de top van het bedrijfsleven, wetenschap en politiek, die weer het gevolg zou zijn van het ontbreken van een gelijk speelveld’.

APG is anders, met twee vrouwen en een ‘diversity officer’ (een man) in de vijfkoppige raad van bestuur en twee vrouwen in de raad van commissarissen, en het aanpassen van de loonkloof afgelopen zomer. „Voor ons heeft dit prioriteit. Daarin zijn we een stuk verder dan de commerciële wereld.” 

Francine, lid van de raad van bestuur, verantwoordelijk voor bedrijfsonderdeel Deelnemers en Werkgevers Service en recent voorgedragen als commissaris bij ingenieursbedrijf Royal Haskoning vertelt in het NRC ook over haar carrièrestap, van Marktplaats, Miss Etam en Xenos naar APG, over diversiteit en over de seksistische en ‘niet gepaste’ opmerkingen waar ze binnen en buiten bestuurskamers nog steeds mee te maken krijgt. 

En pratende over het nut van een vrouwenquotum voor topfuncties, maakt ze korte metten met het tegenargument dat vrouwen die door een quotum komen bovendrijven gezien worden als excuustruus. “Wat een onzin. Dan mis je de essentie van waarom je zo’n maatregel tijdelijk - want het moet wel tijdelijk zijn, een jaar of 8 bijvoorbeeld, twee termijnen - zou doorvoeren. Namelijk om een gelijk speelveld te creëren en een patroon te doorbreken, door versneld kansen te creëren voor een groep die nu onvoldoende doorstroomt en ondervertegenwoordigd is in de top. Die excuustruus, daar moeten we echt vanaf.” 

 

Lees hier het hele interview met Francine van Dierendonck in het NRC. 
 

  • „Ik ben van het motto: richt je energie op wat je wél kunt veranderen, waarmee je impact kunt hebben. Iedere keer zeggen dat je iets niet zo leuk vond, valt daar niet onder.”

Volgende publicatie:
“Andere teams keken met jaloezie naar hoe wij samenwerkten”

“Andere teams keken met jaloezie naar hoe wij samenwerkten”

Gepubliceerd op: 9 september 2019

Carolijn Brouwer ziet veel parallellen tussen haar werk op zee en het 'gewone' bedrijfsleven.

 

“Samenwerken is toch wel de grootste overeenkomst met het bedrijfsleven. Je hoeft niet elkaars beste vriend te zijn, maar als groep moet je door één deur kunnen”, steekt Brouwer van wal. En dat samenwerken komt volgens de zeilster niet vanzelf aanwaaien. Daar moet je samen aan werken. Maar hoe doe je dat?

“Communicatie is daarbij heel belangrijk”, vervolgt Brouwer. “Wij varen vaak onder ruige omstandigheden. En als het waait en regent hoor je elkaar slecht. Als het dan ook nog eens nacht is, en pikkedonker, dan kun je elkaar ook nog eens niet zien. Dan is het ontzettend belangrijk dat je heel duidelijk communiceert met elkaar. Korte heldere taal, dat is een uitdaging op zich, want we zitten met verschillende nationaliteiten op het schip. De officiële voertaal is Engels, maar als de Fransen bijvoorbeeld Engels spreken zijn ze moeilijk te verstaan en dat is voor die arme Chinezen heel moeilijk te volgen.”

 

Werken als geoliede machine
En dus heeft Brouwer met het Chinese Dongfeng Race Team waarmee ze aan de Volvo Ocean Race deelnam, hard gewerkt om als team een geoliede machine te worden. “We moesten met elkaar één worden, maar altijd wel ruimte laten voor improvisatie. Op de oceaan moet er ruimte zijn om van koers te veranderen. Na plan a en b moet je soms door onvoorziene omstandigheden zoals het weer overstappen op plan c. Als je goed aan elkaar gewend bent én goed communiceert, kun je flexibeler op verandering inspelen.”

 

Geen ego’s bij elkaar
Terugkijkend naar haar winnende team vervolgt Brouwer: “Andere teams keken wel met enige jaloezie naar de manier waarop wij samenwerkten. Want ondanks dat we een heel divers team waren - zeven mannen, twee vrouwen van verschillenden nationaliteiten en leeftijden - waren we heel hecht. We trainden namelijk niet alleen onze spieren op het water, maar waren dag en nacht bij elkaar. We kenden elkaars zwakke en sterke punten. Daardoor konden we ook het beste in elkaar naar boven halen, elkaar oppeppen. Zo hielpen we elkaar de wereld rond. Onze band was uniek. En dat is belangrijk voor groepen, ook in het bedrijfsleven. Creëer die band met elkaar. Onze schipper koos ons niet om onze goede zeilkwaliteiten, hij wilde zich omringen met mensen die juist in slechte tijden als persoon sterk waren. Negen ego’s op een boot zetten werkt niet.”

 

Leiderschap is een andere belangrijke factor als je samenwerkt. “Aan boord is er zeker sprake van hiërarchie. De schipper neemt de doorslaggevende beslissingen, bijvoorbeeld als het schip kapseist en we moeten de reddingsboten in. Verder is er constant iemand aan dek die de regie heeft en de rest van de bemanning voert het uit. Maar alles verloopt op een heel democratische manier. Er is veel onderling overleg en het hele team iedereen wordt betrokken bij een beslissing.”

 

Vrouwen aan het roer
Dan een andere parallel die Brouwer opvalt: diversiteit op de werkvloer. “De zeilwereld wordt ook gedomineerd door mannen. In 2014-2015 heb ik voor het eerst meegedaan aan de Volvo Ocean Race met een volledig vrouwenteam. De andere zeven teams bestonden enkel uit heren. Mijn team deed het niet heel goed. Twaalf jaar eerder was de laatste keer daarvoor dat vrouwen mee zeilden. Wij misten dus ervaring en training op het gebied van oceaanracen. In 2017-2018 is vervolgens het gemengd zeilen geïntroduceerd. Het balletje rolt dus wel, maar heel langzaam.”

