Samenleving
Sluiten

Navigeer snel in deze serie:

Sluiten

Deel deze serie:

Samenleving

Van kangoeroe-wonen tot tiny houses. En van mantelzorg tot woon-zorgvoorzieningen. De manier waarop we met elkaar samenleven kent trends en uitdagingen. Je leest er alles over op deze pagina.

Thema
Inkomen
Collectie inhoud
76 Publicaties

Navigeer snel in deze serie:

“Economisch gezien is het niet slecht om nu even minder te consumeren”

Gepubliceerd op: 24 november 2022

De nieuwste iPhone. Een grotere flatscreen, met een nog scherper beeld. ‘Ultra-fast-fashion’ met 52 collecties in een jaar, gemaakt om kort te dragen. Als consument is het soms moeilijk de verleiding te weerstaan. En gretig koopgedrag is goed voor de economie. Maar we lopen ook steeds vaker tegen de grenzen van onze consumptiedrift aan. Waar liggen die grenzen? En wat levert al dat consumeren op? In deze reeks laten we mensen met diverse achtergronden hierop ingaan, steeds vanuit hún specifieke gezichtspunt. Aflevering 1: het economisch perspectief – belicht door Charles Kalshoven, macro-econoom bij APG. 


‘Kortingen tot 90%!’, ‘Bizarre’ kortingen, ‘Exclusieve dagdeals!’. Als er één dag is waarop de verleidingen voor de consument op de loer liggen, dan is het wel Black Friday. Sommige ketens rekken het concept zelfs op tot ‘Black Weeks’. Hoe groot is het effect van Black Friday eigenlijk op onze economie? En hoe belangrijk ís Black Friday voor de Nederlandse detailhandel?


Kalshoven: “Het vierde kwartaal is voor de detailhandel een belangrijk kwartaal, door onder andere de Sinterklaas- en kerstperiode. In het derde kwartaal stagneerde de groei van de consumptie. De consumptie van duurzame goederen, zoals meubels en auto’s, zakte zelfs in, maar dat werd verbloemd doordat de vraag naar diensten op peil bleef. Black Friday kan de verkopen een duwtje in de goede richting geven. In die zin is het fenomeen, vanuit het perspectief van de detailhandel, van belang. Bovendien geven de verkopen op Black Friday een indicatie voor het verdere verloop van het vierde kwartaal.”


Hoe groot verwacht je dat het Black Friday-effect dit jaar gaat zijn?  


“In oktober bereikte het consumentenvertrouwen een recordlaagte van -59 (zie kader). In november kwam het uit op -57. Maar dat is nog steeds ver onder het gemiddelde van -9 over de afgelopen 20 jaar en lager dan rond de eurocrisis of de kredietcrisis in 2007/2008. Hoewel dit cijfer gebaseerd is op het oordeel en verwachting van consumenten zelf – dat komt niet altijd overeen met wat ze dóén – verwacht ik op basis hiervan geen uitzonderlijk uitbundige consumptie op Black Friday 2022. Van de andere kant moet de detailhandel ook weer niet te somber zijn, want gemiddeld genomen zijn de vooruitzichten voor de koopkracht goed. Er komen immers de nodige compensatiemaatregelen van de overheid aan: de tegemoetkoming energiekosten in november en december, het energieplafond per 1 januari 2023 en de stijging van het minimumloon met meer dan 10 procent op dezelfde datum. Bovendien zou de gemiddelde loonstijging in Nederland volgend jaar het afnemende inflatiecijfer moeten kunnen overtreffen.”

Hoe komt het consumentenvertrouwenscijfer tot stand?


“Het consumentenvertrouwen geeft informatie over het vertrouwen en opvattingen van consumenten ten aanzien van de ontwikkelingen van de Nederlandse economie en hun eigen financiële situatie.

Consumenten worden gevraagd naar hun oordeel over hun huidige financiële situatie in de afgelopen 12 maanden, hun financiële situatie in de komende 12 maanden, of ze het een gunstig moment vinden voor het doen van grote aankopen, de economische situatie in de afgelopen 12 maanden en economische situatie in de komende 12 maanden. Van iedere vraag wordt het saldo van positieve en negatieve antwoorden in procenten van het totaal aantal antwoorden bepaald. Het consumentenvertrouwen is het rekenkundig gemiddelde van deze vijf deelvragen.” (website CBS)


Een consumentenvertrouwenscijfer van bijvoorbeeld -57 betekent dat het aandeel van de consumenten dat pessimistisch is, het aandeel van de optimisten met 57 procent overtreft.

Voor de detailhandel verwacht je dus een bescheiden positief effect van Black Friday. Geldt dat ook voor de economie in het algemeen?


“We hebben nu een hoge inflatie en in de huidige situatie krijgen we die eerder naar beneden als we onze consumptie nu even matigen. Energie is momenteel schaars, maar dat geldt ook voor materialen en menskracht. Als we even wat minder consumeren tempert dat de vraag naar alle drie, zodat de prijzen hiervan zich ook matigen. Bovendien kan de schaarse energie zo ingezet worden op de plekken waar deze het hardst nodig is – bijvoorbeeld voor de kachel van een arm gezin in een slecht geïsoleerd huis. Vanuit macro-economisch perspectief is het dus helemaal niet slecht om even de voet van het gaspedaal te halen.”


Dus weg met Black Friday?


“We leven in een markteconomie, en daar horen winkels bij die op van alles inspelen. In die zin is Black Friday niks nieuws onder de zon. Punt is wel dat tijdelijke kortingsacties consumenten kunnen verleiden om dingen te kopen die ze eigenlijk niet nodig hebben. Dat treft niet alleen consumenten in hun portemonnee, ook op de planeet heeft het uiteindelijk impact. Al hoeft dat niet altijd negatieve impact te zijn. Zo zag ik dat een buitensportwinkel Black Friday invult door op die dag gratis schoenonderhoud en kledingreparatie aan te bieden. Zo’n actie kan later natuurlijk wel voor nieuwe omzet zorgen en daarmee alsnog bijdragen aan negatieve ecologische impact. Maar als een klant hierdoor één kwaliteitsjas koopt voor een periode waarin hij normaliter drie jassen van mindere kwaliteit zou verslijten, is dat per saldo beter voor de planeet. De vraag is dus altijd: welke consumptie vervang je met een nieuwe aankoop? Overigens kun je de verduurzaming van het economisch stelsel niet volledig aan bedrijven overlaten. Daarvoor heb je ook een overheid nodig die een sturende rol inneemt.”


Minder producten consumeren, meer ­diensten afnemen: kunnen we zo in Nederland de belangen van economische groei en een leefbare planeet tegelijk dienen?


“In principe wel, al hangt het hierbij natuurlijk ook af van het soort diensten waarmee je die productconsumptie vervangt. Een vliegreis is immers ook een dienst, maar wel een met een behoorlijke ecologische voetafdruk. Voor zo’n transitie is dus ook hier een sturende overheid nodig, die er via belastingheffing voor zorgt dat de minst vervuilende goederen en diensten aantrekkelijker worden ten opzicht van de vervuilende. En door grondstoffen meer en arbeid minder te belasten. Als je onder die voorwaarde meer immateriële groei creëert in plaats van materiele groei, is dat een vorm van ‘ontspullen’. Het zorgt voor een minder groot beroep op grondstoffen en voor een groter beroep op denkkracht en creativiteit. Daarvan komen de grenzen niet zo snel in zicht, in tegenstelling tot grondstoffen. Die raken een keer op.”


Is dat een realistisch scenario?


“In Nederland is de CO2-uitstoot afgenomen, terwijl de economie is gegroeid. Ook als je naar het onderzoek kijkt van Andrew McAfee, die daarover het boek ‘More from Less’ heeft geschreven, zie je dat de Amerikaanse economie steeds minder grondstofintensief wordt. En dat komt niet doordat steeds meer productie naar China is verhuisd. Economische groei zit daar steeds meer in toegevoegde waarde op basis van diensten. Een voorbeeld is merkwaarde, die je met behulp van marketing creëert. Dus ja, het is zeker mogelijk om economische groei te behalen die meer leunt op diensten en minder op fysieke producten en tegelijkertijd de negatieve ecologische impact te verkleinen.”

Volgende publicatie:
Zitten er haken en ogen aan langer doorwerken?

Zitten er haken en ogen aan langer doorwerken?

Gepubliceerd op: 18 november 2022

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: Senior Pensioenvoorlichter Fabian Schumans over de vraag wat er voor een werkgever en werknemer komt kijken bij doorwerken na de AOW-leeftijd. 

Lang niet iedereen gaat bij het bereiken van de 67-jarige leeftijd met pensioen. Een kleine 200.000 Nederlanders besluit langer door te werken, en dat aantal neemt alleen maar toe, meldt RTL Nieuws. Leidt het besluit langer door te werken niet tot een bureaucratische rompslomp, niet in de laatste plaats voor de werkgever? 

Honoreren 

Dat valt volgens Schumans wel mee. “Wat in ieder geval veranderd is, is dat op het moment dat je de AOW-leeftijd bereikt je niet meer bent verzekerd voor arbeidsongeschiktheid of werkloosheid. Er wordt immers vanuit gegaan dat je dan stopt met werken. Voor een werkgever is dat niet verkeerd, want stel dat je als 68-jarige werknemer ziek wordt, dan hoeft er niet een heel re-integratietraject te worden opgestart. En waar een zieke werknemer normaliter twee jaar lang z’n loon krijgt doorbetaald, is dat voor een werknemer die de AOW-leeftijd al heeft bereikt maar dertien weken.” Wanneer in de cao staat dat ontslag volgt op de AOW-leeftijd, dient de werkgever de arbeidskracht die langer door wil werken een nieuw contract aan te bieden of het bestaande contract aan te passen. “Maar dat is vooral een administratieve handeling en levert doorgaans geen problemen op.” 

Toch lijken er in de praktijk maar weinig werkgevers om 67-plussers staan te springen, stelt Schumans. Of een oudere werknemer na zijn 67ste in dienst kan blijven, hangt er ook vanaf of dat in de cao van de werkgever is geregeld. Een werkgever hoeft het verzoek van een werknemer om langer in dienst te kunnen blijven dus niet altijd te honoreren. Dat kan vervelend zijn voor iemand die door wil werken omdat zijn of haar pensioen ontoereikend is. “Dan moet je hopen dat de werkgever je in dienst wil houden.”  

Betrokkenheid 
Een sector waar het wel geregeld voorkomt dat een werknemer ervoor kiest zijn pensioen uit te stellen, is het onderwijs, merkt Schumans. “Daar hebben werknemers vaak een grote betrokkenheid bij hun vak en hun werkgever. Als ze dan werken in een regio waar een groot tekort aan leraren bestaat, dan besluit menig docent niet meteen met pensioen te gaan maar bijvoorbeeld het schooljaar af te maken of nog een jaar langer te blijven.” Door zich flexibel op te stellen, kan een werkgever het voor werknemers aantrekkelijker maken wat langer door te gaan, als die dat zouden willen.  

“Als mensen bij mij komen met de gedachte langer door te werken, dan gaan ze nadenken over wat het voor hen betekent en komen ze ook vaak met het feit dat werken hen een invulling van hun bestaan biedt”, aldus Schumans. “Vaak zijn ze klaar met werk als verplichting, maar als meer werknemers de vrijheid krijgen hun functie op hun eigen manier in te vullen, dan denk ik dat meer mensen geneigd zijn na hun AOW-datum nog even door te gaan. Denk bijvoorbeeld aan de oudere onderwijzer die nog wel voor de klas wil staan, maar geen opleidingen meer wil doen.” Wat ook meer en meer voor komt, is dat oudere werknemers een eigen bedrijf beginnen. “Ze worden dan zzp’er en laten zich inhuren door hun (vorige) werkgever. Dat zie je bijvoorbeeld vaak bij gemeentes. Het gaat dan bijvoorbeeld om mensen die een project op interim basis doen.”  

Duurzaam inzetbaar 
Als een werknemer besluit langer door te werken, zijn er wel een aantal zaken waarop moet worden gelet. “Bij sommige pensioenfondsen houdt de pensioenopbouw op na het bereiken van de AOW-leeftijd. Dat betekent wel dat je als werknemer netto meer inkomen overhoudt omdat je geen pensioenpremie meer afdraagt.” Aan bijverdienen na de AOW-leeftijd zijn geen regels gebonden, legt Schumans uit. “Wat ik wel vaak zeg tegen iemand die dit overweegt, is: kijk wat je uiteindelijk netto overhoudt. Want stel dat je nog voor een paar uur per week bij je werkgever blijft werken, je AOW krijgt en je misschien ook al pensioen ontvangt. Dan ontvang je van drie instanties geld, waar je maar heel weinig belasting over betaalt. Maar de Belastingdienst telt dat allemaal bij elkaar op waardoor je in een hogere schijf terechtkomt en je mogelijk een naheffing krijgt. Ook is het zaak goed na te denken óf je de loonheffingskorting wilt toepassen, en zo ja, op welk inkomen.” 

Hoewel werkgevers er nu nog niet massaal voor warmlopen, kan Schumans zich voorstellen dat het verschijnsel van de werkende 67-plusser steeds vaker gaat voorkomen. “De generatie die nu de AOW-leeftijd bereikt, is over het algemeen vroeger met werken begonnen dan de generaties na hen. Langer doorwerken zal onder hen daarom minder populair zijn dan bij de jongeren die nu de arbeidsmarkt betreden. Als je later bent begonnen met werken, en je daarnaast profijt hebt gehad van arbeidsvoorwaarden rond flexibel werken en duurzame inzetbaarheid, dan wordt het makkelijker om na je AOW-leeftijd nog een tijdje door te werken. Ik zie nu ook bij werkgevers dat ze bezig zijn hun werknemers vitaal te houden en ervoor te zorgen dat ze duurzaam inzetbaar zijn.”  
 
 

Krapte 
In het artikel van RTL Nieuws zegt Peter Hein van Mulligen, hoofdeconoom van het CBS, dat de pensioengerechtigden die doorwerken het tekort aan arbeidskrachten niet kunnen oplossen. Ook Schumans is van mening dat de toename van het aantal werkende 67-plussers niet genoeg zal zijn om de huidige krapte op de arbeidsmarkt te beperken. “Die wordt vooral veroorzaakt door de vergrijzing en de zogeheten ontgroening (afname van het aandeel jongeren in de bevolking als gevolg van dalend geboortecijfer, red.), waardoor minder nieuwe werknemers de arbeidsmarkt betreden.” Ook al zijn steeds meer 67-plussers aan het werk, blijft het volgens Schumans toch een betrekkelijk marginaal verschijnsel, zeker als je het afzet tegen de gehele arbeidspopulatie. “Het is niet zo dat ze jarenlang doorwerken, het gaat toch vooral om kortere periodes.” Toch sluit hij niet uit dat wanneer werkgevers enthousiaster worden over werknemers die na hun AOW-datum willen doorwerken, en jongere generaties duurzamer inzetbaar worden, langer doorwerken kan helpen om de arbeidsmarkt meer in evenwicht te brengen. 

Volgende publicatie:
Helft van de Nederlanders denkt dat loonkloof in 2122 is gedicht

Helft van de Nederlanders denkt dat loonkloof in 2122 is gedicht

Gepubliceerd op: 14 november 2022

Onderzoeksbureau Motivaction deed onderzoek naar het toekomstbeeld van de positie van vrouwen. Vandaag op Equal Pay Day enkele uitkomsten:

  • Typische mannen- en vrouwenberoepen: Ruim een kwart van de Nederlanders denkt dat er in 2122 nog altijd typische beroepen voor mannen (zoals IT of defensie) en vrouwen (zoals zorg of onderwijs) bestaan.
  • Vrouwen in topposities: Vrouwen vinden het minder waarschijnlijk dan mannen dat er in 2122 evenveel vrouwen als mannen in topposities werken. Bijna 7 op de 10 vrouwen vindt dit wel wenselijk, mannen vinden dit minder vaak wenselijk (60 procent).
  • Parttime en fulltime werken: 56 procent van de Nederlanders vindt het wenselijk dat in 2122 de verdeling tussen parttime en fulltime werken eerlijk is verdeeld tussen mannen en vrouwen. Ook ziet de helft van de Nederlanders graag dat een voltijds werkweek uit 32 uur bestaat. Ruim een derde van de Nederlanders vindt dat ook waarschijnlijk.
  • Loonkloof: De helft van de Nederlanders denkt dat in 2122 de loonkloof is gedicht. 79 procent van de vrouwen vindt dit heel wenselijk, bij mannen ligt dit percentage op 66 procent.
  • Pensioen: Drie op de vijf Nederlanders vindt het wenselijk dat in 2122 iedereen een basispensioen ontvangt en je ook voor onbetaald werk (zoals mantelzorg of vrijwilligerswerk) aanvullend pensioen opbouwt. Kortom, in het Nederland van 2122 bestaat er geen pensioenkloof tussen vrouwen en mannen.

 

Lees ook het interview met Historica Els Kloek over de inhaalslag van vrouwen | APG

Volgende publicatie:
“Vrouwen zijn er nog niet, maar ze moeten moed houden”

“Vrouwen zijn er nog niet, maar ze moeten moed houden”

Gepubliceerd op: 14 november 2022

Vandaag is het Equal Pay Day. Hoewel de positie van de vrouw de afgelopen eeuw enorm is verbeterd, is er nog steeds sprake van een financiële kloof tussen mannen en vrouwen. Een gesprek met historica Els Kloek over onder meer de inhaalslag van vrouwen in Nederland, een op mannen schietende dienstbode, en de voor- en nadelen van deeltijdbanen.    

 

Ze is van huis uit wetenschapper, is gepromoveerd, maar noemt zich al jaren ‘onderneemster in geschiedenis’ en ‘historisch onderzoekster’. Els Kloek ziet zichzelf als vrouw van de praktijk, als iemand die liever gewoon aan het werk gaat dan verzeild raakt in theoretische debatten. Die liever de geschiedenis van gewone mensen bestudeert dan die van koningshuizen en oorlogen. En dan vooral de geschiedenis van vrouwen, want die werden door historici vaak overgeslagen.

Kloek stond onder andere aan de wieg van het Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland, en schreef het veelgeroemde boek ‘Vrouw des huizes – een cultuurgeschiedenis van de Hollandse huisvrouw’. Ze maakte vooral naam met het monumentale, tweedelige naslagwerk ‘1001 vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis’, met daarin 2 x 1001 biografieën van bekende Nederlandse vrouwen, uit pakweg de laatste duizend jaar. 

Digitale expositie ‘Vrouw en inkomen’

De positie van de vrouw in Nederland is de afgelopen eeuw duidelijk verbeterd. Dat blijkt ook uit de expositie ‘Vrouw en inkomen’, opgezet vanwege 100 jaar ABP; een prachtige, digitale tijdreis met bijzondere verhalen, van bijzondere vrouwen. Een van de samenstellers is historica Els Kloek. Je kunt de expositie over 100 jaar vrouwen digitaal bezoeken: Welkom bij 100 | De Expositie - ABP 100 jaar (pensioenvannederland.nl).

In welke opzichten is de positie van vrouwen in Nederland de laatste honderd jaar verbeterd?

“Het is normaal geworden dat je als vrouw kunt werken. Vergeet niet dat vrouwen vroeger werden geacht te stoppen met werken zodra ze trouwden. Bovendien zijn vrouwen pas sinds 1957 wettelijk gezien ‘handelingsbekwaam’; voor die tijd werden ze niet in staat geacht om hun eigen financiën te regelen. De uitvinding van de pil zorgde ervoor dat vrouwen min of meer konden plannen wanneer ze kinderen kregen, en daar hun loopbaan op konden afstemmen. En sinds 1980, als gevolg van de Wet op Gelijke Behandeling, zijn mannen en vrouwen in juridisch opzicht gelijk aan elkaar. Deze maatschappelijke revolutie heeft zich de vorige eeuw heel geleidelijk voltrokken.”  

 

Maar toch is er nog steeds die loon- en pensioenkloof…

“Ja, en dat is op zich natuurlijk ronduit bizar. Want waarom krijgen vrouwen voor hetzelfde werk vaak minder betaald dan mannen? Ik denk dat we een beetje geduld moeten hebben, want met wetten en maatregelen verandert niet meteen hoe mensen leven en denken. Niettemin ben ik hoopvol als je kijkt naar wat er in de afgelopen honderd jaar is gerealiseerd. Het heeft gewoon tijd nodig. Neem het onderwijs. Dat is altijd een enorm emanciperende factor. Meisjes kunnen in Nederland inmiddels hetzelfde onderwijs volgen als jongens. Meiden kunnen nu zoveel vakken kiezen! Een eeuw geleden was dat ondenkbaar. En vrouwen hoeven niet meer hun hele volwassen leven te wijden aan het opvoeden van kinderen. Ze kunnen dankzij allerlei voorzieningen, hun man desgewenst de deur uitzetten. Nou, tot voor kort werkte je je als vrouw dan enorm in de nesten.”

 

Vrouwen krijgen vaak de kritiek dat ze minder verdienen omdat ze vaker voor deeltijdbanen kiezen. Hoe ziet u dat?

“Die loonkloof komt inderdaad voor een deel doordat vrouwen vaker parttime werken. Maar dat verklaart nog niet waarom ze voor gelijk werk in de praktijk vaak minder betaald krijgen dan mannen. Ik draai het altijd graag om: waarom gaan mannen niet meer in deeltijd werken? Deeltijdbanen zijn heus zo slecht nog niet. Als je kinderen krijgt, wil je die ook kunnen opvoeden en de juiste zorg aan ze besteden. Ik vind het problematisch dat veel jonge gezinnen nu met zo’n overvolle agenda zitten. Ze hebben vaak geldzorgen, hebben discussie over de taken in het huishouden, hebben er last van dat de tijden van kinderopvang en school niet aansluiten op hun eigen werktijden. En dan moeten ze ook nog carrière maken... kortom, ze moeten door veel hoepels tegelijk springen.”

Hoe bent u daar in uw eigen carrière mee omgegaan?

“Ik begon na mijn studie met fulltime werken. Maar ik voelde me daar niet prettig bij. En heb toen gekozen voor een andere, parttime baan. Dat kon ik me financieel gezien gelukkig permitteren, wat echt een voorrecht is geweest. Daardoor had ik de vrije tijd om ook dingen te doen die ik heel leuk vond, waar mijn hart naar uitging. Wat trouwens toch vaak weer werkgerelateerd was. Wat dat betreft heb ik nog een beetje de trekken van een hippie uit de jaren zestig, haha.”

 

Vrouwen hebben dus veel in eigen hand?

“Zeker. Er wordt nog vaak naar vrouwen gewezen dat het tuttebollen zijn die de hele dag thuis bij de kinderen willen zitten. En dat het dus hun eigen schuld is dat ze geen carrière maken of weinig verdienen. Maar dan hebben vrouwen het weer gedaan. Ik vind dat mannen ook in beweging moeten komen. Bijvoorbeeld meer taken in het huishouden op zich nemen. Wat dat betreft is er al veel ten goede veranderd, in mijn jeugd was het bijvoorbeeld ondenkbaar dat een man de luiers verschoonde; de enkeling die dat wel deed, zweeg erover. Bang voor een watje te worden uitgemaakt. Die tijd is gelukkig voorbij. Wat een winst is dat! Daarbij heeft het uiteraard enorm geholpen dat het huishouden veel minder tijd vergt dan vroeger, dankzij wasmachines en andere apparatuur.”

 

Welke vrouwen ziet u als iconen van de Nederlandse vrouwenemancipatie?

“Dat zijn er heel wat. Een van mijn favorieten is de dienstbode Neeltje Lokerse. Die stond in 1902 gewapend op het Haagse Binnenhof. Daar werkte de vader van haar pasgeboren kind, tevens haar werkgever. Hij weigerde zijn kind te erkennen. Toen hij naar buiten kwam, schoot ze op hem maar ze raakte hem niet. Ze wilde alleen maar aandacht voor de zaak, vandaar haar actie. Ze werd direct gearresteerd maar later weer vrijgesproken. Daarna heeft ze zich, bijvoorbeeld door lezingen te geven, haar leven lang ingezet voor verbetering van de positie van dienstbodes, ongehuwde moeders en prostituees. Heel dapper, want die waren destijds allemaal rechteloos. Andere iconen zijn Corrie Tendeloo en Clara Meijers. Tendeloo was een politica die zich inzette voor juridische gelijkheid tussen man en vrouw. Dankzij een motie van haar werd in 1955 het gedwongen ontslag van ambtenaressen bij huwelijk afgeschaft. Ze zorgde er ook voor dat de handelingsonbekwaamheid van getrouwde vrouwen werd opgeheven. En Clara Meijers zorgde er in 1928 voor dat er voor vrouwen een aparte Vrouwenbank kwam. Het was voor vrouwen destijds vrijwel onmogelijk om een lening te krijgen als ze bijvoorbeeld een winkel wilden openen, of een hypotheek voor een eigen huis nodig hadden.”

 

Waarom bent u al een leven lang bezig met de geschiedenis van vrouwen in Nederland?

“Ik ben van 1952, de tijd dat de vrouw de man nog hoorde te volgen. Ik was nog scholier, toen ik in Leiden bij de oprichting van Dolle Mina was, in 1969. Die feministische actiegroep paste in de tijdgeest, ik vond dat machtig interessant. Toen ik geschiedenis ging studeren, ging mijn aandacht als vanzelf naar de geschiedenis van vrouwen in Nederland. Die fascinatie heb ik altijd gehouden. Terugkijkend constateer ik dat er enorm veel verbeterd is voor vrouwen. We zijn er nog niet, maar we moeten moed houden en alert blijven. Ooit zullen mannen en vrouwen volstrekt gelijkwaardig zijn aan elkaar, daar ben ik van overtuigd. Dat ouderwetse mannenbastion wordt langzaam maar zeker steeds verder afgebroken.”

Foto's: Aad van Vliet

In 2122 geen pensioenkloof tussen vrouwen en mannen

Onderzoeksbureau Motivaction deed onderzoek naar het toekomstbeeld van de positie van vrouwen. Enkele uitkomsten:

  • Typische mannen- en vrouwenberoepen: Ruim een kwart van de Nederlanders denkt dat er in 2122 nog altijd typische beroepen voor mannen (zoals IT of defensie) en vrouwen (zoals zorg of onderwijs) bestaan.
  • Vrouwen in topposities: Vrouwen vinden het minder waarschijnlijk dan mannen dat er in 2122 evenveel vrouwen als mannen in topposities werken. Bijna 7 op de 10 vrouwen vindt dit wel wenselijk, mannen vinden dit minder vaak wenselijk (60 procent).
  • Parttime en fulltime werken: 56 procent van de Nederlanders vindt het wenselijk dat in 2122 de verdeling tussen parttime en fulltime werken eerlijk is verdeeld tussen mannen en vrouwen. Ook ziet de helft van de Nederlanders graag dat een voltijds werkweek uit 32 uur bestaat. Ruim een derde van de Nederlanders vindt dat ook waarschijnlijk.
  • Loonkloof: De helft van de Nederlanders denkt dat in 2122 de loonkloof is gedicht. 79 procent van de vrouwen vindt dit heel wenselijk, bij mannen ligt dit percentage op 66 procent.
  • Pensioen: Drie op de vijf Nederlanders vindt het wenselijk dat in 2122 iedereen een basispensioen ontvangt en je ook voor onbetaald werk (zoals mantelzorg of vrijwilligerswerk) aanvullend pensioen opbouwt. Kortom, in het Nederland van 2122 bestaat er geen pensioenkloof tussen vrouwen en mannen.

Volgende publicatie:
Tien Nederlanders op de reis van hun leven in nieuwe pensioendocumentaire

Tien Nederlanders op de reis van hun leven in nieuwe pensioenfilm

Gepubliceerd op: 20 oktober 2022

Tien Nederlanders, elk uit een ander decennium, ontmoeten elkaar in een bus die dwars door Nederland rijdt. Ze hebben elk hun eigen verhaal, maar raken elkaar in hun strijd, hun passie en hun dromen over het Nederland van straks. Regisseur Sander Ligthart legde de gesprekken vast in de filmische roadtrip Ontmoetingen. Een documentaire naar aanleiding van 100 jaar pensioen in Nederland.

 

100 jaar pensioen in Nederland is het vertrekpunt van de documentaire die regisseur Sander Ligthart in opdracht van ABP en APG heeft gemaakt. Het resultaat is een terug- en vooruitblik op de staat van Nederland van de afgelopen eeuw: hoe is ons land omgegaan met duurzaamheid, gelijke kansen voor iedereen en welzijn? Ligthart laat tien Nederlanders uit tien verschillende decennia met elkaar in gesprek gaan; tien perspectieven en tien verschillende verhalen. Het zijn onbekende, maar bijzondere mensen zoals Roxanne Salehi, tot voor kort Kinderdirecteur Natuur & Duurzaamheid van Flevoland en leerling op de eerste ecologische basisschool van Nederland en onderwijsprofessional Karim Amghar die zich inzet tegen kansongelijkheid en polarisatie in klas en wijk. Maar ook bekende landgenoten als historica Els Kloek en schrijver en voormalig politicus Jan Terlouw verschijnen voor de camera. In de film rijden zij samen in een bus door Nederland waarbij openhartige en inspirerende gesprekken ontstaan. We spreken de regisseur, met een indrukwekkend cv dat varieert van luchtige commercials tot een korte film over seksueel misbruik, voor de première van de documentaire.

En dan is daar de vraag voor een documentaire over pensioen. Had je gelijk voor ogen welk verhaal je wilde vertellen?

“Ja, het idee kwam wel snel in mij op. Ik maakte al eerder films voor ABP en APG en weet dat het voor hen niet ophoudt bij pensioen verstrekken: ze zetten hun kennis en netwerk in voor maatschappelijke thema’s. Mijn idee was dan ook om kijkers inspiratie te geven over duurzaamheid, welzijn en kansengelijkheid: een verhaal dat pensioenopbouwers en pensioengenieters, mensen met een hart voor onderwijs, wetenschap, defensie en politiek, anders laat kijken. Deze film is eigenlijk het omgekeerde van het journaal. Dus niet focussen op wat er fout ging, maar achteromkijken naar de afgelopen jaren en daarna vergezichten scheppen op het gedroomde Nederland van straks. Een perspectief op de toekomst, en hoe je daar invloed op kunt uitoefenen, zonder uit het oog te verliezen dat er nog veel moet gebeuren.”

En hoe ziet dat Nederland van straks eruit?
“Tijdens de opnames kwamen we er eigenlijk achter dat er vanuit de politiek of samenleving over het algemeen niet echt een visie is over waar we als Nederland naartoe willen. Waar zijn we over tien jaar of honderd jaar? Die visie is wel noodzakelijk.”

Hoe breng je dat in beeld in een documentaire met als insteek 100 jaar pensioen?
Het pensioen zelf neemt een bescheiden plek in: de pensioenwet die 100 is geworden is de aanleiding om 100 jaar terug en 100 jaar vooruit te kijken. Vragen die aan bod komen zijn ‘Hoe is duurzaamheid een steeds grotere rol gaan spelen’, ‘Hoe zijn we omgegaan met kansengelijkheid voor vrouwen of groepen die niet altijd hun stem konden laten horen’ en ‘Hoe zit het met welzijn’. De mensen die we hebben uitgekozen voor de film passen op meerdere manieren in het verhaal. Zoals Maaike Leichsenring, oud-studente van de TU Delft die ondanks het advies dat techniek niets is voor meisjes, toch ging studeren en nu onderzoek doet naar toepassingen van duurzame energie.”


En zijn de antwoorden op de vragen die je stelt altijd positief?
“Nee, we laten zeker ook het tegengeluid horen. Neem als voorbeeld het pensioen. Wetenschapper Rutger Hoekstra, een van de tien mensen, zet vraagtekens bij het meten van de welvaart in economische cijfers. Hij onderschrijft dat pensioen veel mensen onafhankelijk heeft gemaakt en ze laat leven zoals ze dat zelf willen. Maar Rutger stelt dat pensioen ook gezien kan worden als oorzaak voor meer eenzaamheid onder ouderen. Door pensioen voelen Nederlanders zich haast niet meer verantwoordelijk voor hun ouders, wat weer kan leiden tot eenzaamheid. Dus de sociale samenhang valt deels weg door pensioen. Het verhaal van Ibrahim, de jongen die op zijn zesde met zijn ouders uit Syrië is gevlucht, haakt hierop in: zijn ouders hebben hun kinderen veel liefde en zorg gegeven en zien dit als een soort van lening. Die liefde en zorg krijgen ze terug van hun kinderen als ze oud en hulpbehoevend zijn.”

In jouw films staan altijd mensen centraal, omdat je de kijker in het hart wilt raken. Zo ook hier. Waarom die aanpak?  
“Ik wilde ontmoetingen creëren tussen mensen die allemaal een interessante zienswijze hebben op de toekomst: mensen uit elk decennium die hun wereld openstellen en van daaruit hun perspectief laten zien. Kinderen, volwassenen, pensioenopbouwers, pensioengenieters; een bont gezelschap van mensen. Zij hebben verhalen over vroeger en nu, over dromen en ambities, over angsten. Over het veranderde Nederland en de veranderende wereld, over economische voorspoed en knagende duurzaamheid. Verhalen die het waard zijn om met elkaar te delen. En juist doordat het echte, persoonlijke verhalen zijn en er oprechte interesse ontstaat tussen mensen, ontstaat er inspiratie en raken de verhalen je.”

De setting is niet alledaags, jullie rijden dwars door Nederland in een bus.
“Zie het als een unieke roadtrip. De tien gaan samen op de ‘reis van hun leven’. Tijdens de reis delen ze hun verhalen met elkaar. De bus is een plek van ontmoeting, van delen, van trots op het verleden en ambities voor de toekomst. Een plek die geen geografische locatie kent, maar daar is waar de verhalen zijn. Op reis is iedereen vrij, niet gebonden aan een eigen domein.

En juist daar ontstaan de onverwachte gesprekken, tussen de tiener die zich sterk maakt voor duurzaamheid en de negentiger die als politicus Nederland economische voorspoed bracht toen het woord duurzaamheid nog niet eens bestond.”

Welke uitdagingen kwam je tijdens het filmen tegen?
“De grootste uitdaging was om de kijker nieuwe perspectieven en meningen te tonen. Dus wegblijven van de platgetreden banen en ze niet te vertellen wat ze eigenlijk al weten.”

Zoals?
“De meeste mensen vinden duurzaamheid belangrijk, maar weten bijvoorbeeld niet dat Nederland ver vooruitloopt. De uitdaging zit in het aanspreken van zoveel mogelijk bronnen en in energieopslag omdat er ook energie nodig is als de zon niet schijnt en het amper waait.

Iedereen is voor gelijke kansen vrouwen, maar mensen realiseren zich vaak niet dat vrouwen amper worden genoemd in geschiedenisboeken en wat het met een vrouw doet als ze de enige vrouw is in een organisatie; iets dat we illustreren met het verhaal van kolonel Sylvia Busch. Ook is er veel discussie over kansengelijkheid in het onderwijs, maar men weet niet altijd wat het met een leerling doet wanneer hij wordt weggezet als zielige minderheidsgroep die het toch niet zal redden.”

Jullie hebben dagenlang gefilmd, gereisd en gepraat. Welk van de verhalen is je zeker bijgebleven?  
“Dat van Karim, een Marokkaanse jongen uit Bleiswijk die werkt als programmamaker bij de NTR en docent. Hij werd op de basisschool te laag geadviseerd en daardoor belandde hij in een enorm gat. Hij voelde zich weggezet, verveelde zich, belandde in de criminaliteit en radicaliseerde. Tot zijn eigen broer zei dat hij in Karim geloofde en hem aanmeldde voor een toelatingstest op het HBO. Dat zorgde voor een enorme opwaartse spiraal en zie waar Karim is terechtgekomen. Hij zat zelfs bij de Uitblinkerslunch van Koning Willem-Alexander om hierover te praten.
Karim had dus maar één persoon nodig die in hem geloofde. En met die instelling stapt hij nu zelf elke dag zijn eigen klas binnen. Hij straalt naar de kinderen uit dat ze allemaal talent hebben en motiveert hen.”

En wat geef jij de kijker mee?
“De centrale les die wel geleerd is, is dat als verschillende groepen in de samenleving elkaar niet kennen, er onbegrip en verwijdering ontstaat. Geld is daar geen antwoord op. Uit je bubbel stappen en interesse tonen in wat iemand bezighoudt, welke angsten en ambities iemand heeft, wel. De noodzaak van elkaar ontmoeten en oprecht met elkaar in gesprek gaan, kwam in alle gesprekken naar boven. Neem eens een kijkje in je buurt, ga het gesprek met elkaar aan.”

Volgende publicatie:
ABP en APG organiseren Expositie Vrouw en inkomen

ABP en APG organiseren Expositie Vrouw en inkomen

Gepubliceerd op: 28 september 2022

100 jaar geleden koos Nederland ervoor om samen voor pensioen te zorgen. En 100 jaar geleden werd ABP het pensioenfonds voor overheid en onderwijs opgericht. ABP en APG staan samen stil bij deze mijlpaal en organiseren diverse activiteiten, waaronder 100|De Expositie.

 

Ter gelegenheid van het jubileum 100 jaar pensioen in Nederland is 100|De Expositie feestelijk geopend op dinsdag 27 september in het hoofdkantoor van APG.
De opening werd verricht door Sophie van Gool, auteur van ‘Waarom vrouwen minder verdienen; en wat we eraan kunnen doen’ en columnist bij het Financieele Dagblad. Zij werd hierbij vergezeld door Harmen van Wijnen (Bestuursvoorzitter ABP) en Francine van Dierendonck en Maarten Blacquière (leden raad van bestuur APG).

 

Na de opening reist de expositie, die voor iedereen toegankelijk is, via het kantoor van ABP en APG in Amsterdam door naar de NHL Stenden Hogeschool in Leeuwarden, een van de aangesloten werkgevers van ABP. Tevens wordt de expositie in digitale vorm ter beschikking gesteld, onder andere aan de 3,1 miljoen deelnemers van ABP.

Op zaterdag 1 oktober tussen 14.00-17.00 opent APG Heerlen haar deuren voor omwonenden en andere geïnteresseerden. Vind je het ook leuk om de expositie samen met familie of vrienden te bezoeken, meld je dan hier aan: https://www.aanmelder.nl/weekendexpositieheerlen

Pensioenkloof
1922, het jaar dat ABP werd opgericht, was ook het jaar dat de Nederlandse vrouw voor het eerste het actieve kiesrecht - dat ze in 1919 had gekregen - kon gebruiken tijdens de verkiezingen voor de Tweede Kamer. Hoewel er inmiddels best veel is bereikt, is 100 jaar later echter nog steeds sprake van een ongelijk speelveld tussen mannen en vrouwen. Het gemiddelde bruto salaris van vrouwen ligt bijvoorbeeld nog altijd zo’n 13% lager dan dat van mannen en de pensioenkloof tussen mannen en vrouwen is maar liefst 40%. Dat is de op één na grootste pensioenkloof van Europa en dit komt doordat vrouwen vaker parttime werken en voor gelijk werk in de praktijk vaak minder betaald krijgen dan mannen. 

Tot leven
Om aandacht te vragen voor de (financiële) ongelijkheid tussen mannen en vrouwen zochten ABP en APG samenwerking met historici Els Kloek - bekend van ‘1001 vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis’ - en Katja Krediet. Ook deden ABP en APG in samenwerking met bureau Motivaction onderzoek naar de toekomst van financiële (on)gelijkheid. De expositie vertelt het levensverhaal van negen verschillende personen, die steeds op een ander moment in tijd leven. Aan de hand van deze verhalen komt de rechtspositie, het onderwijs en arbeidsparticipatie van vrouwen op dat moment tot leven: van vrouwen die werden ontslagen na hun trouwen want anders ‘bleven de huwelijken kinderloos’, tot de opkomst van de pil en de Dolle Mina’s. Van vrouwen die tot 1971 volgens het wetboek ‘gehoorzaamheid aan de man verschuldigd zijn’ tot vrouwen die - anno nu - met iemand van het gelijke geslacht trouwen.

Spiegel
Bij iedere levensgebeurtenis hoort een zogenoemde ‘reality check’ voor de bezoeker zelf. Die kijkt letterlijk in een spiegel en wordt geconfronteerd met vragen als ‘wat bekent het voor jou en je financiële situatie als je besluit om een huis te kopen of als je besluit om in deeltijd te werken’? Zo wil ABP het financiële bewustzijn van huidige generaties vergroten en hopelijk bijdragen aan het dichten van de financiële en sociale kloof tussen mannen en vrouwen.

Volgende publicatie:
Cross-mentoring: van elkaar leren als leider

Cross-mentoring: van elkaar leren als leider

Gepubliceerd op: 12 september 2022

Van elkaar leren als leider en samen uitdagingen op het vlak van organisatie en onderwijs aanpakken. Dat is het doel van het Cross-mentoringprogramma waar APG aan deelneemt. 

 

In het Cross-mentoringprogramma, een initiatief van de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS) en Merel van Vroonhoven (oud-voorzitter van de AFM en tegenwoordig leraar in het speciaal onderwijs, foto), worden basisschooldirecteuren gekoppeld aan een leider uit het bedrijfsleven of de non-profit sector. Als koppel neem je een kijkje in elkaars keuken en spar je over leiderschapsvraagstukken met als doel van elkaar te leren. Vanuit gelijkwaardigheid en wederkerigheid. In 2020 vond de eerste piloteditie plaats met dertien koppels. Dit was zo’n succes dat de ambitie ontstond om binnen drie jaar 1.000 koppels te vormen.

 

Leren van elkaar
Het bedrijfsleven kan veel leren van het onderwijs, en omgekeerd. Door cross-mentoring ontstaat een actief netwerk waarin leiders van scholen, bedrijven en andere organisaties elkaar eenvoudiger  kunnen vinden en helpen.APG is een van de strategische partners van het initiatief en diverse managers van APG doen hieraan mee. Waaronder rvb-voorzitter Annette Mosman. 
“Omdat het bedrijfsleven en het onderwijs twee totaal verschillende werelden zijn, denk je misschien dat er weinig overeenkomsten zijn”, zegt Annette. “Maar hoewel de omgeving en schaal anders zijn, ben je allebei constant bezig met het verbeteren van je organisatie en daarin kun je veel van elkaar leren.”

 

Dialoog
Valérie van Spronsen, hoofd HR Business Partners, heeft bewondering voor de schooldirecteur die zij ontmoette. “Zij is zowel CEO, CFRO, COO als HR-directeur en super accountmanager in één. Ik heb veel respect voor hoe zij zoveel diverse thema’s weet te managen én de kennis en vaardigheden uit zichzelf weet te halen of te ontwikkelen.”
​​​​​​​Waar de schooldirecteur mee worstelt is de dialoog aangaan met medewerkers over prestatie en ontwikkeling. Valerie: “Ik heb haar verteld hoe wij continu de dialoog vormgeven en ik gaf haar tips om dat zelf ook te organiseren.”

