Beleggingsproces

De wijze waarop wij beleggen, is logisch opgebouwd uit een aantal stappen. In vogelvlucht: de eerste stap is een uitgebreide ALM-studie (die afkorting staat voor ‘Asset Liability Model’, oftewel een rekenmodel dat uitgaat van bezittingen en verplichtingen). Hierbij inventariseren we de voorkeuren van het pensioenfonds wat betreft het gewenste rendement en de daarbij acceptabele mate van risico. En we kijken naar het pensioenvermogen en de pensioenverplichtingen van dat fonds. Daarna gaan we rekenen, waarbij we uitgaan van zeer veel verschillende scenario’s, variërend van heel positief naar heel negatief. Dat scenariodenken is een essentieel onderdeel van onze aanpak, omdat de financiële markten nou eenmaal snel veranderen. En we niet kunnen vertrouwen op de glazen bollen van futurologen.

   

Uit al dat rekenwerk destilleren we voor een fonds drie aspecten: of ze de pensioenen kunnen indexeren (verhogen vanwege oplopende inflatie); of ze de komende jaren de pensioenpremies moeten aanpassen en zo ja, met hoeveel; en wat voor hen de meest optimale beleggingsstrategie is. Mede vanuit onze beleggingsprincipes en -ervaringen en vanuit een gedeelde visie op de wereldeconomie die we in samenspraak met het fonds formuleren.  

 

Dan bepalen we hoe we die beleggingsportefeuille optimaal en verantwoord kunnen inrichten. Hierbij kiezen we uit een groot aantal beleggingscategorieën: niet alleen aandelen, obligaties en vastgoed, maar denk ook aan grondstoffen, private equity en infrastructuur, et cetera. In zowel gevestigde als opkomende markten. Uitgangspunt is dat een brede spreiding over de beleggingscategorieën en regio’s helpt om de verhouding tussen rendement en risico te verbeteren. De uiteindelijke beleggingsportefeuille is voor ieder pensioenfonds anders omdat eisen, wensen en beleggingsbehoeften nou eenmaal uiteenlopen. (Eventueel hier het plaatje met ‘het beleggingsproces in drie stappen’)

Met deze beleggingsaanpak hebben we succes: over de afgelopen twintig jaar lagen de beleggingsrendementen voor onze fondsen tussen 6,8% en 7,3% per jaar. En over de afgelopen tien jaar versloegen we negen jaar de benchmark (het marktgemiddelde) 

 

Het vertrouwen in onze totaal-aanpak

Binnen APG werken we volgens een ‘fiduciair’ model. Dit betekent ten eerste dat wij pensioenfondsen als onderdeel van de beschreven aanpak adviseren over hoe zij hun vermogen het beste kunnen beleggen. Zodat ze altijd aan de verplichtingen richting hun deelnemers en gepensioneerden kunnen voldoen, zonder grote risico’s te lopen. En ten tweede dat de pensioenfondsen alles rond dat beleggen aan ons kunnen toevertrouwen: wij adviseren welke beleggingsmix (hoeveel procent beleg je in aandelen, obligaties, vastgoed of andere categorieën) het beste past bij hun doelen. Het grootste deel van de beleggingsportefeuilles beheren we zelf; voor specifieke markten of regio’s schakelen we externe vermogensbeheerders in.

 

Kenmerkend voor onze fiduciaire aanpak is dat we de drie cruciale rollen in het beleggingsproces goed van elkaar scheiden: dan gaat het om resp. het onafhankelijke advies aan onze klanten, het beleggen van pensioengeld en het beheersen van risico’s. Daarvoor hebben we drie afdelingen opgericht, die onafhankelijk van elkaar werken. Zo kunnen verschillende belangen niet door elkaar lopen, blijft de beleggingsaanpak zuiver en kunnen we het beste aansluiten op de doelen van onze klanten.  

 

Door deze fiduciaire aanpak houden we het overzicht en de controle over de beleggingen. En sturen we waar nodig snel bij. Zo kunnen we optimaal blijven aansluiten op de doelen van onze klanten. En dan bedoelen we niet alleen de pensioenfondsen, maar ook en vooral de mensen voor wie deze fondsen werken. Zodat die erop kunnen vertrouwen dat hun pensioen nu, straks of later in veilige handen is.

 

Verstandig omgaan met risico’s

Iedere belegger weet: rendement en risico gaan hand in hand. Wie rendement wil maken, moet verantwoord en beheerst risico’s durven nemen.

 

Om risico’s tijdig te zien en zo goed mogelijk in de hand te houden, werkt APG volgens het ‘Three Lines of Defense’ model, een bewezen manier van werken om risico’s optimaal te kunnen beheersen. Dit betekent dat we binnen APG de taken en verantwoordelijkheden wat betreft risicobewaking hebben verdeeld over drie achtereenvolgende ‘verdedigingslinies’.

 

De eerste linie van risicobewaking betreft onze beleggers die primair verantwoordelijk zijn voor het onderkennen van risico’s en de beheersing daarvan. De tweede lijn bestaat uit risicomanagers die zelfstandig (en onafhankelijk van de eerste lijn) het risicomanagement van APG bevorderen, richtlijnen ten aanzien van ons risicomanagement vaststellen en evalueren, en werken aan methoden en technieken voor effectief risicomanagement en -beheersing. En de derde linie vinden we bij onze interne audit afdeling, die toeziet op de kwaliteit en effectiviteit van het functioneren van ons risicobeheer.

 

Deze drie linies fungeren als vangnetten, die er samen voor zorgen dat de risico’s onder controle blijven. Waarbij dus uiteenlopende specialisten - waaronder beleggers, adviseurs, risk managers, compliance officers en interne auditors - ieder vanuit hun specifieke rol en deskundigheid beoordelen hoe we met mogelijke risico’s omgaan en hoe we dat eventueel nog verder kunnen versterken. Zo bewaren we een goed evenwicht tussen verantwoord risicomanagement en een gezond en duurzaam beleggingsrendement.