 

Denken dat je alles aankan
Brouwer ziet het als haar taak om zich, samen met haar Franse ploeggenote Marie Riou, in te zetten voor vrouwen in de zeilwereld. “Je ziet overal de ‘women empowerment’ opduiken. Jonge vrouwen en meiden willen wij verder helpen binnen de zeilwereld. Om professioneel hun geld te verdienen met deze fysieke en vrij extreme sport. Als teams nu moeten kiezen tussen een man en een vrouw, kiezen ze sneller voor een man. Daar kun je haast niet om heen. Maar wat wij vrouwen willen laten zien, is dat je uit je lichaam haalt wat het maximaal toestaat. Toen ik zo fit en sterk was als ik mogelijk kon zijn, had ik het gevoel dat ik de wereld aankon. Dat was voor mij het belangrijkste. Fysiek zou ik nooit zo sterk zijn als die jonge Chinees die naast mij stond, maar in mijn hoofd was ik dat wel. Die boodschap probeer ik over te brengen aan de generatie die nu opkomt. Ik kon het, dus zij ook.”

 

En diversiteit is natuurlijk breder, zo ziet ook Brouwer. “Het allerbelangrijkste is dat je als team een gezamenlijk doel hebt, wat je gender, afkomst of leeftijd ook is. Als alle neuzen dezelfde kant opstaan, vallen alle verschillen weg tussen man en vrouw, Nederlander en Chinees, jong en oud. Je werkt dan met zijn allen aan één doel. Wij wilden met zijn allen die Volvo Ocean Race winnen, en daarom lieten we alle kleine zaken die er niet toe deden achterwege.”

 

Voor eigen oude dag zorgen
Naast het gezamenlijke doel als team, is Brouwer ook bezig met haar eigen toekomst. Iets waar ze dan weer de overeenkomst met het ‘normale bedrijfsleven’ mist. “Ik spreek straks voor een zaal pensioenfondsbestuurders, maar ik bouw zelf eigenlijk helemaal geen pensioen op! Olympische zeilers vallen wel onder het Waterschapsverbond, waarmee ze pensioen zullen opbouwen. Maar binnen het oceaanracen werkt het anders: we moeten steeds sponsors en investeerders zoeken en zijn niet aan een sector verbonden. Met mijn partner, die ook zeilt, investeer ik in huizen in Nederland en Australië en dat zie ik als mijn eigen pensioenopbouw. Maar misschien is het een idee voor pensioenfondsen om dit gat in de markt te dichten. Want wij staan er best heel alleen voor.”


De APG Summer Course is een inspiratiebijeenkomst voor pensioenfondsbestuurders van fondsen die klant zijn bij APG. Tijdens deze zomerschool dagen we bestuurders en onszelf uit met nieuwe inzichten van ‘buiten’.
Een van de sprekers was Carolijn Brouwer; een Nederlandse zeilster die in oktober 2018 werd uitgeroepen tot beste zeilster ter wereld. Zij ziet veel overeenkomsten tussen het zeilen op zee en het bedrijfsleven.

Volgende publicatie:
‘Dit mag geen papieren tijger worden’

‘Dit mag geen papieren tijger worden’

Gepubliceerd op: 10 juli 2019

Vandaag zette APG-bestuursvoorzitter Gerard van Olphen in Den Haag zijn handtekening onder het document waarmee de Nederlandse financiële sector zich verbindt aan de doelstellingen van het Klimaatakkoord en het Akkoord van Parijs.

 

Hij zal het tijdens het gesprek een paar keer zeggen: dit commitment is uniek. Enig in zijn soort. ‘Pensioenfondsen, verzekeraars, banken en vermogensbeheerders gaan dit geheel vrijwillig aan en zullen hier transparant verantwoording over afleggen aan de maatschappij. Het feit dat de financiële sector zich aan deze afspraken verbindt, heeft echt een enorme impact. Want vergis je niet: het gaat om 80-90 procent van het geld in Nederland. De partijen die vandaag tekenen vertegenwoordigen zo’n 3.000 miljard euro. Daarmee is de Nederlandse financiële sector een aanjager en een facilitator van de transitie die Nederland te gaan heeft. We geven het vorm. Dragen bij aan de totstandkoming. En ja, daar ben ik heel trots op.’

Vanzelfsprekend, weet ook Van Olphen, is het de industrie zelf die zijn fabrieken schoner moet maken,. ‘Dat kunnen wij niet voor ze doen. Ze zullen zelf de CO2-uitstoot moeten reduceren. Maar het feit dat wij als sector business cases niet alleen op financiële haalbaarheid beoordelen maar ook volgens de richtlijnen van Parijs, betekent dat vervuilende of minder ambitieuze initiatieven op het gebied van CO2-reductie moeizamer geld gaan krijgen dan plannen die echt bijdragen aan een duurzamer samenleving.’

 

Het bijzondere van de gezamenlijke verklaring is ook de ons omringende landen niet ontgaan. In Brussel, Londen, op de G20:  dit commitment zal op diverse buitenlandse podia door de minister van Financiën, door de sector of door Gerard van Olphen zelf de komende tijd worden besproken. De internationale financiële wereld kijkt met bewondering naar dit typisch Nederlandse poldermanifest. Van Olphen: ‘In heel veel landen hobbelt de financiële sector er eerder achteraan, dan dat ze meehelpen de klimaatafspraken vorm te geven.’

 

Wat maakt het nu precies tot zo’n bijzonder document?
‘Als financiële sector ben je vooral verantwoordelijk voor het geld van anderen en dus ben je gehouden om een goed risicorendementsprofiel te hebben. Je kunt niet zeggen: u krijgt minder pensioen want wij financieren de energietransitie. Maar dit is wel een hele harde inspanningsverplichting om daar een - ik zou bijna zeggen-  katalyserende rol in te spelen. Want we gaan van alle relevante investeringen die we doen de CO2-impact vaststellen en daarover rapporteren. We gaan daarop een reductiedoelstelling afspreken die in overeenstemming is met Parijs. Dus 49% minder C02 uitstoot in 2030. En we gaan daarover publiekelijk verantwoording afleggen. En dat gaan we doen als onderdeel van een nationale verantwoording. Een keer per jaar gaat de minister als uitvloeisel van het klimaatakkoord naar de Kamer om uit te leggen: doen we genoeg op het terrein van het klimaat. Halen we onze doelstellingen? Dit commitment is daar een integraal onderdeel van.’