Uit je bubbel
De ontmoeting en het coachende karakter van het Cross-mentoringprogramma heeft Valerie als heel waardevol ervaren. Ze moedigt andere leidinggevenden dan ook aan om mee te doen. “Je stapt echt even uit je eigen bubbel en verbreedt je gezichtsveld. Het is anders dan een kijkje nemen bij een ander (financieel) bedrijf, dit is echt drie bruggen verder van onze realiteit.”

 

Hectiek
Ook Michiel, hoofd Corporate Strategie, kijkt terug op een geslaagde ontmoeting. “Van de ontvangst bij de voordeur tot aan de kamer van de directeur kreeg ik al gelijk een beeld van hoe haar dag eruitziet. Op die paar meter vroeg een kind de weg naar de wc en stelde een collega een inhoudelijke vraag. Eenmaal bij de kamer aangekomen, herinnerde de schooldirecteur zich dat ze haar kamer had uitgeleend. We moesten uitwijken naar een andere plek.’’

Het tekent volgens Michiel de voortdurende hectiek op een basisschool en de vraagstukken die spelen. “Van een jas dichtdoen tot de strategie bepalen, het ligt zo dicht bij elkaar.”

Naast de hectiek zag Michiel ook structuur. “De school werkt niet met klassen maar met fases. Kinderen kunnen per vak in een andere fase zitten, ze werken in open ruimtes en hebben in clusters les in rekenen en spelling en tussendoor besteden ze ook tijd aan projecten. Volgend jaar gaan ze naar een nieuw gebouw waarin deze manier van werken nog beter tot zijn recht komt, hoe herkenbaar!”

Het was niet alleen Michiel die iets opstak tijdens deze ontmoetingen. De directeur wilde op haar beurt iets weten over strategie. “We spraken over strategisch denken en hoe je een vraagstuk aanpakt en structureert. Ik liet haar zien dat een matrix met twee assen waarlangs je ordent al het verschil kan maken.”

Uitdagingen
Inmiddels kijkt Michiel uit naar een volgende ontmoeting. “Petje af voor de manier waarop de schooldirecteur alle uitdagingen aangaat. Het is prachtig om op deze manier ervaringen uit te wisselen en de school in bedrijf te zien. Hier zie je onze deelnemers aan het werk en hier worden wellicht ook APG’ers van de toekomst opgeleid.”

 

Vraagstukken
Met dit publiek-private programma wordt het fundament van onze samenleving versterkt en wordt samengewerkt aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken die raken aan de ontwikkeling van toekomstige generaties.

Vanaf september start de Herfsteditie van 2022, deze wordt door APG gefaciliteerd.

We hebben goede leiders binnen en buiten het onderwijs nodig om de maatschappelijke uitdagingen van deze tijd het hoofd te bieden. Het cross-mentoring programma is bedoeld om hieraan bij te dragen. Ben jij of ken jij een leider in het onderwijs of bedrijfsleven die ook samen wil optrekken als cross-mentor? Die openstaat voor wederzijdse coaching, wil sparren over (gedeelde) leiderschapsvraagstukken en samen uitdagingen op het vlak van organisatie en onderwijs wil aanpakken? Meld je dan aan!

Volgende publicatie:
Pensioenfonds ABP bestaat 100 jaar

ABP en APG staan samen stil bij 100 jaar pensioen van Nederland

Gepubliceerd op: 30 juni 2022

100 jaar geleden, in 1922, werd ABP opgericht, het pensioenfonds voor overheid en onderwijs. Nederland heeft nu, een eeuw later, één van de beste pensioenstelsels ter wereld en dat heeft ons veel gebracht. Hoe zorgen we ook in de komende 100 jaar voor een goed collectief pensioen in een leefbare samenleving? Aan deze thema’s besteden ABP en haar uitvoerder APG (tot 2008 waren zij één organisatie) in dit bijzondere jubileumjaar aandacht.

 

De oprichting van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds vond plaats op 1 juli 1922. Bij de oprichting bedroeg het aantal deelnemers zo’n 90.000. Eind 2021 was dat deelnemersbestand uitgegroeid tot 3,1 miljoen deelnemers, waarvan bijna 1 miljoen pensioengerechtigden waaronder ruim zeshonderd eveneens 100-jarigen.

 

In 1996 werd ABP, dat tot die tijd onder het ministerie van Financiën viel, geprivatiseerd. Het bestuur bestond uit vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers. De privatisering stelde ABP in staat om haar beleggingshorizon te verbreden. Naast de traditionele staatsobligaties werd er steeds meer belegd in aandelen en andere categorieën, ook wereldwijd. In 2008 werd ABP gesplitst in Stichting Pensioenfonds ABP en de nieuw opgerichte Algemene Pensioen Groep NV (APG). APG groeide uit tot één van ‘s werelds grootste uitvoeringsorganisaties, die voor meerdere pensioenfondsen de pensioenadministratie verzorgt en de beleggingsportefeuille beheert. Het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds ging verder onder de naam ABP en groeide uit tot één van de grootste pensioenfondsen ter wereld.

 

Staat als een huis
Harmen van Wijnen, bestuursvoorzitter ABP: “We vieren de 100ste verjaardag van ABP. De gedachte achter het besluit 100 jaar geleden om samen voor pensioen te zorgen, staat tot op de dag van vandaag als een huis. Het verbindt jong en oud, ziek en gezond, werkenden en gepensioneerden en individu en samenleving. Dat is de kern en de kracht van ons unieke pensioenstelsel. Het zorgt er - samen met de AOW - ook voor dat armoede onder ouderen veel minder voorkomt dan in ons omringende landen. Ook de komende 100 jaar willen we gezamenlijk verder bouwen aan een goed pensioen voor onze deelnemers in een leefbare wereld. Daarvoor moet ons pensioenstelsel aangepast worden aan de huidige tijd. Zodat we ook in de toekomst één van de beste stelsels ter wereld houden.”

 

Goed inkomen
Annette Mosman, bestuursvoorzitter APG: “Al 100 jaar zijn we samen, eerst binnen ABP, en vanaf 2008 als zelfstandige uitvoeringsorganisatie, maar nog steeds samen met ABP. We delen een rijke historie en veel ervaring. En dat komt van pas. We staan immers aan de vooravond van één van de grootste wijzigingen van ons pensioenstelsel in afgelopen eeuw. De komende jaren is APG volledig gericht op de executie van de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. Het is onze taak om, samen met ABP en onze andere fondsen, te zorgen voor een pensioenuitvoering waarin iedereen straks een goed inkomen heeft en waarin voor jong en oud duidelijk en begrijpelijk is hoe hun pensioen er voor staat.”

 

In het zonnetje
In de tweede helft van 2022 besteden ABP en APG aandacht aan ‘100 jaar pensioen van Nederland’. Fonds en uitvoerder grijpen dit moment aan om terug én vooruit te kijken; ABP en APG kijken terug in de geschiedenis en verzamelen 100 verhalen van deelnemers (zie www.pensioenvannederland.nl). Ook zetten we deelnemers die in hetzelfde jaar als ABP 100 worden in het zonnetje met een felicitatie en een bloemetje. Voor het najaar staat ook een tentoonstelling in Heerlen en Amsterdam op stapel. Daarnaast werken we aan een documentaire over de waarde van pensioen die ook online te zien zal zijn. 

 

Meer weten en op de hoogte blijven van de activiteiten? Ga naar www.pensioenvannederland.nl

Volgende publicatie:
APG breidt samenwerking met non-profitorganisatie JINC uit naar Amsterdam

APG breidt samenwerking met JINC uit naar Amsterdam

Gepubliceerd op: 3 juni 2022

APG staat voor een samenleving waarin je achtergrond niet je toekomst bepaalt. Als partner van JINC investeert APG dan ook in de talentontwikkeling van kinderen in Zuid-Limburg. Deze samenwerking wordt uitgebreid naar Amsterdam, waar medewerkers zich als vrijwilliger gaan inzetten voor de verschillende projecten van de non-profitorganisatie. Annette Mosman, CEO APG, ondertekende hiervoor een nieuwe samenwerkingsovereenkomst. “De jeugd heeft de toekomst, dus als we voor een aantal jongeren het verschil kunnen maken, hebben we de wereld weer ietsje mooier gemaakt.

 

JINC strijdt voor een Nederland waar de postcode geen voorspeller meer is van succes op de arbeidsmarkt. De non-profitorganisatie spreekt van honderdduizenden Nederlandse kinderen die opgroeien in een omgeving met veel werkeloosheid en weinig rolmodellen. Met de nieuwe samenwerkingsovereenkomst geeft APG nu ook concreet invulling aan maatschappelijke betrokkenheid in de regio Amsterdam en helpt mee om kinderen een goede start te geven op de arbeidsmarkt. Voor APG is de uitbreiding een heel logische stap. Annette Mosman: “Van huis uit heb ik geleerd dat je er moet zijn voor je buren en mensen in je omgeving. De roots van APG liggen in Amsterdam en Heerlen, en daarom vind ik het zo gaaf dat we naast al die grote dingen die we al doen als organisatie ook impact willen maken in onze directe omgeving.”

 

Baas van morgen
APG’ers die werkzaam zijn op het kantoor in Heerlen werken sinds 2019 in de regio Zuid-Limburg op vrijwillige basis mee aan verschillende projecten. Tijdens de Bliksemstage bezoeken leerlingen van de basisschool, het vmbo en het praktijkonderwijs een aantal afdelingen van de organisatie. Tijdens de sollicitatietrainingen leren APG’ers aan jongeren hoe je een sollicitatiegesprek voorbereidt. En op de dag van de Baas van Morgen mag een leerling de plek innemen van een leidinggevende. Deze week ontving APG in dat kader de vijftienjarige Danique uit Kerkrade.

 

Verborgen kwaliteiten
Mosman merkt op dat bij de samenwerking met JINC het mes aan twee kanten snijdt. Door zich in te zetten voor JINC investeert APG namelijk ook in de talentontwikkeling van de eigen medewerkers. Mosman: “Zij leren bijvoorbeeld hoe ze met eenvoudig taalgebruik, humor en relativeringsvermogen jongeren meekrijgen. Daarnaast leren medewerkers over de samenleving, over jongeren, maar ook over zichzelf. Want wie als trainer of coach aan de slag gaat, stuit vaak op allerlei verborgen kwaliteiten.”

Verschil maken
De samenwerking sluit ook aan bij APG als pensioenuitvoerder. “We werken met trots en overtuiging voor de 4,6 miljoen deelnemers van onze fondsen. We willen het verschil maken voor deze deelnemers door voor een goed pensioen te zorgen en onze bijdrage te leveren aan een leefbare wereld. Ons pensioenstelsel levert een bijdrage aan het terugdringen van inkomens ongelijkheid. Een bijdrage leveren aan het terugdringen van sociale ongelijkheid past dus heel goed bij ons.” Daarnaast past de uitbreiding van het contract in de duurzaamheidsambitie van APG. Lokale maatschappelijke betrokkenheid is een van de vier onderwerpen waarop wordt ingezet door de organisatie. Mosman: “Met sponsorbudget en de vrijwillige inzet van medewerkers willen we een leefbare, vitale en inclusieve maatschappij ondersteunen. De activiteiten van JINC passen hier goed bij.”

 

Voorop staan echter de meer dan 65.000 basisschool- en vmbo-leerlingen die door de inzet van bedrijven de kans krijgen om te groeien. Zij ontdekken hierdoor welke beroepen er bestaan, welke werkzaamheden daarbij horen en wat ze al dan niet leuk vinden. En dat is belangrijk, vult Angelique Middeldorp van JINC aan. “Kinderen moeten jong kiezen welke kant ze opgaan, en velen van hen weten nauwelijks wat er te koop is op de arbeidsmarkt.”

Volgende publicatie:
“Geld maakt niet gelukkig, maar zorgen om geld maken wel ongelukkig”

“Geld maakt niet gelukkig, maar zorgen om geld maken wel ongelukkig”

Gepubliceerd op: 31 mei 2022

De huidige inflatie zorgt er ook in Nederland voor dat een groeiend aantal mensen in rap tempo in financiële problemen komt. En dat raakt niet alleen de portemonnee, het tast ook de gemoedsrust aan. Mensen financieel weerbaar maken, is volgens deskundingen belangrijk. Juist nu. En daarin spelen werkgevers ook een rol. Reden voor Heleen Kuijten, managing director HR bij APG, om deel te nemen aan een rondetafelgesprek over dit onderwerp. “Wij kunnen medewerkers helpen om hun financiële plaatje zo goed mogelijk in te richten.”

Geldvinder, APG’s eigen startup, houdt op dinsdag 7 juni een rondetafelgesprek waarin financiële fitheid bij medewerkers centraal staat. Het huidige economische klimaat is daarvoor een actuele aanleiding, zegt Richard Coonen, CCO & Business Developer van het online platform. “Juist nu we na de coronacrisis ons geld weer overal kunnen uitgeven, hebben veel gezinnen het financieel lastig. 62% van de werkgevers heeft medewerkers met geldzorgen en 46% heeft te maken met loonbeslagen.” Maar werken aan financiële fitheid gaat niet alleen over het oplossen van problemen, legt Coonen uit. “Het gaat om mensen financieel weerbaar maken en houden. Zodat zij goed kunnen omgaan met financiele tegen- en meevallers.”

 

Waaróm die financiële fitheid zo belangrijk is, bespreken Richard Coonen en Heleen Kuijten, managing director HR bij APG, op 7 juni tijdens een online webinar met andere HR-directeuren, wetenschappers en deskundigen. Centraal staan twee vragen: waarom is financiële fitheid net zo belangrijk als fysieke en mentale fitheid? En: hoe besteed je hier als werkgever aandacht aan? Met in het verlengde een minstens zo belangrijke vraag: wat gebeurt er als je niks doet?

Verantwoordelijkheid
Om maar gelijk met het antwoord op die laatste vraag te starten: niks doen is volgens Kuijten voor een werkgever eigenlijk geen optie. “Medewerkers zijn verantwoordelijk voor wat ze in hun privéleven doen. En dus ook verantwoordelijk voor hun financiën. Wat wij kunnen doen, is helpen om de financiën zo goed mogelijk op orde te krijgen. Om te voorkomen dat mensen uitvallen.” Die houding past volgens Kuijten bij goed werkgeverschap, maar ook bij de maatschappelijke rol die APG wil vervullen.

Ondanks die eigen verantwoordelijkheid weet Kuijten dat geldproblemen niet altijd te voorzien zijn. Als mogelijke oorzaken noemt ze inflatie, studieschuld of scheiding. “In Nederland belanden mensen met een modaal en hoger inkomen momenteel ook bij de schuldhulpsanering en mensen met een baan kloppen steeds vaker bij de Voedselbank aan. In de krant las ik over een vrouw die met drie kinderen in een caravan woont. Zij dacht alles voor elkaar te hebben: huwelijk, huis met overwaarde. Maar na de scheiding van haar man bleek dat ze van die overwaarde toch geen twee huizen konden kopen. En daar zat ze dan.”

Achter de voordeur
In haar directe omgeving ziet Kuijten “gelukkig” geen schrijnende gevallen. Maar bezorgd is ze wel om vrienden die als zzp’er werken. “Die verdienen goed, maar hoe zit het als ze met pensioen gaan? Als je in dienst bent, spaar je verplicht. Maar een zzp’er zal misschien zijn huis moeten verkopen om later rond te komen.” Die gevallen ziet Kuijten ook voorbijkomen als ze naar APG kijkt. “Het algemene, maar generalistische, beeld is natuurlijk dat je bij een bedrijf als APG prima verdient. Maar we weten ook dat dit soort problemen juist achter de voordeur afspelen. En bij de gevallen waarvan we het wel weten, kampen medewerkers met loonbeslagen of hebben een partner die als zzp’er door corona het inkomen zag verdwijnen.”

Drie pijlers
Vaak kom je er pas achter wat er speelt in iemands leven, als die medewerker uitvalt, zegt Kuijten. En waar in eerste instantie gedacht wordt aan fysieke klachten, spelen mentale en financiële gezondheid volgens haar zeker ook een rol. “Je valt niet uit op één stuk, het is een combinatie van die drie pijlers die onder je vandaan wordt gehaald.” De managing director HR illustreert dit aan de hand van een eigen ervaring. “Toen mijn vader failliet ging, zag ik als kind wat dat met zich meebrengt. Het verdriet, de zorgen... Geld maakt niet gelukkig, maar zorgen om geld maken wel ongelukkig. En dat neem je de hele dag met je mee. Zeker als je kostwinnaar bent en kinderen hebt, zit het constant in je hoofd, en in je lijf.”

Periodiek
Het is wat Kuijten betreft vrij simpel om een medewerker de helpende hand te bieden. “Natuurlijk kun je als werkgever zeggen: ‘Je verdient toch genoeg, hoe kan dit nu gebeuren?’. Maar dit thema moeten we serieus nemen.” Kuijten denkt dan bijvoorbeeld aan een periodiek financieel onderzoek. “Zoals je ook het periodiek medisch onderzoek hebt. Ben je afgestudeerd en heb je een studieschuld? Ga je scheiden? Is je pensioen in zicht en wil je eerder stoppen met werken? Als werkgever kun je de medewerker aanbieden om op die momenten het gesprek aan te gaan. Ook kun je een cursus financieel plannen aanbieden of een sessie met een geldcoach. Bij APG krijgen medewerkers een vitaliteitsbudget waarmee ze naar de sportschool kunnen. En wij bieden medewerkers in onze huidige cao ook de mogelijkheid om gebruik te maken van Geldvinder.”

“Dit online platform heeft APG in co-creatie met 20 werkgevers, 3 werkgeverkoepels en vertegenwoordiging van de vakbonden ontwikkeld”, vult Coonen aan. “Het laat medewerkers zien hoe je er nu, en in de toekomst, financieel voor staat, wat financiële consequenties zijn van bepaalde (loopbaan) keuzes, wat je kunt verbeteren en hoe je dat kunt doen. En wel door inzicht te geven in zaken als inkomen en uitgaven, buffers en risico’s, vermogen en schulden.” En ook pensioen, benadrukt Coonen: “Het pensioenstelsel is de komende jaren aan grote veranderingen onderhevig en er wordt een actievere rol van mensen gevraagd. Geldvinder helpt een weg te vinden in deze lastige materie.”

Schaamte
De stap zetten om ook daadwerkelijk gebruik te maken van dergelijke opties, kan groot zijn, beseft Kuijten. “Schaamte kan een rol spelen. Door het als werkgever te benoemen en de deur voor een gesprek open te zetten, laat je zien dat het iedereen kan overkomen.”
Er zitten wel grenzen aan het bieden van hulp, voegt de managing director HR toe. “Het is natuurlijk iemands goede recht om niet te melden dat er financiële zorgen zijn. Maar als leidinggevende hoop je wel dat de vertrouwensband met je team zo goed is, dat mensen op tijd aan de bel trekken.”

Aan tafel zitten Heleen Kuijten (CHRO APG), Richard Coonen

(CCO & Business Developer Geldvinder), Paul-Peter Feld (Chief HR Officer Enexis), Renée-Andrée Koornstra (directeur HRM Arbo & Milieu VU Amsterdam), Tinka van Vuuren (Professor in Strategic Human Resources Management en Vitality Management), Clairette van der Lans

(Projectleider financieel fitte werknemers bij Wijzer in Geldzaken), Dr. Darya Moghimi (Senior Human Resources Business Consultant  Work & Organizational Psychologist), Anouschka Laheij (Gespreksleider).

Volgende publicatie:
‘Ik hoef niet veel te verdienen, en die luxepositie heb ik zelf gecreëerd’

"Ik hoef niet veel te verdienen, en die luxepositie heb ik zelf gecreëerd"

Gepubliceerd op: 17 mei 2022

Hoe ga je om met werk en geld voor nu en later? Leef je bij de dag of plan je doelbewust je financiële toekomst? En regel je ‘later’ zelf, of ben je aangesloten bij een pensioenfonds?

Sandra Boon leeft als ‘digital nomad’ en kan op elke plek ter wereld werken – zolang er maar wifi is.

 

Sandra Boon (30)

Beroep: online ondernemer

Werkt wekelijks: tussen de 20 en 40 uur

Inkomen: tussen de 1500 en 2500 euro (netto)

Spaargeld: 10.000 gespaard, 15.000 belegd

Pensioen geregeld? Ja

 

Wat doe je precies?

“Ik ben online ondernemer in onder meer webdesign en online marketing. Ook heb ik een blog, ik heb een boek geschreven over hoe ik met geld omga en ik geef een cursus over omgaan met geld. Ik ben op mijn 16de voor mezelf begonnen en heb mezelf van alles aangeleerd, van websites bouwen tot coderen. Een krantenwijk of een bijbaantje in een supermarkt heb ik nooit gehad.”

 

Hoeveel uur per week ben je druk met je onderneming?

“Dat verschilt. Als ik in Nederland ben meestal fulltime, maar als ik op pad ben is het eerder twintig uur per week. Een deel van mijn inkomen verdien ik passief, onder meer via affiliate-links op mijn blog. Als mensen via die linkjes iets kopen, krijg ik een bepaald bedrag. En als mensen mijn boek kopen, wordt dat door een ander bedrijf verstuurd. Dat geeft een hoop rust. Ik vind het heerlijk om mijn tijd zelf te kunnen indelen, dat voelt heel vrij. Op reis heb je ook niet altijd de keuze om te werken; als je als online ondernemer geen wifi hebt, dan houdt het op. Ik heb een klein camperbusje waarmee ik rondreis. Ik ben net ruim vijf maanden weggeweest met mijn hondje, dat helaas een paar weken geleden is overleden. Dat ik nu even de tijd kan nemen om dat een plek te geven, is ook een van de voordelen van hoe ik mijn leven heb ingericht.”

 

Hoeveel verdien je?

“Gemiddeld tussen de 1500 en 2500 euro netto per maand.”

Hoe minder ik uitgeef, hoe minder ik hoef te werken

Ben je daar blij mee?

“Ik vind het helemaal prima. Ik heb eerder wel meer verdiend, er waren maanden dat er 8000 euro binnenkwam, maar dan gaf ik het net zo hard weer uit. Mijn oude Toyota ruilde ik in voor een Audi, van een kleine sociale huurwoning verhuisden we naar een grote twee-onder-een-kapper. Alles kreeg een upgrade, maar dat maakte mij niet gelukkiger. Ik moest er heel hard voor werken en liep mezelf voorbij, dat vond ik het absoluut niet waard.

Een paar jaar geleden, toen mijn relatie uitging, besefte ik dat ik helemaal niets had overgehouden aan al dat harde werken. Ik heb daarop mijn hele leefstijl omgegooid om het financieel wat beter te regelen. Ik ben voor mijn pensioen gaan sparen, heb een huisje gekocht en ben goed op mijn uitgaven gaan letten. Nu zit ik in de positie dat ik het best goed voor elkaar heb. Dat geeft veel rust en vrijheid. Ik hóéf niet per se veel geld te verdienen. Hoe minder ik uitgeef, hoe minder ik hoef te werken. Mensen die me niet kennen denken dat ik een beetje aan het lanterfanten ben. Er zíjn ook weken dat ik niets doe, maar dat kan ik me veroorloven. Die luxepositie heb ik zelf gecreëerd. Ik ben heel blij dat ik die keuze heb gemaakt, want anders had ik nu nog steeds geleefd van loonstrook naar loonstrook, bij wijze van spreken.”

 

Hoeveel spaargeld heb je?

“Meestal houd ik zo rond de 10.000 euro aan als puur spaargeld, daarnaast heb ik nog zo’n 15.000 euro belegd.”

 

Wat zijn je vaste lasten?

“In totaal bedragen ze zo’n 1250 euro. Het grootste deel gaat op aan woonlasten, mijn hypotheek à 750 euro per maand en de VvE à 125 euro. Verder betaal ik 105 euro per maand aan energie, 89 euro aan de zorgverzekering, 38 euro aan mijn camperverzekering en ik heb nog abonnementen op Spotify (10 euro) en Netflix (8 euro). Afhankelijk van wat ik verdien, zet ik ook elke maand wat weg voor mijn pensioen of op mijn beleggingsrekening. Maar dat is dus geen vast bedrag per maand.”

 

Waar geef je nog meer veel geld aan uit?

“Voornamelijk aan reizen, boodschappen en leuke dingen, zoals uiteten gaan met vrienden of een dagje weg. Ik houd meestal een bedrag van 500 euro per maand aan voor de variabele uitgaven. Op reis geef ik niet per se meer uit dan in Nederland. Ik heb dan meer brandstofkosten, maar verder blijven de kosten redelijk hetzelfde. Ik sta vaak op gratis camperplaatsen en ga echt niet drie keer per week uiteten. Je kunt het zo duur of goedkoop maken als je zelf wilt. Ik wil het geld dat ik verdien zo veel mogelijk uitgeven aan dingen die me echt gelukkig maken.”

 

Waar bespaar je op?

“Op alles wat ik niet interessant vind: kleding, make-up, koffie halen buiten de deur, inrichting, abonnementen, verzekeringen. Als het op energie in huis aankomt ben ik ook echt een krent, ik douche kort en zet de verwarming zelden aan. Maar ik zou nooit inleveren op mijn kwaliteit van leven om geld te besparen. Dat hoeft ook niet, je hebt het zelf in de hand. Je hebt gewoon veel minder nodig dan je denkt. Dat heb ik de afgelopen maanden ook wel weer gemerkt tijdens het reizen. Ik had niet veel bij me, maar heb helemaal niets gemist.” 

Ik wil lekker leven en genieten, nu én straks

Ben je bezig met je oude dag?

“Ja, sinds een aantal jaar laat ik mijn jaarruimte beleggen door een pensioenvoorziening voor ondernemers. Ik ben er de laatste tijd wel veel mee bezig, maar ook weer niet zo veel dat ik een vast bedrag per maand inleg. Ik geloof dat ik tot nu toe 7000 euro heb ingelegd in twee jaar. Eerder heb ik het lange tijd voor me uitgeschoven, met het idee dat ik meer zou gaan inleggen als ik meer verdiende. Maar in plaats van het in mijn pensioenpot te stoppen, gaf ik het uit. Het voelde niet goed dat ik nog helemaal niets had opgebouwd, dus ik ben nu een flinke inhaalslag aan het maken. Ik wil later niet op een houtje bijten. Ik wil lekker leven en genieten, nu én straks. Het ene hoeft het andere niet uit te sluiten.”

 

Zie je nog verbeterpunten, wat je pensioen betreft?

“Ik ben nog niet waar ik wil zijn, ik ben van plan om de komende tijd nog meer in te leggen. Maar ik denk dat ik op de goede weg ben en dat het wel goedkomt zo. Met AOW erbij kom ik waarschijnlijk uit rond de 2000 euro per maand, en tegen die tijd heb ik mijn huis afbetaald, dus dan kan ik daar prima van rondkomen.”

 

Hoe zie je je leven dan voor je?

“Ik zou wel op Gran Canaria willen zitten ofzo, het goede leven leiden. Lekker veel uit eten, dingen ondernemen. Dus allesbehalve thuiszitten en eens per week een kopje koffie halen bij de snackbar.”

 

Maakt geld gelukkig?

“Ja, vooral vanwege de vrijheid die het je geeft. Maar het is wel een middel, geen doel op zich. Doordat ik mijn financiën op orde heb gekregen en mijn leven anders heb ingericht, hoef ik me niet druk te maken over geld. Daardoor kon ik met mijn hond de winter ontvluchten en samen met hem het laatste hoofdstuk van zijn leven op een bijzondere manier beleven. Dat had niet gekund als ik geen cent te makken had gehad.”

Volgende publicatie:
‘Ik verlang weleens terug naar de oude tijd, zonder al die technologische snufjes’

‘Ik verlang weleens terug naar de oude tijd, zonder al die technologische snufjes’

Gepubliceerd op: 3 mei 2022

Was vroeger alles beter, of heeft ‘nu’ ook zo z’n voordelen? Verschillende generaties gaan aan de hand van stellingen met elkaar in gesprek over maatschappelijke thema’s. Deze keer Karin van der Hulst (61) en haar dochter Lotte Korpershoek (30). 

Lotte over zichzelf: “Ik ben een beetje de rebel van de familie; ik doe waar ik zin in heb. Zo heb ik laatst nog mijn nek vol laten tatoeëren. Veel mensen vinden dat heftig, maar ik vind het leuk. Hoewel mijn uiterlijk misschien anders doet vermoeden, ben ik vanbinnen een zachtgekookt ei. Ik werk drie dagen per week in de thuiszorg en ik ben moeder van een 6-jarige dochter, Saar.” 

Karin over haar dochter: “Ik heb er soms moeite mee als ze er weer een tatoeage bij laat zetten – als ouder heb je toch zoiets van: moet dat nou? Maar aan de andere kant past het bij haar en kan ze alles hebben. Bovendien was ik vroeger zelf ook zo. Ik liet mijn haar in een rattenkoppie knippen en nam gaatjes in mijn oren, terwijl mijn ouders dat écht niet leuk vonden. Lot en ik lijken ontzettend veel op elkaar. We hebben daardoor een ontiegelijke band. Ze woont in dezelfde plaats en werkt een paar huizen verderop, waardoor we elkaar ook bijna dagelijks zien. Ik bewonder Lottes hartelijkheid en spontaniteit. Ze heeft altijd oog voor wat anderen nodig hebben.”  

 

Karin over zichzelf: “Ik ben getrouwd met Peter en we hebben samen vier kinderen en zeven kleinkinderen. Ik heb jarenlang gewerkt in de kinderopvang bij een zwembad, maar toen dat in coronatijd dichtging, heb ik besloten er helemaal mee te stoppen en vervroegd met pensioen te gaan. Ik vond het wel mooi geweest.” 

Lotte over haar moeder: “Mijn moeder is heel lief voor me, ze staat altijd voor me klaar. We hebben aan een half woord genoeg om elkaar te begrijpen. We lijken inderdaad veel op elkaar. Helaas ook in onze slechtste eigenschap: dat we totaal geen geduld hebben.” 

 

Stelling: Een goed leven is in Nederland voor iedereen haalbaar 

Lotte: “Ja, daar ben ik het mee eens. Als je het echt wil, is het mogelijk.” 

Karin: “Het sociale vangnet is royaal. Misschien zelfs iets té. Ik vind weleens dat mensen er misbruik van maken. Een van mijn dochters is een alleenstaande moeder met vier kinderen maar die werkt bijna fulltime om rond te komen, terwijl bij haar in de straat veel mensen de hele dag thuis zitten te niksen. Ik zie daar auto’s voor de deur staan waarvan ik denk: hoe is het mogelijk? Daar heb ik soms moeite mee.” 

Lotte: “Ja, dat valt mij ook op. Vooral de iets oudere generatie, die profiteert van een bepaalde gunstige regeling die ze zouden kwijtraken als ze weer gaan werken. Dat vind ik niet eerlijk. Ik snap niet dat er niet beter op wordt gecontroleerd.” 

 

Stelling: Technologische vooruitgang is per definitie goed  

Lotte: “In deze tijd, waarin we het allemaal zo druk hebben, kunnen we haast niet zonder technologische vooruitgang. Ik ben al blij dat er startuitstel op mijn wasmachine zit bijvoorbeeld, zodat ik het zo kan timen dat de was precies klaar is als ik thuiskom van mijn werk.” 

Karin: “Ik vind het soms een beetje té. Ik verlang weleens terug naar de oude tijd, waarin al die nieuwe snufjes er nog niet waren. Iedereen zit maar de hele tijd op z’n telefoon, kinderen zitten vaak te gamen op de iPad. Ga lekker naar buiten, denk ik dan. Het is fijn dat de wasmachine bestaat hoor, maar de droger gebruik ik niet. Ik hang mijn was liever buiten aan de lijn, daar word ik blij van. Al die dingen zijn uitgevonden en we kunnen niet meer terug. Dat vind ik weleens jammer. Vroeger was de vaat doen een hele gebeurtenis. Dat deden we met elkaar, we zongen kneiterhard en hadden goede gesprekken, zo speciaal. Dat waren mooie tijden.” 

Lotte, lachend: “Nou, wij vonden het iets minder leuk als we moesten afwassen, hoor. Maar zonder gekheid: je nam toen inderdaad meer de tijd om echt naar elkaar te luisteren.” 

 

 

Stelling: Vroeger keken mensen meer naar elkaar om 

Lotte: “Voor ons gaat dat niet op, als ik het heb over onze familie. Wij kijken juist heel erg naar elkaar en anderen om. Maar ik merk wel dat het daarbuiten een stuk minder is. Om een voorbeeld te noemen: als ik iemand zie eten, zeg ik altijd ‘eet smakelijk’. Maar toen we laatst in de stad liepen en ik dat deed, viel degene tegen wie ik het zei zowat van zijn bankie van verbazing.” 

Karin: “Toch blijven wij dat gewoon doen. Het valt mij op dat mensen vooral sinds corona meer in hun eigen wereldje leven. Dat vind ik wel zorgelijk.” 

Lotte: “Ik vind sowieso dat iedereen wel wat meer om elkaar mag denken. Daar zou de wereld een stuk beter van worden.”  

 

Stelling: Je mag niks meer zeggen tegenwoordig 

Karin: “Ja, er wordt in ieder geval vaker gezegd dat je iets niet mag zeggen. Mensen vatten alles persoonlijk op en veel onderwerpen liggen gevoelig. Soms bedoel je iets helemaal niet verkeerd, maar dan wordt het verkeerd opgevat. Ik vind de tolerantie ver te zoeken.” 

Lotte: “Ja, je denkt overal extra bij na: kan ik dit wel zeggen? Kan ik dit wel doen? Mijn dochter heeft binnenkort bijvoorbeeld een evenementje op school, met het thema ‘worden wat je wil’. Ze wil een legeroutfit aan, maar dat vind ik toch wat gevoelig liggen, met de oorlog in Oekraïne. Dat soort dingen.” 

Het is bijna niet meer mogelijk om als ouders van maar één inkomen te leven

Stelling: We zijn tegenwoordig erg preuts 

Karin: “Als ik al die videoclips van tegenwoordig zie, vind ik niet dat die preuts zijn. Ik was zelf ook niet echt preuts, terwijl ik wel zo ben opgevoed.” 

Lotte: “Jullie hebben ons ook preuts opgevoed.” 

Karin: “Nou, volgens mij hadden wij geen moeite met naakt en was jij degene die er moeite mee had toen er een glazen douchedeur in de badkamer zou komen!” 

Lotte: “Hmm, ik weet niet waar het vandaan komt, maar ik ben me altijd wel bewust van wat ik wel en niet laat zien. Zo voed ik mijn dochter ook op. Ze mag van mij filmpjes maken voor TikTok, maar alleen helemaal aangekleed en ze moet alles eerst aan mij laten zien. Ik vind fatsoen belangrijk. Vooral sinds ik moeder ben, heb ik meer moeite met openbaar bloot. Ik zou bijvoorbeeld nooit topless op het strand gaan liggen. Dat vind ik niet netjes.” 

 

Stelling: De kloof tussen arm en rijk zal alleen maar groter worden  

Lotte: “Absoluut. Ze zouden meer geld moeten weghalen bij de rijken. Als je veel hebt, kun je ook wat meer missen, vind ik.” 

Karin: “De discussie over het belasten van woningbezit vind ik dan weer een lastige. Mijn man en ik hebben onze hypotheek bijna afbetaald en daar hebben we jarenlang hard voor gewerkt. Ik zou het niet eerlijk vinden als we dan nu opeens zwaarder worden belast. Maar ja, het is ook niet eerlijk dat onze jongste dochter 2000 euro huur betaalt en niet kan kopen. Dat vind ik echt heel erg.” 

Lotte: “Ik heb het op zich prima, maar het leven wordt steeds duurder. Het is bijna niet meer mogelijk om als ouders van maar één inkomen te leven. Je moet allebei werken, anders is het niet te doen. We zijn nagenoeg een heel maandsalaris kwijt aan vaste lasten, en dan hebben we nog niet eens zo’n hoge hypotheek.” 

Karin: “Ik heb de luxe gehad dat ik thuis kon blijven toen de kinderen jong waren. Toen ze allemaal op school zaten, ben ik weer gaan werken. Ik merk nu dat wij vaak worden ingezet als oppas voor de kleinkinderen. Dat vind ik heerlijk, ik ben gek op ze, maar ik denk weleens: mijn man en ik willen ook dingen voor onszelf doen nu we op deze leeftijd zijn gekomen. Tegenwoordig wordt er veel druk gelegd op de opa’s en oma’s omdat de ouders zoveel werken. Op het schoolplein zie ik ook overal opa’s en oma’s staan. Ik denk niet dat het de bedoeling is dat je opvoeder wordt van je kleinkinderen.” 

In de wijk waar we nu wonen, kijkt bijna niemand naar elkaar om

Stelling: Van de jeugd van tegenwoordig komt niets terecht 

Karin: “Ik denk dat iedere generatie de jeugd over één kam scheert. Onze ouders zeiden hetzelfde: van die jeugd komt niets terecht. En hoewel je denkt dat je dat zelf nooit zult zeggen, doe je het later toch. Je bent toch geneigd om te denken dat het in jouw tijd beter was. Maar ik geloof niet echt dat de jeugd van tegenwoordig zo hopeloos is.” 

Lotte: “Je hebt er altijd rotte appels tussen, dat is nu eenmaal zo. Maar als ik bijvoorbeeld overlast ervaar van een groep jongeren, dan probeer ik het gesprek aan te gaan, op een positieve manier. Om ze op andere gedachten te brengen. Zo van: hey, ik snap dat jullie hier staan en het naar jullie zin hebben, maar zou je het een beetje rustig willen houden? Dan is het probleem weg. Iedereen moet een plek hebben om zich te ontwikkelen, zeker de jeugd.” 

Karin: “Lotte heeft ook een periode gehad dat ze in het winkelcentrum hing met een groep. Dan kreeg ik dat van anderen te horen.” 

Lotte: “Ik vond het gewoon gezellig.” 

Karin: “Andere mensen vonden het niet fijn. Die zeiden tegen mij: ik zou haar aan haar haren eruitslepen. Maar ik wist: over twee weken is het weer anders. Ze was zoekende. Ik vind dat je je altijd moet verplaatsen in de jeugd. Als we dat allemaal wat meer doen en een beetje meer rekening met elkaar houden, komt het wel goed.” 

 

Stelling: Vroeger was alles beter  

Lotte: “Als kind had ik wel meer rust. Ik heb nu constant een gejaagd gevoel en ervaar best veel stress. Vroeger communiceerden we op een heel andere manier en speelden we lekker buiten. Ja, in mijn beleving was dat wel beter.” 

Karin: “Dat denk ik ook. We woonden op een woonerf, dat zie je tegenwoordig ook niet meer. De hele buurt speelde met elkaar, de kinderen waren altijd buiten. In de wijk waar we nu wonen, kijkt bijna niemand naar elkaar om. Ik weet niet eens wie onze overburen zijn. Dat vind ik best moeilijk. Gemeentes worden steeds vaker samengevoegd, waardoor het dorpse gevoel van ons kent ons verdwijnt. Het wordt allemaal zo onpersoonlijk.”  

Volgende publicatie:
Religieuze feestdag inruilen geeft ruimte aan alle geloven

Religieuze feestdag inruilen geeft ruimte aan alle geloven

Gepubliceerd op: 25 april 2022

Wat als een medewerker vrij wil zijn op de dag dat moslims het Suikerfeest vieren en juist wil werken op bijvoorbeeld Goede Vrijdag? Geen probleem bij APG. Wij staan voor een inclusieve werkomgeving waar iedereen zichzelf kan zijn. Daarbij hoort ook het vieren van religieuze feestdagen. En dan niet alleen op de dagen die Nederlandse werknemers officieel vrij hebben. Collega Mohammed Elfayda is daar maar wat blij mee. “Ik krijg echt alle ruimte om mijn geloof uit te oefenen.”

Voor Mohammed Elfayda, Productowner Swift & Payment Services bij APG, is deze ramadan een heel speciale. “Omdat corona ‘voorbij’ is en wij thuis nu met z’n drietjes zijn in plaats van met zijn tweeën. Voor mijn gezin is het echt een maand van bezinning en zelfreflectie.”

Ramadan is de negende maand van de islamitisch maankalender en die startte dit jaar op 1 april. Het is een heel belangrijke maand, vertelt Mohammed. “Moslims herdenken in deze periode dat de profeet Mohammed (vrede zij met hem) zijn eerste boodschap van God ontving. Alles wat God hem vertelde, is opgeschreven in de Koran. Herdenken doen we door te vasten; een van de vijf zuilen van de islam, naast geloofsbelijdenis, gebed, het schenken van aalmoezen en een bedevaart naar Mekka. En dat betekent dat wij moslims tussen zonsopgang en zonsondergang niets eten of drinken. Dus nee, we drinken ook geen slokje water tussendoor.”

Gebroken nachten
Zijn werk lijdt niet onder het vasten, vertelt Mohammed. “Om de eenvoudige, maar ook bijzondere reden, dat ik mijn werktijden zelf kan bepalen. En dat is echt ideaal. Ik sta in deze maand voor zonsopgang op om nog wat te eten waardoor mijn nachten altijd gebroken zijn. Maar ik heb dan wel de vrijheid om een uurtje later te starten met werken. Een tweede voordeel is dat ik zowel op ons kantoor in Heerlen als in Amsterdam de mogelijkheid heb om mijn gebed te doen.”

Dus nee, ook geen slokje water tussendoor

Gedekte tafels
Als Mohammed terugdenkt aan vroeger krijgt hij automatisch een glimlach op zijn gezicht. “De hele familie bij elkaar, lange, gedekte tafels en iedereen was tevreden. De afgelopen twee jaar waren toch anders door corona. En ook dit jaar is het nog niet zoals vroeger, iedereen is nog - terecht - voorzichtig. Dit jaar eten we daarom vaak samen met mijn ouders of schoonouders en dus niet met de hele familie. En dat doen we dan bij ons thuis. Want onze zoon van 9 maanden is gewend om rond de klok van acht uur te gaan slapen. En omdat zonsondergang op dit moment rond 20.45 is, schuift de familie bij ons aan.”

Vaste tradities

Het is volgens de APG’er traditie dat je in de avond je vaste verbreekt met een glaasje water of melk en een dadel. Gevolgd door een kopje soep. “Dit kan traditioneel harira zijn of een tomatengroentesoep. Een traditie van mezelf is dat ik bij de soep een broodje gezond eet met de partysaus van broodjeszaak Bufkes, haha. Als ik dat op heb, zit ik aardig vol. Ongeveer 1,5 uur na het avondeten gaan we naar de moskee voor het avondgebed.”

