Zomaar 10 procent van je pensioen op je bankrekening? 5 vragen over de nieuwe lump sum regeling

5 vragen over de nieuwe lump sum regeling

Gepubliceerd op: 11 september 2020

Het nieuwe pensioenakkoord brengt voor deelnemers een paar flinke veranderingen met zich mee. De lump sum is er een van. Hiermee kun je ineens 10 procent van je pensioenkapitaal opnemen als je gepensioneerd wordt. Hoe werkt dat? We vroegen het de experts van APG.


1. In het kort: wat is de lump sum?

Het is een eenmalige uitkering. Het is het moment waarop je een percentage van je opgebouwde pensioenpot in één keer kunt opnemen. Je betaalt ieder jaar premie, je werkgever stort eveneens al die tijd geld in je pensioenpot. Na zoveel jaar zit daar een bepaalde waarde in, en daar mag je straks dan een stukje van opnemen als je met pensioen gaat. Vermoedelijk gaat die mogelijkheid in 2022 van start.

 

Wat zou jij doen met 10 procent van je pensioen? We stelden een aantal mensen deze vraag. Met verrassende antwoorden tot gevolg. Bekijk hier de video.

2. Waarom wordt de lump sum geïntroduceerd?

De pensioenregelingen kennen nu al diverse keuzemogelijkheden, maar dat je eenmalig een bedrag in een keer mag opnemen, is voor Nederland nieuw. In andere landen kon dat al wel. Het biedt de mogelijkheid om je pensioen beter af te stemmen op je persoonlijke omstandigheden en behoeften.
Het is de nadrukkelijke wens van het kabinet om meer flexibiliteit te bieden zodat je de eerste jaren na je pensionering meer keuze hebt. Zo kun je bijvoorbeeld je hypotheek aflossen, of op je 63ste een wereldreis maken in plaats van nog een paar jaar door te werken.

 

3. Is de Nederlander blij met de lump sum?

Een Netspar-studie, uitgevoerd door onderzoekers van het Centraal Planbureau (CPB) en de Universiteit Tilburg, liet twee jaar geleden zien dat deelnemers aan pensioenfondsen meer keuzevrijheid willen over hun pensioenvermogen. Het moet eenvoudiger worden om een deel van het vermogen te gebruiken om bijvoorbeeld een huis te kopen of eerder te beginnen met minder werken.

 

4. Kortom, een goede ontwikkeling?

Op zich is het mooi dat je meer vrijheid krijgt. Maar veel hangt af van de voorwaarden die hieraan gesteld worden. Voor veel mensen ligt de AOW-leeftijd bijvoorbeeld te ver weg. Ze willen eerder met pensioen. Daarbij maken verreweg de meesten gebruik van de zogeheten AOW-overbrugging; eerst een wat hoger pensioen, daarna kun je af met een lager pensioen omdat je dan AOW ontvangt. In dat geval mag je geen gebruik maken van die eenmalige uitkering.
Ook kan de lump sum fiscale gevolgen hebben voor mensen met lagere en middeninkomens en leiden tot lagere toeslagen.
Je kunt je daarom afvragen of de lump sum alleen is weggelegd voor de happy few. Dat is een heikel punt in de regels zoals die er nu liggen. Het zou erg jammer zijn als deze positieve keuzemogelijkheid wordt gedegradeerd tot een dode letter. De discussie hierover wordt straks nog heel interessant in de Tweede Kamer. Niet alle voorwaarden rond de lump sum zijn overigens per definitie negatief. Verstandig is bijvoorbeeld dat je tot maximaal 10 procent in een keer mag opnemen. Dat voorkomt dat de pot te snel leeg raakt. Je wilt op je achtentachtigste immers ook nog van een pensioen kunnen genieten.

 

5. Waar moet je op letten?

Het klinkt natuurlijk heel aantrekkelijk om alvast 10 procent te krijgen. En wat je later krijgt, zie je dan wel. Maar je moet er goed bij stilstaan hoe je dat latere leven voor je ziet. Heb je straks wel voldoende voor je uitgaven en bestedingen?
Een andere voorwaarde voor opname van de lump sum is daarom dat het pensioen dat overblijft niet onder de afkoopgrens zakt. Dat is een bedrag van pakweg 500 euro per jaar. Het is niet de bedoeling dat je het na je lump sum de rest van je leven moet doen met een pensioen van 350 of 465 euro per jaar. Dus als je een klein pensioen hebt, zal een lump sum niet altijd mogelijk zijn.

 

Met medewerking van Wilfried Mulder, senior-beleidsmedewerker APG, en Debbie Kwanten, senior pensioenjurist APG.

 

Hier vind je meer informatie over het Netspar-onderzoek van het CPB en Universiteit Tilburg.

Gepubliceerd in deze collectie(s)

Pensioen

Collectie in Inkomen