 

Je bent trots op het commitment dat er ligt, maar toch niet helemaal tevreden. Hoe komt dat?
‘Toen ik werd gevraagd om voorzitter van de taakgroep financiering te worden was het beeld: voor het Kamerreces van 2018 willen we al met een Klimaatakkoord naar de Tweede Kamer toe. Nederland gaat snel aan de slag met die energietransitie. Dat bleek uiteindelijk een taaier en moeizamer proces dan we dachten.  Er waren eerst  vijf primaire tafels actief. Financiering was aanvankelijk een ondersteunende rol toebedacht, net als arbeidsmarkt. Ons beeld was: aan die primaire tafels  - transport, landbouw, gebouwde omgeving, elektriciteit, industrie -  is inmiddels al heel veel gebeurd en die komen nu met hele concrete investeringsvragen naar de financieringstafel. Op het niveau van: we gaan een lightrail bouwen van de Randstad naar Schiphol, we hebben waterstofcentrales nodig of er moet massale elektrificatie plaatsvinden.’

Maar de praktijk bleek weerbarstig. ‘Er kwam namelijk niets.’ Soms als gevolg van tegenstrijdige belangen. Maar ook omdat er nog geen duidelijke richting zat in de klimaatplannen. ‘Er moesten nog heel veel keuzes gemaakt worden. Gaat Nederland inzetten op elektrificatie of op waterstof. Komt er wel of geen wetgeving over CO2-beprijzing? Dus heel veel voorwaarden voor een goeie businesscase waren nog niet ingevuld.’ Achteraf bezien ook heel logisch. De materie is veelomvattend en complex en vraagt ook om een breed maatschappelijk draagvlak. Misschien was ik ook wel wat naïef aan het begin.’

 

Geen regie, heel veel verschillende belangen.
‘Iemand zei me: toen ik begon dacht ik dat het een voetbalwedstrijd was. Maar halverwege denk ik: ik sta nu voor de goal er komst iets op me afvliegen. Dat was eerst  een voetbal, ergens is het een honkbal geworden, en ik nu ik verwacht word het in te koppen weet ik niet of het geen bowlingbal is. En voordat ik kop, wil ik dat wel even weten.’

 

Zo ervoer jij het ook?
‘Diplomatiek: ‘Het was in de eerste fase een zoekproces. Wat ons ook helder werd, naast het feit dat het aan richting ontbrak: aan die tafels was de structuur van de financiële sector niet bekend. Als er aan een van de tafels de vraag kwam: wij hebben geld nodig, was onze tegenvraag: wat voor geld? Nou ja, geld. Maar, wat voor geld. Nou, euro’s  De vraag vanuit de financiële sector is dan:  Risicodragend, niet risicodragend, kort, lang, hybride?  Daarom hebben we een financieringswijzer ontwikkeld. Zodat vraag en aanbod op het gebied van financiering beter bekend is.  Daarnaast werkten we nauw samen met de meeste primaire tafels, soms in gezamenlijke workshops, soms door participatie in de desbetreffende tafel of op een andere manier.’

 

In februari van dit jaar,  kwam er – na veel commotie in de media over de betaalbaarheid van de transitie – de ‘kabinetsappreciatie’ voor het akkoord op hoofdlijnen. Voor de taakgroep aanleiding zich te buigen over haar rol bij het vervolg. Hoe nu verder?  ‘We hebben toen afgesproken om ons op twee zaken te concentreren. De eerste was het commitment, dat we vandaag tekenen. Het tweede was het mede ondersteunen van Invest NL. Er was inmiddels besloten tot het oprichten van Invest NL, een investeringsmaatschappij van de Nederlandse Staat waar Wouter Bos leiding aan is gaan geven.  Invest NL als loket en facilitator voor partijen die op zoek zijn naar financiering in het kader van de energietransitie.  Het is de investeringsmaatschappij die 2,5 miljard van de staat heeft gekregen om de transitie verder te helpen. Het idee: met die 2,5 miljard gaan we niet de energietransitie financieren, maar als we dat op de goeie plek investeren, kan de private markt misschien wel een veelvoud tegen marktconforme voorwaarden investeren en komt er investeringscapaciteit ter beschikking.’

 

En nu ligt het commitment er. Ben je niet bang dat dit een papieren tijger wordt? Vooral het uniformeren van metingen lijkt me een hels karwei.
‘Het hoofdstuk dat er nu aankomt is: hoe borgen we dit. Dit mag geen papieren tijger worden. Dit moet echt iets zijn waarbij de financiële sector oprecht verantwoording aflegt aan politiek en samenleving over de inspanning die ze doen. Er moet dus ook een onafhankelijke borging komen, en die zal het in het begin wel eens lastig hebben om te zeggen: partij A rapporteert op die standaard, partij B op die standaard, maar waar het om gaat: klopt de onderliggende beweging? En als het niet klopt, moet die partij kunnen zeggen: beste financiële sector, u moet uw inspanningen verhogen.’

 

En die onafhankelijke partij komt er ook?
‘Ja. Die gaat er komen.’

 

Probleem is: je kunt niet sanctioneren. Hooguit doordat partijen die achterblijven publieke verantwoording af moeten leggen. Of doordat de sector druk uitoefent
‘Ik denk niet meteen aan naming and shaming. Maar in het hypothetische geval dat een partij een notoire dwarsligger is, zullen er uiteindelijk vanuit de sector zelf correcties komen. De sector heeft inmiddels voldoende ervaring opgebouwd met pijnlijke dossiers waar ze maatschappelijk ter verantwoording zijn geroepen en zelf te laat actie hebben ondernomen. Of je nu naar de  woekerpolissen kijkt bij de verzekeraars, de rentederivaten bij de banken of de communicatie over kortingen bij pensioenfondsen: van die maatschappelijke discussies hebben we inmiddels geleerd dat dat niet zo werkt.’