 

Veel zoetigheid
Nu de ramadan bijna voorbij is, kijkt Mohammed uit naar het Suikerfeest. Dat vindt mogelijk plaats op 2 mei, de precieze dag hangt af van de nieuwe maan. “Rond de laatste dagen van de ramadan controleert men of de nieuwe maan gezien is. Wanneer het Suikerfeest is, weet je dus eigenlijk pas de avond van te voren. Op die ochtend van de eerste dag van de tiende maand, shawwal genoemd, staan we vroeg op, verzorgen onszelf en gaan naar de moskee. Na het gebed wordt iets gegeten, bijvoorbeeld dadels of andere zoetigheid, ten teken dat het vasten echt voorbij is. Dan begint het feest. We gaan op familiebezoek, eten nog meer zoetigheid en wisselen cadeautjes uit. En als dat mogelijk is bezoeken we ook de graven van overleden dierbaren.”

Voor Mohammed staat er qua werk niks in de weg om het Suikerfeest te vieren. “APG heeft een diversiteitsdag in het leven geroepen. Dat betekent dat elke werknemer Goede Vrijdag in kan ruilen voor een religieuze feestdag naar keuze.”

Volgende publicatie:
Kan wonen weer betaalbaar worden gemaakt?

Kan wonen weer betaalbaar worden gemaakt?

Gepubliceerd op: 14 april 2022

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: Hoofd Europees vastgoed Robert-Jan Foortse, over de vraag of wonen weer betaalbaar kan worden gemaakt.

Nieuwbouwhuizen dreigen voor veel mensen onbetaalbaar te worden, zo waarschuwt de Vereniging Eigen Huis (VEH) maandag. Dezelfde dag zegt het kabinet iets te willen doen tegen de flinke huurstijging in de vrije sector. De vraag dient zich aan of wonen weer betaalbaar kan worden gemaakt, en hoe. Daar is volgens Foortse maar één oplossing voor, en dat is woningen bijbouwen. Veel woningen. 

Huurprijzen
“Meer aanbod van woningen is volgens mij het antwoord. Andere maatregelen zijn mogelijk contraproductief. Een voorbeeld van zo’n contraproductieve maatregel is het beperken van de huurstijging. Want als huren niet meer mogen stijgen, waarom zou je dan als belegger nog investeren in Nederlandse woningen? Een gevolg daarvan kan zijn dat grote beleggers hun kapitaal investeren in de woningmarkt van de landen om ons heen, waar veelal een zelfde problematiek geldt als in Nederland. Een deel van de problematiek is immers mede het gevolg van het gevoerde monetaire (en fiscale) beleid van de afgelopen jaren.”

Als het gaat om huurwoningen spelen corporaties ook een rol. “Zij zouden een deel van hun huurwoningen in de vrije sector kunnen afstoten aan institutionele beleggers om zich zo volledig te richten op sociale huurwoningen.” Foortse denkt niet dat de huurprijzen in de vrije sector dan door het dak gaan. “Institutionele beleggers zitten over het algemeen in woningen omdat die een vrij laag beleggingsrisico kennen en daarmee een stabiel deel van hun portefeuille vormen. Beleggingen in woningen hebben een wat lager rendement maar als de huurstijgingen rondom het inflatieniveau liggen, werkt het denk ik goed voor de beleggers. Voor dit jaar hebben de grootste Nederlandse beleggers, in overleg met IVBN en het Ministerie van Binnenlandse Zaken, besloten de huurstijging te beperken tot 3,3%, ondanks de hogere inflatie. Een beperkte huurstijging vermindert ook de concurrentie omdat investeerders met een kortere beleggingshorizon, die de huur in korte tijd zoveel mogelijk willen verhogen, dan niet meer geïnteresseerd zijn. Zo verlaag je de stress op de markt en gaan de prijzen niet door het dak. Lange termijn-beleggers zijn het meest gebaat bij een stabiele, voorspelbare woningmarkt.”

Beleggers kijken ook naar toegankelijkheid voor woningen in de grote steden voor beroepen zoals leraren en medisch personeel

Nieuwbouw
De Nederlandse woningmarkt bestaat nu voor 57 procent uit koopwoningen en voor 43 procent uit huurwoningen. Investeringen voor nieuwe huurwoningen zullen deels vanuit beleggers moeten komen, maar het geld voor koopwoningen zal door de particuliere koper moeten worden opgebracht. “Nieuwbouwwoningen zijn nu 3,5 ton, maar dat is een prijs die volgens VEH weinig mensen meer kunnen betalen. De vraag is hoe we huizen van 2 tot 2,5 ton kunnen bouwen. Die zullen of veel kleiner zijn dan de huidige nieuwbouw, of op plekken staan die minder gewild zijn,” aldus Foortse. In de prijsopbouw van een huis zitten twee grote componenten, die het lastig maken om veel goedkoper te bouwen. “Er zijn de bouw- en materiaalkosten, die door de hoge inflatie met de dag stijgen, en er is de prijs van de bouwgrond. Die wordt vaak door gemeentes berekend. Zij kunnen de bouwgrond moeilijk goedkoper aanbieden, omdat ze dan met een gat in hun begroting zitten en andere projecten niet meer kunnen financieren.”

Vorige maand gaf minister voor Volkshuisvesting Hugo de Jonge wel aan dat hij met een zogeheten ‘aanwijzing’ kan ingrijpen bij lagere overheden om extra huizenbouw mogelijk te maken. Tot op heden is zelden gebruikgemaakt van zo’n aanwijzing, en niet zonder reden, meent Foortse. “Dat geldt als een draconische maatregel in Nederland, omdat je de hiërarchie raakt die we in dit land hebben met een landelijke, provinciale en gemeentelijke overheid. Ik begrijp dat het kabinet de oplossing voor dit probleem centraal wil coördineren, maar ik kan me ook voorstellen dat er hier en daar lokale weerstand bestaat tegen nieuwbouwprojecten.”

 

Tenslotte wordt de nieuwbouw van woningen volgens Foortse niet alleen belemmerd door de sterke stijging van de grond- en materiaalkosten, maar ook door de strenge(re) wet- en regelgeving voor wat betreft verduurzaming. Voorbeelden daarvan zijn isolatie, afkoppeling van gas en uitstoot van CO2 en stikstof. “Dit beperkt de mogelijkheden om nieuwe woningbouwlocaties aan te wijzen en leidt vaak ook tot hogere bouwkosten. Institutionele beleggers hebben ook de opgave om fors te investeren om de bestaande woningportefeuilles te verduurzamen.  Dit laatste draagt overigens wel bij tot lagere energie kosten voor huurders.”


Doorstromen
Aan het begrip ‘betaalbaarheid’ zitten meerdere kanten, legt Foortse uit. “Zo kun je je afvragen voor wie de nieuwbouw betaalbaar moet zijn. Als nieuwe huizen worden gebouwd voor rond de 4,5 ton, kunnen we er in ieder geval voor zorgen dat iedereen die nu in een bestaand huis van 2 à 3 ton woont kan doorstromen naar een nieuwbouwhuis. Daardoor ontstaat er voor starters meer aanbod in het lagere segment. De afgelopen jaren liep het aanbod in het segment van rond de 4,5 ton achter, waardoor mensen niet konden doorgroeien in de woningmarkt. Want als er geen kwalitatief beter nieuwbouwhuis is, waarom zou je dan verhuizen? Traditioneel gaat iemand van een eenpersoons- naar een tweepersoonshuishouden en uiteindelijk naar een gezinswoning. Mensen zoeken in hun volgende woning logischerwijs naar meer ruimte.”


Meer bouwen is op lange termijn de oplossing. Daarbij zijn een aantal aandachtspunten waar volgens Foortse rekening mee moet worden gehouden. Een daarvan is ervoor zorgen dat het kabinet grote beleggers niet afschrikt door de huurstijging te beperken. Wat nieuwbouw betreft moet worden nagedacht voor wie wordt gebouwd: voor doorstromers naar het hogere segment of voor starters. En bij die nieuwbouw zal het voor het kabinet een evenwichtsoefening worden om eventuele lokale weerstand tegen nieuwbouwprojecten weg te nemen. “Op kortere termijn kunnen we onderzoeken of we de bestaande woningvoorraad beter zouden kunnen gebruiken, zoals recent werd gesuggereerd door enkele economen. Dit zou kunnen door samenwonen verder te stimuleren, of in ieder geval niet financieel onaantrekkelijker te maken. Het aantal eenpersoonshuishoudens stijgt al jaren. Voor de betaalbaarheid van de woningmarkt zou het mooi zijn als die trend gestopt zou kunnen worden. Naast betaalbaarheid kijken institutionele beleggers ook naar toegankelijkheid voor woningen in de grote(re) steden voor zogenaamde ‘key workers’, zoals leraren en medisch personeel. Dit kan door voorrangsregelingen te introduceren.”

Volgende publicatie:
Maakt de Nederlandse winkelstraat een doorstart?

Maakt de Nederlandse winkelstraat een doorstart?

Gepubliceerd op: 30 maart 2022

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: Hoofd Europees vastgoed Robert-Jan Foortse, over de toekomst van de Nederlandse winkelstraat.Gingen mensen er vroeger vooral heen om spullen te kopen, tegenwoordig wil de consument meer.”

In het eerste jaar na de opening trok de Mall of the Netherlands, een winkelcentrum in Leidschendam-Voorburg, 13 miljoen bezoekers, ondanks twee lockdowns. Dat is meer dan verwacht. Grote winkelcentra lijken dus goed te boeren, maar de Nederlandse winkelstraat heeft het daarentegen moeilijk, en dat is al een tijdje zo, zegt Foortse. “Al verschilt het wel of je het hebt over de Kalverstraat in Amsterdam of een winkelstraat in de wat kleinere provincieplaats. De trend van fysieke naar digitale verkopen is al een aantal jaar aan de gang en corona heeft die trend versneld.” Toch ziet Foortse kansen voor de winkelstraat, al is daar wel een transformatie voor nodig.

Versnipperd
Investeren in winkelstraten om ze er weer bovenop te helpen, is nog niet zo makkelijk. “Het probleem met winkelstraten is dat het eigendom ontzettend is versnipperd. Het is dan ook erg lastig om een propositie te creëren voor een winkelstraat omdat er zo veel belanghebbenden en eigenaren zijn. De ene eigenaar wil bijvoorbeeld wel investeren in z’n eigen pand maar niet in de infrastructuur, terwijl een ander helemaal niet wil investeren. Door die versnippering koos APG er bijvoorbeeld zo’n vijftien jaar geleden voor om vooral in winkelcentra en outlets te investeren, zoals bijvoorbeeld Batavia Stad Fashion Outlet. Dat is eigenlijk een nagebouwde Nederlandse winkelstraat. Doordat wij volledig eigendom hebben, is deze winkelstraat op eenzelfde manier te beheren en te controleren als een winkelcentrum. We hebben daar invloed op het winkelaanbod, de parkeergelegenheid en of het veilig en goed onderhouden is. Die invloed hebben we in een gewone winkelstraat niet. Bezoekers merken in Batavia Stad dat het een aangename omgeving is om te winkelen, al spelen de outlet-kortingen natuurlijk ook een rol.” 

Doordat de traditionele winkelstraat zoveel belanghebbenden met verschillende belangen kent, duurt het lang voordat er een nieuwe bestemming voor is gevonden, stelt Foortse. “Dit is bij uitstek een probleem dat zich naar mijn mening leent voor een publiek-private samenwerking. De verschillende belanghebbenden moeten bij elkaar komen en een gezamenlijke visie ontwerpen op de winkelstraat van de toekomst.” Want de functie verandert. “Gingen mensen er vroeger vooral heen om spullen te kopen, tegenwoordig wil de consument meer. Ik denk dat mensen nog steeds naar de winkelstraat willen, maar dan om iets lekkers te kopen bij de traiteur of om een pop-upwinkel te bezoeken. Je moet iets creëren dat aantrekkingskracht heeft op mensen, en dat is niet meer gewoon spullen aanbieden. Beleving is dan wellicht een te makkelijk en te vaak gebruikt woord, maar het heeft er wel mee te maken. Na corona merk je weer dat mensen toch sociale wezens zijn en graag ergens naartoe willen waar andere mensen zijn.”

Er is een transformatie van de winkelstraat gaande, maar die gaat langzaam

Transformatie
Van alle aankopen gebeurt nog zo’n 75 procent in fysieke winkels. De overige 25 procent gebeurt digitaal; een percentage dat alleen maar hoger wordt. In de gemiddelde winkelstraat van de nabije toekomst zijn dus minder vierkante meters aan winkelruimte nodig. “De winkelstraat heeft nog best veel kwaliteiten, alleen moeten we die wellicht opnieuw uitvinden en benaderen. Een van die kwaliteiten is dat ze vaak centraal gelegen liggen in een plaats. Ook is er vaak parkeergelegenheid in de buurt. Als het flexibele werken permanent onderdeel van ons leven wordt, kan winkelruimte worden omgebouwd tot werkplekken. Daar kunnen dan mensen terecht die thuis geen geschikte werkplek hebben, maar ook niet in de file willen staan naar het kantoor buiten de stad.” De locatie midden in de stad en de parkeergelegenheid pleiten ook voor het ombouwen van winkels tot woningen, meent Foortse. “Maar voordat een bestemmingsplan is gewijzigd, ben je zo een paar jaar verder. Dat ontneemt wel de animo om iets nieuws te creëren in een winkelstraat. Daar zie ik dan ook een rol voor de politiek. Die moet zorgen dat dit proces kan worden versneld.” 
 

De Nederlandse winkelstraat kán dus een doorstart maken, maar zal er volgens Foortse over tien of twintig jaar wel heel anders uitzien dan vandaag. “Ik denk dat je veel meer een mix zult zien tussen de huidige traditionele winkels, eet- en drinkgelegenheden, kantoren waarin je werkplekken kunt huren en woningen. Dat zal voor alle steden gelden, al zullen er wel accentverschillen zijn. Zo zal de Amsterdamse Kalverstraat toch vooral een winkelstraat blijven terwijl de winkelstraat in een kleinere plaats meer woningen zal krijgen. Er is een transformatie van de winkelstraat gaande, maar die gaat langzaam.”

Volgende publicatie:
"Als je te veel geld hebt, is niets meer speciaal"

"Als je te veel geld hebt, is niets meer speciaal"

Gepubliceerd op: 30 maart 2022

Hoe ga je om met werk en geld voor nu en later? Leef je bij de dag of plan je doelbewust je financiële toekomst? In deze Week van het Geld laten we enkele jongeren aan het woord. Marek (16) zet elke maand braaf wat geld opzij, maar laat de rest lekker rollen.

 

Marek Hankel (16)

Inkomen: 500 euro per maand

Spaargeld: ongeveer 700 euro

 

Krijg je nog geld van je ouders?

“Ja, 30 euro zakgeld en 50 euro kleedgeld per maand. Mijn vrienden krijgen ongeveer evenveel. Soms geven mijn ouders me iets extra’s, zoals laatst met carnaval. Toen kreeg ik 50 euro van ze en mocht ik zelf weten wat ik daarmee deed. Maar als ik iets krijg willen mijn broertje en zusje natuurlijk hetzelfde, dus mijn ouders kunnen niet aan de gang blijven.”

 

Vind je het genoeg?

“Niet voor wat ik ermee wil kopen. Kijk, ik kan best een shirt bij een goedkope winkel kopen voor 15 euro, maar ik wil liever een shirt van Daily Paper à 50 euro. Ik heb gewoon een dure smaak. Daarom gaat een deel van het geld dat ik verdien met mijn bijbaantje ook naar kleding, en vraag ik op mijn verjaardag en feestdagen vaak om merkkleding.”

 

Heb je nog andere inkomstenbronnen?

“Ja, ik werk bij de Jumbo achter de kassa, zo’n vijftien uur per week. Daarmee verdien ik 5,60 euro per uur, op zondag het dubbele. Op maandbasis is dat ongeveer 250 euro netto. Daarbovenop krijg ik nog een stagevergoeding van 180 euro per maand. Ik loop twee dagen per week stage in de gehandicaptenzorg. Alles bij elkaar krijg ik dus iets meer dan 500 euro per maand. Dat vind ik best veel.”

 

Wat heb je van huis uit meegekregen over geld?

“Mijn ouders zijn best wel zuinig, ze geven hun geld niet uit aan ‘domme’ dingen. Zij snappen bijvoorbeeld niet waarom ik zo nodig een shirt van Daily Paper moet hebben, ik kan toch net zo goed een goedkoop shirt kopen? Ik sta daar wat anders in, maar ik begrijp ze wel. Ze hebben me ook geleerd om genoeg te sparen, zodat je altijd wat geld achter de hand hebt.”

 

Hoeveel heb je zelf al gespaard?

“Tussen de 600 en 800 euro volgens mij. Ik stort elke maand ongeveer 200 euro op mijn spaarrekening. Ik vind sparen niet makkelijk, maar ik weet dat het verstandig is, dus ik doe het wel. Mijn ouders hebben ook nog een bepaald bedrag voor me opzijgezet voor later.”

Heb je een specifiek spaardoel?

“Ja, ik wil graag een scooter kopen. Die heb je niet voor minder dan 1500 euro, dus ik moet nog even doorsparen.”

 

Kun je goed met geld omgaan?

“Redelijk, soms moet ik de rem even weten te vinden. Weet je wat het is? Ik koop graag dingen. Ik kan nog veel meer op mijn spaarrekening zetten, maar wat schiet ik daarmee op? Als ik later een echt salaris heb, stelt die paar honderd euro niets voor. Dan kan ik beter nu een leuke tijd hebben met mijn verdiende geld dan dat het maar niets staat te doen op mijn spaarrekening.”

Weet je wat het is? Ik koop graag dingen

Waar geef je je geld aan uit, behalve aan merkkleding?

“Rijlessen, daarvan moet ik de helft zelf betalen, mijn ouders betalen de andere helft. Verder is uitgaan best wel duur. De supermarkt krijgt ook een deel van mijn inkomen; ik ga vaak in de pauze even een broodje halen met een blikje Red Bull, dat tikt wel aan. En ik heb bijvoorbeeld een Playstation gekocht, en een nieuwe telefoon. Die zijn ook niet goedkoop.”

 

Wat wil je later worden?

“Ik wil iets gaan doen in de maatschappelijke zorg. In de gehandicaptenzorg misschien, of in een jeugdgevangenis. Ik ben er nog niet helemaal uit waar precies. Maar ik wil sowieso met mensen werken, mensen helpen.”

 

Dat is geen sector die bekendstaat om de goede verdiensten, vind je dat lastig?

“Nou ja, je werkt natuurlijk wel om ervoor betaald te krijgen, maar als je alleen maar bezig bent met het beste inkomen, doe je iets verkeerd denk ik. Ik zou doodongelukkig worden als ik 10.000 euro per maand zou verdienen en de hele dag met een laptopje op een kantoor moest zitten. Ik ga veel liever mensen helpen. Dan krijg ik er maar wat minder voor, dat is dan jammer.”

 

Maakt geld gelukkig?

“Dat wel, daar ben ik van overtuigd. Voor een groot deel althans. Op mijn leeftijd zou het leuk zijn als ik echt veel geld had, zodat ik gewoon een scooter kon kopen en me niet druk hoefde te maken over wat ik uitgaf tijdens het uitgaan. Maar ik kan me niet voorstellen dat iemand als Jeff Bezos nog gelukkig is. Als je zoveel geld hebt, is niets meer speciaal. Voor mij is het straks heel bijzonder om een scooter te kunnen kopen, omdat ik er zelf keihard voor heb gewerkt. Maar als je alles zonder nadenken kunt kopen, is de lol er wel af.”

 

Maak je je zorgen over je financiële toekomst?

“Zorgen wil ik het niet noemen, maar ik denk er wel over na. Je merkt nu al dat alles duurder wordt. Ik heb soms het idee dat je haast wel een hoog inkomen moet hebben om nog een beetje leuk mee te doen. Ik denk ook dat ik langer thuis zal wonen dan ik misschien zou willen. We zijn net verhuisd naar een mooi huis, mijn vrienden kunnen hier vaak langskomen. Waarom zou ik dan voor extreem veel geld op een kamertje van 10 m2 gaan zitten? Ik zie mezelf niet op mijn 18de al vertrekken, dat is al over minder dan anderhalf jaar. Nee, ik zou het niet erg vinden om pas op mijn 21ste uit huis te gaan.”

 

Je pensioen is nog héél ver weg, ben je er al weleens mee bezig?

“Ik maak er vooral veel grapjes over, dat ik binnenkort met pensioen ga als ik het druk heb. Ik denk er ook weleens over na wat ik tegen die tijd zou doen, maar ik zet nog niets klaar voor als ik 70 ben hoor. Ik zie tegen die tijd wel wat ik over heb. Ik zie mezelf niet op mijn 50ste al stoppen met werken, zoals sommige mensen van plan zijn. Dan moet je alles opsparen en geen rooie cent uitgeven. Ik wil ook gewoon op vakantie kunnen en af en toe uit eten gaan – een beetje genieten.”

Volgende publicatie:
“Financiële vragen van jongeren spelen echt in het nu”

“Financiële vragen van jongeren spelen echt in het nu”

Gepubliceerd op: 29 maart 2022

Op 28 maart is de Week van het geld van start gegaan. Het startsein werd gegeven vanuit de Kunsthal in Rotterdam, door koningin Máxima, erevoorzitter van platform Wijzer in geldzaken. Ook minister van Financiën Sigrid Kaag was aanwezig. Samen gingen ze via een videoverbinding in gesprek met vier gastdocenten, verspreid over vier leslocaties in Nederland. Daaronder ook het DaCapo College in Geleen, waar op dat moment APG’s Hoofd Groeifabriek Anne-Marie Le Doux voor de klas stond.

 

Aan welke klas gaf je de gastles? Anne-Marie: “Deze leerlingen zijn dertien tot zestien jaar oud en volgen praktijkonderwijs fase twee, ook wel de stage-oriënterende fase genoemd. Hierin gaat het onder andere om bewustwording van talenten – onder andere via stages – maar er is bijvoorbeeld ook aandacht voor zelfstandig wonen. Alles is erop gericht om aan het einde van deze fase te kunnen uitstromen in de richtingen winkelmedewerker, horeca, facilitaire dienst of techniek.”

De Week van het geld en 'Nu voor later'

 

De Week van het geld vindt, net als de gastles ‘Nu voor later’, plaats onder de paraplu van Wijzer in geldzaken. Dit platform is een initiatief van het ministerie van Financiën, gericht op bevordering van de financiële fitheid in Nederland. Om dat te bereiken, vindt een krachtenbundeling plaats tussen partners uit de financiële sector, de wetenschap, de overheid en onderwijs-, voorlichtings- en consumentenorganisaties.

In de inmiddels 11e editie van de Week van het geld, wordt tot en met vrijdag 1 april extra aandacht gevestigd op de duizenden gastlessen en workshops die medewerkers uit de financiële sector op basis- en mbo-scholen geven. De gastlessen en workshops worden door het hele jaar heen gegeven. Het thema dit jaar is ‘Van Doekoe tot Digi’ en gaat over de toenemende digitalisering van geld (bijvoorbeeld contactloos betalen, internetbankieren, digitale betaalverzoeken en online beleggen).

Waarover heb je het met hen gehad? “Ik heb de gastles ‘Nu voor later’ gegeven, ontwikkeld door de Pensioenfederatie. PGGM en APG zijn gevraagd om hiervoor docenten af te vaardigen. De les is gemaakt om studenten na te laten denken over hun financiële toekomst. Het gaat over wat je nu en in de komende jaren kunt doen om ook als je met pensioen bent, prettig te leven. De les geeft ook inzicht in wat pensioen eigenlijk is, hoe het is opgebouwd en wat belangrijke momenten zijn om op te letten als het om je pensioen gaat.”


Is het niet lastig om leerlingen in deze leeftijdsgroep voor pensioen te interesseren?
“Wat je merkt, is dat pensioen nog erg ver van hun bed is. Hun vragen spelen echt in het nu, bijvoorbeeld: hoe werkt de belastingaangifte voor mijn bijbaantje? Hoe werkt mijn DiGiD? Heb ik straks een eigen zorgverzekering nodig? En hoe regel ik dat eigenlijk? Daar moest ik mijn verhaal echt even op aanpassen. Gelukkig zit de les supergoed in elkaar, hij is heel interactief en makkelijk aanpasbaar op het niveau waarmee je te maken hebt.

Ik heb wel gemerkt dat je als docent echt een duizendpoot moet zijn. Juf Debby kende alle leerlingen van haver tot gort, had precies door wat er allemaal speelde tijdens de les, hield ondertussen ook hun energieniveau in de gaten, en wist mijn verhaal nóg levendiger te maken voor haar leerlingen. Dat is best indrukwekkend. Ook voor een gastdocent is het fijn als zo iemand, al dan niet op de achtergrond, aanwezig is.”


Hoe heb je die brug naar pensioen geslagen?
“Bijvoorbeeld door het te hebben over het sparen voor een brommer. We hebben besproken dat je zoals je kunt sparen voor een brommer, ook kunt sparen voor onvoorziene uitgaven – en dus ook voor pensioen. We hebben het over het belang van vooruitkijken gehad, aan de hand van een telefoonabonnement. We gingen in gesprek over ‘hoe het met je dure telefoonabonnement moet als je je bijbaantje kwijtraakt’. De conclusie was dat je een schuld of betalingsachterstand echt moet zien te voorkomen, en dat je zeker wil wegblijven van een BKR-registratie. Aandacht daarvoor is ontzettend belangrijk want meer dan 37 procent van de jongeren heeft schulden en één op de vier heeft al een betalingsachterstand.”


Heb je het ook over pensioenfondsen gehad?
“Niet zozeer over pensioenfondsen, wel over het onderscheid tussen pensioenopbouw als zelfstandige en pensioenopbouw in loondienst. Een aantal van deze leerlingen droomt er van om een eigen kapsalon te starten, of gaat als zelfstandige aan de slag in de bouw. Dus hoe je als zelfstandige pensioen opbouwt en wat je dan allemaal kunt regelen, is heel relevant om te weten voor ze. Het gaat om een groep die vaak relatief jong start met werken. Hoe eerder ze starten met het maken van gezonde financiële keuzes, hoe prettiger ze nu, maar ook later, kunnen leven.”


Hoe ging het gesprek met koningin Máxima en minister Kaag?
“Dat verliep wat chaotisch omdat er problemen met het geluid waren. Daardoor hebben alle vier gesprekken eigenlijk niet echt goed kunnen plaatsvinden. Jammer, maar van de docente kreeg ik wel terug dat haar klas het gesprek met de koningin en de minister heel leuk had gevonden. Zich ‘gezien voelen’ is voor deze groep geen vanzelfsprekendheid.”

Volgende publicatie:
Wat gebeurt er als een land failliet gaat?

Wat gebeurt er als een land failliet gaat?

Gepubliceerd op: 25 maart 2022

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week.

 

Deze keer: Sjacco Schouten, Head of Emerging Market Debt, over de vraag wat de gevolgen zijn als een land als Rusland niet meer aan zijn betalingsverplichtingen kan voldoen. “Ook in economische zin is het een scenario dat alleen maar verliezers kent.”

 

Begint maart sprak een aantal kredietbeoordelaars de verwachting uit dat Rusland door de westerse sancties mogelijk op korte termijn niet meer aan zijn betalingsverplichtingen (rente en aflossing van de staatsschuld) zou kunnen voldoen. Russische staatsobligaties kregen een zogeheten ‘junk’-status, wat min of meer betekent dat schuldeisers de kans groot achten dat ze een flink gedeelte van hun geld niet meer terugzien. Het roept de vraag op wat er met een land gebeurt, bij zo’n ‘faillissement’. Wanneer is daar sprake van? En wat zijn de gevolgen?

 

De eerste vraag blijkt relatief makkelijk te beantwoorden. Schouten: “Normaliter vinden rentebetaling en aflossing op staatsobligaties plaats op vooraf vastgestelde data. Als een land zo’n datum mist, gaat eerst een grace period in, waarin het de kans krijgt de betaling alsnog te doen. Gebeurt dat niet, dan gaat het land officieel in default.

 

Zo goed als nul

Het antwoord op de tweede vraag – over de gevolgen van zo’n default – is een stuk gecompliceerder, omdat er nogal wat mitsen en maren bij komen kijken.

 

“Als een land officieel in default is, treden allerlei processen in werking. Meestal zal een overheid een herstructurering voorstellen aan de obligatiehouders, waarbij afspraken worden gemaakt over ‘hoe verder’. Welke dat zijn, hangt af van de voorwaarden van de obligatie en van de wet van het land waaronder de obligaties zijn uitgegeven. In het meest extreme geval, als een land écht niet meer wil of kan betalen, zijn houders mogelijk genoodzaakt hun obligaties volledig af te schrijven, naar zo goed als nul. De prijs zal niet helemaal naar nul gaan, omdat je nooit honderd procent kunt uitsluiten dat er op een bepaald moment toch nog geld terugkomt.”

 

Rusland heeft dat punt echter nog niet bereikt. Het land heeft tot nu toe nog geen betalingen gemist. Als dat in de toekomst wel het geval is, zal dat eerder komen door de sancties die betalingstransacties onmogelijk maken of door de betalingsbereidheid van Rusland, dan dat het aan zijn vermogen ligt om aan de financiële verplichtingen te voldoen. “Met alle olieopbrengsten zou Rusland daartoe prima in staat moeten zijn. Of het dat op de lange termijn ook wil blijven doen, is een tweede. Wat dat betreft zou een onderscheid in voorwaarden kunnen ontstaan tussen beleggers die wel aan herstructurering willen meedoen en houders die dat door toedoen van sancties niet willen of kunnen. Hiermee krijgt Rusland de kans om ‘vriendelijke’ landen gunstigere voorwaarden te geven dan ‘onvriendelijke’ landen.”

 

Voorgetrokken

In principe geldt voor obligatiehouders echter het pari passu principe, wat inhoudt dat ze gelijk behandeld moeten worden. Schouten: “In beginsel kunnen obligatiehouders uit een bepaald land niet voorgetrokken worden. Wel kunnen de voorwaarden van obligaties die zijn uitgegeven onder lokale wetgeving, verschillen van de voorwaarden van staatsleningen die zijn uitgegeven onder internationale wetgeving. Naast het wetgevingsaspect spelen bij een eventuele herstructurering van de Russische staatsschuld nog veel meer factoren een rol. Bijvoorbeeld de valuta waarin een obligatie is uitgegeven – dollars of roebels. Bovendien is het voor bepaalde beleggers simpelweg verboden om überhaupt nog betalingen te ontvangen van Rusland, of betalingen te doen aan Russische entiteiten. Al die factoren samen maken een herstructurering in het geval van Rusland heel complex.”

 

Gevolgen

Wat zijn de gevolgen als Rusland zou besluiten om obligatiehouders niet meer te betalen?

 

“In dat geval zou het land nog verder in een isolement geraken en beperkt worden in de toegang tot de kapitaalmarkten. Op de korte termijn kan Rusland veel opvangen via zijn oliereserves en inkomsten uit olie- en gasleveringen. In grote lijnen weet het zijn economie nu nog redelijk draaiende te houden. Maar in de komende maanden zal de Russische economie naar verwachting krimpen en wordt de financiële situatie van het land problematischer. In hoeverre het land dan een verdere economische krimp kan tegenhouden, hangt af van de bereidheid van andere landen om Rusland te helpen. Die valt niet uit te sluiten. Zelfs als alle westerse landen – zoals de VS – Russische olie in de ban doen, kan Rusland nog steeds olie aan andere landen verkopen.”

 

‘Adding insult to injury’

Niettemin lijkt Rusland economisch gezien een doemscenario boven het hoofd te hangen. “Wat voedsel betreft zou Rusland in staat moeten zijn voor een groot gedeelte in de eigen behoefte te blijven voorzien. Maar als de levering stopt van alles wat het land importeert – technologie, computers, chips en noem maar op – dan komen grote delen van de economie tot stilstand. De gemiddelde Rus gaat terug in de tijd. Hij kan er misschien overheen komen dat hij niet meer naar McDonald’s kan, maar toegang tot bijvoorbeeld technologische kennis en bepaalde onderdelen, is van groot belang om een economie draaiend te kunnen houden en te ontwikkelen.”

 

Adding insult to injury, daar komt het op neer als Rusland een wanbetaler zou worden. Schouten: “De sancties brengen al schade toe aan de economie. De bevolking wil nu al dollars in de zak hebben in plaats van roebels. In het geval van een default wordt er een hele cyclus getriggerd, waarbij de Russische economie naar verwachting in een diepe recessie terechtkomt, met hoge inflatie. Ook in economische zin is het een scenario dat alleen maar verliezers kent.”

Volgende publicatie:
'Schoonmakers verdienen meer respect'

‘Schoonmakers verdienen meer respect’

Gepubliceerd op: 22 december 2021

Pensioenfondsbestuurder Tarik Uçar (bpfSchoonmaak) rebelleert tegen ongelijkheid

 

Pragmatisch en kostenbewust, allergisch voor bureaucratie en formalisme: als uitvoerend bestuurder van Bedrijfstakpensioenfonds Schoonmaak vecht Tarik Uçar voor elke pensioeneuro. En voor meer maatschappelijk fatsoen: “Mensen groeten schoonmakers vaak niet eens.”

 

Eigenlijk is Tarik Uçar niet alleen pensioenfondsbestuurder, maar ook werkgever in de schoonmaaksector. Drie uur per week komt een hulp zijn huis schoonmaken. Tijdens de coronalockdown betaalde hij haar gewoon door. Achteraf hoorde hij dat hij de enige was. “Haar inkomen viel ineens grotendeels weg, ze kwam acuut in financiële problemen. Wat bezíelt mensen om niet door te betalen?” zegt hij verontwaardigd.


Het gebrek aan maatschappelijk fatsoen en het collectief dedain voor mensen in de schoonmaaksector, daar wil hij verandering in helpen brengen. Plus zorgen voor een goed pensioen natuurlijk, als bestuurder van BPF Schoonmaak, het pensioenfonds voor het schoonmaak- en glazenwassersbedrijf. Onder de 529.000 (oud-)deelnemers en gepensioneerden bevinden zich veel migranten, een kwetsbare groep in de samenleving. “Ze zijn alleen financieel kwetsbaar, verder zijn het juist sterke mensen,” nuanceert Uçar, zelf van Turkse afkomst.


Allereerst: wat betekent de coronacrisis voor de schoonmaaksector?
“Ziekenhuizen en scholen hebben extra schoonmakers nodig, hotels en horeca juist minder. Mensen met een oproepcontract hebben dan nul inkomsten en dus ook geen pensioenopbouw. Ook voor werkgevers in de schoonmaak die zich richten op sectoren als de horeca is het pompen of verzuipen. Daarom is het goed dat de overheid bijspringt, de sector kan dit niet alleen. Ook zzp’ers zullen het moeilijk hebben, als ik kijk naar mijn huishoudelijke hulp.”

 

De vaccinatiegraad onder de migrantenpopulatie is minder hoog dan gemiddeld in Nederland.

“Met de vaccinatieproblematiek houden we ons als fonds niet bezig. Maar in het algemeen worden onze deelnemers hard geraakt door corona, blijkt uit onderzoek. Het afgelopen jaar zijn er aanzienlijk meer schoonmakers overleden dan vóór de pandemie. De oversterfte in de sector is hoger dan in de rest van Nederland.”


Moeten schoonmakers eerder met pensioen dan op hun 67e?
“De arbeidsongeschiktheid in de sector is hoog en ernstig, met percentages van 80 tot 100 procent. Schoonmaken is gewoon een heel zwaar beroep. Het is dan ook een illusie dat je dit werk fulltime kunt doen tussen je 20e en je 67e. Eigenlijk mag je niet verwachten dat voltijds schoonmakers veel langer dan veertig jaar werken.”


Maar dan zou je vele jaren langer pensioen moeten betalen…
“Nu raken veel schoonmakers al vóór hun pensioenleeftijd arbeidsongeschikt, dat kost ook geld. Bovendien ligt hun levensverwachting lager. Als maatschappij moeten we de duurzame inzetbaarheid bij zware beroepen als die van schoonmakers vergroten, zodat meer mensen gezond de eindstreep halen. Bijvoorbeeld door oudere medewerkers minder te laten werken, meer scholing en slimmer werken door nieuwe technologie. Met sensoren weet je in de schoonmaak bijvoorbeeld beter of en wanneer een wc gereinigd moet worden. Ook robotisering kan schoonmaakwerk minder zwaar maken.”

Wat zie je als grootste uitdagingen in de pensioenvoorziening van schoonmakers?
“De inkomens in de schoonmaak zijn laag. Mensen moeten vaak parttime contracten stapelen om rond te komen. Door die lage inkomens zijn ook de pensioenen laag. Als fonds proberen wij mensen een bepaalde levensstandaard te bieden na hun pensionering en te voorkomen dat ze onderweg tussen wal en schip vallen.”


Hoe pakken jullie dat aan?
“We proberen de kosten zo laag mogelijk te houden. Een van onze kernwaarden is betaalbaarheid. We voeren bijvoorbeeld elk jaar gesprekken met APG of de prijs voor de pensioenuitvoering verder omlaag kan. Door samen te kijken of we dingen niet slimmer, eenvoudiger en daarmee goedkoper kunnen doen. Je hebt het niet over onzichtbaar geld hè, maar over het pensioen van de schoonmaker en die kan geen euro missen. Voor die mensen zet ik graag een stapje extra.”


Zou dat anders zijn voor bijvoorbeeld medisch specialisten?
“Dan zou ik het gevoel hebben dat het iets minder uitmaakt wat ik doe. Ik hoorde laatst een schoonmaker zeggen: voor 10 euro heb je bij C&A een broek. Die 10 euro maakt dus het verschil tussen wel of geen nieuwe broek. Dat maakt dit werk waardevol. Elke euro extra uitgekeerd pensioen is er weer één. We zitten dus niet te wachten op tierelantijnen.”

 

Zoals?
“De pensioenwereld is nogal bedreven in het starten van allerlei communicatiecampagnes om de bewustwording bij deelnemers te vergroten of om e-mailadressen te verzamelen. Een jaar later is iedereen zich nog net zo weinig bewust van het eigen pensioen en zijn de ontvangen e-mailadressen gedateerd, maar ondertussen heeft het een sloot geld gekost. Wij vinden dat onzin en doen dat gewoon niet. Wat je ook ziet, is dat sommige fondsen al volop aan het communiceren zijn over het nieuwe pensioenstelsel. Ook daar doen we niet aan mee. Wij wachten tot het nieuwe pensioencontract is uitgekristalliseerd, anders ga je onzekerheid communiceren en dat schept alleen maar verwarring.”

“Mensen zijn niet bezig met later, maar met nú”

Maar communicatie is toch juist voor deze sector belangrijk, gezien het aantal laagopgeleide medewerkers en migranten?
“De schoonmaaksector telt 170 nationaliteiten, de Nederlandse taalvaardigheid is vaak niet goed. Mijn moeder woont al 47 jaar hier, maar ze spreekt slecht Nederlands, al vindt ze zelf van niet. Een brief over haar pensioen, daar zou ze niets van begrijpen. Communicatie is dus een uitdaging in deze sector. We communiceren op A2-niveau, heel laagdrempelig. Onze doelgroep is ook helemaal niet bezig met pensioen. Het woord ‘baksteen’ leidt tot meer hersenactiviteit dan het woord ‘pensioen’, blijkt uit onderzoek. Ik hield eens een pensioenspreekuur bij een moskee in Rotterdam. De vragen bleken niet over pensioen te gaan, maar over de WAO, de kinderbijslag of de ziektekostenverzekering. Mensen zijn niet bezig met later, maar met nú.”

 

Hoe bereik je dan toch je doelgroep?
“Wij geloven dat dit vooral met digitale communicatie kan, dan kun je ook plaatjes gebruiken. Straks hopen we er vertaalapps aan te koppelen. In principe communiceren we in het Nederlands, maar een animatiefilmpje over pensioenkorting hebben we in zes talen ondertiteld. Zo’n belangrijke boodschap moet goed overkomen. Digitaal communiceren is goedkoper, duurzamer én effectiever. Dat sluit aan op onze tweede kernwaarde: begrijpelijkheid. We hebben er wel de e-mailadressen van deelnemers voor nodig. Dus hebben we werkgevers verplicht die met ons te delen, als enige pensioenfonds in Nederland.”

 

Dat mag toch niet volgens privacywet AVG, omdat je inkomensgegevens dan aan personen kunt linken?
“We hebben eerlijk gezegd wel discussie met juristen gehad of dit wel of niet kan volgens de AVG. Als fonds vinden wij van wel. We krijgen ook de sofinummers en inkomensgegevens van deelnemers, omdat die noodzakelijk worden geacht voor de pensioenuitkering. Waarom zouden we dan niet ook de e-mailadressen mogen krijgen? Die vinden wij namelijk nét zo essentieel om het pensioen voor onze deelnemers betaalbaar en begrijpelijk te houden. Een ander voorbeeld van dat AVG-formalisme: de servicedesk mocht telefonisch geen bedragen noemen, vanwege de verificatie of de beller zelf de betrokken deelnemer is. Maar mensen bellen juíst om die bedragen te horen. Je moet steeds voor ogen houden: voor wie zijn wij op aarde? Voor de deelnemer en niet voor de AVG.”


Vinden ze je lastig in de pensioensector?
Lachend: “Onlangs sprak ik een nieuwe medewerker bij APG. Op zijn eerste dag hoorde hij al over mij zeggen: ‘Dat is een gewaardeerde, maar zéér kritische klant van ons.’ Ik beschouw dat als een geuzencompliment, ja.”


Een rebel tegen de regels?
“Als deelnemers zich in een schrijnende situatie bevinden, halen we alles uit de kast. Toch kun je er door de regels soms niets aan veranderen. Dat houdt me wel bezig, ja. We hebben ook een brief naar de minister gestuurd over de regelgeving rond faillissementen. Als een bedrijf failliet gaat, neemt het UWV de betaling van de pensioenpremies over. Maar dat moeten de betrokken medewerkers zélf aanvragen, wij als fonds mogen dat niet voor ze doen. Zeven op de tien schoonmakers doen dat niet, terwijl ze wel aan dat vangnet meebetalen. Dat is toch te belachelijk voor woorden? Wat ons betreft is dat volledig onacceptabel. Wij maken er dan ook echt werk van om dat veranderd te krijgen.”


Hoe stellen jullie je als fonds op tegen schoonmaakbedrijven die hun pensioenpremie niet betalen?
“Keihard, zowel bij de incasso als bij het aanvragen van faillissementen. We stellen ook de bestuurders persoonlijk aansprakelijk. Dat is nodig, want de sector wil geen cowboys op de markt. En het werkt: omdat iedereen onze harde aanpak kent, worden pensioenpremies doorgaans netjes betaald.”

