Bij de totstandkoming van het nieuwe pensioenstelsel zijn veel partijen betrokken. Denk aan de overheid, de pensioenfondsen, werkgevers- en werknemersorganisaties. In 2019 zijn het kabinet en de sociale partners tot een nieuw pensioenakkoord gekomen. Dit akkoord wordt nu door het kabinet in afstemming met sociale partners omgezet in een voorstel tot wet, de Wet Toekomst Pensioenen.

 

Het kabinet streeft ernaar deze nieuwe wet, na behandeling in de Tweede en Eerste Kamer, op 1 januari 2023 in werking te laten treden. Pensioenfondsen krijgen tot uiterlijk 1 januari 2027 de tijd om de nieuwe regels voor pensioen in te voeren. Sociale partners zijn verantwoordelijk voor de hoofdkeuzes en het pensioenfondsbestuur voor de nadere invulling van de keuzes en voor de uitvoering.

In Nederland kennen we verschillende soorten pensioenfondsen:

  1. Bedrijfstakpensioenfondsen: een fonds van werkgevers uit één bepaalde bedrijfstak, bijv. ABP.
  2. Ondernemingspensioenfondsen of bedrijfspensioenfondsen: als een bedrijf niet onder een specifieke bedrijfstak valt of groot is, kan het zelf een pensioenfonds oprichten.
  3. Beroepspensioenfondsen: specifieke fondsen voor bijvoorbeeld huisartsen, notarissen of tandartsen.