 

Wat is nu de impact hiervan op APG zelf?
‘Dit betekent dat APG ook als bedrijf zich verplicht om de CO2-uitstoot terug te brengen in lijn met Parijs. Dat houdt in: minder mobiliteit, minder gasverbruik. Alles wat in de samenleving gaat spelen, gaat ook ons als bedrijf raken. Duurzaamheid is niet iets wat onze klanten voor hun beleggingen verwachten, maar het is ook iets van APG zelf. Dat betekent dat we in ons jaarverslag melding gaan maken: hoeveel C02 stoten we uit en hoe gaan we ervoor zorgen dat dit 49 % lager ligt in 2030. Wat betekent dat qua huisvesting? Qua reisgedrag. Hoe gaan we onze panden verwarmen. Het thema duurzaamheid staat vanaf 2020  vol op de agenda van APG zelf.’

 

En buiten de organisatie. Wat betekent dit nu voor de deelnemers, consumenten die in de krant lezen dat het onbetaalbaar is, die energietransitie?
‘Natuurlijk gaat de transitie geld kosten. Het beeld dat in sommige media geschetst werd, was: over vijf jaar moet iedereen elektrisch koken, of zonnepanelen op zijn dak. Dus daar moeten we nu mee beginnen en wie betaalt dat dan? Maar waar het om gaat, is dat je aansluit bij de natuurlijke flow van de consument. De financiële sector gaat de consument op dat soort natuurlijke momenten helpen. Dus als je als consument een nieuwe keuken wilt, dan zal de financierende partij zeggen: als je dan toch kiest, dan is het beter om voor inductie te gaan. Dat is iets anders dan: ik heb net een nieuwe keuken en nu blijkt dat ik mijn kookplaat er over twee jaar weer af kan schroeven. Op de momenten dat je keuzes maakt omtrent financiering van je keuken, je huis, je auto, bedrijf: dan vind je een bank, een vermogensbeheerder of een pensioenfonds die zegt: we denken mee bij de financiering van je behoefte, maar we denken tegelijkertijd mee aan hoe jij duurzame keuzes kunt maken.’

Het persbericht over het commitment van de gehele financiële sector aan het Klimaatakkoord vind je hier. Het commitment zelf lees je hier

 

Volgende publicatie:
Ellie Lust: ‘Bij mij hoort iedereen erbij’

Ellie Lust: ‘Bij mij hoort iedereen erbij’

Gepubliceerd op: 14 juni 2019

APG wil diversiteit en inclusie binnen APG bevorderen. Daarom werd Ellie Lust uitgenodigd voor een paneldiscussie over dit onderwerp, waar onder ander managers van APG, Accenture, Brightlands, Conclusion en PNA aan deelnamen. De paneldiscussie vond plaats op 11 juni jl. op de Brightlands Campus in Heerlen.

 

Ellie Lust is oud-politiewoordvoerder en oprichter van Roze in Blauw, een team binnen de politie dat wordt ingezet bij LBHTI-gerelateerde misdrijven. Begonnen in Amsterdam is het team nu onderdeel van de Nationale Politie. Ook in andere steden en landen zijn er inmiddels soortgelijke teams.

Tijdens de bijeenkomst zei Lust onder andere: “Diversiteit kun je als organisatie organiseren, bijvoorbeeld door je aannamebeleid. Inclusie niet. Inclusie gaat over je veilig voelen binnen de werkomgeving om te zijn wie je bent. Inclusie is dus veel lastiger en krijgt te weinig aandacht. Ik ben zelf een behoorlijk inclusief persoon. Misschien komt dat door mijn achtergrond. Bij mij hoort iedereen erbij.”

Geloven in diversiteit
Bij het evenement was namens APG o.a. rvb-lid Ronald Wuijster aanwezig. Hij trapte de bijeenkomst af door aan te geven dat APG nog veel werk te verzetten heeft op het onderwerp van diversiteit en inclusie. Zo dichtte APG recent de loonkloof. Wuijster: “Bij APG geloven we in mensen. En in de diversiteit van mensen. Diverse teams leveren betere resultaten, al is het soms lastiger in de opstartfase. Bovendien heeft APG de ambitie om midden in de samenleving te staan. Die is divers, dus moet APG net zo divers zijn. Mensen moeten zich herkennen in onze organisatie.” 

Wel gaf hij aan dat APG kritisch moet zijn op waar de organisatie staat op dit vlak. Toch is iedere kleine stap er eentje. Wuijster: “Symbolen zoals het wapperen van de regenboogvlag en het dichten van de loonkloof helpen. Net als het gesprek blijven voeren.”  

Volgens Lust gaat meer diversiteit en inclusie ook niet van de ene op dag: “Mensen hebben tijd nodig om te wennen aan veranderingen. Je moet ze meenemen in waar je naartoe wilt.” Steun vanuit het bestuur is ook belangrijk, zegt ze: “Van onderaf kunnen dingen georganiseerd worden om diversiteit en inclusie te bevorderen – kijk naar deze bijeenkomst – maar zonder commitment van bovenaf kom je nergens. Het moet top-down worden gedragen.”

 

“Alles is waardevol”
Uiteraard is diversiteit niet alleen de ratio man-vrouw, mensen met een verschillende culturele achtergrond of seksuele voorkeur. Het is ook aandacht voor talenten, bijzondere dingen die collega’s kunnen en doen. Lust daarover: “Alles is waardevol.”