Over naar het nieuwe pensioenstelsel… Welke keuzes maken jullie als bestuur van BPF Schoonmaak?
“We willen zo snel mogelijk over naar het nieuwe stelsel. Want de dreiging dat we de pensioenen volgens de huidige regels moeten korten, blijft in de lucht hangen. Na de overstap kunnen onze deelnemers hun pensioen eindelijk zien stijgen. Verder hebben we bewust niet gekozen voor de flexibele premieregeling, waarin deelnemers eigen pensioenkeuzes moeten maken. Noem het paternalistisch, maar wij denken dat je mensen daar niet mee moet vermoeien. Je kunt die keuzes beter op centraal niveau maken. Daarom kiezen we voor de solidaire premieregeling (deze onderscheidt zich van de flexibele premieregeling in het feit dat meer keuzes collectief – door het fonds en de sociale partners – worden gemaakt en risico’s collectief worden gedragen, red.). Dat solidaire stelsel past ook bij de cultuur in de schoonmaaksector: als de een iets overkomt, staat de ander klaar om te helpen.”

 

De solidariteitsbuffer om financiële tegenvallers op te vangen moet onder meer uit beleggingen komen. Je hebt dus rendement nodig, maar de maatschappij eist ook duurzaamheid…
“Duurzaam beleggen hoeft niet ten koste te gaan van rendement. We zijn het aan de maatschappij verplicht om duurzaamheid op de agenda te zetten. Ook als klein fonds, met ‘maar’ zeven miljard vermogen. Onze derde kernwaarde is betrokkenheid. Dat vertaalt zich in drie speerpunten voor ons vermogensbeheer: arbeidsnormen, mensenrechten en klimaat. Zo willen we geen obligaties in landen die mensenrechten of arbeidsnormen niet respecteren.”


ABP heeft besloten niet meer in fossiele brandstoffen te investeren. En jullie?
“Dat ligt bij ons nog niet op tafel. Ik vind wel dat ABP een goed statement heeft neergelegd. Wij zijn nog aan het kijken wat het meeste effect heeft. Als je uit fossiele brandstoffen stapt, kun je als belegger ook geen invloed meer uitoefenen. En, als ik eerlijk ben: wij ervaren ook minder maatschappelijke druk dan ABP.”

“De blanke bovenklasse in dit land heeft de mond vol van diversiteit, maar niemand doet wat”

Sociale gelijkheid is een ander maatschappelijk thema. Hoe stellen jullie je daarin op?
“Onder de 170 nationaliteiten in de sector bevinden zich ook hoogopgeleide Syriërs, die hier alleen mogen schoonmaken. De blanke bovenklasse in dit land heeft de mond vol van diversiteit, maar niemand doet wat. Wij willen daarin verandering brengen. Zo verwachten we van onze partners, zoals APG, dat ze diversiteit omarmen. In ons eigen bestuur willen we daarin vooroplopen. We hebben drie bestuurders met een migratieachtergrond: Anita is van Surinaamse afkomst, Semih en ik hebben een Turkse achtergrond. En stagiaire Laila is een jonge Marokkaanse vrouw. Ons geschiktheidsplan eist dat het bestuur mensen met een migratieachtergrond moet bevatten. Dat zou je ook in de Code Pensioenen moeten opnemen. Ik ben ook voorstander van een quotum voor mensen met een migratieachtergrond. Het komt niet vanzelf goed.”


Als adviseur van VCP, de vakcentrale voor professionals, heb je te maken met mensen die veel meer verdienen dan schoonmakers. Hoe voelt dat, die twee petten?
‘Welke pet ik ook op zet: ik ben wie ik ben en ik zeg wat ik vind. Of het nou gaat om managers, politieagenten, piloten of schoonmakers. In essentie zijn hun belangen hetzelfde. Álle werknemers willen een goed en geïndexeerd pensioen. Alle werknemers willen dat er voor hun nabestaanden wordt gezorgd. Waarbij het wel de vraag is of je dat levenslang moet doen, nu het kostwinnersmodel heeft plaatsgemaakt voor het tweeverdienersmodel. En de meeste werknemers willen dat er collectief voor mensen gezorgd wordt die in financiële problemen komen. Die solidariteitsgedachte is gelukkig nog steeds aanwezig, hoewel minder dan vroeger.”

 

Waardoor meer mensen tussen wal en schip vallen?
“Ja. Toen mijn moeder zonder inkomen achterbleef en niet wist dat de bijstand bestond, was er gelukkig de Turkse gemeenschap. Mensen kwamen ons eten brengen, zodat we geen honger leden. When the shit hits the fan, heb je een arm om je schouders nodig. Solidariteit is belangrijk, net als respect. De maatschappij kijkt vaak neer op schoonmakers: het is werk dat we zelf niet willen doen en we willen ook niet zíen dat het gedaan wordt. Schoonmakers worden geacht hun werk onzichtbaar te doen. Het valt me steeds weer op hoe onfatsoenlijk mensen met schoonmakers omgaan: vaak groeten ze niet eens. Terwijl schoonmakers zelf terecht tróts zijn op hun werk. Daar mag de maatschappij meer fatsoen en dankbaarheid tegenoverstellen.”

Wie is Tarik Uçar?
Tarik Uçar werd in 1976 in Hengelo geboren. Zijn vader kwam eind jaren zestig als gastarbeider naar Nederland om bij Stork te werken. Zijn moeder volgde later met de twee oudere broertjes van Tarik. Kort na zijn geboorte scheidden zijn ouders. Het gezin leed in die periode armoede, omdat zijn moeder de weg naar de instanties niet wist te vinden. Ook later bleef het moeilijk om de eindjes aan elkaar te knopen.
De jonge Tarik ging rechten studeren en vervolgens werken bij de Pensioen- en Uitkeringsraad (die financiële ondersteuning biedt aan slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en hun nabestaanden). Aansluitend werkte hij bij Zwitserleven en de Pensioenfederatie. Daarna werd hij adviseur van pensioenfonds Horeca & Catering en toezichthouder bij de fondsen voor kappers en dranken. Sinds 2019 is hij uitvoerend bestuurder bij BPF Schoonmaak. Daarnaast is hij pensioenadviseur van VCP, vakcentrale voor professionals, en toezichthouder bij het Molenaarspensioenfonds.

Volgende publicatie:
Hoe duurzaam is de donutstad?

Hoe haalbaar is de donutstad?

Gepubliceerd op: 10 december 2021

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: Group Sustainability Officer Loek Dalmeijer over de vraag of de zogeheten donutstad ook wel echt leefbaar en duurzaam is.


Amsterdam wordt donutstad, zo sprak Wethouder Marieke van Doorninck (Ruimtelijke Ontwikkeling en Duurzaamheid) haar ambities uit. Iedereen aan de donuts? Nee, de donuteconomie is een concept van de Engelse econoom Kate Raworth.
In het kort gezegd maakt deze aanpak een stad groener en socialer. En in plaats van de stijgende lijn uit het klassieke model, ziet dit model er dus uit als een donut. De binnenkant visualiseert het sociaal fundament met basisbehoeften, zoals zorg en huisvesting. De buitenkant visualiseert de ecologische plafonds als klimaatverandering, stikstofverzadiging en verlies van biodiversiteit.

De Donuteconomie
Dit economisch model meet economische welvaart door te kijken naar de realisatie van een sociaal fundament zonder het overschrijden van ecologische plafonds. Simpel gezegd is het doel om de behoeftes van iedereen te realiseren binnen de draagkracht van de aarde. De naam 'donut' is ontleend aan de vorm van het diagram: een cirkel met een gat in het midden. Het gat van het model geeft weer hoeveel mensen geen toegang hebben tot basisbenodigdheden als gezondheidszorg, onderwijs, en huisvesting. De korst geeft weer in hoeverre de ecologische plafonds (planetaire grenzen), waarvan leven afhankelijk is, worden overschreden. Volgens het model is een economie welvarend als alle twaalf elementen van het sociale fundament worden gehaald zonder een ecologisch plafond te overschrijden. Deze situatie wordt in het model beschreven als 'de veilige en rechtvaardige ruimte voor de mensheid'.

“Een donuteconomie blijft binnen die planetaire grenzen terwijl het rekening houdt met de sociale basisvoorwaarden als toegang tot energie, onderwijs en gezondheid”, legt APG's Group Sustainability Officer Loek Dalmeijer uit. “Het laat zien dat je voor een florerende, inclusieve en duurzame economie met veel, en soms tegenstrijdige, onderwerpen aan de slag moet. Dat lijkt mij een prima uitgangspunt om een economie of een stad te besturen.”

 

Maar is het ook een realistisch uitgangspunt? “Ik zie de donutstad vooral als een visie van bestuurders over hoe ze, in dit geval een stad, willen aansturen. Voor veel onderwerpen is geen pasklaar antwoord. Hoe zorg je bijvoorbeeld dat gezond voedsel toegankelijk blijft, terwijl je tegelijkertijd een stikstofprobleem oplost dat deels veroorzaakt wordt door huidige landbouwpraktijken? En hoe krijgt iedereen toegang tot betaalbare energie, terwijl je ook moet investeren in een transitie naar een koolstofarme economie? Met de donut in het achterhoofd wordt dit soort afwegingen goed inzichtelijk, terwijl het einddoel in beeld blijft.”

 

Een vink dus bij ‘realistisch uitgangspunt’, maar is het ook haalbaar? Dalmeijer ziet daarin twee uitdagingen: de politiek en de sociale realiteit, waarin veel huishoudens nu al moeite hebben met het betalen van de huur of vaste lasten. Dat verander je niet even met wat zonnepanelen.

De politieke uitdaging zit hem, in het geval van Amsterdam, in het feit dat de portefeuilles van de verschillende bestuurders zijn verdeeld. Dalmeijer: “Het is voor Amsterdam lastig dat de wethouder Duurzaamheid eigenaar en pleitbezorger is van de donuteconomie, terwijl alle verschillende onderwerpen over de portefeuilles van verschillende bestuurders zijn verdeeld. Daarom is het goed dat het gehele college van burgemeester en wethouders zich achter het donutconcept heeft geschaard. Het lijkt mij van belang dat het voltallige college tussendoelen formuleert en op een integrale manier de voortgang aan haar inwoners en bedrijven rapporteert. Alleen op die manier komt het concept van papier af en blijft het niet hangen bij voorbeeldprojecten.”

Dan punt twee: de afstand tussen sociale doelen en groene doelen. “We moeten niet willen leven in een maatschappij waar energierekeningen voor de onderklasse duurder worden omdat sociale woningen slecht geïsoleerd zijn. Nu al heeft 10% van de huishoudens in Nederland een te hoge energierekening ten opzichte van hun inkomen. Zij hebben moeite met het betalen van de energierekening en leven in zogenoemde energiearmoede. Dat veel energiebesparende maatregelen zichzelf prima terugverdienen biedt tegelijkertijd kansen voor investeerders. Want waar individuen of huurders niet altijd handelsperspectief hebben om de energierekening te verlagen, kunnen investeerders inspringen om collectief wijken te isoleren en bijvoorbeeld warmtenetten aan te brengen. APG levert hier bijvoorbeeld al een bijdrage aan. Voor pensioenfonds ABP richtten we bijvoorbeeld een Nederlands Energietransitiefonds op.”

De pensioenbelegger als belangrijke kracht achter de donutstad? Het past volgens Dalmeijer prima bij de doelen van APG en haar fondsen: gelden duurzaam beleggen en een bijdrage leveren aan een inclusieve maatschappij.

“En we experimenteren op welke manieren we grote aantallen pensioendeelnemers financieel fitter kunnen krijgen. Op deze manier dragen we ook bij aan veel van de onderwerpen die Kate Raworth in haar donutconcept behandelt.”

Volgende publicatie:
Veranderen de vooruitzichten nu corona een blijvertje lijkt?

Veranderen de economische vooruitzichten nu corona een blijvertje lijkt?

Gepubliceerd op: 3 december 2021

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: chief economist Thijs Knaap over de vraag of de economische vooruitzichten moeten worden bijgesteld nu corona nog lang onder ons lijkt te blijven.

 

Een kleine twee jaar na de uitbraak van corona zit Nederland door toenemende besmettingscijfers weer in een lockdown. Tegelijkertijd komen er berichten uit zuidelijk Afrika over een nieuwe coronavariant. Dachten we eind 2020 nog dat de vaccins het virus eronder zouden krijgen, nu lijkt die hoop te vervliegen. Wat betekenen de nieuwe ontwikkelingen rond corona voor het overheidsbeleid, het consumentenvertrouwen en de financiële markten? “Wanneer de overheid besluit de steun te stoppen, wordt het echt een minder positief verhaal en is een economische klap met faillissementen en oplopende werkloosheid onvermijdelijk,” aldus Knaap.

 

Impact

Toen corona voor het eerst om zich heen greep, had Nederland veel profijt van de steunmaatregelen van de Nederlandse overheid. Ook centrale banken kwamen in actie, waardoor de impact op bedrijven en financiële markten lager was dan verwacht. Het aantal faillissementen is tot op de dag van vandaag zelfs historisch laag. Beleggers raakten hun geld niet kwijt, omdat bedrijven dankzij de steun konden overleven. Knaap: “Steunmaatregelen van de overheid zijn logisch bij een tijdelijke crisis, waar we tot voor kort corona nog onder schaarden. Maar je kunt je voorstellen dat de regering op een gegeven moment denkt: ‘het is mooi geweest’. Want je kunt niet tot het einde van de eeuw bedrijven overeind houden die in de nieuwe situatie eigenlijk geen bestaansrecht hebben.” Voor de economische vooruitzichten hangt dus veel af van wat de Nederlandse overheid en andere landen de komende tijd besluiten.

 

Hoe langer de lockdown in stand blijft, hoe slechter voor de economische dynamiek. “Uiteindelijk heb je mensen nodig die gaan ondernemen. Maar wie gaat er nu in deze tijd een restaurant openen? De economie krijgt hoe dan ook een tik. Dat pleit er ook voor de steunmaatregelen niet af te bouwen, zodat de bestaande bedrijven in ieder geval niet failliet gaan,” zegt Knaap. Voordeel voor Nederland is dat het nog steeds geld toe krijgt wanneer het obligaties uitgeeft. “Dat kunnen we nog jaren blijven doen zonder dat we er iets van merken.” Voor andere landen, en zeker de opkomende economieën, is de situatie penibeler.

 

Consumenten

Het consumentenvertrouwen speelt ook een rol in de economische vooruitzichten. “Economische groei ontstaat wanneer bedrijven winst maken en dat doen ze als ze genoeg spullen verkopen aan consumenten. Dat was de afgelopen periode lastig door problemen met de aanvoer van producten. Wel was er de afgelopen tijd veel vraag naar producten en diensten, omdat consumenten tijdens corona geld hebben opgepot doordat ze niet naar het café of op vakantie konden,” aldus Knaap. “De nieuwe lockdown vormt voor veel mensen toch weer een tegenslag, met de kapper en theaters die eerder moeten sluiten. Dat leidt tot minder consumentenvertrouwen waardoor consumenten voorzichtiger worden met uitgaven. En dat is nooit goed voor de economie.”

 

Schok

Het nieuws van de omikronvariant leidde al tot dalende beurskoersen. Wat zegt dat over de vooruitzichten op de beurs? “Beleggers hebben altijd de vorige schok nog in hun hoofd,” stelt Knaap. Die was in maart 2020. Maar na eerst fors onderuit te zijn gegaan, stegen de beurzen tot recordhoogtes. Mogelijk verwachten beleggers ook ditmaal dat de nieuwe uitbraak niet zal leiden tot een economische crisis. Toch houdt Knaap er rekening mee dat het anders uitpakt dan de vorige keer. “De dalende koersen zouden nu langer aan kunnen houden, omdat we corona niet meer als iets tijdelijks zien.” Moeten we daarom de economische verwachtingen bijstellen? “Het verhaal verandert nu wel. De vorige verhaallijn begon met de pandemie waarna de vaccinaties volgden en we binnen twee jaar economisch herstel met hoge groei verwachtten.” Die kans op snel herstel lijkt nu door de laatste ontwikkelingen ineens een stuk verder weg.

 

De komende weken wordt duidelijk of dit een laatste oprisping van het virus is en het blijft bij een korte lockdown. Dan is de kans groot dat de positieve economische verwachtingen van een paar weken geleden stand kunnen gehouden. Ook doordat de overheid nog lang kan bijspringen en de beurskoersen, na het opduiken van de omikronvariant, niet buitengewoon hard zijn gedaald. Toch zorgt de nieuwe lockdown voor onzekerheid, onder meer bij consumenten. Hoe langer corona onder ons blijft, hoe groter de kans dat de overheid op een gegeven moment haar ruimhartige steunbeleid stopt, waardoor het aantal faillissementen en de werkeloosheid stijgen en ook de beurzen een optater krijgen. Het verhaal is dus nog niet afgelopen.

Volgende publicatie:
“Hoe relevant is de vakbond nog?”

“Hoe relevant is de vakbond nog?”

Gepubliceerd op: 12 november 2021

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: het aantal vakbondsleden in Nederland lag sinds 1966 nog nooit zo laag. Peter Gortzak, hoofd beleid APG en voormalig vicevoorzitter bij vakcentrale FNV over de vraag hoe relevant de vakbond eigenlijk nog is. “Het zijn dalende cijfers volgens het CBS-onderzoek. Maar als je kijkt naar het aantal leden is de vakbeweging de grootste vereniging in Nederland.”

 

Het aantal vakbondsleden in Nederland lag sinds 1966 nooit zo laag als nu. Het aandeel gepensioneerden stijgt, terwijl de groep 25-minners juist steeds kleiner wordt. En slechts een kwart van de leden is 45 jaar of jonger, terwijl die groep ruim de helft van de werkzame bevolking in Nederland omvat. Het zijn recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) waaruit maar één conclusie te trekken valt: de vakbonden vergrijzen in rap tempo. De uitstroom wordt namelijk niet meer gecompenseerd door jonge aanwas en blijvende leden worden ook elk jaar ouder. Ten opzichte van 2019 daalde het aantal leden met zo’n 6 procent. FNV spant hierbij de kroon: in twee jaar tijd heeft deze vakbond bijna 10 procent minder leden.

Het zijn cijfers waar Peter Gortzak met leedwezen kennis van neemt maar waar hij ook graag een kanttekening bijzet. “Het afnemende ledenaantal wordt in de media nogal negatief neergezet. Jammer, want het wordt niet geplaatst in de tijdgeest van nu. En je kunt, afgaande op de dalende cijfers, wel het nut van de vakbeweging bagatelliseren, maar een grotere vereniging is er in Nederland niet.”

Die tijdgeest schetst Gortzak als volgt: “Kijk naar de kerk en de omroepen, de sport- en muziekvereniging, mensen worden steeds minder vaak lid ergens van. Daar komt bij dat de contributie voor jongeren met een flexbaan best hoog is. Ook herkennen zij moeilijk wat de vakbond voor hen kan betekenen.” Hoger opgeleiden en beter betaalde werknemers denken op hun beurt dat ze het zelf beter kunnen en de vakbond dus niet nodig hebben. ”En dat samen verklaart mede de teruggang in cijfers.”

 

Hier valt wel wat tegen te doen, zegt Gortzak. Vakbonden zouden meer de noodzaak van hun bestaan kunnen uitdragen. Een nieuwer en breder verhaal lijkt nodig om jongeren over de streep te trekken. Dat verhaal vertelt FNV ook steeds vaker: thema’s als klimaatverandering, de woningmarkt, het tegengaan van de groei van flexcontracten en problemen met toeslagen en uitkeringen komen vaker aan bod. Wat Gortzak betreft zou de vakbeweging zich ook meer mogen laten zien. “Vertel waaróm je je inzet voor de bouwvakker die zzp’er is. Laat zien welke afwegingen er zijn gemaakt tijdens onderhandelingen. En dan niet tijdens een ledenvergadering, want daar zitten je leden al. Laat je verhaal en gezicht meer zien bij mensen die nog geen lid zijn.”

 

FNV en andere vakbonden drijven nu vooral op traditionele leden. Het ledenbestand, zo blijkt uit CBS-cijfers, bestaat voor driekwart uit 45-plussers. De meesten zijn werkzaam in sectoren als onderwijs, overheid, vervoer, bouw en industrie. Vaak zijn zij lid geworden vanuit de gedachte om sterk te staan tegenover hun eigen werkgever. Voor hen lijkt de kerntaak van de bond het belangrijkst: een goede cao en een goed pensioen. Gortzak wijst er op dat je niet alles in een macro-getal moet duiden: hij ziet in sommige sectoren juist een hoge organisatiegraad, ofwel het aantal leden binnen een sector dat lid is. “Kijk niet alleen naar de uitkomst van het onderzoek, dat is macro. Kijk juist ook naar het aantal leden per werkgever, naar de sectoren. Jammer genoeg heb je steeds meer, vaak nieuwe sectoren waar nauwelijks een vakbondslid aanwezig is.  Maar er zijn ook sectoren waar het vakbondslidmaatschap groeit en bloeit, kijk naar de Nederlandse Vereniging van Journalisten, de politiesector, met maar liefst een organisatiegraad van 85 procent en ook bij de brandweer is de vakbeweging goed vertegenwoordigd.”

De dalende cijfers zeggen niks over het belang van de vakbonden. Want die blijft volgens Gortzak onverminderd aanwezig. “Stel, er is geen vakbeweging die de belangen behartigt. Dan moet je er toch niet aan denken dat elke werkgever met elke werknemer apart moet onderhandelen over de inhoud van de arbeidsovereenkomst. Het is juist in het belang van Nederland, van werkgever en werknemer dat dit collectief, in de vorm van cao’s gebeurt.”

De vakbond is er niet om zieltjes te winnen

Ander voorbeeld. “In de Sociaal-Economische Raad komt geen advies tot stand zonder dat de vakbeweging daaraan zijn bijdrage heeft geleverd. En wat te denken van de vele rechtszaken die de vakbonden voeren tegen bedrijven als PostNL en Deliveroo. Die laatste zaak is juist gevoerd om de positie van die jongens op de fietsen te verbeteren. En bij PostNL werken zelfstandigen die eigenlijk gewoon in loondienst zijn, maar wel zelf bijvoorbeeld een dure investering moeten doen om een postbusje aan te schaffen. Ook voor hun positie zet de vakbeweging zich in.”


Diezelfde vakbeweging bevindt zich momenteel in een lastige spagaat. Op de arbeidsmarkt zijn volop mensen die de hulp van een vakbond goed kunnen gebruiken, zoals arbeidsmigranten en jongeren met flexcontracten. Maar juist zij zijn zelden lid. Dat zal de vakbeweging volgens Gortzak niet weerhouden zich in te zetten. “De vakbond probeert het tij te keren. Niet om zieltjes te winnen, want de vakbeweging is geen doel op zich, maar om werknemers een beter positie te geven. Dus ook al is geen enkele medewerker van Deliveroo lid van de vakbond, dan nog zal de vakbeweging opkomen voor de arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden van de mensen in die sector. Omdat het gewoon uitbuiting is.”

Een vereniging die zich inzet tegen uitbuiting en opkomt voor de onderliggende partij in onze arbeidsverhoudingen

Dat de vakbeweging sowieso voor de belangen opkomt, komt het ledenaantal niet altijd ten goede. Werknemers die hiervan profiteren zonder lid te zijn, noemt Gortzak freeriders, zij liften mee op de bagagedrager van een lid. “En ook dat past bij de huidige tijdsgeest. Het is overal ikke-ikke-ikke en als er iets misgaat, ligt dat altijd aan een ander, die het dan ook maar moet oplossen. Maar is er iets dat niet bevalt aan een cao? Dan wordt er geklaagd. Niet doen, niet als je zelf geen lid bent. Wie een vuist wil maken en een stem wil hebben, sluit zich aan.”

 

Zorgen over de cijfers maakt Gortzak zich overigens wel. Want, zo zegt hij, hoe je het ook wendt of keert: de werknemer is toch de onderliggende partij. “Dat je daar een goede verdediging omheen bouwt is en blijft keihard noodzakelijk. En alleen met een meerderheid bereik je iets.”

Volgende publicatie:
APG wint publieksprijs Pensioenwijzer 2021

APG wint publieksprijs Pensioenwijzer 2021

Gepubliceerd op: 5 november 2021

Platform Geldvinder helpt Nederlanders financieel gezonder te maken

Het online platform Geldvinder is een jaar na lancering in de prijzen gevallen. Op de 11e editie van de Pensioen3daagse beloonden professionals uit de financiële sector met een ruime meerderheid het initiatief van APG met de PensioenWegwijzer Publieksprijs. Richard Coonen, manager business development Geldvinder en Pierre Wolfs, product owner: “Wij weten doelgroepen te activeren die traditioneel niet makkelijk bereikbaar zijn.”

 

Geldvinder is een applicatie die bestaat uit drie belangrijke onderdelen die samenwerken om iedereen financieel gezonder te maken. Een fitmodel, bedoeld om de financiële situatie van de gebruiker te meten, een fit-test op basis van een aantal te beantwoorden vragen en concrete acties die voortvloeien uit de eerste twee componenten. De tool is op initiatief van APG en in samenwerking met twintig partners tot stand gekomen. En heeft als doel om op een laagdrempelige en proactieve manier te werken aan de financiële fitheid van medewerkers. Zo kunnen zij bewust aan de slag met persoonlijke financiële doelen voor nu, straks en later.

Wat betekent het winnen van een dergelijke prijs?
Pierre Wolfs: “Het publiek, ofwel de toekomstige gebruikers van Geldvinder, heeft met meerderheid van stemmen voor ons gekozen. Dat bevestigt dat er in de Nederlandse samenleving behoefte is aan ondersteuning op het gebied van financiële fitheid. Pensioen is daar een belangrijk onderdeel van en staat in directe relatie met andere onderdelen, zoals je inkomsten en uitgaven, je buffer en risico’s en je vermogen en schulden. Wij zijn er in geslaagd om een fitmodel en fit-test te ontwikkelen die al deze onderdelen samenbrengen. Met als resultaat inzicht voor de gebruiker qua fitheid op financieel gebied, en ook handelingsperspectief. Met andere woorden: welke doelen kan ik stellen op korte en lange termijn? En hoe kom ik daar?”

 

En wie bereik je daarmee?
Richard Coonen: “Het afgelopen jaar hebben we Geldvinder ingezet bij twintig pilot-werkgevers uit diverse sectoren en hebben meer dan 1500 medewerkers Geldvinder uitgeprobeerd. Met Geldvinder weten we doelgroepen te activeren die traditioneel niet makkelijk bereikbaar zijn, zoals jongeren en dertigers en veertigers. Daar gaan we met Geldvinder ook verder op voortbouwen.”

 

Geldvinder is in november 2020 gelanceerd en ging, na een periode van testen en optimaliseren, in maart live voor het publiek. En nu dus al zo’n mooie onderscheiding. Waar zit hem dat in?

Richard Coonen: “Het feit dat we dit niet alleen hebben gedaan, maar juist met een co-creatie groep van twintig werkgevers uit diverse sectoren (gemeenten, provincies, energiesector, watersector, onderwijs, defensie), werkgeverkoepels, sociale fondsen en vakbonden heeft geleid tot veel enthousiasme en sympathie voor dit collectieve initiatief. Waarbij APG zelf ook heeft meegedaan uiteraard als werkgever. Naast deze unieke aanpak, krijgen we ook veel belangstelling door de ‘engine’ van Geldvinder: ons fitmodel en de fitscore die uniek is in Nederland. Hierbij vermeld ik direct dat we ook hier de samenwerking hebben gezocht met specialisten en gedragswetenschappers. Wat er onder de motorkap van Geldvinder zit is in die zin uniek en een staaltje op zich. Onze partners die helpen bij het doorontwikkelen van het fitmodel en de fittest hebben hier dus ook een belangrijke bijdrage aan geleverd.”

“Het mooie aan het platform is dat je medewerkers helemaal zelf in staat kan stellen om aan de slag te gaan”

Wat zijn de volgende stappen in het project?

Pierre Wolfs: “Op 18 november ronden we de pilotfase van Geldvinder af. Samen met onze co-creatie partners staan we dan stil bij het afgelopen jaar en de resultaten die zijn geboekt. Inmiddels hebben meerdere werkgevers die deelnamen in ons initiatief de intentie uitgesproken om Geldvinder na de pilotfase ook duurzaam te willen gaan inzetten binnen hun organisaties. En het is onze ambitie als team om veel meer werkgevers in Nederland in staat te stellen Geldvinder aan te bieden aan medewerkers om te werken aan hun financiële fitheid. Het mooie aan het platform is dat je medewerkers helemaal zelf in staat kan stellen om aan de slag te gaan. Dus het is enorm schaalbaar. Qua functionaliteit hebben we daarnaast uiteraard nog heel veel plannen. Zo voorzien we dat naast de ‘selfservice’ die Geldvinder faciliteert, we ook de mogelijkheid om een-op-een gecoacht te worden, hetzij online of fysiek, aan te reiken.”

 

 

Genomineerden

De vijf finalisten die kans maakten op de publieksprijs zijn geselecteerd uit tien inzendingen. Felipe van Beetz, vanuit het management team verantwoordelijk  voor de Geldvinder applicatie  en Deborah Schrijver, die de bouw van het fitmodel en de fit-test aanstuurt, gaven tijdens het evenement in zes minuten een ‘pitch’ voor zowel het publiek in de zaal als de online deelnemers aan dit event. De finalisten waren: 

  • Fit je pensioen in! – Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW)
  • Pensioenlabel – VCP Young Professionals
  • Geldvinder – APG
  • Deelnemers als beste pensioenwegwijzer - Blue Sky Group
  • Webinar UPO, wat moet je ermee? - Pensioen UWV, TKP Pensioen en Niek den Tex

De uitreiking vond plaats tijdens een inspiratiebijeenkomst voor vernieuwende pensioencommunicatie met als thema: nieuwe manieren om over je oude dag te praten. De bijeenkomst werd georganiseerd door Wijzer in geldzaken samen met de Pensioenfederatie, Verbond van Verzekeraars en Netspar in het kader van de Pensioen3daagse

 

 

 

Geldvinder van APG wint de PensioenWegwijzer publieksprijs - Foto Valerie Kuypers / Wijzer in geldzaken

Volgende publicatie:
“Wat is de kans dat ‘Glasgow’ concrete resultaten oplevert?”

“Wat is de kans dat ‘Glasgow’ concrete resultaten oplevert?”

Gepubliceerd op: 28 oktober 2021

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: Joost Slabbekoorn (Senior Responsible Investment & Governance Manager) over de kans dat de klimaattop van Glasgow concrete resultaten op essentiële punten gaat opleveren. “Het financieel steunen van ontwikkelingslanden zal een van de heetste hangijzers zijn.”

 

Aan de vooravond van ‘Glasgow’ buitelen de nieuwsberichten over elkaar heen. Als één ding duidelijk wordt uit de stroom berichten is het wel dit: we staan er niet goed voor. Zo spraken de deelnemende landen aan de klimaatconferentie van Parijs in 2015 af dat de temperatuur tegen 2100 met niet meer dan 2 graden mocht stijgen. En idealiter met niet meer dan 1,5 graad. Maar als we op dezelfde voet doorgaan zoals nu, halen we die stijging van 1,5 graden al in 2030. Tegen 2100 kijken we dan aan tegen een stijging van zelfs 2,7 graden. Daarvoor waarschuwde het VN-milieuprogramma UNEP deze week.

 

Eerste stap

Er is dus werk aan de winkel. Maar de vraag is van wie de eerste stap wordt verwacht. Slabbekoorn: “De westerse landen hebben historisch gezien natuurlijk een grote verantwoordelijkheid voor de uitstoot van CO2. Maar op dit moment stijgt juist de uitstoot van landen zoals China en India snel. Deze landen kunnen zich niet op dezelfde, door fossiele brandstoffen gedreven, manier ontwikkelen als de westerse landen dat deden in het verleden. Daar zijn ze simpelweg te groot voor. Maar de snelle stijging van CO2-uitstoot in die landen komt ook doordat Europese staalfabrieken zijn verplaatst naar China!”

 

Landen als India en China hebben de kans hun ontwikkeling deels te stutten met hernieuwbare energie. Om ze hierin te steunen, zegden de westerse landen in Parijs 100 miljard euro per jaar aan klimaatontwikkelingshulp toe. Maar die belofte is nog niet ingelost. Slabbekoorn: “Grote kans dat dit ook een van de grootste hete hangijzers zal zijn in Glasgow. Ontwikkelingslanden willen dat rijke landen over de brug komen met geld, om zo het vertrouwen te herstellen. Ook zal er worden gesproken over het ‘handelen’ in doelen tussen landen. Dat wil zeggen dat de rijke landen de CO2-reductie in de ontwikkelingslanden financieren, omdat de uitstoot verlagen dáár makkelijker en goedkoper is dan op hun eigen grondgebied. Om deze handel mogelijk te maken en te kunnen verifiëren zijn dan wel duidelijke regels nodig.”

 

Prioriteiten

Slabbekoorn weet nog wel een paar punten waarop actie nodig is. “Een van de grootste prioriteiten is het afbouwen van het gebruik van steenkool voor de elektriciteitsproductie. Steenkool zorgt voor behoorlijk wat CO2-uitstoot terwijl een goed alternatief beschikbaar is, namelijk groene stroom. Ontbossing is een andere bron van enorme CO2-uitstoot. Een derde prioriteit is het instellen van een realistische prijs op CO2 en een stop op het subsidiëren van fossiele brandstoffen. Opmerkelijk is dat ook in Nederland nu de energierekening van de burger wordt gesubsidieerd. Begrijpelijk, gezien de huidige situatie, maar dit is indirect een subsidie op fossiele energie. De stijgende energieprijzen zorgen er ook voor dat veel landen huiverig zijn om versneld te stoppen met het gebruik van steenkool. En voor het tegengaan van ontbossing is de steun van Brazilië nodig. Helaas zit daar nu een president die juist op de hand is van de houtkapsector. Kortom, het ziet er wat deze drie prioriteiten betreft niet goed uit in Glasgow.”

 

Met de huidige sombere vooruitzichten kan het niet anders dan dat sommige maatregelen zullen ingrijpen in het leven van de consument. Slabbekoorn: “De consument móet er ook iets van voelen, omdat hij anders zijn gedrag niet verandert. En hoe eerder we beginnen met de transitie naar een duurzamere wereld, hoe minder geld en moeite het kost. Dat is uiteindelijk ook voor de consument prettiger. Want als we nu niets doen, moeten we later hard ingrijpen. Dan zal de breuk met onze huidige manier van leven een stuk steviger zijn, bijvoorbeeld door flink hogere kosten voor overheden en consumenten.”

 

Terugschrikken

Als deze top weinig of niets oplevert, lijkt een verdere opwarming van de aarde onvermijdelijk. “Maar er zijn allerlei wegen naar Parijs,” stelt Slabbekoorn. “Mocht inderdaad blijken dat er geen akkoord wordt bereikt in Glasgow, dan hóeft dat niet te betekenen dat het onmogelijk wordt toch binnen die 1,5 graad te blijven. Maar dan is er in de komende jaren wel een veel strenger beleid nodig op het gebied van energie en duurzaamheid. En het is de vraag of dat beleid er dan komt, aangezien landen nu al terugschrikken van al te strenge maatregelen. Ondertussen merken we wel al de fysieke gevolgen van een hogere temperatuur.

 

Het is uiteindelijk aan de deelnemende landen aan de klimaattop in Glasgow om eventuele afspraken in wetgeving op te nemen. Het klimaatakkoord van Parijs is juridisch bindend maar er bestaat geen internationaal instrument om het af te dwingen. Slabbekoorn: “Maar zodra deze afspraken zijn verankerd in nationale wetgeving, kan een land hier door de rechter aan worden gehouden. Dat zagen we in Nederland met de door Urgenda aangespannen zaak tegen de Nederlandse overheid. Tijdens de top zelf zijn diplomatieke contacten heel belangrijk. Maar dan zijn we weer terug bij het eerste punt, namelijk wie de eerste stap zet. Het ziet er nu niet naar uit dat ‘Glasgow’ concrete resultaten gaat opleveren, maar zo’n top kan gek lopen. Ik hou dus nog een slag om de arm.”

Volgende publicatie:
“We hebben nu de kans werk en leven opnieuw in te richten”

“We hebben nu de kans werk en leven opnieuw in te richten”

Gepubliceerd op: 27 oktober 2021

Kun je een crisis die een maatschappij anderhalf jaar lang ontwricht ook als een transformatie zien? Zeker, bijvoorbeeld voor de manier hoe we naar werk kijken. Hierover schreef corporate antropologe Jitske Kramer Werk heeft het gebouw verlaten. In dit boek onderzoekt de oprichter van Human Dimensions wat de impact van een collectieve cultuurshock, zoals corona, op ons werkende leven is. In de bestseller gaat ze dieper in op de hybride werkcultuur en leiderschap op afstand. Onderwerpen die ook leven binnen een organisatie als APG. “We zijn tribale wezens, en die willen een eigen plekje. Een eigen territorium. Dus ergens is het idee van een flexplek tegennatuurlijk.”

 

Je vroeg in je presentatie aan APG’ers of zij deze tijd als een crisis of transformatie zien. Verreweg de meesten bleken het als een transformatie te zien. Is APG hierin een uitzondering?
“Nee, in het merendeel van de organisaties zegt nu zo’n 90% van de medewerkers dat er in ieder geval een bepaalde mate van transformatie zal zijn. Vorig jaar zomer stelde ik die vraag ook aan mijn publiek en toen antwoordde bijna iedereen ‘crisis’. Maar tijdens de tweede lockdown ontstond het beeld dat de coronacrisis weleens lang kon gaan duren. En daarmee ook het besef dat we er zaken van konden leren.”

Transformatie betekent dat dingen veranderen. Dat brengt onzekerheid en spanning met zich mee. Wat vraagt dat van een organisatie?
“Transformatie is een heel lekker woord, namelijk de ‘alles anders-show’. Je kunt denken dat je op de bank gaat zitten kijken waar iets heen transformeert, maar zo werkt het niet. Transformatie betekent juist dat je hard aan de bak moet. Dat je een ander waardensysteem centraal zet. Dus als we zeggen ‘we vinden autonomie van eigen tijd belangrijk’, dan hoor je je daar ook naar te gedragen. Dan werk je vaker thuis, en in een ander ritme en heb je je auto misschien niet meer nodig. Bij zo’n transformatie gaan we ander gedrag en vaardigheden belangrijk vinden. Dat betekent heel veel experimenteren en vallen en opstaan.”

Bij APG komt een deel van de werknemers straks terecht in een totaal verbouwd kantoor, dat al is ingericht op het hybride werken. Dus zonder vaste werkplekken. Dat wordt voor iedereen wennen. Is dat een voordeel of een nadeel?
“Ik denk dat het een voordeel is. Het is sowieso voor iedereen onwennig, dus je kunt gaan creëren en ontdekken. De bouw is al ingezet voor de coronacrisis dus je komt er straks achter of het plan dat je met het gebouw had nog steeds past bij de huidige tijd. Of dat er, naast de aanpassingen die tijdens corona zijn bedacht, nog andere veranderingen nodig zijn. Wanneer je teruggaat naar een kantoor dat nog steeds is ingericht zoals het was, dan voldoet het niet meer. Voor je het weet dwingt de ruimte ons weer terug in ons oude gedrag. Maar als de fysieke omgeving helemaal nieuw is en in lijn ligt met wat we nu belangrijk vinden, dan helpt dat enorm.”

Rituelen en routines geven houvast en ritme. Hoe maak je nieuwe routines in een nieuwe omgeving?
“Dat is een hele goede vraag. We zijn tribale wezens, en die willen een eigen plekje. Een eigen territorium. Dus ergens is het idee van een flexplek tegennatuurlijk. Toen er kantoortuinen kwamen, was de hele sociale cohesie ineens weg. Om aan te geven waar ze zaten, zetten sommige mensen dan ook stiekem een fotolijstje op hun bureau. Als het ware om een piketpaaltje te slaan, en aan te geven dat dat de plek van hun team was. Dus die territoriumbehoefte moet je als werkgever wel erkennen. Aan de andere kant is het ook ruilhandel. Als werknemer kun je ook denken: ‘Ik geef m’n vaste bureau op, maar krijg ook meer vrijheid doordat ik meer thuis kan gaan werken’. En het helpt enorm als collega’s het gewenste gedrag al vertonen. Je hebt elkaar nodig om nieuwe routines te maken.”

Tijdens de lockdown was thuiswerken nodig om de pandemie onder controle te krijgen. Nu kunnen werknemers het gevoel hebben dat het hybride werken door de manager wordt opgelegd. Hoe krijg je die werknemers toch mee?
“Hoe veranderen mensen culturen? Door interactie en omdat we gedrag kopiëren van elkaar. Van onze directe collega’s maar ook van onze leidinggevenden. Samenwerken vraagt toch verbinding op mens-niveau. Dus als je als manager een verandering wilt doorvoeren, moet je zelf het goede voorbeeld geven. Wil je dat je werknemers deels thuiswerken en deels op kantoor? Dan moet je dat als manager ook doen. We zitten nu in de fase van wennen aan het hybride werken. Dat vraagt om discipline en doorzettingsvermogen. En om succesverhalen te delen. Want we zijn jarenlang elke dag naar kantoor gegaan en hebben maar anderhalf jaar thuisgewerkt. Dan is de kans groot dat we terugzakken in ons oude gedrag van elke dag naar kantoor. Behalve als we echt zeggen: ‘We willen dit anders’.”

Hoe breng je zo’n verandering tot stand?
“Wat hierbij helpt is dat we als samenleving in een vibe zitten. APG is niet de enige organisatie die met het hybride werken te maken heeft. Van belang is het verhaal dat we gaan leven met elkaar. We hebben nu de kans om werk en leven opnieuw in te richten. En als we dat combineren met duurzaamheid en het terugbrengen van de CO2-uitstoot, bijvoorbeeld door het terugdringen van files, dan kunnen we een wezenlijke verandering tot stand brengen. Of denken we: ‘We gaan gewoon weer terug?’. Ik zie nu signalen die beide kanten op gaan. Zo vonden we tijdens de lockdown de blauwe lucht zonder vliegtuigstrepen zo mooi. Maar nu vliegen toch weer veel mensen voor een weekend naar een Europese stad. Daar is niets mis mee, maar als je die blauwe lucht zo mooi vindt moet je ook je gedrag veranderen. Wezenlijk dingen anders doen betekent wezenlijke gedragsveranderingen.”

Dit raakt aan wat je in je boek schrijft over het nieuwe normaal, dat wat jou betreft inclusiever en duurzamer zou moeten zijn.
“Ja, inclusiever op alle niveaus. Zoals door alle stemmen te horen, ook die van introverte mensen. Die zijn tijdens het thuiswerken helemaal opgebloeid. Gaan we die nu weer terug het keurslijf in dwingen? De idealist in mij zegt: ‘Waar kunnen het mooier maken?’. En omdat alles nog in de lucht hangt, hebben we nu echt de mogelijkheid dingen mooier te maken. Ik hoop dat we die mogelijkheid grijpen. Al denk ik niet dat we nu vol enthousiasme helemaal anders gaan werken en leven. Een aantal oude gewoontes en routines zullen we wel weer oppakken. Ik rij nu ook naar Mechelen om fysiek een masterclass te doen van een hele dag. Dat kan ook online, zou je kunnen zeggen. Maar ik denk  dat er meer uit de masterclass te halen valt wanneer ik er daadwerkelijk ben. Zo hebben we ieder voor zich toch allemaal redenen om terug te gaan naar onze oude gewoontes. Ik hoop alleen dat we met een aantal ervan wel kunnen breken.”