Volgende publicatie:
APG gaat vrouwelijke medewerkers gelijk belonen

APG gaat vrouwelijke medewerkers gelijk belonen

Gepubliceerd op: 22 mei 2019

Bij APG werken ongeveer 3000 medewerkers, waarvan 960 vrouwen. Uit onderzoek, uitgevoerd bij APG in Nederland, blijkt dat vrouwen bij APG in Nederland gemiddeld 2,2% minder salaris ontvangen. Ruim 125 vrouwelijke medewerkers krijgen per 1 juni een salarisverhoging. Dat is 13% van het totale aantal vrouwelijke medewerkers. Bij de overige 87% van bij APG werkzame vrouwen is er geen verschil in loon met vergelijkbare mannelijke medewerkers.

De hogere beloning van deze groep medewerkers met een ongelijk salaris wordt binnen het bestaande budget van APG gerealiseerd.

 

Marloes Sengers, directeur HR bij APG: “Bij APG staan we voor gelijk loon voor gelijk werk, daarom zetten we dit vandaag recht. Het verschil in beloning wordt door ons bovendien duurzaam gedicht: financieel en met aanvullende aandacht voor leidinggevenden en medewerkers. Zo voorkomen we herhaling in de toekomst en pakken we de oorzaken van de ongelijke beloning duurzaam en fundamenteel aan.”

Volgende publicatie:
Ouderen uit regio Heerlen beleven onvergetelijke middag bij APG

Ouderen uit regio Heerlen beleven onvergetelijke middag bij APG

Gepubliceerd op: 14 februari 2019

Op dinsdagmiddag 12 februari ontving APG ruim honderd ouderen uit de regio Heerlen op het hoofdkantoor. Daar werden ze in de watten gelegd door ruim dertig vrijwilligers van de pensioenuitvoerder met een zogenaamde ‘high tea’.

 

Gerard van Olphen, bestuursvoorzitter van APG, heette de ouderen welkom bij het ZilverUitje, hielp met uitserveren en maakte links en rechts een praatje met de aanwezige ouderen. Ook waarnemend burgemeester van Heerlen, Emile Roemer, was aanwezig om de ouderen te ontmoeten. Roemer: "het ZilverUitje is er natuurlijk eentje waar je als bedrijf best trots op mag zijn. Zeker als je kijkt naar de doelgroep, waar het over gaat en hoe je mensen in het zonnetje kunt zetten. Het zijn mensen die het ook echt verdienen. Ja, dit ZilverUitje is echt een hele mooie."

 

Samenwerking

Voor het ZilverUitje werkte APG samen met cateraar Sodexo. Het Nationaal Ouderenfonds was aanwezig met een stand, waarmee het haar initiatieven onder de aandacht brengt: de Zilverlijn, de BoodschappenPlusBus en gezelligheidsactiviteiten.

 

Sociaal contact belangrijk voor een mooie oude dag

APG verzorgt het pensioen voor miljoenen mensen, namens hun pensioenfonds. Elke dag werkt APG aan een gezonde financiële toekomst voor onderwijzers, ambtenaren, agenten, bouwvakkers, militairen, medisch specialisten en andere beroepsgroepen. Maar voor een mooie oude dag vindt APG een goed pensioen alleen niet genoeg. Het hebben van menselijk contact is minstens zo belangrijk. En omdat een grote groep ouderen in Nederland het zonder of met zeer weinig sociaal contact moet doen, spant APG zich extra voor hen in.

 

Initiatieven APG om ouderen te ondersteunen

Het ZilverUitje is een van de projecten in een reeks van initiatieven waarmee APG zich de komende jaren extra inzet voor de Nederlandse samenleving. APG maakte eind 2018 bekend de Zilverlijn te adopteren: een gratis belservice voor eenzame ouderen die aangeven dat ze het prettig vinden, één keer per week door een enthousiaste vrijwilliger te worden gebeld. APG geeft niet alleen financiële steun, een groot aantal medewerkers van APG belt wekelijks op vrijwillige basis met deze ouderen.

Volgende publicatie:
APG steunt belservice voor eenzame ouderen

APG steunt belservice voor eenzame ouderen

Gepubliceerd op: 5 oktober 2018

Maar liefst 1,4 miljoen ouderen in Nederland zijn eenzaam. 200.000 ouderen zijn zelfs extreem eenzaam. Voor deze kwetsbare groep mensen is het hebben van sociale contacten allesbehalve vanzelfsprekend. Zij zien slechts 1 maal per maand een ander persoon. Om hen te steunen, gaat pensioenuitvoerder APG een samenwerking aan met het Nationaal Ouderenfonds. APG adopteert de Zilverlijn: een gratis belservice voor eenzame ouderen die aangeven dat ze het prettig vinden, één keer per week door een enthousiaste vrijwilliger te worden gebeld. Naast financiële steun gaan medewerkers van APG ook op vrijwillige basis bellen met deze eenzame ouderen. De samenwerking met het Nationaal Ouderenfonds is het eerste project in een reeks initiatieven waarmee APG zich de komende jaren extra gaat inzetten voor de Nederlandse samenleving.

 

Onder andere de feestdagen vormen een extra moeilijke periode voor eenzame ouderen. Zorgverleners en vrijwilligers brengen deze door met familie, waardoor het kan voorkomen dat sommige ouderen vrijwel geen bezoek krijgen. Daarom starten we juist in deze periode met bellen. Door zich in te zetten voor de Zilverlijn hoopt APG een bijdrage te leveren aan het verlichten van eenzaamheid onder deze kwetsbare groep ouderen.

 

Gerard van Olphen, voorzitter raad van bestuur APG Groep: “APG bouwt samen met pensioenfondsen aan een duurzame financiële toekomst voor miljoenen Nederlanders. Maar voor een mooie oude dag is een goed pensioen alleen niet genoeg. Het hebben van menselijk contact is net zo belangrijk. Vanuit die gedachte sluit de samenwerking met het Nationaal Ouderenfonds naadloos aan op de maatschappelijke rol die wij als APG willen vervullen.”

Corina Gielbert, directeur van het Nationaal Ouderenfonds: “De samenwerkingen met maatschappelijk betrokken partijen zoals APG zijn voor ons zeer waardevol. Het feit dat APG medewerkers als Zilverlijn vrijwilliger gaan communiceren met ouderen die daar om vragen is waardevol en kan een ‘life learning’ experience zijn. De ervaring leert namelijk dat hier mooie, en vaak ook emotionele, gesprekken uit voortkomen.”

 

Over het Nationaal Ouderenfonds

Het Ouderenfonds steunt ouderen in Nederland met concrete diensten en activiteiten. Voorbeelden hiervan zijn de stranduitjes, de BoodschappenPlusBus, OldStars walking football, de Zilverlijn en de kerstdiners. Alle diensten en activiteiten zijn gericht op het stimuleren van sociale contacten en zelfredzaamheid van ouderen om zo eenzaamheid te bestrijden.

Lees meer over wat het Nationaal Ouderenfonds doet tegen eenzaamheid

Volgende publicatie:
Ronald Wuijster spreekt op wereldcongres jonge ondernemers

Ronald Wuijster spreekt op wereldcongres jonge ondernemers

Gepubliceerd op: 9 november 2017

Hoe draagt APG als belegger bij aan de duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties? Dat was het onderwerp van de toespraak die Ronald Wuijster, CEO APG Asset Management, gisteren verzorgde op het jaarlijkse congres van Junior Chamber International (JCI).

 

Zo’n 4.000 jongeren uit meer dan 100 landen waren naar Amsterdam gekomen om te praten over de doelen die de Verenigde Naties hebben vastgesteld om de wereld te verduurzamen.

 

Let’s put the planet first

De bijeenkomst in het Muziekgebouw aan ‘t IJ werd geopend door voormalig VN-topman Kofi Annan die een oproep deed aan jongeren om meer hun stem te laten horen. Dat is volgens hem vooral belangrijk in tijden waarin populistische stromingen grote invloed hebben. Hij verwees naar het Brexit-referendum waar veel jongeren zich afzijdig hielden waardoor de oudere generatie de doorslag kon geven bij het besluit om de EU te verlaten. Verder benadrukte Annan hoe belangrijk het is dat de wereld zich houdt aan de afspraken die eind 2015 in Parijs zijn gemaakt om klimaatverandering tegen te gaan. “I would say: let’s put the planet first.”

 

Invloed Kofi Annan op APG-beleid

In zijn toespraak verwees Ronald Wuijster naar de invloed van Annan op het beleid voor verantwoord beleggen zoals dat door APG sinds 2008 in praktijk wordt gebracht. Als secretaris -generaal gaf Annan de aanzet tot de UN Global Compact waarin wordt geformuleerd waaraan bedrijven moeten voldoen als het gaat om mensenrechten, arbeidsrechten, milieu en het tegengaan van corruptie. Deze afspraken liggen nog steeds aan de basis van de APG-aanpak. Wuijster wees erop dat APG dit beleid inmiddels al weer verder heeft ontwikkeld. Bij beleggingsbeslissingen wordt nu niet alleen gekeken naar rendement, risico en kosten maar ook naar duurzaamheid en verantwoord ondernemerschap. Daarbij hebben ook de duurzame ontwikkelingsdoelen een duidelijke plek gekregen. In 2020 wil APG voor minimaal 58 miljard euro aan beleggingen hebben die niet alleen financieel aantrekkelijk zijn maar ook bijdragen aan de VN-doelen. Daarbij gaat het onder andere om hernieuwbare energie en duurzaam vastgoed.

 

JCI en het wereldcongres

Junior Chamber International is een netwerk voor persoonlijke ontwikkeling van circa 170.000 ondernemende mensen onder de 40 jaar in meer dan 116 landen. In Nederland zijn dat veelal jonge ondernemers. JCI is vooral populair in Azië. Meer dan een kwart van de bezoekers van het wereldcongres, dat een hele week duurt, komt uit Japan.

Volgende publicatie:
Meten is weten ook als het gaat om mensenrechten

Meten is weten ook als het gaat om mensenrechten

Gepubliceerd op: 18 juli 2017

Leiderschap tonen betekent het voortouw nemen in moeilijke situaties. Het combineren van iets cijfermatigs als beleggen met een breed begrip als mensenrechten ís zo’n moeilijke situatie.

 

Maar het is iets waar pensioenbeleggers, die namens miljoenen deelnemers op een verantwoorde wijze beleggingen selecteren en beheren, niet omheen kunnen. Het besef dat er een manier gevonden moest worden om op een gestructureerde en gestandaardiseerde wijze te kunnen meten hoe bedrijven omgaan met mensenrechten, werd breed gedeeld.  

Daarom heeft in 2013 een aantal internationale beleggers, waaronder APG, de handen ineengeslagen met maatschappelijke organisaties en samen de Corporate Human Rights Benchmark opgericht. De Corporate Human Rights Benchmark (CHRB) heeft als doel om bedrijven te kunnen rangschikken, na beoordeling op basis van honderd indicatoren die iets zeggen over hun mensenrechtenbeleid en de praktijk, zoals werktijden, beloning, fysieke werkomstandigheden en het voorkomen van kinderarbeid. De benchmark kijkt daarnaast ook uitdrukkelijk naar de wijze waarop ondernemingen reageren op aantijgingen over onverantwoord gedrag. Het onderzoek wordt uitgevoerd op basis van publieke informatie en input van de bedrijven zelf. In maart 2017 is de eerste ranglijst van de CHRB gepubliceerd.

 

Lees hier het hele artikel in het tijdschrift Actuaris

Volgende publicatie:
Oproep aan nieuw kabinet: duurzaamheid vraagt om goede samenwerking

Oproep aan nieuw kabinet: duurzaamheid vraagt om goede samenwerking

Gepubliceerd op: 28 juni 2017

Samen met andere Nederlandse financiële instellingen heeft APG een verklaring ondertekend waarin we het nieuwe kabinet oproepen om gezamenlijk met duurzaamheid aan de slag te gaan. Hiermee onderschrijven we dat we allen de verantwoordelijkheid hebben om de klimaatdoelen uit het akkoord van Parijs te realiseren en dat we als financiële sector nog extra stappen kunnen zetten.