Dus werk heeft het gebouw verlaten, maar niet helemaal…
“Het komt er zeker weer in terug, en dat is ook goed. Dat we ineens volledig gingen thuiswerken, kwam door een gevaarlijke pandemie die de hele samenleving ontwrichtte. Maar werk komt heus wel weer terug in het kantoor omdat er allerlei activiteiten zijn waarbij onze aanwezigheid nodig is. Maar hóe het er weer in komt, dat bepalen we met elkaar.”

 

Foto bovenin: Nathan Reinds
Zwart-wit foto: Kim van den Adel

Volgende publicatie:
Droom & Daad: 'Als je zelf gelukkig bent, kun je ook veel meer betekenen voor anderen'

Droom & Daad: 'Als je zelf gelukkig bent, kun je ook veel meer betekenen voor anderen'

Gepubliceerd op: 27 oktober 2021

Maar doodslaan deed hij niet

Want tussen droom en daad staan wetten

In den weg en praktische bezwaren

(uit: Willem Elsschot, Het Huwelijk)

 

Pensioen mag voor generatie Z een ver-van-hun-bedshow zijn, zij zijn wel de generatie van de toekomst. Waar dromen ze van? Wat doen ze om dat te bereiken? En wat staat het in de weg? In deze reeks laten we jongeren aan het woord over hoe nu en later er voor hen uitziet.

Maggy Schaap (27): “'Jezelf op 1 zetten is niet egoïstisch, de wereld wordt er uiteindelijk beter van.”

 

Wie: Maggy Schaap (27). Ze omschrijft zichzelf als een enthousiast, positief gevoelsmens, die durft te vertrouwen op haar intuïtie.

 

Woont: in een huurappartement van 57m2 in Amsterdam met haar vriend. “We moesten zo’n vier keer de maandhuur verdienen om het te kunnen huren. Kopen was destijds ook een optie, maar we wisten niet of we in Amsterdam wilden blijven. Nu we allebei voor onszelf zijn begonnen, is alles wat onzekerder. Maar ik probeer me niet gek te laten maken door de berichten over de huizenmarkt. Ik kan me wel enorm druk gaan maken over straks, maar wie weet is de situatie over een aantal jaar weer totaal anders.”

 

Werkt: als zelfstandig coach (https://www.instagram.com/goheartflowhard/). Ze gaf hiervoor haar baan in de saleswereld op. “Ik had een goed salaris, had op een gegeven moment een team van twaalf accountmanagers onder me; het ging heel snel. Toch knaagde er iets. Was dit wat ik echt wilde, of deed ik wat ik dacht dat de maatschappij van me verwachtte en wat ik onbewust van mezelf verwachtte? Dat gevoel werd steeds sterker. Ik volgde een coachopleiding en voelde al snel dat dít was wat ik echt wilde doen. Een jaar geleden heb ik mijn baan opgezegd en ben ik voor mezelf begonnen. Ik coach voornamelijk millennials die in een soortgelijke situatie zitten als waarin ik zat. Ik probeer ze bewust te maken van beperkende overtuigingen en ze te helpen gelukkiger te worden.”

 

Houdt van: reizen, wandelen, de natuur in, hardlopen, koken en zelfontwikkeling.

 

Waar droom je van?

“Ik werk nu vaak één op één met mensen, uiteindelijk zou ik graag op grotere schaal impact willen maken. Mijn ultieme droom is dat iedereen meer gaat luisteren naar zichzelf en zijn of haar hart durft te volgen. We willen voldoen aan verwachtingen, van onszelf en de maatschappij, maar vergeten daardoor soms wat we zelf willen. Jezelf op 1 zetten is niet egoïstisch, maar draagt juist bij aan een betere wereld. Als je zelf gelukkig bent, kun je ook veel meer betekenen voor anderen. Die boodschap wil ik zoveel mogelijk mensen meegeven. Ik doe al veel op sociale media en neem sinds kort ook dagelijks een podcast op, ik hoop daar nog meer in te groeien. Als het even kan, wil ik ook financieel vrij zijn. Doen waar mijn hart ligt, zonder het gevoel te hebben dat ik móét werken om rond te komen. Daarin wil ik ook groter durven dromen. Je hoeft niet per se te werken in loondienst en met pensioen te gaan op je 67ste, het kan ook anders.”

 

Hoe zie je jouw toekomst voor je?

“Ik wil mijn coaching verder uitbouwen en hoop dat ik daar veel mensen in mag helpen. Ik geloof erin dat mijn bedrijf op een moeiteloze manier kan groeien. Mensen zeggen vaak dat je hard moet werken om je dromen waar te maken. Daar heb ik niets op tegen, maar dat kan ook zonder jezelf voorbij te lopen. Het lijkt me heerlijk om ooit een huisje erbij te hebben in Spanje ofzo, of meer te kunnen reizen. En ik zou graag kinderen willen.”

 

Hoe ziet je gedroomde pensioen eruit?

“Ik denk daar eerlijk gezegd nog niet over na. Ik leef in het nu. Als ik wat meer verdien, ga ik wat opzijzetten of beleggen voor mijn pensioen. Mijn ouders zijn ook allebei ondernemer. Als ik zie hoeveel plezier zij nog hebben in hun werk, dan denk ik dat ik ook tot op hoge leeftijd wil blijven werken. Maar dan wel minder uren. Dat lijkt me heerlijk. En verder genieten van reizen, natuur en wie weet van mijn kinderen en kleinkinderen.”

 

Wat is je droom voor Nederland?

“Nederland is een bevoorrecht land, maar volgens mij zijn toch veel mensen ongelukkig. De basis is er: we hebben genoeg te eten en eigenlijk valt er weinig te klagen. Het zou mooi zijn als Nederlanders gelukkiger zijn met wat ze doen en durven uitspreken wat ze gelukkig maakt, zonder daarbij op oordelen van anderen te stuiten.”

 

Wat vind je wél goed gaan in de maatschappij?

“Dat we veel bewuster bezig zijn met onder andere voeding. Misschien is het mijn Amsterdamse bubbel, maar je ziet dat steeds meer mensen vegetarisch eten. Dat vind ik een goede ontwikkeling. Ook heb ik het idee dat er in Nederland steeds meer ruimte is om jezelf te zijn. Mijn moeder is getrouwd met een vrouw, en zij ondervindt daar geen problemen van. Als kind schaamde ik me er een beetje voor, maar nu vind ik het gek dat ik dat vroeger zo voelde. Het lijkt alsof het geen issue meer is als je op mensen valt van hetzelfde geslacht. Maar of de tolerantie op dit gebied nou écht verbeterd is, vind ik moeilijk te beoordelen.”

 

Wat zou er beter kunnen in de wereld?

“We moeten wat minder oordelen over anderen en over onszelf. Het zou veel schelen als we niet altijd met een mening klaarstaan over de gedragingen van anderen. Ik kan daar gefrustreerd van raken. Kijk eerst naar jezelf, denk ik dan. Oordelen is menselijk, ik ben ook geen heilige, maar ik probeer me er wel bewust van te zijn. Je weet nooit wat er speelt bij een ander.”

 

Wat baart je zorgen, met het oog op de toekomst?

“De klimaatcrisis. Ik verdiep me daar niet extreem in, maar ik probeer te doen wat ik kan. We kunnen onze ogen er niet voor sluiten, we moeten er nog bewuster mee bezig zijn. Wat me ook weleens zorgen baart, is dat zoveel mensen ongelukkig zijn. Ook jonge mensen zitten soms al met een burn-out. Maar over het algemeen ben ik optimistisch, ik heb het gevoel dat het allemaal wel goedkomt.”

 

Wat maakt je boos?

“Hoe dieren behandeld worden in de bio-industrie. Dat vind ik echt niet kunnen. Ik eet en drink zoveel mogelijk plantaardig en inspireer mijn ouders om dat ook te doen.”

Wat staat je dromen in de weg?

“Ik denk dat je altijd vooral jezelf in de weg staat. Ook ik heb beperkende overtuigingen en gedachten. Soms vind ik het lastig om meningen van anderen naast me neer te leggen. Op sociale media krijg ik tot nu toe gelukkig alleen maar positieve reacties, maar ik merk dat ik alles heel genuanceerd breng en het moeilijk vind om me over bepaalde zaken uit te spreken. Waarschijnlijk omdat er geen one-fits-all oplossing bestaat en ik een situatie altijd vanuit verschillende aspecten probeer te bekijken. Maar misschien laat ook ik me soms beperken uit angst voor het oordeel van anderen.”

 

Wat doe je zelf om je dromen te realiseren?

“Ik ben in het diepe gesprongen om mijn droom waar te maken. Dat is niet altijd makkelijk. Ik heb een bepaalde zekerheid achter me gelaten, hoewel je natuurlijk nooit écht zekerheid hebt. Ik doe veel aan persoonlijke ontwikkeling, dat is belangrijk om sterk in je schoenen te staan. Ik zet me dagelijks in om te groeien, ook al zie ik daar niet iedere dag resultaat van. Toch probeer ik dat  vast te houden.”

 

En wat doe je voor een beter Nederland en een betere wereld?

“Mijn bedrijf laten groeien, zodat ik eraan kan bijdragen dat mensen meer zichzelf zijn en vaker doen wat ze echt willen. Hoe meer gelukkige mensen in de wereld, hoe beter ze voor de wereld kunnen zorgen.”

Volgende publicatie:
Droom & daad: “Ik vind het lastig om handen en voeten te geven aan mijn bezorgdheid”

Droom & daad: “Ik vind het lastig om handen en voeten te geven aan mijn bezorgdheid”

Gepubliceerd op: 15 september 2021

Want tussen droom en daad staan wetten

In den weg en praktische bezwaren

(uit: Willem Elsschot, Het Huwelijk)

 

Pensioen mag voor generatie Z een ver-van-hun-bedshow zijn, zij zijn wel de generatie van de toekomst. Waar dromen ze van? Wat doen ze om dat te bereiken? En wat staat het in de weg? In deze reeks laten we jongeren aan het woord over hoe nu en later er voor hen uitziet.

Maarten Paauwe (25): “We moeten veel meer in harmonie leven met de natuur.”

 

Wie: Maarten Paauwe (25), geboren en getogen Zeeuw. Hij studeerde technische bedrijfskunde in Tilburg en is drie jaar geleden getrouwd met Talitha, die hij al ruim tien jaar kent. “Elkaar trouw beloven vind ik een mooi iets. We waren best jong toen we trouwden, maar waarom zou je wachten als je weet dat het goed zit?”

 

Woont: In Gorinchem, waar ze terechtkwamen toen een geplande wereldreis in duigen viel door de pandemie. “We zijn gaan zitten met een kaart van Nederland – wat is nou een leuke plek om te gaan wonen? De meeste mensen kennen Gorinchem alleen van de files, maar het is een hartstikke leuke oude vestingstad.” De woning uit 1880 die ze hier kochten, zijn ze in de oude stijl aan het renoveren. Deels wordt de woning omgebouwd tot bed & breakfast.

 

Werkt: Bij een groenaannemer die het groenbeheer doet voor gemeenten, provincies en Rijkswaterstaat.

 

Houdt van: Klussen, lezen (voornamelijk kranten, geschiedenis en filosofie) en trips naar oude steden.

 

Waar droom je van?

“Dat we veel meer in harmonie gaan leven met de wereld en de natuur. Neem het IPCC-rapport. Alles wijst erop dat we steeds verder van die natuur afstaan. Ik denk dat we dat op verschillende vlakken kunnen verbeteren. Enerzijds door betere landschapsinrichting. We moeten de aarde niet aanpassen aan onze eisen. Nu is groen de sluitpost: we bouwen alles vol en als er nog ergens plek is zetten we een paar bomen neer. Het zou andersom moeten zijn: natuur eerst, en dan hier en daar nog wat plek voor de mens. Neem een schoolplein; dat is bijna een en al klinkers. Kinderen moeten al meekrijgen dat we te gast zijn in de natuur. Ik denk dat we daar als mensheid meer op moeten sturen, ook omdat dat voor onszelf beter is. De gemiddelde persoon heeft overgewicht, eet veel vlees en neemt veel zuivel tot zich: dat is niet hoe de natuur is ingericht.”

 

Hoe zie je jouw toekomst voor je?

“In de basis heb ik al alles wat ik wil. Ik ben gelukkig getrouwd, heb een woning, leuke familie, leuk werk. Op werkvlak zou ik het mooi vinden om leiding te geven aan een bedrijf, zodat ik mijn visie op een grootschalige manier kan uitrollen in de groenbranche. Ik zou met beleidsmakers aan tafel willen zitten om Nederland duurzamer te maken. Ik vind dat wij, met het bedrijf waar ik nu werk, de wereld letterlijk een stukje mooier maken door het aanleggen van groen.”

We zouden werken niet moeten zien als een verplichting, maar als iets moois

Hoe ziet je gedroomde pensioen eruit?

“Ik hoop vooral dat ik lang gezond en energiek blijf, zodat ik me ook later nog kan inzetten voor de maatschappij. Ik vraag me wel hard af of we ooit nog een pensioen gaan krijgen. Veel mensen van mijn leeftijd willen FIRE worden, gaan beleggen of kopen pandjes om zo vroeg mogelijk met pensioen te kunnen. Ik denk dat dat geen gezonde manier is om met pensioen om te gaan, gezien de kosten die we als maatschappij al hebben. Bovendien wijst alles erop dat het veel beter is om zolang je kunt te blijven werken. In aangepast tempo weliswaar, niet van acht tot vijf in een kantoorbaan. Je kunt je ook als vrijwilliger inzetten voor de maatschappij. Ik hoop dus dat ik dat zelf kan, maar ook dat we daar als samenleving naartoe gaan. In ouderen zit zoveel talent en ervaring, dat gaat allemaal verloren als ze achter de geraniums zitten of heel hip de wereld over reizen. Natuurlijk mag je genieten van je vrijheid, maar ik denk dat we als maatschappij die vaardigheden en capaciteiten onvoldoende benutten. Het lijkt me ook gewoon mooi om van nut te blijven. Je kunt het alsnog pensioen noemen als je je twintig uur per week inzet om de maatschappij beter achter te laten voor de volgende generatie. We zouden werken niet moeten zien als een verplichting, maar als iets moois.”

 

Wat is je droom voor Nederland?

“Dat Nederland een gezonde maatschappij wordt, in de breedste zin van het woord. We moeten ons inzetten voor een gezonde aarde, een gezond ecosysteem en een gezondere bio-industrie. Zoals we nu omgaan met dieren is niet oké. Ik las laatst dat als mensen in hetzelfde tempo zouden worden geslacht als dieren, de hele wereldbevolking binnen zeventien dagen uitgestorven zou zijn. Ik hoop dat Nederland koploper wordt en laat zien dat het ook anders kan. Nederlanders zelf kunnen ook veel gezonder leven. We worden weliswaar steeds ouder, maar ook steeds ongezonder. En tot slot droom ik van een gezond economisch systeem. De schuldenberg wordt alleen maar groter. Studieschuld, staatsschuld; ze lopen allemaal op. Dat geeft financiële stress. Het zou toch mooi zijn als we als land kunnen laten zien dat het niet nodig is om schulden te maken om te kunnen voortbestaan?”

Wat vind je wél goed gaan in de maatschappij?

“Een van de mooiste dingen van Nederland vind ik dat de kansen hier enorm zijn. Oók als je in een minder goeie wijk opgroeit, je ouders een niet-Nederlandse achtergrond hebben of als je uit een arm gezin komt. Iedereen kan hier onderwijs krijgen.”

 

Wat zou er beter kunnen in de wereld?

“De kansengelijkheid. Talitha en ik hebben sloppenwijken in India bezocht, daar is het echt een ander verhaal. Daar heb je überhaupt geen kans om iets van je leven te maken. Bij ons loont het meestal om hard te werken, in India kun je zo hard werken als je wilt, maar kom je er nog niet. Dat is toch triest?”

 

Wat baart je zorgen, met het oog op de toekomst?

“Dat we de urgentie van bepaalde problemen nog slecht lijken in te zien. Neem het klimaatrapport van het IPCC. De klimaatverandering wordt op den duur onomkeerbaar, maar wanneer gaan we dat nou zien? Ik vind het allemaal zo traag gaan. Ook over de toenemende polarisatie maak ik me zorgen. Er is eindeloos veel informatie beschikbaar, we kunnen overal ter wereld met elkaar communiceren, maar dat doen we amper. We trekken ons steeds meer terug in onze eigen bubbel. Forum voor Democratie wil een eigen samenleving beginnen met een eigen cryptomunt, datingapp en scholen. Dan denk ik: we zijn elkaar echt aan het verliezen. Op deze manier keren we terug naar de verzuilde maatschappij. En dan hebben we ook nog een generatie die trots is op hun cancel culture, waarin mensen om het minste of geringste worden gecanceld. Daar krijg je een heel krampachtige maatschappij van, waarin iedereen op z’n woorden let en bang is om zich uit te spreken. Want stel je voor dat je iemand beledigt. We mogen onszelf wel wat minder serieus nemen. De tolerantie is steeds verder te zoeken.”

Buiten onze landsgrenzen boeit het ‘ons’ eigenlijk niet wat er gebeurt

Wat maakt je boos?

“Wat mij vooral boos maakt, is dat in Nederland veel dingen goed zijn geregeld, maar dat het ‘ons’ buiten onze landsgrenzen eigenlijk niet boeit wat er gebeurt. We leggen oliepijpen in het Midden-Oosten, maar geen waterleiding op een plek waar die hard nodig is. We gebruiken hele stukken land als voedsel voor de koeien, maar voor een andere bevolking doen we dat liever niet. Wat ik bovendien stuitend vind in het coronabeleid is dat we in het Westen massaal alle vaccins opkopen en doodleuk jongeren gaan vaccineren, terwijl in India kwetsbare zestigplussers smeken of ze alsjeblieft het vaccin mogen hebben. En het recept krijgen ze natuurlijk ook niet van de farmaceuten. Zo zijn er meer dingen krom. Recent las ik bijvoorbeeld dat de prijzen van gezonde voeding harder stijgen dan die van ongezonde voeding. Voor mensen met een laag inkomen wordt het zo steeds lastiger om gezonde voeding te kopen, terwijl dat een basisbehoefte is.”

 

Wat staat je dromen in de weg?

“Voor wat mijn persoonlijke dromen betreft niet zo veel. Ik zal vooral hard moeten werken om ze te realiseren. Ik loop er wel tegenaan dat er allerlei dingen zijn waarover ik me opwind, maar waar ik lastig handen en voeten aan kan geven. Ik weet niet waar ik mijn strijdvaardigheid kwijt kan. Kan ik me niet aansluiten bij een of ander klimaatpanel? Zijn er meer jongeren zoals ik, vol energie en activisme, die met deze problemen rondlopen? Kunnen we er samen over debatteren en ons inzetten voor de maatschappij? Ik wil zo graag iets doen, maar hoe kom ik bij de juiste mensen aan tafel om echt iets te bewerkstelligen?”

 

Wat doe je zelf voor een betere wereld?

“Ik rijd elektrisch en ben veganist. Daar heb ik bewust voor gekozen om zo min mogelijk van de aarde te vragen. Vanwege die keuze heb ik het vaak met anderen over de impact van de vlees- en zuivelconsumptie op het klimaat. Ik wil niet iedereen dwingen tot veganisme – als je nauwelijks te eten hebt, zoals in sommige Afrikaanse landen, moet je vooral eten wat voorhanden is – maar in Nederland zijn vlees en zuivel niet nódig.

Daarnaast zet ik mijn talenten in voor een bedrijf dat bijdraagt aan een betere wereld. Ik zou er bijvoorbeeld moeite mee hebben om voor een bedrijf als Shell te werken. Op deze kleinschalige manier probeer ik mijn steentje bij te dragen. Ik zou het mooi vinden om het grootschaliger aan te pakken, samen met anderen.”

Volgende publicatie:
“De komst van 5G gaat voor veel innovatie zorgen”

“De komst van 5G gaat voor veel innovatie zorgen”

Gepubliceerd op: 25 augustus 2021

613 Miljard euro. Dat is het totaal belegd vermogen van APG wereldwijd (stand eind juli 2021). Doel: een goed pensioen in een leefbare wereld voor de deelnemers van de pensioenfondsen. De portefeuille is vanzelfsprekend goed gespreid. Van investeringen in windmolenparken in Zeeland tot Australische beursgenoteerde aandelen in winkels. En van veilige obligaties tot de wat meer fluctuerende handel in goud of soja. Wie zijn de mensen achter die beleggingen? Welke keuzes maken ze? En waarom?

 

In deze aflevering van de serie De beleggers: Frank Dekker, binnen APG verantwoordelijk voor beleggingen in de telecom- en mediasector.

 

Telecombedrijven leggen in razendsnel tempo glasvezelnetwerken aan. Dat zorgt voor meer snelheid en meer mogelijkheden waar het gaat om bijvoorbeeld 5G, kunstmatige intelligentie en the internet of things. Tegelijk neemt de dynamiek in de sector toe en zijn telecombedrijven aantrekkelijke overnamepartijen. Wordt KPN overgenomen door buitenlandse investeerders? Wie koopt T-Mobile, dat nu in de etalage staat? Wat is de impact van dergelijke marktbewegingen op de telecombeleggingen van APG?


Senior portfoliomanager Frank Dekker volgt de sector al vijftien jaar en is binnen APG verantwoordelijk voor de beleggingen in telecom. Zo ook voor KPN, waarmee APG onlangs een joint venture aanging. “Veelbelovend,” noemt Dekker deze samenwerking, die het mogelijk maakt de uitrol van het glasvezelnetwerk van KPN te versnellen. Maar misschien is Dekker niet helemaal objectief?

 

Dekker: “Terechte vraag. Maar niet juist. Als portfoliomanager in telecomaandelen word ik volledig afgeschermd van de activiteiten van de collega’s die deze deal met KPN sloten. Ik mocht gedurende de periode van de deal en de voorbereiding daarvan, niet in het aandeel KPN handelen. En intern ook met niemand hierover communiceren. Daar zijn we heel strikt in. We zijn er overigens ook toe verplicht. Hoe dan ook, ik vind de joint venture tussen KPN en APG veelbelovend. Want door de investering van APG kan KPN de aanleg van het glasvezelnetwerk eerder voltooien. Daardoor kunnen ze hun kopernetwerk sneller afbouwen, wat tot belangrijke kostenbesparingen leidt. Bovendien snijdt KPN door deze versnelde aanleg mogelijke concurrenten de pas af.”

 

Hoe ziet dat concurrentieveld er in Nederland uit?

“Ziggo is een aantal jaar geleden gefuseerd met UPC en vervolgens samengegaan met Vodafone. T-Mobile heeft twee prijsvechters gekocht, Tele2 en Simpel. En dan hebben we marktleider KPN. De Nederlandse telecommarkt is nu dus heel overzichtelijk, met deze drie partijen. Nederland heeft goede netwerken voor mobiele en vaste telefonie. De prijzen voor mobiel zijn de laatste jaren flink gedaald.”

 

T-Mobile wordt, als het aan eigenaar Deutsche Telekom ligt, zo snel mogelijk verkocht. Wat betekent dat voor de Nederlandse telecommarkt?

“T-Mobile heeft in Nederland een klein vast net. Deutsche Telekom wil in iedere markt graag de nummer een of twee zijn. In Nederland gaat dat vermoedelijk niet lukken, dus daarom gaat het bedrijf in de verkoop. KPN of Vodafone Ziggo mogen deze nummer drie waarschijnlijk niet overnemen vanwege Europese mededingingsregels. Of de concurrentie op de Nederlandse telecommarkt door de verkoop van T-Mobile toe- of afneemt, is afhankelijk van de nieuwe eigenaar. Wie dat wordt, is moeilijk te zeggen. Het is bekend dat Delta flink in glasvezel investeert. In een samenwerking met T-Mobile kan dat bedrijf voor extra concurrentie op de Nederlandse telecommarkt zorgen. Op dit moment huurt T-Mobile voor een groot gedeelte de vaste lijn van KPN voor hun klanten die nog een vaste telefoon gebruiken.”

 

APG belegt meer dan gemiddeld in KPN. Hoeveel muziek zit er nog in die koers? 

“Ik mag daar vanuit mijn rol helaas niet in detail op ingaan. We kijken bij onze beleggingen naar een termijn van drie tot vijf jaar. Het is moeilijk om te voorspellen welke sector het beter gaat doen dan andere sectoren. Daarom proberen we vooral bínnen een sector een bovengemiddeld rendement te maken; bijvoorbeeld door te kiezen voor de bedrijven die best-in-class presteren, die de beste rendement-risicoverhouding laten zien. Kijken we naar de Nederlandse markt, dan is Vodafone Ziggo de belangrijkste concurrent van KPN. Dat bedrijf heeft nog geen glasvezel, en moet nog flink gaan investeren in de noodzakelijke verbetering van hun huidige kabelnetwerk.”

 

Zijn telecombedrijven in Nederland over het algemeen eigenlijk een goede belegging?

“Meestal kijken beleggers dan naar het dividendrendement. Maar wat je vaak ziet, is dat telecombedrijven met een hoog dividendrendement een slechte belegging zijn. Ze betalen op dit moment relatief veel dividend, maar de vraag is of dat duurzaam is. Ze moeten de komende jaren immers flink investeren in hun netwerken. De onderliggende kasstromen voor de komende jaren, waarbij we proberen in te schatten wat de omzet en de marges gaan doen, vinden we veel belangrijker dan dividend. We kijken ook naar de structuur van de telecommarkt, hoe de concurrentie zich zal ontwikkelen. En wat de relatie met de regelgever en de politiek is. De corona-epidemie heeft eens te meer laten zien hoe belangrijk goede connectiviteit is; beleidsmakers zullen investeringen hierin dan ook willen stimuleren, bijvoorbeeld met regelgeving. Concluderend: in Nederland zien we dan een relatief gezonde marktstructuur. Minpunt voor de telecombedrijven is dat de politiek lage prijzen voor consumenten wil. Tegelijkertijd acht ik de kans op een prijzenoorlog vrij klein.”

Wat zou de impact zijn van zo’n prijzenoorlog?

“Prijzenoorlogen ontstaan als er veranderingen in de lokale concurrentie ontstaan. Meer concurrentie betekent vaak dat bedrijven gaan stunten en tarieven dalen. Dat is fijn voor de consument, maar niet gunstig voor de aandeelhouder. Bij minder concurrentie is de kans op prijsstijgingen hoger én kunnen de kosten voor klantacquisitie omlaag. Onze beleggingsfilosofie is er daarom op gericht prijzenoorlogen voor te blijven. Zo is India nu een interessantere markt geworden, sinds ze van veertien naar drie telecomaanbieders zijn gegaan. Maar ook Brazilië, Canada en Finland zijn interessant. In de VS daarentegen, stijgt juist de kans op een prijzenoorlog. Daar is een grote overname geweest, met als gevolg dat andere spelers op een agressievere manier marktaandeel proberen te winnen.”

 

Komt voor telecombedrijven de echte concurrentie op termijn niet eerder uit de hoek van giganten als Amazon, Facebook, Apple, Google en Microsoft?

“Zeker. Er wordt veel waarde gecreëerd met de digitalisering van de samenleving. Deze waardecreatie gaat niet meer naar de KPN’s van deze wereld, maar naar die giganten. Dus daar beleggen we ook in. Deze Amerikaanse en Chinese bedrijven investeren in toenemende mate in digitale infrastructuur zoals datacenters en de onderzeekabels, die het meeste intercontinentale internetverkeer transporteren. Vroeger waren die in bezit van de telecomoperators, maar die tijd is voorbij. Het grootste gedeelte van de digitale infrastructuur dat de Europese telecombedrijven nog bezitten, is de last mile, het laatste stuk van de verbinding naar de klant.”

 

5G staat centraal in die digitale infrastructuur. Wat gaat dat netwerk nu concreet voor ons betekenen?

“De komst van Uber kunnen we terugkijkend toeschrijven aan de doorbraak destijds van 4G, de smartphone en datacenters. Ik verwacht dat 5G, samen met toepassingen van kunstmatige intelligentie, voor veel innovaties gaat zorgen op het gebied van onder meer zelfrijdende auto’s, virtual reality, op afstand bedienbare robots die operaties uitvoeren, drones, noem maar op. Die vergen stuk voor stuk enorm veel rekenkracht en zo min mogelijk vertraging. Een voorbeeld? Een ambulance die een slachtoffer met derdegraads brandwonden naar het ziekenhuis vervoert, waarbij via een videoverbinding een arts op afstand al een diagnose kan stellen en de vereiste apparatuur kan klaarzetten. Of kunstmatige intelligentie waarmee je realtime simulaties kunt uitvoeren: wat is bijvoorbeeld de kans dat er een ongeluk gebeurt met een zelfrijdende auto. Voor dit soort innovaties heb je echt 5G nodig.”   

 

Er is toenemende politieke druk om Chinese apparatuur van bijvoorbeeld Huawei, die de telecomaanbieders in Nederland ook gebruiken, te weren. Een groot risico voor de Nederlandse telecomsector?

“Ja, dat is het absoluut. De VS maken zich zorgen over de technologische voorsprong die China heeft in 5G. We zagen meer initiatieven van politici en beveiligingsagentschappen om te waarschuwen voor cyberbeveiligingsrisico’s vanwege het bezit van bijvoorbeeld Huawei-apparatuur. De toegenomen controle op de Chinese apparatuurleveranciers dwong KPN om Huawei uit het mobiele kernnetwerk te verwijderen. KPN selecteerde Huawei ook voor andere 5G-onderdelen, zoals antennes. Nu loopt KPN het gevaar dat het Huawei ook van zijn mobiele radionetwerk moet verwijderen. Maar niet als enige: T-Mobile heeft de meeste Huawei-apparatuur in zijn netwerk. Een ban van Huawei zal de telecomaanbieders geld kosten, maar dat kunnen ze deels compenseren door consumenten hogere prijzen te rekenen op de draadloze markt.”

 

Tot slot: ook als grote belegger heb je te maken met concurrentie. Hoe onderscheid jij je daarvan?

“Het leuke aan het werken voor APG is dat we veel schaal hebben. Hierdoor hebben we bovengemiddeld veel toegang tot research, management en alternatieve data, maar houden we de kosten laag. Die data, zeker sectorspecifieke data, zijn kostbaar en niet elke belegger kan zich die veroorloven. Maar goed, het gaat er ook om wat je met die gegevens doet. Met mijn team kijk ik naar ontwikkelingen binnen sectoren en niet tússen sectoren. Relatief beleggen, heet dat. We kunnen onze tijd dus volledig gebruiken om de verschillen tussen spelers in de telecommarkt te onderzoeken en die in ons voordeel te laten werken.”

 

En, werkt het een beetje?

“We hebben het de laatste elf jaar ongeveer 30 procent beter gedaan dan de concurrentie (benchmark), met een absoluut rendement van 12,6 procent per jaar. Dus: ja, werkt prima.”

Wie is Frank Dekker?

 

Master of Finance aan de Vrije Universiteit. Werkt inmiddels vijftien jaar bij APG bij Fundamental Stock Selection. Managet de portfolio samen met collega Henny Crauwels. Die afdeling kenmerkt zich door sectorkennis, het nemen van relatieve bets en langeretermijnbeleggen. Is getrouwd en heeft drie kinderen. Woont in Zandvoort.

 

Beleggerscarrière

Mijn vader was timmerman en had een slechte rug. Hij werd afgekeurd en is thuis privé gaan beleggen.” Dekker kreeg het beleggen dus van jongs af aan mee. En dat is nooit meer opgehouden. In mijn vrije tijd lees ik graag boeken over beleggen.”

 

Manier van werken

“Ik vind het leuk om me in een onderwerp te verdiepen en er een mening over te vormen. Van huis uit heb ik een dikke huid meegekregen. Dat helpt me om een standpunt in te nemen dat afwijkt van de consensus.”

 

Beleggingsfilosofie

“Veel beleggers kijken top-down hoe de macro-economie of hoe bepaalde sectoren zich gaan ontwikkelen. Wij onderscheiden ons door binnen één sector naar bedrijfstrends op de langere termijn te kijken.”

Feiten & Cijfers

 

Waarin belegt APG op gebied van telecom en media?

Interactive media: Google, Facebook, Snap, Twitter

Broadcasting: Fox, Prosieben, Discovery, Viacomcbs

Interactive home entertainment (gaming companies) Activation Blizzard, EA

Cable & satellite: Comcast, SES

Advertising: (Advertising agencies) Publicis, WPP

Movies & entertainment: Netflix, Disney

 

Voor hoeveel?

De satelliet portfolio 1218 belegt iets meer dan 1,5 miljard euro.

Volgende publicatie:
"We kunnen het nog halen, maar we moeten wél aan de bak"

"We kunnen het nog halen, maar we moeten wél aan de bak"

Gepubliceerd op: 13 augustus 2021

Het rapport van het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties, onderstreept: de aarde warmt sneller op dan ooit. En de mens speelt daar een grote rol in. Als er niks gebeurt, kan de temperatuur in het uiterste geval tot bijna 6 graden Celsius stijgen richting het einde van deze eeuw. Gebeurt er wél wat, dan zijn de klimaatdoelen van Parijs nog haalbaar. Grote bedrijven en beleggers kunnen het verschil maken. De vraag rijst: doen we nu wel genoeg om het tij te keren? Volgens Joost Slabbekoorn, senior responsible investment & governance manager bij APG, zijn we in ieder geval op de goede weg. “We zien al langer de noodzaak om actie te ondernemen en handelen daar ook naar.”

 

De belangrijkste conclusies uit het VN-rapport zijn niet écht nieuw: de mens speelt ‘ondubbelzinnig’ een rol in klimaatverandering, de aarde is in 100 jaar tijd ruim 1 graad opgewarmd (veel sneller dan daarvoor gebeurde), de effecten van klimaatverandering zijn overal ter wereld merkbaar en de komende 30 jaar loopt de temperatuur sowieso op. Of dat in het gunstigste geval 1,5 graad en in het zwartste scenario 5,7 graden is, heeft alles te maken met hoe we daar wereldwijd op gaan acteren.

 

Beleid herijken

“Ja, het IPCC-rapport is confronterend”, zegt Slabbekoorn, met zijn team verantwoordelijk voor de uitvoering van het duurzaam en verantwoord beleggingsbeleid van onder meer pensioenfonds ABP. “Maar eigenlijk wisten we al dat het nog niet goed gaat.” Dat besef bestaat al langer. Niet voor niets groeide de focus op het duurzaam en verantwoord beleggingsbeleid van fondsklanten als ABP de laatste jaren fors. Maar soms, zegt Slabbekoorn, zie je dat de aanpak scherper moet én kan. Conclusies zoals die uit het rapport van het IPCC kunnen dan daadwerkelijk doorslaggevend zijn om het beleid te herijken. Slabbekoorn: “Dat heeft ABP onlangs dan ook gedaan. We beseften dat het versnellen van de energietransitie de enige optie is – en het huidige beleid voorziet daar niet voldoende in. Daarom scherpen we onze klimaatambities in 2022 aan.” ABP gaat daarbij niet over één nacht ijs. Een panel van wetenschappers aan universiteiten ondersteunt bij de vorming van het aangescherpte beleid.

 

Fossiel

Daar komt bij dat APG samen met 32 andere grote beleggers meewerkte aan het zogeheten ‘Net Zero Investment Framework’, een raamwerk dat handvatten biedt voor het aanpakken van klimaatverandering. “Het zijn dit soort initiatieven én onze inspanningen op het gebied van engagement – onze invloed als belegger aanwenden om bedrijven te stimuleren duurzamere beslissingen te maken – waarmee we kunnen bijdragen aan een leefbare wereld.” Maar, benadrukt Slabbekoorn, het verschil maak je niet alleen. “Als pensioenbelegger met invloed vind ik dat we het verplicht zijn om te doen wat binnen onze mogelijkheden ligt. Maar iedereen moet zijn bijdrage leveren.” Een van de mogelijkheden die vaak door klimaatorganisaties wordt geopperd, is afstappen van beleggingen in fossiele brandstoffen. Zorgt het IPCC-rapport ervoor dat APG haar klanten zal adviseren om volledig uit ‘fossiel’ te stappen? “Niet per se”, zegt Slabbekoorn. “Idealiter is de fossiele industrie ook onderdeel van de oplossing. Maar olie- en energiebedrijven zullen de komende jaren moeten versnellen in hun transitie van fossiel naar hernieuwbaar. En daar kijken we kritisch naar. Als het ons niet snel genoeg gaat of we verliezen ons vertrouwen, dan zullen we eruit stappen.”

 

Risico’s in kaart

Eén van de andere conclusies uit het rapport luidt dat de gevolgen van klimaatverandering overal ter wereld zichtbaar zijn. De overstromingen in Limburg, België en Duitsland zijn daar een voorbeeld van. Ook dat gegeven is van invloed op de beleggingen van APG. Slabbekoorn: “De veranderende weersomstandigheden hebben nu al impact op onze beleggingen. En in alle scenario’s warmt de aarde de komende jaren sowieso op. Dat betekent dat klimaatverandering invloed blijft hebben op onze beleggingen. Daarom zijn we al druk bezig met het in kaart brengen van risico’s bij overstromingen, droogte, bosbranden of de stijging van de zeespiegel voor onze vastgoedbeleggingen. Ook hebben we een dashboard ontwikkeld dat inzicht biedt in de fysieke risico’s van klimaatverandering per land.”

 

Lichtpuntje

“Het rapport, of beter gezegd: de conclusies uit het rapport, betekenen dus echt wat voor de manier waarop we beleggen. We zetten de juiste stappen, maar er is altijd ruimte voor ontwikkeling”, zegt Slabbekoorn, die ondanks de sombere boodschap van het rapport, toch ook een lichtpuntje ziet. “Er staat ook dat we de klimaatdoelen in 2050 nog kúnnen halen. Maar dan moeten we echt aan de bak.”

Volgende publicatie:
Droom & daad: “Het maakt me boos dat vrouwen nog steeds met 2-0 achterstaan op de arbeidsmarkt”

Droom & daad: “Het maakt me boos dat vrouwen nog steeds met 2-0 achterstaan op de arbeidsmarkt”

Gepubliceerd op: 3 augustus 2021

Maar doodslaan deed hij niet

Want tussen droom en daad staan wetten

In den weg en praktische bezwaren

(uit: Willem Elsschot, Het Huwelijk)

 

Pensioen mag voor generatie Z een ver-van-hun-bedshow zijn, zij zijn wel de generatie van de toekomst. Waar dromen ze van? Wat doen ze om dat te bereiken? En wat staat het in de weg? In deze reeks laten we jongeren aan het woord over hoe nu en later er voor hen uitziet.

Laura Bas (24) uit Amsterdam: “Ik maak me zorgen over de wachtlijsten in de ggz. Mensen die hulp nodig hebben – en dat zijn er sinds de pandemie steeds meer – kunnen nu nergens terecht.”

 

Wie: Laura Bas (24). Ze werd onlangs derde bij Miss World Nederland en begint in september aan de master Culture Organization & Management aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Eerder volgde ze aan het hbo een rechtenstudie. Daarnaast is ze ambassadrice van het project ‘Omdat ik het verdien’, waar ze samen met Europarlementariërs Agnes Jongerius en Vera Tax workshops over de loonkloof geeft aan (jonge) vrouwen. “In Nederland verdienen mannen nog steeds gemiddeld 15 procent per uur meer dan vrouwen. Het is mijn missie om dat te veranderen en daar wil ik me voor blijven inzetten.”

Woont: In een studio (24m2 à 320 euro) op een sociaal project in Amsterdam. “De helft van de bewoners is statushouder, het is de bedoeling dat we met elkaar gaan mengen. Een erg leuke plek om te wonen, op nog geen tien minuten van de universiteit.”

Werkt: Freelance in het contractrecht en als eindredacteur bij de Amsterdamse Studentenvakbond.

Houdt van: Schrijven, geschiedenis, filosofie, psychologie en ‘eigenlijk alles wat op ‘ie’ eindigt behalve biologie’.

 

Waar droom je van?

“Dat ik als managementconsultant boardrooms mag bestormen in het bedrijfsleven, liefst internationaal. Ik zou graag zien dat vrouwen over vijf jaar al een stuk beter zijn vertegenwoordigd op de arbeidsmarkt dan nu. Ik wil me bezighouden met vraagstukken rondom thema’s als diversiteit en inclusiviteit. Ik zie het als een taak van mijn generatie om organisaties bij de tijd te brengen door verouderde processen aan te pakken. Neem alleen al voornaamwoorden. Bij de Amsterdamse studentenvakbond waar ik voor werk is een aantal mensen non-binair. Zij willen worden aangesproken met ‘hen’ in plaats van ‘hij’ of ‘zij’. Dat zijn veranderingen die wij als generatie moeten gaan doorvoeren, ook in het bedrijfsleven.”

 

En wat hoop je privé nog te doen in je leven?

“Ik hoop nog veel van de wereld te mogen zien. Als naïeve 17-jarige heb ik voor een ‘gap year’ in Brazilië gewoond en daar heb ik veel van geleerd. In zo’n land moet je constant je eigen normen en waarden op de weegschaal leggen om er te kunnen aarden. Het heeft mijn blik op de wereld verruimd, sindsdien oordeel ik veel minder snel. Het heeft me ook doen inzien hoe goed we het in Nederland hebben. Ik ga nog iedere twee jaar terug naar Brazilië om mijn vrienden en de familie bij wie ik woonde op te zoeken. Het is heel interessant om hun visie op bepaalde onderwerpen te horen. Andere culturen leren kennen is wat mij betreft een van de meest inspirerende dingen in het leven. Vliegschaamte heb ik nog niet, maar ik hoop heel hard dat de mensen die er verstand van hebben een duurzame manier kunnen ontwikkelen om verantwoord te kunnen reizen.”

Ik zou in een wereld willen leven waarin we mensen in hun waarde laten, zonder stereotyperingen en vooroordelen”

Wat is je droom voor Nederland?

“Ik hoop dat ons land in de toekomst nog een stukje inclusiever en diverser is, wat meer openminded, met meer acceptatie. In de Tweede Kamer zitten nu eindelijk een vrouw van kleur (Sylvana Simons) en een transgender (Lisa van Ginneken), het zou mooi zijn als de politiek en het bedrijfsleven nog meer een afspiegeling worden van de samenleving. Ik zou willen dat Nederland een veiliger plek wordt voor minderheden. Want op het gebied van lhbtqi zijn we er nog niet, en strenggelovigen hebben het ook lastig. Ik hoop dat we met z’n allen meer in rust met elkaar kunnen samenleven. Dat wens ik ook buiten Nederland. Ik zou in een wereld willen leven waarin we mensen in hun waarde laten, zonder stereotyperingen en vooroordelen.”