Er is namelijk een transitie nodig naar een klimaatneutrale, circulaire en robuuste economie. Voor deze transitie is een goede samenwerking noodzakelijk tussen overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Daarbij is het van belang dat de overheid een helder toekomstperspectief biedt, concrete doelstellingen formuleert en dit waar mogelijk, vastlegt in wetgeving.

 

Al het nodige gedaan
Banken en pensioenfondsen (en hun uitvoerders) hebben al het nodige gedaan. Zo wordt de impact op het klimaat meegewogen in onze krediet- of investeringsbeslissingen en zijn we transparant over onze eigen activiteiten en de impact daarvan op het klimaat. Met name de pensioenfondsen spelen als aandeelhouder een actieve rol bij de keuzes die bedrijven maken rondom bijvoorbeeld de energietransitie. We ondersteunen koplopers en proberen knelpunten voor de financiering van duurzame projecten op te lossen en financieren steeds meer groene investeringen, bijvoorbeeld via innovatieve green bonds, waardoor projecten mogelijk worden gemaakt op het gebied van waterbeheer, energie-efficiency, verduurzaming van vastgoed en (infrastructuur voor) duurzame energie.

 

Grote stappen zetten
We zijn er van overtuigd dat het komende decennium grote stappen gezet moeten en kunnen worden, wereldwijd én in Nederland. De komende jaren zullen wij onze inspanningen vergroten. Dat geldt bijvoorbeeld voor de financiering van duurzame energie, maar ook de verduurzaming van vastgoed (zowel voor kantoorpanden als voor particuliere huizenbezitters). En we spannen ons in om economische sectoren te (helpen) verduurzamen, zoals bijvoorbeeld de melkveehouderij, de glastuinbouw en de (chemische) industrie.

 

Wat is er nodig?
Dit alles vraagt ook een structureel andere inrichting van de financiering van onze economie en samenleving. We moeten hier op zoek naar nieuwe wegen en inrichtingen. Deze ambities gedijen het beste als de overheid, het bedrijfsleven en de financiële sector de handen ineen slaan. Wij kijken uit naar een vruchtbare samenwerking met een nieuw kabinet.

 

Lees hier de hele verklaring.

Volgende publicatie:
Effectieve ondersteuning van zelfmanagement voor consumenten

Effectieve ondersteuning van zelfmanagement voor consumenten

Gepubliceerd op: 17 november 2016

Het wordt steeds belangrijker om als consument zelf verantwoordelijkheid te nemen voor beslissingen over financiën en werk. Consumenten zullen in de toekomst beter voorbereid moeten zijn om gevolgen van arbeidsongeschiktheid, werkloosheid, scheiding, pensionering of andere familiegebeurtenissen zelf op te vangen. In dit Netspar Paper is onderzocht hoe de consument beter in staat kan worden gesteld om risico’s zelf te managen.

 

Vertrouwen en het gemak van nieuwe financiële toepassingen via de mobiele devices.

Collectieve voorzieningen voor sociale zekerheid en inkomen (inclusief pensioen) zijn het afgelopen decennium systematisch versoberd en discussies gaan over de individualisering van wat daar nog van over is. Bij de consument zelf vertaalt dit zich nog niet in een zichtbare behoefte aan persoonlijke advisering, maar de lage vertrouwenscijfers van consumenten in instituties en financiële partijen spreken boekdelen. Als consument sta je er alleen voor, dat is het gevoel. Tegelijkertijd leren we steeds meer over consumentengedrag. We zien dat consumenten bereid zijn om informatie en middelen te delen via nieuwe netwerken (ondersteund door apps), een grote meerderheid is online en is gediend met het gemak van
nieuwe financiële toepassingen via de mobiele devices.

 

Inzicht en handelingsperspectief 

Roboadvisering is uit het experimentele stadium en financiële instellingen, technologiebedrijven en toezichthouders (DNB, 2016) kijken hoe de opmars van fintech het leven van de consument kan helpen ontzorgen. Op de arbeidsmarkt zien we snelle veranderingen. Een steeds groter deel van de beroepsbevolking heeft een tijdelijk contract, werkt via een uitzendbedrijf of is zelf aan de slag als ZZP’er. Sleutelwoorden in de new economy zijn flexibiliteit en keuzevrijheid. Hoe is de consument beter in staat risico’s op het gebied van inkomen, financiën en werk zelf te managen. Mogelijkheden zijn integrale levensloopplanning en andere mogelijkheden aan de hand van recente technologische ontwikkelingen. Doel is de consument inzicht te geven in zijn situatie en een handelingsperspectief te bieden, zowel op het vlak van financiën en vermogen als van werk en inkomen in alle fasen van het leven.

 

Arbeidsmarkt en de financiële dienstverlening 

Hiervoor zijn platforms nodig waar consumenten elkaar, informatie en oplossingen kunnen vinden. Wie zorgt ervoor dat deze platforms er komen? Wat kan de overheid doen om hiervan een succes te maken?
Alleen zo kan een antwoord worden gegeven op de voortgaande verschuiving van risico’s van overheid en bedrijfsleven naar deconsument en werkende. Werkenden hebben steeds meer behoefte aan ondersteuning bij hun inzetbaarheid op de arbeidsmarkt en het financieren van de levensloop. Hier raakt de arbeidsmarkt de markt van financiële dienstverlening. De reikwijdte van collectieve arbeidsvoorwaarden wordt beperkter, deze krijgen steeds meer het karakter van individuele arrangementen. Op dit kruispunt past dienstverlening die werkenden bij de hand neemt, begeleidt en helpt om betere keuzes te maken in hun levensloop. Deze keuzes gaan over investeren in inzetbaarheid, transities naar ander werk en sparen en beleggen voor later wanneer er geen inkomen uit werk (meer) is. Hoe deze dienstverlening ten aanzien van financiën, verzekeren en arbeidsinzet vorm te geven is de hoofdvraag in deze design paper.

 

Conclusies voor consument, aanbieder en overheid

De onderzoekers komen, op basis van de analyse van bouwstenen, businessmodellen en knelpunten, tot de conclusie op drie niveaus (micro-consumenten, meso - aanbieder en macro-overheid). Bij consumenten ontstaat er een behoefte aan gemakkelijke, maar tegelijkertijd ook persoonlijke en analytisch geavanceerde, ondersteuning van de financiële en loopbaanplanning. Voor aanbieders lijkt een co-creatie model de meeste kansen te bieden, waarbij zowel wordt samengewerkt met consumenten, als met andere aanbieders. De onderzoekers zien verschillende mogelijke rollen voor aanbieders, die variëren van een rol als onafhankelijk platform (commercieel of als vertegenwoordiger van consumenten), tot het uitbouwen van een bestaande functie zoals pensioenaanbieder tot een volwaardige zelfmanagement omgeving. De rol van de overheid is nog relatief minder helder te duiden. Wet- en regelgeving zal een balans moeten vinden tussen het toestaan van bijvoorbeeld flexibele uitwisseling van gegevens tussen partijen wanneer de consument dit wenst en borging van de privacy van de consument die niet wil dat gegevens worden gedeeld.

Volgende publicatie:
Campus moet Heerlen verjongen

Campus moet Heerlen verjongen

Gepubliceerd op: 11 september 2016

De ambities van de Brightlands Smart Services Campus in Heerlen zijn groots. Zo wil men honderd nieuwe bedrijven en start-ups, 2500 nieuwe banen en 1600 studenten aantrekken. De campus is een joint venture van pensioenbeheerder APG, Universiteit Maastricht en de provincie Limburg.

 

Talent en innovatie

'Het is voor APG absolute noodzaak om toegang te krijgen tot nieuw talent en innovatie', aldus chief operations officer Mark Boerekamp. 'Ook onze pensioenfondsen willen nieuwe dienstverlening.' Campusdirecteur Peter Verkoulen en Boerekamp benadrukken dat zij er alles aan doen om het initiatief te laten slagen. Zo hebben ze zich voor minstens tien jaar gecommitteerd, net als de provincie en de Universiteit Maastricht. Tien start-ups hebben de stap naar de campus al gewaagd, net als Accenture en IT-bedrijf Conclusion. 'Er zijn nu al zo'n 250 mensen op de campus actief', aldus directeur Verkoulen.

 

Zie hier het volledige artikel in het FD van 12 september.

 

Volgende publicatie:
Diversiteit: veel potentie in Europa

Diversiteit: veel potentie in Europa

Gepubliceerd op: 7 juli 2016

Na de kwantitatieve analyses van European Women on Boards in april 2016 is in juli een kwalitatief onderzoek naar genderdiversiteit binnen directies gepubliceerd. Namens APG geeft David Shammai zijn visie op dit onderwerp.

 

Belangrijkste bevindingen

  1. Zowel Europese ondernemingen als beleggers zijn er steeds meer van overtuigd dat een divers samengesteld bestuur waarde toevoegt aan de onderneming.
  2. Er zijn steeds meer bewijzen dat genderdiversiteit binnen het ondernemingsbestuur concurrentievoordeel kan opleveren.
  3. Naast het invoeren van best practices om de algehele genderdiversiteit binnen het bestuur te verbeteren, richten veel Europese ondernemingen hun focus op het ontwikkelen van een leiderschapspijplijn voor vrouwen.
  4. Voor een groeiend aantal mainstream institutionele beleggers vormt genderdiversiteit binnen de directie een signaal op het gebied van bestuurs- en beheerkwaliteit.
  5. Beleggers geven aan dat de focus op genderdiversiteit heeft bijgedragen aan een hogere standaard voor professionaliteit doordat de nominatiecommissie wordt gestimuleerd de behoeften van de directie aan een evenwicht tussen vaardigheden en ervaring uitgebreider mee te wegen.

Diversiteit in geïntegreerde engagement en strategieën voor actief aandeelhouderschap van APG Asset Management

Bij APG Asset Management in Nederland komt de benadering van genderdiversiteit hoofdzakelijk tot uitdrukking in de engagementactiviteiten, waarbij de nadruk ligt op zowel maatschappelijke als governance-overwegingen. Genderdiversiteit binnen een raad van bestuur wordt gezien als een van de belangrijkste vormen van diversiteit. Engagement met de ondernemingen in portefeuille wordt vaak door de portefeuillebeheerders gezamenlijk uitgevoerd, samen met het team voor verantwoord beleggen en governance, dat diverse ESG-criteria gebruikt om input te leveren. Diversiteit binnen een organisatie is een maatschappelijke kwestie die de legitimiteit van de onderneming op de lange termijn ondersteunt en is daarmee een duurzaamheidskwestie.

 

David Shammai, Senior Corporate Governance Specialist van APG, onderstreept het op de juiste manier bewerkstelligen van verandering, dat een afweging van diverse prioriteiten omvat. In de context van genderdiversiteit binnen Europese directies ziet APG een groeiend aantal gevallen waarin de noodzaak vrouwelijke directeuren aan te stellen heeft geresulteerd in de nominatie van directeuren met te veel bestuursfuncties. "Hierdoor komen aandeelhouders in de zeer onprettige positie dat zij in feite een keuze moeten maken tussen een gebrek aan diversiteit of overbezette directieleden die niet voldoende tijd hebben om hun bestuurstaken goed uit te voeren. Wij denken dat dit niet goed is voor de effectiviteit van het bestuur en waarschijnlijk ook niet voor geloofwaardige diversiteit." APG verwacht dat ondernemingen in deze gevallen hun keuze van bestuurskandidaten verder zullen verbreden. "Voor sommige ondernemingen bijvoorbeeld, waar taal wordt gezien als een drempel voor een diversere bestuursselectie, is het misschien zinvol om niet-staatsburgers als bestuursleden te hebben, zelfs wanneer de landstaal niet hun moedertaal is maar zij deze wel vloeiend spreken."