Hoe ziet je gedroomde pensioen eruit?

“Ik hoop voor een werkgever te mogen werken waar het pensioen goed geregeld wordt. Daarnaast wil ik zelf geld gaan beleggen om eerder te kunnen stoppen. Ik denk dat we moeten werken tot ons 70ste, dat vind ik erg lang. Mijn vader gaat nu bijna met pensioen en die is van plan om met zijn vriendin lekker met de camper door Amerika te trekken, dat lijkt mij ook een prachtig pensioen.”

 

Wat baart je zorgen, met het oog op de toekomst?

“Polarisatie, en ik denk dat sociale media daarin een grote rol spelen. Als ik foto’s like van mensen die zeggen dat gras paars is in plaats van groen, zorgt dat ervoor dat ik alleen nog maar content te zien krijg van mensen die dat ook vinden. Die filterbubbel geeft een vertekend beeld van de werkelijkheid, dat vind ik zorgelijk. Ik ben bang voor de gevolgen ervan.

Waar ik me ook zorgen over maak, zijn de wachtlijsten in de ggz. Mensen die hulp nodig hebben – en dat zijn er sinds de pandemie steeds meer – kunnen nu nergens terecht. Ik woon in een project met veel statushouders, die de vreselijkste dingen hebben meegemaakt. Veel van hen kampen met trauma’s, maar krijgen geen hulp. Als het dan een keer misgaat, roepen we als samenleving: ‘Zie je nou wel, het zijn altijd weer die vluchtelingen’. Maar we moeten eens in de spiegel kijken en er als samenleving voor zorgen dat deze mensen worden geholpen.

Die vooroordelen zitten me trouwens ook dwars. Ik krijg vaak de vraag of ik me niet onveilig voel in mijn buurt, omdat er veel jonge mannen met een migratie-achtergrond wonen. Die vraag kreeg ik nooit toen ik in een volkse buurt in Amsterdam-Noord woonde. Ik voel me hier juist ontzettend veilig. Als me hier iets zou overkomen en ik zou schreeuwen, weet ik zeker dat die jongens hun containers uit komen rennen om me te redden.”

 

Ik vind het niet van deze tijd dat mensen met minder inkomen minder toegang hebben tot educatie”

Wat maakt je boos?

“Onrecht. Het maakt me bijvoorbeeld heel boos dat vrouwen nog steeds met 2-0 achterstaan op de arbeidsmarkt. Dat wordt gebagatelliseerd met het argument dat het onze eigen schuld is, dat we deeltijd wel lekker vinden. Maar dat is niet de kern van het probleem.

Over het leenstelsel ben ik ook niet te spreken. Ik vind het niet van deze tijd dat mensen met minder inkomen minder toegang hebben tot educatie. Want je kunt wel doen alsof die studieschuld niets uitmaakt, maar zie later maar eens een huis te vinden op deze woningmarkt als jij en je partner allebei 40.000 euro studieschuld hebben. En ook zonder die schuld is het al niet te doen, zeker niet voor mensen die weinig verdienen. De kloof tussen arm en rijk wordt alleen maar groter.”

 

Wat staat je dromen in de weg?

“Beleidskeuzes. Dat we er als maatschappij voor kiezen om te bezuinigen op de zorg, dat de huizenprijzen de pan uitrijzen en dat je niet meer kunt studeren zonder een schuld op te bouwen. Maar het kan altijd erger. Mijn vrienden in Brazilië hebben te maken met corruptie en een leider als Bolsonaro. Voor hen is het nog moeilijker om hun dromen waar te maken.”

 

Wat doe je zelf om je dromen te realiseren?

“Ik ga moeilijke gesprekken niet uit de weg, werk hard en zet me in voor maatschappelijke organisaties en doelen waar ik achter sta.”

 

En wat doe je voor een betere wereld?

“Ik probeer veel minder vlees te eten en koop alleen tweedehands kleding, met uitzondering van sportkleding en ondergoed. Wat dat betreft ben ik echt een millennial. Daarnaast moedig ik anderen aan voor hun passies en ambities te gaan en zich niet te laten leiden door kritiek van anderen. Daar wordt de wereld ook beter van. Ik wil mensen meegeven dat falen onderdeel is van succes. In Nederland wordt falen gezien als iets slechts, maar je kunt niet succesvol worden zonder een paar keer onderuit te gaan. Van vallen en opstaan leer je veel meer dan wanneer je in één rechte lijn omhoog gaat.”

 

Is de politiek niets voor jou?

“Die vraag krijg ik vaak. Op dit moment niet, maar ik sluit het niet uit in de toekomst. Stiekem denk ik dat het bedrijfsleven veel meer macht heeft dan de politiek. Veel politici beginnen met de beste bedoelingen op het Binnenhof, vol goede moed om een verschil te maken, maar komen dan in zo’n slangenkuil terecht dat het lastig wordt om hun ambities waar te maken. In het bedrijfsleven is het misschien makkelijker om echt dingen te veranderen.”

Volgende publicatie:
"Pensioenfondsen hebben grote verantwoordelijkheid voor het Nederland van nu en later"

"Pensioenfondsen hebben grote verantwoordelijkheid voor het Nederland van nu en later"

Gepubliceerd op: 29 juli 2021

Annette Mosman trad in maart toe als CEO van APG. In de eerste maanden van haar nieuwe functie wil ze zo veel mogelijk verfrissende inzichten opdoen. Daarom wandelt ze in 25 ontmoetingen van Amsterdam naar Heerlen. Een reis door het Nederland van Straks, waarbij steeds iemand anders haar vergezelt op een stuk van de route. Collega’s, maar ook mensen buiten APG. Zoals FNV-voorzitter Tuur Elzinga.

The Rolling Stones, Bruce Springsteen, Coldplay en Pink: ze traden er allemaal op. Het Malieveld was hun concertzaal in de open lucht. Maar het Haagse grasveld wordt ook regelmatig overgenomen door actievoerende vakbonden. Ook Tuur Elzinga heeft er ongetwijfeld heel wat voetstappen liggen. Zijn geschiedenis bij de vakbeweging gaat terug tot 2002, toen hij beleidsmedewerker werd bij FNV. Bijna twintig jaar later is hij voorzitter van de vakbond en sociale partner, om precies te zijn sinds 10 maart van dit jaar. Daarnaast was hij onder meer negen jaar lid van de Eerste Kamer voor de Socialistische Partij (SP). Hij kent dus zowel het groen van de Nederlandse polder als dat van de bankjes van de senaat.

 

Vet op de botten kweken

Het moet anders in Nederland, vindt Elzinga. De coronacrisis vormt volgens hem een kantelpunt: het doorgeschoten marktdenken moet plaatsmaken voor een maatschappelijke herwaardering. De pandemie heeft laten zien hoe onmisbaar sectoren als zorg, onderwijs en kinderopvang voor onze samenleving zijn. ‘Juist die vitale sectoren zijn de afgelopen jaren achterop geraakt’, zegt Elzinga. Scholen, ziekenhuizen en crèches werden als bedrijven bestuurd en er werd zo veel mogelijk bezuinigd. Dat leidde tijdens de coronacrisis tot een tekort aan IC-capaciteit, beschermingsmiddelen en personeel. ‘We hebben weer vet op de botten nodig, goede reserves. Dat is misschien niet zo efficiënt, maar zo voorkom je dat de hele samenleving tot stilstand komt als het even tegenzit.’

 

Bang voor de toekomst 

De pandemie heeft ook de verschillen tussen (kans)arm en rijk uitvergroot. Nederland is de afgelopen decennia steeds welvarender geworden, maar lang niet iedereen heeft daarvan meegeprofiteerd. De flexibele arbeidsmarkt heeft de vaste baan op de tocht gezet en de lonen zijn te weinig mee gestegen met de winsten. ‘De ongelijkheid is groter geworden, er is scheefgroei ontstaan’, aldus Elzinga. En dan is er nog de klimaatcrisis, waarvoor we letterlijk en figuurlijk niet meer kunnen vluchten, nu we wereldwijd worden geconfronteerd met extreem weer, bosbranden en overstromingen. Dat alles leidt tot onrust, merkt Elzinga. ‘Mensen maken zich zorgen over hun toekomst en die van volgende generaties. Je kunt als land wel alleen zoveel mogelijk geld willen verdienen, maar wat voor huis laten we achter aan onze kinderen en kleinkinderen als de sociale samenhang onder druk staat en de planeet wordt uitgewoond?’

 

Een miljoen vaste banen erbij

Gelukkig heeft de coronacrisis ook bij de politiek - van links tot rechts – en bij sommige werkgevers geleid tot het besef dat het Nederland van Straks vraagt om verandering, aldus Elzinga. We kunnen volgens hem meteen beginnen om het land in de steigers te zetten. De blauwdruk ligt er al: brede welvaart voor alle Nederlanders. Dat is de insteek van het SER-ontwerpadvies, dat vakbonden en werkgevers dit voorjaar samen presenteerden: een pakket maatregelen voor het nieuwe kabinet. Allereerst moet de arbeidsmarkt hervormd worden: er moeten weer meer vaste contracten komen, in plaats van flexibele dienstverbanden. Elzinga ziet er het liefst een miljoen vaste banen bij komen. ‘Mensen hebben behoefte aan zekerheid in werk en inkomen. Ze willen brood op de plank, hun rekeningen kunnen betalen en ook nog wat overhouden voor ontspanning.’

Het prijskaartje van klimaatverandering

Brede welvaart vraagt ook om meer investeringen van publiek geld in vitale sectoren als zorg en onderwijs. Zo moet de leegloop van personeel worden gekeerd met betere arbeidsvoorwaarden: als de lonen stijgen en de werkdruk daalt, wordt het weer aantrekkelijk om voor de klas of aan het bed te staan. Er moet ook meer geïnvesteerd worden in de kwaliteit van publieke dienstverlening, zoals UWV, de Belastingdienst – denk aan de Toeslagenaffaire – en ja, ook pensioenuitvoering. Elzinga: ‘Beter functioneren van de instituties kan de huidige vertrouwenskloof helpen dichten.’ Voor de lange termijn moet er fors geïnvesteerd worden in het tegengaan van klimaatverandering. ‘Er wordt zo gedraald, we moeten nú doorpakken. Hoe langer we dat voor ons uitschuiven, hoe hoger het prijskaartje wordt.’ Meer geld dus voor een versnelling van de energietransitie, maar dan wel sociaal verantwoord, door mensen die hun baan kwijtraken te helpen met ander werk.     

 

Sterkere overheid nodig

Met zo’n forse maatschappelijke verlanglijst kan de overheid zich niet langer afzijdig houden, vindt Elzinga. Sinds de jaren tachtig was het adagium in Den Haag: zo veel mogelijk markt, zo min mogelijk overheid. ‘Een markt is mooi om ervoor te zorgen dat er genoeg broden voor iedereen worden gebakken, maar je kunt er niet álles aan overlaten’, stelt Elzinga. ‘We zien nu de puinhoop die de mantra van liberalisering, privatisering en deregulering heeft veroorzaakt.’ De verbouwing van Nederland vraagt om een sterkere staat, die de samenleving van de toekomst actief helpt vormgeven met publieke deelnemingen en gerichte investeringen en via wet- en regelgeving zorgt dat marktpartijen hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. Die behoefte aan een sturende overheid houdt niet op bij de grens. Elzinga is bijvoorbeeld blij met het G7-plan voor een wereldwijd minimumbelastingtarief van 15 procent voor multinationals. Dat bemoeilijkt belastingontwijking via fiscale sluiproutes, doordat een halt wordt toegeroepen aan de concurrentiestrijd tussen landen om buitenlandse investeerders binnen te halen met de laagste belastingtarieven.  

 

Techreuzen

Internationale regelgeving is ook belangrijk om de invloed van Big Tech & Big Data in te perken. Elzinga: ‘Grote techbedrijven kapitaliseren data die wij als consumenten zélf produceren. Ze maken daarbij gebruik van de bestaande digitale infrastructuur, zonder er iets voor terug te geven.’ Hetzelfde geldt voor multinationals die patenten binnenslepen voor innovaties die deels elders zijn bedacht. Hun slimme medewerkers zijn immers opgeleid aan publiek gefinancierde universiteiten en putten uit de in voorgaande eeuwen opgebouwde body of knowledge van onze kennismaatschappij. We are standing on the shoulders of giants. Elzinga: ‘Data, kennis, maar ook bijvoorbeeld grondstoffen en energiebronnen als zon en wind en uiteindelijk onze hele planeet: het is van ons allemáál. Wat geeft een klein clubje bedrijven het recht om dat eigendom te claimen? Waarom zouden managers en aandeelhouders er schathemeltjerijk van mogen worden, terwijl de medewerkers en de rest van de maatschappij het met de kruimeltjes moeten doen?’

Ik hoop dat het ooit niet meer nodig zal zijn om te staken

‘Geef medewerkers zeggenschap’

De piramide moet dus op zijn kop. Dat vraagt niet om revolutie, maar wel degelijk om een radicale omwenteling, via geleidelijke, democratische weg, aldus Elzinga. De eerste voorzichtige stappen op die nieuwe weg lijken volgens hem ook al te zijn gezet. Overheden beginnen langzaamaan hun klassieke rol weer op te pakken, bedrijven nemen meer verantwoordelijkheid voor hun omgeving en worden daar ook vaker op aangesproken door consumenten, burgers en grote beleggers. Een volgende stap is het verlenen van daadwerkelijke zeggenschap aan medewerkers en de samenleving, stelt Elzinga. ‘Geef een stem aan de mensen die al die innovatieve ideeën bedenken, die het echte werk doen, die de eigenlijke rechtmatige eigenaar zijn van de producten en diensten van bedrijven: wij allemáál dus. Wie is de baas, wie beslist? Nu zijn dat managers en aandeelhouders, straks moeten we met zijn allen de baas kunnen zijn.’

 

Van aandeelhoudersrendement naar maatschappelijke winst

Elzinga voerde de afgelopen jaren namens sociale partner FNV de onderhandelingen over het pensioenakkoord. Een historisch akkoord, dat de oudedagsvoorziening in de toekomst betaalbaar moet houden, zonder het solidariteitsbeginsel los te laten. ‘In het nieuwe stelsel zie je de premie die je hebt opgebouwd directer terug in je eigen pensioenopbouw, maar we zorgen nog steeds dat mensen die pech hebben tijdens hun loopbaan óók een goed pensioen kunnen hebben en we delen als generaties de risico’s met elkaar.’ Maar de pensioendiscussie is nog lang niet klaar, denkt Elzinga. Als de rente de komende jaren zo laag blijft en beleggingsrendementen in de toekomst structureel dalen, zoals voorspeld, dan kan de belofte van een waardevast pensioen niet meer worden waargemaakt en groeit de vertrouwenskloof in de samenleving. Pensioenfondsen zouden dan een volgende stap kunnen zetten: van aandeelhoudersrendement naar maatschappelijke winst.

 

Pensioen in natura? 

Elzinga licht het toe: ‘Pensioenfondsen zouden meer moeten kijken naar de behoeften die mensen later in hun leven hebben. Hebben ze dan alleen behoefte aan een pot geld, of willen ze vooral een fijne plek om te wonen, goede zorg en levenskwaliteit? Ga dáárin als pensioenfonds rechtstreeks investeren, steek pensioengeld in nieuwe woonvormen voor senioren, goede ouderenzorg en een herstel van de sociale infrastructuur, zodat die beschikbaar zijn als mensen eraan toe zijn.’ Een soort pensioen in natura dus. En waarom alleen investeren in voorzieningen voor de oude dag? Pensioengeld kan ook vaker worden gebruikt om de huidige samenleving te verbeteren. Denk aan investeringen in de krappe huizenmarkt - die vooral jonge generaties treft - of in goed onderwijs, voor een sterk Nederland van Straks. Elzinga: ‘Pensioenfondsen hebben een groot vermogen en daarmee ook een grote verantwoordelijkheid voor het Nederland van nu en van later.’ 

 

Het staken gestaakt

Tijdens de onderhandelingen over het pensioenakkoord legde FNV, samen met vakcentrales CNV en VCP, een dag lang het treinverkeer stil om druk te zetten voor een minder snelle stijging van de AOW-leeftijd. Wat denkt Elzinga: wordt er in het Nederland van Straks nog gestaakt? ‘Ik vermoed van wel. Voorlopig zullen er nog belangentegenstelingen zijn tussen werkgevers en werknemers. Maar ik hoop dat het ooit niet meer nodig zal zijn om te staken: als medewerkers echte zeggenschap krijgen, kunnen ze meebeslissen en nemen de belangentegenstellingen af. Als je zelf de baas bent, hóef je niet meer te staken.’ Dus het Malieveld is in de toekomst geheel aan de opvolgers van The Stones en Coldplay, of het ultieme festivalterrein? Hij lacht: ‘Ja, dan komen we er samen om het gewoon gezellig met elkaar te hebben, leuke dingen te doen of dingen te vieren. Bijvoorbeeld dat we in Nederland zo’n mooi pensioenstelsel hebben.’      

Volgende publicatie:
“Mensen zeggen: ‘Jullie hebben mijn leven gered’”

“Mensen zeggen: ‘Jullie hebben mijn leven gered’”

Gepubliceerd op: 12 juli 2021

‘Werk jij in de pensioensector? Goh, spannend…’ Vooroordelen genoeg over het werk voor een pensioenfonds of -uitvoerder. Misschien niet helemaal terecht, blijkt uit een serie portretten van de mensen die er dagelijks werken.

Zoals Manon van Hoek, die als growth hacker bij Kandoor werkt, APG's online platform waar financiële professionals gratis vragen over geldzaken beantwoorden. “Bij Kandoor proberen we mensen echt te helpen.”

 

 

Wat is dat, een growth hacker?

“Het heeft in elk geval niets met hacken te maken, haha. Growth hacking is een marketingvorm waarbij de focus op groei ligt. Om meer bezoekers te krijgen, zijn mijn twee collega’s en ik continu bezig met het verbeteren van het platform. Wat kunnen we anders aanpakken, wat zou het effect daarvan zijn? Dat proberen we dan uit. Vervolgens analyseren we de data. Zijn er inderdaad verschillen en zo ja, waardoor ontstaan die?”

 

Geef eens een voorbeeld?

Kandoor heeft een chatbot. Daar kunnen mensen persoonlijk antwoord krijgen op al hun financiële vragen. We onderzoeken of ze het liefst korte antwoorden willen, of dat iemand zich juist beter geholpen voelt met een uitgebreide toelichting. Via experimenten zoeken we uit welke vragen ze precies hebben. Ook testen we hoe we het best om feedback kunnen vragen. Of op welk moment bezoekers afhaken. En of bijvoorbeeld blogs nog actueel genoeg zijn of dat ze moeten worden aangepast.”

 

Wil Kandoor de grootste hulpsite op financieel gebied worden?

“We willen heel graag ons bereik vergroten. Wie op Google een financiële zoekvraag intikt, moet direct bij ons terechtkomen.”

 

De truc is dus om bij Google bovenaan te komen staan?

“Ja, dat is de uitdaging. Als mensen een vraag hebben over bijvoorbeeld pensioen of belastingen, kunnen ze de antwoorden bij ons vinden. Alle relevante informatie over financiële zaken moet op ons platform staan.

Daarnaast moet de site technisch zó in elkaar zitten, dat Google ons kan herkennen. Hun algoritme verandert echter voortdurend. Dus daar moeten wij ook steeds in meegaan.”

 

Hoeveel bezoekers heeft Kandoor nu?

“In 2020 hadden we anderhalf miljoen bezoekers en kregen we ruim een half miljoen vragen binnen. Waarschijnlijk tikken we dit jaar een miljoen aan, want we zitten nu al op een half miljoen vragen. Daar zijn we erg blij mee. Ik zou het heel vet vinden als Kandoor straks als een merk wordt gezien. Dat mensen gewoon weten: ik heb een financiële vraag, dan ga ik naar Kandoor. Want daar word ik geholpen. Dat is ons ultieme doel.”

Ben jij zelf ook een financieel toppertje?

“Ik weet veel van data-analyse, maar ik had totaal geen financiële kennis toen ik tweeënhalf jaar geleden bij Kandoor kwam werken. Ik heb hier een hoop bijgeleerd. Ik wist bijvoorbeeld ook niets over pensioenen. Inmiddels weet ik dat het belangrijk is dat je daar juist op jonge leeftijd al over gaat nadenken. Want nu kun je het nog goed regelen.”

 

Dus jij geeft je vrienden wel dat advies, maar je beantwoordt geen vragen op het platform?

“Nee, dat doen de financiële gidsen. We hebben een hele community met vrijwilligers. Dat zijn allemaal experts die gratis informatie geven, zodat mensen zelf een beslissing kunnen nemen. Daarnaast hebben we bloggers die over verschillende geldonderwerpen schrijven.”

 

Wat maakt jouw werk nou zo leuk?

“Het is heel afwisselend. Je bent nooit uitgeleerd want er is altijd wel een nieuwe ontwikkeling. Dus moet je ook continu nieuwe oplossingen bedenken. Wat ik ook fijn vind, is dat Kandoor een maatschappelijke missie heeft. Dat is voor mij het beste van twee werelden: die constante uitdaging om innovatief te zijn, gecombineerd met het sociale aspect. Bij Kandoor proberen we mensen echt te helpen bij financiële stress. Ik ben me er nu veel bewuster van hoeveel mensen die hebben. En hoeveel impact dat op hun leven heeft.”

 

Raakt dat je?

“Ja, je ziet dat mensen soms zo in de problemen zitten, dat ze niet meer weten wat ze moeten doen. Zij zijn vaak heel dankbaar voor de hulp van de gidsen. Ik krijg hun feedback binnen en soms schrijven ze: ‘Jullie hebben mijn leven gered. Ik ben zo blij dat iemand me helpt.’ Aan de ene kant is het heel mooi dat iemand echt geholpen is. Maar het is ook heel verdrietig om te zien dat mensen in zulke situaties zitten.”

 

Wat zou jij in de maatschappij veranderen, als je het voor het zeggen had?

“Het toeslagensysteem. Het wordt onderschat hoe moeilijk de gemiddelde Nederlander het vindt om daar doorheen te navigeren. En hoe bang ze zijn dat ze het verkeerd doen. Want als jij iets aanvraagt en je blijkt er toch geen recht op te hebben, dan zit je misschien direct in de schulden Dus dat systeem zou ik makkelijker willen maken.”

 

Nog meer wat je wilt aanpakken?

“De brieven van de belastingdienst. Veel mensen begrijpen de inhoud gewoon niet. De taal is te ingewikkeld. Zij komen ook bij Kandoor om hulp. Maar ik weet niet of dat probleem alleen door de overheid moet worden opgelost. Misschien wordt het ook veroorzaakt omdat ze nooit geleerd hebben hoe ze hun belastingaangifte moeten doen. Dan is het natuurlijk niet gek dat je fouten maakt. Daar zouden scholen best eens les in mogen geven.”

Volgende publicatie:
“Daalt de Nederlandse levensverwachting door corona?”

“Daalt de Nederlandse levensverwachting door corona?”

Gepubliceerd op: 1 juli 2021

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: Actuarieel Directeur Alexander Paulis over de impact van corona op de levensverwachting en de financiële positie van Nederlandse pensioenfondsen.

 

Een kleine twee jaar. Daarmee is de Amerikaanse levensverwachting gedaald tussen 2018 en 2020. Tenminste, als je onderzoek van de Virginia Commonwealth University, de University of Colorado Boulder en het Urban Institute moet geloven. Oorzaak: de pandemie, die voor de grootste daling van de Amerikaanse levensverwachting sinds 1943 zorgde.

 

Hoe zit dat in Nederland? Paulis trekt zijn wenkbrauwen op als hij hoort over de Amerikaanse resultaten. “Dit is natuurlijk slechts een momentopname. Het is vrijwel onmogelijk om nu al te bepalen in hoeverre de sterftecijfers van de afgelopen twee jaar representatief zijn voor de toekomst. Eerst moet de situatie zich normaliseren. Áls er al een nieuw normaal komt, is dat wanneer iedereen is gevaccineerd en we het effect daarvan op de besmettings- en sterftecijfers kunnen zien.” 

 

Aids

Het corona-effect in de sterftecijfers van de afgelopen twee jaar (zo’n 10 procent oversterfte volgens het CBS) is een kortetermijnontwikkeling waarmee je in voorspellende zin niet veel kunt, volgens Paulis. “Pensioenfondsen plannen voor de lange termijn. En wat betreft corona weten we daarover nog helemaal niks. Voor langetermijnvoorspellingen heb je voldoende basis – waarnemingsjaren – nodig. We zijn gewend om ver terug in de tijd te kijken en het laatste jaar niet allesbepalend te laten zijn. In de jaren tachtig dachten we aanvankelijk ook dat de aidsepidemie structurele gevolgen zou hebben voor de levensverwachting. Uiteindelijk bleek het slechts een rimpeling te zijn.”

 

Om de vraag te beantwoorden hoe representatief de eerste jaren na 2020 zijn voor wat we gaan zien in de toekomst, moet je volgens Paulis een soort actuariële grens over. “Je zult ook met medische experts, zoals virologen, moeten praten. We zijn daar als actuarissen altijd terughoudend in, omdat je daarmee snel in subjectieve, politieke discussies terechtkomt. Maar in dit geval ontkom je er niet aan, denk ik.” 

 

Contrair

Normaliter wordt voor de levensverwachting ook ‘basis’ gecreëerd door naar andere, vergelijkbare landen te kijken. Toch hoeven we ook daar op korte termijn geen heil van te verwachten, zegt Paulis. “Juist bij corona hebben we gezien dat de verschillen tussen landen plotseling heel groot kunnen zijn.”

 

Er is nóg een reden om de eerste jaren na 2020 niet te bepalend te laten zijn voor de langetermijnprognose van het sterftecijfer. “Tijdens hete zomers zien we bijvoorbeeld ook oversterfte. Zo’n zomer eist met name levens onder mensen die al wat kwetsbaarder zijn. Daardoor houd je een relatief gezonde populatie over en ontstaat daarna vaak juist wat ondersterfte. Bij corona zou zich eenzelfde contrair effect kunnen voordoen.”

 

Druppel

Wie denkt dat pensioenfondsen zonder meer financieel baat hebben bij de coronasterfte, vergist zich volgens Paulis. “Als deelnemers waarvan het ouderdomspensioen nog niet is ingegaan overlijden, ontvangen nabestaanden een partner- en wezenpensioen. Voor het fonds kan dat onder de streep financieel nadeliger zijn. Met name als het om jonge nabestaanden gaat. Maar als iemand al ouderdomspensioen ontving, vervalt dat. Het nabestaandenpensioen dat daarvoor in de plaats komt, is lager. Per saldo is dat voordeliger voor het fonds. Omdat met name ouderen aan corona zijn overleden, hebben we het afgelopen jaar een bescheiden ‘positief resultaat op sterfte’ gehad, zoals een actuaris dat wat klinisch noemt. Maar dat was bij wijze van spreken een druppel op een gloeiende plaat – hoogstens enkele tiende procentpunten van de dekkingsgraad. Rentestand, beleggingsrendement en tegenwoordig vaak ook de premie, hebben een veel grotere invloed op de financiële positie.”  

 

Onbruikbare jaren

Dus voorlopig is er geen reden om aan te nemen dat de levensverwachting in Nederland daalt? Paulis: “Inderdaad. Voor een langetermijnprognose zijn 2020 en 2021 de meest onbruikbare jaren die je je kunt voorstellen. Pensioenfondsen hoeven zich voorlopig niet rijk te rekenen aan de gevolgen van corona.”

Volgende publicatie:
Droom en daad: “Zorgwekkend, hoe verschillend mensen naar dingen kijken”

Droom en daad: “Zorgwekkend, hoe verschillend mensen naar dingen kijken”

Gepubliceerd op: 30 juni 2021

Maar doodslaan deed hij niet

Want tussen droom en daad staan wetten

In den weg en praktische bezwaren

(uit: Willem Elsschot, Het Huwelijk)

 

Pensioen mag voor generatie Z een ver-van-hun-bedshow zijn, zij zijn wel de generatie van de toekomst. Waar dromen ze van? Wat doen ze om dat te bereiken? En wat staat het in de weg? In de serie Droom en Daad laten we jongeren aan het woord over hoe nu en later er voor hen uitziet.

Leila Jane Ali-Dib (23) uit Rotterdam: “Mensen met een niet-Nederlandse achtergrond krijgen minder kansen in het leven. Daar kan ik me boos om maken.”

 

Wie: Leila Jane Ali-Dib (23), “creatief, zelfstandig, gevoelig, zorgzaam, altijd nieuwsgierig en een feminist”.

Woont: In Rotterdam.
Werkt:
Freelance in de marketing en pr, daarnaast doet ze modellenwerk en hoopt ze wat acteerklussen te krijgen. “Werk is voor mij heel belangrijk. Ik vind het ook leuk om bezig te zijn met mijn carrière. Ik hou er echt van om hard te werken. Niet alleen voor het geld, ook voor het plezier. Plezier staat voorop. Ik vind het wel belangrijk om genoeg vrijheid te ervaren in mijn werk. Ik wil zelf bepalen wanneer ik werk, wat ik doe en wanneer ik daarmee bezig ben.”

Houdt van: Creatief bezig zijn, cultuur snuiven, reizen en tijd doorbrengen met goede vriendinnen.

Waar droom je van?

“Ik probeer in het nu te leven en zie wel wat er op me afkomt, maar op een bepaalde manier ben ik ook bezig met de toekomst. Wat wil ik nu eigenlijk? Wie wil ik zijn? Wat wil ik nog doen? Ik hoop dat ik later een gezinnetje heb en een fijn huis in Rotterdam. En dat mijn werk nog steeds mijn passie is, en dat ik daar ook dan voldoende mee verdien. Ik wil altijd mijn eigen ding blijven doen en nieuwe dingen doen en leren. Ik droom ervan om veel van de wereld te zien en om meer te doen met acteren.”

 

Hoe ziet jouw gedroomde pensioen eruit?

“In loondienst heb ik wel wat pensioen opgebouwd, maar dat mag geen naam hebben. Eerlijk gezegd heb ik me er tot nu toe niet druk om gemaakt. Maar als freelancer moet ik het wel zelf regelen. Mijn moeder hamert er altijd op dat ik het moet uitzoeken. Ik ken niemand van mijn leeftijd die al met zijn pensioen bezig is. Het is nog zo ver weg. Maar ja, hoe eerder je begint met opbouwen hoe beter, dus ik moet toch eens naar de mogelijkheden kijken.”

 

Wat staat jouw dromen in de weg, waarover maak je je zorgen?

“Ik maak me zorgen over waar het heen gaat met het milieu, maar ook over ongelijkheid in de wereld. Er is veel polarisatie. Ik vind het zorgwekkend hoe verschillend mensen naar dingen kijken. Ik denk dat ieder mens wel vooroordelen heeft, maar ik probeer me er bewust van te zijn hoe ik denk en handel. Als er politiek incorrecte dingen worden gezegd in mijn omgeving, probeer ik daar wel iets van te zeggen.”

“Ik maak me zorgen over waar het heen gaat met het milieu, maar ook over ongelijkheid in de wereld”

Wat maakt je boos?

“We zeggen vaak dat we al zo ver zijn, dat er al zoveel veranderd is, dat Nederland een vrij land is waar heel veel mag. Maar als je kijkt naar wat er daadwerkelijk gebeurt, dan valt dat vies tegen. Het is 2021 en vrouwen krijgen nog steeds minder betaald dan mannen. Mensen met een seksuele voorkeur die buiten de ‘norm’ valt, worden nog altijd uitgescholden op straat. Mensen met een niet-Nederlandse achtergrond krijgen minder kansen in het leven. Daar kan ik me echt boos om maken. Soms snap ik niet hoe het nog steeds kan, in deze tijd.”

 

Heb je daar zelf weleens mee te maken gehad?

“Nee, ik ben voor zover ik weet nooit gediscrimineerd vanwege mijn achternaam. Misschien omdat ik er niet heel buitenlands uitzie. Ik ben half Arabisch; mijn moeder is Nederlands, mijn vader komt uit Syrië. Ik heb weleens meegemaakt dat ik vanwege mijn achtergrond expres in een soort subsidieaanvraag voor diversiteit werd gezet. Dat vond ik gek om te horen, al kon ik er ook wel om lachen. Schijndiversiteit is ook een probleem: bedrijven die naar de buitenwereld doen alsof ze diversiteit hoog in het vaandel hebben staan, maar waar achter de schermen iedereen wit is. Daar valt ook nog veel winst te behalen, denk ik.”

 

Wat doe je zelf voor een betere wereld?

“Ik probeer milieubewust te zijn. Ik vind het belangrijk om daarover ingelezen te zijn, steeds meer te weten te komen en bewustere keuzes te maken. Ik eet sinds twee jaar geen vlees meer en zo min mogelijk vis en zuivel. Qua kleding ben ik ook bewuster bezig. Oude kleding geef ik weg aan mensen die ik ken of verkoop ik het online, zodat iemand anders er nog plezier van kan hebben. Zelf probeer ik meer tweedehands te kopen, want je hoort dat bepaalde grote kledingwinkels die kleding niet bepaald duurzaam produceren. Ik heb weleens gehoord dat teruggestuurde kleding vaak verbrand moet worden omdat dat goedkoper zou zijn dan recyclen. Dat heeft ook te maken met ons koopgedrag, dus daar moeten we onze ogen niet voor sluiten.

Wat vliegen betreft ben ik eerlijk gezegd wat minder milieubewust. Ik heb weleens gekeken of ik met de trein naar Spanje kon in plaats van met het vliegtuig, maar een treinticket was meer dan twee keer zo duur. En dan ben je ook nog veel langer onderweg. Sorry, maar dan kies ik toch voor die vliegreis.”

Volgende publicatie:
"Er moeten duizend vuilnisbakfabrieken komen"

"Er moeten duizend vuilnisbakfabrieken komen"

Gepubliceerd op: 28 juni 2021
Hoe denken kinderen over het klimaat? In de nieuwste video uit de reeks APG Kids & … kom je erachter.

Milieubewust hoor, die kinderen van tegenwoordig. Zeven jonge wereldburgers buigen zich op verzoek van APG over de vraag hoe ze over het klimaat denken. Sommigen, zoals  Lise (6), zien het vrij breed. “Het klimaat? Dat is de wildernis waar de wilde dieren leven.” De meesten zijn opvallend goed op de hoogte van de problematiek, zoals Xavi (8): ‘Wij vervuilen de natuur. Dan wordt Moeder Natuur heel boos en verandert ze het klimaat.’ En ze maken zich zorgen. ‘Hoe meer bomen we omkappen, hoe weiniger zuurstof’. Oplossingen hebben ze ook. Duizend vuilnisbakkenfabrieken bijbouwen, zodat er genoeg prullenbakken zijn voor al het afval. Eerst het licht uitdoen, voordat je je ’s avonds je pyjama aantrekt.  Zelf naar school fietsen, in plaats van dat je moeder je met de auto brengt. En niet met het vliegtuig, “want dat komt er stof in de lucht en dan kunnen we niet meer ademen”.
Gelukkig is er aan het eind wel een ijsje.

Volgende publicatie:
Droom en daad: ‘Ik mag toch hopen dat er nog vissen zijn als ik 50 ben’

Droom en daad: ‘Ik mag toch hopen dat er nog vissen zijn als ik 50 ben’

Gepubliceerd op: 22 juni 2021

Maar doodslaan deed hij niet

Want tussen droom en daad staan wetten

In den weg en praktische bezwaren

(uit: Willem Elsschot, Het Huwelijk)

 

Pensioen mag voor generatie Z een ver-van-hun-bedshow zijn, zij zijn wel de generatie van de toekomst. Waar dromen ze van? Wat doen ze om dat te bereiken? En wat staat het in de weg? In de serie Droom en Daad laten we jongeren aan het woord over hoe nu en later er voor hen uitziet. Vandaag freelance tekstschrijver Nina Keijzer (20) uit Ridderkerk: “Waarover ik me zorgen maak, met het oog op de toekomst? Je kunt beter vragen: waarover niet?”

 

 

Wie: Nina Keijzer (20)

Woont in: opgegroeid in Rotterdam, woont nu bij haar ouders in Ridderkerk.

Werkt: als astroloog en tekstschrijver. “Mijn werk is op dit moment het belangrijkste in mijn leven. Ik ben er elke dag mee bezig. Dat heb ik ook van huis uit meegekregen. Mijn ouders hebben altijd beiden fulltime gewerkt, net als mijn opa en oma; het zit in ons om keihard te werken.”

Houdt van: schrijven, lezen, fitnessen, netflixen en pianospelen.

Waar droom je van?

“Ik zou graag mijn eigen boeken willen uitgeven. Als het even kan wil ik op die manier iets betekenen voor de maatschappij, verschil maken. Als ik iemand kan helpen, op welke manier dan ook, ben ik al tevreden. Succesvol zijn is in mijn ogen de vrijheid hebben om te doen wat je leuk vindt. Veel geld hebben is ook fijn, daar niet van. Maar het is niet het belangrijkste.”

 

Hoe zie je jouw toekomst voor je?

“Ik ben eigenlijk te veel bezig met mijn toekomst. Meer dan ik zou willen. Met mijn beste vriend heb ik het elke dag over later. Je bent nu nog jong, zeggen mensen, maak je niet druk. Dat is wel zo, maar we zien ook dat het niet veel beter wordt. Hoe kun je je niet druk maken als je met een torenhoge studieschuld zit en geen enkel uitzicht hebt op een hypotheek? Ik zie het nog niet gebeuren, maar ik hoop voor mezelf dat ik over een jaar of vijf uit huis ben en dat ik uiteindelijk een leuk huis kan kopen. In een ideale wereld heb ik geen geldzorgen, kan ik een leuk pensioen opbouwen en hoef ik me geen zorgen te maken over later.”

 

Wat als je gepensioneerd bent?

“Ik kijk er niet naar uit om op mijn 70ste nog een kantoorbaantje te hebben en keihard te werken. Het liefst stop ik eerder. Een passief inkomen zou fijn zijn. Als ik zzp’er blijf, zal ik zelf voor mijn pensioen moeten zorgen. Dat is iets waar ik me nu al druk om maak. Het leven wordt alleen maar duurder, en de lonen lijken niet evenredig mee te stijgen. Als de huizen ook nóg duurder worden, hoe gaan we dat dan betalen? Mijn generatie is erg van het beleggen, je ziet het opeens overal. Ik wil het zelf ook gaan doen. Ik hoop dat ik een lekker potje bij elkaar kan sparen om op mijn oude dag zorgeloos in de tuin te kunnen zitten. Maar misschien ziet geld er over vijftig jaar wel heel anders uit. Dat klinkt misschien heel sciencefictionachtig, maar we hebben al bitcoin en andere cryptomunten, dus zo’n gek idee is dat niet.”

 

Wat is je droom voor Nederland?

“We werken veel in Nederland. Het zou mooi zijn als daar ooit verandering in komt; dat we minder gaan werken voor hetzelfde geld. Het zou een mooi experiment zijn. Iedereen wil minder werken voor hetzelfde geld. Misschien krijg je in 30 uur wel net zo veel gedaan als in 40 uur, omdat je maar een beperkt aantal productieve uren op een dag hebt en niet non-stop gefocust kunt zijn. Het zou misschien ook een hoop burn-outs schelen. Ik hou van werk en ik vind het belangrijk, maar eigenlijk zou de balans tussen werk en privé meer moeten doorslaan richting privé. Ik denk dat mijn generatie zich daar ook heel bewust van is: je leeft maar één keer en er is meer in het leven dan werk.”

 

In wat voor wereld zou je willen leven?

“Ik hoop dat grote bedrijven en landen meer verantwoordelijkheid willen nemen, er moet veel meer worden gedaan om de klimaatdoelen te halen. Het is een serieuze kwestie, waar in mijn ogen nog veel te laconiek over wordt gedaan. Hartstikke leuk dat we naar Mars toe willen, maar laten we eerst eens zorgen dat we de aarde op orde kunnen krijgen.”

Wat baart je zorgen, met het oog op de toekomst?

“Je kunt beter vragen: wat niet? Vooral de klimaatcrisis houdt me bezig. Wat als de zeespiegel in Nederland daardoor nog verder stijgt? En ik zag een documentaire waarin werd gezegd dat er in 2050 geen vis meer in zee zwemt, als de visvangst in het huidige tempo doorgaat. Dat beangstigt me. Ik mag toch hopen dat er nog vissen zijn als ik 50 ben. Wat gaan we nu doen om dat te voorkomen?”

 

Wat staat jouw dromen verder in de weg?

“De huizenmarkt baart me zorgen. Hoe kom ik later in vredesnaam aan een leuke hypotheek? De huizenprijzen rijzen de pan uit in de randstad en alles gaat boven de vraagprijs weg. Mijn generatie en de generatie na mij moeten sowieso minimaal 20.000 euro eigen geld meebrengen willen we een leuk huis kunnen kopen. Dat vind ik best wel beangstigend. Ik heb het er vaak over met mijn ouders. Mijn moeder woonde toen ze 18 was op zichzelf, zij had een appartementje voor 250 gulden per maand. Als ik dat hoor kan ik wel huilen. Zoiets heb je nu niet eens meer voor 500 euro in de randstad. Dit kan zo niet doorgaan. Straks wonen we tot ver in de dertig nog thuis bij onze ouders omdat we geen zicht hebben op een goed huis.”

 

Zijn er nog andere obstakels?

“Ja, we zitten ook nog met een torenhoge studieschuld vanwege het afschaffen van de basisbeurs. Ik heb vrienden met een schuld van 60.000 euro, die geen idee hebben hoe ze die later gaan aflossen. Iedereen denkt dat mijn generatie alleen maar lang leve de lol is, maar mijn vrienden werken zich drie slagen in de rondte om alles te kunnen betalen. Mensen vergeten dat het allemaal heel erg duur is, een kamer huren alleen al kost veel geld. Het zou heel fijn zijn als de basisbeurs terugkomt. Dat zou zoveel stress schelen. Wij zijn de toekomst, in de toekomst moet je als overheid investeren.”

 

Wat doe jij zelf voor een betere wereld?

“Mijn ouders en ik zijn heel bewust bezig met duurzaamheid. We hebben geen plastic tasjes en flesjes water meer in huis, gooien veel minder weg dan eerst en kopen biologisch waar dat kan. Verder zijn we thuis allemaal veganist, we eten alleen plantaardig. Mijn moeder werd op haar 14de al vegetariër. Ik begon toen ik 15 was vegetarisch te eten, een paar maanden later ben ik veganist geworden. Allebei mijn ouders zeiden: dan doen wij mee. Daar ben ik heel dankbaar voor. Zelfs mijn vader is cold turkey gestopt met vlees, zuivel en eieren. Daarnaast ga ik elke dag wandelen en raap dan alle rotzooi op die ik onderweg tegenkom.

 

Eén iemand kan een verschil maken, maar tegelijkertijd vind ik dat de verantwoordelijkheid nu nog te veel bij het individu wordt gelegd in plaats van bij de grote, vervuilende bedrijven. Ik hoop dat dat de komende jaren gaat veranderen. Want we kunnen allemaal wel zorgen dat we geen plastic rietjes meer in huis halen, maar zolang de komkommers nog in plastic worden verkocht, zet dat geen zoden aan de dijk. Ik vind het ook jammer dat duurzaam vaak duurder is. Dat maakt dat veel mensen toch voor de minder duurzame keuze gaan.”

Volgende publicatie:
“Vrouwen moeten beter op hun financiële zaakjes letten”

“Vrouwen moeten beter op hun financiële zaakjes letten”

Gepubliceerd op: 18 juni 2021

Hoe ga je om met werk en geld voor nu en later? Leef je bij de dag of plan je doelbewust je financiële toekomst? En regel je ‘later’ zelf, of ben je aangesloten bij een pensioenfonds?

Elisabeth van der Meer is net met pensioen. Maar niet helemaal: “Ik vind mijn werk leuk en wil dat anderen kunnen profiteren van mijn ervaring.”

 

Elisabeth van der Meer (66)

Beroep: was ondernemer, is nu gepensioneerd maar werkt nog als coach en trainer

Werkt wekelijks: zo’n 25 uur

Inkomen: 10.000 euro netto per jaar, plus AOW en pensioen rond de 2500 netto per maand

Spaargeld: “Genoeg”

Pensioen geregeld? Ja

 

U bent sinds kort met pensioen. Tijd om achter de geraniums te gaan zitten?

“Nee hoor, ik ben nog niet helemaal gestopt. Ik heb mijn werk veranderd in iets wat ik meer naar mijn eigen wens kan indelen. Ik wil blijven werken, omdat ik het leuk vind, maar ook omdat ik anderen zo kan laten profiteren van al mijn ervaring. Van huis uit ben ik fiscaal econoom. Nu train en coach ik mensen en geef ik workshops over mindset. Dan heb ik het ook met ze over over geld en hoe je daar op een betere manier over kunt denken.”

 

Wat vertelt u ze dan zoal?

“Onlangs heb ik een cursus/workshop gegeven over vrouwen en geld. Ik merk nog steeds dat vrouwen zich er te weinig bewust van zijn dat ze voor zichzelf moeten zorgen. Ze laten te veel aan de partner over. Maar ze moeten zelf op de hoogte zijn. Vanuit maatschappelijke betrokkenheid vind ik dat mensen, zeker vrouwen, zich beter moeten realiseren dat financiële onafhankelijkheid is geboden. Als je er als vrouw voor kiest om een bepaalde periode thuis te blijven voor de kinderen, zorg dan dat er in die tijd genoeg geld wordt overgedragen aan jou, zodat je zelf een potje kunt opbouwen. Vrouwen moeten over het algemeen beter op hun financiële zaakjes letten. Toen mijn echtgenoot overleed, had ik wel verdriet, maar geen ellende. Ik heb genoeg vrouwen in mijn omgeving gezien die geen tijd hadden om te rouwen en halsoverkop moesten verhuizen en veroordeeld waren tot de bijstand. De vangnetten voor weduwnaars en weduwen zijn heel klein, en onverwachte overlijdens komen nog steeds voor. Van beide kanten is het goed om stil te staan bij wat er gebeurt als de een wegvalt en de ander er alleen voor komt te staan.”

 

Hoeveel verdient u nog met uw werk?

“Netto rond de 10.000 euro per jaar. Veel daarvan investeer ik in het bedrijf. Van mijn bedrijfsrekening neem ik niet alles op wat ik verdien.”

 

Wat deed u eerder voor werk?

“Ik ben altijd met veel plezier ondernemer geweest. Behalve een paar vakantiebaantjes heb ik nog nooit voor een baas gewerkt. Samen met mijn echtgenoot heb ik 25 jaar een motorzaak gehad, waar we motorfietsen en kleding verkochten en reparaties uitvoerden. Hij was 23 jaar ouder dan ik en we hebben het bedrijf verkocht toen hij met pensioen ging. Mijn man was 68, ik 45. We wilden kijken hoever we zouden komen als we samen met pensioen gingen. Maar na een paar jaar begon het te kriebelen en heb ik mijn eigen bedrijf opgezet. Na zijn overlijden, negen jaar geleden, heb ik dat wat uitgebreid. Ik heb allerlei moderne dingen moeten bijleren. Bijna iedereen die ik in mijn werk tegenkom is jonger dan ik, ook de mensen die mijn raad vragen.”

“Toen mijn echtgenoot overleed had ik wel verdriet, maar geen ellende”

Hoe deed en doet u dat met pensioen?

“Toen we de zaak afsloten was er een fiscale oudedagsreserve (FOR), en omdat we een firma hadden, hadden we die allebei. Ik ben me erin gaan verdiepen hoe je die FOR kunt laten uitbetalen. We hebben het laten uitrekenen en toen bleek dat, vooral door ons leeftijdsverschil, de standaard uitkering tot overlijden van ons beiden een heel mager bedrag zou zijn. Daarom hebben we het op een andere manier opgelost. We hebben de lijfrente-uitkering van mijn echtgenoot in laten gaan voor twintig jaar. Mijn FOR werd opzijgezet zodat die twintig jaar kon groeien, en tot uitkering zou komen op het moment dat de lijfrente-uitkering afgelopen was. We hadden erop gerekend dat ik op mijn 65ste pensioengerechtigd zou zijn, maar dat bleek niet zo te zijn. Ik had een gat van anderhalf jaar zonder AOW en inkomsten uit lijfrente. Dat heb ik overbrugd met mijn inkomen uit vermogen en mijn onderneming. Vanaf 1 juli krijg ik AOW en wordt mijn lijfrente uitgekeerd, in hapjes die ik 22 jaar geleden opzij heb laten zetten.”

 

Hoeveel krijgt u dan per maand?

“Omdat ik alleenstaand ben krijg ik 1280 euro AOW en ongeveer zo’n zelfde bedrag aan lijfrente. Of ik daar blij mee ben? Het is wat ik heb opgebouwd, ik zal het ermee moeten doen. Een paar jaar geleden heb ik mijn huis verkocht met veel overwaarde. Dat heb ik geïnvesteerd in een kleiner huis. Ik heb nu geen hypotheeklasten. En daarbij heb ik nog inkomsten uit mijn onderneming, dus zo bekeken is die 2500 euro netto per maand niet slecht. Ik kan er goed van rondkomen. Het is gewoon prima, ik gun het iedereen.”

 

Wat zijn uw vaste lasten?

“De standaard maandelijkse dingen: de zorgverzekering à 200 euro, 100 euro voor de auto, water en energie tegen de 200, zo’n 70 euro woz-waarde. Voor mobiele telefoon, internet en televisie betaal ik rond de 60 euro.”

 

Heeft u spaargeld?

“Ja, ik heb genoeg opgebouwd. Nadat ik mijn huis had verkocht bleef er meer geld over dan ik in het nieuwe huis heb gestoken. Dat staat ook ergens gestald.”

 

Belegt u?

“Een deel daarvan beleg ik, omdat de rente op de spaarrekening zo laag is. Ik ben een behoudende belegger, misschien ook een luie. Ik investeer in aandelen voor de lange termijn. Ik heb geen zin om me te verdiepen in ingewikkelde beleggingsproducten zoals opties en wil er niet dagelijks mee bezig hoeven zijn.”

 

Waar geeft u graag geld aan uit?

“In reizen heb ik plezier. Dat kan van alles zijn. Ik heb een tent, maar vind af en toe een cruise ook leuk. Voor deze zomer heb ik twee weken Duitsland in hotels geboekt. Waar ik ook altijd voor zwicht, zijn boeken. Vooral non-fictie, over onderwerpen die me interesseren. Spiritualiteit, mystiek, filosofie, dat soort dingen. Verder besteed ik graag geld aan wellness.

Voordat ik de beslissing nam hoe ik met de lijfrente om zou gaan, heb ik samen met mijn accountant een financieel plan opgesteld. Een van zijn opdrachten was om voor mezelf een budget op te stellen van wat ik dacht maandelijks nodig te hebben. Hij vroeg me drie scenario’s te schetsen: één was het minimum, de tweede was een comfortabel budget en de derde een extravagant luxebudget. Door dat te doen kom je erachter wat belangrijk voor je is en waar je graag geld aan besteedt. Zo ontdekte ik ook dat ik bij een luxebudget een groter potje zou willen hebben om goede dingen mee te doen, zoals cadeaus kopen en doneren aan goede doelen. Dat is nu dan ook een vast onderdeel van mijn budget.”

 

Hoe zie u uw pensioen verder voor zich?

“Ik hoop van harte dat ik gezond blijf van lijf en leden, met een gezonde geest. Dat is het voornaamste. Daarnaast verwacht ik gewoon dat ik een heel leuk en zinvol leven heb. Vooral zinvol, dat is voor mij belangrijk. Mijn werk en mijn gezin – een dochter, drie bonuszoons en zeven kleinkinderen – zijn mijn pijlers.”

Circa de helft van de vrouwen in Nederland is financieel afhankelijk.

Op www.realitycheck.nl bespreekt ABP op heldere manier de valkuilen en raakvlakken met betrekking tot financiële redzaamheid.

Daarnaast geeft de gratis e-learning RealityCheck inzicht in geld en gedrag en motiveert om geldzaken te organiseren. Via ervaringsverhalen, feiten en tips biedt de site inzicht én handelingsperpectief in relevante levenssituaties (scheiden, deeltijd werken, kinderen).

Ook kun je je aanmelden voor een webinar over pensioen.

Volgende publicatie:
"Plan G7 effectief tegen belastingontwijkende bedrijven"

"Plan G7 effectief tegen belastingontwijkende bedrijven"

Gepubliceerd op: 8 juni 2021

Accepteren de grote bedrijven het door de G7 overeengekomen minimumbelastingtarief, of  gaan ze op zoek naar nieuwe manieren om belasting te ontwijken? Is het plan effectief? Thijs Knaap, chief economist bij APG, denkt van wel. Hij praat erover tijdens het BNR Beleggerspanel. “Voor aandeelhouders is het fijn dat de grote bedrijven steeds meer winst zijn gaan maken. Maar APG is niet alleen aandeelhouder. We beleggen ook in overheidsobligaties. We hebben er dus belang bij dat belastingen goed geïnd worden, zodat de rente op die obligaties betaald wordt.”


Een wereldwijd minimumbelastingtarief voor bedrijven van 15 procent. Dat was het resultaat van het door de G7-landen bereikte akkoord op 5 juni 2021. Het was één van de onderwerpen die aan bod kwamen tijdens het BNR Beleggerspanel. De vraag werd opgeworpen of de grote ondernemingen niet op zoek gaan naar nieuwe manieren om zo min mogelijk belasting te betalen. Knaap: “Ik denk dat er altijd naar loopholes wordt gezocht door ondernemingen, maar tegelijkertijd voorziet het plan daar wel in. Zelfs als je er als bedrijf in slaagt om nul procent belasting te betalen en je komt thuis, dan kan je eigen regering er alsnog 15 procent belasting overheen gooien. De laatste decennia zijn de grote bedrijven steeds meer winst gaan maken. Dat is heel fijn voor aandeelhouders, maar we zijn niet alleen aandeelhouder. APG investeert ook een enorm bedrag in overheidsobligaties, dus we hebben ook wel degelijk een belang dat die belastingen goed geïnd worden zodat de rente op die obligaties betaald wordt.”


Uitwijkconstructies
In de uitzending wordt opgemerkt dat G7-landen zeggen dat ze al veel meer dan die 15 procent belasting heffen. In hoeverre gaat dit plan dan heel veel uitmaken? Knaap: “Dat is waar, maar er is een aantal landen, zoals Ierland en Hongarije, dat wel onder die 15 procent zit. Maar ook wat betreft de landen die wel meer dan 15 procent heffen, geldt: het effectieve tarief dat bedrijven betalen, is vaak veel lager omdat ze gebruik maken van fiscale uitwijkconstructies.”


Verder in het BNR Beleggerspanel: de overname van maaltijdbezorger GrubHub door Just Eat Takeaway. En: waarom laten veel beleggers banken links liggen?


Luister de hele uitzending hier.

Volgende publicatie:
“Over 30 jaar gaan we denk ik al maden eten”

“Over 30 jaar gaan we denk ik al maden eten”

Gepubliceerd op: 25 mei 2021

Hoe denken kinderen over de toekomst? In de nieuwste video uit de reeks Kids & … kom je erachter.

 

Wanneer ís de toekomst eigenlijk? De vraag leidt in het kritische panel al tot verschillende antwoorden. “Over ongeveer 100 jaar”, zegt de één. Maar ook overpeinzingen van genuanceerder aard: “Het kan over triljarden eeuwen zijn, maar ook over een paar minuten.”

Dan: eten in de toekomst. Oscar (8) weet het zeker: “Over 30 jaar gaan we denk ik al maden eten.” Lars (11) zoekt het meer in de vegahoek: “Gras dat vezelrijk is. Want er bestaan heel veel grassprietjes op de wereld.” Er is zelfs nagedacht over het woningaanbod van morgen: “Vliegende villa’s.”

Bekijk de vorige Kids & ... terug

Bekijk ook de drie afleveringen van onze videoreeks Kids & Knaken terug: 

 

Dit zeggen kinderen over sparen, pensioen en geld verdienen.

“Beleggen? Dat doe je toch op je op je bord!” Dit zeggen kinderen over sparen, pensioen en geld verdienen.

Wat weten kinderen eigenlijk van ingewikkelde zaken zoals rente – ‘Lente? Nee, rente!’ – sparen en lenen? De een weet alles over geld, de ander vindt het nog veel te vroeg. En wat zouden ze doen als ze de loterij winnen?

Volgende publicatie:
Het Nederland van 2041

Het Nederland van 2041

Gepubliceerd op: 21 mei 2021

Hoe leven we in 2041? In een reeks van zes artikelen schetsen we het Nederland van Straks. Hoe rijk zijn we dan? Hoe wonen we? Hoe werken we? Hoe consumeren we? Hoe besteden we onze vrije tijd? In deze aflevering vragen we ons af: Hoe sociaal zijn we dan nog?

 

Hoe sociaal zijn we in 2041? Houden we dan nog een beetje rekening met een ander? Of is tegen die tijd de individualisering zover gevorderd, dat we voor een naaste niets meer over hebben? Bestaat er in 2041 nog zoiets als solidariteit tussen rijk en arm, oud en jong, dik en dun, ziek en gezond, man en vrouw, mens en dier, Nederlander en nieuwkomer?

In de media lezen we over groeiend onbegrip. Over groepen die scherper tegenover elkaar staan. Wordt het straks ieder voor zich en schreeuwerds voor ons allen?

 

Minder vrijwilligerswerk

Sinds het uitbreken van de coronacrisis, en vooral in tijden van de lockdown, vinden we het volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) soms moeilijk om over de grenzen van het eigen belang heen te kijken. Neem het vrijwilligerswerk bij het buurthuis of op de sportclub. In Europa liepen we hierin lang voorop, met dertig procent van de Nederlanders actief als vrijwilliger. Middenin de lockdown geeft de helft ervan aan er veel minder aan toe te komen. Het aantal mensen dat meedoet aan demonstraties of zich verbindt aan bewegingen, is wel toegenomen. De vraag is of we dit uit lotsverbondenheid met behoeftigen doen, of uit eigen belang.

Neemt onze bereidheid om belangeloos iets voor een ander te doen af? Volgens het SCP ervaren we wel meer verharding in de maatschappij, maar vooralsnog geen noemenswaardige achteruitgang in solidariteit.

En ook emeritus-hoogleraar sociale wetenschappen Trudie Knijn ziet het niet zo somber in. "We kunnen nu een aantal activiteiten voor anderen niet goed doen, maar we lijken ons nog wel bewust van mensen met noden. Eenzame ouderen, ongedocumenteerden, kwetsbare jongeren. Een liefdadigheidsinstelling als de Voedselbank draait al de hele crisis lang op volle toeren."

 

Solidair met wie?

Alvast ter geruststelling: hoe op onszelf gericht we in 2041 ook zijn, er zal altijd zoiets bestaan als ‘passieve solidariteit’. We betalen met zijn allen belasting.

Hiermee kan de overheid ook tijdens een nieuwe pandemie weer steunpakketten samenstellen en tijdens lockdowns solidariteit afdwingen. En zelfs als nieuwe plagen uitblijven, zal de staat welvaart blijven herverdelen.

De vraag is alleen: wie krijgt dan wat? "In een rijk land als Nederland is de bevolking van oudsher voorstander van sociale bescherming voor ouderen, meer dan voor zieken en mensen met een beperking," weet hoogleraar Sociaal Beleid aan de Universiteit van Leuven Wim van Oorschot. Hij houdt zich bezig met de vraag: wie heeft in onze ogen waar recht op? Volgens hem zijn onze gevoelens van solidariteit voor werklozen nog wat lager dan voor zieken en mensen met een beperking. Voor armen nog weer wat lager en voor immigranten nog lager.

Van Oorschot wil zeggen: niet elke behoeftige kan rekenen op dezelfde mate van solidariteit. Voor de wet is iedereen gelijk, maar als het gaat om de aanspraak die men maakt op regelingen of de steun die men ervaart vanuit instellingen of maatschappij, is de een gelijker dan de ander. Weduwen meer gelijk dan gescheiden vrouwen, gescheiden moeders meer gelijk dan gescheiden vaders, mensen met een vast contract meer dan flexwerkers, gezinnen meer dan alleenstaanden. "Onze bereidheid om een ander te helpen hangt af van ons beeld van die ander. En of we ons met de noden van die persoon kunnen identificeren."

We beoordelen de ‘hulpwaardigheid’ van een behoeftige op vijf criteria. Control, attitude, reciprocity, identity en need. ‘CARIN,’ een begrip van Van Oorschot. We zijn eerder bereid de behoeftige te helpen als we vinden dat hij het niet aan zichzelf te danken heeft dat hij in behoeftige omstandigheden verkeert, als de behoeftige zich dankbaar opstelt in plaats van eisend, als de behoeftige iets terugdoet voor de ontvangen hulp, als we onszelf met de behoeftige kunnen identificeren en als we de mate van behoeftigheid denken te kunnen inschatten.

"We zijn conditionele coöperatoren," zegt Van Oorschot. "We dragen ons rechtvaardig deel bij als we zien dat de ander dat ook doet."

Gaan we op weg naar 2041 solidariteit meer als een beweging organiseren? Dat zou goed kunnen

Hulpwaardigheid

Conditionele coöperatoren: ik krab jouw rug als jij de mijne krabt. Hoe bestendig is deze voorwaardelijke solidariteit? Want de laatste tijd staat zelfs onze solidariteit met ouderen onder druk. Als ouderen eisen stellen aan AOW en pensioen of een groot huis bezet houden ten koste van jonge gezinnen, zien we ze minder als ‘hulpwaardig’. Jongeren denken: die oudjes hebben het zo slecht niet. Ze verbrassen ons geld, tasten het fundament onder het pensioenstelsel aan. De ‘paradox van de herverdeling’, noemt de Amerikaanse socioloog Richard Coughlin dit. Is solidariteit als basis voor het pensioensysteem in 2041 nog stevig genoeg? En als we al voor ouderen minder solidariteit beginnen te voelen, wat blijft er dan over voor migranten? Is de welvaartsstaat alleen ‘voor ons’?

Lastige vragen. Ook daarom vertrouwen we in 2041 solidariteit nog graag aan de overheid toe. Zij regelt wel het toezicht op de rechten van kwetsbare medeburgers. Zij herverdeelt welvaart. Maar we moeten ervoor waken, waarschuwt Van Oorschot, dat we zo ook solidariteit ‘als waarde’ overdragen aan anonieme instanties. Aan overheden die tussen ‘schenker’ en ‘ontvanger’ in staan. Want terwijl bij de ‘ontvanger’ het gevoel van dankbaarheid verdwijnt, verdwijnt bij de ‘schenker’ zingeving. ‘Solidariteit uit gemeenschappelijke potjes kan op termijn de legitimiteit van de welvaartsstaat ondermijnen.’

 

Solidariteit opnieuw uitvinden

Terug naar de beginvraag: hoe ziet solidariteit er anno 2041 eruit? Meer zichtbaar maatschappelijk betrokken pensioenfondsen en andere, voorheen anonieme, instellingen? Een sociale dienstplicht voor jongeren? Deelt de overheid kredietpunten en aftrekposten uit aan vrijwilligers? Of gaat het bedrijfsleven voorop lopen? Van sociale ondernemingen die ideaal en winst combineren? Of komt het uit onszelf, nu het vrijwilligersbestand vergrijst en onder jongeren vrijwilligerswerk minder vanzelfsprekend is? Gaan we elkaar op de socials beoordelen en liken? Gaan we in 2041 elkaars inzet monitoren? Slaat dit door naar sociale controle of dwang?

Trudie Knijn deed Europees vergelijkend onderzoek naar de motivatie van mensen om zich aan te sluiten bij een solidariteitsinitiatief en zag dat we het in Nederland al niet zo slecht doen. "Neem de Voedselbank. Het gaat de vrijwilliger daar én de eindgebruiker om het contact, om de uitwisseling. Het gevoel ergens bij te horen. Belangrijk is dus dat we een initiatiefnemer of vrijwilliger waarderen en bij dingen betrekken. Veel liefdadigheidsinstellingen stammen uit de jaren negentig, toen de overheid veel gaten liet vallen. Ze moesten het lang zonder steun stellen. Nu krijgen ze subsidie, maar in ruil moeten ze voldoen aan procedures. Top down-georganiseerde organisaties. Afgebakende taken, handjes moeten wapperen. Verkapte overheidsorganisaties. Dat kan mensen afstoten."

Kunnen we iets leren van de sociale bewegingen waar we volgens het SCP nu zo warm voor lopen? Voorbeelden ervan hebben we de laatste tijd op tv veelvuldig voorbij zien komen. Viruswaanzin, boeren op trekkers. Boze mensen die voor zichzelf opkomen – maar ook vrolijk uitgedoste klimaatdemonstranten, Black Lives Matter en ontroerende solidariteitsacties voor verplegenden. Gaan we op weg naar 2041 solidariteit meer als een beweging organiseren? Dat zou goed kunnen, denkt Knijn. "Bewegingen streven naar impact, hun doel is een snelle, blijvende invloed op de maatschappij. Anders dan liefdadigheidsinstellingen zijn ze plat georganiseerd, bottom up. Er heerst meer democratie en meer vrijheid. Iedereen praat mee en elke bijdrage wordt gewaardeerd. Het raakt aan de kern van de sociale wezens die we altijd zullen zijn: we willen ergens bij horen."

Volgende publicatie:
Het Nederland van 2041

Het Nederland van 2041

Gepubliceerd op: 12 mei 2021

Hoe leven we in 2041? In een reeks van zes artikelen schetsen we het Nederland van Straks. Hoe rijk zijn we dan? Hoe wonen we? Hoe werken we? Hoe consumeren we? Hoe sociaal zijn we nog?

In deze vierde aflevering vragen we ons af: hoe besteden we straks onze vrije tijd?

 

Wist je dat we van de 112 uur die we per week wakker zijn, maar liefst 44 uur aan vrije tijd hebben? Dat klinkt als een zee van tijd om erop uit trekken en spontaan met vrienden leuke dingen te doen. De paden op, de lanen in. Maar als we kijken hoe we die vrije tijd in de praktijk invullen, los van op de bank liggen en naar het plafond staren, tekent zich een nogal vastgeroest patroon af. Volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) gaat 40% op aan ‘mediagebruik’, 30% aan ‘ontspanning’, 20% aan ‘sociale contacten’ en de rest soms aan ‘vrijwilligerswerk’. “En behalve ons mediagebruik beperken we ook nog eens alles strikt tot het weekend, want doordeweekse dagen zijn voor het werk,” zegt Greg Richards, hoogleraar vrijetijdsstudies in Tilburg. “De structuur die we aan ons leven geven is al vijftig jaar hetzelfde.”

 

Zou dat in 2041 nog steeds zo zijn? “In 2041 zal alles vervloeien,” denkt Peter van der Aalst, docent Leisure & Events bij Breda University of Applied Sciences. Volgens hem verhullen de cijfers van het SCP een dynamiek in onze vrije tijd die al langer gaande is. “Alles loopt al door elkaar. Konden we ons twintig jaar geleden voorstellen dat we vanuit de trein met een computertje op schoot met de hele wereld contact zouden onderhouden? Dat we ter plekke zelf een vakantie zouden regelen, gebaseerd op de mening van veel andere mensen van over de hele wereld? Futuristisch? Nu noemen we het gewoon een smartphone en heeft onze oma van tachtig er ook één.”

 

Mix-up van vrije tijd en werk

Niet alleen onze vrijetijdsbestedingen vervloeien, ook onze werktijden en vrijetijdsbestedingen gaan dat doen. Kunnen we ze in 2041 nog wel van elkaar onderscheiden? Lopen we met een AR-bril op ergens buiten virtueel te scrummen met collega’s, terwijl we eigenlijk thuis op de bank in onze onderbroek Pim Pam Pet spelen met onze kinderen? “Het wordt steeds lastiger ons los te koppelen van ons werk,” zegt Marcel Bastiaansen, hoogleraar vrije tijd en toerisme. “Daardoor raakt onze vrije tijd steeds verder gefragmenteerd: het worden splinters die we niet meer ervaren als vrije tijd. Mogelijk neemt in de toekomst de hoeveelheid vrije tijd nog verder toe, maar de kwaliteit niet per se.”

 

Is het ook mogelijk dat de mix-up van minder werk en meer vrije tijd ertoe leidt dat we ons werk meer gaan zien als iets ernaast, als een hobby? “Dat is, vrees ik, alleen weggelegd voor de creatieve beroepen, waarin we nu ook al veel autonomie ervaren,” zegt Van der Aalst. “De digitale nomaden, die vanuit een zonnig oord of een vakantiehuisje in Drenthe hun communicatieadviezen verzorgen.” Of krijgen ook de eenvoudige beroepen meer vrije invulling van hun ambacht? De kunstenaar-stukadoor, de schoonmaker die ook bloemen schikt en het huis anders decoreert? Of andersom: worden amateurisme en onbezoldigd vrijwilligerswerk in de toekomst vergoed? De laatste padden overzetten, de laatste vlinders tellen... Volgens het SCP willen we toch minder van onze vrije tijd online gamend doorbrengen? We zeggen althans meer fysiek contact met onze naasten te willen ervaren en meer vrijwilligerswerk te willen doen.

 

“Zeggen is iets anders dan doen,” weet Bastiaansen. “Ik denk wel dat we ons steeds meer bewust gaan worden van wat we allemaal om ons heen laten liggen.” Van der Aalst wijst erop dat een belangrijk aspect van online gamen nu al bestaat uit het opbouwen en onderhouden van sociale contacten. “Vaak internationaal, wereldwijd. En wie zit er niet in diverse Whatsappgroepen voor familie, vrienden, collega’s, communities voor specifieke interessegebieden? Die organiseren vaak ook ontmoetingen in het echte leven. Ons sociaal contact neemt alleen maar toe. Al kan het soms als vluchtig worden ervaren.”

 

Primitief

In het jaar 2000 schreef de Amerikaanse hoogleraar Robert N. Putnam het boek Bowling Alone: The Collapse of American Community. Hoewel het online leven toen nog primitief was, zag hij hoe onze sociale structuren steeds verder uiteenvielen, hoe steeds minder mensen naar elkaar omkeken. Maar in 2016, toen de internetrevolutie zich al voltrok, schreef hij er een extra hoofdstuk aan vast, waarin hij hoopvol de vele initiatieven beschreef die hij ineens zag opkomen. Hoe kleine gemeenschappen oude vormen van vrijwilligerswerk en sociaal activisme opnieuw uitvinden. Mede geholpen door onze smartphone.

“We willen beleven door actief zelf iets toe te voegen, te leren, veranderen, verbeteren, betekenis te hebben”

Zetten sportverenigingen en volkstuinen sociale media al slim in? “Dat kan nog wel beter,” zegt Van der Aalst. “Old skool clubs hebben nog altijd de grootste moeite om vrijwilligers of leden aan zich te binden. Als ze er in 2041 nog willen zijn, moeten bestuurders en bonzen de hiërarchische aanpak laten varen waarbij ze verwachten dat vrijwilligers de handjes leveren. In tijden van corona bewijzen de sportscholen het al beter te begrijpen. Ze bieden online trainingen en programma’s op maat. Maar je ledenbestand, of liever gezegd je community, gedijt pas echt goed in een los-vast binding, zoals we dat bij urban culture & sports zien. Daar geldt het adagium each one teach one. Iedereen is leraar en leerling, trainer en speler, in een open cultuur waarbij men elkaar respecteert en de ruimte geeft om zelf events op te zetten en te promoten. In onze vrije tijd willen we niet meer alleen passief iets beleven. We willen beleven door actief zelf iets toe te voegen, te leren, veranderen, verbeteren, betekenis te hebben.”

 

Het nieuwe hedonisme

Daar is eindelijk dat woord weer. Beleven, de belevingseconomie. Lang niets van de belofte gehoord. Het klonk vooral in de toerisme-industrie. Maar wilden we tijdens daguitjes en op vakantie vooral geamuseerd worden, dingen beleven in de zin van ondergaan; nu is ook dat niet meer genoeg. In een variant willen we nu participeren, ons engageren. Iets positiefs bijdragen aan de lokale bevolking door streekproducten af te nemen. Schilderen in Griekenland, koken in Italië, koeien verzorgen op een opvang in Estland, zwerfhonden redden in Bulgarije, vluchtelingen helpen op Moria.

“Een kleinschalige, maar snelgroeiende vorm van toerisme,” zegt Richards. “In onze dagelijkse, versnipperde vrije tijd hebben we het druk met nog even snel de kinderen wegbrengen en andere sociale verplichtingen die ertussendoor moeten. Tijdens onze twee vakantieweken zijn we nog te onrustig om de hele dag niks te doen op het strand. Daarom mixen we luieren met leren, ontspanning met ontwikkeling.”

 

Zo krijgt ons hedonisme gezelschap van ‘eudemonisme’. Een hoger soort gelukzaligheid die – volgens de Griekse filosoof Aristoteles – alleen bereikt kan worden door daden die het welzijn van anderen bevorderen. “In de jaren zestig kwam het al in het toerisme op,” weet Bastiaansen. “Daarna vlakte het af in de neoliberale ikke, ikke, ikke-tijden. Nu komt het weer sterk opzetten.”

Een besef van de klimaatcatastrofe, de uitputting van de aarde en van verloedering van de buurt maakt dat meer mensen zich ergens voor willen inzetten, ziet ook Van der Aalst. “Het aantal eenpersoonshuishoudens neemt toe, mensen komen losser te staan van oude, maatschappelijke structuren. Als vanzelf gaan ze op zoek naar nieuwe betekenissen en verbintenissen. Dat kan in het klein, als buddy of als mantelzorger. Maar ook groepsgewijs, door samen zwerfvuil te rapen, vanuit bootjes plastic uit de grachten te vissen, de straat op te fleuren. Het is minder ieder voor zich. We bezien dingen minder als consument, meer als burger. Maar we willen ook lol maken. Ik verwacht dat er steeds professioneler events omheen worden bedacht. Muziek erbij, catering, scholing, wedstrijdelementen. Nederlanders en nieuwkomers aan elkaar koppelen, budgetten toekennen, hen uitdagen om vanuit diverse culturen samen aantrekkelijke concepten te ontwikkelen, de winnende concepten opschalen.”

“Zodra de meubelboulevards en attractieparken opengaan, lopen de bossen weer leeg”

Naar binnen keren

Om aan alle events en sociale druk te kunnen ontsnappen, zullen de vrijetijdswensen van anderen zich juist beperken tot niks doen. Naar binnen keren, dingen doen die niks kosten. Hoogstens een uurtje door de natuur wandelen, zoals we in coronatijden massaal zijn gaan doen. Maar Bastiaansen denkt niet dat die influx in de natuur een blijvertje is. “Anderhalf jaar lockdown is niet genoeg om natuurbeleving diep in ons systeem te laten nestelen. Zodra de meubelboulevards en attractieparken opengaan, lopen de bossen weer leeg.”

Richards denkt van niet. Hij wijst op de sterk afgenomen ‘sociale legitimiteit’ van vliegvakanties. “Vliegen is het nieuwe roken. En na Barcelona en Amsterdam zullen ook andere populaire steden toeristen gaan weren. Op staycation dus, de binnenlanden ontdekken.” Maar dat kost dus natuur. Wordt natuur een reservaat om haar te beschermen tegen de meutes? “Eigenlijk hebben we helemaal geen natuur. Geen oerbossen of rotspartijen. In Nederland maken we natuur, zoals de Oostvaardersplassen. Al zijn die niet voor publiek toegankelijk. Ik kan me voorstellen dat Staatsbosbeheer of Natuurmonumenten rond onze mooiste bossen een hek gaan zetten en entree gaan heffen.”

 

Net als bij het Safaripark rijden we in muisstille golfkarretjes over een parcours door verwilderde akkers en aan de natuur teruggeven weilanden, waar weer wolven en beren rondlopen. Met een veiligheidsvestje aan dat ze op afstand houdt… Of is dat niet nodig, accepteren we dat veel ervaringen niet meer echt zijn? Nemen we genoegen met onze VR-brillen, veilig thuis op de bank?

“China heeft al een virtuele dierentuin, Guangzhou Zoological Garden,” zegt Van der Aalst. “Ik verwacht dat we dit meer gaan zien als we dieren niet meer in kooien willen houden, zoals we dat ook niet meer in het circus toestaan.”

 

Echte leven

Maar hoe virtueel het ook wordt, denkt Van der Aalst, we zullen onze vrijetijdservaringen altijd fysiek willen delen met anderen, in het echte leven. “De games, festivals, concerten en events lopen hierin voorop. Ze zijn nu al meer hybride van opzet, minder plaats- en tijdgebonden. Ken je het jagen op virtuele Pokémons nog? Dat was al één voortdurende beleving. Meer dan alleen een livestream biedt metalfestival Roadburn in Tilburg nu een platform voor de trouwe bezoekers, waarvan 70% van buiten Nederland komt, zodat ze samen voorpret én napret beleven. De rapper Travis Scott verscheen als avatar in de game Fortnite voor een concertje van tien minuten, trok dertig miljoen gamers en verdiende zestien miljoen euro aan de verkoop van merchandise en fee. Daar moet hij anders twintig liveshows voor doen.”

 

Verdienmodellen genoeg. Al snakken wij én de artiesten naar gewoon een live-optreden. “Maar ook live zal het digitale zich vermengen met het echte,” voorspelt Van der Aalst. “In Ziggo Dome staan we straks met zijn allen met een AR-bril op te kijken naar Michael Jackson of een andere dode artiest. Het ‘echt’ allerlaatste concert van de Rolling Stones is niet meer iets unieks en eenmaligs. En omdat we door alle mogelijkheden beter weten waar er nog meer te beleven is, gaan we weer meer op pad, trekken eropuit. De paden op, de lanen in.”

 

 

Illustratie: Joyce Schellekens

 

Volgende publicatie:
Het Nederland van 2041

Het Nederland van 2041

Gepubliceerd op: 29 april 2021

Hoe leven we in 2041? In een reeks van zes artikelen schetsen we het Nederland van Straks. Hoe rijk zijn we dan? Hoe wonen we? Hoe consumeren we? Hoe sociaal zijn we nog? Hoe besteden we onze vrije tijd? In deze derde aflevering vragen we ons af: hoe werken we straks?

 

Werken anno 2021: dat komt neer op van negen tot vijf in een gebouw zitten en wachten. Tenminste, als we ten tijde van een pandemie nog op kantoor mogen komen. Op kantoor denken we aan thuis en thuis verlangen we naar kantoor. Maar anno 2041, denkt de Amerikaanse futuroloog Thomas Frey, na nog twee ontwrichtende viruspandemieën, zijn de nu al vele leegstaande kantoren inmiddels verbouwd tot woningen. En omdat de overheid dan nog steeds, tot onze wanhoop, verlangt dat we thuis werken, aan de keukentafel met kinderen, hebben we daar volgens Frey een oplossing voor gevonden.

“Tegen die tijd werken we vanuit een mobiel kantoor. Iedereen zijn rust en concentratie in zijn eigen, verbouwde camper. Een mobile workplace met te verduisteren ramen en stabiel internet. Naar believen in te richten als werkplek, filmstudio, tattooshop, uitvalsbasis voor een razende reporter, lommerd, vruchtbaarheidskliniek of gewoon als een rijdend kantoortje voor een kenniswerker. Ons bureau op wielen is volgehangen met technologie en robotica, met wie we net zo gezellig bijpraten als met die collega bij het koffieapparaat. Algoritmen drijven ons voort door de dag, stippen-op-de-horizontellers houden ons gefocust op de doelen. Als bewegend billboard maken we reclame voor onze handel, we pikken een afspraak op voor een meet-up en zetten hem weer af voordat de volgende begint. Al vergaderen we vooral virtueel, met VR-lenzen die ons onderdompelen in een laboratorium in India, of met AR-brillen die een laag over de te verbouwen productiefaciliteit in China leggen.”

 

Kenniswerker

Oké. Even een stapje terug. We proberen straks weer bij Frey aan te haken. We zullen zijn optimisme nog nodig hebben, want we duiken eerst met filosoof en digitale fitheidspionier Martijn Aslander in de vooruitzichten van de ‘kenniswerker’. En die zijn niet florissant. “Over twintig jaar zal het gros van Nederland zichzelf aanduiden als kenniswerker,” zegt Aslander. ‘Allemaal vergaren, verwerken, analyseren, clusteren en delen we de hele dag kennis. Maar dat doen we dan hopelijk wel iets slimmer dan nu.

Op dit moment werkt de kenniswerker alsof hij een lopendebandwerker is. Iemand die op één afgebakende werkdag een bepaalde productie oplevert. Hoewel hij zijn beste invallen onder de douche krijgt, verwachten we dat hij de hele dag naar een scherm kijkt. We dwingen hem in feite een toneelstukje op te voeren.

Dat gaat volgens Aslander niet langer zo. “We zitten in hippe kantoortuinen met glijbanen, ons ooit opgedrongen door oude goeroes van ‘het nieuwe werken’. Funest voor onze concentratie. We worden de hele dag afgeleid door prikkels en praatjes en komen nergens aan toe. Neem onze werktijden. Twintig procent van ons is in de avond op zijn best, twintig procent functioneert juist ’s ochtends om zeven uur optimaal. Waarom rekenen we elkaar dan af op vaste werktijden? Vinden we het gek dat zo veel mensen lijden aan stress en burn-out, volksgezondheidsvijand nummer één?”

 

Tijdconfetti
Hadden de jaren vijftig ons sowieso niet beloofd dat automatisering ons veel werk uit handen zou nemen? Waarom duurt het zo lang voordat we onze dagen in ledigheid kunnen voortbrengen? “Simpel,” zegt Aslander, “we staan al zeventig jaar stil. Destijds zaten we aan een bureau met wat laden, wat bakjes voor de post, een telefoon met een snoer en een typemachine. Nu tikken we nog steeds op een toetsenbord – met twee vingers, omdat we nooit blind hebben leren typen. We gebruiken een vliegtuig om over de snelweg te rijden.”

Aslander heeft een studie gemaakt van de dwalingen van de kenniswerker. Volgens hem maken we de hele dag door documenten aan, sturen die naar twaalf anderen die er wijzigingen in aanbrengen, waarna we de nieuwe versie apart opslaan. “We denken dat dit werken is. Eén telefoontje verder en we hebben een perspectief dat de laatste versie meteen waardeloos maakt. Tussen alle tijdconfetti door – mail checken, appen, tweeten, praatje – schuiven we papier rond en stoppen die weg in mapjes en submapjes, die allemaal op elkaar lijken. Overal verstoppen we stukjes informatie, zoals eekhoorns met eikeltjes doen. Maar… waar hebben we alles neergelegd? Ons ruimtelijk en ons visueel geheugen zijn de sterkst ontwikkelde vaardigheden van ons brein, maar er wordt geen beroep op gedaan.”

Aslanders punt: we zijn de bedoeling van werk vergeten. We verwarren het met een vaste baan van vijftien jaar lang hetzelfde trucje doen. Oké, we netwerken meer dan vroeger en we vergaderen nu staand en we scrummen agile. “Maar wat levert dat op als we niet à la minute bij de juiste informatie kunnen? Een kwart van onze energie gaat op aan denken. Zonde om dat te besteden aan het opsporen van die ene waarneming, dat gouden ideetje dat je van de week in een mailtje aan jezelf stuurde.”

 

Monetair kapitaal

Als we geld op de bank zetten, zegt Aslander, groeit ons monetair kapitaal. Maar ons informatiekapitaal stoppen we in een oude sok. We verstoppen die sok onder het matras, zodat niemand erbij kan, wijzelf ook niet. “Intussen neemt de hoeveelheid informatie die dagelijks op ons afkomt razendsnel toe. We moeten informatie dus slimmer verwerken. Maar die vaardigheid leren we niet op school en ook niet in organisaties. Als kenniswerken een ambacht is, hebben maar weinigen dat onder de knie. De meesten doen maar wat. Wie van ons heeft zich op tijd aangepast aan de dynamiek van 2041 en overleeft tussen de concurrentie? Ik denk dat de snelheid en het gemak waarmee je voor anderen van waarde bent, je succes zal bepalen. Wees zuinig op je informatiekapitaal en op je sociaal kapitaal, zodat je minder afhankelijk bent van monetair kapitaal.”

 

Intussen bereiden onze werkgevers zich voor op de digitale toekomst door zich te verdiepen in AI, Big Data, blockchain. Spannende ontwikkelingen, vindt ook Aslander, maar zinloos als werknemers nog niet eens de finesses van Outlook of Excell kennen. “We zijn niet digitaal fit. Het gaat al mis met de tools waar we nu mee werken: een Ikea-setje IBUS-sleutels om een heel huis mee te bouwen. Als je vanuit de toekomst naar ons werkgereedschap kijkt, vallen de meeste tools af. Tools moeten informatie opslaan, doorzoekbaar, sorteerbaar, ordenbaar, herordenbaar, meta-dateerbaar en deelbaar zijn. Zelf werk ik met Evernote. Met een superscanner heb ik alles in huis gescand, 93.000 notities in totaal. Zelfs mijn zwemdiploma of die ene taxibon uit 1989 heb ik in één seconde gevonden.”

Welkom in ‘de nieuwe werk-werkelijkheid’. Pas als we de basis op orde hebben en voldoen aan een minimale digitale hygiëne, als we altijd en overal onmiddellijk bij kunnen en kennis en connecties paraat hebben – dán komen we toe aan de vaardigheden waarmee we ons kunnen onderscheiden. Nu en in 2041. “Kritisch denken, creatief zijn, ondernemen, communiceren, samenwerken,” zegt Aslander. “Dan pas ben je de oplossing voor iemands probleem. Dan scoor je in de elevator pitch, in de boardroom, op een verjaardagsfeestje.”

 

Gewone banen

Fijn voor mensen met hoogwaardig werk aan de top, maar wat doet automatisering met gewone banen in 2041? In 1867 voorspelde Karl Marx dat het belang van de factor laagwaardig arbeid steeds verder zou afnemen. Kort daarop deelde ingenieur Frederick Taylor het werk in de automobielfabriek van Henry Ford op in afzonderlijke, eindeloos te herhalen taakjes aan de lopende band. En terwijl in 2021 de automatisering verdergaat waar de industrialisering is opgehouden, en we in callcenters of als maaltijdbezorger nog steeds door technologie worden gemicromanaged, ervaart één op de vier mensen zijn baan als nutteloos en betekenisloos. 21 Procent van alle werkzaamheden wordt door machines verricht. In 2025 is dit al tot boven de vijftig procent gestegen. Probeerde Taylor van ons een robot te maken? Nu vrezen we dat robots ons werk gaan afpakken.

Wat is werk eigenlijk? “Werk,” zei de filosoof Voltaire, “redt een mens van de drie grote kwaden: verveling, zonde en verlangen.” Lang zagen we werken als een christelijke plicht: in het zweet des aanschijns verdienden we ons brood. Nu zien we werken meer als een plicht aan onszelf – we willen ons ontplooien. We halen betekenis uit inspanningen, genieten van het klaren van een klus. Wat laten de robots daarvan over in 2041? Is het beetje werk dat er dan nog is iets ‘voor ernaast’? Verdienen we plichtmatig onze centen, om onze tijd verder te verlummelen met filosoferen en de kunsten, zoals de oude Grieken deden?

 

Riolen schoonmaken

“Taak voor taak automatiseren we onze banen ons bestaan uit,” ziet ook Thomas Frey. “Dus hebben we straks onze baan nog? Natuurlijk! Alleen niet die baan. In tegenstelling tot wat we vrezen of wensdromen wacht ons een tijdperk van super-werkgelegenheid.” En dat niet alleen: Frey denkt dat robots ons werk juist leuker gaan maken. “Rotklusjes als riolen schoonmaken of wc’s schrobben nemen ze van ons over, maar in de meeste andere banen werken we als gelijken met ze samen. Waarom ik dat denk? Er komt onvoorstelbaar veel innovatieve technologie aan. Daaruit ontstaan honderdduizenden micro-industrieën, met werk voor honderden miljoenen mensen die het leven opnieuw gaan vormgeven.”

Bovendien zien we in 2041 een herwaardering van oude beroepen, denkt Frey. “De leraar, de coach, de journalist: dat zijn de vitale beroepen van straks. Als in de informatiemaatschappij alle antwoorden beschikbaar zijn, wordt het stellen van vragen essentieel. Dan gaat het er meer dan ooit om dat we dingen uitproberen, klooien, falen, reflecteren en blijven oefenen. Zaken die een robot niet zo goed kan, maar wij wel. In welke beroepen dat gebeurt? In de journalistiek zijn we naast de robot-factchecker nog steeds aan het werk als razende reporter of als briljante nieuwsduider. Maar er zijn ook datadetectives en data-ethici. Robotpersoonlijkheidstrainers en droneverkeersregelaars. AI-accountants, 3D-huizenbouwers, cryptovalutatoezichthouders, sensorentroubleshooters, ruimtevaartimpactregelaars, asteroïdemijnbouwers, gentherapeuten, mixed reality-coaches, kweekvleesontwerpers. En ja, er zal ook veel werk zijn voor interieurontwerpers – voor onze mobiele werkcamper.”

 

Illustratie: Joyce Schellekens

Volgende publicatie:
‘Wie helpt Mark Rutte? Minister Sinterklaas’

‘Wie helpt Mark Rutte? Minister Sinterklaas’

Gepubliceerd op: 26 april 2021

Na een goed ontvangen eerste seizoen van Kids & Knaken, starten we een nieuwe videoreeks waarin kinderen openhartig praten over meer dan alleen geld: Kids & …


Wat als kinderen één dag de baas mogen zijn van Nederland? Dan willen ze ‘de wereld een beetje schoonhouden’, ‘alles gratis maken’ en ‘corona afschaffen’. In deze Kids & Politiek zien we dat politieke interesse er al met de paplepel wordt ingegoten. Kinderen weten dat Mark Rutte het voor het zeggen heeft, maar ‘de koning zegt wat hij moet doen’ en ‘minister Sinterklaas’ helpt ook een handje. En de schatkist met al zijn geldpotjes? Die wordt besteed aan ‘leraren die meer geld willen’, ‘een klimrek’ en ‘een school bouwen’.

Bekijk ook de drie afleveringen van onze videoreeks Kids & Knaken terug: 

Dit zeggen kinderen over sparen, pensioen en geld verdienen.

“Beleggen? Dat doe je toch op je op je bord!” Dit zeggen kinderen over sparen, pensioen en geld verdienen.

Wat weten kinderen eigenlijk van ingewikkelde zaken zoals rente – ‘Lente? Nee, rente!’ – sparen en lenen? De een weet alles over geld, de ander vindt het nog veel te vroeg. En wat zouden ze doen als ze de loterij winnen?

Volgende publicatie:
Het Nederland van 2041

Het Nederland van 2041

Gepubliceerd op: 21 april 2021

Hoe leven we in 2041? In een reeks van zes artikelen schetsen we het Nederland van Straks. Hoe rijk zijn we dan? Hoe wonen we? Hoe werken we? Hoe sociaal zijn we nog? En hoe besteden we onze vrije tijd? In deze tweede aflevering vragen we ons af: hoe consumeren we?

 

Voordat we ons met fooddesigner Chloé Rutzerveld vergapen aan de heerlijkheden van de supermarkt van het jaar 2041, wacht ons achter de klaphekjes eerst een spannend moment: de voedingsapotheek. Voor een update van onze gezondheid leveren we een poepmonster in. En voor de nutriëntenbehoefte van ons lichaam laten we de chip in onze hand uitlezen met daarin ons DNA-voedingsprofiel. In ruil krijgen we de status van onze darmflora en een boodschappenlijstje mee. Uit de muur trekken we nog wat shotjes gepersonaliseerde poeders met alle vitaminen en mineralen die we nodig hebben en dan op naar de groenteafdeling. Maar… waar is de groente? En waar is de vleesafdeling, de broodafdeling? Het lijkt hier allemaal door elkaar te lopen. Het is één grote, gezonde snoepkraam geworden. Fruitkroketten van de snijresten van ananas en meloen, bitterballen van onverkochte rode bietjes en oesterzwammetjes, versgebakken stroopwafels van kontjes en schraapsel van knollen – de warme wortelstroop loopt ertussenuit. Dus voedselverspilling is alvast geen punt meer. Het is een no-brainer gebleken. Op aarde zijn er sinds 2021 weliswaar anderhalf miljard mensen bijgekomen, maar meer mensen betekent niet dat we meer voedsel produceren. Dankzij vrije denkers als Rutzerveld zijn we onze verbeeldingskracht gaan gebruiken.

 

Ooit was de supermarkt een plek waar overschotten aan het eind van de dag in de container gingen en waar het plasticprobleem weinig voortvarend werd aangepakt. Maar in de loop van de jaren twintig en dertig trokken we de voedselvoorziening naar ons toe. Nu dwalen we over een festivalterrein met particuliere initiatieven en laboratoria waar we zelf groente telen en vlees kweken. Op hangplekken wisselen we recepten uit, proeven elkaars gerechten. ”Wij consumenten zijn aan het produceren geslagen,” zegt Rutzerveld.

 

Biologisch of industrieel

Voordat we in de wondere wereld van Rutzerveld boodschappen doen, gaan we even terug. In 2021 ziet de toekomst van voedsel er niet florissant uit. Na wetenschappelijk breed onderschreven rapporten van VN-klimaatpanel IPCC en het Wereld Natuur Fonds is er geen twijfel meer dat we met onze landbouw, veeteelt en visserij bezig zijn onze planeet op te eten en onze levens in gevaar te brengen. Prikken we in 2041 nog onbezorgd een balletje?

“Het is niet moeilijk om onze toekomst voor te stellen als hemel of als hel,” zegt filosoof Koert van Mensvoort van ontwerpbureau Nature Next Network. “Het gaat erom je een wereld voor te stellen waarin je wel zou willen leven.” Hij vraagt zich af wat onze tradities zijn en hoe we die met technologie kunnen transformeren naar een aantrekkelijke wereld. “Dat kan betekenen dat we dingen niet anders gaan doen, maar slimmer. In een mengelmoesje van nostalgie en innovatie. Over twintig jaar leven we op een ouderwetse manier beter.”

 

Neem lokaal, onbespoten voedsel. Het is er al heel lang, maar we zien het vaak over het hoofd. Er is al wel de gemaksbox die wordt thuisbezorgd met verse streekproducten en recepten, en waar boeren in de regio meer aan verdienen. Er zijn zelfvoorzienende gemeenschapjes met stadstuintjes, met een boer als steward. Toch wordt biologische landbouw door sceptici als voedselwetenschapper Louise Fresco niet als serieus alternatief gezien voor industriële landbouw, plantaardig niet als vervanger voor diergebruik en kostbaar gesleep over de aardbol. We zouden er de wereld niet mee kunnen voeden. “Maar waarom,” zegt Van Mensvoort, “zou er geen synthese mogelijk zijn? Wat als we van onbespoten een efficiënt proces maken? Niet zelf kromgebogen onkruid staan wieden, maar ons laten helpen door robotjes? Dan wordt de kwaliteit van grootmoeder ook betaalbaar voor Henk en Ingrid. Trouwens, Fresco zegt het misschien niet hardop, maar tegen mij zei ze eens dat ze heeft laten uitrekenen dat we op zo’n manier wel vijftig miljard mensen kunnen voeden. Al helpt het als we allemaal vegetariër worden.”

 

We moeten de situatie meer in het licht van de geschiedenis bekijken, vindt Van Mensvoort. “Steeds als we dachten dat de aarde vol was, bleken er meer mensen bij te kunnen. Had de jager-verzamelaar voor zijn gezin nog hectares land nodig; de landbouw schaalde de voedselvoorziening op en industrialisatie nam na de oorlog onze angst voor honger voorgoed weg. Nu is ongezond eten vierentwintig uur beschikbaar. Tijd voor de volgende fase: de kwaliteit van vroeger, maar dan écht efficiënt.”

In zijn boek The Wizard and the Prophet (2018) zag Charles Mann nog twee stromingen tegenover elkaar staan. De ‘profeten’ die de grenzen van de aarde respecteren versus de ‘tovenaars’ die ze met technologie willen verleggen. Van Mensvoort ziet ze in een team samenwerken. Hoe ziet dat eruit in 2041?

 

Onze voedselproductie in 2041

In 2041 consumeren we zo lokaal mogelijk, maar koffie, cacao, avocado’s, quinoa, citrusvruchten en bananen halen we nog van ver. Alleen doen we dat niet langer, zoals wereldvoedselorganisatie FAO al vaststelde, door soja en palmolie uit Zuid-Amerika en Azië te halen. We draaiden het om. We helpen Afrika om zelf goedkoop voedsel voor miljoenen te produceren, zodat veel meer mensen de Westerse manier van consumeren kunnen voortzetten.

Om te beginnen geven we onze positie als tweede voedselexportland op. We stoppen met de export van landbouwdump, het verschepen van varkensoren naar China. “Tegelijk klimmen we naar de eerste plaats in kennisexport,” zegt Van Mensvoort. “We vragen aan de boer: wat is jouw product? Een karbonade? Of is het je kennis, hoe je soja omzet in een vlezige, smakelijke structuur? Kennis is makkelijker te verspreiden en je verdient er een betere boterham mee.”

 

We verspreiden niet zozeer onze expertise in monotone akkerbouw, landbouwchemicaliën, varkensstallen. Wel onze schaalvergroting, waarmee we onze eigen honger bestreden. Wel onze drones, om met precisielandbouw akkers in Afrika te bewerken. Wel onze waterbeheersing, het bestendig maken van gewassen tegen weersschommelingen en echte kringlooplandbouw, waarbij slimme toiletten helpen urine en ontlasting thuis te scheiden, zodat de nutriënten als mest terug kunnen naar het land. Iets wat we in Nederland niet eens voor elkaar krijgen, kunnen we in Afrika realiseren.

 

Intussen in de supermarkt van 2041

Op wat de groenteafdeling zou kunnen zijn, grissen we geen zakje chemisch oranje worteltjes mee. We kruisen zelf vergeten peensoorten en knollen terug, in de oorspronkelijke kleuren. Bijgestaan door telers downloaden we naar keuze een groeirecept, planten indoor zaadjes, spelen met de hoeveelheid water, CO2 en licht en beïnvloeden zo de smaak, vorm en voedingsstoffen van groente en fruit. Langs wanden brengen we de gewassen zelf groot. De knutselaars onder ons gaan nog een stap verder en spelen met vormen. Ze bedenken cilinderaubergines, kubusbrocoli en een sandwichtomaat die perfect op de boterham past. “Geen science fiction. Technisch kan het al,” zegt Chloé Rutzerveld.

 

In haar boek Food Futures, How Design and Technology can Reshape our Food System laat Rutzerveld zien hoe we de kloof tussen nostalgie en wetenschap overbruggen. “Nu al betalen we graag voor basilicumplantjes in potjes en zelf jus persen. Zo overbruggen we straks ook de gespletenheid in onszelf, de kloof tussen de burger en de consument die we zijn. De burger die zegt dat hij duurzaam en plantaardig wil eten en graag een eerlijke prijs betaalt, de consument die in de praktijk onverschillig naar de kiloknaller grijpt.”

 

Om ons bijvoorbeeld te verleiden eiwitten niet langer uit dieren te halen maar uit planten, tappen we op de geen-zuivelafdeling grasmelk uit een bioreactor in de vorm van een koe. Technologie kan ons veel bieden, zei de futuroloog Kevin Kelly al, op twee dingen na. Vertrouwen en verhalen. De behoefte hieraan zit diep. Vertrouwen is niet te downloaden, dat moeten we verdienen. Verhalen over wat we gewend zijn, helpen ons daarbij.

 

Dus op de geen-vleesafdeling groeien achter de ruitjes van een snackbarautomatiek hamburgers van kweekvlees. We voeren vleesmachines deegmengsels van algen, uit 3D-printers glijden speklapjes, rundervinken, foie gras van zeewier. Willen we per se vlees waarvoor een dier is gedood? In een kweekbak liggen nog bakjes sabelsprinkhaan. De lichaampjes zijn opgeblazen tot plofinsect. Pootjes, vleugeltjes en voelsprietjes zijn verwijderd. Een eiwitbom, maar het loopt niet. Dan doet mensenvlees het beter. Als er ergens geen tekort aan is, is het mensenvlees. We eten het nog niet elke dag op brood, het is iets speciaals. We kweken eigen lichaamscellen op, als een medaillon groeit het op ons lichaam.

 

Op de geen-broodafdeling van Rutzerveld spelen we verder met de nostalgie van eten en de functionaliteit ervan. “We pluizen ons dagelijks brood uiteen in de elementen genieten en voeden. Waarna we het weer opbouwen tot iets nieuws, zonder de nadelen die bij ouderwetse productie komen kijken.” Geen ladingen tarwe uit het buitenland dus. We kweken uit reststromen celculturen op. We mengen gist of desem met de gepersonaliseerde poeders met voedingsstoffen die we eerder meekregen uit de apotheek tot een papje. Dan op naar de ovens, om er een vers broodje van te bakken. Met de knapperige korst van een spruitje, de wolkige textuur van een cake en het sappige van de binnenkant van een tomaat. Tot slot brengen de geuren en kleuren van een AR-bril ons terug naar dat ene, verse bakkertje op een pleintje in Napels.

 

Bij de kassa betalen we niet eens de hoofdprijs voor de nieuwlichterij. “Als we willen dat consumenten zich gedragen als de betrokken burger die ze te weinig zijn,” zegt Van Mensvoort, “moeten we ze niet alleen verleiden, maar ook belonen.” Waarom levert het kappen van een boom ons geld op, maar kost een boom planten geld? Hij bedacht de ecocoin. “Aan consumeren voegen we het aspect van het pensioenfonds toe. Nu iets inleggen, straks de waarde. Vandaag geen dierlijk vlees gekocht? Eén munt. Auto laten staan? Eén munt. Bij vijftig munten is je zegelboekje vol en krijg je korting. Net als vroeger.”

Volgende publicatie:
Het Nederland van 2041

Het Nederland van 2041

Gepubliceerd op: 12 april 2021

Hoe leven we in 2041? In een reeks van zes artikelen schetsen we het Nederland van Straks. Hoe rijk zijn we dan? Hoe consumeren we? Hoe werken we? Hoe sociaal zijn we nog? En hoe besteden we onze vrije tijd? In deze eerste aflevering vragen we ons af: hoe wonen we straks?

 

Vanuit het vliegtuig bekeken is het Nederland van 2041 nog altijd dat geelbruine poppendekentje van landbouwkavels. Maar kijken we met architect en voormalig Vlaams Bouwmeester Leo van Broeck wat beter naar de donkere naden tussen die lapjes grond, dan zien we dat de opmars van de dozen, distributiecentra, megastallen, datacenters, zonneparken, lintbebouwing en andere verrommeling een halt toe is geroepen. Wat er nog staat, is met groen overwoekerd. En onze geliefde kerktorentjes, slootjes, bruggetjes? Zijn er allemaal nog. De eentonige, met gif bespoten akkers zijn ingewisseld voor meer diverse landbouw en veel meer vrije natuur en – maar wacht eens. Kampten we in 2021 niet met een wooncrisis? Een acuut tekort van 331.000 woningen volgens ABF Research? Sindsdien zijn er nog anderhalf miljoen Nederlanders bijgekomen. Waar wonen al die mensen? “In elk geval niet hier,” zegt Van Broeck. “Niet in de open ruimte.”

 

Op het platteland

Terug naar 2021. Op de woningmarkt is een stoelendans gaande met steeds minder stoelen en steeds meer deelnemers. Sinds de rijksoverheid haar handen ervan aftrok drijven huisjesmelkers de huizenprijzen op, bouwen buitenlandse investeerders, projectontwikkelaars en gemeenten alleen nog dure, rendabele appartementencomplexen en verdwijnen sociale huurwoningen naar de vrije sector. Middeninkomens vertrekken uit de stad. Starters wonen noodgedwongen bij hun ouders. Het aantal daklozen neemt toe. En omdat senioren langer zelfstandig moeten wonen, vereenzamen ze in veel te grote gezinshuizen.

Over één ding is men het al wel eens. In tien jaar tijd één miljoen woningen erbij. Maar waar bouwen we die? Buiten of binnen de stad? Er woedt al jaren een verhitte discussie over. “Ik vind dat we het aan de mensen zelf moeten overlaten,” zegt Co Verdaas, dijkgraaf, voormalig PvdA-staatssecretaris en hoogleraar gebiedsontwikkeling. “Volgens mijn gegevens wil een derde in de stad wonen, een derde net buiten de stad en een derde landelijk. Van alles wat dus. We ontkomen er niet aan om buiten de stadsgrenzen te bouwen. Natuur en goede landbouwgrond zonderen we uit, maar langs de radialen A2, A12, A28 zijn nog voldoende hectares te vinden voor zeker 700.000 nieuwe woningen.”

 

Spooksteden

Architect Van Broeck gruwelt ervan. “Vroeger lachte Nederland Vlaanderen uit om ons chaotisch volgebouwde landschap. Het klopt dat jullie ooit zuinig waren op de open ruimte, maar dat is in korte tijd omgeslagen. Nu stampen jullie hele spooksteden uit de polder. Ik was eens in Lelystad, verschrikkelijk. Geen hond op straat. Jullie asfalteren alles de verdommenis in.” Volgens Van Broeck maken Nederlanders zich veel te druk om de woningnood. “Maak je liever druk over de vernietiging van het ecosysteem. Uitbreiden in de regio stoot twintig keer meer broeikasgas uit dan inbreien in de stad. De opwarming van de aarde wordt veroorzaakt door mensen die buiten de stadscentra wonen. Buitengebied leegmaken dus, landbouwgrond vrijmaken. De natuur wordt een reservaat.”

Steeds maar groter wonen, dat gaat niet meer. We draaien het om. Niet méér woningen, maar meer mensen voor elke woning

Zelfvoorzienende woontorens

Zijn voor die miljoen woningen wel genoeg meters binnen de ring te vinden? “Dat getal is zwaar overdreven,” zegt Van Broeck. “De bevolkingsgroei neemt over een paar jaar alweer af. Laten we beginnen met leegstaande kantoren en winkelpanden te transformeren en restkavels te bebouwen. Niks geen tiny houses in open veldjes meer, alleen nog stedelijke tegenhangers: micro-appartementen in torenhoge flats. Zelfvoorzienend, stadjes op zichzelf.”

De helft van de woningvraag kan volgens cijfers van de Brinkgroep worden opgelost door binnen de stadsgrenzen te verdichten. Dus daar maar eens mee starten? Verdaas denkt niet dat mensen dit willen. “Geen Hongkong of Singapore. Onleefbaar. Er wordt altijd op neergekeken, maar mensen willen gewoon een rijtjeshuis met tuintje in een vinexachtige wijk.” Dat zit er niet meer in, zegt Van Broeck. “Mensen moeten hun woonwensen bijstellen en snel ook. In een eeuw tijd zijn we van 8 naar 65 vierkante meter per persoon gegaan. Steeds maar groter wonen, dat gaat niet langer meer. De tijd is op. We draaien het om. Niet méér woningen, maar meer mensen voor elke woning.”

 

Betonstop

Als Vlaams Bouwmeester bedacht Van Broeck eens de ‘betonstop’, die in zijn land veel stof deed opwaaien en onlangs toch is ingevoerd. Per decreet alleen nog stadinwaarts bouwen, werkt dat? “Natuurlijk werkt het. Maar het is slechts een begin. Een bewustwording. Zo gaan we ook stoppen met vrijstaand bouwen. Aan villa’s doen we niet meer. Wil je per se landelijk? Dat kan alleen nog in verdichte dorpjes, compacte microstadjes. Maar niets meer ertussenin. Iets ertussenin betekent dat we nog meer bodem gaan bedekken met asfalt. Woon-werkverkeer kost ons nu al jaarlijks miljarden euro’s aan files. Om dat in te zien hoef je geen groene te zijn. Elke dag anderhalf uur in de file kost ons echtscheidingen en obesitas. Leaseauto’s worden dus ook verboden, in ruil krijgen mensen een salariswoning. Telewerken wordt toch de standaard.”

Kunnen we van mensen vragen dat ze ophokken? “Iets anders is onverantwoord. Jij laat je kind toch ook geen fikkie stoken in een droog bos?”

In 2041 is het in de stad aangenamer wonen dan erbuiten

In onze stad

Hoe ziet de stad van 2041 eruit? Een menselijke bio-industrie? Ter hoogte van metropool Randstad duiken we omlaag, vliegen door de straten. Tussen de volwassen bomen, dicht struikgewas en publieke, schaduwrijke terrassen bovenop daken van woontorens en parkeergarages vallen de gestapelde en volgepakte woningen niet op. Klimplanten woekeren langs spankabels, gevels en nestkasten. De straten zijn autovrij. Fietsers op meanderende lanen zijn te gast op door voetgangers gedomineerde woonerven en in verwilderde parken, de koelelementen van de stad. Om de stad nog meer te wapenen tegen hitte en wateroverlast door klimaatopwarming zijn overal klinkers en tegels uitgebroken. Op waterdoorlatende pleintjes mag het gras hoog groeien. In vochtige draslandjes en rond stadsriviertjes krioelt het van de biodiversiteit. In gloeiendhete zomers is de temperatuur hier lager dan op het open land.

“En dan heb je ook nog eens alles direct om de hoek: voorzieningen, ziekenhuizen, winkels, scholen, cultuur,” zegt Van Broeck. “In 2041 is het in de stad aangenamer wonen dan erbuiten.”

 

Sensoren en camera’s

Maar gaat het onderling niet mis, met zo veel mensen op elkaar? We zien het niet, maar achter het sociale, groene paradijs gaat nog een wereld schuil. Overal zijn sensoren en camera’s in gestopt. Ze meten drukte, pollenpieken, luchtverontreiniging, vuilcontainers, doorstroom in het riool en het gedrag van verkeersdeelnemers. In controlekamers zetten algoritmes de verzamelde data om. Bewoners lezen handelingsmogelijkheden af van horloges en passen hun gedrag aan. Ze melden zelf een gat in het wegdek en andere onregelmatigheden. Digitale privacyschendingen door de overheid? Helaas zijn ze aan de orde van de dag. Er blijft nog veel te verbeteren. Het is een laboratorium, waarin we samen dingen uitproberen en samen zorgen voor veiligheid. “Stedelingen gaan weer dromen en zelf doen,” zegt Van Broeck.

 

In ons huis

We dringen dieper een woonwijk uit 2041 binnen. Hoe wonen we? “Flexwoningen, zelfbouwgroepen, meergeneratiewijkjes. Woonconcepten te over om uit te kiezen,” zegt hoogleraar Housing Institutions & Governance Marja Elsinga. Met het project 1M Homes jaagt ze vernieuwing aan, waarbij ze vooral let op kwaliteit en betaalbaarheid. “Neem de spartaanse portocabins voor starters, studenten en statushouders op braakliggende plekken. De hapsnap oplossingen van 2021. De nood is nu hoog, gemeenten komen ermee weg. Stapelbaar, verplaatsbaar, maar is het vervaardigd van circulair materiaal? Heeft het een minimum aan comfort?”

Of neem het scheefwonen. Ouderen die volgens het CBS 140 m2 bezet houden, jonge gezinnen op 35 m2. Beide groepen zitten nu muurvast. Verhuismakelaars verleiden senioren al om hun plek vrij te maken en door te stromen naar knarrenhofjes, aantrekkelijke woonarrangementen met gezelschap, zorg en gedeelde voorzieningen. “Maar beter is: ouderen en jongeren die samen woonvormen aangaan, gemeenschapjes waar mensen naar elkaar omkijken,” zegt Elsinga. “Als de laatste meters maar niet aan projectontwikkelaars worden gegund. Dan krijg je weer dure appartementengebouwen. Geef de regie terug aan de bewoners. Bouw strategisch, faciliteer initiatieven en bevorder flexibel wonen.”

 

Open bouwen

Strategisch bouwen komt in de praktijk neer op ‘open bouwen’. Een idee uit de jaren zestig, van de Nederlandse architect John Habraken. Grote, vaste dragers van beton, de inbouw is flexibel. Op veel plekken gaan we dus dezelfde stijlen tegenkomen, maar zolang de bouw van hoogwaardige architectonische kwaliteit is en steeds anders wordt ingevuld, verveelt het niet. Studio’s kunnen eenvoudig worden gedemonteerd en elders weer opgebouwd. Door een wand te verplaatsen kunnen appartementen worden gesplitst of samengevoegd. Van buiten maak je binnen en andersom. In welke levensfase je ook zit, je hoeft niet meer te verbouwen of te verhuizen, want je huis verandert met je mee.

“Wonen,” zegt Elsinga, “is een levenslang grondrecht. We moeten af van de woning als speculatieobject. In een land waarin iedereen meedoet is wonen een stabiele langetermijninvestering. Echt iets voor pensioenfondsen dus. Vooral voor mijn pensioenfonds ABP. Op je oude dag heb je niet alleen recht op pensioen, maar ook op een waardevol leven. Op gemeenschap en gezelligheid.”

 

Elkaar gelukkig maken

In het wooncomplex van 2041 wekken mensen samen energie op en bergen overtollig water. Niemand heeft een eigen tuin, wel verbouwen we in verticale moestuinen onze eigen groente en kruiden en ontmoeten buurtgenoten elkaar in talloze, met elkaar verbonden parkjes.

En als we liever op onszelf zijn? Ons willen terugtrekken in het huis van de toekomst, waar de Chriet Titulaers ons nu lekker mee maken? In onze keuken waar de koffiemachine al pruttelt als de wekker gaat, de koelkast ons een boodschappenlijstje stuurt en waar een machine voedsel 3D print? De badkamer die onze gezondheid checkt, het toilet dat urine analyseert, de tandenborstel die conclusies deelt met de tandarts?

Van Broeck denkt dat we het, tegen die tijd, belangrijker vinden dat onze douche 100 procent water hergebruikt. Dat onze spullen van schimmels zijn gemaakt en op de composthoop kunnen. Dat ons wooncomplex is voorzien van een feestzaal waar kinderen de hele klas kunnen uitnodigen en van een knutselhoek met professioneel gereedschap. “Het egoïsme is weg. Mijn buur mag niet hoger bouwen? Mijn zon mag niet verdwijnen? Dicht op elkaar in de stad wonen betekent: elkaar gelukkig maken. We moeten wel.”

Volgende publicatie:
“Ogen op de bal en doen wat we hebben afgesproken”

“Ogen op de bal en doen wat we hebben afgesproken”

Gepubliceerd op: 1 april 2021

Hoe houd je je als pensioenuitvoerder van acht fondsen staande in een jaar dat overschaduwd wordt door corona? Het was volgens de recent aangetreden bestuursvoorzitter Annette Mosman een ultieme testcase die APG goed heeft doorstaan. “In 2020 gingen medewerkers van het een op het andere moment thuiswerken, hielden we vanuit drieduizend thuiskantoortjes de pensioenadministratie van 4,7 miljoen deelnemers draaiende en raakten we niet in paniek toen de beurs hard onderuitging. We zijn een robuuste, wendbare organisatie gebleken.”

 

Een nieuwe CEO, een nieuw geluid? Wat gaan we merken van de aanpak van Annette Mosman?

“Ik begin aan deze klus met een helder uitgangspunt. Ik kom uit de organisatie en ken de sector. Als CEO ga ik het op mijn eigen manier doen: vaak door eerst te luisteren en dan pas te reageren. Ik ben nieuwsgierig naar de visie van anderen. Accenten zullen verschuiven, maar de koers staat als een huis. Nu gaan we eerst heel goed uitvoeren. De komende jaren draaien om de eindstand: samen met onze fondsen in 2026 het nieuwe pensioencontract (NPC) goed ingevoerd hebben en tegelijk een sterke maatschappelijke speler zijn. Want we doen het voor de financiële fitheid van 4,7 miljoen mensen. Om dat doel te halen moeten we de komende jaren consistent zijn: ogen op de bal en doen wat we hebben afgesproken. Dat moeten we goed doen: met aandacht voor onze fondsen, werkgevers en hun deelnemers, voor elkaar en onze omgeving. In sporttermen: we spelen een lang toernooi en dat gaat met ups en downs.”

 

Wat heeft voor jou de komende tijd de hoogste prioriteit?

“Voor de tweede keer op rij publiceren we een integrated report. Hierin laten we zien welke waarde we toevoegen aan onze stakeholders; onze pensioenfondsklanten, de maatschappij en aandeelhouders. We zijn ons bewust van onze rol en kijken daar kritisch naar. Dat is het leidmotief van dit jaarverslag. We zijn geen gewoon bedrijf. We mogen werken voor acht fondsen en 4,7 miljoen deelnemers en beheren bijna 600 miljard euro. Behalve een lerende organisatie is er bij APG ook aandacht voor de maatschappelijke impact die we hebben. Transparant zijn, zoals in dit jaarverslag, betekent dat we ook onze kwetsbaarheid tonen, en dus ook laten zien wat er níet goed is gegaan. Gaat er iets mis in onze uitvoering en verloopt de samenwerking met de ondernemingsraad niet soepel? Dan communiceren we dat.”

 

De weg naar het nieuwe pensioenstelsel is lang en ingewikkeld. Hoe ziet die weg er nu precies uit?

“We willen niet voor onaangename verrassingen komen te staan als we samen met onze fondsen de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel ingaan. Dat is een cruciaal onderdeel van onze strategie en dat vragen onze klanten ook van ons. Het is ook een randvoorwaarde om de overstap naar het nieuwe stelsel te maken. Vergelijk het met een zolder die je op moet ruimen voordat je gaat verhuizen. Bij ons betekent dat bijvoorbeeld dat we in nauw overleg met onze fondsen wijzen op de complexiteit in de huidige regelingen. Maar ook dat we de pensioenadministratie doorlopen en herstellen als er ergens onverhoopt iets niet klopt. Dat herstellen is ingewikkeld, zeker als het impact heeft op de portemonnee van mensen. We proberen daarbij samen met de fondsen oplossingen te zoeken waarbij we het belang van de deelnemer hooghouden.”

 

Wat betekent dat concreet voor APG?

“De overgang naar het nieuwe pensioencontract raakt de komende jaren het werk van bijna alle medewerkers binnen APG: van IT, pensioenadministratie, vermogensbeheer, risicomanagement, klantcontact en communicatie tot HR. Het verandert ons werk in vrijwel ieder opzicht. Dat gaat de komende jaren veel van ons als organisatie en van onze medewerkers vragen. Tegelijkertijd biedt het APG de kans om te laten zien dat we ook in een nieuw stelsel onze positie als toonaangevende uitvoerder waar kunnen maken. Want dat zijn we niet voor niks. Met onze digitalisering, deelnemergerichtheid en pensioenexpertise hebben we alle ingrediënten in huis om een nieuwe propositie neer te zetten en ons te meten met andere financiële partijen. Daarnaast hebben we ook acht trouwe fondsklanten die dit traject met ons samen gaan afleggen. Dus laten we vooral niet in de koplampen gaan staren, maar overgaan tot uitvoeren.”


Het is in het afgelopen jaar ook een paar keer misgegaan in de uitvoering. Hoe kijk je daar op terug?

“Dat klopt. In augustus 2020 werd bijvoorbeeld een actie rondom het arbeidsongeschiktheidspensioen afgerond. Hierbij kregen in totaal 8.352 deelnemers alsnog het pensioen toegekend waar ze recht op hadden. Ook kregen zo’n 8.500 deelnemers een rechtmatige aanvulling voor samenvallende diensttijd. Op de deelnemers die het betreft, heeft dit veel impact. En dat begrijpen we als pensioenuitvoerder heel goed. Daarom doen we ons uiterste best om deelnemers in dat soort situaties zorgvuldig te informeren en bij te staan. En we leren er ook van. We hebben het afgelopen jaar, ondanks de coronacrisis waarin we allemaal thuis zijn gaan werken, onze processen flink verbeterd en, daar waar het misging, zaken voor deelnemers zo snel als mogelijk opgelost.”

We spelen als grootste uitvoerder een bepalende rol, maar doen dat nooit alleen

Wordt de kans op fouten nu daadwerkelijk kleiner?

De winkel wordt verbouwd, de verkoop gaat door. Het lijkt alsof corona nauwelijks van invloed was op APG.

“De omschakeling van kantoororganisatie naar thuiswerkorganisatie verliep soepel. De operatie – waaronder het uitbetalen van pensioenen, het innen van premies, het beleggen – is op geen enkel moment in gevaar gekomen. Pensioenfondsklanten, werkgevers en deelnemers merkten niet of nauwelijks dat we hen, in plaats vanuit een kantoorsetting, vanuit onze thuissituatie ondersteunden of te woord stonden. En dat in veel gevallen nog steeds doen. Daar ben ik enorm trots op.”

 

Er wordt vaak gesproken over de rol van APG als maatschappelijke speler. Hoe gaat APG die rol de komende periode invullen?

“APG is een bedrijf, maar eigenlijk veel meer dan dat: we spelen als grootste uitvoerder een bepalende rol, maar doen dat nooit alleen. Als wij de komende jaren ons werk goed doen, willen andere partijen, zoals fondsen, graag met ons samenwerken en samen met ons optrekken. Tegelijkertijd wil ik verder kijken: want met onze kennis en kunde kunnen we meer betekenen voor mens en samenleving. Financieel houvast heeft invloed op je gezondheid, je welzijn en je kansen. Je pensioen staat dus niet op zichzelf. Daarom wil ik meer verbinding zoeken met maatschappelijke partners, bijvoorbeeld rond thema’s als gezondheid, financiële educatie en armoedebestrijding. APG’ers kunnen daar actief aan bijdragen. Zorg voor onze omgeving betekent ook zorgen voor de planeet. We beleggen met een blik op de lange termijn en zo duurzaam mogelijk. Onze bedrijfsvoering is in 2030 klimaatneutraal. Daarom verhuizen we eind van dit jaar naar een nieuw, duurzaam pand. En werken we aan een nieuw mobiliteitsplan voor alle APG’ers. Daarin kijken we zonder dogma’s naar wat goed is voor ons en onze omgeving.”

 

Tot slot: waar kijk je het meest naar uit in 2021?

“Collega’s zien en weer terug mogen naar kantoor. Maar ik kijk ook uit naar de stappen die we gaan zetten richting het nieuwe pensioencontract. Dat is echt een complex traject. Ik hoop dus dat de politiek in Den Haag vasthoudt aan de vastgestelde tijdslijn. Ik ga er nog steeds vanuit dat op 1 januari 2026 alle fondsen over moeten en die tijd hebben we echt nodig.”

 

 

Bekijk hier het jaarverslag 2020.

 

Lees het interview met Ronald Wuijster, lid raad van bestuur en verantwoordelijk voor Asset Management en HR: “Verkopen uit paniek is nooit verstandig” - Ronald Wuijster over beleggen in een coronajaar. 

Volgende publicatie:
“Mijn vrouw zou trots op me zijn, omdat ik geniet”

“Mijn vrouw zou trots op me zijn, omdat ik geniet”

Gepubliceerd op: 25 maart 2021

Hoe ga je om met werk en geld voor nu en later? Leef je bij de dag of plan je doelbewust je financiële toekomst? En regel je ‘later’ zelf, of ben je aangesloten bij een pensioenfonds?

Ruud Vorstermans geniet sinds anderhalf jaar van een riant pensioen. Maar hij zou alles willen inruilen als hij daarmee zijn vrouw kon terughalen.

 

Ruud Vorstermans (68)

Beroep: gepensioneerd, was werkzaam in de automatisering en als arbeidsdeskundige

Werkte wekelijks: fulltime

Inkomen nu: 3.200 euro netto per maand

Spaargeld: zo’n 50.000 euro

Pensioen geregeld? Ja

 

Je bent sinds 2 augustus 2019 met pensioen. Hoe bevalt dat?

“Ik heb geen seconde last gehad van een zwart gat, sterker nog: ik kom tijd tekort. Ik was er echt aan toe om niet meer van alles te moeten. Dat komt ook doordat ik naast mijn werk jarenlang mantelzorger ben geweest voor mijn vrouw, die uitgezaaide borstkanker had en daar in 2018 aan is overleden.”

 

Wat verdrietig, dat moet een groot gemis zijn.

“Ja, mijn vrouw haalde het beste in me naar boven. We waren bijna 43 jaar getrouwd; wat wij hadden heeft niemand anders. Natuurlijk mis ik haar, maar erin blijven hangen levert niets op. Vier weken na haar crematie ben ik een maand met de caravan naar Italië gegaan. Ik heb een rondrit gemaakt door Toscane, naar de plekken waar we elk jaar met z’n tweeën heen gingen. Een trip down memory lane. Dat is me uitermate goed bevallen.

Ik houd de herinnering aan haar levend. Op onze eerste trouwdag na haar overlijden ben ik in vol ornaat naar haar lievelingsrestaurant gegaan, pak aan, strikje om, en ben ik daar gaan zitten met een foto van haar tegenover me. Dat vond ik prachtig om te doen en dat doe ik nog ieder jaar.”

 

Hoe breng je je dagen door nu je niet meer werkt?

“Om te beginnen wandel en fiets ik veel. Ik heb er een dagelijkse routine van gemaakt om een kilometer of zeven te lopen. Fietsen doe ik op een elektrische fiets, omdat ik zo ook op vakantie in bergachtige omgevingen vooruitkom. En ik heb mezelf een nieuwe hobby cadeau gedaan: legpuzzels van Jan van Haasteren maken. Af en toe koop ik een tweedehands puzzel via Marktplaats of Facebook. Als de verkoper in een straal van twintig kilometer rondom mijn woonplaats Bergen op Zoom woont, ga ik op de fiets. Dan heb ik meteen een doel met mijn fietstochtje.”

En wat doe je verder zoal?

“Sudoku, kruiswoordpuzzels, ik schrijf af en toe gedichten, ik hou een blog bij, ik kook. Mijn vrouw kon uitstekend koken. Toen ze ziek werd, ben ik al haar recepten gaan maken zodat ze aanwijzingen kon geven. Ik heb alles gefotografeerd en daar een kookblog van gemaakt. Met name vlak na haar overlijden heb ik daar erg veel aan gehad. Verder zet ik me in voor de borstkankervereniging. Mijn vrouw deed dat ook, vanaf de dag dat ze borstkanker kreeg tot ze eraan overleed. Dat heeft haar een erelidmaatschap opgeleverd. Ik haal er troost uit om haar werk voort te zetten. Ik houd me met name bezig met een Facebookgroep voor vrouwen met uitgezaaide borstkanker. Omdat ik altijd de zon zie schijnen, probeer ik anderen die dat vermogen niet hebben een andere visie mee te geven. Het leven houdt niet op als je ziek bent; probeer zo veel mogelijk te genieten van wat er nog wél is.”

 

Mis je het werkende leven helemaal niet?

“Nee. Ik heb 46 jaar met heel veel plezier gewerkt, maar het is mooi geweest.”

 

Wat voor werk deed je hiervoor?

“Ik ben in 1975 begonnen bij het toenmalige GAK (gemeenschappelijk administratiekantoor, red.), mijn vader werkte op het hoofdkantoor in Amsterdam. Ik had geen idee wat ik kon doen met mijn hbs-b-opleiding en mijn vader zei: probeer het hier eens. Ik kon proefdraaien bij automatisering en daarin ben ik 25 jaar blijven hangen, om uiteindelijk in een leidinggevende functie te belanden. Maar op een gegeven moment wilde ik iets anders. Begin jaren negentig heb ik in de avonduren drie hbo-opleidingen afgerond; een juridische opleiding op het gebied van personeelszaken, commerciële economie en bedrijfskundig management. Daarna ben ik als arbeidsdeskundige aan de slag gegaan. Eerst bij het toenmalige UWV en later bij een arbodienst. Dat heb ik gedaan tot mijn pensionering.”

 

Deed je dat fulltime?

“Meer dan dat. Ik begon om zes uur ’s ochtends en ging pas na de spits naar huis. Ik maakte werkdag